De ronde stad. Communicatie in de Stad van Axen
Over deze en talrijke andere lastige situaties tussen mensen gaat De Ronde Stad van Lilan Coenen en Maartje ter Horst van Delden, psycholoog, trainer en coach. Sinds 2006 werken zij samen en zij maken daarbij veel gebruik van de methodiek van de Stad van Axen. In dit boek nemen ze je mee op een tocht door de oude stad, met haar pleinen, straten en wijken. Je ontdekt dat de pleinkant rustig en vredig kan zijn terwijl de walkant de donkere randen van de Stad laat zien. Je leert de wijken en de bijbehorende axendieren kennen, waarbij elk axendier zijn eigen kracht bezit.
In dit boek leer je de gedragsmodellen van de stad kennen. Verschillende communicatiestijlen worden uitgewerkt. Elke stijl, elk axendier communiceert op zijn eigen manier. Je leert ook om het plein over te steken naar een andere wijk en naar een andere communicatiestijl. Hierdoor breng je zelf verandering in de siutatie en klim je uit de vicieuze cirkel. Je kunt kiezen voor een effectieve omgangswijze en sturing geven aan de communicatie door meer de eigenschappen van de verschillende stadswijken te gebruiken, ook al zijn die misschien heel anders dan je gewend bent.
De Ronde Stad vertelt je de theorie, ondersteund door praktijkvoorbeelden. Het tweede gedeelte is het echte werkboek waarmee je als begeleider of leidinggevende direct aan de slag kunt.
Lilian Coenen is zelfstandig pyscholoog, trainer en coach in Soest.
Maartje ter horst van Delden is zelfstandig communicatietrainer en -coach in Amersfoort.
"Het boek is toegankelijk geschreven met mooie, speelse illustraties. Dankzij het narratieve karakter en de vele metaforen pakt het boek mij van begin tot eind."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 36)
De ronde stad. Communicatie in de Stad van Axen
Over deze en talrijke andere lastige situaties tussen mensen gaat De Ronde Stad van Lilan Coenen en Maartje ter Horst van Delden, psycholoog, trainer en coach. Sinds 2006 werken zij samen en zij maken daarbij veel gebruik van de methodiek van de Stad van Axen. In dit boek nemen ze je mee op een tocht door de oude stad, met haar pleinen, straten en wijken. Je ontdekt dat de pleinkant rustig en vredig kan zijn terwijl de walkant de donkere randen van de Stad laat zien. Je leert de wijken en de bijbehorende axendieren kennen, waarbij elk axendier zijn eigen kracht bezit.
In dit boek leer je de gedragsmodellen van de stad kennen. Verschillende communicatiestijlen worden uitgewerkt. Elke stijl, elk axendier communiceert op zijn eigen manier. Je leert ook om het plein over te steken naar een andere wijk en naar een andere communicatiestijl. Hierdoor breng je zelf verandering in de siutatie en klim je uit de vicieuze cirkel. Je kunt kiezen voor een effectieve omgangswijze en sturing geven aan de communicatie door meer de eigenschappen van de verschillende stadswijken te gebruiken, ook al zijn die misschien heel anders dan je gewend bent.
De Ronde Stad vertelt je de theorie, ondersteund door praktijkvoorbeelden. Het tweede gedeelte is het echte werkboek waarmee je als begeleider of leidinggevende direct aan de slag kunt.
Lilian Coenen is zelfstandig pyscholoog, trainer en coach in Soest.
Maartje ter horst van Delden is zelfstandig communicatietrainer en -coach in Amersfoort.
"Het boek is toegankelijk geschreven met mooie, speelse illustraties. Dankzij het narratieve karakter en de vele metaforen pakt het boek mij van begin tot eind."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 36)
Plannen voor mensen. Handboek sociaal-ruimtelijke planning
Sinds het begin van het nieuwe millennium is stadsontwikkeling steeds vaker synoniem voor stedenbouw. Daarmee stijgen de verwachtingen van stedenbouw. Van de grote bouwwerven in onze steden wordt nu ook steevast een belangrijke maatschappelijke meerwaarde geëist. Deze publicatie gaat in op de praktische en procedurele uitdagingen die hiermee gepaard gaan.
Als eerste Nederlandstalige handboek voor ‘sociaal-ruimtelijke planning’ wil dit boek architecten en stedenbouwkundigen wapenen voor de nieuwe sociale opdracht die ze krijgen. Tegelijk richt dit boek zich tot professionals actief in de ‘sociale sector’: opbouwwerkers, buurtwerkers, jeugdwerkers, buurtregisseurs, integrale veiligheidscoördinatoren... De auteurs gaan er vanuit dat de stedenbouw van de toekomst nog sterker interdisciplinair zal worden. Willen stedenbouwkundige projecten een maatschappelijke meerwaarde realiseren, dan zal de samenwerking met sociale professionals moeten worden versterkt. Met dit boek willen de auteurs beide groepen helpen om samen te werken, om zo meer te halen uit stedenbouwkundige projecten: stenen, maar voor mensen.
De tekst biedt een overzicht van de meest actuele wetenschappelijke kennis over de interactie tussen bebouwde omgeving en sociale praktijken en processen als ontmoeten, veiligheid, sociale cohesie. Op basis van een langlopende samenwerking met de cel sociale planning van de Stad Antwerpen werd bovendien een methodiek ontwikkeld voor sociaal-ruimtelijke planning. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden wordt uitgelegd hoe op verschillende momenten van het ruimtelijk planningsproces de samenwerking tussen sociale en stedenbouwkundige professionals kan worden verbeterd en hoe de kennis van sociale professionals gevaloriseerd kan worden in betere, meer sociale stedenbouwkundige projecten.
Inhoudsopgave
Maarten Loopmans is doctor in de Sociale Geografie en docent aan de afdeling Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert tevens bij de master Architectuur aan dezelfde universiteit en bij STeR*, Afdeling Stedenbouw en Ruimtelijke Planning van de Erasmus Hogeschool Brussel. Hij doet onderzoek naar stadsontwikkeling, stadsvernieuwing, stedelijk beleid en de impact van de bebouwde ruimte op sociale processen.
Els Leclercq is afgestudeerd als architect-stedenbouwkundige aan de TU Delft. Momenteel doctoreert ze bij onderzoeksgroep Cosmopolis aan de Vrije Universiteit Brussel en vakgroep Ontwerp en Politiek aan de TU Delft. Hiernaast werkt ze als freelance stedenbouwkundige op projecten die variëren van grootschalige herwaardering- en onderzoeksprojecten tot aan inrichting van het publieke domein.
