Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sleutels voor de toekomst. Handleiding en tips voor ouders en school. (+ Set van 4 Sleutels (1 ex/ sleutel))

 12,50

Ondanks de democratisering van het onderwijs blijven de onderwijskansen van leerlingen ongelijk verdeeld naargelang hun sociale achtergrond. Kansarme leerlingen belanden te vaak in het buitengewoon/speciaal onderwijs, lopen meer dan anderen vertraging op, komen via de waterval in het onderwijssysteem vaker in het (deeltijds) beroepsonderwijs terecht en verlaten het onderwijs vaker zonder diploma.

De sleutels dienen als hulpmiddel en richten zich in de eerste plaats naar de ouders; ze hebben doelen voor ogen op het niveau van de (attitudes van) ouders. Maar om die doelen te bereiken is het belangrijk dat de school zelf ook een aantal initiatieven neemt. De handleiding reikt de school hiertoe praktische tips aan.

De sleutels willen uiteraard ook de kinderen aanspreken. Kinderen kunnen ouders er mee van overtuigen dat deelnemen aan het leven/ leren op school belangrijk en nuttig is. Maar kinderen zijn niet de belangrijkste ‘boodschappers’. Ouders moeten zelf tot de vereiste inzichten komen, zodat kinderen maximaal aan het onderwijs kunnen participeren.

U krijgt bij de handleiding ook een set met de vier verschillende sleutels:
(1) Kleuter - (2) Eerste leerjaar/groep 3 - (3) Secundair Onderwijs - (4) Verder studeren of werken?.

U kunt de sleutels ook elk apart bestellen in een set van 10 sleutels:
Sleutel 1 - Sleutel 2 - Sleutel 3 - Sleutel 4.

Saïda El Miniti is tewerkgesteld als opvoedster aan de Stedelijke Handelsschool in Turnhout.

Quick View

Sleutels voor de toekomst. Handleiding en tips voor ouders en school. (+ Set van 4 Sleutels (1 ex/ sleutel))

 12,50

Ondanks de democratisering van het onderwijs blijven de onderwijskansen van leerlingen ongelijk verdeeld naargelang hun sociale achtergrond. Kansarme leerlingen belanden te vaak in het buitengewoon/speciaal onderwijs, lopen meer dan anderen vertraging op, komen via de waterval in het onderwijssysteem vaker in het (deeltijds) beroepsonderwijs terecht en verlaten het onderwijs vaker zonder diploma.

De sleutels dienen als hulpmiddel en richten zich in de eerste plaats naar de ouders; ze hebben doelen voor ogen op het niveau van de (attitudes van) ouders. Maar om die doelen te bereiken is het belangrijk dat de school zelf ook een aantal initiatieven neemt. De handleiding reikt de school hiertoe praktische tips aan.

De sleutels willen uiteraard ook de kinderen aanspreken. Kinderen kunnen ouders er mee van overtuigen dat deelnemen aan het leven/ leren op school belangrijk en nuttig is. Maar kinderen zijn niet de belangrijkste ‘boodschappers’. Ouders moeten zelf tot de vereiste inzichten komen, zodat kinderen maximaal aan het onderwijs kunnen participeren.

U krijgt bij de handleiding ook een set met de vier verschillende sleutels:
(1) Kleuter - (2) Eerste leerjaar/groep 3 - (3) Secundair Onderwijs - (4) Verder studeren of werken?.

U kunt de sleutels ook elk apart bestellen in een set van 10 sleutels:
Sleutel 1 - Sleutel 2 - Sleutel 3 - Sleutel 4.

Saïda El Miniti is tewerkgesteld als opvoedster aan de Stedelijke Handelsschool in Turnhout.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Positief gedrag op school voor kinderen met ASS – Autismespectrumstoornissen. Individueel programma om de schoolcultuur te leren.

 34,80
Positief gedrag op school is een individueel gericht programma dat het sociale gedrag van leerlingen beoogt te definiëren, aan te leren en te ontwikkelen, zodat de schoolse prestaties en het emotionele welbevinden bevorderd en gegarandeerd worden. Het is ontworpen voor leerlingen met ASS – autismespectrumstoornissen, maar vanwege het visuele en expliciete karakter van het programma is het ook geschikt voor leerlingen die een risico lopen gedragsproblemen te ontwikkelen, zoals leerlingen met communicatieproblemen, ontwikkelingsachterstanden, NLD – Non-verbale leerstoornissen en leerlingen met een andere culturele achtergrond.

Het doel van dit programma is om een voorspelbare, consistente en positieve cultuur in alle contexten van de school (klas, gang, gymlokaal, eetzaal en zelfs de schoolbus) te bewerkstellingen voor leerlingen en schoolteams. Het programma richt zich door preventief handelen op het voorkomen van probleemgedrag van leerlingen en het beloont consistent de leerlingen die het adequate gedrag vertonen.

Alle onderwijskundige procedures (cartooninstructie, gevisualiseerde sociale scenario’s en video-modeling) zijn gericht op de ontwikkeling van zelfregulatie en gebaseerd op visuele ondersteuning, met als doel het adequaat schoolgedrag te verduidelijken. De betrokkenheid van ouders en leerlingen is essentieel om de ondersteuning van positief schoolgedrag tot een succes te maken.

Ina Miniankova is werkzaam als leraar, lector en onderzoeker in het aandachtsgebied Autisme, met speciale interesse voor sociale en gedragsproblemen bij autisme. Ze is doctor in de Pedagogische wetenschappen en docent aan de Wit-Russische Staatsuniversiteit, in de faculteit Speciaal Onderwijs. Ze gee les in de modules Autisme en Meervoudige Beperkingen.

Jan Schrurs hee werkervaring als leraar en orthopedagoog in het Speciaal Onderwijs voor kinderen met verstandelijke beperkingen. Hij werkt als GZpsycholoog in een eigen praktijk met mensen met autisme en gee les in de modules Autisme van de Masteropleiding Special Educational Needs (MSen) van Fontys Opleidingen Speciaal Onderwijs (OSO).


"Het boek is een echt 'praktijkboek', waarbij de theorie aan de praktijk gekoppeld wordt."
Tijdschrift voor Remedial Teaching, 2011/05, blz. 32

Quick View

Positief gedrag op school voor kinderen met ASS – Autismespectrumstoornissen. Individueel programma om de schoolcultuur te leren.

 34,80
Positief gedrag op school is een individueel gericht programma dat het sociale gedrag van leerlingen beoogt te definiëren, aan te leren en te ontwikkelen, zodat de schoolse prestaties en het emotionele welbevinden bevorderd en gegarandeerd worden. Het is ontworpen voor leerlingen met ASS – autismespectrumstoornissen, maar vanwege het visuele en expliciete karakter van het programma is het ook geschikt voor leerlingen die een risico lopen gedragsproblemen te ontwikkelen, zoals leerlingen met communicatieproblemen, ontwikkelingsachterstanden, NLD – Non-verbale leerstoornissen en leerlingen met een andere culturele achtergrond.

Het doel van dit programma is om een voorspelbare, consistente en positieve cultuur in alle contexten van de school (klas, gang, gymlokaal, eetzaal en zelfs de schoolbus) te bewerkstellingen voor leerlingen en schoolteams. Het programma richt zich door preventief handelen op het voorkomen van probleemgedrag van leerlingen en het beloont consistent de leerlingen die het adequate gedrag vertonen.

Alle onderwijskundige procedures (cartooninstructie, gevisualiseerde sociale scenario’s en video-modeling) zijn gericht op de ontwikkeling van zelfregulatie en gebaseerd op visuele ondersteuning, met als doel het adequaat schoolgedrag te verduidelijken. De betrokkenheid van ouders en leerlingen is essentieel om de ondersteuning van positief schoolgedrag tot een succes te maken.

Ina Miniankova is werkzaam als leraar, lector en onderzoeker in het aandachtsgebied Autisme, met speciale interesse voor sociale en gedragsproblemen bij autisme. Ze is doctor in de Pedagogische wetenschappen en docent aan de Wit-Russische Staatsuniversiteit, in de faculteit Speciaal Onderwijs. Ze gee les in de modules Autisme en Meervoudige Beperkingen.

