International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2
Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.
Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.
The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.
The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2015 – Jrg 16 – Nr 1/2
Supporting children when providing services to families experiencing multiple problems: Perspectives and evidence.
Recently, there has been growing interest amongst researchers, practitioners and policy-makers in approaches to understanding and ways of helping parents, children and the communities in which they live to respond to families experiencing multiple problems (FEMPs). There is a strong need for information - both descriptive in terms of the services actually offered directly to children as well as their ability to benefit from the services provided to the whole family, and also evaluative, with a focus on outcomes. Motivated by the need for practice-oriented knowledge this special issue was prepared.
The contributions have been divided into two parts; the first part focusing on perspectives on helping these families with special attention to the position and the interests of children; the second part covering empirical research on intervention programmes for FEMPs that support them in coping with daily struggles and challenges, and helping them to prevent unnecessary out-of-home placement of a child.
The (guest) editors: Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Erik J. Knorth.
The authors: Erik J. Knorth, Jana Knot-Dickscheit, June Thoburn, Tim Tausendfreund, Brigid M. Daniel, Inge Busschers, Leonieke Boendermaker, Marian Brandon, Penny Sorensen, Sue Bailey, Sara Connolly, Sofia Rodrigues, Madalena Alarcão, Liliana Sousa, Anat Zeira, Cinzia Canali, Tiziano Vecchiato, Harm Damen, Jan W. Veerman
Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart
‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.
Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.
Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.
Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart
‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.
Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.
Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.
Je hand op mijn schouder. Goede zorgverlening bij NAH gezien door de ogen van een patiënt.
Aangezien het brein de kern van ons ‘zijn’ is, kan een breinkwetsuur heel ingrijpende gevolgen hebben. Niet alle gevolgen zijn duidelijk zichtbaar voor de buitenwereld en voor de mensen in de omgeving van de patiënt. Alleen wie zelf een hersenletsel heeft, weet echt hoe het is.
De auteur illustreert met voorbeelden hoe het voelt om met een gekwetst brein te leven in een maatschappij die patiënten vaak niet begrijpt en/of verkeerd beoordeelt. Leven met een gekwetst brein kost veel inspanning en vraagt veel aanpassingen. Daarnaast wil ze professionele zorgverleners en mantelzorgers inzicht geven in wat wel en niet werkt en geeft ze tips die het leven met een gekwetst brein makkelijker kunnen maken. Goede zorg kan een groot verschil maken in het leven van de patiënt en er mee voor zorgen dat de kwaliteitstijd die de patiënt op een dag nog heeft, niet verloren gaat aan nodeloze gevechten. Revalidatie stopt niet bij het verlaten van het ziekenhuis en moet doorgaan tot de patiënt weer een nieuw, zinvol en voldoening gevend leven heeft uitgebouwd.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Je hand op mijn schouder. Goede zorgverlening bij NAH gezien door de ogen van een patiënt.
Aangezien het brein de kern van ons ‘zijn’ is, kan een breinkwetsuur heel ingrijpende gevolgen hebben. Niet alle gevolgen zijn duidelijk zichtbaar voor de buitenwereld en voor de mensen in de omgeving van de patiënt. Alleen wie zelf een hersenletsel heeft, weet echt hoe het is.
De auteur illustreert met voorbeelden hoe het voelt om met een gekwetst brein te leven in een maatschappij die patiënten vaak niet begrijpt en/of verkeerd beoordeelt. Leven met een gekwetst brein kost veel inspanning en vraagt veel aanpassingen. Daarnaast wil ze professionele zorgverleners en mantelzorgers inzicht geven in wat wel en niet werkt en geeft ze tips die het leven met een gekwetst brein makkelijker kunnen maken. Goede zorg kan een groot verschil maken in het leven van de patiënt en er mee voor zorgen dat de kwaliteitstijd die de patiënt op een dag nog heeft, niet verloren gaat aan nodeloze gevechten. Revalidatie stopt niet bij het verlaten van het ziekenhuis en moet doorgaan tot de patiënt weer een nieuw, zinvol en voldoening gevend leven heeft uitgebouwd.
Dominique Deseure werkte jarenlang in het onderwijs: eerst als leerkracht en vervolgens als zorgcoördinator, beleidsmedewerker en directeur van een basisschool.
Jongereninformatie- en -advieswerk.
Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.
In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.
Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.
Jongereninformatie- en -advieswerk.
Jongeren hebben op hun weg naar volwassenheid informatiebehoeften en problemen die duidelijk verschillen van die van volwassenen. Deze specifieke behoefte wordt beïnvloed door de psychische en lichamelijke ontwikkeling van jongeren. De noodzakelijke informatie houdt verband met hun dagelijkse levenssituaties, om zich te oriënteren in hun leefwereld of keuzes te maken of om problemen op te lossen. In talrijke sectoren, die op grond van hun functie direct contact hebben met jongeren, zoals jeugdwerk, jeugdhulpverlening, bibliotheken, onderwijs enz. bestaat reeds lang aandacht voor deze informatie- en hulpvragen van kinderen en jongeren. Maar dit is vaak op een impliciete wijze.
In dit eerste handboek in het Nederlandse taalgebied worden alle aspecten van het jongereninformatie- en -advieswerk behandeld. Het focust op de doelgroep, de motiveringen, de diagnostiek en de hulpverleningsprincipes en -methodes van deze werkvorm in Nederland en Vlaanderen. De auteurs behandelen de ontwikkelingen en diverse visies op dit gebied, systematisch, geïntegreerd en allesomvattend. Het boek besteedt niet alleen aandacht aan de actuele praktijk, maar ook aan de evolutie van de jongereninformatie en adviesfunctie en aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen. Het is bestemd voor iedereen die, als professional of vrijwilliger, betrokken is bij jongereninformatie en -advies.
Willy Faché is emeritus hoogleraar sociale pedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij richtte diverse jeugdinformatie- en adviescentra op, lokaal en nationaal. Hij was ook adviserend lid van de WHO – Working Group on Youth Advisory en adviseur bij het Committee of Experts on Youth Information in Europe bij de Raad van Europa.
Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.
In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!
Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.
Ont-moeten. Ondersteuning van mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Hulpverleners komen steeds meer onder druk te staan. De intensieve informatiedoorstroming, de hoge verwachtingen om de problemen snel en zo efficiënt mogelijk op te lossen, het toenemend administratief werk en de hoge caseload (meer cliënten op korte tijd begeleiden) zijn een dagelijks gegeven. Er mag geen tijd ‘verspild’ worden. Nochtans is het net die zogenaamde verspilde tijd waarin hulpverleners tijd kunnen maken voor een gesprek of een spel met hun cliënt. Dit zijn momenten waarin niets moet en echte ont-moeting plaatsvindt. Op dergelijke micromomenten worden bouwstenen gelegd voor een warme, duurzame en wederkerige relatie in tijden van lief en leed. Deze samenwerkingsrelatie vormt immers het fundament om met de cliënt, die zich bevindt in een maatschappelijk kwetsbare levenssituatie, samen te zoeken hoe zijn levenskwaliteit kan toenemen.
In dit boeiend praktijkboek worden hulpverleners, management, cliënten en hun netwerk uitgenodigd om stil te staan bij deze samenwerkingsrelatie gekleurd door warmte, betrokkenheid en authenticiteit. De publicatie is gelardeerd met herkenbare praktijkvoorbeelden, handige tips en suggesties. Het is een boek waarin ongetwijfeld menig hulpverlener en cliënt zich zal herkennen. Het biedt bovendien concrete handvatten voor de praktijk, in het bijzonder voor hulpverleners in spe. Op een bevlogen wijze slaagt de auteur erin om hulpverleners uit te nodigen tot reflectie over het meest wezenlijke aspect van hun opdracht. Al wie dit leest, heeft zin om weer verder te gaan!
Vera Van Hove is docent Orthopedagogiek aan de Faculteit Mens en Welzijn van Hogeschool Gent. Ze was werkzaam in de sector voor personen met een verstandelijke beperking. Ze geeft geregeld praktijkgerichte voordrachten aan professionals en ouders.
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.
De nieuwe Grieken en Romeinen. Verrassende confrontaties met de klassieke oudheid (Kleio-reeks, nr. 1)
De klassieke oudheid leeft – al was het maar in de vorm van oneliners en oppervlakkige
vergelijkingen. Maar leeft de oudheid echt? Heeft zij nog iets wezenlijks te vertellen? Of
is ze een onherroepelijk vreemde plek geworden, een alibi zelfs? Is de oudheid misschien
wel interessant, maar al bij al weinig relevant?
Dit spitse boek begint waar de kreten en slogans eindigen, bij de nuancering. Het is nu
geschreven – dat kan nu eenmaal niet anders – en confronteert de lezer met Grieken en
Romeinen en hun ideeën en emoties. Verrassend? Herkenbaar? Verrassend herkenbaar?
