Data Protection and Privacy Under Pressure. Transatlantic tensions,EU Surveillance and big data
Since the Snowden revelations, the adoption in May 2016 of the General
Data Protection Regulation and several ground-breaking judgments of
the Court of Justice of the European Union, data protection and
privacy are high on the agenda of policymakers, industries and the
legal research community.
Against this backdrop, Data Protection and Privacy under Pressure
sheds light on key developments where individuals’ rights to data
protection and privacy are at stake. The book discusses the persistent
transatlantic tensions around various EU-US data transfer mechanisms
and EU jurisdiction claims over non-EU-based companies, both sparked
by milestone court cases. Additionally, it scrutinises the expanding
control or surveillance mechanisms and interconnection of databases in
the areas of migration control, internal security and law enforcement,
and oversight thereon. Finally, it explores current and future legal
challenges related to big data and automated decision-making in the
contexts of policing, pharmaceutics and advertising.
Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal
law and director of the Institute for International Research on Criminal
Policy (IRCP) at Ghent University, and privacy commissioner at the
Belgian DPA.
Eva Lievens is assistant professor of law and technology at Ghent
University.
Data Protection and Privacy Under Pressure. Transatlantic tensions,EU Surveillance and big data
Since the Snowden revelations, the adoption in May 2016 of the General
Data Protection Regulation and several ground-breaking judgments of
the Court of Justice of the European Union, data protection and
privacy are high on the agenda of policymakers, industries and the
legal research community.
Against this backdrop, Data Protection and Privacy under Pressure
sheds light on key developments where individuals’ rights to data
protection and privacy are at stake. The book discusses the persistent
transatlantic tensions around various EU-US data transfer mechanisms
and EU jurisdiction claims over non-EU-based companies, both sparked
by milestone court cases. Additionally, it scrutinises the expanding
control or surveillance mechanisms and interconnection of databases in
the areas of migration control, internal security and law enforcement,
and oversight thereon. Finally, it explores current and future legal
challenges related to big data and automated decision-making in the
contexts of policing, pharmaceutics and advertising.
Gert Vermeulen is full professor of international and European criminal
law and director of the Institute for International Research on Criminal
Policy (IRCP) at Ghent University, and privacy commissioner at the
Belgian DPA.
Eva Lievens is assistant professor of law and technology at Ghent
University.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatre
décennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart de
siècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,
1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire après
presque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 8. Stay behind
Artikelen / Articles
Retour sur le Stay behind : un quart de siècle de polémique pour quatre
décennies d’activités secrètes
Emmanuel Debruyne
Le Stay behind belge entre histoire et théories du complot : un quart de
siècle d’idées et de littérature sur un réseau secret en Belgique (1990-2015)
Florian Babusiaux
Le SDRA VIII : Structure et missions d’un réseau Stay behind en Belgique,
1949-1991
Maxime Bruggeman
Le Stay behind (Gladio) en Italie: une histoire militaire à relire après
presque trente ans de scandale politique et médiatique
Maria Gabriella Pasqualini
A propos des armées secrètes de l’OTAN
Gérald Arboit
La Drôle de Guerre des Stay behind en Belgique (1939-1940)
Etienne Verhoeyen
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Geweld door politie bij interventie en detentie
Hoewel België geen probleemland is met betrekking tot onwettig politioneel geweldgebruik,
doen er zich toch ook incidenten voor tijdens politionele interventies. Legitiem
geweldgebruik is aan strikte voorwaarden onderworpen. Zowel de preventie als
sanctionering van politioneel geweldsgebruik worden kritisch bestudeerd in relatie tot de
nationale en internationale regelgeving, met eveneens aandacht voor de rol van externe,
onafhankelijke controleorganen.
Met de CPS Scriptieprijs bekroont het Centrum voor Politiestudies jaarlijks het beste
Nederlandstalige eindwerk, dat een kritische en vernieuwende blik werpt op een
onderwerp aangaande politie en samenleving.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Straffen. Een penologisch perspectief
Penologie is de leer van het straffen. De bestraffing heeft echter vele gezichten, en
straffen als de doodstraf en de gevangenisstraf spreken nog altijd heel sterk tot de
verbeelding.
Waarom straft een samenleving? Wie zit er in de gevangenis? Hoe en door wie
worden de straffen uitgevoerd? Welke gevolgen heeft een gevangenisstraf voor de
gedetineerde? Wat betekent het om in de gevangenis te werken? Hoe en door wie
wordt er beslist wanneer iemand kan vrij komen? En hoe zit het nu weer met dat
elektronisch toezicht?
