Filter
Aftrekbare kosten & btwAftrekbare kosten & btw
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Aftrekbare kosten & btw

 66,90

Is de btw op een kost aftrekbaar? In welke mate is de btw aftrekbaar? Vaak ontstaan hierover discussies bij btw-controles.

Dit boek biedt een overzicht van de regels die bij aftrek van btw moeten worden toegepast. Wanneer en hoe doet men een onttrekking? Wanneer en hoe moet de btw worden herzien? Wanneer moeten de gedane uitgaven belast worden? Welke aftrekcorrectie primeert? Wanneer is er verjaring? Wat met buitenlandse btw? Een bijzondere aandacht gaat naar de positie van de vervoermiddelen.

In een tweede deel geeft het boek een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de btw die zich kunnen voordoen bij gewone en gemengde btw-belastingplichtigen. Bijzondere aandacht gaat in dit deel naar de herzieningen in de vastgoedsector. Tot slot komen ook de btw-gevolgen bij stopzetting of bij overdracht van een algemeenheid van goederen aan bod.

Een onmisbaar boek voor de controlepraktijk!



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.

Aftrekbare kosten & btwAftrekbare kosten & btw
Quick View

Aftrekbare kosten & btw

 66,90

Is de btw op een kost aftrekbaar? In welke mate is de btw aftrekbaar? Vaak ontstaan hierover discussies bij btw-controles.

Dit boek biedt een overzicht van de regels die bij aftrek van btw moeten worden toegepast. Wanneer en hoe doet men een onttrekking? Wanneer en hoe moet de btw worden herzien? Wanneer moeten de gedane uitgaven belast worden? Welke aftrekcorrectie primeert? Wanneer is er verjaring? Wat met buitenlandse btw? Een bijzondere aandacht gaat naar de positie van de vervoermiddelen.

In een tweede deel geeft het boek een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de btw die zich kunnen voordoen bij gewone en gemengde btw-belastingplichtigen. Bijzondere aandacht gaat in dit deel naar de herzieningen in de vastgoedsector. Tot slot komen ook de btw-gevolgen bij stopzetting of bij overdracht van een algemeenheid van goederen aan bod.

Een onmisbaar boek voor de controlepraktijk!



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

State-building in Kosovo. A plural policing perspective

 77,20

This book challenges the conventional wisdom of international policing in transitional societies which seeks to strengthen the state police. It builds on a growing body of literature on the pluralization of policing in Western democracies and transitional states which contends that the state police is merely one security provider in a complex policing landscape. Through a case study of Kosovo, this book proposes possible forms of plural policing and the relationship between state-builders and non-state policing agents such as private security companies, gangs and Kanun-based policing systems.

The book provides insights in the field of (plural) policing in transitional societies and overall policing strategies used by the international community in Kosovo.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Jelle Janssens (1981) is a criminologist (2005), holds a master in Public Management (2006) and a Ph.D. in Criminology (2013). He is a researcher at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law of the Faculty of Law (Ghent University) and a member of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP). His research interests focus on policing in post-conflict environments, (international) criminal policy and law enforcement, community policing and plural policing.

Quick View

State-building in Kosovo. A plural policing perspective

 77,20

This book challenges the conventional wisdom of international policing in transitional societies which seeks to strengthen the state police. It builds on a growing body of literature on the pluralization of policing in Western democracies and transitional states which contends that the state police is merely one security provider in a complex policing landscape. Through a case study of Kosovo, this book proposes possible forms of plural policing and the relationship between state-builders and non-state policing agents such as private security companies, gangs and Kanun-based policing systems.

The book provides insights in the field of (plural) policing in transitional societies and overall policing strategies used by the international community in Kosovo.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Jelle Janssens (1981) is a criminologist (2005), holds a master in Public Management (2006) and a Ph.D. in Criminology (2013). He is a researcher at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law of the Faculty of Law (Ghent University) and a member of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP). His research interests focus on policing in post-conflict environments, (international) criminal policy and law enforcement, community policing and plural policing.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onroerende verhuur. Btw en inkomstenbelastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 26)

 61,70

De verhuur van onroerende goederen kent een aantal fiscale gevolgen waarvan het goed is vooraf bij stil te staan. Alternatieven op de klassieke onroerende (handels) huurovereenkomsten zijn populair. Maar wat zijn de fiscale kenmerken van deze overeenkomsten die een alternatief willen vormen op de klassieke onroerende verhuur?

In een eerste deel wordt onderzocht wanneer een onroerende verhuur met btw dient te worden verhuurd en wanneer er sprake is van een vrijgestelde onroerende verhuur.

Aansluitend hieraan wordt het onderscheid besproken tussen een professionele verhuur en een privéverhuur. De gevolgen inzake inkomstenbelastingen zijn immers verschillend.

Ook het verrichten van renovatiewerken of verbouwingen heeft gevolgen zowel voor de btw als voor de inkomstenbelastingen. Wie mag welke kosten ten laste nemen en wat zijn de gevolgen? Zowel de werken verricht door de huurder als verricht door de verhuurder worden geanalyseerd vanuit btw-perspectief en vanuit hun gevolgen inzake inkomstenbelastingen.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen – expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.

Wim Van Kerchove werkt als adviseur en opleider bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van onder meer verschillende boekdelen in de reeks van de Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen.



Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Quick View

Onroerende verhuur. Btw en inkomstenbelastingen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 26)

 61,70

De verhuur van onroerende goederen kent een aantal fiscale gevolgen waarvan het goed is vooraf bij stil te staan. Alternatieven op de klassieke onroerende (handels) huurovereenkomsten zijn populair. Maar wat zijn de fiscale kenmerken van deze overeenkomsten die een alternatief willen vormen op de klassieke onroerende verhuur?

In een eerste deel wordt onderzocht wanneer een onroerende verhuur met btw dient te worden verhuurd en wanneer er sprake is van een vrijgestelde onroerende verhuur.

Aansluitend hieraan wordt het onderscheid besproken tussen een professionele verhuur en een privéverhuur. De gevolgen inzake inkomstenbelastingen zijn immers verschillend.

Ook het verrichten van renovatiewerken of verbouwingen heeft gevolgen zowel voor de btw als voor de inkomstenbelastingen. Wie mag welke kosten ten laste nemen en wat zijn de gevolgen? Zowel de werken verricht door de huurder als verricht door de verhuurder worden geanalyseerd vanuit btw-perspectief en vanuit hun gevolgen inzake inkomstenbelastingen.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën (AAF, dienst GO Antwerpen – expertise). Hij is docent btw (UGent en FHS) en auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en van het Tijdschrift Huur.

Wim Van Kerchove werkt als adviseur en opleider bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van onder meer verschillende boekdelen in de reeks van de Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen.



Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De overeenkomst in het IPR – 4de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 11)

 46,30
In dit boek wordt aandacht besteed aan de algemene regels van het in Nederland geldende IPR met betrekking tot overeenkomsten. Aan de orde komen zowel de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen over overeenkomsten, als de vraag naar het toepasselijke recht.

Wat het internationaal bevoegdheidsrecht betreft, ligt de nadruk op de bevoegdheidsbepalingen in de ‘herschikte’ EEX-Verordening en, wat het commune internationaal bevoegdheidsrecht betreft, op de rechtsmachtafdeling van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Ten aanzien van de vraag naar het toepasselijk recht komt de Rome I-Verordening, de opvolger van het EEG-Overeenkomstenverdrag (EVO), uitgebreid aan de orde. De rechtskeuzebevoegdheid en de algemene verwijzingsregels bij gebreke van een rechtskeuze staan daarbij centraal.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.

