Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)

 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’ wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot. Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a., 2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.

In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.

Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).

Quick View

De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)

 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’ wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot. Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a., 2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.

In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.

Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Quick View

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Seksuele mishandeling van jonge kinderen

 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt, aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse modellen en technieken voor de behandeling beschreven. Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.

Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.

Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.

Quick View

Seksuele mishandeling van jonge kinderen

 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt, aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse modellen en technieken voor de behandeling beschreven. Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.

Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.

Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap

 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in zowel de media als onder commerciële ondernemingen.

Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?

Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.

Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.

Quick View

Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap

 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in zowel de media als onder commerciële ondernemingen.

Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?

Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.

Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De geweldige school en maatschappij

 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten, studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal- agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie op school. Het eerste deel geeft een grondig inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’ school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van de schoolgemeenschap.

De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.

Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?

Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.

Quick View

De geweldige school en maatschappij

 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten, studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal- agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie op school. Het eerste deel geeft een grondig inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’ school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van de schoolgemeenschap.

De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.

Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?

Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm

 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.

Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.

Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.

Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.

Quick View

Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm

 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.

Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.

Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.

Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezondheid is geen koopwaar

 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in België is begaan.

In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.

Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)

Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.

Quick View

Gezondheid is geen koopwaar

 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in België is begaan.

In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.

Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)

Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)

 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.

In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur

Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.

Quick View

Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)

 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.

In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur

Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost

 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?

Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.

Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.

Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.

Quick View

God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost

 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?

Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.

Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.

Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap

 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie. En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste – stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’) het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in het onderwijs.

Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.

Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?

Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?

Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.

Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Quick View

Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap

 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie. En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste – stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’) het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in het onderwijs.

Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.

Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?

Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?

Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.

Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog

 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijkebeperking is een controversieel thema. Het laatde betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderenvan ouders met een verstandelijke beperking lopen eengrotere kans op allerhande problemen.

De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleidvoor mensen met een verstandelijke beperking.Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardigemaatschappelijke participatie en passende ondersteuningbij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussieover het burgerschapsideaal is precies het ouderschapvan mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder.Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap?Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving?Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverlingof goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten,belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijngerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welkeplaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijkebeperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Placeholder Image
Quick View

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog

 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijkebeperking is een controversieel thema. Het laatde betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderenvan ouders met een verstandelijke beperking lopen eengrotere kans op allerhande problemen.

De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleidvoor mensen met een verstandelijke beperking.Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardigemaatschappelijke participatie en passende ondersteuningbij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussieover het burgerschapsideaal is precies het ouderschapvan mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder.Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap?Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving?Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverlingof goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten,belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijngerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welkeplaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijkebeperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7

 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula op een aantal hogescholen op het terrein van zorg en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten, managers, studenten en docenten werkzaam in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.

Quick View

Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7

 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula op een aantal hogescholen op het terrein van zorg en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten, managers, studenten en docenten werkzaam in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5

 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten? Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en richt zich op de school en de schoolbegeleiders.

In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Quick View

Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5

 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten? Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en richt zich op de school en de schoolbegeleiders.

In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6

 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende houding.

Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.

Quick View

Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6

 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende houding.

Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Quick View

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Quick View

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)

 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.

Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Quick View

Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot (Academisch Literair, nr. 1)

 36,00
Willem Elsschot (1882-1960) behoort tot de klassieken van de Nederlandse literatuur. Romans als Lijmen, Kaas en Het Dwaallicht hebben de status van tijdloze meesterwerken verworven. Toch stond Elsschot ook met beide voeten in het literaire leven van zijn tijd. Dit boek laat zien hoe hij gangbare literatuuropvattingen, bekende genres en eigentijdse thema’s overnam en naar zijn hand zette. Een aandachtige herlezing van zijn romandebuut Villa des Roses, zijn enige dorpsroman De Verlossing en de familieverhalen Tsjip en Pensioen werpt een nieuw licht op zijn veelgeroemde stijl en zijn ironische wereldbeeld. Een reconstructie van het kritische debat daarover maakt duidelijk dat Elsschots werk tijdens de eerste decennia van de twintigste eeuw de inzet was van levendige discussies onder traditionele en vooruitstrevende critici. Het bekende beeld van Elsschot als de Antwerpse burger en zakenman die zijn persoonlijke ervaringen boekstaaft, wordt hier grondig bijgesteld. Willem Elsschot komt uit deze studie naar voren als een schrijver met een doordachte visie op literatuur, die in geestige en vernuftig opgezette verhalen vraagtekens plaatst bij conventionele denkschema’s en waardepatronen.

