Bouletten. Eenvoudige gastronomie
Dit boek gaat over ballen, gehaktballen. Bouletten voor de liefhebbers. Een gerecht dat de culturen overstijgt.
De oorsprong van de boulet in België, Nederland en Duitsland moet gezocht worden bij de frikadel: een ronde, compacte, gekruide gehaktbal.
In de meeste streken van België bedoelt men met frikadel inderdaad een gehaktbal, hoewel de meesten boulet zeggen. In Nederland is de frikadel of gehaktbal niet erg bekend. De frikadel, dus zonder “n”, is ouder en van oudsher een soort gehaktbal, maar werd vaak ook plat gedrukt tot een soort hamburger.
De frikadel wordt vooral in België, Duitsland, Zweden en Denemarken gegeten.In België worden gehaktballen meestal geserveerd met tomatensaus. Ballekes in tomatensaus is een zeer populair gerecht.
Gehaktballen zijn overal ter wereld populair, want ze zitten vol smaak, zijn makkelijk te eten en combineren goed met ander eten. Ze hebben uiteenlopende namen, o.a.:
l Kofta (Balkan, Levant, Zuid-Azië)
l Soutzoukakia (Griekenland)
l Albondigas (Spanje, Spaanstalige landen)
l Faggots (Engeland)
l Polpette (Italië)
l Frikadeller (Denemarken)
l Köttbullar (Zweden)
l Königsberger Klopse, Fleischklößchen, Hackbällchen,
Frikadelle (Duitsland)
l Pulpety (Polen)
l …
Dit boek gaat over bouletten als eenvoudig maar heerlijk culinair fenomeen.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig, maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Elke les leert hij bij, maar zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Koksscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samenbrengt.
Bouletten. Eenvoudige gastronomie
Dit boek gaat over ballen, gehaktballen. Bouletten voor de liefhebbers. Een gerecht dat de culturen overstijgt.
De oorsprong van de boulet in België, Nederland en Duitsland moet gezocht worden bij de frikadel: een ronde, compacte, gekruide gehaktbal.
In de meeste streken van België bedoelt men met frikadel inderdaad een gehaktbal, hoewel de meesten boulet zeggen. In Nederland is de frikadel of gehaktbal niet erg bekend. De frikadel, dus zonder “n”, is ouder en van oudsher een soort gehaktbal, maar werd vaak ook plat gedrukt tot een soort hamburger.
De frikadel wordt vooral in België, Duitsland, Zweden en Denemarken gegeten.In België worden gehaktballen meestal geserveerd met tomatensaus. Ballekes in tomatensaus is een zeer populair gerecht.
Gehaktballen zijn overal ter wereld populair, want ze zitten vol smaak, zijn makkelijk te eten en combineren goed met ander eten. Ze hebben uiteenlopende namen, o.a.:
l Kofta (Balkan, Levant, Zuid-Azië)
l Soutzoukakia (Griekenland)
l Albondigas (Spanje, Spaanstalige landen)
l Faggots (Engeland)
l Polpette (Italië)
l Frikadeller (Denemarken)
l Köttbullar (Zweden)
l Königsberger Klopse, Fleischklößchen, Hackbällchen,
Frikadelle (Duitsland)
l Pulpety (Polen)
l …
Dit boek gaat over bouletten als eenvoudig maar heerlijk culinair fenomeen.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig, maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Elke les leert hij bij, maar zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Koksscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samenbrengt.
Btw in de economie
Btw in de economie
Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie
In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.
In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.
Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.
Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.
Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.
Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.
Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie
In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.
In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.
Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.
Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.
Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.
Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.
Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Biefstuk
Biefstuk, ook wel steak genoemd, is een benaming voor mals spiervlees van een rund. Er zijn verschillende soorten biefstuk die van verschillende delen van het rund gesneden worden. De biefstuk met frieten en salade is een typisch restaurantgerecht dat erg populair is.
