Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen

 20,00
‘Opvoeding is ook mannenwerk’. ‘Echte mannen willen betaald ouderschapsverlof’. Met zulke slogans zijn mannen in de jaren negentig door de vakbeweging aangesproken op zorg, maar ook door werkgevers en de overheid. Die boodschap is nieuw en onderstreept dat zorg niet langer als vanzelfsprekende activiteit van vrouwen wordt beschouwd, maar dat mannen nu worden aangespoord te zorgen, waarmee zij een traditioneel aan vrouwen toegeschreven domein betreden. Dit wijst op een majeure historische verandering. De bijdrage van mannen aan de alledaagse zorg, én het maatschappelijk beroep dat op hen wordt gedaan, staat in deze studie centraal.Marianne Grünell deed het onderzoek bij drie leeftijdsgroepen: jongens in de middelbare schoolleeftijd, dertigers en vijfenvijftig-plussers. Daarnaast heeft ze gekeken hoe in drie maatschappelijke sectoren zorg als vraagstuk op de agenda is gekomen, in het beleid is verwerkt en wordt uitgedragen naar het publiek. Dat waren in het onderwijs in het vak verzorging, binnen de vakbeweging en bij de werkgevers(vertegenwoordigers) en binnen het vrijwilligerswerk in de zorg en de ouderenbonden.Jongens en mannen geven verschillende redenen aan om te zorgen, maar hoe ook vormgegeven en gemotiveerd, zorg begint een deel te worden van het alledaagse handelen van mannen.Machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderden en zorgverdelingen veranderden daardoor ook.. Aan dit sociale proces hebben mannen en vrouwen ieder hun eigen aandeel, laverend tussen hun levensgeschiedenis, verantwoordelijkheidsgevoelens, mogelijkheden en idealen. Door de wederzijdse identificatie en imitatie ontwikkelen zich tussen de seksen nieuwe patronen, patronen waarin mannen anders zijn gaan zorgen.
Quick View

Mannen zorgen. Verandering en continuïteit in zorgpatronen

 20,00
‘Opvoeding is ook mannenwerk’. ‘Echte mannen willen betaald ouderschapsverlof’. Met zulke slogans zijn mannen in de jaren negentig door de vakbeweging aangesproken op zorg, maar ook door werkgevers en de overheid. Die boodschap is nieuw en onderstreept dat zorg niet langer als vanzelfsprekende activiteit van vrouwen wordt beschouwd, maar dat mannen nu worden aangespoord te zorgen, waarmee zij een traditioneel aan vrouwen toegeschreven domein betreden. Dit wijst op een majeure historische verandering. De bijdrage van mannen aan de alledaagse zorg, én het maatschappelijk beroep dat op hen wordt gedaan, staat in deze studie centraal.Marianne Grünell deed het onderzoek bij drie leeftijdsgroepen: jongens in de middelbare schoolleeftijd, dertigers en vijfenvijftig-plussers. Daarnaast heeft ze gekeken hoe in drie maatschappelijke sectoren zorg als vraagstuk op de agenda is gekomen, in het beleid is verwerkt en wordt uitgedragen naar het publiek. Dat waren in het onderwijs in het vak verzorging, binnen de vakbeweging en bij de werkgevers(vertegenwoordigers) en binnen het vrijwilligerswerk in de zorg en de ouderenbonden.Jongens en mannen geven verschillende redenen aan om te zorgen, maar hoe ook vormgegeven en gemotiveerd, zorg begint een deel te worden van het alledaagse handelen van mannen.Machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderden en zorgverdelingen veranderden daardoor ook.. Aan dit sociale proces hebben mannen en vrouwen ieder hun eigen aandeel, laverend tussen hun levensgeschiedenis, verantwoordelijkheidsgevoelens, mogelijkheden en idealen. Door de wederzijdse identificatie en imitatie ontwikkelen zich tussen de seksen nieuwe patronen, patronen waarin mannen anders zijn gaan zorgen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom

 25,00
De afgelopen decennia hebben zich binnen de joodse gemeenschap in Nederland ingrijpende veranderingen voorgedaan. Enerzijds was er sprake van een sterke afkalving van het ledental van de joodse kerkgenootschappen, terwijl anderzijds het aantal informele joodse netwerken leek toe te nemen. Door de sinds de jaren zeventig toegenomen immigratie van joden uit met name Israël en het voormalige Oostblok, nam bovendien het aantal buitenlandse joden in Nederland toe.Voor joodse instellingen en organisaties was het vaak moeilijk om op genoemde ontwikkelingen in te spelen, aangezien actuele demografische gegevens over de doelgroep ontbraken en inzicht in de mate van binding aan het jodendom, een uiterst belangrijke factor in verband met het gebruik van joodse voorzieningen, zo goed als afwezig was. Deze studie voorziet in deze leemte. Dit onderzoek kent een tweetal voorgangers: het demografisch onderzoek uit 1954 en eenzelfde onderzoek in 1966. Een initiatief tot het houden van een nieuw sociaal-demografisch onderzoek werd genomen in 1984. Door een samenloop van omstandigheden vond dit echter geen doorgang. Registratieangst veroorzaakte grote commotie en leidde toen tot het stranden van de poging. Toen aan het eind van de jaren negentig het klimaat voor een dergelijk onderzoek wat gunstiger was geworden, werden de voorbereidingen voor het onderzoek getroffen. Dit boek, waarin men is uitgegaan van een brede definitie van de doelgroep, is daarvan het resultaat. Het boek geeft antwoord op vier centrale vragen:- Wat is de omvang van de in Nederland woonachtige populatie joden?- Wat is het sociaal-demografische profiel van de Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden?- Hoe ziet de demografische toekomst van de joden in Nederland er uit?- In welke mate en op welke wijze voelen Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden zich verbonden met het jodendom?
Quick View

De joden in Nederland anno 2000. Demografisch profiel en binding aan het jodendom

 25,00
De afgelopen decennia hebben zich binnen de joodse gemeenschap in Nederland ingrijpende veranderingen voorgedaan. Enerzijds was er sprake van een sterke afkalving van het ledental van de joodse kerkgenootschappen, terwijl anderzijds het aantal informele joodse netwerken leek toe te nemen. Door de sinds de jaren zeventig toegenomen immigratie van joden uit met name Israël en het voormalige Oostblok, nam bovendien het aantal buitenlandse joden in Nederland toe.Voor joodse instellingen en organisaties was het vaak moeilijk om op genoemde ontwikkelingen in te spelen, aangezien actuele demografische gegevens over de doelgroep ontbraken en inzicht in de mate van binding aan het jodendom, een uiterst belangrijke factor in verband met het gebruik van joodse voorzieningen, zo goed als afwezig was. Deze studie voorziet in deze leemte. Dit onderzoek kent een tweetal voorgangers: het demografisch onderzoek uit 1954 en eenzelfde onderzoek in 1966. Een initiatief tot het houden van een nieuw sociaal-demografisch onderzoek werd genomen in 1984. Door een samenloop van omstandigheden vond dit echter geen doorgang. Registratieangst veroorzaakte grote commotie en leidde toen tot het stranden van de poging. Toen aan het eind van de jaren negentig het klimaat voor een dergelijk onderzoek wat gunstiger was geworden, werden de voorbereidingen voor het onderzoek getroffen. Dit boek, waarin men is uitgegaan van een brede definitie van de doelgroep, is daarvan het resultaat. Het boek geeft antwoord op vier centrale vragen:- Wat is de omvang van de in Nederland woonachtige populatie joden?- Wat is het sociaal-demografische profiel van de Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden?- Hoe ziet de demografische toekomst van de joden in Nederland er uit?- In welke mate en op welke wijze voelen Nederlandse en in Nederland woonachtige buitenlandse joden zich verbonden met het jodendom?
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)

 40,60
De btw-problematiek van het werk in onroerende staat start met het kwalificerenvan de handeling als roerend of onroerend. De plaats van de handeling bepaalt waarde handeling btw-technisch gelokaliseerd wordt. Zowel werk in onroerende staatverricht in België als in het buitenland komt aan bod.

Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaarvan de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplichtsysteem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door demedecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaarvan de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen.De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendienin een aantal toleranties.

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in depraktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van devoorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging vande heffing gefactureerd.

Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deeleen uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.

