In gesprek met Human Social Functioning. Methodische gespreksvoering in begeleidingssituaties (Reeks Fontys Educatief, nr. 3)
€ 19,50
Dit boek wil communicatieve vaardigheden in gesprekken op een andere manier belichten. En wel als een methode die Human Social Functioning (HSF) heet. Bij deze methode gaat het niet alleen over gespreksvoering sec, maar ook over begeleiding, hulpverlening en coaching vanuit een visie op de mens als zingever van zijn handelen en zijn bestaan.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
In gesprek met Human Social Functioning. Methodische gespreksvoering in begeleidingssituaties (Reeks Fontys Educatief, nr. 3)
€ 19,50
Dit boek wil communicatieve vaardigheden in gesprekken op een andere manier belichten. En wel als een methode die Human Social Functioning (HSF) heet. Bij deze methode gaat het niet alleen over gespreksvoering sec, maar ook over begeleiding, hulpverlening en coaching vanuit een visie op de mens als zingever van zijn handelen en zijn bestaan.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.
Trees Das en Kees Wagenaar zijn beiden ervaren HSF trainers. Ze verzorgen samen al jarenlang trainingen voor beroepskrachten zoals mentoren, loopbaancoaches, personeelswerkers, counselors en coaches, maatschappelijk werkenden en artsen. Naast het verzorgen van trainingen werken zij ook met uiteenlopende cliënten en cliëntengroepen van alle leeftijdscategorieën. Daarvoor is HSF een effectieve, maar ook duidelijke en transparante begeleidingsmethodiek. Beide auteurs zijn bestuursleden van het Centrum voor HSF (o.a. voor certificering en registratie). Ze zijn ook lid van het internationale HSF netwerk.
Ze hebben de methode aangepast aan de Nederlandse begeleidingscultuur en een wetenschappelijke verantwoording gegeven. Met deze uitgave is de vijfde herziening van de HSF-vragenlijst uitgevoerd.
Trees Das (orthopedagoog en GZ psycholoog) heeft een bureau voor training en begeleiding De Praktijk en is tevens docent aan het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen.
Kees Wagenaar (consultant) is een van de initiators van de HSF-methodiek in Nederland en België. Hij heeft samen met Trees Das de methodiek verder ontwikkeld en uitgewerkt.

Denken en bewegen. Tweede licht gewijzigde druk
€ 32,00
In een school waar de auteur vroeger lesgaf, merkte eens een leerling op: "Oh, ik begrijp het, God heeft prachtwerk geleverd door ons te maken zoals we zijn, maar vergat ons het handboek te geven." Hier heeft u nu eindelijk dit ontbrekende handboek. Geschreven in een alledaagse taal, verschaft het ons de feiten over de nauwe band tussen gedachten,emoties en spiergedrag, en toont het ons in detail welke principes aan de basis liggen van goed functioneren.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)

Denken en bewegen. Tweede licht gewijzigde druk
€ 32,00
In een school waar de auteur vroeger lesgaf, merkte eens een leerling op: "Oh, ik begrijp het, God heeft prachtwerk geleverd door ons te maken zoals we zijn, maar vergat ons het handboek te geven." Hier heeft u nu eindelijk dit ontbrekende handboek. Geschreven in een alledaagse taal, verschaft het ons de feiten over de nauwe band tussen gedachten,emoties en spiergedrag, en toont het ons in detail welke principes aan de basis liggen van goed functioneren.
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Deze feiten, die Elizabeth Langford heel eenvoudig en duidelijk uitlegt, zijn reeds vele jaren gekend en zijn vanzelfsprekend voor de echte experten op dit gebied. Omdat ze echter in de technische taal van gespecialiseerde tijdschriften geschreven zijn en gepubliceerd worden over vele volumes referentiewerken, waren ze niet beschikbaar voor een groot publiek. Denken en Bewegen verricht een onmisbare dienst door al dit materiaal toegankelijk te maken.
Stap voor stap wordt de lezer uitgenodigd binnen te treden in de praktische realiteit van deze informatie, en om het nut ervan zelf te ervaren. Dit boek zal onmisbaar worden voor iedereen die zijn lichaam als werkinstrument nodig heeft - atleet, musicus, danser, tandarts of timmerman - en die op zoek is naar betere prestaties of gewoonweg naar minderspanning; voor degenen die herstellen van ziekte of te kampen hebben met een handicap; voor de vele mensen die lijden aan dit steeds toenemend probleem: rugpijn; en in feite voor iedereen die heel graag het gevoel van welzijn wil herontdekken.
clear, lively and well expressed (STAT News)
a technical but readable explanation of how the body functions in movement (The Bulletin)
a thoughtful, thorough exploration of the subject (ISSTIP Journal)
leert het ons om fysieke problemen te voorkomen (VlGoureus)
praktische hulp om zijn hele lichaam optimaal te laten functioneren (De Artsenkrant)
Albert Coppé
€ 34,90
Professor Albert Coppé heeft duidelijke sporen nagelaten in de Belgische en Europese geschiedenis. Dit huldeboek geeft bijzonder interessante achtergrondinformatie over 50 jaar naoorlogse economische en politieke geschiedenis van Europa.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Albert Coppé
€ 34,90
Professor Albert Coppé heeft duidelijke sporen nagelaten in de Belgische en Europese geschiedenis. Dit huldeboek geeft bijzonder interessante achtergrondinformatie over 50 jaar naoorlogse economische en politieke geschiedenis van Europa.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Medeoprichter van de CVP/PSC in 1946 wordt Albert Coppé in Brussel verkozen tot volksvertegenwoordiger. Hij is present wanneer in 1948 een Europese avant-garde in Den Haag de grondslagen legt van een federaal Europa. Hij is minister in drie Belgische regeringen. In 1952 wordt hij, onder voorzitter Jean Monnet, vice-voorzitter van de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Hij blijft meer dan 20 jaar lid van de Hoge Autoriteit en van de Commissie van de Europese Economische Gemeenschap. Als voorvechter van een politiek verenigd Europa met supranationale instellingen strijdt hij tegen de verlammende unanimiteitsregel in de Europese besluitvorming en voor de meertaligheid binnen de Europese instellingen.
Na zijn vertrek uit de Europese Commissie wordt hij lid van de raad van toezicht van n.v. Philips en daarna voorzitter van de raad van bestuur van de Generale Bank, nu Fortis Bank. Meer dan 40 jaar was hij hoogleraar economie en statistiek aan de K.U.Leuven, waar een collega hem typeerde als iemand die “de wiskunde vereerde en de geschiedenis aanbad”. Hij was actief in vele verenigingen. In het debat over de staatshervorming in België zag hij de oplossing in het unionistisch federalisme. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam.
Het Comité Hommage Albert Coppé bestaat uit Leo Tindemans, Daniel Cardon de Lichtbuer, Jean-Claude Eeckhout, Henrik H. Kröner, Roger Peeters, Jacques-René Rabier, Edmund P. Wellenstein, Maurits Wijnants, Brigitte Coppé, Philippe Coppé.
Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten
€ 44,90
Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten
€ 44,90
Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.
Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.
Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.
Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.
Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.
Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.
Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.
Geen voorraad

Soigneren. Over zorg en solidariteit (Deluxe-Cahiers, nr. 1)
€ 19,00
where to buy low dose naltrexone
buy low dose naltrexone online yeronimo.comHet boek bevat ook liedjesteksten, die de bewoners van De Vijvers wekelijks samen zingen. De teksten zijn voor de senioren een verwijzing naar de hardheid van hun levens en de heimwee naar mooie dagen en verloren liefdes. Het boek neemt treffende foto''s op die in de loop van het project werden gemaakt.
Soigneren is een uniek document over de dialoog tussen verschil-lende generaties. Het toont de waarde van de sociaal-artistieke praktijk voor ouderen en de verzorgende sector.
VICTORIA DELUXE is een sociaal-artistiek huis in de Gentse volkswijk Ham. Met sociaal-artistieke projecten in onder meer Gent, Evergem en Dendermonde wil Victoria Deluxe het stedelijke weefsel nieuw leven inblazen. De motor van deze praktijk is een creatieve en artistieke input, met als doel een meer recht-vaardige en open samenleving. Elk werkproces wordt opgezet met maatschappelijk kwetsbare of vergeten stadsbewoners. Met haar Cahier Deluxe zet Victoria Deluxe de sociaal-artistieke praktijk in woord en beeld. Zo kan een boeiende werkvorm bruikbaar worden voor de hele samenleving.
Geen voorraad

Soigneren. Over zorg en solidariteit (Deluxe-Cahiers, nr. 1)
€ 19,00
where to buy low dose naltrexone
buy low dose naltrexone online yeronimo.comHet boek bevat ook liedjesteksten, die de bewoners van De Vijvers wekelijks samen zingen. De teksten zijn voor de senioren een verwijzing naar de hardheid van hun levens en de heimwee naar mooie dagen en verloren liefdes. Het boek neemt treffende foto''s op die in de loop van het project werden gemaakt.
Soigneren is een uniek document over de dialoog tussen verschil-lende generaties. Het toont de waarde van de sociaal-artistieke praktijk voor ouderen en de verzorgende sector.
VICTORIA DELUXE is een sociaal-artistiek huis in de Gentse volkswijk Ham. Met sociaal-artistieke projecten in onder meer Gent, Evergem en Dendermonde wil Victoria Deluxe het stedelijke weefsel nieuw leven inblazen. De motor van deze praktijk is een creatieve en artistieke input, met als doel een meer recht-vaardige en open samenleving. Elk werkproces wordt opgezet met maatschappelijk kwetsbare of vergeten stadsbewoners. Met haar Cahier Deluxe zet Victoria Deluxe de sociaal-artistieke praktijk in woord en beeld. Zo kan een boeiende werkvorm bruikbaar worden voor de hele samenleving.
