Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)

 22,00

Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.

Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.

De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.

Naar aanleiding van elke Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de uitgewerkte voordrachten.

Quick View

De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)

 22,00

Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.

Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.

De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.

Naar aanleiding van elke Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de uitgewerkte voordrachten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Criminologen op de arbeidsmarkt

 20,00
Ter gelegenheid van de plechtige proclamatie van de afgestudeerde criminologen van het academiejaar 2011-2012 hield Paul Ponsaers een afscheidsrede ter gelegenheid van zijn emeritaat. Een uitgebreide versie van deze rede is opgenomen in dit boekje.

Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.

Paul Ponsaers

Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.

Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.

Quick View

Criminologen op de arbeidsmarkt

 20,00
Ter gelegenheid van de plechtige proclamatie van de afgestudeerde criminologen van het academiejaar 2011-2012 hield Paul Ponsaers een afscheidsrede ter gelegenheid van zijn emeritaat. Een uitgebreide versie van deze rede is opgenomen in dit boekje.

Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.

Paul Ponsaers

Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.

Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leveringsvoorwaarden in internationale overeenkomsten. Incoterms anders bekeken

 97,70

De Internationale Kamer van Koophandel (International Chamber of Commerce – ICC) vaardigt met een zekere regelmaat nieuwe versies uit van zijn ‘Incoterms’.

De jongste versie dateert van 2010. Die Incoterms zijn wereldwijd gehanteerde drieletterwoorden die het risico en de kosten van de levering verdelen tussen een koper en een verkoper in internationale (en binnenlandse) contracten. Het intensieve gebruik van deze drieletterwoorden belet niet dat in de praktijk over hun precieze inhoud en draagwijdte tal van misverstanden bestaan.

Dit boek bespreekt op een heldere wijze de toepassing en achtergronden van de Incoterms. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verduidelijkt het de vele facetten van de realiteit achter de levering.

Marc A. Huybrechts over deze uitgave: ''... een buitengewoon accuraat, volledig en betrouwbaar werk over de Incoterms, volledig op de praktijk van de internationale handel gericht, maar evenzeer stevig wetenschappelijk juridisch onderbouwd. Dit boek is werkelijk een aanrader voor wie zich aan het internationaal handelsrecht interesseert.'' (RW 2014-15, Jg 78 nr. 2)

Koen Vanheusden is directeur bij het Agentschap voor Buitenlandse Handel. Hij is lid van de expertengroep van de ICC inzake Incoterms en voorzitter van de Task Force on International Sales van dezelfde organisatie. Hij doceert aan verschillende universitaire instellingen alsook voor talrijke internationale organisaties. Al meer dan 25 jaar begeleidt hij exporteurs en importeurs bij de redactie en uitvoering van hun internationale contracten.

Quick View

Leveringsvoorwaarden in internationale overeenkomsten. Incoterms anders bekeken

 97,70

De Internationale Kamer van Koophandel (International Chamber of Commerce – ICC) vaardigt met een zekere regelmaat nieuwe versies uit van zijn ‘Incoterms’.

De jongste versie dateert van 2010. Die Incoterms zijn wereldwijd gehanteerde drieletterwoorden die het risico en de kosten van de levering verdelen tussen een koper en een verkoper in internationale (en binnenlandse) contracten. Het intensieve gebruik van deze drieletterwoorden belet niet dat in de praktijk over hun precieze inhoud en draagwijdte tal van misverstanden bestaan.

Dit boek bespreekt op een heldere wijze de toepassing en achtergronden van de Incoterms. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verduidelijkt het de vele facetten van de realiteit achter de levering.

Marc A. Huybrechts over deze uitgave: ''... een buitengewoon accuraat, volledig en betrouwbaar werk over de Incoterms, volledig op de praktijk van de internationale handel gericht, maar evenzeer stevig wetenschappelijk juridisch onderbouwd. Dit boek is werkelijk een aanrader voor wie zich aan het internationaal handelsrecht interesseert.'' (RW 2014-15, Jg 78 nr. 2)

Koen Vanheusden is directeur bij het Agentschap voor Buitenlandse Handel. Hij is lid van de expertengroep van de ICC inzake Incoterms en voorzitter van de Task Force on International Sales van dezelfde organisatie. Hij doceert aan verschillende universitaire instellingen alsook voor talrijke internationale organisaties. Al meer dan 25 jaar begeleidt hij exporteurs en importeurs bij de redactie en uitvoering van hun internationale contracten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)

 52,00

Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.

Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.

Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.

Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.

Inhoudsopgave
Voorwoord

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks



Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.

Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.

La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.

En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.

Table des matières
<a href="http://www.

Quick View

Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)

 52,00

Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.

Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.

Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.

Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.

Inhoudsopgave
Voorwoord

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks



Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.

Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.

La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.

En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.

Table des matières
<a href="http://www.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

European Union Health Law. Treaties and Legislation. (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)

 66,90
The book contains EU related health legislation relevant to legal training programs on EU law and Health(care). Despite the availability of numerous handbooks, a collection of EU legislation on health was missing.

