Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
€ 5,20
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd
vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht
van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale
persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
€ 5,20
In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd
vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht
van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale
persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.

Onderwijsonderzoek. Van onderzoek naar leren
€ 34,90
Dit boek biedt een grondig theoretisch en praktisch inzicht in onderwijsonderzoek.
Dit type van onderzoek staat op dit moment centraal in de belangstelling, enerzijds omdat er
altijd veel nadruk wordt gelegd op de impact van onderwijsonderzoek, anderzijds omdat onderwijsonderzoek
dichter bij de onderwijspraktijk is komen te staan. De auteur geeft aan wat
onderwijsonderzoek inhoudt en op welke wijze men zelf onderzoek in de onderwijspraktijk kan
opzetten.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.

Onderwijsonderzoek. Van onderzoek naar leren
€ 34,90
Dit boek biedt een grondig theoretisch en praktisch inzicht in onderwijsonderzoek.
Dit type van onderzoek staat op dit moment centraal in de belangstelling, enerzijds omdat er
altijd veel nadruk wordt gelegd op de impact van onderwijsonderzoek, anderzijds omdat onderwijsonderzoek
dichter bij de onderwijspraktijk is komen te staan. De auteur geeft aan wat
onderwijsonderzoek inhoudt en op welke wijze men zelf onderzoek in de onderwijspraktijk kan
opzetten.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.
Na een inleiding over belangrijke leerpsychologische en instructiepsychologische onderwerpen gaat alle aandacht naar leren en denken vanuit een cognitief en metacognitief perspectief. Leren en denken vanuit een cognitief perspectief impliceert lesgeven volgens de inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek naar leren en denken. Bij leren en denken vanuit een metacognitief perspectief gaat het over lesgeven dat gericht is op het expliciet overdragen van de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, zodat leerlingen zelfstandig het eigen leren en denken in de hand kunnen nemen.
Het boek is gericht op docenten en onderzoekers en wil hen een helpende hand reiken bij het begrijpen en het opzetten van onderwijsonderzoek. Het heeft als fundamenteel doel bij te dragen aan hun kennisontwikkeling met betrekking tot onderwijsonderzoek en aan de professionalisering van mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.
Joke van Velzen is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de opleiding tot Master of Education, domein Onderwijs en Opvoeding, aan de Hogeschool van Amsterdam.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
€ 30,00
De ruimtelijke oppervlakte van Vlaanderen is beperkt. Wonen en bouwen
zijn daarom aan een aantal bepalingen en beperkingen onderworpen.
Daarom werd in 1997 het eerste Vlaamse strategisch ruimtelijke beleidsplan,
het RSV1 – Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, goedgekeurd.
Daarin werden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor een termijn
van tien jaar vastgelegd.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Ruimte voor wonen. Trends en uitdagingen
€ 30,00
De ruimtelijke oppervlakte van Vlaanderen is beperkt. Wonen en bouwen
zijn daarom aan een aantal bepalingen en beperkingen onderworpen.
Daarom werd in 1997 het eerste Vlaamse strategisch ruimtelijke beleidsplan,
het RSV1 – Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, goedgekeurd.
Daarin werden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor een termijn
van tien jaar vastgelegd.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Deze publicatie gaat in op uitdagingen inzake wonen waarmee Vlaanderen in de toekomst geconfronteerd zal worden. Ze is het resultaat van een grondig onderzoek en bevat een uitgebreide inventarisatie van relevante trends met een inschatting van wat die inhouden voor de komende ruimtevraag en ruimtebeslag. De tekst groepeert een aantal basiskaarten en -gegevens en is een brainstorm voor een verdere uitwisseling van ideeën op lange termijn. De auteurs focussen op de ruimtelijke spreiding, de vorm en het voorkomen van wonen en aan het wonen verwante voorzieningen als onderdeel van de nederzettingsstructuur. Ze brengen het dagelijkse wonen in beeld om de besproken trends een concreet gezicht te geven. Daarnaast komen een aantal woningbouwprojecten aan bod die in recente publicaties rond architectuur, stadsontwikkeling of wonen geroemd worden om hun ontwerpkwaliteiten, hun duurzaamheid of om de manier waarop ze innovatief inspelen op wijzigende trends in het wonen. Als best practices kunnen ze mee het debat over de toekomstige ruimte voor wonen voeden.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, en als onderzoeksleider verbonden aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen. Hij is als docent ook verbonden aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
Michael Ryckewaert is architect en onderzoeker in het Steunpunt Ruimte & Wonen en het Departement Architectuur van de K.U.Leuven.
Brecht Vandekerckhove is geograaf en stedenbouwkundige. Hij is vennoot van SUM Research, waar hij verantwoordelijk is voor sociaal en ruimtelijk onderzoek.
Ann Pisman is onderzoekster aan de Universiteit Gent, Afdeling Mobiliteit en Ruimtelijke Planning en aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen.
Frank Vastmans is wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de K.U.Leuven.
Marie Le Roy is geografe en verbonden aan SUM Research waar zij sociaal en ruimtelijk onderzoek verricht.
Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen.
Kindermishandeling: een complex probleem (O&A-Reeks, nr. 1)
€ 23,70
Kindermishandeling staat momenteel sterk in de aandacht, maar is niet altijd
even duidelijk te herkennen. Het gezinsleven is een privéterrein dat terecht niet
zomaar toegankelijk is. Daar kan zich jarenlang kindermishandeling voordoen
zonder dat de buitenwacht er weet van heeft. Maar ook als zichtbaar is geworden dat er
sprake is van een problematische gezinssituatie, is het vaak lastig om vast te stellen dat
het om kindermishandeling gaat en zo ja, om welke vormen van kindermishandeling.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling: een complex probleem (O&A-Reeks, nr. 1)
€ 23,70
Kindermishandeling staat momenteel sterk in de aandacht, maar is niet altijd
even duidelijk te herkennen. Het gezinsleven is een privéterrein dat terecht niet
zomaar toegankelijk is. Daar kan zich jarenlang kindermishandeling voordoen
zonder dat de buitenwacht er weet van heeft. Maar ook als zichtbaar is geworden dat er
sprake is van een problematische gezinssituatie, is het vaak lastig om vast te stellen dat
het om kindermishandeling gaat en zo ja, om welke vormen van kindermishandeling.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Kindermishandeling is een complex probleem dat nog veel vragen oproept. Vele van die vragen komen in dit boek aan de orde, zoals: wat is kindermishandeling eigenlijk, welke vormen zijn te onderscheiden, hoe vaak komt het voor, wat zijn de oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we doen om kindermishandeling te voorkomen?
Er is nog veel te vragen, maar er is ook al veel bekend. Zo staat vast dat kinderen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling, daar een leven lang last van kunnen hebben. Kindermishandeling kan het leven van kinderen vergiftigen.
Het is belangrijk om kinderen die zijn mishandeld, zo gericht en effectief mogelijk te helpen. Dit boek hoopt daar een steentje toe bij te dragen door de laatste inzichten op het terrein van kindermishandeling op een toegankelijke wijze te presenteren.
Prof. dr. Jan van der Ploeg is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is lid van de redactie van het Tijdschrift voor Orthopedagogiek.
Dr. Roel de Groot is secretaris van het hoofdbestuur van de Vereniging O&A – Vereniging voor ortho-agogische activiteiten – en hoofdredacteur van Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk.
Aandacht en kracht. Verbinden van activering en zorg
€ 20,00
Met de komst van de Wet Werk en Bijstand
(WWB) is een sterker accent komen te liggen
op participatie, scholing en werk. Vanuit het
uitgangspunt dat iedereen meedoet, wordt van
mensen die in een uitkeringssituatie zitten gevraagd
een bijdrage te leveren aan de samenleving
met een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk
of een betaalde baan. Wanneer we kijken naar
de doelgroepen van mensen in de WWB die
in aanmerking komen voor re-integratie op de
arbeidsmarkt, dan zien we dat er regelmatig sprake
is van een combinatie van problemen die vaak
ook een belemmering vormt. Hoe dit kan worden
aangepakt, is onderwerp van discussie. Dit boek
gaat over de strategie van het verbinden van
activering en zorg.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Aandacht en kracht. Verbinden van activering en zorg
€ 20,00
Met de komst van de Wet Werk en Bijstand
(WWB) is een sterker accent komen te liggen
op participatie, scholing en werk. Vanuit het
uitgangspunt dat iedereen meedoet, wordt van
mensen die in een uitkeringssituatie zitten gevraagd
een bijdrage te leveren aan de samenleving
met een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk
of een betaalde baan. Wanneer we kijken naar
de doelgroepen van mensen in de WWB die
in aanmerking komen voor re-integratie op de
arbeidsmarkt, dan zien we dat er regelmatig sprake
is van een combinatie van problemen die vaak
ook een belemmering vormt. Hoe dit kan worden
aangepakt, is onderwerp van discussie. Dit boek
gaat over de strategie van het verbinden van
activering en zorg.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.
Het boek heeft verschillende doelen:
• Ten eerste het bieden van inzicht in het ontstaan en de opzet van de methodiek voor activerende zorgcoaching. Deze methodiek wordt in de hele gemeente Rotterdam ingevoerd en mogelijk ook in andere gemeenten. Dit maakt het tot een praktijkgericht boek.
• Het tweede doel is, om een beeld te schetsen van enkele verwante programma’s die activering en zorg willen koppelen. Daarbij wordt inzicht geboden in de werkzame elementen en factoren rond die programma’s. Dit maakt het ook tot een informatief boek.
• En het derde doel is, de aandacht te vestigen op enkele interessante en recente ontwikkelingen. Daarmee wordt het ook een boek dat de dialoog wil uitlokken en wil bijdragen aan actuele discussies.
Door deze gevarieerde doelen is het boek van belang voor een brede groep lezers, waaronder professionals in de uitvoeringspraktijk, beleidsmakers, onderzoekers, docenten en studenten.
Lectoraat Dynamiek van de Stad onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek krijgen alle facetten aandacht: politieke, economische, sociale, culturele en fysieke.
Het lectoraat levert vanuit een multidisciplinair perspectief een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek en adviseert op basis daarvan over de aanpak van die problematiek.
Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociale uitsluiting en duurzaamheid.

