Filter
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De ronde stad. Communicatie in de Stad van Axen

 17,80
Hoe komt het toch dat je met sommige mensen altijd in dezelfde discussies belandt? Waarom heb je het gevoel dat bepaalde mensen je steeds aanvallen en jij voortdurend in de verdediging schiet? Heb je ook de afspraak met jezelf gemaakt om je niks aan te trekken van nare opmerkingen, maar blijkt de praktijk toch lastiger dan de theorie? En wat moet je met die vriend of vriendin die altijd maar voor je klaarstaat, tot vervelens toe?

Over deze en talrijke andere lastige situaties tussen mensen gaat De Ronde Stad van Lilan Coenen en Maartje ter Horst van Delden, psycholoog, trainer en coach. Sinds 2006 werken zij samen en zij maken daarbij veel gebruik van de methodiek van de Stad van Axen. In dit boek nemen ze je mee op een tocht door de oude stad, met haar pleinen, straten en wijken. Je ontdekt dat de pleinkant rustig en vredig kan zijn terwijl de walkant de donkere randen van de Stad laat zien. Je leert de wijken en de bijbehorende axendieren kennen, waarbij elk axendier zijn eigen kracht bezit.

In dit boek leer je de gedragsmodellen van de stad kennen. Verschillende communicatiestijlen worden uitgewerkt. Elke stijl, elk axendier communiceert op zijn eigen manier. Je leert ook om het plein over te steken naar een andere wijk en naar een andere communicatiestijl. Hierdoor breng je zelf verandering in de siutatie en klim je uit de vicieuze cirkel. Je kunt kiezen voor een effectieve omgangswijze en sturing geven aan de communicatie door meer de eigenschappen van de verschillende stadswijken te gebruiken, ook al zijn die misschien heel anders dan je gewend bent.

De Ronde Stad vertelt je de theorie, ondersteund door praktijkvoorbeelden. Het tweede gedeelte is het echte werkboek waarmee je als begeleider of leidinggevende direct aan de slag kunt.

Lilian Coenen is zelfstandig pyscholoog, trainer en coach in Soest.
Maartje ter horst van Delden is zelfstandig communicatietrainer en -coach in Amersfoort.

"Het boek is toegankelijk geschreven met mooie, speelse illustraties. Dankzij het narratieve karakter en de vele metaforen pakt het boek mij van begin tot eind."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 36)

Geen voorraad
Quick View

De ronde stad. Communicatie in de Stad van Axen

 17,80
Hoe komt het toch dat je met sommige mensen altijd in dezelfde discussies belandt? Waarom heb je het gevoel dat bepaalde mensen je steeds aanvallen en jij voortdurend in de verdediging schiet? Heb je ook de afspraak met jezelf gemaakt om je niks aan te trekken van nare opmerkingen, maar blijkt de praktijk toch lastiger dan de theorie? En wat moet je met die vriend of vriendin die altijd maar voor je klaarstaat, tot vervelens toe?

Over deze en talrijke andere lastige situaties tussen mensen gaat De Ronde Stad van Lilan Coenen en Maartje ter Horst van Delden, psycholoog, trainer en coach. Sinds 2006 werken zij samen en zij maken daarbij veel gebruik van de methodiek van de Stad van Axen. In dit boek nemen ze je mee op een tocht door de oude stad, met haar pleinen, straten en wijken. Je ontdekt dat de pleinkant rustig en vredig kan zijn terwijl de walkant de donkere randen van de Stad laat zien. Je leert de wijken en de bijbehorende axendieren kennen, waarbij elk axendier zijn eigen kracht bezit.

In dit boek leer je de gedragsmodellen van de stad kennen. Verschillende communicatiestijlen worden uitgewerkt. Elke stijl, elk axendier communiceert op zijn eigen manier. Je leert ook om het plein over te steken naar een andere wijk en naar een andere communicatiestijl. Hierdoor breng je zelf verandering in de siutatie en klim je uit de vicieuze cirkel. Je kunt kiezen voor een effectieve omgangswijze en sturing geven aan de communicatie door meer de eigenschappen van de verschillende stadswijken te gebruiken, ook al zijn die misschien heel anders dan je gewend bent.

De Ronde Stad vertelt je de theorie, ondersteund door praktijkvoorbeelden. Het tweede gedeelte is het echte werkboek waarmee je als begeleider of leidinggevende direct aan de slag kunt.

Lilian Coenen is zelfstandig pyscholoog, trainer en coach in Soest.
Maartje ter horst van Delden is zelfstandig communicatietrainer en -coach in Amersfoort.

"Het boek is toegankelijk geschreven met mooie, speelse illustraties. Dankzij het narratieve karakter en de vele metaforen pakt het boek mij van begin tot eind."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 36)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Plannen voor mensen. Handboek sociaal-ruimtelijke planning

 21,60

Sinds het begin van het nieuwe millennium is stadsontwikkeling steeds vaker synoniem voor stedenbouw. Daarmee stijgen de verwachtingen van stedenbouw. Van de grote bouwwerven in onze steden wordt nu ook steevast een belangrijke maatschappelijke meerwaarde geëist. Deze publicatie gaat in op de praktische en procedurele uitdagingen die hiermee gepaard gaan.

Als eerste Nederlandstalige handboek voor ‘sociaal-ruimtelijke planning’ wil dit boek architecten en stedenbouwkundigen wapenen voor de nieuwe sociale opdracht die ze krijgen. Tegelijk richt dit boek zich tot professionals actief in de ‘sociale sector’: opbouwwerkers, buurtwerkers, jeugdwerkers, buurtregisseurs, integrale veiligheidscoördinatoren... De auteurs gaan er vanuit dat de stedenbouw van de toekomst nog sterker interdisciplinair zal worden. Willen stedenbouwkundige projecten een maatschappelijke meerwaarde realiseren, dan zal de samenwerking met sociale professionals moeten worden versterkt. Met dit boek willen de auteurs beide groepen helpen om samen te werken, om zo meer te halen uit stedenbouwkundige projecten: stenen, maar voor mensen.

De tekst biedt een overzicht van de meest actuele wetenschappelijke kennis over de interactie tussen bebouwde omgeving en sociale praktijken en processen als ontmoeten, veiligheid, sociale cohesie. Op basis van een langlopende samenwerking met de cel sociale planning van de Stad Antwerpen werd bovendien een methodiek ontwikkeld voor sociaal-ruimtelijke planning. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden wordt uitgelegd hoe op verschillende momenten van het ruimtelijk planningsproces de samenwerking tussen sociale en stedenbouwkundige professionals kan worden verbeterd en hoe de kennis van sociale professionals gevaloriseerd kan worden in betere, meer sociale stedenbouwkundige projecten.

Inhoudsopgave



Maarten Loopmans is doctor in de Sociale Geografie en docent aan de afdeling Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert tevens bij de master Architectuur aan dezelfde universiteit en bij STeR*, Afdeling Stedenbouw en Ruimtelijke Planning van de Erasmus Hogeschool Brussel. Hij doet onderzoek naar stadsontwikkeling, stadsvernieuwing, stedelijk beleid en de impact van de bebouwde ruimte op sociale processen.

Els Leclercq is afgestudeerd als architect-stedenbouwkundige aan de TU Delft. Momenteel doctoreert ze bij onderzoeksgroep Cosmopolis aan de Vrije Universiteit Brussel en vakgroep Ontwerp en Politiek aan de TU Delft. Hiernaast werkt ze als freelance stedenbouwkundige op projecten die variëren van grootschalige herwaardering- en onderzoeksprojecten tot aan inrichting van het publieke domein.

Caroline Newton is architect-stedenbouwkundige en politicologe en behaalde haar doctoraat in de sociale geografie aan de K.U. Leuven. Ze is verbonden aan de Hogeschool W&K, departement Sint-Lucas, doceert er binnen de opleidingen architectuur en stedenbouw en doet onderzoek op het raakvlak tussen architectuur, stedenbouw en politiek, zowel in het Westen als in het Zuiden.

Quick View

Plannen voor mensen. Handboek sociaal-ruimtelijke planning

 21,60

Sinds het begin van het nieuwe millennium is stadsontwikkeling steeds vaker synoniem voor stedenbouw. Daarmee stijgen de verwachtingen van stedenbouw. Van de grote bouwwerven in onze steden wordt nu ook steevast een belangrijke maatschappelijke meerwaarde geëist. Deze publicatie gaat in op de praktische en procedurele uitdagingen die hiermee gepaard gaan.

Als eerste Nederlandstalige handboek voor ‘sociaal-ruimtelijke planning’ wil dit boek architecten en stedenbouwkundigen wapenen voor de nieuwe sociale opdracht die ze krijgen. Tegelijk richt dit boek zich tot professionals actief in de ‘sociale sector’: opbouwwerkers, buurtwerkers, jeugdwerkers, buurtregisseurs, integrale veiligheidscoördinatoren... De auteurs gaan er vanuit dat de stedenbouw van de toekomst nog sterker interdisciplinair zal worden. Willen stedenbouwkundige projecten een maatschappelijke meerwaarde realiseren, dan zal de samenwerking met sociale professionals moeten worden versterkt. Met dit boek willen de auteurs beide groepen helpen om samen te werken, om zo meer te halen uit stedenbouwkundige projecten: stenen, maar voor mensen.