Koen Rymenants is coördinator wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke dienstverlening bij de centrale administratie van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Daarvoor was hij onderzoeker aan de subfaculteit Literatuurwetenschap van de KU Leuven, waar hij in 2004 promoveerde op een proefschrift over Willem Elsschot. Hij publiceert over moderne en hedendaagse literatuur in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast is hij redacteur van het tijdschrift Spiegel der Letteren en bestuurslid van het Willem Elsschot Genootschap.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1

 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/ adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke competenties je daarvoor nodig hebt.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.

Quick View

Handboek Schoolontwikkelingstraject Integrale Leerlingenzorg – LEOZ Deelproject 1

 14,90
In dit handboek worden lerarenopleiders die als consultant/ adviseur willen gaan werken, voorzien van basiskennis om dat voor een traject voor integrale leerlingenzorg te doen. Naast deze basiskennis van integrale leerlingenzorg wordt integrale leerlingenzorg ook in het perspectief van een schoolontwikkelingstraject geplaatst en wordt uitgelegd hoe je het gekozen traject in de praktijk uit kunt voeren (implementatie) en welke algemene en specifieke competenties je daarvoor nodig hebt.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Robert Jansen is opleider en ontwikkelaar bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciaal Onderwijs en begeleidt daar ook studenten in praktijkonderzoek.
Ton van der Linden heeft een eigen bureau voor onderwijs en tekstschrijven. Voordien was hij leraar en mentor in het (speciaal) onderwijs, directeur van een VO-school en vakdidacticus bij een lerarenopleiding.
Arjen van der Vinne is zelfstandig kinder- en jeugdpsycholoog en consultant voor het onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Teaching in diversity. Teachers and pupils about tense situations in ethnically heterogeneous classes

 23,90
Tensions and arguments about controversial issues are an inherent part of going to school. Pupils can learn from these situations. Teaching in diversity offers a knowledge base regarding tense situations as opportunities for citizenship education on living in an ethnically diverse society. The book addresses which tense situations teachers and pupils of ethnically diverse classes experience and how teachers react to these situations. It presents the results of a national survey in schools for secondary education in The Netherlands. Teachers and pupils from 89 classes of 34 schools provide information about their experiences with tense situations. In addition this book offers a more in-depth understanding about the demands that are placed on teachers when preparing and guiding discussions about sensitive issues related to ethnic diversity. To this purpose considerations and actual behaviour of four teachers guiding such discussions in ethnically diverse classes are analysed.

Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.

Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.

Quick View

Teaching in diversity. Teachers and pupils about tense situations in ethnically heterogeneous classes

 23,90
Tensions and arguments about controversial issues are an inherent part of going to school. Pupils can learn from these situations. Teaching in diversity offers a knowledge base regarding tense situations as opportunities for citizenship education on living in an ethnically diverse society. The book addresses which tense situations teachers and pupils of ethnically diverse classes experience and how teachers react to these situations. It presents the results of a national survey in schools for secondary education in The Netherlands. Teachers and pupils from 89 classes of 34 schools provide information about their experiences with tense situations. In addition this book offers a more in-depth understanding about the demands that are placed on teachers when preparing and guiding discussions about sensitive issues related to ethnic diversity. To this purpose considerations and actual behaviour of four teachers guiding such discussions in ethnically diverse classes are analysed.

Teaching in diversity is relevant for educational sociologists and educational scientists who are involved with citizenship education in ethnically diverse societies. It also provides a frame of reference for teachers and teacher educators who want to reflect on the practical implications of perceiving tense situations as opportunities for citizenship education.