This volume includes relevant treaty law provisions, and secondary legislation (abridged) on health or health related norms, clustered as: EU treaty law, human rights and health, public health, patient safety, consumer protection, patient mobility, mobility of health professionals, pharmaceuticals, medical devices, data protection, insurance and competition law.

André den Exter is lecturer in Health Law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.

Tamara K. Hervey is Jean Monnet Professor of EU law and Director of the LLM (European Health Law and Policy) at the School of Law, University of Sheffield, UK.

Quick View

European Union Health Law. Treaties and Legislation. (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)

 66,90
The book contains EU related health legislation relevant to legal training programs on EU law and Health(care). Despite the availability of numerous handbooks, a collection of EU legislation on health was missing.

This volume includes relevant treaty law provisions, and secondary legislation (abridged) on health or health related norms, clustered as: EU treaty law, human rights and health, public health, patient safety, consumer protection, patient mobility, mobility of health professionals, pharmaceuticals, medical devices, data protection, insurance and competition law.

André den Exter is lecturer in Health Law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.

Tamara K. Hervey is Jean Monnet Professor of EU law and Director of the LLM (European Health Law and Policy) at the School of Law, University of Sheffield, UK.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De politierol bekeken door de bril van de burger. Een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen (Reeks Politiestudies, nr. 4)

 49,95

De studie van de politierol in onze samenleving wordt gekenmerkt door discussies die één van de meest fundamentele actoren vergeet, namelijk de burger. Verschillende onderzoeken tonen echter aan dat het de burger is die de politie in belangrijke mate aanstuurt. In dit boek, het resultaat van doctoraatsonderzoek, wordt de rol gedefinieerd als een bundel van verwachtingen die burgers hebben over de politie. Deze sociologische roldefiniëring impliceert dat verwachtingen erg verweven zijn met betekenissen die burgers geven aan de politie.

De auteur hanteert een multi-methodologisch design. Ter voorbereiding voerde zij gedurende acht maanden een participerende observatie uit in twee lokale politiekorpsen. Niet minder dan 120 burgers van verschillende leeftijden die wonen in een ruraal of urbaan gebied, werden uitgebreid geïnterviewd. Op basis van de analyse van de onderzoeksresultaten blijkt dat het bestuderen van de politierol een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen genereert.

Isabel Verwee is doctor in de criminologie. Zij is als vrijwillig academisch medewerker verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

Meer info over Reeks Politiestudies

Quick View

De politierol bekeken door de bril van de burger. Een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen (Reeks Politiestudies, nr. 4)

 49,95

De studie van de politierol in onze samenleving wordt gekenmerkt door discussies die één van de meest fundamentele actoren vergeet, namelijk de burger. Verschillende onderzoeken tonen echter aan dat het de burger is die de politie in belangrijke mate aanstuurt. In dit boek, het resultaat van doctoraatsonderzoek, wordt de rol gedefinieerd als een bundel van verwachtingen die burgers hebben over de politie. Deze sociologische roldefiniëring impliceert dat verwachtingen erg verweven zijn met betekenissen die burgers geven aan de politie.

De auteur hanteert een multi-methodologisch design. Ter voorbereiding voerde zij gedurende acht maanden een participerende observatie uit in twee lokale politiekorpsen. Niet minder dan 120 burgers van verschillende leeftijden die wonen in een ruraal of urbaan gebied, werden uitgebreid geïnterviewd. Op basis van de analyse van de onderzoeksresultaten blijkt dat het bestuderen van de politierol een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen genereert.

Isabel Verwee is doctor in de criminologie. Zij is als vrijwillig academisch medewerker verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

Meer info over Reeks Politiestudies

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

European criminal justice and policy ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 7)

 58,50
After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers.

Volume 6 focuses on Social conflicts, citizens and policing. Its table of contents is provided below the brief description of the papers comprised in the current book, which constitutes Volume 7, dealing with European criminal justice and policy. Reviewing the policy (background) with respect to different phases in the criminal justice chain, the contributions range from looking into the extension of criminalization in the sphere of trafficking in human beings and labour exploitation to the operability of cross-border execution of sentences involving deprivation of liberty.

Most contributions look into the need to develop a conceptual framework to support future policy making, pointing to the lack thereof with respect to liability of legal persons, ne bis in idem as an EU principle, cross-border effect of disqualifications and cooperation with private security actors.

One contribution looks into the public expenditure in different phases of the criminal justice chain, based on a case study on the public expenditure of Belgian drug policy. Finally, one contribution analyses the specific European and Chinese interrogation rules from a historical and comparative perspective to provide a solid context for the current situation and support future legal reforms.

Quick View

European criminal justice and policy ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 7)

 58,50
After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers.

Volume 6 focuses on Social conflicts, citizens and policing. Its table of contents is provided below the brief description of the papers comprised in the current book, which constitutes Volume 7, dealing with European criminal justice and policy. Reviewing the policy (background) with respect to different phases in the criminal justice chain, the contributions range from looking into the extension of criminalization in the sphere of trafficking in human beings and labour exploitation to the operability of cross-border execution of sentences involving deprivation of liberty.

