De canon. Wat elke Nederlander weten moet
€ 26,80
De kennis van de vaderlandse geschiedenis is gebrekkig bij de Nederlanders, zo blijkt uit
een groots opgezette peiling. Ruim duizend mensen maakten voor het onderzoek een test,
gebaseerd op de historische canon voor het basisonderwijs. Slechts 17 procent van de ondervraagden
wisten dat Nederland pas in de 19e eeuw een koninkrijk werd en ongeveer de helft
kon niet vertellen welke eeuw bekend staat als de Gouden Eeuw.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
De canon. Wat elke Nederlander weten moet
€ 26,80
De kennis van de vaderlandse geschiedenis is gebrekkig bij de Nederlanders, zo blijkt uit
een groots opgezette peiling. Ruim duizend mensen maakten voor het onderzoek een test,
gebaseerd op de historische canon voor het basisonderwijs. Slechts 17 procent van de ondervraagden
wisten dat Nederland pas in de 19e eeuw een koninkrijk werd en ongeveer de helft
kon niet vertellen welke eeuw bekend staat als de Gouden Eeuw.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
De logica van vraaggericht leren
€ 36,00
Drie jaar werkte lector Ton Bruining met de kenniskring van het lectoraat
Competentiegericht en vraaggestuurd leren aan de ontwikkeling van vraaggestuurde
leerarrangementen. Daarbij werd de dialoog gevoerd en de samenwerking
gezocht met docenten van Avans Hogeschool, met partners uit het werkveld, met
Universiteiten en met onderwijsinnovatiecentra.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
De logica van vraaggericht leren
€ 36,00
Drie jaar werkte lector Ton Bruining met de kenniskring van het lectoraat
Competentiegericht en vraaggestuurd leren aan de ontwikkeling van vraaggestuurde
leerarrangementen. Daarbij werd de dialoog gevoerd en de samenwerking
gezocht met docenten van Avans Hogeschool, met partners uit het werkveld, met
Universiteiten en met onderwijsinnovatiecentra.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
Over 1 en ander. Verantwoorde gespreks- en vergadertechnieken
€ 17,90
Steeds meer mensen vergaderen steeds meer. Sommige mensen vergaderen zelfs het grootste
deel van de werkdag. Allerlei wettelijke verplichtingen inzake overleg tussen werknemers en
werkgevers dragen hiertoe bij. Maar we hechten ook gewoon meer belang aan goed overleg.
Zelfs in die mate dat goed beleid en management niet meer los te koppelen zijn van een
goede communicatie met alle betrokkenen. Toch hebben weinig mensen een gedegen opleiding
gekregen over communicatie- en vergadertechnieken. Alle goede bedoelingen ten spijt is
vergaderen soms een frustrerende en inefficiënte bezigheid.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Over 1 en ander. Verantwoorde gespreks- en vergadertechnieken
€ 17,90
Steeds meer mensen vergaderen steeds meer. Sommige mensen vergaderen zelfs het grootste
deel van de werkdag. Allerlei wettelijke verplichtingen inzake overleg tussen werknemers en
werkgevers dragen hiertoe bij. Maar we hechten ook gewoon meer belang aan goed overleg.
Zelfs in die mate dat goed beleid en management niet meer los te koppelen zijn van een
goede communicatie met alle betrokkenen. Toch hebben weinig mensen een gedegen opleiding
gekregen over communicatie- en vergadertechnieken. Alle goede bedoelingen ten spijt is
vergaderen soms een frustrerende en inefficiënte bezigheid.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Vrouwelijk palet vol dromen. Female palette full of dreams (incl. DVD Ulu)
€ 29,00
Vijftien vrouwen, twaalf verschillende nationaliteiten. Wat bindt hen? Op het eerste gezicht enkel het feit dat ze op dit moment allemaal in Brugge wonen. Maar misschien ook meer? Vijftien vrouwen gaan samen op zoek naar hun innerlijke sterkte en brengen dit tot uiting in een palet van verhalen en beelden, soms harde realiteit en fantasie. Bestaat er zoiets als de ‘universele vrouw’, over de grenzen van culturen en talen heen? En kan je kracht putten uit verschillen? Het resultaat is het boek Vrouwelijk Palet vol dromen, en de film Ulu. Ulu laat de psychologische zoektocht zien die elke vrouw doormaakt en tekent zo de contouren van de archetypische vrouw, vooral via de kracht van fantasie en de symboliek van rituelen. In Vrouwelijk palet vol dromen maakt de lezer kennis met de individuele vrouwen achter Ulu: hun verhaal, hun droom.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Vrouwelijk palet vol dromen. Female palette full of dreams (incl. DVD Ulu)
€ 29,00
Vijftien vrouwen, twaalf verschillende nationaliteiten. Wat bindt hen? Op het eerste gezicht enkel het feit dat ze op dit moment allemaal in Brugge wonen. Maar misschien ook meer? Vijftien vrouwen gaan samen op zoek naar hun innerlijke sterkte en brengen dit tot uiting in een palet van verhalen en beelden, soms harde realiteit en fantasie. Bestaat er zoiets als de ‘universele vrouw’, over de grenzen van culturen en talen heen? En kan je kracht putten uit verschillen? Het resultaat is het boek Vrouwelijk Palet vol dromen, en de film Ulu. Ulu laat de psychologische zoektocht zien die elke vrouw doormaakt en tekent zo de contouren van de archetypische vrouw, vooral via de kracht van fantasie en de symboliek van rituelen. In Vrouwelijk palet vol dromen maakt de lezer kennis met de individuele vrouwen achter Ulu: hun verhaal, hun droom.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Beginnende directeurs basisonderwijs. Een follow-up onderzoek
€ 32,90
Een directeur heeft op school een belangrijke functie
en is onmisbaar. Dat zegt het gezond verstand, maar dat
blijkt ook uit veel onderzoek. Recent wordt er veel
aandacht besteed aan de vraag wat het betekent directeur
te worden. In verschillende landen wordt er boeiend
onderzoek opgezet over de professionele ontwikkeling
van beginnende directeurs. In deze publicatie wordt
een onderzoek beschreven bij beginnende directeurs
Basisonderwijs die gedurende twee schooljaren werden
gevolg door middel van interviews. Dit leidde tot de
beschrijving van hun professionele ontwikkeling aan
de hand van een aantal thema’s. Daarin wordt o.a.
