Kinderen met cerebrale visuele inperking (CVI)
Wat is een CVI - cerebraal visuele inperking? Waaraan merk je bij schoolkinderen dat ze CVI hebben? Hoe kunnen ouders, leerkrachten, zorgcoördinatoren, therapeuten … deze kinderen helpen ?
Kinderen met CVI kunnen wel zien, maar door een stoornis in de hersenen is hun visueel waarnemingsvermogen gebrekkig. Ze hebben dan ook vaak problemen met lezen, schrijven, rekenen en soms met het leren in het algemeen. Ze ondervinden vooral moeilijkheden wanneer het leren gebaseerd is op het begrijpen en hanteren van visuele informatie en symbolen. Toch is CVI meer dan een leerstoornis.
Kinderen met CVI hebben vaak moeilijkheden met hun fijne motoriek, met praktische vaardigheden, met ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit. Toch is CVI meer dan een motorisch probleem.
Kinderen met CVI staan minder actief in de wereld. Ze voelen zich vaak onzeker en angstig. Het lukt hen dan niet om zelfstandigheid te verwerven en om contacten met leeftijdsgenoten uit te bouwen.
Dit boek geeft – per ontwikkelingsdomein – oplossingen en aanwijzingen
om het leren en de ontwikkeling van kinderen met CVI te ondersteunen.
Joke Luyten studeerde orthopedagogiek aan de KU Leuven. Ze is verbonden
aan Centrum Ganspoel in Huldenberg en begeleidt kinderen met CVI, hun gezin en hun school.
Kinderen met cerebrale visuele inperking (CVI)
Wat is een CVI - cerebraal visuele inperking? Waaraan merk je bij schoolkinderen dat ze CVI hebben? Hoe kunnen ouders, leerkrachten, zorgcoördinatoren, therapeuten … deze kinderen helpen ?
Kinderen met CVI kunnen wel zien, maar door een stoornis in de hersenen is hun visueel waarnemingsvermogen gebrekkig. Ze hebben dan ook vaak problemen met lezen, schrijven, rekenen en soms met het leren in het algemeen. Ze ondervinden vooral moeilijkheden wanneer het leren gebaseerd is op het begrijpen en hanteren van visuele informatie en symbolen. Toch is CVI meer dan een leerstoornis.
Kinderen met CVI hebben vaak moeilijkheden met hun fijne motoriek, met praktische vaardigheden, met ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit. Toch is CVI meer dan een motorisch probleem.
Kinderen met CVI staan minder actief in de wereld. Ze voelen zich vaak onzeker en angstig. Het lukt hen dan niet om zelfstandigheid te verwerven en om contacten met leeftijdsgenoten uit te bouwen.
Dit boek geeft – per ontwikkelingsdomein – oplossingen en aanwijzingen
om het leren en de ontwikkeling van kinderen met CVI te ondersteunen.
Joke Luyten studeerde orthopedagogiek aan de KU Leuven. Ze is verbonden
aan Centrum Ganspoel in Huldenberg en begeleidt kinderen met CVI, hun gezin en hun school.
Geloven in inclusie. Over zingeving en participatie van mensen met een verstandelijke beperking.
Op welke wijze draagt geestelijke verzorging bij aan de kwaliteit van bestaan en inclusie van mensen met een verstandelijke beperking?
Tien jaar geleden besloten zorgaanbieders in Zeeland het roer om te gooien en geestelijke verzorging niet langer intramuraal te organiseren. Samen met kerken en familieverenigingen werd Stichting GeeVer opgericht met als doel het bevorderen van geestelijke verzorging op een wijze die recht doet aan de persoonlijke keuzevrijheid en die bevordert dat levensbeschouwelijke organisaties open staan voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met dit boek wordt de balans opgemaakt. Het vermeldt successen en positieve ervaringen die bijdragen aan de participatie van mensen met een verstandelijke beperking en daarmee aan hun kwaliteit van bestaan. Twee bijdragen uit het buitenland zijn bij wijze van voorbeeld opgenomen maar het signaleert ook knelpunten en stelt vragen aan zorgaanbieders en aan levensbeschouwelijke organisaties. Het toont aan dat er nog altijd een groot tekort is aan aandacht voor levensvragen en zingeving van mensen met een verstandelijke beperking en dat een beperking in deze samenleving voor velen nog altijd uitsluiting betekent, zelfs in de kerk. Gedichten van mensen met een beperking zelf maken het boek compleet.
Dr. Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin. Hij is gastprofessor aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent, waarbij hij zich onder meer richt op het thema Kwaliteit van Bestaan. Jos van Loon is vanaf de oprichting als bestuurslid verbonden aan Stichting GeeVer.
Anneloes Steglich-Lentz, sociaal cultureel werkster, heeft een lange staat van dienst in het kerkelijk opbouwwerk en het interculturele vrouwenwerk. Zij is als gemeentelijk adviseur verbonden aan de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en werkt als consulent levensbeschouwing bij Stichting Geever. Van haar zoon Julian, die na een ziekte meervoudig beperkt werd, leerde zij de kunst van totale communicatie.
Geloven in inclusie. Over zingeving en participatie van mensen met een verstandelijke beperking.
Op welke wijze draagt geestelijke verzorging bij aan de kwaliteit van bestaan en inclusie van mensen met een verstandelijke beperking?
Tien jaar geleden besloten zorgaanbieders in Zeeland het roer om te gooien en geestelijke verzorging niet langer intramuraal te organiseren. Samen met kerken en familieverenigingen werd Stichting GeeVer opgericht met als doel het bevorderen van geestelijke verzorging op een wijze die recht doet aan de persoonlijke keuzevrijheid en die bevordert dat levensbeschouwelijke organisaties open staan voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met dit boek wordt de balans opgemaakt. Het vermeldt successen en positieve ervaringen die bijdragen aan de participatie van mensen met een verstandelijke beperking en daarmee aan hun kwaliteit van bestaan. Twee bijdragen uit het buitenland zijn bij wijze van voorbeeld opgenomen maar het signaleert ook knelpunten en stelt vragen aan zorgaanbieders en aan levensbeschouwelijke organisaties. Het toont aan dat er nog altijd een groot tekort is aan aandacht voor levensvragen en zingeving van mensen met een verstandelijke beperking en dat een beperking in deze samenleving voor velen nog altijd uitsluiting betekent, zelfs in de kerk. Gedichten van mensen met een beperking zelf maken het boek compleet.
Dr. Jos van Loon, orthopedagoog, is manager Inhoudelijke Ondersteuning bij Stichting Arduin. Hij is gastprofessor aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent, waarbij hij zich onder meer richt op het thema Kwaliteit van Bestaan. Jos van Loon is vanaf de oprichting als bestuurslid verbonden aan Stichting GeeVer.
Anneloes Steglich-Lentz, sociaal cultureel werkster, heeft een lange staat van dienst in het kerkelijk opbouwwerk en het interculturele vrouwenwerk. Zij is als gemeentelijk adviseur verbonden aan de Dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en werkt als consulent levensbeschouwing bij Stichting Geever. Van haar zoon Julian, die na een ziekte meervoudig beperkt werd, leerde zij de kunst van totale communicatie.
Geweld tegen oudere vrouwen in de thuissituatie
Zo lang mogelijk thuis blijven wonen is een na te streven doel. Dit bevordert de vrijheid, zelfstandigheid en autonomie. Maar er kunnen ook negatieve aspecten opduiken, zoals geweld, misbruik en mis(be)handeling. Ze komen vaak voor in de directe familiekring. Heel dikwijls zijn oudere vrouwen hiervan het slachtoffer. Hulpverleners in de thuiszorg zijn vaak de enigen die toegang hebben tot deze groep. Zij moeten dan ook zowel de alertheid als de vaardigheden hebben om problematische situaties te detecteren en er adequaat mee om te gaan.
Het Europese Daphne-programma heeft als doel geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren te bestrijden. Het project Breaking the Taboo II besteedt hierbij aandacht aan geweld tegen oudere vrouwen in huiselijke kring. Dit boek voorziet professionelen, vrijwilligers, mantelzorgers van achtergrondinformatie, inhoud en methodieken. Mutatis mutandis kan het geheel ook geëxtrapoleerd worden naar oudere mannen.