Quick View

De overeenkomst in het IPR – 4de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 11)

 46,30
In dit boek wordt aandacht besteed aan de algemene regels van het in Nederland geldende IPR met betrekking tot overeenkomsten. Aan de orde komen zowel de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen over overeenkomsten, als de vraag naar het toepasselijke recht.

Wat het internationaal bevoegdheidsrecht betreft, ligt de nadruk op de bevoegdheidsbepalingen in de ‘herschikte’ EEX-Verordening en, wat het commune internationaal bevoegdheidsrecht betreft, op de rechtsmachtafdeling van Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Ten aanzien van de vraag naar het toepasselijk recht komt de Rome I-Verordening, de opvolger van het EEG-Overeenkomstenverdrag (EVO), uitgebreid aan de orde. De rechtskeuzebevoegdheid en de algemene verwijzingsregels bij gebreke van een rechtskeuze staan daarbij centraal.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)

 61,20

In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot onrechtmatige daden en andere niet-contractuele verbintenissen. Aan de orde komt de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen inzake onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen, en om (in kort geding) voorlopige en bewarende maatregelen te treffen, alsmede de vraag naar het toepasselijke recht op deze geschillen. Niet alleen wordt aandacht besteed aan de onrechtmatige daad in algemene zin, maar ook wordt ingegaan op bijzondere onrechtmatige daden, zoals de aanvaring, de ongeoorloofde mededinging, het persdelict, de (grensoverschrijdende) milieuverontreiniging en de octrooi- en merkinbreuken, alsmede de andere niet-contractuele verbintenissen, zoals de ongerechtvaardigde verrijking, de zaakwaarneming en de precontractuele aansprakelijkheid. Bijzondere onrechtmatige daden die onderwerp zijn van andere delen van de Praktijkreeks IPR, zoals het verkeersongeval en de productaansprakelijkheid, komen alleen kort aan de orde.

Het internationaal privaatrecht op deze rechtsgebieden ontwikkelt zich voortdurend, zowel door ontwikkelingen in de regelgeving als door rechtspraak. Wijzigingen in de regelgeving inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betreffen de herschikking van de EEXVerordening, in de zogenoemde EEX-Verordening II of de Brussel Ibis-Verordening, en een enkele bepaling van afdeling 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Inmiddels heeft met betrekking tot de EEX-Verordening II een wijziging plaatsgevonden in verband met onder meer de totstandkoming van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht. Ook is recentelijk Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht) in werking getreden, dat naast de Rome II-Verordening mede betrekking heeft op de vraag naar het toepasselijke recht in internationale gevallen. Daarnaast is sprake van belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak van met name het Hof van Justitie van de EU inzake de EEX-Verordening II, welke verordening vanaf 10 januari 2015 van toepassing is.



Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)
Quick View

Onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen – 3de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, 16)

 61,20

In dit boek wordt aandacht besteed aan het Nederlandse IPR met betrekking tot onrechtmatige daden en andere niet-contractuele verbintenissen. Aan de orde komt de vraag naar de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van geschillen inzake onrechtmatige daad en andere niet-contractuele verbintenissen, en om (in kort geding) voorlopige en bewarende maatregelen te treffen, alsmede de vraag naar het toepasselijke recht op deze geschillen. Niet alleen wordt aandacht besteed aan de onrechtmatige daad in algemene zin, maar ook wordt ingegaan op bijzondere onrechtmatige daden, zoals de aanvaring, de ongeoorloofde mededinging, het persdelict, de (grensoverschrijdende) milieuverontreiniging en de octrooi- en merkinbreuken, alsmede de andere niet-contractuele verbintenissen, zoals de ongerechtvaardigde verrijking, de zaakwaarneming en de precontractuele aansprakelijkheid. Bijzondere onrechtmatige daden die onderwerp zijn van andere delen van de Praktijkreeks IPR, zoals het verkeersongeval en de productaansprakelijkheid, komen alleen kort aan de orde.

Het internationaal privaatrecht op deze rechtsgebieden ontwikkelt zich voortdurend, zowel door ontwikkelingen in de regelgeving als door rechtspraak. Wijzigingen in de regelgeving inzake de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betreffen de herschikking van de EEXVerordening, in de zogenoemde EEX-Verordening II of de Brussel Ibis-Verordening, en een enkele bepaling van afdeling 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Inmiddels heeft met betrekking tot de EEX-Verordening II een wijziging plaatsgevonden in verband met onder meer de totstandkoming van de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht. Ook is recentelijk Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht) in werking getreden, dat naast de Rome II-Verordening mede betrekking heeft op de vraag naar het toepasselijke recht in internationale gevallen. Daarnaast is sprake van belangrijke ontwikkelingen in de rechtspraak van met name het Hof van Justitie van de EU inzake de EEX-Verordening II, welke verordening vanaf 10 januari 2015 van toepassing is.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tussen droom en werkelijkheid. Verschillende rollen van de ondernemingsraden in de 21ste eeuw

 20,60

Weg met de ‘mitsen en maren’, kies een bepaalde koers. ‘Tussen droom en werkelijkheid staan wetten en praktische bezwaren’, aldus Elsschot. Dit boek geeft je inzicht in de verschillende rollen van de ondernemingsraad.

Door de mix te zoeken van professionals uit het veld en experts geven de hoofdstukken praktische, haalbare en realistische suggesties. Wat wil jij voor toegevoegde waarde hebben als ondernemingsraadslid? Wat wil jij dat de OR in de beleidsontwikkeling stimuleert, innoveert, controleert of faciliteert? Die focus helpt je bij het realiseren van je resultaten en zorgt ervoor dat de meerwaarde van de ondernemingsraad wordt gevoeld, zowel in de organisatie als bij medewerkers. De energie die de hoofdstukken bij je losmaken, is volledig afhankelijk van de wil aan de slag te gaan.

In dit boek wordt onder andere aandacht besteed aan:
• De ondernemingsraad als controleur
• De ondernemingsraad als bezorger van balans
• De ondernemingsraad als veranderaar
• De ondernemingsraad als verbinder tussen moderne arbeidsverhoudingen en directe werknemersparticipatie
• De ondernemingsraad als stimulator van verandering
• De ondernemingsraad als pionier van blended learning
• De ambtelijk secretaris en de verschillende rollen
• De ondernemingsraad als beschermer van de medezeggenschap in internationale verhoudingen

Quick View

Tussen droom en werkelijkheid. Verschillende rollen van de ondernemingsraden in de 21ste eeuw

 20,60

Weg met de ‘mitsen en maren’, kies een bepaalde koers. ‘Tussen droom en werkelijkheid staan wetten en praktische bezwaren’, aldus Elsschot. Dit boek geeft je inzicht in de verschillende rollen van de ondernemingsraad.

Door de mix te zoeken van professionals uit het veld en experts geven de hoofdstukken praktische, haalbare en realistische suggesties. Wat wil jij voor toegevoegde waarde hebben als ondernemingsraadslid? Wat wil jij dat de OR in de beleidsontwikkeling stimuleert, innoveert, controleert of faciliteert? Die focus helpt je bij het realiseren van je resultaten en zorgt ervoor dat de meerwaarde van de ondernemingsraad wordt gevoeld, zowel in de organisatie als bij medewerkers. De energie die de hoofdstukken bij je losmaken, is volledig afhankelijk van de wil aan de slag te gaan.