nagegaan hoe beginnende directeurs omgaan met de vele
dagelijkse en diverse taken, hoe ze hun team motiveren,
hoe ze problemen en conflicten aanpakken en oplossen,
hoe ze in hun school vernieuwingen realiseren, hoe
ze proberen beleidsbeslissingen te integreren in het
dagelijks werk op school en hoe ze persoonlijk en in
overleg met collega’s reflecteren over hun professionele
ontwikkeling als schoolleider.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Beginnende directeurs basisonderwijs. Een follow-up onderzoek
€ 32,90
Een directeur heeft op school een belangrijke functie
en is onmisbaar. Dat zegt het gezond verstand, maar dat
blijkt ook uit veel onderzoek. Recent wordt er veel
aandacht besteed aan de vraag wat het betekent directeur
te worden. In verschillende landen wordt er boeiend
onderzoek opgezet over de professionele ontwikkeling
van beginnende directeurs. In deze publicatie wordt
een onderzoek beschreven bij beginnende directeurs
Basisonderwijs die gedurende twee schooljaren werden
gevolg door middel van interviews. Dit leidde tot de
beschrijving van hun professionele ontwikkeling aan
de hand van een aantal thema’s. Daarin wordt o.a.
nagegaan hoe beginnende directeurs omgaan met de vele
dagelijkse en diverse taken, hoe ze hun team motiveren,
hoe ze problemen en conflicten aanpakken en oplossen,
hoe ze in hun school vernieuwingen realiseren, hoe
ze proberen beleidsbeslissingen te integreren in het
dagelijks werk op school en hoe ze persoonlijk en in
overleg met collega’s reflecteren over hun professionele
ontwikkeling als schoolleider.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Buitengewoon gespecialiseerd. Onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (S.O.B.-Katernen, nr. 7)
€ 14,90
Vlaanderen kent een sterk netwerk van gespecialiseerde scholen voor buitengewoon
onderwijs. Dit maakt een overstap naar inclusief onderwijs minder evident. Hoe
kunnen gewone scholen eenzelfde kwaliteitsvol onderwijszorg bieden aan leerlingen
met specifieke onderwijsbehoeften? Moeten die vele scholen voor buitengewoon
onderwijs verdwijnen of moet hun expertise versnipperd worden over zovele
andere scholen?
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Buitengewoon gespecialiseerd. Onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (S.O.B.-Katernen, nr. 7)
€ 14,90
Vlaanderen kent een sterk netwerk van gespecialiseerde scholen voor buitengewoon
onderwijs. Dit maakt een overstap naar inclusief onderwijs minder evident. Hoe
kunnen gewone scholen eenzelfde kwaliteitsvol onderwijszorg bieden aan leerlingen
met specifieke onderwijsbehoeften? Moeten die vele scholen voor buitengewoon
onderwijs verdwijnen of moet hun expertise versnipperd worden over zovele
andere scholen?
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Europe Asia Dialogue on business spirituality (European SPES Cahiers, nr. 2)
€ 19,80
Values, purposes and functions of European and
Asian businesses are topics of vital importance today.
European SPES Cahier n.° 2 contains selected papers
of the annual conference of the European SPES Forum
Europe-Asia Dialogue on Business, Ethics & Spirituality,
held in 2006 in Budapest, Hungary. Scholars
and practitioners from England, Norway, Sweden and
Hungary as well as from India, Indonesia, Japan and
the USA share their views on European and Asian
ways of doing business.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.
Europe Asia Dialogue on business spirituality (European SPES Cahiers, nr. 2)
€ 19,80
Values, purposes and functions of European and
Asian businesses are topics of vital importance today.
European SPES Cahier n.° 2 contains selected papers
of the annual conference of the European SPES Forum
Europe-Asia Dialogue on Business, Ethics & Spirituality,
held in 2006 in Budapest, Hungary. Scholars
and practitioners from England, Norway, Sweden and
Hungary as well as from India, Indonesia, Japan and
the USA share their views on European and Asian
ways of doing business.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.

Franklin Delano Roosevelt. Grondlegger van een wereldmacht (Reeks Grondleggers, nr. 5)
€ 20,00
Franklin Delano Roosevelt was de eerste en enige die vier keer op rij tot
president van de Verenigde Staten werd verkozen.
In de jaarlijkse enquête van het instituut Zogby werd Roosevelt herhaaldelijk gekozen als de beste president uit de moderne geschiedenis van de Verenigde Staten. Deze hoge onderscheiding werd gemotiveerd door het feit dat hij de Verenigde Staten uit de Grote Depressie haalde en zegevierend door de Tweede Wereldoorlog leidde.
Zo leeft hij ook voort in het collectief geheugen van de Amerikanen. Hij is de vader van de New Deal en de architect van de huidige Organisatie van de Verenigde Naties. Dat hij dit allemaal verwezenlijkte ondanks een zwaar invaliderende handicap, spreekt tot de verbeelding en inspireert.
Het boek schetst een chronologisch portret van Roosevelt als politiek leider en als mens. Het richt zich tot iedereen die interesse heeft in de Amerikaanse geschiedenis en de grote iconen uit de moderne geschiedenis.
Hubert Van Rompuy is ere-rijksinspecteur bij het Vlaamse onderwijs.
In de jaarlijkse enquête van het instituut Zogby werd Roosevelt herhaaldelijk gekozen als de beste president uit de moderne geschiedenis van de Verenigde Staten. Deze hoge onderscheiding werd gemotiveerd door het feit dat hij de Verenigde Staten uit de Grote Depressie haalde en zegevierend door de Tweede Wereldoorlog leidde.
Zo leeft hij ook voort in het collectief geheugen van de Amerikanen. Hij is de vader van de New Deal en de architect van de huidige Organisatie van de Verenigde Naties. Dat hij dit allemaal verwezenlijkte ondanks een zwaar invaliderende handicap, spreekt tot de verbeelding en inspireert.
Het boek schetst een chronologisch portret van Roosevelt als politiek leider en als mens. Het richt zich tot iedereen die interesse heeft in de Amerikaanse geschiedenis en de grote iconen uit de moderne geschiedenis.
