
Europa in tijdkaarten – Dans, Ballet en Choreografie 1400-2000/Dans, Ballet en Choreografie in de 20ste eeuw
Maar leraars hebben er ook zelf alle belang bij wegwijs te zijn in de ontwikkeling van ‘aanverwante’ onderwerpen.Tijdkaarten zijn een ideaal hulpmiddel. Ze zijn een eigen vorm van geschiedschrijving. De tijdkaarten o.l.v. Robert Hermans zijn subliem samengesteld. Opengevouwen – 82 cm x 32 cm – geven ze in één blik een totaaloverzicht. Zo ‘ziet’ de gebruiker gemakkelijker de verbanden tussen de feiten en krijgt hij/zij gemakkelijker inzicht in hun samenhang.

Europa in tijdkaarten – Dans, Ballet en Choreografie 1400-2000/Dans, Ballet en Choreografie in de 20ste eeuw
Maar leraars hebben er ook zelf alle belang bij wegwijs te zijn in de ontwikkeling van ‘aanverwante’ onderwerpen.Tijdkaarten zijn een ideaal hulpmiddel. Ze zijn een eigen vorm van geschiedschrijving. De tijdkaarten o.l.v. Robert Hermans zijn subliem samengesteld. Opengevouwen – 82 cm x 32 cm – geven ze in één blik een totaaloverzicht. Zo ‘ziet’ de gebruiker gemakkelijker de verbanden tussen de feiten en krijgt hij/zij gemakkelijker inzicht in hun samenhang.

Europa in tijdkaarten – Geschiedenis van de West-Europese Middeleeuwen: een synthetische visie/Geschiedenis van de West-Europese Middeleeuwen: vereenvoudigd schema
Maar leraars hebben er ook zelf alle belang bij wegwijs te zijn in de ontwikkeling van ‘aanverwante’ onderwerpen.Tijdkaarten zijn een ideaal hulpmiddel. Ze zijn een eigen vorm van geschiedschrijving. De tijdkaarten o.l.v. Robert Hermans zijn subliem samengesteld. Opengevouwen – 82 cm x 32 cm – geven ze in één blik een totaaloverzicht. Zo ‘ziet’ de gebruiker gemakkelijker de verbanden tussen de feiten en krijgt hij/zij gemakkelijker inzicht in hun samenhang.

