Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde
daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit
Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het
Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek
aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en
NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen
en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels)
aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American
Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene
Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse
Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties
voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’
en eindredacteur bij het weekblad Humo.
Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert
Lachland. Puzzels, raadsels en spelletjes voor wie van Nederlands houdt.
Hou je van taalspelletjes? Dan is dit boek iets voor jou!
- op een leuke manier spelen met taal
- veel puzzels, raadsels, spelletjes en moppen
- voor tieners en volwassenen
- voor beginnende en gevorderde taalleerders
- met cartoons van Kamagurka, Latif Ait en Jonas Geirnaert
- oplossingen achter in het boek
Helga Van Loo studeerde Germaanse talen aan de KU Leuven en volgde
daarna een bijkomende opleiding NT2-didactiek aan de Universiteit
Antwerpen. Ze werkt als docente Nederlands als tweede taal aan het
Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en is docente NT2-didactiek
aan de Universiteit Antwerpen. Buiten de klas ontwikkelde ze nieuw NT2- en
NVT-lesmateriaal; Zij verzorgt ook bijscholingen
en workshops in binnen- en buitenland.
Peter Schoenaerts studeerde Taal- en Letterkunde (Nederlands en Engels)
aan de KU Leuven, en volgde een drama-opleiding aan de American
Academy of Dramatic Arts in New York. Peter werkte mee aan verscheidene
Nederlandse taalmethodes en publicaties. Hij werkte o.a. zeven jaar voor de Nederlandse
Taalunie als taalexpert NVT. Sinds 2001 maakt hij geregeld theaterproducties
voor anderstaligen. Momenteel is hij dagelijks leider van ‘Theater van A tot Z’
en eindredacteur bij het weekblad Humo.
Met illustraties door: Latif Ait, Kamagurka en Jonas Geirnaert
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit
Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste
voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde
de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel
IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt.
Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het
milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in
verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.
Milieu en milieubehoud. Economische benadering
Dit studieboek biedt een heldere inleiding tot de economische benadering van milieuvragen en de aansluitende beleidsaanpak. Hoewel inleidend, behandelen de auteurs de belangrijkste aspecten, met vernieuwende bijdragen zoals: verduidelijking van de inhoud van duurzame ontwikkeling, weergave van de kosten-batenafweging met afzonderlijke aandacht voor de publieke en de privésferen en verklaring van de EU-emissiehandel.
De econoom ontdekt in het eerste hoofdstuk een ruimere visie door toetsing van de economische benadering aan inzichten uit andere disciplines. Het tweede hoofdstuk maakt de niet-econoom vertrouwd met de basisconcepten van economisch denken. Het derde hoofdstuk beschrijft de methoden om niet-geprijsde factoren alsnog een monetaire waarde toe te kennen. Het vierde hoofdstuk legt uit hoe economisch redeneren kan bijdragen tot milieubehoud in de praktijk. De afweging van kosten tegen baten van milieubehoud omcirkelt na te streven doelstellingen voor de gemeenschap. Het conflict tussen privé- en publiek belang maakt de zichtbare hand van het beleid nodig om de neuzen van de talrijke vervuilers in de richting van milieubehoud te zetten en te houden.
De keuze van het geschikte beleidsinstrument komt uitgebreid aan bod in hoofdstuk vijf, met een overzichtelijke lijst van criteria en een diepgaande studie van de economische instrumenten bij uitstek: heffingen en verhandelbare emissievergunningen. Het laatste instrument is een hybride en om spraakverwarring te voorkomen, geldt het EU-emissiehandelsschema als referentie voor de studie. Het handboek sluit af met kernbegrippen van besluitvorming en een bespreking van de kosten-batenanalyse. Lesgevers die het boek als handboek benutten, kunnen bij de auteurs de powerpoint- bestanden aanvragen ter ondersteuning.
Aviel Verbruggen (www.avielverbruggen.be) is hoogleraar emeritus aan de Universiteit
Antwerpen. Hij doceerde milieu- en energie-economie, was de eerste
voorzitter van de MiNaRaad Vlaanderen (1991-95), concipieerde en redigeerde
de milieu- en natuurrapporten Vlaanderen (1993-98) en was lid van het klimaatpanel
IPCC (1998-2014).
Steven Van Passel is hoofddocent aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert
milieu- en energie-economie aan de Universiteiten van Antwerpen en Hasselt.
Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen economie, technologie en het
milieu. Hij is auteur van talrijke wetenschappelijke publicaties en participeert in
verscheidene nationale en internationale onderzoeksprojecten.
Samen veranderen
Dit boek wil inspireren én prikkelen om in onze steeds sneller veranderende wereld – en dus ook een veranderende werkomgeving – vooral niet te blijven stilstaan. Stilstaan is prima voor een moment, even een pas op de plaats. Maar als je te lang blijft stilstaan, ook als organisatie, team en/ of medewerker, dan mis je de boot.
Het boek is dan ook een oproep aan de lezer om in de veranderende omgeving samen met anderen te veranderen, in beweging te komen, om anders (wendbaar en lenig) te denken en te doen. Het daagt uit om erover na te denken waarom het slim is nu in beweging te komen.
Pim Steerneman, Trudie Severens en Brigitta Santegoeds zijn werkzaam bij zorgorganisatie Sevagram (NL) als respectievelijk bestuursvoorzitter, lid Raad van Bestuur en projectleider Kunst & Cultuur.
Samen veranderen
Dit boek wil inspireren én prikkelen om in onze steeds sneller veranderende wereld – en dus ook een veranderende werkomgeving – vooral niet te blijven stilstaan. Stilstaan is prima voor een moment, even een pas op de plaats. Maar als je te lang blijft stilstaan, ook als organisatie, team en/ of medewerker, dan mis je de boot.
Het boek is dan ook een oproep aan de lezer om in de veranderende omgeving samen met anderen te veranderen, in beweging te komen, om anders (wendbaar en lenig) te denken en te doen. Het daagt uit om erover na te denken waarom het slim is nu in beweging te komen.