Hubert Van Rompuy is ere-rijksinspecteur bij het Vlaamse onderwijs.

Franklin Delano Roosevelt. Grondlegger van een wereldmacht (Reeks Grondleggers, nr. 5)
€ 20,00
Franklin Delano Roosevelt was de eerste en enige die vier keer op rij tot
president van de Verenigde Staten werd verkozen.
In de jaarlijkse enquête van het instituut Zogby werd Roosevelt herhaaldelijk gekozen als de beste president uit de moderne geschiedenis van de Verenigde Staten. Deze hoge onderscheiding werd gemotiveerd door het feit dat hij de Verenigde Staten uit de Grote Depressie haalde en zegevierend door de Tweede Wereldoorlog leidde.
Zo leeft hij ook voort in het collectief geheugen van de Amerikanen. Hij is de vader van de New Deal en de architect van de huidige Organisatie van de Verenigde Naties. Dat hij dit allemaal verwezenlijkte ondanks een zwaar invaliderende handicap, spreekt tot de verbeelding en inspireert.
Het boek schetst een chronologisch portret van Roosevelt als politiek leider en als mens. Het richt zich tot iedereen die interesse heeft in de Amerikaanse geschiedenis en de grote iconen uit de moderne geschiedenis.
Hubert Van Rompuy is ere-rijksinspecteur bij het Vlaamse onderwijs.
In de jaarlijkse enquête van het instituut Zogby werd Roosevelt herhaaldelijk gekozen als de beste president uit de moderne geschiedenis van de Verenigde Staten. Deze hoge onderscheiding werd gemotiveerd door het feit dat hij de Verenigde Staten uit de Grote Depressie haalde en zegevierend door de Tweede Wereldoorlog leidde.
Zo leeft hij ook voort in het collectief geheugen van de Amerikanen. Hij is de vader van de New Deal en de architect van de huidige Organisatie van de Verenigde Naties. Dat hij dit allemaal verwezenlijkte ondanks een zwaar invaliderende handicap, spreekt tot de verbeelding en inspireert.
Het boek schetst een chronologisch portret van Roosevelt als politiek leider en als mens. Het richt zich tot iedereen die interesse heeft in de Amerikaanse geschiedenis en de grote iconen uit de moderne geschiedenis.
Hubert Van Rompuy is ere-rijksinspecteur bij het Vlaamse onderwijs.
Geen voorraad

Opportunities for early literacy development: evidence for home and school support
€ 23,90
A substantial amount of discussion during the past decades has been
concerned with children from minority and/or poorly educated
parents, lagging behind in the areas of language and literacy. The
present volume describes a large-scale investigation in which children
from diverse socio economic backgrounds were monitored in their
process of learning to read in Dutch primary education. In a set of
four constituent projects, we will describe the aspects of both home
and school environment that play a role in the development of
emergent literacy skills and initial reading behavior. The studies are
founded on a theoretical framework in which the contribution of
parent involvement and teacher expectations is reviewed, in relation
to opportunities to become literate.
Judith Stoep has specialized in (second) language and literacy acquisition, conducting research at the Radboud University of Nijmegen. Currently, she is a senior researcher in the project KLINc (Kids Learning to take INitiatives in communication) at PonTeM/ Viataal (Nijmegen/Sint-Michielsgestel, the Netherlands).
Judith Stoep has specialized in (second) language and literacy acquisition, conducting research at the Radboud University of Nijmegen. Currently, she is a senior researcher in the project KLINc (Kids Learning to take INitiatives in communication) at PonTeM/ Viataal (Nijmegen/Sint-Michielsgestel, the Netherlands).
Geen voorraad

Opportunities for early literacy development: evidence for home and school support
€ 23,90
A substantial amount of discussion during the past decades has been
concerned with children from minority and/or poorly educated
parents, lagging behind in the areas of language and literacy. The
present volume describes a large-scale investigation in which children
from diverse socio economic backgrounds were monitored in their
process of learning to read in Dutch primary education. In a set of
four constituent projects, we will describe the aspects of both home
and school environment that play a role in the development of
emergent literacy skills and initial reading behavior. The studies are
founded on a theoretical framework in which the contribution of
parent involvement and teacher expectations is reviewed, in relation
to opportunities to become literate.
Judith Stoep has specialized in (second) language and literacy acquisition, conducting research at the Radboud University of Nijmegen. Currently, she is a senior researcher in the project KLINc (Kids Learning to take INitiatives in communication) at PonTeM/ Viataal (Nijmegen/Sint-Michielsgestel, the Netherlands).
Judith Stoep has specialized in (second) language and literacy acquisition, conducting research at the Radboud University of Nijmegen. Currently, she is a senior researcher in the project KLINc (Kids Learning to take INitiatives in communication) at PonTeM/ Viataal (Nijmegen/Sint-Michielsgestel, the Netherlands).
Oplossingsgericht onderwijzen. Naar een gelukkiger school! (Fontys-OSO-Reeks, nr. 27)
€ 17,40
De auteurs van dit boek weten uit eigen ervaring op school dat een oplossingsgerichte benadering
er toe bij kan dragen dat de school een plezierige plek wordt voor leerkracht en leerling.
Om voor meer scholen de stap naar de oplossingsgericht aanpak mogelijk te maken beschrijven zij het model vanaf de eerste beginselen tot aan een gedetailleerde toepassing. Zij hanteren daarbij de volgende kernprincipes:
- als iets niet kapot is, repareer het dan niet
- kijk naar wat werkt en doe daar meer van
- als iets niet werkt, probeer dan iets anders.
De lezer kan kiezen welke hulpmiddelen en technieken het best toepasbaar zijn in de eigen leer-/ onderwijssituatie.
Door het zien van nieuwe perspectieven op wat er gebeurt, kan er een andere manier van denken worden gecreëerd, die leidt tot werkelijke oplossingen. Een begaanbare route op weg naar een ‘gelukkiger school’.
Dit boek is bedoeld voor alle leerkrachten, ongeacht het niveau waarop ze met leerlingen werken.