Most contributions look into the need to develop a conceptual framework to support future policy making, pointing to the lack thereof with respect to liability of legal persons, ne bis in idem as an EU principle, cross-border effect of disqualifications and cooperation with private security actors.

One contribution looks into the public expenditure in different phases of the criminal justice chain, based on a case study on the public expenditure of Belgian drug policy. Finally, one contribution analyses the specific European and Chinese interrogation rules from a historical and comparative perspective to provide a solid context for the current situation and support future legal reforms.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Social conflicts, citizens and policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 6)

 46,00

After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers

Volume 6, providing new empirical data, theories and analyses on Social Conflicts, Citizens and Policing.
Some articles in Volume 6 focus on the current manifestation of specific socially and/or legally criminalised social conflicts as being radicalisation and informal economy. Some other articles discuss new actors that are involved in governance of security in order to support the conventional actors. The authors refer specifically to citizens and private companies. A last set of articles presents the results of perception studies on trust, punitiveness and the electronic monitoring at home. The participation of students or convicts to scientific research enables a critical reflection on governance of security.

Volume 7 focuses on topical issues in European criminal justice and policy.
(read more)

Quick View

Social conflicts, citizens and policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 6)

 46,00

After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers

Volume 6, providing new empirical data, theories and analyses on Social Conflicts, Citizens and Policing.
Some articles in Volume 6 focus on the current manifestation of specific socially and/or legally criminalised social conflicts as being radicalisation and informal economy. Some other articles discuss new actors that are involved in governance of security in order to support the conventional actors. The authors refer specifically to citizens and private companies. A last set of articles presents the results of perception studies on trust, punitiveness and the electronic monitoring at home. The participation of students or convicts to scientific research enables a critical reflection on governance of security.

Volume 7 focuses on topical issues in European criminal justice and policy.
(read more)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Aansprakelijkheid, ziekte en WIA (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 4) (Nederlands Recht)

 40,10

In dit vierde deel van de reeks worden aspecten besproken, waarmee het bevoegd gezag en een ambtenaar tijdens ziekte van laatstgenoemde te maken krijgen. Het gaat dan om ziekte, of beter eigenlijk nog: arbeidsongeschiktheid in relatie tot de rechtspositie van de ambtenaar.

  • Wat gebeurt er precies wanneer een ambtenaar aangeeft ziek te zijn en niet naar zijn werk te kunnen komen?

  • Welke rol heeft de leidinggevende en wat doet een bedrijfsarts?

  • Hoe zit het nu precies met arbeidsconflicten?


  • Naast deze meer praktische onderwerpen wordt uitgebreid stilgestaan bij de Wet WIA en onderwerpen die daarmee samenhangen zoals het eigenrisicodragerschap (ERD), rechtsbescherming bij besluitvorming van het UWV, de relatie met de rechtspositionele reglementen en reintegratieverplichtingen.

    Quick View

    Aansprakelijkheid, ziekte en WIA (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 4) (Nederlands Recht)

     40,10

    In dit vierde deel van de reeks worden aspecten besproken, waarmee het bevoegd gezag en een ambtenaar tijdens ziekte van laatstgenoemde te maken krijgen. Het gaat dan om ziekte, of beter eigenlijk nog: arbeidsongeschiktheid in relatie tot de rechtspositie van de ambtenaar.

  • Wat gebeurt er precies wanneer een ambtenaar aangeeft ziek te zijn en niet naar zijn werk te kunnen komen?

  • Welke rol heeft de leidinggevende en wat doet een bedrijfsarts?

  • Hoe zit het nu precies met arbeidsconflicten?


  • Naast deze meer praktische onderwerpen wordt uitgebreid stilgestaan bij de Wet WIA en onderwerpen die daarmee samenhangen zoals het eigenrisicodragerschap (ERD), rechtsbescherming bij besluitvorming van het UWV, de relatie met de rechtspositionele reglementen en reintegratieverplichtingen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Nederlands – Arabisch juridisch glossarium

     24,00
    Dit glossarium is het resultaat van jarenlange vertaalarbeid van juridische en administratieve teksten van het Nederlands naar het Arabisch, en omgekeerd. Het bevat een tweeduizendtal juridische termen afkomstig uit de Nederlandstalige Belgische rechtspraak. Daarnaast komen er een driehonderdtal termen en woorden aan bod die in de vakliteratuur bij Vlaamse sociaal tolken voorkomen. Daarom is dit glossarium een onmisbaar hulpmiddel voor juridisch en sociaal vertalers en tolken, die vertalen van het Nederlands naar het Arabisch en omgekeerd.

    Dr. Abied Alsulaiman doceert sinds 1994 Arabisch, juridisch vertalen, literair vertalen en algemeen tolken Arabisch aan de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven. Hij staat sinds 2000 in voor het examineren van kandidaten juridisch vertalers en juridisch tolken in de opleiding gerechtsvertalen en -tolken, die door de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven en de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen wordt georganiseerd. Tevens is hij een jurylid bij het examineren van Vlaamse sociaal tolken.