La santé n’est pas une marchandise
€ 19,90
Dans ce livre, Geert Messiaen nous donne un aperçu de l’assurance-maladie belge d’un
point de vue général, et des avis des Mutualités Libérales en particulier, ainsi qu’une vision
personnelle de la politique en matière de santé en Belgique et en Europe. L’auteur plaide
sincèrement en faveur de l’incomparable système de soins de santé belge. Ce livre s’adresse à
toutes les personnes qui s’intéressent aux soins de santé en Belgique.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.

La santé n’est pas une marchandise
€ 19,90
Dans ce livre, Geert Messiaen nous donne un aperçu de l’assurance-maladie belge d’un
point de vue général, et des avis des Mutualités Libérales en particulier, ainsi qu’une vision
personnelle de la politique en matière de santé en Belgique et en Europe. L’auteur plaide
sincèrement en faveur de l’incomparable système de soins de santé belge. Ce livre s’adresse à
toutes les personnes qui s’intéressent aux soins de santé en Belgique.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.
Dans son livre précédent, “Onvoltooide symfonie”, il réglait déjà ses comptes, sans mâcher ses mots, avec certaines situations régionales politiques au sein de sa ville natale, Roulers, et insiste sur certaines questions sociales prioritaires.
Geert Messiaen est le secrétaire général de l’Union Nationale des Mutualités Libérales.

Onderwijs in Vlaanderen. 7de geactualiseerde druk 2010
€ 12,00
Dit zorgvuldig gedoseerde boek geeft een bondig overzicht -
met betrekking tot structuur, organisatie en wetgeving - van het
onderwijs in Vlaanderen, dat de laatste jaren grondig is veranderd.
Het geeft inzicht in het globale onderwijssysteem van kleuter- tot
hoger onderwijs, de beleidsorganen en de functionering ervan.
Zo wordt een bijzonder complexe materie helder op een in omvang
beperkte ruimte.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.

Onderwijs in Vlaanderen. 7de geactualiseerde druk 2010
€ 12,00
Dit zorgvuldig gedoseerde boek geeft een bondig overzicht -
met betrekking tot structuur, organisatie en wetgeving - van het
onderwijs in Vlaanderen, dat de laatste jaren grondig is veranderd.
Het geeft inzicht in het globale onderwijssysteem van kleuter- tot
hoger onderwijs, de beleidsorganen en de functionering ervan.
Zo wordt een bijzonder complexe materie helder op een in omvang
beperkte ruimte.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.
Het boek is bestemd voor (toekomstige) leraren, onderwijsbegeleiders, ouders en anderen die vlug een overzicht willen krijgen van hoe het Vlaamse onderwijs in elkaar zit. Deze nieuwe editie is volledig geactualiseerd..
Jos TIELEMANS doceert aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.

Van den Vos Reynaerde. De feiten
€ 34,00
Van den vos Reynaerde is een vaste waarde in de canon van de Nederlandse literatuur. Op
scholen en aan universiteiten staat hij steevast op de leeslijst; wetenschappers buigen zich
eeuwen na het ontstaan ervan nog steeds over de diepere gronden en het vernuft dat aan de
tekst ten grondslag liggen. Die studie wordt echter grotendeels gevoerd vanuit een literatuurwetenschappelijke
invalshoek, waarbij de tekst het middelpunt van de belangstelling is.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.

