Onderwijs op de universiteit. Verkennende studie naar de professionalisering en loopbaanperspectieven van universitair onderwijspersoneel
Dit boek beschrijft de kwaliteitseisen die worden gesteld aan het universitaire onderwijspersoneel en zijn loopbaanmogelijkheden.
De auteur start met een verkenning van de actuele ontwikkelingen in Nederland. Dan volgt een beschrijving van de internationale beleidsbijdragen van onder meer de OECD en de Europese Commissie over de kwaliteitsverbetering van het universitair onderwijs. Daarna komt de inbreng van de wetenschap aan bod, waarvan de studies van de Carnegie Foundation for the Advancement of Teaching in de Verenigde Staten een belangrijk deel uitmaken. Ook de ontwikkelingen in het universitair onderwijs in het Verenigd Koninkrijk en Australië worden beschreven. Verder komt een tiental HO-experts aan het woord, die hun mening geven over de positie en de kwaliteit van het onderwijs aan de universiteiten.
In het tweede deel van dit boek worden vijf ‘good practices’ – Maastricht, Utrecht, Rotterdam, Londen en Lund – beschreven, met een blik op de samenhang tussen strategisch beleid en kwaliteits- en personeelsbeleid.
In het derde deel ten slotte wordt een innovatieagenda geformuleerd aan het adres van
bestuur, docenten en studenten om aan de kwaliteit van het universitair onderwijs een
krachtige impuls te geven.
Hubert W.A.M. Coonen studeerde Onderwijskunde aan de Universiteit
Utrecht en promoveerde aan de Universiteit Leiden.
Hij is ruim 30 jaar werkzaam in het hoger onderwijs. Hij werkte
als adviseur hoger onderwijs bij de KPC-Groep in ’s Hertogenbosch,
was algemeen directeur van de Educatieve Faculteit van
de Hogeschool Utrecht, hoogleraar en decaan aan de Faculteit
Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente en hoogleraar
aan de Open Universiteit in Heerlen. Hij was ook kroonlid
en vicevoorzitter van de Onderwijsraad en voorzitter van het
Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs. Nu is hij hoogleraar aan de Teachers
Academy (TA) van Maastricht University. De TA is nauw verbonden met TIER, het Top
Institute for Evidence based Education Research.
Onderwijs op de universiteit. Verkennende studie naar de professionalisering en loopbaanperspectieven van universitair onderwijspersoneel
Dit boek beschrijft de kwaliteitseisen die worden gesteld aan het universitaire onderwijspersoneel en zijn loopbaanmogelijkheden.
De auteur start met een verkenning van de actuele ontwikkelingen in Nederland. Dan volgt een beschrijving van de internationale beleidsbijdragen van onder meer de OECD en de Europese Commissie over de kwaliteitsverbetering van het universitair onderwijs. Daarna komt de inbreng van de wetenschap aan bod, waarvan de studies van de Carnegie Foundation for the Advancement of Teaching in de Verenigde Staten een belangrijk deel uitmaken. Ook de ontwikkelingen in het universitair onderwijs in het Verenigd Koninkrijk en Australië worden beschreven. Verder komt een tiental HO-experts aan het woord, die hun mening geven over de positie en de kwaliteit van het onderwijs aan de universiteiten.
In het tweede deel van dit boek worden vijf ‘good practices’ – Maastricht, Utrecht, Rotterdam, Londen en Lund – beschreven, met een blik op de samenhang tussen strategisch beleid en kwaliteits- en personeelsbeleid.
In het derde deel ten slotte wordt een innovatieagenda geformuleerd aan het adres van
bestuur, docenten en studenten om aan de kwaliteit van het universitair onderwijs een
krachtige impuls te geven.
Hubert W.A.M. Coonen studeerde Onderwijskunde aan de Universiteit
Utrecht en promoveerde aan de Universiteit Leiden.
Hij is ruim 30 jaar werkzaam in het hoger onderwijs. Hij werkte
als adviseur hoger onderwijs bij de KPC-Groep in ’s Hertogenbosch,
was algemeen directeur van de Educatieve Faculteit van
de Hogeschool Utrecht, hoogleraar en decaan aan de Faculteit
Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente en hoogleraar
aan de Open Universiteit in Heerlen. Hij was ook kroonlid
en vicevoorzitter van de Onderwijsraad en voorzitter van het
Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs. Nu is hij hoogleraar aan de Teachers
Academy (TA) van Maastricht University. De TA is nauw verbonden met TIER, het Top
Institute for Evidence based Education Research.
Eén, twee … hupsakee … Heen-en-weerboekje
Wanneer je kind naar het kinderdagverblijf gaat, wil je als ouder graag op de hoogte zijn van hoe je kind het doet.
Met dit heen-en- weerboekje willen we zorgen voor een goede communicatie tussen de ouders en het kinderdagverblijf.
Het is immers belangrijk voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind dat ouders en begeleid(st)ers altijd goed geïnformeerd zijn.
Er zijn ook navulblaadjes beschikbaar.
Deze kunnen ingevoegd worden bij ''Deel 2: Mijn Dagboekje'' van het ''Heen-en-weerboekje''.
Eén, twee … hupsakee … Heen-en-weerboekje
Wanneer je kind naar het kinderdagverblijf gaat, wil je als ouder graag op de hoogte zijn van hoe je kind het doet.
Met dit heen-en- weerboekje willen we zorgen voor een goede communicatie tussen de ouders en het kinderdagverblijf.
Het is immers belangrijk voor de opvoeding en de ontwikkeling van het kind dat ouders en begeleid(st)ers altijd goed geïnformeerd zijn.
Er zijn ook navulblaadjes beschikbaar.
Deze kunnen ingevoegd worden bij ''Deel 2: Mijn Dagboekje'' van het ''Heen-en-weerboekje''.
Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 6)
Het is niet ongewoon dat partners na diverse jaren in een relatie op ernstige knooppunten stoten. Deze knooppunten kunnen de relatie haar vitaliteit ontnemen en zelfs in gevaar brengen. Mensen die dit ondervinden, spreken er echter niet gauw over. Bij hulpverleners ontbreekt het soms ook aan een taal om het hierover te hebben.
Dit boek bespreekt meer specifiek de rol van de seksualiteit bij het vastlopen van relaties. Nu eens raakt de seksualiteit mee betrokken in een relationele moeilijkheid, dan weer is het een seksueel probleem dat de relatie in de gevarenzone brengt. De rode draad in het boek is een fictieve casus, die is samengesteld vanuit het verhaal van diverse koppels die na minstens vijf jaar relatie op consultatie komen. Op die casus wordt vanuit diverse perspectieven ingegaan: psychodynamische, seksuologische, contextueel/ethische en levensloopperspectieven. Telkens worden concrete behandelmogelijkheden beschreven. De seksualiteit krijgt daarin een prominente en specifieke plaats: als belangrijk domein of instrument om de relatie te revitaliseren. Het boek richt zich tot mensen die zoekende zijn op het ogenblik dat hun relatie na een aantal jaren dreigt vast te lopen en daarbij ervaren dat seksuele verschillen en processen een cruciale rol spelen in de moeilijkheden. En ook tot de brede groep hulpverleners die lange termijn partners wil begeleiden bij seksuele/relationele knooppunten.
Sonja Kauwenberghs, bachelor gezinswetenschappen, werkte eerder in Vluchthuis De Terp
in Boechout. Nu werkt zij bij ADIC – Antwerps Drug Interventie Centrum, waar residentiële
en op reïntegratie gerichte opvang geboden wordt aan problematische druggebruikers.
Koen Baeten, doctor in de wijsbegeerte en moraalwetenschappen, master in de familiale en
seksuologische wetenschappen, master in de godsdienstwetenschappen en master in de wijsbegeerte.
Hij is klinisch seksuoloog, psychoanalyticus en psychotherapeut/relatietherapeut.
