Democratische politie (CPS 2014 – 3, nr. 32)
Democratische politie (CPS 2014 – 3, nr. 32)
Het gezag van de politie (CPS 2014 – 2, nr. 31)
De Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP), thans Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), bracht in 2000 een essaybundel uit getiteld ‘Het gezag van de politie’. Deze bundel vormde de opmaat voor een standpunt van de stichting in 2002 met als titel ‘Politie en haar gezag’. Sinds het uitbrengen van het standpunt verstreken er twaalf jaren. Is er in die tijd iets veranderd?
Dit Cahier bundelt bijdragen rond drie grote thema’s, namelijk (1) het gezag van de politie, (2) imago, vertrouwen en legitimiteit van de politie, thema’s die nauw met het gezag van de politie zijn verweven en ten slotte (3) operationeel leiderschap bij de politie.
Het gezag van de politie (CPS 2014 – 2, nr. 31)
De Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP), thans Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), bracht in 2000 een essaybundel uit getiteld ‘Het gezag van de politie’. Deze bundel vormde de opmaat voor een standpunt van de stichting in 2002 met als titel ‘Politie en haar gezag’. Sinds het uitbrengen van het standpunt verstreken er twaalf jaren. Is er in die tijd iets veranderd?
Dit Cahier bundelt bijdragen rond drie grote thema’s, namelijk (1) het gezag van de politie, (2) imago, vertrouwen en legitimiteit van de politie, thema’s die nauw met het gezag van de politie zijn verweven en ten slotte (3) operationeel leiderschap bij de politie.
Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Illegale en informele economie (CPS 2013 – 4, nr. 29)
Dit Cahier verschaft inzicht in dit continuüm van legaliteit, informaliteit en illegaliteit. In theoretische, empirische en praktijkgerichte bijdragen komen de fenomenen informele en illegale economie aan bod. Nagegaan wordt waar deze verschillende economische activiteiten mogelijk raakvlakken hebben met (georganiseerde) criminaliteit. Op welke manieren komen diverse actoren in de veiligheidsketen in aanraking met informele en illegale economische activiteiten en hoe gaan ze ermee om?
Dit Cahier verduidelijkt de theoretische concepten formele, informele en illegale economie en toont aan dat het onderscheid tussen deze begrippen in de praktijk niet steeds even duidelijk is, omdat de diverse vormen van economische activiteiten op een dunne grens tussen illegaal, crimineel, informeel en legaal te vinden zijn.
Illegale en informele economie (CPS 2013 – 4, nr. 29)
Dit Cahier verschaft inzicht in dit continuüm van legaliteit, informaliteit en illegaliteit. In theoretische, empirische en praktijkgerichte bijdragen komen de fenomenen informele en illegale economie aan bod. Nagegaan wordt waar deze verschillende economische activiteiten mogelijk raakvlakken hebben met (georganiseerde) criminaliteit. Op welke manieren komen diverse actoren in de veiligheidsketen in aanraking met informele en illegale economische activiteiten en hoe gaan ze ermee om?
Dit Cahier verduidelijkt de theoretische concepten formele, informele en illegale economie en toont aan dat het onderscheid tussen deze begrippen in de praktijk niet steeds even duidelijk is, omdat de diverse vormen van economische activiteiten op een dunne grens tussen illegaal, crimineel, informeel en legaal te vinden zijn.
Opleiden in veiligheid (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 4)
Het integrale en geïntegreerd veiligheidsbeleid dat België propageert, mondt uit in een aantal opleidingen ‘integrale of maatschappelijke veiligheid’. De term ‘integrale veiligheid’ dekt meerdere ladingen en wordt niet door alle sectoren en opleidingen op dezelfde manier ingevuld.
In dit boek gaan de auteurs na welke invulling de opleidingen geven aan het begrip integrale veiligheid. Hoe verhouden de opleidingen zich ten opzichte van elkaar en waar wordt er samengewerkt?
Katrien Van Geystelen was tot december 2013 als opleidingscoördinator verbonden aan de master in de veiligheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Evelien De Pauw is verbonden aan de VIVES Hogeschool, studiegebied Sociaal Agogisch Werk, onderzoeksgroep Maatschappelijke Veiligheid.
Willy Bruggeman is hoogleraar politiewetenschappen (Benelux-Universitair Centrum) en Voorzitter Federale Politieraad.
Opleiden in veiligheid (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 4)
Het integrale en geïntegreerd veiligheidsbeleid dat België propageert, mondt uit in een aantal opleidingen ‘integrale of maatschappelijke veiligheid’. De term ‘integrale veiligheid’ dekt meerdere ladingen en wordt niet door alle sectoren en opleidingen op dezelfde manier ingevuld.
In dit boek gaan de auteurs na welke invulling de opleidingen geven aan het begrip integrale veiligheid. Hoe verhouden de opleidingen zich ten opzichte van elkaar en waar wordt er samengewerkt?
Katrien Van Geystelen was tot december 2013 als opleidingscoördinator verbonden aan de master in de veiligheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Evelien De Pauw is verbonden aan de VIVES Hogeschool, studiegebied Sociaal Agogisch Werk, onderzoeksgroep Maatschappelijke Veiligheid.
Willy Bruggeman is hoogleraar politiewetenschappen (Benelux-Universitair Centrum) en Voorzitter Federale Politieraad.

Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 24)
Vaak komen deze vragen ter sprake als gevolg van een praktisch proces, nadat devennootschap reeds werd opgericht. In dit boek worden de meest voorkomendevragen geïnventariseerd en praktisch behandeld.

Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 24)
Vaak komen deze vragen ter sprake als gevolg van een praktisch proces, nadat devennootschap reeds werd opgericht. In dit boek worden de meest voorkomendevragen geïnventariseerd en praktisch behandeld.

Evenementen organiseren. Btw en belastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 23)
Evenementen worden vaak georganiseerd om commerciële redenen, namelijkhet verwerven of behouden van klanten. Daarom worden ze fiscaal meestalgekwalificeerd als ‘kosten van onthaal’ (receptiekosten) of reclamekosten. Het kanechter ook gaan om ‘culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve,vermakelijkheids- en soortgelijke evenementen en de daarmee samenhangendediensten’.
Niet alleen voor klanten maar ook voor personeel kunnen bijzondere ‘incentives’worden georganiseerd, in de vorm van (bedrijfs)uitstappen en feestjes, het aanbiedenvan geschenken, eten en drinken, al dan niet in een restaurant.
Deze overzichtelijke uitgave behandelt de btw- en belastingsimplicaties vanevenementen en incentives voor klanten en personeel.

Evenementen organiseren. Btw en belastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 23)
Evenementen worden vaak georganiseerd om commerciële redenen, namelijkhet verwerven of behouden van klanten. Daarom worden ze fiscaal meestalgekwalificeerd als ‘kosten van onthaal’ (receptiekosten) of reclamekosten. Het kanechter ook gaan om ‘culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve,vermakelijkheids- en soortgelijke evenementen en de daarmee samenhangendediensten’.
Niet alleen voor klanten maar ook voor personeel kunnen bijzondere ‘incentives’worden georganiseerd, in de vorm van (bedrijfs)uitstappen en feestjes, het aanbiedenvan geschenken, eten en drinken, al dan niet in een restaurant.
Deze overzichtelijke uitgave behandelt de btw- en belastingsimplicaties vanevenementen en incentives voor klanten en personeel.

Handboek forensische gedragswetenschappen
De forensische geestelijke gezondheidszorg is een boeiend en tegelijk complex domein in volle ontwikkeling. Zij bevindt zich op het kruispunt van de geestelijke gezondheidszorg en het recht. Uiteenlopende vakspecialisten uit justitie en hulpverlening zijn hierbij op elkaar aangewezen.
Voor een adequate samenwerking is kennis van de context waarin de verschillende actoren werken essentieel. Dit handboek bevat bijgevolg bijdragen van juristen, psychiaters, psychologen, orthopedagogen, criminologen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. De auteurs zijn zowel academici als experten uit de praktijk. Zij behandelen uit beide gezichtspunten uiteenlopende wetenschaps- en praktijkdomeinen die van groot belang zijn voor de forensische geestelijke gezondheidszorg.
Het handboek is ontwikkeld met het oog op de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen, georganiseerd door de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent en de Arteveldehogeschool. Het geeft ook ruimer aan alle belanghebbende lezers waardevolle wetenschappelijke en multidisciplinaire inzichten mee over de forensische geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.