Is de oudheid eindelijk dood of is ze alweer herboren? Beleven we het einde van een
cultuur of een nieuwe renaissance? Dit boek geeft een antwoord.
Patrick De Rynck studeerde klassieke talen. Hij werkt als freelancer in onder meer de
cultuur- en erfgoedsector, schreef en vertaalde een aantal boeken en recenseert publicaties
over de oudheid in de kranten De Standaard en De Morgen.
Toon Van Houdt is als classicus en cultuurhistoricus verbonden aan de KU Leuven, waar
hij onder meer receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid doceert. Hij publiceert
geregeld voor een breed publiek in de tijdschriften Kleio en Streven.
Goed Bezig Check-up. Blijf aan het stuur van je werkleven staan.
De Goed Bezig Check-up is eigenlijk een eenvoudig concept: net zoals met de jaarlijkse tandarts en autocontroles, waarom niet ook de tijd nemen om jaarlijks zijn werkleven te checken? Wat doe ik? Waarom doe ik dat? Welke keuze maak ik? Hoe blijf ik tevreden? De reflectieoefeningen worden begeleid aan de hand van 3 stappen en met behulp van 8 wegwijzers. Eerst wordt een inventaris opgemaakt van de voorbije periode. Goed bezig? In de tweede stap wordt stilgestaan bij hoe we het (ook wel) zouden willen, waar we meer rekening willen mee houden en waarom. Dat gieten we in een belofte aan onszelf. Tenslotte be-leven we in de derde stap wat we ons hebben voorgenomen. Anderen betrekken bij ons succes en on track blijven zijn dan nog meer aan de orde. Als bonus werden de wegwijzers herwerkt voor leidinggevenden zodat ze hun medewerkers kunnen inspireren en ondersteunen in hun jaarlijkse Goed Bezig Check-up.
Dit boek is bedoeld voor mensen die vooruit willen in hun werk-leven. Die niet als “slachtoffer” hun volgende stap willen laten afhangen van anderen maar weten dat zij de belangrijkste actor zijn in hun eigen verhaal. Die bereid zijn wat vroeger voor hen werkte maar nu niet meer zo succesvol is, te vervangen door nieuwe ideeën en hun “gouden kooi” durven te challengen. Die op die manier hun bijdrage willen leveren aan en voor een groter geheel.
"Veronika ken ik al jaren als een topcoach. Ze heeft nu ook een uitstekend boek geschreven. De Goed Bezig Check-up biedt een inspirerende en praktische handleiding voor eenieder die bewust(er) wil stilstaan bij zijn/haar leven."
Meredith Van Overloop, managing partner van Triangis.
"Ben ik wel goed bezig ? Om eerlijk te zijn: het is een vraag die ik me zelden expliciet stel. Zolang je graag doet wat je doet, en het gevoel hebt dat je op geregelde tijdstippen nog verrast wordt door je werk in het bijzonder en het leven in het algemeen, stel de vraag zich minder acuut.
Rondom mij zie ik helaas teveel mensen die zich niet meer in fase voelen met hun werk aan de ene kant, en met een evenwichtig leven aan de andere kant.
Ze hebben of ambities die ze niet kunnen of durven realiseren, of ze vinden de energie niet meer om wat hen verwacht wordt te doen, en er nog plezier aan te beleven ook.
Veronika Wuyts reikt vragen en opstapjes aan omdat evenwicht terug te vinden. Bij momenten confronterend, bij momenten logisch klinkend.
De finale boodschap is: neem je leven zélf in handen, voor een ander het voor jou doet.
Ik maak altijd graag de vergelijking met iemand die in water of sneeuw aan het schuiven is.
Wie zich dan schrap zet, riskeert iets te breken, wie soepel meegaat, komt misschien op onvermoede plekken.
Een inspirerende gids zoals dit boek, helpt bij die zoektocht."
Jan Hautekiet.
"Het boek “Goed Bezig Check-up” van Veronika Wuyts inspireert tot een jaarlijkse check up van je leven en loopbaan. Het boek biedt aansprekende tools voor onderzoek en actieplan voor een vervullende loopbaan. Het nodigt je uit om eerlijk naar jezelf te kijken, om concrete stappen te zetten om je levens- en loopbaandromen te realiseren en om hierin focus te houden. De check-up kan je zien als een mini retraite en een investering in je eigen levens- en werkgeluk. Ik ben ervan overtuigd dat deze check up bijdraagt aan duurzame bevlogenheid en inzetbaarheid. Het is vlot geschreven, toegankelijk en heeft een frisse en overzichtelijke vormgeving. Anders dan veel andere loopbaanboeken, beschouwt het boek de mens nadrukkelijk in zijn context: dat is een waardevolle toevoeging."
Annita Rogier, Stress en burn-out coach, loopbaancoach, trainer.
Na haar studies Politieke en Sociale Wetenschappen koos Veronika Wuyts om leren en ontwikkelen van mensen als focus te nemen van haar werkleven. Eerst als interne medewerker en sinds 2008 als zelfstandig professional coach, begeleidt ze coachees in het bewust worden van hun mogelijkheden en het beleven van de keuzes die daardoor ontstaan. Naast docente aan de EHSAL Management School, coacht ze in bedrijven als Telenet, Azelis, Grant Thornton, Tata Steel, Nestlé e.a.
Goed Bezig Check-up. Blijf aan het stuur van je werkleven staan.
De Goed Bezig Check-up is eigenlijk een eenvoudig concept: net zoals met de jaarlijkse tandarts en autocontroles, waarom niet ook de tijd nemen om jaarlijks zijn werkleven te checken? Wat doe ik? Waarom doe ik dat? Welke keuze maak ik? Hoe blijf ik tevreden? De reflectieoefeningen worden begeleid aan de hand van 3 stappen en met behulp van 8 wegwijzers. Eerst wordt een inventaris opgemaakt van de voorbije periode. Goed bezig? In de tweede stap wordt stilgestaan bij hoe we het (ook wel) zouden willen, waar we meer rekening willen mee houden en waarom. Dat gieten we in een belofte aan onszelf. Tenslotte be-leven we in de derde stap wat we ons hebben voorgenomen. Anderen betrekken bij ons succes en on track blijven zijn dan nog meer aan de orde. Als bonus werden de wegwijzers herwerkt voor leidinggevenden zodat ze hun medewerkers kunnen inspireren en ondersteunen in hun jaarlijkse Goed Bezig Check-up.
Dit boek is bedoeld voor mensen die vooruit willen in hun werk-leven. Die niet als “slachtoffer” hun volgende stap willen laten afhangen van anderen maar weten dat zij de belangrijkste actor zijn in hun eigen verhaal. Die bereid zijn wat vroeger voor hen werkte maar nu niet meer zo succesvol is, te vervangen door nieuwe ideeën en hun “gouden kooi” durven te challengen. Die op die manier hun bijdrage willen leveren aan en voor een groter geheel.
"Veronika ken ik al jaren als een topcoach. Ze heeft nu ook een uitstekend boek geschreven. De Goed Bezig Check-up biedt een inspirerende en praktische handleiding voor eenieder die bewust(er) wil stilstaan bij zijn/haar leven."
Meredith Van Overloop, managing partner van Triangis.
"Ben ik wel goed bezig ? Om eerlijk te zijn: het is een vraag die ik me zelden expliciet stel. Zolang je graag doet wat je doet, en het gevoel hebt dat je op geregelde tijdstippen nog verrast wordt door je werk in het bijzonder en het leven in het algemeen, stel de vraag zich minder acuut.
Rondom mij zie ik helaas teveel mensen die zich niet meer in fase voelen met hun werk aan de ene kant, en met een evenwichtig leven aan de andere kant.
Ze hebben of ambities die ze niet kunnen of durven realiseren, of ze vinden de energie niet meer om wat hen verwacht wordt te doen, en er nog plezier aan te beleven ook.
Veronika Wuyts reikt vragen en opstapjes aan omdat evenwicht terug te vinden. Bij momenten confronterend, bij momenten logisch klinkend.
De finale boodschap is: neem je leven zélf in handen, voor een ander het voor jou doet.
Ik maak altijd graag de vergelijking met iemand die in water of sneeuw aan het schuiven is.
Wie zich dan schrap zet, riskeert iets te breken, wie soepel meegaat, komt misschien op onvermoede plekken.
Een inspirerende gids zoals dit boek, helpt bij die zoektocht."
Jan Hautekiet.
"Het boek “Goed Bezig Check-up” van Veronika Wuyts inspireert tot een jaarlijkse check up van je leven en loopbaan. Het boek biedt aansprekende tools voor onderzoek en actieplan voor een vervullende loopbaan. Het nodigt je uit om eerlijk naar jezelf te kijken, om concrete stappen te zetten om je levens- en loopbaandromen te realiseren en om hierin focus te houden. De check-up kan je zien als een mini retraite en een investering in je eigen levens- en werkgeluk. Ik ben ervan overtuigd dat deze check up bijdraagt aan duurzame bevlogenheid en inzetbaarheid. Het is vlot geschreven, toegankelijk en heeft een frisse en overzichtelijke vormgeving. Anders dan veel andere loopbaanboeken, beschouwt het boek de mens nadrukkelijk in zijn context: dat is een waardevolle toevoeging."