Van den Vos Reynaerde. De feiten
€ 34,00
Van den vos Reynaerde is een vaste waarde in de canon van de Nederlandse literatuur. Op
scholen en aan universiteiten staat hij steevast op de leeslijst; wetenschappers buigen zich
eeuwen na het ontstaan ervan nog steeds over de diepere gronden en het vernuft dat aan de
tekst ten grondslag liggen. Die studie wordt echter grotendeels gevoerd vanuit een literatuurwetenschappelijke
invalshoek, waarbij de tekst het middelpunt van de belangstelling is.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.
Maar hoe belangrijk was de historische mentaliteit van de auteur, van zijn omgeving en zijn publiek voor het ontstaan van Van den vos Reynaerde, en wat moeten we ons hierbij voorstellen? Welke zijn de reflecties uit die periode die in het verhaal terug te vinden zijn en mede de draagwijdte en de boodschap van de tekst bepalen? En waarom? Dit boek geeft op deze vragen een antwoord door het middeleeuwse verhaal te confronteren met de historische realiteit van die tijd. Daarbij wordt ruim gebruik gemaakt van een veelheid aan nieuwe historische gegevens uit authentieke bronnen en oorkonden, en recente literatuur over de middeleeuwen.
Het historisch referentiekader rondom Van den vos Reynaerde wordt ingevuld aan de hand van een brede synthese van de politieke, sociaal-maatschappelijke en culturele ontwikkelingen zoals die zich in de eerste helft van de dertiende eeuw voltrokken. De elementen in het verhaal die een historische betekenis kunnen hebben worden opgespoord en toegelicht. Vervolgens wordt de context cultuur-historisch geanalyseerd langs drie maatschappelijke invalshoeken: de politieke actualiteit en de verborgen kritiek erop, de toenmalige geleerde opvattingen over ethiek en symboliek, en het ‘volkse’ discours met zijn groteske kenmerken. Ten slotte worden de achtergronden en het profiel van de auteur, Willem die madocke maecte, hieraan vastgeknoopt en wordt zijn identiteit onthuld.
Het resultaat is een verrassende interpretatie van Van den vos Reynaerde, die zowel de literair- als de historisch geïnteresseerde lezer vernieuwende inzichten aanreikt over deze unieke tekst, zijn tijd en zijn auteur. Een boek voor hen Diet verstaen met goeden sinne.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Sinds enkele jaren verdiept hij zich in de historische achtergronden van Van den vos Reynaerde.

Professionalisering door praktijkonderzoek
€ 21,00
Praktijkonderzoek heeft inmiddels een plaats gevonden op opleidingen op hogeschoolniveau.
Op de hogeschool Windesheim vindt er jaarlijks een symposium plaats voor studentonderzoek
van de masteropleiding Speciale Onderwijszorg. Vijf van deze studentonderzoeken zijn ter gelegenheid
van dit symposium, de zogenaamde Vlootschouw, gebundeld in dit boek.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.