Deze en nog veel andere vragen komen aan bod in dit boek, dat voortbouwt op een
jarenlange wetenschappelijke interesse van de editors in verschillende aspecten
van het straffen. Het bundelt een aantal recente en klassieke wetenschappelijke
inzichten over de gevangenisstraf, de internering, de doodstraf, de straffen
in de gemeenschap en vreemdelingendetentie, en analyseert de belangrijkste
beleidsevoluties op een kritische wijze. De focus ligt op België, maar er is ook veel
aandacht voor het internationale perspectief.
De visies van beleidsactoren, penale beslissers en uitvoerders van de straf en van de
justitiabelen die onderworpen worden aan straf komen aan bod. Organisatorische
en culturele aspecten van de strafuitvoeringsinstituten, zoals de gevangenis en de
justitiehuizen, worden vanuit juridische, sociologische en psychologische hoek
behandeld.
Kristel Beyens en Sonja Snacken doceren reeds vele jaren penologie en penitentiair recht aan de Vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel. Binnen de onderzoeksgroep Crime & Society (CRiS) coördineren ze het onderzoek naar bestraffing, vanuit een mensenrechtelijk, sociologisch en criminologisch perspectief.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Death in State Custody
What is expected of State authorities with regard to the obligation to
safeguard the life of detainees? What obligations do State authorities have
in relation to the investigation into deaths that occur during deprivation of
liberty by the State?
This book addresses these questions regarding death in State custody in view
of the European Convention on Human Rights, in particular the right to life,
the prohibition of torture and the right to respect for private life (including the
right to self-determination). It also provides an analysis of whether the Dutch
legal framework contains safeguards to meet the requirements that follow
from the European Convention on Human Rights.
Matters that are discussed in detail are the obligation to provide healthcare to
detainees and to take protective measures to safeguard the life of detainees.
The ethical issues regarding end of life decisions of detainees, like refusal of
medical treatment, hunger and/or thirst strike, suicide and euthanasia, and
the conflicts that may arise in this regard considering the obligations of State
authorities are addressed.
This book is a must-have for all those who are involved in the (medical) treatment of
detainees and who are confronted with death in State custody.
Eveline Thoonen is a lecturer in law at the Van Hall Larenstein University of Applied Sciences and a researcher at AC Kenniscentrum. She is also a member of the Custody Care Supervisory Committee of the police unit Oost-Brabant.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Rabauwen,vagebonden en lediggangers. Criminele voorouders berecht en bestraft
De geschiedenis van het strafrecht behoort tot de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van de rechtshistorie. Hoe dieper in de geschiedenis wordt afgedaald, des te vreemder en wreder komt de berechting van misdrijven op de moderne mens over. Een meer genuanceerd beeld van het oude strafrecht wordt in dit boek geschetst.
Beschreven wordt hoe er in vroeger tijd werd omgegaan met mannen en vrouwen die het criminele pad waren opgegaan, hoe zij werden berecht, hoe zij werden gestraft. Aan de hand van concrete strafprocessen wordt stilgestaan bij uiteenlopende strafbare feiten, zoals moord, verkrachting, incest, brandstichting en landloperij, en wordt uiteengezet hoe het met de plegers daarvan afliep. Daarbij wordt ook ingegaan op meer algemene onderwerpen uit de geschiedenis van het strafrecht. Hoe werd bijvoorbeeld vroeger een werkzaamheden van de beul?
De beschreven strafprocessen, waarin men kennismaakt met verre voorouders die hebben terechtgestaan, laten het oude strafrecht werkelijk herleven. Dat maakt dit boek tot een waardevolle bron van informatie voor al degenen die zich willen verdiepen in de boeiende geschiedenis van het strafrecht.
Erik-Jan Broers is universitair docent rechtsgeschiedenis aan de Tilburg Law School. Van zijn hand verschenen reeds diverse boeken en artikelen over de geschiedenis van het strafrecht en strafprocesrecht.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Beginselen van samenleven. Handboek ethiek en rechtsfilosofie.
Iedereen heeft het wel eens over vrijheid, gelijkheid, waardigheid
of legitimiteit. Zeker in discussies over politiek, ethiek en recht
zijn dit terugkomende begrippen. Maar wat betekenen ze precies?
