Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
€ 18,00
In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens
aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine
rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel
dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus
in de therapie.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
€ 18,00
In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens
aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine
rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel
dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus
in de therapie.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
€ 39,80
Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau,
zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en
uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen
bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten
zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
€ 39,80
Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau,
zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en
uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen
bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten
zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding
€ 14,00
Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs
hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich
daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op
hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen
worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In
deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig
signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding
€ 14,00
Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs
hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich
daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op
hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen
worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In
deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig
signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren
€ 13,90
Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale
en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de
behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid
in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren
€ 13,90
Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale
en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de
behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid
in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
Een vangnet van zorg. Aandacht voor alle leerlingen in het VO en MBO
€ 14,90
Wie aandacht wil geven aan elke leerling op school en in de klas moet als
leerkracht ook heel veel weten van die leerling. Een bekwame leerkracht
laat een leerling ontdekken wat hij of zij al weet. Dat geldt zeker voor
leerlingen in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs.
Daar gaat dit Cahier over. Het past in de onderwijswerkelijkheid met
Passend Onderwijs in het vooruitzicht. Het gaat over teamgerichte
samenwerking, over goed klassenmanagement, over de waardering van
gedragsproblemen, over hoe in een oplossingsgericht gesprek de leerling
zich bewust wordt van de eigen krachten, over hoe je je een beeld vormt
van de sfeer in je klas. Zaken waar je niet om heen kunt als je elke leerling
optimaal kansen wilt bieden.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Een vangnet van zorg. Aandacht voor alle leerlingen in het VO en MBO
€ 14,90
Wie aandacht wil geven aan elke leerling op school en in de klas moet als
leerkracht ook heel veel weten van die leerling. Een bekwame leerkracht
laat een leerling ontdekken wat hij of zij al weet. Dat geldt zeker voor
leerlingen in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs.
Daar gaat dit Cahier over. Het past in de onderwijswerkelijkheid met
Passend Onderwijs in het vooruitzicht. Het gaat over teamgerichte
samenwerking, over goed klassenmanagement, over de waardering van
gedragsproblemen, over hoe in een oplossingsgericht gesprek de leerling
zich bewust wordt van de eigen krachten, over hoe je je een beeld vormt
van de sfeer in je klas. Zaken waar je niet om heen kunt als je elke leerling
optimaal kansen wilt bieden.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.
Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.
Geen voorraad

Kinderen met ernstige problemen – Standaarden voor de praktijk in het onderwijs – 6de uitgebreide druk
€ 20,50
In heel wat onderwijsvormen hebben leerkrachten te maken met kinderen die psychische en/of somatische problemen hebben. Het is niet altijd eenvoudig om te weten hoe met deze kinderen het beste wordt omgegaan, hoe ze het meeste kunnen worden ondersteund en geholpen.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Geen voorraad