Quick View

Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)

 40,60
De btw-problematiek van het werk in onroerende staat start met het kwalificerenvan de handeling als roerend of onroerend. De plaats van de handeling bepaalt waarde handeling btw-technisch gelokaliseerd wordt. Zowel werk in onroerende staatverricht in België als in het buitenland komt aan bod.

Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaarvan de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplichtsysteem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door demedecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaarvan de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen.De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendienin een aantal toleranties.

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in depraktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van devoorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging vande heffing gefactureerd.

Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deeleen uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)

 22,00
In the past 200 years, many explanations have been givenfor rule-breaking behavior. A classic idea, that was developedduring the Enlightenment, was that crime shouldbe understood as the outcome of a rational choice process.While much criticism exists with regard to rationalchoice theories, the fact remains that humans deliberatewhen committing acts. This process of deliberation deservesattention in etiological research, despite the factthat some of the assumptions of rational choice theoriesdo not hold. This is exactly what this book is all about.This book is the result of an innovative attempt to studycriminal decision-making using a less studied methodin criminological inquiries, namely randomized scenariostudies. A randomized scenario study combines theprinciples of survey research with ideas that are central inexperimental design.

This book is an elaboration of a dissertation written by BenjaminVan Damme, who personally developed an internetapplication for randomized scenario studies that can beused to test ideas developed in theories of crime causation.This dissertation is part of a larger research initiative of LievenPauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s masterdissertation, namely a study on the empirical status ofsituational action theory. Benjamin Van Damme and LievenPauwels empirically demonstrate that criminal decisionmakingcan be seen as a perception-choice process, i.e. theresult of person-environment interactions. Environmentalcharacteristics trigger criminal decision-making, but only inindividuals that see crime as an alternative. The theoreticaland methodological consequences for criminological inquiriesare discussed.

Geen voorraad
Quick View

Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)

 22,00
In the past 200 years, many explanations have been givenfor rule-breaking behavior. A classic idea, that was developedduring the Enlightenment, was that crime shouldbe understood as the outcome of a rational choice process.While much criticism exists with regard to rationalchoice theories, the fact remains that humans deliberatewhen committing acts. This process of deliberation deservesattention in etiological research, despite the factthat some of the assumptions of rational choice theoriesdo not hold. This is exactly what this book is all about.This book is the result of an innovative attempt to studycriminal decision-making using a less studied methodin criminological inquiries, namely randomized scenariostudies. A randomized scenario study combines theprinciples of survey research with ideas that are central inexperimental design.

This book is an elaboration of a dissertation written by BenjaminVan Damme, who personally developed an internetapplication for randomized scenario studies that can beused to test ideas developed in theories of crime causation.This dissertation is part of a larger research initiative of LievenPauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s masterdissertation, namely a study on the empirical status ofsituational action theory. Benjamin Van Damme and LievenPauwels empirically demonstrate that criminal decisionmakingcan be seen as a perception-choice process, i.e. theresult of person-environment interactions. Environmentalcharacteristics trigger criminal decision-making, but only inindividuals that see crime as an alternative. The theoreticaland methodological consequences for criminological inquiriesare discussed.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.

 30,00

Artikelen / Articles

‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy

Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari

Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab

About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele

BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen

Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen

Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker

Toespraken / Discours

Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)

Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015

Review

The Gatekeepers
Jelle Janssens

Voorwoord

Avant-propos''

Quick View

Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.

 30,00

Artikelen / Articles

‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy

Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari

Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab

About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele

BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen

Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen

Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker

Toespraken / Discours

Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)

Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015

Review

The Gatekeepers
Jelle Janssens

Voorwoord

Avant-propos''

Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)

 29,95

Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benaderinggericht op het reduceren van de schadelijke gevolgenvan problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieënzoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtesen medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen eenbelangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid.Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieënzijn toegesneden op de specifieke lokale noden.

Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirischonderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op hetvlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestonduit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatiefvan aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikersstond hierbij centraal.

De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoetkomt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nogruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatievan nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbijcentraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatievenvoor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling,meer betaalbare huisvesting voor problematischedruggebruikers, de implementatie van een laagdrempeliginloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van dezeprioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiekvoor de lokale Gentse context.

