
Set van 4 schema’s bij Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
€ 9,90
Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
€ 30,80
Wijsheidsleraren zijn onmisbaar voor Afrikaanse wegen naar
moderniteit.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
€ 30,80
Wijsheidsleraren zijn onmisbaar voor Afrikaanse wegen naar
moderniteit.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
€ 19,50
Leiderschap staat vandaag hoog op de agenda: van bedrijfswereld tot
politiek, van school tot zorginstelling. In dit boek houdt de auteur een
sterk pleidooi om als leidinggevende ethisch om te gaan met mensen
en situaties. Men moet de dingen niet alleen goed doen (technische
bekwaamheid), men moet ook de goede dingen doen (ethische verantwoordelijkheid).
Naast goed ontwikkelde professionaliteit, expertise
en ervaring is normatieve, ethische en spirituele kwaliteit vereist.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
€ 19,50
Leiderschap staat vandaag hoog op de agenda: van bedrijfswereld tot
politiek, van school tot zorginstelling. In dit boek houdt de auteur een
sterk pleidooi om als leidinggevende ethisch om te gaan met mensen
en situaties. Men moet de dingen niet alleen goed doen (technische
bekwaamheid), men moet ook de goede dingen doen (ethische verantwoordelijkheid).
Naast goed ontwikkelde professionaliteit, expertise
en ervaring is normatieve, ethische en spirituele kwaliteit vereist.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens
€ 39,90
Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.
Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.
Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens
€ 39,90
Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.
Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.
International Business not as usual
€ 32,10
International economic integration often consists in countries strengthening economic
links with a relatively small group of geographically close countries whereas
links with more distant countries remain neglected. Regional agreements may actually
reinforce such insider-outsider phenomenon. Though geographical and cultural
distance substantially hampers international trade, the fragmentation of the world
economy into trading blocs may result in detrimental lock-in effects and the disregard
of existing opportunities. Belgium seems a rather illustrative case in point. As
one of the most open countries in the world, the bulk of its international transactions
occur within the EU and more specifically with its neighbouring countries.
On the other hand it is often acclaimed that Belgium is not sufficiently seizing the
trade and investment opportunities offered by the strong growing Newly Industrialising
Countries, e.g. in South-East Asia.
The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.
This book is written for readers interested in international trade with distant countries.
Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.
Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.
The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.
This book is written for readers interested in international trade with distant countries.
Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.
Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.
International Business not as usual
€ 32,10
International economic integration often consists in countries strengthening economic
links with a relatively small group of geographically close countries whereas
links with more distant countries remain neglected. Regional agreements may actually
reinforce such insider-outsider phenomenon. Though geographical and cultural
distance substantially hampers international trade, the fragmentation of the world
economy into trading blocs may result in detrimental lock-in effects and the disregard
of existing opportunities. Belgium seems a rather illustrative case in point. As
one of the most open countries in the world, the bulk of its international transactions
occur within the EU and more specifically with its neighbouring countries.
On the other hand it is often acclaimed that Belgium is not sufficiently seizing the
trade and investment opportunities offered by the strong growing Newly Industrialising
Countries, e.g. in South-East Asia.
The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.
This book is written for readers interested in international trade with distant countries.
Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.
Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.
The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.
This book is written for readers interested in international trade with distant countries.
Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.
Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.
Patterns in student learning. Exploring a person-oriented and a longitudinal research-perspective
€ 29,50
The research presented in this dissertation is concerned with patterns in students
learning in higher education. It aims at broadening our understanding of student
learning by exploring two underexposed research-perspectives: a person-oriented perspective
and a longitudinal perspective.
The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.
The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.
Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.
In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.
The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.
Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).
He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.
The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.
The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.
Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.
In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.
The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.
Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).
He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.
Patterns in student learning. Exploring a person-oriented and a longitudinal research-perspective
€ 29,50
The research presented in this dissertation is concerned with patterns in students
learning in higher education. It aims at broadening our understanding of student
learning by exploring two underexposed research-perspectives: a person-oriented perspective
and a longitudinal perspective.
