
Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie
Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.
Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?
Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.

Gezinnen uitgedaagd. Thema’s uit de gezinssociologie
Stabiliteit betekent niet meer “tot de dood ons scheidt“. Toch wonen de meeste mensen nog altijd het grootste deel van hun leven in een gezin. Alleen durven de vorm en samenstelling daarvan steeds meer variëren.
Hoe kunnen gezinnen in dit eigentijdse kader borg staan voor het doorgeven van humaan, sociaal en economisch-financieel kapitaal? Hoe beheren zij de combinatie arbeid en gezin? Welke impact heeft de vergrijzing op het gezinsleven? En hoe kan het gezinsbeleid van de toekomst een antwoord geven op deze uitdagingen?
Stefan Bogaerts (1964) is professor forensische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en professor gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg en penologische en forensische hulpverlening aan de KU Leuven. Hij is verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie in Nederland. Hij doceert sinds 2000 gezinssociologie en socialisatie aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen te Brussel. Het gezin benadert hij ondermeer als bron van rijkdom maar ook als oorsprong van psychopathologisering.
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.
Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid
Gezinnen en gezinspedagogiek. Geboeid door verscheidenheid biedt een overzicht van gezinspedagogisch onderzoek, uitgevoerd onder leiding van Lieve Vandemeulebroecke en van een praktijk van opvoedingsondersteuning die mede op haar wetenschappelijke werk geïnspireerd is. De bijdragen bieden een genuanceerd en veelzijdig beeld van de rijke realiteit van de opvoeding in gezinnen vandaag.
Hilde Colpin en Hans Van Crombrugge promoveerden bij Lieve Vandemeulebroecke tot doctor in de pedagogische wetenschappen. Hilde Colpin is nu hoofddocent aan het Centrum voor Schoolpsychologie van de K.U.Leuven en Hans Van Crombrugge doceert aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.
Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.
De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.
Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.
De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.
Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar
In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Galenos van Pergamon over de passies en vergissingen van de ziel. Nederlandse vertaling van drie ethische traktaten van Galenos met annotaties en een introductorische commentaar
In de introductorische commentaar wordt geïllustreerd, hoe deze vermaarde Griekse arts, filosoof en encyclopedist - vertrekkend vanuit de complexe dynamiek van de menselijke passies, en vanuit de materialistische opvatting die hij hieromtrent huldigt (de passies worden zijns inziens in sterke mate bepaald door de humorale mengtoestanden in het lichaam) - de bouwstenen aanreikt van een "psychische hygiëne", die in heel wat opzichten een radicaal karakter vertoont. Galênós'' visie op dit vlak houdt niet alleen rekening met een correctie van de "ziekten en vergissingen van de ziel", maar insgelijks met de aangeboren, respectievelijk verworven beperkingen van de menselijke natuur. Zijn reflecties desbetreffend vinden nauwelijks een equivalent in de Grieks-Romeinse Oudheid. Ze geven onder andere aanleiding tot het stellen van de vraag, of de "geneeskunde van het lichaam" niet tegelijk een "geneeskunde van de ziel" is, en dus ook van de menselijke gedragingen in hun individuele én sociale verschijningsvormen. Galênós doet ons stilstaan bij de vraag, of de geneeskunde hier zelfs niet de voorrang heeft op de pedagogie en de filosofie. Hij stelt tegelijk de vraag aan de orde, of zíj niet de basis kan verschaffen voor het bereiken van een geestelijk houvast en van de innerlijke rust, die ten aanzien van het zich eigen maken van "de kunst van het goede leven" een zo belangrijke rol spelen.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Hij heeft diverse monumentale publicaties op zijn naam.

Brussels, Belgium and the knowledge economy
Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.
The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.
The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.
Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.
Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.

Brussels, Belgium and the knowledge economy
Their work is the outcome of two studies commissioned by the government of Brussels Capital-Region. The first one was carried out by Irina Zinovieva and dealt with the working life of the city’s highly qualified professionals. The latter combined the efforts of both Irina Zinovieva and Roland Pepermans.
The Capital-Region government has established a tradition to offer grants for research on socially important topics not only to Belgians but also to foreigners.
