Zachte landing. Psychotherapie met psychotici
€ 23,90
Psychotherapie bij psychotici is niet vanzelfsprekend.Het wordt nauwelijks toegepast en is volgens sommigenzelfs gevaarlijk. Maar niet iedereen deelt die mening. Inhet verleden waren er binnen de psychiatrie zelfs sterkevoorstanders van psychotherapeutische behandelingen bijpsychotici. Ook vandaag wordt in de klinische praktijk metovertuiging voor therapieën met een psychotherapeutischeinvalshoek gekozen.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Zachte landing. Psychotherapie met psychotici
€ 23,90
Psychotherapie bij psychotici is niet vanzelfsprekend.Het wordt nauwelijks toegepast en is volgens sommigenzelfs gevaarlijk. Maar niet iedereen deelt die mening. Inhet verleden waren er binnen de psychiatrie zelfs sterkevoorstanders van psychotherapeutische behandelingen bijpsychotici. Ook vandaag wordt in de klinische praktijk metovertuiging voor therapieën met een psychotherapeutischeinvalshoek gekozen.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden.Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiëntwillen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedereauteur doet dit op basis van zijn eigen professioneleinzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod,de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie eneen behandeling op maat van mensen die stemmen horen.Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners enfamilieleden kunnen worden getraind in het omgaan met,en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotischeepisode kan helpen.
Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werkenmet psychotici, maar ook familieleden en anderen uit denaaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie invinden.
Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)
€ 14,90
In Nederland, maar ook daar buiten ontstaat op veel plaatsen en in een
hoog tempo een nieuwe onderwijspraktijk. Deze ontwikkeling komt van
onderop en krijgt zowel steun als kritiek. Scholen worden meer en meer
uitgedaagd om te laten zien waar zij voor staan en welke opbrengsten zij
realiseren. Dat geldt zeker als zij zeggen een andere praktijk na te streven.
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Nr. 1: Leraar wie ben je?
Nr. 2: Kennis maken met scholen
Nr. 3: Behoud van talent
Nr. 4: De gemotiveerde leerling
Nr. 5: Zin in onderwijs
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)
€ 14,90
In Nederland, maar ook daar buiten ontstaat op veel plaatsen en in een
hoog tempo een nieuwe onderwijspraktijk. Deze ontwikkeling komt van
onderop en krijgt zowel steun als kritiek. Scholen worden meer en meer
uitgedaagd om te laten zien waar zij voor staan en welke opbrengsten zij
realiseren. Dat geldt zeker als zij zeggen een andere praktijk na te streven.
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Nr. 1: Leraar wie ben je?
Nr. 2: Kennis maken met scholen
Nr. 3: Behoud van talent
Nr. 4: De gemotiveerde leerling
Nr. 5: Zin in onderwijs
Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.
Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.
Personalia
NIVOZ-Thema's:
Beknopte didactiek en instructie
€ 33,00
Met dit boek streeft de auteur een viervoudige doelstelling na. In de eerste plaats
wil hij enerzijds een voldoende wetenschappelijk verantwoorde onderbouw geven
aan – en anderzijds praktische handvatten aanreiken voor een efficiënt didactisch
handelen in een geïntegreerd perspectief: de voorbereiding (door middel van didactische
beoordeling), de implementatie in een lesdossier als basis voor uitvoering, de
uitvoering in de praktijk en de evaluatie van het doorgevoerde onderwijs- en
leerproces.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Beknopte didactiek en instructie
€ 33,00
Met dit boek streeft de auteur een viervoudige doelstelling na. In de eerste plaats
wil hij enerzijds een voldoende wetenschappelijk verantwoorde onderbouw geven
aan – en anderzijds praktische handvatten aanreiken voor een efficiënt didactisch
handelen in een geïntegreerd perspectief: de voorbereiding (door middel van didactische
beoordeling), de implementatie in een lesdossier als basis voor uitvoering, de
uitvoering in de praktijk en de evaluatie van het doorgevoerde onderwijs- en
leerproces.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.
Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.
Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.
Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.
Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.
Afasietherapie plus. Associatieoefeningen voor patiënten met semantische stoornissen
€ 21,60
Iedereen die werkt met mensen met afasie, wordt geconfronteerd met moeilijkheden in het
begrijpen van de betekenis van een woord. Dit boek biedt een verzameling van associatieoefeningen
voor patiënten met deze moeilijkheden, waarbij dit semantisch probleem samenhangt met de
woordvindingsmoeilijkheden. Het receptief en het productief lexicaal-semantisch niveau zijn