Annita Rogier, Stress en burn-out coach, loopbaancoach, trainer.
Na haar studies Politieke en Sociale Wetenschappen koos Veronika Wuyts om leren en ontwikkelen van mensen als focus te nemen van haar werkleven. Eerst als interne medewerker en sinds 2008 als zelfstandig professional coach, begeleidt ze coachees in het bewust worden van hun mogelijkheden en het beleven van de keuzes die daardoor ontstaan. Naast docente aan de EHSAL Management School, coacht ze in bedrijven als Telenet, Azelis, Grant Thornton, Tata Steel, Nestlé e.a.
François Glorieux. Een leven voor de muziek
Dit boek is geen traditionele biografie. Hoe zou dat bij iemand als Francois Glorieux ook kunnen? Het is een ontdekkingstocht door het leven en werk van een muzikant pur Bang, die op zijn zachtst gezegd alles behalve banaal kunnen worden genoemd.
De soms extravagante ontmoetingen en vele reizen van de pianist – dirigent – componist - improvisator Glorieux worden in talrijke anekdotes weergegeven. Dat door deze verhalen heen het cultuurbeleid in België aan de kaak wordt gesteld, zorgt ervoor dat de kritische lezer niet op zijn honger zal blijven zitten. Het boek sluit af met een uniek en uitgebreid overzicht van de composities en discografie van Glorieux.
François Glorieux. Een leven voor de muziek
Dit boek is geen traditionele biografie. Hoe zou dat bij iemand als Francois Glorieux ook kunnen? Het is een ontdekkingstocht door het leven en werk van een muzikant pur Bang, die op zijn zachtst gezegd alles behalve banaal kunnen worden genoemd.
De soms extravagante ontmoetingen en vele reizen van de pianist – dirigent – componist - improvisator Glorieux worden in talrijke anekdotes weergegeven. Dat door deze verhalen heen het cultuurbeleid in België aan de kaak wordt gesteld, zorgt ervoor dat de kritische lezer niet op zijn honger zal blijven zitten. Het boek sluit af met een uniek en uitgebreid overzicht van de composities en discografie van Glorieux.
School? LeerKazerne of leerThuis. 11 kritische lezingen over school
De ware opdracht van onderwijs, kinderen tot natuurlijk leren brengen en diepgaand humaniseren, is vaak verstikt door duizend regels en systemen die niet met “leren” maar alles met “slagen” te maken hebben.
De auteur schetst in 11 lezingen tegen welke muren gedreven onderwijsmensen, kinderen, jongeren en ouders te pletter kunnen lopen.
Gedreven door een grote liefde voor het vak en voor de kinderen en jongeren schetst hij hoe je het slaagsysteem , de leerKazerne, die de school nu is, kunt ombuigen tot een ‘leerThuis’: een plek waar diepgaand leren en op een natuurlijke wijze je talent ontwikkelen alle kansen krijgt. School is voor te veel kinderen een probleem geworden. Hoog tijd om te focussen op het ware “leren”.
Hans Schmidt was onderwijzer, schooldirecteur en pedagogisch begeleider bij OVSG – Onderwijssecretariaat van Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap. Hij is oprichter van de muziekbasisschool De Wonderfluit in Gent. Hij geeft vele navormingen vooral voor het basisonderwijs.
School? LeerKazerne of leerThuis. 11 kritische lezingen over school
De ware opdracht van onderwijs, kinderen tot natuurlijk leren brengen en diepgaand humaniseren, is vaak verstikt door duizend regels en systemen die niet met “leren” maar alles met “slagen” te maken hebben.
De auteur schetst in 11 lezingen tegen welke muren gedreven onderwijsmensen, kinderen, jongeren en ouders te pletter kunnen lopen.
Gedreven door een grote liefde voor het vak en voor de kinderen en jongeren schetst hij hoe je het slaagsysteem , de leerKazerne, die de school nu is, kunt ombuigen tot een ‘leerThuis’: een plek waar diepgaand leren en op een natuurlijke wijze je talent ontwikkelen alle kansen krijgt. School is voor te veel kinderen een probleem geworden. Hoog tijd om te focussen op het ware “leren”.
Hans Schmidt was onderwijzer, schooldirecteur en pedagogisch begeleider bij OVSG – Onderwijssecretariaat van Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap. Hij is oprichter van de muziekbasisschool De Wonderfluit in Gent. Hij geeft vele navormingen vooral voor het basisonderwijs.
Stille verhalen. Over verborgen verlies en verlangen.
Er is zo veel verdriet dat in het verborgene blijft. Toch nestelt rouw zich vaak diep en blijvend in het leven van een mens. Dit boek grijpt aan. Het geeft de vele vormen van stille rouw eindelijk een stem. De waargebeurde verhalen bieden troost en erkenning aan al wie te kampen heeft met ongezien verlies.
Evamaria Jansen is psychotherapeute, gespecialiseerd in onder meer rouwbegeleiding. Zij schreef samen met haar man Ze zeggen dat het overgaat en is vaste columniste voor het Nederlandse tijdschrift Nieuw Gezin. Voor de website van haar psychotherapetisch centrum De Bedding verzorgt ze ook een maandelijkse column. Ze woont en werkt in Gent.
In de media:
Sommige verhalen zijn rauw, andere ingetogen, soms liggen emoties nog erg aan de oppervlakte, soms zijn ze nog onbestemd, onbenoembaar, maar elk verhaal is dapper en mist zijn effect bij de lezer niet.
(Tijdschrift voor Palliatieve Zorg, jrg. 8, september 2012, blz. 23)
Deze aangrijpende en gevarieerde getuigenissen zullen menig hulpverlener, die een taak heeft in rouwbegeleider, sensibiliseren en de brede waaier van verborgen rouw verduidelijken. Anderzijds kan het voor getroffenen een steun zijn en een oproep naar de omgeving om hiermee anders te leren omgaan.
(Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 12)
Stille verhalen. Over verborgen verlies en verlangen.
Er is zo veel verdriet dat in het verborgene blijft. Toch nestelt rouw zich vaak diep en blijvend in het leven van een mens. Dit boek grijpt aan. Het geeft de vele vormen van stille rouw eindelijk een stem. De waargebeurde verhalen bieden troost en erkenning aan al wie te kampen heeft met ongezien verlies.
Evamaria Jansen is psychotherapeute, gespecialiseerd in onder meer rouwbegeleiding. Zij schreef samen met haar man Ze zeggen dat het overgaat en is vaste columniste voor het Nederlandse tijdschrift Nieuw Gezin. Voor de website van haar psychotherapetisch centrum De Bedding verzorgt ze ook een maandelijkse column. Ze woont en werkt in Gent.
In de media:
Sommige verhalen zijn rauw, andere ingetogen, soms liggen emoties nog erg aan de oppervlakte, soms zijn ze nog onbestemd, onbenoembaar, maar elk verhaal is dapper en mist zijn effect bij de lezer niet.
(Tijdschrift voor Palliatieve Zorg, jrg. 8, september 2012, blz. 23)
Deze aangrijpende en gevarieerde getuigenissen zullen menig hulpverlener, die een taak heeft in rouwbegeleider, sensibiliseren en de brede waaier van verborgen rouw verduidelijken. Anderzijds kan het voor getroffenen een steun zijn en een oproep naar de omgeving om hiermee anders te leren omgaan.
(Boekenkatern Netwerk Palliatieve Zorg Gent-Eeklo, december 2012, blz. 12)
Ma komt zondag bij ons sterven. Euthanasie en geweldloosheid.
Na veertig jaar levenswerk rond geweldloosheid, wordt Pat Patfoort geconfronteerd met een prangende vraag van haar 91-jarige moeder. Ma is niet terminaal ziek, is mentaal en intellectueel nog even alert als altijd, maar ze is fysiek volledig zorgafhankelijk geworden. Ze kiest er bewust voor om te mogen heengaan via euthanasie. Hoe kan je zo’n beslissing en alle gebeurtenissen die er uit volgen, kaderen in een basishouding van geweldloosheid?
Pat Patfoort brengt in dit boek de getuigenis van de laatste maanden voor de euthanasie: het aangrijpende verhaal van de moeilijkheden waarmee zij en haar familie te kampen hadden, van de emoties die hiermee gepaard gingen en hoe ze ermee omging, hoe ze constant ernaar streefde zowel zorg te dragen voor haar moeder en toch ook haar eigen grenzen te bewaken. Het hele boek door (onder)zoekt ze hoe ze geweldloosheid kan plaatsen in die bijzondere omstandigheden.