Kerstin Måhlberg en Maud Sjöblom werken in de speciale onderwijszorg. Geïnspireerd door het model van oplossingsgericht werken, hebben zij de methodiek toegepast op hun school in de buurt van de Zweedse hoofdstad Stockholm. Zij tonen aan dat de aanpak een inspirerende en praktische benadering biedt bij het werken met jonge mensen en in hun leerproces.
Om voor meer scholen de stap naar de oplossingsgericht aanpak mogelijk te maken beschrijven zij het model vanaf de eerste beginselen tot aan een gedetailleerde toepassing. Zij hanteren daarbij de volgende kernprincipes:
- als iets niet kapot is, repareer het dan niet
- kijk naar wat werkt en doe daar meer van
- als iets niet werkt, probeer dan iets anders.
De lezer kan kiezen welke hulpmiddelen en technieken het best toepasbaar zijn in de eigen leer-/ onderwijssituatie.
Door het zien van nieuwe perspectieven op wat er gebeurt, kan er een andere manier van denken worden gecreëerd, die leidt tot werkelijke oplossingen. Een begaanbare route op weg naar een ‘gelukkiger school’.
Dit boek is bedoeld voor alle leerkrachten, ongeacht het niveau waarop ze met leerlingen werken.
Kerstin Måhlberg en Maud Sjöblom werken in de speciale onderwijszorg. Geïnspireerd door het model van oplossingsgericht werken, hebben zij de methodiek toegepast op hun school in de buurt van de Zweedse hoofdstad Stockholm. Zij tonen aan dat de aanpak een inspirerende en praktische benadering biedt bij het werken met jonge mensen en in hun leerproces.
Oplossingsgericht onderwijzen. Naar een gelukkiger school! (Fontys-OSO-Reeks, nr. 27)
€ 17,40
De auteurs van dit boek weten uit eigen ervaring op school dat een oplossingsgerichte benadering
er toe bij kan dragen dat de school een plezierige plek wordt voor leerkracht en leerling.
Om voor meer scholen de stap naar de oplossingsgericht aanpak mogelijk te maken beschrijven zij het model vanaf de eerste beginselen tot aan een gedetailleerde toepassing. Zij hanteren daarbij de volgende kernprincipes:
- als iets niet kapot is, repareer het dan niet
- kijk naar wat werkt en doe daar meer van
- als iets niet werkt, probeer dan iets anders.
De lezer kan kiezen welke hulpmiddelen en technieken het best toepasbaar zijn in de eigen leer-/ onderwijssituatie.
Door het zien van nieuwe perspectieven op wat er gebeurt, kan er een andere manier van denken worden gecreëerd, die leidt tot werkelijke oplossingen. Een begaanbare route op weg naar een ‘gelukkiger school’.
Dit boek is bedoeld voor alle leerkrachten, ongeacht het niveau waarop ze met leerlingen werken.
Kerstin Måhlberg en Maud Sjöblom werken in de speciale onderwijszorg. Geïnspireerd door het model van oplossingsgericht werken, hebben zij de methodiek toegepast op hun school in de buurt van de Zweedse hoofdstad Stockholm. Zij tonen aan dat de aanpak een inspirerende en praktische benadering biedt bij het werken met jonge mensen en in hun leerproces.
Om voor meer scholen de stap naar de oplossingsgericht aanpak mogelijk te maken beschrijven zij het model vanaf de eerste beginselen tot aan een gedetailleerde toepassing. Zij hanteren daarbij de volgende kernprincipes:
- als iets niet kapot is, repareer het dan niet
- kijk naar wat werkt en doe daar meer van
- als iets niet werkt, probeer dan iets anders.
De lezer kan kiezen welke hulpmiddelen en technieken het best toepasbaar zijn in de eigen leer-/ onderwijssituatie.
Door het zien van nieuwe perspectieven op wat er gebeurt, kan er een andere manier van denken worden gecreëerd, die leidt tot werkelijke oplossingen. Een begaanbare route op weg naar een ‘gelukkiger school’.
Dit boek is bedoeld voor alle leerkrachten, ongeacht het niveau waarop ze met leerlingen werken.
Kerstin Måhlberg en Maud Sjöblom werken in de speciale onderwijszorg. Geïnspireerd door het model van oplossingsgericht werken, hebben zij de methodiek toegepast op hun school in de buurt van de Zweedse hoofdstad Stockholm. Zij tonen aan dat de aanpak een inspirerende en praktische benadering biedt bij het werken met jonge mensen en in hun leerproces.
Passend inclusief onderwijs: doen. Invoeringsprogramma (incl. DVD)
€ 24,90
Alle kinderen hebben recht op volledige deelname aan de samenleving. Maar
vreemd genoeg is dit gedachtegoed in het onderwijs nog niet of vaak slechts
gedeeltelijk gerealiseerd. In de praktijk worden nogal wat kinderen, op zijn
minst ten dele, uitgesloten.
Deze exclusie moet worden tegengegaan. Daarom is een nadrukkelijke keuze voor passend inclusief onderwijs noodzakelijk. Elke school kan daarvoor kiezen, ongeacht haar concept of onderwijsprofiel.
Dit boek biedt een invoeringsprogramma om passend inclusief onderwijs in de eigen onderwijssituatie op te zetten en uit te voeren. Dit gebeurt aan de hand van verschillende instrumenten, zoals het FIO – Framework voor Inclusief Onderwijs en het IPIO – InvoeringsProgramma voor Inclusief Onderwijs. Het boek bevat ook vele praktijkvoorbeelden.
Rob Franke is oprichter-coördinator van Framework – Educatieve Dienstverlening in Alphen-aan-den-Rijn. Hij is ook deeltijds verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Deze exclusie moet worden tegengegaan. Daarom is een nadrukkelijke keuze voor passend inclusief onderwijs noodzakelijk. Elke school kan daarvoor kiezen, ongeacht haar concept of onderwijsprofiel.
Dit boek biedt een invoeringsprogramma om passend inclusief onderwijs in de eigen onderwijssituatie op te zetten en uit te voeren. Dit gebeurt aan de hand van verschillende instrumenten, zoals het FIO – Framework voor Inclusief Onderwijs en het IPIO – InvoeringsProgramma voor Inclusief Onderwijs. Het boek bevat ook vele praktijkvoorbeelden.