gestoord en de koppeling aan het woord uit de semantische velden gebeurt niet.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Afasietherapie plus. Associatieoefeningen voor patiënten met semantische stoornissen
€ 21,60
Iedereen die werkt met mensen met afasie, wordt geconfronteerd met moeilijkheden in het
begrijpen van de betekenis van een woord. Dit boek biedt een verzameling van associatieoefeningen
voor patiënten met deze moeilijkheden, waarbij dit semantisch probleem samenhangt met de
woordvindingsmoeilijkheden. Het receptief en het productief lexicaal-semantisch niveau zijn
gestoord en de koppeling aan het woord uit de semantische velden gebeurt niet.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.
Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.
Bouwen aan een opleiding als platform. Interactieve professionaliteit en interactieve kennisontwikkeling (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 1)
€ 21,90
Verbetering van onderwijs voor kwetsbare leerlingen in speciaal en regulier onderwijs ligt vooral in handen van de leraar. Als professional in onderwijs is het voor hem of haar mogelijk om onderwijs en onderzoek met elkaar te verweven. Dan pas kan er kennis geconstrueerd worden die geworteld is in de beroepspraktijk.
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
Bouwen aan een opleiding als platform. Interactieve professionaliteit en interactieve kennisontwikkeling (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 1)
€ 21,90
Verbetering van onderwijs voor kwetsbare leerlingen in speciaal en regulier onderwijs ligt vooral in handen van de leraar. Als professional in onderwijs is het voor hem of haar mogelijk om onderwijs en onderzoek met elkaar te verweven. Dan pas kan er kennis geconstrueerd worden die geworteld is in de beroepspraktijk.
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
Handelingsplanning in het buitengewoon onderwijs. Praktijkvoorbeelden uit het onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking
€ 21,00
In het buitengewoon onderwijs geniet men, binnen een wettelijk
referentiekader van ontwikkelingsdoelen en inspanningsverplichting,
een zeer grote vrijheid. Dit biedt kansen om onderwijs
op maat te bieden; men kan het zorgaanbod flexibel en
waar mogelijk aanpassen aan de individuele hulpvraag van elke
leerling.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Handelingsplanning in het buitengewoon onderwijs. Praktijkvoorbeelden uit het onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking
€ 21,00
In het buitengewoon onderwijs geniet men, binnen een wettelijk
referentiekader van ontwikkelingsdoelen en inspanningsverplichting,
een zeer grote vrijheid. Dit biedt kansen om onderwijs
op maat te bieden; men kan het zorgaanbod flexibel en
waar mogelijk aanpassen aan de individuele hulpvraag van elke
leerling.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Psychose, een blik op behandeling
€ 18,90
Psychose is een ernstige aandoening. Alvorens
de patiënt en zijn familie de stoornis kunnen
integreren in hun leven, moeten verwachtingen
worden aangepast en levensdoelen herschikt.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Psychose, een blik op behandeling
€ 18,90
Psychose is een ernstige aandoening. Alvorens
de patiënt en zijn familie de stoornis kunnen
integreren in hun leven, moeten verwachtingen
worden aangepast en levensdoelen herschikt.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Van de zuster, de dokter en het leven dat voorbijgaat. Zorgprofessionals in confrontatie met sterven, dood en rouw. (Catharina-Reeks, nr. 1)
€ 15,90
Het ziekenhuis is de scène waar zich dagelijks een groot, complex, menselijk
en professioneel drama voltrekt. ''De zuster, de dokter en het leven dat
voorbijgaat'' spelen hierin een centrale rol. De rol van “het leven dat voorbijgaat”
is te verstaan in zijn onherroepelijke betekenis.
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Van de zuster, de dokter en het leven dat voorbijgaat. Zorgprofessionals in confrontatie met sterven, dood en rouw. (Catharina-Reeks, nr. 1)
€ 15,90
Het ziekenhuis is de scène waar zich dagelijks een groot, complex, menselijk
en professioneel drama voltrekt. ''De zuster, de dokter en het leven dat
voorbijgaat'' spelen hierin een centrale rol. De rol van “het leven dat voorbijgaat”
is te verstaan in zijn onherroepelijke betekenis.
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Toets eindtermen Lezen (set van 5 ex.)
€ 11,00
In dit boekje staan de vragen en opdrachten van de toets
Eindtermen Frans-lezen .
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Toets eindtermen Lezen (set van 5 ex.)
€ 11,00
In dit boekje staan de vragen en opdrachten van de toets
Eindtermen Frans-lezen .
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Tips voor lesgevers. Suggesties voor meer werkplezier
€ 23,00
Leerlingen blijven maar een paar jaar op school, leerkrachten hun hele
leven. Leerkrachten hebben er dan ook alles voor over om hun job goed
te doen.
