Filter
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spellingmakker – Posterset Tweede leerjaar/groep 4: Poster Schrijfletters – Poster Hoofdletters – Poster Ei-verhaal uitbreiding – Poster Au-verhaal uitbreiding – Poster d of t

 33,40
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t

Placeholder Image
Quick View

Spellingmakker – Posterset Tweede leerjaar/groep 4: Poster Schrijfletters – Poster Hoofdletters – Poster Ei-verhaal uitbreiding – Poster Au-verhaal uitbreiding – Poster d of t

 33,40
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze posterset voor het tweede leerjaar (groep 4) omvat 5 posters: Schrijfletters - Hoofdletters - Ei-verhaal uitbreiding - Au-verhaal uitbreiding - d of t

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen

 121,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.

Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.

Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.

De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.

Placeholder Image
Quick View

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen

 121,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.

Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.

Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.

De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)

 21,50
Luisteren en kijken zijn essentiële bouwstenen van het psychoanalytisch werk rondom baby’s en hun vroegste interacties. Psychoanalytisch werk met volwassenen is sterk gecentreerd rondom het woord en rond de bewuste en onbewuste inhouden en dynamieken die in woorden tot uitdrukking komen. In psychoanalytische therapie met baby’s zijn kijken naar de non-verbale communicaties en luisteren naar de verbale communicaties als basis voor de betekenisverlening van even groot belang. ‘Horen, zien en spreken’ is dan ook een statement dat een essentieel aspect vat van het werk van de psychoanalytisch kindertherapeut met jonge kinderen en hun ouders en vormt de rode draad door de diverse bijdragen.

Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.

Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.

Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.

Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.

Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.

Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.

Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)
Quick View

Horen, zien en spreken. Psychoanalytisch werken met baby’s en ouders (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 9)

 21,50
Luisteren en kijken zijn essentiële bouwstenen van het psychoanalytisch werk rondom baby’s en hun vroegste interacties. Psychoanalytisch werk met volwassenen is sterk gecentreerd rondom het woord en rond de bewuste en onbewuste inhouden en dynamieken die in woorden tot uitdrukking komen. In psychoanalytische therapie met baby’s zijn kijken naar de non-verbale communicaties en luisteren naar de verbale communicaties als basis voor de betekenisverlening van even groot belang. ‘Horen, zien en spreken’ is dan ook een statement dat een essentieel aspect vat van het werk van de psychoanalytisch kindertherapeut met jonge kinderen en hun ouders en vormt de rode draad door de diverse bijdragen.

Het heeft enige tijd geduurd vooraleer het werkveld van de psychoanalytische therapie zich heeft geopend voor baby’s en jonge kinderen. Bij de grondleggers van de psychoanalyse was de babytijd wel prominent aanwezig in het denken, maar paradoxaal genoeg evenzeer onzichtbaar in de klinische praktijk. Tot 1920 was het psychoanalytische kind om zo te zeggen een abstract, conceptueel kind.

Eerst werd er vooral over baby’s gesproken, pas later kon er met of in aanwezigheid van baby’s en kleine kinderen gesproken worden. Niettegenstaande het feit dat ze al eerder het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek uitmaakten, hoorden baby’s schijnbaar niet echt thuis in de therapiekamer. Ze werden weinig gezien of gehoord. Daar is ondertussen verandering in gekomen.

Dit boek gaat over hoe baby’s anno 2008 in de therapiekamer van de psychoanalytisch therapeut gehoord en gezien worden.

Nicole Vliegen is doctor in de klinische psychologie, seksuoloog, psychoanalytisch kindertherapeut en psychoanalyticus. Ze is ook voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en lid van de Belgische School voor Psychoanalyse.

Christine Leroy is klinisch psycholoog en psychoanalytisch kindertherapeut. Ze is voormalig bestuurslid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en delegate voor de sectie kind en adolescent van de European Federation for Psychoanalytic Psychotherapy.

Met bijdragen van Kirsten Bland, Kris Breesch, René de Weerd, Carla Fasting, Marijs Lenaerts, Christine Leroy, Marja Rexwinkel, Michelle Sleed, Flora van Grinsven, Nicole Vliegen en Annette Watillon- Naveau.

Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)

 29,00
Zelfsturing in de loopbaan wordt steeds belangrijker. Daarom investeren scholen veel in (studie)loopbaanbegeleiding. Tot nu toe valt het resultaat echter tegen. Komt dat omdat het brein van leerlingen wordt overvraagd, zoals velen op basis van recent hersenonderzoek suggereren? Of is het gebruik van instrumenten als Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) en portfolio onvoldoende om refl ectie en zelfsturing te stimuleren? Wordt er wellicht onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de leermogelijk heden en –behoeften van verschillende groepen van leerlingen? Zijn de docenten in het huidige onderwijs wel bereid én in staat om de beschikbare loopbaaninstrumenten optimaal te gebruiken? En is– last but not least – het onderwijs als organisatie in staat een goede omgeving te creëren voor loopbaanleren? De auteurs gaan op een indringende wijze op deze vragen in, waarbij zij gebruik maken van recente onderzoeksgegevens en theoretische inzichten. Tezamen geven zij een inspirerend beeld van de mogelijkheden en de grenzen van loopbaanleren in het huidige onderwijs.

Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.

Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)
Quick View

Loopbaanleren. Onderzoek en praktijk in het onderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 10)

 29,00
Zelfsturing in de loopbaan wordt steeds belangrijker. Daarom investeren scholen veel in (studie)loopbaanbegeleiding. Tot nu toe valt het resultaat echter tegen. Komt dat omdat het brein van leerlingen wordt overvraagd, zoals velen op basis van recent hersenonderzoek suggereren? Of is het gebruik van instrumenten als Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) en portfolio onvoldoende om refl ectie en zelfsturing te stimuleren? Wordt er wellicht onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de leermogelijk heden en –behoeften van verschillende groepen van leerlingen? Zijn de docenten in het huidige onderwijs wel bereid én in staat om de beschikbare loopbaaninstrumenten optimaal te gebruiken? En is– last but not least – het onderwijs als organisatie in staat een goede omgeving te creëren voor loopbaanleren? De auteurs gaan op een indringende wijze op deze vragen in, waarbij zij gebruik maken van recente onderzoeksgegevens en theoretische inzichten. Tezamen geven zij een inspirerend beeld van de mogelijkheden en de grenzen van loopbaanleren in het huidige onderwijs.

Marinka Kuijpers, doctor in de andragologie, is directeur van Carpe Carrièreperspectief in Goor.
Frans Meijers, doctor in de onderwijssociologie, is directeur van Meijers Onderzoek & Advies in Nijmegen.
Beiden doceren zij Pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)

 12,00
Wat vinden leerkrachten van inclusief onderwijs? Welke percepties hebben leerkrachten, ouders en leerlingen over inclusie?

Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.

Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.

Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)
Quick View

Naar een inclusieve omgeving (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 9)

 12,00
Wat vinden leerkrachten van inclusief onderwijs? Welke percepties hebben leerkrachten, ouders en leerlingen over inclusie?

Daar hebben de auteurs van dit boek onderzoek naar gedaan. Het blijkt dat leerkrachten meer scholing en ondersteuning willen om voldoende toegerust te zijn. Er zijn handreikingen ontwikkeld. Twee voorbeelden worden beschreven: een handreiking voor slechtziende leerlingen en een voorbeeld van empowerment bij rekengesprekken bij leerlingen met rekenproblemen.

Kees Dijkstra is verbonden aan Windesheim OSO. Zijn aandachtsterrein betreft schoolontwikkeling en curriculumontwikkeling. Hij is nauw betrokken bij het thema passend onderwijs voor het voortgezet onderwijs. De relatie die hij onderhoudt met het werkveld is zeer intensief.
Diane van Brakel is opleider bij Windesheim OSO. Haar terrein is gedrag, gedragstoornissen en stoornissen in het autistische spectrum.
Ellen van Wetter is opleider bij Windesheim OSO. Zij is studiecoach, werkt binnen elearningprogramma’s en is communicatiespecialist.
Henk Logtenberg is opleider en onderwijsontwikkelaar bij Windesheim OSO. Zijn aandachtsgebieden zijn rekenen/wiskunde en internationalisering. Hij is studiecoach. Hij organiseert diverse internationale reizen rondom het thema “Passend onderwijs”.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces

 21,90
De laatste jaren wordt steeds meer gesproken over de school als een organisatie die kan leren, als een ‘lerende school’. Lerende scholen zijn scholen (organisaties) waar iedereen – de leerling, de student, de leraar, de directie – zich ontwikkelt en professionaliseert. En dat allemaal binnen een bepaalde visie op leren en ontwikkelen.

Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.

Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…

Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Placeholder Image
Quick View

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces

 21,90
De laatste jaren wordt steeds meer gesproken over de school als een organisatie die kan leren, als een ‘lerende school’. Lerende scholen zijn scholen (organisaties) waar iedereen – de leerling, de student, de leraar, de directie – zich ontwikkelt en professionaliseert. En dat allemaal binnen een bepaalde visie op leren en ontwikkelen.

Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.

Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…

Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spellingmakker – Correctiesleutels – 1ste leerjaar

 60,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.

Placeholder Image
Quick View

Spellingmakker – Correctiesleutels – 1ste leerjaar

 60,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze map is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar/groep 3 en bevat de correctiesleutels bij de Werkboeken 1, 2 en 3 en bij de Evaluatiebundel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Persoonsgerichte ondersteuning en kwaliteit van bestaan (Arduin-serie, nr. 8)

 13,90
Er is veel veranderd in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Arduin heeft daarin een bijzondere rol vervuld. Zo heeft de focus van Arduin zich uitdrukkelijk gericht op individuele ondersteuning van de cliënten en het realiseren van een goede Kwaliteit van Bestaan voor de cliënten. De afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van een Persoonsgerichte Ondersteuningsmethodiek, waarin naast de SIS – Supports Intensity Scale de recent gecreëerde POS – Personal Outcomes Scale een belangrijke rol speelt. Hieruit ontstaat ook een nieuwe opzet voor een ISP – Individual Support Plan. Dit boek schetst de achtergronden van deze ontwikkelingen en de toekomstmogelijkheden ervan, mede dankzij de POS, het nieuwe meetinstrument voor de Kwaliteit van Bestaan.

Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.

Quick View

Persoonsgerichte ondersteuning en kwaliteit van bestaan (Arduin-serie, nr. 8)

 13,90
Er is veel veranderd in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Arduin heeft daarin een bijzondere rol vervuld. Zo heeft de focus van Arduin zich uitdrukkelijk gericht op individuele ondersteuning van de cliënten en het realiseren van een goede Kwaliteit van Bestaan voor de cliënten. De afgelopen jaren is gewerkt aan de ontwikkeling van een Persoonsgerichte Ondersteuningsmethodiek, waarin naast de SIS – Supports Intensity Scale de recent gecreëerde POS – Personal Outcomes Scale een belangrijke rol speelt. Hieruit ontstaat ook een nieuwe opzet voor een ISP – Individual Support Plan. Dit boek schetst de achtergronden van deze ontwikkelingen en de toekomstmogelijkheden ervan, mede dankzij de POS, het nieuwe meetinstrument voor de Kwaliteit van Bestaan.

Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin in Middelburg en academisch consulent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Geert Van Hove, orthopedagoog, doceert aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spellingmakker – Evaluatiebundel 1 – 1ste leerjaar

 12,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze Evaluatiebundel is bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.

Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 9,- per evaluatiebundel.

Placeholder Image
Quick View

Spellingmakker – Evaluatiebundel 1 – 1ste leerjaar

 12,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze Evaluatiebundel is bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.

Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 9,- per evaluatiebundel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spellingmakker – Letterkaarten & Schrijfmakkers – 1ste leerjaar

 8,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze Letterkaarten & Schrijfmakkers bevatten losse kaartjes voor elke schrijfletter, met concrete aanwijzigingen om de letter te leren schrijven.

Placeholder Image
Quick View

Spellingmakker – Letterkaarten & Schrijfmakkers – 1ste leerjaar

 8,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Deze Letterkaarten & Schrijfmakkers bevatten losse kaartjes voor elke schrijfletter, met concrete aanwijzigingen om de letter te leren schrijven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De factor Fidel

 19,90
Begin 1957 doolde een jonge advocaat met een twintigtal onervaren strijdmakkers rond in de jungle van Cuba, zonder eten of munitie, maar vastbesloten om revolutie te maken. Twee jaar later versloeg deze rebellengroep het best bewapende leger van Latijns-Amerika en slaagde erin een socialistische revolutie uit te bouwen op de stoep van de oppermachtige VS.

