Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.
One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.
These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.
‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.
André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.
Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.
One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.
These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.
‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.
André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.
Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)
In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.
Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)
In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.
Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)
Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.
Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.
Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)
Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.
Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.
Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)
In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.
Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.
To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)
In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.
Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.
To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)
Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).
In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)
Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).
In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012
Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Voorwoord
Inhoudsopgave

Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012
Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Voorwoord
Inhoudsopgave
Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)
This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.
The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.
Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)
This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.
The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.
Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.
De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.
Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.
In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.
De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.
Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.
In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

Geheime commissielonen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 5)
De belastingadministratie zal de gevreesde 309% aanslag effectief opleggen indien ‘voordelen van alle aard’ niet zijn aangegeven.Tot 30 juni 2012 is er een overgangsfase toegestaan om fouten uit het verledenrecht te zetten. Maar vanaf 1 juni 2012 riskeren alle vennootschappen dezestrafsanctie.
Dit boek behandelt nauwgezet de huidige wetgeving, de verstrengde positie van deadministratie alsook de rechtspraak van de laatste jaren.Het geeft nauwkeurig alle verplichtingen aan om de 309%-aanslag te vermijden.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Geheime commissielonen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 5)
De belastingadministratie zal de gevreesde 309% aanslag effectief opleggen indien ‘voordelen van alle aard’ niet zijn aangegeven.Tot 30 juni 2012 is er een overgangsfase toegestaan om fouten uit het verledenrecht te zetten. Maar vanaf 1 juni 2012 riskeren alle vennootschappen dezestrafsanctie.
Dit boek behandelt nauwgezet de huidige wetgeving, de verstrengde positie van deadministratie alsook de rechtspraak van de laatste jaren.Het geeft nauwkeurig alle verplichtingen aan om de 309%-aanslag te vermijden.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Toegepaste statistiek met SPSS voor criminologen
Daarom is er nu dit nieuwe handboek toegepaste statistiek met IBM-SPSS voor criminologen, dat exclusief gebruik maakt van voorbeelden uit het werkveld van de criminoloog. De analysetechnieken die worden uiteengezet behoren tot de “tools of the trade” van de criminoloog die aan de hand van statistische software een aantal elementaire en ook meer geavanceerde probleemstellingen wil beantwoorden.
Het boek behandelt vooreerst de basisprincipes van de toegepaste univariate en bivariate beschrijvende en inferentiële statistiek die elke criminoloog leert kennen in de opleiding. Daarnaast wordt aandacht besteed aan data management, de technieken om van ruwe gegevens concrete variabelen te maken (o.a. het hercoderen, aggregeren, samenvoegen van bestanden en aanmaken van schalen). Het boek besteedt ook veel aandacht aan een waaier van dependente en niet-dependente multivariate analysetechnieken die vaak opduiken in het criminologisch onderzoek. Aandacht wordt besteed aan meervoudige regressievergelijkingen voor metrische, ordinale, categorische afhankelijke variabelen en teldata. Daarnaast is er ook een introductie voorzien tot de survival analyse, factoranalyse en clusteranalyse.
Deze uitgave vormt een toegankelijk basishandboek voor studenten, onderzoekers en professionals. Het vergemakkelijkt de instap in de praktijk van de kwantitatieve criminologie. Omdat ook aandacht wordt besteed aan data management en multivariate analysetechnieken is dit boek ook een handig referentiewerk voor beginnende doctorandi en vorsers.
Databestanden SPSS voor criminologen.zip (378kb)
Prof. Dr. Lieven Pauwels (1974) doceert onder andere “Statistiek voor Criminologen” en “Kwantitatieve Criminologische Methoden & Technieken” aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie (UGent). Hij is codirecteur van de interuniversitaire onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent). Lieven Pauwels is inhoudelijk geïnteresseerd in de toetsing van etiologische theorieën en de gevolgen van de stedelijke concentratie van segregatie op criminaliteit en attitudevorming.
Toegepaste statistiek met SPSS voor criminologen
Daarom is er nu dit nieuwe handboek toegepaste statistiek met IBM-SPSS voor criminologen, dat exclusief gebruik maakt van voorbeelden uit het werkveld van de criminoloog. De analysetechnieken die worden uiteengezet behoren tot de “tools of the trade” van de criminoloog die aan de hand van statistische software een aantal elementaire en ook meer geavanceerde probleemstellingen wil beantwoorden.
Het boek behandelt vooreerst de basisprincipes van de toegepaste univariate en bivariate beschrijvende en inferentiële statistiek die elke criminoloog leert kennen in de opleiding. Daarnaast wordt aandacht besteed aan data management, de technieken om van ruwe gegevens concrete variabelen te maken (o.a. het hercoderen, aggregeren, samenvoegen van bestanden en aanmaken van schalen). Het boek besteedt ook veel aandacht aan een waaier van dependente en niet-dependente multivariate analysetechnieken die vaak opduiken in het criminologisch onderzoek. Aandacht wordt besteed aan meervoudige regressievergelijkingen voor metrische, ordinale, categorische afhankelijke variabelen en teldata. Daarnaast is er ook een introductie voorzien tot de survival analyse, factoranalyse en clusteranalyse.
