
Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
€ 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?

Het bedrijfsrevisoraat in de verenigingssector / Le révisorat d’entreprises dans le secteur associatif (Reeks ICCI 2011 -1)
€ 62,00
Door de New Public Management hervormingen ontstaat een overname van bedrijfstechnieken naar de overheids- en non-profitsector. Zodoende worden ook de vermogensboekhouding, managementtechnieken en interne/externe audit systematisch overgenomen. In België is deze transitie voor de non-profitsector in gang gezet door de in 2002 hervormde wetgeving die verenigingen en stichtingen regelt. Hierbij werd een gemodificeerde vorm van de ondernemingsboekhouding opgelegd evenals de overname van een aantal artikelen uit het vennootschapsrecht waarbij de externe audit door de commissaris (bedrijfsrevisor) werd opgelegd voor de zeer grote verenigingen en stichtingen. Deze recente bijkomende taak voor het bedrijfsrevisoraat geeft aanleiding tot vragen over de implementatie van de hervorming en in het bijzonder over de relatie met de bedrijfsrevisor.
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
De hier gerapporteerde studie zoekt een antwoord op een aantal onderzoeksvragen. Zij doet dit als een feitelijke praktijktoets van de voorgeschreven invoering van de revisorale commissarisfunctie, meer bepaald de externe financiële audit:
• De selectie van de auditor als commissaris: welke factoren spelen mee bij de keuze van de auditor?
• Het verloop van het commissarismandaat: hoe wordt de audit(or) gepercipieerd?
(De verhoudingen tussen auditor en geauditeerde tijdens het auditproces evenals de verslaggeving over de audit op het einde van het auditproces.)
• De beoordeling van de auditor: welke factoren spelen mee bij een eventuele beslissing om van auditor te veranderen?
Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI-Reeks
Contenu du livre:
Suite aux réformes relatives au New Public Management, les techniques d’exploitation ont été intégrées dans les secteurs public et non marchand où la comptabilité patrimoniale, les techniques de gestion et l’audit interne et externe sont systématiquement appliqués. En Belgique, cette transition pour le secteur non marchand a été lancée par la législation réformée en 2002 et régissant les associations et fondations. Cette législation a imposé une version adaptée de la comptabilité d’entreprise, ainsi qu’une reprise de certaines dispositions du droit des sociétés dont l’obligation d’un audit externe par le commissaire (réviseur d’entreprises) pour les très grandes associations et fondations. Cette mission complémentaire récemment attribuée au révisorat d’entreprises soulève des questions quant à la mise en œuvre de la réforme et notamment la relation avec le réviseur d’entreprises.
Afin d’examiner la pratique réelle de l’implémentation prévue de la fonction révisorale de commissaire et plus particulièrement l’audit financier externe financier, la présente étude tente de répondre aux questions d’enquête suivantes :
• Processus de sélection de l’auditeur en qualité de commissaire : quels facteurs jouent un rôle dans le choix de l’auditeur ?
• Déroulement du mandat de commissaire: comment l’audit(eur) est-il perçu ?
(Les relations entre l’auditeur et l’entité auditée au cours du processus d’audit et le rapport d’audit établi à la fin de ce processus.)
• Evaluation de l’auditeur: quels facteurs jouent un rôle dans l’éventuelle décision de changer d’auditeur ?
Geen voorraad

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
€ 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair
for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal
Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime
Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put
their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular
to the field of criminal law and criminology.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
Geen voorraad

Usual and unusual organising criminals in Europe and beyond. Profitable crimes, from underworld to upper world. Liber amicorum Petrus van Duyne
€ 62,00
On March 14, 2011 prof.dr. Petrus van Duyne retired as a professor on the chair
for ‘Empirical Penal Science’ at Tilburg University. The Department of Criminal
Law and the members of the editorial board of the Cross-Border Crime
Colloquium felt the need to seize Petrus’ emeritus status as an opportunity to put
their appreciation under words for Petrus’ contribution to science, in particular
to the field of criminal law and criminology.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
This volume contains 18 interesting contributions of authors who all have a personal and professional relation with Petrus van Duyne. The contributions represent to a large extent the various important fields of Petrus’ work.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
€ 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al
lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat
voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden
werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt
gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de
invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen
op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding
bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds
verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische
uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te
verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over
onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een
antwoord vragen.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
Over de grenzen van de dogmatiek en into fuzzy law. Rede bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar bij de Erasmus School of Law (Reeks Oraties) (24/02/2011)
€ 14,95
Binnen de rechtshandhaving bestaan bestuursrecht en strafrecht al
lang niet meer uit helder afgebakende delen van het recht, zoals dat
voorheen werd onderwezen. Het gaat niet langer over gescheiden
werelden, waarin in het ene wordt bestuurd en in het andere wordt
gestraft. Dit onderscheid is in het bijzonder achterhaald door de
invoering op grote schaal van de bestuurlijke boete. De ontwikkelingen
op dat vlak gaan voortdurend verder, waardoor de verhouding
bestuursrecht-strafrecht, zoals deze traditioneel wordt ingevuld, steeds
verder onder druk komt te staan. Meer en meer lijken de systematische
uitgangspunten van de beide rechtsgebieden te veranderen of zelfs te
verdwijnen. Hierdoor ontstaan onduidelijkheden en rijzen vragen over
onderwerpen die theoretisch en praktisch gezien nadrukkelijk om een
antwoord vragen.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
In zijn rede geeft Arthur Hartmann aan op welke wijze hij de komende jaren in het kader van de bijzondere leerstoel ‘Bestuursstrafrecht’ de verhouding zal onderzoeken tussen bestuursrecht en strafrecht als handhavingsstelsels. Via een opstap aan de hand van de dogmatiek worden enkele recente ontwikkelingen beschreven op het grensvlak van beide rechtsgebieden, eindigend in een schets van de huidige verhouding tussen beide.
