Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
€ 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie
werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de
relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse
hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie
bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten
inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen
zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van
wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en
inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek
tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst,
en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland
vinden tevens een plaats.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
€ 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie
werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de
relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse
hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie
bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten
inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen
zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van
wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en
inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek
tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst,
en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland
vinden tevens een plaats.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
€ 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
€ 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België
€ 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet
hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen
elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het
strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek
centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de
Negationismewet van 1995.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België
€ 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet
hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen
elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het
strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek
centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de
Negationismewet van 1995.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Preventieve mediation
€ 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een
effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke
procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing
dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij
een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities
- al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de
mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te
passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Preventieve mediation
€ 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een
effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke
procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing
dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij
een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities
- al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de
mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te
passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)
€ 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot
het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht.
Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag
1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’
regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags
Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde.
Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt
ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de
IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd
partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)
€ 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot
het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht.
Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag
1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’
regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags
Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde.
Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt
ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de
IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd
partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
€ 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van
groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht,
staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat
betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk
in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de
grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en
symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van
de vraag waar de politie voor staat.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
€ 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van
groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht,
staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat
betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk
in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de
grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en
symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van
de vraag waar de politie voor staat.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
€ 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of
the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the
program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust,
eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and
improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters
and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
€ 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of
the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the
program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust,
eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and
improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters
and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
Geen voorraad

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Geen voorraad

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
€ 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ?
Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner
l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ?
L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière
dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur
ces questions.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
€ 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ?
Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner
l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ?
L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière
dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur
ces questions.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
€ 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
€ 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary

Taalgebruik in het bedrijfsleven
€ 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van
de wetgeving die in België het taalgebruik in het
bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Taalgebruik in het bedrijfsleven
€ 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van
de wetgeving die in België het taalgebruik in het
bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
€ 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer
aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten
eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht
voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin
een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële
beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt,
en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden
waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In
tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’
voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische
‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als
uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van
implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in
het ‘evidence based’ debat.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
€ 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer
aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten
eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht
voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin
een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële
beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt,
en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden
waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In
tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’
voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische
‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als
uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van
implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in
het ‘evidence based’ debat.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
€ 54,50
For the past few decades the so-called transnationalisation of the police in Europe has
evolved rapidly. The resulting cooperation between national police organisations is often
motivated by referring to the inevitable need of a war against the increasingly internationally
operating organised crime and (especially since 2001) international terrorism. As a result,
an amalgam of cooperation, information-exchange and informal relations was established
between national police organisations. Europe also tried to stimulate developments of and
within the police. As was often noticed before it may be difficult to get a realistic view on
these important developments in the transnationalisation of the police in Europe. Moreover,
it may be difficult to get detailed and reliable information about the impact of European,
transnational developments on the member states’ police services.
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?
Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
€ 54,50
For the past few decades the so-called transnationalisation of the police in Europe has
evolved rapidly. The resulting cooperation between national police organisations is often
motivated by referring to the inevitable need of a war against the increasingly internationally
operating organised crime and (especially since 2001) international terrorism. As a result,
an amalgam of cooperation, information-exchange and informal relations was established
between national police organisations. Europe also tried to stimulate developments of and
within the police. As was often noticed before it may be difficult to get a realistic view on
these important developments in the transnationalisation of the police in Europe. Moreover,
it may be difficult to get detailed and reliable information about the impact of European,
transnational developments on the member states’ police services.
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)
€ 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt
dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen
die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau
verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij
niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen.
Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’.
Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd
maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen,
culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze
vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er
bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag
stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de
territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)
€ 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt
dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen
die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau
verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij
niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen.
Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’.
Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd
maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen,
culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze
vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er
bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag
stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de
territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)
€ 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)
€ 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
€ 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel
geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht
op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
€ 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel
geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht
op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
The cross-over: An interdisciplinary approach to the study of victims of crime (Reeks Intervict)
€ 52,00
The source disciplines of victimology are social and clinical psychology on the one hand and criminology and law on the other. Research concerning victims in the criminal justice system suffers from the fact that the law-related and psychology-related disciplines are barely on speaking terms with each other. Attempting to overcome this victimological divide is a common theme of the nine articles in The Cross-over.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
The cross-over: An interdisciplinary approach to the study of victims of crime (Reeks Intervict)
€ 52,00
The source disciplines of victimology are social and clinical psychology on the one hand and criminology and law on the other. Research concerning victims in the criminal justice system suffers from the fact that the law-related and psychology-related disciplines are barely on speaking terms with each other. Attempting to overcome this victimological divide is a common theme of the nine articles in The Cross-over.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
EU and International Crime Control. Topical Issues ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 4)
€ 66,00
In nowadays’ globalised society an international exchange of
ideas and views is indispensable within the field of social sciences,
including criminology and criminal justice studies.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
EU and International Crime Control. Topical Issues ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 4)
€ 66,00
In nowadays’ globalised society an international exchange of
ideas and views is indispensable within the field of social sciences,
including criminology and criminal justice studies.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. New Empirical Data, Theories and Analyses ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 3)
€ 66,00
In nowadays’ globalised society an international exchange of
ideas and views is indispensable within the field of social sciences,
including criminology and criminal justice studies.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 3 provides new empirical data, theories and analyses on Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. Some articles in Volume 3 focus especially on issues of conceptualisation and measurement of key constructs in the study of security in its broadest meaning (from fear of crime to corruption) some articles present tests of theoretical models derived from theoretical criminology, and finally some articles focus on different institutional reactions towards crime and drug-related problems (e.g. policing, the conflict of interests between private companies and authorities and restorative justice).
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 3 provides new empirical data, theories and analyses on Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. Some articles in Volume 3 focus especially on issues of conceptualisation and measurement of key constructs in the study of security in its broadest meaning (from fear of crime to corruption) some articles present tests of theoretical models derived from theoretical criminology, and finally some articles focus on different institutional reactions towards crime and drug-related problems (e.g. policing, the conflict of interests between private companies and authorities and restorative justice).
Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. New Empirical Data, Theories and Analyses ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 3)
€ 66,00
In nowadays’ globalised society an international exchange of
ideas and views is indispensable within the field of social sciences,
including criminology and criminal justice studies.
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 3 provides new empirical data, theories and analyses on Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. Some articles in Volume 3 focus especially on issues of conceptualisation and measurement of key constructs in the study of security in its broadest meaning (from fear of crime to corruption) some articles present tests of theoretical models derived from theoretical criminology, and finally some articles focus on different institutional reactions towards crime and drug-related problems (e.g. policing, the conflict of interests between private companies and authorities and restorative justice).
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 3 provides new empirical data, theories and analyses on Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. Some articles in Volume 3 focus especially on issues of conceptualisation and measurement of key constructs in the study of security in its broadest meaning (from fear of crime to corruption) some articles present tests of theoretical models derived from theoretical criminology, and finally some articles focus on different institutional reactions towards crime and drug-related problems (e.g. policing, the conflict of interests between private companies and authorities and restorative justice).