De tekst biedt een overzicht van de meest actuele wetenschappelijke kennis over de interactie tussen bebouwde omgeving en sociale praktijken en processen als ontmoeten, veiligheid, sociale cohesie. Op basis van een langlopende samenwerking met de cel sociale planning van de Stad Antwerpen werd bovendien een methodiek ontwikkeld voor sociaal-ruimtelijke planning. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden wordt uitgelegd hoe op verschillende momenten van het ruimtelijk planningsproces de samenwerking tussen sociale en stedenbouwkundige professionals kan worden verbeterd en hoe de kennis van sociale professionals gevaloriseerd kan worden in betere, meer sociale stedenbouwkundige projecten.

Inhoudsopgave



Maarten Loopmans is doctor in de Sociale Geografie en docent aan de afdeling Geografie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doceert tevens bij de master Architectuur aan dezelfde universiteit en bij STeR*, Afdeling Stedenbouw en Ruimtelijke Planning van de Erasmus Hogeschool Brussel. Hij doet onderzoek naar stadsontwikkeling, stadsvernieuwing, stedelijk beleid en de impact van de bebouwde ruimte op sociale processen.

Els Leclercq is afgestudeerd als architect-stedenbouwkundige aan de TU Delft. Momenteel doctoreert ze bij onderzoeksgroep Cosmopolis aan de Vrije Universiteit Brussel en vakgroep Ontwerp en Politiek aan de TU Delft. Hiernaast werkt ze als freelance stedenbouwkundige op projecten die variëren van grootschalige herwaardering- en onderzoeksprojecten tot aan inrichting van het publieke domein.

Caroline Newton is architect-stedenbouwkundige en politicologe en behaalde haar doctoraat in de sociale geografie aan de K.U. Leuven. Ze is verbonden aan de Hogeschool W&K, departement Sint-Lucas, doceert er binnen de opleidingen architectuur en stedenbouw en doet onderzoek op het raakvlak tussen architectuur, stedenbouw en politiek, zowel in het Westen als in het Zuiden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte, regio en mobiliteit. Aspecten van ruimtelijke nabijheid en duurzaam verplaatsingsgedrag in Vlaanderen

 31,00
Dit boek wil een bijdrage leveren tot het inzicht in de wisselwerking tussen personenmobiliteit en ruimtelijke ordening, rekening houdend met de maatschappelijke context van klimaatdoelstellingen en de dreiging van ‘peak-oil’. Dit gebeurt door het ontwikkelen van een aantal kwantitatieve onderzoeksmethodes, die ingebed zijn in een literatuurstudie en toegepast worden op het specifiek geval van de regio Vlaanderen.

Het onderzoek richt zich op het verkennen van de duurzaamheid van de ruimtelijke structuur in relatie tot verplaatsingsgedrag, met specifieke aandacht voor de dagelijks afgelegde afstanden. Duurzaamheid wordt gedefinieerd als robuustheid, niet enkel ten aanzien van een groeiende mobiliteit, maar ook ten aanzien van een mogelijke toekomstige krimp van de mobiliteit. Een dergelijk krimpscenario zou het gevolg kunnen zijn van het ‘peak-oil’-fenomeen (dreigende olieschaarste), of van een doortastend klimaatbeleid. Verder bepaalt de ruimtelijke structuur op zichzelf ook de mogelijkheden om verplaatsingspatronen in een meer duurzame richting te sturen.

Vanuit dit standpunt onderzoekt de verhandeling in welke mate de wederzijdse ruimtelijke nabijheid tussen potentiële bestemmingen bepalend is voor de dagelijkse afstanden die in Vlaanderen worden afgelegd, en hoe ruimtelijke ordening een rol kan spelen in het streven naar een goede bereikbaarheid op basis van een minimale hoeveelheid verkeer.

Kobe Boussauw is doctor in de Wetenschappen: Geografie en is verbonden aan de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent. Hij behaalde eerder de diploma’s van burgerlijk ingenieur-architect en ruimtelijk planner. Hij werkte als consultant in een studiebureau, als ambtenaar voor de Vlaamse overheid, en als adviseur voor het programma van UN-Habitat in Kosovo. Het voorliggende onderzoek werd gefinancierd door het Steunpunt Ruimte en Wonen (2007-2011).

Quick View

Ruimte, regio en mobiliteit. Aspecten van ruimtelijke nabijheid en duurzaam verplaatsingsgedrag in Vlaanderen

 31,00
Dit boek wil een bijdrage leveren tot het inzicht in de wisselwerking tussen personenmobiliteit en ruimtelijke ordening, rekening houdend met de maatschappelijke context van klimaatdoelstellingen en de dreiging van ‘peak-oil’. Dit gebeurt door het ontwikkelen van een aantal kwantitatieve onderzoeksmethodes, die ingebed zijn in een literatuurstudie en toegepast worden op het specifiek geval van de regio Vlaanderen.

Het onderzoek richt zich op het verkennen van de duurzaamheid van de ruimtelijke structuur in relatie tot verplaatsingsgedrag, met specifieke aandacht voor de dagelijks afgelegde afstanden. Duurzaamheid wordt gedefinieerd als robuustheid, niet enkel ten aanzien van een groeiende mobiliteit, maar ook ten aanzien van een mogelijke toekomstige krimp van de mobiliteit. Een dergelijk krimpscenario zou het gevolg kunnen zijn van het ‘peak-oil’-fenomeen (dreigende olieschaarste), of van een doortastend klimaatbeleid. Verder bepaalt de ruimtelijke structuur op zichzelf ook de mogelijkheden om verplaatsingspatronen in een meer duurzame richting te sturen.

Vanuit dit standpunt onderzoekt de verhandeling in welke mate de wederzijdse ruimtelijke nabijheid tussen potentiële bestemmingen bepalend is voor de dagelijkse afstanden die in Vlaanderen worden afgelegd, en hoe ruimtelijke ordening een rol kan spelen in het streven naar een goede bereikbaarheid op basis van een minimale hoeveelheid verkeer.

Kobe Boussauw is doctor in de Wetenschappen: Geografie en is verbonden aan de vakgroep Geografie van de Universiteit Gent. Hij behaalde eerder de diploma’s van burgerlijk ingenieur-architect en ruimtelijk planner. Hij werkte als consultant in een studiebureau, als ambtenaar voor de Vlaamse overheid, en als adviseur voor het programma van UN-Habitat in Kosovo. Het voorliggende onderzoek werd gefinancierd door het Steunpunt Ruimte en Wonen (2007-2011).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning

 34,00
Despite international developments towards inclusion, many children are excluded and deprived of adequate education, because of an impairment and or functional difficulties: there is not enough support, teachers lack knowledge how to include different children, and assessment reports are rarely suitable for inclusive teaching.

Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.

This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.

Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.

The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.


Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.

Quick View

With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning

 34,00
Despite international developments towards inclusion, many children are excluded and deprived of adequate education, because of an impairment and or functional difficulties: there is not enough support, teachers lack knowledge how to include different children, and assessment reports are rarely suitable for inclusive teaching.

Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.

This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.

Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.

The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.


Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ik wil mama én papa, allebei. Over echtscheiding, verwerking, loyaliteit en hulpverlening

 29,90
Heel wat kinderen lijden onder de echtscheiding van hun ouders. Alle kinderen moeten de echtscheiding van hun ouders verwerken.

Tegelijkertijd geraken kinderen overhoop met hun loyaliteitsgevoelens en geraken sommigen zelfs in een loyaliteitsconflict. Loyaliteit en loyaliteitsconflict zijn belangrijke begrippen om het leven van echtscheidingskinderen te begrijpen.

De wetgeving rond gezags- en verblijfsco-ouderschap kan een hulpmiddel zijn om een nieuwe vorm van samenleven met respect voor de loyaliteitsgevoelens van de kinderen te vinden.

Indien het de ouders niet lukt om constructief met elkaar om te gaan en rekening te houden met de loyaliteitsgevoelens van hun kinderen, staan er allerlei hulpverleners klaar om ouders en kinderen te helpen de conflicten op te lossen en de pijn te verzachten. Ook onderwijsgevenden hebben hier een rol te vervullen.

Ieder hoofdstuk wordt geïllustreerd met een voorbeeld uit de klinische praktijk.

Dit boek is bedoeld voor ouders en familieleden van echtscheidingskinderen, onderwijsgevenden, psychosociale hulpverleners en juristen. Ook heel wat echtscheidingskinderen zullen geïnteresseerd zijn.

Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en integrale Personenzorg (CGG/litp) Campus Noord-Limburg in Overpelt, België.

"Een absolute aanrader."
Caleidoscoop (jrg. 54, nr. 12, blz. 1076-1077)

"(...) een aanrader voor mensen die met kinderen werken. De vele uitgeschreven casussen maken dit werk heel leesbaar, zodat het ook door ouders en oudere echtscheidingskinderen kan gelezen worden"
Tijdschrift voor Welzijnswerk(jrg. 37, nr. 331, blz. 45-46)

Quick View

Ik wil mama én papa, allebei. Over echtscheiding, verwerking, loyaliteit en hulpverlening

 29,90
Heel wat kinderen lijden onder de echtscheiding van hun ouders. Alle kinderen moeten de echtscheiding van hun ouders verwerken.

Tegelijkertijd geraken kinderen overhoop met hun loyaliteitsgevoelens en geraken sommigen zelfs in een loyaliteitsconflict. Loyaliteit en loyaliteitsconflict zijn belangrijke begrippen om het leven van echtscheidingskinderen te begrijpen.

De wetgeving rond gezags- en verblijfsco-ouderschap kan een hulpmiddel zijn om een nieuwe vorm van samenleven met respect voor de loyaliteitsgevoelens van de kinderen te vinden.