The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.
The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.
Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.
In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.
The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.
Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).
He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.
The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.
The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.
Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.
In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.
The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.
Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).
He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.
Van klein tot groot (O&A-Reeks, nr. 5)
€ 27,30
Dit is een boek over de ontwikkeling van het jonge kind met bijdragen van deskundigen van uiteenlopend pluimage en onderwerpen als:
Kortom, een boek voor allen die belangstelling hebben voor de ontwikkeling van kinderen en die er in hun werk mee te maken (kunnen) krijgen.
Van klein tot groot (O&A-Reeks, nr. 5)
€ 27,30
Dit is een boek over de ontwikkeling van het jonge kind met bijdragen van deskundigen van uiteenlopend pluimage en onderwerpen als:
Kortom, een boek voor allen die belangstelling hebben voor de ontwikkeling van kinderen en die er in hun werk mee te maken (kunnen) krijgen.
Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
€ 31,90
Aan hogescholen zijn lectoren concreet en praktijkgericht bezig met het
analyseren en helpen oplossen van stedelijke vraagstukken. Dit boek geeft
een actueel overzicht van hoe stedelijk onderzoek van zesentwintig lectoraten
eruit ziet en tot welke praktisch bruikbare resultaten dit leidt. Uit het
boek blijkt duidelijk dat burgers en ondernemers op lokaal niveau in samenwerking
met de overheid en andere partners zelf bezig zijn wijken en buurten
beter te maken en vooral van elkaar te leren. Leren van elkaar en van
praktijkrelevant onderzoek draagt bij aan het vormen van een lerende stad.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.Professionals in beleid en praktijk (overheid, economie, civil society)
Beleidsmakers en politici bij gemeenten (en ook bij rijk en provincies)
Burgers en ondernemers in onze urbane samenleving
Studenten & docenten aan hogescholen en universiteiten
Professionals bij kenniscentra, adviesorganen en dergelijke.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
€ 31,90
Aan hogescholen zijn lectoren concreet en praktijkgericht bezig met het
analyseren en helpen oplossen van stedelijke vraagstukken. Dit boek geeft
een actueel overzicht van hoe stedelijk onderzoek van zesentwintig lectoraten
eruit ziet en tot welke praktisch bruikbare resultaten dit leidt. Uit het
boek blijkt duidelijk dat burgers en ondernemers op lokaal niveau in samenwerking
met de overheid en andere partners zelf bezig zijn wijken en buurten
beter te maken en vooral van elkaar te leren. Leren van elkaar en van
praktijkrelevant onderzoek draagt bij aan het vormen van een lerende stad.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.Professionals in beleid en praktijk (overheid, economie, civil society)
Beleidsmakers en politici bij gemeenten (en ook bij rijk en provincies)
Burgers en ondernemers in onze urbane samenleving
Studenten & docenten aan hogescholen en universiteiten
Professionals bij kenniscentra, adviesorganen en dergelijke.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
Beter leren denken
€ 20,50
Het denken kan worden verbeterd door de denkvaardigheden te trainen. Maar is dat voldoende?
Via wetenschappelijke inzichten argumenteert dit boek dat het denken wordt verbeterd via het metacognitief denken. Metacognitief denken betekent kennis verwerven over de wijze waarop het denken wordt ingezet en gebruikt en deze kennis is essentieel in het verwerven van denkexpertise. Het verbeteren van het denken is in dit boek uitgewerkt als een lijn die loopt van het leren gebruiken van de denkvaardigheden tot en met het metacognitief denken.