Pim Steerneman, Trudie Severens en Brigitta Santegoeds zijn werkzaam bij zorgorganisatie Sevagram (NL) als respectievelijk bestuursvoorzitter, lid Raad van Bestuur en projectleider Kunst & Cultuur.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Etty Hillesum in weerwil van het Joodse vraagstuk (Etty Hillesum Studies, deel 8)
Het Joodse vraagstuk interesseerde Etty Hillesum niet bijzonder, totdat de Duitse bezetting hierin verandering bracht. Haar vader, dr. Louis Hillesum, werd op 29 november 1940 als rector van het Deventer gymnasium afgezet wegens zijn Joodse afkomst. Bij wijze van afscheid werd een foto van de schoolgemeenschap gemaakt met Hillesum in het midden. Met de gevolgen van de Duitse bezetting werd Etty Hillesum echter al eerder dat jaar geconfronteerd, toen zij te horen kreeg dat haar hoogleraar Bonger zelfmoord had gepleegd. Haar verbijstering was groot, want een uur eerder had zij nog samen met hem gesproken over de toekomst van Europa.
Als Etty Hillesum op 15 juli 1942 haar oproep krijgt, laat zij zich overhalen om bij de Joodse Raad te gaan werken. Tegen haar zin, omdat zij negatief oordeelde over de Joodse Raad en over elke poging om zich aan het ‘Massenschicksal’ van het Joodse volk te onttrekken. Daarom is het interessant om haar visie te vergelijken met die van haar vriendin Leonie Snatager, die wel voor onderduiken heeft gekozen. Ook de vergelijking tussen de oorlogsdagboeken van Hélène Berr en Etty Hillesum levert interessante overeenkomsten en verschillen op. Beiden wilden niet dat hun leven door de omstandigheden zou worden bepaald. In het geval van Etty Hillesum gold dit ook toen zij afscheid moest nemen van haar grote leidsman, vriend en minnaar Julius Spier. Zij liet zich door zijn dood niet van het pad afbrengen dat zij met zijn hulp was ingeslagen. Hierbij is de invloed van Meister Eckehardt merkbaar. Zo slaagde Etty Hillesum erin alles los te laten wat haar hinderde in haar queeste.
De serie Etty Hillesum Studies is een uitgave van het Etty Hillesum Onderzoekscentrum in Middelburg en staat onder redactie van Klaas A.D. Smelik, Marja Clement, Meins G.S. Coetsier, Janny van der Molen, Gerrit Van Oord en Jurjen Wiersma.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
Psychoanalytische praktijk tussen onbewuste en wetenschap (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 23)
Een van de constanten in de reeks Psychoanalytisch Actueel is dat ze op de psychoanalytische praktijk is gericht. Nu eens komt een specifieke problematiek aan bod, dan weer een welbepaalde therapeutische setting of modus. Dit boek neemt de merites van psychoanalytische praktijkvoering meer in het algemeen onder de loep. Dit gebeurt tegen de achtergrond van enerzijds het onbewuste als onderzoeksobject bij uitstek van die praktijk, en van anderzijds de vraag naar de wetenschappelijke status van diezelfde praktijk. Voor velen staan onbewuste en wetenschap echter op gespannen voet. Kan de oriëntatie op het onbewuste wetenschappelijk wel ernstig genomen worden? Leent het onbewuste zich überhaupt tot wetenschappelijk onderzoek? Wat moeten we dan onder ‘wetenschap’ verstaan en zijn de tegenwoordig overheersende wetenschappelijke criteria voor elk onderzoeksgebied evenzeer geldig? Hoe stuurt en stoort dit debat het reilen en zeilen van de praktijk? Op welke wijze kan de analytische praktijk omgekeerd het debat mee bepalen en er meer zeggenschap in verwerven? Verdient de psychoanalytische benadering het niet gehonoreerd te worden in haar geheel eigen ‘wetenschappelijkheid’?
Binnen het drieluik van dit boek komt de praktijk centraal te staan in het spanningsveld tussen onbewuste en wetenschap. Het is immers slechts in en vanuit deze praktijk dat het debat beslecht of minstens gevoed kan worden.
Met bijdragen van Ariane Bazan, Mattias Desmet, Christine Franckx, Wouter Gomperts, Dominiek Hoens, Sylvia Janson, Mark Kinet, Michel Thys en Myriam Van Gael.
Mark Kinet is psychiater en psychotherapeut. Hij is hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch
Actueel.
Michel Thys is doctor in de filosofie, psycholoog en psychoanalyticus. Hij is voormalig
hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en tevens redactielid van de reeks.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.
De poriën van de economie. Een essay over de verhouding tussen economie en politiek (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 5)
De problemen waarmee Europa sinds de economische crisis van 2007 worstelt, roepen meer dan ooit vragen op naar de verhouding tussen economie en politiek. Het Westen is er altijd op uit geweest deze twee categorieën strikt van elkaar te scheiden. Economie en politiek zijn steeds opgevat als tegengesteld: noodzaak versus vrijheid, privaat belang versus algemeen belang, maatschappij versus staat, markt versus politiek, globalisering versus soevereiniteit. Het ging erom de prioriteit van de politiek veilig te stellen en aan te geven dat zij zich niet laat herleiden tot de economie.
In de huidige crises is de staat zich gaan inlaten met het beheer van de markten en hij doet dit onder dwang van die markten zelf. Dit betekent niet dat de economie de politiek opgeslokt heeft, zoals beweerd wordt door het neoliberalisme, integendeel. Economie en politiek staan niet meer tegenover elkaar, maar zijn wederzijds afhankelijk, zonder dat hun verschil is opgeheven. Hun verhouding is breekbaar. Maar noch de economie noch de politiek is in staat om concreet gestalte te geven aan de samenleving. De samenhang van de samenleving is niet louter economisch te begrijpen, zoals het neoliberalisme stelt, noch louter politiek, zoals de traditionele politieke filosofie poneert. De poreuze verbinding tussen economie en politiek stelt juist in staat om nieuwe vormen van samenleven uit te vinden.