Handboek forensische gedragswetenschappen
De forensische geestelijke gezondheidszorg is een boeiend en tegelijk complex domein in volle ontwikkeling. Zij bevindt zich op het kruispunt van de geestelijke gezondheidszorg en het recht. Uiteenlopende vakspecialisten uit justitie en hulpverlening zijn hierbij op elkaar aangewezen.
Voor een adequate samenwerking is kennis van de context waarin de verschillende actoren werken essentieel. Dit handboek bevat bijgevolg bijdragen van juristen, psychiaters, psychologen, orthopedagogen, criminologen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. De auteurs zijn zowel academici als experten uit de praktijk. Zij behandelen uit beide gezichtspunten uiteenlopende wetenschaps- en praktijkdomeinen die van groot belang zijn voor de forensische geestelijke gezondheidszorg.
Het handboek is ontwikkeld met het oog op de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen, georganiseerd door de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent en de Arteveldehogeschool. Het geeft ook ruimer aan alle belanghebbende lezers waardevolle wetenschappelijke en multidisciplinaire inzichten mee over de forensische geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.
Citizens enforcing the law
In this context, Astrid Bosch raises the following questions: Have the legal norms constraining citizens'' right to enforce the law become outdated? Is there, thus, a gap between the current legal and social opinions regarding citizen’s arrest? Would bridging this gap, by broadening the legal space for citizen’s arrest, endanger the rule of law?
Astrid Bosch studied law at the Universidad Nacional de Nordeste in Argentina and criminology at the Universität Hamburg in Germany. She is currently in a GIZ (Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit) program, working on issues of state and democracy in Bolivia.
Citizens enforcing the law
In this context, Astrid Bosch raises the following questions: Have the legal norms constraining citizens'' right to enforce the law become outdated? Is there, thus, a gap between the current legal and social opinions regarding citizen’s arrest? Would bridging this gap, by broadening the legal space for citizen’s arrest, endanger the rule of law?
Astrid Bosch studied law at the Universidad Nacional de Nordeste in Argentina and criminology at the Universität Hamburg in Germany. She is currently in a GIZ (Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit) program, working on issues of state and democracy in Bolivia.
Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowelin termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning enhet penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionalsen onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregelingvan 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisatiesbetrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningenen penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen overbeide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerderehete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnescondamnées à une peine privative de liberté une première occasion dequitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention.Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leursproches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Ils’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bienau niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiairesdemeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur cesmodalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliquésdans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsique ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissionsde sortie et aux congés pénitentiaires.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowelin termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning enhet penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionalsen onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregelingvan 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisatiesbetrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningenen penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen overbeide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerderehete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnescondamnées à une peine privative de liberté une première occasion dequitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention.Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leursproches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Ils’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bienau niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiairesdemeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur cesmodalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliquésdans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsique ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissionsde sortie et aux congés pénitentiaires.
De gerechtsdeurwaarder: ambtenaar en ondernemer. Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening en de gevolgen voor de opleiding.
Met de Gerechtsdeurwaarderswet van 2001 heeft de marktwerking zijn intrede gedaan in deze juridische beroepsgroep. Het vestigingsbeleid is sindsdien geliberaliseerd en de tarieven voor de opdrachtgevers zijn vrijgegeven. Deze marktwerking heeft gevolgen gehad voor de onderlinge verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders, die voortaan concurrenten van elkaar zijn, en voor de verhouding met de grote opdrachtgevers, die de prijs voor de aangeboden diensten kunnen bepalen. De commercialisering heeft ook gevolgen gehad voor de schuldenaar: door het gevecht om de opdrachtgevers, de manier van contracteren en de soms voorkomende voorfinanciering zijn de verhoudingen verhard.
In deze context is aandacht voor hoge professionele en ethische standaarden noodzakelijk. In de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder moeten de kernwaarden uitdrukkelijk worden benadrukt, omdat door marktwerking de aandacht voor deze waarden vermindert en soms zelfs lijkt te verdwijnen.
In dit boek onderzoekt Ineke van den Berg hoe de opleiding tot
(kandidaat-)gerechtsdeurwaarder er, gezien de ontwikkelingen in de
beroepsuitoefening, uit zou moeten zien.
Mr. Ineke (C.) van den Berg-Smit is hoofddocent privaatrecht
aan de Hogeschool Utrecht. Op basis van bijna twintig jaar
ervaring als docent voor de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder
en in het kader van de permanente educatie van (kandidaat-)
gerechtsdeurwaarders, heeft zij veel zien veranderen in de beroepsuitoefening
én opleiding. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek
ter zake.
De gerechtsdeurwaarder: ambtenaar en ondernemer. Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening en de gevolgen voor de opleiding.
Met de Gerechtsdeurwaarderswet van 2001 heeft de marktwerking zijn intrede gedaan in deze juridische beroepsgroep. Het vestigingsbeleid is sindsdien geliberaliseerd en de tarieven voor de opdrachtgevers zijn vrijgegeven. Deze marktwerking heeft gevolgen gehad voor de onderlinge verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders, die voortaan concurrenten van elkaar zijn, en voor de verhouding met de grote opdrachtgevers, die de prijs voor de aangeboden diensten kunnen bepalen. De commercialisering heeft ook gevolgen gehad voor de schuldenaar: door het gevecht om de opdrachtgevers, de manier van contracteren en de soms voorkomende voorfinanciering zijn de verhoudingen verhard.
In deze context is aandacht voor hoge professionele en ethische standaarden noodzakelijk. In de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder moeten de kernwaarden uitdrukkelijk worden benadrukt, omdat door marktwerking de aandacht voor deze waarden vermindert en soms zelfs lijkt te verdwijnen.
In dit boek onderzoekt Ineke van den Berg hoe de opleiding tot
(kandidaat-)gerechtsdeurwaarder er, gezien de ontwikkelingen in de
beroepsuitoefening, uit zou moeten zien.
Mr. Ineke (C.) van den Berg-Smit is hoofddocent privaatrecht
aan de Hogeschool Utrecht. Op basis van bijna twintig jaar
ervaring als docent voor de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder
en in het kader van de permanente educatie van (kandidaat-)
gerechtsdeurwaarders, heeft zij veel zien veranderen in de beroepsuitoefening
én opleiding. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek
ter zake.
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?

