Psychologie van de kunst. Een abecedarium / met voorwoord van Paul Verhaeghe en Arnon Grunberg
Een abecedarium is een gedicht waarvan elke regel of strofe begint met de opeenvolgende letters van het alfabet. De auteur koos opzettelijk deze fragmentarische vorm voor beschouwingen over de psychologie van de kunst. Zijn bedoeling is bestaande kaders open te breken en het denken in beweging te brengen of te houden. In het binnenwerk van de tekst blijven immers gaten en kieren uitgespaard waarlangs iets kan binnenglippen, inkruipen, flitsen of donderen. Dit zou moeten toelaten dat de geest van en voor de kunst wordt geopend en niet gesloten.
Met kunstwerken van Philip Aguirre Y Otegui, Michael Borremans, Jean-Marie Bytebier, Sidi Larbi Cherkaoui, Greet Desal, Johan Tahon, Koen Theys, Luc Tuymans, Philippe Vandenberg, Bruno Van den Bossche, Rinus Van de Velde, Jan Van Oost, Lieve Van Stappen.
Mark Kinet is psychiater. Hij is coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij is auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie, De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse en Psychopathologie van het hedendaags leven.
Psychologie van de kunst. Een abecedarium / met voorwoord van Paul Verhaeghe en Arnon Grunberg
Een abecedarium is een gedicht waarvan elke regel of strofe begint met de opeenvolgende letters van het alfabet. De auteur koos opzettelijk deze fragmentarische vorm voor beschouwingen over de psychologie van de kunst. Zijn bedoeling is bestaande kaders open te breken en het denken in beweging te brengen of te houden. In het binnenwerk van de tekst blijven immers gaten en kieren uitgespaard waarlangs iets kan binnenglippen, inkruipen, flitsen of donderen. Dit zou moeten toelaten dat de geest van en voor de kunst wordt geopend en niet gesloten.
Met kunstwerken van Philip Aguirre Y Otegui, Michael Borremans, Jean-Marie Bytebier, Sidi Larbi Cherkaoui, Greet Desal, Johan Tahon, Koen Theys, Luc Tuymans, Philippe Vandenberg, Bruno Van den Bossche, Rinus Van de Velde, Jan Van Oost, Lieve Van Stappen.
Mark Kinet is psychiater. Hij is coördinator van de reeks Psychoanalytisch Actueel en bestuurslid van de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij is auteur van o.a. Freud & co in de psychiatrie, De wetenschap van de liefde en de kunst van de computeranalyse en Psychopathologie van het hedendaags leven.
Zoek kennis van de wieg tot het graf
Er is geen religie die de laatste decennia zo in het licht staat als de islam. Gevreesd en gehaat door sommigen, begeerd door anderen. Zij blijft fascineren en is voortdurend onderwerp van gesprek.
Dit boek geeft een uitgebreid overzicht van belangrijke thema’s en discussies die spelen rond het islamitisch godsdienstonderwijs.
Wat zijn de doelstellingen van islamitische geloofsopvoeding en van islamitisch godsdienstonderwijs, in het bijzonder in de Nederlandse en Belgische context? Hoe kunnen deze doelstellingen het beste worden gerealiseerd? Wat betekent dit voor de huidige en volgende generatie moslims en voor de westerse samenleving waarin zij wonen?
De auteurs analyseren onder meer diverse ‘knopen’ in het beleid, ten aanzien van godsdienstonderwijs op school, de belangen van betrokken partijen, de implicaties van afzonderlijke islamitische scholen …
Kortom, deze uitgave is van belang voor iedereen die met godsdienstonderricht, levensbeschouwing, onderwijs en opvoeding van moslimjongeren te maken heeft.
"Dit boek is met recht een ''goede gids'' genoemd voor iedereen, moslim en niet-moslim, die te maken heeft met, of geïnteresseerd is in islamitisch godsdienstonderwijs in het bijzonder of religieus onderwijs in het algemeen."
Al Nisa - Islamitisch maandblad voor vrouwen (jrg. 32, nr. 12, blz. 30)
Dr. Arslan Karagül is in Ünye (Turkije) geboren. Hij woont sinds 1983 in Amsterdam. Na het Imam-Hatip Lyceum en de Theologische opleiding aan de Universiteit van Samsun wordt hij als mufti in dienst gesteld in Tasova-Turkije. In deze hoedanigheid voltooit hij de verdere training van Diyanet voor mufti’s en predikanten in Istanbul-Haseki. Na zijn masteropleiding aan de Universiteit van Amsterdam promoveert hij op islamitisch godsdienstonderwijs aan deze universiteit. Hij is nu docent Islamitische Geestelijke Verzorging en Pedagogiek aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Dr. Stella van de Wetering is in Nijmegen geboren. Zij studeerde Arabische taal en letterkunde, richting Islam aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op Onderwijs in de Eigen Taal en Cultuur aan Marokkaanse Kinderen in Nederland. Het OETC als resultante van een maatschappelijk krachtenspel. Vanuit het Centrum voor Interreligieus Leren bij de Vakgroep Sociaal-wetenschappenlijke vakken van de Faculteit der Godgeleerdheid te Utrecht verrichtte zij onderzoek naar de levensbeschouwelijke beleving van basisschoolleerlingen en de manier waarop scholen omgaan met morele en levensbeschouwelijke vorming van deze leerlingen. Nu is zij docent Arabisch en Islamitische Pedagogiek en Didactiek bij de tweedegraads lerarenopleiding Islam-Godsdienst van de Hogeschool Inholland in Amsterdam en is zij docent Arabisch aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Zoek kennis van de wieg tot het graf
Er is geen religie die de laatste decennia zo in het licht staat als de islam. Gevreesd en gehaat door sommigen, begeerd door anderen. Zij blijft fascineren en is voortdurend onderwerp van gesprek.
Dit boek geeft een uitgebreid overzicht van belangrijke thema’s en discussies die spelen rond het islamitisch godsdienstonderwijs.
Wat zijn de doelstellingen van islamitische geloofsopvoeding en van islamitisch godsdienstonderwijs, in het bijzonder in de Nederlandse en Belgische context? Hoe kunnen deze doelstellingen het beste worden gerealiseerd? Wat betekent dit voor de huidige en volgende generatie moslims en voor de westerse samenleving waarin zij wonen?
De auteurs analyseren onder meer diverse ‘knopen’ in het beleid, ten aanzien van godsdienstonderwijs op school, de belangen van betrokken partijen, de implicaties van afzonderlijke islamitische scholen …
Kortom, deze uitgave is van belang voor iedereen die met godsdienstonderricht, levensbeschouwing, onderwijs en opvoeding van moslimjongeren te maken heeft.
"Dit boek is met recht een ''goede gids'' genoemd voor iedereen, moslim en niet-moslim, die te maken heeft met, of geïnteresseerd is in islamitisch godsdienstonderwijs in het bijzonder of religieus onderwijs in het algemeen."
Al Nisa - Islamitisch maandblad voor vrouwen (jrg. 32, nr. 12, blz. 30)
Dr. Arslan Karagül is in Ünye (Turkije) geboren. Hij woont sinds 1983 in Amsterdam. Na het Imam-Hatip Lyceum en de Theologische opleiding aan de Universiteit van Samsun wordt hij als mufti in dienst gesteld in Tasova-Turkije. In deze hoedanigheid voltooit hij de verdere training van Diyanet voor mufti’s en predikanten in Istanbul-Haseki. Na zijn masteropleiding aan de Universiteit van Amsterdam promoveert hij op islamitisch godsdienstonderwijs aan deze universiteit. Hij is nu docent Islamitische Geestelijke Verzorging en Pedagogiek aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Dr. Stella van de Wetering is in Nijmegen geboren. Zij studeerde Arabische taal en letterkunde, richting Islam aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op Onderwijs in de Eigen Taal en Cultuur aan Marokkaanse Kinderen in Nederland. Het OETC als resultante van een maatschappelijk krachtenspel. Vanuit het Centrum voor Interreligieus Leren bij de Vakgroep Sociaal-wetenschappenlijke vakken van de Faculteit der Godgeleerdheid te Utrecht verrichtte zij onderzoek naar de levensbeschouwelijke beleving van basisschoolleerlingen en de manier waarop scholen omgaan met morele en levensbeschouwelijke vorming van deze leerlingen. Nu is zij docent Arabisch en Islamitische Pedagogiek en Didactiek bij de tweedegraads lerarenopleiding Islam-Godsdienst van de Hogeschool Inholland in Amsterdam en is zij docent Arabisch aan het Centrum voor Islamitische Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Goedgevoel verhalen van kleine Victor (NL versie)
De ‘Goedgevoel verhalen van kleine Victor’ is een voorlees- en kijkboek voor kinderen van 4 tot 8 jaar en voor iedereen die houdt van fantasie.
In de verhalen ontdekt Victor verschillende leuke en minder leuke gevoelens. Hij benoemt de gevoelens met de kleuren groen en rood. Je zult snel ontdekken dat het bolletje op zijn oranje muts soms groen en soms rood kleurt. Victor gaat altijd op zoek naar positieve oplossingen en alternatieven. Alle verhalen eindigen met een fijn ‘groen’ gevoel.
Dit voorleesboek is geïnspireerd op de schoolvoorstelling ‘Victor en zijn Goedgevoel Machine’ van School Zonder Pesten. Het boek kan een mooie meerwaarde bieden bij dit project, maar kinderen kunnen ook los daarvan genieten van de verhalen. Ook thuis of bij oma en opa verdient dit boek zeker een plaatsje.
Laat je onderdompelen in de wereld van Victor en geniet samen
met de kinderen van zijn verhalen en gedichten.
Goedgevoel verhalen van kleine Victor (NL versie)
De ‘Goedgevoel verhalen van kleine Victor’ is een voorlees- en kijkboek voor kinderen van 4 tot 8 jaar en voor iedereen die houdt van fantasie.
In de verhalen ontdekt Victor verschillende leuke en minder leuke gevoelens. Hij benoemt de gevoelens met de kleuren groen en rood. Je zult snel ontdekken dat het bolletje op zijn oranje muts soms groen en soms rood kleurt. Victor gaat altijd op zoek naar positieve oplossingen en alternatieven. Alle verhalen eindigen met een fijn ‘groen’ gevoel.
