A Century of Criminal Justice, Human Rights and Humanity across Borders. (Centenary Ceremony of the International Association of Penal Law (AIDP/IAPL)) RIDP Libri 07
A Century of Criminal Justice, Human Rights and Humanity across Borders. (Centenary Ceremony of the International Association of Penal Law (AIDP/IAPL)) RIDP Libri 07
De opgroeicirkel
De opgroeicirkel is het vervolg op De opgroeidriehoek en ook deze keer wordt het belang van vriendschap en mildheid benadrukt. Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, blijken duidelijk uit de uitspraken van de kinderen.
Aan de hand van theorie over ontwikkeling, loyaliteit, hechting en het brein, wordt een fundament gelegd van waaruit op een veilige en voor het kind leuke manier een opgroeicirkel kan worden gemaakt.
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het geeft voorbeelden van verkeerde aannames en vooringenomenheden binnen de rechtspraak en jeugdzorg en toont hoe daar de opgroeicirkel kan worden gebruikt om kinderen de kans te geven de wereld vanuit hun ogen te laten zien. Door niet automatisch uit te gaan van het traditionele gezin, krijgt een kind de kans om te laten zien wie allemaal voor hen belangrijk is.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige, daarna is zij afgestudeerd in sociaal-culturele wetenschappen. Sinds 2004 is zij werkzaam als MfN-registermediator en sinds 2015 als bijzondere curator. Sinds haar boek De opgroeidriehoek (2022), is Anneke van Teijlingen steeds meer versterkt in haar visie dat jeugdzorg en rechtspraak de wereld van kinderen soms meer bedreigen dan beschermen. Als bijzondere curator staat zij naast het kind en probeert zij de stem van het kind te vertegenwoordigen, binnen en buiten de rechtbank. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
De opgroeicirkel
De opgroeicirkel is het vervolg op De opgroeidriehoek en ook deze keer wordt het belang van vriendschap en mildheid benadrukt. Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, blijken duidelijk uit de uitspraken van de kinderen.
Aan de hand van theorie over ontwikkeling, loyaliteit, hechting en het brein, wordt een fundament gelegd van waaruit op een veilige en voor het kind leuke manier een opgroeicirkel kan worden gemaakt.
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het geeft voorbeelden van verkeerde aannames en vooringenomenheden binnen de rechtspraak en jeugdzorg en toont hoe daar de opgroeicirkel kan worden gebruikt om kinderen de kans te geven de wereld vanuit hun ogen te laten zien. Door niet automatisch uit te gaan van het traditionele gezin, krijgt een kind de kans om te laten zien wie allemaal voor hen belangrijk is.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige, daarna is zij afgestudeerd in sociaal-culturele wetenschappen. Sinds 2004 is zij werkzaam als MfN-registermediator en sinds 2015 als bijzondere curator. Sinds haar boek De opgroeidriehoek (2022), is Anneke van Teijlingen steeds meer versterkt in haar visie dat jeugdzorg en rechtspraak de wereld van kinderen soms meer bedreigen dan beschermen. Als bijzondere curator staat zij naast het kind en probeert zij de stem van het kind te vertegenwoordigen, binnen en buiten de rechtbank. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
Hoe vind ik recht? – 5de, herziene uitgave
Hoe vind ik recht? – 5de, herziene uitgave
Fricassee. Van ragout naar blanquette de veau
Fricassee komt uit de klassieke Franse keuken. Een overheerlijk, vrij eenvoudig gerecht.
Kalfsfricassee is ook een klassieker in de Vlaamse keuken, geliefd om haar malse kalfsvlees, romige saus en nostalgische karakter. In dit boekje delen we tips om kalfsfricassee naar een hoger niveau te tillen. Of je nu de traditionele versie wilt maken of een moderne twist zoekt, met deze tips haal je het beste uit je kalfsfricassee.
Koken hoeft immers niet noodzakelijk moeilijk te zijn. Stoofpotjes zijn erg makkelijk en ook erg lekker. Iedereen kan ze maken. Maar het verschil zit hem in details die belangrijk zijn.
In dit boekje worden recepten van de fricassee, ragout en blanquette besproken. De basisfricassee wordt van kalfsvlees gemaakt samen metchampignons, gehaktballetjes en zilveruitjes maar er zijn talrijke varianten met wit vlees. En kalfsblanquette vormt hierbij een bijzondere bereidingswijze die teruggrijpt naar de klassieke Franse culinaire traditie. Voor de vegetariërs kan vlees gerust vervangen worden door paddenstoelen of tofu.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Fricassee. Van ragout naar blanquette de veau
Fricassee komt uit de klassieke Franse keuken. Een overheerlijk, vrij eenvoudig gerecht.
Kalfsfricassee is ook een klassieker in de Vlaamse keuken, geliefd om haar malse kalfsvlees, romige saus en nostalgische karakter. In dit boekje delen we tips om kalfsfricassee naar een hoger niveau te tillen. Of je nu de traditionele versie wilt maken of een moderne twist zoekt, met deze tips haal je het beste uit je kalfsfricassee.
Koken hoeft immers niet noodzakelijk moeilijk te zijn. Stoofpotjes zijn erg makkelijk en ook erg lekker. Iedereen kan ze maken. Maar het verschil zit hem in details die belangrijk zijn.
In dit boekje worden recepten van de fricassee, ragout en blanquette besproken. De basisfricassee wordt van kalfsvlees gemaakt samen metchampignons, gehaktballetjes en zilveruitjes maar er zijn talrijke varianten met wit vlees. En kalfsblanquette vormt hierbij een bijzondere bereidingswijze die teruggrijpt naar de klassieke Franse culinaire traditie. Voor de vegetariërs kan vlees gerust vervangen worden door paddenstoelen of tofu.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Environment and contemporary challenges to criminal law. RIDP Libri 14
This special issue brings together thirteen original papers that examine contemporary and thoughtprovoking dimensions of criminal law concerning environmental offences. It explores the evolving directions of criminal policy aimed at addressing and criminalising serious environmental harm, including ecocide. The volume offers reflections on the possibilities of prevention, reparation, and restoration in complex environmental cases, drawing on restorative justice approaches and the potential of artificial intelligence.
In a world facing climate crisis and widespread environmental destruction, understanding, preventing, and remedying environmental harm has never been more urgent — and this volume offers crucial insights for scholars and practitioners
Isabelle Gibson is a criminal lawyer and guest lecturer of Criminal Law at the Pontifical Catholic University of Rio de Janeiro. Member of the Special Section of the Ethics and Disciplinary Tribunal of the Brazilian Bar Association – Rio de Janeiro (OAB/RJ). She is also President of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Dawid Marko is a criminal defence lawyer and Research and Teaching Assistant at the Department of Criminal Procedure and Criminalistics, Faculty of Law and Administration, University of Gdańsk (Poland). He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Gonzalo Guerrero is a lawyer and lecturer at the University of Buenos Aires. He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Environment and contemporary challenges to criminal law. RIDP Libri 14
This special issue brings together thirteen original papers that examine contemporary and thoughtprovoking dimensions of criminal law concerning environmental offences. It explores the evolving directions of criminal policy aimed at addressing and criminalising serious environmental harm, including ecocide. The volume offers reflections on the possibilities of prevention, reparation, and restoration in complex environmental cases, drawing on restorative justice approaches and the potential of artificial intelligence.
In a world facing climate crisis and widespread environmental destruction, understanding, preventing, and remedying environmental harm has never been more urgent — and this volume offers crucial insights for scholars and practitioners
Isabelle Gibson is a criminal lawyer and guest lecturer of Criminal Law at the Pontifical Catholic University of Rio de Janeiro. Member of the Special Section of the Ethics and Disciplinary Tribunal of the Brazilian Bar Association – Rio de Janeiro (OAB/RJ). She is also President of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Dawid Marko is a criminal defence lawyer and Research and Teaching Assistant at the Department of Criminal Procedure and Criminalistics, Faculty of Law and Administration, University of Gdańsk (Poland). He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Gonzalo Guerrero is a lawyer and lecturer at the University of Buenos Aires. He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
De overheid op de schop. Waarom en hoe de overheid, met in haar kielzog de semioverheid, beter kan functioneren
De overheid op de schop. Waarom en hoe de overheid, met in haar kielzog de semioverheid, beter kan functioneren
Zonder sporen
Martha Galison is een succesvolle advocate gespecialiseerd in het vervolgen van rechters die strafbare feiten plegen. Ze krijgt op een dag een angstige vrouw aan de lijn, die om hulp vraagt in een nogal bijzondere casus.
Catherines vader werd twintig jaar geleden dood aangetroffen, en wat op een moord leek, werd nooit opgelost. Maar Catherine heeft een verdachte die ze al jaren in het oog houdt. En ze heeft ontdekt dat er nog slachtoffers gevallen zijn.
Maar Catherine durft niet naar de politie te stappen omdat ze vreest voor haar eigen leven.
De moordenaar is briljant, sluw en geduldig en laat geen sporen achter. En hij weet hoe het gerecht werkt. Hoe bewijs je het onbewijsbare?
Stefan Ruysschaert is een creatieve auteur. Na “De Sterrenchef”, “De blauwe kamer” en “Bloedrode wijn” is dit zijn vierde roman.
Zonder sporen
Martha Galison is een succesvolle advocate gespecialiseerd in het vervolgen van rechters die strafbare feiten plegen. Ze krijgt op een dag een angstige vrouw aan de lijn, die om hulp vraagt in een nogal bijzondere casus.
Catherines vader werd twintig jaar geleden dood aangetroffen, en wat op een moord leek, werd nooit opgelost. Maar Catherine heeft een verdachte die ze al jaren in het oog houdt. En ze heeft ontdekt dat er nog slachtoffers gevallen zijn.
Maar Catherine durft niet naar de politie te stappen omdat ze vreest voor haar eigen leven.
De moordenaar is briljant, sluw en geduldig en laat geen sporen achter. En hij weet hoe het gerecht werkt. Hoe bewijs je het onbewijsbare?
Stefan Ruysschaert is een creatieve auteur. Na “De Sterrenchef”, “De blauwe kamer” en “Bloedrode wijn” is dit zijn vierde roman.
Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Btw-eetjes deel 29
Dit boek vormt intussen al het negenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit negenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 29
Dit boek vormt intussen al het negenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit negenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen is primair geschreven voor studenten in het bedrijfskundig hoger onderwijs, maar is ook waardevol voor iedereen die een basiskennis van kansrekening nodig heeft om professionele vraagstukken op te lossen.
Het eerste hoofdstuk bespreekt de belangrijkste kansregels. Hoofdstuk 2 gaat in op het begrip ‘variabele’ en de verschillende soorten variabelen. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 komen de diverse kansverdelingen aan bod – zowel theoretische als experimentele. Elk hoofdstuk sluit af met uitgewerkte oefeningen en praktijkgerichte toepassingen binnen de bedrijfskunde. Voor dit boek is geen wiskundige voorkennis vereist.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde aan universiteiten en hogescholen. Hij gaf onder meer de vakken statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Hij publiceerde 58 werken op het gebied van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen is primair geschreven voor studenten in het bedrijfskundig hoger onderwijs, maar is ook waardevol voor iedereen die een basiskennis van kansrekening nodig heeft om professionele vraagstukken op te lossen.
Het eerste hoofdstuk bespreekt de belangrijkste kansregels. Hoofdstuk 2 gaat in op het begrip ‘variabele’ en de verschillende soorten variabelen. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 komen de diverse kansverdelingen aan bod – zowel theoretische als experimentele. Elk hoofdstuk sluit af met uitgewerkte oefeningen en praktijkgerichte toepassingen binnen de bedrijfskunde. Voor dit boek is geen wiskundige voorkennis vereist.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde aan universiteiten en hogescholen. Hij gaf onder meer de vakken statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Hij publiceerde 58 werken op het gebied van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Ouderen, een lust of een last. Een vernieuwende kijk op ouder worden
De wereld is veranderd. De meeste ouderen (65+) zijn niet meer ‘rustend’, maar spelen een actieve rol in het verbeteren of ondersteunen van de maatschappij. Ouderen blijven steeds langer werken en zijn nog tot op hoge leeftijd erg actief als mantelzorger, als vrijwilliger (in sociaal, cultureel of sportief verband, of in de zorg), of ze treden op als donateurs, investeerders, leermeesters, … rollen die ze met verve opnemen en waaraan ze mede hun zijn ontlenen.
Wie zijn onze ouderen? Wat drijft hen? Wat zijn hun ambities? Waarom doen ze wat ze doen? En vooral: wat remt of bevordert hun inbreng in de samenleving? De antwoorden op deze vragen komen in Ouderen, een lust of een last bondig, zonder overdadige statistieken, maar heel nuchter en precies aan bod.
Vele ouderen zullen zichzelf bevestigd zien in dit boek, anderen kunnen erdoor aangespoord worden om zelf (weer) een actievere rol te gaan opnemen. Ouderen, een lust of een last poogt ten slotte ook niet-ouderen en beleidsmakers te overtuigen om hun visie op ouderen bij te stellen.
Lieve Vanderleyden studeerde Sociale Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze behaalde er een kwalificatie in de Gerontologie en later ook haar doctoraat. Zij startte haar carrière als onderzoeker binnen een Vlaamse wetenschappelijke instelling waar ze toevallig kennismaakte met het thema ‘ouderen’, een onderwerp dat ze nadien nooit meer heeft losgelaten. Dat wordt met dit boek nog maar eens bewezen.
Ouderen, een lust of een last. Een vernieuwende kijk op ouder worden
De wereld is veranderd. De meeste ouderen (65+) zijn niet meer ‘rustend’, maar spelen een actieve rol in het verbeteren of ondersteunen van de maatschappij. Ouderen blijven steeds langer werken en zijn nog tot op hoge leeftijd erg actief als mantelzorger, als vrijwilliger (in sociaal, cultureel of sportief verband, of in de zorg), of ze treden op als donateurs, investeerders, leermeesters, … rollen die ze met verve opnemen en waaraan ze mede hun zijn ontlenen.
Wie zijn onze ouderen? Wat drijft hen? Wat zijn hun ambities? Waarom doen ze wat ze doen? En vooral: wat remt of bevordert hun inbreng in de samenleving? De antwoorden op deze vragen komen in Ouderen, een lust of een last bondig, zonder overdadige statistieken, maar heel nuchter en precies aan bod.
Vele ouderen zullen zichzelf bevestigd zien in dit boek, anderen kunnen erdoor aangespoord worden om zelf (weer) een actievere rol te gaan opnemen. Ouderen, een lust of een last poogt ten slotte ook niet-ouderen en beleidsmakers te overtuigen om hun visie op ouderen bij te stellen.
Lieve Vanderleyden studeerde Sociale Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze behaalde er een kwalificatie in de Gerontologie en later ook haar doctoraat. Zij startte haar carrière als onderzoeker binnen een Vlaamse wetenschappelijke instelling waar ze toevallig kennismaakte met het thema ‘ouderen’, een onderwerp dat ze nadien nooit meer heeft losgelaten. Dat wordt met dit boek nog maar eens bewezen.
Handboek verhoren 1 (3e herziene uitgave)
De handboeken Verhoren 1 & 2 vormen samen een naslagwerk voor iedereen die professioneel informatie wil verkrijgen in verhoorsituaties. Vanuit een brede invalshoek — wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, actuele wetenschap en praktijkervaring — bieden deze standaardwerken zowel een stevige basis als diepgaande inzichten. Ze bevatten talrijke verwijzingen en hun inhoud vond bevestiging in recente internationale richtlijnen zoals de Méndez Principles en de daaruit voortvloeiende Manual on Investigative Interviewing van de Verenigde Naties.
De items in Handboek Verhoren 1, met wetgeving, basiscommunicatie, basistechnieken en verslaglegging, verschaffen informatie voor courante verhoorsituaties.
In Handboek Verhoren 2 komen gespecialiseerde verhooritems aan bod, waaronder ook diepgaande informatie over het slachtoffer-, getuige- en verdachtenverhoor.
Beide handboeken richten zich vooral naar politie, magistratuur en advocatuur, maar zijn ook bijzonder nuttig voor inspecteurs van bijzondere inspectiediensten binnen de Federale en Vlaamse overheid, interne toezichthouders in bedrijven, privédetectives, HR-professionals, acteurs en scenaristen, kortom voor elkeen die informatie wil bekomen van anderen.
Deze handboeken reiken basisbegrippen aan om, vertrekkend vanuit individuele competenties en opgebouwde ervaring, het eigen ‘verhoorrepertoire’ op een legale en wetenschappelijk verantwoorde manier te verrijken, afgestemd op de te verhoren persoon en de situatie. Ze vormen een rijke inspiratiebron voor wie zich wil verdiepen in de ‘kunst’ van het verhoren.
Handboek verhoren 1 (3e herziene uitgave)
De handboeken Verhoren 1 & 2 vormen samen een naslagwerk voor iedereen die professioneel informatie wil verkrijgen in verhoorsituaties. Vanuit een brede invalshoek — wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, actuele wetenschap en praktijkervaring — bieden deze standaardwerken zowel een stevige basis als diepgaande inzichten. Ze bevatten talrijke verwijzingen en hun inhoud vond bevestiging in recente internationale richtlijnen zoals de Méndez Principles en de daaruit voortvloeiende Manual on Investigative Interviewing van de Verenigde Naties.
De items in Handboek Verhoren 1, met wetgeving, basiscommunicatie, basistechnieken en verslaglegging, verschaffen informatie voor courante verhoorsituaties.
In Handboek Verhoren 2 komen gespecialiseerde verhooritems aan bod, waaronder ook diepgaande informatie over het slachtoffer-, getuige- en verdachtenverhoor.
Beide handboeken richten zich vooral naar politie, magistratuur en advocatuur, maar zijn ook bijzonder nuttig voor inspecteurs van bijzondere inspectiediensten binnen de Federale en Vlaamse overheid, interne toezichthouders in bedrijven, privédetectives, HR-professionals, acteurs en scenaristen, kortom voor elkeen die informatie wil bekomen van anderen.
Deze handboeken reiken basisbegrippen aan om, vertrekkend vanuit individuele competenties en opgebouwde ervaring, het eigen ‘verhoorrepertoire’ op een legale en wetenschappelijk verantwoorde manier te verrijken, afgestemd op de te verhoren persoon en de situatie. Ze vormen een rijke inspiratiebron voor wie zich wil verdiepen in de ‘kunst’ van het verhoren.
Gevangen in het systeem. Morele stress en verwonding in het gevangeniswezen
Gevangen in het systeem laat de lezer binnenkijken in een wereld die zelden het daglicht ziet: die van het gevangeniswezen. In deze gesloten omgeving worden justitiemedewerkers — net als de gedetineerden zelf — geconfronteerd met situaties die diep ingrijpen in hun morele besef. Aan de hand van zestien indringende interviews, vooral met Nederlandse en Vlaamse geestelijk verzorgers van diverse levensbeschouwelijke tradities en enkele bewaarders en verpleegkundigen, onderzoekt de auteur hoe morele schade ontstaat wanneer mensen niet kunnen handelen volgens hun waarden. Machteloosheid,schuldgevoelens en innerlijke verscheurdheid vormen de stille littekens van wat we morele verwonding noemen. Dit boek plaatst het gevangeniswezen resoluut naast andere zogenoemde ‘hoogimpactberoepen’ zoals het leger, de politie of de jeugdzorg — beroepen waarin het risico op morele verwonding reëel is. Niet alleen de gedetineerden, maar ook het personeel zit gevangen in een systeem dat hen moreel kan beschadigen. Met een scherp oog voor de ethische, psychologische en maatschappelijke dimensies toont de auteur hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor morele twijfel, kwetsbaarheid en herstel. Een noodzakelijk boek voor wie wil begrijpen wat werken in een penitentiaire setting werkelijk vergt. George Scholte studeerde geschiedenis in Utrecht en pastorale theologie in Amsterdam. Hij werkte als rooms-katholieke geestelijk verzorger in verschillende penitentiaire inrichtingen in Nederland en is auteur van ‘Mensen in hokjes’.
Gevangen in het systeem. Morele stress en verwonding in het gevangeniswezen
Gevangen in het systeem laat de lezer binnenkijken in een wereld die zelden het daglicht ziet: die van het gevangeniswezen. In deze gesloten omgeving worden justitiemedewerkers — net als de gedetineerden zelf — geconfronteerd met situaties die diep ingrijpen in hun morele besef. Aan de hand van zestien indringende interviews, vooral met Nederlandse en Vlaamse geestelijk verzorgers van diverse levensbeschouwelijke tradities en enkele bewaarders en verpleegkundigen, onderzoekt de auteur hoe morele schade ontstaat wanneer mensen niet kunnen handelen volgens hun waarden. Machteloosheid,schuldgevoelens en innerlijke verscheurdheid vormen de stille littekens van wat we morele verwonding noemen. Dit boek plaatst het gevangeniswezen resoluut naast andere zogenoemde ‘hoogimpactberoepen’ zoals het leger, de politie of de jeugdzorg — beroepen waarin het risico op morele verwonding reëel is. Niet alleen de gedetineerden, maar ook het personeel zit gevangen in een systeem dat hen moreel kan beschadigen. Met een scherp oog voor de ethische, psychologische en maatschappelijke dimensies toont de auteur hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor morele twijfel, kwetsbaarheid en herstel. Een noodzakelijk boek voor wie wil begrijpen wat werken in een penitentiaire setting werkelijk vergt. George Scholte studeerde geschiedenis in Utrecht en pastorale theologie in Amsterdam. Hij werkte als rooms-katholieke geestelijk verzorger in verschillende penitentiaire inrichtingen in Nederland en is auteur van ‘Mensen in hokjes’.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
Gezond koken met smaak
Tijd nemen voor gezelligheid is in de huidige maatschappij, waar het iedereen aan tijd ontbreekt, niet zo evident. Koken is dan een leuke hobby. Het start allemaal met de keuze van de ingrediënten en het vinden van leuke recepten.
In dit boek vindt de lezer gerechten die gezond zijn doordat veel groenten en kruiden gebruikt worden. Een lekkere keuken hoe niet altijd ongezond te zijn. Door ingrediënten te combineren en veel kruiden te gebruiken, ontstaat vaak een smaakvol gerecht.
Stop de tijd en maak het gezellig met smaakvolle gerechten!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Gezond koken met smaak
Tijd nemen voor gezelligheid is in de huidige maatschappij, waar het iedereen aan tijd ontbreekt, niet zo evident. Koken is dan een leuke hobby. Het start allemaal met de keuze van de ingrediënten en het vinden van leuke recepten.
In dit boek vindt de lezer gerechten die gezond zijn doordat veel groenten en kruiden gebruikt worden. Een lekkere keuken hoe niet altijd ongezond te zijn. Door ingrediënten te combineren en veel kruiden te gebruiken, ontstaat vaak een smaakvol gerecht.
Stop de tijd en maak het gezellig met smaakvolle gerechten!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Beleggen in de vennootschap. Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 4
U kent allicht het volgende verhaal. Uw vennootschap zet jaarlijks een mooi resultaat neer. Dit resulteert in een opbouw van extra reserves in de vennootschap, maar allicht duikt de volgende vraag hierbij op: “Wat doe ik verder met dit vermogen in de vennootschap?”
Vragen zoals:
- Onttrekken we dit vermogen of net niet, en zo ja, hoe en waarmee houden we dan het best rekening?
- Of gaan we de vennootschap bewust aanwenden als spaarpot op korte of lange termijn?
- Wat zijn de fiscale gevolgen wanneer de vennootschap voor een type belegging kiest ?
Om hier een duidelijk antwoord op te kunnen geven, komen de volgende items in detail aan bod:
- Hoe zit de vennootschapsbelasting in elkaar op roerende beleggingen?
- Is er een verschil wanneer de vennootschap in fondsen i.p.v. individuele aandelen belegt?
- Beleggen we de gelden niet beter buiten de vennootschap?
- Wat zijn hierbij de mogelijkheden, voordelen of nadelen?
- Wat zijn de opties wanneer we de gelden wensen te onttrekken?
- Kan de vennootschap later ook een voordeel opleveren in het kader van de successieplanning?
- Wat zijn de aandachtspunten wanneer de aandelen van deze vennootschap later verkocht worden?
- Geeft deze spaarpot geen probleem?
- Kan de vennootschap ook in minder courante zaken beleggen zoals kunst, wijn, goud, cryptomunten, oldtimers e.d.?
We trachten het pallet aan mogelijkheden te bekijken met een fiscale bril op doch zonder de praktische invulling uit het oog te verliezen. U zal merken dat het een gans ander verhaal is dan wanneer we privé beleggen.
Marc Gielis is gecertificeerd belastingadviseur. Hij heeft 30 jaar (tot eind 2019) gewerkt bij Bank J. Van Breda en C° NV te Antwerpen als fiscaal en patrimoniaal planner, waarna hij de stap naar het zelfstandig beroepsleven heeft gezet. Hij is licentiaat/master Handelswetenschappen, gegradueerde in de Fiscale Wetgeving en gegradueerde in de Bedrijfsadministratie. Tevens heeft hij een jaaropleiding met vrucht afgelegd als ‘Advisor of Personal Financial Planning‘. Marc begeleidt in zijn functie dagelijks uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers
bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij voorzitter in de examencommissie bij het ITAA, auteur van een aantal fiscale boeken en gastdocent aan Odisee Brussel, Vives/Brugge Business School en lector aan AP Antwerpen. Ook is hij een gewaardeerd spreker voor een aantal beroepsverenigingen.
Beleggen in de vennootschap. Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 4
U kent allicht het volgende verhaal. Uw vennootschap zet jaarlijks een mooi resultaat neer. Dit resulteert in een opbouw van extra reserves in de vennootschap, maar allicht duikt de volgende vraag hierbij op: “Wat doe ik verder met dit vermogen in de vennootschap?”
Vragen zoals:
- Onttrekken we dit vermogen of net niet, en zo ja, hoe en waarmee houden we dan het best rekening?
- Of gaan we de vennootschap bewust aanwenden als spaarpot op korte of lange termijn?
- Wat zijn de fiscale gevolgen wanneer de vennootschap voor een type belegging kiest ?
Om hier een duidelijk antwoord op te kunnen geven, komen de volgende items in detail aan bod:
- Hoe zit de vennootschapsbelasting in elkaar op roerende beleggingen?
- Is er een verschil wanneer de vennootschap in fondsen i.p.v. individuele aandelen belegt?
- Beleggen we de gelden niet beter buiten de vennootschap?
- Wat zijn hierbij de mogelijkheden, voordelen of nadelen?
- Wat zijn de opties wanneer we de gelden wensen te onttrekken?
- Kan de vennootschap later ook een voordeel opleveren in het kader van de successieplanning?
- Wat zijn de aandachtspunten wanneer de aandelen van deze vennootschap later verkocht worden?
- Geeft deze spaarpot geen probleem?
- Kan de vennootschap ook in minder courante zaken beleggen zoals kunst, wijn, goud, cryptomunten, oldtimers e.d.?
We trachten het pallet aan mogelijkheden te bekijken met een fiscale bril op doch zonder de praktische invulling uit het oog te verliezen. U zal merken dat het een gans ander verhaal is dan wanneer we privé beleggen.
Marc Gielis is gecertificeerd belastingadviseur. Hij heeft 30 jaar (tot eind 2019) gewerkt bij Bank J. Van Breda en C° NV te Antwerpen als fiscaal en patrimoniaal planner, waarna hij de stap naar het zelfstandig beroepsleven heeft gezet. Hij is licentiaat/master Handelswetenschappen, gegradueerde in de Fiscale Wetgeving en gegradueerde in de Bedrijfsadministratie. Tevens heeft hij een jaaropleiding met vrucht afgelegd als ‘Advisor of Personal Financial Planning‘. Marc begeleidt in zijn functie dagelijks uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers
bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij voorzitter in de examencommissie bij het ITAA, auteur van een aantal fiscale boeken en gastdocent aan Odisee Brussel, Vives/Brugge Business School en lector aan AP Antwerpen. Ook is hij een gewaardeerd spreker voor een aantal beroepsverenigingen.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
Situatiebewustzijn. Alert voor de dreigingen in je omgeving (Reeks Counterplay nr. 2)
In een wereld waarin elke seconde telt en elke beslissing een verschil kan maken tussen leven en dood, is het begrijpen van je omgeving van essentieel belang. Voor eerstelijnsmedewerkers uit de veiligheids- en hospitalitysector is dit een dagelijkse realiteit. Maar hoe goed begrijpen we onze omgeving echt? En nog belangrijker, hoe kunnen we onze situational awareness verbeteren om effectiever te reageren op onverwachte situaties?
Dit boek wil deze vragen beantwoorden en je begeleiden naar een dieper begrip van situatiebewustzijn. We beloven niet alleen inzicht te geven in de fundamenten van situatiebewustzijn, maar ook praktische strategieën en oefeningen aan te reiken om de vaardigheden van jou en je team te verbeteren. Met spellen en denkoefeningen dagen we je uit om je observaties aan te scherpen en je reactietijd te verkleinen, zodat je beter voorbereid bent op mogelijke dreigingen in je omgeving.
Of je nu een hotelreceptionist bent die verantwoordelijk is voor de veiligheid van gasten, een brandweerman die snel moet reageren op noodsituaties, of een bewakingsagent die op ronde is in een museum of een havensite, de principes van situatiebewustzijn zijn universeel toepasbaar. Met de juiste training en oefening kunnen we werken aan preventie en veiligheid in onze omgeving.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten.
Situatiebewustzijn. Alert voor de dreigingen in je omgeving (Reeks Counterplay nr. 2)
In een wereld waarin elke seconde telt en elke beslissing een verschil kan maken tussen leven en dood, is het begrijpen van je omgeving van essentieel belang. Voor eerstelijnsmedewerkers uit de veiligheids- en hospitalitysector is dit een dagelijkse realiteit. Maar hoe goed begrijpen we onze omgeving echt? En nog belangrijker, hoe kunnen we onze situational awareness verbeteren om effectiever te reageren op onverwachte situaties?
Dit boek wil deze vragen beantwoorden en je begeleiden naar een dieper begrip van situatiebewustzijn. We beloven niet alleen inzicht te geven in de fundamenten van situatiebewustzijn, maar ook praktische strategieën en oefeningen aan te reiken om de vaardigheden van jou en je team te verbeteren. Met spellen en denkoefeningen dagen we je uit om je observaties aan te scherpen en je reactietijd te verkleinen, zodat je beter voorbereid bent op mogelijke dreigingen in je omgeving.
Of je nu een hotelreceptionist bent die verantwoordelijk is voor de veiligheid van gasten, een brandweerman die snel moet reageren op noodsituaties, of een bewakingsagent die op ronde is in een museum of een havensite, de principes van situatiebewustzijn zijn universeel toepasbaar. Met de juiste training en oefening kunnen we werken aan preventie en veiligheid in onze omgeving.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten.
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Btw-eetjes deel 24
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
Het Masterbudget. Een essentiële planningstool voor de onderneming (Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 3)
Het Masterbudget. Een essentiële planningstool voor de onderneming (Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 3)
Europees Internationaal Rivierenrecht – 2e, volledig herziene uitgave – 2 volumes
“Het voorliggende werk is monumentaal, niet enkel in omvang maar vooral naar inhoud. Mij is geen andere wetenschappelijke bijdrage bekend die op een zodanig alomvattende wijze het rivierenrecht situeert en analyseert en er eveneens in slaagt om het op een bevattende wijze te duiden. Dr. Marc De Decker etaleert op een meesterlijke manier zijn uitgebreide historische en juridische kennis van het Europese rivierenrecht en voert de lezer mee op een intrigerende tocht naar de schepping van een juridisch systeem waarmee bijna iedereen wordt geconfronteerd maar wat weinigen werkelijk kunnen bevatten.
De verschillende grote ontwikkelingen die stapsgewijs tot stand zijn gekomen, van de Franse revolutie over het Congres van Wenen, het verdrag van Parijs van 1856 naar de grote verkeersconferenties in de 20ste eeuw, worden met meer dan een vaardige hand beschreven en geanalyseerd. Bijzonder boeiend is het plaatsen van het Europese rivierenrecht binnen het grotere kader van het internationaal publiek recht.Fundamentele aspecten zoals de vrijheid van scheepvaart en de institutionalisering van het rivierenrecht worden grondig behandeld en geven zonder meer een grote meerwaarde aan dit boek. Het toetsen van de materie tegenover het recht van de Europese Unie en tegenover andere dan scheepvaartgebruiken van de waterwegen vervolledigt de aanpak van de auteur waarmee het voorliggende werk een bijna alomvattend beeld geeft van het Europese rivierenrecht.
Dit boek verdient veel aandacht. Niet enkel academici maar eveneens praktijkjuristen en diegenen die elke dag met watergebonden vervoer worden geconfronteerd, zullen baat vinden bij het gebruiken van dit werk.
Een absolute aanrader!” (Prof. Dr. E. Somers in het voorwoord)
Europees Internationaal Rivierenrecht – 2e, volledig herziene uitgave – 2 volumes
“Het voorliggende werk is monumentaal, niet enkel in omvang maar vooral naar inhoud. Mij is geen andere wetenschappelijke bijdrage bekend die op een zodanig alomvattende wijze het rivierenrecht situeert en analyseert en er eveneens in slaagt om het op een bevattende wijze te duiden. Dr. Marc De Decker etaleert op een meesterlijke manier zijn uitgebreide historische en juridische kennis van het Europese rivierenrecht en voert de lezer mee op een intrigerende tocht naar de schepping van een juridisch systeem waarmee bijna iedereen wordt geconfronteerd maar wat weinigen werkelijk kunnen bevatten.
De verschillende grote ontwikkelingen die stapsgewijs tot stand zijn gekomen, van de Franse revolutie over het Congres van Wenen, het verdrag van Parijs van 1856 naar de grote verkeersconferenties in de 20ste eeuw, worden met meer dan een vaardige hand beschreven en geanalyseerd. Bijzonder boeiend is het plaatsen van het Europese rivierenrecht binnen het grotere kader van het internationaal publiek recht.Fundamentele aspecten zoals de vrijheid van scheepvaart en de institutionalisering van het rivierenrecht worden grondig behandeld en geven zonder meer een grote meerwaarde aan dit boek. Het toetsen van de materie tegenover het recht van de Europese Unie en tegenover andere dan scheepvaartgebruiken van de waterwegen vervolledigt de aanpak van de auteur waarmee het voorliggende werk een bijna alomvattend beeld geeft van het Europese rivierenrecht.
Dit boek verdient veel aandacht. Niet enkel academici maar eveneens praktijkjuristen en diegenen die elke dag met watergebonden vervoer worden geconfronteerd, zullen baat vinden bij het gebruiken van dit werk.
Een absolute aanrader!” (Prof. Dr. E. Somers in het voorwoord)
RIDP 94.1 (2023) – Traditional Criminal Law Categories and AI: Crisis or Palingenesis?
The study of the intersections between technology and crime is a well-established topic for criminal lawyers, gaining increasing significance over time. Initially, in the risk society, and even more so today, in the algorithmic society, the challenges posed by Artificial Intelligence (AI) bring new complexities to light. AI systems are increasingly involved in perpetrating various kinds of harms. They can serve as new tools for committing crimes or directly cause serious harms to fundamental human rights and other relevant legal goods, such as life, physical and moral integrity, privacy, and public order. The specific features of autonomy, opacity, and unpredictability in AI systems, which make them different from other technologies, might challenge responsibility attribution theory. Consequently, as we encounter situations that are no longer entirely “human”, criminal law must address whether the existing laws at national and international levels provide adequate protection.
The starting point to assess the adequacy of criminal laws and policies is to evaluate the potential collision points that may arise when regulating AI-related crimes within the traditional categories of the general part of criminal law. For instance, when decision-making processes and task execution are delegated to artificial agents, what constitutes the actus reus? If the crime committed by the AI system differs from the one intended by the criminal agent, should the agent still be held liable? Furthermore, the unpredictability of AI might challenge the principle of culpability in cases of negligence-based crimes. Additionally, the degree of separation between the human agent’s conduct and the harm caused by the functioning of an AI system may affect the proof of the causality chain and the guilt of the operator.
This volume aims to address these critical questions and to provide a first recommendation, based on an international analysis of the topic. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries who collaborated with the general rapporteur in the works of Section I (criminal law - general part) for the upcoming AIDP international congress of 2024.
Lorenzo Picotti is Full Professor in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Beatrice Panattoni is Postdoc Researcher in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
RIDP 94.1 (2023) – Traditional Criminal Law Categories and AI: Crisis or Palingenesis?
The study of the intersections between technology and crime is a well-established topic for criminal lawyers, gaining increasing significance over time. Initially, in the risk society, and even more so today, in the algorithmic society, the challenges posed by Artificial Intelligence (AI) bring new complexities to light. AI systems are increasingly involved in perpetrating various kinds of harms. They can serve as new tools for committing crimes or directly cause serious harms to fundamental human rights and other relevant legal goods, such as life, physical and moral integrity, privacy, and public order. The specific features of autonomy, opacity, and unpredictability in AI systems, which make them different from other technologies, might challenge responsibility attribution theory. Consequently, as we encounter situations that are no longer entirely “human”, criminal law must address whether the existing laws at national and international levels provide adequate protection.
The starting point to assess the adequacy of criminal laws and policies is to evaluate the potential collision points that may arise when regulating AI-related crimes within the traditional categories of the general part of criminal law. For instance, when decision-making processes and task execution are delegated to artificial agents, what constitutes the actus reus? If the crime committed by the AI system differs from the one intended by the criminal agent, should the agent still be held liable? Furthermore, the unpredictability of AI might challenge the principle of culpability in cases of negligence-based crimes. Additionally, the degree of separation between the human agent’s conduct and the harm caused by the functioning of an AI system may affect the proof of the causality chain and the guilt of the operator.
This volume aims to address these critical questions and to provide a first recommendation, based on an international analysis of the topic. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries who collaborated with the general rapporteur in the works of Section I (criminal law - general part) for the upcoming AIDP international congress of 2024.
Lorenzo Picotti is Full Professor in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Beatrice Panattoni is Postdoc Researcher in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 44ste bijgewerkte druk (Volledig bijgewerkt tot 1 augustus 2023)
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2023.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance(PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 44ste bijgewerkte druk (Volledig bijgewerkt tot 1 augustus 2023)
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2023.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance(PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Verbouwen versus nieuwbouw – Knelpunten in de vastgoedsector
Het tijdstip waarop een gebouw in gebruik werd genomen of nog niet in gebruik werd genomen lijkt cruciaal in de definiëring van “nieuwbouw”. Kan een gebouw na de eerste ingebruikname nog verkocht worden mét toepassing van de btw? Waar ligt de scheidingslijn tussen een verbouwing en een nieuwbouw?
Dit boek analyseert een aantal knelpunten langs de inkomende zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan een verbouwing aan 6 %?) maar ook aan de uitgaande zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan de verkoop onder btw-stelsel en aan welk btw-tarief?)
Verbouwen versus nieuwbouw – Knelpunten in de vastgoedsector
Het tijdstip waarop een gebouw in gebruik werd genomen of nog niet in gebruik werd genomen lijkt cruciaal in de definiëring van “nieuwbouw”. Kan een gebouw na de eerste ingebruikname nog verkocht worden mét toepassing van de btw? Waar ligt de scheidingslijn tussen een verbouwing en een nieuwbouw?
Dit boek analyseert een aantal knelpunten langs de inkomende zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan een verbouwing aan 6 %?) maar ook aan de uitgaande zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan de verkoop onder btw-stelsel en aan welk btw-tarief?)
Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Btw-eetjes Deel 23
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes Deel 23
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma-nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma-nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Het nieuwe goederenrecht en de btw
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Het nieuwe goederenrecht en de btw
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border(4th, revised edition)
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border(4th, revised edition)
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet?Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet?Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Grijs aan zet
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Grijs aan zet
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Subsidies en btw
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van dehoedanigheid van de partijen.
Subsidies en btw
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van dehoedanigheid van de partijen.
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Btw-eetjes deel 21
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 21
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Vzw en btw, 3e uitgave
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Vzw en btw, 3e uitgave
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective
The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.
Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective
The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.
Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?
De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.
Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.
Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.
De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.
Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.
Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?
De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.
Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.
Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.
De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.
Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.
Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)
In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.
Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)
In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?
Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.
Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?
Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.
Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave
In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?
Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.
Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.
Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave
In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?
Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.
Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.
Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5
Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5
RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice
This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.
RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice
This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.
RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges
No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.
This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.
RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges
No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.
This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.
Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?
De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:
1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.
2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.
Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?
En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?
Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?
De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:
1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.
2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.
Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?
En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?
Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme
"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)
Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme
"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)
De zorgsector en de btw, 3e uitgave
Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.
Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.
Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.
Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.
De zorgsector en de btw, 3e uitgave
Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.
Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.
Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.
Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.
Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld
Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.
De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.
Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld
Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.
De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.
Btw-eetjes deel 20
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 20
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
Onderwijs en btw, 5e herziene uitgave
Onderwijs wordt echter niet alleen georganiseerd in het algemeen belang door (privaatrechtelijke) vzw’s of publieke instellingen, maar ook in commerciële omstandigheden waarbij kennis wordt “verkocht”. Opleidingen dragen diverse benamingen zoals cursus, training, update, seminarie, activiteit, ... Het kan hierbij gaan om universitair of hoger onderwijs, schoolonderwijs, een cursus wijnproeven, bepaalde informaticalessen, een cursus assertiviteit op het werk, een cursus boekhouden, een cursus bloemschikken, ...
Maar het kan ook gaan om de exploitatie van onderzoeksresultaten door universiteiten of hogescholen.
Het is niet omdat deze opleidingen gegeven worden door een vzw dat ze ook per definitie vrijgesteld zijn van btw.
De draagwijdte van de vrijstelling inzake onderwijs en de hiermee samenhangende handelingen wordt in dit praktijkgerichte boek onderzocht.
Onderwijs en btw, 5e herziene uitgave
Onderwijs wordt echter niet alleen georganiseerd in het algemeen belang door (privaatrechtelijke) vzw’s of publieke instellingen, maar ook in commerciële omstandigheden waarbij kennis wordt “verkocht”. Opleidingen dragen diverse benamingen zoals cursus, training, update, seminarie, activiteit, ... Het kan hierbij gaan om universitair of hoger onderwijs, schoolonderwijs, een cursus wijnproeven, bepaalde informaticalessen, een cursus assertiviteit op het werk, een cursus boekhouden, een cursus bloemschikken, ...
Maar het kan ook gaan om de exploitatie van onderzoeksresultaten door universiteiten of hogescholen.
Het is niet omdat deze opleidingen gegeven worden door een vzw dat ze ook per definitie vrijgesteld zijn van btw.
De draagwijdte van de vrijstelling inzake onderwijs en de hiermee samenhangende handelingen wordt in dit praktijkgerichte boek onderzocht.
Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreukenen het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepenbeschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreukenen het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepenbeschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Btw-eetjes Deel 19
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes Deel 19
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit metcrime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen vanalcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandelingvan overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland:Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit metcrime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen vanalcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandelingvan overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland:Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Pleidooi voor het kapitalisme
Pleidooi voor het kapitalisme
RIDP 2021.1 Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
RIDP 2021.1 Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
Europese Basisteksten – 10e, geheel herziene uitgave
Deze uitgave van Europese Basisteksten, intussen reeds de tiende, is volledig herzien en bestaat uit vier delen.
In deel 1 vinden ook nu weer de geconsolideerde versies van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hun plaats, alsmede hun protocollen en bijlagen, en de verklaringen, gehecht aan de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen. In deze versies wordt geen rekening gehouden met de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, en dit omdat de EU-Verdragen nog niet werden aangepast aan een Europese Unie met zevenentwintig lidstaten. Deze Verdragen moeten bijgevolg gelezen worden met de Brexit in het achterhoofd. In deel 1 zijn ook nog een aantal constitutionele besluiten opgenomen, zoals het nieuwe Besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement (waarin wel rekening wordt gehouden met de Brexit).
Deel 2 bevat een aantal teksten inzake Europese rechtspleging, terwijl in deel 3 documenten terug te vinden zijn aangaande de Europese besluitvorming, nl. de reglementen van orde van het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Commissie, de besluiten van de Europese Raad en de Raad betreffende het voorzitterschap van de Raad, het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de “Comitologie”-Verordening en de nieuwe Verordening betreffende het burgerinitiatief.
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de daarbij horende toelichtingen kunnen ook nu weer worden aangetroffen in deel 4. Wat niet mag niet ontbreken in dit deel, is de recente Verordening betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, een instrument ter bescherming van de rechtsstaat in de Europese Unie. Deel 4 sluit af met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, samen met enkele aan dit Verdrag gehechte protocollen.
De in deze uitgave samengebrachte teksten werden bijgewerkt tot en met 31 oktober 2021.
Europese Basisteksten – 10e, geheel herziene uitgave
Deze uitgave van Europese Basisteksten, intussen reeds de tiende, is volledig herzien en bestaat uit vier delen.
In deel 1 vinden ook nu weer de geconsolideerde versies van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hun plaats, alsmede hun protocollen en bijlagen, en de verklaringen, gehecht aan de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen. In deze versies wordt geen rekening gehouden met de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, en dit omdat de EU-Verdragen nog niet werden aangepast aan een Europese Unie met zevenentwintig lidstaten. Deze Verdragen moeten bijgevolg gelezen worden met de Brexit in het achterhoofd. In deel 1 zijn ook nog een aantal constitutionele besluiten opgenomen, zoals het nieuwe Besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement (waarin wel rekening wordt gehouden met de Brexit).
Deel 2 bevat een aantal teksten inzake Europese rechtspleging, terwijl in deel 3 documenten terug te vinden zijn aangaande de Europese besluitvorming, nl. de reglementen van orde van het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Commissie, de besluiten van de Europese Raad en de Raad betreffende het voorzitterschap van de Raad, het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de “Comitologie”-Verordening en de nieuwe Verordening betreffende het burgerinitiatief.
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de daarbij horende toelichtingen kunnen ook nu weer worden aangetroffen in deel 4. Wat niet mag niet ontbreken in dit deel, is de recente Verordening betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, een instrument ter bescherming van de rechtsstaat in de Europese Unie. Deel 4 sluit af met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, samen met enkele aan dit Verdrag gehechte protocollen.
De in deze uitgave samengebrachte teksten werden bijgewerkt tot en met 31 oktober 2021.
De rol van seksuele scripts in seksueel grensoverschrijdend gedrag (Gandaius Meesterlijk 10)
Die banalisering aanpakken, vergt o.m. een bijstelling van de kijk van jongeren op relaties, gendernormen en seksualiteit. Die wordt sterk bepaald door hun seksuele scripts – cultureel voorgeschreven en genderspecifieke scenario’s voor seksueel contact.
De rol van seksuele scripts in seksueel grensoverschrijdend gedrag (Gandaius Meesterlijk 10)
Die banalisering aanpakken, vergt o.m. een bijstelling van de kijk van jongeren op relaties, gendernormen en seksualiteit. Die wordt sterk bepaald door hun seksuele scripts – cultureel voorgeschreven en genderspecifieke scenario’s voor seksueel contact.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2021 nr. 5
Editoriaal/Editorial
Voor mij graag een speciaal opgeleide jeugdadvocaat alstublieft
Wendy De Bondt
Artikelen/Articles
Het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) en samenwerkingsverbanden metjustitiële diensten: naar een sociaal-juridische praktijk?
Steven Gibens, Johan Boxstaens & Pascale Vereecke
Digitalisering in de lokale politie in Vlaanderen en Brussel: waar staan we?
Lore Rooseleers & Jeroen Maesschalck
Forumbijdrage
Heksenjacht op de SCAN
Marc Bockstaele
Rondetafel
Reflecties bij de hulp- en dienstverlening in de Vlaamse gevangenissen
Bart Claes, Johan Boxstaens, Wouter Wanzeele, Liesbeth Naessens,Sara Goosens & Joris De Corte
Rubriekteksten/Editorial Notes
Maatschappelijke dienstverlening / Social Work
• Naar een nieuw kwaliteitsdecreet voor zorg en welzijn?
Johan Boxstaens & Bart Claes
• Herstelgericht werken met slachtoffers van anti-LHBT haatmisdrijven
Lisa Rosielle, Mechtild Höing, Anneke Van Diggelen & Bart Claes
Jeugdrecht en jeugdhulp / Youth Law and Youth Care
• Uithanden gegeven jongeren. Een onderzoek naar de gevolgen van deuithandengeving op trajecten in de jongvolwassenheid
Yana Jaspers
• De (niet zo evidente) uitrol van de E-hulpverlening
Jan Naert, Rudi Roose & Jochen Devlieghere
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Fraud Management Lifecycle Theory: Een theoretische analyse van fraude enfraudebestrijding
Femke Lenjou & Pieter Leloup
Boekbesprekingen/Book reviews
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten.Van detectie door de IM-P naar aanpak van het verhoor
Kasia Uzieblo
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2021 nr. 5
Editoriaal/Editorial
Voor mij graag een speciaal opgeleide jeugdadvocaat alstublieft
Wendy De Bondt
Artikelen/Articles
Het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) en samenwerkingsverbanden metjustitiële diensten: naar een sociaal-juridische praktijk?
Steven Gibens, Johan Boxstaens & Pascale Vereecke
Digitalisering in de lokale politie in Vlaanderen en Brussel: waar staan we?
Lore Rooseleers & Jeroen Maesschalck
Forumbijdrage
Heksenjacht op de SCAN
Marc Bockstaele
Rondetafel
Reflecties bij de hulp- en dienstverlening in de Vlaamse gevangenissen
Bart Claes, Johan Boxstaens, Wouter Wanzeele, Liesbeth Naessens,Sara Goosens & Joris De Corte
Rubriekteksten/Editorial Notes
Maatschappelijke dienstverlening / Social Work
• Naar een nieuw kwaliteitsdecreet voor zorg en welzijn?
Johan Boxstaens & Bart Claes
• Herstelgericht werken met slachtoffers van anti-LHBT haatmisdrijven
Lisa Rosielle, Mechtild Höing, Anneke Van Diggelen & Bart Claes
Jeugdrecht en jeugdhulp / Youth Law and Youth Care
• Uithanden gegeven jongeren. Een onderzoek naar de gevolgen van deuithandengeving op trajecten in de jongvolwassenheid
Yana Jaspers
• De (niet zo evidente) uitrol van de E-hulpverlening
Jan Naert, Rudi Roose & Jochen Devlieghere
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Fraud Management Lifecycle Theory: Een theoretische analyse van fraude enfraudebestrijding
Femke Lenjou & Pieter Leloup
Boekbesprekingen/Book reviews
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten.Van detectie door de IM-P naar aanpak van het verhoor
Kasia Uzieblo
Bronnenboek. Brusselse Codex Ruimtelijke Ordening – (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Dit Bronnenboek bevat, naast de bijgewerkte versie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), ook de uitvoeringsbesluiten en de relevante regelgeving die samen de juridische basis vormen voor de instrumenten inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vastgoedprofessionals, notarissen, rechtspractici, overheden, administraties en studenten beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bronnenboek. Brusselse Codex Ruimtelijke Ordening – (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Dit Bronnenboek bevat, naast de bijgewerkte versie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), ook de uitvoeringsbesluiten en de relevante regelgeving die samen de juridische basis vormen voor de instrumenten inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vastgoedprofessionals, notarissen, rechtspractici, overheden, administraties en studenten beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bronnenboek. Btw-wetboek – Bronnenboeken fiscaliteit (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Klein in prijs, groot in meerwaarde.
Bronnenboek. Btw-wetboek – Bronnenboeken fiscaliteit (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Klein in prijs, groot in meerwaarde.
Bronnenboek. Wetboek vennootschappen en verenigingenmet uitvoeringsbesluiten
Bij cliëntcontact heeft de professioneel aldus alles bij de hand om snel de informatie terug te vinden voor een correct advies inzake vennootschapsrecht.
Bronnenboek. Wetboek vennootschappen en verenigingenmet uitvoeringsbesluiten
Bij cliëntcontact heeft de professioneel aldus alles bij de hand om snel de informatie terug te vinden voor een correct advies inzake vennootschapsrecht.
Btw-eetjes deel 18
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 18
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Golf en btw
Dit boek behandelt de btw-aspecten van de golfsport. Het Hof van Justitie sprak zich in een aantal belangrijke arresten uit over de voorwaarden voor vrijstelling van golf als sport.
Hoe zit het met de inkomsten uit gebruik van het golfterrein, verhuur van golfballen en clubs, verhuur van golfkarren, verkoop van golfclubs en het houden van golftoernooien en -evenementen waarvoor de golfclub inschrijvingsgeld heeft ontvangen?
Geldt de vrijstelling ook voor niet-leden die komen golfen? En wat bij enkel gebruik van de driving range?
Wat als er evenementen (eetfestijnen, toernooien, benefietavonden, …) worden georganiseerd door de golfvereniging voor het verkrijgen van financiële middelen?
En wat als de exploitatie van een golfterrein gebeurt door een autonoom gemeentebedrijf? Hebben toegekende subsidies recht op het recht op aftrek van de golfvereniging? Hoe moet het recht op aftrek van de btw van zo’n golfclub worden bepaald?
Golf en btw
Dit boek behandelt de btw-aspecten van de golfsport. Het Hof van Justitie sprak zich in een aantal belangrijke arresten uit over de voorwaarden voor vrijstelling van golf als sport.
Hoe zit het met de inkomsten uit gebruik van het golfterrein, verhuur van golfballen en clubs, verhuur van golfkarren, verkoop van golfclubs en het houden van golftoernooien en -evenementen waarvoor de golfclub inschrijvingsgeld heeft ontvangen?
Geldt de vrijstelling ook voor niet-leden die komen golfen? En wat bij enkel gebruik van de driving range?
Wat als er evenementen (eetfestijnen, toernooien, benefietavonden, …) worden georganiseerd door de golfvereniging voor het verkrijgen van financiële middelen?
En wat als de exploitatie van een golfterrein gebeurt door een autonoom gemeentebedrijf? Hebben toegekende subsidies recht op het recht op aftrek van de golfvereniging? Hoe moet het recht op aftrek van de btw van zo’n golfclub worden bepaald?
Descriptief en predictief analyseren van tijdreeksen in de bedrijfskunde
In Deel I behandelen we de descriptieve analyse van een tijdreeks. Deel II heeft betrekking op de predictieve analyse ervan en sluit af met een uitgewerkt tijdreeks-analysevraagstuk.
Het werk kan gebruikt worden in de volgende sectoren: bedrijfskundig hoger onderwijs, bedrijfsleven en economische overheidsdiensten.
Descriptief en predictief analyseren van tijdreeksen in de bedrijfskunde
In Deel I behandelen we de descriptieve analyse van een tijdreeks. Deel II heeft betrekking op de predictieve analyse ervan en sluit af met een uitgewerkt tijdreeks-analysevraagstuk.
Het werk kan gebruikt worden in de volgende sectoren: bedrijfskundig hoger onderwijs, bedrijfsleven en economische overheidsdiensten.
De sterrenchef
Ondertussen schrijft souschef Anthony Griglio aan een kookboek over scampigerechten en droomt hij ooit een eigen restaurant te kunnen beginnen.
Een nabijgelegen Italiaans restaurant lijkt een dekmantel voor het witwassen van drugsgeld te zijn. De eigenaar van dit restaurant lijkt echter banden met slachthuizen en voedingsbedrijven te hebben. Daarnaast heeft hij goede contacten met culinaire gidsen.
In de kookclub die door tien mannen werd opgericht, gebeuren vreemde dingen. Elke maand kookt topchef Sergio Blumer het lievelingsgerecht van één van de leden. Een aantal leden wordt ernstig ziek en ze sterven aan een hartstilstand. Toch blijven de leden van de kookclub bijeenkomen tot er slechts vier leden overblijven.
Als een belastinginspecteur op mysterieuze wijze verdwijnt begint ook de politie zich met het reilen en zeilen van het sterrenrestaurant te bemoeien.
De sterrenchef
Ondertussen schrijft souschef Anthony Griglio aan een kookboek over scampigerechten en droomt hij ooit een eigen restaurant te kunnen beginnen.
Een nabijgelegen Italiaans restaurant lijkt een dekmantel voor het witwassen van drugsgeld te zijn. De eigenaar van dit restaurant lijkt echter banden met slachthuizen en voedingsbedrijven te hebben. Daarnaast heeft hij goede contacten met culinaire gidsen.
In de kookclub die door tien mannen werd opgericht, gebeuren vreemde dingen. Elke maand kookt topchef Sergio Blumer het lievelingsgerecht van één van de leden. Een aantal leden wordt ernstig ziek en ze sterven aan een hartstilstand. Toch blijven de leden van de kookclub bijeenkomen tot er slechts vier leden overblijven.
Als een belastinginspecteur op mysterieuze wijze verdwijnt begint ook de politie zich met het reilen en zeilen van het sterrenrestaurant te bemoeien.
Onroerende leasing: boekhoudkundige verwerking en impact op de jaarrekening
Onroerende leasing kan mét btw of zonder btw. De onroerendeleasing kan geactiveerd worden of via de resultatenrekening verwerktworden. Het onderscheid tussen operationele en financiële leasingwordt vanuit de praktijk toegelicht. De boekingen bij aanvang, tijdenshet gebruik van het bedrijfsmiddel en bij het einde van het contractworden toegelicht en uitgewerkt met praktische voorbeelden.
Dit handboek is dan ook een praktisch werkinstrument voor ieder diemet onroerende leasing te maken heeft.
Onroerende leasing: boekhoudkundige verwerking en impact op de jaarrekening
Onroerende leasing kan mét btw of zonder btw. De onroerendeleasing kan geactiveerd worden of via de resultatenrekening verwerktworden. Het onderscheid tussen operationele en financiële leasingwordt vanuit de praktijk toegelicht. De boekingen bij aanvang, tijdenshet gebruik van het bedrijfsmiddel en bij het einde van het contractworden toegelicht en uitgewerkt met praktische voorbeelden.
Dit handboek is dan ook een praktisch werkinstrument voor ieder diemet onroerende leasing te maken heeft.
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
Ondernemingsrecht – 2e herziene druk
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, het bestuur, uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast wordt ook gekeken naar specifieke onderwerpen zoals corporate governance, het structuurregime, geschillenregeling, het recht van enquête, de herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en de financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen 2021.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om te laten zien hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Ondernemingsrecht – 2e herziene druk
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, het bestuur, uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast wordt ook gekeken naar specifieke onderwerpen zoals corporate governance, het structuurregime, geschillenregeling, het recht van enquête, de herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en de financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen 2021.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om te laten zien hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Legal aspects of the video-game industry
With seven specific chapters, this book tries to provide a first answer to the most importantlegal questions that might arise in the lifecycle of a video-game company.These insights are intended to be applicable irrespective of your jurisdiction, illustratedby real-life situations and easy to read for individuals without a legal background.
Legal aspects of the video-game industry
With seven specific chapters, this book tries to provide a first answer to the most importantlegal questions that might arise in the lifecycle of a video-game company.These insights are intended to be applicable irrespective of your jurisdiction, illustratedby real-life situations and easy to read for individuals without a legal background.
RIDP2020Vol91/iss2-Criminal justice and corporate business
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
RIDP2020Vol91/iss2-Criminal justice and corporate business
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste druk, studentenuitgave in 1 volume
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste druk, studentenuitgave in 1 volume
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Leveringen met installatie of montage – Werk in (on)roerende staat.Een praktijkgerichte analyse
De aparte regeling inzake leveringen met installatie of montage voorkomt administratieve verplichtingen indien er onderdelen vanuit verschillende lidstaten worden vervoerd ten behoeve van een levering met installatie of montage in een andere lidstaat.
De analyse om tot een juiste kwalificatie te komen kan worden verricht volgens een logisch stappenplan:
Bij prestaties waarbij goederen en installatiediensten worden geleverd, moet allereerst worden vastgesteld of sprake is van één of meerdere prestaties (stap 1). Als sprake is van één prestatie, is vervolgens de vraag of sprake is van een levering of een dienst (stap 2). Tot slot is de vraag wat voor soort levering of dienst is geleverd of verricht (stap 3).
Leveringen met installatie of montage – Werk in (on)roerende staat.Een praktijkgerichte analyse
De aparte regeling inzake leveringen met installatie of montage voorkomt administratieve verplichtingen indien er onderdelen vanuit verschillende lidstaten worden vervoerd ten behoeve van een levering met installatie of montage in een andere lidstaat.
De analyse om tot een juiste kwalificatie te komen kan worden verricht volgens een logisch stappenplan:
Bij prestaties waarbij goederen en installatiediensten worden geleverd, moet allereerst worden vastgesteld of sprake is van één of meerdere prestaties (stap 1). Als sprake is van één prestatie, is vervolgens de vraag of sprake is van een levering of een dienst (stap 2). Tot slot is de vraag wat voor soort levering of dienst is geleverd of verricht (stap 3).
Bijgeloof
Bijgeloof of volksgeloof gevoed door angst en chronische onstabiliteit lijkt doorheen de eeuwen de mens tot irrationele en wrede handelingen te hebben aangezet.
De wreedheid van de lijfstraffen en executies doorheen de eeuwen heen kunnen wellicht verklaard worden door de noodzaak aan stabiliteit. De beul maakte deel uit van het rechtssysteem. Folteringen en publieke executies werkten afschrikkend. Maar tegelijk was het volksvermaak. De mens lijkt in staat tot de meest gruwelijke daden en lijkt hiervan te genieten. Er is een soort vreemde groepsdynamiek.
Overbevolking leidde in bepaalde periodes tot werkloosheid, honger en een algemene stijging van de criminaliteit. Sociale spanningen werden op natuurlijke wijze opgelost door de genadeloze pest, in andere tijden door het voeren van heksenprocessen of het vervolgen van ketters.
Bijgeloof blijkt doorheen de eeuwen deel uit te maken van het economisch stelsel, naast politieke en religieuze motieven. Sommige perioden in de geschiedenis zoals bijvoorbeeld de heksenvervolgingen kunnen gezien worden als een massaal verschijnsel van verstandsverbijstering. Kan dit verklaard worden?
Is de mens van nature uit bloeddorstig en wreed of wordt dit gevoed door angst voor een hogere macht of kracht?
Bijgeloof
Bijgeloof of volksgeloof gevoed door angst en chronische onstabiliteit lijkt doorheen de eeuwen de mens tot irrationele en wrede handelingen te hebben aangezet.
De wreedheid van de lijfstraffen en executies doorheen de eeuwen heen kunnen wellicht verklaard worden door de noodzaak aan stabiliteit. De beul maakte deel uit van het rechtssysteem. Folteringen en publieke executies werkten afschrikkend. Maar tegelijk was het volksvermaak. De mens lijkt in staat tot de meest gruwelijke daden en lijkt hiervan te genieten. Er is een soort vreemde groepsdynamiek.
Overbevolking leidde in bepaalde periodes tot werkloosheid, honger en een algemene stijging van de criminaliteit. Sociale spanningen werden op natuurlijke wijze opgelost door de genadeloze pest, in andere tijden door het voeren van heksenprocessen of het vervolgen van ketters.
Bijgeloof blijkt doorheen de eeuwen deel uit te maken van het economisch stelsel, naast politieke en religieuze motieven. Sommige perioden in de geschiedenis zoals bijvoorbeeld de heksenvervolgingen kunnen gezien worden als een massaal verschijnsel van verstandsverbijstering. Kan dit verklaard worden?
Is de mens van nature uit bloeddorstig en wreed of wordt dit gevoed door angst voor een hogere macht of kracht?
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying islandStates which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in amanner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includesother potential legal personalities available to the people of the State based on the right toself-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and PoliticalRights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition,the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particularthose pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying islandStates which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in amanner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includesother potential legal personalities available to the people of the State based on the right toself-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and PoliticalRights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition,the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particularthose pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basisen vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering inNederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers,schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoeringgeboeid is.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basisen vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering inNederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers,schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoeringgeboeid is.
Brandveiligheid thuis
Vragen, vragen en nog eens vragen. Men weet ondertussen wel dat rookmelders‘bij wet’ verplicht zijn, maar hoe dit dan precies geïntegreerd moet worden ineen woning of hoe men deze brandveiliger kan maken, weet men meestal nietof onvoldoende. Wat te doen als er effectief brand uitbreekt, blijkt al helemaaleen probleem.
Ik besloot om de kennis en expertise die ik heb opgedaan als brandweerman,brandpreventieadviseur en instructeur te bundelen in een boek. Dit boek iseen leidraad voor iedereen die brandveilig door het leven wil gaan. Zo kunnenwe er samen voor zorgen dat het aantal woningbranden en het aantal dodendoor brand drastisch dalen. Want deze cijfers zijn dramatisch. Gemiddeld sterfter elke 6 dagen iemand door een woningbrand in ons land. Het belang vanbrandveiligheid in en om je woning of je appartement mag dus niet onderschatworden. 100% brandveiligheid bestaat niet, maar je kan je er wel 100% voorinzetten. Brand kan bij mij en bij jou nu, morgen, overmorgen of hopelijk nietontstaan. Ik neem je graag mee in mijn verhaal van brandveiligheid bij je thuiszodat we samen kunnen zorgen voor een brandveilige leefwereld. Alleen samenkunnen we zorgen dat België brandveilig wordt!
Full color boek - geïllustreerd met foto's.
Brandveiligheid thuis
Vragen, vragen en nog eens vragen. Men weet ondertussen wel dat rookmelders‘bij wet’ verplicht zijn, maar hoe dit dan precies geïntegreerd moet worden ineen woning of hoe men deze brandveiliger kan maken, weet men meestal nietof onvoldoende. Wat te doen als er effectief brand uitbreekt, blijkt al helemaaleen probleem.
Ik besloot om de kennis en expertise die ik heb opgedaan als brandweerman,brandpreventieadviseur en instructeur te bundelen in een boek. Dit boek iseen leidraad voor iedereen die brandveilig door het leven wil gaan. Zo kunnenwe er samen voor zorgen dat het aantal woningbranden en het aantal dodendoor brand drastisch dalen. Want deze cijfers zijn dramatisch. Gemiddeld sterfter elke 6 dagen iemand door een woningbrand in ons land. Het belang vanbrandveiligheid in en om je woning of je appartement mag dus niet onderschatworden. 100% brandveiligheid bestaat niet, maar je kan je er wel 100% voorinzetten. Brand kan bij mij en bij jou nu, morgen, overmorgen of hopelijk nietontstaan. Ik neem je graag mee in mijn verhaal van brandveiligheid bij je thuiszodat we samen kunnen zorgen voor een brandveilige leefwereld. Alleen samenkunnen we zorgen dat België brandveilig wordt!
Full color boek - geïllustreerd met foto's.
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Btw-eetjes Deel 17
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes Deel 17
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainableEngaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutionalcontexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to befound within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitmentto a concept where reciprocity between the students, universities, and communities,is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes,this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across thedisciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainableEngaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutionalcontexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to befound within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitmentto a concept where reciprocity between the students, universities, and communities,is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes,this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across thedisciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Cultuur en btw – 3e herziene editie
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstellingof een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Cultuur en btw – 3e herziene editie
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstellingof een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
Kostensoorten en btw
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Kostensoorten en btw
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Btw-eetjes deel 16
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 16
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor – Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises
Het eerste hoofdstuk betreft het huwelijksvermogensrecht en het vennootschapsrecht en metname de vraag hoe de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht het onbillijk gebruik vanhet vennootschapsrecht neutraliseren.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de voorbereiding van de erfopvolging in het lichtvan de continuïteit van de familiale onderneming, in het bijzonder de mogelijkheid tot de sluitingvan erfovereenkomsten.
Het derde hoofdstuk behandelt de Pandwet. Naast het pandrecht bevat deze wet ook bepalingeninzake het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.
Het overzicht van het nieuwe burgerlijk recht voor de bedrijfsrevisoren eindigt met het vierdehoofdstuk over Boek 8 (‘Bewijs’) van het nieuw Burgerlijk Wetboek dat op 1 november 2020in werking is getreden.
Le présent ouvrage traite de l’impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseurd’entreprises.
Le premier chapitre concerne le droit des régimes matrimoniaux et le droit des sociétés, notammentla question de savoir comment les amendements au droit des régimes matrimoniaux neutralisentl’utilisation abusive du droit des sociétés.
Dans le deuxième chapitre la préparation de la succession au regard de la continuité de l’entreprisefamiliale est abordée, en particulier la possibilité de conclure des pactes successoraux.
Le troisième chapitre traite de la loi sur le gage. Au-delà du droit de gage, cette loi contient égalementdes dispositions en matière de la réserve de propriété et du droit de rétention.
Ce tour d’horizon du nouveau droit civil pour les réviseurs d’entreprises se termine par lequatrième chapitre sur le Livre 8 (« Preuve ») du nouveau Code civil qui est entré en vigueur le1er novembre 2020.
Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor – Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises
Het eerste hoofdstuk betreft het huwelijksvermogensrecht en het vennootschapsrecht en metname de vraag hoe de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht het onbillijk gebruik vanhet vennootschapsrecht neutraliseren.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de voorbereiding van de erfopvolging in het lichtvan de continuïteit van de familiale onderneming, in het bijzonder de mogelijkheid tot de sluitingvan erfovereenkomsten.
Het derde hoofdstuk behandelt de Pandwet. Naast het pandrecht bevat deze wet ook bepalingeninzake het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.
Het overzicht van het nieuwe burgerlijk recht voor de bedrijfsrevisoren eindigt met het vierdehoofdstuk over Boek 8 (‘Bewijs’) van het nieuw Burgerlijk Wetboek dat op 1 november 2020in werking is getreden.
Le présent ouvrage traite de l’impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseurd’entreprises.
Le premier chapitre concerne le droit des régimes matrimoniaux et le droit des sociétés, notammentla question de savoir comment les amendements au droit des régimes matrimoniaux neutralisentl’utilisation abusive du droit des sociétés.
Dans le deuxième chapitre la préparation de la succession au regard de la continuité de l’entreprisefamiliale est abordée, en particulier la possibilité de conclure des pactes successoraux.
Le troisième chapitre traite de la loi sur le gage. Au-delà du droit de gage, cette loi contient égalementdes dispositions en matière de la réserve de propriété et du droit de rétention.
Ce tour d’horizon du nouveau droit civil pour les réviseurs d’entreprises se termine par lequatrième chapitre sur le Livre 8 (« Preuve ») du nouveau Code civil qui est entré en vigueur le1er novembre 2020.
Wetboek van economisch recht
Ondernemers en handelaars, bankiers, kredietverstrekkers, consumenten, magistraten, rechters-commissarissen, curatoren, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten, notarissen, boekhouders en fiscalisten, accountants, bedrijfsrevisoren en andere economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Wetboek van economisch recht
Ondernemers en handelaars, bankiers, kredietverstrekkers, consumenten, magistraten, rechters-commissarissen, curatoren, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten, notarissen, boekhouders en fiscalisten, accountants, bedrijfsrevisoren en andere economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Platformeconomie. Deeleconomie, occasionele diensten tussen burgers en liefdadigheid: wanneer is er btw verschuldigd?
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige, dient men een btw-nummer aan te vragen en btw-aangiften in te dienen?
In dit boek wordt de beschikbare informatie inzake de btw-aspecten van de platformeconomie samengebracht en becommentarieerd.
Platformeconomie. Deeleconomie, occasionele diensten tussen burgers en liefdadigheid: wanneer is er btw verschuldigd?
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige, dient men een btw-nummer aan te vragen en btw-aangiften in te dienen?
In dit boek wordt de beschikbare informatie inzake de btw-aspecten van de platformeconomie samengebracht en becommentarieerd.
Welzijn op het werk
Preventieadviseurs, werkgevers, werknemers, rechtspractici, arbeidsartsen, interne en externe diensten, sociaal inspecteurs en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Welzijn op het werk
Preventieadviseurs, werkgevers, werknemers, rechtspractici, arbeidsartsen, interne en externe diensten, sociaal inspecteurs en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten (Gandaius Meesterlijk 9)
Met dit boek vult Isabo Goormans een lacune in zowel de wetenschappelijke literatuur als in de praktijk. Op basis van een rigoureuze literatuurstudie, een analyse van meer dan 40 uur videobeelden van politieverhoren met drie psychopathische moordverdachten en een bevraging van speurders, gaat ze op zoek naar een wetenschappelijk ondersteund model dat speurders moet toelaten om enerzijds trekken van psychopathie bij verdachten beter te detecteren en vervolgens hun verhoorstrategie daarop aan te passen.
“Isabo Goormans heeft met haar uitstekend onderzoek niet alleen het detectie-instrument voor psychopathie verfijnd, maar geeft ook duidelijke aanwijzingen voor speurders die met psychopate verdachten geconfronteerd worden tijdens een verhoor.”
Prof. Dr. Jelle Janssens (promotor), oktober 2020.
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten (Gandaius Meesterlijk 9)
Met dit boek vult Isabo Goormans een lacune in zowel de wetenschappelijke literatuur als in de praktijk. Op basis van een rigoureuze literatuurstudie, een analyse van meer dan 40 uur videobeelden van politieverhoren met drie psychopathische moordverdachten en een bevraging van speurders, gaat ze op zoek naar een wetenschappelijk ondersteund model dat speurders moet toelaten om enerzijds trekken van psychopathie bij verdachten beter te detecteren en vervolgens hun verhoorstrategie daarop aan te passen.
“Isabo Goormans heeft met haar uitstekend onderzoek niet alleen het detectie-instrument voor psychopathie verfijnd, maar geeft ook duidelijke aanwijzingen voor speurders die met psychopate verdachten geconfronteerd worden tijdens een verhoor.”
Prof. Dr. Jelle Janssens (promotor), oktober 2020.
Alternativas al sistema de justicia criminal latinoamericano – RIDP libri 4
This book collects the selected papers, reflecting perspectives from Brazil, Uruguay, Peru, Mexico, Argentina and Spain.
Alternativas al sistema de justicia criminal latinoamericano – RIDP libri 4
This book collects the selected papers, reflecting perspectives from Brazil, Uruguay, Peru, Mexico, Argentina and Spain.
Resoluciones de los congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926-2019) RIDP libri 3
Jose Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP, Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y Director del Instituto Vasco de Criminología (España).
Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España).
Miren Odriozola Gurrutxaga es Secretaria del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Resoluciones de los congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926-2019) RIDP libri 3
Jose Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP, Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y Director del Instituto Vasco de Criminología (España).
Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España).
Miren Odriozola Gurrutxaga es Secretaria del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Résolutions des congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 2
Jose Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP, Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et Directeur de l’Institut Basque de Criminologie (Espagne).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est Secrétaire du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Résolutions des congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 2
Jose Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP, Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et Directeur de l’Institut Basque de Criminologie (Espagne).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est Secrétaire du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Resolutions of the congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 1
Jose Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP, Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and Director of the Basque Institute of Criminology (Spain).
Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain).
Miren Odriozola Gurrutxaga is the Secretary of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Resolutions of the congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 1
Jose Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP, Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and Director of the Basque Institute of Criminology (Spain).
Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain).
Miren Odriozola Gurrutxaga is the Secretary of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Overheidsaansprakelijkheid
In het eerste en meest omvangrijke deel behandelt de auteur de op de fout gebaseerde overheidsaansprakelijkheid. Na een kort historisch overzicht en een analyse van de grondslagvan deze aansprakelijkheid bespreekt hij in dit deel (1) de persoonlijke aansprakelijkheid vanen voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen; (2) de Staatsaansprakelijkheidvoor ambtsfouten van magistraten; (3) de aansprakelijkheid van de Staat, de Gewestenen de Gemeenschappen voor onrechtmatige wetgeving; (4) de overheidsaansprakelijkheidwegens schending van het Europese Unierecht; (5) de bevoegdheid van de Raad van Statetot toekenning van een schadevergoeding tot herstel wegens onwettigheid en (6) de buitencontractuele aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In het tweede deel komt de foutlozeoverheidsaansprakelijkheid aan bod, waarin achtereenvolgens wordt stilgestaan bij (1) hetbeginsel van de gelijkheid van de burgers ten aanzien van de openbare lasten; (2) de evenwichtsleerof de theorie van de bovenmatige burenhinder en (3) tot slot de bevoegdheid vande Raad van State tot toekenning van een herstelvergoeding voor buitengewone schade.
Overheidsaansprakelijkheid
In het eerste en meest omvangrijke deel behandelt de auteur de op de fout gebaseerde overheidsaansprakelijkheid. Na een kort historisch overzicht en een analyse van de grondslagvan deze aansprakelijkheid bespreekt hij in dit deel (1) de persoonlijke aansprakelijkheid vanen voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen; (2) de Staatsaansprakelijkheidvoor ambtsfouten van magistraten; (3) de aansprakelijkheid van de Staat, de Gewestenen de Gemeenschappen voor onrechtmatige wetgeving; (4) de overheidsaansprakelijkheidwegens schending van het Europese Unierecht; (5) de bevoegdheid van de Raad van Statetot toekenning van een schadevergoeding tot herstel wegens onwettigheid en (6) de buitencontractuele aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In het tweede deel komt de foutlozeoverheidsaansprakelijkheid aan bod, waarin achtereenvolgens wordt stilgestaan bij (1) hetbeginsel van de gelijkheid van de burgers ten aanzien van de openbare lasten; (2) de evenwichtsleerof de theorie van de bovenmatige burenhinder en (3) tot slot de bevoegdheid vande Raad van State tot toekenning van een herstelvergoeding voor buitengewone schade.
From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets -IRCP 57
This book focuses on illicit drug transactions through drug marketplaces on the dark web, also called cryptomarkets. The dark web is an encrypted, small part of the internet not searchable by regular search engines.
These drug cryptomarkets offer an unprecedented opportunity to study a drug market and to monitor new trends in drug supply and demand. International research has provided some general insights into the profile, experiences and motivations of drug cryptomarket vendors and buyers. This research has however indicated that national differences exist regarding the different variables that relateto cryptomarket use and prevalence.
Therefore, in 2019, the Belgian Science Policy Office (BELSPO) commissioned and financed CRYPTODRUG shedding a first, yet necessary, light on illicit drug trade on cryptomarkets from a Belgian perspective. From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets discusses these CRYPTODRUG results. The book does not only focus on the profile of Belgian vendors selling illicit drugs on drug cryptomarkets, but also provides a first insight into the experiences and motivations of Belgian cryptomarket buyers.
From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets -IRCP 57
This book focuses on illicit drug transactions through drug marketplaces on the dark web, also called cryptomarkets. The dark web is an encrypted, small part of the internet not searchable by regular search engines.
These drug cryptomarkets offer an unprecedented opportunity to study a drug market and to monitor new trends in drug supply and demand. International research has provided some general insights into the profile, experiences and motivations of drug cryptomarket vendors and buyers. This research has however indicated that national differences exist regarding the different variables that relateto cryptomarket use and prevalence.
Therefore, in 2019, the Belgian Science Policy Office (BELSPO) commissioned and financed CRYPTODRUG shedding a first, yet necessary, light on illicit drug trade on cryptomarkets from a Belgian perspective. From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets discusses these CRYPTODRUG results. The book does not only focus on the profile of Belgian vendors selling illicit drugs on drug cryptomarkets, but also provides a first insight into the experiences and motivations of Belgian cryptomarket buyers.
Grondbeginselen van de btw – Deel 3: Analyse van de invoer en uitvoer
In deel 1 wordt de invoer van goederen grondig geanalyseerd.
In deel 2 wordt de (vrijstelling) bij uitvoer van goederen geanalyseerd.
Ten slotte worden een aantal casussen inzake invoer, uitvoer, opschortende regelingen, internationaal vervoer en hiermee samenhangende diensten behandeld waarbij de btw-verplichtingen worden besproken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 3: Analyse van de invoer en uitvoer
In deel 1 wordt de invoer van goederen grondig geanalyseerd.
In deel 2 wordt de (vrijstelling) bij uitvoer van goederen geanalyseerd.
Ten slotte worden een aantal casussen inzake invoer, uitvoer, opschortende regelingen, internationaal vervoer en hiermee samenhangende diensten behandeld waarbij de btw-verplichtingen worden besproken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 2: Analyse van de intracommunautaire handelsstromen
In deel 1 wordt het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederengeanalyseerd.
In deel 2 komt het intracommunautair driehoeksverkeer en intracommunautaire handelingen door een btw-eenheid aan bod.
Deel 3 bespreekt de transportdiensten en aanverwante diensten.
Deel 4 ten slotte analyseert het factureren van materieel werk (waaronder maakloonwerk) en expertise.
Telkens worden de lokalisatiecriteria bepaald en wordt aangeduid wie de schuldenaar van de btw is. Ook de btw-verplichtingen komen aan bod en meer bepaald de verwerking in de btw-aangifte.
Grondbeginselen van de btw – Deel 2: Analyse van de intracommunautaire handelsstromen
In deel 1 wordt het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederengeanalyseerd.
In deel 2 komt het intracommunautair driehoeksverkeer en intracommunautaire handelingen door een btw-eenheid aan bod.
Deel 3 bespreekt de transportdiensten en aanverwante diensten.
Deel 4 ten slotte analyseert het factureren van materieel werk (waaronder maakloonwerk) en expertise.
Telkens worden de lokalisatiecriteria bepaald en wordt aangeduid wie de schuldenaar van de btw is. Ook de btw-verplichtingen komen aan bod en meer bepaald de verwerking in de btw-aangifte.
Behaviorally Informed Interviewing
Behaviorally Informed Interviewing
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk (5e)
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, de exhibitieplicht, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht en de descente wordenbehandeld. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht.
De auteurs zijn allen werkzaam bij Houthoff.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk (5e)
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, de exhibitieplicht, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht en de descente wordenbehandeld. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht.
De auteurs zijn allen werkzaam bij Houthoff.
Onroerende leasing als financieringstechniek
In dit boek worden de btw-lease en de sale-and-lease-back geanalyseerd vanuit economisch perspectief. Hoe financiert men best een investering in vastgoed (kantoren, handelsruimte, …)? Wat bijinvesteringen door openbare besturen? Beantwoordt een sale-and-lease-back aan de voorwaarden om van een btw-lease met recht op aftrek van de voorbelasting te genieten?
Aan de hand van een overzicht van de rechtsleer, rechtspraak en administratieve standpunten worden de voorwaarden waaraan een btw-lease dient te voldoen in detail geanalyseerd.
Ook de alternatieven voor onroerende btw-leases en in het bijzonder het optioneel verhuren mét btw komen aan bod.
Ten slotte worden de resultaten van een internationale studie besproken inzake de determinanten van de hoogte van huurprijzen bij verhuur van kantoorgebouwen.
Onroerende leasing als financieringstechniek
In dit boek worden de btw-lease en de sale-and-lease-back geanalyseerd vanuit economisch perspectief. Hoe financiert men best een investering in vastgoed (kantoren, handelsruimte, …)? Wat bijinvesteringen door openbare besturen? Beantwoordt een sale-and-lease-back aan de voorwaarden om van een btw-lease met recht op aftrek van de voorbelasting te genieten?
Aan de hand van een overzicht van de rechtsleer, rechtspraak en administratieve standpunten worden de voorwaarden waaraan een btw-lease dient te voldoen in detail geanalyseerd.
Ook de alternatieven voor onroerende btw-leases en in het bijzonder het optioneel verhuren mét btw komen aan bod.
Ten slotte worden de resultaten van een internationale studie besproken inzake de determinanten van de hoogte van huurprijzen bij verhuur van kantoorgebouwen.
Btw-eetjes deel 15
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 15
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Gemeentelijke Administratieve Sancties (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Gemeentelijke Administratieve Sancties (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Lineair programmeren voor het management
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
Lineair programmeren voor het management
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
Private veiligheid (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat, naast de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, ook een aantal Wetten en Koninklijke Besluiten die van belang zijn voor de uitoefening van bewakingsactiviteiten, de vergunningen, veiligheidsadvies, de bevoegdheden, specifieke activiteitendomeinen, bewakingscamera’s, alarmsystemen, drones, … Studenten, rechtspractici, ondernemingen, interne bewakingsdiensten, beoefenaars van bewakingsactiviteiten, gemeenschapswachten, privédetectives, politie, magistraten en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Private veiligheid (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat, naast de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, ook een aantal Wetten en Koninklijke Besluiten die van belang zijn voor de uitoefening van bewakingsactiviteiten, de vergunningen, veiligheidsadvies, de bevoegdheden, specifieke activiteitendomeinen, bewakingscamera’s, alarmsystemen, drones, … Studenten, rechtspractici, ondernemingen, interne bewakingsdiensten, beoefenaars van bewakingsactiviteiten, gemeenschapswachten, privédetectives, politie, magistraten en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Sociaal Strafwetboek (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van het Sociaal Strafwetboek. De preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van inbreuken op sociale wetgeving, en de strijd tegenillegale arbeid en sociale fraude, komen aan bod. Studenten, rechtspractici, werkgevers, werknemers, preventieadviseurs, sociaal inspecteurs, politie, magistraten, overheden en administraties beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Sociaal Strafwetboek (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van het Sociaal Strafwetboek. De preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van inbreuken op sociale wetgeving, en de strijd tegenillegale arbeid en sociale fraude, komen aan bod. Studenten, rechtspractici, werkgevers, werknemers, preventieadviseurs, sociaal inspecteurs, politie, magistraten, overheden en administraties beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Wetboek Belgische nationaliteit met uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 15 april 2020.
Wetboek Belgische nationaliteit met uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 15 april 2020.
Invordering van fiscale en niet-fiscale schulden (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 april 2020.
Invordering van fiscale en niet-fiscale schulden (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 april 2020.
Behaviour detection. Evaluatie van het Belgisch opleidingsaanbod(Gandaius Meesterlijk 8)
De opleidingen vertonen diverse gelijkenissen, maar ook opmerkelijke verschillen, en worden elk gekenmerkt door eigen sterktes en zwaktes. Vergelijking ervan laat toe om oplossingen te suggereren voor opduikende praktijkproblemen.
Behaviour detection. Evaluatie van het Belgisch opleidingsaanbod(Gandaius Meesterlijk 8)
De opleidingen vertonen diverse gelijkenissen, maar ook opmerkelijke verschillen, en worden elk gekenmerkt door eigen sterktes en zwaktes. Vergelijking ervan laat toe om oplossingen te suggereren voor opduikende praktijkproblemen.
Strategic market position of the European Crime Prevention Network
Whilst the EUCPN proves a well-equipped, versatile and multipurpose network in the EU crime prevention area, consolidation and further boosting are due. Key suggestions are to enhance outputsand visibility, to intensify existing partnerships, to broaden target and beneficiary audiences, including at local levels, to implement practice-oriented, multi-language and multimedia approaches, andto focus on the implementation, monitoring, coordination and evaluation of crime prevention policies or strategies, including through cooperation with academia.
Strategic market position of the European Crime Prevention Network
Whilst the EUCPN proves a well-equipped, versatile and multipurpose network in the EU crime prevention area, consolidation and further boosting are due. Key suggestions are to enhance outputsand visibility, to intensify existing partnerships, to broaden target and beneficiary audiences, including at local levels, to implement practice-oriented, multi-language and multimedia approaches, andto focus on the implementation, monitoring, coordination and evaluation of crime prevention policies or strategies, including through cooperation with academia.
Verhuur van kamers en vakantieverblijven.
Dit boek bespreekt op praktische wijze de verhuur van kamers en vakantieverblijven en legt ook uit wanneer er wél btw kan (moet) aangerekend worden. Btw aanrekenen (6 %) opent immers correlatief recht op aftrek voor de investerings- en exploitatieuitgaven.
Verhuur van kamers en vakantieverblijven.
Dit boek bespreekt op praktische wijze de verhuur van kamers en vakantieverblijven en legt ook uit wanneer er wél btw kan (moet) aangerekend worden. Btw aanrekenen (6 %) opent immers correlatief recht op aftrek voor de investerings- en exploitatieuitgaven.
Stopzetting. Regularisaties inzake btw in het kader van stopzetting of overdracht van de zaak.
In het kader van een stopzetting of overlating van de zaak moeten in de praktijk onttrekkingen en herzieningen worden verricht. Hoe en wanneer welke correctie moet worden verricht, wordt met voorbeelden geïllustreerd.
Wat bij een faillissement? Wie moet welke btw-verplichtingen voldoen? Is er een termijn waarbinnen een btw-controle in het kader van stopzetting moet gebeuren? Wanneer worden tegoeden uitbetaald?Heeft de belastingplichtige die stopzet recht op een intrest op zijn nog niet teruggegeven tegoed?
Stopzetting. Regularisaties inzake btw in het kader van stopzetting of overdracht van de zaak.
In het kader van een stopzetting of overlating van de zaak moeten in de praktijk onttrekkingen en herzieningen worden verricht. Hoe en wanneer welke correctie moet worden verricht, wordt met voorbeelden geïllustreerd.
Wat bij een faillissement? Wie moet welke btw-verplichtingen voldoen? Is er een termijn waarbinnen een btw-controle in het kader van stopzetting moet gebeuren? Wanneer worden tegoeden uitbetaald?Heeft de belastingplichtige die stopzet recht op een intrest op zijn nog niet teruggegeven tegoed?
Recht op toegang tot inrichtingen van cultuur, sport of vermaak.
De bijlage III van de richtlijn 2006/112/CE van 28 november 2006 beoogt het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen. De bepaling vermeld onder rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 is uitgebreider voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % dan de bijlage III van de richtlijn 2006/112/EU, en zij beoogt het recht op toegang en gebruik van inrichtingen voor cultuur en vermaak, naast het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen.
Dit boek bevat een overzicht van gevallen waarin het verlaagd btw-tarief kan, maar ook van de gevallen waar het niet kan.
Recht op toegang tot inrichtingen van cultuur, sport of vermaak.
De bijlage III van de richtlijn 2006/112/CE van 28 november 2006 beoogt het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen. De bepaling vermeld onder rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 is uitgebreider voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % dan de bijlage III van de richtlijn 2006/112/EU, en zij beoogt het recht op toegang en gebruik van inrichtingen voor cultuur en vermaak, naast het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen.
Dit boek bevat een overzicht van gevallen waarin het verlaagd btw-tarief kan, maar ook van de gevallen waar het niet kan.
Counter-terrorism & criminal law
Counter-terrorism & criminal law
De btw-tarieven.
Vaak twijfelt men in de praktijk wat het btw-tarief isvoor de levering van een bepaald goed of bepaalde dienst. Dit is vooral in B2C-relaties relevant maar zelfs in B2B-relaties gaat het over een voorfinancieringsaspect.
Naast de (verlaagde) btw-tarieven en hun toepassingsvoorwaarden in de onroerende sector bevat dit boek een overzicht van alle toepasselijke btw-tarieven voor goederen en diensten in België.
De btw-tarieven.
Vaak twijfelt men in de praktijk wat het btw-tarief isvoor de levering van een bepaald goed of bepaalde dienst. Dit is vooral in B2C-relaties relevant maar zelfs in B2B-relaties gaat het over een voorfinancieringsaspect.
Naast de (verlaagde) btw-tarieven en hun toepassingsvoorwaarden in de onroerende sector bevat dit boek een overzicht van alle toepasselijke btw-tarieven voor goederen en diensten in België.
Reisbureaus en btw
Dit boek bundelt de beschikbare informatie op didactische wijze en geeft ook toelichting bij de nieuwe circulaire 2020/C/44 van 23 maart 2020.
Het boek bevat vele uitgewerkte voorbeelden die de regeling illustreren alsmede alle relevante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
Reisbureaus en btw
Dit boek bundelt de beschikbare informatie op didactische wijze en geeft ook toelichting bij de nieuwe circulaire 2020/C/44 van 23 maart 2020.
Het boek bevat vele uitgewerkte voorbeelden die de regeling illustreren alsmede alle relevante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understandingof contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understandingof contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Btw-eetjes deel 14
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 14
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Facturering van diensten
Hoe moet de factuur opgesteld worden en welke zijn de verplichte vermeldingen? In welke taal? Wanneer moet er geen factuur worden uitgereikt? Wanneer is er steeds een factuur nodig, zelfs al verricht men diensten aan een particulier? Wat is de relatie tussen de factuur en de geregistreerde kassa? Uitgaand factuurboek of dagboek van ontvangsten? Wat met vouchers?
Welke zijn de factureringsregels bij grensoverschrijdende diensten? Wat is “gevestigd” zijn, wat is een “vaste inrichting” hebben in het kader van het factureringsproces? Wat moet er op de factuur staan opdat de btw aftrekbaar is bij de medecontractant?
Kortom een praktisch werkinstrument voor elke accountant of belastingconsulent.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen en de diensten is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Facturering van diensten
Hoe moet de factuur opgesteld worden en welke zijn de verplichte vermeldingen? In welke taal? Wanneer moet er geen factuur worden uitgereikt? Wanneer is er steeds een factuur nodig, zelfs al verricht men diensten aan een particulier? Wat is de relatie tussen de factuur en de geregistreerde kassa? Uitgaand factuurboek of dagboek van ontvangsten? Wat met vouchers?
Welke zijn de factureringsregels bij grensoverschrijdende diensten? Wat is “gevestigd” zijn, wat is een “vaste inrichting” hebben in het kader van het factureringsproces? Wat moet er op de factuur staan opdat de btw aftrekbaar is bij de medecontractant?
Kortom een praktisch werkinstrument voor elke accountant of belastingconsulent.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen en de diensten is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Bijzondere btw-topics voor vzw’s en openbare besturen
Het boek bestaat, naast een algemene inleiding over het recht op aftrek van de voorbelasting, uit 25 zorgvuldig gekozen topics die relevant zijn voor vzw’s en/of openbare besturen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake opeisbaarheid toegepast op handelingen door vzw’s en openbare besturen. Ook de nieuwe regeling inzake de verhuur van zalen met al dan niet bijkomende diensten wordt besproken.
Ten slotte worden ook de regels inzake de invulling van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting meegegeven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën en docent aan de UGent en Fiscale Hogeschool (Odisee). Hij is auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur (T.Huur). De fiscaliteit van de vzw’s en openbare besturen behoort tot zijn bijzondere interessesfeer.
Bijzondere btw-topics voor vzw’s en openbare besturen
Het boek bestaat, naast een algemene inleiding over het recht op aftrek van de voorbelasting, uit 25 zorgvuldig gekozen topics die relevant zijn voor vzw’s en/of openbare besturen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake opeisbaarheid toegepast op handelingen door vzw’s en openbare besturen. Ook de nieuwe regeling inzake de verhuur van zalen met al dan niet bijkomende diensten wordt besproken.
Ten slotte worden ook de regels inzake de invulling van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting meegegeven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën en docent aan de UGent en Fiscale Hogeschool (Odisee). Hij is auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur (T.Huur). De fiscaliteit van de vzw’s en openbare besturen behoort tot zijn bijzondere interessesfeer.
Horeca en btw
Uiteraard vormt de bespreking van de verplichting tot het al dan niet houdenvan een geregistreerd kassaregister en black box een belangrijk deelvan het boek. Wie moet een GKS houden, en vooral: wie niet? That’s thequestion!
De praktijkvragen komen aan bod. Hoe zit het met de 25.000-regel en devrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, de forfaitaire regeling ende geregistreerde kassa? Moeten vzw’s een geregistreerde kassa houden?En wat bij het organiseren van evenementen? Wat zijn de toepasselijkebtw-tarieven?
Daarnaast komen echter ook een aantal klassieke topics aan bod die inde horeca van belang kunnen zijn, zoals de verhuur van zalen (al dan nietmet eten of drinken), de organisatie van seminaries, …
Niet alleen de klassieke horecazaken komen ter sprake, maar ook dekantines van sportclubs, de cafetaria van musea of andere cultureleverenigingen, de cafetaria van ziekenhuizen, openbare besturen, …
Ten slotte bespreken de auteurs ook een aantal topics waar vaak getwijfeldwordt hoe de regeling juist in elkaar zit. Het gaat dan om de problematiekvan de aankoopbons (vouchers), de regeling voor businessseats en loges, …
Horeca en btw
Uiteraard vormt de bespreking van de verplichting tot het al dan niet houdenvan een geregistreerd kassaregister en black box een belangrijk deelvan het boek. Wie moet een GKS houden, en vooral: wie niet? That’s thequestion!
De praktijkvragen komen aan bod. Hoe zit het met de 25.000-regel en devrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, de forfaitaire regeling ende geregistreerde kassa? Moeten vzw’s een geregistreerde kassa houden?En wat bij het organiseren van evenementen? Wat zijn de toepasselijkebtw-tarieven?
Daarnaast komen echter ook een aantal klassieke topics aan bod die inde horeca van belang kunnen zijn, zoals de verhuur van zalen (al dan nietmet eten of drinken), de organisatie van seminaries, …
Niet alleen de klassieke horecazaken komen ter sprake, maar ook dekantines van sportclubs, de cafetaria van musea of andere cultureleverenigingen, de cafetaria van ziekenhuizen, openbare besturen, …
Ten slotte bespreken de auteurs ook een aantal topics waar vaak getwijfeldwordt hoe de regeling juist in elkaar zit. Het gaat dan om de problematiekvan de aankoopbons (vouchers), de regeling voor businessseats en loges, …
Bijzondere btw-regelingen
Traditioneel bedoelt men met bijzondere regelingen de forfaitaire regeling, de regeling voor kleine ondernemingen en de landbouwregeling. Behalve de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen hebben deze voor de praktijk aan belang ingeboet.
Maar er bestaan ook bijzondere regelingen voor de margeregeling, de reisbureaus, de advocaten-medewerkers en stagiairs, in de sector van handelaars en dienstverrichters aan motorvoertuigen, de e-commerce, enz. Maar ook voor zij die occasioneel een event organiseren, occasioneel personenvervoer in België verrichten of andere occasionele prestaties verrichten.
Ten slotte zijn er aparte regels voor exploitanten van foodtrucks, voor de deeleconomie en voor de occasionele prestaties van burgers aan andere burgers.
Het boek bevat dus bijzondere btw-regelingen in ruime zin waarbij de relevantie voor de praktijk centraal staat.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op f iscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsf inanciering en f iscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Bijzondere btw-regelingen
Traditioneel bedoelt men met bijzondere regelingen de forfaitaire regeling, de regeling voor kleine ondernemingen en de landbouwregeling. Behalve de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen hebben deze voor de praktijk aan belang ingeboet.
Maar er bestaan ook bijzondere regelingen voor de margeregeling, de reisbureaus, de advocaten-medewerkers en stagiairs, in de sector van handelaars en dienstverrichters aan motorvoertuigen, de e-commerce, enz. Maar ook voor zij die occasioneel een event organiseren, occasioneel personenvervoer in België verrichten of andere occasionele prestaties verrichten.
Ten slotte zijn er aparte regels voor exploitanten van foodtrucks, voor de deeleconomie en voor de occasionele prestaties van burgers aan andere burgers.
Het boek bevat dus bijzondere btw-regelingen in ruime zin waarbij de relevantie voor de praktijk centraal staat.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op f iscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsf inanciering en f iscaliteit waar hij het vak btw doceert.
The fundamentals of international commercial arbitration, 2nd revised edition
• the characteristics of international commercial arbitration
• the advantages and perceived disadvantages of international commercial arbitration
• the pros and cons of ad hoc and institutional arbitration
• the laws applicable in international commercial arbitration
• the essentials of the arbitration agreement and arbitrability
• the establishment and composition of the arbitral tribunal
• the duty of disclosure and the challenge of arbitrators
• the end of the arbitrators’ mandate and their replacement
• the organisation of the arbitration proceedings
• the powers, duties and liability of arbitrators
• the jurisdiction of the arbitral tribunal
• the course of the arbitration proceedings, from the request for arbitration to the award
• the form and content of the award
• the recognition, enforcement and annulment of the award
Everything is presented practically and analytically, drawing among others on case law and the experience of the author. Where indicated national arbitration acts as well as standing arbitration rules are compared and differences highlighted.
For those who want to get acquainted with international commercial arbitration or seek guidance with regard to a specific question that may arise in the course of an international commercial arbitration this book provides a convenient reference work.
The fundamentals of international commercial arbitration, 2nd revised edition
• the characteristics of international commercial arbitration
• the advantages and perceived disadvantages of international commercial arbitration
• the pros and cons of ad hoc and institutional arbitration
• the laws applicable in international commercial arbitration
• the essentials of the arbitration agreement and arbitrability
• the establishment and composition of the arbitral tribunal
• the duty of disclosure and the challenge of arbitrators
• the end of the arbitrators’ mandate and their replacement
• the organisation of the arbitration proceedings
• the powers, duties and liability of arbitrators
• the jurisdiction of the arbitral tribunal
• the course of the arbitration proceedings, from the request for arbitration to the award
• the form and content of the award
• the recognition, enforcement and annulment of the award
Everything is presented practically and analytically, drawing among others on case law and the experience of the author. Where indicated national arbitration acts as well as standing arbitration rules are compared and differences highlighted.
For those who want to get acquainted with international commercial arbitration or seek guidance with regard to a specific question that may arise in the course of an international commercial arbitration this book provides a convenient reference work.
Werk in onroerende staat. Bijzondere toepassingsgevallen
Werk in onroerende staat als dienst mag ook niet verward worden met de verkoop (levering) van nieuwe gebouwen. Zeker in het geval een oud gebouw wordt verkocht om afgebroken te worden en er ook een aannemingscontract wordt afgesloten, dient nagegaan te worden of het niet gaat om een verkoop op plan.
Het boek behandelt ten slotte de btw-regeling van bijzondere gevallen zoals de tuinaanleg, het vellen van bomen en het snoeien, sauna’s, liften, verwarmingsketels, stookolietanks, saneringswerken, …
Werk in onroerende staat. Bijzondere toepassingsgevallen
Werk in onroerende staat als dienst mag ook niet verward worden met de verkoop (levering) van nieuwe gebouwen. Zeker in het geval een oud gebouw wordt verkocht om afgebroken te worden en er ook een aannemingscontract wordt afgesloten, dient nagegaan te worden of het niet gaat om een verkoop op plan.
Het boek behandelt ten slotte de btw-regeling van bijzondere gevallen zoals de tuinaanleg, het vellen van bomen en het snoeien, sauna’s, liften, verwarmingsketels, stookolietanks, saneringswerken, …
Het DBFM-contract, onroerende leasing en sales-and-lease-back
De btw op het project is via onroerende leasing bovendien bij de leasinggever wat een lagere vergoeding impliceert voor de terbeschikkingstelling van de gebouwen. Ook de leasingnemer kan de btw recupereren in de mate dat hij het statuut heeft van btw-belastingplichtige met recht op aftrek. Hier is de voorwaarde inzake een winstverdelingsoogmerk (bv. voor een AGB) cruciaal. Onroerende leasing kan bovendien in een aantal gevallen tegen een lager btw-tarief (bv. onderwijsgebouwen, in het kader van sociaal beleid, …).
Sale-and-lease-back ten slotte biedt als financiele verrichting ook heel wat cashflowvoordelen.
Het DBFM-contract, onroerende leasing en sales-and-lease-back
De btw op het project is via onroerende leasing bovendien bij de leasinggever wat een lagere vergoeding impliceert voor de terbeschikkingstelling van de gebouwen. Ook de leasingnemer kan de btw recupereren in de mate dat hij het statuut heeft van btw-belastingplichtige met recht op aftrek. Hier is de voorwaarde inzake een winstverdelingsoogmerk (bv. voor een AGB) cruciaal. Onroerende leasing kan bovendien in een aantal gevallen tegen een lager btw-tarief (bv. onderwijsgebouwen, in het kader van sociaal beleid, …).
Sale-and-lease-back ten slotte biedt als financiele verrichting ook heel wat cashflowvoordelen.
Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
De verhoging van de drempel tot 25.000 euro, excl. btw, opent nieuwe perspectieven. Zelfstandigen in bijberoep kunnen een veel hogere omzet realiseren. Gemengde btw-belastingplichtigen kunnen voor hun niet vrijgestelde handelingen opteren voor de vrijstellingsregeling en hun btw-verplichtingen op die manierminimaliseren.
Het boek bespreekt de voorwaarden om van de vrijstellingsregeling te kunnen genieten en illustreert dit aan de hand van talrijke voorbeelden.
Ook de verplichtingen in het kader van het intracommunautair verwerven van goederen of bij grensoverschrijdende diensten komt aan bod.
Ten slotte worden ook de overblijvende verplichtingen (facturering, bijzondere btw-aangifte, tabel van bedrijfsmiddelen, horeca en de geregistreerde kassa, …) inzake btw praktijkgericht uiteengezet.
De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
De verhoging van de drempel tot 25.000 euro, excl. btw, opent nieuwe perspectieven. Zelfstandigen in bijberoep kunnen een veel hogere omzet realiseren. Gemengde btw-belastingplichtigen kunnen voor hun niet vrijgestelde handelingen opteren voor de vrijstellingsregeling en hun btw-verplichtingen op die manierminimaliseren.
Het boek bespreekt de voorwaarden om van de vrijstellingsregeling te kunnen genieten en illustreert dit aan de hand van talrijke voorbeelden.
Ook de verplichtingen in het kader van het intracommunautair verwerven van goederen of bij grensoverschrijdende diensten komt aan bod.
Ten slotte worden ook de overblijvende verplichtingen (facturering, bijzondere btw-aangifte, tabel van bedrijfsmiddelen, horeca en de geregistreerde kassa, …) inzake btw praktijkgericht uiteengezet.
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
Urban living at the beginning of the 21st century in Amsterdam, Hamburg and Vienna
The book is the result of observations dating from the time of the InSec research and of various developments that have taken place during the following about 15 years. Overviewing the mass of details introduced and referred to, one recognizes an apparent arrangement of important subjects, the following themes respectively: the influence of the time factor, the significance of diversity, the extent and importance of interaction and of the need of more interdisciplinarity.
Urban living at the beginning of the 21st century in Amsterdam, Hamburg and Vienna
The book is the result of observations dating from the time of the InSec research and of various developments that have taken place during the following about 15 years. Overviewing the mass of details introduced and referred to, one recognizes an apparent arrangement of important subjects, the following themes respectively: the influence of the time factor, the significance of diversity, the extent and importance of interaction and of the need of more interdisciplinarity.
Justice in time. Pleidooi voor korte procedures. Iedereen wint.
Het goede nieuws is dat deze procedureregels snel, eenvoudig én gratis kunnen worden aangepast. Veel gemakkelijker ook dan mensen te veranderen. Hoe snel verandert u zelf?
Dit boek wil een ernstige aanzet geven, met 50 welgemikte concrete voorstellen. Een strenge selectie van best practices in rechtbanken, vooruitziende rechtsleer en een eigen, pragmatische kijk, vaakgeïnspireerd op landen die beter scoren. Op die manier kan Justitie snel een nieuw elan krijgen. Voor de zovelen, die al zolang wachten. En ook een heel klein beetje voor onszelf.
Er zijn altijd genoeg problemen. Nu nog voldoende oplossingen.
Justice in time. Pleidooi voor korte procedures. Iedereen wint.
Het goede nieuws is dat deze procedureregels snel, eenvoudig én gratis kunnen worden aangepast. Veel gemakkelijker ook dan mensen te veranderen. Hoe snel verandert u zelf?
Dit boek wil een ernstige aanzet geven, met 50 welgemikte concrete voorstellen. Een strenge selectie van best practices in rechtbanken, vooruitziende rechtsleer en een eigen, pragmatische kijk, vaakgeïnspireerd op landen die beter scoren. Op die manier kan Justitie snel een nieuw elan krijgen. Voor de zovelen, die al zolang wachten. En ook een heel klein beetje voor onszelf.
Er zijn altijd genoeg problemen. Nu nog voldoende oplossingen.
Bedrijfskundige analyse. Bedrijfscalculaties voor het management
De uitgewerkte voorbeelden in het boek maken de behandelde materie zeer toegankelijk en praktisch.
‘Bedrijfskundige analyse’ is in de eerste plaats bestemd voor: - financiële managers en managementaccountants die intelligente bedrijfsbeslissingen willen nemen; - bedrijfsadviseurs die het ondernemingssturen van hun klanten willen mee vorm geven; - en voor alle studenten Bedrijfskunde of Bedrijfseconomie die in hun latere managementloopbaan willen meehelpen om de prestaties van hun onderneming te verbeteren.
Bedrijfskundige analyse. Bedrijfscalculaties voor het management
De uitgewerkte voorbeelden in het boek maken de behandelde materie zeer toegankelijk en praktisch.
‘Bedrijfskundige analyse’ is in de eerste plaats bestemd voor: - financiële managers en managementaccountants die intelligente bedrijfsbeslissingen willen nemen; - bedrijfsadviseurs die het ondernemingssturen van hun klanten willen mee vorm geven; - en voor alle studenten Bedrijfskunde of Bedrijfseconomie die in hun latere managementloopbaan willen meehelpen om de prestaties van hun onderneming te verbeteren.
Aftrek van btw bij auto’s en belasting van privégebruik van autovoertuigen
Op het privégebruik van een gekocht of gehuurd autovoertuig is een autonome btw-regeling van toepassing ten aanzien van de voordelen van alle aard in de regeling in de directe belastingen.
In dit boek worden alle mogelijke gevallen van gemengd gebruik van een auto door een gewone btw-belastingplichtige en zijn btwgevolgen geanalyseerd en geïllustreerd met rekenvoorbeelden.
Daarnaast komen enkele bijzondere btw-topics aan bod inzake de aankoop en verkoop van auto’s.
Door zijn praktische benadering is dit een boekje dat bij elke accountant op de boekenplank moet staan.
Aftrek van btw bij auto’s en belasting van privégebruik van autovoertuigen
Op het privégebruik van een gekocht of gehuurd autovoertuig is een autonome btw-regeling van toepassing ten aanzien van de voordelen van alle aard in de regeling in de directe belastingen.
In dit boek worden alle mogelijke gevallen van gemengd gebruik van een auto door een gewone btw-belastingplichtige en zijn btwgevolgen geanalyseerd en geïllustreerd met rekenvoorbeelden.
Daarnaast komen enkele bijzondere btw-topics aan bod inzake de aankoop en verkoop van auto’s.
Door zijn praktische benadering is dit een boekje dat bij elke accountant op de boekenplank moet staan.
Veiligheidscoaching. Safety coaching: de coach als verbeterinstrument voor de veiligheidscultuur in organisaties
Veiligheidscoaching. Safety coaching: de coach als verbeterinstrument voor de veiligheidscultuur in organisaties
Complicity of States in the international illicit
Complicity of States in the international illicit
Brexit: gevolgen voor de btw
De Brexit heeft gevolgen op het vlak van invoer en uitvoer, maar ook voor verkopen op afstand (e-commerce), voor MOSS, voor (vereenvoudigd) driehoeksverkeer (ABC-transacties), voor grensoverschrijdende diensten, enzovoort. De impact van de keuze van het Verenigd Koninkrijk om een derde land te worden, heeft verregaande gevolgen inzake btw en douane.
De verwerking van de transacties met het VK in de periodieke btwaangifte wijzigt.
In dit boekje krijgt de lezer op begrijpbare en schematische wijze een kijk op de btw-gevolgen van de Brexit
Brexit: gevolgen voor de btw
De Brexit heeft gevolgen op het vlak van invoer en uitvoer, maar ook voor verkopen op afstand (e-commerce), voor MOSS, voor (vereenvoudigd) driehoeksverkeer (ABC-transacties), voor grensoverschrijdende diensten, enzovoort. De impact van de keuze van het Verenigd Koninkrijk om een derde land te worden, heeft verregaande gevolgen inzake btw en douane.
De verwerking van de transacties met het VK in de periodieke btwaangifte wijzigt.
In dit boekje krijgt de lezer op begrijpbare en schematische wijze een kijk op de btw-gevolgen van de Brexit
The role of not party in the trial before the International Court of Justice
The role of not party in the trial before the International Court of Justice
Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Safety leadership – Leiders in veiligheid
Safety leadership – Leiders in veiligheid
Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel tebegrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal.Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwenvoor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing enwanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneerzijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat datvervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake vaneerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenormaangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegtde oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijkebtw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuwgebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingenuit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor alwie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel tebegrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal.Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwenvoor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing enwanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneerzijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat datvervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake vaneerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenormaangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegtde oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijkebtw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuwgebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingenuit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor alwie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Btw-eetjes deel 13
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 13
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Zaken doen met het buitenland. 2e herziene uitgave.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt decontractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is vanbelang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaireleveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstandmaar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormenvan kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen metinstallatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzakehet bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak vankettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalenin welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatstworden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteldof omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naarde toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG ofhet W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering enrapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hofvan Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol vande praktijkvoorbeelden.
Zaken doen met het buitenland. 2e herziene uitgave.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt decontractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is vanbelang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaireleveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstandmaar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormenvan kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen metinstallatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzakehet bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak vankettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalenin welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatstworden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteldof omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naarde toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG ofhet W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering enrapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hofvan Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol vande praktijkvoorbeelden.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP-addres
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for animproved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparativemethodological approach underlying the colloquium consisted of a comparisonof a wide range of national and international legal orders and a functionalcomparison of the different criminal and alternative legal regimes within andacross these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP-addres
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for animproved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparativemethodological approach underlying the colloquium consisted of a comparisonof a wide range of national and international legal orders and a functionalcomparison of the different criminal and alternative legal regimes within andacross these legal orders.
RIDP2019Vol90/iss2-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. Alternative control regimes and human rights limitations
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
Ulrich Sieber, Professor of Criminal Law, is director at the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. His main areas of research encompass the changing face of complex crime, criminal law, and legal policy in today’s global risk and information society. Major project areas include organized crime, terrorism, economic crime, and cybercrime, as well as comparative law, security law, European criminal law, and international criminal law.
RIDP2019Vol90/iss2-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. Alternative control regimes and human rights limitations
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
Ulrich Sieber, Professor of Criminal Law, is director at the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. His main areas of research encompass the changing face of complex crime, criminal law, and legal policy in today’s global risk and information society. Major project areas include organized crime, terrorism, economic crime, and cybercrime, as well as comparative law, security law, European criminal law, and international criminal law.
RIDP2019Vol90/iss1-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. National perspectives
RIDP2019Vol90/iss1-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. National perspectives
Hoe vind ik recht? 4de herziene uitgave.
Dit boek moet in de eerste plaats studenten in de rechten helpen om de basisvaardigheden in de rechtsmethodiek, die onmisbaar zijn in het geheel van de opleiding en de latere juridische beroepsuitoefening, aan te leren. Het biedt een inzicht in de voornaamste formele rechtsbronnen, het Belgische rechtsstelsel en de verschillende gedrukte en digitale publicatievormen van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Daarbij gaat de aandacht uit naar zowel eenvoudige als meer complexe vormen van opzoeking, waarbij voorafgaandelijk aan de opzoeking en raadpleging van de rechtsbronnen, een casusanalyse nodig is. Praktische voorbeelden begeleiden de lezer doorheen het boek.
Het boek is eveneens een handige gids voor rechtspractici die hun kennis in het constant wijzigende aanbod van juridisch bronnenmateriaal willen bijhouden, en voor eenieder die zelf het recht wil vinden.
Hoe vind ik recht? 4de herziene uitgave.
Dit boek moet in de eerste plaats studenten in de rechten helpen om de basisvaardigheden in de rechtsmethodiek, die onmisbaar zijn in het geheel van de opleiding en de latere juridische beroepsuitoefening, aan te leren. Het biedt een inzicht in de voornaamste formele rechtsbronnen, het Belgische rechtsstelsel en de verschillende gedrukte en digitale publicatievormen van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Daarbij gaat de aandacht uit naar zowel eenvoudige als meer complexe vormen van opzoeking, waarbij voorafgaandelijk aan de opzoeking en raadpleging van de rechtsbronnen, een casusanalyse nodig is. Praktische voorbeelden begeleiden de lezer doorheen het boek.
Het boek is eveneens een handige gids voor rechtspractici die hun kennis in het constant wijzigende aanbod van juridisch bronnenmateriaal willen bijhouden, en voor eenieder die zelf het recht wil vinden.
Processen-verbaal. 7de herziene uitgave.
Nagenoeg alle aspecten van processen-verbaal worden in dit praktijkboek besproken, inclusief de vormvereisten, de bewijswaarde, de taalwetgeving, de verwerking van inhoud, vaststellingen en verhoren.
Deze zevende uitgave (de eerste uitgave was van 1994) is volledig herzien, aangevuld en geactualiseerd. De talrijke verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak en rechtsleer maken van dit boek een onmisbaar naslagwerk voor politiefunctionarissen, magistraten, advocaten en academici.
Processen-verbaal. 7de herziene uitgave.
Nagenoeg alle aspecten van processen-verbaal worden in dit praktijkboek besproken, inclusief de vormvereisten, de bewijswaarde, de taalwetgeving, de verwerking van inhoud, vaststellingen en verhoren.
Deze zevende uitgave (de eerste uitgave was van 1994) is volledig herzien, aangevuld en geactualiseerd. De talrijke verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak en rechtsleer maken van dit boek een onmisbaar naslagwerk voor politiefunctionarissen, magistraten, advocaten en academici.
Grondbeginselen van de BTW
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de BTW
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Veiligheidscultuur
Veiligheidscultuur
Purpose in organizations
That these aspects play a crucial role in organizations is not a gratuitous objection. Ithas to be taken seriously because there is a lot at stake. Namely the motivation anddrive of employees, and at times, of the entire organization. This book recognizes thisby sharply confirming the possibility of burn-out if Purpose is missing, or if the Storyof the organization is not (anymore) present.
The author has not taken it lightly and has extensively surveyed the terrain. This bothfrom current management literature and from his own experience as a consultant andorganizational expert. As an extra, this book offers references to practical examplesand a useful model of how to diagnose and culture Purpose in organizations.
Purpose in organizations
That these aspects play a crucial role in organizations is not a gratuitous objection. Ithas to be taken seriously because there is a lot at stake. Namely the motivation anddrive of employees, and at times, of the entire organization. This book recognizes thisby sharply confirming the possibility of burn-out if Purpose is missing, or if the Storyof the organization is not (anymore) present.
The author has not taken it lightly and has extensively surveyed the terrain. This bothfrom current management literature and from his own experience as a consultant andorganizational expert. As an extra, this book offers references to practical examplesand a useful model of how to diagnose and culture Purpose in organizations.
Zorg(e)loze jeugd
Zorg(e)loze jeugd
RIDP2018Vol89/issue2- International and Transitional Criminal Justice & Human Rights Essays
Cherif Bassiouni was at the centre of this process from its beginning until his passing, in September 2017, and has been absolutely instrumental in its origins. From the beginning of his career, he brought oxygen to the embers of the post-Second World War initiatives. He linked them to more contemporary issues, such as the struggle against apartheid in South Africa and the campaign for new standards and instruments to address issues such as torture. Through the International Institute for Higher Studies in Criminal Sciences, now renamed the Siracusa International Institute for Criminal Justice and Human Rights, Cherif Bassiouni regularly assembled experts, practitioners, international officials and public intellectuals in the promotion of law and policy. He was also President of the International Association of Penal Law (IAPL-AIDP) for fifteen years.
In September 2018, colleagues and friends of Cherif Bassiouni assembled for a high-level academic conference in Siracusa, organised around themes central in his massive oeuvre: international and transitional criminal justice and human rights. The chapters in this humble volume provide a written record of the conference, in recognition, honour and memory of his legacy.
RIDP2018Vol89/issue2- International and Transitional Criminal Justice & Human Rights Essays
Cherif Bassiouni was at the centre of this process from its beginning until his passing, in September 2017, and has been absolutely instrumental in its origins. From the beginning of his career, he brought oxygen to the embers of the post-Second World War initiatives. He linked them to more contemporary issues, such as the struggle against apartheid in South Africa and the campaign for new standards and instruments to address issues such as torture. Through the International Institute for Higher Studies in Criminal Sciences, now renamed the Siracusa International Institute for Criminal Justice and Human Rights, Cherif Bassiouni regularly assembled experts, practitioners, international officials and public intellectuals in the promotion of law and policy. He was also President of the International Association of Penal Law (IAPL-AIDP) for fifteen years.
In September 2018, colleagues and friends of Cherif Bassiouni assembled for a high-level academic conference in Siracusa, organised around themes central in his massive oeuvre: international and transitional criminal justice and human rights. The chapters in this humble volume provide a written record of the conference, in recognition, honour and memory of his legacy.
RIDP2018Vol89/issue1- The Role of Corporations in Criminal Justice
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
RIDP2018Vol89/issue1- The Role of Corporations in Criminal Justice
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
Sociale economie en btw. 2de, herziene en uitgebreide uitgave.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Sociale economie en btw. 2de, herziene en uitgebreide uitgave.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Pop-up verhuur en kortdurende verhuur. 2de, herziene en uitgebreide uitgave
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
Pop-up verhuur en kortdurende verhuur. 2de, herziene en uitgebreide uitgave
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
De commissaris en de andereorganen of comites van degecontroleerde entiteit (Reeks ICCI 2019-1)
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
De commissaris en de andereorganen of comites van degecontroleerde entiteit (Reeks ICCI 2019-1)
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
Reclamekosten. Analyse van de aftrekbaarheidsvoorwaarden.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
Reclamekosten. Analyse van de aftrekbaarheidsvoorwaarden.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
De blauwe kamer
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
De blauwe kamer
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
European integration through member states’constitutional identity in EU law
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
European integration through member states’constitutional identity in EU law
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Btw-eetjes deel 12
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 12
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Werk in onroerende staat.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Werk in onroerende staat.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
Transport en aanverwante diensten
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Transport en aanverwante diensten
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Btw-eetjes deel 11
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes worden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 11
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes worden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A Study of forensic evidence. (IRCP-series, vol. 55)
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A Study of forensic evidence. (IRCP-series, vol. 55)
Insiders of outsiders? De voor- en nadelen van interne en externe mediation
Eén voordeel van interne mediation is dat het een verdereinstitutionalisering, en daarmee normalisering en bredere acceptatie, vanmediation als geprefereerde manier van conflictoplossing vormt. Ookkan een interne mediator toegankelijker zijn of overkomen, en hoeft hetkostenaspect voor een partij minder zwaar te wegen.
Aan de andere kant kleven er ook nadelen aan interne mediation.Men kan bijvoorbeeld betwisten of een interne mediator niet opgespannen voet staat met de principes van de klassieke mediation dieeen volledige onafhankelijkheid van de mediator eisen. Is die internemediator wel voldoende onafhankelijk van de betreffende organisatieof wordt deze misschien toch al gauw ervaren als een verlengstukdaarvan? Maar misschien is een organisatie wellicht ook eerder geneigdeen voorstel van de interne mediator te aanvaarden, terwijl dat van eenexterne mediator gemakkelijker ter zijde kan worden geschoven.
Naast het bovengenoemde centrale thema worden in dit boekhoofdstukken gewijd aan andere actuele ontwikkelingen ophet terrein van mediation, zoals met betrekking tot de mediationwet,de plaats van zingeving bij mediation, strafrechtmediation in hetlicht van kinderrechten en de activiteiten van het College voorde Rechten van de Mens.
Insiders of outsiders? De voor- en nadelen van interne en externe mediation
Eén voordeel van interne mediation is dat het een verdereinstitutionalisering, en daarmee normalisering en bredere acceptatie, vanmediation als geprefereerde manier van conflictoplossing vormt. Ookkan een interne mediator toegankelijker zijn of overkomen, en hoeft hetkostenaspect voor een partij minder zwaar te wegen.
Aan de andere kant kleven er ook nadelen aan interne mediation.Men kan bijvoorbeeld betwisten of een interne mediator niet opgespannen voet staat met de principes van de klassieke mediation dieeen volledige onafhankelijkheid van de mediator eisen. Is die internemediator wel voldoende onafhankelijk van de betreffende organisatieof wordt deze misschien toch al gauw ervaren als een verlengstukdaarvan? Maar misschien is een organisatie wellicht ook eerder geneigdeen voorstel van de interne mediator te aanvaarden, terwijl dat van eenexterne mediator gemakkelijker ter zijde kan worden geschoven.
Naast het bovengenoemde centrale thema worden in dit boekhoofdstukken gewijd aan andere actuele ontwikkelingen ophet terrein van mediation, zoals met betrekking tot de mediationwet,de plaats van zingeving bij mediation, strafrechtmediation in hetlicht van kinderrechten en de activiteiten van het College voorde Rechten van de Mens.
Bijzondere overeenkomsten en BTW
Het gaat hierbij om de leveringen van goederen of diensten die gefactureerd worden en voortvloeien uit de onderliggende overeenkomst. Moet er mét of zonder btw gefactureerd worden?
Het boek heeft de bedoeling aan te sluiten bij klassieke handboeken die de bijzondere overeenkomsten vanuit het burgerlijk wetboek analyseren. De toepasselijke regels worden geïllustreerd met vele voorbeelden, topics en praktijkcasussen.
Bijzondere overeenkomsten en BTW
Het gaat hierbij om de leveringen van goederen of diensten die gefactureerd worden en voortvloeien uit de onderliggende overeenkomst. Moet er mét of zonder btw gefactureerd worden?
Het boek heeft de bedoeling aan te sluiten bij klassieke handboeken die de bijzondere overeenkomsten vanuit het burgerlijk wetboek analyseren. De toepasselijke regels worden geïllustreerd met vele voorbeelden, topics en praktijkcasussen.
International Health Law & Ethics. Basic Documents. 4th revised edition (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This guide covers the basic documents, while general comments and explanatory reports amplify the principles embodied in the human rights treaties. The authoritative interpretations clarify a ‘European approach’ on the State’s obligations concerning health care rights and ethics. This volume is an initiative of the Erasmus Observatory on Health Law. It will be a helpful guide for all trainers, health care professionals and students interested in human rights issues in health care.
International Health Law & Ethics. Basic Documents. 4th revised edition (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This guide covers the basic documents, while general comments and explanatory reports amplify the principles embodied in the human rights treaties. The authoritative interpretations clarify a ‘European approach’ on the State’s obligations concerning health care rights and ethics. This volume is an initiative of the Erasmus Observatory on Health Law. It will be a helpful guide for all trainers, health care professionals and students interested in human rights issues in health care.
Straf en schadevergoeding
Het strafrecht behoort, zeker voor beginnende rechtenstudenten,tot de meest aansprekende delen van het recht. Zowel de feitendie binnen dit rechtsgebied vallen als de reacties die op dezefeiten volgen, kunnen diep ingrijpen in een mensenleven. Deontwikkeling die het strafrecht in Europa heeft doorgemaakt, iser een van vele eeuwen geweest. Enkele van de hoofdlijnen vandeze evolutie zullen in dit boekje worden geschetst. Daarbij zaltevens aandacht worden besteed aan de geleidelijke verdringingvan private personen van het terrein van het strafrecht naardat van de schadevergoeding en aan de wijze waarop hetschadevergoedingsrecht verder gestalte heeft gekregen.
Straf en schadevergoeding
Het strafrecht behoort, zeker voor beginnende rechtenstudenten,tot de meest aansprekende delen van het recht. Zowel de feitendie binnen dit rechtsgebied vallen als de reacties die op dezefeiten volgen, kunnen diep ingrijpen in een mensenleven. Deontwikkeling die het strafrecht in Europa heeft doorgemaakt, iser een van vele eeuwen geweest. Enkele van de hoofdlijnen vandeze evolutie zullen in dit boekje worden geschetst. Daarbij zaltevens aandacht worden besteed aan de geleidelijke verdringingvan private personen van het terrein van het strafrecht naardat van de schadevergoeding en aan de wijze waarop hetschadevergoedingsrecht verder gestalte heeft gekregen.
Btw-eetjes deel 10
Dit boek vormt intussen reeds het tiende in de reeks succesrijkehandboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek.Dit tiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomendebtw-problemen waarop u het antwoord niet onmiddellijk in eenklassiek btw-handboek vindt.Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountantof advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerdwordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maarwaar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige enaantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerdzonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 10
Dit boek vormt intussen reeds het tiende in de reeks succesrijkehandboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek.Dit tiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomendebtw-problemen waarop u het antwoord niet onmiddellijk in eenklassiek btw-handboek vindt.Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountantof advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerdwordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maarwaar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige enaantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerdzonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Leugens en hun detectie, 2e herziene uitgave
Liegen is eigen aan de mens en aan het maatschappelijk leven. Er bestaat geen vorm van gedrag,geen specifiek antwoord en geen specifieke lichaamsreactie die samenhangt met leugenachtigheid.Wetenschappelijk onderzoek toonde evenwel aan dat afwijkingen van het basisgedrag significantmeer of juist minder voorkomen bij leugenaars. Ieder mens vertoont dus eigen individueleleugensignalen.
De auteurs overlopen de functie van leugens in de samenleving, met een historisch overzicht vande leugendetectie tot op heden. Er is ruime aandacht voor psychofysiologische en psychologischeprocessen, die de oorzaak zijn van verbale, non-verbale en geschreven leugensignalen. Dit werkheeft de betrachting een state of the art te maken van huidige nationale en internationale wetenschappelijkekennis over de leugen en zijn detectie.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot beroepsgroepen die, meer dan andere, met leugensgeconfronteerd worden en waar het opsporen ervan een centrale rol speelt, met name de magistratuur,de politie, de advocatuur en deskundigen aangesteld inonderzoeken. Maar ook de geïnteresseerde burger kan vernemenhoe leugens in het dagelijks leven kunnen ontdekt worden.
Leugens en hun detectie, 2e herziene uitgave
Liegen is eigen aan de mens en aan het maatschappelijk leven. Er bestaat geen vorm van gedrag,geen specifiek antwoord en geen specifieke lichaamsreactie die samenhangt met leugenachtigheid.Wetenschappelijk onderzoek toonde evenwel aan dat afwijkingen van het basisgedrag significantmeer of juist minder voorkomen bij leugenaars. Ieder mens vertoont dus eigen individueleleugensignalen.
De auteurs overlopen de functie van leugens in de samenleving, met een historisch overzicht vande leugendetectie tot op heden. Er is ruime aandacht voor psychofysiologische en psychologischeprocessen, die de oorzaak zijn van verbale, non-verbale en geschreven leugensignalen. Dit werkheeft de betrachting een state of the art te maken van huidige nationale en internationale wetenschappelijkekennis over de leugen en zijn detectie.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot beroepsgroepen die, meer dan andere, met leugensgeconfronteerd worden en waar het opsporen ervan een centrale rol speelt, met name de magistratuur,de politie, de advocatuur en deskundigen aangesteld inonderzoeken. Maar ook de geïnteresseerde burger kan vernemenhoe leugens in het dagelijks leven kunnen ontdekt worden.
Btw-eetjes deel 9
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen klassiekbtw-handboek. Dit negende deel bevat opnieuw een aantal in depraktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord nietonmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt.Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountantof advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerdwordt.
Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maarwaar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige enaantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerdzonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes deel 9
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen klassiekbtw-handboek. Dit negende deel bevat opnieuw een aantal in depraktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord nietonmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt.Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountantof advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerdwordt.
Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maarwaar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige enaantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerdzonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Btw-eetjes. Vzw’s en openbare besturen
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geenklassiek btw-handboek. Het gaat in dit boek over een aantal inde praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoordniet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek endie specifiek betrekking hebben op vzw’s en openbare besturen.Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondigeen aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt watu zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaargeformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheidin te boeten.
Btw-eetjes. Vzw’s en openbare besturen
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geenklassiek btw-handboek. Het gaat in dit boek over een aantal inde praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoordniet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek endie specifiek betrekking hebben op vzw’s en openbare besturen.Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondigeen aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt watu zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaargeformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheidin te boeten.
Handboek verhoren 2 (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het Belgisch politieverhoor heeft geen geheimen. Alle cursusteksten verhoortechnieken in de Belgische politiescholen werden in 2007 geharmoniseerd en vormen het uitgangspunt van voorliggend boek. Ze werden uitgebreid, verdiept en ondersteund met relevante rechtspraak, rechtsleer, vakliteratuur zowelwetenschappelijk, politieel als niet politieel.
Complementair aan 'Handboek verhoren 1', komen in 'Handboek verhoren 2' specifieke verhooronderwerpen aan bod, zoals het optimaliseren van het geheugen van de ondervraagde(cognitief verhoor, hypnoseverhoor), het intensifiëren van de verstandhouding en de interactie tussen ondervrager en ondervraagde (NLP, intercultureel verhoor), het professionaliseren van het analyse- eninschattingsvermogen bij de ondervrager (argumenteren, RPM, analytisch verhoor), en de uitdieping van de basisverhoortechnieken in bijzondere omstandigheden (confrontatieverhoor, moraliteitsverhoor, audiovisueel verhoor, videoconferentie en verhoren inzake keuzeconfrontaties).
Handboek verhoren 2 richt zich vooral naar politie,magistratuur en advocatuur, maar is ook bijzonder nuttig voor inspecteurs bij diverse inspectiediensten van de ministeries, intern toezicht diensten van bedrijven en privédetectives.
Kortom voor elkeen die zich verder wil verdiepen in specifieke verhoorvaardigheden.
Handboek verhoren 2 (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het Belgisch politieverhoor heeft geen geheimen. Alle cursusteksten verhoortechnieken in de Belgische politiescholen werden in 2007 geharmoniseerd en vormen het uitgangspunt van voorliggend boek. Ze werden uitgebreid, verdiept en ondersteund met relevante rechtspraak, rechtsleer, vakliteratuur zowelwetenschappelijk, politieel als niet politieel.
Complementair aan 'Handboek verhoren 1', komen in 'Handboek verhoren 2' specifieke verhooronderwerpen aan bod, zoals het optimaliseren van het geheugen van de ondervraagde(cognitief verhoor, hypnoseverhoor), het intensifiëren van de verstandhouding en de interactie tussen ondervrager en ondervraagde (NLP, intercultureel verhoor), het professionaliseren van het analyse- eninschattingsvermogen bij de ondervrager (argumenteren, RPM, analytisch verhoor), en de uitdieping van de basisverhoortechnieken in bijzondere omstandigheden (confrontatieverhoor, moraliteitsverhoor, audiovisueel verhoor, videoconferentie en verhoren inzake keuzeconfrontaties).
Handboek verhoren 2 richt zich vooral naar politie,magistratuur en advocatuur, maar is ook bijzonder nuttig voor inspecteurs bij diverse inspectiediensten van de ministeries, intern toezicht diensten van bedrijven en privédetectives.
Kortom voor elkeen die zich verder wil verdiepen in specifieke verhoorvaardigheden.
RIDP2017Vol88/issue1 – Individual Liability for Business Involvement in International Crimes
This issue is the second milestone on the way to the 20th AIDP World Congressdedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together theproceedings of the preparatory Colloquium on ‘Individual Liability for BusinessInvolvement in International Crimes’, held at the University of Buenos Aires onMarch 20th-23rd, 2017.
This volume contains the resolutions adopted in Buenos Aires as well as the generalreport, two special reports, and ten national reports (Argentina, Brazil, Colombia,Croatia, Finland, Germany, Italy, Netherlands, Russia, United States). It offers abroad overview of the debate on and the main challenges raised by corporateinvolvement in international crimes. Through the analysis of both national andinternational case law and legislation, this issue provides insight into a varietyof topics related to the liability of corporate officials and sheds light on thedifferent doctrines of co-perpetration and complicity arising at the national andinternational level (eg: neutral acts, negligent complicity, complicity by omission,command responsibility; white collar crimes doctrine). Special attention is paid tothe complex balance to be achieved between an effective prosecution of theseconducts and the respect of the general principles of criminal responsibility.
RIDP2017Vol88/issue1 – Individual Liability for Business Involvement in International Crimes
This issue is the second milestone on the way to the 20th AIDP World Congressdedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together theproceedings of the preparatory Colloquium on ‘Individual Liability for BusinessInvolvement in International Crimes’, held at the University of Buenos Aires onMarch 20th-23rd, 2017.
This volume contains the resolutions adopted in Buenos Aires as well as the generalreport, two special reports, and ten national reports (Argentina, Brazil, Colombia,Croatia, Finland, Germany, Italy, Netherlands, Russia, United States). It offers abroad overview of the debate on and the main challenges raised by corporateinvolvement in international crimes. Through the analysis of both national andinternational case law and legislation, this issue provides insight into a varietyof topics related to the liability of corporate officials and sheds light on thedifferent doctrines of co-perpetration and complicity arising at the national andinternational level (eg: neutral acts, negligent complicity, complicity by omission,command responsibility; white collar crimes doctrine). Special attention is paid tothe complex balance to be achieved between an effective prosecution of theseconducts and the respect of the general principles of criminal responsibility.
Handboek doorfacturering, editie 2018. 4de herziene uitgave
Fiscalisten noemen de leer van de complexe handelingen soms de “bekende onbekende”. In dit handboek worden de complexe handelingen (samengestelde handelingen) geanalyseerd en wordt een typologie aangeboden om tot een oplossing te komen voor btw-vraagstukken die bestaan uit het factureren van samengestelde prestaties.Wanneer heeft men te maken met naast elkaar staande prestaties?
Wanneer volgt de bijzaak de hoofdzaak? Wanneer heeft men te maken met een sui generis handeling (complexe dienst of samengestelde handeling)? Wat is het verschil tussen complexe handelingen en met de hoofdhandeling “(nauw) samenhangende handelingen”.
De samengestelde handelingen worden hierbij gesitueerd binnen de ruimere context van de doorrekening en de doorfacturering van leveringen van goederen of diensten. De werking van de fictie van de commissionairsstructuur inzake btw staat hierbij centraal.
Handboek doorfacturering, editie 2018. 4de herziene uitgave
Fiscalisten noemen de leer van de complexe handelingen soms de “bekende onbekende”. In dit handboek worden de complexe handelingen (samengestelde handelingen) geanalyseerd en wordt een typologie aangeboden om tot een oplossing te komen voor btw-vraagstukken die bestaan uit het factureren van samengestelde prestaties.Wanneer heeft men te maken met naast elkaar staande prestaties?
Wanneer volgt de bijzaak de hoofdzaak? Wanneer heeft men te maken met een sui generis handeling (complexe dienst of samengestelde handeling)? Wat is het verschil tussen complexe handelingen en met de hoofdhandeling “(nauw) samenhangende handelingen”.
De samengestelde handelingen worden hierbij gesitueerd binnen de ruimere context van de doorrekening en de doorfacturering van leveringen van goederen of diensten. De werking van de fictie van de commissionairsstructuur inzake btw staat hierbij centraal.
Basisteksten internationaal en Europees Strafrecht – 10de herziene uitgave – Bijgewerkt tot 1 januari 2018 (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
Deze uitgave bundelt de voornaamste, voor België relevante beleidsdocumenten en nationale
en multilaterale regelgeving inzake internationaal en Europees strafrecht. Bijzondere aandacht
is gegeven aan initiatieven gericht op de aanpak van internationale of georganiseerde
criminaliteit en terrorisme.
Het nationale deel bevat, naast essentiële uittreksels uit het Strafwetboek, de Voorafgaande
Titel van het Wetboek van Strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek, alle wetteksten die
specifiek betrekking hebben op aspecten van internationale samenwerking in strafzaken.
Wat het multilaterale niveau betreft, is een onderscheid gemaakt naargelang het internationaal
samenwerkingsverband waarbinnen de teksten tot stand zijn gekomen: Benelux, Prüm,
Europese Unie (m.i.v. Schengen), Raad van Europa of Verenigde Naties.
Zowel studenten, rechtspractici (magistraten, advocaten, politieambtenaren, ...) als
beleidsmakers beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige
tekstuitgave van de elementaire bronnen ter zake.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 januari 2018.
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Basisteksten internationaal en Europees Strafrecht – 10de herziene uitgave – Bijgewerkt tot 1 januari 2018 (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
Deze uitgave bundelt de voornaamste, voor België relevante beleidsdocumenten en nationale
en multilaterale regelgeving inzake internationaal en Europees strafrecht. Bijzondere aandacht
is gegeven aan initiatieven gericht op de aanpak van internationale of georganiseerde
criminaliteit en terrorisme.
Het nationale deel bevat, naast essentiële uittreksels uit het Strafwetboek, de Voorafgaande
Titel van het Wetboek van Strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek, alle wetteksten die
specifiek betrekking hebben op aspecten van internationale samenwerking in strafzaken.
Wat het multilaterale niveau betreft, is een onderscheid gemaakt naargelang het internationaal
samenwerkingsverband waarbinnen de teksten tot stand zijn gekomen: Benelux, Prüm,
Europese Unie (m.i.v. Schengen), Raad van Europa of Verenigde Naties.
Zowel studenten, rechtspractici (magistraten, advocaten, politieambtenaren, ...) als
beleidsmakers beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige
tekstuitgave van de elementaire bronnen ter zake.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 januari 2018.
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat
De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat
Partnerstigma bij extrafamiliaal pedoseksueel misbruik. Een kwalitatief onderzoek (Gandaius Meesterlijk 7)
Onderzoek naar daders en slachtoffers van
extrafamiliaal pedoseksueel misbruik is, ook
in Vlaanderen, behoorlijk gevorderd. Reële
onderzoeksinteresse naar partners of expartners,
als dichtste naasten van daders, bleef
tot dusver evenwel uit, zelfs internationaal.
Nochtans zijn zij misschien de verborgen slachtoffers.
De omvang van de stigmatisering die zij ervaren, blijkt verrassend
groot, en de maatschappelijke assimilatie met de door hun (ex-)
partners gepleegde feiten vrijwel totaal. Ook zelfstigma blijkt
systematisch voorhanden. Partners en ex-partners voelen zich niet
gehoord en ervaren belangrijke drempels naar en in de hulpverlening.
“Dominique Scappini levert met haar kwalitatieve studie
naar stigmatisering van partners van extrafamiliale pedoseksuele
misdrijfplegers een belangrijke bijdrage aan het doorbreken van een
taboe dat vooralsnog zowel maatschappelijk als wetenschappelijk
onderbelicht bleef.” - Prof. Dr. Gert Vermeulen
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels - Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief
A. De Buck, L. Pauwels
Partnerstigma bij extrafamiliaal pedoseksueel misbruik. Een kwalitatief onderzoek (Gandaius Meesterlijk 7)
Onderzoek naar daders en slachtoffers van
extrafamiliaal pedoseksueel misbruik is, ook
in Vlaanderen, behoorlijk gevorderd. Reële
onderzoeksinteresse naar partners of expartners,
als dichtste naasten van daders, bleef
tot dusver evenwel uit, zelfs internationaal.
Nochtans zijn zij misschien de verborgen slachtoffers.
De omvang van de stigmatisering die zij ervaren, blijkt verrassend
groot, en de maatschappelijke assimilatie met de door hun (ex-)
partners gepleegde feiten vrijwel totaal. Ook zelfstigma blijkt
systematisch voorhanden. Partners en ex-partners voelen zich niet
gehoord en ervaren belangrijke drempels naar en in de hulpverlening.
“Dominique Scappini levert met haar kwalitatieve studie
naar stigmatisering van partners van extrafamiliale pedoseksuele
misdrijfplegers een belangrijke bijdrage aan het doorbreken van een
taboe dat vooralsnog zowel maatschappelijk als wetenschappelijk
onderbelicht bleef.” - Prof. Dr. Gert Vermeulen
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels - Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief
A. De Buck, L. Pauwels
Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief.Gandaius Meesterlijk, nr. 6
Deze publicatie is een grondige herwerking en uitbreiding
van een verkennende theorie-toetsende
studie die werd uitgevoerd als masterproef in de
Criminologische Wetenschappen (UGent). Deze
publicatie sluit hiermee aan bij de hedendaagse
criminologische aandacht voor individuele
beslissingsprocessen met betrekking tot normoverschrijdend gedrag
en de rol van het morele besef. De studie focust op de betekenis van
belangrijke socialiserende actoren (bindingen met ouders, ouderlijk
toezicht, betrokkenheid op school) ter verklaring van individuele
verschillen in regelovertreding bij adolescenten en de mediërende rol
van morele normen en anticipatie op de morele emoties schaamte en
schuld, twee belangrijke secundaire emoties. Extra aandacht wordt
besteed aan de effecten van de situationele blootstelling aan deviante
peers in interactie met de individuele moraliteit.
Het onderzoek is gevoerd vanuit een geïntegreerd perspectief aangevuld
met inzichten uit de hedendaagse sociale en morele psychologie.
De studie gaat ook in op de betekenis van de resultaten
voor verder onderzoek naar morele beslissingsprocessen, een braakliggend
terrein in de etiologische criminologie.
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels
Ann De Buck studeerde in 2016 af aan de Universiteit Gent als
master in de Criminologische Wetenschappen.
Prof. Dr. Lieven Pauwels was promotor van het onderzoek.
Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief.Gandaius Meesterlijk, nr. 6
Deze publicatie is een grondige herwerking en uitbreiding
van een verkennende theorie-toetsende
studie die werd uitgevoerd als masterproef in de
Criminologische Wetenschappen (UGent). Deze
publicatie sluit hiermee aan bij de hedendaagse
criminologische aandacht voor individuele
beslissingsprocessen met betrekking tot normoverschrijdend gedrag
en de rol van het morele besef. De studie focust op de betekenis van
belangrijke socialiserende actoren (bindingen met ouders, ouderlijk
toezicht, betrokkenheid op school) ter verklaring van individuele
verschillen in regelovertreding bij adolescenten en de mediërende rol
van morele normen en anticipatie op de morele emoties schaamte en
schuld, twee belangrijke secundaire emoties. Extra aandacht wordt
besteed aan de effecten van de situationele blootstelling aan deviante
peers in interactie met de individuele moraliteit.
Het onderzoek is gevoerd vanuit een geïntegreerd perspectief aangevuld
met inzichten uit de hedendaagse sociale en morele psychologie.
De studie gaat ook in op de betekenis van de resultaten
voor verder onderzoek naar morele beslissingsprocessen, een braakliggend
terrein in de etiologische criminologie.
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels
Ann De Buck studeerde in 2016 af aan de Universiteit Gent als
master in de Criminologische Wetenschappen.
Prof. Dr. Lieven Pauwels was promotor van het onderzoek.
Essential Texts on European and International Asylum and Migration Law And Policy
This volume comprises the relevant legal instruments and principal policy
documents in the area of international and European asylum and migration,
including the latest versions of pending legislative proposals.
The range of issues covered is comprehensive: human rights; nationality and
statelessness; equal treatment, non-discrimination, racism and xenophobia;
citizenship, residence and free movement; borders, border management and
entry; visa and passenger data; labour migration; family reunification; asylum,
subsidiary and temporary protection; irregular migration; and trafficking in human
beings.
The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within
which they were drawn up: either the United Nations, the Council of Europe or
the European Union (including Schengen-level instruments).
This edition provides practitioners, authorities, policy makers, scholars and
students throughout Europe with an accurate, up-to-date and forward-looking
compilation of essential texts on asylum and migration matters.
Gert Vermeulen is full professor of criminal law and EU justice and home
affairs, and director at the Institute for International Research on Criminal Policy
(IRCP) at Ghent University, Belgium.
Ellen Desmet is assistant professor of asylum and migration law at Ghent
University, Belgium.
Essential Texts on European and International Asylum and Migration Law And Policy
This volume comprises the relevant legal instruments and principal policy
documents in the area of international and European asylum and migration,
including the latest versions of pending legislative proposals.
The range of issues covered is comprehensive: human rights; nationality and
statelessness; equal treatment, non-discrimination, racism and xenophobia;
citizenship, residence and free movement; borders, border management and
entry; visa and passenger data; labour migration; family reunification; asylum,
subsidiary and temporary protection; irregular migration; and trafficking in human
beings.
The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within
which they were drawn up: either the United Nations, the Council of Europe or
the European Union (including Schengen-level instruments).
This edition provides practitioners, authorities, policy makers, scholars and
students throughout Europe with an accurate, up-to-date and forward-looking
compilation of essential texts on asylum and migration matters.
Gert Vermeulen is full professor of criminal law and EU justice and home
affairs, and director at the Institute for International Research on Criminal Policy
(IRCP) at Ghent University, Belgium.
Ellen Desmet is assistant professor of asylum and migration law at Ghent
University, Belgium.
Data Protection and Privacy Under Pressure. Transatlantic tensions,EU Surveillance and big data
Since the Snowden revelations, the adoption in May 2016 of the GeneralData Protection Regulation and several ground-breaking judgments ofthe Court of Justice of the European Union, data protection andprivacy are high on the agenda of policymakers, industries and thelegal research community.
Against this backdrop, Data Protection and Privacy under Pressuresheds light on key developments where individuals’ rights to dataprotection and privacy are at stake. The book discusses the persistenttransatlantic tensions around various EU-US data transfer mechanismsand EU jurisdiction claims over non-EU-based companies, both sparkedby milestone court cases. Additionally, it scrutinises the expandingcontrol or surveillance mechanisms and interconnection of databases inthe areas of migration control, internal security and law enforcement,and oversight thereon. Finally, it explores current and future legalchallenges related to big data and automated decision-making in thecontexts of policing, pharmaceutics and advertising.
Data Protection and Privacy Under Pressure. Transatlantic tensions,EU Surveillance and big data
Since the Snowden revelations, the adoption in May 2016 of the GeneralData Protection Regulation and several ground-breaking judgments ofthe Court of Justice of the European Union, data protection andprivacy are high on the agenda of policymakers, industries and thelegal research community.
Against this backdrop, Data Protection and Privacy under Pressuresheds light on key developments where individuals’ rights to dataprotection and privacy are at stake. The book discusses the persistenttransatlantic tensions around various EU-US data transfer mechanismsand EU jurisdiction claims over non-EU-based companies, both sparkedby milestone court cases. Additionally, it scrutinises the expandingcontrol or surveillance mechanisms and interconnection of databases inthe areas of migration control, internal security and law enforcement,and oversight thereon. Finally, it explores current and future legalchallenges related to big data and automated decision-making in thecontexts of policing, pharmaceutics and advertising.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatredécennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart desiècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire aprèspresque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatredécennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart desiècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire aprèspresque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du RéseauHunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder deloep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligencestrategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaarVeiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent duréseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du RéseauHunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder deloep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligencestrategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaarVeiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent duréseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel ende voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangiftevan de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van devoorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van hetbtw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van devoorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid vande btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden methet verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen enconcrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bodkomen.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel ende voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangiftevan de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van devoorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van hetbtw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van devoorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid vande btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden methet verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen enconcrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bodkomen.
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en-toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen omcriminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionalebenadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de hellingte staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenlevingwaarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwetechnologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen,biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen nietmogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van eendoordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht.Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking,welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zichverhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftienvergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingenzijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dathet camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordtgeplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en-toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen omcriminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionalebenadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de hellingte staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenlevingwaarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwetechnologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen,biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen nietmogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van eendoordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht.Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking,welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zichverhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftienvergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingenzijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dathet camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordtgeplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par naturesecret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Danscette période troublée que nous traversons, le grand public se doitd’être informé sur le fonctionnement des services de renseignementbelges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche àapporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sarelation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat.Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développementde la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certainemesure, à lever le voile sur certains préjugés.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par naturesecret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Danscette période troublée que nous traversons, le grand public se doitd’être informé sur le fonctionnement des services de renseignementbelges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche àapporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sarelation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat.Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développementde la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certainemesure, à lever le voile sur certains préjugés.
Latijnse rechtstermen
Latijnse rechtstermen
Internationaal huispersoneel in België./Le personnel domestique international en Belgique (IRCP-reeks)
Internationaal huispersoneel in België./Le personnel domestique international en Belgique (IRCP-reeks)
Topduiven onder het keurend oog
lexapro and weed interaction
weed lexapro withdrawalTopduiven onder het keurend oog
lexapro and weed interaction
weed lexapro withdrawalHandleiding juridisch schrijven – 2de herwerkte uitgave
cheap abortion clinics in maryland
cheap abortion clinics in md tymejczyk.comDeze handleiding reikt zowel juristen als niet-juristen tips aan voor het opstellen van vlotte, functionele, inhoudelijk correcte en overtuigende juridische teksten. Ze volgt daarbij de chronologische stappen die je als schrijver doorloopt: afbakening van het thema, gegevensverzameling, citeerwijzen, argumenteren en formuleren, eindredactie. Zowel uitvoerige betogen of verhandelingen, als brieven en nota’s komen hierbij aan bod. Praktische voorbeelden illustreren dit alles vanuit diverse invalshoeken: een juridisch adviseur op een ministerie, een jurist van een multinational, een fiscalist, een advocaat, ... maar ook een directiesecretaresse en een gewone burger. Ook bronnen ontbreken niet: een lijst van de belangrijkste tijdschriften per rechtstak, het overzicht van de gegevensbanken voor juridische informatie en de adressen van rechtsfaculteiten en bibliotheken.
Het boek is bestemd voor iedereen die als schrijver - maar ook als lezer - al eens met juridische teksten te maken krijgt.
Handleiding juridisch schrijven – 2de herwerkte uitgave
cheap abortion clinics in maryland
cheap abortion clinics in md tymejczyk.comDeze handleiding reikt zowel juristen als niet-juristen tips aan voor het opstellen van vlotte, functionele, inhoudelijk correcte en overtuigende juridische teksten. Ze volgt daarbij de chronologische stappen die je als schrijver doorloopt: afbakening van het thema, gegevensverzameling, citeerwijzen, argumenteren en formuleren, eindredactie. Zowel uitvoerige betogen of verhandelingen, als brieven en nota’s komen hierbij aan bod. Praktische voorbeelden illustreren dit alles vanuit diverse invalshoeken: een juridisch adviseur op een ministerie, een jurist van een multinational, een fiscalist, een advocaat, ... maar ook een directiesecretaresse en een gewone burger. Ook bronnen ontbreken niet: een lijst van de belangrijkste tijdschriften per rechtstak, het overzicht van de gegevensbanken voor juridische informatie en de adressen van rechtsfaculteiten en bibliotheken.
Het boek is bestemd voor iedereen die als schrijver - maar ook als lezer - al eens met juridische teksten te maken krijgt.
Iconografie van de honingbij in de lage landen
Iconografie van de honingbij in de lage landen
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaarvan de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplichtsysteem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door demedecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaarvan de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen.De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendienin een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in depraktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van devoorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging vande heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deeleen uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaarvan de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplichtsysteem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door demedecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaarvan de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen.De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendienin een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in depraktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van devoorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging vande heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deeleen uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by BenjaminVan Damme, who personally developed an internetapplication for randomized scenario studies that can beused to test ideas developed in theories of crime causation.This dissertation is part of a larger research initiative of LievenPauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s masterdissertation, namely a study on the empirical status ofsituational action theory. Benjamin Van Damme and LievenPauwels empirically demonstrate that criminal decisionmakingcan be seen as a perception-choice process, i.e. theresult of person-environment interactions. Environmentalcharacteristics trigger criminal decision-making, but only inindividuals that see crime as an alternative. The theoreticaland methodological consequences for criminological inquiriesare discussed.
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by BenjaminVan Damme, who personally developed an internetapplication for randomized scenario studies that can beused to test ideas developed in theories of crime causation.This dissertation is part of a larger research initiative of LievenPauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s masterdissertation, namely a study on the empirical status ofsituational action theory. Benjamin Van Damme and LievenPauwels empirically demonstrate that criminal decisionmakingcan be seen as a perception-choice process, i.e. theresult of person-environment interactions. Environmentalcharacteristics trigger criminal decision-making, but only inindividuals that see crime as an alternative. The theoreticaland methodological consequences for criminological inquiriesare discussed.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benaderinggericht op het reduceren van de schadelijke gevolgenvan problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieënzoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtesen medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen eenbelangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid.Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieënzijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirischonderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op hetvlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestonduit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatiefvan aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikersstond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoetkomt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nogruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatievan nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbijcentraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatievenvoor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling,meer betaalbare huisvesting voor problematischedruggebruikers, de implementatie van een laagdrempeliginloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van dezeprioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiekvoor de lokale Gentse context.
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benaderinggericht op het reduceren van de schadelijke gevolgenvan problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieënzoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtesen medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen eenbelangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid.Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieënzijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirischonderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op hetvlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestonduit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatiefvan aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikersstond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoetkomt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nogruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatievan nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbijcentraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatievenvoor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling,meer betaalbare huisvesting voor problematischedruggebruikers, de implementatie van een laagdrempeliginloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van dezeprioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiekvoor de lokale Gentse context.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.
Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)
In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentKosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)
In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentScénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)
Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.
Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.
Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Bon de commande
Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos
Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)
Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.
Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.
Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Bon de commande
Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos
Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)
Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.
Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)
Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.
Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 4.
Uit de inhoud
Estimating the Risk of Economic Espionage
Emin Daskin
Een schadelijke sektarische bedreiging onderzocht: Takfirisme
Jeroen De Keyser
L’État et le renseignement. L’autre ‘dimension manquante’
Gérald Arboit
Innovaties in de Nederlandse handhavingsketen
Gerard Bakker & René Westra
Escape from Mind-Set Prison: Psychological Impediments to the IntelligenceEffort and Structured Analytical Techniques
Kenneth L. Lasoen
La sauvegarde du Potentiel Economique, Scientifique et Industriel (PESI)comme pilier de la politique publique en Intelligence Stratégique (IS).Quelle articulation pour la communauté du renseignement?
Patrick Leroy
Hayward James, Double Agent Snow. The true story of Arthur Owens, Hitler’schief spy in England
Etienne Verhoeyen
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 4.
Uit de inhoud
Estimating the Risk of Economic Espionage
Emin Daskin
Een schadelijke sektarische bedreiging onderzocht: Takfirisme
Jeroen De Keyser
L’État et le renseignement. L’autre ‘dimension manquante’
Gérald Arboit
Innovaties in de Nederlandse handhavingsketen
Gerard Bakker & René Westra
Escape from Mind-Set Prison: Psychological Impediments to the IntelligenceEffort and Structured Analytical Techniques
Kenneth L. Lasoen
La sauvegarde du Potentiel Economique, Scientifique et Industriel (PESI)comme pilier de la politique publique en Intelligence Stratégique (IS).Quelle articulation pour la communauté du renseignement?
Patrick Leroy
Hayward James, Double Agent Snow. The true story of Arthur Owens, Hitler’schief spy in England
Etienne Verhoeyen
Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting
De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is ditvolgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekkingheeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtigekomt voor aftrek in aanmerking.
De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloopvan het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceertdat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit decomplexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel19, §1 WBTW in elkaar?
Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeeldenzodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.
Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting
De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is ditvolgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekkingheeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtigekomt voor aftrek in aanmerking.
De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloopvan het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceertdat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit decomplexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel19, §1 WBTW in elkaar?
Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeeldenzodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.
European Health Law
European Health Law is the most authoritative guide to the subject. Written by leading experts in health law, this book offers an in depth review of the main themes in European health law, from patients’ rights and duties, the role of health professionals, and health care financing and rationing, to public health and health related issues, such as occupational health and environmental health. An unparalleled resource for students and practitioners, this is the book you need on European health law.
European Health Law
European Health Law is the most authoritative guide to the subject. Written by leading experts in health law, this book offers an in depth review of the main themes in European health law, from patients’ rights and duties, the role of health professionals, and health care financing and rationing, to public health and health related issues, such as occupational health and environmental health. An unparalleled resource for students and practitioners, this is the book you need on European health law.
Indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Rechtvaardigingsgronden in het diensten- en personenverkeer
Artikel 18, alinea 1 VWEU bevat een algemeen discriminatieverbod op grond van nationaliteit. Dit verbod omvat volgens het Hof van Justitie naast directe ook indirecte discriminatie, waarbij de discriminatie wordt veroorzaakt door een niet uitdrukkelijk verboden onderscheidingscriterium dat in de praktijk hoofdzakelijk in het nadeel werkt of kan werken van de EU-onderdanen die afkomstig zijn uit een andere lidstaat.
Dit boek onderzoekt wat de slaagkansen zijn van de rechtvaardigingsgronden die
de EU-lidstaten voor het Hof van Justitie inroepen om hun nationale maatregelen
te rechtvaardigen die de onderdanen afkomstig uit een andere lidstaat op indirecte
wijze discrimineren op grond van hun nationaliteit. En meer specifiek: in welke mate
slaagt het Hof erin om de belangen van de Unie, de EU-lidstaten en de EU-burgers
met elkaar te verzoenen wanneer het zich buigt over de rechtvaardigingsgronden
die EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende maatregelen in het kader
van het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Wanneer is er volgens het Hof van Justitie in het diensten- en personenverkeer sprake
van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit en welke gronden kunnen
de EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende nationale maatregelen
die betrekking hebben op het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Rechtvaardigingsgronden in het diensten- en personenverkeer
Artikel 18, alinea 1 VWEU bevat een algemeen discriminatieverbod op grond van nationaliteit. Dit verbod omvat volgens het Hof van Justitie naast directe ook indirecte discriminatie, waarbij de discriminatie wordt veroorzaakt door een niet uitdrukkelijk verboden onderscheidingscriterium dat in de praktijk hoofdzakelijk in het nadeel werkt of kan werken van de EU-onderdanen die afkomstig zijn uit een andere lidstaat.
Dit boek onderzoekt wat de slaagkansen zijn van de rechtvaardigingsgronden die
de EU-lidstaten voor het Hof van Justitie inroepen om hun nationale maatregelen
te rechtvaardigen die de onderdanen afkomstig uit een andere lidstaat op indirecte
wijze discrimineren op grond van hun nationaliteit. En meer specifiek: in welke mate
slaagt het Hof erin om de belangen van de Unie, de EU-lidstaten en de EU-burgers
met elkaar te verzoenen wanneer het zich buigt over de rechtvaardigingsgronden
die EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende maatregelen in het kader
van het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Wanneer is er volgens het Hof van Justitie in het diensten- en personenverkeer sprake
van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit en welke gronden kunnen
de EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende nationale maatregelen
die betrekking hebben op het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Manuel des Auditions 2
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
Manuel des Auditions 2
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
Manuel des Auditions 1
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
Manuel des Auditions 1
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk (Reeks Panopticon Libri, nr. 8)
Veerle Scheirs is als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Criminologie en de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) van de Vrije Universiteit Brussel.
De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk (Reeks Panopticon Libri, nr. 8)
Veerle Scheirs is als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Criminologie en de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) van de Vrije Universiteit Brussel.
Recht en media. Zijn de media een gevaar of een zegen voor het recht?
In deze bundel van het Leidse Mordenate College staat de verwevenheid tussen het recht en de media centraal. Recht en media zijn eenheden die elkaar voortdurend beïnvloeden. Deze interactie vormt aanleiding voor diverse interessante juridische vraagstukken, waarvan een groot aantal in de bijdragen van deze bundel aan bod komt.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht en Media’ op 11 mei 2012. Het resultaat is een gevarieerde bundel met interessante bijdragen van professionals en studenten, waarin beoogd wordt vanuit verschillende rechtsgebieden de verwevenheid tussen recht en media te belichten. Onderwerpen als het spanningsveld tussen de social media en privacybescherming, de onschuld-presumptie van verdachten in het strafrecht en de rol van de rechter in het veranderende medialandschap passeren de revue. De media blijken een gevaar én een zegen voor het recht te zijn.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates E.M.T. Huijzer, D.E. Mulder, W.A. Speldenbrink en D.J. Verhey.
Zij bevat bijdragen van prof. mr. H.J. Snijders, dr. M. Becker, A. Pouw & N. Reijnen, mr. C.W. Zwaaneveld, prof. mr. L. Moerel, mr. drs. A.M.M. Hendrikx, prof. mr. C.P.M. Cleiren, mr. S.A. Gawronski en mr. F.P.Ölçer.
Recht en media. Zijn de media een gevaar of een zegen voor het recht?
In deze bundel van het Leidse Mordenate College staat de verwevenheid tussen het recht en de media centraal. Recht en media zijn eenheden die elkaar voortdurend beïnvloeden. Deze interactie vormt aanleiding voor diverse interessante juridische vraagstukken, waarvan een groot aantal in de bijdragen van deze bundel aan bod komt.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht en Media’ op 11 mei 2012. Het resultaat is een gevarieerde bundel met interessante bijdragen van professionals en studenten, waarin beoogd wordt vanuit verschillende rechtsgebieden de verwevenheid tussen recht en media te belichten. Onderwerpen als het spanningsveld tussen de social media en privacybescherming, de onschuld-presumptie van verdachten in het strafrecht en de rol van de rechter in het veranderende medialandschap passeren de revue. De media blijken een gevaar én een zegen voor het recht te zijn.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates E.M.T. Huijzer, D.E. Mulder, W.A. Speldenbrink en D.J. Verhey.
Zij bevat bijdragen van prof. mr. H.J. Snijders, dr. M. Becker, A. Pouw & N. Reijnen, mr. C.W. Zwaaneveld, prof. mr. L. Moerel, mr. drs. A.M.M. Hendrikx, prof. mr. C.P.M. Cleiren, mr. S.A. Gawronski en mr. F.P.Ölçer.
Actuele ontwikkelingen inzake EU-justitiebeleid, cannabisbeleid, misdaad en straf, jongeren en jeugdzorg, internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid, gewelddadig extremisme & private veiligheid en zelfregulering
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de7de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein vanhet strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekersvan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gentbehandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnenhun specialisatiegebied.
Actuele ontwikkelingen inzake EU-justitiebeleid, cannabisbeleid, misdaad en straf, jongeren en jeugdzorg, internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid, gewelddadig extremisme & private veiligheid en zelfregulering
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de7de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein vanhet strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekersvan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gentbehandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnenhun specialisatiegebied.
Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934) (Gandaius Meesterlijk, nr. 3)
Het buiten beschouwing laten van een historisch perspectief zorgt vandaag voor verkeerde opvattingen over de invulling van de veiligheidszorg.
Om de onjuiste inzichten hierover weg te werken, analyseert de auteur de historische inbedding van de ‘moderne’ veiligheidszorg in België vanuit een criminologische invalshoek.
Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934) (Gandaius Meesterlijk, nr. 3)
Het buiten beschouwing laten van een historisch perspectief zorgt vandaag voor verkeerde opvattingen over de invulling van de veiligheidszorg.
Om de onjuiste inzichten hierover weg te werken, analyseert de auteur de historische inbedding van de ‘moderne’ veiligheidszorg in België vanuit een criminologische invalshoek.
Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)
Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelastingofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In eentweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingenonderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonenin de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelastingnaar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks totvergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedureom fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifiekeaansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.
Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)
Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelastingofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In eentweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingenonderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonenin de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelastingnaar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks totvergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedureom fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifiekeaansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.
Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)
Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.
In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.
Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)
Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.
In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.
Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht
De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs isdeze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-rechtvoor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding vande Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat wordenverplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Ditzijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.
Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht teschenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publiekeentiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft dewetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.
In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar deandere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of hetEVRM.
Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig rechtop de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit hetpositieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht
De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs isdeze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-rechtvoor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding vande Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat wordenverplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Ditzijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.
Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht teschenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publiekeentiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft dewetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.
In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar deandere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of hetEVRM.
Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig rechtop de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit hetpositieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Straatkinderen in Kinshasa. Structureel geweld versus agency (Gandaius Meesterlijk, nr. 2)
Het beeld dat Europeanen zich vormen van het hedendaagsAfrika is er veelal één van troosteloosheid en defaitisme. Desituatie van de ontelbare straatkinderen in Kinshasa lijkt daarwel de meest treffende illustratie van.
Dit boek draagt in niet te onderschatten mate bij tot een beterbegrip van de leefwereld van deze bashege in de Congolesemiljoenenstad. Het onderzoek biedt vernieuwendecriminologisch-etnografische inzichten in deze realiteit.Het legt bloot hoe deze kinderen, hoewel ze voortdurendgeconfronteerd worden met brutale vormen van structureelgeweld, strategieën ontwikkelen om deze uitzichtloze situatieom te keren in een meer offensieve levensstijl. Het geeft aanhoe zij vormen weten te ontwikkelen van eigen informeleeconomieën met nieuwe perspectieven.
Het boek doorbreekt niet alleen het al te engecriminologische denken, redenerend in termen van ‘daders’en ‘slachtoffers’, maar opent nieuwe mogelijkheden voordiegenen die het goed voor hebben met Afrika. Het toontbeleidsmakers, hulpverleners en ontwikkelingswerkers dater een ontstellend reservoir aan dynamisme en innovatieaanwezig is, op voorwaarde dat men bereid is de leefwereldvan de bashege van Kinshasa binnen te treden.
“Maarten Hendriks draagt met zijn criminologisch-etnografischestudie bij tot een beter inzicht in de Afrikaanse realiteit vanvandaag, wekt de bashege van Kinshasa tot leven en legt bloothoe deze straatkinderen geen leidzame objecten zijn vanstructureel geweld maar handelende subjecten met veerkracht endynamisme.”
Prof. dr. Paul Ponsaers
Straatkinderen in Kinshasa. Structureel geweld versus agency (Gandaius Meesterlijk, nr. 2)
Het beeld dat Europeanen zich vormen van het hedendaagsAfrika is er veelal één van troosteloosheid en defaitisme. Desituatie van de ontelbare straatkinderen in Kinshasa lijkt daarwel de meest treffende illustratie van.
Dit boek draagt in niet te onderschatten mate bij tot een beterbegrip van de leefwereld van deze bashege in de Congolesemiljoenenstad. Het onderzoek biedt vernieuwendecriminologisch-etnografische inzichten in deze realiteit.Het legt bloot hoe deze kinderen, hoewel ze voortdurendgeconfronteerd worden met brutale vormen van structureelgeweld, strategieën ontwikkelen om deze uitzichtloze situatieom te keren in een meer offensieve levensstijl. Het geeft aanhoe zij vormen weten te ontwikkelen van eigen informeleeconomieën met nieuwe perspectieven.
Het boek doorbreekt niet alleen het al te engecriminologische denken, redenerend in termen van ‘daders’en ‘slachtoffers’, maar opent nieuwe mogelijkheden voordiegenen die het goed voor hebben met Afrika. Het toontbeleidsmakers, hulpverleners en ontwikkelingswerkers dater een ontstellend reservoir aan dynamisme en innovatieaanwezig is, op voorwaarde dat men bereid is de leefwereldvan de bashege van Kinshasa binnen te treden.
“Maarten Hendriks draagt met zijn criminologisch-etnografischestudie bij tot een beter inzicht in de Afrikaanse realiteit vanvandaag, wekt de bashege van Kinshasa tot leven en legt bloothoe deze straatkinderen geen leidzame objecten zijn vanstructureel geweld maar handelende subjecten met veerkracht endynamisme.”
Prof. dr. Paul Ponsaers
Hoogste gerechtshoven in Europa. Een historisch portret.
Hoogste gerechtshoven in Europa: Een historisch portret is een rijk geïllustreerde uitgave die het resultaat vormt van ruim drie jaar werk door rechtshistorici en andere juristen.
Het boek behandelt de geschiedenis van de hoogste rechtscolleges in Europa, van de middeleeuwen tot op heden. Ondanks alle verscheidenheid kunnen toch opmerkelijke gemeenschappelijke thema’s en motieven, die de rechtspraktijk op het hoogste niveau hebben beïnvloed, voor het voetlicht worden gebracht.
Interessant is de actualiteit van de problemen waarmee de hoogste rechtscolleges in Europa, zowel vóór als na de komst van Napoleon, te kampen hadden. Verschillen in taal, tradities en rechtssystemen vormen nog altijd een uitdaging voor juristen die werkzaam zijn in (inter)nationale en supranationale hoge rechtscolleges.
Dit boek kadert de huidige rol van de internationale gerechtshoven in een opmerkelijk rijke Europese nalatenschap van rechtstradities en culturen.
In vijfentwintig hoofdstukken brengen vooraanstaande experts een bewogen geschiedenis tot leven, die begint met de Grandi Tribunali in middeleeuws Italië en die via onder meer de Habsburgse Nederlanden eindigt met het huidige Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
De tekst wordt verlucht met ruim 160 illustraties uit archieven en collecties uit heel Europa, aangevuld met moderne afbeeldingen van onder andere Europese en nationale hoven en instellingen. Afbeeldingen die tot voor kort slechts in een beperkte kring van specialisten bekend waren, zijn nu voor het eerst toegankelijk voor een breder publiek.
"Deze publicatie zal eens te meer de boodschap brengen dat het Europa van de rechters uniek is en dat het van oudsher de geschiedenis van ons continent heeft geboetseerd.
Een onweerstaanbare bibliofiele uitgave voor elke jurist."
Marcel Storme, voormalig rechter ad hoc in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Walter Van Gerven, voormalig advocaat-generaal in het Hof van Justitie van de Europese Unie
"By focussing on the highest courts of each country, the editors and contributors have managed to concentrate on a meaningful and illuminating basis of comparison, and to discuss the histories of the various supreme courts in depth, thereby producing a book of real scholarship as well as great beauty."
Baron Neuberger of Abbotsbury, President of the Supreme Court of the United Kingdom.
N.B. Abonnees van het Tijdschrift voor Privaatrecht krijgen deze uitgave in april 2013 als geschenk toegestuurd ter gelegenheid van het vijftigste werkingsjaar van het tijdschrift.
Hoogste gerechtshoven in Europa. Een historisch portret.
Hoogste gerechtshoven in Europa: Een historisch portret is een rijk geïllustreerde uitgave die het resultaat vormt van ruim drie jaar werk door rechtshistorici en andere juristen.
Het boek behandelt de geschiedenis van de hoogste rechtscolleges in Europa, van de middeleeuwen tot op heden. Ondanks alle verscheidenheid kunnen toch opmerkelijke gemeenschappelijke thema’s en motieven, die de rechtspraktijk op het hoogste niveau hebben beïnvloed, voor het voetlicht worden gebracht.
Interessant is de actualiteit van de problemen waarmee de hoogste rechtscolleges in Europa, zowel vóór als na de komst van Napoleon, te kampen hadden. Verschillen in taal, tradities en rechtssystemen vormen nog altijd een uitdaging voor juristen die werkzaam zijn in (inter)nationale en supranationale hoge rechtscolleges.
Dit boek kadert de huidige rol van de internationale gerechtshoven in een opmerkelijk rijke Europese nalatenschap van rechtstradities en culturen.
In vijfentwintig hoofdstukken brengen vooraanstaande experts een bewogen geschiedenis tot leven, die begint met de Grandi Tribunali in middeleeuws Italië en die via onder meer de Habsburgse Nederlanden eindigt met het huidige Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
De tekst wordt verlucht met ruim 160 illustraties uit archieven en collecties uit heel Europa, aangevuld met moderne afbeeldingen van onder andere Europese en nationale hoven en instellingen. Afbeeldingen die tot voor kort slechts in een beperkte kring van specialisten bekend waren, zijn nu voor het eerst toegankelijk voor een breder publiek.
"Deze publicatie zal eens te meer de boodschap brengen dat het Europa van de rechters uniek is en dat het van oudsher de geschiedenis van ons continent heeft geboetseerd.
Een onweerstaanbare bibliofiele uitgave voor elke jurist."
Marcel Storme, voormalig rechter ad hoc in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Walter Van Gerven, voormalig advocaat-generaal in het Hof van Justitie van de Europese Unie
"By focussing on the highest courts of each country, the editors and contributors have managed to concentrate on a meaningful and illuminating basis of comparison, and to discuss the histories of the various supreme courts in depth, thereby producing a book of real scholarship as well as great beauty."
Baron Neuberger of Abbotsbury, President of the Supreme Court of the United Kingdom.
N.B. Abonnees van het Tijdschrift voor Privaatrecht krijgen deze uitgave in april 2013 als geschenk toegestuurd ter gelegenheid van het vijftigste werkingsjaar van het tijdschrift.
Stress et trauma dans les services de police et de secours
Sur le livre:
Les répercussions négatives du stress et du trauma constituentune réalité qui ne peut être mise en doute et depuis plusieursdécennies, elles ont fait l’objet de multiples recherches et publications.Il semble en effet évident que l’exercice de certainesprofessions particulièrement stressantes puisse engendrer desrépercussions tant sur le plan physiologique que psychologique.De telles constations ont été effectuées par de nombreuxauteurs de toutes nationalités, notamment chez les contrôleursaériens, le personnel soignant, mais aussi chez les membres desservices d’incendie et les policiers.
Ce livre propose donc d’évoquer, dans sa première partie, une nécessairerevue de la littérature concernant le stress d’un point de vuegénéral pour ensuite l’aborder chez les intervenants. Les autres partiesde l’ouvrage se consacreront aux domaines de la psychotraumatologie,des principes de première assistance psychologique ainsi qu’aux techniquesd’entretien et d’intervention individuelle ou collective à la suite d’événementsbouleversants.
Enfin, le rôle joué par le tissu social de l’intervenant, la description d’un modèlede prévention, de prise en charge et de suivi du stress lié aux interventionsdans ces professions seront également abordés, toujours dans une perspectiverésolument dynamique, pratique, accessible à tous les non « initiés ».Si ce livre s’adresse aux policiers et sauveteurs tant dans un but personnelque de soutien, il est évident que d’autres professions, confrontées égalementà des situations de crise pourront aisément l’adapter à leur réalité professionnelle.
Sur le contenu:
Table des matières
Préface
Bon de commande
Sur les auteurs:
Erik DE SOIR est doctorant en psychologie et psychothérapeute d’orientation familiale,conjugale et systémique, rattaché à l’Institut royal supérieur de défense. Il estconfronté quotidiennement à la prévention, la prise en charge et le traitement detraumatismes psychiques en tant que psychologue sapeur-pompier, spécialiste destraumatismes de guerre et de catastrophe.
Frédéric DAUBECHIES est docteur en psychologie, psychothérapeute en thérapie brèveet hypnose ericksonienne. Il est Directeur du service d’Appui Psychologique aux Intervenants(API) en Province de Hainaut, chargé de cours au sein des écoles de police, dufeu et des intervenants dans le milieu des services d’urgence et anime des séminairespour les acteurs de la sécurité publique et de l’urgence.
Patrick VAN DEN STEENE est psychologue, psychothérapeute et hypnothérapeute, spécialiséen thérapie du trauma. Il est coordinateur au sein du Stressteam de la Zone dePolice à Schaerbeek – Saint-Josse-Ten-Noode et Evere, et supervise plusieurs réseauxd’intervention et d’aide collégiale dans des services de police et de secours.
Stress et trauma dans les services de police et de secours
Sur le livre:
Les répercussions négatives du stress et du trauma constituentune réalité qui ne peut être mise en doute et depuis plusieursdécennies, elles ont fait l’objet de multiples recherches et publications.Il semble en effet évident que l’exercice de certainesprofessions particulièrement stressantes puisse engendrer desrépercussions tant sur le plan physiologique que psychologique.De telles constations ont été effectuées par de nombreuxauteurs de toutes nationalités, notamment chez les contrôleursaériens, le personnel soignant, mais aussi chez les membres desservices d’incendie et les policiers.
Ce livre propose donc d’évoquer, dans sa première partie, une nécessairerevue de la littérature concernant le stress d’un point de vuegénéral pour ensuite l’aborder chez les intervenants. Les autres partiesde l’ouvrage se consacreront aux domaines de la psychotraumatologie,des principes de première assistance psychologique ainsi qu’aux techniquesd’entretien et d’intervention individuelle ou collective à la suite d’événementsbouleversants.
Enfin, le rôle joué par le tissu social de l’intervenant, la description d’un modèlede prévention, de prise en charge et de suivi du stress lié aux interventionsdans ces professions seront également abordés, toujours dans une perspectiverésolument dynamique, pratique, accessible à tous les non « initiés ».Si ce livre s’adresse aux policiers et sauveteurs tant dans un but personnelque de soutien, il est évident que d’autres professions, confrontées égalementà des situations de crise pourront aisément l’adapter à leur réalité professionnelle.
Sur le contenu:
Table des matières
Préface
Bon de commande
Sur les auteurs:
Erik DE SOIR est doctorant en psychologie et psychothérapeute d’orientation familiale,conjugale et systémique, rattaché à l’Institut royal supérieur de défense. Il estconfronté quotidiennement à la prévention, la prise en charge et le traitement detraumatismes psychiques en tant que psychologue sapeur-pompier, spécialiste destraumatismes de guerre et de catastrophe.
Frédéric DAUBECHIES est docteur en psychologie, psychothérapeute en thérapie brèveet hypnose ericksonienne. Il est Directeur du service d’Appui Psychologique aux Intervenants(API) en Province de Hainaut, chargé de cours au sein des écoles de police, dufeu et des intervenants dans le milieu des services d’urgence et anime des séminairespour les acteurs de la sécurité publique et de l’urgence.
Patrick VAN DEN STEENE est psychologue, psychothérapeute et hypnothérapeute, spécialiséen thérapie du trauma. Il est coordinateur au sein du Stressteam de la Zone dePolice à Schaerbeek – Saint-Josse-Ten-Noode et Evere, et supervise plusieurs réseauxd’intervention et d’aide collégiale dans des services de police et de secours.
A Swelling Culture of Control. De genese en toepassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties in België. (Reeks Politiestudies, nr. 2)
De voorliggende publicatie maakt in eerste instantie een reconstructie van 27 jaar veiligheidsbeleid (1985-2007) die de context vormt voor de totstandkoming van de Belgische GAS-wet. Politieke, maar ook sociale en maatschappelijke kenmerken die aanleiding waren voor een vernieuwd veiligheidsbeleid krijgen hier een plaats.
Een tweede empirisch luik zoomt in op de overlastaanpak in de steden Antwerpen en Luik. Een grondige analyse op basis van diepte-interviews met sleutelfiguren en documentanalyse toont aan dat beide steden eerder een inclusief beleid voeren dan een exclusief. De GAS-wet kan m.a.w. geen nieuw instrument van controle worden genoemd.
In dit boek, het resultaat van doorgedreven en uitgebreid doctoraal onderzoek, wordt de overlastaanpak zowel theoretisch als empirisch diepgaand bestudeerd. Een schets van de probleemstelling, het nieuwe veiligheidsdiscours en de overlastaanpak in Groot Brittannië en Nederland leiden dit werk in. Het centrale thema ‘moet de GAS-wet als een nieuw instrument van controle worden beschouwd?’ vindt een antwoord in het empirisch onderzoek. Hiervoor werden niet minder dan 71 bevoorrechte getuigen in België geïnterviewd, waaronder alle ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de onderzoeksperiode. Ook werd een doorgedreven documentanalyse verricht. Het werk van D. Garland de ‘Culture of Control’ (2001) vormde de theoretische leidraad en de inspiratiebron voor zes onderzoeksvragen die peilen naar een eventuele ‘Swelling Culture of Control’.
A Swelling Culture of Control. De genese en toepassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties in België. (Reeks Politiestudies, nr. 2)
De voorliggende publicatie maakt in eerste instantie een reconstructie van 27 jaar veiligheidsbeleid (1985-2007) die de context vormt voor de totstandkoming van de Belgische GAS-wet. Politieke, maar ook sociale en maatschappelijke kenmerken die aanleiding waren voor een vernieuwd veiligheidsbeleid krijgen hier een plaats.
Een tweede empirisch luik zoomt in op de overlastaanpak in de steden Antwerpen en Luik. Een grondige analyse op basis van diepte-interviews met sleutelfiguren en documentanalyse toont aan dat beide steden eerder een inclusief beleid voeren dan een exclusief. De GAS-wet kan m.a.w. geen nieuw instrument van controle worden genoemd.
In dit boek, het resultaat van doorgedreven en uitgebreid doctoraal onderzoek, wordt de overlastaanpak zowel theoretisch als empirisch diepgaand bestudeerd. Een schets van de probleemstelling, het nieuwe veiligheidsdiscours en de overlastaanpak in Groot Brittannië en Nederland leiden dit werk in. Het centrale thema ‘moet de GAS-wet als een nieuw instrument van controle worden beschouwd?’ vindt een antwoord in het empirisch onderzoek. Hiervoor werden niet minder dan 71 bevoorrechte getuigen in België geïnterviewd, waaronder alle ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de onderzoeksperiode. Ook werd een doorgedreven documentanalyse verricht. Het werk van D. Garland de ‘Culture of Control’ (2001) vormde de theoretische leidraad en de inspiratiebron voor zes onderzoeksvragen die peilen naar een eventuele ‘Swelling Culture of Control’.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 1. Ethiek en inlichtingen
Hoewel inlichtingendiensten, alsook de controle erop, onderhevig zijn aan eenjuridische omkadering, zijn de keuzes die deze organisaties moeten maken inbepaalde situaties allerminst evident. Zo is het vrijwel onmogelijk en misschienzelfs onwenselijk om bindende richtlijnen uit te vaardigen voor elke situatie waarinmorele dilemma’s de bovenhand hebben. Ethiek wordt in deze context terechtomschreven als ‘un monde de raisonnement pour affronter les dilemmes’. Ze zoomtdieper in op die situaties waarin de morele oordeelvorming en de betrouwbaarheidervan centraal staat.
In dit eerste BISC cahier wordt het onderwerp ‘Ethiek en inlichtingen’ uiteengezetdoor de focus te leggen op de totstandkoming van een algemeen theoretischkader, een bespreking van ‘good practices’, de positie van ethiek in de controleop inlichtingendiensten en de rol van ethiek in de relatie tussen journalistiek eninlichtingen.
FR
Bien que les services de renseignement, de même que la manière dont ils sontcontrôlés, soient soumis à un encadrement juridique, les choix auxquels cesorganisations sont confrontées dans certaines situations sont loin d’être évidents.Il est dès lors pratiquement impossible, et sans doute guère souhaitable, de définirdes directives contraignantes pour chaque circonstance où émergent des dilemmesmoraux. Dans ce contexte, l’éthique peut à juste titre être décrite comme « un modede raisonnement pour affronter les dilemmes ». Elle interroge en profondeur lessituations où doivent primer la fiabilité et le jugement moral.
La thématique « éthique et renseignement » est envisagée dans ce premier cahierBISC à travers la création d’un cadre théorique général, une discussion des « bonnespratiques », la position de l’éthique dans le contrôle des services de renseignement,et le rôle de l’éthique dans les relations entre journalisme et renseignement.
Inhoudsopgave / Tables des matières
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 1. Ethiek en inlichtingen
Hoewel inlichtingendiensten, alsook de controle erop, onderhevig zijn aan eenjuridische omkadering, zijn de keuzes die deze organisaties moeten maken inbepaalde situaties allerminst evident. Zo is het vrijwel onmogelijk en misschienzelfs onwenselijk om bindende richtlijnen uit te vaardigen voor elke situatie waarinmorele dilemma’s de bovenhand hebben. Ethiek wordt in deze context terechtomschreven als ‘un monde de raisonnement pour affronter les dilemmes’. Ze zoomtdieper in op die situaties waarin de morele oordeelvorming en de betrouwbaarheidervan centraal staat.
In dit eerste BISC cahier wordt het onderwerp ‘Ethiek en inlichtingen’ uiteengezetdoor de focus te leggen op de totstandkoming van een algemeen theoretischkader, een bespreking van ‘good practices’, de positie van ethiek in de controleop inlichtingendiensten en de rol van ethiek in de relatie tussen journalistiek eninlichtingen.
FR
Bien que les services de renseignement, de même que la manière dont ils sontcontrôlés, soient soumis à un encadrement juridique, les choix auxquels cesorganisations sont confrontées dans certaines situations sont loin d’être évidents.Il est dès lors pratiquement impossible, et sans doute guère souhaitable, de définirdes directives contraignantes pour chaque circonstance où émergent des dilemmesmoraux. Dans ce contexte, l’éthique peut à juste titre être décrite comme « un modede raisonnement pour affronter les dilemmes ». Elle interroge en profondeur lessituations où doivent primer la fiabilité et le jugement moral.
La thématique « éthique et renseignement » est envisagée dans ce premier cahierBISC à travers la création d’un cadre théorique général, une discussion des « bonnespratiques », la position de l’éthique dans le contrôle des services de renseignement,et le rôle de l’éthique dans les relations entre journalisme et renseignement.
Inhoudsopgave / Tables des matières
Naar een facultaire advocatenpraktijk ter versterking van het klinisch rechtsonderwijs? Gandaius Monografieën
Deze studie, die in het kader van een facultaironderwijsinnovatieproject werd gevoerd, onderzoektde haalbaarheid om het klinisch rechtsonderwijs aande Gentse Faculteit Rechtsgeleerdheid te versterkenvia het inrichten van een facultaire advocatenpraktijk.
Naar een facultaire advocatenpraktijk ter versterking van het klinisch rechtsonderwijs? Gandaius Monografieën
Deze studie, die in het kader van een facultaironderwijsinnovatieproject werd gevoerd, onderzoektde haalbaarheid om het klinisch rechtsonderwijs aande Gentse Faculteit Rechtsgeleerdheid te versterkenvia het inrichten van een facultaire advocatenpraktijk.
Update in de criminologie VI. Actuele ontwikkelingen inzake EU-strafrecht, veiligheid, politie, strafprocedure, prostitutie en mensenhandel, … (Gandaius Publicaties, VI)
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de6de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein vanhet strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekersvan vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gentbehandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnenhun specialisatiegebied.
Update in de criminologie VI. Actuele ontwikkelingen inzake EU-strafrecht, veiligheid, politie, strafprocedure, prostitutie en mensenhandel, … (Gandaius Publicaties, VI)
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de6de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein vanhet strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekersvan vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gentbehandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnenhun specialisatiegebied.
Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voorseksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over hetfenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoekdat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische enemotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk vanseksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakersallerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in ofbetrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegenvrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijkeen wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en totdusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voorseksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over hetfenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoekdat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische enemotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk vanseksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakersallerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in ofbetrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegenvrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijkeen wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en totdusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
De levensloop van een bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 14)
Centraal staat het begrip bedrijfsmiddel dat inzake btw een eigen specifieke betekenis krijgt die van belang is bij de problematiek van de vijf- of vijftienjarige herzieningen. Ook de al dan niet te verrichten herzieningen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling komen aan bod.
Inzake directe belastingen worden o.m. behandeld: de waardering, de financieringswijze en de fiscale stimuli bij de verwerving van een investering. Tijdens de bezitsduur bekijken we de fiscale afschrijvingen, de afstand van het gebruik en opwaarderingen. Bij de vervreemding van investeringsgoederen wordt het toepasselijke belastingstelsel geanalyseerd.
De levensloop van een bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 14)
Centraal staat het begrip bedrijfsmiddel dat inzake btw een eigen specifieke betekenis krijgt die van belang is bij de problematiek van de vijf- of vijftienjarige herzieningen. Ook de al dan niet te verrichten herzieningen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling komen aan bod.
Inzake directe belastingen worden o.m. behandeld: de waardering, de financieringswijze en de fiscale stimuli bij de verwerving van een investering. Tijdens de bezitsduur bekijken we de fiscale afschrijvingen, de afstand van het gebruik en opwaarderingen. Bij de vervreemding van investeringsgoederen wordt het toepasselijke belastingstelsel geanalyseerd.
Sport en fiscaliteit
Met de professionalisering van de sportwereld, is ook een gespecialiseerde dienstverlening noodzakelijk geworden die inspeelt op de vraag van sporters, sportclubs en andere betrokkenen naar fiscale bijstand.De belastingreglementering, zowel directe als indirecte belastingen, waarmee de sportwereld te maken krijgt, is zeer divers en niet altijd goed gekend. De juiste toepassing van de regels kan sportclubs echter heel wat voordelen opleveren.
In dit boek wordt daar nader op ingegaan. Een uitgebreid btw-luik gaat ondermeer in op de zogenaamde gemengde btw-belastingplichtigen, die beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen. Daarnaast wordt het statuut van de vrijwilliger behandeld, alsook het belastingstelsel van sportbeoefenaars, trainers, opleiders, begeleiders van sportbeoefenaars en van scheidsrechters.
Het boek sluit af met een aantal concrete onderwerpen inzake directe belastingen, zoals de werkelijke beroepskosten van de sportbeoefenaar, kinderopvang, jaarlijkse taks op de vzw’s, business seats en loges, cafetaria, parking en reclamepanelen.
Sport en fiscaliteit
Met de professionalisering van de sportwereld, is ook een gespecialiseerde dienstverlening noodzakelijk geworden die inspeelt op de vraag van sporters, sportclubs en andere betrokkenen naar fiscale bijstand.De belastingreglementering, zowel directe als indirecte belastingen, waarmee de sportwereld te maken krijgt, is zeer divers en niet altijd goed gekend. De juiste toepassing van de regels kan sportclubs echter heel wat voordelen opleveren.
In dit boek wordt daar nader op ingegaan. Een uitgebreid btw-luik gaat ondermeer in op de zogenaamde gemengde btw-belastingplichtigen, die beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen. Daarnaast wordt het statuut van de vrijwilliger behandeld, alsook het belastingstelsel van sportbeoefenaars, trainers, opleiders, begeleiders van sportbeoefenaars en van scheidsrechters.
Het boek sluit af met een aantal concrete onderwerpen inzake directe belastingen, zoals de werkelijke beroepskosten van de sportbeoefenaar, kinderopvang, jaarlijkse taks op de vzw’s, business seats en loges, cafetaria, parking en reclamepanelen.
Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek (CPS 2011 – 4, nr. 21)
Zowel specialisten in de materie (docenten, academici, ervaringsdeskundigen) als bevoor-rechte getuigen en afnemers van deze praktijken rapporteren over recente evoluties in deze onderwerpen evenals over (hun perceptie van) de impact hiervan op de geleverde kwaliteit. Het schriftelijk karakter van ons strafrechtsysteem staat hierbij centraal.
Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek (CPS 2011 – 4, nr. 21)
Zowel specialisten in de materie (docenten, academici, ervaringsdeskundigen) als bevoor-rechte getuigen en afnemers van deze praktijken rapporteren over recente evoluties in deze onderwerpen evenals over (hun perceptie van) de impact hiervan op de geleverde kwaliteit. Het schriftelijk karakter van ons strafrechtsysteem staat hierbij centraal.
Bijzondere mandaten voor de accountant en de bedrijfsrevisor (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 11)
Het voorliggende handboek behandelt meer specifiek vier “bijzondere mandaten”, namelijk:
- Uitgifte van aandelen zonder vermelding van nominale waarde beneden de fractiewaarde bij kapitaalverhoging (art. 582 W.Venn.)
- Uitgifte van aandelen bij beperking of afstand van het voorkeurrecht bij kapitaalverhoging (art. 596, 598-599 W.Venn.)
- Omzetting van vennootschappen in een andere rechtsvorm (art. 774-779 W.Venn.)
- Ontbinding van vennootschappen (art. 181, 184, 189bis, 190, 195bis, 196 W.Venn.)
Dit praktijkboek bespreekt de toepasselijke wetsartikelen uit het vennootschapsrecht, en geeft ook de normen van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IAB – IBR) in extenso weer, die de beroepsbeoefenaar strikt dient te volgen. Naast het verslag zelf, op te stellen door de beroepsbeoefenaar, wordt aan de hand van modellen ook de opdrachtbrief besproken, alsook het bijzonder verslag van het bestuursorgaan.
Bijzondere mandaten voor de accountant en de bedrijfsrevisor (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 11)
Het voorliggende handboek behandelt meer specifiek vier “bijzondere mandaten”, namelijk:
- Uitgifte van aandelen zonder vermelding van nominale waarde beneden de fractiewaarde bij kapitaalverhoging (art. 582 W.Venn.)
- Uitgifte van aandelen bij beperking of afstand van het voorkeurrecht bij kapitaalverhoging (art. 596, 598-599 W.Venn.)
- Omzetting van vennootschappen in een andere rechtsvorm (art. 774-779 W.Venn.)
- Ontbinding van vennootschappen (art. 181, 184, 189bis, 190, 195bis, 196 W.Venn.)
Dit praktijkboek bespreekt de toepasselijke wetsartikelen uit het vennootschapsrecht, en geeft ook de normen van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IAB – IBR) in extenso weer, die de beroepsbeoefenaar strikt dient te volgen. Naast het verslag zelf, op te stellen door de beroepsbeoefenaar, wordt aan de hand van modellen ook de opdrachtbrief besproken, alsook het bijzonder verslag van het bestuursorgaan.
Sociaal handhavingsrecht
Wat het formeel strafrecht betreft, volgt een omstandige bijdrage over de opsporing van sociaalrechtelijke misdrijven. De uitoefening van de strafvordering en de weerslag daarvan op de burgerlijke vordering naar aanleiding van sociaalrechtelijke misdrijven komt vervolgens aan bod. De toegenomen aandacht voor de administratieve sancties in het sociaal recht weerspiegelt zich in de titel van het boek en in de opname van twee afzonderlijke bijdragen over dit thema.
Dit boek werd samengesteld onder redactie van Guido Van Limberghen met bijdragen van: W. Rauws, F. Deruyck, P. Waeterinckx, J. Rozie, W. van Eeckhoutte, H. Vanderlinden, K. Salomez, F. Louckx, J. Put en E. Ankaert.
Sociaal handhavingsrecht
Wat het formeel strafrecht betreft, volgt een omstandige bijdrage over de opsporing van sociaalrechtelijke misdrijven. De uitoefening van de strafvordering en de weerslag daarvan op de burgerlijke vordering naar aanleiding van sociaalrechtelijke misdrijven komt vervolgens aan bod. De toegenomen aandacht voor de administratieve sancties in het sociaal recht weerspiegelt zich in de titel van het boek en in de opname van twee afzonderlijke bijdragen over dit thema.
Dit boek werd samengesteld onder redactie van Guido Van Limberghen met bijdragen van: W. Rauws, F. Deruyck, P. Waeterinckx, J. Rozie, W. van Eeckhoutte, H. Vanderlinden, K. Salomez, F. Louckx, J. Put en E. Ankaert.
Actualia Strafrecht en Criminologie. Update in de criminologie V (Gandaius Publicaties, V)
Actualia Strafrecht en Criminologie. Update in de criminologie V (Gandaius Publicaties, V)
De zoeking onderzocht (Reeks Politie Praktijkboeken)
De zoeking onderzocht (Reeks Politie Praktijkboeken)
Van tiende penning tot btw
Nagegaan wordt hoe een vorst in de late middeleeuwenaan inkomsten kwam om in zijn noden te voorzien, enhoe dat in de periode voor de invoering van de btwgeregeld was. Daarna wordt de invoering onderzochtvan de nieuwe belasting in de zestiende eeuw en deinvoering van de btw in de twintigste eeuw. Voor beideonderdelen worden de voor- en nadelen besproken enkomt het standpunt van de verschillende betrokkenpartijen aan bod. Vervolgens komt de eigenlijkevergelijking aan de beurt tussen de relevante artikelenvan “Het Plakkaat en de Ordonnantie” en het huidigeWetboek btw.
Tot slot van het boek wordt ook de twintigste penningonderzocht en vergeleken met het registratierecht. Hetboekje eindigt met een merkwaardige vaststelling.
Van tiende penning tot btw
Nagegaan wordt hoe een vorst in de late middeleeuwenaan inkomsten kwam om in zijn noden te voorzien, enhoe dat in de periode voor de invoering van de btwgeregeld was. Daarna wordt de invoering onderzochtvan de nieuwe belasting in de zestiende eeuw en deinvoering van de btw in de twintigste eeuw. Voor beideonderdelen worden de voor- en nadelen besproken enkomt het standpunt van de verschillende betrokkenpartijen aan bod. Vervolgens komt de eigenlijkevergelijking aan de beurt tussen de relevante artikelenvan “Het Plakkaat en de Ordonnantie” en het huidigeWetboek btw.
Tot slot van het boek wordt ook de twintigste penningonderzocht en vergeleken met het registratierecht. Hetboekje eindigt met een merkwaardige vaststelling.
Eulocs. The EU level offence classification system. A bench-mark for enhanced internal coherence of the EU’s criminal policy (IRCP series, 35)
With this book, EULOCS is bench-marked as a reference index for serving various needs in the broader EU criminal policy area, having the potential to significantly enhance the internal coherence thereof. The proposed reference index, with offence definitions inherent to it, fundamentally addresses the problem created by the organic elaboration and adoption of legal instruments at EU level, making reference to certain offence categories the scope or definition whereof is most often either not clarified or indicated, or left to the discretion of the individual member state(s).
Before elaborating on the creation of EULOCS, the methodology used, its main characteristics and potential further development in the coming years, this book contains a brief overview of the incoherence in the EU JHA field and a reference to the EU study to implement the Action Plan to measure crime and criminal justice, conducted for the European Commission in the course of 2008-2009, in the context of which EULOCS has been created. Most importantly, the full EULOCS with all its complementary variables and context fields has been inserted.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the Union and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.
Eulocs. The EU level offence classification system. A bench-mark for enhanced internal coherence of the EU’s criminal policy (IRCP series, 35)
With this book, EULOCS is bench-marked as a reference index for serving various needs in the broader EU criminal policy area, having the potential to significantly enhance the internal coherence thereof. The proposed reference index, with offence definitions inherent to it, fundamentally addresses the problem created by the organic elaboration and adoption of legal instruments at EU level, making reference to certain offence categories the scope or definition whereof is most often either not clarified or indicated, or left to the discretion of the individual member state(s).
Before elaborating on the creation of EULOCS, the methodology used, its main characteristics and potential further development in the coming years, this book contains a brief overview of the incoherence in the EU JHA field and a reference to the EU study to implement the Action Plan to measure crime and criminal justice, conducted for the European Commission in the course of 2008-2009, in the context of which EULOCS has been created. Most importantly, the full EULOCS with all its complementary variables and context fields has been inserted.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the Union and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.
Stress en trauma bij de politie (Reeks Politie Praktijk Boeken)
De laatste jaren kwam er gelukkig steeds meer aandacht voor het psychosociaal welzijn van o.m.militairen, luchtverkeersleiders, gevangenisbewakers, geldkoeriers, personeel uit de verzorgings- en/ofziekenhuissector maar ook de leden van brandweer- en politiediensten.
Dit boek geeft een overzicht van de literatuur over stress en trauma – zowel algemeenheden als demeer specifieke stress in politionele middens – om zich nadien te richten op het domein van depsychotraumatologie en de principes van de eerste psychologische ondersteuning. Een apart deel richtzich op de gesprekstechnieken en interventies, op zowel het individuele als het collectieve niveau, naconfrontatie met emotioneel-schokkende en potentieel traumatische gebeurtenissen. Vervolgens wordtook de rol van het sociale weefsel rond elke politiebeambte besproken om dan tenslotte dieper in tegaan op een preventiemodel voor de aanpak en nazorg van traumatogene gebeurtenissen bij de politie.
Het boek richt tot politieagenten maar is evenzeer toegankelijk voor "niet ingewijden" of leden vanandere organisaties die geconfronteerd worden met ingrijpende ervaringen. Het kan wordenaangewend voor persoonlijke doeleinden maar dient ook als leidraad van eenieder die binnen deeigen organisatie of setting aan preventie, aanpak of nazorg van traumatogene stress wil doen.
Er is ook een Franstalige versie beschikbaar.
Stress en trauma bij de politie (Reeks Politie Praktijk Boeken)
De laatste jaren kwam er gelukkig steeds meer aandacht voor het psychosociaal welzijn van o.m.militairen, luchtverkeersleiders, gevangenisbewakers, geldkoeriers, personeel uit de verzorgings- en/ofziekenhuissector maar ook de leden van brandweer- en politiediensten.
Dit boek geeft een overzicht van de literatuur over stress en trauma – zowel algemeenheden als demeer specifieke stress in politionele middens – om zich nadien te richten op het domein van depsychotraumatologie en de principes van de eerste psychologische ondersteuning. Een apart deel richtzich op de gesprekstechnieken en interventies, op zowel het individuele als het collectieve niveau, naconfrontatie met emotioneel-schokkende en potentieel traumatische gebeurtenissen. Vervolgens wordtook de rol van het sociale weefsel rond elke politiebeambte besproken om dan tenslotte dieper in tegaan op een preventiemodel voor de aanpak en nazorg van traumatogene gebeurtenissen bij de politie.
Het boek richt tot politieagenten maar is evenzeer toegankelijk voor "niet ingewijden" of leden vanandere organisaties die geconfronteerd worden met ingrijpende ervaringen. Het kan wordenaangewend voor persoonlijke doeleinden maar dient ook als leidraad van eenieder die binnen deeigen organisatie of setting aan preventie, aanpak of nazorg van traumatogene stress wil doen.
Er is ook een Franstalige versie beschikbaar.
Van gevangenisstraf naar vrijheidsstraf. 200 jaar Belgisch gevangeniswezen
Van gevangenisstraf naar vrijheidsstraf. 200 jaar Belgisch gevangeniswezen
For the sake of argument. Argumentatieleer voor juristen en ethici – 2de herziene uitgave
Argumenteren is de hoofdbezigheid van elke jurist. Advocaten stellenconclusies op en houden pleidooien om hun cliënten te verdedigen,rechters motiveren hun beslissingen in vonnissen en arresten enjuristen adviseren beleidsmakers bij het opstellen van wetgevendeteksten. Overtuigen is de professionele hoofdopdracht van elke jurist.
Ten onrechte wordt gedacht dat wie veel weet ook overtuigingskrachtheeft. Briljante geesten schrijven slaapverwekkende of structuurlozeteksten. Omgekeerd, houden middelmatige studenten opwindendebetogen vol scherpe argumenten. Dit hoeft niet te verwonderen.
Argumentaties en betogen vormen aparte tekstconstructies meteigen structuren en regels die je moet respecteren. Precies dit ishet doel van dit handboek. De lezers in contact brengen met dieregels en structuren die professionele argumentaties en betogenkenmerken met als ultieme opgave: het verbeteren van de kwaliteitvan ons argumenteren. Speciale aandacht gaat uit naar de opbouwvan argumentaties en betogen in de ethiek. Naast juristen vormenethici of moraalfi losofen het meer specifi eke doelpubliek van ditboek.
Komen aan bod:
• structuur van een argumentatie/tegenargumentatie
• ondeugdelijke argumentatie: denkfouten en drogredenen
• structuur, stijl en overtuigingskracht van een betoog
• juridische argumentaties en betogen in het recht
• het ethisch betoog
For the sake of argument. Argumentatieleer voor juristen en ethici – 2de herziene uitgave
Argumenteren is de hoofdbezigheid van elke jurist. Advocaten stellenconclusies op en houden pleidooien om hun cliënten te verdedigen,rechters motiveren hun beslissingen in vonnissen en arresten enjuristen adviseren beleidsmakers bij het opstellen van wetgevendeteksten. Overtuigen is de professionele hoofdopdracht van elke jurist.
Ten onrechte wordt gedacht dat wie veel weet ook overtuigingskrachtheeft. Briljante geesten schrijven slaapverwekkende of structuurlozeteksten. Omgekeerd, houden middelmatige studenten opwindendebetogen vol scherpe argumenten. Dit hoeft niet te verwonderen.
Argumentaties en betogen vormen aparte tekstconstructies meteigen structuren en regels die je moet respecteren. Precies dit ishet doel van dit handboek. De lezers in contact brengen met dieregels en structuren die professionele argumentaties en betogenkenmerken met als ultieme opgave: het verbeteren van de kwaliteitvan ons argumenteren. Speciale aandacht gaat uit naar de opbouwvan argumentaties en betogen in de ethiek. Naast juristen vormenethici of moraalfi losofen het meer specifi eke doelpubliek van ditboek.
Komen aan bod:
• structuur van een argumentatie/tegenargumentatie
• ondeugdelijke argumentatie: denkfouten en drogredenen
• structuur, stijl en overtuigingskracht van een betoog
• juridische argumentaties en betogen in het recht
• het ethisch betoog
International Health Law. Solidarity and justice in health care
This book explores the underlying normative values of health systems from a global and local perspective. Apart from examining country experiences, the authors provide an interesting and valuable contribution to the (inter)national legal and health policy debate on guaranteeing equal access to health care facilities, resisting a market or consumer-driven movement.
By explaining health systems in terms of access, solidarity and justice, International Health Law could contribute strengthening health systems, including equal access.
André den Exter is a lecturer in health law at the Erasmus University Rotterdam.
International Health Law. Solidarity and justice in health care
This book explores the underlying normative values of health systems from a global and local perspective. Apart from examining country experiences, the authors provide an interesting and valuable contribution to the (inter)national legal and health policy debate on guaranteeing equal access to health care facilities, resisting a market or consumer-driven movement.
By explaining health systems in terms of access, solidarity and justice, International Health Law could contribute strengthening health systems, including equal access.
André den Exter is a lecturer in health law at the Erasmus University Rotterdam.
Meesterlijk adviseren. Achtergronden en praktische wenken voor professionals
De dynamiek die zich ontspint tussen cliënt en adviseur; daar gaat dit boek over. Wat gebeurt er eigenlijk allemaal tijdens de ‘adviespraktijk’, waarom, en vooral: wat kun je eraan doen?
Paul Toebes (1956) heeft Andragologie, Bedrijfskunde en Filosofie gestudeerd. Sinds 1998 werkt hij vanuit zijn bureau Humanizing Company als onafhankelijk adviseur in een breed werkveld. Daarnaast begeleidt hij als trainer/ coach professionals in hun persoonlijke en professionele ontwikkelingen en geeft hij trainingen waaronder diverse opleidingen voor juristen en advocaten.
Meesterlijk adviseren. Achtergronden en praktische wenken voor professionals
De dynamiek die zich ontspint tussen cliënt en adviseur; daar gaat dit boek over. Wat gebeurt er eigenlijk allemaal tijdens de ‘adviespraktijk’, waarom, en vooral: wat kun je eraan doen?
Paul Toebes (1956) heeft Andragologie, Bedrijfskunde en Filosofie gestudeerd. Sinds 1998 werkt hij vanuit zijn bureau Humanizing Company als onafhankelijk adviseur in een breed werkveld. Daarnaast begeleidt hij als trainer/ coach professionals in hun persoonlijke en professionele ontwikkelingen en geeft hij trainingen waaronder diverse opleidingen voor juristen en advocaten.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid heroverwogen. Over opzet, schuld, schulduitsluitingsgronden en straf (Softcover)
BEKROOND MET DE TWEEJAARLIJKSE MODDERMANPRIJS 2010.
WINNAAR VAN DE ERASMUS STUDIEPRIJS 2008
In dit boek wordt de interpretatie van opzet, schuld en schulduitsluitingsgronden in verbandgebracht met de doelen die ten grondslag liggen aan straf. De auteur verdedigt een Rawlsiaansetheorie van aansprakelijkheid en straf.
Leidend beginsel is het controleprincipe: opzet, schuld enschulduitsluitingsgronden moeten burgers controle geven over het al dan niet in aanrakingkomen met het strafrecht.
De auteur betoogt dat te snel veroordeeld wordt voor culpose delicten.Enerzijds wijst hij op de geringe gevaarlijkheid van typische culpose gedragingen.Anderzijdswaarschuwt hij voor psychologische biases die rechters ertoe nopen te snel schuld aan tenemen.
De interpretatie van opzet vormt een heet hangijzer in de doctrine.Veel schrijvers menen datopzet een normatief begrip is, waarbij het niet gaat om de psychische gesteldheid van de verdachte.
De auteur betoogt daarentegen dat een psychisch opzetbegrip de voorkeur verdient. Hijverdedigt een cognitieve interpretatie van opzet: het gaat om ‘weten’ en niet om ‘willen’.
Dezebevindingen zijn van belang voor de grens tussen voorwaardelijk opzet en schuld. Sinds hetPorsche-arrest en de Hiv-arresten bestaat grote onduidelijkheid over het bereik van voorwaardelijkopzet.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid heroverwogen. Over opzet, schuld, schulduitsluitingsgronden en straf (Softcover)
BEKROOND MET DE TWEEJAARLIJKSE MODDERMANPRIJS 2010.
WINNAAR VAN DE ERASMUS STUDIEPRIJS 2008
In dit boek wordt de interpretatie van opzet, schuld en schulduitsluitingsgronden in verbandgebracht met de doelen die ten grondslag liggen aan straf. De auteur verdedigt een Rawlsiaansetheorie van aansprakelijkheid en straf.
Leidend beginsel is het controleprincipe: opzet, schuld enschulduitsluitingsgronden moeten burgers controle geven over het al dan niet in aanrakingkomen met het strafrecht.
De auteur betoogt dat te snel veroordeeld wordt voor culpose delicten.Enerzijds wijst hij op de geringe gevaarlijkheid van typische culpose gedragingen.Anderzijdswaarschuwt hij voor psychologische biases die rechters ertoe nopen te snel schuld aan tenemen.
De interpretatie van opzet vormt een heet hangijzer in de doctrine.Veel schrijvers menen datopzet een normatief begrip is, waarbij het niet gaat om de psychische gesteldheid van de verdachte.
De auteur betoogt daarentegen dat een psychisch opzetbegrip de voorkeur verdient. Hijverdedigt een cognitieve interpretatie van opzet: het gaat om ‘weten’ en niet om ‘willen’.
Dezebevindingen zijn van belang voor de grens tussen voorwaardelijk opzet en schuld. Sinds hetPorsche-arrest en de Hiv-arresten bestaat grote onduidelijkheid over het bereik van voorwaardelijkopzet.
Slachtoffers als zondebokken. Over de dubbelhartige bejegening van gedupeerden van misdrijven in de westerse cultuur
In dit boek gaat Jan van Dijk op zoek naar het ontstaan van de heersende slachtofferbeelden.
Hij gaat daarbij uitgebreid in op de theologische en cultuurhistorische achtergronden ervan. Daarbij komt aan het licht hoe slachtoffers als procespartij onder invloed van het christelijk denken zijn gemarginaliseerd.
De auteur zoekt naar een nieuwe identiteit van gedupeerden en pleit voor een meer respectvolle en humane bejegening.
Jan J.M. van Dijk was als hoofd onderzoek werkzaam op het Ministerie van Justitie, en als deeltijd-hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.
Hij was een van de oprichters en eerste voorzitter van Slachtofferhulp Nederland.
Sinds 1998 was hij in verschillende functies werkzaam bij de Verenigde Naties in Wenen.
Sinds 1 februari 2006 is hij verbonden aan het International Victimology Institute Tilburg.
Slachtoffers als zondebokken. Over de dubbelhartige bejegening van gedupeerden van misdrijven in de westerse cultuur
In dit boek gaat Jan van Dijk op zoek naar het ontstaan van de heersende slachtofferbeelden.
Hij gaat daarbij uitgebreid in op de theologische en cultuurhistorische achtergronden ervan. Daarbij komt aan het licht hoe slachtoffers als procespartij onder invloed van het christelijk denken zijn gemarginaliseerd.
De auteur zoekt naar een nieuwe identiteit van gedupeerden en pleit voor een meer respectvolle en humane bejegening.
Jan J.M. van Dijk was als hoofd onderzoek werkzaam op het Ministerie van Justitie, en als deeltijd-hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.
Hij was een van de oprichters en eerste voorzitter van Slachtofferhulp Nederland.
Sinds 1998 was hij in verschillende functies werkzaam bij de Verenigde Naties in Wenen.
Sinds 1 februari 2006 is hij verbonden aan het International Victimology Institute Tilburg.
Huiselijk geweld (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het eerste hoofdstuk verschaft informatie en inzichten over de processen en achtergronden bij huiselijk geweld. Vervolgens wordt aangegeven wat er nodig is om een integrale aanpak voor huiselijk geweld op touw te zetten. Een derde hoofdstuk beschrijft het opstarten van een concreet politieproject huiselijk geweld. Wat de politie op dat vlak concreet kan doen is terug te vinden in hoofdstuk vier. Als bijlage zijn twee handige checklists opgenomen met de kerntaken van de politie terzake.
Een voorlaatste hoofdstuk bevat randvoorwaarden en beleidsaanbevelingen voor het optimaliseren van een globale aanpak van huiselijk geweld. Een structureel antwoord bieden op huiselijk geweld vraagt immers een brede maatschappelijke focus en inzet van de nodige middelen. Het boek sluit af met relevante achtergrond-informatie over huiselijk geweld.
Huiselijk geweld (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het eerste hoofdstuk verschaft informatie en inzichten over de processen en achtergronden bij huiselijk geweld. Vervolgens wordt aangegeven wat er nodig is om een integrale aanpak voor huiselijk geweld op touw te zetten. Een derde hoofdstuk beschrijft het opstarten van een concreet politieproject huiselijk geweld. Wat de politie op dat vlak concreet kan doen is terug te vinden in hoofdstuk vier. Als bijlage zijn twee handige checklists opgenomen met de kerntaken van de politie terzake.
Een voorlaatste hoofdstuk bevat randvoorwaarden en beleidsaanbevelingen voor het optimaliseren van een globale aanpak van huiselijk geweld. Een structureel antwoord bieden op huiselijk geweld vraagt immers een brede maatschappelijke focus en inzet van de nodige middelen. Het boek sluit af met relevante achtergrond-informatie over huiselijk geweld.
Abonnement – Reeks Politiestudies (15% korting op verkoopprijs)
In de Reeks Politiestudies verschijnen maatschappelijk relevante geschriften over politiegerelateerde onderwerpen.
Alle bijdragen zijn wetenschappelijk onderbouwd en onderworden aan peer review. Deze peer review wordt gestuurd door een onafhankelijke academische editorial board, en verricht door interne en/of externe referees.Zowel bundels als monografieën vinden hun plaats in deze reeks.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Editorial Board:
Verschenen:
- Salduz - Bijstand van advocaten bij verhoren (M. Bockstaele, E. Devroe, P. Ponsaers)
- A swelling culture of control? De GAS-wet in België (E. Devroe)
- Police Investigative Interviewing - A New Training Approach (L. Smets)
- De politierol bekeken door de bril van de burger (I. Verwee)
- Evoluties in verhoortechnieken (M. Bockstaele & P. Ponsaers)
- Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien?
(J. Mortelé, H. Vermeersch, E. De Pauw, W. Hardyns, F. Deprins) - De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen
(C. Liedenbaum, L. Descheemaeker, M. Easton, J. Noppe, P. Ponsaers, J. Terpstra, G. Vande Walle, A. Verhage) - Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn
(F. Gilleir) - Naar een vrijwillige opschaling van de lokale politie
(P. Ponsaers (red.), B. de Ruyver, J. Janssens, K. Verbist, D. Keyenberg, S. Schuddinck, L. Avaux )
Abonnement – Reeks Politiestudies (15% korting op verkoopprijs)
In de Reeks Politiestudies verschijnen maatschappelijk relevante geschriften over politiegerelateerde onderwerpen.
Alle bijdragen zijn wetenschappelijk onderbouwd en onderworden aan peer review. Deze peer review wordt gestuurd door een onafhankelijke academische editorial board, en verricht door interne en/of externe referees.Zowel bundels als monografieën vinden hun plaats in deze reeks.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Editorial Board:
Verschenen:
- Salduz - Bijstand van advocaten bij verhoren (M. Bockstaele, E. Devroe, P. Ponsaers)
- A swelling culture of control? De GAS-wet in België (E. Devroe)
- Police Investigative Interviewing - A New Training Approach (L. Smets)
- De politierol bekeken door de bril van de burger (I. Verwee)
- Evoluties in verhoortechnieken (M. Bockstaele & P. Ponsaers)
- Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien?
(J. Mortelé, H. Vermeersch, E. De Pauw, W. Hardyns, F. Deprins) - De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen
(C. Liedenbaum, L. Descheemaeker, M. Easton, J. Noppe, P. Ponsaers, J. Terpstra, G. Vande Walle, A. Verhage) - Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn
(F. Gilleir) - Naar een vrijwillige opschaling van de lokale politie
(P. Ponsaers (red.), B. de Ruyver, J. Janssens, K. Verbist, D. Keyenberg, S. Schuddinck, L. Avaux )
Abonnement – ICCI – Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (15% korting op verkoopprijs)
NEDERLANDS
Deze reeks bevat uitgaven van het ICCI, een private stichting opgericht door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren dat onder meer als doel heeft objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over onderwerpen die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen. De reeks staat onder toezicht van een leescomité, in voorkomend geval aangevuld door een begeleidingscomité.
Guaranteed Peer Reviewed Content (GPRC).
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
FRANCAIS
La Fondation Centre d''Information du Révisorat d''Entreprises ou ICCI a été constituée par l''Institut des Réviseurs d''Entreprises en septembre 2006. La Fondation a pour but de procurer une information objective et scientifique sur les questions intéressant le révisorat d''entreprises.
Si vous prenez un abonnement sur la série ICCI, vous récévez chaque nouvelle publication avec une réduction de 15% sur le prix normal.
Verschenen - Apparu:
- 2022
- Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering - Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité
ICCI 2022-1 2021 - Nieuwe technologieën en het auditberoep - La profession d'audit et les nouvelles technologies
ICCI 2021-1 2020 - Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor - Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d'entreprises
ICCI 2020-1 2019 - De commissaris en de andere organen of comités van de gecontroleerde entiteit - Le commissaire et les autres organes ou comités de l’entité contrôlée
ICCI 2019-1 - Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV - Missions nouvelles et adaptées du réviseur d'entreprises dans le CSA
ICCI 2019-2 2018 - Key Audit Matters (KAM) - Points clés de l'audit - Kernpunten van de controle
ICCI 2018-1 2017 - Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie - Futur du reporting concernant l'information non financière
ICCI 2017-1 2016 - Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgische recht - Directive comptable Européene et sa transposition en droit Belge
ICCI 2016-1 - Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor - Missions judiciaires et extrajudiciaires du reviseur d''entreprises
ICCI 2016-2 - Europese audithervorming en implementatie ervan in België - Réforme européenne de l'audit et son implémentation en Belgique
ICCI 2016-3 2015 - Risicobeheer - Gestion des risques
ICCI 2015-1 - Aspecten van continuïteit en revisorale tussenkomst - Aspects de la continuité et intervention révisorale
ICCI 2015-2 - Toepassing van de internationale auditstandaarden ISA en ISSAI in de publieke sector - Application des normes internationales d’audit ISA et ISSAI dans le secteur public
ICCI 2015-3 2014 - Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt - Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
ICCI 2014-1 - Overname en overdracht van kmo''s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek - Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence
ICCI 2014-2 - Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) rapportering en revisorale controle - Le Système Européen des Comptes (SEC) reporting et controle revisoral
ICCI 2014-3
Abonnement – ICCI – Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (15% korting op verkoopprijs)
NEDERLANDS
Deze reeks bevat uitgaven van het ICCI, een private stichting opgericht door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren dat onder meer als doel heeft objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over onderwerpen die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen. De reeks staat onder toezicht van een leescomité, in voorkomend geval aangevuld door een begeleidingscomité.
Guaranteed Peer Reviewed Content (GPRC).
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
FRANCAIS
La Fondation Centre d''Information du Révisorat d''Entreprises ou ICCI a été constituée par l''Institut des Réviseurs d''Entreprises en septembre 2006. La Fondation a pour but de procurer une information objective et scientifique sur les questions intéressant le révisorat d''entreprises.
Si vous prenez un abonnement sur la série ICCI, vous récévez chaque nouvelle publication avec une réduction de 15% sur le prix normal.
Verschenen - Apparu:
- 2022
- Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering - Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité
ICCI 2022-1 2021 - Nieuwe technologieën en het auditberoep - La profession d'audit et les nouvelles technologies
ICCI 2021-1 2020 - Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor - Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d'entreprises
ICCI 2020-1 2019 - De commissaris en de andere organen of comités van de gecontroleerde entiteit - Le commissaire et les autres organes ou comités de l’entité contrôlée
ICCI 2019-1 - Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV - Missions nouvelles et adaptées du réviseur d'entreprises dans le CSA
ICCI 2019-2 2018 - Key Audit Matters (KAM) - Points clés de l'audit - Kernpunten van de controle
ICCI 2018-1 2017 - Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie - Futur du reporting concernant l'information non financière
ICCI 2017-1 2016 - Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgische recht - Directive comptable Européene et sa transposition en droit Belge
ICCI 2016-1 - Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor - Missions judiciaires et extrajudiciaires du reviseur d''entreprises
ICCI 2016-2 - Europese audithervorming en implementatie ervan in België - Réforme européenne de l'audit et son implémentation en Belgique
ICCI 2016-3 2015 - Risicobeheer - Gestion des risques
ICCI 2015-1 - Aspecten van continuïteit en revisorale tussenkomst - Aspects de la continuité et intervention révisorale
ICCI 2015-2 - Toepassing van de internationale auditstandaarden ISA en ISSAI in de publieke sector - Application des normes internationales d’audit ISA et ISSAI dans le secteur public
ICCI 2015-3 2014 - Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt - Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
ICCI 2014-1 - Overname en overdracht van kmo''s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek - Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence
ICCI 2014-2 - Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) rapportering en revisorale controle - Le Système Européen des Comptes (SEC) reporting et controle revisoral
ICCI 2014-3
Abonnement – Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen (10% korting op verkoopprijs lopende editie)
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd.
De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema''s.
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
Met dit abonnement ontvangt u automatisch elke nieuwe gewijzigde druk, vanaf de 27e editie (2022).
Abonnement – Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen (10% korting op verkoopprijs lopende editie)
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd.
De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema''s.
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
Met dit abonnement ontvangt u automatisch elke nieuwe gewijzigde druk, vanaf de 27e editie (2022).