Europa in tijdkaarten – Geschiedenis van de West-Europese Middeleeuwen: een synthetische visie/Geschiedenis van de West-Europese Middeleeuwen: vereenvoudigd schema
Maar leraars hebben er ook zelf alle belang bij wegwijs te zijn in de ontwikkeling van ‘aanverwante’ onderwerpen.Tijdkaarten zijn een ideaal hulpmiddel. Ze zijn een eigen vorm van geschiedschrijving. De tijdkaarten o.l.v. Robert Hermans zijn subliem samengesteld. Opengevouwen – 82 cm x 32 cm – geven ze in één blik een totaaloverzicht. Zo ‘ziet’ de gebruiker gemakkelijker de verbanden tussen de feiten en krijgt hij/zij gemakkelijker inzicht in hun samenhang.
Inclusief verhalend werken met mensen met een verstandelijke beperking
Inclusief verhalend werken is bedoeld als oefenplaats, vrijplaats of ‘tussenruimte’ voor maatschappelijke integratie. Het is een plek waar projectpartners zichzelf kunnen uitdrukken en wederkerige relaties aangaan. Bij inclusief verhalend werken volstaat het niet om een levensboek te maken of een biografische paragraaf in te vullen. Mensen met een verstandelijke beperking nemen het narratief project en de sociale actie die erop volgt zelf mee in handen. Dit boek nodigt professionals en beleidsmakers uit om hun visie en hun praktijk rond levensverhalen te verbreden en te verdiepen. Het geeft inzicht in de nieuwste ontwikkelingen binnen Disability Studies en Inclusive Research. Het biedt concrete handvatten om zelf inclusief verhalend aan de slag te gaan.
Dominiek Lootens is vormingsverantwoordelijke bij Caritas Antwerpen (DNGW) en stafmedewerker bij Caritas Vlaanderen (CAIROS). Daarnaast is hij gastdocent aan de PTHV en vicevoorzitter van SIPCC. Hij is een pionier in het opzetten van trainingen rond het werken met levensverhalen met mensen met een verstandelijke beperking. Hij schreef dit boek in opdracht van Reliëf, christelijke vereniging van zorgaanbieders in Woerden.
Inclusief verhalend werken met mensen met een verstandelijke beperking
Inclusief verhalend werken is bedoeld als oefenplaats, vrijplaats of ‘tussenruimte’ voor maatschappelijke integratie. Het is een plek waar projectpartners zichzelf kunnen uitdrukken en wederkerige relaties aangaan. Bij inclusief verhalend werken volstaat het niet om een levensboek te maken of een biografische paragraaf in te vullen. Mensen met een verstandelijke beperking nemen het narratief project en de sociale actie die erop volgt zelf mee in handen. Dit boek nodigt professionals en beleidsmakers uit om hun visie en hun praktijk rond levensverhalen te verbreden en te verdiepen. Het geeft inzicht in de nieuwste ontwikkelingen binnen Disability Studies en Inclusive Research. Het biedt concrete handvatten om zelf inclusief verhalend aan de slag te gaan.
Dominiek Lootens is vormingsverantwoordelijke bij Caritas Antwerpen (DNGW) en stafmedewerker bij Caritas Vlaanderen (CAIROS). Daarnaast is hij gastdocent aan de PTHV en vicevoorzitter van SIPCC. Hij is een pionier in het opzetten van trainingen rond het werken met levensverhalen met mensen met een verstandelijke beperking. Hij schreef dit boek in opdracht van Reliëf, christelijke vereniging van zorgaanbieders in Woerden.
Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische
studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende
ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische
reportages onderzoekt het boek hoe ouderen
hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en
daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen
en obstakels in de woning en de publieke ruimte
van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen
om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken?
Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun
woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete
praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving
inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen
doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke
obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en
hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van
instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek
heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke
leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse
woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door
met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.
Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker.
Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven.
In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van
visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en
begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden
aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt
zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen
etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie
van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw
Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische
studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende
ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische
reportages onderzoekt het boek hoe ouderen
hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en
daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen
en obstakels in de woning en de publieke ruimte
van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen
om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken?
Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun
woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete
praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving
inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen
doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke
obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en
hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van
instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek
heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke
leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse
woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door
met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.
Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker.
Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven.
In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van
visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en
begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden
aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt
zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen
etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie
van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 12 (2014-2015), nr. 47 – Themanummer Dyscalculie
Inhoudsopgave - Editoriaal
<!--Artikels
-->
Meer info over Zorgbreed

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 12 (2014-2015), nr. 47 – Themanummer Dyscalculie
Inhoudsopgave - Editoriaal
<!--Artikels
-->
Meer info over Zorgbreed


Passage – Tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur – Jrg. 3 (2015-2016), nr. 1 – Themanummer Straten en pleinen
op de Europese literatuur (poëzie, proza, essay). Het
houdt een vinger aan de pols van de Europese letterkundige
en literair-historische wereld en zijn ontwikkelingen.
Tegelijk is er oog voor de manieren waarop
cultuur wordt beïnvloed door literatuur in het algemeen,
en bepaalde trends en auteurs in het bijzonder.
Passage verschijnt onder de vorm van themanummers.
Een cultureel of cultuurhistorisch relevant thema
dient als uitgangspunt om essays te bundelen over auteurs
en hun werk.

Passage – Tijdschrift voor Europese literatuur & cultuur – Jrg. 3 (2015-2016), nr. 1 – Themanummer Straten en pleinen
op de Europese literatuur (poëzie, proza, essay). Het
houdt een vinger aan de pols van de Europese letterkundige
en literair-historische wereld en zijn ontwikkelingen.
Tegelijk is er oog voor de manieren waarop
cultuur wordt beïnvloed door literatuur in het algemeen,
en bepaalde trends en auteurs in het bijzonder.
Passage verschijnt onder de vorm van themanummers.
Een cultureel of cultuurhistorisch relevant thema
dient als uitgangspunt om essays te bundelen over auteurs
en hun werk.