Caroline Newton is architect-stedenbouwkundige en politicologe en behaalde haar doctoraat in de sociale geografie aan de K.U. Leuven. Ze is verbonden aan de Hogeschool W&K, departement Sint-Lucas, doceert er binnen de opleidingen architectuur en stedenbouw en doet onderzoek op het raakvlak tussen architectuur, stedenbouw en politiek, zowel in het Westen als in het Zuiden.
Plannen voor mensen. Handboek sociaal-ruimtelijke planning
Sinds het begin van het nieuwe millennium is stadsontwikkeling steeds vaker synoniem voor stedenbouw. Daarmee stijgen de verwachtingen van stedenbouw. Van de grote bouwwerven in onze steden wordt nu ook steevast een belangrijke maatschappelijke meerwaarde geëist. Deze publicatie gaat in op de praktische en procedurele uitdagingen die hiermee gepaard gaan.
Als eerste Nederlandstalige handboek voor ‘sociaal-ruimtelijke planning’ wil dit boek architecten en stedenbouwkundigen wapenen voor de nieuwe sociale opdracht die ze krijgen. Tegelijk richt dit boek zich tot professionals actief in de ‘sociale sector’: opbouwwerkers, buurtwerkers, jeugdwerkers, buurtregisseurs, integrale veiligheidscoördinatoren... De auteurs gaan er vanuit dat de stedenbouw van de toekomst nog sterker interdisciplinair zal worden. Willen stedenbouwkundige projecten een maatschappelijke meerwaarde realiseren, dan zal de samenwerking met sociale professionals moeten worden versterkt. Met dit boek willen de auteurs beide groepen helpen om samen te werken, om zo meer te halen uit stedenbouwkundige projecten: stenen, maar voor mensen.
De tekst biedt een overzicht van de meest actuele wetenschappelijke kennis over de interactie tussen bebouwde omgeving en sociale praktijken en processen als ontmoeten, veiligheid, sociale cohesie. Op basis van een langlopende samenwerking met de cel sociale planning van de Stad Antwerpen werd bovendien een methodiek ontwikkeld voor sociaal-ruimtelijke planning. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden wordt uitgelegd hoe op verschillende momenten van het ruimtelijk planningsproces de samenwerking tussen sociale en stedenbouwkundige professionals kan worden verbeterd en hoe de kennis van sociale professionals gevaloriseerd kan worden in betere, meer sociale stedenbouwkundige projecten.
Inhoudsopgave
Maarten Loopmans is doctor in de Sociale Geografie en docent aan de afdeling Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert tevens bij de master Architectuur aan dezelfde universiteit en bij STeR*, Afdeling Stedenbouw en Ruimtelijke Planning van de Erasmus Hogeschool Brussel. Hij doet onderzoek naar stadsontwikkeling, stadsvernieuwing, stedelijk beleid en de impact van de bebouwde ruimte op sociale processen.
Els Leclercq is afgestudeerd als architect-stedenbouwkundige aan de TU Delft. Momenteel doctoreert ze bij onderzoeksgroep Cosmopolis aan de Vrije Universiteit Brussel en vakgroep Ontwerp en Politiek aan de TU Delft. Hiernaast werkt ze als freelance stedenbouwkundige op projecten die variëren van grootschalige herwaardering- en onderzoeksprojecten tot aan inrichting van het publieke domein.
Caroline Newton is architect-stedenbouwkundige en politicologe en behaalde haar doctoraat in de sociale geografie aan de K.U. Leuven. Ze is verbonden aan de Hogeschool W&K, departement Sint-Lucas, doceert er binnen de opleidingen architectuur en stedenbouw en doet onderzoek op het raakvlak tussen architectuur, stedenbouw en politiek, zowel in het Westen als in het Zuiden.
Ruimte, regio en mobiliteit. Aspecten van ruimtelijke nabijheid en duurzaam verplaatsingsgedrag in Vlaanderen
Het onderzoek richt zich op het verkennen van de duurzaamheid van de ruimtelijke structuur in relatie tot verplaatsingsgedrag, met specifieke aandacht voor de dagelijks afgelegde afstanden. Duurzaamheid wordt gedefinieerd als robuustheid, niet enkel ten aanzien van een groeiende mobiliteit, maar ook ten aanzien van een mogelijke toekomstige krimp van de mobiliteit. Een dergelijk krimpscenario zou het gevolg kunnen zijn van het ‘peak-oil’-fenomeen (dreigende olieschaarste), of van een doortastend klimaatbeleid. Verder bepaalt de ruimtelijke structuur op zichzelf ook de mogelijkheden om verplaatsingspatronen in een meer duurzame richting te sturen.
Vanuit dit standpunt onderzoekt de verhandeling in welke mate de wederzijdse ruimtelijke nabijheid tussen potentiële bestemmingen bepalend is voor de dagelijkse afstanden die in Vlaanderen worden afgelegd, en hoe ruimtelijke ordening een rol kan spelen in het streven naar een goede bereikbaarheid op basis van een minimale hoeveelheid verkeer.
Kobe Boussauw is doctor in de Wetenschappen: Geografie en is verbonden aan de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent. Hij behaalde eerder de diploma’s van burgerlijk ingenieur-architect en ruimtelijk planner. Hij werkte als consultant in een studiebureau, als ambtenaar voor de Vlaamse overheid, en als adviseur voor het programma van UN-Habitat in Kosovo. Het voorliggende onderzoek werd gefinancierd door het Steunpunt Ruimte en Wonen (2007-2011).
Ruimte, regio en mobiliteit. Aspecten van ruimtelijke nabijheid en duurzaam verplaatsingsgedrag in Vlaanderen
Het onderzoek richt zich op het verkennen van de duurzaamheid van de ruimtelijke structuur in relatie tot verplaatsingsgedrag, met specifieke aandacht voor de dagelijks afgelegde afstanden. Duurzaamheid wordt gedefinieerd als robuustheid, niet enkel ten aanzien van een groeiende mobiliteit, maar ook ten aanzien van een mogelijke toekomstige krimp van de mobiliteit. Een dergelijk krimpscenario zou het gevolg kunnen zijn van het ‘peak-oil’-fenomeen (dreigende olieschaarste), of van een doortastend klimaatbeleid. Verder bepaalt de ruimtelijke structuur op zichzelf ook de mogelijkheden om verplaatsingspatronen in een meer duurzame richting te sturen.