De reden voor het schrijven van deze tekst is dat, alhoewel vanuit de maatschappij en de wetenschap het belang van het goed kunnen denken wordt betoogd, er weinig expliciete aandacht is voor het bevorderen van het denken via het metacognitief denken, met name in het onderwijs. Het doel van deze tekst is dan ook om in te gaan op de wijze waarop het denken kan worden bevorderd door de onderdelen van het denken toe te lichten. Hoe kan het denken worden verbeterd? Het oefenen van de denkvaardigheden met behulp van denkopdrachten is een eerste vereiste, maar het denken zal pas sterk verbeteren wanneer daarbij het metacognitief denken wordt aangesproken. Aan de hand van vele denkopdrachten wordt niet alleen het betoog ondersteund en de lezer uitgenodigd tot denken, maar wordt ook een lastig onderwerp als het denken zichtbaar gemaakt.
Joke van Velzen is gastonderzoeker bij het onderzoeksinstituut van de lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam.
Beter leren denken
€ 20,50
Het denken kan worden verbeterd door de denkvaardigheden te trainen. Maar is dat voldoende?
Via wetenschappelijke inzichten argumenteert dit boek dat het denken wordt verbeterd via het metacognitief denken. Metacognitief denken betekent kennis verwerven over de wijze waarop het denken wordt ingezet en gebruikt en deze kennis is essentieel in het verwerven van denkexpertise. Het verbeteren van het denken is in dit boek uitgewerkt als een lijn die loopt van het leren gebruiken van de denkvaardigheden tot en met het metacognitief denken.
De reden voor het schrijven van deze tekst is dat, alhoewel vanuit de maatschappij en de wetenschap het belang van het goed kunnen denken wordt betoogd, er weinig expliciete aandacht is voor het bevorderen van het denken via het metacognitief denken, met name in het onderwijs. Het doel van deze tekst is dan ook om in te gaan op de wijze waarop het denken kan worden bevorderd door de onderdelen van het denken toe te lichten. Hoe kan het denken worden verbeterd? Het oefenen van de denkvaardigheden met behulp van denkopdrachten is een eerste vereiste, maar het denken zal pas sterk verbeteren wanneer daarbij het metacognitief denken wordt aangesproken. Aan de hand van vele denkopdrachten wordt niet alleen het betoog ondersteund en de lezer uitgenodigd tot denken, maar wordt ook een lastig onderwerp als het denken zichtbaar gemaakt.
Joke van Velzen is gastonderzoeker bij het onderzoeksinstituut van de lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam.

Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children
€ 29,00
The overall aim of the research presented in this dissertation is to gain more
insight in the environmental values (EV) of children. EV are, across disciplines,
regarded as an essential precondition of environmental behavior. A better
understanding of what explains variation in EV and what they can tell us
about the environmental behavior of children – the future’s decision-makers –
makes an important contribution to the evaluation and design of
environmental education initiatives.
Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.
Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
- (1) EV and personality
- (2) gender differences in EV
- (3) do schools matter for EV?
- (4) do eco-schools matter for EV?
- (5) a cross-national perspective on EV
- (6) cross-cultural differences in EV.
Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.

Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children
€ 29,00
The overall aim of the research presented in this dissertation is to gain more
insight in the environmental values (EV) of children. EV are, across disciplines,
regarded as an essential precondition of environmental behavior. A better
understanding of what explains variation in EV and what they can tell us
about the environmental behavior of children – the future’s decision-makers –
makes an important contribution to the evaluation and design of
environmental education initiatives.
Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.
Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
- (1) EV and personality
- (2) gender differences in EV
- (3) do schools matter for EV?
- (4) do eco-schools matter for EV?
- (5) a cross-national perspective on EV
- (6) cross-cultural differences in EV.
Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.
Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)
€ 27,90
Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.
Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.
Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.
Doelgroep
HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.
Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.
Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)
€ 27,90
Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.
Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.
Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.
Doelgroep
HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.
Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.
Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
€ 27,70
Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads
onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd
en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad
die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde
lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen
die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar
interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
€ 27,70
Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads
onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd
en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad
die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde
lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen
die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar
interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.