Indien het de ouders niet lukt om constructief met elkaar om te gaan en rekening te houden met de loyaliteitsgevoelens van hun kinderen, staan er allerlei hulpverleners klaar om ouders en kinderen te helpen de conflicten op te lossen en de pijn te verzachten. Ook onderwijsgevenden hebben hier een rol te vervullen.

Ieder hoofdstuk wordt geïllustreerd met een voorbeeld uit de klinische praktijk.

Dit boek is bedoeld voor ouders en familieleden van echtscheidingskinderen, onderwijsgevenden, psychosociale hulpverleners en juristen. Ook heel wat echtscheidingskinderen zullen geïnteresseerd zijn.

Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij werkt in het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Therapie en integrale Personenzorg (CGG/litp) Campus Noord-Limburg in Overpelt, België.

"Een absolute aanrader."
Caleidoscoop (jrg. 54, nr. 12, blz. 1076-1077)

"(...) een aanrader voor mensen die met kinderen werken. De vele uitgeschreven casussen maken dit werk heel leesbaar, zodat het ook door ouders en oudere echtscheidingskinderen kan gelezen worden"
Tijdschrift voor Welzijnswerk(jrg. 37, nr. 331, blz. 45-46)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst

 50,40
Mensen met persoonlijkheidsproblematiek worstelen vaak met tal van problemen. Zij hebben meestal last van wisselende stemmingen en zijn een speelbal van hun emoties. Impulsen hebben regelmatig de overhand ten opzichte van hun gedachten waardoor allerlei (zelf-) destructief gedrag voor problemen zorgt. Het zelfbeeld is vaak instabiel, diffuus, onderhevig aan bovengenoemde stemmingen en is dus ook ‘ontregeld’.

Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.

Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.

Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.

Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!

Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.

Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.


Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.

"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)

Quick View

De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst

 50,40
Mensen met persoonlijkheidsproblematiek worstelen vaak met tal van problemen. Zij hebben meestal last van wisselende stemmingen en zijn een speelbal van hun emoties. Impulsen hebben regelmatig de overhand ten opzichte van hun gedachten waardoor allerlei (zelf-) destructief gedrag voor problemen zorgt. Het zelfbeeld is vaak instabiel, diffuus, onderhevig aan bovengenoemde stemmingen en is dus ook ‘ontregeld’.

Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.

Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.

Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.

Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!

Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.

Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.


Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.

"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spraakmakend spraakvermaak. Groepsbehandeling bij dysartrie

 28,80
Logopedisten raken steeds meer doordrongen van het belang van het bestendigen van het geleerde op stoornisniveau in praktijksituaties. De therapie is succesvol wanneer het geleerde in het dagelijks leven kan worden toegepast. De ICF – International Classification of Functioning, Disability and Health, beschreven door de WereldGezondheidsOrganisatie, maakt het belang van het trainen op drie verschillende niveaus inzichtelijk, namelijk functie-, activiteiten- en participatieniveau.

Individuele behandeling is veelal gericht op functieniveau, terwijl de groepsbehandeling zich meer focust op activiteiten- en participatieniveau. Deze twee laatstgenoemde niveaus vallen in het geval van groepsbehandeling bij dysartrie grotendeels samen.

Deze publicatie biedt het nodige oefenmateriaal aan logopedisten die op functioneel niveau aan de communicatie met hun dysartriecliënten willen werken. Het boek heeft in eerste instantie het verbeteren van de communicatie van cliënten met dysartrie tot doel. Daarnaast is het ook bruikbaar binnen afasiegroepen en NT2-trainingen waar  op activiteiten- en participatieniveau wordt getraind. De diversiteit aan functionele gespreksonderwerpen maakt dit mogelijk.

Het eerste deel bestaat uit achtergronden en een handleiding. Hier komen de doelen binnen de groepsbehandeling, de rol van de logopedist, de organisatie en de observatie en evaluatie van de bijeenkomsten aan bod.

Het tweede deel bevat een veertigtal thema’s, wat diverse mogelijkheden biedt voor het uitvoeren van een groepsbehandeling.

Quick View

Spraakmakend spraakvermaak. Groepsbehandeling bij dysartrie

 28,80
Logopedisten raken steeds meer doordrongen van het belang van het bestendigen van het geleerde op stoornisniveau in praktijksituaties. De therapie is succesvol wanneer het geleerde in het dagelijks leven kan worden toegepast. De ICF – International Classification of Functioning, Disability and Health, beschreven door de WereldGezondheidsOrganisatie, maakt het belang van het trainen op drie verschillende niveaus inzichtelijk, namelijk functie-, activiteiten- en participatieniveau.

Individuele behandeling is veelal gericht op functieniveau, terwijl de groepsbehandeling zich meer focust op activiteiten- en participatieniveau. Deze twee laatstgenoemde niveaus vallen in het geval van groepsbehandeling bij dysartrie grotendeels samen.

Deze publicatie biedt het nodige oefenmateriaal aan logopedisten die op functioneel niveau aan de communicatie met hun dysartriecliënten willen werken. Het boek heeft in eerste instantie het verbeteren van de communicatie van cliënten met dysartrie tot doel. Daarnaast is het ook bruikbaar binnen afasiegroepen en NT2-trainingen waar  op activiteiten- en participatieniveau wordt getraind. De diversiteit aan functionele gespreksonderwerpen maakt dit mogelijk.

Het eerste deel bestaat uit achtergronden en een handleiding. Hier komen de doelen binnen de groepsbehandeling, de rol van de logopedist, de organisatie en de observatie en evaluatie van de bijeenkomsten aan bod.

Het tweede deel bevat een veertigtal thema’s, wat diverse mogelijkheden biedt voor het uitvoeren van een groepsbehandeling.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vijftig onderwijstips

 24,70

Dit boek met onderwijstips is in de eerste plaats bedoeld voor lesgevers uit het hoger onderwijs. Tal van thema’s waarmee een lesgever geconfronteerd wordt, komen aan bod, zoals het activerend lesgeven, klasmanagement, het geven van opdrachten, organiseren van groepswerk, opstellen van examens. Naast de tips zelf, zijn er ook verwijzingen naar verdiepend of verbredend materiaal.



Het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO, www.ua.ac.be/echo) maakt deel uit van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Het ECHO staat in voor de professionalisering van het onderwijzend personeel van de Universiteit Antwerpen en breder van de Associatie Universiteit Hogescholen Antwerpen. Daarnaast voert het centrum (toegepast) onderwijskundig onderzoek uit op het terrein van lesgeven in het hoger onderwijs.

Quick View

Vijftig onderwijstips

 24,70

Dit boek met onderwijstips is in de eerste plaats bedoeld voor lesgevers uit het hoger onderwijs. Tal van thema’s waarmee een lesgever geconfronteerd wordt, komen aan bod, zoals het activerend lesgeven, klasmanagement, het geven van opdrachten, organiseren van groepswerk, opstellen van examens. Naast de tips zelf, zijn er ook verwijzingen naar verdiepend of verbredend materiaal.



Het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO, www.ua.ac.be/echo) maakt deel uit van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Het ECHO staat in voor de professionalisering van het onderwijzend personeel van de Universiteit Antwerpen en breder van de Associatie Universiteit Hogescholen Antwerpen. Daarnaast voert het centrum (toegepast) onderwijskundig onderzoek uit op het terrein van lesgeven in het hoger onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op de wijze van de chef (Reeks Keuken en Tafel: nr 1)

 22,00

In een tijd waarin de boekenwinkels uitpuilen van kookboeken in alle vormen en gewichten en waarin de media een zeer groot stuk van hun zendtijd inruimen voor kookrubrieken, ontbreekt vaak de achtergrond van onze culinaire cultuur. Ondanks het feit dat die boeiend en verhelderend is voor de bewuste (hobby)kok en zijn tafelgenoten. Bovendien kruidt een verhaal de spijzen.

Hoog tijd dus om diverse bekende en minderbekende facetten van onze keuken onder de schijnwerper te plaatsen, om kennis te maken met de democratie in onze keuken en een licht op te steken bij de belangrijkste schrijvende klassekoks. Zo worden onder meer klassieke culinaire deugden als zuinigheid, conservatisme en snelheid in eer hersteld. Het helpt ook om de regels van de tafeletiquette opnieuw te hanteren, de Russische service te leren kennen en ons feestgedrag te analyseren. Als toemaatje komen ook twee eeuwenoude smaakmakers aan de orde: bier en kaas.



Eddie Niesten publiceerde diverse boeken over België en zijn geschiedenis. Hierbij ook meerdere uitgaven met betrekking tot gastronomie en culinaire ontwikkelingen. Daarover geeft hij heel wat lezingen en verzorgt hij bijdragen in de media.
Hij is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat.

Zie ook Keuken en tafel 2: Tweemaal oorlog, driemaal honger

Quick View

Op de wijze van de chef (Reeks Keuken en Tafel: nr 1)

 22,00

In een tijd waarin de boekenwinkels uitpuilen van kookboeken in alle vormen en gewichten en waarin de media een zeer groot stuk van hun zendtijd inruimen voor kookrubrieken, ontbreekt vaak de achtergrond van onze culinaire cultuur. Ondanks het feit dat die boeiend en verhelderend is voor de bewuste (hobby)kok en zijn tafelgenoten. Bovendien kruidt een verhaal de spijzen.