Dit voorleesboek is geïnspireerd op de schoolvoorstelling ‘Victor en zijn Goedgevoel Machine’ van School Zonder Pesten. Het boek kan een mooie meerwaarde bieden bij dit project, maar kinderen kunnen ook los daarvan genieten van de verhalen. Ook thuis of bij oma en opa verdient dit boek zeker een plaatsje.
Laat je onderdompelen in de wereld van Victor en geniet samen
met de kinderen van zijn verhalen en gedichten.
Zelfverwonding bij jongeren. Een gids voor ouders, leerkrachten, leerlingenbegeleiders ouders en vrienden
Uit recent Europees onderzoek blijkt dat het aantal jongeren dat zichzelf verwondt, toeneemt. Ook scholen en andere organisaties hebben bijgevolg meer en meer te maken met het fenomeen. Voor leerkrachten en leerlingenbegeleiders is het niet gemakkelijk om hiermee om te gaan. Ouders en vrienden weten zich meestal ook geen raad en voelen zich onmachtig wanneer ze geconfronteerd worden met een jongere die zichzelf verwondt.
De eerste opvang en blijvende steun door direct betrokkenen blijkt van groot belang te zijn in het hulpverleningsproces. Als zij beschikken over de juiste informatie en praktische handvatten hebben, die gebaseerd zijn op een oplossingsgericht model, kunnen ouders, school en vrienden van onschatbare waarde zijn voor deze jongeren. Zo hebben zij onder meer behoefte aan ondersteuning om te kunnen reageren op de zogenaamde ‘krasepidemies’. Een school kan rond dit thema een efficiënte, preventieve taak vervullen.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nadine Callens, maatschappelijk assistente, is verbonden aan het VCLB – Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Oostende en aan de Provinciale Vormingscel WestVlaanderen. Als zelfstandig nascholer, gevestigd in De Haan, geeft ze ook trainingen in oplossingsgerichte gespreksvoering en voordrachten rond diverse psychosociale thema’s.
Zelfverwonding bij jongeren. Een gids voor ouders, leerkrachten, leerlingenbegeleiders ouders en vrienden
Uit recent Europees onderzoek blijkt dat het aantal jongeren dat zichzelf verwondt, toeneemt. Ook scholen en andere organisaties hebben bijgevolg meer en meer te maken met het fenomeen. Voor leerkrachten en leerlingenbegeleiders is het niet gemakkelijk om hiermee om te gaan. Ouders en vrienden weten zich meestal ook geen raad en voelen zich onmachtig wanneer ze geconfronteerd worden met een jongere die zichzelf verwondt.
De eerste opvang en blijvende steun door direct betrokkenen blijkt van groot belang te zijn in het hulpverleningsproces. Als zij beschikken over de juiste informatie en praktische handvatten hebben, die gebaseerd zijn op een oplossingsgericht model, kunnen ouders, school en vrienden van onschatbare waarde zijn voor deze jongeren. Zo hebben zij onder meer behoefte aan ondersteuning om te kunnen reageren op de zogenaamde ‘krasepidemies’. Een school kan rond dit thema een efficiënte, preventieve taak vervullen.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Nadine Callens, maatschappelijk assistente, is verbonden aan het VCLB – Vrij Centrum voor Leerlingbegeleiding in Oostende en aan de Provinciale Vormingscel WestVlaanderen. Als zelfstandig nascholer, gevestigd in De Haan, geeft ze ook trainingen in oplossingsgerichte gespreksvoering en voordrachten rond diverse psychosociale thema’s.
Landschapsontwerp in Vlaanderen. Landschap als narratief en integrerend medium in de ruimtelijke ontwerppraktijk
Vlaanderen kent een grote diversiteit aan landschappen met een extreme overlapping tussen platteland en stad en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit. Deze regio vormt daarom bij uitstek een boeiend laboratorium voor onderzoek, opleiding en praktijk in landschapsontwerp. Toch is landschapsontwerp hier opvallend minder geprofessionaliseerd of verankerd dan in vele andere Europese landen. De invloed ervan op het ruimtelijk beleid is klein en ook in een internationale context lijkt het Vlaamse landschapsontwerp zich maar moeizaam te kunnen positioneren.
Dit boek schetst eerst in hoofdlijnen hoe de professionalisering en institutionalisering van het landschapsontwerp zich in Vlaanderen historisch heeft verdergezet. Daarna toont het aan dat verschillende interpretaties van landschap het hedendaagse ruimtelijk ontwerp van publieke ruimten bevruchten en hoe landschap hier als een narratief medium gebruik van maakt. Het verduidelijkt dat landschap - in overeenstemming met de holistische benadering in de Europese Landschapsconventie - een kneedbaar, multidimensionaal en integrerend concept is dat door ontwerpers wordt geïnterpreteerd vanuit de eigen perceptie en in functie van specifieke instrumenten of acties. Deze bevindingen leiden tot reflecties over de identiteit en de rol van landschapsontwerp in Vlaanderen en in internationale context.
Het manuscript biedt binnen de literatuur rond ruimtelijk ontwerp in Vlaanderen belangrijke
en vernieuwende inzichten. Door de multidisciplinaire benadering zal het
landschapsarchitecten, architecten, ruimtelijk planners en stedenbouwkundigen aanspreken,
maar ook aanverwante disciplines, zoals geografen, historici of biologen. Door
zijn focus op het werkveld, de ontwerppraktijk en beleidsrepercussies bevat het insteken
voor zowel praktiserende ontwerpers, onderzoekers, lesgevers als beleidsmedewerkers.
Bovendien is het basislectuur rond landschapsontwerp voor studenten van
diverse ontwerpopleidingen, zoals landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw
en ruimtelijke planning.
Sylvie Van Damme is licentiate in de Geografie (1993), licentiate in de Stedenbouw
en Ruimtelijke Ordening (1995), geaggregeerde in de Geografie (1995) en doctor in
de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning (2013). Ze is verbonden aan de Vakgroep
Architectonisch Ontwerp van de School of Arts van Hogeschool Gent. Ze geeft er les
en is actief in onderzoek en dienstverlening. Ze is ook voorzitter van de Gemeentelijke
Commissie voor Ruimtelijke Ordening van Sint-Lievens-Houtem, lid van de redactieraad
van Ruimte, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning en van
diverse netwerken.
Landschapsontwerp in Vlaanderen. Landschap als narratief en integrerend medium in de ruimtelijke ontwerppraktijk
Vlaanderen kent een grote diversiteit aan landschappen met een extreme overlapping tussen platteland en stad en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit. Deze regio vormt daarom bij uitstek een boeiend laboratorium voor onderzoek, opleiding en praktijk in landschapsontwerp. Toch is landschapsontwerp hier opvallend minder geprofessionaliseerd of verankerd dan in vele andere Europese landen. De invloed ervan op het ruimtelijk beleid is klein en ook in een internationale context lijkt het Vlaamse landschapsontwerp zich maar moeizaam te kunnen positioneren.
Dit boek schetst eerst in hoofdlijnen hoe de professionalisering en institutionalisering van het landschapsontwerp zich in Vlaanderen historisch heeft verdergezet. Daarna toont het aan dat verschillende interpretaties van landschap het hedendaagse ruimtelijk ontwerp van publieke ruimten bevruchten en hoe landschap hier als een narratief medium gebruik van maakt. Het verduidelijkt dat landschap - in overeenstemming met de holistische benadering in de Europese Landschapsconventie - een kneedbaar, multidimensionaal en integrerend concept is dat door ontwerpers wordt geïnterpreteerd vanuit de eigen perceptie en in functie van specifieke instrumenten of acties. Deze bevindingen leiden tot reflecties over de identiteit en de rol van landschapsontwerp in Vlaanderen en in internationale context.
Het manuscript biedt binnen de literatuur rond ruimtelijk ontwerp in Vlaanderen belangrijke
en vernieuwende inzichten. Door de multidisciplinaire benadering zal het
landschapsarchitecten, architecten, ruimtelijk planners en stedenbouwkundigen aanspreken,
maar ook aanverwante disciplines, zoals geografen, historici of biologen. Door
zijn focus op het werkveld, de ontwerppraktijk en beleidsrepercussies bevat het insteken
voor zowel praktiserende ontwerpers, onderzoekers, lesgevers als beleidsmedewerkers.
Bovendien is het basislectuur rond landschapsontwerp voor studenten van
diverse ontwerpopleidingen, zoals landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw
en ruimtelijke planning.
Sylvie Van Damme is licentiate in de Geografie (1993), licentiate in de Stedenbouw
en Ruimtelijke Ordening (1995), geaggregeerde in de Geografie (1995) en doctor in
de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning (2013). Ze is verbonden aan de Vakgroep
Architectonisch Ontwerp van de School of Arts van Hogeschool Gent. Ze geeft er les
en is actief in onderzoek en dienstverlening. Ze is ook voorzitter van de Gemeentelijke
Commissie voor Ruimtelijke Ordening van Sint-Lievens-Houtem, lid van de redactieraad
van Ruimte, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning en van
diverse netwerken.
Emosan – Emotie en neurocommunicatie
Waarom kan meer informatie leiden tot minder communicatie? Waarom is gebrek aan ‘echte’ communicatie de meest gehoorde klacht bij organisaties en in het bedrijfsleven? Waarom ontstaan er zo veel communicatiestoringen en emotionele conflicten? Welke opportuniteiten kunnen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen bieden? Wat gebeurt er in onze hersenen als we communiceren? Wat is het echte belang van emoties in interpersoonlijke relaties en in onze intermenselijke communicatie?
Emosan is een baanbrekend en grensverleggend boek dat vanuit recent wetenschappelijk onderzoek rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel, nieuwe en vaak spectaculaire inzichten biedt en de effectiviteit verhoogt van onze dagelijkse communicatie, zowel in onze persoonlijke relaties als in onze communicatie binnen een bedrijfs- of organisatieomgeving. Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. Emosan staat dus voor respect voor onze eigen emoties en die van onze gesprekspartners. Neurocommunicatie wordt in dit boek gedefinieerd als het aanpassen van onze manier van communiceren aan wat er onbewust gebeurt in de hersenen van onze gesprekspartner op het moment dat we met hem of haar communiceren.