Vragenlijst Ouders Over Opvoeding – VOOO
De Vragenlijst Ouders over Opvoeding (VOOO) is een zelfrapportage- instrument dat in kaart brengt welke inzet een ouder levert ten aanzien van de opvoeding van een bepaald kind, hoe hij/zij dit beleeft, of zich hierbij moeilijkheden voordoen en waar deze moeilijkheden mee te maken kunnen hebben. Zo kan een globaal beeld gevormd worden van het verloop van de opvoeding tijdens het afgelopen jaar bij een bepaalde ouder en kind. De VOOO helpt zo de toenemende vraag te beantwoorden naar de mogelijkheid om op systematische en efficiënte wijze informatie over de gezinsopvoeding vanuit een insidersperspectief te leveren. Samen met andere instrumenten, die bijvoorbeeld het outsidersperspectief in kaart brengen, kan een genuanceerd beeld ten behoeve van diagnostiek en onderzoek worden gevormd.
De vragenlijst is zo kort mogelijk gehouden en de vragen zijn niet- confronterend geformuleerd, zonder de betrouwbaarheid en validiteit aan te tasten. Er zijn vier leeftijdsversies, waardoor de VOOO geschikt is voor ouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar. Er zijn aparte normen voor vaders en moeders. Een opvoeder kan de VOOO zowel digitaal als op papier invullen. Normscores worden via een online applicatie automatisch berekend, waarna de gebruiker per e-mail een rapport ontvangt.
Dit boek bevat in deel 1 een handleiding met alle informatie over de afname en interpretatie. Deel 2 is een wetenschappelijke verantwoording, met uitgebreide toelichtingen op de uitgangspunten, normering en schaling, betrouwbaarheid en validiteit van de VOOO.
Bij deze handleiding is toegang tot de online applicatie op www.vooo.nl en verwerking van één ingevulde vragenlijst inbegrepen, zodat u kennis kunt nemen van VOOO en de bijbehorende systematiek.
Daphne van Loon was als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de
Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs
op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek en toetsconstructie.
Zij was verantwoordelijk voor het VOOO-normeringsonderzoek en hield zich
bezig met de normering en schaalconstructie.
Bieuwe van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling
Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding
van het chronisch zieke kind. Hij werkte aan de normering en schaalconstructie van de
VOOO.
Rieke van Lokven was – tot haar pensionering – werkzaam als orthopedagoog bij het Leger
des Heils te Groningen en de Stichting JSL te Bedum. Zij ontwierp samen met Ko Rink de
inhoud van de VOOO, namens de Stichting JSL.
Margo Jansen was tot 2012 als UHD verbonden aan de afdeling Onderwijskunde van de
Rijksuniversiteit Groningen. Haar specialismen zijn statistiek en methodologie in de sociale
wetenschappen. Zij publiceert over schaaltechnieken, i.h.b. IRT-technieken. Zij leverde
statistisch advies en hielp bij de analyses ten behoeve van schaalconstructie en het berekenen
van de normscores.
Vragenlijst Ouders Over Opvoeding – VOOO
De Vragenlijst Ouders over Opvoeding (VOOO) is een zelfrapportage- instrument dat in kaart brengt welke inzet een ouder levert ten aanzien van de opvoeding van een bepaald kind, hoe hij/zij dit beleeft, of zich hierbij moeilijkheden voordoen en waar deze moeilijkheden mee te maken kunnen hebben. Zo kan een globaal beeld gevormd worden van het verloop van de opvoeding tijdens het afgelopen jaar bij een bepaalde ouder en kind. De VOOO helpt zo de toenemende vraag te beantwoorden naar de mogelijkheid om op systematische en efficiënte wijze informatie over de gezinsopvoeding vanuit een insidersperspectief te leveren. Samen met andere instrumenten, die bijvoorbeeld het outsidersperspectief in kaart brengen, kan een genuanceerd beeld ten behoeve van diagnostiek en onderzoek worden gevormd.
De vragenlijst is zo kort mogelijk gehouden en de vragen zijn niet- confronterend geformuleerd, zonder de betrouwbaarheid en validiteit aan te tasten. Er zijn vier leeftijdsversies, waardoor de VOOO geschikt is voor ouders van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar. Er zijn aparte normen voor vaders en moeders. Een opvoeder kan de VOOO zowel digitaal als op papier invullen. Normscores worden via een online applicatie automatisch berekend, waarna de gebruiker per e-mail een rapport ontvangt.
Dit boek bevat in deel 1 een handleiding met alle informatie over de afname en interpretatie. Deel 2 is een wetenschappelijke verantwoording, met uitgebreide toelichtingen op de uitgangspunten, normering en schaling, betrouwbaarheid en validiteit van de VOOO.
Bij deze handleiding is toegang tot de online applicatie op www.vooo.nl en verwerking van één ingevulde vragenlijst inbegrepen, zodat u kennis kunt nemen van VOOO en de bijbehorende systematiek.
Daphne van Loon was als onderzoeker gelieerd aan de afdeling Orthopedagogiek van de
Rijksuniversiteit Groningen en de Stichting JSL. Nu werkt zij als zelfstandige in het onderwijs
op het gebied van sociaalwetenschappelijk en praktijkgericht onderzoek en toetsconstructie.
Zij was verantwoordelijk voor het VOOO-normeringsonderzoek en hield zich
bezig met de normering en schaalconstructie.
Bieuwe van der Meulen was tot 2008 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de afdeling
Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, met als leeropdracht de opvoeding
van het chronisch zieke kind. Hij werkte aan de normering en schaalconstructie van de
VOOO.
Rieke van Lokven was – tot haar pensionering – werkzaam als orthopedagoog bij het Leger
des Heils te Groningen en de Stichting JSL te Bedum. Zij ontwierp samen met Ko Rink de
inhoud van de VOOO, namens de Stichting JSL.
Margo Jansen was tot 2012 als UHD verbonden aan de afdeling Onderwijskunde van de
Rijksuniversiteit Groningen. Haar specialismen zijn statistiek en methodologie in de sociale
wetenschappen. Zij publiceert over schaaltechnieken, i.h.b. IRT-technieken. Zij leverde
statistisch advies en hielp bij de analyses ten behoeve van schaalconstructie en het berekenen
van de normscores.