Vaak zijn leerkrachten niet geholpen met overwegend theoretische informatie
die ze zelf moeten omzetten in praktisch handelen. Meteen
bruikbare tips zijn dikwijls veel handiger en ze werken sneller. Maar die
tips moeten dan wel in een kader zijn geplaatst en onderbouwd.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Tips voor lesgevers. Suggesties voor meer werkplezier
€ 23,00
Leerlingen blijven maar een paar jaar op school, leerkrachten hun hele
leven. Leerkrachten hebben er dan ook alles voor over om hun job goed
te doen.
Vaak zijn leerkrachten niet geholpen met overwegend theoretische informatie
die ze zelf moeten omzetten in praktisch handelen. Meteen
bruikbare tips zijn dikwijls veel handiger en ze werken sneller. Maar die
tips moeten dan wel in een kader zijn geplaatst en onderbouwd.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
De knikkers van het spel. Handboek Tekstrevisie
€ 21,60
Schrijven is een ambacht. Dit handboek geeft
niet alleen een overzicht van de belangrijkste
schrijfadviezen, maar groepeert die rond een
bepaald probleem van spelling, woordgebruik,
zinsbouw of stijl. De adviezen worden met concrete
voorbeelden en herschrijvingen toegelicht en
genuanceerd. Voorop staat de motivering die bij
elke redactionele ingreep in de tekst kan worden
gegeven.
De focus ligt niet op het strategische spel van tekst en context, maar op de knikkers waarmee het spel moet worden gespeeld. Wie de knelpunten voor spelling, woordgebruik, zinsbouw en stijl overziet en er gericht naar heeft leren kijken, kan sneller verantwoorde revisiebeslissingen nemen.
Het boek is voor iedereen bestemd die het belangrijk vindt om correcte en stilistisch adequate teksten te schrijven. En dat zijn niet alleen redacteuren, leerkrachten of studenten. Door de uitgebreide bibliografie is het ook meteen een gedocumenteerde update van wat in de vakliteratuur over correct en leesbaar taalgebruik is verschenen.
Paul Gillaerts en Priscilla Heynderickx doceren beiden aan het Departement Toegepaste Taalkunde van Lessius, dat deel uitmaakt van de Geïntegreerde Faculteit Letteren van de K.U.Leuven.
De focus ligt niet op het strategische spel van tekst en context, maar op de knikkers waarmee het spel moet worden gespeeld. Wie de knelpunten voor spelling, woordgebruik, zinsbouw en stijl overziet en er gericht naar heeft leren kijken, kan sneller verantwoorde revisiebeslissingen nemen.
Het boek is voor iedereen bestemd die het belangrijk vindt om correcte en stilistisch adequate teksten te schrijven. En dat zijn niet alleen redacteuren, leerkrachten of studenten. Door de uitgebreide bibliografie is het ook meteen een gedocumenteerde update van wat in de vakliteratuur over correct en leesbaar taalgebruik is verschenen.
Paul Gillaerts en Priscilla Heynderickx doceren beiden aan het Departement Toegepaste Taalkunde van Lessius, dat deel uitmaakt van de Geïntegreerde Faculteit Letteren van de K.U.Leuven.
De knikkers van het spel. Handboek Tekstrevisie
€ 21,60
Schrijven is een ambacht. Dit handboek geeft
niet alleen een overzicht van de belangrijkste
schrijfadviezen, maar groepeert die rond een
bepaald probleem van spelling, woordgebruik,
zinsbouw of stijl. De adviezen worden met concrete
voorbeelden en herschrijvingen toegelicht en
genuanceerd. Voorop staat de motivering die bij
elke redactionele ingreep in de tekst kan worden
gegeven.
De focus ligt niet op het strategische spel van tekst en context, maar op de knikkers waarmee het spel moet worden gespeeld. Wie de knelpunten voor spelling, woordgebruik, zinsbouw en stijl overziet en er gericht naar heeft leren kijken, kan sneller verantwoorde revisiebeslissingen nemen.
Het boek is voor iedereen bestemd die het belangrijk vindt om correcte en stilistisch adequate teksten te schrijven. En dat zijn niet alleen redacteuren, leerkrachten of studenten. Door de uitgebreide bibliografie is het ook meteen een gedocumenteerde update van wat in de vakliteratuur over correct en leesbaar taalgebruik is verschenen.
Paul Gillaerts en Priscilla Heynderickx doceren beiden aan het Departement Toegepaste Taalkunde van Lessius, dat deel uitmaakt van de Geïntegreerde Faculteit Letteren van de K.U.Leuven.
De focus ligt niet op het strategische spel van tekst en context, maar op de knikkers waarmee het spel moet worden gespeeld. Wie de knelpunten voor spelling, woordgebruik, zinsbouw en stijl overziet en er gericht naar heeft leren kijken, kan sneller verantwoorde revisiebeslissingen nemen.
Het boek is voor iedereen bestemd die het belangrijk vindt om correcte en stilistisch adequate teksten te schrijven. En dat zijn niet alleen redacteuren, leerkrachten of studenten. Door de uitgebreide bibliografie is het ook meteen een gedocumenteerde update van wat in de vakliteratuur over correct en leesbaar taalgebruik is verschenen.
Paul Gillaerts en Priscilla Heynderickx doceren beiden aan het Departement Toegepaste Taalkunde van Lessius, dat deel uitmaakt van de Geïntegreerde Faculteit Letteren van de K.U.Leuven.
Geen voorraad