Het boek groeit geleidelijk aan uit tot de apotheose: de laatste dagen van Ma monden uit in een huiselijke en familiale driedaagse, een viering van liefde, hartelijkheid, verbondenheid, warmte, harmonie, en waardigheid. Het verhaal toont aan hoe euthanasie van een geliefd persoon kan uitgroeien tot een prachtige, diepe en waardevolle belevenis voor alle betrokkenen.
Dr. Pat Patfoort is antropologe en werkt als zelfstandige trainster, voordrachtgeefster en auteur over preventie, geweldloze hantering en transformatie van conflicten. Dat doet ze op het vlak van opvoeding (met kinderen en jongeren, ouders, leerkrachten, …), in relaties tussen volwassenen (in de familie, met personeel van ziekenhuizen en bejaardentehuizen, religieuzen, veiligheidsdiensten van voetbalstadia, gedetineerden, …), tot op het interetnische vlak (in Centraal en West-Afrika, in Kosovo, in de Kaukasus). Ze is voorzitster en medeoprichtster van vzw De Vuurbloem, centrum voor waardering van het verschillendzijn en voor geweldloze hantering van conflicten. Ze is gehuwd, moeder van twee zonen en grootmoeder van twee kleindochters.
"Als Pat Patfoort schrijft dat ze hoopt dat anderen - die in eenzelfde situatie verkeren - er iets aan zouden hebben, dan is dat een understatement. Zelfs wie niet in eenzelfde situatie verkeert, vindt hier heel wat leidraden en handvatten op het vlak van euthanasie en geweldloosheid."
Tijdschrift voor Palliatieve Zorg (jrg. 8, sept 2012, blz. 24-25)
Ma komt zondag bij ons sterven. Euthanasie en geweldloosheid.
Na veertig jaar levenswerk rond geweldloosheid, wordt Pat Patfoort geconfronteerd met een prangende vraag van haar 91-jarige moeder. Ma is niet terminaal ziek, is mentaal en intellectueel nog even alert als altijd, maar ze is fysiek volledig zorgafhankelijk geworden. Ze kiest er bewust voor om te mogen heengaan via euthanasie. Hoe kan je zo’n beslissing en alle gebeurtenissen die er uit volgen, kaderen in een basishouding van geweldloosheid?
Pat Patfoort brengt in dit boek de getuigenis van de laatste maanden voor de euthanasie: het aangrijpende verhaal van de moeilijkheden waarmee zij en haar familie te kampen hadden, van de emoties die hiermee gepaard gingen en hoe ze ermee omging, hoe ze constant ernaar streefde zowel zorg te dragen voor haar moeder en toch ook haar eigen grenzen te bewaken. Het hele boek door (onder)zoekt ze hoe ze geweldloosheid kan plaatsen in die bijzondere omstandigheden.
Het boek groeit geleidelijk aan uit tot de apotheose: de laatste dagen van Ma monden uit in een huiselijke en familiale driedaagse, een viering van liefde, hartelijkheid, verbondenheid, warmte, harmonie, en waardigheid. Het verhaal toont aan hoe euthanasie van een geliefd persoon kan uitgroeien tot een prachtige, diepe en waardevolle belevenis voor alle betrokkenen.
Dr. Pat Patfoort is antropologe en werkt als zelfstandige trainster, voordrachtgeefster en auteur over preventie, geweldloze hantering en transformatie van conflicten. Dat doet ze op het vlak van opvoeding (met kinderen en jongeren, ouders, leerkrachten, …), in relaties tussen volwassenen (in de familie, met personeel van ziekenhuizen en bejaardentehuizen, religieuzen, veiligheidsdiensten van voetbalstadia, gedetineerden, …), tot op het interetnische vlak (in Centraal en West-Afrika, in Kosovo, in de Kaukasus). Ze is voorzitster en medeoprichtster van vzw De Vuurbloem, centrum voor waardering van het verschillendzijn en voor geweldloze hantering van conflicten. Ze is gehuwd, moeder van twee zonen en grootmoeder van twee kleindochters.
"Als Pat Patfoort schrijft dat ze hoopt dat anderen - die in eenzelfde situatie verkeren - er iets aan zouden hebben, dan is dat een understatement. Zelfs wie niet in eenzelfde situatie verkeert, vindt hier heel wat leidraden en handvatten op het vlak van euthanasie en geweldloosheid."
Tijdschrift voor Palliatieve Zorg (jrg. 8, sept 2012, blz. 24-25)
Moeilijk voor zichzelf en de omgeving: Kinderen met ODD/CD. Vechten voor Tom & Shirley
Ouders, leerkrachten en andere opvoeders kunnen de aanleg van een kind niet veranderen. Ze kunnen wel leren omgaan met het destructieve gedrag van een kind. En het belangrijkste: ze kunnen een kind leren om zichzelf beter in de hand te houden en het vaardigheden bijbrengen die het helpen zijn of haar agressie te beheersen. Kinderen met een gedragsstoornis dagen ons uit om creatief en vindingrijk te blijven in de opvoeding.
Maar wat doe je als je desondanks geen vooruitgang boekt? Wat doe je met kinderen waartegen de maatschappij, waartegen broertjes en zusjes, waartegen ouders zelf beschermd moeten worden omdat deze een slecht ontwikkelde of helemaal geen gewetensfunctie hebben? Een kind als Tom dat het ene moment zijn armpjes om de nek van zijn moeder slaat omdat het dankbaar is dat zij zo zielsveel van hem houdt, en kort daarop met zijn duimen haar keel dichtdrukt om te onderzoeken hoe het is om de lucht uit iemand te persen. Wat doe je met een kind dat jou heel hard nodig heeft, maar een gevaar vormt voor zijn zus?
Yvonne Brinkerink kon niet kiezen voor het ene en tegen het andere kind. Toen zij geen plek vond waar haar zoon Tom behandeld zou kunnen worden, of zich in ieder geval veilig, geborgen en begrepen zou voelen, richtte ze de Stichting Vrienden van Tom op. Ze vond coaches die haar en andere ouders bijstonden met opvoedingsvraagstukken en voor één op één contact voor Tom konden zorgen.
In deel 1 van dit boek vertelt Yvonne Brinkerink haar eigen verhaal. Deel 2 gaat dieper in op de achtergronden van ODD/CD. De praktijktips van de opvoedcoaches zijn bedoeld voor ouders en leerkrachten van kinderen met een oppositionele, opstandige gedragsstoornis (ODD/oppositional defiant disorder) en antisociale gedragsstoornis (CD/conductdisorder).
Yvonne Brinkerink (1967) is de moeder van Shirley (1996) en Tom (2000). Tom heeft de diagnose cd. In het jaar 2006 richtte ze de Stichting Vrienden van Tom op. Deze Stichting ondersteunt en adviseert ouders van een kind met een gedragsstoornis. Twee jaar later richtte ze de Stichting Vrienden van Shirley op. Ze wil dat ook brusjes de nodige aandacht en steun krijgen.
Helene Buis (1960) studeerde geneeskunde in Leiden. Ze debuteerde in 1996 onder de naam Suzanne Buis met het boek: Geen tijd om aardig te zijn, achter de schermen van een verpleeghuis (Uitgeverij Het Spectrum.) Het boek werd in het Duits vertaald. Ze woont in Hamburg en werkt als docente gezondheidsleer.
Moeilijk voor zichzelf en de omgeving: Kinderen met ODD/CD. Vechten voor Tom & Shirley
Ouders, leerkrachten en andere opvoeders kunnen de aanleg van een kind niet veranderen. Ze kunnen wel leren omgaan met het destructieve gedrag van een kind. En het belangrijkste: ze kunnen een kind leren om zichzelf beter in de hand te houden en het vaardigheden bijbrengen die het helpen zijn of haar agressie te beheersen. Kinderen met een gedragsstoornis dagen ons uit om creatief en vindingrijk te blijven in de opvoeding.
Maar wat doe je als je desondanks geen vooruitgang boekt? Wat doe je met kinderen waartegen de maatschappij, waartegen broertjes en zusjes, waartegen ouders zelf beschermd moeten worden omdat deze een slecht ontwikkelde of helemaal geen gewetensfunctie hebben? Een kind als Tom dat het ene moment zijn armpjes om de nek van zijn moeder slaat omdat het dankbaar is dat zij zo zielsveel van hem houdt, en kort daarop met zijn duimen haar keel dichtdrukt om te onderzoeken hoe het is om de lucht uit iemand te persen. Wat doe je met een kind dat jou heel hard nodig heeft, maar een gevaar vormt voor zijn zus?
Yvonne Brinkerink kon niet kiezen voor het ene en tegen het andere kind. Toen zij geen plek vond waar haar zoon Tom behandeld zou kunnen worden, of zich in ieder geval veilig, geborgen en begrepen zou voelen, richtte ze de Stichting Vrienden van Tom op. Ze vond coaches die haar en andere ouders bijstonden met opvoedingsvraagstukken en voor één op één contact voor Tom konden zorgen.