    Quick View

    Nederlands – Arabisch juridisch glossarium

     24,00
    Dit glossarium is het resultaat van jarenlange vertaalarbeid van juridische en administratieve teksten van het Nederlands naar het Arabisch, en omgekeerd. Het bevat een tweeduizendtal juridische termen afkomstig uit de Nederlandstalige Belgische rechtspraak. Daarnaast komen er een driehonderdtal termen en woorden aan bod die in de vakliteratuur bij Vlaamse sociaal tolken voorkomen. Daarom is dit glossarium een onmisbaar hulpmiddel voor juridisch en sociaal vertalers en tolken, die vertalen van het Nederlands naar het Arabisch en omgekeerd.

    Dr. Abied Alsulaiman doceert sinds 1994 Arabisch, juridisch vertalen, literair vertalen en algemeen tolken Arabisch aan de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven. Hij staat sinds 2000 in voor het examineren van kandidaten juridisch vertalers en juridisch tolken in de opleiding gerechtsvertalen en -tolken, die door de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven en de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen wordt georganiseerd. Tevens is hij een jurylid bij het examineren van Vlaamse sociaal tolken.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Need for and feasibility of an EU offence policy

     22,00

    Starting from the observation that criminal law is different in each of the member states as a result of which

    (1) what constitutes an offence in one member state does not necessarily constitute an offence in another member state,
    (2) even where offences are equally criminalised in all member states, the sanction levels may still vary and
    (3) more generally, the position of the offences in the entirety of the justice system may vary,

    the question arises to what extent those so-called offence diversities are an obstacle for EU policy making and to what extent it is feasible to overcome those obstacles.


    The author underpins the need for the development of an EU offence policy, using the common criminalisation acquis as a centre piece. She argues that the common criminalisation acquis can help

    (1) to ensure comparability of crime statistics,
    (2) to avoid redundant double criminality testing,
    (3) to overcome evidence gathering difficulties,
    (4) to clarify the mandates of the EU level actors,
    (5) to identify the equivalent national sentence and
    (6) to scope the taking account of prior convictions.

    The only condition: the development of a comprehensive, consistent and well-balanced EU offence policy.


    This book contains the conclusions of her publication based doctoral thesis defended at Ghent University on 22 June 2012. It is essential reading for policy makers both at national and European level in any policy field that is linked to offences.

    Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.

    Quick View

    Need for and feasibility of an EU offence policy

     22,00

    Starting from the observation that criminal law is different in each of the member states as a result of which

    (1) what constitutes an offence in one member state does not necessarily constitute an offence in another member state,
    (2) even where offences are equally criminalised in all member states, the sanction levels may still vary and
    (3) more generally, the position of the offences in the entirety of the justice system may vary,

    the question arises to what extent those so-called offence diversities are an obstacle for EU policy making and to what extent it is feasible to overcome those obstacles.


    The author underpins the need for the development of an EU offence policy, using the common criminalisation acquis as a centre piece. She argues that the common criminalisation acquis can help

    (1) to ensure comparability of crime statistics,
    (2) to avoid redundant double criminality testing,
    (3) to overcome evidence gathering difficulties,
    (4) to clarify the mandates of the EU level actors,
    (5) to identify the equivalent national sentence and
    (6) to scope the taking account of prior convictions.

    The only condition: the development of a comprehensive, consistent and well-balanced EU offence policy.


    This book contains the conclusions of her publication based doctoral thesis defended at Ghent University on 22 June 2012. It is essential reading for policy makers both at national and European level in any policy field that is linked to offences.

    Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Burenoverlast. Remedies tegen de overlastgevende huurder (Nederlands Recht – 2de herziene uitgave)

     36,00
    Burenoverlast, vaak in de vorm van geluidsoverlast, is een ernstigprobleem dat veelvuldig voorkomt in ons dichtbevolkte land,vooral in de grote steden. Een niet onaanzienlijk gedeelte van dehuurrechtrechtspraak gaat dan ook over burenoverlast. Veel van diejurisprudentie wordt niet gepubliceerd omdat het juridisch minderinteressant is. Vaak gaat het om een kort gedingprocedure totontruiming omdat de boosdoener het te bont heeft gemaakt.

    In de juridische literatuur over het huurrecht is meestal een gedeelte aanburenoverlast gewijd. Maar de problematiek wordt dan niet van allekanten belicht. In deze literatuur wordt doorgaans ook geen aandachtbesteed aan de praktische aanpak: welk bewijs telt? Hoe verkrijg je datbewijs? Wanneer een kort geding en wanneer een bodemprocedure?Hoe om te gaan met bange buren die niet durven te getuigen? Welkevormen van hulp zijn er voordat er geprocedeerd wordt? Wat is de gangzaken bij de ontruiming? Welke kosten zijn gemoeid met procederen?

    Dit boek behandelt niet alleen alle juridische aspecten van dit fenomeen,maar ook de praktische en vult daarmee een belangrijke lacune op.

