Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Behoud van talent (Nivoz-Thema’s, deel 3)
Om deze en andere vragen draait het in Behoud van Talent. In dit boek, dat de weerslag is van het NIVOZ-programma Talent, Beleid en Economie, is het woord aan zes vooraanstaande sprekers, die zich bewegen op het snijvlak van onderwijs en samenleving.
Onze kinderen, maar ook wijzelf in ons streven naar ‘een leven lang leren’, verdienen leraren en mentoren die ons stimuleren onze persoonlijke talenten te ontwikkelen. Juist door mensen niet over één kam te scheren en talent op te vatten als een breed begrip, schept onderwijs mogelijkheden voor groei, voor emancipatie, voor gelijkwaardigheid, voor een duurzame samenleving. Een boek voor iedereen die van leren houdt.
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care
Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
De gemotiveerde leerling (Nivoz-Serie, nr. 4)
Een leraar vertelde ons: “Mijn leerlingen zijn vaak niet gemotiveerd. Ik krijg er geen vat op.” Is motivatie inderdaad zo’n black box? Allerminst, zoals blijkt uit dit vierde deel in de NIVOZ-reeks. In de afgelopen decennia is veel onderzoek verricht, dat ons helpt motivatie en demotivatie bij kinderen te verklaren. Maar ook de leerlingen zelf kunnen ons veel vertellen over wat het onderwijs hen moet bieden om motivatie vast te kunnen houden en uit te bouwen. De gemotiveerde leerling verbindt wetenschappelijke beschouwingen met ervaringen in de klas.
Volg NIVOZ op een reis langs internationaal onderzoek, Nederlandse schoolvoorbeelden en onderwijs op het witte doek. Dit is een boek over intrinsieke motivatie, over flow en over de natuurlijke behoefte van ieder mens om te leren.
Prof. dr. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en directeur van het NIVOZ. Hij spant zich in voor nieuwe onderwijspraktijk met als kenmerken openheid, kans, dialoog en verbinding. Sinds 2008 is Stevens hoogleraar aan de Open Universiteit. Zijn leerstoel richt zich op het professionaliseren van werkplekleren van docenten met de nadruk op het versterken van pedagogische competenties. Hij benadert het hart van het onderwijs, de leraar-leerlinginteractie, onder andere via de succesvolle NIVOZ-programma’s Pedagogisch leiderschap en Pedagogische tact.
Drs. Geert Bors (1973) werkt als freelance redacteur voor het NIVOZ. Hij deed onderwijservaring op bij middelbare scholen, in het ouderenonderwijs en als juniordocent op UCL in Londen, maar journalistiek bleek een grotere liefde. Geert begon als radiomaker en redacteur van het Nijmeegse universiteitsblad VOX, voor hij koos voor een freelancecarrière in Australië en Denemarken, waar hij schreef voor uiteenlopende media als Zin, Kijk, De Standaard en The Age (AU). Met regelmaat publiceert Geert bij diverse uitgeverijen, o.a. als ghostwriter van Atilla’s Dutch Dream (Nieuw Amsterdam).
NIVOZ-Thema's:
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
"Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)
Laat maar zitten… Integratie van Roma is een doe-woord
Dit boek brengt samen wat aan de basis leeft. Het analyseert oorzaken en aard van de specifi citeit van de Romagroepen. Het ontleedt waar de knooppunten in de integratie zitten en ontwerpt een uitweg naar een betere sociale cohesie tussen Roma en gadgé. Dankzij toetsvragen en vuistregels wordt het een eerste werkboek voor al wie zich engageert voor en met Roma… maar ook met andere minderheden, voor wie tussen de regels lezen wil.
Toon Machiels studeerde Sociale agogiek aan de KULeuven. Na een loopbaan in de gehandicaptenzorg werd hij coördinator van het toenmalige Vlaams Overleg Woonwagenwerk. Hieruit ontstond Vroem vzw – Vlaamse Vereniging voor Voyageurs, Roms, Roma en Manoesjen, waarvan hij afgevaardigd bestuurder is.
"Dit boek is een aanrader voor al wie met Roma werkt."
School+Visie (jrg. 5, nr. 6, blz. 27)
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
Begeleiden van multi-probleemgezinnen in de jeugdzorg
‘Therapie is te vergelijken met gidsen in de Everglades’ schreef een therapeut; hij weet vaak niet welke problemen hij tegen zal komen en welke wegen bewandeld kunnen worden. De kracht is dat de therapeut de Everglades goed kent.
Gidsen in de Everglades is een goede metafoor voor het werken met multi-probleemgezinnen: Iedereen vaart een eigen koers, niemand neemt adequate leiding, conflicten rijzen de pan uit, de financiële mogelijkheden zijn slecht … Mensen hebben of krijgen persoonlijke problemen, worden angstig, agressief … en men is naarstig op zoek naar een goede gids die hen uit die misère redt. Er liggen vele onbekendheden en mogelijke gevaren op de loer, de paden veranderen dagelijks en als gids dien je een goede bagage te hebben om je te kunnen oriënteren en goede analyses te maken.
Gidsen door een moerassig landschap vraagt veel van de gids. Het gezin veilig naar een vooraf bestemd doel brengen is behoorlijk ingewikkeld. De kans dat de gezinsbegeleider verdrinkt in drijfzand is niet ondenkbeeldig, met een ‘overleden’ gezinsbegeleider en systemen die in dezelfde ellende achterblijven, als gevolg.
Met deze alledaagse en praktische handleiding heb je een kompas in handen. Je maakt een grotere kans om te overleven en doelmatig te gidsen, zodat het gestelde doel bereikt wordt. De handleiding is geïllustreerd met herkenbare voorbeelden uit de praktijk en door vrolijke tekeningen van Wim Schouten.
Giel Vaessen is gedragsdeskundige op de REC IV-school De Buitenhof in Heerlen. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Voordien werkte hij als behandelcoördinator en systeemtherapeut in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan in Heerlen.
Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
In de media:
Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14
Zorg om het levenseinde. Een ethisch-filosofisch perspectief
Dit betekent dat hedendaagse ethische thema’s, zoals het afbreken van kunstmatige vocht- en voedseltoediening, het nemen van een besluit om niet te reanimeren, pijnbestrijding en dergelijke uitvoerig aan bod komen. Op die manier wil dit boek een sterke en geëngageerde stem laten klinken in een debat dat de samenleving onverminderd blijft beroeren.
Henk Vandaele, filosoof en psychiatrisch verpleegkundige, doceert ethiek aan het CVO/VSPW – Centrum voor Volwassenenonderwijs/Vormingsleergang voor Sociaal en Pedagogisch Werk in Kortrijk en aan het Centrum voor Kritische Filosofie van de Universiteit Gent.
In de media:
Een boek dat (...) een stevige basis vormt tot kritische reflectie en aan te raden is voor iedereen die direct betrokken is bij ethische besluitvorming!
Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 14
De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs
Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.
Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.
Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Kanji. Snel Japans leren schrijven en onthouden door de kracht van verbeelding
Omdat het doel van de methode niet enkel is een bepaald aantal kanji te onthouden, maar ook te leren hoe men kanji precies kan onthouden, is het boek in drie delen onderverdeeld. In deel 1: Verhalen staat bij elk karakter een volledig verhaal waarmee het geassocieerd kan worden. In deel 2: Plots wordt enkel nog de plot van een verhaal gegeven en is het aan de lezer om eigen details toe te voegen op basis van fantasie en persoonlijke herinneringen. Deel 3: Elementen reikt enkel nog sleutelwoorden en primitieven aan.
Het richt zich zowel op beginners als op meer gevorderde studenten Japans die op zoek zijn naar een manier om wat ze geleerd hebben te systematiseren en beter te onthouden.
James W. Heisig, filosoof, doceert godsdienstfilosofie aan het Nanzan Institute for Religion and Culture, aan de Nanzan University in Japan, waarvan hij directeur was tussen 1991 en 2001. Voordien doceerde hij religie en filosofie aan universiteiten in de Verenigde Staten en Latijns-Amerika. Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Levenswerk. Filosofie en aanvaarding
Elk van de hoofdstukken wordt onderverdeeld in een theoretisch en een praktisch deel. In het theoretische denkkader krijgt de lezer een overzicht van de filosofen die het thema van de aanvaarding direct of indirect hebben behandeld. De praktische benaderingswijze richt zich tot wie op zoek is naar een concrete filosofie van de aanvaarding, met bijzondere aandacht voor het onaanvaardbare.
Ann Van Sevenant, doctor in de wijsbegeerte, is voormalig docent filosofie aan de Hogeschool Antwerpen en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
Levenswerk. Filosofie en aanvaarding
Elk van de hoofdstukken wordt onderverdeeld in een theoretisch en een praktisch deel. In het theoretische denkkader krijgt de lezer een overzicht van de filosofen die het thema van de aanvaarding direct of indirect hebben behandeld. De praktische benaderingswijze richt zich tot wie op zoek is naar een concrete filosofie van de aanvaarding, met bijzondere aandacht voor het onaanvaardbare.
Ann Van Sevenant, doctor in de wijsbegeerte, is voormalig docent filosofie aan de Hogeschool Antwerpen en auteur van een twaalftal boeken over hedendaagse filosofie.
Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
Hoe was ’t op school jongen? Pedagogische praktijken in het middelbaar onderwijs in Limburg 1878-1970
Dit boek wil die leemte opvullen door te focussen op een specifiek opvoedingsproject in het Limburgs katholiek en rijksonderwijs in de periode van 1878 tot 1970. Dit project had een indringende impact op de mensen die er deel van uitmaakten; in de eerste plaats de leerlingen zelf, maar ook hun ouders, de schooldirecties, de leerkrachten en het dienstpersoneel. Het boek onderzoekt aan de hand van praktijkvoorbeelden de manier waarop gezocht werd naar een nieuwe invulling van wat goed onderwijs betekende. Daarmee wordt niet enkel een beeld van het toenmalige onderwijs geschetst, ook de bredere impact ervan op de samenleving komt aan bod, omdat de maatschappelijke context als het ware een spiegelbeeld vormde van de manier waarop het onderwijs zich in die periode ontwikkelde.
Paul Janssenswillen promoveerde in de moderne geschiedenis aan de KU Leuven. Hij doceert geschiedenis aan de Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en aan de Universiteit Antwerpen.
Vitaliteit in processen van collectief leren. Samen kennis creëren in basisscholen en lerarenopleidingen
Veel basisscholen en lerarenopleidingen hebben de ambitie een onderwijspraktijk te ontwikkelen die voor alle betrokkenen interessant, motiverend, uitdagend en betekenisvol is. Dit streven vraagt om een proces waarin de behoeften van leerlingen, leraren, studenten en opleiders serieus worden genomen. Als belanghebbenden participeren zij in de vormgeving van de beoogde praktijk.
Het op systematische wijze realiseren van een gezamenlijke ambitie wordt collectief leren of collectief kennis creëren genoemd. Collectief kennis creëren is een vitaal proces waarin aan de individuele behoeften van betrokkenen aan relatie, competentie en autonomie tegemoet wordt gekomen. Tegelijk wordt ook voorzien in de collectieve behoeften aan cohesie, coherentie en coöperatie.
Deze publicatie biedt een theoretisch model voor collectieve leerprocessen en gaat in op de vormgeving ervan. Zij laat aan de hand van casuïstiek zien hoe collectief leren in een basisschool en een opleiding gestalte krijgt en biedt er een samenhangende methodiek voor.
Vitaliteit in processen van collectief leren. Samen kennis creëren in basisscholen en lerarenopleidingen
Veel basisscholen en lerarenopleidingen hebben de ambitie een onderwijspraktijk te ontwikkelen die voor alle betrokkenen interessant, motiverend, uitdagend en betekenisvol is. Dit streven vraagt om een proces waarin de behoeften van leerlingen, leraren, studenten en opleiders serieus worden genomen. Als belanghebbenden participeren zij in de vormgeving van de beoogde praktijk.