Hoog tijd dus om diverse bekende en minderbekende facetten van onze keuken onder de schijnwerper te plaatsen, om kennis te maken met de democratie in onze keuken en een licht op te steken bij de belangrijkste schrijvende klassekoks. Zo worden onder meer klassieke culinaire deugden als zuinigheid, conservatisme en snelheid in eer hersteld. Het helpt ook om de regels van de tafeletiquette opnieuw te hanteren, de Russische service te leren kennen en ons feestgedrag te analyseren. Als toemaatje komen ook twee eeuwenoude smaakmakers aan de orde: bier en kaas.



Eddie Niesten publiceerde diverse boeken over België en zijn geschiedenis. Hierbij ook meerdere uitgaven met betrekking tot gastronomie en culinaire ontwikkelingen. Daarover geeft hij heel wat lezingen en verzorgt hij bijdragen in de media.
Hij is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat.

Zie ook Keuken en tafel 2: Tweemaal oorlog, driemaal honger

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam

 29,00
Hedendaagse stedelijke beleidsprocessen komen niet alleen meer tot stand door wethouders en ambtenaren. Beleidsbepaling en -uitvoering krijgen in steeds grotere mate te maken met inmenging van derden: het bedrijfsleven, het sociale middenveld en soms ook de lokale bevolking. Citymarketing is zo’n beleidsveld waar zich dit voordoet.

Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’

Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.

Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.

Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.

Quick View

Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam

 29,00
Hedendaagse stedelijke beleidsprocessen komen niet alleen meer tot stand door wethouders en ambtenaren. Beleidsbepaling en -uitvoering krijgen in steeds grotere mate te maken met inmenging van derden: het bedrijfsleven, het sociale middenveld en soms ook de lokale bevolking. Citymarketing is zo’n beleidsveld waar zich dit voordoet.

Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’

Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.

Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.

Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek

 19,90
Zelfevaluatie vormt voor schoolteams de voedingsbodem en de aanzet tot kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering van de schoolwerking. De overheid vraagt dat scholen aantonen hoe zij hun kwaliteit bewaken en er in teamverband aan werken. In de praktijk blijkt deze opdracht voor basisscholen niet zo gemakkelijk en evolueert de kwaliteitszorg in een aantal scholen zeer geleidelijk.

Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.

De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.

Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.

Quick View

Zelfevaluatie in basisscholen. Praktijkboek

 19,90
Zelfevaluatie vormt voor schoolteams de voedingsbodem en de aanzet tot kwaliteitszorg en kwaliteitsverbetering van de schoolwerking. De overheid vraagt dat scholen aantonen hoe zij hun kwaliteit bewaken en er in teamverband aan werken. In de praktijk blijkt deze opdracht voor basisscholen niet zo gemakkelijk en evolueert de kwaliteitszorg in een aantal scholen zeer geleidelijk.

Dit praktijkboek wil de zelfevaluatie van schoolteams vergemakkelijken, ondersteunen en bevorderen door het aanreiken van eenvoudige onderzoeksinstrumenten. Met de zelfreflectie op de verzamelde gegevens stelt het schoolteam haar kwaliteit centraal. Doorheen de 44 onderzoeksinstrumenten krijgen leraren een heleboel pedagogisch-didactische tips en suggesties.

De onderzoeksinstrumenten reiken schoolleiders en schoolbesturen onderwijskundige elementen aan voor functioneringsgesprekken en lerarenevaluaties.

Walter Andries is onderwijsinspecteur. Dit praktijkboek is ontstaan uit zijn meer dan 40 jarenlange onderwijservaring. De auteur was achtereenvolgens onderwijzer, taakleraar, directeur en medewerker van de Vlaamse Onderwijsraad. Sinds 1997 werkt hij als onderwijsinspecteur van de Vlaamse Gemeenschap.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)

 21,60
Discussies over de intentie van een literaire tekst en de bedoelingen van de auteur horen in de afgelopen decennia internationaal tot de meest gevoerde in de literatuurwetenschap – en tot de meest polariserende.

Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.


"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279

Quick View

Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis (Reeks Colleges Literatuur, nr. 1)

 21,60
Discussies over de intentie van een literaire tekst en de bedoelingen van de auteur horen in de afgelopen decennia internationaal tot de meest gevoerde in de literatuurwetenschap – en tot de meest polariserende.

Dit boek behandelt in de eerste plaats de conceptuele vraag met betrekking tot het leesgedrag: Welke rol spelen concepten van auteursintentie en intentie bij de interpretatie van teksten? De auteur reconstrueert de voor het hedendaagse debat relevante concepten en normen met betrekking tot de (auteurs)intentie bij de interpretatie van literaire teksten. Vanuit dat historische perspectief gaat de aandacht vooral naar die momenten waarop een conceptuele verschuiving plaats heeft. Op die manier worden de historische wortels en de normativiteit van de vandaag concurrerende concepten blootgelegd.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Ralf Grüttemeier is hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Carl von Ossietzky Universität Oldenburg, Duitsland.


"Auteursintentie. Een beknopte geschiedenis biedt een nuttige en uitdagende inleiding in het denken over intentionaliteit en auteursintenties in de literatuurstudie. Grüttemeier laat zien welke posities men kan innemen op dit gebied, zonder zich uitdrukkelijk uit te spreken vóór of tegen een van deze posities."
Mark Van Zoggel, Vrije Universiteit Brussel / Huygens ING Den Haag, Spiegel der Letteren 54(2) 267-279

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis. Trainingsmodule voor verpleegkundigen (Quadri Committed Research, nr. 2)

 20,00
Uit onderzoek blijkt dat ongeveer elf procent van alle medische patiënten in een algemeen ziekenhuis een depressie ontwikkelt. Professionele hulpverleners herkennen slechts de helft van die depressieve patiënten. Verpleegkundigen kunnen voor die patiënten een belangrijke rol spelen. Met de patiënt communiceren is daarbij cruciaal. Maar professionele zorgverleners voelen zich vaak onvoldoende getraind om deze taak op zich te nemen.

Deze praktische handleiding is bedoeld voor docenten en trainers die met (student)- verpleegkundigen aan de slag willen rond dit thema. Ze bevat naast praktische voorbeelden ook een dvd met videofragmenten. De oefeningen worden aangevuld met praktische tips. Na de training zullen professionele hulpverleners de symptomen van depressie beter herkennen. Ze zullen ook gemakkelijker met depressieve patiënten durven communiceren. Een eenvoudig gesprek wordt zo onderdeel van de goede zorg voor een depressieve patiënt.

De training werd ontwikkeld en geëvalueerd tijdens een projectmatige wetenschappelijke samenwerking tussen de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt, LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy, verbonden aan de K.U.Leuven en het CGG Suïcidepreventiewerking Limburg. LUCAS heeft een specifieke onderzoekslijn gericht naar depressie en suïcide en is verbonden met het ‘European Alliance Against Depression’- netwerk.

Carolien Schalenbourg is psychiatrisch verpleegkundige en onderzoeksmedewerker bij KHLim Quadri, een onderzoekscentrum van de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt en diensthoofd in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sancta Maria in Melveren. Iris De Coster is senior onderzoeker, vormingsdeskundige bij LUCAS en docent patiëntenbegeleiding en -communicatie aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Prof. dr. Chantal Van Audenhove is directeur van LUCAS en buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven. Deze uitgave is een initiatief van KHLim-Quadri in Hasselt.


Quadri Committed Research:
  • Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
  • Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
  • Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
  • Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
  • Quick View

    Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis. Trainingsmodule voor verpleegkundigen (Quadri Committed Research, nr. 2)

     20,00
    Uit onderzoek blijkt dat ongeveer elf procent van alle medische patiënten in een algemeen ziekenhuis een depressie ontwikkelt. Professionele hulpverleners herkennen slechts de helft van die depressieve patiënten. Verpleegkundigen kunnen voor die patiënten een belangrijke rol spelen. Met de patiënt communiceren is daarbij cruciaal. Maar professionele zorgverleners voelen zich vaak onvoldoende getraind om deze taak op zich te nemen.

    Deze praktische handleiding is bedoeld voor docenten en trainers die met (student)- verpleegkundigen aan de slag willen rond dit thema. Ze bevat naast praktische voorbeelden ook een dvd met videofragmenten. De oefeningen worden aangevuld met praktische tips. Na de training zullen professionele hulpverleners de symptomen van depressie beter herkennen. Ze zullen ook gemakkelijker met depressieve patiënten durven communiceren. Een eenvoudig gesprek wordt zo onderdeel van de goede zorg voor een depressieve patiënt.

    De training werd ontwikkeld en geëvalueerd tijdens een projectmatige wetenschappelijke samenwerking tussen de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt, LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy, verbonden aan de K.U.Leuven en het CGG Suïcidepreventiewerking Limburg. LUCAS heeft een specifieke onderzoekslijn gericht naar depressie en suïcide en is verbonden met het ‘European Alliance Against Depression’- netwerk.

    Carolien Schalenbourg is psychiatrisch verpleegkundige en onderzoeksmedewerker bij KHLim Quadri, een onderzoekscentrum van de Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt en diensthoofd in het Psychiatrisch Ziekenhuis Sancta Maria in Melveren. Iris De Coster is senior onderzoeker, vormingsdeskundige bij LUCAS en docent patiëntenbegeleiding en -communicatie aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Prof. dr. Chantal Van Audenhove is directeur van LUCAS en buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven. Deze uitgave is een initiatief van KHLim-Quadri in Hasselt.