Jan Schrurs hee werkervaring als leraar en orthopedagoog in het Speciaal Onderwijs voor kinderen met verstandelijke beperkingen. Hij werkt als GZpsycholoog in een eigen praktijk met mensen met autisme en gee les in de modules Autisme van de Masteropleiding Special Educational Needs (MSen) van Fontys Opleidingen Speciaal Onderwijs (OSO).


"Het boek is een echt 'praktijkboek', waarbij de theorie aan de praktijk gekoppeld wordt."
Tijdschrift voor Remedial Teaching, 2011/05, blz. 32

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De nagelstyliste

 14,50

  • Welk materiaal wordt gebruikt?
  • Welke technieken zijn op dit moment hèt van hèt om nagels zo mooi en afgewerkt mogelijk te maken?
  • Hoe is door de bomen nog het bos te zien?


  • Deze gids neemt de lezer beetje bij beetje mee op weg door de nagelwereld. Vaktermen, technieken en concrete tips rechtstreeks vanuit de praktijk worden uit de doeken gedaan. Stap voor stap wordt duidelijk wat het vak inhoudt, want dat is méér dan nagels zetten alleen. Het is een passie en een ondernemerschap.

    Het boek is bestemd voor wie nagelstyliste wil worden, in een opleiding of in zelfstudie, voor wie het beroep al uitoefent en voor wie een beroep doet op een nagelstyliste.

    Birgit De Metsenaere volgde de opleiding Schoonheidsverzorging in het volwassenonderwijs. Na de module Handverzorging behaalde ze het certificaat Nagelstyling. Naast haar beroepspraktijk in Zepperen, geeft ze inmiddels ook zelf les.

    Quick View

    De nagelstyliste

     14,50

  • Welk materiaal wordt gebruikt?
  • Welke technieken zijn op dit moment hèt van hèt om nagels zo mooi en afgewerkt mogelijk te maken?
  • Hoe is door de bomen nog het bos te zien?


  • Deze gids neemt de lezer beetje bij beetje mee op weg door de nagelwereld. Vaktermen, technieken en concrete tips rechtstreeks vanuit de praktijk worden uit de doeken gedaan. Stap voor stap wordt duidelijk wat het vak inhoudt, want dat is méér dan nagels zetten alleen. Het is een passie en een ondernemerschap.

    Het boek is bestemd voor wie nagelstyliste wil worden, in een opleiding of in zelfstudie, voor wie het beroep al uitoefent en voor wie een beroep doet op een nagelstyliste.

    Birgit De Metsenaere volgde de opleiding Schoonheidsverzorging in het volwassenonderwijs. Na de module Handverzorging behaalde ze het certificaat Nagelstyling. Naast haar beroepspraktijk in Zepperen, geeft ze inmiddels ook zelf les.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Autisme en de grenzen van de bekende wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 31)

     24,10

    In dit boek is Olga Bogdashina op zoek naar de grenzen van de bekende wereld. Ze doet dit door kenmerken van autisme te beschrijven waar we tot nu toe geen redelijke verklaringen voor kunnen geven. En toch zijn deze kenmerken vaak genoemd door hoogfunctionerende personen met autisme. Ook worden ze genoemd door kunstenaars en door ‘alternatieve wetenschappers’. Niet alleen door wetenschappers van nu. Ze zijn ook terug te vinden in werken van oudere generaties. In een interview bij het verschijnen van zijn boek ‘Hallucinaties’ (2012) zegt Oliver Sacks: “De aandacht voor de psychologie van generaties geleden is alleen maar logisch. In sommige opzichten denk ik dat ze nooit geëvenaard zijn.”

    In dit scherpzinnige boek onderzoekt Olga Bogdashina oude en nieuwe theorieën van zintuiglijke waarneming en communicatie bij autisme. Aan de hand van beschrijvingen van taalwetenschap, filosofie, neurowetenschappen, psychologie, antropologie en kwantummechanica kijkt ze hoe de zintuigen eenieder een persoonlijke blik op de wereld verschaffen.

    Olga Bogdashina stelt vastgestelde opvattingen over wat ‘normaal’ of wat ‘abnormaal’ is aan de kaak. Je hebt altijd wel mensen die zeggen dat mensen met autisme niet genoeg voelen. Bogdashina beweert het tegenovergestelde: Ze voelen te veel. Door de ‘waaroms’ en de ‘hoe’s’ van de zintuigen en de rol van taal in beeld te brengen leert Bogdashina hoe we de vermogens die onze kennis aanscherpen, kunnen ontwikkelen. Het zijn juist mensen met autisme die hier een intermediaire rol kunnen spelen. Dergelijke ‘vreemde’ krachten schuilen in alle mensen, maar de meeste lijken er niet goed op afgestemd te zijn. De ondertitel van dit boek ‘Wat we van autisme kunnen leren over de wereld om ons heen’ krijgt hiemee zijn volle betekenis.

    Dit boek zal ieder aanspreken met een persoonlijke of professionele belangstelling voor autisme.

    "vol waardevolle informatie over de manier van waarnemen bij mensen met autisme"
    Nieuwsbrief Sensomotorische Integratie april 2013

    Quick View

    Autisme en de grenzen van de bekende wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 31)

     24,10

    In dit boek is Olga Bogdashina op zoek naar de grenzen van de bekende wereld. Ze doet dit door kenmerken van autisme te beschrijven waar we tot nu toe geen redelijke verklaringen voor kunnen geven. En toch zijn deze kenmerken vaak genoemd door hoogfunctionerende personen met autisme. Ook worden ze genoemd door kunstenaars en door ‘alternatieve wetenschappers’. Niet alleen door wetenschappers van nu. Ze zijn ook terug te vinden in werken van oudere generaties. In een interview bij het verschijnen van zijn boek ‘Hallucinaties’ (2012) zegt Oliver Sacks: “De aandacht voor de psychologie van generaties geleden is alleen maar logisch. In sommige opzichten denk ik dat ze nooit geëvenaard zijn.”

    In dit scherpzinnige boek onderzoekt Olga Bogdashina oude en nieuwe theorieën van zintuiglijke waarneming en communicatie bij autisme. Aan de hand van beschrijvingen van taalwetenschap, filosofie, neurowetenschappen, psychologie, antropologie en kwantummechanica kijkt ze hoe de zintuigen eenieder een persoonlijke blik op de wereld verschaffen.

    Olga Bogdashina stelt vastgestelde opvattingen over wat ‘normaal’ of wat ‘abnormaal’ is aan de kaak. Je hebt altijd wel mensen die zeggen dat mensen met autisme niet genoeg voelen. Bogdashina beweert het tegenovergestelde: Ze voelen te veel. Door de ‘waaroms’ en de ‘hoe’s’ van de zintuigen en de rol van taal in beeld te brengen leert Bogdashina hoe we de vermogens die onze kennis aanscherpen, kunnen ontwikkelen. Het zijn juist mensen met autisme die hier een intermediaire rol kunnen spelen. Dergelijke ‘vreemde’ krachten schuilen in alle mensen, maar de meeste lijken er niet goed op afgestemd te zijn. De ondertitel van dit boek ‘Wat we van autisme kunnen leren over de wereld om ons heen’ krijgt hiemee zijn volle betekenis.

    Dit boek zal ieder aanspreken met een persoonlijke of professionele belangstelling voor autisme.

    "vol waardevolle informatie over de manier van waarnemen bij mensen met autisme"
    Nieuwsbrief Sensomotorische Integratie april 2013

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Prikkels in de groep (Fontys-OSO-Reeks, nr. 30)

     22,70
    Er zijn kinderen die voortdurend alert zijn op wat er in hun omgeving gebeurt, kinderen die altijd een voorwerp in de hand houden om eraan te voelen, kinderen die bij het horen van harde geluiden uit de groep rennen, kinderen die regelmatig aan hun groepsgenootjes ruiken, kinderen die overal op klimmen en geen gevaar lijken te kennen en kinderen die om de haverklap tegen groepsgenoten opbotsen. Als ouders, leerkrachten en begeleiders ben je je er niet altijd van bewust dat deze gedragingen ontstaan vanuit een voor dit kind bijzondere manier van verwerken van prikkels.