Professionalisering door praktijkonderzoek
€ 21,00
Praktijkonderzoek heeft inmiddels een plaats gevonden op opleidingen op hogeschoolniveau.
Op de hogeschool Windesheim vindt er jaarlijks een symposium plaats voor studentonderzoek
van de masteropleiding Speciale Onderwijszorg. Vijf van deze studentonderzoeken zijn ter gelegenheid
van dit symposium, de zogenaamde Vlootschouw, gebundeld in dit boek.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.
Naast de praktijkonderzoeken zijn ook een drietal docentbijdragen opgenomen. Zij gaan nader in op de meerwaarde van het uitvoeren van praktijkonderzoek. Wat heeft de student aan een praktijkonderzoek tijdens de opleiding en wat blijft hiervan over na het afronden van de studie? Welke waarde heeft het praktijkonderzoek voor de scholen en op welke manier kan het een plek krijgen in schoolontwikkeling?
De vijf studentonderzoeken zijn gevarieerd van onderwerp en afkomstig uit basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De onderzoeken zijn verricht in de eigen werksituatie met door de studenten zelf gekozen onderzoeksvragen. De voorbeelden laten zien dat onderzoek praktisch bruikbaar kan zijn en dat dit op heel uiteenlopende manieren kan gebeuren.
Dit boek is bestemd voor uiteenlopende doelgroepen, zowel (aanstaande) masterstudenten, zusteropleidingen en professionals uit het onderwijs. Het kan dienen als informatiebron, ter inspiratie dan wel om de nieuwste ontwikkelingen te kunnen volgen.
Bekwaam en speciaal. Generiek competentieprofiel speciale onderwijszorg – 3de licht gewijzigde druk
€ 13,50
In dit rapport wordt een generiek competentieprofiel voor de speciale onderwijszorg beschreven. Dit profiel geeft richting aan de individuele ontwikkeling van de leraar en de ontwikkeling van de professionaliteit van een team als geheel.
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
Bekwaam en speciaal. Generiek competentieprofiel speciale onderwijszorg – 3de licht gewijzigde druk
€ 13,50
In dit rapport wordt een generiek competentieprofiel voor de speciale onderwijszorg beschreven. Dit profiel geeft richting aan de individuele ontwikkeling van de leraar en de ontwikkeling van de professionaliteit van een team als geheel.
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
Een schoot als geheel dient over alle genoemde competenties te beschikken. Dan pas kunnen alle leerlingen rekenen op een optimale ontwikkelingskans.
Met dit competentieprofiel kan nagegaan worden op welke gebieden een schoolteam zich verder kan ontwikkelen. Is dat in de breedte of juist in de diepte?
Drie kritische punten vormen de kern van de onderbouwing en de uitwerking van het competentieprofiel.
•In hoeverre is speciale onderwijszorg te typeren als een eigen domein dat om bijzondere bekwaamheden vraagt?
•Welke specifieke eisen worden gesteld aan de begeleiding van het leren en de ontwikkeling van leerlingen met een bijzondere hulpvraag?
•Welke structuur is het meest geschikt om de kenmerkende professionaliteit van leraren speciale onderwijszorg in beeld te brengen?
Dit rapport is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL). Daarmee stuit dit product aan bij de competentieprofielen die reeds eerder voor de educatieve sector ontwikkeld zijn. De ontbrekende schakel ''een gelegitimeerd beroepsprofiel als basis voor de opleidingen die verzorgd worden door de 3 opleidingsinstellingen voor speciale onderwijszorg'' is hiermee binnen handbereik.
Het bestuur en de directie van het Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs (WOSO) leggen met de aanbieding van dit rapport de basis voor de accreditatie van deze voortgezette HBO-opleidingen tot HBO-masteropleidingen. Legitimering van dit profiel betekent een uitdaging aan de schoot en aan de leerkracht om de eigen (kennis)ontwikkeling ter hand te nemen. Die impuls zal direct ten goede komen aan die leerlingen die behoefte en recht hebben aan speciaal onderwijs.
Inhoudsopgave
Perspectief op inclusief. Vruchten van praktijkonderzoek (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, deel 6)
€ 21,60
In dit boek wordt de lezer meegenomen in een interactief dialogisch proces
op weg naar een ‘Perspectief op inclusief’. Aan dat proces is deelgenomen
door een collectief van 35 scholen uit één samenwerkingsverband.
Om voor de eigen regio zo’n perspectief te openen is een veldbreed
opvattingenonderzoek gestart. Vele stemmen werden daarin gehoord
en ieders opvatting werd daarbij erkend. Het onderzoek heeft geleid
tot een breed beeld van de uiteenlopende opvattingen in de regio;
vervolgens zijn daaruit een aantal scenario’s voor de toekomst afgeleid.
In aansluiting op dit onderzoek hebben acht collega’s uit deze regio
de opleiding HBO Master SEN (Special Educational Needs) gevolgd
in de leerroute ‘Praktijkgericht onderzoek & inclusie’. Zij hebben
kleinschalig praktijkgericht onderzoek uitgevoerd naar deelthema’s uit
het opvattingenonderzoek, toegespitst op hun eigen concrete praktijk
en professionele situatie. Thema’s van die onderzoeken zijn geweest:
visieontwikkeling m.b.t. inclusie, de één-zorgroute, de integratieklas, de
brede school, inclusie & mentaliteit, perspectief op inclusief vanuit de
beleving van ouders & leerlingen op het SBO en ambulante begeleiding
verkend vanuit de behoeften van ouders, leerlingen en leerkrachten. De
opbrengsten van deze acht onderzoeken kunnen als voorbeeld dienen
voor iedere school in de regio. De methoden van praktijkonderzoek
waarmee de collega’s aan de slag zijn gegaan stimuleren de interactieve
kennis- en praktijkontwikkeling in de regio.
Het belang van ieder kind zal daarbij steeds centraal staan. Wanneer een regio zich daarvoor inzet wordt inclusie….. een passende uitdaging. Dit boek is een steun in de rug voor alle scholen en instellingen die de komende jaren voor de enorme uitdaging staan om inclusief passend onderwijs, of liever nog: passend inclusief onderwijs waar te maken.
Het belang van ieder kind zal daarbij steeds centraal staan. Wanneer een regio zich daarvoor inzet wordt inclusie….. een passende uitdaging. Dit boek is een steun in de rug voor alle scholen en instellingen die de komende jaren voor de enorme uitdaging staan om inclusief passend onderwijs, of liever nog: passend inclusief onderwijs waar te maken.
Perspectief op inclusief. Vruchten van praktijkonderzoek (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, deel 6)
€ 21,60
In dit boek wordt de lezer meegenomen in een interactief dialogisch proces
op weg naar een ‘Perspectief op inclusief’. Aan dat proces is deelgenomen
door een collectief van 35 scholen uit één samenwerkingsverband.
Om voor de eigen regio zo’n perspectief te openen is een veldbreed
opvattingenonderzoek gestart. Vele stemmen werden daarin gehoord
en ieders opvatting werd daarbij erkend. Het onderzoek heeft geleid
tot een breed beeld van de uiteenlopende opvattingen in de regio;
vervolgens zijn daaruit een aantal scenario’s voor de toekomst afgeleid.
In aansluiting op dit onderzoek hebben acht collega’s uit deze regio
de opleiding HBO Master SEN (Special Educational Needs) gevolgd
in de leerroute ‘Praktijkgericht onderzoek & inclusie’. Zij hebben
kleinschalig praktijkgericht onderzoek uitgevoerd naar deelthema’s uit
het opvattingenonderzoek, toegespitst op hun eigen concrete praktijk
en professionele situatie. Thema’s van die onderzoeken zijn geweest:
visieontwikkeling m.b.t. inclusie, de één-zorgroute, de integratieklas, de
brede school, inclusie & mentaliteit, perspectief op inclusief vanuit de
beleving van ouders & leerlingen op het SBO en ambulante begeleiding
verkend vanuit de behoeften van ouders, leerlingen en leerkrachten. De
opbrengsten van deze acht onderzoeken kunnen als voorbeeld dienen
voor iedere school in de regio. De methoden van praktijkonderzoek
waarmee de collega’s aan de slag zijn gegaan stimuleren de interactieve
kennis- en praktijkontwikkeling in de regio.
Het belang van ieder kind zal daarbij steeds centraal staan. Wanneer een regio zich daarvoor inzet wordt inclusie….. een passende uitdaging. Dit boek is een steun in de rug voor alle scholen en instellingen die de komende jaren voor de enorme uitdaging staan om inclusief passend onderwijs, of liever nog: passend inclusief onderwijs waar te maken.
Het belang van ieder kind zal daarbij steeds centraal staan. Wanneer een regio zich daarvoor inzet wordt inclusie….. een passende uitdaging. Dit boek is een steun in de rug voor alle scholen en instellingen die de komende jaren voor de enorme uitdaging staan om inclusief passend onderwijs, of liever nog: passend inclusief onderwijs waar te maken.
Perspectieven op literatuur. Filosofische reflecties bij Barnes, Camus, De Koninck, Hesse, Houellebecq, Roth, Streuvels en Winterson (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 23)
€ 21,00
Eindigheid en sterfelijkheid zijn belangrijke en veel terugkerende thema’s in de wereldliteratuur. We
vinden ze niet enkel in het werk van prominente Amerikaanse schrijvers, maar evenzeer in ons
eigen Vlaamse proza. Soms leidt het inzicht van deze eindigheid tot aanvaarding en berusting,
soms wordt tegen de erkenning van de eindigheid in gedacht, wat heel vaak aanleiding geeft
tot morele (of immorele) bijklanken. Dit boek reflecteert diepgaand over de wijze waarop deze
thema’s werkzaam zijn in het oeuvre van Herman de Coninck, Stijn Streuvels, Julian Barnes,
Albert Camus, Hermann Hesse, Michel Houellebecq, Jeanette Winterson en Philip Roth.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Hij heeft in zijn werk een filosofie van eindigheid en sterfelijkheid ontworpen, waarin die begrippen niet noodzakelijk negatief ingekleurd worden, maar via de aanvaarding ervan veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden scheppen om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Hij heeft in zijn werk een filosofie van eindigheid en sterfelijkheid ontworpen, waarin die begrippen niet noodzakelijk negatief ingekleurd worden, maar via de aanvaarding ervan veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden scheppen om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
Perspectieven op literatuur. Filosofische reflecties bij Barnes, Camus, De Koninck, Hesse, Houellebecq, Roth, Streuvels en Winterson (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 23)
€ 21,00
Eindigheid en sterfelijkheid zijn belangrijke en veel terugkerende thema’s in de wereldliteratuur. We
vinden ze niet enkel in het werk van prominente Amerikaanse schrijvers, maar evenzeer in ons
eigen Vlaamse proza. Soms leidt het inzicht van deze eindigheid tot aanvaarding en berusting,
soms wordt tegen de erkenning van de eindigheid in gedacht, wat heel vaak aanleiding geeft
tot morele (of immorele) bijklanken. Dit boek reflecteert diepgaand over de wijze waarop deze
thema’s werkzaam zijn in het oeuvre van Herman de Coninck, Stijn Streuvels, Julian Barnes,