Kinderen met ernstige problemen – Standaarden voor de praktijk in het onderwijs – 6de uitgebreide druk
€ 20,50
In heel wat onderwijsvormen hebben leerkrachten te maken met kinderen die psychische en/of somatische problemen hebben. Het is niet altijd eenvoudig om te weten hoe met deze kinderen het beste wordt omgegaan, hoe ze het meeste kunnen worden ondersteund en geholpen.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.
Duurzaam ondernemen. Maatschappelijk verantwoord handelen
€ 20,90
De combinatie van vruchtbaar ondernemen en het werken aan duurzaamheid
en maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt niet altijd voor de hand te liggen.
Optimaal winst nastreven vergt immers een zekere rechtlijnigheid die geen of weinig
oog heeft voor wat zich buiten dat doel bevindt. Binnen de maatschappelijke
en ecologische realiteit is een dergelijke blindheid voor ethiek uit den boze. Van
ondernemers en zakenmensen in de profit- en non-profit-sector wordt steeds
meer verwacht dat zij een goede balans tussen beide factoren vinden. Ze moeten
daarbij aandacht besteden aan integriteit, corporate social responsibility, spiritueel
leiderschap, stakeholderdialoog, ethisch leiderschap, sociale contracten enz. Een
dergelijke bedrijfsethiek is goed voor het imago van het bedrijf, maar een goed
imago is ook snel verspeeld. De vraag is daarom: hoe vat men zoiets precies aan
en hoe zorgt men ervoor dat er geen fouten gemaakt worden.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Duurzaam ondernemen. Maatschappelijk verantwoord handelen
€ 20,90
De combinatie van vruchtbaar ondernemen en het werken aan duurzaamheid
en maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt niet altijd voor de hand te liggen.
Optimaal winst nastreven vergt immers een zekere rechtlijnigheid die geen of weinig
oog heeft voor wat zich buiten dat doel bevindt. Binnen de maatschappelijke
en ecologische realiteit is een dergelijke blindheid voor ethiek uit den boze. Van
ondernemers en zakenmensen in de profit- en non-profit-sector wordt steeds
meer verwacht dat zij een goede balans tussen beide factoren vinden. Ze moeten
daarbij aandacht besteden aan integriteit, corporate social responsibility, spiritueel
leiderschap, stakeholderdialoog, ethisch leiderschap, sociale contracten enz. Een
dergelijke bedrijfsethiek is goed voor het imago van het bedrijf, maar een goed
imago is ook snel verspeeld. De vraag is daarom: hoe vat men zoiets precies aan
en hoe zorgt men ervoor dat er geen fouten gemaakt worden.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.
Verstandelijke beperking en dementie. Effectieve interventies
€ 23,70
De vergrijzing is een algemeen maatschappelijk fenomeen. Het doet zich ook voor bij mensen
met een verstandelijke beperking, van wie de levensverwachting in de voorbije eeuw aanzienlijk
is gestegen. Dit brengt echter een belangrijke toename van het aantal personen met dementie
met zich mee, in het bijzonder bij mensen met downsyndroom, bij wie dementie zich beduidend
vroeger in de levensloop manifesteert. Om die mensen een goede oude dag te bezorgen,
is een zorgverlening nodig die hun levenskwaliteit optimaal kan garanderen, van de sociale
relaties tot de juiste huisvesting, van de wekelijkse kapbeurt tot de juiste dagelijkse medicatie.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.
Verstandelijke beperking en dementie. Effectieve interventies
€ 23,70
De vergrijzing is een algemeen maatschappelijk fenomeen. Het doet zich ook voor bij mensen
met een verstandelijke beperking, van wie de levensverwachting in de voorbije eeuw aanzienlijk
is gestegen. Dit brengt echter een belangrijke toename van het aantal personen met dementie
met zich mee, in het bijzonder bij mensen met downsyndroom, bij wie dementie zich beduidend
vroeger in de levensloop manifesteert. Om die mensen een goede oude dag te bezorgen,
is een zorgverlening nodig die hun levenskwaliteit optimaal kan garanderen, van de sociale
relaties tot de juiste huisvesting, van de wekelijkse kapbeurt tot de juiste dagelijkse medicatie.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.
Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.
Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Sociaal leven en Samenleving
€ 5,20
Domeinboek Sociaal leven en Samenleving uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Sociaal leven en Samenleving. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Sociaal leven en Samenleving
€ 5,20
Domeinboek Sociaal leven en Samenleving uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Sociaal leven en Samenleving. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Medisch en Paramedisch
€ 6,10
Domeinboek Medisch en paramedisch uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (set in opbergdoos: 9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes in het medische domein. Veel praktische opdrachten met mooie plaatjes.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Medisch en Paramedisch
€ 6,10
Domeinboek Medisch en paramedisch uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (set in opbergdoos: 9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes in het medische domein. Veel praktische opdrachten met mooie plaatjes.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Bestuur en Administratie
€ 8,80
Domeinboek Bestuur en administratie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein bestuur en administratie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Bestuur en Administratie
€ 8,80
Domeinboek Bestuur en administratie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein bestuur en administratie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Stripverhaal
€ 9,90
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de
beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de
studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat
daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op
school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het
secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde
manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Stripverhaal
€ 9,90
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de
beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de
studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat
daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op
school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het
secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde
manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Kaartenset & Filmactiviteiten
€ 9,90
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking Kaartenset & Filmact
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Kaartenset & Filmactiviteiten
€ 9,90
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking Kaartenset & Filmact
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Handleiding
€ 54,90
Dit boekje de handleiding bij de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013).
Over de methode HorizonTaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode HorizonTaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Handleiding
€ 54,90
Dit boekje de handleiding bij de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013).
Over de methode HorizonTaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
Over de methode HorizonTaal:
Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.
De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.
HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.
Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.
Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Volledig pakket in opbergdoos
€ 175,00
Jongeren van 13-14 jaar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudes die hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. De leerlingen denken na over hun interesses en mogelijkheden en staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Dit gebeurt vanuit informatie- en actiekaarten, herkenbare situatieschetsen, uitdagingen, opzoekwerk, stripverhalen, kwartetspel, plattegronden, marktkramen, film,… Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.HorizonTaal is een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteit en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze kan ontzettend creatief zijn. Naar school gaan ook.HorizonTaal verandert het studiekeuzeproces totaal. Een unieke uitdaging voor elke school en elke leerling.
HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Volledig pakket in opbergdoos
€ 175,00
Jongeren van 13-14 jaar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudes die hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. De leerlingen denken na over hun interesses en mogelijkheden en staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Dit gebeurt vanuit informatie- en actiekaarten, herkenbare situatieschetsen, uitdagingen, opzoekwerk, stripverhalen, kwartetspel, plattegronden, marktkramen, film,… Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.HorizonTaal is een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteit en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze kan ontzettend creatief zijn. Naar school gaan ook.HorizonTaal verandert het studiekeuzeproces totaal. Een unieke uitdaging voor elke school en elke leerling.
Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk
€ 24,70
De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen
op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in
het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa
met argusogen gevolgd.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk
€ 24,70
De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen
op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in
het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa
met argusogen gevolgd.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
€ 5,20
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd
vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht
van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale
persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
€ 5,20
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd
vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht
van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale
persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.

