Filter
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie

 15,00
Hedendaagse gezinnen balanceren tussen zorg voor kinderen, buitenshuis werken, het huishouden en vrije tijd. Hoge verwachtingen in partnerrelaties en wijzigingen in de levensloop brengen extra stress en onduidelijkheid mee. De toenemende vergrijzing doet ook haar invloed gelden. Gezinnen krijgen te maken met ouders die (heel) oud worden en die op zeker ogenblik hulp behoeven.

Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.

Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?

Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.

Placeholder Image
Quick View

Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie

 15,00
Hedendaagse gezinnen balanceren tussen zorg voor kinderen, buitenshuis werken, het huishouden en vrije tijd. Hoge verwachtingen in partnerrelaties en wijzigingen in de levensloop brengen extra stress en onduidelijkheid mee. De toenemende vergrijzing doet ook haar invloed gelden. Gezinnen krijgen te maken met ouders die (heel) oud worden en die op zeker ogenblik hulp behoeven.

Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.

Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?

Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid

 19,90
Een goede gezins- en opvoedingssituatie voor kinderen is een zorg van velen. Net als ouders en professionele hulpverleners, dragen gezinspedagogische wetenschappers hier op een eigen wijze aan bij. Volgens prof. em. dr. Lieve Vandemeulebroecke van het Centrum voor Gezinspedagogiek aan de K.U.Leuven, aan wie dit boek wordt opgedragen, kunnen ze dit doen op diverse manieren: door theoretische reflectie op de opvoedingsrelatie en de voorwaarden om deze relatie te realiseren (conceptueel onderzoek), door het bestuderen van opvoedingsprocessen in diverse gezinscontexten en het ontdekken van antecedenten en gevolgen van deze processen (empirisch onderzoek), en door het ontwikkelen, implementeren en evalueren van interventies van gezins- en opvoedingsondersteuning (handelingsgericht onderzoek).

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.

Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.

Quick View

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid

 19,90
Een goede gezins- en opvoedingssituatie voor kinderen is een zorg van velen. Net als ouders en professionele hulpverleners, dragen gezinspedagogische wetenschappers hier op een eigen wijze aan bij. Volgens prof. em. dr. Lieve Vandemeulebroecke van het Centrum voor Gezinspedagogiek aan de K.U.Leuven, aan wie dit boek wordt opgedragen, kunnen ze dit doen op diverse manieren: door theoretische reflectie op de opvoedingsrelatie en de voorwaarden om deze relatie te realiseren (conceptueel onderzoek), door het bestuderen van opvoedingsprocessen in diverse gezinscontexten en het ontdekken van antecedenten en gevolgen van deze processen (empirisch onderzoek), en door het ontwikkelen, implementeren en evalueren van interventies van gezins- en opvoedingsondersteuning (handelingsgericht onderzoek).

Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.

Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)

 21,00
Sinds enkele jaren heeft het bachelor/master stelsel zijn intrede gedaan in het Nederlands hoger onderwijs. Voor de universiteiten zijn de gevolgen beperkt geweest. Veel doctoraal opleidingen lieten zich makkelijk ombouwen tot een masteropleiding.

Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.

De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.

Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Quick View

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)

 21,00
Sinds enkele jaren heeft het bachelor/master stelsel zijn intrede gedaan in het Nederlands hoger onderwijs. Voor de universiteiten zijn de gevolgen beperkt geweest. Veel doctoraal opleidingen lieten zich makkelijk ombouwen tot een masteropleiding.

Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.

De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.

Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar

 25,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van drie iets minder bekende traktaten van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.): "De propriorum animi cuiuslibet affectuum dignotione et curatione", "De animi cuiuslibet peccatorum dignotione et curatione" en "Quod animi mores corporis temperamenta sequantur", die één voor één een vrij goed zicht bieden op zijn nog steeds fascinerende opvattingen inzake de diverse "roerselen van de ziel".

In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.

Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Placeholder Image
Quick View

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar

 25,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van drie iets minder bekende traktaten van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.): "De propriorum animi cuiuslibet affectuum dignotione et curatione", "De animi cuiuslibet peccatorum dignotione et curatione" en "Quod animi mores corporis temperamenta sequantur", die één voor één een vrij goed zicht bieden op zijn nog steeds fascinerende opvattingen inzake de diverse "roerselen van de ziel".

In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.

Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Brussels, Belgium and the knowledge economy

 24,90
This particular book deals with Brussels and its place in the emerging knowledge economy from exactly that perspective. The authors have analyzed how people feel and think about this city, and from such a subjective material have constructed a more or less objective picture.

Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.

The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.

The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.

Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.

Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Brussels, Belgium and the knowledge economy

 24,90
This particular book deals with Brussels and its place in the emerging knowledge economy from exactly that perspective. The authors have analyzed how people feel and think about this city, and from such a subjective material have constructed a more or less objective picture.

Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.

The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.

The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.

Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.

Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)

 17,40
SEN – Steunpunt Expertisenetwerken stelt samen met het Kom Binnen-team een praktijkboek voor met als hoofdthema het verloop van de therapie met mensen met een verstandelijke beperking. Deze therapeutische ontmoetingen worden geschetst van aanmelding tot afronding. Vanuit concrete verhalen wordt belicht hoe therapeut en cliënt kennis maken, met elkaar in gesprek raken en methodisch naar oplossingen werken.

Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.

Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.

Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.


SEN-Publicaties

Quick View

Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)

 17,40
SEN – Steunpunt Expertisenetwerken stelt samen met het Kom Binnen-team een praktijkboek voor met als hoofdthema het verloop van de therapie met mensen met een verstandelijke beperking. Deze therapeutische ontmoetingen worden geschetst van aanmelding tot afronding. Vanuit concrete verhalen wordt belicht hoe therapeut en cliënt kennis maken, met elkaar in gesprek raken en methodisch naar oplossingen werken.

Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.

Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.

Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.


SEN-Publicaties

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie

 129,00
De transactie van geld wordt meestal vereenzelvigd met zakelijkheid, berekening, rationaliteiten optimale winststreving. Zaken die niet aan die criteria beantwoorden, krijgenbinnen deze wereld weinig of geen aandacht.

Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.

Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?

Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?

Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.
Placeholder Image
Quick View

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie

 129,00
De transactie van geld wordt meestal vereenzelvigd met zakelijkheid, berekening, rationaliteiten optimale winststreving. Zaken die niet aan die criteria beantwoorden, krijgenbinnen deze wereld weinig of geen aandacht.

Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.

Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?

Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?

Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leerzorg in het onderwijs

 20,00
Onlangs heeft de Vlaamse regering, na tien jaar discussie, een politiek akkoord bereikt over hoe de zorg voor leerlingen met een beperking moet worden hervormd. De wetgeving over het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen is immers al dertig jaar oud. Dit boek is een grondige syntheseoefening. Het brengt de huidige populatie van buitengewoon onderwijs-, GON- en ION-leerlingen in beeld en geeft inzicht in het hoe en waarom van de hervorming. Deze komt niet zomaar uit de lucht komt vallen, maar bouwt voort op bestaande praktijken en is ingebed in een internationaal kader.

Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.

De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.

Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.

Quick View

Leerzorg in het onderwijs

 20,00
Onlangs heeft de Vlaamse regering, na tien jaar discussie, een politiek akkoord bereikt over hoe de zorg voor leerlingen met een beperking moet worden hervormd. De wetgeving over het buitengewoon onderwijs in Vlaanderen is immers al dertig jaar oud. Dit boek is een grondige syntheseoefening. Het brengt de huidige populatie van buitengewoon onderwijs-, GON- en ION-leerlingen in beeld en geeft inzicht in het hoe en waarom van de hervorming. Deze komt niet zomaar uit de lucht komt vallen, maar bouwt voort op bestaande praktijken en is ingebed in een internationaal kader.

Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.

De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.

Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Schoolmakker – Handleiding

 13,00
Schoolmakker is meer dan een schoolagenda. De nadruk ligt op het ontwikkelen van vaardigheden.
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.

Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.

Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.

De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.

Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8

Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).

Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.

Placeholder Image
Quick View

Schoolmakker – Handleiding

 13,00
Schoolmakker is meer dan een schoolagenda. De nadruk ligt op het ontwikkelen van vaardigheden.
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.

Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.

Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.

De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.

Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8

Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).

Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten

door
 27,00
De wereld was tot 1989 niet alleen een bipolaire wereld, ze was er één waarin ideologie de belangrijkste breuklijn vormde in het politieke landschap. Bij het naderen van het tweede millennium is cultuur de centrale breuklijn in de politiek geworden en staat migratie bovenaan de lijst van electoraal gevoelige thema’s. Culturen plakken op beeld en staan steevast garant voor verhitte discussies. In dergelijke debatten verwerven groepen vorm. Ze krijgen eigenschappen en kenmerken opgekleefd in de perceptie van de nieuwsconsumenten. Thema’s zoals veiligheid, criminaliteit en tewerkstelling worden in die gemediatiseerde debatten vaak geherdefinieerd als zijnde voornamelijk culturele problemen. Problemen eigen aan een diverse maatschappij, eigen aan de cultuur van ‘de ander’.
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.

Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN

Quick View

Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten

door
 27,00
De wereld was tot 1989 niet alleen een bipolaire wereld, ze was er één waarin ideologie de belangrijkste breuklijn vormde in het politieke landschap. Bij het naderen van het tweede millennium is cultuur de centrale breuklijn in de politiek geworden en staat migratie bovenaan de lijst van electoraal gevoelige thema’s. Culturen plakken op beeld en staan steevast garant voor verhitte discussies. In dergelijke debatten verwerven groepen vorm. Ze krijgen eigenschappen en kenmerken opgekleefd in de perceptie van de nieuwsconsumenten. Thema’s zoals veiligheid, criminaliteit en tewerkstelling worden in die gemediatiseerde debatten vaak geherdefinieerd als zijnde voornamelijk culturele problemen. Problemen eigen aan een diverse maatschappij, eigen aan de cultuur van ‘de ander’.
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.

Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkhedenWaardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden

 18,00
Waardig leven met een beperking: Hoe deed en doet men dit? Deze vraag wordt in alle facetten beantwoord: van een historiek van de positie van mensen met een beperking tot een kritische kijk op hulpverlening vandaag. Het soort hulpverlening dat wordt geboden, blijkt zeer nauw verbonden met het wetenschappelijke discours van de tijd waarin ze ontstaat. De auteur verkent de opeenvolgende theoretische grondslagen en bekijkt hoe ze in praktijk werden gebracht. Daarna komen de verschillende vormen van hulpverlening aan bod, tot en met het recente inclusiegedachtegoed. Ook de hulpverlener zelf komt uitgebreid in beeld.

Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?

Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.

Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkhedenWaardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Quick View

Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden

 18,00
Waardig leven met een beperking: Hoe deed en doet men dit? Deze vraag wordt in alle facetten beantwoord: van een historiek van de positie van mensen met een beperking tot een kritische kijk op hulpverlening vandaag. Het soort hulpverlening dat wordt geboden, blijkt zeer nauw verbonden met het wetenschappelijke discours van de tijd waarin ze ontstaat. De auteur verkent de opeenvolgende theoretische grondslagen en bekijkt hoe ze in praktijk werden gebracht. Daarna komen de verschillende vormen van hulpverlening aan bod, tot en met het recente inclusiegedachtegoed. Ook de hulpverlener zelf komt uitgebreid in beeld.

Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?

Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Meer welzijn op het werk. Een eigen kijk

 21,90
Deze markante uitgave vertaalt de belangrijkste elementen uit de nieuwe Europese Communautaire Strategie voor de Veiligheid en de Gezondheid op het Werk (2007-2012) naar de nationale context. De diverse overheden en sociale partners zullen initiatieven moeten nemen die een reductie brengen van het aantal arbeidsongevallen en beroepsgebonden aandoeningen, en die een groter welbevinden bewerkstelligen van iedereen die in België aan het werk is.
Concreet komen aan bod: het bedrijfsintern overleg inzake het welzijn op het werk en de rol van de syndicale organisaties hierin, de toekomst van de interne en de externe preventiediensten, het belang van een betere monitoring op landelijk vlak, de behoefte aan een ontvetting van het huidige reglementaire kader, de mogelijke regionalisering van de arbeidsgeneeskunde in het perspectief van de komende schaarste aan bedrijfsartsen, de opleiding van zowel preventieadviseurs als toekomstige kaderleden, de specifieke welzijnsproblematiek in de kleinere en middelgrote ondernemingen, het heroriënteren van de inspectiediensten.

Marc Heselmans is voormalig directeur-generaal van de Algemene Directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk en emeritus-hoogleraar aan de KULeuven. Jan Van Peteghem is directeur van de Afdeling Risicobeheersing van het IDEWE – Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en hoogleraar aan de KULeuven.

Placeholder Image
Quick View

Meer welzijn op het werk. Een eigen kijk

 21,90
Deze markante uitgave vertaalt de belangrijkste elementen uit de nieuwe Europese Communautaire Strategie voor de Veiligheid en de Gezondheid op het Werk (2007-2012) naar de nationale context. De diverse overheden en sociale partners zullen initiatieven moeten nemen die een reductie brengen van het aantal arbeidsongevallen en beroepsgebonden aandoeningen, en die een groter welbevinden bewerkstelligen van iedereen die in België aan het werk is.
Concreet komen aan bod: het bedrijfsintern overleg inzake het welzijn op het werk en de rol van de syndicale organisaties hierin, de toekomst van de interne en de externe preventiediensten, het belang van een betere monitoring op landelijk vlak, de behoefte aan een ontvetting van het huidige reglementaire kader, de mogelijke regionalisering van de arbeidsgeneeskunde in het perspectief van de komende schaarste aan bedrijfsartsen, de opleiding van zowel preventieadviseurs als toekomstige kaderleden, de specifieke welzijnsproblematiek in de kleinere en middelgrote ondernemingen, het heroriënteren van de inspectiediensten.