    Alle betrokken partijen bij burenoverlast hebben hiermee eenuitstekende gids. Het boek richt zich in de eerste plaats tot professionalsdie zich bezighouden met de huur en verhuur van woonruimte:advocaten, rechters, woningcorporatiemedewerkers, makelaars,medewerkers van vastgoedbedrijven en huurdersorganisaties,beheerders, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers endeurwaarders.
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    Burenoverlast. Remedies tegen de overlastgevende huurder (Nederlands Recht – 2de herziene uitgave)

     36,00
    Burenoverlast, vaak in de vorm van geluidsoverlast, is een ernstigprobleem dat veelvuldig voorkomt in ons dichtbevolkte land,vooral in de grote steden. Een niet onaanzienlijk gedeelte van dehuurrechtrechtspraak gaat dan ook over burenoverlast. Veel van diejurisprudentie wordt niet gepubliceerd omdat het juridisch minderinteressant is. Vaak gaat het om een kort gedingprocedure totontruiming omdat de boosdoener het te bont heeft gemaakt.

    In de juridische literatuur over het huurrecht is meestal een gedeelte aanburenoverlast gewijd. Maar de problematiek wordt dan niet van allekanten belicht. In deze literatuur wordt doorgaans ook geen aandachtbesteed aan de praktische aanpak: welk bewijs telt? Hoe verkrijg je datbewijs? Wanneer een kort geding en wanneer een bodemprocedure?Hoe om te gaan met bange buren die niet durven te getuigen? Welkevormen van hulp zijn er voordat er geprocedeerd wordt? Wat is de gangzaken bij de ontruiming? Welke kosten zijn gemoeid met procederen?

    Dit boek behandelt niet alleen alle juridische aspecten van dit fenomeen,maar ook de praktische en vult daarmee een belangrijke lacune op.

    Alle betrokken partijen bij burenoverlast hebben hiermee eenuitstekende gids. Het boek richt zich in de eerste plaats tot professionalsdie zich bezighouden met de huur en verhuur van woonruimte:advocaten, rechters, woningcorporatiemedewerkers, makelaars,medewerkers van vastgoedbedrijven en huurdersorganisaties,beheerders, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers endeurwaarders.
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Police Investigative Interviewing. A new Training Approach (Reeks Politiestudies, nr. 3)

     27,00
    Police forces worldwide employ a large number of police detectives who are responsible for criminal investigations. Their work depends on the investigative interviewing of suspects, victims and witnesses, including children and other vulnerable people. For years the principle of ‘learning by doing’ was used and, instead of specialised training programmes, interviewers were merely trained by observing older and more experienced colleagues.

    Today however we believe that special attention to training and education is obligatory as investigative interviewing is a specialism rather than a general police skill that anyone can easily apply. Police interviewing is a very important and specialised technique that requires efficient training including a great deal of supervised practice in both educational and real-life settings.

    Based on an empirical study this book explains how two newly developed training methods, individual coaching and one-day group training, can be used to optimise daily police interview practices by coaching interviewers at work. Coaching police interviewers gives them the opportunity to acquire insight into their personal interview strengths and weaknesses. Consequently developing personal awareness will help to optimise the interview practices of individual police officers by instilling a process of self-reflection and giving the interviewers insight into how to use certain techniques.

    Working with interview coaches also has the advantage that police interviewers can not only reflect on their personal practice, but they also can seek advice and guidance when preparing for and conducting complex interviews. On this level coaching is more focused on the content of the case than on interpersonal capacities – which will increase job satisfaction and can prevent tunnel vision when working on a criminal case.

    Our main findings are that 52% of individually coached interviewers further developed their personal interview competences significantly, and 17% of the interviewers who received only a one-day group coaching session with their peers, showed progress after seven months on four of the five main interview competences measured by the Police Interview Competency Inventory.Based on the principles of coaching, a new way of policing will be explained when describing the two newly developed training methods, a way that will change the practical organisation of criminal investigations for good and will enhance the quality of investigative interviews.

    This book is unique as no previous studies have ever empirically tested the learning effect of applying competency management and coaching as we know it from the world of trade and industry to a police interview training context.

    Quick View

    Police Investigative Interviewing. A new Training Approach (Reeks Politiestudies, nr. 3)

     27,00
    Police forces worldwide employ a large number of police detectives who are responsible for criminal investigations. Their work depends on the investigative interviewing of suspects, victims and witnesses, including children and other vulnerable people. For years the principle of ‘learning by doing’ was used and, instead of specialised training programmes, interviewers were merely trained by observing older and more experienced colleagues.

    Today however we believe that special attention to training and education is obligatory as investigative interviewing is a specialism rather than a general police skill that anyone can easily apply. Police interviewing is a very important and specialised technique that requires efficient training including a great deal of supervised practice in both educational and real-life settings.

    Based on an empirical study this book explains how two newly developed training methods, individual coaching and one-day group training, can be used to optimise daily police interview practices by coaching interviewers at work. Coaching police interviewers gives them the opportunity to acquire insight into their personal interview strengths and weaknesses. Consequently developing personal awareness will help to optimise the interview practices of individual police officers by instilling a process of self-reflection and giving the interviewers insight into how to use certain techniques.

