Zonder sporen
Martha Galison is een succesvolle advocate gespecialiseerd in het vervolgen van rechters die strafbare feiten plegen. Ze krijgt op een dag een angstige vrouw aan de lijn, die om hulp vraagt in een nogal bijzondere casus.
Catherines vader werd twintig jaar geleden dood aangetroffen, en wat op een moord leek, werd nooit opgelost. Maar Catherine heeft een verdachte die ze al jaren in het oog houdt. En ze heeft ontdekt dat er nog slachtoffers gevallen zijn.
Maar Catherine durft niet naar de politie te stappen omdat ze vreest voor haar eigen leven.
De moordenaar is briljant, sluw en geduldig en laat geen sporen achter. En hij weet hoe het gerecht werkt. Hoe bewijs je het onbewijsbare?
Stefan Ruysschaert is een creatieve auteur. Na “De Sterrenchef”, “De blauwe kamer” en “Bloedrode wijn” is dit zijn vierde roman.
Zonder sporen
Martha Galison is een succesvolle advocate gespecialiseerd in het vervolgen van rechters die strafbare feiten plegen. Ze krijgt op een dag een angstige vrouw aan de lijn, die om hulp vraagt in een nogal bijzondere casus.
Catherines vader werd twintig jaar geleden dood aangetroffen, en wat op een moord leek, werd nooit opgelost. Maar Catherine heeft een verdachte die ze al jaren in het oog houdt. En ze heeft ontdekt dat er nog slachtoffers gevallen zijn.
Maar Catherine durft niet naar de politie te stappen omdat ze vreest voor haar eigen leven.
De moordenaar is briljant, sluw en geduldig en laat geen sporen achter. En hij weet hoe het gerecht werkt. Hoe bewijs je het onbewijsbare?
Stefan Ruysschaert is een creatieve auteur. Na “De Sterrenchef”, “De blauwe kamer” en “Bloedrode wijn” is dit zijn vierde roman.
Fricassee. Van ragout naar blanquette de veau
Fricassee komt uit de klassieke Franse keuken. Een overheerlijk, vrij eenvoudig gerecht.
Kalfsfricassee is ook een klassieker in de Vlaamse keuken, geliefd om haar malse kalfsvlees, romige saus en nostalgische karakter. In dit boekje delen we tips om kalfsfricassee naar een hoger niveau te tillen. Of je nu de traditionele versie wilt maken of een moderne twist zoekt, met deze tips haal je het beste uit je kalfsfricassee.
Koken hoeft immers niet noodzakelijk moeilijk te zijn. Stoofpotjes zijn erg makkelijk en ook erg lekker. Iedereen kan ze maken. Maar het verschil zit hem in details die belangrijk zijn.
In dit boekje worden recepten van de fricassee, ragout en blanquette besproken. De basisfricassee wordt van kalfsvlees gemaakt samen metchampignons, gehaktballetjes en zilveruitjes maar er zijn talrijke varianten met wit vlees. En kalfsblanquette vormt hierbij een bijzondere bereidingswijze die teruggrijpt naar de klassieke Franse culinaire traditie. Voor de vegetariërs kan vlees gerust vervangen worden door paddenstoelen of tofu.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Fricassee. Van ragout naar blanquette de veau
Fricassee komt uit de klassieke Franse keuken. Een overheerlijk, vrij eenvoudig gerecht.
Kalfsfricassee is ook een klassieker in de Vlaamse keuken, geliefd om haar malse kalfsvlees, romige saus en nostalgische karakter. In dit boekje delen we tips om kalfsfricassee naar een hoger niveau te tillen. Of je nu de traditionele versie wilt maken of een moderne twist zoekt, met deze tips haal je het beste uit je kalfsfricassee.
Koken hoeft immers niet noodzakelijk moeilijk te zijn. Stoofpotjes zijn erg makkelijk en ook erg lekker. Iedereen kan ze maken. Maar het verschil zit hem in details die belangrijk zijn.
In dit boekje worden recepten van de fricassee, ragout en blanquette besproken. De basisfricassee wordt van kalfsvlees gemaakt samen metchampignons, gehaktballetjes en zilveruitjes maar er zijn talrijke varianten met wit vlees. En kalfsblanquette vormt hierbij een bijzondere bereidingswijze die teruggrijpt naar de klassieke Franse culinaire traditie. Voor de vegetariërs kan vlees gerust vervangen worden door paddenstoelen of tofu.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Environment and contemporary challenges to criminal law. RIDP Libri 14
This special issue brings together thirteen original papers that examine contemporary and thoughtprovoking dimensions of criminal law concerning environmental offences. It explores the evolving directions of criminal policy aimed at addressing and criminalising serious environmental harm, including ecocide. The volume offers reflections on the possibilities of prevention, reparation, and restoration in complex environmental cases, drawing on restorative justice approaches and the potential of artificial intelligence.
In a world facing climate crisis and widespread environmental destruction, understanding, preventing, and remedying environmental harm has never been more urgent — and this volume offers crucial insights for scholars and practitioners
Isabelle Gibson is a criminal lawyer and guest lecturer of Criminal Law at the Pontifical Catholic University of Rio de Janeiro. Member of the Special Section of the Ethics and Disciplinary Tribunal of the Brazilian Bar Association – Rio de Janeiro (OAB/RJ). She is also President of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Dawid Marko is a criminal defence lawyer and Research and Teaching Assistant at the Department of Criminal Procedure and Criminalistics, Faculty of Law and Administration, University of Gdańsk (Poland). He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Gonzalo Guerrero is a lawyer and lecturer at the University of Buenos Aires. He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Environment and contemporary challenges to criminal law. RIDP Libri 14
This special issue brings together thirteen original papers that examine contemporary and thoughtprovoking dimensions of criminal law concerning environmental offences. It explores the evolving directions of criminal policy aimed at addressing and criminalising serious environmental harm, including ecocide. The volume offers reflections on the possibilities of prevention, reparation, and restoration in complex environmental cases, drawing on restorative justice approaches and the potential of artificial intelligence.
In a world facing climate crisis and widespread environmental destruction, understanding, preventing, and remedying environmental harm has never been more urgent — and this volume offers crucial insights for scholars and practitioners
Isabelle Gibson is a criminal lawyer and guest lecturer of Criminal Law at the Pontifical Catholic University of Rio de Janeiro. Member of the Special Section of the Ethics and Disciplinary Tribunal of the Brazilian Bar Association – Rio de Janeiro (OAB/RJ). She is also President of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Dawid Marko is a criminal defence lawyer and Research and Teaching Assistant at the Department of Criminal Procedure and Criminalistics, Faculty of Law and Administration, University of Gdańsk (Poland). He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Gonzalo Guerrero is a lawyer and lecturer at the University of Buenos Aires. He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
De opgroeicirkel
De opgroeicirkel is het vervolg op De opgroeidriehoek en ook deze keer wordt het belang van vriendschap en mildheid benadrukt. Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, blijken duidelijk uit de uitspraken van de kinderen.
Aan de hand van theorie over ontwikkeling, loyaliteit, hechting en het brein, wordt een fundament gelegd van waaruit op een veilige en voor het kind leuke manier een opgroeicirkel kan worden gemaakt.
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het geeft voorbeelden van verkeerde aannames en vooringenomenheden binnen de rechtspraak en jeugdzorg en toont hoe daar de opgroeicirkel kan worden gebruikt om kinderen de kans te geven de wereld vanuit hun ogen te laten zien. Door niet automatisch uit te gaan van het traditionele gezin, krijgt een kind de kans om te laten zien wie allemaal voor hen belangrijk is.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige, daarna is zij afgestudeerd in sociaal-culturele wetenschappen. Sinds 2004 is zij werkzaam als MfN-registermediator en sinds 2015 als bijzondere curator. Sinds haar boek De opgroeidriehoek (2022), is Anneke van Teijlingen steeds meer versterkt in haar visie dat jeugdzorg en rechtspraak de wereld van kinderen soms meer bedreigen dan beschermen. Als bijzondere curator staat zij naast het kind en probeert zij de stem van het kind te vertegenwoordigen, binnen en buiten de rechtbank. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
De opgroeicirkel
De opgroeicirkel is het vervolg op De opgroeidriehoek en ook deze keer wordt het belang van vriendschap en mildheid benadrukt. Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, blijken duidelijk uit de uitspraken van de kinderen.
Aan de hand van theorie over ontwikkeling, loyaliteit, hechting en het brein, wordt een fundament gelegd van waaruit op een veilige en voor het kind leuke manier een opgroeicirkel kan worden gemaakt.
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het geeft voorbeelden van verkeerde aannames en vooringenomenheden binnen de rechtspraak en jeugdzorg en toont hoe daar de opgroeicirkel kan worden gebruikt om kinderen de kans te geven de wereld vanuit hun ogen te laten zien. Door niet automatisch uit te gaan van het traditionele gezin, krijgt een kind de kans om te laten zien wie allemaal voor hen belangrijk is.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige, daarna is zij afgestudeerd in sociaal-culturele wetenschappen. Sinds 2004 is zij werkzaam als MfN-registermediator en sinds 2015 als bijzondere curator. Sinds haar boek De opgroeidriehoek (2022), is Anneke van Teijlingen steeds meer versterkt in haar visie dat jeugdzorg en rechtspraak de wereld van kinderen soms meer bedreigen dan beschermen. Als bijzondere curator staat zij naast het kind en probeert zij de stem van het kind te vertegenwoordigen, binnen en buiten de rechtbank. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
De overheid op de schop. Waarom en hoe de overheid, met in haar kielzog de semioverheid, beter kan functioneren
De overheid op de schop. Waarom en hoe de overheid, met in haar kielzog de semioverheid, beter kan functioneren
A Century of Criminal Justice, Human Rights and Humanity across Borders. (Centenary Ceremony of the International Association of Penal Law (AIDP/IAPL)) RIDP Libri 07
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium. José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP/IAPL and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country, San Sebastian, Spain. John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/AIPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law at the College of Europe, Bruges, Belgium.
A Century of Criminal Justice, Human Rights and Humanity across Borders. (Centenary Ceremony of the International Association of Penal Law (AIDP/IAPL)) RIDP Libri 07
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium. José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP/IAPL and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country, San Sebastian, Spain. John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/AIPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law at the College of Europe, Bruges, Belgium.
Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen is primair geschreven voor studenten in het bedrijfskundig hoger onderwijs, maar is ook waardevol voor iedereen die een basiskennis van kansrekening nodig heeft om professionele vraagstukken op te lossen.
Het eerste hoofdstuk bespreekt de belangrijkste kansregels. Hoofdstuk 2 gaat in op het begrip ‘variabele’ en de verschillende soorten variabelen. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 komen de diverse kansverdelingen aan bod – zowel theoretische als experimentele. Elk hoofdstuk sluit af met uitgewerkte oefeningen en praktijkgerichte toepassingen binnen de bedrijfskunde. Voor dit boek is geen wiskundige voorkennis vereist.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde aan universiteiten en hogescholen. Hij gaf onder meer de vakken statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Hij publiceerde 58 werken op het gebied van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen is primair geschreven voor studenten in het bedrijfskundig hoger onderwijs, maar is ook waardevol voor iedereen die een basiskennis van kansrekening nodig heeft om professionele vraagstukken op te lossen.
Het eerste hoofdstuk bespreekt de belangrijkste kansregels. Hoofdstuk 2 gaat in op het begrip ‘variabele’ en de verschillende soorten variabelen. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 komen de diverse kansverdelingen aan bod – zowel theoretische als experimentele. Elk hoofdstuk sluit af met uitgewerkte oefeningen en praktijkgerichte toepassingen binnen de bedrijfskunde. Voor dit boek is geen wiskundige voorkennis vereist.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde aan universiteiten en hogescholen. Hij gaf onder meer de vakken statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Hij publiceerde 58 werken op het gebied van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Handboek verhoren 1 (3e herziene uitgave)
De handboeken Verhoren 1 & 2 vormen samen een naslagwerk voor iedereen die professioneel informatie wil verkrijgen in verhoorsituaties. Vanuit een brede invalshoek — wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, actuele wetenschap en praktijkervaring — bieden deze standaardwerken zowel een stevige basis als diepgaande inzichten. Ze bevatten talrijke verwijzingen en hun inhoud vond bevestiging in recente internationale richtlijnen zoals de Méndez Principles en de daaruit voortvloeiende Manual on Investigative Interviewing van de Verenigde Naties.
De items in Handboek Verhoren 1, met wetgeving, basiscommunicatie, basistechnieken en verslaglegging, verschaffen informatie voor courante verhoorsituaties.
In Handboek Verhoren 2 komen gespecialiseerde verhooritems aan bod, waaronder ook diepgaande informatie over het slachtoffer-, getuige- en verdachtenverhoor.
Beide handboeken richten zich vooral naar politie, magistratuur en advocatuur, maar zijn ook bijzonder nuttig voor inspecteurs van bijzondere inspectiediensten binnen de Federale en Vlaamse overheid, interne toezichthouders in bedrijven, privédetectives, HR-professionals, acteurs en scenaristen, kortom voor elkeen die informatie wil bekomen van anderen.
Deze handboeken reiken basisbegrippen aan om, vertrekkend vanuit individuele competenties en opgebouwde ervaring, het eigen ‘verhoorrepertoire’ op een legale en wetenschappelijk verantwoorde manier te verrijken, afgestemd op de te verhoren persoon en de situatie. Ze vormen een rijke inspiratiebron voor wie zich wil verdiepen in de ‘kunst’ van het verhoren.
Handboek verhoren 1 (3e herziene uitgave)
De handboeken Verhoren 1 & 2 vormen samen een naslagwerk voor iedereen die professioneel informatie wil verkrijgen in verhoorsituaties. Vanuit een brede invalshoek — wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, actuele wetenschap en praktijkervaring — bieden deze standaardwerken zowel een stevige basis als diepgaande inzichten. Ze bevatten talrijke verwijzingen en hun inhoud vond bevestiging in recente internationale richtlijnen zoals de Méndez Principles en de daaruit voortvloeiende Manual on Investigative Interviewing van de Verenigde Naties.
De items in Handboek Verhoren 1, met wetgeving, basiscommunicatie, basistechnieken en verslaglegging, verschaffen informatie voor courante verhoorsituaties.
In Handboek Verhoren 2 komen gespecialiseerde verhooritems aan bod, waaronder ook diepgaande informatie over het slachtoffer-, getuige- en verdachtenverhoor.
Beide handboeken richten zich vooral naar politie, magistratuur en advocatuur, maar zijn ook bijzonder nuttig voor inspecteurs van bijzondere inspectiediensten binnen de Federale en Vlaamse overheid, interne toezichthouders in bedrijven, privédetectives, HR-professionals, acteurs en scenaristen, kortom voor elkeen die informatie wil bekomen van anderen.
Deze handboeken reiken basisbegrippen aan om, vertrekkend vanuit individuele competenties en opgebouwde ervaring, het eigen ‘verhoorrepertoire’ op een legale en wetenschappelijk verantwoorde manier te verrijken, afgestemd op de te verhoren persoon en de situatie. Ze vormen een rijke inspiratiebron voor wie zich wil verdiepen in de ‘kunst’ van het verhoren.
Gevangen in het systeem. Morele stress en verwonding in het gevangeniswezen
Gevangen in het systeem laat de lezer binnenkijken in een wereld die zelden het daglicht ziet: die van het gevangeniswezen. In deze gesloten omgeving worden justitiemedewerkers — net als de gedetineerden zelf — geconfronteerd met situaties die diep ingrijpen in hun morele besef. Aan de hand van zestien indringende interviews, vooral met Nederlandse en Vlaamse geestelijk verzorgers van diverse levensbeschouwelijke tradities en enkele bewaarders en verpleegkundigen, onderzoekt de auteur hoe morele schade ontstaat wanneer mensen niet kunnen handelen volgens hun waarden. Machteloosheid,schuldgevoelens en innerlijke verscheurdheid vormen de stille littekens van wat we morele verwonding noemen. Dit boek plaatst het gevangeniswezen resoluut naast andere zogenoemde ‘hoogimpactberoepen’ zoals het leger, de politie of de jeugdzorg — beroepen waarin het risico op morele verwonding reëel is. Niet alleen de gedetineerden, maar ook het personeel zit gevangen in een systeem dat hen moreel kan beschadigen. Met een scherp oog voor de ethische, psychologische en maatschappelijke dimensies toont de auteur hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor morele twijfel, kwetsbaarheid en herstel. Een noodzakelijk boek voor wie wil begrijpen wat werken in een penitentiaire setting werkelijk vergt. George Scholte studeerde geschiedenis in Utrecht en pastorale theologie in Amsterdam. Hij werkte als rooms-katholieke geestelijk verzorger in verschillende penitentiaire inrichtingen in Nederland en is auteur van ‘Mensen in hokjes’.
Gevangen in het systeem. Morele stress en verwonding in het gevangeniswezen
Gevangen in het systeem laat de lezer binnenkijken in een wereld die zelden het daglicht ziet: die van het gevangeniswezen. In deze gesloten omgeving worden justitiemedewerkers — net als de gedetineerden zelf — geconfronteerd met situaties die diep ingrijpen in hun morele besef. Aan de hand van zestien indringende interviews, vooral met Nederlandse en Vlaamse geestelijk verzorgers van diverse levensbeschouwelijke tradities en enkele bewaarders en verpleegkundigen, onderzoekt de auteur hoe morele schade ontstaat wanneer mensen niet kunnen handelen volgens hun waarden. Machteloosheid,schuldgevoelens en innerlijke verscheurdheid vormen de stille littekens van wat we morele verwonding noemen. Dit boek plaatst het gevangeniswezen resoluut naast andere zogenoemde ‘hoogimpactberoepen’ zoals het leger, de politie of de jeugdzorg — beroepen waarin het risico op morele verwonding reëel is. Niet alleen de gedetineerden, maar ook het personeel zit gevangen in een systeem dat hen moreel kan beschadigen. Met een scherp oog voor de ethische, psychologische en maatschappelijke dimensies toont de auteur hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor morele twijfel, kwetsbaarheid en herstel. Een noodzakelijk boek voor wie wil begrijpen wat werken in een penitentiaire setting werkelijk vergt. George Scholte studeerde geschiedenis in Utrecht en pastorale theologie in Amsterdam. Hij werkte als rooms-katholieke geestelijk verzorger in verschillende penitentiaire inrichtingen in Nederland en is auteur van ‘Mensen in hokjes’.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Beleggen in de vennootschap. Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 4
U kent allicht het volgende verhaal. Uw vennootschap zet jaarlijks een mooi resultaat neer. Dit resulteert in een opbouw van extra reserves in de vennootschap, maar allicht duikt de volgende vraag hierbij op: “Wat doe ik verder met dit vermogen in de vennootschap?”
Vragen zoals:
- Onttrekken we dit vermogen of net niet, en zo ja, hoe en waarmee houden we dan het best rekening?
- Of gaan we de vennootschap bewust aanwenden als spaarpot op korte of lange termijn?
- Wat zijn de fiscale gevolgen wanneer de vennootschap voor een type belegging kiest ?
Om hier een duidelijk antwoord op te kunnen geven, komen de volgende items in detail aan bod:
- Hoe zit de vennootschapsbelasting in elkaar op roerende beleggingen?
- Is er een verschil wanneer de vennootschap in fondsen i.p.v. individuele aandelen belegt?
- Beleggen we de gelden niet beter buiten de vennootschap?
- Wat zijn hierbij de mogelijkheden, voordelen of nadelen?
- Wat zijn de opties wanneer we de gelden wensen te onttrekken?
- Kan de vennootschap later ook een voordeel opleveren in het kader van de successieplanning?
- Wat zijn de aandachtspunten wanneer de aandelen van deze vennootschap later verkocht worden?
- Geeft deze spaarpot geen probleem?
- Kan de vennootschap ook in minder courante zaken beleggen zoals kunst, wijn, goud, cryptomunten, oldtimers e.d.?
We trachten het pallet aan mogelijkheden te bekijken met een fiscale bril op doch zonder de praktische invulling uit het oog te verliezen. U zal merken dat het een gans ander verhaal is dan wanneer we privé beleggen.
Marc Gielis is gecertificeerd belastingadviseur. Hij heeft 30 jaar (tot eind 2019) gewerkt bij Bank J. Van Breda en C° NV te Antwerpen als fiscaal en patrimoniaal planner, waarna hij de stap naar het zelfstandig beroepsleven heeft gezet. Hij is licentiaat/master Handelswetenschappen, gegradueerde in de Fiscale Wetgeving en gegradueerde in de Bedrijfsadministratie. Tevens heeft hij een jaaropleiding met vrucht afgelegd als ‘Advisor of Personal Financial Planning‘. Marc begeleidt in zijn functie dagelijks uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers
bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij voorzitter in de examencommissie bij het ITAA, auteur van een aantal fiscale boeken en gastdocent aan Odisee Brussel, Vives/Brugge Business School en lector aan AP Antwerpen. Ook is hij een gewaardeerd spreker voor een aantal beroepsverenigingen.
Beleggen in de vennootschap. Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 4
U kent allicht het volgende verhaal. Uw vennootschap zet jaarlijks een mooi resultaat neer. Dit resulteert in een opbouw van extra reserves in de vennootschap, maar allicht duikt de volgende vraag hierbij op: “Wat doe ik verder met dit vermogen in de vennootschap?”
Vragen zoals:
- Onttrekken we dit vermogen of net niet, en zo ja, hoe en waarmee houden we dan het best rekening?
- Of gaan we de vennootschap bewust aanwenden als spaarpot op korte of lange termijn?
- Wat zijn de fiscale gevolgen wanneer de vennootschap voor een type belegging kiest ?
Om hier een duidelijk antwoord op te kunnen geven, komen de volgende items in detail aan bod:
- Hoe zit de vennootschapsbelasting in elkaar op roerende beleggingen?
- Is er een verschil wanneer de vennootschap in fondsen i.p.v. individuele aandelen belegt?
- Beleggen we de gelden niet beter buiten de vennootschap?
- Wat zijn hierbij de mogelijkheden, voordelen of nadelen?
- Wat zijn de opties wanneer we de gelden wensen te onttrekken?
- Kan de vennootschap later ook een voordeel opleveren in het kader van de successieplanning?
- Wat zijn de aandachtspunten wanneer de aandelen van deze vennootschap later verkocht worden?
- Geeft deze spaarpot geen probleem?
- Kan de vennootschap ook in minder courante zaken beleggen zoals kunst, wijn, goud, cryptomunten, oldtimers e.d.?
We trachten het pallet aan mogelijkheden te bekijken met een fiscale bril op doch zonder de praktische invulling uit het oog te verliezen. U zal merken dat het een gans ander verhaal is dan wanneer we privé beleggen.
Marc Gielis is gecertificeerd belastingadviseur. Hij heeft 30 jaar (tot eind 2019) gewerkt bij Bank J. Van Breda en C° NV te Antwerpen als fiscaal en patrimoniaal planner, waarna hij de stap naar het zelfstandig beroepsleven heeft gezet. Hij is licentiaat/master Handelswetenschappen, gegradueerde in de Fiscale Wetgeving en gegradueerde in de Bedrijfsadministratie. Tevens heeft hij een jaaropleiding met vrucht afgelegd als ‘Advisor of Personal Financial Planning‘. Marc begeleidt in zijn functie dagelijks uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers
bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij voorzitter in de examencommissie bij het ITAA, auteur van een aantal fiscale boeken en gastdocent aan Odisee Brussel, Vives/Brugge Business School en lector aan AP Antwerpen. Ook is hij een gewaardeerd spreker voor een aantal beroepsverenigingen.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
Het Masterbudget. Een essentiële planningstool voor de onderneming (Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 3)
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise, gegradueerde in de boekhouding en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. Dr. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Meer dan 20 jaar is de auteur ook IAB-jurylid geweest van de eindexamencommissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Het Masterbudget. Een essentiële planningstool voor de onderneming (Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 3)
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise, gegradueerde in de boekhouding en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. Dr. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Meer dan 20 jaar is de auteur ook IAB-jurylid geweest van de eindexamencommissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Europees Internationaal Rivierenrecht – 2e, volledig herziene uitgave – 2 volumes
“Het voorliggende werk is monumentaal, niet enkel in omvang maar vooral naar inhoud. Mij is geen andere wetenschappelijke bijdrage bekend die op een zodanig alomvattende wijze het rivierenrecht situeert en analyseert en er eveneens in slaagt om het op een bevattende wijze te duiden. Dr. Marc De Decker etaleert op een meesterlijke manier zijn uitgebreide historische en juridische kennis van het Europese rivierenrecht en voert de lezer mee op een intrigerende tocht naar de schepping van een juridisch systeem waarmee bijna iedereen wordt geconfronteerd maar wat weinigen werkelijk kunnen bevatten.
De verschillende grote ontwikkelingen die stapsgewijs tot stand zijn gekomen, van de Franse revolutie over het Congres van Wenen, het verdrag van Parijs van 1856 naar de grote verkeersconferenties in de 20ste eeuw, worden met meer dan een vaardige hand beschreven en geanalyseerd. Bijzonder boeiend is het plaatsen van het Europese rivierenrecht binnen het grotere kader van het internationaal publiek recht. Fundamentele aspecten zoals de vrijheid van scheepvaart en de institutionalisering van het rivierenrecht worden grondig behandeld en geven zonder meer een grote meerwaarde aan dit boek. Het toetsen van de materie tegenover het recht van de Europese Unie en tegenover andere dan scheepvaartgebruiken van de waterwegen vervolledigt de aanpak van de auteur waarmee het voorliggende werk een bijna alomvattend beeld geeft van het Europese rivierenrecht.
Dit boek verdient veel aandacht. Niet enkel academici maar eveneens praktijkjuristen en diegenen die elke dag met watergebonden vervoer worden geconfronteerd, zullen baat vinden bij het gebruiken van dit werk.
Een absolute aanrader!” (Prof. Dr. E. Somers in het voorwoord)
Marc De Decker (1961) is advocaat aan de balie te Antwerpen, gespecialiseerd in transportrecht en auteur van verschillende publicaties over scheepvaartrecht. Hij is voorzitter van de Federatie Belgische Binnenvaart/Fédération de la batellerie belge en gastprofessor aan de Universiteit Gent voor het vak “European International River Law” in de opleiding “Master of Science in Maritime Sciences”. De eerste editie van het boek “Europees Internationaal Rivierenrecht” werd in 2015 bekroond met de prijs Fondation François Génicot Stichting.
Europees Internationaal Rivierenrecht – 2e, volledig herziene uitgave – 2 volumes
“Het voorliggende werk is monumentaal, niet enkel in omvang maar vooral naar inhoud. Mij is geen andere wetenschappelijke bijdrage bekend die op een zodanig alomvattende wijze het rivierenrecht situeert en analyseert en er eveneens in slaagt om het op een bevattende wijze te duiden. Dr. Marc De Decker etaleert op een meesterlijke manier zijn uitgebreide historische en juridische kennis van het Europese rivierenrecht en voert de lezer mee op een intrigerende tocht naar de schepping van een juridisch systeem waarmee bijna iedereen wordt geconfronteerd maar wat weinigen werkelijk kunnen bevatten.
De verschillende grote ontwikkelingen die stapsgewijs tot stand zijn gekomen, van de Franse revolutie over het Congres van Wenen, het verdrag van Parijs van 1856 naar de grote verkeersconferenties in de 20ste eeuw, worden met meer dan een vaardige hand beschreven en geanalyseerd. Bijzonder boeiend is het plaatsen van het Europese rivierenrecht binnen het grotere kader van het internationaal publiek recht. Fundamentele aspecten zoals de vrijheid van scheepvaart en de institutionalisering van het rivierenrecht worden grondig behandeld en geven zonder meer een grote meerwaarde aan dit boek. Het toetsen van de materie tegenover het recht van de Europese Unie en tegenover andere dan scheepvaartgebruiken van de waterwegen vervolledigt de aanpak van de auteur waarmee het voorliggende werk een bijna alomvattend beeld geeft van het Europese rivierenrecht.
Dit boek verdient veel aandacht. Niet enkel academici maar eveneens praktijkjuristen en diegenen die elke dag met watergebonden vervoer worden geconfronteerd, zullen baat vinden bij het gebruiken van dit werk.
Een absolute aanrader!” (Prof. Dr. E. Somers in het voorwoord)
Marc De Decker (1961) is advocaat aan de balie te Antwerpen, gespecialiseerd in transportrecht en auteur van verschillende publicaties over scheepvaartrecht. Hij is voorzitter van de Federatie Belgische Binnenvaart/Fédération de la batellerie belge en gastprofessor aan de Universiteit Gent voor het vak “European International River Law” in de opleiding “Master of Science in Maritime Sciences”. De eerste editie van het boek “Europees Internationaal Rivierenrecht” werd in 2015 bekroond met de prijs Fondation François Génicot Stichting.
RIDP 94.1 (2023) – Traditional Criminal Law Categories and AI: Crisis or Palingenesis?
The study of the intersections between technology and crime is a well-established topic for criminal lawyers, gaining increasing significance over time. Initially, in the risk society, and even more so today, in the algorithmic society, the challenges posed by Artificial Intelligence (AI) bring new complexities to light. AI systems are increasingly involved in perpetrating various kinds of harms. They can serve as new tools for committing crimes or directly cause serious harms to fundamental human rights and other relevant legal goods, such as life, physical and moral integrity, privacy, and public order. The specific features of autonomy, opacity, and unpredictability in AI systems, which make them different from other technologies, might challenge responsibility attribution theory. Consequently, as we encounter situations that are no longer entirely “human”, criminal law must address whether the existing laws at national and international levels provide adequate protection.
The starting point to assess the adequacy of criminal laws and policies is to evaluate the potential collision points that may arise when regulating AI-related crimes within the traditional categories of the general part of criminal law. For instance, when decision-making processes and task execution are delegated to artificial agents, what constitutes the actus reus? If the crime committed by the AI system differs from the one intended by the criminal agent, should the agent still be held liable? Furthermore, the unpredictability of AI might challenge the principle of culpability in cases of negligence-based crimes. Additionally, the degree of separation between the human agent’s conduct and the harm caused by the functioning of an AI system may affect the proof of the causality chain and the guilt of the operator.
This volume aims to address these critical questions and to provide a first recommendation, based on an international analysis of the topic. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries who collaborated with the general rapporteur in the works of Section I (criminal law - general part) for the upcoming AIDP international congress of 2024.
Lorenzo Picotti is Full Professor in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Beatrice Panattoni is Postdoc Researcher in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
RIDP 94.1 (2023) – Traditional Criminal Law Categories and AI: Crisis or Palingenesis?
The study of the intersections between technology and crime is a well-established topic for criminal lawyers, gaining increasing significance over time. Initially, in the risk society, and even more so today, in the algorithmic society, the challenges posed by Artificial Intelligence (AI) bring new complexities to light. AI systems are increasingly involved in perpetrating various kinds of harms. They can serve as new tools for committing crimes or directly cause serious harms to fundamental human rights and other relevant legal goods, such as life, physical and moral integrity, privacy, and public order. The specific features of autonomy, opacity, and unpredictability in AI systems, which make them different from other technologies, might challenge responsibility attribution theory. Consequently, as we encounter situations that are no longer entirely “human”, criminal law must address whether the existing laws at national and international levels provide adequate protection.
The starting point to assess the adequacy of criminal laws and policies is to evaluate the potential collision points that may arise when regulating AI-related crimes within the traditional categories of the general part of criminal law. For instance, when decision-making processes and task execution are delegated to artificial agents, what constitutes the actus reus? If the crime committed by the AI system differs from the one intended by the criminal agent, should the agent still be held liable? Furthermore, the unpredictability of AI might challenge the principle of culpability in cases of negligence-based crimes. Additionally, the degree of separation between the human agent’s conduct and the harm caused by the functioning of an AI system may affect the proof of the causality chain and the guilt of the operator.
This volume aims to address these critical questions and to provide a first recommendation, based on an international analysis of the topic. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries who collaborated with the general rapporteur in the works of Section I (criminal law - general part) for the upcoming AIDP international congress of 2024.
Lorenzo Picotti is Full Professor in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Beatrice Panattoni is Postdoc Researcher in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 44ste bijgewerkte druk (Volledig bijgewerkt tot 1 augustus 2023)
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2023.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance(PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 44ste bijgewerkte druk (Volledig bijgewerkt tot 1 augustus 2023)
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2023.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance(PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Verbouwen versus nieuwbouw – Knelpunten in de vastgoedsector
Het tijdstip waarop een gebouw in gebruik werd genomen of nog niet in gebruik werd genomen lijkt cruciaal in de definiëring van “nieuwbouw”. Kan een gebouw na de eerste ingebruikname nog verkocht worden mét toepassing van de btw? Waar ligt de scheidingslijn tussen een verbouwing en een nieuwbouw?
Dit boek analyseert een aantal knelpunten langs de inkomende zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan een verbouwing aan 6 %?) maar ook aan de uitgaande zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan de verkoop onder btw-stelsel en aan welk btw-tarief?)
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Verbouwen versus nieuwbouw – Knelpunten in de vastgoedsector
Het tijdstip waarop een gebouw in gebruik werd genomen of nog niet in gebruik werd genomen lijkt cruciaal in de definiëring van “nieuwbouw”. Kan een gebouw na de eerste ingebruikname nog verkocht worden mét toepassing van de btw? Waar ligt de scheidingslijn tussen een verbouwing en een nieuwbouw?
Dit boek analyseert een aantal knelpunten langs de inkomende zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan een verbouwing aan 6 %?) maar ook aan de uitgaande zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan de verkoop onder btw-stelsel en aan welk btw-tarief?)
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Btw-eetjes Deel 23
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 23
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Het nieuwe goederenrecht en de btw
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Het nieuwe goederenrecht en de btw
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border (4th, revised edition)
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border (4th, revised edition)
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grijs aan zet
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Grijs aan zet
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
Subsidies en btw
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Subsidies en btw
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Btw-eetjes deel 21
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 21
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vzw en btw, 3e uitgave
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Vzw en btw, 3e uitgave
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective
The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.
Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.
Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective
The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.
Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.
Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?
De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.
Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.
Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.
De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.
Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?
De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.
Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.
Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.
De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.
Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)
In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)
In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?
Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.
Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Kathleen Duerinckx is lector strafrecht, criminologie, onderzoeksmethoden voor de paralegal, en wereldburgerschap en maatschappelijk engagement.
Ellie Verhaegen is lector aansprakelijkheidsrecht, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstand, vennootschapsrecht en goederenrecht.
Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?
Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.
Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Kathleen Duerinckx is lector strafrecht, criminologie, onderzoeksmethoden voor de paralegal, en wereldburgerschap en maatschappelijk engagement.
Ellie Verhaegen is lector aansprakelijkheidsrecht, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstand, vennootschapsrecht en goederenrecht.
Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave
In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?
Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.
Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave
In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?
Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.
Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5
Prof. dr. Wim Hardyns is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Professor of Safety Sciences at the University of Antwerp, Belgium.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Prof. dr. Lieven Pauwels is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Director of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP).
Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5
Prof. dr. Wim Hardyns is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Professor of Safety Sciences at the University of Antwerp, Belgium.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Prof. dr. Lieven Pauwels is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Director of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP).
RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice
This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.
Renata Barbosa is Researcher and lecturer at Maastricht University,The Netherlands, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma, Italy, and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Megumi Ochi is Associate Professor at the College of International Relations and the Graduate School of International Relations of Ritsumeikan University in Kyoto, Japan, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice
This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.
Renata Barbosa is Researcher and lecturer at Maastricht University,The Netherlands, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma, Italy, and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Megumi Ochi is Associate Professor at the College of International Relations and the Graduate School of International Relations of Ritsumeikan University in Kyoto, Japan, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges
No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.
This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Wannes Bellaert is PhD Researcher and Academic Assistant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges
No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.
This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Wannes Bellaert is PhD Researcher and Academic Assistant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?
De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:
1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.
2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.
Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?
En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?
De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:
1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.
2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.
Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?
En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme
"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)
Yves Vanden Auweele (°1941) promoveerde in 1973 als doctor in de psychologie en is sinds 2006 emeritus-hoogleraar van de KULeuven. Hij doceerde de vakken algemene psychologie en sport- en bewegingspsychologie aan studenten lichamelijke opvoeding, en het vak sportpsychologie aan studenten psychologie en sportgeneeskunde. Hij publiceerde onderzoek over bewegingspromotie bij volwassenen, begeleiding van topatleten, over stress, en misbruiken in de competitiesport, alsook over sport en ontwikkelingssamenwerking. Hij werkte van 2002 tot 2014 mee aan een Vlaams Universitair Sport en Ontwikkelingsproject aan de ‘University of the Western Cape’ in Belle-Ville bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij schrijft opiniestukken met als insteek de pedagogische, psychologische en ethische implicaties van de huidige handel en wandel in de sport.
Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme
"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)
Yves Vanden Auweele (°1941) promoveerde in 1973 als doctor in de psychologie en is sinds 2006 emeritus-hoogleraar van de KULeuven. Hij doceerde de vakken algemene psychologie en sport- en bewegingspsychologie aan studenten lichamelijke opvoeding, en het vak sportpsychologie aan studenten psychologie en sportgeneeskunde. Hij publiceerde onderzoek over bewegingspromotie bij volwassenen, begeleiding van topatleten, over stress, en misbruiken in de competitiesport, alsook over sport en ontwikkelingssamenwerking. Hij werkte van 2002 tot 2014 mee aan een Vlaams Universitair Sport en Ontwikkelingsproject aan de ‘University of the Western Cape’ in Belle-Ville bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij schrijft opiniestukken met als insteek de pedagogische, psychologische en ethische implicaties van de huidige handel en wandel in de sport.
De zorgsector en de btw, 3e uitgave
Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.
Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.
Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.
Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De zorgsector en de btw, 3e uitgave
Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.
Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.
Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.
Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld
Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.
De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.
Dr. Lucien De Cock was de eerste erkende geriater in België. Deze bekendste Vlaamse geriater schreef in het verleden reeds talrijke bestsellers. Voor alles staat hij bekend niet terug te schrikken om taboes te doorbreken zoals dat het geval was met dementie, depressie, de dood, seksualiteit bij ouderen, Jeanne Calment. Ook in ‘Blijf van mijn lijf’ staat een weinig bekende, helaas harde realiteit pal boven water.
Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld
Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.
De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.
Dr. Lucien De Cock was de eerste erkende geriater in België. Deze bekendste Vlaamse geriater schreef in het verleden reeds talrijke bestsellers. Voor alles staat hij bekend niet terug te schrikken om taboes te doorbreken zoals dat het geval was met dementie, depressie, de dood, seksualiteit bij ouderen, Jeanne Calment. Ook in ‘Blijf van mijn lijf’ staat een weinig bekende, helaas harde realiteit pal boven water.
Btw-eetjes deel 20
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 20
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Dr. Lindsey Anderson is the Regional Engagement Manager Innovation, Impact and Business at the University of Exeter, UK.
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Dr. Lindsey Anderson is the Regional Engagement Manager Innovation, Impact and Business at the University of Exeter, UK.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Dr. Courtney Marsh is a postdoctoral researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Dr. Courtney Marsh is a postdoctoral researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
Onderwijs en btw, 5e herziene uitgave
Onderwijs wordt echter niet alleen georganiseerd in het algemeen belang door (privaatrechtelijke) vzw’s of publieke instellingen, maar ook in commerciële omstandigheden waarbij kennis wordt “verkocht”. Opleidingen dragen diverse benamingen zoals cursus, training, update, seminarie, activiteit, ... Het kan hierbij gaan om universitair of hoger onderwijs, schoolonderwijs, een cursus wijnproeven, bepaalde informaticalessen, een cursus assertiviteit op het werk, een cursus boekhouden, een cursus bloemschikken, ...
Maar het kan ook gaan om de exploitatie van onderzoeksresultaten door universiteiten of hogescholen.
Het is niet omdat deze opleidingen gegeven worden door een vzw dat ze ook per definitie vrijgesteld zijn van btw.
De draagwijdte van de vrijstelling inzake onderwijs en de hiermee samenhangende handelingen wordt in dit praktijkgerichte boek onderzocht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Onderwijs en btw, 5e herziene uitgave
Onderwijs wordt echter niet alleen georganiseerd in het algemeen belang door (privaatrechtelijke) vzw’s of publieke instellingen, maar ook in commerciële omstandigheden waarbij kennis wordt “verkocht”. Opleidingen dragen diverse benamingen zoals cursus, training, update, seminarie, activiteit, ... Het kan hierbij gaan om universitair of hoger onderwijs, schoolonderwijs, een cursus wijnproeven, bepaalde informaticalessen, een cursus assertiviteit op het werk, een cursus boekhouden, een cursus bloemschikken, ...
Maar het kan ook gaan om de exploitatie van onderzoeksresultaten door universiteiten of hogescholen.
Het is niet omdat deze opleidingen gegeven worden door een vzw dat ze ook per definitie vrijgesteld zijn van btw.
De draagwijdte van de vrijstelling inzake onderwijs en de hiermee samenhangende handelingen wordt in dit praktijkgerichte boek onderzocht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
Btw-eetjes Deel 19
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes Deel 19
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit met crime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen van alcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandeling van overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland: Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit met crime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen van alcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandeling van overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland: Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Pleidooi voor het kapitalisme
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.
Pleidooi voor het kapitalisme
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.
RIDP 2021.1 Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Di-rector of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and Director of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Advanced Academia Fellow (CAS Sofia), Member of the European Commission’s Expert Group on EU Criminal Policy, Independent Ethics Adviser, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Nicola Recchia is Postdoc Researcher in Criminal Law at the Goethe-University Frankfurt, Germany. He is also member of the Young Penalists Committee and of the Scientific Committee of the AIDP.
RIDP 2021.1 Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Di-rector of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and Director of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Advanced Academia Fellow (CAS Sofia), Member of the European Commission’s Expert Group on EU Criminal Policy, Independent Ethics Adviser, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Nicola Recchia is Postdoc Researcher in Criminal Law at the Goethe-University Frankfurt, Germany. He is also member of the Young Penalists Committee and of the Scientific Committee of the AIDP.
Europese Basisteksten – 10e, geheel herziene uitgave
Deze uitgave van Europese Basisteksten, intussen reeds de tiende, is volledig herzien en bestaat uit vier delen.
In deel 1 vinden ook nu weer de geconsolideerde versies van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hun plaats, alsmede hun protocollen en bijlagen, en de verklaringen, gehecht aan de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen. In deze versies wordt geen rekening gehouden met de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, en dit omdat de EU-Verdragen nog niet werden aangepast aan een Europese Unie met zevenentwintig lidstaten. Deze Verdragen moeten bijgevolg gelezen worden met de Brexit in het achterhoofd. In deel 1 zijn ook nog een aantal constitutionele besluiten opgenomen, zoals het nieuwe Besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement (waarin wel rekening wordt gehouden met de Brexit).
Deel 2 bevat een aantal teksten inzake Europese rechtspleging, terwijl in deel 3 documenten terug te vinden zijn aangaande de Europese besluitvorming, nl. de reglementen van orde van het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Commissie, de besluiten van de Europese Raad en de Raad betreffende het voorzitterschap van de Raad, het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de “Comitologie”-Verordening en de nieuwe Verordening betreffende het burgerinitiatief.
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de daarbij horende toelichtingen kunnen ook nu weer worden aangetroffen in deel 4. Wat niet mag niet ontbreken in dit deel, is de recente Verordening betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, een instrument ter bescherming van de rechtsstaat in de Europese Unie. Deel 4 sluit af met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, samen met enkele aan dit Verdrag gehechte protocollen.
De in deze uitgave samengebrachte teksten werden bijgewerkt tot en met 31 oktober 2021.
Tony Joris is Jean Monnet professor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Europese Basisteksten – 10e, geheel herziene uitgave
Deze uitgave van Europese Basisteksten, intussen reeds de tiende, is volledig herzien en bestaat uit vier delen.
In deel 1 vinden ook nu weer de geconsolideerde versies van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hun plaats, alsmede hun protocollen en bijlagen, en de verklaringen, gehecht aan de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen. In deze versies wordt geen rekening gehouden met de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, en dit omdat de EU-Verdragen nog niet werden aangepast aan een Europese Unie met zevenentwintig lidstaten. Deze Verdragen moeten bijgevolg gelezen worden met de Brexit in het achterhoofd. In deel 1 zijn ook nog een aantal constitutionele besluiten opgenomen, zoals het nieuwe Besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement (waarin wel rekening wordt gehouden met de Brexit).
Deel 2 bevat een aantal teksten inzake Europese rechtspleging, terwijl in deel 3 documenten terug te vinden zijn aangaande de Europese besluitvorming, nl. de reglementen van orde van het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Commissie, de besluiten van de Europese Raad en de Raad betreffende het voorzitterschap van de Raad, het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de “Comitologie”-Verordening en de nieuwe Verordening betreffende het burgerinitiatief.
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de daarbij horende toelichtingen kunnen ook nu weer worden aangetroffen in deel 4. Wat niet mag niet ontbreken in dit deel, is de recente Verordening betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, een instrument ter bescherming van de rechtsstaat in de Europese Unie. Deel 4 sluit af met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, samen met enkele aan dit Verdrag gehechte protocollen.
De in deze uitgave samengebrachte teksten werden bijgewerkt tot en met 31 oktober 2021.
Tony Joris is Jean Monnet professor aan de Vrije Universiteit Brussel.
De rol van seksuele scripts in seksueel grensoverschrijdend gedrag (Gandaius Meesterlijk 10)
Die banalisering aanpakken, vergt o.m. een bijstelling van de kijk van jongeren op relaties, gendernormen en seksualiteit. Die wordt sterk bepaald door hun seksuele scripts – cultureel voorgeschreven en genderspecifieke scenario’s voor seksueel contact.
“LAURA BYN biedt met haar uitstekend onderzoek voor het eerst inzicht in de rol van seksuele scripts op (de beleving van) seksueel grensoverschrijdend gedrag onder Vlaamse adolescenten.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
De rol van seksuele scripts in seksueel grensoverschrijdend gedrag (Gandaius Meesterlijk 10)
Die banalisering aanpakken, vergt o.m. een bijstelling van de kijk van jongeren op relaties, gendernormen en seksualiteit. Die wordt sterk bepaald door hun seksuele scripts – cultureel voorgeschreven en genderspecifieke scenario’s voor seksueel contact.
“LAURA BYN biedt met haar uitstekend onderzoek voor het eerst inzicht in de rol van seksuele scripts op (de beleving van) seksueel grensoverschrijdend gedrag onder Vlaamse adolescenten.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2021 nr. 5
Editoriaal/Editorial
Voor mij graag een speciaal opgeleide jeugdadvocaat alstublieft
Wendy De Bondt
Artikelen/Articles
Het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) en samenwerkingsverbanden met justitiële diensten: naar een sociaal-juridische praktijk?
Steven Gibens, Johan Boxstaens & Pascale Vereecke
Digitalisering in de lokale politie in Vlaanderen en Brussel: waar staan we?
Lore Rooseleers & Jeroen Maesschalck
Forumbijdrage
Heksenjacht op de SCAN
Marc Bockstaele
Rondetafel
Reflecties bij de hulp- en dienstverlening in de Vlaamse gevangenissen
Bart Claes, Johan Boxstaens, Wouter Wanzeele, Liesbeth Naessens, Sara Goosens & Joris De Corte
Rubriekteksten/Editorial Notes
Maatschappelijke dienstverlening / Social Work
• Naar een nieuw kwaliteitsdecreet voor zorg en welzijn?
Johan Boxstaens & Bart Claes
• Herstelgericht werken met slachtoffers van anti-LHBT haatmisdrijven
Lisa Rosielle, Mechtild Höing, Anneke Van Diggelen & Bart Claes
Jeugdrecht en jeugdhulp / Youth Law and Youth Care
• Uithanden gegeven jongeren. Een onderzoek naar de gevolgen van de uithandengeving op trajecten in de jongvolwassenheid
Yana Jaspers
• De (niet zo evidente) uitrol van de E-hulpverlening
Jan Naert, Rudi Roose & Jochen Devlieghere
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Fraud Management Lifecycle Theory: Een theoretische analyse van fraude en fraudebestrijding
Femke Lenjou & Pieter Leloup
Boekbesprekingen/Book reviews
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten. Van detectie door de IM-P naar aanpak van het verhoor
Kasia Uzieblo
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2021 nr. 5
Editoriaal/Editorial
Voor mij graag een speciaal opgeleide jeugdadvocaat alstublieft
Wendy De Bondt
Artikelen/Articles
Het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) en samenwerkingsverbanden met justitiële diensten: naar een sociaal-juridische praktijk?
Steven Gibens, Johan Boxstaens & Pascale Vereecke
Digitalisering in de lokale politie in Vlaanderen en Brussel: waar staan we?
Lore Rooseleers & Jeroen Maesschalck
Forumbijdrage
Heksenjacht op de SCAN
Marc Bockstaele
Rondetafel
Reflecties bij de hulp- en dienstverlening in de Vlaamse gevangenissen
Bart Claes, Johan Boxstaens, Wouter Wanzeele, Liesbeth Naessens, Sara Goosens & Joris De Corte
Rubriekteksten/Editorial Notes
Maatschappelijke dienstverlening / Social Work
• Naar een nieuw kwaliteitsdecreet voor zorg en welzijn?
Johan Boxstaens & Bart Claes
• Herstelgericht werken met slachtoffers van anti-LHBT haatmisdrijven
Lisa Rosielle, Mechtild Höing, Anneke Van Diggelen & Bart Claes
Jeugdrecht en jeugdhulp / Youth Law and Youth Care
• Uithanden gegeven jongeren. Een onderzoek naar de gevolgen van de uithandengeving op trajecten in de jongvolwassenheid
Yana Jaspers
• De (niet zo evidente) uitrol van de E-hulpverlening
Jan Naert, Rudi Roose & Jochen Devlieghere
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Fraud Management Lifecycle Theory: Een theoretische analyse van fraude en fraudebestrijding
Femke Lenjou & Pieter Leloup
Boekbesprekingen/Book reviews
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten. Van detectie door de IM-P naar aanpak van het verhoor
Kasia Uzieblo
Bronnenboek. Brusselse Codex Ruimtelijke Ordening – (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Dit Bronnenboek bevat, naast de bijgewerkte versie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), ook de uitvoeringsbesluiten en de relevante regelgeving die samen de juridische basis vormen voor de instrumenten inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vastgoedprofessionals, notarissen, rechtspractici, overheden, administraties en studenten beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bronnenboek. Brusselse Codex Ruimtelijke Ordening – (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Dit Bronnenboek bevat, naast de bijgewerkte versie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), ook de uitvoeringsbesluiten en de relevante regelgeving die samen de juridische basis vormen voor de instrumenten inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vastgoedprofessionals, notarissen, rechtspractici, overheden, administraties en studenten beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bronnenboek. Btw-wetboek – Bronnenboeken fiscaliteit (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Klein in prijs, groot in meerwaarde.
Bronnenboek. Btw-wetboek – Bronnenboeken fiscaliteit (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Klein in prijs, groot in meerwaarde.
Bronnenboek. Wetboek vennootschappen en verenigingen met uitvoeringsbesluiten
Bij cliëntcontact heeft de professioneel aldus alles bij de hand om snel de informatie terug te vinden voor een correct advies inzake vennootschapsrecht.
Bronnenboek. Wetboek vennootschappen en verenigingen met uitvoeringsbesluiten
Bij cliëntcontact heeft de professioneel aldus alles bij de hand om snel de informatie terug te vinden voor een correct advies inzake vennootschapsrecht.
Btw-eetjes deel 18
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 18
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Golf en btw
Dit boek behandelt de btw-aspecten van de golfsport. Het Hof van Justitie sprak zich in een aantal belangrijke arresten uit over de voorwaarden voor vrijstelling van golf als sport.
Hoe zit het met de inkomsten uit gebruik van het golfterrein, verhuur van golfballen en clubs, verhuur van golfkarren, verkoop van golfclubs en het houden van golftoernooien en -evenementen waarvoor de golfclub inschrijvingsgeld heeft ontvangen?
Geldt de vrijstelling ook voor niet-leden die komen golfen? En wat bij enkel gebruik van de driving range?
Wat als er evenementen (eetfestijnen, toernooien, benefietavonden, …) worden georganiseerd door de golfvereniging voor het verkrijgen van financiële middelen?
En wat als de exploitatie van een golfterrein gebeurt door een autonoom gemeentebedrijf? Hebben toegekende subsidies recht op het recht op aftrek van de golfvereniging? Hoe moet het recht op aftrek van de btw van zo’n golfclub worden bepaald?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de centrale diensten van de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
Golf en btw
Dit boek behandelt de btw-aspecten van de golfsport. Het Hof van Justitie sprak zich in een aantal belangrijke arresten uit over de voorwaarden voor vrijstelling van golf als sport.
Hoe zit het met de inkomsten uit gebruik van het golfterrein, verhuur van golfballen en clubs, verhuur van golfkarren, verkoop van golfclubs en het houden van golftoernooien en -evenementen waarvoor de golfclub inschrijvingsgeld heeft ontvangen?
Geldt de vrijstelling ook voor niet-leden die komen golfen? En wat bij enkel gebruik van de driving range?
Wat als er evenementen (eetfestijnen, toernooien, benefietavonden, …) worden georganiseerd door de golfvereniging voor het verkrijgen van financiële middelen?
En wat als de exploitatie van een golfterrein gebeurt door een autonoom gemeentebedrijf? Hebben toegekende subsidies recht op het recht op aftrek van de golfvereniging? Hoe moet het recht op aftrek van de btw van zo’n golfclub worden bepaald?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de centrale diensten van de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
Descriptief en predictief analyseren van tijdreeksen in de bedrijfskunde
In Deel I behandelen we de descriptieve analyse van een tijdreeks. Deel II heeft betrekking op de predictieve analyse ervan en sluit af met een uitgewerkt tijdreeks-analysevraagstuk.
Het werk kan gebruikt worden in de volgende sectoren: bedrijfskundig hoger onderwijs, bedrijfsleven en economische overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschool-niveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepas-te wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Descriptief en predictief analyseren van tijdreeksen in de bedrijfskunde
In Deel I behandelen we de descriptieve analyse van een tijdreeks. Deel II heeft betrekking op de predictieve analyse ervan en sluit af met een uitgewerkt tijdreeks-analysevraagstuk.
Het werk kan gebruikt worden in de volgende sectoren: bedrijfskundig hoger onderwijs, bedrijfsleven en economische overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschool-niveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepas-te wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
De sterrenchef
Ondertussen schrijft souschef Anthony Griglio aan een kookboek over scampigerechten en droomt hij ooit een eigen restaurant te kunnen beginnen.
Een nabijgelegen Italiaans restaurant lijkt een dekmantel voor het witwassen van drugsgeld te zijn. De eigenaar van dit restaurant lijkt echter banden met slachthuizen en voedingsbedrijven te hebben. Daarnaast heeft hij goede contacten met culinaire gidsen.
In de kookclub die door tien mannen werd opgericht, gebeuren vreemde dingen. Elke maand kookt topchef Sergio Blumer het lievelingsgerecht van één van de leden. Een aantal leden wordt ernstig ziek en ze sterven aan een hartstilstand. Toch blijven de leden van de kookclub bijeenkomen tot er slechts vier leden overblijven.
Als een belastinginspecteur op mysterieuze wijze verdwijnt begint ook de politie zich met het reilen en zeilen van het sterrenrestaurant te bemoeien.
De sterrenchef
Ondertussen schrijft souschef Anthony Griglio aan een kookboek over scampigerechten en droomt hij ooit een eigen restaurant te kunnen beginnen.
Een nabijgelegen Italiaans restaurant lijkt een dekmantel voor het witwassen van drugsgeld te zijn. De eigenaar van dit restaurant lijkt echter banden met slachthuizen en voedingsbedrijven te hebben. Daarnaast heeft hij goede contacten met culinaire gidsen.
In de kookclub die door tien mannen werd opgericht, gebeuren vreemde dingen. Elke maand kookt topchef Sergio Blumer het lievelingsgerecht van één van de leden. Een aantal leden wordt ernstig ziek en ze sterven aan een hartstilstand. Toch blijven de leden van de kookclub bijeenkomen tot er slechts vier leden overblijven.
Als een belastinginspecteur op mysterieuze wijze verdwijnt begint ook de politie zich met het reilen en zeilen van het sterrenrestaurant te bemoeien.
Onroerende leasing: boekhoudkundige verwerking en impact op de jaarrekening
Onroerende leasing kan mét btw of zonder btw. De onroerende leasing kan geactiveerd worden of via de resultatenrekening verwerkt worden. Het onderscheid tussen operationele en financiële leasing wordt vanuit de praktijk toegelicht. De boekingen bij aanvang, tijdens het gebruik van het bedrijfsmiddel en bij het einde van het contract worden toegelicht en uitgewerkt met praktische voorbeelden.
Dit handboek is dan ook een praktisch werkinstrument voor ieder die met onroerende leasing te maken heeft.
Nicolas Mertens behaalde intussen twee masters in de toegepaste economie aan de UGent, corporate finance en accountancy. Hij specialiseerde zich in de financiële, fiscale en boekhoudkundige aspecten van onroerende leasing. De waardering van ondernemingen en hun overname behoort tot zijn interessesfeer. Hij specialiseert verder via een opleiding aan de Vlerick Management School.
Onroerende leasing: boekhoudkundige verwerking en impact op de jaarrekening
Onroerende leasing kan mét btw of zonder btw. De onroerende leasing kan geactiveerd worden of via de resultatenrekening verwerkt worden. Het onderscheid tussen operationele en financiële leasing wordt vanuit de praktijk toegelicht. De boekingen bij aanvang, tijdens het gebruik van het bedrijfsmiddel en bij het einde van het contract worden toegelicht en uitgewerkt met praktische voorbeelden.
Dit handboek is dan ook een praktisch werkinstrument voor ieder die met onroerende leasing te maken heeft.
Nicolas Mertens behaalde intussen twee masters in de toegepaste economie aan de UGent, corporate finance en accountancy. Hij specialiseerde zich in de financiële, fiscale en boekhoudkundige aspecten van onroerende leasing. De waardering van ondernemingen en hun overname behoort tot zijn interessesfeer. Hij specialiseert verder via een opleiding aan de Vlerick Management School.
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
Ondernemingsrecht – 2e herziene druk
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, het bestuur, uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast wordt ook gekeken naar specifieke onderwerpen zoals corporate governance, het structuurregime, geschillenregeling, het recht van enquête, de herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en de financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen 2021.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om te laten zien hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Dr. mr. Remco van der Kuijp is notaris. Hij houdt zich met name bezig met ondernemingsrecht (o.a. bedrijfsopvolging), familierecht en estate-planning. Daarnaast treedt hij regelmatig op als docent en spreker o.a. bij de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA).
Ondernemingsrecht – 2e herziene druk
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, het bestuur, uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast wordt ook gekeken naar specifieke onderwerpen zoals corporate governance, het structuurregime, geschillenregeling, het recht van enquête, de herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en de financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen 2021.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om te laten zien hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Dr. mr. Remco van der Kuijp is notaris. Hij houdt zich met name bezig met ondernemingsrecht (o.a. bedrijfsopvolging), familierecht en estate-planning. Daarnaast treedt hij regelmatig op als docent en spreker o.a. bij de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA).
Legal aspects of the video-game industry
With seven specific chapters, this book tries to provide a first answer to the most important legal questions that might arise in the lifecycle of a video-game company. These insights are intended to be applicable irrespective of your jurisdiction, illustrated by real-life situations and easy to read for individuals without a legal background.
The promotors and authors of this book have the following backgrounds:
Younes Sebbarh is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
Gilles Leyssen is a corporate lawyer at EY Law and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Camille Degrave is a corporate lawyer at Crowell & Moring and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Sarah De Wulf is an IT-lawyer at Stibbe and is specialised in e-commerce, e-communications law, data protection, digitization, new technologies as well as the intellectual property aspects of the aforementioned specialisations.
Michaël De Vroey is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in all contentious and non-contentious aspects of intellectual property law, including trademarks, copyrights, designs, patents, trade secrets and related issues.
Margo Allaerts is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in the full spectrum of intellectual property rights (trademarks, copyright, designs, patents, designs, customs seizures), digital media and commercial dispute resolution.
Malik Baba is a dispute resolution lawyer at Stibbe and is specialised in domestic and cross-border litigation as well as in arbitration, with expertise in various areas of law such as obligations and torts, contracts, distribution, banking, insolvency and security.
Maxime Nuyts is a corporate finance lawyer at Ashurst and is specialised in Belgian and cross-border transactional finance, debt restructuring and debt capital markets.
Joëlle Simons is a tax manager at EY and is specialised in customer tax transparency for financial institutions, as well as US withholding tax.
Arnaud Flamand is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
This book is not intended to delve deeply into the details of every complex legal issue that may possibly arise. Always seek professional legal advice if you encounter legal issues.
Enjoy!
Legal aspects of the video-game industry
With seven specific chapters, this book tries to provide a first answer to the most important legal questions that might arise in the lifecycle of a video-game company. These insights are intended to be applicable irrespective of your jurisdiction, illustrated by real-life situations and easy to read for individuals without a legal background.
The promotors and authors of this book have the following backgrounds:
Younes Sebbarh is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
Gilles Leyssen is a corporate lawyer at EY Law and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Camille Degrave is a corporate lawyer at Crowell & Moring and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Sarah De Wulf is an IT-lawyer at Stibbe and is specialised in e-commerce, e-communications law, data protection, digitization, new technologies as well as the intellectual property aspects of the aforementioned specialisations.
Michaël De Vroey is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in all contentious and non-contentious aspects of intellectual property law, including trademarks, copyrights, designs, patents, trade secrets and related issues.
Margo Allaerts is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in the full spectrum of intellectual property rights (trademarks, copyright, designs, patents, designs, customs seizures), digital media and commercial dispute resolution.
Malik Baba is a dispute resolution lawyer at Stibbe and is specialised in domestic and cross-border litigation as well as in arbitration, with expertise in various areas of law such as obligations and torts, contracts, distribution, banking, insolvency and security.
Maxime Nuyts is a corporate finance lawyer at Ashurst and is specialised in Belgian and cross-border transactional finance, debt restructuring and debt capital markets.
Joëlle Simons is a tax manager at EY and is specialised in customer tax transparency for financial institutions, as well as US withholding tax.
Arnaud Flamand is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
This book is not intended to delve deeply into the details of every complex legal issue that may possibly arise. Always seek professional legal advice if you encounter legal issues.
Enjoy!
RIDP2020Vol91/iss2-Criminal justice and corporate business
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
Antonio Gullo is Secretary General of the Italian AIDP National Group and Member of the AIDP Scientific Committee; Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome.
RIDP2020Vol91/iss2-Criminal justice and corporate business
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
Antonio Gullo is Secretary General of the Italian AIDP National Group and Member of the AIDP Scientific Committee; Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste druk, studentenuitgave in 1 volume
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste druk, studentenuitgave in 1 volume
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Leveringen met installatie of montage – Werk in (on)roerende staat. Een praktijkgerichte analyse
De aparte regeling inzake leveringen met installatie of montage voorkomt administratieve verplichtingen indien er onderdelen vanuit verschillende lidstaten worden vervoerd ten behoeve van een levering met installatie of montage in een andere lidstaat.
De analyse om tot een juiste kwalificatie te komen kan worden verricht volgens een logisch stappenplan:
Bij prestaties waarbij goederen en installatiediensten worden geleverd, moet allereerst worden vastgesteld of sprake is van één of meerdere prestaties (stap 1). Als sprake is van één prestatie, is vervolgens de vraag of sprake is van een levering of een dienst (stap 2). Tot slot is de vraag wat voor soort levering of dienst is geleverd of verricht (stap 3).
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Leveringen met installatie of montage – Werk in (on)roerende staat. Een praktijkgerichte analyse
De aparte regeling inzake leveringen met installatie of montage voorkomt administratieve verplichtingen indien er onderdelen vanuit verschillende lidstaten worden vervoerd ten behoeve van een levering met installatie of montage in een andere lidstaat.
De analyse om tot een juiste kwalificatie te komen kan worden verricht volgens een logisch stappenplan:
Bij prestaties waarbij goederen en installatiediensten worden geleverd, moet allereerst worden vastgesteld of sprake is van één of meerdere prestaties (stap 1). Als sprake is van één prestatie, is vervolgens de vraag of sprake is van een levering of een dienst (stap 2). Tot slot is de vraag wat voor soort levering of dienst is geleverd of verricht (stap 3).
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Bijgeloof
Bijgeloof of volksgeloof gevoed door angst en chronische onstabiliteit lijkt doorheen de eeuwen de mens tot irrationele en wrede handelingen te hebben aangezet.
De wreedheid van de lijfstraffen en executies doorheen de eeuwen heen kunnen wellicht verklaard worden door de noodzaak aan stabiliteit. De beul maakte deel uit van het rechtssysteem. Folteringen en publieke executies werkten afschrikkend. Maar tegelijk was het volksvermaak. De mens lijkt in staat tot de meest gruwelijke daden en lijkt hiervan te genieten. Er is een soort vreemde groepsdynamiek.
Overbevolking leidde in bepaalde periodes tot werkloosheid, honger en een algemene stijging van de criminaliteit. Sociale spanningen werden op natuurlijke wijze opgelost door de genadeloze pest, in andere tijden door het voeren van heksenprocessen of het vervolgen van ketters.
Bijgeloof blijkt doorheen de eeuwen deel uit te maken van het economisch stelsel, naast politieke en religieuze motieven. Sommige perioden in de geschiedenis zoals bijvoorbeeld de heksenvervolgingen kunnen gezien worden als een massaal verschijnsel van verstandsverbijstering. Kan dit verklaard worden?
Is de mens van nature uit bloeddorstig en wreed of wordt dit gevoed door angst voor een hogere macht of kracht?
Stefan Ruysschaert is econoom en fiscalist. Zijn interesse gaat daarnaast naar de interactie van economie met fiscaliteit, geschiedenis, filosofie, psychologie, politiek, religie, sociologie en antropologie.
Bijgeloof
Bijgeloof of volksgeloof gevoed door angst en chronische onstabiliteit lijkt doorheen de eeuwen de mens tot irrationele en wrede handelingen te hebben aangezet.
De wreedheid van de lijfstraffen en executies doorheen de eeuwen heen kunnen wellicht verklaard worden door de noodzaak aan stabiliteit. De beul maakte deel uit van het rechtssysteem. Folteringen en publieke executies werkten afschrikkend. Maar tegelijk was het volksvermaak. De mens lijkt in staat tot de meest gruwelijke daden en lijkt hiervan te genieten. Er is een soort vreemde groepsdynamiek.
Overbevolking leidde in bepaalde periodes tot werkloosheid, honger en een algemene stijging van de criminaliteit. Sociale spanningen werden op natuurlijke wijze opgelost door de genadeloze pest, in andere tijden door het voeren van heksenprocessen of het vervolgen van ketters.
Bijgeloof blijkt doorheen de eeuwen deel uit te maken van het economisch stelsel, naast politieke en religieuze motieven. Sommige perioden in de geschiedenis zoals bijvoorbeeld de heksenvervolgingen kunnen gezien worden als een massaal verschijnsel van verstandsverbijstering. Kan dit verklaard worden?
Is de mens van nature uit bloeddorstig en wreed of wordt dit gevoed door angst voor een hogere macht of kracht?
Stefan Ruysschaert is econoom en fiscalist. Zijn interesse gaat daarnaast naar de interactie van economie met fiscaliteit, geschiedenis, filosofie, psychologie, politiek, religie, sociologie en antropologie.
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying island States which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in a manner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includes other potential legal personalities available to the people of the State based on the right to self-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and Political Rights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition, the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particular those pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
Dr. Anemoon Soete obtained her PhD at Ghent University in 2020.
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying island States which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in a manner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includes other potential legal personalities available to the people of the State based on the right to self-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and Political Rights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition, the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particular those pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
Dr. Anemoon Soete obtained her PhD at Ghent University in 2020.
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basis en vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering in Nederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers, schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoering geboeid is.
Mr. Ramona Batta is gerechtsdeurwaarder te Maastricht. “De geboeide bewindvoerder” is het resultaat van haar ruime ervaring en inzichten als juridisch adviseur, bewindvoerder, advocaat, en ondernemer.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basis en vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering in Nederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers, schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoering geboeid is.
Mr. Ramona Batta is gerechtsdeurwaarder te Maastricht. “De geboeide bewindvoerder” is het resultaat van haar ruime ervaring en inzichten als juridisch adviseur, bewindvoerder, advocaat, en ondernemer.
Brandveiligheid thuis
Vragen, vragen en nog eens vragen. Men weet ondertussen wel dat rookmelders ‘bij wet’ verplicht zijn, maar hoe dit dan precies geïntegreerd moet worden in een woning of hoe men deze brandveiliger kan maken, weet men meestal niet of onvoldoende. Wat te doen als er effectief brand uitbreekt, blijkt al helemaal een probleem.
Ik besloot om de kennis en expertise die ik heb opgedaan als brandweerman, brandpreventieadviseur en instructeur te bundelen in een boek. Dit boek is een leidraad voor iedereen die brandveilig door het leven wil gaan. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat het aantal woningbranden en het aantal doden door brand drastisch dalen. Want deze cijfers zijn dramatisch. Gemiddeld sterft er elke 6 dagen iemand door een woningbrand in ons land. Het belang van brandveiligheid in en om je woning of je appartement mag dus niet onderschat worden. 100% brandveiligheid bestaat niet, maar je kan je er wel 100% voor inzetten. Brand kan bij mij en bij jou nu, morgen, overmorgen of hopelijk niet ontstaan. Ik neem je graag mee in mijn verhaal van brandveiligheid bij je thuis zodat we samen kunnen zorgen voor een brandveilige leefwereld. Alleen samen kunnen we zorgen dat België brandveilig wordt!
Full color boek - geïllustreerd met foto's.
Tim Renders, Brandpreventieadviseur -Zelfstandige lesgever opleidingen brandveiligheid op maat vertrekkende van de specifieke behoefte van uw bedrijf
Brandveiligheid thuis
Vragen, vragen en nog eens vragen. Men weet ondertussen wel dat rookmelders ‘bij wet’ verplicht zijn, maar hoe dit dan precies geïntegreerd moet worden in een woning of hoe men deze brandveiliger kan maken, weet men meestal niet of onvoldoende. Wat te doen als er effectief brand uitbreekt, blijkt al helemaal een probleem.
Ik besloot om de kennis en expertise die ik heb opgedaan als brandweerman, brandpreventieadviseur en instructeur te bundelen in een boek. Dit boek is een leidraad voor iedereen die brandveilig door het leven wil gaan. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat het aantal woningbranden en het aantal doden door brand drastisch dalen. Want deze cijfers zijn dramatisch. Gemiddeld sterft er elke 6 dagen iemand door een woningbrand in ons land. Het belang van brandveiligheid in en om je woning of je appartement mag dus niet onderschat worden. 100% brandveiligheid bestaat niet, maar je kan je er wel 100% voor inzetten. Brand kan bij mij en bij jou nu, morgen, overmorgen of hopelijk niet ontstaan. Ik neem je graag mee in mijn verhaal van brandveiligheid bij je thuis zodat we samen kunnen zorgen voor een brandveilige leefwereld. Alleen samen kunnen we zorgen dat België brandveilig wordt!
Full color boek - geïllustreerd met foto's.
Tim Renders, Brandpreventieadviseur -Zelfstandige lesgever opleidingen brandveiligheid op maat vertrekkende van de specifieke behoefte van uw bedrijf
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-eetjes Deel 17
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes Deel 17
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Cultuur en btw – 3e herziene editie
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
Cultuur en btw – 3e herziene editie
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
Kostensoorten en btw
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Kostensoorten en btw
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Btw-eetjes deel 16
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 16
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor – Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises
Het eerste hoofdstuk betreft het huwelijksvermogensrecht en het vennootschapsrecht en met name de vraag hoe de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht het onbillijk gebruik van het vennootschapsrecht neutraliseren.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de voorbereiding van de erfopvolging in het licht van de continuïteit van de familiale onderneming, in het bijzonder de mogelijkheid tot de sluiting van erfovereenkomsten.
Het derde hoofdstuk behandelt de Pandwet. Naast het pandrecht bevat deze wet ook bepalingen inzake het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.
Het overzicht van het nieuwe burgerlijk recht voor de bedrijfsrevisoren eindigt met het vierde hoofdstuk over Boek 8 (‘Bewijs’) van het nieuw Burgerlijk Wetboek dat op 1 november 2020 in werking is getreden.
Le présent ouvrage traite de l’impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises.
Le premier chapitre concerne le droit des régimes matrimoniaux et le droit des sociétés, notamment la question de savoir comment les amendements au droit des régimes matrimoniaux neutralisent l’utilisation abusive du droit des sociétés.
Dans le deuxième chapitre la préparation de la succession au regard de la continuité de l’entreprise familiale est abordée, en particulier la possibilité de conclure des pactes successoraux.
Le troisième chapitre traite de la loi sur le gage. Au-delà du droit de gage, cette loi contient également des dispositions en matière de la réserve de propriété et du droit de rétention.
Ce tour d’horizon du nouveau droit civil pour les réviseurs d’entreprises se termine par le quatrième chapitre sur le Livre 8 (« Preuve ») du nouveau Code civil qui est entré en vigueur le 1er novembre 2020.
Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor – Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises
Het eerste hoofdstuk betreft het huwelijksvermogensrecht en het vennootschapsrecht en met name de vraag hoe de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht het onbillijk gebruik van het vennootschapsrecht neutraliseren.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de voorbereiding van de erfopvolging in het licht van de continuïteit van de familiale onderneming, in het bijzonder de mogelijkheid tot de sluiting van erfovereenkomsten.
Het derde hoofdstuk behandelt de Pandwet. Naast het pandrecht bevat deze wet ook bepalingen inzake het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.
Het overzicht van het nieuwe burgerlijk recht voor de bedrijfsrevisoren eindigt met het vierde hoofdstuk over Boek 8 (‘Bewijs’) van het nieuw Burgerlijk Wetboek dat op 1 november 2020 in werking is getreden.
Le présent ouvrage traite de l’impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises.
Le premier chapitre concerne le droit des régimes matrimoniaux et le droit des sociétés, notamment la question de savoir comment les amendements au droit des régimes matrimoniaux neutralisent l’utilisation abusive du droit des sociétés.
Dans le deuxième chapitre la préparation de la succession au regard de la continuité de l’entreprise familiale est abordée, en particulier la possibilité de conclure des pactes successoraux.
Le troisième chapitre traite de la loi sur le gage. Au-delà du droit de gage, cette loi contient également des dispositions en matière de la réserve de propriété et du droit de rétention.
Ce tour d’horizon du nouveau droit civil pour les réviseurs d’entreprises se termine par le quatrième chapitre sur le Livre 8 (« Preuve ») du nouveau Code civil qui est entré en vigueur le 1er novembre 2020.
Wetboek van economisch recht
Ondernemers en handelaars, bankiers, kredietverstrekkers, consumenten, magistraten, rechters-commissarissen, curatoren, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten, notarissen, boekhouders en fiscalisten, accountants, bedrijfsrevisoren en andere economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Wetboek van economisch recht
Ondernemers en handelaars, bankiers, kredietverstrekkers, consumenten, magistraten, rechters-commissarissen, curatoren, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten, notarissen, boekhouders en fiscalisten, accountants, bedrijfsrevisoren en andere economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Platformeconomie. Deeleconomie, occasionele diensten tussen burgers en liefdadigheid: wanneer is er btw verschuldigd?
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige, dient men een btw-nummer aan te vragen en btw-aangiften in te dienen?
In dit boek wordt de beschikbare informatie inzake de btw-aspecten van de platformeconomie samengebracht en becommentarieerd.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vak-groep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Platformeconomie. Deeleconomie, occasionele diensten tussen burgers en liefdadigheid: wanneer is er btw verschuldigd?
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige, dient men een btw-nummer aan te vragen en btw-aangiften in te dienen?
In dit boek wordt de beschikbare informatie inzake de btw-aspecten van de platformeconomie samengebracht en becommentarieerd.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vak-groep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Welzijn op het werk
Preventieadviseurs, werkgevers, werknemers, rechtspractici, arbeidsartsen, interne en externe diensten, sociaal inspecteurs en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Welzijn op het werk
Preventieadviseurs, werkgevers, werknemers, rechtspractici, arbeidsartsen, interne en externe diensten, sociaal inspecteurs en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten (Gandaius Meesterlijk 9)
Met dit boek vult Isabo Goormans een lacune in zowel de wetenschappelijke literatuur als in de praktijk. Op basis van een rigoureuze literatuurstudie, een analyse van meer dan 40 uur videobeelden van politieverhoren met drie psychopathische moordverdachten en een bevraging van speurders, gaat ze op zoek naar een wetenschappelijk ondersteund model dat speurders moet toelaten om enerzijds trekken van psychopathie bij verdachten beter te detecteren en vervolgens hun verhoorstrategie daarop aan te passen.
“Isabo Goormans heeft met haar uitstekend onderzoek niet alleen het detectie-instrument voor psychopathie verfijnd, maar geeft ook duidelijke aanwijzingen voor speurders die met psychopate verdachten geconfronteerd worden tijdens een verhoor.”
Prof. Dr. Jelle Janssens (promotor), oktober 2020.
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten (Gandaius Meesterlijk 9)
Met dit boek vult Isabo Goormans een lacune in zowel de wetenschappelijke literatuur als in de praktijk. Op basis van een rigoureuze literatuurstudie, een analyse van meer dan 40 uur videobeelden van politieverhoren met drie psychopathische moordverdachten en een bevraging van speurders, gaat ze op zoek naar een wetenschappelijk ondersteund model dat speurders moet toelaten om enerzijds trekken van psychopathie bij verdachten beter te detecteren en vervolgens hun verhoorstrategie daarop aan te passen.
“Isabo Goormans heeft met haar uitstekend onderzoek niet alleen het detectie-instrument voor psychopathie verfijnd, maar geeft ook duidelijke aanwijzingen voor speurders die met psychopate verdachten geconfronteerd worden tijdens een verhoor.”
Prof. Dr. Jelle Janssens (promotor), oktober 2020.
Alternativas al sistema de justicia criminal latinoamericano – RIDP libri 4
This book collects the selected papers, reflecting perspectives from Brazil, Uruguay, Peru, Mexico, Argentina and Spain.
Alternativas al sistema de justicia criminal latinoamericano – RIDP libri 4
This book collects the selected papers, reflecting perspectives from Brazil, Uruguay, Peru, Mexico, Argentina and Spain.
Resoluciones de los congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926-2019) RIDP libri 3
Jose Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP, Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y Director del Instituto Vasco de Criminología (España).
Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España).
Miren Odriozola Gurrutxaga es Secretaria del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Resoluciones de los congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926-2019) RIDP libri 3
Jose Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP, Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y Director del Instituto Vasco de Criminología (España).
Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España).
Miren Odriozola Gurrutxaga es Secretaria del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Résolutions des congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 2
Jose Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP, Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et Directeur de l’Institut Basque de Criminologie (Espagne).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est Secrétaire du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Résolutions des congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 2
Jose Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP, Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et Directeur de l’Institut Basque de Criminologie (Espagne).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est Secrétaire du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Resolutions of the congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 1
Jose Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP, Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and Director of the Basque Institute of Criminology (Spain).
Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain).
Miren Odriozola Gurrutxaga is the Secretary of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Resolutions of the congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 1
Jose Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP, Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and Director of the Basque Institute of Criminology (Spain).
Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain).
Miren Odriozola Gurrutxaga is the Secretary of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Overheidsaansprakelijkheid
In het eerste en meest omvangrijke deel behandelt de auteur de op de fout gebaseerde overheidsaansprakelijkheid. Na een kort historisch overzicht en een analyse van de grondslag van deze aansprakelijkheid bespreekt hij in dit deel (1) de persoonlijke aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen; (2) de Staatsaansprakelijkheid voor ambtsfouten van magistraten; (3) de aansprakelijkheid van de Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen voor onrechtmatige wetgeving; (4) de overheidsaansprakelijkheid wegens schending van het Europese Unierecht; (5) de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel wegens onwettigheid en (6) de buitencontractuele aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In het tweede deel komt de foutloze overheidsaansprakelijkheid aan bod, waarin achtereenvolgens wordt stilgestaan bij (1) het beginsel van de gelijkheid van de burgers ten aanzien van de openbare lasten; (2) de evenwichtsleer of de theorie van de bovenmatige burenhinder en (3) tot slot de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een herstelvergoeding voor buitengewone schade.
Prof. dr. em. Aloïs Van Oevelen behaalde in 1975 aan de KU Leuven met grote onderscheiding zijn diploma van licentiaat in de rechten. In 1984 promoveerde hij aan de Universiteit Antwerpen met grootste onderscheiding tot doctor in de rechten met een proefschrift over “De overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de rechterlijke macht”, dat in 1985 bekroond werd met de Prijs van het Belgisch Instituut voor Bestuurswetenschappen en in 1988 met de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
Tussen 1984 en 2017 was de auteur achtereenvolgens docent (1984-1988), hoofddocent (1988-1992), hoogleraar (1992-1997) en gewoon hoogleraar (1997-2017) aan de Universiteit Antwerpen. Hij oefende er verschillende beleidsfuncties uit, waaronder die van academisch secretaris en decaan van de Faculteit Rechten, voorzitter van de examencommissie van de masteropleiding in de rechten, lid van de academieraad en van de raad van bestuur van de Universiteit Antwerpen en onderzoeksleider van de onderzoeksgroep “Rechtshandhaving”. Hij is de (co)promotor van negen doctoraatsproefschriften.
Hij is de (co)auteur van dertien boeken, de editor van negentien boeken en de auteur van meer dan driehonderd bijdragen in tijdschriften, boeken en verzamelwerken.
Sinds 1 september 1998 is hij hoofdredacteur van het Rechtskundig Weekblad. Sinds 1 november 2017 is hij voorzitter van de jury van de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
Overheidsaansprakelijkheid
In het eerste en meest omvangrijke deel behandelt de auteur de op de fout gebaseerde overheidsaansprakelijkheid. Na een kort historisch overzicht en een analyse van de grondslag van deze aansprakelijkheid bespreekt hij in dit deel (1) de persoonlijke aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen; (2) de Staatsaansprakelijkheid voor ambtsfouten van magistraten; (3) de aansprakelijkheid van de Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen voor onrechtmatige wetgeving; (4) de overheidsaansprakelijkheid wegens schending van het Europese Unierecht; (5) de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel wegens onwettigheid en (6) de buitencontractuele aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In het tweede deel komt de foutloze overheidsaansprakelijkheid aan bod, waarin achtereenvolgens wordt stilgestaan bij (1) het beginsel van de gelijkheid van de burgers ten aanzien van de openbare lasten; (2) de evenwichtsleer of de theorie van de bovenmatige burenhinder en (3) tot slot de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een herstelvergoeding voor buitengewone schade.
Prof. dr. em. Aloïs Van Oevelen behaalde in 1975 aan de KU Leuven met grote onderscheiding zijn diploma van licentiaat in de rechten. In 1984 promoveerde hij aan de Universiteit Antwerpen met grootste onderscheiding tot doctor in de rechten met een proefschrift over “De overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de rechterlijke macht”, dat in 1985 bekroond werd met de Prijs van het Belgisch Instituut voor Bestuurswetenschappen en in 1988 met de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
Tussen 1984 en 2017 was de auteur achtereenvolgens docent (1984-1988), hoofddocent (1988-1992), hoogleraar (1992-1997) en gewoon hoogleraar (1997-2017) aan de Universiteit Antwerpen. Hij oefende er verschillende beleidsfuncties uit, waaronder die van academisch secretaris en decaan van de Faculteit Rechten, voorzitter van de examencommissie van de masteropleiding in de rechten, lid van de academieraad en van de raad van bestuur van de Universiteit Antwerpen en onderzoeksleider van de onderzoeksgroep “Rechtshandhaving”. Hij is de (co)promotor van negen doctoraatsproefschriften.
Hij is de (co)auteur van dertien boeken, de editor van negentien boeken en de auteur van meer dan driehonderd bijdragen in tijdschriften, boeken en verzamelwerken.
Sinds 1 september 1998 is hij hoofdredacteur van het Rechtskundig Weekblad. Sinds 1 november 2017 is hij voorzitter van de jury van de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets -IRCP 57
This book focuses on illicit drug transactions through drug marketplaces on the dark web, also called cryptomarkets. The dark web is an encrypted, small part of the internet not searchable by regular search engines.
These drug cryptomarkets offer an unprecedented opportunity to study a drug market and to monitor new trends in drug supply and demand. International research has provided some general insights into the profile, experiences and motivations of drug cryptomarket vendors and buyers. This research has however indicated that national differences exist regarding the different variables that relate to cryptomarket use and prevalence.
Therefore, in 2019, the Belgian Science Policy Office (BELSPO) commissioned and financed CRYPTODRUG shedding a first, yet necessary, light on illicit drug trade on cryptomarkets from a Belgian perspective. From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets discusses these CRYPTODRUG results. The book does not only focus on the profile of Belgian vendors selling illicit drugs on drug cryptomarkets, but also provides a first insight into the experiences and motivations of Belgian cryptomarket buyers.
Charlotte Colman is assistant professor of Drug Policy and Criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP)
Antoon Bronselaer is assistant professor of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
Marie-Sophie Devresse is a professor of Criminology at UClouvain and member of the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P)
Geert Slabbekoorn was a researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University during the CRYPTODRUG project
Sacha Piron was a researcher at the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P), UCLouvain, during the CRYPTODRUG project
Yoram Timmerman is a doctoral researcher of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets -IRCP 57
This book focuses on illicit drug transactions through drug marketplaces on the dark web, also called cryptomarkets. The dark web is an encrypted, small part of the internet not searchable by regular search engines.
These drug cryptomarkets offer an unprecedented opportunity to study a drug market and to monitor new trends in drug supply and demand. International research has provided some general insights into the profile, experiences and motivations of drug cryptomarket vendors and buyers. This research has however indicated that national differences exist regarding the different variables that relate to cryptomarket use and prevalence.
Therefore, in 2019, the Belgian Science Policy Office (BELSPO) commissioned and financed CRYPTODRUG shedding a first, yet necessary, light on illicit drug trade on cryptomarkets from a Belgian perspective. From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets discusses these CRYPTODRUG results. The book does not only focus on the profile of Belgian vendors selling illicit drugs on drug cryptomarkets, but also provides a first insight into the experiences and motivations of Belgian cryptomarket buyers.
Charlotte Colman is assistant professor of Drug Policy and Criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP)
Antoon Bronselaer is assistant professor of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
Marie-Sophie Devresse is a professor of Criminology at UClouvain and member of the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P)
Geert Slabbekoorn was a researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University during the CRYPTODRUG project
Sacha Piron was a researcher at the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P), UCLouvain, during the CRYPTODRUG project
Yoram Timmerman is a doctoral researcher of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
Grondbeginselen van de btw – Deel 3: Analyse van de invoer en uitvoer
In deel 1 wordt de invoer van goederen grondig geanalyseerd.
In deel 2 wordt de (vrijstelling) bij uitvoer van goederen geanalyseerd.
Ten slotte worden een aantal casussen inzake invoer, uitvoer, opschortende regelingen, internationaal vervoer en hiermee samenhangende diensten behandeld waarbij de btw-verplichtingen worden besproken.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 3: Analyse van de invoer en uitvoer
In deel 1 wordt de invoer van goederen grondig geanalyseerd.
In deel 2 wordt de (vrijstelling) bij uitvoer van goederen geanalyseerd.
Ten slotte worden een aantal casussen inzake invoer, uitvoer, opschortende regelingen, internationaal vervoer en hiermee samenhangende diensten behandeld waarbij de btw-verplichtingen worden besproken.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 2: Analyse van de intracommunautaire handelsstromen
In deel 1 wordt het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen geanalyseerd.
In deel 2 komt het intracommunautair driehoeksverkeer en intracommunautaire handelingen door een btw-eenheid aan bod.
Deel 3 bespreekt de transportdiensten en aanverwante diensten.
Deel 4 ten slotte analyseert het factureren van materieel werk (waaronder maakloonwerk) en expertise.
Telkens worden de lokalisatiecriteria bepaald en wordt aangeduid wie de schuldenaar van de btw is. Ook de btw-verplichtingen komen aan bod en meer bepaald de verwerking in de btw-aangifte.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 2: Analyse van de intracommunautaire handelsstromen
In deel 1 wordt het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen geanalyseerd.
In deel 2 komt het intracommunautair driehoeksverkeer en intracommunautaire handelingen door een btw-eenheid aan bod.
Deel 3 bespreekt de transportdiensten en aanverwante diensten.
Deel 4 ten slotte analyseert het factureren van materieel werk (waaronder maakloonwerk) en expertise.
Telkens worden de lokalisatiecriteria bepaald en wordt aangeduid wie de schuldenaar van de btw is. Ook de btw-verplichtingen komen aan bod en meer bepaald de verwerking in de btw-aangifte.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Behaviorally Informed Interviewing
Tom WILLEMS is a senior investigator of fraud and corruption cases. After having served 10 years in the Anti-Corruption and Internal Affairs departments of the Belgian Federal Police, he has been an investigator in the European Anti-Fraud Office of the European Union (OLAF) for over 15 years. He has conducted criminal and administrative fraud and corruption investigations in various fields and in cooperation with a vast array of national and international law enforcement and inspection services. He has been teaching and lecturing on interviewing techniques throughout his career, both to national and international organisations. He is a member of the International Investigative Interviewing Research Group and lecturer at the International Anti-Corruption Academy in Vienna.
When ordering this title from abroad please send us an email (info@maklu.be/info@maklu.nl) with your address-details.
Behaviorally Informed Interviewing
Tom WILLEMS is a senior investigator of fraud and corruption cases. After having served 10 years in the Anti-Corruption and Internal Affairs departments of the Belgian Federal Police, he has been an investigator in the European Anti-Fraud Office of the European Union (OLAF) for over 15 years. He has conducted criminal and administrative fraud and corruption investigations in various fields and in cooperation with a vast array of national and international law enforcement and inspection services. He has been teaching and lecturing on interviewing techniques throughout his career, both to national and international organisations. He is a member of the International Investigative Interviewing Research Group and lecturer at the International Anti-Corruption Academy in Vienna.
When ordering this title from abroad please send us an email (info@maklu.be/info@maklu.nl) with your address-details.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk (5e)
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, de exhibitieplicht, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht en de descente worden behandeld. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht.
De auteurs zijn allen werkzaam bij Houthoff.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk (5e)
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, de exhibitieplicht, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht en de descente worden behandeld. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht.
De auteurs zijn allen werkzaam bij Houthoff.
Onroerende leasing als financieringstechniek
In dit boek worden de btw-lease en de sale-and-lease-back geanalyseerd vanuit economisch perspectief. Hoe financiert men best een investering in vastgoed (kantoren, handelsruimte, …)? Wat bij investeringen door openbare besturen? Beantwoordt een sale-and-lease-back aan de voorwaarden om van een btw-lease met recht op aftrek van de voorbelasting te genieten?
Aan de hand van een overzicht van de rechtsleer, rechtspraak en administratieve standpunten worden de voorwaarden waaraan een btw-lease dient te voldoen in detail geanalyseerd.
Ook de alternatieven voor onroerende btw-leases en in het bijzonder het optioneel verhuren mét btw komen aan bod.
Ten slotte worden de resultaten van een internationale studie besproken inzake de determinanten van de hoogte van huurprijzen bij verhuur van kantoorgebouwen.
Nicolas Mertens is master in de toegepaste economische wetenschappen. Zijn interesse en specialiteit liggen in het domein van de bedrijfsfinanciering. De vastgoedsector en de projectfinanciering behoren tot zijn bijzondere interessesfeer.
Onroerende leasing als financieringstechniek
In dit boek worden de btw-lease en de sale-and-lease-back geanalyseerd vanuit economisch perspectief. Hoe financiert men best een investering in vastgoed (kantoren, handelsruimte, …)? Wat bij investeringen door openbare besturen? Beantwoordt een sale-and-lease-back aan de voorwaarden om van een btw-lease met recht op aftrek van de voorbelasting te genieten?
Aan de hand van een overzicht van de rechtsleer, rechtspraak en administratieve standpunten worden de voorwaarden waaraan een btw-lease dient te voldoen in detail geanalyseerd.
Ook de alternatieven voor onroerende btw-leases en in het bijzonder het optioneel verhuren mét btw komen aan bod.
Ten slotte worden de resultaten van een internationale studie besproken inzake de determinanten van de hoogte van huurprijzen bij verhuur van kantoorgebouwen.
Nicolas Mertens is master in de toegepaste economische wetenschappen. Zijn interesse en specialiteit liggen in het domein van de bedrijfsfinanciering. De vastgoedsector en de projectfinanciering behoren tot zijn bijzondere interessesfeer.
Btw-eetjes deel 15
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 15
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Gemeentelijke Administratieve Sancties (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Gemeentelijke Administratieve Sancties (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Lineair programmeren voor het management
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport - CA, State approved university), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS) en gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL).
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch – als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Lineair programmeren voor het management
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport - CA, State approved university), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS) en gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL).
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch – als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Private veiligheid (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat, naast de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, ook een aantal Wetten en Koninklijke Besluiten die van belang zijn voor de uitoefening van bewakingsactiviteiten, de vergunningen, veiligheidsadvies, de bevoegdheden, specifieke activiteitendomeinen, bewakingscamera’s, alarmsystemen, drones, … Studenten, rechtspractici, ondernemingen, interne bewakingsdiensten, beoefenaars van bewakingsactiviteiten, gemeenschapswachten, privédetectives, politie, magistraten en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Private veiligheid (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat, naast de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, ook een aantal Wetten en Koninklijke Besluiten die van belang zijn voor de uitoefening van bewakingsactiviteiten, de vergunningen, veiligheidsadvies, de bevoegdheden, specifieke activiteitendomeinen, bewakingscamera’s, alarmsystemen, drones, … Studenten, rechtspractici, ondernemingen, interne bewakingsdiensten, beoefenaars van bewakingsactiviteiten, gemeenschapswachten, privédetectives, politie, magistraten en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Sociaal Strafwetboek (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van het Sociaal Strafwetboek. De preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van inbreuken op sociale wetgeving, en de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude, komen aan bod. Studenten, rechtspractici, werkgevers, werknemers, preventieadviseurs, sociaal inspecteurs, politie, magistraten, overheden en administraties beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Sociaal Strafwetboek (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van het Sociaal Strafwetboek. De preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van inbreuken op sociale wetgeving, en de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude, komen aan bod. Studenten, rechtspractici, werkgevers, werknemers, preventieadviseurs, sociaal inspecteurs, politie, magistraten, overheden en administraties beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Wetboek Belgische nationaliteit met uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 15 april 2020.
Wetboek Belgische nationaliteit met uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 15 april 2020.
Invordering van fiscale en niet-fiscale schulden (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 april 2020.
Invordering van fiscale en niet-fiscale schulden (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 april 2020.
Behaviour detection. Evaluatie van het Belgisch opleidingsaanbod (Gandaius Meesterlijk 8)
De opleidingen vertonen diverse gelijkenissen, maar ook opmerkelijke verschillen, en worden elk gekenmerkt door eigen sterktes en zwaktes. Vergelijking ervan laat toe om oplossingen te suggereren voor opduikende praktijkproblemen.
“Bo De Clercq levert met haar uitstekend onderzoek een unieke inkijk in de toekomst en valkuilen van behaviour detection.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Behaviour detection. Evaluatie van het Belgisch opleidingsaanbod (Gandaius Meesterlijk 8)
De opleidingen vertonen diverse gelijkenissen, maar ook opmerkelijke verschillen, en worden elk gekenmerkt door eigen sterktes en zwaktes. Vergelijking ervan laat toe om oplossingen te suggereren voor opduikende praktijkproblemen.
“Bo De Clercq levert met haar uitstekend onderzoek een unieke inkijk in de toekomst en valkuilen van behaviour detection.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Strategic market position of the European Crime Prevention Network
Whilst the EUCPN proves a well-equipped, versatile and multipurpose network in the EU crime prevention area, consolidation and further boosting are due. Key suggestions are to enhance outputs and visibility, to intensify existing partnerships, to broaden target and beneficiary audiences, including at local levels, to implement practice-oriented, multi-language and multimedia approaches, and to focus on the implementation, monitoring, coordination and evaluation of crime prevention policies or strategies, including through cooperation with academia.
Gert Vermeulen is senior full professor of international and European criminal law at Ghent University and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Wim Hardyns is assistant professor of criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Lieven Pauwels is associate professor of criminology at Ghent University, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Jonas Dieussaert is researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
Strategic market position of the European Crime Prevention Network
Whilst the EUCPN proves a well-equipped, versatile and multipurpose network in the EU crime prevention area, consolidation and further boosting are due. Key suggestions are to enhance outputs and visibility, to intensify existing partnerships, to broaden target and beneficiary audiences, including at local levels, to implement practice-oriented, multi-language and multimedia approaches, and to focus on the implementation, monitoring, coordination and evaluation of crime prevention policies or strategies, including through cooperation with academia.
Gert Vermeulen is senior full professor of international and European criminal law at Ghent University and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Wim Hardyns is assistant professor of criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Lieven Pauwels is associate professor of criminology at Ghent University, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Jonas Dieussaert is researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
Verhuur van kamers en vakantieverblijven.
Dit boek bespreekt op praktische wijze de verhuur van kamers en vakantieverblijven en legt ook uit wanneer er wél btw kan (moet) aangerekend worden. Btw aanrekenen (6 %) opent immers correlatief recht op aftrek voor de investerings- en exploitatieuitgaven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Verhuur van kamers en vakantieverblijven.
Dit boek bespreekt op praktische wijze de verhuur van kamers en vakantieverblijven en legt ook uit wanneer er wél btw kan (moet) aangerekend worden. Btw aanrekenen (6 %) opent immers correlatief recht op aftrek voor de investerings- en exploitatieuitgaven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Stopzetting. Regularisaties inzake btw in het kader van stopzetting of overdracht van de zaak.
In het kader van een stopzetting of overlating van de zaak moeten in de praktijk onttrekkingen en herzieningen worden verricht. Hoe en wanneer welke correctie moet worden verricht, wordt met voorbeelden geïllustreerd.
Wat bij een faillissement? Wie moet welke btw-verplichtingen voldoen? Is er een termijn waarbinnen een btw-controle in het kader van stopzetting moet gebeuren? Wanneer worden tegoeden uitbetaald? Heeft de belastingplichtige die stopzet recht op een intrest op zijn nog niet teruggegeven tegoed?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Stopzetting. Regularisaties inzake btw in het kader van stopzetting of overdracht van de zaak.
In het kader van een stopzetting of overlating van de zaak moeten in de praktijk onttrekkingen en herzieningen worden verricht. Hoe en wanneer welke correctie moet worden verricht, wordt met voorbeelden geïllustreerd.
Wat bij een faillissement? Wie moet welke btw-verplichtingen voldoen? Is er een termijn waarbinnen een btw-controle in het kader van stopzetting moet gebeuren? Wanneer worden tegoeden uitbetaald? Heeft de belastingplichtige die stopzet recht op een intrest op zijn nog niet teruggegeven tegoed?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Recht op toegang tot inrichtingen van cultuur, sport of vermaak.
De bijlage III van de richtlijn 2006/112/CE van 28 november 2006 beoogt het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen. De bepaling vermeld onder rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 is uitgebreider voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % dan de bijlage III van de richtlijn 2006/112/EU, en zij beoogt het recht op toegang en gebruik van inrichtingen voor cultuur en vermaak, naast het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen.
Dit boek bevat een overzicht van gevallen waarin het verlaagd btw-tarief kan, maar ook van de gevallen waar het niet kan.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Recht op toegang tot inrichtingen van cultuur, sport of vermaak.
De bijlage III van de richtlijn 2006/112/CE van 28 november 2006 beoogt het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen. De bepaling vermeld onder rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 is uitgebreider voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % dan de bijlage III van de richtlijn 2006/112/EU, en zij beoogt het recht op toegang en gebruik van inrichtingen voor cultuur en vermaak, naast het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen.
Dit boek bevat een overzicht van gevallen waarin het verlaagd btw-tarief kan, maar ook van de gevallen waar het niet kan.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Counter-terrorism & criminal law
Stéphanie De Coensel holds a master’s degree in law (2016) and a PhD in law (2020). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) affiliated to the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law since 2016 and was awarded a scholarship by the Special Research Fund of Ghent University. This publication is the result of her research, carried out within the IRCP.
Counter-terrorism & criminal law
Stéphanie De Coensel holds a master’s degree in law (2016) and a PhD in law (2020). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) affiliated to the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law since 2016 and was awarded a scholarship by the Special Research Fund of Ghent University. This publication is the result of her research, carried out within the IRCP.
De btw-tarieven.
Vaak twijfelt men in de praktijk wat het btw-tarief is voor de levering van een bepaald goed of bepaalde dienst. Dit is vooral in B2C-relaties relevant maar zelfs in B2B-relaties gaat het over een voorfinancieringsaspect.
Naast de (verlaagde) btw-tarieven en hun toepassingsvoorwaarden in de onroerende sector bevat dit boek een overzicht van alle toepasselijke btw-tarieven voor goederen en diensten in België.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
De btw-tarieven.
Vaak twijfelt men in de praktijk wat het btw-tarief is voor de levering van een bepaald goed of bepaalde dienst. Dit is vooral in B2C-relaties relevant maar zelfs in B2B-relaties gaat het over een voorfinancieringsaspect.
Naast de (verlaagde) btw-tarieven en hun toepassingsvoorwaarden in de onroerende sector bevat dit boek een overzicht van alle toepasselijke btw-tarieven voor goederen en diensten in België.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Reisbureaus en btw
Dit boek bundelt de beschikbare informatie op didactische wijze en geeft ook toelichting bij de nieuwe circulaire 2020/C/44 van 23 maart 2020.
Het boek bevat vele uitgewerkte voorbeelden die de regeling illustreren alsmede alle relevante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult bvba. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen zijn één van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Reisbureaus en btw
Dit boek bundelt de beschikbare informatie op didactische wijze en geeft ook toelichting bij de nieuwe circulaire 2020/C/44 van 23 maart 2020.
Het boek bevat vele uitgewerkte voorbeelden die de regeling illustreren alsmede alle relevante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult bvba. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen zijn één van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Btw-eetjes deel 14
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 14
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Facturering van diensten
Hoe moet de factuur opgesteld worden en welke zijn de verplichte vermeldingen? In welke taal? Wanneer moet er geen factuur worden uitgereikt? Wanneer is er steeds een factuur nodig, zelfs al verricht men diensten aan een particulier? Wat is de relatie tussen de factuur en de geregistreerde kassa? Uitgaand factuurboek of dagboek van ontvangsten? Wat met vouchers?
Welke zijn de factureringsregels bij grensoverschrijdende diensten? Wat is “gevestigd” zijn, wat is een “vaste inrichting” hebben in het kader van het factureringsproces? Wat moet er op de factuur staan opdat de btw aftrekbaar is bij de medecontractant?
Kortom een praktisch werkinstrument voor elke accountant of belastingconsulent.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen en de diensten is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Facturering van diensten
Hoe moet de factuur opgesteld worden en welke zijn de verplichte vermeldingen? In welke taal? Wanneer moet er geen factuur worden uitgereikt? Wanneer is er steeds een factuur nodig, zelfs al verricht men diensten aan een particulier? Wat is de relatie tussen de factuur en de geregistreerde kassa? Uitgaand factuurboek of dagboek van ontvangsten? Wat met vouchers?
Welke zijn de factureringsregels bij grensoverschrijdende diensten? Wat is “gevestigd” zijn, wat is een “vaste inrichting” hebben in het kader van het factureringsproces? Wat moet er op de factuur staan opdat de btw aftrekbaar is bij de medecontractant?
Kortom een praktisch werkinstrument voor elke accountant of belastingconsulent.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen en de diensten is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Bijzondere btw-topics voor vzw’s en openbare besturen
Het boek bestaat, naast een algemene inleiding over het recht op aftrek van de voorbelasting, uit 25 zorgvuldig gekozen topics die relevant zijn voor vzw’s en/of openbare besturen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake opeisbaarheid toegepast op handelingen door vzw’s en openbare besturen. Ook de nieuwe regeling inzake de verhuur van zalen met al dan niet bijkomende diensten wordt besproken.
Ten slotte worden ook de regels inzake de invulling van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting meegegeven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën en docent aan de UGent en Fiscale Hogeschool (Odisee). Hij is auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur (T.Huur). De fiscaliteit van de vzw’s en openbare besturen behoort tot zijn bijzondere interessesfeer.
Bijzondere btw-topics voor vzw’s en openbare besturen
Het boek bestaat, naast een algemene inleiding over het recht op aftrek van de voorbelasting, uit 25 zorgvuldig gekozen topics die relevant zijn voor vzw’s en/of openbare besturen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake opeisbaarheid toegepast op handelingen door vzw’s en openbare besturen. Ook de nieuwe regeling inzake de verhuur van zalen met al dan niet bijkomende diensten wordt besproken.
Ten slotte worden ook de regels inzake de invulling van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting meegegeven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën en docent aan de UGent en Fiscale Hogeschool (Odisee). Hij is auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur (T.Huur). De fiscaliteit van de vzw’s en openbare besturen behoort tot zijn bijzondere interessesfeer.
Horeca en btw
Uiteraard vormt de bespreking van de verplichting tot het al dan niet houden van een geregistreerd kassaregister en black box een belangrijk deel van het boek. Wie moet een GKS houden, en vooral: wie niet? That’s the question!
De praktijkvragen komen aan bod. Hoe zit het met de 25.000-regel en de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, de forfaitaire regeling en de geregistreerde kassa? Moeten vzw’s een geregistreerde kassa houden? En wat bij het organiseren van evenementen? Wat zijn de toepasselijke btw-tarieven?
Daarnaast komen echter ook een aantal klassieke topics aan bod die in de horeca van belang kunnen zijn, zoals de verhuur van zalen (al dan niet met eten of drinken), de organisatie van seminaries, …
Niet alleen de klassieke horecazaken komen ter sprake, maar ook de kantines van sportclubs, de cafetaria van musea of andere culturele verenigingen, de cafetaria van ziekenhuizen, openbare besturen, …
Ten slotte bespreken de auteurs ook een aantal topics waar vaak getwijfeld wordt hoe de regeling juist in elkaar zit. Het gaat dan om de problematiek van de aankoopbons (vouchers), de regeling voor businessseats en loges, …
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de UGent, HoGent en Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Horeca en btw
Uiteraard vormt de bespreking van de verplichting tot het al dan niet houden van een geregistreerd kassaregister en black box een belangrijk deel van het boek. Wie moet een GKS houden, en vooral: wie niet? That’s the question!
De praktijkvragen komen aan bod. Hoe zit het met de 25.000-regel en de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, de forfaitaire regeling en de geregistreerde kassa? Moeten vzw’s een geregistreerde kassa houden? En wat bij het organiseren van evenementen? Wat zijn de toepasselijke btw-tarieven?
Daarnaast komen echter ook een aantal klassieke topics aan bod die in de horeca van belang kunnen zijn, zoals de verhuur van zalen (al dan niet met eten of drinken), de organisatie van seminaries, …
Niet alleen de klassieke horecazaken komen ter sprake, maar ook de kantines van sportclubs, de cafetaria van musea of andere culturele verenigingen, de cafetaria van ziekenhuizen, openbare besturen, …
Ten slotte bespreken de auteurs ook een aantal topics waar vaak getwijfeld wordt hoe de regeling juist in elkaar zit. Het gaat dan om de problematiek van de aankoopbons (vouchers), de regeling voor businessseats en loges, …
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de UGent, HoGent en Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Bijzondere btw-regelingen
Traditioneel bedoelt men met bijzondere regelingen de forfaitaire regeling, de regeling voor kleine ondernemingen en de landbouwregeling. Behalve de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen hebben deze voor de praktijk aan belang ingeboet.
Maar er bestaan ook bijzondere regelingen voor de margeregeling, de reisbureaus, de advocaten-medewerkers en stagiairs, in de sector van handelaars en dienstverrichters aan motorvoertuigen, de e-commerce, enz. Maar ook voor zij die occasioneel een event organiseren, occasioneel personenvervoer in België verrichten of andere occasionele prestaties verrichten.
Ten slotte zijn er aparte regels voor exploitanten van foodtrucks, voor de deeleconomie en voor de occasionele prestaties van burgers aan andere burgers.
Het boek bevat dus bijzondere btw-regelingen in ruime zin waarbij de relevantie voor de praktijk centraal staat.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op f iscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsf inanciering en f iscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Bijzondere btw-regelingen
Traditioneel bedoelt men met bijzondere regelingen de forfaitaire regeling, de regeling voor kleine ondernemingen en de landbouwregeling. Behalve de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen hebben deze voor de praktijk aan belang ingeboet.
Maar er bestaan ook bijzondere regelingen voor de margeregeling, de reisbureaus, de advocaten-medewerkers en stagiairs, in de sector van handelaars en dienstverrichters aan motorvoertuigen, de e-commerce, enz. Maar ook voor zij die occasioneel een event organiseren, occasioneel personenvervoer in België verrichten of andere occasionele prestaties verrichten.
Ten slotte zijn er aparte regels voor exploitanten van foodtrucks, voor de deeleconomie en voor de occasionele prestaties van burgers aan andere burgers.
Het boek bevat dus bijzondere btw-regelingen in ruime zin waarbij de relevantie voor de praktijk centraal staat.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op f iscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsf inanciering en f iscaliteit waar hij het vak btw doceert.
The fundamentals of international commercial arbitration, 2nd revised edition
• the characteristics of international commercial arbitration
• the advantages and perceived disadvantages of international commercial arbitration
• the pros and cons of ad hoc and institutional arbitration
• the laws applicable in international commercial arbitration
• the essentials of the arbitration agreement and arbitrability
• the establishment and composition of the arbitral tribunal
• the duty of disclosure and the challenge of arbitrators
• the end of the arbitrators’ mandate and their replacement
• the organisation of the arbitration proceedings
• the powers, duties and liability of arbitrators
• the jurisdiction of the arbitral tribunal
• the course of the arbitration proceedings, from the request for arbitration to the award
• the form and content of the award
• the recognition, enforcement and annulment of the award
Everything is presented practically and analytically, drawing among others on case law and the experience of the author. Where indicated national arbitration acts as well as standing arbitration rules are compared and differences highlighted.
For those who want to get acquainted with international commercial arbitration or seek guidance with regard to a specific question that may arise in the course of an international commercial arbitration this book provides a convenient reference work.
Professor Dr Niek Peters is partner in the Amsterdam office of Simmons & Simmons LLP and professor of international commercial arbitration at the University of Groningen, the Netherlands. He is an expert in the field of cross-border litigation and (international) arbitration, both investment and commercial. He has been counsel and arbitrator, having acted as chair, sole-arbitrator and co-arbitrator, in numerous domestic and international arbitrations, governed by various procedural and substantive laws, relating to diverse legal issues and sectors. In addition, he has acted as counsel in court proceedings relating to arbitration, including proceedings with regard to the enforcement and annulment of arbitral awards.
The fundamentals of international commercial arbitration, 2nd revised edition
• the characteristics of international commercial arbitration
• the advantages and perceived disadvantages of international commercial arbitration
• the pros and cons of ad hoc and institutional arbitration
• the laws applicable in international commercial arbitration
• the essentials of the arbitration agreement and arbitrability
• the establishment and composition of the arbitral tribunal
• the duty of disclosure and the challenge of arbitrators
• the end of the arbitrators’ mandate and their replacement
• the organisation of the arbitration proceedings
• the powers, duties and liability of arbitrators
• the jurisdiction of the arbitral tribunal
• the course of the arbitration proceedings, from the request for arbitration to the award
• the form and content of the award
• the recognition, enforcement and annulment of the award
Everything is presented practically and analytically, drawing among others on case law and the experience of the author. Where indicated national arbitration acts as well as standing arbitration rules are compared and differences highlighted.
For those who want to get acquainted with international commercial arbitration or seek guidance with regard to a specific question that may arise in the course of an international commercial arbitration this book provides a convenient reference work.
Professor Dr Niek Peters is partner in the Amsterdam office of Simmons & Simmons LLP and professor of international commercial arbitration at the University of Groningen, the Netherlands. He is an expert in the field of cross-border litigation and (international) arbitration, both investment and commercial. He has been counsel and arbitrator, having acted as chair, sole-arbitrator and co-arbitrator, in numerous domestic and international arbitrations, governed by various procedural and substantive laws, relating to diverse legal issues and sectors. In addition, he has acted as counsel in court proceedings relating to arbitration, including proceedings with regard to the enforcement and annulment of arbitral awards.
Werk in onroerende staat. Bijzondere toepassingsgevallen
Werk in onroerende staat als dienst mag ook niet verward worden met de verkoop (levering) van nieuwe gebouwen. Zeker in het geval een oud gebouw wordt verkocht om afgebroken te worden en er ook een aannemingscontract wordt afgesloten, dient nagegaan te worden of het niet gaat om een verkoop op plan.
Het boek behandelt ten slotte de btw-regeling van bijzondere gevallen zoals de tuinaanleg, het vellen van bomen en het snoeien, sauna’s, liften, verwarmingsketels, stookolietanks, saneringswerken, …
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is plaatsvervangend lid van de stagecommissie van het BIBF.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMOvennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Werk in onroerende staat. Bijzondere toepassingsgevallen
Werk in onroerende staat als dienst mag ook niet verward worden met de verkoop (levering) van nieuwe gebouwen. Zeker in het geval een oud gebouw wordt verkocht om afgebroken te worden en er ook een aannemingscontract wordt afgesloten, dient nagegaan te worden of het niet gaat om een verkoop op plan.
Het boek behandelt ten slotte de btw-regeling van bijzondere gevallen zoals de tuinaanleg, het vellen van bomen en het snoeien, sauna’s, liften, verwarmingsketels, stookolietanks, saneringswerken, …
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is plaatsvervangend lid van de stagecommissie van het BIBF.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMOvennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het DBFM-contract, onroerende leasing en sales-and-lease-back
De btw op het project is via onroerende leasing bovendien bij de leasinggever wat een lagere vergoeding impliceert voor de terbeschikkingstelling van de gebouwen. Ook de leasingnemer kan de btw recupereren in de mate dat hij het statuut heeft van btw-belastingplichtige met recht op aftrek. Hier is de voorwaarde inzake een winstverdelingsoogmerk (bv. voor een AGB) cruciaal. Onroerende leasing kan bovendien in een aantal gevallen tegen een lager btw-tarief (bv. onderwijsgebouwen, in het kader van sociaal beleid, …).
Sale-and-lease-back ten slotte biedt als financiele verrichting ook heel wat cashflowvoordelen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Het DBFM-contract, onroerende leasing en sales-and-lease-back
De btw op het project is via onroerende leasing bovendien bij de leasinggever wat een lagere vergoeding impliceert voor de terbeschikkingstelling van de gebouwen. Ook de leasingnemer kan de btw recupereren in de mate dat hij het statuut heeft van btw-belastingplichtige met recht op aftrek. Hier is de voorwaarde inzake een winstverdelingsoogmerk (bv. voor een AGB) cruciaal. Onroerende leasing kan bovendien in een aantal gevallen tegen een lager btw-tarief (bv. onderwijsgebouwen, in het kader van sociaal beleid, …).
Sale-and-lease-back ten slotte biedt als financiele verrichting ook heel wat cashflowvoordelen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
Jan Velaers is Gewoon Hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen en assessor in de Raad van State, afdeling Wetgeving.
Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
Jan Velaers is Gewoon Hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen en assessor in de Raad van State, afdeling Wetgeving.
De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
De verhoging van de drempel tot 25.000 euro, excl. btw, opent nieuwe perspectieven. Zelfstandigen in bijberoep kunnen een veel hogere omzet realiseren. Gemengde btw-belastingplichtigen kunnen voor hun niet vrijgestelde handelingen opteren voor de vrijstellingsregeling en hun btw-verplichtingen op die manier minimaliseren.
Het boek bespreekt de voorwaarden om van de vrijstellingsregeling te kunnen genieten en illustreert dit aan de hand van talrijke voorbeelden.
Ook de verplichtingen in het kader van het intracommunautair verwerven van goederen of bij grensoverschrijdende diensten komt aan bod.
Ten slotte worden ook de overblijvende verplichtingen (facturering, bijzondere btw-aangifte, tabel van bedrijfsmiddelen, horeca en de geregistreerde kassa, …) inzake btw praktijkgericht uiteengezet.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
De verhoging van de drempel tot 25.000 euro, excl. btw, opent nieuwe perspectieven. Zelfstandigen in bijberoep kunnen een veel hogere omzet realiseren. Gemengde btw-belastingplichtigen kunnen voor hun niet vrijgestelde handelingen opteren voor de vrijstellingsregeling en hun btw-verplichtingen op die manier minimaliseren.
Het boek bespreekt de voorwaarden om van de vrijstellingsregeling te kunnen genieten en illustreert dit aan de hand van talrijke voorbeelden.
Ook de verplichtingen in het kader van het intracommunautair verwerven van goederen of bij grensoverschrijdende diensten komt aan bod.
Ten slotte worden ook de overblijvende verplichtingen (facturering, bijzondere btw-aangifte, tabel van bedrijfsmiddelen, horeca en de geregistreerde kassa, …) inzake btw praktijkgericht uiteengezet.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Urban living at the beginning of the 21st century in Amsterdam, Hamburg and Vienna
The book is the result of observations dating from the time of the InSec research and of various developments that have taken place during the following about 15 years. Overviewing the mass of details introduced and referred to, one recognizes an apparent arrangement of important subjects, the following themes respectively: the influence of the time factor, the significance of diversity, the extent and importance of interaction and of the need of more interdisciplinarity.
Irene Sagel-Grande studied German Law, Jurisprudence and Criminology at Hamburg University and took her PhD at Justus Liebig University in Giessen, Germany. From 1973 to 1976 she was attached to Amsterdam University as co-editor of “Justiz und NS-Verbrechen”, a publication of German penal judgements between 1945 and 1966 with regard to National Socialist culpable homicide. In 1978 she started to study Dutch Law and Criminology at Free University Amsterdam, from where she graduated in 1981. After many years as Associate Professor in the Department for Penal Law and Criminology, as well as in the Department for Legal History, Private International and Comparative Private Law at Leiden University, she was appointed to Groningen University in 2000 to join the staff of the newly-founded Hanse Law School. Since 2007 she has been working primarily on empirical research projects in the field of European Sanction Systems, Prison Rules, Comparative Penal Law, Insecurities and Quality of Life in European Cities and in the field between jurisprudence and medicine, mainly on drugs policies and euthanasia.
The Late Leo Toornvliet was Assistant Professor at the Criminological Institute of Leiden University. He studied experimental psychology and the technology of scientific research. From the beginning, the main point of his research was the aetiology of juvenile criminality, particularly in connection with personality. He participated in several Dutch crime prevention projects measuring objective insecurity (the level of criminality) as well as subjective insecurity (fear of crime). Further, he worked as methodologist in a number of research projects.
Ian Lording from Melbourne/Australia has BSc and MA in Applied Linguistics and was kind to offer his help with improving the language, English not being the mother tongue of the author, but chosen to make the book accessible to a broader public.
Urban living at the beginning of the 21st century in Amsterdam, Hamburg and Vienna
The book is the result of observations dating from the time of the InSec research and of various developments that have taken place during the following about 15 years. Overviewing the mass of details introduced and referred to, one recognizes an apparent arrangement of important subjects, the following themes respectively: the influence of the time factor, the significance of diversity, the extent and importance of interaction and of the need of more interdisciplinarity.
Irene Sagel-Grande studied German Law, Jurisprudence and Criminology at Hamburg University and took her PhD at Justus Liebig University in Giessen, Germany. From 1973 to 1976 she was attached to Amsterdam University as co-editor of “Justiz und NS-Verbrechen”, a publication of German penal judgements between 1945 and 1966 with regard to National Socialist culpable homicide. In 1978 she started to study Dutch Law and Criminology at Free University Amsterdam, from where she graduated in 1981. After many years as Associate Professor in the Department for Penal Law and Criminology, as well as in the Department for Legal History, Private International and Comparative Private Law at Leiden University, she was appointed to Groningen University in 2000 to join the staff of the newly-founded Hanse Law School. Since 2007 she has been working primarily on empirical research projects in the field of European Sanction Systems, Prison Rules, Comparative Penal Law, Insecurities and Quality of Life in European Cities and in the field between jurisprudence and medicine, mainly on drugs policies and euthanasia.
The Late Leo Toornvliet was Assistant Professor at the Criminological Institute of Leiden University. He studied experimental psychology and the technology of scientific research. From the beginning, the main point of his research was the aetiology of juvenile criminality, particularly in connection with personality. He participated in several Dutch crime prevention projects measuring objective insecurity (the level of criminality) as well as subjective insecurity (fear of crime). Further, he worked as methodologist in a number of research projects.
Ian Lording from Melbourne/Australia has BSc and MA in Applied Linguistics and was kind to offer his help with improving the language, English not being the mother tongue of the author, but chosen to make the book accessible to a broader public.
Justice in time. Pleidooi voor korte procedures. Iedereen wint.
Het goede nieuws is dat deze procedureregels snel, eenvoudig én gratis kunnen worden aangepast. Veel gemakkelijker ook dan mensen te veranderen. Hoe snel verandert u zelf?
Dit boek wil een ernstige aanzet geven, met 50 welgemikte concrete voorstellen. Een strenge selectie van best practices in rechtbanken, vooruitziende rechtsleer en een eigen, pragmatische kijk, vaak geïnspireerd op landen die beter scoren. Op die manier kan Justitie snel een nieuw elan krijgen. Voor de zovelen, die al zolang wachten. En ook een heel klein beetje voor onszelf.
Er zijn altijd genoeg problemen. Nu nog voldoende oplossingen.
Simon Deryckere is advocaat ondernemingsrecht. Hij is licentiaat in de rechten (KULeuven 2005) en behaalde een DES en droit économique (ULB) en een Manama Vennootschapsrecht (KUB). Hij was praktijkassistent aan de KULAK. Hij is erkend bemiddelaar in ondernemingszaken en lid van de arbitrage instelling CEPANI. Hij is laureaat van pleitwedstrijden en een veelgevraagd spreker in zijn vakgebieden.
Justice in time. Pleidooi voor korte procedures. Iedereen wint.
Het goede nieuws is dat deze procedureregels snel, eenvoudig én gratis kunnen worden aangepast. Veel gemakkelijker ook dan mensen te veranderen. Hoe snel verandert u zelf?
Dit boek wil een ernstige aanzet geven, met 50 welgemikte concrete voorstellen. Een strenge selectie van best practices in rechtbanken, vooruitziende rechtsleer en een eigen, pragmatische kijk, vaak geïnspireerd op landen die beter scoren. Op die manier kan Justitie snel een nieuw elan krijgen. Voor de zovelen, die al zolang wachten. En ook een heel klein beetje voor onszelf.
Er zijn altijd genoeg problemen. Nu nog voldoende oplossingen.
Simon Deryckere is advocaat ondernemingsrecht. Hij is licentiaat in de rechten (KULeuven 2005) en behaalde een DES en droit économique (ULB) en een Manama Vennootschapsrecht (KUB). Hij was praktijkassistent aan de KULAK. Hij is erkend bemiddelaar in ondernemingszaken en lid van de arbitrage instelling CEPANI. Hij is laureaat van pleitwedstrijden en een veelgevraagd spreker in zijn vakgebieden.
Bedrijfskundige analyse. Bedrijfscalculaties voor het management
De uitgewerkte voorbeelden in het boek maken de behandelde materie zeer toegankelijk en praktisch.
‘Bedrijfskundige analyse’ is in de eerste plaats bestemd voor: - financiële managers en managementaccountants die intelligente bedrijfsbeslissingen willen nemen; - bedrijfsadviseurs die het ondernemingssturen van hun klanten willen mee vorm geven; - en voor alle studenten Bedrijfskunde of Bedrijfseconomie die in hun latere managementloopbaan willen meehelpen om de prestaties van hun onderneming te verbeteren.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef vele publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Bedrijfskundige analyse. Bedrijfscalculaties voor het management
De uitgewerkte voorbeelden in het boek maken de behandelde materie zeer toegankelijk en praktisch.
‘Bedrijfskundige analyse’ is in de eerste plaats bestemd voor: - financiële managers en managementaccountants die intelligente bedrijfsbeslissingen willen nemen; - bedrijfsadviseurs die het ondernemingssturen van hun klanten willen mee vorm geven; - en voor alle studenten Bedrijfskunde of Bedrijfseconomie die in hun latere managementloopbaan willen meehelpen om de prestaties van hun onderneming te verbeteren.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef vele publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Aftrek van btw bij auto’s en belasting van privégebruik van autovoertuigen
Op het privégebruik van een gekocht of gehuurd autovoertuig is een autonome btw-regeling van toepassing ten aanzien van de voordelen van alle aard in de regeling in de directe belastingen.
In dit boek worden alle mogelijke gevallen van gemengd gebruik van een auto door een gewone btw-belastingplichtige en zijn btwgevolgen geanalyseerd en geïllustreerd met rekenvoorbeelden.
Daarnaast komen enkele bijzondere btw-topics aan bod inzake de aankoop en verkoop van auto’s.
Door zijn praktische benadering is dit een boekje dat bij elke accountant op de boekenplank moet staan.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Aftrek van btw bij auto’s en belasting van privégebruik van autovoertuigen
Op het privégebruik van een gekocht of gehuurd autovoertuig is een autonome btw-regeling van toepassing ten aanzien van de voordelen van alle aard in de regeling in de directe belastingen.
In dit boek worden alle mogelijke gevallen van gemengd gebruik van een auto door een gewone btw-belastingplichtige en zijn btwgevolgen geanalyseerd en geïllustreerd met rekenvoorbeelden.
Daarnaast komen enkele bijzondere btw-topics aan bod inzake de aankoop en verkoop van auto’s.
Door zijn praktische benadering is dit een boekje dat bij elke accountant op de boekenplank moet staan.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bvba. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Veiligheidscoaching. Safety coaching: de coach als verbeterinstrument voor de veiligheidscultuur in organisaties
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen.
Veiligheidscoaching. Safety coaching: de coach als verbeterinstrument voor de veiligheidscultuur in organisaties
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen.
Complicity of States in the international illicit
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Complicity of States in the international illicit
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Brexit: gevolgen voor de btw
De Brexit heeft gevolgen op het vlak van invoer en uitvoer, maar ook voor verkopen op afstand (e-commerce), voor MOSS, voor (vereenvoudigd) driehoeksverkeer (ABC-transacties), voor grensoverschrijdende diensten, enzovoort. De impact van de keuze van het Verenigd Koninkrijk om een derde land te worden, heeft verregaande gevolgen inzake btw en douane.
De verwerking van de transacties met het VK in de periodieke btwaangifte wijzigt.
In dit boekje krijgt de lezer op begrijpbare en schematische wijze een kijk op de btw-gevolgen van de Brexit
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult bvba. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassing bij internationale handelingen is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Brexit: gevolgen voor de btw
De Brexit heeft gevolgen op het vlak van invoer en uitvoer, maar ook voor verkopen op afstand (e-commerce), voor MOSS, voor (vereenvoudigd) driehoeksverkeer (ABC-transacties), voor grensoverschrijdende diensten, enzovoort. De impact van de keuze van het Verenigd Koninkrijk om een derde land te worden, heeft verregaande gevolgen inzake btw en douane.
De verwerking van de transacties met het VK in de periodieke btwaangifte wijzigt.
In dit boekje krijgt de lezer op begrijpbare en schematische wijze een kijk op de btw-gevolgen van de Brexit
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult bvba. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassing bij internationale handelingen is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
The role of not party in the trial before the International Court of Justice
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
The role of not party in the trial before the International Court of Justice
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV | Missions nouvelles et adaptées du réviseur d’entreprises dans le CSA (Reeks ICCI 2019-2)
Achtereenvolgens worden de volgende opdrachten in vennootschappen besproken: de inbreng in natura, de nettoactief- en liquiditeitstest, de vrijwillige ontbinding, de omzetting, de belangconflicten, het interimdividend en de opdrachten verbonden met de beoordeling dat de financiële en boekhoudkundige gegevens getrouw en voldoende zijn, met name de wijziging van rechten verbonden aan soorten aandelen, de uitgifte van nieuwe aandelen en van converteerbare obligaties en inschrijvingsrechten en de beperking of opheffing van het voorkeurrecht.
Verder komen de nieuwe en aangepaste opdrachten in (I)VZW's en stichtingen aan bod: de vrijwillige ontbinding en vereffening en in één akte in (I)VZW's, de belangenconflicten in grote VZW's en stichtingen, de fusie en splitsing en de omzetting waarvan ten minste één van de partijen een VZW of stichting is. De publicatie sluit af met een bespreking van de afgeschafte opdrachten: de quasi-inbreng in de BV en de CV , de doelwijziging en de kapitaalverhoging in de NV ten gevolge van een conversie van converteerbare obligaties in aandelen of van een inschrijving op aandelen.
Le présent ouvrage traite des missions nouvelles et adaptées confiées au réviseur d'entreprises par le Code des sociétés et des associations (CSA ) et contient une analyse de ces missions du point de vue du droit
des sociétés et du cadre normatif.
Les missions suivantes dans les sociétés sont successivement abordées : l'apport en nature, les tests d'actif net et de liquidité, la dissolution volontaire, la transformation, les conflits d'intérêts, l'acompte sur dividende et les missions liées à l'évaluation que les données financières et comptables sont fidèles et suffisantes, à savoir la modification de droits attachés aux classes d'actions, l'émission d'actions nouvelles et d'obligations convertibles et de droits de souscriptions et la limitation ou la suppression du droit de préférence.
Les missions nouvelles et adaptées dans les A(I)SBL et les fondations sont également traitées : la dissolution volontaire et la liquidation dans un seul acte dans les A(I)SBL , les conflits d'intérêts dans les grandes A(I)SBL et fondations, la fusion et la scission et la transformation dont au moins une partie est une ASBL ou une fondation. La publication se conclut par une discussion des missions abrogées : le quasi-apport dans la SRL et la SC , la modification de l'objet social et l'augmentation de capital dans la SA à la suite de la conversion d'obligations convertibles en actions ou d'une souscription d'actions.
Safety leadership – Leiders in veiligheid
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Safety leadership – Leiders in veiligheid
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw voor bouwpromotoren en notarissen. 2de herziene en uitgebreide uitgave
Naast de basisbegrippen die van belang zijn om het btw-stelsel te begrijpen, staan de handelingen m.b.t. onroerende goederen centraal. Wat is het onderscheid tussen nieuwe gebouwen en oude gebouwen voor de btw-wetgeving? Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer is er oprichting of levering van een nieuw gebouw? Wanneer zijn omvormingen van dien aard dat een nieuw gebouw ontstaat dat vervreemd kan worden onder het btw-stelsel? Wanneer is er sprake van eerste ingebruikneming en inbezitneming? Wat zegt de waardenorm aangaande omvormingen? Hoe berekent men de 60 %-regel? Wat zegt de oppervlaktenorm precies en wat is de link met het toepasselijke btw-tarief? Wanneer heeft een bouwpromotor de mogelijkheid een nieuw gebouw te verkopen met registratierecht?
Deze vragen worden beantwoord aan de hand van concrete toepassingen uit de praktijk. Hierdoor is het boek een praktijkgerichte leidraad voor al wie onroerende goederen bouwt, verbouwt en verkoopt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 13
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 13
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zaken doen met het buitenland. 2e herziene uitgave.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen met installatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzake het bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak van kettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalen in welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatst worden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteld of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zaken doen met het buitenland. 2e herziene uitgave.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen met installatie of montage.
Vanaf 1 januari 2020 is er meer rechtszekerheid ingevoerd inzake het bewijs bij intracommunautaire leveringen en ook op de vlak van kettingverkopen werden wettelijke vermoedens ingevoerd die bepalen in welke relatie het vervoer (en dus de vrijstelling) moet geplaatst worden als de “tussenhandelaar” voor het vervoer instaat.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling is vrijgesteld of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP-addres