Vanuit dit standpunt onderzoekt de verhandeling in welke mate de wederzijdse ruimtelijke nabijheid tussen potentiële bestemmingen bepalend is voor de dagelijkse afstanden die in Vlaanderen worden afgelegd, en hoe ruimtelijke ordening een rol kan spelen in het streven naar een goede bereikbaarheid op basis van een minimale hoeveelheid verkeer.
Kobe Boussauw is doctor in de Wetenschappen: Geografie en is verbonden aan de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent. Hij behaalde eerder de diploma’s van burgerlijk ingenieur-architect en ruimtelijk planner. Hij werkte als consultant in een studiebureau, als ambtenaar voor de Vlaamse overheid, en als adviseur voor het programma van UN-Habitat in Kosovo. Het voorliggende onderzoek werd gefinancierd door het Steunpunt Ruimte en Wonen (2007-2011).
With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning
Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.
This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.
Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.
The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.
Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.
With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning
Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.
This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.
Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.
The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.
Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.
Ik wil mama én papa, allebei. Over echtscheiding, verwerking, loyaliteit en hulpverlening
Tegelijkertijd geraken kinderen overhoop met hun loyaliteitsgevoelens en geraken sommigen zelfs in een loyaliteitsconflict. Loyaliteit en loyaliteitsconflict zijn belangrijke begrippen om het leven van echtscheidingskinderen te begrijpen.
De wetgeving rond gezags- en verblijfsco-ouderschap kan een hulpmiddel zijn om een nieuwe vorm van samenleven met respect voor de loyaliteitsgevoelens van de kinderen te vinden.
Indien het de ouders niet lukt om constructief met elkaar om te gaan en rekening te houden met de loyaliteitsgevoelens van hun kinderen, staan er allerlei hulpverleners klaar om ouders en kinderen te helpen de conflicten op te lossen en de pijn te verzachten. Ook onderwijsgevenden hebben hier een rol te vervullen.
Ieder hoofdstuk wordt geïllustreerd met een voorbeeld uit de klinische praktijk.
Dit boek is bedoeld voor ouders en familieleden van echtscheidingskinderen, onderwijsgevenden, psychosociale hulpverleners en juristen. Ook heel wat echtscheidingskinderen zullen geïnteresseerd zijn.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en integrale Personenzorg (CGG/litp) Campus Noord-Limburg in Overpelt, België.
"Een absolute aanrader."
Caleidoscoop (jrg. 54, nr. 12, blz. 1076-1077)
"(...) een aanrader voor mensen die met kinderen werken. De vele uitgeschreven casussen maken dit werk heel leesbaar, zodat het ook door ouders en oudere echtscheidingskinderen kan gelezen worden"
Tijdschrift voor Welzijnswerk(jrg. 37, nr. 331, blz. 45-46)
Ik wil mama én papa, allebei. Over echtscheiding, verwerking, loyaliteit en hulpverlening
Tegelijkertijd geraken kinderen overhoop met hun loyaliteitsgevoelens en geraken sommigen zelfs in een loyaliteitsconflict. Loyaliteit en loyaliteitsconflict zijn belangrijke begrippen om het leven van echtscheidingskinderen te begrijpen.
De wetgeving rond gezags- en verblijfsco-ouderschap kan een hulpmiddel zijn om een nieuwe vorm van samenleven met respect voor de loyaliteitsgevoelens van de kinderen te vinden.
Indien het de ouders niet lukt om constructief met elkaar om te gaan en rekening te houden met de loyaliteitsgevoelens van hun kinderen, staan er allerlei hulpverleners klaar om ouders en kinderen te helpen de conflicten op te lossen en de pijn te verzachten. Ook onderwijsgevenden hebben hier een rol te vervullen.
Ieder hoofdstuk wordt geïllustreerd met een voorbeeld uit de klinische praktijk.
Dit boek is bedoeld voor ouders en familieleden van echtscheidingskinderen, onderwijsgevenden, psychosociale hulpverleners en juristen. Ook heel wat echtscheidingskinderen zullen geïnteresseerd zijn.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en integrale Personenzorg (CGG/litp) Campus Noord-Limburg in Overpelt, België.
"Een absolute aanrader."
Caleidoscoop (jrg. 54, nr. 12, blz. 1076-1077)
"(...) een aanrader voor mensen die met kinderen werken. De vele uitgeschreven casussen maken dit werk heel leesbaar, zodat het ook door ouders en oudere echtscheidingskinderen kan gelezen worden"
Tijdschrift voor Welzijnswerk(jrg. 37, nr. 331, blz. 45-46)
De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst
Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.
Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.
Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.
Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!
Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.
Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.
Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.
"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)
De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst
Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.
Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.
Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.
Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!
Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.
Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.
Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.
"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)
Spraakmakend spraakvermaak. Groepsbehandeling bij dysartrie
Individuele behandeling is veelal gericht op functieniveau, terwijl de groepsbehandeling zich meer focust op activiteiten- en participatieniveau. Deze twee laatstgenoemde niveaus vallen in het geval van groepsbehandeling bij dysartrie grotendeels samen.
Deze publicatie biedt het nodige oefenmateriaal aan logopedisten die op functioneel niveau aan de communicatie met hun dysartriecliënten willen werken. Het boek heeft in eerste instantie het verbeteren van de communicatie van cliënten met dysartrie tot doel. Daarnaast is het ook bruikbaar binnen afasiegroepen en NT2-trainingen waar op activiteiten- en participatieniveau wordt getraind. De diversiteit aan functionele gespreksonderwerpen maakt dit mogelijk.
Het eerste deel bestaat uit achtergronden en een handleiding. Hier komen de doelen binnen de groepsbehandeling, de rol van de logopedist, de organisatie en de observatie en evaluatie van de bijeenkomsten aan bod.
Het tweede deel bevat een veertigtal thema’s, wat diverse mogelijkheden biedt voor het uitvoeren van een groepsbehandeling.
Spraakmakend spraakvermaak. Groepsbehandeling bij dysartrie
Individuele behandeling is veelal gericht op functieniveau, terwijl de groepsbehandeling zich meer focust op activiteiten- en participatieniveau. Deze twee laatstgenoemde niveaus vallen in het geval van groepsbehandeling bij dysartrie grotendeels samen.
Deze publicatie biedt het nodige oefenmateriaal aan logopedisten die op functioneel niveau aan de communicatie met hun dysartriecliënten willen werken. Het boek heeft in eerste instantie het verbeteren van de communicatie van cliënten met dysartrie tot doel. Daarnaast is het ook bruikbaar binnen afasiegroepen en NT2-trainingen waar op activiteiten- en participatieniveau wordt getraind. De diversiteit aan functionele gespreksonderwerpen maakt dit mogelijk.