De benaming biefstuk is afkomstig van het Engelse beefsteak. Beef betekent rundvlees en steak slaat op een bepaalde manier van snijden. Want snijden en versnijden is belangrijk! De biefstuk wordt gebraden of gegrild. Beroemde biefstukgerechten zijn de Tournedos Rossini en Chateaubriand. De ossenhaas of de entrecote kennen de meeste mensen wel. Maar er zijn zoveel meer lekkere stukjes zoals de bavette, de kraai, de jodenhaas of de picanha. Kent u die?
Biefstuk bakken is geen ’rocket science’. Maar toch is de ene amateurkok er beter in dan de andere. Details maken het verschil. En dat proef je! En in dit boek vertellen we u ook waar de verschillende delen die versneden worden in het rund zitten en welke runderrassen bekend staan om hun uitstekende steaks. Bent u klaar voor de barbecue?
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Eengepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Biefstuk
Biefstuk, ook wel steak genoemd, is een benaming voor mals spiervlees van een rund. Er zijn verschillende soorten biefstuk die van verschillende delen van het rund gesneden worden. De biefstuk met frieten en salade is een typisch restaurantgerecht dat erg populair is.
De benaming biefstuk is afkomstig van het Engelse beefsteak. Beef betekent rundvlees en steak slaat op een bepaalde manier van snijden. Want snijden en versnijden is belangrijk! De biefstuk wordt gebraden of gegrild. Beroemde biefstukgerechten zijn de Tournedos Rossini en Chateaubriand. De ossenhaas of de entrecote kennen de meeste mensen wel. Maar er zijn zoveel meer lekkere stukjes zoals de bavette, de kraai, de jodenhaas of de picanha. Kent u die?
Biefstuk bakken is geen ’rocket science’. Maar toch is de ene amateurkok er beter in dan de andere. Details maken het verschil. En dat proef je! En in dit boek vertellen we u ook waar de verschillende delen die versneden worden in het rund zitten en welke runderrassen bekend staan om hun uitstekende steaks. Bent u klaar voor de barbecue?
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Eengepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Algemeen strafrecht – een overzicht editie – 8ste herziene uitgave
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek.
Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip “strafrecht”, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden, gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 223 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Bij het schrijven van deze uitgave is het Strafwetboek van 1867 nog volledig in werking, maar werd reeds een nieuw Strafwetboek goedgekeurd, dat evenwel nog niet van kracht is. Als datum van inwerkingtreding van de twee wetten van 29 februari 2024 tot invoering van boek I en boek II van het Strafwetboek werd 8 april 2026 vooropgesteld.
Hoewel de focus in deze uitgave nog voornamelijk ligt op het Strafwetboek van 1867, dat in 2025 nog steeds van toepassing is en ook nog heel wat jaren na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zal toegepast worden op strafbare gedragingen die gesteld worden onder het oude strafrecht, worden de wijzigingen die in het nieuwe Strafwetboek in het vooruitzicht worden gesteld ook besproken en gevisualiseerd middels een verticale lijn naast de beschreven nieuwe regelgeving.
Kathleen Duerinckx is docent Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Algemeen strafrecht – een overzicht editie – 8ste herziene uitgave
Dit leerboek bevat de basisbeginselen van het algemeen strafrecht. Het is bedoeld voor alle opleidingen waar een basiskennis van het Belgisch strafrecht wordt aangeleerd. Daardoor is het uitermate geschikt voor de opleidingen rechtspraktijk, maar ook onder meer sociale agogiek, veiligheidsopleidingen en in de politieopleidingen.
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek.
Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip “strafrecht”, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden, gronden van niet-toerekeningsvatbaarheid en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 223 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Bij het schrijven van deze uitgave is het Strafwetboek van 1867 nog volledig in werking, maar werd reeds een nieuw Strafwetboek goedgekeurd, dat evenwel nog niet van kracht is. Als datum van inwerkingtreding van de twee wetten van 29 februari 2024 tot invoering van boek I en boek II van het Strafwetboek werd 8 april 2026 vooropgesteld.