Emosan. Emotie en neurocommunicatie biedt vanuit het emosan-referentiekader een praktische tool om op basis van ons gevoel snel de emoties van onze gesprekspartner te herkennen en ons op een emotioneel-effectieve manier aan te passen, zodat communicatiestoringen en emotionele conflicten tot een minimum herleid worden en beide gesprekspartners er een goed gevoel aan overhouden.
Christian Henrard is civiel (burgerlijk) ingenieur en MBA (KU Leuven). Al meer dan 25 jaar is hij actief als management consultant. Hij startte zijn carrière in marketing en sales bij Unilever en BP Nutrition. Een van de deelnemers aan zijn Emosan-workshops omschreef hem als: “Een hersenresearcher die toevallig ook management consultant is.”
Emosan – Emotie en neurocommunicatie
Waarom kan meer informatie leiden tot minder communicatie? Waarom is gebrek aan ‘echte’ communicatie de meest gehoorde klacht bij organisaties en in het bedrijfsleven? Waarom ontstaan er zo veel communicatiestoringen en emotionele conflicten? Welke opportuniteiten kunnen verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen bieden? Wat gebeurt er in onze hersenen als we communiceren? Wat is het echte belang van emoties in interpersoonlijke relaties en in onze intermenselijke communicatie?
Emosan is een baanbrekend en grensverleggend boek dat vanuit recent wetenschappelijk onderzoek rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel, nieuwe en vaak spectaculaire inzichten biedt en de effectiviteit verhoogt van onze dagelijkse communicatie, zowel in onze persoonlijke relaties als in onze communicatie binnen een bedrijfs- of organisatieomgeving. Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. Emosan staat dus voor respect voor onze eigen emoties en die van onze gesprekspartners. Neurocommunicatie wordt in dit boek gedefinieerd als het aanpassen van onze manier van communiceren aan wat er onbewust gebeurt in de hersenen van onze gesprekspartner op het moment dat we met hem of haar communiceren.
Emosan. Emotie en neurocommunicatie biedt vanuit het emosan-referentiekader een praktische tool om op basis van ons gevoel snel de emoties van onze gesprekspartner te herkennen en ons op een emotioneel-effectieve manier aan te passen, zodat communicatiestoringen en emotionele conflicten tot een minimum herleid worden en beide gesprekspartners er een goed gevoel aan overhouden.
Christian Henrard is civiel (burgerlijk) ingenieur en MBA (KU Leuven). Al meer dan 25 jaar is hij actief als management consultant. Hij startte zijn carrière in marketing en sales bij Unilever en BP Nutrition. Een van de deelnemers aan zijn Emosan-workshops omschreef hem als: “Een hersenresearcher die toevallig ook management consultant is.”
Waarheid, durven… trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 7)
In de media, in scholen en bij vertrouwenscentra kindermishandeling komen er de
laatste tijd meer en meer situaties aan het licht van seksueel grensoverschrijdend
gedrag door kinderen en jongeren op andere kinderen.
Dergelijke gebeurtenissen lokken heftige reacties uit bij ouders, opvoeders en de
omgeving zoals onder meer uit de media blijkt.
Achter deze onthutsende feiten gaan steeds verschillende verhalen schuil : het
verhaal van de betekenis voor jongeren en hun ontwikkeling, het verhaal van de
impact op ouders en het verhaal van het tumult op de school. Dit boek besteedt
ruim aandacht aan de effecten van het seksueel grensoverschrijdend gedrag op
alle betrokken partijen.
Deze verschillende verhalen getuigen allemaal van verwarrende emoties en complexe
dynamieken. Er spelen soortgelijke parallelle processen bij kinderen, ouders
en scholen. Juist deze gemeenschappelijke processen bieden de mogelijkheid om
op zoek te gaan naar herkenning en verbinding.
Gegroeid vanuit de praktijk en de ervaringen van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling
gaat het boek verder in op hulp én kansen op herstel voor kinderen,
ouders en hun omgeving.
Stef Anthoni is Algemeen Directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen. Inge Vanderstraete is medisch directeur op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen. Els Swolfs is coördinator op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Turnhout.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Waarheid, durven… trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 7)
In de media, in scholen en bij vertrouwenscentra kindermishandeling komen er de
laatste tijd meer en meer situaties aan het licht van seksueel grensoverschrijdend
gedrag door kinderen en jongeren op andere kinderen.
Dergelijke gebeurtenissen lokken heftige reacties uit bij ouders, opvoeders en de
omgeving zoals onder meer uit de media blijkt.
Achter deze onthutsende feiten gaan steeds verschillende verhalen schuil : het
verhaal van de betekenis voor jongeren en hun ontwikkeling, het verhaal van de
impact op ouders en het verhaal van het tumult op de school. Dit boek besteedt
ruim aandacht aan de effecten van het seksueel grensoverschrijdend gedrag op
alle betrokken partijen.
Deze verschillende verhalen getuigen allemaal van verwarrende emoties en complexe
dynamieken. Er spelen soortgelijke parallelle processen bij kinderen, ouders
en scholen. Juist deze gemeenschappelijke processen bieden de mogelijkheid om
op zoek te gaan naar herkenning en verbinding.
Gegroeid vanuit de praktijk en de ervaringen van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling
gaat het boek verder in op hulp én kansen op herstel voor kinderen,
ouders en hun omgeving.
Stef Anthoni is Algemeen Directeur van het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling in Antwerpen. Inge Vanderstraete is medisch directeur op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen. Els Swolfs is coördinator op het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Turnhout.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Aan de slag met je klas – Een oplossingsgerichte kijk op leraar zijn: tips, praktijkvoorbeelden en reflectiemomenten
Hoe slaag jij als leraar erin om het beste uit je leerlingen naar boven te halen? Welke troeven zet je in om je leerlingen in beweging te brengen? Wil je als leraar te weten komen wat jouw unieke kwaliteiten zijn? Hoe ga je om met een veranderend mensbeeld en maatschappelijke invloeden? Hoe blijf je als leraar en als mens overeind in de klas?
Dit boek laat leraren reflecteren over deze en andere vragen. Met de concrete tips, suggesties en bruikbare tools kan elke leraar onmiddellijk aan de slag. De oplossingsgerichte kijk op onderwijs biedt vele, brede groeikansen aan leraren.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Liesbet Moortgat studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en volgde een lerarenopleiding. Daarnaast is ze opgeleid in “Oplossingsgerichte cognitieve en systeemtherapie” aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze heeft ondertussen meer dan vijftien jaar onderwijservaring als leraar, praktijk- en stagebegeleider. Momenteel werkt ze als leerbegeleider in een secundaire school, waar ze leerlingen, leraren en ouders coacht bij wie het leerproces van jongeren centraal staat. Daarnaast heeft ze in Deinze een eigen praktijk, waarin ze individuen, gezinnen en teams coacht bij veranderingsprocessen (www.liesbetmoortgat.be).
Aan de slag met je klas – Een oplossingsgerichte kijk op leraar zijn: tips, praktijkvoorbeelden en reflectiemomenten
Hoe slaag jij als leraar erin om het beste uit je leerlingen naar boven te halen? Welke troeven zet je in om je leerlingen in beweging te brengen? Wil je als leraar te weten komen wat jouw unieke kwaliteiten zijn? Hoe ga je om met een veranderend mensbeeld en maatschappelijke invloeden? Hoe blijf je als leraar en als mens overeind in de klas?
Dit boek laat leraren reflecteren over deze en andere vragen. Met de concrete tips, suggesties en bruikbare tools kan elke leraar onmiddellijk aan de slag. De oplossingsgerichte kijk op onderwijs biedt vele, brede groeikansen aan leraren.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Liesbet Moortgat studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en volgde een lerarenopleiding. Daarnaast is ze opgeleid in “Oplossingsgerichte cognitieve en systeemtherapie” aan het Korzybski-instituut in Brugge. Ze heeft ondertussen meer dan vijftien jaar onderwijservaring als leraar, praktijk- en stagebegeleider. Momenteel werkt ze als leerbegeleider in een secundaire school, waar ze leerlingen, leraren en ouders coacht bij wie het leerproces van jongeren centraal staat. Daarnaast heeft ze in Deinze een eigen praktijk, waarin ze individuen, gezinnen en teams coacht bij veranderingsprocessen (www.liesbetmoortgat.be).
Grammatica van de Nederlandse zin (Achtste, gewijzigde druk: 2013)
Dit boek behandelt de grammaticale structuur van de Nederlandse zin. Dat gebeurt aan de hand van de ontleding in zinsdelen, die stuk voor stuk een bespreking krijgen. Niet alleen de onderlinge relaties tussen de zinsdelen maar ook de inwendige structuur of binnenbouw van de constituenten krijgt aandacht. De opbouw van de zin wordt zo inzichtelijk mogelijk gemaakt vanuit een valentietheoretisch uitgangspunt, met aandacht voor de rol van referentie en predicatie.
Bij de behandeling van de woordvolgorde wordt de syntactische benadering aangevuld met overwegingen van semantische en pragmatische aard. Behalve van de enkelvoudige zin en van de zinsconstituenten biedt het boek ook een overzicht van de samengestelde zin, met speciale aandacht voor de types bijzinnen.
Met het oog op de didactische bruikbaarheid wordt systematisch aandacht
besteed aan technieken die kunnen helpen bij de analyse van concrete zinnen.
Het boek is in de eerste plaats als studieboek bedoeld in de bachelorjaren
van taal- en vertaalopleidingen.
Willy Vandeweghe is erehoogleraar Nederlands van het Departement Vertaalkunde
van de Hogeschool Gent. Hij is momenteel vast secretaris bij de
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL).