In this way it encourages independent points of view on the capital’s problems that are free of political correctness, self-censorship and, at least the usual biases an insider would have. The benefits of such an approach were instantly understood and highly appreciated by both authors’ many interviewees, especially those living in Belgium.
Remarkably, in the questions of an interviewing foreigner they saw their own regional government’s genuine interest in their own opinion, and felt flattered and delighted.
The interviews for this study have been taken in the English language, which helped put aside the complexities of all local political, social, and linguistic identifications. Senior business managers, distinguished academics, and high-ranking government officials gave their frank opinions in good faith, understanding how helpful an open discussion would be for their society.
The authors’ exposition is intended to be something like a series of mirrors, in which Brussels can be seen, and see itself, from a variety of perspectives. At the same time the authors wanted to remain well grounded, and to this end they give the floor to a large number of different people, and cite them extensively.
Irina Zinovieva is associate professor of differential psychology, organizational behavior, and human resources management at Sofia University St. Kliment Ohridsky, and senior researcher at the Vrije Universiteit Brussel (VUB – Free University of Brussels). She has worked in a number of European universities and research centers such as Oxford University, The Netherlands Institute for Advanced Studies in the Social Sciences and Humanities (NIAS), Tilburg University, and The University of Paris V René Descartes. Prof. Zinovieva was principal investigator and researcher in many international projects involving seventeen European countries, four Asian countries, and the USA. She has done research and consultancy work for the European Commission, the Council of Europe, the Brussels Regional Government, Unisys Corporation, Saville & Holdsworth Ltd etc. She authored three books and more than 50 scientific articles and book chapters.
Roland Pepermans is full profesoor and dean of the faculty of psychology and educational sciences at the Vrije Universiteit Brussel (VUB - Free University of Brussels). He is also responsible for the courses in work and organizational psychology and human resources management at that university. He did research at academic institutions in the United Kingdom and Germany. He joined the university again some years ago, after having worked for 8 years in international private organizations (bank and petrochemical companies). Prof. Pepermans, besides his interests in economic psychology, has advised to private, public and non-profit organizations about employee surveys, quality management, stress management, absenteeism, high potential policies, and is nowadays actively involved in research projects about motivation, rewards, talent management and entrepreneurship. He has authored and co-authored a wide variety of international research articles and four books.
Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)
Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.
Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.
Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.
SEN-Publicaties
- Nr. 1: Gehechtheid en gehechtheidsproblemen bij personen met een verstandelijke beperking
E. De Belie & F. Morisse (Red.) - Nr. 2: Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap
M. Vandeweerdt, E. Travers & A. Bauwens - Nr. 3: Mijn zelfportret. Groepswerk rond zelfbeeld voor adolescenten met autisme
I. Aerts & P. Buys - Nr. 4: Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes, L. De Neve, K. Declercq, B. Jonckheere, J. Marrecau, F. Morisse, E. Ronsse & T. Vangansbeke (Red.) - Nr. 5: SEO-R. Schaal voor Emotionele Ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes & A. Verduyn (Red.) - Nr. 6: Executieve vaardigheden bij kinderen met autismespectrumstoornissen. Trainingboek
M. Cuyle
Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap. Praktijkboek voor hulpverleners en therapeuten (SEN-Publicaties, nr. 2)
Deze verhalen overstijgen echter ook de individuele situatie van de betrokkenen. Ze laten zien wat mensen ‘onderweg’ zoal kunnen meemaken, en hoe men elkaar zo goed mogelijk kan helpen.
Dit boek bundelt de ervaringen van vijf jaar werken binnen het Kom Binnen-project.
Mark Vandeweerdt (redactie) werkt als orthopedagoog voor vzw CGG PassAnt in Leuven.
Els Travers (projectcoördinator) werkt als psychologe en gedragstherapeute voor vzw CGG Vlaams-Brabant Oost in Tienen, Diest en Aarschot.
An Bauwens werkt als psychologe en gezinstherapeute voor vzw CGG Ahasverus in Halle.