Mooie heksen en lelijke feeën. Verrassende en gedurfde maatschappijkritische wendingen aan klassieke sprookjes
€ 29,00
De maatschappijkritische en pedagogische betekenis die de klassieke
sprookjes van Grimm en Andersen vroeger voor kinderen én volwassenen
hadden, is in onze huidige samenleving achterhaald. De nu vertelde
sprookjes zijn door de geromantiseerde bewerkingen zeemzoet en ontdaan
van hun oorspronkelijk parodiërende of waarschuwende karakter.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Mooie heksen en lelijke feeën. Verrassende en gedurfde maatschappijkritische wendingen aan klassieke sprookjes
€ 29,00
De maatschappijkritische en pedagogische betekenis die de klassieke
sprookjes van Grimm en Andersen vroeger voor kinderen én volwassenen
hadden, is in onze huidige samenleving achterhaald. De nu vertelde
sprookjes zijn door de geromantiseerde bewerkingen zeemzoet en ontdaan
van hun oorspronkelijk parodiërende of waarschuwende karakter.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Met sprookjes kan echter anders worden omgegaan. Het is immers zinvoller om kinderen via het sprookje van Hans en Grietje bewust te laten worden van het gevaar meegelokt te worden door meedogenloze pedofielen dan voor de onbestaande heks. In de klassieke sprookjes worden slechte karakters bijna altijd door onaantrekkelijke lichaamstrekken geaccentueerd: de ‘lelijke’ heks en de ‘boze’ stiefmoeder, terwijl de ‘goede’ fee, de prinses of de prins op het witte paard wondermooi én moreel goed zijn. Daarmee krijgen kinderen de verkeerde boodschap dat alleen uiterlijk mooi goed is en lelijk ethisch slecht. Sommige klassieke sprookjes zijn in hun oorspronkelijke betekenis vandaag pedagogisch gevaarlijk. In het oorspronkelijke sprookje Bontepels wordt de koning verliefd op zijn dochter en huwt haar op het einde van het verhaal: een vergoelijking van incest? Traditionele sprookjes bevestigen de klassieke man-vrouwrolpatronen; holebirelaties en racisme komen er niet in voor, maar zijn wel van deze tijd.
In dit boek krijgen klassieke sprookjes verrassende wendingen, zodat ze hun oorspronkelijke, pedagogisch voorlichtende en maatschappijkritische functie terugkrijgen. Verder vindt de lezer achtergrondinformatie over het werken met sprookjes in opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Er wordt een eigen methodiek, STORIES, voorgesteld om sociale vaardigheden en attitudes bij kinderen met behulp van sprookjes te ontwikkelen.
Gerard Gielen, pedagoog-seksuoloog, doceert aan de Katholieke Hogeschool Limburg, Departement Sociaal-Agogisch Werk in Hasselt en aan de Lerarenopleiding van het Hoger Instituut der Kempen in Geel. Hij is redactielid van het welzijnsmagazine Sociaal. Eerder verscheen van hem bij Garant-Uitgevers: Onaantrekkelijk? Beeldvorming over het belang van fysieke aantrekkelijkheid.
Onderwijs en ongelijkheid: grenzen aan de maakbaarheid?
€ 31,00
In de afgelopen dertig jaar is prof. dr. G.W. Meijnen actief geweest in onderzoek en advisering op het terrein van de sociale ongelijkheid en het onderwijs. Bij de aanvang van zijn emeritaat als hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam is deze bundel aangeboden waarin bijdragen staan van mensen die werkzaam zijn op het terrein van wetenschap, beleid en advies.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
Onderwijs en ongelijkheid: grenzen aan de maakbaarheid?
€ 31,00
In de afgelopen dertig jaar is prof. dr. G.W. Meijnen actief geweest in onderzoek en advisering op het terrein van de sociale ongelijkheid en het onderwijs. Bij de aanvang van zijn emeritaat als hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam is deze bundel aangeboden waarin bijdragen staan van mensen die werkzaam zijn op het terrein van wetenschap, beleid en advies.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.
De bijdragen bieden vanuit zeer uiteenlopende perspectieven zowel de resultaten van recent onderzoek alsook reflectie op onderzoek en beleid.
Onderwerpen die in dit boek worden behandeld zijn, onder meer, schoolsegregatie en de positie van migranten in hoogontwikkelde landen, onderwijsongelijkheid in Midden- en Oost-Europa, recent onderzoek naar ongelijke onderwijskansen, meritocratie en politieke elitevorming, een pleidooi voor lokaal onderwijsbeleid, de opvoedende universiteit, probleemleerlingen in het onderwijs, succesvolle allochtone leerlingen, sekseverschillen in het onderwijs, en integratie en religieuze scholen.

Van start met Open en Afstandsonderwijs
€ 19,00
Europees onderzoek toont aan dat het volwassenenonderwijs geconfronteerd wordt met de behoefte maar ook met de moeilijkheid om open- en afstandsonderwijs (OAO) in te voeren binnen de context van levenslang leren. Traditioneel lesgeven in de klas blijkt niet voldoende als men rekening wil houden met nieuwe factoren zoals de geografische verspreiding van de doelgroep, de nood aan just-in-time leren en de moeilijkheid om werk, familie en leren te combineren. OAO is een deel van het antwoord op deze uitdagingen. OAO invoeren is niet eenvoudig. Administratieve, wettelijke, technische, pedagogische en didactische aspecten moeten aangepakt worden.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.

Van start met Open en Afstandsonderwijs
€ 19,00
Europees onderzoek toont aan dat het volwassenenonderwijs geconfronteerd wordt met de behoefte maar ook met de moeilijkheid om open- en afstandsonderwijs (OAO) in te voeren binnen de context van levenslang leren. Traditioneel lesgeven in de klas blijkt niet voldoende als men rekening wil houden met nieuwe factoren zoals de geografische verspreiding van de doelgroep, de nood aan just-in-time leren en de moeilijkheid om werk, familie en leren te combineren. OAO is een deel van het antwoord op deze uitdagingen. OAO invoeren is niet eenvoudig. Administratieve, wettelijke, technische, pedagogische en didactische aspecten moeten aangepakt worden.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.
IAM L3 staat voor Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning en focust op de introductie van Open en Afstandsonderwijs (OAO) in het volwassenenonderwijs. Dit Grundtvig 1- project liep van oktober 2002 tot oktober 2005 en werd gesubsidieerd door het Socrates programma van de Europese Unie. IAM L3 biedt verstrekkers van volwassenen-onderwijs niet alleen inzicht in de diverse aspecten van OAO via dit boek Van start met OAO, maar geeft ook een overzicht van opleidingen en nascholingen, een database met goede voorbeelden uit de praktijk én een aantal OAO-oplossingen en hulpmiddelen.
Het boek Van start met OAO is een inleiding tot basisconcepten en aangepaste methodologieën voor OAO.

Getting started with open and distance learning
€ 19,00
Research throughout Europe indicates that adult education providers face the need but also the difficulty of introducing Open and Distance Learning (ODL) in the context of Life Long Learning.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.

Getting started with open and distance learning
€ 19,00
Research throughout Europe indicates that adult education providers face the need but also the difficulty of introducing Open and Distance Learning (ODL) in the context of Life Long Learning.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
Traditional classroom teaching proves insufficient to deal with factors such as the geographic dispersal of the target groups, the need for just-in-time learning and the difficulties of juggling work, family and learning. ODL is part of the answer.
I AM L3 - short for Introducing Appropriate Methodologies for Life Long Learning - focuses on introducing Open and Distance Learning (ODL) in Adult Education. This Grundtvig 1-project ran between October 2002 and October 2005 with a grant from the Socrates programme of the European Commission. I AM L3 offers adult education providers this book with essential insights in the different aspects of ODL as well as seminars, in-service training, and a database with examples of good practice and ODL solutions and resources.
The book Getting Started in ODL introduces essential concepts and appropriate methodologies on ODL.
De tafel van tien van de Veilige school
€ 11,90
We onderzoeken nogal wat in onze schoolsamenleving. Processen, relaties, uitkomsten, succesindicatoren, beleving, waardering. We vragen het aan iedereen van wie mag worden verondersteld dat hij of zij betekenisvolle uitspraken kan doen. Toch is het opmerkelijk dat we zo weinig vragen stellen aan leerlingen zelf. Natuurlijk proberen we in het onderwijs zo goed mogelijk aan te sluiten bij wat leerlingen beweegt en interesseert. Maar toch tekenen we uit de mond van leerlingen zelf de klacht op, dat veel in gang gezet wordt zonder dat ze daarover geraadpleegd zijn. `Op stage voel ik me volwassen en in school voel ik me kind,'' schrijft een leerling. Toch lijkt het van belang dat we leerlingen nadrukkelijk betrekken bij de vraag hoe we het onderwijs veiliger kunnen maken. Veiligheid, het gevoel van veiligheid, immers vormt de basis van het leren.
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
De tafel van tien van de Veilige school
€ 11,90
We onderzoeken nogal wat in onze schoolsamenleving. Processen, relaties, uitkomsten, succesindicatoren, beleving, waardering. We vragen het aan iedereen van wie mag worden verondersteld dat hij of zij betekenisvolle uitspraken kan doen. Toch is het opmerkelijk dat we zo weinig vragen stellen aan leerlingen zelf. Natuurlijk proberen we in het onderwijs zo goed mogelijk aan te sluiten bij wat leerlingen beweegt en interesseert. Maar toch tekenen we uit de mond van leerlingen zelf de klacht op, dat veel in gang gezet wordt zonder dat ze daarover geraadpleegd zijn. `Op stage voel ik me volwassen en in school voel ik me kind,'' schrijft een leerling. Toch lijkt het van belang dat we leerlingen nadrukkelijk betrekken bij de vraag hoe we het onderwijs veiliger kunnen maken. Veiligheid, het gevoel van veiligheid, immers vormt de basis van het leren.
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
De Tafel van tien van Veiligheid in school volgt de uitkomsten van onderzoek onder zo''n 5.000 leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen noemen veel meer factoren dan de professionals die voor `je het veilig voelen'' in school van belang zijn. De interviews met leerlingen stemmen hoopvol. Er zijn heel concreet talloze adviezen uit af te leiden om de school veiliger te maken. Camera''s, hoge hekken, extra bewaking, dure programma''s, grote investeringen wegen niet op tegen gemotiveerde leerlingen die zelf een aandeel willen nemen in de veiligheid van de school. Van ons vraagt het een bereidheid om te luisteren!
J. Meerdink & A. Sliedrecht
Attitudes evalueren. Een zeiltocht (+ cd-rom)
€ 24,90
Cognitieve vaardigheden meten lijkt een evidentie in het onderwijs. Maar opvoeden is meer dan denken en weten. Onderwijzen heeft evenveel met attitudes te maken, een veel minder evident te meten competentie.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Attitudes evalueren. Een zeiltocht (+ cd-rom)
€ 24,90
Cognitieve vaardigheden meten lijkt een evidentie in het onderwijs. Maar opvoeden is meer dan denken en weten. Onderwijzen heeft evenveel met attitudes te maken, een veel minder evident te meten competentie.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Hoe doe je dat, attitudes meten? En wat zijn eigenlijk attitudes?
Het evalueren van attitudes heeft veel gelijkenissen met een zeiltocht...
De stuurman en de rest van de bemanning varen samen uit. Ze gaan samen in zee voor een verrijkende tocht. Door de zee, de wind en het specifieke van de boot wordt het een unieke ervaring.
De crew hijst de zeilen om zo vlot mogelijk ter bestemming te komen. De crewleden zijn de ankerfiguren, zonder hen is er geen tocht. Zij hanteren voortdurend de zeilen en bepalen de richting en de snelheid van de vaart. Met `alle hens aan dek'' volgen ze hun koers. De crew, het lerarenteam, bepaalt welke zeilen worden gehesen in de specifieke leersitaties. De stuurman staat aan het roer, hij heeft de leiding. Naar eigen inzicht en vermogen neemt hij de touwtjes in handen. Hij bepaalt uiteindelijk of hij vaart en zo ja, waar naartoe. Hij laat zich begeleiden door een deskundige crew, want zon-der hen raakt hij niet van wal. De leerling is de stuurman. Hij heeft zijn leerproces zelf in handen. De leraren proberen het beste uit hem te halen.