Het op systematische wijze realiseren van een gezamenlijke ambitie wordt collectief leren of collectief kennis creëren genoemd. Collectief kennis creëren is een vitaal proces waarin aan de individuele behoeften van betrokkenen aan relatie, competentie en autonomie tegemoet wordt gekomen. Tegelijk wordt ook voorzien in de collectieve behoeften aan cohesie, coherentie en coöperatie.
Deze publicatie biedt een theoretisch model voor collectieve leerprocessen en gaat in op de vormgeving ervan. Zij laat aan de hand van casuïstiek zien hoe collectief leren in een basisschool en een opleiding gestalte krijgt en biedt er een samenhangende methodiek voor.
Leiden of lijden: Tien facetten van goed bestuur in organisaties met een maatschappelijke doeltelling (Procura-Reeks, nr. 8)
Dit handboek werkt stimulerend en preventief door tien facetten van goed bestuur te beschrijven, geïllustreerd met tal van voorbeelden en tips. Het is een praktische gids voor bestuurders en mensen van het management die werk willen maken van goed bestuur in de eigen organisatie.
Deze uitgave is een initiatief van Hefboom vzw en Procura vzw. Hefboom vzw is een adviesbureau dat organisaties met een maatschappelijk doel ondersteunt met financiering en advies.
Procura vzw houdt als kenniscentrum ten dienste van vzw’s — verenigingen zonder winstoogmerk, een vinger aan de pols. Beide organisaties bundelden hun ervaringen tot deze handige gids voor goed bestuur.
Leiden of lijden: Tien facetten van goed bestuur in organisaties met een maatschappelijke doeltelling (Procura-Reeks, nr. 8)
Dit handboek werkt stimulerend en preventief door tien facetten van goed bestuur te beschrijven, geïllustreerd met tal van voorbeelden en tips. Het is een praktische gids voor bestuurders en mensen van het management die werk willen maken van goed bestuur in de eigen organisatie.
Deze uitgave is een initiatief van Hefboom vzw en Procura vzw. Hefboom vzw is een adviesbureau dat organisaties met een maatschappelijk doel ondersteunt met financiering en advies.
Procura vzw houdt als kenniscentrum ten dienste van vzw’s — verenigingen zonder winstoogmerk, een vinger aan de pols. Beide organisaties bundelden hun ervaringen tot deze handige gids voor goed bestuur.
Kana. Snel Japans lezen en schrijven. Hiragana en Katakana
Het Japanse schrift bestaat eigenlijk uit drie verschillende soorten schriften: hiragana, katakana, (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters).
Die allemaal te leren lijkt misschien een hele klus, maar dankzij de unieke methode uit dit boek kan je op minder dan drie uur tijd en op een aangename en systematische manier een lettergrepenschrift leren lezen en schrijven. De ene helft van het boek behandelt hiragana, de andere helft katakana. Japanse lettergrepen worden geassocieerd met een Nederlands sleutelwoord via een soms prettig gestoord verhaaltje. Hierbij maak je gebruik van je verbeeldingskracht, meer bepaald je verbeeldingsgeheugen.
Deze zelfstudiemethode is opgedeeld in zes lessen. Door de instructies onderaan elke bladzijde te volgen, wordt de lezer kriskras door het boek geloodst en leert hij de kana op de meest snelle en efficiënte manier lezen en schrijven. Ook voor lezers die het Japanse schrift reeds tot op zekere hoogte beheersen, is dit boek interessant als opfrissing. Van elke kana worden zes verschillende typogrammen aangeboden én het originele Chinese karakter waarvan de kana is afgeleid.
James W. Heisig doceert godsdienstfilosofie aan de Nanzan University for Religion and Culture in Nagoya, Japan.
Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Kana. Snel Japans lezen en schrijven. Hiragana en Katakana
Het Japanse schrift bestaat eigenlijk uit drie verschillende soorten schriften: hiragana, katakana, (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters).
Die allemaal te leren lijkt misschien een hele klus, maar dankzij de unieke methode uit dit boek kan je op minder dan drie uur tijd en op een aangename en systematische manier een lettergrepenschrift leren lezen en schrijven. De ene helft van het boek behandelt hiragana, de andere helft katakana. Japanse lettergrepen worden geassocieerd met een Nederlands sleutelwoord via een soms prettig gestoord verhaaltje. Hierbij maak je gebruik van je verbeeldingskracht, meer bepaald je verbeeldingsgeheugen.
Deze zelfstudiemethode is opgedeeld in zes lessen. Door de instructies onderaan elke bladzijde te volgen, wordt de lezer kriskras door het boek geloodst en leert hij de kana op de meest snelle en efficiënte manier lezen en schrijven. Ook voor lezers die het Japanse schrift reeds tot op zekere hoogte beheersen, is dit boek interessant als opfrissing. Van elke kana worden zes verschillende typogrammen aangeboden én het originele Chinese karakter waarvan de kana is afgeleid.
James W. Heisig doceert godsdienstfilosofie aan de Nanzan University for Religion and Culture in Nagoya, Japan.
Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Tien keer beter! Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 2)
In dit boek worden tien zulke onderzoeken voorgesteld. De auteurs bevragen een bepaalde afgebakende activiteit uit hun onderwijspraktijk: Wat werkt er wel? Wat werkt er niet? Wat kan er beter? Wat moet er niet of geheel anders gebeuren? De onderzoeken zijn gericht op het verbeteren van de eigen werkpraktijk in de klas, de remedial teaching, op afdelingsniveau en op schoolniveau. Het geheel is geïllustreerd met cartoons. Een inspirerende bundel voor wakkere onderwijsmensen.
Met inleidende teksten van Sharon Dijksma, staatssecreataris, en René Verhulst, voorzitter van de WEC-raad.