Het eerste deel bestaat uit achtergronden en een handleiding. Hier komen de doelen binnen de groepsbehandeling, de rol van de logopedist, de organisatie en de observatie en evaluatie van de bijeenkomsten aan bod.
Het tweede deel bevat een veertigtal thema’s, wat diverse mogelijkheden biedt voor het uitvoeren van een groepsbehandeling.
Vijftig onderwijstips
Dit boek met onderwijstips is in de eerste plaats bedoeld voor lesgevers uit het hoger onderwijs. Tal van thema’s waarmee een lesgever geconfronteerd wordt, komen aan bod, zoals het activerend lesgeven, klasmanagement, het geven van opdrachten, organiseren van groepswerk, opstellen van examens. Naast de tips zelf, zijn er ook verwijzingen naar verdiepend of verbredend materiaal.
Het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO, www.ua.ac.be/echo) maakt deel uit van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Het ECHO staat in voor de professionalisering van het onderwijzend personeel van de Universiteit Antwerpen en breder van de Associatie Universiteit Hogescholen Antwerpen. Daarnaast voert het centrum (toegepast) onderwijskundig onderzoek uit op het terrein van lesgeven in het hoger onderwijs.
Vijftig onderwijstips
Dit boek met onderwijstips is in de eerste plaats bedoeld voor lesgevers uit het hoger onderwijs. Tal van thema’s waarmee een lesgever geconfronteerd wordt, komen aan bod, zoals het activerend lesgeven, klasmanagement, het geven van opdrachten, organiseren van groepswerk, opstellen van examens. Naast de tips zelf, zijn er ook verwijzingen naar verdiepend of verbredend materiaal.
Het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO, www.ua.ac.be/echo) maakt deel uit van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Het ECHO staat in voor de professionalisering van het onderwijzend personeel van de Universiteit Antwerpen en breder van de Associatie Universiteit Hogescholen Antwerpen. Daarnaast voert het centrum (toegepast) onderwijskundig onderzoek uit op het terrein van lesgeven in het hoger onderwijs.
Op de wijze van de chef (Reeks Keuken en Tafel: nr 1)
In een tijd waarin de boekenwinkels uitpuilen van kookboeken in alle vormen en gewichten en waarin de media een zeer groot stuk van hun zendtijd inruimen voor kookrubrieken, ontbreekt vaak de achtergrond van onze culinaire cultuur. Ondanks het feit dat die boeiend en verhelderend is voor de bewuste (hobby)kok en zijn tafelgenoten. Bovendien kruidt een verhaal de spijzen.
Hoog tijd dus om diverse bekende en minderbekende facetten van onze keuken onder de schijnwerper te plaatsen, om kennis te maken met de democratie in onze keuken en een licht op te steken bij de belangrijkste schrijvende klassekoks. Zo worden onder meer klassieke culinaire deugden als zuinigheid, conservatisme en snelheid in eer hersteld. Het helpt ook om de regels van de tafeletiquette opnieuw te hanteren, de Russische service te leren kennen en ons feestgedrag te analyseren. Als toemaatje komen ook twee eeuwenoude smaakmakers aan de orde: bier en kaas.
Eddie Niesten publiceerde diverse boeken over België en zijn geschiedenis. Hierbij ook meerdere uitgaven met betrekking tot gastronomie en culinaire ontwikkelingen. Daarover geeft hij heel wat lezingen en verzorgt hij bijdragen in de media.
Hij is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat.
Zie ook Keuken en tafel 2: Tweemaal oorlog, driemaal honger
Op de wijze van de chef (Reeks Keuken en Tafel: nr 1)
In een tijd waarin de boekenwinkels uitpuilen van kookboeken in alle vormen en gewichten en waarin de media een zeer groot stuk van hun zendtijd inruimen voor kookrubrieken, ontbreekt vaak de achtergrond van onze culinaire cultuur. Ondanks het feit dat die boeiend en verhelderend is voor de bewuste (hobby)kok en zijn tafelgenoten. Bovendien kruidt een verhaal de spijzen.
Hoog tijd dus om diverse bekende en minderbekende facetten van onze keuken onder de schijnwerper te plaatsen, om kennis te maken met de democratie in onze keuken en een licht op te steken bij de belangrijkste schrijvende klassekoks. Zo worden onder meer klassieke culinaire deugden als zuinigheid, conservatisme en snelheid in eer hersteld. Het helpt ook om de regels van de tafeletiquette opnieuw te hanteren, de Russische service te leren kennen en ons feestgedrag te analyseren. Als toemaatje komen ook twee eeuwenoude smaakmakers aan de orde: bier en kaas.
Eddie Niesten publiceerde diverse boeken over België en zijn geschiedenis. Hierbij ook meerdere uitgaven met betrekking tot gastronomie en culinaire ontwikkelingen. Daarover geeft hij heel wat lezingen en verzorgt hij bijdragen in de media.
Hij is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat.
Zie ook Keuken en tafel 2: Tweemaal oorlog, driemaal honger
Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam
Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’
Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.
Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.
Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.
Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam
Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’
Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.
Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.
Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.
Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek
Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.
De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.
Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.
Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek
Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.
De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.
Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.
Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)
Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.
"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279
Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)
Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.
"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279
Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis. Trainingsmodule voor verpleegkundigen (Quadri Committed Research, nr. 2)
Deze praktische handleiding is bedoeld voor docenten en trainers die met (student)- verpleegkundigen aan de slag willen rond dit thema. Ze bevat naast praktische voorbeelden ook een dvd met videofragmenten. De oefeningen worden aangevuld met praktische tips. Na de training zullen professionele hulpverleners de symptomen van depressie beter herkennen. Ze zullen ook gemakkelijker met depressieve patiënten durven communiceren. Een eenvoudig gesprek wordt zo onderdeel van de goede zorg voor een depressieve patiënt.
De training werd ontwikkeld en geëvalueerd tijdens een projectmatige wetenschappelijke samenwerking tussen de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt, LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy, verbonden aan de K.U.Leuven en het CGG Suïcidepreventiewerking Limburg. LUCAS heeft een specifieke onderzoekslijn gericht naar depressie en suïcide en is verbonden met het ‘European Alliance Against Depression’- netwerk.