Met het kompas op zak starten ze hun tocht. Het kompas is het attitudeplan met de attitudedoelen die specificeren waar ze naartoe moeten en op welke wijze dit het best gebeurt.
Op zee varen nog vele andere zeilboten met dezelfde koers voor ogen. Ze kunnen elkaar `op sleeptouw nemen'', maar ook elkaar `de wind uit de zeilen nemen''. Ook de andere leerlingen van de klas varen, elk in hun eigen boot, op dezelfde zee. Zonder wind of bij stormweer blijft de boot het best aan wal. Zo ook in de `attitudentocht''.
Zonder steun van de directie of van collega''s heeft werken rond attitudes weinig zin. Te hard van stapel lopen leidt nergens toe. Een school-en vakgroepcontext waar het schip wordt klaargemaakt alvorens het te water te laten, is een voorwaarde voor een goede vaart. De degelijkheid van de boot kan van de zeiltocht een aangename, vlotte vaart maken. Zowel de stuurman als de crew voelen zich op hun best in een kwalitatief goed uitgebouwde, computergestuurde, gemakkelijk bestuurbare boot.
Het evalueren van attitudes op een haalbare manier uitbouwen maakt een en ander voor de leerkracht hanteerbaar. Een systeem aanbieden waar betrouwbare, valide en transparante evaluaties centraal staan, brengt de ware leerling in beeld. Het boek bevat ook een cd-rom met demonstratiemateriaal en alle noodzakelijke formulieren.
Goedele Vergauwen studeerde pedagogische wetenschappen. Zij is pedagogisch begeleider in Vlaams-Brabant. Daarnaast ondersteunt ze leraren bij het evalueren van attitudes, geeft ze les en doet ze stagebegeleiding in de lerarenopleiding en in het beroepsonderwijs.
Goedele Deserrano studeerde toegepaste economische wetenschappen. Ze was jarenlang leraar informatica en economie in het secundair onderwijs. Nu is ze leraar `vrije ruimte', ict-coördinator van een grote school en ontwerpt ze evaluatiesystemen.
Waarom? Slachtoffer-dader bemiddeling in Vlaanderen
€ 26,90
Waarom? Het is een centrale vraag bij slachtoffers van een misdrijf. `Waarom heeft hij dat gedaan, waarom ik, waarom ...?''
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
Waarom? Slachtoffer-dader bemiddeling in Vlaanderen
€ 26,90
Waarom? Het is een centrale vraag bij slachtoffers van een misdrijf. `Waarom heeft hij dat gedaan, waarom ik, waarom ...?''
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
In het beste geval komt men het antwoord op deze vraag te weten na inzage van het gerechtelijke dossier of op de zitting op de rechtbank. Vaak is dit echter niet zo en blijven slachtoffers met deze vraag zit-ten.
Ook daders kunnen met de waarom-vraag worstelen. Enerzijds omdat ze soms zelf hun daden niet kunnen vat-ten, anderzijds omdat ze hun slachtoffer duidelijk willen maken hoe het zo ver is kunnen komen. Ook zij blij-ven vaak met hun vraag zitten bij de klassieke rechtsgang. Het waarom uitleggen wordt dikwijls gezien als goedpraten of excuses zoeken voor hun daad.
Zowel bij slachtoffers als bij daders kan behoefte ontstaan aan communicatie over de feiten en de gevolgen ervan. Slachtoffer-daderbemiddeling krijgt langzaam aan haar plaats binnen de justitiële wereld. In dit boek wordt duidelijk wat deze bemiddeling inhoudt en hoe ze zich verhoudt ten opzichte van Justitie.
Zowel daders als slachtoffers komen aan het woord, elk met hun verhaal over de bemiddeling. Daarnaast geven professionals uit de justitiële en uit de welzijnssector hun visie op deze wijze van conflicthantering. De wet van 22 juni 2005 voegt de bemiddeling in het Wetboek van Strafvordering en bevestigt daarmee de reeds bestaande praktijk in haar waarde. Minister van Justitie Laurette Onkelinx licht deze wet toe. Minister van Welzijn Inge Vervotte geeft het belang van deze ontwikkeling aan vanuit het welzijnsperspectief.
Suggnomè is een Forum voor herstelrecht en behandeling, gevestigd in Leuven.
Dynamiek van het pluralisme. Liber amicorum Bob Lavigne
€ 21,90
Al te vaak wordt pluralisme verward met verschillende levensbeschouwingen of verschillende culturen. Wat te doen met onder meer verschillende sociale gelaagdheden? Dienen we niet na te denken over alle andere tegenstellingen en dimensies die onze samenleving zo complex en zo divers maken? Het zicht op diversiteit is onlosmakelijk verbonden met de discussie rond pluralisme.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.
Dynamiek van het pluralisme. Liber amicorum Bob Lavigne
€ 21,90
Al te vaak wordt pluralisme verward met verschillende levensbeschouwingen of verschillende culturen. Wat te doen met onder meer verschillende sociale gelaagdheden? Dienen we niet na te denken over alle andere tegenstellingen en dimensies die onze samenleving zo complex en zo divers maken? Het zicht op diversiteit is onlosmakelijk verbonden met de discussie rond pluralisme.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.
Dit boek is gekenmerkt door de diverse achtergrond van de auteurs, die elk vanuit hun sociaal-economische insteek het pluralisme proberen te vatten. Onderwijs, samenleving, kunst, architectuur, religie, filosofie en geo- politiek vormen de stam waarop de auteurs hun visie op pluralisme enten.
Passief pluralisme is het respect, de tolerantie en de verdraagzaamheid tegenover andere opvattingen. Actief pluralisme staat voor een samenleving die ruimte biedt voor uiteenlopende levens- en wereldbeschouwingen, die actief kunnen worden uitgedragen, maar die aan anderen niet mogen worden opgedrongen.
Dit boek wil bijdragen aan het levendig houden van het maatschappelijk gesprek rond pluralisme. Het is een liber amicorum voor Robert Lavigne, algemeen directeur van de Provinciale Hogeschool Limburg.
Met bijdragen van: Paul Butenaerts, Guy Aelterman, Eddy Baldewijns, Anne Beyers, Willy Claes, Rob Cuyvers, Sylvain de Bleeckere, Joannes Késenne, Hugo Deckers, Marc Hermans, Paul Himschoot, Dirk Celis, Ben Lambrechts, Urbain Lavigne, Johann Leeten, Paul Martens, Frank Smeets, Steve Stevaert, Guy Swennen, Benjamin Van Camp, Ludwig Vandenhove, Michel Vrancken en Tony Waegeman.
Arabesques. Selections of Biography and Poetry from Classical Arabic Literature (Reeks WATA-Publications, nr. 2)
€ 19,00
ARABESQUES is a book for the general reader interested in Arabic literature rather than for the academic specialist.
In his book Dr Mumayiz has chosen four classical Arabic poets, giving the reader, first in Part I, a biographical account of each poet, and in Part Il, extracts of their poetry classified into various themes such as Love, War, Praise, and Reflections.
In his translation of classical Arabic poetry, Dr Mumayiz uses iambic pentametre, either in the form of couplets or quatrains, in a way intended to enhance the musical effect of the graphic, sun-lit potency of classical Arabic poetry.
In his book Dr Mumayiz has chosen four classical Arabic poets, giving the reader, first in Part I, a biographical account of each poet, and in Part Il, extracts of their poetry classified into various themes such as Love, War, Praise, and Reflections.
In his translation of classical Arabic poetry, Dr Mumayiz uses iambic pentametre, either in the form of couplets or quatrains, in a way intended to enhance the musical effect of the graphic, sun-lit potency of classical Arabic poetry.
Arabesques. Selections of Biography and Poetry from Classical Arabic Literature (Reeks WATA-Publications, nr. 2)
€ 19,00
ARABESQUES is a book for the general reader interested in Arabic literature rather than for the academic specialist.
In his book Dr Mumayiz has chosen four classical Arabic poets, giving the reader, first in Part I, a biographical account of each poet, and in Part Il, extracts of their poetry classified into various themes such as Love, War, Praise, and Reflections.
In his translation of classical Arabic poetry, Dr Mumayiz uses iambic pentametre, either in the form of couplets or quatrains, in a way intended to enhance the musical effect of the graphic, sun-lit potency of classical Arabic poetry.
In his book Dr Mumayiz has chosen four classical Arabic poets, giving the reader, first in Part I, a biographical account of each poet, and in Part Il, extracts of their poetry classified into various themes such as Love, War, Praise, and Reflections.
In his translation of classical Arabic poetry, Dr Mumayiz uses iambic pentametre, either in the form of couplets or quatrains, in a way intended to enhance the musical effect of the graphic, sun-lit potency of classical Arabic poetry.
Bram zoekt een vriendje – Leesboek bij “Een kind uit een pleeggezin in je klas”
€ 12,00
Elke leerkracht kan ermee geconfronteerd worden: een pleegkind of een eigen kind uit een pleeggezin in de klas. In Vlaanderen wonen er zo''n 3700 kinderen en jongeren voor korte of langere tijd bij andere mensen. De kans dat je als leerkracht één van zulke kinderen in je klas krijgt is reëel. Ze vragen net zoals elke andere leerling een individuele aanpak, maar dan wel een aanpak die rekening houdt met hun specifieke pleegzorgsituatie. Ook de klasgenootjes zijn nieuwsgierig en stellen vragen.
Met Bram zoekt een vriendje en Een kind uit een pleeggezin in je klas heeft de leerkracht een instrument in handen om pleegzorg te verkennen en ermee aan de slag te gaan in de klas. Het leesboek wordt samen in klas (voor)gelezen. Een eenvoudig verhaal met sprekende foto''s stelt de situatie van een pleegkind heel concreet voor en vormt zo een aanknopingspunt voor vragen die kinderen hieromtrent hebben. De handleiding informeert over pleegzorg en geeft tal van didactische tips i.v.m. omgaan met pleegkinderen of eigen kinderen van pleegouders in de klas.
Het boek gaat dieper in op volgende vragen:
Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol in?
Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe beantwoord je ze?
Hoe ga je als leerkracht om met een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas?