Rob Franke is oprichter-coördinator van Framework – Educatieve Dienstverlening in Alphen-aan-den-Rijn. Hij is ook deeltijds verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Passend inclusief onderwijs: doen. Invoeringsprogramma (incl. DVD)
€ 24,90
Alle kinderen hebben recht op volledige deelname aan de samenleving. Maar
vreemd genoeg is dit gedachtegoed in het onderwijs nog niet of vaak slechts
gedeeltelijk gerealiseerd. In de praktijk worden nogal wat kinderen, op zijn
minst ten dele, uitgesloten.
Deze exclusie moet worden tegengegaan. Daarom is een nadrukkelijke keuze voor passend inclusief onderwijs noodzakelijk. Elke school kan daarvoor kiezen, ongeacht haar concept of onderwijsprofiel.
Dit boek biedt een invoeringsprogramma om passend inclusief onderwijs in de eigen onderwijssituatie op te zetten en uit te voeren. Dit gebeurt aan de hand van verschillende instrumenten, zoals het FIO – Framework voor Inclusief Onderwijs en het IPIO – InvoeringsProgramma voor Inclusief Onderwijs. Het boek bevat ook vele praktijkvoorbeelden.
Rob Franke is oprichter-coördinator van Framework – Educatieve Dienstverlening in Alphen-aan-den-Rijn. Hij is ook deeltijds verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Deze exclusie moet worden tegengegaan. Daarom is een nadrukkelijke keuze voor passend inclusief onderwijs noodzakelijk. Elke school kan daarvoor kiezen, ongeacht haar concept of onderwijsprofiel.
Dit boek biedt een invoeringsprogramma om passend inclusief onderwijs in de eigen onderwijssituatie op te zetten en uit te voeren. Dit gebeurt aan de hand van verschillende instrumenten, zoals het FIO – Framework voor Inclusief Onderwijs en het IPIO – InvoeringsProgramma voor Inclusief Onderwijs. Het boek bevat ook vele praktijkvoorbeelden.
Rob Franke is oprichter-coördinator van Framework – Educatieve Dienstverlening in Alphen-aan-den-Rijn. Hij is ook deeltijds verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.
Creatief proza. Ideeënboek
€ 18,90
Onderwijs en creativiteit rijmen niet. Je hoort het wel meer: het onderwijs
onderdrukt de creatieve energie. Het basisonderwijs laat nog ruimte voor de
creatieve ontplooiing van kinderen. Maar ook daar sijpelen rechtlijnigheid en
conformisme geleidelijk binnen. Kinderen leren er binnen de lijntjes te kleuren.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Creatief proza. Ideeënboek
€ 18,90
Onderwijs en creativiteit rijmen niet. Je hoort het wel meer: het onderwijs
onderdrukt de creatieve energie. Het basisonderwijs laat nog ruimte voor de
creatieve ontplooiing van kinderen. Maar ook daar sijpelen rechtlijnigheid en
conformisme geleidelijk binnen. Kinderen leren er binnen de lijntjes te kleuren.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Eenmaal hogerop krijgen die lijntjes de strakke contouren van clichés en vaste schema’s. Convergent denken neemt de plaats in van creatief denken.
En toch. Bijna algemeen erkennen we creativiteit als een belangrijk persoonlijkheids kenmerk. Alleen ontbreekt het ons vaak aan creatieve branie om daar daadwerkelijk iets aan te doen. Het vraagt nu eenmaal ondernemingslust en zin voor avontuur om gebaande wegen te verlaten en het terrein te betreden waar intuïtie, expressie, exploratie en inspiratie thuishoren.
Wie is er bang van creativiteit? Dit boek maakt alvast de weg vrij. Het nodigt taaldocenten uit om te volgen: om creatieve schrijfopdrachten een vooraanstaande plaats te geven in hun lessen en op deze manier de creatieve mogelijkheden van jongeren te verruimen. Creatief schrijven om beter te schrijven, dat vooral, en om te groeien, dat ook. Te groeien in creativiteit.
Creatief proza is in de eerste plaats bedoeld voor voortgezet/secundair onderwijs, maar is ook uitermate geschikt voor schrijfdocenten en cursisten, studenten in de lerarenopleiding en leraren in de hoogste jaren van het basisonderwijs.
Jos Van Thienen is doctor in de taal- en letterkunde. Zijn ervaring als docent in het secundair onderwijs vormt de creatieve onderstroom van dit boek.
Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning
€ 21,00
In debatten over de vernieuwingen in onderwijs zijn competentiegericht onderwijs en
competentie-ontwikkelend onderwijs vaak en graag gebruikte begrippen. In het
beroepsgericht secundair onderwijs, het deeltijds onderwijs, het volwassenenonderwijs
en het hoger onderwijs lopen al projecten en programma’s om te werken met
competenties.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.
Competentie-ontwikkelend onderwijs. Een verkenning
€ 21,00
In debatten over de vernieuwingen in onderwijs zijn competentiegericht onderwijs en
competentie-ontwikkelend onderwijs vaak en graag gebruikte begrippen. In het
beroepsgericht secundair onderwijs, het deeltijds onderwijs, het volwassenenonderwijs
en het hoger onderwijs lopen al projecten en programma’s om te werken met
competenties.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.
Maar over de precieze inhoud van deze begrippen bestaat in de Vlaamse onderwijswereld geen duidelijkheid. Daarom organiseerde de Vlor hierover een probleemverkenning.
Raadsleden, praktijkdeskundigen en academici zochten, elk vanuit hun specifieke kennis en invalshoek, naar antwoorden op vragen als:
- Wat betekent het begrip competentie nu precies?
- En wat is competentie-ontwikkelend onderwijs?
- Welke meerwaarde heeft competentie-ontwikkelend onderwijs en wat zijn de valkuilen?
- Is competentie-ontwikkelend onderwijs meer aangewezen in bepaalde onderwijsniveaus of -sectoren dan in andere?
- Welke systeemvoorwaarden zijn onmisbaar om competentie-ontwikkelend onderwijs te kunnen organiseren?
Deze publicatie bundelt de bijdragen van de verschillende deskundigen en sluit af met een synthesetekst.