The Montrasec demo. A bench-mark for member state and EUautomated data collection and reporting on trafficking in human beings and sexual exploitation of children (IRCP-Series, vol. 36)
€ 46,00
Recent European Union policy discussions have again highlighted the urgent need
for consistent recording and analysis of data relating to trafficking in human beings.
Without such a framework, the Union’s ability to assess the scale and nature of the
problem and, consequently, to formulate effective policy responses is severely impaired.
MONTRASEC – a model for monitoring trafficking in human beings, sexually exploited
and missing children – demonstrates that real progress can be made in addressing these
long standing difficulties.
Building on the work undertaken in the previous SIAMSECT research, a practical IT-tool has been developed by which the three phenomena can be described, interpreted and analysed in an integrated and multidisciplinary fashion. The IT tool also provides National Rapporteurs or similar mechanisms with enhanced and uniform reporting capacity. Recognising the European Union’s emerging policy line, the MONTRASEC IT tool provides a building block by which the European Commission or a future European Monitoring Centre on THB can make horizontal comparison between the reports of the member states.
This book describes how a workable IT tool with contents based on international legal instruments and definitions concerning the three phenomena, has been designed and tested by a range of operational agencies in two separate EU member states. Critical questions relating to compliance with both member state and European data protection and privacy legislation are addressed alongside the need to ensure the highest possible levels of security for sensitive personal data relating to both victims and authors. Furthermore, a CD is attached to this book, containing a live demonstration of all the features and functions of the MONTRASEC IT tool.
“The MONTRASEC demo” shows that it is actually possible to move beyond theoretical discussions concerning data collection to a point where agencies operating in the field are prepared to work within a unified and consistent data collection regime, inputting “live” data which can thereafter be analysed at member state and European Union level.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and organisations working in the fields of trafficking in human beings, sexually exploited and missing children both in the European Union and in a broader international context. It will also appeal to the research community and anyone with an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.
Building on the work undertaken in the previous SIAMSECT research, a practical IT-tool has been developed by which the three phenomena can be described, interpreted and analysed in an integrated and multidisciplinary fashion. The IT tool also provides National Rapporteurs or similar mechanisms with enhanced and uniform reporting capacity. Recognising the European Union’s emerging policy line, the MONTRASEC IT tool provides a building block by which the European Commission or a future European Monitoring Centre on THB can make horizontal comparison between the reports of the member states.
This book describes how a workable IT tool with contents based on international legal instruments and definitions concerning the three phenomena, has been designed and tested by a range of operational agencies in two separate EU member states. Critical questions relating to compliance with both member state and European data protection and privacy legislation are addressed alongside the need to ensure the highest possible levels of security for sensitive personal data relating to both victims and authors. Furthermore, a CD is attached to this book, containing a live demonstration of all the features and functions of the MONTRASEC IT tool.
“The MONTRASEC demo” shows that it is actually possible to move beyond theoretical discussions concerning data collection to a point where agencies operating in the field are prepared to work within a unified and consistent data collection regime, inputting “live” data which can thereafter be analysed at member state and European Union level.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and organisations working in the fields of trafficking in human beings, sexually exploited and missing children both in the European Union and in a broader international context. It will also appeal to the research community and anyone with an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.

The Montrasec demo. A bench-mark for member state and EUautomated data collection and reporting on trafficking in human beings and sexual exploitation of children (IRCP-Series, vol. 36)
€ 46,00
Recent European Union policy discussions have again highlighted the urgent need
for consistent recording and analysis of data relating to trafficking in human beings.
Without such a framework, the Union’s ability to assess the scale and nature of the
problem and, consequently, to formulate effective policy responses is severely impaired.
MONTRASEC – a model for monitoring trafficking in human beings, sexually exploited
and missing children – demonstrates that real progress can be made in addressing these
long standing difficulties.
Building on the work undertaken in the previous SIAMSECT research, a practical IT-tool has been developed by which the three phenomena can be described, interpreted and analysed in an integrated and multidisciplinary fashion. The IT tool also provides National Rapporteurs or similar mechanisms with enhanced and uniform reporting capacity. Recognising the European Union’s emerging policy line, the MONTRASEC IT tool provides a building block by which the European Commission or a future European Monitoring Centre on THB can make horizontal comparison between the reports of the member states.
This book describes how a workable IT tool with contents based on international legal instruments and definitions concerning the three phenomena, has been designed and tested by a range of operational agencies in two separate EU member states. Critical questions relating to compliance with both member state and European data protection and privacy legislation are addressed alongside the need to ensure the highest possible levels of security for sensitive personal data relating to both victims and authors. Furthermore, a CD is attached to this book, containing a live demonstration of all the features and functions of the MONTRASEC IT tool.
“The MONTRASEC demo” shows that it is actually possible to move beyond theoretical discussions concerning data collection to a point where agencies operating in the field are prepared to work within a unified and consistent data collection regime, inputting “live” data which can thereafter be analysed at member state and European Union level.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and organisations working in the fields of trafficking in human beings, sexually exploited and missing children both in the European Union and in a broader international context. It will also appeal to the research community and anyone with an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.
Building on the work undertaken in the previous SIAMSECT research, a practical IT-tool has been developed by which the three phenomena can be described, interpreted and analysed in an integrated and multidisciplinary fashion. The IT tool also provides National Rapporteurs or similar mechanisms with enhanced and uniform reporting capacity. Recognising the European Union’s emerging policy line, the MONTRASEC IT tool provides a building block by which the European Commission or a future European Monitoring Centre on THB can make horizontal comparison between the reports of the member states.
This book describes how a workable IT tool with contents based on international legal instruments and definitions concerning the three phenomena, has been designed and tested by a range of operational agencies in two separate EU member states. Critical questions relating to compliance with both member state and European data protection and privacy legislation are addressed alongside the need to ensure the highest possible levels of security for sensitive personal data relating to both victims and authors. Furthermore, a CD is attached to this book, containing a live demonstration of all the features and functions of the MONTRASEC IT tool.
“The MONTRASEC demo” shows that it is actually possible to move beyond theoretical discussions concerning data collection to a point where agencies operating in the field are prepared to work within a unified and consistent data collection regime, inputting “live” data which can thereafter be analysed at member state and European Union level.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and organisations working in the fields of trafficking in human beings, sexually exploited and missing children both in the European Union and in a broader international context. It will also appeal to the research community and anyone with an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.