SEN-Publicaties
- Nr. 1: Gehechtheid en gehechtheidsproblemen bij personen met een verstandelijke beperking
E. De Belie & F. Morisse (Red.) - Nr. 2: Kom binnen. Therapeutische ontmoetingen met mensen met een verstandelijke handicap
M. Vandeweerdt, E. Travers & A. Bauwens - Nr. 3: Mijn zelfportret. Groepswerk rond zelfbeeld voor adolescenten met autisme
I. Aerts & P. Buys - Nr. 4: Emotionele ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes, L. De Neve, K. Declercq, B. Jonckheere, J. Marrecau, F. Morisse, E. Ronsse & T. Vangansbeke (Red.) - Nr. 5: SEO-R. Schaal voor Emotionele Ontwikkeling bij mensen met een verstandelijke beperking
L. Claes & A. Verduyn (Red.) - Nr. 6: Executieve vaardigheden bij kinderen met autismespectrumstoornissen. Trainingboek
M. Cuyle

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie
Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.
Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?
Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?
Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.

Ethisch en duurzaam beleggen in België. Historiek, stand van zaken en kritische visie
Hoewel, heel wat financiële instellingen bieden hun klanten de kans om ethisch te beleggen,waarbij de investeringskeuze ook gestuurd wordt door de effecten op de maatschappijen de leefomgeving. Maar dit ethisch beleggen wordt nog te weinig in de praktijktoegepast. Mensen die gebiologeerd zijn door cijfers, economische prestaties en modellen,zijn dat zelden door ethiek en spirituele concepten.
Ethisch beleggen ligt op het kruispunt van twee belangrijke wegen: het financiële systeemen het geweten van de mens. De auteur gaat na wat dit ethisch beleggen inhoudt, welkeprincipes en mechanismen erachter schuilgaan en hoe het een alternatief biedt om heelwat wereldproblemen aan te pakken. Daarbij komen onder meer deze vragen aan bod:Wat is ethisch beleggen?
Waar situeert ethisch beleggen zich binnen ethisch handelen? Wat is het belang, de omvang,de betekenis van ethisch beleggen? Wat is het rendement van ethisch beleggen?Hoe verhouden rendement en ethiek zich? Hoe herkent men kwaliteit van research rondethisch beleggen? Hoe kan ik kritisch blijven staan tegenover ethisch beleggen? Aan dehand van welke criteria kan ik ethisch beleggen? Hoe maak ik het onderscheid tussen deverschillende producten? Waar vind ik verdere informatie? Bij wie kan ik terecht voor wat?Als er al tien geboden bestaan voor de ethische belegger, welke zouden die dan zijn? Watbetekenen de basisbegrippen rond beleggen en sparen in deze context? Wat zijn de bestekarakteristieken van de Belgische markt van ethisch beleggen? Wat zijn de belangrijksteevoluties voor de komende jaren inzake ethisch beleggen in België?
Het boek is tegelijk een oproep aan de bank- en verzekeringswereld om hun invloed enmacht positief te gebruiken en duidelijk de kaart te trekken van maatschappij- en mensbewustebeleggingsstrategieën.
Leerzorg in het onderwijs
Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.
De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.
Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.
Leerzorg in het onderwijs
Het onderwijs voor kinderen met specifieke leer- en zorgbehoeften kampt momenteel met verschillende problemen. Meer dan vroeger willen ouders dat hun kinderen met een beperking les volgen in een gewone school. Soms heeft het doorverwijzen van leerlingen naar het buitengewoon onderwijs, vooral te maken met de ondersteuning die de oorspronkelijke school kan of wil bieden, of met de mogelijkheden van het buitengewoon onderwijs in de buurt. Ook het onderwijstype waarin een kind belandt heeft gevolgen. Sommige types worden maar in een beperkt aantal scholen aangeboden, waardoor kinderen lang op de bus moeten of op internaat gaan.
De Verenigde Naties hebben intussen een wereldwijde conventie voorbereid om de deelname van personen met een handicap in alle domeinen van de samenleving mogelijk te maken. Het breder openstellen van het gewoon onderwijs voor leerlingen met een handicap, is hiervan een belangrijk onderdeel, en een agendapunt van de Vlaamse regering. Dit boek legt uit hoe dit kan worden gerealiseerd. De voorgestelde hervorming creëert samenhang tussen bestaande en nieuwe maatregelen van zorg. Het laat de scholen voor buitengewoon onderwijs toe ‘hun poorten iets breder open te stellen’, zonder dat hierdoor méér leerlingen binnenkomen. Ook de scholen voor gewoon onderwijs kunnen hun poorten iets breder kunnen openstellen, zodat méér leerlingen die nu aangewezen zijn op buitengewoon onderwijs toch de nodige zorg krijgen om in het gewoon onderwijs te blijven. Naast die verbreding laat het leerzorgkader ook meer verfijning toe door de intensiteit van de zorg preciezer af te stemmen op de behoeften. Hierbij wordt vertrokken van de actuele definitie op beperkingen als een probleem van afstemming tussen het individu en zijn omgeving.