Deze uitgave is een initiatief van de Vlaamse onderwijsraad – Algemene Raad.

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs
€ 19,00
The Bologna-declaration changes fundamentally higher educationin Europe. It introduces a clear distinction between bachelor andmaster programs and invites research-intensive universities for afundamental refl ection on the relationship between research andeducational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.

Bologna in European research-intensive universities. Implications for bachelor and master programs
€ 19,00
The Bologna-declaration changes fundamentally higher educationin Europe. It introduces a clear distinction between bachelor andmaster programs and invites research-intensive universities for afundamental refl ection on the relationship between research andeducational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
Some of the prominent questions are: how canstudents’ learning experiences within a research-intensive contextbe characterised, what effects can be expected from and what is theactual impact of learning in an environment that in general focuses onresearch rather than on education and student learning, and how canresearch be integrated in education in view of optimizing learning.
Considering the literature on the one hand and building upon thein-depth refl ections of faculty-members in European researchintensiveuniversities, the authors Jan Elen and An Verburgh makea number of educational proposals, pertaining to goals, orientationand curriculum structure of bachelors and masters programs aswell as to the instructional activities and possible quality assuranceprocesses in research-intensive universities.
The proposals areformulated in view of encouraging ongoing discussion and debate onthe nexus between education and research. They aim at increasing theattractiveness and effectiveness of educational activities by stressingthe need for a thorough, systematic and diversifi ed integration ofresearch in educational activities.
De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
€ 21,20
Rotterdam mag zich in een bijzondere belangsteling verheugen. De Maasstad heeft niet alleen taaie problemen, ze formuleert meteen ook de bijbehorende uitdagingen en toont een dadendrang, die bestuurders van andere steden soms de wenkbrauwen doet fronsen-en hen niet zelden inspireert. Globale en landelijke ontwikkelingen komen in Rotterdam samen. De stad kent een ''scheve bevolkingssamenstelling'', zeggen de deskundigen, en ze vergrijst én ze verjongt. Rotterdam moet zijn kennisniveau drastisch verhogen, de economie vraagt om versterking en vernieuwing. En gemeten op de achttien indicatoren van achterstanden en problemen komen zeven van de beoogde prachtwijken van het land in Rotterdam terecht.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
De lerende stad. Het laboratorium Rotterdam
€ 21,20
Rotterdam mag zich in een bijzondere belangsteling verheugen. De Maasstad heeft niet alleen taaie problemen, ze formuleert meteen ook de bijbehorende uitdagingen en toont een dadendrang, die bestuurders van andere steden soms de wenkbrauwen doet fronsen-en hen niet zelden inspireert. Globale en landelijke ontwikkelingen komen in Rotterdam samen. De stad kent een ''scheve bevolkingssamenstelling'', zeggen de deskundigen, en ze vergrijst én ze verjongt. Rotterdam moet zijn kennisniveau drastisch verhogen, de economie vraagt om versterking en vernieuwing. En gemeten op de achttien indicatoren van achterstanden en problemen komen zeven van de beoogde prachtwijken van het land in Rotterdam terecht.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
De auteurs zijn: Angelina Adam, Paul de Beer, Godfried Engbersen, Radboud Engbersen, Johan Geraets, Jan van Gerwen, Jo Hermanns, Ton de Klerk, Marianne Kloosterman, Jantine Kriens, Theo Magito, Ton Notten (redactie), Geertien Pols, Truida de Raaf, Frans Spierings en Toby Witte.
Geen voorraad

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker
€ 19,90
Deze omvangrijke aflevering is volledig gewijd aan de uitgever Bert Bakker (1912-1969). Bakker wordt met Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij en Geert van Oorschot gezien als een van de belangrijke vernieuwers van het naoorlogse boekenvak die een blijvende invloed hebben uitgeoefend op het uitgeversvak.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.
Geen voorraad

ZL- Literair-historisch tijdschrift. Jrg.7 (2007-2008) – nr. 1: Themanummer Bert Bakker
€ 19,90
Deze omvangrijke aflevering is volledig gewijd aan de uitgever Bert Bakker (1912-1969). Bakker wordt met Geert Lubberhuizen van De Bezige Bij en Geert van Oorschot gezien als een van de belangrijke vernieuwers van het naoorlogse boekenvak die een blijvende invloed hebben uitgeoefend op het uitgeversvak.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.
Bakker nam vlak voor de Tweede Wereldoorlog de christelijke Haagse uitgeverij D.A. Daamen onder zijn hoede. De anarchie van de bezetting en Bakkers betrokkenheid bij het illegale blad Vrij Nederland, de clandestiene uitgeverij Mansarde Pers en zijn gevangenschap van enkele maanden zorgden voor een wending in Bakkers leven, waardoor hij na 1945 het enge christelijke milieu van zijn jeugd vaarwel zei en zijn uitgeverij uitbouwde tot een belangrijk literair fonds. Met zijn Ooievaar-pockets was hij in 1954 bovendien een van de eersten die van de kracht van deze moderne verschijningsvorm de vruchten plukte. De hoge oplagen van die boekjes zorgden ervoor dat veel beginnende lezers via de Ooievaars met literatuur in aanraking kwamen.
In een van de bijdragen in deze aflevering van Zacht Lawijd wordt Bakker door een tijdgenoot gekenschetst als ''Een varken dat van Bach hield''. Die aanduiding is natuurlijk vanwege het pakkende karakter wat uitvergroot, maar een feit is dat iedereen die Bakker heeft gekend die vreemde combinatie van sociale platvloersheid en compromisloos enthousiasme voor literatuur opmerkte. Voor auteurs wiens werk hij waardeerde, ging Bakker door roeien en ruiten.
Bert Bakker en zijn fonds worden in deze speciale aflevering in maar liefst veertien bijdragen belicht: zijn plaats binnen het uitgeversveld, zijn positie binnen het Haagse kunstleven, zijn eigen literaire werk, zijn verhouding tot auteurs als Lucebert, Paul Rodenko, Paul Snoek, Hans Warren, Neeltje Maria Min en H. Voordewind, zijn clandestiene Mansarde Pers, zijn tijdschrift Maatstaf, zijn Ooievaar-pockets, en uiterst amusante interviews met tijdgenoten en vroegere personeelsleden. Ook wordt integraal een door C.A.B. Bantzinger tijdens Bakkers gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog getekend album opgenomen.