Bram zoekt een vriendje
Leesboek
ISBN 9789044118841 | 46 pag. | 12 euro
Beertje Bram woont nog maar kort in een pleeggezin bij Boris, Bieke en hun zoontje Benjamin. Wanneer Benjamin ziek in bed ligt heeft Bram geen vriendje om mee te spelen en weet hij niet goed wat hij alleen op de zandberg kan doen. Dan maakt hij kennis met Belle die best nieuwsgierig is naar Bram. Ze gaan samen op zoek of ze vriendjes kunnen zijn en proberen te ontdekken waarvoor je vriendjes zoal hebt. Aan de hand van het thema vriendschap komt pleegzorg spontaan ter sprake en probeert Bram zo goed mogelijk uit te leggen hoe het bij hem in elkaar zit. De meest gestelde vragen van kinderen over pleegzorg komen zo aan bod.
Het boekje is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar.
Een kind uit een pleeggezin in je klas
Handleiding voor de leerkracht en didactisch materiaal
ISBN 9789044119657 | 66 pag. | 15,90 euro
Dit boek geeft informatie en tips over hoe leerkrachten kunnen omgaan met het specifieke dat pleegzorg met zich meebrengt. Het geeft aandachtspunten om kinderen uit pleeggezinnen op school te steunen. Ook worden suggesties gedaan om pleegzorg in de klas te bespreken. Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol? Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe ga je er als leerkracht mee om? Wat kan je als leerkracht doen wanneer je een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas hebt?
Bram zoekt een vriendje - pop-ups
ISBN 9789044120677 | 12,60 euro
Bij het boek horen 11 kartonnen beren die als visuele ondersteuning gebruikt kunnen worden. Zij vertegenwoordigen de verschillende betrokkenen in een pleegzorgsituatie.
Bij bestellingen vanaf vijf exemplaren gelden andere prijzen.
Gelieve in dat geval contact op te nemen met de uitgeverij: info@maklu.be
Met Bram zoekt een vriendje en Een kind uit een pleeggezin in je klas heeft de leerkracht een instrument in handen om pleegzorg te verkennen en ermee aan de slag te gaan in de klas. Het leesboek wordt samen in klas (voor)gelezen. Een eenvoudig verhaal met sprekende foto''s stelt de situatie van een pleegkind heel concreet voor en vormt zo een aanknopingspunt voor vragen die kinderen hieromtrent hebben. De handleiding informeert over pleegzorg en geeft tal van didactische tips i.v.m. omgaan met pleegkinderen of eigen kinderen van pleegouders in de klas.
Het boek gaat dieper in op volgende vragen:
Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol in?
Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe beantwoord je ze?
Hoe ga je als leerkracht om met een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas?
Bram zoekt een vriendje
Leesboek
ISBN 9789044118841 | 46 pag. | 12 euro
Beertje Bram woont nog maar kort in een pleeggezin bij Boris, Bieke en hun zoontje Benjamin. Wanneer Benjamin ziek in bed ligt heeft Bram geen vriendje om mee te spelen en weet hij niet goed wat hij alleen op de zandberg kan doen. Dan maakt hij kennis met Belle die best nieuwsgierig is naar Bram. Ze gaan samen op zoek of ze vriendjes kunnen zijn en proberen te ontdekken waarvoor je vriendjes zoal hebt. Aan de hand van het thema vriendschap komt pleegzorg spontaan ter sprake en probeert Bram zo goed mogelijk uit te leggen hoe het bij hem in elkaar zit. De meest gestelde vragen van kinderen over pleegzorg komen zo aan bod.
Het boekje is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar.
Een kind uit een pleeggezin in je klas
Handleiding voor de leerkracht en didactisch materiaal
ISBN 9789044119657 | 66 pag. | 15,90 euro
Dit boek geeft informatie en tips over hoe leerkrachten kunnen omgaan met het specifieke dat pleegzorg met zich meebrengt. Het geeft aandachtspunten om kinderen uit pleeggezinnen op school te steunen. Ook worden suggesties gedaan om pleegzorg in de klas te bespreken. Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol? Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe ga je er als leerkracht mee om? Wat kan je als leerkracht doen wanneer je een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas hebt?
Bram zoekt een vriendje - pop-ups
ISBN 9789044120677 | 12,60 euro
Bij het boek horen 11 kartonnen beren die als visuele ondersteuning gebruikt kunnen worden. Zij vertegenwoordigen de verschillende betrokkenen in een pleegzorgsituatie.
Bij bestellingen vanaf vijf exemplaren gelden andere prijzen.
Gelieve in dat geval contact op te nemen met de uitgeverij: info@maklu.be
Bram zoekt een vriendje – Leesboek bij “Een kind uit een pleeggezin in je klas”
€ 12,00
Elke leerkracht kan ermee geconfronteerd worden: een pleegkind of een eigen kind uit een pleeggezin in de klas. In Vlaanderen wonen er zo''n 3700 kinderen en jongeren voor korte of langere tijd bij andere mensen. De kans dat je als leerkracht één van zulke kinderen in je klas krijgt is reëel. Ze vragen net zoals elke andere leerling een individuele aanpak, maar dan wel een aanpak die rekening houdt met hun specifieke pleegzorgsituatie. Ook de klasgenootjes zijn nieuwsgierig en stellen vragen.
Met Bram zoekt een vriendje en Een kind uit een pleeggezin in je klas heeft de leerkracht een instrument in handen om pleegzorg te verkennen en ermee aan de slag te gaan in de klas. Het leesboek wordt samen in klas (voor)gelezen. Een eenvoudig verhaal met sprekende foto''s stelt de situatie van een pleegkind heel concreet voor en vormt zo een aanknopingspunt voor vragen die kinderen hieromtrent hebben. De handleiding informeert over pleegzorg en geeft tal van didactische tips i.v.m. omgaan met pleegkinderen of eigen kinderen van pleegouders in de klas.
Het boek gaat dieper in op volgende vragen:
Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol in?
Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe beantwoord je ze?
Hoe ga je als leerkracht om met een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas?
Bram zoekt een vriendje
Leesboek
ISBN 9789044118841 | 46 pag. | 12 euro
Beertje Bram woont nog maar kort in een pleeggezin bij Boris, Bieke en hun zoontje Benjamin. Wanneer Benjamin ziek in bed ligt heeft Bram geen vriendje om mee te spelen en weet hij niet goed wat hij alleen op de zandberg kan doen. Dan maakt hij kennis met Belle die best nieuwsgierig is naar Bram. Ze gaan samen op zoek of ze vriendjes kunnen zijn en proberen te ontdekken waarvoor je vriendjes zoal hebt. Aan de hand van het thema vriendschap komt pleegzorg spontaan ter sprake en probeert Bram zo goed mogelijk uit te leggen hoe het bij hem in elkaar zit. De meest gestelde vragen van kinderen over pleegzorg komen zo aan bod.
Het boekje is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar.
Een kind uit een pleeggezin in je klas
Handleiding voor de leerkracht en didactisch materiaal
ISBN 9789044119657 | 66 pag. | 15,90 euro
Dit boek geeft informatie en tips over hoe leerkrachten kunnen omgaan met het specifieke dat pleegzorg met zich meebrengt. Het geeft aandachtspunten om kinderen uit pleeggezinnen op school te steunen. Ook worden suggesties gedaan om pleegzorg in de klas te bespreken. Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol? Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe ga je er als leerkracht mee om? Wat kan je als leerkracht doen wanneer je een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas hebt?
Bram zoekt een vriendje - pop-ups
ISBN 9789044120677 | 12,60 euro
Bij het boek horen 11 kartonnen beren die als visuele ondersteuning gebruikt kunnen worden. Zij vertegenwoordigen de verschillende betrokkenen in een pleegzorgsituatie.
Bij bestellingen vanaf vijf exemplaren gelden andere prijzen.
Gelieve in dat geval contact op te nemen met de uitgeverij: info@maklu.be
Met Bram zoekt een vriendje en Een kind uit een pleeggezin in je klas heeft de leerkracht een instrument in handen om pleegzorg te verkennen en ermee aan de slag te gaan in de klas. Het leesboek wordt samen in klas (voor)gelezen. Een eenvoudig verhaal met sprekende foto''s stelt de situatie van een pleegkind heel concreet voor en vormt zo een aanknopingspunt voor vragen die kinderen hieromtrent hebben. De handleiding informeert over pleegzorg en geeft tal van didactische tips i.v.m. omgaan met pleegkinderen of eigen kinderen van pleegouders in de klas.
Het boek gaat dieper in op volgende vragen:
Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol in?
Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe beantwoord je ze?
Hoe ga je als leerkracht om met een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas?
Bram zoekt een vriendje
Leesboek
ISBN 9789044118841 | 46 pag. | 12 euro
Beertje Bram woont nog maar kort in een pleeggezin bij Boris, Bieke en hun zoontje Benjamin. Wanneer Benjamin ziek in bed ligt heeft Bram geen vriendje om mee te spelen en weet hij niet goed wat hij alleen op de zandberg kan doen. Dan maakt hij kennis met Belle die best nieuwsgierig is naar Bram. Ze gaan samen op zoek of ze vriendjes kunnen zijn en proberen te ontdekken waarvoor je vriendjes zoal hebt. Aan de hand van het thema vriendschap komt pleegzorg spontaan ter sprake en probeert Bram zo goed mogelijk uit te leggen hoe het bij hem in elkaar zit. De meest gestelde vragen van kinderen over pleegzorg komen zo aan bod.
Het boekje is geschikt voor kinderen vanaf 4 jaar.
Een kind uit een pleeggezin in je klas
Handleiding voor de leerkracht en didactisch materiaal
ISBN 9789044119657 | 66 pag. | 15,90 euro
Dit boek geeft informatie en tips over hoe leerkrachten kunnen omgaan met het specifieke dat pleegzorg met zich meebrengt. Het geeft aandachtspunten om kinderen uit pleeggezinnen op school te steunen. Ook worden suggesties gedaan om pleegzorg in de klas te bespreken. Wat is pleegzorg en wie speelt er allemaal een rol? Wat zijn de meest gestelde vragen van kinderen en hoe ga je er als leerkracht mee om? Wat kan je als leerkracht doen wanneer je een pleegkind of een eigen kind van pleegouders in de klas hebt?
Bram zoekt een vriendje - pop-ups
ISBN 9789044120677 | 12,60 euro
Bij het boek horen 11 kartonnen beren die als visuele ondersteuning gebruikt kunnen worden. Zij vertegenwoordigen de verschillende betrokkenen in een pleegzorgsituatie.
Bij bestellingen vanaf vijf exemplaren gelden andere prijzen.
Gelieve in dat geval contact op te nemen met de uitgeverij: info@maklu.be
Mediarecht voor journalisten
€ 12,90
Mediarecht voor journalisten behandelt de vraag: ''Wat mag een journalist en wat niet?''
Journalisten kunnen in onze contreien (relatief) vrij publiceren. Maar hoe zit de vork juridisch aan de steel?Tot waar reikt die grondwettelijke vrijheid? En wat betekent het precies dat die expressievrijheid ook een Europees Mensenrecht is?