Carolien Schalenbourg is psychiatrisch verpleegkundige en onderzoeksmedewerker bij KHLim Quadri, een onderzoekscentrum van de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt en diensthoofd in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sancta Maria in Melveren. Iris De Coster is senior onderzoeker, vormingsdeskundige bij LUCAS en docent patiëntenbegeleiding en -communicatie aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Prof. dr. Chantal Van Audenhove is directeur van LUCAS en buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven. Deze uitgave is een initiatief van KHLim-Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis. Trainingsmodule voor verpleegkundigen (Quadri Committed Research, nr. 2)
Deze praktische handleiding is bedoeld voor docenten en trainers die met (student)- verpleegkundigen aan de slag willen rond dit thema. Ze bevat naast praktische voorbeelden ook een dvd met videofragmenten. De oefeningen worden aangevuld met praktische tips. Na de training zullen professionele hulpverleners de symptomen van depressie beter herkennen. Ze zullen ook gemakkelijker met depressieve patiënten durven communiceren. Een eenvoudig gesprek wordt zo onderdeel van de goede zorg voor een depressieve patiënt.
De training werd ontwikkeld en geëvalueerd tijdens een projectmatige wetenschappelijke samenwerking tussen de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt, LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy, verbonden aan de K.U.Leuven en het CGG Suïcidepreventiewerking Limburg. LUCAS heeft een specifieke onderzoekslijn gericht naar depressie en suïcide en is verbonden met het ‘European Alliance Against Depression’- netwerk.
Carolien Schalenbourg is psychiatrisch verpleegkundige en onderzoeksmedewerker bij KHLim Quadri, een onderzoekscentrum van de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt en diensthoofd in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sancta Maria in Melveren. Iris De Coster is senior onderzoeker, vormingsdeskundige bij LUCAS en docent patiëntenbegeleiding en -communicatie aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Prof. dr. Chantal Van Audenhove is directeur van LUCAS en buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven. Deze uitgave is een initiatief van KHLim-Quadri in Hasselt.
Quadri Committed Research:
Dramaqueen of gewoon autisme. Mijn leven voor en na de diagnose (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 7)
Ook blijkt maar weer dat een gesprek over alledaagse dingen veel belangrijker is zoals vanuit oplossingsgericht werken al wordt betoogd, dan menig begeleider zich realiseert. De strategieën die de auteur beschrijft zijn helder en de hulpmiddelen een aanvulling.
Het boek is soms een ongelofelijk verhaal. Studenten, begeleiders en mensen met autisme en hun ouders kunnen door het lezen van dit boek, gaan beseffen hoe lastig autisme is voor de persoon zelf en anderen in de omgeving. Ook is het schrijnend hoe openbare instanties voor tegenwerking zorgen.
Marije van Dongen (°1973) werkte jarenlang als groepsleider en autismebegeleider in de zorg en hulpverlening. Ze is ervaringsdeskundige en ouder-professional (= ze heeft zelf een kind met een autismespectrumstoornis). Marije geeft lezingen en werkt als vrijwilliger mee aan activiteiten en deskundigheidsbevorderingen over autismespectrumstoornissen (ASS).
Dramaqueen of gewoon autisme. Mijn leven voor en na de diagnose (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 7)
Ook blijkt maar weer dat een gesprek over alledaagse dingen veel belangrijker is zoals vanuit oplossingsgericht werken al wordt betoogd, dan menig begeleider zich realiseert. De strategieën die de auteur beschrijft zijn helder en de hulpmiddelen een aanvulling.
Het boek is soms een ongelofelijk verhaal. Studenten, begeleiders en mensen met autisme en hun ouders kunnen door het lezen van dit boek, gaan beseffen hoe lastig autisme is voor de persoon zelf en anderen in de omgeving. Ook is het schrijnend hoe openbare instanties voor tegenwerking zorgen.
Marije van Dongen (°1973) werkte jarenlang als groepsleider en autismebegeleider in de zorg en hulpverlening. Ze is ervaringsdeskundige en ouder-professional (= ze heeft zelf een kind met een autismespectrumstoornis). Marije geeft lezingen en werkt als vrijwilliger mee aan activiteiten en deskundigheidsbevorderingen over autismespectrumstoornissen (ASS).
Woorden te kort. Werkboek voor afasie- en andere taalgroepen (met cd-rom)
Dit boek bevat honderd kant-en-klare werkplannen voor een groepsbehandeling waarin taal centraal staat. De ideeën zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor het gebruik in een afasiegroep, maar ze zijn even goed bruikbaar in individuele afasiebehandelingen en in andere taalgroepen, zoals NT2-onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.
De werkbladen behorende bij de werkplannen staan op de bijgevoegde cd-rom, zodat ze gemakkelijk te printen en te gebruiken zijn.
Renée van Meenen en Fleur van Heijningen zijn beiden logopedist in het Waterlandziekenhuis in Purmerend.
Woorden te kort. Werkboek voor afasie- en andere taalgroepen (met cd-rom)
Dit boek bevat honderd kant-en-klare werkplannen voor een groepsbehandeling waarin taal centraal staat. De ideeën zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor het gebruik in een afasiegroep, maar ze zijn even goed bruikbaar in individuele afasiebehandelingen en in andere taalgroepen, zoals NT2-onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.
De werkbladen behorende bij de werkplannen staan op de bijgevoegde cd-rom, zodat ze gemakkelijk te printen en te gebruiken zijn.
Renée van Meenen en Fleur van Heijningen zijn beiden logopedist in het Waterlandziekenhuis in Purmerend.
Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven
Kinderen die ondermaats presteren op school, krijgen op het einde van het schooljaar vaak het advies om hun jaar over te doen. Maar is zittenblijven wel zinvol? Leermoeilijkheden zijn immers niet de enige reden waarom leerlingen blijven zitten. Heel wat studies tonen aan dat zittenblijven niet altijd een goede remedie is, zeker niet op de lange termijn. Daarom wordt in dit boek gepleit voor scholen waarin alle leerlingen samen overgaan. Om die ononderbroken schoolloopbanen mogelijk te maken, worden er verschillende initiatieven toegelicht die het individuele leerproces van leerlingen kunnen verrijken en versnellen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderwijs.
Dit boek is een inspiratiebron voor schoolleiders, onderwijsondersteuners,
leerkrachten en anderen die zoeken naar effectieve ondersteuning
van zwakke leerlingen. Het biedt zowel een overzicht van het internationale
onderzoek als concrete bouwstenen om op school aan de slag te gaan
met alternatieven voor zittenblijven. De beschreven maatregelen zijn in de
eerste plaats bedoeld voor het basisonderwijs en de eerste jaren van het
secundair onderwijs.