    Quadri Committed Research:
  • Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
  • Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
  • Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
  • Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Dramaqueen of gewoon autisme. Mijn leven voor en na de diagnose (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 7)

     14,60
    Als je als begeleider mag werken met mensen met autisme, dien je op zijn minst een autobiografie te hebben gelezen. Dan pas wordt duidelijk hoe pervasief autisme is. De Dramaqueen is erin geslaagd om een helder persoonlijk verhaal te schrijven dat duidelijk maakt hoe lastig de gewoonste dingen voor mensen met autisme zijn. Het boek is versterkend voor mensen met autisme en geeft inzichten over het handelen van begeleiders. Wonderlijk om te lezen hoe bekende personen in verschillende rollen voor verwarring zorgen. Bijzonder ook dat er tussenstappen nodig zijn om de contacten dan weer te normaliseren, terwijl er vanuit neuro-typisch standpunt niets bijzonders is gebeurd.

    Ook blijkt maar weer dat een gesprek over alledaagse dingen veel belangrijker is zoals vanuit oplossingsgericht werken al wordt betoogd, dan menig begeleider zich realiseert. De strategieën die de auteur beschrijft zijn helder en de hulpmiddelen een aanvulling.

    Het boek is soms een ongelofelijk verhaal. Studenten, begeleiders en mensen met autisme en hun ouders kunnen door het lezen van dit boek, gaan beseffen hoe lastig autisme is voor de persoon zelf en anderen in de omgeving. Ook is het schrijnend hoe openbare instanties voor tegenwerking zorgen.

    Marije van Dongen (°1973) werkte jarenlang als groepsleider en autismebegeleider in de zorg en hulpverlening. Ze is ervaringsdeskundige en ouder-professional (= ze heeft zelf een kind met een autismespectrumstoornis). Marije geeft lezingen en werkt als vrijwilliger mee aan activiteiten en deskundigheidsbevorderingen over autismespectrumstoornissen (ASS).

    Quick View

    Dramaqueen of gewoon autisme. Mijn leven voor en na de diagnose (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 7)

     14,60
    Als je als begeleider mag werken met mensen met autisme, dien je op zijn minst een autobiografie te hebben gelezen. Dan pas wordt duidelijk hoe pervasief autisme is. De Dramaqueen is erin geslaagd om een helder persoonlijk verhaal te schrijven dat duidelijk maakt hoe lastig de gewoonste dingen voor mensen met autisme zijn. Het boek is versterkend voor mensen met autisme en geeft inzichten over het handelen van begeleiders. Wonderlijk om te lezen hoe bekende personen in verschillende rollen voor verwarring zorgen. Bijzonder ook dat er tussenstappen nodig zijn om de contacten dan weer te normaliseren, terwijl er vanuit neuro-typisch standpunt niets bijzonders is gebeurd.

    Ook blijkt maar weer dat een gesprek over alledaagse dingen veel belangrijker is zoals vanuit oplossingsgericht werken al wordt betoogd, dan menig begeleider zich realiseert. De strategieën die de auteur beschrijft zijn helder en de hulpmiddelen een aanvulling.

    Het boek is soms een ongelofelijk verhaal. Studenten, begeleiders en mensen met autisme en hun ouders kunnen door het lezen van dit boek, gaan beseffen hoe lastig autisme is voor de persoon zelf en anderen in de omgeving. Ook is het schrijnend hoe openbare instanties voor tegenwerking zorgen.

    Marije van Dongen (°1973) werkte jarenlang als groepsleider en autismebegeleider in de zorg en hulpverlening. Ze is ervaringsdeskundige en ouder-professional (= ze heeft zelf een kind met een autismespectrumstoornis). Marije geeft lezingen en werkt als vrijwilliger mee aan activiteiten en deskundigheidsbevorderingen over autismespectrumstoornissen (ASS).

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Woorden te kort. Werkboek voor afasie- en andere taalgroepen (met cd-rom)

     44,70
    Taal is niet altijd vanzelfsprekend. Als je afasie hebt of je leert Nederlands als tweede taal kan het moeilijk zijn om te communiceren. In een groepsbehandeling heb je dan bij uitstek de mogelijkheid om je taalvaardigheden te verbeteren. De meerwaarde van een groepsbehandeling is daarbij het lotgenotencontact, het wederzijds begrip, de stimulatie en motivatie.

    Dit boek bevat honderd kant-en-klare werkplannen voor een groepsbehandeling waarin taal centraal staat. De ideeën zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor het gebruik in een afasiegroep, maar ze zijn even goed bruikbaar in individuele afasiebehandelingen en in andere taalgroepen, zoals NT2-onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.

    De werkbladen behorende bij de werkplannen staan op de bijgevoegde cd-rom, zodat ze gemakkelijk te printen en te gebruiken zijn.

    Renée van Meenen en Fleur van Heijningen zijn beiden logopedist in het Waterlandziekenhuis in Purmerend.

    Quick View

    Woorden te kort. Werkboek voor afasie- en andere taalgroepen (met cd-rom)

     44,70
    Taal is niet altijd vanzelfsprekend. Als je afasie hebt of je leert Nederlands als tweede taal kan het moeilijk zijn om te communiceren. In een groepsbehandeling heb je dan bij uitstek de mogelijkheid om je taalvaardigheden te verbeteren. De meerwaarde van een groepsbehandeling is daarbij het lotgenotencontact, het wederzijds begrip, de stimulatie en motivatie.

    Dit boek bevat honderd kant-en-klare werkplannen voor een groepsbehandeling waarin taal centraal staat. De ideeën zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor het gebruik in een afasiegroep, maar ze zijn even goed bruikbaar in individuele afasiebehandelingen en in andere taalgroepen, zoals NT2-onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs.

    De werkbladen behorende bij de werkplannen staan op de bijgevoegde cd-rom, zodat ze gemakkelijk te printen en te gebruiken zijn.

    Renée van Meenen en Fleur van Heijningen zijn beiden logopedist in het Waterlandziekenhuis in Purmerend.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven

     21,00

    Kinderen die ondermaats presteren op school, krijgen op het einde van het schooljaar vaak het advies om hun jaar over te doen. Maar is zittenblijven wel zinvol? Leermoeilijkheden zijn immers niet de enige reden waarom leerlingen blijven zitten. Heel wat studies tonen aan dat zittenblijven niet altijd een goede remedie is, zeker niet op de lange termijn. Daarom wordt in dit boek gepleit voor scholen waarin alle leerlingen samen overgaan. Om die ononderbroken schoolloopbanen mogelijk te maken, worden er verschillende initiatieven toegelicht die het individuele leerproces van leerlingen kunnen verrijken en versnellen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderwijs.

    Dit boek is een inspiratiebron voor schoolleiders, onderwijsondersteuners, leerkrachten en anderen die zoeken naar effectieve ondersteuning van zwakke leerlingen. Het biedt zowel een overzicht van het internationale onderzoek als concrete bouwstenen om op school aan de slag te gaan met alternatieven voor zittenblijven. De beschreven maatregelen zijn in de eerste plaats bedoeld voor het basisonderwijs en de eerste jaren van het secundair onderwijs.

    Goedroen Juchtmans, Heidi Knipprath en Anneloes Vandenbroucke zijn verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Onderwijs en Levenslang Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving.
    Barbara Belfi, Bieke De Fraine en Mieke Goos werken bij het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -Evaluatie van de KU Leuven.
    Bengt Verbeeck is als onderwijsjurist verbonden aan de Vakgroep Publiekrecht van de Universteit Gent.

    Zie ook:
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 1
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 2

    "een aanrader voor iedereen die met onderwijs bezig is"
    Caleidoscoop (jr. 24, nr. 5, blz. 39-40)

    Quick View

    Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven

     21,00

    Kinderen die ondermaats presteren op school, krijgen op het einde van het schooljaar vaak het advies om hun jaar over te doen. Maar is zittenblijven wel zinvol? Leermoeilijkheden zijn immers niet de enige reden waarom leerlingen blijven zitten. Heel wat studies tonen aan dat zittenblijven niet altijd een goede remedie is, zeker niet op de lange termijn. Daarom wordt in dit boek gepleit voor scholen waarin alle leerlingen samen overgaan. Om die ononderbroken schoolloopbanen mogelijk te maken, worden er verschillende initiatieven toegelicht die het individuele leerproces van leerlingen kunnen verrijken en versnellen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderwijs.

    Dit boek is een inspiratiebron voor schoolleiders, onderwijsondersteuners, leerkrachten en anderen die zoeken naar effectieve ondersteuning van zwakke leerlingen. Het biedt zowel een overzicht van het internationale onderzoek als concrete bouwstenen om op school aan de slag te gaan met alternatieven voor zittenblijven. De beschreven maatregelen zijn in de eerste plaats bedoeld voor het basisonderwijs en de eerste jaren van het secundair onderwijs.

    Goedroen Juchtmans, Heidi Knipprath en Anneloes Vandenbroucke zijn verbonden aan de onderzoeksgroep ‘Onderwijs en Levenslang Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving.
    Barbara Belfi, Bieke De Fraine en Mieke Goos werken bij het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en -Evaluatie van de KU Leuven.
    Bengt Verbeeck is als onderwijsjurist verbonden aan de Vakgroep Publiekrecht van de Universteit Gent.

    Zie ook:
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 1
    Samen tot aan de meet. Inspiratieboek 2

    "een aanrader voor iedereen die met onderwijs bezig is"
    Caleidoscoop (jr. 24, nr. 5, blz. 39-40)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)

     23,60
    Het werk van de Nederlandse filosoof Spinoza staat weer volop in de belangstelling. Niet alleen zijn politieke geschriften, maar ook zijn levenswerk, Ethica, drijft mee op de golf aan hernieuwde belangstelling. Dat is niet verwonderlijk. Het werk vormt immers de grondslag voor een goed begrip van Spinoza’s ander werk. Ethica zelf begrijpen is echter geen sinecure. In die wetenschap schreef de auteur met dit boek een commentaar op Spinoza’s hoofdwerk, die de lezer een houvast biedt om Spinoza’s ethische denken te begrijpen.

    Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.

    Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.

    In de media:
    Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur

    Reeks Omtrent Filosofie:

    1. De ethica van Spinoza
    2. Afrika en China in dialoog
    3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
    4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
    5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
    6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

    Quick View

    De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)

     23,60
    Het werk van de Nederlandse filosoof Spinoza staat weer volop in de belangstelling. Niet alleen zijn politieke geschriften, maar ook zijn levenswerk, Ethica, drijft mee op de golf aan hernieuwde belangstelling. Dat is niet verwonderlijk. Het werk vormt immers de grondslag voor een goed begrip van Spinoza’s ander werk. Ethica zelf begrijpen is echter geen sinecure. In die wetenschap schreef de auteur met dit boek een commentaar op Spinoza’s hoofdwerk, die de lezer een houvast biedt om Spinoza’s ethische denken te begrijpen.

    Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.

    Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.

    In de media:
    Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur

    Reeks Omtrent Filosofie:

    1. De ethica van Spinoza
    2. Afrika en China in dialoog
    3. Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
    4. Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
    5. Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
    6. Filosofie van het verstaan. Een dialoog

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Kristallen van samenwerken

     32,40
    Herken je dit? Je zit op een verjaardag en vraagt aan een kennis ‘Hoe gaat het op je werk?’ Na een eerste schoorvoetend ‘Best wel goed’, komt het verhaal op gang en gaat het al snel over waarom collega’s toch altijd zo moeilijk doen. ‘Die zijn alleen maar met hun eigen ding bezig en samenwerken, ho maar…’. ‘Dat andere team houdt echt geen rekening met ons, terwijl we toch afhankelijk van elkaar zijn’.

    De wereld is zo complex geworden, dat het bijna onmogelijk is om iets helemaal alleen tot stand te brengen. We hebben voortdurend de hulp van anderen nodig om ons doel te realiseren. Dat betekent samenwerken. Toch schiet dat er om allerlei redenen vaak bij in, onder andere omdat de druk om resultaten te behalen erg groot is. Dat moet en dat kan anders. Want ‘samen’ leidt tot verrassende resultaten!

    In dit boek laten Guus Scholten, Chris Kempen en Wijnand van Lieshout zien hoe dat anders kan. Zij vertellen hoe je door bewuste samenwerking met jezelf, de omgeving en anderen het verschil kunt maken. Hoe je met de ‘kristallen van samenwerken’ in Deel III een andere dimensie in je denken opent. Hoe je met nieuwe mogelijkheden en simpele oplossingen de bereidheid tot samenwerking kunt vergroten.

    Dit is een boek van ervaringen en verhalen over succes en falen (Deel I) en over hoe samenwerken in de praktijk werkt (Deel II). Aan het eind van het boek (Deel III) vind je de bouwstenen om de eigen samenwerking vorm te geven; de bouwstenen noemen we de ‘kristallen van samenwerken’: twaalf actieve handelingen om de samenwerking te verbeteren. Een mindmap met facetten van samenwerken, gekoppeld aan genummerde passages vind je achteraan in het boek en in de achterflap.
    Ook al is het een boek vol met verhalen, je hoeft het boek niet per se integraal te lezen. Je kunt willekeurig ergens beginnen en de rijke informatie tot je nemen.
    Het boek biedt handvatten en oplossingen voor organisaties, coaches, managers en leidinggevenden, maar ook voor elk andere geïnteresseerde. Het boek geeft aan iedereen duidelijke inzichten in de processen van samenwerken, hoe samenwerken in de praktijk werkt. Dit inzicht helpt om samenwerken naar een hoger plan te tillen.

    Quick View

    Kristallen van samenwerken

     32,40
    Herken je dit? Je zit op een verjaardag en vraagt aan een kennis ‘Hoe gaat het op je werk?’ Na een eerste schoorvoetend ‘Best wel goed’, komt het verhaal op gang en gaat het al snel over waarom collega’s toch altijd zo moeilijk doen. ‘Die zijn alleen maar met hun eigen ding bezig en samenwerken, ho maar…’. ‘Dat andere team houdt echt geen rekening met ons, terwijl we toch afhankelijk van elkaar zijn’.

    De wereld is zo complex geworden, dat het bijna onmogelijk is om iets helemaal alleen tot stand te brengen. We hebben voortdurend de hulp van anderen nodig om ons doel te realiseren. Dat betekent samenwerken. Toch schiet dat er om allerlei redenen vaak bij in, onder andere omdat de druk om resultaten te behalen erg groot is. Dat moet en dat kan anders. Want ‘samen’ leidt tot verrassende resultaten!

    In dit boek laten Guus Scholten, Chris Kempen en Wijnand van Lieshout zien hoe dat anders kan. Zij vertellen hoe je door bewuste samenwerking met jezelf, de omgeving en anderen het verschil kunt maken. Hoe je met de ‘kristallen van samenwerken’ in Deel III een andere dimensie in je denken opent. Hoe je met nieuwe mogelijkheden en simpele oplossingen de bereidheid tot samenwerking kunt vergroten.

    Dit is een boek van ervaringen en verhalen over succes en falen (Deel I) en over hoe samenwerken in de praktijk werkt (Deel II). Aan het eind van het boek (Deel III) vind je de bouwstenen om de eigen samenwerking vorm te geven; de bouwstenen noemen we de ‘kristallen van samenwerken’: twaalf actieve handelingen om de samenwerking te verbeteren. Een mindmap met facetten van samenwerken, gekoppeld aan genummerde passages vind je achteraan in het boek en in de achterflap.
    Ook al is het een boek vol met verhalen, je hoeft het boek niet per se integraal te lezen. Je kunt willekeurig ergens beginnen en de rijke informatie tot je nemen.
    Het boek biedt handvatten en oplossingen voor organisaties, coaches, managers en leidinggevenden, maar ook voor elk andere geïnteresseerde. Het boek geeft aan iedereen duidelijke inzichten in de processen van samenwerken, hoe samenwerken in de praktijk werkt. Dit inzicht helpt om samenwerken naar een hoger plan te tillen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Het fort van Breendonk. Over oorlog, mensenrechten, herinnering

     24,90
    In de herfst van 1940 werd het fort van Breendonk door de nazi’s omgevormd tot een kamp voor gevangenen uit België en het noorden van Frankrijk. De eerste gevangenen waren vooral joden afkomstig uit Midden-Europa, die spoedig het gezelschap kregen van Belgische politieke gevangenen. Men schat dat iets meer dan 3.500 personen kennisgemaakt hebben met de hel van Breendonk.

    Breendonk, dat vandaag de dag een Nationaal Gedenkteken vormt, is een onvervangbare getuige van het systeem van de naziconcentratiekampen. Iedere dag weer stoppen er heel wat bussen met bezoekers, vaak scholieren, voor de ingang van het fort. Na het bezoek, bij het verlaten van het fort, is er bij ieder mens maar één gedachte mogelijk: “Dit nooit meer!”.

    Dit boek gaat in op de betekenis van kampen zoals Breendonk op de hedendaagse samenleving. Het komt daarbij tot de vaststelling dat een democratie nooit uit het oog mag verliezen dat waarden zoals vrijheid, tolerantie en respect nooit definitief verworven zijn. Een voortdurende waakzaamheid blijft geboden.

    Carl Ceulemans is docent aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke Militaire School. Jean-Michel Sterkendries is hoogleraar aan het Departement Conflictstudies – Leerstoel Geschiedenis van de Koninklijke Militaire School.

    In de media:
    Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis - nr. 23

    Quick View

    Het fort van Breendonk. Over oorlog, mensenrechten, herinnering

     24,90
    In de herfst van 1940 werd het fort van Breendonk door de nazi’s omgevormd tot een kamp voor gevangenen uit België en het noorden van Frankrijk. De eerste gevangenen waren vooral joden afkomstig uit Midden-Europa, die spoedig het gezelschap kregen van Belgische politieke gevangenen. Men schat dat iets meer dan 3.500 personen kennisgemaakt hebben met de hel van Breendonk.

    Breendonk, dat vandaag de dag een Nationaal Gedenkteken vormt, is een onvervangbare getuige van het systeem van de naziconcentratiekampen. Iedere dag weer stoppen er heel wat bussen met bezoekers, vaak scholieren, voor de ingang van het fort. Na het bezoek, bij het verlaten van het fort, is er bij ieder mens maar één gedachte mogelijk: “Dit nooit meer!”.

    Dit boek gaat in op de betekenis van kampen zoals Breendonk op de hedendaagse samenleving. Het komt daarbij tot de vaststelling dat een democratie nooit uit het oog mag verliezen dat waarden zoals vrijheid, tolerantie en respect nooit definitief verworven zijn. Een voortdurende waakzaamheid blijft geboden.

    Carl Ceulemans is docent aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke Militaire School. Jean-Michel Sterkendries is hoogleraar aan het Departement Conflictstudies – Leerstoel Geschiedenis van de Koninklijke Militaire School.