Hij doceert aan het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-
Universiteit Brussel en is onderzoeker bij het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van het
HIG. Hij is ook opgeleid in de psychoanalyse.
Patrick Meurs, doctor in psychologie, master in godsdienstwetenschappen, in culturele antropologie
en baccalaureus in de filosofie en opgeleid in psychodynamische kindertherapie.
Hij studeerde ook seksuologie, doceert klinische psychologie aan de KU Leuven en gezinswetenschappen
aan het HIG. Hij is ook onderzoeker bij het Kenniscentrum Gezinswetenschappen
van het HIG.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 6)
Het is niet ongewoon dat partners na diverse jaren in een relatie op ernstige knooppunten stoten. Deze knooppunten kunnen de relatie haar vitaliteit ontnemen en zelfs in gevaar brengen. Mensen die dit ondervinden, spreken er echter niet gauw over. Bij hulpverleners ontbreekt het soms ook aan een taal om het hierover te hebben.
Dit boek bespreekt meer specifiek de rol van de seksualiteit bij het vastlopen van relaties. Nu eens raakt de seksualiteit mee betrokken in een relationele moeilijkheid, dan weer is het een seksueel probleem dat de relatie in de gevarenzone brengt. De rode draad in het boek is een fictieve casus, die is samengesteld vanuit het verhaal van diverse koppels die na minstens vijf jaar relatie op consultatie komen. Op die casus wordt vanuit diverse perspectieven ingegaan: psychodynamische, seksuologische, contextueel/ethische en levensloopperspectieven. Telkens worden concrete behandelmogelijkheden beschreven. De seksualiteit krijgt daarin een prominente en specifieke plaats: als belangrijk domein of instrument om de relatie te revitaliseren. Het boek richt zich tot mensen die zoekende zijn op het ogenblik dat hun relatie na een aantal jaren dreigt vast te lopen en daarbij ervaren dat seksuele verschillen en processen een cruciale rol spelen in de moeilijkheden. En ook tot de brede groep hulpverleners die lange termijn partners wil begeleiden bij seksuele/relationele knooppunten.
Sonja Kauwenberghs, bachelor gezinswetenschappen, werkte eerder in Vluchthuis De Terp
in Boechout. Nu werkt zij bij ADIC – Antwerps Drug Interventie Centrum, waar residentiële
en op reïntegratie gerichte opvang geboden wordt aan problematische druggebruikers.
Koen Baeten, doctor in de wijsbegeerte en moraalwetenschappen, master in de familiale en
seksuologische wetenschappen, master in de godsdienstwetenschappen en master in de wijsbegeerte.
Hij is klinisch seksuoloog, psychoanalyticus en psychotherapeut/relatietherapeut.
Hij doceert aan het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen van de Hogeschool-
Universiteit Brussel en is onderzoeker bij het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van het
HIG. Hij is ook opgeleid in de psychoanalyse.
Patrick Meurs, doctor in psychologie, master in godsdienstwetenschappen, in culturele antropologie
en baccalaureus in de filosofie en opgeleid in psychodynamische kindertherapie.
Hij studeerde ook seksuologie, doceert klinische psychologie aan de KU Leuven en gezinswetenschappen
aan het HIG. Hij is ook onderzoeker bij het Kenniscentrum Gezinswetenschappen
van het HIG.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie

School- en klaspraktijk – nr. 218 (jrg 54) (mei- juni – juli 2012-2013) – Themanummer Executieve functieproblemen in de klas
Dit nummer van SKP bevat:
- 1 Theorie
- Kenmerken van autisme
- Kenmerken van executieve functies
- Autisme en executieve functies
- Executieve functies in de klas bij kinderen met autisme
- 2 Praktijk
- Tips voor leerkrachten bij executieve functieproblemen
- 3 Bijlagen
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 218 (jrg 54) (mei- juni – juli 2012-2013) – Themanummer Executieve functieproblemen in de klas
Dit nummer van SKP bevat:
- 1 Theorie
- Kenmerken van autisme
- Kenmerken van executieve functies
- Autisme en executieve functies
- Executieve functies in de klas bij kinderen met autisme
- 2 Praktijk
- Tips voor leerkrachten bij executieve functieproblemen
- 3 Bijlagen
Ten Geleide
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)
Afschaffing van de slavernij. Complexe voorgeschiedenis van een wereldwonder
In de eerste helft van de negentiende eeuw maakte Groot-Brittannië als eerste een einde aan de koloniale slavenhandel en de slavernij binnen zijn rijk. Daarna volgden andere koloniale mogendheden zoals Frankrijk, Denemarken en Nederland. In 1865 volgden de Verenigde Staten. Langzaam volgden ook andere landen dit voorbeeld. Ruim honderd jaar later sloot Mauritanië de rij.
Hoe ging de afschaffing in zijn werk? Welke sociale, politieke en culturele factoren speelden hierbij een rol? Welke individuen en bewegingen waren de gangmakers? Welke invloed hadden de ideeën van de verlichting, de Franse Revolutie en het protestantisme? Wat was de rol van de Katholieke Kerk? Hoe belangrijk was het verzet van de slaven? Welke invloed had hun bekering tot het christendom? Hoe slaagde de abolitiebeweging erin de blanken ervan te doordringen dat ook slaven mensen waren met een hart en een ziel? Welke propagandamiddelen werden in de strijd geworpen? En waarom verliep de afschaffing binnen de Europese koloniale rijken betrekkelijk vredig terwijl er in de Verenigde Staten een bloedige burgeroorlog werd uitgevochten?
Op deze boeiende vragen geeft dit boek een antwoord. Het maakt duidelijk dat het juist
de configuratie van samenvallende processen en ontwikkelingen was die de afschaffing
overal onafwendbaar maakte, ondanks de opmerkelijke culturele en structurele verschillen.
Mart-Jan de Jong is emeritus hoogleraar sociale wetenschappen. Hij was verbonden
aan de Roosevelt Academy te Middelburg en de Universiteit Utrecht. Hij heeft zich
gespecialiseerd in en gepubliceerd over onderwijssociologie, migratie en integratieprocessen,
de verzorgingsstaat en het werk van de grondleggers en grootmeesters van
de sociologie.
Yael Wodnitzky behaalde haar Bachelor of Arts aan de Roosevelt Academy in Middelburg, met extra aandacht voor sociologie, psychologie, religie en filosofie. Zij volgt nu een research master filosofie aan de Universiteit van Utrecht.
Afschaffing van de slavernij. Complexe voorgeschiedenis van een wereldwonder
In de eerste helft van de negentiende eeuw maakte Groot-Brittannië als eerste een einde aan de koloniale slavenhandel en de slavernij binnen zijn rijk. Daarna volgden andere koloniale mogendheden zoals Frankrijk, Denemarken en Nederland. In 1865 volgden de Verenigde Staten. Langzaam volgden ook andere landen dit voorbeeld. Ruim honderd jaar later sloot Mauritanië de rij.
Hoe ging de afschaffing in zijn werk? Welke sociale, politieke en culturele factoren speelden hierbij een rol? Welke individuen en bewegingen waren de gangmakers? Welke invloed hadden de ideeën van de verlichting, de Franse Revolutie en het protestantisme? Wat was de rol van de Katholieke Kerk? Hoe belangrijk was het verzet van de slaven? Welke invloed had hun bekering tot het christendom? Hoe slaagde de abolitiebeweging erin de blanken ervan te doordringen dat ook slaven mensen waren met een hart en een ziel? Welke propagandamiddelen werden in de strijd geworpen? En waarom verliep de afschaffing binnen de Europese koloniale rijken betrekkelijk vredig terwijl er in de Verenigde Staten een bloedige burgeroorlog werd uitgevochten?
Op deze boeiende vragen geeft dit boek een antwoord. Het maakt duidelijk dat het juist
de configuratie van samenvallende processen en ontwikkelingen was die de afschaffing
overal onafwendbaar maakte, ondanks de opmerkelijke culturele en structurele verschillen.
