Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
€ 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de
staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen.
De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich
ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de
orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische
toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van
zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding
aan op basis van de constitutioneel verankerde
beroepsvrijheid.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
€ 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de
staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen.
De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich
ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de
orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische
toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van
zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding
aan op basis van de constitutioneel verankerde
beroepsvrijheid.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)
€ 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en
waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)
€ 9,50
De maatschappij juridiseert in hoog tempo en heeft grote behoefte aan juristen met een gedegen kennis van het Nederlands positief recht. Daarnaast dienen juristen bestand te zijn tegen grote maatschappelijke druk en te beschikken over hoge ethische en morele standaarden. Ook gezien de grote vertegenwoordiging van juristen in onder meer overheid en bestuur, mogen aan hun kennis en
waardenpatroon hoge eisen worden gesteld.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout
€ 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair
for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University.
The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status
as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution
to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This
volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal
and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent
to a large extent the various important fields of Anton’s work.
Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout
€ 59,00
On July 1, 2010 prof.dr. Anton van Kalmthout retired as a professor on the chair
for ‘Deprivation of Liberty in Criminal Law and Migration Law’ at Tilburg University.
The Department of Criminal Law felt the need to seize Anton’s emeritus status
as an opportunity to put its appreciation under words for Anton’s contribution
to legal science, in particular to the field of criminal law and migration law. This
volume contains 23 interesting contributions of authors who all have a personal
and professional relation with Anton van Kalmthout. The contributions represent
to a large extent the various important fields of Anton’s work.
Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)
€ 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt
juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het
om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet
fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting
en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te
stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië
heeft onlangs die stap wel gezet.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)
€ 15,00
De paradox is al vaker geconstateerd: in een tijdperk van grote mobiliteit, wordt
juist de bewegingsvrijheid van veel mensen drastisch beperkt. Daarbij gaat het
om groepen minder gewenste vreemdelingen of migranten. Ook Nederland zet
fors in op het tegengaan van ongewenste immigratie door middel van uitsluiting
en detentie. Steeds vaker wordt ook opgeroepen om illegaal verblijf strafbaar te
stellen. Tot op heden is illegaal verblijf geen misdrijf in Nederland, maar Italië
heeft onlangs die stap wel gezet.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)
€ 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)
€ 50,00
Het begrip economische waarde wordt weliswaar vaak gebruikt maar ook slecht begrepen. Niet alleen bestaat verwarring tussen de begrippen waarde en prijs ook het uit de fiscale wereld bekende begrip waarde in het economisch verkeer wordt vaak met het economisch waardebegrip verward.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
€ 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze
belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten
vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
€ 145,00
Voorliggend boek werd geschreven naar aanleiding van de inwerkingtreding van de wet van 23 december 2009 tot invoeging van een nieuw boek IIbis betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen in de Overheidsopdrachtenwet van 24 december 1993. Het heeft tot doel deze
belangrijke aanpassing van het Belgisch rechtsbeschermingsysteem inzake overheidsopdrachten
vanuit diverse invalshoeken te belichten en de nodige duiding aan te reiken. De nieuwe wijzigingen worden gekaderd binnen de voorschriften vervat in de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen en de gezaghebbende rechtspraak van het Hof van Justitie.