De medewerkers
Magda Devos is ereprofessor Nederlandse Taalkunde van de Universiteit
Gent, en Fons De Meersman is erehoogleraar Nederlands aan het Departement
Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
Grammatica van de Nederlandse zin (Achtste, gewijzigde druk: 2013)
Dit boek behandelt de grammaticale structuur van de Nederlandse zin. Dat gebeurt aan de hand van de ontleding in zinsdelen, die stuk voor stuk een bespreking krijgen. Niet alleen de onderlinge relaties tussen de zinsdelen maar ook de inwendige structuur of binnenbouw van de constituenten krijgt aandacht. De opbouw van de zin wordt zo inzichtelijk mogelijk gemaakt vanuit een valentietheoretisch uitgangspunt, met aandacht voor de rol van referentie en predicatie.
Bij de behandeling van de woordvolgorde wordt de syntactische benadering aangevuld met overwegingen van semantische en pragmatische aard. Behalve van de enkelvoudige zin en van de zinsconstituenten biedt het boek ook een overzicht van de samengestelde zin, met speciale aandacht voor de types bijzinnen.
Met het oog op de didactische bruikbaarheid wordt systematisch aandacht
besteed aan technieken die kunnen helpen bij de analyse van concrete zinnen.
Het boek is in de eerste plaats als studieboek bedoeld in de bachelorjaren
van taal- en vertaalopleidingen.
Willy Vandeweghe is erehoogleraar Nederlands van het Departement Vertaalkunde
van de Hogeschool Gent. Hij is momenteel vast secretaris bij de
Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL).
De medewerkers
Magda Devos is ereprofessor Nederlandse Taalkunde van de Universiteit
Gent, en Fons De Meersman is erehoogleraar Nederlands aan het Departement
Vertaalkunde van de Hogeschool Gent.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De burger is moe. Symptoom, syndroom en cultuurfenomeen
In pakweg vijftig jaar evolueerde onze maatschappij naar een interactieve samenleving, waar zowat alles binnen het bereik ligt. De creatieve postmoderne burger leeft hectisch en spendeert en ontwikkelt intussen flexibele strategieën om te functioneren én te onthaasten. In onze contreien heeft de burger het niet slecht en zou hij dus gelukkig moeten zijn. En toch is de burger niet altijd tevreden en vooral moe.
Moe zijn is een veelgehoorde klacht. Moe zijn hoort bij ziekte, maar ook bij het affectieve leven en is soms een metafoor. Bovendien lijkt het of het vermoeidheidsentiment los staat van alle evolutie. In dit boek volgen we enkele lotgevallen van chronische vermoeidheid. Chronische vermoeidheid scheerde hoge toppen ten tijde van Freud’s theorie omtrent de moderne nervositeit en is vandaag nog steeds razend actueel. Dit boek zet diverse verklaringen van vermoeidheid op een rijtje. Het bespreekt diverse oorzakelijke theorieën en de effecten ervan op het maatschappelijke debat. Ten slotte gaat het in op de invloed van het geldende sociale discours en haar actoren op de presentatie en de benadering van affectieve klachten.
Jan Vandenbergen is arts en psycholoog. Hij studeerde psychoanalytische psychotherapie bij Paul Verhaeghe en Filip Geerardyn (UGent) en werkt als sociaal verzekeringsgeneeskundige. Vanuit het medische en sociaalpsychologische perspectief bestudeert hij de effecten van de westerse cultuur op het psychische welzijn.
De burger is moe. Symptoom, syndroom en cultuurfenomeen
In pakweg vijftig jaar evolueerde onze maatschappij naar een interactieve samenleving, waar zowat alles binnen het bereik ligt. De creatieve postmoderne burger leeft hectisch en spendeert en ontwikkelt intussen flexibele strategieën om te functioneren én te onthaasten. In onze contreien heeft de burger het niet slecht en zou hij dus gelukkig moeten zijn. En toch is de burger niet altijd tevreden en vooral moe.
Moe zijn is een veelgehoorde klacht. Moe zijn hoort bij ziekte, maar ook bij het affectieve leven en is soms een metafoor. Bovendien lijkt het of het vermoeidheidsentiment los staat van alle evolutie. In dit boek volgen we enkele lotgevallen van chronische vermoeidheid. Chronische vermoeidheid scheerde hoge toppen ten tijde van Freud’s theorie omtrent de moderne nervositeit en is vandaag nog steeds razend actueel. Dit boek zet diverse verklaringen van vermoeidheid op een rijtje. Het bespreekt diverse oorzakelijke theorieën en de effecten ervan op het maatschappelijke debat. Ten slotte gaat het in op de invloed van het geldende sociale discours en haar actoren op de presentatie en de benadering van affectieve klachten.
Jan Vandenbergen is arts en psycholoog. Hij studeerde psychoanalytische psychotherapie bij Paul Verhaeghe en Filip Geerardyn (UGent) en werkt als sociaal verzekeringsgeneeskundige. Vanuit het medische en sociaalpsychologische perspectief bestudeert hij de effecten van de westerse cultuur op het psychische welzijn.
Obesity and pregnancy. An epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective.
Maternal obesity and excessive gestational weight gain are both important health care issues contributing to increased perinatal complications in the short, medium and long term for both the mother and her infant.
The epidemiological and psychological characteristics of maternal obesity and related socio-demographic and obstetrical correlates, provide evidence for a tailored weight management strategy for obese women before, during and after a pregnancy.
In this doctoral thesis, we identify socio-demographic, obstetrical and psychological characteristics of maternal obesity, we find evidence for beneficial outcomes of a lifestyle intervention programme in obese pregnant women, and we find support for longer term perinatal complications with postpartum weight retention between the first and second pregnancy.
Further development and implementation of preconception
programmes based on a bio-psycho-social model that explicitly recognizes the
individual needs and interacting lifestyle factors in obese women of reproductive
age in order to prevent pre-pregnancy obesity, excessive gestational weight gain and
postpartum weight retention is a challenge for the near future.
Annick Bogaerts obtained her bachelor degree in Midwifery in 1989 at the
‘Provinciaal Instituut voor Verpleegkunde’ Hasselt. In 1989 she started working as
a midwife at the maternity and delivery ward of Salvator Ziekenhuis, Hasselt. In
1996, she completed her master degree ‘Licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen’
and started to combine working as a midwife in the hospital with teaching at KHLim,
Catholic University College in midwifery education. In 1999, she completed
a ‘postgraduaat neonatologie’. In 2002, she left clinical practice to continue working
as a lecturer in midwifery education. In 2007, she started a PWO (Projectmatig
Wetenschappelijk Onderzoek) – project about Obesity and Pregnancy at KHLim
and PHL, Limburg University College, dpt Healthcare Research, under the supervision
of Ingrid Witters. In 2010, she started her PhD project under the supervision of
Roland Devlieger (KU Leuven/UZ Leuven) and Bea Van den Bergh (Universiteit van
Tilburg).
Obesity and pregnancy. An epidemiological and intervention study from a psychosocial perspective.
Maternal obesity and excessive gestational weight gain are both important health care issues contributing to increased perinatal complications in the short, medium and long term for both the mother and her infant.
The epidemiological and psychological characteristics of maternal obesity and related socio-demographic and obstetrical correlates, provide evidence for a tailored weight management strategy for obese women before, during and after a pregnancy.
In this doctoral thesis, we identify socio-demographic, obstetrical and psychological characteristics of maternal obesity, we find evidence for beneficial outcomes of a lifestyle intervention programme in obese pregnant women, and we find support for longer term perinatal complications with postpartum weight retention between the first and second pregnancy.
Further development and implementation of preconception
programmes based on a bio-psycho-social model that explicitly recognizes the
individual needs and interacting lifestyle factors in obese women of reproductive
age in order to prevent pre-pregnancy obesity, excessive gestational weight gain and
postpartum weight retention is a challenge for the near future.
Annick Bogaerts obtained her bachelor degree in Midwifery in 1989 at the
‘Provinciaal Instituut voor Verpleegkunde’ Hasselt. In 1989 she started working as
a midwife at the maternity and delivery ward of Salvator Ziekenhuis, Hasselt. In
1996, she completed her master degree ‘Licentiaat Medisch-Sociale Wetenschappen’
and started to combine working as a midwife in the hospital with teaching at KHLim,
Catholic University College in midwifery education. In 1999, she completed
a ‘postgraduaat neonatologie’. In 2002, she left clinical practice to continue working
as a lecturer in midwifery education. In 2007, she started a PWO (Projectmatig
Wetenschappelijk Onderzoek) – project about Obesity and Pregnancy at KHLim
and PHL, Limburg University College, dpt Healthcare Research, under the supervision
of Ingrid Witters. In 2010, she started her PhD project under the supervision of
Roland Devlieger (KU Leuven/UZ Leuven) and Bea Van den Bergh (Universiteit van
Tilburg).
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Set (Beeldboek + Werkboek + Handleiding)
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema. Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
De set ´Nu en straks´ (beeldboek, werkboek en handboek) maakt deze moeilijke onderwerpen bespreekbaar.
Beeldboek
Het Beeldboek kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Meer info
Werkboek
Naast het Beeldboek is er een Werkboek, dat in de eerste plaats bestemd is voor de zieke zelf. Hij kan hierin zelf, of iemand uit het netwerk, gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
Meer info
Handboek
De Handleiding biedt achtergrondinformatie voor begeleiders en hulpverleners, zoals familieleden, artsen, paramedici en iedereen die betrokken is bij de zieke. Het is immers niet gemakkelijk om over ziekte en sterfte te praten. Bovendien moeten keuzes worden gemaakt om de levenskwaliteit zo lang mogelijk optimaal te houden. Dat is een hele opgave naarmate de situatie ernstiger wordt.
Naast toelichting over onderwerpen als ongeneeslijke ziekte, verstandelijke beperking, palliatieve zorg, bevat de Handleiding heel concrete tips bij het gebruik van het Beeldboek.
Meer info
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Set (Beeldboek + Werkboek + Handleiding)
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema. Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
De set ´Nu en straks´ (beeldboek, werkboek en handboek) maakt deze moeilijke onderwerpen bespreekbaar.