Onderwijsonderzoek. Van onderzoek naar leren
€ 34,90
Dit boek biedt een grondig theoretisch en praktisch inzicht in onderwijsonderzoek.Dit type van onderzoek staat op dit moment centraal in de belangstelling, enerzijds omdat eraltijd veel nadruk wordt gelegd op de impact van onderwijsonderzoek, anderzijds omdat onderwijsonderzoekdichter bij de onderwijspraktijk is komen te staan. De auteur geeft aan watonderwijsonderzoek inhoudt en op welke wijze men zelf onderzoek in de onderwijspraktijk kanopzetten.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpengaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief.Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuitwetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitiefperspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van deinzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denkenin de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bijhet begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij tedragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionaliseringvan mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpengaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief.Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuitwetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitiefperspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van deinzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denkenin de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bijhet begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij tedragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionaliseringvan mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.

Onderwijsonderzoek. Van onderzoek naar leren
€ 34,90
Dit boek biedt een grondig theoretisch en praktisch inzicht in onderwijsonderzoek.Dit type van onderzoek staat op dit moment centraal in de belangstelling, enerzijds omdat eraltijd veel nadruk wordt gelegd op de impact van onderwijsonderzoek, anderzijds omdat onderwijsonderzoekdichter bij de onderwijspraktijk is komen te staan. De auteur geeft aan watonderwijsonderzoek inhoudt en op welke wijze men zelf onderzoek in de onderwijspraktijk kanopzetten.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpengaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief.Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuitwetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitiefperspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van deinzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denkenin de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bijhet begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij tedragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionaliseringvan mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpengaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief.Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuitwetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitiefperspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van deinzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denkenin de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bijhet begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij tedragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionaliseringvan mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
€ 30,00
De ruimtelijke oppervlakte van Vlaanderen is beperkt. Wonen en bouwen
zijn daarom aan een aantal bepalingen en beperkingen onderworpen.
Daarom werd in 1997 het eerste Vlaamse strategisch ruimtelijke beleidsplan,
het RSV1 – Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, goedgekeurd.
Daarin werden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor een termijn
van tien jaar vastgelegd.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
€ 30,00
De ruimtelijke oppervlakte van Vlaanderen is beperkt. Wonen en bouwen
zijn daarom aan een aantal bepalingen en beperkingen onderworpen.
Daarom werd in 1997 het eerste Vlaamse strategisch ruimtelijke beleidsplan,
het RSV1 – Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, goedgekeurd.
Daarin werden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor een termijn
van tien jaar vastgelegd.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Geen voorraad