Gido (Egidius) Berns is emeritus hoogleraar sociale wijsbegeerte aan de Universiteit van Tilburg. Zijn publicaties betreffen de filosofie en de geschiedenis van het economische denken, alsmede de hedendaagse continentale filosofie.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.
Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.
Wiskunst
De geometrische fout van het Atomium? Een omgekeerde 400 meter? Een Fibonacci-beeld in (De) Panne? Deze onderwerpen komen misschien bekend voor, maar in dit boek staan de échte verhalen uit eerste hand en ‘unplugged’. De wiskunde verruimt er zich van zuiver wiskundige onderwerpen, over een hoofd dat verdween in de Antwerpse Carnotstraat of de wiskundige grens van de waarheid, tot meer kunstzinnige toepassingen, van wiskundige poëzie over Stromae tot de verboden vrucht van het Lam Gods.
Dirk Huylebrouck doctoreerde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde in Congo, Portugal en ook aan Maryland University Europe en daarna in Burundi. Nu is hij docent aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven, campussen Sint-Lucas Gent en Brussel. Hij is editor bij ‘The Mathematical Intelligencer’ en schrijft ook voor populaire media, zoals voor het wetenschapsblad Eos. Zijn obsessie, pi, voert hij mee op zijn auto.
De sociale interventiestaat – De fabel van de neoliberale participatiesamenleving ontrafeld
De participatiesamenleving belooft de burger meer macht en zeggenschap. Maar het tegendeel is het geval. In plaats van meer greep op de samenleving, neemt de onmacht van de burger toe. De politieke partijen worden geleid door een politieke elite met een neoliberale agenda. Bovendien zijn de verschillen in politieke opvattingen tussen de politieke hoofdstromen genivelleerd. Het gevolg van de politieke keuzes die gemaakt worden, is een toenemende armoede en maatschappelijke ongelijkheid. De kern van de participatiesamenleving is dat bedrijven vrijwel niet worden gecontroleerd, maar dat de controle op de burger alleen maar toe neemt. De controle is daarbij geïntensiveerd voor burgers die afhankelijk zijn van een sociale uitkering. Het gaat hier om sociale beheersing en niet primair om de geldstroom. De logica van de participatiesamenleving leidt ertoe dat politieke besluiten de beheersing van de burger voortdurend verder vergroten. Vertrouwt de politieke elite haar eigen burgers niet?
Anno L. van der Borg studeerde
in 1981 af in sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA)
met als specialisaties politicologie en bestuurskunde. Naast en
na de studie vervulde hij diverse functies binnen het sociaaldomein
als beleidsadviseur en adjunct directeur. In 1987 treedt
hij in dienst van de Hogeschool Rotterdam als onderwijscoördinator
van de voortgezette opleiding Management Organisatie
en Beleid.
In 1995 worden alle post-HBO activiteiten van de Hogeschool Rotterdam gebundeld in één bedrijf;
Transfergroep Rotterdam. Vanaf de oprichting in 1996 tot 2010 is Van der Borg algemeen directeur
van deze Post-HBO organisatie. Daarnaast is hij lector Levenlang Leren & Sociale Kwaliteit.
Momenteel is hij beleidsadviseur en onderzoeker bij het Instituut voor Sociale Opleidingen aan
de Hogeschool Rotterdam.
De sociale interventiestaat – De fabel van de neoliberale participatiesamenleving ontrafeld
De participatiesamenleving belooft de burger meer macht en zeggenschap. Maar het tegendeel is het geval. In plaats van meer greep op de samenleving, neemt de onmacht van de burger toe. De politieke partijen worden geleid door een politieke elite met een neoliberale agenda. Bovendien zijn de verschillen in politieke opvattingen tussen de politieke hoofdstromen genivelleerd. Het gevolg van de politieke keuzes die gemaakt worden, is een toenemende armoede en maatschappelijke ongelijkheid. De kern van de participatiesamenleving is dat bedrijven vrijwel niet worden gecontroleerd, maar dat de controle op de burger alleen maar toe neemt. De controle is daarbij geïntensiveerd voor burgers die afhankelijk zijn van een sociale uitkering. Het gaat hier om sociale beheersing en niet primair om de geldstroom. De logica van de participatiesamenleving leidt ertoe dat politieke besluiten de beheersing van de burger voortdurend verder vergroten. Vertrouwt de politieke elite haar eigen burgers niet?
Anno L. van der Borg studeerde
in 1981 af in sociologie aan de Universiteit van Amsterdam (UVA)
met als specialisaties politicologie en bestuurskunde. Naast en
na de studie vervulde hij diverse functies binnen het sociaaldomein
als beleidsadviseur en adjunct directeur. In 1987 treedt
hij in dienst van de Hogeschool Rotterdam als onderwijscoördinator
van de voortgezette opleiding Management Organisatie
en Beleid.
In 1995 worden alle post-HBO activiteiten van de Hogeschool Rotterdam gebundeld in één bedrijf;
Transfergroep Rotterdam. Vanaf de oprichting in 1996 tot 2010 is Van der Borg algemeen directeur
van deze Post-HBO organisatie. Daarnaast is hij lector Levenlang Leren & Sociale Kwaliteit.
Momenteel is hij beleidsadviseur en onderzoeker bij het Instituut voor Sociale Opleidingen aan
de Hogeschool Rotterdam.
Liber amicorum Willem Elias
Dit boek gaat gepaard met het afscheid van Willem Elias aan de Vrije Universiteit Brussel. Het laat de lezer binnenkijken in zijn leefwereld door de ogen van zijn vrienden: collega-professoren, alumni, politici, zakenlui en vele anderen met wie hij vaak rijkelijk tafelt en dialogeert. Net zoals een kunstwerk beter te begrijpen is door het te benaderen vanuit verschillende invalshoeken, schetst dit boek een accuraat totaalbeeld van een man van vele facetten.
Als professor inspireerde hij zijn studenten, als dwarskijker opende hij de ogen van kunstliefhebbers, als bevlogen spreker vermaakte hij zijn publiek op vernissages, als decaan liet hij een frisse wind waaien met zijn eigen managementstijl, als vrijdenker doorbrak hij talrijke taboes, als minnaar plezierde hij vele vrouwen, als vriend kent hij zijn gelijke niet. Als slechte slaper schreef hij een indrukwekkend oeuvre bijeen.