En welk gewicht hebben ze in een debat? Aan de hand van actuele
controverses onderscheiden de auteurs de voornaamste inhouden die
deze beginselen krijgen, en lichten ze deze kritisch door.
De lezer maakt kennis met ‘bronnengelijkheid’ in de discussie rond
herverdeling van welvaart, met ‘nationaal medeburgerschap’ in het
dispuut rond multiculturele problemen en met ‘het recht op een open
toekomst’ in het debat over hoe ver ouders hun eigen kinderen mogen
kneden naar hun eigen denkbeelden.
Bovendien reiken de auteurs een techniek aan die toelaat om
zorgvuldig te redeneren met deze beginselen. Ten slotte worden
toepassingen gegeven op rechtsfilosofische vraagstukken. Waar haalt
een overheid bijvoorbeeld het recht om te straffen of om van een
minderheid gehoorzaamheid te vragen?
Dit boek is ideaal voor wie zoekt naar een grondige kennis van allerlei
beginselen die ons politiek, ethisch en juridisch denken beïnvloeden,
maar zelden worden uiteengezet.
Jan Verplaetse (1969) is moraalfilosoof en hoofddocent aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent. Hij is de
auteur van For the sake of argument (2006), Het morele brein (2006),
Het morele instinct (2008) en Zonder vrije wil (2011).
Charles Delmotte (1985) studeerde filosofie en rechten aan
Universiteit Gent. Hij is assistent en doctoraal onderzoeker aan de
Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Gent, en daarnaast
advocaat aan de balie van Kortrijk.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,
de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du Réseau
Hunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder de
loep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligence
strategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaar
Veiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent du
réseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 7.
Artikelen / Articles
The rise and fall of the Benoît network (1940-1943).
Robin Liefferinckx
‘Terreur’ in Antwerpen. De Wollwebergroep Revisited: de Oorlogsjaren,
de Britse Connectie, en de Naoorlogse Periode
Alexander Lindemans
Le déserteur, source de renseignements du Secret Service – Les interrogatoires du Réseau
Hunter aux Pays-Bas de 1916 à 1918
Gwendal Piégais
De a priori- en a posteriori controlemechanismen op de Veiligheid van de Staat onder de
loep genomen
Nathan Burssens
Private intelligence services: their activities and role in public-military intelligence
strategies
Veerle Pashley & Marc Cools
Toespraken / Discours
Speech Minister van Justitie Koen Geens ter gelegenheid van de Jubileumviering “185 jaar
Veiligheid van de Staat”
Koen Geens
Je ne vous ai pas oubliés: Le début de la résistance
Andrée Dumont
«Nous avons vécus dans l’ombre. Restons dans l’ombre». Témoignage d’un agent du
réseau de sabotage «Groupe G»
Jacques Jadoul
Des femmes dans le renseignement belge: un défi permanent
Professionnelles du SGRS, de la Sûreté de l’État, du Comité permanent R et Chloé Aeberhardt
Review
Het belang van het Gedenkboek Inlichtings- en Actie Agenten voor de verzetsgeschiedenis
Els Witte
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Mensenrechten en opsporing, terrorisme en migratie. Update in de criminologie VII (Gandaius Publicaties, VIII)
In dit boek wordt het thema mensenrechten gelinkt aan drie domeinen
in volle evolutie: opsporing, terreurbestrijding en migratie.
De gebundelde bijdragen zijn actuele onderzoeksartikelen, van
de hand van auteurs binnen de vakgroep Criminologie, Strafrecht
en Sociaal Recht van de UGent.
