
De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)
De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.
Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.
De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.
In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.
Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van
onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse
wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de
Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd
uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in
samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide
verbonden van de Universiteit Gent.

De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)
De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.
Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.
De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.
In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.
Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van
onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse
wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de
Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd
uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in
samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide
verbonden van de Universiteit Gent.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)
In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?
Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)
In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?
Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)
De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieketoegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij totde economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in hethavengebied.
Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaandonderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpsehaven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rolen de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren,identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen)werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Eenintegrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staatdaarbij centraal.

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)
De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieketoegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij totde economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in hethavengebied.
Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaandonderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpsehaven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rolen de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren,identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen)werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Eenintegrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staatdaarbij centraal.
Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.

De auto als bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 18)
Dit handboek onderzoekt de fiscaliteit van de wagen als investering zowel op het vlak van de btw als inzake de inkomstenbelastingen. De structuur is hierbij drieledig:
- de aanschaf van het bedrijfsmiddel,
- het gebruik van een vervoermiddel,
- de afstoting van het vervoermiddel.
Het handboek begint met een voor elke belastingplichtige cruciale vraag:
hoeveel
mag men van de autokosten in aftrek brengen?
Ook een aantal bijzondere
regelingen zoals de winstmargeregeling of de regeling inzake directiewagens en
demonstratiewagens worden praktijkgericht besproken. Niet enkel de nationale
handelingen worden geanalyseerd. Ook het intracommunautair kopen en verkopen
van nieuwe en tweedehandse vervoermiddelen komt uitgebreid aan bod, met de
vereiste formaliteiten en bewijzen die daarbij komen kijken.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en
gespecialiseerd in de btw-wetgeving. Hij doceert de grondige studie btw aan
de geassocieerde faculteit handelswetenschappen en bestuurskunde van de
Hogeschool Gent en Universiteit Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur en docent bij de FOD Financiën en gespecialiseerd in de vennootschapsbelasting. Hij is gewaardeerd auteur en docent in de materie.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De auto als bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 18)
Dit handboek onderzoekt de fiscaliteit van de wagen als investering zowel op het vlak van de btw als inzake de inkomstenbelastingen. De structuur is hierbij drieledig:
- de aanschaf van het bedrijfsmiddel,
- het gebruik van een vervoermiddel,
- de afstoting van het vervoermiddel.
Het handboek begint met een voor elke belastingplichtige cruciale vraag:
hoeveel
mag men van de autokosten in aftrek brengen?
Ook een aantal bijzondere
regelingen zoals de winstmargeregeling of de regeling inzake directiewagens en
demonstratiewagens worden praktijkgericht besproken. Niet enkel de nationale
handelingen worden geanalyseerd. Ook het intracommunautair kopen en verkopen
van nieuwe en tweedehandse vervoermiddelen komt uitgebreid aan bod, met de
vereiste formaliteiten en bewijzen die daarbij komen kijken.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en
gespecialiseerd in de btw-wetgeving. Hij doceert de grondige studie btw aan
de geassocieerde faculteit handelswetenschappen en bestuurskunde van de
Hogeschool Gent en Universiteit Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur en docent bij de FOD Financiën en gespecialiseerd in de vennootschapsbelasting. Hij is gewaardeerd auteur en docent in de materie.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society.From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’),to university and post-graduate master programs. The length andintensity varies tremendously: from two days courses, to two yearsprograms. In this respect, mediation is comparable to sports or finearts: you can practice this intuitively, and with basic training at grassroots level, and you can develop this into professional level , andbecome a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as arespected part in the judicial process and the mediator as a respectedfull partner in the process of conflict management and disputeresolution. The mediator should be recognized as an expert, withspecific knowledge and skills to assist as a third party.
To achievethis, high quality education in mediation is essential. Otherwise,mediation will always be seen, particularly by other professions andprofessionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society.From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’),to university and post-graduate master programs. The length andintensity varies tremendously: from two days courses, to two yearsprograms. In this respect, mediation is comparable to sports or finearts: you can practice this intuitively, and with basic training at grassroots level, and you can develop this into professional level , andbecome a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as arespected part in the judicial process and the mediator as a respectedfull partner in the process of conflict management and disputeresolution. The mediator should be recognized as an expert, withspecific knowledge and skills to assist as a third party.
To achievethis, high quality education in mediation is essential. Otherwise,mediation will always be seen, particularly by other professions andprofessionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
Defence Rights: International and European Developments
The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.
Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.
The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.
Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?
At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.
This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Defence Rights: International and European Developments
The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.
Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.
The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.
Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?
At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.
This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.