Vruchtgebruik (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 20)
Het werken met zakelijke rechten is fiscaal vaak interessant. Het vruchtgebruik is een zakelijk recht dat zeer nauw verwant is met de onroerende verhuur als persoonlijk recht. Vruchtgebruikconstructies worden echter traditioneel kritisch bekeken door de fiscus. Vaak vergeet men ook de btw-gevolgen verbonden aan het opzetten van een vruchtgebruikconstructie.
Dit boek analyseert het vruchtgebruik als zakelijk recht op het vlak van de btw, de registratierechten en de inkomstenbelastingen. Ook de civielrechtelijke aspecten worden in een apart deel besproken.
De bespreking concentreert zich telkens op de drie grote fasen: de waardering van het vruchtgebruik, het gebruik van het bedrijfsmiddel tijdens de duur van het vruchtgebruik en de gevolgen bij het einde van het vruchtgebruik.
Alternatieven voor het werken met vruchtgebruik worden – waar mogelijk – met hun
verschillen en gevolgen besproken. Ook de praktische formaliteiten komen steeds
aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als
eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is fiscaal auteur, docent
btw en gastprofessor aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en
Bestuurskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het
vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten,
Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en
Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m.
Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld
opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Vruchtgebruik (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 20)
Het werken met zakelijke rechten is fiscaal vaak interessant. Het vruchtgebruik is een zakelijk recht dat zeer nauw verwant is met de onroerende verhuur als persoonlijk recht. Vruchtgebruikconstructies worden echter traditioneel kritisch bekeken door de fiscus. Vaak vergeet men ook de btw-gevolgen verbonden aan het opzetten van een vruchtgebruikconstructie.
Dit boek analyseert het vruchtgebruik als zakelijk recht op het vlak van de btw, de registratierechten en de inkomstenbelastingen. Ook de civielrechtelijke aspecten worden in een apart deel besproken.
De bespreking concentreert zich telkens op de drie grote fasen: de waardering van het vruchtgebruik, het gebruik van het bedrijfsmiddel tijdens de duur van het vruchtgebruik en de gevolgen bij het einde van het vruchtgebruik.
Alternatieven voor het werken met vruchtgebruik worden – waar mogelijk – met hun
verschillen en gevolgen besproken. Ook de praktische formaliteiten komen steeds
aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als
eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is fiscaal auteur, docent
btw en gastprofessor aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en
Bestuurskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het
vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten,
Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en
Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m.
Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld
opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de UniversiteitGent begon officieel in 1938. In dat jaar werd hetvoorstel van decaan Nico Gunzburg en professor JulesSimon tot oprichting van een School voor Criminologiebekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later,is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere hetleven en werk van enkele prominente figuren uit deGentse criminologische school (Nico Gunzburg, PaulGhysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecterenenkele binnenlandse en buitenlandse academici overde criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijkescenario’s over de toekomst van onze discipline aan deGentse Universiteit tegen het licht gehouden.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de UniversiteitGent begon officieel in 1938. In dat jaar werd hetvoorstel van decaan Nico Gunzburg en professor JulesSimon tot oprichting van een School voor Criminologiebekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later,is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere hetleven en werk van enkele prominente figuren uit deGentse criminologische school (Nico Gunzburg, PaulGhysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecterenenkele binnenlandse en buitenlandse academici overde criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijkescenario’s over de toekomst van onze discipline aan deGentse Universiteit tegen het licht gehouden.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)
Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.
De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?
Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.
Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.
In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.
Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Overzicht IPR Thema Reeks
Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)
Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.
De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?
Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.
Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.
In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.
Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Overzicht IPR Thema Reeks
Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)
De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?
Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.
Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.
In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.
Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel
vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij
beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks
in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven
waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet
bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden
binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici
die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse
tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.
Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing
and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte
naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift
ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum
Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.
Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)
De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?
Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.
Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.
In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.
Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel
vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij
beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks
in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven
waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet
bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden
binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici
die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse
tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.
Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing
and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte
naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift
ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum
Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.