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)
€ 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)
€ 49,50
This publication discusses the theoretical implications behind United Nations Conference on International Trade Law (UNCITRAL). The conference sought to measure the degree of unification which the Model Law has achieved and its contribution to the development of legal thinking on international arbitration. This book serves as review of the latest developments and perspectives on the UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration in the past twenty-five years. The reader will gain insight on certain provisions and rules of the Model Law as well as recent reforms by various countries.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)
€ 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly
innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed
in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when
the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person
happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as
stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the
unwanted attention.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)
€ 49,50
Writing love letters, making phone calls, and sending gifts, these are all seemingly
innocuous or even romantic behaviours. This changes, however, when the love expressed
in the letters remains unrequited, when the phone calls amount to hundreds a night, or when
the gifts consist of bullets and funeral wreaths. When attempts to contact another person
happen with a certain duration, nature, and frequency, the behaviour can be qualified as
stalking and it can have a detrimental impact on the life of the person subjected to the
unwanted attention.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
€ 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie
werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de
relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse
hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie
bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten
inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen
zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van
wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en
inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek
tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst,
en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland
vinden tevens een plaats.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
€ 39,50
De politiehervorming bestaat 10 jaar, en werd in een rapport dat door de federale politie
werd opgesteld, geëvalueerd. Deze evaluatie gaf aanleiding tot een reflectie over de
relatie tussen beleid, politie en wetenschap. Het beleid stelt zich de vraag of deze grootse
hervorming van de politie tot resultaten heeft geleid en effectief geweest is. De politie
bekijkt in hoeverre het mogelijk is tegemoet te komen aan de filosofie en de vereisten
inherent aan het hervormingsproces in relatie tot haar takenpakket. Academici vragen
zich af in hoeverre de veranderingsprocessen geïnspireerd werden door resultaten van
wetenschappelijk onderzoek. Het rapport gaf aanleiding tot kritieken, controverses en
inzichten. Deze publicatie bundelt verschillende aspecten van het debat over de dynamiek
tussen beleid, politie en wetenschap. Er wordt gereflecteerd over verleden en toekomst,
en dit vanuit een academische, politiële en politieke hoek. Ervaringen vanuit Nederland
vinden tevens een plaats.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
€ 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
€ 75,00
De verstrekking van Economische en Financiële Informatie (EFI) aan de Ondernemingsraad(OR) is een belangrijk onderdeel van de Belgische economische democratie. In deze EFIverstrekkingaan de OR zijn welomschreven controlerende en verklarende rollen toebedeeld aande bedrijfsrevisor. Het opmaken van certificeringsverslagen en de deelname aan vergaderingenvormen de kerntaken van deze rol.
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België
€ 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet
hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen
elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het
strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek
centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de
Negationismewet van 1995.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België
€ 85,00
Uitspraken en teksten die als racistisch worden opgevat, vormen een heet
hangijzer. Maatschappelijke discussies en controverses over incidenten volgen
elkaar in hoog tempo op. Vaak blijft het ook niet bij discussies en wordt het
strafrecht bij deze kwesties betrokken. Die strafwetgeving staat in dit boek
centraal. Het gaat in het bijzonder om de Antiracismewet van 1981 en de
Negationismewet van 1995.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Preventieve mediation
€ 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een
effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke
procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing
dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij
een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities
- al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de
mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te
passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Preventieve mediation
€ 27,50
Mediation heeft inmiddels een erkende plaats verworven in de maatschappij als een
effectieve manier om conflicten op te lossen, naast of in plaats van gerechtelijke
procedures. Mediation kent ten opzichte van andere methoden van conflictoplossing
dan ook verschillende voordelen. Een zwak punt blijft echter dat mediators vaak bij
een conflict geroepen worden als het al enigszins uit de hand is gelopen en posities
- al dan niet geharnast - zijn ingenomen. Daarom is er aandacht gekomen voor de
mogelijkheid mediation in een vroeger stadium en - zo mogelijk - preventief toe te
passen. In dit boek staat dit onderwerp van ‘preventieve mediation’ centraal.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)
€ 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot
het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht.
Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag
1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’
regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags
Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde.
Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt
ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de
IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd
partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)
€ 61,70
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot
het huwelijksvermogensrecht. Centraal staat de vraag naar het toepasselijk recht.
Uitvoerige behandeling krijgt het daarvoor sinds 1 september 1992 geldende Huwelijksvermogensverdrag
1978. Omdat volgens dit verdrag ‘oude’ huwelijken door de ‘oude’
regels beheerst blijven, komen bovendien de voorheen geldende regels van het Haags
Huwelijksgevolgenverdrag 1905 en die van het Chelouche-arrest van 1976 aan de orde.
Het boek dekt een ruimere lading dan alleen het huwelijksvermogensrecht: het behandelt
ook de IPR-regels voor de persoonlijke huwelijksgevolgen. Ook wordt ingegaan op de
IPR-regels voor de vermogensrechtelijke en persoonlijke gevolgen van het geregistreerd
partnerschap en die van een (opengesteld) huwelijk van personen van gelijk geslacht.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
€ 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van
groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht,
staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat
betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk
in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de
grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en
symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van
de vraag waar de politie voor staat.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
€ 42,00
In een snel veranderende wereld blijft de vraag wat de opgaven van de politie zijn, van
groot belang. De kaders waaraan de politie haar legitimiteit ontleende, zoals gezag, recht,
staat en de eenheid van de natie, hebben veel van hun vanzelfsprekendheid verloren. Dat
betekent dat een nieuwe invulling moet worden gegeven aan de waarden die bij politiewerk
in het geding zijn: rechtsstatelijkheid, bescherming van burgers, het aangeven van de
grens tussen het goede en het kwade, eerlijkheid, betrokkenheid. Het zijn deze morele en
symbolische elementen die het vertrekpunt moeten vormen voor de beantwoording van
de vraag waar de politie voor staat.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
€ 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of
the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the
program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust,
eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and
improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters
and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
€ 56,00
The European Council set out the 2007 specific program on ‘Criminal Justice’ as part of
the General Program on Fundamental Rights and Justice. The concrete objectives of the
program include the promotion of the principle of mutual recognition and mutual trust,
eliminating obstacles created by disparities between member states judicial systems and
improving knowledge of member states legal and judicial systems in criminal matters
and the exchange and dissemination of good practice.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.
Geen voorraad

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Geen voorraad

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
€ 45,00
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
€ 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ?
Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner
l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ?
L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière
dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur
ces questions.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
€ 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ?
Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner
l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ?
L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière
dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur
ces questions.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
€ 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
€ 57,00
Wie was Etienne De Greeff en wat is de huidige betekenis van zijnwerk? Dit zijn twee vragen waarop dit boek een antwoord geeft.
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary

Taalgebruik in het bedrijfsleven
€ 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van
de wetgeving die in België het taalgebruik in het
bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Taalgebruik in het bedrijfsleven
€ 35,00
In deze uitgave wordt een overzicht gegeven van
de wetgeving die in België het taalgebruik in het
bedrijfsleven regelt, inclusief haar toepassing.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
€ 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer
aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten
eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht
voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin
een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële
beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt,
en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden
waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In
tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’
voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische
‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als
uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van
implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in
het ‘evidence based’ debat.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
€ 53,00
Afgelopen jaren is de tendens waarneembaar dat het politie- en justitiedomein meer
aandacht krijgt voor ‘evidence based’ beleid. Programma’s en beleidsmaatregelen moeten
eerst ‘bewezen werkzaam’ zijn vooraleer ze verdere financiering kennen en de aandacht
voor evaluatie groeit. Enerzijds speelt de rationalisering van de schaarse middelen daarin
een grote rol en anderzijds het leggen van prioriteiten in allerhande politiële en justitiële
beleidsplannen. Dit Cahier geeft een inzicht in wat ‘evidence based policing’ juist inhoudt,
en wat de uitdagingen, de voordelen, de kritieken en de valkuilen zijn. De voorwaarden
waaraan experimenteel criminologisch onderzoek moet voldoen worden geschetst. In
tweede instantie wordt, o.m. aan de hand van cases, ingegaan op het nut van ‘evidence’
voor praktijk en beleid en wordt kennis aangereikt over het vinden van een praktische
‘vertaling’ naar het werkveld. Dit Cahier bundelt zowel bijdragen uit beleid en praktijk als
uit het academische milieu. De auteurs zijn afkomstig uit drie landen waarin de mate van
implementatie van evidence based policing verschilt. Dit geeft de nodige schakeringen in
het ‘evidence based’ debat.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
€ 54,50
For the past few decades the so-called transnationalisation of the police in Europe has
evolved rapidly. The resulting cooperation between national police organisations is often
motivated by referring to the inevitable need of a war against the increasingly internationally
operating organised crime and (especially since 2001) international terrorism. As a result,
an amalgam of cooperation, information-exchange and informal relations was established
between national police organisations. Europe also tried to stimulate developments of and
within the police. As was often noticed before it may be difficult to get a realistic view on
these important developments in the transnationalisation of the police in Europe. Moreover,
it may be difficult to get detailed and reliable information about the impact of European,
transnational developments on the member states’ police services.
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?
Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
€ 54,50
For the past few decades the so-called transnationalisation of the police in Europe has
evolved rapidly. The resulting cooperation between national police organisations is often
motivated by referring to the inevitable need of a war against the increasingly internationally
operating organised crime and (especially since 2001) international terrorism. As a result,
an amalgam of cooperation, information-exchange and informal relations was established
between national police organisations. Europe also tried to stimulate developments of and
within the police. As was often noticed before it may be difficult to get a realistic view on
these important developments in the transnationalisation of the police in Europe. Moreover,
it may be difficult to get detailed and reliable information about the impact of European,
transnational developments on the member states’ police services.
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)
€ 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt
dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen
die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau
verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij
niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen.
Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’.
Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd
maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen,
culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze
vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er
bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag
stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de
territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)
€ 36,00
Uit recent Belgisch en Nederlands onderzoek over politiewerk in multiculturele buurten blijkt
dat de territoriale politieorganisatie vaak haaks staat op de aard van de gemeenschappen
die voorwerp uitmaken van het politieoptreden. Markante vaststelling is dat op buurtniveau
verschillende groepen tezelfdertijd aanwezig zijn en het territorium van de buurt daarbij
niet altijd samenvalt met de grenzen van de groepen die zich op die territoria bewegen.
Dagelijks ervaren straatagenten de conceptuele vaagheid van een notie als ‘gemeenschap’.
Zij worden op buurtniveau veeleer geconfronteerd met een wel bijzonder gefragmenteerd
maatschappelijk lappendeken van origines, gedragspatronen, voorkeuren, statussen,
culturen en leeftijden. Zij ervaren kortom multiple (buurt)gemeenschappen. Vanuit deze
vaststellingen stellen we ons in dit Cahier de vraag welke empirische onderzoeken er
bestaan over de verhouding tussen die zogenaamde gemeenschappen en territoria. De vraag
stelt zich welke vormen die gemeenschappen aannemen en hoe die zich verhouden tot de
territoria die gehanteerd worden vanuit een perspectief van orde- of wetshandhaving.

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)
€ 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)
€ 36,00
Politieleiders zijn zowel managers van een onderneming als hoofd van een publieke organisatie die niet los kan worden gezien van de democratische context waarin de politie functioneert. Politieleiders staan tussen de organisatie en de omgeving in, op een kruispunt van belangen. Cahier 14 geeft aandacht aan politieleiderschap in het algemeen en de korpschef is het bijzonder. De resultaten van een wetenschappelijk onderzoek naar het profiel en de evaluatie van de korpschefs van de Belgische lokale politie, krijgt in dit Cahier een plaats. De bijdragen gaan over rekrutering, selectie, ontwikkeling en evaluatie van politieleiders en hogere publieke leidinggevenden. Ook wordt een toekomstvisie voor politieleiderschap geschetst.

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
€ 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel
geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht
op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
€ 32,50
De vrijgestelde btw-belastingplichtigen bedoeld in artikel 44 W.btw hebben in de regel
geen recht op aftrek. Men noemt ze vrijgestelde btw-belastingplichtigen zonder recht
op aftrek. Het gaat om de eigenlijke vrijstellingen.
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
