Seksuele mishandeling van jonge kinderen
€ 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige
hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel
misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de
intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende
stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt,
aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische
achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en
uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de
impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen
als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving
van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische
onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse
modellen en technieken voor de behandeling beschreven.
Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij
een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding
en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Seksuele mishandeling van jonge kinderen
€ 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige
hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel
misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de
intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende
stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt,
aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische
achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en
uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de
impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen
als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving
van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische
onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse
modellen en technieken voor de behandeling beschreven.
Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij
een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding
en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.
Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.
Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap
€ 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van
ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan
te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag
sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in
zowel de media als onder commerciële ondernemingen.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap
€ 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van
ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan
te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag
sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in
zowel de media als onder commerciële ondernemingen.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?
Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.
Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.
De geweldige school en maatschappij
€ 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en
ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten,
studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal-
agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders
en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie
op school. Het eerste deel geeft een grondig
inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de
manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede
deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’
school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning
en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van
de schoolgemeenschap.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
De geweldige school en maatschappij
€ 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en
ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten,
studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal-
agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders
en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie
op school. Het eerste deel geeft een grondig
inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de
manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede
deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’
school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning
en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van
de schoolgemeenschap.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.
Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?
Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.
Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm
€ 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s
van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm
€ 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s
van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.
Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.
Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.
Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.
Gezondheid is geen koopwaar
€ 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering
in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten
in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België
en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem
van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in
België is begaan.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Gezondheid is geen koopwaar
€ 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering
in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten
in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België
en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem
van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in
België is begaan.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.
Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)
€ 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse
of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of
maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)
€ 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse
of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of
maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur
Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.
God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost
€ 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele
thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar
het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt
over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste
moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen
moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich
ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost
€ 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele
thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar
het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt
over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste
moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen
moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich
ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?
Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.
Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.
Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
€ 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket
tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor
iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend
na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie.
En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt
op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste –
stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch
buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’)
het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in
het onderwijs.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
€ 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket
tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor
iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend
na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie.
En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt
op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste –
stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch
buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’)
het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in
het onderwijs.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog
€ 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke
beperking is een controversieel thema. Het laat
de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen
van ouders met een verstandelijke beperking lopen een
grotere kans op allerhande problemen.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog
€ 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke
beperking is een controversieel thema. Het laat
de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen
van ouders met een verstandelijke beperking lopen een
grotere kans op allerhande problemen.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.
De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.
Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7
€ 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die
voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook
daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek
geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust
kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula
op een aantal hogescholen op het terrein van zorg
en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een
inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten,
managers, studenten en docenten werkzaam
in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking
om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van
PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7
€ 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die
voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook
daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek
geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust
kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula
op een aantal hogescholen op het terrein van zorg
en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een
inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten,
managers, studenten en docenten werkzaam
in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking
om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van
PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.
Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5
€ 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden
in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten?
Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit
praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en
richt zich op de school en de schoolbegeleiders.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5
€ 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden
in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten?
Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit
praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en
richt zich op de school en de schoolbegeleiders.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6
€ 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het
onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor
goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende
houding.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6
€ 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het
onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor
goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende
houding.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.
Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.
Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.