De ervaren mediator: kwaliteit, identiteit en ethos
Lang is er binnen de mediationwereld vanuit gegaan dat de ervaring of kwalificatie van een mediator gelijk staat aan een goede opleiding en training (meestal in een Amerikaanse mediationbenadering), het doen van een minimaal aantal mediations per jaar, en het verkrijgen van een aantal punten door deelname aan congressen en cursussen. Hoewel deze operationaliseringen wellicht een gedeelte van de vereisten dekken, raken ze niet of nauwelijks aan andere wezenlijke aspecten van de mediationpraktijk.
Dit boek behandelt de vraag wat een mediator nu eigenlijk tot een goede mediator maakt.
Welke kwaliteiten moet hij hebben; gaat het naast ‘boekjes-kennis’ ook om praktische houdingen, inhoudelijke ervaringen, en professionele kenmerken die niet gevat worden door bovengenoemde operationaliseringen?
Wat is eigenlijk de ‘identiteit’ van een goede mediator? Welke eigenschappen bezit hij als professional en als persoon? Kunnen we die aanwijzen, kunnen we die leren, en hoe dan?
Hoe stelt hij zich op ten aanzien van ethische vraagstukken en dilemma’s? Wat is de ‘ethos’ van het beroep en de beroepsbeoefenaar? Kunnen we daar, behalve onder verwijzing naar ‘codes of conduct’ nog meer over zeggen? Welke ethische dilemma’s spelen een rol en hoe gaat de mediator daar mee om?
De ervaren mediator: kwaliteit, identiteit en ethos
Lang is er binnen de mediationwereld vanuit gegaan dat de ervaring of kwalificatie van een mediator gelijk staat aan een goede opleiding en training (meestal in een Amerikaanse mediationbenadering), het doen van een minimaal aantal mediations per jaar, en het verkrijgen van een aantal punten door deelname aan congressen en cursussen. Hoewel deze operationaliseringen wellicht een gedeelte van de vereisten dekken, raken ze niet of nauwelijks aan andere wezenlijke aspecten van de mediationpraktijk.
Dit boek behandelt de vraag wat een mediator nu eigenlijk tot een goede mediator maakt.
Welke kwaliteiten moet hij hebben; gaat het naast ‘boekjes-kennis’ ook om praktische houdingen, inhoudelijke ervaringen, en professionele kenmerken die niet gevat worden door bovengenoemde operationaliseringen?
Wat is eigenlijk de ‘identiteit’ van een goede mediator? Welke eigenschappen bezit hij als professional en als persoon? Kunnen we die aanwijzen, kunnen we die leren, en hoe dan?
Hoe stelt hij zich op ten aanzien van ethische vraagstukken en dilemma’s? Wat is de ‘ethos’ van het beroep en de beroepsbeoefenaar? Kunnen we daar, behalve onder verwijzing naar ‘codes of conduct’ nog meer over zeggen? Welke ethische dilemma’s spelen een rol en hoe gaat de mediator daar mee om?
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.
Erfrecht voor de praktijk – 2de herziene uitgave (=CB/POD)
Erfrecht is traditioneel een onderwerp dat zich hoofdzakelijk op het notariaat richt. Dat weerspiegelt zich ook in de bestaande literatuur terzake. Ook advocaten hebben echter behoefte aan een toegankelijke uitleg van het materiële erfrecht (versterferfrecht, testamentair erfrecht en legitieme portie).
Daarnaast blijken handvatten over de manier waarop informatie kan worden achterhaald over de mate van gerechtigdheid van de betrokkenen in de nalatenschap en de omvang van de boedel en de uit te brengen keuze, eveneens gewenst. De (on)mogelijkheden van aantasting van de uiterste wilsbeschikking en de manieren waarop de afwikkeling kan plaats vinden, c.q. de invloed daarop van executeurs, de vereffening en testamentair bewind zijn ook onderwerpen waarover vragen leven.
‘Erfrecht voor de praktijk’ is een boek over erfrecht en de afwikkeling van een nalatenschap. Het is met name bedoeld voor de advocatuur en andere personen buiten het notariaat die betrokken zijn bij de afwikkeling van nalatenschappen.
Uit de aard van de werkzaamheden van de verschillende betrokkenen vloeit
voort dat onderwerpen die in het notariaat als vanzelfsprekend bekend worden
verondersteld bij andere afwikkelaars niet bekend zijn en omgekeerd. Daarom
zijn de klemtonen in deze uitgave anders gelegd dan in de klassieke handboeken
over dit onderwerp. Zo komt de afwikkeling meer uitgebreid aan de orde en
wordt de daarbij (veelal lagere) jurisprudentie betrokken, steeds bezien vanuit
de advocaat dan wel andere persoon die bij de afwikkeling is betrokken.
Eric Ebben is universitair docent notariaat aan de VU Amsterdam en juridisch
adviseur.
Mathieu Schipper is advocaat en notarieel jurist bij Schipper en Lof
advocaten te Heerhugowaard. Beiden zijn ze gespecialiseerd op het gebied van
het erfrecht. De auteurs weten ieder vanuit zijn eigen invalshoek de link met de
juridische praktijk op een praktische wijze te leggen.
Erfrecht voor de praktijk – 2de herziene uitgave (=CB/POD)
Erfrecht is traditioneel een onderwerp dat zich hoofdzakelijk op het notariaat richt. Dat weerspiegelt zich ook in de bestaande literatuur terzake. Ook advocaten hebben echter behoefte aan een toegankelijke uitleg van het materiële erfrecht (versterferfrecht, testamentair erfrecht en legitieme portie).
Daarnaast blijken handvatten over de manier waarop informatie kan worden achterhaald over de mate van gerechtigdheid van de betrokkenen in de nalatenschap en de omvang van de boedel en de uit te brengen keuze, eveneens gewenst. De (on)mogelijkheden van aantasting van de uiterste wilsbeschikking en de manieren waarop de afwikkeling kan plaats vinden, c.q. de invloed daarop van executeurs, de vereffening en testamentair bewind zijn ook onderwerpen waarover vragen leven.
‘Erfrecht voor de praktijk’ is een boek over erfrecht en de afwikkeling van een nalatenschap. Het is met name bedoeld voor de advocatuur en andere personen buiten het notariaat die betrokken zijn bij de afwikkeling van nalatenschappen.
Uit de aard van de werkzaamheden van de verschillende betrokkenen vloeit
voort dat onderwerpen die in het notariaat als vanzelfsprekend bekend worden
verondersteld bij andere afwikkelaars niet bekend zijn en omgekeerd. Daarom
zijn de klemtonen in deze uitgave anders gelegd dan in de klassieke handboeken
over dit onderwerp. Zo komt de afwikkeling meer uitgebreid aan de orde en
wordt de daarbij (veelal lagere) jurisprudentie betrokken, steeds bezien vanuit
de advocaat dan wel andere persoon die bij de afwikkeling is betrokken.
Eric Ebben is universitair docent notariaat aan de VU Amsterdam en juridisch
adviseur.
Mathieu Schipper is advocaat en notarieel jurist bij Schipper en Lof
advocaten te Heerhugowaard. Beiden zijn ze gespecialiseerd op het gebied van
het erfrecht. De auteurs weten ieder vanuit zijn eigen invalshoek de link met de
juridische praktijk op een praktische wijze te leggen.