In het Woord Vooraf schetst Willem Elias zelf zijn eigen pedagogisch traject. Er vallen vele lessen uit te leren. Bovenal blijft hij een educator.
Gert De Coorde (1977) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de
Vrije Universiteit Brussel en volgde de beroepsopleiding tot kok aan het
CVO COOVI in Anderlecht. Hij is nu praktijkassistent Vrijetijdsagogiek
aan de VUB en sommelier in restaurant De tafel van 2 in Ninove. De
meester-leerling verhouding wisselde even toen hij een poging ondernam
om zijn professor, Willem Elias, te leren koken. Ze werden Bourgondische
boezemvrienden.
Sven Vanderstichelen (1974) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan
de Vrije Universiteit Brussel en is sinds 2000 onafhankelijk tentoonstellingsmaker.
Hij is adviseur van de aankoopcommissie van het Museum
van Elsene en voorzitter van de cultuuradviesraad van deze gemeente.
Ook is hij lid van de International Association of Art Critics en deeltijds
vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Vrije universiteit Brussel.
Liber amicorum Willem Elias
Dit boek gaat gepaard met het afscheid van Willem Elias aan de Vrije Universiteit Brussel. Het laat de lezer binnenkijken in zijn leefwereld door de ogen van zijn vrienden: collega-professoren, alumni, politici, zakenlui en vele anderen met wie hij vaak rijkelijk tafelt en dialogeert. Net zoals een kunstwerk beter te begrijpen is door het te benaderen vanuit verschillende invalshoeken, schetst dit boek een accuraat totaalbeeld van een man van vele facetten.
Als professor inspireerde hij zijn studenten, als dwarskijker opende hij de ogen van kunstliefhebbers, als bevlogen spreker vermaakte hij zijn publiek op vernissages, als decaan liet hij een frisse wind waaien met zijn eigen managementstijl, als vrijdenker doorbrak hij talrijke taboes, als minnaar plezierde hij vele vrouwen, als vriend kent hij zijn gelijke niet. Als slechte slaper schreef hij een indrukwekkend oeuvre bijeen.
In het Woord Vooraf schetst Willem Elias zelf zijn eigen pedagogisch traject. Er vallen vele lessen uit te leren. Bovenal blijft hij een educator.
Gert De Coorde (1977) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan de
Vrije Universiteit Brussel en volgde de beroepsopleiding tot kok aan het
CVO COOVI in Anderlecht. Hij is nu praktijkassistent Vrijetijdsagogiek
aan de VUB en sommelier in restaurant De tafel van 2 in Ninove. De
meester-leerling verhouding wisselde even toen hij een poging ondernam
om zijn professor, Willem Elias, te leren koken. Ze werden Bourgondische
boezemvrienden.
Sven Vanderstichelen (1974) studeerde Sociaal-Culturele Agogiek aan
de Vrije Universiteit Brussel en is sinds 2000 onafhankelijk tentoonstellingsmaker.
Hij is adviseur van de aankoopcommissie van het Museum
van Elsene en voorzitter van de cultuuradviesraad van deze gemeente.
Ook is hij lid van de International Association of Art Critics en deeltijds
vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Vrije universiteit Brussel.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in
het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor
in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de
Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische
Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep
Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on CriminalPolicy (IRCP).
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in
het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor
in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de
Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische
Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep
Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on CriminalPolicy (IRCP).
Psychologie voor de vroedvrouw. Een instap
Vroedvrouwen werken in nauw contact met andere mensen. Ze moeten dan ook een goed inzicht hebben in de psychologie van mensen. Dit boek biedt daartoe een instap.
Vroedkundige zorg promoot en beschermt actief het welzijn en de gezondheid van moeder en kind. Ze empowert vrouwen om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van hun gezin. Deze vroedkundige zorg vindt plaats in samenspraak met anderen en is persoonlijk en continu, gebaseerd op wederzijds respect.
Ilse Ackermans, psycholoog, is lector-onderzoeker aan het University College Leuven-Limburg.
Psychologie voor de vroedvrouw. Een instap
Vroedvrouwen werken in nauw contact met andere mensen. Ze moeten dan ook een goed inzicht hebben in de psychologie van mensen. Dit boek biedt daartoe een instap.
Vroedkundige zorg promoot en beschermt actief het welzijn en de gezondheid van moeder en kind. Ze empowert vrouwen om verantwoordelijkheid op te nemen voor hun eigen gezondheid en de gezondheid van hun gezin. Deze vroedkundige zorg vindt plaats in samenspraak met anderen en is persoonlijk en continu, gebaseerd op wederzijds respect.
Ilse Ackermans, psycholoog, is lector-onderzoeker aan het University College Leuven-Limburg.
Op weg in vertrouwen (Fracarita-reeks, nr. 7)
Op weg in vertrouwen.
We leven in een boeiende wereld,
een snel veranderende wereld, een wereld die vele positieve
kanten kent en vele mogelijkheden biedt, maar natuurlijk
ook zijn negatieve zijde heeft. Het is in deze wereld dat
we mogen leven; voor sommigen zal het overleven zijn, voor
anderen, en hopelijk voor velen, echt het leven uitbouwen.
Zoals een huis moet ook een leven op goede fundamenten
worden gebouwd. Want het kan wel eens stormen in ons leven,
we krijgen zware slagen te verduren die luisteren naar
de namen: lijden, mislukking, ontgoocheling. En dan is het
belangrijk dat de fundamenten stevig zijn: geen los zand dat
we iedere dag wel ergens proberen te vinden, maar degelijke
rotsblokken die het huis van ons leven de nodige stevigheid
kunnen geven. Als gelovigen moeten we ons de vraag durven
stellen waar God is in ons leven, of Hij het echte fundament
is van ons leven. We staan hier voor een keuze: ofwel blijft
God een theoretisch concept waar we zo nu en dan eens over
nadenken, ofwel wordt Hij een levende aanwezigheid in ons
leven en wordt Hij diegene die met ons op weg gaat, die er
voor ons is in goede en kwade dagen.
