Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Strafprocessuele waarborgen tijdens het voorarrest van jeugdigen en hun beleving daarvan

 18,00
Voorarrest bij jeugdigen is een periode waarin een jeugdige niet weet hoe lang hem zijn vrijheid wordt ontnomen. Onduidelijkheid en onzekerheid zijn kenmerkend voor deze periode waarbij verschillende dwangmiddelen worden toegepast.

In dit boek zijn de strafprocessuele waarborgen met betrekking tot het voorarrest bij jeugdigen in Nederland beschreven. Tevens is er praktijkonderzoek gedaan in een justitiële jeugdinrichting waarbij de belevingen en ervaringen van achttien jeugdigen in voorarrest in beeld zijn gebracht.

In dit onderzoek staat de beleving van het strafproces vanuit het perspectief van jeugdigen in voorarrest centraal en wordt onderzocht in hoeverre deze beleving en ervaring met het strafproces afwijkt van de strafprocessuele waarborgen. Jeugdigen hebben een zelfstandige procespositie. In hoeverre weten en begrijpen jeugdigen wat hun processuele waarborgen en rechten zijn en in hoeverre worden deze door hen benut?

mr. drs. Brenda Vermeer studeerde criminologie en rechten, specialisatie strafrecht, aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Quick View

Strafprocessuele waarborgen tijdens het voorarrest van jeugdigen en hun beleving daarvan

 18,00
Voorarrest bij jeugdigen is een periode waarin een jeugdige niet weet hoe lang hem zijn vrijheid wordt ontnomen. Onduidelijkheid en onzekerheid zijn kenmerkend voor deze periode waarbij verschillende dwangmiddelen worden toegepast.

In dit boek zijn de strafprocessuele waarborgen met betrekking tot het voorarrest bij jeugdigen in Nederland beschreven. Tevens is er praktijkonderzoek gedaan in een justitiële jeugdinrichting waarbij de belevingen en ervaringen van achttien jeugdigen in voorarrest in beeld zijn gebracht.

In dit onderzoek staat de beleving van het strafproces vanuit het perspectief van jeugdigen in voorarrest centraal en wordt onderzocht in hoeverre deze beleving en ervaring met het strafproces afwijkt van de strafprocessuele waarborgen. Jeugdigen hebben een zelfstandige procespositie. In hoeverre weten en begrijpen jeugdigen wat hun processuele waarborgen en rechten zijn en in hoeverre worden deze door hen benut?

mr. drs. Brenda Vermeer studeerde criminologie en rechten, specialisatie strafrecht, aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Interculturele mediation

 27,50
Conflicten over belangen, waarden, doelen en middelen komen vaak voor tussen groepen of personen met een verschillende religieuze, culturele of etnische identiteit. De conflictdynamiek scherpt deze verschillen vaak verder aan en dat belemmert een vreedzame oplossing van het geschil. Dergelijke verschillen staan een eenvoudige oplossing tijdens de onderhandelingen of bemiddeling dikwijls in de weg, doordat ze kunnen leiden tot uiteenlopende interpretaties van het geschil, vooroordelen tegen de andere partij, onwetendheid of verkeerde interpretatie van culturele uitingen en symbolen. Sociaal-economische-, gender- of taalproblemen komen hier vaak nog bovenop.

Dergelijke verschillen vereisen specifieke onderhandelingsvormen en mediationstijlen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan andere omgangsvormen, verbale- en non-verbale communicatie, het vermijden van te direct taalgebruik, alsook het schenken van speciale aandacht aan rituelen en context.

Interculturele bemiddeling is niet alleen relevant in de wereld van de diplomatie en de hogere politiek, maar speelt ook een rol in buurten, bedrijven en scholen. Interculturele bemiddelingsvaardigheden zijn van groot belang in de hedendaagse ‘multiculturele’ samenleving. Dit boek bevat verschillende bijdragen rondom het thema interculturele mediation, alsook bijdragen op het terrein van arbeidsbemiddeling, ‘appropriate dispute resolution’ en de mogelijke rol van neuro-science bij mediation.

Quick View

Interculturele mediation

 27,50
Conflicten over belangen, waarden, doelen en middelen komen vaak voor tussen groepen of personen met een verschillende religieuze, culturele of etnische identiteit. De conflictdynamiek scherpt deze verschillen vaak verder aan en dat belemmert een vreedzame oplossing van het geschil. Dergelijke verschillen staan een eenvoudige oplossing tijdens de onderhandelingen of bemiddeling dikwijls in de weg, doordat ze kunnen leiden tot uiteenlopende interpretaties van het geschil, vooroordelen tegen de andere partij, onwetendheid of verkeerde interpretatie van culturele uitingen en symbolen. Sociaal-economische-, gender- of taalproblemen komen hier vaak nog bovenop.

Dergelijke verschillen vereisen specifieke onderhandelingsvormen en mediationstijlen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan andere omgangsvormen, verbale- en non-verbale communicatie, het vermijden van te direct taalgebruik, alsook het schenken van speciale aandacht aan rituelen en context.

Interculturele bemiddeling is niet alleen relevant in de wereld van de diplomatie en de hogere politiek, maar speelt ook een rol in buurten, bedrijven en scholen. Interculturele bemiddelingsvaardigheden zijn van groot belang in de hedendaagse ‘multiculturele’ samenleving. Dit boek bevat verschillende bijdragen rondom het thema interculturele mediation, alsook bijdragen op het terrein van arbeidsbemiddeling, ‘appropriate dispute resolution’ en de mogelijke rol van neuro-science bij mediation.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Organisaties van openbaar belang en financiële transparantie – Entités d’intérêt et transparence financière (Reeks ICCI 2011-2)

 62,00

NL
De oorsprong, definitie en draagwijdte van de notie van organisaties van openbaar belang (Public Interest Entities) worden besproken vanuit een internationale en Europese context. Volgens de Belgische wetgeving omvatten de organisaties van openbaar belang de genoteerde vennootschappen, de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen.Dit boek gaat in het bijzonder in op de gevolgen in België van het statuut van organisatie van openbaar belang voor de commissaris die deze organisaties controleert, en dit op het vlak van onafhankelijkheid, kwaliteitscontrole, relatie met het auditcomité en jaarlijkse bekendmaking van het transparantieverslag.

Verder komen de gevolgen voorzien in het Wetboek van vennootschappen voor publieke vennootschappen – vennootschappen die een openbaar beroep doen op het spaarwezen en genoteerde vennootschappen – op het vlak van de rol van de commissaris aan bod. Het betreft de belangenconflictenregeling in beide types publieke vennootschappen, de beperking en de opheffing van het voorkeurrecht ten gunste van bepaalde personen, de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders en de verklaring inzake deugdelijk bestuur in genoteerde vennootschappen.

Tenslotte worden de specificiteiten belicht eigen aan de benoeming en de opdrachten van de erkende commissarissen van kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen, inclusief de recente ontwikkelingen op dit vlak, met name het Twin Peaks-model, de nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sector.

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks


FR
L’origine, la définition et la portée de la notion d’entités d’intérêt public (Public Interest Entities) sont abordées dans un contexte international et européen. Les entités d’intérêt public comprennent en droit belge les sociétés cotées, les établissements de crédit et les entreprises d’assurances. Cet ouvrage traite en particulier des conséquences du statut d’entité d’intérêt public en Belgique pour le commissaire qui contrôle ces entités, et cela aux niveaux de l’indépendance, du contrôle de qualité, de la relation avec le comité d’audit et de la publication annuelle du rapport de transparence.

Ensuite, les conséquences prévues par le Code des sociétés pour les sociétés publiques – les sociétés faisant appel public à l’épargne et les sociétés cotées – au sujet du rôle du commissaire sont abordées. Cela concerne des règles en matière de conflit d’intérêts pour chaque type de société publique, la limitation et la suppression du droit de préférence en faveur de certaines personnes, l’exercice de certains droits des actionnaires et la déclaration de gouvernement d’entreprise dans les sociétés cotées.

En dernier lieu, l’ouvrage comprend une explication des spécificités propres à la nomination et aux missions des commissaires agréés des établissements de crédit et des entreprises d’assurances. Ceci inclut les récents développements en la matière,à savoir le modèle Twin Peaks, la nouvelle architecture de surveillance pour le secteur financier.
Placeholder Image
Quick View

Organisaties van openbaar belang en financiële transparantie – Entités d’intérêt et transparence financière (Reeks ICCI 2011-2)

 62,00

NL
De oorsprong, definitie en draagwijdte van de notie van organisaties van openbaar belang (Public Interest Entities) worden besproken vanuit een internationale en Europese context. Volgens de Belgische wetgeving omvatten de organisaties van openbaar belang de genoteerde vennootschappen, de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen.Dit boek gaat in het bijzonder in op de gevolgen in België van het statuut van organisatie van openbaar belang voor de commissaris die deze organisaties controleert, en dit op het vlak van onafhankelijkheid, kwaliteitscontrole, relatie met het auditcomité en jaarlijkse bekendmaking van het transparantieverslag.

Verder komen de gevolgen voorzien in het Wetboek van vennootschappen voor publieke vennootschappen – vennootschappen die een openbaar beroep doen op het spaarwezen en genoteerde vennootschappen – op het vlak van de rol van de commissaris aan bod. Het betreft de belangenconflictenregeling in beide types publieke vennootschappen, de beperking en de opheffing van het voorkeurrecht ten gunste van bepaalde personen, de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders en de verklaring inzake deugdelijk bestuur in genoteerde vennootschappen.

Tenslotte worden de specificiteiten belicht eigen aan de benoeming en de opdrachten van de erkende commissarissen van kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen, inclusief de recente ontwikkelingen op dit vlak, met name het Twin Peaks-model, de nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sector.

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks


FR
L’origine, la définition et la portée de la notion d’entités d’intérêt public (Public Interest Entities) sont abordées dans un contexte international et européen. Les entités d’intérêt public comprennent en droit belge les sociétés cotées, les établissements de crédit et les entreprises d’assurances. Cet ouvrage traite en particulier des conséquences du statut d’entité d’intérêt public en Belgique pour le commissaire qui contrôle ces entités, et cela aux niveaux de l’indépendance, du contrôle de qualité, de la relation avec le comité d’audit et de la publication annuelle du rapport de transparence.

Ensuite, les conséquences prévues par le Code des sociétés pour les sociétés publiques – les sociétés faisant appel public à l’épargne et les sociétés cotées – au sujet du rôle du commissaire sont abordées. Cela concerne des règles en matière de conflit d’intérêts pour chaque type de société publique, la limitation et la suppression du droit de préférence en faveur de certaines personnes, l’exercice de certains droits des actionnaires et la déclaration de gouvernement d’entreprise dans les sociétés cotées.

En dernier lieu, l’ouvrage comprend une explication des spécificités propres à la nomination et aux missions des commissaires agréés des établissements de crédit et des entreprises d’assurances. Ceci inclut les récents développements en la matière,à savoir le modèle Twin Peaks, la nouvelle architecture de surveillance pour le secteur financier.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De forensische psychiatrie geanalyseerd. Liber Amicorum Karel Oei

 65,00
Op 1 september 2011 ging Karel Oei met emeritaat nadat hij bijna twee decennia als bijzonder hoogleraar Forensische psychiatrie aan Tilburg University verbonden was geweest. Deze bundel opstellen werd ter gelegenheid van zijn emeritaat aan Karel Oei uitgereikt. De 29 bijdragen – geschreven door vakgenoten en collega’s die een vriendschappelijke band met Karel Oei hebben – vertegenwoordigen in hoge mate de uiteenlopende onderdelen van Karels werk.

Met ‘De forensische psychiatrie geanalyseerd’ als titel van deze bundel is de verbinding gelegd tussen enerzijds de forensisch psychiater die Karel Oei als wetenschapper en als praktiserend psychiater is en anderzijds de psychoanalyse die hem in het bijzonder fascineert.

Quick View

De forensische psychiatrie geanalyseerd. Liber Amicorum Karel Oei

 65,00
Op 1 september 2011 ging Karel Oei met emeritaat nadat hij bijna twee decennia als bijzonder hoogleraar Forensische psychiatrie aan Tilburg University verbonden was geweest. Deze bundel opstellen werd ter gelegenheid van zijn emeritaat aan Karel Oei uitgereikt. De 29 bijdragen – geschreven door vakgenoten en collega’s die een vriendschappelijke band met Karel Oei hebben – vertegenwoordigen in hoge mate de uiteenlopende onderdelen van Karels werk.

Met ‘De forensische psychiatrie geanalyseerd’ als titel van deze bundel is de verbinding gelegd tussen enerzijds de forensisch psychiater die Karel Oei als wetenschapper en als praktiserend psychiater is en anderzijds de psychoanalyse die hem in het bijzonder fascineert.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cost and Quality of Online Dispute Resolution. A handbook for Measuring the Costs and Quality of ODR

 49,25
Internet has changed the way we do business, communicate, shop, travel, and learn. Technologies are already assisting people to solve their disputes. E-bay, alone, deals with more than 60 million disagreements per year using smart Online dispute resolution tools. In the Netherlands, some people already arrange their divorce using the advantages of online mediation.

In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.

“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com

Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.

Quick View

Cost and Quality of Online Dispute Resolution. A handbook for Measuring the Costs and Quality of ODR

 49,25
Internet has changed the way we do business, communicate, shop, travel, and learn. Technologies are already assisting people to solve their disputes. E-bay, alone, deals with more than 60 million disagreements per year using smart Online dispute resolution tools. In the Netherlands, some people already arrange their divorce using the advantages of online mediation.

In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.

“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com

Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tachtig jaar criminologie aan de Leuvense universiteit. Onderwijs, onderzoek en praktijk

 42,00

Dit boek biedt een overzicht van het onderwijs en het onderzoek in de criminologie aan de Leuvense universiteit vanaf de start in 1929 tot nu.
Het bestaat uit drie delen met bijdragen van eenentwintig auteurs.

  • Deel 1: de ontwikkelingen in het onderwijsprogramma
  • Deel 2: de evolutie van het onderzoek
  • Deel 3: de praktijk, waarbij elf afgestudeerden terugblikken op hun opleiding en hun professionele loopbaan.


  • Door alle bijdragen heen wordt duidelijk dat de geschiedenis van de criminologie aan de Leuvense universiteit in te delen valt in drie grote perioden. Een eerste lange incubatieperiode van 1929 tot het begin van de jaren 1970 stelde het onderwijsprogramma centraal. Tijdens de tweede periode tot 2006 werd het onderwijsprogramma verder regelmatig aangepast maar profileerde het fel groeiende criminologische onderzoek zich sterk. De derde periode gaat in met de oprichting van LINC (Leuvens Instituut voor Criminologie), dat in 2007 tot stand kwam na een ingrijpende wissel van de wacht door de komst van een nieuwe generatie criminologen. Een epiloog rondt het geheel af, met een terugblik en een vooruitblik.

    Joris Casselman is psychiater, criminoloog, psycholoog, seksuoloog en prof. em. van de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg.

    Ivo Aertsen is psycholoog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Zelf afkomstig uit het praktijkveld, liggen zijn competenties vooral op het vlak van de victimologie, de penologie en het herstelrecht.

    Stephan Parmentier is socioloog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Hij is vooral actief op het vlak van de mensenrechten, de politieke criminaliteit en de ‘transitional justice’.

    Quick View

    Tachtig jaar criminologie aan de Leuvense universiteit. Onderwijs, onderzoek en praktijk

     42,00

    Dit boek biedt een overzicht van het onderwijs en het onderzoek in de criminologie aan de Leuvense universiteit vanaf de start in 1929 tot nu.
    Het bestaat uit drie delen met bijdragen van eenentwintig auteurs.

  • Deel 1: de ontwikkelingen in het onderwijsprogramma
  • Deel 2: de evolutie van het onderzoek
  • Deel 3: de praktijk, waarbij elf afgestudeerden terugblikken op hun opleiding en hun professionele loopbaan.


  • Door alle bijdragen heen wordt duidelijk dat de geschiedenis van de criminologie aan de Leuvense universiteit in te delen valt in drie grote perioden. Een eerste lange incubatieperiode van 1929 tot het begin van de jaren 1970 stelde het onderwijsprogramma centraal. Tijdens de tweede periode tot 2006 werd het onderwijsprogramma verder regelmatig aangepast maar profileerde het fel groeiende criminologische onderzoek zich sterk. De derde periode gaat in met de oprichting van LINC (Leuvens Instituut voor Criminologie), dat in 2007 tot stand kwam na een ingrijpende wissel van de wacht door de komst van een nieuwe generatie criminologen. Een epiloog rondt het geheel af, met een terugblik en een vooruitblik.

    Joris Casselman is psychiater, criminoloog, psycholoog, seksuoloog en prof. em. van de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg.

    Ivo Aertsen is psycholoog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Zelf afkomstig uit het praktijkveld, liggen zijn competenties vooral op het vlak van de victimologie, de penologie en het herstelrecht.

    Stephan Parmentier is socioloog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Hij is vooral actief op het vlak van de mensenrechten, de politieke criminaliteit en de ‘transitional justice’.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Geschiedenis van het straf- en schadevergoedingsrecht

     25,70

    Het strafrecht behoort vanouds tot de meest ingrijpende, maar ook aansprekende terreinen van het recht. Misdrijven laten diepe sporen na in een mensenleven. De reacties die daarop volgen eveneens. De geschiedenis van deze strafrechtelijke reacties is lang en grillig, zeker vanuit het perspectief van de moderne mens. Het heeft vele eeuwen geduurd voordat de overheid het strafrecht volledig in handen kreeg. Eerst heel geleidelijk hebben de slachtoffers van gepleegde delicten hun aanspraak op vergelding van het ondervonden onrecht moeten opgeven en genoegen moeten nemen met vergoeding van de hun toegebrachte schade.

    In dit boek wordt in een aantal hoofdstukken de lange weg beschreven die uiteindelijk heeft geleid tot de totstandkoming van het hedendaagse straf- en schadevergoedingsrecht.

    Mr. E.J.M.F.C. Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis en encyclopedie van het recht aan de Universiteit Tilburg. Van zijn hand verschenen reeds diverse publicaties over de geschiedenis van het strafrecht en de rechtspraakgeschiedenis.

    Quick View

    Geschiedenis van het straf- en schadevergoedingsrecht

     25,70

    Het strafrecht behoort vanouds tot de meest ingrijpende, maar ook aansprekende terreinen van het recht. Misdrijven laten diepe sporen na in een mensenleven. De reacties die daarop volgen eveneens. De geschiedenis van deze strafrechtelijke reacties is lang en grillig, zeker vanuit het perspectief van de moderne mens. Het heeft vele eeuwen geduurd voordat de overheid het strafrecht volledig in handen kreeg. Eerst heel geleidelijk hebben de slachtoffers van gepleegde delicten hun aanspraak op vergelding van het ondervonden onrecht moeten opgeven en genoegen moeten nemen met vergoeding van de hun toegebrachte schade.

    In dit boek wordt in een aantal hoofdstukken de lange weg beschreven die uiteindelijk heeft geleid tot de totstandkoming van het hedendaagse straf- en schadevergoedingsrecht.

    Mr. E.J.M.F.C. Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis en encyclopedie van het recht aan de Universiteit Tilburg. Van zijn hand verschenen reeds diverse publicaties over de geschiedenis van het strafrecht en de rechtspraakgeschiedenis.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Salduz – Bijstand van advocaten bij verhoren (Reeks Politiestudies, nr. 1)

     65,00
    De invoering van de ‘Salduzwet’ betekent één  van de grootste omwentelingen ooit in het Belgisch  strafrechtsysteem, in het bijzonder voor politionele onderzoeken. Per 1 januari 2012 treedt deze wet in België in werking.
    Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de  advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.

    Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.

    Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.

    Quick View

    Salduz – Bijstand van advocaten bij verhoren (Reeks Politiestudies, nr. 1)

     65,00
    De invoering van de ‘Salduzwet’ betekent één  van de grootste omwentelingen ooit in het Belgisch  strafrechtsysteem, in het bijzonder voor politionele onderzoeken. Per 1 januari 2012 treedt deze wet in België in werking.
    Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de  advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.

    Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.

    Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

     55,00
    Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

    Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

    Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

    Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

    Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

    Bart Volders is advocaat te Brussel.

    Quick View

    Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

     55,00
    Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

    Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

    Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

    Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

    Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

    Bart Volders is advocaat te Brussel.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)

     55,00

    Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?

    In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.

    Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.

    Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.

    Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.



    Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.

    Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.

    Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

    Placeholder Image
    Quick View

    Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)

     55,00

    Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?

    In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.

    Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.

    Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.

    Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.



    Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.

    Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.

    Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht

     61,40

    In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.

    Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.

    Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

    Quick View

    Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht

     61,40

    In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.

    Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.

    Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)

     150,00
    The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

    Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.

    This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.

    This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

    Quick View

    Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)

     150,00
    The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

    Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.

    This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.

    This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)

     67,00
    The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

    Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.

    This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.

    This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

    Quick View

    Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)

     67,00
    The introduction in 2008 of the Framework Decision on the application of the principle of mutual recognition to judgements in criminal matters imposing custodial sentences or measures involving deprivation of liberty for the purpose of their enforcement in the European Union sparked discussions as to whether the practical operation of the instrument would be compatible with its very objective, being the enhancement of detained persons’ social rehabilitation prospects.

    Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.

    This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.

    This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.

     50,90

    Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
    Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.

    Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.

    Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.

    Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.


    Geen voorraad
    Quick View

    Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.

     50,90

    Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
    Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.

    Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.

    Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.

    Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.


    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Praktijkgids Familie- en JeugdrechtPraktijkgids Familie- en Jeugdrecht
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht

     50,90
    Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.

    Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.

    Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.

    mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.

    "Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
    Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht

    Praktijkgids Familie- en JeugdrechtPraktijkgids Familie- en Jeugdrecht
    Quick View

    Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht

     50,90
    Wie professioneel actief is in de praktijk van het familie-, personen- en civiele jeugdrecht, moet over heel wat kwaliteiten en kennis beschikken. Van belang is betrokkenheid bij degenen over wie het gaat en vertrouwdheid met het toepasselijke burgerlijke procesrecht en het materiële recht. Men dient uitgebreide (jaar)cijfers en tabellen te kunnen doorgronden als het gaat om alimentatie en huwelijksvermogensrecht. Ook heeft men kennis nodig over de gevolgen van hechtingsproblematiek en de verschillende ontwikkelingsstadia van kinderen, als het gaat om beslissingen binnen het jeugdrecht. Dit geldt tevens voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of bepaalde omgangsperikelen.Voordat men zich hierin kan verdiepen, dient echter eerst de juridische context van een verzoek of geschil goed in beeld te worden gebracht.

    Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.

    Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.

    mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.

    "Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
    Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject

     95,00
    Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.

    Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.

    In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.

    In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.

    Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.

    Quick View

    Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject

     95,00
    Internationale overbrenging van veroordeelden is een fenomeen dat sinds enkele decennia een toenemende groei en formalisering kent. Het blijkt een instrument te zijn dat door tal van landen wordt ingezet in tal van contexten, waardoor het ‘gezicht’ van internationale overbrenging varieert en verandert. Gezien de groeiende internationale mobiliteit die de samenleving kenmerkt, wint deze materie steeds meer aan belang. De positie van de veroordeelde hierin, vormt het centrale aandachtspunt in de voorliggende publicatie.

    Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.

    In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.

    In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.

    Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

     34,50
    Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

    Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

    In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

    Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

    Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
    Quick View

    Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

     34,50
    Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

    Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

    In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

    Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

     76,00
    Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

    Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

    Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
    Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

    Placeholder Image
    Quick View

    Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding

     76,00
    Het jaarlijkse Maritiem Symposium – georganiseerd door het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent in samenwerking met diverse partners aan beide kanten van de Westerschelde – was in 2011 aan haar vijftiende editie toe. Dit was hét uitgelezen moment om een jubileumboek uit te geven, met als rode draad de evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding.

    Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.

    Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
    Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Substantive Criminal Law of the European Union

    door
     65,00
    Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

    Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

    This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

    The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

    André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

    Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

    Quick View

    Substantive Criminal Law of the European Union

    door
     65,00
    Whilst the focus of the European Union in criminal law over the last decades has predominantly been the implementation of the principle of mutual recognition, the EU also further developed its influence on substantive criminal law. It has emerged that the smooth operation of mutual recognition is facilitated by harmonisation of substantive law.

    Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.

    This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.

    The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).

    André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.

    Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

     66,00
    After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

    The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

    The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

    A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
    A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

    The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

    Quick View

    EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )

     66,00
    After no less than four entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009 and 2010, the editorial board is proud to issue a 5th volume, again comprising original and new research papers that have been proofed by international peers (name list set out in the appendix).

    The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.

    The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.

    A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
    A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).

    The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution

     43,00
    This book explores the potential of online communication to improve dispute resolution processes.

    The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.

    In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.

    Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.

    Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.

    Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.

    Quick View

    Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution

     43,00
    This book explores the potential of online communication to improve dispute resolution processes.

    The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.

    In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.

    Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.

    Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.

    Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011

     52,00
    Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen dievooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.

    Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

    "Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

    "Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.

    Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.

    Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011

     52,00
    Dit boek bevat niet minder dan 23 uitgebreide bijdragen met de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. Deze bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen dievooraanstaande Leuvense juristen gaven op 18 maart 2011, ter gelegenheid van de 18de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.

    Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.

    "Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.

    "Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.

    Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.

    Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave

     45,00
    Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuringvan onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzakehuishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur,de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijkeovereenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goedereneen uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend teworden op deze “verhuurovereenkomsten”.

    Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingenis niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerendeverhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexehandeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieveonroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgischerechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aanbod.
    Placeholder Image
    Quick View

    Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave

     45,00
    Het Burgerlijk Wetboek kent vier regimes met betrekking tot de verhuringvan onroerende goederen: het gemeenrechtelijk regime inzakehuishuur (het algemeen huurrecht), de Woninghuur, de Handelshuur,de Pacht. Onroerende verhuur is vrijgesteld van btw. Toch vormen talrijkeovereenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goedereneen uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend teworden op deze “verhuurovereenkomsten”.

    Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingenis niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerendeverhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexehandeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieveonroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgischerechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aanbod.
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Facturering van diensten (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 4) – 2de herziene uitgave

     44,00
    De problematiek van de diensten behoort tot de klassiekers inzake btw. Waar is de dienst gelokaliseerd en wie is de schuldenaar van de btw? Op het eerste gezicht een eenvoudige vraag. Het antwoord veronderstelt echter een grondige kennis van de btw-wetgeving.

    Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregels in een nationale, intracommunautaire en in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoe dient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen, de soort dienst en de vestiging van de partijen.

    Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake het invullen van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting. Een aantal specifieke diensten worden als aparte topics behandeld.

    Achteraan in het boek vindt de lezer een handige overzichtstabel met lokalisatiecriteria.

    Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.

    Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

    Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

    Placeholder Image
    Quick View

    Facturering van diensten (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 4) – 2de herziene uitgave

     44,00
    De problematiek van de diensten behoort tot de klassiekers inzake btw. Waar is de dienst gelokaliseerd en wie is de schuldenaar van de btw? Op het eerste gezicht een eenvoudige vraag. Het antwoord veronderstelt echter een grondige kennis van de btw-wetgeving.

    Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregels in een nationale, intracommunautaire en in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoe dient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen, de soort dienst en de vestiging van de partijen.

    Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake het invullen van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting. Een aantal specifieke diensten worden als aparte topics behandeld.

    Achteraan in het boek vindt de lezer een handige overzichtstabel met lokalisatiecriteria.

    Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.

    Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.

    Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×