Hester Radstake studied Pedagogical Sciences at the University of Amsterdam. Teaching in diversity is the result of the PhD-project she conducted at the SCOKohnstamm Instituut of the University of Amsterdam. Since 2007 she works as a senior advisor for educational policy and as a researcher at the CETAR – Centre for Educational Training, Assessment and Research of the VU – Free University in Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

België in alle staten. Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop?

 19,90
De Vlaamse verzuchting voor gelijkberechtiging van de eigen taal resulteerde in 1970 in een federale staatsstructuur. Deze structuur is steeds fragiel gebleven en op federaal vlak een doelmatige beleidsploeg vormen is geen sinecure. Dit congenitaal antagonisme wordt nog verhevigd door de opsplitsing van de nationale partijen.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.

Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.

Quick View

België in alle staten. Vlaanderen en Wallonië in een Brusselse knoop?

 19,90
De Vlaamse verzuchting voor gelijkberechtiging van de eigen taal resulteerde in 1970 in een federale staatsstructuur. Deze structuur is steeds fragiel gebleven en op federaal vlak een doelmatige beleidsploeg vormen is geen sinecure. Dit congenitaal antagonisme wordt nog verhevigd door de opsplitsing van de nationale partijen.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.

Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hun goed recht. Passend onderwijs voor leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 5)

 20,00
‘Hun goed recht’ beschrijft op welke wijze het onderwijs aan leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen ‘passend’ gemaakt kan worden.

Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).

De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.

Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.

Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!

Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.

Quick View

Hun goed recht. Passend onderwijs voor leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 5)

 20,00
‘Hun goed recht’ beschrijft op welke wijze het onderwijs aan leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen ‘passend’ gemaakt kan worden.

Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).

De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.

Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.

Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!

Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Warme seks en hete chocolade. Over porno en intimiteit

 19,90
Seksualiteit en de representatie ervan zijn alomtegenwoordig in onze samenleving. Vooral via televisie en internet stromen allerlei beelden en opvattingen over seksualiteit onze levens binnen. Hoe gaan wij daarmee om? Wat zijn de gevolgen ervan? In dit boek maken negen seksuologen beschouwingen over de hedendaagse ‘seksualisering’ van de maatschappij. Op basis van recent wetenschappelijk onderzoek wordt inzicht gegeven in het effect van de media op seksueel actieve jongeren, de voor- en nadelen van pornografie voor gebruikers, welke verklaringen er vandaag de dag gangbaar zijn voor seksverslaving en welke theorieën over lust en liefde er momenteel worden aangehangen.

Dit boek biedt echter meer dan zomaar een stand van zaken. Het fungeert ook als een signaal, als een reactie tegen het huidige klimaat van seksuele ‘ongeremdheid’ dat onze media belaagt. Zonder de klok te willen terugdraaien, willen de auteurs sensibiliseren, bepaalde problemen aankaarten en ze bespreekbaar maken. De titel verwijst naar het initiatief van de VVS – Vlaamse Vereniging voor Seksuologie, die op Valentijnsdag 2008 de actie ‘Warme seks en hete chocolade’ op het getouw zette. In de media wordt steeds ‘hete’ seks opgediend. De vereniging houdt met deze slagzin een pleidooi voor ‘warme en innige’ seks.

Ilse Penne, voorzitter van de VVS, schreef dit boek samen met Koen Baeten, An De Lamper, Gerard Gielen, Peter Leusink, Katelijne Michielsen, Hilde Toelen, Alexander Witpas en Luc Zwaenepoel.

Quick View

Warme seks en hete chocolade. Over porno en intimiteit

 19,90
Seksualiteit en de representatie ervan zijn alomtegenwoordig in onze samenleving. Vooral via televisie en internet stromen allerlei beelden en opvattingen over seksualiteit onze levens binnen. Hoe gaan wij daarmee om? Wat zijn de gevolgen ervan? In dit boek maken negen seksuologen beschouwingen over de hedendaagse ‘seksualisering’ van de maatschappij. Op basis van recent wetenschappelijk onderzoek wordt inzicht gegeven in het effect van de media op seksueel actieve jongeren, de voor- en nadelen van pornografie voor gebruikers, welke verklaringen er vandaag de dag gangbaar zijn voor seksverslaving en welke theorieën over lust en liefde er momenteel worden aangehangen.