Waarom zijn de Cubaanse revolutionairen erin geslaagd terwijl vele anderen faalden? Hoe wisten ze stand te houden tegen de langstdurende blokkade ooit? Waarom bleven sociale explosies uit tijdens de enorme economische crisis in de jaren negentig? Wat beweegt dit derdewereldland om op zijn eentje wereldwijd meer dokters uit te zenden dan de hele Wereldgezondheidsorganisatie?
Hoe verklaar je dat zo een klein onbeduidend eiland de geschiedenis van Afrika mee heeft bepaald en zo’n factor van betekenis is geweest in de wereldgeschiedenis?

De Factor Fidel gaat op zoek naar antwoorden door de plannen te bestuderen van de architect van deze eigenzinnige revolutie. Het boek wil niet de clichés of gemeenplaatsen over Cuba herhalen, maar de fundamenten van deze spraakmakende revolutie diepgravend in kaart brengen.

Dit boek is de vrucht van jarenlang opzoekingswerk in het reusachtig en zeer versnipperd oeuvre van Fidel Castro. Je kunt het zien als het politiek testament van een van de meest markante leiders sinds de Tweede Wereldoorlog.

Katrien Demuynck is historica en coördinator van Initiatief Cuba Socialista. Ze bezocht Cuba tientallen keren en publiceert geregeld over het land. Marc Vandepitte is filosoof en economist. Beide auteurs zijn ervaren Cuba-experts.

Quick View

De factor Fidel

 19,90
Begin 1957 doolde een jonge advocaat met een twintigtal onervaren strijdmakkers rond in de jungle van Cuba, zonder eten of munitie, maar vastbesloten om revolutie te maken. Twee jaar later versloeg deze rebellengroep het best bewapende leger van Latijns-Amerika en slaagde erin een socialistische revolutie uit te bouwen op de stoep van de oppermachtige VS.

Waarom zijn de Cubaanse revolutionairen erin geslaagd terwijl vele anderen faalden? Hoe wisten ze stand te houden tegen de langstdurende blokkade ooit? Waarom bleven sociale explosies uit tijdens de enorme economische crisis in de jaren negentig? Wat beweegt dit derdewereldland om op zijn eentje wereldwijd meer dokters uit te zenden dan de hele Wereldgezondheidsorganisatie?
Hoe verklaar je dat zo een klein onbeduidend eiland de geschiedenis van Afrika mee heeft bepaald en zo’n factor van betekenis is geweest in de wereldgeschiedenis?

De Factor Fidel gaat op zoek naar antwoorden door de plannen te bestuderen van de architect van deze eigenzinnige revolutie. Het boek wil niet de clichés of gemeenplaatsen over Cuba herhalen, maar de fundamenten van deze spraakmakende revolutie diepgravend in kaart brengen.

Dit boek is de vrucht van jarenlang opzoekingswerk in het reusachtig en zeer versnipperd oeuvre van Fidel Castro. Je kunt het zien als het politiek testament van een van de meest markante leiders sinds de Tweede Wereldoorlog.

Katrien Demuynck is historica en coördinator van Initiatief Cuba Socialista. Ze bezocht Cuba tientallen keren en publiceert geregeld over het land. Marc Vandepitte is filosoof en economist. Beide auteurs zijn ervaren Cuba-experts.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyseDe wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse

 23,60
Veel wetenschappelijke en/of psychologische geschriften over de liefde zijn steriel. Ze zijn aseptisch en/of prekerig. Liefde wordt er ontdaan van haar exces en haar waanzin en krijgt aldus een bloemkoolgeurtje of andere huis-, tuin- en keukenproporties.
Sommige psychoanalytici zien de romantische liefde met haar idealisering van het liefdesobject zelfs kort en bondig als een teken van neurose. Ze zou een onaangepaste poging zijn afhankelijkheidsproblemen op te lossen of wordt beschouwd als een soort adolescente fixatie.

En dat terwijl de liefde een bij uitstek menselijke prestatie is. Ze is universele sublimatie en creatie, triomf van de subjectiviteit en van de verbeelding. Ze is tegelijk symptoom en artefact, gepruts en meesterwerk. Zij is alom gekende illustratie van het feit dat er veel fantasie nodig is om met de werkelijkheid te leven…

Deze essays over de liefde en over de virtuele realiteit begeven zich in het grensgebied tussen psychoanalyse en filosofie, wetenschap en literatuur. Ze richten zich in hun stijl en opzet tot een breder, (cultuur)minnend publiek.