Het boek behandelt ook auteursrecht. Wat volgt er wanneer een stuk gepubliceerd is, een reportage uitgezonden...? Mag een omroep een reportagereeks nog eens te gelde maken op dvd? Mag een fotoredacteur een foto van de eerste minister zonder toestemming in de krant opnemen?
Mediarecht voor journalisten is een handboek voor journalisten in opleiding. Maar ook journalisten die al in het beroep staan, hebben er als vademecum veel aan. Naast wettelijke bepalingen gaat veel aandacht naar duiding en voorbeelden. Bruikbaarheid in de journalistieke praktijk is het uitgangspunt geweest voor het schrijven van dit boek.
Piet Marten' is licentiaat Communicatiewetenschappen. Sinds 1999 is hij lector mediarecht en journalistiek aan de Gentse Artveldehogeschool in de Bachelor Journalistiek. Daarvoor werkte hij als journalist bij Het Laatste Nieuws en bij De Standaard/Het Nieuwsblad.
Journalisten kunnen in onze contreien (relatief) vrij publiceren. Maar hoe zit de vork juridisch aan de steel?Tot waar reikt die grondwettelijke vrijheid? En wat betekent het precies dat die expressievrijheid ook een Europees Mensenrecht is?
Het boek behandelt ook auteursrecht. Wat volgt er wanneer een stuk gepubliceerd is, een reportage uitgezonden...? Mag een omroep een reportagereeks nog eens te gelde maken op dvd? Mag een fotoredacteur een foto van de eerste minister zonder toestemming in de krant opnemen?
Mediarecht voor journalisten is een handboek voor journalisten in opleiding. Maar ook journalisten die al in het beroep staan, hebben er als vademecum veel aan. Naast wettelijke bepalingen gaat veel aandacht naar duiding en voorbeelden. Bruikbaarheid in de journalistieke praktijk is het uitgangspunt geweest voor het schrijven van dit boek.
Piet Marten' is licentiaat Communicatiewetenschappen. Sinds 1999 is hij lector mediarecht en journalistiek aan de Gentse Artveldehogeschool in de Bachelor Journalistiek. Daarvoor werkte hij als journalist bij Het Laatste Nieuws en bij De Standaard/Het Nieuwsblad.
Mediarecht voor journalisten
€ 12,90
Mediarecht voor journalisten behandelt de vraag: ''Wat mag een journalist en wat niet?''
Journalisten kunnen in onze contreien (relatief) vrij publiceren. Maar hoe zit de vork juridisch aan de steel?Tot waar reikt die grondwettelijke vrijheid? En wat betekent het precies dat die expressievrijheid ook een Europees Mensenrecht is?
Het boek behandelt ook auteursrecht. Wat volgt er wanneer een stuk gepubliceerd is, een reportage uitgezonden...? Mag een omroep een reportagereeks nog eens te gelde maken op dvd? Mag een fotoredacteur een foto van de eerste minister zonder toestemming in de krant opnemen?
Mediarecht voor journalisten is een handboek voor journalisten in opleiding. Maar ook journalisten die al in het beroep staan, hebben er als vademecum veel aan. Naast wettelijke bepalingen gaat veel aandacht naar duiding en voorbeelden. Bruikbaarheid in de journalistieke praktijk is het uitgangspunt geweest voor het schrijven van dit boek.
Piet Marten' is licentiaat Communicatiewetenschappen. Sinds 1999 is hij lector mediarecht en journalistiek aan de Gentse Artveldehogeschool in de Bachelor Journalistiek. Daarvoor werkte hij als journalist bij Het Laatste Nieuws en bij De Standaard/Het Nieuwsblad.
Journalisten kunnen in onze contreien (relatief) vrij publiceren. Maar hoe zit de vork juridisch aan de steel?Tot waar reikt die grondwettelijke vrijheid? En wat betekent het precies dat die expressievrijheid ook een Europees Mensenrecht is?
Het boek behandelt ook auteursrecht. Wat volgt er wanneer een stuk gepubliceerd is, een reportage uitgezonden...? Mag een omroep een reportagereeks nog eens te gelde maken op dvd? Mag een fotoredacteur een foto van de eerste minister zonder toestemming in de krant opnemen?
Mediarecht voor journalisten is een handboek voor journalisten in opleiding. Maar ook journalisten die al in het beroep staan, hebben er als vademecum veel aan. Naast wettelijke bepalingen gaat veel aandacht naar duiding en voorbeelden. Bruikbaarheid in de journalistieke praktijk is het uitgangspunt geweest voor het schrijven van dit boek.
Piet Marten' is licentiaat Communicatiewetenschappen. Sinds 1999 is hij lector mediarecht en journalistiek aan de Gentse Artveldehogeschool in de Bachelor Journalistiek. Daarvoor werkte hij als journalist bij Het Laatste Nieuws en bij De Standaard/Het Nieuwsblad.
Steekkaarten doceerpraktijk
€ 32,50
Lesgevers in het hoger onderwijs leveren de laatste jaren uitdrukkelijke inspanningen om hun studenten centraal te stellen in hun onderwijspraktijk. Toch ervaren zij vaak nog een behoefte aan heel concrete aanwijzingen en aanbevelingen bij de ontwikkeling van een studentgecentreerde visie op leren en instructie.
Dit boek brengt vanuit de ervaringen van de auteurs met onderwijsondersteuning de do''s en don''ts samen over studentgecentreerd onderwijs. Het materiaal is toegankelijk geordend in steekkaarten, die toelaten snel de nodige informatie te vinden over studentenkenmerken, werkvormen, evaluatievormen...
Het boek richt zich tot lesgevers die op zoek zijn naar (nieuwe) inspiratie, suggesties en voorbeelden voor de uitbouw van een studentgecentreerde onderwijspraktijk. Ook opleidingsverantwoordelijken en onderwijsondersteuners die lesgevers begeleiden bij de implementatie van studentgecentreerd onderwijs, zullen door dit boek worden aangesproken.
Mieke Clement en Elïsabeth Laga zijn verbonden aan de DUO/ICTO - Dienst Universitair Onderwijs / Informatie- en Communicatietechnologie in het Onderwijs van de K.U.Leuven. Ze zijn er verantwoordelijk voor de centrale ondersteuning van de onderwijskundige vorming van docenten en assistenten.
Dit boek brengt vanuit de ervaringen van de auteurs met onderwijsondersteuning de do''s en don''ts samen over studentgecentreerd onderwijs. Het materiaal is toegankelijk geordend in steekkaarten, die toelaten snel de nodige informatie te vinden over studentenkenmerken, werkvormen, evaluatievormen...
Het boek richt zich tot lesgevers die op zoek zijn naar (nieuwe) inspiratie, suggesties en voorbeelden voor de uitbouw van een studentgecentreerde onderwijspraktijk. Ook opleidingsverantwoordelijken en onderwijsondersteuners die lesgevers begeleiden bij de implementatie van studentgecentreerd onderwijs, zullen door dit boek worden aangesproken.
Mieke Clement en Elïsabeth Laga zijn verbonden aan de DUO/ICTO - Dienst Universitair Onderwijs / Informatie- en Communicatietechnologie in het Onderwijs van de K.U.Leuven. Ze zijn er verantwoordelijk voor de centrale ondersteuning van de onderwijskundige vorming van docenten en assistenten.
Steekkaarten doceerpraktijk
€ 32,50
Lesgevers in het hoger onderwijs leveren de laatste jaren uitdrukkelijke inspanningen om hun studenten centraal te stellen in hun onderwijspraktijk. Toch ervaren zij vaak nog een behoefte aan heel concrete aanwijzingen en aanbevelingen bij de ontwikkeling van een studentgecentreerde visie op leren en instructie.
Dit boek brengt vanuit de ervaringen van de auteurs met onderwijsondersteuning de do''s en don''ts samen over studentgecentreerd onderwijs. Het materiaal is toegankelijk geordend in steekkaarten, die toelaten snel de nodige informatie te vinden over studentenkenmerken, werkvormen, evaluatievormen...
Het boek richt zich tot lesgevers die op zoek zijn naar (nieuwe) inspiratie, suggesties en voorbeelden voor de uitbouw van een studentgecentreerde onderwijspraktijk. Ook opleidingsverantwoordelijken en onderwijsondersteuners die lesgevers begeleiden bij de implementatie van studentgecentreerd onderwijs, zullen door dit boek worden aangesproken.
Mieke Clement en Elïsabeth Laga zijn verbonden aan de DUO/ICTO - Dienst Universitair Onderwijs / Informatie- en Communicatietechnologie in het Onderwijs van de K.U.Leuven. Ze zijn er verantwoordelijk voor de centrale ondersteuning van de onderwijskundige vorming van docenten en assistenten.
Dit boek brengt vanuit de ervaringen van de auteurs met onderwijsondersteuning de do''s en don''ts samen over studentgecentreerd onderwijs. Het materiaal is toegankelijk geordend in steekkaarten, die toelaten snel de nodige informatie te vinden over studentenkenmerken, werkvormen, evaluatievormen...
Het boek richt zich tot lesgevers die op zoek zijn naar (nieuwe) inspiratie, suggesties en voorbeelden voor de uitbouw van een studentgecentreerde onderwijspraktijk. Ook opleidingsverantwoordelijken en onderwijsondersteuners die lesgevers begeleiden bij de implementatie van studentgecentreerd onderwijs, zullen door dit boek worden aangesproken.
Mieke Clement en Elïsabeth Laga zijn verbonden aan de DUO/ICTO - Dienst Universitair Onderwijs / Informatie- en Communicatietechnologie in het Onderwijs van de K.U.Leuven. Ze zijn er verantwoordelijk voor de centrale ondersteuning van de onderwijskundige vorming van docenten en assistenten.
Leraren opleiden. Een handreiking voor opleiders
€ 20,60
Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor beginnende lerarenopleiders. Het geeft hun handreikingen, of zij nu werken als opleider in de school of als opleider in het instituut.
Steeds meer beseffen lerarenopleiders dat zij een bijzonder beroep hebben: zij zijn de leraren van de leraren. Dit betekent dat lerarenopleiders niet alleen kennis van en ervaring met het onderwijzen (van hun vak) op school moeten hebben, maar dat zij ook kennis hebben van en ervaring met het opleiden van leraren.
In tegenstelling tot veel andere beroepsgroepen is er voor leraren-opleiders geen formele opleiding en bestaat er nauwelijks een kennis-basis. Wel zijn er in de afgelopen jaren tal van initiatieven genomen om lerarenopleiders te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Dit boek probeert een bijdrage te leveren aan het vergroten van de kennisbasis van beginnende lerarenopleiders.
De onderwerpen van de hoofdstukken zijn actueel en gevarieerd, zoals de kenmerken van de lerarenopleiders; de ontwikkeling van leraren-in-opleiding; reflectie; de achtergrond en de praktijk van competentiegericht opleiden; opleiden in de school en het registratietraject voor lerarenopleiders.