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019 Vol.90 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP-addres
On the first issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains an introduction and a selection of national reports for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 2 of Volume 90, featuring the additional colloquium reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow. The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
On the second Issue of RIDP 2019 Vol.90
This issue is part of the fourth milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It contains the reports on alternative regimes for controlling economic crime and the limits of human rights protection for the International Colloquium for Section III on ‘Prevention, Investigation, and Sanctioning of Economic Crime’, organized by the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law in Freiburg from 18 to 20 June 2018. The present issue is published simultaneously with issue 1 of Volume 90, featuring an introduction and a selection of national reports. The publication of the general report and the recommendations of the colloquium will follow.
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
RIDP2019Vol90/iss2-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. Alternative control regimes and human rights limitations
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
Ulrich Sieber, Professor of Criminal Law, is director at the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. His main areas of research encompass the changing face of complex crime, criminal law, and legal policy in today’s global risk and information society. Major project areas include organized crime, terrorism, economic crime, and cybercrime, as well as comparative law, security law, European criminal law, and international criminal law.
RIDP2019Vol90/iss2-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. Alternative control regimes and human rights limitations
The background of the Freiburg colloquium was the evolution towards a new architecture for economic crime control, in which criminal law is increasingly amended and affected by alternative prevention, investigation, and sanctioning regimes (such as administrative criminal law, civil asset forfeiture, and private compliance regimes). The colloquium has analysed, compared, and evaluated such alternative control regimes, focusing on their practicability and their human rights safeguards, in view of developing recommendations for an improved comprehensive economic crime policy. The multi-level comparative methodological approach underlying the colloquium consisted of a comparison of a wide range of national and international legal orders and a functional comparison of the different criminal and alternative legal regimes within and across these legal orders.
Ulrich Sieber, Professor of Criminal Law, is director at the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. His main areas of research encompass the changing face of complex crime, criminal law, and legal policy in today’s global risk and information society. Major project areas include organized crime, terrorism, economic crime, and cybercrime, as well as comparative law, security law, European criminal law, and international criminal law.
RIDP2019Vol90/iss1-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. National perspectives
Ulrich Sieber, Professor of Criminal Law, is director at the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. His main areas of research encompass the changing face of complex crime, criminal law, and legal policy in today’s global risk and information society. Major project areas include organized crime, terrorism, economic crime, and cybercrime, as well as comparative law, security law, European criminal law, and international criminal law.
RIDP2019Vol90/iss1-Prevention, investigation, and sanctioning of economic crime. National perspectives
Ulrich Sieber, Professor of Criminal Law, is director at the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. His main areas of research encompass the changing face of complex crime, criminal law, and legal policy in today’s global risk and information society. Major project areas include organized crime, terrorism, economic crime, and cybercrime, as well as comparative law, security law, European criminal law, and international criminal law.
Hoe vind ik recht? 4de herziene uitgave.
Dit boek moet in de eerste plaats studenten in de rechten helpen om de basisvaardigheden in de rechtsmethodiek, die onmisbaar zijn in het geheel van de opleiding en de latere juridische beroepsuitoefening, aan te leren. Het biedt een inzicht in de voornaamste formele rechtsbronnen, het Belgische rechtsstelsel en de verschillende gedrukte en digitale publicatievormen van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Daarbij gaat de aandacht uit naar zowel eenvoudige als meer complexe vormen van opzoeking, waarbij voorafgaandelijk aan de opzoeking en raadpleging van de rechtsbronnen, een casusanalyse nodig is. Praktische voorbeelden begeleiden de lezer doorheen het boek.
Het boek is eveneens een handige gids voor rechtspractici die hun kennis in het constant wijzigende aanbod van juridisch bronnenmateriaal willen bijhouden, en voor eenieder die zelf het recht wil vinden.
Dirk Vanheule is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen en advocaat te Gent.
Hoe vind ik recht? 4de herziene uitgave.
Dit boek moet in de eerste plaats studenten in de rechten helpen om de basisvaardigheden in de rechtsmethodiek, die onmisbaar zijn in het geheel van de opleiding en de latere juridische beroepsuitoefening, aan te leren. Het biedt een inzicht in de voornaamste formele rechtsbronnen, het Belgische rechtsstelsel en de verschillende gedrukte en digitale publicatievormen van wetgeving, rechtspraak en rechtsleer. Daarbij gaat de aandacht uit naar zowel eenvoudige als meer complexe vormen van opzoeking, waarbij voorafgaandelijk aan de opzoeking en raadpleging van de rechtsbronnen, een casusanalyse nodig is. Praktische voorbeelden begeleiden de lezer doorheen het boek.
Het boek is eveneens een handige gids voor rechtspractici die hun kennis in het constant wijzigende aanbod van juridisch bronnenmateriaal willen bijhouden, en voor eenieder die zelf het recht wil vinden.
Dirk Vanheule is gewoon hoogleraar aan de Faculteit Rechten van de Universiteit Antwerpen en advocaat te Gent.
Processen-verbaal. 7de herziene uitgave.
Nagenoeg alle aspecten van processen-verbaal worden in dit praktijkboek besproken, inclusief de vormvereisten, de bewijswaarde, de taalwetgeving, de verwerking van inhoud, vaststellingen en verhoren.
Deze zevende uitgave (de eerste uitgave was van 1994) is volledig herzien, aangevuld en geactualiseerd. De talrijke verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak en rechtsleer maken van dit boek een onmisbaar naslagwerk voor politiefunctionarissen, magistraten, advocaten en academici.
Processen-verbaal. 7de herziene uitgave.
Nagenoeg alle aspecten van processen-verbaal worden in dit praktijkboek besproken, inclusief de vormvereisten, de bewijswaarde, de taalwetgeving, de verwerking van inhoud, vaststellingen en verhoren.
Deze zevende uitgave (de eerste uitgave was van 1994) is volledig herzien, aangevuld en geactualiseerd. De talrijke verwijzingen naar wetgeving, rechtspraak en rechtsleer maken van dit boek een onmisbaar naslagwerk voor politiefunctionarissen, magistraten, advocaten en academici.
Grondbeginselen van de BTW
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de BTW
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Veiligheidscultuur
Veiligheidscultuur
Purpose in organizations
That these aspects play a crucial role in organizations is not a gratuitous objection. It has to be taken seriously because there is a lot at stake. Namely the motivation and drive of employees, and at times, of the entire organization. This book recognizes this by sharply confirming the possibility of burn-out if Purpose is missing, or if the Story of the organization is not (anymore) present.
The author has not taken it lightly and has extensively surveyed the terrain. This both from current management literature and from his own experience as a consultant and organizational expert. As an extra, this book offers references to practical examples and a useful model of how to diagnose and culture Purpose in organizations.
Jozef Van Ballaer is truly multi-facetted, with Master’s diplomas in Philosophy, Human Ecology and Physical Education as foundation, but also postgraduate certificates in Quality Management, Prevention and Business Administration. His professional career started in the nuclear but made him earlyon very successful in implementing cultures within various multinational companies, albeit with the emphasis on Health & Safety. His current focus is on the impact of management improvement on the motivation of teams.
Purpose in organizations
That these aspects play a crucial role in organizations is not a gratuitous objection. It has to be taken seriously because there is a lot at stake. Namely the motivation and drive of employees, and at times, of the entire organization. This book recognizes this by sharply confirming the possibility of burn-out if Purpose is missing, or if the Story of the organization is not (anymore) present.
The author has not taken it lightly and has extensively surveyed the terrain. This both from current management literature and from his own experience as a consultant and organizational expert. As an extra, this book offers references to practical examples and a useful model of how to diagnose and culture Purpose in organizations.
Jozef Van Ballaer is truly multi-facetted, with Master’s diplomas in Philosophy, Human Ecology and Physical Education as foundation, but also postgraduate certificates in Quality Management, Prevention and Business Administration. His professional career started in the nuclear but made him earlyon very successful in implementing cultures within various multinational companies, albeit with the emphasis on Health & Safety. His current focus is on the impact of management improvement on the motivation of teams.
Zorg(e)loze jeugd
Zorg(e)loze jeugd
RIDP2018Vol89/issue2- International and Transitional Criminal Justice & Human Rights Essays
Cherif Bassiouni was at the centre of this process from its beginning until his passing, in September 2017, and has been absolutely instrumental in its origins. From the beginning of his career, he brought oxygen to the embers of the post-Second World War initiatives. He linked them to more contemporary issues, such as the struggle against apartheid in South Africa and the campaign for new standards and instruments to address issues such as torture. Through the International Institute for Higher Studies in Criminal Sciences, now renamed the Siracusa International Institute for Criminal Justice and Human Rights, Cherif Bassiouni regularly assembled experts, practitioners, international officials and public intellectuals in the promotion of law and policy. He was also President of the International Association of Penal Law (IAPL-AIDP) for fifteen years.
In September 2018, colleagues and friends of Cherif Bassiouni assembled for a high-level academic conference in Siracusa, organised around themes central in his massive oeuvre: international and transitional criminal justice and human rights. The chapters in this humble volume provide a written record of the conference, in recognition, honour and memory of his legacy.
Christine Van den Wyngaert is Emeritus Professor of Law at the University of Antwerp, Belgium, Judge at the Kosovo Specialist Chambers and former Judge at the International Criminal Court, the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Court of Justice (Judge ad hoc).
William Schabas is Professor of International Law at Middlesex University London, UK, and Professor of International Criminal Law and Human Rights at Leiden University, The Netherlands.
Gert Vermeulen is Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and Director of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
RIDP2018Vol89/issue2- International and Transitional Criminal Justice & Human Rights Essays
Cherif Bassiouni was at the centre of this process from its beginning until his passing, in September 2017, and has been absolutely instrumental in its origins. From the beginning of his career, he brought oxygen to the embers of the post-Second World War initiatives. He linked them to more contemporary issues, such as the struggle against apartheid in South Africa and the campaign for new standards and instruments to address issues such as torture. Through the International Institute for Higher Studies in Criminal Sciences, now renamed the Siracusa International Institute for Criminal Justice and Human Rights, Cherif Bassiouni regularly assembled experts, practitioners, international officials and public intellectuals in the promotion of law and policy. He was also President of the International Association of Penal Law (IAPL-AIDP) for fifteen years.
In September 2018, colleagues and friends of Cherif Bassiouni assembled for a high-level academic conference in Siracusa, organised around themes central in his massive oeuvre: international and transitional criminal justice and human rights. The chapters in this humble volume provide a written record of the conference, in recognition, honour and memory of his legacy.
Christine Van den Wyngaert is Emeritus Professor of Law at the University of Antwerp, Belgium, Judge at the Kosovo Specialist Chambers and former Judge at the International Criminal Court, the International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia and the International Court of Justice (Judge ad hoc).
William Schabas is Professor of International Law at Middlesex University London, UK, and Professor of International Criminal Law and Human Rights at Leiden University, The Netherlands.
Gert Vermeulen is Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and Director of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
RIDP2018Vol89/issue1- The Role of Corporations in Criminal Justice
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
Dominik Brodowski is junior professor of criminal law and criminal procedure at Saarland University and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is president of the AIDP Young Penalists Committee and partner at Worth Street Group.
Eduardo Saad-Diniz is professor of criminology and criminal law at the Ribeirão Preto Law School and in the Program for Latin American Integration, University of São Paulo, Brazil, and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP2018Vol89/issue1- The Role of Corporations in Criminal Justice
This volume brings together major contributions to the 5th AIDP Symposium for Young Penalists (Freiburg, 22nd-23rd June 2018), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the German AIDP national group and the Max Planck Institute for Foreign and International Criminal Law. It sets a milestone on the way to the 20th AIDP World Congress dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’.
Dominik Brodowski is junior professor of criminal law and criminal procedure at Saarland University and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is president of the AIDP Young Penalists Committee and partner at Worth Street Group.
Eduardo Saad-Diniz is professor of criminology and criminal law at the Ribeirão Preto Law School and in the Program for Latin American Integration, University of São Paulo, Brazil, and a member of the AIDP Young Penalists Committee.
Sociale economie en btw. 2de, herziene en uitgebreide uitgave.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Sociale economie en btw. 2de, herziene en uitgebreide uitgave.
Een sociale economie verantwoordt door haar sociaal doel en maatschappelijk werk een uitzonderingspositie inzake btw. Wie sociaal zegt verwijst vaak naar erkenning door de bevoegde overheid en dan zitten we vaak in de sfeer van de vzw. De problematiek van de subsidies en zijn btw-aspecten is dan niet veraf. Is er btw verschuldigd over de subsidies of niet?
Dit boek bevat een aantal topics die specifiek van belang zijn in de sociale economie in de brede zin van het woord: het gaat over de btw-analyse van initiatieven die de sociaal zwakkeren in onze maatschappij ondersteunen. Naast de sociale woningbouw, de hulp aan senioren en zwakkeren en tewerkstellingsinitiatieven gaat het ook over maatschappelijk verantwoorde vormen van ondernemen via een deeleconomie en circulaire economie.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Pop-up verhuur en kortdurende verhuur. 2de, herziene en uitgebreide uitgave
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Pop-up verhuur en kortdurende verhuur. 2de, herziene en uitgebreide uitgave
Intussen werd in Vlaanderen maar ook in de rest van België voorzien in een specifiek huurregime voor pop-upshops. De nieuwe regeling inzake optionele verhuur van gebouwen die in werking trad op 1 januari 2019 voerde tegelijk een nieuwe regeling in voor kortdurende verhuringen, d.w.z. verhuringen die niet langer zijn dan 6 maanden.
In dit boek analyseren we de kortdurende verhuringen vanuit juridisch en vanuit btw-standpunt. De kortdurende verhuur dient in de regel met btw belast te worden maar er zijn uitzonderingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De commissaris en de andere organen of comites van de gecontroleerde entiteit (Reeks ICCI 2019-1)
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
De commissaris en de andere organen of comites van de gecontroleerde entiteit (Reeks ICCI 2019-1)
De voornaamste doelstelling van zijn tussenkomst als commissaris bestaat erin de transparantie en de betrouwbaarheid van de financiële overzichten te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geven van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van de onderneming.
In zijn hoedanigheid van controleorgaan van de onderneming dialogeert de commissaris met verschillende organen en comités die meestal intern, maar ook extern kunnen zijn aan de gecontroleerde entiteit. Zijn verhouding ermee wordt in dit boek omstandig toegelicht.
Le réviseur d’entreprises a une mission d’intérêt public et est indispensable au bon fonctionnement de l’économie. Il met ses compétences, son professionnalisme et ses valeurs au service de ses clients mais également de toutes les parties prenantes (clients, fournisseurs, investisseurs, banquiers, pouvoirs publics, personnel) dans le but de fournir, en toute indépendance, des services de qualité et dans l’intérêt général dans le but de renforcer la confiance, indispensable au bon fonctionnement du système économique.
L’objectif principal de son intervention en tant que commissaire est d’assurer la transparence et la fiabilité des états financiers, dont les utilisateurs s’attendent à ce qu’ils donnent une image fidèle du patrimoine, de la situation financière et des résultats de l’entreprise.
En sa qualité d’organe de contrôle de l’entreprise, le commissaire dialogue avec différents organes et comités qui sont généralement internes à l’entité contrôlée, mais peuvent aussi être externes à celle-ci. Son rapport avec ceux-ci est expliqué en détail dans cet ouvrage.
Reclamekosten. Analyse van de aftrekbaarheidsvoorwaarden.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties van seminaries en opleidingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Reclamekosten. Analyse van de aftrekbaarheidsvoorwaarden.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de fiscale aftrekbaarheid van kosten die als publiciteitskosten kunnen worden gekwalificeerd.
Publiciteitskosten, reclamekosten en sponsoring worden geplaatst tegenover receptiekosten (kosten van onthaal) en kosten van spijzen en dranken in functie van de aard en het doel waarvoor de kosten worden gemaakt.
Hoe werken kortingbonnen en geldterugbonnen? Hoe zit de regeling voor vouchers in elkaar die gebruikt worden voor promotiedoeleinden? Het boek bevat de nieuwe regels inzake vouchers zoals die op basis van de “Voucherrichtlijn” in België zijn omgezet.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties van seminaries en opleidingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
De blauwe kamer
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
Stefan Ruysschaert is een veelzijdig creatief schrijver. Na zijn debuutroman “De Sterrenchef”, die op veel bijval kon rekenen, is dit zijn tweede roman. Opnieuw gaat een spannend verhaal gepaard met de nodige humor, die enkele knipogen trekt naar de grote Vlaamse schrijver met het lange haar.
De blauwe kamer
Louis werkt als belastingcontroleur. Hij verveelt zich op het werk en begint een roman te schrijven. Moeilijk is dat niet. De collega’s en de wereld rondom zich zijn een afdoende inspiratiebron. Kijken en meeluisteren is voldoende. Weldra geraakt hij echter verstrikt in een wereld waarin fictie en realiteit nog moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als zijn vrouw een minnaar neemt, beraamt hij de perfecte moord. Maar alles loopt even anders dan verwacht.
Stefan Ruysschaert is een veelzijdig creatief schrijver. Na zijn debuutroman “De Sterrenchef”, die op veel bijval kon rekenen, is dit zijn tweede roman. Opnieuw gaat een spannend verhaal gepaard met de nodige humor, die enkele knipogen trekt naar de grote Vlaamse schrijver met het lange haar.
European integration through member states’ constitutional identity in EU law
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
European integration through member states’ constitutional identity in EU law
The possibility of recognizing an autonomous character - and not merely complementary and ancillary - in art. 4, par. 2 TEU necessarily passes through a more precise definition of its legal boundaries, which implies, on the one hand, a careful reflection on the differences with respect to the formulation of the clause as contained in art. 6, par. 3 TEU (dating back to the Amsterdam Treaty) as well as the changes proposed by Group V of the Convention on the Future of Europe. On the other hand, a careful reading and adequate knowledge of CJEU jurisprudence and of the relevant factual and legal context.
Dimitris Liakopoulos is Professor of international law, European Union law and criminal and procedural law in various Universities in US and Europe. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468.
Btw-eetjes deel 12
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 12
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De kunstenaar, kunsthandelaars en -galerijen.
Hoe is de btw-regeling bij de exploitant van een kunstgalerij? Wanneer kan kunst verkocht worden met 6 % btw? Is er btw op de verhuur van kunst? Wanneer is er een vrijstelling voor de prestaties van uitvoerende artiesten? Wanneer kan kunst verkocht worden onder de margeregeling? Behoort het volgrecht tot de maatstaf van heffing bij de verkoop van kunst? Is de btw aftrekbaar indien men kunst aankoopt? Op deze vragen en nog veel meer krijgt u een antwoord in dit boek.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Werk in onroerende staat.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Werk in onroerende staat.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
Transport en aanverwante diensten
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Transport en aanverwante diensten
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Btw-eetjes deel 11
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes worden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 11
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes worden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A Study of forensic evidence. (IRCP-series, vol. 55)
Sofie Depauw holds a master’s degree in law (2014) and a PhD in law (2019). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law since 2013.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A Study of forensic evidence. (IRCP-series, vol. 55)
Sofie Depauw holds a master’s degree in law (2014) and a PhD in law (2019). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy affiliated to the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law since 2013.
Insiders of outsiders? De voor- en nadelen van interne en externe mediation
Eén voordeel van interne mediation is dat het een verdere institutionalisering, en daarmee normalisering en bredere acceptatie, van mediation als geprefereerde manier van conflictoplossing vormt. Ook kan een interne mediator toegankelijker zijn of overkomen, en hoeft het kostenaspect voor een partij minder zwaar te wegen.
Aan de andere kant kleven er ook nadelen aan interne mediation. Men kan bijvoorbeeld betwisten of een interne mediator niet op gespannen voet staat met de principes van de klassieke mediation die een volledige onafhankelijkheid van de mediator eisen. Is die interne mediator wel voldoende onafhankelijk van de betreffende organisatie of wordt deze misschien toch al gauw ervaren als een verlengstuk daarvan? Maar misschien is een organisatie wellicht ook eerder geneigd een voorstel van de interne mediator te aanvaarden, terwijl dat van een externe mediator gemakkelijker ter zijde kan worden geschoven.
Naast het bovengenoemde centrale thema worden in dit boek hoofdstukken gewijd aan andere actuele ontwikkelingen op het terrein van mediation, zoals met betrekking tot de mediationwet, de plaats van zingeving bij mediation, strafrechtmediation in het licht van kinderrechten en de activiteiten van het College voor de Rechten van de Mens.
Insiders of outsiders? De voor- en nadelen van interne en externe mediation
Eén voordeel van interne mediation is dat het een verdere institutionalisering, en daarmee normalisering en bredere acceptatie, van mediation als geprefereerde manier van conflictoplossing vormt. Ook kan een interne mediator toegankelijker zijn of overkomen, en hoeft het kostenaspect voor een partij minder zwaar te wegen.
Aan de andere kant kleven er ook nadelen aan interne mediation. Men kan bijvoorbeeld betwisten of een interne mediator niet op gespannen voet staat met de principes van de klassieke mediation die een volledige onafhankelijkheid van de mediator eisen. Is die interne mediator wel voldoende onafhankelijk van de betreffende organisatie of wordt deze misschien toch al gauw ervaren als een verlengstuk daarvan? Maar misschien is een organisatie wellicht ook eerder geneigd een voorstel van de interne mediator te aanvaarden, terwijl dat van een externe mediator gemakkelijker ter zijde kan worden geschoven.
Naast het bovengenoemde centrale thema worden in dit boek hoofdstukken gewijd aan andere actuele ontwikkelingen op het terrein van mediation, zoals met betrekking tot de mediationwet, de plaats van zingeving bij mediation, strafrechtmediation in het licht van kinderrechten en de activiteiten van het College voor de Rechten van de Mens.
Bijzondere overeenkomsten en BTW
Het gaat hierbij om de leveringen van goederen of diensten die gefactureerd worden en voortvloeien uit de onderliggende overeenkomst. Moet er mét of zonder btw gefactureerd worden?
Het boek heeft de bedoeling aan te sluiten bij klassieke handboeken die de bijzondere overeenkomsten vanuit het burgerlijk wetboek analyseren. De toepasselijke regels worden geïllustreerd met vele voorbeelden, topics en praktijkcasussen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Bijzondere overeenkomsten en BTW
Het gaat hierbij om de leveringen van goederen of diensten die gefactureerd worden en voortvloeien uit de onderliggende overeenkomst. Moet er mét of zonder btw gefactureerd worden?
Het boek heeft de bedoeling aan te sluiten bij klassieke handboeken die de bijzondere overeenkomsten vanuit het burgerlijk wetboek analyseren. De toepasselijke regels worden geïllustreerd met vele voorbeelden, topics en praktijkcasussen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
International Health Law & Ethics. Basic Documents. 4th revised edition (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This guide covers the basic documents, while general comments and explanatory reports amplify the principles embodied in the human rights treaties. The authoritative interpretations clarify a ‘European approach’ on the State’s obligations concerning health care rights and ethics. This volume is an initiative of the Erasmus Observatory on Health Law. It will be a helpful guide for all trainers, health care professionals and students interested in human rights issues in health care.
André den Exter (1966) is an associate professor of Health law, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands.
International Health Law & Ethics. Basic Documents. 4th revised edition (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
This guide covers the basic documents, while general comments and explanatory reports amplify the principles embodied in the human rights treaties. The authoritative interpretations clarify a ‘European approach’ on the State’s obligations concerning health care rights and ethics. This volume is an initiative of the Erasmus Observatory on Health Law. It will be a helpful guide for all trainers, health care professionals and students interested in human rights issues in health care.
André den Exter (1966) is an associate professor of Health law, Erasmus University Rotterdam, The Netherlands.
Straf en schadevergoeding
Het strafrecht behoort, zeker voor beginnende rechtenstudenten, tot de meest aansprekende delen van het recht. Zowel de feiten die binnen dit rechtsgebied vallen als de reacties die op deze feiten volgen, kunnen diep ingrijpen in een mensenleven. De ontwikkeling die het strafrecht in Europa heeft doorgemaakt, is er een van vele eeuwen geweest. Enkele van de hoofdlijnen van deze evolutie zullen in dit boekje worden geschetst. Daarbij zal tevens aandacht worden besteed aan de geleidelijke verdringing van private personen van het terrein van het strafrecht naar dat van de schadevergoeding en aan de wijze waarop het schadevergoedingsrecht verder gestalte heeft gekregen.
Mr. E.J.M.F.C. Broers is als universitair docent verbonden aan het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht.
Straf en schadevergoeding
Het strafrecht behoort, zeker voor beginnende rechtenstudenten, tot de meest aansprekende delen van het recht. Zowel de feiten die binnen dit rechtsgebied vallen als de reacties die op deze feiten volgen, kunnen diep ingrijpen in een mensenleven. De ontwikkeling die het strafrecht in Europa heeft doorgemaakt, is er een van vele eeuwen geweest. Enkele van de hoofdlijnen van deze evolutie zullen in dit boekje worden geschetst. Daarbij zal tevens aandacht worden besteed aan de geleidelijke verdringing van private personen van het terrein van het strafrecht naar dat van de schadevergoeding en aan de wijze waarop het schadevergoedingsrecht verder gestalte heeft gekregen.
Mr. E.J.M.F.C. Broers is als universitair docent verbonden aan het departement Publiekrecht, Encyclopedie en Rechtsgeschiedenis van de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht.
Btw-eetjes deel 10
Dit boek vormt intussen reeds het tiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit tiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord niet onmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt. Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 10
Dit boek vormt intussen reeds het tiende in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit tiende deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord niet onmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt. Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Leugens en hun detectie, 2e herziene uitgave
Liegen is eigen aan de mens en aan het maatschappelijk leven. Er bestaat geen vorm van gedrag,
geen specifiek antwoord en geen specifieke lichaamsreactie die samenhangt met leugenachtigheid.
Wetenschappelijk onderzoek toonde evenwel aan dat afwijkingen van het basisgedrag significant
meer of juist minder voorkomen bij leugenaars. Ieder mens vertoont dus eigen individuele
leugensignalen.
De auteurs overlopen de functie van leugens in de samenleving, met een historisch overzicht van
de leugendetectie tot op heden. Er is ruime aandacht voor psychofysiologische en psychologische
processen, die de oorzaak zijn van verbale, non-verbale en geschreven leugensignalen. Dit werk
heeft de betrachting een state of the art te maken van huidige nationale en internationale wetenschappelijke
kennis over de leugen en zijn detectie.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot beroepsgroepen die, meer dan andere, met leugens
geconfronteerd worden en waar het opsporen ervan een centrale rol speelt, met name de magistratuur,
de politie, de advocatuur en deskundigen aangesteld in
onderzoeken. Maar ook de geïnteresseerde burger kan vernemen
hoe leugens in het dagelijks leven kunnen ontdekt worden.
Leugens en hun detectie, 2e herziene uitgave
Liegen is eigen aan de mens en aan het maatschappelijk leven. Er bestaat geen vorm van gedrag,
geen specifiek antwoord en geen specifieke lichaamsreactie die samenhangt met leugenachtigheid.
Wetenschappelijk onderzoek toonde evenwel aan dat afwijkingen van het basisgedrag significant
meer of juist minder voorkomen bij leugenaars. Ieder mens vertoont dus eigen individuele
leugensignalen.
De auteurs overlopen de functie van leugens in de samenleving, met een historisch overzicht van
de leugendetectie tot op heden. Er is ruime aandacht voor psychofysiologische en psychologische
processen, die de oorzaak zijn van verbale, non-verbale en geschreven leugensignalen. Dit werk
heeft de betrachting een state of the art te maken van huidige nationale en internationale wetenschappelijke
kennis over de leugen en zijn detectie.
Het boek richt zich in de eerste plaats tot beroepsgroepen die, meer dan andere, met leugens
geconfronteerd worden en waar het opsporen ervan een centrale rol speelt, met name de magistratuur,
de politie, de advocatuur en deskundigen aangesteld in
onderzoeken. Maar ook de geïnteresseerde burger kan vernemen
hoe leugens in het dagelijks leven kunnen ontdekt worden.
Btw-eetjes deel 9
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen klassiek
btw-handboek. Dit negende deel bevat opnieuw een aantal in de
praktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord niet
onmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant
of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerd
wordt.
Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maar
waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en
aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd
zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 9
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen klassiek
btw-handboek. Dit negende deel bevat opnieuw een aantal in de
praktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord niet
onmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant
of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerd
wordt.
Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maar
waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en
aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd
zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes. Vzw’s en openbare besturen
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen
klassiek btw-handboek. Het gaat in dit boek over een aantal in
de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord
niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek en
die specifiek betrekking hebben op vzw’s en openbare besturen.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige
en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat
u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar
geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid
in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Btw-eetjes. Vzw’s en openbare besturen
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen
klassiek btw-handboek. Het gaat in dit boek over een aantal in
de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord
niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek en
die specifiek betrekking hebben op vzw’s en openbare besturen.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige
en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat
u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar
geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid
in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Handboek verhoren 2 (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het Belgisch politieverhoor heeft geen geheimen. Alle cursusteksten verhoortechnieken in de Belgische politiescholen werden in 2007 geharmoniseerd en vormen het uitgangspunt van voorliggend boek. Ze werden uitgebreid, verdiept en ondersteund met relevante rechtspraak, rechtsleer, vakliteratuur zowel wetenschappelijk, politieel als niet politieel.
Complementair aan 'Handboek verhoren 1', komen in 'Handboek verhoren 2' specifieke verhooronderwerpen aan bod, zoals het optimaliseren van het geheugen van de ondervraagde(cognitief verhoor, hypnoseverhoor), het intensifiëren van de verstandhouding en de interactie tussen ondervrager en ondervraagde (NLP, intercultureel verhoor), het professionaliseren van het analyse- en inschattingsvermogen bij de ondervrager (argumenteren, RPM, analytisch verhoor), en de uitdieping van de basisverhoortechnieken in bijzondere omstandigheden (confrontatieverhoor, moraliteitsverhoor, audiovisueel verhoor, videoconferentie en verhoren inzake keuzeconfrontaties).
Handboek verhoren 2 richt zich vooral naar politie,magistratuur en advocatuur, maar is ook bijzonder nuttig voor inspecteurs bij diverse inspectiediensten van de ministeries, intern toezicht diensten van bedrijven en privédetectives.
Kortom voor elkeen die zich verder wil verdiepen in specifieke verhoorvaardigheden.
Handboek verhoren 2 (Reeks Politie Praktijk Boeken)
Het Belgisch politieverhoor heeft geen geheimen. Alle cursusteksten verhoortechnieken in de Belgische politiescholen werden in 2007 geharmoniseerd en vormen het uitgangspunt van voorliggend boek. Ze werden uitgebreid, verdiept en ondersteund met relevante rechtspraak, rechtsleer, vakliteratuur zowel wetenschappelijk, politieel als niet politieel.
Complementair aan 'Handboek verhoren 1', komen in 'Handboek verhoren 2' specifieke verhooronderwerpen aan bod, zoals het optimaliseren van het geheugen van de ondervraagde(cognitief verhoor, hypnoseverhoor), het intensifiëren van de verstandhouding en de interactie tussen ondervrager en ondervraagde (NLP, intercultureel verhoor), het professionaliseren van het analyse- en inschattingsvermogen bij de ondervrager (argumenteren, RPM, analytisch verhoor), en de uitdieping van de basisverhoortechnieken in bijzondere omstandigheden (confrontatieverhoor, moraliteitsverhoor, audiovisueel verhoor, videoconferentie en verhoren inzake keuzeconfrontaties).
Handboek verhoren 2 richt zich vooral naar politie,magistratuur en advocatuur, maar is ook bijzonder nuttig voor inspecteurs bij diverse inspectiediensten van de ministeries, intern toezicht diensten van bedrijven en privédetectives.
Kortom voor elkeen die zich verder wil verdiepen in specifieke verhoorvaardigheden.
RIDP2017Vol88/issue1 – Individual Liability for Business Involvement in International Crimes
This issue is the second milestone on the way to the 20th AIDP World Congress
dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together the
proceedings of the preparatory Colloquium on ‘Individual Liability for Business
Involvement in International Crimes’, held at the University of Buenos Aires on
March 20th-23rd, 2017.
This volume contains the resolutions adopted in Buenos Aires as well as the general
report, two special reports, and ten national reports (Argentina, Brazil, Colombia,
Croatia, Finland, Germany, Italy, Netherlands, Russia, United States). It offers a
broad overview of the debate on and the main challenges raised by corporate
involvement in international crimes. Through the analysis of both national and
international case law and legislation, this issue provides insight into a variety
of topics related to the liability of corporate officials and sheds light on the
different doctrines of co-perpetration and complicity arising at the national and
international level (eg: neutral acts, negligent complicity, complicity by omission,
command responsibility; white collar crimes doctrine). Special attention is paid to
the complex balance to be achieved between an effective prosecution of these
conducts and the respect of the general principles of criminal responsibility.
Stefano Manacorda is a Full Professor of Criminal Law at the University of Campania
“Luigi Vanvitelli” (Italy) and a Visiting Professor at the Law School of the Queen
Mary University (London)
Angelo Marletta is a Post-doctoral Researcher in Criminal Law at the University
of Luxembourg
Giulio Vanacore is a Public Prosecutor at the Court of Naples and a Post-doc in
International Criminal Law at the University of Urbino (Italy)
RIDP2017Vol88/issue1 – Individual Liability for Business Involvement in International Crimes
This issue is the second milestone on the way to the 20th AIDP World Congress
dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together the
proceedings of the preparatory Colloquium on ‘Individual Liability for Business
Involvement in International Crimes’, held at the University of Buenos Aires on
March 20th-23rd, 2017.
This volume contains the resolutions adopted in Buenos Aires as well as the general
report, two special reports, and ten national reports (Argentina, Brazil, Colombia,
Croatia, Finland, Germany, Italy, Netherlands, Russia, United States). It offers a
broad overview of the debate on and the main challenges raised by corporate
involvement in international crimes. Through the analysis of both national and
international case law and legislation, this issue provides insight into a variety
of topics related to the liability of corporate officials and sheds light on the
different doctrines of co-perpetration and complicity arising at the national and
international level (eg: neutral acts, negligent complicity, complicity by omission,
command responsibility; white collar crimes doctrine). Special attention is paid to
the complex balance to be achieved between an effective prosecution of these
conducts and the respect of the general principles of criminal responsibility.
Stefano Manacorda is a Full Professor of Criminal Law at the University of Campania
“Luigi Vanvitelli” (Italy) and a Visiting Professor at the Law School of the Queen
Mary University (London)
Angelo Marletta is a Post-doctoral Researcher in Criminal Law at the University
of Luxembourg
Giulio Vanacore is a Public Prosecutor at the Court of Naples and a Post-doc in
International Criminal Law at the University of Urbino (Italy)
Handboek doorfacturering, editie 2018. 4de herziene uitgave
Fiscalisten noemen de leer van de complexe handelingen soms de “bekende onbekende”. In dit handboek worden de complexe handelingen (samengestelde handelingen) geanalyseerd en wordt een typologie aangeboden om tot een oplossing te komen voor btw-vraagstukken die bestaan uit het factureren van samengestelde prestaties.Wanneer heeft men te maken met naast elkaar staande prestaties?
Wanneer volgt de bijzaak de hoofdzaak? Wanneer heeft men te maken met een sui generis handeling (complexe dienst of samengestelde handeling)? Wat is het verschil tussen complexe handelingen en met de hoofdhandeling “(nauw) samenhangende handelingen”.
De samengestelde handelingen worden hierbij gesitueerd binnen de ruimere context van de doorrekening en de doorfacturering van leveringen van goederen of diensten. De werking van de fictie van de commissionairsstructuur inzake btw staat hierbij centraal.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Handboek doorfacturering, editie 2018. 4de herziene uitgave
Fiscalisten noemen de leer van de complexe handelingen soms de “bekende onbekende”. In dit handboek worden de complexe handelingen (samengestelde handelingen) geanalyseerd en wordt een typologie aangeboden om tot een oplossing te komen voor btw-vraagstukken die bestaan uit het factureren van samengestelde prestaties.Wanneer heeft men te maken met naast elkaar staande prestaties?
Wanneer volgt de bijzaak de hoofdzaak? Wanneer heeft men te maken met een sui generis handeling (complexe dienst of samengestelde handeling)? Wat is het verschil tussen complexe handelingen en met de hoofdhandeling “(nauw) samenhangende handelingen”.
De samengestelde handelingen worden hierbij gesitueerd binnen de ruimere context van de doorrekening en de doorfacturering van leveringen van goederen of diensten. De werking van de fictie van de commissionairsstructuur inzake btw staat hierbij centraal.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Basisteksten internationaal en Europees Strafrecht – 10de herziene uitgave – Bijgewerkt tot 1 januari 2018 (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
Deze uitgave bundelt de voornaamste, voor België relevante beleidsdocumenten en nationale
en multilaterale regelgeving inzake internationaal en Europees strafrecht. Bijzondere aandacht
is gegeven aan initiatieven gericht op de aanpak van internationale of georganiseerde
criminaliteit en terrorisme.
Het nationale deel bevat, naast essentiële uittreksels uit het Strafwetboek, de Voorafgaande
Titel van het Wetboek van Strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek, alle wetteksten die
specifiek betrekking hebben op aspecten van internationale samenwerking in strafzaken.
Wat het multilaterale niveau betreft, is een onderscheid gemaakt naargelang het internationaal
samenwerkingsverband waarbinnen de teksten tot stand zijn gekomen: Benelux, Prüm,
Europese Unie (m.i.v. Schengen), Raad van Europa of Verenigde Naties.
Zowel studenten, rechtspractici (magistraten, advocaten, politieambtenaren, ...) als
beleidsmakers beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige
tekstuitgave van de elementaire bronnen ter zake.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 januari 2018.
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Basisteksten internationaal en Europees Strafrecht – 10de herziene uitgave – Bijgewerkt tot 1 januari 2018 (Reeks Maklu Wetteksten België & Nederland)
Deze uitgave bundelt de voornaamste, voor België relevante beleidsdocumenten en nationale
en multilaterale regelgeving inzake internationaal en Europees strafrecht. Bijzondere aandacht
is gegeven aan initiatieven gericht op de aanpak van internationale of georganiseerde
criminaliteit en terrorisme.
Het nationale deel bevat, naast essentiële uittreksels uit het Strafwetboek, de Voorafgaande
Titel van het Wetboek van Strafvordering en het Gerechtelijk Wetboek, alle wetteksten die
specifiek betrekking hebben op aspecten van internationale samenwerking in strafzaken.
Wat het multilaterale niveau betreft, is een onderscheid gemaakt naargelang het internationaal
samenwerkingsverband waarbinnen de teksten tot stand zijn gekomen: Benelux, Prüm,
Europese Unie (m.i.v. Schengen), Raad van Europa of Verenigde Naties.
Zowel studenten, rechtspractici (magistraten, advocaten, politieambtenaren, ...) als
beleidsmakers beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige
tekstuitgave van de elementaire bronnen ter zake.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 januari 2018.
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat
Nathalie Fanoy studeerde Nederlands recht aan de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Leiden. Van 1991 tot 2004 was zij werkzaam als advocaat. Haar promotieonderzoek verrichtte zij aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
De geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat
Nathalie Fanoy studeerde Nederlands recht aan de rechtenfaculteit van de Rijksuniversiteit Leiden. Van 1991 tot 2004 was zij werkzaam als advocaat. Haar promotieonderzoek verrichtte zij aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam.
Partnerstigma bij extrafamiliaal pedoseksueel misbruik. Een kwalitatief onderzoek (Gandaius Meesterlijk 7)
Onderzoek naar daders en slachtoffers van
extrafamiliaal pedoseksueel misbruik is, ook
in Vlaanderen, behoorlijk gevorderd. Reële
onderzoeksinteresse naar partners of expartners,
als dichtste naasten van daders, bleef
tot dusver evenwel uit, zelfs internationaal.
Nochtans zijn zij misschien de verborgen slachtoffers.
De omvang van de stigmatisering die zij ervaren, blijkt verrassend
groot, en de maatschappelijke assimilatie met de door hun (ex-)
partners gepleegde feiten vrijwel totaal. Ook zelfstigma blijkt
systematisch voorhanden. Partners en ex-partners voelen zich niet
gehoord en ervaren belangrijke drempels naar en in de hulpverlening.
“Dominique Scappini levert met haar kwalitatieve studie
naar stigmatisering van partners van extrafamiliale pedoseksuele
misdrijfplegers een belangrijke bijdrage aan het doorbreken van een
taboe dat vooralsnog zowel maatschappelijk als wetenschappelijk
onderbelicht bleef.” - Prof. Dr. Gert Vermeulen
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels - Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief
A. De Buck, L. Pauwels
Partnerstigma bij extrafamiliaal pedoseksueel misbruik. Een kwalitatief onderzoek (Gandaius Meesterlijk 7)
Onderzoek naar daders en slachtoffers van
extrafamiliaal pedoseksueel misbruik is, ook
in Vlaanderen, behoorlijk gevorderd. Reële
onderzoeksinteresse naar partners of expartners,
als dichtste naasten van daders, bleef
tot dusver evenwel uit, zelfs internationaal.
Nochtans zijn zij misschien de verborgen slachtoffers.
De omvang van de stigmatisering die zij ervaren, blijkt verrassend
groot, en de maatschappelijke assimilatie met de door hun (ex-)
partners gepleegde feiten vrijwel totaal. Ook zelfstigma blijkt
systematisch voorhanden. Partners en ex-partners voelen zich niet
gehoord en ervaren belangrijke drempels naar en in de hulpverlening.
“Dominique Scappini levert met haar kwalitatieve studie
naar stigmatisering van partners van extrafamiliale pedoseksuele
misdrijfplegers een belangrijke bijdrage aan het doorbreken van een
taboe dat vooralsnog zowel maatschappelijk als wetenschappelijk
onderbelicht bleef.” - Prof. Dr. Gert Vermeulen
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels - Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief
A. De Buck, L. Pauwels
Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief.Gandaius Meesterlijk, nr. 6
Deze publicatie is een grondige herwerking en uitbreiding
van een verkennende theorie-toetsende
studie die werd uitgevoerd als masterproef in de
Criminologische Wetenschappen (UGent). Deze
publicatie sluit hiermee aan bij de hedendaagse
criminologische aandacht voor individuele
beslissingsprocessen met betrekking tot normoverschrijdend gedrag
en de rol van het morele besef. De studie focust op de betekenis van
belangrijke socialiserende actoren (bindingen met ouders, ouderlijk
toezicht, betrokkenheid op school) ter verklaring van individuele
verschillen in regelovertreding bij adolescenten en de mediërende rol
van morele normen en anticipatie op de morele emoties schaamte en
schuld, twee belangrijke secundaire emoties. Extra aandacht wordt
besteed aan de effecten van de situationele blootstelling aan deviante
peers in interactie met de individuele moraliteit.
Het onderzoek is gevoerd vanuit een geïntegreerd perspectief aangevuld
met inzichten uit de hedendaagse sociale en morele psychologie.
De studie gaat ook in op de betekenis van de resultaten
voor verder onderzoek naar morele beslissingsprocessen, een braakliggend
terrein in de etiologische criminologie.
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels
Ann De Buck studeerde in 2016 af aan de Universiteit Gent als
master in de Criminologische Wetenschappen.
Prof. Dr. Lieven Pauwels was promotor van het onderzoek.
Socialisatie, morele emoties en morele normen. Een empirisch onderzoek vanuit een geïntegreerd perspectief.Gandaius Meesterlijk, nr. 6
Deze publicatie is een grondige herwerking en uitbreiding
van een verkennende theorie-toetsende
studie die werd uitgevoerd als masterproef in de
Criminologische Wetenschappen (UGent). Deze
publicatie sluit hiermee aan bij de hedendaagse
criminologische aandacht voor individuele
beslissingsprocessen met betrekking tot normoverschrijdend gedrag
en de rol van het morele besef. De studie focust op de betekenis van
belangrijke socialiserende actoren (bindingen met ouders, ouderlijk
toezicht, betrokkenheid op school) ter verklaring van individuele
verschillen in regelovertreding bij adolescenten en de mediërende rol
van morele normen en anticipatie op de morele emoties schaamte en
schuld, twee belangrijke secundaire emoties. Extra aandacht wordt
besteed aan de effecten van de situationele blootstelling aan deviante
peers in interactie met de individuele moraliteit.
Het onderzoek is gevoerd vanuit een geïntegreerd perspectief aangevuld
met inzichten uit de hedendaagse sociale en morele psychologie.
De studie gaat ook in op de betekenis van de resultaten
voor verder onderzoek naar morele beslissingsprocessen, een braakliggend
terrein in de etiologische criminologie.
Gandaius Meesterlijk:
- Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie
S. Vandecapelle - Straatkinderen (bashege) in Kinshasa. Structureel geweld versus agency
M. Hendriks - Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934)
P. Leloup - Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten
L. Favril, F. Vander Laenen & T. Decorte - Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study
B. Van Damme & L. Pauwels
Ann De Buck studeerde in 2016 af aan de Universiteit Gent als
master in de Criminologische Wetenschappen.
Prof. Dr. Lieven Pauwels was promotor van het onderzoek.
Essential Texts on European and International Asylum and Migration Law And Policy
This volume comprises the relevant legal instruments and principal policy
documents in the area of international and European asylum and migration,
including the latest versions of pending legislative proposals.
The range of issues covered is comprehensive: human rights; nationality and
statelessness; equal treatment, non-discrimination, racism and xenophobia;
citizenship, residence and free movement; borders, border management and
entry; visa and passenger data; labour migration; family reunification; asylum,
subsidiary and temporary protection; irregular migration; and trafficking in human
beings.
The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within
which they were drawn up: either the United Nations, the Council of Europe or
the European Union (including Schengen-level instruments).
This edition provides practitioners, authorities, policy makers, scholars and
students throughout Europe with an accurate, up-to-date and forward-looking
compilation of essential texts on asylum and migration matters.
Gert Vermeulen is full professor of criminal law and EU justice and home
affairs, and director at the Institute for International Research on Criminal Policy
(IRCP) at Ghent University, Belgium.
Ellen Desmet is assistant professor of asylum and migration law at Ghent
University, Belgium.
Essential Texts on European and International Asylum and Migration Law And Policy
This volume comprises the relevant legal instruments and principal policy
documents in the area of international and European asylum and migration,
including the latest versions of pending legislative proposals.
The range of issues covered is comprehensive: human rights; nationality and
statelessness; equal treatment, non-discrimination, racism and xenophobia;
citizenship, residence and free movement; borders, border management and
entry; visa and passenger data; labour migration; family reunification; asylum,
subsidiary and temporary protection; irregular migration; and trafficking in human
beings.
The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within
which they were drawn up: either the United Nations, the Council of Europe or
the European Union (including Schengen-level instruments).
This edition provides practitioners, authorities, policy makers, scholars and
students throughout Europe with an accurate, up-to-date and forward-looking
compilation of essential texts on asylum and migration matters.
Gert Vermeulen is full professor of criminal law and EU justice and home
affairs, and director at the Institute for International Research on Criminal Policy
(IRCP) at Ghent University, Belgium.
Ellen Desmet is assistant professor of asylum and migration law at Ghent
University, Belgium.
Data Protection and Privacy Under Pressure. Transatlantic tensions,EU Surveillance and big data
Since the Snowden revelations, the adoption in May 2016 of the General
Data Protection Regulation and several ground-breaking judgments of
the Court of Justice of the European Union, data protection and
privacy are high on the agenda of policymakers, industries and the
legal research community.
Against this backdrop, Data Protection and Privacy under Pressure
sheds light on key developments where individuals’ rights to data
protection and privacy are at stake. The book discusses the persistent
transatlantic tensions around various EU-US data transfer mechanisms
and EU jurisdiction claims over non-EU-based companies, both sparked
by milestone court cases. Additionally, it scrutinises the expanding
control or surveillance mechanisms and interconnection of databases in
the areas of migration control, internal security and law enforcement,
and oversight thereon. Finally, it explores current and future legal
challenges related to big data and automated decision-making in the
contexts of policing, pharmaceutics and advertising.
Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal
law and director of the Institute for International Research on Criminal
Policy (IRCP) at Ghent University, and privacy commissioner at the
Belgian DPA.
Eva Lievens is assistant professor of law and technology at Ghent
University.
Data Protection and Privacy Under Pressure. Transatlantic tensions,EU Surveillance and big data
Since the Snowden revelations, the adoption in May 2016 of the General
Data Protection Regulation and several ground-breaking judgments of
the Court of Justice of the European Union, data protection and
privacy are high on the agenda of policymakers, industries and the
legal research community.
Against this backdrop, Data Protection and Privacy under Pressure
sheds light on key developments where individuals’ rights to data
protection and privacy are at stake. The book discusses the persistent
transatlantic tensions around various EU-US data transfer mechanisms
and EU jurisdiction claims over non-EU-based companies, both sparked
by milestone court cases. Additionally, it scrutinises the expanding
control or surveillance mechanisms and interconnection of databases in
the areas of migration control, internal security and law enforcement,
and oversight thereon. Finally, it explores current and future legal
challenges related to big data and automated decision-making in the
contexts of policing, pharmaceutics and advertising.
Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal
law and director of the Institute for International Research on Criminal
Policy (IRCP) at Ghent University, and privacy commissioner at the
Belgian DPA.
Eva Lievens is assistant professor of law and technology at Ghent
University.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatre
décennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart de
siècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,
1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire après
presque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatre
décennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart de
siècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,
1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire après
presque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,
de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du Réseau
Hunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder de
loep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligence
strategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaar
Veiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent du
réseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,
de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du Réseau
Hunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder de
loep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligence
strategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaar
Veiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent du
réseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in
het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor
in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de
Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische
Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep
Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on CriminalPolicy (IRCP).
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in
het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor
in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de
Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische
Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep
Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on CriminalPolicy (IRCP).
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Latijnse rechtstermen
Constant De Koninck studeerde Rechten en Criminologie aan de Rijksuniversiteit te Gent. Hij is eerste auditeur bij het Rekenhof. De auteur maakt deel uit van een internationaal vertalersteam dat onder leiding van Prof. Mr. J.E. Spruit (Universiteit Utrecht) de integrale vertaling van het Corpus Iuris Civilis in het Nederlands realiseert.
Latijnse rechtstermen
Constant De Koninck studeerde Rechten en Criminologie aan de Rijksuniversiteit te Gent. Hij is eerste auditeur bij het Rekenhof. De auteur maakt deel uit van een internationaal vertalersteam dat onder leiding van Prof. Mr. J.E. Spruit (Universiteit Utrecht) de integrale vertaling van het Corpus Iuris Civilis in het Nederlands realiseert.
Internationaal huispersoneel in België./Le personnel domestique international en Belgique (IRCP-reeks)
Internationaal huispersoneel in België./Le personnel domestique international en Belgique (IRCP-reeks)
Handleiding juridisch schrijven – 2de herwerkte uitgave
cheap abortion clinics in maryland
cheap abortion clinics in md tymejczyk.comDeze handleiding reikt zowel juristen als niet-juristen tips aan voor het opstellen van vlotte, functionele, inhoudelijk correcte en overtuigende juridische teksten. Ze volgt daarbij de chronologische stappen die je als schrijver doorloopt: afbakening van het thema, gegevensverzameling, citeerwijzen, argumenteren en formuleren, eindredactie. Zowel uitvoerige betogen of verhandelingen, als brieven en nota’s komen hierbij aan bod. Praktische voorbeelden illustreren dit alles vanuit diverse invalshoeken: een juridisch adviseur op een ministerie, een jurist van een multinational, een fiscalist, een advocaat, ... maar ook een directiesecretaresse en een gewone burger. Ook bronnen ontbreken niet: een lijst van de belangrijkste tijdschriften per rechtstak, het overzicht van de gegevensbanken voor juridische informatie en de adressen van rechtsfaculteiten en bibliotheken.
Het boek is bestemd voor iedereen die als schrijver - maar ook als lezer - al eens met juridische teksten te maken krijgt.
De auteurs zijn, elk vanuit hun eigen werkterrein, professionele juridische schrijvers.
Boudewijn Bouckaert is gewoon hoogleraar aan de Universiteit van Gent en lid van de Hoge Raad voor de Justitie.
Bart De Moor is advocaat in Brussel. Hij doceert recht aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Vlekho).
Handleiding juridisch schrijven – 2de herwerkte uitgave
cheap abortion clinics in maryland
cheap abortion clinics in md tymejczyk.comDeze handleiding reikt zowel juristen als niet-juristen tips aan voor het opstellen van vlotte, functionele, inhoudelijk correcte en overtuigende juridische teksten. Ze volgt daarbij de chronologische stappen die je als schrijver doorloopt: afbakening van het thema, gegevensverzameling, citeerwijzen, argumenteren en formuleren, eindredactie. Zowel uitvoerige betogen of verhandelingen, als brieven en nota’s komen hierbij aan bod. Praktische voorbeelden illustreren dit alles vanuit diverse invalshoeken: een juridisch adviseur op een ministerie, een jurist van een multinational, een fiscalist, een advocaat, ... maar ook een directiesecretaresse en een gewone burger. Ook bronnen ontbreken niet: een lijst van de belangrijkste tijdschriften per rechtstak, het overzicht van de gegevensbanken voor juridische informatie en de adressen van rechtsfaculteiten en bibliotheken.
Het boek is bestemd voor iedereen die als schrijver - maar ook als lezer - al eens met juridische teksten te maken krijgt.
De auteurs zijn, elk vanuit hun eigen werkterrein, professionele juridische schrijvers.
Boudewijn Bouckaert is gewoon hoogleraar aan de Universiteit van Gent en lid van de Hoge Raad voor de Justitie.
Bart De Moor is advocaat in Brussel. Hij doceert recht aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Vlekho).
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel
een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur
van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.
Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de
Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en
adviseur bij de FOD Financiën.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel
een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur
van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.
Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de
Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en
adviseur bij de FOD Financiën.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin
Van Damme, who personally developed an internet
application for randomized scenario studies that can be
used to test ideas developed in theories of crime causation.
This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven
Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master
dissertation, namely a study on the empirical status of
situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven
Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking
can be seen as a perception-choice process, i.e. the
result of person-environment interactions. Environmental
characteristics trigger criminal decision-making, but only in
individuals that see crime as an alternative. The theoretical
and methodological consequences for criminological inquiries
are discussed.
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin
Van Damme, who personally developed an internet
application for randomized scenario studies that can be
used to test ideas developed in theories of crime causation.
This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven
Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master
dissertation, namely a study on the empirical status of
situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven
Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking
can be seen as a perception-choice process, i.e. the
result of person-environment interactions. Environmental
characteristics trigger criminal decision-making, but only in
individuals that see crime as an alternative. The theoretical
and methodological consequences for criminological inquiries
are discussed.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.
Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)
In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentJelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.
Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)
In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.
GPRC – guaranteed peer reviewed contentJelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.
Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)
Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.
Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.
Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Bon de commande
Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos
Scénarios pour une nouvelle procédure pénale belge. Etude pratique des problèmes rencontrés (IRCP-reeks, nr. 50)
Sur le livre:
La nécessité de procéder à une réforme globale et à une modernisation de la procédure pénale fait consensus depuis longtemps déjà. Après l’arrêt final des travaux de la Commission Franchimont, le débat a connu un second souffle avec l’accord de gouvernement fédéral de 2011, qui réitérait l’intention de rédiger un Code d’instruction criminelle modernisé. En réponse à la note de politique générale du ministre de la Justice, le service de la Politique criminelle a rédigé fin 2012 un cahier de charges pour une « Étude pratique des points d’achoppement dans l’actuelle procédure pénale belge en vue de la rédaction d’une nouvelle procédure pénale ». Cette étude a été confiée à une équipe de recherche de l’université de Gand à l’été 2013 et finalisée à l’automne 2014. Le présent livre regroupe les résultats de l’étude. Entre-temps, le moment de réaliser une réforme de la procédure pénale – l’accord de gouvernement fédéral du 9 octobre 2014 en a encore souligné l’importance – est plus propice que jamais.
Cet ouvrage ne fait pas que relever les nombreux problèmes qui se posent dans le cadre de la procédure pénale actuelle, tels que les ressentent des acteurs comme les magistrats, les avocats et la police. L’analyse des chercheurs établit clairement qu’une réforme globale de la procédure pénale nécessite en réalité un choix politique fondamental concernant la direction de l’instruction préparatoire et le degré de participation des parties dans cette instruction préparatoire. Dès que ce choix politique sera fait, d’autres choix s’imposeront pour aborder les divers autres problèmes. C’est la raison pour laquelle les chercheurs ont développé dans ce livre quatre scénarios différents qui présentent chacun, en fonction des choix fondamentaux à opérer, une proposition globale cohérente en vue d’une procédure pénale plus efficiente.
Ce livre apporte une contribution objective et neutre au futur débat sur la réforme et constitue une lecture recommandée pour toutes les personnes qui s’intéressent pour des raisons professionnelles ou autres à l’avenir de la procédure pénale belge.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Bon de commande
Sur le contenu:
Contenu
Avant-Propos
Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)
Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.
Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)
Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.
Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.
GPRC – guaranteed peer reviewed content
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 4.
Uit de inhoud
Estimating the Risk of Economic Espionage
Emin Daskin
Een schadelijke sektarische bedreiging onderzocht: Takfirisme
Jeroen De Keyser
L’État et le renseignement. L’autre ‘dimension manquante’
Gérald Arboit
Innovaties in de Nederlandse handhavingsketen
Gerard Bakker & René Westra
Escape from Mind-Set Prison: Psychological Impediments to the Intelligence
Effort and Structured Analytical Techniques
Kenneth L. Lasoen
La sauvegarde du Potentiel Economique, Scientifique et Industriel (PESI)
comme pilier de la politique publique en Intelligence Stratégique (IS).
Quelle articulation pour la communauté du renseignement?
Patrick Leroy
Hayward James, Double Agent Snow. The true story of Arthur Owens, Hitler’s
chief spy in England
Etienne Verhoeyen
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 4.
Uit de inhoud
Estimating the Risk of Economic Espionage
Emin Daskin
Een schadelijke sektarische bedreiging onderzocht: Takfirisme
Jeroen De Keyser
L’État et le renseignement. L’autre ‘dimension manquante’
Gérald Arboit
Innovaties in de Nederlandse handhavingsketen
Gerard Bakker & René Westra
Escape from Mind-Set Prison: Psychological Impediments to the Intelligence
Effort and Structured Analytical Techniques
Kenneth L. Lasoen
La sauvegarde du Potentiel Economique, Scientifique et Industriel (PESI)
comme pilier de la politique publique en Intelligence Stratégique (IS).
Quelle articulation pour la communauté du renseignement?
Patrick Leroy
Hayward James, Double Agent Snow. The true story of Arthur Owens, Hitler’s
chief spy in England
Etienne Verhoeyen
Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting
De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is dit volgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekking heeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtige komt voor aftrek in aanmerking.
De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloop van het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceert dat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit de complexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel 19, §1 WBTW in elkaar?
Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeelden zodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting
De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is dit volgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekking heeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtige komt voor aftrek in aanmerking.
De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloop van het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceert dat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit de complexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel 19, §1 WBTW in elkaar?
Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeelden zodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
European Health Law
European Health Law is the most authoritative guide to the subject. Written by leading experts in health law, this book offers an in depth review of the main themes in European health law, from patients’ rights and duties, the role of health professionals, and health care financing and rationing, to public health and health related issues, such as occupational health and environmental health. An unparalleled resource for students and practitioners, this is the book you need on European health law.
André den Exter [ed.] is a lecturer in Health law and holds the Jean Monnet Chair on European Union health law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
European Health Law
European Health Law is the most authoritative guide to the subject. Written by leading experts in health law, this book offers an in depth review of the main themes in European health law, from patients’ rights and duties, the role of health professionals, and health care financing and rationing, to public health and health related issues, such as occupational health and environmental health. An unparalleled resource for students and practitioners, this is the book you need on European health law.
André den Exter [ed.] is a lecturer in Health law and holds the Jean Monnet Chair on European Union health law at the Institute of Health Policy and Management, Erasmus University Rotterdam.
Indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Rechtvaardigingsgronden in het diensten- en personenverkeer
Artikel 18, alinea 1 VWEU bevat een algemeen discriminatieverbod op grond van nationaliteit. Dit verbod omvat volgens het Hof van Justitie naast directe ook indirecte discriminatie, waarbij de discriminatie wordt veroorzaakt door een niet uitdrukkelijk verboden onderscheidingscriterium dat in de praktijk hoofdzakelijk in het nadeel werkt of kan werken van de EU-onderdanen die afkomstig zijn uit een andere lidstaat.
Dit boek onderzoekt wat de slaagkansen zijn van de rechtvaardigingsgronden die
de EU-lidstaten voor het Hof van Justitie inroepen om hun nationale maatregelen
te rechtvaardigen die de onderdanen afkomstig uit een andere lidstaat op indirecte
wijze discrimineren op grond van hun nationaliteit. En meer specifiek: in welke mate
slaagt het Hof erin om de belangen van de Unie, de EU-lidstaten en de EU-burgers
met elkaar te verzoenen wanneer het zich buigt over de rechtvaardigingsgronden
die EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende maatregelen in het kader
van het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Wanneer is er volgens het Hof van Justitie in het diensten- en personenverkeer sprake
van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit en welke gronden kunnen
de EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende nationale maatregelen
die betrekking hebben op het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Indirecte discriminatie op grond van nationaliteit. Rechtvaardigingsgronden in het diensten- en personenverkeer
Artikel 18, alinea 1 VWEU bevat een algemeen discriminatieverbod op grond van nationaliteit. Dit verbod omvat volgens het Hof van Justitie naast directe ook indirecte discriminatie, waarbij de discriminatie wordt veroorzaakt door een niet uitdrukkelijk verboden onderscheidingscriterium dat in de praktijk hoofdzakelijk in het nadeel werkt of kan werken van de EU-onderdanen die afkomstig zijn uit een andere lidstaat.
Dit boek onderzoekt wat de slaagkansen zijn van de rechtvaardigingsgronden die
de EU-lidstaten voor het Hof van Justitie inroepen om hun nationale maatregelen
te rechtvaardigen die de onderdanen afkomstig uit een andere lidstaat op indirecte
wijze discrimineren op grond van hun nationaliteit. En meer specifiek: in welke mate
slaagt het Hof erin om de belangen van de Unie, de EU-lidstaten en de EU-burgers
met elkaar te verzoenen wanneer het zich buigt over de rechtvaardigingsgronden
die EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende maatregelen in het kader
van het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Wanneer is er volgens het Hof van Justitie in het diensten- en personenverkeer sprake
van indirecte discriminatie op grond van nationaliteit en welke gronden kunnen
de EU-lidstaten inroepen om hun indirect discriminerende nationale maatregelen
die betrekking hebben op het diensten- en personenverkeer te rechtvaardigen?
Manuel des Auditions 2
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
Manuel des Auditions 2
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
Manuel des Auditions 1
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
Manuel des Auditions 1
Les textes de cours pour les écoles de police, traduits en français par Caroline Picrit, sont harmonisés au niveau national et ont été rassemblés dans le présent livre. Ils ont été élargis et étayés par des jurisprudences pertinentes, du droit, de la littérature professionnelle tant scientifique, policière que non policière, mais aussi par de la littérature populaire. En effet, une audition est un entretien à propos d’un délit et les mêmes techniques que dans d’autres groupes professionnels et dans la vie quotidienne y sont utilisées. L’audition policière belge n’a pas de secrets.
Les sujets repris dans le ‘Manuel des Auditions 1’ ont été choisis pour fournir suffisamment d’informations pour les situations d’audition auxquelles l’interviewer moyen, le spécialiste du droit ou l’intéressé est confronté. Le ‘Manuel des Auditions 2’ reprend quant à lui des sujets d’audition plus spécifiques.
De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk (Reeks Panopticon Libri, nr. 8)
Veerle Scheirs is als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Criminologie en de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) van de Vrije Universiteit Brussel.
De strafuitvoeringsrechtbank aan het werk (Reeks Panopticon Libri, nr. 8)
Veerle Scheirs is als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Criminologie en de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) van de Vrije Universiteit Brussel.
Recht en media. Zijn de media een gevaar of een zegen voor het recht?
In deze bundel van het Leidse Mordenate College staat de verwevenheid tussen het recht en de media centraal. Recht en media zijn eenheden die elkaar voortdurend beïnvloeden. Deze interactie vormt aanleiding voor diverse interessante juridische vraagstukken, waarvan een groot aantal in de bijdragen van deze bundel aan bod komt.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht en Media’ op 11 mei 2012. Het resultaat is een gevarieerde bundel met interessante bijdragen van professionals en studenten, waarin beoogd wordt vanuit verschillende rechtsgebieden de verwevenheid tussen recht en media te belichten. Onderwerpen als het spanningsveld tussen de social media en privacybescherming, de onschuld-presumptie van verdachten in het strafrecht en de rol van de rechter in het veranderende medialandschap passeren de revue. De media blijken een gevaar én een zegen voor het recht te zijn.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates E.M.T. Huijzer, D.E. Mulder, W.A. Speldenbrink en D.J. Verhey.
Zij bevat bijdragen van prof. mr. H.J. Snijders, dr. M. Becker, A. Pouw & N. Reijnen, mr. C.W. Zwaaneveld, prof. mr. L. Moerel, mr. drs. A.M.M. Hendrikx, prof. mr. C.P.M. Cleiren, mr. S.A. Gawronski en mr. F.P.Ölçer.
Recht en media. Zijn de media een gevaar of een zegen voor het recht?
In deze bundel van het Leidse Mordenate College staat de verwevenheid tussen het recht en de media centraal. Recht en media zijn eenheden die elkaar voortdurend beïnvloeden. Deze interactie vormt aanleiding voor diverse interessante juridische vraagstukken, waarvan een groot aantal in de bijdragen van deze bundel aan bod komt.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht en Media’ op 11 mei 2012. Het resultaat is een gevarieerde bundel met interessante bijdragen van professionals en studenten, waarin beoogd wordt vanuit verschillende rechtsgebieden de verwevenheid tussen recht en media te belichten. Onderwerpen als het spanningsveld tussen de social media en privacybescherming, de onschuld-presumptie van verdachten in het strafrecht en de rol van de rechter in het veranderende medialandschap passeren de revue. De media blijken een gevaar én een zegen voor het recht te zijn.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates E.M.T. Huijzer, D.E. Mulder, W.A. Speldenbrink en D.J. Verhey.
Zij bevat bijdragen van prof. mr. H.J. Snijders, dr. M. Becker, A. Pouw & N. Reijnen, mr. C.W. Zwaaneveld, prof. mr. L. Moerel, mr. drs. A.M.M. Hendrikx, prof. mr. C.P.M. Cleiren, mr. S.A. Gawronski en mr. F.P.Ölçer.
Actuele ontwikkelingen inzake EU-justitiebeleid, cannabisbeleid, misdaad en straf, jongeren en jeugdzorg, internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid, gewelddadig extremisme & private veiligheid en zelfregulering
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de 7de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein van het strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekers van de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent behandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnen hun specialisatiegebied.
Actuele ontwikkelingen inzake EU-justitiebeleid, cannabisbeleid, misdaad en straf, jongeren en jeugdzorg, internationale vrede, veiligheid en gerechtigheid, gewelddadig extremisme & private veiligheid en zelfregulering
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de 7de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein van het strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekers van de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent behandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnen hun specialisatiegebied.
Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934) (Gandaius Meesterlijk, nr. 3)
Het buiten beschouwing laten van een historisch perspectief zorgt vandaag voor verkeerde opvattingen over de invulling van de veiligheidszorg.
Om de onjuiste inzichten hierover weg te werken, analyseert de auteur de historische inbedding van de ‘moderne’ veiligheidszorg in België vanuit een criminologische invalshoek.
Private en commerciële veiligheidszorg in België. Een historisch-criminologisch onderzoek (1870-1934) (Gandaius Meesterlijk, nr. 3)
Het buiten beschouwing laten van een historisch perspectief zorgt vandaag voor verkeerde opvattingen over de invulling van de veiligheidszorg.
Om de onjuiste inzichten hierover weg te werken, analyseert de auteur de historische inbedding van de ‘moderne’ veiligheidszorg in België vanuit een criminologische invalshoek.
Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)
Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelasting
ofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In een
tweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingen
onderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonen
in de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,
belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelasting
naar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks tot
vergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedure
om fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifieke
aansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van
Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, in de Toegepaste Economische Wetenschappen en in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven, werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Vzw en fiscaliteit (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 25)
Een vzw met fiscale woonplaats in België kan in principe ofwel aan de vennootschapsbelasting
ofwel aan de rechtspersonenbelasting (RPB) onderworpen zijn. In een
tweede deel van dit boek wordt de positie van de vzw in de inkomstenbelastingen
onderzocht. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de aanslag geheime commissielonen
in de rechtspersonenbelasting, het fiscaal statuut van bestuurders van een vzw,
belastingvrije vergoeding voor vrijwilligers, de omschakeling van de rechtspersonenbelasting
naar de vennootschapsbelasting. Daarna wordt de jaarlijkse taks tot
vergoeding van de successierechten geanalyseerd en de erkenningsprocedure
om fiscaal aftrekbare giften te mogen ontvangen. Als laatste worden de specifieke
aansprakelijkheidsregels voor de bedrijfsvoorheffing en de btw behandeld.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen
– expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en
bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van
Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, in de Toegepaste Economische Wetenschappen en in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven, werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Meer info over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)
Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.
In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.
Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Exit gevangenis? De werking van de strafuitvoeringsrechtbanken en de wet op de externe rechtspositie van veroordeelden tot een vrijheidsstraf (Reeks Panopticon Libri, nr. 6)
Sinds de zaak-Dutroux in 1996 is de vervroegde invrijheidstelling van gedetineerden regelmatig voorwerp van emotionele discussies in de media, waarbij de belangen van slachtoffers en gedetineerden vaak tegen elkaar worden uitgespeeld. De zaak-Dutroux heeft de hervorming van het invrijheidstellingstraject van gedetineerden echter in een stroomversnelling gebracht. Het resultaat is een compleet vernieuwde regelgeving, beslissingsprocedure en -praktijk, met als kers op de taart de oprichting van multidisciplinaire strafuitvoeringsrechtbanken.
In dit boek blikken criminologen en juristen terug op dit belangrijke hervormingsproces, dat wordt gesitueerd in zijn historische, maatschappelijke, juridische en beleidsmatige context. Het boek presenteert verder resultaten van de belangrijkste empirische onderzoeken over de toepassing van de nieuwe regelgeving en de aanpassing hieraan door het werkveld. Er wordt afgesloten met een kritische beschouwing van de recente ontwikkelingen, tegen het licht van de oorspronkelijke hervormingsvoorstellen van de zogenaamde commissie Holsters.
Met bijdragen van Kristel Beyens, Tom Daems, Eric Maes, Yves Van Den Berge, Frank Verbruggen, Luc Robert, Benjamin Mine, Carrol Tange, Veerle Scheirs en Sonja Snacken.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht
De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs is deze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-recht voor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in 2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat worden verplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.
Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht te schenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publieke entiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft de wetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.
In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar de andere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of het EVRM.
Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig recht op de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit het positieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Christien de Kruif (1975) is als universitair docent staats- en bestuursrecht en als opleidingsdirecteur van de Honours Academy verbonden aan de Universiteit Leiden.
Dit is een boek in de Meijers-reeks.
De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Multilevel Jurisdiction.
Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht
De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs is deze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-recht voor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in 2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat worden verplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.
Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht te schenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publieke entiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft de wetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.
In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar de andere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of het EVRM.
Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig recht op de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit het positieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.
Christien de Kruif (1975) is als universitair docent staats- en bestuursrecht en als opleidingsdirecteur van de Honours Academy verbonden aan de Universiteit Leiden.
Dit is een boek in de Meijers-reeks.
De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Multilevel Jurisdiction.
Straatkinderen in Kinshasa. Structureel geweld versus agency (Gandaius Meesterlijk, nr. 2)
Het beeld dat Europeanen zich vormen van het hedendaags Afrika is er veelal één van troosteloosheid en defaitisme. De situatie van de ontelbare straatkinderen in Kinshasa lijkt daar wel de meest treffende illustratie van.
Dit boek draagt in niet te onderschatten mate bij tot een beter begrip van de leefwereld van deze bashege in de Congolese miljoenenstad. Het onderzoek biedt vernieuwende criminologisch-etnografische inzichten in deze realiteit. Het legt bloot hoe deze kinderen, hoewel ze voortdurend geconfronteerd worden met brutale vormen van structureel geweld, strategieën ontwikkelen om deze uitzichtloze situatie om te keren in een meer offensieve levensstijl. Het geeft aan hoe zij vormen weten te ontwikkelen van eigen informele economieën met nieuwe perspectieven.
Het boek doorbreekt niet alleen het al te enge criminologische denken, redenerend in termen van ‘daders’ en ‘slachtoffers’, maar opent nieuwe mogelijkheden voor diegenen die het goed voor hebben met Afrika. Het toont beleidsmakers, hulpverleners en ontwikkelingswerkers dat er een ontstellend reservoir aan dynamisme en innovatie aanwezig is, op voorwaarde dat men bereid is de leefwereld van de bashege van Kinshasa binnen te treden.
“Maarten Hendriks draagt met zijn criminologisch-etnografische
studie bij tot een beter inzicht in de Afrikaanse realiteit van
vandaag, wekt de bashege van Kinshasa tot leven en legt bloot
hoe deze straatkinderen geen leidzame objecten zijn van
structureel geweld maar handelende subjecten met veerkracht en
dynamisme.”
Prof. dr. Paul Ponsaers
Straatkinderen in Kinshasa. Structureel geweld versus agency (Gandaius Meesterlijk, nr. 2)
Het beeld dat Europeanen zich vormen van het hedendaags Afrika is er veelal één van troosteloosheid en defaitisme. De situatie van de ontelbare straatkinderen in Kinshasa lijkt daar wel de meest treffende illustratie van.
Dit boek draagt in niet te onderschatten mate bij tot een beter begrip van de leefwereld van deze bashege in de Congolese miljoenenstad. Het onderzoek biedt vernieuwende criminologisch-etnografische inzichten in deze realiteit. Het legt bloot hoe deze kinderen, hoewel ze voortdurend geconfronteerd worden met brutale vormen van structureel geweld, strategieën ontwikkelen om deze uitzichtloze situatie om te keren in een meer offensieve levensstijl. Het geeft aan hoe zij vormen weten te ontwikkelen van eigen informele economieën met nieuwe perspectieven.
Het boek doorbreekt niet alleen het al te enge criminologische denken, redenerend in termen van ‘daders’ en ‘slachtoffers’, maar opent nieuwe mogelijkheden voor diegenen die het goed voor hebben met Afrika. Het toont beleidsmakers, hulpverleners en ontwikkelingswerkers dat er een ontstellend reservoir aan dynamisme en innovatie aanwezig is, op voorwaarde dat men bereid is de leefwereld van de bashege van Kinshasa binnen te treden.
“Maarten Hendriks draagt met zijn criminologisch-etnografische
studie bij tot een beter inzicht in de Afrikaanse realiteit van
vandaag, wekt de bashege van Kinshasa tot leven en legt bloot
hoe deze straatkinderen geen leidzame objecten zijn van
structureel geweld maar handelende subjecten met veerkracht en
dynamisme.”
Prof. dr. Paul Ponsaers
Hoogste gerechtshoven in Europa. Een historisch portret.
Hoogste gerechtshoven in Europa: Een historisch portret is een rijk geïllustreerde uitgave die het resultaat vormt van ruim drie jaar werk door rechtshistorici en andere juristen.
Het boek behandelt de geschiedenis van de hoogste rechtscolleges in Europa, van de middeleeuwen tot op heden. Ondanks alle verscheidenheid kunnen toch opmerkelijke gemeenschappelijke thema’s en motieven, die de rechtspraktijk op het hoogste niveau hebben beïnvloed, voor het voetlicht worden gebracht.
Interessant is de actualiteit van de problemen waarmee de hoogste rechtscolleges in Europa, zowel vóór als na de komst van Napoleon, te kampen hadden. Verschillen in taal, tradities en rechtssystemen vormen nog altijd een uitdaging voor juristen die werkzaam zijn in (inter)nationale en supranationale hoge rechtscolleges.
Dit boek kadert de huidige rol van de internationale gerechtshoven in een opmerkelijk rijke Europese nalatenschap van rechtstradities en culturen.
In vijfentwintig hoofdstukken brengen vooraanstaande experts een bewogen geschiedenis tot leven, die begint met de Grandi Tribunali in middeleeuws Italië en die via onder meer de Habsburgse Nederlanden eindigt met het huidige Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
De tekst wordt verlucht met ruim 160 illustraties uit archieven en collecties uit heel Europa, aangevuld met moderne afbeeldingen van onder andere Europese en nationale hoven en instellingen. Afbeeldingen die tot voor kort slechts in een beperkte kring van specialisten bekend waren, zijn nu voor het eerst toegankelijk voor een breder publiek.
"Deze publicatie zal eens te meer de boodschap brengen dat het Europa van de rechters uniek is en dat het van oudsher de geschiedenis van ons continent heeft geboetseerd.
Een onweerstaanbare bibliofiele uitgave voor elke jurist."
Marcel Storme, voormalig rechter ad hoc in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Walter Van Gerven, voormalig advocaat-generaal in het Hof van Justitie van de Europese Unie
"By focussing on the highest courts of each country, the editors and contributors have managed to concentrate on a meaningful and illuminating basis of comparison, and to discuss the histories of the various supreme courts in depth, thereby producing a book of real scholarship as well as great beauty."
Baron Neuberger of Abbotsbury, President of the Supreme Court of the United Kingdom.
N.B. Abonnees van het Tijdschrift voor Privaatrecht krijgen deze uitgave in april 2013 als geschenk toegestuurd ter gelegenheid van het vijftigste werkingsjaar van het tijdschrift.
Auteursoverzicht
Hoogste gerechtshoven in Europa. Een historisch portret.
Hoogste gerechtshoven in Europa: Een historisch portret is een rijk geïllustreerde uitgave die het resultaat vormt van ruim drie jaar werk door rechtshistorici en andere juristen.
Het boek behandelt de geschiedenis van de hoogste rechtscolleges in Europa, van de middeleeuwen tot op heden. Ondanks alle verscheidenheid kunnen toch opmerkelijke gemeenschappelijke thema’s en motieven, die de rechtspraktijk op het hoogste niveau hebben beïnvloed, voor het voetlicht worden gebracht.
Interessant is de actualiteit van de problemen waarmee de hoogste rechtscolleges in Europa, zowel vóór als na de komst van Napoleon, te kampen hadden. Verschillen in taal, tradities en rechtssystemen vormen nog altijd een uitdaging voor juristen die werkzaam zijn in (inter)nationale en supranationale hoge rechtscolleges.
Dit boek kadert de huidige rol van de internationale gerechtshoven in een opmerkelijk rijke Europese nalatenschap van rechtstradities en culturen.
In vijfentwintig hoofdstukken brengen vooraanstaande experts een bewogen geschiedenis tot leven, die begint met de Grandi Tribunali in middeleeuws Italië en die via onder meer de Habsburgse Nederlanden eindigt met het huidige Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
De tekst wordt verlucht met ruim 160 illustraties uit archieven en collecties uit heel Europa, aangevuld met moderne afbeeldingen van onder andere Europese en nationale hoven en instellingen. Afbeeldingen die tot voor kort slechts in een beperkte kring van specialisten bekend waren, zijn nu voor het eerst toegankelijk voor een breder publiek.
"Deze publicatie zal eens te meer de boodschap brengen dat het Europa van de rechters uniek is en dat het van oudsher de geschiedenis van ons continent heeft geboetseerd.
Een onweerstaanbare bibliofiele uitgave voor elke jurist."
Marcel Storme, voormalig rechter ad hoc in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Walter Van Gerven, voormalig advocaat-generaal in het Hof van Justitie van de Europese Unie
"By focussing on the highest courts of each country, the editors and contributors have managed to concentrate on a meaningful and illuminating basis of comparison, and to discuss the histories of the various supreme courts in depth, thereby producing a book of real scholarship as well as great beauty."
Baron Neuberger of Abbotsbury, President of the Supreme Court of the United Kingdom.
N.B. Abonnees van het Tijdschrift voor Privaatrecht krijgen deze uitgave in april 2013 als geschenk toegestuurd ter gelegenheid van het vijftigste werkingsjaar van het tijdschrift.
Auteursoverzicht
Stress et trauma dans les services de police et de secours
Sur le livre:
Les répercussions négatives du stress et du trauma constituent une réalité qui ne peut être mise en doute et depuis plusieurs décennies, elles ont fait l’objet de multiples recherches et publications. Il semble en effet évident que l’exercice de certaines professions particulièrement stressantes puisse engendrer des répercussions tant sur le plan physiologique que psychologique. De telles constations ont été effectuées par de nombreux auteurs de toutes nationalités, notamment chez les contrôleurs aériens, le personnel soignant, mais aussi chez les membres des services d’incendie et les policiers.
Ce livre propose donc d’évoquer, dans sa première partie, une nécessaire revue de la littérature concernant le stress d’un point de vue général pour ensuite l’aborder chez les intervenants. Les autres parties de l’ouvrage se consacreront aux domaines de la psychotraumatologie, des principes de première assistance psychologique ainsi qu’aux techniques d’entretien et d’intervention individuelle ou collective à la suite d’événements bouleversants.
Enfin, le rôle joué par le tissu social de l’intervenant, la description d’un modèle de prévention, de prise en charge et de suivi du stress lié aux interventions dans ces professions seront également abordés, toujours dans une perspective résolument dynamique, pratique, accessible à tous les non « initiés ». Si ce livre s’adresse aux policiers et sauveteurs tant dans un but personnel que de soutien, il est évident que d’autres professions, confrontées également à des situations de crise pourront aisément l’adapter à leur réalité professionnelle.
Sur le contenu:
Table des matières
Préface
Bon de commande
Sur les auteurs:
Erik DE SOIR est doctorant en psychologie et psychothérapeute d’orientation familiale, conjugale et systémique, rattaché à l’Institut royal supérieur de défense. Il est confronté quotidiennement à la prévention, la prise en charge et le traitement de traumatismes psychiques en tant que psychologue sapeur-pompier, spécialiste des traumatismes de guerre et de catastrophe.
Frédéric DAUBECHIES est docteur en psychologie, psychothérapeute en thérapie brève et hypnose ericksonienne. Il est Directeur du service d’Appui Psychologique aux Intervenants (API) en Province de Hainaut, chargé de cours au sein des écoles de police, du feu et des intervenants dans le milieu des services d’urgence et anime des séminaires pour les acteurs de la sécurité publique et de l’urgence.
Patrick VAN DEN STEENE est psychologue, psychothérapeute et hypnothérapeute, spécialisé en thérapie du trauma. Il est coordinateur au sein du Stressteam de la Zone de Police à Schaerbeek – Saint-Josse-Ten-Noode et Evere, et supervise plusieurs réseaux d’intervention et d’aide collégiale dans des services de police et de secours.
Stress et trauma dans les services de police et de secours
Sur le livre:
Les répercussions négatives du stress et du trauma constituent une réalité qui ne peut être mise en doute et depuis plusieurs décennies, elles ont fait l’objet de multiples recherches et publications. Il semble en effet évident que l’exercice de certaines professions particulièrement stressantes puisse engendrer des répercussions tant sur le plan physiologique que psychologique. De telles constations ont été effectuées par de nombreux auteurs de toutes nationalités, notamment chez les contrôleurs aériens, le personnel soignant, mais aussi chez les membres des services d’incendie et les policiers.
Ce livre propose donc d’évoquer, dans sa première partie, une nécessaire revue de la littérature concernant le stress d’un point de vue général pour ensuite l’aborder chez les intervenants. Les autres parties de l’ouvrage se consacreront aux domaines de la psychotraumatologie, des principes de première assistance psychologique ainsi qu’aux techniques d’entretien et d’intervention individuelle ou collective à la suite d’événements bouleversants.
Enfin, le rôle joué par le tissu social de l’intervenant, la description d’un modèle de prévention, de prise en charge et de suivi du stress lié aux interventions dans ces professions seront également abordés, toujours dans une perspective résolument dynamique, pratique, accessible à tous les non « initiés ». Si ce livre s’adresse aux policiers et sauveteurs tant dans un but personnel que de soutien, il est évident que d’autres professions, confrontées également à des situations de crise pourront aisément l’adapter à leur réalité professionnelle.
Sur le contenu:
Table des matières
Préface
Bon de commande
Sur les auteurs:
Erik DE SOIR est doctorant en psychologie et psychothérapeute d’orientation familiale, conjugale et systémique, rattaché à l’Institut royal supérieur de défense. Il est confronté quotidiennement à la prévention, la prise en charge et le traitement de traumatismes psychiques en tant que psychologue sapeur-pompier, spécialiste des traumatismes de guerre et de catastrophe.
Frédéric DAUBECHIES est docteur en psychologie, psychothérapeute en thérapie brève et hypnose ericksonienne. Il est Directeur du service d’Appui Psychologique aux Intervenants (API) en Province de Hainaut, chargé de cours au sein des écoles de police, du feu et des intervenants dans le milieu des services d’urgence et anime des séminaires pour les acteurs de la sécurité publique et de l’urgence.
Patrick VAN DEN STEENE est psychologue, psychothérapeute et hypnothérapeute, spécialisé en thérapie du trauma. Il est coordinateur au sein du Stressteam de la Zone de Police à Schaerbeek – Saint-Josse-Ten-Noode et Evere, et supervise plusieurs réseaux d’intervention et d’aide collégiale dans des services de police et de secours.
A Swelling Culture of Control. De genese en toepassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties in België. (Reeks Politiestudies, nr. 2)
De voorliggende publicatie maakt in eerste instantie een reconstructie van 27 jaar veiligheidsbeleid (1985-2007) die de context vormt voor de totstandkoming van de Belgische GAS-wet. Politieke, maar ook sociale en maatschappelijke kenmerken die aanleiding waren voor een vernieuwd veiligheidsbeleid krijgen hier een plaats.
Een tweede empirisch luik zoomt in op de overlastaanpak in de steden Antwerpen en Luik. Een grondige analyse op basis van diepte-interviews met sleutelfiguren en documentanalyse toont aan dat beide steden eerder een inclusief beleid voeren dan een exclusief. De GAS-wet kan m.a.w. geen nieuw instrument van controle worden genoemd.
In dit boek, het resultaat van doorgedreven en uitgebreid doctoraal onderzoek, wordt de overlastaanpak zowel theoretisch als empirisch diepgaand bestudeerd. Een schets van de probleemstelling, het nieuwe veiligheidsdiscours en de overlastaanpak in Groot Brittannië en Nederland leiden dit werk in. Het centrale thema ‘moet de GAS-wet als een nieuw instrument van controle worden beschouwd?’ vindt een antwoord in het empirisch onderzoek. Hiervoor werden niet minder dan 71 bevoorrechte getuigen in België geïnterviewd, waaronder alle ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de onderzoeksperiode. Ook werd een doorgedreven documentanalyse verricht. Het werk van D. Garland de ‘Culture of Control’ (2001) vormde de theoretische leidraad en de inspiratiebron voor zes onderzoeksvragen die peilen naar een eventuele ‘Swelling Culture of Control’.
Elke Devroe (09.10.1963) is criminoloog, hoofd van de Afdeling Research & Development van de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, lid van de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA) Universiteit Gent, lesgever Oost-Vlaamse politieacademie Opac, lid van de stuurgroep Campbell België, lid van de Vlaamse Vereniging voor Criminologie (VVC), redactielid van diverse vaktijdschriften en hoofdredacteur van de Cahiers Politiestudies.
Folder
A Swelling Culture of Control. De genese en toepassing van de wet op de gemeentelijke administratieve sancties in België. (Reeks Politiestudies, nr. 2)
De voorliggende publicatie maakt in eerste instantie een reconstructie van 27 jaar veiligheidsbeleid (1985-2007) die de context vormt voor de totstandkoming van de Belgische GAS-wet. Politieke, maar ook sociale en maatschappelijke kenmerken die aanleiding waren voor een vernieuwd veiligheidsbeleid krijgen hier een plaats.
Een tweede empirisch luik zoomt in op de overlastaanpak in de steden Antwerpen en Luik. Een grondige analyse op basis van diepte-interviews met sleutelfiguren en documentanalyse toont aan dat beide steden eerder een inclusief beleid voeren dan een exclusief. De GAS-wet kan m.a.w. geen nieuw instrument van controle worden genoemd.
In dit boek, het resultaat van doorgedreven en uitgebreid doctoraal onderzoek, wordt de overlastaanpak zowel theoretisch als empirisch diepgaand bestudeerd. Een schets van de probleemstelling, het nieuwe veiligheidsdiscours en de overlastaanpak in Groot Brittannië en Nederland leiden dit werk in. Het centrale thema ‘moet de GAS-wet als een nieuw instrument van controle worden beschouwd?’ vindt een antwoord in het empirisch onderzoek. Hiervoor werden niet minder dan 71 bevoorrechte getuigen in België geïnterviewd, waaronder alle ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie uit de onderzoeksperiode. Ook werd een doorgedreven documentanalyse verricht. Het werk van D. Garland de ‘Culture of Control’ (2001) vormde de theoretische leidraad en de inspiratiebron voor zes onderzoeksvragen die peilen naar een eventuele ‘Swelling Culture of Control’.
Elke Devroe (09.10.1963) is criminoloog, hoofd van de Afdeling Research & Development van de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, lid van de onderzoeksgroep ‘Sociale Veiligheidsanalyse’ (SVA) Universiteit Gent, lesgever Oost-Vlaamse politieacademie Opac, lid van de stuurgroep Campbell België, lid van de Vlaamse Vereniging voor Criminologie (VVC), redactielid van diverse vaktijdschriften en hoofdredacteur van de Cahiers Politiestudies.
Folder
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 1. Ethiek en inlichtingen
Hoewel inlichtingendiensten, alsook de controle erop, onderhevig zijn aan een juridische omkadering, zijn de keuzes die deze organisaties moeten maken in bepaalde situaties allerminst evident. Zo is het vrijwel onmogelijk en misschien zelfs onwenselijk om bindende richtlijnen uit te vaardigen voor elke situatie waarin morele dilemma’s de bovenhand hebben. Ethiek wordt in deze context terecht omschreven als ‘un monde de raisonnement pour affronter les dilemmes’. Ze zoomt dieper in op die situaties waarin de morele oordeelvorming en de betrouwbaarheid ervan centraal staat.
In dit eerste BISC cahier wordt het onderwerp ‘Ethiek en inlichtingen’ uiteengezet door de focus te leggen op de totstandkoming van een algemeen theoretisch kader, een bespreking van ‘good practices’, de positie van ethiek in de controle op inlichtingendiensten en de rol van ethiek in de relatie tussen journalistiek en inlichtingen.
FR
Bien que les services de renseignement, de même que la manière dont ils sont contrôlés, soient soumis à un encadrement juridique, les choix auxquels ces organisations sont confrontées dans certaines situations sont loin d’être évidents. Il est dès lors pratiquement impossible, et sans doute guère souhaitable, de définir des directives contraignantes pour chaque circonstance où émergent des dilemmes moraux. Dans ce contexte, l’éthique peut à juste titre être décrite comme « un mode de raisonnement pour affronter les dilemmes ». Elle interroge en profondeur les situations où doivent primer la fiabilité et le jugement moral.
La thématique « éthique et renseignement » est envisagée dans ce premier cahier BISC à travers la création d’un cadre théorique général, une discussion des « bonnes pratiques », la position de l’éthique dans le contrôle des services de renseignement, et le rôle de l’éthique dans les relations entre journalisme et renseignement.
Inhoudsopgave / Tables des matières
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 1. Ethiek en inlichtingen
Hoewel inlichtingendiensten, alsook de controle erop, onderhevig zijn aan een juridische omkadering, zijn de keuzes die deze organisaties moeten maken in bepaalde situaties allerminst evident. Zo is het vrijwel onmogelijk en misschien zelfs onwenselijk om bindende richtlijnen uit te vaardigen voor elke situatie waarin morele dilemma’s de bovenhand hebben. Ethiek wordt in deze context terecht omschreven als ‘un monde de raisonnement pour affronter les dilemmes’. Ze zoomt dieper in op die situaties waarin de morele oordeelvorming en de betrouwbaarheid ervan centraal staat.
In dit eerste BISC cahier wordt het onderwerp ‘Ethiek en inlichtingen’ uiteengezet door de focus te leggen op de totstandkoming van een algemeen theoretisch kader, een bespreking van ‘good practices’, de positie van ethiek in de controle op inlichtingendiensten en de rol van ethiek in de relatie tussen journalistiek en inlichtingen.
FR
Bien que les services de renseignement, de même que la manière dont ils sont contrôlés, soient soumis à un encadrement juridique, les choix auxquels ces organisations sont confrontées dans certaines situations sont loin d’être évidents. Il est dès lors pratiquement impossible, et sans doute guère souhaitable, de définir des directives contraignantes pour chaque circonstance où émergent des dilemmes moraux. Dans ce contexte, l’éthique peut à juste titre être décrite comme « un mode de raisonnement pour affronter les dilemmes ». Elle interroge en profondeur les situations où doivent primer la fiabilité et le jugement moral.
La thématique « éthique et renseignement » est envisagée dans ce premier cahier BISC à travers la création d’un cadre théorique général, une discussion des « bonnes pratiques », la position de l’éthique dans le contrôle des services de renseignement, et le rôle de l’éthique dans les relations entre journalisme et renseignement.
Inhoudsopgave / Tables des matières
Naar een facultaire advocatenpraktijk ter versterking van het klinisch rechtsonderwijs? Gandaius Monografieën
Deze studie, die in het kader van een facultair onderwijsinnovatieproject werd gevoerd, onderzoekt de haalbaarheid om het klinisch rechtsonderwijs aan de Gentse Faculteit Rechtsgeleerdheid te versterken via het inrichten van een facultaire advocatenpraktijk.
Naar een facultaire advocatenpraktijk ter versterking van het klinisch rechtsonderwijs? Gandaius Monografieën
Deze studie, die in het kader van een facultair onderwijsinnovatieproject werd gevoerd, onderzoekt de haalbaarheid om het klinisch rechtsonderwijs aan de Gentse Faculteit Rechtsgeleerdheid te versterken via het inrichten van een facultaire advocatenpraktijk.
Update in de criminologie VI. Actuele ontwikkelingen inzake EU-strafrecht, veiligheid, politie, strafprocedure, prostitutie en mensenhandel, … (Gandaius Publicaties, VI)
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de 6de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein van het strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekers van vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent behandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnen hun specialisatiegebied.
Update in de criminologie VI. Actuele ontwikkelingen inzake EU-strafrecht, veiligheid, politie, strafprocedure, prostitutie en mensenhandel, … (Gandaius Publicaties, VI)
Deze publicatie bevat de bijdragen uit de vormingssessies van de 6de Postuniversitaire Vormingscyclus Update in de Criminologie.
Centraal staan diverse actuele thema''s binnen het domein van het strafrecht en de criminologie. Lesgevers en onderzoekers van vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent behandelen hierin empirische en theoretische evoluties binnen hun specialisatiegebied.
Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voor seksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over het fenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoek dat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische en emotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk van seksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakers allerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in of betrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegen vrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijke en wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en tot dusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voor seksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over het fenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoek dat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische en emotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk van seksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakers allerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in of betrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegen vrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijke en wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en tot dusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
De levensloop van een bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 14)
Centraal staat het begrip bedrijfsmiddel dat inzake btw een eigen specifieke betekenis krijgt die van belang is bij de problematiek van de vijf- of vijftienjarige herzieningen. Ook de al dan niet te verrichten herzieningen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling komen aan bod.
Inzake directe belastingen worden o.m. behandeld: de waardering, de financieringswijze en de fiscale stimuli bij de verwerving van een investering. Tijdens de bezitsduur bekijken we de fiscale afschrijvingen, de afstand van het gebruik en opwaarderingen. Bij de vervreemding van investeringsgoederen wordt het toepasselijke belastingstelsel geanalyseerd.
Wim Van Kerchove is Eerstaanwezend Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën.
Stefan Ruysschaert is eveneens Eerstaanwezend Inspecteur en tevens docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw onderwijst.
Beiden geven regelmatig fiscale opleidingen en zijn auteur van gespecialiseerde fiscale literatuur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
De levensloop van een bedrijfsmiddel (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 14)
Centraal staat het begrip bedrijfsmiddel dat inzake btw een eigen specifieke betekenis krijgt die van belang is bij de problematiek van de vijf- of vijftienjarige herzieningen. Ook de al dan niet te verrichten herzieningen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling komen aan bod.
Inzake directe belastingen worden o.m. behandeld: de waardering, de financieringswijze en de fiscale stimuli bij de verwerving van een investering. Tijdens de bezitsduur bekijken we de fiscale afschrijvingen, de afstand van het gebruik en opwaarderingen. Bij de vervreemding van investeringsgoederen wordt het toepasselijke belastingstelsel geanalyseerd.
Wim Van Kerchove is Eerstaanwezend Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën.
Stefan Ruysschaert is eveneens Eerstaanwezend Inspecteur en tevens docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw onderwijst.
Beiden geven regelmatig fiscale opleidingen en zijn auteur van gespecialiseerde fiscale literatuur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Sport en fiscaliteit
Met de professionalisering van de sportwereld, is ook een gespecialiseerde dienstverlening noodzakelijk geworden die inspeelt op de vraag van sporters, sportclubs en andere betrokkenen naar fiscale bijstand.De belastingreglementering, zowel directe als indirecte belastingen, waarmee de sportwereld te maken krijgt, is zeer divers en niet altijd goed gekend. De juiste toepassing van de regels kan sportclubs echter heel wat voordelen opleveren.
In dit boek wordt daar nader op ingegaan. Een uitgebreid btw-luik gaat ondermeer in op de zogenaamde gemengde btw-belastingplichtigen, die beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen. Daarnaast wordt het statuut van de vrijwilliger behandeld, alsook het belastingstelsel van sportbeoefenaars, trainers, opleiders, begeleiders van sportbeoefenaars en van scheidsrechters.
Het boek sluit af met een aantal concrete onderwerpen inzake directe belastingen, zoals de werkelijke beroepskosten van de sportbeoefenaar, kinderopvang, jaarlijkse taks op de vzw’s, business seats en loges, cafetaria, parking en reclamepanelen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is tevens verbonden als gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit.
Bart Alen is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent Personenbelasting bij het Centrum voor Beroepsopleiding te Antwerpen.
Sport en fiscaliteit
Met de professionalisering van de sportwereld, is ook een gespecialiseerde dienstverlening noodzakelijk geworden die inspeelt op de vraag van sporters, sportclubs en andere betrokkenen naar fiscale bijstand.De belastingreglementering, zowel directe als indirecte belastingen, waarmee de sportwereld te maken krijgt, is zeer divers en niet altijd goed gekend. De juiste toepassing van de regels kan sportclubs echter heel wat voordelen opleveren.
In dit boek wordt daar nader op ingegaan. Een uitgebreid btw-luik gaat ondermeer in op de zogenaamde gemengde btw-belastingplichtigen, die beperkt recht op aftrek van de voorbelasting krijgen. Daarnaast wordt het statuut van de vrijwilliger behandeld, alsook het belastingstelsel van sportbeoefenaars, trainers, opleiders, begeleiders van sportbeoefenaars en van scheidsrechters.
Het boek sluit af met een aantal concrete onderwerpen inzake directe belastingen, zoals de werkelijke beroepskosten van de sportbeoefenaar, kinderopvang, jaarlijkse taks op de vzw’s, business seats en loges, cafetaria, parking en reclamepanelen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is tevens verbonden als gastprofessor aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw verzorgt binnen de richting accountancy en fiscaliteit.
Bart Alen is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent Personenbelasting bij het Centrum voor Beroepsopleiding te Antwerpen.
Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek (CPS 2011 – 4, nr. 21)
Zowel specialisten in de materie (docenten, academici, ervaringsdeskundigen) als bevoor-rechte getuigen en afnemers van deze praktijken rapporteren over recente evoluties in deze onderwerpen evenals over (hun perceptie van) de impact hiervan op de geleverde kwaliteit. Het schriftelijk karakter van ons strafrechtsysteem staat hierbij centraal.
Proces-verbaal, aangifte en forensisch onderzoek (CPS 2011 – 4, nr. 21)
Zowel specialisten in de materie (docenten, academici, ervaringsdeskundigen) als bevoor-rechte getuigen en afnemers van deze praktijken rapporteren over recente evoluties in deze onderwerpen evenals over (hun perceptie van) de impact hiervan op de geleverde kwaliteit. Het schriftelijk karakter van ons strafrechtsysteem staat hierbij centraal.
Bijzondere mandaten voor de accountant en de bedrijfsrevisor (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 11)
Het voorliggende handboek behandelt meer specifiek vier “bijzondere mandaten”, namelijk:
- Uitgifte van aandelen zonder vermelding van nominale waarde beneden de fractiewaarde bij kapitaalverhoging (art. 582 W.Venn.)
- Uitgifte van aandelen bij beperking of afstand van het voorkeurrecht bij kapitaalverhoging (art. 596, 598-599 W.Venn.)
- Omzetting van vennootschappen in een andere rechtsvorm (art. 774-779 W.Venn.)
- Ontbinding van vennootschappen (art. 181, 184, 189bis, 190, 195bis, 196 W.Venn.)
Dit praktijkboek bespreekt de toepasselijke wetsartikelen uit het vennootschapsrecht, en geeft ook de normen van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IAB – IBR) in extenso weer, die de beroepsbeoefenaar strikt dient te volgen. Naast het verslag zelf, op te stellen door de beroepsbeoefenaar, wordt aan de hand van modellen ook de opdrachtbrief besproken, alsook het bijzonder verslag van het bestuursorgaan.
Jos Van Wemmel is Extern Accountant en Bedrijfsrevisor en Voorzitter van de Stagecommissie van het IAB. Ann Lievyns is Extern Accountant en Belastingconsulent. Eerder publiceerden zij in de boekenreeks van de Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen de titel “Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen”.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Bijzondere mandaten voor de accountant en de bedrijfsrevisor (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 11)
Het voorliggende handboek behandelt meer specifiek vier “bijzondere mandaten”, namelijk:
- Uitgifte van aandelen zonder vermelding van nominale waarde beneden de fractiewaarde bij kapitaalverhoging (art. 582 W.Venn.)
- Uitgifte van aandelen bij beperking of afstand van het voorkeurrecht bij kapitaalverhoging (art. 596, 598-599 W.Venn.)
- Omzetting van vennootschappen in een andere rechtsvorm (art. 774-779 W.Venn.)
- Ontbinding van vennootschappen (art. 181, 184, 189bis, 190, 195bis, 196 W.Venn.)
Dit praktijkboek bespreekt de toepasselijke wetsartikelen uit het vennootschapsrecht, en geeft ook de normen van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IAB – IBR) in extenso weer, die de beroepsbeoefenaar strikt dient te volgen. Naast het verslag zelf, op te stellen door de beroepsbeoefenaar, wordt aan de hand van modellen ook de opdrachtbrief besproken, alsook het bijzonder verslag van het bestuursorgaan.
Jos Van Wemmel is Extern Accountant en Bedrijfsrevisor en Voorzitter van de Stagecommissie van het IAB. Ann Lievyns is Extern Accountant en Belastingconsulent. Eerder publiceerden zij in de boekenreeks van de Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen de titel “Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen”.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Sociaal handhavingsrecht
Wat het formeel strafrecht betreft, volgt een omstandige bijdrage over de opsporing van sociaalrechtelijke misdrijven. De uitoefening van de strafvordering en de weerslag daarvan op de burgerlijke vordering naar aanleiding van sociaalrechtelijke misdrijven komt vervolgens aan bod. De toegenomen aandacht voor de administratieve sancties in het sociaal recht weerspiegelt zich in de titel van het boek en in de opname van twee afzonderlijke bijdragen over dit thema.
Dit boek werd samengesteld onder redactie van Guido Van Limberghen met bijdragen van: W. Rauws, F. Deruyck, P. Waeterinckx, J. Rozie, W. van Eeckhoutte, H. Vanderlinden, K. Salomez, F. Louckx, J. Put en E. Ankaert.
Sociaal handhavingsrecht
Wat het formeel strafrecht betreft, volgt een omstandige bijdrage over de opsporing van sociaalrechtelijke misdrijven. De uitoefening van de strafvordering en de weerslag daarvan op de burgerlijke vordering naar aanleiding van sociaalrechtelijke misdrijven komt vervolgens aan bod. De toegenomen aandacht voor de administratieve sancties in het sociaal recht weerspiegelt zich in de titel van het boek en in de opname van twee afzonderlijke bijdragen over dit thema.
Dit boek werd samengesteld onder redactie van Guido Van Limberghen met bijdragen van: W. Rauws, F. Deruyck, P. Waeterinckx, J. Rozie, W. van Eeckhoutte, H. Vanderlinden, K. Salomez, F. Louckx, J. Put en E. Ankaert.
Actualia Strafrecht en Criminologie. Update in de criminologie V (Gandaius Publicaties, V)
Actualia Strafrecht en Criminologie. Update in de criminologie V (Gandaius Publicaties, V)
De zoeking onderzocht (Reeks Politie Praktijkboeken)
Het voorliggende boek is het resultaat van een intensieve samenwerking van een aantal ervaren juristen en praktijkmensen. Zij hebben hierbij minutieus de juridische, tactische en technische vraagstukken in kaart gebracht en uitgewerkt. Met als uitkomst een weldoordacht en coherent handboek, niet alleen wat de gerechtelijke maar ook de bestuurlijke zoeking betreft.
Deze uitgave is onderverdeeld in een juridisch en een praktisch luik.
In het juridische luik worden alle wetsbepalingen in verband met de huiszoeking, zoeking en inbeslagneming besproken, becommentarieerd met rechtspraak en relevante rechtsleer. Ook het doorzoeken van vervoermiddelen, het fouilleren van personen, afname van DNA, huiszoekingen in geautomatiseerde omgevingen, de inkijkoperatie enz. komen aan bod.
In het praktische luik wordt de voorbereiding en de uitvoering van de huiszoeking behandeld. Daarnaast is er aandacht voor vaststellingen ter gelegenheid van een afstapping ter plaatse, met aandacht voor de coördinatieprincipes, de keten van de bewijsvoering en necrosearch.
Zoekingen gebeuren steeds meer multidisciplinair. Vandaar dat het laatste hoofdstuk een overzicht biedt van verschillende diensten binnen en buiten de politie, die de onderzoekende eenheid kan bijstaan bij een (huis)zoeking.
Dit boek is basislectuur voor politie, parketten, strafrechtadvocaten en alle rechtspractici, die met huiszoeking, zoeking en inbeslagneming te maken hebben.
De zoeking onderzocht (Reeks Politie Praktijkboeken)
Het voorliggende boek is het resultaat van een intensieve samenwerking van een aantal ervaren juristen en praktijkmensen. Zij hebben hierbij minutieus de juridische, tactische en technische vraagstukken in kaart gebracht en uitgewerkt. Met als uitkomst een weldoordacht en coherent handboek, niet alleen wat de gerechtelijke maar ook de bestuurlijke zoeking betreft.
Deze uitgave is onderverdeeld in een juridisch en een praktisch luik.
In het juridische luik worden alle wetsbepalingen in verband met de huiszoeking, zoeking en inbeslagneming besproken, becommentarieerd met rechtspraak en relevante rechtsleer. Ook het doorzoeken van vervoermiddelen, het fouilleren van personen, afname van DNA, huiszoekingen in geautomatiseerde omgevingen, de inkijkoperatie enz. komen aan bod.
In het praktische luik wordt de voorbereiding en de uitvoering van de huiszoeking behandeld. Daarnaast is er aandacht voor vaststellingen ter gelegenheid van een afstapping ter plaatse, met aandacht voor de coördinatieprincipes, de keten van de bewijsvoering en necrosearch.
Zoekingen gebeuren steeds meer multidisciplinair. Vandaar dat het laatste hoofdstuk een overzicht biedt van verschillende diensten binnen en buiten de politie, die de onderzoekende eenheid kan bijstaan bij een (huis)zoeking.
Dit boek is basislectuur voor politie, parketten, strafrechtadvocaten en alle rechtspractici, die met huiszoeking, zoeking en inbeslagneming te maken hebben.
Van tiende penning tot btw
Nagegaan wordt hoe een vorst in de late middeleeuwen aan inkomsten kwam om in zijn noden te voorzien, en hoe dat in de periode voor de invoering van de btw geregeld was. Daarna wordt de invoering onderzocht van de nieuwe belasting in de zestiende eeuw en de invoering van de btw in de twintigste eeuw. Voor beide onderdelen worden de voor- en nadelen besproken en komt het standpunt van de verschillende betrokken partijen aan bod. Vervolgens komt de eigenlijke vergelijking aan de beurt tussen de relevante artikelen van “Het Plakkaat en de Ordonnantie” en het huidige Wetboek btw.
Tot slot van het boek wordt ook de twintigste penning onderzocht en vergeleken met het registratierecht. Het boekje eindigt met een merkwaardige vaststelling.
Van tiende penning tot btw
Nagegaan wordt hoe een vorst in de late middeleeuwen aan inkomsten kwam om in zijn noden te voorzien, en hoe dat in de periode voor de invoering van de btw geregeld was. Daarna wordt de invoering onderzocht van de nieuwe belasting in de zestiende eeuw en de invoering van de btw in de twintigste eeuw. Voor beide onderdelen worden de voor- en nadelen besproken en komt het standpunt van de verschillende betrokken partijen aan bod. Vervolgens komt de eigenlijke vergelijking aan de beurt tussen de relevante artikelen van “Het Plakkaat en de Ordonnantie” en het huidige Wetboek btw.
Tot slot van het boek wordt ook de twintigste penning onderzocht en vergeleken met het registratierecht. Het boekje eindigt met een merkwaardige vaststelling.
Eulocs. The EU level offence classification system. A bench-mark for enhanced internal coherence of the EU’s criminal policy (IRCP series, 35)
With this book, EULOCS is bench-marked as a reference index for serving various needs in the broader EU criminal policy area, having the potential to significantly enhance the internal coherence thereof. The proposed reference index, with offence definitions inherent to it, fundamentally addresses the problem created by the organic elaboration and adoption of legal instruments at EU level, making reference to certain offence categories the scope or definition whereof is most often either not clarified or indicated, or left to the discretion of the individual member state(s).
Before elaborating on the creation of EULOCS, the methodology used, its main characteristics and potential further development in the coming years, this book contains a brief overview of the incoherence in the EU JHA field and a reference to the EU study to implement the Action Plan to measure crime and criminal justice, conducted for the European Commission in the course of 2008-2009, in the context of which EULOCS has been created. Most importantly, the full EULOCS with all its complementary variables and context fields has been inserted.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the Union and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.
Eulocs. The EU level offence classification system. A bench-mark for enhanced internal coherence of the EU’s criminal policy (IRCP series, 35)
With this book, EULOCS is bench-marked as a reference index for serving various needs in the broader EU criminal policy area, having the potential to significantly enhance the internal coherence thereof. The proposed reference index, with offence definitions inherent to it, fundamentally addresses the problem created by the organic elaboration and adoption of legal instruments at EU level, making reference to certain offence categories the scope or definition whereof is most often either not clarified or indicated, or left to the discretion of the individual member state(s).
Before elaborating on the creation of EULOCS, the methodology used, its main characteristics and potential further development in the coming years, this book contains a brief overview of the incoherence in the EU JHA field and a reference to the EU study to implement the Action Plan to measure crime and criminal justice, conducted for the European Commission in the course of 2008-2009, in the context of which EULOCS has been created. Most importantly, the full EULOCS with all its complementary variables and context fields has been inserted.
This book is essential reading for EU policy makers, judicial and law enforcement authorities throughout the Union and from a broader international context. It will be particularly appealing also to the research community and anyone involved in or taking an interest in justice and home affairs or criminal policy initiatives in the European Union.
Stress en trauma bij de politie (Reeks Politie Praktijk Boeken)
De laatste jaren kwam er gelukkig steeds meer aandacht voor het psychosociaal welzijn van o.m. militairen, luchtverkeersleiders, gevangenisbewakers, geldkoeriers, personeel uit de verzorgings- en/of ziekenhuissector maar ook de leden van brandweer- en politiediensten.
Dit boek geeft een overzicht van de literatuur over stress en trauma – zowel algemeenheden als de meer specifieke stress in politionele middens – om zich nadien te richten op het domein van de psychotraumatologie en de principes van de eerste psychologische ondersteuning. Een apart deel richt zich op de gesprekstechnieken en interventies, op zowel het individuele als het collectieve niveau, na confrontatie met emotioneel-schokkende en potentieel traumatische gebeurtenissen. Vervolgens wordt ook de rol van het sociale weefsel rond elke politiebeambte besproken om dan tenslotte dieper in te gaan op een preventiemodel voor de aanpak en nazorg van traumatogene gebeurtenissen bij de politie.
Het boek richt tot politieagenten maar is evenzeer toegankelijk voor "niet ingewijden" of leden van andere organisaties die geconfronteerd worden met ingrijpende ervaringen. Het kan worden aangewend voor persoonlijke doeleinden maar dient ook als leidraad van eenieder die binnen de eigen organisatie of setting aan preventie, aanpak of nazorg van traumatogene stress wil doen.
Er is ook een Franstalige versie beschikbaar.
Stress en trauma bij de politie (Reeks Politie Praktijk Boeken)
De laatste jaren kwam er gelukkig steeds meer aandacht voor het psychosociaal welzijn van o.m. militairen, luchtverkeersleiders, gevangenisbewakers, geldkoeriers, personeel uit de verzorgings- en/of ziekenhuissector maar ook de leden van brandweer- en politiediensten.
Dit boek geeft een overzicht van de literatuur over stress en trauma – zowel algemeenheden als de meer specifieke stress in politionele middens – om zich nadien te richten op het domein van de psychotraumatologie en de principes van de eerste psychologische ondersteuning. Een apart deel richt zich op de gesprekstechnieken en interventies, op zowel het individuele als het collectieve niveau, na confrontatie met emotioneel-schokkende en potentieel traumatische gebeurtenissen. Vervolgens wordt ook de rol van het sociale weefsel rond elke politiebeambte besproken om dan tenslotte dieper in te gaan op een preventiemodel voor de aanpak en nazorg van traumatogene gebeurtenissen bij de politie.
Het boek richt tot politieagenten maar is evenzeer toegankelijk voor "niet ingewijden" of leden van andere organisaties die geconfronteerd worden met ingrijpende ervaringen. Het kan worden aangewend voor persoonlijke doeleinden maar dient ook als leidraad van eenieder die binnen de eigen organisatie of setting aan preventie, aanpak of nazorg van traumatogene stress wil doen.
Er is ook een Franstalige versie beschikbaar.
Van gevangenisstraf naar vrijheidsstraf. 200 jaar Belgisch gevangeniswezen
Deze publicatie is de handelsversie van het proefschrift dat op 6 februari 2008 door Eric Maes werd verdedigd aan de Katholieke Universiteit Leuven tot het behalen van de graad van doctor in de criminologische wetenschappen.
Van gevangenisstraf naar vrijheidsstraf. 200 jaar Belgisch gevangeniswezen
Deze publicatie is de handelsversie van het proefschrift dat op 6 februari 2008 door Eric Maes werd verdedigd aan de Katholieke Universiteit Leuven tot het behalen van de graad van doctor in de criminologische wetenschappen.
For the sake of argument. Argumentatieleer voor juristen en ethici – 2de herziene uitgave
Argumenteren is de hoofdbezigheid van elke jurist. Advocaten stellen
conclusies op en houden pleidooien om hun cliënten te verdedigen,
rechters motiveren hun beslissingen in vonnissen en arresten en
juristen adviseren beleidsmakers bij het opstellen van wetgevende
teksten. Overtuigen is de professionele hoofdopdracht van elke jurist.
Ten onrechte wordt gedacht dat wie veel weet ook overtuigingskracht
heeft. Briljante geesten schrijven slaapverwekkende of structuurloze
teksten. Omgekeerd, houden middelmatige studenten opwindende
betogen vol scherpe argumenten. Dit hoeft niet te verwonderen.
Argumentaties en betogen vormen aparte tekstconstructies met
eigen structuren en regels die je moet respecteren. Precies dit is
het doel van dit handboek. De lezers in contact brengen met die
regels en structuren die professionele argumentaties en betogen
kenmerken met als ultieme opgave: het verbeteren van de kwaliteit
van ons argumenteren. Speciale aandacht gaat uit naar de opbouw
van argumentaties en betogen in de ethiek. Naast juristen vormen
ethici of moraalfi losofen het meer specifi eke doelpubliek van dit
boek.
Komen aan bod:
• structuur van een argumentatie/tegenargumentatie
• ondeugdelijke argumentatie: denkfouten en drogredenen
• structuur, stijl en overtuigingskracht van een betoog
• juridische argumentaties en betogen in het recht
• het ethisch betoog
Jan Verplaetse is doctor in de Wijsbegeerte en als docent verbonden aan de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Aan deze universiteit doceert hij verschillende vakken over argumentatie, recht en ethiek.
For the sake of argument. Argumentatieleer voor juristen en ethici – 2de herziene uitgave
Argumenteren is de hoofdbezigheid van elke jurist. Advocaten stellen
conclusies op en houden pleidooien om hun cliënten te verdedigen,
rechters motiveren hun beslissingen in vonnissen en arresten en
juristen adviseren beleidsmakers bij het opstellen van wetgevende
teksten. Overtuigen is de professionele hoofdopdracht van elke jurist.
Ten onrechte wordt gedacht dat wie veel weet ook overtuigingskracht
heeft. Briljante geesten schrijven slaapverwekkende of structuurloze
teksten. Omgekeerd, houden middelmatige studenten opwindende
betogen vol scherpe argumenten. Dit hoeft niet te verwonderen.
Argumentaties en betogen vormen aparte tekstconstructies met
eigen structuren en regels die je moet respecteren. Precies dit is
het doel van dit handboek. De lezers in contact brengen met die
regels en structuren die professionele argumentaties en betogen
kenmerken met als ultieme opgave: het verbeteren van de kwaliteit
van ons argumenteren. Speciale aandacht gaat uit naar de opbouw
van argumentaties en betogen in de ethiek. Naast juristen vormen
ethici of moraalfi losofen het meer specifi eke doelpubliek van dit
boek.
Komen aan bod:
• structuur van een argumentatie/tegenargumentatie
• ondeugdelijke argumentatie: denkfouten en drogredenen
• structuur, stijl en overtuigingskracht van een betoog
• juridische argumentaties en betogen in het recht
• het ethisch betoog
Jan Verplaetse is doctor in de Wijsbegeerte en als docent verbonden aan de vakgroep Grondslagen en Geschiedenis van het Recht (Universiteit Gent). Aan deze universiteit doceert hij verschillende vakken over argumentatie, recht en ethiek.
International Health Law. Solidarity and justice in health care
This book explores the underlying normative values of health systems from a global and local perspective. Apart from examining country experiences, the authors provide an interesting and valuable contribution to the (inter)national legal and health policy debate on guaranteeing equal access to health care facilities, resisting a market or consumer-driven movement.
By explaining health systems in terms of access, solidarity and justice, International Health Law could contribute strengthening health systems, including equal access.
André den Exter is a lecturer in health law at the Erasmus University Rotterdam.
International Health Law. Solidarity and justice in health care
This book explores the underlying normative values of health systems from a global and local perspective. Apart from examining country experiences, the authors provide an interesting and valuable contribution to the (inter)national legal and health policy debate on guaranteeing equal access to health care facilities, resisting a market or consumer-driven movement.
By explaining health systems in terms of access, solidarity and justice, International Health Law could contribute strengthening health systems, including equal access.
André den Exter is a lecturer in health law at the Erasmus University Rotterdam.
Meesterlijk adviseren. Achtergronden en praktische wenken voor professionals
De dynamiek die zich ontspint tussen cliënt en adviseur; daar gaat dit boek over. Wat gebeurt er eigenlijk allemaal tijdens de ‘adviespraktijk’, waarom, en vooral: wat kun je eraan doen?
Paul Toebes (1956) heeft Andragologie, Bedrijfskunde en Filosofie gestudeerd. Sinds 1998 werkt hij vanuit zijn bureau Humanizing Company als onafhankelijk adviseur in een breed werkveld. Daarnaast begeleidt hij als trainer/ coach professionals in hun persoonlijke en professionele ontwikkelingen en geeft hij trainingen waaronder diverse opleidingen voor juristen en advocaten.
Meesterlijk adviseren. Achtergronden en praktische wenken voor professionals
De dynamiek die zich ontspint tussen cliënt en adviseur; daar gaat dit boek over. Wat gebeurt er eigenlijk allemaal tijdens de ‘adviespraktijk’, waarom, en vooral: wat kun je eraan doen?
Paul Toebes (1956) heeft Andragologie, Bedrijfskunde en Filosofie gestudeerd. Sinds 1998 werkt hij vanuit zijn bureau Humanizing Company als onafhankelijk adviseur in een breed werkveld. Daarnaast begeleidt hij als trainer/ coach professionals in hun persoonlijke en professionele ontwikkelingen en geeft hij trainingen waaronder diverse opleidingen voor juristen en advocaten.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid heroverwogen. Over opzet, schuld, schulduitsluitingsgronden en straf (Softcover)
BEKROOND MET DE TWEEJAARLIJKSE MODDERMANPRIJS 2010.
WINNAAR VAN DE ERASMUS STUDIEPRIJS 2008
In dit boek wordt de interpretatie van opzet, schuld en schulduitsluitingsgronden in verband
gebracht met de doelen die ten grondslag liggen aan straf. De auteur verdedigt een Rawlsiaanse
theorie van aansprakelijkheid en straf.
Leidend beginsel is het controleprincipe: opzet, schuld en
schulduitsluitingsgronden moeten burgers controle geven over het al dan niet in aanraking
komen met het strafrecht.
De auteur betoogt dat te snel veroordeeld wordt voor culpose delicten.
Enerzijds wijst hij op de geringe gevaarlijkheid van typische culpose gedragingen.Anderzijds
waarschuwt hij voor psychologische biases die rechters ertoe nopen te snel schuld aan te
nemen.
De interpretatie van opzet vormt een heet hangijzer in de doctrine.Veel schrijvers menen dat
opzet een normatief begrip is, waarbij het niet gaat om de psychische gesteldheid van de verdachte.
De auteur betoogt daarentegen dat een psychisch opzetbegrip de voorkeur verdient. Hij
verdedigt een cognitieve interpretatie van opzet: het gaat om ‘weten’ en niet om ‘willen’.
Deze
bevindingen zijn van belang voor de grens tussen voorwaardelijk opzet en schuld. Sinds het
Porsche-arrest en de Hiv-arresten bestaat grote onduidelijkheid over het bereik van voorwaardelijk
opzet.
Alwin van Dijk studeerde rechten en psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze uitgave is het resultaat van promotieonderzoek bij de vakgroep strafrecht aan de zelfde universiteit.
Strafrechtelijke aansprakelijkheid heroverwogen. Over opzet, schuld, schulduitsluitingsgronden en straf (Softcover)
BEKROOND MET DE TWEEJAARLIJKSE MODDERMANPRIJS 2010.
WINNAAR VAN DE ERASMUS STUDIEPRIJS 2008
In dit boek wordt de interpretatie van opzet, schuld en schulduitsluitingsgronden in verband
gebracht met de doelen die ten grondslag liggen aan straf. De auteur verdedigt een Rawlsiaanse
theorie van aansprakelijkheid en straf.
Leidend beginsel is het controleprincipe: opzet, schuld en
schulduitsluitingsgronden moeten burgers controle geven over het al dan niet in aanraking
komen met het strafrecht.
De auteur betoogt dat te snel veroordeeld wordt voor culpose delicten.
Enerzijds wijst hij op de geringe gevaarlijkheid van typische culpose gedragingen.Anderzijds
waarschuwt hij voor psychologische biases die rechters ertoe nopen te snel schuld aan te
nemen.
De interpretatie van opzet vormt een heet hangijzer in de doctrine.Veel schrijvers menen dat
opzet een normatief begrip is, waarbij het niet gaat om de psychische gesteldheid van de verdachte.
De auteur betoogt daarentegen dat een psychisch opzetbegrip de voorkeur verdient. Hij
verdedigt een cognitieve interpretatie van opzet: het gaat om ‘weten’ en niet om ‘willen’.
Deze
bevindingen zijn van belang voor de grens tussen voorwaardelijk opzet en schuld. Sinds het
Porsche-arrest en de Hiv-arresten bestaat grote onduidelijkheid over het bereik van voorwaardelijk
opzet.
Alwin van Dijk studeerde rechten en psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze uitgave is het resultaat van promotieonderzoek bij de vakgroep strafrecht aan de zelfde universiteit.
Slachtoffers als zondebokken. Over de dubbelhartige bejegening van gedupeerden van misdrijven in de westerse cultuur
In dit boek gaat Jan van Dijk op zoek naar het ontstaan van de heersende slachtofferbeelden.
Hij gaat daarbij uitgebreid in op de theologische en cultuurhistorische achtergronden ervan. Daarbij komt aan het licht hoe slachtoffers als procespartij onder invloed van het christelijk denken zijn gemarginaliseerd.
De auteur zoekt naar een nieuwe identiteit van gedupeerden en pleit voor een meer respectvolle en humane bejegening.
Jan J.M. van Dijk was als hoofd onderzoek werkzaam op het Ministerie van Justitie, en als deeltijd-hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.
Hij was een van de oprichters en eerste voorzitter van Slachtofferhulp Nederland.
Sinds 1998 was hij in verschillende functies werkzaam bij de Verenigde Naties in Wenen.
Sinds 1 februari 2006 is hij verbonden aan het International Victimology Institute Tilburg.
Slachtoffers als zondebokken. Over de dubbelhartige bejegening van gedupeerden van misdrijven in de westerse cultuur
In dit boek gaat Jan van Dijk op zoek naar het ontstaan van de heersende slachtofferbeelden.
Hij gaat daarbij uitgebreid in op de theologische en cultuurhistorische achtergronden ervan. Daarbij komt aan het licht hoe slachtoffers als procespartij onder invloed van het christelijk denken zijn gemarginaliseerd.
De auteur zoekt naar een nieuwe identiteit van gedupeerden en pleit voor een meer respectvolle en humane bejegening.
Jan J.M. van Dijk was als hoofd onderzoek werkzaam op het Ministerie van Justitie, en als deeltijd-hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.
Hij was een van de oprichters en eerste voorzitter van Slachtofferhulp Nederland.
Sinds 1998 was hij in verschillende functies werkzaam bij de Verenigde Naties in Wenen.
Sinds 1 februari 2006 is hij verbonden aan het International Victimology Institute Tilburg.
Abonnement – Reeks Politiestudies (15% korting op verkoopprijs)
In de Reeks Politiestudies verschijnen maatschappelijk relevante geschriften over politiegerelateerde onderwerpen.
Alle bijdragen zijn wetenschappelijk onderbouwd en onderworden aan peer review. Deze peer review wordt gestuurd door een onafhankelijke academische editorial board, en verricht door interne en/of externe referees. Zowel bundels als monografieën vinden hun plaats in deze reeks.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Editorial Board:
Verschenen:
- Salduz - Bijstand van advocaten bij verhoren (M. Bockstaele, E. Devroe, P. Ponsaers)
- A swelling culture of control? De GAS-wet in België (E. Devroe)
- Police Investigative Interviewing - A New Training Approach (L. Smets)
- De politierol bekeken door de bril van de burger (I. Verwee)
- Evoluties in verhoortechnieken (M. Bockstaele & P. Ponsaers)
- Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien?
(J. Mortelé, H. Vermeersch, E. De Pauw, W. Hardyns, F. Deprins) - De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen
(C. Liedenbaum, L. Descheemaeker, M. Easton, J. Noppe, P. Ponsaers, J. Terpstra, G. Vande Walle, A. Verhage) - Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn
(F. Gilleir) - Naar een vrijwillige opschaling van de lokale politie
(P. Ponsaers (red.), B. de Ruyver, J. Janssens, K. Verbist, D. Keyenberg, S. Schuddinck, L. Avaux )
Abonnement – Reeks Politiestudies (15% korting op verkoopprijs)
In de Reeks Politiestudies verschijnen maatschappelijk relevante geschriften over politiegerelateerde onderwerpen.
Alle bijdragen zijn wetenschappelijk onderbouwd en onderworden aan peer review. Deze peer review wordt gestuurd door een onafhankelijke academische editorial board, en verricht door interne en/of externe referees. Zowel bundels als monografieën vinden hun plaats in deze reeks.
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Editorial Board:
Verschenen:
- Salduz - Bijstand van advocaten bij verhoren (M. Bockstaele, E. Devroe, P. Ponsaers)
- A swelling culture of control? De GAS-wet in België (E. Devroe)
- Police Investigative Interviewing - A New Training Approach (L. Smets)
- De politierol bekeken door de bril van de burger (I. Verwee)
- Evoluties in verhoortechnieken (M. Bockstaele & P. Ponsaers)
- Cameratoezicht in de openbare ruimte. Ook wie weg is, is gezien?
(J. Mortelé, H. Vermeersch, E. De Pauw, W. Hardyns, F. Deprins) - De wijk achter de botsing. Een onderzoek naar wijken in Nederland en België met ernstige ordeverstoringen
(C. Liedenbaum, L. Descheemaeker, M. Easton, J. Noppe, P. Ponsaers, J. Terpstra, G. Vande Walle, A. Verhage) - Discretionaire ruimte bij de Belgische lokale politie. Een explorerend, kwalitatief onderzoek naar uitvoeringswerk in de frontlijn
(F. Gilleir) - Naar een vrijwillige opschaling van de lokale politie
(P. Ponsaers (red.), B. de Ruyver, J. Janssens, K. Verbist, D. Keyenberg, S. Schuddinck, L. Avaux )
Abonnement – ICCI – Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (15% korting op verkoopprijs)
NEDERLANDS
Deze reeks bevat uitgaven van het ICCI, een private stichting opgericht door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren dat onder meer als doel heeft objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over onderwerpen die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen. De reeks staat onder toezicht van een leescomité, in voorkomend geval aangevuld door een begeleidingscomité.
Guaranteed Peer Reviewed Content (GPRC).
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
FRANCAIS
La Fondation Centre d''Information du Révisorat d''Entreprises ou ICCI a été constituée par l''Institut des Réviseurs d''Entreprises en septembre 2006. La Fondation a pour but de procurer une information objective et scientifique sur les questions intéressant le révisorat d''entreprises.
Si vous prenez un abonnement sur la série ICCI, vous récévez chaque nouvelle publication avec une réduction de 15% sur le prix normal.
Verschenen - Apparu:
-
2022
- Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering - Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité
ICCI 2022-1
2021 - Nieuwe technologieën en het auditberoep - La profession d'audit et les nouvelles technologies
ICCI 2021-1
2020 - Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor - Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d'entreprises
ICCI 2020-1
2019 - De commissaris en de andere organen of comités van de gecontroleerde entiteit - Le commissaire et les autres organes ou comités de l’entité contrôlée
ICCI 2019-1 - Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV - Missions nouvelles et adaptées du réviseur d'entreprises dans le CSA
ICCI 2019-2
2018 - Key Audit Matters (KAM) - Points clés de l'audit - Kernpunten van de controle
ICCI 2018-1
2017 - Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie - Futur du reporting concernant l'information non financière
ICCI 2017-1
2016 - Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgische recht - Directive comptable Européene et sa transposition en droit Belge
ICCI 2016-1 - Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor - Missions judiciaires et extrajudiciaires du reviseur d''entreprises
ICCI 2016-2 - Europese audithervorming en implementatie ervan in België - Réforme européenne de l'audit et son implémentation en Belgique
ICCI 2016-3
2015 - Risicobeheer - Gestion des risques
ICCI 2015-1 - Aspecten van continuïteit en revisorale tussenkomst - Aspects de la continuité et intervention révisorale
ICCI 2015-2 - Toepassing van de internationale auditstandaarden ISA en ISSAI in de publieke sector - Application des normes internationales d’audit ISA et ISSAI dans le secteur public
ICCI 2015-3
2014 - Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt - Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
ICCI 2014-1 - Overname en overdracht van kmo''s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek - Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence
ICCI 2014-2 - Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) rapportering en revisorale controle - Le Système Européen des Comptes (SEC) reporting et controle revisoral
ICCI 2014-3
Abonnement – ICCI – Informatiecentrum voor het Bedrijfsrevisoraat (15% korting op verkoopprijs)
NEDERLANDS
Deze reeks bevat uitgaven van het ICCI, een private stichting opgericht door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren dat onder meer als doel heeft objectieve en wetenschappelijke informatie te verstrekken over onderwerpen die het bedrijfsrevisoraat aanbelangen. De reeks staat onder toezicht van een leescomité, in voorkomend geval aangevuld door een begeleidingscomité.
Guaranteed Peer Reviewed Content (GPRC).
Met een abonnement op de reeks krijgt u elke nieuwe bij Maklu verschenen uitgave automatisch toegestuurd met een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
FRANCAIS
La Fondation Centre d''Information du Révisorat d''Entreprises ou ICCI a été constituée par l''Institut des Réviseurs d''Entreprises en septembre 2006. La Fondation a pour but de procurer une information objective et scientifique sur les questions intéressant le révisorat d''entreprises.
Si vous prenez un abonnement sur la série ICCI, vous récévez chaque nouvelle publication avec une réduction de 15% sur le prix normal.
Verschenen - Apparu:
-
2022
- Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering - Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité
ICCI 2022-1
2021 - Nieuwe technologieën en het auditberoep - La profession d'audit et les nouvelles technologies
ICCI 2021-1
2020 - Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor - Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d'entreprises
ICCI 2020-1
2019 - De commissaris en de andere organen of comités van de gecontroleerde entiteit - Le commissaire et les autres organes ou comités de l’entité contrôlée
ICCI 2019-1 - Nieuwe en aangepaste opdrachten van de bedrijfsrevisor in het WVV - Missions nouvelles et adaptées du réviseur d'entreprises dans le CSA
ICCI 2019-2
2018 - Key Audit Matters (KAM) - Points clés de l'audit - Kernpunten van de controle
ICCI 2018-1
2017 - Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie - Futur du reporting concernant l'information non financière
ICCI 2017-1
2016 - Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgische recht - Directive comptable Européene et sa transposition en droit Belge
ICCI 2016-1 - Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor - Missions judiciaires et extrajudiciaires du reviseur d''entreprises
ICCI 2016-2 - Europese audithervorming en implementatie ervan in België - Réforme européenne de l'audit et son implémentation en Belgique
ICCI 2016-3
2015 - Risicobeheer - Gestion des risques
ICCI 2015-1 - Aspecten van continuïteit en revisorale tussenkomst - Aspects de la continuité et intervention révisorale
ICCI 2015-2 - Toepassing van de internationale auditstandaarden ISA en ISSAI in de publieke sector - Application des normes internationales d’audit ISA et ISSAI dans le secteur public
ICCI 2015-3
2014 - Het verband tussen niet-auditdiensten en auditkwaliteit. Empirische studie voor de Belgische auditmarkt - Le rapport entre les services non-audit et la qualité de l’audit. Etude empirique du marché belge d’audit
ICCI 2014-1 - Overname en overdracht van kmo''s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek - Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence
ICCI 2014-2 - Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) rapportering en revisorale controle - Le Système Européen des Comptes (SEC) reporting et controle revisoral
ICCI 2014-3
Abonnement – Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen (10% korting op verkoopprijs lopende editie)
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd.
De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema''s.
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
Met dit abonnement ontvangt u automatisch elke nieuwe gewijzigde druk, vanaf de 27e editie (2022).
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Abonnement – Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen (10% korting op verkoopprijs lopende editie)
Het Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen wordt met reden hét naslagwerk voor de Belgische fiscaliteit genoemd.
De lezer krijgt een overzichtelijke synthese van de huidige fiscale situatie. Naast een volledig overzicht van de Belgische fiscaliteit, biedt het boek bovendien talrijke concrete voorbeelden en schema''s.
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
Met dit abonnement ontvangt u automatisch elke nieuwe gewijzigde druk, vanaf de 27e editie (2022).
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen



Bouletten. Eenvoudige gastronomie
Dit boek gaat over ballen, gehaktballen. Bouletten voor de liefhebbers. Een gerecht dat de culturen overstijgt.
De oorsprong van de boulet in België, Nederland en Duitsland moet gezocht worden bij de frikadel: een ronde, compacte, gekruide gehaktbal.
In de meeste streken van België bedoelt men met frikadel inderdaad een gehaktbal, hoewel de meesten boulet zeggen. In Nederland is de frikadel of gehaktbal niet erg bekend. De frikadel, dus zonder “n”, is ouder en van oudsher een soort gehaktbal, maar werd vaak ook plat gedrukt tot een soort hamburger.
De frikadel wordt vooral in België, Duitsland, Zweden en Denemarken gegeten.In België worden gehaktballen meestal geserveerd met tomatensaus. Ballekes in tomatensaus is een zeer populair gerecht.
Gehaktballen zijn overal ter wereld populair, want ze zitten vol smaak, zijn makkelijk te eten en combineren goed met ander eten. Ze hebben uiteenlopende namen, o.a.:
l Kofta (Balkan, Levant, Zuid-Azië)
l Soutzoukakia (Griekenland)
l Albondigas (Spanje, Spaanstalige landen)
l Faggots (Engeland)
l Polpette (Italië)
l Frikadeller (Denemarken)
l Köttbullar (Zweden)
l Königsberger Klopse, Fleischklößchen, Hackbällchen,
Frikadelle (Duitsland)
l Pulpety (Polen)
l …
Dit boek gaat over bouletten als eenvoudig maar heerlijk culinair fenomeen.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig, maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Elke les leert hij bij, maar zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Koksscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samenbrengt.
Bouletten. Eenvoudige gastronomie
Dit boek gaat over ballen, gehaktballen. Bouletten voor de liefhebbers. Een gerecht dat de culturen overstijgt.
De oorsprong van de boulet in België, Nederland en Duitsland moet gezocht worden bij de frikadel: een ronde, compacte, gekruide gehaktbal.
In de meeste streken van België bedoelt men met frikadel inderdaad een gehaktbal, hoewel de meesten boulet zeggen. In Nederland is de frikadel of gehaktbal niet erg bekend. De frikadel, dus zonder “n”, is ouder en van oudsher een soort gehaktbal, maar werd vaak ook plat gedrukt tot een soort hamburger.
De frikadel wordt vooral in België, Duitsland, Zweden en Denemarken gegeten.In België worden gehaktballen meestal geserveerd met tomatensaus. Ballekes in tomatensaus is een zeer populair gerecht.
Gehaktballen zijn overal ter wereld populair, want ze zitten vol smaak, zijn makkelijk te eten en combineren goed met ander eten. Ze hebben uiteenlopende namen, o.a.:
l Kofta (Balkan, Levant, Zuid-Azië)
l Soutzoukakia (Griekenland)
l Albondigas (Spanje, Spaanstalige landen)
l Faggots (Engeland)
l Polpette (Italië)
l Frikadeller (Denemarken)
l Köttbullar (Zweden)
l Königsberger Klopse, Fleischklößchen, Hackbällchen,
Frikadelle (Duitsland)
l Pulpety (Polen)
l …
Dit boek gaat over bouletten als eenvoudig maar heerlijk culinair fenomeen.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig, maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Elke les leert hij bij, maar zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Koksscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samenbrengt.



Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie
In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.
In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.
Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.
Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.
Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.
Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.
Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie
In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.
In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.
Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.
Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.
Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.
Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.
Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Biefstuk
Biefstuk, ook wel steak genoemd, is een benaming voor mals spiervlees van een rund. Er zijn verschillende soorten biefstuk die van verschillende delen van het rund gesneden worden. De biefstuk met frieten en salade is een typisch restaurantgerecht dat erg populair is.
De benaming biefstuk is afkomstig van het Engelse beefsteak. Beef betekent rundvlees en steak slaat op een bepaalde manier van snijden. Want snijden en versnijden is belangrijk! De biefstuk wordt gebraden of gegrild. Beroemde biefstukgerechten zijn de Tournedos Rossini en Chateaubriand. De ossenhaas of de entrecote kennen de meeste mensen wel. Maar er zijn zoveel meer lekkere stukjes zoals de bavette, de kraai, de jodenhaas of de picanha. Kent u die?
Biefstuk bakken is geen ’rocket science’. Maar toch is de ene amateurkok er beter in dan de andere. Details maken het verschil. En dat proef je! En in dit boek vertellen we u ook waar de verschillende delen die versneden worden in het rund zitten en welke runderrassen bekend staan om hun uitstekende steaks. Bent u klaar voor de barbecue?
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Eengepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Biefstuk
Biefstuk, ook wel steak genoemd, is een benaming voor mals spiervlees van een rund. Er zijn verschillende soorten biefstuk die van verschillende delen van het rund gesneden worden. De biefstuk met frieten en salade is een typisch restaurantgerecht dat erg populair is.
De benaming biefstuk is afkomstig van het Engelse beefsteak. Beef betekent rundvlees en steak slaat op een bepaalde manier van snijden. Want snijden en versnijden is belangrijk! De biefstuk wordt gebraden of gegrild. Beroemde biefstukgerechten zijn de Tournedos Rossini en Chateaubriand. De ossenhaas of de entrecote kennen de meeste mensen wel. Maar er zijn zoveel meer lekkere stukjes zoals de bavette, de kraai, de jodenhaas of de picanha. Kent u die?
Biefstuk bakken is geen ’rocket science’. Maar toch is de ene amateurkok er beter in dan de andere. Details maken het verschil. En dat proef je! En in dit boek vertellen we u ook waar de verschillende delen die versneden worden in het rund zitten en welke runderrassen bekend staan om hun uitstekende steaks. Bent u klaar voor de barbecue?
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Eengepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Algemeen strafrecht – een overzicht editie – 8ste herziene uitgave
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek.
Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip “strafrecht”, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden, gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 223 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Bij het schrijven van deze uitgave is het Strafwetboek van 1867 nog volledig in werking, maar werd reeds een nieuw Strafwetboek goedgekeurd, dat evenwel nog niet van kracht is. Als datum van inwerkingtreding van de twee wetten van 29 februari 2024 tot invoering van boek I en boek II van het Strafwetboek werd 8 april 2026 vooropgesteld.
Hoewel de focus in deze uitgave nog voornamelijk ligt op het Strafwetboek van 1867, dat in 2025 nog steeds van toepassing is en ook nog heel wat jaren na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zal toegepast worden op strafbare gedragingen die gesteld worden onder het oude strafrecht, worden de wijzigingen die in het nieuwe Strafwetboek in het vooruitzicht worden gesteld ook besproken en gevisualiseerd middels een verticale lijn naast de beschreven nieuwe regelgeving.
Kathleen Duerinckx is docent Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Algemeen strafrecht – een overzicht editie – 8ste herziene uitgave
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek.
Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip “strafrecht”, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden, gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 223 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Bij het schrijven van deze uitgave is het Strafwetboek van 1867 nog volledig in werking, maar werd reeds een nieuw Strafwetboek goedgekeurd, dat evenwel nog niet van kracht is. Als datum van inwerkingtreding van de twee wetten van 29 februari 2024 tot invoering van boek I en boek II van het Strafwetboek werd 8 april 2026 vooropgesteld.
Hoewel de focus in deze uitgave nog voornamelijk ligt op het Strafwetboek van 1867, dat in 2025 nog steeds van toepassing is en ook nog heel wat jaren na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zal toegepast worden op strafbare gedragingen die gesteld worden onder het oude strafrecht, worden de wijzigingen die in het nieuwe Strafwetboek in het vooruitzicht worden gesteld ook besproken en gevisualiseerd middels een verticale lijn naast de beschreven nieuwe regelgeving.
Kathleen Duerinckx is docent Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Vergelijkend onderzoek naar de oprichting, structuur en werking van de centrale banken van de Europese Unie, Engeland, Japan, de Verenigde Staten en Zwitserland
Sinds de economisch-financiële crisis van 2008-2009 is de rol van de grote centrale banken in de economie veel belangrijker geworden. Door ultralage tot negatieve rentevoeten toe te passen en hun balans te gebruiken als instrument van monetair beleid, hebben ze niet alleen nieuwe monetaire krijtlijnen getrokken, maar tevens brede maatschappelijke ontwikkelingen bevorderd zoals groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid en de financialisering van de economie. Tegelijkertijd heeft de tot midden 2022 sterk expansieve monetaire politiek niet geleid tot de bedoelde macro-economische resultaten, bijvoorbeeld inzake prijsstabiliteit.
Over de activiteiten van de grote centrale banken wordt veel gepubliceerd. Maar dit zijn voor het overgrote deel geschriften die zich richten op deelaspecten van de werking van centrale banken, vaak met een econometrische inslag. Meer veralgemenende boekwerken die een gestructureerd overzicht geven van het ontstaan en de werking van de grote centrale banken, zijn zeldzaam. Dit boek wil die lacune helpen opvullen. Vertrekkend van een kort historisch overzicht, schetst het de internationale monetaire scène en gaat het na hoe centrale banken zijn kunnen uitgroeien tot de bepalende instellingen die ze vandaag zijn. Voor de ECB, de Bank of England, de Bank of Japan, de Fed en de Swiss National Bank worden oprichting, structuur en werking onderzocht. Nadien volgen synthese, een kritische analyse en besluiten.
Mark Scholliers (°1951) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen (UGent). Dit boek is de geactualiseerde versie (april 2025) van het doctorale proefschrift dat hij over dit onderwerp schreef. Na een gemengde loopbaan in de private sector en als partner in een bedrijf dat zich toelegde op macro-economisch onderzoek, publiceerde hij artikelen en boeken over centrale banken, beleggen en de pensioensproblematiek (partime samen met prof. Herman Matthijs en prof. em. Jef Vuchelen). In zijn vrije tijd schrijft hij financiële thrillers.
Vergelijkend onderzoek naar de oprichting, structuur en werking van de centrale banken van de Europese Unie, Engeland, Japan, de Verenigde Staten en Zwitserland
Sinds de economisch-financiële crisis van 2008-2009 is de rol van de grote centrale banken in de economie veel belangrijker geworden. Door ultralage tot negatieve rentevoeten toe te passen en hun balans te gebruiken als instrument van monetair beleid, hebben ze niet alleen nieuwe monetaire krijtlijnen getrokken, maar tevens brede maatschappelijke ontwikkelingen bevorderd zoals groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid en de financialisering van de economie. Tegelijkertijd heeft de tot midden 2022 sterk expansieve monetaire politiek niet geleid tot de bedoelde macro-economische resultaten, bijvoorbeeld inzake prijsstabiliteit.
Over de activiteiten van de grote centrale banken wordt veel gepubliceerd. Maar dit zijn voor het overgrote deel geschriften die zich richten op deelaspecten van de werking van centrale banken, vaak met een econometrische inslag. Meer veralgemenende boekwerken die een gestructureerd overzicht geven van het ontstaan en de werking van de grote centrale banken, zijn zeldzaam. Dit boek wil die lacune helpen opvullen. Vertrekkend van een kort historisch overzicht, schetst het de internationale monetaire scène en gaat het na hoe centrale banken zijn kunnen uitgroeien tot de bepalende instellingen die ze vandaag zijn. Voor de ECB, de Bank of England, de Bank of Japan, de Fed en de Swiss National Bank worden oprichting, structuur en werking onderzocht. Nadien volgen synthese, een kritische analyse en besluiten.
Mark Scholliers (°1951) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen (UGent). Dit boek is de geactualiseerde versie (april 2025) van het doctorale proefschrift dat hij over dit onderwerp schreef. Na een gemengde loopbaan in de private sector en als partner in een bedrijf dat zich toelegde op macro-economisch onderzoek, publiceerde hij artikelen en boeken over centrale banken, beleggen en de pensioensproblematiek (partime samen met prof. Herman Matthijs en prof. em. Jef Vuchelen). In zijn vrije tijd schrijft hij financiële thrillers.



Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11
José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11
José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10
José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10
José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.








Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave
Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?
Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave
Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?
Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).



International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands
This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.
International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands
This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.
Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)
In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.
De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.
Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.
Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).
Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.
L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.
L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.
Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).
Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)
In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.
De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.
Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.
Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).
Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.
L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.
L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.
Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).


RIDP 95.2 (2024) | Researching the boundaries of sexual integrity, gender violence and image-based abuse
This special issue brings together nineteen topical and innovative papers, researching the boundaries of sexual integrity and affirmative sexual consent, gender violence, and image-based or online sexual abuse, including child sexual abuse material and non-consensual sexual deepfakes. It offers an original and nuanced approach to understanding the important legal elements, various agents and harms of topic-related deviant conduct as well as legislative processes aimed at tackling it. In light of recent societal developments, including changes in societal sensibilities, and recent or on-going legislative amendments at national and supranational levels, research on these topics is timely and much needed.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law and data protection law, Department Chair Criminology, Criminal Law and Social Law, and Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), all at Ghent University. He is also General Director Publications of the AIDP, and Editor-in-chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Full Professor of Law, University of Maribor (habilitation), Academic Consultant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Stéphanie De Coensel is an FWO Postdoctoral Researcher and Visiting Professor in Advanced Criminal Law at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Editorial Secretary of the RIDP.
RIDP 95.2 (2024) | Researching the boundaries of sexual integrity, gender violence and image-based abuse
This special issue brings together nineteen topical and innovative papers, researching the boundaries of sexual integrity and affirmative sexual consent, gender violence, and image-based or online sexual abuse, including child sexual abuse material and non-consensual sexual deepfakes. It offers an original and nuanced approach to understanding the important legal elements, various agents and harms of topic-related deviant conduct as well as legislative processes aimed at tackling it. In light of recent societal developments, including changes in societal sensibilities, and recent or on-going legislative amendments at national and supranational levels, research on these topics is timely and much needed.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law and data protection law, Department Chair Criminology, Criminal Law and Social Law, and Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), all at Ghent University. He is also General Director Publications of the AIDP, and Editor-in-chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Full Professor of Law, University of Maribor (habilitation), Academic Consultant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Stéphanie De Coensel is an FWO Postdoctoral Researcher and Visiting Professor in Advanced Criminal Law at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Editorial Secretary of the RIDP.





RIDP 95.1 (2024) | Criminalisation of AI-related offences – (International Colloquium, Bucharest, Romania, 14th-16th June 2023)
Artificial Intelligence is already widely used in many sectors of society. The advent of this technology, and the harms that it may create to interests worthy of protection by criminal law, questions whether the special part of criminal codes is suitable for addressing the challenges that this technology creates. Therefore, it is relevant to reflect on the necessity to amend the special part of the criminal code, integrating AI-related offences. This encompasses offences whose criminalisation responds to the alleged new needs of criminal law intervention related to the risks and harms arising from the development of AI systems. Indeed, AI harms and risks might demand new forms of criminalisation, and current offences might be amended to adequately respond to the new ways of affecting already protected interests. Additionally, the inclusion of new relevant interests related to AI could be considered.
This criminalisation process has already started in some states. Extra criminal regulation, which can have relevant implications on criminal law, has been enacted as well. Legislators cannot overlook the criminalisation techniques and grounds to legitimise criminal intervention. To that end, transversal and rich reflections are required to inform this legislative process.
This RIDP issue attempts to address these relevant questions, proving the insights of AIDP academics on the topic of the criminalisation of AI-related offences. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries, who collaborated in the works of Section II for the upcoming AIDP XXIst International Congress of Penal Law 2024 on Artificial Intelligence and Criminal law. Furthermore, it gathers the work of some AIDP experts in the form of “special reports” that cover some particularly relevant topics regarding AI-related offences (AI and cybercrime, disinformation and deep fakes, AI and privacy and financial crimes).
Fernando Miró-Llinares is Professor of Criminal law and Criminology and Director of the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.
Constantin Duvac is Professor of Criminal law and Forensics at Bucharest University of Economic Studies and the president of the Romanian National Group of the AIDP.
Tudorel Toader is Professor of Criminal law at Alexandru Ioan Cuza University of Iasi and the vice-president of the Romanian National Group of the AIDP.
Mario Santisteban Galarza is Postdoctoral Researcher at the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.
RIDP 95.1 (2024) | Criminalisation of AI-related offences – (International Colloquium, Bucharest, Romania, 14th-16th June 2023)
Artificial Intelligence is already widely used in many sectors of society. The advent of this technology, and the harms that it may create to interests worthy of protection by criminal law, questions whether the special part of criminal codes is suitable for addressing the challenges that this technology creates. Therefore, it is relevant to reflect on the necessity to amend the special part of the criminal code, integrating AI-related offences. This encompasses offences whose criminalisation responds to the alleged new needs of criminal law intervention related to the risks and harms arising from the development of AI systems. Indeed, AI harms and risks might demand new forms of criminalisation, and current offences might be amended to adequately respond to the new ways of affecting already protected interests. Additionally, the inclusion of new relevant interests related to AI could be considered.
This criminalisation process has already started in some states. Extra criminal regulation, which can have relevant implications on criminal law, has been enacted as well. Legislators cannot overlook the criminalisation techniques and grounds to legitimise criminal intervention. To that end, transversal and rich reflections are required to inform this legislative process.
This RIDP issue attempts to address these relevant questions, proving the insights of AIDP academics on the topic of the criminalisation of AI-related offences. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries, who collaborated in the works of Section II for the upcoming AIDP XXIst International Congress of Penal Law 2024 on Artificial Intelligence and Criminal law. Furthermore, it gathers the work of some AIDP experts in the form of “special reports” that cover some particularly relevant topics regarding AI-related offences (AI and cybercrime, disinformation and deep fakes, AI and privacy and financial crimes).
Fernando Miró-Llinares is Professor of Criminal law and Criminology and Director of the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.
Constantin Duvac is Professor of Criminal law and Forensics at Bucharest University of Economic Studies and the president of the Romanian National Group of the AIDP.
Tudorel Toader is Professor of Criminal law at Alexandru Ioan Cuza University of Iasi and the vice-president of the Romanian National Group of the AIDP.
Mario Santisteban Galarza is Postdoctoral Researcher at the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.





Vol-au-vent – Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Vol-au-vent – Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.


Criminal Justice in the Prism of Human Rights – (X AIDP International Symposium for Young Penalists, Bologna, Italy, 27-28 October 2022) [RIDP Libri 5]
Criminal law occupies a central role in the “prism” of human rights, given the relevant impact of trial and punishment on the personal sphere of individuals, which may be instrumentalised in the name of security claims for political purposes. It is no coincidence that during the Age of Enlightenment the main fundamental guarantees of criminal law were enshrined in human rights declarations, with an approach now widely accepted at an international level. In fact, the “dialogue” between national and supranational Courts in this domain has been a key element in contemporary times in the development of criminal law, leading not only to the implementation of fundamental guarantees – even through the redefinition of their field of application – but also to the promotion of criminalisation in order to protect certain human rights.
This volume builds upon the contributions to the X AIDP Symposium for Young Penalists, which was held on 27 and 28 October 2022 at the Department of Legal Studies of the University of Bologna. During five panels moderated by experts, young academics from eleven different countries discussed the current role of human rights in criminal justice.
Francesco Mazzacuva is Associate Professor in Criminal Law at the University of Parma, where he was PhD graduate in 2012 and postdoctoral research fellow from 2014 to 2016, when he was appointed ordinary magistrate, serving as a judge at the Court of Modena until 2019. He coordinated the activities of the Young Penalists of the Italian group of the AIDP since 2015 and, at the 20th World Congress of the AIDP held in Rome in November 2019, he was elected President of the Young Penalists Committee.
Miren Odriozola Gurrutxaga is Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country, where she obtained her PhD in Law in 2015. She is also a member of the Basque Institute of Criminology since 2015. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, she is a member of the Young Penalists Committee.
Nicola Recchia is Senior Researcher in Criminal Law at the University of Trieste. In 2017 he obtained a Ph.D. in Criminal Law from the Ludwig-Maximilians University of Munich and the University of Ferrara. He has then worked as a Post-doc researcher at the University of Ferrara in 2017 and at the Goethe-University Frankfurt am Main from 2018 to 2022. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, he is member of the Young Penalists Committee.
Alessandra Santangelo is Research Fellow in Criminal Law at the University of Bologna, where she obtained her Ph.D. in Legal Science in 2020. Since then, she has been working as a Post-doc researcher for national and international projects, being Technical Coordinator of a DG Justice Programme. In 2013, she obtained an LLM, with specialisation in EU Law, from King’s College London.
Criminal Justice in the Prism of Human Rights – (X AIDP International Symposium for Young Penalists, Bologna, Italy, 27-28 October 2022) [RIDP Libri 5]
Criminal law occupies a central role in the “prism” of human rights, given the relevant impact of trial and punishment on the personal sphere of individuals, which may be instrumentalised in the name of security claims for political purposes. It is no coincidence that during the Age of Enlightenment the main fundamental guarantees of criminal law were enshrined in human rights declarations, with an approach now widely accepted at an international level. In fact, the “dialogue” between national and supranational Courts in this domain has been a key element in contemporary times in the development of criminal law, leading not only to the implementation of fundamental guarantees – even through the redefinition of their field of application – but also to the promotion of criminalisation in order to protect certain human rights.
This volume builds upon the contributions to the X AIDP Symposium for Young Penalists, which was held on 27 and 28 October 2022 at the Department of Legal Studies of the University of Bologna. During five panels moderated by experts, young academics from eleven different countries discussed the current role of human rights in criminal justice.
Francesco Mazzacuva is Associate Professor in Criminal Law at the University of Parma, where he was PhD graduate in 2012 and postdoctoral research fellow from 2014 to 2016, when he was appointed ordinary magistrate, serving as a judge at the Court of Modena until 2019. He coordinated the activities of the Young Penalists of the Italian group of the AIDP since 2015 and, at the 20th World Congress of the AIDP held in Rome in November 2019, he was elected President of the Young Penalists Committee.
Miren Odriozola Gurrutxaga is Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country, where she obtained her PhD in Law in 2015. She is also a member of the Basque Institute of Criminology since 2015. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, she is a member of the Young Penalists Committee.
Nicola Recchia is Senior Researcher in Criminal Law at the University of Trieste. In 2017 he obtained a Ph.D. in Criminal Law from the Ludwig-Maximilians University of Munich and the University of Ferrara. He has then worked as a Post-doc researcher at the University of Ferrara in 2017 and at the Goethe-University Frankfurt am Main from 2018 to 2022. Since the 20th World Congress of the AIDP in November 2019, he is member of the Young Penalists Committee.
Alessandra Santangelo is Research Fellow in Criminal Law at the University of Bologna, where she obtained her Ph.D. in Legal Science in 2020. Since then, she has been working as a Post-doc researcher for national and international projects, being Technical Coordinator of a DG Justice Programme. In 2013, she obtained an LLM, with specialisation in EU Law, from King’s College London.












































Handboek BTW
De verschillende facetten van het btw-stelsel uit de controlepraktijk worden samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, hiërarchie in de toe te passen correctieregels inzake btw, herziening van de btw en ingetreden verjaring.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringsverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds, en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Doordat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van voorbeelden en praktijkgevallen, is het boek ook bruikbaar als handboek in opleidingen waar een praktijkgerichte btw-opleiding wordt gegeven.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale overheidsdienst Financiën als adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Handboek BTW
De verschillende facetten van het btw-stelsel uit de controlepraktijk worden samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, hiërarchie in de toe te passen correctieregels inzake btw, herziening van de btw en ingetreden verjaring.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringsverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds, en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Doordat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van voorbeelden en praktijkgevallen, is het boek ook bruikbaar als handboek in opleidingen waar een praktijkgerichte btw-opleiding wordt gegeven.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale overheidsdienst Financiën als adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.


Moderne piraterij in Oost- en West-Afrika. Het juridisch kader, de bestrijdingsstrategieen en de vervolging en bestraffing
Klaas Willaert studeerde in 2012 af als Master in de Rechten (summa cum laude) aan de Universiteit Gent en in 2013 voegde hij daar een Master in de Maritieme Wetenschappen (summa cum laude) aan toe. In september 2013 ging Klaas aan de slag als voltijds assistent op de vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal Publiekrecht van de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar hij een doctoraat omtrent piraterij schreef onder het promotorschap van Prof. dr. Frank Maes en Prof. dr. em. Eduard Somers. Sindsdien leverde hij verschillende juridisch-wetenschappelijke artikels af over piraterij en deelde hij zijn expertise op nationale en internationale conferenties.
Moderne piraterij in Oost- en West-Afrika. Het juridisch kader, de bestrijdingsstrategieen en de vervolging en bestraffing
Klaas Willaert studeerde in 2012 af als Master in de Rechten (summa cum laude) aan de Universiteit Gent en in 2013 voegde hij daar een Master in de Maritieme Wetenschappen (summa cum laude) aan toe. In september 2013 ging Klaas aan de slag als voltijds assistent op de vakgroep Europees, Publiek- en Internationaal Publiekrecht van de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent, waar hij een doctoraat omtrent piraterij schreef onder het promotorschap van Prof. dr. Frank Maes en Prof. dr. em. Eduard Somers. Sindsdien leverde hij verschillende juridisch-wetenschappelijke artikels af over piraterij en deelde hij zijn expertise op nationale en internationale conferenties.



Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2018 – nr. 5
- Tussen Hollywood en Marcinelle. Van seksueel grensoverschrijdend gedrag tot seksuele delinquentie
Luc Robert, Tom Vander Beken, Gert Vermeulen
- Nood aan een Kritisch Interpretatieve Synthese: genderverschillen in prevalentiecijfers van seksueel geweld gekaderd
Joke Depraetere, Christophe Vandeviver, Tom Vander Beken, Ines Keygnaert - Het profiel van de seksuele pleger in de sport op basis van een slachtofferenquête
Tine Vertommen, Jarl Kampen, Nicolette Schippervan Veldhoven, Kasia Usieblo, Filip Van Den Eede - Eerste ervaringen van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen met de Seksismewet Liesbet Stevens, Hannah Van Dijcke
- Desistance onder zedendaders: Narratieven van mannen veroordeeld voor zedenmisdrijven tegen minderjarigen in België
Lucile de Kruijff, Lidewyde Berckmoes
- Beleidstransfer en criminologisch onderzoek
Tom Daems, Danique Gudders - Housing First: geen wondermiddel maar wel een effectieve benadering voor langdurige thuisloosheid
Danny Lescrauwaet - De stabiliteit van zelfcontrole: een verkennende analyse op Belgische paneldata
Ann De Buck, Lieven Pauwels, Wim Hardyns

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2018 – nr. 5
- Tussen Hollywood en Marcinelle. Van seksueel grensoverschrijdend gedrag tot seksuele delinquentie
Luc Robert, Tom Vander Beken, Gert Vermeulen
- Nood aan een Kritisch Interpretatieve Synthese: genderverschillen in prevalentiecijfers van seksueel geweld gekaderd
Joke Depraetere, Christophe Vandeviver, Tom Vander Beken, Ines Keygnaert - Het profiel van de seksuele pleger in de sport op basis van een slachtofferenquête
Tine Vertommen, Jarl Kampen, Nicolette Schippervan Veldhoven, Kasia Usieblo, Filip Van Den Eede - Eerste ervaringen van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen met de Seksismewet Liesbet Stevens, Hannah Van Dijcke
- Desistance onder zedendaders: Narratieven van mannen veroordeeld voor zedenmisdrijven tegen minderjarigen in België
Lucile de Kruijff, Lidewyde Berckmoes
- Beleidstransfer en criminologisch onderzoek
Tom Daems, Danique Gudders - Housing First: geen wondermiddel maar wel een effectieve benadering voor langdurige thuisloosheid
Danny Lescrauwaet - De stabiliteit van zelfcontrole: een verkennende analyse op Belgische paneldata
Ann De Buck, Lieven Pauwels, Wim Hardyns
BTW bij Internationale Handelingen
Waar wordt de handeling geacht plaats te vinden, is er een vrijstelling, kan deze vrijstelling toegepast worden, onder welke voorwaarden, …? Elke transactie moet, aan de hand van het schema bij de aanvang van het boek, grondig geanalyseerd worden. Met dit schema kunnen de meeste fouten vermeden worden. Een correcte analyse van de handeling, de plaatsbepaling, de vrijstelling en de voldoeningsplicht van de btw is essentieel. Daarom wordt aan dit schema, ook in de uitgewerkte voorbeeldjes in elk hoofdstuk, de nodige aandacht besteed.
Bij elke intracommunautaire levering van goederen of zelfs buiten de EU, en de vele diensten die daarmee samenhangen, wordt de theoretische analyse en de praktische toepassing ervan toegelicht.
Voorts is het uiteraard van belang om elke vrijstelling inzake btw te kunnen verantwoorden. Welke stukken zijn daartoe voorhanden, waar kan ik deze stukken terugvinden, waar worden ze bewaard en kan ik ze op een eenvoudige manier voorleggen bij een eventuele controle? De echtheid van de transactie is van groot belang. Het is dus voor elke onderneming actief in de internationale handel belangrijk om de eigen interne administratie/organisatie daaraan aan te passen. Dit blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie maar ook en vooral uit de nationale aanpak door de Administratie.
Luc Heylens, Belastingconsulent IAB, Director VAT Department Deloitte Private | Accountancy & Advisory is al jarenlang actief in de btw-materie. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd spreker/docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen is één van zijn stokpaardjes.
BTW bij Internationale Handelingen
Waar wordt de handeling geacht plaats te vinden, is er een vrijstelling, kan deze vrijstelling toegepast worden, onder welke voorwaarden, …? Elke transactie moet, aan de hand van het schema bij de aanvang van het boek, grondig geanalyseerd worden. Met dit schema kunnen de meeste fouten vermeden worden. Een correcte analyse van de handeling, de plaatsbepaling, de vrijstelling en de voldoeningsplicht van de btw is essentieel. Daarom wordt aan dit schema, ook in de uitgewerkte voorbeeldjes in elk hoofdstuk, de nodige aandacht besteed.
Bij elke intracommunautaire levering van goederen of zelfs buiten de EU, en de vele diensten die daarmee samenhangen, wordt de theoretische analyse en de praktische toepassing ervan toegelicht.
Voorts is het uiteraard van belang om elke vrijstelling inzake btw te kunnen verantwoorden. Welke stukken zijn daartoe voorhanden, waar kan ik deze stukken terugvinden, waar worden ze bewaard en kan ik ze op een eenvoudige manier voorleggen bij een eventuele controle? De echtheid van de transactie is van groot belang. Het is dus voor elke onderneming actief in de internationale handel belangrijk om de eigen interne administratie/organisatie daaraan aan te passen. Dit blijkt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie maar ook en vooral uit de nationale aanpak door de Administratie.
Luc Heylens, Belastingconsulent IAB, Director VAT Department Deloitte Private | Accountancy & Advisory is al jarenlang actief in de btw-materie. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd spreker/docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen is één van zijn stokpaardjes.

Heibel in het appartementsgebouw – 3de herziene uitgave
Dit boek, dat aan zijn derde druk toe is, is in eerste instantie geschreven om conflicten in de kiem te smoren. Het opzet is om alle betrokken mede-eigenaren oplossingen te bieden voor concrete discussies of patstellingen. Een vlotte interne conflictregeling kan immers een tijdrovend en vaak kostelijk rechtsgeding doen voorkomen. Mocht een geschil toch bij de rechter belanden, dan kan het boek als leidraad dienen bij het opvolgen van een aan de gang zijnde procedure. Het boek sluit af met handige modellen voor de praktijk.
Astrid Clabots is advocaat maar ook erkend bemiddelaar. Het vastgoedrecht behoort tot haar specialisaties, waarbij bijzondere focus wordt gelegd op het appartemensrecht. Zij doceert onder meer aan vastgoedprofessionals en is een veelgevraagd spreker.

Heibel in het appartementsgebouw – 3de herziene uitgave
Dit boek, dat aan zijn derde druk toe is, is in eerste instantie geschreven om conflicten in de kiem te smoren. Het opzet is om alle betrokken mede-eigenaren oplossingen te bieden voor concrete discussies of patstellingen. Een vlotte interne conflictregeling kan immers een tijdrovend en vaak kostelijk rechtsgeding doen voorkomen. Mocht een geschil toch bij de rechter belanden, dan kan het boek als leidraad dienen bij het opvolgen van een aan de gang zijnde procedure. Het boek sluit af met handige modellen voor de praktijk.
Astrid Clabots is advocaat maar ook erkend bemiddelaar. Het vastgoedrecht behoort tot haar specialisaties, waarbij bijzondere focus wordt gelegd op het appartemensrecht. Zij doceert onder meer aan vastgoedprofessionals en is een veelgevraagd spreker.
Purpose in organisaties. Why I lose my soul to the company…
Dat deze aspecten een cruciale rol spelen in ondernemingen is geen gratuite bedenking. Het moet ook, want er staat veel op het spel. Namelijk de motivatie en drive van medewerkers, en zo ja van de ganse organisatie. En dat onderkent dit boek door scherp de mogelijkheid van burn-out te bevestigen als Purpose ontbreekt of het Verhaal van de organisatie niet (meer) aanwezig is.
De auteur is niet over één nacht ijs gegaan en heeft uitgebreid het terrein geschetst. Dit zowel vanuit de huidige managementliteratuur als vanuit z’n eigen ervaring als consultant en organisatiedeskundige. Als extra biedt dit boek referenties naar praktijkvoorbeelden en een handig model hoe zelf Purpose in organisaties door te lichten en er mee aan de slag te gaan.
Jozef Van Ballaer is een echte multididact, met als basis Masterdiploma’s in de Filosofie, Menselijke Ecologie en Lichamelijke Opleiding maar evenzeer postgraduaatcertificaten in Kwaliteitsmanagement, Preventie en Business Administration. Zijn professionele carrière is gestart in het nucleaire maar heeft hem al snel, met nadruk op Health & Safety, erg succesvolle cultuurimplementaties opgeleverd binnen diverse multinationale bedrijven. Zijn huidige focus is gericht op de impact van managementverbetering op de motivatie van teams.
Purpose in organisaties. Why I lose my soul to the company…
Dat deze aspecten een cruciale rol spelen in ondernemingen is geen gratuite bedenking. Het moet ook, want er staat veel op het spel. Namelijk de motivatie en drive van medewerkers, en zo ja van de ganse organisatie. En dat onderkent dit boek door scherp de mogelijkheid van burn-out te bevestigen als Purpose ontbreekt of het Verhaal van de organisatie niet (meer) aanwezig is.
De auteur is niet over één nacht ijs gegaan en heeft uitgebreid het terrein geschetst. Dit zowel vanuit de huidige managementliteratuur als vanuit z’n eigen ervaring als consultant en organisatiedeskundige. Als extra biedt dit boek referenties naar praktijkvoorbeelden en een handig model hoe zelf Purpose in organisaties door te lichten en er mee aan de slag te gaan.
Jozef Van Ballaer is een echte multididact, met als basis Masterdiploma’s in de Filosofie, Menselijke Ecologie en Lichamelijke Opleiding maar evenzeer postgraduaatcertificaten in Kwaliteitsmanagement, Preventie en Business Administration. Zijn professionele carrière is gestart in het nucleaire maar heeft hem al snel, met nadruk op Health & Safety, erg succesvolle cultuurimplementaties opgeleverd binnen diverse multinationale bedrijven. Zijn huidige focus is gericht op de impact van managementverbetering op de motivatie van teams.
Collaboratief onderhandelen
Dit werk is het eerste en voorlopig enige werk in Vlaanderen over collaboratief onderhandelen, ook de Harvard-methode genaamd.
De zogenoemde Waterzooi-wet heeft de advocatuur een nieuwe rol gegeven: deze van collaboratief onderhandelaar. Het werk maakt niet alleen wegwijs in de onderhandelingstechnieken die de advocaat moet beheersen, maar ook in de techniek van de dealmaking: een overeenkomst bereiken met een meerwaarde, en toch de eigen cliënt het grootste stuk doen behalen.
Een must voor de advocaat-ondernemer anno 2018, en nu ook de basis voor een wettelijk erkende kwalificatie.
Collaboratief onderhandelen
Dit werk is het eerste en voorlopig enige werk in Vlaanderen over collaboratief onderhandelen, ook de Harvard-methode genaamd.
De zogenoemde Waterzooi-wet heeft de advocatuur een nieuwe rol gegeven: deze van collaboratief onderhandelaar. Het werk maakt niet alleen wegwijs in de onderhandelingstechnieken die de advocaat moet beheersen, maar ook in de techniek van de dealmaking: een overeenkomst bereiken met een meerwaarde, en toch de eigen cliënt het grootste stuk doen behalen.
Een must voor de advocaat-ondernemer anno 2018, en nu ook de basis voor een wettelijk erkende kwalificatie.
Opeisbaarheid van de btw en recht op aftrek
In dit boek worden de begrippen "belastbaar feit" en "opeisbaarheid van de belasting" vanuit een praktisch oogpunt benaderd.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Ook de problematiek van de voorschotten (aanbetaling) en de link met de opeisbaarheid komt uitgebreid aan bod.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO's en vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fidcalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de factulteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Opeisbaarheid van de btw en recht op aftrek
In dit boek worden de begrippen "belastbaar feit" en "opeisbaarheid van de belasting" vanuit een praktisch oogpunt benaderd.
De lezer begrijpt na het lezen van dit boek de relatie tussen opeisbaarheid van de btw en de factureringverplichting bij de leverancier of dienstverrichter enerzijds en het ontstaan en de uitoefening van het recht op aftrek bij de medecontractant anderzijds.
Ook de problematiek van de voorschotten (aanbetaling) en de link met de opeisbaarheid komt uitgebreid aan bod.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts BVBA. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO's en vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fidcalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de factulteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Ondernemingsvermogen
Ondernemingsvermogen is geschreven voor het bedrijfsleven en het economisch hoger onderwijs. In dit werk worden vermogensvraagstukken praktisch aangepakt. Hiervoor doen we een beroep op de techniek van lineaire programmering. Voor de toepassing van deze oplossingsmethode gebruiken we de Oplosser-applicatie van Excel.
Gebruikers van dit boek kunnen de erin behandelde probleemstellingen met succes in de praktijk oplossen.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Werkte jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Als accountant was hijgerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde op academisch - en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef tientallen publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management bedrijfseconomie en accountancy.
Hij maakte meer dan 20 jaar deel uit van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Ondernemingsvermogen
Ondernemingsvermogen is geschreven voor het bedrijfsleven en het economisch hoger onderwijs. In dit werk worden vermogensvraagstukken praktisch aangepakt. Hiervoor doen we een beroep op de techniek van lineaire programmering. Voor de toepassing van deze oplossingsmethode gebruiken we de Oplosser-applicatie van Excel.
Gebruikers van dit boek kunnen de erin behandelde probleemstellingen met succes in de praktijk oplossen.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Werkte jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Als accountant was hijgerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde op academisch - en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef tientallen publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management bedrijfseconomie en accountancy.
Hij maakte meer dan 20 jaar deel uit van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Key Audit Matters (KAM) – Points clés de l’audit – Kernpunten van de controle.2018-1
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het ICCI verrichtten de UCLouvain en de KU Leuven een juridische respectievelijk empirische studie over de impact van de kernpunten op het auditverslag om op basis van de ervaringen sinds enkele jaren in het Verenigd Koninkrijk richtlijnen en goede praktijken te ontwikkelen voor de rapportering over de kernpunten in Belgische OOB’s.
De resultaten van de empirische studie werden voorgesteld en besproken op een paneldebat en praktijksessie onder de respectievelijke titels “How informative are extended audit reports, really?” en “Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands” tijdens het 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) dat plaatsvond op 29 september 2017 aan de KU Leuven.
Onderhavige publicatie bevat de neerslag van beide studies.
L’évolution la plus significative de la réforme européenne de l’audit pour les entités d'intérêt public (EIP) a trait à la communication des risques jugés les plus importants d’anomalies significatives dans le rapport d’audit. Il est généralement admis que ce concept est équivalent aux points clés de l’audit (Key Audit Matters (KAM)) couverts par l’International Standards on Auditing (ISA) 701.
A l’occasion du 10ième anniversaire de l’ICCI, l’UCLouvain et la KU Leuven ont exécuté une étude juridique respectivement empirique concernant l’impact des points clés sur le rapport d’audit afin de développer sur la base des expériences depuis quelques années en Royaume-Uni des guides et des bonnes pratiques pour le reporting sur les points clés dans les EIP belges.
Les résultats de l’étude empirique ont été présentés et discutés lors d’un débat panel et d’une session pratique ayant comme titres respectifs « How informative are extended audit reports, really? » et « Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands » pendant le 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) qui a eu lieu le 29 septembre 2017 à la KU Leuven.
La présente publication couvre en substance les deux études.
Key Audit Matters (KAM) – Points clés de l’audit – Kernpunten van de controle.2018-1
Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van het ICCI verrichtten de UCLouvain en de KU Leuven een juridische respectievelijk empirische studie over de impact van de kernpunten op het auditverslag om op basis van de ervaringen sinds enkele jaren in het Verenigd Koninkrijk richtlijnen en goede praktijken te ontwikkelen voor de rapportering over de kernpunten in Belgische OOB’s.
De resultaten van de empirische studie werden voorgesteld en besproken op een paneldebat en praktijksessie onder de respectievelijke titels “How informative are extended audit reports, really?” en “Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands” tijdens het 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) dat plaatsvond op 29 september 2017 aan de KU Leuven.
Onderhavige publicatie bevat de neerslag van beide studies.
L’évolution la plus significative de la réforme européenne de l’audit pour les entités d'intérêt public (EIP) a trait à la communication des risques jugés les plus importants d’anomalies significatives dans le rapport d’audit. Il est généralement admis que ce concept est équivalent aux points clés de l’audit (Key Audit Matters (KAM)) couverts par l’International Standards on Auditing (ISA) 701.
A l’occasion du 10ième anniversaire de l’ICCI, l’UCLouvain et la KU Leuven ont exécuté une étude juridique respectivement empirique concernant l’impact des points clés sur le rapport d’audit afin de développer sur la base des expériences depuis quelques années en Royaume-Uni des guides et des bonnes pratiques pour le reporting sur les points clés dans les EIP belges.
Les résultats de l’étude empirique ont été présentés et discutés lors d’un débat panel et d’une session pratique ayant comme titres respectifs « How informative are extended audit reports, really? » et « Experiences with KAM reporting practices in the UK and the Netherlands » pendant le 9th European Auditing Research Network Symposium (EARNet) qui a eu lieu le 29 septembre 2017 à la KU Leuven.
La présente publication couvre en substance les deux études.
Vouchers – Schadevergoedingen – Waarborgen
Dit boek behandelt een deel van de verborgen btw-wetgeving. Een voucher is een bon die een bepaalde waarde heeft voor de houder. De voucher kan gratis uitgedeeld worden (kortingbonnen) of verkocht worden (cadeaubonnen, “belevingsbox”, prepaid telefoonkaart). Het is ook mogelijk om te sparen voor een voucher (via een puntensysteem of zegeltjes). Een voucher kan een fysieke verschijningsvorm hebben of digitaal zijn. Vouchers geven dus recht op een goed, een dienst, een korting op de prijs of een terugbetaling in verband met een levering van een goed of dienst. Maar wanneer is er btw verschuldigd in België? Over een schadevergoeding is geen btw verschuldigd, maar is het zo eenvoudig? Wat bij een inbetalinggeving? Ook de waarborgverplichtingen lijken op het eerste zicht buiten de btw te vallen maar hoe zit het precies met wettelijke waarborgverplichtingen en bijkomende waarborg tijdens en na de periode van de btw-belastingplicht? Het boek analyseert bijzondere topics die tot de verborgen btw-wetgeving kunnen gerekend worden en geeft een praktijkgerichte oplossing binnen een evolutief economisch kader.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Vouchers – Schadevergoedingen – Waarborgen
Dit boek behandelt een deel van de verborgen btw-wetgeving. Een voucher is een bon die een bepaalde waarde heeft voor de houder. De voucher kan gratis uitgedeeld worden (kortingbonnen) of verkocht worden (cadeaubonnen, “belevingsbox”, prepaid telefoonkaart). Het is ook mogelijk om te sparen voor een voucher (via een puntensysteem of zegeltjes). Een voucher kan een fysieke verschijningsvorm hebben of digitaal zijn. Vouchers geven dus recht op een goed, een dienst, een korting op de prijs of een terugbetaling in verband met een levering van een goed of dienst. Maar wanneer is er btw verschuldigd in België? Over een schadevergoeding is geen btw verschuldigd, maar is het zo eenvoudig? Wat bij een inbetalinggeving? Ook de waarborgverplichtingen lijken op het eerste zicht buiten de btw te vallen maar hoe zit het precies met wettelijke waarborgverplichtingen en bijkomende waarborg tijdens en na de periode van de btw-belastingplicht? Het boek analyseert bijzondere topics die tot de verborgen btw-wetgeving kunnen gerekend worden en geeft een praktijkgerichte oplossing binnen een evolutief economisch kader.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/4 (2017)- Changes in policing to improve service delivery
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop and Wim Hardyns
br>
Articles
How to Police a Porous Fortress?
Monica den Boer (1)
Abstract
The purpose of this article is to provide an overview of the way in which the European Union has gradually but steadily built a security architecture based on the control of mobility and borders. Different logics of policing are interwoven in several projects, which are strongly interdependent with technological innovation. Furthermore, the European policing of mobility is primarily performed by mounting surveillance – both inside and beyond European borders – by means of which all forms of movement (transactions, travelling, etc.) are subjected to intensive monitoring by multiple actors who are interlinked through strategies and systems. The main finding is that border policing is shifting in a fundamental way from fixed to fluid, from territorial to virtual, and from physical to technological. Hence, paradoxically, though mobility is strongly promoted as one of the main virtues of the European Union, Europe’s precautionary protection may be at ill-ease with the free movement of people. The article seeks to stimulate the knowledge and debate about deeper shifts in Europe’s security apparatus and develops this from a law enforcement perspective.
Keywords: Europe; borders; security; mobility; technology
(1) Academic Dean at the Police Academy of The Netherlands, Member of the Committee on European Integration of the Advisory Council on International Affairs and Visiting Professor at the College of Europe in Bruges.
Police Science in Germany: History and New Perspectives
Joachim Kersten (1) and Ansgar Burchard (2)
Abstract
In the German speaking academic world Police Science (Polizeiwissenschaft) is a fairly new and little known area of social science. Accordingly, the academic status of police science is anything but firmly established but rather at a ‘hybrid’ stage of development. The very combination of policing and academic study/research seems to remain largely incompatible not only to police managers but also to main stream sociology. German police science differs substantially from the Anglo-American-Australian approach. One main difference pertains to legal traditions, others are due to historical and cultural developments that will be taken up in this descriptive essay. However, Anglo-American-Australian police theories have a lot to offer to German and European police scientists and this will be demonstrated. For a future common approach to an evolving European police science similar descriptions will be required from other European countries to establish a comparative foundation of joint EU police studies. Some of the principal dimensions of such a comparison will be sketched in this essay. It concludes with a presentation of empirically based police studies carried out by instructors and Master students at the newly founded German Police University in Münster. Topics are media coverage of clashes between police and demonstrators, a typology of third party intervention in cases of assault in public places and COREPOL (EU FP7), a comparative security research project aiming at an improvement of police-minority relations through means of restorative justice programs.
Keywords: Police Science in Germany; accountability; YouTube; public relations; Facebook; civil courage; violent assaults
(1) Professor and Head of Department of the Department of Police Science at the German Police University (Germany), DAAD Professor at Northwestern University, and guest professor in Maastricht/NL, in Sydney/Australia, and in Tokyo/Japan.
(2) Senior Researcher for ‘COREPOL’ (EU FP7).
European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/4 (2017)- Changes in policing to improve service delivery
Contents:
Introduction
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop and Wim Hardyns
br>
Articles
How to Police a Porous Fortress?
Monica den Boer (1)
Abstract
The purpose of this article is to provide an overview of the way in which the European Union has gradually but steadily built a security architecture based on the control of mobility and borders. Different logics of policing are interwoven in several projects, which are strongly interdependent with technological innovation. Furthermore, the European policing of mobility is primarily performed by mounting surveillance – both inside and beyond European borders – by means of which all forms of movement (transactions, travelling, etc.) are subjected to intensive monitoring by multiple actors who are interlinked through strategies and systems. The main finding is that border policing is shifting in a fundamental way from fixed to fluid, from territorial to virtual, and from physical to technological. Hence, paradoxically, though mobility is strongly promoted as one of the main virtues of the European Union, Europe’s precautionary protection may be at ill-ease with the free movement of people. The article seeks to stimulate the knowledge and debate about deeper shifts in Europe’s security apparatus and develops this from a law enforcement perspective.
Keywords: Europe; borders; security; mobility; technology
(1) Academic Dean at the Police Academy of The Netherlands, Member of the Committee on European Integration of the Advisory Council on International Affairs and Visiting Professor at the College of Europe in Bruges.
Police Science in Germany: History and New Perspectives
Joachim Kersten (1) and Ansgar Burchard (2)
Abstract
In the German speaking academic world Police Science (Polizeiwissenschaft) is a fairly new and little known area of social science. Accordingly, the academic status of police science is anything but firmly established but rather at a ‘hybrid’ stage of development. The very combination of policing and academic study/research seems to remain largely incompatible not only to police managers but also to main stream sociology. German police science differs substantially from the Anglo-American-Australian approach. One main difference pertains to legal traditions, others are due to historical and cultural developments that will be taken up in this descriptive essay. However, Anglo-American-Australian police theories have a lot to offer to German and European police scientists and this will be demonstrated. For a future common approach to an evolving European police science similar descriptions will be required from other European countries to establish a comparative foundation of joint EU police studies. Some of the principal dimensions of such a comparison will be sketched in this essay. It concludes with a presentation of empirically based police studies carried out by instructors and Master students at the newly founded German Police University in Münster. Topics are media coverage of clashes between police and demonstrators, a typology of third party intervention in cases of assault in public places and COREPOL (EU FP7), a comparative security research project aiming at an improvement of police-minority relations through means of restorative justice programs.
Keywords: Police Science in Germany; accountability; YouTube; public relations; Facebook; civil courage; violent assaults
(1) Professor and Head of Department of the Department of Police Science at the German Police University (Germany), DAAD Professor at Northwestern University, and guest professor in Maastricht/NL, in Sydney/Australia, and in Tokyo/Japan.
(2) Senior Researcher for ‘COREPOL’ (EU FP7).
Btw-eetjes. Bouwen en verbouwen
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Btw-eetjes. Bouwen en verbouwen
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
RIDP2017Vol88/issue2 – Prosecuting Corporations for Violations of International Criminal Law: Jurisdictional Issues
This issue is the third milestone on the way to the 20th AIDP World Congress
dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It covers the General
Report based on all Country Reports submitted for the International Colloquium
Section IV at the University of Basel on 2-4 June 2017: The volume contains a
special report on Corporate Criminal Responsibility for Human Rights Violations.
Jurisdiction and Reparations’ and national reports of Australia, Finland, France,
Germany, Italy, the Netherlands, Russia, Switzerland and the United States. It also
includes the resolution adopted by the participants of the Basel colloquium. Other
national reports (Austria, Brazil, China, Spain, Sweden) that have been submitted
for the Section IV are published in the eRIDP.
This volume offers a detailed synopsis of jurisdictional problems and possible
solutions for viable corporate criminal liability. It illustrates the broad challenges
raised by targeting corporations for allegedly causing harm in third countries
with regard to territory and sovereignty in the age of globalisation. As the UN
Guiding Principles on Business and Human Rights of 2011 oblige countries to
establish a legal framework ensuring that corporations respect internationally
protected legal interests and basic human rights when doing business abroad, it
will have consequences for jurisdictional rules. States shall provide a remedy for
victims of alleged human rights violations by corporate groups, as well as crimes
alleged to have occurred in their supply chains if certain conditions are met. Of
particular interest is the establishment of the link between substantive law and
the application of territorial jurisdiction. Also addressed is the need for potential
enhancement of traditional jurisdictional rules.
Sabine Gless holds a Chair for Criminal Law and Criminal Procedure at the
University of Basel (Switzerland).
Sylwia Broniszewska-Emdin is a legal counsel and a PhD candidate at the
University of Basel, Faculty of Law.
RIDP2017Vol88/issue2 – Prosecuting Corporations for Violations of International Criminal Law: Jurisdictional Issues
This issue is the third milestone on the way to the 20th AIDP World Congress
dedicated to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It covers the General
Report based on all Country Reports submitted for the International Colloquium
Section IV at the University of Basel on 2-4 June 2017: The volume contains a
special report on Corporate Criminal Responsibility for Human Rights Violations.
Jurisdiction and Reparations’ and national reports of Australia, Finland, France,
Germany, Italy, the Netherlands, Russia, Switzerland and the United States. It also
includes the resolution adopted by the participants of the Basel colloquium. Other
national reports (Austria, Brazil, China, Spain, Sweden) that have been submitted
for the Section IV are published in the eRIDP.
This volume offers a detailed synopsis of jurisdictional problems and possible
solutions for viable corporate criminal liability. It illustrates the broad challenges
raised by targeting corporations for allegedly causing harm in third countries
with regard to territory and sovereignty in the age of globalisation. As the UN
Guiding Principles on Business and Human Rights of 2011 oblige countries to
establish a legal framework ensuring that corporations respect internationally
protected legal interests and basic human rights when doing business abroad, it
will have consequences for jurisdictional rules. States shall provide a remedy for
victims of alleged human rights violations by corporate groups, as well as crimes
alleged to have occurred in their supply chains if certain conditions are met. Of
particular interest is the establishment of the link between substantive law and
the application of territorial jurisdiction. Also addressed is the need for potential
enhancement of traditional jurisdictional rules.
Sabine Gless holds a Chair for Criminal Law and Criminal Procedure at the
University of Basel (Switzerland).
Sylwia Broniszewska-Emdin is a legal counsel and a PhD candidate at the
University of Basel, Faculty of Law.

Bijdragecalculatie en optimaal ondernemingsrendement
Centraal in dit werk staat de behandeling van hoe de techniek van contributiecalculatie ons kan helpen bij het vinden van een te vervaardigen productmix die de winstgevendheid optimaliseert. Hierbij moet bij toepassing van deze techniek altijd rekening worden gehouden met de al of niet aanwezigheid van schaarstefactoren die kunnen optreden bij de productie of verkoop van goederen.
Bij meerdere schaarstefactoren wordt voor het vinden van de optimale oplossing een beroep gedaan op een bekende wiskundige techniek: lineaire programmering. Deze techniek wordt uitgevoerd met Oplosser van Excel. Ten slotte verwerken we het optimaal gevonden contributieresultaat in de operationele rendementsberekening en schenken we aandacht aan de mogelijke invloed die het optimaal productmixresultaat kan hebben op het niveau van de constante kosten, de operationele investeringen en het operationeel rendement. Het werk is bestemd voor het bedrijfsleven, managementconsultants, accountants en het economisch hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef meer dan 31 publicaties die zich situeren in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy. Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Bijdragecalculatie en optimaal ondernemingsrendement
Centraal in dit werk staat de behandeling van hoe de techniek van contributiecalculatie ons kan helpen bij het vinden van een te vervaardigen productmix die de winstgevendheid optimaliseert. Hierbij moet bij toepassing van deze techniek altijd rekening worden gehouden met de al of niet aanwezigheid van schaarstefactoren die kunnen optreden bij de productie of verkoop van goederen.
Bij meerdere schaarstefactoren wordt voor het vinden van de optimale oplossing een beroep gedaan op een bekende wiskundige techniek: lineaire programmering. Deze techniek wordt uitgevoerd met Oplosser van Excel. Ten slotte verwerken we het optimaal gevonden contributieresultaat in de operationele rendementsberekening en schenken we aandacht aan de mogelijke invloed die het optimaal productmixresultaat kan hebben op het niveau van de constante kosten, de operationele investeringen en het operationeel rendement. Het werk is bestemd voor het bedrijfsleven, managementconsultants, accountants en het economisch hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef meer dan 31 publicaties die zich situeren in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy. Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer
Zaken doen met het buitenland brengt heel wat btw-verplichtingen
met zich mee. Dit boek behandelt aan de hand van voorbeelden
de meest in de praktijk voorkomende transacties met
het buitenland. Het gaat hierbij in de eerste plaats om het intracommunautair
handelsverkeer van gewone goederen maar ook
de invoer en uitvoer komen aan bod.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de
contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van
belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire
leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand
maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen
van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen
met installatie of montage.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling vrijgesteld
is of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen
naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG
of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering
en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van
het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek
staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer
Zaken doen met het buitenland brengt heel wat btw-verplichtingen
met zich mee. Dit boek behandelt aan de hand van voorbeelden
de meest in de praktijk voorkomende transacties met
het buitenland. Het gaat hierbij in de eerste plaats om het intracommunautair
handelsverkeer van gewone goederen maar ook
de invoer en uitvoer komen aan bod.
In het kader van het zaken doen met het buitenland blijkt de
contractuele relatie van het vervoer van belang te zijn. Dit is van
belang bij het bewijs van de vrijstelling bij intracommunautaire
leveringen en uitvoer en in het kader van verkopen op afstand
maar ook bij (vereenvoudigd) driehoeksverkeer en andere vormen
van kettingverkopen zoals bij intracommunautaire leveringen
met installatie of montage.
Als er geen btw wordt aangerekend omdat de handeling vrijgesteld
is of omdat er verlegging van de heffing is, wordt verwezen
naar de toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2006/112/EG
of het W.BTW. Dit is van belang voor een correcte facturering
en rapportering.
Het boek bevat de voor de praktijk relevante rechtspraak van
het Hof van Justitie inzake deze materie. Maar vooral, het boek
staat bol van de praktijkvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).





European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/2 (dec 2017) – Observing the observers
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop, Dominique
Boels & Wim Hardyns
Articles
Exploring Criminal Investigation Practices
The Benefits of Analysing Police-Generated
Investigation Data
Heidi Fischer Bjelland & Johanne Yttri Dahl
Is Police Culture Echoed in Southern Europe?
The Case of Novice Police Constables in Cyprus
Angelo G Constantinou
Too big to fail, too powerful to jail? A
convenience perspective by private internal
investigations
Petter Gottschalk
Wasting opportunities – prevention of illicit
cross-border waste trafficking
Iina Sahramäki, Serena Favarin, Shanna
Mehlbaum, Ernesto Savona, Toine Spapens &
Terhi Kankaanranta

European Journal of Policing Studies – Jaargang – 5/2 (dec 2017) – Observing the observers
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Lieselot Bisschop, Dominique
Boels & Wim Hardyns
Articles
Exploring Criminal Investigation Practices
The Benefits of Analysing Police-Generated
Investigation Data
Heidi Fischer Bjelland & Johanne Yttri Dahl
Is Police Culture Echoed in Southern Europe?
The Case of Novice Police Constables in Cyprus
Angelo G Constantinou
Too big to fail, too powerful to jail? A
convenience perspective by private internal
investigations
Petter Gottschalk
Wasting opportunities – prevention of illicit
cross-border waste trafficking
Iina Sahramäki, Serena Favarin, Shanna
Mehlbaum, Ernesto Savona, Toine Spapens &
Terhi Kankaanranta
Herinneren en vergeten in de politie – Cahiers Politiestudies CPS nr. 45 / 2017-4
Herinneren en vergeten in de politie – Cahiers Politiestudies CPS nr. 45 / 2017-4
la (CVDW). Liber Amicorum Chris Van den Wyngaert
iN 2017 neemt Chris Van den Wyngaert als buitengewoon hoogleraar afscheid van de Universiteit Antwerpen. Naar aanleiding van haar emeritaat bieden haar collega's en vrienden haar dit Liber Amicorum aan. De onderwerpen van de bijdragen reflecteren de diverse juridische domeinen waarin Chris Van den Wyngaert binnen en buiten de academische wereld haar sporen verdiende. Zij getuigen ook van de grote waardering die in de ruime academische en gerechtelijke wereld voor haar en voor haar werk leeft.
la (CVDW). Liber Amicorum Chris Van den Wyngaert
iN 2017 neemt Chris Van den Wyngaert als buitengewoon hoogleraar afscheid van de Universiteit Antwerpen. Naar aanleiding van haar emeritaat bieden haar collega's en vrienden haar dit Liber Amicorum aan. De onderwerpen van de bijdragen reflecteren de diverse juridische domeinen waarin Chris Van den Wyngaert binnen en buiten de academische wereld haar sporen verdiende. Zij getuigen ook van de grote waardering die in de ruime academische en gerechtelijke wereld voor haar en voor haar werk leeft.
Justitie 2020. Straffen: waarom? hoe?/ Justice 2020. Punir: pourquoi? Comment?
Na de reflectiedag van 24 september 2015 rond Justitie 2020 heeft de federale
overheidsdienst Justitie op 3 maart 2016 een tweede dag georganiseerd,
ditmaal rond de zin, het doel, de diversifi ëring en de uitvoering van stra en.
Dit werk verzamelt de bijdragen aan die dag.
Vooraanstaande wetenschappers gaan dieper in op een aantal van de
cruciale vragen die de straf stelt voor justitie en de rechtzoekende. Plaats
voor de straf in de hedendaagse samenleving? Zingevingen van de straf?
Doelstellingen? Functies? Bijzondere vaststellingen, specifi eke moeilijkheden
en benaderingen in bepaalde domeinen zoals de jeugdbescherming of de
witteboordcriminaliteit? Mogelijke toekomstscenario’s voor het strafbeleid?
A la suite de sa journée de réfl exion du 24 septembre 2015 consacrée à la Justice
à l’horizon 2020, le service public fédéral Justice a organisé, le 3 mars 2016,
une seconde journée, portant cette fois sur le sens, la fi nalité, la diversifi cation
et l’exécution des peines. Le présent ouvrage en réunit les contributions.
Des scientifi ques réputés abordent quelques-unes des questions cruciales que
la peine pose aujourd’hui à la justice et au justiciable. Quelle place pour la
peine dans la société actuelle? Quel sens lui donne-t-on? Quels objectifs?
Quelles fonctions? Quels constats particuliers, quelles di cultés et approches
spécifi ques dans certains domaines comme la protection de la jeunesse ou la
criminalité en col blanc? Quels scénarios de futurs possibles peut-on tracer
pour la politique pénale?
Justitie 2020. Straffen: waarom? hoe?/ Justice 2020. Punir: pourquoi? Comment?
Na de reflectiedag van 24 september 2015 rond Justitie 2020 heeft de federale
overheidsdienst Justitie op 3 maart 2016 een tweede dag georganiseerd,
ditmaal rond de zin, het doel, de diversifi ëring en de uitvoering van stra en.
Dit werk verzamelt de bijdragen aan die dag.
Vooraanstaande wetenschappers gaan dieper in op een aantal van de
cruciale vragen die de straf stelt voor justitie en de rechtzoekende. Plaats
voor de straf in de hedendaagse samenleving? Zingevingen van de straf?
Doelstellingen? Functies? Bijzondere vaststellingen, specifi eke moeilijkheden
en benaderingen in bepaalde domeinen zoals de jeugdbescherming of de
witteboordcriminaliteit? Mogelijke toekomstscenario’s voor het strafbeleid?
A la suite de sa journée de réfl exion du 24 septembre 2015 consacrée à la Justice
à l’horizon 2020, le service public fédéral Justice a organisé, le 3 mars 2016,
une seconde journée, portant cette fois sur le sens, la fi nalité, la diversifi cation
et l’exécution des peines. Le présent ouvrage en réunit les contributions.
Des scientifi ques réputés abordent quelques-unes des questions cruciales que
la peine pose aujourd’hui à la justice et au justiciable. Quelle place pour la
peine dans la société actuelle? Quel sens lui donne-t-on? Quels objectifs?
Quelles fonctions? Quels constats particuliers, quelles di cultés et approches
spécifi ques dans certains domaines comme la protection de la jeunesse ou la
criminalité en col blanc? Quels scénarios de futurs possibles peut-on tracer
pour la politique pénale?
Verslaggeving in de vennootschap Reeks BBB nr. 35
In de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid – de nv, de Comm.VA, de bvba en de cvba – heeft de wetgever veel aandacht besteed aan de verslaggeving van het bestuursorgaan aan de algemene vergadering. Dit boek bespreekt de werking en organisatie van zowel het bestuursorgaan als de algemene vergadering in die vennootschappen. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de verslaggevingsplicht, zowel aan de jaarvergadering als aan de bijzondere of buitengewone algemene vergadering. Het boek bevat ook een hele reeks modellen en nuttige clausules voor het opmaken van de verslagen en notulen of de publicatie ervan, die zeer bruikbaar zijn in de praktijk van de cijferbeoefenaar. Tevens wordt ook ingegaan op een aantal fiscale aspecten van het (niet-)naleven van de verslaggevingsplicht.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fi scaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handelsen Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fi scale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Verslaggeving in de vennootschap Reeks BBB nr. 35
In de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid – de nv, de Comm.VA, de bvba en de cvba – heeft de wetgever veel aandacht besteed aan de verslaggeving van het bestuursorgaan aan de algemene vergadering. Dit boek bespreekt de werking en organisatie van zowel het bestuursorgaan als de algemene vergadering in die vennootschappen. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de verslaggevingsplicht, zowel aan de jaarvergadering als aan de bijzondere of buitengewone algemene vergadering. Het boek bevat ook een hele reeks modellen en nuttige clausules voor het opmaken van de verslagen en notulen of de publicatie ervan, die zeer bruikbaar zijn in de praktijk van de cijferbeoefenaar. Tevens wordt ook ingegaan op een aantal fiscale aspecten van het (niet-)naleven van de verslaggevingsplicht.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fi scaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handelsen Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fi scale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Strafrecht en Strafprocesrecht in Hoofdlijnen (hardcover). 10de editie
Het boek werd voor de tiende editie volledig bijgewerkt tot 1 juli 2017, en telt ruim 1460 blz.
In deze editie is, gewoontegetrouw, getracht om orde te brengen in een materie die steeds minder
overzichtelijk wordt. Streefdoel is de lezer op een begrijpelijke manier te gidsen door deze steeds meer
ondoordringbare doolhof.
Vele hoofdstukken werden grondig geactualiseerd ten gevolge van recente ontwikkelingen in
de rechtspraak en de niet-aflatende stroom van ‘punctuele wijzigingen’ in de wetgeving. Met
name de ‘Potpourriwetten’ (2016) hebben essentiële veranderingen aangebracht die tot snelle
efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk.
‘Het handboek van barones en professor Van den Wyngaert, rechter bij het Internationaal Strafhof
van Den Haag, is reeds negen edities lang de trouwe metgezel voor zowel de rechtenstudent als de
rechtspracticus-penalist.
Met de voorliggende jubileumeditie wordt de kroon op het werk gezet.
De vele wetswijzigingen die het strafrecht en de strafprocedure actueel ondergaan, vergen een
betrouwbare gids om alle evoluties op de voet te kunnen volgen.
In de kenmerkende heldere en overzichtelijke stijl van de auteur, die voortaan wordt bijgestaan
door twee experten-medeauteurs, professor dr. Philip Traest en Eerste substituut-procureur des
Konings Steven Vandromme, wordt de techniciteit van het strafrecht, het strafprocesrecht en het
strafuitvoeringsrecht op een bevattelijke manier ontsloten.
Het oog voor detail en voor de meest recente rechtspraak en rechtsleer verbaast niet.
De titel van het werk suggereert dat het strafrecht in hoofdlijnen wordt besproken. Dat is te
bescheiden…’
Koen Geens, Minister van Justitie
Professor Chris barones Van den Wyngaert doceerde gedurende bijna 25 jaar de vakken strafrecht en strafprocesrecht en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zij heeft talrijke publicaties op het gebied van het nationaal, het internationaal en het vergelijkend strafrecht op haar naam. Zij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en rapporteur voor de International Law Association en de Association internationale de droit pénal. Zij was visiting fellow aan de Universiteit te Cambridge en is honorair hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch. Haar werk werd bekroond met vier eredoctoraten: Universiteit van Uppsala (Zweden, 2001), Vrije Universiteit Brussel (2009), Case Western Reserve University (USA, 2013) en Universiteit Maastricht (2013) en ontving het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap (2017).
Zij was ad hoc-rechter in het Internationaal Gerechtshof (2000-2002) en vervolgens rechter in het Joegoslavië-tribunaal (2003-2009). In 2009 werd zij in New York door de vergadering van Verdragsluitende Partijen bij het Rome-Statuut verkozen tot rechter in het Internationaal Strafhof te Den Haag, voor een mandaat van 9 jaar.
Zij is nu rechter in het Kosovo-tribunaal.
Professor Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering aan de Universiteit Gent, vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht. Hij is tevens advocaat aan de balie te Antwerpen. Hij is licentiaat in de rechten en in de criminologie (Universiteit Gent, resp. 1982 en 1983) en promoveerde in 1992 tot doctor in de rechten met een proefschrift getiteld
“Het bewijs in strafzaken”.
Philip Traest was lid van de Hoge Raad voor de Justitie van 2008 tot 2016. Hij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en is nu lid van de commissie die door de minister van Justitie werd belast met het uitwerken van een voorstel van hervorming van het Wetboek van Strafvordering. Hij is auteur van talrijke publicaties in het domein van het strafrecht en het strafprocesrecht (waaronder het bewijsrecht).
Steven Vandromme is in 2001 afgestudeerd als licentiaat in de Rechten met grote onderscheiding. Hij is sinds 2007 verbonden aan het parket van de procureur des Konings te Antwerpen, nu als eerste substituut. Verder is hij als wetenschappelijk medewerker lid van de Onderzoeksgroep Rechtshandhaving aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talrijke publicaties, o.a. in het Rechtskundig Weekblad, het Tijdschrift voor Strafrecht en de Commentaar Strafrecht en Strafvordering.
Strafrecht en Strafprocesrecht in Hoofdlijnen (hardcover). 10de editie
Het boek werd voor de tiende editie volledig bijgewerkt tot 1 juli 2017, en telt ruim 1460 blz.
In deze editie is, gewoontegetrouw, getracht om orde te brengen in een materie die steeds minder
overzichtelijk wordt. Streefdoel is de lezer op een begrijpelijke manier te gidsen door deze steeds meer
ondoordringbare doolhof.
Vele hoofdstukken werden grondig geactualiseerd ten gevolge van recente ontwikkelingen in
de rechtspraak en de niet-aflatende stroom van ‘punctuele wijzigingen’ in de wetgeving. Met
name de ‘Potpourriwetten’ (2016) hebben essentiële veranderingen aangebracht die tot snelle
efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk.
‘Het handboek van barones en professor Van den Wyngaert, rechter bij het Internationaal Strafhof
van Den Haag, is reeds negen edities lang de trouwe metgezel voor zowel de rechtenstudent als de
rechtspracticus-penalist.
Met de voorliggende jubileumeditie wordt de kroon op het werk gezet.
De vele wetswijzigingen die het strafrecht en de strafprocedure actueel ondergaan, vergen een
betrouwbare gids om alle evoluties op de voet te kunnen volgen.
In de kenmerkende heldere en overzichtelijke stijl van de auteur, die voortaan wordt bijgestaan
door twee experten-medeauteurs, professor dr. Philip Traest en Eerste substituut-procureur des
Konings Steven Vandromme, wordt de techniciteit van het strafrecht, het strafprocesrecht en het
strafuitvoeringsrecht op een bevattelijke manier ontsloten.
Het oog voor detail en voor de meest recente rechtspraak en rechtsleer verbaast niet.
De titel van het werk suggereert dat het strafrecht in hoofdlijnen wordt besproken. Dat is te
bescheiden…’
Koen Geens, Minister van Justitie
Professor Chris barones Van den Wyngaert doceerde gedurende bijna 25 jaar de vakken strafrecht en strafprocesrecht en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zij heeft talrijke publicaties op het gebied van het nationaal, het internationaal en het vergelijkend strafrecht op haar naam. Zij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en rapporteur voor de International Law Association en de Association internationale de droit pénal. Zij was visiting fellow aan de Universiteit te Cambridge en is honorair hoogleraar aan de Universiteit van Stellenbosch. Haar werk werd bekroond met vier eredoctoraten: Universiteit van Uppsala (Zweden, 2001), Vrije Universiteit Brussel (2009), Case Western Reserve University (USA, 2013) en Universiteit Maastricht (2013) en ontving het Groot Ereteken van de Vlaamse Gemeenschap (2017).
Zij was ad hoc-rechter in het Internationaal Gerechtshof (2000-2002) en vervolgens rechter in het Joegoslavië-tribunaal (2003-2009). In 2009 werd zij in New York door de vergadering van Verdragsluitende Partijen bij het Rome-Statuut verkozen tot rechter in het Internationaal Strafhof te Den Haag, voor een mandaat van 9 jaar.
Zij is nu rechter in het Kosovo-tribunaal.
Professor Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering aan de Universiteit Gent, vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht. Hij is tevens advocaat aan de balie te Antwerpen. Hij is licentiaat in de rechten en in de criminologie (Universiteit Gent, resp. 1982 en 1983) en promoveerde in 1992 tot doctor in de rechten met een proefschrift getiteld
“Het bewijs in strafzaken”.
Philip Traest was lid van de Hoge Raad voor de Justitie van 2008 tot 2016. Hij was lid van de Commissie Strafprocesrecht en is nu lid van de commissie die door de minister van Justitie werd belast met het uitwerken van een voorstel van hervorming van het Wetboek van Strafvordering. Hij is auteur van talrijke publicaties in het domein van het strafrecht en het strafprocesrecht (waaronder het bewijsrecht).
Steven Vandromme is in 2001 afgestudeerd als licentiaat in de Rechten met grote onderscheiding. Hij is sinds 2007 verbonden aan het parket van de procureur des Konings te Antwerpen, nu als eerste substituut. Verder is hij als wetenschappelijk medewerker lid van de Onderzoeksgroep Rechtshandhaving aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talrijke publicaties, o.a. in het Rechtskundig Weekblad, het Tijdschrift voor Strafrecht en de Commentaar Strafrecht en Strafvordering.

Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie,ICCI 2017-1
Onderhavig boek behandelt de toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie. Op
22 oktober 2014 namen het Europees Parlement en de Raad richtlijn 2014/95/EU met betrekking
tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde
ondernemingen en groepen aan. De omzetting gebeurde met de wet van 3 september 2017. Een verklaring
van niet-financiële informatie (NFI) moet worden opgesteld door een organisatie van openbaar belang
die meer dan 500 werknemers tewerkstelt en meer dan 17.000.000 EUR balanstotaal of een omzet van
meer dan 34.000.000 EUR heeft.
De commissaris gaat na of deze verklaring daadwerkelijk is opgemaakt en opgenomen in het jaarverslag
of in een afzonderlijk verslag en of de niet-financiële informatie al dan niet in overeenstemming is met de
jaarrekening.
De Global Reporting Initiative (GRI) en de International Integrated Reporting Council (IIRC) vormen
de belangrijkste internationale standaardsetters qua NFI-rapportering. De NFI-rapportering is een
belangrijk instrument van communicatie inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat ook aan
bod komt in de visie van de financiële analisten als NFI-gebruikers. Onderhavig boek sluit af met de
Awards for Best Belgian Sustainability Reports die sinds 1998 door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren
worden georganiseerd.
Le présent ouvrage traite du futur du reporting concernant l’information non financière. Le Parlement européen
et le Conseil ont adopté, en date du 22 octobre 2014, la directive 2014/95/UE en ce qui concerne la publication
d’informations non financières et d’informations relatives à la diversité par certaines grandes entreprises et
certains groupes. La transposition ne fut faite qu’avec la loi du 3 septembre 2017. Une déclaration d’information
non financière (INF) devra être établie par une entité d’intérêt public qui occupe plus de 500 salariés et a un
bilan total de plus de 17.000.000 d’euros ou réalise un chiffre d’affaires de plus de 34.000.000 d’euros.
Le commissaire vérifie si celle-ci a effectivement été établie et reprise dans le rapport de gestion ou dans un
rapport distinct et si les informations non financières concordent ou non avec les comptes annuels.
La Global Reporting Initiative (GRI) et l’International Integrated Reporting Council (IIRC) constituent
les principaux organismes normatifs internationaux de reporting INF. Ce reporting INF est un instrument
important de communication en matière de responsabilité sociétale des entreprises, lequel est également
abordé dans la vision des analystes financiers comme utilisateurs INF. Le présent ouvrage se conclut par les
Awards for Best Belgian Sustainability Reports qui sont organisés par l’Institut des Réviseurs d’Entreprises
depuis 1998.

Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie,ICCI 2017-1
Onderhavig boek behandelt de toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie. Op
22 oktober 2014 namen het Europees Parlement en de Raad richtlijn 2014/95/EU met betrekking
tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde
ondernemingen en groepen aan. De omzetting gebeurde met de wet van 3 september 2017. Een verklaring
van niet-financiële informatie (NFI) moet worden opgesteld door een organisatie van openbaar belang
die meer dan 500 werknemers tewerkstelt en meer dan 17.000.000 EUR balanstotaal of een omzet van
meer dan 34.000.000 EUR heeft.
De commissaris gaat na of deze verklaring daadwerkelijk is opgemaakt en opgenomen in het jaarverslag
of in een afzonderlijk verslag en of de niet-financiële informatie al dan niet in overeenstemming is met de
jaarrekening.
De Global Reporting Initiative (GRI) en de International Integrated Reporting Council (IIRC) vormen
de belangrijkste internationale standaardsetters qua NFI-rapportering. De NFI-rapportering is een
belangrijk instrument van communicatie inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat ook aan
bod komt in de visie van de financiële analisten als NFI-gebruikers. Onderhavig boek sluit af met de
Awards for Best Belgian Sustainability Reports die sinds 1998 door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren
worden georganiseerd.
Le présent ouvrage traite du futur du reporting concernant l’information non financière. Le Parlement européen
et le Conseil ont adopté, en date du 22 octobre 2014, la directive 2014/95/UE en ce qui concerne la publication
d’informations non financières et d’informations relatives à la diversité par certaines grandes entreprises et
certains groupes. La transposition ne fut faite qu’avec la loi du 3 septembre 2017. Une déclaration d’information
non financière (INF) devra être établie par une entité d’intérêt public qui occupe plus de 500 salariés et a un
bilan total de plus de 17.000.000 d’euros ou réalise un chiffre d’affaires de plus de 34.000.000 d’euros.
Le commissaire vérifie si celle-ci a effectivement été établie et reprise dans le rapport de gestion ou dans un
rapport distinct et si les informations non financières concordent ou non avec les comptes annuels.
La Global Reporting Initiative (GRI) et l’International Integrated Reporting Council (IIRC) constituent
les principaux organismes normatifs internationaux de reporting INF. Ce reporting INF est un instrument
important de communication en matière de responsabilité sociétale des entreprises, lequel est également
abordé dans la vision des analystes financiers comme utilisateurs INF. Le présent ouvrage se conclut par les
Awards for Best Belgian Sustainability Reports qui sont organisés par l’Institut des Réviseurs d’Entreprises
depuis 1998.
Fiscale Procedure,Reeks BBB.Nr 34
Het handboek Fiscale Procedure beoogt voor iedere fiscale en boekhoudkundige
professional een praktische en heldere leidraad te zijn.
De talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer, alsook de uitgebreide
trefwoordenlijst en voorbeeldformulieren, dragen daartoe bij.
De lezer wordt op een gestructureerde manier geleid door de verschillende stappen
van de fiscale procedure die als eindbestemming heeft: een correcte belastingheffing.
Allereerst gaat het boek in op de aangifte, die binnen welbepaalde onderzoekstermijnen
door de administratie kan worden onderzocht, gebruik makende van de haar
toegekende bevoegdheden. Daarna wordt nagegaan wie de bewijslast draagt en hoe
de administratie verder met de belastingplichtige moet communiceren wanneer zij
het niet eens is met zijn aangifte of wanneer de belastingplichtige gewoonweg niet
thuis geeft. Tot slot wordt de aanslagprocedure uitgebreid behandeld. Dit samen met
de verweermogelijkheden waarover de belastingplichtige beschikt wanneer hij de
rekening betwist die hij gepresenteerd kreeg door de administratie.
Frank Vanbiervliet is vennoot bij het advocatenkantoor Laga. Hij is docent fiscale
procedure bij diverse onderwijsinstellingen en beroepsinstanties.
Annick Visschers is eveneens vennoot bij het advocatenkantoor Laga, waar zij aan
het hoofd staat van het “tax controversy”-team.
Fiscale Procedure,Reeks BBB.Nr 34
Het handboek Fiscale Procedure beoogt voor iedere fiscale en boekhoudkundige
professional een praktische en heldere leidraad te zijn.
De talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer, alsook de uitgebreide
trefwoordenlijst en voorbeeldformulieren, dragen daartoe bij.
De lezer wordt op een gestructureerde manier geleid door de verschillende stappen
van de fiscale procedure die als eindbestemming heeft: een correcte belastingheffing.
Allereerst gaat het boek in op de aangifte, die binnen welbepaalde onderzoekstermijnen
door de administratie kan worden onderzocht, gebruik makende van de haar
toegekende bevoegdheden. Daarna wordt nagegaan wie de bewijslast draagt en hoe
de administratie verder met de belastingplichtige moet communiceren wanneer zij
het niet eens is met zijn aangifte of wanneer de belastingplichtige gewoonweg niet
thuis geeft. Tot slot wordt de aanslagprocedure uitgebreid behandeld. Dit samen met
de verweermogelijkheden waarover de belastingplichtige beschikt wanneer hij de
rekening betwist die hij gepresenteerd kreeg door de administratie.
Frank Vanbiervliet is vennoot bij het advocatenkantoor Laga. Hij is docent fiscale
procedure bij diverse onderwijsinstellingen en beroepsinstanties.
Annick Visschers is eveneens vennoot bij het advocatenkantoor Laga, waar zij aan
het hoofd staat van het “tax controversy”-team.

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/4 (2016)- 5/1 (2017) (ISSN 2034-760x)- Special issue Observing the observers: Etnograhies of the social world of the police
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Wim Hardyns, Dominique
Boels & Lieselot Bisschop
Introduction
Chaim Demarée & Els Enhus
Articles
Storytelling about rural policing – the social
construction of a professional identity
Jan Terpstra
Gender expressions, morality and the use of
physical force by the Argentine police
Sabrina Calandrón
Police culture, talk and action: narratives in
ethnographic data
Elizabeth R. Turner & Mike Rowe
Danger is also what patrol officers make of it
Chaim Demarée
Interaction practices of patrol and district
police officers in contact with the population
Caroline De Man
The racialization of ethnic minority police
officers and researchers: on positionality and
(auto)ethnographic fieldwork
Sinan Çankaya
Perplexing positions:
the researcher’s role and ethics in the field
Camille Claeys, Sofie De Kimpe & Els Dumortier

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/4 (2016)- 5/1 (2017) (ISSN 2034-760x)- Special issue Observing the observers: Etnograhies of the social world of the police
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Wim Hardyns, Dominique
Boels & Lieselot Bisschop
Introduction
Chaim Demarée & Els Enhus
Articles
Storytelling about rural policing – the social
construction of a professional identity
Jan Terpstra
Gender expressions, morality and the use of
physical force by the Argentine police
Sabrina Calandrón
Police culture, talk and action: narratives in
ethnographic data
Elizabeth R. Turner & Mike Rowe
Danger is also what patrol officers make of it
Chaim Demarée
Interaction practices of patrol and district
police officers in contact with the population
Caroline De Man
The racialization of ethnic minority police
officers and researchers: on positionality and
(auto)ethnographic fieldwork
Sinan Çankaya
Perplexing positions:
the researcher’s role and ethics in the field
Camille Claeys, Sofie De Kimpe & Els Dumortier
Financiële doorlichting van de kleine onderneming,Reeks BBB,Nr33
Financiële doorlichting van de kleine onderneming is geschreven naar aanleiding
van de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in de Belgische
wetgeving. Hierdoor zijn de groottecriteria van de kleine vennootschap gewijzigd en is
een nieuwe kleine vennootschap over de doopvont gehouden: de microvennootschap.
Als gevolg van deze nieuwe wetgeving is er ook een eigen jaarrekeningenmodel voor
de microvennootschap gemaakt en zijn er veranderingen aangebracht aan het model
voor de kleine en grote vennootschap.
Het boek behandelt de analyse en de interpretatie van de financiële documenten
van respectievelijk een kleine industriële vennootschap en van een commerciële
microvennootschap. Daarbij worden de analyseresultaten, waar mogelijk, telkens
vergeleken met sectoriële referentiewaarden.
Tot nog toe was er geen boek dat specifiek handelde over de financiële analyse
van de jaarrekening van kleine ondernemingen. Het is uitermate geschikt voor de
boekhoudkundige beroepsbeoefenaars, financiële analisten en bedrijfsconsultants,
het bedrijfsleven en het hoger economisch onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel
management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige
expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte
ook jarenlang als partner in een management-vennootschap die belangrijke
investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij
diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken
als statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse,
beleggingsleer en bedrijfseconomie. Hij schreef meer dan dertig publicaties op het
domein van toegepaste wiskunde, financieel management en accountancy. Hij was
meer dan twintig jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de
Accountants en Belastingconsulenten.
Financiële doorlichting van de kleine onderneming,Reeks BBB,Nr33
Financiële doorlichting van de kleine onderneming is geschreven naar aanleiding
van de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in de Belgische
wetgeving. Hierdoor zijn de groottecriteria van de kleine vennootschap gewijzigd en is
een nieuwe kleine vennootschap over de doopvont gehouden: de microvennootschap.
Als gevolg van deze nieuwe wetgeving is er ook een eigen jaarrekeningenmodel voor
de microvennootschap gemaakt en zijn er veranderingen aangebracht aan het model
voor de kleine en grote vennootschap.
Het boek behandelt de analyse en de interpretatie van de financiële documenten
van respectievelijk een kleine industriële vennootschap en van een commerciële
microvennootschap. Daarbij worden de analyseresultaten, waar mogelijk, telkens
vergeleken met sectoriële referentiewaarden.
Tot nog toe was er geen boek dat specifiek handelde over de financiële analyse
van de jaarrekening van kleine ondernemingen. Het is uitermate geschikt voor de
boekhoudkundige beroepsbeoefenaars, financiële analisten en bedrijfsconsultants,
het bedrijfsleven en het hoger economisch onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel
management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige
expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte
ook jarenlang als partner in een management-vennootschap die belangrijke
investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij
diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau vakken
als statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse,
beleggingsleer en bedrijfseconomie. Hij schreef meer dan dertig publicaties op het
domein van toegepaste wiskunde, financieel management en accountancy. Hij was
meer dan twintig jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de
Accountants en Belastingconsulenten.

Strafrecht & strafprocesrecht voor bachelors, deel 1 – 10de herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Leuven.

Strafrecht & strafprocesrecht voor bachelors, deel 1 – 10de herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Leuven.
Jihadi’s in België
Op 22 maart 2016 ontploften bommen op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek. Dit was het culminatiepunt van een lange voorgeschiedenis van 25 jaar. Dit boek biedt een unieke reconstructie van deze tijdsperiode. Tot op heden ontbrak dit helikopterzicht op het jihadisme in ons land. Dit boek schetst het verhaal van geopolitieke gebeurtenissen die van “jongens van bij ons” handpoppen maakten van de transnationale politieke scène, die hen misbruikte en offerde voor heel andere doeleinden dan deze waarin zij “geloofden”. Het is de geschiedenis van de gestage uitbouw van het jihadistisch gedachtegoed in ons land, van talrijke rekruteringscirkels, propagandadispositieven, logistieke netwerken, financieringsstromen, van de gang naar Syrië en van “returnees” naar België. Bommen komen niet uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van deze diverse fasen die het jihadisme in ons land doorliep.
Deze reconstructie geeft een breed lezerspubliek inzicht in deze historie, waarin een aantal protagonisten als een rode draad telkens weer opduiken en terug uit het blikveld verdwijnen, om na verloop van tijd opnieuw te verschijnen. Tal van details krijgen hun plaats in dit geheel en worden verduidelijkt in dit overzicht, met diverse mondiale uitlopers, die telkens ook terug verwijzen naar ons land. Het is daarom een treffende schets van de historische continuïteit die verborgen gaat achter de aaneenschakeling van talloze “faits divers” die het Belgisch terreurfenomeen omgeven.
Het boek is voorzien van een uitvoerige bibliografie en een handzaam naamregister, waarmee geïnteresseerde lezers verder aan de slag kunnen. Een must voor al diegenen die inzicht willen ontwikkelen over de “route naar Zaventem en Maalbeek”.
Paul Ponsaers is emeritus hoogleraar Criminele Sociologie aan de Gentse Universiteit, auteur van tal van publicaties over extreemrechts terrorisme en jihadisme. Dit boek is geen wetenschappelijke dissertatie. Hij neemt de lezer als gewezen journalist mee op een vreemde, hallucinante tocht.
Jihadi’s in België
Op 22 maart 2016 ontploften bommen op de luchthaven van Zaventem en in het metrostation Maalbeek. Dit was het culminatiepunt van een lange voorgeschiedenis van 25 jaar. Dit boek biedt een unieke reconstructie van deze tijdsperiode. Tot op heden ontbrak dit helikopterzicht op het jihadisme in ons land. Dit boek schetst het verhaal van geopolitieke gebeurtenissen die van “jongens van bij ons” handpoppen maakten van de transnationale politieke scène, die hen misbruikte en offerde voor heel andere doeleinden dan deze waarin zij “geloofden”. Het is de geschiedenis van de gestage uitbouw van het jihadistisch gedachtegoed in ons land, van talrijke rekruteringscirkels, propagandadispositieven, logistieke netwerken, financieringsstromen, van de gang naar Syrië en van “returnees” naar België. Bommen komen niet uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van deze diverse fasen die het jihadisme in ons land doorliep.
Deze reconstructie geeft een breed lezerspubliek inzicht in deze historie, waarin een aantal protagonisten als een rode draad telkens weer opduiken en terug uit het blikveld verdwijnen, om na verloop van tijd opnieuw te verschijnen. Tal van details krijgen hun plaats in dit geheel en worden verduidelijkt in dit overzicht, met diverse mondiale uitlopers, die telkens ook terug verwijzen naar ons land. Het is daarom een treffende schets van de historische continuïteit die verborgen gaat achter de aaneenschakeling van talloze “faits divers” die het Belgisch terreurfenomeen omgeven.
Het boek is voorzien van een uitvoerige bibliografie en een handzaam naamregister, waarmee geïnteresseerde lezers verder aan de slag kunnen. Een must voor al diegenen die inzicht willen ontwikkelen over de “route naar Zaventem en Maalbeek”.
Paul Ponsaers is emeritus hoogleraar Criminele Sociologie aan de Gentse Universiteit, auteur van tal van publicaties over extreemrechts terrorisme en jihadisme. Dit boek is geen wetenschappelijke dissertatie. Hij neemt de lezer als gewezen journalist mee op een vreemde, hallucinante tocht.
Vervloeiing interne en externe veiligheid (CPS 2017 – 3, nr. 44)
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Dit Cahier gaat dieper in op de wijze waarop internationale politiesamenwerking in toenemende mate vorm wordt gegeven. Deze internationale inzet is van oudsher een specialisme dat minder aandacht krijgt dan de lokale en nationale oriëntatie van de politie. De vraag is of dit door de huidige veiligheidsontwikkelingen nog gerechtvaardigd is.
In het bijzonder de vervloeiing van binnenlandse en buitenlandse veiligheid roept de vraag op of een organisatorisch onderscheid tussen binnen- en buitenland nog voldoet. Wat betekent dit voor (post-)conflict regio’s of voor de opbouw van nieuwe democratieën? Hebben private organisaties hier al dan niet een plaats in? Deze vervloeiing wordt in dit Cahier geduid en de consequenties daarvan voor de politie beschouwd.
Vervloeiing interne en externe veiligheid (CPS 2017 – 3, nr. 44)
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Dit Cahier gaat dieper in op de wijze waarop internationale politiesamenwerking in toenemende mate vorm wordt gegeven. Deze internationale inzet is van oudsher een specialisme dat minder aandacht krijgt dan de lokale en nationale oriëntatie van de politie. De vraag is of dit door de huidige veiligheidsontwikkelingen nog gerechtvaardigd is.
In het bijzonder de vervloeiing van binnenlandse en buitenlandse veiligheid roept de vraag op of een organisatorisch onderscheid tussen binnen- en buitenland nog voldoet. Wat betekent dit voor (post-)conflict regio’s of voor de opbouw van nieuwe democratieën? Hebben private organisaties hier al dan niet een plaats in? Deze vervloeiing wordt in dit Cahier geduid en de consequenties daarvan voor de politie beschouwd.

RIDP2016Vol87/issue2 – Food Regulation and Criminal Justice
This issue is the first milestone on the way to the XXth AIDP World Congress dedica-ted to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together key proceedings of the International Colloquium on ‘Food Regulation and Criminal Justice’, organised by the Chinese group of the AIPD in Beijing on September 23rd-26th, 2016.
The volume contains the resolutions adopted in Beijing, the general report, four transversal articles, and several national reports. It offers a broad overview of the main challenges raised by contemporary food regulation, as well as various responses provided by criminal law around the globe. The contributions deal with issues concerning food security, food safety, and food fraud. They pay particular attention to the international dimension, the interaction with administrative enforcement mechanisms, and the increasing relevance of self-regulation.
Adan Nieto Martín is a Professor at the Institute of European and International Criminal Law in Castilla la Mancha University.
Ligeia Quackelbeen is the editorial secretary of the RIDP and academic assistant (PhD researcher) at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).
Michele Simonato is a post-doctoral researcher at the Utrecht centre for regulation and enforcement in Europe (RENFORCE), Utrecht University.

RIDP2016Vol87/issue2 – Food Regulation and Criminal Justice
This issue is the first milestone on the way to the XXth AIDP World Congress dedica-ted to ‘Criminal Justice and Corporate Business’. It brings together key proceedings of the International Colloquium on ‘Food Regulation and Criminal Justice’, organised by the Chinese group of the AIPD in Beijing on September 23rd-26th, 2016.
The volume contains the resolutions adopted in Beijing, the general report, four transversal articles, and several national reports. It offers a broad overview of the main challenges raised by contemporary food regulation, as well as various responses provided by criminal law around the globe. The contributions deal with issues concerning food security, food safety, and food fraud. They pay particular attention to the international dimension, the interaction with administrative enforcement mechanisms, and the increasing relevance of self-regulation.
Adan Nieto Martín is a Professor at the Institute of European and International Criminal Law in Castilla la Mancha University.
Ligeia Quackelbeen is the editorial secretary of the RIDP and academic assistant (PhD researcher) at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).
Michele Simonato is a post-doctoral researcher at the Utrecht centre for regulation and enforcement in Europe (RENFORCE), Utrecht University.

Essential texts on international and European criminal law (9th edition)
This volume comprises the principal policy documents and multilateral legal instruments on international and European criminal law, with a special focus on Europol and Eurojust as well as on initiatives aimed at combating international or organized crime or terrorism. The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within which they were drawn up: either Prüm, the European Union (comprising also Schengen-related texts), the Council of Europe or the United Nations.
It is meant to provide students as well as practitioners (judicial and law enforcement authorities, lawyers, researchers, ...) throughout Europe with an accurate, up-to-date edition of essential texts on these matters.
Gert Vermeulen is professor of Criminal Law and director at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) Ghent University, Belgium.

Essential texts on international and European criminal law (9th edition)
This volume comprises the principal policy documents and multilateral legal instruments on international and European criminal law, with a special focus on Europol and Eurojust as well as on initiatives aimed at combating international or organized crime or terrorism. The texts have been ordered according to the multilateral co-operation level within which they were drawn up: either Prüm, the European Union (comprising also Schengen-related texts), the Council of Europe or the United Nations.
It is meant to provide students as well as practitioners (judicial and law enforcement authorities, lawyers, researchers, ...) throughout Europe with an accurate, up-to-date edition of essential texts on these matters.
Gert Vermeulen is professor of Criminal Law and director at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) Ghent University, Belgium.
Justitie 2020 : Uitdagingen voor de toekomst
Deze uitgave bevat de bijdragen van de reflectiedag die de Federale
Overheidsdienst Justitie op 24 september 2015 heeft gewijd aan de toekomst
van justitie, in de verschillende betekenissen van het woord: justitie als waarde,
als organisatie en als proces.
Vooraanstaande auteurs beschouwen elk een aspect van deze vragen en gaan
dieper in op een aantal van de voornaamste uitdagingen voor justitie en de
rechtzoekende tegen 2020, zoals het gegeven dat het recht en het rechtsstelsel
menselijk en toegankelijk moeten blijven, de toenemende bekommernissen
om de beheersaspecten en de nieuwe vraagstukken die dat oplevert voor het
gerechtelijk apparaat, voor de maatschappelijke opdracht daarvan en voor de
professionals op het vlak van justitie, de cruciale rol van de informatisering en
de internationalisering van het recht.
Cet ouvrage rassemble les contributions de la journée de réflexion que le
Service public fédéral Justice a consacrée, le 24 septembre 2015, à l’avenir de
la justice dans les différentes acceptions du terme : la justice comme valeur,
comme organisation et comme processus.
Des personnalités de haut niveau envisageant chacune un aspect de ces
questions ont été réunies pour approfondir une série d’enjeux essentiels pour
la justice et le justiciable à l’horizon 2020, tels que la nécessité pour le droit et le
système judiciaire de demeurer humains et accessibles, l’affirmation croissante
des préoccupations gestionnaires et les questions nouvelles que cela pose à
l’institution judiciaire, à sa mission sociétale et aux professionnels de la justice,
le rôle crucial de l’informatisation et de l’internationalisation du droit.
Justitie 2020 : Uitdagingen voor de toekomst
Deze uitgave bevat de bijdragen van de reflectiedag die de Federale
Overheidsdienst Justitie op 24 september 2015 heeft gewijd aan de toekomst
van justitie, in de verschillende betekenissen van het woord: justitie als waarde,
als organisatie en als proces.
Vooraanstaande auteurs beschouwen elk een aspect van deze vragen en gaan
dieper in op een aantal van de voornaamste uitdagingen voor justitie en de
rechtzoekende tegen 2020, zoals het gegeven dat het recht en het rechtsstelsel
menselijk en toegankelijk moeten blijven, de toenemende bekommernissen
om de beheersaspecten en de nieuwe vraagstukken die dat oplevert voor het
gerechtelijk apparaat, voor de maatschappelijke opdracht daarvan en voor de
professionals op het vlak van justitie, de cruciale rol van de informatisering en
de internationalisering van het recht.
Cet ouvrage rassemble les contributions de la journée de réflexion que le
Service public fédéral Justice a consacrée, le 24 septembre 2015, à l’avenir de
la justice dans les différentes acceptions du terme : la justice comme valeur,
comme organisation et comme processus.
Des personnalités de haut niveau envisageant chacune un aspect de ces
questions ont été réunies pour approfondir une série d’enjeux essentiels pour
la justice et le justiciable à l’horizon 2020, tels que la nécessité pour le droit et le
système judiciaire de demeurer humains et accessibles, l’affirmation croissante
des préoccupations gestionnaires et les questions nouvelles que cela pose à
l’institution judiciaire, à sa mission sociétale et aux professionnels de la justice,
le rôle crucial de l’informatisation et de l’internationalisation du droit.
Handboek Personenbelasting 2017 – 7de herziene uitgave BBB nr.1
Het Handboek Personenbelasting is een leidraad door de complexe materie van de Belgische personenbelasting. Het naslagwerk richt zich op de eerste plaats tot de professional die zich toelegt op het invullen van de aangifte in de personenbelasting en het oplossen van concrete knelpunten ter zake. Het werk is stevig onderbouwd. Voortdurend een evenwicht indachtig tussen volledigheid en praktijk, werden relevante parlementaire vragen, rechtspraak en rulings, wetswijzigingen en circulaires met hun precieze inwerkingtreding in het naslagwerk verwerkt. Steeds meer duiken immers interpretatievragen op, waarop het antwoord niet meteen terug te vinden is in de wettekst.
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Deze 7de uitgave is geactualiseerd tot 15.04.2017.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 114,75 in plaats van € 135,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Filip Vandenberghe is adviseur – diensthoofd bij de FOD Financiën en ruim tien jaar docent fiscaliteit, onder meer aan de Brugge Business School (postgraduaat Fiscale Wetenschappen). Via colleges en seminars voor verschillende beroepsverenigingen, houdt hij nauwgezet de vinger aan de pols i.v.m. de laatste ontwikkelingen en vragen die bij praktijkmensen leven.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Handboek Personenbelasting 2017 – 7de herziene uitgave BBB nr.1
Het Handboek Personenbelasting is een leidraad door de complexe materie van de Belgische personenbelasting. Het naslagwerk richt zich op de eerste plaats tot de professional die zich toelegt op het invullen van de aangifte in de personenbelasting en het oplossen van concrete knelpunten ter zake. Het werk is stevig onderbouwd. Voortdurend een evenwicht indachtig tussen volledigheid en praktijk, werden relevante parlementaire vragen, rechtspraak en rulings, wetswijzigingen en circulaires met hun precieze inwerkingtreding in het naslagwerk verwerkt. Steeds meer duiken immers interpretatievragen op, waarop het antwoord niet meteen terug te vinden is in de wettekst.
Het handboek is helder opgebouwd volgens de aangifte in de personenbelasting. Daardoor wordt het de gebruiker mogelijk gemaakt om vlug een antwoord te vinden op de diverse vragen die het invullen van de aangifte elk jaar met zich meebrengt. Bijkomend werden telkens de diverse codes van de aangifte personenbelasting opgenomen om mogelijke verwarring uit te sluiten en het opzoekwerk te beperken.
Deze 7de uitgave is geactualiseerd tot 15.04.2017.
Jaarlijks verschijnt een vernieuwde versie. Het abonnementstarief is € 114,75 in plaats van € 135,- voor een los exemplaar.
Bestel een abonnement
Filip Vandenberghe is adviseur – diensthoofd bij de FOD Financiën en ruim tien jaar docent fiscaliteit, onder meer aan de Brugge Business School (postgraduaat Fiscale Wetenschappen). Via colleges en seminars voor verschillende beroepsverenigingen, houdt hij nauwgezet de vinger aan de pols i.v.m. de laatste ontwikkelingen en vragen die bij praktijkmensen leven.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen


Eigenrichting (CPS 2017 – 2, nr. 43)
Rechtshandhaving is de verantwoordelijkheid van de overheid. Het ‘sociaal contract’ biedt overheidsbescherming aan burgers in ruil voor coöperatie aan de democratische samenleving. Dit monopolie leidt tot een verbod op eigenrichting: burgers mogen het heft niet in eigen handen nemen. In de democratische samenleving is dit immers niet gewenst en streng gereglementeerd.
Sinds enkele decennia wordt er in het kader van zelfredzaamheid echter een gedeelte terug gelegd bij de burger, en is het omgaan met eigenrichting aan herijking toe is. Een tweede evolutie betreft de culturele eigenrichting. Het gaat hier om migrantengroepen die er concurrerende waarden- en normensystemen op na houden en wensen dat de rechtshandhaving plaatsvindt volgens geheel andere normen dan deze in het gastland. In welke mate kan afwijkende rechtshandhaving een plaats vinden in de democratische samenleving? Op deze vragen biedt dit Cahier antwoorden.
Eigenrichting (CPS 2017 – 2, nr. 43)
Rechtshandhaving is de verantwoordelijkheid van de overheid. Het ‘sociaal contract’ biedt overheidsbescherming aan burgers in ruil voor coöperatie aan de democratische samenleving. Dit monopolie leidt tot een verbod op eigenrichting: burgers mogen het heft niet in eigen handen nemen. In de democratische samenleving is dit immers niet gewenst en streng gereglementeerd.
Sinds enkele decennia wordt er in het kader van zelfredzaamheid echter een gedeelte terug gelegd bij de burger, en is het omgaan met eigenrichting aan herijking toe is. Een tweede evolutie betreft de culturele eigenrichting. Het gaat hier om migrantengroepen die er concurrerende waarden- en normensystemen op na houden en wensen dat de rechtshandhaving plaatsvindt volgens geheel andere normen dan deze in het gastland. In welke mate kan afwijkende rechtshandhaving een plaats vinden in de democratische samenleving? Op deze vragen biedt dit Cahier antwoorden.
Aangifte vennootschapsbelasting 2017 (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 3)
Deze publicatie geeft een grondige bespreking van de vennootschapsbelasting aan de hand van het aangifteformulier. De keuze om de materie te benaderen vanuit de technische benadering (de zogenaamde acht bewerkingen) is ingegeven door de vaststelling dat men in de meeste gevallen in eerste instantie in aanmerking komt met de vennootschapsbelasting via het aangifteformulier.
Eerst wordt het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting onderzocht, waarna de verschillende vakken van de aangifte grondig worden uitgediept. Hierin wordt de nodige aandacht besteed aan de interactie met het boekhoudrecht en boekhoudtechniek. Een goed inzicht in deze materies is een conditio sine qua non voor een goed begrip van de vennootschapsbelasting. Waar nodig voor een goed begrip van de materie, wordt tevens kort ingegaan op de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en het vennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezen naar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaalde problemen.
Door deze unieke aanpak, is het boek veel meer dan een traditionele belastingalmanak – die traditioneel slechts beperkt wordt geconsulteerd – maar kan het boek het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundig beroep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ook een zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een nieuwe, bijgewerkte, versie. Met het abonnement ontvangt u automatisch de nieuwe versie zodra deze verschijnt en profiteert u van het voordelige tarief van € 114,75 in plaats van € 135,- voor een enkel exemplaar.
Philippe Salens en Christ Taghon zijn zaakvoerder van het kantoor Cnockaert & Salens. Dit kantoor legt zich toe op het verstrekken van fiscaal en juridisch advies aan ondernemingen, hun bedrijfsleiders en aandeelhouders en hun raadgevers (boekhouders, accountants, advocaten, notarissen, ...).
Aangifte vennootschapsbelasting 2017 (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 3)
Deze publicatie geeft een grondige bespreking van de vennootschapsbelasting aan de hand van het aangifteformulier. De keuze om de materie te benaderen vanuit de technische benadering (de zogenaamde acht bewerkingen) is ingegeven door de vaststelling dat men in de meeste gevallen in eerste instantie in aanmerking komt met de vennootschapsbelasting via het aangifteformulier.
Eerst wordt het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting onderzocht, waarna de verschillende vakken van de aangifte grondig worden uitgediept. Hierin wordt de nodige aandacht besteed aan de interactie met het boekhoudrecht en boekhoudtechniek. Een goed inzicht in deze materies is een conditio sine qua non voor een goed begrip van de vennootschapsbelasting. Waar nodig voor een goed begrip van de materie, wordt tevens kort ingegaan op de andere belastingen (voornamelijk btw en registratierechten) en het vennootschapsrecht. In de tekst wordt op verschillende plaatsen verwezen naar aanbevolen literatuur voor verdere uitdieping of studie van bepaalde problemen.
Door deze unieke aanpak, is het boek veel meer dan een traditionele belastingalmanak – die traditioneel slechts beperkt wordt geconsulteerd – maar kan het boek het hele jaar door als handboek worden gebruikt.
Deze uitgave is onmisbaar voor elke beoefenaar van een boekhoudkundig beroep. Met zijn talrijke verwijzingen naar fiscale rechtspraak vormt het ook een zeer waardevol naslagwerk voor fiscale juristen.
Jaarlijks verschijnt een nieuwe, bijgewerkte, versie. Met het abonnement ontvangt u automatisch de nieuwe versie zodra deze verschijnt en profiteert u van het voordelige tarief van € 114,75 in plaats van € 135,- voor een enkel exemplaar.
Philippe Salens en Christ Taghon zijn zaakvoerder van het kantoor Cnockaert & Salens. Dit kantoor legt zich toe op het verstrekken van fiscaal en juridisch advies aan ondernemingen, hun bedrijfsleiders en aandeelhouders en hun raadgevers (boekhouders, accountants, advocaten, notarissen, ...).

Recht in beweging – 24ste VRG Alumnidag 2017
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 24ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 21 april 2017 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.
Met bijdragen van Karen Ronsijn, Ilse Samoy, Miet Vanhegen, David D'Hooghe, Rozanne Vander Hulst, Frank Gotzen, Elke Cloots, Stefan Sottiaux, Charline De Coster, Jan Wouters, Axel Marx, Kobe Jansseune, Herman Nys, Stephan Dusil, Jean-Marie Nelissen-Grade, Christiane Struyven, Sven Sobrie, Joeri Vananroye, Gilles Lindemans, Willem van de Voorde, Pieter-Jan Van de Weyer, Steven Lierman, Peggy Valcke, Valerie Verdoodt, Ingrid Lambrecht, Eva Lievens, Laurent Waelkens, Emma Suzanne van Aggelen, Yves Stevens, Nicolas Van Damme, Bernard Tilleman, Sven Gatz en Mark Eyskens

Recht in beweging – 24ste VRG Alumnidag 2017
Recht in beweging is het uithangbord van de jaarlijkse alumnidag van het Vlaams Rechts Genootschap. Nu de 24ste op rij.
Op deze alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het vlak van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van de lezingen, die op 21 april 2017 door niet minder dan 500 juristen beluisterd en besproken werden.
Met bijdragen van Karen Ronsijn, Ilse Samoy, Miet Vanhegen, David D'Hooghe, Rozanne Vander Hulst, Frank Gotzen, Elke Cloots, Stefan Sottiaux, Charline De Coster, Jan Wouters, Axel Marx, Kobe Jansseune, Herman Nys, Stephan Dusil, Jean-Marie Nelissen-Grade, Christiane Struyven, Sven Sobrie, Joeri Vananroye, Gilles Lindemans, Willem van de Voorde, Pieter-Jan Van de Weyer, Steven Lierman, Peggy Valcke, Valerie Verdoodt, Ingrid Lambrecht, Eva Lievens, Laurent Waelkens, Emma Suzanne van Aggelen, Yves Stevens, Nicolas Van Damme, Bernard Tilleman, Sven Gatz en Mark Eyskens

Abonnement Cahiers Politiestudies (CPS) – 2017 (4 publicaties per jaar)
De Cahiers Politiestudies is een kwartaalreeks die zich richt op hoogstaande, kwalitatieve bijdragen over politiële vraagstukken en fenomenen die de politie interesseren.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimesterieel (4 themanummers per jaar). Een jaarabonnement kost € 115,- (excl. verzendkosten). Een abonnement kan jaarlijks worden opgezegd vóór 1 december van de lopende jaargang.
De kwartaalreeks is multidisciplinair opgezet, waarbij criminologie een prominente plaats krijgt naast andere disciplines. In deze reeks vinden, naast Nederlandstalige publicaties, ook Engelstalige bijdragen hun plaats. De reeks wordt begeleid door een internationale redactieraad. De redactieraad waakt over de kwaliteit van de ingediende manuscripten dankzij een internationale double blind peerreview-procedure en ontwikkelt een proactief beleid met het oog op het samenstellen van thematische volumes. Daartoe worden gasteditoren in België en Nederland aangezocht.
Doelgroep
Zowel wetenschappers (academici, beleidsondersteunende onderzoekers, opleidingscentra en bibliotheken) als practici afkomstig uit politie, justitie en belendende domeinen vinden hier een forum. Na vijf jaar werking zijn de Cahiers Politiestudies uitgegroeid tot betekenisvolle thematische naslagwerken, met zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdragen die voor de politie en voor ruimere beroepskringen en academici een onmisbaar instrument zijn. Een instrument dat een degelijk en professioneel overzicht biedt over een eigentijds thema.
Folder
Voorbije nummers
- Cahier 45: Herinneren en vergeten in de politie
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 44: Vervloeiing interne en externe veiligheid
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 43: Eigenrichting
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 42: Aanpak van gewelddadige radicalisering
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 41: Meten is weten
E. Devroe, E. De Raedt, H. Elffers, D. Schaap (red.) - Cahier 40: Politie en
gezondheidszorg
L.G. Moor, W. Vanderplasschen, A. van Dijk (eds.) - Cahier 39: Criminele
organisaties en organisatiecriminaliteit
A. Verhage, A. Jorissen, R. Prins, J. Jaspers (eds.) - Cahier 38: Groene
criminologie en veiligheidszorg
J. Janssen, T. Boekhout van Solinge, L. Bisschop, P. De Baets (eds.) - Cahier 37:
Verantwoording en politie
J. Terpstra, A. Duchatelet, J. Janssens, D. Van Ryckeghem & P. Versteegh (eds.) - Cahier 36: Outsourcing
policing
P. Ponsaers, E. De Raedt, L. Wondergem & L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 35: Ethnic
profiling en interne diversiteit bij de politie
L. Gunther Moor, J. Janssen, M. Easton & A. Verhage (eds.) - Cahier 34: Jongeren en
politie
S. De Kimpe, J. Noorda & H. Ferwerda (eds.) - Cahier 33: De toekomst
van de politie
E. Devroe, K. van der Vijver, W. Hardyns & A. van Dijk (eds.) - Cahier 32: Democratische
politie
M. De Waele, B. van Stokkom, T. Kansil & H. Berkmoes (eds.) - Cahier 31: Het gezag van
de politie
L. Gunther Moor, P. Ponsaers, M. de Vries & M. Easton - Cahier 30: Politie en
haar maatschappelijke partners
P. Ponsaers, L. Gunther Moor, W. D''haese, M. Eysink Smeets (eds.) - Cahier 29: Illegale en
informele economie
D. Boels, L. Bisschop, E. Kleemans, K. van der Vijver (eds.) - Cahier 28: Vernieuwing
in de opsporing
P. Ponsaers, J. Terpstra, C. De Poot, M. Bockstaele, L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 27: Mensenrechten
en politie
J. Noppe, V. Pashley, P. De Hert, W. Huisman (eds.) - Cahier 26:
Schaalveranderingen
E. Devroe, P. Ponsaers, M. Easton, L. Cachet, G. Meershoek (eds.) - Cahier 25:
Tides and currents in police theories
E. Devroe, P. Ponsaers, L. Gunther Moor, J. Greene, L. Skinns, L. Bisschop, A. Verhage, M. Bacon (eds.) - Cahier 24:
Integriteit en deontologie
A. De Schrijver, E. Kolthoff, K. Lasthuizen, P. Van Parys, E. Devroe (eds.) - Cahier 23: Geweld en
politie
Gerwinde Vynckier, Willem de Haan, Otto Adang, Franky Goossens (eds.) - Cahier 22:
Professionalisering en socialisatie
S. de Kimpe, L.G. Moor, F. Vlek, P. van Reenen (eds.) - Cahier 21: Proces-
verbaal, aangifte en forensisch onderzoek
L. Smets, J. De Kinder, L.G. Moor (eds.) - Cahier 20: Technology-
led policing
E. De Pauw, P. Ponsaers, K. van der Vijver, W. Bruggeman, P. Deelman (eds.) - Cahier 19:
Burgerparticipatie
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 18: Social
disorder
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 17: Evidence
based policing
E. De Wree, E. Devroe, W. Broer & P. van der Laan (eds.) - Cahier 16: Policing in
Europe
A. Verhage, P. Deelman, E. Muylaert, J. Terpstra & P. Van Parys (eds.) - Cahier 15: Policing
multiple communities
F. Bovenkerk, M. Easton, L.G. Moor & P. Ponsaers (eds.) - Cahier 14:
Politieleiderschap
L. Bisschop, K. Buijnink, S. De Kimpe & M. Noordegraaf (eds.) - Cahier 13:
Wat doet de politie?
I. Verwee, E. Hendrickx & F. Vlek (eds.) - Cahier 12: De relatie in
de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank
M. Vanderhallen, G. Vervaeke & E. Jaspaert (eds.) - Cahier 11: Restorative
policing
L.G. Moor, T. Peters, P. Ponsaers, J. Shapland, B. van Stokkom (eds.) - Cahier 10: Politionele
bestuurlijke informatiestromen
G. Vynckier, M. Easton, S. De Kimpe (eds.)

Abonnement Cahiers Politiestudies (CPS) – 2017 (4 publicaties per jaar)
De Cahiers Politiestudies is een kwartaalreeks die zich richt op hoogstaande, kwalitatieve bijdragen over politiële vraagstukken en fenomenen die de politie interesseren.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimesterieel (4 themanummers per jaar). Een jaarabonnement kost € 115,- (excl. verzendkosten). Een abonnement kan jaarlijks worden opgezegd vóór 1 december van de lopende jaargang.
De kwartaalreeks is multidisciplinair opgezet, waarbij criminologie een prominente plaats krijgt naast andere disciplines. In deze reeks vinden, naast Nederlandstalige publicaties, ook Engelstalige bijdragen hun plaats. De reeks wordt begeleid door een internationale redactieraad. De redactieraad waakt over de kwaliteit van de ingediende manuscripten dankzij een internationale double blind peerreview-procedure en ontwikkelt een proactief beleid met het oog op het samenstellen van thematische volumes. Daartoe worden gasteditoren in België en Nederland aangezocht.
Doelgroep
Zowel wetenschappers (academici, beleidsondersteunende onderzoekers, opleidingscentra en bibliotheken) als practici afkomstig uit politie, justitie en belendende domeinen vinden hier een forum. Na vijf jaar werking zijn de Cahiers Politiestudies uitgegroeid tot betekenisvolle thematische naslagwerken, met zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdragen die voor de politie en voor ruimere beroepskringen en academici een onmisbaar instrument zijn. Een instrument dat een degelijk en professioneel overzicht biedt over een eigentijds thema.
Folder
Voorbije nummers
- Cahier 45: Herinneren en vergeten in de politie
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 44: Vervloeiing interne en externe veiligheid
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 43: Eigenrichting
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 42: Aanpak van gewelddadige radicalisering
M. De Waele, J. Noppe, H. Moors, A. Garssen (eds.) - Cahier 41: Meten is weten
E. Devroe, E. De Raedt, H. Elffers, D. Schaap (red.) - Cahier 40: Politie en
gezondheidszorg
L.G. Moor, W. Vanderplasschen, A. van Dijk (eds.) - Cahier 39: Criminele
organisaties en organisatiecriminaliteit
A. Verhage, A. Jorissen, R. Prins, J. Jaspers (eds.) - Cahier 38: Groene
criminologie en veiligheidszorg
J. Janssen, T. Boekhout van Solinge, L. Bisschop, P. De Baets (eds.) - Cahier 37:
Verantwoording en politie
J. Terpstra, A. Duchatelet, J. Janssens, D. Van Ryckeghem & P. Versteegh (eds.) - Cahier 36: Outsourcing
policing
P. Ponsaers, E. De Raedt, L. Wondergem & L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 35: Ethnic
profiling en interne diversiteit bij de politie
L. Gunther Moor, J. Janssen, M. Easton & A. Verhage (eds.) - Cahier 34: Jongeren en
politie
S. De Kimpe, J. Noorda & H. Ferwerda (eds.) - Cahier 33: De toekomst
van de politie
E. Devroe, K. van der Vijver, W. Hardyns & A. van Dijk (eds.) - Cahier 32: Democratische
politie
M. De Waele, B. van Stokkom, T. Kansil & H. Berkmoes (eds.) - Cahier 31: Het gezag van
de politie
L. Gunther Moor, P. Ponsaers, M. de Vries & M. Easton - Cahier 30: Politie en
haar maatschappelijke partners
P. Ponsaers, L. Gunther Moor, W. D''haese, M. Eysink Smeets (eds.) - Cahier 29: Illegale en
informele economie
D. Boels, L. Bisschop, E. Kleemans, K. van der Vijver (eds.) - Cahier 28: Vernieuwing
in de opsporing
P. Ponsaers, J. Terpstra, C. De Poot, M. Bockstaele, L. Gunther Moor (eds.) - Cahier 27: Mensenrechten
en politie
J. Noppe, V. Pashley, P. De Hert, W. Huisman (eds.) - Cahier 26:
Schaalveranderingen
E. Devroe, P. Ponsaers, M. Easton, L. Cachet, G. Meershoek (eds.) - Cahier 25:
Tides and currents in police theories
E. Devroe, P. Ponsaers, L. Gunther Moor, J. Greene, L. Skinns, L. Bisschop, A. Verhage, M. Bacon (eds.) - Cahier 24:
Integriteit en deontologie
A. De Schrijver, E. Kolthoff, K. Lasthuizen, P. Van Parys, E. Devroe (eds.) - Cahier 23: Geweld en
politie
Gerwinde Vynckier, Willem de Haan, Otto Adang, Franky Goossens (eds.) - Cahier 22:
Professionalisering en socialisatie
S. de Kimpe, L.G. Moor, F. Vlek, P. van Reenen (eds.) - Cahier 21: Proces-
verbaal, aangifte en forensisch onderzoek
L. Smets, J. De Kinder, L.G. Moor (eds.) - Cahier 20: Technology-
led policing
E. De Pauw, P. Ponsaers, K. van der Vijver, W. Bruggeman, P. Deelman (eds.) - Cahier 19:
Burgerparticipatie
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 18: Social
disorder
L.G. Moor, F. Hutsebaut, P. van Os, D. Van Rijckeghem (eds.) - Cahier 17: Evidence
based policing
E. De Wree, E. Devroe, W. Broer & P. van der Laan (eds.) - Cahier 16: Policing in
Europe
A. Verhage, P. Deelman, E. Muylaert, J. Terpstra & P. Van Parys (eds.) - Cahier 15: Policing
multiple communities
F. Bovenkerk, M. Easton, L.G. Moor & P. Ponsaers (eds.) - Cahier 14:
Politieleiderschap
L. Bisschop, K. Buijnink, S. De Kimpe & M. Noordegraaf (eds.) - Cahier 13:
Wat doet de politie?
I. Verwee, E. Hendrickx & F. Vlek (eds.) - Cahier 12: De relatie in
de strafrechtsketen tussen politie, parket, onderzoeksrechter en rechtbank
M. Vanderhallen, G. Vervaeke & E. Jaspaert (eds.) - Cahier 11: Restorative
policing
L.G. Moor, T. Peters, P. Ponsaers, J. Shapland, B. van Stokkom (eds.) - Cahier 10: Politionele
bestuurlijke informatiestromen
G. Vynckier, M. Easton, S. De Kimpe (eds.)

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Bespreking proefschrift: Naar een theorie van agency en criminaliteit. Een geïntegreerde verklaring van de begin- en eindfase van jeugdcriminaliteit
- Welzijnswerk en/uit levensbeschouwing. Aanzet tot debat over gerechtigheid, barmhartigheid en maatschappelijke ordehandhaving
- De logica van de database: op zoek naar responsief sociaal werk
- Omgaan met sociale wenselijkheid: inschatting van de dopingprevalentie aan de hand van de Randomized Response Technique
Forumbijdragen
- Ontwikkelingen van het forensisch welzijnswerk gewogen door een oud-strijder
Boekbesprekingen
- De gesel en de ander. Lijfstraffen en culturele identiteit van Oudheid tot heden
- Politiechefs

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 5
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Bespreking proefschrift: Naar een theorie van agency en criminaliteit. Een geïntegreerde verklaring van de begin- en eindfase van jeugdcriminaliteit
- Welzijnswerk en/uit levensbeschouwing. Aanzet tot debat over gerechtigheid, barmhartigheid en maatschappelijke ordehandhaving
- De logica van de database: op zoek naar responsief sociaal werk
- Omgaan met sociale wenselijkheid: inschatting van de dopingprevalentie aan de hand van de Randomized Response Technique
Forumbijdragen
- Ontwikkelingen van het forensisch welzijnswerk gewogen door een oud-strijder
Boekbesprekingen
- De gesel en de ander. Lijfstraffen en culturele identiteit van Oudheid tot heden
- Politiechefs

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Wat met moraliteitsonderzoeken in assisenzaken?
- Op zoek naar de optimale straf. De krachtlijnen m.b.t. de bestraffing van het (voorstel van) voorontwerp van nieuw Boek I van het Strafwetboek in kaart gebracht
- Het verzelfstandigd beheer. Vaart justitie eindelijk op de juiste koers?
- Recente ontwikkelingen met betrekking tot de juridische tweedelijnsbijstand in het vreemdelingenrecht
- Criminal recidivism. Explanation, prediction and prevention
- Horen, zien en spreken. Een onderzoek naar meldgedrag van misstanden door externe omstanders

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 4
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Wat met moraliteitsonderzoeken in assisenzaken?
- Op zoek naar de optimale straf. De krachtlijnen m.b.t. de bestraffing van het (voorstel van) voorontwerp van nieuw Boek I van het Strafwetboek in kaart gebracht
- Het verzelfstandigd beheer. Vaart justitie eindelijk op de juiste koers?
- Recente ontwikkelingen met betrekking tot de juridische tweedelijnsbijstand in het vreemdelingenrecht
- Criminal recidivism. Explanation, prediction and prevention
- Horen, zien en spreken. Een onderzoek naar meldgedrag van misstanden door externe omstanders

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur - Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Het autonoom beheer voor de rechterlijke orde: wanneer een vogel in de hand?
- Het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek en de nieuwe Interneringswet
- De Benelux als ''stepping stone'' naar een beter Europa
- Eindelijk toezicht op Vlaamse jeugdvoorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang
- Predictieve analyse in de criminologie

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 3
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur - Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Het autonoom beheer voor de rechterlijke orde: wanneer een vogel in de hand?
- Het forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek en de nieuwe Interneringswet
- De Benelux als ''stepping stone'' naar een beter Europa
- Eindelijk toezicht op Vlaamse jeugdvoorzieningen voor vrijheidsbenemende opvang
- Predictieve analyse in de criminologie

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Ronde tafel/Round-table
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Symposium over rechercheverhoortechnieken 2016
Penologie en Victimologie – Penology and Victimology
- Belgische gedetineerden in de Nederlandse Penitentiaire Inrichting Tilburg. Wat kunnen we hieruit leren?
- Peer-to-peer leren en ondersteuning: ook mogelijk in gevangenissen!?
- Child Focus en de Notice and Takedown-procedure. Naar een publiek-private samenwerking in de strijd tegen kinderpornografie.
Maatschappelijke dienstverlening – Social Work
- Een rol voor het informele netwerk in de (justitiële) hulp
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives
-->

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 2
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Ronde tafel/Round-table
Rubriekteksten
Opsporing en politie – Police and Investigation
- Symposium over rechercheverhoortechnieken 2016
Penologie en Victimologie – Penology and Victimology
- Belgische gedetineerden in de Nederlandse Penitentiaire Inrichting Tilburg. Wat kunnen we hieruit leren?
- Peer-to-peer leren en ondersteuning: ook mogelijk in gevangenissen!?
- Child Focus en de Notice and Takedown-procedure. Naar een publiek-private samenwerking in de strijd tegen kinderpornografie.
Maatschappelijke dienstverlening – Social Work
- Een rol voor het informele netwerk in de (justitiële) hulp
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives
-->
Deontologie en integriteitsbewaking voor criminologen
Criminologen werken vaak in sectoren waarbij integer optreden essentieel is, en veelal ook de kern uitmaakt van hun functie. Morele dilemma’s liggen in hun beroepspraktijk voor het oprapen. Bij elke beslissing staan professionele en persoonlijke standaarden centraal. Hoe bijvoorbeeld te handelen in zaken als:
- het al dan niet aanvaarden van geschenken als ambtenaar,
- het afwegen van beroepsgeheim en informatieplicht als hulpverlener,
- het omgaan met informatie als politieman of magistraat,
- het weergeven van onderzoeksresultaten of het omgaan met de druk om commerciële doeleinden te bereiken,… ?
In dit handboek komen deskundigen aan het woord over integriteit en deontologie, en de dilemma’s in hun praktijk. Zes grote criminologisch relevante sectoren worden behandeld: politie, justitie, de sociale sector, onderzoek, overheid/beleid en de private sector. In een apart deel wordt ingegaan op de melding van integriteitsschendingen.
Dit handboek geeft aan criminologen (in spe) handvatten om met dilemma’s om te gaan.
Prof. dr. Antoinette Verhage is verbonden aan de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, IRCP, Universiteit Gent. Ze doceert er, naast de politiegerelateerde vakken, het vak Deontologie en Integriteitsbewaking.
Met bijdragen van Antoinette Verhage, Ann Lukowiak, Freya Vander Laenen, Tom Van den Broeck, Agnes Verbruggen, Hilde Vlaeminck, Kris Stas, Kristel Wouters, Kim Loyens, Jeroen Maesschalck, Annelies De Schrijver, Kristien Verbraeken, David Lagrou, Gudrun Vande Walle en Bernard Hubeau.
Deontologie en integriteitsbewaking voor criminologen
Criminologen werken vaak in sectoren waarbij integer optreden essentieel is, en veelal ook de kern uitmaakt van hun functie. Morele dilemma’s liggen in hun beroepspraktijk voor het oprapen. Bij elke beslissing staan professionele en persoonlijke standaarden centraal. Hoe bijvoorbeeld te handelen in zaken als:
- het al dan niet aanvaarden van geschenken als ambtenaar,
- het afwegen van beroepsgeheim en informatieplicht als hulpverlener,
- het omgaan met informatie als politieman of magistraat,
- het weergeven van onderzoeksresultaten of het omgaan met de druk om commerciële doeleinden te bereiken,… ?
In dit handboek komen deskundigen aan het woord over integriteit en deontologie, en de dilemma’s in hun praktijk. Zes grote criminologisch relevante sectoren worden behandeld: politie, justitie, de sociale sector, onderzoek, overheid/beleid en de private sector. In een apart deel wordt ingegaan op de melding van integriteitsschendingen.
Dit handboek geeft aan criminologen (in spe) handvatten om met dilemma’s om te gaan.
Prof. dr. Antoinette Verhage is verbonden aan de vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, IRCP, Universiteit Gent. Ze doceert er, naast de politiegerelateerde vakken, het vak Deontologie en Integriteitsbewaking.
Met bijdragen van Antoinette Verhage, Ann Lukowiak, Freya Vander Laenen, Tom Van den Broeck, Agnes Verbruggen, Hilde Vlaeminck, Kris Stas, Kristel Wouters, Kim Loyens, Jeroen Maesschalck, Annelies De Schrijver, Kristien Verbraeken, David Lagrou, Gudrun Vande Walle en Bernard Hubeau.

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur – Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Beslag en beheer van cryptovaluta: de bitcoin
Internationaal en Europees strafrecht en Mensenrechten – International and European Criminal Law and Human Rights Law
- Internationale justitiesamenwerking volgens Ard van der Steur en Koen Geens
- Kinderrechten in Vlaanderen: toch nog veel werk aan de winkel
Criminografie en Methodologie – Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
- Systematic Social Observation in de studie van politie-burger interacties
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Patrick Hebberecht en de gestaalde kaders in de criminologie
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives

Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 – nr. 1
Inhoudsopgave
Editoriaal
Editoriaal
Artikelen
Rubriekteksten
Vervolging, berechting en magistratuur – Prosecution, Sentencing and Judiciary
- Beslag en beheer van cryptovaluta: de bitcoin
Internationaal en Europees strafrecht en Mensenrechten – International and European Criminal Law and Human Rights Law
- Internationale justitiesamenwerking volgens Ard van der Steur en Koen Geens
- Kinderrechten in Vlaanderen: toch nog veel werk aan de winkel
Criminografie en Methodologie – Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
- Systematic Social Observation in de studie van politie-burger interacties
Criminologie en strafrechtstheorie – Criminology and Criminal Law Theory
- Patrick Hebberecht en de gestaalde kaders in de criminologie
Boekbesprekingen
Misdaad en straf vandaag. Manifest voor kritische criminologie
Community Punishment: European perspectives

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt. Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017 Student
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt. Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt. Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Abonnement Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2017
Panopticon werd in 1980 opgericht als "Tijdschrift voor Strafrecht, Criminologie en Forensisch welzijnswerk". Het feit dat er meerdere disciplines behandeld worden, wijst meteen op de kerndoelstelling van het tijdschrift. Het creëert een forum waarin alle informatie over wat er zich in en rond de strafrechtsbedeling, de criminologie en het forensisch welzijnswerk afspeelt, systematisch en deskundig aan bod komt. Informatie en ideeën van het ene strafrechtelijk actieveld stromen door naar het andere, waar men vroeger in het beste geval een gebrekkig zicht op alle relevante deelfacetten had, en bijgevolg het totaalbeeld uit het oog verloor.
Jaargang 38
Jaargang 37
Jaargang 36
Abonnement
- Individueel: € 130,- (bestel nu)
– Studenten: € 65,- (bestel nu)
<!-- - Opbergband: € 25,- (bestel nu)
-->
Prijzen zijn inclusief btw en verzendkosten.
Meer informatie over Panopticon

Economisch recht. Leidraad voor studenten
Deze uitgave is bedoeld als leidraad bij de cursus economisch recht voor rechtsstudenten. Zij vinden hierin een beknopte analyse van de aanknopingspunten van het ruime economische recht. Verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak in voetnoot bieden een houvast bij verdere ontginning van de materie.
Als geselecteerde domeinen komen aan bod:
- Aanknopingspunten economisch recht
- Ondernemingsbegrip in mededingingsrecht
- Statuut handelaar en gevolgen
- Marktpraktijken
- Intellectuele eigendom
- Kartelrecht
- Vrij verkeer
- Faillissement en gerechtelijke reorganisatie
- Tussenpersonen in de handel
Prof. dr. G. Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse. De onderdelen over de Faillissementswet en de Wet continuïteit ondernemingen werden mee uitgewerkt door mevrouw Laura Van Lysebetten, maandaatassistent aan de rechtsfaculteit UA. Zij stond ook in voor het onderdeel Internationale organisatie van het intellectueel eigendomsrecht.
Prof. dr. Dave Mertens verleende zijn medewerking aan (vorige versies van) de onderdelen kartelrecht en handelstussenpersonen.
Mevrouw Sofie Verherstraeten werkte mee aan (vorige versies van) het onderdeel benamingen van oorsprong.
Economisch recht. Leidraad voor studenten
Deze uitgave is bedoeld als leidraad bij de cursus economisch recht voor rechtsstudenten. Zij vinden hierin een beknopte analyse van de aanknopingspunten van het ruime economische recht. Verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak in voetnoot bieden een houvast bij verdere ontginning van de materie.
Als geselecteerde domeinen komen aan bod:
- Aanknopingspunten economisch recht
- Ondernemingsbegrip in mededingingsrecht
- Statuut handelaar en gevolgen
- Marktpraktijken
- Intellectuele eigendom
- Kartelrecht
- Vrij verkeer
- Faillissement en gerechtelijke reorganisatie
- Tussenpersonen in de handel
Prof. dr. G. Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse. De onderdelen over de Faillissementswet en de Wet continuïteit ondernemingen werden mee uitgewerkt door mevrouw Laura Van Lysebetten, maandaatassistent aan de rechtsfaculteit UA. Zij stond ook in voor het onderdeel Internationale organisatie van het intellectueel eigendomsrecht.
Prof. dr. Dave Mertens verleende zijn medewerking aan (vorige versies van) de onderdelen kartelrecht en handelstussenpersonen.
Mevrouw Sofie Verherstraeten werkte mee aan (vorige versies van) het onderdeel benamingen van oorsprong.
Wetboek van Economisch Recht en aanvullende regelgeving. (2de, herziene uitgave)
Deze wetgevingsbundel bevat alle boeken van het nieuwe Wetboek van Economisch Recht en vult deze aan met de voor de handelspraktijk belangrijkste Belgische en Europese regelgeving.
Van het ‘oude’ wetboek van Koophandel zijn resterende vigerende bepalingen opgenomen, m.u.v. de vennootschappen en verzekeringen. De nadruk ligt verder op de regelgeving inzake faillissement en WCO en het in pand geven van de handelszaak. Op het vlak van Europese regelgeving komen aan bod: marktpraktijken, intellectuele eigendom, kartelrecht en vrij verkeer. Bijgewerkt tot 1 januari 2017.
Gert Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse.
Wetboek van Economisch Recht en aanvullende regelgeving. (2de, herziene uitgave)
Deze wetgevingsbundel bevat alle boeken van het nieuwe Wetboek van Economisch Recht en vult deze aan met de voor de handelspraktijk belangrijkste Belgische en Europese regelgeving.
Van het ‘oude’ wetboek van Koophandel zijn resterende vigerende bepalingen opgenomen, m.u.v. de vennootschappen en verzekeringen. De nadruk ligt verder op de regelgeving inzake faillissement en WCO en het in pand geven van de handelszaak. Op het vlak van Europese regelgeving komen aan bod: marktpraktijken, intellectuele eigendom, kartelrecht en vrij verkeer. Bijgewerkt tot 1 januari 2017.
Gert Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse.
Aanpak van gewelddadige radicalisering (CPS 2017 – 1, nr. 42)
Het huidig maatschappelijk debat wordt overheerst door waaromvragen die peilen naar de oorzaken van radicalisering. Waarom trekken jongeren naar Syrië? Wat trekt jongeren aan in het islamgeïnspireerd extremisme? En wat is die fameuze voedingsbodem die leidt tot terroristische acties? De vraag blijft echter of het fenomeen wel op de juiste manier gevat wordt en of we de juiste vragen stellen. De laatste jaren schieten studies naar het fenomeen radicalisering als paddenstoelen uit de grond. Deze studies focussen echter voornamelijk op de ‘root causes’ van terroristisch gedrag en het proces van radicalisering.
Deze uitgave zoomt vooral in op de rol van lokale actoren in de aanpak van het fenomeen. Hoe wordt het fenomeen vandaag op het lokale niveau praktisch en beleidsmatig aangepakt? Kunnen daarin misschien andere accenten gelegd worden?
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Aanpak van gewelddadige radicalisering (CPS 2017 – 1, nr. 42)
Het huidig maatschappelijk debat wordt overheerst door waaromvragen die peilen naar de oorzaken van radicalisering. Waarom trekken jongeren naar Syrië? Wat trekt jongeren aan in het islamgeïnspireerd extremisme? En wat is die fameuze voedingsbodem die leidt tot terroristische acties? De vraag blijft echter of het fenomeen wel op de juiste manier gevat wordt en of we de juiste vragen stellen. De laatste jaren schieten studies naar het fenomeen radicalisering als paddenstoelen uit de grond. Deze studies focussen echter voornamelijk op de ‘root causes’ van terroristisch gedrag en het proces van radicalisering.
Deze uitgave zoomt vooral in op de rol van lokale actoren in de aanpak van het fenomeen. Hoe wordt het fenomeen vandaag op het lokale niveau praktisch en beleidsmatig aangepakt? Kunnen daarin misschien andere accenten gelegd worden?
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/3 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,
Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Police Reform and Power in Post Conflict Societies.
A Conceptual Map for Analysis
Shai André Divon
Inter-organisational Relationships Addressing
Transnational Criminality: Suggested Benchmarks.
Intelligence and law enforcement inter-organisational
relationship policy and practice benchmarks arising
from case studies of Denmark, Finland and
New Zealand
Richard Shortt
Police custody delivery in the twenty-first century
in England and Wales.Current arrangements and
their implications for patterns of policing
Layla Skinns, Amy Sprawson, Angela Sorsby, Rivka
Smith & Andrew Wooff
Do police strategies help promote creative
policing?
Priit Suve

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/3 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,
Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Police Reform and Power in Post Conflict Societies.
A Conceptual Map for Analysis
Shai André Divon
Inter-organisational Relationships Addressing
Transnational Criminality: Suggested Benchmarks.
Intelligence and law enforcement inter-organisational
relationship policy and practice benchmarks arising
from case studies of Denmark, Finland and
New Zealand
Richard Shortt
Police custody delivery in the twenty-first century
in England and Wales.Current arrangements and
their implications for patterns of policing
Layla Skinns, Amy Sprawson, Angela Sorsby, Rivka
Smith & Andrew Wooff
Do police strategies help promote creative
policing?
Priit Suve
Winstuitkering & kapitaalvermindering – BBB 32
De winstuitkeringen, en daarmee gelijkgestelde handelingen staan sinds enkele jaren in de top van de fiscale hitparade, niet alleen door de stijging van de tarieven roerende voorheffing maar door de invoering van een nieuwe VVPR-regeling en de invoering van de liquidatiereserve. Als klap op de vuurpijl wijzigde de Programmawet van 25 december 2016 ingrijpend de fiscaal gunstige kapitaalvermindering vanuit de holding, zijnde een structuur die door de wetgever als een ontwijkingsmechanisme van de roerende voorheffing wordt aanzien.
Dit boek bespreekt in het eerste deel alle vennootschapsrechtelijke en fiscale aspecten van de klassieke dividenduitkeringen, met bijzondere aandacht voor de VVPbis-regeling en de liquidatiereserve, en de onderlinge verbanden. Ook de tantièmes komen uitvoerig aan bod.
Het tweede deel bespreekt de fiscale aspecten van de kapitaalsvermindering, die tot eind 2016 in alle omstandigheden belastingvrij kon uitgevoerd worden in de mate dat zij betrekking had op werkelijk gestort kapitaal. Voor wat betreft kapitaalsverminderingen uit holdingstructuren die opgezet worden na 1 januari 2017 zal de inbrengwaarde slechts als werkelijk gestort kapitaal kwalificeren ten belope van het kapitaal van de ingebrachte vennootschap. De auteur bespreekt grondig deze nieuwe regeling, evenals de vragen die rijzen omtrent uitgevoerde of nog uit te voeren kapitaalverminderingen uit alle voorheen opgezette holdingstructuren die buiten de nieuwe regeling vallen, maar wel zullen onderworpen worden aan een gerichte controle.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Winstuitkering & kapitaalvermindering – BBB 32
De winstuitkeringen, en daarmee gelijkgestelde handelingen staan sinds enkele jaren in de top van de fiscale hitparade, niet alleen door de stijging van de tarieven roerende voorheffing maar door de invoering van een nieuwe VVPR-regeling en de invoering van de liquidatiereserve. Als klap op de vuurpijl wijzigde de Programmawet van 25 december 2016 ingrijpend de fiscaal gunstige kapitaalvermindering vanuit de holding, zijnde een structuur die door de wetgever als een ontwijkingsmechanisme van de roerende voorheffing wordt aanzien.
Dit boek bespreekt in het eerste deel alle vennootschapsrechtelijke en fiscale aspecten van de klassieke dividenduitkeringen, met bijzondere aandacht voor de VVPbis-regeling en de liquidatiereserve, en de onderlinge verbanden. Ook de tantièmes komen uitvoerig aan bod.
Het tweede deel bespreekt de fiscale aspecten van de kapitaalsvermindering, die tot eind 2016 in alle omstandigheden belastingvrij kon uitgevoerd worden in de mate dat zij betrekking had op werkelijk gestort kapitaal. Voor wat betreft kapitaalsverminderingen uit holdingstructuren die opgezet worden na 1 januari 2017 zal de inbrengwaarde slechts als werkelijk gestort kapitaal kwalificeren ten belope van het kapitaal van de ingebrachte vennootschap. De auteur bespreekt grondig deze nieuwe regeling, evenals de vragen die rijzen omtrent uitgevoerde of nog uit te voeren kapitaalverminderingen uit alle voorheen opgezette holdingstructuren die buiten de nieuwe regeling vallen, maar wel zullen onderworpen worden aan een gerichte controle.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fiscaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handels- en Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fiscale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.

RIDP2016Vol87/issue1 – The Protection of the environment through criminal Law
It brings together key proceedings of the Second AIDP World Conference on the Protection of the Environment through Criminal Law (Bucharest, May 18-20, 2016) organised by the International Association of Penal Law (AIDP) in collaboration with the Romanian Association of Penal Sciences, the Legal Research Institute of the Romanian Academy of Sciences and the Ecological University of Bucharest.
José Luis de La Cuesta is honorary president of the AIDP and director of the Basque Institute of Criminology (University of the Basque Country, Spain).
Ligeia Quackelbeen is the editorial secretary of the RIDP and academic assistant (PhD researcher) at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).
Nina Peršak is an editor in the RIDP Editorial Board and a professor at Ghent University, Department of Criminology, Criminal Law and Social Law (IRCP).
Gert Vermeulen is editor-in-chief of the RIDP, general director of publications of the AIDP, president of the Belgium-Luxembourg Union for Criminal Law and professor of (European and international) criminal law and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).

RIDP2016Vol87/issue1 – The Protection of the environment through criminal Law
It brings together key proceedings of the Second AIDP World Conference on the Protection of the Environment through Criminal Law (Bucharest, May 18-20, 2016) organised by the International Association of Penal Law (AIDP) in collaboration with the Romanian Association of Penal Sciences, the Legal Research Institute of the Romanian Academy of Sciences and the Ecological University of Bucharest.
José Luis de La Cuesta is honorary president of the AIDP and director of the Basque Institute of Criminology (University of the Basque Country, Spain).
Ligeia Quackelbeen is the editorial secretary of the RIDP and academic assistant (PhD researcher) at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).
Nina Peršak is an editor in the RIDP Editorial Board and a professor at Ghent University, Department of Criminology, Criminal Law and Social Law (IRCP).
Gert Vermeulen is editor-in-chief of the RIDP, general director of publications of the AIDP, president of the Belgium-Luxembourg Union for Criminal Law and professor of (European and international) criminal law and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) (Ghent University, Belgium).
Europese audithervorming en implementatie ervan in België. (Reeks ICCI 2016-3)
NEDERLANDS
Op 13 oktober 2010 lanceerde de Europese Commissie het Groenboek “Beleid inzake controle van financiële overzichten: lessen uit de crisis”. Na jaren debatteren namen het Europees Parlement en de Raad op 16 april 2014 een nieuwe Auditrichtlijn 2014/56/EU en Verordening nr. 537/2014 aan. De Auditverordening betreft specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, zoals genoteerde vennootschappen, kredietinstellingen, (her)verzekeringsondernemingen, enz.
Zowel de Auditrichtlijn als de -verordening dienden tegen 17 juni 2016 in Belgisch recht te worden geïmplementeerd. Met enige vertraging gebeurde dit pas met de “noodwet” van 29 juni 2016 en de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.
De hoofdthema’s van de audithervorming zijn de volgende: externe auditkantoorrotatie en het verbod op en de beperking op niet-controlediensten, nieuw publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, uitgebreidere rapportering van de commissaris en versterking van het auditcomité. Deze thema’s komen aan bod in onderhavig boek dat wordt afgesloten met een eerste balans van de impact voor ondernemingen en bestuurders en de gevolgen voor alle stakeholders, met inbegrip van het bedrijfsrevisoraat.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Executive Summary
FRANCAIS
Le 13 octobre 2010, la Commission européenne lançait son Livre vert “Politique en matière d’audit : les leçons de la crise”. Après des années de débats, le Parlement européen et le Conseil ont adopté, en date du 16 avril 2014, une nouvelle Directive audit 2014/56/UE et un nouveau Règlement audit n° 537/2014. Le Règlement audit porte sur les exigences spécifiques applicables au contrôle légal des comptes des entités d’intérêt public, comme les sociétés cotées, les établissements de crédit, les entreprises d’assurances et de réassurances, etc.
La Directive audit et le Règlement audit devaient tous deux être implémentés en droit belge pour le 17 juin 2016. Cela ne fut fait qu’un peu plus tard avec la « loi d’urgence » du 29 juin 2016 et avec la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises.
Les thèmes principaux de la réforme de l’audit sont les suivants : rotation externe des cabinets d’audit et interdiction et limitation des services autres que d’audit, nouvelle supervision publique des réviseurs d’entreprises, reporting étendu du commissaire, et renforcement du comité d’audit. Ces thèmes sont abordés dans le présent ouvrage qui se clôture avec un premier bilan de l’impact pour les entreprises et les administrateurs et des conséquences pour les parties prenantes, en ce compris pour le révisorat d’entreprises.
Table des matières
Avant-propos
Executive Summary
ENGLISH
Table of Contents
Executive Summary
Europese audithervorming en implementatie ervan in België. (Reeks ICCI 2016-3)
NEDERLANDS
Op 13 oktober 2010 lanceerde de Europese Commissie het Groenboek “Beleid inzake controle van financiële overzichten: lessen uit de crisis”. Na jaren debatteren namen het Europees Parlement en de Raad op 16 april 2014 een nieuwe Auditrichtlijn 2014/56/EU en Verordening nr. 537/2014 aan. De Auditverordening betreft specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, zoals genoteerde vennootschappen, kredietinstellingen, (her)verzekeringsondernemingen, enz.
Zowel de Auditrichtlijn als de -verordening dienden tegen 17 juni 2016 in Belgisch recht te worden geïmplementeerd. Met enige vertraging gebeurde dit pas met de “noodwet” van 29 juni 2016 en de wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren.
De hoofdthema’s van de audithervorming zijn de volgende: externe auditkantoorrotatie en het verbod op en de beperking op niet-controlediensten, nieuw publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren, uitgebreidere rapportering van de commissaris en versterking van het auditcomité. Deze thema’s komen aan bod in onderhavig boek dat wordt afgesloten met een eerste balans van de impact voor ondernemingen en bestuurders en de gevolgen voor alle stakeholders, met inbegrip van het bedrijfsrevisoraat.
Inhoudsopgave
Voorwoord
Executive Summary
FRANCAIS
Le 13 octobre 2010, la Commission européenne lançait son Livre vert “Politique en matière d’audit : les leçons de la crise”. Après des années de débats, le Parlement européen et le Conseil ont adopté, en date du 16 avril 2014, une nouvelle Directive audit 2014/56/UE et un nouveau Règlement audit n° 537/2014. Le Règlement audit porte sur les exigences spécifiques applicables au contrôle légal des comptes des entités d’intérêt public, comme les sociétés cotées, les établissements de crédit, les entreprises d’assurances et de réassurances, etc.
La Directive audit et le Règlement audit devaient tous deux être implémentés en droit belge pour le 17 juin 2016. Cela ne fut fait qu’un peu plus tard avec la « loi d’urgence » du 29 juin 2016 et avec la loi du 7 décembre 2016 portant organisation de la profession et de la supervision publique des réviseurs d’entreprises.
Les thèmes principaux de la réforme de l’audit sont les suivants : rotation externe des cabinets d’audit et interdiction et limitation des services autres que d’audit, nouvelle supervision publique des réviseurs d’entreprises, reporting étendu du commissaire, et renforcement du comité d’audit. Ces thèmes sont abordés dans le présent ouvrage qui se clôture avec un premier bilan de l’impact pour les entreprises et les administrateurs et des conséquences pour les parties prenantes, en ce compris pour le révisorat d’entreprises.
Table des matières
Avant-propos
Executive Summary
ENGLISH
Table of Contents
Executive Summary
Praktisch btw-handboek
Dit boek is een gereedschapskist voor zij die in de praktijk met btw-materie moeten werken. Het boek bevat de essentie om elk btw-vraagstuk te kunnen oplossen. Alle moeilijke domeinen uit de btw-wetgeving worden met voorbeelden geïllustreerd. Het gaat hierbij om de aftrekregels, de gemengde btw-belastingplicht, de onttrekkingen en herzieningen, het gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen en de voordelen van alle aard, de plaats van de dienst, de opeisbaarheid van de btw en doorfacturering van kosten.
Er wordt ook waar nuttig de link gelegd met de btw-aangifte.
Praktisch btw-handboek
Dit boek is een gereedschapskist voor zij die in de praktijk met btw-materie moeten werken. Het boek bevat de essentie om elk btw-vraagstuk te kunnen oplossen. Alle moeilijke domeinen uit de btw-wetgeving worden met voorbeelden geïllustreerd. Het gaat hierbij om de aftrekregels, de gemengde btw-belastingplicht, de onttrekkingen en herzieningen, het gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen en de voordelen van alle aard, de plaats van de dienst, de opeisbaarheid van de btw en doorfacturering van kosten.
Er wordt ook waar nuttig de link gelegd met de btw-aangifte.
Meten is weten (CPS 2016 – 4, nr. 41)
New Public Management en vooral besparingen bij politie en justitie leiden tot het meten van allerhande prestatieafspraken en activiteiten van politiewerk. Ook de geregistreerde criminaliteit wordt jaarlijks gepresenteerd in politiestatistieken, waarbij het aantal feiten vastgesteld in processen-verbaal, wordt geteld.
In dit Cahier wordt de vraag gesteld naar de betrouwbaarheid van deze cijfers. Wat zeggen cijfers en wat blijft verborgen? Er wordt immers vaak geregistreerd om aan prestatieconvenanten tegemoet te komen en processen-verbaal uitgeschreven om bepaalde quota te halen. Wat leert dat nog over de werkelijk gepleegde criminaliteit? Kan de Politiemonitor en de integrale veiligheidsmonitor in Nederland en/of de Veiligheidsmonitor in België een degelijke aanvulling zijn? En wat zijn huidige registratiepraktijken en valkuilen daarbij? Heeft meten nog een toekomst als het gaat om accountability van politiewerk? Op deze en andere vragen biedt dit Cahier een antwoord.
Meten is weten (CPS 2016 – 4, nr. 41)
New Public Management en vooral besparingen bij politie en justitie leiden tot het meten van allerhande prestatieafspraken en activiteiten van politiewerk. Ook de geregistreerde criminaliteit wordt jaarlijks gepresenteerd in politiestatistieken, waarbij het aantal feiten vastgesteld in processen-verbaal, wordt geteld.
In dit Cahier wordt de vraag gesteld naar de betrouwbaarheid van deze cijfers. Wat zeggen cijfers en wat blijft verborgen? Er wordt immers vaak geregistreerd om aan prestatieconvenanten tegemoet te komen en processen-verbaal uitgeschreven om bepaalde quota te halen. Wat leert dat nog over de werkelijk gepleegde criminaliteit? Kan de Politiemonitor en de integrale veiligheidsmonitor in Nederland en/of de Veiligheidsmonitor in België een degelijke aanvulling zijn? En wat zijn huidige registratiepraktijken en valkuilen daarbij? Heeft meten nog een toekomst als het gaat om accountability van politiewerk? Op deze en andere vragen biedt dit Cahier een antwoord.
Samenwerking binnen de cijferberoepen – reeks BBB nr.29
Cijferberoepers staan vandaag voor nieuwe uitdagingen. Het zakenleven wordt steeds complexer en de noden van het cliënteel specifieker. Derhalve zullen cijferberoepers vaker genoodzaakt zijn een samenwerkingsverband aan te gaan.
Dit boek biedt een overzicht van de verschillende samenwerkingsvormen. Zowel de verticale als de horizontale samenwerking komt aan bod. Tevens wordt nader ingegaan op de geïntegreerde samenwerking, waarbij bijzondere aandacht geschonken wordt aan de overdracht van aandelen, de overdracht van een handelszaak en het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten. De samenwerkingsstructuren worden telkenmale vanuit een juridisch oogpunt bekeken, waarbij de nadruk wordt gelegd op contractuele afspraken en clausules. Aan de hand van voorbeeldclausules, maakt het boek de cijferberoeper attent op diverse contractuele mogelijkheden zodat een samenwerkingsvorm op maat gecreëerd kan worden. Dit boek biedt derhalve een antwoord op praktische juridische vragen omtrent samenwerking tussen én met cijferberoepers.
Deze uitgave, onder redactie van Everest Advocaten, een advocatenkantoor met een 50-tal advocaten dat in alle belangrijke domeinen van het ondernemingsrecht garant staat voor een efficiënte en no-nonsense aanpak, bevat bijdragen van Stijn De Meulenaer, Frédéric Delbar, Frank Burssens, Laura De Smijter, Bert Bekaert en Kim Van Quekelberghe.
Samenwerking binnen de cijferberoepen – reeks BBB nr.29
Cijferberoepers staan vandaag voor nieuwe uitdagingen. Het zakenleven wordt steeds complexer en de noden van het cliënteel specifieker. Derhalve zullen cijferberoepers vaker genoodzaakt zijn een samenwerkingsverband aan te gaan.
Dit boek biedt een overzicht van de verschillende samenwerkingsvormen. Zowel de verticale als de horizontale samenwerking komt aan bod. Tevens wordt nader ingegaan op de geïntegreerde samenwerking, waarbij bijzondere aandacht geschonken wordt aan de overdracht van aandelen, de overdracht van een handelszaak en het opstellen van aandeelhoudersovereenkomsten. De samenwerkingsstructuren worden telkenmale vanuit een juridisch oogpunt bekeken, waarbij de nadruk wordt gelegd op contractuele afspraken en clausules. Aan de hand van voorbeeldclausules, maakt het boek de cijferberoeper attent op diverse contractuele mogelijkheden zodat een samenwerkingsvorm op maat gecreëerd kan worden. Dit boek biedt derhalve een antwoord op praktische juridische vragen omtrent samenwerking tussen én met cijferberoepers.
Deze uitgave, onder redactie van Everest Advocaten, een advocatenkantoor met een 50-tal advocaten dat in alle belangrijke domeinen van het ondernemingsrecht garant staat voor een efficiënte en no-nonsense aanpak, bevat bijdragen van Stijn De Meulenaer, Frédéric Delbar, Frank Burssens, Laura De Smijter, Bert Bekaert en Kim Van Quekelberghe.

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,
Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Theory or practice? Perspectives on police
education and police work
Geir Aas
Nonadversial peer reviews of policing operations.
Fostering organizational learning
Otto Adang
Learning to be a Police Supervisor.
The Swedish Case
Bengt Bergman
Acceptance Denied. Intelligence-led Immigration
Checks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/2 (2016/2017) (ISSN 2034-760x)
Contents:
Aims and scope
Antoinette Verhage, Dominique Boels,
Lieselot Bisschop & Wim Hardyns
Articles
Theory or practice? Perspectives on police
education and police work
Geir Aas
Nonadversial peer reviews of policing operations.
Fostering organizational learning
Otto Adang
Learning to be a Police Supervisor.
The Swedish Case
Bengt Bergman
Acceptance Denied. Intelligence-led Immigration
Checks in Dutch Border Areas
Tim Dekkers & Maartje van der Woude

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieel onderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflicten waarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aan de andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkele manier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteert bij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puur onafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler, en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijke rol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de ‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewust moet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt deze vanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijk belicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussen de partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog in de machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoe machtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eerste verplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgens sommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekent de ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces in termen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartij dat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht, bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaas kan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook in zo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van macht en machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek een hoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein van de Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wet bevordering mediation.
Werkten mee aan deze publicatie: Katalien Bollen, Arno Diederen, Quirine Eijkman, Barney Jordaan, Georg Frerks, Ton Jongbloed, Marion Uitslag, Tobia Westra.

Macht en mediation
De rol van macht bij mediation is een gevoelig en controversieel onderwerp. Aan de ene kant heeft mediation te maken met conflicten waarbij macht en machtsverschillen bijna inherent een rol spelen, aan de andere kant heerst er de pretentie dat de mediator op geen enkele manier macht of zelfs maar enige vorm van beïnvloeding hanteert bij de uitoefening van zijn of haar vak, omdat dit niet bij de puur onafhankelijke rol zou passen. Vaak ligt alles in de praktijk iets subtieler, en speelt macht bewust of onbewust, direct of indirect, een wezenlijke rol bij mediation. Sommige waarnemers menen zelfs dat de mediator de ‘mythe’ van neutraliteit en onpartijdigheid moet loslaten en zich bewust moet richten op de verschillen in macht tussen de conflictpartijen.
In dit boek gaan diverse auteurs op deze problematiek in, en wordt deze vanuit zowel een meer theoretische invalshoek als vanuit de mediationpraktijk belicht. Hoe zorgt de mediator voor een zeker evenwicht tussen de partijen, zonder ‘partij’ te kiezen? Hoe zorgt deze dat de underdog in de machtsrelatie ook aan zijn -of vaker nog haar- trekken komt? En hoe machtig is mediation zelf geworden, nu deze in vele geschillen een eerste verplicht station is geworden bij de juridische procedure en volgens sommigen ook complexer en moeilijker te begrijpen? En wat betekent de ‘regisserende’ rol van de mediator in het hele mediation-proces in termen van macht en invloed, en hoe ziet of ervaart een conflictpartij dat? Omgekeerd kan bij mediation soms ook sprake zijn van onmacht, bijvoorbeeld wanneer de mediation vastloopt of onvoldoende soelaas kan bieden, of de mediator de partijen niet weet te ‘bereiken’. Ook in zo’n geval moet de mediator in staat zijn het proces in termen van macht en machtsverschillen te duiden en bij te sturen.
Naast het centrale thema ‘macht en mediation’ wordt in dit boek een hoofdstuk gewijd aan de actuele ontwikkelingen op het terrein van de Nederlandse mediationwetgeving, i.c. het ontwerp van de Wet bevordering mediation.
Werkten mee aan deze publicatie: Katalien Bollen, Arno Diederen, Quirine Eijkman, Barney Jordaan, Georg Frerks, Ton Jongbloed, Marion Uitslag, Tobia Westra.





Recht en duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.
Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.
Recht en duurzame ontwikkeling
Duurzame ontwikkeling is een thema dat vandaag de dag veel in de schijnwerpers staat. Vanuit de wetenschap worden dan ook veel initiatieven ontplooid om duurzame ontwikkeling te bevorderen. Ook juristen laten zich hierbij niet onbetuigd. In dit boek staat de vraag centraal hoe het recht kan bijdragen aan het ideaal van duurzame ontwikkeling. Daarbij komen verschillende thema’s aan bod, onder meer op het terrein van het internationaal publiekrecht, de mensenrechten, het Europees recht, het bestuursrecht en zelfregulering door de financiële sector.
Dit boek is verschenen naar aanleiding van het congres ‘Recht & Duurzame ontwikkeling’, dat op 27 november 2015 werd gehouden. Naast bijdragen van de hand van congressprekers, zijn ook artikelen van leden van Mordenate College opgenomen.
Deze uitgave bevat bijdragen van N.J. Schrijver, F. Baetens, T.D.A. Kluwen & J.J.M van de Beeten, O. Spijkers, C. Smit, P.L.F. Ribbers, A.G. Castermans & S. Goldstein, S.A. Gawronski, M.J.W. Timmer & N. van Triet, W.J.L. Calkoen, F.Q. van de Pol & M. Wistuba en een voorwoord van H.J. Snijders.
European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty
Contents:
Introduction
M. Egan
Articles
Tackling Trafficking in
Human Beings in a security
integrated Europe
Addressing the challenges using
Trafficking Schematics
A.Koulouri (1)
Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by
drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking
schematics to capture and visualise THB in its entirety.
Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges,
such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas.
To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the
modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and
relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to
addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding
of the phenomenon and facilitating collaboration to address it.
The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical
and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.
Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory
(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.
Migration and crime
A spatial analysis
in a borderless Europe
A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)
Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged
crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created
opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal
offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general
nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity
of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in
particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of
individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England
are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the
EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national
and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and
inform crime reduction policies.
Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention
(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project
on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.
EU Integrated and
Re-Integrated Security
The Position of the UK after the
Opt-Out – or Brexit?
S. Hufnagel (1)
Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction
of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission,
in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former
instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced
since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35
measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would
be
European Journal of Policing Studies – Jaargang 4/1 (2016) (ISSN 2034-760x) – Special issue Policing in Times of Uncertainty
Contents:
Introduction
M. Egan
Articles
Tackling Trafficking in
Human Beings in a security
integrated Europe
Addressing the challenges using
Trafficking Schematics
A.Koulouri (1)
Abstract
This paper aims to conceptualise trafficking in human beings (THB) as an organised crime by
drawing on the rational choice theory. Utilising crime scripting principles, it proposes trafficking
schematics to capture and visualise THB in its entirety.
Stemming from its transnational nature and varying conceptualisations, combatting THB faces challenges,
such as the lack of harmonisation of policy instruments and differing stakeholder agendas.
To mitigate these challenges, this paper proposes trafficking schematics. Their core lies in the
modelling of THB constituent elements, including stages and their sequence, key actors and
relationships, and financial modus operandi. Trafficking schematics may therefore contribute to
addressing THB in a holistic, dynamic and integrated way, by enriching stakeholders’ understanding
of the phenomenon and facilitating collaboration to address it.
The paper contributes to theory and practice by drawing up a model of the procedural, human, logistical
and environmental elements of THB that may be viewed as an instrument of public value creation.
Keywords: Trafficking in human beings, organized crime, EU security, rational choice theory
(1) is Lecturer in Business Research & Statistics.
Migration and crime
A spatial analysis
in a borderless Europe
A. Ludwig (1) & D. Johnson (2)
Abstract
The expansion of the EU has generated vast media interest and political debate about an alleged
crime–migration nexus. The gradual disappearance of border controls within the EU has created
opportunities for easier people movement, and potentially for offenders to commit criminal
offences in other countries. However, little work has been undertaken to understand the general
nature of criminal activity by intra-EU migrant populations. This paper discusses the complexity
of carrying out research on this issue using openly available data sources across the EU and in
particular notes a significant lack of data for informed policy development. Spatial clustering of
individual nationalities is evident, distinct differences in movements on a regional scale in England
are shown. There is also evidence of limited recording practices and data availability across the
EU. Data on localised offending by foreign nationals can be used to inform intelligence by national
and international police agencies, to generate effective cross-border information exchange, and
inform crime reduction policies.
Keywords: Crime; EU migration; spatial analysis; data uncertainty; policy; crime prevention
(1) is Post-Doctoral Research Officer at Nuffield College, Oxford working on a project
on police resourcing.
(2) is a Senior Lecturer in Crime Science at Northumbria University.
EU Integrated and
Re-Integrated Security
The Position of the UK after the
Opt-Out – or Brexit?
S. Hufnagel (1)
Abstract
Protocol 36 of the Lisbon Treaty provided that the UK could choose not to accept the jurisdiction
of the Court of Justice of the European Union, and the enforcement powers of the Commission,
in relation to these pre-Lisbon police and judicial cooperation measures. Consequently, former
instruments adopted under the ‘third pillar’ that have not been amended, repealed or replaced
since the entry into force of the Lisbon Treaty, cease to apply to the UK. The UK aimed to re-join 35
measures that have been considered indispensable for UK security, however, opting back it would
be

Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1 – 9de, herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de
KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing
van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering
van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan
de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij
strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is
hij advocaat bij de balie te Leuven.
Strafrecht & strafprocesrecht voor Bachelors, deel 1 – 9de, herziene uitgave
Deze cursustekst vormt de geschreven basis voor het opleidingsonderdeel Strafrecht en Strafprocesrecht. Hierin vindt elke juridische bachelor wat men moet weten over Belgisch strafrecht en strafprocesrecht, ook al stapt zij of hij na het behalen van het bachelordiploma rechtstreeks de arbeidsmarkt op of gaat zij of hij een andere juridische richting uit. Tegelijkertijd vormt deze cursus ook de basisopleiding voor criminologen in het tweede jaar van de bacheloropleiding criminologie. In deze bacheloropleiding worden het materieel strafrecht (de rechtsnormen die bepalen wie, waarvoor, wanneer strafbaar is en waarom en welke sancties opgelegd kunnen worden) en het formeel strafrecht (de regels aangaande het verloop van een strafproces) samengevoegd.
Prof. dr. Frank Verbruggen is hoogleraar aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de
KU Leuven. Hij doet onderzoek naar georganiseerde criminaliteit, de aanpassing
van het strafrecht aan de digitalisering van de maatschappij en de Europeanisering
van strafrecht en justitie. Hij is tevens gastdocent aan de UHasselt en advocaat aan
de balie te Leuven.
Prof. dr. Raf Verstraeten is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij
strafprocesrecht en economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is
hij advocaat bij de balie te Leuven.
Crime and order, criminal justice experiences and desistance (GERN Research Paper Series, nr 4)
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large con-sortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. The consortium is multidisciplinary.
Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
This is the fourth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN. Last edition of the Summer School was held in September 2015 in Paris. The selected theme for this Summer School was “Crime and order, criminal justice experiences and desistance”, reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as the fresh and new perspectives on subjective experiences of the criminal justice system and trajectories of desistance.
Critical thinking differs from magic reasoning, common sense, and speculation. Scientific evidence contrasts with belief, immediate and apparent knowledge, illusion and opinion. This is particularly true for the science of crime, criminology and more generally social sciences research on criminal justice issues. With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Crime and order, criminal justice experiences and desistance (GERN Research Paper Series, nr 4)
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large con-sortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. The consortium is multidisciplinary.
Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.
This is the fourth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN. Last edition of the Summer School was held in September 2015 in Paris. The selected theme for this Summer School was “Crime and order, criminal justice experiences and desistance”, reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as the fresh and new perspectives on subjective experiences of the criminal justice system and trajectories of desistance.
Critical thinking differs from magic reasoning, common sense, and speculation. Scientific evidence contrasts with belief, immediate and apparent knowledge, illusion and opinion. This is particularly true for the science of crime, criminology and more generally social sciences research on criminal justice issues. With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the commission of crime and the formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
Politie en gezondheidszorg (CPS 2016 – 3, nr. 40)
In de uitvoering komen politie en gezondheidszorg elkaar vanuit hun eigen functie regelmatig tegen. De contacten kunnen betrekking hebben op (drugs-)overlast of gerelateerde problemen, zedenzaken, psychiatrische stoornissen bij (veel-)plegers, geweld, calamiteiten en crisissituaties. Het gemeenschappelijke element bij al deze zaken is dat zij direct de leefbaarheid en veiligheid van buurtbewoners raken. Politie en gezondheidszorg hebben niettemin een andere functie en finaliteit, wat tot grensproblemen kan leiden. En toch is het ondertussen overduidelijk dat de aanpak van veel urgente maatschappelijke problemen om een gecombineerde aanpak vraagt van beide sectoren. Ondanks deze groeiende nood aan een betere afstemming en gemeenschappelijke aanpak bestaat er relatief weinig literatuur over de raakvlakken en vormen van samenwerking tussen politie en gezondheidszorg. Dit Cahier voorziet in deze leemte.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Politie en gezondheidszorg (CPS 2016 – 3, nr. 40)
In de uitvoering komen politie en gezondheidszorg elkaar vanuit hun eigen functie regelmatig tegen. De contacten kunnen betrekking hebben op (drugs-)overlast of gerelateerde problemen, zedenzaken, psychiatrische stoornissen bij (veel-)plegers, geweld, calamiteiten en crisissituaties. Het gemeenschappelijke element bij al deze zaken is dat zij direct de leefbaarheid en veiligheid van buurtbewoners raken. Politie en gezondheidszorg hebben niettemin een andere functie en finaliteit, wat tot grensproblemen kan leiden. En toch is het ondertussen overduidelijk dat de aanpak van veel urgente maatschappelijke problemen om een gecombineerde aanpak vraagt van beide sectoren. Ondanks deze groeiende nood aan een betere afstemming en gemeenschappelijke aanpak bestaat er relatief weinig literatuur over de raakvlakken en vormen van samenwerking tussen politie en gezondheidszorg. Dit Cahier voorziet in deze leemte.
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Trajecten van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank
Over het moeilijke trajectverloop in de jeugdhulpverlening is reeds heel wat gedebatteerd. Telkens wordt dit debat echter enkel gevoerd op basis van ‘signalen’, bij gebrek aan onderzoek terzake.
Dit boek brengt hier verandering in. Het brengt de hulpverleningstrajecten in kaart van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank. Hiervoor werd een uitgebreide dossierstudie op de jeugdrechtbank in Gent uitgevoerd. Daarbij blijken onstabiele trajecten, anders dan verwacht, eerder de uitzondering dan de regel.
Slechts een minderheid van de minderjarigen doorloopt onstabiele trajecten, die zich kenmerken door een hoog aantal trajectveranderingen en de afwezigheid van stabiele perioden.
Er zijn verschillende factoren voor deze onstabiliteit, zo blijkt uit dit onderzoek: het profiel van de minderjarige, de hulpverleningssector, het gebrek aan hulpverlening en zelfs de verslaggeving in de dossiers op de jeugdrechtbank. Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek, geeft de auteur concrete aanbevelingen voor de jeugdhulpverlening, en in het bijzonder voor het beleid, hulpverleners en jeugdrechters.
Sofie Merlevede is doctor in de Criminologische Wetenschappen (Universiteit van Gent, Institute for International Research on Criminal Policy). Haar onderzoeksonderwerpen zijn: psychische problemen, bijzondere jeugdzorg, kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodologie.
Trajecten van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank
Over het moeilijke trajectverloop in de jeugdhulpverlening is reeds heel wat gedebatteerd. Telkens wordt dit debat echter enkel gevoerd op basis van ‘signalen’, bij gebrek aan onderzoek terzake.
Dit boek brengt hier verandering in. Het brengt de hulpverleningstrajecten in kaart van minderjarigen met psychische problemen gevolgd door de jeugdrechtbank. Hiervoor werd een uitgebreide dossierstudie op de jeugdrechtbank in Gent uitgevoerd. Daarbij blijken onstabiele trajecten, anders dan verwacht, eerder de uitzondering dan de regel.
Slechts een minderheid van de minderjarigen doorloopt onstabiele trajecten, die zich kenmerken door een hoog aantal trajectveranderingen en de afwezigheid van stabiele perioden.
Er zijn verschillende factoren voor deze onstabiliteit, zo blijkt uit dit onderzoek: het profiel van de minderjarige, de hulpverleningssector, het gebrek aan hulpverlening en zelfs de verslaggeving in de dossiers op de jeugdrechtbank. Op basis van de bevindingen uit dit onderzoek, geeft de auteur concrete aanbevelingen voor de jeugdhulpverlening, en in het bijzonder voor het beleid, hulpverleners en jeugdrechters.
Sofie Merlevede is doctor in de Criminologische Wetenschappen (Universiteit van Gent, Institute for International Research on Criminal Policy). Haar onderzoeksonderwerpen zijn: psychische problemen, bijzondere jeugdzorg, kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethodologie.
Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor. (Reeks ICCI 2016-2)
NEDERLANDS
Naast de wettelijke audit van de jaarrekening heeft de wetgever, onder meer in het Wetboek van vennootschappen, aan de bedrijfsrevisor een aantal andere wettelijke opdrachten gegeven. De naleving van de regels inzake onafhankelijkheid en objectiviteit in de revisorale plichtenleer staan hierbij centraal en zijn gedurende de afgelopen decennia als het ware het DNA van de bedrijfsrevisor geworden.
De bedrijfsrevisor is een unieke observator van het economisch leven, zowel op grond van zijn specifieke kennis van de micro-economische werkelijkheid, als op grond van zijn onafhankelijkheid ten overstaan van de eigen belangen van de actoren. Hij is goed geplaatst om adviezen van algemene strekking uit te brengen die een werkelijke waarde voor de belanghebbenden betekenen. Het regelmatige contact van rechters van de rechtbanken van koophandel met de bedrijfsrevisor zijn hiervan een bewijs.
De met het beroep van bedrijfsrevisor verenigbare gerechtelijke en buitengerechtelijke opdrachten zijn uiteenlopend en betreffen onder meer de volgende opdrachten die achtereenvolgens worden behandeld: gerechtsdeskundige, vereffenaar, voorlopig bewindvoerder, gerechtsmandataris, ondernemingsbemiddelaar, toegevoegd curator, rechter in sociale zaken, rechter in handelszaken, arbiter en bindende derdenbeslisser, bemiddelaar en speciaal commissaris.
Met bijdragen van K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Outre le contrôle légal des comptes annuels, le législateur a confié plusieurs autres missions légales au réviseur d’entreprises, notamment dans le Code des sociétés. Le respect des règles d’indépendance et d’objectivité inhérentes à la déontologie du réviseur d’entreprises y joue un rôle prépondérant. Ces règles sont pour ainsi dire devenues l’ADN du réviseur d’entreprises au fil des dernières décennies.
Le réviseur d’entreprises est un observateur unique de la vie économique en raison de ses connaissances spécifiques de la réalité microéconomique et de son indépendance vis-à-vis des intérêts personnels des acteurs concernés. Il est bien placé pour donner des conseils de portée générale apportant une véritable valeur ajoutée aux diverses parties prenantes, comme en témoignent les contacts réguliers qu’entretiennent les juges des tribunaux de commerce avec le réviseur d’entreprises.
Les missions judiciaires et extrajudiciaires compatibles avec la profession de réviseur d’entreprises sont très diversifiées et couvrent notamment les fonctions suivantes qui sont abordées consécutivement: expert judiciaire, liquidateur, administrateur provisoire, mandataire judiciaire, médiateur d’entreprise, curateur adjoint, juge social, juge consulaire, arbitre et tiers décideur obligatoire, médiateur et commissaire spécial.
Avec des contributions de K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de r
Gerechtelijke en buitengerechtelijk opdrachten van de bedrijfsrevisor. (Reeks ICCI 2016-2)
NEDERLANDS
Naast de wettelijke audit van de jaarrekening heeft de wetgever, onder meer in het Wetboek van vennootschappen, aan de bedrijfsrevisor een aantal andere wettelijke opdrachten gegeven. De naleving van de regels inzake onafhankelijkheid en objectiviteit in de revisorale plichtenleer staan hierbij centraal en zijn gedurende de afgelopen decennia als het ware het DNA van de bedrijfsrevisor geworden.
De bedrijfsrevisor is een unieke observator van het economisch leven, zowel op grond van zijn specifieke kennis van de micro-economische werkelijkheid, als op grond van zijn onafhankelijkheid ten overstaan van de eigen belangen van de actoren. Hij is goed geplaatst om adviezen van algemene strekking uit te brengen die een werkelijke waarde voor de belanghebbenden betekenen. Het regelmatige contact van rechters van de rechtbanken van koophandel met de bedrijfsrevisor zijn hiervan een bewijs.
De met het beroep van bedrijfsrevisor verenigbare gerechtelijke en buitengerechtelijke opdrachten zijn uiteenlopend en betreffen onder meer de volgende opdrachten die achtereenvolgens worden behandeld: gerechtsdeskundige, vereffenaar, voorlopig bewindvoerder, gerechtsmandataris, ondernemingsbemiddelaar, toegevoegd curator, rechter in sociale zaken, rechter in handelszaken, arbiter en bindende derdenbeslisser, bemiddelaar en speciaal commissaris.
Met bijdragen van K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Outre le contrôle légal des comptes annuels, le législateur a confié plusieurs autres missions légales au réviseur d’entreprises, notamment dans le Code des sociétés. Le respect des règles d’indépendance et d’objectivité inhérentes à la déontologie du réviseur d’entreprises y joue un rôle prépondérant. Ces règles sont pour ainsi dire devenues l’ADN du réviseur d’entreprises au fil des dernières décennies.
Le réviseur d’entreprises est un observateur unique de la vie économique en raison de ses connaissances spécifiques de la réalité microéconomique et de son indépendance vis-à-vis des intérêts personnels des acteurs concernés. Il est bien placé pour donner des conseils de portée générale apportant une véritable valeur ajoutée aux diverses parties prenantes, comme en témoignent les contacts réguliers qu’entretiennent les juges des tribunaux de commerce avec le réviseur d’entreprises.
Les missions judiciaires et extrajudiciaires compatibles avec la profession de réviseur d’entreprises sont très diversifiées et couvrent notamment les fonctions suivantes qui sont abordées consécutivement: expert judiciaire, liquidateur, administrateur provisoire, mandataire judiciaire, médiateur d’entreprise, curateur adjoint, juge social, juge consulaire, arbitre et tiers décideur obligatoire, médiateur et commissaire spécial.
Avec des contributions de K. Geens, E. Vanderstappen, L. Ostyn, C. Remon, Drs. S. De Blauwe, M.-O. Pâris, T. Van Loocke, V. Yangandi, C. Van Reybroeck, T. Gernay, F. Walschot & S. Quintart.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de r
Activering en privatisering in de Nederlandse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling in grensoverschrijdende situaties.
Activering en privatisering hebben de Nederlandse sociale zekerheid ingrijpend veranderd. De overheid trekt zich terug en schuift de verantwoordelijkheid voor socialezekerheidsuitkeringen naar de werkgevers en werknemers. Dat is duidelijk te zien bij de maximaal 104-weken durende loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (artikel 7:629 BW) en bij de WIA. De effecten van deze twee Nederlandse wettelijke regelingen voor grensoverschrijdende werknemers en werkgevers zijn echter nog niet helder. In dit boek worden de effecten en knelpunten in grensoverschrijdende arbeidssituaties onderzocht door de genoemde Nederlandse regelingen in hun relatie tot de Europese coördinatieverordeningen 883/2004 en 987/2009 te bestuderen.
Anders dan de uitgebreide en vaak gewijzigde Nederlandse regelingen hanteren de socialezekerheidsverordeningen een beknopte en klassieke interpretatie van ziekte en arbeidsongeschiktheid en houden ze amper rekening met activering en privatisering. Door de verschillen en tekortkomingen in de Nederlandse en Europese regelingen inzake ziekte en arbeidsongeschiktheid te bepalen, wordt de lastige positie van grensoverschrijdende werknemers en werkgevers inzichtelijk.
De juridische studie van Nederlandse en Europese regelingen wordt aangevuld met talrijke voorbeelden en ervaringen van deskundigen. Zo wordt aangetoond dat de uitvoering van de wetgeving niet altijd gebeurt zoals de Nederlandse en Europese wetgevers voor ogen hadden. In het slothoofdstuk worden discussiepunten en aanbevelingen voorgelegd. Daarbij komt ook de interessante vraag aan de orde of men kan zeggen dat Nederland té veel een eigen koers vaart en daarmee indirect het vrije verkeer van personen belemmert of dat ‘Europa’ juist meer aandacht aan activering en privatisering hoort te besteden aangezien deze concepten ook in andere lidstaten op de agenda staan.
Saskia Montebovi studeerde rechten aan de KU Leuven en is nu onderzoeker en universitair docent sociaal recht aan Tilburg University en Maastricht University. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek.
Activering en privatisering in de Nederlandse ziekte- en arbeidsongeschiktheidsregeling in grensoverschrijdende situaties.
Activering en privatisering hebben de Nederlandse sociale zekerheid ingrijpend veranderd. De overheid trekt zich terug en schuift de verantwoordelijkheid voor socialezekerheidsuitkeringen naar de werkgevers en werknemers. Dat is duidelijk te zien bij de maximaal 104-weken durende loondoorbetalingsverplichting bij ziekte (artikel 7:629 BW) en bij de WIA. De effecten van deze twee Nederlandse wettelijke regelingen voor grensoverschrijdende werknemers en werkgevers zijn echter nog niet helder. In dit boek worden de effecten en knelpunten in grensoverschrijdende arbeidssituaties onderzocht door de genoemde Nederlandse regelingen in hun relatie tot de Europese coördinatieverordeningen 883/2004 en 987/2009 te bestuderen.
Anders dan de uitgebreide en vaak gewijzigde Nederlandse regelingen hanteren de socialezekerheidsverordeningen een beknopte en klassieke interpretatie van ziekte en arbeidsongeschiktheid en houden ze amper rekening met activering en privatisering. Door de verschillen en tekortkomingen in de Nederlandse en Europese regelingen inzake ziekte en arbeidsongeschiktheid te bepalen, wordt de lastige positie van grensoverschrijdende werknemers en werkgevers inzichtelijk.
De juridische studie van Nederlandse en Europese regelingen wordt aangevuld met talrijke voorbeelden en ervaringen van deskundigen. Zo wordt aangetoond dat de uitvoering van de wetgeving niet altijd gebeurt zoals de Nederlandse en Europese wetgevers voor ogen hadden. In het slothoofdstuk worden discussiepunten en aanbevelingen voorgelegd. Daarbij komt ook de interessante vraag aan de orde of men kan zeggen dat Nederland té veel een eigen koers vaart en daarmee indirect het vrije verkeer van personen belemmert of dat ‘Europa’ juist meer aandacht aan activering en privatisering hoort te besteden aangezien deze concepten ook in andere lidstaten op de agenda staan.
Saskia Montebovi studeerde rechten aan de KU Leuven en is nu onderzoeker en universitair docent sociaal recht aan Tilburg University en Maastricht University. Dit boek is het resultaat van haar promotieonderzoek.
Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit (CPS 2016 – 2, nr. 39)
Organisatiecriminaliteit en georganiseerde criminaliteit lijken op het eerste gezicht twee verschillende zaken. Het eerste wordt vooral geassocieerd met grote bedrijven en speelt zich grotendeels in de bovenwereld af, het tweede met maffia-achtige groepen gesitueerd in de onderwereld.
In de praktijk blijkt het onderscheid niet altijd zo gemakkelijk te handhaven. Er bestaan immers allerhande tussenvormen en de grens tussen de financiële boven- en onderwereld vervaagt meermaals. Dit Cahier besteedt aandacht aan de aanpak van deze fenomenen, variërend van financiële recherche tot het nemen van bestuurlijke maatregelen. Maar ook wordt nagegaan met wie de politie samen opereert in deze kwesties. Gaat het om een probleem dat een louter nationale/federale aanpak vraagt, of heeft de lokale overheid hier ook een rol in? Wat is de rol van de politie binnen de samenwerking en hoe verloopt de informatiedeling? De auteurs brengen het empirisch onderzoek in kaart en gaan verder in op de verschillende verschijningsvormen en de dilemma’s bij de aanpak hiervan.
Criminele organisaties en organisatiecriminaliteit (CPS 2016 – 2, nr. 39)
Organisatiecriminaliteit en georganiseerde criminaliteit lijken op het eerste gezicht twee verschillende zaken. Het eerste wordt vooral geassocieerd met grote bedrijven en speelt zich grotendeels in de bovenwereld af, het tweede met maffia-achtige groepen gesitueerd in de onderwereld.
In de praktijk blijkt het onderscheid niet altijd zo gemakkelijk te handhaven. Er bestaan immers allerhande tussenvormen en de grens tussen de financiële boven- en onderwereld vervaagt meermaals. Dit Cahier besteedt aandacht aan de aanpak van deze fenomenen, variërend van financiële recherche tot het nemen van bestuurlijke maatregelen. Maar ook wordt nagegaan met wie de politie samen opereert in deze kwesties. Gaat het om een probleem dat een louter nationale/federale aanpak vraagt, of heeft de lokale overheid hier ook een rol in? Wat is de rol van de politie binnen de samenwerking en hoe verloopt de informatiedeling? De auteurs brengen het empirisch onderzoek in kaart en gaan verder in op de verschillende verschijningsvormen en de dilemma’s bij de aanpak hiervan.

Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016. Abonnement
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).

Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016. Abonnement
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).
Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
De inzameling van de gegevens is afgesloten op 15 april 2016.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
La récolte des données a été clôturée le 15 avril 2016.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).
Jaargids voor de Politiediensten – Guide Annuel des Services de Police – Jahradressbuch für die Polizeidienste – 2016
NEDERLANDS
Jaargids voor de politiediensten
Dit referentiewerk geeft een overzicht van alle adres- en contactgegevens van diensten die voor politie en justitie belangrijk zijn.
De Jaargids is een praktisch te hanteren gids, niet alleen voor de politiediensten maar ook voor alle andere instellingen en personen die op de een of andere manier met deze diensten te maken hebben.
Deze 23ste, volledig geactualiseerde en vernieuwde uitgave van de Jaargids, volgt de structuurwijzigingen en ingrijpende hervormingen van de politiediensten van nabij. De Jaargids verschaft u hierover de juiste en actuele informatie.
De inzameling van de gegevens is afgesloten op 15 april 2016.
Inhoudsopgave
Ten geleide
Met een abonnement ontvangt u de gids jaarlijks voor 52,50 euro (bestel abonnement).
FRANCAIS
Guide annuel des services de police
Cette 23ième édition du guide annuel vous aide à retrouver vite et facilement vos personnes de contact auprès de la police et justice.
La partie la plus grande du guide se concentre sur les zones de la police locale.
Ensuite, la police fédérale, comme deuxième niveau de la
police intégrée est traitée.
Dans une deuxième partie, nous rassemblons toutes les adresses utiles concernant la justice
et la matière du droit pénal. Dans la troisième partie vous retrouvez un aperçu des
directions et organisations diverses qui sont liées au
service public fédéral intérieur, et qui sont importantes
sur le plan de la sécurité, de la prévention et des affaires
des étrangers.
Une dernière partie contient une série d’adresses utiles comme les organismes divers de contrôle.
La récolte des données a été clôturée le 15 avril 2016.
Sommaire
Préface
Si vous vous abonnez, vous recevrez le guide à 52,50 euros (prendre un abonnement).
Radicalisering en terrorisme. Van theorie naar praktijk (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 15)
Dit praktijkboek ontleedt het fenomeen radicalisering en terrorisme als uitloper daarvan. Het geeft tevens een overzicht van het juridisch instrumentarium dat vandaag voorhanden is om deze fenomenen aan te pakken. Een aantal aspecten worden behandeld die cruciaal zijn om deze fenomenen vanuit beleid en praktijk in te dijken, zoals de identiteitsvaststelling, de schoolcontext, exit-projecten en het streven naar een integrale aanpak van het fenomeen.
Het overgrote deel van bestaande publicaties is vandaag eerder anekdotisch en beschrijvend van aard, wat op zich verrijkend is, maar minder relevant voor de praktijk als het neerkomt op te trekken lessen inzake de aanpak van radicalisering. De eigenlijke dossierhouders en experts zijn immers vaak bijzonder terughoudend en de terechte geheimhoudingsreflex wordt nog versterkt door de kwetsbare actuele toestand. Met dit boek zijn de samenstellers er niettemin in geslaagd deskundigen uit België en Nederland samen te brengen, die bereid waren hun kennis te delen. Praktijkmensen zullen hier in tal van situaties hun voordeel mee doen.
Met bijdragen van Hans Bonte, Willy Bruggeman, Teun van Dongen, Bob de Graaff, Wim Hardyns, Libbe Henstra, Lieven Pauwels, Paul Ponsaers, Tamara Speerstra & Daan Wienke.
Prof. dr. Wim Hardyns is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de Universiteit Gent en gastdocent aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Als lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP) bestudeert hij criminele
fenomenen waaronder radicalisering en terrorisme.
Prof. dr. Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en
als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel
politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
Radicalisering en terrorisme. Van theorie naar praktijk (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 15)
Dit praktijkboek ontleedt het fenomeen radicalisering en terrorisme als uitloper daarvan. Het geeft tevens een overzicht van het juridisch instrumentarium dat vandaag voorhanden is om deze fenomenen aan te pakken. Een aantal aspecten worden behandeld die cruciaal zijn om deze fenomenen vanuit beleid en praktijk in te dijken, zoals de identiteitsvaststelling, de schoolcontext, exit-projecten en het streven naar een integrale aanpak van het fenomeen.
Het overgrote deel van bestaande publicaties is vandaag eerder anekdotisch en beschrijvend van aard, wat op zich verrijkend is, maar minder relevant voor de praktijk als het neerkomt op te trekken lessen inzake de aanpak van radicalisering. De eigenlijke dossierhouders en experts zijn immers vaak bijzonder terughoudend en de terechte geheimhoudingsreflex wordt nog versterkt door de kwetsbare actuele toestand. Met dit boek zijn de samenstellers er niettemin in geslaagd deskundigen uit België en Nederland samen te brengen, die bereid waren hun kennis te delen. Praktijkmensen zullen hier in tal van situaties hun voordeel mee doen.
Met bijdragen van Hans Bonte, Willy Bruggeman, Teun van Dongen, Bob de Graaff, Wim Hardyns, Libbe Henstra, Lieven Pauwels, Paul Ponsaers, Tamara Speerstra & Daan Wienke.
Prof. dr. Wim Hardyns is docent aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de Universiteit Gent en gastdocent aan de Faculteit
Rechten van de Universiteit Antwerpen. Als lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP) bestudeert hij criminele
fenomenen waaronder radicalisering en terrorisme.
Prof. dr. Willy Bruggeman is voorzitter van de Federale Politieraad en
als bijzonder geassocieerd hoogleraar verbonden aan de leerstoel
politiewetenschappen van het Benelux Universitair Centrum.
The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
Alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication (mis)use are associated with a higher likelihood of developing several diseases, (traffic) injuries and crimes. These substances reduce quality of life and increase the health care and law enforcement costs, productivity losses, etc. Consequently, the social and economic impact of substances on society is substantial.
The SOCOST study estimates for the first time social costs for alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication in Belgium for the year 2012. This cost-of-illness study presents the direct costs, the indirect cost as well as the intangible costs related to substance (mis)use.
This research was commissioned by the Belgian Federal Science Policy Office (BELSPO) in the framework of the Federal Research Programme Drugs. Two universities cooperated: Ghent University, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Vrije Universiteit Brussel, Interuniversity Centre for Health Economics Research (I-CHER). The research was conducted under supervision of prof. dr. Freya Vander Laenen, prof. dr. Koen Putman, prof. dr. Lieven Pauwels, prof. dr. Wim Hardyns and prof. dr. Lieven Annemans.
The social cost of legal and illegal drugs in Belgium
Alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication (mis)use are associated with a higher likelihood of developing several diseases, (traffic) injuries and crimes. These substances reduce quality of life and increase the health care and law enforcement costs, productivity losses, etc. Consequently, the social and economic impact of substances on society is substantial.
The SOCOST study estimates for the first time social costs for alcohol, tobacco, illegal drugs and psychoactive medication in Belgium for the year 2012. This cost-of-illness study presents the direct costs, the indirect cost as well as the intangible costs related to substance (mis)use.
This research was commissioned by the Belgian Federal Science Policy Office (BELSPO) in the framework of the Federal Research Programme Drugs. Two universities cooperated: Ghent University, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Vrije Universiteit Brussel, Interuniversity Centre for Health Economics Research (I-CHER). The research was conducted under supervision of prof. dr. Freya Vander Laenen, prof. dr. Koen Putman, prof. dr. Lieven Pauwels, prof. dr. Wim Hardyns and prof. dr. Lieven Annemans.
Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgisch recht (Reeks ICCI 2016-1)
NEDERLANDS
Dit boek behandelt de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in Belgisch recht door een wet en een koninklijk besluit van 18 december 2015. Deze richtlijn wordt gesitueerd en de voorafgaande bezorgdheden van het IBR inzake het behoud van de auditperimeter en de modernisering van het boekhoudrecht worden besproken, alsook het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven van 18 maart 2015 omtrent de omzetting.
Het verhaal van de categorieën van vennootschappen – micro, kleine en grote – en groepen – van beperkte omvang en grote – evenals de drempels ervan, en de talrijke nieuwigheden in het boekhoudlandschap van de Belgische KMO’s komen aan bod.
De impact van de boekhoudhervorming op de fiscaliteit is beperkt en betreft hoofdzakelijk de gevolgen van de aanpassing van de definitie van kleine vennootschap in het vennootschapsrecht. Op het vlak van audit en de rol van de commissaris wordt de auditperimeter lichtjes verminderd. Met betrekking tot de waarderingsgrondslagen en -methodes zijn er weinig belangrijke wijzigingen te melden. Een vergelijkende studie verschaft een overzicht van de gekozen boekhouddrempels in de buurlanden. Een eerste balans van de boekhoudhervorming voor de onderneming sluit het boek af.
Met bijdragen van K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de la transposition de la Directive comptable européenne 2013/34/UE en droit belge par une loi et un arrêté royal du 18 décembre 2015. Cette directive est située et les préoccupations préalables de l’IRE en matière de maintien du périmètre d’audit et de modernisation du droit comptable ainsi que l’avis du Conseil Central de l’Economie du 18 mars 2015 concernant la transposition sont discutés.
L’histoire des catégories de sociétés – micro, petite et grande – et groupes – de taille réduite et grande – ainsi que des seuils les définissant, et les nombreuses nouveautés dans le paysage comptable des PME belges sont abordés.
L’impact, dans la matière de l’imposition, de la réforme comptable reste marginal et concerne essentiellement les conséquences de l’adaptation de la définition en droit des sociétés de la petite société. Au niveau de l’audit et du rôle du commissaire, le périmètre d’audit a été légèrement réduit. Peu de modifications importantes sont à signaler en ce qui concerne les principes et méthodes d’évaluation. Une étude comparative donne un aperçu des seuils comptables choisis dans les pays voisins. Le présent ouvrage se conclut par un premier bilan de la réforme comptable pour l’entreprise.
Avec des contributions de K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).
Europese boekhoudrichtlijn en omzetting ervan in Belgisch recht (Reeks ICCI 2016-1)
NEDERLANDS
Dit boek behandelt de omzetting van de Europese Boekhoudrichtlijn 2013/34/EU in Belgisch recht door een wet en een koninklijk besluit van 18 december 2015. Deze richtlijn wordt gesitueerd en de voorafgaande bezorgdheden van het IBR inzake het behoud van de auditperimeter en de modernisering van het boekhoudrecht worden besproken, alsook het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven van 18 maart 2015 omtrent de omzetting.
Het verhaal van de categorieën van vennootschappen – micro, kleine en grote – en groepen – van beperkte omvang en grote – evenals de drempels ervan, en de talrijke nieuwigheden in het boekhoudlandschap van de Belgische KMO’s komen aan bod.
De impact van de boekhoudhervorming op de fiscaliteit is beperkt en betreft hoofdzakelijk de gevolgen van de aanpassing van de definitie van kleine vennootschap in het vennootschapsrecht. Op het vlak van audit en de rol van de commissaris wordt de auditperimeter lichtjes verminderd. Met betrekking tot de waarderingsgrondslagen en -methodes zijn er weinig belangrijke wijzigingen te melden. Een vergelijkende studie verschaft een overzicht van de gekozen boekhouddrempels in de buurlanden. Een eerste balans van de boekhoudhervorming voor de onderneming sluit het boek af.
Met bijdragen van K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Inhoudstafel
Woord vooraf
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks
FRANCAIS
Le présent ouvrage traite de la transposition de la Directive comptable européenne 2013/34/UE en droit belge par une loi et un arrêté royal du 18 décembre 2015. Cette directive est située et les préoccupations préalables de l’IRE en matière de maintien du périmètre d’audit et de modernisation du droit comptable ainsi que l’avis du Conseil Central de l’Economie du 18 mars 2015 concernant la transposition sont discutés.
L’histoire des catégories de sociétés – micro, petite et grande – et groupes – de taille réduite et grande – ainsi que des seuils les définissant, et les nombreuses nouveautés dans le paysage comptable des PME belges sont abordés.
L’impact, dans la matière de l’imposition, de la réforme comptable reste marginal et concerne essentiellement les conséquences de l’adaptation de la définition en droit des sociétés de la petite société. Au niveau de l’audit et du rôle du commissaire, le périmètre d’audit a été légèrement réduit. Peu de modifications importantes sont à signaler en ce qui concerne les principes et méthodes d’évaluation. Une étude comparative donne un aperçu des seuils comptables choisis dans les pays voisins. Le présent ouvrage se conclut par un premier bilan de la réforme comptable pour l’entreprise.
Avec des contributions de K. Peeters, D. Kroes, Drs. S. De Blauwe, V. Yangandi, , T. Dupont, E. De Wielemaker, H. Blomme, H. Olivier, M. De Wolf, K. Degroote, C. Darville-Finet, E. Vanderstappen & A. Assez.
Table des matières
Avant-propos
Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).

RIDP2016Vol87/subs+IP-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+IP
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.
AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law
is the oldest association of specialists in penal law in the world. Since 1924, it is dedicated to the scientific study of criminal law and covers:
- criminal policy and codification of penal law,
- comparative criminal law,
- international criminal law (incl. specialization in international criminal justice) and
- human rights in the administration of criminal justice.

RIDP2016Vol87/subs+IP-Revue Internationale de Droit Penal 2016Vol87/2 issues+IP
RIDP – Revue Internationale de Droit Pénal | The International Review of Penal Law
is the primary medium and the core scientific product of the AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law. This peer-reviewed journal seeks to contribute to the development of ideas, knowledge and practices in the field of penal sciences. Combining international and comparative perspectives, the RIDP covers general theory and penal philosophy, general penal law, special penal law, criminal procedure and international penal law. The RIDP is published twice a year. At least one issue a year is dedicated to the Association’s traditional scientific activities and is linked to an annual AIDP conference, a world conference or, every five years, the International Congress of Penal Law. The other issue will occasionally be dedicated to a single, topical scientific theme, chosen by the Scientific Committee of the Association. For both issues, submissions will be made upon invite.
AIDP – Association Internationale de Droit Pénal | The International Association of Penal Law
is the oldest association of specialists in penal law in the world. Since 1924, it is dedicated to the scientific study of criminal law and covers:
- criminal policy and codification of penal law,
- comparative criminal law,
- international criminal law (incl. specialization in international criminal justice) and
- human rights in the administration of criminal justice.