Albert Camus, Hermann Hesse, Michel Houellebecq, Jeanette Winterson en Philip Roth.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Hij heeft in zijn werk een filosofie van eindigheid en sterfelijkheid ontworpen, waarin die begrippen niet noodzakelijk negatief ingekleurd worden, maar via de aanvaarding ervan veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden scheppen om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Hij heeft in zijn werk een filosofie van eindigheid en sterfelijkheid ontworpen, waarin die begrippen niet noodzakelijk negatief ingekleurd worden, maar via de aanvaarding ervan veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden scheppen om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
Solidariteit – Rivaliteit. Ruil en gift bij Marcel Mauss en Pierre Bourdieu
€ 31,00
Solidariteit en rivaliteit zijn twee krachten die in de fundamenten van onze
maatschappij aan het werk zijn. Ze bepalen hoe wij ons tegenover anderen
verhouden en positioneren, wat wij willen delen en wat wij liever voor onszelf
houden. In dit boek wordt, aan de hand van het concept ‘gift’ en aanverwante
begrippen zoals ‘ruil’ en ‘wederkerigheid’, op diepgaande wijze over
deze kernbegrippen nagedacht via de confrontatie met het werk van twee
voorname Franse sociologen: Marcel Mauss en Pierre Bourdieu.
In Mauss’ beroemde Essai sur le don worden de begrippen don en contredon (waarbij we vooral denken aan de potlatch) ten onrechte haast exclusief als rivaliserend tegenover elkaar gesteld. Dat leidt tot een confrontatie met Bourdieus opvattingen over le sens de l’honneur in de Kabylische samenleving. Ook bij hem ontbreekt echter elke verwijzing naar solidariteit. Om deze uiteenzettingen goed te begrijpen, worden de grondbegrippen van Bourdieus sociologie en zijn uitlatingen over eer, ruil en gift in de Kabylische samenleving hier grondig en kritisch tegen het licht gehouden. Van daaruit spiegelen we zijn opvattingen aan die van sociologen als Max Weber en Peter Berger en wordt een filosofie van de solidariteit opgezet die nauw verwant is met wat Alain Caillé en Jacques Godbout in een aantal werken over l’esprit du don gezegd hebben.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Dit boek is een verdere uitdieping van wat hij een filosofie van de eindigheid noemt. Daarin wordt dit begrip niet negatief ingekleurd, maar via de aanvaarding ervan schept het veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
In Mauss’ beroemde Essai sur le don worden de begrippen don en contredon (waarbij we vooral denken aan de potlatch) ten onrechte haast exclusief als rivaliserend tegenover elkaar gesteld. Dat leidt tot een confrontatie met Bourdieus opvattingen over le sens de l’honneur in de Kabylische samenleving. Ook bij hem ontbreekt echter elke verwijzing naar solidariteit. Om deze uiteenzettingen goed te begrijpen, worden de grondbegrippen van Bourdieus sociologie en zijn uitlatingen over eer, ruil en gift in de Kabylische samenleving hier grondig en kritisch tegen het licht gehouden. Van daaruit spiegelen we zijn opvattingen aan die van sociologen als Max Weber en Peter Berger en wordt een filosofie van de solidariteit opgezet die nauw verwant is met wat Alain Caillé en Jacques Godbout in een aantal werken over l’esprit du don gezegd hebben.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Dit boek is een verdere uitdieping van wat hij een filosofie van de eindigheid noemt. Daarin wordt dit begrip niet negatief ingekleurd, maar via de aanvaarding ervan schept het veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
Solidariteit – Rivaliteit. Ruil en gift bij Marcel Mauss en Pierre Bourdieu
€ 31,00
Solidariteit en rivaliteit zijn twee krachten die in de fundamenten van onze
maatschappij aan het werk zijn. Ze bepalen hoe wij ons tegenover anderen
verhouden en positioneren, wat wij willen delen en wat wij liever voor onszelf
houden. In dit boek wordt, aan de hand van het concept ‘gift’ en aanverwante
begrippen zoals ‘ruil’ en ‘wederkerigheid’, op diepgaande wijze over
deze kernbegrippen nagedacht via de confrontatie met het werk van twee
voorname Franse sociologen: Marcel Mauss en Pierre Bourdieu.
In Mauss’ beroemde Essai sur le don worden de begrippen don en contredon (waarbij we vooral denken aan de potlatch) ten onrechte haast exclusief als rivaliserend tegenover elkaar gesteld. Dat leidt tot een confrontatie met Bourdieus opvattingen over le sens de l’honneur in de Kabylische samenleving. Ook bij hem ontbreekt echter elke verwijzing naar solidariteit. Om deze uiteenzettingen goed te begrijpen, worden de grondbegrippen van Bourdieus sociologie en zijn uitlatingen over eer, ruil en gift in de Kabylische samenleving hier grondig en kritisch tegen het licht gehouden. Van daaruit spiegelen we zijn opvattingen aan die van sociologen als Max Weber en Peter Berger en wordt een filosofie van de solidariteit opgezet die nauw verwant is met wat Alain Caillé en Jacques Godbout in een aantal werken over l’esprit du don gezegd hebben.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Dit boek is een verdere uitdieping van wat hij een filosofie van de eindigheid noemt. Daarin wordt dit begrip niet negatief ingekleurd, maar via de aanvaarding ervan schept het veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
In Mauss’ beroemde Essai sur le don worden de begrippen don en contredon (waarbij we vooral denken aan de potlatch) ten onrechte haast exclusief als rivaliserend tegenover elkaar gesteld. Dat leidt tot een confrontatie met Bourdieus opvattingen over le sens de l’honneur in de Kabylische samenleving. Ook bij hem ontbreekt echter elke verwijzing naar solidariteit. Om deze uiteenzettingen goed te begrijpen, worden de grondbegrippen van Bourdieus sociologie en zijn uitlatingen over eer, ruil en gift in de Kabylische samenleving hier grondig en kritisch tegen het licht gehouden. Van daaruit spiegelen we zijn opvattingen aan die van sociologen als Max Weber en Peter Berger en wordt een filosofie van de solidariteit opgezet die nauw verwant is met wat Alain Caillé en Jacques Godbout in een aantal werken over l’esprit du don gezegd hebben.
Willy Coolsaet is ere-professor aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Dit boek is een verdere uitdieping van wat hij een filosofie van de eindigheid noemt. Daarin wordt dit begrip niet negatief ingekleurd, maar via de aanvaarding ervan schept het veeleer positieve mogelijkheidsvoorwaarden om überhaupt in staat te zijn een goed leven te leiden.
Michel Seuphor (1901-1999). Grensverkenner van de avant-garde. Themanummer Zacht Lawijd, jaargang 8, nr. 3
€ 23,90
Michel Seuphor (pseudoniem van F. Berckelaers, 1901-1999) was zo''n beetje de Jean Cocteau van de Vlaamse avant-garde: hij schreef literatuur, was actief als beeldend kunstenaar, bemiddelaar, tijdschriftredacteur en stond aan de wieg van talrijke clubjes en verenigingen. Met het tijdschrift Het Overzicht heeft Seuphor vanaf eind 1922 een beglangrijke rol gespeeld in de verspreiding van het werk en de ideeën van de internationale avant-garde in Vlaanderen. Ook na zijn vertrek naar Frankrijk in 1925 bleef hij de grenzen van de avant-garde verkennen.
In dit boek wordt aandacht besteed aan zijn nederlandstalige gedichten, aan zijn relatie met de Vlaamse graficus Victor Delhez, aan zijn betrekkingen met de Italiaanse futurist F.T. Marinetti, aan de manier waarop hij reageerde op de concurrenten van ''t Fonteintje, aan de verhouding van het Antwerpse Het Overzicht tot de Brusselse avant-garde, aan zijn relatie met de Nederlandse schilders Piet Mondriaan en Carel Willink, aan zijn vroege Parijse tijd en de autobiografie die hij daarover schreef, aan het constructivistische gezelschap Cercle et Carré en aan de religieuze wending die zijn leven in de loop van de jaren dertig nam. De bundel wordt afgesloten met een interview dat Michel Seuphor aan het einde van zijn leven gaf over zijn jonge jaren.
Zacht Lawijd is een uitgave van de Stichting ZL in samenwerking met het Letterenhuis Antwerpen, en het Letterkundig Museum Den Haag.
In dit boek wordt aandacht besteed aan zijn nederlandstalige gedichten, aan zijn relatie met de Vlaamse graficus Victor Delhez, aan zijn betrekkingen met de Italiaanse futurist F.T. Marinetti, aan de manier waarop hij reageerde op de concurrenten van ''t Fonteintje, aan de verhouding van het Antwerpse Het Overzicht tot de Brusselse avant-garde, aan zijn relatie met de Nederlandse schilders Piet Mondriaan en Carel Willink, aan zijn vroege Parijse tijd en de autobiografie die hij daarover schreef, aan het constructivistische gezelschap Cercle et Carré en aan de religieuze wending die zijn leven in de loop van de jaren dertig nam. De bundel wordt afgesloten met een interview dat Michel Seuphor aan het einde van zijn leven gaf over zijn jonge jaren.
Zacht Lawijd is een uitgave van de Stichting ZL in samenwerking met het Letterenhuis Antwerpen, en het Letterkundig Museum Den Haag.
Michel Seuphor (1901-1999). Grensverkenner van de avant-garde. Themanummer Zacht Lawijd, jaargang 8, nr. 3
€ 23,90
Michel Seuphor (pseudoniem van F. Berckelaers, 1901-1999) was zo''n beetje de Jean Cocteau van de Vlaamse avant-garde: hij schreef literatuur, was actief als beeldend kunstenaar, bemiddelaar, tijdschriftredacteur en stond aan de wieg van talrijke clubjes en verenigingen. Met het tijdschrift Het Overzicht heeft Seuphor vanaf eind 1922 een beglangrijke rol gespeeld in de verspreiding van het werk en de ideeën van de internationale avant-garde in Vlaanderen. Ook na zijn vertrek naar Frankrijk in 1925 bleef hij de grenzen van de avant-garde verkennen.
In dit boek wordt aandacht besteed aan zijn nederlandstalige gedichten, aan zijn relatie met de Vlaamse graficus Victor Delhez, aan zijn betrekkingen met de Italiaanse futurist F.T. Marinetti, aan de manier waarop hij reageerde op de concurrenten van ''t Fonteintje, aan de verhouding van het Antwerpse Het Overzicht tot de Brusselse avant-garde, aan zijn relatie met de Nederlandse schilders Piet Mondriaan en Carel Willink, aan zijn vroege Parijse tijd en de autobiografie die hij daarover schreef, aan het constructivistische gezelschap Cercle et Carré en aan de religieuze wending die zijn leven in de loop van de jaren dertig nam. De bundel wordt afgesloten met een interview dat Michel Seuphor aan het einde van zijn leven gaf over zijn jonge jaren.
Zacht Lawijd is een uitgave van de Stichting ZL in samenwerking met het Letterenhuis Antwerpen, en het Letterkundig Museum Den Haag.
In dit boek wordt aandacht besteed aan zijn nederlandstalige gedichten, aan zijn relatie met de Vlaamse graficus Victor Delhez, aan zijn betrekkingen met de Italiaanse futurist F.T. Marinetti, aan de manier waarop hij reageerde op de concurrenten van ''t Fonteintje, aan de verhouding van het Antwerpse Het Overzicht tot de Brusselse avant-garde, aan zijn relatie met de Nederlandse schilders Piet Mondriaan en Carel Willink, aan zijn vroege Parijse tijd en de autobiografie die hij daarover schreef, aan het constructivistische gezelschap Cercle et Carré en aan de religieuze wending die zijn leven in de loop van de jaren dertig nam. De bundel wordt afgesloten met een interview dat Michel Seuphor aan het einde van zijn leven gaf over zijn jonge jaren.
Zacht Lawijd is een uitgave van de Stichting ZL in samenwerking met het Letterenhuis Antwerpen, en het Letterkundig Museum Den Haag.