De auteurs zijn in verschillende hoedanigheden nauw en bevlogen betrokken bij ontwikkelingen in het onderwijs in het algemeen, en bij het opleidingsonderwijs in het bijzonder. Ze zijn afkomstig uit verschillende sectoren van de lerarenopleiding: de Pabo, de tweedegraads lerarenopleiding en de universitaire lerarenopleiding.
Steeds meer beseffen lerarenopleiders dat zij een bijzonder beroep hebben: zij zijn de leraren van de leraren. Dit betekent dat lerarenopleiders niet alleen kennis van en ervaring met het onderwijzen (van hun vak) op school moeten hebben, maar dat zij ook kennis hebben van en ervaring met het opleiden van leraren.
In tegenstelling tot veel andere beroepsgroepen is er voor leraren-opleiders geen formele opleiding en bestaat er nauwelijks een kennis-basis. Wel zijn er in de afgelopen jaren tal van initiatieven genomen om lerarenopleiders te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Dit boek probeert een bijdrage te leveren aan het vergroten van de kennisbasis van beginnende lerarenopleiders.
De onderwerpen van de hoofdstukken zijn actueel en gevarieerd, zoals de kenmerken van de lerarenopleiders; de ontwikkeling van leraren-in-opleiding; reflectie; de achtergrond en de praktijk van competentiegericht opleiden; opleiden in de school en het registratietraject voor lerarenopleiders.
De auteurs zijn in verschillende hoedanigheden nauw en bevlogen betrokken bij ontwikkelingen in het onderwijs in het algemeen, en bij het opleidingsonderwijs in het bijzonder. Ze zijn afkomstig uit verschillende sectoren van de lerarenopleiding: de Pabo, de tweedegraads lerarenopleiding en de universitaire lerarenopleiding.
Leraren opleiden. Een handreiking voor opleiders
€ 20,60
Dit boek is in de eerste plaats bedoeld voor beginnende lerarenopleiders. Het geeft hun handreikingen, of zij nu werken als opleider in de school of als opleider in het instituut.
Steeds meer beseffen lerarenopleiders dat zij een bijzonder beroep hebben: zij zijn de leraren van de leraren. Dit betekent dat lerarenopleiders niet alleen kennis van en ervaring met het onderwijzen (van hun vak) op school moeten hebben, maar dat zij ook kennis hebben van en ervaring met het opleiden van leraren.
In tegenstelling tot veel andere beroepsgroepen is er voor leraren-opleiders geen formele opleiding en bestaat er nauwelijks een kennis-basis. Wel zijn er in de afgelopen jaren tal van initiatieven genomen om lerarenopleiders te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Dit boek probeert een bijdrage te leveren aan het vergroten van de kennisbasis van beginnende lerarenopleiders.
De onderwerpen van de hoofdstukken zijn actueel en gevarieerd, zoals de kenmerken van de lerarenopleiders; de ontwikkeling van leraren-in-opleiding; reflectie; de achtergrond en de praktijk van competentiegericht opleiden; opleiden in de school en het registratietraject voor lerarenopleiders.
De auteurs zijn in verschillende hoedanigheden nauw en bevlogen betrokken bij ontwikkelingen in het onderwijs in het algemeen, en bij het opleidingsonderwijs in het bijzonder. Ze zijn afkomstig uit verschillende sectoren van de lerarenopleiding: de Pabo, de tweedegraads lerarenopleiding en de universitaire lerarenopleiding.
Steeds meer beseffen lerarenopleiders dat zij een bijzonder beroep hebben: zij zijn de leraren van de leraren. Dit betekent dat lerarenopleiders niet alleen kennis van en ervaring met het onderwijzen (van hun vak) op school moeten hebben, maar dat zij ook kennis hebben van en ervaring met het opleiden van leraren.
In tegenstelling tot veel andere beroepsgroepen is er voor leraren-opleiders geen formele opleiding en bestaat er nauwelijks een kennis-basis. Wel zijn er in de afgelopen jaren tal van initiatieven genomen om lerarenopleiders te ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Dit boek probeert een bijdrage te leveren aan het vergroten van de kennisbasis van beginnende lerarenopleiders.
De onderwerpen van de hoofdstukken zijn actueel en gevarieerd, zoals de kenmerken van de lerarenopleiders; de ontwikkeling van leraren-in-opleiding; reflectie; de achtergrond en de praktijk van competentiegericht opleiden; opleiden in de school en het registratietraject voor lerarenopleiders.
De auteurs zijn in verschillende hoedanigheden nauw en bevlogen betrokken bij ontwikkelingen in het onderwijs in het algemeen, en bij het opleidingsonderwijs in het bijzonder. Ze zijn afkomstig uit verschillende sectoren van de lerarenopleiding: de Pabo, de tweedegraads lerarenopleiding en de universitaire lerarenopleiding.
Encyclopedisch woordenboek van de psychologie
€ 60,70
Dit encyclopedisch woordenboek is uniek voor het Nederlandse taalgebied. Met ruim 4500 woorden, termen, begrippen en namen uit alle onderdelen van de psychologie is dit naslagwerk het meest uitgewerkte in zijn soort. Daarnaast zijn meer dan 140 biografieën opgenomen van personen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de psychologie. Het vakgebied van de psychologie is immens uitgebreid. Daarom is een zorgvuldige keuze gemaakt. Ze is enerzijds ingegeven door het feit dat klassieke woorden en begrippen zoals uit de attributietheorieën, leer- en geheugentheorieën, de psychoanalyse en andere bekende psychologische theorieën nog altijd van groot belang zijn. Anderzijds zijn vele woorden en begrippen, zoals ME, SOA, AIDS, ADHD, Dementie enz., opgenomen waar ook het brede publiek steeds meer mee te maken krijgt.
Het gaat zoveel mogelijk uit van empirisch wetenschappelijk benaderingen binnen de psychologie. Verder is onderzocht welke woorden in de psychologie de laatste tien jaar actueel zijn geworden. Er is ook terdege rekening gehouden met het grote belang van de DSM-IV classificatie in de klinische psychologie, van motivatietheorieën en de actualiteit van woorden uit de cognitieve psychologie, neuropsychologie, cognitieve gedragstherapie en GZ-psychologie.
Dit woordenboek is bestemd voor wie beroepsmatig met psychologie te maken heeft zoals psychologen, psychotherapeuten, psychiatrisch verpleegkundigen en andere werknemers in de GGz maar ook voor iedereen die op zoek is naar de betekenis van termen uit de psychologie.
Piet van der Ploeg is ingenieur in de medische diagnostische beeldtechniek en psycholoog. Hij is docent aan de Haagse Hogeschool en therapeut bij het CCGT - Centrum voor Cognitieve Gedragstherapie in Zoetermeer.
Het gaat zoveel mogelijk uit van empirisch wetenschappelijk benaderingen binnen de psychologie. Verder is onderzocht welke woorden in de psychologie de laatste tien jaar actueel zijn geworden. Er is ook terdege rekening gehouden met het grote belang van de DSM-IV classificatie in de klinische psychologie, van motivatietheorieën en de actualiteit van woorden uit de cognitieve psychologie, neuropsychologie, cognitieve gedragstherapie en GZ-psychologie.
Dit woordenboek is bestemd voor wie beroepsmatig met psychologie te maken heeft zoals psychologen, psychotherapeuten, psychiatrisch verpleegkundigen en andere werknemers in de GGz maar ook voor iedereen die op zoek is naar de betekenis van termen uit de psychologie.
Piet van der Ploeg is ingenieur in de medische diagnostische beeldtechniek en psycholoog. Hij is docent aan de Haagse Hogeschool en therapeut bij het CCGT - Centrum voor Cognitieve Gedragstherapie in Zoetermeer.
Encyclopedisch woordenboek van de psychologie
€ 60,70
Dit encyclopedisch woordenboek is uniek voor het Nederlandse taalgebied. Met ruim 4500 woorden, termen, begrippen en namen uit alle onderdelen van de psychologie is dit naslagwerk het meest uitgewerkte in zijn soort. Daarnaast zijn meer dan 140 biografieën opgenomen van personen die een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de psychologie. Het vakgebied van de psychologie is immens uitgebreid. Daarom is een zorgvuldige keuze gemaakt. Ze is enerzijds ingegeven door het feit dat klassieke woorden en begrippen zoals uit de attributietheorieën, leer- en geheugentheorieën, de psychoanalyse en andere bekende psychologische theorieën nog altijd van groot belang zijn. Anderzijds zijn vele woorden en begrippen, zoals ME, SOA, AIDS, ADHD, Dementie enz., opgenomen waar ook het brede publiek steeds meer mee te maken krijgt.
Het gaat zoveel mogelijk uit van empirisch wetenschappelijk benaderingen binnen de psychologie. Verder is onderzocht welke woorden in de psychologie de laatste tien jaar actueel zijn geworden. Er is ook terdege rekening gehouden met het grote belang van de DSM-IV classificatie in de klinische psychologie, van motivatietheorieën en de actualiteit van woorden uit de cognitieve psychologie, neuropsychologie, cognitieve gedragstherapie en GZ-psychologie.
Dit woordenboek is bestemd voor wie beroepsmatig met psychologie te maken heeft zoals psychologen, psychotherapeuten, psychiatrisch verpleegkundigen en andere werknemers in de GGz maar ook voor iedereen die op zoek is naar de betekenis van termen uit de psychologie.
Piet van der Ploeg is ingenieur in de medische diagnostische beeldtechniek en psycholoog. Hij is docent aan de Haagse Hogeschool en therapeut bij het CCGT - Centrum voor Cognitieve Gedragstherapie in Zoetermeer.
Het gaat zoveel mogelijk uit van empirisch wetenschappelijk benaderingen binnen de psychologie. Verder is onderzocht welke woorden in de psychologie de laatste tien jaar actueel zijn geworden. Er is ook terdege rekening gehouden met het grote belang van de DSM-IV classificatie in de klinische psychologie, van motivatietheorieën en de actualiteit van woorden uit de cognitieve psychologie, neuropsychologie, cognitieve gedragstherapie en GZ-psychologie.
Dit woordenboek is bestemd voor wie beroepsmatig met psychologie te maken heeft zoals psychologen, psychotherapeuten, psychiatrisch verpleegkundigen en andere werknemers in de GGz maar ook voor iedereen die op zoek is naar de betekenis van termen uit de psychologie.
Piet van der Ploeg is ingenieur in de medische diagnostische beeldtechniek en psycholoog. Hij is docent aan de Haagse Hogeschool en therapeut bij het CCGT - Centrum voor Cognitieve Gedragstherapie in Zoetermeer.