Quick View

Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)

 29,95

Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benaderinggericht op het reduceren van de schadelijke gevolgenvan problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieënzoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtesen medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen eenbelangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid.Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieënzijn toegesneden op de specifieke lokale noden.

Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirischonderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op hetvlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestonduit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatiefvan aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikersstond hierbij centraal.

De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoetkomt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nogruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatievan nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbijcentraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatievenvoor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling,meer betaalbare huisvesting voor problematischedruggebruikers, de implementatie van een laagdrempeliginloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van dezeprioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiekvoor de lokale Gentse context.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde

 41,10

"It is well enough that people of the nation do not understand our banking and monetary system, for if they did, I believe there would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)


Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.

Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.

Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.

Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?

Interview Kanaal Z

Voordracht Maklu boekenpodium



Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.

Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.

Quick View

Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde

 41,10

"It is well enough that people of the nation do not understand our banking and monetary system, for if they did, I believe there would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)


Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.

Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.

Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.

Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?

Interview Kanaal Z

Voordracht Maklu boekenpodium



Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.

Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)

 28,80

In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.

GPRC – guaranteed peer reviewed content
Quick View

Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)

 28,80

In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.

GPRC – guaranteed peer reviewed content
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)

 75,00



Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.

Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.

Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.

GPRC – guaranteed peer reviewed content


Bon de commande

Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos

Quick View

Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)

 75,00



Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.

Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.

Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.

GPRC – guaranteed peer reviewed content


Bon de commande

Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)

 77,20
Over de nood aan een globale hervorming en modernisering van de strafprocedure bestaat al geruime tijd eensgezindheid. Na de finale stopzetting van de werkzaamheden van de Commissie Franchimont werd het debat nieuw leven ingeblazen met het federale regeerakkoord van 2011, dat de intentie om een vernieuwd Wetboek van Strafvordering op te stellen, hernam. In antwoord op de algemene beleidsnota van de minister van Justitie, werd door de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid eind 2012 een bestek opgesteld voor een “Praktijkgericht onderzoek naar de knelpunten in de huidige Belgische strafprocedure met het oog op het schrijven van een nieuwe strafprocedure”. Dit onderzoek werd in de zomer van 2013 gegund aan een onderzoeksteam van de Universiteit Gent, en in het najaar van 2014 afgerond. Dit boek bundelt de resultaten ervan. Het momentum voor een hervorming van de strafprocedure – het federale regeerakkoord van 9 oktober 2014 onderstreepte nog maar eens het belang ervan – is intussen groter dan ooit.

Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.

Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Quick View

Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)

 77,20
Over de nood aan een globale hervorming en modernisering van de strafprocedure bestaat al geruime tijd eensgezindheid. Na de finale stopzetting van de werkzaamheden van de Commissie Franchimont werd het debat nieuw leven ingeblazen met het federale regeerakkoord van 2011, dat de intentie om een vernieuwd Wetboek van Strafvordering op te stellen, hernam. In antwoord op de algemene beleidsnota van de minister van Justitie, werd door de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid eind 2012 een bestek opgesteld voor een “Praktijkgericht onderzoek naar de knelpunten in de huidige Belgische strafprocedure met het oog op het schrijven van een nieuwe strafprocedure”. Dit onderzoek werd in de zomer van 2013 gegund aan een onderzoeksteam van de Universiteit Gent, en in het najaar van 2014 afgerond. Dit boek bundelt de resultaten ervan. Het momentum voor een hervorming van de strafprocedure – het federale regeerakkoord van 9 oktober 2014 onderstreepte nog maar eens het belang ervan – is intussen groter dan ooit.

Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.

Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 4.

 30,90

Uit de inhoud

Estimating the Risk of Economic Espionage
Emin Daskin

Een schadelijke sektarische bedreiging onderzocht: Takfirisme
Jeroen De Keyser

L’État et le renseignement. L’autre ‘dimension manquante’
Gérald Arboit

Innovaties in de Nederlandse handhavingsketen
Gerard Bakker & René Westra

Escape from Mind-Set Prison: Psychological Impediments to the IntelligenceEffort and Structured Analytical Techniques
Kenneth L. Lasoen

La sauvegarde du Potentiel Economique, Scientifique et Industriel (PESI)comme pilier de la politique publique en Intelligence Stratégique (IS).Quelle articulation pour la communauté du renseignement?
Patrick Leroy

Hayward James, Double Agent Snow. The true story of Arthur Owens, Hitler’schief spy in England
Etienne Verhoeyen

Erratum: artikel Jeroen De Keyser

Quick View

Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 4.