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Powerpointpresentatie: Conferentie Ouderenmis(be)handeling - dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Geweld tegen oudere vrouwen in de thuissituatie
Zo lang mogelijk thuis blijven wonen is een na te streven doel. Dit bevordert de vrijheid, zelfstandigheid en autonomie. Maar er kunnen ook negatieve aspecten opduiken, zoals geweld, misbruik en mis(be)handeling. Ze komen vaak voor in de directe familiekring. Heel dikwijls zijn oudere vrouwen hiervan het slachtoffer. Hulpverleners in de thuiszorg zijn vaak de enigen die toegang hebben tot deze groep. Zij moeten dan ook zowel de alertheid als de vaardigheden hebben om problematische situaties te detecteren en er adequaat mee om te gaan.
Het Europese Daphne-programma heeft als doel geweld tegen vrouwen, kinderen en jongeren te bestrijden. Het project Breaking the Taboo II besteedt hierbij aandacht aan geweld tegen oudere vrouwen in huiselijke kring. Dit boek voorziet professionelen, vrijwilligers, mantelzorgers van achtergrondinformatie, inhoud en methodieken. Mutatis mutandis kan het geheel ook geëxtrapoleerd worden naar oudere mannen.
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Powerpointpresentatie: Conferentie Ouderenmis(be)handeling - dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Leerzorgcentrum (Quadri Committed Research, nr. 3)
Hoe dichten we de kloof tussen onderwijs en werkveld, tussen theorie en praktijk? Wanneer de sterktes van bestaande stage en opleidingsconcepten kunnen gebundeld worden met nieuwe inzichten, ervaringen uit het buitenland en bevindingen van wetenschappelijk onderzoek, is het mogelijk een krachtig beleid te ontwikkelen om de praktijkopleiding van verpleegkundigen te optimaliseren. Met deze ambitie werd een vernieuwend concept ontwikkeld en geëvalueerd: het leerzorgcentrum.
Een leerzorgcentrum (LZC) is een afdeling in een zorgvoorziening waar leren en zorg beter op elkaar worden afgestemd.
Een LZC wordt gevormd door een samenwerkingsverband tussen een onderwijspartner en een werkveldpartner. Deze manier van samenwerken focust enerzijds op het verbeteren van de praktijkopleiding en stage van studenten verpleegkunde en anderzijds op het realiseren van een kwaliteitsvolle patiëntenzorg. Zorgen en leren zijn de twee centrale kernprocessen van een LZC. Het leren op de afdeling komt voor zowel studenten als verpleegkundigen van de afdeling meer centraal te staan. Ook de innovatie in zorgprocessen en kwaliteit van de verpleegkundige zorgpraktijk krijgen, meer dan op een klassieke afdeling, bijzondere aandacht.
Dit boek beschrijft, naast wat een LZC is en waarom dit ontwikkeld werd, ook de effectieve implementatie in zes ziekenhuizen in Vlaanderen. De evaluatie leidt tot vier kritische succesfactoren voor de ontwikkeling van een leerzorgcentrum en geeft de mogelijkheden en bedreigingen voor het onderwijs en de praktijk.
Dit boek is bestemd voor iedereen die in contact komt met verpleegkundigen in opleiding en kan als handleiding worden gebruikt voor zij die een LZC willen opstarten.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verbonden aan de Katholieke Hogeschool Limburg, departement gezondheidszorg als lector verpleegkunde en aan het Ziekenhuis Oost Limburg als leerzorgspecialist.
Jo Gommers is gegradueerde ziekenhuis en psychiatrisch verpleegkundige met een aanvullende licentie in de medisch-sociale wetenschappen. Hij is verbonden aan het Ziekenhuis Oost Limburg, waar hij verpleegkundig en paramedisch directeur is.
Quadri Committed Research:
Leerzorgcentrum (Quadri Committed Research, nr. 3)
Hoe dichten we de kloof tussen onderwijs en werkveld, tussen theorie en praktijk? Wanneer de sterktes van bestaande stage en opleidingsconcepten kunnen gebundeld worden met nieuwe inzichten, ervaringen uit het buitenland en bevindingen van wetenschappelijk onderzoek, is het mogelijk een krachtig beleid te ontwikkelen om de praktijkopleiding van verpleegkundigen te optimaliseren. Met deze ambitie werd een vernieuwend concept ontwikkeld en geëvalueerd: het leerzorgcentrum.
Een leerzorgcentrum (LZC) is een afdeling in een zorgvoorziening waar leren en zorg beter op elkaar worden afgestemd.
Een LZC wordt gevormd door een samenwerkingsverband tussen een onderwijspartner en een werkveldpartner. Deze manier van samenwerken focust enerzijds op het verbeteren van de praktijkopleiding en stage van studenten verpleegkunde en anderzijds op het realiseren van een kwaliteitsvolle patiëntenzorg. Zorgen en leren zijn de twee centrale kernprocessen van een LZC. Het leren op de afdeling komt voor zowel studenten als verpleegkundigen van de afdeling meer centraal te staan. Ook de innovatie in zorgprocessen en kwaliteit van de verpleegkundige zorgpraktijk krijgen, meer dan op een klassieke afdeling, bijzondere aandacht.
Dit boek beschrijft, naast wat een LZC is en waarom dit ontwikkeld werd, ook de effectieve implementatie in zes ziekenhuizen in Vlaanderen. De evaluatie leidt tot vier kritische succesfactoren voor de ontwikkeling van een leerzorgcentrum en geeft de mogelijkheden en bedreigingen voor het onderwijs en de praktijk.
Dit boek is bestemd voor iedereen die in contact komt met verpleegkundigen in opleiding en kan als handleiding worden gebruikt voor zij die een LZC willen opstarten.
Frieda Corstjens is bachelor in de verpleegkunde met een aanvullende masteropleiding in de verpleegkunde. Zij is verbonden aan de Katholieke Hogeschool Limburg, departement gezondheidszorg als lector verpleegkunde en aan het Ziekenhuis Oost Limburg als leerzorgspecialist.
Jo Gommers is gegradueerde ziekenhuis en psychiatrisch verpleegkundige met een aanvullende licentie in de medisch-sociale wetenschappen. Hij is verbonden aan het Ziekenhuis Oost Limburg, waar hij verpleegkundig en paramedisch directeur is.
Quadri Committed Research:
De apotheker in prenten, verzen en spreuken
De lezer ontdekt met dit amusante boek de geschiedenis van de farmacie en van de apotheker op een speelse manier, maar met een wijsheid die uit de volksmond komt, geput uit het dagelijkse leven, namelijk via een getekend en geschreven karikaturaal beeld van de apotheker over een periode van 900 jaar.
De karikaturen, verzen en spreuken geven de status van de apotheker aan door de eeuwen heen en hangen daarmee meteen een beeld op van de geschiedenis van de farmacie in het algemeen. Ze schetsen het dagelijks werk van de apotheker als kruidenier, chirurgijn en barbier, de omgang van de apotheker met zijn leerling en hoe hij gekleed was.
Ook de ontwikkeling in de interieurs van de apotheken, de levensstandaard van de apotheker en zijn sociale omgang worden duidelijk. Er is ook de eenvoudige en ernstige apotheker die begaan is met zijn beroep en de klant met raad en daad bijstaat, maar evenzeer de geldwolf of bedrieger, de gierigaard en de hoogmoedige. En wat is de verhouding van de apotheker tot de geneesheer? Maar ten slotte overwint de dood alle geneeskundige handelingen.
Guy Gilias was apotheker in Haasrode. Hij heeft bijzondere interesse voor de geschiedenis van zijn beroep.
"Met enorm veel humor belicht de auteur zijn eigen beroep. (...) Beslist de moeite waard."
Christusrex.be
De apotheker in prenten, verzen en spreuken
De lezer ontdekt met dit amusante boek de geschiedenis van de farmacie en van de apotheker op een speelse manier, maar met een wijsheid die uit de volksmond komt, geput uit het dagelijkse leven, namelijk via een getekend en geschreven karikaturaal beeld van de apotheker over een periode van 900 jaar.
De karikaturen, verzen en spreuken geven de status van de apotheker aan door de eeuwen heen en hangen daarmee meteen een beeld op van de geschiedenis van de farmacie in het algemeen. Ze schetsen het dagelijks werk van de apotheker als kruidenier, chirurgijn en barbier, de omgang van de apotheker met zijn leerling en hoe hij gekleed was.
Ook de ontwikkeling in de interieurs van de apotheken, de levensstandaard van de apotheker en zijn sociale omgang worden duidelijk. Er is ook de eenvoudige en ernstige apotheker die begaan is met zijn beroep en de klant met raad en daad bijstaat, maar evenzeer de geldwolf of bedrieger, de gierigaard en de hoogmoedige. En wat is de verhouding van de apotheker tot de geneesheer? Maar ten slotte overwint de dood alle geneeskundige handelingen.
