Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

Bart Volders is advocaat te Brussel.

Quick View

Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

Bart Volders is advocaat te Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)

 55,00

Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?

In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.

Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.

Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.

Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.



Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Placeholder Image
Quick View

Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)

 55,00

Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?

In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.

Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.

Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.

Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.



Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht

 61,40

In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.

Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Quick View

Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht

 61,40

In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.

Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)

 150,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Quick View

Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)

 150,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)

 67,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Quick View

Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)

 67,00
The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.

This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.

This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.

 50,90

Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.

Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.

Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.

Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.


Geen voorraad
Quick View

Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.

 50,90

Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.

Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.

Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.

Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Praktijkgids Familie- en JeugdrechtPraktijkgids Familie- en Jeugdrecht
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht

 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.

Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.

Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.

mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.

"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht

Praktijkgids Familie- en JeugdrechtPraktijkgids Familie- en Jeugdrecht
Quick View

Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht

 50,90
Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.

Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.

Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.

mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.

"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject

 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.

Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.

In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.

In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.

Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.

Quick View

Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject

 95,00
Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.

Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.

In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.

In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.

Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Quick View

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Placeholder Image
Quick View

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

 76,00
Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Substantive Criminal Law of the European Union

door
 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

Quick View

Substantive Criminal Law of the European Union

door
 65,00
Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

Quick View

EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

 66,00
After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution

 43,00
This book explores the potential of online communication to improve dispute resolution processes.

The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.

In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.

Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.

Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.

Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.

Quick View

Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution

 43,00
This book explores the potential of online communication to improve dispute resolution processes.

The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.

In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.

Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.

Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.

Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011

 52,00
Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen dievooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.

Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011

 52,00
Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen dievooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.

Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.

Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.

Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave

 45,00
Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuringvan onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzakehuishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur,de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijkeovereenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goedereneen uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend teworden op deze “verhuurovereenkomsten”.

Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingenis niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerendeverhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexehandeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieveonroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgischerechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aanbod.
Placeholder Image
Quick View

Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave

 45,00
Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuringvan onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzakehuishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur,de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijkeovereenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goedereneen uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend teworden op deze “verhuurovereenkomsten”.

Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingenis niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerendeverhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexehandeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieveonroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgischerechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aanbod.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Facturering van diensten (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 4) – 2de herziene uitgave

 44,00
De problematiek van de diensten behoort tot de klassiekers inzake btw. Waar is de dienst gelokaliseerd en wie is de schuldenaar van de btw? Op het eerste gezicht een eenvoudige vraag. Het antwoord veronderstelt echter een grondige kennis van de btw-wetgeving.

Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregels in een nationale, intracommunautaire en in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoe dient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen, de soort dienst en de vestiging van de partijen.

Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake het invullen van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting. Een aantal specifieke diensten worden als aparte topics behandeld.

Achteraan in het boek vindt de lezer een handige overzichtstabel met lokalisatiecriteria.

Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.

Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Placeholder Image
Quick View

Facturering van diensten (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 4) – 2de herziene uitgave

 44,00
De problematiek van de diensten behoort tot de klassiekers inzake btw. Waar is de dienst gelokaliseerd en wie is de schuldenaar van de btw? Op het eerste gezicht een eenvoudige vraag. Het antwoord veronderstelt echter een grondige kennis van de btw-wetgeving.

Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregels in een nationale, intracommunautaire en in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoe dient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen, de soort dienst en de vestiging van de partijen.

Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake het invullen van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting. Een aantal specifieke diensten worden als aparte topics behandeld.

Achteraan in het boek vindt de lezer een handige overzichtstabel met lokalisatiecriteria.

Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.

Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)

 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.

De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:

• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks


Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.

Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :

• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
Placeholder Image
Quick View

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)

 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.

De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:

• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks


Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.

Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :

• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne

 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular to the field of criminal law and criminology.

This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne

 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular to the field of criminal law and criminology.

This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)

 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een antwoord vragen.

In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.

Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.

Quick View

Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)

 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een antwoord vragen.

In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.

Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)

 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde desertiecampagne in de Oostkantons worden bestudeerd.

Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.

De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.

Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.

Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.

Quick View

Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)

 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde desertiecampagne in de Oostkantons worden bestudeerd.

Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.

De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.

Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.

Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)

 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging van het nieuwe wetboek.

Quick View

Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)

 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging van het nieuwe wetboek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)

 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.

De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.

Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.

Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.

Taal: Engels

Quick View

Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)

 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.

De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.

Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.

Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.

Taal: Engels

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)

 36,00
De politie kan niet aan alle verwachtingen van burgers voldoen, hulpverleners kunnen niet alle problemen oplossen en het overheidsbeleid heeft onontkoombaar een slechts beperkte invloed. Anderzijds kan samenwerking leiden tot meer veiligheid en meer leefbaarheid. Vanuit die gedachte is het zinvol na te denken over de (on)mogelijkheden van burgerparticipatie en de mogelijkheden voor een participerende politie. Dat is niet alleen van belang voor de legitimiteit en informatiepositie van de politie, maar ook voor de veiligheidsbeleving van burgers. Het is echter in dit verband belangrijk om de rol van politie en burger helder af te bakenen en de betekenis van burgers in de veiligheidszorg te duiden.

Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?

Placeholder Image
Quick View

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)

 36,00
De politie kan niet aan alle verwachtingen van burgers voldoen, hulpverleners kunnen niet alle problemen oplossen en het overheidsbeleid heeft onontkoombaar een slechts beperkte invloed. Anderzijds kan samenwerking leiden tot meer veiligheid en meer leefbaarheid. Vanuit die gedachte is het zinvol na te denken over de (on)mogelijkheden van burgerparticipatie en de mogelijkheden voor een participerende politie. Dat is niet alleen van belang voor de legitimiteit en informatiepositie van de politie, maar ook voor de veiligheidsbeleving van burgers. Het is echter in dit verband belangrijk om de rol van politie en burger helder af te bakenen en de betekenis van burgers in de veiligheidszorg te duiden.

Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)

 36,00
In dit Cahier ligt de focus op de aard van spanningen en sociale onrust in buurten en de manier waarop door diverse actoren aan conflictregulering wordt gedaan. De aard van de bedreigingen voor de bestaande orde in onze samenleving evolueert door de tijd heen net zoals de reactie erop van verschillende maatschappelijke actoren. Het is voor deze actoren dan ook belangrijk de dynamiek van deze evoluerende (wan)orde te begrijpen om er ook daadwerkelijk een (regulerende) invloed op te kunnen (blijven) uitoefenen.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)

 36,00
In dit Cahier ligt de focus op de aard van spanningen en sociale onrust in buurten en de manier waarop door diverse actoren aan conflictregulering wordt gedaan. De aard van de bedreigingen voor de bestaande orde in onze samenleving evolueert door de tijd heen net zoals de reactie erop van verschillende maatschappelijke actoren. Het is voor deze actoren dan ook belangrijk de dynamiek van deze evoluerende (wan)orde te begrijpen om er ook daadwerkelijk een (regulerende) invloed op te kunnen (blijven) uitoefenen.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×