Spellingmakker – Werkboek 3 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethodeis: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Geen voorraad

Spellingmakker – Werkboek 3 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethodeis: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden metde psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, deschrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van heteerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Spellingmakker – Werkboek 1 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.

Spellingmakker – Werkboek 1 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.

Spellingmakker – Volgboek
€ 7,30
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.

Spellingmakker – Volgboek
€ 7,30
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.

De overgang van basis- naar secundair onderwijs. Een verkenning
€ 22,00
De meeste leerlingen verteren de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs
zonder grote problemen. Nochtans sluiten beide onderwijsniveaus allerminst naadloos
op elkaar aan, zoals de inspectie vaststelde in de Onderwijsspiegel 2003-2004.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.

De overgang van basis- naar secundair onderwijs. Een verkenning
€ 22,00
De meeste leerlingen verteren de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs
zonder grote problemen. Nochtans sluiten beide onderwijsniveaus allerminst naadloos
op elkaar aan, zoals de inspectie vaststelde in de Onderwijsspiegel 2003-2004.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Van keukentafel tot ‘God’. Belgische, Italiaanse en Marokkaanse ouders over identiteit en opvoeding
€ 39,00
Waarom gebruiken Italiaanse Belgen een keukentafel om
zich van Belgen, en ‘God’ om zich van Marokkanen te
onderscheiden? Op welke wijze onderscheiden autochtone
Belgen en Marokkaanse Belgen zich van ‘de andere’? Meer
nog, wat betekent dit voor de opvoeding van hun kinderen?
Het gezin is de plek bij uitstek waar het socialisatieproces van
kinderen zich voltrekt. Identiteiten worden er geconstrueerd
en overgedragen met de ouders als spilfi guren. In dit boek
worden de ideeën en ervaringen van ouders omtrent etnische
identiteiten en genderidentiteiten bestudeerd. Hiervoor
werden 42 ouders van Belgische, Italiaanse en Marokkaanse
origine bevraagd.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Van keukentafel tot ‘God’. Belgische, Italiaanse en Marokkaanse ouders over identiteit en opvoeding
€ 39,00
Waarom gebruiken Italiaanse Belgen een keukentafel om
zich van Belgen, en ‘God’ om zich van Marokkanen te
onderscheiden? Op welke wijze onderscheiden autochtone
Belgen en Marokkaanse Belgen zich van ‘de andere’? Meer
nog, wat betekent dit voor de opvoeding van hun kinderen?
Het gezin is de plek bij uitstek waar het socialisatieproces van
kinderen zich voltrekt. Identiteiten worden er geconstrueerd
en overgedragen met de ouders als spilfi guren. In dit boek
worden de ideeën en ervaringen van ouders omtrent etnische
identiteiten en genderidentiteiten bestudeerd. Hiervoor
werden 42 ouders van Belgische, Italiaanse en Marokkaanse
origine bevraagd.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Bijzonder is dat dit boek tegelijkertijd aandacht besteedt aan religieuze achtergrond, taal, etniciteit en gender – dit niet alleen bij minderheden maar ook bij de maatschappelijk dominante ‘Belgische’ groep.
De resultaten stellen een aantal vanzelfsprekendheden en onzichtbare machtsprocessen omtrent gender en etniciteit expliciet ter discussie.
Noel Clycq, doctor in de sociologie, is verbonden aan het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies van de Universiteit Antwerpen.
Geen voorraad