 30,90

Uit de inhoud

Estimating the Risk of Economic Espionage
Emin Daskin

Een schadelijke sektarische bedreiging onderzocht: Takfirisme
Jeroen De Keyser

L’État et le renseignement. L’autre ‘dimension manquante’
Gérald Arboit

Innovaties in de Nederlandse handhavingsketen
Gerard Bakker & René Westra

Escape from Mind-Set Prison: Psychological Impediments to the IntelligenceEffort and Structured Analytical Techniques
Kenneth L. Lasoen

La sauvegarde du Potentiel Economique, Scientifique et Industriel (PESI)comme pilier de la politique publique en Intelligence Stratégique (IS).Quelle articulation pour la communauté du renseignement?
Patrick Leroy

Hayward James, Double Agent Snow. The true story of Arthur Owens, Hitler’schief spy in England
Etienne Verhoeyen

Erratum: artikel Jeroen De Keyser

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting

 22,00

De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is ditvolgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekkingheeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtigekomt voor aftrek in aanmerking.

De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloopvan het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceertdat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit decomplexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel19, §1 WBTW in elkaar?

Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeeldenzodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.

Quick View

Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting

 22,00

De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is ditvolgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekkingheeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtigekomt voor aftrek in aanmerking.

De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloopvan het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceertdat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit decomplexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel19, §1 WBTW in elkaar?

Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeeldenzodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

European Health Law

 77,20

European Health Law is the most authoritative guide to the subject. Written by leading experts in health law, this book offers an in depth review of the main themes in European health law, from patients’ rights and duties, the role of health professionals, and health care financing and rationing, to public health and health related issues, such as occupational health and environmental health. An unparalleled resource for students and practitioners, this is the book you need on European health law.

Geen voorraad
Quick View

European Health Law

 77,20

European Health Law is the most authoritative guide to the subject. Written by leading experts in health law, this book offers an in depth review of the main themes in European health law, from patients’ rights and duties, the role of health professionals, and health care financing and rationing, to public health and health related issues, such as occupational health and environmental health. An unparalleled resource for students and practitioners, this is the book you need on European health law.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Rechtvaardigingsgronden in het diensten- en personenverkeer

 97,70

Artikel 18, alinea 1 VWEU bevat een algemeen discriminatieverbod op grond van nationaliteit. Dit verbod omvat volgens het Hof van Justitie naast directe ook indirecte discriminatie, waarbij de discriminatie wordt veroorzaakt door een niet uitdrukkelijk verboden onderscheidingscriterium dat in de praktijk hoofdzakelijk in het nadeel werkt of kan werken van de EU-onderdanen die afkomstig zijn uit een andere lidstaat.

Dit boek onderzoekt wat de slaagkansen zijn van de rechtvaardigingsgronden die de EU-lidstaten voor het Hof van Justitie inroepen om hun nationale maatregelen te rechtvaardigen die de onderdanen afkomstig uit een andere lidstaat op indirecte wijze discrimineren op grond van hun nationaliteit. En meer specifiek: in welke mate slaagt het Hof erin om de belangen van de Unie, de EU-lidstaten en de EU-burgers met elkaar te verzoenen wanneer het zich buigt over de rechtvaardigingsgronden die EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende maatregelen in het kader van het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Wanneer is er volgens het Hof van Justitie in het diensten- en personenverkeer sprake van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit en welke gronden kunnen de EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende nationale maatregelen die betrekking hebben op het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?



Quick View

Indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Rechtvaardigingsgronden in het diensten- en personenverkeer

 97,70

Artikel 18, alinea 1 VWEU bevat een algemeen discriminatieverbod op grond van nationaliteit. Dit verbod omvat volgens het Hof van Justitie naast directe ook indirecte discriminatie, waarbij de discriminatie wordt veroorzaakt door een niet uitdrukkelijk verboden onderscheidingscriterium dat in de praktijk hoofdzakelijk in het nadeel werkt of kan werken van de EU-onderdanen die afkomstig zijn uit een andere lidstaat.