Mart-Jan de Jong is emeritus hoogleraar sociale wetenschappen. Hij was verbonden
aan de Roosevelt Academy te Middelburg en de Universiteit Utrecht. Hij heeft zich
gespecialiseerd in en gepubliceerd over onderwijssociologie, migratie en integratieprocessen,
de verzorgingsstaat en het werk van de grondleggers en grootmeesters van
de sociologie.
Yael Wodnitzky behaalde haar Bachelor of Arts aan de Roosevelt Academy in Middelburg, met extra aandacht voor sociologie, psychologie, religie en filosofie. Zij volgt nu een research master filosofie aan de Universiteit van Utrecht.
Eigenheid met respect. Reflecties over het katholiek onderwijs in Antwerpen.
Dit boek bestudeert binnen de stad Antwerpen de eigenheid van de katholieke scholen. Deze studie past in het zogenaamde AWEL-project, opgezet door het begeleidingskorps van het bisdom Antwerpen. Er bleek een behoefte te bestaan aan een discussietekst die de problematiek systematisch kon kaderen en die via voorstellen een dynamiek van overleg op gang zou kunnen brengen. Het eerste deel is een informatief dossier over de situatie in de stad Antwerpen. Er is gekozen voor een systeemaanpak waarbij het onderwijs in de stad Antwerpen – en bij afleiding ook het katholiek onderwijs aldaar – wordt bekeken als een open systeem. Die systeemaanpak vertaalt zich in een benadering op diverse echelons. De situaties op die echelons dienen als subsystemen, die complementair zijn om de problematiek in zijn volledigheid te vatten.
Het eerste niveau bevat de landelijke overheid, die een grootstedelijk beleid al dan niet kan faciliteren. Dan is er het niveau van de lokale overheid van de stad Antwerpen, die coördinerend kan optreden. Vervolgens is er het beheersniveau van het katholiek onderwijs in de stad, met repercussies op de samenwerkingsverbanden tussen scholen. Een ander niveau is dat van het curriculum. Welke aanpassingen zijn er wenselijk aan het curriculum om aan de grotestadsproblematiek tegemoet te komen? Het volgende en belangrijkste niveau is dat van de concrete school en klas. Daarin komen voorstellen van differentiatie, talenbeleid, ouderwerking, lerarenvisies en groepsvorming in school en klas aan bod. Het resultaat is een reeks voorstellen, die niet allemaal nieuw zijn, maar die wel in samenhang en volgens prioriteit worden gepresenteerd. Sommige van die voorstellen vragen juridische wijzigingen, onder meer het pleidooi voor modulair beroepsgericht onderwijs en aangepaste samenwerkingsvormen binnen een grote stad. Alle voorstellen worden geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, die door de pedagogische begeleiding werden verzameld.
Roger Standaert begon zijn loopbaan als lector aan de lerarenopleiding na zijn studies pedagogische wetenschappen. Vanaf 1976 tot 1989 was hij hoofdcoördinator voor het Vernieuwd Secundair Onderwijs in het katholiek onderwijs. In 1989 promoveerde hij aan de KU Leuven op een comparatief proefschrift over het onderwijsbeleid in een aantal landen. In 1991 werd hij bij het Vlaamse Ministerie van Onderwijs benoemd tot eerste directeur van de nieuw opgerichte Dienst voor Onderwijsontwikkeling (later Curriculum). In 1997 werd hij voorzitter van het Consortium of Institutes for Development and Research in Education in Europe (CIDREE). Vanaf 1998 doceerde hij vergelijkende pedagogiek aan de universiteit Gent. Hij schreef een aantal boeken waaronder ‘Vergelijken van Onderwijssystemen’ en ‘Globalisering van het onderwijs in contexten’ en hij publiceerde talrijke artikelen in binnenlandse en buitenlandse tijdschriften, voornamelijk in verband met lokale autonomie en onderwijsbeleid. Sinds 2012 beëindigde hij zijn professionele loopbaan, maar blijft hij actief in diverse plaatselijke en internationale onderwijsorganisaties.
Eigenheid met respect. Reflecties over het katholiek onderwijs in Antwerpen.
Dit boek bestudeert binnen de stad Antwerpen de eigenheid van de katholieke scholen. Deze studie past in het zogenaamde AWEL-project, opgezet door het begeleidingskorps van het bisdom Antwerpen. Er bleek een behoefte te bestaan aan een discussietekst die de problematiek systematisch kon kaderen en die via voorstellen een dynamiek van overleg op gang zou kunnen brengen. Het eerste deel is een informatief dossier over de situatie in de stad Antwerpen. Er is gekozen voor een systeemaanpak waarbij het onderwijs in de stad Antwerpen – en bij afleiding ook het katholiek onderwijs aldaar – wordt bekeken als een open systeem. Die systeemaanpak vertaalt zich in een benadering op diverse echelons. De situaties op die echelons dienen als subsystemen, die complementair zijn om de problematiek in zijn volledigheid te vatten.
Het eerste niveau bevat de landelijke overheid, die een grootstedelijk beleid al dan niet kan faciliteren. Dan is er het niveau van de lokale overheid van de stad Antwerpen, die coördinerend kan optreden. Vervolgens is er het beheersniveau van het katholiek onderwijs in de stad, met repercussies op de samenwerkingsverbanden tussen scholen. Een ander niveau is dat van het curriculum. Welke aanpassingen zijn er wenselijk aan het curriculum om aan de grotestadsproblematiek tegemoet te komen? Het volgende en belangrijkste niveau is dat van de concrete school en klas. Daarin komen voorstellen van differentiatie, talenbeleid, ouderwerking, lerarenvisies en groepsvorming in school en klas aan bod. Het resultaat is een reeks voorstellen, die niet allemaal nieuw zijn, maar die wel in samenhang en volgens prioriteit worden gepresenteerd. Sommige van die voorstellen vragen juridische wijzigingen, onder meer het pleidooi voor modulair beroepsgericht onderwijs en aangepaste samenwerkingsvormen binnen een grote stad. Alle voorstellen worden geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, die door de pedagogische begeleiding werden verzameld.
Roger Standaert begon zijn loopbaan als lector aan de lerarenopleiding na zijn studies pedagogische wetenschappen. Vanaf 1976 tot 1989 was hij hoofdcoördinator voor het Vernieuwd Secundair Onderwijs in het katholiek onderwijs. In 1989 promoveerde hij aan de KU Leuven op een comparatief proefschrift over het onderwijsbeleid in een aantal landen. In 1991 werd hij bij het Vlaamse Ministerie van Onderwijs benoemd tot eerste directeur van de nieuw opgerichte Dienst voor Onderwijsontwikkeling (later Curriculum). In 1997 werd hij voorzitter van het Consortium of Institutes for Development and Research in Education in Europe (CIDREE). Vanaf 1998 doceerde hij vergelijkende pedagogiek aan de universiteit Gent. Hij schreef een aantal boeken waaronder ‘Vergelijken van Onderwijssystemen’ en ‘Globalisering van het onderwijs in contexten’ en hij publiceerde talrijke artikelen in binnenlandse en buitenlandse tijdschriften, voornamelijk in verband met lokale autonomie en onderwijsbeleid. Sinds 2012 beëindigde hij zijn professionele loopbaan, maar blijft hij actief in diverse plaatselijke en internationale onderwijsorganisaties.

School- en klaspraktijk – nr. 215 (jrg 54) (sept- okt – nov 2012-2013) – Themanummer Leesbevordering op de basisschool
Dit nummer van SKP bevat:
- Ter oriëntatie
Interview met Nicky Sneijers - Een eerste opstapje naar
echt leesplezier
Interview met Guido van Genechten - Voorlezen? Natuurlijk
Interview met Benjamin Leroy, Merel Eyckerman en Jaap Robben - Het leescircuit: omdat het
ook anders kan
Interview met Geert De Kockere - Hoe ga je om met
leesproblemen?
