Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Perspectieven op samen leraren opleiden

 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren. Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders. Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.

De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.

De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.

Quick View

Perspectieven op samen leraren opleiden

 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren. Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders. Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.

De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.

De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn. Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren, wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit. Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen. Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.

Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.

Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Quick View

De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn. Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren, wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit. Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen. Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.

Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.

Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk

 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations. Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerd om het vakgebied van Public Relations aan te geven. Corporate Communication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.

Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.

Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).

Placeholder Image
Quick View

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk

 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations. Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerd om het vakgebied van Public Relations aan te geven. Corporate Communication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.

Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.

Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement

 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces verankerd zitten. De auteur toont het nut van reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Quick View

Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement

 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces verankerd zitten. De auteur toont het nut van reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s

 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving. In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Quick View

Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s

 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving. In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)

 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book presents an account of the development of the Western image of the Muslim Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims. At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of European culture.

Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.

Quick View

Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)

 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book presents an account of the development of the Western image of the Muslim Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims. At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of European culture.

Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)

 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.

This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.

Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.

Quick View

Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)

 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.

This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.

Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum

 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere) noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle over de manier waarop beslissingen over gezondheid en autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken van de huidige generatie ouderen, die ook wel de ‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.

De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.

Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.

Quick View

Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum

 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere) noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle over de manier waarop beslissingen over gezondheid en autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken van de huidige generatie ouderen, die ook wel de ‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.

De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.

Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)

 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it assumes a considerable role in the encounters between different cultures and their respective languages. This important role of translation stems from the fact that translating involves the carrying-over of specific socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures, which have at their disposal an established system of representation with its own norms for text production and consumption of meanings vis-à-vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves into a master discourse of translation through which identity, similarity and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted. Translational encounters take place at both the intra and inter cultural levels. The chapters in this volume address these issues from different cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India, and the Arab/Muslim World).

Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.

Quick View

Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)

 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it assumes a considerable role in the encounters between different cultures and their respective languages. This important role of translation stems from the fact that translating involves the carrying-over of specific socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures, which have at their disposal an established system of representation with its own norms for text production and consumption of meanings vis-à-vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves into a master discourse of translation through which identity, similarity and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted. Translational encounters take place at both the intra and inter cultural levels. The chapters in this volume address these issues from different cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India, and the Arab/Muslim World).

Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)

 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’ wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot. Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a., 2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.

In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.

Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).

Quick View

De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)

 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’ wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot. Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a., 2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.

In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.

Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Quick View

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    5
    Uw winkelwagen
    ×