Marc Heselmans is voormalig directeur-generaal van de Algemene Directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk en emeritus-hoogleraar aan de KULeuven. Jan Van Peteghem is directeur van de Afdeling Risicobeheersing van het IDEWE – Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en hoogleraar aan de KULeuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het virtuele universum. Inleiding tot virtualistische wijsbegeerte en studie der verbeelding

 14,10
Velen gaan op zoek naar een coherent wereldbeeld waarin zowel metafysische als filosofische vragen een antwoord vinden, maar toch met een wetenschappelijke achtergrond én ethische dimensie. Het postmodernisme biedt geen houvast. Oosterse denkwijzen denken ‘te ver’, sommige wetenschappen zijn te controversieel. Vanuit de grote vragen en de belangrijkste wereldbeelden brengt dit boek een verantwoorde synthese. Het basisconcept is de verbeelding in ruime zin. Zo ontstaat een deels nieuwe kennisleer en ontologie maar ook methodiek, en dus: orde. De auteur vraagt hernieuwde aandacht voor metafysica (ook de oosterse) en de klassieke deugdenleer. Zij laten toe de ontwaarding in de huidige lifestyle, politiek, media en kunst kritisch te ont-beelden. Virtualisme? De motor van verbeelding en creativiteit (virtualiteiten) moet worden ingetoomd door de rem der deugden (virtutes).

Hans Devroe was docent aan het Onze-Lieve- Vrouwcollege in Halle en wetenschapsjournalist. Hij stichtte en leidt de Universitaire Werkgroep Literatuur en Media in Leuven.

Quick View

Het virtuele universum. Inleiding tot virtualistische wijsbegeerte en studie der verbeelding

 14,10
Velen gaan op zoek naar een coherent wereldbeeld waarin zowel metafysische als filosofische vragen een antwoord vinden, maar toch met een wetenschappelijke achtergrond én ethische dimensie. Het postmodernisme biedt geen houvast. Oosterse denkwijzen denken ‘te ver’, sommige wetenschappen zijn te controversieel. Vanuit de grote vragen en de belangrijkste wereldbeelden brengt dit boek een verantwoorde synthese. Het basisconcept is de verbeelding in ruime zin. Zo ontstaat een deels nieuwe kennisleer en ontologie maar ook methodiek, en dus: orde. De auteur vraagt hernieuwde aandacht voor metafysica (ook de oosterse) en de klassieke deugdenleer. Zij laten toe de ontwaarding in de huidige lifestyle, politiek, media en kunst kritisch te ont-beelden. Virtualisme? De motor van verbeelding en creativiteit (virtualiteiten) moet worden ingetoomd door de rem der deugden (virtutes).

Hans Devroe was docent aan het Onze-Lieve- Vrouwcollege in Halle en wetenschapsjournalist. Hij stichtte en leidt de Universitaire Werkgroep Literatuur en Media in Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Inspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverleningInspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverlening
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverlening

 20,60
Het brede werkveld van sociaal-juridisch dienstverleners verandert: juridisering, verzakelijking en privatisering zijn ontwikkelingen die definitief hebben doorgezet, andere ontwikkelingen dienen zich aan. Er is de verdergaande digitalisering van de dienstverlening, de veranderingen in de aard van en de opvattingen over de regulering door de overheid - governance - en de toenemende invloed van mediation als alternatieve conflictbeslechting. Al deze veranderingen treffen de professionals net zo goed als de burgers die van publieke dienstverlening afhankelijk zijn. Welke gevolgen heeft dat en hoe worden die ervaren?

Dit boek laat de lezer dagelijkse praktijkervaringen - opnieuw - overdenken en prikkelen met vragen zoals: Hoeveel ruimte wordt de professional in de sociaal juridische dienstverlening op de werkplek gegund en hoe wordt die benut? Burgers worden met kracht aangemoedigd tot zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid, maar gebeurt dat ook op de manier die werd beoogd? Wordt de maatschappelijke participatie ermee gediend?

Afke Theunissen en Dieteke van der Ree doceren beiden aan InHolland in Rotterdam.

Inspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverleningInspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverlening
Quick View

Inspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverlening

 20,60
Het brede werkveld van sociaal-juridisch dienstverleners verandert: juridisering, verzakelijking en privatisering zijn ontwikkelingen die definitief hebben doorgezet, andere ontwikkelingen dienen zich aan. Er is de verdergaande digitalisering van de dienstverlening, de veranderingen in de aard van en de opvattingen over de regulering door de overheid - governance - en de toenemende invloed van mediation als alternatieve conflictbeslechting. Al deze veranderingen treffen de professionals net zo goed als de burgers die van publieke dienstverlening afhankelijk zijn. Welke gevolgen heeft dat en hoe worden die ervaren?

Dit boek laat de lezer dagelijkse praktijkervaringen - opnieuw - overdenken en prikkelen met vragen zoals: Hoeveel ruimte wordt de professional in de sociaal juridische dienstverlening op de werkplek gegund en hoe wordt die benut? Burgers worden met kracht aangemoedigd tot zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid, maar gebeurt dat ook op de manier die werd beoogd? Wordt de maatschappelijke participatie ermee gediend?

Afke Theunissen en Dieteke van der Ree doceren beiden aan InHolland in Rotterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Leerlingenmap (losbladig in map) (set van 5 ex.)

 14,50
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling— ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deze map bevat de antwoord-, en observatieformulieren voor de leerling. Ze wordt per leerling aangeschaft. Ze zijn beschikbaar in sets van 5 exemplaren.

Placeholder Image
Quick View

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Leerlingenmap (losbladig in map) (set van 5 ex.)

 14,50
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling— ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deze map bevat de antwoord-, en observatieformulieren voor de leerling. Ze wordt per leerling aangeschaft. Ze zijn beschikbaar in sets van 5 exemplaren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 3: Evaluatie en beoordelingsschema’s (Losbladig in map)

 12,00
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling— ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema’s
Dit is een map met losbladige documenten die best per klasgroep wordt aangeschaft; zo hoeft de leerkracht niets te kopiëren. Per leerdomein vindt men er: de correctiesleutel, klaslijsten en beoordelingsfiches voor de toetsen; de klaslijst voor de observaties, een beoordelingsfiche op groepsniveau en een fiche voor de planning van de verbeteracties.

Placeholder Image
Quick View

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 3: Evaluatie en beoordelingsschema’s (Losbladig in map)

 12,00
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling— ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema’s
Dit is een map met losbladige documenten die best per klasgroep wordt aangeschaft; zo hoeft de leerkracht niets te kopiëren. Per leerdomein vindt men er: de correctiesleutel, klaslijsten en beoordelingsfiches voor de toetsen; de klaslijst voor de observaties, een beoordelingsfiche op groepsniveau en een fiche voor de planning van de verbeteracties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap (met cd)

 21,90
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap
Deze map bevat de cd, alle informatie over de genormeerde en de valide toetsen Frans, en de afnameinstructies voor de dialogen gericht op de observaties Frans-spreken. Per leerdomein wordt alle informatie gegeven voor de afname, correctie en interpretatie van de resultaten.

Placeholder Image
Quick View

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap (met cd)

 21,90
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijs waarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap
Deze map bevat de cd, alle informatie over de genormeerde en de valide toetsen Frans, en de afnameinstructies voor de dialogen gericht op de observaties Frans-spreken. Per leerdomein wordt alle informatie gegeven voor de afname, correctie en interpretatie van de resultaten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen. Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht

 10,30
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijswaarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelenvoldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van hetonderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenenen andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden eenalgemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de schoolmeteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en deleerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen
Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen voor luisteren, spreken, lezen en, schrijven en taalbeschouwingen over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is ook een handleiding bij het gebruikvan de leerkrachtenmap en de leerlingenmap
Placeholder Image
Quick View

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen. Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht

 10,30
WOTO – Werkgroep Output en Toetsontwikkeling — ontwikkelt een instrumentarium voor het Basisonderwijswaarmee schoolteams de output en de kwaliteit van hun onderwijs kunnen verantwoorden.
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelenvoldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van hetonderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenenen andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden eenalgemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de schoolmeteen aan de slag kan.

Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en deleerkrachten, en één voor de leerlingen.

Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen
Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen voor luisteren, spreken, lezen en, schrijven en taalbeschouwingen over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is ook een handleiding bij het gebruikvan de leerkrachtenmap en de leerlingenmap
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het studiehuis leert. Ervaringen met de vernieuwing van de Tweede Fase havo/vwo (Studiehuisserie nr. 12)

 15,90
De Tweede Fase havo/vwo verandert in 2007 weer. In 1998 vond een grote vernieuwing plaats onder de noemer van invoering van profielen en het studiehuis. Door de vele reacties van leerlingen, scholen, docenten en de samenleving kregen deze veranderingen het karakter van een permanente verbouwing.
In het Scholennetwerk Bovenbouw havo/vwo van de Univeristeit van Amsterdam werken twintig scholen samen aan de vernieuwing van de Tweede Fase. Uitgangspunt daarbij is het vanuit een grote betrokkenheid bij het onderwijs zelf ter hand nemen van de vernieuwing, het leren van elkaar en het op zoek blijven naar het beste onderwijs voor de leerlingen.
Nu in 2007 de veranderingen van de Tweede Fase opnieuw ingrijpend zijn, willen de deelnemers aan het netwerk hun ervaringen vastleggen in een boek. Zij laten zien hoe de scholen hebben gewerkt aan het vernieuwen van de Tweede Fase en vooral welke verworvenheden scholen willen meenemen naar de nieuwe opzet in 2007.

De bijdrage van de scholen zijn ondergebracht in vier delen:
Deel 1: Leren in het studiehuis: actieve participatie leerlingen en pedagogisch-didactisch handelen docenten.
Deel 2: Inhoud van het onderwijs: samenhang en profilering school.
Deel 3: Begeleiding van leerlingen en organisatie van het onderwijs.
Deel 4: Flexibilisering van het onderwijs.

Met dit beoek willen de auteurs een bijdrage leveren aan het zorgvuldig en op basis van ervaringen nadenken over onderwijs. Zij hopen dat dit boek docenten en schoolleiders inspireert om door te werken aan het verbeteren van de Tweede Fase, gericht op het stimuleren van leerlingen tot actief, reflexief, sociaal en onderzoekend leren.

Wiel Veugelers is onderzoeker en docent bij het Instituut voor de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar educatie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
Henk Zijlstra is rector van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven.

Het Scholennetwerk Bovenbouw havo:vwo van de Universiteit van Amsterdam maakt deel uit van het Centrum voor Nascholing Amsterdam.

Geen voorraad
Quick View

Het studiehuis leert. Ervaringen met de vernieuwing van de Tweede Fase havo/vwo (Studiehuisserie nr. 12)

 15,90
De Tweede Fase havo/vwo verandert in 2007 weer. In 1998 vond een grote vernieuwing plaats onder de noemer van invoering van profielen en het studiehuis. Door de vele reacties van leerlingen, scholen, docenten en de samenleving kregen deze veranderingen het karakter van een permanente verbouwing.
In het Scholennetwerk Bovenbouw havo/vwo van de Univeristeit van Amsterdam werken twintig scholen samen aan de vernieuwing van de Tweede Fase. Uitgangspunt daarbij is het vanuit een grote betrokkenheid bij het onderwijs zelf ter hand nemen van de vernieuwing, het leren van elkaar en het op zoek blijven naar het beste onderwijs voor de leerlingen.
Nu in 2007 de veranderingen van de Tweede Fase opnieuw ingrijpend zijn, willen de deelnemers aan het netwerk hun ervaringen vastleggen in een boek. Zij laten zien hoe de scholen hebben gewerkt aan het vernieuwen van de Tweede Fase en vooral welke verworvenheden scholen willen meenemen naar de nieuwe opzet in 2007.

De bijdrage van de scholen zijn ondergebracht in vier delen:
Deel 1: Leren in het studiehuis: actieve participatie leerlingen en pedagogisch-didactisch handelen docenten.
Deel 2: Inhoud van het onderwijs: samenhang en profilering school.
Deel 3: Begeleiding van leerlingen en organisatie van het onderwijs.
Deel 4: Flexibilisering van het onderwijs.

Met dit beoek willen de auteurs een bijdrage leveren aan het zorgvuldig en op basis van ervaringen nadenken over onderwijs. Zij hopen dat dit boek docenten en schoolleiders inspireert om door te werken aan het verbeteren van de Tweede Fase, gericht op het stimuleren van leerlingen tot actief, reflexief, sociaal en onderzoekend leren.

Wiel Veugelers is onderzoeker en docent bij het Instituut voor de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar educatie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
Henk Zijlstra is rector van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven.