Wim Van Rompu is raadgever op het Kabinet Onderwijs en voorzitter van de Stuurgroep Leerzorg. Theo Mardulier is projectleider van de Stuurgroep Leerzorg. Christine De Coninck is gewezen adviseur bij de Entiteit Curriculum van het Ministerie van Onderwijs. Luc Van Beeumen en Els Exter zijn resp. adjunct-directeur Basisonderwijs en adjunct-directeur Secundair Onderwijs bij het Ministerie van Onderwijs.

Schoolmakker – Handleiding
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.
Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.
De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.
Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8
Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).
Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.

Schoolmakker – Handleiding
Daarom is er ook niet één Schoolmakker, maar zijn er vijf verschillende versies, die mee groeien van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Via pictogrammen, die uitgebreider worden naarmate de leerlingen ouder worden, wordt het tijdsbesef ondersteund en kan het schoolwerk worden georganiseerd: Welke taken moet ik maken? enz.
Ze zijn ook een geheugensteun voor het meebrengen van sport- en andere schoolbenodigdheden. Zelfstandig leren plannen wordt geleidelijk opgevoerd: per dag, per week, per veertien dagen, per maand en over het hele jaar.
Voor de hogere groepen is er een uitneembare planner.
Een ''heen-en-weer-ruimte'' stimuleert de communicatie tussen ouders en school. Een inlegmap bevat afwezigheidsattesten, medicatiefiches, contactformulieren enz.
De Handleiding voor de leerkracht bevat een volledige toelichting bij het gebruik van Schoolmakker en een cd-rom met pictogrammen, signaleringsfiches, printbare inplakblaadjes, blanco lessenroosters, een tekeningenbestand enz.
Hiermee kan elke leerkracht desgewenst Schoolmakker personaliseren.
Schoolmakker, met vijf verschillende versies, groeit mee van de kleuterklassen (België) of groepen 1 en 2 (Nederland) tot het laatste jaar van het basisonderwijs.
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8
Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang naast de Handleiding ook 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-).
Wendy Boogaerts en Bart Coosemans zijn beiden verbonden aan de Sint-Martinusschool in Lubbeek. Wendy Boogaerts is er zorgleerkracht en leerkracht bewegingsopvoeding. Bart Coosemans is er zorgcoördinator.
Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.
Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN
Cultu(u)renpolitiek. Over media, globalisering en culturele identiteiten
Kif Kif Mediawatch analyseert in dit boek eerst de opgang, de vorm en de impact van de culturele logica in de mainstreammedia. Ze vertrekt hierbij vanuit de analyse van enkele invloedrijke filosofische en politieke documenten zoals ‘The end of history?’ van Fukuyama, ‘De burgermanifesten’ van Guy Verhofstadt, ‘The clash of Civilizations?’ van Samuel Huntington, speeches van George Bush sr. en het integratiedebat van de jaren negentig. In het laatste deel wordt de focus meer verschoven naar de analyse van mediaproducten in het nieuwe millennium. Zo wordt onder andere de berichtgeving geanalyseerd naar aanleiding van dramatische gebeurtenissen als 9/11, de moord op Theo van Gogh en op Joe Van Holsbeeck. Naast deze unieke, korte maar hevige medialawines is er ook aandacht voor steeds terugkerende thematische patronen in de verbeelding van ‘de ander’, zoals allochtonen en criminaliteit, islam en homoseksualiteit en islam en terrorisme.
Ico Maly is coördinator bij Kif Kif Mediawatch, een jongerenplatform met vestigingen in Brussel, Gent en Antwerpen. Hij studeerde vergelijkende cultuurwetenschappen en ontwikkelingssamenwerking (politiek en conflict) aan de Universiteit Gent. ISBN
Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?
Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.
Waardig leven met beperkingen. Over veranderingen in de hulpverlening aan mensen met beperkingen in hun verstandelijke mogelijkheden
Vanuit deze rijke achtergrond krijgen tot slot twee essentiële vragen een antwoord: In hoeverre draagt de veranderde hulpverlening bij aan de waardigheid van de mens met beperkingen in verstandelijke mogelijkheden? Wat moet er veranderen om de voorwaarden voor een optimale hulpverlening te verbeteren?
Ad van Gennep is emeritus-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam en bijzonder-emeritus hoogleraar Mensen met verstandelijke beperkingen aan de Universiteit Maastricht.

Meer welzijn op het werk. Een eigen kijk
Concreet komen aan bod: het bedrijfsintern overleg inzake het welzijn op het werk en de rol van de syndicale organisaties hierin, de toekomst van de interne en de externe preventiediensten, het belang van een betere monitoring op landelijk vlak, de behoefte aan een ontvetting van het huidige reglementaire kader, de mogelijke regionalisering van de arbeidsgeneeskunde in het perspectief van de komende schaarste aan bedrijfsartsen, de opleiding van zowel preventieadviseurs als toekomstige kaderleden, de specifieke welzijnsproblematiek in de kleinere en middelgrote ondernemingen, het heroriënteren van de inspectiediensten.
Marc Heselmans is voormalig directeur-generaal van de Algemene Directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk en emeritus-hoogleraar aan de KULeuven. Jan Van Peteghem is directeur van de Afdeling Risicobeheersing van het IDEWE – Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en hoogleraar aan de KULeuven.

Meer welzijn op het werk. Een eigen kijk
Concreet komen aan bod: het bedrijfsintern overleg inzake het welzijn op het werk en de rol van de syndicale organisaties hierin, de toekomst van de interne en de externe preventiediensten, het belang van een betere monitoring op landelijk vlak, de behoefte aan een ontvetting van het huidige reglementaire kader, de mogelijke regionalisering van de arbeidsgeneeskunde in het perspectief van de komende schaarste aan bedrijfsartsen, de opleiding van zowel preventieadviseurs als toekomstige kaderleden, de specifieke welzijnsproblematiek in de kleinere en middelgrote ondernemingen, het heroriënteren van de inspectiediensten.
Marc Heselmans is voormalig directeur-generaal van de Algemene Directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk en emeritus-hoogleraar aan de KULeuven. Jan Van Peteghem is directeur van de Afdeling Risicobeheersing van het IDEWE – Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en hoogleraar aan de KULeuven.


Het virtuele universum. Inleiding tot virtualistische wijsbegeerte en studie der verbeelding
Hans Devroe was docent aan het Onze-Lieve- Vrouwcollege in Halle en wetenschapsjournalist. Hij stichtte en leidt de Universitaire Werkgroep Literatuur en Media in Leuven.
Het virtuele universum. Inleiding tot virtualistische wijsbegeerte en studie der verbeelding
Hans Devroe was docent aan het Onze-Lieve- Vrouwcollege in Halle en wetenschapsjournalist. Hij stichtte en leidt de Universitaire Werkgroep Literatuur en Media in Leuven.
Inspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverlening
Dit boek laat de lezer dagelijkse praktijkervaringen - opnieuw - overdenken en prikkelen met vragen zoals: Hoeveel ruimte wordt de professional in de sociaal juridische dienstverlening op de werkplek gegund en hoe wordt die benut? Burgers worden met kracht aangemoedigd tot zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid, maar gebeurt dat ook op de manier die werd beoogd? Wordt de maatschappelijke participatie ermee gediend?
Afke Theunissen en Dieteke van der Ree doceren beiden aan InHolland in Rotterdam.
Inspelen op verandering. Over actuele ontwikkelingen binnen de sociaal-juridische dienstverlening
Dit boek laat de lezer dagelijkse praktijkervaringen - opnieuw - overdenken en prikkelen met vragen zoals: Hoeveel ruimte wordt de professional in de sociaal juridische dienstverlening op de werkplek gegund en hoe wordt die benut? Burgers worden met kracht aangemoedigd tot zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid, maar gebeurt dat ook op de manier die werd beoogd? Wordt de maatschappelijke participatie ermee gediend?