In deel 1 van dit boek vertelt Yvonne Brinkerink haar eigen verhaal. Deel 2 gaat dieper in op de achtergronden van ODD/CD. De praktijktips van de opvoedcoaches zijn bedoeld voor ouders en leerkrachten van kinderen met een oppositionele, opstandige gedragsstoornis (ODD/oppositional defiant disorder) en antisociale gedragsstoornis (CD/conductdisorder).
Yvonne Brinkerink (1967) is de moeder van Shirley (1996) en Tom (2000). Tom heeft de diagnose cd. In het jaar 2006 richtte ze de Stichting Vrienden van Tom op. Deze Stichting ondersteunt en adviseert ouders van een kind met een gedragsstoornis. Twee jaar later richtte ze de Stichting Vrienden van Shirley op. Ze wil dat ook brusjes de nodige aandacht en steun krijgen.
Helene Buis (1960) studeerde geneeskunde in Leiden. Ze debuteerde in 1996 onder de naam Suzanne Buis met het boek: Geen tijd om aardig te zijn, achter de schermen van een verpleeghuis (Uitgeverij Het Spectrum.) Het boek werd in het Duits vertaald. Ze woont in Hamburg en werkt als docente gezondheidsleer.
Baren (Reeks: Met hart en ziel, nr. 3)
1. Het verdiept je kennis rond de natuurlijke, ongestoorde geboorte en stimuleert het zelfvertrouwen in je eigen kunnen.
2. Het onthult het geheim en de zin van barenspijn en legt uit hoe je geboortehormonen nodig zijn voor een vlotte, extatische geboorte en een instinctieve binding tussen jou en je baby.
3. Het geeft tips over hoe om te gaan met je weeën.
4. Het vergroot je besef dat je baby bewust en actief deel uitmaakt van het geboorteproces.
5. Het biedt je ongecensureerde informatie, voor- en nadelen over veel gebruikte medische interventies: wat moet zeker voor een veilige geboorte, wat moet niet echt en wat moet echt niet?
6. Het stimuleert je assertiviteit, maakt je bewust dat je heel wat keuzes kan maken.
7. Het biedt een kant-en-klaar ‘Geboorteplan’ (of liever ‘Geboortevoorkeuren’), zowel voor je arbeid, uitdrijving en de periode net na de geboorte van je baby.
8. Het benadert de geboorte holistisch: legt uit hoe het natuurlijke proces een intens lichamelijke, psychologische, instinctieve, emotionele, zelfs spirituele ervaring voor je kan zijn, welke je een unieke kans biedt om te groeien als mens.
9. Het nodigt uit om je open te stellen voor het onverwachte.
10. Dit boek is interactief: bij ieder onderdeel hoort een doe-opdracht en je kunt aan de hand van concrete vragen een dagboek bijhouden.
Kortom, een persoonlijk boek dat de geboorte-ervaring kan verrijken van iedere vrouw die haar eerste of volgende baby baart.
Benedicte Vansina is zelfstandige vroedvrouw. Ze bereidde al duizenden koppels voor op de geboorte en het ouderschap. Ze verzorgde ook opleidingen voor vroedvrouwen en gastcolleges in vroedvrouwenscholen.
Baren (Reeks: Met hart en ziel, nr. 3)
1. Het verdiept je kennis rond de natuurlijke, ongestoorde geboorte en stimuleert het zelfvertrouwen in je eigen kunnen.
2. Het onthult het geheim en de zin van barenspijn en legt uit hoe je geboortehormonen nodig zijn voor een vlotte, extatische geboorte en een instinctieve binding tussen jou en je baby.
3. Het geeft tips over hoe om te gaan met je weeën.
4. Het vergroot je besef dat je baby bewust en actief deel uitmaakt van het geboorteproces.
5. Het biedt je ongecensureerde informatie, voor- en nadelen over veel gebruikte medische interventies: wat moet zeker voor een veilige geboorte, wat moet niet echt en wat moet echt niet?
6. Het stimuleert je assertiviteit, maakt je bewust dat je heel wat keuzes kan maken.
7. Het biedt een kant-en-klaar ‘Geboorteplan’ (of liever ‘Geboortevoorkeuren’), zowel voor je arbeid, uitdrijving en de periode net na de geboorte van je baby.
8. Het benadert de geboorte holistisch: legt uit hoe het natuurlijke proces een intens lichamelijke, psychologische, instinctieve, emotionele, zelfs spirituele ervaring voor je kan zijn, welke je een unieke kans biedt om te groeien als mens.
9. Het nodigt uit om je open te stellen voor het onverwachte.
10. Dit boek is interactief: bij ieder onderdeel hoort een doe-opdracht en je kunt aan de hand van concrete vragen een dagboek bijhouden.
Kortom, een persoonlijk boek dat de geboorte-ervaring kan verrijken van iedere vrouw die haar eerste of volgende baby baart.
Benedicte Vansina is zelfstandige vroedvrouw. Ze bereidde al duizenden koppels voor op de geboorte en het ouderschap. Ze verzorgde ook opleidingen voor vroedvrouwen en gastcolleges in vroedvrouwenscholen.
Leven voorbij de deur. Rusthuisboek. 2de licht gewijzigde druk
Leven voorbij de deur gidst je door de rusthuisgangen en laat je kennismaken met de bewoners en hun verhalen. Verhalen over het leven in het rusthuis. Stuk voor stuk eerlijke, authentieke getuigenissen. Soms pijnlijk en donker. Dan weer vrolijk en hoopvol. Maar altijd pakkend en inspirerend. Met prikkelende suggesties voor menslievende zorg. Want achter de deuren van het woon- en zorgcentrum tref je een enorme intensiteit van leven aan.
De beleving van de bewoners vormt het uitgangspunt van dit boek. In Leven voorbij de deur worden de bewoners zelf aan het woord gelaten. Hoe ervaren zij hun leven in het rusthuis? Hoe voelt het om oud en afhankelijk te zijn? Hoe wordt een opname in het woon- en zorgcentrum beleefd? Wat is goede zorg? Wat betekent het om vertrouwde deuren te sluiten en afscheid te nemen? Een bejaarde opent in het rusthuis zijn laatste deur.
Deze uitgave is een aanrader voor iedereen die het leven in het rusthuis eens door de ogen van de bewoners wil bekijken en beleven.
Dit boek is een initiatief van Dienst Animatie De Duizendpoot van Woon- en zorgcentrum Sint-Jozef Neerpelt. Het animatieteam voerde diepgaande gesprekken met de bewoners. Leen Plessers nam het schrijfwerk voor haar rekening. Linda Geerits maakte de sprekende foto’s. Deze intense samenwerking resulteert in een waardevol en aangrijpend rusthuisboek.
Leen Plessers (1972) studeerde sociaal-cultureel werk en werkt sinds 1995 als animatieverantwoordelijke in Woon- en zorgcentrum Sint-Jozef Neerpelt.
Linda Geerits (1962) studeerde fotografie en volgde de opleiding begeleider-animator voor bejaarden. Sinds 1995 werkt zij als animatrice in Woon- en zorgcentrum Sint-Jozef Neerpelt.
Leven voorbij de deur. Rusthuisboek. 2de licht gewijzigde druk
Leven voorbij de deur gidst je door de rusthuisgangen en laat je kennismaken met de bewoners en hun verhalen. Verhalen over het leven in het rusthuis. Stuk voor stuk eerlijke, authentieke getuigenissen. Soms pijnlijk en donker. Dan weer vrolijk en hoopvol. Maar altijd pakkend en inspirerend. Met prikkelende suggesties voor menslievende zorg. Want achter de deuren van het woon- en zorgcentrum tref je een enorme intensiteit van leven aan.
De beleving van de bewoners vormt het uitgangspunt van dit boek. In Leven voorbij de deur worden de bewoners zelf aan het woord gelaten. Hoe ervaren zij hun leven in het rusthuis? Hoe voelt het om oud en afhankelijk te zijn? Hoe wordt een opname in het woon- en zorgcentrum beleefd? Wat is goede zorg? Wat betekent het om vertrouwde deuren te sluiten en afscheid te nemen? Een bejaarde opent in het rusthuis zijn laatste deur.
Deze uitgave is een aanrader voor iedereen die het leven in het rusthuis eens door de ogen van de bewoners wil bekijken en beleven.
Dit boek is een initiatief van Dienst Animatie De Duizendpoot van Woon- en zorgcentrum Sint-Jozef Neerpelt. Het animatieteam voerde diepgaande gesprekken met de bewoners. Leen Plessers nam het schrijfwerk voor haar rekening. Linda Geerits maakte de sprekende foto’s. Deze intense samenwerking resulteert in een waardevol en aangrijpend rusthuisboek.