Mark Kinet is als psychiater en hoofdgeneesheer verbonden aan de Kliniek St-Jozef - Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie - te Pittem (B). Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en coördinator van de reeks 'Psychoanalytisch Actueel'.

"Regelmatig moest ik grinniken om de woordspelingen van de auteur, die een grote eruditie ten toon spreidt in de veelheid van onderwerpen die hij aansnijdt (...). Het is een speels en prikkelend boekje geworden, licht verteerbaar terwijl het ook aan het denken zet."
Tijdschrift voor Psychotherapie

De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyseDe wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse
Quick View

De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse

 23,60
Veel wetenschappelijke en/of psychologische geschriften over de liefde zijn steriel. Ze zijn aseptisch en/of prekerig. Liefde wordt er ontdaan van haar exces en haar waanzin en krijgt aldus een bloemkoolgeurtje of andere huis-, tuin- en keukenproporties.
Sommige psychoanalytici zien de romantische liefde met haar idealisering van het liefdesobject zelfs kort en bondig als een teken van neurose. Ze zou een onaangepaste poging zijn afhankelijkheidsproblemen op te lossen of wordt beschouwd als een soort adolescente fixatie.

En dat terwijl de liefde een bij uitstek menselijke prestatie is. Ze is universele sublimatie en creatie, triomf van de subjectiviteit en van de verbeelding. Ze is tegelijk symptoom en artefact, gepruts en meesterwerk. Zij is alom gekende illustratie van het feit dat er veel fantasie nodig is om met de werkelijkheid te leven…

Deze essays over de liefde en over de virtuele realiteit begeven zich in het grensgebied tussen psychoanalyse en filosofie, wetenschap en literatuur. Ze richten zich in hun stijl en opzet tot een breder, (cultuur)minnend publiek.

Mark Kinet is als psychiater en hoofdgeneesheer verbonden aan de Kliniek St-Jozef - Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie - te Pittem (B). Hij is voormalig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie, aangesloten bij de Belgische School voor Psychoanalyse en coördinator van de reeks 'Psychoanalytisch Actueel'.

"Regelmatig moest ik grinniken om de woordspelingen van de auteur, die een grote eruditie ten toon spreidt in de veelheid van onderwerpen die hij aansnijdt (...). Het is een speels en prikkelend boekje geworden, licht verteerbaar terwijl het ook aan het denken zet."
Tijdschrift voor Psychotherapie

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap

 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten, de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een continuïteit bestaan.

Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.

Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.

In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.

Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.

Quick View

Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap

 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten, de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een continuïteit bestaan.

Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.

Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.

In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.

Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wat wil jij? Studeren met psychische problemen

 16,00
Studeren én psychische problemen hebben is een combinatie die garant staat voor een grote uitdaging. Uit ons onderzoek naar belangrijke condities voor begeleiding en ondersteuning van studenten met psychische problemen blijkt, dat studenten graag willen dat docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen hun de vraag stellen: ‘Wat wil jij?’
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?

‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.

Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.

Quick View

Wat wil jij? Studeren met psychische problemen

 16,00
Studeren én psychische problemen hebben is een combinatie die garant staat voor een grote uitdaging. Uit ons onderzoek naar belangrijke condities voor begeleiding en ondersteuning van studenten met psychische problemen blijkt, dat studenten graag willen dat docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen hun de vraag stellen: ‘Wat wil jij?’
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?

‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.

Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Behandeling van seksueel misbruik bij jonge kinderen. Praktijk, theorie en onderzoek

 23,00
Seksueel misbruik van jonge kinderen komt veel vaker voor dan vroeger werd gedacht. Bovendien kunnen deze kinderen als gevolg hier van ernstige beschadigingen oplopen en kan hun dagelijks functioneren er sterk onder lijden. Om die reden is de belangstelling voor vroegtijdige behandeling de laatste twintig jaar sterk toegenomen, zowel bij onderzoekers als bij hulpverleners.