Guy Gilias was apotheker in Haasrode. Hij heeft bijzondere interesse voor de geschiedenis van zijn beroep.
"Met enorm veel humor belicht de auteur zijn eigen beroep. (...) Beslist de moeite waard."
Christusrex.be
Ayyuha t-talib…! Handboek voor modern standaard Arabisch, CD-teksten, Oplossingenboek, Geïntegreerde woordenlijst (Derde, herziene uitgave: 2012)
Het addendum bevat de vijftig basisteksten, de oplossingen van de meeste oefeningen in het handboek, de uitgeschreven teksten van de oefeningen op de audio-cd’s en tot slot een integrale alfabetisch geordende lijst van alle woorden, uitdrukkingen en collocaties uit het handboek.
Daarmee is het een betrouwbaar houvast voor alle docenten en studenten, en zeker ook voor diegenen die zich het Arabisch via zelfstudie eigen willen maken.
Herman Talloen (° Gent) doceerde Arabische taalkunde en taalverwerving aan de Universiteit Gent en aan het departement Vertalers en Tolken van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Hij ontwikkelde diverse methodes voor E-Learning Arabisch aan de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen.
Dr. Abied Alsulaiman (° Hama, Syrië) leidt diverse vertaalateliers aan de Master Vertalen en Tolken Arabisch van de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen. Hij is geaffilieerd onderzoeker aan de KULeuven en verricht gespecialiseerd onderzoek op het vlak van Arabische juridische terminologie.
Ayyuha t-talib…! Handboek voor modern standaard Arabisch, CD-teksten, Oplossingenboek, Geïntegreerde woordenlijst (Derde, herziene uitgave: 2012)
Het addendum bevat de vijftig basisteksten, de oplossingen van de meeste oefeningen in het handboek, de uitgeschreven teksten van de oefeningen op de audio-cd’s en tot slot een integrale alfabetisch geordende lijst van alle woorden, uitdrukkingen en collocaties uit het handboek.
Daarmee is het een betrouwbaar houvast voor alle docenten en studenten, en zeker ook voor diegenen die zich het Arabisch via zelfstudie eigen willen maken.
Herman Talloen (° Gent) doceerde Arabische taalkunde en taalverwerving aan de Universiteit Gent en aan het departement Vertalers en Tolken van de Artesis Hogeschool Antwerpen. Hij ontwikkelde diverse methodes voor E-Learning Arabisch aan de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen.
Dr. Abied Alsulaiman (° Hama, Syrië) leidt diverse vertaalateliers aan de Master Vertalen en Tolken Arabisch van de subfaculteit Taal en Communicatie van Lessius/KULeuven in Antwerpen. Hij is geaffilieerd onderzoeker aan de KULeuven en verricht gespecialiseerd onderzoek op het vlak van Arabische juridische terminologie.
Lezen leren, leuk! Samen aan de slag met lezen.
‘Lezen leren, leuk!’ is een werkmap voor ouders van kinderen van groep 1 tot en met groep 8, die hun kind willen helpen bij het (leren) lezen. De map is bedoeld als een ‘lees-groeiboekje’ waarmee de ouders zelf de leesontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren en volgen.
‘Lezen leren, leuk!’ biedt ouders praktische informatie, tips en handvatten om hun kind te helpen bij het leren lezen. Een uitgangspunt is dat ouders, kind en school samenwerken bij het (leren) lezen en dat daarbij het leesplezier voorop staat.
Zoals consultatiebureaus werken met een groeiboekje, zo kunnen ouders, scholen en kinderen samen aan de slag met dit “groeiboekje voor het lezen”. Het is een boekje in de vorm van een map, waarin ouders en leerkrachten de leesontwikkeling van hun kind kunnen bijhouden gedurende de hele basisschoolloopbaan.
Ook bevat het informatie en adviezen over wat ouders thuis kunnen doen om het lezen te stimuleren. Zo kan het een vaste plek krijgen in de (10-minuten)-gesprekken tussen school en ouders. Bij de map hoort een ouderavond en een train-de-trainer voor leerkrachten om ouders en scholen te ondersteunen.
Annemieke Bos is pedagoog en trainer bij OUDERS & COO, de landelijke organisatie van en voor ouders, ouderraden (OR) en medezeggenschapsraden (MR) in het protestants-christelijk en oecumenisch onderwijs.
Hanneke Brinkhuis is pedagoog en senior adviseur bij Expertis, Onderwijsadviseurs.
Victorine Meuwissen is orthopedagoog en beleidsadviseur bij de Nederlandse oudervereniging Katholiek Onderwijs (NKO), de landelijke vereniging voor ouders met kinderen in het katholiek basis- en voortgezet onderwijs.
Lezen leren, leuk! Samen aan de slag met lezen.
‘Lezen leren, leuk!’ is een werkmap voor ouders van kinderen van groep 1 tot en met groep 8, die hun kind willen helpen bij het (leren) lezen. De map is bedoeld als een ‘lees-groeiboekje’ waarmee de ouders zelf de leesontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren en volgen.
‘Lezen leren, leuk!’ biedt ouders praktische informatie, tips en handvatten om hun kind te helpen bij het leren lezen. Een uitgangspunt is dat ouders, kind en school samenwerken bij het (leren) lezen en dat daarbij het leesplezier voorop staat.
Zoals consultatiebureaus werken met een groeiboekje, zo kunnen ouders, scholen en kinderen samen aan de slag met dit “groeiboekje voor het lezen”. Het is een boekje in de vorm van een map, waarin ouders en leerkrachten de leesontwikkeling van hun kind kunnen bijhouden gedurende de hele basisschoolloopbaan.
Ook bevat het informatie en adviezen over wat ouders thuis kunnen doen om het lezen te stimuleren. Zo kan het een vaste plek krijgen in de (10-minuten)-gesprekken tussen school en ouders. Bij de map hoort een ouderavond en een train-de-trainer voor leerkrachten om ouders en scholen te ondersteunen.
Annemieke Bos is pedagoog en trainer bij OUDERS & COO, de landelijke organisatie van en voor ouders, ouderraden (OR) en medezeggenschapsraden (MR) in het protestants-christelijk en oecumenisch onderwijs.
Hanneke Brinkhuis is pedagoog en senior adviseur bij Expertis, Onderwijsadviseurs.
Victorine Meuwissen is orthopedagoog en beleidsadviseur bij de Nederlandse oudervereniging Katholiek Onderwijs (NKO), de landelijke vereniging voor ouders met kinderen in het katholiek basis- en voortgezet onderwijs.
Wiskunde met TI-84. Complete handleiding 2de graad
Het ideale zelfstudieboek om met de TI-84 te leren werken
In de huidige leerplannen wiskunde wordt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) opgelegd als basisvaardigheid voor de leerlingen. Het gaat om het verwerven van inzicht in het gebruik van computer en rekentoestel om wiskundige problemen te onderzoeken. Dit boek wil bijdragen tot een zinvolle implementatie van de grafische rekenmachine.
Dergelijk toestel beschikt over grafische en statistische functies die voldoen aan de vereisten voor de vakken wiskunde en wetenschappen in het secundair en het hoger onderwijs.
Om de invoering in de tweede graad van het secundair onderwijs didactisch verantwoord te laten verlopen, behandelt dit werk alle vereiste basistechnieken aan de hand van de leerstof wiskunde voor bovengenoemde leerlingengroep.
De gebruikte visuele leermethode met talloze voorbeelden, alle vergezeld van schermafdrukkken met oplossingen, stelt de leerling in staat om zelfstandig met dit boek aan de slag te gaan.
Wiskunde met TI-84. Complete handleiding 2de graad
Het ideale zelfstudieboek om met de TI-84 te leren werken
In de huidige leerplannen wiskunde wordt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) opgelegd als basisvaardigheid voor de leerlingen. Het gaat om het verwerven van inzicht in het gebruik van computer en rekentoestel om wiskundige problemen te onderzoeken. Dit boek wil bijdragen tot een zinvolle implementatie van de grafische rekenmachine.
Dergelijk toestel beschikt over grafische en statistische functies die voldoen aan de vereisten voor de vakken wiskunde en wetenschappen in het secundair en het hoger onderwijs.
Om de invoering in de tweede graad van het secundair onderwijs didactisch verantwoord te laten verlopen, behandelt dit werk alle vereiste basistechnieken aan de hand van de leerstof wiskunde voor bovengenoemde leerlingengroep.