Andy van de Berg en de coauteurs volgden de opleiding M SEN – Master Special Educational Needs bij Fontys-OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Het boek is ontstaan uit een project dat begeleid werd door Anita Blonk, Rob Boerman en Karel Smeets.
Tien keer beter! Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 2)
In dit boek worden tien zulke onderzoeken voorgesteld. De auteurs bevragen een bepaalde afgebakende activiteit uit hun onderwijspraktijk: Wat werkt er wel? Wat werkt er niet? Wat kan er beter? Wat moet er niet of geheel anders gebeuren? De onderzoeken zijn gericht op het verbeteren van de eigen werkpraktijk in de klas, de remedial teaching, op afdelingsniveau en op schoolniveau. Het geheel is geïllustreerd met cartoons. Een inspirerende bundel voor wakkere onderwijsmensen.
Met inleidende teksten van Sharon Dijksma, staatssecreataris, en René Verhulst, voorzitter van de WEC-raad.
Andy van de Berg en de coauteurs volgden de opleiding M SEN – Master Special Educational Needs bij Fontys-OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.
Het boek is ontstaan uit een project dat begeleid werd door Anita Blonk, Rob Boerman en Karel Smeets.
Basisgebarenwoordenboek met religieuze tekens, gebeden en ondersteunende gebaren.
Vanuit zijn jarenlange ervaring als doventolk en zijn leven met en bij de doven is hij samen met twee werkgroepen van doven en de hulp van de geestelijke begeleider, E.H. Gino Grenson, deze uitdaging aangegaan. Voor de basiswoordenschat hebben ze zich gesteund op het gebarenboek: “Woord en Gebaar, 1200 dovengebaren”, dat voor het eerst in 1983 werd uitgegeven en waarvan hij zelf de motor was.
Deze nieuwe, aangevulde, woordenlijst telt ongeveer 1600 woorden, is tweetalig opgemaakt en geïllustreerd met handgetekende gebaren. De Engelse vertaling is in eerste instantie bedoeld om de dovengemeenschappen in ontwikkelingslanden een helpende hand te reiken.
Het boek bevat ook een aantal artikels die meer uitleg geven over Gebarentaal en over het gebruik van de lichaamtaal met tips voor tolken. Ook zijn de gebaren van de vaste gebeden van de H. Mis hier volledig in opgenomen, naast een aantal religieuze liederen.
About this book:
From numerous encounters with the hearing who try to make contact with the deaf on the one hand, and the want Maurice Buyens senses from so many deaf people to learn religious signs on the other, the idea for this basic sign language dictionary slowly started taking shape.
His years of experience as a sign language interpreter and his life with deaf people have allowed him to accept this challenge with the help of two deaf workgroups and of spiritual counsellor, Rev. Fr. Gino Grenson. The basic vocabulary is based on the sign language book ‘Woord en Gebaar, 1200 dovengebaren’, which was published for the first time in 1983 and behind which I was the driving force. This new and improved list of words has about 1600 entries, is bilingual and illustrated with hand-drawn signs. The English translation is primarily meant to offer a helping hand to the deaf communities in developing countries.
The book also contains a number of articles explaining sign language and the use of body language with tips for interpreters. Signs for the fixed prayers of Holy Mass have also been included, in addition to a few religious hymns.
Maurice Buyens fc (° 1940), zoon van dove ouders, is lid van de Congregatie Broeders van Liefde. Hij was jarenlang leraar en algemeen directeur van het KOC Sint-Gregorius in Gentbrugge. Hij was de laatste Algemene Secretaris van Navekados (Nationaal Verbond van Katholieke Doofstommen), medeoprichter van Fevlado Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen, medestichter en drijvende kracht van de opleiding ‘Tolk voor Doven’ in Gent en van het ‘Dovencentrum Emmaüs’ in Ledeberg-Gent.
On the author:
Maurice Buyens, F.C. (° 1940), the son of deaf parents is a Brother of
Charity. For many years, he was a teacher and the general director of
KOC Sint-Gregorius in Gentbrugge. He was the last general secretary
of Navekados (National Federation of Catholic Deaf-Mutes), co-founder
of Fevlado (Federation of Flemish Deaf Organisations), co-founder
and driving force behind the sign language interpretation course in
Ghent and the Emmaus Centre for the Deaf in Ledeberg, Ghent.
Basisgebarenwoordenboek met religieuze tekens, gebeden en ondersteunende gebaren.
Vanuit zijn jarenlange ervaring als doventolk en zijn leven met en bij de doven is hij samen met twee werkgroepen van doven en de hulp van de geestelijke begeleider, E.H. Gino Grenson, deze uitdaging aangegaan. Voor de basiswoordenschat hebben ze zich gesteund op het gebarenboek: “Woord en Gebaar, 1200 dovengebaren”, dat voor het eerst in 1983 werd uitgegeven en waarvan hij zelf de motor was.
Deze nieuwe, aangevulde, woordenlijst telt ongeveer 1600 woorden, is tweetalig opgemaakt en geïllustreerd met handgetekende gebaren. De Engelse vertaling is in eerste instantie bedoeld om de dovengemeenschappen in ontwikkelingslanden een helpende hand te reiken.
Het boek bevat ook een aantal artikels die meer uitleg geven over Gebarentaal en over het gebruik van de lichaamtaal met tips voor tolken. Ook zijn de gebaren van de vaste gebeden van de H. Mis hier volledig in opgenomen, naast een aantal religieuze liederen.
About this book:
From numerous encounters with the hearing who try to make contact with the deaf on the one hand, and the want Maurice Buyens senses from so many deaf people to learn religious signs on the other, the idea for this basic sign language dictionary slowly started taking shape.
His years of experience as a sign language interpreter and his life with deaf people have allowed him to accept this challenge with the help of two deaf workgroups and of spiritual counsellor, Rev. Fr. Gino Grenson. The basic vocabulary is based on the sign language book ‘Woord en Gebaar, 1200 dovengebaren’, which was published for the first time in 1983 and behind which I was the driving force. This new and improved list of words has about 1600 entries, is bilingual and illustrated with hand-drawn signs. The English translation is primarily meant to offer a helping hand to the deaf communities in developing countries.