School- en klaspraktijk – nr. 225 (jrg 56) (maart- april – mei 2014-2015). – Themanummer Filosoferen? Meer horen, zien en … zeggen
Dit nummer van SKP bevat:
<!--
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 225 (jrg 56) (maart- april – mei 2014-2015). – Themanummer Filosoferen? Meer horen, zien en … zeggen
Dit nummer van SKP bevat:
<!--
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Interprofessional education in Europe: Policy and practice
Interprofessional education (IPE) is acknowledged as a need in higher education based on societal demands. The impact of interprofessional collaboration on the quality of care and on the quality of human health is substantial. A continuous effort is needed to underpin interprofessional learning and teaching with evidence and to support it with tools created by research and development.
This book is written by scholars from various European countries, all members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). It contains two chapters on policy issues and six chapters with concrete examples of programme reforms or successful interprofessional courses in health and social care. The examples of good practice show elements which have to be taken into account when developing and implementing interprofessional courses, course units, or study programmes.
This book may contribute to the development of IPE in higher education institutions where IPE is not yet deployed, but also in institutions where IPE is present but not fully developed. It may encourage other people, professionals as well as academics and policymakers, to engage themselves in fostering the further development of this domain.
Andre Vyt (Artevelde University College and University of Ghent, Belgium), Majda Pahor (University of Ljubljana, Slovenia), and Tiina Tervaskanto- Maentausta (Oulu University of Applied Sciences and University or Oulu, Finland) are Executive Office Members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). They have chaired and hosted European Conferences on IPE.
Interprofessional education in Europe: Policy and practice
Interprofessional education (IPE) is acknowledged as a need in higher education based on societal demands. The impact of interprofessional collaboration on the quality of care and on the quality of human health is substantial. A continuous effort is needed to underpin interprofessional learning and teaching with evidence and to support it with tools created by research and development.
This book is written by scholars from various European countries, all members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). It contains two chapters on policy issues and six chapters with concrete examples of programme reforms or successful interprofessional courses in health and social care. The examples of good practice show elements which have to be taken into account when developing and implementing interprofessional courses, course units, or study programmes.
This book may contribute to the development of IPE in higher education institutions where IPE is not yet deployed, but also in institutions where IPE is present but not fully developed. It may encourage other people, professionals as well as academics and policymakers, to engage themselves in fostering the further development of this domain.
Andre Vyt (Artevelde University College and University of Ghent, Belgium), Majda Pahor (University of Ljubljana, Slovenia), and Tiina Tervaskanto- Maentausta (Oulu University of Applied Sciences and University or Oulu, Finland) are Executive Office Members of the European Interprofessional Practice & Education Network (EIPEN). They have chaired and hosted European Conferences on IPE.