De gebruikte visuele leermethode met talloze voorbeelden, alle vergezeld van schermafdrukkken met oplossingen, stelt de leerling in staat om zelfstandig met dit boek aan de slag te gaan.
NAHder belicht. Onderzoek naar het vormgeven van specifieke ondersteuning aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
In dit boek streven de auteurs naar een NAH-specifiek model voor zorg en ondersteuning aan de hand van vier concepten.
1) In het vraagconcept wordt een beschrijvend profiel geformuleerd met algemene en specifieke kenmerken voor het bieden van mensgerichte ondersteuning aan de NAH-doelgroep.
2) Met het omgevingsconcept voor de doelgroep NAH-cliënten zijn wensen en behoeften geïdentificeerd die betrekking hebben op de fysiek noodzakelijke omgeving van een woonvoorziening of een locatie voor dagbesteding en de inrichting daarvan voor de doelgroep NAH-cliënten.
3) De belangrijkste aspecten van bejegening en begeleiding die van algemene medewerkers en professionele begeleiders in het primair proces worden gevraagd, zijn beschreven in het begeleidingsconcept.
4) Het scholingsconcept ten slotte laat zien dat het bieden van NAH-specifieke basiskennis en inhoudelijke verdieping op NAH-onderwerpen bijdraagt aan de deskundigheid van medewerkers en een meer professionele begeleiding van deze specifieke doelgroep.
Het boek geeft aanbevelingen voor verbetering van het reeds beschikbare NAH-aanbod in de woonvormen en activiteitencentra. Door de verbeteringen te monitoren ontstaat evidence based NAH-specifiek aanbod. Het realiseren van evidence based zorgprogramma’s is een uitdaging in de gehele gehandicaptenzorg en kan met behulp van dit boek ook worden gerealiseerd in andere organisaties die streven naar de ontwikkeling van hun eigen aanbod voor de NAH-doelgroep.
Mabel Jongkind is klinisch orthopedagoog en werkzaam als gedragsdeskundige binnen de dienst Ondersteuning en Behandeling van Gors en heeft zich in de afgelopen jaren gespecialiseerd op het gebied van NAH.
Hennie van Rijn is als manager Zorg & Innovatie bij Gors verantwoordelijk voor het kennis- en expertisebeleid in de organisatie en als zodanig leidinggevende van de dienst Ondersteuning en Behandeling.
NAHder belicht. Onderzoek naar het vormgeven van specifieke ondersteuning aan mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH)
In dit boek streven de auteurs naar een NAH-specifiek model voor zorg en ondersteuning aan de hand van vier concepten.
1) In het vraagconcept wordt een beschrijvend profiel geformuleerd met algemene en specifieke kenmerken voor het bieden van mensgerichte ondersteuning aan de NAH-doelgroep.
2) Met het omgevingsconcept voor de doelgroep NAH-cliënten zijn wensen en behoeften geïdentificeerd die betrekking hebben op de fysiek noodzakelijke omgeving van een woonvoorziening of een locatie voor dagbesteding en de inrichting daarvan voor de doelgroep NAH-cliënten.
3) De belangrijkste aspecten van bejegening en begeleiding die van algemene medewerkers en professionele begeleiders in het primair proces worden gevraagd, zijn beschreven in het begeleidingsconcept.
4) Het scholingsconcept ten slotte laat zien dat het bieden van NAH-specifieke basiskennis en inhoudelijke verdieping op NAH-onderwerpen bijdraagt aan de deskundigheid van medewerkers en een meer professionele begeleiding van deze specifieke doelgroep.
Het boek geeft aanbevelingen voor verbetering van het reeds beschikbare NAH-aanbod in de woonvormen en activiteitencentra. Door de verbeteringen te monitoren ontstaat evidence based NAH-specifiek aanbod. Het realiseren van evidence based zorgprogramma’s is een uitdaging in de gehele gehandicaptenzorg en kan met behulp van dit boek ook worden gerealiseerd in andere organisaties die streven naar de ontwikkeling van hun eigen aanbod voor de NAH-doelgroep.
Mabel Jongkind is klinisch orthopedagoog en werkzaam als gedragsdeskundige binnen de dienst Ondersteuning en Behandeling van Gors en heeft zich in de afgelopen jaren gespecialiseerd op het gebied van NAH.
Hennie van Rijn is als manager Zorg & Innovatie bij Gors verantwoordelijk voor het kennis- en expertisebeleid in de organisatie en als zodanig leidinggevende van de dienst Ondersteuning en Behandeling.
Soms ben je uitgepraat. Het atelier en de geestelijke gezondheidszorg.
Kunst werkt helend en bevrijdend, ook voor mensen die gebruik maken van de geestelijke gezondheidzorg. Dat wisten we al, maar in de psychiatrie was men het even vergeten.
Dit boek richt de schijnwerpers op het gebied waar kunst en therapie samenvallen, op de periferie van beeldende en creatieve therapie – een gebied dat zich steeds meer naar de geldende psychiatrische richtlijnen lijkt te voegen. In het Open Atelier van een psychiatrische instelling in Amsterdam wijkt men daarvan af. In het Belgische ARTISIT werkt een collectief van kunstenaars met een psychiatrische achtergrond samen met andere kunstenaars.
In dit boek dragen kunstenaars, beeldende therapeuten, antropologen, filosofen, psychiaters, psychologen, galeriehouders, docenten en verzamelaars vanuit hun eigen perspectief bij aan het discours over de verbinding tussen therapie en kunst. Die koppeling staat voor de kunstenaars/patiënten niet ter discussie, die beleven ze.
Truus Wertheim-Cahen, beeldend therapeut van het eerste uur, doceerde aan verscheidene opleidingen in binnen- en buitenland. Zij werkt al meer dan dertig jaar met slachtoffers van oorlogsgeweld. Een door haar geïnitieerd en gesuperviseerd project ‘creatieve therapie voor vluchtelingen’ werd bekroond met de Marga Klompéprijs.
Theo Festen, psycholoog-psychotherapeut en dichter-vertaler, was algemeen secretaris van de koepel van de RIAGG – Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.
"Door de erg diverse invalshoeken en bijdrages van verschillende actoren ontstaat er een grote nuancering.(...) Dit boekje mag
zeker niet ontbreken in de bibliotheek van eeníéder die een hart heeft voor kunst en psychiatrie."
Tijdschrift voor Psychiatrie, jrg; 55, nr. 12, blz. 1016
Soms ben je uitgepraat. Het atelier en de geestelijke gezondheidszorg.
Kunst werkt helend en bevrijdend, ook voor mensen die gebruik maken van de geestelijke gezondheidzorg. Dat wisten we al, maar in de psychiatrie was men het even vergeten.
Dit boek richt de schijnwerpers op het gebied waar kunst en therapie samenvallen, op de periferie van beeldende en creatieve therapie – een gebied dat zich steeds meer naar de geldende psychiatrische richtlijnen lijkt te voegen. In het Open Atelier van een psychiatrische instelling in Amsterdam wijkt men daarvan af. In het Belgische ARTISIT werkt een collectief van kunstenaars met een psychiatrische achtergrond samen met andere kunstenaars.
In dit boek dragen kunstenaars, beeldende therapeuten, antropologen, filosofen, psychiaters, psychologen, galeriehouders, docenten en verzamelaars vanuit hun eigen perspectief bij aan het discours over de verbinding tussen therapie en kunst. Die koppeling staat voor de kunstenaars/patiënten niet ter discussie, die beleven ze.
Truus Wertheim-Cahen, beeldend therapeut van het eerste uur, doceerde aan verscheidene opleidingen in binnen- en buitenland. Zij werkt al meer dan dertig jaar met slachtoffers van oorlogsgeweld. Een door haar geïnitieerd en gesuperviseerd project ‘creatieve therapie voor vluchtelingen’ werd bekroond met de Marga Klompéprijs.
Theo Festen, psycholoog-psychotherapeut en dichter-vertaler, was algemeen secretaris van de koepel van de RIAGG – Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg.
"Door de erg diverse invalshoeken en bijdrages van verschillende actoren ontstaat er een grote nuancering.(...) Dit boekje mag
zeker niet ontbreken in de bibliotheek van eeníéder die een hart heeft voor kunst en psychiatrie."
Tijdschrift voor Psychiatrie, jrg; 55, nr. 12, blz. 1016
Dyslexie en moderne vreemde talen. Gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders.
Het leren van moderne vreemde talen op de lagere en de middelbare school is voor leerlingen met dyslexie vaak een grote uitdaging. Met dit boek willen de auteurs handvatten aanreiken voor de begeleiding van leerlingen met dyslexie bij de vakken Frans en Engels.