Het banen van een pad. Methodische beschrijving van gezinscoaching op basis van de ervaringen met het experiment in Limburg
€ 9,90
''Het banen van een pad'' is een methodische beschrijving van de ervaringen die gezinscoaches en ''hun'' gezinnen hebben opgedaan in het experimenteel programma gezinscoaching Limburg ( Nl.). Gekeken is naar hoe de gezinscoaches vorm geven aan hun taak en de verschillen in manier van werken zijn uitgezuiverd. Daarmee wordt het palet geschetst van de gezinscoach, voorzover dat nu zichtbaar is geworden. In de methodische beschrijving komen diverse facetten aan de orde: wat is een gezinscoach eigenlijk, wie heeft een gezinscoach nodig en waarom, wie wordt gezinscoach, wat doet hij precies, wat moet iemand kunnen als gezinscoach en wat is zijn (meer)waarde.
Karin Schaafsma is onderzoekster bij de DSP-groep en heeft deze beschrijving in opdracht van de provincie Limburg opgesteld.
Karin Schaafsma is onderzoekster bij de DSP-groep en heeft deze beschrijving in opdracht van de provincie Limburg opgesteld.
Het banen van een pad. Methodische beschrijving van gezinscoaching op basis van de ervaringen met het experiment in Limburg
€ 9,90
''Het banen van een pad'' is een methodische beschrijving van de ervaringen die gezinscoaches en ''hun'' gezinnen hebben opgedaan in het experimenteel programma gezinscoaching Limburg ( Nl.). Gekeken is naar hoe de gezinscoaches vorm geven aan hun taak en de verschillen in manier van werken zijn uitgezuiverd. Daarmee wordt het palet geschetst van de gezinscoach, voorzover dat nu zichtbaar is geworden. In de methodische beschrijving komen diverse facetten aan de orde: wat is een gezinscoach eigenlijk, wie heeft een gezinscoach nodig en waarom, wie wordt gezinscoach, wat doet hij precies, wat moet iemand kunnen als gezinscoach en wat is zijn (meer)waarde.
Karin Schaafsma is onderzoekster bij de DSP-groep en heeft deze beschrijving in opdracht van de provincie Limburg opgesteld.
Karin Schaafsma is onderzoekster bij de DSP-groep en heeft deze beschrijving in opdracht van de provincie Limburg opgesteld.
Hereduc – Heritage in the classroom. A practical manual for teachers
€ 20,00
Recently, heritage in all its forms has received a lot of attention across Europe and both primary and secondary education have used it in developing many fascinating outcomes. This is because heritage lends itself very well to new pedagogical approaches, such as cross-curricular collaboration and project work.
Until recently, no new training manual of concrete materials and examples of good practice had been written: HEREDUC has tried to fill this gap. HEREDUC refers to HERitage EDUCation adn the project is part of the Comenius 2.1 scheme, working within the Socrates programme of the European Union. The project has developed this guidebook to accompany a website, www.hereduc.net, which is updated regularly.
The guidebook contains approaches to heritage in Europe and concentrates on how teachers might integrate heritage education in lessons, in primary as well as secondary schools. The text is written with practical application in mind. The guidebook finishes with a series of 34 inspiring practical exemples from five European countries and a slective bibliography.
Until recently, no new training manual of concrete materials and examples of good practice had been written: HEREDUC has tried to fill this gap. HEREDUC refers to HERitage EDUCation adn the project is part of the Comenius 2.1 scheme, working within the Socrates programme of the European Union. The project has developed this guidebook to accompany a website, www.hereduc.net, which is updated regularly.
The guidebook contains approaches to heritage in Europe and concentrates on how teachers might integrate heritage education in lessons, in primary as well as secondary schools. The text is written with practical application in mind. The guidebook finishes with a series of 34 inspiring practical exemples from five European countries and a slective bibliography.
Hereduc – Heritage in the classroom. A practical manual for teachers
€ 20,00
Recently, heritage in all its forms has received a lot of attention across Europe and both primary and secondary education have used it in developing many fascinating outcomes. This is because heritage lends itself very well to new pedagogical approaches, such as cross-curricular collaboration and project work.
Until recently, no new training manual of concrete materials and examples of good practice had been written: HEREDUC has tried to fill this gap. HEREDUC refers to HERitage EDUCation adn the project is part of the Comenius 2.1 scheme, working within the Socrates programme of the European Union. The project has developed this guidebook to accompany a website, www.hereduc.net, which is updated regularly.
The guidebook contains approaches to heritage in Europe and concentrates on how teachers might integrate heritage education in lessons, in primary as well as secondary schools. The text is written with practical application in mind. The guidebook finishes with a series of 34 inspiring practical exemples from five European countries and a slective bibliography.
Until recently, no new training manual of concrete materials and examples of good practice had been written: HEREDUC has tried to fill this gap. HEREDUC refers to HERitage EDUCation adn the project is part of the Comenius 2.1 scheme, working within the Socrates programme of the European Union. The project has developed this guidebook to accompany a website, www.hereduc.net, which is updated regularly.
The guidebook contains approaches to heritage in Europe and concentrates on how teachers might integrate heritage education in lessons, in primary as well as secondary schools. The text is written with practical application in mind. The guidebook finishes with a series of 34 inspiring practical exemples from five European countries and a slective bibliography.

Wil de ethische expert opstaan? Een nieuwe rol voor bedrijfsethiek
€ 13,00
Dat de aandacht voor de maatschappelijke rol van bedrijven in de samenleving de laatste jaren sterk is toegenomen, is een verdienste van de opkomst van de bedrijfsethiek zo''n drie decennia geleden. Het debat rond Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen woedt in volle hevigheid en begrippen als MVO, Triple P (People, Profit, Plonet), CSR (Corporate Social Responsibilty), SRI (Social Responsible Investing) kunnen inmiddels op een zekerebekendheid rekenen. Maar hoe staat de bedrijfsethiek ervoor?
De implementatie van MVO in bedrijven lijkt de plaats van de bedrijfsethiek te verdringen: de bedrijfsethiek buigt zich kritisch over de morele houding van bedrijven terwijl MVO de instrumentalisering hiervan betracht. Deze ''nieuwe MVO-ontwikkeling is pragmatisch, gericht op concrete toepassingen in de praktijk. Zijn we dus het onderzoeksstadium en de kritische reflectie voorbij? Is het tijd voor het ''echte werk'', voor de maatschappelijke concretisering van een verantwoord bedrijfsleven middels naleving van wetgeving, codes, standaarden en rapportages? Of blijft bedrijfsethische theorievorming en de kritischedistantie van de ethicus in de ondernemingspraktijk heel hard nodig?
Deze bundel kwam tot stand naar aanleiding van een ''ronde tafel'' bijeenkomst te Antwerpen op 25 mei 2005 over de vraag: Welke rol speelt de bedrijfsethiek in de toekomst? De organisatoren, het Nederlands en Vlaams netwerk voor bedrijfsethiek (NBN en VNvZ) i.s.m. het centrum voor ethiek van de Universiteit Antwerpen, hadden hiervoor hun leden samengebracht. De voormalig voorzitters van de netwerken (Johan Wempe (NBN) en Herman Siebens (VNvZ)) en een aantal doorgewinterde bedrijfsethici (Henk van Luijk, Luk Bouckaert, Luc Van Liederkerke en André Nijhof) hebben op deze vraag antwoorden gezocht. Hun bijdragen zijn verwerkt tot artikelen in dit boek. Tezamen met de belangrijkste vaststellingen uit het debat met de leden van de netwerken, geeft deze bundel een reeks interessante aanbevelingen over de plaats van de bedrijfsethiek en de bedrijfsethicus in de toekomst van het ondernemen. De gepresenteerde invalshoeken lopen uiteen. Dit verschil inspireert en nodigt de lezer uit dit debat verder te zetten.
De implementatie van MVO in bedrijven lijkt de plaats van de bedrijfsethiek te verdringen: de bedrijfsethiek buigt zich kritisch over de morele houding van bedrijven terwijl MVO de instrumentalisering hiervan betracht. Deze ''nieuwe MVO-ontwikkeling is pragmatisch, gericht op concrete toepassingen in de praktijk. Zijn we dus het onderzoeksstadium en de kritische reflectie voorbij? Is het tijd voor het ''echte werk'', voor de maatschappelijke concretisering van een verantwoord bedrijfsleven middels naleving van wetgeving, codes, standaarden en rapportages? Of blijft bedrijfsethische theorievorming en de kritischedistantie van de ethicus in de ondernemingspraktijk heel hard nodig?
Deze bundel kwam tot stand naar aanleiding van een ''ronde tafel'' bijeenkomst te Antwerpen op 25 mei 2005 over de vraag: Welke rol speelt de bedrijfsethiek in de toekomst? De organisatoren, het Nederlands en Vlaams netwerk voor bedrijfsethiek (NBN en VNvZ) i.s.m. het centrum voor ethiek van de Universiteit Antwerpen, hadden hiervoor hun leden samengebracht. De voormalig voorzitters van de netwerken (Johan Wempe (NBN) en Herman Siebens (VNvZ)) en een aantal doorgewinterde bedrijfsethici (Henk van Luijk, Luk Bouckaert, Luc Van Liederkerke en André Nijhof) hebben op deze vraag antwoorden gezocht. Hun bijdragen zijn verwerkt tot artikelen in dit boek. Tezamen met de belangrijkste vaststellingen uit het debat met de leden van de netwerken, geeft deze bundel een reeks interessante aanbevelingen over de plaats van de bedrijfsethiek en de bedrijfsethicus in de toekomst van het ondernemen. De gepresenteerde invalshoeken lopen uiteen. Dit verschil inspireert en nodigt de lezer uit dit debat verder te zetten.

Wil de ethische expert opstaan? Een nieuwe rol voor bedrijfsethiek
€ 13,00
Dat de aandacht voor de maatschappelijke rol van bedrijven in de samenleving de laatste jaren sterk is toegenomen, is een verdienste van de opkomst van de bedrijfsethiek zo''n drie decennia geleden. Het debat rond Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen woedt in volle hevigheid en begrippen als MVO, Triple P (People, Profit, Plonet), CSR (Corporate Social Responsibilty), SRI (Social Responsible Investing) kunnen inmiddels op een zekerebekendheid rekenen. Maar hoe staat de bedrijfsethiek ervoor?
De implementatie van MVO in bedrijven lijkt de plaats van de bedrijfsethiek te verdringen: de bedrijfsethiek buigt zich kritisch over de morele houding van bedrijven terwijl MVO de instrumentalisering hiervan betracht. Deze ''nieuwe MVO-ontwikkeling is pragmatisch, gericht op concrete toepassingen in de praktijk. Zijn we dus het onderzoeksstadium en de kritische reflectie voorbij? Is het tijd voor het ''echte werk'', voor de maatschappelijke concretisering van een verantwoord bedrijfsleven middels naleving van wetgeving, codes, standaarden en rapportages? Of blijft bedrijfsethische theorievorming en de kritischedistantie van de ethicus in de ondernemingspraktijk heel hard nodig?