Beeldboek
Het Beeldboek kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Meer info
Werkboek
Naast het Beeldboek is er een Werkboek, dat in de eerste plaats bestemd is voor de zieke zelf. Hij kan hierin zelf, of iemand uit het netwerk, gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
Meer info
Handboek
De Handleiding biedt achtergrondinformatie voor begeleiders en hulpverleners, zoals familieleden, artsen, paramedici en iedereen die betrokken is bij de zieke. Het is immers niet gemakkelijk om over ziekte en sterfte te praten. Bovendien moeten keuzes worden gemaakt om de levenskwaliteit zo lang mogelijk optimaal te houden. Dat is een hele opgave naarmate de situatie ernstiger wordt.
Naast toelichting over onderwerpen als ongeneeslijke ziekte, verstandelijke beperking, palliatieve zorg, bevat de Handleiding heel concrete tips bij het gebruik van het Beeldboek.
Meer info
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Gezondheidszorg: meer dan geneeskunde
Montaigne zei ooit: “Ik heb mijn boek niet meer gemaakt dan mijn boek mij.” Geert Messiaen voltooit met dit boek zijn trilogie.
Gezondheid is de grootste schat in een mensenleven. Vanuit zijn dagelijkse ervaring, bekommernis en zijn streven naar een echte, hechte solidariteit besteedt Geert Messiaen bijzondere aandacht aan de gezondheidszorg in tal van aspecten. Zijn ideeën zijn grondig doordacht en zijn voorstellen verdienen alle aandacht.Dit boek zet de lijn voort van Gezondheid is geen koopwaar ( 2009; ook in het Frans) en Uitdagingen van de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012), die duidelijk maken dat gezondheid het leven van het leven is. In woord en daad beklemtoont en verdedigt Messiaen met vaste overtuiging het sociaal zekerheidssysteem in België, ook in het Europa van morgen, dit soms wars van bepaalde tekorten.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de
Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Gezondheidszorg: meer dan geneeskunde
Montaigne zei ooit: “Ik heb mijn boek niet meer gemaakt dan mijn boek mij.” Geert Messiaen voltooit met dit boek zijn trilogie.
Gezondheid is de grootste schat in een mensenleven. Vanuit zijn dagelijkse ervaring, bekommernis en zijn streven naar een echte, hechte solidariteit besteedt Geert Messiaen bijzondere aandacht aan de gezondheidszorg in tal van aspecten. Zijn ideeën zijn grondig doordacht en zijn voorstellen verdienen alle aandacht.Dit boek zet de lijn voort van Gezondheid is geen koopwaar ( 2009; ook in het Frans) en Uitdagingen van de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012), die duidelijk maken dat gezondheid het leven van het leven is. In woord en daad beklemtoont en verdedigt Messiaen met vaste overtuiging het sociaal zekerheidssysteem in België, ook in het Europa van morgen, dit soms wars van bepaalde tekorten.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de
Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Eten in mama’s buik. Antwoorden op voedingsvragen van aanstaande moeders.
Dit boek laat zien wat gezond eten werkelijk is en wat het betekent voor
moeder en kind. Aan de hand van vragen die zwangere vrouwen stellen
in haar voedingspraktijk, geeft de auteur aanwijzingen om problemen
te voorkomen en te behandelen. Met een boodschappenlijstje en
smakelijke recepten helpt dit boek aanstaande moeders een goede
basis te leggen voor de gezondheid van hun kind.
Anita Badart-Smook, diëtist en lactatiekundige, was twaalf
jaar onderzoeksdiëtist bij de
Universiteit Maastricht. Nu runt
ze al verscheidene jaren Rond en
Gezond, een voedingspraktijk
voor moeder en kind in Geulle
(www.rondengezond.nl).
Eten in mama’s buik. Antwoorden op voedingsvragen van aanstaande moeders.
Dit boek laat zien wat gezond eten werkelijk is en wat het betekent voor
moeder en kind. Aan de hand van vragen die zwangere vrouwen stellen
in haar voedingspraktijk, geeft de auteur aanwijzingen om problemen
te voorkomen en te behandelen. Met een boodschappenlijstje en
smakelijke recepten helpt dit boek aanstaande moeders een goede
basis te leggen voor de gezondheid van hun kind.
Anita Badart-Smook, diëtist en lactatiekundige, was twaalf
jaar onderzoeksdiëtist bij de
Universiteit Maastricht. Nu runt
ze al verscheidene jaren Rond en
Gezond, een voedingspraktijk
voor moeder en kind in Geulle
(www.rondengezond.nl).
Supervisie. Van psychoanalyse en psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 18)
Elke opleiding in de psychoanalytische therapie of de psychoanalyse kent drie pijlers: de theoretisch-technische vorming, het persoonlijke leerproces in psychoanalyse en de supervisie. Al van in de beginjaren van de psychoanalyse is het vanzelfsprekend dat de eerste behandelingen die een psychoanalyticus uitvoert onder de supervisie of controle van een meer ervaren collega gebeuren. De psychotherapeut of psychoanalyticus bespreekt het klinisch materiaal en het verloop van het analytisch proces met een collega die door de beroepsgroep voor het uitoefenen van deze functie erkend is. Naast de supervisie als inherent onderdeel van de opleiding, is het ook gebruikelijk dat ervaren psychoanalytici en psychotherapeuten met een gerespecteerde collega een complexe casus bespreken en dit met een vaste regelmaat, dus buiten het kader van de opleiding. Analytici en psychotherapeuten verenigen zich daarnaast in kleine intervisiegroepen die regelmatig samenkomen om na te denken over of commentaar te leveren op elkaars werk. In dit boek worden verschillende aspecten van psychoanalytische supervisie besproken. Het gaat om supervisie zoals ze werd onderzocht èn ondervonden zowel door opleiders als door supervisanten.
Met bijdragen van Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Ton Stufkens, Hilde Van Pelt, Ilse
Vansant, Paul Verhaeghe, Ann Verhaert, Rudi Vermote, Nicole Vliegen, Hans Wiersema
en Anders Zachrisson.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Nicole Vliegen (psychodynamisch kindertherapeut en psychoanalytica) zijn beiden past-presidents van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Supervisie. Van psychoanalyse en psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 18)
Elke opleiding in de psychoanalytische therapie of de psychoanalyse kent drie pijlers: de theoretisch-technische vorming, het persoonlijke leerproces in psychoanalyse en de supervisie. Al van in de beginjaren van de psychoanalyse is het vanzelfsprekend dat de eerste behandelingen die een psychoanalyticus uitvoert onder de supervisie of controle van een meer ervaren collega gebeuren. De psychotherapeut of psychoanalyticus bespreekt het klinisch materiaal en het verloop van het analytisch proces met een collega die door de beroepsgroep voor het uitoefenen van deze functie erkend is. Naast de supervisie als inherent onderdeel van de opleiding, is het ook gebruikelijk dat ervaren psychoanalytici en psychotherapeuten met een gerespecteerde collega een complexe casus bespreken en dit met een vaste regelmaat, dus buiten het kader van de opleiding. Analytici en psychotherapeuten verenigen zich daarnaast in kleine intervisiegroepen die regelmatig samenkomen om na te denken over of commentaar te leveren op elkaars werk. In dit boek worden verschillende aspecten van psychoanalytische supervisie besproken. Het gaat om supervisie zoals ze werd onderzocht èn ondervonden zowel door opleiders als door supervisanten.
Met bijdragen van Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Ton Stufkens, Hilde Van Pelt, Ilse
Vansant, Paul Verhaeghe, Ann Verhaert, Rudi Vermote, Nicole Vliegen, Hans Wiersema
en Anders Zachrisson.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Nicole Vliegen (psychodynamisch kindertherapeut en psychoanalytica) zijn beiden past-presidents van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Van De Stijl en Het Overzicht tot De Driehoek. Belgisch-Nederlandse netwerken in het modernistische interbellum.
Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er interessante Belgisch- Nederlandse netwerken van modernistische kunstenaars, onder wie Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Jozef Peeters en Michel Seuphor. Zij werkten samen in gemeenschappelijke projecten, bespraken elkaars werk in de ter beschikking staande media en construeerden zo hun reputaties. Uiteraard ook door te intrigeren, door werk te antedateren, door te roddelen en elkaar vliegen af te vangen.
Theo van Doesburg was in al deze strategieën zeer gehaaid en verschool zich zelfs bij gelegenheid achter een destijds niet bekende alter ego als I.K. Bonset. Maar ook de Antwerpenaren Peeters en Seuphor, redacteuren van het tijdschrift Het Overzicht, lieten zich niet onbetuigd om de steun te winnen van onder anderen Paul van Ostaijen, Carel Willink, E. du Perron, Wobbe Alkema en diens collega’s bij de Groninger Kunstkring De Ploeg. De oprichting van de tijdschriften De Driehoek en later Avontuur zijn het resultaat van deze coöperatie. Ook andere samenwerkingsverbanden komen aan de orde, zoals de relatie tussen Charley Toorop en de Brusselse kunsthandel Sélection.
Door de vele citaten uit brieven en essays brengt van dit boek de bijzondere en dynamische
wereld van het modernistische interbellum tot leven.
Sjoerd van Faassen is werkzaam bij het Letterkundig Museum
in Den Haag en is ook redacteur van het literair-historische
tijdschrift Zacht Lawijd.
August Hans den Boef was tot voor kort werkzaam aan de
Hogeschool van Amsterdam. In Nederlandse en Vlaamse
tijdschriften verschijnen geregeld bijdragen van zijn hand
over moderne literatuur en geschiedenis, politiek en religie,
en popmuziek.
Van De Stijl en Het Overzicht tot De Driehoek. Belgisch-Nederlandse netwerken in het modernistische interbellum.
Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden er interessante Belgisch- Nederlandse netwerken van modernistische kunstenaars, onder wie Theo van Doesburg, J.J.P. Oud, Jozef Peeters en Michel Seuphor. Zij werkten samen in gemeenschappelijke projecten, bespraken elkaars werk in de ter beschikking staande media en construeerden zo hun reputaties. Uiteraard ook door te intrigeren, door werk te antedateren, door te roddelen en elkaar vliegen af te vangen.