The book also contains a number of articles explaining sign language and the use of body language with tips for interpreters. Signs for the fixed prayers of Holy Mass have also been included, in addition to a few religious hymns.
Maurice Buyens fc (° 1940), zoon van dove ouders, is lid van de Congregatie Broeders van Liefde. Hij was jarenlang leraar en algemeen directeur van het KOC Sint-Gregorius in Gentbrugge. Hij was de laatste Algemene Secretaris van Navekados (Nationaal Verbond van Katholieke Doofstommen), medeoprichter van Fevlado Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen, medestichter en drijvende kracht van de opleiding ‘Tolk voor Doven’ in Gent en van het ‘Dovencentrum Emmaüs’ in Ledeberg-Gent.
On the author:
Maurice Buyens, F.C. (° 1940), the son of deaf parents is a Brother of
Charity. For many years, he was a teacher and the general director of
KOC Sint-Gregorius in Gentbrugge. He was the last general secretary
of Navekados (National Federation of Catholic Deaf-Mutes), co-founder
of Fevlado (Federation of Flemish Deaf Organisations), co-founder
and driving force behind the sign language interpretation course in
Ghent and the Emmaus Centre for the Deaf in Ledeberg, Ghent.
Geloven in de ontwikkelingskansen van elke leerling. Leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking leren leren (S.O.B.-Katernen, nr. 8)
We gaan in deze uitgave op zoek naar wegen om de ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking extra te stimuleren. U vindt in dit boek heel veel concrete tips en suggesties om het leren van deze kinderen en jongeren te bevorderen. De rol van de begeleider is hierbij van zeer groot belang. Het vertrekpunt van de begeleiding is het komen tot een beeld van de leerling en het zoeken naar positieve aangrijpingspunten om de ontwikkeling te stimuleren.
Vanuit een goede beeldvorming formuleren we doelen die we nastreven. Daarna denken we na over de aanpak. Na verloop van tijd dient zowel dit proces als het resultaat ervan geëvalueerd te worden om het cyclisch proces van handelingsplanning opnieuw op te starten. Zeker bij leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking is de samenwerking met ouders een pedagogische noodzaak, waar we extra aandacht aan besteden.
Deze uitgave kwam tot stad door én voor mensen die in de rpaktijk werken met leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
Geloven in de ontwikkelingskansen van elke leerling. Leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking leren leren (S.O.B.-Katernen, nr. 8)
We gaan in deze uitgave op zoek naar wegen om de ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking extra te stimuleren. U vindt in dit boek heel veel concrete tips en suggesties om het leren van deze kinderen en jongeren te bevorderen. De rol van de begeleider is hierbij van zeer groot belang. Het vertrekpunt van de begeleiding is het komen tot een beeld van de leerling en het zoeken naar positieve aangrijpingspunten om de ontwikkeling te stimuleren.
Vanuit een goede beeldvorming formuleren we doelen die we nastreven. Daarna denken we na over de aanpak. Na verloop van tijd dient zowel dit proces als het resultaat ervan geëvalueerd te worden om het cyclisch proces van handelingsplanning opnieuw op te starten. Zeker bij leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking is de samenwerking met ouders een pedagogische noodzaak, waar we extra aandacht aan besteden.
Deze uitgave kwam tot stad door én voor mensen die in de rpaktijk werken met leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
Vergezichten. Over transculturele psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 10)
In deze publicatie getuigen psychoanalytici en psychoanalytisch psychotherapeuten uit Nederland en Vlaanderen van de wijze waarop zij in contact proberen te komen met het psychisch lijden van cultureel-anderen. Met vele klinische voorbeelden uit de praktijk onderzoeken zij welke processen de aandacht opeisen als patiënt en therapeut een verschillende culturele achtergrond hebben. Zij laten zien hoe de psychoanalyse probeert verder te kijken dan haar westerse neus lang is.
Met bijdragen van Wouter Gomperts, Mohsen Edrisi, Mark Kinet, Jaap Ubbels, Jaak Le Roy, Eduarda Vendysova Bakalarova, Patrick Meurs, Fatma Sevinç & Annelies Verheugt-Pleiter, Renaat Devisch, Ans van Blokland & Nynke Colijn en Michel Thys.
Michel Thys is klinisch psycholoog, psychoanalyticus en psychoanalytisch psychotherapeut en doctor in de filosofie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie. Hij is verbonden aan het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Andante in Antwerpen en heeft een privépraktijk. Hij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Wouter Gomperts is klinisch psycholoog, psychoanalyticus, psychoanalytisch psychotherapeut en doctor in de psychologie. Hij is lid en opleider van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse en lid van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie. Hij is werkzaam bij het Nederlands Psychoanalytisch Instituut en bij de Programmagroep Klinische Psychologie van de Universiteit van Amsterdam.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Vergezichten. Over transculturele psychoanalyse (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 10)
In deze publicatie getuigen psychoanalytici en psychoanalytisch psychotherapeuten uit Nederland en Vlaanderen van de wijze waarop zij in contact proberen te komen met het psychisch lijden van cultureel-anderen. Met vele klinische voorbeelden uit de praktijk onderzoeken zij welke processen de aandacht opeisen als patiënt en therapeut een verschillende culturele achtergrond hebben. Zij laten zien hoe de psychoanalyse probeert verder te kijken dan haar westerse neus lang is.
Met bijdragen van Wouter Gomperts, Mohsen Edrisi, Mark Kinet, Jaap Ubbels, Jaak Le Roy, Eduarda Vendysova Bakalarova, Patrick Meurs, Fatma Sevinç & Annelies Verheugt-Pleiter, Renaat Devisch, Ans van Blokland & Nynke Colijn en Michel Thys.