    In de media:
    Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis - nr. 23

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Tien keer beter! 3 Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 6)

     19,90
    Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen. Een belangrijke reden daarvoor is dat aan onderzoek door professionals zelf belangrijke effecten worden toegedicht. Praktijkgericht onderzoek kan bijdragen aan verbeteringen in de klas, onderdeel zijn van een grotere veranderingsstrategie in de school, statusverhogend werken voor het beroep, de kennisbasis van het onderwijs versterken, de effectiviteit van nieuw beleid vergroten en een motor zijn voor professionele ontwikkeling (Sachs, 1999; Pine, 2009). In 2010 studeerden er weer zo’n 1500 Master SEN-studenten (Special Educational Needs) af aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen. Tien Meesterstukken (onderzoeksverslagen) werden genomineerd voor de Onderzoeksprijs. Deze tien publiceren in dit boek elk een beeldend verslag van hun onderzoekswerk. De jury heeft in een eigen onderzoek getracht een beeld te vormen over de relatie tussen het doen van onderzoek en de professionele ontwikkeling van studenten tijdens hun opleiding. Het is juist die professionele ontwikkeling die een duurzame bijdrage aan beter onderwijs en voortdurende onderwijsontwikkeling kan leveren. Goed onderwijs kan altijd beter. Het is een levenslange speurtocht, die je niet uitsluitend intuïtief doet, maar planmatig, reflectief en in overleg met collega’s.

    Kete Kervezee (voorzitter PO-raad) over de Master SEN:
    “Deze kwaliteitsimpuls is nodig voor alle geledingen binnen het onderwijs: de leraar, de schoolleider en het schoolbestuur. Resultaatgericht werken lukt alleen met professionals, die voldoende basisscholing hebben en bereid zijn om dagelijks bij te leren van collega’s en van specialisten.”

    Quick View

    Tien keer beter! 3 Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 6)

     19,90
    Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen. Een belangrijke reden daarvoor is dat aan onderzoek door professionals zelf belangrijke effecten worden toegedicht. Praktijkgericht onderzoek kan bijdragen aan verbeteringen in de klas, onderdeel zijn van een grotere veranderingsstrategie in de school, statusverhogend werken voor het beroep, de kennisbasis van het onderwijs versterken, de effectiviteit van nieuw beleid vergroten en een motor zijn voor professionele ontwikkeling (Sachs, 1999; Pine, 2009). In 2010 studeerden er weer zo’n 1500 Master SEN-studenten (Special Educational Needs) af aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen. Tien Meesterstukken (onderzoeksverslagen) werden genomineerd voor de Onderzoeksprijs. Deze tien publiceren in dit boek elk een beeldend verslag van hun onderzoekswerk. De jury heeft in een eigen onderzoek getracht een beeld te vormen over de relatie tussen het doen van onderzoek en de professionele ontwikkeling van studenten tijdens hun opleiding. Het is juist die professionele ontwikkeling die een duurzame bijdrage aan beter onderwijs en voortdurende onderwijsontwikkeling kan leveren. Goed onderwijs kan altijd beter. Het is een levenslange speurtocht, die je niet uitsluitend intuïtief doet, maar planmatig, reflectief en in overleg met collega’s.

    Kete Kervezee (voorzitter PO-raad) over de Master SEN:
    “Deze kwaliteitsimpuls is nodig voor alle geledingen binnen het onderwijs: de leraar, de schoolleider en het schoolbestuur. Resultaatgericht werken lukt alleen met professionals, die voldoende basisscholing hebben en bereid zijn om dagelijks bij te leren van collega’s en van specialisten.”

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Actie-onderzoek door docenten: uitvoering en begeleiding in theorie en praktijk – 2de licht gewijzigde uitgave

     33,00
    Het werk van docenten (en begeleiders, coördinatoren, schoolleiders) bestaat voor een groot deel uit het beoordelen van steeds wisselende situaties en het beslissen hoe in die situaties vervolgens te handelen. Via actieonderzoek kunnen docenten het beoordelen en handelen professionaliseren. Daarmee sluit actieonderzoek aan bij de ontwikkeling naar praktijkgeoriënteerde scholing van (aanstaande) docenten. De vraag is hoe docenten actieonderzoek leren uitvoeren en hoe ze daarbij begeleid kunnen worden. Deze vragen staan centraal in de studie van Petra Ponte.

    Zij bespreekt uitgebreid de literatuur over actieonderzoek in relatie tot literatuur over de ontwikkeling van professionele kennis. Nederlandse en buitenlandse ervaringen illustreren de theorie. Via een casestudie in zes scholen voor voortgezet onderwijs laat zij vervolgens zien dat zowel het leren uitvoeren als het leren begeleiden van actieonderzoek complex maar succesvol kan zijn. De complexiteit zit niet zozeer in de procedurele uitvoering van actieonderzoek op zich, maar in het gegeven dat docenten langzamerhand verschillende handelingen tegelijkertijd eigen moeten maken, handelingen waar zij niet aan gewend zijn. Bovendien maken zij een aantal ontwikkelingen door in hun professionele oriëntaties. Begeleiders zijn succesvoller naarmate zij docenten al doende, ter plekke en bij herhaling steun bieden.

    Met haar publicatie maakt Petra Ponte een internationale trend toegankelijk voor de Nederlandse situatie. Hiermee levert zij een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van zowel het beroep van docenten als het beroep van opleiders en begeleiders.

    Quick View

    Actie-onderzoek door docenten: uitvoering en begeleiding in theorie en praktijk – 2de licht gewijzigde uitgave

     33,00
    Het werk van docenten (en begeleiders, coördinatoren, schoolleiders) bestaat voor een groot deel uit het beoordelen van steeds wisselende situaties en het beslissen hoe in die situaties vervolgens te handelen. Via actieonderzoek kunnen docenten het beoordelen en handelen professionaliseren. Daarmee sluit actieonderzoek aan bij de ontwikkeling naar praktijkgeoriënteerde scholing van (aanstaande) docenten. De vraag is hoe docenten actieonderzoek leren uitvoeren en hoe ze daarbij begeleid kunnen worden. Deze vragen staan centraal in de studie van Petra Ponte.

    Zij bespreekt uitgebreid de literatuur over actieonderzoek in relatie tot literatuur over de ontwikkeling van professionele kennis. Nederlandse en buitenlandse ervaringen illustreren de theorie. Via een casestudie in zes scholen voor voortgezet onderwijs laat zij vervolgens zien dat zowel het leren uitvoeren als het leren begeleiden van actieonderzoek complex maar succesvol kan zijn. De complexiteit zit niet zozeer in de procedurele uitvoering van actieonderzoek op zich, maar in het gegeven dat docenten langzamerhand verschillende handelingen tegelijkertijd eigen moeten maken, handelingen waar zij niet aan gewend zijn. Bovendien maken zij een aantal ontwikkelingen door in hun professionele oriëntaties. Begeleiders zijn succesvoller naarmate zij docenten al doende, ter plekke en bij herhaling steun bieden.

    Met haar publicatie maakt Petra Ponte een internationale trend toegankelijk voor de Nederlandse situatie. Hiermee levert zij een belangrijke bijdrage aan de professionalisering van zowel het beroep van docenten als het beroep van opleiders en begeleiders.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Psychoanalyse en neurowetenschap. De geest in de machine (Psychoanalytisch Actueel, nr. 14)

     30,40
    Een actuele psychoanalyse dient zich te verhouden tegenover eigentijdse wetenschappelijke, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Zo maakten bijvoorbeeld de neurowetenschappen de voorbije decennia grote sprongen voorwaarts. Eindelijk kan worden aangetoond dat structuur èn werking van de hersenen door omgevingsfactoren waaronder psychotherapie worden beïnvloed. Dankzij diverse technologieën kunnen niet alleen de anatomie, maar ook de werking van de hersenen gevisualiseerd worden. Voordeel is dat de per definitie verborgen en/of onzichtbare wereld van het psychische, van gedachten, gevoelens en fantasieën hierdoor wat meer ‘hard’ kan worden gemaakt.

    Er zijn wel nog vele vragen. Is het vandaag nog mogelijk kwesties van geheugen, bewustzijn en onbewuste processen los van hun fysiologisch correlaat te onderzoeken? Kunnen de neurowetenschappen theorieën over ontwikkeling, mentale structuur en functie, psychopathologie en behandeling helpen valideren? Kunnen verschillende metapsychologische stromingen aan neurowetenschappelijke bevindingen worden gecorreleerd of leiden ze tot tegenstrijdige gegevens? Zou de recente discipline van de neuropsychoanalyse een overkoepelende theorie kunnen leveren, waarin inzichten uit de neurowetenschappen worden geïntegreerd met een psychoanalytische aandacht voor de subjectieve ervaring?

    Ariane Bazan is psychoanalytica, doctor in de biologie en in de psychologie en professor klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles. Mark Kinet is psychiater, (klinisch) psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’.

    Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

    Quick View

    Psychoanalyse en neurowetenschap. De geest in de machine (Psychoanalytisch Actueel, nr. 14)

     30,40
    Een actuele psychoanalyse dient zich te verhouden tegenover eigentijdse wetenschappelijke, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Zo maakten bijvoorbeeld de neurowetenschappen de voorbije decennia grote sprongen voorwaarts. Eindelijk kan worden aangetoond dat structuur èn werking van de hersenen door omgevingsfactoren waaronder psychotherapie worden beïnvloed. Dankzij diverse technologieën kunnen niet alleen de anatomie, maar ook de werking van de hersenen gevisualiseerd worden. Voordeel is dat de per definitie verborgen en/of onzichtbare wereld van het psychische, van gedachten, gevoelens en fantasieën hierdoor wat meer ‘hard’ kan worden gemaakt.