Theo van Doesburg was in al deze strategieën zeer gehaaid en verschool zich zelfs bij gelegenheid achter een destijds niet bekende alter ego als I.K. Bonset. Maar ook de Antwerpenaren Peeters en Seuphor, redacteuren van het tijdschrift Het Overzicht, lieten zich niet onbetuigd om de steun te winnen van onder anderen Paul van Ostaijen, Carel Willink, E. du Perron, Wobbe Alkema en diens collega’s bij de Groninger Kunstkring De Ploeg. De oprichting van de tijdschriften De Driehoek en later Avontuur zijn het resultaat van deze coöperatie. Ook andere samenwerkingsverbanden komen aan de orde, zoals de relatie tussen Charley Toorop en de Brusselse kunsthandel Sélection.
Door de vele citaten uit brieven en essays brengt van dit boek de bijzondere en dynamische
wereld van het modernistische interbellum tot leven.
Sjoerd van Faassen is werkzaam bij het Letterkundig Museum
in Den Haag en is ook redacteur van het literair-historische
tijdschrift Zacht Lawijd.
August Hans den Boef was tot voor kort werkzaam aan de
Hogeschool van Amsterdam. In Nederlandse en Vlaamse
tijdschriften verschijnen geregeld bijdragen van zijn hand
over moderne literatuur en geschiedenis, politiek en religie,
en popmuziek.
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerse landen blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ook Nederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewel ook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervan gespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steeds toe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken die het afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissie peilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwerven van een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoe gezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn om het in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden, zoals reizen, of om bij voorbeeld de studies van kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mate
gezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen na
pensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijks
ruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkosten
dreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheid
onbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer en
meer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maar
zijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, te
gebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekent
dat voor de vererving van hun woning?
Pascal De Decker studeerde sociologie en ruimtelijke planning
aan de Universiteit Gent en promoveerde in de Sociale en Politieke
Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
aan de Geassocieerde Faculteit Architectuur van de KU Leuven,
Campus Sint-Lucas in Gent. Hij is ook verbonden aan de Hogeschool
Gent, Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen.
Eigen woning: geldmachine of pensioensparen?
Geld in stenen steken of laten? Of er wat anders mee doen?
De afgelopen decennia zijn de woningprijzen in zowat alle westerse landen blijven stijgen tot in de VS, Spanje, Ierland en ook Nederland de euforie plots omslaat in een zware depressie. Hoewel ook doemdenken er welig tiert, blijft België vooralsnog hiervan gespaard. De waarde van de woningen neemt er nog steeds toe.
Dit boek presenteert het resultaat van diverse onderzoeken die het afgelopen decennium in opdracht van de Europese Commissie peilden naar zekerheden en onzekerheden die met het verwerven van een eigen woning gepaard gaan. Er werd onderzocht hoe gezinnen hun woning financieren, maar ook of ze bereid zijn om het in de woning opgehoopte vermogen aan te spreken voor consumptiedoeleinden, zoals reizen, of om bij voorbeeld de studies van kinderen te betalen.
En meer nog is nagegaan in welke mate
gezinnen dat vermogen willen gebruiken om hun inkomen na
pensionering bij te spijkeren. Naar alle verwachting is er nauwelijks
ruimte om de pensioenen welvaartsvast te houden. De zorgkosten
dreigen de pan uit te swingen en lijken voor de sociale zekerheid
onbetaalbaar te worden, zodat de eigen woning meer en
meer als een volwaardige pensioenpijler wordt beschouwd. Maar
zijn huishoudens geneigd om het vermogen dat in hun huis zit, te
gebruiken om hun latere zorgkosten te betalen? En wat betekent
dat voor de vererving van hun woning?
Pascal De Decker studeerde sociologie en ruimtelijke planning
aan de Universiteit Gent en promoveerde in de Sociale en Politieke
Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
aan de Geassocieerde Faculteit Architectuur van de KU Leuven,
Campus Sint-Lucas in Gent. Hij is ook verbonden aan de Hogeschool
Gent, Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen.
Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar ‘jonge wilden’. Joodse schrijvers over de Shoah (Academisch Literair, nr. 8)
Overleven in verhalen biedt een vergelijkend historisch overzicht van literatuur over de Shoah van voornamelijk Europese en Israëlische auteurs.
Het boek schetst een breed panorama dat laat zien hoe verschillende generaties auteurs de Holocaust tot uitdrukking hebben gebracht.
Er is aandacht voor de literatuur van ooggetuigen (Primo Levi, Elie Wiesel, Jean Améry, Paul Steinberg), voor de literatuur van auteurs die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kinderen waren (Jona Oberski, Ischa Meijer, Ruth Klüger, Aharon Appelfeld, Saul Friedländer, Lisette Lewin, Chaja Polak, Judith Herzberg) en voor de overgang van autobiografie naar fictieve verbeelding (Imre Kertész). Ook de omgekeerde beweging van fictie naar biografie komt aan de orde (Amos Oz).
In de latere hoofdstukken zijn auteurs aan het woord die gekozen hebben voor het experiment: Hans Keilson, Edgar Hilsenrath en Romain Gary als vertegenwoordigers van het ‘morele experiment’, David Grossman en Marcel Möring als vertegenwoordigers van het ‘literaire experiment’. Arnon Grunberg heeft naast Maxim Biller en Alessandro Piperno een plaats in het hoofdstuk over de ‘jonge wilden’. Met Daniel Mendelsohn ten slotte komt een vertegenwoordiger van de derde generatie in Amerika aan het woord.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Elrud Ibsch was hoogleraar Algemene Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam van 1976 tot 2000.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar ‘jonge wilden’. Joodse schrijvers over de Shoah (Academisch Literair, nr. 8)
Overleven in verhalen biedt een vergelijkend historisch overzicht van literatuur over de Shoah van voornamelijk Europese en Israëlische auteurs.
Het boek schetst een breed panorama dat laat zien hoe verschillende generaties auteurs de Holocaust tot uitdrukking hebben gebracht.
Er is aandacht voor de literatuur van ooggetuigen (Primo Levi, Elie Wiesel, Jean Améry, Paul Steinberg), voor de literatuur van auteurs die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog kinderen waren (Jona Oberski, Ischa Meijer, Ruth Klüger, Aharon Appelfeld, Saul Friedländer, Lisette Lewin, Chaja Polak, Judith Herzberg) en voor de overgang van autobiografie naar fictieve verbeelding (Imre Kertész). Ook de omgekeerde beweging van fictie naar biografie komt aan de orde (Amos Oz).
In de latere hoofdstukken zijn auteurs aan het woord die gekozen hebben voor het experiment: Hans Keilson, Edgar Hilsenrath en Romain Gary als vertegenwoordigers van het ‘morele experiment’, David Grossman en Marcel Möring als vertegenwoordigers van het ‘literaire experiment’. Arnon Grunberg heeft naast Maxim Biller en Alessandro Piperno een plaats in het hoofdstuk over de ‘jonge wilden’. Met Daniel Mendelsohn ten slotte komt een vertegenwoordiger van de derde generatie in Amerika aan het woord.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Elrud Ibsch was hoogleraar Algemene Literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit te Amsterdam van 1976 tot 2000.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Binding en burgerschap. Buurtbetrokkenheid in Rotterdam en Den Haag
Over stedelijk burgerschap worden levendige discussies gevoerd. Het gaat daarbij onder meer om succesfactoren van burgerinitiatieven, de relatie tussen burger en overheid, de rol die sociale netwerken spelen bij burgerparticipatie, en om hoe verschillende bevolkingsgroepen vorm geven aan actief burgerschap.
Dit boek wil een bijdrage leveren aan de discussies over stedelijk burgerschap, gebaseerd op onderzoeken die zijn uitgevoerd in Rotterdam en Den Haag. Hieraan hebben zowel studenten en docenten van hogeschool Inholland als externe deskundigen meegewerkt.
De huidige stand van het onderzoek naar burgerschap wordt weergegeven. Actuele vormen van binding en burgerschap worden in kaart gebracht op Noordereiland in Rotterdam en in het Statenkwartier in Den Haag. Een onderzoek uit 1963 op het Noordereiland werd recent enigszins herhaald, zodat je als lezer twee ‘plaatjes’ van binding en burgerschap met elkaar kunt vergelijken. Op het Noordereiland is ook gekeken naar community art in relatie tot burgerschap. In Den Haag is bovendien gekeken naar de ervaringen met een aantal burgerinitiatieven en hoe de gemeente daarmee is omgegaan.
Het boek laat zien hoe in verschillende buurten de
inzet voor de publieke zaak uiteenlopende vormen
van stedelijk burgerschap oplevert. Niet alle vormen
worden door de overheid gezien en op waarde
geschat. Een gemiste kans, aangezien die
(terugtredende) overheid een actieve en omvangrijke
civil society wil.
Arend Odé studeerde sociale geografie aan de Universiteit Utrecht en is associate lector Dynamiek van de stad.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en is lector Dynamiek van de stad.
Meer informatie over het lectoraat op www.inholland.nl/dynamiekvandestad.
Eerder verschenen bij het lectoraat Dynamiek van de Stad:
Binding en burgerschap. Buurtbetrokkenheid in Rotterdam en Den Haag
Over stedelijk burgerschap worden levendige discussies gevoerd. Het gaat daarbij onder meer om succesfactoren van burgerinitiatieven, de relatie tussen burger en overheid, de rol die sociale netwerken spelen bij burgerparticipatie, en om hoe verschillende bevolkingsgroepen vorm geven aan actief burgerschap.
Dit boek wil een bijdrage leveren aan de discussies over stedelijk burgerschap, gebaseerd op onderzoeken die zijn uitgevoerd in Rotterdam en Den Haag. Hieraan hebben zowel studenten en docenten van hogeschool Inholland als externe deskundigen meegewerkt.
De huidige stand van het onderzoek naar burgerschap wordt weergegeven. Actuele vormen van binding en burgerschap worden in kaart gebracht op Noordereiland in Rotterdam en in het Statenkwartier in Den Haag. Een onderzoek uit 1963 op het Noordereiland werd recent enigszins herhaald, zodat je als lezer twee ‘plaatjes’ van binding en burgerschap met elkaar kunt vergelijken. Op het Noordereiland is ook gekeken naar community art in relatie tot burgerschap. In Den Haag is bovendien gekeken naar de ervaringen met een aantal burgerinitiatieven en hoe de gemeente daarmee is omgegaan.
Het boek laat zien hoe in verschillende buurten de
inzet voor de publieke zaak uiteenlopende vormen
van stedelijk burgerschap oplevert. Niet alle vormen
worden door de overheid gezien en op waarde
geschat. Een gemiste kans, aangezien die
(terugtredende) overheid een actieve en omvangrijke
civil society wil.
Arend Odé studeerde sociale geografie aan de Universiteit Utrecht en is associate lector Dynamiek van de stad.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en is lector Dynamiek van de stad.
Meer informatie over het lectoraat op www.inholland.nl/dynamiekvandestad.
Eerder verschenen bij het lectoraat Dynamiek van de Stad:
Helpen en niet schaden. Uit de geschiedenis van verpleegkunde en medische zorg. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 1)
Dit themacahier bundelt verhalen over invloedrijke personen, gebeurtenissen, thema’s of ontwikkelingen uit de geschiedenis van verpleegkunde dan wel medische zorg in Nederland en België. Deels zijn de teksten door de vaste redactie van Geschiedenis der Geneeskunde en Gezondheidszorg vergaard, deels zijn ze op verzoek van gastredacteur Cecile aan de Stegge speciaal voor dit cahier geschreven. Door de bloemlezing wordt kostbare kennis over verpleegkunde en verpleegkundigen geboekstaafd, bewaard en doorgegeven.
Thema’s die aan de orde komen, zijn: het optreden van
verpleegkundigen in tijden van oorlog, mannelijke verpleegkundigen en de
opbouw van de Nederlandse ambulancehulpverlening, de ontwikkeling op
het gebied van de verpleegkundige opleidingen, kwaliteitsbeleid in relatie tot
de verpleegkunde en ziekenhuispsychiatrie vanuit het perspectief van verpleegkundigen.
Het boek bevat ook een relaas over de eeuwenlange spanning
tussen de ideeën die artsen koesteren over verpleegkunde versus de
handelingen die emanciperende verpleegkundigen in werkelijkheid stellen.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Gastredacteur Cecile aan de Stegge, psychiatrisch verpleegkundige, filosofe
en gepromoveerd in de geschiedenis, is docent-onderzoeker bij het Lectoraat
Innoveren in de Ouderenzorg aan de Christelijke Hogeschool Windesheim
te Zwolle. Ook is zij voorzitter van de Stichting Historisch Verpleegkundig
Bezit in Amersfoort.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de
Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse
Rijk en bereidt een proefschrift voor over stadshygiëne en infrastructuur in
de Grieks-Romeinse wereld. Hij is redactielid van Cahiers Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Helpen en niet schaden. Uit de geschiedenis van verpleegkunde en medische zorg. (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 1)
Dit themacahier bundelt verhalen over invloedrijke personen, gebeurtenissen, thema’s of ontwikkelingen uit de geschiedenis van verpleegkunde dan wel medische zorg in Nederland en België. Deels zijn de teksten door de vaste redactie van Geschiedenis der Geneeskunde en Gezondheidszorg vergaard, deels zijn ze op verzoek van gastredacteur Cecile aan de Stegge speciaal voor dit cahier geschreven. Door de bloemlezing wordt kostbare kennis over verpleegkunde en verpleegkundigen geboekstaafd, bewaard en doorgegeven.
Thema’s die aan de orde komen, zijn: het optreden van
verpleegkundigen in tijden van oorlog, mannelijke verpleegkundigen en de
opbouw van de Nederlandse ambulancehulpverlening, de ontwikkeling op
het gebied van de verpleegkundige opleidingen, kwaliteitsbeleid in relatie tot
de verpleegkunde en ziekenhuispsychiatrie vanuit het perspectief van verpleegkundigen.
Het boek bevat ook een relaas over de eeuwenlange spanning
tussen de ideeën die artsen koesteren over verpleegkunde versus de
handelingen die emanciperende verpleegkundigen in werkelijkheid stellen.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Gastredacteur Cecile aan de Stegge, psychiatrisch verpleegkundige, filosofe
en gepromoveerd in de geschiedenis, is docent-onderzoeker bij het Lectoraat
Innoveren in de Ouderenzorg aan de Christelijke Hogeschool Windesheim
te Zwolle. Ook is zij voorzitter van de Stichting Historisch Verpleegkundig
Bezit in Amersfoort.
Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden aan de
Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer in het Romeinse
Rijk en bereidt een proefschrift voor over stadshygiëne en infrastructuur in
de Grieks-Romeinse wereld. Hij is redactielid van Cahiers Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Cultureel erfgoed onder vuur. Naar een integrale beschermingstrategie voor culturele goederen tijdens gewapende conflicten.
Het verwoesten van culturele goederen tijdens gewapende conflicten is een eeuwenoud kwaad. Zowel het intentioneel beschadigen van het vijandelijk erfgoed als het inslaan van antiquiteiten als oorlogsbuit of ter persoonlijke verrijking, slaat van oudsher toe. Daarom werden er, vooral in de twintigste eeuw, heel wat maatregelen genomen ter preventie van schade aan culturele goederen tijdens gewapende conflicten.
Internationale rechtsregels werden ontwikkeld, bij de strijdkrachten werden gespecialiseerde diensten ingericht, niet-gouvernementele organisaties lieten zich in met de problematiek, schuilkelders voor culturele goederen werden gebouwd, musea stelden ‘risk preparedness’ programma’s op … Ondanks al deze maatregelen is de problematiek vandaag levendiger dan ooit.
De auteur gaat op zoek naar de hiaten in de preventiestrategie. Hierbij ligt de klemtoon vooral op de rol die de internationale gemeenschap speelt in het preventiebeleid en de coördinatie ervan. De problematiek van destructie van cultuurgoederen wordt eerst geduid en gekaderd binnen actuele theorievorming rond nationalisme en gewapende conflicten. Daarna volgt een evaluatie van de bestaande preventiestrategie, geïllustreerd aan de hand van twee casussen: Kosovo en Irak.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Sigrid Van der Auwera is verbonden aan het Competence Centre Management, Culture and Policy van de Universiteit Antwerpen. Ze studeerde archeologie en internationale politiek en promoveerde in de Monumenten- en landschapszorg. Haar onderzoek richt zich vooral op international erfgoedbeleid en -management en de rol van erfgoed in onze maatschappij.
Cultureel erfgoed onder vuur. Naar een integrale beschermingstrategie voor culturele goederen tijdens gewapende conflicten.
Het verwoesten van culturele goederen tijdens gewapende conflicten is een eeuwenoud kwaad. Zowel het intentioneel beschadigen van het vijandelijk erfgoed als het inslaan van antiquiteiten als oorlogsbuit of ter persoonlijke verrijking, slaat van oudsher toe. Daarom werden er, vooral in de twintigste eeuw, heel wat maatregelen genomen ter preventie van schade aan culturele goederen tijdens gewapende conflicten.
Internationale rechtsregels werden ontwikkeld, bij de strijdkrachten werden gespecialiseerde diensten ingericht, niet-gouvernementele organisaties lieten zich in met de problematiek, schuilkelders voor culturele goederen werden gebouwd, musea stelden ‘risk preparedness’ programma’s op … Ondanks al deze maatregelen is de problematiek vandaag levendiger dan ooit.
De auteur gaat op zoek naar de hiaten in de preventiestrategie. Hierbij ligt de klemtoon vooral op de rol die de internationale gemeenschap speelt in het preventiebeleid en de coördinatie ervan. De problematiek van destructie van cultuurgoederen wordt eerst geduid en gekaderd binnen actuele theorievorming rond nationalisme en gewapende conflicten. Daarna volgt een evaluatie van de bestaande preventiestrategie, geïllustreerd aan de hand van twee casussen: Kosovo en Irak.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Sigrid Van der Auwera is verbonden aan het Competence Centre Management, Culture and Policy van de Universiteit Antwerpen. Ze studeerde archeologie en internationale politiek en promoveerde in de Monumenten- en landschapszorg. Haar onderzoek richt zich vooral op international erfgoedbeleid en -management en de rol van erfgoed in onze maatschappij.
ToM-basistraining. Box met Handboek en lesmateriaal
De ToM-basistraining is een complete training die bedoeld is om kinderen en jongeren met een autismespectrumstoornis en/of een verstandelijke beperking in de leeftijd van 8-14 jaar te helpen om emoties, gedrag en gevoelens te leren herkennen bij zichzelf, maar vooral ook bij een ander. ToM staat voor ‘Theory of Mind’, wat wil zeggen: nadenken over de gedachten van anderen.
Vele mensen met een autismespectrumstoornis en/of een verstandelijke beperking hebben moeite om zich in te leven in de gevoelens, emoties en gedachten van een ander. Voor hen is het lastig om de wereld van anderen te begrijpen en daar op een gepaste manier op te reageren. Ze hebben dan ook hulp nodig om iets te begrijpen van onze wereld die bol staat van, voor hen vaak onbegrijpelijke, interacties tussen mensen.
In het boek Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties, ontwikkelde dr. Pim Steerneman een training om sociale interacties en meer specifiek ‘Theory of Mind’ te oefenen. Op De Zonnehoek, school voor zeer moeilijk lerende kinderen in Apeldoorn, is deze training verder uitgewerkt. Daarnaast bleek het wenselijk een compleet werkboek te maken, waardoor zowel de kinderen, als familie, groepsleiding, meesters en/of juffen, optimaal betrokken raakten bij de training. Ook ontstond passend materiaal. Het eindresultaat is een zeer praktisch totaalpakket, waarmee leerkrachten, IB-ers, trainers, coaches, hulpverleners en groepsleiders, meteen aan de slag kunnen.
ToM-basistraining bestaat uit:
- Handleiding met lesbeschrijvingen
- Werkboek (apart verkrijgbaar voor de leerlingen, ISBN 9789044133141)
- Materiaal, zoals fotokaarten, praatkaartjes, pictogrammen, emotiethermometer e.d.
- Downloads, zoals een informatiefolder, certificaat voor de deelnemers, ToM-spel, eindverslag enz.
Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.
ToM-basistraining. Box met Handboek en lesmateriaal
De ToM-basistraining is een complete training die bedoeld is om kinderen en jongeren met een autismespectrumstoornis en/of een verstandelijke beperking in de leeftijd van 8-14 jaar te helpen om emoties, gedrag en gevoelens te leren herkennen bij zichzelf, maar vooral ook bij een ander. ToM staat voor ‘Theory of Mind’, wat wil zeggen: nadenken over de gedachten van anderen.
Vele mensen met een autismespectrumstoornis en/of een verstandelijke beperking hebben moeite om zich in te leven in de gevoelens, emoties en gedachten van een ander. Voor hen is het lastig om de wereld van anderen te begrijpen en daar op een gepaste manier op te reageren. Ze hebben dan ook hulp nodig om iets te begrijpen van onze wereld die bol staat van, voor hen vaak onbegrijpelijke, interacties tussen mensen.
In het boek Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties, ontwikkelde dr. Pim Steerneman een training om sociale interacties en meer specifiek ‘Theory of Mind’ te oefenen. Op De Zonnehoek, school voor zeer moeilijk lerende kinderen in Apeldoorn, is deze training verder uitgewerkt. Daarnaast bleek het wenselijk een compleet werkboek te maken, waardoor zowel de kinderen, als familie, groepsleiding, meesters en/of juffen, optimaal betrokken raakten bij de training. Ook ontstond passend materiaal. Het eindresultaat is een zeer praktisch totaalpakket, waarmee leerkrachten, IB-ers, trainers, coaches, hulpverleners en groepsleiders, meteen aan de slag kunnen.
ToM-basistraining bestaat uit:
- Handleiding met lesbeschrijvingen
- Werkboek (apart verkrijgbaar voor de leerlingen, ISBN 9789044133141)
- Materiaal, zoals fotokaarten, praatkaartjes, pictogrammen, emotiethermometer e.d.
- Downloads, zoals een informatiefolder, certificaat voor de deelnemers, ToM-spel, eindverslag enz.
Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.
Je verleden voorbij. Je leven opnieuw in handen met de zelfhulptechnieken uit de EMDR-therapie
Echte mensen, echte levensverhalen en echte emotionele genezing van trauma’s en kwetsuren uit het verleden. Dr. Francine Shapiro beschrijft een resem technieken die mensen in staat stellen om zichzelf emotioneel in balans te brengen, gebaseerd op de EMDR-therapie, die in het werk van duizenden therapeuten al succesvol is gebleken. De ware verhalen tonen hoe stresserende, pijnlijke of traumatische ervaringen ons leven beïnvloeden en ons potentieel beperken – maar ook hoe ze veranderd en opgelost kunnen worden. Een ontdekking voor iedereen.
Deze zeer toegankelijke gebruikersgids is geschreven door de ontdekker van een wetenschappelijk gefundeerde vorm van psychotherapie, die wereldwijd door miljoenen mensen wordt gebruikt.
Of we nu kleine tegenslagen of ernstige trauma’s hebben meegemaakt, we worden allemaal beïnvloed door herinneringen en ervaringen die we ons misschien niet herinneren of die we niet volledig begrijpen. Je verleden voorbij biedt een aantal praktische technieken om de geheimen van ons menszijn te ontraadselen en zal lezers die hun eigen leven in handen willen nemen extra motivatie geven. Francine Shapiro, de grondlegster van EMDR – Eye Movement Desensitization and Reprocessing, legt in heldere termen de achterliggende wetenschappe lijke verklaringen uit en beschrijft simpele oefeningen die lezers thuis kunnen doen om hun automatische reactiepatronen te leren kennen en om echte, diepgaande veranderingen te bekomen.
“De ontdekking door Francine Shapiro van EMDR is een van de belangrijkste doorbraken in de geschiedenis van de psychotherapie.”
-Norman Doidge, MD, auteur van The Brain That Changes Itself “Je Verleden Voorbij is een krachtig boek dat mensen in staat zal stellen zichzelf te begrijpen en -belangrijker nog- hen een toolbox geeft om zich snel gelukkiger en effectiever te kunnen voelen.”
-Daniel G. Amen, MD, auteur van Change your brain, change your life “De dingen die ik in een EMDR-sessie leerde, zijn me altijd bijgebleven en hebben mijn bewustzijn verreikt. Het is een krachtig proces. Ik kan het aanbevelen.”
-Uit The Noonday Demon door Andrew Solomon “Een ware schat aan wetenschappelijk gefundeerde technieken, gebaseerd op EMDR, om zelf ons leven te veranderen en vooruit te gaan.”
-John C. Norcross, PhD, ABPP, distinguished university fellow aan de universiteit van Scranton en uitgever van de Journal of Clinical Psychology: In Session “Wat betreft het klinisch deel van mijn leven, geen enkele andere denker heeft meer indruk op mij gemaakt dan Francine Shapiro.”
-Uit Je brein als medicijn door David Servan-Schreiber, MD “Lees dit boek samen met iemand waarvan je houdt ... en begin met jezelf!”
-Daniel J. Siegel, MD, Professor in de psychiatrie aan de UCLA School of Medicine
en auteur van The Developing Brain en Mindsight
Dr. Francine Shapiro is een senior researcher
aan het Mental Research Institute van
Palo Alto in Californië. Ze is directrice van
het EMDR-Instituut en oprichtster van de
non-profit EMDR-organisatie - Humanitarian
Assistance Programs.
Als grondlegster van EMDR kreeg ze de
Sigmund Freud prijs van de stad Wenen
de American Psychological Association
Trauma Psychology Division Award voor
haar uitzonderlijke bijdrage aan de praktijk
van de traumapsychologie en de Distinguished
Scientific Achievement in Psychology
Award van de California Psychological
Association. Zij presenteert wereldwijd op
congressen en aan universiteiten.
In de media:
"Een ontdekking voor iedereen."
Psychiatrie & Verpleging (jrg. 89, nr. 3, blz. 132)
Je verleden voorbij. Je leven opnieuw in handen met de zelfhulptechnieken uit de EMDR-therapie
Echte mensen, echte levensverhalen en echte emotionele genezing van trauma’s en kwetsuren uit het verleden. Dr. Francine Shapiro beschrijft een resem technieken die mensen in staat stellen om zichzelf emotioneel in balans te brengen, gebaseerd op de EMDR-therapie, die in het werk van duizenden therapeuten al succesvol is gebleken. De ware verhalen tonen hoe stresserende, pijnlijke of traumatische ervaringen ons leven beïnvloeden en ons potentieel beperken – maar ook hoe ze veranderd en opgelost kunnen worden. Een ontdekking voor iedereen.
Deze zeer toegankelijke gebruikersgids is geschreven door de ontdekker van een wetenschappelijk gefundeerde vorm van psychotherapie, die wereldwijd door miljoenen mensen wordt gebruikt.
Of we nu kleine tegenslagen of ernstige trauma’s hebben meegemaakt, we worden allemaal beïnvloed door herinneringen en ervaringen die we ons misschien niet herinneren of die we niet volledig begrijpen. Je verleden voorbij biedt een aantal praktische technieken om de geheimen van ons menszijn te ontraadselen en zal lezers die hun eigen leven in handen willen nemen extra motivatie geven. Francine Shapiro, de grondlegster van EMDR – Eye Movement Desensitization and Reprocessing, legt in heldere termen de achterliggende wetenschappe lijke verklaringen uit en beschrijft simpele oefeningen die lezers thuis kunnen doen om hun automatische reactiepatronen te leren kennen en om echte, diepgaande veranderingen te bekomen.
“De ontdekking door Francine Shapiro van EMDR is een van de belangrijkste doorbraken in de geschiedenis van de psychotherapie.”
-Norman Doidge, MD, auteur van The Brain That Changes Itself “Je Verleden Voorbij is een krachtig boek dat mensen in staat zal stellen zichzelf te begrijpen en -belangrijker nog- hen een toolbox geeft om zich snel gelukkiger en effectiever te kunnen voelen.”
-Daniel G. Amen, MD, auteur van Change your brain, change your life “De dingen die ik in een EMDR-sessie leerde, zijn me altijd bijgebleven en hebben mijn bewustzijn verreikt. Het is een krachtig proces. Ik kan het aanbevelen.”
-Uit The Noonday Demon door Andrew Solomon “Een ware schat aan wetenschappelijk gefundeerde technieken, gebaseerd op EMDR, om zelf ons leven te veranderen en vooruit te gaan.”
-John C. Norcross, PhD, ABPP, distinguished university fellow aan de universiteit van Scranton en uitgever van de Journal of Clinical Psychology: In Session “Wat betreft het klinisch deel van mijn leven, geen enkele andere denker heeft meer indruk op mij gemaakt dan Francine Shapiro.”
-Uit Je brein als medicijn door David Servan-Schreiber, MD “Lees dit boek samen met iemand waarvan je houdt ... en begin met jezelf!”
-Daniel J. Siegel, MD, Professor in de psychiatrie aan de UCLA School of Medicine
en auteur van The Developing Brain en Mindsight
Dr. Francine Shapiro is een senior researcher
aan het Mental Research Institute van
Palo Alto in Californië. Ze is directrice van
het EMDR-Instituut en oprichtster van de
non-profit EMDR-organisatie - Humanitarian
Assistance Programs.
Als grondlegster van EMDR kreeg ze de
Sigmund Freud prijs van de stad Wenen
de American Psychological Association
Trauma Psychology Division Award voor
haar uitzonderlijke bijdrage aan de praktijk
van de traumapsychologie en de Distinguished
Scientific Achievement in Psychology
Award van de California Psychological
Association. Zij presenteert wereldwijd op
congressen en aan universiteiten.
In de media:
"Een ontdekking voor iedereen."
Psychiatrie & Verpleging (jrg. 89, nr. 3, blz. 132)