In dit boek wordt onder andere aandacht besteed aan:
• De ondernemingsraad als controleur
• De ondernemingsraad als bezorger van balans
• De ondernemingsraad als veranderaar
• De ondernemingsraad als verbinder tussen moderne arbeidsverhoudingen en directe werknemersparticipatie
• De ondernemingsraad als stimulator van verandering
• De ondernemingsraad als pionier van blended learning
• De ambtelijk secretaris en de verschillende rollen
• De ondernemingsraad als beschermer van de medezeggenschap in internationale verhoudingen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verzekeringssector en de btw

 25,70

Verzekeringsondernemingen nemen een aparte plaats in binnen het btw-landschap. De meeste handelingen van verzekeringsondernemingen zijn vrijgesteld van btw krachtens artikel 44 WBTW. Desalniettemin zijn een aantal handelingen wél aan de btw onderworpen, zodat correlatief recht op aftrek van de voorbelasting ontstaat. Hierdoor worden verzekeringsondernemingen gemengde btw-belastingplichtigen.

In dit boek wordt de volledige verzekeringssector in de ruime zin van het woord doorgelicht wat de btw-raakpunten betreft.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij heeft een economische vooropleiding genoten en is actuaris. De verzekeringssector is hem dan ook niet onbekend. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.

Quick View

De verzekeringssector en de btw

 25,70

Verzekeringsondernemingen nemen een aparte plaats in binnen het btw-landschap. De meeste handelingen van verzekeringsondernemingen zijn vrijgesteld van btw krachtens artikel 44 WBTW. Desalniettemin zijn een aantal handelingen wél aan de btw onderworpen, zodat correlatief recht op aftrek van de voorbelasting ontstaat. Hierdoor worden verzekeringsondernemingen gemengde btw-belastingplichtigen.

In dit boek wordt de volledige verzekeringssector in de ruime zin van het woord doorgelicht wat de btw-raakpunten betreft.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij heeft een economische vooropleiding genoten en is actuaris. De verzekeringssector is hem dan ook niet onbekend. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wetgeving Familie- en jeugdrecht (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)

 38,10
Wetgeving familie- en jeugdrecht bevat de belangrijkste (inter)nationale regelgeving, zoals wetten, besluiten, aanwijzingen, verdragen en richtlijnen, die relevant zijn voor de Nederlandse rechtsorde. De uitgave is breed opgezet, doordat naast de civiele tevens de strafrechtelijk relevante regelingen zijn opgenomen. Deze bundel is ontwikkeld voor het juridisch onderwijs, maar is tevens bij uitstek geschikt voor de dagelijkse juridische praktijk van rechters, advocaten en andere rechtshulpverleners. Ook voor andere organisaties zoals de gemeenten, Bureaus jeugdzorg, centra voor jeugd en gezin en de justitiële jeugdinrichtingen is deze verzameling uitstekend te gebruiken.
De wetgeving is opgenomen zoals die per 1 januari 2015 van kracht is en bevat zodoende onder meer de geconsolideerde versie van BW Boek 1 (Personen- en familierecht), waarin de aankomende wijzigingen op het terrein van het jeugdbeschermingsrecht zijn verwerkt. Verder zijn in plaats van de Wet op de Jeugdzorg en het daarop gebaseerde Besluit, de Jeugdwet en het concept Besluit Jeugdwet opgenomen.

Veronica M. Smits is docente en onderzoekster op het terrein van het familie- en jeugdrecht aan Tilburg University. Zij is kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant. Tevens is zij voorzitter van de externe klachtencommissie van Stichting Kompaan en de Bocht.

Quick View

Wetgeving Familie- en jeugdrecht (Reeks Maklu Wetteksten Nederland)

 38,10
Wetgeving familie- en jeugdrecht bevat de belangrijkste (inter)nationale regelgeving, zoals wetten, besluiten, aanwijzingen, verdragen en richtlijnen, die relevant zijn voor de Nederlandse rechtsorde. De uitgave is breed opgezet, doordat naast de civiele tevens de strafrechtelijk relevante regelingen zijn opgenomen. Deze bundel is ontwikkeld voor het juridisch onderwijs, maar is tevens bij uitstek geschikt voor de dagelijkse juridische praktijk van rechters, advocaten en andere rechtshulpverleners. Ook voor andere organisaties zoals de gemeenten, Bureaus jeugdzorg, centra voor jeugd en gezin en de justitiële jeugdinrichtingen is deze verzameling uitstekend te gebruiken.
De wetgeving is opgenomen zoals die per 1 januari 2015 van kracht is en bevat zodoende onder meer de geconsolideerde versie van BW Boek 1 (Personen- en familierecht), waarin de aankomende wijzigingen op het terrein van het jeugdbeschermingsrecht zijn verwerkt. Verder zijn in plaats van de Wet op de Jeugdzorg en het daarop gebaseerde Besluit, de Jeugdwet en het concept Besluit Jeugdwet opgenomen.

Veronica M. Smits is docente en onderzoekster op het terrein van het familie- en jeugdrecht aan Tilburg University. Zij is kantonrechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant. Tevens is zij voorzitter van de externe klachtencommissie van Stichting Kompaan en de Bocht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)

door
 46,30

NEDERLANDS

Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.

De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.

Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.

Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks




FRANCAIS

Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral

Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.

L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.

Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.

L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités du révisorat dans le cadre d

Quick View

Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) – Le Système Européen des Comptes (SEC) (Reeks ICCI 2014-3)

door
 46,30

NEDERLANDS

Onderhavig boek behandelt het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR), zijn rapportering en revisorale controle. In het eerste inleidende hoofdstuk wordt kort ingegaan op de opdracht waar bedrijfsrevisoren rechtstreeks worden geconfronteerd met het ESR, nl. bij Vlaamse publiekrechtelijke rechtspersonen overeenkomstig het Vlaams Rekendecreet. Het tweede hoofdstuk zoomt in op de oorsprong en de bestaansredenen van het ESR. Vervolgens schetst het derde hoofdstuk de evolutie van het wettelijk kader van ESR op Europees vlak.

De implementatie van ESR in het Belgisch wetgevend kader vormt het onderwerp van het vierde hoofdstuk. Naast de overheidsperimeter volgens het ESR 1995 en het ESR 2010 wordt dieper ingegaan op de rekeningen van de overheid inclusief de deelrubrieken en de ESR-rapportering door de Belgische overheden. Het vijfde hoofdstuk behandelt de vergelijking tussen ESR 1995 en ESR 2010. De vergelijking tussen de accruals-based ondernemingsboekhouding en het ESR vormt het onderwerp van het zesde hoofdstuk.

Hoofdstuk zeven argumenteert dat goede accruals-based boekhouding, die het voorwerp is van een doeltreffende interne controle en een onafhankelijk audit, de noodzakelijke basis vormt voor betrouwbare statistieken overeenkomstig ESR. De rol van het bedrijfsrevisoraat in het ESR-verhaal wordt in het achtste hoofdstuk in kaart gebracht. In het negende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op wat het Rekenhof als groepsauditor specifiek van de bedrijfsrevisor verwacht bij de controle van ESR.