Deze uitgave vormt een toegankelijk basishandboek voor studenten, onderzoekers en professionals. Het vergemakkelijkt de instap in de praktijk van de kwantitatieve criminologie. Omdat ook aandacht wordt besteed aan data management en multivariate analysetechnieken is dit boek ook een handig referentiewerk voor beginnende doctorandi en vorsers.
Databestanden SPSS voor criminologen.zip (378kb)
Prof. Dr. Lieven Pauwels (1974) doceert onder andere “Statistiek voor Criminologen” en “Kwantitatieve Criminologische Methoden & Technieken” aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie (UGent). Hij is codirecteur van de interuniversitaire onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent). Lieven Pauwels is inhoudelijk geïnteresseerd in de toetsing van etiologische theorieën en de gevolgen van de stedelijke concentratie van segregatie op criminaliteit en attitudevorming.
What’s in a name? Identiteitsfraude en -diefstal (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 1)
In de voorliggende bundel wordt een impressie gegeven van het brede palet van identiteitgerelateerde vragen. Hij beoogt een eerste aanzet te geven tot het in kaart brengen van verschillende aspecten van deze problematiek.
What’s in a name? Identiteitsfraude en -diefstal (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 1)
In de voorliggende bundel wordt een impressie gegeven van het brede palet van identiteitgerelateerde vragen. Hij beoogt een eerste aanzet te geven tot het in kaart brengen van verschillende aspecten van deze problematiek.
Tides and currents in police theories (CPS 2012 – 4, nr. 25)
In this volume of the Journal of Police Studies, authors reflect on the substance of theoretical developments concerning police.
The different contributions discuss the article by Jack Green, called The Tides and Currents, Eddies and Whirlpools and Riptides of Modern Policing: Connecting Thoughts. The paper was the outcome of a seminar organized at Ghent University in the framework of the working group on policing of the European Society of Criminology (ESC), held in September 2010. The contribution of Greene is referring to original background papers which were published earlier.
With this volume, we want to push the analysis further, starting from the observations Jack Greene makes in his provocative roundup.
Tides and currents in police theories (CPS 2012 – 4, nr. 25)
In this volume of the Journal of Police Studies, authors reflect on the substance of theoretical developments concerning police.
The different contributions discuss the article by Jack Green, called The Tides and Currents, Eddies and Whirlpools and Riptides of Modern Policing: Connecting Thoughts. The paper was the outcome of a seminar organized at Ghent University in the framework of the working group on policing of the European Society of Criminology (ESC), held in September 2010. The contribution of Greene is referring to original background papers which were published earlier.
With this volume, we want to push the analysis further, starting from the observations Jack Greene makes in his provocative roundup.
Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)
Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.
In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.
(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.
(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.
(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)
Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.
In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.
(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.
(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.
(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Geweld en politie (CPS 2012 – 2, nr. 23)
Enerzijds wordt ingegaan op geweld tegen de politie. Naast burgers in het algemeen zijn functionarissen die in de publieke ruimte optreden (ambulancepersoneel, brandweerlieden, toezichthouders, bus/trambestuurders, maar zeker ook de politie) immers stelselmatig het voorwerp en slachtoffer van agressie en geweld. In welke mate vallen politieambtenaren ten prooi aan gewelddadige burgers, welke interactieprocessen spelen daarbij een rol, en welke gevolgen heeft slachtofferschap van geweld voor de politieambtenaar en de uitoefening van het politieberoep?
Anderzijds besteedt dit Cahier ook aandacht aan het gebruik van geweld door de politie. In België en Nederland heeft de politie samen met het leger nog steeds het monopolie van legaal geweld. De politie staat in voor de bescherming van de burger en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het gebruik van (disproportioneel) geweld kan echter ook aanleiding geven tot debat. Ernstige geweldsincidenten voeden de discussie over de oorzaken van de geweldstoename in de maatschappij en de vraag of de politie nog wel opgewassen is tegen dat geweld.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Geweld en politie (CPS 2012 – 2, nr. 23)
Enerzijds wordt ingegaan op geweld tegen de politie. Naast burgers in het algemeen zijn functionarissen die in de publieke ruimte optreden (ambulancepersoneel, brandweerlieden, toezichthouders, bus/trambestuurders, maar zeker ook de politie) immers stelselmatig het voorwerp en slachtoffer van agressie en geweld. In welke mate vallen politieambtenaren ten prooi aan gewelddadige burgers, welke interactieprocessen spelen daarbij een rol, en welke gevolgen heeft slachtofferschap van geweld voor de politieambtenaar en de uitoefening van het politieberoep?
Anderzijds besteedt dit Cahier ook aandacht aan het gebruik van geweld door de politie. In België en Nederland heeft de politie samen met het leger nog steeds het monopolie van legaal geweld. De politie staat in voor de bescherming van de burger en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het gebruik van (disproportioneel) geweld kan echter ook aanleiding geven tot debat. Ernstige geweldsincidenten voeden de discussie over de oorzaken van de geweldstoename in de maatschappij en de vraag of de politie nog wel opgewassen is tegen dat geweld.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Professionalisering en socialisatie (CPS 2012 – 1, nr. 22)
Dit Cahier verschaft inzicht in beide opleidingsfuncties. Daarbij wordt de vaststelling dat er in de politieorganisatie vooral wordt gezocht naar methoden om de eerste opleidingsfunctie te optimaliseren, geproblematiseerd. Weinigen stellen zich echter de vraag hoe de - door de literatuur fel bekritiseerde - socialisatiefunctie van de politieopleiding verbeterd kan worden. Met de blik op de toekomst richt dit Cahier zich dan ook op het antwoord hoe de politieopleiding van morgen een motor van verandering vormt voor de politieorganisatie.
Professionalisering en socialisatie (CPS 2012 – 1, nr. 22)
Dit Cahier verschaft inzicht in beide opleidingsfuncties. Daarbij wordt de vaststelling dat er in de politieorganisatie vooral wordt gezocht naar methoden om de eerste opleidingsfunctie te optimaliseren, geproblematiseerd. Weinigen stellen zich echter de vraag hoe de - door de literatuur fel bekritiseerde - socialisatiefunctie van de politieopleiding verbeterd kan worden. Met de blik op de toekomst richt dit Cahier zich dan ook op het antwoord hoe de politieopleiding van morgen een motor van verandering vormt voor de politieorganisatie.

European Mediation Training for Practitioners of Justice (met DVD) (AIA – Association for International Arbitration Series)
The course “European Mediation Training for Practitioners of Justice”©, organised by the Associationfor International Arbitration, can be regarded as a milestone for mediation in Europe because, amongothers, it allows successful participants to apply for accreditation throughout the whole EU andestablishes, thereby, a category of truly ‘European Mediators’.
<brThe book and the enclosed DVD are the result of this 100-hour course program, divided intotheoretical and practical parts. The topics in the book vary from more general, such as differencesbetween mediation and litigation or role of a mediator, to such specific practical issues as a refusal tomediate, dealing with deadlocks, and multiparty mediation. Articles in this book have been authoredby recognized mediation professionals working in different jurisdictions across the EU and providingEMTPJ training sessions.
This book may be regarded as the unique guide on mediation in Europe and on how to become an EUqualified mediator. It is of particular interest for those willing to practice mediation.The enclosed DVD contains a mock mediation conducted during a regular practical session of EMTPJ2011, which is commented by one of the EMTPJ lecturers.

European Mediation Training for Practitioners of Justice (met DVD) (AIA – Association for International Arbitration Series)
The course “European Mediation Training for Practitioners of Justice”©, organised by the Associationfor International Arbitration, can be regarded as a milestone for mediation in Europe because, amongothers, it allows successful participants to apply for accreditation throughout the whole EU andestablishes, thereby, a category of truly ‘European Mediators’.
<brThe book and the enclosed DVD are the result of this 100-hour course program, divided intotheoretical and practical parts. The topics in the book vary from more general, such as differencesbetween mediation and litigation or role of a mediator, to such specific practical issues as a refusal tomediate, dealing with deadlocks, and multiparty mediation. Articles in this book have been authoredby recognized mediation professionals working in different jurisdictions across the EU and providingEMTPJ training sessions.
This book may be regarded as the unique guide on mediation in Europe and on how to become an EUqualified mediator. It is of particular interest for those willing to practice mediation.The enclosed DVD contains a mock mediation conducted during a regular practical session of EMTPJ2011, which is commented by one of the EMTPJ lecturers.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen
Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.
Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’
Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen
Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.
Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’
Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.
Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)
Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.
Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.
De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.
Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.
Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.
Meer info over Reeks In Hoofdlijnen
Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)
Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.
Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.
De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.
Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.
Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.
Meer info over Reeks In Hoofdlijnen
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Class Arbitration in the European Union
The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.
Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.
Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.
The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.
Class Arbitration in the European Union
The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.
Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.
Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.
The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.
De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)
De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.
Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.
De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series
De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)
De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.
Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.
De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series
Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)
In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.
This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.
Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)
In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.
This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.

Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence
Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.
Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.
Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.

Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence
Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.
Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.
Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.
Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).
De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).
L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?
Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).
De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).
L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?