Leadership, Spirituality and the Common Good. East and West Approaches (European SPES Cahier N°4) (Chinese versie)
€ 16,30
The authors believe that the European and Asian traditionsof spirituality provide rich resources for a worldseeking to rediscover the Common Good. The particularfocus of this Cahier is on the need for responsible leaderswho understand and accept their responsibility tosteward the resources in their care for the good of theirorganisation and for the Common Good. Such leaderswill have developed the capacity to integrate the economic,the social and the environmental realms and inspiretrust in their organisational communities throughthe quality of their character and spirit.
In Leadership, Spirituality and the Common Good: Eastand West Approaches, we present the thinking of eightauthors who explored this topic at a gathering of academicsand business people at a conference held at theChina Europe International Business School (CEIBS) inShanghai in October 2008. The eight chapters have beendeveloped from this conference and are now broughttogether as a contribution to social and business educationto support a greater understanding of East-Westcultural perspectives on the rich notion of the CommonGood which, as our authors explain, is expressed in Easterncultures as lokasangraha, kyosei, da tong and jen.
In Leadership, Spirituality and the Common Good: Eastand West Approaches, we present the thinking of eightauthors who explored this topic at a gathering of academicsand business people at a conference held at theChina Europe International Business School (CEIBS) inShanghai in October 2008. The eight chapters have beendeveloped from this conference and are now broughttogether as a contribution to social and business educationto support a greater understanding of East-Westcultural perspectives on the rich notion of the CommonGood which, as our authors explain, is expressed in Easterncultures as lokasangraha, kyosei, da tong and jen.
Geen voorraad

Leadership, Spirituality and the Common Good. East and West Approaches (European SPES Cahier N°4) (Chinese versie)
€ 16,30
The authors believe that the European and Asian traditionsof spirituality provide rich resources for a worldseeking to rediscover the Common Good. The particularfocus of this Cahier is on the need for responsible leaderswho understand and accept their responsibility tosteward the resources in their care for the good of theirorganisation and for the Common Good. Such leaderswill have developed the capacity to integrate the economic,the social and the environmental realms and inspiretrust in their organisational communities throughthe quality of their character and spirit.
In Leadership, Spirituality and the Common Good: Eastand West Approaches, we present the thinking of eightauthors who explored this topic at a gathering of academicsand business people at a conference held at theChina Europe International Business School (CEIBS) inShanghai in October 2008. The eight chapters have beendeveloped from this conference and are now broughttogether as a contribution to social and business educationto support a greater understanding of East-Westcultural perspectives on the rich notion of the CommonGood which, as our authors explain, is expressed in Easterncultures as lokasangraha, kyosei, da tong and jen.
In Leadership, Spirituality and the Common Good: Eastand West Approaches, we present the thinking of eightauthors who explored this topic at a gathering of academicsand business people at a conference held at theChina Europe International Business School (CEIBS) inShanghai in October 2008. The eight chapters have beendeveloped from this conference and are now broughttogether as a contribution to social and business educationto support a greater understanding of East-Westcultural perspectives on the rich notion of the CommonGood which, as our authors explain, is expressed in Easterncultures as lokasangraha, kyosei, da tong and jen.
Kindermishandeling: een complex probleem (O&A-Reeks, nr. 1)
€ 23,70
Kindermishandeling staat momenteel sterk in de aandacht, maar is niet altijd
even duidelijk te herkennen. Het gezinsleven is een privéterrein dat terecht niet
zomaar toegankelijk is. Daar kan zich jarenlang kindermishandeling voordoen
zonder dat de buitenwacht er weet van heeft. Maar ook als zichtbaar is geworden dat er
sprake is van een problematische gezinssituatie, is het vaak lastig om vast te stellen dat
het om kindermishandeling gaat en zo ja, om welke vormen van kindermishandeling.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling: een complex probleem (O&A-Reeks, nr. 1)
€ 23,70
Kindermishandeling staat momenteel sterk in de aandacht, maar is niet altijd
even duidelijk te herkennen. Het gezinsleven is een privéterrein dat terecht niet
zomaar toegankelijk is. Daar kan zich jarenlang kindermishandeling voordoen
zonder dat de buitenwacht er weet van heeft. Maar ook als zichtbaar is geworden dat er
sprake is van een problematische gezinssituatie, is het vaak lastig om vast te stellen dat
het om kindermishandeling gaat en zo ja, om welke vormen van kindermishandeling.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Aandacht en kracht. Verbinden van activering en zorg
€ 20,00
Met de komst van de Wet Werk en Bijstand
(WWB) is een sterker accent komen te liggen
op participatie, scholing en werk. Vanuit het
uitgangspunt dat iedereen meedoet, wordt van
mensen die in een uitkeringssituatie zitten gevraagd
een bijdrage te leveren aan de samenleving
met een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk
of een betaalde baan. Wanneer we kijken naar
de doelgroepen van mensen in de WWB die
in aanmerking komen voor re-integratie op de
arbeidsmarkt, dan zien we dat er regelmatig sprake
is van een combinatie van problemen die vaak
ook een belemmering vormt. Hoe dit kan worden
aangepakt, is onderwerp van discussie. Dit boek
gaat over de strategie van het verbinden van
activering en zorg.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Aandacht en kracht. Verbinden van activering en zorg
€ 20,00
Met de komst van de Wet Werk en Bijstand
(WWB) is een sterker accent komen te liggen
op participatie, scholing en werk. Vanuit het
uitgangspunt dat iedereen meedoet, wordt van
mensen die in een uitkeringssituatie zitten gevraagd
een bijdrage te leveren aan de samenleving
met een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk
of een betaalde baan. Wanneer we kijken naar
de doelgroepen van mensen in de WWB die
in aanmerking komen voor re-integratie op de
arbeidsmarkt, dan zien we dat er regelmatig sprake
is van een combinatie van problemen die vaak
ook een belemmering vormt. Hoe dit kan worden
aangepakt, is onderwerp van discussie. Dit boek
gaat over de strategie van het verbinden van
activering en zorg.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.