Renovatie en (ver)nieuwbouw. Een praktische gids voor bouwpromotoren en notarissen
Het gaat in dit boek onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten (verkooprecht)?
Wanneer spreekt men van een beroepsoprichter en wat zijn hiervan de btw-gevolgen? Hoe zit het met de installatie van centrale verwarming en met tuinaanleg?
Het doelpubliek van dit boek bestaat dan ook in eerste instantie uit bouwpromotoren, notarissen en notarismedewerkers.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften, boeken en databanken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Renovatie en (ver)nieuwbouw. Een praktische gids voor bouwpromotoren en notarissen
Het gaat in dit boek onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten (verkooprecht)?
Wanneer spreekt men van een beroepsoprichter en wat zijn hiervan de btw-gevolgen? Hoe zit het met de installatie van centrale verwarming en met tuinaanleg?
Het doelpubliek van dit boek bestaat dan ook in eerste instantie uit bouwpromotoren, notarissen en notarismedewerkers.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften, boeken en databanken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Bouletten. Eenvoudige gastronomie
Dit boek gaat over ballen, gehaktballen. Bouletten voor de liefhebbers. Een gerecht dat de culturen overstijgt.
De oorsprong van de boulet in België, Nederland en Duitsland moet gezocht worden bij de frikadel: een ronde, compacte, gekruide gehaktbal.
In de meeste streken van België bedoelt men met frikadel inderdaad een gehaktbal, hoewel de meesten boulet zeggen. In Nederland is de frikadel of gehaktbal niet erg bekend. De frikadel, dus zonder “n”, is ouder en van oudsher een soort gehaktbal, maar werd vaak ook plat gedrukt tot een soort hamburger.
De frikadel wordt vooral in België, Duitsland, Zweden en Denemarken gegeten.In België worden gehaktballen meestal geserveerd met tomatensaus. Ballekes in tomatensaus is een zeer populair gerecht.
Gehaktballen zijn overal ter wereld populair, want ze zitten vol smaak, zijn makkelijk te eten en combineren goed met ander eten. Ze hebben uiteenlopende namen, o.a.:
l Kofta (Balkan, Levant, Zuid-Azië)
l Soutzoukakia (Griekenland)
l Albondigas (Spanje, Spaanstalige landen)
l Faggots (Engeland)
l Polpette (Italië)
l Frikadeller (Denemarken)
l Köttbullar (Zweden)
l Königsberger Klopse, Fleischklößchen, Hackbällchen,
Frikadelle (Duitsland)
l Pulpety (Polen)
l …
Dit boek gaat over bouletten als eenvoudig maar heerlijk culinair fenomeen.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig, maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Elke les leert hij bij, maar zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Koksscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samenbrengt.
Bouletten. Eenvoudige gastronomie
Dit boek gaat over ballen, gehaktballen. Bouletten voor de liefhebbers. Een gerecht dat de culturen overstijgt.
De oorsprong van de boulet in België, Nederland en Duitsland moet gezocht worden bij de frikadel: een ronde, compacte, gekruide gehaktbal.
In de meeste streken van België bedoelt men met frikadel inderdaad een gehaktbal, hoewel de meesten boulet zeggen. In Nederland is de frikadel of gehaktbal niet erg bekend. De frikadel, dus zonder “n”, is ouder en van oudsher een soort gehaktbal, maar werd vaak ook plat gedrukt tot een soort hamburger.
De frikadel wordt vooral in België, Duitsland, Zweden en Denemarken gegeten.In België worden gehaktballen meestal geserveerd met tomatensaus. Ballekes in tomatensaus is een zeer populair gerecht.
Gehaktballen zijn overal ter wereld populair, want ze zitten vol smaak, zijn makkelijk te eten en combineren goed met ander eten. Ze hebben uiteenlopende namen, o.a.:
l Kofta (Balkan, Levant, Zuid-Azië)
l Soutzoukakia (Griekenland)
l Albondigas (Spanje, Spaanstalige landen)
l Faggots (Engeland)
l Polpette (Italië)
l Frikadeller (Denemarken)
l Köttbullar (Zweden)
l Königsberger Klopse, Fleischklößchen, Hackbällchen,
Frikadelle (Duitsland)
l Pulpety (Polen)
l …
Dit boek gaat over bouletten als eenvoudig maar heerlijk culinair fenomeen.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig, maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Elke les leert hij bij, maar zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Koksscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samenbrengt.


Btw in de economie

Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie
In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.
In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.
Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.
Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.
Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.
Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.
Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie
In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.
In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.
Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.
Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.
Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.
Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.
Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Biefstuk
Biefstuk, ook wel steak genoemd, is een benaming voor mals spiervlees van een rund. Er zijn verschillende soorten biefstuk die van verschillende delen van het rund gesneden worden. De biefstuk met frieten en salade is een typisch restaurantgerecht dat erg populair is.
De benaming biefstuk is afkomstig van het Engelse beefsteak. Beef betekent rundvlees en steak slaat op een bepaalde manier van snijden. Want snijden en versnijden is belangrijk! De biefstuk wordt gebraden of gegrild. Beroemde biefstukgerechten zijn de Tournedos Rossini en Chateaubriand. De ossenhaas of de entrecote kennen de meeste mensen wel. Maar er zijn zoveel meer lekkere stukjes zoals de bavette, de kraai, de jodenhaas of de picanha. Kent u die?
Biefstuk bakken is geen ’rocket science’. Maar toch is de ene amateurkok er beter in dan de andere. Details maken het verschil. En dat proef je! En in dit boek vertellen we u ook waar de verschillende delen die versneden worden in het rund zitten en welke runderrassen bekend staan om hun uitstekende steaks. Bent u klaar voor de barbecue?
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Eengepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Biefstuk
Biefstuk, ook wel steak genoemd, is een benaming voor mals spiervlees van een rund. Er zijn verschillende soorten biefstuk die van verschillende delen van het rund gesneden worden. De biefstuk met frieten en salade is een typisch restaurantgerecht dat erg populair is.
De benaming biefstuk is afkomstig van het Engelse beefsteak. Beef betekent rundvlees en steak slaat op een bepaalde manier van snijden. Want snijden en versnijden is belangrijk! De biefstuk wordt gebraden of gegrild. Beroemde biefstukgerechten zijn de Tournedos Rossini en Chateaubriand. De ossenhaas of de entrecote kennen de meeste mensen wel. Maar er zijn zoveel meer lekkere stukjes zoals de bavette, de kraai, de jodenhaas of de picanha. Kent u die?
Biefstuk bakken is geen ’rocket science’. Maar toch is de ene amateurkok er beter in dan de andere. Details maken het verschil. En dat proef je! En in dit boek vertellen we u ook waar de verschillende delen die versneden worden in het rund zitten en welke runderrassen bekend staan om hun uitstekende steaks. Bent u klaar voor de barbecue?
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Eengepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Algemeen strafrecht – een overzicht editie – 8ste herziene uitgave
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek.
Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip “strafrecht”, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden, gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 223 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Bij het schrijven van deze uitgave is het Strafwetboek van 1867 nog volledig in werking, maar werd reeds een nieuw Strafwetboek goedgekeurd, dat evenwel nog niet van kracht is. Als datum van inwerkingtreding van de twee wetten van 29 februari 2024 tot invoering van boek I en boek II van het Strafwetboek werd 8 april 2026 vooropgesteld.
Hoewel de focus in deze uitgave nog voornamelijk ligt op het Strafwetboek van 1867, dat in 2025 nog steeds van toepassing is en ook nog heel wat jaren na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zal toegepast worden op strafbare gedragingen die gesteld worden onder het oude strafrecht, worden de wijzigingen die in het nieuwe Strafwetboek in het vooruitzicht worden gesteld ook besproken en gevisualiseerd middels een verticale lijn naast de beschreven nieuwe regelgeving.
Kathleen Duerinckx is docent Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Algemeen strafrecht – een overzicht editie – 8ste herziene uitgave
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek.
Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip “strafrecht”, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden, gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 223 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Bij het schrijven van deze uitgave is het Strafwetboek van 1867 nog volledig in werking, maar werd reeds een nieuw Strafwetboek goedgekeurd, dat evenwel nog niet van kracht is. Als datum van inwerkingtreding van de twee wetten van 29 februari 2024 tot invoering van boek I en boek II van het Strafwetboek werd 8 april 2026 vooropgesteld.
Hoewel de focus in deze uitgave nog voornamelijk ligt op het Strafwetboek van 1867, dat in 2025 nog steeds van toepassing is en ook nog heel wat jaren na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zal toegepast worden op strafbare gedragingen die gesteld worden onder het oude strafrecht, worden de wijzigingen die in het nieuwe Strafwetboek in het vooruitzicht worden gesteld ook besproken en gevisualiseerd middels een verticale lijn naast de beschreven nieuwe regelgeving.
Kathleen Duerinckx is docent Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Vergelijkend onderzoek naar de oprichting, structuur en werking van de centrale banken van de Europese Unie, Engeland, Japan, de Verenigde Staten en Zwitserland
Sinds de economisch-financiële crisis van 2008-2009 is de rol van de grote centrale banken in de economie veel belangrijker geworden. Door ultralage tot negatieve rentevoeten toe te passen en hun balans te gebruiken als instrument van monetair beleid, hebben ze niet alleen nieuwe monetaire krijtlijnen getrokken, maar tevens brede maatschappelijke ontwikkelingen bevorderd zoals groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid en de financialisering van de economie. Tegelijkertijd heeft de tot midden 2022 sterk expansieve monetaire politiek niet geleid tot de bedoelde macro-economische resultaten, bijvoorbeeld inzake prijsstabiliteit.
Over de activiteiten van de grote centrale banken wordt veel gepubliceerd. Maar dit zijn voor het overgrote deel geschriften die zich richten op deelaspecten van de werking van centrale banken, vaak met een econometrische inslag. Meer veralgemenende boekwerken die een gestructureerd overzicht geven van het ontstaan en de werking van de grote centrale banken, zijn zeldzaam. Dit boek wil die lacune helpen opvullen. Vertrekkend van een kort historisch overzicht, schetst het de internationale monetaire scène en gaat het na hoe centrale banken zijn kunnen uitgroeien tot de bepalende instellingen die ze vandaag zijn. Voor de ECB, de Bank of England, de Bank of Japan, de Fed en de Swiss National Bank worden oprichting, structuur en werking onderzocht. Nadien volgen synthese, een kritische analyse en besluiten.
Mark Scholliers (°1951) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen (UGent). Dit boek is de geactualiseerde versie (april 2025) van het doctorale proefschrift dat hij over dit onderwerp schreef. Na een gemengde loopbaan in de private sector en als partner in een bedrijf dat zich toelegde op macro-economisch onderzoek, publiceerde hij artikelen en boeken over centrale banken, beleggen en de pensioensproblematiek (partime samen met prof. Herman Matthijs en prof. em. Jef Vuchelen). In zijn vrije tijd schrijft hij financiële thrillers.
Vergelijkend onderzoek naar de oprichting, structuur en werking van de centrale banken van de Europese Unie, Engeland, Japan, de Verenigde Staten en Zwitserland
Sinds de economisch-financiële crisis van 2008-2009 is de rol van de grote centrale banken in de economie veel belangrijker geworden. Door ultralage tot negatieve rentevoeten toe te passen en hun balans te gebruiken als instrument van monetair beleid, hebben ze niet alleen nieuwe monetaire krijtlijnen getrokken, maar tevens brede maatschappelijke ontwikkelingen bevorderd zoals groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid en de financialisering van de economie. Tegelijkertijd heeft de tot midden 2022 sterk expansieve monetaire politiek niet geleid tot de bedoelde macro-economische resultaten, bijvoorbeeld inzake prijsstabiliteit.
Over de activiteiten van de grote centrale banken wordt veel gepubliceerd. Maar dit zijn voor het overgrote deel geschriften die zich richten op deelaspecten van de werking van centrale banken, vaak met een econometrische inslag. Meer veralgemenende boekwerken die een gestructureerd overzicht geven van het ontstaan en de werking van de grote centrale banken, zijn zeldzaam. Dit boek wil die lacune helpen opvullen. Vertrekkend van een kort historisch overzicht, schetst het de internationale monetaire scène en gaat het na hoe centrale banken zijn kunnen uitgroeien tot de bepalende instellingen die ze vandaag zijn. Voor de ECB, de Bank of England, de Bank of Japan, de Fed en de Swiss National Bank worden oprichting, structuur en werking onderzocht. Nadien volgen synthese, een kritische analyse en besluiten.
Mark Scholliers (°1951) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen (UGent). Dit boek is de geactualiseerde versie (april 2025) van het doctorale proefschrift dat hij over dit onderwerp schreef. Na een gemengde loopbaan in de private sector en als partner in een bedrijf dat zich toelegde op macro-economisch onderzoek, publiceerde hij artikelen en boeken over centrale banken, beleggen en de pensioensproblematiek (partime samen met prof. Herman Matthijs en prof. em. Jef Vuchelen). In zijn vrije tijd schrijft hij financiële thrillers.




Burgerlijk Wetboek. 27e, herziene uitgave (Volledig bijgewerkt tot 15 april 2025)
Burgerlijk Wetboek. 27e, herziene uitgave (Volledig bijgewerkt tot 15 april 2025)
Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11
José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11
José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10
José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10
José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.








Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave
Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?
Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave
Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?
Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).



International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands
This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.
International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands
This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.
Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)
In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.
De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.
Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.
Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).
Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.
L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.
L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.
Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).
Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)
In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.
De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.
Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.
Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).
Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.
L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.
L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.
Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).


RIDP 95.2 (2024) | Researching the boundaries of sexual integrity, gender violence and image-based abuse
This special issue brings together nineteen topical and innovative papers, researching the boundaries of sexual integrity and affirmative sexual consent, gender violence, and image-based or online sexual abuse, including child sexual abuse material and non-consensual sexual deepfakes. It offers an original and nuanced approach to understanding the important legal elements, various agents and harms of topic-related deviant conduct as well as legislative processes aimed at tackling it. In light of recent societal developments, including changes in societal sensibilities, and recent or on-going legislative amendments at national and supranational levels, research on these topics is timely and much needed.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law and data protection law, Department Chair Criminology, Criminal Law and Social Law, and Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), all at Ghent University. He is also General Director Publications of the AIDP, and Editor-in-chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Full Professor of Law, University of Maribor (habilitation), Academic Consultant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Stéphanie De Coensel is an FWO Postdoctoral Researcher and Visiting Professor in Advanced Criminal Law at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Editorial Secretary of the RIDP.
RIDP 95.2 (2024) | Researching the boundaries of sexual integrity, gender violence and image-based abuse
This special issue brings together nineteen topical and innovative papers, researching the boundaries of sexual integrity and affirmative sexual consent, gender violence, and image-based or online sexual abuse, including child sexual abuse material and non-consensual sexual deepfakes. It offers an original and nuanced approach to understanding the important legal elements, various agents and harms of topic-related deviant conduct as well as legislative processes aimed at tackling it. In light of recent societal developments, including changes in societal sensibilities, and recent or on-going legislative amendments at national and supranational levels, research on these topics is timely and much needed.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law and data protection law, Department Chair Criminology, Criminal Law and Social Law, and Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), all at Ghent University. He is also General Director Publications of the AIDP, and Editor-in-chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Full Professor of Law, University of Maribor (habilitation), Academic Consultant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Stéphanie De Coensel is an FWO Postdoctoral Researcher and Visiting Professor in Advanced Criminal Law at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Editorial Secretary of the RIDP.





RIDP 95.1 (2024) | Criminalisation of AI-related offences – (International Colloquium, Bucharest, Romania, 14th-16th June 2023)
Artificial Intelligence is already widely used in many sectors of society. The advent of this technology, and the harms that it may create to interests worthy of protection by criminal law, questions whether the special part of criminal codes is suitable for addressing the challenges that this technology creates. Therefore, it is relevant to reflect on the necessity to amend the special part of the criminal code, integrating AI-related offences. This encompasses offences whose criminalisation responds to the alleged new needs of criminal law intervention related to the risks and harms arising from the development of AI systems. Indeed, AI harms and risks might demand new forms of criminalisation, and current offences might be amended to adequately respond to the new ways of affecting already protected interests. Additionally, the inclusion of new relevant interests related to AI could be considered.
This criminalisation process has already started in some states. Extra criminal regulation, which can have relevant implications on criminal law, has been enacted as well. Legislators cannot overlook the criminalisation techniques and grounds to legitimise criminal intervention. To that end, transversal and rich reflections are required to inform this legislative process.
This RIDP issue attempts to address these relevant questions, proving the insights of AIDP academics on the topic of the criminalisation of AI-related offences. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries, who collaborated in the works of Section II for the upcoming AIDP XXIst International Congress of Penal Law 2024 on Artificial Intelligence and Criminal law. Furthermore, it gathers the work of some AIDP experts in the form of “special reports” that cover some particularly relevant topics regarding AI-related offences (AI and cybercrime, disinformation and deep fakes, AI and privacy and financial crimes).
Fernando Miró-Llinares is Professor of Criminal law and Criminology and Director of the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.
Constantin Duvac is Professor of Criminal law and Forensics at Bucharest University of Economic Studies and the president of the Romanian National Group of the AIDP.
Tudorel Toader is Professor of Criminal law at Alexandru Ioan Cuza University of Iasi and the vice-president of the Romanian National Group of the AIDP.
Mario Santisteban Galarza is Postdoctoral Researcher at the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.
RIDP 95.1 (2024) | Criminalisation of AI-related offences – (International Colloquium, Bucharest, Romania, 14th-16th June 2023)
Artificial Intelligence is already widely used in many sectors of society. The advent of this technology, and the harms that it may create to interests worthy of protection by criminal law, questions whether the special part of criminal codes is suitable for addressing the challenges that this technology creates. Therefore, it is relevant to reflect on the necessity to amend the special part of the criminal code, integrating AI-related offences. This encompasses offences whose criminalisation responds to the alleged new needs of criminal law intervention related to the risks and harms arising from the development of AI systems. Indeed, AI harms and risks might demand new forms of criminalisation, and current offences might be amended to adequately respond to the new ways of affecting already protected interests. Additionally, the inclusion of new relevant interests related to AI could be considered.
This criminalisation process has already started in some states. Extra criminal regulation, which can have relevant implications on criminal law, has been enacted as well. Legislators cannot overlook the criminalisation techniques and grounds to legitimise criminal intervention. To that end, transversal and rich reflections are required to inform this legislative process.
This RIDP issue attempts to address these relevant questions, proving the insights of AIDP academics on the topic of the criminalisation of AI-related offences. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries, who collaborated in the works of Section II for the upcoming AIDP XXIst International Congress of Penal Law 2024 on Artificial Intelligence and Criminal law. Furthermore, it gathers the work of some AIDP experts in the form of “special reports” that cover some particularly relevant topics regarding AI-related offences (AI and cybercrime, disinformation and deep fakes, AI and privacy and financial crimes).
Fernando Miró-Llinares is Professor of Criminal law and Criminology and Director of the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.
Constantin Duvac is Professor of Criminal law and Forensics at Bucharest University of Economic Studies and the president of the Romanian National Group of the AIDP.
Tudorel Toader is Professor of Criminal law at Alexandru Ioan Cuza University of Iasi and the vice-president of the Romanian National Group of the AIDP.
Mario Santisteban Galarza is Postdoctoral Researcher at the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.





Vol-au-vent – Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Vol-au-vent – Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Criminal Justice in the Prism of Human Rights – (X AIDP International Symposium for Young Penalists, Bologna, Italy, 27-28 October 2022) [RIDP Libri 5]
Criminal law occupies a central role in the “prism” of human rights, given the relevant impact of trial and punishment on the personal sphere of individuals, which may be instrumentalised in the name of security claims for political purposes. It is no coincidence that during the Age of Enlightenment the main fundamental guarantees of criminal law were enshrined in human rights declarations, with an approach now widely accepted at an international level. In fact, the “dialogue” between national and supranational Courts in this domain has been a key element in contemporary times in the development of criminal law, leading not only to the implementation of fundamental guarantees – even through the redefinition of their field of application – but also to the promotion of criminalisation in order to protect certain human rights.
This volume builds upon the contributions to the X AIDP Symposium for Young Penalists, which was held on 27 and 28 October 2022 at the Department of Legal Studies of the University of Bologna. During five panels moderated by experts, young academics from eleven different countries discussed the current role of human rights in criminal justice.
Francesco Mazzacuva is Associate Professor in Criminal Law at the University of Parma, where he was PhD graduate in 2012 and postdoctoral research fellow from 2014 to 2016, when he was appointed ordinary magistrate, serving as a judge at the Court of Modena until 2019. He coordinated the activities of the Young Penalists of the Italian group of the AIDP since 2015 and, at the 20th World Congress of the AIDP held in Rome in November 2019, he was elected President of the Young Penalists Committee.
Miren Odriozola Gurrutxaga is Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country, where she obtained her PhD in Law in 2015. She is also a member of the Basque Institute of Criminology since 2015. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, she is a member of the Young Penalists Committee.
Nicola Recchia is Senior Researcher in Criminal Law at the University of Trieste. In 2017 he obtained a Ph.D. in Criminal Law from the Ludwig-Maximilians University of Munich and the University of Ferrara. He has then worked as a Post-doc researcher at the University of Ferrara in 2017 and at the Goethe-University Frankfurt am Main from 2018 to 2022. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, he is member of the Young Penalists Committee.
Alessandra Santangelo is Research Fellow in Criminal Law at the University of Bologna, where she obtained her Ph.D. in Legal Science in 2020. Since then, she has been working as a Post-doc researcher for national and international projects, being Technical Coordinator of a DG Justice Programme. In 2013, she obtained an LLM, with specialisation in EU Law, from King’s College London.
Criminal Justice in the Prism of Human Rights – (X AIDP International Symposium for Young Penalists, Bologna, Italy, 27-28 October 2022) [RIDP Libri 5]
Criminal law occupies a central role in the “prism” of human rights, given the relevant impact of trial and punishment on the personal sphere of individuals, which may be instrumentalised in the name of security claims for political purposes. It is no coincidence that during the Age of Enlightenment the main fundamental guarantees of criminal law were enshrined in human rights declarations, with an approach now widely accepted at an international level. In fact, the “dialogue” between national and supranational Courts in this domain has been a key element in contemporary times in the development of criminal law, leading not only to the implementation of fundamental guarantees – even through the redefinition of their field of application – but also to the promotion of criminalisation in order to protect certain human rights.
This volume builds upon the contributions to the X AIDP Symposium for Young Penalists, which was held on 27 and 28 October 2022 at the Department of Legal Studies of the University of Bologna. During five panels moderated by experts, young academics from eleven different countries discussed the current role of human rights in criminal justice.
Francesco Mazzacuva is Associate Professor in Criminal Law at the University of Parma, where he was PhD graduate in 2012 and postdoctoral research fellow from 2014 to 2016, when he was appointed ordinary magistrate, serving as a judge at the Court of Modena until 2019. He coordinated the activities of the Young Penalists of the Italian group of the AIDP since 2015 and, at the 20th World Congress of the AIDP held in Rome in November 2019, he was elected President of the Young Penalists Committee.
Miren Odriozola Gurrutxaga is Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country, where she obtained her PhD in Law in 2015. She is also a member of the Basque Institute of Criminology since 2015. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, she is a member of the Young Penalists Committee.
Nicola Recchia is Senior Researcher in Criminal Law at the University of Trieste. In 2017 he obtained a Ph.D. in Criminal Law from the Ludwig-Maximilians University of Munich and the University of Ferrara. He has then worked as a Post-doc researcher at the University of Ferrara in 2017 and at the Goethe-University Frankfurt am Main from 2018 to 2022. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, he is member of the Young Penalists Committee.
Alessandra Santangelo is Research Fellow in Criminal Law at the University of Bologna, where she obtained her Ph.D. in Legal Science in 2020. Since then, she has been working as a Post-doc researcher for national and international projects, being Technical Coordinator of a DG Justice Programme. In 2013, she obtained an LLM, with specialisation in EU Law, from King’s College London.
























































































Handboek BTW
De verschillende facetten van het btw-stelsel uit de controlepraktijk worden samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, hiërarchie in de toe te passen correctieregels inzake btw, herziening van de btw en ingetreden verjaring.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringsverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds, en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Doordat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van voorbeelden en praktijkgevallen, is het boek ook bruikbaar als handboek in opleidingen waar een praktijkgerichte btw-opleiding wordt gegeven.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale overheidsdienst Financiën als adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Handboek BTW
De verschillende facetten van het btw-stelsel uit de controlepraktijk worden samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, hiërarchie in de toe te passen correctieregels inzake btw, herziening van de btw en ingetreden verjaring.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringsverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds, en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Doordat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van voorbeelden en praktijkgevallen, is het boek ook bruikbaar als handboek in opleidingen waar een praktijkgerichte btw-opleiding wordt gegeven.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale overheidsdienst Financiën als adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.


Moderne piraterij in Oost- en West-Afrika. Het juridisch kader, de bestrijdingsstrategieen en de vervolging en bestraffing
Klaas Willaert studeerde in 2012 af als Master in de Rechten (summa cum laude) aan de Universiteit Gent en in 2013 voegde hij daar een Master in de Maritieme Wetenschappen (summa cum laude) aan toe. In september 2013 ging Klaas aan de slag als voltijds assistent op de vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal Publiekrecht van de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar hij een doctoraat omtrent piraterij schreef onder het promotorschap van Prof. dr. Frank Maes en Prof. dr. em. Eduard Somers. Sindsdien leverde hij verschillende juridisch-wetenschappelijke artikels af over piraterij en deelde hij zijn expertise op nationale en internationale conferenties.
Moderne piraterij in Oost- en West-Afrika. Het juridisch kader, de bestrijdingsstrategieen en de vervolging en bestraffing
Klaas Willaert studeerde in 2012 af als Master in de Rechten (summa cum laude) aan de Universiteit Gent en in 2013 voegde hij daar een Master in de Maritieme Wetenschappen (summa cum laude) aan toe. In september 2013 ging Klaas aan de slag als voltijds assistent op de vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal Publiekrecht van de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar hij een doctoraat omtrent piraterij schreef onder het promotorschap van Prof. dr. Frank Maes en Prof. dr. em. Eduard Somers. Sindsdien leverde hij verschillende juridisch-wetenschappelijke artikels af over piraterij en deelde hij zijn expertise op nationale en internationale conferenties.



Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2018 – nr. 5
- Tussen Hollywood en Marcinelle. Van seksueel grensoverschrijdend gedrag tot seksuele delinquentie
Luc Robert, Tom Vander Beken, Gert Vermeulen
- Nood aan een Kritisch Interpretatieve Synthese: genderverschillen in prevalentiecijfers van seksueel geweld gekaderd
Joke Depraetere, Christophe Vandeviver, Tom Vander Beken, Ines Keygnaert - Het profiel van de seksuele pleger in de sport op basis van een slachtofferenquête
Tine Vertommen, Jarl Kampen, Nicolette Schippervan Veldhoven, Kasia Usieblo, Filip Van Den Eede - Eerste ervaringen van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen met de SeksismewetLiesbet Stevens, Hannah Van Dijcke
- Desistance onder zedendaders: Narratieven van mannen veroordeeld voor zedenmisdrijven tegen minderjarigen in België
Lucile de Kruijff, Lidewyde Berckmoes
- Beleidstransfer en criminologisch onderzoek
Tom Daems, Danique Gudders - Housing First: geen wondermiddel maar wel een effectieve benadering voor langdurige thuisloosheid
Danny Lescrauwaet - De stabiliteit van zelfcontrole: een verkennende analyse op Belgische paneldata
Ann De Buck, Lieven Pauwels, Wim Hardyns

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2018 – nr. 5
- Tussen Hollywood en Marcinelle. Van seksueel grensoverschrijdend gedrag tot seksuele delinquentie
Luc Robert, Tom Vander Beken, Gert Vermeulen
- Nood aan een Kritisch Interpretatieve Synthese: genderverschillen in prevalentiecijfers van seksueel geweld gekaderd
Joke Depraetere, Christophe Vandeviver, Tom Vander Beken, Ines Keygnaert - Het profiel van de seksuele pleger in de sport op basis van een slachtofferenquête
Tine Vertommen, Jarl Kampen, Nicolette Schippervan Veldhoven, Kasia Usieblo, Filip Van Den Eede - Eerste ervaringen van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen met de SeksismewetLiesbet Stevens, Hannah Van Dijcke
- Desistance onder zedendaders: Narratieven van mannen veroordeeld voor zedenmisdrijven tegen minderjarigen in België
Lucile de Kruijff, Lidewyde Berckmoes
- Beleidstransfer en criminologisch onderzoek
Tom Daems, Danique Gudders - Housing First: geen wondermiddel maar wel een effectieve benadering voor langdurige thuisloosheid
Danny Lescrauwaet - De stabiliteit van zelfcontrole: een verkennende analyse op Belgische paneldata
Ann De Buck, Lieven Pauwels, Wim Hardyns
BTW bij Internationale Handelingen
Waar wordt de handeling geacht plaats te vinden, is er een vrijstelling, kan deze vrijstelling toegepast worden, onder welke voorwaarden, …? Elke transactie moet, aan de hand van het schema bij de aanvang van het boek, grondig geanalyseerd worden. Met dit schema kunnen de meeste fouten vermeden worden. Een correcte analyse van de handeling, de plaatsbepaling, de vrijstelling en de voldoeningsplicht van de btw is essentieel. Daarom wordt aan dit schema, ook in de uitgewerkte voorbeeldjes in elk hoofdstuk, de nodige aandacht besteed.
Bij elke intracommunautaire levering van goederen of zelfs buiten de EU, en de vele diensten die daarmee samenhangen, wordt de theoretische analyse en de praktische toepassing ervan toegelicht.
Voorts is het uiteraard van belang om elke vrijstelling inzake btw te kunnen verantwoorden. Welke stukken zijn daartoe voorhanden, waar kan ik deze stukken terugvinden, waar worden ze bewaard en kan ik ze op een eenvoudige manier voorleggen bij een eventuele controle? De echtheid van de transactie is van groot belang. Het is dus voor elke onderneming actief in de internationale handel belangrijk om de eigen interne administratie/organisatie daaraan aan te passen. Dit blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie maar ook en vooral uit de nationale aanpak door de Administratie.
Luc Heylens, Belastingconsulent IAB, Director VAT Department Deloitte Private | Accountancy & Advisory is al jarenlang actief in de btw-materie. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd spreker/docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen is één van zijn stokpaardjes.
BTW bij Internationale Handelingen
Waar wordt de handeling geacht plaats te vinden, is er een vrijstelling, kan deze vrijstelling toegepast worden, onder welke voorwaarden, …? Elke transactie moet, aan de hand van het schema bij de aanvang van het boek, grondig geanalyseerd worden. Met dit schema kunnen de meeste fouten vermeden worden. Een correcte analyse van de handeling, de plaatsbepaling, de vrijstelling en de voldoeningsplicht van de btw is essentieel. Daarom wordt aan dit schema, ook in de uitgewerkte voorbeeldjes in elk hoofdstuk, de nodige aandacht besteed.
Bij elke intracommunautaire levering van goederen of zelfs buiten de EU, en de vele diensten die daarmee samenhangen, wordt de theoretische analyse en de praktische toepassing ervan toegelicht.
Voorts is het uiteraard van belang om elke vrijstelling inzake btw te kunnen verantwoorden. Welke stukken zijn daartoe voorhanden, waar kan ik deze stukken terugvinden, waar worden ze bewaard en kan ik ze op een eenvoudige manier voorleggen bij een eventuele controle? De echtheid van de transactie is van groot belang. Het is dus voor elke onderneming actief in de internationale handel belangrijk om de eigen interne administratie/organisatie daaraan aan te passen. Dit blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie maar ook en vooral uit de nationale aanpak door de Administratie.
Luc Heylens, Belastingconsulent IAB, Director VAT Department Deloitte Private | Accountancy & Advisory is al jarenlang actief in de btw-materie. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd spreker/docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen is één van zijn stokpaardjes.

Heibel in het appartementsgebouw – 3de herziene uitgave
Dit boek, dat aan zijn derde druk toe is, is in eerste instantie geschreven om conflicten in de kiem te smoren. Het opzet is om alle betrokken mede-eigenaren oplossingen te bieden voor concrete discussies of patstellingen. Een vlotte interne conflictregeling kan immers een tijdrovend en vaak kostelijk rechtsgeding doen voorkomen. Mocht een geschil toch bij de rechter belanden, dan kan het boek als leidraad dienen bij het opvolgen van een aan de gang zijnde procedure. Het boek sluit af met handige modellen voor de praktijk.

Heibel in het appartementsgebouw – 3de herziene uitgave
Dit boek, dat aan zijn derde druk toe is, is in eerste instantie geschreven om conflicten in de kiem te smoren. Het opzet is om alle betrokken mede-eigenaren oplossingen te bieden voor concrete discussies of patstellingen. Een vlotte interne conflictregeling kan immers een tijdrovend en vaak kostelijk rechtsgeding doen voorkomen. Mocht een geschil toch bij de rechter belanden, dan kan het boek als leidraad dienen bij het opvolgen van een aan de gang zijnde procedure. Het boek sluit af met handige modellen voor de praktijk.
Purpose in organisaties. Why I lose my soul to the company…
Dat deze aspecten een cruciale rol spelen in ondernemingen is geen gratuite bedenking. Het moet ook, want er staat veel op het spel. Namelijk de motivatie en drive van medewerkers, en zo ja van de ganse organisatie. En dat onderkent dit boek door scherp de mogelijkheid van burn-out te bevestigen als Purpose ontbreekt of het Verhaal van de organisatie niet (meer) aanwezig is.
De auteur is niet over één nacht ijs gegaan en heeft uitgebreid het terrein geschetst. Dit zowel vanuit de huidige managementliteratuur als vanuit z’n eigen ervaring als consultant en organisatiedeskundige. Als extra biedt dit boek referenties naar praktijkvoorbeelden en een handig model hoe zelf Purpose in organisaties door te lichten en er mee aan de slag te gaan.
Jozef Van Ballaer is een echte multididact, met als basis Masterdiploma’s in de Filosofie, Menselijke Ecologie en Lichamelijke Opleiding maar evenzeer postgraduaatcertificaten in Kwaliteitsmanagement, Preventie en Business Administration. Zijn professionele carrière is gestart in het nucleaire maar heeft hem al snel, met nadruk op Health & Safety, erg succesvolle cultuurimplementaties opgeleverd binnen diverse multinationale bedrijven. Zijn huidige focus is gericht op de impact van managementverbetering op de motivatie van teams.
Purpose in organisaties. Why I lose my soul to the company…
Dat deze aspecten een cruciale rol spelen in ondernemingen is geen gratuite bedenking. Het moet ook, want er staat veel op het spel. Namelijk de motivatie en drive van medewerkers, en zo ja van de ganse organisatie. En dat onderkent dit boek door scherp de mogelijkheid van burn-out te bevestigen als Purpose ontbreekt of het Verhaal van de organisatie niet (meer) aanwezig is.
De auteur is niet over één nacht ijs gegaan en heeft uitgebreid het terrein geschetst. Dit zowel vanuit de huidige managementliteratuur als vanuit z’n eigen ervaring als consultant en organisatiedeskundige. Als extra biedt dit boek referenties naar praktijkvoorbeelden en een handig model hoe zelf Purpose in organisaties door te lichten en er mee aan de slag te gaan.
Jozef Van Ballaer is een echte multididact, met als basis Masterdiploma’s in de Filosofie, Menselijke Ecologie en Lichamelijke Opleiding maar evenzeer postgraduaatcertificaten in Kwaliteitsmanagement, Preventie en Business Administration. Zijn professionele carrière is gestart in het nucleaire maar heeft hem al snel, met nadruk op Health & Safety, erg succesvolle cultuurimplementaties opgeleverd binnen diverse multinationale bedrijven. Zijn huidige focus is gericht op de impact van managementverbetering op de motivatie van teams.
Collaboratief onderhandelen
Dit werk is het eerste en voorlopig enige werk in Vlaanderen over collaboratief onderhandelen, ook de Harvard-methode genaamd.
De zogenoemde Waterzooi-wet heeft de advocatuur een nieuwe rol gegeven: deze van collaboratief onderhandelaar. Het werk maakt niet alleen wegwijs in de onderhandelingstechnieken die de advocaat moet beheersen, maar ook in de techniek van de dealmaking: een overeenkomst bereiken met een meerwaarde, en toch de eigen cliënt het grootste stuk doen behalen.
Een must voor de advocaat-ondernemer anno 2018, en nu ook de basis voor een wettelijk erkende kwalificatie.
Collaboratief onderhandelen
Dit werk is het eerste en voorlopig enige werk in Vlaanderen over collaboratief onderhandelen, ook de Harvard-methode genaamd.
De zogenoemde Waterzooi-wet heeft de advocatuur een nieuwe rol gegeven: deze van collaboratief onderhandelaar. Het werk maakt niet alleen wegwijs in de onderhandelingstechnieken die de advocaat moet beheersen, maar ook in de techniek van de dealmaking: een overeenkomst bereiken met een meerwaarde, en toch de eigen cliënt het grootste stuk doen behalen.
Een must voor de advocaat-ondernemer anno 2018, en nu ook de basis voor een wettelijk erkende kwalificatie.
Opeisbaarheid van de btw en recht op aftrek
In dit boek worden de begrippen "belastbaar feit" en "opeisbaarheid van de belasting" vanuit een praktisch oogpunt benaderd.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Ook de problematiek van de voorschotten (aanbetaling) en de link met de opeisbaarheid komt uitgebreid aan bod.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO's en vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fidcalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de factulteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Opeisbaarheid van de btw en recht op aftrek
In dit boek worden de begrippen "belastbaar feit" en "opeisbaarheid van de belasting" vanuit een praktisch oogpunt benaderd.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Ook de problematiek van de voorschotten (aanbetaling) en de link met de opeisbaarheid komt uitgebreid aan bod.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO's en vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fidcalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de factulteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Ondernemingsvermogen
Ondernemingsvermogen is geschreven voor het bedrijfsleven en het economisch hoger onderwijs. In dit werk worden vermogensvraagstukken praktisch aangepakt. Hiervoor doen we een beroep op de techniek van lineaire programmering. Voor de toepassing van deze oplossingsmethode gebruiken we de Oplosser-applicatie van Excel.
Gebruikers van dit boek kunnen de erin behandelde probleemstellingen met succes in de praktijk oplossen.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Werkte jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Als accountant was hijgerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde op academisch - en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef tientallen publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management bedrijfseconomie en accountancy.
Hij maakte meer dan 20 jaar deel uit van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Ondernemingsvermogen
Ondernemingsvermogen is geschreven voor het bedrijfsleven en het economisch hoger onderwijs. In dit werk worden vermogensvraagstukken praktisch aangepakt. Hiervoor doen we een beroep op de techniek van lineaire programmering. Voor de toepassing van deze oplossingsmethode gebruiken we de Oplosser-applicatie van Excel.
Gebruikers van dit boek kunnen de erin behandelde probleemstellingen met succes in de praktijk oplossen.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Werkte jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Als accountant was hijgerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde op academisch - en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef tientallen publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management bedrijfseconomie en accountancy.
Hij maakte meer dan 20 jaar deel uit van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Key Audit Matters (KAM) – Points clés de l’audit – Kernpunten van de controle.2018-1
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het ICCI verrichtten de UCLouvain en de KU Leuven een juridische respectievelijk empirische studie over de impact van de kernpunten op het auditverslag om op basis van de ervaringen sinds enkele jaren in het Verenigd Koninkrijk richtlijnen en goede praktijken te ontwikkelen voor de rapportering over de kernpunten in Belgische OOB’s.
De resultaten van de empirische studie werden voorgesteld en besproken op een paneldebat en praktijksessie onder de respectievelijke titels “How informative are extended audit reports, really?” en “Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands” tijdens het 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) dat plaatsvond op 29 september 2017 aan de KU Leuven.
Onderhavige publicatie bevat de neerslag van beide studies.
L’évolution la plus significative de la réforme européenne de l’audit pour les entités d'intérêt public (EIP) a trait à la communication des risques jugés les plus importants d’anomalies significatives dans le rapport d’audit. Il est généralement admis que ce concept est équivalent aux points clés de l’audit (Key Audit Matters (KAM)) couverts par l’International Standards on Auditing (ISA) 701.
A l’occasion du 10ième anniversaire de l’ICCI, l’UCLouvain et la KU Leuven ont exécuté une étude juridique respectivement empirique concernant l’impact des points clés sur le rapport d’audit afin de développer sur la base des expériences depuis quelques années en Royaume-Uni des guides et des bonnes pratiques pour le reporting sur les points clés dans les EIP belges.
Les résultats de l’étude empirique ont été présentés et discutés lors d’un débat panel et d’une session pratique ayant comme titres respectifs « How informative are extended audit reports, really? » et « Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands » pendant le 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) qui a eu lieu le 29 septembre 2017 à la KU Leuven.
La présente publication couvre en substance les deux études.
Key Audit Matters (KAM) – Points clés de l’audit – Kernpunten van de controle.2018-1
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het ICCI verrichtten de UCLouvain en de KU Leuven een juridische respectievelijk empirische studie over de impact van de kernpunten op het auditverslag om op basis van de ervaringen sinds enkele jaren in het Verenigd Koninkrijk richtlijnen en goede praktijken te ontwikkelen voor de rapportering over de kernpunten in Belgische OOB’s.
De resultaten van de empirische studie werden voorgesteld en besproken op een paneldebat en praktijksessie onder de respectievelijke titels “How informative are extended audit reports, really?” en “Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands” tijdens het 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) dat plaatsvond op 29 september 2017 aan de KU Leuven.
Onderhavige publicatie bevat de neerslag van beide studies.
L’évolution la plus significative de la réforme européenne de l’audit pour les entités d'intérêt public (EIP) a trait à la communication des risques jugés les plus importants d’anomalies significatives dans le rapport d’audit. Il est généralement admis que ce concept est équivalent aux points clés de l’audit (Key Audit Matters (KAM)) couverts par l’International Standards on Auditing (ISA) 701.
A l’occasion du 10ième anniversaire de l’ICCI, l’UCLouvain et la KU Leuven ont exécuté une étude juridique respectivement empirique concernant l’impact des points clés sur le rapport d’audit afin de développer sur la base des expériences depuis quelques années en Royaume-Uni des guides et des bonnes pratiques pour le reporting sur les points clés dans les EIP belges.
Les résultats de l’étude empirique ont été présentés et discutés lors d’un débat panel et d’une session pratique ayant comme titres respectifs « How informative are extended audit reports, really? » et « Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands » pendant le 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) qui a eu lieu le 29 septembre 2017 à la KU Leuven.
La présente publication couvre en substance les deux études.
Vouchers – Schadevergoedingen – Waarborgen
Dit boek behandelt een deel van de verborgen btw-wetgeving. Een voucher is een bon die een bepaalde waarde heeft voor de houder. De voucher kan gratis uitgedeeld worden (kortingbonnen) of verkocht worden (cadeaubonnen, “belevingsbox”, prepaid telefoonkaart). Het is ook mogelijk om te sparen voor een voucher (via een puntensysteem of zegeltjes). Een voucher kan een fysieke verschijningsvorm hebben of digitaal zijn. Vouchers geven dus recht op een goed, een dienst, een korting op de prijs of een terugbetaling in verband met een levering van een goed of dienst. Maar wanneer is er btw verschuldigd in België? Over een schadevergoeding is geen btw verschuldigd, maar is het zo eenvoudig? Wat bij een inbetalinggeving? Ook de waarborgverplichtingen lijken op het eerste zicht buiten de btw te vallen maar hoe zit het precies met wettelijke waarborgverplichtingen en bijkomende waarborg tijdens en na de periode van de btw-belastingplicht? Het boek analyseert bijzondere topics die tot de verborgen btw-wetgeving kunnen gerekend worden en geeft een praktijkgerichte oplossing binnen een evolutief economisch kader.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Vouchers – Schadevergoedingen – Waarborgen
Dit boek behandelt een deel van de verborgen btw-wetgeving. Een voucher is een bon die een bepaalde waarde heeft voor de houder. De voucher kan gratis uitgedeeld worden (kortingbonnen) of verkocht worden (cadeaubonnen, “belevingsbox”, prepaid telefoonkaart). Het is ook mogelijk om te sparen voor een voucher (via een puntensysteem of zegeltjes). Een voucher kan een fysieke verschijningsvorm hebben of digitaal zijn. Vouchers geven dus recht op een goed, een dienst, een korting op de prijs of een terugbetaling in verband met een levering van een goed of dienst. Maar wanneer is er btw verschuldigd in België? Over een schadevergoeding is geen btw verschuldigd, maar is het zo eenvoudig? Wat bij een inbetalinggeving? Ook de waarborgverplichtingen lijken op het eerste zicht buiten de btw te vallen maar hoe zit het precies met wettelijke waarborgverplichtingen en bijkomende waarborg tijdens en na de periode van de btw-belastingplicht? Het boek analyseert bijzondere topics die tot de verborgen btw-wetgeving kunnen gerekend worden en geeft een praktijkgerichte oplossing binnen een evolutief economisch kader.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/4 (2017)- Changes in policing to improve service delivery
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop and Wim Hardyns
br>
Articles
How to Police a Porous Fortress?
Monica den Boer (1)
Abstract
The purpose of this article is to provide an overview of the way in which the European Union has gradually but steadily built a security architecture based on the control of mobility and borders. Different logics of policing are interwoven in several projects, which are strongly interdependent with technological innovation. Furthermore, the European policing of mobility is primarily performed by mounting surveillance – both inside and beyond European borders – by means of which all forms of movement (transactions, travelling, etc.) are subjected to intensive monitoring by multiple actors who are interlinked through strategies and systems. The main finding is that border policing is shifting in a fundamental way from fixed to fluid, from territorial to virtual, and from physical to technological. Hence, paradoxically, though mobility is strongly promoted as one of the main virtues of the European Union, Europe’s precautionary protection may be at ill-ease with the free movement of people. The article seeks to stimulate the knowledge and debate about deeper shifts in Europe’s security apparatus and develops this from a law enforcement perspective.
Keywords: Europe; borders; security; mobility; technology
(1) Academic Dean at the Police Academy of The Netherlands, Member of the Committee on European Integration of the Advisory Council on International Affairs and Visiting Professor at the College of Europe in Bruges.
Police Science in Germany: History and New Perspectives
Joachim Kersten (1) and Ansgar Burchard (2)
Abstract
In the German speaking academic world Police Science (Polizeiwissenschaft) is a fairly new and little known area of social science. Accordingly, the academic status of police science is anything but firmly established but rather at a ‘hybrid’ stage of development. The very combination of policing and academic study/research seems to remain largely incompatible not only to police managers but also to main stream sociology. German police science differs substantially from the Anglo-American-Australian approach. One main difference pertains to legal traditions, others are due to historical and cultural developments that will be taken up in this descriptive essay. However, Anglo-American-Australian police theories have a lot to offer to German and European police scientists and this will be demonstrated. For a future common approach to an evolving European police science similar descriptions will be required from other European countries to establish a comparative foundation of joint EU police studies. Some of the principal dimensions of such a comparison will be sketched in this essay. It concludes with a presentation of empirically based police studies carried out by instructors and Master students at the newly founded German Police University in Münster. Topics are media coverage of clashes between police and demonstrators, a typology of third party intervention in cases of assault in public places and COREPOL (EU FP7), a comparative security research project aiming at an improvement of police-minority relations through means of restorative justice programs.
Keywords: Police Science in Germany; accountability; YouTube; public relations; Facebook; civil courage; violent assaults
(1) Professor and Head of Department of the Department of Police Science at the German Police University (Germany), DAAD Professor at Northwestern University, and guest professor in Maastricht/NL, in Sydney/Australia, and in Tokyo/Japan.
(2) Senior Researcher for ‘COREPOL’ (EU FP7).
European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/4 (2017)- Changes in policing to improve service delivery
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop and Wim Hardyns
br>
Articles
How to Police a Porous Fortress?
Monica den Boer (1)
Abstract
The purpose of this article is to provide an overview of the way in which the European Union has gradually but steadily built a security architecture based on the control of mobility and borders. Different logics of policing are interwoven in several projects, which are strongly interdependent with technological innovation. Furthermore, the European policing of mobility is primarily performed by mounting surveillance – both inside and beyond European borders – by means of which all forms of movement (transactions, travelling, etc.) are subjected to intensive monitoring by multiple actors who are interlinked through strategies and systems. The main finding is that border policing is shifting in a fundamental way from fixed to fluid, from territorial to virtual, and from physical to technological. Hence, paradoxically, though mobility is strongly promoted as one of the main virtues of the European Union, Europe’s precautionary protection may be at ill-ease with the free movement of people. The article seeks to stimulate the knowledge and debate about deeper shifts in Europe’s security apparatus and develops this from a law enforcement perspective.
Keywords: Europe; borders; security; mobility; technology
(1) Academic Dean at the Police Academy of The Netherlands, Member of the Committee on European Integration of the Advisory Council on International Affairs and Visiting Professor at the College of Europe in Bruges.
Police Science in Germany: History and New Perspectives
Joachim Kersten (1) and Ansgar Burchard (2)
Abstract
In the German speaking academic world Police Science (Polizeiwissenschaft) is a fairly new and little known area of social science. Accordingly, the academic status of police science is anything but firmly established but rather at a ‘hybrid’ stage of development. The very combination of policing and academic study/research seems to remain largely incompatible not only to police managers but also to main stream sociology. German police science differs substantially from the Anglo-American-Australian approach. One main difference pertains to legal traditions, others are due to historical and cultural developments that will be taken up in this descriptive essay. However, Anglo-American-Australian police theories have a lot to offer to German and European police scientists and this will be demonstrated. For a future common approach to an evolving European police science similar descriptions will be required from other European countries to establish a comparative foundation of joint EU police studies. Some of the principal dimensions of such a comparison will be sketched in this essay. It concludes with a presentation of empirically based police studies carried out by instructors and Master students at the newly founded German Police University in Münster. Topics are media coverage of clashes between police and demonstrators, a typology of third party intervention in cases of assault in public places and COREPOL (EU FP7), a comparative security research project aiming at an improvement of police-minority relations through means of restorative justice programs.
Keywords: Police Science in Germany; accountability; YouTube; public relations; Facebook; civil courage; violent assaults
(1) Professor and Head of Department of the Department of Police Science at the German Police University (Germany), DAAD Professor at Northwestern University, and guest professor in Maastricht/NL, in Sydney/Australia, and in Tokyo/Japan.
(2) Senior Researcher for ‘COREPOL’ (EU FP7).
Btw-eetjes. Bouwen en verbouwen
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Btw-eetjes. Bouwen en verbouwen
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
RIDP2017Vol88/issue2 – Prosecuting Corporations for Violations of International Criminal Law: Jurisdictional Issues
This issue is the third milestone on the way to the 20th AIDP World Congressdedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It covers the GeneralReport based on all Country Reports submitted for the International ColloquiumSection IV at the University of Basel on 2-4 June 2017: The volume contains aspecial report on Corporate Criminal Responsibility for Human Rights Violations.Jurisdiction and Reparations’ and national reports of Australia, Finland, France,Germany, Italy, the Netherlands, Russia, Switzerland and the United States. It alsoincludes the resolution adopted by the participants of the Basel colloquium. Othernational reports (Austria, Brazil, China, Spain, Sweden) that have been submittedfor the Section IV are published in the eRIDP.
This volume offers a detailed synopsis of jurisdictional problems and possiblesolutions for viable corporate criminal liability. It illustrates the broad challengesraised by targeting corporations for allegedly causing harm in third countrieswith regard to territory and sovereignty in the age of globalisation. As the UNGuiding Principles on Business and Human Rights of 2011 oblige countries toestablish a legal framework ensuring that corporations respect internationallyprotected legal interests and basic human rights when doing business abroad, itwill have consequences for jurisdictional rules. States shall provide a remedy forvictims of alleged human rights violations by corporate groups, as well as crimesalleged to have occurred in their supply chains if certain conditions are met. Ofparticular interest is the establishment of the link between substantive law andthe application of territorial jurisdiction. Also addressed is the need for potentialenhancement of traditional jurisdictional rules.
RIDP2017Vol88/issue2 – Prosecuting Corporations for Violations of International Criminal Law: Jurisdictional Issues
This issue is the third milestone on the way to the 20th AIDP World Congressdedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It covers the GeneralReport based on all Country Reports submitted for the International ColloquiumSection IV at the University of Basel on 2-4 June 2017: The volume contains aspecial report on Corporate Criminal Responsibility for Human Rights Violations.Jurisdiction and Reparations’ and national reports of Australia, Finland, France,Germany, Italy, the Netherlands, Russia, Switzerland and the United States. It alsoincludes the resolution adopted by the participants of the Basel colloquium. Othernational reports (Austria, Brazil, China, Spain, Sweden) that have been submittedfor the Section IV are published in the eRIDP.
This volume offers a detailed synopsis of jurisdictional problems and possiblesolutions for viable corporate criminal liability. It illustrates the broad challengesraised by targeting corporations for allegedly causing harm in third countrieswith regard to territory and sovereignty in the age of globalisation. As the UNGuiding Principles on Business and Human Rights of 2011 oblige countries toestablish a legal framework ensuring that corporations respect internationallyprotected legal interests and basic human rights when doing business abroad, itwill have consequences for jurisdictional rules. States shall provide a remedy forvictims of alleged human rights violations by corporate groups, as well as crimesalleged to have occurred in their supply chains if certain conditions are met. Ofparticular interest is the establishment of the link between substantive law andthe application of territorial jurisdiction. Also addressed is the need for potentialenhancement of traditional jurisdictional rules.

Bijdragecalculatie en optimaal ondernemingsrendement
Centraal in dit werk staat de behandeling van hoe de techniek van contributiecalculatie ons kan helpen bij het vinden van een te vervaardigen productmix die de winstgevendheid optimaliseert. Hierbij moet bij toepassing van deze techniek altijd rekening worden gehouden met de al of niet aanwezigheid van schaarstefactoren die kunnen optreden bij de productie of verkoop van goederen.
Bij meerdere schaarstefactoren wordt voor het vinden van de optimale oplossing een beroep gedaan op een bekende wiskundige techniek: lineaire programmering. Deze techniek wordt uitgevoerd met Oplosser van Excel. Ten slotte verwerken we het optimaal gevonden contributieresultaat in de operationele rendementsberekening en schenken we aandacht aan de mogelijke invloed die het optimaal productmixresultaat kan hebben op het niveau van de constante kosten, de operationele investeringen en het operationeel rendement. Het werk is bestemd voor het bedrijfsleven, managementconsultants, accountants en het economisch hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef meer dan 31 publicaties die zich situeren in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy. Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Bijdragecalculatie en optimaal ondernemingsrendement
Centraal in dit werk staat de behandeling van hoe de techniek van contributiecalculatie ons kan helpen bij het vinden van een te vervaardigen productmix die de winstgevendheid optimaliseert. Hierbij moet bij toepassing van deze techniek altijd rekening worden gehouden met de al of niet aanwezigheid van schaarstefactoren die kunnen optreden bij de productie of verkoop van goederen.
Bij meerdere schaarstefactoren wordt voor het vinden van de optimale oplossing een beroep gedaan op een bekende wiskundige techniek: lineaire programmering. Deze techniek wordt uitgevoerd met Oplosser van Excel. Ten slotte verwerken we het optimaal gevonden contributieresultaat in de operationele rendementsberekening en schenken we aandacht aan de mogelijke invloed die het optimaal productmixresultaat kan hebben op het niveau van de constante kosten, de operationele investeringen en het operationeel rendement. Het werk is bestemd voor het bedrijfsleven, managementconsultants, accountants en het economisch hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef meer dan 31 publicaties die zich situeren in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy. Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer
Zaken doen met het buitenland brengt heel wat btw-verplichtingen
met zich mee. Dit boek behandelt aan de hand van voorbeelden
de meest in de praktijk voorkomende transacties met
het buitenland. Het gaat hierbij in de eerste plaats om het intracommunautair
handelsverkeer van gewone goederen maar ook
de invoer en uitvoer komen aan bod.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de
contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van
belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire
leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand
maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen
van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen
met installatie of montage.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling vrijgesteld
is of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen
naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG
of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering
en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van
het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek
staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer
Zaken doen met het buitenland brengt heel wat btw-verplichtingen
met zich mee. Dit boek behandelt aan de hand van voorbeelden
de meest in de praktijk voorkomende transacties met
het buitenland. Het gaat hierbij in de eerste plaats om het intracommunautair
handelsverkeer van gewone goederen maar ook
de invoer en uitvoer komen aan bod.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de
contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van
belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire
leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand
maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen
van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen
met installatie of montage.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling vrijgesteld
is of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen
naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG
of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering
en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van
het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek
staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).






European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/2 (dec 2017) – Observing the observers
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop, DominiqueBoels & Wim Hardyns
Articles
Exploring Criminal Investigation PracticesThe Benefits of Analysing Police-GeneratedInvestigation Data
Heidi Fischer Bjelland & Johanne Yttri Dahl
Is Police Culture Echoed in Southern Europe?The Case of Novice Police Constables in Cyprus
Angelo G Constantinou
Too big to fail, too powerful to jail? Aconvenience perspective by private internalinvestigations
Petter Gottschalk
Wasting opportunities – prevention of illicitcross-border waste trafficking
Iina Sahramäki, Serena Favarin, ShannaMehlbaum, Ernesto Savona, Toine Spapens &Terhi Kankaanranta

European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/2 (dec 2017) – Observing the observers
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop, DominiqueBoels & Wim Hardyns
Articles
Exploring Criminal Investigation PracticesThe Benefits of Analysing Police-GeneratedInvestigation Data
Heidi Fischer Bjelland & Johanne Yttri Dahl
Is Police Culture Echoed in Southern Europe?The Case of Novice Police Constables in Cyprus
Angelo G Constantinou
Too big to fail, too powerful to jail? Aconvenience perspective by private internalinvestigations
Petter Gottschalk
Wasting opportunities – prevention of illicitcross-border waste trafficking
Iina Sahramäki, Serena Favarin, ShannaMehlbaum, Ernesto Savona, Toine Spapens &Terhi Kankaanranta
Herinneren en vergeten in de politie – Cahiers Politiestudies CPS nr. 45 / 2017-4
Herinneren en vergeten in de politie – Cahiers Politiestudies CPS nr. 45 / 2017-4
la (CVDW). Liber Amicorum Chris Van den Wyngaert
iN 2017 neemt Chris Van den Wyngaert als buitengewoon hoogleraar afscheid van de Universiteit Antwerpen. Naar aanleiding van haar emeritaat bieden haar collega's en vrienden haar dit Liber Amicorum aan. De onderwerpen van de bijdragen reflecteren de diverse juridische domeinen waarin Chris Van den Wyngaert binnen en buiten de academische wereld haar sporen verdiende. Zij getuigen ook van de grote waardering die in de ruime academische en gerechtelijke wereld voor haar en voor haar werk leeft.
la (CVDW). Liber Amicorum Chris Van den Wyngaert
iN 2017 neemt Chris Van den Wyngaert als buitengewoon hoogleraar afscheid van de Universiteit Antwerpen. Naar aanleiding van haar emeritaat bieden haar collega's en vrienden haar dit Liber Amicorum aan. De onderwerpen van de bijdragen reflecteren de diverse juridische domeinen waarin Chris Van den Wyngaert binnen en buiten de academische wereld haar sporen verdiende. Zij getuigen ook van de grote waardering die in de ruime academische en gerechtelijke wereld voor haar en voor haar werk leeft.
Justitie 2020. Straffen: waarom? hoe?/ Justice 2020. Punir: pourquoi? Comment?
Na de reflectiedag van 24 september 2015 rond Justitie 2020 heeft de federale
overheidsdienst Justitie op 3 maart 2016 een tweede dag georganiseerd,
ditmaal rond de zin, het doel, de diversifi ëring en de uitvoering van stra en.
Dit werk verzamelt de bijdragen aan die dag.
Vooraanstaande wetenschappers gaan dieper in op een aantal van de
cruciale vragen die de straf stelt voor justitie en de rechtzoekende. Plaats
voor de straf in de hedendaagse samenleving? Zingevingen van de straf?
Doelstellingen? Functies? Bijzondere vaststellingen, specifi eke moeilijkheden
en benaderingen in bepaalde domeinen zoals de jeugdbescherming of de
witteboordcriminaliteit? Mogelijke toekomstscenario’s voor het strafbeleid?
A la suite de sa journée de réfl exion du 24 septembre 2015 consacrée à la Justice
à l’horizon 2020, le service public fédéral Justice a organisé, le 3 mars 2016,
une seconde journée, portant cette fois sur le sens, la fi nalité, la diversifi cation
et l’exécution des peines. Le présent ouvrage en réunit les contributions.
Des scientifi ques réputés abordent quelques-unes des questions cruciales que
la peine pose aujourd’hui à la justice et au justiciable. Quelle place pour la
peine dans la société actuelle? Quel sens lui donne-t-on? Quels objectifs?
Quelles fonctions? Quels constats particuliers, quelles di cultés et approches
spécifi ques dans certains domaines comme la protection de la jeunesse ou la
criminalité en col blanc? Quels scénarios de futurs possibles peut-on tracer
pour la politique pénale?
Justitie 2020. Straffen: waarom? hoe?/ Justice 2020. Punir: pourquoi? Comment?
Na de reflectiedag van 24 september 2015 rond Justitie 2020 heeft de federale
overheidsdienst Justitie op 3 maart 2016 een tweede dag georganiseerd,
ditmaal rond de zin, het doel, de diversifi ëring en de uitvoering van stra en.
Dit werk verzamelt de bijdragen aan die dag.
Vooraanstaande wetenschappers gaan dieper in op een aantal van de
cruciale vragen die de straf stelt voor justitie en de rechtzoekende. Plaats
voor de straf in de hedendaagse samenleving? Zingevingen van de straf?
Doelstellingen? Functies? Bijzondere vaststellingen, specifi eke moeilijkheden
en benaderingen in bepaalde domeinen zoals de jeugdbescherming of de
witteboordcriminaliteit? Mogelijke toekomstscenario’s voor het strafbeleid?
A la suite de sa journée de réfl exion du 24 septembre 2015 consacrée à la Justice
à l’horizon 2020, le service public fédéral Justice a organisé, le 3 mars 2016,
une seconde journée, portant cette fois sur le sens, la fi nalité, la diversifi cation
et l’exécution des peines. Le présent ouvrage en réunit les contributions.
Des scientifi ques réputés abordent quelques-unes des questions cruciales que
la peine pose aujourd’hui à la justice et au justiciable. Quelle place pour la
peine dans la société actuelle? Quel sens lui donne-t-on? Quels objectifs?
Quelles fonctions? Quels constats particuliers, quelles di cultés et approches
spécifi ques dans certains domaines comme la protection de la jeunesse ou la
criminalité en col blanc? Quels scénarios de futurs possibles peut-on tracer
pour la politique pénale?


Verslaggeving in de vennootschap Reeks BBB nr. 35
In de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid – de nv, de Comm.VA, de bvba en de cvba – heeft de wetgever veel aandacht besteed aan de verslaggeving van het bestuursorgaan aan de algemene vergadering. Dit boek bespreekt de werking en organisatie van zowel het bestuursorgaan als de algemene vergadering in die vennootschappen. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de verslaggevingsplicht, zowel aan de jaarvergadering als aan de bijzondere of buitengewone algemene vergadering. Het boek bevat ook een hele reeks modellen en nuttige clausules voor het opmaken van de verslagen en notulen of de publicatie ervan, die zeer bruikbaar zijn in de praktijk van de cijferbeoefenaar. Tevens wordt ook ingegaan op een aantal fiscale aspecten van het (niet-)naleven van de verslaggevingsplicht.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fi scaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handelsen Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fi scale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Verslaggeving in de vennootschap Reeks BBB nr. 35
In de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid – de nv, de Comm.VA, de bvba en de cvba – heeft de wetgever veel aandacht besteed aan de verslaggeving van het bestuursorgaan aan de algemene vergadering. Dit boek bespreekt de werking en organisatie van zowel het bestuursorgaan als de algemene vergadering in die vennootschappen. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de verslaggevingsplicht, zowel aan de jaarvergadering als aan de bijzondere of buitengewone algemene vergadering. Het boek bevat ook een hele reeks modellen en nuttige clausules voor het opmaken van de verslagen en notulen of de publicatie ervan, die zeer bruikbaar zijn in de praktijk van de cijferbeoefenaar. Tevens wordt ook ingegaan op een aantal fiscale aspecten van het (niet-)naleven van de verslaggevingsplicht.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fi scaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handelsen Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fi scale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Strafrecht en Strafprocesrecht in Hoofdlijnen (hardcover). 10de editie
Het boek werd voor de tiende editie volledig bijgewerkt tot 1 juli 2017, en telt ruim 1460 blz.
In deze editie is, gewoontegetrouw, getracht om orde te brengen in een materie die steeds minder
overzichtelijk wordt. Streefdoel is de lezer op een begrijpelijke manier te gidsen door deze steeds meer
ondoordringbare doolhof.
Vele hoofdstukken werden grondig geactualiseerd ten gevolge van recente ontwikkelingen in
de rechtspraak en de niet-aflatende stroom van ‘punctuele wijzigingen’ in de wetgeving. Met
name de ‘Potpourriwetten’ (2016) hebben essentiële veranderingen aangebracht die tot snelle
efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk.
‘Het handboek van barones en professor Van den Wyngaert, rechter bij het Internationaal Strafhof
van Den Haag, is reeds negen edities lang de trouwe metgezel voor zowel de rechtenstudent als de
rechtspracticus-penalist.
Met de voorliggende jubileumeditie wordt de kroon op het werk gezet.
De vele wetswijzigingen die het strafrecht en de strafprocedure actueel ondergaan, vergen een
betrouwbare gids om alle evoluties op de voet te kunnen volgen.
In de kenmerkende heldere en overzichtelijke stijl van de auteur, die voortaan wordt bijgestaan
door twee experten-medeauteurs, professor dr. Philip Traest en Eerste substituut-procureur des
Konings Steven Vandromme, wordt de techniciteit van het strafrecht, het strafprocesrecht en het
strafuitvoeringsrecht op een bevattelijke manier ontsloten.
Het oog voor detail en voor de meest recente rechtspraak en rechtsleer verbaast niet.
De titel van het werk suggereert dat het strafrecht in hoofdlijnen wordt besproken. Dat is te
bescheiden…’
Koen Geens, Minister van Justitie
Professor Chris barones Van den Wyngaert doceerde gedurende bijna 25 jaar de vakken strafrecht en strafprocesrecht en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zij heeft talrijke publicaties op het gebied van het nationaal, het internationaal en het vergelijkend strafrecht op haar naam. Zij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en rapporteur voor de International Law Association en de Association internationale de droit pénal. Zij was visiting fellow aan de Universiteit te Cambridge en is honorair hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch. Haar werk werd bekroond met vier eredoctoraten: Universiteit van Uppsala (Zweden, 2001), Vrije Universiteit Brussel (2009), Case Western Reserve University (USA, 2013) en Universiteit Maastricht (2013) en ontving het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap (2017).
Zij was ad hoc-rechter in het Internationaal Gerechtshof (2000-2002) en vervolgens rechter in het Joegoslavië-tribunaal (2003-2009). In 2009 werd zij in New York door de vergadering van Verdragsluitende Partijen bij het Rome-Statuut verkozen tot rechter in het Internationaal Strafhof te Den Haag, voor een mandaat van 9 jaar.
Zij is nu rechter in het Kosovo-tribunaal.
Professor Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering aan de Universiteit Gent, vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht. Hij is tevens advocaat aan de balie te Antwerpen. Hij is licentiaat in de rechten en in de criminologie (Universiteit Gent, resp. 1982 en 1983) en promoveerde in 1992 tot doctor in de rechten met een proefschrift getiteld
“Het bewijs in strafzaken”.
Philip Traest was lid van de Hoge Raad voor de Justitie van 2008 tot 2016. Hij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en is nu lid van de commissie die door de minister van Justitie werd belast met het uitwerken van een voorstel van hervorming van het Wetboek van Strafvordering. Hij is auteur van talrijke publicaties in het domein van het strafrecht en het strafprocesrecht (waaronder het bewijsrecht).
Steven Vandromme is in 2001 afgestudeerd als licentiaat in de Rechten met grote onderscheiding. Hij is sinds 2007 verbonden aan het parket van de procureur des Konings te Antwerpen, nu als eerste substituut. Verder is hij als wetenschappelijk medewerker lid van de Onderzoeksgroep Rechtshandhaving aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talrijke publicaties, o.a. in het Rechtskundig Weekblad, het Tijdschrift voor Strafrecht en de Commentaar Strafrecht en Strafvordering.
Strafrecht en Strafprocesrecht in Hoofdlijnen (hardcover). 10de editie
Het boek werd voor de tiende editie volledig bijgewerkt tot 1 juli 2017, en telt ruim 1460 blz.
In deze editie is, gewoontegetrouw, getracht om orde te brengen in een materie die steeds minder
overzichtelijk wordt. Streefdoel is de lezer op een begrijpelijke manier te gidsen door deze steeds meer
ondoordringbare doolhof.
Vele hoofdstukken werden grondig geactualiseerd ten gevolge van recente ontwikkelingen in
de rechtspraak en de niet-aflatende stroom van ‘punctuele wijzigingen’ in de wetgeving. Met
name de ‘Potpourriwetten’ (2016) hebben essentiële veranderingen aangebracht die tot snelle
efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk.
‘Het handboek van barones en professor Van den Wyngaert, rechter bij het Internationaal Strafhof
van Den Haag, is reeds negen edities lang de trouwe metgezel voor zowel de rechtenstudent als de
rechtspracticus-penalist.
Met de voorliggende jubileumeditie wordt de kroon op het werk gezet.
De vele wetswijzigingen die het strafrecht en de strafprocedure actueel ondergaan, vergen een
betrouwbare gids om alle evoluties op de voet te kunnen volgen.
In de kenmerkende heldere en overzichtelijke stijl van de auteur, die voortaan wordt bijgestaan
door twee experten-medeauteurs, professor dr. Philip Traest en Eerste substituut-procureur des
Konings Steven Vandromme, wordt de techniciteit van het strafrecht, het strafprocesrecht en het
strafuitvoeringsrecht op een bevattelijke manier ontsloten.
Het oog voor detail en voor de meest recente rechtspraak en rechtsleer verbaast niet.
De titel van het werk suggereert dat het strafrecht in hoofdlijnen wordt besproken. Dat is te
bescheiden…’
Koen Geens, Minister van Justitie
Professor Chris barones Van den Wyngaert doceerde gedurende bijna 25 jaar de vakken strafrecht en strafprocesrecht en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zij heeft talrijke publicaties op het gebied van het nationaal, het internationaal en het vergelijkend strafrecht op haar naam. Zij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en rapporteur voor de International Law Association en de Association internationale de droit pénal. Zij was visiting fellow aan de Universiteit te Cambridge en is honorair hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch. Haar werk werd bekroond met vier eredoctoraten: Universiteit van Uppsala (Zweden, 2001), Vrije Universiteit Brussel (2009), Case Western Reserve University (USA, 2013) en Universiteit Maastricht (2013) en ontving het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap (2017).
Zij was ad hoc-rechter in het Internationaal Gerechtshof (2000-2002) en vervolgens rechter in het Joegoslavië-tribunaal (2003-2009). In 2009 werd zij in New York door de vergadering van Verdragsluitende Partijen bij het Rome-Statuut verkozen tot rechter in het Internationaal Strafhof te Den Haag, voor een mandaat van 9 jaar.
Zij is nu rechter in het Kosovo-tribunaal.
Professor Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering aan de Universiteit Gent, vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht. Hij is tevens advocaat aan de balie te Antwerpen. Hij is licentiaat in de rechten en in de criminologie (Universiteit Gent, resp. 1982 en 1983) en promoveerde in 1992 tot doctor in de rechten met een proefschrift getiteld
“Het bewijs in strafzaken”.
Philip Traest was lid van de Hoge Raad voor de Justitie van 2008 tot 2016. Hij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en is nu lid van de commissie die door de minister van Justitie werd belast met het uitwerken van een voorstel van hervorming van het Wetboek van Strafvordering. Hij is auteur van talrijke publicaties in het domein van het strafrecht en het strafprocesrecht (waaronder het bewijsrecht).
Steven Vandromme is in 2001 afgestudeerd als licentiaat in de Rechten met grote onderscheiding. Hij is sinds 2007 verbonden aan het parket van de procureur des Konings te Antwerpen, nu als eerste substituut. Verder is hij als wetenschappelijk medewerker lid van de Onderzoeksgroep Rechtshandhaving aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talrijke publicaties, o.a. in het Rechtskundig Weekblad, het Tijdschrift voor Strafrecht en de Commentaar Strafrecht en Strafvordering.

Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie,ICCI 2017-1
Onderhavig boek behandelt de toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie. Op22 oktober 2014 namen het Europees Parlement en de Raad richtlijn 2014/95/EU met betrekkingtot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaaldeondernemingen en groepen aan. De omzetting gebeurde met de wet van 3 september 2017. Een verklaringvan niet-financiële informatie (NFI) moet worden opgesteld door een organisatie van openbaar belangdie meer dan 500 werknemers tewerkstelt en meer dan 17.000.000 EUR balanstotaal of een omzet vanmeer dan 34.000.000 EUR heeft.
De commissaris gaat na of deze verklaring daadwerkelijk is opgemaakt en opgenomen in het jaarverslagof in een afzonderlijk verslag en of de niet-financiële informatie al dan niet in overeenstemming is met dejaarrekening.
De Global Reporting Initiative (GRI) en de International Integrated Reporting Council (IIRC) vormende belangrijkste internationale standaardsetters qua NFI-rapportering. De NFI-rapportering is eenbelangrijk instrument van communicatie inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat ook aanbod komt in de visie van de financiële analisten als NFI-gebruikers. Onderhavig boek sluit af met deAwards for Best Belgian Sustainability Reports die sinds 1998 door het Instituut van de Bedrijfsrevisorenworden georganiseerd.
Le présent ouvrage traite du futur du reporting concernant l’information non financière. Le Parlement européenet le Conseil ont adopté, en date du 22 octobre 2014, la directive 2014/95/UE en ce qui concerne la publicationd’informations non financières et d’informations relatives à la diversité par certaines grandes entreprises etcertains groupes. La transposition ne fut faite qu’avec la loi du 3 septembre 2017. Une déclaration d’informationnon financière (INF) devra être établie par une entité d’intérêt public qui occupe plus de 500 salariés et a unbilan total de plus de 17.000.000 d’euros ou réalise un chiffre d’affaires de plus de 34.000.000 d’euros.
Le commissaire vérifie si celle-ci a effectivement été établie et reprise dans le rapport de gestion ou dans unrapport distinct et si les informations non financières concordent ou non avec les comptes annuels.
La Global Reporting Initiative (GRI) et l’International Integrated Reporting Council (IIRC) constituentles principaux organismes normatifs internationaux de reporting INF. Ce reporting INF est un instrumentimportant de communication en matière de responsabilité sociétale des entreprises, lequel est égalementabordé dans la vision des analystes financiers comme utilisateurs INF. Le présent ouvrage se conclut par lesAwards for Best Belgian Sustainability Reports qui sont organisés par l’Institut des Réviseurs d’Entreprisesdepuis 1998.

Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie,ICCI 2017-1
Onderhavig boek behandelt de toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie. Op22 oktober 2014 namen het Europees Parlement en de Raad richtlijn 2014/95/EU met betrekkingtot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaaldeondernemingen en groepen aan. De omzetting gebeurde met de wet van 3 september 2017. Een verklaringvan niet-financiële informatie (NFI) moet worden opgesteld door een organisatie van openbaar belangdie meer dan 500 werknemers tewerkstelt en meer dan 17.000.000 EUR balanstotaal of een omzet vanmeer dan 34.000.000 EUR heeft.
De commissaris gaat na of deze verklaring daadwerkelijk is opgemaakt en opgenomen in het jaarverslagof in een afzonderlijk verslag en of de niet-financiële informatie al dan niet in overeenstemming is met dejaarrekening.
De Global Reporting Initiative (GRI) en de International Integrated Reporting Council (IIRC) vormende belangrijkste internationale standaardsetters qua NFI-rapportering. De NFI-rapportering is eenbelangrijk instrument van communicatie inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat ook aanbod komt in de visie van de financiële analisten als NFI-gebruikers. Onderhavig boek sluit af met deAwards for Best Belgian Sustainability Reports die sinds 1998 door het Instituut van de Bedrijfsrevisorenworden georganiseerd.
Le présent ouvrage traite du futur du reporting concernant l’information non financière. Le Parlement européenet le Conseil ont adopté, en date du 22 octobre 2014, la directive 2014/95/UE en ce qui concerne la publicationd’informations non financières et d’informations relatives à la diversité par certaines grandes entreprises etcertains groupes. La transposition ne fut faite qu’avec la loi du 3 septembre 2017. Une déclaration d’informationnon financière (INF) devra être établie par une entité d’intérêt public qui occupe plus de 500 salariés et a unbilan total de plus de 17.000.000 d’euros ou réalise un chiffre d’affaires de plus de 34.000.000 d’euros.
Le commissaire vérifie si celle-ci a effectivement été établie et reprise dans le rapport de gestion ou dans unrapport distinct et si les informations non financières concordent ou non avec les comptes annuels.
La Global Reporting Initiative (GRI) et l’International Integrated Reporting Council (IIRC) constituentles principaux organismes normatifs internationaux de reporting INF. Ce reporting INF est un instrumentimportant de communication en matière de responsabilité sociétale des entreprises, lequel est égalementabordé dans la vision des analystes financiers comme utilisateurs INF. Le présent ouvrage se conclut par lesAwards for Best Belgian Sustainability Reports qui sont organisés par l’Institut des Réviseurs d’Entreprisesdepuis 1998.
Fiscale Procedure,Reeks BBB.Nr 34
Het handboek Fiscale Procedure beoogt voor iedere fiscale en boekhoudkundige
professional een praktische en heldere leidraad te zijn.
De talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer, alsook de uitgebreide
trefwoordenlijst en voorbeeldformulieren, dragen daartoe bij.
De lezer wordt op een gestructureerde manier geleid door de verschillende stappen
van de fiscale procedure die als eindbestemming heeft: een correcte belastingheffing.
Allereerst gaat het boek in op de aangifte, die binnen welbepaalde onderzoekstermijnen
door de administratie kan worden onderzocht, gebruik makende van de haar
toegekende bevoegdheden. Daarna wordt nagegaan wie de bewijslast draagt en hoe
de administratie verder met de belastingplichtige moet communiceren wanneer zij
het niet eens is met zijn aangifte of wanneer de belastingplichtige gewoonweg niet
thuis geeft. Tot slot wordt de aanslagprocedure uitgebreid behandeld. Dit samen met
de verweermogelijkheden waarover de belastingplichtige beschikt wanneer hij de
rekening betwist die hij gepresenteerd kreeg door de administratie.
Frank Vanbiervliet is vennoot bij het advocatenkantoor Laga. Hij is docent fiscale
procedure bij diverse onderwijsinstellingen en beroepsinstanties.
Annick Visschers is eveneens vennoot bij het advocatenkantoor Laga, waar zij aan
het hoofd staat van het “tax controversy”-team.
Fiscale Procedure,Reeks BBB.Nr 34
Het handboek Fiscale Procedure beoogt voor iedere fiscale en boekhoudkundige
professional een praktische en heldere leidraad te zijn.
De talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer, alsook de uitgebreide
trefwoordenlijst en voorbeeldformulieren, dragen daartoe bij.
De lezer wordt op een gestructureerde manier geleid door de verschillende stappen
van de fiscale procedure die als eindbestemming heeft: een correcte belastingheffing.
Allereerst gaat het boek in op de aangifte, die binnen welbepaalde onderzoekstermijnen
door de administratie kan worden onderzocht, gebruik makende van de haar
toegekende bevoegdheden. Daarna wordt nagegaan wie de bewijslast draagt en hoe
de administratie verder met de belastingplichtige moet communiceren wanneer zij
het niet eens is met zijn aangifte of wanneer de belastingplichtige gewoonweg niet
thuis geeft. Tot slot wordt de aanslagprocedure uitgebreid behandeld. Dit samen met
de verweermogelijkheden waarover de belastingplichtige beschikt wanneer hij de
rekening betwist die hij gepresenteerd kreeg door de administratie.
Frank Vanbiervliet is vennoot bij het advocatenkantoor Laga. Hij is docent fiscale
procedure bij diverse onderwijsinstellingen en beroepsinstanties.
Annick Visschers is eveneens vennoot bij het advocatenkantoor Laga, waar zij aan
het hoofd staat van het “tax controversy”-team.


European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/4 (2016)- 5/1 (2017) (ISSN 2034-760x)- Special issue Observing the observers: Etnograhies of the social world of the police
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Wim Hardyns, DominiqueBoels & Lieselot Bisschop
Introduction
Chaim Demarée & Els Enhus
Articles
Storytelling about rural policing – the socialconstruction of a professional identity
Jan Terpstra
Gender expressions, morality and the use ofphysical force by the Argentine police
Sabrina Calandrón
Police culture, talk and action: narratives inethnographic data
Elizabeth R. Turner & Mike Rowe
Danger is also what patrol officers make of it
Chaim Demarée
Interaction practices of patrol and districtpolice officers in contact with the population
Caroline De Man
The racialization of ethnic minority policeofficers and researchers: on positionality and(auto)ethnographic fieldwork
Sinan Çankaya
Perplexing positions:the researcher’s role and ethics in the field
Camille Claeys, Sofie De Kimpe & Els Dumortier

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/4 (2016)- 5/1 (2017) (ISSN 2034-760x)- Special issue Observing the observers: Etnograhies of the social world of the police
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Wim Hardyns, DominiqueBoels & Lieselot Bisschop
Introduction
Chaim Demarée & Els Enhus
Articles
Storytelling about rural policing – the socialconstruction of a professional identity
Jan Terpstra
Gender expressions, morality and the use ofphysical force by the Argentine police
Sabrina Calandrón
Police culture, talk and action: narratives inethnographic data
Elizabeth R. Turner & Mike Rowe
Danger is also what patrol officers make of it
Chaim Demarée
Interaction practices of patrol and districtpolice officers in contact with the population
Caroline De Man
The racialization of ethnic minority policeofficers and researchers: on positionality and(auto)ethnographic fieldwork
Sinan Çankaya
Perplexing positions:the researcher’s role and ethics in the field
Camille Claeys, Sofie De Kimpe & Els Dumortier
Financiële doorlichting van de kleine onderneming,Reeks BBB,Nr33
Financiële doorlichting van de kleine onderneming is geschreven naar aanleiding
van de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in de Belgische
wetgeving. Hierdoor zijn de groottecriteria van de kleine vennootschap gewijzigd en is
een nieuwe kleine vennootschap over de doopvont gehouden: de microvennootschap.
Als gevolg van deze nieuwe wetgeving is er ook een eigen jaarrekeningenmodel voor
de microvennootschap gemaakt en zijn er veranderingen aangebracht aan het model
voor de kleine en grote vennootschap.
Het boek behandelt de analyse en de interpretatie van de financiële documenten
van respectievelijk een kleine industriële vennootschap en van een commerciële
microvennootschap. Daarbij worden de analyseresultaten, waar mogelijk, telkens
vergeleken met sectoriële referentiewaarden.
Tot nog toe was er geen boek dat specifiek handelde over de financiële analyse
van de jaarrekening van kleine ondernemingen. Het is uitermate geschikt voor de
boekhoudkundige beroepsbeoefenaars, financiële analisten en bedrijfsconsultants,
het bedrijfsleven en het hoger economisch onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel
management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige
expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte
ook jarenlang als partner in een management-vennootschap die belangrijke
investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij
diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken
als statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse,
beleggingsleer en bedrijfseconomie. Hij schreef meer dan dertig publicaties op het
domein van toegepaste wiskunde, financieel management en accountancy. Hij was
meer dan twintig jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de
Accountants en Belastingconsulenten.
Financiële doorlichting van de kleine onderneming,Reeks BBB,Nr33
Financiële doorlichting van de kleine onderneming is geschreven naar aanleiding
van de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in de Belgische
wetgeving. Hierdoor zijn de groottecriteria van de kleine vennootschap gewijzigd en is
een nieuwe kleine vennootschap over de doopvont gehouden: de microvennootschap.
Als gevolg van deze nieuwe wetgeving is er ook een eigen jaarrekeningenmodel voor
de microvennootschap gemaakt en zijn er veranderingen aangebracht aan het model
voor de kleine en grote vennootschap.
Het boek behandelt de analyse en de interpretatie van de financiële documenten
van respectievelijk een kleine industriële vennootschap en van een commerciële
microvennootschap. Daarbij worden de analyseresultaten, waar mogelijk, telkens
vergeleken met sectoriële referentiewaarden.
Tot nog toe was er geen boek dat specifiek handelde over de financiële analyse
van de jaarrekening van kleine ondernemingen. Het is uitermate geschikt voor de
boekhoudkundige beroepsbeoefenaars, financiële analisten en bedrijfsconsultants,
het bedrijfsleven en het hoger economisch onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel
management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige
expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte
ook jarenlang als partner in een management-vennootschap die belangrijke
investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij
diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken
als statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse,
beleggingsleer en bedrijfseconomie. Hij schreef meer dan dertig publicaties op het
domein van toegepaste wiskunde, financieel management en accountancy. Hij was
meer dan twintig jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de
Accountants en Belastingconsulenten.

Strafrecht & strafprocesrecht voor bachelors, deel 1 – 10de herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.

Strafrecht & strafprocesrecht voor bachelors, deel 1 – 10de herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Jihadi’s in België
Op 22 maart 2016 ontploften bommen op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek. Dit was het culminatiepunt van een lange voorgeschiedenis van 25 jaar. Dit boek biedt een unieke reconstructie van deze tijdsperiode. Tot op heden ontbrak dit helikopterzicht op het jihadisme in ons land. Dit boek schetst het verhaal van geopolitieke gebeurtenissen die van “jongens van bij ons” handpoppen maakten van de transnationale politieke scène, die hen misbruikte en offerde voor heel andere doeleinden dan deze waarin zij “geloofden”. Het is de geschiedenis van de gestage uitbouw van het jihadistisch gedachtegoed in ons land, van talrijke rekruteringscirkels, propagandadispositieven, logistieke netwerken, financieringsstromen, van de gang naar Syrië en van “returnees” naar België. Bommen komen niet uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van deze diverse fasen die het jihadisme in ons land doorliep.
Deze reconstructie geeft een breed lezerspubliek inzicht in deze historie, waarin een aantal protagonisten als een rode draad telkens weer opduiken en terug uit het blikveld verdwijnen, om na verloop van tijd opnieuw te verschijnen. Tal van details krijgen hun plaats in dit geheel en worden verduidelijkt in dit overzicht, met diverse mondiale uitlopers, die telkens ook terug verwijzen naar ons land. Het is daarom een treffende schets van de historische continuïteit die verborgen gaat achter de aaneenschakeling van talloze “faits divers” die het Belgisch terreurfenomeen omgeven.
Het boek is voorzien van een uitvoerige bibliografie en een handzaam naamregister, waarmee geïnteresseerde lezers verder aan de slag kunnen. Een must voor al diegenen die inzicht willen ontwikkelen over de “route naar Zaventem en Maalbeek”.
Paul Ponsaers is emeritus hoogleraar Criminele Sociologie aan de Gentse Universiteit, auteur van tal van publicaties over extreemrechts terrorisme en jihadisme. Dit boek is geen wetenschappelijke dissertatie. Hij neemt de lezer als gewezen journalist mee op een vreemde, hallucinante tocht.
Jihadi’s in België
Op 22 maart 2016 ontploften bommen op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek. Dit was het culminatiepunt van een lange voorgeschiedenis van 25 jaar. Dit boek biedt een unieke reconstructie van deze tijdsperiode. Tot op heden ontbrak dit helikopterzicht op het jihadisme in ons land. Dit boek schetst het verhaal van geopolitieke gebeurtenissen die van “jongens van bij ons” handpoppen maakten van de transnationale politieke scène, die hen misbruikte en offerde voor heel andere doeleinden dan deze waarin zij “geloofden”. Het is de geschiedenis van de gestage uitbouw van het jihadistisch gedachtegoed in ons land, van talrijke rekruteringscirkels, propagandadispositieven, logistieke netwerken, financieringsstromen, van de gang naar Syrië en van “returnees” naar België. Bommen komen niet uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van deze diverse fasen die het jihadisme in ons land doorliep.
Deze reconstructie geeft een breed lezerspubliek inzicht in deze historie, waarin een aantal protagonisten als een rode draad telkens weer opduiken en terug uit het blikveld verdwijnen, om na verloop van tijd opnieuw te verschijnen. Tal van details krijgen hun plaats in dit geheel en worden verduidelijkt in dit overzicht, met diverse mondiale uitlopers, die telkens ook terug verwijzen naar ons land. Het is daarom een treffende schets van de historische continuïteit die verborgen gaat achter de aaneenschakeling van talloze “faits divers” die het Belgisch terreurfenomeen omgeven.
Het boek is voorzien van een uitvoerige bibliografie en een handzaam naamregister, waarmee geïnteresseerde lezers verder aan de slag kunnen. Een must voor al diegenen die inzicht willen ontwikkelen over de “route naar Zaventem en Maalbeek”.
Paul Ponsaers is emeritus hoogleraar Criminele Sociologie aan de Gentse Universiteit, auteur van tal van publicaties over extreemrechts terrorisme en jihadisme. Dit boek is geen wetenschappelijke dissertatie. Hij neemt de lezer als gewezen journalist mee op een vreemde, hallucinante tocht.


Vervloeiing interne en externe veiligheid (CPS 2017 – 3, nr. 44)
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Dit Cahier gaat dieper in op de wijze waarop internationale politiesamenwerking in toenemende mate vorm wordt gegeven. Deze internationale inzet is van oudsher een specialisme dat minder aandacht krijgt dan de lokale en nationale oriëntatie van de politie. De vraag is of dit door de huidige veiligheidsontwikkelingen nog gerechtvaardigd is.
In het bijzonder de vervloeiing van binnenlandse en buitenlandse veiligheid roept de vraag op of een organisatorisch onderscheid tussen binnen- en buitenland nog voldoet. Wat betekent dit voor (post-)conflict regio’s of voor de opbouw van nieuwe democratieën? Hebben private organisaties hier al dan niet een plaats in? Deze vervloeiing wordt in dit Cahier geduid en de consequenties daarvan voor de politie beschouwd.
Vervloeiing interne en externe veiligheid (CPS 2017 – 3, nr. 44)
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Dit Cahier gaat dieper in op de wijze waarop internationale politiesamenwerking in toenemende mate vorm wordt gegeven. Deze internationale inzet is van oudsher een specialisme dat minder aandacht krijgt dan de lokale en nationale oriëntatie van de politie. De vraag is of dit door de huidige veiligheidsontwikkelingen nog gerechtvaardigd is.
In het bijzonder de vervloeiing van binnenlandse en buitenlandse veiligheid roept de vraag op of een organisatorisch onderscheid tussen binnen- en buitenland nog voldoet. Wat betekent dit voor (post-)conflict regio’s of voor de opbouw van nieuwe democratieën? Hebben private organisaties hier al dan niet een plaats in? Deze vervloeiing wordt in dit Cahier geduid en de consequenties daarvan voor de politie beschouwd.


RIDP2016Vol87/issue2 – Food Regulation and Criminal Justice
This issue is the first milestone on the way to the XXth AIDP World Congress dedica-ted to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together key proceedings of the International Colloquium on ‘Food Regulation and Criminal Justice’, organised by the Chinese group of the AIPD in Beijing on September 23rd-26th, 2016.
The volume contains the resolutions adopted in Beijing, the general report, four transversal articles, and several national reports. It offers a broad overview of the main challenges raised by contemporary food regulation, as well as various responses provided by criminal law around the globe. The contributions deal with issues concerning food security, food safety, and food fraud. They pay particular attention to the international dimension, the interaction with administrative enforcement mechanisms, and the increasing relevance of self-regulation.
Adan Nieto Martín is a Professor at the Institute of European and International Criminal Law in Castilla la Mancha University.
Ligeia Quackelbeen is the editorial secretary of the RIDP and academic assistant (PhD researcher) at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).
Michele Simonato is a post-doctoral researcher at the Utrecht centre for regulation and enforcement in Europe (RENFORCE), Utrecht University.

RIDP2016Vol87/issue2 – Food Regulation and Criminal Justice
This issue is the first milestone on the way to the XXth AIDP World Congress dedica-ted to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together key proceedings of the International Colloquium on ‘Food Regulation and Criminal Justice’, organised by the Chinese group of the AIPD in Beijing on September 23rd-26th, 2016.
The volume contains the resolutions adopted in Beijing, the general report, four transversal articles, and several national reports. It offers a broad overview of the main challenges raised by contemporary food regulation, as well as various responses provided by criminal law around the globe. The contributions deal with issues concerning food security, food safety, and food fraud. They pay particular attention to the international dimension, the interaction with administrative enforcement mechanisms, and the increasing relevance of self-regulation.
Adan Nieto Martín is a Professor at the Institute of European and International Criminal Law in Castilla la Mancha University.
Ligeia Quackelbeen is the editorial secretary of the RIDP and academic assistant (PhD researcher) at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).
Michele Simonato is a post-doctoral researcher at the Utrecht centre for regulation and enforcement in Europe (RENFORCE), Utrecht University.

Essential texts on international and European criminal law (9th edition)
This volume comprises the principal policy documents and multilateral legal instruments on international and European criminal law, with a special focus on Europol and Eurojust as well as on initiatives aimed at combating international or organized crime or terrorism. The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within which they were drawn up: either Prüm, the European Union (comprising also Schengen-related texts), the Council of Europe or the United Nations.
It is meant to provide students as well as practitioners (judicial and law enforcement authorities, lawyers, researchers, ...) throughout Europe with an accurate, up-to-date edition of essential texts on these matters.
Gert Vermeulen is professor of Criminal Law and director at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) Ghent University, Belgium.

Essential texts on international and European criminal law (9th edition)
This volume comprises the principal policy documents and multilateral legal instruments on international and European criminal law, with a special focus on Europol and Eurojust as well as on initiatives aimed at combating international or organized crime or terrorism. The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within which they were drawn up: either Prüm, the European Union (comprising also Schengen-related texts), the Council of Europe or the United Nations.
It is meant to provide students as well as practitioners (judicial and law enforcement authorities, lawyers, researchers, ...) throughout Europe with an accurate, up-to-date edition of essential texts on these matters.
Gert Vermeulen is professor of Criminal Law and director at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) Ghent University, Belgium.
Justitie 2020 : Uitdagingen voor de toekomst
Deze uitgave bevat de bijdragen van de reflectiedag die de Federale
Overheidsdienst Justitie op 24 september 2015 heeft gewijd aan de toekomst
van justitie, in de verschillende betekenissen van het woord: justitie als waarde,
als organisatie en als proces.
Vooraanstaande auteurs beschouwen elk een aspect van deze vragen en gaan
dieper in op een aantal van de voornaamste uitdagingen voor justitie en de
rechtzoekende tegen 2020, zoals het gegeven dat het recht en het rechtsstelsel
menselijk en toegankelijk moeten blijven, de toenemende bekommernissen
om de beheersaspecten en de nieuwe vraagstukken die dat oplevert voor het
gerechtelijk apparaat, voor de maatschappelijke opdracht daarvan en voor de
professionals op het vlak van justitie, de cruciale rol van de informatisering en
de internationalisering van het recht.
Cet ouvrage rassemble les contributions de la journée de réflexion que le
Service public fédéral Justice a consacrée, le 24 septembre 2015, à l’avenir de
la justice dans les différentes acceptions du terme : la justice comme valeur,
comme organisation et comme processus.
Des personnalités de haut niveau envisageant chacune un aspect de ces
questions ont été réunies pour approfondir une série d’enjeux essentiels pour
la justice et le justiciable à l’horizon 2020, tels que la nécessité pour le droit et le
système judiciaire de demeurer humains et accessibles, l’affirmation croissante
des préoccupations gestionnaires et les questions nouvelles que cela pose à
l’institution judiciaire, à sa mission sociétale et aux professionnels de la justice,
le rôle crucial de l’informatisation et de l’internationalisation du droit.
Justitie 2020 : Uitdagingen voor de toekomst
Deze uitgave bevat de bijdragen van de reflectiedag die de Federale
Overheidsdienst Justitie op 24 september 2015 heeft gewijd aan de toekomst
van justitie, in de verschillende betekenissen van het woord: justitie als waarde,
als organisatie en als proces.
Vooraanstaande auteurs beschouwen elk een aspect van deze vragen en gaan
dieper in op een aantal van de voornaamste uitdagingen voor justitie en de
rechtzoekende tegen 2020, zoals het gegeven dat het recht en het rechtsstelsel
menselijk en toegankelijk moeten blijven, de toenemende bekommernissen
om de beheersaspecten en de nieuwe vraagstukken die dat oplevert voor het
gerechtelijk apparaat, voor de maatschappelijke opdracht daarvan en voor de
professionals op het vlak van justitie, de cruciale rol van de informatisering en
de internationalisering van het recht.
Cet ouvrage rassemble les contributions de la journée de réflexion que le
Service public fédéral Justice a consacrée, le 24 septembre 2015, à l’avenir de
la justice dans les différentes acceptions du terme : la justice comme valeur,
comme organisation et comme processus.
Des personnalités de haut niveau envisageant chacune un aspect de ces
questions ont été réunies pour approfondir une série d’enjeux essentiels pour
la justice et le justiciable à l’horizon 2020, tels que la nécessité pour le droit et le
système judiciaire de demeurer humains et accessibles, l’affirmation croissante
des préoccupations gestionnaires et les questions nouvelles que cela pose à
l’institution judiciaire, à sa mission sociétale et aux professionnels de la justice,
le rôle crucial de l’informatisation et de l’internationalisation du droit.
Handboek Personenbelasting 2017 – 7de herziene uitgave BBB nr.1
Het Handboek Personenbelasting is een leidraad door de complexe materie van de Belgische personenbelasting. Het naslagwerk richt zich op de eerste plaats tot de professional die zich toelegt op het invullen van de aangifte in de personenbelasting en het oplossen van concrete knelpunten ter zake. Het werk is stevig onderbouwd. Voortdurend een evenwicht indachtig tussen volledigheid en praktijk, werden relevante parlementaire vragen, rechtspraak en rulings, wetswijzigingen en circulaires met hun precieze inwerkingtreding in het naslagwerk verwerkt. Steeds meer duiken immers interpretatievragen op, waarop het antwoord niet meteen terug te vinden is in de wettekst.
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Deze 7de uitgave is geactualiseerd tot 15.04.2017.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 114,75 in plaats van € 135,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Filip Vandenberghe is adviseur – diensthoofd bij de FOD Financiën en ruim tien jaar docent fiscaliteit, onder meer aan de Brugge Business School (postgraduaat Fiscale Wetenschappen). Via colleges en seminars voor verschillende beroepsverenigingen, houdt hij nauwgezet de vinger aan de pols i.v.m. de laatste ontwikkelingen en vragen die bij praktijkmensen leven.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Handboek Personenbelasting 2017 – 7de herziene uitgave BBB nr.1
Het Handboek Personenbelasting is een leidraad door de complexe materie van de Belgische personenbelasting. Het naslagwerk richt zich op de eerste plaats tot de professional die zich toelegt op het invullen van de aangifte in de personenbelasting en het oplossen van concrete knelpunten ter zake. Het werk is stevig onderbouwd. Voortdurend een evenwicht indachtig tussen volledigheid en praktijk, werden relevante parlementaire vragen, rechtspraak en rulings, wetswijzigingen en circulaires met hun precieze inwerkingtreding in het naslagwerk verwerkt. Steeds meer duiken immers interpretatievragen op, waarop het antwoord niet meteen terug te vinden is in de wettekst.
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Deze 7de uitgave is geactualiseerd tot 15.04.2017.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 114,75 in plaats van € 135,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Filip Vandenberghe is adviseur – diensthoofd bij de FOD Financiën en ruim tien jaar docent fiscaliteit, onder meer aan de Brugge Business School (postgraduaat Fiscale Wetenschappen). Via colleges en seminars voor verschillende beroepsverenigingen, houdt hij nauwgezet de vinger aan de pols i.v.m. de laatste ontwikkelingen en vragen die bij praktijkmensen leven.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen


Eigenrichting (CPS 2017 – 2, nr. 43)
Rechtshandhaving is de verantwoordelijkheid van de overheid. Het ‘sociaal contract’ biedt overheidsbescherming aan burgers in ruil voor coöperatie aan de democratische samenleving. Dit monopolie leidt tot een verbod op eigenrichting: burgers mogen het heft niet in eigen handen nemen. In de democratische samenleving is dit immers niet gewenst en streng gereglementeerd.
Sinds enkele decennia wordt er in het kader van zelfredzaamheid echter een gedeelte terug gelegd bij de burger, en is het omgaan met eigenrichting aan herijking toe is. Een tweede evolutie betreft de culturele eigenrichting. Het gaat hier om migrantengroepen die er concurrerende waarden- en normensystemen op na houden en wensen dat de rechtshandhaving plaatsvindt volgens geheel andere normen dan deze in het gastland. In welke mate kan afwijkende rechtshandhaving een plaats vinden in de democratische samenleving? Op deze vragen biedt dit Cahier antwoorden.
Eigenrichting (CPS 2017 – 2, nr. 43)
Rechtshandhaving is de verantwoordelijkheid van de overheid. Het ‘sociaal contract’ biedt overheidsbescherming aan burgers in ruil voor coöperatie aan de democratische samenleving. Dit monopolie leidt tot een verbod op eigenrichting: burgers mogen het heft niet in eigen handen nemen. In de democratische samenleving is dit immers niet gewenst en streng gereglementeerd.
Sinds enkele decennia wordt er in het kader van zelfredzaamheid echter een gedeelte terug gelegd bij de burger, en is het omgaan met eigenrichting aan herijking toe is. Een tweede evolutie betreft de culturele eigenrichting. Het gaat hier om migrantengroepen die er concurrerende waarden- en normensystemen op na houden en wensen dat de rechtshandhaving plaatsvindt volgens geheel andere normen dan deze in het gastland. In welke mate kan afwijkende rechtshandhaving een plaats vinden in de democratische samenleving? Op deze vragen biedt dit Cahier antwoorden.
Aangifte vennootschapsbelasting 2017 (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 3)
Deze publicatie geeft een grondige bespreking van de vennootschapsbelasting aan de hand van het aangifteformulier. De keuze om de materie te benaderen vanuit de technische benadering (de zogenaamde acht bewerkingen) is ingegeven door de vaststelling dat men in de meeste gevallen in eerste instantie in aanmerking komt met de vennootschapsbelasting via het aangifteformulier.
Eerst wordt het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting onderzocht, waarna de verschillende vakken van de aangifte grondig worden uitgediept. Hierin wordt de nodige aandacht besteed aan de interactie met het boekhoudrecht en boekhoudtechniek. Een goed inzicht in deze materies is een conditio sine qua non voor een goed begrip van de vennootschapsbelasting. Waar nodig voor een goed begrip van de materie, wordt tevens kort ingegaan op de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en het vennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezen naar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaalde problemen.
Door deze unieke aanpak, is het boek veel meer dan een traditionele belastingalmanak – die traditioneel slechts beperkt wordt geconsulteerd – maar kan het boek het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundig beroep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ook een zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een nieuwe, bijgewerkte, versie. Met het abonnement ontvangt u automatisch de nieuwe versie zodra deze verschijnt en profiteert u van het voordelige tarief van € 114,75 in plaats van € 135,- voor een enkel exemplaar.
Philippe Salens en Christ Taghon zijn zaakvoerder van het kantoor Cnockaert & Salens. Dit kantoor legt zich toe op het verstrekken van fiscaal en juridisch advies aan ondernemingen, hun bedrijfsleiders en aandeelhouders en hun raadgevers (boekhouders, accountants, advocaten, notarissen, ...).
Aangifte vennootschapsbelasting 2017 (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 3)
Deze publicatie geeft een grondige bespreking van de vennootschapsbelasting aan de hand van het aangifteformulier. De keuze om de materie te benaderen vanuit de technische benadering (de zogenaamde acht bewerkingen) is ingegeven door de vaststelling dat men in de meeste gevallen in eerste instantie in aanmerking komt met de vennootschapsbelasting via het aangifteformulier.
Eerst wordt het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting onderzocht, waarna de verschillende vakken van de aangifte grondig worden uitgediept. Hierin wordt de nodige aandacht besteed aan de interactie met het boekhoudrecht en boekhoudtechniek. Een goed inzicht in deze materies is een conditio sine qua non voor een goed begrip van de vennootschapsbelasting. Waar nodig voor een goed begrip van de materie, wordt tevens kort ingegaan op de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en het vennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezen naar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaalde problemen.
Door deze unieke aanpak, is het boek veel meer dan een traditionele belastingalmanak – die traditioneel slechts beperkt wordt geconsulteerd – maar kan het boek het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundig beroep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ook een zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een nieuwe, bijgewerkte, versie. Met het abonnement ontvangt u automatisch de nieuwe versie zodra deze verschijnt en profiteert u van het voordelige tarief van € 114,75 in plaats van € 135,- voor een enkel exemplaar.
Philippe Salens en Christ Taghon zijn zaakvoerder van het kantoor Cnockaert & Salens. Dit kantoor legt zich toe op het verstrekken van fiscaal en juridisch advies aan ondernemingen, hun bedrijfsleiders en aandeelhouders en hun raadgevers (boekhouders, accountants, advocaten, notarissen, ...).

Recht in beweging – 24ste VRG Alumnidag 2017
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 24ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 21 april 2017 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 24ste VRG Alumnidag 2017
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 24ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 21 april 2017 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.

Abonnement Cahiers Politiestudies (CPS) – 2017 (4 publicaties per jaar)
De Cahiers Politiestudies is een kwartaalreeks die zich richt op hoogstaande, kwalitatieve bijdragen over politiële vraagstukken en fenomenen die de politie interesseren.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimesterieel (4 themanummers per jaar). Een jaarabonnement kost € 115,- (excl. verzendkosten). Een abonnement kan jaarlijks worden opgezegd vóór 1 december van de lopende jaargang.
De kwartaalreeks is multidisciplinair opgezet, waarbij criminologie een prominente plaats krijgt naast andere disciplines. In deze reeks vinden, naast Nederlandstalige publicaties, ook Engelstalige bijdragen hun plaats. De reeks wordt begeleid door een internationale redactieraad. De redactieraad waakt over de kwaliteit van de ingediende manuscripten dankzij een internationale double blind peerreview-procedure en ontwikkelt een proactief beleid met het oog op het samenstellen van thematische volumes. Daartoe worden gasteditoren in België en Nederland aangezocht.
Doelgroep
Zowel wetenschappers (academici, beleidsondersteunende onderzoekers, opleidingscentra en bibliotheken) als practici afkomstig uit politie, justitie en belendende domeinen vinden hier een forum. Na vijf jaar werking zijn de Cahiers Politiestudies uitgegroeid tot betekenisvolle thematische naslagwerken, met zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdragen die voor de politie en voor ruimere beroepskringen en academici een onmisbaar instrument zijn. Een instrument dat een degelijk en professioneel overzicht biedt over een eigentijds thema.
Folder
Voorbije nummers
- Cahier 45: Herinneren en vergeten in de politie
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 44: Vervloeiing interne en externe veiligheid
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 43: Eigenrichting
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 42: Aanpak van gewelddadige radicalisering
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 41: Meten is weten
E. Devroe, E. De Raedt, H. Elffers, D. Schaap (red.) - Cahier 40: Politie en gezondheidszorg
L.G. Moor, W. Vanderplasschen, A. van Dijk (eds.) - Cahier 39: Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit
A. Verhage, A. Jorissen, R. Prins, J. Jaspers (eds.) - Cahier 38: Groene criminologie en veiligheidszorg
J. Janssen, T. Boekhout van Solinge, L. Bisschop, P. De Baets (eds.) - Cahier 37: Verantwoording en politie
J. Terpstra, A. Duchatelet, J. Janssens, D. Van Ryckeghem & P. Versteegh (eds.) - Cahier 36: Outsourcing policing
P. Ponsaers, E. De Raedt, L. Wondergem & L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 35: Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie
L. Gunther Moor, J. Janssen, M. Easton & A. Verhage (eds.) - Cahier 34: Jongeren en politie
S. De Kimpe, J. Noorda & H. Ferwerda (eds.) - Cahier 33: De toekomst van de politie
E. Devroe, K. van der Vijver, W. Hardyns & A. van Dijk (eds.) - Cahier 32: Democratische politie
M. De Waele, B. van Stokkom, T. Kansil & H. Berkmoes (eds.) - Cahier 31: Het gezag van de politie
L. Gunther Moor, P. Ponsaers, M. de Vries & M. Easton - Cahier 30: Politie en haar maatschappelijke partners
P. Ponsaers, L. Gunther Moor, W. D''haese, M. Eysink Smeets (eds.) - Cahier 29: Illegale en informele economie
D. Boels, L. Bisschop, E. Kleemans, K. van der Vijver (eds.) - Cahier 28: Vernieuwing in de opsporing
P. Ponsaers, J. Terpstra, C. De Poot, M. Bockstaele, L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 27: Mensenrechten en politie
J. Noppe, V. Pashley, P. De Hert, W. Huisman (eds.) - Cahier 26: Schaalveranderingen
E. Devroe, P. Ponsaers, M. Easton, L. Cachet, G. Meershoek (eds.) - Cahier 25: Tides and currents in police theories
E. Devroe, P. Ponsaers, L. Gunther Moor, J. Greene, L. Skinns, L. Bisschop, A. Verhage, M. Bacon (eds.) - Cahier 24: Integriteit en deontologie
A. De Schrijver, E. Kolthoff, K. Lasthuizen, P. Van Parys, E. Devroe (eds.) - Cahier 23: Geweld en politie
Gerwinde Vynckier, Willem de Haan, Otto Adang, Franky Goossens (eds.) - Cahier 22: Professionalisering en socialisatie
S. de Kimpe, L.G. Moor, F. Vlek, P. van Reenen (eds.) - Cahier 21: Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek
L. Smets, J. De Kinder, L.G. Moor (eds.) - Cahier 20: Technology-led policing
E. De Pauw, P. Ponsaers, K. van der Vijver, W. Bruggeman, P. Deelman (eds.) - Cahier 19: Burgerparticipatie
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 18: Social disorder
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 17: Evidence based policing
E. De Wree, E. Devroe, W. Broer & P. van der Laan (eds.) - Cahier 16: Policing in Europe
A. Verhage, P. Deelman, E. Muylaert, J. Terpstra & P. Van Parys (eds.) - Cahier 15: Policing multiple communities
F. Bovenkerk, M. Easton, L.G. Moor & P. Ponsaers (eds.) - Cahier 14: Politieleiderschap
L. Bisschop, K. Buijnink, S. De Kimpe & M. Noordegraaf (eds.) - Cahier 13: Wat doet de politie?
I. Verwee, E. Hendrickx & F. Vlek (eds.) - Cahier 12: De relatie in de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank
M. Vanderhallen, G. Vervaeke & E. Jaspaert (eds.) - Cahier 11: Restorative policing
L.G. Moor, T. Peters, P. Ponsaers, J. Shapland, B. van Stokkom (eds.) - Cahier 10: Politionele bestuurlijke informatiestromen
G. Vynckier, M. Easton, S. De Kimpe (eds.)

Abonnement Cahiers Politiestudies (CPS) – 2017 (4 publicaties per jaar)
De Cahiers Politiestudies is een kwartaalreeks die zich richt op hoogstaande, kwalitatieve bijdragen over politiële vraagstukken en fenomenen die de politie interesseren.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimesterieel (4 themanummers per jaar). Een jaarabonnement kost € 115,- (excl. verzendkosten). Een abonnement kan jaarlijks worden opgezegd vóór 1 december van de lopende jaargang.
De kwartaalreeks is multidisciplinair opgezet, waarbij criminologie een prominente plaats krijgt naast andere disciplines. In deze reeks vinden, naast Nederlandstalige publicaties, ook Engelstalige bijdragen hun plaats. De reeks wordt begeleid door een internationale redactieraad. De redactieraad waakt over de kwaliteit van de ingediende manuscripten dankzij een internationale double blind peerreview-procedure en ontwikkelt een proactief beleid met het oog op het samenstellen van thematische volumes. Daartoe worden gasteditoren in België en Nederland aangezocht.
Doelgroep
Zowel wetenschappers (academici, beleidsondersteunende onderzoekers, opleidingscentra en bibliotheken) als practici afkomstig uit politie, justitie en belendende domeinen vinden hier een forum. Na vijf jaar werking zijn de Cahiers Politiestudies uitgegroeid tot betekenisvolle thematische naslagwerken, met zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdragen die voor de politie en voor ruimere beroepskringen en academici een onmisbaar instrument zijn. Een instrument dat een degelijk en professioneel overzicht biedt over een eigentijds thema.
Folder
Voorbije nummers
- Cahier 45: Herinneren en vergeten in de politie
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 44: Vervloeiing interne en externe veiligheid
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 43: Eigenrichting
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 42: Aanpak van gewelddadige radicalisering
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 41: Meten is weten
E. Devroe, E. De Raedt, H. Elffers, D. Schaap (red.) - Cahier 40: Politie en gezondheidszorg
L.G. Moor, W. Vanderplasschen, A. van Dijk (eds.) - Cahier 39: Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit
A. Verhage, A. Jorissen, R. Prins, J. Jaspers (eds.) - Cahier 38: Groene criminologie en veiligheidszorg
J. Janssen, T. Boekhout van Solinge, L. Bisschop, P. De Baets (eds.) - Cahier 37: Verantwoording en politie
J. Terpstra, A. Duchatelet, J. Janssens, D. Van Ryckeghem & P. Versteegh (eds.) - Cahier 36: Outsourcing policing
P. Ponsaers, E. De Raedt, L. Wondergem & L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 35: Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie
L. Gunther Moor, J. Janssen, M. Easton & A. Verhage (eds.) - Cahier 34: Jongeren en politie
S. De Kimpe, J. Noorda & H. Ferwerda (eds.) - Cahier 33: De toekomst van de politie
E. Devroe, K. van der Vijver, W. Hardyns & A. van Dijk (eds.) - Cahier 32: Democratische politie
M. De Waele, B. van Stokkom, T. Kansil & H. Berkmoes (eds.) - Cahier 31: Het gezag van de politie
L. Gunther Moor, P. Ponsaers, M. de Vries & M. Easton - Cahier 30: Politie en haar maatschappelijke partners
P. Ponsaers, L. Gunther Moor, W. D''haese, M. Eysink Smeets (eds.) - Cahier 29: Illegale en informele economie
D. Boels, L. Bisschop, E. Kleemans, K. van der Vijver (eds.) - Cahier 28: Vernieuwing in de opsporing
P. Ponsaers, J. Terpstra, C. De Poot, M. Bockstaele, L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 27: Mensenrechten en politie
J. Noppe, V. Pashley, P. De Hert, W. Huisman (eds.) - Cahier 26: Schaalveranderingen
E. Devroe, P. Ponsaers, M. Easton, L. Cachet, G. Meershoek (eds.) - Cahier 25: Tides and currents in police theories
E. Devroe, P. Ponsaers, L. Gunther Moor, J. Greene, L. Skinns, L. Bisschop, A. Verhage, M. Bacon (eds.) - Cahier 24: Integriteit en deontologie
A. De Schrijver, E. Kolthoff, K. Lasthuizen, P. Van Parys, E. Devroe (eds.) - Cahier 23: Geweld en politie
Gerwinde Vynckier, Willem de Haan, Otto Adang, Franky Goossens (eds.) - Cahier 22: Professionalisering en socialisatie
S. de Kimpe, L.G. Moor, F. Vlek, P. van Reenen (eds.) - Cahier 21: Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek
L. Smets, J. De Kinder, L.G. Moor (eds.) - Cahier 20: Technology-led policing
E. De Pauw, P. Ponsaers, K. van der Vijver, W. Bruggeman, P. Deelman (eds.) - Cahier 19: Burgerparticipatie
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 18: Social disorder
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 17: Evidence based policing
E. De Wree, E. Devroe, W. Broer & P. van der Laan (eds.) - Cahier 16: Policing in Europe
A. Verhage, P. Deelman, E. Muylaert, J. Terpstra & P. Van Parys (eds.) - Cahier 15: Policing multiple communities
F. Bovenkerk, M. Easton, L.G. Moor & P. Ponsaers (eds.) - Cahier 14: Politieleiderschap
L. Bisschop, K. Buijnink, S. De Kimpe & M. Noordegraaf (eds.) - Cahier 13: Wat doet de politie?
I. Verwee, E. Hendrickx & F. Vlek (eds.) - Cahier 12: De relatie in de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank
M. Vanderhallen, G. Vervaeke & E. Jaspaert (eds.) - Cahier 11: Restorative policing
L.G. Moor, T. Peters, P. Ponsaers, J. Shapland, B. van Stokkom (eds.) - Cahier 10: Politionele bestuurlijke informatiestromen
G. Vynckier, M. Easton, S. De Kimpe (eds.)

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Bespreking proefschrift: Naar een theorie van agency en criminaliteit. Eengeïntegreerde verklaring van de begin- en eindfase van jeugdcriminaliteit
- Welzijnswerk en/uit levensbeschouwing. Aanzet tot debat over gerechtigheid,barmhartigheid en maatschappelijke ordehandhaving
- De logica van de database: op zoek naar responsief sociaal werk
- Omgaan met sociale wenselijkheid: inschatting van de dopingprevalentieaan de hand van de Randomized Response Technique
Forumbijdragen
- Ontwikkelingen van het forensisch welzijnswerk gewogen door een oud-strijder
Boekbesprekingen
- De gesel en de ander. Lijfstraffen en culturele identiteit van Oudheid tot heden
- Politiechefs

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Bespreking proefschrift: Naar een theorie van agency en criminaliteit. Eengeïntegreerde verklaring van de begin- en eindfase van jeugdcriminaliteit
- Welzijnswerk en/uit levensbeschouwing. Aanzet tot debat over gerechtigheid,barmhartigheid en maatschappelijke ordehandhaving
- De logica van de database: op zoek naar responsief sociaal werk
- Omgaan met sociale wenselijkheid: inschatting van de dopingprevalentieaan de hand van de Randomized Response Technique
Forumbijdragen
- Ontwikkelingen van het forensisch welzijnswerk gewogen door een oud-strijder
Boekbesprekingen
- De gesel en de ander. Lijfstraffen en culturele identiteit van Oudheid tot heden
- Politiechefs

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Wat met moraliteitsonderzoeken in assisenzaken?
- Op zoek naar de optimale straf. De krachtlijnen m.b.t. de bestraffing vanhet (voorstel van) voorontwerp van nieuw Boek I van het Strafwetboekin kaart gebracht
- Het verzelfstandigd beheer. Vaart justitie eindelijk op de juiste koers?
- Recente ontwikkelingen met betrekking tot de juridischetweedelijnsbijstand in het vreemdelingenrecht
- Criminal recidivism. Explanation, prediction and prevention
- Horen, zien en spreken. Een onderzoek naar meldgedrag vanmisstanden door externe omstanders

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Wat met moraliteitsonderzoeken in assisenzaken?
- Op zoek naar de optimale straf. De krachtlijnen m.b.t. de bestraffing vanhet (voorstel van) voorontwerp van nieuw Boek I van het Strafwetboekin kaart gebracht
- Het verzelfstandigd beheer. Vaart justitie eindelijk op de juiste koers?
- Recente ontwikkelingen met betrekking tot de juridischetweedelijnsbijstand in het vreemdelingenrecht
- Criminal recidivism. Explanation, prediction and prevention
- Horen, zien en spreken. Een onderzoek naar meldgedrag vanmisstanden door externe omstanders

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur - Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Het autonoom beheer voor de rechterlijke orde: wanneer een vogel in de hand?
- Het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek en de nieuwe Interneringswet
- De Benelux als ''stepping stone'' naar een beter Europa
- Eindelijk toezicht op Vlaamse jeugdvoorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang
- Predictieve analyse in de criminologie

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur - Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Het autonoom beheer voor de rechterlijke orde: wanneer een vogel in de hand?
- Het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek en de nieuwe Interneringswet
- De Benelux als ''stepping stone'' naar een beter Europa
- Eindelijk toezicht op Vlaamse jeugdvoorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang
- Predictieve analyse in de criminologie

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Ronde tafel/Round-table
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Symposium over rechercheverhoortechnieken 2016
Penologie en Victimologie – Penology and Victimology
- Belgische gedetineerden in de Nederlandse Penitentiaire InrichtingTilburg. Wat kunnen we hieruit leren?
- Peer-to-peer leren en ondersteuning: ook mogelijk in gevangenissen!?
- Child Focus en de Notice and Takedown-procedure. Naar een publiek-private samenwerking in de strijd tegen kinderpornografie.
Maatschappelijke dienstverlening – Social Work
- Een rol voor het informele netwerk in de (justitiële) hulp
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives -->

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Ronde tafel/Round-table
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Symposium over rechercheverhoortechnieken 2016
Penologie en Victimologie – Penology and Victimology
- Belgische gedetineerden in de Nederlandse Penitentiaire InrichtingTilburg. Wat kunnen we hieruit leren?
- Peer-to-peer leren en ondersteuning: ook mogelijk in gevangenissen!?
- Child Focus en de Notice and Takedown-procedure. Naar een publiek-private samenwerking in de strijd tegen kinderpornografie.
Maatschappelijke dienstverlening – Social Work
- Een rol voor het informele netwerk in de (justitiële) hulp
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives -->
Deontologie en integriteitsbewaking voor criminologen
Criminologen werken vaak in sectoren waarbij integer optreden essentieel is, en veelal ook de kern uitmaakt van hun functie. Morele dilemma’s liggen in hun beroepspraktijk voor het oprapen. Bij elke beslissing staan professionele en persoonlijke standaarden centraal. Hoe bijvoorbeeld te handelen in zaken als:
- het al dan niet aanvaarden van geschenken als ambtenaar,
- het afwegen van beroepsgeheim en informatieplicht als hulpverlener,
- het omgaan met informatie als politieman of magistraat,
- het weergeven van onderzoeksresultaten of het omgaan met de druk om commerciële doeleinden te bereiken,… ?
In dit handboek komen deskundigen aan het woord over integriteit en deontologie, en de dilemma’s in hun praktijk. Zes grote criminologisch relevante sectoren worden behandeld: politie, justitie, de sociale sector, onderzoek, overheid/beleid en de private sector. In een apart deel wordt ingegaan op de melding van integriteitsschendingen.
Dit handboek geeft aan criminologen (in spe) handvatten om met dilemma’s om te gaan.
Prof. dr. Antoinette Verhage is verbonden aan de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, IRCP, Universiteit Gent. Ze doceert er, naast de politiegerelateerde vakken, het vak Deontologie en Integriteitsbewaking.
Met bijdragen van Antoinette Verhage, Ann Lukowiak, Freya Vander Laenen, Tom Van den Broeck, Agnes Verbruggen, Hilde Vlaeminck, Kris Stas, Kristel Wouters, Kim Loyens, Jeroen Maesschalck, Annelies De Schrijver, Kristien Verbraeken, David Lagrou, Gudrun Vande Walle en Bernard Hubeau.
Deontologie en integriteitsbewaking voor criminologen
Criminologen werken vaak in sectoren waarbij integer optreden essentieel is, en veelal ook de kern uitmaakt van hun functie. Morele dilemma’s liggen in hun beroepspraktijk voor het oprapen. Bij elke beslissing staan professionele en persoonlijke standaarden centraal. Hoe bijvoorbeeld te handelen in zaken als:
- het al dan niet aanvaarden van geschenken als ambtenaar,
- het afwegen van beroepsgeheim en informatieplicht als hulpverlener,
- het omgaan met informatie als politieman of magistraat,
- het weergeven van onderzoeksresultaten of het omgaan met de druk om commerciële doeleinden te bereiken,… ?
In dit handboek komen deskundigen aan het woord over integriteit en deontologie, en de dilemma’s in hun praktijk. Zes grote criminologisch relevante sectoren worden behandeld: politie, justitie, de sociale sector, onderzoek, overheid/beleid en de private sector. In een apart deel wordt ingegaan op de melding van integriteitsschendingen.
Dit handboek geeft aan criminologen (in spe) handvatten om met dilemma’s om te gaan.
Prof. dr. Antoinette Verhage is verbonden aan de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, IRCP, Universiteit Gent. Ze doceert er, naast de politiegerelateerde vakken, het vak Deontologie en Integriteitsbewaking.
Met bijdragen van Antoinette Verhage, Ann Lukowiak, Freya Vander Laenen, Tom Van den Broeck, Agnes Verbruggen, Hilde Vlaeminck, Kris Stas, Kristel Wouters, Kim Loyens, Jeroen Maesschalck, Annelies De Schrijver, Kristien Verbraeken, David Lagrou, Gudrun Vande Walle en Bernard Hubeau.

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur – Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Beslag en beheer van cryptovaluta: de bitcoin
Internationaal en Europees strafrecht en Mensenrechten – International andEuropean Criminal Law and Human Rights Law
- Internationale justitiesamenwerking volgens Ard van der Steur enKoen Geens
- Kinderrechten in Vlaanderen: toch nog veel werk aan de winkel
Criminografie en Methodologie – Crime & Criminal Justice Statistics& Methodology
- Systematic Social Observation in de studie van politie-burger interacties
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Patrick Hebberecht en de gestaalde kaders in de criminologie
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur – Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Beslag en beheer van cryptovaluta: de bitcoin
Internationaal en Europees strafrecht en Mensenrechten – International andEuropean Criminal Law and Human Rights Law
- Internationale justitiesamenwerking volgens Ard van der Steur enKoen Geens
- Kinderrechten in Vlaanderen: toch nog veel werk aan de winkel
Criminografie en Methodologie – Crime & Criminal Justice Statistics& Methodology
- Systematic Social Observation in de studie van politie-burger interacties
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Patrick Hebberecht en de gestaalde kaders in de criminologie
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Economisch recht. Leidraad voor studenten
Deze uitgave is bedoeld als leidraad bij de cursus economisch recht voor rechtsstudenten. Zij vinden hierin een beknopte analyse van de aanknopingspunten van het ruime economische recht. Verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak in voetnoot bieden een houvast bij verdere ontginning van de materie.
Als geselecteerde domeinen komen aan bod:
- Aanknopingspunten economisch recht
- Ondernemingsbegrip in mededingingsrecht
- Statuut handelaar en gevolgen
- Marktpraktijken
- Intellectuele eigendom
- Kartelrecht
- Vrij verkeer
- Faillissement en gerechtelijke reorganisatie
- Tussenpersonen in de handel
Prof. dr. G. Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse. De onderdelen over de Faillissementswet en de Wet continuïteit ondernemingen werden mee uitgewerkt door mevrouw Laura Van Lysebetten, maandaatassistent aan de rechtsfaculteit UA. Zij stond ook in voor het onderdeel Internationale organisatie van het intellectueel eigendomsrecht.
Prof. dr. Dave Mertens verleende zijn medewerking aan (vorige versies van) de onderdelen kartelrecht en handelstussenpersonen.
Mevrouw Sofie Verherstraeten werkte mee aan (vorige versies van) het onderdeel benamingen van oorsprong.
Economisch recht. Leidraad voor studenten
Deze uitgave is bedoeld als leidraad bij de cursus economisch recht voor rechtsstudenten. Zij vinden hierin een beknopte analyse van de aanknopingspunten van het ruime economische recht. Verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak in voetnoot bieden een houvast bij verdere ontginning van de materie.
Als geselecteerde domeinen komen aan bod:
- Aanknopingspunten economisch recht
- Ondernemingsbegrip in mededingingsrecht
- Statuut handelaar en gevolgen
- Marktpraktijken
- Intellectuele eigendom
- Kartelrecht
- Vrij verkeer
- Faillissement en gerechtelijke reorganisatie
- Tussenpersonen in de handel
Prof. dr. G. Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse. De onderdelen over de Faillissementswet en de Wet continuïteit ondernemingen werden mee uitgewerkt door mevrouw Laura Van Lysebetten, maandaatassistent aan de rechtsfaculteit UA. Zij stond ook in voor het onderdeel Internationale organisatie van het intellectueel eigendomsrecht.
Prof. dr. Dave Mertens verleende zijn medewerking aan (vorige versies van) de onderdelen kartelrecht en handelstussenpersonen.
Mevrouw Sofie Verherstraeten werkte mee aan (vorige versies van) het onderdeel benamingen van oorsprong.
Wetboek van Economisch Recht en aanvullende regelgeving. (2de, herziene uitgave)
Deze wetgevingsbundel bevat alle boeken van het nieuwe Wetboek van Economisch Recht en vult deze aan met de voor de handelspraktijk belangrijkste Belgische en Europese regelgeving.
Van het ‘oude’ wetboek van Koophandel zijn resterende vigerende bepalingen opgenomen, m.u.v. de vennootschappen en verzekeringen. De nadruk ligt verder op de regelgeving inzake faillissement en WCO en het in pand geven van de handelszaak. Op het vlak van Europese regelgeving komen aan bod: marktpraktijken, intellectuele eigendom, kartelrecht en vrij verkeer. Bijgewerkt tot 1 januari 2017.
Gert Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse.
Wetboek van Economisch Recht en aanvullende regelgeving. (2de, herziene uitgave)
Deze wetgevingsbundel bevat alle boeken van het nieuwe Wetboek van Economisch Recht en vult deze aan met de voor de handelspraktijk belangrijkste Belgische en Europese regelgeving.
Van het ‘oude’ wetboek van Koophandel zijn resterende vigerende bepalingen opgenomen, m.u.v. de vennootschappen en verzekeringen. De nadruk ligt verder op de regelgeving inzake faillissement en WCO en het in pand geven van de handelszaak. Op het vlak van Europese regelgeving komen aan bod: marktpraktijken, intellectuele eigendom, kartelrecht en vrij verkeer. Bijgewerkt tot 1 januari 2017.
Gert Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse.
Aanpak van gewelddadige radicalisering (CPS 2017 – 1, nr. 42)
Het huidig maatschappelijk debat wordt overheerst door waaromvragen die peilen naar de oorzaken van radicalisering. Waarom trekken jongeren naar Syrië? Wat trekt jongeren aan in het islamgeïnspireerd extremisme? En wat is die fameuze voedingsbodem die leidt tot terroristische acties? De vraag blijft echter of het fenomeen wel op de juiste manier gevat wordt en of we de juiste vragen stellen. De laatste jaren schieten studies naar het fenomeen radicalisering als paddenstoelen uit de grond. Deze studies focussen echter voornamelijk op de ‘root causes’ van terroristisch gedrag en het proces van radicalisering.
Deze uitgave zoomt vooral in op de rol van lokale actoren in de aanpak van het fenomeen. Hoe wordt het fenomeen vandaag op het lokale niveau praktisch en beleidsmatig aangepakt? Kunnen daarin misschien andere accenten gelegd worden?
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Aanpak van gewelddadige radicalisering (CPS 2017 – 1, nr. 42)
Het huidig maatschappelijk debat wordt overheerst door waaromvragen die peilen naar de oorzaken van radicalisering. Waarom trekken jongeren naar Syrië? Wat trekt jongeren aan in het islamgeïnspireerd extremisme? En wat is die fameuze voedingsbodem die leidt tot terroristische acties? De vraag blijft echter of het fenomeen wel op de juiste manier gevat wordt en of we de juiste vragen stellen. De laatste jaren schieten studies naar het fenomeen radicalisering als paddenstoelen uit de grond. Deze studies focussen echter voornamelijk op de ‘root causes’ van terroristisch gedrag en het proces van radicalisering.
Deze uitgave zoomt vooral in op de rol van lokale actoren in de aanpak van het fenomeen. Hoe wordt het fenomeen vandaag op het lokale niveau praktisch en beleidsmatig aangepakt? Kunnen daarin misschien andere accenten gelegd worden?
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/3 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Police Reform and Power in Post Conflict Societies.A Conceptual Map for Analysis
Shai André Divon
Inter-organisational Relationships AddressingTransnational Criminality: Suggested Benchmarks.Intelligence and law enforcement inter-organisationalrelationship policy and practice benchmarks arisingfrom case studies of Denmark, Finland andNew Zealand
Richard Shortt
Police custody delivery in the twenty-first centuryin England and Wales.Current arrangements andtheir implications for patterns of policing
Layla Skinns, Amy Sprawson, Angela Sorsby, RivkaSmith & Andrew Wooff
Do police strategies help promote creativepolicing?
Priit Suve

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/3 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Police Reform and Power in Post Conflict Societies.A Conceptual Map for Analysis
Shai André Divon
Inter-organisational Relationships AddressingTransnational Criminality: Suggested Benchmarks.Intelligence and law enforcement inter-organisationalrelationship policy and practice benchmarks arisingfrom case studies of Denmark, Finland andNew Zealand
Richard Shortt
Police custody delivery in the twenty-first centuryin England and Wales.Current arrangements andtheir implications for patterns of policing
Layla Skinns, Amy Sprawson, Angela Sorsby, RivkaSmith & Andrew Wooff
Do police strategies help promote creativepolicing?
Priit Suve
Winstuitkering & kapitaalvermindering – BBB 32
De winstuitkeringen, en daarmee gelijkgestelde handelingen staan sinds enkele jaren in de top van de fiscale hitparade, niet alleen door de stijging van de tarieven roerende voorheffing maar door de invoering van een nieuwe VVPR-regeling en de invoering van de liquidatiereserve. Als klap op de vuurpijl wijzigde de Programmawet van 25 december 2016 ingrijpend de fiscaal gunstige kapitaalvermindering vanuit de holding, zijnde een structuur die door de wetgever als een ontwijkingsmechanisme van de roerende voorheffing wordt aanzien.
Dit boek bespreekt in het eerste deel alle vennootschapsrechtelijke en fiscale aspecten van de klassieke dividenduitkeringen, met bijzondere aandacht voor de VVPbis-regeling en de liquidatiereserve, en de onderlinge verbanden. Ook de tantièmes komen uitvoerig aan bod.
Het tweede deel bespreekt de fiscale aspecten van de kapitaalsvermindering, die tot eind 2016 in alle omstandigheden belastingvrij kon uitgevoerd worden in de mate dat zij betrekking had op werkelijk gestort kapitaal. Voor wat betreft kapitaalsverminderingen uit holdingstructuren die opgezet worden na 1 januari 2017 zal de inbrengwaarde slechts als werkelijk gestort kapitaal kwalificeren ten belope van het kapitaal van de ingebrachte vennootschap. De auteur bespreekt grondig deze nieuwe regeling, evenals de vragen die rijzen omtrent uitgevoerde of nog uit te voeren kapitaalverminderingen uit alle voorheen opgezette holdingstructuren die buiten de nieuwe regeling vallen, maar wel zullen onderworpen worden aan een gerichte controle.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Winstuitkering & kapitaalvermindering – BBB 32
De winstuitkeringen, en daarmee gelijkgestelde handelingen staan sinds enkele jaren in de top van de fiscale hitparade, niet alleen door de stijging van de tarieven roerende voorheffing maar door de invoering van een nieuwe VVPR-regeling en de invoering van de liquidatiereserve. Als klap op de vuurpijl wijzigde de Programmawet van 25 december 2016 ingrijpend de fiscaal gunstige kapitaalvermindering vanuit de holding, zijnde een structuur die door de wetgever als een ontwijkingsmechanisme van de roerende voorheffing wordt aanzien.
Dit boek bespreekt in het eerste deel alle vennootschapsrechtelijke en fiscale aspecten van de klassieke dividenduitkeringen, met bijzondere aandacht voor de VVPbis-regeling en de liquidatiereserve, en de onderlinge verbanden. Ook de tantièmes komen uitvoerig aan bod.
Het tweede deel bespreekt de fiscale aspecten van de kapitaalsvermindering, die tot eind 2016 in alle omstandigheden belastingvrij kon uitgevoerd worden in de mate dat zij betrekking had op werkelijk gestort kapitaal. Voor wat betreft kapitaalsverminderingen uit holdingstructuren die opgezet worden na 1 januari 2017 zal de inbrengwaarde slechts als werkelijk gestort kapitaal kwalificeren ten belope van het kapitaal van de ingebrachte vennootschap. De auteur bespreekt grondig deze nieuwe regeling, evenals de vragen die rijzen omtrent uitgevoerde of nog uit te voeren kapitaalverminderingen uit alle voorheen opgezette holdingstructuren die buiten de nieuwe regeling vallen, maar wel zullen onderworpen worden aan een gerichte controle.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.

RIDP2016Vol87/issue1 – The Protection of the environment through criminal Law
It brings together key proceedings of the Second AIDP World Conference on the Protection of the Environment through Criminal Law (Bucharest, May 18-20, 2016) organised by the International Association of Penal Law (AIDP) in collaboration with the Romanian Association of Penal Sciences, the Legal Research Institute of the Romanian Academy of Sciences and the Ecological University of Bucharest.

RIDP2016Vol87/issue1 – The Protection of the environment through criminal Law
It brings together key proceedings of the Second AIDP World Conference on the Protection of the Environment through Criminal Law (Bucharest, May 18-20, 2016) organised by the International Association of Penal Law (AIDP) in collaboration with the Romanian Association of Penal Sciences, the Legal Research Institute of the Romanian Academy of Sciences and the Ecological University of Bucharest.
Het Koninkrijk ontsluierd
In deze uitgave staat de staatsrechtelijke verhouding van het Koninkrijk der Nederlanden met zijn Caribische gebiedsdelen centraal. Deze studie neemt de heersende staatsrechtelijke opvattingen hieromtrent, te weten de federatieve benadering en de samenwerkingsbenadering, als startpunt en toetst door middel van een onderzoek naar de staatkundige historie van het Koninkrijk der Nederlanden van vóór en net na de Tweede Wereldoorlog of en, zo ja, welke benadering overeenstemt met de daadwerkelijke, door de makers van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden bedoelde Koninkrijksstructuur. Geconstateerd wordt dat de makers van het Statuut bewust hebben gekozen voor schijnconstructies. Dit rechtvaardigt dat opnieuw de vraag wordt gesteld naar de structuur van het Koninkrijk en of deze structuur aan onze huidige maatstaven van de democratische rechtsstaat voldoet.
Ryçond Santos do Nascimento studeerde Arubaans recht aan de Universiteit van Aruba en is momenteel als wetenschappelijk mede-werker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van diezelfde universiteit. Deze uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek dat hij onder leiding van prof. mr. Douwe Jan Elzinga heeft uitgevoerd zowel aan de Rijksuniversiteit Groningen als aan de Universiteit van Aruba.
Het Koninkrijk ontsluierd
In deze uitgave staat de staatsrechtelijke verhouding van het Koninkrijk der Nederlanden met zijn Caribische gebiedsdelen centraal. Deze studie neemt de heersende staatsrechtelijke opvattingen hieromtrent, te weten de federatieve benadering en de samenwerkingsbenadering, als startpunt en toetst door middel van een onderzoek naar de staatkundige historie van het Koninkrijk der Nederlanden van vóór en net na de Tweede Wereldoorlog of en, zo ja, welke benadering overeenstemt met de daadwerkelijke, door de makers van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden bedoelde Koninkrijksstructuur. Geconstateerd wordt dat de makers van het Statuut bewust hebben gekozen voor schijnconstructies. Dit rechtvaardigt dat opnieuw de vraag wordt gesteld naar de structuur van het Koninkrijk en of deze structuur aan onze huidige maatstaven van de democratische rechtsstaat voldoet.
Ryçond Santos do Nascimento studeerde Arubaans recht aan de Universiteit van Aruba en is momenteel als wetenschappelijk mede-werker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van diezelfde universiteit. Deze uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek dat hij onder leiding van prof. mr. Douwe Jan Elzinga heeft uitgevoerd zowel aan de Rijksuniversiteit Groningen als aan de Universiteit van Aruba.
Europese audithervorming en implementatie ervan in België. (Reeks ICCI 2016-3)
NEDERLANDS
Op 13 oktober 2010 lanceerde de Europese Commissie het Groenboek “Beleid inzake controle van financiële overzichten: lessen uit de crisis”. Na jaren debatteren namen het Europees Parlement en de Raad op 16 april 2014 een nieuwe Auditrichtlijn 2014/56/EU en Verordening nr. 537/2014 aan. De Auditverordening betreft specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, zoals genoteerde vennootschappen, kredietinstellingen, (her)verzekeringsondernemingen, enz.
Zowel de Auditrichtlijn als de -verordening dienden tegen 17 juni 2016 in Belgisch recht te worden geïmplementeerd. Met enige vertraging gebeurde dit pas met de “noodwet” van 29 juni 2016 en de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.
De hoofdthema’s van de audithervorming zijn de volgende: externe auditkantoorrotatie en het verbod op en de beperking op niet-controlediensten, nieuw publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, uitgebreidere rapportering van de commissaris en versterking van het auditcomité. Deze thema’s komen aan bod in onderhavig boek dat wordt afgesloten met een eerste balans van de impact voor ondernemingen en bestuurders en de gevolgen voor alle stakeholders, met inbegrip van het bedrijfsrevisoraat.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Executive Summary
FRANCAIS
Le 13 octobre 2010, la Commission européenne lançait son Livre vert “Politique en matière d’audit : les leçons de la crise”. Après des années de débats, le Parlement européen et le Conseil ont adopté, en date du 16 avril 2014, une nouvelle Directive audit 2014/56/UE et un nouveau Règlement audit n° 537/2014. Le Règlement audit porte sur les exigences spécifiques applicables au contrôle légal des comptes des entités d’intérêt public, comme les sociétés cotées, les établissements de crédit, les entreprises d’assurances et de réassurances, etc.
La Directive audit et le Règlement audit devaient tous deux être implémentés en droit belge pour le 17 juin 2016. Cela ne fut fait qu’un peu plus tard avec la « loi d’urgence » du 29 juin 2016 et avec la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises.
Les thèmes principaux de la réforme de l’audit sont les suivants : rotation externe des cabinets d’audit et interdiction et limitation des services autres que d’audit, nouvelle supervision publique des réviseurs d’entreprises, reporting étendu du commissaire, et renforcement du comité d’audit. Ces thèmes sont abordés dans le présent ouvrage qui se clôture avec un premier bilan de l’impact pour les entreprises et les administrateurs et des conséquences pour les parties prenantes, en ce compris pour le révisorat d’entreprises.
Table des matières
Avant-propos
Executive Summary
ENGLISH
Table of Contents
Executive Summary
Europese audithervorming en implementatie ervan in België. (Reeks ICCI 2016-3)
NEDERLANDS
Op 13 oktober 2010 lanceerde de Europese Commissie het Groenboek “Beleid inzake controle van financiële overzichten: lessen uit de crisis”. Na jaren debatteren namen het Europees Parlement en de Raad op 16 april 2014 een nieuwe Auditrichtlijn 2014/56/EU en Verordening nr. 537/2014 aan. De Auditverordening betreft specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, zoals genoteerde vennootschappen, kredietinstellingen, (her)verzekeringsondernemingen, enz.
Zowel de Auditrichtlijn als de -verordening dienden tegen 17 juni 2016 in Belgisch recht te worden geïmplementeerd. Met enige vertraging gebeurde dit pas met de “noodwet” van 29 juni 2016 en de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.
De hoofdthema’s van de audithervorming zijn de volgende: externe auditkantoorrotatie en het verbod op en de beperking op niet-controlediensten, nieuw publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, uitgebreidere rapportering van de commissaris en versterking van het auditcomité. Deze thema’s komen aan bod in onderhavig boek dat wordt afgesloten met een eerste balans van de impact voor ondernemingen en bestuurders en de gevolgen voor alle stakeholders, met inbegrip van het bedrijfsrevisoraat.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Executive Summary
FRANCAIS
Le 13 octobre 2010, la Commission européenne lançait son Livre vert “Politique en matière d’audit : les leçons de la crise”. Après des années de débats, le Parlement européen et le Conseil ont adopté, en date du 16 avril 2014, une nouvelle Directive audit 2014/56/UE et un nouveau Règlement audit n° 537/2014. Le Règlement audit porte sur les exigences spécifiques applicables au contrôle légal des comptes des entités d’intérêt public, comme les sociétés cotées, les établissements de crédit, les entreprises d’assurances et de réassurances, etc.
La Directive audit et le Règlement audit devaient tous deux être implémentés en droit belge pour le 17 juin 2016. Cela ne fut fait qu’un peu plus tard avec la « loi d’urgence » du 29 juin 2016 et avec la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises.
Les thèmes principaux de la réforme de l’audit sont les suivants : rotation externe des cabinets d’audit et interdiction et limitation des services autres que d’audit, nouvelle supervision publique des réviseurs d’entreprises, reporting étendu du commissaire, et renforcement du comité d’audit. Ces thèmes sont abordés dans le présent ouvrage qui se clôture avec un premier bilan de l’impact pour les entreprises et les administrateurs et des conséquences pour les parties prenantes, en ce compris pour le révisorat d’entreprises.
Table des matières
Avant-propos
Executive Summary
ENGLISH
Table of Contents
Executive Summary
Praktisch btw-handboek
Dit boek is een gereedschapskist voor zij die in de praktijk met btw-materie moeten werken. Het boek bevat de essentie om elk btw-vraagstuk te kunnen oplossen. Alle moeilijke domeinen uit de btw-wetgeving worden met voorbeelden geïllustreerd. Het gaat hierbij om de aftrekregels, de gemengde btw-belastingplicht, de onttrekkingen en herzieningen, het gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen en de voordelen van alle aard, de plaats van de dienst, de opeisbaarheid van de btw en doorfacturering van kosten.
Er wordt ook waar nuttig de link gelegd met de btw-aangifte.
Praktisch btw-handboek
Dit boek is een gereedschapskist voor zij die in de praktijk met btw-materie moeten werken. Het boek bevat de essentie om elk btw-vraagstuk te kunnen oplossen. Alle moeilijke domeinen uit de btw-wetgeving worden met voorbeelden geïllustreerd. Het gaat hierbij om de aftrekregels, de gemengde btw-belastingplicht, de onttrekkingen en herzieningen, het gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen en de voordelen van alle aard, de plaats van de dienst, de opeisbaarheid van de btw en doorfacturering van kosten.
Er wordt ook waar nuttig de link gelegd met de btw-aangifte.
Meten is weten (CPS 2016 – 4, nr. 41)
New Public Management en vooral besparingen bij politie en justitie leiden tot het meten van allerhande prestatieafspraken en activiteiten van politiewerk. Ook de geregistreerde criminaliteit wordt jaarlijks gepresenteerd in politiestatistieken, waarbij het aantal feiten vastgesteld in processen-verbaal, wordt geteld.
In dit Cahier wordt de vraag gesteld naar de betrouwbaarheid van deze cijfers. Wat zeggen cijfers en wat blijft verborgen? Er wordt immers vaak geregistreerd om aan prestatieconvenanten tegemoet te komen en processen-verbaal uitgeschreven om bepaalde quota te halen. Wat leert dat nog over de werkelijk gepleegde criminaliteit? Kan de Politiemonitor en de integrale veiligheidsmonitor in Nederland en/of de Veiligheidsmonitor in België een degelijke aanvulling zijn? En wat zijn huidige registratiepraktijken en valkuilen daarbij? Heeft meten nog een toekomst als het gaat om accountability van politiewerk? Op deze en andere vragen biedt dit Cahier een antwoord.
Meten is weten (CPS 2016 – 4, nr. 41)
New Public Management en vooral besparingen bij politie en justitie leiden tot het meten van allerhande prestatieafspraken en activiteiten van politiewerk. Ook de geregistreerde criminaliteit wordt jaarlijks gepresenteerd in politiestatistieken, waarbij het aantal feiten vastgesteld in processen-verbaal, wordt geteld.
In dit Cahier wordt de vraag gesteld naar de betrouwbaarheid van deze cijfers. Wat zeggen cijfers en wat blijft verborgen? Er wordt immers vaak geregistreerd om aan prestatieconvenanten tegemoet te komen en processen-verbaal uitgeschreven om bepaalde quota te halen. Wat leert dat nog over de werkelijk gepleegde criminaliteit? Kan de Politiemonitor en de integrale veiligheidsmonitor in Nederland en/of de Veiligheidsmonitor in België een degelijke aanvulling zijn? En wat zijn huidige registratiepraktijken en valkuilen daarbij? Heeft meten nog een toekomst als het gaat om accountability van politiewerk? Op deze en andere vragen biedt dit Cahier een antwoord.
Samenwerking binnen de cijferberoepen – reeks BBB nr.29
Cijferberoepers staan vandaag voor nieuwe uitdagingen. Het zakenleven wordt steeds complexer en de noden van het cliënteel specifieker. Derhalve zullen cijferberoepers vaker genoodzaakt zijn een samenwerkingsverband aan te gaan.
Dit boek biedt een overzicht van de verschillende samenwerkingsvormen. Zowel de verticale als de horizontale samenwerking komt aan bod. Tevens wordt nader ingegaan op de geïntegreerde samenwerking, waarbij bijzondere aandacht geschonken wordt aan de overdracht van aandelen, de overdracht van een handelszaak en het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten. De samenwerkingsstructuren worden telkenmale vanuit een juridisch oogpunt bekeken, waarbij de nadruk wordt gelegd op contractuele afspraken en clausules. Aan de hand van voorbeeldclausules, maakt het boek de cijferberoeper attent op diverse contractuele mogelijkheden zodat een samenwerkingsvorm op maat gecreëerd kan worden. Dit boek biedt derhalve een antwoord op praktische juridische vragen omtrent samenwerking tussen én met cijferberoepers.
Deze uitgave, onder redactie van Everest Advocaten, een advocatenkantoor met een 50-tal advocaten dat in alle belangrijke domeinen van het ondernemingsrecht garant staat voor een efficiënte en no-nonsense aanpak, bevat bijdragen van Stijn De Meulenaer, Frédéric Delbar, Frank Burssens, Laura De Smijter, Bert Bekaert en Kim Van Quekelberghe.
Samenwerking binnen de cijferberoepen – reeks BBB nr.29
Cijferberoepers staan vandaag voor nieuwe uitdagingen. Het zakenleven wordt steeds complexer en de noden van het cliënteel specifieker. Derhalve zullen cijferberoepers vaker genoodzaakt zijn een samenwerkingsverband aan te gaan.
Dit boek biedt een overzicht van de verschillende samenwerkingsvormen. Zowel de verticale als de horizontale samenwerking komt aan bod. Tevens wordt nader ingegaan op de geïntegreerde samenwerking, waarbij bijzondere aandacht geschonken wordt aan de overdracht van aandelen, de overdracht van een handelszaak en het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten. De samenwerkingsstructuren worden telkenmale vanuit een juridisch oogpunt bekeken, waarbij de nadruk wordt gelegd op contractuele afspraken en clausules. Aan de hand van voorbeeldclausules, maakt het boek de cijferberoeper attent op diverse contractuele mogelijkheden zodat een samenwerkingsvorm op maat gecreëerd kan worden. Dit boek biedt derhalve een antwoord op praktische juridische vragen omtrent samenwerking tussen én met cijferberoepers.
Deze uitgave, onder redactie van Everest Advocaten, een advocatenkantoor met een 50-tal advocaten dat in alle belangrijke domeinen van het ondernemingsrecht garant staat voor een efficiënte en no-nonsense aanpak, bevat bijdragen van Stijn De Meulenaer, Frédéric Delbar, Frank Burssens, Laura De Smijter, Bert Bekaert en Kim Van Quekelberghe.

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Theory or practice? Perspectives on policeeducation and police work
Geir Aas
Nonadversial peer reviews of policing operations.Fostering organizational learning
Otto Adang
Learning to be a Police Supervisor.The Swedish Case
Bengt Bergman
Acceptance Denied. Intelligence-led ImmigrationChecks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Theory or practice? Perspectives on policeeducation and police work
Geir Aas
Nonadversial peer reviews of policing operations.Fostering organizational learning
Otto Adang
Learning to be a Police Supervisor.The Swedish Case
Bengt Bergman
Acceptance Denied. Intelligence-led ImmigrationChecks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieelonderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflictenwaarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aande andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkelemanier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteertbij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puuronafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler,en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijkerol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewustmoet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt dezevanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijkbelicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussende partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog inde machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoemachtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eersteverplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgenssommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekentde ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces intermen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartijdat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht,bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaaskan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook inzo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van machten machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek eenhoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein vande Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wetbevordering mediation.

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieelonderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflictenwaarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aande andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkelemanier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteertbij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puuronafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler,en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijkerol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewustmoet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt dezevanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijkbelicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussende partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog inde machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoemachtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eersteverplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgenssommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekentde ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces intermen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartijdat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht,bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaaskan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook inzo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van machten machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek eenhoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein vande Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wetbevordering mediation.





Recht en duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.
Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.
Recht en duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.
Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.
European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty
Contents:
Introduction
M. Egan
Articles
Tackling Trafficking in
Human Beings in a security
integrated Europe
Addressing the challenges using
Trafficking Schematics
A.Koulouri (1)
Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by
drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking
schematics to capture and visualise THB in its entirety.
Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges,
such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas.
To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the
modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and
relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to
addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding
of the phenomenon and facilitating collaboration to address it.
The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical
and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.
Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory
(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.
Migration and crime
A spatial analysis
in a borderless Europe
A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)
Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged
crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created
opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal
offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general
nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity
of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in
particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of
individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England
are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the
EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national
and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and
inform crime reduction policies.
Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention
(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project
on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.
EU Integrated and
Re-Integrated Security
The Position of the UK after the
Opt-Out – or Brexit?
S. Hufnagel (1)
Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction
of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission,
in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former
instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced
since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35
measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would
be
European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty
Contents:
Introduction
M. Egan
Articles
Tackling Trafficking in
Human Beings in a security
integrated Europe
Addressing the challenges using
Trafficking Schematics
A.Koulouri (1)
Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by
drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking
schematics to capture and visualise THB in its entirety.
Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges,
such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas.
To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the
modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and
relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to
addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding
of the phenomenon and facilitating collaboration to address it.
The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical
and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.
Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory
(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.
Migration and crime
A spatial analysis
in a borderless Europe
A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)
Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged
crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created
opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal
offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general
nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity
of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in
particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of
individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England
are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the
EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national
and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and
inform crime reduction policies.
Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention
(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project
on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.
EU Integrated and
Re-Integrated Security
The Position of the UK after the
Opt-Out – or Brexit?
S. Hufnagel (1)
Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction
of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission,
in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former
instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced
since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35
measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would
be

Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1 – 9de, herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de
KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing
van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering
van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan
de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij
strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is
hij advocaat bij de balie te Leuven.
Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1 – 9de, herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de
KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing
van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering
van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan
de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij
strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is
hij advocaat bij de balie te Leuven.
Crime and order, criminal justice experiences and desistance (GERN Research Paper Series, nr 4)
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large con-sortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. The consortium is multidisciplinary.
Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
This is the fourth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN. Last edition of the Summer School was held in September 2015 in Paris. The selected theme for this Summer School was “Crime and order, criminal justice experiences and desistance”, reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as the fresh and new perspectives on subjective experiences of the criminal justice system and trajectories of desistance.
Critical thinking differs from magic reasoning, common sense, and speculation. Scientific evidence contrasts with belief, immediate and apparent knowledge, illusion and opinion. This is particularly true for the science of crime, criminology and more generally social sciences research on criminal justice issues. With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Crime and order, criminal justice experiences and desistance (GERN Research Paper Series, nr 4)
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large con-sortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. The consortium is multidisciplinary.
Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
This is the fourth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN. Last edition of the Summer School was held in September 2015 in Paris. The selected theme for this Summer School was “Crime and order, criminal justice experiences and desistance”, reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as the fresh and new perspectives on subjective experiences of the criminal justice system and trajectories of desistance.
Critical thinking differs from magic reasoning, common sense, and speculation. Scientific evidence contrasts with belief, immediate and apparent knowledge, illusion and opinion. This is particularly true for the science of crime, criminology and more generally social sciences research on criminal justice issues. With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Politie en gezondheidszorg (CPS 2016 – 3, nr. 40)
In de uitvoering komen politie en gezondheidszorg elkaar vanuit hun eigen functie regelmatig tegen. De contacten kunnen betrekking hebben op (drugs-)overlast of gerelateerde problemen, zedenzaken, psychiatrische stoornissen bij (veel-)plegers, geweld, calamiteiten en crisissituaties. Het gemeenschappelijke element bij al deze zaken is dat zij direct de leefbaarheid en veiligheid van buurtbewoners raken. Politie en gezondheidszorg hebben niettemin een andere functie en finaliteit, wat tot grensproblemen kan leiden. En toch is het ondertussen overduidelijk dat de aanpak van veel urgente maatschappelijke problemen om een gecombineerde aanpak vraagt van beide sectoren. Ondanks deze groeiende nood aan een betere afstemming en gemeenschappelijke aanpak bestaat er relatief weinig literatuur over de raakvlakken en vormen van samenwerking tussen politie en gezondheidszorg. Dit Cahier voorziet in deze leemte.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Politie en gezondheidszorg (CPS 2016 – 3, nr. 40)
In de uitvoering komen politie en gezondheidszorg elkaar vanuit hun eigen functie regelmatig tegen. De contacten kunnen betrekking hebben op (drugs-)overlast of gerelateerde problemen, zedenzaken, psychiatrische stoornissen bij (veel-)plegers, geweld, calamiteiten en crisissituaties. Het gemeenschappelijke element bij al deze zaken is dat zij direct de leefbaarheid en veiligheid van buurtbewoners raken. Politie en gezondheidszorg hebben niettemin een andere functie en finaliteit, wat tot grensproblemen kan leiden. En toch is het ondertussen overduidelijk dat de aanpak van veel urgente maatschappelijke problemen om een gecombineerde aanpak vraagt van beide sectoren. Ondanks deze groeiende nood aan een betere afstemming en gemeenschappelijke aanpak bestaat er relatief weinig literatuur over de raakvlakken en vormen van samenwerking tussen politie en gezondheidszorg. Dit Cahier voorziet in deze leemte.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Trajecten van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank
Over het moeilijke trajectverloop in de jeugdhulpverlening is reeds heel wat gedebatteerd. Telkens wordt dit debat echter enkel gevoerd op basis van ‘signalen’, bij gebrek aan onderzoek terzake.
Dit boek brengt hier verandering in. Het brengt de hulpverleningstrajecten in kaart van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank. Hiervoor werd een uitgebreide dossierstudie op de jeugdrechtbank in Gent uitgevoerd. Daarbij blijken onstabiele trajecten, anders dan verwacht, eerder de uitzondering dan de regel.
Slechts een minderheid van de minderjarigen doorloopt onstabiele trajecten, die zich kenmerken door een hoog aantal trajectveranderingen en de afwezigheid van stabiele perioden.
Er zijn verschillende factoren voor deze onstabiliteit, zo blijkt uit dit onderzoek: het profiel van de minderjarige, de hulpverleningssector, het gebrek aan hulpverlening en zelfs de verslaggeving in de dossiers op de jeugdrechtbank. Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek, geeft de auteur concrete aanbevelingen voor de jeugdhulpverlening, en in het bijzonder voor het beleid, hulpverleners en jeugdrechters.
Sofie Merlevede is doctor in de Criminologische Wetenschappen (Universiteit van Gent, Institute for International Research on Criminal Policy). Haar onderzoeksonderwerpen zijn: psychische problemen, bijzondere jeugdzorg, kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodologie.
Trajecten van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank
Over het moeilijke trajectverloop in de jeugdhulpverlening is reeds heel wat gedebatteerd. Telkens wordt dit debat echter enkel gevoerd op basis van ‘signalen’, bij gebrek aan onderzoek terzake.
Dit boek brengt hier verandering in. Het brengt de hulpverleningstrajecten in kaart van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank. Hiervoor werd een uitgebreide dossierstudie op de jeugdrechtbank in Gent uitgevoerd. Daarbij blijken onstabiele trajecten, anders dan verwacht, eerder de uitzondering dan de regel.
Slechts een minderheid van de minderjarigen doorloopt onstabiele trajecten, die zich kenmerken door een hoog aantal trajectveranderingen en de afwezigheid van stabiele perioden.
Er zijn verschillende factoren voor deze onstabiliteit, zo blijkt uit dit onderzoek: het profiel van de minderjarige, de hulpverleningssector, het gebrek aan hulpverlening en zelfs de verslaggeving in de dossiers op de jeugdrechtbank. Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek, geeft de auteur concrete aanbevelingen voor de jeugdhulpverlening, en in het bijzonder voor het beleid, hulpverleners en jeugdrechters.
Sofie Merlevede is doctor in de Criminologische Wetenschappen (Universiteit van Gent, Institute for International Research on Criminal Policy). Haar onderzoeksonderwerpen zijn: psychische problemen, bijzondere jeugdzorg, kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodologie.
Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor. (Reeks ICCI 2016-2)
NEDERLANDS
Naast de wettelijke audit van de jaarrekening heeft de wetgever, onder meer in het Wetboek van vennootschappen, aan de bedrijfsrevisor een aantal andere wettelijke opdrachten gegeven. De naleving van de regels inzake onafhankelijkheid en objectiviteit in de revisorale plichtenleer staan hierbij centraal en zijn gedurende de afgelopen decennia als het ware het DNA van de bedrijfsrevisor geworden.
De bedrijfsrevisor is een unieke observator van het economisch leven, zowel op grond van zijn specifieke kennis van de micro-economische werkelijkheid, als op grond van zijn onafhankelijkheid ten overstaan van de eigen belangen van de actoren. Hij is goed geplaatst om adviezen van algemene strekking uit te brengen die een werkelijke waarde voor de belanghebbenden betekenen. Het regelmatige contact van rechters van de rechtbanken van koophandel met de bedrijfsrevisor zijn hiervan een bewijs.
De met het beroep van bedrijfsrevisor verenigbare gerechtelijke en buitengerechtelijke opdrachten zijn uiteenlopend en betreffen onder meer de volgende opdrachten die achtereenvolgens worden behandeld: gerechtsdeskundige, vereffenaar, voorlopig bewindvoerder, gerechtsmandataris, ondernemingsbemiddelaar, toegevoegd curator, rechter in sociale zaken, rechter in handelszaken, arbiter en bindende derdenbeslisser, bemiddelaar en speciaal commissaris.
Met bijdragen van K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Outre le contrôle légal des comptes annuels, le législateur a confié plusieurs autres missions légales au réviseur d’entreprises, notamment dans le Code des sociétés. Le respect des règles d’indépendance et d’objectivité inhérentes à la déontologie du réviseur d’entreprises y joue un rôle prépondérant. Ces règles sont pour ainsi dire devenues l’ADN du réviseur d’entreprises au fil des dernières décennies.
Le réviseur d’entreprises est un observateur unique de la vie économique en raison de ses connaissances spécifiques de la réalité microéconomique et de son indépendance vis-à-vis des intérêts personnels des acteurs concernés. Il est bien placé pour donner des conseils de portée générale apportant une véritable valeur ajoutée aux diverses parties prenantes, comme en témoignent les contacts réguliers qu’entretiennent les juges des tribunaux de commerce avec le réviseur d’entreprises.
Les missions judiciaires et extrajudiciaires compatibles avec la profession de réviseur d’entreprises sont très diversifiées et couvrent notamment les fonctions suivantes qui sont abordées consécutivement: expert judiciaire, liquidateur, administrateur provisoire, mandataire judiciaire, médiateur d’entreprise, curateur adjoint, juge social, juge consulaire, arbitre et tiers décideur obligatoire, médiateur et commissaire spécial.
Avec des contributions de K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de r
Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor. (Reeks ICCI 2016-2)
NEDERLANDS
Naast de wettelijke audit van de jaarrekening heeft de wetgever, onder meer in het Wetboek van vennootschappen, aan de bedrijfsrevisor een aantal andere wettelijke opdrachten gegeven. De naleving van de regels inzake onafhankelijkheid en objectiviteit in de revisorale plichtenleer staan hierbij centraal en zijn gedurende de afgelopen decennia als het ware het DNA van de bedrijfsrevisor geworden.
De bedrijfsrevisor is een unieke observator van het economisch leven, zowel op grond van zijn specifieke kennis van de micro-economische werkelijkheid, als op grond van zijn onafhankelijkheid ten overstaan van de eigen belangen van de actoren. Hij is goed geplaatst om adviezen van algemene strekking uit te brengen die een werkelijke waarde voor de belanghebbenden betekenen. Het regelmatige contact van rechters van de rechtbanken van koophandel met de bedrijfsrevisor zijn hiervan een bewijs.
De met het beroep van bedrijfsrevisor verenigbare gerechtelijke en buitengerechtelijke opdrachten zijn uiteenlopend en betreffen onder meer de volgende opdrachten die achtereenvolgens worden behandeld: gerechtsdeskundige, vereffenaar, voorlopig bewindvoerder, gerechtsmandataris, ondernemingsbemiddelaar, toegevoegd curator, rechter in sociale zaken, rechter in handelszaken, arbiter en bindende derdenbeslisser, bemiddelaar en speciaal commissaris.
Met bijdragen van K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Outre le contrôle légal des comptes annuels, le législateur a confié plusieurs autres missions légales au réviseur d’entreprises, notamment dans le Code des sociétés. Le respect des règles d’indépendance et d’objectivité inhérentes à la déontologie du réviseur d’entreprises y joue un rôle prépondérant. Ces règles sont pour ainsi dire devenues l’ADN du réviseur d’entreprises au fil des dernières décennies.
Le réviseur d’entreprises est un observateur unique de la vie économique en raison de ses connaissances spécifiques de la réalité microéconomique et de son indépendance vis-à-vis des intérêts personnels des acteurs concernés. Il est bien placé pour donner des conseils de portée générale apportant une véritable valeur ajoutée aux diverses parties prenantes, comme en témoignent les contacts réguliers qu’entretiennent les juges des tribunaux de commerce avec le réviseur d’entreprises.
Les missions judiciaires et extrajudiciaires compatibles avec la profession de réviseur d’entreprises sont très diversifiées et couvrent notamment les fonctions suivantes qui sont abordées consécutivement: expert judiciaire, liquidateur, administrateur provisoire, mandataire judiciaire, médiateur d’entreprise, curateur adjoint, juge social, juge consulaire, arbitre et tiers décideur obligatoire, médiateur et commissaire spécial.
Avec des contributions de K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de r
Activering en privatisering in de Nederlandse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling in grensoverschrijdende situaties.
Activering en privatisering hebben de Nederlandse sociale zekerheid ingrijpend veranderd. De overheid trekt zich terug en schuift de verantwoordelijkheid voor socialezekerheidsuitkeringen naar de werkgevers en werknemers. Dat is duidelijk te zien bij de maximaal 104-weken durende loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (artikel 7:629 BW) en bij de WIA. De effecten van deze twee Nederlandse wettelijke regelingen voor grensoverschrijdende werknemers en werkgevers zijn echter nog niet helder. In dit boek worden de effecten en knelpunten in grensoverschrijdende arbeidssituaties onderzocht door de genoemde Nederlandse regelingen in hun relatie tot de Europese coördinatieverordeningen 883/2004 en 987/2009 te bestuderen.
Anders dan de uitgebreide en vaak gewijzigde Nederlandse regelingen hanteren de socialezekerheidsverordeningen een beknopte en klassieke interpretatie van ziekte en arbeidsongeschiktheid en houden ze amper rekening met activering en privatisering. Door de verschillen en tekortkomingen in de Nederlandse en Europese regelingen inzake ziekte en arbeidsongeschiktheid te bepalen, wordt de lastige positie van grensoverschrijdende werknemers en werkgevers inzichtelijk.
De juridische studie van Nederlandse en Europese regelingen wordt aangevuld met talrijke voorbeelden en ervaringen van deskundigen. Zo wordt aangetoond dat de uitvoering van de wetgeving niet altijd gebeurt zoals de Nederlandse en Europese wetgevers voor ogen hadden. In het slothoofdstuk worden discussiepunten en aanbevelingen voorgelegd. Daarbij komt ook de interessante vraag aan de orde of men kan zeggen dat Nederland té veel een eigen koers vaart en daarmee indirect het vrije verkeer van personen belemmert of dat ‘Europa’ juist meer aandacht aan activering en privatisering hoort te besteden aangezien deze concepten ook in andere lidstaten op de agenda staan.
Saskia Montebovi studeerde rechten aan de KU Leuven en is nu onderzoeker en universitair docent sociaal recht aan Tilburg University en Maastricht University. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek.
Activering en privatisering in de Nederlandse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling in grensoverschrijdende situaties.
Activering en privatisering hebben de Nederlandse sociale zekerheid ingrijpend veranderd. De overheid trekt zich terug en schuift de verantwoordelijkheid voor socialezekerheidsuitkeringen naar de werkgevers en werknemers. Dat is duidelijk te zien bij de maximaal 104-weken durende loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (artikel 7:629 BW) en bij de WIA. De effecten van deze twee Nederlandse wettelijke regelingen voor grensoverschrijdende werknemers en werkgevers zijn echter nog niet helder. In dit boek worden de effecten en knelpunten in grensoverschrijdende arbeidssituaties onderzocht door de genoemde Nederlandse regelingen in hun relatie tot de Europese coördinatieverordeningen 883/2004 en 987/2009 te bestuderen.
Anders dan de uitgebreide en vaak gewijzigde Nederlandse regelingen hanteren de socialezekerheidsverordeningen een beknopte en klassieke interpretatie van ziekte en arbeidsongeschiktheid en houden ze amper rekening met activering en privatisering. Door de verschillen en tekortkomingen in de Nederlandse en Europese regelingen inzake ziekte en arbeidsongeschiktheid te bepalen, wordt de lastige positie van grensoverschrijdende werknemers en werkgevers inzichtelijk.
De juridische studie van Nederlandse en Europese regelingen wordt aangevuld met talrijke voorbeelden en ervaringen van deskundigen. Zo wordt aangetoond dat de uitvoering van de wetgeving niet altijd gebeurt zoals de Nederlandse en Europese wetgevers voor ogen hadden. In het slothoofdstuk worden discussiepunten en aanbevelingen voorgelegd. Daarbij komt ook de interessante vraag aan de orde of men kan zeggen dat Nederland té veel een eigen koers vaart en daarmee indirect het vrije verkeer van personen belemmert of dat ‘Europa’ juist meer aandacht aan activering en privatisering hoort te besteden aangezien deze concepten ook in andere lidstaten op de agenda staan.
Saskia Montebovi studeerde rechten aan de KU Leuven en is nu onderzoeker en universitair docent sociaal recht aan Tilburg University en Maastricht University. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek.
Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit (CPS 2016 – 2, nr. 39)
Organisatiecriminaliteit en georganiseerde criminaliteit lijken op het eerste gezicht twee verschillende zaken. Het eerste wordt vooral geassocieerd met grote bedrijven en speelt zich grotendeels in de bovenwereld af, het tweede met maffia-achtige groepen gesitueerd in de onderwereld.
In de praktijk blijkt het onderscheid niet altijd zo gemakkelijk te handhaven. Er bestaan immers allerhande tussenvormen en de grens tussen de financiële boven- en onderwereld vervaagt meermaals. Dit Cahier besteedt aandacht aan de aanpak van deze fenomenen, variërend van financiële recherche tot het nemen van bestuurlijke maatregelen. Maar ook wordt nagegaan met wie de politie samen opereert in deze kwesties. Gaat het om een probleem dat een louter nationale/federale aanpak vraagt, of heeft de lokale overheid hier ook een rol in? Wat is de rol van de politie binnen de samenwerking en hoe verloopt de informatiedeling? De auteurs brengen het empirisch onderzoek in kaart en gaan verder in op de verschillende verschijningsvormen en de dilemma’s bij de aanpak hiervan.
Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit (CPS 2016 – 2, nr. 39)
Organisatiecriminaliteit en georganiseerde criminaliteit lijken op het eerste gezicht twee verschillende zaken. Het eerste wordt vooral geassocieerd met grote bedrijven en speelt zich grotendeels in de bovenwereld af, het tweede met maffia-achtige groepen gesitueerd in de onderwereld.
In de praktijk blijkt het onderscheid niet altijd zo gemakkelijk te handhaven. Er bestaan immers allerhande tussenvormen en de grens tussen de financiële boven- en onderwereld vervaagt meermaals. Dit Cahier besteedt aandacht aan de aanpak van deze fenomenen, variërend van financiële recherche tot het nemen van bestuurlijke maatregelen. Maar ook wordt nagegaan met wie de politie samen opereert in deze kwesties. Gaat het om een probleem dat een louter nationale/federale aanpak vraagt, of heeft de lokale overheid hier ook een rol in? Wat is de rol van de politie binnen de samenwerking en hoe verloopt de informatiedeling? De auteurs brengen het empirisch onderzoek in kaart en gaan verder in op de verschillende verschijningsvormen en de dilemma’s bij de aanpak hiervan.

Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016. Abonnement
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de lapolice intégrée est traitée.Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justiceet la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu desdirections et organisations diverses qui sont liées auservice public fédéral intérieur, et qui sont importantessur le plan de la sécurité, de la prévention et des affairesdes étrangers.Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).

Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016. Abonnement
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de lapolice intégrée est traitée.Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justiceet la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu desdirections et organisations diverses qui sont liées auservice public fédéral intérieur, et qui sont importantessur le plan de la sécurité, de la prévention et des affairesdes étrangers.Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).
Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
De inzameling van de gegevens is afgesloten op 15 april 2016.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
La récolte des données a été clôturée le 15 avril 2016.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).
Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
De inzameling van de gegevens is afgesloten op 15 april 2016.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
La récolte des données a été clôturée le 15 avril 2016.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).
Radicalisering en terrorisme. Van theorie naar praktijk (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 15)
Dit praktijkboek ontleedt het fenomeen radicalisering en terrorisme als uitloper daarvan. Het geeft tevens een overzicht van het juridisch instrumentarium dat vandaag voorhanden is om deze fenomenen aan te pakken. Een aantal aspecten worden behandeld die cruciaal zijn om deze fenomenen vanuit beleid en praktijk in te dijken, zoals de identiteitsvaststelling, de schoolcontext, exit-projecten en het streven naar een integrale aanpak van het fenomeen.
Het overgrote deel van bestaande publicaties is vandaag eerder anekdotisch en beschrijvend van aard, wat op zich verrijkend is, maar minder relevant voor de praktijk als het neerkomt op te trekken lessen inzake de aanpak van radicalisering. De eigenlijke dossierhouders en experts zijn immers vaak bijzonder terughoudend en de terechte geheimhoudingsreflex wordt nog versterkt door de kwetsbare actuele toestand. Met dit boek zijn de samenstellers er niettemin in geslaagd deskundigen uit België en Nederland samen te brengen, die bereid waren hun kennis te delen. Praktijkmensen zullen hier in tal van situaties hun voordeel mee doen.
Met bijdragen van Hans Bonte, Willy Bruggeman, Teun van Dongen, Bob de Graaff, Wim Hardyns, Libbe Henstra, Lieven Pauwels, Paul Ponsaers, Tamara Speerstra & Daan Wienke.
Prof. dr. Wim Hardyns is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de Universiteit Gent en gastdocent aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Als lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP) bestudeert hij criminele
fenomenen waaronder radicalisering en terrorisme.
Prof. dr. Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en
als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel
politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
Radicalisering en terrorisme. Van theorie naar praktijk (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 15)
Dit praktijkboek ontleedt het fenomeen radicalisering en terrorisme als uitloper daarvan. Het geeft tevens een overzicht van het juridisch instrumentarium dat vandaag voorhanden is om deze fenomenen aan te pakken. Een aantal aspecten worden behandeld die cruciaal zijn om deze fenomenen vanuit beleid en praktijk in te dijken, zoals de identiteitsvaststelling, de schoolcontext, exit-projecten en het streven naar een integrale aanpak van het fenomeen.
Het overgrote deel van bestaande publicaties is vandaag eerder anekdotisch en beschrijvend van aard, wat op zich verrijkend is, maar minder relevant voor de praktijk als het neerkomt op te trekken lessen inzake de aanpak van radicalisering. De eigenlijke dossierhouders en experts zijn immers vaak bijzonder terughoudend en de terechte geheimhoudingsreflex wordt nog versterkt door de kwetsbare actuele toestand. Met dit boek zijn de samenstellers er niettemin in geslaagd deskundigen uit België en Nederland samen te brengen, die bereid waren hun kennis te delen. Praktijkmensen zullen hier in tal van situaties hun voordeel mee doen.
Met bijdragen van Hans Bonte, Willy Bruggeman, Teun van Dongen, Bob de Graaff, Wim Hardyns, Libbe Henstra, Lieven Pauwels, Paul Ponsaers, Tamara Speerstra & Daan Wienke.
Prof. dr. Wim Hardyns is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de Universiteit Gent en gastdocent aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Als lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP) bestudeert hij criminele
fenomenen waaronder radicalisering en terrorisme.
Prof. dr. Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en
als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel
politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
Alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication (mis)use are associated with a higher likelihood of developing several diseases, (traffic) injuries and crimes. These substances reduce quality of life and increase the health care and law enforcement costs, productivity losses, etc. Consequently, the social and economic impact of substances on society is substantial.
The SOCOST study estimates for the first time social costs for alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication in Belgium for the year 2012. This cost-of-illness study presents the direct costs, the indirect cost as well as the intangible costs related to substance (mis)use.
This research was commissioned by the Belgian Federal Science Policy Office (BELSPO) in the framework of the Federal Research Programme Drugs. Two universities cooperated: Ghent University, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Vrije Universiteit Brussel, Interuniversity Centre for Health Economics Research (I-CHER). The research was conducted under supervision of prof. dr. Freya Vander Laenen, prof. dr. Koen Putman, prof. dr. Lieven Pauwels, prof. dr. Wim Hardyns and prof. dr. Lieven Annemans.
The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
Alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication (mis)use are associated with a higher likelihood of developing several diseases, (traffic) injuries and crimes. These substances reduce quality of life and increase the health care and law enforcement costs, productivity losses, etc. Consequently, the social and economic impact of substances on society is substantial.
The SOCOST study estimates for the first time social costs for alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication in Belgium for the year 2012. This cost-of-illness study presents the direct costs, the indirect cost as well as the intangible costs related to substance (mis)use.
This research was commissioned by the Belgian Federal Science Policy Office (BELSPO) in the framework of the Federal Research Programme Drugs. Two universities cooperated: Ghent University, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Vrije Universiteit Brussel, Interuniversity Centre for Health Economics Research (I-CHER). The research was conducted under supervision of prof. dr. Freya Vander Laenen, prof. dr. Koen Putman, prof. dr. Lieven Pauwels, prof. dr. Wim Hardyns and prof. dr. Lieven Annemans.
Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgisch recht (Reeks ICCI 2016-1)
NEDERLANDS
Dit boek behandelt de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in Belgisch rechtdoor een wet en een koninklijk besluit van 18 december 2015. Deze richtlijn wordt gesitueerd en devoorafgaande bezorgdheden van het IBR inzake het behoud van de auditperimeter en de moderniseringvan het boekhoudrecht worden besproken, alsook het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfslevenvan 18 maart 2015 omtrent de omzetting.
Het verhaal van de categorieën van vennootschappen – micro, kleine en grote – en groepen – van beperkteomvang en grote – evenals de drempels ervan, en de talrijke nieuwigheden in het boekhoudlandschapvan de Belgische KMO’s komen aan bod.
De impact van de boekhoudhervorming op de fiscaliteit is beperkt en betreft hoofdzakelijk de gevolgenvan de aanpassing van de definitie van kleine vennootschap in het vennootschapsrecht. Op het vlak vanaudit en de rol van de commissaris wordt de auditperimeter lichtjes verminderd. Met betrekking tot dewaarderingsgrondslagen en -methodes zijn er weinig belangrijke wijzigingen te melden.Een vergelijkende studie verschaft een overzicht van de gekozen boekhouddrempels in de buurlanden.Een eerste balans van de boekhoudhervorming voor de onderneming sluit het boek af.
Met bijdragen van K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de la transposition de la Directive comptable européenne 2013/34/UE en droitbelge par une loi et un arrêté royal du 18 décembre 2015. Cette directive est située et les préoccupationspréalables de l’IRE en matière de maintien du périmètre d’audit et de modernisation du droit comptableainsi que l’avis du Conseil Central de l’Economie du 18 mars 2015 concernant la transposition sontdiscutés.
L’histoire des catégories de sociétés – micro, petite et grande – et groupes – de taille réduite et grande– ainsi que des seuils les définissant, et les nombreuses nouveautés dans le paysage comptable des PMEbelges sont abordés.
L’impact, dans la matière de l’imposition, de la réforme comptable reste marginal et concerneessentiellement les conséquences de l’adaptation de la définition en droit des sociétés de la petite société.Au niveau de l’audit et du rôle du commissaire, le périmètre d’audit a été légèrement réduit. Peu demodifications importantes sont à signaler en ce qui concerne les principes et méthodes d’évaluation.Une étude comparative donne un aperçu des seuils comptables choisis dans les pays voisins. Le présentouvrage se conclut par un premier bilan de la réforme comptable pour l’entreprise.
Avec des contributions de K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgisch recht (Reeks ICCI 2016-1)
NEDERLANDS
Dit boek behandelt de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in Belgisch rechtdoor een wet en een koninklijk besluit van 18 december 2015. Deze richtlijn wordt gesitueerd en devoorafgaande bezorgdheden van het IBR inzake het behoud van de auditperimeter en de moderniseringvan het boekhoudrecht worden besproken, alsook het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfslevenvan 18 maart 2015 omtrent de omzetting.
Het verhaal van de categorieën van vennootschappen – micro, kleine en grote – en groepen – van beperkteomvang en grote – evenals de drempels ervan, en de talrijke nieuwigheden in het boekhoudlandschapvan de Belgische KMO’s komen aan bod.
De impact van de boekhoudhervorming op de fiscaliteit is beperkt en betreft hoofdzakelijk de gevolgenvan de aanpassing van de definitie van kleine vennootschap in het vennootschapsrecht. Op het vlak vanaudit en de rol van de commissaris wordt de auditperimeter lichtjes verminderd. Met betrekking tot dewaarderingsgrondslagen en -methodes zijn er weinig belangrijke wijzigingen te melden.Een vergelijkende studie verschaft een overzicht van de gekozen boekhouddrempels in de buurlanden.Een eerste balans van de boekhoudhervorming voor de onderneming sluit het boek af.
Met bijdragen van K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de la transposition de la Directive comptable européenne 2013/34/UE en droitbelge par une loi et un arrêté royal du 18 décembre 2015. Cette directive est située et les préoccupationspréalables de l’IRE en matière de maintien du périmètre d’audit et de modernisation du droit comptableainsi que l’avis du Conseil Central de l’Economie du 18 mars 2015 concernant la transposition sontdiscutés.
L’histoire des catégories de sociétés – micro, petite et grande – et groupes – de taille réduite et grande– ainsi que des seuils les définissant, et les nombreuses nouveautés dans le paysage comptable des PMEbelges sont abordés.
L’impact, dans la matière de l’imposition, de la réforme comptable reste marginal et concerneessentiellement les conséquences de l’adaptation de la définition en droit des sociétés de la petite société.Au niveau de l’audit et du rôle du commissaire, le périmètre d’audit a été légèrement réduit. Peu demodifications importantes sont à signaler en ce qui concerne les principes et méthodes d’évaluation.Une étude comparative donne un aperçu des seuils comptables choisis dans les pays voisins. Le présentouvrage se conclut par un premier bilan de la réforme comptable pour l’entreprise.
Avec des contributions de K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

RIDP2016Vol87/subs+IP-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+IP
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

RIDP2016Vol87/subs+IP-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+IP
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

RIDP2016Vol87/subs+pw-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+pw
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

RIDP2016Vol87/subs+pw-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+pw
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.

Recht in beweging – 23ste VRG Alumnidag 2016
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 23ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 11 maart 2016 door niet minder dan500 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 23ste VRG Alumnidag 2016
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 23ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 11 maart 2016 door niet minder dan500 juristen beluisterd en besproken werden.
Groene criminologie en veiligheidszorg (CPS 2016 – 1, nr. 38)
Criminologie heeft lange tijd de studie van milieucriminaliteit en -regulering genegeerd. Het was Lynch die in 1990 voor het eerst wees op het belang van een kritisch criminologische studie van milieuschade; daarmee was de term ‘groene criminologie’ geboren. Milieucriminaliteit verwijst naar schade veroorzaakt door zowel individuen als bedrijven én overheden aan ecosystemen, mensen en dieren. Het hoeft daarbij niet steeds te gaan om (reeds) strafbaar gesteld gedrag.
De aandacht voor het milieu blijft echter nog beperkt, ondanks de gegroeide aandacht. Daarom stellen we in dit Cahier dit studiegebied centraal. We onderzoeken wat de groene criminaliteit betekent voor de politiewerking. Is de politie in staat om over de eigen landsgrenzen heen samen te werken en internationale vormen van groene criminaliteit het hoofd te bieden? Ook niet-politionele actoren krijgen aandacht in dit Cahier, waarbij gedacht wordt aan inspectiediensten, milieuadministraties, douanediensten en NGO’s. Ook zij betekenen voor de politie belangrijke partners in de veiligheidszorg.
Groene criminologie en veiligheidszorg (CPS 2016 – 1, nr. 38)
Criminologie heeft lange tijd de studie van milieucriminaliteit en -regulering genegeerd. Het was Lynch die in 1990 voor het eerst wees op het belang van een kritisch criminologische studie van milieuschade; daarmee was de term ‘groene criminologie’ geboren. Milieucriminaliteit verwijst naar schade veroorzaakt door zowel individuen als bedrijven én overheden aan ecosystemen, mensen en dieren. Het hoeft daarbij niet steeds te gaan om (reeds) strafbaar gesteld gedrag.
De aandacht voor het milieu blijft echter nog beperkt, ondanks de gegroeide aandacht. Daarom stellen we in dit Cahier dit studiegebied centraal. We onderzoeken wat de groene criminaliteit betekent voor de politiewerking. Is de politie in staat om over de eigen landsgrenzen heen samen te werken en internationale vormen van groene criminaliteit het hoofd te bieden? Ook niet-politionele actoren krijgen aandacht in dit Cahier, waarbij gedacht wordt aan inspectiediensten, milieuadministraties, douanediensten en NGO’s. Ook zij betekenen voor de politie belangrijke partners in de veiligheidszorg.
Bestuurders- en commissarisbeloningen onder belastingverdragen
Bestuurders en commissarissen handelen vaak internationaal. Zij besturen over de nationale grenzen heen één of meer lichamen binnen het concern. Er is dan sprake van grensoverschrijdende dienstverlening.
Dit fenomeen werpt een aantal vragen op met betrekking tot de heffingsbevoegdheid over de vergoeding van de bestuurder of de commissaris. Meer in het bijzonder: is de toewijzingsregel t.a.v. de beloningen van bestuurders en commissarissen aan de vestigingsstaat van het lichaam zoals geregeld in artikel 16 OESO (nog) wel juist? Of is de toewijzing aan de werkstaat of woonstaat een juister alternatief?
In dit boek wordt nagegaan in welke mate de specifieke ratio legis – die ten grondslag ligt aan de verdeling van heffingsbevoegdheid – vandaag nog kan gelden of nood heeft aan een actualisering. Voorts wordt onderzocht in welke mate een eventuele geactualiseerde ratio legis dan niet van toepassing kan zijn op een ruime categorie van directors? Hierbij is het dan wel belangrijk om een director volgens fundamentele criteria te kunnen onderscheiden van managers.
De auteur gaat verder ook in op de huidige vormgeving van artikel 16 OESO. De drie constitutieve bestanddelen binnen dit artikel – de hoedanigheid van de ontvanger van de vergoedingen, de aard van het lichaam waarin het mandaat wordt bekleed en de aard van de vergoeding zelf – roepen namelijk heel wat vragen op.
In een tweede deel wordt het directorsartikel onderzocht in de door België gesloten belastingverdragen. Deze wijken geregeld op onderdelen af van artikel 16 OESO. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is artikel 16 van het huidige belastingverdrag tussen België en Nederland, dat uitvoerig wordt besproken. Omtrent dit specifiek verdragsartikel rijzen heel wat interpretatievraagstukken, o.m. gelet op het feit dat de gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij het verdrag stelt dat het artikel gebaseerd is op het Belgische bedrijfsleidersartikel (artikel 32 WIB92). De auteur gaat hier fundamenteel op in en doet aanbevelingen voor een onderbouwde interpretatie van het verdragsartikel.
Andy Cools is licentiaat in de rechten (K.U. Leuven) en master in tax law (Universiteit Antwerpen). Hij is belastingadviseur, veelgevraagd spreker op tal van fiscale seminaries en auteur van onder meer het handboek ‘Internationaal Belastingrecht in hoofdlijnen’. De voorliggende uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Bestuurders- en commissarisbeloningen onder belastingverdragen
Bestuurders en commissarissen handelen vaak internationaal. Zij besturen over de nationale grenzen heen één of meer lichamen binnen het concern. Er is dan sprake van grensoverschrijdende dienstverlening.
Dit fenomeen werpt een aantal vragen op met betrekking tot de heffingsbevoegdheid over de vergoeding van de bestuurder of de commissaris. Meer in het bijzonder: is de toewijzingsregel t.a.v. de beloningen van bestuurders en commissarissen aan de vestigingsstaat van het lichaam zoals geregeld in artikel 16 OESO (nog) wel juist? Of is de toewijzing aan de werkstaat of woonstaat een juister alternatief?
In dit boek wordt nagegaan in welke mate de specifieke ratio legis – die ten grondslag ligt aan de verdeling van heffingsbevoegdheid – vandaag nog kan gelden of nood heeft aan een actualisering. Voorts wordt onderzocht in welke mate een eventuele geactualiseerde ratio legis dan niet van toepassing kan zijn op een ruime categorie van directors? Hierbij is het dan wel belangrijk om een director volgens fundamentele criteria te kunnen onderscheiden van managers.
De auteur gaat verder ook in op de huidige vormgeving van artikel 16 OESO. De drie constitutieve bestanddelen binnen dit artikel – de hoedanigheid van de ontvanger van de vergoedingen, de aard van het lichaam waarin het mandaat wordt bekleed en de aard van de vergoeding zelf – roepen namelijk heel wat vragen op.
In een tweede deel wordt het directorsartikel onderzocht in de door België gesloten belastingverdragen. Deze wijken geregeld op onderdelen af van artikel 16 OESO. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is artikel 16 van het huidige belastingverdrag tussen België en Nederland, dat uitvoerig wordt besproken. Omtrent dit specifiek verdragsartikel rijzen heel wat interpretatievraagstukken, o.m. gelet op het feit dat de gezamenlijke artikelsgewijze toelichting bij het verdrag stelt dat het artikel gebaseerd is op het Belgische bedrijfsleidersartikel (artikel 32 WIB92). De auteur gaat hier fundamenteel op in en doet aanbevelingen voor een onderbouwde interpretatie van het verdragsartikel.
Andy Cools is licentiaat in de rechten (K.U. Leuven) en master in tax law (Universiteit Antwerpen). Hij is belastingadviseur, veelgevraagd spreker op tal van fiscale seminaries en auteur van onder meer het handboek ‘Internationaal Belastingrecht in hoofdlijnen’. De voorliggende uitgave is het resultaat van zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.





































































IAEL MEMBERSHIPLIST 2003





















Juridisch woordenboek Nederlands-Spaans (SC). Met register Spaans – Nederlands Diccionario Juridico Neerlandes-Espanol. Con indice alfabetico Espanol-Neerlandes (softcover)
Juridisch woordenboek Nederlands-Spaans (SC). Met register Spaans – Nederlands Diccionario Juridico Neerlandes-Espanol. Con indice alfabetico Espanol-Neerlandes (softcover)


Talent in the new millennium


digital cable radio

Handboek leasing. Roerende en onroerende leasing, Cross border leasing. Juridische, boekhoudkundige en fiscale aspecten.
De leasing van vervoermiddelen en de leasing van andere activa komen apart aan bod. De figuur van de onroerende leasing, die meer en meer gebruikt als financieringstechniek van grote onroerende projecten, wordt eveneens apart behandeld. Ook wordt ingegaan op de problematiek van de cross border leasing.
Talrijke toepassingsvoorbeelden verduidelijken welke optimalisering van roerende en onroerende activa van een onderneming mogelijk zijn. Het onderscheid tussen onroerende verhuur en leasing en de herkwalificeringsrisico’s worden belicht in het kader van praktische optimaliseringscenario’s. Ook de leasingoperaties door openbare besturen in het kader van de werking met autonome gemeente- of provinciebedrijven komen aan bod.
Het boek richt zich dan ook vooral naar de fiscaal juristen, accountants, boekhouders, bedrijfsrevisoren, notarissen, belastingconsulenten, financieel verantwoordelijken van K.M.O.’s en banken die de vermogensituatie van hun cliënten willen optimaliseren.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, FOD financiën en docent BTW Centrum voor Beroepsleiding BTW Antwerpen.
Veerle Buyl heeft een jarenlange advocatenpraktijk en is thans juriste bij Vandelanotte Tax & Legal (Moores Rowland International).
Marc Gielis is belastingconsulent bij Bank J. Van Breda & Co NV. In deze functie begeleidt hij ondernemers en uitoefenaars van vrije beroepen bij het optimaliseren van hun fiscale situatie.

Handboek leasing. Roerende en onroerende leasing, Cross border leasing. Juridische, boekhoudkundige en fiscale aspecten.
De leasing van vervoermiddelen en de leasing van andere activa komen apart aan bod. De figuur van de onroerende leasing, die meer en meer gebruikt als financieringstechniek van grote onroerende projecten, wordt eveneens apart behandeld. Ook wordt ingegaan op de problematiek van de cross border leasing.
Talrijke toepassingsvoorbeelden verduidelijken welke optimalisering van roerende en onroerende activa van een onderneming mogelijk zijn. Het onderscheid tussen onroerende verhuur en leasing en de herkwalificeringsrisico’s worden belicht in het kader van praktische optimaliseringscenario’s. Ook de leasingoperaties door openbare besturen in het kader van de werking met autonome gemeente- of provinciebedrijven komen aan bod.
Het boek richt zich dan ook vooral naar de fiscaal juristen, accountants, boekhouders, bedrijfsrevisoren, notarissen, belastingconsulenten, financieel verantwoordelijken van K.M.O.’s en banken die de vermogensituatie van hun cliënten willen optimaliseren.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, FOD financiën en docent BTW Centrum voor Beroepsleiding BTW Antwerpen.
Veerle Buyl heeft een jarenlange advocatenpraktijk en is thans juriste bij Vandelanotte Tax & Legal (Moores Rowland International).
Marc Gielis is belastingconsulent bij Bank J. Van Breda & Co NV. In deze functie begeleidt hij ondernemers en uitoefenaars van vrije beroepen bij het optimaliseren van hun fiscale situatie.



Recherchemanagement. Sturen naar kwaliteitsvol opsporingswerk (Reeks Dienst voor het strafrechtelijk beleid, nr. 12)
Dit boek geeft beschrijft het recherchemanagement ná de politiehervorming, meer bepaald inzake het gespecialiseerde opsporingswerk dat verricht wordt in de gerechtelijke diensten van de arrondissementen (GDA’s) van de federale politie. Hierbij ligt de klemtoon op de kwaliteitskenmerken en de bewaking hiervan.
Recherchemanagement belangt alle actoren in de strafrechtsketen rechtstreeks aan. Voor hen is deze uitgave dan ook zonder meer een "eye-opener".

Recherchemanagement. Sturen naar kwaliteitsvol opsporingswerk (Reeks Dienst voor het strafrechtelijk beleid, nr. 12)
Dit boek geeft beschrijft het recherchemanagement ná de politiehervorming, meer bepaald inzake het gespecialiseerde opsporingswerk dat verricht wordt in de gerechtelijke diensten van de arrondissementen (GDA’s) van de federale politie. Hierbij ligt de klemtoon op de kwaliteitskenmerken en de bewaking hiervan.
Recherchemanagement belangt alle actoren in de strafrechtsketen rechtstreeks aan. Voor hen is deze uitgave dan ook zonder meer een "eye-opener".

De grondwet en het inzetten van strijdkrachten
In het boek wordt de problematiek van het inzetten van de strijdkrachten geschetst in een constitutioneel en actueel-beleidsmatig kader. Het boek vult op die manier een wetenschappelijke leemte aan met betrekking tot een onderwerp dat in de praktijk een sterk evoluerend karakter vertoont. Zo oefent de Koning de erin beschreven bevoegdheid al lang niet meer in persoonlijke naam uit en werden sommige belangrijke bevoegdheden inzake defensie overgedragen aan organen van de NAVO en de WEU. Ook de aard van de militaire missies heeft mettertijd een andere dimensie gekregen, in welk verband kan worden gerefereerd aan de bij een ruimer publiek gekende figuur van de "VN-blauwhelm".
Aan al deze evoluties wordt in het boek aandacht besteed, met dien verstande dat daarbij niet uitsluitend het Belgische grondwettelijke systeem in het onderzoek wordt betrokken, maar dat de problematiekdaarenboven wordt gesitueerd in een ruimer Europees en internationaalrechtelijk kader.De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".

De grondwet en het inzetten van strijdkrachten
In het boek wordt de problematiek van het inzetten van de strijdkrachten geschetst in een constitutioneel en actueel-beleidsmatig kader. Het boek vult op die manier een wetenschappelijke leemte aan met betrekking tot een onderwerp dat in de praktijk een sterk evoluerend karakter vertoont. Zo oefent de Koning de erin beschreven bevoegdheid al lang niet meer in persoonlijke naam uit en werden sommige belangrijke bevoegdheden inzake defensie overgedragen aan organen van de NAVO en de WEU. Ook de aard van de militaire missies heeft mettertijd een andere dimensie gekregen, in welk verband kan worden gerefereerd aan de bij een ruimer publiek gekende figuur van de "VN-blauwhelm".
Aan al deze evoluties wordt in het boek aandacht besteed, met dien verstande dat daarbij niet uitsluitend het Belgische grondwettelijke systeem in het onderzoek wordt betrokken, maar dat de problematiekdaarenboven wordt gesitueerd in een ruimer Europees en internationaalrechtelijk kader.De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".

Politionele slachtofferbejegening (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Hoe vervul je het best algemene taken zoals het doorverwijzen en het melden van onheilsberichten? Wat mag en wat kan van de politie worden verwacht in specifieke gevallen? Wat zeggen de richtlijnen van de gerechtelijke en administratieve overheden?
Deze uitgave is een praktische leidraad bij al deze en andere vragen.
Nelly Creten is werkzaam voor de Gerechtelijke Arrondissementele Dienst (GDA) Hasselt. Zij doceert aan het Opleidingscentrum voor politiepersoneel van de provincie Limburg (PLOT) onder meer het vak slachtofferbejegening.

Politionele slachtofferbejegening (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Hoe vervul je het best algemene taken zoals het doorverwijzen en het melden van onheilsberichten? Wat mag en wat kan van de politie worden verwacht in specifieke gevallen? Wat zeggen de richtlijnen van de gerechtelijke en administratieve overheden?
Deze uitgave is een praktische leidraad bij al deze en andere vragen.
Nelly Creten is werkzaam voor de Gerechtelijke Arrondissementele Dienst (GDA) Hasselt. Zij doceert aan het Opleidingscentrum voor politiepersoneel van de provincie Limburg (PLOT) onder meer het vak slachtofferbejegening.

Politiestatistieken (Reeks Politie Praktijkboeken)
Dit boek biedt op een eenvoudige en begrijpbare wijze een beter inzicht in het aanwenden van politionele basismethoden en -toepassingen.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.

Politiestatistieken (Reeks Politie Praktijkboeken)
Dit boek biedt op een eenvoudige en begrijpbare wijze een beter inzicht in het aanwenden van politionele basismethoden en -toepassingen.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
Duits privaatrecht. Een inleiding tot het hedendaagse recht tegen de achtergrond van rechtshistorische en rechtsculturele ontwikkelingen. Tweede volledig herziene uitgave
Deze inleiding tot het Duitse privaatrecht ontstond eveneens tegen een rechtsvergelijkende achtergrond. Hierbij gaat het in wezen niet zozeer om de vergelijking van bepaalde rechtsinstituten en ook niet om het vergelijken van rechtsculturen, als wel om de vraag: hoe wordt recht wat het is? Welke historisch, politieke, ideologische en sociale invloeden spelen bij de ontwikkeling van het recht een rol? Waarom werd het recht in Duitsland anders dan elders? Uiteraard kunnen hier slechts enkele ontwikkelingen in grote trekken worden samengevat.
Voor een eenieder die in het Duitse privaatrecht wegwijs wil geraken, is deze uitgave een must.
Mr. Dr. Irene Sagel-Grande is sinds 2001 verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij onder meer vele jaren verbonden aan de Universiteit Leiden, waar zij onder andere bij de vakgroep Buitenlands en Internationaal privaatrecht onderwijs in het Duitse recht en in de rechtsvergelijking verzorgde.
Duits privaatrecht. Een inleiding tot het hedendaagse recht tegen de achtergrond van rechtshistorische en rechtsculturele ontwikkelingen. Tweede volledig herziene uitgave
Deze inleiding tot het Duitse privaatrecht ontstond eveneens tegen een rechtsvergelijkende achtergrond. Hierbij gaat het in wezen niet zozeer om de vergelijking van bepaalde rechtsinstituten en ook niet om het vergelijken van rechtsculturen, als wel om de vraag: hoe wordt recht wat het is? Welke historisch, politieke, ideologische en sociale invloeden spelen bij de ontwikkeling van het recht een rol? Waarom werd het recht in Duitsland anders dan elders? Uiteraard kunnen hier slechts enkele ontwikkelingen in grote trekken worden samengevat.
Voor een eenieder die in het Duitse privaatrecht wegwijs wil geraken, is deze uitgave een must.
Mr. Dr. Irene Sagel-Grande is sinds 2001 verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij onder meer vele jaren verbonden aan de Universiteit Leiden, waar zij onder andere bij de vakgroep Buitenlands en Internationaal privaatrecht onderwijs in het Duitse recht en in de rechtsvergelijking verzorgde.

Herziening van de BTW-aftrek met bijzondere aandacht voor de vastgoedsector in België
Het boek geeft op zeer gestructureerde wijze een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de BTW die zich kunnen voordoen. Er wordt hierbij een bijzondere aandacht besteed aan de herzieningen in de vastgoedsector. Na elk noodzakelijk deel theorie volgen een aantal casussen waarin de herziening van BTW praktisch berekend wordt.
Eerst en vooral komen de herzieningen bij gewone BTW-belastingplichtigen (met volledig recht op aftrek) aan bod. Daarna volgt een deel betreffende de herzieningen bij gemengde BTW-belastingplichtigen (met gedeeltelijk recht op aftrek). Tenslotte komen de onttrekkingen en herzieningen bij stopzetting van de economische activiteit aan bod.
Ook de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling en de implicaties hiervan op het (handels)gebouw inzake herzieningen komen aan bod.
Het boek richt zich dan ook vooral naar de accountants, boekhouders, bedrijfsrevisoren, notarissen, belastingconsulenten en banken die de vermogensituatie van hun cliënten willen optimaliseren.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.

Herziening van de BTW-aftrek met bijzondere aandacht voor de vastgoedsector in België
Het boek geeft op zeer gestructureerde wijze een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de BTW die zich kunnen voordoen. Er wordt hierbij een bijzondere aandacht besteed aan de herzieningen in de vastgoedsector. Na elk noodzakelijk deel theorie volgen een aantal casussen waarin de herziening van BTW praktisch berekend wordt.
Eerst en vooral komen de herzieningen bij gewone BTW-belastingplichtigen (met volledig recht op aftrek) aan bod. Daarna volgt een deel betreffende de herzieningen bij gemengde BTW-belastingplichtigen (met gedeeltelijk recht op aftrek). Tenslotte komen de onttrekkingen en herzieningen bij stopzetting van de economische activiteit aan bod.
Ook de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling en de implicaties hiervan op het (handels)gebouw inzake herzieningen komen aan bod.
Het boek richt zich dan ook vooral naar de accountants, boekhouders, bedrijfsrevisoren, notarissen, belastingconsulenten en banken die de vermogensituatie van hun cliënten willen optimaliseren.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.
Fotografie als bewijsmateriaal (Reeks Politie Praktijk Boeken)
de verschillende beeldtechnieken
keuze van personeel, materiaal en hulpmiddelen
de inrichting van een goede opnameruimte
de samenstelling van een fotodossier
interdisciplinaire samenwerking van deskundigen
juridische aspecten …
Jos Stragier is inspecteur bij de federale politie. Hij is coördinator forensische fotografie bij het Disaster Victim Identification Team. Sinds 1987 – de berging van de Herald of Free Enterprise - heeft hij hoofdzakelijk identificatiewerkzaamheden uitgevoerd naar aanleiding van rampsituaties. Het vastleggen van bewijsmateriaal inzake oorlogscriminaliteit behoort eveneens tot zijn expertise.
Fotografie als bewijsmateriaal (Reeks Politie Praktijk Boeken)
de verschillende beeldtechnieken
keuze van personeel, materiaal en hulpmiddelen
de inrichting van een goede opnameruimte
de samenstelling van een fotodossier
interdisciplinaire samenwerking van deskundigen
juridische aspecten …
Jos Stragier is inspecteur bij de federale politie. Hij is coördinator forensische fotografie bij het Disaster Victim Identification Team. Sinds 1987 – de berging van de Herald of Free Enterprise - heeft hij hoofdzakelijk identificatiewerkzaamheden uitgevoerd naar aanleiding van rampsituaties. Het vastleggen van bewijsmateriaal inzake oorlogscriminaliteit behoort eveneens tot zijn expertise.



Recherchewetgeving toegelicht (Reeks Politie Praktijk Boeken)
- de organisatie en werkingsnormen van de lokale politie
- de taakverdeling tussen lokale en federale politie
- de arrondissementele informatiekruispunten
- de bescherming van privé-communicatie en -telecommunicatie
- de anonimiteit van getuigen
- bijzondere opsporingsmethoden
- vervolging van minderjarigen
- …
Dit boek is ongetwijfeld een aanwinst voor iedereen die op een snelle en overzichtelijke manier op de hoogte wil zijn van de mogelijkheden en beperkingen die de recherchewetgeving in de praktijk biedt.

Recherchewetgeving toegelicht (Reeks Politie Praktijk Boeken)
- de organisatie en werkingsnormen van de lokale politie
- de taakverdeling tussen lokale en federale politie
- de arrondissementele informatiekruispunten
- de bescherming van privé-communicatie en -telecommunicatie
- de anonimiteit van getuigen
- bijzondere opsporingsmethoden
- vervolging van minderjarigen
- …
Dit boek is ongetwijfeld een aanwinst voor iedereen die op een snelle en overzichtelijke manier op de hoogte wil zijn van de mogelijkheden en beperkingen die de recherchewetgeving in de praktijk biedt.

Recht in beweging. 11de VRG-Alumnidag 2004 (Reeks VRG Alumni Leuven)
Op de Alumnidagen staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast centraal.
De titel is trouwens meer dan ooit van toepassing. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
De bijdragen uit dit boek werden op 12 maart 2004 door de medewerkers van de rechtsfaculteit of door doorwinterde praktizijnen of beleidsmensen gegeven en door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken.

Recht in beweging. 11de VRG-Alumnidag 2004 (Reeks VRG Alumni Leuven)
Op de Alumnidagen staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast centraal.
De titel is trouwens meer dan ooit van toepassing. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
De bijdragen uit dit boek werden op 12 maart 2004 door de medewerkers van de rechtsfaculteit of door doorwinterde praktizijnen of beleidsmensen gegeven en door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken.


Missing and sexually exploited children in the EU (Childoscope-series, I)
Missing and sexually exploited children in the EU (Childoscope-series, I)
Karel Meulemans: het volledige verhaal van een duivensportlegende
Dit boek is het eerste dat het volledige verhaal van Karel Meulemans en zijn ras vertelt. Volg de geschiedenis vanaf het begin in 1946 tot het Belgisch Nationaal Kampioenschap Fond in 1999. Lees over de hoogte- en dieptepunten; de vroege successen in de jaren vijftig, de gouden Wouters-Meulemans jaren, de voortzetting van de uitzonderlijke prestaties met het Mariën-Meulemans team in de jaren zeventig, de duistere periode begin jaren tachtig en de wederopstanding in de jaren negentig. Legendarische verkopingen, de diefstal van beroemde duiven en de verbluffende prestaties van beroemde kampioenen met de Meulemans duiven; u vindt het allemaal in dit boek. Speciaal voor de nederlandstalige editie schreef auteur Frank Daelemans nog een extra epiloog die het boek helemaal actueel maakt tot 2003. Voeg hierbij dan nog een speciaal hoofdstuk waarin de Meester Karel Meulemans zelf openhartig spreekt over zijn kweek- en speelmethodes en u zult begrijpen dat dit boek een onmisbare aanwinst is in de bibliotheek van elke rechtgeaarde duivenliefhebber.
Als zoon van de bekende duivensport journalist August Daelemans was Frank Daelemans sinds zijn jeugd kind aan huis bij vele beroemde kampioenen. Deze derde generatie duivenliefhebber in de familie besloot in de voetsporen van zijn vader te treden kort na het beëindigen van zijn studies biotechnologie aan de universiteiten van Antwerpen en Gent. Vandaag de dag ontplooit hij dan ook een ganse waaier aan duivensport activiteiten: hij speelt niet alleen op de fond samen met zijn vader, maar heeft zijn gepriviligeerde contacten ook nuttig aangewend om een succesvol duivenmakelaar te worden die wereldwijd kwaliteitsduiven verkoopt. Zijn artikels over verschillende aspecten van de duivensport zijn in diverse internationale publikaties verschenen en zijn website www.pigeonsport.com trekt duizenden bezoekers per jaar.
Karel Meulemans: het volledige verhaal van een duivensportlegende
Dit boek is het eerste dat het volledige verhaal van Karel Meulemans en zijn ras vertelt. Volg de geschiedenis vanaf het begin in 1946 tot het Belgisch Nationaal Kampioenschap Fond in 1999. Lees over de hoogte- en dieptepunten; de vroege successen in de jaren vijftig, de gouden Wouters-Meulemans jaren, de voortzetting van de uitzonderlijke prestaties met het Mariën-Meulemans team in de jaren zeventig, de duistere periode begin jaren tachtig en de wederopstanding in de jaren negentig. Legendarische verkopingen, de diefstal van beroemde duiven en de verbluffende prestaties van beroemde kampioenen met de Meulemans duiven; u vindt het allemaal in dit boek. Speciaal voor de nederlandstalige editie schreef auteur Frank Daelemans nog een extra epiloog die het boek helemaal actueel maakt tot 2003. Voeg hierbij dan nog een speciaal hoofdstuk waarin de Meester Karel Meulemans zelf openhartig spreekt over zijn kweek- en speelmethodes en u zult begrijpen dat dit boek een onmisbare aanwinst is in de bibliotheek van elke rechtgeaarde duivenliefhebber.
Als zoon van de bekende duivensport journalist August Daelemans was Frank Daelemans sinds zijn jeugd kind aan huis bij vele beroemde kampioenen. Deze derde generatie duivenliefhebber in de familie besloot in de voetsporen van zijn vader te treden kort na het beëindigen van zijn studies biotechnologie aan de universiteiten van Antwerpen en Gent. Vandaag de dag ontplooit hij dan ook een ganse waaier aan duivensport activiteiten: hij speelt niet alleen op de fond samen met zijn vader, maar heeft zijn gepriviligeerde contacten ook nuttig aangewend om een succesvol duivenmakelaar te worden die wereldwijd kwaliteitsduiven verkoopt. Zijn artikels over verschillende aspecten van de duivensport zijn in diverse internationale publikaties verschenen en zijn website www.pigeonsport.com trekt duizenden bezoekers per jaar.
Arras – Orléans – Bourges – Barcelona. Wedstrijden winnen met sprintende duiven
In dit werk komen ook getuigenissen aan bod van betere liefhebbers uit binnen- en buitenland en dit voor alle disciplines en manieren van spelen. Exclusieve gesprekken over één welomlijnd thema van het spel van de ondervraagde melker zijn hierbij opgenomen, op speurtocht naar details, naar kleine zogezegde geheimpjes…
Door het betrekken van een aantal liefhebbers, wordt bovendien de geschiedenis van de huidige duivensport in kaart gebracht, en dit zowel van het vitessespel, het midfondspel als het fondspel.
Antoon Malfait (°1935) heeft als veel gelezen kroniekschrijver nagenoeg alle thema’s in verband met de duivensport onder de knie. Zijn motto” Ik studeer op de problematiek rond onze sport en probeer dit in gewone lezerstaal te verwoorden”. Eerder verschenen van de zelfde auteur bij Maklu: Bewust duivenmelken (1994), Duivensport een veelarmenkruispunt (1996) en De begeleiders maken zich klaar (1999).
Guy Werquin studeerde in 1985 af als doctor in de diergeneeskunde aan de Universiteit Gent. Na zijn studies was hij enkele jaren werkzaam op het labo voor diervoeding van de faculteit diergeneeskunde, waar hij ondermeer verantwoordelijk was voor het voedingsonderzoek bij duiven. Sindsdien heeft dokter Werquin een eigen praktijk gespecialiseerd in duiven te Ieper, en doet hij onderzoek en ontwikkeling van dierenvoeding voor fabrikant Versele-Laga. Als lid van de European Association of Avian Veterinarians publiceerde hij reeds heel wat artikels en is hij een vaak gevraagde spreker over de medsiche begeleiding van duiven.
Arras – Orléans – Bourges – Barcelona. Wedstrijden winnen met sprintende duiven
In dit werk komen ook getuigenissen aan bod van betere liefhebbers uit binnen- en buitenland en dit voor alle disciplines en manieren van spelen. Exclusieve gesprekken over één welomlijnd thema van het spel van de ondervraagde melker zijn hierbij opgenomen, op speurtocht naar details, naar kleine zogezegde geheimpjes…
Door het betrekken van een aantal liefhebbers, wordt bovendien de geschiedenis van de huidige duivensport in kaart gebracht, en dit zowel van het vitessespel, het midfondspel als het fondspel.
Antoon Malfait (°1935) heeft als veel gelezen kroniekschrijver nagenoeg alle thema’s in verband met de duivensport onder de knie. Zijn motto” Ik studeer op de problematiek rond onze sport en probeer dit in gewone lezerstaal te verwoorden”. Eerder verschenen van de zelfde auteur bij Maklu: Bewust duivenmelken (1994), Duivensport een veelarmenkruispunt (1996) en De begeleiders maken zich klaar (1999).
Guy Werquin studeerde in 1985 af als doctor in de diergeneeskunde aan de Universiteit Gent. Na zijn studies was hij enkele jaren werkzaam op het labo voor diervoeding van de faculteit diergeneeskunde, waar hij ondermeer verantwoordelijk was voor het voedingsonderzoek bij duiven. Sindsdien heeft dokter Werquin een eigen praktijk gespecialiseerd in duiven te Ieper, en doet hij onderzoek en ontwikkeling van dierenvoeding voor fabrikant Versele-Laga. Als lid van de European Association of Avian Veterinarians publiceerde hij reeds heel wat artikels en is hij een vaak gevraagde spreker over de medsiche begeleiding van duiven.
Receuil des Conventions 1951-2003
Receuil des Conventions 1951-2003

Bedrijven en mensenrechten. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
Eva Brems is docent mensenrechten aan de Universiteit Gent. Peter Vanden Heede is onderzoeker aan dezelfde universiteit.

Bedrijven en mensenrechten. Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
Eva Brems is docent mensenrechten aan de Universiteit Gent. Peter Vanden Heede is onderzoeker aan dezelfde universiteit.

Het profiel van de pedoseksueel. Een sociologische benadering (IRCP-reeks)
Aan de hand van een analyse van Child Focus-dossiers en gerechtelijke dossiers in de vijf grootste gerechtelijke arrondissementen van het land, aangevuld met interviews en rondetafelgesprekken met bevoorrechte getuigen en literatuuronderzoek, schetsen de onderzoekers een zo adequaat mogelijk beeld van pedoseksuele misdrijfplegers in België. Zij pretenderen daarbij niet een representatief profiel te kunnen aanreiken van de pedoseksueel. Individuele verschillen tussen mensen blijven bestaan. Wel hebben de onderzoekers ernaar gestreefd een aantal gemeenschappelijke karakteristieken in kaart te brengen die niet noodzakelijk exclusief, maar alleszins ook voorkomen bij daders van pedoseksueel misbruik.
Vast staat alvast dat deze – voor België vooralsnog unieke - sociologische profielstudie, indien ze tenminste op behoedzame wijze wordt gehanteerd, de waakzaamheid voor en bescherming van de veiligheid en integriteit van kinderen alleen maar ten goede kan komen.
Het onderzoek waarvan dit boek de neerslag vormt, werd uitgevoerd door het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA) van de Universiteit Gent, in opdracht van Child Focus.

Het profiel van de pedoseksueel. Een sociologische benadering (IRCP-reeks)
Aan de hand van een analyse van Child Focus-dossiers en gerechtelijke dossiers in de vijf grootste gerechtelijke arrondissementen van het land, aangevuld met interviews en rondetafelgesprekken met bevoorrechte getuigen en literatuuronderzoek, schetsen de onderzoekers een zo adequaat mogelijk beeld van pedoseksuele misdrijfplegers in België. Zij pretenderen daarbij niet een representatief profiel te kunnen aanreiken van de pedoseksueel. Individuele verschillen tussen mensen blijven bestaan. Wel hebben de onderzoekers ernaar gestreefd een aantal gemeenschappelijke karakteristieken in kaart te brengen die niet noodzakelijk exclusief, maar alleszins ook voorkomen bij daders van pedoseksueel misbruik.
Vast staat alvast dat deze – voor België vooralsnog unieke - sociologische profielstudie, indien ze tenminste op behoedzame wijze wordt gehanteerd, de waakzaamheid voor en bescherming van de veiligheid en integriteit van kinderen alleen maar ten goede kan komen.
Het onderzoek waarvan dit boek de neerslag vormt, werd uitgevoerd door het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA) van de Universiteit Gent, in opdracht van Child Focus.

De Europese Gemeenschap en de Haagse Conferentie voor het Internationaal Privaatrecht
Het Verdrag van Amsterdam bracht met zich mee dat de Europese Gemeenschap communautaire normen van internationaal privaatrecht kon aannemen. Intussen werden een aantal nieuwe verordeningen van kracht, waaronder ook de verordening die de omzetting van het oorspronkelijke EEX-Verdrag inhield. Deze recente communautaire activiteit op het vlak van het internationaal privaatrecht, stelt evenwel de verhouding tot de universele eenmaking van het internationaal privaatrecht zoals die reeds sinds meer dan een eeuw plaats grijpt in de schoot van de Conferentie van Den Haag voor het Internationaal Privaatrecht, in een nieuw daglicht. Er rijzen immers prangende vragen, zoals onder meer betreffende de invloed van het subsidiariteitsbeginsel en de mate waarin de Gemeenschap de verdragsluitende bevoegdheid van de lidstaten in de schoot van de Haagse Conferentie heeft overgenomen. Ook rijst de vraag of de Europese Gemeenschap lid zou kunnen worden van de Haagse Conferentie.
Dit boek beoogt nu een algemene analyse te verrichten van de verhouding tussen deze twee internationale organisaties in het licht van de regionale en universele eenmaking van het internationaal privaatrecht. Daarbij vormen de verschillende bevoegdheidsgronden waarin het Verdrag van Rome voorziet om tot eenmaking van internationaal privaatrecht over te gaan het vertrekpunt. Er wordt niet alleen onderzocht op welke wijze deze bevoegdheidsgronden zich tot elkaar verhouden, doch tevens wordt nagegaan welke de gevolgen zijn van het communautaire optreden voor de werkzaamheden in de schoot van de Haagse Conferentie. Uiteraard komt daarbij ook de verdragsluitende bevoegdheid van de Europese Gemeenschap aan bod. Verder wordt nagegaan op welke wijze het algemeen gemeenschapsrecht – en in het bijzonder het verbod van discriminatie – een beperking kan zijn voor de toepassing van verdragen van de Conferentie van Den Haag. Het geheel wordt afgesloten met een blik op hetgeen de toekomst kan brengen voor de wijze waarop de beide organisaties zich tot elkaar zouden kunnen verhouden.

De Europese Gemeenschap en de Haagse Conferentie voor het Internationaal Privaatrecht
Het Verdrag van Amsterdam bracht met zich mee dat de Europese Gemeenschap communautaire normen van internationaal privaatrecht kon aannemen. Intussen werden een aantal nieuwe verordeningen van kracht, waaronder ook de verordening die de omzetting van het oorspronkelijke EEX-Verdrag inhield. Deze recente communautaire activiteit op het vlak van het internationaal privaatrecht, stelt evenwel de verhouding tot de universele eenmaking van het internationaal privaatrecht zoals die reeds sinds meer dan een eeuw plaats grijpt in de schoot van de Conferentie van Den Haag voor het Internationaal Privaatrecht, in een nieuw daglicht. Er rijzen immers prangende vragen, zoals onder meer betreffende de invloed van het subsidiariteitsbeginsel en de mate waarin de Gemeenschap de verdragsluitende bevoegdheid van de lidstaten in de schoot van de Haagse Conferentie heeft overgenomen. Ook rijst de vraag of de Europese Gemeenschap lid zou kunnen worden van de Haagse Conferentie.
Dit boek beoogt nu een algemene analyse te verrichten van de verhouding tussen deze twee internationale organisaties in het licht van de regionale en universele eenmaking van het internationaal privaatrecht. Daarbij vormen de verschillende bevoegdheidsgronden waarin het Verdrag van Rome voorziet om tot eenmaking van internationaal privaatrecht over te gaan het vertrekpunt. Er wordt niet alleen onderzocht op welke wijze deze bevoegdheidsgronden zich tot elkaar verhouden, doch tevens wordt nagegaan welke de gevolgen zijn van het communautaire optreden voor de werkzaamheden in de schoot van de Haagse Conferentie. Uiteraard komt daarbij ook de verdragsluitende bevoegdheid van de Europese Gemeenschap aan bod. Verder wordt nagegaan op welke wijze het algemeen gemeenschapsrecht – en in het bijzonder het verbod van discriminatie – een beperking kan zijn voor de toepassing van verdragen van de Conferentie van Den Haag. Het geheel wordt afgesloten met een blik op hetgeen de toekomst kan brengen voor de wijze waarop de beide organisaties zich tot elkaar zouden kunnen verhouden.
Ontwikkelingen inzake private opsporing
Joris Mulkers is kandidaat in de rechten en licentiaat in de criminologie. Hij volgde o.m. post-universitaire vormingen in overheidsmanagement en forensisch onderzoek.
Ontwikkelingen inzake private opsporing
Joris Mulkers is kandidaat in de rechten en licentiaat in de criminologie. Hij volgde o.m. post-universitaire vormingen in overheidsmanagement en forensisch onderzoek.
Finding the best place for prosecution. European study on jurisdiction criteria
Finding the best place for prosecution. European study on jurisdiction criteria
Strategisch besturen met de balanced scorecard (Reeks Management Accounting)
Werner Bruggeman is Professor in Management Accounting en Beheerscontrole aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent en aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Hij is partner van de Vlerick Leuven Gent Management School en Managing Partner bij het adviesbureau B&M Consulting. Hij is auteur van onder meer de eerder bij Maklu verschenen boeken De Balanced Scorecard in de praktijk en Management Accounting in de nieuwe productie-omgeving.
Anne Ameels is licentiate Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Gent), en behaalde aan de Vlerick Leuven Gent Management School het diploma van “MBA in Financieel Management”. Als wetenschappelijk medewerker op de Vlerick Leuven Gent Management School specialiseerde ze zich o.a. in de ontwikkeling en implementatie van de Balanced Scorecard, Value-based Management en Activity-based Management. Binnen B&M Consulting werkt ze nu mee aan de uitvoering van strategisch performantiemanagement projecten bij diverse nationale & internationale bedrijven.
Geert Scheipers is licentiaat in de Handels & Financiële Wetenschappen optie ‘bank & en financiewezen’ (Handels Hogeschool Antwerpen). Aan de Vlerick Leuven Gent Management School (VLGMS) heeft hij eveneens de titel van “Master in Controllership” behaald. Hij was projectmanager bij Nedlloyd Districenters, financial controller bij Nedlloyd Road Cargo en specialiseerde zich bij Arthur Andersen o.a. in Value-based Management. Binnen B&M Consulting heeft hij talrijke opdrachten afgewerkt in de sfeer van Strategie-ontwikkeling, Balanced Scorecard en Activity-based Management voor diverse belangrijke Belgische en multinationale organisaties.
Strategisch besturen met de balanced scorecard (Reeks Management Accounting)
Werner Bruggeman is Professor in Management Accounting en Beheerscontrole aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit Gent en aan de Vlerick Leuven Gent Management School. Hij is partner van de Vlerick Leuven Gent Management School en Managing Partner bij het adviesbureau B&M Consulting. Hij is auteur van onder meer de eerder bij Maklu verschenen boeken De Balanced Scorecard in de praktijk en Management Accounting in de nieuwe productie-omgeving.
Anne Ameels is licentiate Toegepaste Economische Wetenschappen (Universiteit Gent), en behaalde aan de Vlerick Leuven Gent Management School het diploma van “MBA in Financieel Management”. Als wetenschappelijk medewerker op de Vlerick Leuven Gent Management School specialiseerde ze zich o.a. in de ontwikkeling en implementatie van de Balanced Scorecard, Value-based Management en Activity-based Management. Binnen B&M Consulting werkt ze nu mee aan de uitvoering van strategisch performantiemanagement projecten bij diverse nationale & internationale bedrijven.
Geert Scheipers is licentiaat in de Handels & Financiële Wetenschappen optie ‘bank & en financiewezen’ (Handels Hogeschool Antwerpen). Aan de Vlerick Leuven Gent Management School (VLGMS) heeft hij eveneens de titel van “Master in Controllership” behaald. Hij was projectmanager bij Nedlloyd Districenters, financial controller bij Nedlloyd Road Cargo en specialiseerde zich bij Arthur Andersen o.a. in Value-based Management. Binnen B&M Consulting heeft hij talrijke opdrachten afgewerkt in de sfeer van Strategie-ontwikkeling, Balanced Scorecard en Activity-based Management voor diverse belangrijke Belgische en multinationale organisaties.
Management
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.
Management
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.

Aspecten van Europees materieel strafrecht

Aspecten van Europees materieel strafrecht
Vernieuwing in de recherche
Vernieuwing in de recherche
De witte veer. Honderd jaar duivensport
Dit boek is het resultaat van 20 jaar intensieve opzoekingen en dubbel zoveel jaren ervaring. Het vormt het sluitstuk van het oeuvre van de Meester. Het boek is geschreven in de taal van de echte duivenmelker en bevat talrijke unieke foto''s.
Edward Baeten (1934) behoeft geen voorstelling meer. Uit alle continenten wordt hij om advies over de kweek gevraagd. Het Catryssehok van de meester Baeten is niet voor niets wereldberoemd. Eerder zijn talrijke boeken van de Meester bij Maklu verschenen.
De witte veer. Honderd jaar duivensport
Dit boek is het resultaat van 20 jaar intensieve opzoekingen en dubbel zoveel jaren ervaring. Het vormt het sluitstuk van het oeuvre van de Meester. Het boek is geschreven in de taal van de echte duivenmelker en bevat talrijke unieke foto''s.
Edward Baeten (1934) behoeft geen voorstelling meer. Uit alle continenten wordt hij om advies over de kweek gevraagd. Het Catryssehok van de meester Baeten is niet voor niets wereldberoemd. Eerder zijn talrijke boeken van de Meester bij Maklu verschenen.
Naar de Belgische nationaliteit. Eén jaar toepassing van het nieuwe Wetboek van de Belgische Nationaliteit
Naar de Belgische nationaliteit. Eén jaar toepassing van het nieuwe Wetboek van de Belgische Nationaliteit
English and Continental Maritime law. After 115 years of Maritime Law Unification: a Search for Differences between Common Law and Civil Law (Series Antwerp Maritime Law)
Prof. Dr. Eric Van Hooydonk is Professor of law at the University of Antwerp (UFSIA/UIA) and Lessius Business School. He’s Advocate at the Antwerp Bar and Chairman of the European Institute of Maritime and Transport Law
English and Continental Maritime law. After 115 years of Maritime Law Unification: a Search for Differences between Common Law and Civil Law (Series Antwerp Maritime Law)
Prof. Dr. Eric Van Hooydonk is Professor of law at the University of Antwerp (UFSIA/UIA) and Lessius Business School. He’s Advocate at the Antwerp Bar and Chairman of the European Institute of Maritime and Transport Law
Stouwers, naties en terminal operators: het gewijzigde juridische landschap (Reeks Antwerpse Zeerechtdagen)
Stouwers, naties en terminal operators: het gewijzigde juridische landschap (Reeks Antwerpse Zeerechtdagen)
De uitvinding van de Cirkel
Een verzameling abstracte vormen, zoals een rechthoek, cirkel en vierkant, veelhoeken met rechte of gebogen zijden of met scherpe of afgeronde hoeken, bollen, kubussen en piramiden, en vormen uit de natuur, zoals bloemen en bladeren, vogeleieren, schelpen en zeesterren, zijn niet fundamenteel verschillend, maar worden door één en slechts één basisformule weergegeven. Bekende wiskundige vergelijkingen zoals de Stelling van Phytagoras en de vergelijkingen van kegelsneden kunnen worden beschouwd als speciale gevallen.
Onmogelijk?
Wel dit boek gaat over deze geniale en onvoorstelbaar eenvoudige formule. De Superformule biedt een originele en verfrissende kijk op de natuur en wetenschap. Ze werd al op diverse congressen en aan wetenschappelijke instituten wereldwijd voorgesteld en is nu in boekvorm gegoten. Het boek is speciaal geschreven voor een heel breed publiek, met meer dan driehonderd foto''s en meer dan vijftig duidelijke illustraties. Het richt zich tot iedereen die is geïnteresseerd in vormen, structuren en patronen in cultuur of natuur.
Uit www.nature.com:
Maths gets into shape
Is it a starfish? Is it an orchid? No, it''s Superformula.
2 April 2003
JOHN WHITFIELD
One simple equation can generate a vast diversity of natural shapes, a Belgian biologist has discovered. The Superformula, as its creator Johan Gielis has christened it, produces everything from simple triangles and pentagons, to stars, spirals and petals.
"When I found the formula, all these beautiful shapes came rolling out of my computer," says Gielis, at University of Nijmegen, Holland. "It seemed too good to be true - I spent two years thinking ''What did I do wrong?'' and ''How come no one else has discovered it?''" Having spoken to mathematicians, he reckons that he''s found something new.
The Superformula is a modified version of the equation for a circle1. Changing one term in the formula varies the proportions of the shape - moving from a round circle to a long and skinny ellipse. Changing another varies the axes of symmetry - shifting from a circle to triangle, square, pentagon and so on.
Varying both proportion and symmetry together produces shapes with any number of sides, regular and irregular. It can also produce three-dimensional structures, and non-biological shapes such as snowflakes and crystals. "It''s a new way of describing nature," says Gielis.
For centuries, scientists have sought to express natural forms - such as the spiral of a sheep''s horn, the branching of a tree, or a bee''s honeycomb - in mathematical terms.
"Describing form is one of the more intractable problems in biology," says botanist Karl Niklas of Cornell University in Ithaca, New York. Researchers have come up with many ways to describe leaves and shells, for example, but there is little unity: "Things have become cumbersome and idiosyncratic," he says.
The Superformula might provide a single, simple framework for analysing and comparing the shapes of life, believes Niklas. "This is an exciting development."
Gielis has patented his discovery, and is developing computer software based on it. Using one formula to produce shapes will make graphics programs much more efficient, he says. It might also be useful in pattern recognition.
What''s less clear is whether nature uses the formula to generate different shapes. "I''m not convinced this is significant, but it might turn out to be profound if it could be related to how things grow," says mathematician Ian Stewart of the University of Warwick, UK.
Other, more complicated, single equations can produce a similar diversity of shapes, says Stewart. He believes that the Superformula is more likely to provide a useful tool than an insight into how life actually works.
Gielis acknowledge
De uitvinding van de Cirkel
Een verzameling abstracte vormen, zoals een rechthoek, cirkel en vierkant, veelhoeken met rechte of gebogen zijden of met scherpe of afgeronde hoeken, bollen, kubussen en piramiden, en vormen uit de natuur, zoals bloemen en bladeren, vogeleieren, schelpen en zeesterren, zijn niet fundamenteel verschillend, maar worden door één en slechts één basisformule weergegeven. Bekende wiskundige vergelijkingen zoals de Stelling van Phytagoras en de vergelijkingen van kegelsneden kunnen worden beschouwd als speciale gevallen.
Onmogelijk?
Wel dit boek gaat over deze geniale en onvoorstelbaar eenvoudige formule. De Superformule biedt een originele en verfrissende kijk op de natuur en wetenschap. Ze werd al op diverse congressen en aan wetenschappelijke instituten wereldwijd voorgesteld en is nu in boekvorm gegoten. Het boek is speciaal geschreven voor een heel breed publiek, met meer dan driehonderd foto''s en meer dan vijftig duidelijke illustraties. Het richt zich tot iedereen die is geïnteresseerd in vormen, structuren en patronen in cultuur of natuur.
Uit www.nature.com:
Maths gets into shape
Is it a starfish? Is it an orchid? No, it''s Superformula.
2 April 2003
JOHN WHITFIELD
One simple equation can generate a vast diversity of natural shapes, a Belgian biologist has discovered. The Superformula, as its creator Johan Gielis has christened it, produces everything from simple triangles and pentagons, to stars, spirals and petals.
"When I found the formula, all these beautiful shapes came rolling out of my computer," says Gielis, at University of Nijmegen, Holland. "It seemed too good to be true - I spent two years thinking ''What did I do wrong?'' and ''How come no one else has discovered it?''" Having spoken to mathematicians, he reckons that he''s found something new.
The Superformula is a modified version of the equation for a circle1. Changing one term in the formula varies the proportions of the shape - moving from a round circle to a long and skinny ellipse. Changing another varies the axes of symmetry - shifting from a circle to triangle, square, pentagon and so on.
Varying both proportion and symmetry together produces shapes with any number of sides, regular and irregular. It can also produce three-dimensional structures, and non-biological shapes such as snowflakes and crystals. "It''s a new way of describing nature," says Gielis.
For centuries, scientists have sought to express natural forms - such as the spiral of a sheep''s horn, the branching of a tree, or a bee''s honeycomb - in mathematical terms.
"Describing form is one of the more intractable problems in biology," says botanist Karl Niklas of Cornell University in Ithaca, New York. Researchers have come up with many ways to describe leaves and shells, for example, but there is little unity: "Things have become cumbersome and idiosyncratic," he says.
The Superformula might provide a single, simple framework for analysing and comparing the shapes of life, believes Niklas. "This is an exciting development."
Gielis has patented his discovery, and is developing computer software based on it. Using one formula to produce shapes will make graphics programs much more efficient, he says. It might also be useful in pattern recognition.
What''s less clear is whether nature uses the formula to generate different shapes. "I''m not convinced this is significant, but it might turn out to be profound if it could be related to how things grow," says mathematician Ian Stewart of the University of Warwick, UK.
Other, more complicated, single equations can produce a similar diversity of shapes, says Stewart. He believes that the Superformula is more likely to provide a useful tool than an insight into how life actually works.
Gielis acknowledge

Privé-detectives. Theorie en praktijk van de private recherche

Privé-detectives. Theorie en praktijk van de private recherche

De ondervraging. Analyse van een politietechniek

De ondervraging. Analyse van een politietechniek


Se maintenir au top niveau
Politionele recherchetechnieken. Een praktijkoverzicht
Politionele recherchetechnieken. Een praktijkoverzicht
Vessel-source pollution and coastal state jurisdiction in the South-eastern Baltic Sea
coupons for cialis
prescription drugs couponsVessel-source pollution and coastal state jurisdiction in the South-eastern Baltic Sea
coupons for cialis
prescription drugs coupons
Loon naar Belgisch arbeidsovereenkomstenrecht. Rechtspositie, recht op loon, loonbegrip

Loon naar Belgisch arbeidsovereenkomstenrecht. Rechtspositie, recht op loon, loonbegrip
Beknopte encyclopedie Romeins Recht
Beknopte encyclopedie Romeins Recht
Trust en privaat vermogensbeheer
Trust en privaat vermogensbeheer
Aandelen en echtscheiding (Hardcover)
prednisolon tabletta
prednisolon lasertech.comAandelen en echtscheiding (Hardcover)
prednisolon tabletta
prednisolon lasertech.comDe begeleiders maken zich klaar deel 2. Moderne kweektechnieken.
De begeleiders maken zich klaar deel 2. Moderne kweektechnieken.
De Grondwet en de raad van state, afdeling wetgeving
De Grondwet en de raad van state, afdeling wetgeving
De begeleiders maken zich klaar deel 1. Speltechnische aspecten
De begeleiders maken zich klaar deel 1. Speltechnische aspecten
Het gerechtelijk verhoor van kinderen. Een zicht op de praktijk (Politie Praktijk Boeken)
Het gerechtelijk verhoor van kinderen. Een zicht op de praktijk (Politie Praktijk Boeken)
Models of conflict resolution (E.M. Meijers Reeks)
Models of conflict resolution (E.M. Meijers Reeks)
Hoe standhouden II. Duiven gezond houden en goed laten presteren
Hoe standhouden II. Duiven gezond houden en goed laten presteren
De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en het ziekenhuis. Met actualiseringskatern. (Reeks Aansprakelijkheidsrecht, nr. 9)
Thierry Vansweevelt is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Hij schreef ook het boek Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.
De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer en het ziekenhuis. Met actualiseringskatern. (Reeks Aansprakelijkheidsrecht, nr. 9)
Thierry Vansweevelt is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en advocaat.
Hij schreef ook het boek Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.
Duivensport, een veelarmenkruispunt
Duivensport, een veelarmenkruispunt
De belangenconflictenregeling in de vennootschappen. De regeling voor de NV, de BVBA en de CV (artikelen 60, 60bis en 133 Venn.W.)
De belangenconflictenregeling in de vennootschappen. De regeling voor de NV, de BVBA en de CV (artikelen 60, 60bis en 133 Venn.W.)
Viertalig juridisch woordenboek Frans-Spaans-Engels-Duits
melatonin and weed good sleep
melatonin smoking weed linkViertalig juridisch woordenboek Frans-Spaans-Engels-Duits
melatonin and weed good sleep
melatonin smoking weed link
Medische terminologie voor juristen. Een geïllustreerde verklarende woordenlijst

Medische terminologie voor juristen. Een geïllustreerde verklarende woordenlijst

Woordenboek buitenlandse handel en internationale samenwerking E-NL-FR-D

Woordenboek buitenlandse handel en internationale samenwerking E-NL-FR-D
Juridische aspecten van de beperkingen vrijheid meningsuit. (2 delig)
benadryl and pregnancy cleft palate
benadryl and pregnancyJuridische aspecten van de beperkingen vrijheid meningsuit. (2 delig)
benadryl and pregnancy cleft palate
benadryl and pregnancy
Obligatoire verhoudingen

Obligatoire verhoudingen
Sterktes van mensen. Sterktegerichte strategieën voor het ondersteunen van mensen met een psychiatrische problematiek die strafbare feiten pleegden.
De aanwijzingen nemen steeds meer toe: sterktegericht werken met mensen met een psychiatrische problematiek die strafbare feiten pleegden levert positieve resultaten op. Dit boek bundelt de beschikbare kennis en reikt handvatten aan om met deze aanpak in de praktijk aan de slag te gaan.
Het bevat twee bijdragen van internationale experts: Fergus McNeill (University of Glasgow, UK) en Tony Ward (Victoria University of Wellington, New Zealand) beschrijven de achtergronden en internationale toepassingen van het sterktegericht paradigma.
Vijf hoofdstukken geven daarnaast de eerste resultaten weer van een interdisciplinaire studie van de Universiteit Gent naar sterktegerichte multidisciplinaire richtlijnen, aanbevelingen en strategieën voor deze doelgroep, en samen met de doelgroep.
Hulpverleners, advocaten, magistraten, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen zullen ongetwijfeld inspiratie vinden in deze uitgave.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Sterktes van mensen. Sterktegerichte strategieën voor het ondersteunen van mensen met een psychiatrische problematiek die strafbare feiten pleegden.
De aanwijzingen nemen steeds meer toe: sterktegericht werken met mensen met een psychiatrische problematiek die strafbare feiten pleegden levert positieve resultaten op. Dit boek bundelt de beschikbare kennis en reikt handvatten aan om met deze aanpak in de praktijk aan de slag te gaan.
Het bevat twee bijdragen van internationale experts: Fergus McNeill (University of Glasgow, UK) en Tony Ward (Victoria University of Wellington, New Zealand) beschrijven de achtergronden en internationale toepassingen van het sterktegericht paradigma.
Vijf hoofdstukken geven daarnaast de eerste resultaten weer van een interdisciplinaire studie van de Universiteit Gent naar sterktegerichte multidisciplinaire richtlijnen, aanbevelingen en strategieën voor deze doelgroep, en samen met de doelgroep.
Hulpverleners, advocaten, magistraten, beleidsmakers en ervaringsdeskundigen zullen ongetwijfeld inspiratie vinden in deze uitgave.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/2 (2015) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing, Boundaries and the State
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns & D. Boels
Articles
Policing, Boundaries and theState: The Changing Landscapeof Sovereignty and Security. Introduction to the Edition
C. Giacomantonio (1) & H.O.I. Gundhus (2)
(1) Analyst atRAND Europe, a not-for-profit policy research institution based in Cambridge, UK and Brussels,BE.
(2) Professor at Norwegian Police University College, Research Department.
Talking to the Man. Some Gendered Reflections on theRelationship Between the GlobalSystem and Policing Subculture(s)
B. Bowling (1) & J. Sheptycki (2)
Abstract
This paper reflects on the interplay between the transnational subculture of policing and thesubculture of transnational policing and pays particular attention to the encoding of masculinetropes within them. It uses the culture/subculture distinction to illuminate how gendered masculineidentities help to mediate the relationship between the broader culture of control and the occupationalsubculture(s) of policing. The paper is part of an attempt to theorize global policing asa synecdoche of the global system, an idea that is fundamentally challenging to our ideas aboutthe boundaries of the state. In this paper we draw attention to the specifically ‘masculinist’ natureof the discourse concerning global policing practice, which is often essentialized in dyadic terms;in extremis, in terms of chivalrous knights and rapacious Bluebeards. The paper looks at themilitarization of US policing and briefly explores the global terrain of public order policing in thecontemporary period, again drawing attention to the masculine tropes that pervade the scene. Thepaper endeavors to show how the prevalence of problematic masculine role-types in the enactmentpolicing subculture(s) affects the global system.
Keywords: transnational policing; subculture(s); masculinity; global policing; militarization of policing
(1) Deputy Dean of The Dickson Poon School of Law.
(2) Professor of Criminology at the Faculty of Liberal Arts and ProfessionalStudies York University Toronto, Canada.
Justifications and StateActions. EU Police Cooperation, SchengenBorders and Norwegian Sovereignty
S. Ugelvik (1)
Abstract
Building on an assessment of Norwegian policy documents from 1994 to 2012, this article providesa critical analysis of the process leading up to the Norwegian agreements with EU, primarily thoseconcerning police cooperation. The purpose is to discuss the Norwegian Government’s justificationsfor entering into the agreements throughout this period. The Norwegian Government firstlyargued that the pertinent agreements were imperative to maintain the free travel-arrangementsalready existing between the Nordic countries. This justification was shortly after moderated, andhad a few years later disappeared completely. It was replaced by a former secondary argument; thepressing need for enhanced police cooperation. This article presents some of the changes the EUagreements involved for the Norwegian police. It shows a discrepancy between the policiary needsand purposes as these were presented fluctuating throughout a relatively short period of time.Further, it reveals the lack of debate concerning what may be seen as fundamental changes in theway a sovereign nation state interacts with other states and their citizens. The article discusseswhat it may imply when justifications turn out to be flawed due to weak foundational premises, orbecause of later developments, but are still repeated or circumvented, or even used tautologically, topromote a certain outcome. It finds that this may

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/2 (2015) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing, Boundaries and the State
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns & D. Boels
Articles
Policing, Boundaries and theState: The Changing Landscapeof Sovereignty and Security. Introduction to the Edition
C. Giacomantonio (1) & H.O.I. Gundhus (2)
(1) Analyst atRAND Europe, a not-for-profit policy research institution based in Cambridge, UK and Brussels,BE.
(2) Professor at Norwegian Police University College, Research Department.
Talking to the Man. Some Gendered Reflections on theRelationship Between the GlobalSystem and Policing Subculture(s)
B. Bowling (1) & J. Sheptycki (2)
Abstract
This paper reflects on the interplay between the transnational subculture of policing and thesubculture of transnational policing and pays particular attention to the encoding of masculinetropes within them. It uses the culture/subculture distinction to illuminate how gendered masculineidentities help to mediate the relationship between the broader culture of control and the occupationalsubculture(s) of policing. The paper is part of an attempt to theorize global policing asa synecdoche of the global system, an idea that is fundamentally challenging to our ideas aboutthe boundaries of the state. In this paper we draw attention to the specifically ‘masculinist’ natureof the discourse concerning global policing practice, which is often essentialized in dyadic terms;in extremis, in terms of chivalrous knights and rapacious Bluebeards. The paper looks at themilitarization of US policing and briefly explores the global terrain of public order policing in thecontemporary period, again drawing attention to the masculine tropes that pervade the scene. Thepaper endeavors to show how the prevalence of problematic masculine role-types in the enactmentpolicing subculture(s) affects the global system.
Keywords: transnational policing; subculture(s); masculinity; global policing; militarization of policing
(1) Deputy Dean of The Dickson Poon School of Law.
(2) Professor of Criminology at the Faculty of Liberal Arts and ProfessionalStudies York University Toronto, Canada.
Justifications and StateActions. EU Police Cooperation, SchengenBorders and Norwegian Sovereignty
S. Ugelvik (1)
Abstract
Building on an assessment of Norwegian policy documents from 1994 to 2012, this article providesa critical analysis of the process leading up to the Norwegian agreements with EU, primarily thoseconcerning police cooperation. The purpose is to discuss the Norwegian Government’s justificationsfor entering into the agreements throughout this period. The Norwegian Government firstlyargued that the pertinent agreements were imperative to maintain the free travel-arrangementsalready existing between the Nordic countries. This justification was shortly after moderated, andhad a few years later disappeared completely. It was replaced by a former secondary argument; thepressing need for enhanced police cooperation. This article presents some of the changes the EUagreements involved for the Norwegian police. It shows a discrepancy between the policiary needsand purposes as these were presented fluctuating throughout a relatively short period of time.Further, it reveals the lack of debate concerning what may be seen as fundamental changes in theway a sovereign nation state interacts with other states and their citizens. The article discusseswhat it may imply when justifications turn out to be flawed due to weak foundational premises, orbecause of later developments, but are still repeated or circumvented, or even used tautologically, topromote a certain outcome. It finds that this may
International Investment Arbitration. A Practical Handbook
Investment Arbitration is a multi-billion dollar venture. It is an area of international dispute resolution, which has undergone tremendous growth in recent years and resulted in the signature of thousands of Bilateral Investment Treaties (BITs) between foreign states and several Multilateral Investment Treaties (MITs). Numerous disputes involving these instruments are resolved through international arbitration. Arbitral tribunals have rendered many awards ordering the payment of large sums of money.
This handbook provides an explanatory introduction into the area of investment arbitration, differentiating it from commercial arbitration and state-to-state arbitration. It examines the legal framework and the general course of an international investment arbitration. In particular, it focuses on the standards of protection in international investment agreements, the concept of jurisdiction in international investment arbitration and the arbitral award, including the notions of recognition, enforcement and execution. Moreover, this cutting-edge publication contains relevant and recent case law in the area and deals with contemporaneous issues such as the ongoing controversy regarding the future of Intra-EU BITs and Free Trade Agreements as well as the link between vulture funds and investment arbitration.
The handbook aims at arbitrators, lawyers, practitioners, academics, students and everyone with an interest in international investment arbitration.
It is written by Johan Billiet in collaboration with Maria Elenora Benini, Cari-Dee Le, Amélie Noilhac and Cecile Oosterveen.
International Investment Arbitration. A Practical Handbook
Investment Arbitration is a multi-billion dollar venture. It is an area of international dispute resolution, which has undergone tremendous growth in recent years and resulted in the signature of thousands of Bilateral Investment Treaties (BITs) between foreign states and several Multilateral Investment Treaties (MITs). Numerous disputes involving these instruments are resolved through international arbitration. Arbitral tribunals have rendered many awards ordering the payment of large sums of money.
This handbook provides an explanatory introduction into the area of investment arbitration, differentiating it from commercial arbitration and state-to-state arbitration. It examines the legal framework and the general course of an international investment arbitration. In particular, it focuses on the standards of protection in international investment agreements, the concept of jurisdiction in international investment arbitration and the arbitral award, including the notions of recognition, enforcement and execution. Moreover, this cutting-edge publication contains relevant and recent case law in the area and deals with contemporaneous issues such as the ongoing controversy regarding the future of Intra-EU BITs and Free Trade Agreements as well as the link between vulture funds and investment arbitration.
The handbook aims at arbitrators, lawyers, practitioners, academics, students and everyone with an interest in international investment arbitration.
It is written by Johan Billiet in collaboration with Maria Elenora Benini, Cari-Dee Le, Amélie Noilhac and Cecile Oosterveen.
1915-2015: Het verhaal van de Belgische Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
À l’occasion du centenaire de la Sûreté Militaire, organisme précurseur de ce
que nous connaissons aujourd’hui comme le Service Général du Renseignement
et de la Sécurité (SGRS), cet ouvrage particulier lui a été consacré, une
première dans son histoire, mais aussi une exposition rétrospective. L’exposition
ambitionne de faire découvrir au grand public les principaux jalons de
l’ histoire du Service (missions, organisation et fonctionnement) et les défis
actuels auxquels il est confronté, dans un environnement de plus en plus
mondialisé.
Tant le livre que l’exposition ont été envisagés comme une opportunité de
mettre en valeur le savoir-faire du Service et les résultats engrangés. Une
analyse de certaines erreurs qui ont été commises dans l’histoire ne manque
pas. Quelques mythes tenaces, sur le renseignement et l’espionnage ont
également été déconstruits.
Ce livre, et l’exposition « Classified » invitent lecteur et visiteur à réfléchir
aux questions éthiques qui accompagnent l’existence d’un organisme nécessairement
discret.
1915-2015: Het verhaal van de Belgische Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
À l’occasion du centenaire de la Sûreté Militaire, organisme précurseur de ce
que nous connaissons aujourd’hui comme le Service Général du Renseignement
et de la Sécurité (SGRS), cet ouvrage particulier lui a été consacré, une
première dans son histoire, mais aussi une exposition rétrospective. L’exposition
ambitionne de faire découvrir au grand public les principaux jalons de
l’ histoire du Service (missions, organisation et fonctionnement) et les défis
actuels auxquels il est confronté, dans un environnement de plus en plus
mondialisé.
Tant le livre que l’exposition ont été envisagés comme une opportunité de
mettre en valeur le savoir-faire du Service et les résultats engrangés. Une
analyse de certaines erreurs qui ont été commises dans l’histoire ne manque
pas. Quelques mythes tenaces, sur le renseignement et l’espionnage ont
également été déconstruits.
Ce livre, et l’exposition « Classified » invitent lecteur et visiteur à réfléchir
aux questions éthiques qui accompagnent l’existence d’un organisme nécessairement
discret.
IPR, Proces & Arbitrage: Over grondslagen en rechtspraktijk (Handelsversie)
Dit boek bespreekt de grondslagen van het conflictenrecht alsmede de wijze waarop het conflictenrecht en het vreemde recht worden behandeld in gerechtelijke en arbitrale procedures.
De eerste hoofdstukken gaan in op de historische ontwikkeling van het conflictenrecht en zijn moderne grondslagen. Daarbij wordt onder meer uiteengezet op welke wijze het internationale recht (inclusief mensenrechten en investeringsverdragen) alsook het communautaire recht invloed kunnen uitoefenen op het conflictenrecht en het resultaat van de verwijzing.
De volgende hoofdstukken gaan na hoe de grondslagen van het conflictenrecht zich vertalen naar de praktijk. Daartoe onderzoekt de auteur hoe het conflictenrecht wordt behandeld in procedures bij de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad en hoe het procesrecht ingrijpt op die behandeling. In dat verband blijkt dat de processuele behandeling van het conflictenrecht per instantie verschilt en dat van een volledig ambtshalve conflictenrecht geen sprake is.
Vervolgens komt aan bod wat de positie is van het vreemde recht in procedures bij de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad, hoe de inhoud van het vreemde recht moet worden vastgesteld en wat er dient te geschieden als dat niet lukt binnen een bekwame termijn. Ook besteedt de auteur aandacht aan de conflictenrechtelijke belangeneis en het facultatief conflictenrecht.
Tot slot wordt ingegaan op de wijze waarop het conflictenrecht een rol speelt in arbitrage. In dat verband bespreekt de auteur op welke wijze het toepasselijke recht moet worden bepaald inzake de arbitrabiliteit, de bevoegd- en bekwaamheid van partijen, de arbitrageovereenkomst, de regels die het arbitraal geding betreffen en het materiële geschil dat partijen verdeeld houdt.
Niek Peters is advocaat te Amsterdam en doceert sinds 2008 het vak International Commercial Dispute Settlement Law aan de Rijksuniversiteit Groningen.
IPR, Proces & Arbitrage: Over grondslagen en rechtspraktijk (Handelsversie)
Dit boek bespreekt de grondslagen van het conflictenrecht alsmede de wijze waarop het conflictenrecht en het vreemde recht worden behandeld in gerechtelijke en arbitrale procedures.
De eerste hoofdstukken gaan in op de historische ontwikkeling van het conflictenrecht en zijn moderne grondslagen. Daarbij wordt onder meer uiteengezet op welke wijze het internationale recht (inclusief mensenrechten en investeringsverdragen) alsook het communautaire recht invloed kunnen uitoefenen op het conflictenrecht en het resultaat van de verwijzing.
De volgende hoofdstukken gaan na hoe de grondslagen van het conflictenrecht zich vertalen naar de praktijk. Daartoe onderzoekt de auteur hoe het conflictenrecht wordt behandeld in procedures bij de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad en hoe het procesrecht ingrijpt op die behandeling. In dat verband blijkt dat de processuele behandeling van het conflictenrecht per instantie verschilt en dat van een volledig ambtshalve conflictenrecht geen sprake is.
Vervolgens komt aan bod wat de positie is van het vreemde recht in procedures bij de rechtbanken, de gerechtshoven en de Hoge Raad, hoe de inhoud van het vreemde recht moet worden vastgesteld en wat er dient te geschieden als dat niet lukt binnen een bekwame termijn. Ook besteedt de auteur aandacht aan de conflictenrechtelijke belangeneis en het facultatief conflictenrecht.
Tot slot wordt ingegaan op de wijze waarop het conflictenrecht een rol speelt in arbitrage. In dat verband bespreekt de auteur op welke wijze het toepasselijke recht moet worden bepaald inzake de arbitrabiliteit, de bevoegd- en bekwaamheid van partijen, de arbitrageovereenkomst, de regels die het arbitraal geding betreffen en het materiële geschil dat partijen verdeeld houdt.
Niek Peters is advocaat te Amsterdam en doceert sinds 2008 het vak International Commercial Dispute Settlement Law aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Internationale politie- en justitiesamenwerking (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 13)
Ook de meerwaarde van internationale organisaties komt uitvoerig aan bod. De lezer krijgt tot slot een gedetailleerd overzicht van de belangrijkste Europese verdragen en andere samenwerkingsteksten. Dit overzicht wordt via een thematisch trefwoordenregister extra toegankelijk gemaakt. Dit boek richt zich op de praktijk en is bestemd voor al wie met internationale samenwerking te maken krijgt, in eigen stad of gemeente, of met buitenlandse partners.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale politieraad en als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen aan het Benelux Universitair Centrum.
Internationale politie- en justitiesamenwerking (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 13)
Ook de meerwaarde van internationale organisaties komt uitvoerig aan bod. De lezer krijgt tot slot een gedetailleerd overzicht van de belangrijkste Europese verdragen en andere samenwerkingsteksten. Dit overzicht wordt via een thematisch trefwoordenregister extra toegankelijk gemaakt. Dit boek richt zich op de praktijk en is bestemd voor al wie met internationale samenwerking te maken krijgt, in eigen stad of gemeente, of met buitenlandse partners.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale politieraad en als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen aan het Benelux Universitair Centrum.
Toepassing van de internationale auditstandaarden ISA en ISSAI in de publieke sector – Application des normes internationales d’audit ISA et ISSAI (Reeks ICCI 2015-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt de toepassing van de internationale auditstandaarden International Standards on Auditing (ISA) en International Standards of Supreme Audit Institutions (ISSAI) in de publieke sector. Het start met een beschrijving van de algemene boekhoudregeling van de publieke en social profitsector in België. Vervolgens komen het materialiteitsconcept in de publieke sector (ISSAI 1320, 1450 en 1600) en de opdrachtbrief (ISA 200/210), de bevestigingsbrief (ISA 580), de management letter (ISA 260/265) en het verslag van de bedrijfsrevisor (ISA 700/705/706/710/720) aan bod.
Of de specifieke kenmerken van de publieke sector een impact hebben op de wijze waarop van de auditor wordt verwacht om te gaan met het frauderisico wordt behandeld in ISA 240/ISSAI 1240. De mate van autonomie van een overheidsinstelling kan sterk variëren, heeft een impact op de continuïteitsrisico’s en wordt tevens besproken (ISA 570/ISSAI 1570).
ISA 610 Gebruik maken van de werkzaamheden van interne auditors geeft wat duidelijkheid omtrent de interne auditfunctie en haar werkzaamheden. In de publieke sector bestaat controle erin na te gaan of de activiteiten en de verstrekte informatie van de overheidsinstelling in overeenstemming zijn met de erop van toepassing zijnde regelgeving (ISA 250).
Controle-informatie wordt in ISA 500 gedefinieerd als informatie die door de auditor wordt gebruikt om te komen tot de conclusies waarop hij zijn oordeel stoelt. Gebruiken van steekproeven bij een controle gebeurt volgens ISA 530. Ook wordt stilgestaan bij de standaard voor de kwaliteitsbeheersing van de auditor (ISQC1) en de specifieke aspecten ervan voor publieke sector audits. Een epiloog over de audit in de publieke sector sluit onderhavig boek af.
Met bijdragen van L. Acke, J. Christiaens, J. Delforge, M. De Wolf, F. Maillard, J. Ravijts, W. Rutsaert, L. Tydgat, J. Van Brabant en F. Vandendriessche.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de l’application des normes internationales d’audit International Standards on Auditing (ISA) et International Standards of Supreme Audit Institutions (ISSAI) dans le secteur public. Il commence avec une description du régime comptable général des secteurs public et non marchand en Belgique. Ensuite, le concept de matérialité dans le secteur public (normes ISSAI 1320, 1450 et 1600) et la lettre de mission (normes ISA 200/210), la lettre d’affirmation (norme ISA 580) et la lettre de recommandations (normes ISA 260/265) et le rapport du réviseur d’entreprises (normes ISA 700/705/706/710/720) sont abordés.
L’éventuel impact des caractéristiques spécifiques du secteur public sur la façon dont l’auditeur est censé réagir face aux risques de fraude est traité par les normes ISA 240/ISSAI 1240. Le degré d’autonomie d’une entité publique peut fortement varier, aura une influence sur les risques en matière de continuité et est également traité (normes ISA 570/ISSAI 1570).
La norme ISA 610 Utilisation des travaux des auditeurs internes clarifie la fonction d’audit interne et ses travaux. Le contrôle au sein du secteur public consiste à vérifier si les activités réalisées et les informations fournies par l’unité d’administration publique sont conformes à la réglementation à laquelle l’unité est soumise (norme ISA 250).
La norme ISA 500 définit les éléments probants comme étant des informations utilisées par l’auditeur pour
aboutir aux conclusions sur lesquelles il fonde son opinion d’audit. L’utilisation de sondages en audit se fait
conformé
Toepassing van de internationale auditstandaarden ISA en ISSAI in de publieke sector – Application des normes internationales d’audit ISA et ISSAI (Reeks ICCI 2015-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt de toepassing van de internationale auditstandaarden International Standards on Auditing (ISA) en International Standards of Supreme Audit Institutions (ISSAI) in de publieke sector. Het start met een beschrijving van de algemene boekhoudregeling van de publieke en social profitsector in België. Vervolgens komen het materialiteitsconcept in de publieke sector (ISSAI 1320, 1450 en 1600) en de opdrachtbrief (ISA 200/210), de bevestigingsbrief (ISA 580), de management letter (ISA 260/265) en het verslag van de bedrijfsrevisor (ISA 700/705/706/710/720) aan bod.
Of de specifieke kenmerken van de publieke sector een impact hebben op de wijze waarop van de auditor wordt verwacht om te gaan met het frauderisico wordt behandeld in ISA 240/ISSAI 1240. De mate van autonomie van een overheidsinstelling kan sterk variëren, heeft een impact op de continuïteitsrisico’s en wordt tevens besproken (ISA 570/ISSAI 1570).
ISA 610 Gebruik maken van de werkzaamheden van interne auditors geeft wat duidelijkheid omtrent de interne auditfunctie en haar werkzaamheden. In de publieke sector bestaat controle erin na te gaan of de activiteiten en de verstrekte informatie van de overheidsinstelling in overeenstemming zijn met de erop van toepassing zijnde regelgeving (ISA 250).
Controle-informatie wordt in ISA 500 gedefinieerd als informatie die door de auditor wordt gebruikt om te komen tot de conclusies waarop hij zijn oordeel stoelt. Gebruiken van steekproeven bij een controle gebeurt volgens ISA 530. Ook wordt stilgestaan bij de standaard voor de kwaliteitsbeheersing van de auditor (ISQC1) en de specifieke aspecten ervan voor publieke sector audits. Een epiloog over de audit in de publieke sector sluit onderhavig boek af.
Met bijdragen van L. Acke, J. Christiaens, J. Delforge, M. De Wolf, F. Maillard, J. Ravijts, W. Rutsaert, L. Tydgat, J. Van Brabant en F. Vandendriessche.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de l’application des normes internationales d’audit International Standards on Auditing (ISA) et International Standards of Supreme Audit Institutions (ISSAI) dans le secteur public. Il commence avec une description du régime comptable général des secteurs public et non marchand en Belgique. Ensuite, le concept de matérialité dans le secteur public (normes ISSAI 1320, 1450 et 1600) et la lettre de mission (normes ISA 200/210), la lettre d’affirmation (norme ISA 580) et la lettre de recommandations (normes ISA 260/265) et le rapport du réviseur d’entreprises (normes ISA 700/705/706/710/720) sont abordés.
L’éventuel impact des caractéristiques spécifiques du secteur public sur la façon dont l’auditeur est censé réagir face aux risques de fraude est traité par les normes ISA 240/ISSAI 1240. Le degré d’autonomie d’une entité publique peut fortement varier, aura une influence sur les risques en matière de continuité et est également traité (normes ISA 570/ISSAI 1570).
La norme ISA 610 Utilisation des travaux des auditeurs internes clarifie la fonction d’audit interne et ses travaux. Le contrôle au sein du secteur public consiste à vérifier si les activités réalisées et les informations fournies par l’unité d’administration publique sont conformes à la réglementation à laquelle l’unité est soumise (norme ISA 250).
La norme ISA 500 définit les éléments probants comme étant des informations utilisées par l’auditeur pour
aboutir aux conclusions sur lesquelles il fonde son opinion d’audit. L’utilisation de sondages en audit se fait
conformé
Wie kust de OR wakker? 19 perspectieven op veranderingen bij de overheid en het effect op arbeidsverhoudingen
Nieuwe vormen van medezeggenschap/participatie lijken nodig om de veranderingen in de organisatie en de omgeving aan te kunnen. Dit boek onderzoekt de thema’s vernieuwing, betrokkenheid en besluitvorming bij de overheid. Met voorwoord van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties).
Het boek beantwoordt met 19 actuele verhalen van overheidsexperts de volgende vragen:
Met o.a. bijdragen van burgemeester Michael
Sijbom (Losser), Michiel de Vries (Radboud
Universiteit Nijmegen), Wim van Oosterhout
(voorzitter Departmentale Ondernemingsraad
van ministerie van OCW), Lex Schellevis
(ondernemingsraadslid bij de provincie Gelderland,
Ineke Nijhuis (voorzitter van de ondernemingsraad
bij de gemeente Hengelo),
Alexander Meijer (gemeentesecretaris van
gemeente De Ronde Venen) en Mr. Gerard
Roes (Directeur Generaal Rechtspleging en
Rechtshandhaving).
Wie kust de OR wakker? 19 perspectieven op veranderingen bij de overheid en het effect op arbeidsverhoudingen
Nieuwe vormen van medezeggenschap/participatie lijken nodig om de veranderingen in de organisatie en de omgeving aan te kunnen. Dit boek onderzoekt de thema’s vernieuwing, betrokkenheid en besluitvorming bij de overheid. Met voorwoord van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties).
Het boek beantwoordt met 19 actuele verhalen van overheidsexperts de volgende vragen:
Met o.a. bijdragen van burgemeester Michael
Sijbom (Losser), Michiel de Vries (Radboud
Universiteit Nijmegen), Wim van Oosterhout
(voorzitter Departmentale Ondernemingsraad
van ministerie van OCW), Lex Schellevis
(ondernemingsraadslid bij de provincie Gelderland,
Ineke Nijhuis (voorzitter van de ondernemingsraad
bij de gemeente Hengelo),
Alexander Meijer (gemeentesecretaris van
gemeente De Ronde Venen) en Mr. Gerard
Roes (Directeur Generaal Rechtspleging en
Rechtshandhaving).

Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten
Pendant la Seconde Guerre mondiale, nombre de citoyens belges, hommes et femmes, de tous âges et classes sociales, indignés par l’occupation de leur patrie, ont ressenti le besoin de faire « quelque chose ». Ils allaient donner naissance à une forme très particulière de la Résistance. En Belgique occupée, un total de 18.716 ARA – Agents de Renseignement et d’Action – reconnus étaient actifs au sein de 129 SRA – Services des Renseignement et d’Action, pilotés par la Sûreté de l’Etat en exil à Londres, en collaboration avec les services britanniques MI.6, MI.9 et SOE. Leurs terrains d’action? L’espionnage politique, économique et militaire; le sabotage; la guerre psychologique; la propagande; les lignes d’évasion; les informations météorologiques; le soutien aux personnes refusant le service du travail obligatoire; etc. 4.000 d’entre eux au moins ont été arrêtés et 1.815 ont trouvé la mort (abattus, décapités, dans les camps de concentration, ...). Ce livre narre leur histoire et, 70 années après celle-ci, offre enfin un nom à ces inconnus!
Numerous Belgian citizens, men and women from all ages and social classes, were indignant by the occupation of their native country during World War II. As a result, they felt the need ‘to do something about it’ and would evolve to a special form of the Resistance. No less than 18.716 Intelligence and Action Agents (IAA) in 129 Intelligence and Action Services (IAS) operated in occupied Belgium. In cooperation with the British services MI.6, MI.9 and SOE, they were directed by the State Security in exile in London. Their fields of operation were: political, economic and military espionage; sabotage; psychological warfare; propaganda; escape lines; meteorological intelli-gence; support to people who refused the Compulsory Work Service; … At least 4.000 Intelligence and Action Agents were arrested and 1.815 were killed. They were shot to death, decapitated or killed in concentration camps). This book highlights their story and it names each of these unknown heroes, 70 years after the events.

Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten
Pendant la Seconde Guerre mondiale, nombre de citoyens belges, hommes et femmes, de tous âges et classes sociales, indignés par l’occupation de leur patrie, ont ressenti le besoin de faire « quelque chose ». Ils allaient donner naissance à une forme très particulière de la Résistance. En Belgique occupée, un total de 18.716 ARA – Agents de Renseignement et d’Action – reconnus étaient actifs au sein de 129 SRA – Services des Renseignement et d’Action, pilotés par la Sûreté de l’Etat en exil à Londres, en collaboration avec les services britanniques MI.6, MI.9 et SOE. Leurs terrains d’action? L’espionnage politique, économique et militaire; le sabotage; la guerre psychologique; la propagande; les lignes d’évasion; les informations météorologiques; le soutien aux personnes refusant le service du travail obligatoire; etc. 4.000 d’entre eux au moins ont été arrêtés et 1.815 ont trouvé la mort (abattus, décapités, dans les camps de concentration, ...). Ce livre narre leur histoire et, 70 années après celle-ci, offre enfin un nom à ces inconnus!
Numerous Belgian citizens, men and women from all ages and social classes, were indignant by the occupation of their native country during World War II. As a result, they felt the need ‘to do something about it’ and would evolve to a special form of the Resistance. No less than 18.716 Intelligence and Action Agents (IAA) in 129 Intelligence and Action Services (IAS) operated in occupied Belgium. In cooperation with the British services MI.6, MI.9 and SOE, they were directed by the State Security in exile in London. Their fields of operation were: political, economic and military espionage; sabotage; psychological warfare; propaganda; escape lines; meteorological intelli-gence; support to people who refused the Compulsory Work Service; … At least 4.000 Intelligence and Action Agents were arrested and 1.815 were killed. They were shot to death, decapitated or killed in concentration camps). This book highlights their story and it names each of these unknown heroes, 70 years after the events.
Trauma and Mental Health in the Wake of a Technological Disaster. The Ghislenghien Gas Explosion
This book aims at clarifying the impact of a technological disaster, both phenomenologically and empirically. It also wishes to enhance the understanding of the challenges for psychological help in the wake of technological disaster.
On the phenomenological side, the experiences of a disaster survivor are used to set the stage for a discussion on the conceptual differences between mainstream (Anglo-Saxon) trauma theories and the more classical (French) psychodynamic theories. Three chapters provide contextual information on the trauma inflicted by a massive explosion.
On the empirical side, the focus is on the prevalence of posttraumatic stress symptoms in adult and child survivors of a massive gas explosion, in their family members as well as in family members of deceased victims. Four chapters provide a quantitative approach of trauma-related mental health disturbances in adults and children after a technological disaster.
The results clearly indicate the influence of the degree of exposure, peritraumatic dissociation and dissatisfaction with social support on the development of posttraumatic stress symptoms. The risk for the development of four types of mental health disturbances (somatization, depression, anxiety and sleeping disturbances) was much higher in direct witnesses who have seen human damage. The epilogue discusses possible future developments for early psychophysiological stabilization of disaster victims.
Corrigendum p. 141
Erik De Soir
is a psychologist and psychotherapist affiliated with
the Royal Higher Institute of Defence and a senior
lecturer in crisis psychology at the Department of
Behavioral Sciences at the Royal Military Academy
in Brussels (Belgium). He is also a trauma therapist
and consultant at De Weg Wijzer – Center for Trauma Treatment in Leopoldsburg
and an operational fire psychologist in Noord Limburg. He completed his Ph.D. on
trauma and mental health in the wake of a technological disaster in 2015.
Trauma and Mental Health in the Wake of a Technological Disaster. The Ghislenghien Gas Explosion
This book aims at clarifying the impact of a technological disaster, both phenomenologically and empirically. It also wishes to enhance the understanding of the challenges for psychological help in the wake of technological disaster.
On the phenomenological side, the experiences of a disaster survivor are used to set the stage for a discussion on the conceptual differences between mainstream (Anglo-Saxon) trauma theories and the more classical (French) psychodynamic theories. Three chapters provide contextual information on the trauma inflicted by a massive explosion.
On the empirical side, the focus is on the prevalence of posttraumatic stress symptoms in adult and child survivors of a massive gas explosion, in their family members as well as in family members of deceased victims. Four chapters provide a quantitative approach of trauma-related mental health disturbances in adults and children after a technological disaster.
The results clearly indicate the influence of the degree of exposure, peritraumatic dissociation and dissatisfaction with social support on the development of posttraumatic stress symptoms. The risk for the development of four types of mental health disturbances (somatization, depression, anxiety and sleeping disturbances) was much higher in direct witnesses who have seen human damage. The epilogue discusses possible future developments for early psychophysiological stabilization of disaster victims.
Corrigendum p. 141
Erik De Soir
is a psychologist and psychotherapist affiliated with
the Royal Higher Institute of Defence and a senior
lecturer in crisis psychology at the Department of
Behavioral Sciences at the Royal Military Academy
in Brussels (Belgium). He is also a trauma therapist
and consultant at De Weg Wijzer – Center for Trauma Treatment in Leopoldsburg
and an operational fire psychologist in Noord Limburg. He completed his Ph.D. on
trauma and mental health in the wake of a technological disaster in 2015.

Luxe-uitgaven. Aftrekbaarheid, bewijsvoering en voordelen van alle aard. Analyse inzake btw en inkomstenbelastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 27)
Dat is toch subjectief? Absoluut. De beoordeling van een overdreven uitgave issubjectief, echte regels bestaan hier niet voor. Een uitgave als overdreven kostbeschouwen is dus niet zo eenvoudig. Inzake inkomstenbelastingen speelt hetverbod op opportuniteitsbeoordeling de administratie vaak parten. Inzake btwgelden vaak eigen regels.
In welke mate is een luxe-uitgave aftrekbaar en wie draagt de bewijslast dat eenkost beroepsmatig is?
Vaak is er sprake van een gemengd gebruik, waardoor de problematiek van devoordelen van alle aard niet veraf is. Is het voldoende een voordeel van alle aard aante geven opdat er aftrek sowieso veilig zou zijn? Denk maar aan de luxeflats aan dekust, een helikopter, een zeiljacht, een campingcar, …? Is de btw aftrekbaar op deaankoop?
In deel 1 van dit boek behandelt Stefan Ruysschaert de btw-aspecten, terwijl indeel 2 Wim Van Kerchove de belastinggevolgen analyseert.

Luxe-uitgaven. Aftrekbaarheid, bewijsvoering en voordelen van alle aard. Analyse inzake btw en inkomstenbelastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 27)
Dat is toch subjectief? Absoluut. De beoordeling van een overdreven uitgave issubjectief, echte regels bestaan hier niet voor. Een uitgave als overdreven kostbeschouwen is dus niet zo eenvoudig. Inzake inkomstenbelastingen speelt hetverbod op opportuniteitsbeoordeling de administratie vaak parten. Inzake btwgelden vaak eigen regels.
In welke mate is een luxe-uitgave aftrekbaar en wie draagt de bewijslast dat eenkost beroepsmatig is?
Vaak is er sprake van een gemengd gebruik, waardoor de problematiek van devoordelen van alle aard niet veraf is. Is het voldoende een voordeel van alle aard aante geven opdat er aftrek sowieso veilig zou zijn? Denk maar aan de luxeflats aan dekust, een helikopter, een zeiljacht, een campingcar, …? Is de btw aftrekbaar op deaankoop?
In deel 1 van dit boek behandelt Stefan Ruysschaert de btw-aspecten, terwijl indeel 2 Wim Van Kerchove de belastinggevolgen analyseert.
Quo vadis? Tien jaar basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden
Tien jaar geleden werd de basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden
gepubliceerd. Een wet met een doordacht penologisch concept en met fundamentele
principes voor de regeling van het leven achter de tralies.
Na een decennium is het tijd om een stand van zaken op te maken.
De bijdragen in dit boek belichten op uiteenlopende vlakken de veranderingen na een
decennium basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden. Een eerste
hoofdstuk behandelt de tenuitvoerlegging van de basiswet, zes hoofdstukken gaan in op
diverse deelthema’s (controle en toezicht, tucht,…) en in een laatste hoofdstuk wordt
vooruit gekeken naar de toekomst van de basiswet.
Quo vadis? Tien jaar basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden
Tien jaar geleden werd de basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden
gepubliceerd. Een wet met een doordacht penologisch concept en met fundamentele
principes voor de regeling van het leven achter de tralies.
Na een decennium is het tijd om een stand van zaken op te maken.
De bijdragen in dit boek belichten op uiteenlopende vlakken de veranderingen na een
decennium basiswet gevangeniswezen en rechtspositie van gedetineerden. Een eerste
hoofdstuk behandelt de tenuitvoerlegging van de basiswet, zes hoofdstukken gaan in op
diverse deelthema’s (controle en toezicht, tucht,…) en in een laatste hoofdstuk wordt
vooruit gekeken naar de toekomst van de basiswet.
Criminology, Security and Justice. Methodological and epistemological issues (GERN Research Paper Series, nr 3)
This is the third volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN. Last edition of the Summer School was held in September 2014 in Porto (Portugal). The selected theme for this Summer School was ‘Criminology, Security and Justice: methodological and epistemological issues’, searching for a fruitful debate about the methodological and epistemological aspects relevant for the development of PhD thesis. Scientific research is, in its essence, critical thinking. What is critical thinking? It is a kind of thinking that differs from magic reasoning, common sense, and speculation. Scientific evidence contrasts with belief, immediate and apparent knowledge, illusion and opinion. This is valid for every knowledge domain that claims to be scientific. It is thus true for the science of crime, criminology.
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and
disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result
of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent
platform from which to survey key emergent topics in the field. With this
series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary
questions, presenting recent research results and scientific reflection,
by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences
in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to
the normative questions arising from the commission of crime and the formal reaction
to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Criminology, Security and Justice. Methodological and epistemological issues (GERN Research Paper Series, nr 3)
This is the third volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN. Last edition of the Summer School was held in September 2014 in Porto (Portugal). The selected theme for this Summer School was ‘Criminology, Security and Justice: methodological and epistemological issues’, searching for a fruitful debate about the methodological and epistemological aspects relevant for the development of PhD thesis. Scientific research is, in its essence, critical thinking. What is critical thinking? It is a kind of thinking that differs from magic reasoning, common sense, and speculation. Scientific evidence contrasts with belief, immediate and apparent knowledge, illusion and opinion. This is valid for every knowledge domain that claims to be scientific. It is thus true for the science of crime, criminology.
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and
disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result
of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent
platform from which to survey key emergent topics in the field. With this
series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary
questions, presenting recent research results and scientific reflection,
by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences
in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to
the normative questions arising from the commission of crime and the formal reaction
to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Aspecten van continuïteit en revisorale tussenkomst – Aspects de la continuité et intervention révisorale (Reeks ICCI 2015-2)
NEDERLANDS
De continuïteit van een onderneming en de revisorale tussenkomst, het centrale thema van onderhavig boek, wordt ingeleid in het eerste hoofdstuk. Het tweede hoofdstuk focust op de probleemstelling en de situering van de continuïteit van de ondernemingen. Het huidig Belgisch vennootschapsrechtelijk kader inzake de aspecten van continuïteit van vennootschappen wordt geanalyseerd in het derde hoofdstuk. Het vierde hoofdstuk zoomt in op artikel 138 van het Wetboek van vennootschappen, de zogenaamde waarschuwingsprocedure. Het van toepassing maken van deze waarschuwingsprocedure op de vzw’s, ivzw’s en stichtingen vormt het onderwerp van het vijfde hoofdstuk.
Hoofdstuk zes is specifiek gewijd aan het internationaal normatief kader inzake continuïteit, ISA 570. De recente aanpassingen in de artikelen 10, 12 en 17 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en de rol van de economische beroepsbeoefenaar maken het onderwerp uit van het zevende hoofdstuk.
Hoofdstuk acht schetst de sociale rechten in het kader van de continuïteit van ondernemingen. Het sociaal overleg, de continuïteit van ondernemingen en de rol van de bedrijfsrevisor vormt het onderwerp van het negende hoofdstuk. Hoofdstuk tien behelst de rol van de magistratuur bij de continuïteit van ondernemingen. De Ondervoorzitter van het IBR besluit het boek met de precisering dat de bedrijfsrevisor en de commissaris een leidende rol spelen in het voorkomen van discontinuïteit.
Met bijdragen van T. Dupont, prof. dr. D. Breesch, prof. dr. K. Hardies, drs. S. De Blauwe, A. Cauwe, J. Vandernoot, E. Vanderstappene, I. Vanbeveren, A. Hellebuyck, P. Comhaire en G. De Croock.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le thème central du présent ouvrage, à savoir la continuité d’une entreprise et l’intervention du réviseur d’entreprises, est présenté dans le premier chapitre. Le deuxième chapitre se concentre sur la problématique et le contexte de la continuité des entreprises. Le cadre actuel en matière de droit des sociétés en Belgique pour ce qui concerne les aspects de la continuité des entreprises est analysé dans le troisième chapitre. Le quatrième chapitre se concentre sur l’article 138 du Code des sociétés, la procédure dite d’alerte. L’application de la procédure d’alerte imposée aux ASBL, AISBL et fondations figure au cinquième chapitre.
Le sixième chapitre est spécifiquement dédié au cadre normatif international relatif à la continuité, à savoir la norme ISA 570. Les récentes modifications apportées aux articles 10, 12 et 17 de la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises et le rôle du professionnel du chiffre sont détaillés dans le septième chapitre. Le huitième chapitre expose les droits sociaux dans le cadre de la continuité des entreprises.
La concertation sociale, la continuité des entreprises et le rôle du réviseur d’entreprises font l’objet du neuvième chapitre. Le dixième chapitre présente le rôle de la magistrature dans la continuité des entreprises. Le Vice-président de l’IRE conclut l’ouvrage en précisant que le réviseur d’entreprises et le commissaire jouent un rôle prépondérant dans la prévention de la discontinuité.
Avec des contributions de T. Dupont, prof. dr. D. Breesch, prof. dr. K. Hardies, drs. S. De Blauwe, A. Cauwe, J. Vandernoot, E. Vanderstappene, I. Vanbeveren, A. Hellebuyck, P. Comhaire et G. De Croock.
Table des matières
<a href="http://www.maklu.be/link/9789046607770vwf
Aspecten van continuïteit en revisorale tussenkomst – Aspects de la continuité et intervention révisorale (Reeks ICCI 2015-2)
NEDERLANDS
De continuïteit van een onderneming en de revisorale tussenkomst, het centrale thema van onderhavig boek, wordt ingeleid in het eerste hoofdstuk. Het tweede hoofdstuk focust op de probleemstelling en de situering van de continuïteit van de ondernemingen. Het huidig Belgisch vennootschapsrechtelijk kader inzake de aspecten van continuïteit van vennootschappen wordt geanalyseerd in het derde hoofdstuk. Het vierde hoofdstuk zoomt in op artikel 138 van het Wetboek van vennootschappen, de zogenaamde waarschuwingsprocedure. Het van toepassing maken van deze waarschuwingsprocedure op de vzw’s, ivzw’s en stichtingen vormt het onderwerp van het vijfde hoofdstuk.
Hoofdstuk zes is specifiek gewijd aan het internationaal normatief kader inzake continuïteit, ISA 570. De recente aanpassingen in de artikelen 10, 12 en 17 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen en de rol van de economische beroepsbeoefenaar maken het onderwerp uit van het zevende hoofdstuk.
Hoofdstuk acht schetst de sociale rechten in het kader van de continuïteit van ondernemingen. Het sociaal overleg, de continuïteit van ondernemingen en de rol van de bedrijfsrevisor vormt het onderwerp van het negende hoofdstuk. Hoofdstuk tien behelst de rol van de magistratuur bij de continuïteit van ondernemingen. De Ondervoorzitter van het IBR besluit het boek met de precisering dat de bedrijfsrevisor en de commissaris een leidende rol spelen in het voorkomen van discontinuïteit.
Met bijdragen van T. Dupont, prof. dr. D. Breesch, prof. dr. K. Hardies, drs. S. De Blauwe, A. Cauwe, J. Vandernoot, E. Vanderstappene, I. Vanbeveren, A. Hellebuyck, P. Comhaire en G. De Croock.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le thème central du présent ouvrage, à savoir la continuité d’une entreprise et l’intervention du réviseur d’entreprises, est présenté dans le premier chapitre. Le deuxième chapitre se concentre sur la problématique et le contexte de la continuité des entreprises. Le cadre actuel en matière de droit des sociétés en Belgique pour ce qui concerne les aspects de la continuité des entreprises est analysé dans le troisième chapitre. Le quatrième chapitre se concentre sur l’article 138 du Code des sociétés, la procédure dite d’alerte. L’application de la procédure d’alerte imposée aux ASBL, AISBL et fondations figure au cinquième chapitre.
Le sixième chapitre est spécifiquement dédié au cadre normatif international relatif à la continuité, à savoir la norme ISA 570. Les récentes modifications apportées aux articles 10, 12 et 17 de la loi du 31 janvier 2009 relative à la continuité des entreprises et le rôle du professionnel du chiffre sont détaillés dans le septième chapitre. Le huitième chapitre expose les droits sociaux dans le cadre de la continuité des entreprises.
La concertation sociale, la continuité des entreprises et le rôle du réviseur d’entreprises font l’objet du neuvième chapitre. Le dixième chapitre présente le rôle de la magistrature dans la continuité des entreprises. Le Vice-président de l’IRE conclut l’ouvrage en précisant que le réviseur d’entreprises et le commissaire jouent un rôle prépondérant dans la prévention de la discontinuité.
Avec des contributions de T. Dupont, prof. dr. D. Breesch, prof. dr. K. Hardies, drs. S. De Blauwe, A. Cauwe, J. Vandernoot, E. Vanderstappene, I. Vanbeveren, A. Hellebuyck, P. Comhaire et G. De Croock.
Table des matières
<a href="http://www.maklu.be/link/9789046607770vwf
Privacy en gegevensbescherming
De bundel is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Privacy en gegevensbescherming: balanceren tussen beschermen en belemmeren’. Dit congres werd ter ere van het 25-jarig bestaan van Mordenate georganiseerd en vond plaats op 29 november 2013. Naast de bijdragen van enkele congressprekers is de bundel aangevuld met diverse bijdragen van zowel professionals als studentleden van het Mordenate College.
Het resultaat is een breed scala aan beschouwingen die verbonden zijn met de centrale thematiek van privacy en gegevensbescherming.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Desire van Beelen, Corinna Klostermann, Genevieve Noordeloos en Pauline Ribbers.
Zij bevat bijdragen van M.J.W. Timmer & N. van Triet, H.J.Th.M. van Roosmalen, G.J. Zwenne, A.M.C. Emmen & R. Stolk, P.L.F. Ribbers, M.W. van Nijendaal, R.C.P. van Uden, J.H. Hulshof, D.S. Verkroost, S.A. Gawronski en J. Corthals en een voorwoord van prof. mr. H.J. Snijders.
Privacy en gegevensbescherming
De bundel is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Privacy en gegevensbescherming: balanceren tussen beschermen en belemmeren’. Dit congres werd ter ere van het 25-jarig bestaan van Mordenate georganiseerd en vond plaats op 29 november 2013. Naast de bijdragen van enkele congressprekers is de bundel aangevuld met diverse bijdragen van zowel professionals als studentleden van het Mordenate College.
Het resultaat is een breed scala aan beschouwingen die verbonden zijn met de centrale thematiek van privacy en gegevensbescherming.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Desire van Beelen, Corinna Klostermann, Genevieve Noordeloos en Pauline Ribbers.
Zij bevat bijdragen van M.J.W. Timmer & N. van Triet, H.J.Th.M. van Roosmalen, G.J. Zwenne, A.M.C. Emmen & R. Stolk, P.L.F. Ribbers, M.W. van Nijendaal, R.C.P. van Uden, J.H. Hulshof, D.S. Verkroost, S.A. Gawronski en J. Corthals en een voorwoord van prof. mr. H.J. Snijders.
Handleiding volkenrecht (3de uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
Deze Handleiding Volkenrecht is gemaakt voor studenten die een inleidende cursus in het Volkenrecht op bachelorniveau volgen.
Het boek benadert het Volkenrecht vanuit het perspectief van de internationale verhoudingen. Centraal staat de vraag of het recht een bijdrage kan leveren tot het oplossen van problemen die zich op wereldvlak stellen. Er is gekozen voor de Engelstalige versie van de bronnen.
Prof. dr. Koen De Feyter is hoogleraar Internationaal recht aan de Universiteit Antwerpen, waar hij onder meer Volkenrecht doceert aan de faculteiten Rechten en Politieke en Sociale wetenschappen.
Handleiding volkenrecht (3de uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
Deze Handleiding Volkenrecht is gemaakt voor studenten die een inleidende cursus in het Volkenrecht op bachelorniveau volgen.
Het boek benadert het Volkenrecht vanuit het perspectief van de internationale verhoudingen. Centraal staat de vraag of het recht een bijdrage kan leveren tot het oplossen van problemen die zich op wereldvlak stellen. Er is gekozen voor de Engelstalige versie van de bronnen.
Prof. dr. Koen De Feyter is hoogleraar Internationaal recht aan de Universiteit Antwerpen, waar hij onder meer Volkenrecht doceert aan de faculteiten Rechten en Politieke en Sociale wetenschappen.

Recht door zee. Hedendaags internationaal zee- en maritiem recht
Het recht van de zee, zowel op internationaal als nationaal vlak, is blijvend in evolutie.Naar aanleiding van het emeritaat van professor Eddy Somers, expert in internationaalzee- en maritiem recht, stelden An Cliquet en Frank Maes een uniek liber amicorum samen,met actuele ontwikkelingen in het internationaal zeerecht en het maritiem recht.
Een eerste deel handelt over ontwikkelingen in het internationaal zeerecht en gaat in opde toepassing van het Zeerechtverdrag op Arctica, mariene ruimtelijke planning, marienegebiedsbescherming, mensensmokkel op zee, piraterij, hulp en bijstand.
Een tweede deel gaat in op het maritiem recht en omvat bijdragen inzake beveiliging vanBelgische schepen, bewarend beslag op zeeschepen, ‘transportfacilitatie’, staking in de havenen de regionalisering van de binnenvaart.
In een derde deel komen een aantal ruimere maritieme thema’s aan bod: de historiek van debreedte van de territoriale zee, havenplanologie in Vlaanderen, scheepsafval en havenontvangstinstallaties,veiligheidsmaatregelen in de havens, samenwerking tussen Vlaanderenen Nederland inzake de Schelde en de estuaire vaart.
Het geheel is opgevat als eigentijds handboek, rijk gestoffeerd voor iedereen met interessein de zee en het zeerecht, voor academici en mensen in de praktijk!Met bijdragen van Erik Franckx, Fanny Douvere, Frank Maes, An Cliquet, Jasmine Coppens,Klaas Willaert, Gwen Gonsaeles, Walter P. Verstrepen, Clive van Aerde, Kristiaan Bernauw,Patrick Humblet, Marc De Decker, J.W.P. Prins, Jozef Cuyt, Georges Allaert, Guido Van Meel,Dirk Vernaeve, Jacques D’Havé, Antoine Vuylsteke en Marc Vantorre.
Inclusief kleurenafbeeldingen

Recht door zee. Hedendaags internationaal zee- en maritiem recht
Het recht van de zee, zowel op internationaal als nationaal vlak, is blijvend in evolutie.Naar aanleiding van het emeritaat van professor Eddy Somers, expert in internationaalzee- en maritiem recht, stelden An Cliquet en Frank Maes een uniek liber amicorum samen,met actuele ontwikkelingen in het internationaal zeerecht en het maritiem recht.
Een eerste deel handelt over ontwikkelingen in het internationaal zeerecht en gaat in opde toepassing van het Zeerechtverdrag op Arctica, mariene ruimtelijke planning, marienegebiedsbescherming, mensensmokkel op zee, piraterij, hulp en bijstand.
Een tweede deel gaat in op het maritiem recht en omvat bijdragen inzake beveiliging vanBelgische schepen, bewarend beslag op zeeschepen, ‘transportfacilitatie’, staking in de havenen de regionalisering van de binnenvaart.
In een derde deel komen een aantal ruimere maritieme thema’s aan bod: de historiek van debreedte van de territoriale zee, havenplanologie in Vlaanderen, scheepsafval en havenontvangstinstallaties,veiligheidsmaatregelen in de havens, samenwerking tussen Vlaanderenen Nederland inzake de Schelde en de estuaire vaart.
Het geheel is opgevat als eigentijds handboek, rijk gestoffeerd voor iedereen met interessein de zee en het zeerecht, voor academici en mensen in de praktijk!Met bijdragen van Erik Franckx, Fanny Douvere, Frank Maes, An Cliquet, Jasmine Coppens,Klaas Willaert, Gwen Gonsaeles, Walter P. Verstrepen, Clive van Aerde, Kristiaan Bernauw,Patrick Humblet, Marc De Decker, J.W.P. Prins, Jozef Cuyt, Georges Allaert, Guido Van Meel,Dirk Vernaeve, Jacques D’Havé, Antoine Vuylsteke en Marc Vantorre.
Inclusief kleurenafbeeldingen
Labelling migrants who sell sex. A case study of Brazilians in Spain and Portugal
Through a case study of Brazilian migrants in Spain and Portugal, this book delves
into the motivations of both receiving/developed and sending/developing countries
which shape their construction of the labels of migrants working in the sex
industry and their application. It considers issues such as the varying definitions
of these labels in national legislation and policies, the effect of the manipulation of
labels on trafficking statistics, the problems faced by migrants who sell sex outside
of the trafficking context and the treatment given to those labelled as (potential)
victims of trafficking before and after reaching their country of destination.
Julie Lima de Pérez earned a master’s degree in European Interdisciplinary Studies
from the College of Europe (Natolin) in 2010. She moved to Belgium the following
year to pursue a doctoral degree in Criminological Sciences at Ghent University.
Labelling migrants who sell sex. A case study of Brazilians in Spain and Portugal
Through a case study of Brazilian migrants in Spain and Portugal, this book delves
into the motivations of both receiving/developed and sending/developing countries
which shape their construction of the labels of migrants working in the sex
industry and their application. It considers issues such as the varying definitions
of these labels in national legislation and policies, the effect of the manipulation of
labels on trafficking statistics, the problems faced by migrants who sell sex outside
of the trafficking context and the treatment given to those labelled as (potential)
victims of trafficking before and after reaching their country of destination.
Julie Lima de Pérez earned a master’s degree in European Interdisciplinary Studies
from the College of Europe (Natolin) in 2010. She moved to Belgium the following
year to pursue a doctoral degree in Criminological Sciences at Ghent University.
Salduz Plus. Aandachtspunten bij de implementatie van de EU-richtlijn 2013/48 (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 11)
Voorliggend volume brengt de lezingen samen van een studiedag
die het Centre for Policing and Security (CPS) aan dit thema wijdde op
4 maart 2015 te Beveren-Waas. Ze kunnen inspireren of een aanzet
zijn voor discussie over het noodzakelijk wetgevend initiatief. Intussen
kunnen de politiemensen, magistraten en advocaten rijkelijk putten
uit de beschikbare samengebrachte kennis. Nadien zal het boek
een blijvend tijdsdocument zijn dat getuigt van de overwegingen die
aan de wet vooraf gingen.
Salduz Plus. Aandachtspunten bij de implementatie van de EU-richtlijn 2013/48 (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 11)
Voorliggend volume brengt de lezingen samen van een studiedag
die het Centre for Policing and Security (CPS) aan dit thema wijdde op
4 maart 2015 te Beveren-Waas. Ze kunnen inspireren of een aanzet
zijn voor discussie over het noodzakelijk wetgevend initiatief. Intussen
kunnen de politiemensen, magistraten en advocaten rijkelijk putten
uit de beschikbare samengebrachte kennis. Nadien zal het boek
een blijvend tijdsdocument zijn dat getuigt van de overwegingen die
aan de wet vooraf gingen.
De toekomstpolitie. Triggers voor een voldragen debat (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 10)
Bij de regeringswissel in 2014 legde de ministeriële stuurgroep haar rapport neer over de toekomst van de politie in 2025. In het verlengde hiervan namen diverse universitaire equipes en studiecentra het initiatief om het rapport onder de aandacht te brengen en kritisch door te lichten. Dit boek bevat het rapport van de stuurgroep, maar tevens een selectie van de meest indringende bijdragen aan het navolgend debat.
Er wordt ingegaan op een aantal maatschappelijke tendensen die onvermijdelijk het politiewerk in de toekomst zullen beïnvloeden, de toekomst van de politieorganisatie als zodanig en uiteraard de relatie tussen de politie en nieuwe technologieën. Het laatste deel behandelt de visietekst van de stuurgroep: ‘Een politie in verbinding. Een visie voor de politie in 2025’.
Via deze publicatie willen de editoren maatschappelijke actoren van alle gezindten uitnodigen tot een verder debat over de toekomst van de politie in België. Zij zijn de mening toegedaan dat het noodzakelijk is om op regelmatige basis een dergelijke toekomstvisie te formuleren. De politie is immers een belangrijk instituut in de samenleving en een toekomstvisie maakt het mogelijk op nieuwe trends te anticiperen. Daarnaast hopen ze dat vooral de beleidsverantwoordelijken zich over de visie zullen uitspreken, dan wel ze aanwenden om tot concrete besluitvorming te komen.
De toekomstpolitie. Triggers voor een voldragen debat (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 10)
Bij de regeringswissel in 2014 legde de ministeriële stuurgroep haar rapport neer over de toekomst van de politie in 2025. In het verlengde hiervan namen diverse universitaire equipes en studiecentra het initiatief om het rapport onder de aandacht te brengen en kritisch door te lichten. Dit boek bevat het rapport van de stuurgroep, maar tevens een selectie van de meest indringende bijdragen aan het navolgend debat.
Er wordt ingegaan op een aantal maatschappelijke tendensen die onvermijdelijk het politiewerk in de toekomst zullen beïnvloeden, de toekomst van de politieorganisatie als zodanig en uiteraard de relatie tussen de politie en nieuwe technologieën. Het laatste deel behandelt de visietekst van de stuurgroep: ‘Een politie in verbinding. Een visie voor de politie in 2025’.
Via deze publicatie willen de editoren maatschappelijke actoren van alle gezindten uitnodigen tot een verder debat over de toekomst van de politie in België. Zij zijn de mening toegedaan dat het noodzakelijk is om op regelmatige basis een dergelijke toekomstvisie te formuleren. De politie is immers een belangrijk instituut in de samenleving en een toekomstvisie maakt het mogelijk op nieuwe trends te anticiperen. Daarnaast hopen ze dat vooral de beleidsverantwoordelijken zich over de visie zullen uitspreken, dan wel ze aanwenden om tot concrete besluitvorming te komen.
Zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Advocatengedragsrecht (4de herziene uitgave)
Deze uitgave geeft daarmee een handreiking aan hen die met de uitoefening
van het tuchtrecht bezig zijn: tuchtrechters, Dekens en leden van de raden
van toezicht. Uiteraard heeft - niet in de laatste plaats - ook de advocaat baat
bij deze uitgave. De moderne praktijk kent immers zoveel facetten en doet
de beoefenaar ervan in aanraking komen met zo veel en zo verschillende
dilemma’s, dat een gids ter zake bijna een must is.
Prof. mr. F.A.W. Bannier heeft ruime ervaring met het tuchtrecht als voormalig Deken bij de Amsterdamse Orde van Advocaten en als bijzonder hoogleraar Advocatuur (Universiteit van Amsterdam). In beide functies is hij met grote regelmaat betrokken bij tuchtrechtelijke kwesties.
Zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Advocatengedragsrecht (4de herziene uitgave)
Deze uitgave geeft daarmee een handreiking aan hen die met de uitoefening
van het tuchtrecht bezig zijn: tuchtrechters, Dekens en leden van de raden
van toezicht. Uiteraard heeft - niet in de laatste plaats - ook de advocaat baat
bij deze uitgave. De moderne praktijk kent immers zoveel facetten en doet
de beoefenaar ervan in aanraking komen met zo veel en zo verschillende
dilemma’s, dat een gids ter zake bijna een must is.
Prof. mr. F.A.W. Bannier heeft ruime ervaring met het tuchtrecht als voormalig Deken bij de Amsterdamse Orde van Advocaten en als bijzonder hoogleraar Advocatuur (Universiteit van Amsterdam). In beide functies is hij met grote regelmaat betrokken bij tuchtrechtelijke kwesties.
Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2015
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 22ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
De inzameling van de gegevens is afgesloten op 15 april 2015.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 22ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
La récolte des données a été clôturée le 15 avril 2015.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 50 euros (prendre un abonnement).
Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2015
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 22ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
De inzameling van de gegevens is afgesloten op 15 april 2015.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 22ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
La récolte des données a été clôturée le 15 avril 2015.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 50 euros (prendre un abonnement).
Handboek Personenbelasting 2015 – 5de herziene uitgave BBB nr.1
Dit nieuwe Handboek Personenbelasting is een leidraad door de complexe materie heen die de Belgische personenbelasting vandaag geworden is. Het naslagwerk richt zich op de eerste plaats tot de professional die zich toelegt op het invullen van de aangifte in de personenbelasting en het oplossen van concrete knelpunten ter zake. Het werk is stevig onderbouwd. Niet enkel door de haast 1.400 voetnoten met nauwkeurige referenties. Voortdurend een evenwicht indachtig tussen volledigheid en praktijk, werden relevante parlementaire vragen, rechtspraak en rulings, wetswijzigingen en circulaires met hun precieze inwerkingtreding in het naslagwerk verwerkt. Steeds meer duiken immers interpretatievragen op, waarop het antwoord niet meteen terug te vinden is in de wettekst.
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Deze 5de uitgave is geactualiseerd tot 10.04.2015. Het handboek bevat de wijzigingen zoals doorgevoerd door de Bijzondere Financieringswet (BFW) van 6.01.2014 (BS 31.01.2014) en de Wet van 8.05.2014 tot wijziging van het WIB92 (BS 28.05.2014). Daarnaast zijn in het kader van de concrete invulling van de nieuwe bevoegdheden van de gewesten, het Vlaams decreet d.d. 19.12.2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 (BS 30.12.2014) en het Waals decreet d.d. 12.12.2014 (BS 23.01.2015) opgenomen.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 93,50 in plaats van € 110,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Filip Vandenberghe is adviseur – diensthoofd bij de FOD Financiën en ruim tien jaar docent fiscaliteit, onder meer aan de Brugge Business School (postgraduaat Fiscale Wetenschappen). Via colleges en seminars voor verschillende beroepsverenigingen, houdt hij nauwgezet de vinger aan de pols i.v.m. de laatste ontwikkelingen en vragen die bij praktijkmensen leven.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Handboek Personenbelasting 2015 – 5de herziene uitgave BBB nr.1
Dit nieuwe Handboek Personenbelasting is een leidraad door de complexe materie heen die de Belgische personenbelasting vandaag geworden is. Het naslagwerk richt zich op de eerste plaats tot de professional die zich toelegt op het invullen van de aangifte in de personenbelasting en het oplossen van concrete knelpunten ter zake. Het werk is stevig onderbouwd. Niet enkel door de haast 1.400 voetnoten met nauwkeurige referenties. Voortdurend een evenwicht indachtig tussen volledigheid en praktijk, werden relevante parlementaire vragen, rechtspraak en rulings, wetswijzigingen en circulaires met hun precieze inwerkingtreding in het naslagwerk verwerkt. Steeds meer duiken immers interpretatievragen op, waarop het antwoord niet meteen terug te vinden is in de wettekst.
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Deze 5de uitgave is geactualiseerd tot 10.04.2015. Het handboek bevat de wijzigingen zoals doorgevoerd door de Bijzondere Financieringswet (BFW) van 6.01.2014 (BS 31.01.2014) en de Wet van 8.05.2014 tot wijziging van het WIB92 (BS 28.05.2014). Daarnaast zijn in het kader van de concrete invulling van de nieuwe bevoegdheden van de gewesten, het Vlaams decreet d.d. 19.12.2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 (BS 30.12.2014) en het Waals decreet d.d. 12.12.2014 (BS 23.01.2015) opgenomen.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 93,50 in plaats van € 110,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Filip Vandenberghe is adviseur – diensthoofd bij de FOD Financiën en ruim tien jaar docent fiscaliteit, onder meer aan de Brugge Business School (postgraduaat Fiscale Wetenschappen). Via colleges en seminars voor verschillende beroepsverenigingen, houdt hij nauwgezet de vinger aan de pols i.v.m. de laatste ontwikkelingen en vragen die bij praktijkmensen leven.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Aangifte vennootschapsbelasting 2016 (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 3)
Deze publicatie bespreekt de vennootschapsbelasting aan de hand van het aangifteformulier. De keuze om deze materie technisch te benaderen (de zogenaamde negen bewerkingen) werd gemaakt vanwege de vaststelling dat men in de meeste gevallen in eerste instantie in aanraking komt met de vennootschapsbelasting via dit formulier.
Eerst wordt het toepassingsgebied onderzocht. Vervolgens worden de verschillende vakken van de aangifte grondig uitgediept. Hierbij wordt de vereiste aandacht besteed aan de interactie met boekhoudrecht en -techniek. Waar nodig wordt tevens kort ingegaan op de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en het vennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezen naar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaalde problemen.
Door deze unieke aanpak is het boek veel meer dan een traditionele belastingalmanak – die doorgaans slechts beperkt wordt geconsulteerd – en kan dit werk het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundig beroep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ook een zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 98,50 in plaats van € 125,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Philippe Salens en Christ Taghon zijn zaakvoerders van het kantoor Cnockaert & Salens. Dit kantoor legt zich toe op het verstrekken van fiscaal en juridisch advies aan ondernemingen, bedrijfsleiders, aandeelhouders en hun raadgevers (boekhouders, accountants, advocaten, notarissen, ...).
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige BeroepenAangifte vennootschapsbelasting 2016 (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 3)
Deze publicatie bespreekt de vennootschapsbelasting aan de hand van het aangifteformulier. De keuze om deze materie technisch te benaderen (de zogenaamde negen bewerkingen) werd gemaakt vanwege de vaststelling dat men in de meeste gevallen in eerste instantie in aanraking komt met de vennootschapsbelasting via dit formulier.
Eerst wordt het toepassingsgebied onderzocht. Vervolgens worden de verschillende vakken van de aangifte grondig uitgediept. Hierbij wordt de vereiste aandacht besteed aan de interactie met boekhoudrecht en -techniek. Waar nodig wordt tevens kort ingegaan op de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en het vennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezen naar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaalde problemen.
Door deze unieke aanpak is het boek veel meer dan een traditionele belastingalmanak – die doorgaans slechts beperkt wordt geconsulteerd – en kan dit werk het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundig beroep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ook een zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 98,50 in plaats van € 125,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Philippe Salens en Christ Taghon zijn zaakvoerders van het kantoor Cnockaert & Salens. Dit kantoor legt zich toe op het verstrekken van fiscaal en juridisch advies aan ondernemingen, bedrijfsleiders, aandeelhouders en hun raadgevers (boekhouders, accountants, advocaten, notarissen, ...).
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige BeroepenChina and EU Antitrust Review of Refusal to License IPR
In a series of cases, the EU courts have established the exceptional circumstances in which the right owners’ refusal conduct might be considered as an infringement of EU competition rules. In general, Chinese competition law has been modelled after the EU competition rules. This book firstly examines the EU approaches on dominant undertakings’ refusal to license intellectual property rights and the follow-on pricing issue, and then explores to what extent the EU model could contribute to China’s anti-monopoly practice.
Dr. Tiancheng Jiang is a Chinese lawyer with a master’s degree in international economic law from the East China University of Political Science and Law. He completed his PhD in competition law at the Ghent European Law Institute (Ghent University, Belgium). His research interests focus on the European competition law and the development of Chinese anti-monopoly law, particularly on those innovative issues at the intersection of the enforcement of competition law and the protection of intellectual property rights.
China and EU Antitrust Review of Refusal to License IPR
In a series of cases, the EU courts have established the exceptional circumstances in which the right owners’ refusal conduct might be considered as an infringement of EU competition rules. In general, Chinese competition law has been modelled after the EU competition rules. This book firstly examines the EU approaches on dominant undertakings’ refusal to license intellectual property rights and the follow-on pricing issue, and then explores to what extent the EU model could contribute to China’s anti-monopoly practice.
Dr. Tiancheng Jiang is a Chinese lawyer with a master’s degree in international economic law from the East China University of Political Science and Law. He completed his PhD in competition law at the Ghent European Law Institute (Ghent University, Belgium). His research interests focus on the European competition law and the development of Chinese anti-monopoly law, particularly on those innovative issues at the intersection of the enforcement of competition law and the protection of intellectual property rights.
Risicobeheer – Gestion des risques (Reeks ICCI 2015-1)
NEDERLANDS
Risicobeheer is een begrip dat tot de jaren zeventig van de vorige eeuw voornamelijk beperkt was tot de operationele risico’s. Vooral de recente kredietcrisis (2007-2011) heeft de bewustwording van het bestaan van ondernemingsrisico’s en het belang om deze te identificeren en te beheersen in een stroomversnelling gebracht.
In het eerste hoofdstuk wordt een uiteenzetting gegeven over wat het beheren van risico’s precies inhoudt. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de definitie en het wettelijk kader van risicobeheer, een relatief nieuw begrip in de Europese en Belgische wetgeving. Het overzicht en de evolutie van de COSO-raamwerken vormt het onderwerp van het derde hoofdstuk. In het vierde hoofdstuk wordt geschetst hoe risicobeheer in de publieke sector wordt gerealiseerd.
Verder behandelt het vijfde hoofdstuk het beheer en het toezicht op risico’s in de bancaire sector. De beschrijving van de voornaamste financiële en niet-financiële risico’s in het jaarverslag van Belgische naamloze vennootschappen, maakt het onderwerp uit van het zesde hoofdstuk. Hoofdstuk zeven is specifiek gewijd aan de aansprakelijkheid van de raad van bestuur in het kader van risicobeheer. Een praktische kijk op het auditcomité en risicobeheer wordt in het achtste hoofdstuk aangeboden.
Hoofdstuk negen brengt de opdracht van de commissaris in dit kader en de beschrijving door het bestuursorgaan van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen in kaart. De revisorale controle van financiële instellingen vormt het onderwerp van het tiende hoofdstuk. Hoofdstuk elf behelst de rol van de Commissie Corporate Governance op het vlak van interne controle en risicobeheer. De huidige toestand van risicobeheer in België en de verwachte evolutie hieromtrent op internationaal niveau worden geschetst in hoofdstuk twaalf. Het boek eindigt met de slotbeschouwingen van de Voorzitter van het IBR.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Gestion des risques
La gestion des risques est une notion qui jusque dans les années septante se limitait principalement aux risques opérationnels. C’est en premier lieu la récente crise financière (2007-2011) qui a accéléré la prise de conscience de l’existence des risques d’entreprise et de l’importance de les identifier et de les maîtriser.
Dans le premier chapitre de la publication, il est y précisé ce qu’implique exactement la gestion des risques. Le deuxième chapitre se concentre sur la définition et le cadre légal de la gestion des risques, une notion relativement récente dans la législation européenne et belge. Le troisième chapitre offre un aperçu des cadres COSO et de leur évolution. La façon dont la gestion des risques est appréhendée dans le secteur public est exposée au quatrième chapitre.
Ensuite, le cinquième chapitre traite de la gestion et du contrôle des risques dans le secteur bancaire. La description des principaux risques financiers et non financiers dans le rapport de gestion des sociétés anonymes belges est détaillée dans le sixième chapitre. Le septième chapitre est dédié à la responsabilité du conseil d’administration vis-à-vis de la gestion des risques. L’aspect pratique du comité d’audit et de la gestion des risques est abordé au huitième chapitre.
Le neuvième chapitre fait le point sur la mission du commissaire dans ce contexte et sur la description par
l’organe de gestion des principales caractéristiques des systèmes de contrôle interne et de gestion des risques.
Le contr
Risicobeheer – Gestion des risques (Reeks ICCI 2015-1)
NEDERLANDS
Risicobeheer is een begrip dat tot de jaren zeventig van de vorige eeuw voornamelijk beperkt was tot de operationele risico’s. Vooral de recente kredietcrisis (2007-2011) heeft de bewustwording van het bestaan van ondernemingsrisico’s en het belang om deze te identificeren en te beheersen in een stroomversnelling gebracht.
In het eerste hoofdstuk wordt een uiteenzetting gegeven over wat het beheren van risico’s precies inhoudt. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de definitie en het wettelijk kader van risicobeheer, een relatief nieuw begrip in de Europese en Belgische wetgeving. Het overzicht en de evolutie van de COSO-raamwerken vormt het onderwerp van het derde hoofdstuk. In het vierde hoofdstuk wordt geschetst hoe risicobeheer in de publieke sector wordt gerealiseerd.
Verder behandelt het vijfde hoofdstuk het beheer en het toezicht op risico’s in de bancaire sector. De beschrijving van de voornaamste financiële en niet-financiële risico’s in het jaarverslag van Belgische naamloze vennootschappen, maakt het onderwerp uit van het zesde hoofdstuk. Hoofdstuk zeven is specifiek gewijd aan de aansprakelijkheid van de raad van bestuur in het kader van risicobeheer. Een praktische kijk op het auditcomité en risicobeheer wordt in het achtste hoofdstuk aangeboden.
Hoofdstuk negen brengt de opdracht van de commissaris in dit kader en de beschrijving door het bestuursorgaan van de belangrijkste kenmerken van de interne controle- en risicobeheersystemen in kaart. De revisorale controle van financiële instellingen vormt het onderwerp van het tiende hoofdstuk. Hoofdstuk elf behelst de rol van de Commissie Corporate Governance op het vlak van interne controle en risicobeheer. De huidige toestand van risicobeheer in België en de verwachte evolutie hieromtrent op internationaal niveau worden geschetst in hoofdstuk twaalf. Het boek eindigt met de slotbeschouwingen van de Voorzitter van het IBR.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Gestion des risques
La gestion des risques est une notion qui jusque dans les années septante se limitait principalement aux risques opérationnels. C’est en premier lieu la récente crise financière (2007-2011) qui a accéléré la prise de conscience de l’existence des risques d’entreprise et de l’importance de les identifier et de les maîtriser.
Dans le premier chapitre de la publication, il est y précisé ce qu’implique exactement la gestion des risques. Le deuxième chapitre se concentre sur la définition et le cadre légal de la gestion des risques, une notion relativement récente dans la législation européenne et belge. Le troisième chapitre offre un aperçu des cadres COSO et de leur évolution. La façon dont la gestion des risques est appréhendée dans le secteur public est exposée au quatrième chapitre.
Ensuite, le cinquième chapitre traite de la gestion et du contrôle des risques dans le secteur bancaire. La description des principaux risques financiers et non financiers dans le rapport de gestion des sociétés anonymes belges est détaillée dans le sixième chapitre. Le septième chapitre est dédié à la responsabilité du conseil d’administration vis-à-vis de la gestion des risques. L’aspect pratique du comité d’audit et de la gestion des risques est abordé au huitième chapitre.
Le neuvième chapitre fait le point sur la mission du commissaire dans ce contexte et sur la description par
l’organe de gestion des principales caractéristiques des systèmes de contrôle interne et de gestion des risques.
Le contr

Rechtsgeschiedenis op nieuwe wegen / Legal history, moving in new directions
Dit boek bundelt de verhandelingen die daar werden gepresenteerd. Ze bieden een nstaalkaart van de diverse domeinen die rechtsgeschiedenis vandaag bestrijkt. Vooral de rijkdom inzake methodologie springt in het oog. Er is volop aandacht voor de juridische praktijk, zowel in haar vormende facetten als wat de toepassing van wetten en verdragen betreft. De grenzen tussen politieke en rechtsgeschiedenis vervagen. Daarnaast is vergelijkende rechtsgeschiedenis sterk in opmars. De nieuwe wegen die rechtshistorici inslaan voeren tot ver buiten de landsgrenzen.
Thema’s die in het boek aan bod komen betreffen niet alleen het Romeinse recht en het “oud-vaderlandse” recht van de Nederlanden, maar evengoed Corsica, Engeland, Zuid-Amerika en koloniale mandaatgebieden. Rechtshistorici doen vandaag onderzoek naar organisaties van experten, naar juridische tijdschriften, de diplomatieke praktijk en het politiek-filosofisch discours. Uit dit boek komt het bloeiende karakter van rechtshistorisch onderzoek in de Nederlanden ruim naar voren.
Met bijdragen van P. Nève, B. Deseure, M. Colette, R. Kubben, L. van den Berge, M. Reijntjes, S. Vandenbogaerde, B. Debaenst, M. Castelein, W. Druwé, B. Lagasse, A. Parise, S. Musa, F. Dhondt, I. Van Hulle en M. van der Linden.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content''

Rechtsgeschiedenis op nieuwe wegen / Legal history, moving in new directions
Dit boek bundelt de verhandelingen die daar werden gepresenteerd. Ze bieden een nstaalkaart van de diverse domeinen die rechtsgeschiedenis vandaag bestrijkt. Vooral de rijkdom inzake methodologie springt in het oog. Er is volop aandacht voor de juridische praktijk, zowel in haar vormende facetten als wat de toepassing van wetten en verdragen betreft. De grenzen tussen politieke en rechtsgeschiedenis vervagen. Daarnaast is vergelijkende rechtsgeschiedenis sterk in opmars. De nieuwe wegen die rechtshistorici inslaan voeren tot ver buiten de landsgrenzen.
Thema’s die in het boek aan bod komen betreffen niet alleen het Romeinse recht en het “oud-vaderlandse” recht van de Nederlanden, maar evengoed Corsica, Engeland, Zuid-Amerika en koloniale mandaatgebieden. Rechtshistorici doen vandaag onderzoek naar organisaties van experten, naar juridische tijdschriften, de diplomatieke praktijk en het politiek-filosofisch discours. Uit dit boek komt het bloeiende karakter van rechtshistorisch onderzoek in de Nederlanden ruim naar voren.
Met bijdragen van P. Nève, B. Deseure, M. Colette, R. Kubben, L. van den Berge, M. Reijntjes, S. Vandenbogaerde, B. Debaenst, M. Castelein, W. Druwé, B. Lagasse, A. Parise, S. Musa, F. Dhondt, I. Van Hulle en M. van der Linden.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content''
Aftrekbare kosten & btw
Is de btw op een kost aftrekbaar? In welke mate is de btw aftrekbaar? Vaak ontstaan hierover discussies bij btw-controles.
Dit boek biedt een overzicht van de regels die bij aftrek van btw moeten worden toegepast. Wanneer en hoe doet men een onttrekking? Wanneer en hoe moet de btw worden herzien? Wanneer moeten de gedane uitgaven belast worden? Welke aftrekcorrectie primeert? Wanneer is er verjaring? Wat met buitenlandse btw? Een bijzondere aandacht gaat naar de positie van de vervoermiddelen.
In een tweede deel geeft het boek een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de btw die zich kunnen voordoen bij gewone en gemengde btw-belastingplichtigen. Bijzondere aandacht gaat in dit deel naar de herzieningen in de vastgoedsector. Tot slot komen ook de btw-gevolgen bij stopzetting of bij overdracht van een algemeenheid van goederen aan bod.
Een onmisbaar boek voor de controlepraktijk!
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
Aftrekbare kosten & btw
Is de btw op een kost aftrekbaar? In welke mate is de btw aftrekbaar? Vaak ontstaan hierover discussies bij btw-controles.
Dit boek biedt een overzicht van de regels die bij aftrek van btw moeten worden toegepast. Wanneer en hoe doet men een onttrekking? Wanneer en hoe moet de btw worden herzien? Wanneer moeten de gedane uitgaven belast worden? Welke aftrekcorrectie primeert? Wanneer is er verjaring? Wat met buitenlandse btw? Een bijzondere aandacht gaat naar de positie van de vervoermiddelen.
In een tweede deel geeft het boek een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de btw die zich kunnen voordoen bij gewone en gemengde btw-belastingplichtigen. Bijzondere aandacht gaat in dit deel naar de herzieningen in de vastgoedsector. Tot slot komen ook de btw-gevolgen bij stopzetting of bij overdracht van een algemeenheid van goederen aan bod.
Een onmisbaar boek voor de controlepraktijk!
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
State-building in Kosovo. A plural policing perspective
This book challenges the conventional wisdom of international policing in transitional societies which seeks to strengthen the state police. It builds on a growing body of literature on the pluralization of policing in Western democracies and transitional states which contends that the state police is merely one security provider in a complex policing landscape. Through a case study of Kosovo, this book proposes possible forms of plural policing and the relationship between state-builders and non-state policing agents such as private security companies, gangs and Kanun-based policing systems.
The book provides insights in the field of (plural) policing in transitional societies and overall policing strategies used by the international community in Kosovo.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentJelle Janssens (1981) is a criminologist (2005), holds a master in Public Management (2006) and a Ph.D. in Criminology (2013). He is a researcher at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law of the Faculty of Law (Ghent University) and a member of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP). His research interests focus on policing in post-conflict environments, (international) criminal policy and law enforcement, community policing and plural policing.
State-building in Kosovo. A plural policing perspective
This book challenges the conventional wisdom of international policing in transitional societies which seeks to strengthen the state police. It builds on a growing body of literature on the pluralization of policing in Western democracies and transitional states which contends that the state police is merely one security provider in a complex policing landscape. Through a case study of Kosovo, this book proposes possible forms of plural policing and the relationship between state-builders and non-state policing agents such as private security companies, gangs and Kanun-based policing systems.
The book provides insights in the field of (plural) policing in transitional societies and overall policing strategies used by the international community in Kosovo.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentJelle Janssens (1981) is a criminologist (2005), holds a master in Public Management (2006) and a Ph.D. in Criminology (2013). He is a researcher at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law of the Faculty of Law (Ghent University) and a member of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP). His research interests focus on policing in post-conflict environments, (international) criminal policy and law enforcement, community policing and plural policing.
Onroerende verhuur. Btw en inkomstenbelastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 26)
De verhuur van onroerende goederen kent een aantal fiscale gevolgen waarvan het goed is vooraf bij stil te staan. Alternatieven op de klassieke onroerende (handels) huurovereenkomsten zijn populair. Maar wat zijn de fiscale kenmerken van deze overeenkomsten die een alternatief willen vormen op de klassieke onroerende verhuur?
In een eerste deel wordt onderzocht wanneer een onroerende verhuur met btw dient te worden verhuurd en wanneer er sprake is van een vrijgestelde onroerende verhuur.
Aansluitend hieraan wordt het onderscheid besproken tussen een professionele verhuur en een privéverhuur. De gevolgen inzake inkomstenbelastingen zijn immers verschillend.
Ook het verrichten van renovatiewerken of verbouwingen heeft gevolgen zowel voor de btw als voor de inkomstenbelastingen. Wie mag welke kosten ten laste nemen en wat zijn de gevolgen? Zowel de werken verricht door de huurder als verricht door de verhuurder worden geanalyseerd vanuit btw-perspectief en vanuit hun gevolgen inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen – expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.
Wim Van Kerchove werkt als adviseur en opleider bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van onder meer verschillende boekdelen in de reeks van de Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Onroerende verhuur. Btw en inkomstenbelastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 26)
De verhuur van onroerende goederen kent een aantal fiscale gevolgen waarvan het goed is vooraf bij stil te staan. Alternatieven op de klassieke onroerende (handels) huurovereenkomsten zijn populair. Maar wat zijn de fiscale kenmerken van deze overeenkomsten die een alternatief willen vormen op de klassieke onroerende verhuur?
In een eerste deel wordt onderzocht wanneer een onroerende verhuur met btw dient te worden verhuurd en wanneer er sprake is van een vrijgestelde onroerende verhuur.
Aansluitend hieraan wordt het onderscheid besproken tussen een professionele verhuur en een privéverhuur. De gevolgen inzake inkomstenbelastingen zijn immers verschillend.
Ook het verrichten van renovatiewerken of verbouwingen heeft gevolgen zowel voor de btw als voor de inkomstenbelastingen. Wie mag welke kosten ten laste nemen en wat zijn de gevolgen? Zowel de werken verricht door de huurder als verricht door de verhuurder worden geanalyseerd vanuit btw-perspectief en vanuit hun gevolgen inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen – expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.
Wim Van Kerchove werkt als adviseur en opleider bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van onder meer verschillende boekdelen in de reeks van de Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
De overeenkomst in het IPR – 4de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 11)
Wat het internationaal bevoegdheidsrecht betreft, ligt de nadruk op de bevoegdheidsbepalingen in de ‘herschikte’ EEX-Verordening en, wat het commune internationaal bevoegdheidsrecht betreft, op de rechtsmachtafdeling van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Ten aanzien van de vraag naar het toepasselijk recht komt de Rome I-Verordening, de opvolger van het EEG-Overeenkomstenverdrag (EVO), uitgebreid aan de orde. De rechtskeuzebevoegdheid en de algemene verwijzingsregels bij gebreke van een rechtskeuze staan daarbij centraal.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
De overeenkomst in het IPR – 4de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 11)
Wat het internationaal bevoegdheidsrecht betreft, ligt de nadruk op de bevoegdheidsbepalingen in de ‘herschikte’ EEX-Verordening en, wat het commune internationaal bevoegdheidsrecht betreft, op de rechtsmachtafdeling van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Ten aanzien van de vraag naar het toepasselijk recht komt de Rome I-Verordening, de opvolger van het EEG-Overeenkomstenverdrag (EVO), uitgebreid aan de orde. De rechtskeuzebevoegdheid en de algemene verwijzingsregels bij gebreke van een rechtskeuze staan daarbij centraal.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot onrechtmatige daden en andere niet-contractuele verbintenissen. Aan de orde komt de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen inzake onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen, en om (in kort geding) voorlopige en bewarende maatregelen te treffen, alsmede de vraag naar het toepasselijke recht op deze geschillen. Niet alleen wordt aandacht besteed aan de onrechtmatige daad in algemene zin, maar ook wordt ingegaan op bijzondere onrechtmatige daden, zoals de aanvaring, de ongeoorloofde mededinging, het persdelict, de (grensoverschrijdende) milieuverontreiniging en de octrooi- en merkinbreuken, alsmede de andere niet-contractuele verbintenissen, zoals de ongerechtvaardigde verrijking, de zaakwaarneming en de precontractuele aansprakelijkheid. Bijzondere onrechtmatige daden die onderwerp zijn van andere delen van de Praktijkreeks IPR, zoals het verkeersongeval en de productaansprakelijkheid, komen alleen kort aan de orde.
Het internationaal privaatrecht op deze rechtsgebieden ontwikkelt zich voortdurend, zowel door ontwikkelingen in de regelgeving als door rechtspraak. Wijzigingen in de regelgeving inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betreffen de herschikking van de EEXVerordening, in de zogenoemde EEX-Verordening II of de Brussel Ibis-Verordening, en een enkele bepaling van afdeling 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Inmiddels heeft met betrekking tot de EEX-Verordening II een wijziging plaatsgevonden in verband met onder meer de totstandkoming van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht. Ook is recentelijk Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht) in werking getreden, dat naast de Rome II-Verordening mede betrekking heeft op de vraag naar het toepasselijke recht in internationale gevallen. Daarnaast is sprake van belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak van met name het Hof van Justitie van de EU inzake de EEX-Verordening II, welke verordening vanaf 10 januari 2015 van toepassing is.
Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)
In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot onrechtmatige daden en andere niet-contractuele verbintenissen. Aan de orde komt de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen inzake onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen, en om (in kort geding) voorlopige en bewarende maatregelen te treffen, alsmede de vraag naar het toepasselijke recht op deze geschillen. Niet alleen wordt aandacht besteed aan de onrechtmatige daad in algemene zin, maar ook wordt ingegaan op bijzondere onrechtmatige daden, zoals de aanvaring, de ongeoorloofde mededinging, het persdelict, de (grensoverschrijdende) milieuverontreiniging en de octrooi- en merkinbreuken, alsmede de andere niet-contractuele verbintenissen, zoals de ongerechtvaardigde verrijking, de zaakwaarneming en de precontractuele aansprakelijkheid. Bijzondere onrechtmatige daden die onderwerp zijn van andere delen van de Praktijkreeks IPR, zoals het verkeersongeval en de productaansprakelijkheid, komen alleen kort aan de orde.
Het internationaal privaatrecht op deze rechtsgebieden ontwikkelt zich voortdurend, zowel door ontwikkelingen in de regelgeving als door rechtspraak. Wijzigingen in de regelgeving inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betreffen de herschikking van de EEXVerordening, in de zogenoemde EEX-Verordening II of de Brussel Ibis-Verordening, en een enkele bepaling van afdeling 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Inmiddels heeft met betrekking tot de EEX-Verordening II een wijziging plaatsgevonden in verband met onder meer de totstandkoming van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht. Ook is recentelijk Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht) in werking getreden, dat naast de Rome II-Verordening mede betrekking heeft op de vraag naar het toepasselijke recht in internationale gevallen. Daarnaast is sprake van belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak van met name het Hof van Justitie van de EU inzake de EEX-Verordening II, welke verordening vanaf 10 januari 2015 van toepassing is.
Tussen droom en werkelijkheid. Verschillende rollen van de ondernemingsraden in de 21ste eeuw
Weg met de ‘mitsen en maren’, kies een bepaalde koers. ‘Tussen droom en werkelijkheid staan wetten en praktische bezwaren’, aldus Elsschot. Dit boek geeft je inzicht in de verschillende rollen van de ondernemingsraad.
Door de mix te zoeken van professionals uit het veld en experts geven de hoofdstukken praktische, haalbare en realistische suggesties. Wat wil jij voor toegevoegde waarde hebben als ondernemingsraadslid? Wat wil jij dat de OR in de beleidsontwikkeling stimuleert, innoveert, controleert of faciliteert? Die focus helpt je bij het realiseren van je resultaten en zorgt ervoor dat de meerwaarde van de ondernemingsraad wordt gevoeld, zowel in de organisatie als bij medewerkers. De energie die de hoofdstukken bij je losmaken, is volledig afhankelijk van de wil aan de slag te gaan.
In dit boek wordt onder andere aandacht besteed aan:
• De ondernemingsraad als controleur
• De ondernemingsraad als bezorger van balans
• De ondernemingsraad als veranderaar
• De ondernemingsraad als verbinder tussen moderne
arbeidsverhoudingen en directe werknemersparticipatie
• De ondernemingsraad als stimulator van verandering
• De ondernemingsraad als pionier van blended learning
• De ambtelijk secretaris en de verschillende rollen
• De ondernemingsraad als beschermer van de medezeggenschap
in internationale verhoudingen
Tussen droom en werkelijkheid. Verschillende rollen van de ondernemingsraden in de 21ste eeuw
Weg met de ‘mitsen en maren’, kies een bepaalde koers. ‘Tussen droom en werkelijkheid staan wetten en praktische bezwaren’, aldus Elsschot. Dit boek geeft je inzicht in de verschillende rollen van de ondernemingsraad.
Door de mix te zoeken van professionals uit het veld en experts geven de hoofdstukken praktische, haalbare en realistische suggesties. Wat wil jij voor toegevoegde waarde hebben als ondernemingsraadslid? Wat wil jij dat de OR in de beleidsontwikkeling stimuleert, innoveert, controleert of faciliteert? Die focus helpt je bij het realiseren van je resultaten en zorgt ervoor dat de meerwaarde van de ondernemingsraad wordt gevoeld, zowel in de organisatie als bij medewerkers. De energie die de hoofdstukken bij je losmaken, is volledig afhankelijk van de wil aan de slag te gaan.
In dit boek wordt onder andere aandacht besteed aan:
• De ondernemingsraad als controleur
• De ondernemingsraad als bezorger van balans
• De ondernemingsraad als veranderaar
• De ondernemingsraad als verbinder tussen moderne
arbeidsverhoudingen en directe werknemersparticipatie
• De ondernemingsraad als stimulator van verandering
• De ondernemingsraad als pionier van blended learning
• De ambtelijk secretaris en de verschillende rollen
• De ondernemingsraad als beschermer van de medezeggenschap
in internationale verhoudingen
De verzekeringssector en de btw
Verzekeringsondernemingen nemen een aparte plaats in binnen het btw-landschap. De meeste handelingen van verzekeringsondernemingen zijn vrijgesteld van btw krachtens artikel 44 WBTW. Desalniettemin zijn een aantal handelingen wél aan de btw onderworpen, zodat correlatief recht op aftrek van de voorbelasting ontstaat. Hierdoor worden verzekeringsondernemingen gemengde btw-belastingplichtigen.
In dit boek wordt de volledige verzekeringssector in de ruime zin van het woord doorgelicht wat de btw-raakpunten betreft.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij heeft een economische vooropleiding genoten en is actuaris. De verzekeringssector is hem dan ook niet onbekend. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
De verzekeringssector en de btw
Verzekeringsondernemingen nemen een aparte plaats in binnen het btw-landschap. De meeste handelingen van verzekeringsondernemingen zijn vrijgesteld van btw krachtens artikel 44 WBTW. Desalniettemin zijn een aantal handelingen wél aan de btw onderworpen, zodat correlatief recht op aftrek van de voorbelasting ontstaat. Hierdoor worden verzekeringsondernemingen gemengde btw-belastingplichtigen.
In dit boek wordt de volledige verzekeringssector in de ruime zin van het woord doorgelicht wat de btw-raakpunten betreft.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij heeft een economische vooropleiding genoten en is actuaris. De verzekeringssector is hem dan ook niet onbekend. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
Wetgeving Familie- en jeugdrecht (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)
De wetgeving is opgenomen zoals die per 1 januari 2015 van kracht is en bevat zodoende onder meer de geconsolideerde versie van BW Boek 1 (Personen- en familierecht), waarin de aankomende wijzigingen op het terrein van het jeugdbeschermingsrecht zijn verwerkt. Verder zijn in plaats van de Wet op de Jeugdzorg en het daarop gebaseerde Besluit, de Jeugdwet en het concept Besluit Jeugdwet opgenomen.
Veronica M. Smits is docente en onderzoekster op het terrein van het familie- en jeugdrecht aan Tilburg University. Zij is kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant. Tevens is zij voorzitter van de externe klachtencommissie van Stichting Kompaan en de Bocht.
Wetgeving Familie- en jeugdrecht (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)
De wetgeving is opgenomen zoals die per 1 januari 2015 van kracht is en bevat zodoende onder meer de geconsolideerde versie van BW Boek 1 (Personen- en familierecht), waarin de aankomende wijzigingen op het terrein van het jeugdbeschermingsrecht zijn verwerkt. Verder zijn in plaats van de Wet op de Jeugdzorg en het daarop gebaseerde Besluit, de Jeugdwet en het concept Besluit Jeugdwet opgenomen.
Veronica M. Smits is docente en onderzoekster op het terrein van het familie- en jeugdrecht aan Tilburg University. Zij is kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant. Tevens is zij voorzitter van de externe klachtencommissie van Stichting Kompaan en de Bocht.
Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.
De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.
Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.
Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.
L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.
Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.
L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités
du révisorat dans le cadre d
Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)
NEDERLANDS
Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.
De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.
Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.
Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.
L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.
Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.
L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités
du révisorat dans le cadre d
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
NEDERLANDS
Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.
In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.
Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.
Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.
InhoudstafelWoord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral
Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.
Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.
Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.
L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.
Table des matièresAvant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.
Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)
Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)
Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.
Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en debtw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerendeleasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraalstaat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt vanelke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investerenbuiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaalgeen addertjes onder het gras?

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)
Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en debtw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerendeleasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraalstaat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt vanelke investeringsbeslissing.
Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investerenbuiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaalgeen addertjes onder het gras?
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)
De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.
Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)
De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.
Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.
Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)
Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.

Diplomatiek recht toegepast in België
Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.
België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.
Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.
Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.
Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.

Diplomatiek recht toegepast in België
Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.
België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.
Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.
Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.
Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.
Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference
On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.
Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference
On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.
De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?
Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?
Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat
voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel?
Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om
de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te
verminderen?
Volledige auteursinformatie
De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?
Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?
Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat
voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel?
Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om
de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te
verminderen?
Volledige auteursinformatie
Criminografische ontwikkelingen III: van (victim)survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 9)
Deze uitgave bundelt voor de derde keer bijdragen op basis van criminografisch materiaal. De deelredactie ‘Criminografie en methodologie’ wil met deze bundel periodiek de laatste ontwikkelingen op het gebied van criminografie presenteren. De verschillende bijdragen worden zoals steeds gerangschikt naar de echelons van de strafrechtsbedeling.
Nele Schils en Lieven Pauwels rapporteren over het regelovertredend gedrag, criminaliteit en politiecontacten van kinderen uit de basisschool. Wim Hardyns en Lieven Pauwels presenteren beschrijvende en toetsende resultaten uit een grootschalig buurtonderzoek te Gent over de relatie tussen buurtkenmerken, collective efficacy en vermijdingsgedrag. Jan van Dijk neemt in zijn bijdrage meerdere echelons voor zijn rekening en combineert de resultaten van de ICVS (international Crime Victim Survey) met de officiële criminaliteitsstatistieken zoals deze worden voorzien door de federale politie. Antoinette Verhage brengt voor elk echelon in kaart in hoeverre we op dat niveau iets weten over financieel-economische criminaliteit (witwassen). Ellen Van Dael en Wim De Bruycker gaan in op de koppeling van informatie uit verschillende echelons van de strafrechtsbedeling. Zij bespreken de implementatie van het meet- en opvolgingsinstrument voor de strafrechtelijke keten en reflecteren over de voortgang van deze verticale integratie. Saaske de Keulenaer, Stefan Thomaes, Ciska Wittouck en Freya Vander Laenen nemen de recidive van daders van drugsdelicten die een probatiemaatregel kregen opgelegd onder de loep. Tot slot bespreken Steven De Ridder en Kristel Beyens gedetineerden zonder verblijfsrecht in de Belgische gevangenissen.
Criminografische ontwikkelingen III: van (victim)survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 9)
Deze uitgave bundelt voor de derde keer bijdragen op basis van criminografisch materiaal. De deelredactie ‘Criminografie en methodologie’ wil met deze bundel periodiek de laatste ontwikkelingen op het gebied van criminografie presenteren. De verschillende bijdragen worden zoals steeds gerangschikt naar de echelons van de strafrechtsbedeling.
Nele Schils en Lieven Pauwels rapporteren over het regelovertredend gedrag, criminaliteit en politiecontacten van kinderen uit de basisschool. Wim Hardyns en Lieven Pauwels presenteren beschrijvende en toetsende resultaten uit een grootschalig buurtonderzoek te Gent over de relatie tussen buurtkenmerken, collective efficacy en vermijdingsgedrag. Jan van Dijk neemt in zijn bijdrage meerdere echelons voor zijn rekening en combineert de resultaten van de ICVS (international Crime Victim Survey) met de officiële criminaliteitsstatistieken zoals deze worden voorzien door de federale politie. Antoinette Verhage brengt voor elk echelon in kaart in hoeverre we op dat niveau iets weten over financieel-economische criminaliteit (witwassen). Ellen Van Dael en Wim De Bruycker gaan in op de koppeling van informatie uit verschillende echelons van de strafrechtsbedeling. Zij bespreken de implementatie van het meet- en opvolgingsinstrument voor de strafrechtelijke keten en reflecteren over de voortgang van deze verticale integratie. Saaske de Keulenaer, Stefan Thomaes, Ciska Wittouck en Freya Vander Laenen nemen de recidive van daders van drugsdelicten die een probatiemaatregel kregen opgelegd onder de loep. Tot slot bespreken Steven De Ridder en Kristel Beyens gedetineerden zonder verblijfsrecht in de Belgische gevangenissen.
Voortleven. Het hoe en waarom van nalatenschapsmediation
Dit boek legt als eerste uit wat nalatenschapsmediation is en geeft praktische tips waarmee je conflicten rondom overlijden kunt voorkomen. Hoe voorkom je dat er problemen ontstaan voor of na het overlijden van een dierbare en hoe zorg je ervoor dat je familie in evenwicht blijft? In mediation staat de preventie en resolutie van conflicten centraal. Nalatenschapsmediation integreert deze thematiek, maar gaat verder. Er is meer aandacht voor de dialoog over het conflict tussen het ik en de ander(en) als ook tussen het ik, het voortleven en nabestaan in de context van de familie. Familieverhoudingen kunnen ons leven beheersen en leiden tot heftige emoties. Gevolg hiervan kan zijn dat familieleden communicatie hierover vermijden, inadequate overlevingsstrategieën ontwikkelen met conflicten, nodeloos verlies en angsten als gevolg.
Van Riemsdijk maakt duidelijk hoe nalatenschapsmediators familieleden kunnen begeleiden en helpen onbekende wegen te ontdekken en bestaande te verlengen. Zij introduceert het onderscheid tussen ante mortem en post mortem nalatenschapsmediation (pre- en postnalatenschapsmediation). De dynamiek tussen deze twee vormen is verschillend. Bij de eerste vorm staat conflictpreventie centraal. De tweede vorm richt zich meer op conflictresolutie. In dit boek breidt de auteur de traditie van mediation uit, en behandelt het belang van de omgang met alledaagse fenomenen en ervaringen als familiegeheimen, angst, liefde, zingeving, levenskunst, familieverhoudingen, hoop en verdriet en de omgang met verwachtingen. Het resultaat is een gids voor het over- en voortleven in moderne verhoudingen, een handboek dat de lezer houvast en inspiratie biedt in conflictsituaties binnen een familie.
Annette M. van Riemsdijk is sinds 1993 één van de pioniers op het gebied van succesvolle mediation. Zij is advocaat, mediator en rechter plaatsvervanger. Zij heeft een jarenlange expertise opgebouwd in het familie(bedrijven)recht en is daarnaast gespecialiseerd in familie- en internationale mediation. Van Riemsdijk is docent en trainer bij o.m. de Stichting Nalatenschapsmediation en de Vereniging van FamilierechtAdvocaten en Scheidingsmediators (vFAS en IMFO). Zij maakt deel uit van diverse besturen, adviesraden en commissies waaronder het MfN, het IMI, MBB en de Stichting Nalatenschapsmediation Nederland. Behalve ‘Voortleven’ verscheen van Van Riemsdijk bij Maklu het handboek ‘Scheiden in Nederland. Gids bij een menselijk, zakelijk en juridisch proces’.
Voortleven. Het hoe en waarom van nalatenschapsmediation
Dit boek legt als eerste uit wat nalatenschapsmediation is en geeft praktische tips waarmee je conflicten rondom overlijden kunt voorkomen. Hoe voorkom je dat er problemen ontstaan voor of na het overlijden van een dierbare en hoe zorg je ervoor dat je familie in evenwicht blijft? In mediation staat de preventie en resolutie van conflicten centraal. Nalatenschapsmediation integreert deze thematiek, maar gaat verder. Er is meer aandacht voor de dialoog over het conflict tussen het ik en de ander(en) als ook tussen het ik, het voortleven en nabestaan in de context van de familie. Familieverhoudingen kunnen ons leven beheersen en leiden tot heftige emoties. Gevolg hiervan kan zijn dat familieleden communicatie hierover vermijden, inadequate overlevingsstrategieën ontwikkelen met conflicten, nodeloos verlies en angsten als gevolg.
Van Riemsdijk maakt duidelijk hoe nalatenschapsmediators familieleden kunnen begeleiden en helpen onbekende wegen te ontdekken en bestaande te verlengen. Zij introduceert het onderscheid tussen ante mortem en post mortem nalatenschapsmediation (pre- en postnalatenschapsmediation). De dynamiek tussen deze twee vormen is verschillend. Bij de eerste vorm staat conflictpreventie centraal. De tweede vorm richt zich meer op conflictresolutie. In dit boek breidt de auteur de traditie van mediation uit, en behandelt het belang van de omgang met alledaagse fenomenen en ervaringen als familiegeheimen, angst, liefde, zingeving, levenskunst, familieverhoudingen, hoop en verdriet en de omgang met verwachtingen. Het resultaat is een gids voor het over- en voortleven in moderne verhoudingen, een handboek dat de lezer houvast en inspiratie biedt in conflictsituaties binnen een familie.
Annette M. van Riemsdijk is sinds 1993 één van de pioniers op het gebied van succesvolle mediation. Zij is advocaat, mediator en rechter plaatsvervanger. Zij heeft een jarenlange expertise opgebouwd in het familie(bedrijven)recht en is daarnaast gespecialiseerd in familie- en internationale mediation. Van Riemsdijk is docent en trainer bij o.m. de Stichting Nalatenschapsmediation en de Vereniging van FamilierechtAdvocaten en Scheidingsmediators (vFAS en IMFO). Zij maakt deel uit van diverse besturen, adviesraden en commissies waaronder het MfN, het IMI, MBB en de Stichting Nalatenschapsmediation Nederland. Behalve ‘Voortleven’ verscheen van Van Riemsdijk bij Maklu het handboek ‘Scheiden in Nederland. Gids bij een menselijk, zakelijk en juridisch proces’.
Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débat
Kan je een misdrijf constructief oplossen door dader en slachtoffer meer inspraak te geven? De invoering van bemiddeling in strafzaken in 1994 wil de werklast bij rechtbanken verminderen, een snellere afhandeling van zaken en een beter antwoord op misdrijven bieden. Maar van meet af aan roept bemiddeling in strafzaken ook vragen op. Krijgen slachtoffers te veel inspraak? Of komen daders er te makkelijk vanaf? Voor welke misdrijven is bemiddeling wél of niet geschikt?
Vandaag, twintig jaar later, maken we de balans op. Dit boek bundelt bijdragen van magistraten, wetenschappers, beleidsmedewerkers en justitieassistenten. Zij geven inzicht in de huidige werking van bemiddeling in strafzaken, brengen recente cijfers en evoluties, en bespreken actuele thema’s uit het lopende debat. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die meer wil weten over bemiddeling in strafzaken in België.
Est-il possible de répondre de façon constructive à une infraction en favorisant la participation de l’auteur et de la victime ? L’introduction de la médiation pénale en 1994 entendait diminuer la charge de travail des tribunaux, favoriser un traitement plus rapide des affaires et offrir de meilleures réponses à la délinquance. Mais dès son introduction, la médiation pénale a suscité un certain nombre de questions. Les victimes bénéficient-elles d’un trop grand espace de participation ? Les auteurs se donnent-ils bonne conscience à bon compte ? Pour quelles infractions la médiation est-elle – ou non – appropriée?
Aujourd’hui, 20 ans plus tard, nous proposons de faire le point. Cet ouvrage rassemble les contributions de magistrats, de scientifiques et de travailleurs du secteur des maisons de justice. Elles permettent de comprendre les pratiques actuelles de médiation pénale, fournissent des chiffres récents, en soulignent les évolutions et mettent en discussion des thématiques au coeur de l’actualité. En résumé, un livre riche et dense destiné à toute personne soucieuse de connaître davantage la médiation pénale en Belgique.
Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débat
Kan je een misdrijf constructief oplossen door dader en slachtoffer meer inspraak te geven? De invoering van bemiddeling in strafzaken in 1994 wil de werklast bij rechtbanken verminderen, een snellere afhandeling van zaken en een beter antwoord op misdrijven bieden. Maar van meet af aan roept bemiddeling in strafzaken ook vragen op. Krijgen slachtoffers te veel inspraak? Of komen daders er te makkelijk vanaf? Voor welke misdrijven is bemiddeling wél of niet geschikt?
Vandaag, twintig jaar later, maken we de balans op. Dit boek bundelt bijdragen van magistraten, wetenschappers, beleidsmedewerkers en justitieassistenten. Zij geven inzicht in de huidige werking van bemiddeling in strafzaken, brengen recente cijfers en evoluties, en bespreken actuele thema’s uit het lopende debat. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die meer wil weten over bemiddeling in strafzaken in België.
Est-il possible de répondre de façon constructive à une infraction en favorisant la participation de l’auteur et de la victime ? L’introduction de la médiation pénale en 1994 entendait diminuer la charge de travail des tribunaux, favoriser un traitement plus rapide des affaires et offrir de meilleures réponses à la délinquance. Mais dès son introduction, la médiation pénale a suscité un certain nombre de questions. Les victimes bénéficient-elles d’un trop grand espace de participation ? Les auteurs se donnent-ils bonne conscience à bon compte ? Pour quelles infractions la médiation est-elle – ou non – appropriée?
Aujourd’hui, 20 ans plus tard, nous proposons de faire le point. Cet ouvrage rassemble les contributions de magistrats, de scientifiques et de travailleurs du secteur des maisons de justice. Elles permettent de comprendre les pratiques actuelles de médiation pénale, fournissent des chiffres récents, en soulignent les évolutions et mettent en discussion des thématiques au coeur de l’actualité. En résumé, un livre riche et dense destiné à toute personne soucieuse de connaître davantage la médiation pénale en Belgique.
Aannemingsrecht in hoofdlijnen. 2de, herziene uitgave (Reeks In Hoofdlijnen)
Deze tweede, vermeerderde uitgave geeft een overzicht van de actuele stand van het Belgisch aannemingsrecht. Aangezien dit voornamelijk werd gemaakt door rechtspraak, bevat het boek veel verwijzingen naar vonnissen en arresten. Na het eerste deel waarin het aannemingscontract wordt onderscheiden van andere types van overeenkomsten, worden de partijen gespecificeerd die in het bouwproces betrokken zijn. Vervolgens worden de verplichtingen van de opdrachtgever en aannemer geduid, alsook de aansprakelijkheid van de aannemer zowel tijdens als na de werken. Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan de onderaannemer, aan de Woningbouwwet en aan de verzekeringscontracten in de bouwsector. Ten slotte wordt, gelet op het grote praktische belang voor de praktijkjurist, het deskundigenonderzoek behandeld.
‘… huidige analyse vormt vandaag één van de meest up to date besprekingen van het aannemingsrecht in zijn algemeenheid.
Dit boek is zonder enige twijfel dan ook een must have voor de practicus die zich met het aannemingsrecht bezig houdt.’
I. Artechene in TPR 2015-2, maart 2016.
Aannemingsrecht in hoofdlijnen. 2de, herziene uitgave (Reeks In Hoofdlijnen)
Deze tweede, vermeerderde uitgave geeft een overzicht van de actuele stand van het Belgisch aannemingsrecht. Aangezien dit voornamelijk werd gemaakt door rechtspraak, bevat het boek veel verwijzingen naar vonnissen en arresten. Na het eerste deel waarin het aannemingscontract wordt onderscheiden van andere types van overeenkomsten, worden de partijen gespecificeerd die in het bouwproces betrokken zijn. Vervolgens worden de verplichtingen van de opdrachtgever en aannemer geduid, alsook de aansprakelijkheid van de aannemer zowel tijdens als na de werken. Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan de onderaannemer, aan de Woningbouwwet en aan de verzekeringscontracten in de bouwsector. Ten slotte wordt, gelet op het grote praktische belang voor de praktijkjurist, het deskundigenonderzoek behandeld.
‘… huidige analyse vormt vandaag één van de meest up to date besprekingen van het aannemingsrecht in zijn algemeenheid.
Dit boek is zonder enige twijfel dan ook een must have voor de practicus die zich met het aannemingsrecht bezig houdt.’
I. Artechene in TPR 2015-2, maart 2016.
Prenups
Mensen die willen gaan samenleven of trouwen realiseren zich over het algemeen onvoldoende dat het belangrijk is om met elkaar een goede huwelijksovereenkomst te sluiten. Voor hen is het van groot belang dat zij in samenspraak met een legal mediator (advocaat of notaris) tot goede en evenwichtige afspraken komen op basis van hun wederzijdse belangen. De inhoud moet passen bij ieder van de beide partners en voor hen gezamenlijk een uitstekende start van hun huwelijk of samenwoning betekenen.
Als een samenlevingsovereenkomst of een akte van huwelijkse voorwaarden via de weg van Prenups wordt gesloten, dan weten mensen die gaan samenleven of trouwen waar zij aan toe zijn. De mediator bespreekt met de partners wat hun verwachting is van hun huwelijk of samenleven. Hij of zij wijst de partners op de belangrijke aspecten die moeten worden geregeld en helpt de partners daarover inhoudelijk met elkaar van gedachten te wisselen. Op die wijze ontstaat duidelijkheid en worden confl icten tijdens en na het samenleven of huwelijk voorkomen. Die aanpak vergroot de kans dat mensen het samen wél redden. Het resultaat is een huwelijksovereenkomst die elke keer geheel is toegesneden op het huwelijk of de samenwoning van de specifi eke partners.
In dit boek behandelen Nederlandse specialisten de juridische, fiscale, zakelijke en menselijke aspecten van deze ‘prenuptial agreements’, kort gezegd: Prenups.
Dr. mr. F. Schonewille is partner in Schonewille & Schonewille Legal Mediation te Amsterdam, legal mediator, certifi ed IMI Mediation Advocate en als arbiter verbonden aan de familiekamer van het NAI. Schonewille is voorts docent en onderzoeker op het terrein van mediation en recht, erfrecht en relatievermogensrecht, secretaris van de Stichting Prenups en redactielid van het Tijdschri voor Confl icthantering.
Mr. dr. L.H.M. Zonnenberg is advocaat-scheidingsmediator bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, raadsheer-plaatsvervanger in de Gerechtshoven Amsterdam en Den Haag, vFAS- en MfN-mediator, NAI-arbiter, docent voor en auteur bij diverse cursusinstellingen, redactielid van EB en RFR en voorzi er van de Stichting Prenups.
Prenups
Mensen die willen gaan samenleven of trouwen realiseren zich over het algemeen onvoldoende dat het belangrijk is om met elkaar een goede huwelijksovereenkomst te sluiten. Voor hen is het van groot belang dat zij in samenspraak met een legal mediator (advocaat of notaris) tot goede en evenwichtige afspraken komen op basis van hun wederzijdse belangen. De inhoud moet passen bij ieder van de beide partners en voor hen gezamenlijk een uitstekende start van hun huwelijk of samenwoning betekenen.
Als een samenlevingsovereenkomst of een akte van huwelijkse voorwaarden via de weg van Prenups wordt gesloten, dan weten mensen die gaan samenleven of trouwen waar zij aan toe zijn. De mediator bespreekt met de partners wat hun verwachting is van hun huwelijk of samenleven. Hij of zij wijst de partners op de belangrijke aspecten die moeten worden geregeld en helpt de partners daarover inhoudelijk met elkaar van gedachten te wisselen. Op die wijze ontstaat duidelijkheid en worden confl icten tijdens en na het samenleven of huwelijk voorkomen. Die aanpak vergroot de kans dat mensen het samen wél redden. Het resultaat is een huwelijksovereenkomst die elke keer geheel is toegesneden op het huwelijk of de samenwoning van de specifi eke partners.
In dit boek behandelen Nederlandse specialisten de juridische, fiscale, zakelijke en menselijke aspecten van deze ‘prenuptial agreements’, kort gezegd: Prenups.
Dr. mr. F. Schonewille is partner in Schonewille & Schonewille Legal Mediation te Amsterdam, legal mediator, certifi ed IMI Mediation Advocate en als arbiter verbonden aan de familiekamer van het NAI. Schonewille is voorts docent en onderzoeker op het terrein van mediation en recht, erfrecht en relatievermogensrecht, secretaris van de Stichting Prenups en redactielid van het Tijdschri voor Confl icthantering.
Mr. dr. L.H.M. Zonnenberg is advocaat-scheidingsmediator bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch, raadsheer-plaatsvervanger in de Gerechtshoven Amsterdam en Den Haag, vFAS- en MfN-mediator, NAI-arbiter, docent voor en auteur bij diverse cursusinstellingen, redactielid van EB en RFR en voorzi er van de Stichting Prenups.
Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 2 – 8ste herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit.
Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Zie ook: Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 2 – 8ste herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit.
Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Zie ook: Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1 – 8ste, herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit.
Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Zie ook: Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 2
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1 – 8ste, herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit.
Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Zie ook: Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 2
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.

Wetgeving gezondheidszorg (3de, herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)
De bundel is overzichtelijk, gemakkelijk hanteerbaar en voorzien van een uitgebreid trefwoordenregister. Deze herziene en vermeerderde uitgave is specifiek ontwikkeld voor de Rotterdamse masteropleiding Recht van de gezondheidszorg, maar leent zich uitstekend voor alle andere opleidingen waarin gezondheidsrecht aan bod komt. Daarnaast is de verzameling een handig hulpmiddel in de dagelijkse juridische praktijk.
De teksten zijn geactualiseerd tot 1 augustus 2014.

Wetgeving gezondheidszorg (3de, herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)
De bundel is overzichtelijk, gemakkelijk hanteerbaar en voorzien van een uitgebreid trefwoordenregister. Deze herziene en vermeerderde uitgave is specifiek ontwikkeld voor de Rotterdamse masteropleiding Recht van de gezondheidszorg, maar leent zich uitstekend voor alle andere opleidingen waarin gezondheidsrecht aan bod komt. Daarnaast is de verzameling een handig hulpmiddel in de dagelijkse juridische praktijk.
De teksten zijn geactualiseerd tot 1 augustus 2014.
De gevangenisbewaarder. Het professioneel leven in beeld (Reeks Panopticon Libri, nr. 7)
Gevangenissen vormen zonder twijfel unieke werkomgevingen. Weinig andere instellingen zijn immers belast met de centrale taak van het waken over een populatie die er niet vrijwillig verblijft en bovendien potentieel gevaarlijk is. Het onderzoek naar gevangenisbewaarders heeft zich in de loop der jaren voornamelijk gefocust op hun professionele attitudes en cultuur, alsook op de impact van gevangeniswerk op hun sociale en private levens. We hebben tot op heden echter weinig kennis over wat bewaarders daadwerkelijk op dagelijkse basis doen en welke mechanismen er ten grondslag liggen van deze attitudes en gedrag. Hanne Tournel observeerde meer dan een jaar in een Belgische gevangenis. Dit boek biedt een unieke kijk in het professionele leven van bewaarders en speelt in op deze heersende lacunes.
Hanne Tournel is licentiate (2007) en doctor (2013) in de Criminologische Wetenschappen en sedert 2007 verbonden aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Zij verrichtte diverse gevangenisstudies (langgestrafte gedetineerden, hulp- en dienstverlening in gevangenissen). Deze ervaringen wakkerden haar interesse aan voor de beroepsgroep van bewaarders, waaraan zij haar doctoraatsonderzoek wijdde. Dit onderzoek resulteerde in een diepgaande, etnografische studie van het werk van bewaarders in een Belgische gevangenis (wat, hoe, waarom).
De gevangenisbewaarder. Het professioneel leven in beeld (Reeks Panopticon Libri, nr. 7)
Gevangenissen vormen zonder twijfel unieke werkomgevingen. Weinig andere instellingen zijn immers belast met de centrale taak van het waken over een populatie die er niet vrijwillig verblijft en bovendien potentieel gevaarlijk is. Het onderzoek naar gevangenisbewaarders heeft zich in de loop der jaren voornamelijk gefocust op hun professionele attitudes en cultuur, alsook op de impact van gevangeniswerk op hun sociale en private levens. We hebben tot op heden echter weinig kennis over wat bewaarders daadwerkelijk op dagelijkse basis doen en welke mechanismen er ten grondslag liggen van deze attitudes en gedrag. Hanne Tournel observeerde meer dan een jaar in een Belgische gevangenis. Dit boek biedt een unieke kijk in het professionele leven van bewaarders en speelt in op deze heersende lacunes.
Hanne Tournel is licentiate (2007) en doctor (2013) in de Criminologische Wetenschappen en sedert 2007 verbonden aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Zij verrichtte diverse gevangenisstudies (langgestrafte gedetineerden, hulp- en dienstverlening in gevangenissen). Deze ervaringen wakkerden haar interesse aan voor de beroepsgroep van bewaarders, waaraan zij haar doctoraatsonderzoek wijdde. Dit onderzoek resulteerde in een diepgaande, etnografische studie van het werk van bewaarders in een Belgische gevangenis (wat, hoe, waarom).

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/1 (2014) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing European Metropolises
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Policing European Metropolises
P. Ponsaers (1), A. Edwards (2), A. Verhage (3) & A. Recasens i Brunet (4)
(1) Senior professor emeritus at Ghent University, Faculty of Law,department Penal Law and Criminology, Belgium and president of the Flemish Centre forPolicing Studies.
(2) Director of the Cardiff Centre for Crime, Law and Justice.
(3) Director of the Institute for Urban Security& Policing Studies [SVA] and postdoc researcher at Ghent University, Belgium.
(4) Associated Professor at the l’Escola de Criminologia de la Universitat d’Oporto (Portugal).
Policing Berlin. From separation by the ‘ironcurtain’ to the new German capitaland a globalised city
H. Aden (1) & E. De Pauw (2)
Abstract
Since the 1990s many authors observe a pluralisation of police functions in Europe. The paper shows that this trend is also recognisable in the city of Berlin. For example, private security companies have gained importance. Their presence may indicate an increasing intensity of formal social control.Prevention in a broach sense has become important for the Berlin State Police. However, policing in this city is also influenced by path-dependencies, going back to the specific situation of a divided city at the frontline of the east-west conflict before 1990 and to the transfer of federal governmentinstitutions to the city since the late 1990s. Specific patterns of the German administrative and legal system also influence policing at Berlin. Compared to the period before 1990 with the presence of the allied military forces and the powerful secret service (Staatssicherheit) in the Eastern part ofthe city, Berlin is probably less securitized today.
Keywords: Berlin Police, comparative research into policing, plural policing, policing globalisedcities, path-dependency
(1) Professor of German and European Public Law at the Berlin School of Economicsand Law.
(2) Lecturer and researcher at the VIVES University College, research group onsafety and security.
Policing Sofia. From centralisation todecentralisation
E. Devroe (1) & M. Petrov (2)
Abstract
In this article, which is embedded in the special issue of the Journal which focuses on the comparativeresearch project ‘Policing European Metropolises’, the general aim is to provide an answerto the research question: ‘Are underlying Anglo-American assumptions regarding trends towardsplural policing recognisable in European local geographical settings’? Our underlying question inthis article concerns whether or not the local empirical situation in Sofia differs from more generalevolutions of policing in Europe. This article will inquire specifically about the (national) influenceof a ‘country in transition’ (Bulgaria) on the territory of the city of Sofia. For reasons of feasibilitythe article is limited to an exploration of the organisation of Bulgarian police. The following mainquestions are answered in this article: (1) What is the nature of the division between the nationalpolice apparatus and local policing bodies?, (2) Are tendencies towards fragmentation and centralisationdetermined at the same time? and (3) Are tendencies towards private governance presentwithin the public domain? Answering these questions requires an exploration of the historicaland contextual background, so that insight into the related Bulgarian realities, particularly thoseof Sofia, might be gained. This article explores the official arrangements regarding the policing ofcrime and disorder in Sofia; it is based on desktop research, mostly internal research from t

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/1 (2014) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing European Metropolises
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Policing European Metropolises
P. Ponsaers (1), A. Edwards (2), A. Verhage (3) & A. Recasens i Brunet (4)
(1) Senior professor emeritus at Ghent University, Faculty of Law,department Penal Law and Criminology, Belgium and president of the Flemish Centre forPolicing Studies.
(2) Director of the Cardiff Centre for Crime, Law and Justice.
(3) Director of the Institute for Urban Security& Policing Studies [SVA] and postdoc researcher at Ghent University, Belgium.
(4) Associated Professor at the l’Escola de Criminologia de la Universitat d’Oporto (Portugal).
Policing Berlin. From separation by the ‘ironcurtain’ to the new German capitaland a globalised city
H. Aden (1) & E. De Pauw (2)
Abstract
Since the 1990s many authors observe a pluralisation of police functions in Europe. The paper shows that this trend is also recognisable in the city of Berlin. For example, private security companies have gained importance. Their presence may indicate an increasing intensity of formal social control.Prevention in a broach sense has become important for the Berlin State Police. However, policing in this city is also influenced by path-dependencies, going back to the specific situation of a divided city at the frontline of the east-west conflict before 1990 and to the transfer of federal governmentinstitutions to the city since the late 1990s. Specific patterns of the German administrative and legal system also influence policing at Berlin. Compared to the period before 1990 with the presence of the allied military forces and the powerful secret service (Staatssicherheit) in the Eastern part ofthe city, Berlin is probably less securitized today.
Keywords: Berlin Police, comparative research into policing, plural policing, policing globalisedcities, path-dependency
(1) Professor of German and European Public Law at the Berlin School of Economicsand Law.
(2) Lecturer and researcher at the VIVES University College, research group onsafety and security.
Policing Sofia. From centralisation todecentralisation
E. Devroe (1) & M. Petrov (2)
Abstract
In this article, which is embedded in the special issue of the Journal which focuses on the comparativeresearch project ‘Policing European Metropolises’, the general aim is to provide an answerto the research question: ‘Are underlying Anglo-American assumptions regarding trends towardsplural policing recognisable in European local geographical settings’? Our underlying question inthis article concerns whether or not the local empirical situation in Sofia differs from more generalevolutions of policing in Europe. This article will inquire specifically about the (national) influenceof a ‘country in transition’ (Bulgaria) on the territory of the city of Sofia. For reasons of feasibilitythe article is limited to an exploration of the organisation of Bulgarian police. The following mainquestions are answered in this article: (1) What is the nature of the division between the nationalpolice apparatus and local policing bodies?, (2) Are tendencies towards fragmentation and centralisationdetermined at the same time? and (3) Are tendencies towards private governance presentwithin the public domain? Answering these questions requires an exploration of the historicaland contextual background, so that insight into the related Bulgarian realities, particularly thoseof Sofia, might be gained. This article explores the official arrangements regarding the policing ofcrime and disorder in Sofia; it is based on desktop research, mostly internal research from t
Koop – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 12) (Nederlands Recht)
Centraal in dit boek staat de koop van roerende zaken en daarmee de toepasselijkheid van het WKV. Daarbij wordt ook een beknopt overzicht van de materiële regels van het WKV gegeven. De behandeling van de Rome-I Verordening vormt de basis voor het IPR met betrekking tot andere typen van koop en varianten daarvan die daarna worden besproken, zoals koop van onroerende zaken, huurkoop, koop van vorderingen (cessie) en aandelen, de alleenverkoopovereenkomst en franchising. Voorts wordt aandacht besteed aan het toepasselijk recht met betrekking tot algemene voorwaarden, de consumentenkoop, eigendomsvoorbehoud en enige andere goederenrechtelijke kwesties en de rechten van de niet-betaalde verkoper.
Wat betreft de internationale bevoegdheid ligt de nadruk op de EEX-Verordening betreffende bevoegdheid en executie van EU-vonnissen, met bijzondere aandacht voor het in de praktijk zo belangrijke art. 5 lid 1 EEX-Vo en art. 23 EEX-Vo voor de forumkeuze.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Roeland Bertrams is advocaat bij de praktijkgroep Ondernemingsrecht, in het bijzonder Banking & Finance bij AKD. Hij is expert op het gebied van bank- en financieel recht, im- en exportfinanciering, persoonlijke en zakelijke zekerheden, internationaal contracteren, internationaal privaatrecht en (internationaal) insolventierecht. Voorts maakt hij deel uit van de Banking Commission van de ICC (International Chamber of Commerce).
Koop – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 12) (Nederlands Recht)
Centraal in dit boek staat de koop van roerende zaken en daarmee de toepasselijkheid van het WKV. Daarbij wordt ook een beknopt overzicht van de materiële regels van het WKV gegeven. De behandeling van de Rome-I Verordening vormt de basis voor het IPR met betrekking tot andere typen van koop en varianten daarvan die daarna worden besproken, zoals koop van onroerende zaken, huurkoop, koop van vorderingen (cessie) en aandelen, de alleenverkoopovereenkomst en franchising. Voorts wordt aandacht besteed aan het toepasselijk recht met betrekking tot algemene voorwaarden, de consumentenkoop, eigendomsvoorbehoud en enige andere goederenrechtelijke kwesties en de rechten van de niet-betaalde verkoper.
Wat betreft de internationale bevoegdheid ligt de nadruk op de EEX-Verordening betreffende bevoegdheid en executie van EU-vonnissen, met bijzondere aandacht voor het in de praktijk zo belangrijke art. 5 lid 1 EEX-Vo en art. 23 EEX-Vo voor de forumkeuze.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Roeland Bertrams is advocaat bij de praktijkgroep Ondernemingsrecht, in het bijzonder Banking & Finance bij AKD. Hij is expert op het gebied van bank- en financieel recht, im- en exportfinanciering, persoonlijke en zakelijke zekerheden, internationaal contracteren, internationaal privaatrecht en (internationaal) insolventierecht. Voorts maakt hij deel uit van de Banking Commission van de ICC (International Chamber of Commerce).
Desistance, social order and responses to crime. Today’s security issues (GERN Research Paper Series, nr 2)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the second GERN Doctoral Conference for PhD students, organised by the White Rose Consortium of the Universities of Leeds, Sheffield and York and held in September 2013 at the University of Sheffield, UK. The book is the result of intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around three themes: desistance from offending; creating and recreating social order; and responses to crime and violence. It contains cutting-edge research by emerging European scholars in the field of ‘Desistance, Social Order and Responses to Crime: Today’s Security Issues’.
The second in this series of Research Papers continues the ambition of GERN to monitor and disseminate important new studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emerging topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal reactions to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Desistance, social order and responses to crime. Today’s security issues (GERN Research Paper Series, nr 2)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the second GERN Doctoral Conference for PhD students, organised by the White Rose Consortium of the Universities of Leeds, Sheffield and York and held in September 2013 at the University of Sheffield, UK. The book is the result of intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around three themes: desistance from offending; creating and recreating social order; and responses to crime and violence. It contains cutting-edge research by emerging European scholars in the field of ‘Desistance, Social Order and Responses to Crime: Today’s Security Issues’.
The second in this series of Research Papers continues the ambition of GERN to monitor and disseminate important new studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emerging topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal reactions to it by actors in the criminal justice system and beyond.
The Enforcement of EU Competition Rules by Civil Law
However, the risk that the introduction of enforcement-oriented measures into national law is incompatible with private (civil) law is often underestimated or neglected. This book aims to reconcile both EU enforcement and private law perspectives through a detailed study of the English and Slovenian private law systems. Research on the compatibility of EU competitionenforcement- oriented measures with the private law regimes in England and Slovenia is used to argue that some changes to private law (based on proposals for effective enforcement) go too far and risk undermining the integrity of the Legal systems. This book already takes into account the 2014 Directive on antitrust damages actions.
Nina Bucan Gutta is a jurist with a degree in Law from the University of Ljubljana, Slovenia and a master’s degree in fundamental public law from the University of Poitiers, France. She recently completed her PhD in European competition law at the Radboud University, Netherlands. This book is a fully revised and adapted version, based on her PhD research, and takes into account the April 2014 Directive on antitrust damages actions, agreed between the European Parliament and the Council.
The Enforcement of EU Competition Rules by Civil Law
However, the risk that the introduction of enforcement-oriented measures into national law is incompatible with private (civil) law is often underestimated or neglected. This book aims to reconcile both EU enforcement and private law perspectives through a detailed study of the English and Slovenian private law systems. Research on the compatibility of EU competitionenforcement- oriented measures with the private law regimes in England and Slovenia is used to argue that some changes to private law (based on proposals for effective enforcement) go too far and risk undermining the integrity of the Legal systems. This book already takes into account the 2014 Directive on antitrust damages actions.
Nina Bucan Gutta is a jurist with a degree in Law from the University of Ljubljana, Slovenia and a master’s degree in fundamental public law from the University of Poitiers, France. She recently completed her PhD in European competition law at the Radboud University, Netherlands. This book is a fully revised and adapted version, based on her PhD research, and takes into account the April 2014 Directive on antitrust damages actions, agreed between the European Parliament and the Council.
De politie als slachtoffer van geweld (CPS-scriptieprijs 2014)
Op basis van literatuur en diepte-interviews bij lokale politieambtenaren in Vlaamse centrumsteden onderzoekt Vanessa Laureys wat de gevolgen zijn van dit geweld, en hoe de slachtoffers ermee omgaan (de copingstrategieën).Niet alleen biedt dit werk voor de betrokken politieambtenaren praktische handvatten. Ook voor de beleidsverantwoordelijken geeft het een voor de Belgische context unieke beschrijving, met concrete aanbevelingen.
CPS scriptieprijs
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het besteNederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een onderwerpaangaande politie en samenleving.
De politie als slachtoffer van geweld (CPS-scriptieprijs 2014)
Op basis van literatuur en diepte-interviews bij lokale politieambtenaren in Vlaamse centrumsteden onderzoekt Vanessa Laureys wat de gevolgen zijn van dit geweld, en hoe de slachtoffers ermee omgaan (de copingstrategieën).Niet alleen biedt dit werk voor de betrokken politieambtenaren praktische handvatten. Ook voor de beleidsverantwoordelijken geeft het een voor de Belgische context unieke beschrijving, met concrete aanbevelingen.
CPS scriptieprijs
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het besteNederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een onderwerpaangaande politie en samenleving.
Beslag en executie voor de rechtspraktijk
Talrijke citaten uit rechterlijke uitspraken geven een treffende indruk van de rechtspraktijk. Een overzichtelijk trefwoorden-, artikelen- en jurisprudentieregister biedt de lezers efficiënte zoekingangen voor verdere studie.
‘Juist doordat het boek zo kort en bondig is en tegelijkertijd veel verwijzingen naar jurisprudentie bevat, is het een handige gids om snel de toepasselijke vuistregels voor een bepaalde casus op te zoeken.
Of om even snel te verifiëren of wat men ervan denkt te weten ook (nog steeds) juist is.’ (Mr. J.J.L. Boudewijn in Tijdschrift voor de Procespraktijk, TvPP 2015-1)
H.W.B. thoe Schwartzenberg is docent Burgerlijk procesrecht aan de
Universiteit Leiden. Eerder publiceerde zij bij Maklu ‘Civiel bewijsrecht
voor de rechtspraktijk’.
A.W. Jongbloed is hoogleraar Executie- en beslagrecht aan de Universiteit Utrecht.
Beslag en executie voor de rechtspraktijk
Talrijke citaten uit rechterlijke uitspraken geven een treffende indruk van de rechtspraktijk. Een overzichtelijk trefwoorden-, artikelen- en jurisprudentieregister biedt de lezers efficiënte zoekingangen voor verdere studie.
‘Juist doordat het boek zo kort en bondig is en tegelijkertijd veel verwijzingen naar jurisprudentie bevat, is het een handige gids om snel de toepasselijke vuistregels voor een bepaalde casus op te zoeken.
Of om even snel te verifiëren of wat men ervan denkt te weten ook (nog steeds) juist is.’ (Mr. J.J.L. Boudewijn in Tijdschrift voor de Procespraktijk, TvPP 2015-1)
H.W.B. thoe Schwartzenberg is docent Burgerlijk procesrecht aan de
Universiteit Leiden. Eerder publiceerde zij bij Maklu ‘Civiel bewijsrecht
voor de rechtspraktijk’.
A.W. Jongbloed is hoogleraar Executie- en beslagrecht aan de Universiteit Utrecht.

Diplomatic Law in Belgium (Hardcover)
Foreword by Mr. Didier Reynders, Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs, Foreign Trade and European Affairs.
Belgium hosts numerous diplomatic missions. These are either accreditedto the Kingdom of Belgium or to one of the internationalorganisations headquartered in Belgium. Their operation, as wellas the legal status and privileges and immunities of their members, areessentially regulated by the Vienna Convention on Diplomatic Relations,dated 18 April 1961.
This handbook describes Belgium’s practice vis-à-vis these missions, andanalyses the day-to-day implementation of the Vienna Convention by thevarious Belgian authorities. It systematically reviews the limited numberof legislative or regulatory provisions, the Government’s practice – set outinter alia in several ‘circular notes’ communicated to the missions presentin Belgium – and, additionally, identifies the jurisprudence of courts andtribunals and highlights the possible deviations from the practice of theexecutive branch.
Designed as a guide intended primarily for diplomatic missions establishedin Belgium, this handbook is also relevant for civil servants, judges,lawyers and bailiffs encountering questions of diplomatic law in Belgium,as well as for students and researchers seeking information on nationalpractice in this area of law.

Diplomatic Law in Belgium (Hardcover)
Foreword by Mr. Didier Reynders, Deputy Prime Minister and Minister of Foreign Affairs, Foreign Trade and European Affairs.
Belgium hosts numerous diplomatic missions. These are either accreditedto the Kingdom of Belgium or to one of the internationalorganisations headquartered in Belgium. Their operation, as wellas the legal status and privileges and immunities of their members, areessentially regulated by the Vienna Convention on Diplomatic Relations,dated 18 April 1961.
This handbook describes Belgium’s practice vis-à-vis these missions, andanalyses the day-to-day implementation of the Vienna Convention by thevarious Belgian authorities. It systematically reviews the limited numberof legislative or regulatory provisions, the Government’s practice – set outinter alia in several ‘circular notes’ communicated to the missions presentin Belgium – and, additionally, identifies the jurisprudence of courts andtribunals and highlights the possible deviations from the practice of theexecutive branch.
Designed as a guide intended primarily for diplomatic missions establishedin Belgium, this handbook is also relevant for civil servants, judges,lawyers and bailiffs encountering questions of diplomatic law in Belgium,as well as for students and researchers seeking information on nationalpractice in this area of law.
Goederenrecht (Praktijkreeks IPR, deel 10)
In deze monografie Goederenrecht wordt aandacht besteed aan (i) het conflictenrecht met betrekking tot het goederenrechtelijke regime van zaken, vorderingsrechten en aandelen, (ii) het conflictrecht met betrekking tot de obligatoire aspecten van goederenrechtelijke rechtsverhoudingen en (iii) de procesrechtelijke aspecten van geschillen met betrekking tot goederenrechtelijke rechten.
De belangrijkste bronnen die daarbij aan bod komen zijn Titel 10 van Boek 10 BW, de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening II.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Mr. F. Ibili is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Goederenrecht (Praktijkreeks IPR, deel 10)
In deze monografie Goederenrecht wordt aandacht besteed aan (i) het conflictenrecht met betrekking tot het goederenrechtelijke regime van zaken, vorderingsrechten en aandelen, (ii) het conflictrecht met betrekking tot de obligatoire aspecten van goederenrechtelijke rechtsverhoudingen en (iii) de procesrechtelijke aspecten van geschillen met betrekking tot goederenrechtelijke rechten.
De belangrijkste bronnen die daarbij aan bod komen zijn Titel 10 van Boek 10 BW, de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening II.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Mr. F. Ibili is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Interregionaal privaatrecht (Praktijkreeks IPR, deel 25)
Elk van de gebiedsdelen heeft ook zijn eigen stelsel van interregionaal privaatrecht, dat ziet op het - intensieve - rechtsverkeer met de andere gebiedsdelen. Er bestaat interregionaal conflictenrecht, interregionaal bevoegdheidsrecht en recht inzake de interregionale rechtskracht van rechterlijke uitspraken en authentieke akten. Interregionaal privaatrecht is voor het overgrote deel ongeschreven recht en de Hoge Raad heeft er maar weinig uitspraken over gegeven. Sommige leerstukken stammen nog uit de koloniale tijd. Het Statuut heeft fundamentele wijzigingen gebracht. Ook daarna is er veel veranderd. De staatkundige hervormingen van 10 oktober 2010 hebben nieuwe vragen doen rijzen.
Dit boek beoogt een handzaam, toegankelijk en praktijkgericht overzicht te geven van de stelsels van interregionaal privaatrecht van de gebiedsdelen van het Koninkrijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Gerard Lewin werd in 2004 benoemd tot lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op Curaçao. In 2010 promoveerde hij aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Hij werkte als raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en bekleedde als bijzonder hoogleraar de Bregstein-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2013 werkt hij weer bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Interregionaal privaatrecht (Praktijkreeks IPR, deel 25)
Elk van de gebiedsdelen heeft ook zijn eigen stelsel van interregionaal privaatrecht, dat ziet op het - intensieve - rechtsverkeer met de andere gebiedsdelen. Er bestaat interregionaal conflictenrecht, interregionaal bevoegdheidsrecht en recht inzake de interregionale rechtskracht van rechterlijke uitspraken en authentieke akten. Interregionaal privaatrecht is voor het overgrote deel ongeschreven recht en de Hoge Raad heeft er maar weinig uitspraken over gegeven. Sommige leerstukken stammen nog uit de koloniale tijd. Het Statuut heeft fundamentele wijzigingen gebracht. Ook daarna is er veel veranderd. De staatkundige hervormingen van 10 oktober 2010 hebben nieuwe vragen doen rijzen.
Dit boek beoogt een handzaam, toegankelijk en praktijkgericht overzicht te geven van de stelsels van interregionaal privaatrecht van de gebiedsdelen van het Koninkrijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.
Gerard Lewin werd in 2004 benoemd tot lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op Curaçao. In 2010 promoveerde hij aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Hij werkte als raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en bekleedde als bijzonder hoogleraar de Bregstein-leerstoel aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2013 werkt hij weer bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Het samengestelde gezin en de nalatenschap (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 3)
Het samengestelde gezin is een fenomeen dat de afgelopen twee decennia een stormachtige opkomst heeft doorgemaakt. Het is bijgevolg van groot belang dat professionals op het terrein van het erfrecht op de hoogte zijn van de vele aspecten die een rol kunnen spelen bij de afwikkeling van de nalatenschap in de context van een samengesteld gezin. Zij moeten zich immers bewust zijn van de specifieke aard van de kritische situaties die zich hier kunnen voordoen omdat zij alleen op die manier hun cliënten de juiste dienstverlening kunnen bieden en hen kunnen begeleiden in een mediation.
Met bijdragen van Pieter van Onzenoort, Katelijne van Barneveld-Peters, Pauline Schonewille-van Diest, Else-Marie van den Eerenbeemt, Danny Pront en Wouter Burgerhart.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
Het samengestelde gezin en de nalatenschap (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 3)
Het samengestelde gezin is een fenomeen dat de afgelopen twee decennia een stormachtige opkomst heeft doorgemaakt. Het is bijgevolg van groot belang dat professionals op het terrein van het erfrecht op de hoogte zijn van de vele aspecten die een rol kunnen spelen bij de afwikkeling van de nalatenschap in de context van een samengesteld gezin. Zij moeten zich immers bewust zijn van de specifieke aard van de kritische situaties die zich hier kunnen voordoen omdat zij alleen op die manier hun cliënten de juiste dienstverlening kunnen bieden en hen kunnen begeleiden in een mediation.
Met bijdragen van Pieter van Onzenoort, Katelijne van Barneveld-Peters, Pauline Schonewille-van Diest, Else-Marie van den Eerenbeemt, Danny Pront en Wouter Burgerhart.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt (Reeks ICCI 2014-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt een beknopt historisch overzicht van het regelgevend kader ten aanzien van niet-auditdiensten gegeven. Vervolgens wordt de evolutie en de samenstelling van de erelonen bestudeerd voor zowel audit- als niet-auditdiensten in België over de periode 2008-2010 en wordt er een vergelijking gemaakt met evoluties in het buitenland. Uit de analyse van de samenstelling van de erelonen voor niet-auditdiensten in België blijkt dat nagenoeg de helft hiervan uit belastingadviesopdrachten wordt gegenereerd.
Uiteindelijk worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen (de erelonen van) niet-auditdiensten en auditkwaliteit besproken.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.
Een uitgebreide toetsing laat de onderzoekers toe te concluderen dat er weinig empirische ondersteuning is voor de veronderstelling dat niet-auditdiensten een impact (hetzij positief hetzij negatief) hebben op de auditkwaliteit.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
La première partie présente un bref historique du cadre réglementaire des services nonaudit. Ensuite, l’étude se concentre sur l’évolution et la composition des honoraires facturés au cours de la période 2008-2010 pour les services d’audit et non-audit en Belgique, et établit une comparaison avec les développements internationaux. Il ressort de l’analyse de la composition des honoraires pour les services non-audit en Belgique que pratiquement la moitié de ces honoraires sont issus de missions de conseils fiscaux.
Finalement, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre (les honoraires pour) les services non-audit et la qualité de l’audit sont abordées.
La deuxième partie examine l’existence d’un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit.
Les résultats d’une analyse étendue permettent aux chercheurs de conclure qu’il existe très peu de soutien empirique dans l’hypothèse où les services non-audit ont un impact (qu’il soit négatif ou positif) sur la qualité de l’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt (Reeks ICCI 2014-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt een beknopt historisch overzicht van het regelgevend kader ten aanzien van niet-auditdiensten gegeven. Vervolgens wordt de evolutie en de samenstelling van de erelonen bestudeerd voor zowel audit- als niet-auditdiensten in België over de periode 2008-2010 en wordt er een vergelijking gemaakt met evoluties in het buitenland. Uit de analyse van de samenstelling van de erelonen voor niet-auditdiensten in België blijkt dat nagenoeg de helft hiervan uit belastingadviesopdrachten wordt gegenereerd.
Uiteindelijk worden de empirische studies die (internationaal) het verband behandelen tussen (de erelonen van) niet-auditdiensten en auditkwaliteit besproken.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen niet-auditdiensten en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.
Een uitgebreide toetsing laat de onderzoekers toe te concluderen dat er weinig empirische ondersteuning is voor de veronderstelling dat niet-auditdiensten een impact (hetzij positief hetzij negatief) hebben op de auditkwaliteit.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
La première partie présente un bref historique du cadre réglementaire des services nonaudit. Ensuite, l’étude se concentre sur l’évolution et la composition des honoraires facturés au cours de la période 2008-2010 pour les services d’audit et non-audit en Belgique, et établit une comparaison avec les développements internationaux. Il ressort de l’analyse de la composition des honoraires pour les services non-audit en Belgique que pratiquement la moitié de ces honoraires sont issus de missions de conseils fiscaux.
Finalement, les études empiriques qui traitent (au niveau international) du lien entre (les honoraires pour) les services non-audit et la qualité de l’audit sont abordées.
La deuxième partie examine l’existence d’un lien entre les services non-audit et la qualité de l’audit sur le marché belge de l’audit.
Les résultats d’une analyse étendue permettent aux chercheurs de conclure qu’il existe très peu de soutien empirique dans l’hypothèse où les services non-audit ont un impact (qu’il soit négatif ou positif) sur la qualité de l’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Praktisch omgaan met uw vennootschap voor vrije beroepen en ondernemers (4de, herziene uitgave)
Fiscaal gezien komt het werken met een vennootschap erop neer dat de vennootschap hetinkomen verdient dat voorheen door de natuurlijke persoon werd verdiend. De vennootschapkeert het inkomen gespreid uit over de diverse soorten van inkomsten die binnen de personenbelastingbestaan.
Dit boek vormt een praktische en toegankelijke leidraad voor de beoefenaars van vrije beroepenen de ondernemers die de werking van een vennootschap willen begrijpen. Het biedt delezer een overzicht van de fiscale mogelijkheden om zijn persoonlijke vermogenssituatie te optimaliseren.Toepassingsvoorbeelden illustreren die principes. Het stelt de lezer in staat omgerichter te overleggen met zijn boekhouder of accountant of hen opdrachten te geven, zonderzelf de technische uitwerking te moeten doorgronden.
Deze vierde vermeerderde uitgave is volledig geactualiseerd, met uitgebreide aandacht voorde fiscaliteit van het onroerend goed en de wagen. Ook worden telkens de laatste begrotingsmaatregelenbesproken.

Praktisch omgaan met uw vennootschap voor vrije beroepen en ondernemers (4de, herziene uitgave)
Fiscaal gezien komt het werken met een vennootschap erop neer dat de vennootschap hetinkomen verdient dat voorheen door de natuurlijke persoon werd verdiend. De vennootschapkeert het inkomen gespreid uit over de diverse soorten van inkomsten die binnen de personenbelastingbestaan.
Dit boek vormt een praktische en toegankelijke leidraad voor de beoefenaars van vrije beroepenen de ondernemers die de werking van een vennootschap willen begrijpen. Het biedt delezer een overzicht van de fiscale mogelijkheden om zijn persoonlijke vermogenssituatie te optimaliseren.Toepassingsvoorbeelden illustreren die principes. Het stelt de lezer in staat omgerichter te overleggen met zijn boekhouder of accountant of hen opdrachten te geven, zonderzelf de technische uitwerking te moeten doorgronden.
Deze vierde vermeerderde uitgave is volledig geactualiseerd, met uitgebreide aandacht voorde fiscaliteit van het onroerend goed en de wagen. Ook worden telkens de laatste begrotingsmaatregelenbesproken.
Partnergeweld. Screening en risicotaxatie
Dit boek geeft een gedetailleerd beeld over wat er mogelijk is op vlak van screening en risicotaxatie bij partnergeweld. Er wordt een antwoord geboden op heel wat vragen waarmee de praktijk en de wetenschap worden geconfronteerd: Welke instrumenten zijn er beschikbaar om partnergeweld op te sporen of om het risico op een herhaling of een escalatie accuraat in te schatten?; Welke instrumenten leveren betrouwbare en valide resultaten op?; Welke methode is gebruiksvriendelijk voor niet-klinische professionals?; Hoe kan er multidisciplinair op een eenduidige wijze worden gecommuniceerd over risico’s?; etc.
Goede screening- en risicotaxatie-instrumenten dragen bij tot betere beslissingen
en effectievere maatregelen, op voorwaarde dat de toepassing en interpretatie
correct gebeuren. Op basis van een nauwkeurig overzicht van de
psychometrische en praktische kwaliteiten van deze instrumenten kunnen
professionals een verantwoorde keuze maken. Het boek bevat heel wat richtlijnen
voor wie op een gestructureerde en evidence-based manier wil werken
in dossiers van partnergeweld.
Anne Groenen is doctor in de criminologische wetenschappen en werkzaam
als onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas
More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk
en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut
voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie,
justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over
(partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.
Partnergeweld. Screening en risicotaxatie
Dit boek geeft een gedetailleerd beeld over wat er mogelijk is op vlak van screening en risicotaxatie bij partnergeweld. Er wordt een antwoord geboden op heel wat vragen waarmee de praktijk en de wetenschap worden geconfronteerd: Welke instrumenten zijn er beschikbaar om partnergeweld op te sporen of om het risico op een herhaling of een escalatie accuraat in te schatten?; Welke instrumenten leveren betrouwbare en valide resultaten op?; Welke methode is gebruiksvriendelijk voor niet-klinische professionals?; Hoe kan er multidisciplinair op een eenduidige wijze worden gecommuniceerd over risico’s?; etc.
Goede screening- en risicotaxatie-instrumenten dragen bij tot betere beslissingen
en effectievere maatregelen, op voorwaarde dat de toepassing en interpretatie
correct gebeuren. Op basis van een nauwkeurig overzicht van de
psychometrische en praktische kwaliteiten van deze instrumenten kunnen
professionals een verantwoorde keuze maken. Het boek bevat heel wat richtlijnen
voor wie op een gestructureerde en evidence-based manier wil werken
in dossiers van partnergeweld.
Anne Groenen is doctor in de criminologische wetenschappen en werkzaam
als onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas
More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk
en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut
voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie,
justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over
(partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.

Recht in beweging – 21ste VRG Alumnidag 2014
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 21ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen die op 14 maart 2014 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 21ste VRG Alumnidag 2014
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 21ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen die op 14 maart 2014 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.
Reframing Prostitution. From Discourse to Description, From Moralisation to Normalisation?
With contributions across social science disciplines, this international collection presents
a valuable discussion on the importance of empirical studies in various segments
of prostitution, highlights social contexts around it and challenges regulatory responses
that frame our thinking about prostitution, promoting fresh debate about future policy
directions in this area.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Nina Peršak is research professor in the area of criminology and sociology of law, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Faculty of Law, Ghent University.
Reframing Prostitution. From Discourse to Description, From Moralisation to Normalisation?
With contributions across social science disciplines, this international collection presents
a valuable discussion on the importance of empirical studies in various segments
of prostitution, highlights social contexts around it and challenges regulatory responses
that frame our thinking about prostitution, promoting fresh debate about future policy
directions in this area.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Nina Peršak is research professor in the area of criminology and sociology of law, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Faculty of Law, Ghent University.
Risicotaxatie en partnergeweld. Verklarend woordenboek voor welzijn, politie, justitie en gezondheidszorg
Deze uitgave is bestemd voor al wie beoordelingen moet maken van situaties van partnergeweld en al wie op zoek is naar nuttige informatie hieromtrent.
Anne Groenen is onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie, justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over (partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie,
KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.
Risicotaxatie en partnergeweld. Verklarend woordenboek voor welzijn, politie, justitie en gezondheidszorg
Deze uitgave is bestemd voor al wie beoordelingen moet maken van situaties van partnergeweld en al wie op zoek is naar nuttige informatie hieromtrent.
Anne Groenen is onderzoeksleider van APART (apart.nu), het onderzoekscentrum van Thomas More dat gespecialiseerd is in agressie. Zij is tevens docent sociaal werk en toegepaste psychologie en is geaffilieerd onderzoeker van het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven. Verder geeft zij opleidingen aan politie, justitie en hulpverlening. Ze is auteur van diverse artikelen en boeken over (partner)geweld en risicotaxatie.
Sarah Matkoski werkt als onderzoeker bij APART. Zij is tevens als vrijwillig medewerker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie,
KU Leuven. Daarnaast werkt zij als klinisch psycholoog in de zelfstandige praktijk BALANZA en participeert zij aan de vierjarige voortgezette opleiding tot systeemtherapeut bij het IPRR.
Mediation tussen dwang en vrijwilligheid
De bijdragen in dit boek gaan in op de kwestie van verplichting en vrijwilligheid bij mediation, en bespreken de mogelijke effecten en neveneffecten van de veranderingen op het terrein van mediation ten gevolge van de nieuwe wetgeving. Daarnaast wordt een blik geworpen op andere recente ontwikkelingen of interessante aanpakken op deelterreinen van mediation, zoals de kwestie van interculturaliteit en de relatie tussen verlies en conflict.
Volledige auteursinformatie
Mediation tussen dwang en vrijwilligheid
De bijdragen in dit boek gaan in op de kwestie van verplichting en vrijwilligheid bij mediation, en bespreken de mogelijke effecten en neveneffecten van de veranderingen op het terrein van mediation ten gevolge van de nieuwe wetgeving. Daarnaast wordt een blik geworpen op andere recente ontwikkelingen of interessante aanpakken op deelterreinen van mediation, zoals de kwestie van interculturaliteit en de relatie tussen verlies en conflict.
Volledige auteursinformatie
Handboek ontslagrecht (BE) (Hardcover) – Tweede, herziene uitgave
Meer dan ooit is het ontslagrecht een kluwen waarin een fout gauw is gemaakt. De financiële gevolgen van deze fout zijn vaak zeer groot en soms zelfs enorm. Dit boek biedt een toegankelijke en bevattelijke leidraad bij ontslag en dit zowel vanuit werkgevers- als vanuit werknemersperspectief.
Het ontslagrecht wordt behandeld in drie delen:
- Waarbij moet ik stilstaan alvorens tot ontslag over te gaan?
- Hoe moet ik het ontslag concreet organiseren?
- Zijn er nog verplichtingen of formaliteiten na het ontslag?
Het handboek ontslagrecht is bestemd voor iedereen die in de praktijk met personeel en ontslag in aanraking komt: advocaten, bedrijfsjuristen, HR-managers, personeelsverantwoordelijken, werkgeversorganisaties, vakbonden maar ook werknemers zullen in dit boek concrete antwoorden vinden.
Vicky Buelens en Peter Stroobants bouwden vanuit hun praktijk een zeer ruime ervaring op en geven daarnaast seminaries en opleidingen over o.a. ontslagrecht.
Het kantoor Stroobants Buelens advocaten is gespecialiseerd in het individueel en het collectief arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht. Het ontslagrecht heeft hierin een prominente plaats.
Handboek ontslagrecht (BE) (Hardcover) – Tweede, herziene uitgave
Meer dan ooit is het ontslagrecht een kluwen waarin een fout gauw is gemaakt. De financiële gevolgen van deze fout zijn vaak zeer groot en soms zelfs enorm. Dit boek biedt een toegankelijke en bevattelijke leidraad bij ontslag en dit zowel vanuit werkgevers- als vanuit werknemersperspectief.
Het ontslagrecht wordt behandeld in drie delen:
- Waarbij moet ik stilstaan alvorens tot ontslag over te gaan?
- Hoe moet ik het ontslag concreet organiseren?
- Zijn er nog verplichtingen of formaliteiten na het ontslag?
Het handboek ontslagrecht is bestemd voor iedereen die in de praktijk met personeel en ontslag in aanraking komt: advocaten, bedrijfsjuristen, HR-managers, personeelsverantwoordelijken, werkgeversorganisaties, vakbonden maar ook werknemers zullen in dit boek concrete antwoorden vinden.
Vicky Buelens en Peter Stroobants bouwden vanuit hun praktijk een zeer ruime ervaring op en geven daarnaast seminaries en opleidingen over o.a. ontslagrecht.
Het kantoor Stroobants Buelens advocaten is gespecialiseerd in het individueel en het collectief arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht. Het ontslagrecht heeft hierin een prominente plaats.
Witwassen en financiering van terrorisme – 3de, herziene uitgave
Witwassen van gelden en kapitalen vormt een hardnekkig probleem en is een bedreiging voor het financieel-economisch gebeuren. Het doel is de illegaal verworven vermogensvoordelen terug in het legale circuit te brengen. Dit gebeurt via ingewikkelde (financiële) mechanismen, zonder een spoor na te laten van de illegale oorsprong.
Dit boek is een referentiewerk voor al wie betrokken is bij de bestrijding van het witwassen van kapitalen en financiering van terrorisme. Het beschrijft uitvoerig de werking van het systeem van witwassen, de typologieën en de methoden om atypische transacties tijdig te kunnen herkennen.
De derde editie behandelt onder meer:
- recente wijzigingen aan de anti-witwaswet;
- aanpassingen aan de fiscale wetgeving en het Strafwetboek (“fiscale fraude, al dan niet georganiseerd”);
- een analyse van meer dan 500 jaarlijkse rapporten van meer dan 50 Financial Intelligence Units betreffende verschillende typologieën en witwasmethoden;
- de nieuwe 40 internationale normen van de Financial Action Task Force (FATF) met betrekking tot het witwassen van kapitalen, de financiering van terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens;
- de vierde Europese anti-witwasrichtlijn.
Geert Delrue is licentiaat in de criminologie en werkzaam als Gerechtelijk Commissaris bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk, waar hij zich vooral heeft gespecialiseerd in fiscale onderzoeken en witwasonderzoeken. Hij is aangesloten als Registered Forensic Auditor bij het Institute for Forensic Auditors. De laatste jaren geeft hij geregeld presentaties tijdens conferenties in België en in het buitenland. Hij geeft ook les aan Belgische en buitenlandse universiteiten.
Witwassen en financiering van terrorisme – 3de, herziene uitgave
Witwassen van gelden en kapitalen vormt een hardnekkig probleem en is een bedreiging voor het financieel-economisch gebeuren. Het doel is de illegaal verworven vermogensvoordelen terug in het legale circuit te brengen. Dit gebeurt via ingewikkelde (financiële) mechanismen, zonder een spoor na te laten van de illegale oorsprong.
Dit boek is een referentiewerk voor al wie betrokken is bij de bestrijding van het witwassen van kapitalen en financiering van terrorisme. Het beschrijft uitvoerig de werking van het systeem van witwassen, de typologieën en de methoden om atypische transacties tijdig te kunnen herkennen.
De derde editie behandelt onder meer:
- recente wijzigingen aan de anti-witwaswet;
- aanpassingen aan de fiscale wetgeving en het Strafwetboek (“fiscale fraude, al dan niet georganiseerd”);
- een analyse van meer dan 500 jaarlijkse rapporten van meer dan 50 Financial Intelligence Units betreffende verschillende typologieën en witwasmethoden;
- de nieuwe 40 internationale normen van de Financial Action Task Force (FATF) met betrekking tot het witwassen van kapitalen, de financiering van terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens;
- de vierde Europese anti-witwasrichtlijn.
Geert Delrue is licentiaat in de criminologie en werkzaam als Gerechtelijk Commissaris bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk, waar hij zich vooral heeft gespecialiseerd in fiscale onderzoeken en witwasonderzoeken. Hij is aangesloten als Registered Forensic Auditor bij het Institute for Forensic Auditors. De laatste jaren geeft hij geregeld presentaties tijdens conferenties in België en in het buitenland. Hij geeft ook les aan Belgische en buitenlandse universiteiten.
Le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme (2e edition)
Le blanchiment d’argent est un problème tenace qui menace notre économie. Le but final du blanchiment est de réintroduire les avantages patrimoniaux illégaux dans l’économie légale, par des mécanismes financiers complexes, sans laisser de trace de l’origine illégale.
Ce livre constitue une oeuvre de référence pour tous ceux qui sont impliqués dans la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme. L’auteur décrit méticuleusement le fonctionnement du système de blanchiment, les typologies et les méthodes afin de pouvoir détecter à temps des transactions atypiques.
La deuxième édition traite entre autres:
- les adaptations et les modifications récentes de la loi anti-blanchiment ;
- l’adaptation de la loi fiscale et le Code pénal (« fraude fiscale, organisée ou non ») ;
- une analyse de plus de 500 rapports annuels de plus de 50 Cellules de Renseignements Financiers concernant les typologies et les indicateurs de blanchiment ;
- les nouvelles normes internationales du GAFI sur la lutte contre le blanchiment de capitaux, le financement du terrorisme et la prolifération ;
- la nouvelle quatrième directive européenne anti-blanchiment.
Geert Delrue est licencié en criminologie et attaché comme Commissaire Judiciaire à la Police Judiciaire Fédérale belge, où il s’est spécialisé dans la lutte anti-blanchiment et les enquêtes fiscales. Les dernières années il donne régulièrement des présentations comme conférencier durant des colloques en Belgique et à l’étranger. Il enseigne aussi dans les universités belges et étrangères.
Le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme (2e edition)
Le blanchiment d’argent est un problème tenace qui menace notre économie. Le but final du blanchiment est de réintroduire les avantages patrimoniaux illégaux dans l’économie légale, par des mécanismes financiers complexes, sans laisser de trace de l’origine illégale.
Ce livre constitue une oeuvre de référence pour tous ceux qui sont impliqués dans la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme. L’auteur décrit méticuleusement le fonctionnement du système de blanchiment, les typologies et les méthodes afin de pouvoir détecter à temps des transactions atypiques.
La deuxième édition traite entre autres:
- les adaptations et les modifications récentes de la loi anti-blanchiment ;
- l’adaptation de la loi fiscale et le Code pénal (« fraude fiscale, organisée ou non ») ;
- une analyse de plus de 500 rapports annuels de plus de 50 Cellules de Renseignements Financiers concernant les typologies et les indicateurs de blanchiment ;
- les nouvelles normes internationales du GAFI sur la lutte contre le blanchiment de capitaux, le financement du terrorisme et la prolifération ;
- la nouvelle quatrième directive européenne anti-blanchiment.
Geert Delrue est licencié en criminologie et attaché comme Commissaire Judiciaire à la Police Judiciaire Fédérale belge, où il s’est spécialisé dans la lutte anti-blanchiment et les enquêtes fiscales. Les dernières années il donne régulièrement des présentations comme conférencier durant des colloques en Belgique et à l’étranger. Il enseigne aussi dans les universités belges et étrangères.
Ondernemingsrecht. Een praktische handleiding
In deze praktische handleiding tot het Nederlands ondernemingsrecht worden diverse rechtsvormen (NV en BV, coöperatie en personenvennootschappen - maatschap, VOF en CV) besproken, alsmede de aandachtspunten die bij de oprichting een rol spelen.
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast komen ook specifieke onderwerpen aan bod, zoals corporate governance (Code Frijns), structuurregime, geschillenregeling, enquête, herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de nieuwe flexibele BV en de Wet Bestuur en Toezicht.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om aan te tonen hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Mr. Remco van der Kuijp is notaris. Hij houdt zich met name bezig met notarieel ondernemingsrecht (o.a. bedrijfsopvolging), familierecht en estate planning. Daarnaast treedt hij regelmatig op als docent en spreker, onder meer bij de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA), OSR Juridische Opleidingen, Academie voor de Rechtspraktijk en NCOI Opleidingsgroep.
Ondernemingsrecht. Een praktische handleiding
In deze praktische handleiding tot het Nederlands ondernemingsrecht worden diverse rechtsvormen (NV en BV, coöperatie en personenvennootschappen - maatschap, VOF en CV) besproken, alsmede de aandachtspunten die bij de oprichting een rol spelen.
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast komen ook specifieke onderwerpen aan bod, zoals corporate governance (Code Frijns), structuurregime, geschillenregeling, enquête, herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de nieuwe flexibele BV en de Wet Bestuur en Toezicht.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om aan te tonen hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Mr. Remco van der Kuijp is notaris. Hij houdt zich met name bezig met notarieel ondernemingsrecht (o.a. bedrijfsopvolging), familierecht en estate planning. Daarnaast treedt hij regelmatig op als docent en spreker, onder meer bij de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA), OSR Juridische Opleidingen, Academie voor de Rechtspraktijk en NCOI Opleidingsgroep.

Naar een vrijwillige opschaling van de lokale politie (Reeks Politiestudies, nr. 9)
Dit boek bevat twee rapporten die elk op hun eigen manier de weg wijzen bij zo’n zoektocht: enerzijds een doorgedreven oefening om de volledige provincie Limburg te voorzien van robuuste fusie-PZ’s, anderzijds een rapport dat weergeeft hoe een aantal korpsen in Vlaams-Brabant zijn tewerk gegaan bij het objectiveren en valideren van hun fusiepoging.
Deze publicatie zal ongetwijfeld bijdragen tot het opschalen van de lokale zones tot robuustere entiteiten, die toch voldoende voeling houden met het lokaal bestuursniveau. Want, daarover lijkt intussen iedereen het eens, vrijwillige fusies mogen niet leiden tot al te grote geografische omschrijvingen die de lokale hartslag nog onvoldoende voelen kloppen in het hoofdkantoor van de zone. Gemeenschapsgerichte politie mag en moet fors zijn, maar mag zich niet te ver verwijderen van het gemeentelijk bestuursniveau.

Naar een vrijwillige opschaling van de lokale politie (Reeks Politiestudies, nr. 9)
Dit boek bevat twee rapporten die elk op hun eigen manier de weg wijzen bij zo’n zoektocht: enerzijds een doorgedreven oefening om de volledige provincie Limburg te voorzien van robuuste fusie-PZ’s, anderzijds een rapport dat weergeeft hoe een aantal korpsen in Vlaams-Brabant zijn tewerk gegaan bij het objectiveren en valideren van hun fusiepoging.
Deze publicatie zal ongetwijfeld bijdragen tot het opschalen van de lokale zones tot robuustere entiteiten, die toch voldoende voeling houden met het lokaal bestuursniveau. Want, daarover lijkt intussen iedereen het eens, vrijwillige fusies mogen niet leiden tot al te grote geografische omschrijvingen die de lokale hartslag nog onvoldoende voelen kloppen in het hoofdkantoor van de zone. Gemeenschapsgerichte politie mag en moet fors zijn, maar mag zich niet te ver verwijderen van het gemeentelijk bestuursniveau.

Le droit diplomatique appliqué en Belgique (Hardcover)
Avant-propos de Didier Reynders, Vice-Premier Ministre et Ministre des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et des Affaires européennes.
De nombreuses missions diplomatiques sont présentes en Belgique. Elles sont établies tantôt auprès du Royaume, tantôt auprès de l’Union européenne. Leur fonctionnement, ainsi que le statut juridique, les privilèges et immunités de leurs membres sont, en substance, gouvernés principalement par la Convention de Vienne du 18 avril 1961 sur les relations diplomatiques.
Cet ouvrage rapporte la pratique de la Belgique à l’égard des missions précitées, et analyse la manière dont la Convention de Vienne est, au quotidien, appliquée par les diverses autorités belges. Au-delà des dispositions législatives ou réglementaires – en nombre limité en l’occurrence –, la pratique gouvernementale, telle qu’établie notamment dans de nombreuses « notes circulaires » communiquées aux missions présentes en Belgique, fait l’objet d’une étude systématique. La jurisprudence des cours et tribunaux est également recensée, les éventuels écarts par rapport à la pratique de l’exécutif étant alors soulignés.
Conçu avant tout comme un guide à l’usage des missions diplomatiques établies en Belgique, l’ouvrage intéressera en outre les fonctionnaires, magistrats, avocats et huissiers de justice confrontés à des questions d’application du droit diplomatique en Belgique, ainsi que les étudiants et chercheurs en quête d’informations sur une pratique nationale spécifique de ce droit.
« C’est à un voyage quasi initiatique dans les arcanes méconnues de la diplomatie que nous convient les auteurs de cet ouvrage dont le mérite, et non des moindres, est d’en rendre d’emblée la lecture fluide et attractive par une approche structurée et somme toute très dynamique des subtils distinguos et multiples classifications qu’impose la matière. … Le choix d’une approche résolument pratique nourrit un incontestable intérêt … »
J.M. Genicot dans Revue de droit international et de droit comparé, 2014, n° 4

Le droit diplomatique appliqué en Belgique (Hardcover)
Avant-propos de Didier Reynders, Vice-Premier Ministre et Ministre des Affaires étrangères, du Commerce extérieur et des Affaires européennes.
De nombreuses missions diplomatiques sont présentes en Belgique. Elles sont établies tantôt auprès du Royaume, tantôt auprès de l’Union européenne. Leur fonctionnement, ainsi que le statut juridique, les privilèges et immunités de leurs membres sont, en substance, gouvernés principalement par la Convention de Vienne du 18 avril 1961 sur les relations diplomatiques.
Cet ouvrage rapporte la pratique de la Belgique à l’égard des missions précitées, et analyse la manière dont la Convention de Vienne est, au quotidien, appliquée par les diverses autorités belges. Au-delà des dispositions législatives ou réglementaires – en nombre limité en l’occurrence –, la pratique gouvernementale, telle qu’établie notamment dans de nombreuses « notes circulaires » communiquées aux missions présentes en Belgique, fait l’objet d’une étude systématique. La jurisprudence des cours et tribunaux est également recensée, les éventuels écarts par rapport à la pratique de l’exécutif étant alors soulignés.
Conçu avant tout comme un guide à l’usage des missions diplomatiques établies en Belgique, l’ouvrage intéressera en outre les fonctionnaires, magistrats, avocats et huissiers de justice confrontés à des questions d’application du droit diplomatique en Belgique, ainsi que les étudiants et chercheurs en quête d’informations sur une pratique nationale spécifique de ce droit.
« C’est à un voyage quasi initiatique dans les arcanes méconnues de la diplomatie que nous convient les auteurs de cet ouvrage dont le mérite, et non des moindres, est d’en rendre d’emblée la lecture fluide et attractive par une approche structurée et somme toute très dynamique des subtils distinguos et multiples classifications qu’impose la matière. … Le choix d’une approche résolument pratique nourrit un incontestable intérêt … »
J.M. Genicot dans Revue de droit international et de droit comparé, 2014, n° 4
EU Justice and Home Affairs: Institutional and policy development
Students and professionals in law, political science and criminology, and every one interested in European criminal policy making may find this book relevant or insightful.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.
EU Justice and Home Affairs: Institutional and policy development
Students and professionals in law, political science and criminology, and every one interested in European criminal policy making may find this book relevant or insightful.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.
Agressie tegen publieke dienstverleners
Hoe halen mensen het in hun hoofd om het werk van hulpverleners onmogelijk te maken?
Vrijwel iedereen die geconfronteerd wordt met de verhalen over agressie tegen publieke dienstverleners stelt zich die vraag. Dit verklaart ook de grote aandacht die het fenomeen de afgelopen jaren heeft gehad.
Dit onderzoek wil dan ook een antwoord geven op de vraag: hoe ontstaan de situaties waarin publieke dienstverleners met agressie te maken krijgen.
Meer in het bijzonder wordt agressie onderzocht tegen politie, ambulancepersoneel, agressie rond de jaarwisseling en agressie in het onderwijs, het openbaar vervoer en het verkeer.
Eliza Bergman is researcher bij het onderzoeksjournalistieke televisieprogramma van de KRO, Brandpunt Reporter.
Henk Valk was redacteur en adjunct-eindredacteur voor het actualiteitenprogramma 2Vandaag, en redacteur en verslaggever bij de programma’s Netwerk en De Vijfde Dag (EO).
Marco de Vries is freelance journalist en documentairemaker, onder meer voor de NTR.
Agressie tegen publieke dienstverleners
Hoe halen mensen het in hun hoofd om het werk van hulpverleners onmogelijk te maken?
Vrijwel iedereen die geconfronteerd wordt met de verhalen over agressie tegen publieke dienstverleners stelt zich die vraag. Dit verklaart ook de grote aandacht die het fenomeen de afgelopen jaren heeft gehad.
Dit onderzoek wil dan ook een antwoord geven op de vraag: hoe ontstaan de situaties waarin publieke dienstverleners met agressie te maken krijgen.
Meer in het bijzonder wordt agressie onderzocht tegen politie, ambulancepersoneel, agressie rond de jaarwisseling en agressie in het onderwijs, het openbaar vervoer en het verkeer.
Eliza Bergman is researcher bij het onderzoeksjournalistieke televisieprogramma van de KRO, Brandpunt Reporter.
Henk Valk was redacteur en adjunct-eindredacteur voor het actualiteitenprogramma 2Vandaag, en redacteur en verslaggever bij de programma’s Netwerk en De Vijfde Dag (EO).
Marco de Vries is freelance journalist en documentairemaker, onder meer voor de NTR.

Verzekering en aansprakelijkheid. Tweetalig fraseologisch woordenboek / Assurances et responsabilités. Dictionnaire phraséologique bilingue
In dit werk, dat vooral beoogt praktisch te zijn, werden hoofdzakelijk die woorden, uitdrukkingen en zinnen opgenomen, die aanleiding kunnen geven tot moeilijkheden bij het vertalen in of uit het Frans.
L’absence de tout ouvrage spécifique consacré aux combinaisons de mots usuelles dans le secteur des assurances a incité l’auteur à rassembler ces collocations dans un ouvrage destiné non seulement aux traducteurs exerçant leur profession au sein de compagnies d’assurance, mais encore à toute personne appelée, à titre professionnel, à rédiger ou élaborer tous genres de documents propres aux opérations d’assurance.
En particulier les mots, expressions et phrases, source de difficultés dans la pratique quotidienne de la traduction du néerlandais en français ou inversement, font l’objet de cet ouvrage qui se veut avant tout pratique.

Verzekering en aansprakelijkheid. Tweetalig fraseologisch woordenboek / Assurances et responsabilités. Dictionnaire phraséologique bilingue
In dit werk, dat vooral beoogt praktisch te zijn, werden hoofdzakelijk die woorden, uitdrukkingen en zinnen opgenomen, die aanleiding kunnen geven tot moeilijkheden bij het vertalen in of uit het Frans.
L’absence de tout ouvrage spécifique consacré aux combinaisons de mots usuelles dans le secteur des assurances a incité l’auteur à rassembler ces collocations dans un ouvrage destiné non seulement aux traducteurs exerçant leur profession au sein de compagnies d’assurance, mais encore à toute personne appelée, à titre professionnel, à rédiger ou élaborer tous genres de documents propres aux opérations d’assurance.
En particulier les mots, expressions et phrases, source de difficultés dans la pratique quotidienne de la traduction du néerlandais en français ou inversement, font l’objet de cet ouvrage qui se veut avant tout pratique.
De toekomst van de politie (CPS 2014 – 4, nr. 33)
In dit Cahier wordt bestudeerd wat het effect van deze ontwikkelingen op de inhoud en de organisatie van het toekomstig politiewerk kan zijn. Vragen als ‘Worden nieuwe en andere eisen gesteld aan agenten op het vlak van noodzakelijke kennis, nieuwe vaardigheden, attitudes, toekomstige competenties?’ en ‘Is er nood aan een hernieuwde visie op politie, niet alleen intern maar ook in relatie tot partners op het vlak van de veiligheidszorg?’ vinden in dit Cahier een antwoord.
De toekomst van de politie (CPS 2014 – 4, nr. 33)
In dit Cahier wordt bestudeerd wat het effect van deze ontwikkelingen op de inhoud en de organisatie van het toekomstig politiewerk kan zijn. Vragen als ‘Worden nieuwe en andere eisen gesteld aan agenten op het vlak van noodzakelijke kennis, nieuwe vaardigheden, attitudes, toekomstige competenties?’ en ‘Is er nood aan een hernieuwde visie op politie, niet alleen intern maar ook in relatie tot partners op het vlak van de veiligheidszorg?’ vinden in dit Cahier een antwoord.
Democratische politie (CPS 2014 – 3, nr. 32)
Democratische politie (CPS 2014 – 3, nr. 32)
Het gezag van de politie (CPS 2014 – 2, nr. 31)
De Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP), thans Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), bracht in 2000 een essaybundel uit getiteld ‘Het gezag van de politie’. Deze bundel vormde de opmaat voor een standpunt van de stichting in 2002 met als titel ‘Politie en haar gezag’. Sinds het uitbrengen van het standpunt verstreken er twaalf jaren. Is er in die tijd iets veranderd?
Dit Cahier bundelt bijdragen rond drie grote thema’s, namelijk (1) het gezag van de politie, (2) imago, vertrouwen en legitimiteit van de politie, thema’s die nauw met het gezag van de politie zijn verweven en ten slotte (3) operationeel leiderschap bij de politie.
Het gezag van de politie (CPS 2014 – 2, nr. 31)
De Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP), thans Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV), bracht in 2000 een essaybundel uit getiteld ‘Het gezag van de politie’. Deze bundel vormde de opmaat voor een standpunt van de stichting in 2002 met als titel ‘Politie en haar gezag’. Sinds het uitbrengen van het standpunt verstreken er twaalf jaren. Is er in die tijd iets veranderd?
Dit Cahier bundelt bijdragen rond drie grote thema’s, namelijk (1) het gezag van de politie, (2) imago, vertrouwen en legitimiteit van de politie, thema’s die nauw met het gezag van de politie zijn verweven en ten slotte (3) operationeel leiderschap bij de politie.
Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Illegale en informele economie (CPS 2013 – 4, nr. 29)
Dit Cahier verschaft inzicht in dit continuüm van legaliteit, informaliteit en illegaliteit. In theoretische, empirische en praktijkgerichte bijdragen komen de fenomenen informele en illegale economie aan bod. Nagegaan wordt waar deze verschillende economische activiteiten mogelijk raakvlakken hebben met (georganiseerde) criminaliteit. Op welke manieren komen diverse actoren in de veiligheidsketen in aanraking met informele en illegale economische activiteiten en hoe gaan ze ermee om?
Dit Cahier verduidelijkt de theoretische concepten formele, informele en illegale economie en toont aan dat het onderscheid tussen deze begrippen in de praktijk niet steeds even duidelijk is, omdat de diverse vormen van economische activiteiten op een dunne grens tussen illegaal, crimineel, informeel en legaal te vinden zijn.
Illegale en informele economie (CPS 2013 – 4, nr. 29)
Dit Cahier verschaft inzicht in dit continuüm van legaliteit, informaliteit en illegaliteit. In theoretische, empirische en praktijkgerichte bijdragen komen de fenomenen informele en illegale economie aan bod. Nagegaan wordt waar deze verschillende economische activiteiten mogelijk raakvlakken hebben met (georganiseerde) criminaliteit. Op welke manieren komen diverse actoren in de veiligheidsketen in aanraking met informele en illegale economische activiteiten en hoe gaan ze ermee om?
Dit Cahier verduidelijkt de theoretische concepten formele, informele en illegale economie en toont aan dat het onderscheid tussen deze begrippen in de praktijk niet steeds even duidelijk is, omdat de diverse vormen van economische activiteiten op een dunne grens tussen illegaal, crimineel, informeel en legaal te vinden zijn.
Opleiden in veiligheid (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 4)
Het integrale en geïntegreerd veiligheidsbeleid dat België propageert, mondt uit in een aantal opleidingen ‘integrale of maatschappelijke veiligheid’. De term ‘integrale veiligheid’ dekt meerdere ladingen en wordt niet door alle sectoren en opleidingen op dezelfde manier ingevuld.
In dit boek gaan de auteurs na welke invulling de opleidingen geven aan het begrip integrale veiligheid. Hoe verhouden de opleidingen zich ten opzichte van elkaar en waar wordt er samengewerkt?
Katrien Van Geystelen was tot december 2013 als opleidingscoördinator verbonden aan de master in de veiligheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Evelien De Pauw is verbonden aan de VIVES Hogeschool, studiegebied Sociaal Agogisch Werk, onderzoeksgroep Maatschappelijke Veiligheid.
Willy Bruggeman is hoogleraar politiewetenschappen (Benelux-Universitair Centrum) en Voorzitter Federale Politieraad.
Opleiden in veiligheid (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 4)
Het integrale en geïntegreerd veiligheidsbeleid dat België propageert, mondt uit in een aantal opleidingen ‘integrale of maatschappelijke veiligheid’. De term ‘integrale veiligheid’ dekt meerdere ladingen en wordt niet door alle sectoren en opleidingen op dezelfde manier ingevuld.
In dit boek gaan de auteurs na welke invulling de opleidingen geven aan het begrip integrale veiligheid. Hoe verhouden de opleidingen zich ten opzichte van elkaar en waar wordt er samengewerkt?
Katrien Van Geystelen was tot december 2013 als opleidingscoördinator verbonden aan de master in de veiligheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Evelien De Pauw is verbonden aan de VIVES Hogeschool, studiegebied Sociaal Agogisch Werk, onderzoeksgroep Maatschappelijke Veiligheid.
Willy Bruggeman is hoogleraar politiewetenschappen (Benelux-Universitair Centrum) en Voorzitter Federale Politieraad.

Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 24)
Vaak komen deze vragen ter sprake als gevolg van een praktisch proces, nadat devennootschap reeds werd opgericht. In dit boek worden de meest voorkomendevragen geïnventariseerd en praktisch behandeld.

Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 24)
Vaak komen deze vragen ter sprake als gevolg van een praktisch proces, nadat devennootschap reeds werd opgericht. In dit boek worden de meest voorkomendevragen geïnventariseerd en praktisch behandeld.

Evenementen organiseren. Btw en belastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 23)
Evenementen worden vaak georganiseerd om commerciële redenen, namelijkhet verwerven of behouden van klanten. Daarom worden ze fiscaal meestalgekwalificeerd als ‘kosten van onthaal’ (receptiekosten) of reclamekosten. Het kanechter ook gaan om ‘culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve,vermakelijkheids- en soortgelijke evenementen en de daarmee samenhangendediensten’.
Niet alleen voor klanten maar ook voor personeel kunnen bijzondere ‘incentives’worden georganiseerd, in de vorm van (bedrijfs)uitstappen en feestjes, het aanbiedenvan geschenken, eten en drinken, al dan niet in een restaurant.
Deze overzichtelijke uitgave behandelt de btw- en belastingsimplicaties vanevenementen en incentives voor klanten en personeel.

Evenementen organiseren. Btw en belastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 23)
Evenementen worden vaak georganiseerd om commerciële redenen, namelijkhet verwerven of behouden van klanten. Daarom worden ze fiscaal meestalgekwalificeerd als ‘kosten van onthaal’ (receptiekosten) of reclamekosten. Het kanechter ook gaan om ‘culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve,vermakelijkheids- en soortgelijke evenementen en de daarmee samenhangendediensten’.
Niet alleen voor klanten maar ook voor personeel kunnen bijzondere ‘incentives’worden georganiseerd, in de vorm van (bedrijfs)uitstappen en feestjes, het aanbiedenvan geschenken, eten en drinken, al dan niet in een restaurant.
Deze overzichtelijke uitgave behandelt de btw- en belastingsimplicaties vanevenementen en incentives voor klanten en personeel.

Handboek forensische gedragswetenschappen
De forensische geestelijke gezondheidszorg is een boeiend en tegelijk complex domein in volle ontwikkeling. Zij bevindt zich op het kruispunt van de geestelijke gezondheidszorg en het recht. Uiteenlopende vakspecialisten uit justitie en hulpverlening zijn hierbij op elkaar aangewezen.
Voor een adequate samenwerking is kennis van de context waarin de verschillende actoren werken essentieel. Dit handboek bevat bijgevolg bijdragen van juristen, psychiaters, psychologen, orthopedagogen, criminologen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. De auteurs zijn zowel academici als experten uit de praktijk. Zij behandelen uit beide gezichtspunten uiteenlopende wetenschaps- en praktijkdomeinen die van groot belang zijn voor de forensische geestelijke gezondheidszorg.
Het handboek is ontwikkeld met het oog op de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen, georganiseerd door de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent en de Arteveldehogeschool. Het geeft ook ruimer aan alle belanghebbende lezers waardevolle wetenschappelijke en multidisciplinaire inzichten mee over de forensische geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.

Handboek forensische gedragswetenschappen
De forensische geestelijke gezondheidszorg is een boeiend en tegelijk complex domein in volle ontwikkeling. Zij bevindt zich op het kruispunt van de geestelijke gezondheidszorg en het recht. Uiteenlopende vakspecialisten uit justitie en hulpverlening zijn hierbij op elkaar aangewezen.
Voor een adequate samenwerking is kennis van de context waarin de verschillende actoren werken essentieel. Dit handboek bevat bijgevolg bijdragen van juristen, psychiaters, psychologen, orthopedagogen, criminologen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. De auteurs zijn zowel academici als experten uit de praktijk. Zij behandelen uit beide gezichtspunten uiteenlopende wetenschaps- en praktijkdomeinen die van groot belang zijn voor de forensische geestelijke gezondheidszorg.
Het handboek is ontwikkeld met het oog op de Permanente Vorming Forensische Gedragswetenschappen, georganiseerd door de Universiteit Gent, de Hogeschool Gent en de Arteveldehogeschool. Het geeft ook ruimer aan alle belanghebbende lezers waardevolle wetenschappelijke en multidisciplinaire inzichten mee over de forensische geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen.
Citizens enforcing the law
In this context, Astrid Bosch raises the following questions: Have the legal norms constraining citizens'' right to enforce the law become outdated? Is there, thus, a gap between the current legal and social opinions regarding citizen’s arrest? Would bridging this gap, by broadening the legal space for citizen’s arrest, endanger the rule of law?
Astrid Bosch studied law at the Universidad Nacional de Nordeste in Argentina and criminology at the Universität Hamburg in Germany. She is currently in a GIZ (Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit) program, working on issues of state and democracy in Bolivia.
Citizens enforcing the law
In this context, Astrid Bosch raises the following questions: Have the legal norms constraining citizens'' right to enforce the law become outdated? Is there, thus, a gap between the current legal and social opinions regarding citizen’s arrest? Would bridging this gap, by broadening the legal space for citizen’s arrest, endanger the rule of law?
Astrid Bosch studied law at the Universidad Nacional de Nordeste in Argentina and criminology at the Universität Hamburg in Germany. She is currently in a GIZ (Gesellschaft für Internationale Zusammenarbeit) program, working on issues of state and democracy in Bolivia.
Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Gedisciplineerde vrijheid: een geschiedenis van het handels- en economisch recht
De financiële en economische crises van de laatste jaren hebben de spanning tussen innovatie en ondernemen aan de ene kant en rechtsregels aan de andere opnieuw op de voorgrond geplaatst. Vaak wordt de markt opgevat als een min of meer autonoom veld binnen de samenleving. Vandaag bestaat nog de algemeen verspreide overtuiging dat in de markt een eigen dynamiek heerst die door overheidsoptreden kan worden verstoord. Door de Westerse geschiedenis heen zijn samenlevingen echter in hun geheel fundamenteel economisch geweest. Bovendien hebben in alle perioden van het verleden gezagdragers – en ook corporaties en private instellingen die door hen werden erkend – regels over commerciële transacties en situaties naar voren geschoven. Deze regels dienden niet alleen om fraude te voorkomen en te sanctioneren, maar ook ter ondersteuning. De rijke traditie van het Westerse handels-, faillissements- en vennootschapsrecht, van de Romeinse tijd tot vandaag, biedt hiervan tal van voorbeelden.
In dit boek worden deze thema''s onderzocht vanuit een historisch-rechtsvergelijkend perspectief. Hierbij wordt vastgesteld dat historische tradities weerbarstig zijn en dat ze het geldende recht blijven beïnvloeden.
Dave De ruysscher is jurist en historicus. Sinds 2010 is hij als docent verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Daarnaast is hij postdoctoraal onderzoeker FWO-Vlaanderen. Hij schreef diverse artikelen, bijdragen en monografieën over de geschiedenis van handelsrecht, van de zestiende eeuw tot en met de hedendaagse periode. Enkele van zijn publicaties werden bekroond (Prijs Tijdschrift voor Privaatrecht 2012, Prix Charles Duvivier 2012 vanwege de Académie royale de Belgique).
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.
Over lijken. De dood en daarna, vanuit juridisch-medisch perspectief
In dit boek is het lijk onder een juridische loep gelegd. Geïnspireerd door wetenschappers, politici en journalisten zijn de auteurs op zoek gegaan naar de rechten van het lijk en de plichten van hen die geconfronteerd worden met het lijk.
Dit boek is geschreven voor officieren van justitie, politieagenten
(forensische opsporing), forensisch artsen
en beleidsmakers. Aan de hand van praktische vraagstukken
zijn de auteurs op zoek gegaan naar de juridische
onderbouwing voor beslissingen en handelingen
met betrekking tot het lijk.
Wilma Duijst is forensisch arts bij GGD IJsselland en
rechter-plaatsvervanger bij de sector strafrecht van
de Rechtbank Gelderland (locatie Arnhem). Zij is
betrokken bij de opleiding voor officieren van justitie,
diverse artsenopleidingen en de opleiding forensisch
verpleegkundigen.
Tatjana Naujocks is uitvoerend forensisch arts in de regio Noord-Nederland. Daarnaast houdt zij zich bezig met verschillende aspecten van de kwaliteitsverbetering van de forensische geneeskunde: als coördinator, docent, opleider, lid/voorzitter van de vakgroep FG en het FMG en als auteur.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowelin termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning enhet penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionalsen onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregelingvan 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisatiesbetrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningenen penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen overbeide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerderehete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnescondamnées à une peine privative de liberté une première occasion dequitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention.Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leursproches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Ils’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bienau niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiairesdemeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur cesmodalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliquésdans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsique ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissionsde sortie et aux congés pénitentiaires.

Uitgaansvergunningen en penitentiair verlof: de deur op een kier/ Permissions de sortie et congé pénitentiaire: la porte entrouverte
Hun belang staat in schril contrast met de weinige aandacht die ze krijgen. Zowelin termen van beleidsaandacht als qua onderzoek bleven de uitgaansvergunning enhet penitentiair verlof tot hiertoe een donkere vlek in de strafuitvoering.
Dit boek brengt daar verandering in. In dit verzamelwerk belichten professionalsen onderzoekers deze modaliteiten sinds de invoering van de externe rechtspositieregelingvan 2006. De bijdragen in dit boek verduidelijken hoe diverse actoren en organisatiesbetrokken zijn bij de voorbereiding op en/of besluitvorming over uitgaansvergunningenen penitentiair verlof en welke overwegingen spelen bij het beslissen overbeide modaliteiten. Daarnaast identificeren de bijdragen in dit boek ook meerderehete hangijzers over uitgaansvergunningen en penitentiair verlof.
Les permissions de sortie et les congés pénitentiaires constituent pour les personnescondamnées à une peine privative de liberté une première occasion dequitter la prison, parfois après de nombreuses années passées en détention.Ces sorties temporaires leur permettent de renforcer ou renouer des liens avec leursproches ainsi que de concrétiser certaines démarches en vue de leur réinsertion. Ils’agit d’une première étape, souvent cruciale, vers la libération.
Leur importance contraste avec le peu d’attention qui leur est accordé. Aussi bienau niveau politique que scientifique, les permissions de sortie et les congés pénitentiairesdemeurent dans l’ombre du régime d’exécution des peines.
Ce livre entend y remédier. Des chercheurs et praticiens nous éclairent sur cesmodalités depuis l’entrée en vigueur de la loi sur le statut juridique externe de 2006.Les contributions expliquent comment et en quoi divers acteurs et instances sont impliquésdans la préparation et/ou la procédure d’octroi de ces sorties temporaires, ainsique ce qui entre en considération lors de la prise de décision concernant ces deux modalités.Les contributions soulignent aussi les nombreux enjeux liés aux permissionsde sortie et aux congés pénitentiaires.
De gerechtsdeurwaarder: ambtenaar en ondernemer. Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening en de gevolgen voor de opleiding.
Met de Gerechtsdeurwaarderswet van 2001 heeft de marktwerking zijn intrede gedaan in deze juridische beroepsgroep. Het vestigingsbeleid is sindsdien geliberaliseerd en de tarieven voor de opdrachtgevers zijn vrijgegeven. Deze marktwerking heeft gevolgen gehad voor de onderlinge verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders, die voortaan concurrenten van elkaar zijn, en voor de verhouding met de grote opdrachtgevers, die de prijs voor de aangeboden diensten kunnen bepalen. De commercialisering heeft ook gevolgen gehad voor de schuldenaar: door het gevecht om de opdrachtgevers, de manier van contracteren en de soms voorkomende voorfinanciering zijn de verhoudingen verhard.
In deze context is aandacht voor hoge professionele en ethische standaarden noodzakelijk. In de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder moeten de kernwaarden uitdrukkelijk worden benadrukt, omdat door marktwerking de aandacht voor deze waarden vermindert en soms zelfs lijkt te verdwijnen.
In dit boek onderzoekt Ineke van den Berg hoe de opleiding tot
(kandidaat-)gerechtsdeurwaarder er, gezien de ontwikkelingen in de
beroepsuitoefening, uit zou moeten zien.
Mr. Ineke (C.) van den Berg-Smit is hoofddocent privaatrecht
aan de Hogeschool Utrecht. Op basis van bijna twintig jaar
ervaring als docent voor de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder
en in het kader van de permanente educatie van (kandidaat-)
gerechtsdeurwaarders, heeft zij veel zien veranderen in de beroepsuitoefening
én opleiding. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek
ter zake.
De gerechtsdeurwaarder: ambtenaar en ondernemer. Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening en de gevolgen voor de opleiding.
Met de Gerechtsdeurwaarderswet van 2001 heeft de marktwerking zijn intrede gedaan in deze juridische beroepsgroep. Het vestigingsbeleid is sindsdien geliberaliseerd en de tarieven voor de opdrachtgevers zijn vrijgegeven. Deze marktwerking heeft gevolgen gehad voor de onderlinge verhouding tussen de gerechtsdeurwaarders, die voortaan concurrenten van elkaar zijn, en voor de verhouding met de grote opdrachtgevers, die de prijs voor de aangeboden diensten kunnen bepalen. De commercialisering heeft ook gevolgen gehad voor de schuldenaar: door het gevecht om de opdrachtgevers, de manier van contracteren en de soms voorkomende voorfinanciering zijn de verhoudingen verhard.
In deze context is aandacht voor hoge professionele en ethische standaarden noodzakelijk. In de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder moeten de kernwaarden uitdrukkelijk worden benadrukt, omdat door marktwerking de aandacht voor deze waarden vermindert en soms zelfs lijkt te verdwijnen.
In dit boek onderzoekt Ineke van den Berg hoe de opleiding tot
(kandidaat-)gerechtsdeurwaarder er, gezien de ontwikkelingen in de
beroepsuitoefening, uit zou moeten zien.
Mr. Ineke (C.) van den Berg-Smit is hoofddocent privaatrecht
aan de Hogeschool Utrecht. Op basis van bijna twintig jaar
ervaring als docent voor de opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder
en in het kader van de permanente educatie van (kandidaat-)
gerechtsdeurwaarders, heeft zij veel zien veranderen in de beroepsuitoefening
én opleiding. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek
ter zake.
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?
De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)
Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?

Vruchtgebruik (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 20)
Het werken met zakelijke rechten is fiscaal vaak interessant. Het vruchtgebruik is een zakelijk recht dat zeer nauw verwant is met de onroerende verhuur als persoonlijk recht. Vruchtgebruikconstructies worden echter traditioneel kritisch bekeken door de fiscus. Vaak vergeet men ook de btw-gevolgen verbonden aan het opzetten van een vruchtgebruikconstructie.
Dit boek analyseert het vruchtgebruik als zakelijk recht op het vlak van de btw, de registratierechten en de inkomstenbelastingen. Ook de civielrechtelijke aspecten worden in een apart deel besproken.
De bespreking concentreert zich telkens op de drie grote fasen: de waardering van het vruchtgebruik, het gebruik van het bedrijfsmiddel tijdens de duur van het vruchtgebruik en de gevolgen bij het einde van het vruchtgebruik.
Alternatieven voor het werken met vruchtgebruik worden – waar mogelijk – met hun
verschillen en gevolgen besproken. Ook de praktische formaliteiten komen steeds
aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als
eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is fiscaal auteur, docent
btw en gastprofessor aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en
Bestuurskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het
vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten,
Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en
Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m.
Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld
opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Vruchtgebruik (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 20)
Het werken met zakelijke rechten is fiscaal vaak interessant. Het vruchtgebruik is een zakelijk recht dat zeer nauw verwant is met de onroerende verhuur als persoonlijk recht. Vruchtgebruikconstructies worden echter traditioneel kritisch bekeken door de fiscus. Vaak vergeet men ook de btw-gevolgen verbonden aan het opzetten van een vruchtgebruikconstructie.
Dit boek analyseert het vruchtgebruik als zakelijk recht op het vlak van de btw, de registratierechten en de inkomstenbelastingen. Ook de civielrechtelijke aspecten worden in een apart deel besproken.
De bespreking concentreert zich telkens op de drie grote fasen: de waardering van het vruchtgebruik, het gebruik van het bedrijfsmiddel tijdens de duur van het vruchtgebruik en de gevolgen bij het einde van het vruchtgebruik.
Alternatieven voor het werken met vruchtgebruik worden – waar mogelijk – met hun
verschillen en gevolgen besproken. Ook de praktische formaliteiten komen steeds
aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als
eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is fiscaal auteur, docent
btw en gastprofessor aan de geassocieerde faculteit Handelswetenschappen en
Bestuurskunde van de Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het
vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten,
Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en
Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m.
Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld
opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
De uitleg van het testament (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 2)
Uit een groot aantal uitspraken in de afgelopen jaren van rechtbanken en gerechtshoven lijkt naar voren te komen dat er veel mogelijk is als het gaat om de vaststelling van de wil van de erflater.
Door een testament uit te leggen – het achterhalen van de bedoelingen die de erflater heeft gehad met zijn testament – kan kennelijk vaak tot een resultaat worden gekomen dat bij een grammaticale interpretatie van het testament niet zou kunnen worden bereikt. Daarnaast hebben recentelijk ook de redelijkheid en billijkheid hun opwachting gemaakt op dit terrein.
Met bijdragen van Wilbert Kolkman, Aniel Autar, Menno van Gaalen, Fred Schonewille, Nora van Oostrom, Tea Mellema, Hans Stubbé en Annette van Riemsdijk.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids)verzekeringsrecht – 6de herziene en vermeerderde uitgave (Reeks Jurisprudentiebundels)
De Jurisprudentiebundel Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en (aansprakelijkheids) verzekeringenrecht verzamelt een hele reeks principearresten van voornamelijk het Hof van Cassatie. Daarnaast werden ook uitspraken van feitenrechters opgenomen ter vervollediging of ter illustratie van bepaalde aansprakelijkheidsproblemen. Ook werden enkele buitenlandse arresten geselecteerd, bij gebrek aan Belgisch materiaal. Bepaalde arresten werden (ook) uitgezocht met de bedoeling een evolutie in het aansprakelijkheidsrecht aan te geven, ofwel om tegengestelde standpunten met elkaar te confronteren.
In deze zesde uitgave is ervoor geopteerd om deze jurisprudentiebundel aan te vullen met rechtspraak over (aansprakelijkheids)verzekeringen. Hiermee wordt de band tussen het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en het verzekeringsrecht benadrukt.
Tevens zijn achteraan de relevante wetteksten en praktische informatie (indicatieve
tabel) opgenomen. Voor juristen met interesse voor het aansprakelijkheidsrecht
is deze verzameling basisrechtspraak een handig werkinstrument.
Prof. dr. Thierry Vansweevelt is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en
advocaat in het kantoor Dewallens & partners. Eerder verscheen van zijn
hand bij Maklu onder meer De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de geneesheer
en het ziekenhuis, dat werd bekroond met de Fernand Collin-prijs.
Voor zijn gehele oeuvre ontving hij de Prijs Onderzoeksraad UA.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Het nieuw samengesteld gezin: recht en geschiedenis / Blended families: law and history.
Het nieuw samengesteld gezin is een actueel, maar ook een historisch verschijnsel. In de loop van de geschiedenis werden tal van regels uitgevaardigd die zich tot doel stelden de verhoudingen binnen deze gezinnen te regelen. Ouders die weduwe of weduwnaar werden, gingen nieuwe huwelijken aan, vaak met partners die zelf kinderen hadden uit een eerder huwelijk. Tussen de belangen van alle betrokkenen diende een evenwicht te worden gevonden, voornamelijk met betrekking tot de nalatenschap van de eerst overleden ouder. In navolging van opeenvolgende maatschappelijke ontwikkelingen is het hedendaagse recht op dat punt in evolutie: wegens de hoge echtscheidingscijfers zijn er steeds meer nieuw samengestelde gezinnen, en bovendien in uiteenlopende vormen. Dit boek confronteert de ontwikkelingen in het positief recht met het oude recht. Hierbij schetsen rechtshistorici de context waarin de desbetreffende regels ontstonden, in verscheidene regio’s van continentaal West-Europa. Specialisten erfrecht en huwelijksvermogensrecht lichten het hedendaags geldende recht in België en Nederland toe, en belichten pijnpunten en mogelijk toekomstige ontwikkelingen.
Dit boek bundelt de verslagteksten van het op 23 november 2012 georganiseerde colloquium rond het thema ‘Zakelijke rechten en erven in het nieuw samengesteld gezin, in heden en verleden’, waarop lezingen in drie talen werden gebracht. Deze studiedag ging uit van het Wetenschappelijk Comité Rechtsgeschiedenis van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Schone Kunsten (KVAB) en werd mee mogelijk gemaakt dankzij de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) en de vakgroep Privaat- en economisch recht (PREC) van de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Dit colloquium herdacht de honderdste geboortedag van rechtshistoricus John Gilissen (1912), die aan de Vrije Universiteit Brussel politieke, institutionele en rechtsgeschiedenis doceerde. Zijn – nog steeds – gezaghebbende publicaties over tal van thema’s inzake historisch personen- en familierecht vormden een inspiratie voor het gekozen thema.
GPRC - Guaranteed Peer Reviewed Content
Prof. dr. Dave De ruysscher is lid van de vakgroep Interdisciplinaire studies van het recht (JURI-DILS) aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.
Prof. dr. Elisabeth Alofs is lid van de vakgroep Privaat- en Economisch recht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de UniversiteitGent begon officieel in 1938. In dat jaar werd hetvoorstel van decaan Nico Gunzburg en professor JulesSimon tot oprichting van een School voor Criminologiebekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later,is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere hetleven en werk van enkele prominente figuren uit deGentse criminologische school (Nico Gunzburg, PaulGhysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecterenenkele binnenlandse en buitenlandse academici overde criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijkescenario’s over de toekomst van onze discipline aan deGentse Universiteit tegen het licht gehouden.

75 jaar Criminologie aan de Universiteit Gent
De geschiedenis van de criminologie aan de UniversiteitGent begon officieel in 1938. In dat jaar werd hetvoorstel van decaan Nico Gunzburg en professor JulesSimon tot oprichting van een School voor Criminologiebekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Nu, 75 jaar later,is de tijd rijp om een eerste keer terug te blikken.
In dit boek wordt onder andere hetleven en werk van enkele prominente figuren uit deGentse criminologische school (Nico Gunzburg, PaulGhysbrecht en Willy Calewaert) besproken, reflecterenenkele binnenlandse en buitenlandse academici overde criminologiebeoefening in Gent en worden mogelijkescenario’s over de toekomst van onze discipline aan deGentse Universiteit tegen het licht gehouden.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Crime, violence, justice and social order. Monitoring contemporary security issues (GERN Research Paper Series, nr 1)
This book contains a selection of papers, which were presented and discussed at the first GERN Summer School for PhD students held in September 2012 at Ghent University, Belgium.
This collection of essays is the result of an intensive reflection and engagement between the authors and the editors. The essays in the book coalesce around four overarching themes: the use and meaning of violence; policing the informal economy and tackling social disorder; methodological issues in research on crime; and contemporary penal institutions. It is a rich compilation of new work by emerging European scholars in the field of ‘Crime, Violence, Justice and Social Order’.
With the inauguration of this new Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. This series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field.
With
this new series the editors and authors are contributing to a better understanding
of contemporary questions, presenting recent research results and scientific
reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social
sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines
and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal
reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)
Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.
De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?
Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.
Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.
In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.
Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Overzicht IPR Thema Reeks
Begrensde vrijheid in het IPR (IPR Thema Reeks, nr. 3)
Dit boek bevat bijdragen over partijautonomie en haar begrenzingen in het internationaal privaatrecht.
De auteurs bespreken deze beperkingen voor verschillende rechtsgebieden. Zo wordt aandacht besteed aan de vraag of een rechtskeuze en een forumkeuze in het IPR-personen- en familierecht door cultureel-maatschappelijke waarden worden beperkt. Bestaat er partijautonomie in het internationaal alimentatierecht?
Verder wordt besproken of de Crisisinterventiewet de rechtskeuze van partijen bij een overeenkomst beperkt en of de keuzevrijheid van contractspartijen voor het Gemeenschappelijk Europees Kooprecht wordt beperkt.
Wat betreft het IPR-vennootschapsrecht staan de belemmeringen van de mobiliteit van vennootschappen door het Europese recht en de Wet Flex-BV centraal.
In het kader van het internationale procesrecht wordt besproken of partijen – in afwijking van een forumkeuze – een procedure kunnen beginnen voor de rechter van een andere lidstaat van de Europese Unie.
Met bijdragen van Th.M. De Boer, E.N. Frohn, F. Ibili, G. van Solinge, M. Zilinsky, A.J. Berends, J.W. Rutgers, J.F. Vlek en P. Vlas.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Overzicht IPR Thema Reeks
Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)
De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?
Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.
Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.
In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.
Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel
vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij
beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks
in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven
waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet
bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden
binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici
die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse
tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.
Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing
and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte
naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift
ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum
Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.
Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn (Reeks Politiestudies, nr. 8)
De vraag wordt gesteld in welke mate politiemensen in de frontlijn een zekere keuzevrijheid hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse opdrachten. Anders gesteld: tot op welke hoogte heeft het beleid (m.n. de aansturing) greep op wat er zich op het terrein afspeelt (m.n. de uitvoering)?
Het onderzoek gaat na hoe de beleidsmatige sturing binnen de drie belangrijkste basisfunctionaliteiten (wijkwerking, interventiewerking en lokale recherche) eruitziet en hoe deze doorwerkt in besluitvormingsprocessen op de werkvloer.
Een eerste, verkennend luik op basis van observaties in twee grootstedelijke politiekorpsen werpt licht op de verschillende elementen die interfereren met keuzemomenten in de frontlijn. Aan de hand van fijnmazige beschrijvingen, afkomstig van maandenlang veldwerk, illustreert de auteur op welke manier situationele, organisatorische maar ook persoonsgebonden elementen een beslissende invloed kunnen uitoefenen bij keuzes die zich op het niveau van de ‘streetcop’ stellen.
In een tweede deel gaat de auteur na of de appreciatieruimte ook bestaat binnen de praktijk van gerechtelijke vrijheidsberovingen, meer bepaald of de toepassing van een verstrekkende dwangmaatregel binnen eenzelfde korpsdivisie kan uitmonden in een diversiteit aan uitkomsten. Onderzoek naar uitvoeringswerk binnen de politie is in België tot dusver erg schaars. Met deze studie wordt een groot deel van het onzichtbare straatwerk zichtbaar gemaakt en wordt de doorwerking van gehanteerde logica’s op de werkvloer duidelijk.
Deze publicatie betekent een concrete meerwaarde voor iedereen die, zowel
vanuit een theoretische als vanuit een pragmatische interesse, betrokken is bij
beleidssturing en -uitvoering binnen de Belgische politie. Voor de lezer die dagelijks
in de politiepraktijk staat, staan er tal van herkenbare situaties in beschreven
waarbij morele dilemma’s de onverkorte implementatie van de letter van de wet
bemoeilijken. Daarnaast biedt dit boek ook een schat aan informatie voor leidinggevenden
binnen de politie, beleidsmakers, criminologen, magistraten en academici
die werkzaam zijn binnen het brede domein van politie en justitie en interesse
tonen in het sturingsvraagstuk met betrekking tot politioneel uitvoeringwerk.
Fien Gilleir maakte tot en met 2012 deel uit van het onderzoeksteam Governing
and Policing Security (GaPS), waarbinnen zij gedurende zes jaar onderzoek verrichtte
naar bestuurlijke veiligheidsvraagstukken. Na het behalen van haar proefschrift
ging ze aan de slag als docente en onderzoeker binnen het expertisecentrum
Krachtgericht Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool Antwerpen.

De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)
De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.
Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.
De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.
In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.
Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van
onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse
wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de
Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd
uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in
samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide
verbonden van de Universiteit Gent.

De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen (Reeks Politiestudies, nr. 7)
De afgelopen tien jaar hebben zich in veel Europese steden met enige regelmaat ernstige sociale ordeverstoringen en botsingen voorgedaan. Veel van deze botsingen hangen, direct of indirect, samen met maatschappelijke achterstand en problematische interetnische verhoudingen.
Het is dan ook geen toeval dat deze ordeverstoringen en botsingen zich vooral voordoen in stedelijke wijken en buurten met een cumulatie van economische en sociale achterstandsproblemen en een multi-etnische samenstelling van de bevolking. Veel van deze ordeverstoringen zijn daarnaast gerelateerd aan jeugdproblemen die zich in deze stedelijke wijken voordoen, zoals overlast, criminaliteit, maatschappelijke uitsluiting, verveling, gebrekkige integratie, een moeizame relatie met dominante instituties en beperkte perspectieven. Andere botsingen en rellen vinden een aanleiding in interetnische conflicten, maar vinden hun voedingsbodem in wijken met sociale achterstandsproblemen om te escaleren.
De wijk is dus een plaats waar conflicten zowel genereren als escaleren. De politie krijgt op verschillende manieren met deze ordeverstoringen te maken. In sommige gevallen heeft zij tot taak de orde in de betreffende wijken en buurten te herstellen, te helpen om conflicten te de-escaleren of de achterliggende problemen van de spanningen (zoals jeugdoverlast, criminaliteit of drugshandel) aan te pakken. In andere gevallen wordt de politie, direct of na verloop van tijd, zelf partij in het conflict, soms omdat bepaalde groepen zich tegen de politie als vertegenwoordiger van overheid en gezag verzetten.
In dit boek wordt verslag gedaan van een onderzoek naar ernstige ordeverstoringen in België en Nederland. De conflicten in de bestudeerde wijken situeren zich op een continuüm van botsingen, kleine ordeverstoringen en rellen. Centraal in dit onderzoek staat de vraag welke omstandigheden en factoren in de betreffende wijken en buurten bijdragen aan deze spanningen en ordeverstoringen. Op welke wijze dragen de verhoudingen in de wijk bij aan het ontstaan van spanningen, botsingen en ordeverstoringen? Bovendien komt in dit onderzoek het politieoptreden aan bod met de vraag hoe de politie omgaat met deze ordeverstoringen en de daaraan ten grondslag liggende wijkgebonden omstandigheden en achtergronden.
Het onderzoek ‘Wijk achter de botsing’ werd uitgevoerd door een team van
onderzoekers uit Nederland en België. Het onderzoek in de twee Nederlandse
wijken werd verricht door medewerkers van het Criminologisch Instituut van de
Radboud Universiteit te Nijmegen. Het Belgische deel van het onderzoek werd
uitgevoerd door de onderzoeksgroep ‘Governing & Policing Security’ (GaPS), in
samenwerking met de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA), beide
verbonden van de Universiteit Gent.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)
In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?
Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Wat denkt politie over personen met een psychiatrische stoornis? (CPS-scriptieprijs 2013)
In 2010 werden in Vlaanderen 52.730 personen ambulant behandeld voor hun psychische problemen. Deze mensen lopen vijf keer meer de kans om een geweldsdelict te plegen, en minstens zeven keer meer kans om het slachtoffer te worden van een misdrijf dan personen zonder psychiatrische pathologie. Zo’n zeven procent van de contacten van de politie is bovendien met mensen die lijden aan een psychiatrische stoornis. Niet in het minst na de zaak Jonathan Jacobs, dringt zich daarom de vraag op: hoe staan politieambtenaren tegenover mensen met een psychiatrische stoornis ?
Veerle Van Gampelaere (criminologie, Universiteit Gent) onderzocht deze vraag bij 151 Gentse politieambtenaren. Het resultaat van dat onderzoek werd onlangs in de Mechelse Dossinkazerne bekroond met de jaarlijkse prijs van het Centrum voor Politiestudies.

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)
De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieketoegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij totde economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in hethavengebied.
Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaandonderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpsehaven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rolen de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren,identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen)werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Eenintegrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staatdaarbij centraal.

Integrale veiligheid in de haven van Antwerpen (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 3)
De haven van Antwerpen is een van de grootste logistieketoegangspoorten tot het Europese vasteland en draagt enorm bij totde economische en sociale welvaart van België.Veiligheid en beveiliging zijn dan ook belangrijke prioriteiten in hethavengebied.
Dit boek presenteert de resultaten van een diepgaandonderzoek naar de manier waarop de veiligheidszorg in de Antwerpsehaven wordt georganiseerd. Het geeft een grondig overzicht van de rolen de bevoegdheden van de verschillende betrokken actoren,identificeert zowel goede praktijken als knelpunten in hun (samen)werking en stelt een aantal ‘out of the box’ verbeterpistes voor. Eenintegrale en geïntegreerde aanpak van veiligheidsfenomenen staatdaarbij centraal.
Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Onvoorziene omstandigheden, verstoring en herstel van contractueel evenwicht
In deze tijd van economisch zwaar weer rust op rechters en arbiters grotere druk om een contract door wijziging of ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden te corrigeren.
De mogelijkheid dat een onvoorziene omstandigheid de uitvoering van de overeenkomst verstoort en dat een wijziging zich opdringt, is reëel. Flexibiliteit, samenwerking en aanpassing behoren tot de essentie van de overeenkomst. Een dergelijke visie gedijt goed in een steeds meer aan redelijkheid en billijkheid onderworpen contractenrecht.
Toch geldt economisch zwaar weer in het algemeen niet als een onvoorziene omstandigheid die correctie van het contract rechtvaardigt. De realiteit gebiedt te zeggen dat de wijziging of ontbinding van overeenkomsten wegens onvoorziene omstandigheden uitzondering blijft en ongewijzigde instandhouding de regel. Dat is maar goed ook. Het adagium pacta sunt servanda refereert niet alleen aan de partijautonomie en de verbindende kracht, maar ook aan de notie van solidariteit en aan het vertrouwensbeginsel. Men laat zijn contractspartner niet vallen, ook niet als het moeilijk wordt. Omgekeerd mag men in redelijkheid vertrouwen op het gegeven woord. Maar er zijn grenzen.
Het zijn deze grenzen die in deze bundel, geschreven naar
aanleiding van de traditionele stafuitwisseling van Leidse en
Gentse privatisten die laatst in Leiden plaatsvond, worden
opgezocht.
Prof. mr. H.J. Snijders is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit Leiden. Hij is raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te Arnhem en in de Rechtbank te Den Haag, en vertegenwoordiger van Nederland in de United Nations Commission on International Trade Law (Working Group II on Arbitration and Conciliation).
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, afdeling Burgerlijk- en Burgerlijk Procesrecht (departement Civiel Recht). Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in het domein van het aansprakelijkheidsrecht.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Mensenrechten en politie (CPS 2013 – 2, nr. 27)
De politie heeft hierdoor een ambivalente rol. Enerzijds moet zij optreden als facilitator en beschermer van mensenrechten, ook ten aanzien van minderheden en zwakkere groepen in de samenleving. Anderzijds zal zij soms intrusief handelingen moeten stellen vanuit haar gelegitimeerde machtspositie die (uitzonderlijk) deze rechten en vrijheden beperken.
Deze grens is allerminst eenvoudig te trekken en de vraag dringt zich op in
welke mate de politie in onze samenleving hiermee om kan gaan. Dit Cahier behandelt
beide aspecten.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.
Choosing for juries. Application and development of juries in old and new jury trial countries
Why do governments try to limit the application of jury trials, both in countries where jury trials are native and in countries that have more recently instituted them?
This is a critical question today as government authorities are trying to limit the role of juries, especially when it comes to complex fraud cases, national security and terrorism cases, and cases where juries seem to have a propensity for high acquittal rates. Therefore, understanding how governments are promoting and constraining jury trials is important.
This book analyzes the reasons that motivate governments to introduce jury trial practices and the factors that condition the role these types of trials play in the administration of criminal justice systems as a whole. The research derives its finding from the comparative analysis of criminal justice systems of the United Kingdom, the Russian Federation and the Republic of Azerbaijan. It also assesses prospects of the application of jury trials in the Republic of Azerbaijan based on analysis of the criminal justice systems of countries where these practices already exist.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Nazim Ziyadov is doctor of law (Ghent University, Belgium). He is currently Head of Legal Department at Azerbaijan Investment Company (AIC) in Baku, Azerbaijan.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien? (Reeks Politiestudies, nr. 6)
Deze publicatie brengt verslag uit van het onderzoek ‘Cameratoezicht in deopenbare ruimte, een kwantitatieve analyse’, uitgevoerd door het ExpertisecentrumMaatschappelijke Veiligheid in opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken.
Op basis van 7 casestudies in België wordt de effectiviteit van cameratoezichtin beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht geschonken aan de invloed vancameratoezicht op de veiligheidsbeleving van burgers.
Het boek schetst in eerste instantie de algemene context en licht de methodologievan het onderzoek toe. Ten tweede wordt dieper ingegaan op de impact diecameratoezicht in openbare ruimtes heeft op het veiligheidsbeleid. Vervolgensworden de effecten van cameratoezicht op bepaalde specifieke criminaliteitsvormen(zoals overlast, geweld, diefstal en fraude) belicht. Ten slotte worden een reeksaanbevelingen geformuleerd die kunnen helpen bij de keuze om cameratoezicht aldan niet te implementeren binnen de openbare ruimte.

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Rechtspreken en lekenparticipatie. Noodzaak of traditie?
Het fenomeen van lekenrechters is echter ruimer dan juryrechtspraak. In de arbeidsrechtbanken, -hoven en rechtbanken van koophandel zetelen, naast een voorzitter-magistraat, rechters uit het bedrijfsleven of vertegenwoordigende organisaties. Is hun deelname aan rechtspraak louter symbolisch of is ze noodzakelijk voor de kwaliteit van de rechtspraak? Zijn de lekenrechters in die rechtbanken en hoven brugfiguren tussen de wereld van het recht en de wereld van de werkvloer en de onderneming?
In dit boek staan rechtshistorici, strafrechtsspecialisten en rechtssociologen uitgebreid stil bij al deze vragen.
Guaranteed Peer Reviewed Content

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Het verband tussen audithonoraria en auditkwaliteit (Reeks ICCI 2013-1)
NEDERLANDS
De hoofddoelstelling van deze studie is te onderzoeken of er een verband bestaat tussen de audithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt. De studie wordt opgevat in twee delen.
In het eerste deel wordt via een literatuurstudie vooreerst ‘auditkwaliteit’ gedefinieerd enworden de meest gebruikte maatstaven voor auditkwaliteit, met name resultaatmanagementen de auditverklaring, bepaald.
Vervolgens worden de empirische studies die (internationaal)het verband behandelen tussen audithonoraria (zowel in ‘absolute’ als ‘abnormale’ termen) enauditkwaliteit besproken.
Uiteindelijk wordt voor de Belgische auditmarkt over de periode 2008-2010 de evolutie vande prijszetting bestudeerd en nagegaan via een audit fee-model in welke mate er sprake is vanabnormale audithonoraria of onder- en overprijzing.
In het tweede deel wordt nagegaan of er daadwerkelijk een verband bestaat tussen deaudithonoraria en de auditkwaliteit op de Belgische auditmarkt.De resultaten bieden voorzichtig te interpreteren empirisch bewijs dat er, ceteris paribus, eenverband bestaat tussen het niveau van de audithonoraria en de auditkwaliteit.
Johan Vande Lanotte, Vice-eerste minister en Minister van Economie, Consumenten en Noordzee over dit boek: “Het is de eerste keer dat hierover een empirische studie wordt gemaakt in ons land. Zowel de gebruikers van de diensten van bedrijfsrevisoren als de aanbieders ervan kunnen heel wat nuttige informatie halen uit deze studie.”
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
L’objectif principal de cette étude est de déterminer s’il existe un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit. L’étude se compose de deux parties.
Dans la première partie, par le biais d’une étude de littérature, la ‘qualité d’audit’ est définieet ensuite les critères de mesure les plus courants pour la qualité d’audit sont déterminés,notamment la gestion du résultat et l’opinion d’audit.
Ensuite, les études empiriques qui traitent(au niveau international) du lien entre les honoraires d’audit (tant ‘absolus’ qu’ ‘anormaux’) etla qualité d’audit sont abordées.
Enfin, l’évolution de la fixation des prix sur le marché belge de l’audit pour la période 2008-2010 est étudiée et à l’aide d’un modèle d’honoraires d’audit il est analysé dans quelle mesureil existe des honoraires d’audit anormaux ou une sous-évaluation et surévaluation des prix.
Dans la deuxième partie, il est examiné s’il existe véritablement un lien entre les honorairesd’audit et la qualité d’audit sur le marché belge de l’audit.Les résultats offrent des preuves empiriques dont l’interprétation requiert une grandeprudence et selon lesquelles il existe, ceteris paribus, un lien entre le niveau des honorairesd’audit et la qualité d’audit.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Recht in beweging – 20ste VRG Alumnidag 2013
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 20ste op rij.
Op deze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 8 maart 2013 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde
De ‘Leidraad Gerechtelijke Geneeskunde’ is een speciaal voor het onderwijs geschreven leerboek. Na een situering van deze tak van de geneeskunde behandelt het eerst de basisprincipes van de medische criminalistiek. Daarna komt de doodsleer of thanatologie en het onderzoek van dode lichamen aan bod. In het deel thanato-etiologie worden vervolgens de doodsoorzaken behandeld. Het boek sluit af met een bespreking van de klinische forensische geneeskunde.
Doorheen het hele boek zijn de relevante
wettelijke bepalingen opgenomen. Ook
toepasselijke overwegingen van grote
denkers uit verschillende disciplines worden
aangehaald. Talrijke afbeeldingen uit de
praktijk illustreren de materie.
Michel Piette en Els De Letter zijn
verbonden aan het Forensisch Instituut -
Universiteit Gent, vakgroep Gerechtelijke
Geneeskunde. Zij treden op als deskundigen
voor verschillende parketten en rechtbanken.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd? – 60 jaar IBR (1953 – 2013)
Zestigste verjaardag van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren: de pensioenleeftijd of een hernieuwde jeugd?
Het Instituut van de Bedrijfsrevisoren viert dit jaar zijn zestigjarig bestaan sinds de oprichting bij wet van 22 juli 1953.
Deze publicatie interpelleert de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers met eenrechtstreekse vraag: “Zestig jaar: pensioenleeftijd of hernieuwde jeugd?”.
Alle antwoorden zijn terug te vinden in dit boek, zonder enige censuur.
Soixantième anniversaire de l’Institut des Réviseurs d’Entreprises : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse ?
L’Institut des Réviseurs d’Entreprises fête cette année le soixantième anniversaire de sa création par la loi du 22 juillet 1953.
A cette occasion, cette publication souhaite interpeller les parties prenantes ou leurs représentants, avec une question directe: “Soixante ans : l’âge de la retraite ou d’une nouvelle jeunesse?”.
Vous découvrirez leurs réponses dans cet ouvrage.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Evoluties in verhoortechnieken (Reeks Politiestudies, nr. 5)
Hoewel verhoren al eeuwenlang worden afgenomen, is de wetenschappelijke aandacht voor deze belangrijke politietaak in België relatief recent. Ook in de politieopleidingen vóór het jaar 2000 werden ‘verhoortechnieken’ niet of nauwelijks aangeleerd.
Het afgelopen decennium werd een enorme inhaalbeweging ondernomen, waardoor België thans internationaal gezien bij de kopgroep behoort wat de toepassing van verhoortechnieken betreft. De vereiste van kwaliteitsvolle ondervragingen heeft door de invoering van de ‘Salduzwet’ bovendien een sterke praktische stimulans gekregen.
Verhoortechnieken zijn geen exacte wetenschap en door hun diversiteit
bovendien voortdurend in evolutie. Op tal van deelfacetten wordt verder
wetenschappelijk onderzoek gevoerd. Dit boek geeft de laatste stand van
zaken over verschillende facetten van het verhoor en stelt verhoorders in
staat hun technieken aan te scherpen. Het geeft nieuwe wetenschappelijke
onderzoeksuitkomsten die nooit eerder werden gepubliceerd, en die in grote
mate de zienswijzen toetsten van praktijkmensen zoals politieambtenaren,
advocaten en magistraten.
Paul Ponsaers schonk met het onderzoek ‘De ondervraging. Analyse
van een politietechniek’ in 2001 voor het eerst in België uitgebreide
wetenschappelijke aandacht aan deze materie.
Onder impuls van Marc
Bockstaele zijn thans alle opleidingsteksten verhoortechnieken nationaal
geharmoniseerd voor alle politiescholen. Deze cursusteksten zijn een
extract van zijn boek 'Leugens en hun detectie’ en het tweedelige
‘Handboek verhoren’ die in de reeks Politie Praktijk Boeken bij Maklu
verschenen.
Samen met Elke Devroe stonden zij in voor de redactie van het
referentiewerk ‘Salduz - bijstand van advocaten bij verhoren’ dat eerder
verscheen in de reeks Politiestudies.

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’

Excel voor economische beroepen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 19)
Microsoft Excel is een veel gebruikt rekenbladprogramma in de wereld van deeconomische beroepen. Toch beschikt Excel over een aantal zeer krachtige enefficiënte functionaliteiten die (nog) niet bij het brede publiek gekend zijn.
Dit boek benadert Excel vanuit praktisch oogpunt: de nadruk ligt op de concretetoepassing van Excel bij de uitoefening van het economisch beroep.
Waarvoor kunnen we dit programma gebruiken en hoe doen we dit zo snel en efficiënt mogelijk?
Inbegrepen bij deze uitgave zijn talrijke digitale voorbeeldbestanden en modellenwaarvan de functies en werkwijzen in het boek worden uitgelegd. Op deze manierkunt u de voorbeeldbestanden en modellen zelf aanpassen naar uw concretenoden.
‘Dit boek, gegroeid uit de eigen praktijkervaring van de auteur, bevat veel tijdbesparendetips en werkwijzen. Een must voor elke beoefenaar van een economischberoep.’
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.
Schaalveranderingen (CPS 2013 – 1, nr. 26)
Beleidsmatig duikt de roep om schaalverandering in het politie- en het justitiedomein te pas en te onpas de kop op. In België wordt gedacht aan een vermindering van het aantal gerechtelijke arrondissementen. Hierdoor zou het parket efficiënter en vooral kostenbesparender moeten gaan werken. Voor de politie zou de inkapseling van kleine zones in grotere politiezones, en een algemene drastische beperking van het aantal politiezones, economische schaalvoordelen kunnen realiseren en concurrentiële diensten kunnen uitschakelen. In Nederland komt er één Nationale Politie met één korpschef die tien territoriale eenheden kent. Van regio’s zal dan geen sprake meer zijn.
De ratio achter deze schaalveranderingen is meestal het spreiden van kosten, het vergroten van netwerking tussen diensten en het ontsluiten van informatiestromen.
Dit
Cahier onderzoekt de huidige tendensen inzake schaalveranderingen in het politie- en
justitiedomein. Het onderzoekt de voor- en nadelen en gaat een discussie aan over de
wenselijkheid en/of haalbaarheid ervan.

De auto als bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 18)
Dit handboek onderzoekt de fiscaliteit van de wagen als investering zowel op het vlak van de btw als inzake de inkomstenbelastingen. De structuur is hierbij drieledig:
- de aanschaf van het bedrijfsmiddel,
- het gebruik van een vervoermiddel,
- de afstoting van het vervoermiddel.
Het handboek begint met een voor elke belastingplichtige cruciale vraag:
hoeveel
mag men van de autokosten in aftrek brengen?
Ook een aantal bijzondere
regelingen zoals de winstmargeregeling of de regeling inzake directiewagens en
demonstratiewagens worden praktijkgericht besproken. Niet enkel de nationale
handelingen worden geanalyseerd. Ook het intracommunautair kopen en verkopen
van nieuwe en tweedehandse vervoermiddelen komt uitgebreid aan bod, met de
vereiste formaliteiten en bewijzen die daarbij komen kijken.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en
gespecialiseerd in de btw-wetgeving. Hij doceert de grondige studie btw aan
de geassocieerde faculteit handelswetenschappen en bestuurskunde van de
Hogeschool Gent en Universiteit Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur en docent bij de FOD Financiën en gespecialiseerd in de vennootschapsbelasting. Hij is gewaardeerd auteur en docent in de materie.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De auto als bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 18)
Dit handboek onderzoekt de fiscaliteit van de wagen als investering zowel op het vlak van de btw als inzake de inkomstenbelastingen. De structuur is hierbij drieledig:
- de aanschaf van het bedrijfsmiddel,
- het gebruik van een vervoermiddel,
- de afstoting van het vervoermiddel.
Het handboek begint met een voor elke belastingplichtige cruciale vraag:
hoeveel
mag men van de autokosten in aftrek brengen?
Ook een aantal bijzondere
regelingen zoals de winstmargeregeling of de regeling inzake directiewagens en
demonstratiewagens worden praktijkgericht besproken. Niet enkel de nationale
handelingen worden geanalyseerd. Ook het intracommunautair kopen en verkopen
van nieuwe en tweedehandse vervoermiddelen komt uitgebreid aan bod, met de
vereiste formaliteiten en bewijzen die daarbij komen kijken.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en
gespecialiseerd in de btw-wetgeving. Hij doceert de grondige studie btw aan
de geassocieerde faculteit handelswetenschappen en bestuurskunde van de
Hogeschool Gent en Universiteit Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur en docent bij de FOD Financiën en gespecialiseerd in de vennootschapsbelasting. Hij is gewaardeerd auteur en docent in de materie.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society.From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’),to university and post-graduate master programs. The length andintensity varies tremendously: from two days courses, to two yearsprograms. In this respect, mediation is comparable to sports or finearts: you can practice this intuitively, and with basic training at grassroots level, and you can develop this into professional level , andbecome a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as arespected part in the judicial process and the mediator as a respectedfull partner in the process of conflict management and disputeresolution. The mediator should be recognized as an expert, withspecific knowledge and skills to assist as a third party.
To achievethis, high quality education in mediation is essential. Otherwise,mediation will always be seen, particularly by other professions andprofessionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society.From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’),to university and post-graduate master programs. The length andintensity varies tremendously: from two days courses, to two yearsprograms. In this respect, mediation is comparable to sports or finearts: you can practice this intuitively, and with basic training at grassroots level, and you can develop this into professional level , andbecome a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as arespected part in the judicial process and the mediator as a respectedfull partner in the process of conflict management and disputeresolution. The mediator should be recognized as an expert, withspecific knowledge and skills to assist as a third party.
To achievethis, high quality education in mediation is essential. Otherwise,mediation will always be seen, particularly by other professions andprofessionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
Defence Rights: International and European Developments
The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.
Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.
The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.
Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?
At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.
This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.
Defence Rights: International and European Developments
The growing internationalisation and Europeanisation of criminal procedures create new and additional challenges to traditional defence rights.
Hence, the Ghent Bar Association, as part of its bicentennial celebration, the Bar Association of The Hague, hosting the International Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Criminal Court (ICC), and Ghent University, conducting lead research on international and European criminal policy, have joined their forces by exploring and addressing these challenges during an international conference, entitled ‘Defence Rights: International and European Developments’, held in Ghent on 23 November 2012, of which the current volume is the conference book.
The book has a double focus: defence rights before the ICC respectively EU defence rights.
Whereas international criminal tribunals, especially the ICC, should play an exemplary role when it comes to the right to fair trial and adequate access to a lawyer, reality proves to be troublesome. This book addresses key issues in this respect: what is the status questionis of the defence position and procedural rights before international criminal tribunals, more specifically the ICC? Has the Rome statute lived up to its expectations after a decade of its application? Can defence before international tribunals keep functioning without a Bar? What are the needs for such a defence to be adequate, knowing that it balances on the borderline between the Anglo-Saxon legal system and ours? What lessons can be learnt from this? What about victims’ rights, unexplored territory for international criminal law?
At the same time, defence and procedural rights are developing as a result of different EU Directives which have been or are now being negotiated. This is of major importance to every penalist, even in strictly national cases. This book informs about and critically assesses the entire EU ‘Roadmap for strengthening procedural rights of suspected of accused persons in criminal proceedings’. The EU Directive on the right to interpretation and translation in criminal proceedings and the anticipated proposal on special safeguards in criminal procedures for suspected or accused persons who are vulnerable (especially children, the mentally ill and the mentally disabled) pass in review. Also the EU-Directives on the right to information in criminal procedure and on the right of access to a lawyer in criminal proceedings and on the right to communicate upon arrest (Salduz-Directive), which are about to revolutionize traditional domestic criminal procedural law, are being thoroughly assessed. Further, the book addresses the important implications and challenges for the legal position of detainees as a result of the recent Framework Decision on the mutual recognition of custodial sentences and measures involving deprivation of liberty. Finally, awareness is raised concerning the future of procedural rights in the framework of cross-border evidence gathering and admissibility.
This book is essential reading for both defence practitioners and scholars taking an interest in defence and procedural rights in criminal matters.
Prof. dr. Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal law and department chair criminal law and criminology at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence at Maastricht University.


De ervaren mediator: kwaliteit, identiteit en ethos
Lang is er binnen de mediationwereld vanuit gegaan dat de ervaring of kwalificatie van een mediator gelijk staat aan een goede opleiding en training (meestal in een Amerikaanse mediationbenadering), het doen van een minimaal aantal mediations per jaar, en het verkrijgen van een aantal punten door deelname aan congressen en cursussen. Hoewel deze operationaliseringen wellicht een gedeelte van de vereisten dekken, raken ze niet of nauwelijks aan andere wezenlijke aspecten van de mediationpraktijk.
Dit boek behandelt de vraag wat een mediator nu eigenlijk tot een goede mediator maakt.
Welke kwaliteiten moet hij hebben; gaat het naast ‘boekjes-kennis’ ook om praktische houdingen, inhoudelijke ervaringen, en professionele kenmerken die niet gevat worden door bovengenoemde operationaliseringen?
Wat is eigenlijk de ‘identiteit’ van een goede mediator? Welke eigenschappen bezit hij als professional en als persoon? Kunnen we die aanwijzen, kunnen we die leren, en hoe dan?
Hoe stelt hij zich op ten aanzien van ethische vraagstukken en dilemma’s? Wat is de ‘ethos’ van het beroep en de beroepsbeoefenaar? Kunnen we daar, behalve onder verwijzing naar ‘codes of conduct’ nog meer over zeggen? Welke ethische dilemma’s spelen een rol en hoe gaat de mediator daar mee om?
De ervaren mediator: kwaliteit, identiteit en ethos
Lang is er binnen de mediationwereld vanuit gegaan dat de ervaring of kwalificatie van een mediator gelijk staat aan een goede opleiding en training (meestal in een Amerikaanse mediationbenadering), het doen van een minimaal aantal mediations per jaar, en het verkrijgen van een aantal punten door deelname aan congressen en cursussen. Hoewel deze operationaliseringen wellicht een gedeelte van de vereisten dekken, raken ze niet of nauwelijks aan andere wezenlijke aspecten van de mediationpraktijk.
Dit boek behandelt de vraag wat een mediator nu eigenlijk tot een goede mediator maakt.
Welke kwaliteiten moet hij hebben; gaat het naast ‘boekjes-kennis’ ook om praktische houdingen, inhoudelijke ervaringen, en professionele kenmerken die niet gevat worden door bovengenoemde operationaliseringen?
Wat is eigenlijk de ‘identiteit’ van een goede mediator? Welke eigenschappen bezit hij als professional en als persoon? Kunnen we die aanwijzen, kunnen we die leren, en hoe dan?
Hoe stelt hij zich op ten aanzien van ethische vraagstukken en dilemma’s? Wat is de ‘ethos’ van het beroep en de beroepsbeoefenaar? Kunnen we daar, behalve onder verwijzing naar ‘codes of conduct’ nog meer over zeggen? Welke ethische dilemma’s spelen een rol en hoe gaat de mediator daar mee om?
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.
Erfrecht voor de praktijk – 2de herziene uitgave (=CB/POD)
Erfrecht is traditioneel een onderwerp dat zich hoofdzakelijk op het notariaat richt. Dat weerspiegelt zich ook in de bestaande literatuur terzake. Ook advocaten hebben echter behoefte aan een toegankelijke uitleg van het materiële erfrecht (versterferfrecht, testamentair erfrecht en legitieme portie).
Daarnaast blijken handvatten over de manier waarop informatie kan worden achterhaald over de mate van gerechtigdheid van de betrokkenen in de nalatenschap en de omvang van de boedel en de uit te brengen keuze, eveneens gewenst. De (on)mogelijkheden van aantasting van de uiterste wilsbeschikking en de manieren waarop de afwikkeling kan plaats vinden, c.q. de invloed daarop van executeurs, de vereffening en testamentair bewind zijn ook onderwerpen waarover vragen leven.
‘Erfrecht voor de praktijk’ is een boek over erfrecht en de afwikkeling van een nalatenschap. Het is met name bedoeld voor de advocatuur en andere personen buiten het notariaat die betrokken zijn bij de afwikkeling van nalatenschappen.
Uit de aard van de werkzaamheden van de verschillende betrokkenen vloeit
voort dat onderwerpen die in het notariaat als vanzelfsprekend bekend worden
verondersteld bij andere afwikkelaars niet bekend zijn en omgekeerd. Daarom
zijn de klemtonen in deze uitgave anders gelegd dan in de klassieke handboeken
over dit onderwerp. Zo komt de afwikkeling meer uitgebreid aan de orde en
wordt de daarbij (veelal lagere) jurisprudentie betrokken, steeds bezien vanuit
de advocaat dan wel andere persoon die bij de afwikkeling is betrokken.
Eric Ebben is universitair docent notariaat aan de VU Amsterdam en juridisch
adviseur.
Mathieu Schipper is advocaat en notarieel jurist bij Schipper en Lof
advocaten te Heerhugowaard. Beiden zijn ze gespecialiseerd op het gebied van
het erfrecht. De auteurs weten ieder vanuit zijn eigen invalshoek de link met de
juridische praktijk op een praktische wijze te leggen.
Erfrecht voor de praktijk – 2de herziene uitgave (=CB/POD)
Erfrecht is traditioneel een onderwerp dat zich hoofdzakelijk op het notariaat richt. Dat weerspiegelt zich ook in de bestaande literatuur terzake. Ook advocaten hebben echter behoefte aan een toegankelijke uitleg van het materiële erfrecht (versterferfrecht, testamentair erfrecht en legitieme portie).
Daarnaast blijken handvatten over de manier waarop informatie kan worden achterhaald over de mate van gerechtigdheid van de betrokkenen in de nalatenschap en de omvang van de boedel en de uit te brengen keuze, eveneens gewenst. De (on)mogelijkheden van aantasting van de uiterste wilsbeschikking en de manieren waarop de afwikkeling kan plaats vinden, c.q. de invloed daarop van executeurs, de vereffening en testamentair bewind zijn ook onderwerpen waarover vragen leven.
‘Erfrecht voor de praktijk’ is een boek over erfrecht en de afwikkeling van een nalatenschap. Het is met name bedoeld voor de advocatuur en andere personen buiten het notariaat die betrokken zijn bij de afwikkeling van nalatenschappen.
Uit de aard van de werkzaamheden van de verschillende betrokkenen vloeit
voort dat onderwerpen die in het notariaat als vanzelfsprekend bekend worden
verondersteld bij andere afwikkelaars niet bekend zijn en omgekeerd. Daarom
zijn de klemtonen in deze uitgave anders gelegd dan in de klassieke handboeken
over dit onderwerp. Zo komt de afwikkeling meer uitgebreid aan de orde en
wordt de daarbij (veelal lagere) jurisprudentie betrokken, steeds bezien vanuit
de advocaat dan wel andere persoon die bij de afwikkeling is betrokken.
Eric Ebben is universitair docent notariaat aan de VU Amsterdam en juridisch
adviseur.
Mathieu Schipper is advocaat en notarieel jurist bij Schipper en Lof
advocaten te Heerhugowaard. Beiden zijn ze gespecialiseerd op het gebied van
het erfrecht. De auteurs weten ieder vanuit zijn eigen invalshoek de link met de
juridische praktijk op een praktische wijze te leggen.

Rechtbanken, balies en bedrijfsrevisoraat. Actualiteiten: samenwerking en ondernemingsrecht.
NEDERLANDS
Deze uitgave is het resultaat van een studiedag georganiseerd door het Instituutvan de Bedrijfsrevisoren, de Orde van Vlaamse Balies, de Ordre des Barreaux francophones et germanophone en de Unie der Rechters in Handelszaken vanBelgië.
Volgende thema’s worden behandeld:
Inhoudstafel
Voorwoord
FRANCAIS
Cette édition est le résultat d’une journée d’études organisée par l’Institutdes Réviseurs d’Entreprises, l’Orde van Vlaamse Balies, l’Ordre des Barreauxfrancophones et germanophone et l’Union des Juges consulaires de Belgique.
Les thèmes suivants sont abordés :
Table des matières
Avant-propos

Rechtbanken, balies en bedrijfsrevisoraat. Actualiteiten: samenwerking en ondernemingsrecht.
NEDERLANDS
Deze uitgave is het resultaat van een studiedag georganiseerd door het Instituutvan de Bedrijfsrevisoren, de Orde van Vlaamse Balies, de Ordre des Barreaux francophones et germanophone en de Unie der Rechters in Handelszaken vanBelgië.
Volgende thema’s worden behandeld:
Inhoudstafel
Voorwoord
FRANCAIS
Cette édition est le résultat d’une journée d’études organisée par l’Institutdes Réviseurs d’Entreprises, l’Orde van Vlaamse Balies, l’Ordre des Barreauxfrancophones et germanophone et l’Union des Juges consulaires de Belgique.
Les thèmes suivants sont abordés :
Table des matières
Avant-propos
De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)
Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.
Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
De positie van de minderjarige in het erfrecht (Erfenisvakdag Cahiers, nr. 1)
Jaarlijks zijn tienduizenden kinderen betrokken bij het overlijden van een (stief)ouder en de afwikkeling van de nalatenschap. De wet geeft regels voor het veilig stellen van de erfrechtelijke positie van het (minderjarige) kind. Het gaat dan om de nalatenschap van zowel zijn eerst-overleden ouder als van die van de langstlevende. De situatie waarin de langstlevende ouder in de tussentijd een nieuwe partner heeft gekregen levert vooral veel problemen op voor kinderen.
Om deze positie van het kind in het erfrecht veilig te stellen legt de wet aan verschillende professionals verplichtingen op. De reikwijdte van deze voorschriften en de praktische toepassing ervan zijn voorwerp van discussie. Dit cahier maakt duidelijk op welke wijze de verschillende betrokken beroepsgroepen invulling geven aan de nakoming van deze bepalingen.
De Erfenisvakdag is een initiatief van de Stichting Nalatenschapsmediation, die ijvert voor de toepassing van mediation bij de afwikkeling van nalatenschappen, alsmede in preventieve zin.
Naar aanleiding van elke
Erfenisvakdag verschijnt een thematisch cahier met een bundeling van de
uitgewerkte voordrachten.
Criminologen op de arbeidsmarkt
Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.
Paul Ponsaers
Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.
Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.
Criminologen op de arbeidsmarkt
Hierin kijkt hij achteruit, naar de plaats die criminologen verworven hebben op de arbeidsmarkt en stelt vast dat er geen reden is om te praten over precariteit, maar wel dat de arbeidspositie van afgestudeerde criminologen op diverse punten om een bijzondere aandacht vraagt. Ponsaers kijkt ook vooruit, naar de toekomst van de criminologie in Vlaanderen. Hij reflecteert over de academisering van hogeschoolopleidingen, over studieduurverlenging en over betere afstemming met het politieonderwijs. Op tal van punten zijn deze nieuwe ontwikkelingen even zovele uitdagingen voor het criminologieonderwijs in de naaste toekomst.
Paul Ponsaers
Paul Ponsaers (°13 maart 1952) is licentiaat in de Sociologie en doctor in de Criminologie. Hij startte zijn wetenschappelijke loopbaan als wetenschappelijk medewerker aan de KULeuven. Na een journalistieke periode bij het dagblad De Morgen werkte hij als hoofddocent Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Naderhand was hij gedurende een tiental jaar als afdelingshoofd werkzaam bij de dienst Politiebeleidsondersteuning, eerst bij de Algemene Rijkspolitie (BiZa), later bij de Algemene Politiesteundienst. Daar startte hij een aantal grootschalige wetenschappelijke projecten op, o.m. de politiële geregistreerde criminaliteitsstatistieken en de veiligheidsmonitor. Vanaf 1998 was hij verbonden aan de UGent, Vakgroep Strafrecht & Criminologie, Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse, waar hij in de domeinen van de Politiewetenschappen, de Rechtssociologie en Financieel- Economische Criminaliteit doceerde. Sinds oktober 2012 is hij emeritus gewoon hoogleraar.
Paul blijft nog erg actief in het criminologisch domein. Zo is hij voorzitter van de vzw Centrum voor Politiestudies (CPS) en lid van het editorial board van de Cahiers Politiestudies en regionaal editor van het European Journal for Policing studies. Tevens is hij voorzitter van de vzw Panopticon en lid van de hoofdredactie van het gelijknamig tijdschrift. Paul is lid van de stuurgroep van het internationaal GERN-netwerk (Parijs) en voorzitter van de internationale wetenschappelijke raad van het NSCR. Hij is voorzitter van de redactieraad van het internationale Het Groene Gras, en stichtend lid van de redactie van Orde van de Dag. Hij publiceerde talrijke artikels en (bijdragen in) boeken in nationale en internationale tijdschriften met betrekking tot politiestudies, financieel-economische criminaliteit, criminaliteitsanalyse en veiligheidsbeleid. Hij heeft het plan opgevat zijn publicatie-activiteiten nog te activeren bij de start van zijn emeritaat.
Leveringsvoorwaarden in internationale overeenkomsten. Incoterms anders bekeken
De Internationale Kamer van Koophandel (International Chamber of Commerce – ICC) vaardigt met een zekere regelmaat nieuwe versies uit van zijn ‘Incoterms’.
De jongste versie dateert van 2010. Die Incoterms zijn wereldwijd gehanteerde drieletterwoorden die het risico en de kosten van de levering verdelen tussen een koper en een verkoper in internationale (en binnenlandse) contracten. Het intensieve gebruik van deze drieletterwoorden belet niet dat in de praktijk over hun precieze inhoud en draagwijdte tal van misverstanden bestaan.
Dit boek bespreekt op een heldere wijze de toepassing en achtergronden van de Incoterms. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verduidelijkt het de vele facetten van de realiteit achter de levering.
Marc A. Huybrechts over deze uitgave: ''... een buitengewoon accuraat, volledig en betrouwbaar werk over de Incoterms, volledig op de praktijk van de internationale handel gericht, maar evenzeer stevig wetenschappelijk juridisch onderbouwd. Dit boek is werkelijk een aanrader voor wie zich aan het internationaal handelsrecht interesseert.'' (RW 2014-15, Jg 78 nr. 2)
Koen Vanheusden is directeur bij het Agentschap voor Buitenlandse Handel. Hij is lid
van de expertengroep van de ICC inzake Incoterms en voorzitter van de Task Force on
International Sales van dezelfde organisatie. Hij doceert aan verschillende universitaire
instellingen alsook voor talrijke internationale organisaties. Al meer dan 25 jaar begeleidt
hij exporteurs en importeurs bij de redactie en uitvoering van hun internationale
contracten.
Leveringsvoorwaarden in internationale overeenkomsten. Incoterms anders bekeken
De Internationale Kamer van Koophandel (International Chamber of Commerce – ICC) vaardigt met een zekere regelmaat nieuwe versies uit van zijn ‘Incoterms’.
De jongste versie dateert van 2010. Die Incoterms zijn wereldwijd gehanteerde drieletterwoorden die het risico en de kosten van de levering verdelen tussen een koper en een verkoper in internationale (en binnenlandse) contracten. Het intensieve gebruik van deze drieletterwoorden belet niet dat in de praktijk over hun precieze inhoud en draagwijdte tal van misverstanden bestaan.
Dit boek bespreekt op een heldere wijze de toepassing en achtergronden van de Incoterms. Aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden verduidelijkt het de vele facetten van de realiteit achter de levering.
Marc A. Huybrechts over deze uitgave: ''... een buitengewoon accuraat, volledig en betrouwbaar werk over de Incoterms, volledig op de praktijk van de internationale handel gericht, maar evenzeer stevig wetenschappelijk juridisch onderbouwd. Dit boek is werkelijk een aanrader voor wie zich aan het internationaal handelsrecht interesseert.'' (RW 2014-15, Jg 78 nr. 2)
Koen Vanheusden is directeur bij het Agentschap voor Buitenlandse Handel. Hij is lid
van de expertengroep van de ICC inzake Incoterms en voorzitter van de Task Force on
International Sales van dezelfde organisatie. Hij doceert aan verschillende universitaire
instellingen alsook voor talrijke internationale organisaties. Al meer dan 25 jaar begeleidt
hij exporteurs en importeurs bij de redactie en uitvoering van hun internationale
contracten.
Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)
Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.
Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.
Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.
Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.
Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.
La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.
En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.
Table des matières
<a href="http://www.
Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)
Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.
Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.
Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.
Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.
Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.
La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.
En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.
Table des matières
<a href="http://www.
European Union Health Law. Treaties and Legislation. (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This volume includes relevant treaty law provisions, and secondary legislation (abridged) on health or health related norms, clustered as: EU treaty law, human rights and health, public health, patient safety, consumer protection, patient mobility, mobility of health professionals, pharmaceuticals, medical devices, data protection, insurance and competition law.
André den Exter is lecturer in Health Law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
Tamara K. Hervey is Jean Monnet Professor of EU law and Director of the LLM (European Health Law and Policy) at the School of Law, University of Sheffield, UK.
European Union Health Law. Treaties and Legislation. (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This volume includes relevant treaty law provisions, and secondary legislation (abridged) on health or health related norms, clustered as: EU treaty law, human rights and health, public health, patient safety, consumer protection, patient mobility, mobility of health professionals, pharmaceuticals, medical devices, data protection, insurance and competition law.
André den Exter is lecturer in Health Law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
Tamara K. Hervey is Jean Monnet Professor of EU law and Director of the LLM (European Health Law and Policy) at the School of Law, University of Sheffield, UK.
De politierol bekeken door de bril van de burger. Een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen (Reeks Politiestudies, nr. 4)
De studie van de politierol in onze samenleving wordt gekenmerkt door discussies die één van de meest fundamentele actoren vergeet, namelijk de burger. Verschillende onderzoeken tonen echter aan dat het de burger is die de politie in belangrijke mate aanstuurt. In dit boek, het resultaat van doctoraatsonderzoek, wordt de rol gedefinieerd als een bundel van verwachtingen die burgers hebben over de politie. Deze sociologische roldefiniëring impliceert dat verwachtingen erg verweven zijn met betekenissen die burgers geven aan de politie.
De auteur hanteert een multi-methodologisch design. Ter voorbereiding
voerde zij gedurende acht maanden een participerende observatie uit in
twee lokale politiekorpsen. Niet minder dan 120 burgers van verschillende
leeftijden die wonen in een ruraal of urbaan gebied, werden uitgebreid
geïnterviewd. Op basis van de analyse van de onderzoeksresultaten blijkt
dat het bestuderen van de politierol een caleidoscoop van verwachtingen en
betekenissen genereert.
Isabel Verwee is doctor in de criminologie. Zij is als vrijwillig academisch
medewerker verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije
Universiteit Brussel.
Meer info over Reeks Politiestudies
De politierol bekeken door de bril van de burger. Een caleidoscoop van verwachtingen en betekenissen (Reeks Politiestudies, nr. 4)
De studie van de politierol in onze samenleving wordt gekenmerkt door discussies die één van de meest fundamentele actoren vergeet, namelijk de burger. Verschillende onderzoeken tonen echter aan dat het de burger is die de politie in belangrijke mate aanstuurt. In dit boek, het resultaat van doctoraatsonderzoek, wordt de rol gedefinieerd als een bundel van verwachtingen die burgers hebben over de politie. Deze sociologische roldefiniëring impliceert dat verwachtingen erg verweven zijn met betekenissen die burgers geven aan de politie.
De auteur hanteert een multi-methodologisch design. Ter voorbereiding
voerde zij gedurende acht maanden een participerende observatie uit in
twee lokale politiekorpsen. Niet minder dan 120 burgers van verschillende
leeftijden die wonen in een ruraal of urbaan gebied, werden uitgebreid
geïnterviewd. Op basis van de analyse van de onderzoeksresultaten blijkt
dat het bestuderen van de politierol een caleidoscoop van verwachtingen en
betekenissen genereert.
Isabel Verwee is doctor in de criminologie. Zij is als vrijwillig academisch
medewerker verbonden aan de vakgroep criminologie van de Vrije
Universiteit Brussel.
Meer info over Reeks Politiestudies
European criminal justice and policy ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 7)
Volume 6 focuses on Social conflicts, citizens and policing. Its table of contents is provided below the brief description of the papers comprised in the current book, which constitutes Volume 7, dealing with European criminal justice and policy. Reviewing the policy (background) with respect to different phases in the criminal justice chain, the contributions range from looking into the extension of criminalization in the sphere of trafficking in human beings and labour exploitation to the operability of cross-border execution of sentences involving deprivation of liberty.
Most contributions look into the need to develop a conceptual framework to support future policy making, pointing to the lack thereof with respect to liability of legal persons, ne bis in idem as an EU principle, cross-border effect of disqualifications and cooperation with private security actors.
One contribution looks into the public expenditure in different phases of the criminal justice chain, based on a case study on the public expenditure of Belgian drug policy. Finally, one contribution analyses the specific European and Chinese interrogation rules from a historical and comparative perspective to provide a solid context for the current situation and support future legal reforms.
European criminal justice and policy ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 7)
Volume 6 focuses on Social conflicts, citizens and policing. Its table of contents is provided below the brief description of the papers comprised in the current book, which constitutes Volume 7, dealing with European criminal justice and policy. Reviewing the policy (background) with respect to different phases in the criminal justice chain, the contributions range from looking into the extension of criminalization in the sphere of trafficking in human beings and labour exploitation to the operability of cross-border execution of sentences involving deprivation of liberty.
Most contributions look into the need to develop a conceptual framework to support future policy making, pointing to the lack thereof with respect to liability of legal persons, ne bis in idem as an EU principle, cross-border effect of disqualifications and cooperation with private security actors.
One contribution looks into the public expenditure in different phases of the criminal justice chain, based on a case study on the public expenditure of Belgian drug policy. Finally, one contribution analyses the specific European and Chinese interrogation rules from a historical and comparative perspective to provide a solid context for the current situation and support future legal reforms.
Social conflicts, citizens and policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 6)
After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers
Volume 6, providing new empirical data, theories and analyses on Social Conflicts, Citizens and Policing.
Some articles in Volume 6 focus on the current manifestation of specific socially and/or legally criminalised social conflicts as being radicalisation and informal economy. Some other articles discuss new actors that are involved in governance of security in order to support the conventional actors. The authors refer specifically to citizens and private companies. A last set of articles presents the results of perception studies on trust, punitiveness and the electronic monitoring at home. The participation of students or convicts to scientific research enables a critical reflection on governance of security.
Volume 7 focuses on topical issues in European criminal justice and policy.
(read more)
Social conflicts, citizens and policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 6)
After no less than five entirely double blind peer reviewed volumes in the GofS Research Paper Series have been released in 2009, 2010 and 2011 the editorial board is proud to issue again a set of two more volumes comprising original and new research papers that have been proofed by international peers
Volume 6, providing new empirical data, theories and analyses on Social Conflicts, Citizens and Policing.
Some articles in Volume 6 focus on the current manifestation of specific socially and/or legally criminalised social conflicts as being radicalisation and informal economy. Some other articles discuss new actors that are involved in governance of security in order to support the conventional actors. The authors refer specifically to citizens and private companies. A last set of articles presents the results of perception studies on trust, punitiveness and the electronic monitoring at home. The participation of students or convicts to scientific research enables a critical reflection on governance of security.
Volume 7 focuses on topical issues in European criminal justice and policy.
(read more)
Aansprakelijkheid, ziekte en WIA (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 4) (Nederlands Recht)
In dit vierde deel van de reeks worden aspecten besproken, waarmee het bevoegd gezag en een ambtenaar tijdens ziekte van laatstgenoemde te maken krijgen. Het gaat dan om ziekte, of beter eigenlijk nog: arbeidsongeschiktheid in relatie tot de rechtspositie van de ambtenaar.
Naast deze meer praktische onderwerpen wordt uitgebreid stilgestaan bij de Wet WIA en onderwerpen die daarmee samenhangen zoals het eigenrisicodragerschap (ERD), rechtsbescherming bij besluitvorming van het UWV, de relatie met de rechtspositionele reglementen en reintegratieverplichtingen.
Aansprakelijkheid, ziekte en WIA (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 4) (Nederlands Recht)
In dit vierde deel van de reeks worden aspecten besproken, waarmee het bevoegd gezag en een ambtenaar tijdens ziekte van laatstgenoemde te maken krijgen. Het gaat dan om ziekte, of beter eigenlijk nog: arbeidsongeschiktheid in relatie tot de rechtspositie van de ambtenaar.
Naast deze meer praktische onderwerpen wordt uitgebreid stilgestaan bij de Wet WIA en onderwerpen die daarmee samenhangen zoals het eigenrisicodragerschap (ERD), rechtsbescherming bij besluitvorming van het UWV, de relatie met de rechtspositionele reglementen en reintegratieverplichtingen.
Nederlands – Arabisch juridisch glossarium
Dr. Abied Alsulaiman doceert sinds 1994 Arabisch, juridisch vertalen, literair vertalen en algemeen tolken Arabisch aan de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven. Hij staat sinds 2000 in voor het examineren van kandidaten juridisch vertalers en juridisch tolken in de opleiding gerechtsvertalen en -tolken, die door de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven en de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen wordt georganiseerd. Tevens is hij een jurylid bij het examineren van Vlaamse sociaal tolken.
Nederlands – Arabisch juridisch glossarium
Dr. Abied Alsulaiman doceert sinds 1994 Arabisch, juridisch vertalen, literair vertalen en algemeen tolken Arabisch aan de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven. Hij staat sinds 2000 in voor het examineren van kandidaten juridisch vertalers en juridisch tolken in de opleiding gerechtsvertalen en -tolken, die door de Subfaculteit Taal en Communicatie van de Lessius/KU Leuven en de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen wordt georganiseerd. Tevens is hij een jurylid bij het examineren van Vlaamse sociaal tolken.
Need for and feasibility of an EU offence policy
Starting from the observation that criminal law is different in each of the member states as a result of which
(1) what constitutes an offence in one member state does not necessarily constitute an offence in another member state,
(2) even where offences are equally criminalised in all member states, the sanction levels may still vary and
(3) more generally, the position of the offences in the entirety of the justice system may vary,
the question arises to what extent those so-called offence diversities are an obstacle for EU policy making and to what extent it is feasible to overcome those obstacles.
The author underpins the need for the development of an EU offence policy, using the common criminalisation acquis as a centre piece. She argues that the common criminalisation acquis can help
(1) to ensure comparability of crime statistics,
(2) to avoid redundant double criminality testing,
(3) to overcome evidence gathering difficulties,
(4) to clarify the mandates of the EU level actors,
(5) to identify the equivalent national sentence and
(6) to scope the taking account of prior convictions.
The only condition: the development of a comprehensive, consistent and well-balanced EU offence policy.
This book contains the conclusions of her publication based doctoral thesis defended at Ghent University on 22 June 2012. It is essential reading for policy makers both at national and European level in any policy field that is linked to offences.
Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.
Need for and feasibility of an EU offence policy
Starting from the observation that criminal law is different in each of the member states as a result of which
(1) what constitutes an offence in one member state does not necessarily constitute an offence in another member state,
(2) even where offences are equally criminalised in all member states, the sanction levels may still vary and
(3) more generally, the position of the offences in the entirety of the justice system may vary,
the question arises to what extent those so-called offence diversities are an obstacle for EU policy making and to what extent it is feasible to overcome those obstacles.
The author underpins the need for the development of an EU offence policy, using the common criminalisation acquis as a centre piece. She argues that the common criminalisation acquis can help
(1) to ensure comparability of crime statistics,
(2) to avoid redundant double criminality testing,
(3) to overcome evidence gathering difficulties,
(4) to clarify the mandates of the EU level actors,
(5) to identify the equivalent national sentence and
(6) to scope the taking account of prior convictions.
The only condition: the development of a comprehensive, consistent and well-balanced EU offence policy.
This book contains the conclusions of her publication based doctoral thesis defended at Ghent University on 22 June 2012. It is essential reading for policy makers both at national and European level in any policy field that is linked to offences.
Wendy De Bondt holds a master’s degree in law (2006) and criminology (2007) and a PhD in law (2012). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Penal Law and Criminology of Ghent University since 2007.

Burenoverlast. Remedies tegen de overlastgevende huurder (Nederlands Recht – 2de herziene uitgave)
In de juridische literatuur over het huurrecht is meestal een gedeelte aanburenoverlast gewijd. Maar de problematiek wordt dan niet van allekanten belicht. In deze literatuur wordt doorgaans ook geen aandachtbesteed aan de praktische aanpak: welk bewijs telt? Hoe verkrijg je datbewijs? Wanneer een kort geding en wanneer een bodemprocedure?Hoe om te gaan met bange buren die niet durven te getuigen? Welkevormen van hulp zijn er voordat er geprocedeerd wordt? Wat is de gangzaken bij de ontruiming? Welke kosten zijn gemoeid met procederen?
Dit boek behandelt niet alleen alle juridische aspecten van dit fenomeen,maar ook de praktische en vult daarmee een belangrijke lacune op.
Alle betrokken partijen bij burenoverlast hebben hiermee eenuitstekende gids. Het boek richt zich in de eerste plaats tot professionalsdie zich bezighouden met de huur en verhuur van woonruimte:advocaten, rechters, woningcorporatiemedewerkers, makelaars,medewerkers van vastgoedbedrijven en huurdersorganisaties,beheerders, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers endeurwaarders.

Burenoverlast. Remedies tegen de overlastgevende huurder (Nederlands Recht – 2de herziene uitgave)
In de juridische literatuur over het huurrecht is meestal een gedeelte aanburenoverlast gewijd. Maar de problematiek wordt dan niet van allekanten belicht. In deze literatuur wordt doorgaans ook geen aandachtbesteed aan de praktische aanpak: welk bewijs telt? Hoe verkrijg je datbewijs? Wanneer een kort geding en wanneer een bodemprocedure?Hoe om te gaan met bange buren die niet durven te getuigen? Welkevormen van hulp zijn er voordat er geprocedeerd wordt? Wat is de gangzaken bij de ontruiming? Welke kosten zijn gemoeid met procederen?
Dit boek behandelt niet alleen alle juridische aspecten van dit fenomeen,maar ook de praktische en vult daarmee een belangrijke lacune op.
Alle betrokken partijen bij burenoverlast hebben hiermee eenuitstekende gids. Het boek richt zich in de eerste plaats tot professionalsdie zich bezighouden met de huur en verhuur van woonruimte:advocaten, rechters, woningcorporatiemedewerkers, makelaars,medewerkers van vastgoedbedrijven en huurdersorganisaties,beheerders, sociaal raadslieden, maatschappelijk werkers endeurwaarders.
Police Investigative Interviewing. A new Training Approach (Reeks Politiestudies, nr. 3)
Today however we believe that special attention to training and education is obligatory as investigative interviewing is a specialism rather than a general police skill that anyone can easily apply. Police interviewing is a very important and specialised technique that requires efficient training including a great deal of supervised practice in both educational and real-life settings.
Based on an empirical study this book explains how two newly developed training methods, individual coaching and one-day group training, can be used to optimise daily police interview practices by coaching interviewers at work. Coaching police interviewers gives them the opportunity to acquire insight into their personal interview strengths and weaknesses. Consequently developing personal awareness will help to optimise the interview practices of individual police officers by instilling a process of self-reflection and giving the interviewers insight into how to use certain techniques.
Working with interview coaches also has the advantage that police interviewers can not only reflect on their personal practice, but they also can seek advice and guidance when preparing for and conducting complex interviews. On this level coaching is more focused on the content of the case than on interpersonal capacities – which will increase job satisfaction and can prevent tunnel vision when working on a criminal case.
Our main findings are that 52% of individually coached interviewers further developed their personal interview competences significantly, and 17% of the interviewers who received only a one-day group coaching session with their peers, showed progress after seven months on four of the five main interview competences measured by the Police Interview Competency Inventory.Based on the principles of coaching, a new way of policing will be explained when describing the two newly developed training methods, a way that will change the practical organisation of criminal investigations for good and will enhance the quality of investigative interviews.
This book is unique as no previous studies have ever empirically tested the learning effect of applying competency management and coaching as we know it from the world of trade and industry to a police interview training context.
Police Investigative Interviewing. A new Training Approach (Reeks Politiestudies, nr. 3)
Today however we believe that special attention to training and education is obligatory as investigative interviewing is a specialism rather than a general police skill that anyone can easily apply. Police interviewing is a very important and specialised technique that requires efficient training including a great deal of supervised practice in both educational and real-life settings.
Based on an empirical study this book explains how two newly developed training methods, individual coaching and one-day group training, can be used to optimise daily police interview practices by coaching interviewers at work. Coaching police interviewers gives them the opportunity to acquire insight into their personal interview strengths and weaknesses. Consequently developing personal awareness will help to optimise the interview practices of individual police officers by instilling a process of self-reflection and giving the interviewers insight into how to use certain techniques.
Working with interview coaches also has the advantage that police interviewers can not only reflect on their personal practice, but they also can seek advice and guidance when preparing for and conducting complex interviews. On this level coaching is more focused on the content of the case than on interpersonal capacities – which will increase job satisfaction and can prevent tunnel vision when working on a criminal case.
Our main findings are that 52% of individually coached interviewers further developed their personal interview competences significantly, and 17% of the interviewers who received only a one-day group coaching session with their peers, showed progress after seven months on four of the five main interview competences measured by the Police Interview Competency Inventory.Based on the principles of coaching, a new way of policing will be explained when describing the two newly developed training methods, a way that will change the practical organisation of criminal investigations for good and will enhance the quality of investigative interviews.
This book is unique as no previous studies have ever empirically tested the learning effect of applying competency management and coaching as we know it from the world of trade and industry to a police interview training context.
Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)
Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?
Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.
Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)
Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?
Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.

Europol, Quo Vadis? Critical Analysis and Evaluation of the Development of the European Police Office
The establishment of Europol was in essence a political decision and to a large extent the agency has remained a political construct. Every political decision represents choices embodying the development of Europol. Choices also have to be made in the legal translation of policy decisions. In her doctoral thesis Alexandra De Moor traces these choices, as they are materialised in legal and policy documents, and makes them subject of analysis and evaluation. The research model she develops for this purpose consists of eras (the pre-Convention, Convention and post-Convention era), clusters (legal basis, objective, competence, tasks, governance and control) and criteria (necessity, consistency, balance and transparency). The three-dimensional model is perfectly suited for a doctoral thesis based on a compilation of peer-reviewed publications (seven in total). This booklet presents the main conclusions, as well as the policy epilogue.
Europol, Quo Vadis? reads like a ‘Bildungsroman’, a coming of age story with lots of ups and downs, and a story with an open ending, as the identity of Europol is still under debate today. The preparations of the new Europol Regulation (after 2013) have started under Danish Presidency (first half of 2012). De Moor wants to fuel the debate on the future of Europol by signaling key concerns and providing useful recommendations. She doubts whether a European Police Office with operational-executive powers (modeled after the FBI) should by definition be the terminus of the development of Europol.
Alexandra De Moor has been affiliated (2006-2012) with the Department of Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). Although she is a legal scholar, this publication has a hybrid character, in view of the criminological, political and policy relevance of the subject.

Europol, Quo Vadis? Critical Analysis and Evaluation of the Development of the European Police Office
The establishment of Europol was in essence a political decision and to a large extent the agency has remained a political construct. Every political decision represents choices embodying the development of Europol. Choices also have to be made in the legal translation of policy decisions. In her doctoral thesis Alexandra De Moor traces these choices, as they are materialised in legal and policy documents, and makes them subject of analysis and evaluation. The research model she develops for this purpose consists of eras (the pre-Convention, Convention and post-Convention era), clusters (legal basis, objective, competence, tasks, governance and control) and criteria (necessity, consistency, balance and transparency). The three-dimensional model is perfectly suited for a doctoral thesis based on a compilation of peer-reviewed publications (seven in total). This booklet presents the main conclusions, as well as the policy epilogue.
Europol, Quo Vadis? reads like a ‘Bildungsroman’, a coming of age story with lots of ups and downs, and a story with an open ending, as the identity of Europol is still under debate today. The preparations of the new Europol Regulation (after 2013) have started under Danish Presidency (first half of 2012). De Moor wants to fuel the debate on the future of Europol by signaling key concerns and providing useful recommendations. She doubts whether a European Police Office with operational-executive powers (modeled after the FBI) should by definition be the terminus of the development of Europol.
Alexandra De Moor has been affiliated (2006-2012) with the Department of Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). Although she is a legal scholar, this publication has a hybrid character, in view of the criminological, political and policy relevance of the subject.
Private Antitrust Litigation in the European Union and Japan. A Comparative Perspective.
Companies in Europe and Japan are increasingly the target of private antitrust litigation. These lawsuits are being facilitated by favorable case law, legislative changes and a growing awareness of antitrust remedies in all layers of society.
This book analyzes and compares this burgeoning
area of litigation in the European Union and Japan. It
analyzes the legal framework for these lawsuits and
takes stock of the hundreds of cases that have been
brought in Japan and the EU in recent years. It also
examines the novel contexts in which private litigants
are invoking antitrust violations, such as in derivative
suits and in actions to challenge arbitral awards. Finally,
it assesses the impact of private litigation on the
enforcement of antitrust law and shows how Japan’s
experience can be useful for Europe and vice versa in
shaping future reforms.
Simon Vande Walle is a research fellow of the Japan
Society for the Promotion of Science at the University
of Tokyo. He holds law degrees from Kyushu University
(LL.D.), Georgetown University Law Center (LL.M.) and
the University of Leuven (Master of Laws). Previously,
he worked as a lawyer at Linklaters in Brussels, where
he specialized in litigation and was closely involved in
several major private antitrust cases.
Christopher Heath in Journal of Japanese Law:
„Bemerkenswert an der vorliegenden Arbeit sind die profunde Auseinandersetzung mit japanischen Quellen, der klare Aufbau, die gute Lesbarkeit und analytische Prägnanz. Wer ein Vorbild für die Abfassung einer Dissertation zum japanischen Recht sucht, sollte das Buch von Vande Walle zur Hand nehmen“.
Private Antitrust Litigation in the European Union and Japan. A Comparative Perspective.
Companies in Europe and Japan are increasingly the target of private antitrust litigation. These lawsuits are being facilitated by favorable case law, legislative changes and a growing awareness of antitrust remedies in all layers of society.
This book analyzes and compares this burgeoning
area of litigation in the European Union and Japan. It
analyzes the legal framework for these lawsuits and
takes stock of the hundreds of cases that have been
brought in Japan and the EU in recent years. It also
examines the novel contexts in which private litigants
are invoking antitrust violations, such as in derivative
suits and in actions to challenge arbitral awards. Finally,
it assesses the impact of private litigation on the
enforcement of antitrust law and shows how Japan’s
experience can be useful for Europe and vice versa in
shaping future reforms.
Simon Vande Walle is a research fellow of the Japan
Society for the Promotion of Science at the University
of Tokyo. He holds law degrees from Kyushu University
(LL.D.), Georgetown University Law Center (LL.M.) and
the University of Leuven (Master of Laws). Previously,
he worked as a lawyer at Linklaters in Brussels, where
he specialized in litigation and was closely involved in
several major private antitrust cases.
Christopher Heath in Journal of Japanese Law:
„Bemerkenswert an der vorliegenden Arbeit sind die profunde Auseinandersetzung mit japanischen Quellen, der klare Aufbau, die gute Lesbarkeit und analytische Prägnanz. Wer ein Vorbild für die Abfassung einer Dissertation zum japanischen Recht sucht, sollte das Buch von Vande Walle zur Hand nehmen“.
Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.
One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.
These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.
‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.
André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.
Rationing Health Care. Hard choices and unavoidable trade-offs.
One of the most controversial issues in many health care systems is health care rationing. In essence, rationing refers to the denial of - or delay in - access to scarce goods and services in health care, despite the existence of medical need. Scarcity of financial and medical resources confronts society with painful questions.
These are difficult questions that suggest the need for transparent and democratic decision-making. In reality, however, the rationing debate occurs in a sub rosa world, based on imperfect information, distorted interpretations of effectiveness, and hidden cost concerns.
‘Rationing Health Care. Hard Choices and Unavoidable Tradeoffs’ explores these and other questions from various perspectives (medicine, philosophy, ethics, economics and law). Each of the authors’ contributions analyses the debate from a different angle in search of fair and just rationing decisions.
André den Exter and Martin Buijsen are both academics affiliated with Erasmus University Rotterdam, the Netherlands and founders of the Erasmus Observatory on Health Law.
Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)
In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.
Diefstal in woningen. Bijdragen voor een geïntegreerde beheersing vanuit beleid, praktijk en wetenschap (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 2)
In dit cahier komen verschillende invalshoeken van diefstal in woningen aan bod, al dan niet gekoppeld aan het specifieke Belgische, regionale of lokale beleidskader. De lezer van dit ‘Cahier Integrale Veiligheid’ vindt er onder meer bijdragen terug die ingaan op de kenmerken die een woning kwetsbaar maken, hoe deze door inbrekers worden benut en hoe men zich hiertegen kan wapenen, hetzij als individu, hetzij als gemeenschap.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de concentraties van inbraken in tijd en ruimte en de gevolgen hiervan voor patronen in dadergedrag. Naast de daderkant komt het perspectief van het slachtoffer aan bod. Zo wordt gekeken naar de impact van voor de slachtoffers een diefstal in de woning en welke maatregelen men kan nemen om de negatieve gevolgen van slachtofferschap zoveel mogelijk te beperken. Tot slot komt ook de gerechtelijke keten aan bod, waarbij wordt stilgestaan bij enkele drempels en opportuniteiten voor een coherente strijd tegen dit criminele fenomeen.
Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)
Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.
Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.
Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Hoofdstukken pensioenrecht (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 3)
Hoofdstukken Pensioenrecht behandelt de onderwerpen waardeoverdracht, pensioen(proces)recht en pensioenschade bij ontslag. Dit boek is zowel bedoeld voor de (rechten)student, als de praktijkjurist die te maken heeft met vraagstukken omtrent pensioen.
Mr. T.J. Zuiderman is partner bij het in pensioenrecht gespecialiseerde kantoor Onno F. Blom Advocaten. Daarnaast is hij voorzitter van de Klachten- en geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds Ford Nederland en is hij bestuurslid van de Vereniging voor Pensioenrecht. Zuiderman publiceert regelmatig in vakbladen met betrekking tot het pensioenrecht.
Mr. O.F. Blom is naast advocaat onder meer voorzitter van de Geschillencommissie van de Stichting Pensioenfonds TNT en de Geschillencommissie van de Stichting Chevron Pensioenfonds. Hij doceert pensioenrecht aan de Grotius Academie en is benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)
In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.
Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.
To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)
In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.
Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.
To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)
Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).
In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.
Liability of legal persons for offences in the EU (IRCP-series, vol. 44)
Based on comparative legal analysis in the EU27, recommendations are formulated relating to the EU approximation policy (amongst others to reconsider the concept of a ‘legal person’ and to look into the need for specific ‘legal person’-offences), the functioning of mutual recognition (amongst others to extend the current mutual recognition instrumentarium), the exchange of information (amongst others to develop a criminal records policy) and procedural safeguards (amongst others to secure equivalent protection outside a criminal liability context).
In other words, a helicopter view is taken to ensure consistent EU policy making.
This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012
Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Voorwoord
Inhoudsopgave

Recht in beweging – 19de VRG Alumnidag 2012
Dit boek omhelst de laatste stand van het recht in verschillende disciplines. De vele bijdragen vormen de uitgewerkte neerslag van de lezingen die vooraanstaande Leuvense juristen gaven op 9 maart 2012, ter gelegenheid van de 19de Alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap.
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris:
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de negentiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2012 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Voorwoord
Inhoudsopgave
Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)
This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.
The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.
Extending offender mobility (IRCP-series, vol. 43)
This book aims at extending this line of research by examining another sample in another setting. Through the study of so-called ‘itinerant crime groups’ in Belgium, the mobility of a sample of foreign offenders is investigated in a nation-wide setting. Mobility patterns of these offenders are studied through a variety of methods and techniques, including quantitative and qualitative analyses of crime statistics, case files and offender interviews.
The result is a multi-method study, suiting the tastes of several groups of readers: criminologists interested in offender mobility, policy makers dealing with these itinerant crime groups, enthusiasts of figures and those who are more interested in the offenders’ personal story.
Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.
De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.
Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.
In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Handboek Ontslagrecht (Reeks Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 1) (NL) – Tweede herziene uitgave
Het ontslagrecht wordt in het algemeen ervaren als een gecompliceerd rechtsgebied. Het Handboek Ontslagrecht geeft een systematisch overzicht van het Nederlandse ontslagrecht, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de toepassing ervan in de praktijk. Het boek bevat niet alleen de wet- en regelgeving en achtergronden van het ontslagrecht, maar verduidelijkt deze ook door een groot aantal voorbeelden uit de rechtspraak. Samenvattingen van deze jurisprudentie zijn verwerkt in de cursief gedrukte teksten, die een verdieping op de tekst bieden.
De verschillende vormen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst komen aan de orde, waarbij wij onder meer uitvoerig ingaan op het ontslag met vergunning van het UWV WERKbedrijf en de ontbinding door de kantonrechter. Het socialeverzekeringsrecht wordt hier en daar aangestipt, maar wordt niet uitvoerig behandeld.
Een belangrijke doelstelling van deze uitgave is om de lezers te attenderen op de vele voetangels en klemmen die het ontslagrecht rijk is, zodat zij op tijd passende maatregelen kunnen nemen door ter zake kundige specialisten in te schakelen. Veel problemen kunnen namelijk worden voorkomen door in een vroeg stadium, reeds bij aanvang van of gedurende de arbeidsovereenkomst, zaken goed te regelen. HRM/P&O-functionarissen, bedrijfsleiders en ondernemers, maar ook advocaten, mediators en rechtskundig adviseurs die geregeld met ontslagzaken te maken hebben, vinden in dit boek nuttige aanwijzingen over de do’s and don’ts in het ontslagrecht.
In deze tweede editie zijn de wetswijzigingen sinds de eerste druk verwerkt, evenals de recente jurisprudentie. Zo worden de in 2009 en 2010 door de Hoge Raad gewezen arresten met betrekking tot de kennelijke onredelijkheidstoetsing behandeld en de per 1 maart 2012 aangescherpte wetgeving voor de melding van een collectief ontslag. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de relatie tussen pensioen en ontslag, die vanwege de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd actueel is. Verder is een selectie gemaakt van voor de praktijk interessante rechtspraak.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
De tekst werd afgesloten op 31 maart 2012. Wetswijzigingen die toen al bekend, maar nog niet van kracht waren, zijn meegenomen.
Het boek is geschreven door het team van arbeidsrechtadvocaten van Russell Advocaten.
Meer over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

Geheime commissielonen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 5)
De belastingadministratie zal de gevreesde 309% aanslag effectief opleggen indien ‘voordelen van alle aard’ niet zijn aangegeven.Tot 30 juni 2012 is er een overgangsfase toegestaan om fouten uit het verledenrecht te zetten. Maar vanaf 1 juni 2012 riskeren alle vennootschappen dezestrafsanctie.
Dit boek behandelt nauwgezet de huidige wetgeving, de verstrengde positie van deadministratie alsook de rechtspraak van de laatste jaren.Het geeft nauwkeurig alle verplichtingen aan om de 309%-aanslag te vermijden.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Geheime commissielonen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 5)
De belastingadministratie zal de gevreesde 309% aanslag effectief opleggen indien ‘voordelen van alle aard’ niet zijn aangegeven.Tot 30 juni 2012 is er een overgangsfase toegestaan om fouten uit het verledenrecht te zetten. Maar vanaf 1 juni 2012 riskeren alle vennootschappen dezestrafsanctie.
Dit boek behandelt nauwgezet de huidige wetgeving, de verstrengde positie van deadministratie alsook de rechtspraak van de laatste jaren.Het geeft nauwkeurig alle verplichtingen aan om de 309%-aanslag te vermijden.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Toegepaste statistiek met SPSS voor criminologen
Daarom is er nu dit nieuwe handboek toegepaste statistiek met IBM-SPSS voor criminologen, dat exclusief gebruik maakt van voorbeelden uit het werkveld van de criminoloog. De analysetechnieken die worden uiteengezet behoren tot de “tools of the trade” van de criminoloog die aan de hand van statistische software een aantal elementaire en ook meer geavanceerde probleemstellingen wil beantwoorden.
Het boek behandelt vooreerst de basisprincipes van de toegepaste univariate en bivariate beschrijvende en inferentiële statistiek die elke criminoloog leert kennen in de opleiding. Daarnaast wordt aandacht besteed aan data management, de technieken om van ruwe gegevens concrete variabelen te maken (o.a. het hercoderen, aggregeren, samenvoegen van bestanden en aanmaken van schalen). Het boek besteedt ook veel aandacht aan een waaier van dependente en niet-dependente multivariate analysetechnieken die vaak opduiken in het criminologisch onderzoek. Aandacht wordt besteed aan meervoudige regressievergelijkingen voor metrische, ordinale, categorische afhankelijke variabelen en teldata. Daarnaast is er ook een introductie voorzien tot de survival analyse, factoranalyse en clusteranalyse.
Deze uitgave vormt een toegankelijk basishandboek voor studenten, onderzoekers en professionals. Het vergemakkelijkt de instap in de praktijk van de kwantitatieve criminologie. Omdat ook aandacht wordt besteed aan data management en multivariate analysetechnieken is dit boek ook een handig referentiewerk voor beginnende doctorandi en vorsers.
Databestanden SPSS voor criminologen.zip (378kb)
Prof. Dr. Lieven Pauwels (1974) doceert onder andere “Statistiek voor Criminologen” en “Kwantitatieve Criminologische Methoden & Technieken” aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie (UGent). Hij is codirecteur van de interuniversitaire onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent). Lieven Pauwels is inhoudelijk geïnteresseerd in de toetsing van etiologische theorieën en de gevolgen van de stedelijke concentratie van segregatie op criminaliteit en attitudevorming.
Toegepaste statistiek met SPSS voor criminologen
Daarom is er nu dit nieuwe handboek toegepaste statistiek met IBM-SPSS voor criminologen, dat exclusief gebruik maakt van voorbeelden uit het werkveld van de criminoloog. De analysetechnieken die worden uiteengezet behoren tot de “tools of the trade” van de criminoloog die aan de hand van statistische software een aantal elementaire en ook meer geavanceerde probleemstellingen wil beantwoorden.
Het boek behandelt vooreerst de basisprincipes van de toegepaste univariate en bivariate beschrijvende en inferentiële statistiek die elke criminoloog leert kennen in de opleiding. Daarnaast wordt aandacht besteed aan data management, de technieken om van ruwe gegevens concrete variabelen te maken (o.a. het hercoderen, aggregeren, samenvoegen van bestanden en aanmaken van schalen). Het boek besteedt ook veel aandacht aan een waaier van dependente en niet-dependente multivariate analysetechnieken die vaak opduiken in het criminologisch onderzoek. Aandacht wordt besteed aan meervoudige regressievergelijkingen voor metrische, ordinale, categorische afhankelijke variabelen en teldata. Daarnaast is er ook een introductie voorzien tot de survival analyse, factoranalyse en clusteranalyse.
Deze uitgave vormt een toegankelijk basishandboek voor studenten, onderzoekers en professionals. Het vergemakkelijkt de instap in de praktijk van de kwantitatieve criminologie. Omdat ook aandacht wordt besteed aan data management en multivariate analysetechnieken is dit boek ook een handig referentiewerk voor beginnende doctorandi en vorsers.
Databestanden SPSS voor criminologen.zip (378kb)
Prof. Dr. Lieven Pauwels (1974) doceert onder andere “Statistiek voor Criminologen” en “Kwantitatieve Criminologische Methoden & Technieken” aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie (UGent). Hij is codirecteur van de interuniversitaire onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent). Lieven Pauwels is inhoudelijk geïnteresseerd in de toetsing van etiologische theorieën en de gevolgen van de stedelijke concentratie van segregatie op criminaliteit en attitudevorming.
What’s in a name? Identiteitsfraude en -diefstal (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 1)
In de voorliggende bundel wordt een impressie gegeven van het brede palet van identiteitgerelateerde vragen. Hij beoogt een eerste aanzet te geven tot het in kaart brengen van verschillende aspecten van deze problematiek.
What’s in a name? Identiteitsfraude en -diefstal (Reeks Cahiers Integrale Veiligheid, nr. 1)
In de voorliggende bundel wordt een impressie gegeven van het brede palet van identiteitgerelateerde vragen. Hij beoogt een eerste aanzet te geven tot het in kaart brengen van verschillende aspecten van deze problematiek.
Tides and currents in police theories (CPS 2012 – 4, nr. 25)
In this volume of the Journal of Police Studies, authors reflect on the substance of theoretical developments concerning police.
The different contributions discuss the article by Jack Green, called The Tides and Currents, Eddies and Whirlpools and Riptides of Modern Policing: Connecting Thoughts. The paper was the outcome of a seminar organized at Ghent University in the framework of the working group on policing of the European Society of Criminology (ESC), held in September 2010. The contribution of Greene is referring to original background papers which were published earlier.
With this volume, we want to push the analysis further, starting from the observations Jack Greene makes in his provocative roundup.
Tides and currents in police theories (CPS 2012 – 4, nr. 25)
In this volume of the Journal of Police Studies, authors reflect on the substance of theoretical developments concerning police.
The different contributions discuss the article by Jack Green, called The Tides and Currents, Eddies and Whirlpools and Riptides of Modern Policing: Connecting Thoughts. The paper was the outcome of a seminar organized at Ghent University in the framework of the working group on policing of the European Society of Criminology (ESC), held in September 2010. The contribution of Greene is referring to original background papers which were published earlier.
With this volume, we want to push the analysis further, starting from the observations Jack Greene makes in his provocative roundup.
Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)
Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.
In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.
(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.
(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.
(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)
Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.
In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.
(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.
(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.
(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Geweld en politie (CPS 2012 – 2, nr. 23)
Enerzijds wordt ingegaan op geweld tegen de politie. Naast burgers in het algemeen zijn functionarissen die in de publieke ruimte optreden (ambulancepersoneel, brandweerlieden, toezichthouders, bus/trambestuurders, maar zeker ook de politie) immers stelselmatig het voorwerp en slachtoffer van agressie en geweld. In welke mate vallen politieambtenaren ten prooi aan gewelddadige burgers, welke interactieprocessen spelen daarbij een rol, en welke gevolgen heeft slachtofferschap van geweld voor de politieambtenaar en de uitoefening van het politieberoep?
Anderzijds besteedt dit Cahier ook aandacht aan het gebruik van geweld door de politie. In België en Nederland heeft de politie samen met het leger nog steeds het monopolie van legaal geweld. De politie staat in voor de bescherming van de burger en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het gebruik van (disproportioneel) geweld kan echter ook aanleiding geven tot debat. Ernstige geweldsincidenten voeden de discussie over de oorzaken van de geweldstoename in de maatschappij en de vraag of de politie nog wel opgewassen is tegen dat geweld.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Geweld en politie (CPS 2012 – 2, nr. 23)
Enerzijds wordt ingegaan op geweld tegen de politie. Naast burgers in het algemeen zijn functionarissen die in de publieke ruimte optreden (ambulancepersoneel, brandweerlieden, toezichthouders, bus/trambestuurders, maar zeker ook de politie) immers stelselmatig het voorwerp en slachtoffer van agressie en geweld. In welke mate vallen politieambtenaren ten prooi aan gewelddadige burgers, welke interactieprocessen spelen daarbij een rol, en welke gevolgen heeft slachtofferschap van geweld voor de politieambtenaar en de uitoefening van het politieberoep?
Anderzijds besteedt dit Cahier ook aandacht aan het gebruik van geweld door de politie. In België en Nederland heeft de politie samen met het leger nog steeds het monopolie van legaal geweld. De politie staat in voor de bescherming van de burger en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Het gebruik van (disproportioneel) geweld kan echter ook aanleiding geven tot debat. Ernstige geweldsincidenten voeden de discussie over de oorzaken van de geweldstoename in de maatschappij en de vraag of de politie nog wel opgewassen is tegen dat geweld.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Professionalisering en socialisatie (CPS 2012 – 1, nr. 22)
Dit Cahier verschaft inzicht in beide opleidingsfuncties. Daarbij wordt de vaststelling dat er in de politieorganisatie vooral wordt gezocht naar methoden om de eerste opleidingsfunctie te optimaliseren, geproblematiseerd. Weinigen stellen zich echter de vraag hoe de - door de literatuur fel bekritiseerde - socialisatiefunctie van de politieopleiding verbeterd kan worden. Met de blik op de toekomst richt dit Cahier zich dan ook op het antwoord hoe de politieopleiding van morgen een motor van verandering vormt voor de politieorganisatie.
Professionalisering en socialisatie (CPS 2012 – 1, nr. 22)
Dit Cahier verschaft inzicht in beide opleidingsfuncties. Daarbij wordt de vaststelling dat er in de politieorganisatie vooral wordt gezocht naar methoden om de eerste opleidingsfunctie te optimaliseren, geproblematiseerd. Weinigen stellen zich echter de vraag hoe de - door de literatuur fel bekritiseerde - socialisatiefunctie van de politieopleiding verbeterd kan worden. Met de blik op de toekomst richt dit Cahier zich dan ook op het antwoord hoe de politieopleiding van morgen een motor van verandering vormt voor de politieorganisatie.

European Mediation Training for Practitioners of Justice (met DVD) (AIA – Association for International Arbitration Series)
The course “European Mediation Training for Practitioners of Justice”©, organised by the Associationfor International Arbitration, can be regarded as a milestone for mediation in Europe because, amongothers, it allows successful participants to apply for accreditation throughout the whole EU andestablishes, thereby, a category of truly ‘European Mediators’.
<brThe book and the enclosed DVD are the result of this 100-hour course program, divided intotheoretical and practical parts. The topics in the book vary from more general, such as differencesbetween mediation and litigation or role of a mediator, to such specific practical issues as a refusal tomediate, dealing with deadlocks, and multiparty mediation. Articles in this book have been authoredby recognized mediation professionals working in different jurisdictions across the EU and providingEMTPJ training sessions.
This book may be regarded as the unique guide on mediation in Europe and on how to become an EUqualified mediator. It is of particular interest for those willing to practice mediation.The enclosed DVD contains a mock mediation conducted during a regular practical session of EMTPJ2011, which is commented by one of the EMTPJ lecturers.

European Mediation Training for Practitioners of Justice (met DVD) (AIA – Association for International Arbitration Series)
The course “European Mediation Training for Practitioners of Justice”©, organised by the Associationfor International Arbitration, can be regarded as a milestone for mediation in Europe because, amongothers, it allows successful participants to apply for accreditation throughout the whole EU andestablishes, thereby, a category of truly ‘European Mediators’.
<brThe book and the enclosed DVD are the result of this 100-hour course program, divided intotheoretical and practical parts. The topics in the book vary from more general, such as differencesbetween mediation and litigation or role of a mediator, to such specific practical issues as a refusal tomediate, dealing with deadlocks, and multiparty mediation. Articles in this book have been authoredby recognized mediation professionals working in different jurisdictions across the EU and providingEMTPJ training sessions.
This book may be regarded as the unique guide on mediation in Europe and on how to become an EUqualified mediator. It is of particular interest for those willing to practice mediation.The enclosed DVD contains a mock mediation conducted during a regular practical session of EMTPJ2011, which is commented by one of the EMTPJ lecturers.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen
Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.
Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’
Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen
Selectie en verdieping.
Dat is de kracht van het gloednieuwe handboek dat de belangrijkste leerstukken van het burgerlijk procesrecht behandelt. Door niet naar encyclopedische volledigheid te streven, bereiken de behandelde leerstukken een diepgang die in de thans bestaande doctrine zeldzaam is geworden.
Burgerlijk procesrecht in hoofdlijnen biedt bijgevolg geen oppervlakkig overzicht, dat noodgedwongen vaak ophoudt wanneer het interessant wordt, maar begint integendeel waar andere handboeken stoppen. Ruime aandacht gaat daarbij naar de sancties in het burgerlijk procesrecht: hoe iets werkt is vaak niet de cruciale vraag in het procesrecht, wel de vraag wat er gebeurt als iets mis loopt. De nadruk ligt daarbij op de praktische relevantie voor de advocaat of magistraat die geroepen wordt bijstand te verlenen c.q. recht te spreken in een burgerlijk proces.
Mr. Hugo Vandenberghe, Stafhouder van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de Balie te Brussel in zijn voorwoord over deze publicatie:
‘De publicatie is op de eerste plaats een echt “handboek”, een boek dat men ter hand neemt om vakkundig het vraagpunt te kunnen situeren en de eventuele opties af te wegen.
Mr. Kris Wagner beperkt zich daarbij niet tot een beschrijvende “enerzijds – anderzijds” die zo herhaaldelijk als een evergreen wordt afgespeeld in de rechtsleer. Hij neemt standpunt in met een geobjectiveerde argumentatie.
Kortom, de advocaat, altijd in tijdsnood voor een advies of een conclusie, vindt er zijn leidraad met uitvoerige verwijzingen naar de rechtspraak en de rechtsleer.
Een bijzonder kwaliteitsvolle en zeer welgekomen publicatie […].’
Mr. Kris Wagner is advocaat en arbiter met commerciële geschilvoering als zwaartepunt. Zijn werken over de ‘Dwangsom’ en het ‘Derdenverzet’ in de A.P.R.-reeks alsook zijn doctoraal proefschrift ‘Sancties in het burgerlijk procesrecht’ (Maklu, 2007), worden algemeen geprezen.
Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)
Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.
Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.
De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.
Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.
Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.
Meer info over Reeks In Hoofdlijnen
Europees btw-recht (Reeks In Hoofdlijnen)
Dit boek vormt een studie van de Europese btw-richtlijn, de btw-verordening en de VAT package, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie te Luxemburg.
Meer dan 400 arresten zijn in dit boek verwerkt. Dit betekent een bijna exhaustieve bespreking van de btw-rechtspraak van het Hof van Justitie tot nu toe.
De lezer krijgt een duidelijke technische synthese, maar ook veel praktische voorbeelden.
Het manuscript is bijgewerkt tot 1 november 2011.
Erik Stessens is licentiaat in de rechten (Universiteit Antwerpen), Bachelor-na-Bachelor in Accountancy en Audit (Hogeschool Antwerpen), gegradueerde in de fiscale wetenschappen (Fiscale Hogeschool Brussel) en als belastingconsulent aangesloten bij het IAB. Door zijn ruime ervaring als fiscaal adviseur en tax manager heeft de auteur een uitgebreide kennis van de materie. Hij is werkzaam als tax manager binnen een multinationale onderneming en als zodanig dagelijks professioneel bezig met het oplossen van concrete fiscale vraagstukken.
Meer info over Reeks In Hoofdlijnen
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.
Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.
Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.
Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Class Arbitration in the European Union
The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.
Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.
Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.
The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.
Class Arbitration in the European Union
The authors are amongst the world’s leading arbitrators and academics in the field of arbitration. This volume serves as a critical study for shaping future practice and setting out future rules, policies and guidance in relation to class arbitration and collective remedies. It is an indispensable addition to every ADR practitioner’s library.
Contributions by: Philippe BILLIET, Yves DERAINS, Bernardo M. CREMADES, Gabriele CRESPI REGHIZZI, Ian HUNTER, Louis FLANNERY, José MIGUEL JÚDICE, László KECSKÉS, Hans BAGNER, Alexander J. BELOHLÁVEK, Sara RIBBEKLINT, Pontus EWERLÖF, Jeppe SKADHAUGE, Lajos WALLACHER, Rodrigo CORTÉS, António Pedro Pinto MONTEIRO, Aurore DESCOMBES, Matteo DRAGONI.
Philippe Billiet (editor) is a lawyer at Billiet & Co and frequently appointed as arbitrator by various national and international ADR centres. He specializes in cross-border civil and commercial disputes and is a mediation trainer for the EMPTJ training program. He lectures in ADR (including comparative arbitration laws and dispute settlement in China) at the Brussels VUB University.
The Association for International Arbitration (co-editor) works towards the promotion of alternative dispute resolution (ADR) and strives to bring together the global community in this field, including judges, lawyers, arbitrators, mediators and academics as well as research scholars and students.
De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)
De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.
Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.
De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series
De oude fout in beeld? Naar een lokale recidive-monitor voor de stad Antwerpen (Governance of Security Research Report Series, Vol. V)
De ontwikkeling van onderzoek naar dit fenomeen en het ontwerpen van een recidivemonitor die herhaling in kaart brengt, zijn belangrijke stappen vooruit in de preventie en aanpak van criminaliteit door jongeren of jongvolwassenen.
Deze publicatie bespreekt de resultaten van recent onderzoek naar recidive, en voorziet beleidsmakers en diegenen die dagelijks met jongerencriminaliteit te maken hebben van belangrijke informatie. Het boek toont niet alleen de noodzaak aan van een degelijke registratie, maar het stelt de actoren ook in staat om beter geïnformeerde beslissingen te nemen.
De Gofs Research Report Series is gericht op het publiceren van onderzoeksresultaten. In deze uitgave wordt een onderzoek gepresenteerd dat gevoerd werd door de onderzoeksgroepen Sociale Veiligheidsanalyse (SVA-UGent) en Governing and Policing Security (GAPS-Hogent). Meer informatie op www.gofs.ugent.be.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: Gofs Research Report Series
Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)
In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.
This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.
Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)
In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.
This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.

Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence
Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.
Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.
Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.

Free Gathering and movement of evidence in criminal matters in the EU. Thinking beyond borders, striving for balance, in search of coherence
Gert Vermeulen believes that restoring the balance requires stepping away from traditional authority-based thinking and policy-making. He suggests to embrace ‘criminal justice finality’ as the key normative marker for EU cross-border intelligence, information and evidence gathering and exchange in criminal matters. The traditional distinction between judicial and police cooperation in criminal matters can no longer be upheld, he concludes. He argues that the distinction is largely artificial, creates confusion and produces inconsistencies, thus hindering the establishment and further development of a coherent EU criminal law policy.
Vermeulen also challenges the envisaged roll-out of the mutual recognition principle in the context of cross-border evidence gathering. He is in particular concerned that it would prompt an inacceptable burden upon criminal justice systems either financially or in terms of operational capacity. In order to systemically prevent admissibility problems of cross-border evidence in courts throughout the EU, he finally pleas for a free movement regime for evidence, based on common minimum procedural standards according to which it must have been gathered.
Prof. dr. Gert Vermeulen is professor of international and European criminal law at Ghent University, director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and extraordinary professor of evidence law at Maastricht University.
Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).
De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).
L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?
Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).
De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).
L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?
Strafprocessuele waarborgen tijdens het voorarrest van jeugdigen en hun beleving daarvan
In dit boek zijn de strafprocessuele waarborgen met betrekking tot het voorarrest bij jeugdigen in Nederland beschreven. Tevens is er praktijkonderzoek gedaan in een justitiële jeugdinrichting waarbij de belevingen en ervaringen van achttien jeugdigen in voorarrest in beeld zijn gebracht.
In dit onderzoek staat de beleving van het strafproces vanuit het perspectief van jeugdigen in voorarrest centraal en wordt onderzocht in hoeverre deze beleving en ervaring met het strafproces afwijkt van de strafprocessuele waarborgen. Jeugdigen hebben een zelfstandige procespositie. In hoeverre weten en begrijpen jeugdigen wat hun processuele waarborgen en rechten zijn en in hoeverre worden deze door hen benut?
mr. drs. Brenda Vermeer studeerde criminologie en rechten, specialisatie strafrecht, aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Strafprocessuele waarborgen tijdens het voorarrest van jeugdigen en hun beleving daarvan
In dit boek zijn de strafprocessuele waarborgen met betrekking tot het voorarrest bij jeugdigen in Nederland beschreven. Tevens is er praktijkonderzoek gedaan in een justitiële jeugdinrichting waarbij de belevingen en ervaringen van achttien jeugdigen in voorarrest in beeld zijn gebracht.
In dit onderzoek staat de beleving van het strafproces vanuit het perspectief van jeugdigen in voorarrest centraal en wordt onderzocht in hoeverre deze beleving en ervaring met het strafproces afwijkt van de strafprocessuele waarborgen. Jeugdigen hebben een zelfstandige procespositie. In hoeverre weten en begrijpen jeugdigen wat hun processuele waarborgen en rechten zijn en in hoeverre worden deze door hen benut?
mr. drs. Brenda Vermeer studeerde criminologie en rechten, specialisatie strafrecht, aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Interculturele mediation
Dergelijke verschillen vereisen specifieke onderhandelingsvormen en mediationstijlen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan andere omgangsvormen, verbale- en non-verbale communicatie, het vermijden van te direct taalgebruik, alsook het schenken van speciale aandacht aan rituelen en context.
Interculturele bemiddeling is niet alleen relevant in de wereld van de diplomatie en de hogere politiek, maar speelt ook een rol in buurten, bedrijven en scholen. Interculturele bemiddelingsvaardigheden zijn van groot belang in de hedendaagse ‘multiculturele’ samenleving. Dit boek bevat verschillende bijdragen rondom het thema interculturele mediation, alsook bijdragen op het terrein van arbeidsbemiddeling, ‘appropriate dispute resolution’ en de mogelijke rol van neuro-science bij mediation.
Interculturele mediation
Dergelijke verschillen vereisen specifieke onderhandelingsvormen en mediationstijlen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan andere omgangsvormen, verbale- en non-verbale communicatie, het vermijden van te direct taalgebruik, alsook het schenken van speciale aandacht aan rituelen en context.
Interculturele bemiddeling is niet alleen relevant in de wereld van de diplomatie en de hogere politiek, maar speelt ook een rol in buurten, bedrijven en scholen. Interculturele bemiddelingsvaardigheden zijn van groot belang in de hedendaagse ‘multiculturele’ samenleving. Dit boek bevat verschillende bijdragen rondom het thema interculturele mediation, alsook bijdragen op het terrein van arbeidsbemiddeling, ‘appropriate dispute resolution’ en de mogelijke rol van neuro-science bij mediation.

Organisaties van openbaar belang en financiële transparantie – Entités d’intérêt et transparence financière (Reeks ICCI 2011-2)
NL
De oorsprong, definitie en draagwijdte van de notie van organisaties van openbaar belang (Public Interest Entities) worden besproken vanuit een internationale en Europese context. Volgens de Belgische wetgeving omvatten de organisaties van openbaar belang de genoteerde vennootschappen, de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen.Dit boek gaat in het bijzonder in op de gevolgen in België van het statuut van organisatie van openbaar belang voor de commissaris die deze organisaties controleert, en dit op het vlak van onafhankelijkheid, kwaliteitscontrole, relatie met het auditcomité en jaarlijkse bekendmaking van het transparantieverslag.
Verder komen de gevolgen voorzien in het Wetboek van vennootschappen voor publieke vennootschappen – vennootschappen die een openbaar beroep doen op het spaarwezen en genoteerde vennootschappen – op het vlak van de rol van de commissaris aan bod. Het betreft de belangenconflictenregeling in beide types publieke vennootschappen, de beperking en de opheffing van het voorkeurrecht ten gunste van bepaalde personen, de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders en de verklaring inzake deugdelijk bestuur in genoteerde vennootschappen.
Tenslotte worden de specificiteiten belicht eigen aan de benoeming en de opdrachten van de erkende commissarissen van kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen, inclusief de recente ontwikkelingen op dit vlak, met name het Twin Peaks-model, de nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sector.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
L’origine, la définition et la portée de la notion d’entités d’intérêt public (Public Interest Entities) sont abordées dans un contexte international et européen. Les entités d’intérêt public comprennent en droit belge les sociétés cotées, les établissements de crédit et les entreprises d’assurances. Cet ouvrage traite en particulier des conséquences du statut d’entité d’intérêt public en Belgique pour le commissaire qui contrôle ces entités, et cela aux niveaux de l’indépendance, du contrôle de qualité, de la relation avec le comité d’audit et de la publication annuelle du rapport de transparence.
Ensuite, les conséquences prévues par le Code des sociétés pour les sociétés publiques – les sociétés faisant appel public à l’épargne et les sociétés cotées – au sujet du rôle du commissaire sont abordées. Cela concerne des règles en matière de conflit d’intérêts pour chaque type de société publique, la limitation et la suppression du droit de préférence en faveur de certaines personnes, l’exercice de certains droits des actionnaires et la déclaration de gouvernement d’entreprise dans les sociétés cotées.
En dernier lieu, l’ouvrage comprend une explication des spécificités propres à la nomination et aux missions des commissaires agréés des établissements de crédit et des entreprises d’assurances. Ceci inclut les récents développements en la matière,à savoir le modèle Twin Peaks, la nouvelle architecture de surveillance pour le secteur financier.

Organisaties van openbaar belang en financiële transparantie – Entités d’intérêt et transparence financière (Reeks ICCI 2011-2)
NL
De oorsprong, definitie en draagwijdte van de notie van organisaties van openbaar belang (Public Interest Entities) worden besproken vanuit een internationale en Europese context. Volgens de Belgische wetgeving omvatten de organisaties van openbaar belang de genoteerde vennootschappen, de kredietinstellingen en de verzekeringsondernemingen.Dit boek gaat in het bijzonder in op de gevolgen in België van het statuut van organisatie van openbaar belang voor de commissaris die deze organisaties controleert, en dit op het vlak van onafhankelijkheid, kwaliteitscontrole, relatie met het auditcomité en jaarlijkse bekendmaking van het transparantieverslag.
Verder komen de gevolgen voorzien in het Wetboek van vennootschappen voor publieke vennootschappen – vennootschappen die een openbaar beroep doen op het spaarwezen en genoteerde vennootschappen – op het vlak van de rol van de commissaris aan bod. Het betreft de belangenconflictenregeling in beide types publieke vennootschappen, de beperking en de opheffing van het voorkeurrecht ten gunste van bepaalde personen, de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders en de verklaring inzake deugdelijk bestuur in genoteerde vennootschappen.
Tenslotte worden de specificiteiten belicht eigen aan de benoeming en de opdrachten van de erkende commissarissen van kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen, inclusief de recente ontwikkelingen op dit vlak, met name het Twin Peaks-model, de nieuwe toezichtarchitectuur voor de financiële sector.
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks
FR
L’origine, la définition et la portée de la notion d’entités d’intérêt public (Public Interest Entities) sont abordées dans un contexte international et européen. Les entités d’intérêt public comprennent en droit belge les sociétés cotées, les établissements de crédit et les entreprises d’assurances. Cet ouvrage traite en particulier des conséquences du statut d’entité d’intérêt public en Belgique pour le commissaire qui contrôle ces entités, et cela aux niveaux de l’indépendance, du contrôle de qualité, de la relation avec le comité d’audit et de la publication annuelle du rapport de transparence.
Ensuite, les conséquences prévues par le Code des sociétés pour les sociétés publiques – les sociétés faisant appel public à l’épargne et les sociétés cotées – au sujet du rôle du commissaire sont abordées. Cela concerne des règles en matière de conflit d’intérêts pour chaque type de société publique, la limitation et la suppression du droit de préférence en faveur de certaines personnes, l’exercice de certains droits des actionnaires et la déclaration de gouvernement d’entreprise dans les sociétés cotées.
En dernier lieu, l’ouvrage comprend une explication des spécificités propres à la nomination et aux missions des commissaires agréés des établissements de crédit et des entreprises d’assurances. Ceci inclut les récents développements en la matière,à savoir le modèle Twin Peaks, la nouvelle architecture de surveillance pour le secteur financier.
De forensische psychiatrie geanalyseerd. Liber Amicorum Karel Oei
Met ‘De forensische psychiatrie geanalyseerd’ als titel van deze bundel is de verbinding gelegd tussen enerzijds de forensisch psychiater die Karel Oei als wetenschapper en als praktiserend psychiater is en anderzijds de psychoanalyse die hem in het bijzonder fascineert.
De forensische psychiatrie geanalyseerd. Liber Amicorum Karel Oei
Met ‘De forensische psychiatrie geanalyseerd’ als titel van deze bundel is de verbinding gelegd tussen enerzijds de forensisch psychiater die Karel Oei als wetenschapper en als praktiserend psychiater is en anderzijds de psychoanalyse die hem in het bijzonder fascineert.
Cost and Quality of Online Dispute Resolution. A handbook for Measuring the Costs and Quality of ODR
In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.
“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com
Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.
Cost and Quality of Online Dispute Resolution. A handbook for Measuring the Costs and Quality of ODR
In this book, a team of experts from academia, ODR industry and civil society discuss the status quo of ODR in the European Union. But it goes beyond mere overview. The book also outlines the results of the EMCOD project which developed a method for measuring the costs and quality of ODR processes. It has been written for providers and users of ODR services, as well as policy makers committed to innovations in the field of dispute resolution.
“As a comprehensive, detailed discussion of the state of the art in online dispute resolution, this book represents a significant contribution to the development of the field.”
Colin Rule, CEO of Modria.com
Dr. Martin Gramatikov is a Senior Researcher at the Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems.
Tachtig jaar criminologie aan de Leuvense universiteit. Onderwijs, onderzoek en praktijk
Dit boek biedt een overzicht van het onderwijs en het onderzoek in de criminologie aan de Leuvense universiteit vanaf de start in 1929 tot nu.
Het bestaat uit drie delen met bijdragen van eenentwintig auteurs.
Door alle bijdragen heen wordt duidelijk dat de geschiedenis van de criminologie aan de Leuvense universiteit in te delen valt in drie grote perioden. Een eerste lange incubatieperiode van 1929 tot het begin van de jaren 1970 stelde het onderwijsprogramma centraal. Tijdens de tweede periode tot 2006 werd het onderwijsprogramma verder regelmatig aangepast maar profileerde het fel groeiende criminologische onderzoek zich sterk. De derde periode gaat in met de oprichting van LINC (Leuvens Instituut voor Criminologie), dat in 2007 tot stand kwam na een ingrijpende wissel van de wacht door de komst van een nieuwe generatie criminologen. Een epiloog rondt het geheel af, met een terugblik en een vooruitblik.
Joris Casselman is psychiater, criminoloog, psycholoog, seksuoloog en prof. em. van de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg.
Ivo Aertsen is psycholoog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Zelf afkomstig uit het praktijkveld, liggen zijn competenties vooral op het vlak van de victimologie, de penologie en het herstelrecht.
Stephan Parmentier is socioloog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Hij is vooral actief op het vlak van de mensenrechten, de politieke criminaliteit en de ‘transitional justice’.
Tachtig jaar criminologie aan de Leuvense universiteit. Onderwijs, onderzoek en praktijk
Dit boek biedt een overzicht van het onderwijs en het onderzoek in de criminologie aan de Leuvense universiteit vanaf de start in 1929 tot nu.
Het bestaat uit drie delen met bijdragen van eenentwintig auteurs.
Door alle bijdragen heen wordt duidelijk dat de geschiedenis van de criminologie aan de Leuvense universiteit in te delen valt in drie grote perioden. Een eerste lange incubatieperiode van 1929 tot het begin van de jaren 1970 stelde het onderwijsprogramma centraal. Tijdens de tweede periode tot 2006 werd het onderwijsprogramma verder regelmatig aangepast maar profileerde het fel groeiende criminologische onderzoek zich sterk. De derde periode gaat in met de oprichting van LINC (Leuvens Instituut voor Criminologie), dat in 2007 tot stand kwam na een ingrijpende wissel van de wacht door de komst van een nieuwe generatie criminologen. Een epiloog rondt het geheel af, met een terugblik en een vooruitblik.
Joris Casselman is psychiater, criminoloog, psycholoog, seksuoloog en prof. em. van de K.U.Leuven. Hij doceerde aan de faculteiten Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid en verwierf een bijzondere deskundigheid in verband met alcohol- en andere drugproblemen en de gerechtelijke geestelijke gezondheidszorg.
Ivo Aertsen is psycholoog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Zelf afkomstig uit het praktijkveld, liggen zijn competenties vooral op het vlak van de victimologie, de penologie en het herstelrecht.
Stephan Parmentier is socioloog en jurist en werkzaam als hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie. Hij is vooral actief op het vlak van de mensenrechten, de politieke criminaliteit en de ‘transitional justice’.
Geschiedenis van het straf- en schadevergoedingsrecht
Het strafrecht behoort vanouds tot de meest ingrijpende, maar ook aansprekende terreinen van het recht. Misdrijven laten diepe sporen na in een mensenleven. De reacties die daarop volgen eveneens. De geschiedenis van deze strafrechtelijke reacties is lang en grillig, zeker vanuit het perspectief van de moderne mens. Het heeft vele eeuwen geduurd voordat de overheid het strafrecht volledig in handen kreeg. Eerst heel geleidelijk hebben de slachtoffers van gepleegde delicten hun aanspraak op vergelding van het ondervonden onrecht moeten opgeven en genoegen moeten nemen met vergoeding van de hun toegebrachte schade.
In dit boek wordt in een aantal hoofdstukken de lange weg beschreven die uiteindelijk heeft geleid tot de totstandkoming van het hedendaagse straf- en schadevergoedingsrecht.
Mr. E.J.M.F.C. Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis en encyclopedie van het recht aan de Universiteit Tilburg. Van zijn hand verschenen reeds diverse publicaties over de geschiedenis van het strafrecht en de rechtspraakgeschiedenis.
Geschiedenis van het straf- en schadevergoedingsrecht
Het strafrecht behoort vanouds tot de meest ingrijpende, maar ook aansprekende terreinen van het recht. Misdrijven laten diepe sporen na in een mensenleven. De reacties die daarop volgen eveneens. De geschiedenis van deze strafrechtelijke reacties is lang en grillig, zeker vanuit het perspectief van de moderne mens. Het heeft vele eeuwen geduurd voordat de overheid het strafrecht volledig in handen kreeg. Eerst heel geleidelijk hebben de slachtoffers van gepleegde delicten hun aanspraak op vergelding van het ondervonden onrecht moeten opgeven en genoegen moeten nemen met vergoeding van de hun toegebrachte schade.
In dit boek wordt in een aantal hoofdstukken de lange weg beschreven die uiteindelijk heeft geleid tot de totstandkoming van het hedendaagse straf- en schadevergoedingsrecht.
Mr. E.J.M.F.C. Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis en encyclopedie van het recht aan de Universiteit Tilburg. Van zijn hand verschenen reeds diverse publicaties over de geschiedenis van het strafrecht en de rechtspraakgeschiedenis.
Salduz – Bijstand van advocaten bij verhoren (Reeks Politiestudies, nr. 1)
Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.
Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.
Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.
Salduz – Bijstand van advocaten bij verhoren (Reeks Politiestudies, nr. 1)
Vanaf dan heeft de verdachte voor zijn eerste verhoor recht op een vertrouwelijk overleg met zijn advocaat. Tevens kan de advocaat aanwezig zijn bij alle verhoren die zijn cliënt tijdens de eerste 24 uren van arrestatie moet ondergaan.
Na een algemene duiding en praktische bespreking van de wet, gaat dit boek dieper in op de verschillende onderdelen ervan. Magistraten, advocaten, academici en politie-experts geven - elk voor hun beroepsgroep - invulling aan de interpretatieruimte die de nieuwe wet volgens hen toelaat. De integrale opname van de omzendbrief van het ‘Salduzwet’, maakt dit boek volledig.
Lezers van diverse beroepsgroepen die dagelijks werkzaam zijn binnen een strafonderzoek, zoals magistraten, rechercheurs en advocaten, hebben met deze uitgave een onmisbaar naslagwerk. Tevens biedt het een schat aan informatie voor politici, beleidsmakers, ambtenaren, academici, studenten en iedere andere lezer die geïnteresseerd is in de nieuwste betekenisvolle verschuiving binnen ons strafrechtsysteem.
Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)
Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.
Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.
Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.
Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Bart Volders is advocaat te Brussel.
Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)
Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.
Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.
Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.
Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Bart Volders is advocaat te Brussel.

Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)
Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?
In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.
Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.
Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.
Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.
Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Zelfstandigen en vastgoed (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 13)
Hoe pakt een zelfstandige best de investering in vastgoed aan? Wat zijn de gevolgen van zijn keuze?
In dit handboek worden de onroerende handelingen in de ruime zin besproken. Zowel het verkopen van bijvoorbeeld huizen en appartementen als het verrichten van werk in onroerende staat, komen aan bod.
Er zijn verschillende juridisch-fiscale technieken om met vastgoedinvesteringen om te gaan. In dit boek komen de verschillende alternatieven aan bod waarover een zelfstandige beschikt, zoals vruchtgebruik, erfpacht, opstal en onroerende leasing. Elke van deze technieken heeft zijn eigen kenmerken, voor- en nadelen.
Nader wordt ook ingegaan op de onroerende verhuur, die vrijgesteld is van btw. Toch vormen talrijke overeenkomsten van terbeschikkingstelling van onroerende goederen een uitzondering waarbij er wel degelijk btw dient aangerekend te worden op deze “verhuurovereenkomsten”. Dit opent echter aftrek van de betaalde voorbelasting.
Ook de nieuwe regeling van toepassing vanaf 1 januari 2011 inzake het verkopen van gebouwen met de bijhorende grond, wordt uitgebreid besproken.De analyse gebeurt voornamelijk vanuit het standpunt van de inkomstenbelasting en van de btw. Maar ook de belangrijke aspecten inzake registratierechten komen aan bod evenals een aantal aspecten die van belang zijn voor successieplanning.
Marc Gielis is verantwoordelijke fiscaal en patrimoniaal advies en tevens belastingconsulent bij Bank J.Van Breda en C° NV. Hij begeleidt in deze functie dagelijks beoefenaars van vrije beroepen en ondernemers bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij redactielid van Vraag & Antwoord KMO, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed, auteur van een aantal fiscale boeken en gastprofessor aan de Hogeschool Gent en Brugge Business School.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie doceert in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht
In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.
Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht
In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.
Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Material detention conditions, execution of custodial sentences and prisoner transfer in the EU Member States (IRCP-series, vol. 41)
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains the individual Member State reports resulting from the legal and practitioners’ analyses, backed by additional information drawn from monitoring and evaluation conducted at Council of Europe (Committee for the Prevention of Torture) and United Nation levels.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU (IRCP – series, 40)
Transferring detained people back to their respective Member State of residence and/or nationality within the mutual recognition framework is somewhat precarious in light of the often substantial variety of Member States’ legal and prison systems. In this context, and following a call for tender by the European Commission, the authors conducted the biggest study to date on Member States’ material detention conditions, early/conditional release provisions and sentence execution modalities. In addition to exploring the diversity of legal frameworks, the study also assessed practitioners’ views on cross-border execution of custodial sentences in the EU.
This book contains both the EU level legal and practitioners’ analyses as well as the high level final report to the study, confirming preliminary concerns that flanking measures are urgently needed for a proper operation of the Framework Decision.
This is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and for defence lawyers throughout the Union. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in detention issues and cross-border execution of judgements involving deprivation of liberty in the EU.
Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.
Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.
Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.
Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.
Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.
Handboek Forensische en penitentiaire geneeskunde.
Voor het eerst worden in dit handboek twee verwante takken in de geneeskunde samengebracht: de forensische en de penitentiaire geneeskunde.
Beide hebben hun werkveld in een strafrechtelijke context. Het verbaast dan ook niet dat de beroepsbeoefenaars ervan veelal op enig moment in hun carrière van forensische naar justitiële praktijk wisselen, of andersom. Het juridische kader van beide beroepen vertoont echter belangrijke verschillen.
Dit handboek geeft een praktisch antwoord op de vraag binnen welk kader deze en gene arts werkt, hoe te handelen in bepaalde omstandigheden en tenslotte op de vraag die in de forensische geneeskunde van groot belang is: hoe ziet een bepaald fenomeen of letsel eruit.
Alle grote thema’s van de forensische geneeskunde worden uitgebreid behandeld. Onder meer: lijkschouw, letselbeschrijving, zedenonderzoek, bloedafname ten behoeve van het strafrecht en arrestantenzorg. Dat maakt het handboek geschikt als basisboek forensische geneeskunde. Daarnaast komen verdiepingsthema’s aan bod, zoals kindermishandeling, NODO, identificatie, DNA, antropologie, odontologie en toxicologie.
Wat betreft de penitentiaire geneeskunde, zijn vanuit het mensenrechtelijke en juridische kader de praktijk en problemen van alle dag besproken. Als thema’s die van belang zijn voor zowel de forensische als de penitentiaire geneeskunde zijn gekozen: psychiatrische zorg, verslavingszorg, body packers en infectieziekten. Dit handboek richt zich op de eerstelijns forensisch arts en de arts die werkzaam is in een penitentiaire inrichting. Het bevat talrijke afbeeldingen en voorbeeldformulieren ter illustratie.
Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Praktijkgids Familie- en Jeugdrecht
Om die reden biedt deze gids een eerste handvat bij de aanpak van de juridische én praktische kanten van de verschillende verzoekschriftprocedures die in het familie-, personen- en civiele jeugdrecht voorkomen.
Dit boek is gebaseerd op deze dagelijkse rechtspraktijk en is geredigeerd voor iedereen die actief is binnen deze boeiende rechtsgebieden. Handige en overzichtelijke hoofdstukken wijzen snel de weg bij de toepassing van de wet en jurisprudentie in de meest voorkomende procedures in de (eerstelijns)rechtspraak.
mr. H.A. Gerritse was na haar studie Nederlands recht en haar opleiding als rechterlijk ambtenaar, achtereenvolgens werkzaam als strafrechter, rechter-commissaris strafzaken en handelsrechter bij de Rechtbank Utrecht. Sinds 2005 is zij daar familie- en kinderrechter. In 2006 werd zij benoemd tot vice-president inhoudelijk adviseur. In die functie houdt zij zich (naast zittingen) bezig met opleiding, onderwijs, kwaliteitsbevordering en permanente educatie voor de dagelijkse praktijk van de sector Familie & Toezicht van de Rechtbank Utrecht.
"Een grote diversiteit aan onderwerpen uit de dagelijkse praktijk wordt op een overzichtelijke wijze aan de orde gesteld. Ook voor de meer ervaren lezer kan de gids nuttig zijn om achterstallig onderhoud in kennis weg te werken."
Trema - Tijdschrift voor de rechterlijke macht
Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Internationale overbrenging van veroordeelden. De veroordeelde als subject
Het boek kent drie grote delen. Een eerste deel biedt een historisch overzicht van de verdragen en hun belangrijkste kenmerken. Het bevat voor de lezer een schat aan belangrijke praktische informatie over deze verdragen en sluit af met een debat over de ontwikkelingen op het vlak van overbrenging van veroordeelden, vooral in Europa maar ook in de schoot van internationale hoven en tribunalen, en de belangen die hiermee worden gediend.
In deel twee wordt de Belgische toepassingspraktijk onder de loep genomen, met aandacht voor de stand van zaken en voor wat goed en slecht loopt. De relevantie van deze analyse reikt verder dan de Belgische praktijk. Uit de analyse blijkt dat er belangrijke valkuilen zijn in het overbrengen van gedetineerden waarvoor men te allen tijde waakzaam moet zijn. De law-in-books van het eerste deel werd in dit gedeelte lawin-action.
In deel drie komt vooral het perspectief van direct betrokkenen aan bod. De mens achter dit verhaal van beleid, cijfers en overbevolking. Zowel aan overgebrachte Belgen als aan buitenlandse gedetineerden in Belgische gevangenissen werd gevraagd hoe zij staan tegenover vrijwillige en gedwongen overbrenging. Soms resoluut, soms verrassend genuanceerd levert dit een portret op van de overbrenging door de betrokkenen zelf.
Eveline De Wree is criminoloog en was onderzoeker aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar zij promoveerde op het thema van deze publicatie. Zij is thans werkzaam als vormingswerker en begeleidt jongeren aan wie door de jeugdrechter een vorming werd opgelegd.
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.
In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding
Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.
Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.

Met have, goed & schip over de Schelde. Vijftien jaar evolutie inzake havengebeuren, logistiek en scheepvaart in de Scheldemonding
Het werk bevat bijdragen van Vlaamse en Nederlandse experts, zowel uit de academische wereld als van gouvernementele en non-gouvernementele organisaties binnen de maritieme sector. Op heldere wijze tracht het de lezer een overzicht te geven van de verscheidene thema’s die aan bod kwamen tijdens de voorbije symposia, waarbij het actuele belang van de problematiek telkens in de verf wordt gezet. Het belicht de samenwerking alsook de concurrentiestrijd tussen de Scheldemondhavens en plaatst dit gegeven in een ruimere geografische en logistieke context, zonder daarbij het aspect van internationale scheepvaart buiten beschouwing te laten.
Prof. Dr. Gwendoline Gonsaeles is docente aan de Universiteit Antwerpen en de Hogere Zeevaartschool en is vrijwillig verbonden aan het Maritiem Instituut van de Universiteit Gent. Zij verstrekt juridisch advies aan het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) van de Vlaamse overheid.
Drs. Jasmine Coppens is assistente aan het Maritiem Instituut.
Substantive Criminal Law of the European Union
Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.
This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.
The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).
André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.
Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.
Substantive Criminal Law of the European Union
Why is a general part of European criminal law necessary? When a general part comes into being how is this influenced by Union law and the law of the Member States? These questions are being dealt with in the light of the current legal situation and the future developments of the establishment of the European Public Prosecutor’s Office.
This book highlights the current main themes of substantive criminal law and may contribute to a more coherent and consistent European Criminal Law.
The book is the result of the conference “Substantive Criminal Law of the European Union” organised by the Criminal Law Department of Maastricht University on 20 and 21 January 2011, with the generous support of the Faculty of Law of Maastricht University, the Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, the Department of Criminal Law and Criminology of Maastricht University and the Hague Institute for the Internationalisation of Law (HIIL).
André Klip is professor of criminal law, criminal procedure and international criminal law at Maastricht University.
Contributors: Kai Ambos, Jeroen Blomsma, Pedro Caeiro, Erik Claes, Markus Dubber, Jorge Ángel Espina Ramos, Johannes Keiler, André Klip, Katalin Ligeti, Uno Lõhmus, Anne-Sophie Massa, Christina Peristeridou, Viviane Reding, Rosaria Sicurella, Thomas Weigend.
EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )
The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.
The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.
A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).
The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.
EU Criminal Justice, Financial & Economic Crime: new perspectives (Governance of Security Research Paper Series, Vol. 5 )
The new volume, even though addressing a wider variety of topical issues, focuses on European criminal justice and financial and economic crime.
The first cluster of four articles concern European criminal justice matters, in particular relating to EU mutual recognition (conceptualization, unwanted effects in the context of prisoner transfer and sentence execution, and impact for cross-border gathering and use of forensic expert evidence) and concluding with an article on interrogational fairness standards.
A second cluster of five articles addresses financial and economic crime subjects, ranging from informal economy (among street children) to formal/informal economy (vulnerability of the hotel and catering industry to crime) and white collar crime phenomena like (transnational) environmental crime, fraud and corruption.
A last cluster groups a variety of selected, topical issues (juvenile offending and mental disorders, desistance theories and sexually transmitted infections).
The Gofs Research Paper Series aims at disseminating the results of research conducted in the GofS Research Unit (Ghent, Belgium). Full research reports are published in the Gofs Research Report Series.
Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution
The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.
In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.
Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.
Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.
Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.
Getting to :-) The potential of online text-based communication to support interest-based dispute resolution
The potential of online communication to reduce the costs of dispute resolution has long been recognized. Apart from cost reduction, online applications may however also improve the quality of dispute resolution.
In this book, the limitations and benefits of using online communication for dispute resolution processes are investigated. It is shown that the common assumption that online communication is too limited for dispute resolution can be challenged. Online communication can be limiting when offline processes are copied into an online environment. However, by designing processes specifically for the medium, innovations are possible that are not available in offline dispute resolution.
Next, the potential of online communication to support a specific dispute resolution process is explored. The focus is on tools to support integrative negotiation, which is a common method for negotiating disputes used widely in legal practice and embedded in the formal system of many countries in the form of court-annexed mediation. This process is usually described in general terms. In this research, the process is broken down into 14 concrete tasks.
Three chapters describe how online applications may support users in dealing with communication issues (miscommunication, distrust, and strong emotions), in uncovering interests, and in developing creative outcomes. Examples from three ODR applications demonstrate how these methods are being used in practice.
Jelle van Veenen is Researcher at Tilburg Institute for Interdisciplinary Studies of Civil Law and Conflict Resolution Systems (TISCO) at Tilburg University, The Netherlands. This edition is the outcome of his PhD research on Integrative Negotiation Techniques for Online Dispute Resolution.

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

Recht in beweging – 18de VRG Alumnidag 2011
Uit het voorwoord door Roger Blanpain, de voorzitter, en Robbie tas, de secretaris.
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de achtiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 18 maart 2011 door niet minder dan 700 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave
Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingenis niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerendeverhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexehandeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieveonroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgischerechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aanbod.

Alternatieven voor de onroerende verhuur voor de vastgoedsector in België. 2de herziene uitgave
Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingenis niet steeds gemakkelijk. Anderzijds gaat een werkelijke onroerendeverhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten (complexehandeling). De toetsing aan de genuanceerde noties actieve en passieveonroerende verhuur dringt zich dan op. De rechtspraak van de Belgischerechtscolleges en van het Hof van Justitie komt in deze uitgave ruim aanbod.

Facturering van diensten (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 4) – 2de herziene uitgave
Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregels in een nationale, intracommunautaire en in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoe dient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen, de soort dienst en de vestiging van de partijen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake het invullen van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting. Een aantal specifieke diensten worden als aparte topics behandeld.
Achteraan in het boek vindt de lezer een handige overzichtstabel met lokalisatiecriteria.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Facturering van diensten (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 4) – 2de herziene uitgave
Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregels in een nationale, intracommunautaire en in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoe dient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen, de soort dienst en de vestiging van de partijen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake het invullen van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting. Een aantal specifieke diensten worden als aparte topics behandeld.
Achteraan in het boek vindt de lezer een handige overzichtstabel met lokalisatiecriteria.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is docent btw en gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw doceert. Hij heeft talrijke fiscale publicaties op zijn naam staan, in het bijzonder op het vlak van btw en vastgoed. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo’s , zowel boekhoudkundig-fiscaal als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)
Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)
Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels
Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.
This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.
Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.
The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.
Overzicht IPR Thema Reeks
Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.
This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.
Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.
The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.
Overzicht IPR Thema Reeks
Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.

Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.

Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave
Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.
De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.
Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.
1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.
2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.
3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.
De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.
Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.
De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.
Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave
Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.
De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.
Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.
1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.
2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.
3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.
De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.
Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.
De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.
Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».
Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.
De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Tussen Scylla en Charybdis. Op zoek naar koers en Waarde voor het juridisch onderwijs. (Reeks Oraties)
In groot contrast met deze maatschappelijke vraag, staat de steeds geringere aandacht in het juridisch onderwijs voor het geldende Nederlandse recht en voor na te streven hogere waarden. Door een krimpende eerste geldstroom en zeer beperkte mogelijkheden voor externe financiering, staan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee van de juristen onder druk.
Van Oostrom belicht deze twee tegengestelde tendensen, pleit voor een nieuwe koers en een radicale herijking van de na te streven waarden in het juridisch onderwijs, dit alles met verwijzing naar klassieke schrijvers, politici en wetenschappers. Varen tussen maatschappelijk Scylla en wetenschappelijk Charybdis mag niet uitmonden in het ten onder gaan van de juridische opleiding.
Prof.dr.mr. Nora van Oostrom-Streep is hoogleraar in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout
Fervet Opus. Liber Amicorum Anton van Kalmthout
Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
Crimmigratie. Rede bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden op vrijdag 11 december 2009 (Reeks Oraties)
In haar oratie gaat Joanne van der Leun in op dit proces van crimmigratie: de versmelting van strafrecht en immigratiebeleid op het terrein van illegale migratie. Ze geeft een analyse of deze ontwikkeling zich ook in Nederland voordoet en gaat, mede aan de hand van recent criminologisch onderzoek, tevens in op de (deels onbedoelde) consequenties daarvan.
Joanne van der Leun is hoogleraar Criminologie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Dit boek bevat een uitgebreide versie van de rede die zij hield bij de aanvaarding van haar ambt.
Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
Ondernemend waarderen: Waarderend ondernemen. De subjectiviteit van het begrip economische waarde (gebrocheerd)
In dit boek wordt stilgestaan bij de fundamentele achtergronden van het begrip economische waarde. Het startpunt wordt gevonden in de subjectivistische opvattingen van de grondlegger van de Oostenrijkse School. Daaruit blijkt dat voor het verklaren van prijzen die door echte marktpartijen op reële markten tot stand komen inzicht nodig is in de waarde die partijen aan verschillende goederen hechten. Economische fenomenen kunnen slechts worden begrepen vanuit het handelen van individuele marktpartijen.
Kapitaalgoederen spelen bij het tot stand komen van economische groei een doorslaggevende rol. Binnen de Oostenrijkse School wordt daarom veel aandacht geschonken aan het tot stand komen en waarderen van kapitaalgoederen. In dit onderzoek wordt het bekende kringloopmodel uit de economie zodanig uitgebreid dat daaruit het waarde creërend karakter van kapitaalgoederen blijkt.
In deze studie wordt de mainstream aanpak van het bepalen van de economische waarde geconfronteerd met de subjectivistische uitgangspunten van de Oostenrijkse School. De daaruit naar voren komende verschillen worden geanalyseerd. Daarnaast worden enkele suggesties gedaan om te komen tot een beter gebruik van het begrip economische waarde.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Jan Vis is als directeur verbonden aan Talanton Corporate Finance B.V. te Houten, tevens is hij als kerndocent Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de opleiding Business Valuation van RSM Erasmus University te Rotterdam. Hij is voorzitter van het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en spreekt en publiceert regelmatig over waarderingsvraagstukken.
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
The UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration: 25 Years (AIA – Association for International Arbitration Series)
Different attempts at harmonization and national reform, from Canada and US to China and Europe, are explored by Gerald Ghikas, Yuliya Chernykh, Giovanna Kwong, and Ryan Reetz. Johan Billiet, president of AIA, addresses the reform of Belgian arbitration law. For a regional perspective, Alain Fénéon discusses the influence of the Model Law on the OHADA Arbitration Law. Carole Malinvaud, Gerold Zeiler, Dirk Pulkowski, Hamid Gharavi, and Migel Galvão Teles assess specific rules in the model law and the need for international approval. The result is a well-rounded, theoretical and empirical analysis of contemporary issues in international arbitration, trade, and jurisprudence.
Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
Stalking in the Netherlands. Nature and prevalence of the problem and the effectiveness of anti-stalking measures (Reeks Intervict)
The phenomenon of stalking has not been the topic of much research and this goes all the more for stalking in the Netherlands. In this book, an account is given of the nature and prevalence of the problem, of the effectiveness and the (dis)advantages of resorting to the police, and of the pros and cons of two alternative anti-stalking measures: hiring the services of a private investigation and protection agency and obtaining a civil restraining order.
Suzan van der Aa (Tilburg, 1982) studied criminal law at Tilburg University. In September 2005, she started working as a Ph. D. candidate at the International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT). In addition, she conducted several applied research projects for third parties, such as the Dutch Ministry of Justice and the European Commission. Recently, she has accepted a position as senior researcher (Universitair Docent) at INTERVICT. This book is her doctoral thesis.
Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.
Evaluatie van 10 jaar politiehervorming.(Reeks Panopticon Libri, i.s.m. CPS) (Reeks Panopticon Libri, nr. 4)
Deze publicatie is een onmisbaar instrument voor de groep professionelen die met het politievraagstuk bezig zijn. Experten, politici, practici, academici, studenten en ook de burger vinden hierin handvatten die de uiteindelijke doelstelling van de politie concretiseren, namelijk bijdragen tot een meer democratische politie voor alle burgers in onze Belgische rechtsstaat.

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?

De rol van de bedrijfsrevisor ten opzichte van de ondernemingsraad / Le rôle du réviseur d’entreprises à l’égard du Conseil d’entreprise (ICCI 2010-2)
De hier gerapporteerde studie tracht als juridisch-sociologische praktijktoets van deze ORrolvervullingvan de Belgische bedrijfsrevisor de volgende onderzoeksvragen te behandelen: Hoeverloopt anno 2009 de volgens de Belgische wetgeving voorziene rol van het bedrijfsrevisoraatten aanzien van de OR in het kader van de economisch-financiële informatieverstrekking aandit sociale overlegorgaan? In welke mate en op welke wijze worden de bestaande (juridischnormatieve)kwaliteitsregels en -normen in dit verband in de praktijk omgezet?
La transmission d’Informations Economiques et Financières (IEF ) au Conseil d’entreprise (CE )constitue une composante importante de la vie économique en Belgique. Dans ce contexte,des missions précises de contrôle et de certification ont été confiées au réviseur d’entreprises.La rédaction de rapports de certification et la participation aux réunions du CE constituent lasubstance de la mission du réviseur d’entreprises.
En vue d’évaluer, d’un point de vue juridique et sociologique, la manière dont le réviseurd’entreprises belge accomplit ses missions à l’égard du CE dans la pratique, la présente étude traiteles questions suivantes: Comment s’est déroulée en 2009 la mission du réviseur d’entreprises àl’égard du CE prévue par la législation belge, dans le cadre de la transmission des IEF ? Dans quellemesure et de quelle manière les règles (juridiques) et les normes existantes concernant le rôle duréviseur d’entreprises à l’égard du CE sont-elles appliquées dans la pratique ?
Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Van haat gesproken? Een rechtsantropologisch onderzoek naar de bestrijding van rasgerelateerde uitingsdelicten in België
De auteur biedt een gedetailleerde analyse van de tumultueuze ontstaansgeschiedenis van de wetgeving. De intern verdeelde rechtspraak die zich rond de bepalingen heeft gevormd wordt eveneens grondig ontleed.
Wat dit werk vooral “uniek in zijn genre” maakt – zoals professor dr. Marie- Claire Foblets het omschrijft in haar voorwoord – is dat het licht werpt op de effecten van de strafwetgeving rond racisme en negationisme. Door middel van gesprekken met klagers en aangeklaagden gaat de auteur na of de strafbaarstellingen in de praktijk doen wat de wetgever beoogt. De resultaten van dat onderzoek zijn ontnuchterend: de wetgeving verwezenlijkt zelden haar doelstellingen en geeft vaak aanleiding tot averechtse effecten.
Het boek omvat concrete aanbevelingen voor de rechterlijke macht en de wetgever. Ook pleit de auteur voor een herziening van de rol van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding.
In de pers:
"Het besproken boek verdient daarom aanbeveling voor iedere praktijkjurist die met uitingsdelicten in aanraking komt, in het bijzonder voor strafrechters en voor de vervolgende instanties. Voor deze lezers is het boek overigens vlot toegankelijk dankzij zijn logische en gedetailleerde indeling, zijn indrukwekkende voetnotenapparaat, zijn heldere taalgebruik, en zijn nauwkeurige trefwoordenregister. Het boek is zelfs verplichte lectuur voor de wetgever en voor andere beleidsmakers."
Willem Verrijdt in Tijdschrift voor bestuurswetenschappen & publiekrecht, 2011-5
Jogchum Vrielink is doctor in de rechten en tevens antropoloog en bestuurskundige. Hij is verbonden aan het Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie van de Katholieke Universiteit Leuven.
Preventieve mediation
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Preventieve mediation
Preventieve mediation kan goed werken wanneer er ingewikkelde contracten of zogeheten ‘deals’ moeten worden gesloten. Door hier al (van te voren) mediators bij te halen kan de kans op een conflict later aanzienlijk worden verminderd door structureel al oplossingen of een bepaalde werkwijze of procedure in te bouwen voor eventuele toekomstige problemen. Ook bij familiebedrijven, huwelijken en andere samenlevingsvormen kan preventieve mediation hoge financiële en emotionele kosten, verstoorde verhoudingen en ingewikkelde procedures voorkomen, onder andere door ook een voorlichtingsaspect in de mediation mee te nemen. Hetzelfde geldt door in allerlei takken van economische bedrijvigheid en de gezondheidszorg ‘real time strategies’ voor conflictoplossing te volgen. Ten aanzien van het publieke domein wordt in dit boek behandeld hoe verschillende soorten van kennis onder uiteenlopende betrokkenen op een zinvolle wijze kunnen worden betrokken bij grote openbare projecten en de daaraan gekoppelde complexe bestuurlijke processen, leidend tot het idee van ‘kennismediation’.
Verder worden in dit boek internationale ervaringen met mediation besproken. Dit gebeurt vooral vanuit het oogpunt hoe de effectiviteit en kwaliteit daarvan elders worden gewaarborgd. Ten slotte wordt ingegaan op de uitvoering van mediation in de praktijk. Eén auteur vergelijkt mediation met vechtkunst, terwijl een ander de rol van humor in mediation bespreekt.
Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
Huwelijksvermogensrecht (Praktijkreeks IPR, deel 7) – 3de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Ten aanzien van de vraag naar de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en die van erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen komen de EEX-Verordening en de Brussel IIbis-Verordening, die in beginsel niet voor het huwelijks(partner)vermogensrecht gelden, summier aan de orde. Naast een korte behandeling van drie wel voor toepassing in aanmerking komende Executieverdragen met België, Italië en Duitsland, ligt voor het huwelijks(partner)vermogensrecht hierbij vooral de nadruk op een beschrijving van het commune IPR.
De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.
De politie en haar opdracht: de kerntakendiscussie voorbij
Dat kan alleen als wij voorbij de kerntakendiscussie gaan. Die discussie wordt grotendeels bepaald door het opstellen van lijstjes met taken, waarvan een deel kan worden weggestreept of uitbesteed. De vraag wat bijvoorbeeld het verschil is tussen publieke politie en private veiligheidszorg zal dan nooit goed te beantwoorden zijn. Om die reden loont het meer om bredere visies op de maatschappelijke opdracht van de politie te formuleren waarin de genoemde waarden tot uiting komen. Het gaat om een fundamentele en complexe problematiek, mede omdat morele en politieke opvattingen een belangrijke rol spelen. Voor minder gaat het echter niet, willen we het negatieve en misleidende kader van de kerntakendiscussie te boven komen.
In dit boek reflecteert een aantal deskundige auteurs over de opdracht van de politie. Zij doen dat in sterk uiteenlopende bijdragen, zowel qua thematiek, benaderingswijze, als stellingname. Hierdoor brengt deze uitgave de discussie over deze fundamentele problematiek verder en maakt haar los uit het bedrijfsmatige en instrumentele kader dat het denken hierover in het afgelopen decennium te veel heeft bepaald en belast.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

EU cross-border gathering and use of evidence in criminal matters (IRCP-reeks, nr. 37)
As part of this program, the European Commission awarded a contract to the Institute of International Research on Criminal Policy to conduct the study this book comprises the results of.
The initial aim of the study was to obtain up to date information on the national laws of the EU member states on the gathering and handling of evidence and to analyse that information in the light of recent developments in legislation governing cross-border transmission of evidence, in particular the 2008 European Evidence Warrant. In addition, it was the intention of the European Commission to initiate preparatory work on a legal instrument that would expand the scope of application of the European Evidence Warrant in order to further replace the existing regime of mutual legal assistance within the EU by a mechanism based on the mutual recognition principle. As a result, the study was broadened as to also assess whether or not a mutual recognition-based EU mutual legal assistance regime is desirable and feasible.
Whereas the Green Paper on obtaining evidence in criminal matters (issued in 2009 by the European Commission) raises general questions on the matter, this book provides an in-depth and full-scale overview of the current situation relating to cross-border gathering, obtaining and admissibility of evidence in criminal matters between the EU member states, as well as clear-cut future legal and policy options.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the EU and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in criminal policy initiatives in the EU.

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

Recht in beweging. 17de VRG-Alumnidag 2010 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 5 maart 2010 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)
Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary

Etienne De Greeff (1898-1961). Psychiater, criminoloog en romanschrijver. Leven, werk en huidige betekenis
Etienne De Greeff (1898-1961) was een Belgische psychiater,criminoloog en romanschrijver met een boeiend en bij wijlentragisch levensverhaal. Hij was een bijzonder intelligente en minzamepersoon, die geen blad voor de mond nam om zijn origineleopvattingen te verwoorden. Het historisch decor bestaat uit: detwee wereldoorlogen, het interbellum, de kloosterpsychiatrie,verschijningen te Beauraing, de Katholieke Universiteit van Leuvenen het Belgisch gevangeniswezen tijdens de eerste helft van devorige eeuw.
Etienne De Greeff heeft een indrukwekkend, origineel en visionairoeuvre nagelaten. Zijn mensbeeld en zijn werk als psychiater,grondlegger van de klinische criminologie en romanschrijverworden eerst gesitueerd binnen de eigen tijdscontext. Daarna volgteen kritische bespreking van de betekenis van zijn werk voor dehuidige psychiatrie, criminologie en romanliteratuur. Verschillendeopvattingen blijken brandend actueel te zijn.
Met talrijke afbeeldingen en samenvatting - résumé - summary

Taalgebruik in het bedrijfsleven
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.

Taalgebruik in het bedrijfsleven
In het eerste deel worden de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 behandeld, die van toepassing zijn op geheel het land, dus op Vlaanderen, de gemeenten met speciale regeling inbegrepen, Brussel-Hoofdstad en Wallonië. In het tweede deel wordt het decreet van 19 juli 1973 besproken “tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen”. Dit decreet is van toepassing op geheel het Nederlandse taalgebied, behalve de gemeenten met speciale regeling. Ten slotte wordt ingegaan op de specifieke regelingen voor het Franse taalgebied, uitgezonderd de gemeenten met speciale taalregeling, zoals bepaald door het decreet van 30 juni 1982.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Evidence based policing (CPS 2010 – 4 nr. 17)
Dit Cahier vormt een belangrijk naslagwerk voor politie, justitie en andere veiligheidsactoren. Weten ‘wat werkt’ en ‘wat niet werkt’ is immers van groot belang voor het vormgeven van veiligheidsbeleid.
Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?
Policing in Europe (CPS 2010 – 3, nr. 16)
Taking these observations into account, and in view of the Belgian Presidency of the Council of Europe that will start during the second part of 2010, the editorial board of the Journal of Police Studies decided that the time was ripe to present a theme issue on ‘Policing in Europe’. This volume is therefore based on two main questions. Firstly, what are the developments of the police and police cooperation in Europe at a supranational level? And secondly, what are the different reactions of police organisations in individual European countries to the process of European transnationalisation in terms of the design of and philosophy within their police organisation?

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)

Policing multiple communities (CPS 2010 – 2, nr. 15)

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)

Politieleiderschap (CPS 2010 – 1, nr. 14)

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De eigenlijke vrijstelling inzake btw (Reeks Beroepsvereniging voor boekhoudkundige beroepen, nr. 8)
Desalniettemin verrichten vrijgestelde btw-belastingplichtigen soms bijkomstig handelingen die wel met btw dienen te worden belast. Ze worden hierdoor gemengde btw-belastingplichtigen waardoor ze beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen.
Binnen het VAT-package krijgen deze vrijgestelde btw-belastingplichtigen bovendien vanaf 1/1/2010 te maken met nieuwe btw-verplichtingen in het kader van de intracommunautaire diensten die ze als ontvanger van de dienst ontvangen.
Er wordt in het bijzonder ingegaan op de nieuwe btw-verplichtingen voor advocaten. Deze verplichtingen gelden trouwens ook voor de andere vrijgestelde btw-belastingplichtigen zoals bijvoorbeeld notarissen en artsen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur. Hij is tevens verbonden als docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie BTW verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit van de master handelswetenschappen en bestuurskunde.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
The cross-over: An interdisciplinary approach to the study of victims of crime (Reeks Intervict)
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
The cross-over: An interdisciplinary approach to the study of victims of crime (Reeks Intervict)
The subject matter is diverse. A number of the articles discuss restorative justice procedures like victim-offender mediation. But the collection also includes an analysis of different interest groups representing victims, the controversies in implementing victim impact statements and even an article focusing on victims'' reactions to terrorist attacks by Al Qaeda. The book offers a fresh and insightful view of victims of crime and their interaction with the criminal justice procedure.
Antony Pemberton studied Political Science at Nijmegen University. He subsequently worked as a researcher and as a senior staff member of Dutch Victim Support.In 2007 he became a senior-researcher and project-manager at the International Victimology Institute (INTERVICT) of Tilburg University, where he has been involved in research into victims of terrorism, The EU Framework Decision on Victims of Crime, victims' needs and risk management in domestic violence. The Cross-over is his Ph D-thesis.
EU and International Crime Control. Topical Issues ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 4)
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
EU and International Crime Control. Topical Issues ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 4)
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 4 focuses on topical issues in EU and International Crime Control. The first five articles deal with intrinsic EU criminal policy aspects, including in its transatlantic cooperation with the US. The remaining three articles deal with anti money laundering control, counter-strategies of criminal organisations and police torture.
Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. New Empirical Data, Theories and Analyses ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 3)
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 3 provides new empirical data, theories and analyses on Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. Some articles in Volume 3 focus especially on issues of conceptualisation and measurement of key constructs in the study of security in its broadest meaning (from fear of crime to corruption) some articles present tests of theoretical models derived from theoretical criminology, and finally some articles focus on different institutional reactions towards crime and drug-related problems (e.g. policing, the conflict of interests between private companies and authorities and restorative justice).
Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. New Empirical Data, Theories and Analyses ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 3)
The Research Group Governance of Security wants to foster contemporary international discourses on issues of crime and crime control. Therefore, GofS started a Research Paper Series, combining theoretical and empirical articles on issues reflecting the research activities of GofS. This research group is collaboration between Ghent University and Ghent University College in Belgium. GofS is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
Volume 3 provides new empirical data, theories and analyses on Safety, Societal Problems and Citizens’ Perceptions. Some articles in Volume 3 focus especially on issues of conceptualisation and measurement of key constructs in the study of security in its broadest meaning (from fear of crime to corruption) some articles present tests of theoretical models derived from theoretical criminology, and finally some articles focus on different institutional reactions towards crime and drug-related problems (e.g. policing, the conflict of interests between private companies and authorities and restorative justice).

The Montrasec demo. A bench-mark for member state and EUautomated data collection and reporting on trafficking in human beings and sexual exploitation of children (IRCP-Series, vol. 36)
Building on the work undertaken in the previous SIAMSECT research, a practical IT-tool has been developed by which the three phenomena can be described, interpreted and analysed in an integrated and multidisciplinary fashion. The IT tool also provides National Rapporteurs or similar mechanisms with enhanced and uniform reporting capacity. Recognising the European Union’s emerging policy line, the MONTRASEC IT tool provides a building block by which the European Commission or a future European Monitoring Centre on THB can make horizontal comparison between the reports of the member states.
This book describes how a workable IT tool with contents based on international legal instruments and definitions concerning the three phenomena, has been designed and tested by a range of operational agencies in two separate EU member states. Critical questions relating to compliance with both member state and European data protection and privacy legislation are addressed alongside the need to ensure the highest possible levels of security for sensitive personal data relating to both victims and authors. Furthermore, a CD is attached to this book, containing a live demonstration of all the features and functions of the MONTRASEC IT tool.
“The MONTRASEC demo” shows that it is actually possible to move beyond theoretical discussions concerning data collection to a point where agencies operating in the field are prepared to work within a unified and consistent data collection regime, inputting “live” data which can thereafter be analysed at member state and European Union level.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and organisations working in the fields of trafficking in human beings, sexually exploited and missing children both in the European Union and in a broader international context. It will also appeal to the research community and anyone with an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.

The Montrasec demo. A bench-mark for member state and EUautomated data collection and reporting on trafficking in human beings and sexual exploitation of children (IRCP-Series, vol. 36)
Building on the work undertaken in the previous SIAMSECT research, a practical IT-tool has been developed by which the three phenomena can be described, interpreted and analysed in an integrated and multidisciplinary fashion. The IT tool also provides National Rapporteurs or similar mechanisms with enhanced and uniform reporting capacity. Recognising the European Union’s emerging policy line, the MONTRASEC IT tool provides a building block by which the European Commission or a future European Monitoring Centre on THB can make horizontal comparison between the reports of the member states.
This book describes how a workable IT tool with contents based on international legal instruments and definitions concerning the three phenomena, has been designed and tested by a range of operational agencies in two separate EU member states. Critical questions relating to compliance with both member state and European data protection and privacy legislation are addressed alongside the need to ensure the highest possible levels of security for sensitive personal data relating to both victims and authors. Furthermore, a CD is attached to this book, containing a live demonstration of all the features and functions of the MONTRASEC IT tool.
“The MONTRASEC demo” shows that it is actually possible to move beyond theoretical discussions concerning data collection to a point where agencies operating in the field are prepared to work within a unified and consistent data collection regime, inputting “live” data which can thereafter be analysed at member state and European Union level.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities and organisations working in the fields of trafficking in human beings, sexually exploited and missing children both in the European Union and in a broader international context. It will also appeal to the research community and anyone with an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.

Hoe punitief is België? (Reeks Panopticon Libri, nr. 2)
Hoe moeten we deze paradoxale tendensen begrijpen? Is er sprake van een verharding van het strafbeleid en waaruit zou dit dan blijken? Hoe verhoudt de bestraffingspraktijk zich tegenover de evoluerende criminaliteit? Wat is de visie van de burger over het straffen? Wordt er selectief opgetreden tegen bepaalde groepen in de samenleving? Hoe moeten we de samenhang zien met bredere maatschappelijke ontwikkelingen? Academici en bevoorrechte getuigen uit het bestraffingsveld geven in dit boek een eerste aanzet tot antwoord op deze vragen.
Met bijdragen van Tom Daems, Paul Ponsaers, Eric Maes, Kristof Verfaillie, Ivo Aertsen, Paul De Hert, Karen Meerschaut, Johan Sabbe, Freddy Troch, Freddy Pieters, Erika Fieuws, Martin Moerings en Kristel Beyens.

Hoe punitief is België? (Reeks Panopticon Libri, nr. 2)
Hoe moeten we deze paradoxale tendensen begrijpen? Is er sprake van een verharding van het strafbeleid en waaruit zou dit dan blijken? Hoe verhoudt de bestraffingspraktijk zich tegenover de evoluerende criminaliteit? Wat is de visie van de burger over het straffen? Wordt er selectief opgetreden tegen bepaalde groepen in de samenleving? Hoe moeten we de samenhang zien met bredere maatschappelijke ontwikkelingen? Academici en bevoorrechte getuigen uit het bestraffingsveld geven in dit boek een eerste aanzet tot antwoord op deze vragen.
Met bijdragen van Tom Daems, Paul Ponsaers, Eric Maes, Kristof Verfaillie, Ivo Aertsen, Paul De Hert, Karen Meerschaut, Johan Sabbe, Freddy Troch, Freddy Pieters, Erika Fieuws, Martin Moerings en Kristel Beyens.

Strafrechtshandhaving in België en Nederland. Uitgave ter gelegenheid van het eredoctoraat toegekend door de Universiteit Gent aan prof. Dr. Cyrille Fijnaut
Het eredoctoraat is een waardering voor de maatschappelijke impact van het werk van professor Fijnaut en de geregelde en intense samenwerkingsverbanden met de UGent, in het bijzonder in de vakgebieden criminologie en strafrecht en in het domein van de geschiedenis van het recht. Voorafgaand aan deze uitreiking vond de Belgisch-Nederlandse conferentie plaats over rechtshandhaving in beide landen. Deze uitgave bundelt de verschillende bijdragen van deze conferentie.

Strafrechtshandhaving in België en Nederland. Uitgave ter gelegenheid van het eredoctoraat toegekend door de Universiteit Gent aan prof. Dr. Cyrille Fijnaut
Het eredoctoraat is een waardering voor de maatschappelijke impact van het werk van professor Fijnaut en de geregelde en intense samenwerkingsverbanden met de UGent, in het bijzonder in de vakgebieden criminologie en strafrecht en in het domein van de geschiedenis van het recht. Voorafgaand aan deze uitreiking vond de Belgisch-Nederlandse conferentie plaats over rechtshandhaving in beide landen. Deze uitgave bundelt de verschillende bijdragen van deze conferentie.

Private Security Companies and Private Military Companies. A comparative and Economical Analysis (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. I)
In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.
Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.

Private Security Companies and Private Military Companies. A comparative and Economical Analysis (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. I)
In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.
Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.

Individu, omgeving en de verklaring van jeugdcrimineel gedrag. Een toets in twee stedelijke settings (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. II)
De studie zoekt een verklaring voor de individuele verschillen tussen jonge adolescenten in deze twee stedelijke settings, vanuit een gemeenschappelijk theoretisch raamwerk: de Situationele Actietheorie (SAT). Dit raamwerk houdt rekening met zowel omgevingsinvloeden (ongestructureerde vrije tijd) als individuele kenmerken (delinquentietolerantie en lage zelfcontrole) en met de wijze waarop individu en omgeving met elkaar interageren bij de totstandkoming van verschillen in delinquent gedrag. De centrale veronderstellingen uit deze theorie blijken in de beide settings de toets der praktijk te kunnen doorstaan.
Niels Declerck is Master in de Criminologische Wetenschappen (2009-UGent) en studeert momenteel de master in bedrijfseconomie optie overheidsmanagement (UGent). Zijn interesse in het vakgebied van de criminologie gaat uit naar jeugddelinquent gedrag en de verklaring ervan.
Prof. Dr. Lieven Pauwels is licentiaat in de Criminologische Wetenschappen (2000- UGent), Master in de Kwantitatieve Analyse voor de Sociale Wetenschappen (2002- KUB), Doctor in de Criminologische Wetenschappen (2006-UGent) en sinds 2007 benoemd als docent in het vakgebied Criminologie aan de UGent. Hij is geïnteresseerd in oorzakelijke vraagstukken in de criminologie, waaronder de ruimtelijke spreiding van onveiligheid en de empirische toetsing van criminologische verklaringsmodellen met betrekking tot delinquent gedrag, slachtofferschap en onveiligheidsbeleving.

Individu, omgeving en de verklaring van jeugdcrimineel gedrag. Een toets in twee stedelijke settings (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. II)
De studie zoekt een verklaring voor de individuele verschillen tussen jonge adolescenten in deze twee stedelijke settings, vanuit een gemeenschappelijk theoretisch raamwerk: de Situationele Actietheorie (SAT). Dit raamwerk houdt rekening met zowel omgevingsinvloeden (ongestructureerde vrije tijd) als individuele kenmerken (delinquentietolerantie en lage zelfcontrole) en met de wijze waarop individu en omgeving met elkaar interageren bij de totstandkoming van verschillen in delinquent gedrag. De centrale veronderstellingen uit deze theorie blijken in de beide settings de toets der praktijk te kunnen doorstaan.
Niels Declerck is Master in de Criminologische Wetenschappen (2009-UGent) en studeert momenteel de master in bedrijfseconomie optie overheidsmanagement (UGent). Zijn interesse in het vakgebied van de criminologie gaat uit naar jeugddelinquent gedrag en de verklaring ervan.
Prof. Dr. Lieven Pauwels is licentiaat in de Criminologische Wetenschappen (2000- UGent), Master in de Kwantitatieve Analyse voor de Sociale Wetenschappen (2002- KUB), Doctor in de Criminologische Wetenschappen (2006-UGent) en sinds 2007 benoemd als docent in het vakgebied Criminologie aan de UGent. Hij is geïnteresseerd in oorzakelijke vraagstukken in de criminologie, waaronder de ruimtelijke spreiding van onveiligheid en de empirische toetsing van criminologische verklaringsmodellen met betrekking tot delinquent gedrag, slachtofferschap en onveiligheidsbeleving.
A Handbook for measuring the costs and quality of access to justice
This handbook is developed by the Tilburg Institute for InterdisciplinaryStudies of Civil Law and Conflict Resolution Systems with support from the Hague Institute for Internationalisation of Law, Tilburg University and Utrecht University.
A Handbook for measuring the costs and quality of access to justice
This handbook is developed by the Tilburg Institute for InterdisciplinaryStudies of Civil Law and Conflict Resolution Systems with support from the Hague Institute for Internationalisation of Law, Tilburg University and Utrecht University.
De implementatie van de Europese Mediationrichtlijn: kans voor de Nederlandse wetgever?
Het boek is samengesteld n.a.v. het symposium over de implementatie van de Europese Richtlijn, dat georganiseerd werd door de Universiteit Utrecht binnen het kader van het Utrecht Mediation and Negotiation Programm, in samenwerking met het Ministerie van Justitie en het Nederlands Mediation Instituut.
De centrale vraag die voorligt is of de implementatie van de richtlijn aangegrepen moet worden om in Nederland te komen tot een wet die mediation op hoofdlijnen regelt, naar het voorbeeld van de Belgische wet. Een dergelijke kaderwet lijkt noodzakelijk voor het reguleren van een autonome positie van mediation in het Nederlandse rechtsbestel en zou de professie van de mediator beschermen en daarmee een einde maken aan een zekere wildgroei op dit terrein. Tijdens het symposium werd in het bijzonder aandacht geschonken aan de thema’s kwaliteitsborging en het verschoningsrecht.
Het boek sluit af met de integrale tekst van de Richtlijn alsmede de tekst van de Belgische Bemiddelingswet.
De implementatie van de Europese Mediationrichtlijn: kans voor de Nederlandse wetgever?
Het boek is samengesteld n.a.v. het symposium over de implementatie van de Europese Richtlijn, dat georganiseerd werd door de Universiteit Utrecht binnen het kader van het Utrecht Mediation and Negotiation Programm, in samenwerking met het Ministerie van Justitie en het Nederlands Mediation Instituut.
De centrale vraag die voorligt is of de implementatie van de richtlijn aangegrepen moet worden om in Nederland te komen tot een wet die mediation op hoofdlijnen regelt, naar het voorbeeld van de Belgische wet. Een dergelijke kaderwet lijkt noodzakelijk voor het reguleren van een autonome positie van mediation in het Nederlandse rechtsbestel en zou de professie van de mediator beschermen en daarmee een einde maken aan een zekere wildgroei op dit terrein. Tijdens het symposium werd in het bijzonder aandacht geschonken aan de thema’s kwaliteitsborging en het verschoningsrecht.
Het boek sluit af met de integrale tekst van de Richtlijn alsmede de tekst van de Belgische Bemiddelingswet.

Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen (Reeks Beroepsvereniging van boekhoudkundige Beroepen, nr. 7)
Tevens omvat het werk een aantal uiterst praktische modellen en voorbeelden die de beroepsbeoefenaar kunnen helpen bij het opstellen van de diverse verslagen.
Jos Van Wemmel is extern accountant, bedrijfsrevisor en Voorzitter van de Stagecommissie van het IAB.
Ann Lievyns is extern accountant en belastingconsulent.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen (Reeks Beroepsvereniging van boekhoudkundige Beroepen, nr. 7)
Tevens omvat het werk een aantal uiterst praktische modellen en voorbeelden die de beroepsbeoefenaar kunnen helpen bij het opstellen van de diverse verslagen.
Jos Van Wemmel is extern accountant, bedrijfsrevisor en Voorzitter van de Stagecommissie van het IAB.
Ann Lievyns is extern accountant en belastingconsulent.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Rechtspersonen – 4de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Rechtspersonen – 4de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Tax Fraud in Belgium. A Survey of Penal Tax Fraud Investigations (Reeks Politie praktijkboeken)
The Penal Tax Fraud Investigation will mostly be set up after a report from the Competent Tax Administration, although the police can also start an official investigation by making an official report. The essence of the Penal Investigation must necessarily concentrate on those essentials, from which it can be discerned that the person or company in question is guilty of tax fraud. This must be expressed from the diverse interrogations by the responsible tax officials, the suspects, the accomplices and the witnesses, and also from the various obtained information and the analysis of the data gathered. Furthermore, the diversity of taxes (Income Tax, VAT, Registration and Inheritance Taxes, Customs & Excise Taxes…) and also the variety of tax offences must be taken into account.
Penal Tax Investigation differs from case to case. Each case has it own specification. In spite of these conclusions it is possible to specify a series of procedures which can be followed in each case of Tax Fraud Investigation. The content of this book is focussed on the manner in which a Penal Tax Dossier may be composed and what essentials the Penal Dossier must contain. Daily cases of tax fraud are being treated, rather than the more advanced cases of tax fraud, such as VAT Carousels and Cash Fund Companies.
Geert Delrue is a Detective Commissioner at the Belgian Federal Police, Economic and Financial Crime Devision. During his career, he published many manuals for the use of the local and federal police forces in Belgium.
Tax Fraud in Belgium. A Survey of Penal Tax Fraud Investigations (Reeks Politie praktijkboeken)
The Penal Tax Fraud Investigation will mostly be set up after a report from the Competent Tax Administration, although the police can also start an official investigation by making an official report. The essence of the Penal Investigation must necessarily concentrate on those essentials, from which it can be discerned that the person or company in question is guilty of tax fraud. This must be expressed from the diverse interrogations by the responsible tax officials, the suspects, the accomplices and the witnesses, and also from the various obtained information and the analysis of the data gathered. Furthermore, the diversity of taxes (Income Tax, VAT, Registration and Inheritance Taxes, Customs & Excise Taxes…) and also the variety of tax offences must be taken into account.
Penal Tax Investigation differs from case to case. Each case has it own specification. In spite of these conclusions it is possible to specify a series of procedures which can be followed in each case of Tax Fraud Investigation. The content of this book is focussed on the manner in which a Penal Tax Dossier may be composed and what essentials the Penal Dossier must contain. Daily cases of tax fraud are being treated, rather than the more advanced cases of tax fraud, such as VAT Carousels and Cash Fund Companies.
Geert Delrue is a Detective Commissioner at the Belgian Federal Police, Economic and Financial Crime Devision. During his career, he published many manuals for the use of the local and federal police forces in Belgium.

De maatstaf van heffing en de tarieven inzake btw Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 6)
De praktijk leert dat hier veelvuldig fouten worden begaan.
In dit handboek wordt ingegaan op een aantal voor de praktijk veelvuldig voorkomende problemen.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en docent btw aan de Hogeschool Gent. Hij is lid van verschillende redactieraden en auteur van talrijke boeken.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

De maatstaf van heffing en de tarieven inzake btw Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 6)
De praktijk leert dat hier veelvuldig fouten worden begaan.
In dit handboek wordt ingegaan op een aantal voor de praktijk veelvuldig voorkomende problemen.
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën en docent btw aan de Hogeschool Gent. Hij is lid van verschillende redactieraden en auteur van talrijke boeken.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Human Rights and Biomedicine
In this publication, eminent scholars from a variety of disciplines (medicine, law, ethics, and philosophy) discuss the meaning of underlying principles of the Convention on Human Rights and Biomedicine (1997) and fundamental rights in healthcare, contemporary dilemmas in healthcare (policy) and the Convention’s impact on national health legislation and daily practice.
In particular, the following subjects are dealt with: Human Rights and Health Ethics; Equitable Access to Health Care; Medical Research; Human Genetics, and Organ Transplantation.
With contributions by Roberto Andorno, Tom Beauchamp, Martin Buijsen, Carlos Romeo-Casabona, Walter Devillé, Elmar Doppelfeld, André den Exter, Henk ten Have, Erwin Kompanje, Rick Lawson, Hilde Lindemann, Herman Nys, Jürgen Robienski, Jürgen Simon, Timothy Stoltzfus Jost.
André den Exter is a lecturer on health law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
Human Rights and Biomedicine
In this publication, eminent scholars from a variety of disciplines (medicine, law, ethics, and philosophy) discuss the meaning of underlying principles of the Convention on Human Rights and Biomedicine (1997) and fundamental rights in healthcare, contemporary dilemmas in healthcare (policy) and the Convention’s impact on national health legislation and daily practice.
In particular, the following subjects are dealt with: Human Rights and Health Ethics; Equitable Access to Health Care; Medical Research; Human Genetics, and Organ Transplantation.
With contributions by Roberto Andorno, Tom Beauchamp, Martin Buijsen, Carlos Romeo-Casabona, Walter Devillé, Elmar Doppelfeld, André den Exter, Henk ten Have, Erwin Kompanje, Rick Lawson, Hilde Lindemann, Herman Nys, Jürgen Robienski, Jürgen Simon, Timothy Stoltzfus Jost.
André den Exter is a lecturer on health law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon. (Libri 1) (Reeks Panopticon Libri, nr. 1)
Het boek kan gelezen worden als een mooie, vaak persoonsgebonden, reflectie over de evoluties die zich met betrekking tot de desbetreffende thema’s hebben voorgedaan gedurende de laatste dertig jaar. Zowel ervaren stemmen zijn hierbij te horen, als ook stemmen van personen die recenter het werkveld betraden. De veelheid en variatie aan perspectieven die dit met zich meebrengt, zorgt ervoor dat dit een erg rijk en gevuld boek is, soms een naslagwerk of zelfs een exhaustief overzicht, maar vaker een persoonlijk perspectief en een bron van inspiratie.
Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon. (Libri 1) (Reeks Panopticon Libri, nr. 1)
Het boek kan gelezen worden als een mooie, vaak persoonsgebonden, reflectie over de evoluties die zich met betrekking tot de desbetreffende thema’s hebben voorgedaan gedurende de laatste dertig jaar. Zowel ervaren stemmen zijn hierbij te horen, als ook stemmen van personen die recenter het werkveld betraden. De veelheid en variatie aan perspectieven die dit met zich meebrengt, zorgt ervoor dat dit een erg rijk en gevuld boek is, soms een naslagwerk of zelfs een exhaustief overzicht, maar vaker een persoonlijk perspectief en een bron van inspiratie.
Ondernemingsraad en ontslag (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 2)
Het boek geeft een beschrijving van bovengeschetste thematiek aan de hand van wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, rechtspraak, literatuur en relevante discussies daarin. Naast de descriptieve benadering wordt daarbij waar mogelijk een beschouwing gegeven, waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het wetenschappelijke discours. Het boek is daarmee niet alleen toegankelijk voor advocaten, leden van de rechterlijke macht, (bedrijfs)juristen, maar ook voor wetenschappers en anderen die zich (verder) wensen te verdiepen in de dwarsverbanden tussen WOR en ontslagrecht.
De auteurs zijn reeds jaren werkzaam op de in dit boek beschreven terreinen. Mr Bruno van Els houdt zich als advocaat al meer dan 20 jaar bezig met arbeids- en medezeggenschapsrecht. Dr Mr Drs Jan Heinsius is universitair docent Sociaal Recht aan de Universiteit van Leiden.
Meer info over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Ondernemingsraad en ontslag (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 2)
Het boek geeft een beschrijving van bovengeschetste thematiek aan de hand van wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, rechtspraak, literatuur en relevante discussies daarin. Naast de descriptieve benadering wordt daarbij waar mogelijk een beschouwing gegeven, waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het wetenschappelijke discours. Het boek is daarmee niet alleen toegankelijk voor advocaten, leden van de rechterlijke macht, (bedrijfs)juristen, maar ook voor wetenschappers en anderen die zich (verder) wensen te verdiepen in de dwarsverbanden tussen WOR en ontslagrecht.
De auteurs zijn reeds jaren werkzaam op de in dit boek beschreven terreinen. Mr Bruno van Els houdt zich als advocaat al meer dan 20 jaar bezig met arbeids- en medezeggenschapsrecht. Dr Mr Drs Jan Heinsius is universitair docent Sociaal Recht aan de Universiteit van Leiden.
Meer info over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

Confidentiality and victim-offender mediation (Reeks Intervict)
This book reports on a research project which studiedthe appropriate level of confidentiality that shouldapply to mediation-delivered information, regarding theout-of-court setting and the judicial context. Variousexceptions to the high level of confidentiality thatshould apply to the issues discussed in mediation aredeveloped. Additionally, it is explained how the thusadvocated scope of the principle of confidentialityshould be implemented in practice.

Confidentiality and victim-offender mediation (Reeks Intervict)
This book reports on a research project which studiedthe appropriate level of confidentiality that shouldapply to mediation-delivered information, regarding theout-of-court setting and the judicial context. Variousexceptions to the high level of confidentiality thatshould apply to the issues discussed in mediation aredeveloped. Additionally, it is explained how the thusadvocated scope of the principle of confidentialityshould be implemented in practice.

Guidelines to the auditor in prospectus and other related engagements (ICCI 2009 -3)
This book discusses the role of the auditor in conjunction with various parts of the prospectus. It intends to explain how the auditor has to organise and perform his work and how he has to report on the information required by the Law, the Prospectus Directive and the Regulation. In providing guidelines on the performance of the various audit tasks there is also some guidance on the nature, the content and the qualitative characteristics of the information which is reported on.
This guide also takes into account various other documents that give recommendations or advice on the application of the Regulation or on the auditor’s involvement in conjunction with the issuance of a prospectus under the Regulation. Such other documents were published by the Commi ee of European Securities Regulators (CESR) and by the Fédération des Experts Comptables Européens – Federation of European Accountants (FEE).

Guidelines to the auditor in prospectus and other related engagements (ICCI 2009 -3)
This book discusses the role of the auditor in conjunction with various parts of the prospectus. It intends to explain how the auditor has to organise and perform his work and how he has to report on the information required by the Law, the Prospectus Directive and the Regulation. In providing guidelines on the performance of the various audit tasks there is also some guidance on the nature, the content and the qualitative characteristics of the information which is reported on.
This guide also takes into account various other documents that give recommendations or advice on the application of the Regulation or on the auditor’s involvement in conjunction with the issuance of a prospectus under the Regulation. Such other documents were published by the Commi ee of European Securities Regulators (CESR) and by the Fédération des Experts Comptables Européens – Federation of European Accountants (FEE).
Reflectie op mediation
Wetenschappelijk is er relatief nog maar weinig bekend over mediation. Het verschijnsel mediation is een breed en gedeeltelijk nog onontgonnen terrein voor wat betreft wetenschappelijk en toegepast onderzoek. Een relevante vraag op het terrein van de toepassing is of hetgeen is afgesproken in een mediation door betrokkenen een aantal jaren later nog positief gewaardeerd wordt. Mediators vinden mediation een mooie methode voor confl ictoplossing. Vinden hun cliënten dit ook?
Naast mediation en spiritualiteit, de persoon van de mediator, de gewenste vaardigheden van de mediator en de aandacht voor onderzoek op het terrein van mediation is ook de stand van zaken met betrekking tot mediation in Nederland in deze uitgave behandeld.
Met bijdragen van Alex Brenninkmeijer, Alain Verbeke, Eric van Ginkel, Donald MacGillavry, Hugo Prein, Roderick Swaab, Liesbeth Tettero, Manon A. Schonewille, Martine de Voort, Linda Reijerkerk, Hermine Taal, Caroline Koetsenruijter, Annelies Klinefelter, Hans Jonker, Hester Montrée en Ton Jongbloed.
Reflectie op mediation
Wetenschappelijk is er relatief nog maar weinig bekend over mediation. Het verschijnsel mediation is een breed en gedeeltelijk nog onontgonnen terrein voor wat betreft wetenschappelijk en toegepast onderzoek. Een relevante vraag op het terrein van de toepassing is of hetgeen is afgesproken in een mediation door betrokkenen een aantal jaren later nog positief gewaardeerd wordt. Mediators vinden mediation een mooie methode voor confl ictoplossing. Vinden hun cliënten dit ook?
Naast mediation en spiritualiteit, de persoon van de mediator, de gewenste vaardigheden van de mediator en de aandacht voor onderzoek op het terrein van mediation is ook de stand van zaken met betrekking tot mediation in Nederland in deze uitgave behandeld.
Met bijdragen van Alex Brenninkmeijer, Alain Verbeke, Eric van Ginkel, Donald MacGillavry, Hugo Prein, Roderick Swaab, Liesbeth Tettero, Manon A. Schonewille, Martine de Voort, Linda Reijerkerk, Hermine Taal, Caroline Koetsenruijter, Annelies Klinefelter, Hans Jonker, Hester Montrée en Ton Jongbloed.
Data protection in EU and US Criminal Cooperation
Winner of the 2014 Siracusa Prize for Young Penalists
In this book three specific elements are joined in one research for the first
time. The protection of personal data in criminal matters as a first element
is studied in two relationships: the cooperation in criminal matters between
judicial and law enforcement authorities of the European Union member
states (including Europol and Eurojust) on the one hand and the cooperation
in criminal matters between the judicial and law enforcement authorities of
the European Union (including Europol and Eurojust) and the United States of
America on the other hand. This book offers answers to the central question
whether the European Union complies with her own standards of data
protection in these internal relations and in the transatlantic cooperation in
criminal matters.
The new framework decision on data protection in criminal matters that
entered into force early 2009 is a significant element in this research
alongside the agreement concluded between the European Union and the
United States on mutual assistance in criminal matters of which the entry
into force is equally planned for 2009.
The current circumstances are thus the perfect background for this research
that also reflects on the policy proposals of the European Union on justice
and home affairs for the period of 2010-2014.
Els De Busser is doctor at law, currently affiliated to the Department of
Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal
Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). This publication is the result of her
doctoral thesis.
Data protection in EU and US Criminal Cooperation
Winner of the 2014 Siracusa Prize for Young Penalists
In this book three specific elements are joined in one research for the first
time. The protection of personal data in criminal matters as a first element
is studied in two relationships: the cooperation in criminal matters between
judicial and law enforcement authorities of the European Union member
states (including Europol and Eurojust) on the one hand and the cooperation
in criminal matters between the judicial and law enforcement authorities of
the European Union (including Europol and Eurojust) and the United States of
America on the other hand. This book offers answers to the central question
whether the European Union complies with her own standards of data
protection in these internal relations and in the transatlantic cooperation in
criminal matters.
The new framework decision on data protection in criminal matters that
entered into force early 2009 is a significant element in this research
alongside the agreement concluded between the European Union and the
United States on mutual assistance in criminal matters of which the entry
into force is equally planned for 2009.
The current circumstances are thus the perfect background for this research
that also reflects on the policy proposals of the European Union on justice
and home affairs for the period of 2010-2014.
Els De Busser is doctor at law, currently affiliated to the Department of
Penal Law and Criminology, Institute for International Research on Criminal
Policy (IRCP), Ghent University (Belgium). This publication is the result of her
doctoral thesis.

Alternative Dispute Resolution in the Energy Sector (AIA – Association for International Arbitration Series)
This book covers the hot topics related to the Energy Charter Treaty not only from a theoretical point of view, but also from practical experiences in France, the United Kingdom and Belgium. Moreover, this publication is original in that it addresses the issue of soft law in investment arbitration and includes a fictional case elaborating on the influence of different interest groups in energy disputes.

Alternative Dispute Resolution in the Energy Sector (AIA – Association for International Arbitration Series)
This book covers the hot topics related to the Energy Charter Treaty not only from a theoretical point of view, but also from practical experiences in France, the United Kingdom and Belgium. Moreover, this publication is original in that it addresses the issue of soft law in investment arbitration and includes a fictional case elaborating on the influence of different interest groups in energy disputes.

Sociale zekerheid van ambtenaren en overheidswerknemers. Een onderzoek naar het proces van normalisering van het socialezekerheidsrecht in de sectoren Rijk, Gemeenten en Onderwijs
Dit proces staat bekend als normalisering van de rechtspositie van het overheidspersoneel en heeft ertoe geleid dat het socialezekerheidsrecht voor werknemers in de marktsector, zoals geregeld in de werknemersverzekeringen, van toepassing is geworden in de overheidssector.
In deze uitgave is nagegaan op welke onderdelen de socialezekerheidsrechtelijke positie van ambtenaren is gewijzigd door de toepassing van de werknemersverzekeringen in de overheidssector. Daarnaast is onderzocht in hoeverre het proces van normalisering heeft geleid tot een gelijke behandeling van ambtenaren en werknemers op het terrein van de sociale zekerheid. Dit boek biedt hierdoor inzicht in zowel de huidige socialezekerheidsrechtelijke positie van ambtenaren alsmede die uit het verleden.
De nadruk ligt daarbij op het personeel in de sectoren Rijk, Gemeenten en primair Onderwijs. De aanspraken ingeval van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid alsmede de uitvoering en financiering daarvan worden daarbij uitvoerig behandeld.
Om de gebruikswaarde en -vriendelijkheid van deze publicatie nog te verhogen, is zij voorzien van een uitgebreide bibliografie, een jurisprudentieregister en een exhaustief trefwoordenregister.
Linda Lanting studeerde rechten en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Aan deze universiteit verrichtte zij vervolgens enige jaren onderzoek bij de Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde. Tegenwoordig is zij universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Tilburg. Zij publiceert regelmatig over het socialezekerheidsrecht in de overheidssector. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek.
"Het onderzoek vult een zeer grote juridische leemte op die al zeer lang bestond."
TSR/RDS - Tijdschrift voor Sociaal Recht - Revue de Droit Social

Sociale zekerheid van ambtenaren en overheidswerknemers. Een onderzoek naar het proces van normalisering van het socialezekerheidsrecht in de sectoren Rijk, Gemeenten en Onderwijs
Dit proces staat bekend als normalisering van de rechtspositie van het overheidspersoneel en heeft ertoe geleid dat het socialezekerheidsrecht voor werknemers in de marktsector, zoals geregeld in de werknemersverzekeringen, van toepassing is geworden in de overheidssector.
In deze uitgave is nagegaan op welke onderdelen de socialezekerheidsrechtelijke positie van ambtenaren is gewijzigd door de toepassing van de werknemersverzekeringen in de overheidssector. Daarnaast is onderzocht in hoeverre het proces van normalisering heeft geleid tot een gelijke behandeling van ambtenaren en werknemers op het terrein van de sociale zekerheid. Dit boek biedt hierdoor inzicht in zowel de huidige socialezekerheidsrechtelijke positie van ambtenaren alsmede die uit het verleden.
De nadruk ligt daarbij op het personeel in de sectoren Rijk, Gemeenten en primair Onderwijs. De aanspraken ingeval van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid alsmede de uitvoering en financiering daarvan worden daarbij uitvoerig behandeld.
Om de gebruikswaarde en -vriendelijkheid van deze publicatie nog te verhogen, is zij voorzien van een uitgebreide bibliografie, een jurisprudentieregister en een exhaustief trefwoordenregister.
Linda Lanting studeerde rechten en geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Aan deze universiteit verrichtte zij vervolgens enige jaren onderzoek bij de Vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde. Tegenwoordig is zij universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Tilburg. Zij publiceert regelmatig over het socialezekerheidsrecht in de overheidssector. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek.
"Het onderzoek vult een zeer grote juridische leemte op die al zeer lang bestond."
TSR/RDS - Tijdschrift voor Sociaal Recht - Revue de Droit Social

Developing an EU level offence classification system. EU study to implement the Action Plan to measure crime and criminal justice (IRCP series, 34)
In March 2007, the European Commission, DG JLS, launched a call for tender for a “Study on the development of an EU level offence classification system and an assessment of its feasibility to supporting the implementation of the Action Plan to develop an EU strategy to measure crime and criminal justice” – The Crime Statistics Project (CSP). This book contains the fi nal report of that Project, conducted by Unisys Belgium and IRCP in the course of 2008-2009.
In the context of the project, EULOCS – the EU level offence classification system – was created. Its aim is not to become yet another compelling system that requires Member States to further harmonise domestic criminal law or to adjust national data models, but to be a reference index that could serve the different needs in the wider area of justice and home affairs. According to its authors, the area of justice and home affairs could benefi t from using EULOCS as a bench-mark, increasing the internal coherence of EU’s criminal policy.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the Union and from a broader international context. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in the production of meaningful and comparable data on crime and criminal justice in Europe.

Developing an EU level offence classification system. EU study to implement the Action Plan to measure crime and criminal justice (IRCP series, 34)
In March 2007, the European Commission, DG JLS, launched a call for tender for a “Study on the development of an EU level offence classification system and an assessment of its feasibility to supporting the implementation of the Action Plan to develop an EU strategy to measure crime and criminal justice” – The Crime Statistics Project (CSP). This book contains the fi nal report of that Project, conducted by Unisys Belgium and IRCP in the course of 2008-2009.
In the context of the project, EULOCS – the EU level offence classification system – was created. Its aim is not to become yet another compelling system that requires Member States to further harmonise domestic criminal law or to adjust national data models, but to be a reference index that could serve the different needs in the wider area of justice and home affairs. According to its authors, the area of justice and home affairs could benefi t from using EULOCS as a bench-mark, increasing the internal coherence of EU’s criminal policy.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the Union and from a broader international context. Undoubtedly, this book will be an asset to everyone who is involved in or taking an interest in the production of meaningful and comparable data on crime and criminal justice in Europe.
Chinese arbitration. A selection of pitfalls (AIA – Association for International Arbitration Series)
The President of AIA, Johan Billiet, highlights the differences between Chinese and ‘Western’ arbitration in his opening remarks. Fen He addresses the issue of mediation and arbitration in China whereas Patrick Zheng and Phillipe Billiet go into ICC arbitration in China. Axel Neelmeier compares the differences between CIETAC arbitration and other Asian institutions such as HKIAC, SIAC, KCAB, JCAA. Robert Pé offers a practical guide to recent developments in Chinese arbitration and Tony Zhang finally discusses the issue of recognition and enforcement of arbitral awards in China.
Chinese arbitration. A selection of pitfalls (AIA – Association for International Arbitration Series)
The President of AIA, Johan Billiet, highlights the differences between Chinese and ‘Western’ arbitration in his opening remarks. Fen He addresses the issue of mediation and arbitration in China whereas Patrick Zheng and Phillipe Billiet go into ICC arbitration in China. Axel Neelmeier compares the differences between CIETAC arbitration and other Asian institutions such as HKIAC, SIAC, KCAB, JCAA. Robert Pé offers a practical guide to recent developments in Chinese arbitration and Tony Zhang finally discusses the issue of recognition and enforcement of arbitral awards in China.
Productaansprakelijkheid – 2de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 18 (Nederlands Recht)
Productaansprakelijkheid – 2de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 18 (Nederlands Recht)

Recht in beweging. 16de VRG-Alumnidag 2009 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 6 maart 2009 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.

Recht in beweging. 16de VRG-Alumnidag 2009 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht is immers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "in goede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijke explosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappij enerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen. Nu de zestiende op rij.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 6 maart 2009 door niet minder dan 600 juristen beluisterd en besproken werden.
Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nog meer dan dat.
Wat doet de politie? (CPS 2009 – 4, nr. 13)
De gemeenschapsgerichte politiezorg werd het officiële denkkader in België, en de politie krijgt dus een brede dienstverlenende opdracht ten aanzien van de burger. Onderzoek toont aan dat de politie voor deze taak veel van haar middelen aanwendt en dat deze vormen van dienstverlening deel uitmaken van de lokale veiligheidsplannen. Anderzijds verwachten de overheden dat de politie veel investeert in de bestrijding van de zware vormen van criminaliteit. De vastgelegde prioriteiten van het nationaal veiligheidsplan getuigen hiervan. De basispolitie besteedt echter slechts 20% van haar capaciteit aan deze laatste opdracht. Dit Cahier biedt een concreet antwoord op de vraag wat de politie nu eigenlijk doet.
Wat doet de politie? (CPS 2009 – 4, nr. 13)
De gemeenschapsgerichte politiezorg werd het officiële denkkader in België, en de politie krijgt dus een brede dienstverlenende opdracht ten aanzien van de burger. Onderzoek toont aan dat de politie voor deze taak veel van haar middelen aanwendt en dat deze vormen van dienstverlening deel uitmaken van de lokale veiligheidsplannen. Anderzijds verwachten de overheden dat de politie veel investeert in de bestrijding van de zware vormen van criminaliteit. De vastgelegde prioriteiten van het nationaal veiligheidsplan getuigen hiervan. De basispolitie besteedt echter slechts 20% van haar capaciteit aan deze laatste opdracht. Dit Cahier biedt een concreet antwoord op de vraag wat de politie nu eigenlijk doet.

De relatie in de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank (CPS 2009 – 3, nr. 12)
In dit Cahier worden de horizontale, verticale en diagonale bindingen en knelpunten tussen politie, parket, onderzoeksrechter en zetel geduid. In het ganse proces van de strafrechtsketen zijn diverse actoren werkzaam i.f.v. het einddoel namelijk het leveren van een legitieme, efficiënte en effectieve strafvervolging en –uitvoering. Hoe deze actoren in interactie treden, wat de wettelijke bepalingen terzake zijn en of dit op de werkvloer al dan niet tot problemen aanleiding is, maakt de kernprobleemstelling uit van dit Cahier.

De relatie in de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank (CPS 2009 – 3, nr. 12)
In dit Cahier worden de horizontale, verticale en diagonale bindingen en knelpunten tussen politie, parket, onderzoeksrechter en zetel geduid. In het ganse proces van de strafrechtsketen zijn diverse actoren werkzaam i.f.v. het einddoel namelijk het leveren van een legitieme, efficiënte en effectieve strafvervolging en –uitvoering. Hoe deze actoren in interactie treden, wat de wettelijke bepalingen terzake zijn en of dit op de werkvloer al dan niet tot problemen aanleiding is, maakt de kernprobleemstelling uit van dit Cahier.
Restorative policing (CPS 2009 – 2, nr. 11)
This volume describes and conceptualises the incorporation of these restorative practices within day-to-day policing in the Low Countries, together with some practices from England and Wales. Some restorative practices involve the police responding to criminal offences, but passing the case on for mediation to other agencies. In other situations, the police are much more active within the restorative process, taking the role of mediator themselves. So police may undertake mediation, refer cases to mediation and/or signpost the possibility of mediation to the parties, depending on the situation and the schemes in place in each town and country.
Sinds Community (Oriented) Policing (COP) als officieel denkkader werd aanvaard in ons land is meer en meer het besef doorgedrongen dat de politie een brede dienstverlenende opdracht heeft ten aanzien van de bevolking. Op het kruispunt van herstelrecht en gemeenschapsgerichte politiezorg ontwikkelden zich de laatste jaren lokaal een aantal boeiende praktijken. Politiemensen spreken burgers hierbij aan om zelf in onderling overleg op zoek te gaan naar mogelijkheden tot herstel. In dit Cahier worden mogelijkheden van herstelgerichte praktijken op politieniveau verkend. Hierbij wordt gekeken naar praktijken in binnen- en buitenland en worden de resultaten van het beschikbare wetenschappelijk onderzoek onder de aandacht gebracht.
Restorative policing (CPS 2009 – 2, nr. 11)
This volume describes and conceptualises the incorporation of these restorative practices within day-to-day policing in the Low Countries, together with some practices from England and Wales. Some restorative practices involve the police responding to criminal offences, but passing the case on for mediation to other agencies. In other situations, the police are much more active within the restorative process, taking the role of mediator themselves. So police may undertake mediation, refer cases to mediation and/or signpost the possibility of mediation to the parties, depending on the situation and the schemes in place in each town and country.
Sinds Community (Oriented) Policing (COP) als officieel denkkader werd aanvaard in ons land is meer en meer het besef doorgedrongen dat de politie een brede dienstverlenende opdracht heeft ten aanzien van de bevolking. Op het kruispunt van herstelrecht en gemeenschapsgerichte politiezorg ontwikkelden zich de laatste jaren lokaal een aantal boeiende praktijken. Politiemensen spreken burgers hierbij aan om zelf in onderling overleg op zoek te gaan naar mogelijkheden tot herstel. In dit Cahier worden mogelijkheden van herstelgerichte praktijken op politieniveau verkend. Hierbij wordt gekeken naar praktijken in binnen- en buitenland en worden de resultaten van het beschikbare wetenschappelijk onderzoek onder de aandacht gebracht.

Politionele bestuurlijke informatiestromen (CPS 2009 – 1, nr. 10) (ISSN 1784-5300)
Dit Cahier zet de politiële bestuurlijke informatiestromen in de kijker, waarbij de diverse facetten en/of problemen waar politie bij het beheer van informatie mee te maken heeft op verschillende niveaus (federaal, arrondissementeel, provinciaal en lokaal) aan bod komen. Naast de resultaten van een recent wetenschappelijk onderzoek naar bestuurlijke informatiestromen wordt dit Cahier aangevuld met bijdragen van professionelen uit diverse hoeken zoals de privacycommissie, het comité P en leidinggevenden binnen verschillende bestuurlijke en politiële niveaus.

Politionele bestuurlijke informatiestromen (CPS 2009 – 1, nr. 10) (ISSN 1784-5300)
Dit Cahier zet de politiële bestuurlijke informatiestromen in de kijker, waarbij de diverse facetten en/of problemen waar politie bij het beheer van informatie mee te maken heeft op verschillende niveaus (federaal, arrondissementeel, provinciaal en lokaal) aan bod komen. Naast de resultaten van een recent wetenschappelijk onderzoek naar bestuurlijke informatiestromen wordt dit Cahier aangevuld met bijdragen van professionelen uit diverse hoeken zoals de privacycommissie, het comité P en leidinggevenden binnen verschillende bestuurlijke en politiële niveaus.

Onroerende verhuur met btw? Het kan!
De onroerende verhuur is in principe vrijgesteld van btw. Dit vormt voor investeerders die gebouwen optrekken om nadien te verhuren een zware kost vermits de voorbelasting niet aftrekbaar is.
Toch bestaan er in bepaalde gevallen mogelijkheden om met btw te verhuren. Dit boek geeft een overzicht van de mogelijkheden waarover investeerders beschikken om met btw te verhuren en op die manier de btw te recupereren.
Dit boek geeft een duidelijk afgelijnd overzicht van hoe het systeem werkt van een klassieke onroerende verhuur, de verhuur van garages en parking, opslagruimte, aparthotels enzovoort. Zowel de verhuur in de privésector als de verhuur in de openbare sector (concessies) komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Huur en van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed. Hij doceert de grondige studie van de btw aan de Hogeschool Gent.

Onroerende verhuur met btw? Het kan!
De onroerende verhuur is in principe vrijgesteld van btw. Dit vormt voor investeerders die gebouwen optrekken om nadien te verhuren een zware kost vermits de voorbelasting niet aftrekbaar is.
Toch bestaan er in bepaalde gevallen mogelijkheden om met btw te verhuren. Dit boek geeft een overzicht van de mogelijkheden waarover investeerders beschikken om met btw te verhuren en op die manier de btw te recupereren.
Dit boek geeft een duidelijk afgelijnd overzicht van hoe het systeem werkt van een klassieke onroerende verhuur, de verhuur van garages en parking, opslagruimte, aparthotels enzovoort. Zowel de verhuur in de privésector als de verhuur in de openbare sector (concessies) komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid van Fiscalnet, het Tijdschrift Huur en van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed. Hij doceert de grondige studie van de btw aan de Hogeschool Gent.
The new EU directive on mediation (AIA – Association for International Arbitration Series)
The reader will find some typical mediation related aspects critically discussed.
strong>Philippe Billiet and Ewa Kurlanda introduce the reader to the rise of the European pro-mediation idea and the characteristics of the New Mediation Directive. The Directive itself are being assessed more critically by Phillip Howell-Richardson. Frank Fleerackers presents the way how the training of mediators (one of the key rules of the New Mediation Directive) should be implemented into the European education practice of mediators. Ivan Verougstraete, president of Gemme, discusses the task and possibilities of judges to invite parties to participate in mediation. At last, this work provides some comparative discussions of the European, American and Chinese perspectives on mediation and mediation practices. William O’Brian assesses how European mediation can be improved by looking at some American mediation issues. Li Mingqian demonstrates how far Chinese mediation perspectives can be reconciled with the current European mediation philosophy.
The new EU directive on mediation (AIA – Association for International Arbitration Series)
The reader will find some typical mediation related aspects critically discussed.
strong>Philippe Billiet and Ewa Kurlanda introduce the reader to the rise of the European pro-mediation idea and the characteristics of the New Mediation Directive. The Directive itself are being assessed more critically by Phillip Howell-Richardson. Frank Fleerackers presents the way how the training of mediators (one of the key rules of the New Mediation Directive) should be implemented into the European education practice of mediators. Ivan Verougstraete, president of Gemme, discusses the task and possibilities of judges to invite parties to participate in mediation. At last, this work provides some comparative discussions of the European, American and Chinese perspectives on mediation and mediation practices. William O’Brian assesses how European mediation can be improved by looking at some American mediation issues. Li Mingqian demonstrates how far Chinese mediation perspectives can be reconciled with the current European mediation philosophy.
Readings on Criminal Justice, Criminal Law & Policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 2)
Gofs is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
This Series will appear annually comprising current perspectives especially on policing, law and regulation, governance initiatives on the European level, financial and economic crimes, drugs and drug related issues, research methods in the study of crime and crime control, new criminal phenomena, and theoretical criminology, written by members of the Research Group Governance of Security.
Maklu Quality Label: The Series contains articles that have been submitted to international double blind peer review by internationally renowned scholars.
Readings on Criminal Justice, Criminal Law & Policing ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 2)
Gofs is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
This Series will appear annually comprising current perspectives especially on policing, law and regulation, governance initiatives on the European level, financial and economic crimes, drugs and drug related issues, research methods in the study of crime and crime control, new criminal phenomena, and theoretical criminology, written by members of the Research Group Governance of Security.
Maklu Quality Label: The Series contains articles that have been submitted to international double blind peer review by internationally renowned scholars.

Europese spelregels voor sport. Overzicht van het Europees sportbeleid in wording en de toepassing van het Europees recht op sport
- dopingreglementering,
- selectiecriteria voor internationale competities,
- voetbalmakelaars,
- collectieve verkoop van sportuitzendrechten,
- ticketverkoop,
- het vrijgeven van spelers voor nationale ploegen,
- transferregels,
- nationaliteitsclausules,
Daarbij wordt niet alleen de concrete toepassing van de Europese regels inzake vrij verkeer en mededinging behandeld, maar wordt een ruimer analysekader geschetst dat een antwoord moet bieden op de vraag of een sportregel al dan niet strijdig is met het Europees recht. Omdat zowel de concrete rechtsregels als het ruimere beleidskader aan bod komen, vormt dit boek niet alleen voor elke rechtspracticus een zeer belangrijke inspiratiebron, maar ook voor beleidsverantwoordelijken, sportverenigingen en eenieder die meer wil weten over de groeiende verhouding tussen ‘Europa’ en de sportwereld.
Maklu Quality Label: This publication has been submitted to a double blind peer review procedure according to international academic standards.
An Vermeersch is verbonden aan het Europees Instituut van de Universiteit Gent. Deze uitgave is het resultaat van heet promotieonderzoek.

Europese spelregels voor sport. Overzicht van het Europees sportbeleid in wording en de toepassing van het Europees recht op sport
- dopingreglementering,
- selectiecriteria voor internationale competities,
- voetbalmakelaars,
- collectieve verkoop van sportuitzendrechten,
- ticketverkoop,
- het vrijgeven van spelers voor nationale ploegen,
- transferregels,
- nationaliteitsclausules,
Daarbij wordt niet alleen de concrete toepassing van de Europese regels inzake vrij verkeer en mededinging behandeld, maar wordt een ruimer analysekader geschetst dat een antwoord moet bieden op de vraag of een sportregel al dan niet strijdig is met het Europees recht. Omdat zowel de concrete rechtsregels als het ruimere beleidskader aan bod komen, vormt dit boek niet alleen voor elke rechtspracticus een zeer belangrijke inspiratiebron, maar ook voor beleidsverantwoordelijken, sportverenigingen en eenieder die meer wil weten over de groeiende verhouding tussen ‘Europa’ en de sportwereld.
Maklu Quality Label: This publication has been submitted to a double blind peer review procedure according to international academic standards.
An Vermeersch is verbonden aan het Europees Instituut van de Universiteit Gent. Deze uitgave is het resultaat van heet promotieonderzoek.
Het verbod van leonijns beding en zijn invloed op de geldigheid van puts, calls en portageovereenkomsten
"De overeenkomst die aan een van de vennoten de gehele winst toekent, is nietig.Hetzelfde geldt voor het beding waarbij de gelden of goederen, door een of meer van de vennoten in de vennootschap ingebracht, worden vrijgesteld van elke bijdrage in het verlies." (Artikel 32 W.Venn.)
Dit boek behandelt de problematiek van het verbod van leeuwenbeding, belicht dit eveneens vanuit een rechtsvergelijkend perspectief en zet daarmee de deur opnieuw open voor een nieuwe en vruchtbare discussie over de beginselen van ons vennootschapsrechtelijk denken. De herijking van het Belgische vennootschapsrecht is op bepaalde gebieden immers meer dan wenselijk. Dit boek is een nuttig naslagwerk voor de praktizijnen die slagkrachtige en zeer actuele munitie zoeken om in hun geschillenpraktijk het “leonijnse spook” te bestrijden. Het zal echter ook een passende consultatiebron zijn waaruit de jurist bij het opstellen van optieovereenkomsten praktische informatie kan putten om de mogelijke nietigheidssancties te ontlopen. Voor de academicus is dit werk een interessante voedingsbodem, om de aloude discussie over de beginselen van het vennootschapsrecht weer op gang te brengen en zodoende te helpen ons vennootschapsrecht te moderniseren. In dit boek is de meest actuele rechtspraak over deze materie geïntegreerd en becommentarieerd.
Het verbod van leonijns beding en zijn invloed op de geldigheid van puts, calls en portageovereenkomsten
"De overeenkomst die aan een van de vennoten de gehele winst toekent, is nietig.Hetzelfde geldt voor het beding waarbij de gelden of goederen, door een of meer van de vennoten in de vennootschap ingebracht, worden vrijgesteld van elke bijdrage in het verlies." (Artikel 32 W.Venn.)
Dit boek behandelt de problematiek van het verbod van leeuwenbeding, belicht dit eveneens vanuit een rechtsvergelijkend perspectief en zet daarmee de deur opnieuw open voor een nieuwe en vruchtbare discussie over de beginselen van ons vennootschapsrechtelijk denken. De herijking van het Belgische vennootschapsrecht is op bepaalde gebieden immers meer dan wenselijk. Dit boek is een nuttig naslagwerk voor de praktizijnen die slagkrachtige en zeer actuele munitie zoeken om in hun geschillenpraktijk het “leonijnse spook” te bestrijden. Het zal echter ook een passende consultatiebron zijn waaruit de jurist bij het opstellen van optieovereenkomsten praktische informatie kan putten om de mogelijke nietigheidssancties te ontlopen. Voor de academicus is dit werk een interessante voedingsbodem, om de aloude discussie over de beginselen van het vennootschapsrecht weer op gang te brengen en zodoende te helpen ons vennootschapsrecht te moderniseren. In dit boek is de meest actuele rechtspraak over deze materie geïntegreerd en becommentarieerd.

Schijnzelfstandigheid bij advocaten
Dit boek geeft, na een afbakening van het onderwerp, een kritische en analytische evaluatie van Titel XIII (Aard van de arbeidsrelaties) van de Programmawet van 27 december 2006. Hierbij krijgt de rechtspracticus een overzicht van de heersende rechtspraak en rechtsleer terzake, voorzien van de nodige duiding en commentaar.
Vervolgens wordt de problematiek meer specifiek onderzocht bij de advocatuur, die in het begin van deze eeuw steeds meer geconfronteerd werd met schijnzelfstandigheid. De rechtspositie van de advocaat in de nieuwe wetgeving wordt uiteengezet met aandacht naar het statuut van de advocaat in België en zijn buurlanden.
Vanuit rechtspraktisch oogpunt formuleert dit werk ten slotte een antwoord op de vraag of de nieuwe wetgeving een passende oplossing is ter bestrijding van de schijnzelfstandigheid en/of ze al dan niet noodzakelijk is, in het bijzonder bij de advocatuur.
Grégory Lauwers studeerde Rechten aan de Universiteit Gent. Hij is advocaat aan de balie te Gent, waar hij actief is onder andere als lid van de Commissie van de stagiairs en van de Vlaamse Conferentie. Hij is medewerker in het Advocatenkantoor Th. Lauwers te Sint-Martens-Latem, dat gespecialiseerd is in het fi scaal recht (www.lauwers-law.be).
Voor deze uitgave ontving hij in 2008 de Herman De Croo-onderscheiding.

Schijnzelfstandigheid bij advocaten
Dit boek geeft, na een afbakening van het onderwerp, een kritische en analytische evaluatie van Titel XIII (Aard van de arbeidsrelaties) van de Programmawet van 27 december 2006. Hierbij krijgt de rechtspracticus een overzicht van de heersende rechtspraak en rechtsleer terzake, voorzien van de nodige duiding en commentaar.
Vervolgens wordt de problematiek meer specifiek onderzocht bij de advocatuur, die in het begin van deze eeuw steeds meer geconfronteerd werd met schijnzelfstandigheid. De rechtspositie van de advocaat in de nieuwe wetgeving wordt uiteengezet met aandacht naar het statuut van de advocaat in België en zijn buurlanden.
Vanuit rechtspraktisch oogpunt formuleert dit werk ten slotte een antwoord op de vraag of de nieuwe wetgeving een passende oplossing is ter bestrijding van de schijnzelfstandigheid en/of ze al dan niet noodzakelijk is, in het bijzonder bij de advocatuur.
Grégory Lauwers studeerde Rechten aan de Universiteit Gent. Hij is advocaat aan de balie te Gent, waar hij actief is onder andere als lid van de Commissie van de stagiairs en van de Vlaamse Conferentie. Hij is medewerker in het Advocatenkantoor Th. Lauwers te Sint-Martens-Latem, dat gespecialiseerd is in het fi scaal recht (www.lauwers-law.be).
Voor deze uitgave ontving hij in 2008 de Herman De Croo-onderscheiding.
Contemporary Issues in the Empirical Study of Crime ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 1)
Gofs is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
This Series will appear annually comprising current perspectives especially on policing, law and regulation, governance initiatives on the European level, financial and economic crimes, drugs and drug related issues, research methods in the study of crime and crime control, new criminal phenomena, and theoretical criminology, written by members of the Research Group Governance of Security.
Maklu Quality Label: The Series contains articles that have been submitted to international double blind peer review by internationally renowned scholars.
Contemporary Issues in the Empirical Study of Crime ((GofS) – Governance of Security Research Paper Series, Vol. 1)
Gofs is concentrating its research around the study of administrative and judicial policy that has been developed with respect to new issues of crime and insecurity.
This Series will appear annually comprising current perspectives especially on policing, law and regulation, governance initiatives on the European level, financial and economic crimes, drugs and drug related issues, research methods in the study of crime and crime control, new criminal phenomena, and theoretical criminology, written by members of the Research Group Governance of Security.
Maklu Quality Label: The Series contains articles that have been submitted to international double blind peer review by internationally renowned scholars.

Kustzonebeleid: samen in zee? Beleidsprocessen voor Belgische mariene beschermde gebieden en het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan Strand en Dijk
Het bevat een grondige wetenschappelijke analyse van twee beleidsprocessen: de afbakening van de mariene beschermde gebieden in België en de opmaak van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan Strand en Dijk. Het boek analyseert telkens het wettelijke kader en de concrete toepassing ervan.
De centrale onderzoeksvraag is de wijze waarop de beleidsprocessen verlopen en welke rol participatie hierbij speelt. Om deze vraag te beantwoorden, werkten de onderzoekers met literatuurstudie, documentenanalyse en een reeks diepte-interviews met vertegenwoordigers uit overheid (politiek en ambtelijk), middenveld en markt.
In de beschrijving van de beleidsprocessen gaat zowel aandacht naar de rol van actoren en coalities (netwerken), de verdeling van macht, de vigerende spelregels als de gehanteerde beleidsdiscoursen. Dit boek is inspirerend voor zowel wetenschappers, beleidsmensen als gebruikers van de zee.

Kustzonebeleid: samen in zee? Beleidsprocessen voor Belgische mariene beschermde gebieden en het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan Strand en Dijk
Het bevat een grondige wetenschappelijke analyse van twee beleidsprocessen: de afbakening van de mariene beschermde gebieden in België en de opmaak van het Provinciaal Ruimtelijk Uitvoeringsplan Strand en Dijk. Het boek analyseert telkens het wettelijke kader en de concrete toepassing ervan.
De centrale onderzoeksvraag is de wijze waarop de beleidsprocessen verlopen en welke rol participatie hierbij speelt. Om deze vraag te beantwoorden, werkten de onderzoekers met literatuurstudie, documentenanalyse en een reeks diepte-interviews met vertegenwoordigers uit overheid (politiek en ambtelijk), middenveld en markt.
In de beschrijving van de beleidsprocessen gaat zowel aandacht naar de rol van actoren en coalities (netwerken), de verdeling van macht, de vigerende spelregels als de gehanteerde beleidsdiscoursen. Dit boek is inspirerend voor zowel wetenschappers, beleidsmensen als gebruikers van de zee.

Openbare besturen en het nieuwe btw-statuut
De openbaresector opereert vandaag meer en meer ineen concurrerende omgeving waarbinnenklantgerichtheid, competitiviteit, kwaliteit enefficiëntie belangrijk worden.
De not for profit sector kan niet meer louterfunctioneren door subsidies of anderesteunmaatregelen. De for profit sector kanzich niet permitteren om een onethischgedrag of imago te hebben. Beiden tredenmet elkaar in concurrentie. Zij verrichteneconomische activiteiten.
Dit handboek heeftde verdienste de technische regels inzake btwpraktisch te vertalen tot een in de praktijkbruikbaar instrument.

Openbare besturen en het nieuwe btw-statuut
De openbaresector opereert vandaag meer en meer ineen concurrerende omgeving waarbinnenklantgerichtheid, competitiviteit, kwaliteit enefficiëntie belangrijk worden.
De not for profit sector kan niet meer louterfunctioneren door subsidies of anderesteunmaatregelen. De for profit sector kanzich niet permitteren om een onethischgedrag of imago te hebben. Beiden tredenmet elkaar in concurrentie. Zij verrichteneconomische activiteiten.
Dit handboek heeftde verdienste de technische regels inzake btwpraktisch te vertalen tot een in de praktijkbruikbaar instrument.

Voordelen van alle aard, kosten eigen aan de werkgever en sociale voordelen. Fiscale en boekhoudkundige analyse inzake btw en inkomstenbelastingen
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, docent BTW (C.B.O. BTW Antwerpen) en auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij bereidt een doctoraat voor inzake btw (Universiteit Gent). Hij doceert het vak “grondige studie BTW” in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde van de Hogeschool Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën. Hij is werkzaam als docent vennootschapsbelasting bij het Centrum voor beroepsopleiding (sector directe belastingen) te Antwerpen. Hij is tevens auteur van diverse fiscale boeken en gidsen.

Voordelen van alle aard, kosten eigen aan de werkgever en sociale voordelen. Fiscale en boekhoudkundige analyse inzake btw en inkomstenbelastingen
Stefan Ruysschaert is eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, docent BTW (C.B.O. BTW Antwerpen) en auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij bereidt een doctoraat voor inzake btw (Universiteit Gent). Hij doceert het vak “grondige studie BTW” in de master Handelswetenschappen en bestuurskunde van de Hogeschool Gent.
Wim Van Kerchove is eerstaanwezend inspecteur bij de FOD Financiën. Hij is werkzaam als docent vennootschapsbelasting bij het Centrum voor beroepsopleiding (sector directe belastingen) te Antwerpen. Hij is tevens auteur van diverse fiscale boeken en gidsen.
De Awb in het ambtenarenrecht (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 5) (Nederlands Recht) (2012)
Het formele ambtenarenrecht, oftewel het procesrecht, betreft de regels waarlangs het materiële ambtenarenrecht (uiteindelijk) tot uitdrukking komt.
Met vele voorbeelden en verwijzingen naar literatuur en jurisprudentie wordt op systematische wijze het procesrecht (Awb) voor ambtenaren besproken. Begrippen als besluit, belanghebbende, bezwaar, beroep en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur komen aan de orde.
Tevens wordt aandacht besteed aan de diverse soorten procedures bij verschillende instanties.
Dit vijfde deel in deze reeks is een onmisbaar naslagwerk geworden voor zowel overheidsjuristen als advocaten en andere rechtshulpverleners.
De Awb in het ambtenarenrecht (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 5) (Nederlands Recht) (2012)
Het formele ambtenarenrecht, oftewel het procesrecht, betreft de regels waarlangs het materiële ambtenarenrecht (uiteindelijk) tot uitdrukking komt.
Met vele voorbeelden en verwijzingen naar literatuur en jurisprudentie wordt op systematische wijze het procesrecht (Awb) voor ambtenaren besproken. Begrippen als besluit, belanghebbende, bezwaar, beroep en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur komen aan de orde.
Tevens wordt aandacht besteed aan de diverse soorten procedures bij verschillende instanties.
Dit vijfde deel in deze reeks is een onmisbaar naslagwerk geworden voor zowel overheidsjuristen als advocaten en andere rechtshulpverleners.
WW en ontslag (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 3 (Nederlands Recht)
Hierdoor is een gedegen handboek tot stand gekomen, dat zowel in de praktijk als in wetenschap en onderwijs van dienst zal zijn.
WW en ontslag (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 3 (Nederlands Recht)
Hierdoor is een gedegen handboek tot stand gekomen, dat zowel in de praktijk als in wetenschap en onderwijs van dienst zal zijn.

Arbitration and Mediation in the ACP-EU Relations
Least developed nations tend to represent a vulnerable side in trade relations with greater economies, increasing a need for encouraging the use of responsible trade practices to create integration in a fairly manner supporting the most vulnerable as well as guaranteeing the investments, where arbitration and mediation mechanisms play a decisive roll providing with an alternative to the imparity of justice administration in the different regions.
The Association for International Arbitration (AIA) was founded in order to promote Arbitration and increase the level of knowledge about Alternative Dispute Resolutions.This book is the result of a conference held in October 2007.The contributions are written by international experts and based on analytical insights and research of new tendencies that provide in-depth information. The theme is a vital issue for arbitration services users and practitioners and also an interesting topic for scholars and students.

Arbitration and Mediation in the ACP-EU Relations
Least developed nations tend to represent a vulnerable side in trade relations with greater economies, increasing a need for encouraging the use of responsible trade practices to create integration in a fairly manner supporting the most vulnerable as well as guaranteeing the investments, where arbitration and mediation mechanisms play a decisive roll providing with an alternative to the imparity of justice administration in the different regions.
The Association for International Arbitration (AIA) was founded in order to promote Arbitration and increase the level of knowledge about Alternative Dispute Resolutions.This book is the result of a conference held in October 2007.The contributions are written by international experts and based on analytical insights and research of new tendencies that provide in-depth information. The theme is a vital issue for arbitration services users and practitioners and also an interesting topic for scholars and students.

Recht van kabels en leidingen (Nederlands Recht)
Voor het antwoord op deze en vele andere vragen moet men zijn weg kennen op verschillende terreinen in het privaat en publiek recht. Hierbij komt heel wat specifieke regelgeving kijken, zoals de recente “Grondroerdersregeling” , de aangepaste Telecomwet, de Belemmeringenwet Privaatrecht, de Algemene Maatregel van Bestuur inzake registratie van gegevens van buisleidingen, en verschillende nadeelcompensatieregelingen.
Met voorliggend boek hebben we dit kluwen willen ontwarren en een toegankelijke gids willen schrijven door deze rechtsvragen heen.
De auteurs zijn allen verbonden aan het advocatenkantoor Boekel De Nerée, Amsterdam.

Recht van kabels en leidingen (Nederlands Recht)
Voor het antwoord op deze en vele andere vragen moet men zijn weg kennen op verschillende terreinen in het privaat en publiek recht. Hierbij komt heel wat specifieke regelgeving kijken, zoals de recente “Grondroerdersregeling” , de aangepaste Telecomwet, de Belemmeringenwet Privaatrecht, de Algemene Maatregel van Bestuur inzake registratie van gegevens van buisleidingen, en verschillende nadeelcompensatieregelingen.
Met voorliggend boek hebben we dit kluwen willen ontwarren en een toegankelijke gids willen schrijven door deze rechtsvragen heen.
De auteurs zijn allen verbonden aan het advocatenkantoor Boekel De Nerée, Amsterdam.
Mediation is volwassen! Actuele toepassingen en ontwikkelingen
In een eerste hoofdstuk duiden zij het belang van deze ontwikkelingen voor zowel de publieke als de private sector, en gaan in op de verhouding met de rechtspraktijk. Behalve de trends zelf, worden ook de randvoorwaarden voor een adequate uitvoering van mediation in kaart gebracht.
In een tweede hoofdstuk worden specifieke domeinen van mediation besproken. Steeds wordt de stand van zaken weergegeven, welke problemen er zich nog voordoen en welke mogelijke oplossingen er bestaan.
De auteurs gaan onder meer in op mediation bij scheidingen, bij conflicten in bedrijven en ontslag, in de zorg, bij jeugdstrafrecht en bij internationale conflicten.
Ook wordt de praktijk van mediation in Nederland en België vergeleken.
Ten slotte is een hoofdstuk gewijd aan recente benaderingen bij mediation. Hier wordt bijvoorbeeld ingegaan op praktische problemen bij de vrijwilligheid, bij niet-gemotiveerde of lastige partijen en worden de principes van oplossingsgerichte mediation behandeld.
Het boek als geheel geeft een actueel overzicht van de hedendaagse mediationpraktijk. Het biedt naast enige beschouwende hoofdstukken waardevolle bijdragen aan de alledaagse uitvoering van mediation.
Volledige auteursinformatie
Mediation is volwassen! Actuele toepassingen en ontwikkelingen
In een eerste hoofdstuk duiden zij het belang van deze ontwikkelingen voor zowel de publieke als de private sector, en gaan in op de verhouding met de rechtspraktijk. Behalve de trends zelf, worden ook de randvoorwaarden voor een adequate uitvoering van mediation in kaart gebracht.
In een tweede hoofdstuk worden specifieke domeinen van mediation besproken. Steeds wordt de stand van zaken weergegeven, welke problemen er zich nog voordoen en welke mogelijke oplossingen er bestaan.
De auteurs gaan onder meer in op mediation bij scheidingen, bij conflicten in bedrijven en ontslag, in de zorg, bij jeugdstrafrecht en bij internationale conflicten.
Ook wordt de praktijk van mediation in Nederland en België vergeleken.
Ten slotte is een hoofdstuk gewijd aan recente benaderingen bij mediation. Hier wordt bijvoorbeeld ingegaan op praktische problemen bij de vrijwilligheid, bij niet-gemotiveerde of lastige partijen en worden de principes van oplossingsgerichte mediation behandeld.
Het boek als geheel geeft een actueel overzicht van de hedendaagse mediationpraktijk. Het biedt naast enige beschouwende hoofdstukken waardevolle bijdragen aan de alledaagse uitvoering van mediation.
Volledige auteursinformatie
Collectief en meervoudig ontslag (Reeks Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel I)
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek behandelt de reeks Arbeidsrechtelijkefacetten van (grensoverschijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het eerste is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Bedrijfseconomisch ontslag, Sociaal plan en Overgang van onderneming.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht worden gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door ook de internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen tussen beide landen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema collectief en meervoudig ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
Collectief en meervoudig ontslag (Reeks Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel I)
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek behandelt de reeks Arbeidsrechtelijkefacetten van (grensoverschijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het eerste is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Bedrijfseconomisch ontslag, Sociaal plan en Overgang van onderneming.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht worden gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door ook de internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen tussen beide landen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema collectief en meervoudig ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
Praktijkboek beroepsgeheim en informatieverstrekking in de zorg (Nederlands Recht)
Mw. Mr. Dr. W.L.J.M. (Wilma) Duijst studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechten aan de Open Universiteit Nederland. In 2005 promoveerde zij op het proefschrift ‘Boeven in het ziekenhuis, Een juridische beschouwing over de verhouding tussen het medisch beroepsgeheim en de opsporing van strafbare feiten’. Zij doceert strafrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en is onder meer betrokken bij de opleiding voor huisartsen, kinderartsen en justitiële geneeskundigen. Daarnaast is zij forensisch geneeskundige in de regio Ijsselland en is plaatsvervangend (straf ) rechter bij de rechtbank Arnhem.
Praktijkboek beroepsgeheim en informatieverstrekking in de zorg (Nederlands Recht)
Mw. Mr. Dr. W.L.J.M. (Wilma) Duijst studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechten aan de Open Universiteit Nederland. In 2005 promoveerde zij op het proefschrift ‘Boeven in het ziekenhuis, Een juridische beschouwing over de verhouding tussen het medisch beroepsgeheim en de opsporing van strafbare feiten’. Zij doceert strafrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en is onder meer betrokken bij de opleiding voor huisartsen, kinderartsen en justitiële geneeskundigen. Daarnaast is zij forensisch geneeskundige in de regio Ijsselland en is plaatsvervangend (straf ) rechter bij de rechtbank Arnhem.
Rechten en plichten van de ambtenaar (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 2) (Nederlands Recht)
Aan de aanstelling, arbeidsduur, werktijden, vakantieverlof, buitengewoon verlof, plichtsverzuim en ontslag - om slechts een aantal te noemen - worden in de verschillende reglementen afzonderlijke hoofdstukken gewijd.
Naast die uitgewerkte onderwerpen heeft de ambtenaar echter nog een relatief groot aantal andere rechten en plichten. Vaak wordt daar slechts één artikel aan gewijd en in sommige gevallen is zelfs volstaan met één artikellid. En een aantal – en beslist niet de onbelangrijkste - rechten treffen we helemaal niet aan in het betreffende rechtspositiereglement, namelijk de grondrechten. De ambtenaar is primair burger en geniet om die reden dezelfde rechten als ieder ander; dus ook hij kan zo nodig een beroep doen op zijn grondrechten.
Dit tweede boekdeel in de reeks Integraal Ambtenarenrecht gaat allereerst in op een aantal grondrechten die voor de ambtenaar als zodanig van belang zijn. Vervolgens wordt de rechtspositie van de ambtenaar onder de loep genomen.
Het boek sluit af met de onderwerpen die in de reglementen worden aangeduid als de “overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar”.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus ( 1969) is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg. Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs). Drs. Paul J.J.M. van der Heijden ( 1966) studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Rechten en plichten van de ambtenaar (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 2) (Nederlands Recht)
Aan de aanstelling, arbeidsduur, werktijden, vakantieverlof, buitengewoon verlof, plichtsverzuim en ontslag - om slechts een aantal te noemen - worden in de verschillende reglementen afzonderlijke hoofdstukken gewijd.
Naast die uitgewerkte onderwerpen heeft de ambtenaar echter nog een relatief groot aantal andere rechten en plichten. Vaak wordt daar slechts één artikel aan gewijd en in sommige gevallen is zelfs volstaan met één artikellid. En een aantal – en beslist niet de onbelangrijkste - rechten treffen we helemaal niet aan in het betreffende rechtspositiereglement, namelijk de grondrechten. De ambtenaar is primair burger en geniet om die reden dezelfde rechten als ieder ander; dus ook hij kan zo nodig een beroep doen op zijn grondrechten.
Dit tweede boekdeel in de reeks Integraal Ambtenarenrecht gaat allereerst in op een aantal grondrechten die voor de ambtenaar als zodanig van belang zijn. Vervolgens wordt de rechtspositie van de ambtenaar onder de loep genomen.
Het boek sluit af met de onderwerpen die in de reglementen worden aangeduid als de “overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar”.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus ( 1969) is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg. Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs). Drs. Paul J.J.M. van der Heijden ( 1966) studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Ambtenaarschap, sollicitatie en aanstelling (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 1) (Nederlands Recht)
Dit boek kan echter ook van dienst zijn in andere sectoren, omdat waar nodig verwezen wordt naar andere rechtspositiereglementen dan het ARAR en de CAR/UWO.
Daarnaast hebben de auteurs ernaar gestreefd een gedegen handboek samen te stellen door middel van een uitvoerige bespreking van de toepasselijke regelgeving, jurisprudentie en parlementaire stukken. Hierbij is steeds de praktische toepasbaarheid voor ogen gehouden.
Dit eerste deel in deze reeks is daarmee een onmisbaar naslagwerk geworden voor overheidsjuristen en personeelsfunctionarissen, maar ook voor advocaten en andere rechtshulpverleners.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg.
Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs).
Drs. Paul J.J.M. van der Heijden studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Ambtenaarschap, sollicitatie en aanstelling (Reeks Integraal Ambtenarenrecht, deel 1) (Nederlands Recht)
Dit boek kan echter ook van dienst zijn in andere sectoren, omdat waar nodig verwezen wordt naar andere rechtspositiereglementen dan het ARAR en de CAR/UWO.
Daarnaast hebben de auteurs ernaar gestreefd een gedegen handboek samen te stellen door middel van een uitvoerige bespreking van de toepasselijke regelgeving, jurisprudentie en parlementaire stukken. Hierbij is steeds de praktische toepasbaarheid voor ogen gehouden.
Dit eerste deel in deze reeks is daarmee een onmisbaar naslagwerk geworden voor overheidsjuristen en personeelsfunctionarissen, maar ook voor advocaten en andere rechtshulpverleners.
Dr. mr. Steven F.H. Jellinghaus is als advocaat/mediator verbonden aan De Voort Hermes de Bont advocaten te Tilburg en als universitair docent aan de vakgroep sociaal recht en sociale politiek van de Universiteit van Tilburg.
Hij is redacteur/medewerker van een aantal periodieken, waaronder Arbeid Integraal en Jurisprudentie in Nederland. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam en doceert met grote regelmaat (post-academisch onderwijs).
Drs. Paul J.J.M. van der Heijden studeerde Juridische Bestuurswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg. Hij is thans werkzaam als bedrijfsjurist bij de regiopolitie Midden en West Brabant te Tilburg. Hij heeft een grote expertise opgebouwd in het ambtenarenrecht. Tevens doceert en publiceert hij geregeld op dit rechtsgebied.
Meer informatie over Reeks Integraal Ambtenarenrecht
Beginselen van behoorlijk bestuur (Nederlands Recht)
De praktijk heeft derhalve behoefte aan een (handzaam) overzicht van de belangrijkste beginselen en hun betekenis voor het bestuur(proces)recht. Dit boek komt op een unieke manier aan deze behoefte tegemoet. Na een algemene inleiding geeft het boek een overzicht van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur in het Nederlandse bestuursrecht. Daarbij is vooral aandacht besteed aan de (talrijke) jurisprudentie.
Hugo Pennarts is advocaat te Rotterdam en als docent verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verzorgt regelmatig cursussen en publicaties op het terrein van het bestuursrecht. Hij is onder meer lid van de Algemene bezwaarcommissie Erasmus Universiteit en voorzitter van de bezwaaradviescommissie gemeente Dirksland.
Beginselen van behoorlijk bestuur (Nederlands Recht)
De praktijk heeft derhalve behoefte aan een (handzaam) overzicht van de belangrijkste beginselen en hun betekenis voor het bestuur(proces)recht. Dit boek komt op een unieke manier aan deze behoefte tegemoet. Na een algemene inleiding geeft het boek een overzicht van de belangrijkste beginselen van behoorlijk bestuur in het Nederlandse bestuursrecht. Daarbij is vooral aandacht besteed aan de (talrijke) jurisprudentie.
Hugo Pennarts is advocaat te Rotterdam en als docent verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verzorgt regelmatig cursussen en publicaties op het terrein van het bestuursrecht. Hij is onder meer lid van de Algemene bezwaarcommissie Erasmus Universiteit en voorzitter van de bezwaaradviescommissie gemeente Dirksland.

Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.

Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.

Who Rules the Coast?
Central to the book is the question in which way these policy processes worked out and in particular, what role participation played in this. In order to answer this question, the researchers analysed documents and the related scientific literature.
Additionally they conducted a series of in-depth interviews with representatives of different spheres of society: state (politicians and public servants), civil society and market. In the description of the policy processes attention is given to the roles of various agents and coalitions (networks), the distribution of power, the current rules as well as the policy discourses used.
This book provides inspiration for scientists, those involved in making policy as well as all of those who make their living from the sea or use it during their leisure time.

Who Rules the Coast?
Central to the book is the question in which way these policy processes worked out and in particular, what role participation played in this. In order to answer this question, the researchers analysed documents and the related scientific literature.
Additionally they conducted a series of in-depth interviews with representatives of different spheres of society: state (politicians and public servants), civil society and market. In the description of the policy processes attention is given to the roles of various agents and coalitions (networks), the distribution of power, the current rules as well as the policy discourses used.
This book provides inspiration for scientists, those involved in making policy as well as all of those who make their living from the sea or use it during their leisure time.
Inzicht in het ambtenarenrecht – 2de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Deze situeren zich voornamelijk op het vlak van het functioneren, ontslag, reorganisatie en sociale zekerheid.
Het is een praktijkboek waarin de lezer op een vlotte wijze terugvindt wat er wel en niet kan, welke procedures er gelden en waar de valkuilen liggen.
Naast de juridische praktijk komt ook de personeelspraktijk in deze uitgave ruim aan bod, met voldoende praktische tips.
Sinds de eerste uitgave van dit boek is de wet- en regelgeving veranderd, zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest in de rechtspraak maar zijn er ook wijzigingen geweest in de wijze van toetsing door de rechter. Gezien het actuele belang, krijgt ook het onderwerp integriteit in deze editie speciale aandacht.
Deze uitgave is bij uitstek geschikt voor P&O en juristen ambtenarenrecht. Het vormt ook een toegankelijk gids voor elke ambtenaar bij de rijks- of decentrale overheid.
mr. Th.A. Velo is werkzaam geweest als personeelsconsulent, hoofd personeelszaken bij de politie, hoofd van de afdeling 'rechtspositie en arbeidsvoorwaarden' bij de universiteit Utrecht en als interim manager P&O.
Thans is hij advocaat bij Velo Advocaten, gespecialiseerd in het ambtenarenrecht, arbeidsrecht en bestuursrecht. Hij is voorzitter van verschillende bezwarenadviescommissies en een klachtencommissie van een ziekenhuis.
Theo Velo publiceert regelmatig op dit domein en is als docent verbonden aan de PAO Universiteit Utrecht, de opleiding sociaal recht (OSR) en Hogeschool InHolland.
Inzicht in het ambtenarenrecht – 2de herziene uitgave (Nederlands Recht)
Deze situeren zich voornamelijk op het vlak van het functioneren, ontslag, reorganisatie en sociale zekerheid.
Het is een praktijkboek waarin de lezer op een vlotte wijze terugvindt wat er wel en niet kan, welke procedures er gelden en waar de valkuilen liggen.
Naast de juridische praktijk komt ook de personeelspraktijk in deze uitgave ruim aan bod, met voldoende praktische tips.
Sinds de eerste uitgave van dit boek is de wet- en regelgeving veranderd, zijn er nieuwe ontwikkelingen geweest in de rechtspraak maar zijn er ook wijzigingen geweest in de wijze van toetsing door de rechter. Gezien het actuele belang, krijgt ook het onderwerp integriteit in deze editie speciale aandacht.
Deze uitgave is bij uitstek geschikt voor P&O en juristen ambtenarenrecht. Het vormt ook een toegankelijk gids voor elke ambtenaar bij de rijks- of decentrale overheid.
mr. Th.A. Velo is werkzaam geweest als personeelsconsulent, hoofd personeelszaken bij de politie, hoofd van de afdeling 'rechtspositie en arbeidsvoorwaarden' bij de universiteit Utrecht en als interim manager P&O.
Thans is hij advocaat bij Velo Advocaten, gespecialiseerd in het ambtenarenrecht, arbeidsrecht en bestuursrecht. Hij is voorzitter van verschillende bezwarenadviescommissies en een klachtencommissie van een ziekenhuis.
Theo Velo publiceert regelmatig op dit domein en is als docent verbonden aan de PAO Universiteit Utrecht, de opleiding sociaal recht (OSR) en Hogeschool InHolland.



Naar een parketbeleidsplan voor de parketten van eerste aanleg (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 27)
Het uitgangspunt van dit onderzoek vormt dan ook de vraagstelling of er binnen de parketten kan gewerkt worden met een eenvormig parketbeleidsplan en wat de meningen van een aantal belanghebbende bevoorrechte getuigen daarover zijn.
Dit werk betekent een meerwaarde voor alle actoren binnen het strafrechtelijke beleid die in het ketendenken professioneel werkzaam zijn binnen een beleidscyclus. Ook diegenen die nog niet werken binnen de strategische beleidscyclus zullen in dit onderzoek nuttige handvaten en tips kunnen vinden in het streven naar een werking binnen de beleidscyclus.
De auteurs zijn allen criminoloog.

Naar een parketbeleidsplan voor de parketten van eerste aanleg (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 27)
Het uitgangspunt van dit onderzoek vormt dan ook de vraagstelling of er binnen de parketten kan gewerkt worden met een eenvormig parketbeleidsplan en wat de meningen van een aantal belanghebbende bevoorrechte getuigen daarover zijn.
Dit werk betekent een meerwaarde voor alle actoren binnen het strafrechtelijke beleid die in het ketendenken professioneel werkzaam zijn binnen een beleidscyclus. Ook diegenen die nog niet werken binnen de strategische beleidscyclus zullen in dit onderzoek nuttige handvaten en tips kunnen vinden in het streven naar een werking binnen de beleidscyclus.
De auteurs zijn allen criminoloog.

Politionele jeugdzorg (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het boek geeft een praktische toelichting bij de relevante wetgeving inzake kinderen, jeugd en gezin en bevat handige richtlijnen voor het politioneel optreden. Ook bij de bespreking van de meest relevante strafwetsartikelen m.b.t. minderjarigen worden telkens aandachtspunten bij het politioneel onderzoek aangereikt.
Wim D’haese is van opleiding maatschappelijk werker, criminoloog en seksuoloog. Hij is commissaris bij de lokale politie Leuven, waar hij de leiding heeft over de jeugd- en sociale dienst en een aantal gezins- en jeugdgerelateerde projecten. Hij is lesgever aan het trainings- en opleidingscentrum P.I.V.O te Asse, de Federale school en de bestuursschool OVO te Berchem. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie en publiceert regelmatig wetenschappelijke artikels. Hij is een veel gevraagd spreker op congressen en workshops.

Politionele jeugdzorg (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het boek geeft een praktische toelichting bij de relevante wetgeving inzake kinderen, jeugd en gezin en bevat handige richtlijnen voor het politioneel optreden. Ook bij de bespreking van de meest relevante strafwetsartikelen m.b.t. minderjarigen worden telkens aandachtspunten bij het politioneel onderzoek aangereikt.
Wim D’haese is van opleiding maatschappelijk werker, criminoloog en seksuoloog. Hij is commissaris bij de lokale politie Leuven, waar hij de leiding heeft over de jeugd- en sociale dienst en een aantal gezins- en jeugdgerelateerde projecten. Hij is lesgever aan het trainings- en opleidingscentrum P.I.V.O te Asse, de Federale school en de bestuursschool OVO te Berchem. Tevens is hij reeds jaren actief als vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan het Leuvens Instituut voor Criminologie en publiceert regelmatig wetenschappelijke artikels. Hij is een veel gevraagd spreker op congressen en workshops.
Privacy en strafrecht. Nieuwe en grensoverschrijdende verkenningen
Vooreerst passeren de privacy van gedetineerden alsook van minderjarigen (bvb. in jeugdinstellingen) de revue. Vervolgens wordt gefocust op de strafrechtelijke aanwending van gegevens betreffende asielzoekers en migranten, respectievelijk van medische gegevens. Daarna volgen drie basisstukken over achtereenvolgens het bewijs in strafzaken en privacy, politieregisters en privacy, en pers (inzonderheid gerechtsjournalistiek) en privacy. Drie daaropvolgende hoofdstukken haken uitdrukkelijk aan bij tot op heden onderbelichte uitdagingen ingevolge of versterkt door de ontwikkeling van nieuwe technologie. Komen in dit verband aan bod: biometrische en elektronische identificatoren, passagiersgegevensdoorgifte EU-VS, en cybercriminaliteit. Tenslotte volgt een trio van hoofdstukken gewijd aan private recherche en privacy, privacy in de werksfeer, en cameragebruik en (private) recherche. Een afzonderlijke analyse van de nieuwe camerawet van 21 maart 2007 rondt het geheel af.
Het globale resultaat is een coherente en boeiende synthese geworden van grondig onderzoek van regelgeving, rechtsleer, rechtspraak, beleid en praktijk in binnen- en buitenland enerzijds en kritische reflectie, duiding en stellingname anderzijds.
Dit boek zal eenieder interesseren die het boeiende raakvlak tussen strafrecht en privacy verder op kritische wijze wil verkennen.
Privacy en strafrecht. Nieuwe en grensoverschrijdende verkenningen
Vooreerst passeren de privacy van gedetineerden alsook van minderjarigen (bvb. in jeugdinstellingen) de revue. Vervolgens wordt gefocust op de strafrechtelijke aanwending van gegevens betreffende asielzoekers en migranten, respectievelijk van medische gegevens. Daarna volgen drie basisstukken over achtereenvolgens het bewijs in strafzaken en privacy, politieregisters en privacy, en pers (inzonderheid gerechtsjournalistiek) en privacy. Drie daaropvolgende hoofdstukken haken uitdrukkelijk aan bij tot op heden onderbelichte uitdagingen ingevolge of versterkt door de ontwikkeling van nieuwe technologie. Komen in dit verband aan bod: biometrische en elektronische identificatoren, passagiersgegevensdoorgifte EU-VS, en cybercriminaliteit. Tenslotte volgt een trio van hoofdstukken gewijd aan private recherche en privacy, privacy in de werksfeer, en cameragebruik en (private) recherche. Een afzonderlijke analyse van de nieuwe camerawet van 21 maart 2007 rondt het geheel af.
Het globale resultaat is een coherente en boeiende synthese geworden van grondig onderzoek van regelgeving, rechtsleer, rechtspraak, beleid en praktijk in binnen- en buitenland enerzijds en kritische reflectie, duiding en stellingname anderzijds.
Dit boek zal eenieder interesseren die het boeiende raakvlak tussen strafrecht en privacy verder op kritische wijze wil verkennen.
Herstelrecht en procedurele waarborgen
Wereldwijd ontwikkelen zich herstelgerichte reacties op strafbaar gedrag. De uitbreidende praktijk en de kritische evaluatie ervan, alsook de tot standkoming van nationale en internationale regelgeving rond herstelgerichte praktijken stellen in toenemende mate de vraag aan de orde of deze informele praktijken met voldoende en adequate procedurele waarborgen worden omringd. Omdat ze vaak binnen of in de schaduw van het strafproces plaats vinden, is de bekommernis dubbel. Wordt aan klassieke strafrechtelijke waarborgen, zoals het vermoeden van onschuld, rechtsbijstand en proportionaliteit, voldoende belang gehecht in herstelrechtelijke processen? En is men in staat om binnen de strafrechtelijke context de fundamentele werkingsprincipes van herstelgerichte processen te vrijwaren, zoals de vrijwilligheid van deelname, de neutraliteit van de bemiddelaar en de vertrouwelijkheid van de dialoog?
In dit boek worden beide bekommernissen onderzocht vanuit de herstelrechtelijke literatuur en een empirisch onderzoek naar de praktijk van herstelbemiddeling voor meerderjarige verdachten in Vlaanderen. Het onderzoek tracht een brug te slaan tussen een juridische, een herstelrechtelijke en een praktijkgerichte benadering van de problematiek van de procedurele waarborgen in herstelgerichte processen.
"Een van de allerbeste proefschriften die ik de afgelopen jaren onder ogen heb gekregen"
(Prof. mr. Marc Groenhuysen)
Katrien Lauwaert studeerde rechten en criminologie aan de K.U. Leuven. Zij is sinds begin 2008 werkzaam als docent aan de Universiteit van Luik. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht, waar zij cum laude promoveerde.
Herstelrecht en procedurele waarborgen
Wereldwijd ontwikkelen zich herstelgerichte reacties op strafbaar gedrag. De uitbreidende praktijk en de kritische evaluatie ervan, alsook de tot standkoming van nationale en internationale regelgeving rond herstelgerichte praktijken stellen in toenemende mate de vraag aan de orde of deze informele praktijken met voldoende en adequate procedurele waarborgen worden omringd. Omdat ze vaak binnen of in de schaduw van het strafproces plaats vinden, is de bekommernis dubbel. Wordt aan klassieke strafrechtelijke waarborgen, zoals het vermoeden van onschuld, rechtsbijstand en proportionaliteit, voldoende belang gehecht in herstelrechtelijke processen? En is men in staat om binnen de strafrechtelijke context de fundamentele werkingsprincipes van herstelgerichte processen te vrijwaren, zoals de vrijwilligheid van deelname, de neutraliteit van de bemiddelaar en de vertrouwelijkheid van de dialoog?
In dit boek worden beide bekommernissen onderzocht vanuit de herstelrechtelijke literatuur en een empirisch onderzoek naar de praktijk van herstelbemiddeling voor meerderjarige verdachten in Vlaanderen. Het onderzoek tracht een brug te slaan tussen een juridische, een herstelrechtelijke en een praktijkgerichte benadering van de problematiek van de procedurele waarborgen in herstelgerichte processen.
"Een van de allerbeste proefschriften die ik de afgelopen jaren onder ogen heb gekregen"
(Prof. mr. Marc Groenhuysen)
Katrien Lauwaert studeerde rechten en criminologie aan de K.U. Leuven. Zij is sinds begin 2008 werkzaam als docent aan de Universiteit van Luik. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit van Maastricht, waar zij cum laude promoveerde.
The Reception and Transmission of Civil Procedural Law in the Global Society. Legislative and Legal Educational Assistance to Other Countries in Procedural Law
Japan has recently tried to contribute by way of legislative and legal educational assistance to other Asian countries (Vietnam, Cambodia, etc.) in civil and procedural law. The civil procedural laws of different countries should be expected to harmonize with each other in the Global Society.
This book is the outcome of the Congress of the IAPL at the Ritsumeikan University in Kyoto, Japan. In this book, various outstanding authors are treating a contemporary legal problem in their own civil procedural system.
Prof. Dr. Dr. h.c. Marcel Storme is of the President International Association for Procedural Law (IAPL) and professor emeritus procedural law at Ghent University, Belgium.
Prof. Dr. Masahisa Deguchi is vice of the IAPL and professor civil procedural law at the Law Faculty of Ritsumeikan University, Kyoto, Japan.
The Reception and Transmission of Civil Procedural Law in the Global Society. Legislative and Legal Educational Assistance to Other Countries in Procedural Law
Japan has recently tried to contribute by way of legislative and legal educational assistance to other Asian countries (Vietnam, Cambodia, etc.) in civil and procedural law. The civil procedural laws of different countries should be expected to harmonize with each other in the Global Society.
This book is the outcome of the Congress of the IAPL at the Ritsumeikan University in Kyoto, Japan. In this book, various outstanding authors are treating a contemporary legal problem in their own civil procedural system.
Prof. Dr. Dr. h.c. Marcel Storme is of the President International Association for Procedural Law (IAPL) and professor emeritus procedural law at Ghent University, Belgium.
Prof. Dr. Masahisa Deguchi is vice of the IAPL and professor civil procedural law at the Law Faculty of Ritsumeikan University, Kyoto, Japan.
Interim measures in international commercial arbitration (AIA – Association for International Arbitration Series)
Interim measures in international commercial arbitration (AIA – Association for International Arbitration Series)

Arbitrage: Boetiekrecht? (Reeks Openingsredes Vlaamse conferentie der Balie van Gent)
Dirk De Meulemeester (Antwerpen, 1970) is advocaat-vennoot bij De Meulemeester & Partners en verbonden aan de Balie te Gent (www.lexlitis.eu). Hij is arbiter bij het Cepina en het ICC. De auteur is licentiaat in de rechten (Universiteit Gent, 1993) en studeerde English Legal Methods aan de Universiteit van Cambridge. Eerder schreef hij o.m. Het Kosten- en Tarievenboek (1996); Het ontslag om dringende reden – Grondvoorwaarden en vormvereisten (1997); Het ontslag om dringende reden – Gevallenstudie (1997); De arbitrage voor de Geschillencommissie Reizen (1998); Reizen zonder stress (2005) Van Aandelenoptie tot Zwijgrecht (2006).

Arbitrage: Boetiekrecht? (Reeks Openingsredes Vlaamse conferentie der Balie van Gent)
Dirk De Meulemeester (Antwerpen, 1970) is advocaat-vennoot bij De Meulemeester & Partners en verbonden aan de Balie te Gent (www.lexlitis.eu). Hij is arbiter bij het Cepina en het ICC. De auteur is licentiaat in de rechten (Universiteit Gent, 1993) en studeerde English Legal Methods aan de Universiteit van Cambridge. Eerder schreef hij o.m. Het Kosten- en Tarievenboek (1996); Het ontslag om dringende reden – Grondvoorwaarden en vormvereisten (1997); Het ontslag om dringende reden – Gevallenstudie (1997); De arbitrage voor de Geschillencommissie Reizen (1998); Reizen zonder stress (2005) Van Aandelenoptie tot Zwijgrecht (2006).

Het administratief beroep
Wanneer een administratieve overheid een beslissing neemt die een burger raakt, hoeft deze het daar niet altijd mee eens te zijn. Op grond van algemene beginselen en wetteksten heeft de burger de mogelijkheid om deze beslissingen te betwisten bij diezelfde of hogere overheden. Naargelang het beroep al dan niet is voorzien in een tekst spreekt men van georganiseerd of niet-georganiseerd beroep. Verder onderscheidt men willig en hiërarchisch beroep naargelang verhaal wordt gehaald bij dezelfde overheid of een hogere overheid. Dit administratief beroep is in België een belangrijke schakel in de rechtsbescherming van de burger tegen het optreden van de overheid.
In dit boek bespreken de auteurs de mogelijkheden tot administratief beroep in de meest belangrijke en frequent voorkomende rechtsdomeinen. Na de uitwerking van deze inzichtelijke praktijkvoorbeelden, volgt een overkoepelende uitwerking van de algemene beginselen betreffende het administratief beroep.
Om de gebruikswaarde en –vriendelijkheid van dit handboek nog te verhogen, is het voorzien van een uitgebreide bibliografie en een exhaustief trefwoordenregister.
Met bijdragen van Jochen Anthierens, Elif Can, Wouter De Cock, Stefaan Desrumaux, Michiel Deweirdt, Koen Geelen, Elsbeth Loncke, Dirk Van de Sijpe, Kris Wauters en voorwoord van Prof. dr. Aube Wirtgen.
Kris Wauters is advocaat bij de balie te Hasselt, verbonden aan het kantoor Monard-D’Hulst en gespecialiseerd in het publiek recht. In het kader van het publiek recht behandelt hij zowel dossiers inzake staatsrecht als dossiers wat betreft administratief recht. Daarbij worden zowel overheidsinstanties, bedrijven en particulieren geadviseerd en verdedigd. Daarnaast is hij extern promovendus aan de Universiteit van Maastricht, waar hij een proefschrift voorbereidt rond de preventieve en voorlopige rechtsbescherming bij de gunning van overheidsovereenkomsten. Hij is auteur van verschillende publicaties in het publiek recht en specifiek in het aanbestedingsrecht.

Het administratief beroep
Wanneer een administratieve overheid een beslissing neemt die een burger raakt, hoeft deze het daar niet altijd mee eens te zijn. Op grond van algemene beginselen en wetteksten heeft de burger de mogelijkheid om deze beslissingen te betwisten bij diezelfde of hogere overheden. Naargelang het beroep al dan niet is voorzien in een tekst spreekt men van georganiseerd of niet-georganiseerd beroep. Verder onderscheidt men willig en hiërarchisch beroep naargelang verhaal wordt gehaald bij dezelfde overheid of een hogere overheid. Dit administratief beroep is in België een belangrijke schakel in de rechtsbescherming van de burger tegen het optreden van de overheid.
In dit boek bespreken de auteurs de mogelijkheden tot administratief beroep in de meest belangrijke en frequent voorkomende rechtsdomeinen. Na de uitwerking van deze inzichtelijke praktijkvoorbeelden, volgt een overkoepelende uitwerking van de algemene beginselen betreffende het administratief beroep.
Om de gebruikswaarde en –vriendelijkheid van dit handboek nog te verhogen, is het voorzien van een uitgebreide bibliografie en een exhaustief trefwoordenregister.
Met bijdragen van Jochen Anthierens, Elif Can, Wouter De Cock, Stefaan Desrumaux, Michiel Deweirdt, Koen Geelen, Elsbeth Loncke, Dirk Van de Sijpe, Kris Wauters en voorwoord van Prof. dr. Aube Wirtgen.
Kris Wauters is advocaat bij de balie te Hasselt, verbonden aan het kantoor Monard-D’Hulst en gespecialiseerd in het publiek recht. In het kader van het publiek recht behandelt hij zowel dossiers inzake staatsrecht als dossiers wat betreft administratief recht. Daarbij worden zowel overheidsinstanties, bedrijven en particulieren geadviseerd en verdedigd. Daarnaast is hij extern promovendus aan de Universiteit van Maastricht, waar hij een proefschrift voorbereidt rond de preventieve en voorlopige rechtsbescherming bij de gunning van overheidsovereenkomsten. Hij is auteur van verschillende publicaties in het publiek recht en specifiek in het aanbestedingsrecht.

Oplichting en misbruik van vertrouwen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Dit boek behandelt het onderzoek naar gevallen van eenvoudige, niet georganiseerde fraude. Het biedt een praktische leidraad bij het uitvoeren van een onderzoek terzake. Bijzonder nuttig zijn in dat opzicht de voorbeelden van brieven en processen-verbaal.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.

Oplichting en misbruik van vertrouwen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Dit boek behandelt het onderzoek naar gevallen van eenvoudige, niet georganiseerde fraude. Het biedt een praktische leidraad bij het uitvoeren van een onderzoek terzake. Bijzonder nuttig zijn in dat opzicht de voorbeelden van brieven en processen-verbaal.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Strafbare dwang. Over het bestanddeel ‘dwingen’ en strafbaarstellingen van dwang, in het bijzonder art. 284 Sr
Daarnaast richt het onderzoek zich op de inhoud en strekking van de algemene dwangbepaling art. 284 Sr, waarbij de ook elders voorkomende dwangmiddelen ‘geweld’, ‘bedreiging’ en de ‘andere feitelijkheid’ uitvoerig worden belicht. Door de congruente structuur van de dwangdelicten worden vele daarvan bij de analyse betrokken (in het bijzonder verkrachting en aanranding) en gelden conclusies dikwijls voor de gehele delictscategorie. Dit boek besteedt aandacht aan het positiefrechtelijk kader en de knelpunten daarin. Daardoor is het interessant voor de rechtspraktijk, de wetgever en de wetenschap.
Kai Lindenberg is strafrechtjurist en als universitair docent verbonden aan de sectie Algemene Rechtswetenschap bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.Gedurende het onderzoek was hij werkzaam bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van dezelfde faculteit.
Strafbare dwang. Over het bestanddeel ‘dwingen’ en strafbaarstellingen van dwang, in het bijzonder art. 284 Sr
Daarnaast richt het onderzoek zich op de inhoud en strekking van de algemene dwangbepaling art. 284 Sr, waarbij de ook elders voorkomende dwangmiddelen ‘geweld’, ‘bedreiging’ en de ‘andere feitelijkheid’ uitvoerig worden belicht. Door de congruente structuur van de dwangdelicten worden vele daarvan bij de analyse betrokken (in het bijzonder verkrachting en aanranding) en gelden conclusies dikwijls voor de gehele delictscategorie. Dit boek besteedt aandacht aan het positiefrechtelijk kader en de knelpunten daarin. Daardoor is het interessant voor de rechtspraktijk, de wetgever en de wetenschap.
Kai Lindenberg is strafrechtjurist en als universitair docent verbonden aan de sectie Algemene Rechtswetenschap bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.Gedurende het onderzoek was hij werkzaam bij de vakgroep Strafrecht en Criminologie van dezelfde faculteit.
Terreurbestrijding in België en Europa. De interactie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie
Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.
De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht – de Belgische militaire inlichtingendienst – zet met dit boek een zeer evenwichtige en geslaagde denkoefening neer, die tegelijk moedig en kritisch is. Diegenen die haar (en daarmee indirect ook de UGent), inzonderheid vanuit afdeling counter-intelligence (CI) van ADIV, de mogelijkheid hebben geboden om op de best mogelijke manier en in (gegroeid) wederzijds professioneel vertrouwen wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie in de context van terrorismebestrijding, hebben daarmee succesvol een belangrijke bouwsteen gelegd voor een tot op vandaag zo goed als onontgonnen wetenschappelijk onderzoeksterrein.
Op basis van uitsluitend niet-confidentiële informatie en bronnen, en dus zonder gevaar op going native, neemt auteur de lezer mee in een analyse die doelgericht focust op de meest complexe en fundamentele vragen die rijzen in de context van de (horizontale, verticale en diagonale) interactie binnen en tussen de inlichtingdiensten en de politie- en gerechtelijke wereld in de aanpak van terrorisme, en dit zowel op nationaal vlak als binnen de EU.
De lezer krijgt niet alleen alle hoeken van de kamer van de inlichtingendiensten te zien. Hij krijgt ook het bredere plan voorgelegd, met kritische zoom op de (soms onlogische of onverwachte) doorgangen naar en connecties met andere kamers en verdiepingen, mogelijk disfunctionele aspecten van de globale veiligheidsconstructie, veiligheidsrisico’s, verzakkingen en zo meer. Daarbij brengt de auteur (her)- bewegwijzering en gevaarbordjes aan die de lezer, alsook de burger en bewoner van het veiligheidshuis, minstens dwingen niet onnadenkend een aantal van de gekozen of zich ontwikkelende veiligheidstrajecten te bewandelen die mogelijk als sluipwegen of doodlopende gangen moeten worden beschouwd.
Wezensvragen i.v.m. de (vaak sterk vertroebelende) verhouding tussen preventie, prospectie, proactie en repressie, tussen (militair- of burgerlijk-) bestuurlijke en gerechtelijke finaliteit, tussen informatie, intelligence en counterintelligence, tussen counterterrorisme en antiterrorisme, tussen inlichtingen- en veiligheids-, politie- en gerechtelijk werk, tussen 2de en 3de EU-pijler, enzomeer worden met rustige trefzekerheid op scherp gesteld en op onderbouwde wijze beantwoord. De consequenties bij het beantwoorden ervan (rekening houdend met de fundamenten van rechtsstatelijkheid, legitimiteit en mensenrechtelijkheid) voor het globale evenwicht van de (in de strijd tegen het terrorisme steeds meer verbouwde) veiligheidsconstructie, worden prima aangeduid, zonder dat de lezer keuzes opgedrongen krijgt.
Het theoretisch reflectiekader is sterk en helder uiteengezet, wat een stapsgewijze, systematische en coherente argumentatie toelaat, die nooit gratuit of ongenuanceerd is.
Het geheel is goed historisch-institutioneel en strafrechtspolitiek gekaderd (maar blijft steeds ad rem) en laat tegelijk een (verhelderend) licht schijnen op een aantal actuele vragen, o.m. in verband met het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), de aankomende BIMWet (Wet Bijzondere Inlichtingenmethoden) en de noodzaak aan een burgerlijke en militaire Europese inlichtingendienst (in de 2de EU-pijler).
De meertalige bronnenstudie is indrukwekkend, zowel naar omvang als naar diversiteit en bandbreedte. Zowel strikt criminologische literatuur, politiek-wetenschappelijke literatuur, do
Terreurbestrijding in België en Europa. De interactie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie
Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.
De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht – de Belgische militaire inlichtingendienst – zet met dit boek een zeer evenwichtige en geslaagde denkoefening neer, die tegelijk moedig en kritisch is. Diegenen die haar (en daarmee indirect ook de UGent), inzonderheid vanuit afdeling counter-intelligence (CI) van ADIV, de mogelijkheid hebben geboden om op de best mogelijke manier en in (gegroeid) wederzijds professioneel vertrouwen wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie in de context van terrorismebestrijding, hebben daarmee succesvol een belangrijke bouwsteen gelegd voor een tot op vandaag zo goed als onontgonnen wetenschappelijk onderzoeksterrein.
Op basis van uitsluitend niet-confidentiële informatie en bronnen, en dus zonder gevaar op going native, neemt auteur de lezer mee in een analyse die doelgericht focust op de meest complexe en fundamentele vragen die rijzen in de context van de (horizontale, verticale en diagonale) interactie binnen en tussen de inlichtingdiensten en de politie- en gerechtelijke wereld in de aanpak van terrorisme, en dit zowel op nationaal vlak als binnen de EU.
De lezer krijgt niet alleen alle hoeken van de kamer van de inlichtingendiensten te zien. Hij krijgt ook het bredere plan voorgelegd, met kritische zoom op de (soms onlogische of onverwachte) doorgangen naar en connecties met andere kamers en verdiepingen, mogelijk disfunctionele aspecten van de globale veiligheidsconstructie, veiligheidsrisico’s, verzakkingen en zo meer. Daarbij brengt de auteur (her)- bewegwijzering en gevaarbordjes aan die de lezer, alsook de burger en bewoner van het veiligheidshuis, minstens dwingen niet onnadenkend een aantal van de gekozen of zich ontwikkelende veiligheidstrajecten te bewandelen die mogelijk als sluipwegen of doodlopende gangen moeten worden beschouwd.
Wezensvragen i.v.m. de (vaak sterk vertroebelende) verhouding tussen preventie, prospectie, proactie en repressie, tussen (militair- of burgerlijk-) bestuurlijke en gerechtelijke finaliteit, tussen informatie, intelligence en counterintelligence, tussen counterterrorisme en antiterrorisme, tussen inlichtingen- en veiligheids-, politie- en gerechtelijk werk, tussen 2de en 3de EU-pijler, enzomeer worden met rustige trefzekerheid op scherp gesteld en op onderbouwde wijze beantwoord. De consequenties bij het beantwoorden ervan (rekening houdend met de fundamenten van rechtsstatelijkheid, legitimiteit en mensenrechtelijkheid) voor het globale evenwicht van de (in de strijd tegen het terrorisme steeds meer verbouwde) veiligheidsconstructie, worden prima aangeduid, zonder dat de lezer keuzes opgedrongen krijgt.
Het theoretisch reflectiekader is sterk en helder uiteengezet, wat een stapsgewijze, systematische en coherente argumentatie toelaat, die nooit gratuit of ongenuanceerd is.
Het geheel is goed historisch-institutioneel en strafrechtspolitiek gekaderd (maar blijft steeds ad rem) en laat tegelijk een (verhelderend) licht schijnen op een aantal actuele vragen, o.m. in verband met het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), de aankomende BIMWet (Wet Bijzondere Inlichtingenmethoden) en de noodzaak aan een burgerlijke en militaire Europese inlichtingendienst (in de 2de EU-pijler).
De meertalige bronnenstudie is indrukwekkend, zowel naar omvang als naar diversiteit en bandbreedte. Zowel strikt criminologische literatuur, politiek-wetenschappelijke literatuur, do

De nieuwe echtscheidingswet. Wet van 12 april 2007
Toch is er dringende nood aan een instrument om die wet, die zo diep ingrijpt in het leven van veel burgers, in de praktijk te kunnen toepassen. De emoties van een echtscheiding zorgen zo al voor genoeg verwarring voor de betrokken rechtsonderhorigen. Proberen helder te zien in de nieuwe echtscheidingswet is dus een noodzaak.
De aanpak van het boek is zowel praktisch – met modellen – als grondig. Het is nu al duidelijk dat er ernstige betwistingen zullen rijzen. Aan de hand van de voorbereidende werken en de algemene rechtsprincipes worden grondig onderbouwde oplossingen aangereikt.
Erratum
Jacques Tremmery is advocaat en plaatsvervangend vrederechter te Menen. Hij is doctor in de rechten en licentiaat in het notariaat.
De problemen van het familierecht behoren tot zijn specialisaties waarin hij tientallen jaren praktijkervaring heeft. Van de auteur verschenen eerder bij Maklu de bestsellers “Onderhoudsgeld voor kinderen” en “Vereffening-verdeling tussen echtgenoten”.

De nieuwe echtscheidingswet. Wet van 12 april 2007
Toch is er dringende nood aan een instrument om die wet, die zo diep ingrijpt in het leven van veel burgers, in de praktijk te kunnen toepassen. De emoties van een echtscheiding zorgen zo al voor genoeg verwarring voor de betrokken rechtsonderhorigen. Proberen helder te zien in de nieuwe echtscheidingswet is dus een noodzaak.
De aanpak van het boek is zowel praktisch – met modellen – als grondig. Het is nu al duidelijk dat er ernstige betwistingen zullen rijzen. Aan de hand van de voorbereidende werken en de algemene rechtsprincipes worden grondig onderbouwde oplossingen aangereikt.
Erratum
Jacques Tremmery is advocaat en plaatsvervangend vrederechter te Menen. Hij is doctor in de rechten en licentiaat in het notariaat.
De problemen van het familierecht behoren tot zijn specialisaties waarin hij tientallen jaren praktijkervaring heeft. Van de auteur verschenen eerder bij Maklu de bestsellers “Onderhoudsgeld voor kinderen” en “Vereffening-verdeling tussen echtgenoten”.

Grensoverschrijdend drugstoerisme. Nieuwe uitdagingen voor de Euregio’s (IRCP-reeks)
Deze drugsfenomenen hebben gevolgen voor drie landen (België, Nederland en Frankrijk)en de twee vermelde Euregio’s. De rijke samenwerkingstraditie in de beide Euregio’sbiedt echter perspectieven tot onderlinge dwarsverbindingen op verschillende vlakken:beleidsmatig, bestuurlijk, preventief, hulpverlening, justitieel en politioneel.
Twee fenomenen behoren in het bijzonder tot dit grensoverschrijdend drugstoerisme.Enerzijds is er het drugstoerisme vanuit België en Frankrijk, dat verbonden is aan deNederlandse coffeeshops. Anderzijds is er het relatief recente fenomeen van de illegaledrugspanden. Dit laatste fenomeen heeft zich sinds het begin van deze eeuw vanuitNederland naar een aantal Belgische grootsteden verplaatst.
Om de samenwerking en de beleidsafstemming rond het grensoverschrijdend drugstoerismete optimaliseren, organiseerden de provincies Oost- en West-Vlaanderen enZeeland, op 26 mei 2006 een symposium, in samenwerking met IRCP (Institute forInternational Research on Criminal Policy), de Oost-Vlaamse Politieacademie enVZW Drugbeleid 2000. Op basis van empirisch onderzoek over coffeeshoptoeristen endrugspanden, en met vier paneldiscussies werden de mogelijkheden en strategieën opvlak van het bestuur, beleid, politie, justitie en preventie/hulpverlening behandeld.
Dit boek vormt de neerslag van het symposium. De inhoud blijft brandend actueel voorbeleidsmakers, politiemensen, justitiemensen, preventiewerkers en hulpverleners die inhun praktijk te maken krijgen met het fenomeen van grensoverschrijdend drugstoerisme.

Grensoverschrijdend drugstoerisme. Nieuwe uitdagingen voor de Euregio’s (IRCP-reeks)
Deze drugsfenomenen hebben gevolgen voor drie landen (België, Nederland en Frankrijk)en de twee vermelde Euregio’s. De rijke samenwerkingstraditie in de beide Euregio’sbiedt echter perspectieven tot onderlinge dwarsverbindingen op verschillende vlakken:beleidsmatig, bestuurlijk, preventief, hulpverlening, justitieel en politioneel.
Twee fenomenen behoren in het bijzonder tot dit grensoverschrijdend drugstoerisme.Enerzijds is er het drugstoerisme vanuit België en Frankrijk, dat verbonden is aan deNederlandse coffeeshops. Anderzijds is er het relatief recente fenomeen van de illegaledrugspanden. Dit laatste fenomeen heeft zich sinds het begin van deze eeuw vanuitNederland naar een aantal Belgische grootsteden verplaatst.
Om de samenwerking en de beleidsafstemming rond het grensoverschrijdend drugstoerismete optimaliseren, organiseerden de provincies Oost- en West-Vlaanderen enZeeland, op 26 mei 2006 een symposium, in samenwerking met IRCP (Institute forInternational Research on Criminal Policy), de Oost-Vlaamse Politieacademie enVZW Drugbeleid 2000. Op basis van empirisch onderzoek over coffeeshoptoeristen endrugspanden, en met vier paneldiscussies werden de mogelijkheden en strategieën opvlak van het bestuur, beleid, politie, justitie en preventie/hulpverlening behandeld.
Dit boek vormt de neerslag van het symposium. De inhoud blijft brandend actueel voorbeleidsmakers, politiemensen, justitiemensen, preventiewerkers en hulpverleners die inhun praktijk te maken krijgen met het fenomeen van grensoverschrijdend drugstoerisme.

Groenboek nieuwe Belgische zeewet. Consultatiedocument ter voorbereiding van een nieuw Belgisch maritiem wetboek
Dit Groenboek bevat concrete hervormingsvoorstellen en dient als basis voor een brede publieke consultatie van de betrokken scheepvaart- en havensectoren en de maritiemjuridische dienstverleners. Deze consultatie zal mee de inhoud van de nieuwe belgische Zeewet bepalen.

Groenboek nieuwe Belgische zeewet. Consultatiedocument ter voorbereiding van een nieuw Belgisch maritiem wetboek
Dit Groenboek bevat concrete hervormingsvoorstellen en dient als basis voor een brede publieke consultatie van de betrokken scheepvaart- en havensectoren en de maritiemjuridische dienstverleners. Deze consultatie zal mee de inhoud van de nieuwe belgische Zeewet bepalen.

Teboekstelling en registratie van schepen
Er komen immers heel wat vragen bij kijken. Welke zijn de voorwaarden en modaliteiten voor de teboekstelling van een binnenschip of voor de registratie van een zeeschip in België? Welke documenten en formulieren moet een eigenaar of exploitant van een schip opmaken? Wat zijn de gevolgen van teboekstelling of registratie? Wat is de taak en de verantwoordelijkheid van de scheepshypotheekbewaarder? Hoe is de teboekstelling en registratie van schepen internationaal en Europees geregeld? Hoe gebeurt één en ander in de buurlanden? Hoe kan de weten regelgeving in België worden verbeterd?
Deze en vele andere vragen krijgen een antwoord in het voorliggende boek. Het is een waardevolle gids voor alle beroepsmensen die zich dagelijks met transacties rond schepen en scheepvaart bezighouden: reders, bankiers, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, makelaars,...;
Erratum
blz. 207: 9,04 EUR moet zijn: 29,04 EUR (zoals overal elders in de voorbeelden).
blz. 205 : onder punt 2°bis: het tarief is geen 1.000.000 EUR maar 1.000,00 EUR
Download hier een printvriendelijke versie.
Guido De Latte is sinds 1994 scheepshypotheekbewaarder te Antwerpen en als geen ander geplaatst om vanuit zijn dagelijkse praktijk deze materie te behandelen. Eerder verscheen van zijn hand het boek Zakelijke rechten en hypotheken op schepen.s

Teboekstelling en registratie van schepen
Er komen immers heel wat vragen bij kijken. Welke zijn de voorwaarden en modaliteiten voor de teboekstelling van een binnenschip of voor de registratie van een zeeschip in België? Welke documenten en formulieren moet een eigenaar of exploitant van een schip opmaken? Wat zijn de gevolgen van teboekstelling of registratie? Wat is de taak en de verantwoordelijkheid van de scheepshypotheekbewaarder? Hoe is de teboekstelling en registratie van schepen internationaal en Europees geregeld? Hoe gebeurt één en ander in de buurlanden? Hoe kan de weten regelgeving in België worden verbeterd?
Deze en vele andere vragen krijgen een antwoord in het voorliggende boek. Het is een waardevolle gids voor alle beroepsmensen die zich dagelijks met transacties rond schepen en scheepvaart bezighouden: reders, bankiers, advocaten, gerechtsdeurwaarders, notarissen, makelaars,...;
Erratum
blz. 207: 9,04 EUR moet zijn: 29,04 EUR (zoals overal elders in de voorbeelden).
blz. 205 : onder punt 2°bis: het tarief is geen 1.000.000 EUR maar 1.000,00 EUR
Download hier een printvriendelijke versie.
Guido De Latte is sinds 1994 scheepshypotheekbewaarder te Antwerpen en als geen ander geplaatst om vanuit zijn dagelijkse praktijk deze materie te behandelen. Eerder verscheen van zijn hand het boek Zakelijke rechten en hypotheken op schepen.s

Recht in beweging. 14de VRG-Alumnidag 2007 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen.Nu de 14e op rij.
Op onze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het stuk van rechtsteevast op de agenda. Onze Alumni en in groeiende mate ook juristen, die aanandere universiteiten gevormd werden, kunnen er kiezen tussen door de bandniet minder dan 29 voordrachten, die door de collega''s van de faculteit of doordoorwinterde praktizijnen of beleidsmensen gegeven worden.Spijtig genoeg dient men een keuze te maken en kan men slechts een tweetalvan die voordrachten volgen. Vandaar de vraag van de Alumni om toch ook tekunnen beschikken over de basisinformatie betreffende al de topics die behandeldworden.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2007 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.

Recht in beweging. 14de VRG-Alumnidag 2007 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is dan ook het uithangbord van onze jaarlijkse Alumnidagen.Nu de 14e op rij.
Op onze Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het stuk van rechtsteevast op de agenda. Onze Alumni en in groeiende mate ook juristen, die aanandere universiteiten gevormd werden, kunnen er kiezen tussen door de bandniet minder dan 29 voordrachten, die door de collega''s van de faculteit of doordoorwinterde praktizijnen of beleidsmensen gegeven worden.Spijtig genoeg dient men een keuze te maken en kan men slechts een tweetalvan die voordrachten volgen. Vandaar de vraag van de Alumni om toch ook tekunnen beschikken over de basisinformatie betreffende al de topics die behandeldworden.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 9 maart 2007 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.

Contemporary regulation of marine living resources and pollution. Essays written by and in honour of the International Francqui Chairholder Professor Dermott Devine
This book offers a reworked compilation of all the contributions of the key-note speakers to the classes of excellence.

Contemporary regulation of marine living resources and pollution. Essays written by and in honour of the International Francqui Chairholder Professor Dermott Devine
This book offers a reworked compilation of all the contributions of the key-note speakers to the classes of excellence.
Advocaat van de liefde. Kroniek van een (on)gewoon leven
Noem dit boek gerust een autobiografische kroniek. In verhalende episodes en boeiende dialogen neemt Jos Willems de lezer mee in zijn gedachtegoed. Het decor is de tweede helft van de twintigste eeuw, de periode van economische groei, het nieuwe denken, het vrijvechten. Op schitterende manier vertelt Willems hoe hij opgevoed werd in een streng katholiek milieu. Hoe hij – eerst angstig en twijfelend – op zoek ging naar andere waarden. Hoe hij – later – zelfzeker en eigenzinnig zijn eigen leven in eigen handen neemt. Een boek vol humor, verrassingen, controverse. Wie dit leest, leert ook zichzelf beter kennen.
Jos Willems is voor het grote publiek geen onbekende. Na zijn middelbaar onderwijs aan het Klein Seminarie te Sint-Niklaas studeerde hij rechten en criminologie aan de Gentse Universiteit. Als advocaat begon hij zijn loopbaan aan de Gentse balie. Hij gaf een definitieve wending aan zijn leven door de oprichting van een hogeschool (HlBO). Als vrije, niet-confessionele hogeschool groeide zij uit tot een van de belangrijkste in Vlaanderen. Echt bekend werd hij door zijn rol in de tv-reeksen Beschuldigde sta op en Met voorbedachten rade. Ongewild was hij ook een niet-opgeroepen maar bevoorrechte getuige in de zaak Jespers.
Advocaat van de liefde. Kroniek van een (on)gewoon leven
Noem dit boek gerust een autobiografische kroniek. In verhalende episodes en boeiende dialogen neemt Jos Willems de lezer mee in zijn gedachtegoed. Het decor is de tweede helft van de twintigste eeuw, de periode van economische groei, het nieuwe denken, het vrijvechten. Op schitterende manier vertelt Willems hoe hij opgevoed werd in een streng katholiek milieu. Hoe hij – eerst angstig en twijfelend – op zoek ging naar andere waarden. Hoe hij – later – zelfzeker en eigenzinnig zijn eigen leven in eigen handen neemt. Een boek vol humor, verrassingen, controverse. Wie dit leest, leert ook zichzelf beter kennen.
Jos Willems is voor het grote publiek geen onbekende. Na zijn middelbaar onderwijs aan het Klein Seminarie te Sint-Niklaas studeerde hij rechten en criminologie aan de Gentse Universiteit. Als advocaat begon hij zijn loopbaan aan de Gentse balie. Hij gaf een definitieve wending aan zijn leven door de oprichting van een hogeschool (HlBO). Als vrije, niet-confessionele hogeschool groeide zij uit tot een van de belangrijkste in Vlaanderen. Echt bekend werd hij door zijn rol in de tv-reeksen Beschuldigde sta op en Met voorbedachten rade. Ongewild was hij ook een niet-opgeroepen maar bevoorrechte getuige in de zaak Jespers.

Basisbeginselen BTW (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
Het boek richt zich tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de BTW. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens redactielid van o.m. Fiscalnet, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en de BBB-nieuwsbrief Flash.

Basisbeginselen BTW (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
Het boek richt zich tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de BTW. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens redactielid van o.m. Fiscalnet, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en de BBB-nieuwsbrief Flash.

Handboek facturering van diensten in nationale en internationale context (Hardcover)
Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregelsin een nationale maar ook in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoedient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen,de soort dienst en de vestiging van de partijen.
Achteraan in het boek vindt de lezer een unieke reeks overzichtstabellen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezendinspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijkebijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid vano.m. Fiscalnet, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur. Hij is tevensgastprofessor aan de Hogeschool Gent.
Luc Heylens is belastingconsulent en director bij Deloitte Fiduciaire, Tax & Legal ServicesNV. Hij is een gewaardeerd en enthousiasmerend spreker op seminaries en studiedageninzake BTW. De facturering van diensten in een internationale context en de doorfactureringsproblematiek zijn al jaren zijn specialiteit.
Van beide auteurs verscheen eerder bij Maklu o.m. het standaardwerk Handboek doorfactureringen Handboek internationale handelingen – BTW en douaneaspecten.

Handboek facturering van diensten in nationale en internationale context (Hardcover)
Dit handboek geeft op een gestructureerde wijze een overzicht van de factureringsregelsin een nationale maar ook in een internationale context. De centrale vraag is steeds: hoedient een bepaalde dienst gefactureerd te worden in functie van de aard van de partijen,de soort dienst en de vestiging van de partijen.
Achteraan in het boek vindt de lezer een unieke reeks overzichtstabellen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezendinspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijkebijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is redactielid vano.m. Fiscalnet, het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en het Tijdschrift Huur. Hij is tevensgastprofessor aan de Hogeschool Gent.
Luc Heylens is belastingconsulent en director bij Deloitte Fiduciaire, Tax & Legal ServicesNV. Hij is een gewaardeerd en enthousiasmerend spreker op seminaries en studiedageninzake BTW. De facturering van diensten in een internationale context en de doorfactureringsproblematiek zijn al jaren zijn specialiteit.
Van beide auteurs verscheen eerder bij Maklu o.m. het standaardwerk Handboek doorfactureringen Handboek internationale handelingen – BTW en douaneaspecten.

Chantier. A tribute to the world’s engineers and their partners in life
GC''s hardwired remembrance neurons triggered the idea to feed back his unusual experience, combining some of the stories — the more or less repeatable ones — into an atypical, however remarkable book.The book is built on a firm tripod: evergreen jokes, funny when appropriate; honest sex, tender when applicable; solid engineering, earnest when necessary. The story is set in the first half of 1973, when GC was assigned to the start-up team of the FOS Refinery expansion project, but wound up with the Exxon Research and Engineering ProjectTeam, finalising the construction of the plant.Yes, God''s ways may take surprising turns, but you can bet your sweet Alpha, Sierra, Sierra that Exxon Management has been there first.
You are now reading the last page of GC''s book; quickly get the book itself, turn to page 1 and enjoy!!!

Chantier. A tribute to the world’s engineers and their partners in life
GC''s hardwired remembrance neurons triggered the idea to feed back his unusual experience, combining some of the stories — the more or less repeatable ones — into an atypical, however remarkable book.The book is built on a firm tripod: evergreen jokes, funny when appropriate; honest sex, tender when applicable; solid engineering, earnest when necessary. The story is set in the first half of 1973, when GC was assigned to the start-up team of the FOS Refinery expansion project, but wound up with the Exxon Research and Engineering ProjectTeam, finalising the construction of the plant.Yes, God''s ways may take surprising turns, but you can bet your sweet Alpha, Sierra, Sierra that Exxon Management has been there first.
You are now reading the last page of GC''s book; quickly get the book itself, turn to page 1 and enjoy!!!
Stalking. Risicofactoren voor fysiek geweld
In dit boek wordt stalking in België voor het eerst wetenschappelijk onderzocht. Meer bepaald wordende risicofactoren voor fysiek geweld in kaart gebracht op basis van beschikbare politie-informatie.Eerst wordt het fenomeen stalking grondig beschreven. Achtereenvolgens komen de ontstaansgeschiedenis,de strafbaarstelling en de kenmerken van stalking aan bod. Vervolgens wordt een beeldgeschetst van de slachtoffers en de daders van stalking. In principe kan iedereen slachtoffer wordenvan stalking. Ook stalkers worden getypeerd door diversiteit. Doorheen verschillende onderzoekentekenen zich echter enkele tendensen af die nuttig kunnen zijn in functie van het ontwikkelen van eengepaste interventiestrategie. Daarna wordt dieper ingegaan op elementen die mogelijk gerelateerdzijn met fysiek geweld bij stalking. Een analyse van parketdossiers en een test bij politiemensen resulteerdein een risicofactorenmodel dat perspectieven biedt voor de praktijk.
Stalking. Risicofactoren voor fysiek geweld
In dit boek wordt stalking in België voor het eerst wetenschappelijk onderzocht. Meer bepaald wordende risicofactoren voor fysiek geweld in kaart gebracht op basis van beschikbare politie-informatie.Eerst wordt het fenomeen stalking grondig beschreven. Achtereenvolgens komen de ontstaansgeschiedenis,de strafbaarstelling en de kenmerken van stalking aan bod. Vervolgens wordt een beeldgeschetst van de slachtoffers en de daders van stalking. In principe kan iedereen slachtoffer wordenvan stalking. Ook stalkers worden getypeerd door diversiteit. Doorheen verschillende onderzoekentekenen zich echter enkele tendensen af die nuttig kunnen zijn in functie van het ontwikkelen van eengepaste interventiestrategie. Daarna wordt dieper ingegaan op elementen die mogelijk gerelateerdzijn met fysiek geweld bij stalking. Een analyse van parketdossiers en een test bij politiemensen resulteerdein een risicofactorenmodel dat perspectieven biedt voor de praktijk.
Optimale bedrijfsvoering bij de politie. Blauw beter op straat (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Hoe kun je een politiedienst optimaal organiseren en laten functioneren, zodat er voldoende en kwaliteitsvolle politiemensen optimaal worden ingezet? Dat is de vraag die leidinggevenden binnen de politiediensten zich dagelijks stellen.
Om een excellente politiezorg te kunnen aanbieden is er behoefte aan ‘warm’ leiderschap, aangevuld met goed, zakelijk, aangepast en no-nonsense management. Dit boek komt daaraan tegemoet. Het gaat niet om de zoveelste nieuwe managementbenadering die op de leidinggevenden wordt losgelaten. De boodschap is eenvoudig en duidelijk.
Theoretische ingrediënten worden op een verteerbare wijze voorgeschoteld. Theorie wordt zodanig verwoord dat het voor elke politieverantwoordelijke, groot en klein, een bruikbaar en zelfs onmisbaar hulpmiddel wordt voor het aansturen van het korps of onderdeel ervan.
De inhoud van het werk heeft een integrerend karakter. Het biedt stevigheid en structuur door tal van begrippen en toepassingen in één coherent geheel samen te brengen.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor korpschefs, directeurs, beleidsmedewerkers en alle leidinggevenden van een politiekorps of -dienst.
Dirk Van Aerschot is verbindingsambtenaar van de politie bij de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant. Eerder publiceerde hij bij Maklu het boek “Resultaatgerichte actieplannen opstellen”.
Optimale bedrijfsvoering bij de politie. Blauw beter op straat (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Hoe kun je een politiedienst optimaal organiseren en laten functioneren, zodat er voldoende en kwaliteitsvolle politiemensen optimaal worden ingezet? Dat is de vraag die leidinggevenden binnen de politiediensten zich dagelijks stellen.
Om een excellente politiezorg te kunnen aanbieden is er behoefte aan ‘warm’ leiderschap, aangevuld met goed, zakelijk, aangepast en no-nonsense management. Dit boek komt daaraan tegemoet. Het gaat niet om de zoveelste nieuwe managementbenadering die op de leidinggevenden wordt losgelaten. De boodschap is eenvoudig en duidelijk.
Theoretische ingrediënten worden op een verteerbare wijze voorgeschoteld. Theorie wordt zodanig verwoord dat het voor elke politieverantwoordelijke, groot en klein, een bruikbaar en zelfs onmisbaar hulpmiddel wordt voor het aansturen van het korps of onderdeel ervan.
De inhoud van het werk heeft een integrerend karakter. Het biedt stevigheid en structuur door tal van begrippen en toepassingen in één coherent geheel samen te brengen.
Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor korpschefs, directeurs, beleidsmedewerkers en alle leidinggevenden van een politiekorps of -dienst.
Dirk Van Aerschot is verbindingsambtenaar van de politie bij de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant. Eerder publiceerde hij bij Maklu het boek “Resultaatgerichte actieplannen opstellen”.
Succesvolle bedrijfsfinanciering en investeringsbeleid (2de herziene uitgave)
Dit boek geeft een overzicht van de diverse vormen van financiering, de interne rapportering en financiële adviezen die een toekomstige accountant aan zijn managers of aan zijn klant moet geven. Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld. Bovendien worden een aantal nieuwigheden geïntroduceerd: een originele boordtabel en Balanced Score Card, een origineel model van financieringstabel met vermogensstroom en kasstroommodel, en tenslotte een originele methode ter bepaling van de optimale financiering met vreemd vermogen en ter bepaling van de minimale omzet.
Het boek richt zicht in de eerste plaats tot studenten in het hoger en universitair onderwijs, de praktiserende accountants, economische consulenten en financiële managers.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering
Succesvolle bedrijfsfinanciering en investeringsbeleid (2de herziene uitgave)
Dit boek geeft een overzicht van de diverse vormen van financiering, de interne rapportering en financiële adviezen die een toekomstige accountant aan zijn managers of aan zijn klant moet geven. Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld. Bovendien worden een aantal nieuwigheden geïntroduceerd: een originele boordtabel en Balanced Score Card, een origineel model van financieringstabel met vermogensstroom en kasstroommodel, en tenslotte een originele methode ter bepaling van de optimale financiering met vreemd vermogen en ter bepaling van de minimale omzet.
Het boek richt zicht in de eerste plaats tot studenten in het hoger en universitair onderwijs, de praktiserende accountants, economische consulenten en financiële managers.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering
Bouwen en verbouwen aan 6%. Mogelijkheden en beperkingen voor particulieren, zelfstandigen, uitoefenaars van vrije beroepen en vennootschappen
Om van het verlaagd BTW-tarief te kunnen genieten, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. Dit handige zakboekje overloopt de algemene regeling en de concrete, afwijkende bepalingen.
Hierbij komen niet alleen de grote werken, zoals het afbreken en heropbouwen van een woning, aan bod. In een overzichtelijk alfabetische overzichtslijst wordt aangegeven welk tarief van toepassing is voor bijv. badkamers, bubbelbaden, airco’s, horren, opritten, vloerbekleding, veranda’s, vijvers etc.
Een onmisbaar zakboekje voor wie zijn woning aanpast en verbouwt.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent en auteur op fiscaal vlak, en redactielid van o.m. het Tijdschrift Verkoop Vastgoed.
Bouwen en verbouwen aan 6%. Mogelijkheden en beperkingen voor particulieren, zelfstandigen, uitoefenaars van vrije beroepen en vennootschappen
Om van het verlaagd BTW-tarief te kunnen genieten, moet aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. Dit handige zakboekje overloopt de algemene regeling en de concrete, afwijkende bepalingen.
Hierbij komen niet alleen de grote werken, zoals het afbreken en heropbouwen van een woning, aan bod. In een overzichtelijk alfabetische overzichtslijst wordt aangegeven welk tarief van toepassing is voor bijv. badkamers, bubbelbaden, airco’s, horren, opritten, vloerbekleding, veranda’s, vijvers etc.
Een onmisbaar zakboekje voor wie zijn woning aanpast en verbouwt.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent en auteur op fiscaal vlak, en redactielid van o.m. het Tijdschrift Verkoop Vastgoed.

Fiscaal strategisch management voor de KMO en grote onderneming
Vaak bestaan er bij ondernemers maar ook bij hun adviseurs bepaalde mythes die een eigen leven zijn gaan leiden. Dit boek doorprikt ze met gefundeerde argumenten. Alle fiscale aspecten komen aan bod.
Bijzondere aandacht gaat naar de problematiek van het vastgoed. Zo worden de van de verwerving van onroerend goed door een vennootschap in detail behandeld. De keuzes en alternatieven zijn veelvoudig. Aankopen van onroerend goed in de vennootschap? Huren van onroerend goed? Inbreng in vennootschap van een onroerend goed? Onroerendeleasing? Erfpacht van een onroerend goed? Recht van opstal van een onroerend goed? Vruchtgebruik van een onroerend goed? Aankoop van een onroerend goed op lijfrente?
Telkens komen volgende aspecten hierbij aan bod: Fiscale gevolgen voor de verkoper, verhuurder, enz., fiscale gevolgen voor de vennootschap, afschrijvingen, verwervingskosten,financieringskosten, onderhouds- en herstellingskosten, verbeteringswerken, onroerende voorheffing, BTW, registratierechten en de formaliteiten.

Fiscaal strategisch management voor de KMO en grote onderneming
Vaak bestaan er bij ondernemers maar ook bij hun adviseurs bepaalde mythes die een eigen leven zijn gaan leiden. Dit boek doorprikt ze met gefundeerde argumenten. Alle fiscale aspecten komen aan bod.
Bijzondere aandacht gaat naar de problematiek van het vastgoed. Zo worden de van de verwerving van onroerend goed door een vennootschap in detail behandeld. De keuzes en alternatieven zijn veelvoudig. Aankopen van onroerend goed in de vennootschap? Huren van onroerend goed? Inbreng in vennootschap van een onroerend goed? Onroerendeleasing? Erfpacht van een onroerend goed? Recht van opstal van een onroerend goed? Vruchtgebruik van een onroerend goed? Aankoop van een onroerend goed op lijfrente?
Telkens komen volgende aspecten hierbij aan bod: Fiscale gevolgen voor de verkoper, verhuurder, enz., fiscale gevolgen voor de vennootschap, afschrijvingen, verwervingskosten,financieringskosten, onderhouds- en herstellingskosten, verbeteringswerken, onroerende voorheffing, BTW, registratierechten en de formaliteiten.

Schip van staat met slagzij. Sterkten en zwakten van maritiem recht en beleid in België
Renaat Landuyt, Minister van Mobiliteit en Noordzee, schreef het voorwoord.

Schip van staat met slagzij. Sterkten en zwakten van maritiem recht en beleid in België
Renaat Landuyt, Minister van Mobiliteit en Noordzee, schreef het voorwoord.
Vade-mecum enquête en matière financière et économique (Séries Livres Pratiques Policières)
Le vade-mecum est un instrument indispensable pour tous ceux qui s''intéressent à l'' enquête financière et qui veulent comprendre la pratique de cette enquête.
Geert Delrue est inspecteur principal à la police judiciaire fédérale de Courtrai. En tant qu'officier de référence, il accompagne la police locale dans le domaine de l'exécution des enquêtes en matière financière et économique.
Vade-mecum enquête en matière financière et économique (Séries Livres Pratiques Policières)
Le vade-mecum est un instrument indispensable pour tous ceux qui s''intéressent à l'' enquête financière et qui veulent comprendre la pratique de cette enquête.
Geert Delrue est inspecteur principal à la police judiciaire fédérale de Courtrai. En tant qu'officier de référence, il accompagne la police locale dans le domaine de l'exécution des enquêtes en matière financière et économique.

De magistraat aan het woord. Een verkennend onderzoek naar de opvattingen van magistraten over hun functioneren in justitie en samenleving
Het werk bleef niet beperkt tot een onderonsje tussen leden van dezelfde beroepsgroep die enkel hun eigen positie vertolken. Het heeft integendeel de uitdrukkelijke bedoeling om een louter professionele en juridische benadering te overstijgen en op zoek te gaan naar de maatschappelijke relevantie van de actuele rechtspraktijk. Daartoe heeft de auteur een breder kader uitgewerkt dat de interviews in een verhelderend en soms confronterend perspectief plaatst. aan de hand van dat kader peilt hij ook naar de mogelijkheden van een nieuwe culturele inbedding van het recht, die mee kan helpen bij het opvullen van het morele vacuüm, ontstaan door de teloorgang van de grote ideologieën. een communicatieve, participatieve en op herstel gerichte justitie kan hierbij een belangrijke rol spelen.
Uit het voorwoord van Ivo Moyersoen (Voorzitter rechtbank eerste aanleg te Antwerpen):
“Het onderzoek te velde is zonder meer confronterend.”
Dirk De Bruyn is sinds 1992 rechter bij de rechtbank van koophandel te Antwerpen. Met het proefschrift dat aan de basis ligt van dit boek behaalde hij in 2004 het diploma van licentiaat in de politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.

De magistraat aan het woord. Een verkennend onderzoek naar de opvattingen van magistraten over hun functioneren in justitie en samenleving
Het werk bleef niet beperkt tot een onderonsje tussen leden van dezelfde beroepsgroep die enkel hun eigen positie vertolken. Het heeft integendeel de uitdrukkelijke bedoeling om een louter professionele en juridische benadering te overstijgen en op zoek te gaan naar de maatschappelijke relevantie van de actuele rechtspraktijk. Daartoe heeft de auteur een breder kader uitgewerkt dat de interviews in een verhelderend en soms confronterend perspectief plaatst. aan de hand van dat kader peilt hij ook naar de mogelijkheden van een nieuwe culturele inbedding van het recht, die mee kan helpen bij het opvullen van het morele vacuüm, ontstaan door de teloorgang van de grote ideologieën. een communicatieve, participatieve en op herstel gerichte justitie kan hierbij een belangrijke rol spelen.
Uit het voorwoord van Ivo Moyersoen (Voorzitter rechtbank eerste aanleg te Antwerpen):
“Het onderzoek te velde is zonder meer confronterend.”
Dirk De Bruyn is sinds 1992 rechter bij de rechtbank van koophandel te Antwerpen. Met het proefschrift dat aan de basis ligt van dit boek behaalde hij in 2004 het diploma van licentiaat in de politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel.

Het effect van alternatieve gerechtelijke maatregelen (Reeks Dienst voor Strafrechtelijk beleid, nr. 19)
Na een inleiding inzake de historische, maatschappelijke en juridische context van Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen worden deze projecten gesitueerd als alternatieve afhandelingwijze van strafzaken. Vervolgens wordt de relevante internationale literatuur besproken, met de klemtoon op onderzoeken die in dit verband in België reeds zijn gevoerd. Ten slotte wordt op basis van een empirisch onderzoek nagegaan in hoeverre de Nationale Projecten hun doelstellingen bereiken. De conclusies van dit onderzoek worden vertaald naar een aantal aanbevelingen voor zowel het beleid als het praktijkveld.

Het effect van alternatieve gerechtelijke maatregelen (Reeks Dienst voor Strafrechtelijk beleid, nr. 19)
Na een inleiding inzake de historische, maatschappelijke en juridische context van Alternatieve Gerechtelijke Maatregelen worden deze projecten gesitueerd als alternatieve afhandelingwijze van strafzaken. Vervolgens wordt de relevante internationale literatuur besproken, met de klemtoon op onderzoeken die in dit verband in België reeds zijn gevoerd. Ten slotte wordt op basis van een empirisch onderzoek nagegaan in hoeverre de Nationale Projecten hun doelstellingen bereiken. De conclusies van dit onderzoek worden vertaald naar een aantal aanbevelingen voor zowel het beleid als het praktijkveld.

Recht in beweging. 13de VRG-Alumnidag 2006 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is het uithangbord van de dertiende VRG Alumnidag 2006.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 10 maart 2006 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.

Recht in beweging. 13de VRG-Alumnidag 2006 (Reeks VRG Alumni Leuven)
"Recht in beweging", zo luidt de titel van dit boek. En zo is dat. Het recht isimmers een geheel van normen, die de maatschappelijke ontwikkelingen "ingoede banen" dienen te leiden. Nog nooit kende onze samenleving dergelijkeexplosieve ontwikkelingen, die gepaard gaan met de globalisatie van onze informatiemaatschappijenerzijds en de nieuwe technologieën anderzijds.
Het recht is een schaduwloper, die de ontwikkelingen op de voet volgt, eventueeleen voorloper wanneer het aankomende gebeurtenissen mee gestalte geeft.Alles wordt trouwens in vraag gesteld.
"Recht in beweging" is het uithangbord van de dertiende VRG Alumnidag 2006.
Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 10 maart 2006 door niet minderdan 600 juristen beluisterd en besproken werden.Meteen een bundel van onschatbare waarde. De laatste stand van zaken en nogmeer dan dat.

Overheidsopdrachten. De wetten van 15 en 16 juni 2006 tot omzetting van de Europese Overheidsopdrachtenrichtlijnen (Hardcover)
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be

Overheidsopdrachten. De wetten van 15 en 16 juni 2006 tot omzetting van de Europese Overheidsopdrachtenrichtlijnen (Hardcover)
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be

Tendensen in het economisch recht (Reeks Vakgroep Economisch Recht VUB, nr. 11) (Hardcover)
Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnende onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromenin de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven wordenen tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hunbedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijpom dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te latenkomen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagengewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere anderekenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaanop de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken,grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweedethema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventueletoe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie doorconcurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al danniet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorendeinformatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door,of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.
Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recentewijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrechtonderging immers onlangs een grondige "facelift", of kendenieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens dezestudiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkendeen/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepenen, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet,onderzocht.
Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan eengrondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die hetonder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogenrechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen,inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot eengewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandsevoorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden vande stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondigeanalyse te onderwerpen.
Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in dereeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundeltde verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheelvormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridischeevoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.

Tendensen in het economisch recht (Reeks Vakgroep Economisch Recht VUB, nr. 11) (Hardcover)
Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnende onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromenin de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven wordenen tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hunbedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijpom dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te latenkomen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagengewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere anderekenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaanop de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken,grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweedethema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventueletoe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie doorconcurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al danniet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorendeinformatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door,of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.
Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recentewijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrechtonderging immers onlangs een grondige "facelift", of kendenieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens dezestudiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkendeen/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepenen, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet,onderzocht.
Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan eengrondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die hetonder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogenrechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen,inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot eengewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandsevoorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden vande stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondigeanalyse te onderwerpen.
Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in dereeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundeltde verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheelvormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridischeevoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.

Strafbare overlast door jongerengroepen in het kader van openbaar vervoer. Fenomeen, dadergroep, onveiligheidsbeleving, beleidsevaluatie en -aanbevelingen (IRCP series, 27)
Dit boek is het resultaat van een sociologisch-criminologische studie ter zake, verricht in opdracht van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.Op basis van een meer accurate beeldvorming inzake omvang en aard van overlast in het kader van openbaar vervoer, een analyse van de kenmerken en achtergronden van de veroorzakers ervan en een meting van de impact ervan op de onveiligheidsbeleving van reizigers en werknemers, formuleren de auteurs aanbevelingen voor een efficiëntere en meer adequate aanpak van het fenomeen door de diverse betrokken actoren.
Ongetwijfeld zal dit boek eenieder interesseren die professioneel of anders is begaan met deze problematiek.

Strafbare overlast door jongerengroepen in het kader van openbaar vervoer. Fenomeen, dadergroep, onveiligheidsbeleving, beleidsevaluatie en -aanbevelingen (IRCP series, 27)
Dit boek is het resultaat van een sociologisch-criminologische studie ter zake, verricht in opdracht van de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.Op basis van een meer accurate beeldvorming inzake omvang en aard van overlast in het kader van openbaar vervoer, een analyse van de kenmerken en achtergronden van de veroorzakers ervan en een meting van de impact ervan op de onveiligheidsbeleving van reizigers en werknemers, formuleren de auteurs aanbevelingen voor een efficiëntere en meer adequate aanpak van het fenomeen door de diverse betrokken actoren.
Ongetwijfeld zal dit boek eenieder interesseren die professioneel of anders is begaan met deze problematiek.
Fiscale fraude (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Dit boek behandelt de manier waarop een fiscaal strafdossier kan worden samengesteld en welke elementen het strafdossier moet bevatten. Het spitst zich toe op de meest voorkomende gevallen van fiscale fraude. De meer gespecialiseerde vormen van fiscale fraude, zoals btw-carrousels en kasgeldvennootschappen worden buiten beschouwing gelaten.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Van deze auteur is eerder verschenen:
Misdrijven i.v.m. de staat van faillissement
Het wegmaken van nalatenschappen
Het bedrieglijk onvermogen
Fiscale fraude (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Dit boek behandelt de manier waarop een fiscaal strafdossier kan worden samengesteld en welke elementen het strafdossier moet bevatten. Het spitst zich toe op de meest voorkomende gevallen van fiscale fraude. De meer gespecialiseerde vormen van fiscale fraude, zoals btw-carrousels en kasgeldvennootschappen worden buiten beschouwing gelaten.
Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.
Van deze auteur is eerder verschenen:
Misdrijven i.v.m. de staat van faillissement
Het wegmaken van nalatenschappen
Het bedrieglijk onvermogen

Het wegmaken van nalatenschappen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Vaak worden deze misdrijvenniet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangiftevan een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart
Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerendeeigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbondenzijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.

Het wegmaken van nalatenschappen (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Vaak worden deze misdrijvenniet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangiftevan een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart
Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerendeeigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbondenzijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.

Bijzondere overeenkomsten (Vlaamse Conferentie der Balie van Gent)
Jacques Woestyn: Gevolgen van het faillissement ten aanzien van de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft verschaft.
Philippe Leroy: De rechtstreekse vordering tussen de onderaannemer en de bouwheer: haasje over?
Veerle Buyl: Juridische en fiscale aspecten van roerende en onroerende leasing
Kristof Vanhove: Nieuwste rechtspraak handelshuur (2000-2006)
Steven Baert: Brouwerijovereenkomsten
Annemarie Hanselaer: Sociale huur in het Vlaamse Gewest
Frank Burssens & Karel Marchand: Het contract van de vastgoedmakelaar onder invloed van het consumentenrecht
Reinhard Steennot: Consumentenkoop en garanties:De bescherming van de consument bij aankoop van een roerend goed

Bijzondere overeenkomsten (Vlaamse Conferentie der Balie van Gent)
Jacques Woestyn: Gevolgen van het faillissement ten aanzien van de persoon die een persoonlijke zekerheid heeft verschaft.
Philippe Leroy: De rechtstreekse vordering tussen de onderaannemer en de bouwheer: haasje over?
Veerle Buyl: Juridische en fiscale aspecten van roerende en onroerende leasing
Kristof Vanhove: Nieuwste rechtspraak handelshuur (2000-2006)
Steven Baert: Brouwerijovereenkomsten
Annemarie Hanselaer: Sociale huur in het Vlaamse Gewest
Frank Burssens & Karel Marchand: Het contract van de vastgoedmakelaar onder invloed van het consumentenrecht
Reinhard Steennot: Consumentenkoop en garanties:De bescherming van de consument bij aankoop van een roerend goed

De veiligheidsscan. Instrument voor een lokaal veiligheids- en leefbaarheidsbeleid
Uit de eerste evaluaties van de implementatie van het gemeenschapsgerichte politiemodel en van de zonale veiligheidsplannen blijkt dat er onvoldoende instrumenten beschikbaar zijn om de verwachtingen van de bevolking op zonaal of gemeentelijk niveau in kaart te brengen. Daarom ontwikkelden Maarten Van Craen en Johan Ackaert (Universiteit Hasselt) in samenwerking met de provincie Limburg en een aantal zonechefs de Veiligheidsscan. Dit instrument is een hulpmiddel voor politieke bestuurders en zonechefs om op het gemeentelijke of zonale niveau een doordacht leefbaarheids- en veiligheidsbeleid uit te tekenen. In dit boek stellen de onderzoekers de Veiligheidsscan voor en presenteren ze hun eerste resultaten.
Maarten Van Craen is onderzoeker aan de Universiteit Hasselt (SEIN, onderzoeksgroep `Overheid en Samenleving'). De voorbije jaren publiceerde hij heel wat rapporten en artikels over veiligheid, leefbaarheid, allochtonen en politiek.
Johan Ackaert is politicoloog aan de Universiteit Hasselt. Zijn onderzoek en publicaties zijn vooral toegespitst op politieke participatie en het lokale bestuur (bestuurskracht, lokale verkiezingen en het rolgedrag van burgemeesters). Hij coördineerde het onderzoek over veiligheid en leefbaarheid in tien Limburgse politiezones.

De veiligheidsscan. Instrument voor een lokaal veiligheids- en leefbaarheidsbeleid
Uit de eerste evaluaties van de implementatie van het gemeenschapsgerichte politiemodel en van de zonale veiligheidsplannen blijkt dat er onvoldoende instrumenten beschikbaar zijn om de verwachtingen van de bevolking op zonaal of gemeentelijk niveau in kaart te brengen. Daarom ontwikkelden Maarten Van Craen en Johan Ackaert (Universiteit Hasselt) in samenwerking met de provincie Limburg en een aantal zonechefs de Veiligheidsscan. Dit instrument is een hulpmiddel voor politieke bestuurders en zonechefs om op het gemeentelijke of zonale niveau een doordacht leefbaarheids- en veiligheidsbeleid uit te tekenen. In dit boek stellen de onderzoekers de Veiligheidsscan voor en presenteren ze hun eerste resultaten.
Maarten Van Craen is onderzoeker aan de Universiteit Hasselt (SEIN, onderzoeksgroep `Overheid en Samenleving'). De voorbije jaren publiceerde hij heel wat rapporten en artikels over veiligheid, leefbaarheid, allochtonen en politiek.
Johan Ackaert is politicoloog aan de Universiteit Hasselt. Zijn onderzoek en publicaties zijn vooral toegespitst op politieke participatie en het lokale bestuur (bestuurskracht, lokale verkiezingen en het rolgedrag van burgemeesters). Hij coördineerde het onderzoek over veiligheid en leefbaarheid in tien Limburgse politiezones.
De aanhouding (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Voor het eerst wordt in dit handboek een volledig overzicht gegeven van de politionele aan-houding (gerechtelijk en bestuurlijk). Hierbij worden de juridische voorwaarden en praktische uit-werking van de aanhouding in al hun facetten weergegeven.
Dit handboek is basislectuur voor politie, magistratuur en advocatuur.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum. Eerder schreef hij in de reeks Politie Praktijk Boeken o.m. het boek "Politiestatistiek" (Maklu, 2004).
De aanhouding (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Voor het eerst wordt in dit handboek een volledig overzicht gegeven van de politionele aan-houding (gerechtelijk en bestuurlijk). Hierbij worden de juridische voorwaarden en praktische uit-werking van de aanhouding in al hun facetten weergegeven.
Dit handboek is basislectuur voor politie, magistratuur en advocatuur.
Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en voormalig adjunct directeur van Europol. Hij is als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum. Eerder schreef hij in de reeks Politie Praktijk Boeken o.m. het boek "Politiestatistiek" (Maklu, 2004).
Budgettering (met cd-rom) – tweede herziene en uitgebreide uitgave
Daarna worden de diverse soorten kostenbudgetten, gebaseerd op standaarden bestudeerd. Hierop volgt een behandeling van het BTW-, belastings- en liquiditeitsbudget. Vervolgens wordt het masterbudget met resultaats- en balansbudget besproken om te komen tot een geïntegreerd budget. Er wordt veel aandacht besteed aan de budgetcontrole met de verschillenanalyse tussen budget en werkelijkheid. Het boek eindigt met het journaliseren van de budgetten en de verschillen in het budgetboekhouden.
Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Ieder hoofdstuk eindigt met een overzicht van de aangeleerde begrippen, handige herhalingsvragen, taken en oefeningen. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot bachelorstudenten in het Hoger Onderwijs. Boekhoudchefs, adviserende accountants, consulenten en financiële managers van bedrijven die te maken hebben met het plannen, budgetteren en het oprichten van nieuwe bedrijven, vinden in deze uitgave concrete technieken voor de dagelijkse praktijk.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Hij publiceerde eerder bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.
Budgettering (met cd-rom) – tweede herziene en uitgebreide uitgave
Daarna worden de diverse soorten kostenbudgetten, gebaseerd op standaarden bestudeerd. Hierop volgt een behandeling van het BTW-, belastings- en liquiditeitsbudget. Vervolgens wordt het masterbudget met resultaats- en balansbudget besproken om te komen tot een geïntegreerd budget. Er wordt veel aandacht besteed aan de budgetcontrole met de verschillenanalyse tussen budget en werkelijkheid. Het boek eindigt met het journaliseren van de budgetten en de verschillen in het budgetboekhouden.
Talrijke schema''s en voorbeelden verduidelijken de materie. Ieder hoofdstuk eindigt met een overzicht van de aangeleerde begrippen, handige herhalingsvragen, taken en oefeningen. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot bachelorstudenten in het Hoger Onderwijs. Boekhoudchefs, adviserende accountants, consulenten en financiële managers van bedrijven die te maken hebben met het plannen, budgetteren en het oprichten van nieuwe bedrijven, vinden in deze uitgave concrete technieken voor de dagelijkse praktijk.
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Hij publiceerde eerder bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.

De ogen van de fiscus. Tussen fraude en creativiteit
Dat er echter ook plezier te beleven valt met de belastingen, blijkt uit dit boek. Heel wat Belgen gaan immers graag creatief met hun belastingen om. De wet moedigt deze creativiteit trouwens aan: "belastingontwijking" is toegestaan.
Tal van situaties komen aanbod. Waarom kan je bijvoorbeeld best in Spanje gaan wonen voordat je overlijdt? Of waarom sluit je best nog vlug een lening af als je echt je einde voelt naderen? Bestaat de zogenaamde "miserie-index" echt?

De ogen van de fiscus. Tussen fraude en creativiteit
Dat er echter ook plezier te beleven valt met de belastingen, blijkt uit dit boek. Heel wat Belgen gaan immers graag creatief met hun belastingen om. De wet moedigt deze creativiteit trouwens aan: "belastingontwijking" is toegestaan.
Tal van situaties komen aanbod. Waarom kan je bijvoorbeeld best in Spanje gaan wonen voordat je overlijdt? Of waarom sluit je best nog vlug een lening af als je echt je einde voelt naderen? Bestaat de zogenaamde "miserie-index" echt?
Missing and sexually exploited children in the enlarged EU. Epidemiological data in the new Member States (Reeks Childoscope, nr. 4)
zoloft and weed
zoloft and weedA final, comparative report bridges the country report information into a first epidemiological state of the art for the 10 new Member States and for the entire enlarged EU, comparing the newly gathered information with information collected in the initial 15 Member States during a previous study, the report of which has been published in January 2004 as the first book in the Childoscope series.
Missing and sexually exploited children in the enlarged EU. Epidemiological data in the new Member States (Reeks Childoscope, nr. 4)
zoloft and weed
zoloft and weedA final, comparative report bridges the country report information into a first epidemiological state of the art for the 10 new Member States and for the entire enlarged EU, comparing the newly gathered information with information collected in the initial 15 Member States during a previous study, the report of which has been published in January 2004 as the first book in the Childoscope series.

De zakelijke borgtocht naar Belgisch recht
melatonin and weed combination
melatonin weed high read hereIn dit boek staat de vraag centraal of het gaat om een zakelijke dan wel om een persoonlijke zekerheid en de vraag of de regels inzake persoonlijke borgtocht toepassing (mogen) vinden op de zakelijke borgtocht. Vernieuwend is dat de auteur voor het eerst een grondig en kritisch overzicht geeft van de, naar Belgisch recht, op deze figuur toepasselijke regels.
Vervolgens gaat de auteur meer fundamenteel na of er gemeenschappelijke regels bestaan die toepasselijk zijn op alle zekerheidsverbintenissen (zakelijke én persoonlijke) aangegaan door derden voor andermans schuld.
Deze technische materie wordt in een vlot leesbaar geheel behandeld. Hierbij is een schat aan informatie uit binnen- en buitenland verwerkt tot een toegankelijk en helder referentiewerk.
Uit het voorwoord van Prof. Dr. Sophie Stijns:
"… een grote aanwinst voor de praktijk. Zo beklagen bankjuristen zich al langer over het gebrek aan aandacht in de doctrine voor de figuur van de zakelijke borgtocht. Hun wens is thans vervuld. In de komende jaren zal dit boek ongetwijfeld een naslagwerk vormen…".
RAF VAN RANSBEECK is gerechtelijk stagiair bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel en praktijkassistent aan de K.U.Brussel. Hij is onder meer redactielid van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en schreef eerder talrijke bijdragen inzake verbintenissenrecht, vastgoedrecht en zekerhedenrecht.

De zakelijke borgtocht naar Belgisch recht
melatonin and weed combination
melatonin weed high read hereIn dit boek staat de vraag centraal of het gaat om een zakelijke dan wel om een persoonlijke zekerheid en de vraag of de regels inzake persoonlijke borgtocht toepassing (mogen) vinden op de zakelijke borgtocht. Vernieuwend is dat de auteur voor het eerst een grondig en kritisch overzicht geeft van de, naar Belgisch recht, op deze figuur toepasselijke regels.
Vervolgens gaat de auteur meer fundamenteel na of er gemeenschappelijke regels bestaan die toepasselijk zijn op alle zekerheidsverbintenissen (zakelijke én persoonlijke) aangegaan door derden voor andermans schuld.
Deze technische materie wordt in een vlot leesbaar geheel behandeld. Hierbij is een schat aan informatie uit binnen- en buitenland verwerkt tot een toegankelijk en helder referentiewerk.
Uit het voorwoord van Prof. Dr. Sophie Stijns:
"… een grote aanwinst voor de praktijk. Zo beklagen bankjuristen zich al langer over het gebrek aan aandacht in de doctrine voor de figuur van de zakelijke borgtocht. Hun wens is thans vervuld. In de komende jaren zal dit boek ongetwijfeld een naslagwerk vormen…".
RAF VAN RANSBEECK is gerechtelijk stagiair bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel en praktijkassistent aan de K.U.Brussel. Hij is onder meer redactielid van het Tijdschrift Verkoop Vastgoed en schreef eerder talrijke bijdragen inzake verbintenissenrecht, vastgoedrecht en zekerhedenrecht.
Kostenbeleid. Met bepaling van de bedrijfswinst (met cd-rom) – 2de herziene en uitgebreide uitgave
Het boek is uniek voor de concrete cijfervoorbeelden en oefeningen, die berusten op de jarenlange onderwijspraktijk van de auteur. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot de practicus en het bachelorniveau in het hoger en universitair onderwijs. De onderneming, economische doelen en kostenpolitiek - Het productie- en capaciteitsbeleid - Kostengedrag: Definiëringen &-indelingen - Materiaalkost en voorraadbeheer - Kosten van diensten van derden en personeel - Kosten van inzet vast en vlottend actief - Basis kostprijsberekeningen - Speciale kostprijscalculaties - Activity Based Costing (ABC) en Activity Based Management (ABM) - Verkoopspolitiek &- prijstechnieken - Relaties tussen kosten, omzet en bedrijfswinst
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering
Kostenbeleid. Met bepaling van de bedrijfswinst (met cd-rom) – 2de herziene en uitgebreide uitgave
Het boek is uniek voor de concrete cijfervoorbeelden en oefeningen, die berusten op de jarenlange onderwijspraktijk van de auteur. Op de bijgevoegde CD-ROM vindt de lezer de oplossingen van de voorbeelden, de schematische structuur van de oefeningen en een simulatiecase. De docenten kunnen gratis een tweede CD-ROM krijgen met de oplossing van de oefeningen, de transparanten, jaarplanning en een examenvoorbeeld.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot de practicus en het bachelorniveau in het hoger en universitair onderwijs. De onderneming, economische doelen en kostenpolitiek - Het productie- en capaciteitsbeleid - Kostengedrag: Definiëringen &-indelingen - Materiaalkost en voorraadbeheer - Kosten van diensten van derden en personeel - Kosten van inzet vast en vlottend actief - Basis kostprijsberekeningen - Speciale kostprijscalculaties - Activity Based Costing (ABC) en Activity Based Management (ABM) - Verkoopspolitiek &- prijstechnieken - Relaties tussen kosten, omzet en bedrijfswinst
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering
De procureur des Konings aan het woord. Evaluatieonderzoek zonale veiligheidsplannen (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 15)
De auteurs zijn allen criminoloog.
De procureur des Konings aan het woord. Evaluatieonderzoek zonale veiligheidsplannen (Reeks Dienst Strafrechtelijk Beleid, nr. 15)
De auteurs zijn allen criminoloog.






mittel- und osteuropa

Abonnement Cahiers Politiestudies (CPS) – 2016 (4 publicaties per jaar)
De Cahiers Politiestudies is een kwartaalreeks die zich richt op hoogstaande, kwalitatieve bijdragen over politiële vraagstukken en fenomenen die de politie interesseren.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimesterieel (4 themanummers per jaar). Een jaarabonnement kost € 99,- (excl. verzendkosten). Een abonnement kan jaarlijks worden opgezegd vóór 1 december van de lopende jaargang.
De kwartaalreeks is multidisciplinair opgezet, waarbij criminologie een prominente plaats krijgt naast andere disciplines. In deze reeks vinden, naast Nederlandstalige publicaties, ook Engelstalige bijdragen hun plaats. De reeks wordt begeleid door een internationale redactieraad. De redactieraad waakt over de kwaliteit van de ingediende manuscripten dankzij een internationale double blind peerreview-procedure en ontwikkelt een proactief beleid met het oog op het samenstellen van thematische volumes. Daartoe worden gasteditoren in België en Nederland aangezocht.
Doelgroep
Zowel wetenschappers (academici, beleidsondersteunende onderzoekers, opleidingscentra en bibliotheken) als practici afkomstig uit politie, justitie en belendende domeinen vinden hier een forum. Na vijf jaar werking zijn de Cahiers Politiestudies uitgegroeid tot betekenisvolle thematische naslagwerken, met zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdragen die voor de politie en voor ruimere beroepskringen en academici een onmisbaar instrument zijn. Een instrument dat een degelijk en professioneel overzicht biedt over een eigentijds thema.
Voorbije nummers
- Cahier 42: Aanpak van gewelddadige radicalisering
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 41: Meten is weten
E. Devroe, E. De Raedt, H. Elffers, D. Schaap (red.) - Cahier 40: Politie en gezondheidszorg
L.G. Moor, W. Vanderplasschen, A. van Dijk (eds.) - Cahier 39: Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit
A. Verhage, A. Jorissen, R. Prins, J. Jaspers (eds.) - Cahier 38: Groene criminologie en veiligheidszorg
J. Janssen, T. Boekhout van Solinge, L. Bisschop, P. De Baets (eds.) - Cahier 37: Verantwoording en politie
J. Terpstra, A. Duchatelet, J. Janssens, D. Van Ryckeghem & P. Versteegh (eds.) - Cahier 36: Outsourcing policing
P. Ponsaers, E. De Raedt, L. Wondergem & L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 35: Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie
L. Gunther Moor, J. Janssen, M. Easton & A. Verhage (eds.) - Cahier 34: Jongeren en politie
S. De Kimpe, J. Noorda & H. Ferwerda (eds.) - Cahier 33: De toekomst van de politie
E. Devroe, K. van der Vijver, W. Hardyns & A. van Dijk (eds.) - Cahier 32: Democratische politie
M. De Waele, B. van Stokkom, T. Kansil & H. Berkmoes (eds.) - Cahier 31: Het gezag van de politie
L. Gunther Moor, P. Ponsaers, M. de Vries & M. Easton - Cahier 30: Politie en haar maatschappelijke partners
P. Ponsaers, L. Gunther Moor, W. D''haese, M. Eysink Smeets (eds.) - Cahier 29: Illegale en informele economie
D. Boels, L. Bisschop, E. Kleemans, K. van der Vijver (eds.) - Cahier 28: Vernieuwing in de opsporing
P. Ponsaers, J. Terpstra, C. De Poot, M. Bockstaele, L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 27: Mensenrechten en politie
J. Noppe, V. Pashley, P. De Hert, W. Huisman (eds.) - Cahier 26: Schaalveranderingen
E. Devroe, P. Ponsaers, M. Easton, L. Cachet, G. Meershoek (eds.) - Cahier 25: Tides and currents in police theories
E. Devroe, P. Ponsaers, L. Gunther Moor, J. Greene, L. Skinns, L. Bisschop, A. Verhage, M. Bacon (eds.) - Cahier 24: Integriteit en deontologie
A. De Schrijver, E. Kolthoff, K. Lasthuizen, P. Van Parys, E. Devroe (eds.) - Cahier 23: Geweld en politie
Gerwinde Vynckier, Willem de Haan, Otto Adang, Franky Goossens (eds.) - Cahier 22: Professionalisering en socialisatie
S. de Kimpe, L.G. Moor, F. Vlek, P. van Reenen (eds.) - Cahier 21: Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek
L. Smets, J. De Kinder, L.G. Moor (eds.) - Cahier 20: Technology-led policing
E. De Pauw, P. Ponsaers, K. van der Vijver, W. Bruggeman, P. Deelman (eds.) - Cahier 19: Burgerparticipatie
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 18: Social disorder
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 17: Evidence based policing
E. De Wree, E. Devroe, W. Broer & P. van der Laan (eds.) - Cahier 16: Policing in Europe
A. Verhage, P. Deelman, E. Muylaert, J. Terpstra & P. Van Parys (eds.) - Cahier 15: Policing multiple communities
F. Bovenkerk, M. Easton, L.G. Moor & P. Ponsaers (eds.) - Cahier 14: Politieleiderschap
L. Bisschop, K. Buijnink, S. De Kimpe & M. Noordegraaf (eds.) - Cahier 13: Wat doet de politie?
I. Verwee, E. Hendrickx & F. Vlek (eds.) - Cahier 12: De relatie in de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank
M. Vanderhallen, G. Vervaeke & E. Jaspaert (eds.) - Cahier 11: Restorative policing
L.G. Moor, T. Peters, P. Ponsaers, J. Shapland, B. van Stokkom (eds.) - Cahier 10: Politionele bestuurlijke informatiestromen
G. Vynckier, M. Easton, S. De Kimpe (eds.)

Abonnement Cahiers Politiestudies (CPS) – 2016 (4 publicaties per jaar)
De Cahiers Politiestudies is een kwartaalreeks die zich richt op hoogstaande, kwalitatieve bijdragen over politiële vraagstukken en fenomenen die de politie interesseren.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimesterieel (4 themanummers per jaar). Een jaarabonnement kost € 99,- (excl. verzendkosten). Een abonnement kan jaarlijks worden opgezegd vóór 1 december van de lopende jaargang.
De kwartaalreeks is multidisciplinair opgezet, waarbij criminologie een prominente plaats krijgt naast andere disciplines. In deze reeks vinden, naast Nederlandstalige publicaties, ook Engelstalige bijdragen hun plaats. De reeks wordt begeleid door een internationale redactieraad. De redactieraad waakt over de kwaliteit van de ingediende manuscripten dankzij een internationale double blind peerreview-procedure en ontwikkelt een proactief beleid met het oog op het samenstellen van thematische volumes. Daartoe worden gasteditoren in België en Nederland aangezocht.
Doelgroep
Zowel wetenschappers (academici, beleidsondersteunende onderzoekers, opleidingscentra en bibliotheken) als practici afkomstig uit politie, justitie en belendende domeinen vinden hier een forum. Na vijf jaar werking zijn de Cahiers Politiestudies uitgegroeid tot betekenisvolle thematische naslagwerken, met zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdragen die voor de politie en voor ruimere beroepskringen en academici een onmisbaar instrument zijn. Een instrument dat een degelijk en professioneel overzicht biedt over een eigentijds thema.
Voorbije nummers
- Cahier 42: Aanpak van gewelddadige radicalisering
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 41: Meten is weten
E. Devroe, E. De Raedt, H. Elffers, D. Schaap (red.) - Cahier 40: Politie en gezondheidszorg
L.G. Moor, W. Vanderplasschen, A. van Dijk (eds.) - Cahier 39: Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit
A. Verhage, A. Jorissen, R. Prins, J. Jaspers (eds.) - Cahier 38: Groene criminologie en veiligheidszorg
J. Janssen, T. Boekhout van Solinge, L. Bisschop, P. De Baets (eds.) - Cahier 37: Verantwoording en politie
J. Terpstra, A. Duchatelet, J. Janssens, D. Van Ryckeghem & P. Versteegh (eds.) - Cahier 36: Outsourcing policing
P. Ponsaers, E. De Raedt, L. Wondergem & L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 35: Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie
L. Gunther Moor, J. Janssen, M. Easton & A. Verhage (eds.) - Cahier 34: Jongeren en politie
S. De Kimpe, J. Noorda & H. Ferwerda (eds.) - Cahier 33: De toekomst van de politie
E. Devroe, K. van der Vijver, W. Hardyns & A. van Dijk (eds.) - Cahier 32: Democratische politie
M. De Waele, B. van Stokkom, T. Kansil & H. Berkmoes (eds.) - Cahier 31: Het gezag van de politie
L. Gunther Moor, P. Ponsaers, M. de Vries & M. Easton - Cahier 30: Politie en haar maatschappelijke partners
P. Ponsaers, L. Gunther Moor, W. D''haese, M. Eysink Smeets (eds.) - Cahier 29: Illegale en informele economie
D. Boels, L. Bisschop, E. Kleemans, K. van der Vijver (eds.) - Cahier 28: Vernieuwing in de opsporing
P. Ponsaers, J. Terpstra, C. De Poot, M. Bockstaele, L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 27: Mensenrechten en politie
J. Noppe, V. Pashley, P. De Hert, W. Huisman (eds.) - Cahier 26: Schaalveranderingen
E. Devroe, P. Ponsaers, M. Easton, L. Cachet, G. Meershoek (eds.) - Cahier 25: Tides and currents in police theories
E. Devroe, P. Ponsaers, L. Gunther Moor, J. Greene, L. Skinns, L. Bisschop, A. Verhage, M. Bacon (eds.) - Cahier 24: Integriteit en deontologie
A. De Schrijver, E. Kolthoff, K. Lasthuizen, P. Van Parys, E. Devroe (eds.) - Cahier 23: Geweld en politie
Gerwinde Vynckier, Willem de Haan, Otto Adang, Franky Goossens (eds.) - Cahier 22: Professionalisering en socialisatie
S. de Kimpe, L.G. Moor, F. Vlek, P. van Reenen (eds.) - Cahier 21: Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek
L. Smets, J. De Kinder, L.G. Moor (eds.) - Cahier 20: Technology-led policing
E. De Pauw, P. Ponsaers, K. van der Vijver, W. Bruggeman, P. Deelman (eds.) - Cahier 19: Burgerparticipatie
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 18: Social disorder
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 17: Evidence based policing
E. De Wree, E. Devroe, W. Broer & P. van der Laan (eds.) - Cahier 16: Policing in Europe
A. Verhage, P. Deelman, E. Muylaert, J. Terpstra & P. Van Parys (eds.) - Cahier 15: Policing multiple communities
F. Bovenkerk, M. Easton, L.G. Moor & P. Ponsaers (eds.) - Cahier 14: Politieleiderschap
L. Bisschop, K. Buijnink, S. De Kimpe & M. Noordegraaf (eds.) - Cahier 13: Wat doet de politie?
I. Verwee, E. Hendrickx & F. Vlek (eds.) - Cahier 12: De relatie in de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank
M. Vanderhallen, G. Vervaeke & E. Jaspaert (eds.) - Cahier 11: Restorative policing
L.G. Moor, T. Peters, P. Ponsaers, J. Shapland, B. van Stokkom (eds.) - Cahier 10: Politionele bestuurlijke informatiestromen
G. Vynckier, M. Easton, S. De Kimpe (eds.)

Abonnement Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2016 (ISSN 1783-1008)
NEDERLANDS
Het tijdschrift voor Belgische Mededinging voorziet in een exclusief en gespecialiseerd forum voor mededinging sensu lato. In TBM-RCB komen alle aspecten van de mededinging, zowel juridische als economische, aan bod. Als Belgisch tijdschrift bevat TBM-RCB bijdragen in het Nederlands en in het Frans. Elk artikel wordt door een samenvatting in de andere taal voorafgegaan. Waar dit nuttig is, zijn bijdragen in het Engels opgenomen.
Abonnement per kalenderjaar: € 185,- | 4 afleveringen per jaar | € 15,- verzendkosten
Meer informatie op www.TBM-RCB.be
FRANCAIS
La Revue de la Concurrence Belge prévoit un forum exclusif et spécialisé pour la concurrence au sens large. Dans TBM-RCB, tous les aspects de la concurrence, tant juridiques que économiques, sont traités. Les articles sont rédigés en néerlandais et en français. Parfois sont ajoutés des attributions en anglais.
Abonnement année civile: € 185,- | 4 livraisons par an | € 15,- frais d''envoi
Plus d''information sur www.TBM-RCB.be

Abonnement Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2016 (ISSN 1783-1008)
NEDERLANDS
Het tijdschrift voor Belgische Mededinging voorziet in een exclusief en gespecialiseerd forum voor mededinging sensu lato. In TBM-RCB komen alle aspecten van de mededinging, zowel juridische als economische, aan bod. Als Belgisch tijdschrift bevat TBM-RCB bijdragen in het Nederlands en in het Frans. Elk artikel wordt door een samenvatting in de andere taal voorafgegaan. Waar dit nuttig is, zijn bijdragen in het Engels opgenomen.
Abonnement per kalenderjaar: € 185,- | 4 afleveringen per jaar | € 15,- verzendkosten
Meer informatie op www.TBM-RCB.be
FRANCAIS
La Revue de la Concurrence Belge prévoit un forum exclusif et spécialisé pour la concurrence au sens large. Dans TBM-RCB, tous les aspects de la concurrence, tant juridiques que économiques, sont traités. Les articles sont rédigés en néerlandais et en français. Parfois sont ajoutés des attributions en anglais.
Abonnement année civile: € 185,- | 4 livraisons par an | € 15,- frais d''envoi
Plus d''information sur www.TBM-RCB.be

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 6
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Verhoren van psychopaten
- De polygrafie en een zinloos meningsverschil
Penologie en Victimologie – Penology and Victimology
- Wederzijds vertrouwen is geen blind vertrouwen: het Europeesaanhoudingsbevel en detentiecondities binnen de Europese Unie
- Het gebruikersperspectief bij de invoering van het GPMI in OCMW Gent
Recht en geestelijke gezondheidszorg – Law and Mental Health
- Blended eMental Health in de ambulante forensische geestelijkegezondheidszorg: de implementatie en eerste ervaringen van cliënten enhun behandelaars
Internationaal en Europees strafrecht en Mensenrechten –International and European Criminal Law, and Human Rights Law
- Het Europees anti-foltercomité andermaal kritisch over de detentiecondities in België
- Eindelijk klare wijn? De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaken
- Symbol or substance? Towards a systematic application of criminalisation criteria in EU law
Rechtshulp en advocatuur – Legal Aid and Representation
- Recente ontwikkelingen in de rechtsbijstand aan kinderen en jongeren in een evoluerend juridisch kader
Boekbesprekingen
Desert in a Reparative Frame: Re-defining Contemporary Criminal Justice
Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat. Médiation pénale.La diversité en débat
The Effective Youth Court. Juvenile justice procedures in Europe

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 6
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Verhoren van psychopaten
- De polygrafie en een zinloos meningsverschil
Penologie en Victimologie – Penology and Victimology
- Wederzijds vertrouwen is geen blind vertrouwen: het Europeesaanhoudingsbevel en detentiecondities binnen de Europese Unie
- Het gebruikersperspectief bij de invoering van het GPMI in OCMW Gent
Recht en geestelijke gezondheidszorg – Law and Mental Health
- Blended eMental Health in de ambulante forensische geestelijkegezondheidszorg: de implementatie en eerste ervaringen van cliënten enhun behandelaars
Internationaal en Europees strafrecht en Mensenrechten –International and European Criminal Law, and Human Rights Law
- Het Europees anti-foltercomité andermaal kritisch over de detentiecondities in België
- Eindelijk klare wijn? De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaken
- Symbol or substance? Towards a systematic application of criminalisation criteria in EU law
Rechtshulp en advocatuur – Legal Aid and Representation
- Recente ontwikkelingen in de rechtsbijstand aan kinderen en jongeren in een evoluerend juridisch kader
Boekbesprekingen
Desert in a Reparative Frame: Re-defining Contemporary Criminal Justice
Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat. Médiation pénale.La diversité en débat
The Effective Youth Court. Juvenile justice procedures in Europe

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Criminografie en Methodologie –Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
- Leren op café? “Worldcafé” als methode om data te verzamelen toegepast opcyberpesten bij jongeren
Maatschappelijke dienstverlening – Social Work
- Herstelrecht realiseren. Van mensenrechten naar persoonlijke verhalen.Reflecties bij het 9de internationaal congres van het European Forum forRestorative Justice
- Het gebruikersperspectief bij de invoering van het GPMI in OCMW Gent
Boekbesprekingen
Inside Immigration Detention
Living on the Hyphen. De meerwaarde van een meervoudig perspectief& Veelzijdige gedachten. Liber amicorum prof. dr. Chrisje Brants
Aanranding van de eerbaarheid en verkrachting

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Criminografie en Methodologie –Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
- Leren op café? “Worldcafé” als methode om data te verzamelen toegepast opcyberpesten bij jongeren
Maatschappelijke dienstverlening – Social Work
- Herstelrecht realiseren. Van mensenrechten naar persoonlijke verhalen.Reflecties bij het 9de internationaal congres van het European Forum forRestorative Justice
- Het gebruikersperspectief bij de invoering van het GPMI in OCMW Gent
Boekbesprekingen
Inside Immigration Detention
Living on the Hyphen. De meerwaarde van een meervoudig perspectief& Veelzijdige gedachten. Liber amicorum prof. dr. Chrisje Brants
Aanranding van de eerbaarheid en verkrachting

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Recente overheidsmaatregelen i.v.m. de ‘foreign fighters’
Rechtshulp en advocatuur – Legal Aid and Representation
- Welke toekomst voor de gecommunautariseerde juridische eerstelijnsbijstand? Verslag van een rondetafelgesprek op 26 februari 2016
- Een nieuw stelsel van gefinancierde rechtsbijstand in Nederland?
- Family Justice Centers: de aanpak van intrafamiliaal geweld herinrichten vanuit het perspectief van de cliënt
- Transitiehuizen … Naar een vorm van justitie die meer humaan en efficiënt is?

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Recente overheidsmaatregelen i.v.m. de ‘foreign fighters’
Rechtshulp en advocatuur – Legal Aid and Representation
- Welke toekomst voor de gecommunautariseerde juridische eerstelijnsbijstand? Verslag van een rondetafelgesprek op 26 februari 2016
- Een nieuw stelsel van gefinancierde rechtsbijstand in Nederland?
- Family Justice Centers: de aanpak van intrafamiliaal geweld herinrichten vanuit het perspectief van de cliënt
- Transitiehuizen … Naar een vorm van justitie die meer humaan en efficiënt is?

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Crisis(preventie)plannen bij mensen met een psychische kwetsbaarheid:het cliëntperspectief centraal
Een terugblik op het Karadžic proces
Community Based Participatory Research in de studie van druggebruik bijetnische minderheden
Visuele criminologie in actie? Methodologische keuzes bij het maken vande etnografische film ‘Biso, de zwarte stadsbendes van Brussel’
Boekbesprekingen

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Crisis(preventie)plannen bij mensen met een psychische kwetsbaarheid:het cliëntperspectief centraal
Een terugblik op het Karadžic proces
Community Based Participatory Research in de studie van druggebruik bijetnische minderheden
Visuele criminologie in actie? Methodologische keuzes bij het maken vande etnografische film ‘Biso, de zwarte stadsbendes van Brussel’
Boekbesprekingen

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Humane detentie en sociale rechten. Een thematische verkenning binnenen overheen de muren
Rubriekteksten
Verhoren van mensen met psychische stoornissen
Boekbesprekingen

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Humane detentie en sociale rechten. Een thematische verkenning binnenen overheen de muren
Rubriekteksten
Verhoren van mensen met psychische stoornissen
Boekbesprekingen

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbesprekingen

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbesprekingen

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 99,95 (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 99,95 (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 99,95 (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2016
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 99,95 (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/4 (2015) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop, Dominique Boels & Wim Hardyns
Articles
Crafting the domain of policing and public healthin Amsterdam
Pieter-Jaap Aalbersberg (1) & Auke J. van Dijk (2)
Abstract
Policing and public health are intimately related in practice but an explicit conceptual frameworkis missing. The processes of so-called glocalization and of organizations (and issues) becomingincreasingly ‘boundary-less’ – especially in the city – explain part of the growing importance ofthe intersection of policing and public health. But these processes do not provide a conceptualframe, nor does this perspective lead to the much needed practical knowledge on how to craft thisemerging domain. This contribution will use the current strategic challenges for the police in theDutch capital city of Amsterdam as an illustration of the character and importance of the relationsbetween policing and public health. Many issues require close cooperation between the police andpublic health organizations. Although much has been accomplished there is still a lot left to bedesired. Extrapolation of present-day developments suggests that existing modes of cooperationmight not be sufficient and that we need to fundamentally rethink the relation between policingand public health. This article concludes with a tentative agenda for explorative research.
Keywords: police, Law enforcement, Public health, Harm reduction, crafting
(1) Chief Constable of the Amsterdam Police.
(2) senior strategic advisor with the Dutch police.
Instrumental and affectiveinfluences on public trust andpolice legitimacy in Spain
Ben Bradford (1), Richard Martin (2), José García-Añón (3), Andrés Gascón-Cuenca (4),José Antonio García-Saez (5) & Antoni Llorente-Ferreres (6)
Abstract
Two approaches to the nature and sources of public trust and police legitimacy can be distinguished:the instrumental and the affective. On the first account, people trust in police when they judge iteffective in enforcing the law and fighting crime; and they hold police more legitimate when theybelieve these things to be true. On the second account, trust and legitimacy are bound up withrelational concerns about the quality of police behavior, and expressive factors relating to theperceived ability of communities and police to maintain and reproduce social cohesion and order.Studies in Anglophone contexts tend to conclude that this ‘affective’ account provides greaterexplanatory power. This paper explores these ideas in a new context. Using data from a nationwidesurvey conducted in Spain we examine: (a) the relative strength of instrumental or affectivepredictors of trust; and (b) whether trust in police fairness is a more or less important predictorof legitimacy than trust in police effectiveness. Adding to the weight of international evidenceconcerning the ways people think about and experience policing, evidence for the primacy of theaffective account is presented.
Keywords: Police; trust; legitimacy; public opinion; Spain
(1) Department Lecturer at the Centre for Criminology, University of Oxford.
(2) DPhil Candidate at the Centre for Criminology, University of Oxford
(3) Full Professor at the Department of Philosophy of Law, School of Law,University of Valencia
(4) Researcher Assistant at the Human Rights Institute, University ofValencia
(5) Full Professor at the Academia Interamericana de Derechos Humanos,University of Coahuila (Mexico).
(6) Member of the Human Rights Institute, University of Valencia
The establishment of Police Scotland. An analysis o

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/4 (2015) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop, Dominique Boels & Wim Hardyns
Articles
Crafting the domain of policing and public healthin Amsterdam
Pieter-Jaap Aalbersberg (1) & Auke J. van Dijk (2)
Abstract
Policing and public health are intimately related in practice but an explicit conceptual frameworkis missing. The processes of so-called glocalization and of organizations (and issues) becomingincreasingly ‘boundary-less’ – especially in the city – explain part of the growing importance ofthe intersection of policing and public health. But these processes do not provide a conceptualframe, nor does this perspective lead to the much needed practical knowledge on how to craft thisemerging domain. This contribution will use the current strategic challenges for the police in theDutch capital city of Amsterdam as an illustration of the character and importance of the relationsbetween policing and public health. Many issues require close cooperation between the police andpublic health organizations. Although much has been accomplished there is still a lot left to bedesired. Extrapolation of present-day developments suggests that existing modes of cooperationmight not be sufficient and that we need to fundamentally rethink the relation between policingand public health. This article concludes with a tentative agenda for explorative research.
Keywords: police, Law enforcement, Public health, Harm reduction, crafting
(1) Chief Constable of the Amsterdam Police.
(2) senior strategic advisor with the Dutch police.
Instrumental and affectiveinfluences on public trust andpolice legitimacy in Spain
Ben Bradford (1), Richard Martin (2), José García-Añón (3), Andrés Gascón-Cuenca (4),José Antonio García-Saez (5) & Antoni Llorente-Ferreres (6)
Abstract
Two approaches to the nature and sources of public trust and police legitimacy can be distinguished:the instrumental and the affective. On the first account, people trust in police when they judge iteffective in enforcing the law and fighting crime; and they hold police more legitimate when theybelieve these things to be true. On the second account, trust and legitimacy are bound up withrelational concerns about the quality of police behavior, and expressive factors relating to theperceived ability of communities and police to maintain and reproduce social cohesion and order.Studies in Anglophone contexts tend to conclude that this ‘affective’ account provides greaterexplanatory power. This paper explores these ideas in a new context. Using data from a nationwidesurvey conducted in Spain we examine: (a) the relative strength of instrumental or affectivepredictors of trust; and (b) whether trust in police fairness is a more or less important predictorof legitimacy than trust in police effectiveness. Adding to the weight of international evidenceconcerning the ways people think about and experience policing, evidence for the primacy of theaffective account is presented.
Keywords: Police; trust; legitimacy; public opinion; Spain
(1) Department Lecturer at the Centre for Criminology, University of Oxford.
(2) DPhil Candidate at the Centre for Criminology, University of Oxford
(3) Full Professor at the Department of Philosophy of Law, School of Law,University of Valencia
(4) Researcher Assistant at the Human Rights Institute, University ofValencia
(5) Full Professor at the Academia Interamericana de Derechos Humanos,University of Coahuila (Mexico).
(6) Member of the Human Rights Institute, University of Valencia
The establishment of Police Scotland. An analysis o

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/3 (2015) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns & D. Boels
Articles
Knowledge SharingPractices and Issues inPolicing Contexts. A Systematic Review of theLiterature*
K. Griffiths (1), K. Birdi (2), V.Alsina (3), D. Andrei (4), A.Baban (5), P.S. Bayerl (6), F. Bisogni (7),S. Chirica (8), P. Costanzo (9),M. Gascó (10), M. Gruschinske (11),K. Horton (12), G. Jacobs (13), T.Jochoms (14), K. Krstevska (15), S.Mirceva (16), C. Mouhanna (17), A.van den Oord (18), C. Otoiu (19), R.Rajkovcevski (20), L. Ratiu (21), Z.Reguli (22), C. Rus (23), S. Stein-Müller (24), T. Stojanovski (25), M.Varga (26), M. Víta (27) & G. Vonas (28)
Abstract
The effective sharing of knowledge both within and between police organizations is arguablybecoming increasingly vital for success and has driven research in a disparate range of fields. Thispaper therefore presents the results of an integrative systematic literature review of research intoknowledge sharing within and between police organizations across Europe. The 39 papers analysedwere drawn from English-language studies published between 2000 and 2013, complemented byadditional searches for non-English language papers in nine European countries. Analyses showedthat past research has focused on intra-organizational knowledge sharing, with a particular spotlighton criminal intelligence and technology. Barriers / enablers of knowledge sharing were grouped intoknowledge management strategy/legislation, technology, culture and loss of knowledge themes.Research recommendations include exploring the role of leadership and examination of policeknowledge sharing across regional, institutional and international boundaries. Practical recommendationsinclude having procedural clarity in systems, policies for sharing knowledge and developingthe relevant knowledge, skills and motivation of police personnel through appropriate training.
Keywords: knowledge sharing, information, systematic literature review, police
* The first two authors (Kerry Griffiths and Kamal Birdi) are joint first authors on the paper.
(1) Sheffield Hallam University, UK.
(2) University of Sheffield, Sheffield, UK.
(3) Fundacion ESADE, Spain.
(4) Babe?-Bolyai University, Romania.
(5) Babe?-Bolyai University, Romania.
(6) Erasmus University Rotterdam, the Netherlands.
(7) Fondazione per la Ricerca sulla Migrazione e sulla Integrazione delle Tecnologie (FORMIT), Italy.
(8) Babe?-Bolyai University, Romania.
(9) Fondazione per la Ricerca sulla Migrazione e sulla Integrazione delle Tecnologie (FORMIT), Italy.
(10) Fundacion ESADE, Spain.
(11) Fachhochschule der Polizei des Landes Brandenburg (FHPolBB), Germany.
(12) Erasmus University Rotterdam, the Netherlands.
(13) Erasmus University Rotterdam, the Netherlands.
(14) Police Academy of the Netherlands, the Netherlands.
(15) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(16) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(17) Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS), France.
(18) University of Antwerp, Belgium.
(19) Babe?-Bolyai University, Romania.
(20) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(21) Babe?-Bolyai University, Romania.
(22) Masaryk University, Czech Republic.
(23) Babe?-Bolyai University, Romania.
(24) Fachhochschule der Polizei des Landes Brandenburg (FHPolBB), Germany.
(25) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(26) Babe?-Bolyai University, Romania.
(27) Masaryk University, Czech Republic.
(28) Babe?-Bolyai University, Romania.
Private Policing of Financial

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/3 (2015) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns & D. Boels
Articles
Knowledge SharingPractices and Issues inPolicing Contexts. A Systematic Review of theLiterature*
K. Griffiths (1), K. Birdi (2), V.Alsina (3), D. Andrei (4), A.Baban (5), P.S. Bayerl (6), F. Bisogni (7),S. Chirica (8), P. Costanzo (9),M. Gascó (10), M. Gruschinske (11),K. Horton (12), G. Jacobs (13), T.Jochoms (14), K. Krstevska (15), S.Mirceva (16), C. Mouhanna (17), A.van den Oord (18), C. Otoiu (19), R.Rajkovcevski (20), L. Ratiu (21), Z.Reguli (22), C. Rus (23), S. Stein-Müller (24), T. Stojanovski (25), M.Varga (26), M. Víta (27) & G. Vonas (28)
Abstract
The effective sharing of knowledge both within and between police organizations is arguablybecoming increasingly vital for success and has driven research in a disparate range of fields. Thispaper therefore presents the results of an integrative systematic literature review of research intoknowledge sharing within and between police organizations across Europe. The 39 papers analysedwere drawn from English-language studies published between 2000 and 2013, complemented byadditional searches for non-English language papers in nine European countries. Analyses showedthat past research has focused on intra-organizational knowledge sharing, with a particular spotlighton criminal intelligence and technology. Barriers / enablers of knowledge sharing were grouped intoknowledge management strategy/legislation, technology, culture and loss of knowledge themes.Research recommendations include exploring the role of leadership and examination of policeknowledge sharing across regional, institutional and international boundaries. Practical recommendationsinclude having procedural clarity in systems, policies for sharing knowledge and developingthe relevant knowledge, skills and motivation of police personnel through appropriate training.
Keywords: knowledge sharing, information, systematic literature review, police
* The first two authors (Kerry Griffiths and Kamal Birdi) are joint first authors on the paper.
(1) Sheffield Hallam University, UK.
(2) University of Sheffield, Sheffield, UK.
(3) Fundacion ESADE, Spain.
(4) Babe?-Bolyai University, Romania.
(5) Babe?-Bolyai University, Romania.
(6) Erasmus University Rotterdam, the Netherlands.
(7) Fondazione per la Ricerca sulla Migrazione e sulla Integrazione delle Tecnologie (FORMIT), Italy.
(8) Babe?-Bolyai University, Romania.
(9) Fondazione per la Ricerca sulla Migrazione e sulla Integrazione delle Tecnologie (FORMIT), Italy.
(10) Fundacion ESADE, Spain.
(11) Fachhochschule der Polizei des Landes Brandenburg (FHPolBB), Germany.
(12) Erasmus University Rotterdam, the Netherlands.
(13) Erasmus University Rotterdam, the Netherlands.
(14) Police Academy of the Netherlands, the Netherlands.
(15) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(16) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(17) Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS), France.
(18) University of Antwerp, Belgium.
(19) Babe?-Bolyai University, Romania.
(20) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(21) Babe?-Bolyai University, Romania.
(22) Masaryk University, Czech Republic.
(23) Babe?-Bolyai University, Romania.
(24) Fachhochschule der Polizei des Landes Brandenburg (FHPolBB), Germany.
(25) University St Kliment Ohridski, Republic of Macedonia.
(26) Babe?-Bolyai University, Romania.
(27) Masaryk University, Czech Republic.
(28) Babe?-Bolyai University, Romania.
Private Policing of Financial

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/1 (2015) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
‘Moral’ versus ‘Risk-based’ Policing of Cybercrime.Insights from Police Response to Internet Fraud in Saudi Arabia’sCapital City, Riyadh
A.F. Algarni (1)
Abstract
This paper contributes to current debates on the policing of Internet fraud by introducing theSaudi Arabian experience. Drawing on field research in the capital city, Riyadh, it explores how thisnew aspect of policing activity fits in with not only the existing organisational practices, but alsothe occupational and individual concerns of frontline officers. Moreover, the article considers theimplications of the Saudi culture, social norms, and values for police responses to Internet fraud.It is argued that the policing of Internet fraud in Saudi Arabia, and the extent to which it fits withcontemporary debates on risk-based policing of cybercrime, can only be understood by examininghow new policing modes and cultural traditions merge and integrate to shape police response tothis novel criminal phenomenon.
Keywords: fraud, internet, cybercrime, policing, risk, morality
(1) Assistant Professor of Criminology at King Fahad Security College’s Centre forStudies and Research.
Policing Online ChildSexual Abuse. The British Experience
E. Martelozzo (1)
Abstract
Incidents of child sexual abuse (CSA) are frequently documented and have recently attracted intensepolice, public scrutiny and efforts of social control across the Western world. This paper aims toexplore the very concerning issue of online CSA and the way in which the police is responding tothis growing problem. It will present some of the challenges the police in the United Kingdomface daily in dealing with the threats to children’s online safety. It argues that although proactiveundercover policing has helped police forces to unmask sex offenders who predate innocentvictims online, the advancement of technology is making the work of police officers more and morechallenging. The findings presented have been collected over the last decade (2003-2013) duringtwo exploratory, grounded theory studies, which involved the interviews with 21 police officersand forensic examiners and the observation and analysis of three police operations at the LondonMetropolitan Police Paedophile Unit in London.
Keywords: online child sexual abuse, online safety, technology, undercover policing, police challenges
(1) Criminologist at Middlesex University in London.
The Italian Police Forces intoNeoliberal Frame. An Example of Perpetual Coexistenceof Democratic and AuthoritarianPractices and of Anamorphosis ofDemocratic Rules of Law
S. Palidda (1)
Abstract
This text proposes a description and analysis of the Italian police forces. The approach adoptedspecifically regards their social and political construction and therefore their practices within thepolitical organization of society. In order to better analyse the social construction of the Italianpolice case, I propose regarding the police as one of the several social institutions involved in thecontinuous experimentation to find a political organization of society. Research into the Italianpolice forces has been, and is still, very rare. In this paper I refer to research that I have carried outon the Italian police forces since 1990, and also to other documents and knowledge gathered injudicial inquiries and from reliable special reports.
Keywords: Italian police forces, anamorphosis of the rules of law, tolerated and intolerable illegalities,discretion of police forces, ignored insecurities
(1) Professor a

European Journal of Policing Studies – Jaargang 3/1 (2015) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
‘Moral’ versus ‘Risk-based’ Policing of Cybercrime.Insights from Police Response to Internet Fraud in Saudi Arabia’sCapital City, Riyadh
A.F. Algarni (1)
Abstract
This paper contributes to current debates on the policing of Internet fraud by introducing theSaudi Arabian experience. Drawing on field research in the capital city, Riyadh, it explores how thisnew aspect of policing activity fits in with not only the existing organisational practices, but alsothe occupational and individual concerns of frontline officers. Moreover, the article considers theimplications of the Saudi culture, social norms, and values for police responses to Internet fraud.It is argued that the policing of Internet fraud in Saudi Arabia, and the extent to which it fits withcontemporary debates on risk-based policing of cybercrime, can only be understood by examininghow new policing modes and cultural traditions merge and integrate to shape police response tothis novel criminal phenomenon.
Keywords: fraud, internet, cybercrime, policing, risk, morality
(1) Assistant Professor of Criminology at King Fahad Security College’s Centre forStudies and Research.
Policing Online ChildSexual Abuse. The British Experience
E. Martelozzo (1)
Abstract
Incidents of child sexual abuse (CSA) are frequently documented and have recently attracted intensepolice, public scrutiny and efforts of social control across the Western world. This paper aims toexplore the very concerning issue of online CSA and the way in which the police is responding tothis growing problem. It will present some of the challenges the police in the United Kingdomface daily in dealing with the threats to children’s online safety. It argues that although proactiveundercover policing has helped police forces to unmask sex offenders who predate innocentvictims online, the advancement of technology is making the work of police officers more and morechallenging. The findings presented have been collected over the last decade (2003-2013) duringtwo exploratory, grounded theory studies, which involved the interviews with 21 police officersand forensic examiners and the observation and analysis of three police operations at the LondonMetropolitan Police Paedophile Unit in London.
Keywords: online child sexual abuse, online safety, technology, undercover policing, police challenges
(1) Criminologist at Middlesex University in London.
The Italian Police Forces intoNeoliberal Frame. An Example of Perpetual Coexistenceof Democratic and AuthoritarianPractices and of Anamorphosis ofDemocratic Rules of Law
S. Palidda (1)
Abstract
This text proposes a description and analysis of the Italian police forces. The approach adoptedspecifically regards their social and political construction and therefore their practices within thepolitical organization of society. In order to better analyse the social construction of the Italianpolice case, I propose regarding the police as one of the several social institutions involved in thecontinuous experimentation to find a political organization of society. Research into the Italianpolice forces has been, and is still, very rare. In this paper I refer to research that I have carried outon the Italian police forces since 1990, and also to other documents and knowledge gathered injudicial inquiries and from reliable special reports.
Keywords: Italian police forces, anamorphosis of the rules of law, tolerated and intolerable illegalities,discretion of police forces, ignored insecurities
(1) Professor a

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2015 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 36
Jaargang 35
Abonnement
- Individueel: € 99,- (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2015 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 36
Jaargang 35
Abonnement
- Individueel: € 99,- (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon



Reeks Maklu Wetteksten Nederland
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.-->
Verschenen:
- European Union Health Law, treaties and legislation
A.P. den Exter, T. Hervey (eds.) - International Health Law & Ethics
A.P. den Exter (ed.) - Basisteksten Internationaal en Europees Strafrecht - 8ste herziene uitgave
G. Vermeulen (red.) - Essential Texts on International & European Criminal Law - 8th edition
G. Vermeulen (ed.) - Handleiding volkenrecht
K. De Feyter (ed.) - Wetgeving gezondheidszorg - 3de, herziene uitgave
Prof. mr. dr. M.A.J.M. Buijsen (ed.) - Wetgeving Familie- en jeugdrecht
mr. V.M. Smits (ed.) <!-- - Wetboek Wegverkeer
A. Mys - Wetboek Echtscheiding en Echtelijke Moeilijkheden
A. Mys - Wetboek Huurrecht. Woninghuur - Handelshuur - Pacht - Federale Wetgeving - Vlaams Gewest - Sociale Woninghuur - Fiscale aspecten
A. Mys - Wetboek Bedrijven in moeilijkheden
A. Mys -->

Reeks Maklu Wetteksten Nederland
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.-->
Verschenen:
- European Union Health Law, treaties and legislation
A.P. den Exter, T. Hervey (eds.) - International Health Law & Ethics
A.P. den Exter (ed.) - Basisteksten Internationaal en Europees Strafrecht - 8ste herziene uitgave
G. Vermeulen (red.) - Essential Texts on International & European Criminal Law - 8th edition
G. Vermeulen (ed.) - Handleiding volkenrecht
K. De Feyter (ed.) - Wetgeving gezondheidszorg - 3de, herziene uitgave
Prof. mr. dr. M.A.J.M. Buijsen (ed.) - Wetgeving Familie- en jeugdrecht
mr. V.M. Smits (ed.) <!-- - Wetboek Wegverkeer
A. Mys - Wetboek Echtscheiding en Echtelijke Moeilijkheden
A. Mys - Wetboek Huurrecht. Woninghuur - Handelshuur - Pacht - Federale Wetgeving - Vlaams Gewest - Sociale Woninghuur - Fiscale aspecten
A. Mys - Wetboek Bedrijven in moeilijkheden
A. Mys -->

Reeks Maklu Wetteksten België
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.-->
Verschenen:
- Belgisch internationaal privaatrecht - 2de herziene uitgave
B. Volders, L. Samyn (red.) - Wetboek Economisch Recht en aanvullende regelgeving
G. Straetmans (red.) - Wetboek Staatsrecht
J. Velaers (red.) - Wetboek vennootschappen en aanvullende regelgeving
E. Lefever (red.) - European Union Health Law, treaties and legislation
A.P. den Exter, T. Hervey (eds.) - International Health Law & Ethics
A.P. den Exter (ed.) - Basisteksten Internationaal en Europees Strafrecht - 9de herziene uitgave
G. Vermeulen (red.) - Essential Texts on International & European Criminal Law - 9th edition
G. Vermeulen (ed.) - European and International Asylum and Migration Law and Policy
G. Vermeulen & Ellen Desmet (ed.) <!-- - Wetboek Wegverkeer
A. Mys - Wetboek Echtscheiding en Echtelijke Moeilijkheden
A. Mys - Wetboek Huurrecht. Woninghuur - Handelshuur - Pacht - Federale Wetgeving - Vlaams Gewest - Sociale Woninghuur - Fiscale aspecten
A. Mys - Wetboek Bedrijven in moeilijkheden
A. Mys -->

Reeks Maklu Wetteksten België
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.-->
Verschenen:
- Belgisch internationaal privaatrecht - 2de herziene uitgave
B. Volders, L. Samyn (red.) - Wetboek Economisch Recht en aanvullende regelgeving
G. Straetmans (red.) - Wetboek Staatsrecht
J. Velaers (red.) - Wetboek vennootschappen en aanvullende regelgeving
E. Lefever (red.) - European Union Health Law, treaties and legislation
A.P. den Exter, T. Hervey (eds.) - International Health Law & Ethics
A.P. den Exter (ed.) - Basisteksten Internationaal en Europees Strafrecht - 9de herziene uitgave
G. Vermeulen (red.) - Essential Texts on International & European Criminal Law - 9th edition
G. Vermeulen (ed.) - European and International Asylum and Migration Law and Policy
G. Vermeulen & Ellen Desmet (ed.) <!-- - Wetboek Wegverkeer
A. Mys - Wetboek Echtscheiding en Echtelijke Moeilijkheden
A. Mys - Wetboek Huurrecht. Woninghuur - Handelshuur - Pacht - Federale Wetgeving - Vlaams Gewest - Sociale Woninghuur - Fiscale aspecten
A. Mys - Wetboek Bedrijven in moeilijkheden
A. Mys -->

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/4 (2014) (ISSN 2034-760x). Special Issue: Migrants as police officers
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Migrants as Police Officers. Introduction
F. Sack (1) & D. Klimke (2)
(1) Professor emeritus of criminology at the Universität Hamburg, Institut für Kriminologische Sozialforschung.
(2) Professor for criminology at the Police Academy in Nienburg.
Interculturalism in the Police. Diversity or Assimilation?
D. Klimke (1)
Abstract
The German police force has so far largely been unaffected by the growing minority of migrants.In contrast to many large companies that have understood that diversity is rewarding, the policehave operated as a closed shop towards migrants. Diversity management is a very recent conceptin the German police forces compared to other countries. While the active police force largelyexpresses some resistance to the integration of migrants, police administration has understoodthat the integration of migrants into the police force is now of vital importance. However, thisprocess is still hampered by the existing police and cop culture and, correspondingly, the rejectionof anything foreign.
Keywords: ethnic minority police officer, diversity, police culture
(1) Professor for criminology at the Police Academy in Nienburg.
Professional Anomalies. Diversity Policies Policing EthnicMinority Police Officers
S. Çankaya (1)
Abstract
This paper discusses how diversity policies within organizations contribute to paradoxical outcomesin face-to-face interactions. The findings are the result of a long-term ethnographic study on theprocesses of in- and exclusion of ethnic minority police officers in the Netherlands between 2007-2011. Since the 1980s the Dutch police struggle both in terms of recruitment and retention ofethnic minorities. Various policy measures have been taken since then. The main argument is thatdiversity policies construct and perpetuate ethnic differences. This discourse impacts processes ofin- and exclusion in everyday interactions, increases ‘groupness’ and leads to dilemmas in ways offeeling and acting among ethnic minority police officers. In specific situations, the norm images ofa ‘good’ police officer, such as integrity, solidarity and neutrality, diametrically clash with the idealimages within diversity policies. Paradoxically, diversity policies within the Dutch police contextsustain everyday inequalities for ethnic minorities, while striving for equality.
Keywords: ethnic categorization, police organization, police culture, ethnicity, in- and exclusion,discrimination, racialization, diversity policy
(1) Currently conducts a research on security guards in semi-public environments,commissioned by The Hague School of Applied Sciences.
Minority Police Officers in theFrench Police. The ‘Republican tradition’ and theWorkplace Experience ofMinority Officers
J. Gauthier (1) & R. Lévy (2)
Abstract
This article discusses the situation of police officers from visible ethnic minorities within the FrenchNational Police Force. Part one deals with the main ideological and institutional factors responsiblefor the longstanding refusal to consider the issue of ethnicity in the police institution and goes onto describe the more pragmatic attitude prevailing within that institution in recent years, in spite ofsome resistance. Part two describes the tangible problems encountered by officers from minoritygroups as uncovered in a field study conducted in the Paris area.
Keywords: police, security, minorities, discrimination, France
(1) Researcher at the Centre Marc Bloch in Berlin.
(2) Senior research d

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/4 (2014) (ISSN 2034-760x). Special Issue: Migrants as police officers
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Migrants as Police Officers. Introduction
F. Sack (1) & D. Klimke (2)
(1) Professor emeritus of criminology at the Universität Hamburg, Institut für Kriminologische Sozialforschung.
(2) Professor for criminology at the Police Academy in Nienburg.
Interculturalism in the Police. Diversity or Assimilation?
D. Klimke (1)
Abstract
The German police force has so far largely been unaffected by the growing minority of migrants.In contrast to many large companies that have understood that diversity is rewarding, the policehave operated as a closed shop towards migrants. Diversity management is a very recent conceptin the German police forces compared to other countries. While the active police force largelyexpresses some resistance to the integration of migrants, police administration has understoodthat the integration of migrants into the police force is now of vital importance. However, thisprocess is still hampered by the existing police and cop culture and, correspondingly, the rejectionof anything foreign.
Keywords: ethnic minority police officer, diversity, police culture
(1) Professor for criminology at the Police Academy in Nienburg.
Professional Anomalies. Diversity Policies Policing EthnicMinority Police Officers
S. Çankaya (1)
Abstract
This paper discusses how diversity policies within organizations contribute to paradoxical outcomesin face-to-face interactions. The findings are the result of a long-term ethnographic study on theprocesses of in- and exclusion of ethnic minority police officers in the Netherlands between 2007-2011. Since the 1980s the Dutch police struggle both in terms of recruitment and retention ofethnic minorities. Various policy measures have been taken since then. The main argument is thatdiversity policies construct and perpetuate ethnic differences. This discourse impacts processes ofin- and exclusion in everyday interactions, increases ‘groupness’ and leads to dilemmas in ways offeeling and acting among ethnic minority police officers. In specific situations, the norm images ofa ‘good’ police officer, such as integrity, solidarity and neutrality, diametrically clash with the idealimages within diversity policies. Paradoxically, diversity policies within the Dutch police contextsustain everyday inequalities for ethnic minorities, while striving for equality.
Keywords: ethnic categorization, police organization, police culture, ethnicity, in- and exclusion,discrimination, racialization, diversity policy
(1) Currently conducts a research on security guards in semi-public environments,commissioned by The Hague School of Applied Sciences.
Minority Police Officers in theFrench Police. The ‘Republican tradition’ and theWorkplace Experience ofMinority Officers
J. Gauthier (1) & R. Lévy (2)
Abstract
This article discusses the situation of police officers from visible ethnic minorities within the FrenchNational Police Force. Part one deals with the main ideological and institutional factors responsiblefor the longstanding refusal to consider the issue of ethnicity in the police institution and goes onto describe the more pragmatic attitude prevailing within that institution in recent years, in spite ofsome resistance. Part two describes the tangible problems encountered by officers from minoritygroups as uncovered in a field study conducted in the Paris area.
Keywords: police, security, minorities, discrimination, France
(1) Researcher at the Centre Marc Bloch in Berlin.
(2) Senior research d

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/3 (2014) (ISSN 2034-760x) – Special issue Plural Policing
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Plural Policing in Western Europe. A Comparison
Elke Devroe (1) & Jan Terpstra (2)
Abstract
One of the almost undisputed findings of contemporary policing studies is thatthe past few decades have witnessed a far-reaching pluralization of policing. Manycountries, in different regions of the world, were confronted with the rise of newnon-police providers of policing services. Increasingly, the myth of one organization(the public police) with a monopoly on policing lost its power of persuasion as avalid description of reality. Generally, the new agencies of policing concentrate onthe management of petty crime and social disorder in public places. With this newsituation, multiple providers, both public and private, have become involved in theprevention and management of crime and social disorder. It is often assumed thatthis development of the past three decades created a more or less quiet revolution(or what Bayley and Shearing (1996) called a ‘watershed’) in the systems of crimecontrol and law enforcement. Although this claim has been disputed, also in theAnglo-Saxon world (Jones & Newburn, 2002), the proposition of the pluralizationof policing often seems to have reached the status of a universal, world-wide trend.Until recently, however, outside the Anglo-Saxon world there has been a lack ofempirical studies on plural policing. With the exception of the collection editedby Jones and Newburn (2006), the recent study by Terpstra, Van Stokkom andSpreeuwers (2013), and the volume edited by Edwards et al. (2014), there were noother international comparative studies of this issue. As a result, until now the claim of a universally similar trend of plural policing has remained largely uncontested.In fact, the absence of international comparisons implied that theories and explanationsof plural policing were based only on a limited (Anglo-Saxon) sample ofcountries. As a consequence, there was an unanswered question concerning theextent to which descriptions and explanations of plural policing were also relevantto understanding recent changes elsewhere. For example, one question that must beasked is if there is something like a Western-European style of plural policing? Orare the differences between these European countries so great that the developmentsin policing cannot be gathered under a single conceptual label?
Keywords: Criminal investigation teams, decision-making, tunnel vision, naturalistic decision making
-->(1) Elke Devroe is master in criminology, associate professor in Public Administration, universityLeiden, campus The Hague. She teaches in the international master ‘Crisis en Security Management’(CSM) the courses ‘Governance of crime and social disorder’, ‘Evidence-based policing’and ‘Research Design’. She conducts research on plural policing and governance of local securityproblems in particular on incivilities.(2) Jan Terpstra is professor of criminology at the University of Nijmegen, the Netherlands. He published books and articles about policing, local public safety policies,(private) security and criminal justice. Recently he published the book Who patrols the Streets? (coauthorsB. van Stokkom and R. Spreeuwers) about plural policing in an international comparativeperspective, and the book Centralizing Forces? (co-editors N.R. Fyfe and P. Tops) about police reformsin several Northern and Western European countries.
The Policing of Public Space. Recent Developments in Plural Policingin England and Wales
Trevor Jones (1) & Stuart Lister (2)
Abstract
This p

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/3 (2014) (ISSN 2034-760x) – Special issue Plural Policing
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Plural Policing in Western Europe. A Comparison
Elke Devroe (1) & Jan Terpstra (2)
Abstract
One of the almost undisputed findings of contemporary policing studies is thatthe past few decades have witnessed a far-reaching pluralization of policing. Manycountries, in different regions of the world, were confronted with the rise of newnon-police providers of policing services. Increasingly, the myth of one organization(the public police) with a monopoly on policing lost its power of persuasion as avalid description of reality. Generally, the new agencies of policing concentrate onthe management of petty crime and social disorder in public places. With this newsituation, multiple providers, both public and private, have become involved in theprevention and management of crime and social disorder. It is often assumed thatthis development of the past three decades created a more or less quiet revolution(or what Bayley and Shearing (1996) called a ‘watershed’) in the systems of crimecontrol and law enforcement. Although this claim has been disputed, also in theAnglo-Saxon world (Jones & Newburn, 2002), the proposition of the pluralizationof policing often seems to have reached the status of a universal, world-wide trend.Until recently, however, outside the Anglo-Saxon world there has been a lack ofempirical studies on plural policing. With the exception of the collection editedby Jones and Newburn (2006), the recent study by Terpstra, Van Stokkom andSpreeuwers (2013), and the volume edited by Edwards et al. (2014), there were noother international comparative studies of this issue. As a result, until now the claim of a universally similar trend of plural policing has remained largely uncontested.In fact, the absence of international comparisons implied that theories and explanationsof plural policing were based only on a limited (Anglo-Saxon) sample ofcountries. As a consequence, there was an unanswered question concerning theextent to which descriptions and explanations of plural policing were also relevantto understanding recent changes elsewhere. For example, one question that must beasked is if there is something like a Western-European style of plural policing? Orare the differences between these European countries so great that the developmentsin policing cannot be gathered under a single conceptual label?
Keywords: Criminal investigation teams, decision-making, tunnel vision, naturalistic decision making
-->(1) Elke Devroe is master in criminology, associate professor in Public Administration, universityLeiden, campus The Hague. She teaches in the international master ‘Crisis en Security Management’(CSM) the courses ‘Governance of crime and social disorder’, ‘Evidence-based policing’and ‘Research Design’. She conducts research on plural policing and governance of local securityproblems in particular on incivilities.(2) Jan Terpstra is professor of criminology at the University of Nijmegen, the Netherlands. He published books and articles about policing, local public safety policies,(private) security and criminal justice. Recently he published the book Who patrols the Streets? (coauthorsB. van Stokkom and R. Spreeuwers) about plural policing in an international comparativeperspective, and the book Centralizing Forces? (co-editors N.R. Fyfe and P. Tops) about police reformsin several Northern and Western European countries.
The Policing of Public Space. Recent Developments in Plural Policingin England and Wales
Trevor Jones (1) & Stuart Lister (2)
Abstract
This p

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/2 (2014) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Investigating decision-making mechanisms and biases in Dutch criminal investigation teams by using a serious game
Jelle Groenendaal (1) en Ira Helsloot (2)
Abstract
In this article we examine by means of a serious game how ten teams of police leaders from major criminal investigation teams from five regional forces in the Netherlands, during criminal investiga-tion, deal with tunnel vision and other potential causes of flawed decision-making, described according to Naturalistic Decision-Making models. Findings show that in the serious game, the danger of tunnel vision was widely acknowledged and that a great deal of energy was wasted as a result. In addition, the teams proved susceptible to other types of decision-making pitfalls. For example, the teams searched predominantly for confirmatory evidence, unconsciously used ingrained process-related rules of thumb, and there was evidence of a form of ‘information impulsion fallacy’. The present research is an elaboration on existing literature in that it attempts to shed light on decision-making practices during criminal investigations. The study shows that a serious game can be a useful tool to uncover decision-making behaviour.
Keywords: Criminal investigation teams, decision-making, tunnel vision, naturalistic decision making
(1) Jelle Groenendaal is senior researcher at Crisislab and Ph.D candidate at the Radboud University Nijmegen. His research interests are crisis decision-making and control of front line responders.(2) Ira Helsloot is professor of the governance of safety at the Radboud University Nijmegen. He is editor of the Journal of Contingencies and Crisis Management and chair of research foundation Crisislab.
Women as Leaders in Policing: A Path Forward
Maria Koeppel (1)
Abstract
As a result of changing gender dynamics in leadership, a substantial body of literature has been dedicated to understanding differences between leadership styles and effectiveness for men and women, often finding differences between the two groups. Despite this growing body of research, there is still a substantial gap in the leadership and policing literature, specifically regarding women as leaders in policing. This paper provides an overview of the gender leadership literature both in and out of policing, as well as a succinct review of research pertaining to women as leaders in policing. Recommendations for future research are drawn from existing literature in a call for a greater understanding of the role of gender in leadership in policing.
Keywords: policing, leadership, gender
(1) Maria Koeppel received her Ph.D. in criminal justice from Sam Houston State University. Her research interests include victimology, gender, and sexual identity. Currently she is working as a research analyst for the Kansas Department of Corrections.
Guardian of Democracy?
Theoretical aspects of police roles and functions in democracy
Samuel Salzborn (1)
Abstract
In the research on democracy and democratization, there is a lack of systematic thought on the relationship between police and democracy. In this paper I argue that it is possible to go beyond empirical and historical research into police roles and functions in real-life political systems, in order to formulate a theoretical framework that outlines the specific relationships between police and democracy. Because the functions of police in democracies are clearly different from those existing under authoritarian and totalitarian regimes, it makes sense to examine these interrelationships more closely. Although the pol

European Journal of Policing Studies – Jaargang 2/2 (2014) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Investigating decision-making mechanisms and biases in Dutch criminal investigation teams by using a serious game
Jelle Groenendaal (1) en Ira Helsloot (2)
Abstract
In this article we examine by means of a serious game how ten teams of police leaders from major criminal investigation teams from five regional forces in the Netherlands, during criminal investiga-tion, deal with tunnel vision and other potential causes of flawed decision-making, described according to Naturalistic Decision-Making models. Findings show that in the serious game, the danger of tunnel vision was widely acknowledged and that a great deal of energy was wasted as a result. In addition, the teams proved susceptible to other types of decision-making pitfalls. For example, the teams searched predominantly for confirmatory evidence, unconsciously used ingrained process-related rules of thumb, and there was evidence of a form of ‘information impulsion fallacy’. The present research is an elaboration on existing literature in that it attempts to shed light on decision-making practices during criminal investigations. The study shows that a serious game can be a useful tool to uncover decision-making behaviour.
Keywords: Criminal investigation teams, decision-making, tunnel vision, naturalistic decision making
(1) Jelle Groenendaal is senior researcher at Crisislab and Ph.D candidate at the Radboud University Nijmegen. His research interests are crisis decision-making and control of front line responders.(2) Ira Helsloot is professor of the governance of safety at the Radboud University Nijmegen. He is editor of the Journal of Contingencies and Crisis Management and chair of research foundation Crisislab.
Women as Leaders in Policing: A Path Forward
Maria Koeppel (1)
Abstract
As a result of changing gender dynamics in leadership, a substantial body of literature has been dedicated to understanding differences between leadership styles and effectiveness for men and women, often finding differences between the two groups. Despite this growing body of research, there is still a substantial gap in the leadership and policing literature, specifically regarding women as leaders in policing. This paper provides an overview of the gender leadership literature both in and out of policing, as well as a succinct review of research pertaining to women as leaders in policing. Recommendations for future research are drawn from existing literature in a call for a greater understanding of the role of gender in leadership in policing.
Keywords: policing, leadership, gender
(1) Maria Koeppel received her Ph.D. in criminal justice from Sam Houston State University. Her research interests include victimology, gender, and sexual identity. Currently she is working as a research analyst for the Kansas Department of Corrections.
Guardian of Democracy?
Theoretical aspects of police roles and functions in democracy
Samuel Salzborn (1)
Abstract
In the research on democracy and democratization, there is a lack of systematic thought on the relationship between police and democracy. In this paper I argue that it is possible to go beyond empirical and historical research into police roles and functions in real-life political systems, in order to formulate a theoretical framework that outlines the specific relationships between police and democracy. Because the functions of police in democracies are clearly different from those existing under authoritarian and totalitarian regimes, it makes sense to examine these interrelationships more closely. Although the pol

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/4 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Capacity building and the Afghan National Police. Views from the frontline
G. Boyd (1) & G. Marnoch (2)
Abstract
The article reports on a study of an intelligence management capacity building programme involvingformer Police Service of Northern Ireland officers mentoring members of the Afghan NationalPolice. The study contributes to the formative evaluation of a policy transfer based on principles andpractices developed in Northern Ireland. A short discussion of Afghanistan, policing, intelligencemanagement and policy transfer is provided, before attention is given to the capacity buildingprogramme. The study is context rich drawing on qualitative data. Analysis draws on face to faceinterviews conducted with mentors working with the ANP during 2010-2012. Interview questionswere broad in nature encouraging respondents to discuss implementation in their own terms.
Respondents generally concluded policy transfer was viable but were in a position to provide a greatdeal of information on the Afghan context and how specific problems occurred during implementationof the capacity building programme. Cultural issues, corruption and resource constraintspresented obstacles to the transfer as did the general absence of a bureaucratic basis for managingthe ANP. Violence and physical geography presented rather less of a problem than was anticipated.The need to learn more about appropriate inter-personal skills in capacity building emerged as asignificant finding. Such knowledge is currently undervalued in policy transfer within the policingsector.
Keywords: Afghanistan, intelligence, capacity, policy transfer
(1) Policing consultant and researcher.
(2) Public policy specialist and reader in policy studies at the University of Ulster.
Two systems, one challenge? Comparing legal regulationon police co-operationin Australia and Europe
S. Hufnagel (1)
Abstract
This article compares of legal harmonisation with a view to facilitating police cooperation in theEU and Australia. It addresses the main processes of harmonisation and the parallel strategiesof mutual recognition and the creation broad legal frameworks in relation to both systems. Thelegal analysis is complemented by interviews with practitioners in the field to assess the impactof legal initiatives on actual police cooperation practice. It is argued that both systems havedeveloped distinctive strategies to promote police cooperation through legal harmonisation, butthat Australia, due to its federal political structure, has more potential to achieve harmonised andeven uniform legislation within its states. However, the strategies developed in the EU to promotecooperation without legal harmonisation and in particular broad legal frameworks have createda high level of regional practitioner initiative promoting bilateral and multilateral formalisation ofcooperation strategies that cannot be observed in Australia. Both entities have hence developeddistinct structures that might be relevant to the respective other system. This study is the first tocompare the Australian federal system of cooperation with the EU.
Keywords: police cooperation, legal harmonisation, Mutual Recognition, EU, Australia
(1) Lecturer in Criminal Law at Queen Mary, University of London.
International police reformand project management. Empirical observationson EULEX Kosovo
J. Janssens (1)
Abstract
In February 2008, the European Union (EU) launched its largest civilian crisis management operationunder its Common Security and Defence Policy:

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/4 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Capacity building and the Afghan National Police. Views from the frontline
G. Boyd (1) & G. Marnoch (2)
Abstract
The article reports on a study of an intelligence management capacity building programme involvingformer Police Service of Northern Ireland officers mentoring members of the Afghan NationalPolice. The study contributes to the formative evaluation of a policy transfer based on principles andpractices developed in Northern Ireland. A short discussion of Afghanistan, policing, intelligencemanagement and policy transfer is provided, before attention is given to the capacity buildingprogramme. The study is context rich drawing on qualitative data. Analysis draws on face to faceinterviews conducted with mentors working with the ANP during 2010-2012. Interview questionswere broad in nature encouraging respondents to discuss implementation in their own terms.
Respondents generally concluded policy transfer was viable but were in a position to provide a greatdeal of information on the Afghan context and how specific problems occurred during implementationof the capacity building programme. Cultural issues, corruption and resource constraintspresented obstacles to the transfer as did the general absence of a bureaucratic basis for managingthe ANP. Violence and physical geography presented rather less of a problem than was anticipated.The need to learn more about appropriate inter-personal skills in capacity building emerged as asignificant finding. Such knowledge is currently undervalued in policy transfer within the policingsector.
Keywords: Afghanistan, intelligence, capacity, policy transfer
(1) Policing consultant and researcher.
(2) Public policy specialist and reader in policy studies at the University of Ulster.
Two systems, one challenge? Comparing legal regulationon police co-operationin Australia and Europe
S. Hufnagel (1)
Abstract
This article compares of legal harmonisation with a view to facilitating police cooperation in theEU and Australia. It addresses the main processes of harmonisation and the parallel strategiesof mutual recognition and the creation broad legal frameworks in relation to both systems. Thelegal analysis is complemented by interviews with practitioners in the field to assess the impactof legal initiatives on actual police cooperation practice. It is argued that both systems havedeveloped distinctive strategies to promote police cooperation through legal harmonisation, butthat Australia, due to its federal political structure, has more potential to achieve harmonised andeven uniform legislation within its states. However, the strategies developed in the EU to promotecooperation without legal harmonisation and in particular broad legal frameworks have createda high level of regional practitioner initiative promoting bilateral and multilateral formalisation ofcooperation strategies that cannot be observed in Australia. Both entities have hence developeddistinct structures that might be relevant to the respective other system. This study is the first tocompare the Australian federal system of cooperation with the EU.
Keywords: police cooperation, legal harmonisation, Mutual Recognition, EU, Australia
(1) Lecturer in Criminal Law at Queen Mary, University of London.
International police reformand project management. Empirical observationson EULEX Kosovo
J. Janssens (1)
Abstract
In February 2008, the European Union (EU) launched its largest civilian crisis management operationunder its Common Security and Defence Policy:

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/3 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Modelling intelligence-led policing to identify its potential
M. den Hengst-Bruggeling (1), B. de Graaf (2) & P. van Scheepstal (3)
Abstract
Intelligence-led policing is a concept of policing that has been applied throughout the world.Despite some encouraging reports, the effect of intelligence-led policing is largely unknown. Thispaper presents a method with which it is possible to identify intelligence-led policing’s potentialto increase the effectiveness of policing. The method is based on modelling with system dynamicsand takes into account the complexities of intelligence-led policing. For evaluation purposes, thismethod has been applied using a case study in the Netherlands. The case study shows that collaborativelyconstructing the system dynamics model provides a more structured insight into theeffects of intelligence-led policing. With system dynamics it is possible to support the ‘good stories’of intelligence-led policing with argumentation explaining the mechanisms in which intelligence-ledpolicing potentially improves effectiveness.
Keywords: System dynamics, collaboration, intelligence, police, intelligence-led policing
(1) Researcher at Delft University of Technology and the Police Academy of the Netherlands.
(2) Consultant in the area of Workplace Innovation in the expertise group SustainableProductivity and Employment of the Dutch research institute TNO.
(3) Operational analyst at the expertise group Military Operations of the Dutchresearch institute TNO.
Physical fitness and anthropometric characteristics of graduating Norwegian Police University College students
T. Dillern (1), O. Ragnar Norheim Jenssen (2) & J. Ingebrigtsen (3)
Abstract
The aim of the study was to assess physical fitness and anthropometric characteristics of Norwegianmale and female graduating police university college students. Several fitness tests (i.e. upperbody strength, explosive leg power and endurance capacity) were conducted and anthropometricdata (i.e. body mass and stature) were collected. Compared with relevant reference groups, thepresent students perform well on physical fitness tests. Moreover, this study provides a betterunderstanding of some of the properties forthcoming police officers obtain, and the presentfindings could be valuable if one aims to further investigate the development of physical fitnessthroughout police careers.
Keywords: Physical test performance, physical health, police officers, work ability
(1) Teacher at the Norwegian Police University College.
(2) Teacher at the Norwegian Police University College.
(3) Ph.D. student at the University of Nordland, Bodø, Norway.
The importance of relating theory and practice when teaching police students
P. Lagestad (1)
Abstract
The general trend of scientific and academic professionalization of practical professions, challengespractical professions all over the world. On the basis of interviews and surveys amongpolice students, this study examines what police students experience to be good teaching at thePolice University College. In accordance with Dewey (1916), the results clearly demonstrate theimportance of relating theory to police practice in social science. For this reason, it is suggestedthat obligatory participation in police patrols and other police work should be a requirement forteachers in social science at the Police University College. Surprisingly, the students pointed toengagement and to relate theory to practice as important skills of a teacher as knowledge of thesubject, to be prepared f

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/3 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Modelling intelligence-led policing to identify its potential
M. den Hengst-Bruggeling (1), B. de Graaf (2) & P. van Scheepstal (3)
Abstract
Intelligence-led policing is a concept of policing that has been applied throughout the world.Despite some encouraging reports, the effect of intelligence-led policing is largely unknown. Thispaper presents a method with which it is possible to identify intelligence-led policing’s potentialto increase the effectiveness of policing. The method is based on modelling with system dynamicsand takes into account the complexities of intelligence-led policing. For evaluation purposes, thismethod has been applied using a case study in the Netherlands. The case study shows that collaborativelyconstructing the system dynamics model provides a more structured insight into theeffects of intelligence-led policing. With system dynamics it is possible to support the ‘good stories’of intelligence-led policing with argumentation explaining the mechanisms in which intelligence-ledpolicing potentially improves effectiveness.
Keywords: System dynamics, collaboration, intelligence, police, intelligence-led policing
(1) Researcher at Delft University of Technology and the Police Academy of the Netherlands.
(2) Consultant in the area of Workplace Innovation in the expertise group SustainableProductivity and Employment of the Dutch research institute TNO.
(3) Operational analyst at the expertise group Military Operations of the Dutchresearch institute TNO.
Physical fitness and anthropometric characteristics of graduating Norwegian Police University College students
T. Dillern (1), O. Ragnar Norheim Jenssen (2) & J. Ingebrigtsen (3)
Abstract
The aim of the study was to assess physical fitness and anthropometric characteristics of Norwegianmale and female graduating police university college students. Several fitness tests (i.e. upperbody strength, explosive leg power and endurance capacity) were conducted and anthropometricdata (i.e. body mass and stature) were collected. Compared with relevant reference groups, thepresent students perform well on physical fitness tests. Moreover, this study provides a betterunderstanding of some of the properties forthcoming police officers obtain, and the presentfindings could be valuable if one aims to further investigate the development of physical fitnessthroughout police careers.
Keywords: Physical test performance, physical health, police officers, work ability
(1) Teacher at the Norwegian Police University College.
(2) Teacher at the Norwegian Police University College.
(3) Ph.D. student at the University of Nordland, Bodø, Norway.
The importance of relating theory and practice when teaching police students
P. Lagestad (1)
Abstract
The general trend of scientific and academic professionalization of practical professions, challengespractical professions all over the world. On the basis of interviews and surveys amongpolice students, this study examines what police students experience to be good teaching at thePolice University College. In accordance with Dewey (1916), the results clearly demonstrate theimportance of relating theory to police practice in social science. For this reason, it is suggestedthat obligatory participation in police patrols and other police work should be a requirement forteachers in social science at the Police University College. Surprisingly, the students pointed toengagement and to relate theory to practice as important skills of a teacher as knowledge of thesubject, to be prepared f

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/2 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Professional disobedience. The impact of technology and multilevel dispatching on police practice
B. Böing (1)
Abstract
This article draws on a field experiment that took place in Amsterdam in 2012 to examine the impact of technology on police practice. The experiment consisted of four simulated robberies in which the use of the global positioning system (GPS) and short data service (SDS) were systematically varied (in a 2x2 between-subjects design) with different levels of operational command. The experiment resulted in faster coordination and less radio traffic. But this experiment also showed something else: almost all operational units displayed more or less disobedient behaviour. They deliberately deviated from orders to go to particular locations in the city to search for the suspects. In this article it is argued that this behaviour can be explained through officers’ situational awareness and the use of SDS. Additional interviews and group discussions further indicate that the lack of trust and hierarchical control may also have contributed to this behaviour. It is the question whether the findings of this study covers the current state of police practice in the Netherlands and perhaps beyond. This remains a subject for further study. The results from this experiment can be valuable for analysis in social behaviour studies among police units.
Keywords: Professional disobedience, police, GPS, SDS, situational awareness
(1) Researcher at the Amsterdam Police Department in the Netherlands.
Burnout as predictor of aggressivity among police officers
C. Queirós (1), M. Kaiseler (2) & A. Leitão da Silva (3)
Abstract
This paper aims to understand the relationship between aggressivity and burnout among police officers, more precisely, it investigates whether burnout is a predictor of aggressivity among police officers. The study focuses on the relationship between burnout and aggressivity, using regression analysis to identify aggressivity predictors. The Maslach Burnout Inventory was used to measure burnout, while the Aggression Questionnaire was used to measure aggressivity. A cross-sectional study collected data from 274 male police officers (from PSP – Portuguese Police of Public Security) exercising urban patrol tasks in Porto or Lisbon. Low burnout and moderate aggressivity levels were found, with positive significant correlations. Regression analysis reveals that burnout, more than socio-demographic characteristics, predicts 13% to 22% of aggressivity. In particular, feelings of high depersonalisation and low personal accomplishment are the burnout dimensions that most strongly explain anger and aggressivity, whereas emotional exhaustion only explains 4% of verbalaggression. The study highlights the need to develop prevention strategies of stress, aiming to avoid the development of burnout as occupational chronic stress, and decreasing the risk of developing aggressivity among police officers. Despite the wide literature in the area of police officers’ burnout and individual characteristics (e.g. aggressivity proneness as a personality trait), there is limitedresearch on the relationship between burnout and aggressivity. Within democratic societies where excessive use of force by police officers is criticised, aggressivity predicted by burnout reinforces the need to prevent occupational stress that leads to burnout.
Keywords: Aggressivity, burnout, police officers, patrollers, Portuguese sample
(1) Teacher in the Faculty of Psychology and Educational Sciences of the University of Porto, Portugal; co-director of the Psychosocial Rehabilitation Laboratory (FPCEUP/ESTSPIP

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/2 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
A. Verhage, L. Bisschop, W. Hardyns
Articles
Professional disobedience. The impact of technology and multilevel dispatching on police practice
B. Böing (1)
Abstract
This article draws on a field experiment that took place in Amsterdam in 2012 to examine the impact of technology on police practice. The experiment consisted of four simulated robberies in which the use of the global positioning system (GPS) and short data service (SDS) were systematically varied (in a 2x2 between-subjects design) with different levels of operational command. The experiment resulted in faster coordination and less radio traffic. But this experiment also showed something else: almost all operational units displayed more or less disobedient behaviour. They deliberately deviated from orders to go to particular locations in the city to search for the suspects. In this article it is argued that this behaviour can be explained through officers’ situational awareness and the use of SDS. Additional interviews and group discussions further indicate that the lack of trust and hierarchical control may also have contributed to this behaviour. It is the question whether the findings of this study covers the current state of police practice in the Netherlands and perhaps beyond. This remains a subject for further study. The results from this experiment can be valuable for analysis in social behaviour studies among police units.
Keywords: Professional disobedience, police, GPS, SDS, situational awareness
(1) Researcher at the Amsterdam Police Department in the Netherlands.
Burnout as predictor of aggressivity among police officers
C. Queirós (1), M. Kaiseler (2) & A. Leitão da Silva (3)
Abstract
This paper aims to understand the relationship between aggressivity and burnout among police officers, more precisely, it investigates whether burnout is a predictor of aggressivity among police officers. The study focuses on the relationship between burnout and aggressivity, using regression analysis to identify aggressivity predictors. The Maslach Burnout Inventory was used to measure burnout, while the Aggression Questionnaire was used to measure aggressivity. A cross-sectional study collected data from 274 male police officers (from PSP – Portuguese Police of Public Security) exercising urban patrol tasks in Porto or Lisbon. Low burnout and moderate aggressivity levels were found, with positive significant correlations. Regression analysis reveals that burnout, more than socio-demographic characteristics, predicts 13% to 22% of aggressivity. In particular, feelings of high depersonalisation and low personal accomplishment are the burnout dimensions that most strongly explain anger and aggressivity, whereas emotional exhaustion only explains 4% of verbalaggression. The study highlights the need to develop prevention strategies of stress, aiming to avoid the development of burnout as occupational chronic stress, and decreasing the risk of developing aggressivity among police officers. Despite the wide literature in the area of police officers’ burnout and individual characteristics (e.g. aggressivity proneness as a personality trait), there is limitedresearch on the relationship between burnout and aggressivity. Within democratic societies where excessive use of force by police officers is criticised, aggressivity predicted by burnout reinforces the need to prevent occupational stress that leads to burnout.
Keywords: Aggressivity, burnout, police officers, patrollers, Portuguese sample
(1) Teacher in the Faculty of Psychology and Educational Sciences of the University of Porto, Portugal; co-director of the Psychosocial Rehabilitation Laboratory (FPCEUP/ESTSPIP


Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 6
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 6
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 4. Themanr Wetenschapsfraude en ethische kwesties binnen het criminologisch onderzoek
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 4. Themanr Wetenschapsfraude en ethische kwesties binnen het criminologisch onderzoek
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbespreking

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". De meervoud van de behandelde disciplines wijzen meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideen van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 35
Abonnement
- Individueel: € 99,- (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
- Opbergband: € 25,- (bestel nu)
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2014 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". De meervoud van de behandelde disciplines wijzen meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt.Informatie en ideen van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 35
Abonnement
- Individueel: € 99,- (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
- Opbergband: € 25,- (bestel nu)
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/1 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop and Wim Hardyns
Articles
How to Police a Porous Fortress?
Monica den Boer (1)
Abstract
The purpose of this article is to provide an overview of the way in which the European Union has gradually but steadily built a security architecture based on the control of mobility and borders. Different logics of policing are interwoven in several projects, which are strongly interdependent with technological innovation. Furthermore, the European policing of mobility is primarily performed by mounting surveillance – both inside and beyond European borders – by means of which all forms of movement (transactions, travelling, etc.) are subjected to intensive monitoring by multiple actors who are interlinked through strategies and systems. The main finding is that border policing is shifting in a fundamental way from fixed to fluid, from territorial to virtual, and from physical to technological. Hence, paradoxically, though mobility is strongly promoted as one of the mainvirtues of the European Union, Europe’s precautionary protection may be at ill-ease with the free movement of people. The article seeks to stimulate the knowledge and debate about deeper shifts in Europe’s security apparatus and develops this from a law enforcement perspective.
Keywords: Europe; borders; security; mobility; technology
(1) Academic Dean at the Police Academy of The Netherlands, Member of the Committee on European Integration of the Advisory Council on International Affairs and Visiting Professor at the College of Europe in Bruges.
Police Science in Germany: History and New Perspectives
Joachim Kersten (1) and Ansgar Burchard (2)
Abstract
In the German speaking academic world Police Science (Polizeiwissenschaft) is a fairly new and little known area of social science. Accordingly, the academic status of police science is anything but firmly established but rather at a ‘hybrid’ stage of development. The very combination of policing and academic study/research seems to remain largely incompatible not only to police managers but also to main stream sociology. German police science differs substantially from the Anglo-American-Australian approach. One main difference pertains to legal traditions, others are due to historical and cultural developments that will be taken up in this descriptive essay. However, Anglo-American-Australian police theories have a lot to offer to German and European police scientists and this will be demonstrated. For a future common approach to an evolving European police science similar descriptions will be required from other European countries to establish a comparative foundation of joint EU police studies. Some of the principal dimensions of such a comparison will be sketched in this essay. It concludes with a presentation of empirically based police studies carried out by instructors and Master students at the newly founded German Police University in Münster. Topics are media coverage of clashes between police and demonstrators, a typology of third party intervention in cases of assault in public places and COREPOL (EU FP7), a comparative security research project aiming at an improvement of police-minority relations through means of restorative justice programs.
Keywords: Police Science in Germany; accountability; YouTube; public relations; Facebook; civil courage; violent assaults
(1) Professor and Head of Department of the Department of Police Science at the German Police University (Germany), DAAD Professor at Northwestern University, and guest professor in Maastricht/NL, in Sydney/Australia, and in Tokyo/Japan.
(2) Senior Researcher for ‘COREPOL’ (EU FP7).
The Roots and Routes to Compliance and Citizens’ Cooperation with the

European Journal of Policing Studies – Jaargang 1/1 (2013) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop and Wim Hardyns
Articles
How to Police a Porous Fortress?
Monica den Boer (1)
Abstract
The purpose of this article is to provide an overview of the way in which the European Union has gradually but steadily built a security architecture based on the control of mobility and borders. Different logics of policing are interwoven in several projects, which are strongly interdependent with technological innovation. Furthermore, the European policing of mobility is primarily performed by mounting surveillance – both inside and beyond European borders – by means of which all forms of movement (transactions, travelling, etc.) are subjected to intensive monitoring by multiple actors who are interlinked through strategies and systems. The main finding is that border policing is shifting in a fundamental way from fixed to fluid, from territorial to virtual, and from physical to technological. Hence, paradoxically, though mobility is strongly promoted as one of the mainvirtues of the European Union, Europe’s precautionary protection may be at ill-ease with the free movement of people. The article seeks to stimulate the knowledge and debate about deeper shifts in Europe’s security apparatus and develops this from a law enforcement perspective.
Keywords: Europe; borders; security; mobility; technology
(1) Academic Dean at the Police Academy of The Netherlands, Member of the Committee on European Integration of the Advisory Council on International Affairs and Visiting Professor at the College of Europe in Bruges.
Police Science in Germany: History and New Perspectives
Joachim Kersten (1) and Ansgar Burchard (2)
Abstract
In the German speaking academic world Police Science (Polizeiwissenschaft) is a fairly new and little known area of social science. Accordingly, the academic status of police science is anything but firmly established but rather at a ‘hybrid’ stage of development. The very combination of policing and academic study/research seems to remain largely incompatible not only to police managers but also to main stream sociology. German police science differs substantially from the Anglo-American-Australian approach. One main difference pertains to legal traditions, others are due to historical and cultural developments that will be taken up in this descriptive essay. However, Anglo-American-Australian police theories have a lot to offer to German and European police scientists and this will be demonstrated. For a future common approach to an evolving European police science similar descriptions will be required from other European countries to establish a comparative foundation of joint EU police studies. Some of the principal dimensions of such a comparison will be sketched in this essay. It concludes with a presentation of empirically based police studies carried out by instructors and Master students at the newly founded German Police University in Münster. Topics are media coverage of clashes between police and demonstrators, a typology of third party intervention in cases of assault in public places and COREPOL (EU FP7), a comparative security research project aiming at an improvement of police-minority relations through means of restorative justice programs.
Keywords: Police Science in Germany; accountability; YouTube; public relations; Facebook; civil courage; violent assaults
(1) Professor and Head of Department of the Department of Police Science at the German Police University (Germany), DAAD Professor at Northwestern University, and guest professor in Maastricht/NL, in Sydney/Australia, and in Tokyo/Japan.
(2) Senior Researcher for ‘COREPOL’ (EU FP7).
The Roots and Routes to Compliance and Citizens’ Cooperation with the


Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 6
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 6
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumtekst
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumteksten
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Forumteksten
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 3
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbespreking

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2013 – nr. 3
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Boekbespreking


Panopticon 2013 – Opbergband


Panopticon 2012 – Opbergband
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". De meervoud van de behandelde disciplines, wijzen meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematische en deskundig aan bod komt.Informatie en ideen van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 33
Meer informatie over Panopticon

Panopticon 2012 – Opbergband
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". De meervoud van de behandelde disciplines, wijzen meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematische en deskundig aan bod komt.Informatie en ideen van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 33
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2012 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". De meervoud van de behandelde disciplines, wijzen meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematische en deskundig aan bod komt.Informatie en ideen van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 33
Abonnement
- Individueel: € 99,- (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
- Opbergband: € 25,-(bestel nu)
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2012 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". De meervoud van de behandelde disciplines, wijzen meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematische en deskundig aan bod komt.Informatie en ideen van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 33
Abonnement
- Individueel: € 99,- (bestel nu)
– Studenten: € 49,50 (bestel nu)
- Opbergband: € 25,-(bestel nu)
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement – Handboek Personenbelasting (15% korting op verkoopprijs)
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Van het Handboek Personenbelasting verschijnt jaarlijk een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 114,75 in plaats van € 135,- voor een los exemplaar.

Abonnement – Handboek Personenbelasting (15% korting op verkoopprijs)
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Van het Handboek Personenbelasting verschijnt jaarlijk een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 114,75 in plaats van € 135,- voor een los exemplaar.

Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2011 (ISSN 1783-1008) – nr. 1
Abonnement per kalenderjaar: € 125,- | 4 afleveringen per jaar
Meer informatie op www.TBM-RCB.be

Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2011 (ISSN 1783-1008) – nr. 1
Abonnement per kalenderjaar: € 125,- | 4 afleveringen per jaar
Meer informatie op www.TBM-RCB.be

Abonnement – Panopticon Libri (15% korting op verkoopprijs)
De boekenreeks Panopticon Libri is gelieerd aan het gerenommeerde tijdschrift Panopticon.
De boekdelen zijn het resultaat van initiatieven genomen door de redactie of de verschillende gespecialiseerde deelredacties van het tijdschrift. Zij bestrijken de vele boeiende deelgebieden uit het brede domein van strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk.
Editorial board
De reeks staat onder toezicht van een editorial board, samengesteld door de kernredactieleden van het tijdschrift Panopticon.
Dit zijn: Gert Vermeulen (hoofdredacteur)- K. Beyens - J. Christiaens – T. Daems - J. Goethals – B. Hubeau - P. Ponsaers - L. Robert - R. Roose – V. Scheirs - T. Vander Beken.
Gespecialiseerde Panopticon-deelredacties vullen deze aan naar gelang van de concrete submateries. Bijdragen worden onderworden aan blind peer-review, onafhankelijk gestuurd door de redactie.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Verschenen:
- Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon.
W. Bruggeman, E. De Wree, J. Goethals, P. Ponsaers, P. Van Calster, T. Vander Beken, G. Vermeulen (red.) - Hoe punitief is België?
Ivo Aertsen, Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes (red.) - Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek
L. Pauwels, S. De Keulenaer, S. Deltenre, e.a. (red.) - Evaluatie van 10 jaar politiehervorming
Willy Bruggeman, Elke Devroe, Marleen Easton (red.) - Criminografische ontwikkelingen II: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek
L. Pauwels, S. De Keulenaer, S. Deltenre, e.a. (red.) - Exit gevangenis? Werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf
K. Beyens, T. Daems, E. Maes (red.) - De gevangenisbewaarder. Het professioneel leven in beeld
H. Tournel - De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk
V. Scheirs

Abonnement – Panopticon Libri (15% korting op verkoopprijs)
De boekenreeks Panopticon Libri is gelieerd aan het gerenommeerde tijdschrift Panopticon.
De boekdelen zijn het resultaat van initiatieven genomen door de redactie of de verschillende gespecialiseerde deelredacties van het tijdschrift. Zij bestrijken de vele boeiende deelgebieden uit het brede domein van strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk.
Editorial board
De reeks staat onder toezicht van een editorial board, samengesteld door de kernredactieleden van het tijdschrift Panopticon.
Dit zijn: Gert Vermeulen (hoofdredacteur)- K. Beyens - J. Christiaens – T. Daems - J. Goethals – B. Hubeau - P. Ponsaers - L. Robert - R. Roose – V. Scheirs - T. Vander Beken.
Gespecialiseerde Panopticon-deelredacties vullen deze aan naar gelang van de concrete submateries. Bijdragen worden onderworden aan blind peer-review, onafhankelijk gestuurd door de redactie.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Verschenen:
- Van pionier naar onmisbaar. Over 30 jaar Panopticon.
W. Bruggeman, E. De Wree, J. Goethals, P. Ponsaers, P. Van Calster, T. Vander Beken, G. Vermeulen (red.) - Hoe punitief is België?
Ivo Aertsen, Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes (red.) - Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek
L. Pauwels, S. De Keulenaer, S. Deltenre, e.a. (red.) - Evaluatie van 10 jaar politiehervorming
Willy Bruggeman, Elke Devroe, Marleen Easton (red.) - Criminografische ontwikkelingen II: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek
L. Pauwels, S. De Keulenaer, S. Deltenre, e.a. (red.) - Exit gevangenis? Werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf
K. Beyens, T. Daems, E. Maes (red.) - De gevangenisbewaarder. Het professioneel leven in beeld
H. Tournel - De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk
V. Scheirs

Abonnement – IRCP – Institute for International Research on Criminal Policy (15% korting op verkoopprijs)
The books that are published in this series are peer reviewed according to a double blind procedure.
Editorial board and the editors
The editorial board of the IRCP Research Series consists of the academic staff (at least on PhD level) of the IRCP research group. The editorial board takes the responsibility for the academic quality of the publication and the organisation of the double blind peer review procedure.
For each publication, the editorial board assigns an editor. This editor is never one of the authors of the manuscript itself, nor the supervisor of one of the authors involved.
The editor selects three external reviewers and sends them the anonymised manuscript for review. Reviewers have published widely within the domain of the manuscript. Well-informed professionals can be eligible for review but at least two out of three reviewers are academics with a PhD.
Based on these reviews, the editor produces an editorial decision and comment that is communicated to the authors of the manuscript without disclosing the identity of the reviewers. When the editorial decision requires “major revisions”, the editor sends the revised version to the reviewers for a second review round.
When the opinions of the reviewers extremely differ, the editorial decision is taken by the editorial board. Members who are involved in the manuscript are excluded from this decision making process.
Review criteria
A review form based on the template used in Crime & Delinquency (A1) is communicated to the reviewers.
With a subscription to the series, you automatically receive every new publication with a discount of 15% (order now).
- 53. Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU
M. Kusak - 52. Smart city en camerabeleid in de stad Genk
J. Janssens, G. Herkes - 51. The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
D. Lievens, F. Vander Laenen, N. Verhaeghe, N. Schils, K. Putman, L. Pauwels, W. Hardyns, L. Annemans - 50. Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés
Ph. Traest, G. Vermeulen, W. De Bondt, T. Gombeer, S. Raats & L. van Puyenbroeck - 49. Scenario''s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek
Ph. Traest, G. Vermeulen, W. De Bondt, T. Gombeer, S. Raats & L. van Puyenbroeck - 48. Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal?
J. Janssens - 47. De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België
T. Daems, T. Vander Beken & D. Vanhaelemeesch (eds.)
Publications in 2017:
Publications in 2016:
Publications in 2015:
Publications in 2013:

Abonnement – IRCP – Institute for International Research on Criminal Policy (15% korting op verkoopprijs)
The books that are published in this series are peer reviewed according to a double blind procedure.
Editorial board and the editors
The editorial board of the IRCP Research Series consists of the academic staff (at least on PhD level) of the IRCP research group. The editorial board takes the responsibility for the academic quality of the publication and the organisation of the double blind peer review procedure.
For each publication, the editorial board assigns an editor. This editor is never one of the authors of the manuscript itself, nor the supervisor of one of the authors involved.
The editor selects three external reviewers and sends them the anonymised manuscript for review. Reviewers have published widely within the domain of the manuscript. Well-informed professionals can be eligible for review but at least two out of three reviewers are academics with a PhD.
Based on these reviews, the editor produces an editorial decision and comment that is communicated to the authors of the manuscript without disclosing the identity of the reviewers. When the editorial decision requires “major revisions”, the editor sends the revised version to the reviewers for a second review round.
When the opinions of the reviewers extremely differ, the editorial decision is taken by the editorial board. Members who are involved in the manuscript are excluded from this decision making process.
Review criteria
A review form based on the template used in Crime & Delinquency (A1) is communicated to the reviewers.
With a subscription to the series, you automatically receive every new publication with a discount of 15% (order now).
- 53. Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU
M. Kusak - 52. Smart city en camerabeleid in de stad Genk
J. Janssens, G. Herkes - 51. The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
D. Lievens, F. Vander Laenen, N. Verhaeghe, N. Schils, K. Putman, L. Pauwels, W. Hardyns, L. Annemans - 50. Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés
Ph. Traest, G. Vermeulen, W. De Bondt, T. Gombeer, S. Raats & L. van Puyenbroeck - 49. Scenario''s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek
Ph. Traest, G. Vermeulen, W. De Bondt, T. Gombeer, S. Raats & L. van Puyenbroeck - 48. Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal?
J. Janssens - 47. De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België
T. Daems, T. Vander Beken & D. Vanhaelemeesch (eds.)
Publications in 2017:
Publications in 2016:
Publications in 2015:
Publications in 2013:

Abonnement – Reeks BBB – Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen (15% korting op verkoopprijs)
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
- (1) Handboek Personenbelasting 2017 (7de uitgave)
Filip Vandenberghe - (2) Basisbeginselen btw (2de uitgave)
Stefan Ruysschaert - (3) Aangifte vennootschapsbelasting 2017 (11de uitgave)
Philippe Salens - (4) Facturering van diensten (2de uitgave)
Stefan Ruysschaert & L. Heylens - (5) Geheime commissielonen (2de uitgave)
Wim Van Kerchove - (6) De maatstaf van heffing en de tarieven inzake btw
Stefan Ruysschaert - (7) Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen
Jos Van Wemmel & Ann Lievyns - (8) De eigenlijke vrijstelling inzake btw
Stefan Ruysschaert - (9) Meerwaarden op bedrijfsactiva
Wim Van Kerchove - (10) Overdracht van algemeenheid van goederen
S. Ruysschaert - (11) Bijzondere mandaten voor de accountant en de bedrijfsrevisor
Jos Van Wemmel & Ann Lievyns - (12) Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen
Wim Van Kerchove & Stefan Ruysschaert - (13) Zelfstandigen en vastgoed
Marc Gielis & Stefan Ruysschaert - (14) De levensloop van een bedrijfsmiddel
Wim Van Kerchove & Stefan Ruysschaert - (15) Waardering van de kmo
Jos Van Wemmel en Ann Lievyns - (16) Werk in onroerende staat (2de uitgave)
Stefan Ruysschaert & Wim Van Kerchove - (17) Alternatieve verloning en beloning
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (18) De auto als bedrijfsmiddel
- (19) Excel voor economische beroepen
Noel De Rudder - (20) Vruchtgebruik
G. Poppe, S. Ruysschaert - (22) De vereffening van vennootschappen. Juridische, boekhoudkundige en fiscale aspecten
J. Van Wemmel - (23) Evenementen organiseren. Btw en belastingen
W. Van Kerchove, S. Ruysschaert - (24) Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional
M. Gielis - (25) Vzw en fiscaliteit
S. Ruysschaert, G. Poppe - (26) Onroerende verhuur. Btw en inkomstenbelastingen
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (27) Luxe-uitgaven. Aftrekbaarheid, bewijsvoering en voordelen van alle aard. Analyse inzake btw en inkomstenbelastingen
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (28) Doorrekening en doorfacturering van kosten
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (29) Samenwerking binnen de cijferberoepen
Everest Advocaten (red.) - (30) Praktisch btw-handboek
E. Soenen - (31) Sport en btw
S. Ruysschaert - (32) Winstuitkering & kapitaalvermindering
G. Poppe - (33) Financiële doorlichting van de kleine onderneming
J. Van Der Elst - (34) Fiscale procedure
F. Vanbiervliet & A. Visschers - (35) Verslaggeving in de vennootschap
G. Poppe

Abonnement – Reeks BBB – Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen (15% korting op verkoopprijs)
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
- (1) Handboek Personenbelasting 2017 (7de uitgave)
Filip Vandenberghe - (2) Basisbeginselen btw (2de uitgave)
Stefan Ruysschaert - (3) Aangifte vennootschapsbelasting 2017 (11de uitgave)
Philippe Salens - (4) Facturering van diensten (2de uitgave)
Stefan Ruysschaert & L. Heylens - (5) Geheime commissielonen (2de uitgave)
Wim Van Kerchove - (6) De maatstaf van heffing en de tarieven inzake btw
Stefan Ruysschaert - (7) Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen
Jos Van Wemmel & Ann Lievyns - (8) De eigenlijke vrijstelling inzake btw
Stefan Ruysschaert - (9) Meerwaarden op bedrijfsactiva
Wim Van Kerchove - (10) Overdracht van algemeenheid van goederen
S. Ruysschaert - (11) Bijzondere mandaten voor de accountant en de bedrijfsrevisor
Jos Van Wemmel & Ann Lievyns - (12) Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen
Wim Van Kerchove & Stefan Ruysschaert - (13) Zelfstandigen en vastgoed
Marc Gielis & Stefan Ruysschaert - (14) De levensloop van een bedrijfsmiddel
Wim Van Kerchove & Stefan Ruysschaert - (15) Waardering van de kmo
Jos Van Wemmel en Ann Lievyns - (16) Werk in onroerende staat (2de uitgave)
Stefan Ruysschaert & Wim Van Kerchove - (17) Alternatieve verloning en beloning
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (18) De auto als bedrijfsmiddel
- (19) Excel voor economische beroepen
Noel De Rudder - (20) Vruchtgebruik
G. Poppe, S. Ruysschaert - (22) De vereffening van vennootschappen. Juridische, boekhoudkundige en fiscale aspecten
J. Van Wemmel - (23) Evenementen organiseren. Btw en belastingen
W. Van Kerchove, S. Ruysschaert - (24) Oprichting en werking van de vennootschap. Bijzondere aandachtspunten voor de professional
M. Gielis - (25) Vzw en fiscaliteit
S. Ruysschaert, G. Poppe - (26) Onroerende verhuur. Btw en inkomstenbelastingen
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (27) Luxe-uitgaven. Aftrekbaarheid, bewijsvoering en voordelen van alle aard. Analyse inzake btw en inkomstenbelastingen
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (28) Doorrekening en doorfacturering van kosten
S. Ruysschaert & W. Van Kerchove - (29) Samenwerking binnen de cijferberoepen
Everest Advocaten (red.) - (30) Praktisch btw-handboek
E. Soenen - (31) Sport en btw
S. Ruysschaert - (32) Winstuitkering & kapitaalvermindering
G. Poppe - (33) Financiële doorlichting van de kleine onderneming
J. Van Der Elst - (34) Fiscale procedure
F. Vanbiervliet & A. Visschers - (35) Verslaggeving in de vennootschap
G. Poppe


Panopticon 2011 – Opbergband


Panopticon 2010 – Opbergband













Panopticon 2008 – Opbergband

Abonnement – Aangifte vennootschapsbelasting (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen) (15% korting op verkoopprijs)
Eerst wordt het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting onderzocht,waarna de verschillende vakken van de aangifte grondig wordenuitgediept. Hierin wordt de nodige aandacht besteed aan de interactie met hetboekhoudrecht en boekhoudtechniek. Een goed inzicht in deze materies is eenconditio sine qua non voor een goed begrip van de vennootschapsbelasting.Waar nodig voor een goed begrip van de materie, wordt tevens kort ingegaanop de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en hetvennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezennaar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaaldeproblemen.
Door deze unieke aanpak, is het boek veel meer dan een traditionelebelastingalmanak – die traditioneel slechts beperkt wordt geconsulteerd – maarkan het boek het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundigberoep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ookeen zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een nieuwe, bijgewerkte, versie. Met dit abonnement ontvangt u automatisch de nieuwe versie zodra deze verschijnt en profiteert u van het voordelige tarief van € 114,75 in plaats van € 135,- voor een enkel exemplaar.
Bestel abonnement
9de herziene uitgave:
Aangifte vennootschapsbelasting 2017

Abonnement – Aangifte vennootschapsbelasting (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen) (15% korting op verkoopprijs)
Eerst wordt het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting onderzocht,waarna de verschillende vakken van de aangifte grondig wordenuitgediept. Hierin wordt de nodige aandacht besteed aan de interactie met hetboekhoudrecht en boekhoudtechniek. Een goed inzicht in deze materies is eenconditio sine qua non voor een goed begrip van de vennootschapsbelasting.Waar nodig voor een goed begrip van de materie, wordt tevens kort ingegaanop de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en hetvennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezennaar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaaldeproblemen.
Door deze unieke aanpak, is het boek veel meer dan een traditionelebelastingalmanak – die traditioneel slechts beperkt wordt geconsulteerd – maarkan het boek het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundigberoep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ookeen zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een nieuwe, bijgewerkte, versie. Met dit abonnement ontvangt u automatisch de nieuwe versie zodra deze verschijnt en profiteert u van het voordelige tarief van € 114,75 in plaats van € 135,- voor een enkel exemplaar.
Bestel abonnement
9de herziene uitgave:
Aangifte vennootschapsbelasting 2017




Tijdschrift Financieel Recht 2007 – Nr. 1

Tijdschrift Financieel Recht 2007 – Nr. 1









Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2006, nr 3
Editoriaal downloaden
TBM-RCB is een uniek Belgisch tijdschrift, waarin topspecialisten uit de advocatuur, het bedrijfsleven, de overheid en de academische wereld de ontwikkelingen inzake mededinging op systematische en kritische wijze opvolgen.
Ruime aandacht wordt aan de Europese mededingingsregels besteed. Zowel de economische als juridische aspecten worden belicht en uitgediept, wat tot een beter begrip van de toepasselijke regels leidt.
In nummer 3 is verschenen:
Editoriaal – Editorial
DIRK ARTS
Een nieuwe wet, een nieuwe uitdaging
Artikelen - Articles
PATRICK MARCHAND
Le calcul des amendes en droit belge de laconcurrence
JOHAN YSEWYN - THOMAS FRANCHOO - TOM SNELS
Overzicht van rechtspraak van de raad voor demededinging in 2003 - 2004 - 2005 (Deel I)
Europese Gemeenschap - Communauté européenne
PETER WYTINCK ET NADINE MÜLLER.
Chronique de droit européen de la concurrence
Actualia- Actualités
Boekbespreking – Compte rendu
De redactie
TBM-RCB wordt geleid door Belgiës juridische en economische topspecialisten terzake.
Hoofdredacteur
- Mr. Bernard van de Walle de Ghelcke
Advocaat Linklaters (Brussel), docent Europacollege (Brugge), lid van het Wetenschappelijk comité van het Global Competition Law Center (Europacollege).
Redactiesecretaris
- Karel Marchand
Wetenschappelijk medewerker UGent, attaché bij de Dienst voor de Mededinging
Redactiecomité
Dirk Arts - Damien Geradin - Paul Nihoul - Stefaan Raes - Patrick Van Cayseele - Peter Wytinck
Neem nu uw abonnement, zodat u geen informatie hoeft te missen.
Slechts 120 Euro voor 4 uitgebreide afleveringen, inclusief btw en verzending!
Bestellen kan online (Hier klikken), per e-mail info@maklu.be,
telefonisch (03/231.29.00) of per fax (03/233.69.59).
Abonnees krijgen bovendien een jaar lang gratis persoonlijke toegang tot de online versie
www.tbm-rcb.be met fulltext archief, recente rechtspraak en actualiteit.

Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2006, nr 3
Editoriaal downloaden
TBM-RCB is een uniek Belgisch tijdschrift, waarin topspecialisten uit de advocatuur, het bedrijfsleven, de overheid en de academische wereld de ontwikkelingen inzake mededinging op systematische en kritische wijze opvolgen.
Ruime aandacht wordt aan de Europese mededingingsregels besteed. Zowel de economische als juridische aspecten worden belicht en uitgediept, wat tot een beter begrip van de toepasselijke regels leidt.
In nummer 3 is verschenen:
Editoriaal – Editorial
DIRK ARTS
Een nieuwe wet, een nieuwe uitdaging
Artikelen - Articles
PATRICK MARCHAND
Le calcul des amendes en droit belge de laconcurrence
JOHAN YSEWYN - THOMAS FRANCHOO - TOM SNELS
Overzicht van rechtspraak van de raad voor demededinging in 2003 - 2004 - 2005 (Deel I)
Europese Gemeenschap - Communauté européenne
PETER WYTINCK ET NADINE MÜLLER.
Chronique de droit européen de la concurrence
Actualia- Actualités
Boekbespreking – Compte rendu
De redactie
TBM-RCB wordt geleid door Belgiës juridische en economische topspecialisten terzake.
Hoofdredacteur
- Mr. Bernard van de Walle de Ghelcke
Advocaat Linklaters (Brussel), docent Europacollege (Brugge), lid van het Wetenschappelijk comité van het Global Competition Law Center (Europacollege).
Redactiesecretaris
- Karel Marchand
Wetenschappelijk medewerker UGent, attaché bij de Dienst voor de Mededinging
Redactiecomité
Dirk Arts - Damien Geradin - Paul Nihoul - Stefaan Raes - Patrick Van Cayseele - Peter Wytinck
Neem nu uw abonnement, zodat u geen informatie hoeft te missen.
Slechts 120 Euro voor 4 uitgebreide afleveringen, inclusief btw en verzending!
Bestellen kan online (Hier klikken), per e-mail info@maklu.be,
telefonisch (03/231.29.00) of per fax (03/233.69.59).
Abonnees krijgen bovendien een jaar lang gratis persoonlijke toegang tot de online versie
www.tbm-rcb.be met fulltext archief, recente rechtspraak en actualiteit.

Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2006, nr 2
Editoriaal downloaden
TBM-RCB is een uniek Belgisch tijdschrift, waarin topspecialisten uit de advocatuur, het bedrijfsleven, de overheid en de academische wereld de ontwikkelingen inzake mededinging op systematische en kritische wijze opvolgen.
Ruime aandacht wordt aan de Europese mededingingsregels besteed. Zowel de economische als juridische aspecten worden belicht en uitgediept, wat tot een beter begrip van de toepasselijke regels leidt.
In nummer 2 is verschenen:
Artikelen
- De prenotificatie in België in het licht van recente evoluties Toon Musschoot
- Clementie in het Belgisch Mededingingsrecht Karel Marchand
Rechtspraak
- Hof van beroep te Brussel 23/6/2005
Noot Hendrik Viaene, De prejudiciële vraag of hoe een vlag niet altijd de lading dekt
- Cour d’appel Bruxelles 15/9/2005
Note Frédéric Louis & Saar Dierckens, L’effet dévolutif du recours contre des décisionsdu Conseil de la Concurrence en matière deconcentrations
- Raad voor de mededinging 26/9/2005
Noot Patrick Van Cayseele, Editeco en de Tijd. Enkele initiële economische bedenkingen bij de beslissingen van de raad
- Hof van beroep te Brussel 31/1/2006
Noot Filip Tuytschaever, Meer over het begrip onderneming in het mededingingsrecht
Europese gemeenschap
- Peter Wytinck & Hendrik Viaene Kroniek van het Europese Mededingingsrecht (1e trimester 2006)
Actualia
Boekbespreking

Tijdschrift voor Belgische Mededinging/Revue de la Concurrence Belge – 2006, nr 2
Editoriaal downloaden
TBM-RCB is een uniek Belgisch tijdschrift, waarin topspecialisten uit de advocatuur, het bedrijfsleven, de overheid en de academische wereld de ontwikkelingen inzake mededinging op systematische en kritische wijze opvolgen.
Ruime aandacht wordt aan de Europese mededingingsregels besteed. Zowel de economische als juridische aspecten worden belicht en uitgediept, wat tot een beter begrip van de toepasselijke regels leidt.
In nummer 2 is verschenen:
Artikelen
- De prenotificatie in België in het licht van recente evoluties Toon Musschoot
- Clementie in het Belgisch Mededingingsrecht Karel Marchand
Rechtspraak
- Hof van beroep te Brussel 23/6/2005
Noot Hendrik Viaene, De prejudiciële vraag of hoe een vlag niet altijd de lading dekt
- Cour d’appel Bruxelles 15/9/2005
Note Frédéric Louis & Saar Dierckens, L’effet dévolutif du recours contre des décisionsdu Conseil de la Concurrence en matière deconcentrations
- Raad voor de mededinging 26/9/2005
Noot Patrick Van Cayseele, Editeco en de Tijd. Enkele initiële economische bedenkingen bij de beslissingen van de raad
- Hof van beroep te Brussel 31/1/2006
Noot Filip Tuytschaever, Meer over het begrip onderneming in het mededingingsrecht
Europese gemeenschap
- Peter Wytinck & Hendrik Viaene Kroniek van het Europese Mededingingsrecht (1e trimester 2006)
Actualia
Boekbespreking

Tijdschrift Financieel Recht 2006 – Nr. 4

Tijdschrift Financieel Recht 2006 – Nr. 4

Tijdschrift Financieel Recht 2005 – Nr. 3/4
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Tijdschrift Financieel Recht 2005 – Nr. 3/4
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Tijdschrift Financieel Recht 2005 – Nr. 2
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Tijdschrift Financieel Recht 2005 – Nr. 2
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 6

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 6

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 5

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 5

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 4

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 4

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 3

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 3

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 2

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 2

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 1

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2005, nr. 1



Tijdschrift Financieel Recht 2004. Nr. 4
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Tijdschrift Financieel Recht 2004. Nr. 4
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Tijdschrift Financieel Recht 2004. Nr. 3
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Tijdschrift Financieel Recht 2004. Nr. 3
voorzitter:
Dirk MEULEMANS, wetenschappelijk coördinator opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht
KULAK, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
redactiesecretaris
Inge SINNAEVE, Advocaat Tiberghien Advocaten
leden:
Charlotte CALLENS, wetenschappelijk medewerker opleiding Vastgoedrecht KULAK, advocaat, Laga & Philippe
Victoria DANNEELS, wetenschappelijk medewerker opleiding Financieel Recht KULAK, advocaat
Rik DEBLAUWE, advocaat, Tibergien Advocaten
Philippe ERNST, docent Vennootschapsrecht U.I.A., juridisch adviseur, Deloitte & Touche
Alain FRANÇOIS, docent Vennootschapsrecht V.U.B, advocaat, Eubelius
Marleen HOSTE, bedrijfsrevisor, kantoor Gislenus Bats
Marc LENS, manager kredieten DVV verzekeringen
Kristof MACOURS, bedrijfsjurist
Patrick VAN HOESTENBERGHE, notaris, Jabbeke
redactieraad:
Jean-Pierre BLUMBERG, advocaat, De Bandt Van Hecke Lagae & Loesch - Lector UFSIA
Koen BYTTEBIER, docent Handelsrecht V.U.B., advocaat
Rudi BONTE, directeur Banktoezicht, CBF
Peter DE BRUYNE, fiscaal jurist
Willy JACOBS, externe accountant, belastingconsulent, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Albert NIESTEN, directeur bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen
Roel NIEUWDORP, advocaat, Loyens
Stefan ODEURS, advocaat Stibbe
Geert TEMMERMAN, kaderlid Nationale Bank van België, professor Vlekho-Brussel, gewezen kabinetsadviseur van de Ministers Ph. Maystadt en J.-J. Viseur
Marcel VAN ACOLEYEN, gewoon hoogleraar emeritus departement Toegepaste Economie K.U. Leuven
Koen VAN DUYSE, advocaat, Tiberghien Advocaten
Paul VRIELYNCK, juridisch adviseur, BBL
vaste medewerkers:
Jean DE BRABANDER, advocaat, lesgever opleidingen Financieel Recht en Vastgoedrecht KULAK
Sofie DEJONGHE, praktijkassistent Financial Law Institute, Universiteit Gent
Régine FELTKAMP, advocaat, Coudert Brothers, Coppens Van Ommeslaghe & Faurès, vrijwillig medewerkster vakgroep Economisch recht V.U.B.
Paul GORIS, juridisch adviseur, docent Beurs- en Effectenrecht K.U. Brussel
Elke JANSSENS, advocaat Nauta Dutilh, assistent V.U.B.
Kurt TERMOTE, juridisch adviseur KBC-Bank - assistent Centrum Verzekeringswetenschappen KU Leuven
Dirk VAN BELLE, advocaat-vennoot, Dauginet & Co
Uitgeverij
Maklu-Uitgevers n.v.
Somersstraat 13-15
2018 Antwerpen
tel. 03/231.29.00
fax 03/233.26.59
e-mail info@maklu.be
Prijzen
Abonnement (4 nummers): € 110 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Studentenprijs: € 87,50 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Los nummer: € 39,60 (inclusief B.T.W. en verzendingskosten)
Abonnementen gelden tot wederopzegging tenzij anders overeengekomen. Partijen kunnen ieder schriftelijk opzeggen tegen het einde van de abonnementsperiode, met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden. Voor betaling van het abonnementsgeld wordt een factuur toegezonden.

Tijdschrift Financieel Recht 2004. Nr. 1
Het eerste artikel bevat een overzichtelijke en zeer bevattelijke commentaar op de beleggingshypotheek, zijnde het hypothecair krediet dat gepaard gaat met een Tak-23-verzekeringsproduct. Na een beschrijving van de hiervoor gebruikte kredietformules en een commentaar op de omzendbrief van de (toenmalige) Controledienst voor de Verzekeringen, plaatst de auteur een aantal persoonlijke kanttekeningen bij dit vrij nieuwe en risicovolle hypotheekproduct.
Het tweede artikel wordt, naar aanleiding van de strijd om Ubizen, de vigerende overnamereglementering tegen het licht gehouden en kritisch geëvalueerd.
In het derde artikel, dat handelt over Europees Boekhoudrecht, wordt nader ingegaan op de incorporatie van “fair value accounting” in de Europese jaarrekeningrichtlijnen.
Het vierde artikel is gewijd aan de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de toezichtsorganen op de financiële sector en de financiële diensten, zoals geregeld in twee fundamentele wetten van 2 augustus 2002. De wetgever heeft geopteerd voor een “centralisatie-operatie” via de toewijzing van de geschillen tussen de rechtsonderhorigen en de toezichthouders aan hetzij het Hof van Beroep te Brussel, hetzij de Raad van State.
In het vijfde artikel wordt aandacht besteed aan een complex en enigszins omstreden fiscaal onderwerp dat voor de nodige beroering zorgt zowel binnen de financiële sector als bij de spaarders en beleggers, met name de eenmalige bevrijdende aangifte.
Vervolgens wordt in de rubriek Actualia kort gewezen op de wijzigingen die werden aangebracht aan de taks op de gedefiscaliseerde financiële producten.
Ten slotte wordt dit goed gestoffeerde nummer afgesloten met de derde aflevering van de rode draad over Publieke Private Samenwerking, waarbij de financiering via de uitgifte van effecten wordt toegelicht.
Dirk Meulemans
Hoofdredacteur T.Fin.R.

Tijdschrift Financieel Recht 2004. Nr. 1
Het eerste artikel bevat een overzichtelijke en zeer bevattelijke commentaar op de beleggingshypotheek, zijnde het hypothecair krediet dat gepaard gaat met een Tak-23-verzekeringsproduct. Na een beschrijving van de hiervoor gebruikte kredietformules en een commentaar op de omzendbrief van de (toenmalige) Controledienst voor de Verzekeringen, plaatst de auteur een aantal persoonlijke kanttekeningen bij dit vrij nieuwe en risicovolle hypotheekproduct.
Het tweede artikel wordt, naar aanleiding van de strijd om Ubizen, de vigerende overnamereglementering tegen het licht gehouden en kritisch geëvalueerd.
In het derde artikel, dat handelt over Europees Boekhoudrecht, wordt nader ingegaan op de incorporatie van “fair value accounting” in de Europese jaarrekeningrichtlijnen.
Het vierde artikel is gewijd aan de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de toezichtsorganen op de financiële sector en de financiële diensten, zoals geregeld in twee fundamentele wetten van 2 augustus 2002. De wetgever heeft geopteerd voor een “centralisatie-operatie” via de toewijzing van de geschillen tussen de rechtsonderhorigen en de toezichthouders aan hetzij het Hof van Beroep te Brussel, hetzij de Raad van State.
In het vijfde artikel wordt aandacht besteed aan een complex en enigszins omstreden fiscaal onderwerp dat voor de nodige beroering zorgt zowel binnen de financiële sector als bij de spaarders en beleggers, met name de eenmalige bevrijdende aangifte.
Vervolgens wordt in de rubriek Actualia kort gewezen op de wijzigingen die werden aangebracht aan de taks op de gedefiscaliseerde financiële producten.
Ten slotte wordt dit goed gestoffeerde nummer afgesloten met de derde aflevering van de rode draad over Publieke Private Samenwerking, waarbij de financiering via de uitgifte van effecten wordt toegelicht.
Dirk Meulemans
Hoofdredacteur T.Fin.R.


















Pricing Algorithms in EU competition law.
This book aims to do just that, using the results of economic research and computer science as the starting point for a legal analysis of these digital cartels. It analyses several forms of algorithmic collusion in decreasing order of human involvement. Indeed, the role of algorithms can range from supporting a cartel to being its sole perpetrator, and each scenario tests current competition law in a different way. This is followed by an overarching perspective on public and private enforcement, as well as a brief discussion of two related issues at the intersection of data protection and competition law: personalised pricing and algorithmic consumers.
Pricing Algorithms in EU competition law.
This book aims to do just that, using the results of economic research and computer science as the starting point for a legal analysis of these digital cartels. It analyses several forms of algorithmic collusion in decreasing order of human involvement. Indeed, the role of algorithms can range from supporting a cartel to being its sole perpetrator, and each scenario tests current competition law in a different way. This is followed by an overarching perspective on public and private enforcement, as well as a brief discussion of two related issues at the intersection of data protection and competition law: personalised pricing and algorithmic consumers.


