Geen voorraad

Geen voorraad

Trauma in de frontlijn
€ 19,00
Slachtoffers, hulpverleners, ontwikkelingshelpers, journalisten,… vinden mekaar
op plaatsen waar hevige confrontaties plaatshebben: oorlogen, rampen, ongevallen
en demonstraties. Sommigen staan de slachtoffers bij, anderen leiden de
hulp, de journalisten maken hun verslag en de therapeuten beginnen aan de
lange weg om de slachtoffers te helpen ‘vergeten’ wat er gebeurde. Nadien keert
iedereen weer terug tot de dagelijkse ratrace. Maar wie helpt de hulpverleners, de
journalisten? In beroepen waar het stoer staat om zonder verpinken de gruwelijkste
dingen te doorstaan, is er geen plaats voor medeleven of flauwdoenerij. Welk effect
heeft een oorlog op reporters die zich week na week in gevarenzones begeven?
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Geen voorraad

Trauma in de frontlijn
€ 19,00
Slachtoffers, hulpverleners, ontwikkelingshelpers, journalisten,… vinden mekaar
op plaatsen waar hevige confrontaties plaatshebben: oorlogen, rampen, ongevallen
en demonstraties. Sommigen staan de slachtoffers bij, anderen leiden de
hulp, de journalisten maken hun verslag en de therapeuten beginnen aan de
lange weg om de slachtoffers te helpen ‘vergeten’ wat er gebeurde. Nadien keert
iedereen weer terug tot de dagelijkse ratrace. Maar wie helpt de hulpverleners, de
journalisten? In beroepen waar het stoer staat om zonder verpinken de gruwelijkste
dingen te doorstaan, is er geen plaats voor medeleven of flauwdoenerij. Welk effect
heeft een oorlog op reporters die zich week na week in gevarenzones begeven?
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Ik leer beter leren. Verbetering van studievaardigheden – Handleiding
€ 15,50
Efficiënt leren vereist bepaalde vaardigheden. De praktijk leert dat de
meeste leerlingen van het voortgezet onderwijs deze studievaardigheden
onvoldoende bezitten. Vanuit die vaststelling is dit boek geschreven. Het
is een hulpmiddel voor iedereen die gericht met jongeren aan de slag wil
op het gebied van studievaardigheden. De hier ontwikkelde methodieken
zijn tegelijk toegespitst op leerlingen met leermoeilijkheden of met een
ontwikkelingsstoornis, zoals autisme. Immers, vooral deze leerlingen hebben
behoefte aan een gestructureerde methode, waarin zij stapsgewijs
de vaardigheden kunnen aanleren. Deze methodes kunnen zowel klassikaal
als individueel gehanteerd worden.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
Ik leer beter leren. Verbetering van studievaardigheden – Handleiding
€ 15,50
Efficiënt leren vereist bepaalde vaardigheden. De praktijk leert dat de
meeste leerlingen van het voortgezet onderwijs deze studievaardigheden
onvoldoende bezitten. Vanuit die vaststelling is dit boek geschreven. Het
is een hulpmiddel voor iedereen die gericht met jongeren aan de slag wil
op het gebied van studievaardigheden. De hier ontwikkelde methodieken
zijn tegelijk toegespitst op leerlingen met leermoeilijkheden of met een
ontwikkelingsstoornis, zoals autisme. Immers, vooral deze leerlingen hebben
behoefte aan een gestructureerde methode, waarin zij stapsgewijs
de vaardigheden kunnen aanleren. Deze methodes kunnen zowel klassikaal
als individueel gehanteerd worden.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
Empathie. Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische psychotherapie (Reeks psychoanalytisch Actueel, nr. 8)
€ 17,00
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie. Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische psychotherapie (Reeks psychoanalytisch Actueel, nr. 8)
€ 17,00
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)
€ 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
- Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
- Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)
€ 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
- Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
- Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Kennis & Denken & Leren
€ 29,90
Kan men leren denken? In de klas vergaren leerlingen kennis en werken ze aan de verfijning van hun vaardigheden en competenties. De belangrijkste schakel tussen het verzamelen van de kennis en de toepassing hiervan is het denken.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
Kennis & Denken & Leren
€ 29,90
Kan men leren denken? In de klas vergaren leerlingen kennis en werken ze aan de verfijning van hun vaardigheden en competenties. De belangrijkste schakel tussen het verzamelen van de kennis en de toepassing hiervan is het denken.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.