Michel Thys is klinisch psycholoog, psychoanalyticus en psychoanalytisch psychotherapeut en doctor in de filosofie. Hij is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse en van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie. Hij is verbonden aan het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Andante in Antwerpen en heeft een privépraktijk. Hij is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Wouter Gomperts is klinisch psycholoog, psychoanalyticus, psychoanalytisch psychotherapeut en doctor in de psychologie. Hij is lid en opleider van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse en lid van de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie. Hij is werkzaam bij het Nederlands Psychoanalytisch Instituut en bij de Programmagroep Klinische Psychologie van de Universiteit van Amsterdam.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Timbo. Probleemoplossend leren voor kinderen. Basisboek
Kinderen hebben vaak moeite met aandachtig werken aan een opdracht. Analoog aan de veelgebruikte zelfinstructiemethode met de beertjes van Meichenbaum leert Timbo kinderen stap voor stap hoe ze op een eenvoudige en doeltreffende manier een opdracht tot een goed einde kunnen brengen. Zo leren ze probleemoplossend denken.
De Timbomethode voegt een eerste fundamentele stap toe, namelijk ‘Eerst aandachtig lezen en goed luisteren’. Met ‘Het verhaal van Timbo’, het Timbolied, lessen en werkbladen wordt op een speelse manier met de kinderen gewerkt rond het efficiënt aanpakken van een opdracht.
De Timbomethode bestaat uit een basis- en een werkboek. In dit basisboek vindt u de werkwijze, uitgewerkte oefenlessen, het verhaal van Timbo en het Timbolied met te downloaden audiobestand.
Dennis Sysmans werkte als leerkracht en zorgcoördinator in het basisonderwijs. Momenteel is hij consulent projectcoaching voor Inwerking te Antwerpen.
Timbo. Probleemoplossend leren voor kinderen. Basisboek
Kinderen hebben vaak moeite met aandachtig werken aan een opdracht. Analoog aan de veelgebruikte zelfinstructiemethode met de beertjes van Meichenbaum leert Timbo kinderen stap voor stap hoe ze op een eenvoudige en doeltreffende manier een opdracht tot een goed einde kunnen brengen. Zo leren ze probleemoplossend denken.
De Timbomethode voegt een eerste fundamentele stap toe, namelijk ‘Eerst aandachtig lezen en goed luisteren’. Met ‘Het verhaal van Timbo’, het Timbolied, lessen en werkbladen wordt op een speelse manier met de kinderen gewerkt rond het efficiënt aanpakken van een opdracht.
De Timbomethode bestaat uit een basis- en een werkboek. In dit basisboek vindt u de werkwijze, uitgewerkte oefenlessen, het verhaal van Timbo en het Timbolied met te downloaden audiobestand.
Dennis Sysmans werkte als leerkracht en zorgcoördinator in het basisonderwijs. Momenteel is hij consulent projectcoaching voor Inwerking te Antwerpen.
Klanksporen. Breinvriendelijk musiceren (De Veerman Bibliotheek, nr. 6)
Pas vanaf het wijdverbreid beschikbaar worden van gedrukte muziek en het (gelijktijdig) ontstaan van de nationale conservatoria worden creatieve, reproductieve en theoretische vaardigheden geleidelijk aan structureel gescheiden. Uitvoerders, toehoorders, componisten en theoretici worden aparte categorieën. Het nagenoeg verdwijnen van muzikale creativiteit, een zwak ontwikkeld gehoor, een onbetrouwbaar geheugen, een verstoorde beleving en zelfs onwaarachtigheid vormen sindsdien de typische pathologie van generaties hooggeschoolde uitvoerende musici. Na jaren ‘teaching research’ met kinderen en volwassenen concluderen de auteurs dat de gangbare muziekagogiek niet compatibel is met de manier waarop het menselijk brein muziek verwerkt. In dit boek zetten zij ‘leren musiceren’ onvermijdelijk in een evolutionair perspectief. Muziek komt niet van de goden, maar zit net als taal van bij de geboorte in het brein gebakken. Het boek wil musici en pedagogen opnieuw op het spoor van de klank zetten. Het toont aan dat een creatief-auditieve omgang met de muzikale bouwstenen onmisbaar is in de groei naar muzikale expertise, artistieke integriteit en zelfredzaamheid.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan het Lemmensinstituut in Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst in Ekeren.
Hans Van Regenmortel is leraar viool en ensemblespel, en pedagogisch coördinator aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Turnhout.
Klanksporen. Breinvriendelijk musiceren (De Veerman Bibliotheek, nr. 6)
Pas vanaf het wijdverbreid beschikbaar worden van gedrukte muziek en het (gelijktijdig) ontstaan van de nationale conservatoria worden creatieve, reproductieve en theoretische vaardigheden geleidelijk aan structureel gescheiden. Uitvoerders, toehoorders, componisten en theoretici worden aparte categorieën. Het nagenoeg verdwijnen van muzikale creativiteit, een zwak ontwikkeld gehoor, een onbetrouwbaar geheugen, een verstoorde beleving en zelfs onwaarachtigheid vormen sindsdien de typische pathologie van generaties hooggeschoolde uitvoerende musici. Na jaren ‘teaching research’ met kinderen en volwassenen concluderen de auteurs dat de gangbare muziekagogiek niet compatibel is met de manier waarop het menselijk brein muziek verwerkt. In dit boek zetten zij ‘leren musiceren’ onvermijdelijk in een evolutionair perspectief. Muziek komt niet van de goden, maar zit net als taal van bij de geboorte in het brein gebakken. Het boek wil musici en pedagogen opnieuw op het spoor van de klank zetten. Het toont aan dat een creatief-auditieve omgang met de muzikale bouwstenen onmisbaar is in de groei naar muzikale expertise, artistieke integriteit en zelfredzaamheid.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan het Lemmensinstituut in Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst in Ekeren.
Hans Van Regenmortel is leraar viool en ensemblespel, en pedagogisch coördinator aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Turnhout.