    Deze bijzonderheden vragen om een op het individuele kind afgestemde begeleidingsstijl, activiteiten en aangepaste omgeving binnen de groep. Een lastige opgave en een dagelijkse uitdaging, maar noodzakelijk om te voorkomen dat bijzonderheden in de sensorische informatieverwerking de ontwikkeling van kinderen met een verstandelijke beperking belemmeren.

    ‘Prikkels in de groep!’ biedt praktische handvatten. De lezer kan met de uitleg, voorbeelden en de praktische oplossingen goed aansluiten bij de prikkelbehoefte van de kinderen en passende begeleiding bieden aan de groep.

    Beschreven wordt welke manieren van prikkelverwerking er zijn en hoe de zintuigen informatie verwerken. Aandacht wordt besteed aan de invloed van omgevingsfactoren en diverse aspecten die nodig zijn om kinderen in een groep te begeleiden. Door een beter begrip van gedrag met sensorische oorzaken ontstaat voor ieder kind een sensorisch waardevolle omgeving.
    Kijk voor meer informatie en voor aanvullende voorbeelden op www.prikkelsindegroep.nl.

    Robert de Hoog is werkzaam als SI-therapeut/fysiotherapeut, Sandra Stultiens-Houben is autismespecialist / leerkracht en Ingrid van der Heijden is orthopedagoog / gezondheidzorgpsycholoog. Ze werken allen binnen de zorg en onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.

    Tientallen concrete tips en adviezen passeren de revue. Waarlijk de sterkte van dit boek.
    Kortom, vlot toegankelijk, vol praktische, makkelijk uit te voeren ideeën die (haast letterlijk) een wereld van verschil kunnen maken.

    Autisme Centraal (jrg. 32, nr. 1, blz.12)

    Quick View

    Prikkels in de groep (Fontys-OSO-Reeks, nr. 30)

     22,70
    Er zijn kinderen die voortdurend alert zijn op wat er in hun omgeving gebeurt, kinderen die altijd een voorwerp in de hand houden om eraan te voelen, kinderen die bij het horen van harde geluiden uit de groep rennen, kinderen die regelmatig aan hun groepsgenootjes ruiken, kinderen die overal op klimmen en geen gevaar lijken te kennen en kinderen die om de haverklap tegen groepsgenoten opbotsen. Als ouders, leerkrachten en begeleiders ben je je er niet altijd van bewust dat deze gedragingen ontstaan vanuit een voor dit kind bijzondere manier van verwerken van prikkels.

    Deze bijzonderheden vragen om een op het individuele kind afgestemde begeleidingsstijl, activiteiten en aangepaste omgeving binnen de groep. Een lastige opgave en een dagelijkse uitdaging, maar noodzakelijk om te voorkomen dat bijzonderheden in de sensorische informatieverwerking de ontwikkeling van kinderen met een verstandelijke beperking belemmeren.

    ‘Prikkels in de groep!’ biedt praktische handvatten. De lezer kan met de uitleg, voorbeelden en de praktische oplossingen goed aansluiten bij de prikkelbehoefte van de kinderen en passende begeleiding bieden aan de groep.

    Beschreven wordt welke manieren van prikkelverwerking er zijn en hoe de zintuigen informatie verwerken. Aandacht wordt besteed aan de invloed van omgevingsfactoren en diverse aspecten die nodig zijn om kinderen in een groep te begeleiden. Door een beter begrip van gedrag met sensorische oorzaken ontstaat voor ieder kind een sensorisch waardevolle omgeving.
    Kijk voor meer informatie en voor aanvullende voorbeelden op www.prikkelsindegroep.nl.

    Robert de Hoog is werkzaam als SI-therapeut/fysiotherapeut, Sandra Stultiens-Houben is autismespecialist / leerkracht en Ingrid van der Heijden is orthopedagoog / gezondheidzorgpsycholoog. Ze werken allen binnen de zorg en onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.

    Tientallen concrete tips en adviezen passeren de revue. Waarlijk de sterkte van dit boek.
    Kortom, vlot toegankelijk, vol praktische, makkelijk uit te voeren ideeën die (haast letterlijk) een wereld van verschil kunnen maken.

    Autisme Centraal (jrg. 32, nr. 1, blz.12)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De kracht van een foto (De Veerman-bibliotheek nr. 7)

     22,90
    De kracht van een foto gaat uit van ervaringen in projecten die geïllustreerd worden verteld. Vanuit deze praktijk rees de behoefte het geheel ook theoretisch te onderbouwen. Wat werkt er en hoe werkt het?

    Op de snijlijn van praktijk en theorie ontstond dit boek. Zowel doeners als denkers vinden er hun gading in over fotografie als middel voor de weerbaarheid van mensen. Het vertelt over de ervaringen van Hilde Braet en haalt ook voorbeelden aan van artiesten die met het medium dit veld verkenden of er hun praktijk mee uitbouwden.

    Fotografie als krachtig medium in de ontwikkeling van mens en samenleving, fotografie als onafhankelijk en scherp beeldinstrument, fotografie als fotografie, daar gaat het over.

    Quick View

    De kracht van een foto (De Veerman-bibliotheek nr. 7)

     22,90
    De kracht van een foto gaat uit van ervaringen in projecten die geïllustreerd worden verteld. Vanuit deze praktijk rees de behoefte het geheel ook theoretisch te onderbouwen. Wat werkt er en hoe werkt het?

    Op de snijlijn van praktijk en theorie ontstond dit boek. Zowel doeners als denkers vinden er hun gading in over fotografie als middel voor de weerbaarheid van mensen. Het vertelt over de ervaringen van Hilde Braet en haalt ook voorbeelden aan van artiesten die met het medium dit veld verkenden of er hun praktijk mee uitbouwden.

    Fotografie als krachtig medium in de ontwikkeling van mens en samenleving, fotografie als onafhankelijk en scherp beeldinstrument, fotografie als fotografie, daar gaat het over.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Werken met passie

     16,60
    Dit werk is geschreven door de leerlingen van het Koninklijk Atheneum van Sint-Truiden in kader van het project ‘Oral History’, samen met een aantal leerkrachten.

    Het vierde ‘Oral History’ project haakt in op de brandende onzekerheid en ontreddering.
    Leerlingen van het zesde jaar interviewden mensen vanaf 45 jaar over hun ervaringen op de werkvloer en goten die getuigenissen in verhalen.

    Dit boek bestrijkt een brede waaier van beroepen en hangt een levendig beeld op van de aard en de evolutie van het werk, de betrokkenheid bij de arbeid en de omgang met collega’s, bazen en klanten. Sommige getuigen vullen het leven met hun werk en spreken over de verwezenlijking van een droom. Sommigen betreuren hun keuze en mijmeren over gemiste kansen.

    Quick View

    Werken met passie

     16,60
    Dit werk is geschreven door de leerlingen van het Koninklijk Atheneum van Sint-Truiden in kader van het project ‘Oral History’, samen met een aantal leerkrachten.

    Het vierde ‘Oral History’ project haakt in op de brandende onzekerheid en ontreddering.
    Leerlingen van het zesde jaar interviewden mensen vanaf 45 jaar over hun ervaringen op de werkvloer en goten die getuigenissen in verhalen.

    Dit boek bestrijkt een brede waaier van beroepen en hangt een levendig beeld op van de aard en de evolutie van het werk, de betrokkenheid bij de arbeid en de omgang met collega’s, bazen en klanten. Sommige getuigen vullen het leven met hun werk en spreken over de verwezenlijking van een droom. Sommigen betreuren hun keuze en mijmeren over gemiste kansen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Meerkeuzetoetsen. Praktische handleiding voor leerkrachten en docenten;

     14,00
    Wat zijn cruciale vuistregels bij het formuleren van eenduidige en efficiënte meerkeuzevragen? Hoe kan je meerkeuzevragen opstellen die peilen naar zowel kennis, inzicht als toepassingen? Hoe kan je voorkomen dat meerkeuzevragen hints bevatten naar het juiste antwoord? Is giscorrectie altijd de beste methode om gokken bij studenten te ontmoedigen?