De auteurs schetsen een actuele wetenschappelijke stand van zaken over dyslexie en tweedetaalverwerving. Vanuit de praktijk vullen ze dit aan met veel concrete tips en heldere adviezen over de instructie, de remediëring en de evaluatie van lees-, schrijf-, spreek- en luistervaardigheden in moderne vreemde talen. Er wordt ook dieper ingegaan op hulpmiddelen en onderwijsmaatregelen die een steun kunnen zijn voor leerlingen met dyslexie om vlotter moderne vreemde talen aan te leren.
"een super praktisch boek, vol met bruikbare tips, uitgewerkte geheugenkaarten en verbazingwekkende regels"
Logopedie (jrg. 26, nr. 5, blz. 65)
Wim Tops is romanist en neurolinguïst. Hij werkte verschillende jaren
als leerkracht Frans in het secundair onderwijs. Momenteel werkt
hij als wetenschappelijk onderzoeker bij Code, het expertisecentrum
van Thomas More en als coördinator van De Kronkel, een
multidisciplinair centrum voor diagnostiek en begeleiding van
kinderen en jongeren met leer- en ontwikkelingsstoornissen.
Gitte Boons is bachelor lager onderwijs met een aanvullende
opleiding voor het buitengewoon onderwijs. Zij geeft les aan
leerlingen met leerstoornissen (type 8) in Ritmica, een school voor
buitengewoon basisonderwijs.
Dyslexie en moderne vreemde talen. Gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders.
Het leren van moderne vreemde talen op de lagere en de middelbare school is voor leerlingen met dyslexie vaak een grote uitdaging. Met dit boek willen de auteurs handvatten aanreiken voor de begeleiding van leerlingen met dyslexie bij de vakken Frans en Engels.
De auteurs schetsen een actuele wetenschappelijke stand van zaken over dyslexie en tweedetaalverwerving. Vanuit de praktijk vullen ze dit aan met veel concrete tips en heldere adviezen over de instructie, de remediëring en de evaluatie van lees-, schrijf-, spreek- en luistervaardigheden in moderne vreemde talen. Er wordt ook dieper ingegaan op hulpmiddelen en onderwijsmaatregelen die een steun kunnen zijn voor leerlingen met dyslexie om vlotter moderne vreemde talen aan te leren.
"een super praktisch boek, vol met bruikbare tips, uitgewerkte geheugenkaarten en verbazingwekkende regels"
Logopedie (jrg. 26, nr. 5, blz. 65)
Wim Tops is romanist en neurolinguïst. Hij werkte verschillende jaren
als leerkracht Frans in het secundair onderwijs. Momenteel werkt
hij als wetenschappelijk onderzoeker bij Code, het expertisecentrum
van Thomas More en als coördinator van De Kronkel, een
multidisciplinair centrum voor diagnostiek en begeleiding van
kinderen en jongeren met leer- en ontwikkelingsstoornissen.
Gitte Boons is bachelor lager onderwijs met een aanvullende
opleiding voor het buitengewoon onderwijs. Zij geeft les aan
leerlingen met leerstoornissen (type 8) in Ritmica, een school voor
buitengewoon basisonderwijs.
Superbrus, een megaklus. Begeleidingsprogramma voor brussen met een broer of zus met autisme.
Bij de begeleiding van gezinnen met personen met autisme nemen brussen, broers en zussen, een bijzondere plaats in. Vele ouders beseffen dit en uiten geregeld hun vragen en bezorgdheden rond de brussen. Brussen geven meermaals aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning.
Dit groepsprogramma voor brussen biedt een antwoord. Het beschrijft een reeks van elf grondig uitgewerkte bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten wordt aan de hand van informatie, inleefoefeningen, thuisopdrachten, uitwisselingsmomenten, … op zoek gegaan naar wat autisme precies is. Er wordt ook stilgestaan bij wat het betekent om brus te zijn en hoe hiermee om te gaan. Naast de beschrijving van de bijeenkomsten bevat het boek een theoretisch kader en een werkmap voor de brussen zelf. Het programma is geschikt voor brussen van 9 tot 13 jaar en steunt op een jarenlange, positieve ervaring van een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme.
"Het bulkt van voorbeelden, oefeningen en ideeën en de handige bijlagen zijn gebruiksklaar te downloaden op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Het kriebelt dan ook om er onmiddellijk mee aan de slag te gaan."
Autisme Centraal, jrg. 32, nr. 6, blz. 9)
Annelies Snoeckx is pedagoge en werkt als teamcoördinator bij Het
Raster, een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme, met
vestigingen in Antwerpen, Turnhout, Leuven en Vilvoorde.
De directeur van Het Raster is Erik Buelens.
Superbrus, een megaklus. Begeleidingsprogramma voor brussen met een broer of zus met autisme.
Bij de begeleiding van gezinnen met personen met autisme nemen brussen, broers en zussen, een bijzondere plaats in. Vele ouders beseffen dit en uiten geregeld hun vragen en bezorgdheden rond de brussen. Brussen geven meermaals aan dat ze behoefte hebben aan ondersteuning.
Dit groepsprogramma voor brussen biedt een antwoord. Het beschrijft een reeks van elf grondig uitgewerkte bijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten wordt aan de hand van informatie, inleefoefeningen, thuisopdrachten, uitwisselingsmomenten, … op zoek gegaan naar wat autisme precies is. Er wordt ook stilgestaan bij wat het betekent om brus te zijn en hoe hiermee om te gaan. Naast de beschrijving van de bijeenkomsten bevat het boek een theoretisch kader en een werkmap voor de brussen zelf. Het programma is geschikt voor brussen van 9 tot 13 jaar en steunt op een jarenlange, positieve ervaring van een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme.
"Het bulkt van voorbeelden, oefeningen en ideeën en de handige bijlagen zijn gebruiksklaar te downloaden op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Het kriebelt dan ook om er onmiddellijk mee aan de slag te gaan."
Autisme Centraal, jrg. 32, nr. 6, blz. 9)
Annelies Snoeckx is pedagoge en werkt als teamcoördinator bij Het
Raster, een thuisbegeleidingsdienst voor mensen met autisme, met
vestigingen in Antwerpen, Turnhout, Leuven en Vilvoorde.
De directeur van Het Raster is Erik Buelens.
Beter ouder. Zorg voor de kwetsbare oudere. (Catharina-reeks, nr. 4)
In dit boek gaat het over zorg voor de oudere mens. Het gaat over kwetsbaarheid, over professionele zorg en mantelzorg, over zinbeleving en ethische vraagstukken. Een hogere leeftijd roept ook de vraag op naar de kwaliteit van het langer leven. Betekent ouder ook beter ouder? Vanuit diverse invalshoeken willen de auteurs inzichten aanreiken omtrent knelpunten in de ouderenzorg.
Het eerste deel, Achtergronden, biedt een sociologische verkenning van het begrip kwetsbaarheid. Vervolgens schetsen huisartsen een aantal uitdagingen ten aanzien van de zorg voor kwetsbare ouderen. Geriaters beschrijven de ontwikkeling van hun medisch specialisme. Alzheimer Nederland en de Vlaamse Alzheimer Liga gaan in op de complexe rol van mantelzorg bij dementerende ouderen en de initiatieven van deze organisaties om daarbij ondersteuning te bieden.
Kwetsbare ouderen staan ook letterlijk centraal in dit boek. Het tweede deel bevat Portretten in woord en beeld van kwetsbare ouderen en/in hun context. In elk portret komt een eigen thematiek naar voor: versnippering van zorg, accepteren en loslaten, het al dan niet voltooid zijn van het leven.
Het derde deel bestaat uit Beschouwingen. Spiritualiteit van zorg voor de kwetsbare
oudere krijgt concrete vertaling in het beleid van woonzorgcentra. Vanuit het
ethisch vraagstuk rondom doorbehandeling bij kwetsbare oudere patiënten, wordt
narratieve geneeskunde besproken als inspiratie om anders te leren omgaan met
de grenzen aan de maakbaarheid van het leven. Tenslotte wordt ingegaan op het
beleven van ouderdom als gelukkig, waardig en zinvol, waarbij onder meer verbondenheid
met anderen een bepalende factor is, net als het vermogen om als oudere
regie te houden.
Koen Jordens(geestelijk verzorger), Judith Wilmer (klinisch geriater), Frank van
de Poel (geestelijk verzorger) en Eric van de Laar (klinisch ethicus) werken in het
Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze publicatie.