In dit boek worden een aantal inzichten rond het misbruik van jonge kinderen gebundeld. De lezer maakt kennis met de problematiek van jonge, seksueel misbruikte kinderen, met de diagnostiek en behandeling en ook met de resultaten van de behandeling. De auteurs maken gebruik van theoretische inzichten, onderzoeksresultaten -ook uit eigen onderzoek- en hulpverleningser varingen. Het boek is dan ook bedoeld om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen en een steviger fundament te geven aan de hulpverlening bij seksueel misbruikte kinderen en hun ouders. Het is gericht op s tudenten (or tho)pedagogiek en psychologie , op onderzoekers en op hulpverleners die in de klinische praktijk te maken hebben met seksueel misbruik en traumabehandeling.

Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant. Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle . Sylvia van Dijk, orthopedagoog, werkt in een vrijgevestigde praktijk voor psychologische en (ortho)pedagogische hulp.

Quick View

Behandeling van seksueel misbruik bij jonge kinderen. Praktijk, theorie en onderzoek

 23,00
Seksueel misbruik van jonge kinderen komt veel vaker voor dan vroeger werd gedacht. Bovendien kunnen deze kinderen als gevolg hier van ernstige beschadigingen oplopen en kan hun dagelijks functioneren er sterk onder lijden. Om die reden is de belangstelling voor vroegtijdige behandeling de laatste twintig jaar sterk toegenomen, zowel bij onderzoekers als bij hulpverleners.

In dit boek worden een aantal inzichten rond het misbruik van jonge kinderen gebundeld. De lezer maakt kennis met de problematiek van jonge, seksueel misbruikte kinderen, met de diagnostiek en behandeling en ook met de resultaten van de behandeling. De auteurs maken gebruik van theoretische inzichten, onderzoeksresultaten -ook uit eigen onderzoek- en hulpverleningser varingen. Het boek is dan ook bedoeld om wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen en een steviger fundament te geven aan de hulpverlening bij seksueel misbruikte kinderen en hun ouders. Het is gericht op s tudenten (or tho)pedagogiek en psychologie , op onderzoekers en op hulpverleners die in de klinische praktijk te maken hebben met seksueel misbruik en traumabehandeling.

Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant. Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle . Sylvia van Dijk, orthopedagoog, werkt in een vrijgevestigde praktijk voor psychologische en (ortho)pedagogische hulp.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School Werk Planning. Schooleigen – Waardevol – Proces

 15,10
Schoolwerkplanning 1e druk is een boek van Steve Pouillon uitgegeven bij Garant. ISBN 9789044123555

Schoolwerkplanning

Quick View

School Werk Planning. Schooleigen – Waardevol – Proces

 15,10
Schoolwerkplanning 1e druk is een boek van Steve Pouillon uitgegeven bij Garant. ISBN 9789044123555

Schoolwerkplanning

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Studenten leren niet, zij studeren. Over transformatie als psychologische kern van hoger onderwijs

 38,00
Dit boek reflecteert over recente en klassieke onderwijsproblemen; de invoering van competenties en de al ruim een halve eeuw bestaande eerstejaars hecatombe. Het synthetiseert in de persoon van zijn auteur ruim 40 jaar Leuvens onderzoek inzake studeren en doceren.

Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.

De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.

De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.

De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.

Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.

Quick View

Studenten leren niet, zij studeren. Over transformatie als psychologische kern van hoger onderwijs

 38,00
Dit boek reflecteert over recente en klassieke onderwijsproblemen; de invoering van competenties en de al ruim een halve eeuw bestaande eerstejaars hecatombe. Het synthetiseert in de persoon van zijn auteur ruim 40 jaar Leuvens onderzoek inzake studeren en doceren.

Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.

De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.

De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.

De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.

Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Thriller versus roman (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 21)

 19,00
In het Nederlandse taalgebied wordt nog altijd een vrij strikt onderscheid gemaakt tussen misdaadliteratuur en de ‘echte’ literatuur. Thrillers worden stiefmoederlijk behandeld, niet alleen door literatuurhistorici, maar ook door literaire critici. Behoren ‘spannende boeken’ niet tot de literatuur? In dit boek geven academici, critici en misdaadauteurs, elk vanuit hun invalshoek, een antwoord op deze vraag.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.

Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.

Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.