Het Scholennetwerk Bovenbouw havo:vwo van de Universiteit van Amsterdam maakt deel uit van het Centrum voor Nascholing Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Dagbehandeling jonge kinderen en speciaal onderwijs. Handreiking ontwikkeling onderwijs-zorgarrangementen

 12,00
De meeste kinderen met uiteenlopende problematiek, zoals meervoudige ontwikkelingsstoornissen, medisch-somatische problemen, belemmerende opvoedings- en gezinsfactoren, behoeven dagbehandeling. Maar zij moeten ook onderwijs krijgen. Hoe moet dat samengaan?
Deze publicatie integreert bevindingen vanuit veelbelovende samenwerkingsinitiatieven van centra voor dagbehandeling van jonge kinderen en scholen voor speciaal onderwijs cluster IV (ontwikkelings- en gedragsstoornissen). De initiatieven richten zich op het bundelen van expertise en het organiseren van samenwerking met het onderwijs als ankerpunt. De praktijkvoorbeelden laten zien dat geïntegreerd onderwijs-zorgaanbod leidt tot betere kansen voor kinderen om te functioneren in het onderwijs. Hiermee is voor kinderen, ouders en gezinnen veel gewonnen. Deze publicatie biedt inspiratie en concrete handvatten aan onderwijs- en zorgpartners.

Deanne Radema en Netty Jongepier zijn onderzoeker bij het LCOJ – Landelijk Centrum Onderwijs & Jeugdzorg in Utrecht.
Dolf van Veen is hoofd van dit centrum.

Quick View

Dagbehandeling jonge kinderen en speciaal onderwijs. Handreiking ontwikkeling onderwijs-zorgarrangementen

 12,00
De meeste kinderen met uiteenlopende problematiek, zoals meervoudige ontwikkelingsstoornissen, medisch-somatische problemen, belemmerende opvoedings- en gezinsfactoren, behoeven dagbehandeling. Maar zij moeten ook onderwijs krijgen. Hoe moet dat samengaan?
Deze publicatie integreert bevindingen vanuit veelbelovende samenwerkingsinitiatieven van centra voor dagbehandeling van jonge kinderen en scholen voor speciaal onderwijs cluster IV (ontwikkelings- en gedragsstoornissen). De initiatieven richten zich op het bundelen van expertise en het organiseren van samenwerking met het onderwijs als ankerpunt. De praktijkvoorbeelden laten zien dat geïntegreerd onderwijs-zorgaanbod leidt tot betere kansen voor kinderen om te functioneren in het onderwijs. Hiermee is voor kinderen, ouders en gezinnen veel gewonnen. Deze publicatie biedt inspiratie en concrete handvatten aan onderwijs- en zorgpartners.

Deanne Radema en Netty Jongepier zijn onderzoeker bij het LCOJ – Landelijk Centrum Onderwijs & Jeugdzorg in Utrecht.
Dolf van Veen is hoofd van dit centrum.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ik woon dus ik ben. Een reportage van jongeren die begeleid zelfstandig wonen

 11,00
Jongeren die begeleid zelfstandig wonen, hebben een heel eigen verhaal. Het boek portretteert hen, het laat hen zien en horen.
Elkeen vertelt zijn of haar verhaal. Dat is een verhaal over de kansen en de bedreigingen, over de hindernissen en de mogelijkheden waarmee jongeren te maken krijgen op die cruciale kanteling in hun leven. Het boek tekent een scherp beeld van het verloop en de inhoud van begeleid zelfstandig wonen. De verschillende aspecten ervan worden thematisch en vanuit diverse perspectieven belicht. Deze reportage richt zich tot iedereen die begaan is met het welzijn van jongeren en hun toekomst: ouders, familie, vrienden en welzijnswerkers.

Het boek bevat origineel beeldmateriaal van topfotografe Lieve Blancquaert.
Placeholder Image
Quick View

Ik woon dus ik ben. Een reportage van jongeren die begeleid zelfstandig wonen

 11,00
Jongeren die begeleid zelfstandig wonen, hebben een heel eigen verhaal. Het boek portretteert hen, het laat hen zien en horen.
Elkeen vertelt zijn of haar verhaal. Dat is een verhaal over de kansen en de bedreigingen, over de hindernissen en de mogelijkheden waarmee jongeren te maken krijgen op die cruciale kanteling in hun leven. Het boek tekent een scherp beeld van het verloop en de inhoud van begeleid zelfstandig wonen. De verschillende aspecten ervan worden thematisch en vanuit diverse perspectieven belicht. Deze reportage richt zich tot iedereen die begaan is met het welzijn van jongeren en hun toekomst: ouders, familie, vrienden en welzijnswerkers.