Leen Plessers (1972) studeerde sociaal-cultureel werk en werkt sinds 1995 als animatieverantwoordelijke in Woon- en zorgcentrum Sint-Jozef Neerpelt.
Linda Geerits (1962) studeerde fotografie en volgde de opleiding begeleider-animator voor bejaarden. Sinds 1995 werkt zij als animatrice in Woon- en zorgcentrum Sint-Jozef Neerpelt.
Keizer Karel V in Andalusië. Wittebroodsweken
Deze uitgave geeft een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen in die tijd: de bruiloft van Karel en Isabella in Sevilla en de feestelijkheden naar aanleiding daarvan, het conflict van Karel V met de paus en met de lastige koning Frans I van Frankrijk, problemen met de oorspronkelijke Moorse bevolking, de verblijfplaats van het jonggehuwde paar enz. Er wordt zelfs aandacht besteed aan de gerechten die bij Karel V op tafel kwamen en wat hij in zijn vrije tijd deed.
Juan Antonio Vilar Sánchez studeerde middeleeuwse geschiedenis in Keulen en moderne geschiedenis in Granada. Hij promoveerde in de moderne en contemporaine geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is internationaal expert op het gebied van de Spaans-Nederlandse betrekkingen in de 16de-17de eeuw. Ruim 30 jaar is hij onder meer officieel gids bij de provincie Granada.
Mathilde F.L. Dresscher studeerde psychologie aan de Universiteit Utrecht. Zij verbleef lange tijd in Granada, studeerde Spaans en doceerde Spaans bij het volwassenenonderwijs op diverse plaatsen in Nederland.
Keizer Karel V in Andalusië. Wittebroodsweken
Deze uitgave geeft een gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen in die tijd: de bruiloft van Karel en Isabella in Sevilla en de feestelijkheden naar aanleiding daarvan, het conflict van Karel V met de paus en met de lastige koning Frans I van Frankrijk, problemen met de oorspronkelijke Moorse bevolking, de verblijfplaats van het jonggehuwde paar enz. Er wordt zelfs aandacht besteed aan de gerechten die bij Karel V op tafel kwamen en wat hij in zijn vrije tijd deed.
Juan Antonio Vilar Sánchez studeerde middeleeuwse geschiedenis in Keulen en moderne geschiedenis in Granada. Hij promoveerde in de moderne en contemporaine geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is internationaal expert op het gebied van de Spaans-Nederlandse betrekkingen in de 16de-17de eeuw. Ruim 30 jaar is hij onder meer officieel gids bij de provincie Granada.
Mathilde F.L. Dresscher studeerde psychologie aan de Universiteit Utrecht. Zij verbleef lange tijd in Granada, studeerde Spaans en doceerde Spaans bij het volwassenenonderwijs op diverse plaatsen in Nederland.
Mama tovert melk
Dit vertelboek wil borstvoeding weer die plaats geven van iets dat er vanzelfsprekend bij hoort wanneer er een baby komt. Meer dan dat zijn borstvoedingsmomenten ook een bron van troost, veiligheid en geborgenheid voor kinderen. En waar kun je beter beginnen met het creëren van een hernieuwd bewustzijn rond borstvoeding dan bij jonge kinderen zelf, de moeders en vaders van morgen?
In dit boek worden kinderen van 5 tot 8 jaar op een speelse manier vertrouwd gemaakt met borstvoeding. Het is bijzonder geschikt voor kinderen die een broertje of zusje krijgen.
Via een speels verhaal en vele illustraties maak je kennis met Emilie, die net een broertje heeft gekregen, en haar gezin. Emilie is nieuwsgierig naar hoe mama zomaar melk kan toveren. Van mama en oma krijgt ze wonderlijke antwoorden op al haar vragen.
"Ik vind dit boek super! Mijn oudste zoon vraagt geregeld dat ik hem nog eens voorlees uit Mama tovert melk."
Ann Suetens, mama van drie kindjes en medewerker bij Borstvoedingorganisatie La Leche League en bij De Bakermat, praktijk voor verloskunde.
Mia Verbeelen is professioneel verhalenverteller en oprichter van het verhalenbedrijf Verbeelden door verhalen. Ilheim Abdel-jelil is grafisch ontwerpster en illustratrice. Deze uitgave is een initiatief van De Bakermat, een expertisecentrum voor kraamzorg en praktijk voor vroedkunde in Leuven.
Mama tovert melk
Dit vertelboek wil borstvoeding weer die plaats geven van iets dat er vanzelfsprekend bij hoort wanneer er een baby komt. Meer dan dat zijn borstvoedingsmomenten ook een bron van troost, veiligheid en geborgenheid voor kinderen. En waar kun je beter beginnen met het creëren van een hernieuwd bewustzijn rond borstvoeding dan bij jonge kinderen zelf, de moeders en vaders van morgen?
In dit boek worden kinderen van 5 tot 8 jaar op een speelse manier vertrouwd gemaakt met borstvoeding. Het is bijzonder geschikt voor kinderen die een broertje of zusje krijgen.
Via een speels verhaal en vele illustraties maak je kennis met Emilie, die net een broertje heeft gekregen, en haar gezin. Emilie is nieuwsgierig naar hoe mama zomaar melk kan toveren. Van mama en oma krijgt ze wonderlijke antwoorden op al haar vragen.
"Ik vind dit boek super! Mijn oudste zoon vraagt geregeld dat ik hem nog eens voorlees uit Mama tovert melk."
Ann Suetens, mama van drie kindjes en medewerker bij Borstvoedingorganisatie La Leche League en bij De Bakermat, praktijk voor verloskunde.
Mia Verbeelen is professioneel verhalenverteller en oprichter van het verhalenbedrijf Verbeelden door verhalen. Ilheim Abdel-jelil is grafisch ontwerpster en illustratrice. Deze uitgave is een initiatief van De Bakermat, een expertisecentrum voor kraamzorg en praktijk voor vroedkunde in Leuven.
De Kampanje. Sudbury Valley School in Nederland
De Kampanje is een pleidooi voor een andere kijk op onderwijs. De titel staat voor de naam van een school in Nederland. Het type onderwijs waarbij kinderen niet in een mal geperst worden, is afkomstig van de Amerikaanse Sudbury Valley School in Boston. In deze tijd, waarin het debat gevoerd wordt over schoolstandaarden en testen, vormt dit type onderwijs een intrigerend en controversieel alternatief: Kinderen zijn zèlf verantwoordelijk voor hun scholing.
In dit boek schetst Christel Hartkamp-Bakker een inzichtelijk beeld van zowel de ideeën die achter deze onderwijsmethode schuilgaan, als van de dagelijkse praktijk van De Kampanje en de redenen waarom deze bijzondere plaats zo goed werkt voor de kinderen die er naar school gaan.
“De Schrijver heeft deze complexe materie op een, naar mijn smaak, plezierig leesbare manier weergegeven. Het boek biedt de mogelijkheid een weloverwogen mening te vormen over hoe onderwijs eruit zou kunnen zien, waarbij we jonge mensen voorbereiden op de samenleving van morgen, niet die van gisteren.”
Edwin de Bree, Eigenaar van Ondernemerschap nu!, Oprichter van Sudburyschool De Koers te Beverwijk.
“Het is een mooi coherent geheel met passende verwijzingen. Er staan heel degelijke argumenten in voor deze schoolvorm in deze tijd."
Roos David, Lector Pedagogiek, Hogeschool Gent
Christel Hartkamp-Bakker, geologe, is medeoprichter en staflid van De Kampanje.
De Kampanje. Sudbury Valley School in Nederland
De Kampanje is een pleidooi voor een andere kijk op onderwijs. De titel staat voor de naam van een school in Nederland. Het type onderwijs waarbij kinderen niet in een mal geperst worden, is afkomstig van de Amerikaanse Sudbury Valley School in Boston. In deze tijd, waarin het debat gevoerd wordt over schoolstandaarden en testen, vormt dit type onderwijs een intrigerend en controversieel alternatief: Kinderen zijn zèlf verantwoordelijk voor hun scholing.
In dit boek schetst Christel Hartkamp-Bakker een inzichtelijk beeld van zowel de ideeën die achter deze onderwijsmethode schuilgaan, als van de dagelijkse praktijk van De Kampanje en de redenen waarom deze bijzondere plaats zo goed werkt voor de kinderen die er naar school gaan.
“De Schrijver heeft deze complexe materie op een, naar mijn smaak, plezierig leesbare manier weergegeven. Het boek biedt de mogelijkheid een weloverwogen mening te vormen over hoe onderwijs eruit zou kunnen zien, waarbij we jonge mensen voorbereiden op de samenleving van morgen, niet die van gisteren.”
Edwin de Bree, Eigenaar van Ondernemerschap nu!, Oprichter van Sudburyschool De Koers te Beverwijk.
“Het is een mooi coherent geheel met passende verwijzingen. Er staan heel degelijke argumenten in voor deze schoolvorm in deze tijd."