Hoe punitief is België? (Reeks Panopticon Libri, nr. 2)
€ 39,50
Hoe punitief is België? De gevangenispopulatie stijgt al jaren, de gemeenschapsgerichte
straffen kennen een sterke opmars en er worden gemeentelijke administratieve sancties
ingevoerd. Het lijkt wel alsof we méér en harder straffen. Tegelijk spreekt men over
straffeloosheid: er zou geen eenduidig vervolgingsbeleid zijn, de korte vrijheidsstraffen
worden niet uitgevoerd, voorlopige invrijheidstellingen worden misbruikt om de
overbevolking op te lossen, het softe karakter van elektronisch toezicht wordt aangeklaagd,
enzovoort. De aandacht voor slachtoffers zou dan weer een strenger beleid in de hand
werken.
Hoe moeten we deze paradoxale tendensen begrijpen? Is er sprake van een verharding van het strafbeleid en waaruit zou dit dan blijken? Hoe verhoudt de bestraffingspraktijk zich tegenover de evoluerende criminaliteit? Wat is de visie van de burger over het straffen? Wordt er selectief opgetreden tegen bepaalde groepen in de samenleving? Hoe moeten we de samenhang zien met bredere maatschappelijke ontwikkelingen? Academici en bevoorrechte getuigen uit het bestraffingsveld geven in dit boek een eerste aanzet tot antwoord op deze vragen.
Met bijdragen van Tom Daems, Paul Ponsaers, Eric Maes, Kristof Verfaillie, Ivo Aertsen, Paul De Hert, Karen Meerschaut, Johan Sabbe, Freddy Troch, Freddy Pieters, Erika Fieuws, Martin Moerings en Kristel Beyens.
Hoe moeten we deze paradoxale tendensen begrijpen? Is er sprake van een verharding van het strafbeleid en waaruit zou dit dan blijken? Hoe verhoudt de bestraffingspraktijk zich tegenover de evoluerende criminaliteit? Wat is de visie van de burger over het straffen? Wordt er selectief opgetreden tegen bepaalde groepen in de samenleving? Hoe moeten we de samenhang zien met bredere maatschappelijke ontwikkelingen? Academici en bevoorrechte getuigen uit het bestraffingsveld geven in dit boek een eerste aanzet tot antwoord op deze vragen.
Met bijdragen van Tom Daems, Paul Ponsaers, Eric Maes, Kristof Verfaillie, Ivo Aertsen, Paul De Hert, Karen Meerschaut, Johan Sabbe, Freddy Troch, Freddy Pieters, Erika Fieuws, Martin Moerings en Kristel Beyens.

Hoe punitief is België? (Reeks Panopticon Libri, nr. 2)
€ 39,50
Hoe punitief is België? De gevangenispopulatie stijgt al jaren, de gemeenschapsgerichte
straffen kennen een sterke opmars en er worden gemeentelijke administratieve sancties
ingevoerd. Het lijkt wel alsof we méér en harder straffen. Tegelijk spreekt men over
straffeloosheid: er zou geen eenduidig vervolgingsbeleid zijn, de korte vrijheidsstraffen
worden niet uitgevoerd, voorlopige invrijheidstellingen worden misbruikt om de
overbevolking op te lossen, het softe karakter van elektronisch toezicht wordt aangeklaagd,
enzovoort. De aandacht voor slachtoffers zou dan weer een strenger beleid in de hand
werken.
Hoe moeten we deze paradoxale tendensen begrijpen? Is er sprake van een verharding van het strafbeleid en waaruit zou dit dan blijken? Hoe verhoudt de bestraffingspraktijk zich tegenover de evoluerende criminaliteit? Wat is de visie van de burger over het straffen? Wordt er selectief opgetreden tegen bepaalde groepen in de samenleving? Hoe moeten we de samenhang zien met bredere maatschappelijke ontwikkelingen? Academici en bevoorrechte getuigen uit het bestraffingsveld geven in dit boek een eerste aanzet tot antwoord op deze vragen.
Met bijdragen van Tom Daems, Paul Ponsaers, Eric Maes, Kristof Verfaillie, Ivo Aertsen, Paul De Hert, Karen Meerschaut, Johan Sabbe, Freddy Troch, Freddy Pieters, Erika Fieuws, Martin Moerings en Kristel Beyens.
Hoe moeten we deze paradoxale tendensen begrijpen? Is er sprake van een verharding van het strafbeleid en waaruit zou dit dan blijken? Hoe verhoudt de bestraffingspraktijk zich tegenover de evoluerende criminaliteit? Wat is de visie van de burger over het straffen? Wordt er selectief opgetreden tegen bepaalde groepen in de samenleving? Hoe moeten we de samenhang zien met bredere maatschappelijke ontwikkelingen? Academici en bevoorrechte getuigen uit het bestraffingsveld geven in dit boek een eerste aanzet tot antwoord op deze vragen.
Met bijdragen van Tom Daems, Paul Ponsaers, Eric Maes, Kristof Verfaillie, Ivo Aertsen, Paul De Hert, Karen Meerschaut, Johan Sabbe, Freddy Troch, Freddy Pieters, Erika Fieuws, Martin Moerings en Kristel Beyens.