School- en klaspraktijk – nr. 223 (jrg 56) (sept- okt – nov 2014-2015)
Dit nummer van SKP bevat:
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 223 (jrg 56) (sept- okt – nov 2014-2015)
Dit nummer van SKP bevat:
Themanummer: M-Decreet
- Inclusieve waarden en normen in ons onderwijs: waarom en hoe?
K. Mortier & I. Ranschaert - Binnenklasdifferentiatie in de klas
Het BKD-Leer-Kracht-Model als wegwijzer
K. Struyven, C. Coubergs, E. Gheyssens & N. Engels - Als ik toen geweten had wat ik nu weet
Lode - Met zorg voor kleuters... naar het M-decreet
Groeiboek in de kleuterschool
R. Lambert - Onze Nieuwe Toekomst vertelt over deelnemen
''Kom uit uw kot!''
D. Pelemans & F. Pletinckx
Inhoudstafel
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift.Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: bredeachtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruimeaandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingenen -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten,navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 23
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is emeritus Professor aan de KU Leuven, Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.
Themata uit de psychomotorische therapie. Boek 23
Dit boek bevat bijdragen waarin theorieën, onderzoek en praktische toepassingen worden voorgesteld en dit zowel bij kinderen en adolescenten als bij volwassenen.
Het richt zich tot allen die via het bewegen de mens proberen te beïnvloeden, namelijk psychomotorisch therapeuten, kinesitherapeuten, danstherapeuten, ergotherapeuten, agogen,…. Ook therapeuten die met specifieke doelgroepen werken, kunnen in dit boek aanknopingspunten voor hun praktijk vinden.
Johan Simons is emeritus Professor aan de KU Leuven, Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen, Departement Revalidatiewetenschappen.


Ideeënboek dyscalculie. Helpen zit in onze natuur
Rekenstoornissen of dyscalculie kunnen goed (h)erkend worden door
leerkrachten en ouders. Bovendien voorkom je met tijdige hulp veel
erger en ergernis.
Kinderen verdienen het beste.
Ludo Cuyvers brengt een leesbaar verhaal over wetenschap en behandeling van rekenstoornissen. Met de ogen van een onderzoeker leert hij je de problemen vaststellen, waarna je meegenomen wordt in het oefenen van de correcte handelswijze. Zowel het kernprobleem van de dyscalculie, als zijn uitwassen naar getallenkennis, hoofdrekenen, cijferen, meten en metend rekenen, en vraagstukken komen aan bod. Er zitten honderden handvatten in naar een betere wereld.
Ideeënboek dyscalculie. Helpen zit in onze natuur
Rekenstoornissen of dyscalculie kunnen goed (h)erkend worden door
leerkrachten en ouders. Bovendien voorkom je met tijdige hulp veel
erger en ergernis.
Kinderen verdienen het beste.
Ludo Cuyvers brengt een leesbaar verhaal over wetenschap en behandeling van rekenstoornissen. Met de ogen van een onderzoeker leert hij je de problemen vaststellen, waarna je meegenomen wordt in het oefenen van de correcte handelswijze. Zowel het kernprobleem van de dyscalculie, als zijn uitwassen naar getallenkennis, hoofdrekenen, cijferen, meten en metend rekenen, en vraagstukken komen aan bod. Er zitten honderden handvatten in naar een betere wereld.
Zacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste Wereldoorlog
Het zal niemand ontgaan zijn dat dit jaar het begin van de
Eerste Wereldoorlog herdacht wordt. Er verschenen treinladingen
nieuwe boeken over het onderwerp. België is bij dit
100-jarig jubileum eveneens overspoeld met nieuwe boeken,
waarbij geen geplette grashalm onbesproken bleef.
Cultuur, en dan met name literatuur, bleef daarbij echter
onderbelicht. Zacht Lawijd wil met deze speciale aflevering
laten zien hoe een aantal Vlaamse en Nederlandse schrijvers
hun houding in de oorlog bepaalde.
In dit themanummer over de Grote Oorlog wordt nog eens
duidelijk hoe ongelooflijk ingewikkeld de politieke loyaliteiten
in België verkaveld waren, en hoe de literaire wereld
daarin positie koos. De wijze waarop over de oorlogsomstandigheden
werd geschreven, bleek nog veel gevarieerder dan
gedacht, zoals blijkt uit de hier gepresenteerde artikelen over
de frontpoëzie uit de loopgraven, de gedichten van naar het
buitenland uitgeweken schrijvers, de dagboeken van de vele
vluchtelingen, het journalistieke werk van de intellectuelen
en niet te vergeten de correspondenties waarin auteurs,
uitgevers en anderen zich verantwoordden ten opzichte van
hun collega’s, instanties of hun naasten.
Zacht Lawijd (ZL) – Literair-historisch tijdschrift. Jrg. 13 (2014) – nr. 3 – Themanummer Schrijvers in de Eerste Wereldoorlog
Het zal niemand ontgaan zijn dat dit jaar het begin van de
Eerste Wereldoorlog herdacht wordt. Er verschenen treinladingen
nieuwe boeken over het onderwerp. België is bij dit
100-jarig jubileum eveneens overspoeld met nieuwe boeken,
waarbij geen geplette grashalm onbesproken bleef.
Cultuur, en dan met name literatuur, bleef daarbij echter
onderbelicht. Zacht Lawijd wil met deze speciale aflevering
laten zien hoe een aantal Vlaamse en Nederlandse schrijvers
hun houding in de oorlog bepaalde.
In dit themanummer over de Grote Oorlog wordt nog eens
duidelijk hoe ongelooflijk ingewikkeld de politieke loyaliteiten
in België verkaveld waren, en hoe de literaire wereld
daarin positie koos. De wijze waarop over de oorlogsomstandigheden
werd geschreven, bleek nog veel gevarieerder dan
gedacht, zoals blijkt uit de hier gepresenteerde artikelen over
de frontpoëzie uit de loopgraven, de gedichten van naar het
buitenland uitgeweken schrijvers, de dagboeken van de vele
vluchtelingen, het journalistieke werk van de intellectuelen
en niet te vergeten de correspondenties waarin auteurs,
uitgevers en anderen zich verantwoordden ten opzichte van
hun collega’s, instanties of hun naasten.