Dit boek onderzoekt wat de slaagkansen zijn van de rechtvaardigingsgronden die de EU-lidstaten voor het Hof van Justitie inroepen om hun nationale maatregelen te rechtvaardigen die de onderdanen afkomstig uit een andere lidstaat op indirecte wijze discrimineren op grond van hun nationaliteit. En meer specifiek: in welke mate slaagt het Hof erin om de belangen van de Unie, de EU-lidstaten en de EU-burgers met elkaar te verzoenen wanneer het zich buigt over de rechtvaardigingsgronden die EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende maatregelen in het kader van het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Wanneer is er volgens het Hof van Justitie in het diensten- en personenverkeer sprake van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit en welke gronden kunnen de EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende nationale maatregelen die betrekking hebben op het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Manuel des Auditions 2

 55,00
En matière de techniques d’audition la Belgique se situe au niveau international dans le groupe de tête et est même une pionnière dans certains domaines, comme l’implémentation de coachs d’audition dans les corps de police depuis 2013.

Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.

Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.

Bon de commande

Quick View

Manuel des Auditions 2

 55,00
En matière de techniques d’audition la Belgique se situe au niveau international dans le groupe de tête et est même une pionnière dans certains domaines, comme l’implémentation de coachs d’audition dans les corps de police depuis 2013.

Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.

Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.

Bon de commande

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Manuel des Auditions 1

 55,00
En matière de techniques d’audition la Belgique se situe au niveau international dans le groupe de tête et est même une pionnière dans certains domaines, comme l’implémentation de coachs d’audition dans les corps de police depuis 2013.

Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.

Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.

Bon de commande

Quick View

Manuel des Auditions 1

 55,00
En matière de techniques d’audition la Belgique se situe au niveau international dans le groupe de tête et est même une pionnière dans certains domaines, comme l’implémentation de coachs d’audition dans les corps de police depuis 2013.

Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.

Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.

Bon de commande

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk (Reeks Panopticon Libri, nr. 8)

 55,00
Sinds 1 februari 2007 nemen in België strafuitvoeringsrechtbanken beslissingen over de strafuitvoeringsmodaliteiten van gedetineerden veroordeeld tot meer dan drie jaar gevangenisstraf. De multidisciplinaire samenstelling van deze rechtscolleges, het samenspel tussen de verschillende procesdeelnemers en de moeilijke zoektocht naar een evenwicht tussen het streven naar de sociale re-integratie van de veroordeelde en het inschatten van het risico op recidive vormen een interessante “nieuwe” penale praktijk die tot nu toe nog weinig beschreven en onderzocht werd. In dit boek staan de resultaten van een etnografisch onderzoek naar de beslissingsprocessen, -praktijken en interacties van deze rechtscolleges centraal en wordt getracht een antwoord te formuleren op de vraag “hoe geven de leden van de strafuitvoeringsrechtbanken vorm aan hun beslissingen?” We proberen inzicht te krijgen in hoe de strafuitvoeringsrechtbanken werken, welke betekenis ze daaraan geven, hoe ze de in de Wet op de Externe Rechtspositie geformuleerde tegenindicaties operationaliseren in de dagelijkse beslissingspraktijk en hoe het samenspel tussen de verschillende betrokken procesdeelnemers verloopt.

Veerle Scheirs is als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Criminologie en de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) van de Vrije Universiteit Brussel.

Quick View

De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk (Reeks Panopticon Libri, nr. 8)

 55,00
Sinds 1 februari 2007 nemen in België strafuitvoeringsrechtbanken beslissingen over de strafuitvoeringsmodaliteiten van gedetineerden veroordeeld tot meer dan drie jaar gevangenisstraf. De multidisciplinaire samenstelling van deze rechtscolleges, het samenspel tussen de verschillende procesdeelnemers en de moeilijke zoektocht naar een evenwicht tussen het streven naar de sociale re-integratie van de veroordeelde en het inschatten van het risico op recidive vormen een interessante “nieuwe” penale praktijk die tot nu toe nog weinig beschreven en onderzocht werd. In dit boek staan de resultaten van een etnografisch onderzoek naar de beslissingsprocessen, -praktijken en interacties van deze rechtscolleges centraal en wordt getracht een antwoord te formuleren op de vraag “hoe geven de leden van de strafuitvoeringsrechtbanken vorm aan hun beslissingen?” We proberen inzicht te krijgen in hoe de strafuitvoeringsrechtbanken werken, welke betekenis ze daaraan geven, hoe ze de in de Wet op de Externe Rechtspositie geformuleerde tegenindicaties operationaliseren in de dagelijkse beslissingspraktijk en hoe het samenspel tussen de verschillende betrokken procesdeelnemers verloopt.