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken
€ 20,00
De derde editie van Lief en Leed brengt een speciale bijdrage over de echte of vermeende strijd tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’ in het wetenschappelijke onderzoek naar ons seksueel gedrag. Gender, transseksualiteit, de rol van de hersenen, aseksualiteit, homoseksualiteit zijn thema’s waarover telkens debat ontstaat tussen biologische en omgevingsgerichte verklaringen. Rudi Bleys breekt in een verhelderende inleiding een lans voor een interdisciplinaire en onbevooroordeelde kijk.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

Lief en leed 3. Seks en relaties anders bekeken
€ 20,00
De derde editie van Lief en Leed brengt een speciale bijdrage over de echte of vermeende strijd tussen ‘natuur’ en ‘cultuur’ in het wetenschappelijke onderzoek naar ons seksueel gedrag. Gender, transseksualiteit, de rol van de hersenen, aseksualiteit, homoseksualiteit zijn thema’s waarover telkens debat ontstaat tussen biologische en omgevingsgerichte verklaringen. Rudi Bleys breekt in een verhelderende inleiding een lans voor een interdisciplinaire en onbevooroordeelde kijk.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.
Eén van de artikels brengt het opmerkelijke liefdesleven van vijftigplussers in Vlaanderen in kaart. Daaruit blijkt onder meer dat seks bij die groep nog steeds vanzelfsprekend is. Maar het geeft ook aan dat hoe ouder men is, hoe minder men actief op zoek gaat naar informatie. Sensoa, Lachesis (Expertise Bureau Latere Leeftijd en Gender) en het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen waren benieuwd naar het seksleven en seksualiteitsbeleving van vijftigplussers. Aan de hand van een webenquête en een bevraging op de 50Plus Beurs in Antwerpen brachten ze het seksleven van de babyboomers in kaart. De resultaten waren verrassend en stellen ons in staat om aanbevelingen te formuleren voor de welzijns- en gezondheidssector.
Naast het wetenschappelijk luik is er ook ruimte voor de maatschappelijke rol van pornografie door de eeuwen heen, seks in Japan, en homoseksualiteit in Polen voor en na de verkiezingen. Verder bijdragen van Jean-Jacques Amy over Margaret Sanger, de moeder van de anticonceptiepil, Jean Paul Van Bendegem over de onvermoede relatie tussen wiskunde en seks en Els Leye over vrouwenbesnijdenis in Europa.

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population
€ 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook vanbegripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten,begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel eenmening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritischtegen het licht te houden.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population
€ 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook vanbegripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten,begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel eenmening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritischtegen het licht te houden.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groepkinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzichtvan de symptomen, diagnostiek en de behandelingvan ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aanbod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderenvoor en wanneer? Hoe valide is het diagnostischalgoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor opdeze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerden wat is de rol van comorbide stoornissen?Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHDworden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspuntenvoor de toekomst.
ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden.En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerdegeestelijke gezondheidszorg.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
€ 19,90
Al te vaak lopen patiënten een infectie op in het ziekenhuis. Het probleem is inderdaad groot. Bovendien berichten de media hierover geregeld ongenuanceerd en zelfs onjuist. Terwijl de zorgsector zichzelf almaar strengere normen oplegt.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
€ 19,90
Al te vaak lopen patiënten een infectie op in het ziekenhuis. Het probleem is inderdaad groot. Bovendien berichten de media hierover geregeld ongenuanceerd en zelfs onjuist. Terwijl de zorgsector zichzelf almaar strengere normen oplegt.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)
€ 11,90
In dit boek staat de zorgcoördinator in het VO en MBO centraal. Deze
professional is binnen de schoolorganisatie geen geïsoleerde persoon
die achter de schermen de ‘zorg’ voor de leerling/student in goede
banen leidt.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.
De zorgcoördinator. Een onmisbare schakel in de leerlingenzorg in het VO en MBO (Reeks Fontys Educatief, nr. 7)
€ 11,90
In dit boek staat de zorgcoördinator in het VO en MBO centraal. Deze
professional is binnen de schoolorganisatie geen geïsoleerde persoon
die achter de schermen de ‘zorg’ voor de leerling/student in goede
banen leidt.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.
De hoofdstukken belichten verschillende aspecten waar een zorgcoördinator in de praktijk van alledag mee te maken krijgt.
Het geeft voorbeelden van die praktijk, maar belicht ook beleidsmatige kanten die daar nauw aan verbonden zijn. Het denken en het handelen zoals dat door diverse auteurs wordt beschreven, kan zeker een bijdrage leveren aan de versterking van de zorg en het zorgbeleid op de scholen. Het boek is dan ook bedoeld voor zorgcoördinatoren, schoolmanagers, schoolbesturen, opleidingsdocenten en lerarenopleiders.

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren
€ 29,00
Oudere leerlingen met dyslexie of andere lees- en leerproblemen kunnen hun studievaardigheden vaak zelfstandig verbeteren met behulp van het goede oefenmateriaal. Dit (zelf) studieboek behandelt in acht hoofdstukken de basisvaardigheden van lezen, schrijven en spellen. Eerst leert de leerling meer over zijn persoonlijke leerstijl en studievaardigheden.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.

Lezen, schrijven, spellen en ICT. Studievaardigheden verbeteren
€ 29,00
Oudere leerlingen met dyslexie of andere lees- en leerproblemen kunnen hun studievaardigheden vaak zelfstandig verbeteren met behulp van het goede oefenmateriaal. Dit (zelf) studieboek behandelt in acht hoofdstukken de basisvaardigheden van lezen, schrijven en spellen. Eerst leert de leerling meer over zijn persoonlijke leerstijl en studievaardigheden.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Er wordt veel aandacht besteed aan de mogelijkheden van de tekstverwerker, andere ICT- hulpmiddelen en internet. Jongeren zijn hier doorgaans al mee vertrouwd. In dit boek leren ze deze hulpmiddelen ook systematisch inzetten bij lezen en schrijven. Maar ook het handschrift verbeteren krijgt aandacht. Vanuit het zelf schrijven van teksten komt het samenvatten van gelezen teksten aande orde. Werkwoordspelling en ontleden worden behandeld als hulpmiddelen bij schrijven en lezen. Waar mogelijk wordt de koppeling naar de vreemde talen gemaakt. Ten slotte wordt het belang van extra tijd voor dyslectische leerlingen onderstreept.
