Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)

 60,00
Vele takken van het bedrijfsleven hebben sinds de laatste jaren te kampen met de gevolgen van de kredietcrisis. Deze gevolgen nopen menig ondernemer tot het herstructureren van diens onderneming(en). Niet zelden gaan deze herstructureringen gepaard met ontslagen. In de regel zal er daarbij sprake zijn van een situatie waarin een en ander plaatsvindt binnen één land. Dat hoeft echter in deze globaliserende wereld niet altijd zo te zijn. Zo kan en zal het tevens voorkomen, dat een ondernemer/werkgever is gelegen in het ene land, terwijl (een deel van) diens onderneming en werknemers zich in een ander land bevinden.

In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.

De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.

Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.

Quick View

Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)

 60,00
Vele takken van het bedrijfsleven hebben sinds de laatste jaren te kampen met de gevolgen van de kredietcrisis. Deze gevolgen nopen menig ondernemer tot het herstructureren van diens onderneming(en). Niet zelden gaan deze herstructureringen gepaard met ontslagen. In de regel zal er daarbij sprake zijn van een situatie waarin een en ander plaatsvindt binnen één land. Dat hoeft echter in deze globaliserende wereld niet altijd zo te zijn. Zo kan en zal het tevens voorkomen, dat een ondernemer/werkgever is gelegen in het ene land, terwijl (een deel van) diens onderneming en werknemers zich in een ander land bevinden.

In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.

De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.

Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)

 37,50

Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.

This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.

Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.

The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.

Overzicht IPR Thema Reeks


Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.

The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
Quick View

The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)

 37,50

Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.

This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.

Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.

The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.

Overzicht IPR Thema Reeks


Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)

 14,95
In een geschil tussen Mexico en de Verenigde Staten over het watergebruik vande Rio Grande aan het einde van de negentiende eeuw, claimde de Amerikaanseminister van justitie Harmon nog dat er geen volkenrechtelijke regels bestondendie aan de VS beperkingen oplegden bij het gebruik van het water van eeninternationale rivier, ook al werd daarbij schade in het gebied van een nabuurstaattoegebracht.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
Placeholder Image
Quick View

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)

 14,95
In een geschil tussen Mexico en de Verenigde Staten over het watergebruik vande Rio Grande aan het einde van de negentiende eeuw, claimde de Amerikaanseminister van justitie Harmon nog dat er geen volkenrechtelijke regels bestondendie aan de VS beperkingen oplegden bij het gebruik van het water van eeninternationale rivier, ook al werd daarbij schade in het gebied van een nabuurstaattoegebracht.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)

 33,00
Although negotiations are an ever-present part of our everyday lives, many of us know little why we sometimes get our way, while at other occasions we walk away feeling frustrated that we did not achieve the desired agreement or we ended up with the uneasy feeling that we may have left too much value on the table. Knowing how to gain the upper hand to get what you need from a negotiation is particularly important when the stakes are high. Especially in a situation where a negotiator feels the options and choices are limited but s/he needs to achieve something, a negotiation can cause a lot of stress; making the stakes even higher and the negotiation dynamics more difficult to manage.

New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.

The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.

This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.

Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.

Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.

Quick View

The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)

 33,00
Although negotiations are an ever-present part of our everyday lives, many of us know little why we sometimes get our way, while at other occasions we walk away feeling frustrated that we did not achieve the desired agreement or we ended up with the uneasy feeling that we may have left too much value on the table. Knowing how to gain the upper hand to get what you need from a negotiation is particularly important when the stakes are high. Especially in a situation where a negotiator feels the options and choices are limited but s/he needs to achieve something, a negotiation can cause a lot of stress; making the stakes even higher and the negotiation dynamics more difficult to manage.

New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.

The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.

This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.

Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.

Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke

 58,00
In 2006 verscheen het eerste nummer vanhet Tijdschrift voor Belgische Mededinging.Vijf jaar lang heeft Bernard van de Walle deGhelcke als hoofdredacteur het tijdschriftmet veel inzet, ijver en diplomatie geleidwaardoor het een onmisbaar instrumentis geworden voor eenieder die in Belgiëmet mededinging heeft te maken. Navijf jaar heeft Bernard de fakkel van hethoofdredacteurschap doorgegeven, maarblijft actief betrokken bij het tijdschrift inhet redactiecomité.

Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.

En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.

À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Placeholder Image
Quick View

Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke

 58,00
In 2006 verscheen het eerste nummer vanhet Tijdschrift voor Belgische Mededinging.Vijf jaar lang heeft Bernard van de Walle deGhelcke als hoofdredacteur het tijdschriftmet veel inzet, ijver en diplomatie geleidwaardoor het een onmisbaar instrumentis geworden voor eenieder die in Belgiëmet mededinging heeft te maken. Navijf jaar heeft Bernard de fakkel van hethoofdredacteurschap doorgegeven, maarblijft actief betrokken bij het tijdschrift inhet redactiecomité.

Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.

En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.

À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)

 32,00
Radicalisering wordt omschreven als een procesmatig fenomeen; personen die dit proces doormaken, kunnen hierbij verschillende stadia doorlopen, gaande van radicalisme over extremisme tot terrorisme. Natuurlijk mondt het proces slechts in uitzonderlijke gevallen uit in terroristische daden. Dit betekent echter niet dat preventief ingrijpen in de eerste fasen van dit radicaliseringsproces niet van het grootste belang is. Dit ingrijpen veronderstelt echter dat we deze fasen ook kunnen herkennen en identificeren.

In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.

In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.