    Working with interview coaches also has the advantage that police interviewers can not only reflect on their personal practice, but they also can seek advice and guidance when preparing for and conducting complex interviews. On this level coaching is more focused on the content of the case than on interpersonal capacities – which will increase job satisfaction and can prevent tunnel vision when working on a criminal case.

    Our main findings are that 52% of individually coached interviewers further developed their personal interview competences significantly, and 17% of the interviewers who received only a one-day group coaching session with their peers, showed progress after seven months on four of the five main interview competences measured by the Police Interview Competency Inventory.Based on the principles of coaching, a new way of policing will be explained when describing the two newly developed training methods, a way that will change the practical organisation of criminal investigations for good and will enhance the quality of investigative interviews.

    This book is unique as no previous studies have ever empirically tested the learning effect of applying competency management and coaching as we know it from the world of trade and industry to a police interview training context.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)

     25,00
    Het hedendaagse landschap aan toezichtmechanismen is uitermate complex en volop in beweging. Meer gevestigde toezichtorganen, zoals het Europese antifoltercomité (CPT), kregen recent het gezelschap van nieuwere spelers op het terrein, zoals het VN-antifoltercomité (SPT) en de zogenaamde nationale preventiemechanismen (NPM). Binnen de Belgische landsgrenzen is een waaier aan gespecialiseerde toezichtorganen actief die zich met wisselend succes toespitsen op gevangenissen, politiecellen, vreemdelingencentra, e.d.m.

    Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
    Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
    Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?

    Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.

    Quick View

    Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)

     25,00
    Het hedendaagse landschap aan toezichtmechanismen is uitermate complex en volop in beweging. Meer gevestigde toezichtorganen, zoals het Europese antifoltercomité (CPT), kregen recent het gezelschap van nieuwere spelers op het terrein, zoals het VN-antifoltercomité (SPT) en de zogenaamde nationale preventiemechanismen (NPM). Binnen de Belgische landsgrenzen is een waaier aan gespecialiseerde toezichtorganen actief die zich met wisselend succes toespitsen op gevangenissen, politiecellen, vreemdelingencentra, e.d.m.

    Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
    Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
    Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?

    Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Europol, Quo Vadis? Critical Analysis and Evaluation of the Development of the European Police Office

     20,00
    Based in The Hague, the European Police Office (Europol) is the law enforcement agency of the European Union (EU) that handles criminal intelligence. It supports the law enforcement agencies of EU Member States in their fight against international serious crime and terrorism. This publication is the result of a doctoral thesis, which offers a critical analysis and evaluation of the past, present and future development of Europol.

    The establishment of Europol was in essence a political decision and to a large extent the agency has remained a political construct. Every political decision represents choices embodying the development of Europol. Choices also have to be made in the legal translation of policy decisions. In her doctoral thesis Alexandra De Moor traces these choices, as they are materialised in legal and policy documents, and makes them subject of analysis and evaluation. The research model she develops for this purpose consists of eras (the pre-Convention, Convention and post-Convention era), clusters (legal basis, objective, competence, tasks, governance and control) and criteria (necessity, consistency, balance and transparency). The three-dimensional model is perfectly suited for a doctoral thesis based on a compilation of peer-reviewed publications (seven in total). This booklet presents the main conclusions, as well as the policy epilogue.

    Europol, Quo Vadis? reads like a ‘Bildungsroman’, a coming of age story with lots of ups and downs, and a story with an open ending, as the identity of Europol is still under debate today. The preparations of the new Europol Regulation (after 2013) have started under Danish Presidency (first half of 2012). De Moor wants to fuel the debate on the future of Europol by signaling key concerns and providing useful recommendations. She doubts whether a European Police Office with operational-executive powers (modeled after the FBI) should by definition be the terminus of the development of Europol.

    Alexandra De Moor has been affiliated (2006-2012) with the Department of Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). Although she is a legal scholar, this publication has a hybrid character, in view of the criminological, political and policy relevance of the subject.

    Placeholder Image
    Quick View

    Europol, Quo Vadis? Critical Analysis and Evaluation of the Development of the European Police Office

     20,00
    Based in The Hague, the European Police Office (Europol) is the law enforcement agency of the European Union (EU) that handles criminal intelligence. It supports the law enforcement agencies of EU Member States in their fight against international serious crime and terrorism. This publication is the result of a doctoral thesis, which offers a critical analysis and evaluation of the past, present and future development of Europol.

    The establishment of Europol was in essence a political decision and to a large extent the agency has remained a political construct. Every political decision represents choices embodying the development of Europol. Choices also have to be made in the legal translation of policy decisions. In her doctoral thesis Alexandra De Moor traces these choices, as they are materialised in legal and policy documents, and makes them subject of analysis and evaluation. The research model she develops for this purpose consists of eras (the pre-Convention, Convention and post-Convention era), clusters (legal basis, objective, competence, tasks, governance and control) and criteria (necessity, consistency, balance and transparency). The three-dimensional model is perfectly suited for a doctoral thesis based on a compilation of peer-reviewed publications (seven in total). This booklet presents the main conclusions, as well as the policy epilogue.