Goedroen Juchtmans, Heidi Knipprath en Anneloes Vandenbroucke
zijn verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Onderwijs en Levenslang
Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en
Samenleving.
Barbara Belfi, Bieke De Fraine en Mieke Goos werken bij het Centrum
voor Onderwijseffectiviteit en -Evaluatie van de KU Leuven.
Bengt Verbeeck is als onderwijsjurist verbonden aan de Vakgroep Publiekrecht
van de Universteit Gent.
Zie ook:
Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 1
Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 2
"een aanrader voor iedereen die met onderwijs bezig is"
Caleidoscoop (jr. 24, nr. 5, blz. 39-40)
Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven
Kinderen die ondermaats presteren op school, krijgen op het einde van het schooljaar vaak het advies om hun jaar over te doen. Maar is zittenblijven wel zinvol? Leermoeilijkheden zijn immers niet de enige reden waarom leerlingen blijven zitten. Heel wat studies tonen aan dat zittenblijven niet altijd een goede remedie is, zeker niet op de lange termijn. Daarom wordt in dit boek gepleit voor scholen waarin alle leerlingen samen overgaan. Om die ononderbroken schoolloopbanen mogelijk te maken, worden er verschillende initiatieven toegelicht die het individuele leerproces van leerlingen kunnen verrijken en versnellen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderwijs.
Dit boek is een inspiratiebron voor schoolleiders, onderwijsondersteuners,
leerkrachten en anderen die zoeken naar effectieve ondersteuning
van zwakke leerlingen. Het biedt zowel een overzicht van het internationale
onderzoek als concrete bouwstenen om op school aan de slag te gaan
met alternatieven voor zittenblijven. De beschreven maatregelen zijn in de
eerste plaats bedoeld voor het basisonderwijs en de eerste jaren van het
secundair onderwijs.
Goedroen Juchtmans, Heidi Knipprath en Anneloes Vandenbroucke
zijn verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Onderwijs en Levenslang
Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en
Samenleving.
Barbara Belfi, Bieke De Fraine en Mieke Goos werken bij het Centrum
voor Onderwijseffectiviteit en -Evaluatie van de KU Leuven.
Bengt Verbeeck is als onderwijsjurist verbonden aan de Vakgroep Publiekrecht
van de Universteit Gent.
Zie ook:
Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 1
Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 2
"een aanrader voor iedereen die met onderwijs bezig is"
Caleidoscoop (jr. 24, nr. 5, blz. 39-40)
De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)
Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.
Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.
In de media:
Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)
Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.
Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.
In de media:
Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Kristallen van samenwerken
De wereld is zo complex geworden, dat het bijna onmogelijk is om iets helemaal alleen tot stand te brengen. We hebben voortdurend de hulp van anderen nodig om ons doel te realiseren. Dat betekent samenwerken. Toch schiet dat er om allerlei redenen vaak bij in, onder andere omdat de druk om resultaten te behalen erg groot is. Dat moet en dat kan anders. Want ‘samen’ leidt tot verrassende resultaten!
In dit boek laten Guus Scholten, Chris Kempen en Wijnand van Lieshout zien hoe dat anders kan. Zij vertellen hoe je door bewuste samenwerking met jezelf, de omgeving en anderen het verschil kunt maken. Hoe je met de ‘kristallen van samenwerken’ in Deel III een andere dimensie in je denken opent. Hoe je met nieuwe mogelijkheden en simpele oplossingen de bereidheid tot samenwerking kunt vergroten.
Dit is een boek van ervaringen en verhalen over succes en falen (Deel I) en over hoe samenwerken in de praktijk werkt (Deel II). Aan het eind van het boek (Deel III) vind je de bouwstenen om de eigen samenwerking vorm te geven; de bouwstenen noemen we de ‘kristallen van samenwerken’: twaalf actieve handelingen om de samenwerking te verbeteren. Een mindmap met facetten van samenwerken, gekoppeld aan genummerde passages vind je achteraan in het boek en in de achterflap.
Ook al is het een boek vol met verhalen, je hoeft het boek niet per se integraal te lezen. Je kunt willekeurig ergens beginnen en de rijke informatie tot je nemen.
Het boek biedt handvatten en oplossingen voor organisaties, coaches, managers en leidinggevenden, maar ook voor elk andere geïnteresseerde. Het boek geeft aan iedereen duidelijke inzichten in de processen van samenwerken, hoe samenwerken in de praktijk werkt. Dit inzicht helpt om samenwerken naar een hoger plan te tillen.
Kristallen van samenwerken
De wereld is zo complex geworden, dat het bijna onmogelijk is om iets helemaal alleen tot stand te brengen. We hebben voortdurend de hulp van anderen nodig om ons doel te realiseren. Dat betekent samenwerken. Toch schiet dat er om allerlei redenen vaak bij in, onder andere omdat de druk om resultaten te behalen erg groot is. Dat moet en dat kan anders. Want ‘samen’ leidt tot verrassende resultaten!
In dit boek laten Guus Scholten, Chris Kempen en Wijnand van Lieshout zien hoe dat anders kan. Zij vertellen hoe je door bewuste samenwerking met jezelf, de omgeving en anderen het verschil kunt maken. Hoe je met de ‘kristallen van samenwerken’ in Deel III een andere dimensie in je denken opent. Hoe je met nieuwe mogelijkheden en simpele oplossingen de bereidheid tot samenwerking kunt vergroten.
Dit is een boek van ervaringen en verhalen over succes en falen (Deel I) en over hoe samenwerken in de praktijk werkt (Deel II). Aan het eind van het boek (Deel III) vind je de bouwstenen om de eigen samenwerking vorm te geven; de bouwstenen noemen we de ‘kristallen van samenwerken’: twaalf actieve handelingen om de samenwerking te verbeteren. Een mindmap met facetten van samenwerken, gekoppeld aan genummerde passages vind je achteraan in het boek en in de achterflap.
Ook al is het een boek vol met verhalen, je hoeft het boek niet per se integraal te lezen. Je kunt willekeurig ergens beginnen en de rijke informatie tot je nemen.
Het boek biedt handvatten en oplossingen voor organisaties, coaches, managers en leidinggevenden, maar ook voor elk andere geïnteresseerde. Het boek geeft aan iedereen duidelijke inzichten in de processen van samenwerken, hoe samenwerken in de praktijk werkt. Dit inzicht helpt om samenwerken naar een hoger plan te tillen.