Een epiloog van de Voorzitter van het IBR waarin de uitdagingen en opportuniteiten voor het revisoraat in het kader van het ESR-verhaal nader worden toegelicht, sluit het boek af.

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks




FRANCAIS

Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral

Le présent ouvrage traite du Système européen des comptes (SEC), de son reporting et de son contrôle révisoral. Le premier chapitre introductif décrit brièvement la mission dans laquelle les réviseurs d’entreprises sont directement confrontés au SEC, à savoir auprès de personnes morales flamandes de droit public conformément au décret flamand des comptes. Le deuxième chapitre se concentre sur les origines et les raisons d’être du SEC. Ensuite, le troisième chapitre retrace l’évolution du cadre légal du SEC au niveau européen.

L’implémentation du SEC dans le cadre législatif belge constitue le thème du quatrième chapitre. En plus du périmètre public selon le SEC 1995 et le SEC 2010, les comptes des pouvoirs publics, y compris les sousrubriques et le reporting SEC par les autorités belges, sont examinés plus en détail. Le cinquième chapitre est consacré à la comparaison entre le SEC 1995 et le SEC 2010. Une comparaison entre la comptabilité des entreprises et le SEC est donnée dans le sixième chapitre.

Le septième chapitre démontre qu’une bonne comptabilité d’engagements, qui fait l’objet d’un contrôle interne efficace et d’un audit indépendant, constitue la base nécessaire à des statistiques fiables, conformément au SEC. Le rôle de la profession de réviseur d’entreprises dans le contexte du SEC est détaillé dans le huitième chapitre. Dans le neuvième chapitre, l’on se concentre sur ce que la Cour des comptes, en tant qu’auditeur de groupe, attend spécifiquement du réviseur d’entreprises dans le cadre du contrôle du SEC.

L’ouvrage se termine par un épilogue du Président de l’IRE dans lequel il expose les défis et les opportunités du révisorat dans le cadre d

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)

door
 41,20

NEDERLANDS

Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.

In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.

Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.

Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks




FRANCAIS

Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral

Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.

Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.

Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.

L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.

Table des matières
Avant-propos

Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).




Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)
Quick View

Overname en overdracht van kmo’s. De toegevoegde waarde van het due diligence onderzoek – Transmission et reprise de PME. La valeur ajoutée de processus de due diligence (Reeks ICCI 2014-2)

door
 41,20

NEDERLANDS

Dit boek verzamelt alle teksten en werkzaamheden in het kader van de door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren georganiseerde studiedag van 23 oktober 2013 met de steun van UNIZO, UCM, FVB en UNPLIB en gewijd aan de “Overname en overdracht van KMO’s: de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor”. Het is ingedeeld in 6 hoofdstukken.

In hoofdstukken 1 tot 4 (typologie van de due diligence opdrachten, referentiekader, juridische aspecten van een due diligence en beroepsgeheim en onafhankelijkheid van de bedrijfsrevisor) wordt getracht de bedrijfsrevisoren in te lichten over het deontologisch en normerend kader waarbinnen ze de due diligence opdrachten kunnen uitvoeren.

Daarentegen zijn de hoofdstukken 5 en 6 (aanpak, risico’s en waardering binnen het overnameproces en de resultaten van een enquête due diligence) bedoeld om de stakeholders bij een overdracht of overname van een KMO te informeren over de rol en de toegevoegde waarde van de bedrijfsrevisor bij een overnametransactie.

Het boek sluit af met het besluit dat de bedrijfsrevisor als coördinator, deskundige, begeleider en adviesverlener met betrekking tot de waardering en prijszetting een betekenisvolle toegevoegde waarde kan leveren.

Inhoudstafel
Woord vooraf


Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie: ICCI Reeks




FRANCAIS

Le systeme europeen des comptes (SEC) reporting et controle revisoral

Cet ouvrage rassemble tous les textes et activités réalisés dans le cadre de la journée d’études organisée par l’Insitut des Réviseurs d’Enterprises le 23 octobre 2013 avec le soutien de l’UNIZO, de l’UCM, de la FVB et de l’UNPLIB et consacrée à la « Transmission et reprise de PME : la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises ». Il se compose de six chapitres.

Les chapitres 1 à 4 (typologie de missions de due diligence, cadre de référence, aspects juridiques d’une due diligence et le secret professionnel et l’indépendance du réviseur d’entreprises) visent à fournir aux réviseurs d’entreprises des informations sur le cadre éthique et normatif dans lequel ils peuvent accomplir leurs missions de due diligence.

Par contre, les chapitres 5 et 6 (approche, risque et évaluation dans le processus d’acquisition et résultats d’une enquête due diligence) visent à informer les parties prenantes à une transmission ou reprise de PME sur le rôle et la valeur ajoutée du réviseur d’entreprises dans une opération d’acquisition.

L’ouvrage conclut qu’en ce qui concerne l’évaluation et la fixation des prix, le réviseur d’entreprises peut apporter une valeur ajoutée significative en sa qualité de coordinateur, d’expert, de coach et de conseiller.

Table des matières
Avant-propos

Plus d''information sur la série ICCI (abonnement = 15% de réduction sur le prix normal).




Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)

 66,90
In Nederland en in België is de maatschappelijke en politieke belangstelling voor de veiligheid bij grootschalige evenementen en noodsituaties sterk toegenomen. Het wettelijk en reglementair kader voor nood- en interventieplannen en beheer van noodsituaties werd dan ook geactualiseerd. Overheden op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau werden verplicht om nood- en interventieplannen op te stellen en deze op elkaar af te stemmen. Bovendien werd hierbij meer dan voorheen het belang onderstreept van de multidisciplinaire samenwerking van ‘First Responders’. Alles wordt best samen voorbereid, samen beslist en samen uitgevoerd, en ten slotte ook samen geëvalueerd.

Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.

Quick View

Zicht op first responders. Handboek bij het beheer van evenementen en noodsituaties in Nederland en België (Reeks Veiligheidsstudies, nr. 12)

 66,90
In Nederland en in België is de maatschappelijke en politieke belangstelling voor de veiligheid bij grootschalige evenementen en noodsituaties sterk toegenomen. Het wettelijk en reglementair kader voor nood- en interventieplannen en beheer van noodsituaties werd dan ook geactualiseerd. Overheden op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau werden verplicht om nood- en interventieplannen op te stellen en deze op elkaar af te stemmen. Bovendien werd hierbij meer dan voorheen het belang onderstreept van de multidisciplinaire samenwerking van ‘First Responders’. Alles wordt best samen voorbereid, samen beslist en samen uitgevoerd, en ten slotte ook samen geëvalueerd.

Tot op heden werd er in de literatuur aandacht besteed aan het opstellen van de interventieplannen en de organisatie van de hierbij voorziene oefeningen. Het daadwerkelijk beheer van grootschalige evenementen en noodsituaties bleef echter nog onderbelicht. Deze reader gaat juist daarop in, en kan daarom als naslagwerk worden beschouwd voor beide landen. Zowel practici als academici leveren een bijdrage. De inhoudsopgave volgt de beleidscyclus, en meer in detail de verschillende fasen van de ketenbenadering.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)

 55,00
Het verhoor van minderjarigen verdient bijzondere aandacht, zowel als slachtoffer, getuige of verdachte van misdrijven. Hun cognitieve, emotionele en linguïstische ontwikkeling is immers nog niet voltooid. Complementair aan ‘Handboek verhoren 1’ en ‘Handboek verhoren 2’ bespreken de auteurs diverse facetten van ontwikkelingspsychologie van belang voor verhoren zoals het stellen van vragen, uitleg over de constitutieve bestanddelen van (zeden)misdrijven i.v.m. minderjarigen, het (audiovisueel) verhoor van minderjarigen met een gedetailleerde uiteenzetting van het ‘stappenplan’, instrumenten om de geloofwaardigheid van verklaringen afgelegd door minderjarigen in te schatten, diverse facetten van het politieonderzoek zoals de keuzeconfrontatie met minderjarigen als getuige, en het verhoor van mensen met verstandelijke beperkingen die dezelfde rechten hebben als minderjarigen.

Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.

Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Placeholder Image
Quick View

Verhoren van minderjarigen en kwetsbare volwassenen(Reeks Politie Praktijk Boeken)

 55,00
Het verhoor van minderjarigen verdient bijzondere aandacht, zowel als slachtoffer, getuige of verdachte van misdrijven. Hun cognitieve, emotionele en linguïstische ontwikkeling is immers nog niet voltooid. Complementair aan ‘Handboek verhoren 1’ en ‘Handboek verhoren 2’ bespreken de auteurs diverse facetten van ontwikkelingspsychologie van belang voor verhoren zoals het stellen van vragen, uitleg over de constitutieve bestanddelen van (zeden)misdrijven i.v.m. minderjarigen, het (audiovisueel) verhoor van minderjarigen met een gedetailleerde uiteenzetting van het ‘stappenplan’, instrumenten om de geloofwaardigheid van verklaringen afgelegd door minderjarigen in te schatten, diverse facetten van het politieonderzoek zoals de keuzeconfrontatie met minderjarigen als getuige, en het verhoor van mensen met verstandelijke beperkingen die dezelfde rechten hebben als minderjarigen.

Marc Bockstaele is (ere)hoofdcommissaris bij de federale gerechtelijke politie Gent, inhoudelijk coördinator van de Belgische cursussen verhoortechnieken.

Brigitte De Clercq is hoofdinspecteur bij de federale gerechtelijke politie Gent, coördinator & docente netwerk audiovisueel verhoor minderjarigen (TAM).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)

 45,00
Openbare besturen zijn voor de financiering van belangrijke projecten steedsop zoek naar optimalisatiestructuren. DBFM-contracten vormen hierbij eeninteressante opportuniteit.

Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en debtw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerendeleasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraalstaat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt vanelke investeringsbeslissing.

Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investerenbuiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaalgeen addertjes onder het gras?

Placeholder Image
Quick View

Optimalisatie van btw-aftrek bij investeringen door openbare besturen. Onroerende leasing, autonome bedrijven en DBFM(O)

 45,00
Openbare besturen zijn voor de financiering van belangrijke projecten steedsop zoek naar optimalisatiestructuren. DBFM-contracten vormen hierbij eeninteressante opportuniteit.

Dit boek analyseert de btw-belastingplicht van openbare besturen en debtw-gevolgen van het opzetten van optimalisatiestructuren via onroerendeleasing, autonome bedrijven, DBFM-contracten en dergelijke meer. Centraalstaat de zoektocht naar het recht op aftrek van de btw, die 21% uitmaakt vanelke investeringsbeslissing.

Het spreiden van de investeringskost in de tijd en de mogelijkheid om te investerenbuiten de overheidsbegroting om lijken aantrekkelijk. Maar zijn er fiscaalgeen addertjes onder het gras?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)

 37,60
Wellicht is verantwoording één van de kernproblemen van de politieorganisatie, en een absolute noodzaak voor een democratische politie. Er is de afgelopen twee decennia veel in geïnvesteerd, helaas in nogal wat gevallen met ongewenste (neven)effecten. In dit Cahier wordt breed gekeken naar dit onderwerp, van performancemanagement tot klachtenprocedure, van burgerspanels of police boards tot de rol van de massamedia of de sociale media. Al deze elementen spelen ongetwijfeld een belangrijke rol in de verantwoording van de politie. Er wordt bovendien over de Europese grenzen gekeken. Ook het vraagstuk van de interne en externe controle is nauw verbonden met dit thema. Hoe onafhankelijk zijn deze vormen van controle? Wat zijn de verschillen tussen België en Nederland? Hoe is de controle op de politie in andere landen geregeld? Hoe verhouden intern en extern toezicht zich ten opzichte van elkaar? Kan het interne toezicht het externe toezicht op de hoogte stellen? Al deze vraagstukken vinden een antwoord in Cahier 37.

Quick View

Verantwoording en politie (CPS 2015 – 4, nr. 37)

 37,60
Wellicht is verantwoording één van de kernproblemen van de politieorganisatie, en een absolute noodzaak voor een democratische politie. Er is de afgelopen twee decennia veel in geïnvesteerd, helaas in nogal wat gevallen met ongewenste (neven)effecten. In dit Cahier wordt breed gekeken naar dit onderwerp, van performancemanagement tot klachtenprocedure, van burgerspanels of police boards tot de rol van de massamedia of de sociale media. Al deze elementen spelen ongetwijfeld een belangrijke rol in de verantwoording van de politie. Er wordt bovendien over de Europese grenzen gekeken. Ook het vraagstuk van de interne en externe controle is nauw verbonden met dit thema. Hoe onafhankelijk zijn deze vormen van controle? Wat zijn de verschillen tussen België en Nederland? Hoe is de controle op de politie in andere landen geregeld? Hoe verhouden intern en extern toezicht zich ten opzichte van elkaar? Kan het interne toezicht het externe toezicht op de hoogte stellen? Al deze vraagstukken vinden een antwoord in Cahier 37.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)

 36,00
In welke mate kunnen politieactiviteiten al dan niet uitbesteed worden? Wat mogen burgers hiervan verwachten? Hoe maakt de overheid haar regierol waar, gegeven haar verantwoordelijkheid voor veiligheid?

De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.

Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?

Quick View

Outsourcing policing (CPS 2015 – 3, nr. 36)

 36,00
In welke mate kunnen politieactiviteiten al dan niet uitbesteed worden? Wat mogen burgers hiervan verwachten? Hoe maakt de overheid haar regierol waar, gegeven haar verantwoordelijkheid voor veiligheid?

De overheid en de politie hebben onder meer een grote rol bij het bewaken en beveiligen van personen en objecten. Diverse instanties werden opgericht naar aanleiding van de aanslagen op de Twin Towers op 11/9/2001 en private partners worden hier in toenemende mate bij betrokken. Ook op het vlak van evenementenbeveiliging, crisisbeheersing en rampenbestrijding doen zich meer en meer samenwerkingsverbanden met private partners voor.

Tot op welke hoogte heeft de politie nog zicht op zaken en kan zij haar regierol waarmaken?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)

 37,10

De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.

Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?



Quick View

Ethnic profiling en interne diversiteit bij de politie (CPS 2015 – 2, nr. 35)

 37,10

De praktijk van ethnic profiling vindt alsmaar verder uitbreiding. Nu Amnesty International en de Nederlandse Nationale Ombudsman zich over deze praktijk hebben uitgesproken, is het tijd om er in dit Cahier wat uitvoeriger op in te gaan. Intussen is er nieuw wetenschappelijk onderzoek beschikbaar hieromtrent, dat het Cahier graag onder de aandacht wenst te brengen.