Strafrechtshandhaving in België en Nederland. Uitgave ter gelegenheid van het eredoctoraat toegekend door de Universiteit Gent aan prof. Dr. Cyrille Fijnaut
€ 60,00
De Universiteit Gent reikte op 10 december 2009 een institutioneel eredoctoraat uit aan de Nederlandse criminoloog en hoogleraar Cyrille Fijnaut.
Het eredoctoraat is een waardering voor de maatschappelijke impact van het werk van professor Fijnaut en de geregelde en intense samenwerkingsverbanden met de UGent, in het bijzonder in de vakgebieden criminologie en strafrecht en in het domein van de geschiedenis van het recht. Voorafgaand aan deze uitreiking vond de Belgisch-Nederlandse conferentie plaats over rechtshandhaving in beide landen. Deze uitgave bundelt de verschillende bijdragen van deze conferentie.
Het eredoctoraat is een waardering voor de maatschappelijke impact van het werk van professor Fijnaut en de geregelde en intense samenwerkingsverbanden met de UGent, in het bijzonder in de vakgebieden criminologie en strafrecht en in het domein van de geschiedenis van het recht. Voorafgaand aan deze uitreiking vond de Belgisch-Nederlandse conferentie plaats over rechtshandhaving in beide landen. Deze uitgave bundelt de verschillende bijdragen van deze conferentie.

Strafrechtshandhaving in België en Nederland. Uitgave ter gelegenheid van het eredoctoraat toegekend door de Universiteit Gent aan prof. Dr. Cyrille Fijnaut
€ 60,00
De Universiteit Gent reikte op 10 december 2009 een institutioneel eredoctoraat uit aan de Nederlandse criminoloog en hoogleraar Cyrille Fijnaut.
Het eredoctoraat is een waardering voor de maatschappelijke impact van het werk van professor Fijnaut en de geregelde en intense samenwerkingsverbanden met de UGent, in het bijzonder in de vakgebieden criminologie en strafrecht en in het domein van de geschiedenis van het recht. Voorafgaand aan deze uitreiking vond de Belgisch-Nederlandse conferentie plaats over rechtshandhaving in beide landen. Deze uitgave bundelt de verschillende bijdragen van deze conferentie.
Het eredoctoraat is een waardering voor de maatschappelijke impact van het werk van professor Fijnaut en de geregelde en intense samenwerkingsverbanden met de UGent, in het bijzonder in de vakgebieden criminologie en strafrecht en in het domein van de geschiedenis van het recht. Voorafgaand aan deze uitreiking vond de Belgisch-Nederlandse conferentie plaats over rechtshandhaving in beide landen. Deze uitgave bundelt de verschillende bijdragen van deze conferentie.

Private Security Companies and Private Military Companies. A comparative and Economical Analysis (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. I)
€ 65,00
What is the purpose of a State if not to at least protect
its citizens? It is a legitimate question, but does it
necessarily have to manifest itself as an unwillingness
of the State to accept non-public actors in the provision
of security? This book constructs theoretical models
of how States can cope with the increased interest
in private security, provides a functional breakdown
of “police services” as we understand the term now,
and examines the entry barriers several Western
jurisdictions have imposed on the companies that
are willing to provide these different police functions
on a private basis. Lastly, a new input is given to a
fairly unexplored market segment: a combination of a
security contract with an insurance contract.
In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.
Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.
In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.
Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.