    Meer en meer lesgevers, zowel in het hoger onderwijs als in de derde graad van het secundair onderwijs, maken gebruik van meerkeuze-examens. Deze handleiding biedt mogelijkheden aan om de kwaliteit van meerkeuzevragen te controleren. Ook worden verschillende methodes om het gokken van studenten tegen te gaan, besproken. Daarnaast staat dit boek boordevol praktische tips m.b.t. inhoudelijke en vormelijke aspecten van meerkeuzevragen, met een handige checklist als toemaatje.

    De synergie tussen onderzoek, onderwijsbeleid en praktijk maakt van deze handleiding een interessant hulpmiddel voor alle lesgevers die aan de slag willen gaan met meerkeuzevragen in hun onderwijspraktijk, voor verantwoordelijken toetsbeleid of voor iedereen die docenten ondersteunt in hun onderwijs- of evaluatiepraktijk.

    Elien Sabbe is onderwijspedagoge en werkt als beleidsmedewerker aan de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van de Universiteit Gent. Tot haar verantwoordelijkheden behoren het ontwikkelen van kwaliteitszorginstrumenten en het verzorgen van het professionaliseringsaanbod voor lesgevers aan de universiteit. Ze verzorgt binnen en buiten de universiteit trainingen over en adviseert docenten bij het opmaken van hun meerkeuzetoetsen.

    Ellen Lesage is eveneens onderwijspedagoge en is momenteel verantwoordelijk voor een universiteitsbreed onderzoeksproject over giscorrectie en alternatieve scoringsmethodes bij meerkeuzetoetsen. Dit project kwam tot stand in samenwerking met de vakgroep Onderwijskunde en de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van Universiteit Gent.

    In de media:
    "Het is de verdienste van dit kleine boekje om met vele praktijkvoorbeelden een aantal goede praktijken, maar ook valkuilen en te mijden strikvragen door te lichten. (..) Meerkeuzetoetsen hebben zeker een grote meerwaarde, maar dan wel op voorwaarde dat ze degelijk voorbereid en geëvalueerd worden."
    Volledige recensie op BOCO Brussel

    Quick View

    Meerkeuzetoetsen. Praktische handleiding voor leerkrachten en docenten;

     14,00
    Wat zijn cruciale vuistregels bij het formuleren van eenduidige en efficiënte meerkeuzevragen? Hoe kan je meerkeuzevragen opstellen die peilen naar zowel kennis, inzicht als toepassingen? Hoe kan je voorkomen dat meerkeuzevragen hints bevatten naar het juiste antwoord? Is giscorrectie altijd de beste methode om gokken bij studenten te ontmoedigen?

    Meer en meer lesgevers, zowel in het hoger onderwijs als in de derde graad van het secundair onderwijs, maken gebruik van meerkeuze-examens. Deze handleiding biedt mogelijkheden aan om de kwaliteit van meerkeuzevragen te controleren. Ook worden verschillende methodes om het gokken van studenten tegen te gaan, besproken. Daarnaast staat dit boek boordevol praktische tips m.b.t. inhoudelijke en vormelijke aspecten van meerkeuzevragen, met een handige checklist als toemaatje.

    De synergie tussen onderzoek, onderwijsbeleid en praktijk maakt van deze handleiding een interessant hulpmiddel voor alle lesgevers die aan de slag willen gaan met meerkeuzevragen in hun onderwijspraktijk, voor verantwoordelijken toetsbeleid of voor iedereen die docenten ondersteunt in hun onderwijs- of evaluatiepraktijk.

    Elien Sabbe is onderwijspedagoge en werkt als beleidsmedewerker aan de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van de Universiteit Gent. Tot haar verantwoordelijkheden behoren het ontwikkelen van kwaliteitszorginstrumenten en het verzorgen van het professionaliseringsaanbod voor lesgevers aan de universiteit. Ze verzorgt binnen en buiten de universiteit trainingen over en adviseert docenten bij het opmaken van hun meerkeuzetoetsen.

    Ellen Lesage is eveneens onderwijspedagoge en is momenteel verantwoordelijk voor een universiteitsbreed onderzoeksproject over giscorrectie en alternatieve scoringsmethodes bij meerkeuzetoetsen. Dit project kwam tot stand in samenwerking met de vakgroep Onderwijskunde en de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van Universiteit Gent.

    In de media:
    "Het is de verdienste van dit kleine boekje om met vele praktijkvoorbeelden een aantal goede praktijken, maar ook valkuilen en te mijden strikvragen door te lichten. (..) Meerkeuzetoetsen hebben zeker een grote meerwaarde, maar dan wel op voorwaarde dat ze degelijk voorbereid en geëvalueerd worden."
    Volledige recensie op BOCO Brussel

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Samen tot aan de meet – Inspiratieboek

     24,90
    Zittenblijven blijkt volgens onderzoek minder effectief dan verondersteld. De praktijk van zittenblijven moet dan ook op elke school in vraag gesteld worden. Doel is zittenblijven op termijn te vervangen door alternatieven die het individuele leerproces versnellen en verrijken. Hiervoor reikt dit boek de nodige handvaten aan. Het boek biedt daartoe een mix van wetenschappelijke kadering, ondersteunende fiches, instrumenten en inspirerende praktijkverhalen.

    Concreet is dit boek een vervolg op de publicatie Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven dat in 2011 werd uitgegeven door Garant.

    Het is bedoeld als een inspiratieboek dat samen tot aan de meet in de school toepasbaar maakt. Als dusdanig is het bestemd voor directie, leerkrachten en andere voortrekkers die ervan overtuigd zijn dat zittenblijven in hun school een probleem vormt en die met hun team op zoek willen gaan naar alternatieven.

    Zie ook inspiratieboek 2

    Goedroen Juchtmans, Anneloes Vandenbroucke en Heidi Knipprath zijn verbonden aan de onderzoekgroep ‘Onderwijs en Levenslang Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving.

    Eva Franck en Johan Huybrechts werken aan de afdeling algemeen onderwijsbeleid van de Stad Antwerpen.

    Katrien De Roover studeert onderwijskunde aan de Vrije universiteit Brussel en deed haar praktijkstage bij de afdeling algemeen onderwijsbeleid van de stad Antwerpen.



    Conferentie 'Samen tot aan de meet' in Het Boekenpodium
    PDF presentatie

    Voor een overzicht van de conferenties in Het Boekenpodium: www.hetboekenpodium.eu.

    Quick View

    Samen tot aan de meet – Inspiratieboek

     24,90
    Zittenblijven blijkt volgens onderzoek minder effectief dan verondersteld. De praktijk van zittenblijven moet dan ook op elke school in vraag gesteld worden. Doel is zittenblijven op termijn te vervangen door alternatieven die het individuele leerproces versnellen en verrijken. Hiervoor reikt dit boek de nodige handvaten aan. Het boek biedt daartoe een mix van wetenschappelijke kadering, ondersteunende fiches, instrumenten en inspirerende praktijkverhalen.

    Concreet is dit boek een vervolg op de publicatie Samen tot aan de meet. Alternatieven voor zittenblijven dat in 2011 werd uitgegeven door Garant.

    Het is bedoeld als een inspiratieboek dat samen tot aan de meet in de school toepasbaar maakt. Als dusdanig is het bestemd voor directie, leerkrachten en andere voortrekkers die ervan overtuigd zijn dat zittenblijven in hun school een probleem vormt en die met hun team op zoek willen gaan naar alternatieven.

    Zie ook inspiratieboek 2

    Goedroen Juchtmans, Anneloes Vandenbroucke en Heidi Knipprath zijn verbonden aan de onderzoekgroep ‘Onderwijs en Levenslang Leren’ van het HIVA (KU Leuven), Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving.

    Eva Franck en Johan Huybrechts werken aan de afdeling algemeen onderwijsbeleid van de Stad Antwerpen.

    Katrien De Roover studeert onderwijskunde aan de Vrije universiteit Brussel en deed haar praktijkstage bij de afdeling algemeen onderwijsbeleid van de stad Antwerpen.