Afke Theunissen en Dieteke van der Ree doceren beiden aan InHolland in Rotterdam.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Leerlingenmap (losbladig in map) (set van 5 ex.)
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deze map bevat de antwoord-, en observatieformulieren voor de leerling. Ze wordt per leerling aangeschaft. Ze zijn beschikbaar in sets van 5 exemplaren.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Leerlingenmap (losbladig in map) (set van 5 ex.)
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deze map bevat de antwoord-, en observatieformulieren voor de leerling. Ze wordt per leerling aangeschaft. Ze zijn beschikbaar in sets van 5 exemplaren.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 3: Evaluatie en beoordelingsschema’s (Losbladig in map)
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema’s
Dit is een map met losbladige documenten die best per klasgroep wordt aangeschaft; zo hoeft de leerkracht niets te kopiëren. Per leerdomein vindt men er: de correctiesleutel, klaslijsten en beoordelingsfiches voor de toetsen; de klaslijst voor de observaties, een beoordelingsfiche op groepsniveau en een fiche voor de planning van de verbeteracties.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 3: Evaluatie en beoordelingsschema’s (Losbladig in map)
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deel 3: Evaluatie- en beoordelingsschema’s
Dit is een map met losbladige documenten die best per klasgroep wordt aangeschaft; zo hoeft de leerkracht niets te kopiëren. Per leerdomein vindt men er: de correctiesleutel, klaslijsten en beoordelingsfiches voor de toetsen; de klaslijst voor de observaties, een beoordelingsfiche op groepsniveau en een fiche voor de planning van de verbeteracties.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap (met cd)
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap
Deze map bevat de cd, alle informatie over de genormeerde en de valide toetsen Frans, en de afnameinstructies voor de dialogen gericht op de observaties Frans-spreken. Per leerdomein wordt alle informatie gegeven voor de afname, correctie en interpretatie van de resultaten.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap (met cd)
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelen voldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van het onderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenen en andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden een algemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de school meteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en de leerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deel 2: Handleiding voor de toetsen en observaties. Leerkrachtenmap
Deze map bevat de cd, alle informatie over de genormeerde en de valide toetsen Frans, en de afnameinstructies voor de dialogen gericht op de observaties Frans-spreken. Per leerdomein wordt alle informatie gegeven voor de afname, correctie en interpretatie van de resultaten.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen. Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelenvoldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van hetonderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenenen andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden eenalgemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de schoolmeteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en deleerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen
Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen voor luisteren, spreken, lezen en, schrijven en taalbeschouwingen over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is ook een handleiding bij het gebruikvan de leerkrachtenmap en de leerlingenmap

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen. Ideeën voor het schoolteam en de klasleerkracht
Met DOK — Dossier Output en Kwaliteitsbewaking — kan de school nagaan of ze de ontwikkelingsdoelenvoldoende nastreeft, of de leerlingen de eindtermen bereiken en in welke mate de kwaliteit van hetonderwijs verbetert.
DOK bevat onder meer genormeerde toetsen voor eindtermen die zich daartoe lenenen andere evaluatie-instrumenten voor eindtermen die veeleer kwalitatief zijn. Per leergebied worden eenalgemeen deel, een leerkrachtenmap, een leerlingenmap en toetsboeken aangeboden, zodat de schoolmeteen aan de slag kan.
Ook voor Frans is nu het volledige DOK-pakket beschikbaar, met drie delen voor het schoolteam en deleerkrachten, en één voor de leerlingen.
Deel 1: Handleiding voor de evaluatie van de eindtermen
Dit deel geeft meer uitleg over de eindtermen voor luisteren, spreken, lezen en, schrijven en taalbeschouwingen over de instrumenten om deze eindtermen te evalueren. Het is ook een handleiding bij het gebruikvan de leerkrachtenmap en de leerlingenmap
Het studiehuis leert. Ervaringen met de vernieuwing van de Tweede Fase havo/vwo (Studiehuisserie nr. 12)
In het Scholennetwerk Bovenbouw havo/vwo van de Univeristeit van Amsterdam werken twintig scholen samen aan de vernieuwing van de Tweede Fase. Uitgangspunt daarbij is het vanuit een grote betrokkenheid bij het onderwijs zelf ter hand nemen van de vernieuwing, het leren van elkaar en het op zoek blijven naar het beste onderwijs voor de leerlingen.