Quick View

Thriller versus roman (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 21)

 19,00
In het Nederlandse taalgebied wordt nog altijd een vrij strikt onderscheid gemaakt tussen misdaadliteratuur en de ‘echte’ literatuur. Thrillers worden stiefmoederlijk behandeld, niet alleen door literatuurhistorici, maar ook door literaire critici. Behoren ‘spannende boeken’ niet tot de literatuur? In dit boek geven academici, critici en misdaadauteurs, elk vanuit hun invalshoek, een antwoord op deze vraag.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.

Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.

Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)

 24,90
De verhoudingen tussen Oost en West en Noord en Zuid kennen een voortdurende dynamiek. Dit boek geeft een inzicht in dit boeiende aspect van de hedendaagse wereldgeschiedenis, van de Koude Oorlog tot de opkomst van de nieuwe economische groeilanden in Oost en Zuid.

Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.

Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.

Quick View

Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)

 24,90
De verhoudingen tussen Oost en West en Noord en Zuid kennen een voortdurende dynamiek. Dit boek geeft een inzicht in dit boeiende aspect van de hedendaagse wereldgeschiedenis, van de Koude Oorlog tot de opkomst van de nieuwe economische groeilanden in Oost en Zuid.

Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.

Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spelend in beweging. Bewegen met peuters en kleuters. Inspiratieboek

 22,60
Peuters en kleuters willen spelen, net zolang tot ze moe en voldaan zijn. Mama’s, papa’s, oma’s, juffen en meesters weten dat spelen goed is voor kinderen. Het laat hen groeien: fysiek, sociaal en emotioneel.

Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.

Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.

Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.

Quick View

Spelend in beweging. Bewegen met peuters en kleuters. Inspiratieboek

 22,60
Peuters en kleuters willen spelen, net zolang tot ze moe en voldaan zijn. Mama’s, papa’s, oma’s, juffen en meesters weten dat spelen goed is voor kinderen. Het laat hen groeien: fysiek, sociaal en emotioneel.

Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.

Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.

Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Internet (ICT-lijn, nr. 2) – Derde herziene uitgave

 21,50
Voor de schoolgaande jeugd is een pc en het internet de normaalste zaak van de wereld. Hetinternet maakt deel uit van hun cultuur en van hun dagdagelijkse bezigheden. Voor sommigevolwassenen is het internet een zoektocht met veel vraagtekens. Sommigen vinden hetinternet te overweldigend, anderen vinden het internet te abstract en nog anderen latenzich overdonderen door de negatieve berichten in de media.

In dit handboek maakt de lezer kennis met de basisbegrippen van het internet. Hijwordt meegenomen doorheen een ‘web’ aan mogelijkheden en leert werken met deverschillende internetdiensten. Het internet krijgt men enkel vlot onder de knie doorveel te oefenen. Naast veel oefenen, heeft men ook enige kennis van bestandsbeheernodig.

De bedoeling van dit boek is niet een theoretisch exposé te presenteren, maar veeleereen boeiende reis te maken. De informatie die wordt aangeboden, is gemakkelijkbegrijpbaar en vlot hanteerbaar. De gebruiker vindt hier geen computerchinees,maar leert, zonder zich ervan altijd bewust te zijn, uiteindelijk toch het vakjargon.

Al de verschillende facetten van het internet, o.a. e-mail, zoeken, downloaden, enz.,worden theoretisch omkaderd en praktisch gevoed. Zowel het ‘doen’ als het ‘denken’zijn belangrijk. Op het einde van het boek zal de gebruiker een totaalbeeld hebbenvan wat het internet te bieden heeft.
Placeholder Image
Quick View

Internet (ICT-lijn, nr. 2) – Derde herziene uitgave

 21,50
Voor de schoolgaande jeugd is een pc en het internet de normaalste zaak van de wereld. Hetinternet maakt deel uit van hun cultuur en van hun dagdagelijkse bezigheden. Voor sommigevolwassenen is het internet een zoektocht met veel vraagtekens. Sommigen vinden hetinternet te overweldigend, anderen vinden het internet te abstract en nog anderen latenzich overdonderen door de negatieve berichten in de media.

In dit handboek maakt de lezer kennis met de basisbegrippen van het internet. Hijwordt meegenomen doorheen een ‘web’ aan mogelijkheden en leert werken met deverschillende internetdiensten. Het internet krijgt men enkel vlot onder de knie doorveel te oefenen. Naast veel oefenen, heeft men ook enige kennis van bestandsbeheernodig.