Het fort van Breendonk. Over oorlog, mensenrechten, herinnering
Breendonk, dat vandaag de dag een Nationaal Gedenkteken vormt, is een onvervangbare getuige van het systeem van de naziconcentratiekampen. Iedere dag weer stoppen er heel wat bussen met bezoekers, vaak scholieren, voor de ingang van het fort. Na het bezoek, bij het verlaten van het fort, is er bij ieder mens maar één gedachte mogelijk: “Dit nooit meer!”.
Dit boek gaat in op de betekenis van kampen zoals Breendonk op de hedendaagse samenleving. Het komt daarbij tot de vaststelling dat een democratie nooit uit het oog mag verliezen dat waarden zoals vrijheid, tolerantie en respect nooit definitief verworven zijn. Een voortdurende waakzaamheid blijft geboden.
Carl Ceulemans is docent aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke Militaire School. Jean-Michel Sterkendries is hoogleraar aan het Departement Conflictstudies – Leerstoel Geschiedenis van de Koninklijke Militaire School.
In de media:
Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis - nr. 23
Het fort van Breendonk. Over oorlog, mensenrechten, herinnering
Breendonk, dat vandaag de dag een Nationaal Gedenkteken vormt, is een onvervangbare getuige van het systeem van de naziconcentratiekampen. Iedere dag weer stoppen er heel wat bussen met bezoekers, vaak scholieren, voor de ingang van het fort. Na het bezoek, bij het verlaten van het fort, is er bij ieder mens maar één gedachte mogelijk: “Dit nooit meer!”.
Dit boek gaat in op de betekenis van kampen zoals Breendonk op de hedendaagse samenleving. Het komt daarbij tot de vaststelling dat een democratie nooit uit het oog mag verliezen dat waarden zoals vrijheid, tolerantie en respect nooit definitief verworven zijn. Een voortdurende waakzaamheid blijft geboden.
Carl Ceulemans is docent aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke Militaire School. Jean-Michel Sterkendries is hoogleraar aan het Departement Conflictstudies – Leerstoel Geschiedenis van de Koninklijke Militaire School.
In de media:
Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis - nr. 23
Tien keer beter! 3 Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 6)
Kete Kervezee (voorzitter PO-raad) over de Master SEN:
“Deze kwaliteitsimpuls is nodig voor alle geledingen binnen het onderwijs: de leraar, de schoolleider en het schoolbestuur. Resultaatgericht werken lukt alleen met professionals, die voldoende basisscholing hebben en bereid zijn om dagelijks bij te leren van collega’s en van specialisten.”
Tien keer beter! 3 Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 6)
Kete Kervezee (voorzitter PO-raad) over de Master SEN:
“Deze kwaliteitsimpuls is nodig voor alle geledingen binnen het onderwijs: de leraar, de schoolleider en het schoolbestuur. Resultaatgericht werken lukt alleen met professionals, die voldoende basisscholing hebben en bereid zijn om dagelijks bij te leren van collega’s en van specialisten.”
Actie-onderzoek door docenten: uitvoering en begeleiding in theorie en praktijk – 2de licht gewijzigde uitgave
Zij bespreekt uitgebreid de literatuur over actieonderzoek in relatie tot literatuur over de ontwikkeling van professionele kennis. Nederlandse en buitenlandse ervaringen illustreren de theorie. Via een casestudie in zes scholen voor voortgezet onderwijs laat zij vervolgens zien dat zowel het leren uitvoeren als het leren begeleiden van actieonderzoek complex maar succesvol kan zijn. De complexiteit zit niet zozeer in de procedurele uitvoering van actieonderzoek op zich, maar in het gegeven dat docenten langzamerhand verschillende handelingen tegelijkertijd eigen moeten maken, handelingen waar zij niet aan gewend zijn. Bovendien maken zij een aantal ontwikkelingen door in hun professionele oriëntaties. Begeleiders zijn succesvoller naarmate zij docenten al doende, ter plekke en bij herhaling steun bieden.
Met haar publicatie maakt Petra Ponte een internationale trend toegankelijk voor de Nederlandse situatie. Hiermee levert zij een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van zowel het beroep van docenten als het beroep van opleiders en begeleiders.
Actie-onderzoek door docenten: uitvoering en begeleiding in theorie en praktijk – 2de licht gewijzigde uitgave
Zij bespreekt uitgebreid de literatuur over actieonderzoek in relatie tot literatuur over de ontwikkeling van professionele kennis. Nederlandse en buitenlandse ervaringen illustreren de theorie. Via een casestudie in zes scholen voor voortgezet onderwijs laat zij vervolgens zien dat zowel het leren uitvoeren als het leren begeleiden van actieonderzoek complex maar succesvol kan zijn. De complexiteit zit niet zozeer in de procedurele uitvoering van actieonderzoek op zich, maar in het gegeven dat docenten langzamerhand verschillende handelingen tegelijkertijd eigen moeten maken, handelingen waar zij niet aan gewend zijn. Bovendien maken zij een aantal ontwikkelingen door in hun professionele oriëntaties. Begeleiders zijn succesvoller naarmate zij docenten al doende, ter plekke en bij herhaling steun bieden.
Met haar publicatie maakt Petra Ponte een internationale trend toegankelijk voor de Nederlandse situatie. Hiermee levert zij een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van zowel het beroep van docenten als het beroep van opleiders en begeleiders.
Psychoanalyse en neurowetenschap. De geest in de machine (Psychoanalytisch Actueel, nr. 14)
Er zijn wel nog vele vragen. Is het vandaag nog mogelijk kwesties van geheugen, bewustzijn en onbewuste processen los van hun fysiologisch correlaat te onderzoeken? Kunnen de neurowetenschappen theorieën over ontwikkeling, mentale structuur en functie, psychopathologie en behandeling helpen valideren? Kunnen verschillende metapsychologische stromingen aan neurowetenschappelijke bevindingen worden gecorreleerd of leiden ze tot tegenstrijdige gegevens? Zou de recente discipline van de neuropsychoanalyse een overkoepelende theorie kunnen leveren, waarin inzichten uit de neurowetenschappen worden geïntegreerd met een psychoanalytische aandacht voor de subjectieve ervaring?