Geloven we dat God
aan de oorsprong staat van ons leven, en er ook de eindbestemming
van is? Wanneer we in dit geloof mogen groeien,
dan krijgt ons leven een totaal nieuw perspectief. Wanneer we
onze oorsprong kennen en onze bestemming, hoeven we echt
niet meer te vrezen.
Br. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, probeert in dit essay ons mee te voeren naar grondvragen rond het leven en plaatst deze in een gelovig perspectief. Hij gaat de grote vragen rond lijden en dood niet uit de weg, maar zoekt naar diepzinnige antwoorden. Vertrouwen en hoop vormen de grondtonen van dit boek.
Op weg in vertrouwen (Fracarita-reeks, nr. 7)
Op weg in vertrouwen.
We leven in een boeiende wereld,
een snel veranderende wereld, een wereld die vele positieve
kanten kent en vele mogelijkheden biedt, maar natuurlijk
ook zijn negatieve zijde heeft. Het is in deze wereld dat
we mogen leven; voor sommigen zal het overleven zijn, voor
anderen, en hopelijk voor velen, echt het leven uitbouwen.
Zoals een huis moet ook een leven op goede fundamenten
worden gebouwd. Want het kan wel eens stormen in ons leven,
we krijgen zware slagen te verduren die luisteren naar
de namen: lijden, mislukking, ontgoocheling. En dan is het
belangrijk dat de fundamenten stevig zijn: geen los zand dat
we iedere dag wel ergens proberen te vinden, maar degelijke
rotsblokken die het huis van ons leven de nodige stevigheid
kunnen geven. Als gelovigen moeten we ons de vraag durven
stellen waar God is in ons leven, of Hij het echte fundament
is van ons leven. We staan hier voor een keuze: ofwel blijft
God een theoretisch concept waar we zo nu en dan eens over
nadenken, ofwel wordt Hij een levende aanwezigheid in ons
leven en wordt Hij diegene die met ons op weg gaat, die er
voor ons is in goede en kwade dagen.
Geloven we dat God
aan de oorsprong staat van ons leven, en er ook de eindbestemming
van is? Wanneer we in dit geloof mogen groeien,
dan krijgt ons leven een totaal nieuw perspectief. Wanneer we
onze oorsprong kennen en onze bestemming, hoeven we echt
niet meer te vrezen.
Br. René Stockman, momenteel generale overste van de Broeders van Liefde, probeert in dit essay ons mee te voeren naar grondvragen rond het leven en plaatst deze in een gelovig perspectief. Hij gaat de grote vragen rond lijden en dood niet uit de weg, maar zoekt naar diepzinnige antwoorden. Vertrouwen en hoop vormen de grondtonen van dit boek.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Didactique du français sur objectifs spécifiques. Nouvelles recherches, nouveaux modèles
Didactique du FOS: nouvelles recherches, nouveaux modèles
Ce recueil s''adresse aussi bien aux chercheurs qu''aux enseignants de l''enseignement supérieur, voire aux formateurs en entreprise. Il souhaite éclairer, d''une part, les transformations méthodologiques actuelles dans la recherche sur l''enseignement / apprentissage du français sur objectifs spécifiques (FOS). Il vise à présenter, d''autre part, des pratiques didactiques exemplaires du FOS fondées sur la recherche appliquée ainsi que sur des données probantes.
Si le FOS englobe toutes les émanations du français "spécialisé" ou "de spécialité" et qu''il s''applique à tous les secteurs socioprofessionnels, les contributions de cet ouvrage concernent majoritairement les grands classiques: le français économique et des affaires, le français juridique et le français du tourisme. S''y ajoute le français de la médiation civile, un créneau particulièrement pertinent dans la société contemporaine de plus en plus judiciarisée.
Aboutissement d''un long processus d''examen à double insu des pairs, cet ouvrage se veut de haute qualité scientifique. Il veut également inciter la communauté scientifique francophone à poursuivre les recherches dans le domaine du FOS en abordant d''autres aspects didactiques et en élaborant d''autres modèles novateurs.
Les directrices de recherche
Pre ém. Dominique Markey a une longue expérience scientifique et didactique dans le domaine du FOS (sciences économiques, politiques et sociales; droit; sciences bio-médicales). Attachée à l' Université de Leuven campus de Bruxelles, à l'Université d'Anvers et à l'Université linguistique de Nijni Novgorod (Russie), elle s'est distinguée aussi comme consultante en communication d'entreprise. Elle connaît particulièrement bien les besoins de formation et d'apprentissage des publics scolaires, universitaires et professionnels.
Dre Saskia Kindt a fait sa thèse sur l'économie discursive dans les langues romanes à l'Université d'Anvers en 2003. Depuis lors, elle s'y est spécialisée dans l'étude et l'enseignement du FOS dans différents domaines: sciences politiques et sociales, sciences économiques et sciences de la communication. Elle travaille actuellement comme assistante enseignante et de recherche au département de linguistique de l'Université de Gand.
Didactique du français sur objectifs spécifiques. Nouvelles recherches, nouveaux modèles
Didactique du FOS: nouvelles recherches, nouveaux modèles
Ce recueil s''adresse aussi bien aux chercheurs qu''aux enseignants de l''enseignement supérieur, voire aux formateurs en entreprise. Il souhaite éclairer, d''une part, les transformations méthodologiques actuelles dans la recherche sur l''enseignement / apprentissage du français sur objectifs spécifiques (FOS). Il vise à présenter, d''autre part, des pratiques didactiques exemplaires du FOS fondées sur la recherche appliquée ainsi que sur des données probantes.
Si le FOS englobe toutes les émanations du français "spécialisé" ou "de spécialité" et qu''il s''applique à tous les secteurs socioprofessionnels, les contributions de cet ouvrage concernent majoritairement les grands classiques: le français économique et des affaires, le français juridique et le français du tourisme. S''y ajoute le français de la médiation civile, un créneau particulièrement pertinent dans la société contemporaine de plus en plus judiciarisée.