Deze bundel kwam tot stand naar aanleiding van een ''ronde tafel'' bijeenkomst te Antwerpen op 25 mei 2005 over de vraag: Welke rol speelt de bedrijfsethiek in de toekomst? De organisatoren, het Nederlands en Vlaams netwerk voor bedrijfsethiek (NBN en VNvZ) i.s.m. het centrum voor ethiek van de Universiteit Antwerpen, hadden hiervoor hun leden samengebracht. De voormalig voorzitters van de netwerken (Johan Wempe (NBN) en Herman Siebens (VNvZ)) en een aantal doorgewinterde bedrijfsethici (Henk van Luijk, Luk Bouckaert, Luc Van Liederkerke en André Nijhof) hebben op deze vraag antwoorden gezocht. Hun bijdragen zijn verwerkt tot artikelen in dit boek. Tezamen met de belangrijkste vaststellingen uit het debat met de leden van de netwerken, geeft deze bundel een reeks interessante aanbevelingen over de plaats van de bedrijfsethiek en de bedrijfsethicus in de toekomst van het ondernemen. De gepresenteerde invalshoeken lopen uiteen. Dit verschil inspireert en nodigt de lezer uit dit debat verder te zetten.
De implementatie van MVO in bedrijven lijkt de plaats van de bedrijfsethiek te verdringen: de bedrijfsethiek buigt zich kritisch over de morele houding van bedrijven terwijl MVO de instrumentalisering hiervan betracht. Deze ''nieuwe MVO-ontwikkeling is pragmatisch, gericht op concrete toepassingen in de praktijk. Zijn we dus het onderzoeksstadium en de kritische reflectie voorbij? Is het tijd voor het ''echte werk'', voor de maatschappelijke concretisering van een verantwoord bedrijfsleven middels naleving van wetgeving, codes, standaarden en rapportages? Of blijft bedrijfsethische theorievorming en de kritischedistantie van de ethicus in de ondernemingspraktijk heel hard nodig?
Deze bundel kwam tot stand naar aanleiding van een ''ronde tafel'' bijeenkomst te Antwerpen op 25 mei 2005 over de vraag: Welke rol speelt de bedrijfsethiek in de toekomst? De organisatoren, het Nederlands en Vlaams netwerk voor bedrijfsethiek (NBN en VNvZ) i.s.m. het centrum voor ethiek van de Universiteit Antwerpen, hadden hiervoor hun leden samengebracht. De voormalig voorzitters van de netwerken (Johan Wempe (NBN) en Herman Siebens (VNvZ)) en een aantal doorgewinterde bedrijfsethici (Henk van Luijk, Luk Bouckaert, Luc Van Liederkerke en André Nijhof) hebben op deze vraag antwoorden gezocht. Hun bijdragen zijn verwerkt tot artikelen in dit boek. Tezamen met de belangrijkste vaststellingen uit het debat met de leden van de netwerken, geeft deze bundel een reeks interessante aanbevelingen over de plaats van de bedrijfsethiek en de bedrijfsethicus in de toekomst van het ondernemen. De gepresenteerde invalshoeken lopen uiteen. Dit verschil inspireert en nodigt de lezer uit dit debat verder te zetten.
Gehoorzaamheid en perversie. Over de wet van de taal als een verbod
€ 32,10
Dit boek is een filosofische reflectie over de mens als psychopathologisch wezen.
De mens kan maar mens worden door toe te treden tot de taal en tot het verbod dat in de taal aanwezig is. Net als Adam en Eva moeten wij gehoorzamen aan een verbod. Doen wij het niet, dan zal het goede perverteren in het kwade.
We weten niet vanwaar dit verbod komt, maar we weten wel wat er gebeurt wanneer we dit verbod overtreden. Psychopathologie, blind idealisme en pure misdadigheid zijn dan het resultaat. Dit verklaart mee waarom grote idealen kunnen omkeren in hun tegendeel.
De wet van de taal kan daarom omschreven worden als de ''totem en taboe'' van ons bestaan. De totem roept ons op om de waarheid te spreken, maar het taboe verbiedt ons om op de plaats van de waarheid te staan. Aangetrokken door een destructief genot wordt dit taboe - het verbod dat in de wet van de taal aanwezig is - steeds overtreden.
Luc Taccoen is licentiaat in de wijsbegeerte en licentiaat in de klinische psychologie (KU Leuven). Hij werkte als klinisch psycholoog in het psychiatrisch ziekenhuis van de Broeders Alexianen in Tienen.
Hij schreef ook het boek Op de plaats van de waarheid kan niet meer gesproken worden..
De mens kan maar mens worden door toe te treden tot de taal en tot het verbod dat in de taal aanwezig is. Net als Adam en Eva moeten wij gehoorzamen aan een verbod. Doen wij het niet, dan zal het goede perverteren in het kwade.
We weten niet vanwaar dit verbod komt, maar we weten wel wat er gebeurt wanneer we dit verbod overtreden. Psychopathologie, blind idealisme en pure misdadigheid zijn dan het resultaat. Dit verklaart mee waarom grote idealen kunnen omkeren in hun tegendeel.
De wet van de taal kan daarom omschreven worden als de ''totem en taboe'' van ons bestaan. De totem roept ons op om de waarheid te spreken, maar het taboe verbiedt ons om op de plaats van de waarheid te staan. Aangetrokken door een destructief genot wordt dit taboe - het verbod dat in de wet van de taal aanwezig is - steeds overtreden.
Luc Taccoen is licentiaat in de wijsbegeerte en licentiaat in de klinische psychologie (KU Leuven). Hij werkte als klinisch psycholoog in het psychiatrisch ziekenhuis van de Broeders Alexianen in Tienen.
Hij schreef ook het boek Op de plaats van de waarheid kan niet meer gesproken worden..
Gehoorzaamheid en perversie. Over de wet van de taal als een verbod
€ 32,10
Dit boek is een filosofische reflectie over de mens als psychopathologisch wezen.
De mens kan maar mens worden door toe te treden tot de taal en tot het verbod dat in de taal aanwezig is. Net als Adam en Eva moeten wij gehoorzamen aan een verbod. Doen wij het niet, dan zal het goede perverteren in het kwade.
We weten niet vanwaar dit verbod komt, maar we weten wel wat er gebeurt wanneer we dit verbod overtreden. Psychopathologie, blind idealisme en pure misdadigheid zijn dan het resultaat. Dit verklaart mee waarom grote idealen kunnen omkeren in hun tegendeel.
De wet van de taal kan daarom omschreven worden als de ''totem en taboe'' van ons bestaan. De totem roept ons op om de waarheid te spreken, maar het taboe verbiedt ons om op de plaats van de waarheid te staan. Aangetrokken door een destructief genot wordt dit taboe - het verbod dat in de wet van de taal aanwezig is - steeds overtreden.
Luc Taccoen is licentiaat in de wijsbegeerte en licentiaat in de klinische psychologie (KU Leuven). Hij werkte als klinisch psycholoog in het psychiatrisch ziekenhuis van de Broeders Alexianen in Tienen.
Hij schreef ook het boek Op de plaats van de waarheid kan niet meer gesproken worden..
De mens kan maar mens worden door toe te treden tot de taal en tot het verbod dat in de taal aanwezig is. Net als Adam en Eva moeten wij gehoorzamen aan een verbod. Doen wij het niet, dan zal het goede perverteren in het kwade.
We weten niet vanwaar dit verbod komt, maar we weten wel wat er gebeurt wanneer we dit verbod overtreden. Psychopathologie, blind idealisme en pure misdadigheid zijn dan het resultaat. Dit verklaart mee waarom grote idealen kunnen omkeren in hun tegendeel.
De wet van de taal kan daarom omschreven worden als de ''totem en taboe'' van ons bestaan. De totem roept ons op om de waarheid te spreken, maar het taboe verbiedt ons om op de plaats van de waarheid te staan. Aangetrokken door een destructief genot wordt dit taboe - het verbod dat in de wet van de taal aanwezig is - steeds overtreden.
Luc Taccoen is licentiaat in de wijsbegeerte en licentiaat in de klinische psychologie (KU Leuven). Hij werkte als klinisch psycholoog in het psychiatrisch ziekenhuis van de Broeders Alexianen in Tienen.
Hij schreef ook het boek Op de plaats van de waarheid kan niet meer gesproken worden..

Rood Hapje. Animo ontmanteld. Handboek voor een jong socialisme
€ 22,10
can i buy amitriptyline online
buy amitriptyline no prescriptionAls vervolg op haar ‘Roodboek’ van 1998 frist animo haar ideologie op en giet ze haar maatschappijvisie in boekvorm. Geen zoveelste politiek manifest voor de incrowd, maar gewoon duidelijke taal. Hoe financieren we onze sociale zekerheid? Hoe lang moet een mens werken? Hoe kan je neuken? Wat met extremisten? Waarom blijven denken in onderwijsnetten? Plegen jongeren meer misdrijven dan volwassenen?
Ideologie is onze naakte waarheid en we zijn niet bang om deze aan de mensheid te tonen. Wanneer je de bullshit wegneemt, dan blijft de ideologie over.
Deze act is niet geïmproviseerd. Na weekends van brainstormen, peinzen en ploeteren, stond animo’s visie rond 17 thema’s op papier. Vervolgens kropen tientallen Vlaamse jongeren in hun pen om een kortverhaal te schrijven rond deze thema’s. Een jury met Herman Brusselmans, Dré ‘Felice’ Steemans, Bernard Van De Populiere, Wim Ipers, Luk Alloo en Bert Kruismans maakte een selectie van de beste verhalen. animo ontmanteld: een handboek voor een jong socialisme…

Rood Hapje. Animo ontmanteld. Handboek voor een jong socialisme
€ 22,10
can i buy amitriptyline online
buy amitriptyline no prescriptionAls vervolg op haar ‘Roodboek’ van 1998 frist animo haar ideologie op en giet ze haar maatschappijvisie in boekvorm. Geen zoveelste politiek manifest voor de incrowd, maar gewoon duidelijke taal. Hoe financieren we onze sociale zekerheid? Hoe lang moet een mens werken? Hoe kan je neuken? Wat met extremisten? Waarom blijven denken in onderwijsnetten? Plegen jongeren meer misdrijven dan volwassenen?
Ideologie is onze naakte waarheid en we zijn niet bang om deze aan de mensheid te tonen. Wanneer je de bullshit wegneemt, dan blijft de ideologie over.
Deze act is niet geïmproviseerd. Na weekends van brainstormen, peinzen en ploeteren, stond animo’s visie rond 17 thema’s op papier. Vervolgens kropen tientallen Vlaamse jongeren in hun pen om een kortverhaal te schrijven rond deze thema’s. Een jury met Herman Brusselmans, Dré ‘Felice’ Steemans, Bernard Van De Populiere, Wim Ipers, Luk Alloo en Bert Kruismans maakte een selectie van de beste verhalen. animo ontmanteld: een handboek voor een jong socialisme…