De bedoeling van dit boek is niet een theoretisch exposé te presenteren, maar veeleereen boeiende reis te maken. De informatie die wordt aangeboden, is gemakkelijkbegrijpbaar en vlot hanteerbaar. De gebruiker vindt hier geen computerchinees,maar leert, zonder zich ervan altijd bewust te zijn, uiteindelijk toch het vakjargon.

Al de verschillende facetten van het internet, o.a. e-mail, zoeken, downloaden, enz.,worden theoretisch omkaderd en praktisch gevoed. Zowel het ‘doen’ als het ‘denken’zijn belangrijk. Op het einde van het boek zal de gebruiker een totaalbeeld hebbenvan wat het internet te bieden heeft.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het zelfbeeld. De mens in dialoog met zichzelf en de wereld

 19,90
Het zelfbeeld is een van de meest fascinerende dimensies van de menselijke persoon en bepaalt ons denken, voelen en handelen. De dichter Goethe zei ooit: ‘Het grootste kwaad dat iemand kan overkomen, is dat hij slecht over zichzelf denkt.’
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.

Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.

Quick View

Het zelfbeeld. De mens in dialoog met zichzelf en de wereld

 19,90
Het zelfbeeld is een van de meest fascinerende dimensies van de menselijke persoon en bepaalt ons denken, voelen en handelen. De dichter Goethe zei ooit: ‘Het grootste kwaad dat iemand kan overkomen, is dat hij slecht over zichzelf denkt.’
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.

Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inspiratiegids voor competentiegerichte opleiding

 38,90
Deze inspiratiegids heeft één centraal doel: binnen opleidingen het gesprek over competentiegericht onderwijs ondersteunen. Een opleiding die zich ontwikkelt in de richting van een competentiegerichte opleiding, staat voor een paradigmashift. Dit betekent dat er op verschillende domeinen een fundamenteel andere manier van werken vereist is.

Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.

De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.

Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.

Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.

Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.

Quick View

Inspiratiegids voor competentiegerichte opleiding

 38,90
Deze inspiratiegids heeft één centraal doel: binnen opleidingen het gesprek over competentiegericht onderwijs ondersteunen. Een opleiding die zich ontwikkelt in de richting van een competentiegerichte opleiding, staat voor een paradigmashift. Dit betekent dat er op verschillende domeinen een fundamenteel andere manier van werken vereist is.

Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.

De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.

Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.

Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.

Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leesbaar schrijven (met cd-rom)

 24,00
Leesbaar schrijven is een boek dat u helpt teksten te schrijven die door de meeste mensen gelezen kunnen worden. De auteurs leggen niet alleen uit hoe u dat best aanpakt, maar ook waarom het zo belangrijk is. Ze beschrijven kort wat lezen is en wat lezen moeilijk maakt en ze tonen hoe leesbaarheid gemeten wordt. Met een hele reeks voorbeelden illustreren ze hoe moeilijke teksten eenvoudiger kunnen. Alle aspecten van een tekst krijgen aandacht: lettertypes, layout, woordkeuze, structuur en lengte van de zin,... Lezers kunnen ook zelf proberen om moeilijke teksten eenvoudiger te maken: elk hoofdstuk van het boek heeft een eigen reeks oefeningen. Met de software die bij het boek hoort (Zelftest Leesbaar Schrijven), kunnen ze hun eigen prestaties beoordelen.

Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.

Quick View

Leesbaar schrijven (met cd-rom)

 24,00
Leesbaar schrijven is een boek dat u helpt teksten te schrijven die door de meeste mensen gelezen kunnen worden. De auteurs leggen niet alleen uit hoe u dat best aanpakt, maar ook waarom het zo belangrijk is. Ze beschrijven kort wat lezen is en wat lezen moeilijk maakt en ze tonen hoe leesbaarheid gemeten wordt. Met een hele reeks voorbeelden illustreren ze hoe moeilijke teksten eenvoudiger kunnen. Alle aspecten van een tekst krijgen aandacht: lettertypes, layout, woordkeuze, structuur en lengte van de zin,... Lezers kunnen ook zelf proberen om moeilijke teksten eenvoudiger te maken: elk hoofdstuk van het boek heeft een eigen reeks oefeningen. Met de software die bij het boek hoort (Zelftest Leesbaar Schrijven), kunnen ze hun eigen prestaties beoordelen.

Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×