Aboutissement d''un long processus d''examen à double insu des pairs, cet ouvrage se veut de haute qualité scientifique. Il veut également inciter la communauté scientifique francophone à poursuivre les recherches dans le domaine du FOS en abordant d''autres aspects didactiques et en élaborant d''autres modèles novateurs.
Les directrices de recherche
Pre ém. Dominique Markey a une longue expérience scientifique et didactique dans le domaine du FOS (sciences économiques, politiques et sociales; droit; sciences bio-médicales). Attachée à l' Université de Leuven campus de Bruxelles, à l'Université d'Anvers et à l'Université linguistique de Nijni Novgorod (Russie), elle s'est distinguée aussi comme consultante en communication d'entreprise. Elle connaît particulièrement bien les besoins de formation et d'apprentissage des publics scolaires, universitaires et professionnels.
Dre Saskia Kindt a fait sa thèse sur l'économie discursive dans les langues romanes à l'Université d'Anvers en 2003. Depuis lors, elle s'y est spécialisée dans l'étude et l'enseignement du FOS dans différents domaines: sciences politiques et sociales, sciences économiques et sciences de la communication. Elle travaille actuellement comme assistante enseignante et de recherche au département de linguistique de l'Université de Gand.
Hoe kinderen woorden leren
Geschreven teksten kunnen begrijpen, is essentieel voor kinderen om goede resultaten te behalen op school. Talloze studies hebben aangetoond dat een goede woordenschat de belangrijkste voorspeller is voor het begrijpen van teksten. Dit boek bespreekt de nieuwste visies op hoe kinderen woorden leren en hoe zij hun woordenschat kunnen verbreden en verdiepen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen woorden van verschillende moeilijkheidsgraad en worden ook verschillende vormen van toetsing besproken. Het boek sluit af met een aantal uitgewerkte lesvoorbeelden en een lijst met nagenoeg 1700 woorden die voor leerlingen in het basisonderwijs belangrijk zijn.
Deze publicatie is bedoeld voor leerkrachten, intern begeleiders, zorgleerkrachten, lerarenopleiders, (ortho)pedagogen, onderwijskundigen, taalkundigen, logopedisten en andere professionals die betrokken zijn bij het onderwijs, of die voor een van die functies in opleiding zijn.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar onderzoek richt zich vooral op de ontwikkeling van woordenschat bij basisschoolleerlingen in het regulier en speciaal onderwijs.
Karien Coppens, sociaal wetenschapper, deed onderzoek bij dove en slechthorende leerlingen, in vergelijking met leerlingen zonder een gehoorbeperking. Momenteel werkt zij als onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Maastricht.
Hoe kinderen woorden leren
Geschreven teksten kunnen begrijpen, is essentieel voor kinderen om goede resultaten te behalen op school. Talloze studies hebben aangetoond dat een goede woordenschat de belangrijkste voorspeller is voor het begrijpen van teksten. Dit boek bespreekt de nieuwste visies op hoe kinderen woorden leren en hoe zij hun woordenschat kunnen verbreden en verdiepen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen woorden van verschillende moeilijkheidsgraad en worden ook verschillende vormen van toetsing besproken. Het boek sluit af met een aantal uitgewerkte lesvoorbeelden en een lijst met nagenoeg 1700 woorden die voor leerlingen in het basisonderwijs belangrijk zijn.
Deze publicatie is bedoeld voor leerkrachten, intern begeleiders, zorgleerkrachten, lerarenopleiders, (ortho)pedagogen, onderwijskundigen, taalkundigen, logopedisten en andere professionals die betrokken zijn bij het onderwijs, of die voor een van die functies in opleiding zijn.
Agnes Tellings is onderzoeker-docent aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar onderzoek richt zich vooral op de ontwikkeling van woordenschat bij basisschoolleerlingen in het regulier en speciaal onderwijs.
Karien Coppens, sociaal wetenschapper, deed onderzoek bij dove en slechthorende leerlingen, in vergelijking met leerlingen zonder een gehoorbeperking. Momenteel werkt zij als onderwijsonderzoeker bij de Universiteit Maastricht.
Omgaan met ADHD bij verslaving
ADHD komt veel voor bij mensen met een probleem in het gebruik van alcohol of andere drugs. Toch wordt de diagnose vaak niet gesteld en de stoornis dan ook niet behandeld. Vaak verdwijnen deze cliënten vroegtijdig uit de hulpverlening, enerzijds omdat hun onbehandelde ADHD-symptomen het volgen van de therapie bemoeilijken, anderzijds omdat de behandelprogramma’s geen rekening houden met hun beperkingen. Het stellen van de diagnose is ook niet eenvoudig door de grote overlap van de ADHD-kenmerken met symptomen van intoxicatie en ontwenning. Omdat vele aspecten niet of onvoldoende wetenschappelijk onderzocht zijn, werd ten rade gegaan bij experten uit het werkveld. Bij de hulpverleners bleek er ook een grote behoefte te bestaan aan concrete handvatten om met deze cliëntengroep te werken.
Daarom bestaat het boek uit een theoretisch en een praktisch deel. De werkbladen kunnen vanuit de bijhorende weblink ook gedownload worden ten behoeve van de cliënten.
Frieda Matthys, psychiater, doceert aan de Vrije Universiteit Brussel en is diensthoofd Psychiatrie in het UZ Brussel. Zij was gedurende tien jaar voorzitter van de VAD – Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen, gevestigd in Brussel.
Cleo Crunelle is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Afdeling Psychiatrie van het UZ Brussel.
Annelien Bronckaerts, psycholoog, is verbonden aan het EVO – Expertisecentrum Voor Ontwikkelingsstoornissen van het UZ Brussel.