Dit boek biedt echter meer dan zomaar een stand van zaken. Het fungeert ook als een signaal, als een reactie tegen het huidige klimaat van seksuele ‘ongeremdheid’ dat onze media belaagt. Zonder de klok te willen terugdraaien, willen de auteurs sensibiliseren, bepaalde problemen aankaarten en ze bespreekbaar maken. De titel verwijst naar het initiatief van de VVS – Vlaamse Vereniging voor Seksuologie, die op Valentijnsdag 2008 de actie ‘Warme seks en hete chocolade’ op het getouw zette. In de media wordt steeds ‘hete’ seks opgediend. De vereniging houdt met deze slagzin een pleidooi voor ‘warme en innige’ seks.

Ilse Penne, voorzitter van de VVS, schreef dit boek samen met Koen Baeten, An De Lamper, Gerard Gielen, Peter Leusink, Katelijne Michielsen, Hilde Toelen, Alexander Witpas en Luc Zwaenepoel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leadership, Spirituality and the Common Good. East and West Approaches (European SPES Cahier N°4)

 16,30
The authors believe that the European and Asian traditions of spirituality provide rich resources for world seeking to rediscover the Common Good. The particular focus of this Cahier is on the need for responsible leaders who understand and accept their responsibility to steward the resources in their care for the good of their organisation and for the Common Good. Such leaders will have developed the capacity to integrate the economic, the social and the environmental realms and inspire trust in their organisational communities through the quality of their character and spirit.

In Leadership, Spirituality and the Common Good: East and West Approaches, we present the thinking of eight authors who explored this topic at a gathering of academics and business people at a conference held at the China Europe International Business School (CEIBS) in Shanghai in October 2008. The eight chapters have been developed from this conference and are now brought together as a contribution to social and business education to support a greater understanding of East-West cultural perspectives on the rich notion of the Common Good which, as our authors explain, is expressed in Eastern cultures as lokasangraha, kyosei, da tong and jen.

Henri-Claude de Bettignies is Distinguished Professor of Globally Responsible Leadership at the China Europe International Business School (CEIBS), Shanghai and the Aviva Chair Emeritus Professor of Leadership and Responsibility at INSEAD. He is currently Director of the Euro-China Centre for Leadership and Responsibility (ECCLAR, in Shanghai).

Mike Thompson is Visiting Professor of Responsible Leadership at China Europe International Business School (CEIBS) and is Global Chief Executive of Good- Brand, an international sustainable enterprise consultancy. He is also a member of the standing committee of the European SPES Forum.

Quick View

Leadership, Spirituality and the Common Good. East and West Approaches (European SPES Cahier N°4)

 16,30
The authors believe that the European and Asian traditions of spirituality provide rich resources for world seeking to rediscover the Common Good. The particular focus of this Cahier is on the need for responsible leaders who understand and accept their responsibility to steward the resources in their care for the good of their organisation and for the Common Good. Such leaders will have developed the capacity to integrate the economic, the social and the environmental realms and inspire trust in their organisational communities through the quality of their character and spirit.

In Leadership, Spirituality and the Common Good: East and West Approaches, we present the thinking of eight authors who explored this topic at a gathering of academics and business people at a conference held at the China Europe International Business School (CEIBS) in Shanghai in October 2008. The eight chapters have been developed from this conference and are now brought together as a contribution to social and business education to support a greater understanding of East-West cultural perspectives on the rich notion of the Common Good which, as our authors explain, is expressed in Eastern cultures as lokasangraha, kyosei, da tong and jen.

Henri-Claude de Bettignies is Distinguished Professor of Globally Responsible Leadership at the China Europe International Business School (CEIBS), Shanghai and the Aviva Chair Emeritus Professor of Leadership and Responsibility at INSEAD. He is currently Director of the Euro-China Centre for Leadership and Responsibility (ECCLAR, in Shanghai).

Mike Thompson is Visiting Professor of Responsible Leadership at China Europe International Business School (CEIBS) and is Global Chief Executive of Good- Brand, an international sustainable enterprise consultancy. He is also a member of the standing committee of the European SPES Forum.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×