Dit boek is het vierde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Beter ouder. Zorg voor de kwetsbare oudere. (Catharina-reeks, nr. 4)
In dit boek gaat het over zorg voor de oudere mens. Het gaat over kwetsbaarheid, over professionele zorg en mantelzorg, over zinbeleving en ethische vraagstukken. Een hogere leeftijd roept ook de vraag op naar de kwaliteit van het langer leven. Betekent ouder ook beter ouder? Vanuit diverse invalshoeken willen de auteurs inzichten aanreiken omtrent knelpunten in de ouderenzorg.
Het eerste deel, Achtergronden, biedt een sociologische verkenning van het begrip kwetsbaarheid. Vervolgens schetsen huisartsen een aantal uitdagingen ten aanzien van de zorg voor kwetsbare ouderen. Geriaters beschrijven de ontwikkeling van hun medisch specialisme. Alzheimer Nederland en de Vlaamse Alzheimer Liga gaan in op de complexe rol van mantelzorg bij dementerende ouderen en de initiatieven van deze organisaties om daarbij ondersteuning te bieden.
Kwetsbare ouderen staan ook letterlijk centraal in dit boek. Het tweede deel bevat Portretten in woord en beeld van kwetsbare ouderen en/in hun context. In elk portret komt een eigen thematiek naar voor: versnippering van zorg, accepteren en loslaten, het al dan niet voltooid zijn van het leven.
Het derde deel bestaat uit Beschouwingen. Spiritualiteit van zorg voor de kwetsbare
oudere krijgt concrete vertaling in het beleid van woonzorgcentra. Vanuit het
ethisch vraagstuk rondom doorbehandeling bij kwetsbare oudere patiënten, wordt
narratieve geneeskunde besproken als inspiratie om anders te leren omgaan met
de grenzen aan de maakbaarheid van het leven. Tenslotte wordt ingegaan op het
beleven van ouderdom als gelukkig, waardig en zinvol, waarbij onder meer verbondenheid
met anderen een bepalende factor is, net als het vermogen om als oudere
regie te houden.
Koen Jordens(geestelijk verzorger), Judith Wilmer (klinisch geriater), Frank van
de Poel (geestelijk verzorger) en Eric van de Laar (klinisch ethicus) werken in het
Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze publicatie.
Dit boek is het vierde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Project S. Relationele en seksuele vorming voor minderjarige anderstaligen.
Methodieken werden uitgedacht, uitgeprobeerd, herzien of herkaderd naar de doelgroepen toe. De boodschap wordt kracht bijgezet door veel visueel materiaal, talige ondersteuning en de didactische opbouw van het geheel. Het boek bevat ook een overzichtslijst van bruikbare materialen en randmethodieken. Via een weblink kan de gebruiker op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling van het Project. www.dl.garant-uitgevers.eu
Lieve Lenaerts studeerde rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en godsdienstwetenschappen aan het bisdom in Antwerpen. Ze doceert aan het HIVSET – Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint Elisabeth in Turnhout en richtte er DoorElkaar op, een expertisecentrum diversiteit, dat onder meer dit project uitwerkte voor de Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
Eva Joos volgde een lerarenopleiding en combineerde daarna een baan bij de Europese Commissie in Brussel met een masterstudie opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze is lerares godsdienstleer in de OKAN-afdeling van het HIVSET en ze is verbonden aan het HIVSETVormingscentrum.
Project S. Relationele en seksuele vorming voor minderjarige anderstaligen.
Methodieken werden uitgedacht, uitgeprobeerd, herzien of herkaderd naar de doelgroepen toe. De boodschap wordt kracht bijgezet door veel visueel materiaal, talige ondersteuning en de didactische opbouw van het geheel. Het boek bevat ook een overzichtslijst van bruikbare materialen en randmethodieken. Via een weblink kan de gebruiker op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling van het Project. www.dl.garant-uitgevers.eu
Lieve Lenaerts studeerde rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven en godsdienstwetenschappen aan het bisdom in Antwerpen. Ze doceert aan het HIVSET – Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint Elisabeth in Turnhout en richtte er DoorElkaar op, een expertisecentrum diversiteit, dat onder meer dit project uitwerkte voor de Onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers.
Eva Joos volgde een lerarenopleiding en combineerde daarna een baan bij de Europese Commissie in Brussel met een masterstudie opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Ze is lerares godsdienstleer in de OKAN-afdeling van het HIVSET en ze is verbonden aan het HIVSETVormingscentrum.
Karl Abraham. Freuds rots in de branding.
Karl Abraham (1877-1925) was de eerste psychoanalyticus in Duitsland, waar hij de psychoanalyse tot grote bloei heeft gebracht. Zijn klinisch-theoretische bijdragen werden al snel klassiekers die veel invloed hebben gehad op de psychoanalytische theorievorming. Hij was de eerste die een psychoanalytische theorie over depressie ontwierp, enkele jaren voordat ‘Trauer und Melancholie’ van Freud zou verschijnen.
Abraham was na Freud de belangrijkste analyticus van de psychoanalytische beweging, voorzitter van de IPA – International Psychoanalytic Association, voorzitter van de Berlijnse psychoanalytische vereniging en lid van het geheime comité. Hij is betrokken geweest bij een aantal grote conflicten die zich in de beginjaren van de psychoanalyse hebben afgespeeld, waarbij postuum de schuld nogal eens naar hem is geschoven. Zo kon het gebeuren dat Abraham, tijdens zijn leven zo gewaardeerd, na zijn dood regelmatig werd verguisd.
"Bentinck van Schoonheten heeft de Nedelandstalige lezer met deze uitgave een grote dienst bewezen"
De Leeswolf, jrg. 19, nr. 8, blz. 548-549)
"zij is er glansrijk in geslaagd om hem uit de schaduw te halen en hem te laten zien als originele en inspirerende analyticus"
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 20, nr. 2, blz. 150
Anna Bentinck van Schoonheten is psychoanalytica in Amsterdam.
Karl Abraham. Freuds rots in de branding.
Karl Abraham (1877-1925) was de eerste psychoanalyticus in Duitsland, waar hij de psychoanalyse tot grote bloei heeft gebracht. Zijn klinisch-theoretische bijdragen werden al snel klassiekers die veel invloed hebben gehad op de psychoanalytische theorievorming. Hij was de eerste die een psychoanalytische theorie over depressie ontwierp, enkele jaren voordat ‘Trauer und Melancholie’ van Freud zou verschijnen.
Abraham was na Freud de belangrijkste analyticus van de psychoanalytische beweging, voorzitter van de IPA – International Psychoanalytic Association, voorzitter van de Berlijnse psychoanalytische vereniging en lid van het geheime comité. Hij is betrokken geweest bij een aantal grote conflicten die zich in de beginjaren van de psychoanalyse hebben afgespeeld, waarbij postuum de schuld nogal eens naar hem is geschoven. Zo kon het gebeuren dat Abraham, tijdens zijn leven zo gewaardeerd, na zijn dood regelmatig werd verguisd.
"Bentinck van Schoonheten heeft de Nedelandstalige lezer met deze uitgave een grote dienst bewezen"
De Leeswolf, jrg. 19, nr. 8, blz. 548-549)
"zij is er glansrijk in geslaagd om hem uit de schaduw te halen en hem te laten zien als originele en inspirerende analyticus"
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 20, nr. 2, blz. 150
Anna Bentinck van Schoonheten is psychoanalytica in Amsterdam.
Van neuron tot afasie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 2)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in taal en spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit tweede boek, Van neuron tot afasie, vormt een bovenbouw op het eerste boek, Neuroanatomie en neurofysiologie, en bestaat uit twee delen.
Het eerste deel zoomt in op de neurofysiologische en klinische organisatie van auditieve, visuele, semantische en grammaticale verwerking in het logopedisch onderzoek en het tweede deel richt zich op bijzondere taalstoornissen.
De doelstelling
van de auteurs is fundamenteel wettenschappelijk onderzoek integreren
in principes van logopedische diagnostiek en behandeling.
Boek 1 - Neuroanatomie en neurofysiologie
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Universiteit Gent en het UZ Gent.
Patrick Santens, neuroloog, is verbonden aan het Departement Neurologie van het UZ Gent en is hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Van neuron tot afasie (Neurowetenschappen in taal en spraak – Boek 2)
De driedelige reeks Neurowetenschappen in taal en spraak biedt een geïntegreerd overzicht van neurolinguïstisch en neurofysiologisch onderzoek bij neurologische taal- en spraakproblemen.