Van kansarm naar kansrijk? Studie- en opvoedingsondersteuning aan huis bij kinderen uit kwetsbare gezinnen (met downloadcode)
Leven in armoede ontneemt kinderen en jongeren kansen om volwaardig te participeren aan de maatschappij. Sociale uitsluiting begint al van in de vroege kinderjaren en zet zich door in de schoolse loopbaan. Kinderen uit kwetsbare gezinnen hebben het moeilijker dan andere kinderen om een diploma of getuigschrift te behalen. Ze participeren minder vlot in de maatschappij en ze blijven in de armoedespiraal vastzitten. Armoede is een complexe werkelijkheid, die niet altijd in te passen valt in de bestaande hulpverleningsmodellen.
De Katrol heeft als doel aan huis studie- en opvoedingsondersteuning te geven aan jonge kinderen uit kwetsbare gezinnen en hun ouders. Deze studieen opvoedingsondersteuning gebeurt door hogeschoolstudenten uit sociaalagogische richtingen en de lerarenopleiding. De Katrol vertrekt hierbij vanuit verzuchtingen van kansarme ouders zelf, namelijk ‘leer ons kennen’ en ‘we willen dat onze kinderen het beter stellen dan wijzelf en een diploma halen’. Deze uitgangspunten lijken eenvoudig en vanzelfsprekend, maar ze met succes realiseren in de praktijk van elke dag is dat niet.
Dit boek vertelt het ontstaan en de werking van De Katrol en de zoektocht naar een methodiek om kwetsbare kinderen en hun ouders een ‘steuntje in de rug’ te geven, zowel op het gebied van studies als van opvoeding. Het verhaal van De Katrol is hoopvol, maar niet vrijblijvend. ‘Wat de ouders en de kinderen willen, daar gaan we mee aan gang’, is zowat de meest gebruikte zin in het boek. Hoe dit wordt gerealiseerd in de praktijk van elke dag, wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden en getuigenissen van kinderen, ouders en studenten-studieondersteuners.
Deze publicatie is bestemd voor (toekomstige) leerkrachten en welzijnswerkers: maatschappelijk werkers, sociaal verpleegkundigen, bachelors in de toegepaste psychologie en de orthopedagogiek, psychologen en orthopedagogen.
Jean-Pierre Markey, maatschappelijk werker, doceert aan de Hogeschool West-Vlaanderen in Oostende en is initiatiefnemer-coördinator van De Katrol.
Van kansarm naar kansrijk? Studie- en opvoedingsondersteuning aan huis bij kinderen uit kwetsbare gezinnen (met downloadcode)
Leven in armoede ontneemt kinderen en jongeren kansen om volwaardig te participeren aan de maatschappij. Sociale uitsluiting begint al van in de vroege kinderjaren en zet zich door in de schoolse loopbaan. Kinderen uit kwetsbare gezinnen hebben het moeilijker dan andere kinderen om een diploma of getuigschrift te behalen. Ze participeren minder vlot in de maatschappij en ze blijven in de armoedespiraal vastzitten. Armoede is een complexe werkelijkheid, die niet altijd in te passen valt in de bestaande hulpverleningsmodellen.
De Katrol heeft als doel aan huis studie- en opvoedingsondersteuning te geven aan jonge kinderen uit kwetsbare gezinnen en hun ouders. Deze studieen opvoedingsondersteuning gebeurt door hogeschoolstudenten uit sociaalagogische richtingen en de lerarenopleiding. De Katrol vertrekt hierbij vanuit verzuchtingen van kansarme ouders zelf, namelijk ‘leer ons kennen’ en ‘we willen dat onze kinderen het beter stellen dan wijzelf en een diploma halen’. Deze uitgangspunten lijken eenvoudig en vanzelfsprekend, maar ze met succes realiseren in de praktijk van elke dag is dat niet.
Dit boek vertelt het ontstaan en de werking van De Katrol en de zoektocht naar een methodiek om kwetsbare kinderen en hun ouders een ‘steuntje in de rug’ te geven, zowel op het gebied van studies als van opvoeding. Het verhaal van De Katrol is hoopvol, maar niet vrijblijvend. ‘Wat de ouders en de kinderen willen, daar gaan we mee aan gang’, is zowat de meest gebruikte zin in het boek. Hoe dit wordt gerealiseerd in de praktijk van elke dag, wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden en getuigenissen van kinderen, ouders en studenten-studieondersteuners.
Deze publicatie is bestemd voor (toekomstige) leerkrachten en welzijnswerkers: maatschappelijk werkers, sociaal verpleegkundigen, bachelors in de toegepaste psychologie en de orthopedagogiek, psychologen en orthopedagogen.
Jean-Pierre Markey, maatschappelijk werker, doceert aan de Hogeschool West-Vlaanderen in Oostende en is initiatiefnemer-coördinator van De Katrol.
Menselijke kennis. Pleidooi voor een bruikbare rationaliteit
Maar hij breekt niet alleen af. Integendeel, hij bouwt vooral een visie op waarin kennis, betekenis, aanvaarding en communicatie een duidelijke plaats krijgen. Daarbij verdedigt hij een relatieve rationaliteitsopvatting, die niet de onbereikbare eisen van het traditionele rationalisme stelt, maar toch een vorm van rationaliteit is: een die voor mensen past. Het gaat daarbij om de verbetering van onze opvattingen vanuit deze opvattingen zelf, een radicaal contextuele aanpak, en een kennissysteem dat gestructureerd maar niet monolitisch is.
De argumenten voor de verdedigde stellingen komen vooral uit de hedendaagse wetenschapsfilosofie en de recente ontwikkelingen in de filosofie van de wiskunde en in de logica.
Diderik Batens is gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie van de Universiteit Gent, momenteel een van de grootste en meest dynamische dergelijke centra in de wereld. Zijn recent onderzoek gaat hoofdzakelijk over adaptieve logica’s, dynamische bewijzen, en hun toepassingen, vooral op de wetenschapsfilosofie. Hij is internationaal erg actief als auteur en als uitgever en als organisator van wetenschappelijke bijeenkomsten. Bij Garant publiceerde hij eerder: ‘Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren’.