Slaapstoornissen – Vertaling van Sleep Medicine Pearls. Vertaling: Joeri Peelmans
€ 46,00
Het fenomeen van de slaap houdt wetenschappers al eeuwen bezig. Van de Grieken tot op vandaag
is slaap het onderwerp geweest van speculaties en fundamenteel
onderzoek. Vooral sinds het begin van de
twintigste eeuw zijn er tal van wetenschappelijke meetinstrumenten
en laboratoria ontwikkeld om slaapgedrag en
-problemen te onderzoeken en te meten.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.

Slaapstoornissen – Vertaling van Sleep Medicine Pearls. Vertaling: Joeri Peelmans
€ 46,00
Het fenomeen van de slaap houdt wetenschappers al eeuwen bezig. Van de Grieken tot op vandaag
is slaap het onderwerp geweest van speculaties en fundamenteel
onderzoek. Vooral sinds het begin van de
twintigste eeuw zijn er tal van wetenschappelijke meetinstrumenten
en laboratoria ontwikkeld om slaapgedrag en
-problemen te onderzoeken en te meten.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.
Dit boek geldt als een standaardwerk voor het slaaponderzoek. Het omvat een verkenning van de diagnostische hulpmiddelen en de fysiologische principes van dit onderzoek. Het biedt een grondige theoretische inleiding en bespreekt concrete casussen. Daardoor is het zowel nuttig voor beginnende slaaplaboranten als voor ervaren artsen en paramedici.
Richard B. Berry is hoogleraar geneeskunde aan de University of Florida in Gainesville en een autoriteit op het gebied van slaapstoornissen.
Joeri Peelmans is verpleegkundige in het AZ St.-Dimpna in Geel en medewerker van het aldaar gevestigde slaaplaboratorium.