Dit boek kan in zijn geheel doorgewerkt worden maar ook per hoofdstuk naar behoefte. Alles kan meteen ingeoefend worden met instap- en evaluatietoetsen, kopieerbladen, overzichten en werkschema’s die ook als afdrukbare documenten op een cd staan. Het is bruikbaar voor zelfstudie door leerlingen (met dyslexie) in de bovenbouw van het voortgezet/secundair onderwijs, in het hoger en universitair onderwijs. Maar het is ook geschikt als leidraad voor iedereen die leerlingen met deze problemen wil helpen. Verder vinden (Pabo-)studenten die de taaltoets moeten halen er een presentatie van de werkwoordspelling in samenhang met woord- en zinsontleding.
Wenselijke preventie stap voor stap
€ 14,40
Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter
dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige
verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve
impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden,
maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen
welke preventie wenselijk is.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.
Wenselijke preventie stap voor stap
€ 14,40
Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter
dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige
verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve
impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden,
maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen
welke preventie wenselijk is.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.
Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.
Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.
Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.
Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).
Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.
Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)
€ 19,00
Wat de kunstenaars in het Middelheimmuseum en de studenten van
een vaktechnische school in Antwerpen met elkaar gemeen hebben,
is techniek. Technische onderlegdheid in materiaalkennis en hoe ermee
om te gaan.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.

Kunstvakwerk. Handleiding voor een optimale samenwerking tussen een museum en een vaktechnische schoollopleiding (De Veerman Bibliotheek, nr. 3)
€ 19,00
Wat de kunstenaars in het Middelheimmuseum en de studenten van
een vaktechnische school in Antwerpen met elkaar gemeen hebben,
is techniek. Technische onderlegdheid in materiaalkennis en hoe ermee
om te gaan.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.
Wat hen verschillend maakt, is hun specifieke kijk op het materiaal: in de beeldende kunst staat het verhaal en de betekenis centraal, in een vaktechnische opleiding is dit de functionele realisatie. Daarenboven eist een kunstenaar de vrijheid op om grenzen te verleggen, terwijl een vakman er op staat dat zijn product in alle technische opzichten ‘klopt’.
Deze beide zienswijzen met elkaar verzoenen, was de uitdaging die het Middelheimmuseum, de kunsteducatieve organisatie De Veerman en het Stedelijk Polytechnisch Instituut Antwerpen (SPIA) aangingen onder de noemer ‘Bij-buurten op het Kiel’ , een project dat zich in de eerste plaats focust op het aantrekken van nieuwe doelgroepen in het museum.
Kunstvakwerk is de neerslag van deze verzoening, met de uitdrukkelijke bedoeling bakens uit te zetten voor andere musea met ‘moeilijk te bereiken doelgroepen’ en voor scholen die de geijkte paden even willen verlaten.
Het boek is dan ook opgevat als een handleiding die scholen, educatieve organisaties en diensten publiekswerking de nodige handvatten wil aanreiken om dit instrument zelf uit te proberen en in te zetten in de dagelijkse praktijk.
Een handleiding, met inbegrip van de do’s en don’t’s en vooral: met enkele schitterende voorbeelden tot wat voor moois dit instrument in staat is.
“De Veerman-bIbliotheek” is een reeks publicaties over kunsteducatie in diverse contexten en achtergronden. De kunsteducatieve organisatie “De Veerman “wil hiermee haar werk, onderzoek en expertise met anderen delen.
U vindt meer informatie op www.veerman.be
Annemie Morbee (°1960) formuleert graag in duidelijke bewoordingen wat anderen te vertellen hebben.
Na een journalistieke carrière van 15 jaar runt ze haar eigen schrijversbureau en (her)schrijft artikels, persberichten, brochures, websites, speeches, boeken ...
Voor de realisatie van Kunstvakwerk heeft ze tijdens de loop van het project haar ogen de kost gegeven, haar oor te luisteren gelegd in de wandelgangen en dit alles aangevuld met persoonlijke gesprekken met de deelnemers.
Omdat het werkt… Werkzame bestanddelen van een maatschappelijk re-integratieproject (Reeks Fontys Actief, nr. 1)
€ 13,90
Maatschappelijke re-integratie betekent het bevorderen van deelname aan het maatschappelijke
verkeer.
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.
Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.
Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.
Omdat het werkt… Werkzame bestanddelen van een maatschappelijk re-integratieproject (Reeks Fontys Actief, nr. 1)
€ 13,90
Maatschappelijke re-integratie betekent het bevorderen van deelname aan het maatschappelijke
verkeer.
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.
Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.
Het maatschappelijke re-integratieproject Helmond Actief is vooral gericht op arbeidsparticipatie en blijkt een hoge graad van effectiviteit te bereiken.
Bij Helmond Actief weet men van de moeilijkst bemiddelbare groep twee op de drie mensen binnen dertien maanden duurzaam uit de uitkering te krijgen. Dit gebeurt door middel van geïntegreerde dienstverlening, een constructieve benadering van werkgevers, hoogwaardige handhaving en sociale activering.
De werkers van Helmond Actief staan bij wijze van spreken in een kring om de cliënt heen, waardoor taakroulatie, taakafstemming en samenwerking een stuk eenvoudiger zijn.
De (lange termijn-)behoeften van de cliënt zijn doorslaggevend. De organisatie stelt zich daarbij ''volgend'' op: de werker volgt de cliënt - hinderlijk, indien nodig -, de manager volgt de werker, in de hoop dat de subsidiegever zich ook laat sturen door de praktijkervaringen op de werkvloer. Men noemt dat in Helmond ''exemplarische beleidsvorming''. Dat werkt.
Geert van der Laan is bijzonder hoogleraar bij de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en deeltijdlector aan de Fontys Hogescholen te Eindhoven (Fontys Actief). René Kersten is projectleider van Helmond Actief.