Rechtbanken, balies en bedrijfsrevisoraat. Actualiteiten: samenwerking en ondernemingsrecht.
NEDERLANDS
Deze uitgave is het resultaat van een studiedag georganiseerd door het Instituutvan de Bedrijfsrevisoren, de Orde van Vlaamse Balies, de Ordre des Barreaux francophones et germanophone en de Unie der Rechters in Handelszaken vanBelgië.
Volgende thema’s worden behandeld:
Inhoudstafel
Voorwoord
FRANCAIS
Cette édition est le résultat d’une journée d’études organisée par l’Institutdes Réviseurs d’Entreprises, l’Orde van Vlaamse Balies, l’Ordre des Barreauxfrancophones et germanophone et l’Union des Juges consulaires de Belgique.
Les thèmes suivants sont abordés :
Table des matières
Avant-propos

Rechtbanken, balies en bedrijfsrevisoraat. Actualiteiten: samenwerking en ondernemingsrecht.
NEDERLANDS
Deze uitgave is het resultaat van een studiedag georganiseerd door het Instituutvan de Bedrijfsrevisoren, de Orde van Vlaamse Balies, de Ordre des Barreaux francophones et germanophone en de Unie der Rechters in Handelszaken vanBelgië.
Volgende thema’s worden behandeld:
Inhoudstafel
Voorwoord
FRANCAIS
Cette édition est le résultat d’une journée d’études organisée par l’Institutdes Réviseurs d’Entreprises, l’Orde van Vlaamse Balies, l’Ordre des Barreauxfrancophones et germanophone et l’Union des Juges consulaires de Belgique.
Les thèmes suivants sont abordés :
Table des matières
Avant-propos