Quick View

Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)

 32,00
Radicalisering wordt omschreven als een procesmatig fenomeen; personen die dit proces doormaken, kunnen hierbij verschillende stadia doorlopen, gaande van radicalisme over extremisme tot terrorisme. Natuurlijk mondt het proces slechts in uitzonderlijke gevallen uit in terroristische daden. Dit betekent echter niet dat preventief ingrijpen in de eerste fasen van dit radicaliseringsproces niet van het grootste belang is. Dit ingrijpen veronderstelt echter dat we deze fasen ook kunnen herkennen en identificeren.

In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.

In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave

 295,00

Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.

De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.


Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.

1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.

2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.

3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.

De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.

Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.

De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.

Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.

Quick View

Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave

 295,00

Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.

De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.


Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.

1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.

2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.

3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.

De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.

Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.

De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.

Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief

 34,00
Causaliteitsvragen laten zich lang niet altijd met de lakmoesproef van de condicio sine qua non afdoen. De realiteit is vaak ingewikkelder en vraagt veelal om inschatting, waardering en zelfs normering. Genuanceerder figuren zoals de adequatieleer en de leer van de toerekening naar redelijkheid vroegen en vragen de aandacht, evenals bijvoorbeeld de kans op causaliteit en het vermoeden van causaliteit.

Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.

Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.

Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.

Quick View

Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief

 34,00
Causaliteitsvragen laten zich lang niet altijd met de lakmoesproef van de condicio sine qua non afdoen. De realiteit is vaak ingewikkelder en vraagt veelal om inschatting, waardering en zelfs normering. Genuanceerder figuren zoals de adequatieleer en de leer van de toerekening naar redelijkheid vroegen en vragen de aandacht, evenals bijvoorbeeld de kans op causaliteit en het vermoeden van causaliteit.

Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.

Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.

Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)

 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.

Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.

La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.

Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.

Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».

Quick View

Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)

 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.

Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.

La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.

Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.

Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre

 14,95
Portius is the world’s first institution to specialise in the study of international and EU law on maritime and inland ports. Port law is essential to the functioning of ports, traditional gateways to global trade. In a fascinating way, port law combines port-related aspects of maritime and transport law, international law of the sea, public law, economic law, labour law, environmental law and various other branches of the law.

In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

Placeholder Image
Quick View

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre

 14,95
Portius is the world’s first institution to specialise in the study of international and EU law on maritime and inland ports. Port law is essential to the functioning of ports, traditional gateways to global trade. In a fascinating way, port law combines port-related aspects of maritime and transport law, international law of the sea, public law, economic law, labour law, environmental law and various other branches of the law.

In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)

 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrijberoeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting,en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?

Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.

Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
Placeholder Image
Quick View

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)

 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrijberoeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting,en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?

Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.

Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)

 62,00
Meer en meer maken bedrijven niet-financiële informatie openbaar die bijkomende inlichtingen met betrekking tot financiële informatie inhoudt of handelt over totaal verschillende materies zoals duurzaam ondernemen, maatschappelijke verantwoordelijkheid, interne beheersing, deugdelijk bestuur. Deze tendens om niet-financiële informatie openbaar te maken is geleidelijk aan ook binnengedrongen in de wetgeving, hetzij via bijzondere Belgische wetten, hetzij via de tussenkomst van de Europese wetgever.

Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.

Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.

Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.

Quick View

De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)

 62,00
Meer en meer maken bedrijven niet-financiële informatie openbaar die bijkomende inlichtingen met betrekking tot financiële informatie inhoudt of handelt over totaal verschillende materies zoals duurzaam ondernemen, maatschappelijke verantwoordelijkheid, interne beheersing, deugdelijk bestuur. Deze tendens om niet-financiële informatie openbaar te maken is geleidelijk aan ook binnengedrongen in de wetgeving, hetzij via bijzondere Belgische wetten, hetzij via de tussenkomst van de Europese wetgever.

Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.

Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.

Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)

 34,00
In het Belgisch Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 komen twee hoofdcategorieën van meerwaarden voor, namelijk deze behaald binnen of buiten de beroepswerkzaamheid. Dit boek gaat uitgebreid in op de professionele meerwaarden van zelfstandigen en vennootschappen.

Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.

Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.
Placeholder Image
Quick View

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)

 34,00
In het Belgisch Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 komen twee hoofdcategorieën van meerwaarden voor, namelijk deze behaald binnen of buiten de beroepswerkzaamheid. Dit boek gaat uitgebreid in op de professionele meerwaarden van zelfstandigen en vennootschappen.

Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.

Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)

 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.

Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.

Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.
Placeholder Image
Quick View

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)

 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.

Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.

Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)

 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.

Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.

Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Placeholder Image
Quick View

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)

 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.

Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.

Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)

 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder komt te staan.

In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.

Quick View

Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)

 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder komt te staan.

In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)

 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen. De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding aan op basis van de constitutioneel verankerde beroepsvrijheid.

Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?

Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Quick View

Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)

 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen. De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding aan op basis van de constitutioneel verankerde beroepsvrijheid.

Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?

Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)

 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.

In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.

Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.

Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Quick View

Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)

 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.

In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.

Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.

Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout

 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent to a large extent the various important fields of Anton’s work.

Quick View

Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout

 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent to a large extent the various important fields of Anton’s work.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)

 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië heeft onlangs die stap wel gezet.

In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.

Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.

Quick View

Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)

 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië heeft onlangs die stap wel gezet.

In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.

Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)

door
 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.

In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.

Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.

In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.

Quick View

Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)

door
 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.

In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.

Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.

In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten

 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.

Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.

Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.

De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.

Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.

Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.

Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.

Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..

Quick View

Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten

 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.

Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.

Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.

De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.

Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.

Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.

Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.

Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)

 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.

Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.

Quick View

The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)

 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.

Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)

 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the unwanted attention.

The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.

Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.

Quick View

Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)

 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the unwanted attention.

The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.

Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×