Omgaan met ADHD bij verslaving
ADHD komt veel voor bij mensen met een probleem in het gebruik van alcohol of andere drugs. Toch wordt de diagnose vaak niet gesteld en de stoornis dan ook niet behandeld. Vaak verdwijnen deze cliënten vroegtijdig uit de hulpverlening, enerzijds omdat hun onbehandelde ADHD-symptomen het volgen van de therapie bemoeilijken, anderzijds omdat de behandelprogramma’s geen rekening houden met hun beperkingen. Het stellen van de diagnose is ook niet eenvoudig door de grote overlap van de ADHD-kenmerken met symptomen van intoxicatie en ontwenning. Omdat vele aspecten niet of onvoldoende wetenschappelijk onderzocht zijn, werd ten rade gegaan bij experten uit het werkveld. Bij de hulpverleners bleek er ook een grote behoefte te bestaan aan concrete handvatten om met deze cliëntengroep te werken.
Daarom bestaat het boek uit een theoretisch en een praktisch deel. De werkbladen kunnen vanuit de bijhorende weblink ook gedownload worden ten behoeve van de cliënten.
Frieda Matthys, psychiater, doceert aan de Vrije Universiteit Brussel en is diensthoofd Psychiatrie in het UZ Brussel. Zij was gedurende tien jaar voorzitter van de VAD – Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen, gevestigd in Brussel.
Cleo Crunelle is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Afdeling Psychiatrie van het UZ Brussel.
Annelien Bronckaerts, psycholoog, is verbonden aan het EVO – Expertisecentrum Voor Ontwikkelingsstoornissen van het UZ Brussel.
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
Bemoeien met gezinnen. Inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 2)
Bemoeien met gezinnen is een inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. Dit boek behandelt het gezinsbeleid zoals overheden dat vandaag voeren. Maar het is meer dan een loutere beschrijving van beleidsmaatregelen. Het geeft een perspectief mee van hoe naar beleid kijken, hoe beleid en beleidsprogramma’s analyseren en hoe aan beleid participeren. Daarnaast bestudeert het de belangrijkste thema’s uit het gezinsbeleid.
Het boek is ontstaan uit de colleges in de bacheloropleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Schaarbeek, maar ieder die begaan is met het gezinsbeleid kan er informatie en inspiratie uit putten.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is eveneens zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (studio beleid).
Bemoeien met gezinnen. Inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 2)
Bemoeien met gezinnen is een inleiding tot het gezinsbeleid in Vlaanderen. Dit boek behandelt het gezinsbeleid zoals overheden dat vandaag voeren. Maar het is meer dan een loutere beschrijving van beleidsmaatregelen. Het geeft een perspectief mee van hoe naar beleid kijken, hoe beleid en beleidsprogramma’s analyseren en hoe aan beleid participeren. Daarnaast bestudeert het de belangrijkste thema’s uit het gezinsbeleid.
Het boek is ontstaan uit de colleges in de bacheloropleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Schaarbeek, maar ieder die begaan is met het gezinsbeleid kan er informatie en inspiratie uit putten.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning. Hij is lector gezinsbeleid aan de opleiding Gezinswetenschappen van de Odisee Hogeschool in Brussel en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Hij is eveneens zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (studio beleid).
Gezondheidszorg, een snelweg met kruispunten
We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit.
Daarom zijn ziekenfondsen nodig.
Dat is mijn filosofie.
Het sociale liberalisme, eigen aan de Liberale Mutualiteiten,
speelt nog altijd een belangrijke rol in onze maatschappij.
Als dit voor sommigen paternalistisch klinkt, is dit hun zaak,
niet mijn benadering.
Geert Messiaen, jurist, is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, met hoofdzetel in Brussel.
Gezondheidszorg, een snelweg met kruispunten
We kunnen niet zonder gezondheidszorg en solidariteit.
Daarom zijn ziekenfondsen nodig.
Dat is mijn filosofie.
Het sociale liberalisme, eigen aan de Liberale Mutualiteiten,
speelt nog altijd een belangrijke rol in onze maatschappij.
Als dit voor sommigen paternalistisch klinkt, is dit hun zaak,
niet mijn benadering.
Geert Messiaen, jurist, is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten, met hoofdzetel in Brussel.
Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Wetenschapsethisch manifest. Blauwdruk van een vernieuwde universiteit.
Geregeld klaagt er een stem over mistoestanden aan de universiteiten. Jonge vorsers zouden kampen met mentale problemen. Academici zouden onder al te grote werkdruk staan. De media rapporteren over opleidingen die uitdoven, over een fraudegeval of over een conflict tussen onderzoekers. De universitaire overheden erkennen dat er weleens een probleem de kop opsteekt, maar minimaliseren zo snel en efficiënt mogelijk de omvang daarvan. Heimelijk wordt er geprutst waar het knelt, in de hoop dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Het ongenoegen stijgt daarentegen: studenten, assistenten en hoogleraren verenigen zich, houden symposia en zoeken naar oplossingen.
Dit boek is niet alleen getuige van al wat er misloopt in de universitaire wereld, het biedt ook een oplossing aan een compleet scheefgegroeide situatie. Gedreven door de marktlogica van de maatschappij waarin de universiteit ingebed ligt, concentreren de academici zich thans vooral op publicaties. De kwaliteit van het onderwijs, van het onderzoek en van het academische leven lijdt hieronder. Maar de complexiteit van de academische wereld vraagt om een bijzondere aanpak. De auteur beschrijft een holistische benadering om de academici weer te laten excelleren in onderwijs, onderzoek en dienstverlening.
“Universiteiten staan steeds vaker in het brandpunt van de belangstelling. Studenten
verwachten een goede toekomst met een universitair diploma, de samenleving oplossingen
voor de grote hedendaagse problemen, bedrijven nieuwe innovaties en winstgevende toepassingen.
Dat legt een grote druk op de universiteiten, die daar op verschillende wijzen
mee omgaan. De discussies over de toekomst van de universiteit laaien dus op. En dat is
goed, omdat universiteiten ook de traditionele waarden van onafhankelijkheid, objectiviteit
en waarheidsvinding moeten koesteren. De spanning tussen die waarden en de hedendaagse
verwachtingen is groot, zoals Gustaaf Cornelis in zijn boek beschrijft.”