Inzake opsporing worden de nieuwe wet inzake internet- en
informaticarecherche en de herziening van de private opsporing
aan een grondrechtelijke analyse onderworpen. Legitimiteits- en
legaliteitsvragen in de sfeer van terreurbestrijding focussen op
aanzetten tot terrorisme respectievelijk reizen met terroristisch
oogmerk. Inzake migratie volgen een mensenrechtelijke toets
van het Europese asieldetentiebeleid en kritische reflecties
inzake slachtofferschap en het EU-beleid inzake mensensmokkel
en -handel.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Penitentiair tuchtrecht en internationale detentie-standaarden. Naleving in België en Frankrijk (IRCP-series, vol. 54)
Tienduizenden personen werden reeds overgeleverd tussen EU-lidstaten op basis van instrumenten zoals het Europees arrestatiebevel. Telkens wordt een persoon geconfronteerd met detentiecondities in een andere lidstaat en een andere detentiecultuur. Dit hoeft, volgens de EU-lidstaten, geen probleem te zijn: aangenomen wordt dat de detentiecondities in alle lidstaten gelijkwaardig zijn. In toenemende mate blijkt echter dat de overlevering kan leiden tot schendingen van fundamentele rechten en de opsluiting in veilige, humane noch resocialiseringsgerichte omstandigheden. In dit onderzoek wordt dieper ingegaan op detentiecondities in EU-lidstaten. Één aspect van de detentie wordt er specifiek uitgelicht – het tuchtrecht – gezien de impact die het tuchtrecht kan hebben op de leefomstandigheden in de gevangenis (denk bv. aan de opsluiting in een strafcel, het verlengen van de detentieduur of het beperken van het familiebezoek). Er wordt in de diepte bestudeerd of het tuchtregime verloopt conform de internationale detentiestandaarden. In het boek wordt elke internationale detentiestandaard m.b.t. het tuchtrecht tegen het licht gehouden en wordt onderzocht of in de wetgeving en in de praktijk deze standaarden worden nageleefd. Nadien wordt bekeken welke juridische gevolgen de niet-naleving van deze internationale standaarden heeft op de samenwerking tussen lidstaten.
Vincent Eechaudt is doctor in de rechten en momenteel werkzaam als doctor-assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy, Universiteit Gent. Zijn onderzoek heeft betrekking op de detentiecondities in Europa en daarbuiten, de werking van toezichtinstanties en samenwerking in strafzaken tussen landen. Vincent Eechaudt is tevens gastdocent strafrecht en penologie en lid van de Commissie van Toezicht verbonden aan de gevangenis van Gent.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Rechtspersonen – 5de, herziene uitgave (Praktijkreeks IPR, deel 9)
In dit boek wordt aandacht besteed aan de behandeling van rechtspersonen (met inbegrip van personenvennootschappen) in het Nederlandse IPR. Centraal staat de vraag welk recht van toepassing is op geschillen met betrekking tot buitenlandse rechtspersonen. Ook wordt ingegaan op de kwestie of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om van dergelijke geschillen kennis te nemen. Ten aanzien van de internationale bevoegdheid komt uitgebreid de (herschikte) EEX-Verordening aan de orde, maar wordt ook ingegaan op het commune internationale bevoegdheidsrecht, zoals neergelegd in art. 1-14 Rv. Voor het bepalen van het toepasselijke recht op rechtspersonen wordt uitvoerig aandacht geschonken aan art. 117-124 van Boek 10 BW, waarin de gelding van het incorporatiestelsel voor het Nederlandse IPR is neergelegd, en worden de conflictregels besproken voor de verschillende onderwerpen van rechtspersonenrecht (zoals oprichting, interne structuur, aandelenoverdracht, ontbinding en vereffening). Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de conflictregels van de Verordeningen Rome I en Rome II. De behandeling van buitenlandse rechtspersonen wordt beïnvloed door de vestigingsvrijheid van art. 49 en 54 VWEU en door de uitleg die het HvJ EU daaraan heeft gegeven. Het toepassingsgebied van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, waarin de wetgever een regeling heeft getroffen voor pseudo buitenlandse vennootschappen, is door deze rechtspraak ingeperkt.
Het onderhavige boek tracht door een geïntegreerde behandeling van procesrechtelijke en materieelrechtelijke vragen van IPR op het terrein van rechtspersonen een gids voor de praktijk te zijn.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.
Mutual admissibility of evidence in criminal matters in the EU. A study of telephone tapping and house search. (IRCP-series, vol. 53)
Any effort to gather evidence may prove pointless without ensuring its admissibility. Nevertheless, the EU, while developing instruments for smooth gathering of evidence in criminal matters, is not taking much effort to enhance its admissibility. Due to the lack of common rules in this matter, gathering and use of evidence in the EU cross-border context is still governed by the domestic law of the member states concerned. This may lead to situations where, given the differences between legal systems across the EU, evidence collected in one member state will not be admissible in other member states. Due to the fact that the Lisbon Treaty opened the possibility to adopt minimum rules concerning, among other things, the mutual admissibility of evidence, this research investigates the concept of minimum standards designed to enhance mutual admissibility of evidence in the EU. Through a study of two investigative measures, telephone tapping and house search, the author examines whether coming to various common minimum standards is feasible and whether compliance with these standards would finally shape the as yet nonexistent concept of the free movement and mutual recognition of evidence in criminal matters in the EU.