    Conferentie 'Samen tot aan de meet' in Het Boekenpodium
    PDF presentatie

    Voor een overzicht van de conferenties in Het Boekenpodium: www.hetboekenpodium.eu.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Tweemaal oorlog, driemaal honger (Reeks Keuken en Tafel: nr 2)

     24,00
    De voedingsgeschiedenis van de twintigste eeuw wordt sterk gekleurd door de twee wereldoorlogen en de crisisperiode van het interbellum. Driemaal komt de pas verbeterde voedselsituatie van de globale bevolking in het gedrang en moet deze weer haar toevlucht nemen tot beproefde “armoerecepten”.

    Bovendien bepalen de gebeurtenissen tussen 1914 en 1944 in grote mate het beleid dat achteraf zal worden gevoerd. “Nooit meer honger” wordt evenzeer als “Nooit meer oorlog” een soort van begrijpelijk adagium. Tot in het ongerijmde, als de te overvloedige en ongecontroleerde productie voor onder meer “melkplassen” en “boterbergen”zorgt.

    Eddie Niesten is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat. Hij publiceerde meerdere uitgaven met betrekking tot historische gastronomie en culinaire ontwikkelingen.

    Zie ook Keuken en tafel 1: Op de wijze van de chef

    Quick View

    Tweemaal oorlog, driemaal honger (Reeks Keuken en Tafel: nr 2)

     24,00
    De voedingsgeschiedenis van de twintigste eeuw wordt sterk gekleurd door de twee wereldoorlogen en de crisisperiode van het interbellum. Driemaal komt de pas verbeterde voedselsituatie van de globale bevolking in het gedrang en moet deze weer haar toevlucht nemen tot beproefde “armoerecepten”.

    Bovendien bepalen de gebeurtenissen tussen 1914 en 1944 in grote mate het beleid dat achteraf zal worden gevoerd. “Nooit meer honger” wordt evenzeer als “Nooit meer oorlog” een soort van begrijpelijk adagium. Tot in het ongerijmde, als de te overvloedige en ongecontroleerde productie voor onder meer “melkplassen” en “boterbergen”zorgt.

    Eddie Niesten is oprichter en bezieler van het cultureel-culinaire initiatief Keukenhistories & Tafelpraat. Hij publiceerde meerdere uitgaven met betrekking tot historische gastronomie en culinaire ontwikkelingen.

    Zie ook Keuken en tafel 1: Op de wijze van de chef

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Elk kind een lezer. Preventie van leesmoeilijkheden door effectief onderwijs.

     23,70
    De meest elementaire vaardigheid die bijna alle kinderen in de basisschool opdoen is leren lezen. Door niemand wordt het belang daarvan betwist. Voor de toekomst van elk kind is het van groot belang dat het goed leert lezen in de basisschool. Een probleem is echter dat minstens een kwart van de kinderen als een niet goede lezer de basisschool verlaat. Dit is een zorgelijk gegeven en heeft negatieve gevolgen voor de toekomst van die kinderen, zowel voor hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs als voor hun latere functioneren in de samenleving. Door het ontbreken van een goede leesvaardigheid is het bijna onmogelijk om je staande te houden in een hoog geïndustrialiseerde samenleving, waarin geschreven taal een belangrijke rol speelt.

    Er is internationaal veel leeskennis na 2000 opgeleverd die daadwerkelijk bijdraagt tot beter lezen van elk kind en dan in het bijzonder voor de zogenaamde risicolezer. Deze kennis moet zijn weg naar de klas vinden en dat doet dit op de onderwijspraktijk gerichte boek. Naast effectief gebleken leesinzichten, wordt er uitvoerig ingegaan op wat er nodig is om deze in scholen en klassen te realiseren. Van elk kind een goede lezer maken is immers van cruciaal belang voor de toekomst van elk kind. Bovendien heeft elk kind recht op het beste leesonderwijs.

    Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein in Hengelo. Hij publiceert in diverse tijdschriften in Nederland en België over het taal-/leesonderwijs.

    Bij Garant verscheen ook zijn boek Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten.

    "zeker een aanrader"
    Caleidoscoop, jrg. 25, nr. 5, blz. 38

    Quick View

    Elk kind een lezer. Preventie van leesmoeilijkheden door effectief onderwijs.

     23,70
    De meest elementaire vaardigheid die bijna alle kinderen in de basisschool opdoen is leren lezen. Door niemand wordt het belang daarvan betwist. Voor de toekomst van elk kind is het van groot belang dat het goed leert lezen in de basisschool. Een probleem is echter dat minstens een kwart van de kinderen als een niet goede lezer de basisschool verlaat. Dit is een zorgelijk gegeven en heeft negatieve gevolgen voor de toekomst van die kinderen, zowel voor hun schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs als voor hun latere functioneren in de samenleving. Door het ontbreken van een goede leesvaardigheid is het bijna onmogelijk om je staande te houden in een hoog geïndustrialiseerde samenleving, waarin geschreven taal een belangrijke rol speelt.

    Er is internationaal veel leeskennis na 2000 opgeleverd die daadwerkelijk bijdraagt tot beter lezen van elk kind en dan in het bijzonder voor de zogenaamde risicolezer. Deze kennis moet zijn weg naar de klas vinden en dat doet dit op de onderwijspraktijk gerichte boek. Naast effectief gebleken leesinzichten, wordt er uitvoerig ingegaan op wat er nodig is om deze in scholen en klassen te realiseren. Van elk kind een goede lezer maken is immers van cruciaal belang voor de toekomst van elk kind. Bovendien heeft elk kind recht op het beste leesonderwijs.

    Dr. Kees Vernooy is als lector verbonden aan de hogeschool Edith Stein in Hengelo. Hij publiceert in diverse tijdschriften in Nederland en België over het taal-/leesonderwijs.

    Bij Garant verscheen ook zijn boek Opbrengstgericht werken: Vlot en Vloeiend lezen. Werkboek voor Pabostudenten.

    "zeker een aanrader"
    Caleidoscoop, jrg. 25, nr. 5, blz. 38

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Gezinnen in soorten

     22,20
    Het traditionele kerngezin met twee biologische ouders en hun kind(eren) kunnen we niet langer zien als de norm. De titel van dit boek verwijst dan ook naar de diversiteit in gezinnen impliciet naar de opvoeding die gepaard gaat met vele veranderingen en aanpassingen in gezinnen. Deze publicatie schetst een actuele stand van zaken omtrent de ouder-kindrelatie binnen specifieke gezinsomstandigheden.

    Onder meer de volgende thema’s komen aan bod: vaders, opvoeding van meerdere kinderen, het opvoeden van meerlingen, kinderopvang en de professionaliteitsdiscussie, opvoeding in islamitische allochtone gezinnen, scheiding en opvoeding, adoptie en de ouder-kindrelatie, opvoeding na medisch begeleide bevruchting en door lesbische moeders.

    Verschillende experten hebben deze topics vanuit wetenschappelijk of beleidsmatig oogpunt uigediept. Overzichten van recent onderzoek, beleidsvisies en verwijzingen naar de pedagogische praktijk bieden een voedingsbodem voor kritische reflectie en discussie over deze maatschappelijk relevante onderwerpen.

    Het boek is prima geschikt voor gebruik in het hoger beroepsonderwijs, universitaire opleidingen en bijscholingen. Ook een ruimer publiek met interesse voor gezin en opvoeding vindt er zijn gading in.

    Prof. dr. Karla Van Leeuwen doceert aan de KU Leuven en is er onderzoeker bij de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek.

    Dr. Hans Van Crombrugge is hoofdlector aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.

    Quick View

    Gezinnen in soorten

     22,20
    Het traditionele kerngezin met twee biologische ouders en hun kind(eren) kunnen we niet langer zien als de norm. De titel van dit boek verwijst dan ook naar de diversiteit in gezinnen impliciet naar de opvoeding die gepaard gaat met vele veranderingen en aanpassingen in gezinnen. Deze publicatie schetst een actuele stand van zaken omtrent de ouder-kindrelatie binnen specifieke gezinsomstandigheden.

    Onder meer de volgende thema’s komen aan bod: vaders, opvoeding van meerdere kinderen, het opvoeden van meerlingen, kinderopvang en de professionaliteitsdiscussie, opvoeding in islamitische allochtone gezinnen, scheiding en opvoeding, adoptie en de ouder-kindrelatie, opvoeding na medisch begeleide bevruchting en door lesbische moeders.