Gepraktiseerde religie thuis en sociale limieten
€ 33,90
De plaats die religie in onze samenleving inneemt en het
effect ervan op onze maatschappelijke gewoontes, zijn
niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Elke religie
heeft zijn eigen waarden en normen en die, die wij thuis meekrijgen,
kunnen bepalend zijn voor ons sociaal gedrag. Dit boek
is de weergave van een onderzoek naar de samenhang tussen de
religie-intensiteit in de thuissituatie, de wijze van opvoeding aldaar
en de houding van jongeren tussen 12 en 21 jaar ten opzichte
van sociale limieten (normen, waarden, wetten en regels)
in de Nederlandse samenleving. Het onderzoek concentreert
zich op de volgende type gezinnen: Gereformeerd vrijgemaakte,
Liberaal joodse-, Sanatan Dharma Hindoe, Soennitische Moslim
en Seculiere. Daarmee biedt het boek een inzicht van mogelijke
verschillen tussen religieuze en seculiere ouders en hun kinderen
en tussen verschillende religieuze groepen onderling. Om de
religie-intensiteit van de ouders te kunnen meten, is hier voor het
eerst een speciaal instrument ontwikkeld. Voor iedere religieuze
onderzoeksgroep werd hiervan een aparte versie geconstrueerd.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.

Gepraktiseerde religie thuis en sociale limieten
€ 33,90
De plaats die religie in onze samenleving inneemt en het
effect ervan op onze maatschappelijke gewoontes, zijn
niet altijd even eenvoudig vast te stellen. Elke religie
heeft zijn eigen waarden en normen en die, die wij thuis meekrijgen,
kunnen bepalend zijn voor ons sociaal gedrag. Dit boek
is de weergave van een onderzoek naar de samenhang tussen de
religie-intensiteit in de thuissituatie, de wijze van opvoeding aldaar
en de houding van jongeren tussen 12 en 21 jaar ten opzichte
van sociale limieten (normen, waarden, wetten en regels)
in de Nederlandse samenleving. Het onderzoek concentreert
zich op de volgende type gezinnen: Gereformeerd vrijgemaakte,
Liberaal joodse-, Sanatan Dharma Hindoe, Soennitische Moslim
en Seculiere. Daarmee biedt het boek een inzicht van mogelijke
verschillen tussen religieuze en seculiere ouders en hun kinderen
en tussen verschillende religieuze groepen onderling. Om de
religie-intensiteit van de ouders te kunnen meten, is hier voor het
eerst een speciaal instrument ontwikkeld. Voor iedere religieuze
onderzoeksgroep werd hiervan een aparte versie geconstrueerd.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.
Dit onderzoek is verricht binnen het internationale RPO (Reactie Patronen Onderzoek) van de vakgroep Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in Nederland, onder leiding van prof. dr. J.E. Rink. Het RPO is verspreid over meer dan tien universiteiten, binnen Europa, Noord-Amerika, Nieuw Zeeland en daarbuiten. Daartoe zijn er verschillende instrumenten ontwikkeld.
Dr. S.H. Mousavi Torshezi is als islamoloog afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens het verrichten van dit onderzoek was hij verbonden aan de vakgroep Orthopedagogiek van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) aan de RUG, alwaar hij in 2009 promoveerde in de sociale wetenschappen. Hij geeft geregeld lezingen, cursussen en gastcolleges over de islam, opvoeding, religie en interculturele communicatie.
Ouders in soorten
€ 16,30
Ouders zijn die mensen die verantwoordelijkheid opnemen voor
de zorg en opvoeding van de kinderen met wie ze in een gezinsverband
samenleven. Er bestaan verschillende gezinsvormen, zoals
er verschillende redenen en omstandigheden zijn waarom en
waarin mensen met kinderen samenleven. Met andere woorden:
er zijn ouders in soorten.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.
Ouders in soorten
€ 16,30
Ouders zijn die mensen die verantwoordelijkheid opnemen voor
de zorg en opvoeding van de kinderen met wie ze in een gezinsverband
samenleven. Er bestaan verschillende gezinsvormen, zoals
er verschillende redenen en omstandigheden zijn waarom en
waarin mensen met kinderen samenleven. Met andere woorden:
er zijn ouders in soorten.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.
In de gezinspedagogiek zoekt men naar antwoorden op de vraag wat ouders tot goede opvoeders van hun kinderen maakt. Een verantwoordelijke ouder is iemand die een besef van verantwoordelijkheid heeft en die op grond daarvan poogt zo verantwoord mogelijk te handelen.
De vraag is op welke wijze ouders hun verantwoordelijkheid zouden moeten opnemen om goede opvoeders te zijn. Welke inzichten, vaardigheden en houdingen kenmerken de goede ouder?
In het eerste deel staat de auteur stil bij de verschillende antwoorden op de vraag wat de kenmerken van een goede ouder zijn. Daarna reconstrueert hij de diverse opvattingen over de goede ouder. Het zal duidelijk worden dat ouderschap een heel complex gegeven is dat vele aspecten en dimensies kent. De vergelijking van de verschillende invullingen laat ook toe genuanceerd en kritisch te denken over wie of wat ‘goede ouders’ zijn.
Hans Van Crombrugge doceert fundamentele pedagogiek en gezinspedagogiek aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool Universiteit Brussel. Voordien was hij verbonden aan de universiteiten van Leuven, Gent en Plymouth.

Lire et saisir. Exercices du bon lecteur
€ 24,90
Lire et saisir richt zich in de eerste plaats tot diegenen
die de basis Frans onder de knie hebben en zich verder
willen trainen in begrijpend lezen. Aan de hand van
meerkeuzevragen toetst de lezer of hij de tekst perfect
begrepen heeft. De vijftig oefenteksten zijn van literaire,
journalistieke of politieke aard en zijn gerangschikt
naar stijgende moeilijkheidsgraad. Ook de lengte van de
leesteksten wordt langer: daar waar het eerste deel nog
korte losse teksten biedt, wordt er in het tweede en derde
deel naar romans verwezen. Dankzij een handige sleutel
is dit oefenboek uitermate geschikt als didactisch middel
voor de leerkracht Frans, voor de autodidactische student
en voor al wie graag zijn leesvaardigheid in de taal van
Molière verder wil ontwikkelen.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.

Lire et saisir. Exercices du bon lecteur
€ 24,90
Lire et saisir richt zich in de eerste plaats tot diegenen
die de basis Frans onder de knie hebben en zich verder
willen trainen in begrijpend lezen. Aan de hand van
meerkeuzevragen toetst de lezer of hij de tekst perfect
begrepen heeft. De vijftig oefenteksten zijn van literaire,
journalistieke of politieke aard en zijn gerangschikt
naar stijgende moeilijkheidsgraad. Ook de lengte van de
leesteksten wordt langer: daar waar het eerste deel nog
korte losse teksten biedt, wordt er in het tweede en derde
deel naar romans verwezen. Dankzij een handige sleutel
is dit oefenboek uitermate geschikt als didactisch middel
voor de leerkracht Frans, voor de autodidactische student
en voor al wie graag zijn leesvaardigheid in de taal van
Molière verder wil ontwikkelen.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.
Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.

Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
€ 24,90
Heel wat problemen die binnen het gezin opduiken, zijn niet
zo eenvoudig op te lossen. De wortels van conflicten liggen
vaak erg diep en pogingen om gezinsverhoudingen te verbeteren
botsen vaak op onbegrip en onwil. Een helpende hand
van buitenaf is daarom vaak aangewezen. In dit boek worden
twintig voorbeelden van gezinsproblemen besproken. Ze variëren
van gedragsmoeilijkheden bij heel jonge kinderen tot
opstandig gedrag bij pubers. In andere casussen gaat het om
ruzie tussen de gescheiden ouders of over ouders die zich
grote zorgen maken over de ontwikkeling van hun geadopteerd
kind.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.

Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
€ 24,90
Heel wat problemen die binnen het gezin opduiken, zijn niet
zo eenvoudig op te lossen. De wortels van conflicten liggen
vaak erg diep en pogingen om gezinsverhoudingen te verbeteren
botsen vaak op onbegrip en onwil. Een helpende hand
van buitenaf is daarom vaak aangewezen. In dit boek worden
twintig voorbeelden van gezinsproblemen besproken. Ze variëren
van gedragsmoeilijkheden bij heel jonge kinderen tot
opstandig gedrag bij pubers. In andere casussen gaat het om
ruzie tussen de gescheiden ouders of over ouders die zich
grote zorgen maken over de ontwikkeling van hun geadopteerd
kind.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R – Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
€ 100,00
De ToM – Theory of Mind test-R is een van de weinige
instrumenten die het construct ToM op een gedifferentieerde
wijze benadert.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief). Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Bij dit Werkboek hoort ook een Handleiding (met CD-Rom).
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Als ik jou. Poëzie voor anderstaligen
€ 21,60
Dit boek laat anderstaligen kennismaken met
Nederlandstalige poëzie. De auteurs verzamelden
gedichten van een twintigtal schrijvers uit
Vlaanderen en Nederland. Bij elk gedicht staan
leuke, speelse en creatieve opdrachten. Op de
bijgevoegde gratis dvd kun je alle gedichten horen
en zien.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
‘Als ik jou’ is zowel voor beginnende als voor gevorderde taalleerders geschikt. De meeste opdrachten – de ene al wat makkelijker dan de andere – zijn bruikbaar in alle niveaus van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor talen.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Simulatie Teamtraining Acute Gezondheidszorg en Verloskunde . Leer- en werkboek
€ 20,60
De praktijk van de verloskunde is het werk van vele handen. In het belang
van elke patiënt is het essentieel dat de samenwerking tussen de
betrokkenen optimaal verloopt. Dat is echter niet altijd het geval. Artsen
en verpleegkundigen volgen vaak eigen procedures en methodes
die een goede onderlinge verstandhouding in de weg staan. Dat leidt
tot onnodige vertragingen, onrust en onzekerheid in de verloskamer,
terwijl in situaties waarin snel gehandeld moet worden, net een doeltreffende
coördinatie is vereist.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Dit leer- en werkboek is ontwikkeld om een optimale samenwerking te bewerkstelligen binnen verloskundige teams. Op basis van teamstrategieën buiten de gezondheidszorg en centraal georganiseerde vaardigheidstrainingen biedt dit boek een theoretische en praktische handleiding over welke ingrediënten en instrumenten nodig zijn om een simulatie teamtraining in de acute zorg op te zetten. Die maakt het voor het verloskundige team mogelijk te oefenen in zowel vaak als niet-vaak voorkomende situaties. Het boek is uiterst praktijkgericht en bevat vragenlijsten om de kennis, prioriteiten en eigenheden van teamleden te testen. Vanuit die inzichten kan dan ingeschat worden hoe individueel-bepaalde zaken binnen het collectief op elkaar afgestemd kunnen worden. Als dusdanig is dit boek een aangewezen gids voor zowel mensen uit de gezondheidszorg als voor docenten die hen moeten voorbereiden op wat er zoal komt kijken bij de dagelijkse praktijk van de verloskunde. De hier voorgestelde trainingsmethodiek is overigens ook toepasbaar buiten de verloskunde.
Marion Heres, gynaecoloog, is verbonden aan het Sint-Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in acute verloskunde en maakt deel uit van het Medisch Stafbestuur.
Heleen Vermeulen is patiëntveiligheidsfunctionaris en hoofd van het Bureau Kwaliteit, Veiligheid & Projecten in hetzelfde ziekenhuis.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Perspectieven op samen leraren opleiden
€ 23,60
Het opleiden van leraren is al geruime tijd niet meer een exclusieve
aangelegenheid voor universiteiten en hogescholen. Instituten voor
lerarenopleidingen en opleidingsscholen zijn in de afgelopen jaren
intensief gaan samenwerken in de leerroutes van nieuwe leraren.
Scholen zijn daarbij in het afgelopen decennium steeds meer een
eigen rol gaan vervullen. Onderdeel van deze veranderingen is ook dat
schoolopleiders zijn toegetreden tot de beroepsgroep lerarenopleiders.
Het lidmaatschap van de VELON – Vereniging Lerarenopleiders
Nederland – en registratie in het beroepsregister bij de Stichting
Register Lerarenopleiders staan voor hen open.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
Dit boek brengt de kennis en de huidige stand van zaken met betrekking tot het samen opleiden van leraren door instituten voor de lerarenopleidingen (hbo-instellingen en universiteiten) en scholen in beeld. De nadruk ligt op de opleidingsscholen en de schoolopleiders.
De empirische evidentie van de veronderstelde positieve effecten van het samen leraren opleiden moet nog worden aangetoond. De grote vraag is natuurlijk: Worden de leraren die worden opgeleid in opleidingsscholen ook betere leraren? En worden ze beter dan de huidige leraren, die hen bovendien ook nog moeten opleiden? Specialisten ter zake lichten vanuit verschillende perspectieven dit samen opleiden toe. Ook wordt ingegaan op ontwikkelingen rond de beroepsregistratie van schoolopleiders.
De VELON kent als onafhankelijke beroepsvereniging van lerarenopleiders verschillende verantwoordelijkheden. De vereniging draagt zorg voor de verdere ontwikkeling van het samen opleiden en ondersteunt de leden van de beroepsgroep (schoolopleiders en instituutsopleiders). Daarnaast levert de VELON bijdragen aan een effectieve samenwerking tussen opleidingsinstituten en opleidingsscholen. De vereniging zoekt naar empirisch onderbouwde antwoorden op de vraag naar de effecten van deze samenwerking. Deze bundel geeft daartoe alvast een aanzet.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
€ 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst
door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van
overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn.
Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren,
wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke
wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft
een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks
meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit.
Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van
incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen.
Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die
betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.
Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