Interview met Nadine Diels - Kennen wij elkaar ergens
van?
Interview met Karel Michielsen -
LB-tips
Ook nog de moeite waard
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

School- en klaspraktijk – nr. 215 (jrg 54) (sept- okt – nov 2012-2013) – Themanummer Leesbevordering op de basisschool
Dit nummer van SKP bevat:
- Ter oriëntatie
Interview met Nicky Sneijers - Een eerste opstapje naar
echt leesplezier
Interview met Guido van Genechten - Voorlezen? Natuurlijk
Interview met Benjamin Leroy, Merel Eyckerman en Jaap Robben - Het leescircuit: omdat het
ook anders kan
Interview met Geert De Kockere - Hoe ga je om met
leesproblemen?
Interview met Nadine Diels - Kennen wij elkaar ergens
van?
Interview met Karel Michielsen -
LB-tips
Ook nog de moeite waard
Over School-en klaspraktijk:
SKP is een pedagogisch-didactisch tijdschrift. Het biedt een handreiking bij de dagelijkse onderwijsleerpraktijk: brede achtergrondinformatie, lesschetsen, leermaterialen.
Daarnaast besteedt het tijdschrift ruime aandacht aan een brede onderwijsvisie, aan onderwijsvernieuwingen en -verbeteringen die vanuit overheid, begeleidingsdiensten, navormingscentra enz. worden aangeboden.
Doelgroep:
Leerkrachten, directies en begeleiders lager onderwijs en studenten van de initiële lerarenopleiding.
Abonnement:
School- en klaspraktijk verschijnt viermaal per jaargang (schooljaar).
Een gewoon abonnement kost € 34,-.
Een studentenabonnement kost € 25,50.
Een groepsabonnement (vanaf 5 exemplaren) kost € 18,-.
Een los nummer kost € 10,75. (Bestel dit nummer)

Kennismakingspakket Schoolmakker
Schoolmakker is anders dan een traditionele schoolagenda. Het is een volwaardig “doe”-boek waar zowel leerlingen als ouders en school actief informatie kunnen uitwisselen. Ieder krijgt zijn eigen ruimte in de agenda om allerlei mededelingen en vragen te noteren. Ook de taken en lessen van het kind krijgen er hun plaats.
Bovendien groeit Schoolmakker mee met de eigenheid en de zelfstandigheid van de kinderen. Als een echte makker biedt hij een herkenbare houvast gedurende vele schooljaren, van de instapklas tot het zesde leerjaar / groep 1-8. Hij leert het kind stapsgewijs belangrijke vaardigheden ontwikkelen, zoals tijdsbesef en leren plannen. Die duidelijke structuur en evolutie komen ook weer in de visuele steun die Schoolmakker biedt.
Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-):
Handleiding + cd-rom
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8

Kennismakingspakket Schoolmakker
Schoolmakker is anders dan een traditionele schoolagenda. Het is een volwaardig “doe”-boek waar zowel leerlingen als ouders en school actief informatie kunnen uitwisselen. Ieder krijgt zijn eigen ruimte in de agenda om allerlei mededelingen en vragen te noteren. Ook de taken en lessen van het kind krijgen er hun plaats.
Bovendien groeit Schoolmakker mee met de eigenheid en de zelfstandigheid van de kinderen. Als een echte makker biedt hij een herkenbare houvast gedurende vele schooljaren, van de instapklas tot het zesde leerjaar / groep 1-8. Hij leert het kind stapsgewijs belangrijke vaardigheden ontwikkelen, zoals tijdsbesef en leren plannen. Die duidelijke structuur en evolutie komen ook weer in de visuele steun die Schoolmakker biedt.
Neem nu een Kennismakingspakket en ontvang 1 exemplaar van elk onderdeel (€ 30,-):
Handleiding + cd-rom
Kleuters – Groepen 1-2
Eerste leerjaar – Groep 3
Tweede leerjaar – Groep 4
Tweede graad (+14-dagenplanner)– Groepen 5-6
Derde graad (+maandplanner)– Groepen 7-8
Empowerment van de context. Een net van steun en stimulatie voor kwetsbare en gekwetste kinderen.
In de geestelijke gezondheidszorg is er een groeiende tendens om meer empowerend te werken. ‘Empowerment’ belichaamt het proces waarbij cliënten vanuit hun eigen kracht vorm en inhoud aan hun leven geven. Helaas blijkt het vaak echter een containerbegrip te zijn, waarbij pasklare antwoorden ontbreken op hoe de hulpverlener dit kan implementeren in de klinische praktijk.
Dit boek biedt de nodige handvatten voor hulpverleners om zich empowerend op te stellen, specifiek binnen de jeugdhulpverlening. De centrale vraag is: hoe het netwerk van kinderen of jongeren met moeilijkheden of beperkingen – door psychiatrische stoornissen of psychische problemen – voldoende empowerend kan worden? Hierbij komen zowel de eerste-, tweede- als derdelijnshulpverlening, met een uitdieping van specifieke vormen van hulpverlening, aan bod, evenals de algemene organisatie van de huidige gezondheidszorg.
Het boek wil hulpverleners inspireren om meer empowerend te kijken, denken en handelen. Het is bestemd voor professionals maar ook voor studenten en hun lesgevers.
Kim De Corte, Sarah Bal en Inge Antrop, klinisch psychologen, zijn verbonden aan de Dienst Kinder- en jeugdpsychiatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent. Elfi Van den haute, kinder- en jeugdpsychiater, voert een zelfstandige praktijk in Gent.
Empowerment van de context. Een net van steun en stimulatie voor kwetsbare en gekwetste kinderen.
In de geestelijke gezondheidszorg is er een groeiende tendens om meer empowerend te werken. ‘Empowerment’ belichaamt het proces waarbij cliënten vanuit hun eigen kracht vorm en inhoud aan hun leven geven. Helaas blijkt het vaak echter een containerbegrip te zijn, waarbij pasklare antwoorden ontbreken op hoe de hulpverlener dit kan implementeren in de klinische praktijk.
Dit boek biedt de nodige handvatten voor hulpverleners om zich empowerend op te stellen, specifiek binnen de jeugdhulpverlening. De centrale vraag is: hoe het netwerk van kinderen of jongeren met moeilijkheden of beperkingen – door psychiatrische stoornissen of psychische problemen – voldoende empowerend kan worden? Hierbij komen zowel de eerste-, tweede- als derdelijnshulpverlening, met een uitdieping van specifieke vormen van hulpverlening, aan bod, evenals de algemene organisatie van de huidige gezondheidszorg.
Het boek wil hulpverleners inspireren om meer empowerend te kijken, denken en handelen. Het is bestemd voor professionals maar ook voor studenten en hun lesgevers.
Kim De Corte, Sarah Bal en Inge Antrop, klinisch psychologen, zijn verbonden aan de Dienst Kinder- en jeugdpsychiatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent. Elfi Van den haute, kinder- en jeugdpsychiater, voert een zelfstandige praktijk in Gent.
Vertel me wat. Nederlands lezen en spreken voor volwassenen, anderstalige beginners in niveau 1 en 2.
Vertel me wat! is een verzameling korte, eenvoudige verhaaltjes over Trui, een jonge lerares die door haar onhandigheid in allerlei grappige situaties terechtkomt. Het boek leert Nederlands aan anderstalige volwassenen in niveau A1 en A2.
Véronique Berkein studeerde Germaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Ze geeft al 25 jaar Nederlands aan anderstaligen in het volwassenonderwijs.
Vertel me wat. Nederlands lezen en spreken voor volwassenen, anderstalige beginners in niveau 1 en 2.
Vertel me wat! is een verzameling korte, eenvoudige verhaaltjes over Trui, een jonge lerares die door haar onhandigheid in allerlei grappige situaties terechtkomt. Het boek leert Nederlands aan anderstalige volwassenen in niveau A1 en A2.