Roos David, Lector Pedagogiek, Hogeschool Gent
Christel Hartkamp-Bakker, geologe, is medeoprichter en staflid van De Kampanje.
Gezondheid anders bekeken. Wisselwerking tussen materie, chemie en energie
Alles is opgebouwd uit energie’, ‘Gezondheid ontstaat wanneer de energie in het lichaam in balans is’: Deze stellingen vinden steeds meer hun intrede in het westerse denkpatroon. Maar hoe wordt een menselijke energiebalans dan opgebouwd en wanneer spreken we van evenwicht? Dit boek licht helder en wetenschappelijk onderbouwd toe.
Tal van intrigerende vragen komen aan bod, van algemeen tot specifiek: Wat bepaalt of materie leeft of niet? Bestaat er zoiets als levensenergie? Hoe en in welke mate beïnvloeden energievelden scheikundige reacties en hoe kunnen ze structurele veranderingen in een organisme veroorzaken? Wat is het effect van voeding op de verschillende energievelden? Welke invloed hebben toevoegingen van voedseladditieven, synthetische supplementen en medicatie op de verschillende energieniveaus? Wat is er aan de hand wanneer de ‘batterij’ van het lichaam leeg is? Wat wordt er verstoord bij emotionele en mentale overlast en wat is een burn-out? Wat is omgevingsstraling en op welk niveau kan dit stoornissen veroorzaken in de energiebalans van de mens? Wat gebeurt er met het menselijke energieveld tijdens meditatie, narcose, comateuze toestanden en het stervensproces? Dit boek richt zich tot iedereen die wil weten hoe gezondheid ontstaat en kan worden behouden.
Dokter Annik Mollen studeerde in 1992 af als dokter in de geneeskunde aan de Universitaire Instelling Antwerpen. Zij werkte aanvankelijk als spoedarts en assistent in de heelkunde in een ziekenhuis en verdiepte zich nadien in de biofysische wetenschappen en de bio-informatie therapie. Momenteel doet ze onderzoek naar de invloed van (elektro)magnetische eigenschappen van natuurlijke en synthetische stoffen en hun invloed op de celstofwisseling.
Gezondheid anders bekeken. Wisselwerking tussen materie, chemie en energie
Alles is opgebouwd uit energie’, ‘Gezondheid ontstaat wanneer de energie in het lichaam in balans is’: Deze stellingen vinden steeds meer hun intrede in het westerse denkpatroon. Maar hoe wordt een menselijke energiebalans dan opgebouwd en wanneer spreken we van evenwicht? Dit boek licht helder en wetenschappelijk onderbouwd toe.
Tal van intrigerende vragen komen aan bod, van algemeen tot specifiek: Wat bepaalt of materie leeft of niet? Bestaat er zoiets als levensenergie? Hoe en in welke mate beïnvloeden energievelden scheikundige reacties en hoe kunnen ze structurele veranderingen in een organisme veroorzaken? Wat is het effect van voeding op de verschillende energievelden? Welke invloed hebben toevoegingen van voedseladditieven, synthetische supplementen en medicatie op de verschillende energieniveaus? Wat is er aan de hand wanneer de ‘batterij’ van het lichaam leeg is? Wat wordt er verstoord bij emotionele en mentale overlast en wat is een burn-out? Wat is omgevingsstraling en op welk niveau kan dit stoornissen veroorzaken in de energiebalans van de mens? Wat gebeurt er met het menselijke energieveld tijdens meditatie, narcose, comateuze toestanden en het stervensproces? Dit boek richt zich tot iedereen die wil weten hoe gezondheid ontstaat en kan worden behouden.
Dokter Annik Mollen studeerde in 1992 af als dokter in de geneeskunde aan de Universitaire Instelling Antwerpen. Zij werkte aanvankelijk als spoedarts en assistent in de heelkunde in een ziekenhuis en verdiepte zich nadien in de biofysische wetenschappen en de bio-informatie therapie. Momenteel doet ze onderzoek naar de invloed van (elektro)magnetische eigenschappen van natuurlijke en synthetische stoffen en hun invloed op de celstofwisseling.
Polariteits- en informatiegeneeskunde
Inzichten uit zowel de westerse als de traditionele oosterse geneeskunde vinden er een synthese. Iemand is gezond wanneer de cellen van alle organen goed functioneren. Indien de celstofwisseling een bepaald ritme aanhoudt, `weten'' cellen welke functies ze moeten vervullen. In dit opzicht leunt deze geneeskunde aan bij de genetica. Is dit ritme verstoord, dan treden ziekteverschijnselen op. Deze verstoring kan veroorzaakt worden door bepaalde scheikundige stoffen, want die zijn ook te beschrijven in termen van hun karakteristieke fysische eigen-schappen, zoals elektrische lading, elektromagnetische lading en calorische waarde. Hier slaat polariteitsgeneeskunde de brug naar de traditionele oosterse geneeskunde, want ook de Japanse begrippen yin en yang refereren naar deze fysische eigenschappen.`Yange'' stoffen hebben een positief elektrisch karakter en zijn in staat de celstofwisseling te vertragen. Hierdoor ontstaan stagnatie en opstapeling van afvalstoffen. `Yinne'' stoffen vertonen een negatief elektrisch karakter en bewerkstelligen net het tegenovergestelde. Ze wijzigen het celmilieu zodanig dat een toename van het celtransport en de celspanning optreedt. Deze dualiteit vormt de basis van het verschijnsel `polariteit'' en de toepassingen in de polariteitsgeneeskunde. Welke implicaties hebben deze inzichten voor de medische praktijk? De auteur beschrijft veel voorkomende aandoeningen als kanker, diabetes, chronisch vermoeidheidsyndroom enz. als polariteitstoornissen en legt uit hoe ze biofysisch behandeld kunnen worden. Ook de belangrijkste toepassingen van de informatiegeneeskunde komen concreet aan bod. Voeding, medicatie, voedingssupplementen, kruiden, plantenextracten en homeopathische middelen kunnen onze celstofwisseling beïnvloeden. Ook emotionele en mentale processen, en de toestand van onze leefomgeving, grijpen in belangrijke mate in.
Annik Mollen is arts. Zij maakt deel uit van een groepspraktijk in Antwerpen.
Polariteits- en informatiegeneeskunde
Inzichten uit zowel de westerse als de traditionele oosterse geneeskunde vinden er een synthese. Iemand is gezond wanneer de cellen van alle organen goed functioneren. Indien de celstofwisseling een bepaald ritme aanhoudt, `weten'' cellen welke functies ze moeten vervullen. In dit opzicht leunt deze geneeskunde aan bij de genetica. Is dit ritme verstoord, dan treden ziekteverschijnselen op. Deze verstoring kan veroorzaakt worden door bepaalde scheikundige stoffen, want die zijn ook te beschrijven in termen van hun karakteristieke fysische eigen-schappen, zoals elektrische lading, elektromagnetische lading en calorische waarde. Hier slaat polariteitsgeneeskunde de brug naar de traditionele oosterse geneeskunde, want ook de Japanse begrippen yin en yang refereren naar deze fysische eigenschappen.`Yange'' stoffen hebben een positief elektrisch karakter en zijn in staat de celstofwisseling te vertragen. Hierdoor ontstaan stagnatie en opstapeling van afvalstoffen. `Yinne'' stoffen vertonen een negatief elektrisch karakter en bewerkstelligen net het tegenovergestelde. Ze wijzigen het celmilieu zodanig dat een toename van het celtransport en de celspanning optreedt. Deze dualiteit vormt de basis van het verschijnsel `polariteit'' en de toepassingen in de polariteitsgeneeskunde. Welke implicaties hebben deze inzichten voor de medische praktijk? De auteur beschrijft veel voorkomende aandoeningen als kanker, diabetes, chronisch vermoeidheidsyndroom enz. als polariteitstoornissen en legt uit hoe ze biofysisch behandeld kunnen worden. Ook de belangrijkste toepassingen van de informatiegeneeskunde komen concreet aan bod. Voeding, medicatie, voedingssupplementen, kruiden, plantenextracten en homeopathische middelen kunnen onze celstofwisseling beïnvloeden. Ook emotionele en mentale processen, en de toestand van onze leefomgeving, grijpen in belangrijke mate in.
Annik Mollen is arts. Zij maakt deel uit van een groepspraktijk in Antwerpen.
Winterfeesten en gebak. Mythen, folklore en tradities
Op Allerheiligen eten we pannenkoeken (of zielenkoeken). Op andere feesten eten we wafels, waarbij we het ook hebben over lukken, oblies en zelfs over wafelijzers. Sinterklaas en Sint-Maarten brengen steevast speculaas (of is het speculoos) of moeten we het nu toch “Goed Heylickmaker” noemen, gezien de vele legendes? Wat zijn koekplanken en wat is hun symbolische betekenis? Er zijn ook nog klaaspeerden, stroenten, crottes enz. Zelfs de kleine nik-nakskens hebben een interessante geschiedenis.