Nu in 2007 de veranderingen van de Tweede Fase opnieuw ingrijpend zijn, willen de deelnemers aan het netwerk hun ervaringen vastleggen in een boek. Zij laten zien hoe de scholen hebben gewerkt aan het vernieuwen van de Tweede Fase en vooral welke verworvenheden scholen willen meenemen naar de nieuwe opzet in 2007.
De bijdrage van de scholen zijn ondergebracht in vier delen:
Deel 1: Leren in het studiehuis: actieve participatie leerlingen en pedagogisch-didactisch handelen docenten.
Deel 2: Inhoud van het onderwijs: samenhang en profilering school.
Deel 3: Begeleiding van leerlingen en organisatie van het onderwijs.
Deel 4: Flexibilisering van het onderwijs.
Met dit beoek willen de auteurs een bijdrage leveren aan het zorgvuldig en op basis van ervaringen nadenken over onderwijs. Zij hopen dat dit boek docenten en schoolleiders inspireert om door te werken aan het verbeteren van de Tweede Fase, gericht op het stimuleren van leerlingen tot actief, reflexief, sociaal en onderzoekend leren.
Wiel Veugelers is onderzoeker en docent bij het Instituut voor de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar educatie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
Henk Zijlstra is rector van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven.
Het Scholennetwerk Bovenbouw havo:vwo van de Universiteit van Amsterdam maakt deel uit van het Centrum voor Nascholing Amsterdam.
Het studiehuis leert. Ervaringen met de vernieuwing van de Tweede Fase havo/vwo (Studiehuisserie nr. 12)
In het Scholennetwerk Bovenbouw havo/vwo van de Univeristeit van Amsterdam werken twintig scholen samen aan de vernieuwing van de Tweede Fase. Uitgangspunt daarbij is het vanuit een grote betrokkenheid bij het onderwijs zelf ter hand nemen van de vernieuwing, het leren van elkaar en het op zoek blijven naar het beste onderwijs voor de leerlingen.
Nu in 2007 de veranderingen van de Tweede Fase opnieuw ingrijpend zijn, willen de deelnemers aan het netwerk hun ervaringen vastleggen in een boek. Zij laten zien hoe de scholen hebben gewerkt aan het vernieuwen van de Tweede Fase en vooral welke verworvenheden scholen willen meenemen naar de nieuwe opzet in 2007.
De bijdrage van de scholen zijn ondergebracht in vier delen:
Deel 1: Leren in het studiehuis: actieve participatie leerlingen en pedagogisch-didactisch handelen docenten.
Deel 2: Inhoud van het onderwijs: samenhang en profilering school.
Deel 3: Begeleiding van leerlingen en organisatie van het onderwijs.
Deel 4: Flexibilisering van het onderwijs.
Met dit beoek willen de auteurs een bijdrage leveren aan het zorgvuldig en op basis van ervaringen nadenken over onderwijs. Zij hopen dat dit boek docenten en schoolleiders inspireert om door te werken aan het verbeteren van de Tweede Fase, gericht op het stimuleren van leerlingen tot actief, reflexief, sociaal en onderzoekend leren.
Wiel Veugelers is onderzoeker en docent bij het Instituut voor de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam en bijzonder hoogleraar educatie aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.
Henk Zijlstra is rector van de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven.
Het Scholennetwerk Bovenbouw havo:vwo van de Universiteit van Amsterdam maakt deel uit van het Centrum voor Nascholing Amsterdam.
Dagbehandeling jonge kinderen en speciaal onderwijs. Handreiking ontwikkeling onderwijs-zorgarrangementen
Deze publicatie integreert bevindingen vanuit veelbelovende samenwerkingsinitiatieven van centra voor dagbehandeling van jonge kinderen en scholen voor speciaal onderwijs cluster IV (ontwikkelings- en gedragsstoornissen). De initiatieven richten zich op het bundelen van expertise en het organiseren van samenwerking met het onderwijs als ankerpunt. De praktijkvoorbeelden laten zien dat geïntegreerd onderwijs-zorgaanbod leidt tot betere kansen voor kinderen om te functioneren in het onderwijs. Hiermee is voor kinderen, ouders en gezinnen veel gewonnen. Deze publicatie biedt inspiratie en concrete handvatten aan onderwijs- en zorgpartners.