Véronique Berkein studeerde Germaanse taal- en letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Ze geeft al 25 jaar Nederlands aan anderstaligen in het volwassenonderwijs.
VKM. Veertig jaar in beweging tegen kindermishandeling.
Dit boek is meer dan de beschrijving van veertig jaar VKM. Het geeft ook inzicht in de algemene ontwikkelingen in de aandacht voor kindermishandeling, want kennis van het verleden is onmisbaar bij het werken aan een betere toekomst.
VKM. Veertig jaar in beweging tegen kindermishandeling.
Dit boek is meer dan de beschrijving van veertig jaar VKM. Het geeft ook inzicht in de algemene ontwikkelingen in de aandacht voor kindermishandeling, want kennis van het verleden is onmisbaar bij het werken aan een betere toekomst.
Aandacht. Grote en kleine dingen van leven en dood. (Catharina – reeks, Buitenreeks)
Met aandacht kijken, toehoren, spreken maakt anders. Je ziet meer, luistert beter, praat zorgvuldiger. Aandacht voegt kwaliteit toe.
De teksten uit dit boek willen met aandacht mensen ontmoeten en dingen tegemoet treden. Het is fijn om aandacht te geven, zoals het ook fijn is om oprechte aandacht te krijgen. Mensen worden er mooier van, de werkelijkheid wordt er rijker door.
Het gaat om leven en werken met aandacht: voor de ander, voor je eigen levensverhaal, voor de feiten en de mystiek, voor de vorm en de inhoud.
Frank van de Poel studeerde theologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is geestelijk verzorger in het Catharina Ziekenhuis van Eindhoven.
Dit boek maakt deel uit van de Catharina-reeks als Buitenreeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Aandacht. Grote en kleine dingen van leven en dood. (Catharina – reeks, Buitenreeks)
Met aandacht kijken, toehoren, spreken maakt anders. Je ziet meer, luistert beter, praat zorgvuldiger. Aandacht voegt kwaliteit toe.
De teksten uit dit boek willen met aandacht mensen ontmoeten en dingen tegemoet treden. Het is fijn om aandacht te geven, zoals het ook fijn is om oprechte aandacht te krijgen. Mensen worden er mooier van, de werkelijkheid wordt er rijker door.
Het gaat om leven en werken met aandacht: voor de ander, voor je eigen levensverhaal, voor de feiten en de mystiek, voor de vorm en de inhoud.
Frank van de Poel studeerde theologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij is geestelijk verzorger in het Catharina Ziekenhuis van Eindhoven.
Dit boek maakt deel uit van de Catharina-reeks als Buitenreeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Duurzaam HRM en jonge professionals. Een mismatch.
Is duurzaam HRM wel het personeelsbeleid van de toekomst met oog voor
maatschappelijke ontwikkelingen als het nieuwe werken, met oog ook
voor de idealen, wensen en behoeften van de nieuwe generatie werknemers
of is duurzaam HRM oude wijn in nieuwe zakken? En heeft de generatie
nieuwe werknemers wel een boodschap aan duurzaam HRM?
Door literatuuronderzoek over duurzaam HRM en over de nieuwe generatie
medewerkers, en door gesprekken met personeelsfunctionarissen en die
nieuwe werknemers geven de auteurs antwoord op deze en andere vragen.
Organisaties en meer specifiek personeelsfunctionarissen vinden in het
boek aanknopingspunten voor hoe om te gaan met hun hoog opgeleide
medewerkers. Denkers over duurzaamheid worden gevoed met prikkelende
standpunten.
Ineke Jacobs-Moonen, andragoog gericht op duurzaamheidvraagstukken.
Jaap Brandligt, adviseur gericht op organisatievraagstukken.
Duurzaam HRM en jonge professionals. Een mismatch.
Is duurzaam HRM wel het personeelsbeleid van de toekomst met oog voor
maatschappelijke ontwikkelingen als het nieuwe werken, met oog ook
voor de idealen, wensen en behoeften van de nieuwe generatie werknemers
of is duurzaam HRM oude wijn in nieuwe zakken? En heeft de generatie
nieuwe werknemers wel een boodschap aan duurzaam HRM?
Door literatuuronderzoek over duurzaam HRM en over de nieuwe generatie
medewerkers, en door gesprekken met personeelsfunctionarissen en die
nieuwe werknemers geven de auteurs antwoord op deze en andere vragen.
Organisaties en meer specifiek personeelsfunctionarissen vinden in het
boek aanknopingspunten voor hoe om te gaan met hun hoog opgeleide
medewerkers. Denkers over duurzaamheid worden gevoed met prikkelende
standpunten.
Ineke Jacobs-Moonen, andragoog gericht op duurzaamheidvraagstukken.
Jaap Brandligt, adviseur gericht op organisatievraagstukken.

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 4
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 4
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 3
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 3
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 2
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 2
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 1
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels

Sleutels voor de toekomst. Set van 10 ex. Sleutel 1
Sleutel 1: Kleuter (bestel 10 ex)
Sleutel 2: Eerste leerjaar/groep 3 (bestel 10 ex)
Sleutel 3: Secundair Onderwijs (bestel 10 ex)
Sleutel 4: Verder studeren of werken? (bestel 10 ex))
Bij de handleiding krijgt u een set met 4 sleutels (1 ex/ sleutel).
Meer info over de handleiding bij de Sleutels
Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur & samenleving.
Dit boek tast het cultuurlandschap af in het algemeen en dat van Vlaanderen in het bijzonder.
De auteurs gaan daarbij uit van de vitale relatie van cultuur en kunst, die vervolgens als ankerpunten in de samenleving zouden moeten fungeren.
De vraag naar de identiteit van (aspecten van) kunst en cultuur, hetzij als grondlaag, hetzij als pigment, vormt een potentiële en vrijblijvende leidraad door het boek. De auteurs willen immers daarbij de wijsheid niet in pacht hebben en werpen daarom de nodige vragen en problemen op.
Ze onderzoeken het begrip cultuur, behandelen de ‘ismen’ in de kunst, tasten het Vlaamse cultuurbeleid en sociaal-cultureel werk af en reiken een aantal parameters en sleutels aan ter afbakening en/of ter verruiming van het cultuurbegrip en de ermee verbonden kaders. En vooral: hoe dient de theorie een huwelijk aan te gaan met de praktijk?
Dit boek geeft aanzetten tot antwoord, verfijning en onderzoek aan. Dit alles in de wetenschap dat een boek over ‘kunst, cultuur en samenleving’ nooit af is en tal van lezers én medeauteurs kan gebruiken. Tot meerdere eer en glorie van kunst in het bijzonder, van cultuur en gemeenschap in het algemeen.
Stefan Van den Bossche, literatuurhistoricus, cultuurwetenschapper en doctor in de letteren, doceert Moderne Nederlandse letterkunde en Interartistiek comparatisme aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en is gastprofessor Cultuurwetenschap aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Peter Wouters, bachelor sociaal werk en master sociaal werk en sociaal beleid, is opleidingshoofd Sociaal-cultureel werk aan de KHLeuven. Hij voerde onderzoek naar de cultuurbeleidscoördinatoren in Vlaanderen.
Grondlaag & pigment. Kunst, cultuur & samenleving.
Dit boek tast het cultuurlandschap af in het algemeen en dat van Vlaanderen in het bijzonder.
De auteurs gaan daarbij uit van de vitale relatie van cultuur en kunst, die vervolgens als ankerpunten in de samenleving zouden moeten fungeren.
De vraag naar de identiteit van (aspecten van) kunst en cultuur, hetzij als grondlaag, hetzij als pigment, vormt een potentiële en vrijblijvende leidraad door het boek. De auteurs willen immers daarbij de wijsheid niet in pacht hebben en werpen daarom de nodige vragen en problemen op.