Veerle Scheirs is als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Criminologie en de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) van de Vrije Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Recht en media. Zijn de media een gevaar of een zegen voor het recht?

 30,80

In deze bundel van het Leidse Mordenate College staat de verwevenheid tussen het recht en de media centraal. Recht en media zijn eenheden die elkaar voortdurend beïnvloeden. Deze interactie vormt aanleiding voor diverse interessante juridische vraagstukken, waarvan een groot aantal in de bijdragen van deze bundel aan bod komt.

Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht en Media’ op 11 mei 2012. Het resultaat is een gevarieerde bundel met interessante bijdragen van professionals en studenten, waarin beoogd wordt vanuit verschillende rechtsgebieden de verwevenheid tussen recht en media te belichten. Onderwerpen als het spanningsveld tussen de social media en privacybescherming, de onschuld-presumptie van verdachten in het strafrecht en de rol van de rechter in het veranderende medialandschap passeren de revue. De media blijken een gevaar én een zegen voor het recht te zijn.

Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates E.M.T. Huijzer, D.E. Mulder, W.A. Speldenbrink en D.J. Verhey.
Zij bevat bijdragen van prof. mr. H.J. Snijders, dr. M. Becker, A. Pouw & N. Reijnen, mr. C.W. Zwaaneveld, prof. mr. L. Moerel, mr. drs. A.M.M. Hendrikx, prof. mr. C.P.M. Cleiren, mr. S.A. Gawronski en mr. F.P.Ölçer.

Quick View

Recht en media. Zijn de media een gevaar of een zegen voor het recht?

 30,80

In deze bundel van het Leidse Mordenate College staat de verwevenheid tussen het recht en de media centraal. Recht en media zijn eenheden die elkaar voortdurend beïnvloeden. Deze interactie vormt aanleiding voor diverse interessante juridische vraagstukken, waarvan een groot aantal in de bijdragen van deze bundel aan bod komt.

Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht en Media’ op 11 mei 2012. Het resultaat is een gevarieerde bundel met interessante bijdragen van professionals en studenten, waarin beoogd wordt vanuit verschillende rechtsgebieden de verwevenheid tussen recht en media te belichten. Onderwerpen als het spanningsveld tussen de social media en privacybescherming, de onschuld-presumptie van verdachten in het strafrecht en de rol van de rechter in het veranderende medialandschap passeren de revue. De media blijken een gevaar én een zegen voor het recht te zijn.

Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates E.M.T. Huijzer, D.E. Mulder, W.A. Speldenbrink en D.J. Verhey.
Zij bevat bijdragen van prof. mr. H.J. Snijders, dr. M. Becker, A. Pouw & N. Reijnen, mr. C.W. Zwaaneveld, prof. mr. L. Moerel, mr. drs. A.M.M. Hendrikx, prof. mr. C.P.M. Cleiren, mr. S.A. Gawronski en mr. F.P.Ölçer.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Actuele ontwikkelingen inzake EU-justitiebeleid, cannabisbeleid, misdaad en straf, jongeren en jeugdzorg, internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid, gewelddadig extremisme & private veiligheid en zelfregulering

 66,90

Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de7de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.

Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein vanhet strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekersvan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gentbehandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnenhun specialisatiegebied.
Quick View

Actuele ontwikkelingen inzake EU-justitiebeleid, cannabisbeleid, misdaad en straf, jongeren en jeugdzorg, internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid, gewelddadig extremisme & private veiligheid en zelfregulering

 66,90

Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de7de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.

Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein vanhet strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekersvan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gentbehandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnenhun specialisatiegebied.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934) (Gandaius Meesterlijk, nr. 3)

 32,00
Hoewel verschillende studies aantonen dat de steile opmars van de veiligheidsindustrie zich pas rond de jaren zestig heeft doorgezet, grijpen haar wortels heel wat verder terug in de tijd.
Het buiten beschouwing laten van een historisch perspectief zorgt vandaag voor verkeerde opvattingen over de invulling van de veiligheidszorg.
Om de onjuiste inzichten hierover weg te werken, analyseert de auteur de historische inbedding van de ‘moderne’ veiligheidszorg in België vanuit een criminologische invalshoek.
Quick View

Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934) (Gandaius Meesterlijk, nr. 3)

 32,00
Hoewel verschillende studies aantonen dat de steile opmars van de veiligheidsindustrie zich pas rond de jaren zestig heeft doorgezet, grijpen haar wortels heel wat verder terug in de tijd.
Het buiten beschouwing laten van een historisch perspectief zorgt vandaag voor verkeerde opvattingen over de invulling van de veiligheidszorg.
Om de onjuiste inzichten hierover weg te werken, analyseert de auteur de historische inbedding van de ‘moderne’ veiligheidszorg in België vanuit een criminologische invalshoek.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)

 69,50
Vzw’s zijn vrijgestelde btw-belastingplichtigen. Hun handelingen situeren zichimmers in de sociaal-culturele sector en deze activiteiten zijn meestal vrijgesteldvan btw. Het feit dat vzw’s geen winstoogmerk hebben, betekent echter niet dat zegeen btw moeten aanrekenen op bepaalde bijkomstige (commerciële) handelingendie ze stellen. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen en krijgen zoeen beperkt recht op aftrek van de voorbelasting. In het eerste gedeelte van dit boekwordt de draagwijdte van de vrijstellingen grondig besproken en met voorbeeldengeïllustreerd.

Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelastingofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In eentweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingenonderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonenin de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelastingnaar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks totvergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedureom fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifiekeaansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.

Quick View

Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)

 69,50
Vzw’s zijn vrijgestelde btw-belastingplichtigen. Hun handelingen situeren zichimmers in de sociaal-culturele sector en deze activiteiten zijn meestal vrijgesteldvan btw. Het feit dat vzw’s geen winstoogmerk hebben, betekent echter niet dat zegeen btw moeten aanrekenen op bepaalde bijkomstige (commerciële) handelingendie ze stellen. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen en krijgen zoeen beperkt recht op aftrek van de voorbelasting. In het eerste gedeelte van dit boekwordt de draagwijdte van de vrijstellingen grondig besproken en met voorbeeldengeïllustreerd.

Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelastingofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In eentweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingenonderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonenin de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelastingnaar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks totvergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedureom fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifiekeaansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)

 41,20

Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.

In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.

Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content

Quick View

Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)

 41,20

Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.

In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.

Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht

 95,00
In ons recht draagt in beginsel ieder zijn eigen schade. Voor het ‘verplaatsen’van schade, bijvoorbeeld naar de veroorzaker ervan (onder het motto ‘deveroorzaker betaalt’), dient een bijzondere reden te zijn. Deze kan zijn gelegenin de idee dat de persoon die verwijtbaar schade veroorzaakt, die schadedient te vergoeden. Dit houdt dus een reactie van de rechtsorde in op rechtensverwijtbaar gedrag.

De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs isdeze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-rechtvoor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding vande Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat wordenverplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Ditzijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.

Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht teschenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publiekeentiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft dewetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.

In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar deandere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of hetEVRM.

Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig rechtop de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit hetpositieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Quick View

Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht

 95,00
In ons recht draagt in beginsel ieder zijn eigen schade. Voor het ‘verplaatsen’van schade, bijvoorbeeld naar de veroorzaker ervan (onder het motto ‘deveroorzaker betaalt’), dient een bijzondere reden te zijn. Deze kan zijn gelegenin de idee dat de persoon die verwijtbaar schade veroorzaakt, die schadedient te vergoeden. Dit houdt dus een reactie van de rechtsorde in op rechtensverwijtbaar gedrag.

De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs isdeze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-rechtvoor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding vande Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat wordenverplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Ditzijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.

Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht teschenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publiekeentiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft dewetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.

In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar deandere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of hetEVRM.

Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig rechtop de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit hetpositieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×