Janneke van der Leest
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Als een tweede huid. Mode en psychoanalyse

 28,50

Kledij spreekt – spreekt tot degene die het koopt, krijgt of aantrekt. Kledij drukt uit – drukt uit tot welke subcultuur je behoort, tot welke gender je wiltbehoren, of simpelweg hoe je je vandaag voelt. Kledij is als een taal, sprekend, uitdrukking gevend. Mode gaat nog een stapje verder. Ze speelt kledij uit op een commercieel niveau. De haute couture of designermode tilt de kledij naar een kunstzinnig niveau. Maar identiteit en ‘taal’ zijn ook daarbij altijd in het spel.

Mode kan als een geheimtaal tot ingewijden spreken, maar soms juist in grote letters van de borst af schreeuwen tot welk merk ze behoort of op een anderewijze de aandacht afdwingen. Kledij en mode in het bijzonder is een symbolisch systeem dat je kunt ‘lezen’, waarnaar je kunt ‘luisteren’. Het is juist daarom zo’n fascinerende bron voor de analyticus. Het omhult ons lichaam als een tweede huid, maar onthult – misschien ook wel – onze ziel.

Dirk Lauwaerts boek De geknipte stof. Schrijven over mode betekende stof tot denken voor vele auteurs in deze zeventiende publicatie uit de reeks Psychoanalyse en Cultuur.

Deze essaybundel, Als een tweede huid. Mode en Psychoanalyse is geïnspireerd door het symposium dat georganiseerd werd door de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur op 30 november 2024 in De Cinema in Antwerpen.

De bijdragen zijn van de hand van psychoanalytici, cultuurcritici en ontwerper en stijlicoon Baloji. De essays bevragen historische en actuele kledij- en modepraktijken in relatie tot het zielenleven van mensen, bewuste en onbewuste dragers van kledij en mode.



Quick View

Als een tweede huid. Mode en psychoanalyse

 28,50

Kledij spreekt – spreekt tot degene die het koopt, krijgt of aantrekt. Kledij drukt uit – drukt uit tot welke subcultuur je behoort, tot welke gender je wiltbehoren, of simpelweg hoe je je vandaag voelt. Kledij is als een taal, sprekend, uitdrukking gevend. Mode gaat nog een stapje verder. Ze speelt kledij uit op een commercieel niveau. De haute couture of designermode tilt de kledij naar een kunstzinnig niveau. Maar identiteit en ‘taal’ zijn ook daarbij altijd in het spel.

Mode kan als een geheimtaal tot ingewijden spreken, maar soms juist in grote letters van de borst af schreeuwen tot welk merk ze behoort of op een anderewijze de aandacht afdwingen. Kledij en mode in het bijzonder is een symbolisch systeem dat je kunt ‘lezen’, waarnaar je kunt ‘luisteren’. Het is juist daarom zo’n fascinerende bron voor de analyticus. Het omhult ons lichaam als een tweede huid, maar onthult – misschien ook wel – onze ziel.

Dirk Lauwaerts boek De geknipte stof. Schrijven over mode betekende stof tot denken voor vele auteurs in deze zeventiende publicatie uit de reeks Psychoanalyse en Cultuur.

Deze essaybundel, Als een tweede huid. Mode en Psychoanalyse is geïnspireerd door het symposium dat georganiseerd werd door de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur op 30 november 2024 in De Cinema in Antwerpen.

De bijdragen zijn van de hand van psychoanalytici, cultuurcritici en ontwerper en stijlicoon Baloji. De essays bevragen historische en actuele kledij- en modepraktijken in relatie tot het zielenleven van mensen, bewuste en onbewuste dragers van kledij en mode.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)

 25,50

‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.

Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.



Quick View

Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)

 25,50

‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.

Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×