Ze onderzoeken het begrip cultuur, behandelen de ‘ismen’ in de kunst, tasten het Vlaamse cultuurbeleid en sociaal-cultureel werk af en reiken een aantal parameters en sleutels aan ter afbakening en/of ter verruiming van het cultuurbegrip en de ermee verbonden kaders. En vooral: hoe dient de theorie een huwelijk aan te gaan met de praktijk?
Dit boek geeft aanzetten tot antwoord, verfijning en onderzoek aan. Dit alles in de wetenschap dat een boek over ‘kunst, cultuur en samenleving’ nooit af is en tal van lezers én medeauteurs kan gebruiken. Tot meerdere eer en glorie van kunst in het bijzonder, van cultuur en gemeenschap in het algemeen.
Stefan Van den Bossche, literatuurhistoricus, cultuurwetenschapper en doctor in de letteren, doceert Moderne Nederlandse letterkunde en Interartistiek comparatisme aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en is gastprofessor Cultuurwetenschap aan de Katholieke Hogeschool Leuven.
Peter Wouters, bachelor sociaal werk en master sociaal werk en sociaal beleid, is opleidingshoofd Sociaal-cultureel werk aan de KHLeuven. Hij voerde onderzoek naar de cultuurbeleidscoördinatoren in Vlaanderen.
Van Ijstijd tot Skype. Korte geschiedenis van Estland
Estland is sinds 2004 lid van de Europese Unie en heeft sinds 2011 met de euro dezelfde munt als Nederland en België. Toch is dit land aan het noordoostelijke uiteinde van de Oostzee nog weinig bekend in West-Europa.
Dit boek schetst, voor het eerst in het Nederlands, de dramatische en complexe historische gebeurtenissen in een bijzonder hoekje van Europa.
Hoe kon een klein volk, dat nooit meer dan één miljoen mensen telde, überhaupt overleven tussen Denen, Duitsers, Polen, Zweden en Russen? Het bijzondere van Estland is niet in de laatste plaats dat het nog altijd bestaat.
Deze korte geschiedenis van Estland is een degelijk gefundeerde, maar toegankelijk geschreven uiteenzetting die voor verschillende doelgroepen is gedacht. Voor het brede publiek van geïnteresseerde toeristen tot iedereen die van cultuur en geschiedenis houdt. Maar vooral ook voor iedereen die meer wil weten over een spannende Europese regio, voor wie nieuwsgierig is naar de diversiteit van Europa, en voor allen die belangstelling hebben voor een land dat zij tot nu toe misschien alleen maar vanuit een ooghoek hebben waargenomen.
Cornelius Hasselblatt studeerde finoegristiek, geschiedenis en literatuurwetenschap aan de universiteiten van Hamburg en Helsinki en bezoekt Estland sind 1982 regelmatig. Hij is sinds 1998 hoogleraar Finoegrische talen en culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Van Ijstijd tot Skype. Korte geschiedenis van Estland
Estland is sinds 2004 lid van de Europese Unie en heeft sinds 2011 met de euro dezelfde munt als Nederland en België. Toch is dit land aan het noordoostelijke uiteinde van de Oostzee nog weinig bekend in West-Europa.
Dit boek schetst, voor het eerst in het Nederlands, de dramatische en complexe historische gebeurtenissen in een bijzonder hoekje van Europa.
Hoe kon een klein volk, dat nooit meer dan één miljoen mensen telde, überhaupt overleven tussen Denen, Duitsers, Polen, Zweden en Russen? Het bijzondere van Estland is niet in de laatste plaats dat het nog altijd bestaat.
Deze korte geschiedenis van Estland is een degelijk gefundeerde, maar toegankelijk geschreven uiteenzetting die voor verschillende doelgroepen is gedacht. Voor het brede publiek van geïnteresseerde toeristen tot iedereen die van cultuur en geschiedenis houdt. Maar vooral ook voor iedereen die meer wil weten over een spannende Europese regio, voor wie nieuwsgierig is naar de diversiteit van Europa, en voor allen die belangstelling hebben voor een land dat zij tot nu toe misschien alleen maar vanuit een ooghoek hebben waargenomen.
Cornelius Hasselblatt studeerde finoegristiek, geschiedenis en literatuurwetenschap aan de universiteiten van Hamburg en Helsinki en bezoekt Estland sind 1982 regelmatig. Hij is sinds 1998 hoogleraar Finoegrische talen en culturen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Handchirurgie. Deel 1: Trauma
Dit boek geeft een actueel overzicht van de handchirurgie: wat er kan en hoe dergelijke problemen het best worden aangepakt? Het presenteert de pathologie en beleidsvormen zoals ze momenteel algemeen en internationaal worden aanvaard.
Handchirurgie houdt zich bezig met de totaliteit van handletsels en -aandoeningen. Mede door deze globale aanpak is deze specialiteit geworden wat ze nu is. Microchirurgie deed in 1965 haar intrede in deze subdiscipline na het aanhechten van een hand en vond er één van haar grootste toepassingsterreinen. De menselijke hand was in staat om dingen te doen die het oog niet kon onderscheiden. Deze microchirurgie heeft de handchirurgie een bijkomende dimensie gegeven met een eigen identiteit. Ook de endoscopie, minimaal invasieve technieken en de ontwikkeling van specifieke instrumenten en implantaten heeft bijgedragen tot de vooruitgang van deze discipline. Momenteel is de handchirurgie als specialiteit erkend in heel wat landen. In de Scandinavische landen bestaat zelfs een aparte opleiding tot handchirurg. In België en Nederland is dat nog niet het geval en is de titel ook nog niet beschermd, hoewel meer en meer geïnteresseerden een bijkomende opleiding volgen.
In dit boek komen de meest courante aandoeningen aan bod, zoals traumatische letsels en niet-traumatische aandoeningen met als overgang de ligamentaire polspathologie. Die is meestal van traumatisch oorsprong, maar diagnose en behandeling zijn vaak laattijdig.
Luc De Smet werd opgeleid tot arts aan de Universiteit Gent, waar hij specialiseerde in de orthopedie en traumatologie. Hij volgde bekwaamheidstages in Brussel, Parijs en Wrightington. Hij is staflid-docent aan de KU Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de bovenste lidmaataandoeningen. Hij promoveerde op een proefschrift over het ‘distaal radio-ulnair’ gewricht. Professor De Smet is lid van verschillende wetenschappelijke verenigingen, zoals de Britisch Society for Surgery of the Hand, de Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie, de Congenital Hand Anomaly study Group en de European Wrist Arthroscopy Society. Hij is Past President van de Belgian Hand Group en auteur van een 400-tal publicaties over hand- en polschirurgie. Hij heeft een bijkomende licentie in de verzekeringsgeneeskunde en medische expertise.
Ilse Degreef werd tot arts opgeleid aan de KULeuven, waar zij specialiseerde tot orthopedisch chirurg-traumatoloog. Nadien superspecialiseerde zij in de handchirurgie onder de hoede van professor De Smet, met een doctoraat over de ziekte van Dupuytren. Zij behaalde het Europese FESSH-diploma voor handchirurgie en bekwaamde zich voort met benchmarking in o.a. Mayo Clinic, Sydney University, Adelaide University en Kleinert Institute. Zij is staflid-docent aan de KU Leuven en adjunct-kliniekhoofd op de Dienst Orthopedie-Traumatologie van het UZ Leuven. Professor Degreef is lid van verschillende verenigingen, zoals de Britisch Society for Surgery of the Hand, Federation of European Societes for Surgery of the Hand, de American Society for Surgery of the Hand en de American Association for Hand Surgery. Zij is auteur van een 100-tal publicaties over hand- en elleboogchirurgie. Ze behaalde bijkomende licenties in Kwaliteitzorg en Europese ‘Good Clinical Practice’.
Handchirurgie. Deel 1: Trauma
Dit boek geeft een actueel overzicht van de handchirurgie: wat er kan en hoe dergelijke problemen het best worden aangepakt? Het presenteert de pathologie en beleidsvormen zoals ze momenteel algemeen en internationaal worden aanvaard.