Private Security Companies and Private Military Companies. A comparative and Economical Analysis (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. I)
€ 65,00
What is the purpose of a State if not to at least protect
its citizens? It is a legitimate question, but does it
necessarily have to manifest itself as an unwillingness
of the State to accept non-public actors in the provision
of security? This book constructs theoretical models
of how States can cope with the increased interest
in private security, provides a functional breakdown
of “police services” as we understand the term now,
and examines the entry barriers several Western
jurisdictions have imposed on the companies that
are willing to provide these different police functions
on a private basis. Lastly, a new input is given to a
fairly unexplored market segment: a combination of a
security contract with an insurance contract.
In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.
Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.
In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.
Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.

Individu, omgeving en de verklaring van jeugdcrimineel gedrag. Een toets in twee stedelijke settings (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. II)
€ 25,00
In welke mate zijn jonge adolescenten uit de eerste
graad van het secundaire onderwijs betrokken bij
jeugddelinquentie? Deze vraag werd in onderhavige
studie onderzocht voor twee grootstedelijke settings:
Antwerpen en Sint-Niklaas. Naast de concrete
beschrijving van de jeugddelinquentie, geeft dit boek
aan hoe het gesteld is met tolerantie van jongeren
tegenover het plegen van delicten. Maar ook hoe
het staat met hun zelfcontrole en sociale bindingen
met de ouders, de school en ongestructureerde
vrijetijdsbesteding (rondhanggedrag).
De studie zoekt een verklaring voor de individuele verschillen tussen jonge adolescenten in deze twee stedelijke settings, vanuit een gemeenschappelijk theoretisch raamwerk: de Situationele Actietheorie (SAT). Dit raamwerk houdt rekening met zowel omgevingsinvloeden (ongestructureerde vrije tijd) als individuele kenmerken (delinquentietolerantie en lage zelfcontrole) en met de wijze waarop individu en omgeving met elkaar interageren bij de totstandkoming van verschillen in delinquent gedrag. De centrale veronderstellingen uit deze theorie blijken in de beide settings de toets der praktijk te kunnen doorstaan.
Niels Declerck is Master in de Criminologische Wetenschappen (2009-UGent) en studeert momenteel de master in bedrijfseconomie optie overheidsmanagement (UGent). Zijn interesse in het vakgebied van de criminologie gaat uit naar jeugddelinquent gedrag en de verklaring ervan.
Prof. Dr. Lieven Pauwels is licentiaat in de Criminologische Wetenschappen (2000- UGent), Master in de Kwantitatieve Analyse voor de Sociale Wetenschappen (2002- KUB), Doctor in de Criminologische Wetenschappen (2006-UGent) en sinds 2007 benoemd als docent in het vakgebied Criminologie aan de UGent. Hij is geïnteresseerd in oorzakelijke vraagstukken in de criminologie, waaronder de ruimtelijke spreiding van onveiligheid en de empirische toetsing van criminologische verklaringsmodellen met betrekking tot delinquent gedrag, slachtofferschap en onveiligheidsbeleving.
De studie zoekt een verklaring voor de individuele verschillen tussen jonge adolescenten in deze twee stedelijke settings, vanuit een gemeenschappelijk theoretisch raamwerk: de Situationele Actietheorie (SAT). Dit raamwerk houdt rekening met zowel omgevingsinvloeden (ongestructureerde vrije tijd) als individuele kenmerken (delinquentietolerantie en lage zelfcontrole) en met de wijze waarop individu en omgeving met elkaar interageren bij de totstandkoming van verschillen in delinquent gedrag. De centrale veronderstellingen uit deze theorie blijken in de beide settings de toets der praktijk te kunnen doorstaan.
Niels Declerck is Master in de Criminologische Wetenschappen (2009-UGent) en studeert momenteel de master in bedrijfseconomie optie overheidsmanagement (UGent). Zijn interesse in het vakgebied van de criminologie gaat uit naar jeugddelinquent gedrag en de verklaring ervan.
Prof. Dr. Lieven Pauwels is licentiaat in de Criminologische Wetenschappen (2000- UGent), Master in de Kwantitatieve Analyse voor de Sociale Wetenschappen (2002- KUB), Doctor in de Criminologische Wetenschappen (2006-UGent) en sinds 2007 benoemd als docent in het vakgebied Criminologie aan de UGent. Hij is geïnteresseerd in oorzakelijke vraagstukken in de criminologie, waaronder de ruimtelijke spreiding van onveiligheid en de empirische toetsing van criminologische verklaringsmodellen met betrekking tot delinquent gedrag, slachtofferschap en onveiligheidsbeleving.