Dit tweede boek, Van neuron tot afasie, vormt een bovenbouw op het eerste boek, Neuroanatomie en neurofysiologie, en bestaat uit twee delen.
Het eerste deel zoomt in op de neurofysiologische en klinische organisatie van auditieve, visuele, semantische en grammaticale verwerking in het logopedisch onderzoek en het tweede deel richt zich op bijzondere taalstoornissen.
De doelstelling
van de auteurs is fundamenteel wettenschappelijk onderzoek integreren
in principes van logopedische diagnostiek en behandeling.
Boek 1 - Neuroanatomie en neurofysiologie
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Miet De Letter is master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen en doctor in de Sociale Gezondheidswetenschappen. Ze is verbonden aan de Universiteit Gent en het UZ Gent.
Patrick Santens, neuroloog, is verbonden aan het Departement Neurologie van het UZ Gent en is hoogleraar aan de Universiteit Gent.
Leren niet verleren. Voor wie ouderen wil ondersteunen bij leren.
Levenslang leren kan ondersteund worden zowel door spontaan leren als door gerichte educatie. Hierbinnen staan doelen als ‘empowerment stimuleren’ en ‘participatie bevorderen’ centraal. Maar hoe zet je dit alles om in praktijk?
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Arlette Van Assel is maatschappelijk werkster en sociaal pedagoge. Ze heeft jarenlang gewerkt in de Geestelijke Gezondheidszorg, als preventiefunctionaris, als coördinator van projecten rond ouder-worden en als afdelingsmanager. Ze was actief betrokken bij het opzetten van geheugentrainingen in Vlaanderen en in Oost-Europa.
Powerpointpresentatie: Conferentie Leren niet verleren- dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
Leren niet verleren. Voor wie ouderen wil ondersteunen bij leren.
Levenslang leren kan ondersteund worden zowel door spontaan leren als door gerichte educatie. Hierbinnen staan doelen als ‘empowerment stimuleren’ en ‘participatie bevorderen’ centraal. Maar hoe zet je dit alles om in praktijk?
Els Messelis is maatschappelijk werkster en gerontologe, met expertise in psychosociale en educatieve gerontologie. Ze is als opleidingscoördinator en lector Seniorenconsulentenvorming verbonden aan de Hogere Leergangen voor Fiscale en Sociale Wetenschappen van de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Arlette Van Assel is maatschappelijk werkster en sociaal pedagoge. Ze heeft jarenlang gewerkt in de Geestelijke Gezondheidszorg, als preventiefunctionaris, als coördinator van projecten rond ouder-worden en als afdelingsmanager. Ze was actief betrokken bij het opzetten van geheugentrainingen in Vlaanderen en in Oost-Europa.
Powerpointpresentatie: Conferentie Leren niet verleren- dinsdag 18 december 2012
Overzicht van onze conferenties: www.hetboekenpodium.eu
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Kinderrechtenboek
De leerlingen van de Gentse Freinetschool Het Prisma zijn samen met hun begeleiders de auteurs van dit kijk- en leesboek over kinderrechten. Rechten die hen leren wat ze mogen en kunnen doen, maar ook plichten die hen vertellen hoe ze zich tot de anderen moeten gedragen.
Centraal staan kinderrechten die door de leerlingen via eigen illustraties worden verbeeld en in eigen interpretaties – opgetekend door hun begeleiders – worden verwoord.
Het boek is een uitstekend werkmiddel voor iedereen die te maken heeft met de opvoeding van kinderen, zowel thuis als op school. Het is tegelijk een aanzet om te filosoferen over kinderrechten.
Kinderrechtenboek
De leerlingen van de Gentse Freinetschool Het Prisma zijn samen met hun begeleiders de auteurs van dit kijk- en leesboek over kinderrechten. Rechten die hen leren wat ze mogen en kunnen doen, maar ook plichten die hen vertellen hoe ze zich tot de anderen moeten gedragen.
Centraal staan kinderrechten die door de leerlingen via eigen illustraties worden verbeeld en in eigen interpretaties – opgetekend door hun begeleiders – worden verwoord.
Het boek is een uitstekend werkmiddel voor iedereen die te maken heeft met de opvoeding van kinderen, zowel thuis als op school. Het is tegelijk een aanzet om te filosoferen over kinderrechten.
Latijnse grammatica. Derde, opnieuw herziene uitgave: 2012
Deze Latijnse grammatica is een vernieuwend naslagwerk met uitdrukkelijke aandacht voor de wetenschappelijke ontwikkelingen die gedurende meer dan een halve eeuw in de algemene en de Latijnse taalkunde hebben plaatsgevonden.
Dit werk onderscheidt zich door zijn coherente visie op de zin en zijn delen, gebaseerd op de syntaxis en de semantiek, eerder dan op de morfologie. Daarbij heeft het gezegde een centrale plaats gekregen en zijn de grammaticale termen nauwkeurig gedefinieerd.
Dit boek is niet gebaseerd op één bepaald wetenschappelijk model, maar heeft de traditionele kennis geïntegreerd in vernieuwde inzichten in taal. De duidelijke structurering van de taalverschijnselen zorgt ook voor een grotere didactische eenvoud en helderheid.
Dirk Panhuis studeerde klassieke filologie (Rijksuniversiteit Gent, 1963) en promoveerde in de taalkunde (University of Michigan, Ann Arbor, U.S.A., 1981). Hij was assistent en academisch secretaris van het Institut Supérieur Pédagogique in Kananga (D.R. Congo), en was verbonden aan het Departement Taalkunde van de University of Michigan in Ann Arbor. Hij doceerde klassieke talen aan Koninklijke Athenea in en rond Leuven en Diest tot zijn pensioen.
Latijnse grammatica. Derde, opnieuw herziene uitgave: 2012
Deze Latijnse grammatica is een vernieuwend naslagwerk met uitdrukkelijke aandacht voor de wetenschappelijke ontwikkelingen die gedurende meer dan een halve eeuw in de algemene en de Latijnse taalkunde hebben plaatsgevonden.
Dit werk onderscheidt zich door zijn coherente visie op de zin en zijn delen, gebaseerd op de syntaxis en de semantiek, eerder dan op de morfologie. Daarbij heeft het gezegde een centrale plaats gekregen en zijn de grammaticale termen nauwkeurig gedefinieerd.
Dit boek is niet gebaseerd op één bepaald wetenschappelijk model, maar heeft de traditionele kennis geïntegreerd in vernieuwde inzichten in taal. De duidelijke structurering van de taalverschijnselen zorgt ook voor een grotere didactische eenvoud en helderheid.
Dirk Panhuis studeerde klassieke filologie (Rijksuniversiteit Gent, 1963) en promoveerde in de taalkunde (University of Michigan, Ann Arbor, U.S.A., 1981). Hij was assistent en academisch secretaris van het Institut Supérieur Pédagogique in Kananga (D.R. Congo), en was verbonden aan het Departement Taalkunde van de University of Michigan in Ann Arbor. Hij doceerde klassieke talen aan Koninklijke Athenea in en rond Leuven en Diest tot zijn pensioen.
Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormen als wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissen is op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkeling te komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoende op gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangen samen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijke beperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertalige opvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van taalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissen ruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoek worden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecte en directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas
More Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wie
daarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,
zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More Antwerpen en aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Chris De Bal, bachelor in de Logopedie, is praktijklector aan dezelfde opleiding in Antwerpen en is verbonden aan Het GielsBos, een voorziening voor mensen met ernstig en diep verstandelijke beperkingen in Gierle.
Ellen Van Den Heuvel, master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen, is eveneens verbonden aan de opleiding in Antwerpen. Aan de KU Leuven verricht ze een doctoraatsonderzoek omtrent pragmatische taalprofielen bij kinderen met microdeletiesyndromen.
Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormen als wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissen is op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkeling te komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoende op gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangen samen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijke beperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertalige opvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling van taalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissen ruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoek worden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecte en directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas
More Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wie
daarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,
zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Eric Manders, doctor in de Logopedie en Audiologie, is deeltijds docent aan de Opleiding Logopedie en Audiologie van Thomas More Antwerpen en aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Chris De Bal, bachelor in de Logopedie, is praktijklector aan dezelfde opleiding in Antwerpen en is verbonden aan Het GielsBos, een voorziening voor mensen met ernstig en diep verstandelijke beperkingen in Gierle.