    Verschillende experten hebben deze topics vanuit wetenschappelijk of beleidsmatig oogpunt uigediept. Overzichten van recent onderzoek, beleidsvisies en verwijzingen naar de pedagogische praktijk bieden een voedingsbodem voor kritische reflectie en discussie over deze maatschappelijk relevante onderwerpen.

    Het boek is prima geschikt voor gebruik in het hoger beroepsonderwijs, universitaire opleidingen en bijscholingen. Ook een ruimer publiek met interesse voor gezin en opvoeding vindt er zijn gading in.

    Prof. dr. Karla Van Leeuwen doceert aan de KU Leuven en is er onderzoeker bij de Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek.

    Dr. Hans Van Crombrugge is hoofdlector aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen

     20,50

    Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.

  • Waarom uit huis?
  • Hoe besluit je wat het goede moment is?
  • Voor welke huisvesting kies je?
  • Welke factoren spelen een rol bij die keuze?
  • Hoe bereid je je kind voor op de verhuizing?
  • Hoe weet je of je kind zich daar goed bij voelt?
  • Hoe stel je je de samenwerking met professionals voor?


  • Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.

    De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.

    Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.


    Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    "De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
    Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)

    Quick View

    Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen

     20,50

    Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.

  • Waarom uit huis?
  • Hoe besluit je wat het goede moment is?
  • Voor welke huisvesting kies je?
  • Welke factoren spelen een rol bij die keuze?
  • Hoe bereid je je kind voor op de verhuizing?
  • Hoe weet je of je kind zich daar goed bij voelt?
  • Hoe stel je je de samenwerking met professionals voor?


  • Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.

    De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.

    Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.


    Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    "De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
    Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas

     30,40
    Talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas Voor het eerst naar school gaan is voor een kleuter een nieuwe ervaring. Hij moet leren leven in een groep van kinderen, zich aanpassen aan onbekende situaties, omgaan met vreemde volwassenen. Er duiken ook verschillende routines of gewoonten op binnen die specifieke schoolstructuur. Routines zijn krachtige leermomenten, omdat ze een belangrijk aandeel hebben in de schooldag en nauw aansluiten bij de behoeften en de ontwikkeling van een jonge kleuter. Bovendien zijn het dé momenten bij uitstek om een rijk en begrijpelijk taalaanbod aan te bieden, spreekkansen en spreekruimte te creëren en veel individuele feedback te geven. En ze vormen de uitgelezen kans om te communiceren met ouders en hen te betrekken bij het klasgebeuren. Het loont dus meer dan de moeite om routines zinvol en betekenisvol in te vullen in functie van het welbevinden, de ontwikkeling en de taalverwerving van een jonge kleuter. Om dit te realiseren reikt dit boek inspirerende ideeën aan rond dagelijkse routines.

    Quick View

    Minimaal Maxitaal – Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas

     30,40
    Talige tips bij routines in de onthaalklas en eerste kleuterklas Voor het eerst naar school gaan is voor een kleuter een nieuwe ervaring. Hij moet leren leven in een groep van kinderen, zich aanpassen aan onbekende situaties, omgaan met vreemde volwassenen. Er duiken ook verschillende routines of gewoonten op binnen die specifieke schoolstructuur. Routines zijn krachtige leermomenten, omdat ze een belangrijk aandeel hebben in de schooldag en nauw aansluiten bij de behoeften en de ontwikkeling van een jonge kleuter. Bovendien zijn het dé momenten bij uitstek om een rijk en begrijpelijk taalaanbod aan te bieden, spreekkansen en spreekruimte te creëren en veel individuele feedback te geven. En ze vormen de uitgelezen kans om te communiceren met ouders en hen te betrekken bij het klasgebeuren. Het loont dus meer dan de moeite om routines zinvol en betekenisvol in te vullen in functie van het welbevinden, de ontwikkeling en de taalverwerving van een jonge kleuter. Om dit te realiseren reikt dit boek inspirerende ideeën aan rond dagelijkse routines.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.

     22,60

    Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.

    Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning. Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te implementeren binnen een handelingsplanning.


    Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel, stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.

    Quick View

    Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften. Ontwikkelingsgericht werken.

     22,60

    Leerkrachten willen met hun leerlingen vooropgestelde ontwikkelingsdoelstellingen bereiken. Het is niet altijd duidelijk wat de beste weg daarnaartoe is. Zeker niet voor leerlingen met beperkingen, zowel in buitengewoon/speciaal onderwijs als in het gewoon/regulier onderwijs.

    Deze publicatie geeft een beeld van hoe doelgericht kan worden gewerkt met deze leerlingen. Het hoofddoel is de kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Daarom moet eerst worden bepaald wat belangrijk voor ze is. Het uitgangspunt is de beeldvorming van het kind. Hierbij spelen de verwachtingen van kinderen, ouders en maatschappij hun rol. Het hoofddoel moet worden bewaakt door gericht te werken. Dat kan door subdoelen te bepalen en te kaderen in het cyclisch en dynamisch proces van handelingsplanning. Daarop volgt de concrete uitwerking op school-, groeps- en kindniveau. Een uitgebreid deel van het boek is besteed aan een volledig uitgewerkt voorstel om ontwikkelingsdoelen te implementeren binnen een handelingsplanning.


    Marc Van Gils was onderwijzer en directeur van een school voor buitengewoon/speciaal onderwijs in Wuustwezel, stafmedewerker bij Vlaams Verbond van het Katholiek Buitengewoon Onderwijs in Brussel. Nu geeft hij gastlessen aan diverse bachelor-nabacheloropleidingen in Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden

     21,00

    Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.

    Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.

    Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.

    Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.

    Tegelijk openen ze zo een ruimte om over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.

    Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute of Education, University of London.
    Stefan Ramaekers is verbonden aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.

    Quick View

    Goed ouderschap. Een andere kijk op opvoeden

     21,00

    Er zijn al tal van sociologische, historische en culturele analyses gemaakt van hoe het komt dat ouders in postindustriële, westerse samenlevingen een vaak overweldigende reeks van adviezen te verwerken krijgen over hoe hun kinderen op te voeden.

    Tegelijk bestaan er ook verschillende filosofische analyses van de juridische, morele en politieke kwesties omtrent vraagstukken rond voortplanting, de rechten van kinderen en de plichten van ouders, alsook een aantal filosofische beschouwingen over de verschuivingen in opvattingen over het kind en de ouder-kindrelaties.

    Deze publicatie heeft oog voor deze literatuur, maar is toch beduidend anders. De auteurs bieden een filosofisch georiënterende lezing van de alledaagse ervaringen van ouder-zijn en van de bijhorende overwegingen, oordelen en dilemma’s. In de exploratie van de ethische en conceptuele vragen die verbonden zijn aan de ouder- kindrelatie, laten ze de onherleidbare filosofische rijkdom van deze relatie zien.

    Daarmee leveren ze een belangrijk tegengewicht voor de al te empirische en grotendeels psychologische focus van een groot deel van de hedendaagse literatuur over opvoeden. Ze gebruiken daarbij voorbeelden en beschrijvingen vanuit een eerstepersoonsperspectief en tonen zo een aantal beperkingen aan van de wijze waarop vandaag doorgaans over ‘ouderschap’ gedacht en gesproken wordt.

    Tegelijk openen ze zo een ruimte om over opvoeding en ouder-kindrelatie op een andere manier na te denken dan in de termen die vandaag dominant zijn.

    Judith Suissa is docent wijsgerige pedagogiek aan het Institute of Education, University of London.
    Stefan Ramaekers is verbonden aan het Laboratorium voor Educatie en Samenleving van de KU Leuven en doceert er onder meer over wijsgerige pedagogiek en interpretatieve benaderingen van het pedagogisch onderzoek.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Handboek spraakapraxie bij volwassenen

     29,90
    Spraakapraxie is een complexe neurogene communicatiestoornis die, zeker in combinatie met afasie, frequent voorkomt. Dit handboek combineert evidence based informatie met klinische ervaring.

    Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.

    Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    "(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
    Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30

    "We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
    Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71

    Quick View

    Handboek spraakapraxie bij volwassenen

     29,90
    Spraakapraxie is een complexe neurogene communicatiestoornis die, zeker in combinatie met afasie, frequent voorkomt. Dit handboek combineert evidence based informatie met klinische ervaring.