Et maintenant. Set (Livre d’images + Livre de travaux pratiques + Guide d’utilisation)
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et commentapprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et desadultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifset la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec lelivre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elleentraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– lessentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergenten travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné auxpersonnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladiepsychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journalde bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiquessoigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre desouvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guided’utilisation. Il contient des informations généralessur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que despropositions concrètes pour utiliser le livre d’images.

Et maintenant. Set (Livre d’images + Livre de travaux pratiques + Guide d’utilisation)
Les soins palliatifs, la maladie et la mort sont des thèmes percutants et délicats.Qu’est-ce qui est possible aujourd’hui, comment faire dans le futur et commentapprécier le moment présent et le futur, même s’il reste peu de perspectives?Le livre d’images ‘Et maintenant?’ peut être utilisé auprès des enfants et desadultes pour expliquer des thèmes comme la maladie incurable, les soins palliatifset la mort.
Le livre de travaux pratiques a été conçu comme un outil de travail à utiliser avec lelivre d’images. Il peut permettre de dialoguer sur la maladie et le processus qu’elleentraîne. On peut ensuite utiliser le livre de travaux pratiques pour enregistrer(écrire, dessiner, coller des photos, etc.) – seul ou avec l’aide de quelqu’un– lessentiments, opinions, réflexions, questions, souhaits et remarques qui émergenten travaillant avec le livre d’images. Le livre de travaux pratiques est destiné auxpersonnes qui ont une maladie grave et incurable. Nous pensons aux enfants,aux adultes avec une déficience intellectuelle, aux personnes avec une maladiepsychique, mais aussi aux personnes qui ont simplement envie de tenir un journalde bord, d’y dessiner et écrire. Le dernier livre d’une vie mérite qualité et beauté.C’est pour cette raison que nous avons opté pour un livre de travaux pratiquessoigné: un livre solide de bonne qualité qui devient, après la mort, un livre desouvenirs pour les proches, agréable à feuilleter.
Le livre d’images et le livre de travaux pratiques sont accompagnés par le guided’utilisation. Il contient des informations généralessur la maladie incurable, les soins palliatifs et le handicap mental ainsi que despropositions concrètes pour utiliser le livre d’images.

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 11 (2013-2014), nr. 43 – Themanummer Meertaligheid
Inhoudsopgave - Editoriaal
Artikels
Meer info over Zorgbreed

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – Jrg. 11 (2013-2014), nr. 43 – Themanummer Meertaligheid
Inhoudsopgave - Editoriaal
Artikels
Meer info over Zorgbreed