La santé n’est pas une marchandise
€ 19,90
Dans ce livre, Geert Messiaen nous donne un aperçu de l’assurance-maladie belge d’un
point de vue général, et des avis des Mutualités Libérales en particulier, ainsi qu’une vision
personnelle de la politique en matière de santé en Belgique et en Europe. L’auteur plaide
sincèrement en faveur de l’incomparable système de soins de santé belge. Ce livre s’adresse à
toutes les personnes qui s’intéressent aux soins de santé en Belgique.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.

La santé n’est pas une marchandise
€ 19,90
Dans ce livre, Geert Messiaen nous donne un aperçu de l’assurance-maladie belge d’un
point de vue général, et des avis des Mutualités Libérales en particulier, ainsi qu’une vision
personnelle de la politique en matière de santé en Belgique et en Europe. L’auteur plaide
sincèrement en faveur de l’incomparable système de soins de santé belge. Ce livre s’adresse à
toutes les personnes qui s’intéressent aux soins de santé en Belgique.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.

Onderwijs in Vlaanderen. 7de geactualiseerde druk 2010
€ 12,00
Dit zorgvuldig gedoseerde boek geeft een bondig overzicht -
met betrekking tot structuur, organisatie en wetgeving - van het
onderwijs in Vlaanderen, dat de laatste jaren grondig is veranderd.
Het geeft inzicht in het globale onderwijssysteem van kleuter- tot
hoger onderwijs, de beleidsorganen en de functionering ervan.
Zo wordt een bijzonder complexe materie helder op een in omvang
beperkte ruimte.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.

Onderwijs in Vlaanderen. 7de geactualiseerde druk 2010
€ 12,00
Dit zorgvuldig gedoseerde boek geeft een bondig overzicht -
met betrekking tot structuur, organisatie en wetgeving - van het
onderwijs in Vlaanderen, dat de laatste jaren grondig is veranderd.
Het geeft inzicht in het globale onderwijssysteem van kleuter- tot
hoger onderwijs, de beleidsorganen en de functionering ervan.
Zo wordt een bijzonder complexe materie helder op een in omvang
beperkte ruimte.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.