    Er zijn wel nog vele vragen. Is het vandaag nog mogelijk kwesties van geheugen, bewustzijn en onbewuste processen los van hun fysiologisch correlaat te onderzoeken? Kunnen de neurowetenschappen theorieën over ontwikkeling, mentale structuur en functie, psychopathologie en behandeling helpen valideren? Kunnen verschillende metapsychologische stromingen aan neurowetenschappelijke bevindingen worden gecorreleerd of leiden ze tot tegenstrijdige gegevens? Zou de recente discipline van de neuropsychoanalyse een overkoepelende theorie kunnen leveren, waarin inzichten uit de neurowetenschappen worden geïntegreerd met een psychoanalytische aandacht voor de subjectieve ervaring?

    Ariane Bazan is psychoanalytica, doctor in de biologie en in de psychologie en professor klinische psychologie aan de Université Libre de Bruxelles. Mark Kinet is psychiater, (klinisch) psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is coördinator van de reeks ‘Psychoanalytisch Actueel’.

    Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Dingske-Handleiding bij het beeldboek

     11,00
    Bij jezelf of bij iemand in je nabije omgeving vaststellen dat gewone dagelijkse dingen niet meer lukken roept emotie, vragen en weerstand op. Dit geldt des te meer wanneer het vermoeden rijst dat het om dementie gaat. In de periode vóór en na de diagnose is het niet alleen belangrijk dat men toegang heeft tot de juiste informatie, maar ook dat men wordt gerustgesteld of een goed gesprek kan voeren. Het beeldboek Dingske bundelt sobere en kunstzinnige illustraties over dementie voor volwassenen en kinderen. Dingske vertelt in beelden over dementie: het geeft informatie, en het helpt om op verhaal te komen. Het boek is ontworpen voor volwassenen en kinderen die over dementie in gesprek willen gaan.

    Deze bijhorende Handleiding is vooral bedoeld voor ondersteuners van mensen met een verstandelijke beperking. De stijgende levensverwachting van personen met een verstandelijke beperking in het algemeen en mensen met downsyndroom in het bijzonder, zorgt voor een sterke stijging van het aantal mensen met dementie. Dementie brengt nieuwe uitdagingen en vragen met zich mee voor de hulpverleners, familieleden en de persoon met een beperking zelf. Om hiermee om te gaan is het belangrijk om in een sfeer van open communicatie inzicht te krijgen in wat er precies aan de hand is en wat de toekomst zal brengen. De Handleiding geeft tips en mogelijkheden om het beeldboek ‘op maat’ van personen met een verstandelijke beperking te gebruiken als instrument om hen over het thema ‘dementie’ te informeren en hierover met hen in dialoog te gaan. Ze kan ook ouders, familieleden, leerkrachten en artsen inspireren om dit beeldboek in te zetten in de communicatie over dementie. Sofie Sergeant is orthopedagoge en educatief medewerker bij Vormingscentrum Handicum.

    Patrick Verhaest is psycholoog en wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

    Quick View

    Dingske-Handleiding bij het beeldboek

     11,00
    Bij jezelf of bij iemand in je nabije omgeving vaststellen dat gewone dagelijkse dingen niet meer lukken roept emotie, vragen en weerstand op. Dit geldt des te meer wanneer het vermoeden rijst dat het om dementie gaat. In de periode vóór en na de diagnose is het niet alleen belangrijk dat men toegang heeft tot de juiste informatie, maar ook dat men wordt gerustgesteld of een goed gesprek kan voeren. Het beeldboek Dingske bundelt sobere en kunstzinnige illustraties over dementie voor volwassenen en kinderen. Dingske vertelt in beelden over dementie: het geeft informatie, en het helpt om op verhaal te komen. Het boek is ontworpen voor volwassenen en kinderen die over dementie in gesprek willen gaan.

    Deze bijhorende Handleiding is vooral bedoeld voor ondersteuners van mensen met een verstandelijke beperking. De stijgende levensverwachting van personen met een verstandelijke beperking in het algemeen en mensen met downsyndroom in het bijzonder, zorgt voor een sterke stijging van het aantal mensen met dementie. Dementie brengt nieuwe uitdagingen en vragen met zich mee voor de hulpverleners, familieleden en de persoon met een beperking zelf. Om hiermee om te gaan is het belangrijk om in een sfeer van open communicatie inzicht te krijgen in wat er precies aan de hand is en wat de toekomst zal brengen. De Handleiding geeft tips en mogelijkheden om het beeldboek ‘op maat’ van personen met een verstandelijke beperking te gebruiken als instrument om hen over het thema ‘dementie’ te informeren en hierover met hen in dialoog te gaan. Ze kan ook ouders, familieleden, leerkrachten en artsen inspireren om dit beeldboek in te zetten in de communicatie over dementie. Sofie Sergeant is orthopedagoge en educatief medewerker bij Vormingscentrum Handicum.

    Patrick Verhaest is psycholoog en wetenschappelijk medewerker bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Autonomie. Hoe word ik een persoonlijkheid in een turbulente wereld?

     23,00
    De wereld heeft op zijn fundamenten geschud. De kredietcrisis heeft laten zien hoe het financieel-economische bouwwerk als dominostenen om kan vallen. De aantasting van de natuur confronteert de mens met verregaande consequenties, die nauwelijks te overzien zijn. Men heeft nu de mond vol over politieke, financiële, economische en technische maatregelen, over het aan banden leggen van hedge funds, drempels in de weg en rekeningrijden om files te beheersen, spaarlampen en zonnepanelen om het energieverbruik te verminderen.

    Maar dit boek richt zich op de individuele mens, hoe hij anders kan leven, gelukkig kan zijn en daardoor economische rampen en milieurampen kan voorkomen. Het gaat over autonome zelfbepaling en inspireert het individu om een levenskunst te ontwikkelen die leidt tot duurzaam geluk en zingeving in leven en werken, individueel en sociaal, onafhankelijk van overmatige productie en consumptie. Als we over het vermogen beschikken om onze waarneming te verdiepen, hebben we in ons leven minder nodig om gelukkig te zijn.

    Het boek is kritisch, prikkelend en uitdagend en zet mensen aan het denken. Het is geschreven tegen de achtergrond van de filosofie van de levenskunst en positieve psychologie, met een stimulans om die in het dagelijkse leven toe te passen.

    Henk Smeijsters studeerde piano bij Jean Antonietti, sociale pedagogiek, andragogiek en muziekwetenschap aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij ook promoveerde. Hij was docent muziekpsychologie, muziektherapie, creatieve therapie en onderzoeker aan deze universiteit en aan verscheidene hogescholen. Sinds 2003 is hij lector van KenVaK Kenniskring Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ-Hogeschool en de Stenden-Hogeschool. Daarnaast is hij hoofdopleider van de Master of Arts Therapies van de Hogeschool Zuyd en co-promotor van diverse universitaire promoties op het terrein van de vaktherapie. Hij publiceerde veelvuldig in binnen- en buitenland.

    In de media:

    "Het is een boek waar velen inspiratie en kracht zullen uithalen."

    Caleidoscoop (jrg. 25, nr. 2, blz. 42)

    Geen voorraad
    Quick View

    Autonomie. Hoe word ik een persoonlijkheid in een turbulente wereld?

     23,00
    De wereld heeft op zijn fundamenten geschud. De kredietcrisis heeft laten zien hoe het financieel-economische bouwwerk als dominostenen om kan vallen. De aantasting van de natuur confronteert de mens met verregaande consequenties, die nauwelijks te overzien zijn. Men heeft nu de mond vol over politieke, financiële, economische en technische maatregelen, over het aan banden leggen van hedge funds, drempels in de weg en rekeningrijden om files te beheersen, spaarlampen en zonnepanelen om het energieverbruik te verminderen.

    Maar dit boek richt zich op de individuele mens, hoe hij anders kan leven, gelukkig kan zijn en daardoor economische rampen en milieurampen kan voorkomen. Het gaat over autonome zelfbepaling en inspireert het individu om een levenskunst te ontwikkelen die leidt tot duurzaam geluk en zingeving in leven en werken, individueel en sociaal, onafhankelijk van overmatige productie en consumptie. Als we over het vermogen beschikken om onze waarneming te verdiepen, hebben we in ons leven minder nodig om gelukkig te zijn.

    Het boek is kritisch, prikkelend en uitdagend en zet mensen aan het denken. Het is geschreven tegen de achtergrond van de filosofie van de levenskunst en positieve psychologie, met een stimulans om die in het dagelijkse leven toe te passen.

    Henk Smeijsters studeerde piano bij Jean Antonietti, sociale pedagogiek, andragogiek en muziekwetenschap aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen, waar hij ook promoveerde. Hij was docent muziekpsychologie, muziektherapie, creatieve therapie en onderzoeker aan deze universiteit en aan verscheidene hogescholen. Sinds 2003 is hij lector van KenVaK Kenniskring Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ-Hogeschool en de Stenden-Hogeschool. Daarnaast is hij hoofdopleider van de Master of Arts Therapies van de Hogeschool Zuyd en co-promotor van diverse universitaire promoties op het terrein van de vaktherapie. Hij publiceerde veelvuldig in binnen- en buitenland.

    In de media:

    "Het is een boek waar velen inspiratie en kracht zullen uithalen."

    Caleidoscoop (jrg. 25, nr. 2, blz. 42)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      1
      Uw winkelwagen
      Dingske-Handleiding bij het beeldboek
      Dingske-Handleiding bij het beeldboek
      Aantal: 1
      Prijs: 11,00
       11,00
      ×