Ellen Van Den Heuvel, master in de Logopedische en Audiologische wetenschappen, is eveneens verbonden aan de opleiding in Antwerpen. Aan de KU Leuven verricht ze een doctoraatsonderzoek omtrent pragmatische taalprofielen bij kinderen met microdeletiesyndromen.
Dementie, het blikveld verruimd – Introductie in Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping (DCM)
Dementia Care Mapping brengt individueel gedrag en emoties van personen met dementie op een gestructureerde manier in kaart. Deze observatie geeft een beeld van het welbevinden van mensen. DCM is tevens een aangewezen instrument om de geboden relationele zorg objectief te analyseren en te verbeteren.
Theorie en praktijkvoorbeelden wisselen elkaar in dit boek af. Er worden tips aangereikt om op een respectvolle manier om te gaan met mensen waarvan nog te vaak wordt gedacht dat ze niet meer openstaan voor diepgaande interacties. Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping bieden nieuwe perspectieven om het welbevinden van mensen met dementie doorheen het hele ziekteproces te optimaliseren.
Hilde Vermeiren (°1956) werkt als coördinator van de vzw Anahata-Kennis en ervaringscentrum dementie. Zij is de drijvende kracht achter de verspreiding van DCM in België. Als trainer DCM is ze verbonden aan de Internationale Implementatiegroep DCM van de Universiteit van Bradford.
De verschillende hoofdstukken van het boek zijn vlot geschreven en onderbouwd met een combinatie van theoretische inzichten en tal van praktijkvoorbeelden. Het boek is daarom zeer geschikt als leidraad voor zowel iedereen die op een persoonsgerichte manier wenst om te gaan met ouderen met dementie. Daarnaast is het een aanrader voor zorgteams die de methode van DCM willen toepassen.
Psychiatrie & verpleging, jrg. 89, nr. 2, blz. 81
Dementie, het blikveld verruimd – Introductie in Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping (DCM)
Dementia Care Mapping brengt individueel gedrag en emoties van personen met dementie op een gestructureerde manier in kaart. Deze observatie geeft een beeld van het welbevinden van mensen. DCM is tevens een aangewezen instrument om de geboden relationele zorg objectief te analyseren en te verbeteren.
Theorie en praktijkvoorbeelden wisselen elkaar in dit boek af. Er worden tips aangereikt om op een respectvolle manier om te gaan met mensen waarvan nog te vaak wordt gedacht dat ze niet meer openstaan voor diepgaande interacties. Persoonsgerichte zorg en Dementia Care Mapping bieden nieuwe perspectieven om het welbevinden van mensen met dementie doorheen het hele ziekteproces te optimaliseren.
Hilde Vermeiren (°1956) werkt als coördinator van de vzw Anahata-Kennis en ervaringscentrum dementie. Zij is de drijvende kracht achter de verspreiding van DCM in België. Als trainer DCM is ze verbonden aan de Internationale Implementatiegroep DCM van de Universiteit van Bradford.
De verschillende hoofdstukken van het boek zijn vlot geschreven en onderbouwd met een combinatie van theoretische inzichten en tal van praktijkvoorbeelden. Het boek is daarom zeer geschikt als leidraad voor zowel iedereen die op een persoonsgerichte manier wenst om te gaan met ouderen met dementie. Daarnaast is het een aanrader voor zorgteams die de methode van DCM willen toepassen.
Psychiatrie & verpleging, jrg. 89, nr. 2, blz. 81
In de schaduw van het kunstwerk: Art-based learning in de praktijk
Aan de hand van drie triptieken laat de auteur zien hoe kunstwerken werken als een “sprekend object”.
Deze studie is bedoeld voor studenten en docenten theologie, filosofie en antropologie, theater- en filmwetenschap, literatuurwetenschap en (kunst)geschiedenis. De hier ontwikkelde methodiek is ook uitermate geschikt voor Artistic Research aan kunstacademies, theateracademies, conservatoria, film- en dansacademies.
Jeroen Lutters (1959) is Lector Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken aan de Hogeschool Windesheim en Rector van het Bernard Lievegoed Liberal Arts College in Driebergen.
Eerder verschenen van zijn hand: Het verloren paradijs van de adolescent (Indigo 1999) Adolescentie in Fictie: Caravaggio’s verbeelding van de adolescent (Agiel 2006) en De poëtische taal van de adolescent: over de schoonheid van het anders-zijn (Garant 2009).
In de schaduw van het kunstwerk: Art-based learning in de praktijk
Aan de hand van drie triptieken laat de auteur zien hoe kunstwerken werken als een “sprekend object”.
Deze studie is bedoeld voor studenten en docenten theologie, filosofie en antropologie, theater- en filmwetenschap, literatuurwetenschap en (kunst)geschiedenis. De hier ontwikkelde methodiek is ook uitermate geschikt voor Artistic Research aan kunstacademies, theateracademies, conservatoria, film- en dansacademies.
Jeroen Lutters (1959) is Lector Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken aan de Hogeschool Windesheim en Rector van het Bernard Lievegoed Liberal Arts College in Driebergen.
Eerder verschenen van zijn hand: Het verloren paradijs van de adolescent (Indigo 1999) Adolescentie in Fictie: Caravaggio’s verbeelding van de adolescent (Agiel 2006) en De poëtische taal van de adolescent: over de schoonheid van het anders-zijn (Garant 2009).
Hoogbegaafde kinderen, op school en thuis. Een gids voor ouders en leerkrachten
Om hun talenten maximaal te kunnen ontplooien, moeten hoogbegaafde kinderen vroegtijdig onderkend worden. Dan kunnen ze een begeleiding en stimulering op maat krijgen. De typische ontwikkelingsproblemen van hoogbegaafde kinderen en adolescenten komen uitvoerig aan de orde, net als de diverse versnellings- en verrijkingsmaatregelen die op school kunnen worden toegepast.
De basis van iedere opvoeding wordt in het gezin gelegd tijdens de vroege kinderjaren. Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich anders. Daarom is het belangrijk dat ouders zeer vroeg een goed inzicht verwerven in dit ontwikkelingsproces.
Dit boek rekent af met enkele hardnekkige vooroordelen over hoogbegaafdheid. Zoals: deze kinderen zullen er wel vanzelf komen; je houdt dit potje best gedekt, zo niet krijg je onhandelbare en arrogante jongeren; deze kinderen zijn in alles goed en halen steeds de beste resultaten.
Hoe verkeerd deze laatste opvatting wel is, wordt uitdrukkelijk behandeld in de hoofdstukken over onderpresteren. Nogal wat hoogbegaafde leerlingen worden onderpresteerders bij gebrek aan begrip en steun vanuit de omgeving. Dit proces is niet alleen dramatisch ter wille van de verminderde prestaties, maar vooral wegens het verwoestende effect op de persoonlijkheid van het kind.
Carl D’HONDT, orthopedagoog, is voorzitter van BEKINA–Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde VAN ROSSEN, psychologe, doceert aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.
Hoogbegaafde kinderen, op school en thuis. Een gids voor ouders en leerkrachten
Om hun talenten maximaal te kunnen ontplooien, moeten hoogbegaafde kinderen vroegtijdig onderkend worden. Dan kunnen ze een begeleiding en stimulering op maat krijgen. De typische ontwikkelingsproblemen van hoogbegaafde kinderen en adolescenten komen uitvoerig aan de orde, net als de diverse versnellings- en verrijkingsmaatregelen die op school kunnen worden toegepast.
De basis van iedere opvoeding wordt in het gezin gelegd tijdens de vroege kinderjaren. Hoogbegaafde kinderen ontwikkelen zich anders. Daarom is het belangrijk dat ouders zeer vroeg een goed inzicht verwerven in dit ontwikkelingsproces.
Dit boek rekent af met enkele hardnekkige vooroordelen over hoogbegaafdheid. Zoals: deze kinderen zullen er wel vanzelf komen; je houdt dit potje best gedekt, zo niet krijg je onhandelbare en arrogante jongeren; deze kinderen zijn in alles goed en halen steeds de beste resultaten.
Hoe verkeerd deze laatste opvatting wel is, wordt uitdrukkelijk behandeld in de hoofdstukken over onderpresteren. Nogal wat hoogbegaafde leerlingen worden onderpresteerders bij gebrek aan begrip en steun vanuit de omgeving. Dit proces is niet alleen dramatisch ter wille van de verminderde prestaties, maar vooral wegens het verwoestende effect op de persoonlijkheid van het kind.
Carl D’HONDT, orthopedagoog, is voorzitter van BEKINA–Begaafde Kinderen en Adolescenten.
Hilde VAN ROSSEN, psychologe, doceert aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen.