Handchirurgie houdt zich bezig met de totaliteit van handletsels en -aandoeningen. Mede door deze globale aanpak is deze specialiteit geworden wat ze nu is. Microchirurgie deed in 1965 haar intrede in deze subdiscipline na het aanhechten van een hand en vond er één van haar grootste toepassingsterreinen. De menselijke hand was in staat om dingen te doen die het oog niet kon onderscheiden. Deze microchirurgie heeft de handchirurgie een bijkomende dimensie gegeven met een eigen identiteit. Ook de endoscopie, minimaal invasieve technieken en de ontwikkeling van specifieke instrumenten en implantaten heeft bijgedragen tot de vooruitgang van deze discipline. Momenteel is de handchirurgie als specialiteit erkend in heel wat landen. In de Scandinavische landen bestaat zelfs een aparte opleiding tot handchirurg. In België en Nederland is dat nog niet het geval en is de titel ook nog niet beschermd, hoewel meer en meer geïnteresseerden een bijkomende opleiding volgen.
In dit boek komen de meest courante aandoeningen aan bod, zoals traumatische letsels en niet-traumatische aandoeningen met als overgang de ligamentaire polspathologie. Die is meestal van traumatisch oorsprong, maar diagnose en behandeling zijn vaak laattijdig.
Luc De Smet werd opgeleid tot arts aan de Universiteit Gent, waar hij specialiseerde in de orthopedie en traumatologie. Hij volgde bekwaamheidstages in Brussel, Parijs en Wrightington. Hij is staflid-docent aan de KU Leuven, waar hij verantwoordelijk is voor de bovenste lidmaataandoeningen. Hij promoveerde op een proefschrift over het ‘distaal radio-ulnair’ gewricht. Professor De Smet is lid van verschillende wetenschappelijke verenigingen, zoals de Britisch Society for Surgery of the Hand, de Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie, de Congenital Hand Anomaly study Group en de European Wrist Arthroscopy Society. Hij is Past President van de Belgian Hand Group en auteur van een 400-tal publicaties over hand- en polschirurgie. Hij heeft een bijkomende licentie in de verzekeringsgeneeskunde en medische expertise.
Ilse Degreef werd tot arts opgeleid aan de KULeuven, waar zij specialiseerde tot orthopedisch chirurg-traumatoloog. Nadien superspecialiseerde zij in de handchirurgie onder de hoede van professor De Smet, met een doctoraat over de ziekte van Dupuytren. Zij behaalde het Europese FESSH-diploma voor handchirurgie en bekwaamde zich voort met benchmarking in o.a. Mayo Clinic, Sydney University, Adelaide University en Kleinert Institute. Zij is staflid-docent aan de KU Leuven en adjunct-kliniekhoofd op de Dienst Orthopedie-Traumatologie van het UZ Leuven. Professor Degreef is lid van verschillende verenigingen, zoals de Britisch Society for Surgery of the Hand, Federation of European Societes for Surgery of the Hand, de American Society for Surgery of the Hand en de American Association for Hand Surgery. Zij is auteur van een 100-tal publicaties over hand- en elleboogchirurgie. Ze behaalde bijkomende licenties in Kwaliteitzorg en Europese ‘Good Clinical Practice’.
Wederzijdse emotionele beschikbaarheid
Door stil te staan bij deze vragen worden begeleiders zich meer bewust van hun eigen invloed op de ondersteuningsrelatie. Dit bewustzijn bevordert hun emotionele beschikbaarheid in relatie tot mensen met een beperking en hun gezinscontext met wie ze samen op weg gaan.
Emotionele beschikbaarheid omvat volgende dimensies: sensitieve responsiviteit, structuur (houvast en grenzen), respect voor eigenheid en mildheid. Wederkerigheid staat hierbij centraal: reageren mensen met een verstandelijke beperking positief op deze beschikbaarheid?
Wanneer dit het geval is, dan kunnen cliënten zich veiliger hechten en worden hun mogelijkheden om stress en emoties te reguleren en om te mentaliseren ondersteund. Op deze wijze wordt hun kwaliteit van bestaan bevorderd.
Diverse auteurs zoomen in op het belang van emotionele steun aan begeleiders, in het bijzonder wanneer de ontmoeting onder druk staat vanwege gedrags- en emotionele problemen. Daarnaast is er een bijdrage over wederzijdse emotionele beschikbaarheid binnen kwalitatief wetenschappelijk onderzoek. Het boek wordt afgerond met een eigenzinnig verhaal van een brus, moeder en hulpverlener.
Erik De Belie, orthopedagoog en psychodynamisch kindertherapeut, is verbonden aan Alderande, een woonbegeleidingsdienst voor volwassenen met een verstandelijke beperking en aan het Multi-Functioneel Centrum (M.F.C.) De Hagewinde, beide in Lokeren. Hij is freelance gastdocent en supervisor.
Geert Van Hove, orthopedagoog, is hoofddocent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Wederzijdse emotionele beschikbaarheid
Door stil te staan bij deze vragen worden begeleiders zich meer bewust van hun eigen invloed op de ondersteuningsrelatie. Dit bewustzijn bevordert hun emotionele beschikbaarheid in relatie tot mensen met een beperking en hun gezinscontext met wie ze samen op weg gaan.
Emotionele beschikbaarheid omvat volgende dimensies: sensitieve responsiviteit, structuur (houvast en grenzen), respect voor eigenheid en mildheid. Wederkerigheid staat hierbij centraal: reageren mensen met een verstandelijke beperking positief op deze beschikbaarheid?
Wanneer dit het geval is, dan kunnen cliënten zich veiliger hechten en worden hun mogelijkheden om stress en emoties te reguleren en om te mentaliseren ondersteund. Op deze wijze wordt hun kwaliteit van bestaan bevorderd.
Diverse auteurs zoomen in op het belang van emotionele steun aan begeleiders, in het bijzonder wanneer de ontmoeting onder druk staat vanwege gedrags- en emotionele problemen. Daarnaast is er een bijdrage over wederzijdse emotionele beschikbaarheid binnen kwalitatief wetenschappelijk onderzoek. Het boek wordt afgerond met een eigenzinnig verhaal van een brus, moeder en hulpverlener.
Erik De Belie, orthopedagoog en psychodynamisch kindertherapeut, is verbonden aan Alderande, een woonbegeleidingsdienst voor volwassenen met een verstandelijke beperking en aan het Multi-Functioneel Centrum (M.F.C.) De Hagewinde, beide in Lokeren. Hij is freelance gastdocent en supervisor.
Geert Van Hove, orthopedagoog, is hoofddocent aan de Vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent.
Kiezen of delen. Pistes voor gezinsbeleid.
Gezinnen moeten vandaag vaak creatieve keuzes maken. Hoe houden we relaties levend? Hoe bevorderen we het welbevinden van kinderen bij echtscheiding? Willen ouders (beter) ondersteund worden in hun opvoedingstaken? Voelen jongeren zich slecht in hun vel en waarom? Hoe vinden we een evenwicht tussen gezin en werk? Moet de kinderbijslag omhoog? Deze en andere vragen zijn zeer herkenbaar. Ze belangen iedereen aan.
Waar gezinnen voor staan en hoe we hier als samenleving mee omgaan, vormt de rode draad door dit boek. Los van de waan van de dag reflecteren deskundigen over het beleid inzake relatievorming en echtscheiding, opvoedingsondersteuninig, jeugdzorg, combinatie arbeid en gezin, materiële ondersteuning van gezinnen. De dubbelgesprekken maken duidelijk hoe groot de impact is van het gezinsbeleid op vele aspecten van het dagelijkse leven.
Dit boek is een tijdsdocument dat vooral toekomstgerichte pistes uitzet voor gezinnen en gezinsbeleid. Het richt zich tot iedereen die zich engageert voor gezinnen: hulpverleners die met gezinnen werken, organisaties die opkomen voor de belangen van gezinnen, beleidsmakers die aan het roer staan. En tot slot iedereen die in een gezin leeft en die mee wil denken over een beleid dat zo veel mogelijk gezinnen ten goede komt.