    Europol, Quo Vadis? reads like a ‘Bildungsroman’, a coming of age story with lots of ups and downs, and a story with an open ending, as the identity of Europol is still under debate today. The preparations of the new Europol Regulation (after 2013) have started under Danish Presidency (first half of 2012). De Moor wants to fuel the debate on the future of Europol by signaling key concerns and providing useful recommendations. She doubts whether a European Police Office with operational-executive powers (modeled after the FBI) should by definition be the terminus of the development of Europol.

    Alexandra De Moor has been affiliated (2006-2012) with the Department of Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). Although she is a legal scholar, this publication has a hybrid character, in view of the criminological, political and policy relevance of the subject.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Private Antitrust Litigation in the European Union and Japan. A Comparative Perspective.

     95,00

    Companies in Europe and Japan are increasingly the target of private antitrust litigation. These lawsuits are being facilitated by favorable case law, legislative changes and a growing awareness of antitrust remedies in all layers of society.

    This book analyzes and compares this burgeoning area of litigation in the European Union and Japan. It analyzes the legal framework for these lawsuits and takes stock of the hundreds of cases that have been brought in Japan and the EU in recent years. It also examines the novel contexts in which private litigants are invoking antitrust violations, such as in derivative suits and in actions to challenge arbitral awards. Finally, it assesses the impact of private litigation on the enforcement of antitrust law and shows how Japan’s experience can be useful for Europe and vice versa in shaping future reforms.

    Simon Vande Walle is a research fellow of the Japan Society for the Promotion of Science at the University of Tokyo. He holds law degrees from Kyushu University (LL.D.), Georgetown University Law Center (LL.M.) and the University of Leuven (Master of Laws). Previously, he worked as a lawyer at Linklaters in Brussels, where he specialized in litigation and was closely involved in several major private antitrust cases.

    Christopher Heath in Journal of Japanese Law:
    „Bemerkenswert an der vorliegenden Arbeit sind die profunde Auseinandersetzung mit japanischen Quellen, der klare Aufbau, die gute Lesbarkeit und analytische Prägnanz. Wer ein Vorbild für die Abfassung einer Dissertation zum japanischen Recht sucht, sollte das Buch von Vande Walle zur Hand nehmen“.

    Quick View

    Private Antitrust Litigation in the European Union and Japan. A Comparative Perspective.

     95,00

    Companies in Europe and Japan are increasingly the target of private antitrust litigation. These lawsuits are being facilitated by favorable case law, legislative changes and a growing awareness of antitrust remedies in all layers of society.

    This book analyzes and compares this burgeoning area of litigation in the European Union and Japan. It analyzes the legal framework for these lawsuits and takes stock of the hundreds of cases that have been brought in Japan and the EU in recent years. It also examines the novel contexts in which private litigants are invoking antitrust violations, such as in derivative suits and in actions to challenge arbitral awards. Finally, it assesses the impact of private litigation on the enforcement of antitrust law and shows how Japan’s experience can be useful for Europe and vice versa in shaping future reforms.

    Simon Vande Walle is a research fellow of the Japan Society for the Promotion of Science at the University of Tokyo. He holds law degrees from Kyushu University (LL.D.), Georgetown University Law Center (LL.M.) and the University of Leuven (Master of Laws). Previously, he worked as a lawyer at Linklaters in Brussels, where he specialized in litigation and was closely involved in several major private antitrust cases.

    Christopher Heath in Journal of Japanese Law:
    „Bemerkenswert an der vorliegenden Arbeit sind die profunde Auseinandersetzung mit japanischen Quellen, der klare Aufbau, die gute Lesbarkeit und analytische Prägnanz. Wer ein Vorbild für die Abfassung einer Dissertation zum japanischen Recht sucht, sollte das Buch von Vande Walle zur Hand nehmen“.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.

     46,30

    One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.

  • Who should decide which medicine or new treatment will be covered by social security and on which criteria such decisions must be based?

  • Can age, for example, be justified as a selection criterion?

  • Should decision-making be left to health care policymakers, hospital administrators, or rather, to treating physicians (‘bedside rationing’)?

  • Is there a role for individual patients?


  • These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.

    ‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.

    André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.

    Quick View

    Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.

     46,30

    One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.

  • Who should decide which medicine or new treatment will be covered by social security and on which criteria such decisions must be based?

  • Can age, for example, be justified as a selection criterion?

  • Should decision-making be left to health care policymakers, hospital administrators, or rather, to treating physicians (‘bedside rationing’)?

  • Is there a role for individual patients?


  • These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.

    ‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.

    André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)

     49,95
    Diefstal in een woning is een vaak voorkomend criminaliteitsfenomeen dat een grote impact heeft op de slachtoffers. Woninginbraak – het meest voor de hand liggende voorbeeld van een diefstal in een woning – wordt door burgers dan ook als belangrijk probleem ervaren, aldus de Veiligheidsmonitor. De impact van en de bezorgdheid over dit fenomeen gaat samen met een groot – en opnieuw stijgend – aantal feiten.   Omdat het een hardnekkig en veelzijdig maatschappelijk probleem is, dringt een globaal beeld van diefstal in woningen zich op.

    In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.

    Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.