In dit zorgvuldig geïllustreerde boek krijgen ook historische, traditionele en vernieuwende recepten een eigen plaatsje. Het hoe, het waarom, hun ontstaan en hun geschiedenis, doorspekt met legenden, volkse gebruiken en getuigenissen geven een nieuwe dimensie aan het feestgebeuren en het gebak dat er bijhoort.
André Delcart is verkoopsverantwoordelijke bij een staalgroothandel. Hij volgde ook een opleiding tot bakker en tot kok. Eerder verscheen van hem het bijzondere boek over mosterd.
Winterfeesten en gebak. Mythen, folklore en tradities
Op Allerheiligen eten we pannenkoeken (of zielenkoeken). Op andere feesten eten we wafels, waarbij we het ook hebben over lukken, oblies en zelfs over wafelijzers. Sinterklaas en Sint-Maarten brengen steevast speculaas (of is het speculoos) of moeten we het nu toch “Goed Heylickmaker” noemen, gezien de vele legendes? Wat zijn koekplanken en wat is hun symbolische betekenis? Er zijn ook nog klaaspeerden, stroenten, crottes enz. Zelfs de kleine nik-nakskens hebben een interessante geschiedenis.
In dit zorgvuldig geïllustreerde boek krijgen ook historische, traditionele en vernieuwende recepten een eigen plaatsje. Het hoe, het waarom, hun ontstaan en hun geschiedenis, doorspekt met legenden, volkse gebruiken en getuigenissen geven een nieuwe dimensie aan het feestgebeuren en het gebak dat er bijhoort.
André Delcart is verkoopsverantwoordelijke bij een staalgroothandel. Hij volgde ook een opleiding tot bakker en tot kok. Eerder verscheen van hem het bijzondere boek over mosterd.
Iedereen veilig
Dit boek gaat over veiligheid in de gemeente, zowel stad als dorp. Veiligheid voor iedereen. En veiligheid in de ruimste betekenis. Veiligheidszorg moet dan ook sociaal zijn. Niet iedereen heeft met dezelfde veiligheidsproblemen te maken. Sommige mensen zijn kwetsbaarder, wegens hun afkomst, hun opleiding, hun arbeidsomstandigheden, de buurt waarin ze wonen, hun leeftijd enz. Om iedereen gelijk te behandelen, moet de veiligheidszorg aangepast verdeeld worden, rekening houdend met de kwetsbaarheid van de betrokkenen.
Een sociaal veiligheidsbeleid heeft de bedoeling iedereen te helpen. Te beginnen bij preventie en eindigend bij slachtoff erhulp. Zo ontstaat er een veiligheidsketen waarin iedereen betrokken is.
Het boek is ontstaan vanuit samenspraak, tegenspraak en discussie met insiders, specialisten, buitenstaanders en vooral ook met zovele mensen-in-de-straat bij toevallige of gewilde ontmoetingen die hun mening gaven over ‘veiligheid’. Het geeft vele, meteen herkenbare voorbeelden.
Iedereen veilig gaat over iedereen en is bestemd voor iedereen. Maar zeker voor iedereen die een aparte verantwoordelijkheid draagt: burgemeesters, gemeenteraadsleden, gemeentediensten, politie, justitie, wijkverenigingen enz.
Ludwig Vandenhove is burgemeester van Sint-Truiden, sp.a-senator en voorzitter van de commissie Binnenlandse Zaken en Administratieve Aangelegenheden. Ten slotte is hij specialist in veiligheidsaangelegenheden.
Iedereen veilig
Dit boek gaat over veiligheid in de gemeente, zowel stad als dorp. Veiligheid voor iedereen. En veiligheid in de ruimste betekenis. Veiligheidszorg moet dan ook sociaal zijn. Niet iedereen heeft met dezelfde veiligheidsproblemen te maken. Sommige mensen zijn kwetsbaarder, wegens hun afkomst, hun opleiding, hun arbeidsomstandigheden, de buurt waarin ze wonen, hun leeftijd enz. Om iedereen gelijk te behandelen, moet de veiligheidszorg aangepast verdeeld worden, rekening houdend met de kwetsbaarheid van de betrokkenen.
Een sociaal veiligheidsbeleid heeft de bedoeling iedereen te helpen. Te beginnen bij preventie en eindigend bij slachtoff erhulp. Zo ontstaat er een veiligheidsketen waarin iedereen betrokken is.
Het boek is ontstaan vanuit samenspraak, tegenspraak en discussie met insiders, specialisten, buitenstaanders en vooral ook met zovele mensen-in-de-straat bij toevallige of gewilde ontmoetingen die hun mening gaven over ‘veiligheid’. Het geeft vele, meteen herkenbare voorbeelden.
Iedereen veilig gaat over iedereen en is bestemd voor iedereen. Maar zeker voor iedereen die een aparte verantwoordelijkheid draagt: burgemeesters, gemeenteraadsleden, gemeentediensten, politie, justitie, wijkverenigingen enz.
Ludwig Vandenhove is burgemeester van Sint-Truiden, sp.a-senator en voorzitter van de commissie Binnenlandse Zaken en Administratieve Aangelegenheden. Ten slotte is hij specialist in veiligheidsaangelegenheden.
De mythe van de gelukkige kindertijd. Zoektocht naar het miskende kind in onszelf
‘Het miskende kind in onszelf’ is een veelgebruikt begrip geworden. Het is een verzamelnaam voor de negatieve ervaringen in de kindertijd, die door hun onbewuste werking veel invloed uitoefenen op het functioneren als volwassenen. Dit boek is een verdere uitwerking van het oorspronkelijke begrip ’miskenning’. Het behandelt de miskenning van het kind in al zijn vormen. Fundamenteel is dat de miskenning gezien wordt vanuit de ervaring van het jonge kind. Voor het kwetsbare kind is miskenning ‘misbehandeling’.
Het miskende kind dat volwassenen in zich dragen, kan zeer vroeg ontstaan zijn, zelfs vóór de geboorte. Vroege miskenningen treden op in de symbiotische fase, die loopt van de conceptie tot en met de psychologische geboorte. Latere vormen van miskenning verwijzen veeleer naar de onderdrukking van de gevoelswereld van het kind door ‘zwarte pedagogie’. Het herbeleven van verdrongen ervaringen, het doorleven van versteende pijn en op die manier verwerken van de opgelopen miskenning, is een heilzame weg naar minder emotionele en relationele problemen en naar meer geluk. Onthullende psychotherapie kan daarbij helpen.
Gaby Stroecken studeerde criminologie en psychologie; ze volgde ook een opleiding tot cliëntgericht psychotherapeute. Ze heeft haar eigen praktijk en geeft ook supervisie.
Rien Verdult is ontwikkelingspsycholoog; hij volgde ook een opleiding tot cliëntgerichte psychotherapeut. Verder vervolmaakte hij zich in de prenatale en perinatale psychotherapie. Hij heeft een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en hij werkt als babytherapeut.
De mythe van de gelukkige kindertijd. Zoektocht naar het miskende kind in onszelf
‘Het miskende kind in onszelf’ is een veelgebruikt begrip geworden. Het is een verzamelnaam voor de negatieve ervaringen in de kindertijd, die door hun onbewuste werking veel invloed uitoefenen op het functioneren als volwassenen. Dit boek is een verdere uitwerking van het oorspronkelijke begrip ’miskenning’. Het behandelt de miskenning van het kind in al zijn vormen. Fundamenteel is dat de miskenning gezien wordt vanuit de ervaring van het jonge kind. Voor het kwetsbare kind is miskenning ‘misbehandeling’.
Het miskende kind dat volwassenen in zich dragen, kan zeer vroeg ontstaan zijn, zelfs vóór de geboorte. Vroege miskenningen treden op in de symbiotische fase, die loopt van de conceptie tot en met de psychologische geboorte. Latere vormen van miskenning verwijzen veeleer naar de onderdrukking van de gevoelswereld van het kind door ‘zwarte pedagogie’. Het herbeleven van verdrongen ervaringen, het doorleven van versteende pijn en op die manier verwerken van de opgelopen miskenning, is een heilzame weg naar minder emotionele en relationele problemen en naar meer geluk. Onthullende psychotherapie kan daarbij helpen.
Gaby Stroecken studeerde criminologie en psychologie; ze volgde ook een opleiding tot cliëntgericht psychotherapeute. Ze heeft haar eigen praktijk en geeft ook supervisie.
Rien Verdult is ontwikkelingspsycholoog; hij volgde ook een opleiding tot cliëntgerichte psychotherapeut. Verder vervolmaakte hij zich in de prenatale en perinatale psychotherapie. Hij heeft een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en hij werkt als babytherapeut.