Ariane Bazan is psychoanalytica, doctor in de biologie en in de psychologie en professor klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles. Mark Kinet is psychiater, (klinisch) psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Psychoanalyse en neurowetenschap. De geest in de machine (Psychoanalytisch Actueel, nr. 14)
Er zijn wel nog vele vragen. Is het vandaag nog mogelijk kwesties van geheugen, bewustzijn en onbewuste processen los van hun fysiologisch correlaat te onderzoeken? Kunnen de neurowetenschappen theorieën over ontwikkeling, mentale structuur en functie, psychopathologie en behandeling helpen valideren? Kunnen verschillende metapsychologische stromingen aan neurowetenschappelijke bevindingen worden gecorreleerd of leiden ze tot tegenstrijdige gegevens? Zou de recente discipline van de neuropsychoanalyse een overkoepelende theorie kunnen leveren, waarin inzichten uit de neurowetenschappen worden geïntegreerd met een psychoanalytische aandacht voor de subjectieve ervaring?
Ariane Bazan is psychoanalytica, doctor in de biologie en in de psychologie en professor klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles. Mark Kinet is psychiater, (klinisch) psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Dingske-Handleiding bij het beeldboek
Deze bijhorende Handleiding is vooral bedoeld voor ondersteuners van mensen met een verstandelijke beperking. De stijgende levensverwachting van personen met een verstandelijke beperking in het algemeen en mensen met downsyndroom in het bijzonder, zorgt voor een sterke stijging van het aantal mensen met dementie. Dementie brengt nieuwe uitdagingen en vragen met zich mee voor de hulpverleners, familieleden en de persoon met een beperking zelf. Om hiermee om te gaan is het belangrijk om in een sfeer van open communicatie inzicht te krijgen in wat er precies aan de hand is en wat de toekomst zal brengen. De Handleiding geeft tips en mogelijkheden om het beeldboek ‘op maat’ van personen met een verstandelijke beperking te gebruiken als instrument om hen over het thema ‘dementie’ te informeren en hierover met hen in dialoog te gaan. Ze kan ook ouders, familieleden, leerkrachten en artsen inspireren om dit beeldboek in te zetten in de communicatie over dementie. Sofie Sergeant is orthopedagoge en educatief medewerker bij Vormingscentrum Handicum.
Patrick Verhaest is psycholoog en wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Dingske-Handleiding bij het beeldboek
Deze bijhorende Handleiding is vooral bedoeld voor ondersteuners van mensen met een verstandelijke beperking. De stijgende levensverwachting van personen met een verstandelijke beperking in het algemeen en mensen met downsyndroom in het bijzonder, zorgt voor een sterke stijging van het aantal mensen met dementie. Dementie brengt nieuwe uitdagingen en vragen met zich mee voor de hulpverleners, familieleden en de persoon met een beperking zelf. Om hiermee om te gaan is het belangrijk om in een sfeer van open communicatie inzicht te krijgen in wat er precies aan de hand is en wat de toekomst zal brengen. De Handleiding geeft tips en mogelijkheden om het beeldboek ‘op maat’ van personen met een verstandelijke beperking te gebruiken als instrument om hen over het thema ‘dementie’ te informeren en hierover met hen in dialoog te gaan. Ze kan ook ouders, familieleden, leerkrachten en artsen inspireren om dit beeldboek in te zetten in de communicatie over dementie. Sofie Sergeant is orthopedagoge en educatief medewerker bij Vormingscentrum Handicum.
Patrick Verhaest is psycholoog en wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.
Autonomie. Hoe word ik een persoonlijkheid in een turbulente wereld?
Maar dit boek richt zich op de individuele mens, hoe hij anders kan leven, gelukkig kan zijn en daardoor economische rampen en milieurampen kan voorkomen. Het gaat over autonome zelfbepaling en inspireert het individu om een levenskunst te ontwikkelen die leidt tot duurzaam geluk en zingeving in leven en werken, individueel en sociaal, onafhankelijk van overmatige productie en consumptie. Als we over het vermogen beschikken om onze waarneming te verdiepen, hebben we in ons leven minder nodig om gelukkig te zijn.
Het boek is kritisch, prikkelend en uitdagend en zet mensen aan het denken. Het is geschreven tegen de achtergrond van de filosofie van de levenskunst en positieve psychologie, met een stimulans om die in het dagelijkse leven toe te passen.
Henk Smeijsters studeerde piano bij Jean Antonietti, sociale pedagogiek, andragogiek en muziekwetenschap aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij ook promoveerde. Hij was docent muziekpsychologie, muziektherapie, creatieve therapie en onderzoeker aan deze universiteit en aan verscheidene hogescholen. Sinds 2003 is hij lector van KenVaK Kenniskring Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ-Hogeschool en de Stenden-Hogeschool. Daarnaast is hij hoofdopleider van de Master of Arts Therapies van de Hogeschool Zuyd en co-promotor van diverse universitaire promoties op het terrein van de vaktherapie. Hij publiceerde veelvuldig in binnen- en buitenland.
In de media:
"Het is een boek waar velen inspiratie en kracht zullen uithalen."
Caleidoscoop (jrg. 25, nr. 2, blz. 42)
Autonomie. Hoe word ik een persoonlijkheid in een turbulente wereld?
Maar dit boek richt zich op de individuele mens, hoe hij anders kan leven, gelukkig kan zijn en daardoor economische rampen en milieurampen kan voorkomen. Het gaat over autonome zelfbepaling en inspireert het individu om een levenskunst te ontwikkelen die leidt tot duurzaam geluk en zingeving in leven en werken, individueel en sociaal, onafhankelijk van overmatige productie en consumptie. Als we over het vermogen beschikken om onze waarneming te verdiepen, hebben we in ons leven minder nodig om gelukkig te zijn.
Het boek is kritisch, prikkelend en uitdagend en zet mensen aan het denken. Het is geschreven tegen de achtergrond van de filosofie van de levenskunst en positieve psychologie, met een stimulans om die in het dagelijkse leven toe te passen.
Henk Smeijsters studeerde piano bij Jean Antonietti, sociale pedagogiek, andragogiek en muziekwetenschap aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij ook promoveerde. Hij was docent muziekpsychologie, muziektherapie, creatieve therapie en onderzoeker aan deze universiteit en aan verscheidene hogescholen. Sinds 2003 is hij lector van KenVaK Kenniskring Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ-Hogeschool en de Stenden-Hogeschool. Daarnaast is hij hoofdopleider van de Master of Arts Therapies van de Hogeschool Zuyd en co-promotor van diverse universitaire promoties op het terrein van de vaktherapie. Hij publiceerde veelvuldig in binnen- en buitenland.
In de media:
"Het is een boek waar velen inspiratie en kracht zullen uithalen."
Caleidoscoop (jrg. 25, nr. 2, blz. 42)