Kiezen of delen. Pistes voor gezinsbeleid.
Gezinnen moeten vandaag vaak creatieve keuzes maken. Hoe houden we relaties levend? Hoe bevorderen we het welbevinden van kinderen bij echtscheiding? Willen ouders (beter) ondersteund worden in hun opvoedingstaken? Voelen jongeren zich slecht in hun vel en waarom? Hoe vinden we een evenwicht tussen gezin en werk? Moet de kinderbijslag omhoog? Deze en andere vragen zijn zeer herkenbaar. Ze belangen iedereen aan.
Waar gezinnen voor staan en hoe we hier als samenleving mee omgaan, vormt de rode draad door dit boek. Los van de waan van de dag reflecteren deskundigen over het beleid inzake relatievorming en echtscheiding, opvoedingsondersteuninig, jeugdzorg, combinatie arbeid en gezin, materiële ondersteuning van gezinnen. De dubbelgesprekken maken duidelijk hoe groot de impact is van het gezinsbeleid op vele aspecten van het dagelijkse leven.
Dit boek is een tijdsdocument dat vooral toekomstgerichte pistes uitzet voor gezinnen en gezinsbeleid. Het richt zich tot iedereen die zich engageert voor gezinnen: hulpverleners die met gezinnen werken, organisaties die opkomen voor de belangen van gezinnen, beleidsmakers die aan het roer staan. En tot slot iedereen die in een gezin leeft en die mee wil denken over een beleid dat zo veel mogelijk gezinnen ten goede komt.
Externe schoolevaluaties in Europa. Een vergelijkend onderzoek.
Deze studie onderzoekt de externe schoolevaluatie door onderwijsinspecties in zeven landen: Nederland, Tsjechië, Zweden en de regio ’s Noordrijn-Westfalen (Duitsland), Catalonië (Spanje), Wales (Verenigd Koninkrijk) en Vlaanderen (België). Wat zijn de actuele tendensen?
Met directe en participatieve observaties tijdens schoolinspecties werden de inhoudelijke, de organisatorische en de methodologische kenmerken van elk inspectiesysteem bepaald. Vervolgens werden de inspectiesystemen met elkaar vergeleken en getypeerd.
Na ruime onderwijservaring in het gewoon en het buitengewoon onderwijs werkte Ilse De Volder als onderwijsadviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling van het Vlaams Ministerie van Onderwijs. Sinds 2001 is zij onderwijsinspecteur. Zij volgde de Master Opleidings- en Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, waar ze daarna ook haar doctoraatstitel in de onderwijskunde behaalde.
Externe schoolevaluaties in Europa. Een vergelijkend onderzoek.
Deze studie onderzoekt de externe schoolevaluatie door onderwijsinspecties in zeven landen: Nederland, Tsjechië, Zweden en de regio ’s Noordrijn-Westfalen (Duitsland), Catalonië (Spanje), Wales (Verenigd Koninkrijk) en Vlaanderen (België). Wat zijn de actuele tendensen?
Met directe en participatieve observaties tijdens schoolinspecties werden de inhoudelijke, de organisatorische en de methodologische kenmerken van elk inspectiesysteem bepaald. Vervolgens werden de inspectiesystemen met elkaar vergeleken en getypeerd.
Na ruime onderwijservaring in het gewoon en het buitengewoon onderwijs werkte Ilse De Volder als onderwijsadviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling van het Vlaams Ministerie van Onderwijs. Sinds 2001 is zij onderwijsinspecteur. Zij volgde de Master Opleidings- en Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen, waar ze daarna ook haar doctoraatstitel in de onderwijskunde behaalde.
Migrant zkt toekomst
Migrant zkt toekomst schetst een beeld van de levensomstandigheden van enerzijds Turken en Noord-Afrikanen en anderzijds Midden- en Oost-Europeanen in Gent. De auteurs analyseren met uniek cijfermateriaal de trends van het afgelopen decennium op het vlak van werken, wonen en huwen. Ze argumenteren dat we in de Belgische migratiegeschiedenis op een dubbel keerpunt zijn gekomen. Ten eerste stellen ze vast dat de Turkse en Noord-Afrikaanse Gentenaars geleidelijk overgaan van gesloten etnische enclaves naar een meer interactieve etnische mozaïek. Ten tweede merken de auteurs op dat de nieuwe migrantengroepen minder gesegregeerd leven dan tien jaar geleden.
“De auteurs willen in dit boek het ‘grotere verhaal’ brengen van het leven van ‘oude en nieuwe’ migranten in ons land. Daar zijn ze wonderwel in geslaagd. Migrant zkt toekomst focust op onze stad maar is zeer aan te bevelen aan beleidsmakers van álle niveaus.”
Daniël Termont, Burgemeester Gent
“Migrant zkt toekomst vertrekt van gegevens, maar draagt ook gewaagde reflecties aan. De auteurs schreven een boek dat zowel beleidsmakers kan dienen, als één ieder die er voor kiest om samen de nieuwe maatschappij te omarmen.”
Kadir Balci, Gentenaar en regisseur Turquaze
Pieter-Paul Verhaeghe is historicus en socioloog en onderzoekt de maatschappelijke positie van etnische minderheden. In 2011 was hij gastonderzoeker aan de University of Manchester.
Koen Van der Bracht is historicus en socioloog en onderzoekt huwelijkspatronen en religiositeit van etnische minderheden. Hij won in 2012 de Acco-prijs voor beste scriptie in de Sociologie.
Bart Van de Putte is historicus en socioloog. Hij doceert ‘Sociologie’ en ‘Migratie en integratie’ aan de Universiteit Gent. De auteurs zijn verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent.
Migrant zkt toekomst
Migrant zkt toekomst schetst een beeld van de levensomstandigheden van enerzijds Turken en Noord-Afrikanen en anderzijds Midden- en Oost-Europeanen in Gent. De auteurs analyseren met uniek cijfermateriaal de trends van het afgelopen decennium op het vlak van werken, wonen en huwen. Ze argumenteren dat we in de Belgische migratiegeschiedenis op een dubbel keerpunt zijn gekomen. Ten eerste stellen ze vast dat de Turkse en Noord-Afrikaanse Gentenaars geleidelijk overgaan van gesloten etnische enclaves naar een meer interactieve etnische mozaïek. Ten tweede merken de auteurs op dat de nieuwe migrantengroepen minder gesegregeerd leven dan tien jaar geleden.
“De auteurs willen in dit boek het ‘grotere verhaal’ brengen van het leven van ‘oude en nieuwe’ migranten in ons land. Daar zijn ze wonderwel in geslaagd. Migrant zkt toekomst focust op onze stad maar is zeer aan te bevelen aan beleidsmakers van álle niveaus.”
Daniël Termont, Burgemeester Gent
“Migrant zkt toekomst vertrekt van gegevens, maar draagt ook gewaagde reflecties aan. De auteurs schreven een boek dat zowel beleidsmakers kan dienen, als één ieder die er voor kiest om samen de nieuwe maatschappij te omarmen.”
Kadir Balci, Gentenaar en regisseur Turquaze
Pieter-Paul Verhaeghe is historicus en socioloog en onderzoekt de maatschappelijke positie van etnische minderheden. In 2011 was hij gastonderzoeker aan de University of Manchester.
Koen Van der Bracht is historicus en socioloog en onderzoekt huwelijkspatronen en religiositeit van etnische minderheden. Hij won in 2012 de Acco-prijs voor beste scriptie in de Sociologie.
Bart Van de Putte is historicus en socioloog. Hij doceert ‘Sociologie’ en ‘Migratie en integratie’ aan de Universiteit Gent. De auteurs zijn verbonden aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent.