Individu, omgeving en de verklaring van jeugdcrimineel gedrag. Een toets in twee stedelijke settings (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. II)
€ 25,00
In welke mate zijn jonge adolescenten uit de eerste
graad van het secundaire onderwijs betrokken bij
jeugddelinquentie? Deze vraag werd in onderhavige
studie onderzocht voor twee grootstedelijke settings:
Antwerpen en Sint-Niklaas. Naast de concrete
beschrijving van de jeugddelinquentie, geeft dit boek
aan hoe het gesteld is met tolerantie van jongeren
tegenover het plegen van delicten. Maar ook hoe
het staat met hun zelfcontrole en sociale bindingen
met de ouders, de school en ongestructureerde
vrijetijdsbesteding (rondhanggedrag).
De studie zoekt een verklaring voor de individuele verschillen tussen jonge adolescenten in deze twee stedelijke settings, vanuit een gemeenschappelijk theoretisch raamwerk: de Situationele Actietheorie (SAT). Dit raamwerk houdt rekening met zowel omgevingsinvloeden (ongestructureerde vrije tijd) als individuele kenmerken (delinquentietolerantie en lage zelfcontrole) en met de wijze waarop individu en omgeving met elkaar interageren bij de totstandkoming van verschillen in delinquent gedrag. De centrale veronderstellingen uit deze theorie blijken in de beide settings de toets der praktijk te kunnen doorstaan.
Niels Declerck is Master in de Criminologische Wetenschappen (2009-UGent) en studeert momenteel de master in bedrijfseconomie optie overheidsmanagement (UGent). Zijn interesse in het vakgebied van de criminologie gaat uit naar jeugddelinquent gedrag en de verklaring ervan.
Prof. Dr. Lieven Pauwels is licentiaat in de Criminologische Wetenschappen (2000- UGent), Master in de Kwantitatieve Analyse voor de Sociale Wetenschappen (2002- KUB), Doctor in de Criminologische Wetenschappen (2006-UGent) en sinds 2007 benoemd als docent in het vakgebied Criminologie aan de UGent. Hij is geïnteresseerd in oorzakelijke vraagstukken in de criminologie, waaronder de ruimtelijke spreiding van onveiligheid en de empirische toetsing van criminologische verklaringsmodellen met betrekking tot delinquent gedrag, slachtofferschap en onveiligheidsbeleving.
De studie zoekt een verklaring voor de individuele verschillen tussen jonge adolescenten in deze twee stedelijke settings, vanuit een gemeenschappelijk theoretisch raamwerk: de Situationele Actietheorie (SAT). Dit raamwerk houdt rekening met zowel omgevingsinvloeden (ongestructureerde vrije tijd) als individuele kenmerken (delinquentietolerantie en lage zelfcontrole) en met de wijze waarop individu en omgeving met elkaar interageren bij de totstandkoming van verschillen in delinquent gedrag. De centrale veronderstellingen uit deze theorie blijken in de beide settings de toets der praktijk te kunnen doorstaan.
Niels Declerck is Master in de Criminologische Wetenschappen (2009-UGent) en studeert momenteel de master in bedrijfseconomie optie overheidsmanagement (UGent). Zijn interesse in het vakgebied van de criminologie gaat uit naar jeugddelinquent gedrag en de verklaring ervan.
Prof. Dr. Lieven Pauwels is licentiaat in de Criminologische Wetenschappen (2000- UGent), Master in de Kwantitatieve Analyse voor de Sociale Wetenschappen (2002- KUB), Doctor in de Criminologische Wetenschappen (2006-UGent) en sinds 2007 benoemd als docent in het vakgebied Criminologie aan de UGent. Hij is geïnteresseerd in oorzakelijke vraagstukken in de criminologie, waaronder de ruimtelijke spreiding van onveiligheid en de empirische toetsing van criminologische verklaringsmodellen met betrekking tot delinquent gedrag, slachtofferschap en onveiligheidsbeleving.