Ook de belangstelling voor de achtergrond van politiemensen zelf, in de schoot van de politieorganisatie, groeit. In welke mate draagt interne diversiteit, niet enkel inzake etnische achtergrond, maar ook inzake leeftijd, gender en seksuele geaardheid, bij tot een betere verhouding met de burger?



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)

 37,10

Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.



Quick View

Jongeren en politie (CPS 2015 – 1, nr. 34)

 37,10

Dit Cahier verschaft inzicht in de interactie tussen politie en minderjarigen. Hoe kijkt politie naar jongeren? Welke visie hanteert de politie in haar dagelijks functioneren en haar gerechtelijk en bestuurlijk politiewerk? Diverse bijdragen reiken diverse perspectieven aan. Zo komen de rechten van het kind aan bod en wordt de vraag gesteld op welke wijze politie het kinderrechtenperspectief benadert. Ook wordt geschetst hoe het jeugdbeschermingsrecht in de politionele praktijk wordt geoperationaliseerd. Welk kindbeeld hanteert de politie over slachtoffer versus daders? Politiële praktijken worden getoetst aan de discoursen die leven binnen de jeugdbescherming. Het Cahier onderzoekt verder het verhoor van minderjarigen, de handhaving van openbare orde (de publieke ruimte in het bijzonder), de slachtofferbegeleiding en de rechtsbijstand. Ook gaat het Cahier in op de relatie tussen de politie en de jongeren in de stad.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Diplomatiek recht toegepast in België

 49,95

Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.

België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.

Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.

Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.

Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.

Placeholder Image
Quick View

Diplomatiek recht toegepast in België

 49,95

Voorwoord van Didier Reynders, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken.

België telt een groot aantal diplomatieke zendingen. Deze zendingen zijn geaccrediteerd bij het Koninkrijk dan wel bij één van de verschillende internationale organisaties die België rijk is. Hun werkzaamheden alsook het juridisch statuut en de voorrechten en immuniteiten van hun leden, worden in hoofdzaak geregeld door het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake diplomatiek verkeer.

Dit boek licht de Belgische praktijk toe ten aanzien van de bovengenoemde zendingen en analyseert de wijze waarop het Verdrag van Wenen dagelijks wordt toegepast door de verschillende Belgische autoriteiten. Naast een – beperkt aantal – wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vormt de overheidspraktijk, zoals voornamelijk vastgelegd in een groot aantal “circulaire nota’s” gericht aan de zendingen in België, het voorwerp van deze systematische studie. De rechtspraak van de hoven en rechtbanken wordt eveneens besproken en, waar nuttig, wordt aangeduid waar de praktijk van de overheidsdiensten en de rechtspraak van elkaar verschillen.

Dit boek is voornamelijk bedoeld als een gids voor diplomatieke zendingen gevestigd in België, maar zal verder ook ambtenaren, magistraten, advocaten en gerechtsdeurwaarders geconfronteerd met juridische vraagstukken bij de toepassing van diplomatiek recht in België interesseren, alsook studenten en onderzoekers wegwijs maken in de nationale diplomatieke praktijk.

Uitgave ook verkrijgbaar in het Engels en in het Frans.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference

 69,50
''Practising law, whether as a politician, a judge, a lawyer or an academic, is to a certain degree creating or influencing policy'', Walter Van Gerven once wrote. This statement and many other similar or opposite statements make one wonder about the nature of the policies concerned, the identities of the decision makers and the rationale underlying those policies.

On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.

Quick View

Policy within and through law. Proceedings of the 2014 ACCA-conference

 69,50
''Practising law, whether as a politician, a judge, a lawyer or an academic, is to a certain degree creating or influencing policy'', Walter Van Gerven once wrote. This statement and many other similar or opposite statements make one wonder about the nature of the policies concerned, the identities of the decision makers and the rationale underlying those policies.

On these and related questions PhD researchers from different Belgian law schools debated at the ACCA-conference held at Ghent University in May 2014. This book holds the fruits of those debates. Hence, the book contains concise contributions focusing on policy questions in matters related to various fields of law, such as environmental, constitutional, civil, social, criminal, procedural or EU law. It seeks to provide an insight into the interplay between legislators and administrative bodies on the one hand and judges and legal scholars on the other hand, bringing about the creation of a new policy or the adjustment or abolishment of an existing policy.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundigeDe mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige

 30,80
Door nieuwe Europese richtlijnen en wetgeving in Nederland specialiseert het mediationvak zich steeds verder. Aan de ene kant betreft dit een aanscherping van het proces en de vereisten die aan mediators worden gesteld, aan de andere kant gaat het om een inhoudelijke verdieping van mediation in de richting van gespecialiseerde subdisciplines.

Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?

Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?

Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel? Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te verminderen?

Volledige auteursinformatie

De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundigeDe mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige
Quick View

De mediator: van procesbegeleider naar inhoudsdeskundige

 30,80
Door nieuwe Europese richtlijnen en wetgeving in Nederland specialiseert het mediationvak zich steeds verder. Aan de ene kant betreft dit een aanscherping van het proces en de vereisten die aan mediators worden gesteld, aan de andere kant gaat het om een inhoudelijke verdieping van mediation in de richting van gespecialiseerde subdisciplines.

Zo wordt binnen het strafrecht mediation steeds meer een volwaardig alternatief voor een rechterlijke procedure. Maar in hoeverre leidt dit tot een juridificering van mediation? Of het ontstaan van een volledige nieuwe groep van strafrechtmediators, waar ‘gewone’ mediators het nakijken hebben?

Ook bij andere specialisaties bestaat de angst dat de inhoud het proces van mediation gaat overheersen en dat de faciliterende en neutrale rol van de mediator het gaat afleggen tegen die van inhoudelijk adviseur, waarmee deze trend de uitgangspunten van mediation zou kunnen ondermijnen. Is die angst terecht?

Dit boek gaat in op de voor- en nadelen van dit proces en laat voor- en tegenstanders aan het woord. Zijn de nadelen reëel? Wegen die op tegen de voordelen? Wat kan gedaan worden om de voordelen van specialisatie te behouden, maar de nadelen te verminderen?

Volledige auteursinformatie

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Criminografische ontwikkelingen III: van (victim)survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 9)

 32,00

Deze uitgave bundelt voor de derde keer bijdragen op basis van criminografisch materiaal. De deelredactie ‘Criminografie en methodologie’ wil met deze bundel periodiek de laatste ontwikkelingen op het gebied van criminografie presenteren. De verschillende bijdragen worden zoals steeds gerangschikt naar de echelons van de strafrechtsbedeling.



Nele Schils en Lieven Pauwels rapporteren over het regelovertredend gedrag, criminaliteit en politiecontacten van kinderen uit de basisschool. Wim Hardyns en Lieven Pauwels presenteren beschrijvende en toetsende resultaten uit een grootschalig buurtonderzoek te Gent over de relatie tussen buurtkenmerken, collective efficacy en vermijdingsgedrag. Jan van Dijk neemt in zijn bijdrage meerdere echelons voor zijn rekening en combineert de resultaten van de ICVS (international Crime Victim Survey) met de officiële criminaliteitsstatistieken zoals deze worden voorzien door de federale politie. Antoinette Verhage brengt voor elk echelon in kaart in hoeverre we op dat niveau iets weten over financieel-economische criminaliteit (witwassen). Ellen Van Dael en Wim De Bruycker gaan in op de koppeling van informatie uit verschillende echelons van de strafrechtsbedeling. Zij bespreken de implementatie van het meet- en opvolgingsinstrument voor de strafrechtelijke keten en reflecteren over de voortgang van deze verticale integratie. Saaske de Keulenaer, Stefan Thomaes, Ciska Wittouck en Freya Vander Laenen nemen de recidive van daders van drugsdelicten die een probatiemaatregel kregen opgelegd onder de loep. Tot slot bespreken Steven De Ridder en Kristel Beyens gedetineerden zonder verblijfsrecht in de Belgische gevangenissen.

Quick View

Criminografische ontwikkelingen III: van (victim)survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 9)

 32,00

Deze uitgave bundelt voor de derde keer bijdragen op basis van criminografisch materiaal. De deelredactie ‘Criminografie en methodologie’ wil met deze bundel periodiek de laatste ontwikkelingen op het gebied van criminografie presenteren. De verschillende bijdragen worden zoals steeds gerangschikt naar de echelons van de strafrechtsbedeling.



Nele Schils en Lieven Pauwels rapporteren over het regelovertredend gedrag, criminaliteit en politiecontacten van kinderen uit de basisschool. Wim Hardyns en Lieven Pauwels presenteren beschrijvende en toetsende resultaten uit een grootschalig buurtonderzoek te Gent over de relatie tussen buurtkenmerken, collective efficacy en vermijdingsgedrag. Jan van Dijk neemt in zijn bijdrage meerdere echelons voor zijn rekening en combineert de resultaten van de ICVS (international Crime Victim Survey) met de officiële criminaliteitsstatistieken zoals deze worden voorzien door de federale politie. Antoinette Verhage brengt voor elk echelon in kaart in hoeverre we op dat niveau iets weten over financieel-economische criminaliteit (witwassen). Ellen Van Dael en Wim De Bruycker gaan in op de koppeling van informatie uit verschillende echelons van de strafrechtsbedeling. Zij bespreken de implementatie van het meet- en opvolgingsinstrument voor de strafrechtelijke keten en reflecteren over de voortgang van deze verticale integratie. Saaske de Keulenaer, Stefan Thomaes, Ciska Wittouck en Freya Vander Laenen nemen de recidive van daders van drugsdelicten die een probatiemaatregel kregen opgelegd onder de loep. Tot slot bespreken Steven De Ridder en Kristel Beyens gedetineerden zonder verblijfsrecht in de Belgische gevangenissen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Voortleven. Het hoe en waarom van nalatenschapsmediation

 39,10

Dit boek legt als eerste uit wat nalatenschapsmediation is en geeft praktische tips waarmee je conflicten rondom overlijden kunt voorkomen. Hoe voorkom je dat er problemen ontstaan voor of na het overlijden van een dierbare en hoe zorg je ervoor dat je familie in evenwicht blijft? In mediation staat de preventie en resolutie van conflicten centraal. Nalatenschapsmediation integreert deze thematiek, maar gaat verder. Er is meer aandacht voor de dialoog over het conflict tussen het ik en de ander(en) als ook tussen het ik, het voortleven en nabestaan in de context van de familie. Familieverhoudingen kunnen ons leven beheersen en leiden tot heftige emoties. Gevolg hiervan kan zijn dat familieleden communicatie hierover vermijden, inadequate overlevingsstrategieën ontwikkelen met conflicten, nodeloos verlies en angsten als gevolg.

Van Riemsdijk maakt duidelijk hoe nalatenschapsmediators familieleden kunnen begeleiden en helpen onbekende wegen te ontdekken en bestaande te verlengen. Zij introduceert het onderscheid tussen ante mortem en post mortem nalatenschapsmediation (pre- en postnalatenschapsmediation). De dynamiek tussen deze twee vormen is verschillend. Bij de eerste vorm staat conflictpreventie centraal. De tweede vorm richt zich meer op conflictresolutie. In dit boek breidt de auteur de traditie van mediation uit, en behandelt het belang van de omgang met alledaagse fenomenen en ervaringen als familiegeheimen, angst, liefde, zingeving, levenskunst, familieverhoudingen, hoop en verdriet en de omgang met verwachtingen. Het resultaat is een gids voor het over- en voortleven in moderne verhoudingen, een handboek dat de lezer houvast en inspiratie biedt in conflictsituaties binnen een familie.



Annette M. van Riemsdijk is sinds 1993 één van de pioniers op het gebied van succesvolle mediation. Zij is advocaat, mediator en rechter plaatsvervanger. Zij heeft een jarenlange expertise opgebouwd in het familie(bedrijven)recht en is daarnaast gespecialiseerd in familie- en internationale mediation. Van Riemsdijk is docent en trainer bij o.m. de Stichting Nalatenschapsmediation en de Vereniging van FamilierechtAdvocaten en Scheidingsmediators (vFAS en IMFO). Zij maakt deel uit van diverse besturen, adviesraden en commissies waaronder het MfN, het IMI, MBB en de Stichting Nalatenschapsmediation Nederland. Behalve ‘Voortleven’ verscheen van Van Riemsdijk bij Maklu het handboek ‘Scheiden in Nederland. Gids bij een menselijk, zakelijk en juridisch proces’.

Geen voorraad
Quick View

Voortleven. Het hoe en waarom van nalatenschapsmediation

 39,10

Dit boek legt als eerste uit wat nalatenschapsmediation is en geeft praktische tips waarmee je conflicten rondom overlijden kunt voorkomen. Hoe voorkom je dat er problemen ontstaan voor of na het overlijden van een dierbare en hoe zorg je ervoor dat je familie in evenwicht blijft? In mediation staat de preventie en resolutie van conflicten centraal. Nalatenschapsmediation integreert deze thematiek, maar gaat verder. Er is meer aandacht voor de dialoog over het conflict tussen het ik en de ander(en) als ook tussen het ik, het voortleven en nabestaan in de context van de familie. Familieverhoudingen kunnen ons leven beheersen en leiden tot heftige emoties. Gevolg hiervan kan zijn dat familieleden communicatie hierover vermijden, inadequate overlevingsstrategieën ontwikkelen met conflicten, nodeloos verlies en angsten als gevolg.

Van Riemsdijk maakt duidelijk hoe nalatenschapsmediators familieleden kunnen begeleiden en helpen onbekende wegen te ontdekken en bestaande te verlengen. Zij introduceert het onderscheid tussen ante mortem en post mortem nalatenschapsmediation (pre- en postnalatenschapsmediation). De dynamiek tussen deze twee vormen is verschillend. Bij de eerste vorm staat conflictpreventie centraal. De tweede vorm richt zich meer op conflictresolutie. In dit boek breidt de auteur de traditie van mediation uit, en behandelt het belang van de omgang met alledaagse fenomenen en ervaringen als familiegeheimen, angst, liefde, zingeving, levenskunst, familieverhoudingen, hoop en verdriet en de omgang met verwachtingen. Het resultaat is een gids voor het over- en voortleven in moderne verhoudingen, een handboek dat de lezer houvast en inspiratie biedt in conflictsituaties binnen een familie.



Annette M. van Riemsdijk is sinds 1993 één van de pioniers op het gebied van succesvolle mediation. Zij is advocaat, mediator en rechter plaatsvervanger. Zij heeft een jarenlange expertise opgebouwd in het familie(bedrijven)recht en is daarnaast gespecialiseerd in familie- en internationale mediation. Van Riemsdijk is docent en trainer bij o.m. de Stichting Nalatenschapsmediation en de Vereniging van FamilierechtAdvocaten en Scheidingsmediators (vFAS en IMFO). Zij maakt deel uit van diverse besturen, adviesraden en commissies waaronder het MfN, het IMI, MBB en de Stichting Nalatenschapsmediation Nederland. Behalve ‘Voortleven’ verscheen van Van Riemsdijk bij Maklu het handboek ‘Scheiden in Nederland. Gids bij een menselijk, zakelijk en juridisch proces’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débatBemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débat
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débat

 36,00

Kan je een misdrijf constructief oplossen door dader en slachtoffer meer inspraak te geven? De invoering van bemiddeling in strafzaken in 1994 wil de werklast bij rechtbanken verminderen, een snellere afhandeling van zaken en een beter antwoord op misdrijven bieden. Maar van meet af aan roept bemiddeling in strafzaken ook vragen op. Krijgen slachtoffers te veel inspraak? Of komen daders er te makkelijk vanaf? Voor welke misdrijven is bemiddeling wél of niet geschikt?

Vandaag, twintig jaar later, maken we de balans op. Dit boek bundelt bijdragen van magistraten, wetenschappers, beleidsmedewerkers en justitieassistenten. Zij geven inzicht in de huidige werking van bemiddeling in strafzaken, brengen recente cijfers en evoluties, en bespreken actuele thema’s uit het lopende debat. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die meer wil weten over bemiddeling in strafzaken in België.

Est-il possible de répondre de façon constructive à une infraction en favorisant la participation de l’auteur et de la victime ? L’introduction de la médiation pénale en 1994 entendait diminuer la charge de travail des tribunaux, favoriser un traitement plus rapide des affaires et offrir de meilleures réponses à la délinquance. Mais dès son introduction, la médiation pénale a suscité un certain nombre de questions. Les victimes bénéficient-elles d’un trop grand espace de participation ? Les auteurs se donnent-ils bonne conscience à bon compte ? Pour quelles infractions la médiation est-elle – ou non – appropriée?

Aujourd’hui, 20 ans plus tard, nous proposons de faire le point. Cet ouvrage rassemble les contributions de magistrats, de scientifiques et de travailleurs du secteur des maisons de justice. Elles permettent de comprendre les pratiques actuelles de médiation pénale, fournissent des chiffres récents, en soulignent les évolutions et mettent en discussion des thématiques au coeur de l’actualité. En résumé, un livre riche et dense destiné à toute personne soucieuse de connaître davantage la médiation pénale en Belgique.



Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débatBemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débat
Quick View

Bemiddeling in strafzaken. Een wispelturig debat / Médiation pénale. La Diversité en débat

 36,00

Kan je een misdrijf constructief oplossen door dader en slachtoffer meer inspraak te geven? De invoering van bemiddeling in strafzaken in 1994 wil de werklast bij rechtbanken verminderen, een snellere afhandeling van zaken en een beter antwoord op misdrijven bieden. Maar van meet af aan roept bemiddeling in strafzaken ook vragen op. Krijgen slachtoffers te veel inspraak? Of komen daders er te makkelijk vanaf? Voor welke misdrijven is bemiddeling wél of niet geschikt?

Vandaag, twintig jaar later, maken we de balans op. Dit boek bundelt bijdragen van magistraten, wetenschappers, beleidsmedewerkers en justitieassistenten. Zij geven inzicht in de huidige werking van bemiddeling in strafzaken, brengen recente cijfers en evoluties, en bespreken actuele thema’s uit het lopende debat. Kortom, een rijk gevuld boek voor ieder die meer wil weten over bemiddeling in strafzaken in België.

Est-il possible de répondre de façon constructive à une infraction en favorisant la participation de l’auteur et de la victime ? L’introduction de la médiation pénale en 1994 entendait diminuer la charge de travail des tribunaux, favoriser un traitement plus rapide des affaires et offrir de meilleures réponses à la délinquance. Mais dès son introduction, la médiation pénale a suscité un certain nombre de questions. Les victimes bénéficient-elles d’un trop grand espace de participation ? Les auteurs se donnent-ils bonne conscience à bon compte ? Pour quelles infractions la médiation est-elle – ou non – appropriée?

Aujourd’hui, 20 ans plus tard, nous proposons de faire le point. Cet ouvrage rassemble les contributions de magistrats, de scientifiques et de travailleurs du secteur des maisons de justice. Elles permettent de comprendre les pratiques actuelles de médiation pénale, fournissent des chiffres récents, en soulignent les évolutions et mettent en discussion des thématiques au coeur de l’actualité. En résumé, un livre riche et dense destiné à toute personne soucieuse de connaître davantage la médiation pénale en Belgique.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Aannemingsrecht in hoofdlijnen. 2de, herziene uitgave (Reeks In Hoofdlijnen)

 138,80

Deze tweede, vermeerderde uitgave geeft een overzicht van de actuele stand van het Belgisch aannemingsrecht. Aangezien dit voornamelijk werd gemaakt door rechtspraak, bevat het boek veel verwijzingen naar vonnissen en arresten. Na het eerste deel waarin het aannemingscontract wordt onderscheiden van andere types van overeenkomsten, worden de partijen gespecificeerd die in het bouwproces betrokken zijn. Vervolgens worden de verplichtingen van de opdrachtgever en aannemer geduid, alsook de aansprakelijkheid van de aannemer zowel tijdens als na de werken. Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan de onderaannemer, aan de Woningbouwwet en aan de verzekeringscontracten in de bouwsector. Ten slotte wordt, gelet op het grote praktische belang voor de praktijkjurist, het deskundigenonderzoek behandeld.

‘… huidige analyse vormt vandaag één van de meest up to date besprekingen van het aannemingsrecht in zijn algemeenheid. Dit boek is zonder enige twijfel dan ook een must have voor de practicus die zich met het aannemingsrecht bezig houdt.’
I. Artechene in TPR 2015-2, maart 2016.



Quick View

Aannemingsrecht in hoofdlijnen. 2de, herziene uitgave (Reeks In Hoofdlijnen)

 138,80

Deze tweede, vermeerderde uitgave geeft een overzicht van de actuele stand van het Belgisch aannemingsrecht. Aangezien dit voornamelijk werd gemaakt door rechtspraak, bevat het boek veel verwijzingen naar vonnissen en arresten. Na het eerste deel waarin het aannemingscontract wordt onderscheiden van andere types van overeenkomsten, worden de partijen gespecificeerd die in het bouwproces betrokken zijn. Vervolgens worden de verplichtingen van de opdrachtgever en aannemer geduid, alsook de aansprakelijkheid van de aannemer zowel tijdens als na de werken. Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan de onderaannemer, aan de Woningbouwwet en aan de verzekeringscontracten in de bouwsector. Ten slotte wordt, gelet op het grote praktische belang voor de praktijkjurist, het deskundigenonderzoek behandeld.

‘… huidige analyse vormt vandaag één van de meest up to date besprekingen van het aannemingsrecht in zijn algemeenheid. Dit boek is zonder enige twijfel dan ook een must have voor de practicus die zich met het aannemingsrecht bezig houdt.’
I. Artechene in TPR 2015-2, maart 2016.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×