Het boek bevat origineel beeldmateriaal van topfotografe Lieve Blancquaert.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Diversiteit op de PABO. Sekseverschillen in motivatie, curriculumperceptie en studieresultaten

 32,00
Mannelijke studenten zijn al jaren een minderheidsgroep op de pedagogische academie basisonderwijs (pabo) en een relatief groot deel van hen verlaat de opleiding ongediplomeerd. Een gevolg hiervan is dat er steeds minder mannelijke leerkrachten in het primair onderwijs werken en dat vrouwen getalsmatig domineren. Deze verschuiving, meestal aangeduid als de feminisering van het (primair) onderwijs, lijkt zich in de hele westerse wereld te voltrekken. Waarom mannelijke studenten minder of later dan vrouwelijke studenten de eindstreep op de pabo halen is nog nauwelijks onderzocht. Dit boek start met de vraag of er op de pabo zelf processen plaatsvinden die er aan bijdragen dat de studieresultaten van mannelijke studenten slechter zijn dan die van vrouwelijke studenten.

De feminisering van het primair onderwijs heeft naast wetenschappelijke ook politieke en maatschappelijke belangstelling en wordt in de samenleving doorgaans als een ongewenste ontwikkeling gezien.

Gerda Geerdink is hoofddocent aan Pabo Arnhem van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Zij zet ook een onderzoekslijn op binnen het hoger beroepsonderwijs en onderzoekt wat geschikte leertrajecten zijn voor de verschillende Pabo-studenten.

Quick View

Diversiteit op de PABO. Sekseverschillen in motivatie, curriculumperceptie en studieresultaten

 32,00
Mannelijke studenten zijn al jaren een minderheidsgroep op de pedagogische academie basisonderwijs (pabo) en een relatief groot deel van hen verlaat de opleiding ongediplomeerd. Een gevolg hiervan is dat er steeds minder mannelijke leerkrachten in het primair onderwijs werken en dat vrouwen getalsmatig domineren. Deze verschuiving, meestal aangeduid als de feminisering van het (primair) onderwijs, lijkt zich in de hele westerse wereld te voltrekken. Waarom mannelijke studenten minder of later dan vrouwelijke studenten de eindstreep op de pabo halen is nog nauwelijks onderzocht. Dit boek start met de vraag of er op de pabo zelf processen plaatsvinden die er aan bijdragen dat de studieresultaten van mannelijke studenten slechter zijn dan die van vrouwelijke studenten.

De feminisering van het primair onderwijs heeft naast wetenschappelijke ook politieke en maatschappelijke belangstelling en wordt in de samenleving doorgaans als een ongewenste ontwikkeling gezien.

Gerda Geerdink is hoofddocent aan Pabo Arnhem van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Zij zet ook een onderzoekslijn op binnen het hoger beroepsonderwijs en onderzoekt wat geschikte leertrajecten zijn voor de verschillende Pabo-studenten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Unternehmenskommunikation. Redemittel für den Geschäftsalltag

 16,90
Het Duits speelt een belangrijke rol in de hedendaagse economie. Deze taal vlot te beheersen is een absolute troef op de arbeidsmarkt. Dit studieboek biedt een intensieve cursus Duitse zakelijke taalbeheersing. Per hoofdstuk komt een veel voorkomende, haast dagelijkse taalsituatie aan bod. Telkens worden er een aantal gespreksmodellen uitgewerkt in dialoogvorm. Daarna volgt een overzicht van de belangrijkste grammaticale aspecten in deze taalsituatie, en een lijst met woordenschat. Elk hoofdstuk bevat een ruim oefeningenpakket. Deze oefeningen zijn ingedeeld in drie moelijkheidsgraden. Zowel beginners, gevorderden als studenten die hun taalvaardigheid enkel willen vervolmaken, vinden er gepast materiaal. Deze uitgave is bestemd voor studenten Duits en mensen die Duits in het beroepsleven nodig hebben.
Placeholder Image
Quick View

Unternehmenskommunikation. Redemittel für den Geschäftsalltag

 16,90
Het Duits speelt een belangrijke rol in de hedendaagse economie. Deze taal vlot te beheersen is een absolute troef op de arbeidsmarkt. Dit studieboek biedt een intensieve cursus Duitse zakelijke taalbeheersing. Per hoofdstuk komt een veel voorkomende, haast dagelijkse taalsituatie aan bod. Telkens worden er een aantal gespreksmodellen uitgewerkt in dialoogvorm. Daarna volgt een overzicht van de belangrijkste grammaticale aspecten in deze taalsituatie, en een lijst met woordenschat. Elk hoofdstuk bevat een ruim oefeningenpakket. Deze oefeningen zijn ingedeeld in drie moelijkheidsgraden. Zowel beginners, gevorderden als studenten die hun taalvaardigheid enkel willen vervolmaken, vinden er gepast materiaal. Deze uitgave is bestemd voor studenten Duits en mensen die Duits in het beroepsleven nodig hebben.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen