De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de UniversiteitGent begon officieel in 1938. In dat jaar werd hetvoorstel van decaan Nico Gunzburg en professor JulesSimon tot oprichting van een School voor Criminologiebekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later,is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere hetleven en werk van enkele prominente figuren uit deGentse criminologische school (Nico Gunzburg, PaulGhysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecterenenkele binnenlandse en buitenlandse academici overde criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijkescenario’s over de toekomst van onze discipline aan deGentse Universiteit tegen het licht gehouden.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de UniversiteitGent begon officieel in 1938. In dat jaar werd hetvoorstel van decaan Nico Gunzburg en professor JulesSimon tot oprichting van een School voor Criminologiebekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later,is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere hetleven en werk van enkele prominente figuren uit deGentse criminologische school (Nico Gunzburg, PaulGhysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecterenenkele binnenlandse en buitenlandse academici overde criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijkescenario’s over de toekomst van onze discipline aan deGentse Universiteit tegen het licht gehouden.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)
Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.
De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?
Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.
Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.
In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.
Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Overzicht IPR Thema Reeks
Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)
Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.
De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?
Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.
Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.
In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.
Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Overzicht IPR Thema Reeks
Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)
De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?
Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.
Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.
In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.
Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel
vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij
beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks
in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven
waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet
bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden
binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici
die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse
tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.
Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing
and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte
naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift
ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum
Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.
Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)
De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?
Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.
Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.
In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.
Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel
vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij
beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks
in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven
waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet
bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden
binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici
die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse
tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.
Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing
and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte
naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift
ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum
Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.

De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)
De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.
Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.
De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.
In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.
Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van
onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse
wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de
Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd
uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in
samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide
verbonden van de Universiteit Gent.

De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)
De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.
Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.
De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.
In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.
Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van
onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse
wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de
Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd
uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in
samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide
verbonden van de Universiteit Gent.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)
In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?
Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)
In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?
Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)
De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieketoegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij totde economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in hethavengebied.
Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaandonderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpsehaven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rolen de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren,identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen)werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Eenintegrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staatdaarbij centraal.

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)
De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieketoegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij totde economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in hethavengebied.
Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaandonderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpsehaven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rolen de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren,identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen)werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Eenintegrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staatdaarbij centraal.
Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.