Prof. mr.dr. A.R. Hartmann is bijzonder hoogleraar aan de Erasmus School of Law, vanwege de Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam, met als leeropdracht Bestuursstrafrecht.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
€ 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen
de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst
in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo
volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de
eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve
spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie
buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de
geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond
en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde
desertiecampagne in de Oostkantons worden
bestudeerd.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
€ 55,00
In dit monumentale werk ontrafelt Etienne Verhoeyen
de ‘Abwehr’ of de Duitse spionage- en sabotagedienst
in België tussen 1936 en 1945. Hierbij biedt hij een zo
volledig mogelijk overzicht van de activiteit van de
eerste en de tweede pijler van de Abwehr: de actieve
spionage (Gruppe I), en de sabotage en subversie
buiten Duitsland (het terrein van Gruppe II). Ook de
geheime contacten met het Vlaams Nationaal Verbond
en de door het ‘Heimattreue Front’ georganiseerde
desertiecampagne in de Oostkantons worden
bestudeerd.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)
€ 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening
van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek
bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch
Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie
van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek
beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren
als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste
in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie
van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en
rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging
van het nieuwe wetboek.
Eerste Blauwboek over de herziening van het Belgisch scheepvaartrecht. Proeve van Belgisch scheepvaartwetboek (Privaatrecht) – Algemene toelichting (Reeks Blauwboeken scheepvaartrecht)
€ 40,00
De Commissie Maritiem Recht bereidt een volledige herziening
van het Belgisch scheepvaartrecht voor. Dit eerste Blauwboek
bevat een algemene toelichting bij de Proeve van Belgisch
Scheepvaartwetboek, de eerste integraal nationale codifi catie
van het zee- en binnenvaartrecht in België. Het nieuwe wetboek
beoogt het scheepvaartrecht te actualiseren en meteen te herpositioneren
als een autonome rechtstak. Dit boek is het eerste
in een reeks van Blauwboeken die dienen bij een publieke consultatie
van alle betrokkenen uit het scheepvaart-, haven- en
rechtsbedrijf. Het heeft een blijvende waarde voor de latere uitlegging
van het nieuwe wetboek.
Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)
€ 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels
Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)
€ 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels
De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.
Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.
Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.
Taal: Engels

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)
€ 36,00
De politie kan niet aan alle verwachtingen van burgers voldoen, hulpverleners kunnen niet
alle problemen oplossen en het overheidsbeleid heeft onontkoombaar een slechts beperkte
invloed. Anderzijds kan samenwerking leiden tot meer veiligheid en meer leefbaarheid.
Vanuit die gedachte is het zinvol na te denken over de (on)mogelijkheden van burgerparticipatie
en de mogelijkheden voor een participerende politie. Dat is niet alleen van belang voor
de legitimiteit en informatiepositie van de politie, maar ook voor de veiligheidsbeleving van
burgers. Het is echter in dit verband belangrijk om de rol van politie en burger helder af te
bakenen en de betekenis van burgers in de veiligheidszorg te duiden.
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?

Burgerparticipatie (CPS 2011 – 2, nr. 19)
€ 36,00
De politie kan niet aan alle verwachtingen van burgers voldoen, hulpverleners kunnen niet
alle problemen oplossen en het overheidsbeleid heeft onontkoombaar een slechts beperkte
invloed. Anderzijds kan samenwerking leiden tot meer veiligheid en meer leefbaarheid.
Vanuit die gedachte is het zinvol na te denken over de (on)mogelijkheden van burgerparticipatie
en de mogelijkheden voor een participerende politie. Dat is niet alleen van belang voor
de legitimiteit en informatiepositie van de politie, maar ook voor de veiligheidsbeleving van
burgers. Het is echter in dit verband belangrijk om de rol van politie en burger helder af te
bakenen en de betekenis van burgers in de veiligheidszorg te duiden.
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?
Dit Cahier gaat nader in op een aantal basisvragen over burgerparticipatie. Op welke wijze kan men burgers binnen de gelederen van de politie inzetten? Welke actieve en welke passieve bijdragen kunnen burgers leveren aan het bevorderen van (eigen) veiligheid en leefbaarheid, en op welke wijze kan de politie dit ondersteunen? En, tot slot, welke mogelijkheden biedt burgerparticipatie om de relatie tussen bevolking en politie te versterken?
Geen voorraad

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)
€ 36,00
In dit Cahier ligt de focus op de aard van spanningen en sociale onrust in buurten en de
manier waarop door diverse actoren aan conflictregulering wordt gedaan. De aard van de
bedreigingen voor de bestaande orde in onze samenleving evolueert door de tijd heen net
zoals de reactie erop van verschillende maatschappelijke actoren. Het is voor deze actoren
dan ook belangrijk de dynamiek van deze evoluerende (wan)orde te begrijpen om er ook
daadwerkelijk een (regulerende) invloed op te kunnen (blijven) uitoefenen.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
Geen voorraad

Social disorder (CPS 2011 – 1, nr. 18)
€ 36,00
In dit Cahier ligt de focus op de aard van spanningen en sociale onrust in buurten en de
manier waarop door diverse actoren aan conflictregulering wordt gedaan. De aard van de
bedreigingen voor de bestaande orde in onze samenleving evolueert door de tijd heen net
zoals de reactie erop van verschillende maatschappelijke actoren. Het is voor deze actoren
dan ook belangrijk de dynamiek van deze evoluerende (wan)orde te begrijpen om er ook
daadwerkelijk een (regulerende) invloed op te kunnen (blijven) uitoefenen.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
In dit Cahier komen enerzijds een aantal bijdragen aan bod die de verschijningsvormen en achtergronden van wanorde schetsen op basis van theoretische beschouwingen en concrete cases en anderzijds een aantal bijdragen die ingaan op de wijze waarop door zowel sociale actoren, politie als bestuurlijke overheden naar oplossingen wordt gezocht. Er wordt daarbij meermaals een poging gedaan om bij te leren door over het muurtje heen te kijken. Vast staat dat verschillende probleemdefiniëringen, benaderingswijzen en aanpakken op het terrein aanwezig zijn in het hedendaagse kluwen aan ordeverstoringen; een voor velen dagelijkse realiteit die dringend aandacht verdient.
Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)
€ 60,00
Vele takken van het bedrijfsleven hebben sinds de laatste jaren te kampen met de gevolgen
van de kredietcrisis. Deze gevolgen nopen menig ondernemer tot het herstructureren van
diens onderneming(en). Niet zelden gaan deze herstructureringen gepaard met ontslagen.
In de regel zal er daarbij sprake zijn van een situatie waarin een en ander plaatsvindt binnen
één land. Dat hoeft echter in deze globaliserende wereld niet altijd zo te zijn. Zo kan en zal
het tevens voorkomen, dat een ondernemer/werkgever is gelegen in het ene land, terwijl
(een deel van) diens onderneming en werknemers zich in een ander land bevinden.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
Bedrijfseconomisch ontslag (Arbeidsrechtelijke facetten van grensoverschrijdende herstructureringen in Nederland en België, AFH deel 2)
€ 60,00
Vele takken van het bedrijfsleven hebben sinds de laatste jaren te kampen met de gevolgen
van de kredietcrisis. Deze gevolgen nopen menig ondernemer tot het herstructureren van
diens onderneming(en). Niet zelden gaan deze herstructureringen gepaard met ontslagen.
In de regel zal er daarbij sprake zijn van een situatie waarin een en ander plaatsvindt binnen
één land. Dat hoeft echter in deze globaliserende wereld niet altijd zo te zijn. Zo kan en zal
het tevens voorkomen, dat een ondernemer/werkgever is gelegen in het ene land, terwijl
(een deel van) diens onderneming en werknemers zich in een ander land bevinden.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
In verband met deze grensoverschrijdende problematiek tracht de reeks Arbeidsrechtelijke facetten van (grensoverschrijdende) herstructureringen in Nederland en België, waarvan dit boek het tweede is, vier arbeidsrechtelijke thema’s uitvoerig te behandelen. Achtereenvolgens gaat het daarbij om Collectief en meervoudig bedrijfseconomisch ontslag, Overgang van onderneming, Bedrijfseconomisch ontslag en Sociaal plan.
De reeks is nieuw in twee opzichten. In de eerste plaats wordt er per boek een overzicht gegeven van het desbetreffende recht in zowel Nederland als België. Daarenboven gaat ieder boek echter nog een stap verder door de in Nederland en België geldende internationaal privaatrechtelijke regels ten aanzien van grensoverschrijdende herstructureringen te bespreken. Per boek is er dus sprake van drie delen. Dit boek kent diezelfde opbouw en betreft het thema Bedrijfseconomisch ontslag.
Mr. Dr. Edith Fransen is advocate bij het kantoor Loyens Loeff en universitair docente Arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Mr. Dr. Drs. Jan Heinsius is universitair docent Sociaal recht aan de Universiteit Leiden & freelancemedewerker Legal Expertise Center van AKD Prinsen Van Wijmen advocaten & notarissen.
Mr. Dr. Johan Peeters is advocaat CMS DeBacker en deeltijds docent Sociaal Recht aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Universiteit Brussel.
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
€ 37,50
Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.
This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.
Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.
The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.
Overzicht IPR Thema Reeks
Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
€ 37,50
Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.
This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.
Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.
The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.
Overzicht IPR Thema Reeks
Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
€ 14,95
In een geschil tussen Mexico en de Verenigde Staten over het watergebruik vande Rio Grande aan het einde van de negentiende eeuw, claimde de Amerikaanseminister van justitie Harmon nog dat er geen volkenrechtelijke regels bestondendie aan de VS beperkingen oplegden bij het gebruik van het water van eeninternationale rivier, ook al werd daarbij schade in het gebied van een nabuurstaattoegebracht.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
€ 14,95
In een geschil tussen Mexico en de Verenigde Staten over het watergebruik vande Rio Grande aan het einde van de negentiende eeuw, claimde de Amerikaanseminister van justitie Harmon nog dat er geen volkenrechtelijke regels bestondendie aan de VS beperkingen oplegden bij het gebruik van het water van eeninternationale rivier, ook al werd daarbij schade in het gebied van een nabuurstaattoegebracht.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van hetinternationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakendeinternationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen deVerenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallenvan grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen.Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na deTweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventigontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatveranderingwereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvooreen oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocolen het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)
€ 33,00
Although negotiations are an ever-present part of our everyday lives, many of us know little why we sometimes get our way, while at other occasions we walk away feeling frustrated that we did not achieve the desired agreement or we ended up with the uneasy feeling that we may have left too much value on the table. Knowing how to gain the upper hand to get what you need from a negotiation is particularly important when the stakes are high. Especially in a situation where a negotiator feels the options and choices are limited but s/he needs to achieve something, a negotiation can cause a lot of stress; making the stakes even higher and the negotiation dynamics more difficult to manage.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
The secrets of gaining the upper hand in high performance negotiations . Vol. 2. Training ‘High performance Negotiation’ by Chris T. Voss (Result ADR Negotiation Institute Series)
€ 33,00
Although negotiations are an ever-present part of our everyday lives, many of us know little why we sometimes get our way, while at other occasions we walk away feeling frustrated that we did not achieve the desired agreement or we ended up with the uneasy feeling that we may have left too much value on the table. Knowing how to gain the upper hand to get what you need from a negotiation is particularly important when the stakes are high. Especially in a situation where a negotiator feels the options and choices are limited but s/he needs to achieve something, a negotiation can cause a lot of stress; making the stakes even higher and the negotiation dynamics more difficult to manage.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.
New communication technologies play an increasingly important role in our day to day negotiations. Often we even enter into a negotiation situation by e-mail, video conferencing, online meetings or online desktop sharing, without noticing that in fact it is a negotiation situation. It is important to be aware of these situations and to know what works (and what does not work) and how you can maximize the outcome in such negotiation situations.
The collected articles, book chapters, and an exclusive interview with Chris Voss will capture the key concepts and most important learning points on how to gain the upper hand in high stake negotiations. This book deals in a concise way with proven approaches, tools and techniques like recognizing escalation mechanisms and techniques how to deescalate or deal with emotions. By reading this book you will gain access to crucial insights from professionals like FBI or US army negotiators who are experienced in negotiating under extreme pressure in situations where lives are literally on the line. To help you maximize your performance in your high stake negotiations this book also covers new developments like involving a deal facilitator and conducting e-negotiations. We furthermore included a role play of a negotiation in a conflict situation where the stakes are high and a lot of emotions are present on both sides of the table.
This book is published as volume 2 in the Series of the Result ADR Negotiation Institute (Amsterdam) on the occasion of the training ‘High performance negotiation’ by Chris Voss.
Manon A. Schonewille is President of the board of ACB Foundation, a conflict management research center and partner in Dispute Resolution and Deal Making training & resource center TOOLKIT Company. Besides training professionals in the advanced use of mediation and negotiation techniques all over the world, Manon lectures business mediation at Utrecht University where she also conducts research for her PHD thesis on deal facilitation. She co-chairs the International Committee of the Dispute Resolution Section of the American Bar Association (ABA) and is member of the Independent Standards Commission of the International Mediation Institute (IMI). She is a mediator with Result ACB in The Netherlands. Manon publishes regularly and is among others the author of Toolkit Gernerating Outcomes.
Felix Merks graduated from Law School in Leiden and subsequently worked in international procurement, corporate sales and business development & strategy for international companies. He obtained his Master degree in Dispute Resolution at the University of Amsterdam (cum laude) and was trained as a negotiation trainer at Harvard law school. Felix currently conducts research for his PHD thesis on pre-court procedures at Leuven University. In 2003 he founded Result ADR, which under his management grew to be the largest ADR organization in The Netherlands and recently merged with ACB. Felix is an experienced mediator and he frequently lectures on subjects relating to mediation and ADR. He currently resides in Amsterdam and Paris.

Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke
€ 58,00
In 2006 verscheen het eerste nummer vanhet Tijdschrift voor Belgische Mededinging.Vijf jaar lang heeft Bernard van de Walle deGhelcke als hoofdredacteur het tijdschriftmet veel inzet, ijver en diplomatie geleidwaardoor het een onmisbaar instrumentis geworden voor eenieder die in Belgiëmet mededinging heeft te maken. Navijf jaar heeft Bernard de fakkel van hethoofdredacteurschap doorgegeven, maarblijft actief betrokken bij het tijdschrift inhet redactiecomité.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.

Gericht op mededinging – Consacré à la concurrence. In honorem Bernard van de Walle de Ghelcke
€ 58,00
In 2006 verscheen het eerste nummer vanhet Tijdschrift voor Belgische Mededinging.Vijf jaar lang heeft Bernard van de Walle deGhelcke als hoofdredacteur het tijdschriftmet veel inzet, ijver en diplomatie geleidwaardoor het een onmisbaar instrumentis geworden voor eenieder die in Belgiëmet mededinging heeft te maken. Navijf jaar heeft Bernard de fakkel van hethoofdredacteurschap doorgegeven, maarblijft actief betrokken bij het tijdschrift inhet redactiecomité.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Naar aanleiding van het lustrum van hetTijdschrift en deze aflossing van de wacht,hebben enkele redactieleden en auteursvan het eerste uur, een bijdrage geschrevenals hommage aan Bernard van de Walle deGhelcke voor zijn inzet voor het Tijdschrift.Het is een mooi overzicht van vele hot topicsdie vandaag rond het mededingingsrechtleven en die nog tot verdere reflectie zullenaanleiding geven.
En 2006 est paru le premier numéro de laRevue de la Concurrence belge. Durantcinq années, Bernard van de Walle deGhelcke a dirigé, en tant que rédacteur enchef, la revue avec motivation, assiduitéet diplomatie. Elle est ainsi devenue uninstrument incontournable pour quiconqueen Belgique a affaire à la concurrence. Aprèscinq années, Bernard a remis le flambeau dela rédaction en chef mais il demeure encoreactivement impliqué auprès de la revue ausein du comité de rédaction.
À l’occasion du cinquième anniversaire de laRevue et de cette relève de la garde, certainsrédacteurs et auteurs de première heure ontrédigé une contribution comme hommageà Bernard van de Walle de Ghelcke pour sondévouement à la Revue. Il s’agit d’un belaperçu de nombre de sujets brûlants qui sontactuellement liés au droit de la concurrence,et qui susciteront encore de nouvellesréflexions à l’avenir.
Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)
€ 32,00
Radicalisering wordt omschreven als een procesmatig
fenomeen; personen die dit proces doormaken, kunnen
hierbij verschillende stadia doorlopen, gaande van
radicalisme over extremisme tot terrorisme. Natuurlijk
mondt het proces slechts in uitzonderlijke gevallen
uit in terroristische daden. Dit betekent echter niet
dat preventief ingrijpen in de eerste fasen van dit
radicaliseringsproces niet van het grootste belang is.
Dit ingrijpen veronderstelt echter dat we deze fasen
ook kunnen herkennen en identificeren.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
Preventie van radicalisering in België (Governance of Security Research Report Series Vol. III)
€ 32,00
Radicalisering wordt omschreven als een procesmatig
fenomeen; personen die dit proces doormaken, kunnen
hierbij verschillende stadia doorlopen, gaande van
radicalisme over extremisme tot terrorisme. Natuurlijk
mondt het proces slechts in uitzonderlijke gevallen
uit in terroristische daden. Dit betekent echter niet
dat preventief ingrijpen in de eerste fasen van dit
radicaliseringsproces niet van het grootste belang is.
Dit ingrijpen veronderstelt echter dat we deze fasen
ook kunnen herkennen en identificeren.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
In opdracht van de FOD Binnenlandse Zaken voerde de onderzoeksgroep Governance of Security (UGent/ Hogent) dan ook een onderzoek naar signalen en triggers die vroegtijdig kunnen wijzen op een proces van radicalisering.
In dit boek worden de resultaten weergegeven van dit onderzoek, dat als één van de eerste empirische onderzoeken in België ingaat op het fenomeen radicalisering en de processen en mechanismen die hiermee gepaard gaan.
Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave
€ 295,00
Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.
De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.
Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.
1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.
2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.
3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.
De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.
Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.
De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.
Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Handboek strafvordering. 5de volledig herziene uitgave
€ 295,00
Het strafprocesrecht is een bijzonder complex geheel geworden, met bovendien een hoog evolutief gehalte. Er was dus nood aan een nieuwe volledig herziene en bijgewerkte versie van dit boek.
De wetgeving werd bijgehouden tot 2 oktober 2012. Alle belangrijke hervormingen van de laatste jaren hebben aldus hun plaats gevonden, zoals daar zijn de “Salduz”-wet, de wet tot hervorming van het hof van assisen, de verruimde minnelijke schikking, de verjaring van zedenmisdrijven, de DNA-wetgeving, het sociaal strafwetboek, de wet inzake de bijzondere inlichtingenmethoden en de wet op de rechtsplegingsvergoeding.
Het Handboek strafvordering is geschreven als een handleiding bij en wegwijzer door een strafproces zoals het zich in België ontwikkelt.
1. Het bespreekt in deel I de instelling en de uitoefening van de strafvordering en de diverse gronden van schorsing en verval. Ook wordt zeer ruime aandacht besteed aan de burgerlijke vordering uit een misdrijf en de positie van de burgerlijke partij in het strafproces. Het werk is vervolgens opgebouwd zoals het strafproces zich naar aanleiding van het intreden van een strafbaar feit ontspint.
2. In deel II wordt, vertrekkende vanuit de beschrijving van het politiewezen en de bevoegdheden van de politie, ingegaan op de beginselen van en de actiemogelijkheden in respectievelijk het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek. Bij dit gerechtelijk onderzoek wordt zeer uitvoerig stilgestaan bij de voorlopige hechtenis en de bijzonder complex geworden regeling inzake de rol en het functioneren van de onderzoeksgerechten.
3. In deel III – de procedure voor het vonnisgerecht – komen achtereenvolgens aan bod: de bevoegdheid, de waarborgen van partijen, de bewijsregeling, de aanhangigmaking, de rechtspleging ter zitting, de uitspraak en de rechtsmiddelen.
De vijfde editie houdt aldus een volledig actueel overzicht in van de materie. Vermits strafprocesrecht in hoge mate via rechtspraak vorm krijgt, werd daarbij ook de relevante rechtspraak van het Hof van Cassatie, het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de rechten van de mens verwerkt. Belangrijk jurisprudentiële ontwikkelingen inzake bijvoorbeeld het bewijsrecht, de bijzondere opsporingsmethoden, de redelijke termijn of het non bis in idem-beginsel worden uitvoerig beschreven.
Zowel diegene die inzicht wil verwerven in de opbouw van ons strafprocesrechtelijk systeem als de rechtspraticus die zoekt naar de stand van zaken en indicaties voor de oplossing van een concreet probleem, zullen hun gading vinden.
De talrijke kruisverwijzingen en het uitvoerig zaakregister maken het boek bijzonder toegankelijk.
Prof. Dr. Raf Verstraeten (Leuven, 1960) is buitengewoon hoogleraar aan de KU Leuven waar hij strafrecht en strafprocesrecht, alsook het economisch, fiscaal en sociaal strafrecht doceert. Daarnaast is hij advocaat bij de balie te Brussel.
Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief
€ 34,00
Causaliteitsvragen laten zich lang niet altijd met de lakmoesproef van de condicio sine qua non afdoen. De realiteit is vaak ingewikkelder en vraagt veelal om inschatting, waardering en zelfs normering. Genuanceerder figuren zoals de adequatieleer en de leer van de toerekening naar redelijkheid vroegen en vragen de aandacht, evenals bijvoorbeeld de kans op causaliteit en het vermoeden van causaliteit.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Causaliteit. Top-down en bottom-up in Nederlands en transnationaal perspectief
€ 34,00
Causaliteitsvragen laten zich lang niet altijd met de lakmoesproef van de condicio sine qua non afdoen. De realiteit is vaak ingewikkelder en vraagt veelal om inschatting, waardering en zelfs normering. Genuanceerder figuren zoals de adequatieleer en de leer van de toerekening naar redelijkheid vroegen en vragen de aandacht, evenals bijvoorbeeld de kans op causaliteit en het vermoeden van causaliteit.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Eigenlijk is het merkwaardig dat een zo belangrijk en gecompliceerd onderwerp niet veelvuldig op de agenda van het juridisch forum staat. Hoe goed er ook over is geschreven, veel is nog voorwerp van debat. Het Leidse Mordenate College beoogt met deze bundel het inzicht in causaliteit te vergroten.
Gekozen is voor verschillende perspectieven. Het onderwerp wordt zowel top-down vanuit de rechtswetenschap als bottom-up vanuit de rechtspraktijk belicht, één en ander in Nederlands en transnationaal perspectief. Eerst komen algemene vragen van bewijs en van proportionele aansprakelijkheid bij onzeker causaal verband aan de orde. Vervolgens worden enige specifieke sectoren van aansprakelijkheid – beroepsaansprakelijkheid, aansprakelijkheid voor kabelschade en overheidsaansprakelijkheid – belicht. Daarna volgen beschouwingen over causaliteit naar Engels en Belgisch privaatrecht. Ten slotte komt de causaliteit bij aansprakelijkheid ingevolge een verdrag aan de orde, te weten het Weens Koopverdrag.
Deze uitgave is geredigeerd door Mordenates Roos van der Poel, Deirdre Scheenjes en Tobias van der Wal.
Zij bevat bijdragen van: I.C. Blomsma, L.C.W.M. van Kessel, M.W. Scheltema, D. Živkovi´c, P. Wanders, M.W.F. Oosterhuis, C.L. Klapwijk, S.A. Gawronski, J. Cartwright, H. Bocken en R.M.A. van der Poel.
Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)
€ 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».
Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)
€ 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».
Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.
La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.
Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.
Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre
€ 14,95
Portius is the world’s first institution to specialise in the study of
international and EU law on maritime and inland ports. Port law is essential
to the functioning of ports, traditional gateways to global trade. In a
fascinating way, port law combines port-related aspects of maritime and
transport law, international law of the sea, public law, economic law, labour
law, environmental law and various other branches of the law.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

The law ends where the port area begins: on the anomaly of port law. Inaugural lecture at the launch of Portius – International and EU Port Law Centre
€ 14,95
Portius is the world’s first institution to specialise in the study of
international and EU law on maritime and inland ports. Port law is essential
to the functioning of ports, traditional gateways to global trade. In a
fascinating way, port law combines port-related aspects of maritime and
transport law, international law of the sea, public law, economic law, labour
law, environmental law and various other branches of the law.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.
In this inaugural lecture, Portius chairman ERIC VAN HOOYDONK illustrates the rich tradition and highly dynamic nature of port law and argues that it is integral to maritime law. He also highlights its numerous deviations from the general law and the preference of ports not to be subject to legal regulation.

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)
€ 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrijberoeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting,en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)
€ 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrijberoeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting,en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomendekostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan.Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met denodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen,instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak overconcrete toepassingsgevallen aangehaald.
Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragenaan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kanje de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? Demeest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen:afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve vanklanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.
De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)
€ 62,00
Meer en meer maken bedrijven niet-financiële informatie openbaar die bijkomende inlichtingen met betrekking tot financiële informatie inhoudt of handelt over totaal verschillende materies zoals duurzaam ondernemen, maatschappelijke verantwoordelijkheid, interne beheersing, deugdelijk bestuur. Deze tendens om niet-financiële informatie openbaar te maken is geleidelijk aan ook binnengedrongen in de wetgeving, hetzij via bijzondere Belgische wetten, hetzij via de tussenkomst van de Europese wetgever.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.
De bedrijfsrevisor en de niet-financiële informatie – Le réviseur d’entreprise et l’information non financière (ICCI 2010-3)
€ 62,00
Meer en meer maken bedrijven niet-financiële informatie openbaar die bijkomende inlichtingen met betrekking tot financiële informatie inhoudt of handelt over totaal verschillende materies zoals duurzaam ondernemen, maatschappelijke verantwoordelijkheid, interne beheersing, deugdelijk bestuur. Deze tendens om niet-financiële informatie openbaar te maken is geleidelijk aan ook binnengedrongen in de wetgeving, hetzij via bijzondere Belgische wetten, hetzij via de tussenkomst van de Europese wetgever.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.
Deze niet-financiële informatie is soms belangrijker voor het publiek dan de financiële informatie die niet steeds toelaat om de toestand van een entiteit globaal in te schatten. Net zoals de financiële informatie moet ook de niet-financiële informatie kwalitatief zijn en correct zijn opgesteld teneinde de lezer niet op een dwaalspoor te brengen. Bijgevolg dient deze informatie ook te worden gecontroleerd door een onafhankelijk deskundige. In dit opzicht kan de bedrijfsrevisor een belangrijke rol spelen op grond van zijn ervaring en zijn onafhankelijkheid die door wetteksten wordt gewaarborgd.
Depuis quelques années, les entreprises publient de plus en plus d’informations non financières, qui parfois fournissent des explications complémentaires à l’information financière ou parfois traitent de sujets bien différents, tels que le développement durable, la responsabilité sociétale, le contrôle interne, la corporate governance. Cette tendance à publier des informations non financières s’est peu à peu introduite dans la législation, à travers des lois particulières dans certains cas, ou par l’intervention du législateur européen dans d’autres cas.
Ces informations non financières sont parfois plus importantes pour le public que les informations financières qui ne permettent pas toujours d’apprécier de manière globale la situation d’une entité. De la même manière que les informations financières, les informations non financières doivent être de qualité et correctement établies afin de ne pas induire le lecteur en erreur. En conséquence, ces informations doivent également faire l’objet d’un contrôle de la part d’un expert indépendant. A cet égard, le réviseur d’entreprises peut jouer un rôle important de part son expérience et de part son indépendance garantie par des textes de loi.

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)
€ 34,00
In het Belgisch Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 komen twee hoofdcategorieën van meerwaarden voor, namelijk deze behaald binnen of buiten de beroepswerkzaamheid. Dit boek gaat uitgebreid in op de professionele meerwaarden van zelfstandigen en vennootschappen.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.

Meerwaarden op bedrijfsactiva (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 9)
€ 34,00
In het Belgisch Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 komen twee hoofdcategorieën van meerwaarden voor, namelijk deze behaald binnen of buiten de beroepswerkzaamheid. Dit boek gaat uitgebreid in op de professionele meerwaarden van zelfstandigen en vennootschappen.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.
Door nieuwe wetgeving en nieuwe rechtspraak is de problematiek van beroepsmeerwaarden voortdurend in beweging. Zo behandelt belangrijke rechtspraak onder meer het begrip ''bedrijfsactiva'', de toepassingsvoorwaarden van het gespreide taxatiestelsel of de ''desaffectatie'' ingeval van stopzetting van dezelfstandige beroepswerkzaamheid.
Elk type meerwaarde wordt afzonderlijk bestudeerd, met aandacht voor de verschillende behandeling in de personenbelasting en in de vennootschapsbelasting. In het tweede deel van deze uitgave komt de problematiek aan bod van de interne meerwaarden op aandelen. Het boek sluit af met de relevante wetgeving en een selectie parlementaire vragen en circulaires ter zake.

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)
€ 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)
€ 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.
Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.
Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
€ 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische
btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package
van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen
worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Basisbeginselen BTW – 2de herziene uitgave aangepast aan het VAT-package (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 2)
€ 39,95
Deze uitgave geeft een overzicht van de basisbeginselen van de Belgische
btw-wetgeving. De tweede uitgave is volledig aangepast aan het VAT-package
van 2010, dat ingrijpende wijzigingen aanbracht aan het btw-wetboek. De beginselen
worden geïllustreerd met talrijke voorbeelden en overzichtstabellen.
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Uiterst dankbaar voor de beroepsbeoefenaar is de behandeling van bepaalde thema’s die veelvuldig voorkomen in de praktijk. Deze thema’s werden ondergebracht in 20 topics. Hieronder worden onder meer behandeld: De verwerking van de winstmargeregeling, Bepaalde diensten verricht door instellingen die geen winstoogmerk hebben, Sport en btw, De organisatie van activiteiten ter verkrijging van financiële steun, De doorfacturering van kosten tussen verbonden ondernemingen, De doorfacturering van de “groothandel” aan de “kleinhandel”, De nieuwe bewaringstermijnen inzake btw, enz.
Het boek richt zich dan ook tot iedereen die op een praktische en beknopte wijze een inzicht wil krijgen in de werking van de btw. Door zijn praktische benadering vormt het boek de ideale leidraad voor de dagelijkse praktijk.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent btw aan de Hogeschool Gent en auteur van talrijke fiscale bijdragen in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is tevens (kern)redactielid van Fiscalnet, van het Tijdschrift voor Verkoop Vastgoed en van het Tijdschrift Huur.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
€ 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht
de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het
rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen
op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op
die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau
van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële
registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische
penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder
komt te staan.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)
€ 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht
de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het
rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen
op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op
die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau
van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële
registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische
penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder
komt te staan.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.