    Eerst wordt het concept spraakapraxie gedefinieerd en worden de voornaamste symptomen geïllustreerd. Dan komen de diagnostische criteria, de beschikbare diagnostische instrumenten en de differentiële diagnostiek met andere neurogene communicatiestoornissen aan bod. De integrale stimulatiemethode en de principes van motorisch leren vormen de fundamenten van het behandelingsconcept, dat concreet vorm krijgt in verschillende therapiemethodes, zoals de Sound Production Treatment, Melodic Intonation Therapy en Speech-Music Therapy for Aphasia. Aan de hand van het ICF-model en een getuigenis wordt tenslotte de psychosociale impact van de stoornis behandeld.

    Het handboek bevat meer dan 40 verwerkingsopdrachten en 50 kaders met klinisch bruikbaar materiaal.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Frank Paemeleire is verbonden aan de Logopedische Dienst van het Algemeen Ziekenhuis Maria-Middelares in Gent en hij is lector aan de opleiding Professionele Bachelor in de Logopedie en de Audiologie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    "(...) een compleet overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot alle aspecten van spraakapraxie bij volwassenen, met een duidelijke visie van de auteur. Een must voor iedereen die werkt met mensen met deze verworven aandoening!"
    Logopedie (NL), jrg. 85, nr. 3, blz. 30

    "We haalden er veel nieuwe inzichten en tips uit en ons inziens hoort het thuis op elke boekenplank van collega's die personen met neurogene stoornissen behandelen alsook diegenen die collega in wording zijn."
    Logopedie - VVL, mei-juni 2013, blz. 70-71

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding

     32,90

    Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.

    Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).

    Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.

    In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
  • Hoe ziet een goede (loopbaan)dialoog er uit?
  • Waarom vinden docenten het vaak moeilijk met hun studenten over hun loopbaan te praten?
  • Welke situaties bevorderen een dialoog?


  • Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.

    Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.

    Quick View

    Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding

     32,90

    Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.

    Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).

    Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.

    In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
  • Hoe ziet een goede (loopbaan)dialoog er uit?
  • Waarom vinden docenten het vaak moeilijk met hun studenten over hun loopbaan te praten?
  • Welke situaties bevorderen een dialoog?


  • Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.

    Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Werkboek voor afasie

     46,00
    Uit de logopedische praktijk blijkt dat er een grote behoefte is aan uitgewerkt oefenmateriaal voor personen met afasie op een hoger taalniveau. In dit boek zijn een honderdtal dergelijke oefeningen samengebracht. De eerste vier reeksen bevatten oefeningen voor specifieke taalvaardigheden (woordgebruik, ontwikkeling van de syntaxis, ordenen in taal, volgen van instructies), de volgende vier reeksen bevatten oefeningen voor het gebruik van feitenkennis, concreet en abstract redeneren en zich persoonlijk uitdrukken. De laatste reeks met aanvullend materiaal kan voor diverse doeleinden worden aangewend.

    Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.

    Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.

    Quick View

    Werkboek voor afasie

     46,00
    Uit de logopedische praktijk blijkt dat er een grote behoefte is aan uitgewerkt oefenmateriaal voor personen met afasie op een hoger taalniveau. In dit boek zijn een honderdtal dergelijke oefeningen samengebracht. De eerste vier reeksen bevatten oefeningen voor specifieke taalvaardigheden (woordgebruik, ontwikkeling van de syntaxis, ordenen in taal, volgen van instructies), de volgende vier reeksen bevatten oefeningen voor het gebruik van feitenkennis, concreet en abstract redeneren en zich persoonlijk uitdrukken. De laatste reeks met aanvullend materiaal kan voor diverse doeleinden worden aangewend.

    Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.

    Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.

    Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.



    Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.

     35,90
    In deze publicatie wordt de muziektherapeutische praktijk in de revalidatie in Nederland en België beschreven. Recente klinische ontwikkelingen uit de diverse praktijken zijn hier toegevoegd, zoals de behandeling van motorische, cognitieve en spraak- en taalstoornissen bij volwassenen, chronische pijn, ernstige meervoudige beperkingen bij kinderen, kanker en muziekblessures. Nieuw is ook de aandacht voor de sterk toegenomen kennis over de werking van muziek op de hersenen en de consequenties daarvan voor de klinische praktijk.

    Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.

    "een aanrader voor elke muziektherapeut"
    Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49

    Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.

    Quick View

    Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.

     35,90
    In deze publicatie wordt de muziektherapeutische praktijk in de revalidatie in Nederland en België beschreven. Recente klinische ontwikkelingen uit de diverse praktijken zijn hier toegevoegd, zoals de behandeling van motorische, cognitieve en spraak- en taalstoornissen bij volwassenen, chronische pijn, ernstige meervoudige beperkingen bij kinderen, kanker en muziekblessures. Nieuw is ook de aandacht voor de sterk toegenomen kennis over de werking van muziek op de hersenen en de consequenties daarvan voor de klinische praktijk.

    Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.

    "een aanrader voor elke muziektherapeut"
    Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49

    Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Psycho-educatie bij dyslexie

     41,20
    Heel wat kinderen met dyslexie ontwikkelen ook psychische klachten, zoals een negatief zelfbeeld, faalangst, depressiviteit, problemen met leeftijdsgenoten… Of ze die inderdaad ontwikkelen, heeft te maken met hoe zijzelf en hun omgeving omgaan met de problematiek. Daarom is het aangewezen om bij kinderen met dyslexie psycho-educatie in de behandeling op te nemen. Met de juiste inzichten zal de dyslexie minder belemmerend werken op andere domeinen. Ook de omgeving, zoals de ouders, heeft daar baat bij. Ze kunnen vanuit een helpende attitude het kind ondersteunen.

    Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
    Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.

    Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.

    Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.

    "Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
    Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)

    Quick View

    Psycho-educatie bij dyslexie

     41,20
    Heel wat kinderen met dyslexie ontwikkelen ook psychische klachten, zoals een negatief zelfbeeld, faalangst, depressiviteit, problemen met leeftijdsgenoten… Of ze die inderdaad ontwikkelen, heeft te maken met hoe zijzelf en hun omgeving omgaan met de problematiek. Daarom is het aangewezen om bij kinderen met dyslexie psycho-educatie in de behandeling op te nemen. Met de juiste inzichten zal de dyslexie minder belemmerend werken op andere domeinen. Ook de omgeving, zoals de ouders, heeft daar baat bij. Ze kunnen vanuit een helpende attitude het kind ondersteunen.

    Het doel van de psycho-educatie is de motivatie, de inzet en de actieve medewerking van het kind te verhogen, wat leidt tot betere resultaten van de behandeling.
    Het kind moet een stevige basis verwerven om gedurende zijn hele leven adequaat met zijn dyslexie om te gaan.

    Deze werkmap is geconcipieerd voor beginnende lezers die ervaren dat het leren lezen moeizaam verloopt en voor wie leerkrachten en andere begeleiders aandringen op bijkomende hulp.

    Nadja Brocatus, logopediste-stottertherapeute, is verbonden aan het Centrum voor Ambulante Revalidatie in Oostakker. Naast stotteren behandelt zij complexe leerstoornissen en ADHD. Ze doceert ook aan de Afstudeerrichting Logopedie van de Arteveldehogeschool in Gent.

    Kathleen Vermeersch, logopediste, is verbonden aan hetzelfde Centrum. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van complexe leerstoornissen en dyslexie. Daarnaast werkt ze in een groepsprivépraktijk in Nazareth.

    "Zowel de onderbouw als de werkbladen zijn heel degelijk uitgewerkt. De zorgverlener kan meteen aan de slag."
    Logopedie (jrg. 25, nr. 6, blz. 66)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Psychiatrie in de klas

     25,60

    Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.

    Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.

    Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.

    Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
  • Een korte en bondige uitleg over de problematieken, waardoor je de symptomen in de klas zeker zult herkennen.
  • Een beschrijving hoe je een professionele sterkte zwakte analyse maakt.
  • Richtlijnen met betrekking tot het ontwikkelingsperspectief per problematiek.
  • De bewezen belangrijke doelen waar men aan moet werken om de schoolse ontwikkeling vlot te trekken.
  • Per problematiek best practice handvatten.


  • Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!

    Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
    Zie www.wervelkind.nl.

    Quick View

    Psychiatrie in de klas

     25,60

    Passend en opbrengstgericht onderwijs bij leerlingen met psychiatrische problematiek.

    Uiteraard gun je iedere leerling een passend aanbod en vanzelfsprekend wil je als leerkracht alles uit een leerling halen hetgeen binnen zijn of haar mogelijkheden ligt.

    Alleen is dat beleidsmatig sneller bepaald dan in de praktijk uitgevoerd. Leerkrachten zijn over het algemeen niet terdege getraind in het maken en uitvoeren van opbrengstgerichte handelingsplannen voor leerlingen met psychiatrische problematiek. Daarnaast hebben ze niet bepaald zeeën van tijd. Er blijkt een grote behoefte aan een leidraad bij het maken en in praktijk brengen van deze handelingsplannen.

    Dit boek werkt als een kompas bij de aanpak van leerlingen met gedragsproblematiek / gedragsstoornissen, AD(H)D, autisme spectrum stoornissen / PDD (NOS), hechtingsproblemen / stoornissen, ouder kind relatie problemen, borderline in ontwikkeling, angststoornissen en depressies. Het boek beschrijft een specifieke methodiek en bevat:
  • Een korte en bondige uitleg over de problematieken, waardoor je de symptomen in de klas zeker zult herkennen.
  • Een beschrijving hoe je een professionele sterkte zwakte analyse maakt.
  • Richtlijnen met betrekking tot het ontwikkelingsperspectief per problematiek.
  • De bewezen belangrijke doelen waar men aan moet werken om de schoolse ontwikkeling vlot te trekken.
  • Per problematiek best practice handvatten.


  • Alle doelen staan in relatie tot het ontwikkelingsperspectief en zijn smart beschreven. De aanpak is bewezen effectief, goed uitvoerbaar en oplossingsgericht, gebruik makend van de gezonde ontwikkeling van de leerling. Qua tijdsinvestering maak je een dergelijk professioneel plan, na enige oefening, binnen 45 minuten!

    Giel Vaessen werkt als zorgcoördinator en trainer op de Rec IV school de Buitenhof te Heerlen. Voorheen werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
    Zie www.wervelkind.nl.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek

     21,60
    De hermeneutiek is de oudste discipline die zich met het denken over de interpretatie van diverse fenomenen (teksten, kunstwerken, gedrag, juridische kwesties) heeft beziggehouden. In Denken over duiden wordt het vruchtbare en actuale karakter van de hermeneutiek uiteengezet voor geesteswetenschappers en lezers die graag hun kennis over interpreteren willen uitbreiden.Denken over duiden geeft na een overzicht van het fenomeen ‘interpretatie’ een uitvoerige uiteenzetting van de belangrijkste bronnen van de moderne hermeneutiek, de exegese en de fenomenologie. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de historische ontwikkeling van de hermeneutiek, de door haar gevolgde methoden en haar denken over de relatie tussen tekst en auteur. In het laatste hoofdstuk worden de relaties tussen het deconstructivisme en de hermeneutiek belicht.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.

    "een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
    Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be

    Quick View

    Denken over duiden. Inleiding in de hermeneutiek

     21,60
    De hermeneutiek is de oudste discipline die zich met het denken over de interpretatie van diverse fenomenen (teksten, kunstwerken, gedrag, juridische kwesties) heeft beziggehouden. In Denken over duiden wordt het vruchtbare en actuale karakter van de hermeneutiek uiteengezet voor geesteswetenschappers en lezers die graag hun kennis over interpreteren willen uitbreiden.Denken over duiden geeft na een overzicht van het fenomeen ‘interpretatie’ een uitvoerige uiteenzetting van de belangrijkste bronnen van de moderne hermeneutiek, de exegese en de fenomenologie. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de historische ontwikkeling van de hermeneutiek, de door haar gevolgde methoden en haar denken over de relatie tussen tekst en auteur. In het laatste hoofdstuk worden de relaties tussen het deconstructivisme en de hermeneutiek belicht.

    GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



    Hans van Stralen studeerde theologie, filosofie, Nederlands en literatuurwetenschap.In 1990 promoveerde hij in de letterkunde op modernistische literatuur, in 2009 publiceerde hij zijn dissertatie in de theologie over bekeringen. In 1996 en 2005 verschenen zijn studies over het existentialisme Beschreven keuzes en Choices and Conflicts. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht.

    "een uiterst leesbare inleiding in de hermeneutiek"
    Leesmenu Cultuur zomer 2012 - www.cultuurpagina.be

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)

     35,00
    Dit boek biedt de lezer een recent overzicht van opvattingen, theorieën en modellen van orthopedagogische hulpverlening en de consequenties daarvan voor de praktijk. Het geeft een beeld van de identiteit van de orthopedagogiek als discipline. Het historisch overzicht van ontwikkelingen in Nederland en Vlaanderen maakt duidelijk welke opvattingen, ook uit andere disciplines, hun stempel hebben gedrukt op de huidige orthopedagogische werkvelden. De rol van theorieën voor de praktijk, zowel in klinisch werk als in wetenschappelijk onderzoek, wordt besproken. Het hele boek nodigt uit om kritisch na te denken over de keuze van standpunten en over de wetenschappelijke verantwoording van kennis die wordt aangeboden.

    Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.

    Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.

    Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.

    Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.

    Quick View

    Orthopedagogiek. Ontwikkelingen, theorieën en modellen (KOP-Serie, nr. 32)

     35,00
    Dit boek biedt de lezer een recent overzicht van opvattingen, theorieën en modellen van orthopedagogische hulpverlening en de consequenties daarvan voor de praktijk. Het geeft een beeld van de identiteit van de orthopedagogiek als discipline. Het historisch overzicht van ontwikkelingen in Nederland en Vlaanderen maakt duidelijk welke opvattingen, ook uit andere disciplines, hun stempel hebben gedrukt op de huidige orthopedagogische werkvelden. De rol van theorieën voor de praktijk, zowel in klinisch werk als in wetenschappelijk onderzoek, wordt besproken. Het hele boek nodigt uit om kritisch na te denken over de keuze van standpunten en over de wetenschappelijke verantwoording van kennis die wordt aangeboden.

    Het geheel gereviseerde boek staat een handelingsgerichte orthopedagogiek voor. Het gaat om kennis die de professional (als ‘scientist-practitioner’) nodig heeft in de hulpverlening bij problemen die zich in de opvoeding voordoen, waarbij vooral – al is dat niet per definitie het geval – sprake is van ernstige ontwikkelingsproblemen. De aard van de herziening en de uitbreiding van de verschillende thema’s waren aanleiding om niet langer van een ‘inleiding’ te spreken, hoezeer het boek ook als zodanig bruikbaar blijft.

    Wied Ruijssenaars studeerde orthopedagogiek in Nijmegen, met een bijzondere aandacht voor leerproblemen. Na zijn promotie in 1984 op een onderzoek naar leertests vervulde hij van 1987-1993 een leeropdracht aan de KULeuven en van 1993 tot 2003 was hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 2004 is hij hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op personen met beperkingen.

    Peter van den Bergh is werkzaam bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden, met name op het gebied van de jeugd- en pleegzorg. Hij is gepromoveerd op de opnamebesluitvorming van kinderen in residentiële voorzieningen. Tevens heeft hij een eigen psychologische/pedagogische praktijk. Hij is BIG-geregistreerd (GZ-psycholoog) en beëdigd als getuige-deskundige voor de rechtbank. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed binnen en buiten de universiteit.

    Annemieke van Drenth is docent en onderzoeker bij de Afdeling Orthopedagogiek van de Universiteit Leiden. Zij is in 1991 gepromoveerd op een proefschrift over de geschiedenis van de zorg voor meisjes in fabrieken in Nederland. De afgelopen jaren heeft haar onderzoek zich toegespitst op de geschiedenis van de orthopedagogiek. Tevens levert zij bijgedragen aan de ontwikkeling in het domein van ‘history of disability’.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      10
      Uw winkelwagen
      ×