Essential reading for both national and EU policy makers, scholars and practitioners involved in cross-border gathering of evidence in the EU.
Dr Martyna Kusak is a doctor of law and post-doctoral researcher at Chair of Criminal Procedure, Adam Mickiewicz University in Poznań (Poland) and in the Institute for International Research on Criminal Policy, Ghent University (Belgium). She holds a double doctoral degree from Adam Mickiewicz University and Ghent University. In the academic year 2015/2016 she was awarded a scholarship by the Adam Mickiewicz Foundation in Poznań. This publication is the result of her research, carried out upon a co-tutelle doctoral programme and within project no. 2014/15/N/HS5/02686 granted by the National Science Center, Poland.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Btw van factuur tot aangifte, 2de herziene uitgave
Dit boek legt op een eenvoudige manier de werking van het btw-stelsel en de voornaamste btw-verplichtingen uit. Centraal staat dan ook de aangifte van de verschuldigde btw en het uitoefenen van het recht op aftrek van de voorbelasting.
Het spildocument van het btw-stelsel is de factuur. Het ‘hart’ van het btw-stelsel wordt gevormd door het systeem van recht op aftrek van de voorbelasting. Recht op aftrek is verbonden aan het begrip opeisbaarheid van de btw. Het recht op aftrek op de inkomende handelingen is verbonden met het verrichten van uitgaande handelingen.
Dit boek is er voor al wie de werking van het btw-stelsel wil begrijpen en concrete btw-vragen heeft die veelal niet in klassieke handboeken aan bod komen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische en actuariële vooropleiding genoten (UGent en VUB). Hij werkt als adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is docent aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij doceert ook aan de Fiscale Hogeschool en is lid van de stagecommissie van het BIBF.
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in
het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor
in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de
Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische
Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep
Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on CriminalPolicy (IRCP).
Smart city en camerabeleid in de stad Genk (IRCP-series, vol. 52)
Vele steden en gemeenten beschouwen camerabewaking en -toezicht vaak als effectieve en efficiënte hulpmiddelen om criminaliteit en overlast tegen te gaan. Deze eendimensionale benadering blijkt uit voorliggend onderzoek echter op de helling te staan. De voortschrijdende digitalisering van onze samenleving waarbij lokale besturen steeds meer gebruik maken van nieuwe technologieën om hun omgeving te beheren en te (be)sturen, biedt opportuniteiten voor cameratoepassingen die voorheen niet mogelijk waren.
In opdracht van de stad Genk werden de bouwstenen van een doordacht en evidence-based camerabeleid in kaart gebracht. Hierbij werd onderzocht wat de impact is van camerabewaking, welke nieuwe technologieën beschikbaar zijn en hoe die zich verhouden tot de privacywetgeving, hoe het camerabeleid in vijftien vergelijkbare steden werd geconcipieerd en wat de opvattingen zijn van de Genkse stakeholders. Uniek aan dit onderzoek is dat het camerabeleid binnen het bredere smart city-verhaal wordt geplaatst waardoor nieuwe inzichten worden gegenereerd.
Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in
het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor
in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is docent aan de
Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on Criminal Policy (IRCP).
Gwen Herkes (1990) behaalde een Master in de Criminologische
Wetenschappen (2012). Zij is academisch assistent aan de Vakgroep
Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit
Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for
International Research on CriminalPolicy (IRCP).
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Potpourri in hoofdlijnen. Aanvulling bij Strafrecht en Strafprocesrecht In Hoofdlijnen. (9e herziene editie)
Het handboek “Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen” van Chris Van den Wyngaert is in de loop der jaren uitgegroeid tot een standaardwerk, dat zowel door studenten als door rechtspractici wordt gebruikt. Door zijn heldere, synthetische formulering en de talrijke voorbeelden is dit een van de meest leesbare boeken uit de rechtsliteratuur.
De zogenaamde Potpourri-wetten hebben recent, in afwachting van volledig nieuwe wetboeken strafrecht en strafprocesrecht, een reeks ingrijpende punctuele hervormingen doorgevoerd die tot snelle efficiëntiewinsten moeten leiden en diepgaande gevolgen zullen hebben in de praktijk. Dit boekje, geschreven door Philip Traest en Steven Vandromme, heeft als doel deze hervormingen beknopt in kaart te brengen en te belichten, in de aanloop naar een volledig nieuwe editie van de Hoofdlijnen in het najaar van 2017.
Philip Traest is buitengewoon hoogleraar in de vakgebieden strafrecht en strafvordering
aan de Universiteit Gent en advocaat.
Steven Vandromme is substituut Procureur des Konings te Antwerpen en
praktijkassistent aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 6. Le Comité permanent R dans sa relation avec le Parlement et certains acteurs du pouvoir exécutif –
Les services de renseignement qui agissent dans un cadre par nature secret peuvent induire une certaine méfiance chez le citoyen. Dans cette période troublée que nous traversons, le grand public se doit d’être informé sur le fonctionnement des services de renseignement belges et le contrôle de ces derniers.
Pierre angulaire du système de contrôle, cet ouvrage cherche à apporter une analyse objective du travail réalisé par Comité R dans sa relation avec les acteurs politiques avant la sixième réforme de l’Etat. Ce livre cherche ainsi, sans prétention, à contribuer au développement de la culture du renseignement en Belgique ou, dans une certaine mesure, à lever le voile sur certains préjugés.
DAVID STANS est docteur en sciences politique et sociale. Il est maître de conferences et collaborateur scientifique dans le pôle sécurité au sein de l’Unité d’études européennes à l’Université de Liège. Son expertise porte sur les matières de sécurité et, plus spécifiquement, sur le domaine du renseignement et de son contrôle. Il est également membre de divers entres d’études.
Latijnse rechtstermen
Constant De Koninck studeerde Rechten en Criminologie aan de Rijksuniversiteit te Gent. Hij is eerste auditeur bij het Rekenhof. De auteur maakt deel uit van een internationaal vertalersteam dat onder leiding van Prof. Mr. J.E. Spruit (Universiteit Utrecht) de integrale vertaling van het Corpus Iuris Civilis in het Nederlands realiseert.
Latijnse rechtstermen
Constant De Koninck studeerde Rechten en Criminologie aan de Rijksuniversiteit te Gent. Hij is eerste auditeur bij het Rekenhof. De auteur maakt deel uit van een internationaal vertalersteam dat onder leiding van Prof. Mr. J.E. Spruit (Universiteit Utrecht) de integrale vertaling van het Corpus Iuris Civilis in het Nederlands realiseert.
Internationaal huispersoneel in België./Le personnel domestique international en Belgique (IRCP-reeks)
Internationaal huispersoneel in België./Le personnel domestique international en Belgique (IRCP-reeks)
Handleiding juridisch schrijven – 2de herwerkte uitgave
cheap abortion clinics in maryland
cheap abortion clinics in md tymejczyk.comDeze handleiding reikt zowel juristen als niet-juristen tips aan voor het opstellen van vlotte, functionele, inhoudelijk correcte en overtuigende juridische teksten. Ze volgt daarbij de chronologische stappen die je als schrijver doorloopt: afbakening van het thema, gegevensverzameling, citeerwijzen, argumenteren en formuleren, eindredactie. Zowel uitvoerige betogen of verhandelingen, als brieven en nota’s komen hierbij aan bod. Praktische voorbeelden illustreren dit alles vanuit diverse invalshoeken: een juridisch adviseur op een ministerie, een jurist van een multinational, een fiscalist, een advocaat, ... maar ook een directiesecretaresse en een gewone burger. Ook bronnen ontbreken niet: een lijst van de belangrijkste tijdschriften per rechtstak, het overzicht van de gegevensbanken voor juridische informatie en de adressen van rechtsfaculteiten en bibliotheken.
Het boek is bestemd voor iedereen die als schrijver - maar ook als lezer - al eens met juridische teksten te maken krijgt.
De auteurs zijn, elk vanuit hun eigen werkterrein, professionele juridische schrijvers.
Boudewijn Bouckaert is gewoon hoogleraar aan de Universiteit van Gent en lid van de Hoge Raad voor de Justitie.
Bart De Moor is advocaat in Brussel. Hij doceert recht aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Vlekho).
Handleiding juridisch schrijven – 2de herwerkte uitgave
cheap abortion clinics in maryland
cheap abortion clinics in md tymejczyk.comDeze handleiding reikt zowel juristen als niet-juristen tips aan voor het opstellen van vlotte, functionele, inhoudelijk correcte en overtuigende juridische teksten. Ze volgt daarbij de chronologische stappen die je als schrijver doorloopt: afbakening van het thema, gegevensverzameling, citeerwijzen, argumenteren en formuleren, eindredactie. Zowel uitvoerige betogen of verhandelingen, als brieven en nota’s komen hierbij aan bod. Praktische voorbeelden illustreren dit alles vanuit diverse invalshoeken: een juridisch adviseur op een ministerie, een jurist van een multinational, een fiscalist, een advocaat, ... maar ook een directiesecretaresse en een gewone burger. Ook bronnen ontbreken niet: een lijst van de belangrijkste tijdschriften per rechtstak, het overzicht van de gegevensbanken voor juridische informatie en de adressen van rechtsfaculteiten en bibliotheken.
Het boek is bestemd voor iedereen die als schrijver - maar ook als lezer - al eens met juridische teksten te maken krijgt.
De auteurs zijn, elk vanuit hun eigen werkterrein, professionele juridische schrijvers.
Boudewijn Bouckaert is gewoon hoogleraar aan de Universiteit van Gent en lid van de Hoge Raad voor de Justitie.
Bart De Moor is advocaat in Brussel. Hij doceert recht aan de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst (Vlekho).
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel
een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur
van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.
Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de
Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en
adviseur bij de FOD Financiën.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Werk in onroerende staat – 2de herziene uitgave(Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 16)
Naast de plaats van de handeling dient ook bepaald te worden wie de schuldenaar van de btw is. Voor werk in onroerende staat bestaat er in België een verplicht systeem van verlegging van de heffing (art. 20 van KB nr. 1: btw te voldoen door de medecontractant). Daarnaast zijn er een aantal andere bepalingen die de schuldenaar van de btw bepalen en de voldoening van de btw regelen. De administratie voorziet bij het factureren van werk in onroerende staat bovendien in een aantal toleranties.
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent. Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd.
Deze tweede, herziene uitgave gaat op al deze aspecten in, en bevat als tweede deel
een uitgebreide analyse inzake inkomstenbelastingen.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur
van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.
Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de
Universiteit Gent waar hij de ‘Grondige studie btw’ doceert.
Wim Van Kerchove is licentiaat in de Handels- en Financiële wetenschappen en
adviseur bij de FOD Financiën.
Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin
Van Damme, who personally developed an internet
application for randomized scenario studies that can be
used to test ideas developed in theories of crime causation.
This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven
Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master
dissertation, namely a study on the empirical status of
situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven
Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking
can be seen as a perception-choice process, i.e. the
result of person-environment interactions. Environmental
characteristics trigger criminal decision-making, but only in
individuals that see crime as an alternative. The theoretical
and methodological consequences for criminological inquiries
are discussed.
Perceiving crime as alternative? A randomized scenario study (Gandaius meesterlijk, nr. 5)
This book is an elaboration of a dissertation written by Benjamin
Van Damme, who personally developed an internet
application for randomized scenario studies that can be
used to test ideas developed in theories of crime causation.
This dissertation is part of a larger research initiative of Lieven
Pauwels, who supervised Benjamin Van Damme’s master
dissertation, namely a study on the empirical status of
situational action theory. Benjamin Van Damme and Lieven
Pauwels empirically demonstrate that criminal decisionmaking
can be seen as a perception-choice process, i.e. the
result of person-environment interactions. Environmental
characteristics trigger criminal decision-making, but only in
individuals that see crime as an alternative. The theoretical
and methodological consequences for criminological inquiries
are discussed.
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Cahiers Inlichtingenstudies – BISC nr 5.
Artikelen / Articles
‘La main sinistre’. Police secrète allemande et taupes belges. 1914-1918
Emmanuel Debruyne & Élise Rezsöhazy
Malaises et suspicions: les services secrets et la création du 5th Belgian SAS Squadron
Karim Jouari
Spatio-temporal dynamics of terrorism: the case of France
Rachid Kerkab
About the Global Futures Forum
Renaat Vandecasteele
BLAO-BOX: un bureau de renseignements tripartite à Bruxelles(anglo-franco-belge) dans l’entre-deux-guerres
Etienne Verhoeyen
Een Antwerpse cocktail. De dienst Bijzondere Opdrachten van de stedelijkepolitie (1937-1940): een ‘politieke politie’ van burgemeester Huysmans?
Etienne Verhoeyen
Big data en rechtshandhaving; hype of hoop?
René L.N. Westra & Gerard J.C.M. Bakker
Toespraken / Discours
Toespraak van Minister van Justitie Koen Geens op de BISC Studiedag ‘Building Belgium’s cyber intelligence knowledge capacity’ Toespraak (2 december 2014 – NL/FR)
Toespraak van de voorzitter van het Vast Comité I Guy Rapaille over de‘Belgian Intelligence Academy’ (BIA), Brussel, 23 januari 2015
Review
The Gatekeepers
Jelle Janssens
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.
Schadebeperkende maatregelen voor de stad Gent. Een onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten (Gandaius Meesterlijk, nr. 4)
Harm reduction of schadebeperking is een pragmatische benadering gericht op het reduceren van de schadelijke gevolgen van problematisch druggebruik. Harm reduction-strategieën zoals spuitenruil, substitutiebehandeling, gebruiksruimtes en medisch gecontroleerde heroïneverstrekking vormen een belangrijke pijler binnen een geïntegreerd (lokaal) drugsbeleid. Het is van groot belang dat deze harm reduction-strategieën zijn toegesneden op de specifieke lokale noden.
Op vraag van de Stad Gent voerden IRCP en ISD een empirisch onderzoek naar de lokale noden en prioriteiten op het vlak van harm reduction in de stad Gent. Dit onderzoek bestond uit twee opeenvolgende luiken, kwalitatief en kwantitatief van aard. De inbreng van professionelen en (ex-)druggebruikers stond hierbij centraal.
De resultaten tonen dat het bestaande aanbod in Gent tegemoet komt aan de lokale noden, al is hier duidelijk nog ruimte voor de optimalisatie van bestaande en de implementatie van nieuwe initiatieven. Vijf prioriteiten staan hierbij centraal: het optimaliseren van harm reduction-initiatieven voor de gevangenis, meer mogelijkheden voor zinvolle daginvulling, meer betaalbare huisvesting voor problematische druggebruikers, de implementatie van een laagdrempelig inloopcentrum en van een gebruiksruimte. Voor elk van deze prioriteiten zijn concrete actiepunten geformuleerd, specifiek voor de lokale Gentse context.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.
Nu het gouden kalf verdronken is. Van hebzucht naar altruïsme als hoeksteen voor een Nieuwe Monetaire Wereldorde
"It is well enough that people of the nation do not understand
our banking and monetary system, for if they did, I believe there
would be a revolution before tomorrow morning."
— Henry Ford (1863-1947)
Al ruim dertig jaar bepaalt het neoliberale gedachtegoed wereldwijd de sociaaleconomische ordening. Tal van sociale correctiemechanismen die in de loop van de vorige eeuw moeizaam waren bereikt om de blinde toepassing van de vrije marktmechanismen toch enigszins te temperen, gingen daarbij op de schop.
Het proces van almaar toenemende liberalisering van de wereldeconomie heeft geleid tot nefaste gevolgen voor de mensheid en onze planeet. Staten, ondernemingen en particulieren blijven hun toevlucht zoeken in systemen van schuldfinanciering, gebaseerd op de neoliberale mythe dat problemen niet aangepakt dienen te worden. ‘De onzichtbare hand die de vrije marktwerking aanstuurt, zal ze immers ooit wel vanzelf oplossen’.
Het is stilaan overduidelijk dat het neoliberale gedachtegoed heeft gefaald en bovenal vorm heeft gegeven aan een manifest onrechtvaardige wereld. Toch blijven tal van landen en supranationale organisaties, zoals het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie, zonder noemenswaardig debat het pad van het neoliberalisme volgen.
Waarom blijft de wereldeconomie, zelfs na de zware financiële crisis van 2008, overgeleverd aan de neoliberale waanzin? En wat is een mogelijk alternatief?
Koen Byttebier is advocaat en gewoon hoogleraar monetair en financieel recht, alsook handels-, vennootschaps- en insolventierecht aan de Vrije Universiteit Brussel. Voor Byttebier is het welletjes geweest met het huidige financiële systeem. Als resultaat van twee decennia denkwerk en onderwijs, komt hij tot de conclusie dat het tijd is voor een daadwerkelijke maatschappelijke verandering, gesteund op een resoluut altruïsme als alternatief voor de heersende waarden van hebzucht en egoïsme.
Nooit eerder kwam een oproep tot radicale hervorming van ons geldwezen uit deze onverwachte juridische hoek.