Deanne Radema en Netty Jongepier zijn onderzoeker bij het LCOJ – Landelijk Centrum Onderwijs & Jeugdzorg in Utrecht.
Dolf van Veen is hoofd van dit centrum.
Dagbehandeling jonge kinderen en speciaal onderwijs. Handreiking ontwikkeling onderwijs-zorgarrangementen
Deze publicatie integreert bevindingen vanuit veelbelovende samenwerkingsinitiatieven van centra voor dagbehandeling van jonge kinderen en scholen voor speciaal onderwijs cluster IV (ontwikkelings- en gedragsstoornissen). De initiatieven richten zich op het bundelen van expertise en het organiseren van samenwerking met het onderwijs als ankerpunt. De praktijkvoorbeelden laten zien dat geïntegreerd onderwijs-zorgaanbod leidt tot betere kansen voor kinderen om te functioneren in het onderwijs. Hiermee is voor kinderen, ouders en gezinnen veel gewonnen. Deze publicatie biedt inspiratie en concrete handvatten aan onderwijs- en zorgpartners.
Deanne Radema en Netty Jongepier zijn onderzoeker bij het LCOJ – Landelijk Centrum Onderwijs & Jeugdzorg in Utrecht.
Dolf van Veen is hoofd van dit centrum.

Ik woon dus ik ben. Een reportage van jongeren die begeleid zelfstandig wonen
Elkeen vertelt zijn of haar verhaal. Dat is een verhaal over de kansen en de bedreigingen, over de hindernissen en de mogelijkheden waarmee jongeren te maken krijgen op die cruciale kanteling in hun leven. Het boek tekent een scherp beeld van het verloop en de inhoud van begeleid zelfstandig wonen. De verschillende aspecten ervan worden thematisch en vanuit diverse perspectieven belicht. Deze reportage richt zich tot iedereen die begaan is met het welzijn van jongeren en hun toekomst: ouders, familie, vrienden en welzijnswerkers.
Het boek bevat origineel beeldmateriaal van topfotografe Lieve Blancquaert.

Ik woon dus ik ben. Een reportage van jongeren die begeleid zelfstandig wonen
Elkeen vertelt zijn of haar verhaal. Dat is een verhaal over de kansen en de bedreigingen, over de hindernissen en de mogelijkheden waarmee jongeren te maken krijgen op die cruciale kanteling in hun leven. Het boek tekent een scherp beeld van het verloop en de inhoud van begeleid zelfstandig wonen. De verschillende aspecten ervan worden thematisch en vanuit diverse perspectieven belicht. Deze reportage richt zich tot iedereen die begaan is met het welzijn van jongeren en hun toekomst: ouders, familie, vrienden en welzijnswerkers.
Het boek bevat origineel beeldmateriaal van topfotografe Lieve Blancquaert.
Diversiteit op de PABO. Sekseverschillen in motivatie, curriculumperceptie en studieresultaten
De feminisering van het primair onderwijs heeft naast wetenschappelijke ook politieke en maatschappelijke belangstelling en wordt in de samenleving doorgaans als een ongewenste ontwikkeling gezien.
Gerda Geerdink is hoofddocent aan Pabo Arnhem van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Zij zet ook een onderzoekslijn op binnen het hoger beroepsonderwijs en onderzoekt wat geschikte leertrajecten zijn voor de verschillende Pabo-studenten.
Diversiteit op de PABO. Sekseverschillen in motivatie, curriculumperceptie en studieresultaten
De feminisering van het primair onderwijs heeft naast wetenschappelijke ook politieke en maatschappelijke belangstelling en wordt in de samenleving doorgaans als een ongewenste ontwikkeling gezien.
Gerda Geerdink is hoofddocent aan Pabo Arnhem van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Zij zet ook een onderzoekslijn op binnen het hoger beroepsonderwijs en onderzoekt wat geschikte leertrajecten zijn voor de verschillende Pabo-studenten.

Unternehmenskommunikation. Redemittel für den Geschäftsalltag