Menselijke kennis. Pleidooi voor een bruikbare rationaliteit
Maar hij breekt niet alleen af. Integendeel, hij bouwt vooral een visie op waarin kennis, betekenis, aanvaarding en communicatie een duidelijke plaats krijgen. Daarbij verdedigt hij een relatieve rationaliteitsopvatting, die niet de onbereikbare eisen van het traditionele rationalisme stelt, maar toch een vorm van rationaliteit is: een die voor mensen past. Het gaat daarbij om de verbetering van onze opvattingen vanuit deze opvattingen zelf, een radicaal contextuele aanpak, en een kennissysteem dat gestructureerd maar niet monolitisch is.
De argumenten voor de verdedigde stellingen komen vooral uit de hedendaagse wetenschapsfilosofie en de recente ontwikkelingen in de filosofie van de wiskunde en in de logica.
Diderik Batens is gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie van de Universiteit Gent, momenteel een van de grootste en meest dynamische dergelijke centra in de wereld. Zijn recent onderzoek gaat hoofdzakelijk over adaptieve logica’s, dynamische bewijzen, en hun toepassingen, vooral op de wetenschapsfilosofie. Hij is internationaal erg actief als auteur en als uitgever en als organisator van wetenschappelijke bijeenkomsten. Bij Garant publiceerde hij eerder: ‘Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren’.
De veldheer en de danseres. Omgaan met je levensverhaal. Over loopbaanadvies en coaching
Het boek inspireert allen die de loopbaan van mensen in de eerste plaats beschouwen als een wezenlijke ontwikkelingskans, niet alleen voor het individu maar ook voor de samenleving als geheel.
Na een loopbaan in het P&O-werkveld vestigde Eva de Waard - van Maanen zich als zelfstandig loopbaanadviseur. Zij is oprichter van het CMI - Career Management Instituut, dat verantwoordelijk is voor de certificering van de loopbaanadvisering in Nederland.
De veldheer en de danseres. Omgaan met je levensverhaal. Over loopbaanadvies en coaching
Het boek inspireert allen die de loopbaan van mensen in de eerste plaats beschouwen als een wezenlijke ontwikkelingskans, niet alleen voor het individu maar ook voor de samenleving als geheel.
Na een loopbaan in het P&O-werkveld vestigde Eva de Waard - van Maanen zich als zelfstandig loopbaanadviseur. Zij is oprichter van het CMI - Career Management Instituut, dat verantwoordelijk is voor de certificering van de loopbaanadvisering in Nederland.
Theory of mind en de triade van perspectieven bij autisme en syndroom van Asperger. Een blik vanaf de brug (Fontys-OSO-Reeks, nr. 28)
Maar zijn niet-autistische personen dan ‘mind-sighted’ wanneer ze omgaan met mensen die autistisch zijn? Kunnen zij de gedragingen van degenen die anders zijn wel begrijpen en voorspellen?
De verschillende en de vaak tegenstrijdige visies op classificaties, diagnoses, oorzaken, ontwikkeling, theorieën en behandelingen worden in dit boek met elkaar vergeleken en in overeenstemming gebracht. Hiermee wil de auteur een brug slaan tussen mensen met autisme, ouders en behandelaars om hen te helpen elkaars reacties en gedragingen te begrijpen en erop in te spelen. Dit verhelderende en vernieuwende boek verschaft een unieke manier om ‘in elkaars schoenen te gaan staan’. Het is daarnaast een waardevolle bron voor wie moet leven of werken met autisme.
Olga Bogdashina is opgegroeid in de Oekraïne. Ze was directeur van het eerste dagcentrum voor kinderen met autisme. In 1994 richtte ze het Autismecentrum op en werd er voorzitter. Ze heeft na haar studies veel ervaring opgedaan in het werkveld van autisme. Ze was onderwijzeres, universitair docent en onderzoeker. Als onderzoeker gaat haar bijzondere belangstelling uit naar de zintuiglijke verwerking en communicatieproblemen bij autisme. Eerder publiceerde ze hierover twee boeken in de Fontys OSO-reeks. Bogdashina is gastdocent aan de Universiteit van Birmingham. Ze is wereldwijd een veelgevraagd spreker.
Theory of mind en de triade van perspectieven bij autisme en syndroom van Asperger. Een blik vanaf de brug (Fontys-OSO-Reeks, nr. 28)
Maar zijn niet-autistische personen dan ‘mind-sighted’ wanneer ze omgaan met mensen die autistisch zijn? Kunnen zij de gedragingen van degenen die anders zijn wel begrijpen en voorspellen?
De verschillende en de vaak tegenstrijdige visies op classificaties, diagnoses, oorzaken, ontwikkeling, theorieën en behandelingen worden in dit boek met elkaar vergeleken en in overeenstemming gebracht. Hiermee wil de auteur een brug slaan tussen mensen met autisme, ouders en behandelaars om hen te helpen elkaars reacties en gedragingen te begrijpen en erop in te spelen. Dit verhelderende en vernieuwende boek verschaft een unieke manier om ‘in elkaars schoenen te gaan staan’. Het is daarnaast een waardevolle bron voor wie moet leven of werken met autisme.
Olga Bogdashina is opgegroeid in de Oekraïne. Ze was directeur van het eerste dagcentrum voor kinderen met autisme. In 1994 richtte ze het Autismecentrum op en werd er voorzitter. Ze heeft na haar studies veel ervaring opgedaan in het werkveld van autisme. Ze was onderwijzeres, universitair docent en onderzoeker. Als onderzoeker gaat haar bijzondere belangstelling uit naar de zintuiglijke verwerking en communicatieproblemen bij autisme. Eerder publiceerde ze hierover twee boeken in de Fontys OSO-reeks. Bogdashina is gastdocent aan de Universiteit van Birmingham. Ze is wereldwijd een veelgevraagd spreker.