    Quick View

    Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)

     49,95
    Diefstal in een woning is een vaak voorkomend criminaliteitsfenomeen dat een grote impact heeft op de slachtoffers. Woninginbraak – het meest voor de hand liggende voorbeeld van een diefstal in een woning – wordt door burgers dan ook als belangrijk probleem ervaren, aldus de Veiligheidsmonitor. De impact van en de bezorgdheid over dit fenomeen gaat samen met een groot – en opnieuw stijgend – aantal feiten.   Omdat het een hardnekkig en veelzijdig maatschappelijk probleem is, dringt een globaal beeld van diefstal in woningen zich op.

    In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.

    Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)

     30,90
    Pensioen is in Nederland de belangrijkste (en meest kostbare) secundaire arbeidsvoorwaarde. Het pensioenrecht is het rechtsgebied dat de pensioenregelingen tussen werkgevers en werknemers regelt, in aanvulling op de AOW. Het pensioenrecht is verweven met het arbeidsrecht, maar raakt ook veel andere rechtsgebieden zoals het verzekeringsrecht, ondernemingsrecht, algemeen civiel recht en het bestuursrecht.

    Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.

    Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.

    Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.

    Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

    Quick View

    Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)

     30,90
    Pensioen is in Nederland de belangrijkste (en meest kostbare) secundaire arbeidsvoorwaarde. Het pensioenrecht is het rechtsgebied dat de pensioenregelingen tussen werkgevers en werknemers regelt, in aanvulling op de AOW. Het pensioenrecht is verweven met het arbeidsrecht, maar raakt ook veel andere rechtsgebieden zoals het verzekeringsrecht, ondernemingsrecht, algemeen civiel recht en het bestuursrecht.

    Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.

    Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.

    Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.

    Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)

     68,00
    In the past decades the EU has made little progress with respect to disqualifications as a sanction mechanism. The complex nature of this specific sanction mechanism has caused policy initiatives to be postponed time after time.

    In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.

    Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.

    To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.

    This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

    Geen voorraad
    Quick View

    The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)

     68,00
    In the past decades the EU has made little progress with respect to disqualifications as a sanction mechanism. The complex nature of this specific sanction mechanism has caused policy initiatives to be postponed time after time.

    In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.

    Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.

    To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.

    This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)

     45,00
    Discussions on the possibility to attribute liability to legal persons for committing offences are far from new. The EU landscape however is scattered. Although there are obligations for the member states to introduce liability for legal persons committing offences, diversity remains as to the offences that may trigger liability, the legal persons that may be held liable, the attribution theories and mechanisms used, the type of liability, which may be either penal, administrative or civil, and the sanctions that legal persons may incur. Consistent policy making requires an identification of the main commonalities and differences in view of being able to adequately reflect them in cross-national policy initiatives. Hence, the European Commission launched a call for tender for a study on the issue, which was awarded to IRCP. The results thereof are published in this book.

    Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).

    In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.

    This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

    Quick View

    Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)

     45,00
    Discussions on the possibility to attribute liability to legal persons for committing offences are far from new. The EU landscape however is scattered. Although there are obligations for the member states to introduce liability for legal persons committing offences, diversity remains as to the offences that may trigger liability, the legal persons that may be held liable, the attribution theories and mechanisms used, the type of liability, which may be either penal, administrative or civil, and the sanctions that legal persons may incur. Consistent policy making requires an identification of the main commonalities and differences in view of being able to adequately reflect them in cross-national policy initiatives. Hence, the European Commission launched a call for tender for a study on the issue, which was awarded to IRCP. The results thereof are published in this book.

    Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).

    In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.

    This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012

     45,00

    Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.


    Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:

    "Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

    "Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.

    Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

    Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

    Voorwoord

    Inhoudsopgave
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012

     45,00

    Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.


    Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:

    "Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

    "Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.

    Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

    Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

    Voorwoord

    Inhoudsopgave
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)

     39,00
    Environmental criminology brings together a range of theories and areas for study. One of these domains is the study of offender mobility: how offenders move to (and sometimes from) crime sites, how they select their targets, where they start, the distance they cover and the direction they move in. Inspired by routine activity theory, rational choice perspectives and pattern theory, but also by principles of human ecology and foraging behaviour, offender mobility studies have come to a number of recurrent findings. However, most of these studies use similar data samples and settings, as they deal with local offenders operating in urban neighbourhoods.

    This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.

    The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.

    Quick View

    Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)

     39,00
    Environmental criminology brings together a range of theories and areas for study. One of these domains is the study of offender mobility: how offenders move to (and sometimes from) crime sites, how they select their targets, where they start, the distance they cover and the direction they move in. Inspired by routine activity theory, rational choice perspectives and pattern theory, but also by principles of human ecology and foraging behaviour, offender mobility studies have come to a number of recurrent findings. However, most of these studies use similar data samples and settings, as they deal with local offenders operating in urban neighbourhoods.

    This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.

    The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgaveHandboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave

     48,40

    Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.

    De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.

    Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.

    In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.

    Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.

    De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.

    Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.

    Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

    Geen voorraad
    Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgaveHandboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
    Quick View

    Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave

     48,40

    Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.

    De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.

    Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.

    In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.

    Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.

    De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.

    Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.

    Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen