De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)
Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.
Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)
Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.
Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
Criminologen op de arbeidsmarkt
Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.
Paul Ponsaers
Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.
Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.
Criminologen op de arbeidsmarkt
Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.
Paul Ponsaers
Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.
Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.
Leveringsvoorwaarden in internationale overeenkomsten. Incoterms anders bekeken
De Internationale Kamer van Koophandel (International Chamber of Commerce – ICC) vaardigt met een zekere regelmaat nieuwe versies uit van zijn ‘Incoterms’.
De jongste versie dateert van 2010. Die Incoterms zijn wereldwijd gehanteerde drieletterwoorden die het risico en de kosten van de levering verdelen tussen een koper en een verkoper in internationale (en binnenlandse) contracten. Het intensieve gebruik van deze drieletterwoorden belet niet dat in de praktijk over hun precieze inhoud en draagwijdte tal van misverstanden bestaan.
Dit boek bespreekt op een heldere wijze de toepassing en achtergronden van de Incoterms. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verduidelijkt het de vele facetten van de realiteit achter de levering.
Marc A. Huybrechts over deze uitgave: ''... een buitengewoon accuraat, volledig en betrouwbaar werk over de Incoterms, volledig op de praktijk van de internationale handel gericht, maar evenzeer stevig wetenschappelijk juridisch onderbouwd. Dit boek is werkelijk een aanrader voor wie zich aan het internationaal handelsrecht interesseert.'' (RW 2014-15, Jg 78 nr. 2)
Koen Vanheusden is directeur bij het Agentschap voor Buitenlandse Handel. Hij is lid
van de expertengroep van de ICC inzake Incoterms en voorzitter van de Task Force on
International Sales van dezelfde organisatie. Hij doceert aan verschillende universitaire
instellingen alsook voor talrijke internationale organisaties. Al meer dan 25 jaar begeleidt
hij exporteurs en importeurs bij de redactie en uitvoering van hun internationale
contracten.
Leveringsvoorwaarden in internationale overeenkomsten. Incoterms anders bekeken
De Internationale Kamer van Koophandel (International Chamber of Commerce – ICC) vaardigt met een zekere regelmaat nieuwe versies uit van zijn ‘Incoterms’.
De jongste versie dateert van 2010. Die Incoterms zijn wereldwijd gehanteerde drieletterwoorden die het risico en de kosten van de levering verdelen tussen een koper en een verkoper in internationale (en binnenlandse) contracten. Het intensieve gebruik van deze drieletterwoorden belet niet dat in de praktijk over hun precieze inhoud en draagwijdte tal van misverstanden bestaan.
Dit boek bespreekt op een heldere wijze de toepassing en achtergronden van de Incoterms. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verduidelijkt het de vele facetten van de realiteit achter de levering.
Marc A. Huybrechts over deze uitgave: ''... een buitengewoon accuraat, volledig en betrouwbaar werk over de Incoterms, volledig op de praktijk van de internationale handel gericht, maar evenzeer stevig wetenschappelijk juridisch onderbouwd. Dit boek is werkelijk een aanrader voor wie zich aan het internationaal handelsrecht interesseert.'' (RW 2014-15, Jg 78 nr. 2)
Koen Vanheusden is directeur bij het Agentschap voor Buitenlandse Handel. Hij is lid
van de expertengroep van de ICC inzake Incoterms en voorzitter van de Task Force on
International Sales van dezelfde organisatie. Hij doceert aan verschillende universitaire
instellingen alsook voor talrijke internationale organisaties. Al meer dan 25 jaar begeleidt
hij exporteurs en importeurs bij de redactie en uitvoering van hun internationale
contracten.
Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)
Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.
Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.
Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.
Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.
Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.
La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.
En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.
Table des matières
<a href="http://www.
Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)
Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.
Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.
Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.
Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.
Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.
La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.
En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.
Table des matières
<a href="http://www.
European Union Health Law. Treaties and Legislation. (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This volume includes relevant treaty law provisions, and secondary legislation (abridged) on health or health related norms, clustered as: EU treaty law, human rights and health, public health, patient safety, consumer protection, patient mobility, mobility of health professionals, pharmaceuticals, medical devices, data protection, insurance and competition law.
André den Exter is lecturer in Health Law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
Tamara K. Hervey is Jean Monnet Professor of EU law and Director of the LLM (European Health Law and Policy) at the School of Law, University of Sheffield, UK.
European Union Health Law. Treaties and Legislation. (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This volume includes relevant treaty law provisions, and secondary legislation (abridged) on health or health related norms, clustered as: EU treaty law, human rights and health, public health, patient safety, consumer protection, patient mobility, mobility of health professionals, pharmaceuticals, medical devices, data protection, insurance and competition law.
André den Exter is lecturer in Health Law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
Tamara K. Hervey is Jean Monnet Professor of EU law and Director of the LLM (European Health Law and Policy) at the School of Law, University of Sheffield, UK.
De politierol bekeken door de bril van de burger. Een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen (Reeks Politiestudies, nr. 4)
De studie van de politierol in onze samenleving wordt gekenmerkt door discussies die één van de meest fundamentele actoren vergeet, namelijk de burger. Verschillende onderzoeken tonen echter aan dat het de burger is die de politie in belangrijke mate aanstuurt. In dit boek, het resultaat van doctoraatsonderzoek, wordt de rol gedefinieerd als een bundel van verwachtingen die burgers hebben over de politie. Deze sociologische roldefiniëring impliceert dat verwachtingen erg verweven zijn met betekenissen die burgers geven aan de politie.
De auteur hanteert een multi-methodologisch design. Ter voorbereiding
voerde zij gedurende acht maanden een participerende observatie uit in
twee lokale politiekorpsen. Niet minder dan 120 burgers van verschillende
leeftijden die wonen in een ruraal of urbaan gebied, werden uitgebreid
geïnterviewd. Op basis van de analyse van de onderzoeksresultaten blijkt
dat het bestuderen van de politierol een caleidoscoop van verwachtingen en
betekenissen genereert.
Isabel Verwee is doctor in de criminologie. Zij is als vrijwillig academisch
medewerker verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije
Universiteit Brussel.
Meer info over Reeks Politiestudies
De politierol bekeken door de bril van de burger. Een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen (Reeks Politiestudies, nr. 4)
De studie van de politierol in onze samenleving wordt gekenmerkt door discussies die één van de meest fundamentele actoren vergeet, namelijk de burger. Verschillende onderzoeken tonen echter aan dat het de burger is die de politie in belangrijke mate aanstuurt. In dit boek, het resultaat van doctoraatsonderzoek, wordt de rol gedefinieerd als een bundel van verwachtingen die burgers hebben over de politie. Deze sociologische roldefiniëring impliceert dat verwachtingen erg verweven zijn met betekenissen die burgers geven aan de politie.
De auteur hanteert een multi-methodologisch design. Ter voorbereiding
voerde zij gedurende acht maanden een participerende observatie uit in
twee lokale politiekorpsen. Niet minder dan 120 burgers van verschillende
leeftijden die wonen in een ruraal of urbaan gebied, werden uitgebreid
geïnterviewd. Op basis van de analyse van de onderzoeksresultaten blijkt
dat het bestuderen van de politierol een caleidoscoop van verwachtingen en
betekenissen genereert.
Isabel Verwee is doctor in de criminologie. Zij is als vrijwillig academisch
medewerker verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije
Universiteit Brussel.
Meer info over Reeks Politiestudies
European criminal justice and policy ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 7)
Volume 6 focuses on Social conflicts, citizens and policing. Its table of contents is provided below the brief description of the papers comprised in the current book, which constitutes Volume 7, dealing with European criminal justice and policy. Reviewing the policy (background) with respect to different phases in the criminal justice chain, the contributions range from looking into the extension of criminalization in the sphere of trafficking in human beings and labour exploitation to the operability of cross-border execution of sentences involving deprivation of liberty.
Most contributions look into the need to develop a conceptual framework to support future policy making, pointing to the lack thereof with respect to liability of legal persons, ne bis in idem as an EU principle, cross-border effect of disqualifications and cooperation with private security actors.
One contribution looks into the public expenditure in different phases of the criminal justice chain, based on a case study on the public expenditure of Belgian drug policy. Finally, one contribution analyses the specific European and Chinese interrogation rules from a historical and comparative perspective to provide a solid context for the current situation and support future legal reforms.
European criminal justice and policy ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 7)
Volume 6 focuses on Social conflicts, citizens and policing. Its table of contents is provided below the brief description of the papers comprised in the current book, which constitutes Volume 7, dealing with European criminal justice and policy. Reviewing the policy (background) with respect to different phases in the criminal justice chain, the contributions range from looking into the extension of criminalization in the sphere of trafficking in human beings and labour exploitation to the operability of cross-border execution of sentences involving deprivation of liberty.
Most contributions look into the need to develop a conceptual framework to support future policy making, pointing to the lack thereof with respect to liability of legal persons, ne bis in idem as an EU principle, cross-border effect of disqualifications and cooperation with private security actors.
One contribution looks into the public expenditure in different phases of the criminal justice chain, based on a case study on the public expenditure of Belgian drug policy. Finally, one contribution analyses the specific European and Chinese interrogation rules from a historical and comparative perspective to provide a solid context for the current situation and support future legal reforms.
Social conflicts, citizens and policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 6)
After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers
Volume 6, providing new empirical data, theories and analyses on Social Conflicts, Citizens and Policing.
Some articles in Volume 6 focus on the current manifestation of specific socially and/or legally criminalised social conflicts as being radicalisation and informal economy. Some other articles discuss new actors that are involved in governance of security in order to support the conventional actors. The authors refer specifically to citizens and private companies. A last set of articles presents the results of perception studies on trust, punitiveness and the electronic monitoring at home. The participation of students or convicts to scientific research enables a critical reflection on governance of security.
Volume 7 focuses on topical issues in European criminal justice and policy.
(read more)
Social conflicts, citizens and policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 6)
After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers
Volume 6, providing new empirical data, theories and analyses on Social Conflicts, Citizens and Policing.
Some articles in Volume 6 focus on the current manifestation of specific socially and/or legally criminalised social conflicts as being radicalisation and informal economy. Some other articles discuss new actors that are involved in governance of security in order to support the conventional actors. The authors refer specifically to citizens and private companies. A last set of articles presents the results of perception studies on trust, punitiveness and the electronic monitoring at home. The participation of students or convicts to scientific research enables a critical reflection on governance of security.
Volume 7 focuses on topical issues in European criminal justice and policy.
(read more)
Aansprakelijkheid, ziekte en WIA (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 4) (Nederlands Recht)
In dit vierde deel van de reeks worden aspecten besproken, waarmee het bevoegd gezag en een ambtenaar tijdens ziekte van laatstgenoemde te maken krijgen. Het gaat dan om ziekte, of beter eigenlijk nog: arbeidsongeschiktheid in relatie tot de rechtspositie van de ambtenaar.
Naast deze meer praktische onderwerpen wordt uitgebreid stilgestaan bij de Wet WIA en onderwerpen die daarmee samenhangen zoals het eigenrisicodragerschap (ERD), rechtsbescherming bij besluitvorming van het UWV, de relatie met de rechtspositionele reglementen en reintegratieverplichtingen.
Aansprakelijkheid, ziekte en WIA (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 4) (Nederlands Recht)
In dit vierde deel van de reeks worden aspecten besproken, waarmee het bevoegd gezag en een ambtenaar tijdens ziekte van laatstgenoemde te maken krijgen. Het gaat dan om ziekte, of beter eigenlijk nog: arbeidsongeschiktheid in relatie tot de rechtspositie van de ambtenaar.
Naast deze meer praktische onderwerpen wordt uitgebreid stilgestaan bij de Wet WIA en onderwerpen die daarmee samenhangen zoals het eigenrisicodragerschap (ERD), rechtsbescherming bij besluitvorming van het UWV, de relatie met de rechtspositionele reglementen en reintegratieverplichtingen.
Nederlands – Arabisch juridisch glossarium
Dr. Abied Alsulaiman doceert sinds 1994 Arabisch, juridisch vertalen, literair vertalen en algemeen tolken Arabisch aan de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven. Hij staat sinds 2000 in voor het examineren van kandidaten juridisch vertalers en juridisch tolken in de opleiding gerechtsvertalen en -tolken, die door de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven en de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen wordt georganiseerd. Tevens is hij een jurylid bij het examineren van Vlaamse sociaal tolken.
Nederlands – Arabisch juridisch glossarium
Dr. Abied Alsulaiman doceert sinds 1994 Arabisch, juridisch vertalen, literair vertalen en algemeen tolken Arabisch aan de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven. Hij staat sinds 2000 in voor het examineren van kandidaten juridisch vertalers en juridisch tolken in de opleiding gerechtsvertalen en -tolken, die door de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven en de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen wordt georganiseerd. Tevens is hij een jurylid bij het examineren van Vlaamse sociaal tolken.
Need for and feasibility of an EU offence policy
Starting from the observation that criminal law is different in each of the member states as a result of which
(1) what constitutes an offence in one member state does not necessarily constitute an offence in another member state,
(2) even where offences are equally criminalised in all member states, the sanction levels may still vary and
(3) more generally, the position of the offences in the entirety of the justice system may vary,
the question arises to what extent those so-called offence diversities are an obstacle for EU policy making and to what extent it is feasible to overcome those obstacles.
The author underpins the need for the development of an EU offence policy, using the common criminalisation acquis as a centre piece. She argues that the common criminalisation acquis can help
(1) to ensure comparability of crime statistics,
(2) to avoid redundant double criminality testing,
(3) to overcome evidence gathering difficulties,
(4) to clarify the mandates of the EU level actors,
(5) to identify the equivalent national sentence and
(6) to scope the taking account of prior convictions.
The only condition: the development of a comprehensive, consistent and well-balanced EU offence policy.
This book contains the conclusions of her publication based doctoral thesis defended at Ghent University on 22 June 2012. It is essential reading for policy makers both at national and European level in any policy field that is linked to offences.
Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.
Need for and feasibility of an EU offence policy
Starting from the observation that criminal law is different in each of the member states as a result of which
(1) what constitutes an offence in one member state does not necessarily constitute an offence in another member state,
(2) even where offences are equally criminalised in all member states, the sanction levels may still vary and
(3) more generally, the position of the offences in the entirety of the justice system may vary,
the question arises to what extent those so-called offence diversities are an obstacle for EU policy making and to what extent it is feasible to overcome those obstacles.
The author underpins the need for the development of an EU offence policy, using the common criminalisation acquis as a centre piece. She argues that the common criminalisation acquis can help
(1) to ensure comparability of crime statistics,
(2) to avoid redundant double criminality testing,
(3) to overcome evidence gathering difficulties,
(4) to clarify the mandates of the EU level actors,
(5) to identify the equivalent national sentence and
(6) to scope the taking account of prior convictions.
The only condition: the development of a comprehensive, consistent and well-balanced EU offence policy.
This book contains the conclusions of her publication based doctoral thesis defended at Ghent University on 22 June 2012. It is essential reading for policy makers both at national and European level in any policy field that is linked to offences.
Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.

Burenoverlast. Remedies tegen de overlastgevende huurder (Nederlands Recht – 2de herziene uitgave)
In de juridische literatuur over het huurrecht is meestal een gedeelte aanburenoverlast gewijd. Maar de problematiek wordt dan niet van allekanten belicht. In deze literatuur wordt doorgaans ook geen aandachtbesteed aan de praktische aanpak: welk bewijs telt? Hoe verkrijg je datbewijs? Wanneer een kort geding en wanneer een bodemprocedure?Hoe om te gaan met bange buren die niet durven te getuigen? Welkevormen van hulp zijn er voordat er geprocedeerd wordt? Wat is de gangzaken bij de ontruiming? Welke kosten zijn gemoeid met procederen?
Dit boek behandelt niet alleen alle juridische aspecten van dit fenomeen,maar ook de praktische en vult daarmee een belangrijke lacune op.
Alle betrokken partijen bij burenoverlast hebben hiermee eenuitstekende gids. Het boek richt zich in de eerste plaats tot professionalsdie zich bezighouden met de huur en verhuur van woonruimte:advocaten, rechters, woningcorporatiemedewerkers, makelaars,medewerkers van vastgoedbedrijven en huurdersorganisaties,beheerders, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers endeurwaarders.

Burenoverlast. Remedies tegen de overlastgevende huurder (Nederlands Recht – 2de herziene uitgave)
In de juridische literatuur over het huurrecht is meestal een gedeelte aanburenoverlast gewijd. Maar de problematiek wordt dan niet van allekanten belicht. In deze literatuur wordt doorgaans ook geen aandachtbesteed aan de praktische aanpak: welk bewijs telt? Hoe verkrijg je datbewijs? Wanneer een kort geding en wanneer een bodemprocedure?Hoe om te gaan met bange buren die niet durven te getuigen? Welkevormen van hulp zijn er voordat er geprocedeerd wordt? Wat is de gangzaken bij de ontruiming? Welke kosten zijn gemoeid met procederen?
Dit boek behandelt niet alleen alle juridische aspecten van dit fenomeen,maar ook de praktische en vult daarmee een belangrijke lacune op.
Alle betrokken partijen bij burenoverlast hebben hiermee eenuitstekende gids. Het boek richt zich in de eerste plaats tot professionalsdie zich bezighouden met de huur en verhuur van woonruimte:advocaten, rechters, woningcorporatiemedewerkers, makelaars,medewerkers van vastgoedbedrijven en huurdersorganisaties,beheerders, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers endeurwaarders.
Police Investigative Interviewing. A new Training Approach (Reeks Politiestudies, nr. 3)
Today however we believe that special attention to training and education is obligatory as investigative interviewing is a specialism rather than a general police skill that anyone can easily apply. Police interviewing is a very important and specialised technique that requires efficient training including a great deal of supervised practice in both educational and real-life settings.
Based on an empirical study this book explains how two newly developed training methods, individual coaching and one-day group training, can be used to optimise daily police interview practices by coaching interviewers at work. Coaching police interviewers gives them the opportunity to acquire insight into their personal interview strengths and weaknesses. Consequently developing personal awareness will help to optimise the interview practices of individual police officers by instilling a process of self-reflection and giving the interviewers insight into how to use certain techniques.
Working with interview coaches also has the advantage that police interviewers can not only reflect on their personal practice, but they also can seek advice and guidance when preparing for and conducting complex interviews. On this level coaching is more focused on the content of the case than on interpersonal capacities – which will increase job satisfaction and can prevent tunnel vision when working on a criminal case.
Our main findings are that 52% of individually coached interviewers further developed their personal interview competences significantly, and 17% of the interviewers who received only a one-day group coaching session with their peers, showed progress after seven months on four of the five main interview competences measured by the Police Interview Competency Inventory.Based on the principles of coaching, a new way of policing will be explained when describing the two newly developed training methods, a way that will change the practical organisation of criminal investigations for good and will enhance the quality of investigative interviews.
This book is unique as no previous studies have ever empirically tested the learning effect of applying competency management and coaching as we know it from the world of trade and industry to a police interview training context.
Police Investigative Interviewing. A new Training Approach (Reeks Politiestudies, nr. 3)
Today however we believe that special attention to training and education is obligatory as investigative interviewing is a specialism rather than a general police skill that anyone can easily apply. Police interviewing is a very important and specialised technique that requires efficient training including a great deal of supervised practice in both educational and real-life settings.
Based on an empirical study this book explains how two newly developed training methods, individual coaching and one-day group training, can be used to optimise daily police interview practices by coaching interviewers at work. Coaching police interviewers gives them the opportunity to acquire insight into their personal interview strengths and weaknesses. Consequently developing personal awareness will help to optimise the interview practices of individual police officers by instilling a process of self-reflection and giving the interviewers insight into how to use certain techniques.
Working with interview coaches also has the advantage that police interviewers can not only reflect on their personal practice, but they also can seek advice and guidance when preparing for and conducting complex interviews. On this level coaching is more focused on the content of the case than on interpersonal capacities – which will increase job satisfaction and can prevent tunnel vision when working on a criminal case.
Our main findings are that 52% of individually coached interviewers further developed their personal interview competences significantly, and 17% of the interviewers who received only a one-day group coaching session with their peers, showed progress after seven months on four of the five main interview competences measured by the Police Interview Competency Inventory.Based on the principles of coaching, a new way of policing will be explained when describing the two newly developed training methods, a way that will change the practical organisation of criminal investigations for good and will enhance the quality of investigative interviews.
This book is unique as no previous studies have ever empirically tested the learning effect of applying competency management and coaching as we know it from the world of trade and industry to a police interview training context.
Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)
Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?
Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.
Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)
Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?
Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.

Europol, Quo Vadis? Critical Analysis and Evaluation of the Development of the European Police Office
The establishment of Europol was in essence a political decision and to a large extent the agency has remained a political construct. Every political decision represents choices embodying the development of Europol. Choices also have to be made in the legal translation of policy decisions. In her doctoral thesis Alexandra De Moor traces these choices, as they are materialised in legal and policy documents, and makes them subject of analysis and evaluation. The research model she develops for this purpose consists of eras (the pre-Convention, Convention and post-Convention era), clusters (legal basis, objective, competence, tasks, governance and control) and criteria (necessity, consistency, balance and transparency). The three-dimensional model is perfectly suited for a doctoral thesis based on a compilation of peer-reviewed publications (seven in total). This booklet presents the main conclusions, as well as the policy epilogue.
Europol, Quo Vadis? reads like a ‘Bildungsroman’, a coming of age story with lots of ups and downs, and a story with an open ending, as the identity of Europol is still under debate today. The preparations of the new Europol Regulation (after 2013) have started under Danish Presidency (first half of 2012). De Moor wants to fuel the debate on the future of Europol by signaling key concerns and providing useful recommendations. She doubts whether a European Police Office with operational-executive powers (modeled after the FBI) should by definition be the terminus of the development of Europol.
Alexandra De Moor has been affiliated (2006-2012) with the Department of Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). Although she is a legal scholar, this publication has a hybrid character, in view of the criminological, political and policy relevance of the subject.

Europol, Quo Vadis? Critical Analysis and Evaluation of the Development of the European Police Office
The establishment of Europol was in essence a political decision and to a large extent the agency has remained a political construct. Every political decision represents choices embodying the development of Europol. Choices also have to be made in the legal translation of policy decisions. In her doctoral thesis Alexandra De Moor traces these choices, as they are materialised in legal and policy documents, and makes them subject of analysis and evaluation. The research model she develops for this purpose consists of eras (the pre-Convention, Convention and post-Convention era), clusters (legal basis, objective, competence, tasks, governance and control) and criteria (necessity, consistency, balance and transparency). The three-dimensional model is perfectly suited for a doctoral thesis based on a compilation of peer-reviewed publications (seven in total). This booklet presents the main conclusions, as well as the policy epilogue.
Europol, Quo Vadis? reads like a ‘Bildungsroman’, a coming of age story with lots of ups and downs, and a story with an open ending, as the identity of Europol is still under debate today. The preparations of the new Europol Regulation (after 2013) have started under Danish Presidency (first half of 2012). De Moor wants to fuel the debate on the future of Europol by signaling key concerns and providing useful recommendations. She doubts whether a European Police Office with operational-executive powers (modeled after the FBI) should by definition be the terminus of the development of Europol.
Alexandra De Moor has been affiliated (2006-2012) with the Department of Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). Although she is a legal scholar, this publication has a hybrid character, in view of the criminological, political and policy relevance of the subject.
Private Antitrust Litigation in the European Union and Japan. A Comparative Perspective.
Companies in Europe and Japan are increasingly the target of private antitrust litigation. These lawsuits are being facilitated by favorable case law, legislative changes and a growing awareness of antitrust remedies in all layers of society.
This book analyzes and compares this burgeoning
area of litigation in the European Union and Japan. It
analyzes the legal framework for these lawsuits and
takes stock of the hundreds of cases that have been
brought in Japan and the EU in recent years. It also
examines the novel contexts in which private litigants
are invoking antitrust violations, such as in derivative
suits and in actions to challenge arbitral awards. Finally,
it assesses the impact of private litigation on the
enforcement of antitrust law and shows how Japan’s
experience can be useful for Europe and vice versa in
shaping future reforms.
Simon Vande Walle is a research fellow of the Japan
Society for the Promotion of Science at the University
of Tokyo. He holds law degrees from Kyushu University
(LL.D.), Georgetown University Law Center (LL.M.) and
the University of Leuven (Master of Laws). Previously,
he worked as a lawyer at Linklaters in Brussels, where
he specialized in litigation and was closely involved in
several major private antitrust cases.
Christopher Heath in Journal of Japanese Law:
„Bemerkenswert an der vorliegenden Arbeit sind die profunde Auseinandersetzung mit japanischen Quellen, der klare Aufbau, die gute Lesbarkeit und analytische Prägnanz. Wer ein Vorbild für die Abfassung einer Dissertation zum japanischen Recht sucht, sollte das Buch von Vande Walle zur Hand nehmen“.
Private Antitrust Litigation in the European Union and Japan. A Comparative Perspective.
Companies in Europe and Japan are increasingly the target of private antitrust litigation. These lawsuits are being facilitated by favorable case law, legislative changes and a growing awareness of antitrust remedies in all layers of society.
This book analyzes and compares this burgeoning
area of litigation in the European Union and Japan. It
analyzes the legal framework for these lawsuits and
takes stock of the hundreds of cases that have been
brought in Japan and the EU in recent years. It also
examines the novel contexts in which private litigants
are invoking antitrust violations, such as in derivative
suits and in actions to challenge arbitral awards. Finally,
it assesses the impact of private litigation on the
enforcement of antitrust law and shows how Japan’s
experience can be useful for Europe and vice versa in
shaping future reforms.
Simon Vande Walle is a research fellow of the Japan
Society for the Promotion of Science at the University
of Tokyo. He holds law degrees from Kyushu University
(LL.D.), Georgetown University Law Center (LL.M.) and
the University of Leuven (Master of Laws). Previously,
he worked as a lawyer at Linklaters in Brussels, where
he specialized in litigation and was closely involved in
several major private antitrust cases.
Christopher Heath in Journal of Japanese Law:
„Bemerkenswert an der vorliegenden Arbeit sind die profunde Auseinandersetzung mit japanischen Quellen, der klare Aufbau, die gute Lesbarkeit und analytische Prägnanz. Wer ein Vorbild für die Abfassung einer Dissertation zum japanischen Recht sucht, sollte das Buch von Vande Walle zur Hand nehmen“.
Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.
One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.
These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.
‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.
André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.
Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.
One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.
These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.
‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.
André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.
Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)
In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.
Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)
In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.
Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)
Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.
Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.
Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)
Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.
Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.
Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)
In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.
Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.
To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)
In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.
Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.
To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)
Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).
In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)
Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).
In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012
Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Voorwoord
Inhoudsopgave

Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012
Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Voorwoord
Inhoudsopgave
Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)
This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.
The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.
Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)
This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.
The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.
Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.
De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.
Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.
In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.
De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.
Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.
In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