Dr. Karl Dittrich, Voorzitter VSNU - Vereniging van Universiteiten (Nederland)
Gustaaf C. Cornelis doceert wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen. Hij studeerde wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en de Atheense Polytechnische Universiteit. Hij is auteur van diverse wetenschapsfilosofische artikels en boeken, waaronder Francis Bacon ‘twittert’: de nieuwe academie.
Wetenschapsethisch manifest. Blauwdruk van een vernieuwde universiteit.
Geregeld klaagt er een stem over mistoestanden aan de universiteiten. Jonge vorsers zouden kampen met mentale problemen. Academici zouden onder al te grote werkdruk staan. De media rapporteren over opleidingen die uitdoven, over een fraudegeval of over een conflict tussen onderzoekers. De universitaire overheden erkennen dat er weleens een probleem de kop opsteekt, maar minimaliseren zo snel en efficiënt mogelijk de omvang daarvan. Heimelijk wordt er geprutst waar het knelt, in de hoop dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. Het ongenoegen stijgt daarentegen: studenten, assistenten en hoogleraren verenigen zich, houden symposia en zoeken naar oplossingen.
Dit boek is niet alleen getuige van al wat er misloopt in de universitaire wereld, het biedt ook een oplossing aan een compleet scheefgegroeide situatie. Gedreven door de marktlogica van de maatschappij waarin de universiteit ingebed ligt, concentreren de academici zich thans vooral op publicaties. De kwaliteit van het onderwijs, van het onderzoek en van het academische leven lijdt hieronder. Maar de complexiteit van de academische wereld vraagt om een bijzondere aanpak. De auteur beschrijft een holistische benadering om de academici weer te laten excelleren in onderwijs, onderzoek en dienstverlening.
“Universiteiten staan steeds vaker in het brandpunt van de belangstelling. Studenten
verwachten een goede toekomst met een universitair diploma, de samenleving oplossingen
voor de grote hedendaagse problemen, bedrijven nieuwe innovaties en winstgevende toepassingen.
Dat legt een grote druk op de universiteiten, die daar op verschillende wijzen
mee omgaan. De discussies over de toekomst van de universiteit laaien dus op. En dat is
goed, omdat universiteiten ook de traditionele waarden van onafhankelijkheid, objectiviteit
en waarheidsvinding moeten koesteren. De spanning tussen die waarden en de hedendaagse
verwachtingen is groot, zoals Gustaaf Cornelis in zijn boek beschrijft.”
Dr. Karl Dittrich, Voorzitter VSNU - Vereniging van Universiteiten (Nederland)
Gustaaf C. Cornelis doceert wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Antwerpen. Hij studeerde wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Brussel, Universiteit Gent en de Atheense Polytechnische Universiteit. Hij is auteur van diverse wetenschapsfilosofische artikels en boeken, waaronder Francis Bacon ‘twittert’: de nieuwe academie.
Huiswerk Bikkels. Handboek voor middelbare scholieren.
Huiswerk Bikkels is een onmisbaar handboek voor beginnende
middelbare scholieren. Met praktische tips, stappenplannen
en best-bewaarde-huiswerk-geheimen, kunnen
leerlingen vanaf het allereerste begin gestructureerd en efficiënt hun
huiswerk aanpakken.
Het boek bestaat uit drie delen:
- motivatie
- plannen en organiseren
- studievaardigheden.
Huiswerk Bikkels is een aanvulling op de eerdere uitgave Brugklas Bikkels; een boek dat zich richt op het zelfverzekerd en relaxed leren omgaan met alle veranderingen in het middelbaar onderwijs. Samen bieden de twee boeken een grondige basis, zowel op leerinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied.
Inke Brugman is orthopedagoog en oprichter van Spectrum Brabant
en Bikkeltrainingen.nl. Zij is auteur van onder meer Bikkels in de dop,
Brugklas Bikkels en andere titels uit de Bikkel-reeks.
Renate van Leeuwen is leerkracht en innovatiemanager bij Spectrum
Brabant. Zij is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van diverse
Bikkeltrainingen en co-auteur van onder meer Bikkeltjes met lef.
Lenneke Bazen werkt al jaren bij Spectrum Brabant als groepscoördinator
en studiecoach. Zij is gespecialiseerd in het begeleiden van
leerlingen met autisme en ADHD.
De tekeningen zijn van Roger van der Weide. Hij is afgestudeerd aan
De Eindhovense School (tegenwoordig Sint-Lucas) en de Unit Academie
en werkt nu als animator.
Huiswerk Bikkels. Handboek voor middelbare scholieren.
Huiswerk Bikkels is een onmisbaar handboek voor beginnende
middelbare scholieren. Met praktische tips, stappenplannen
en best-bewaarde-huiswerk-geheimen, kunnen
leerlingen vanaf het allereerste begin gestructureerd en efficiënt hun
huiswerk aanpakken.
Het boek bestaat uit drie delen:
- motivatie
- plannen en organiseren
- studievaardigheden.
Huiswerk Bikkels is een aanvulling op de eerdere uitgave Brugklas Bikkels; een boek dat zich richt op het zelfverzekerd en relaxed leren omgaan met alle veranderingen in het middelbaar onderwijs. Samen bieden de twee boeken een grondige basis, zowel op leerinhoudelijk als op sociaal-emotioneel gebied.
Inke Brugman is orthopedagoog en oprichter van Spectrum Brabant
en Bikkeltrainingen.nl. Zij is auteur van onder meer Bikkels in de dop,
Brugklas Bikkels en andere titels uit de Bikkel-reeks.
Renate van Leeuwen is leerkracht en innovatiemanager bij Spectrum
Brabant. Zij is de drijvende kracht achter de ontwikkeling van diverse
Bikkeltrainingen en co-auteur van onder meer Bikkeltjes met lef.
Lenneke Bazen werkt al jaren bij Spectrum Brabant als groepscoördinator
en studiecoach. Zij is gespecialiseerd in het begeleiden van
leerlingen met autisme en ADHD.
De tekeningen zijn van Roger van der Weide. Hij is afgestudeerd aan
De Eindhovense School (tegenwoordig Sint-Lucas) en de Unit Academie
en werkt nu als animator.