Hoewel de focus in deze uitgave nog voornamelijk ligt op het Strafwetboek van 1867, dat in 2025 nog steeds van toepassing is en ook nog heel wat jaren na de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zal toegepast worden op strafbare gedragingen die gesteld worden onder het oude strafrecht, worden de wijzigingen die in het nieuwe Strafwetboek in het vooruitzicht worden gesteld ook besproken en gevisualiseerd middels een verticale lijn naast de beschreven nieuwe regelgeving.
Kathleen Duerinckx is docent Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Vergelijkend onderzoek naar de oprichting, structuur en werking van de centrale banken van de Europese Unie, Engeland, Japan, de Verenigde Staten en Zwitserland
Sinds de economisch-financiële crisis van 2008-2009 is de rol van de grote centrale banken in de economie veel belangrijker geworden. Door ultralage tot negatieve rentevoeten toe te passen en hun balans te gebruiken als instrument van monetair beleid, hebben ze niet alleen nieuwe monetaire krijtlijnen getrokken, maar tevens brede maatschappelijke ontwikkelingen bevorderd zoals groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid en de financialisering van de economie. Tegelijkertijd heeft de tot midden 2022 sterk expansieve monetaire politiek niet geleid tot de bedoelde macro-economische resultaten, bijvoorbeeld inzake prijsstabiliteit.
Over de activiteiten van de grote centrale banken wordt veel gepubliceerd. Maar dit zijn voor het overgrote deel geschriften die zich richten op deelaspecten van de werking van centrale banken, vaak met een econometrische inslag. Meer veralgemenende boekwerken die een gestructureerd overzicht geven van het ontstaan en de werking van de grote centrale banken, zijn zeldzaam. Dit boek wil die lacune helpen opvullen. Vertrekkend van een kort historisch overzicht, schetst het de internationale monetaire scène en gaat het na hoe centrale banken zijn kunnen uitgroeien tot de bepalende instellingen die ze vandaag zijn. Voor de ECB, de Bank of England, de Bank of Japan, de Fed en de Swiss National Bank worden oprichting, structuur en werking onderzocht. Nadien volgen synthese, een kritische analyse en besluiten.
Mark Scholliers (°1951) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen (UGent). Dit boek is de geactualiseerde versie (april 2025) van het doctorale proefschrift dat hij over dit onderwerp schreef. Na een gemengde loopbaan in de private sector en als partner in een bedrijf dat zich toelegde op macro-economisch onderzoek, publiceerde hij artikelen en boeken over centrale banken, beleggen en de pensioensproblematiek (partime samen met prof. Herman Matthijs en prof. em. Jef Vuchelen). In zijn vrije tijd schrijft hij financiële thrillers.
Vergelijkend onderzoek naar de oprichting, structuur en werking van de centrale banken van de Europese Unie, Engeland, Japan, de Verenigde Staten en Zwitserland
Sinds de economisch-financiële crisis van 2008-2009 is de rol van de grote centrale banken in de economie veel belangrijker geworden. Door ultralage tot negatieve rentevoeten toe te passen en hun balans te gebruiken als instrument van monetair beleid, hebben ze niet alleen nieuwe monetaire krijtlijnen getrokken, maar tevens brede maatschappelijke ontwikkelingen bevorderd zoals groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid en de financialisering van de economie. Tegelijkertijd heeft de tot midden 2022 sterk expansieve monetaire politiek niet geleid tot de bedoelde macro-economische resultaten, bijvoorbeeld inzake prijsstabiliteit.
Over de activiteiten van de grote centrale banken wordt veel gepubliceerd. Maar dit zijn voor het overgrote deel geschriften die zich richten op deelaspecten van de werking van centrale banken, vaak met een econometrische inslag. Meer veralgemenende boekwerken die een gestructureerd overzicht geven van het ontstaan en de werking van de grote centrale banken, zijn zeldzaam. Dit boek wil die lacune helpen opvullen. Vertrekkend van een kort historisch overzicht, schetst het de internationale monetaire scène en gaat het na hoe centrale banken zijn kunnen uitgroeien tot de bepalende instellingen die ze vandaag zijn. Voor de ECB, de Bank of England, de Bank of Japan, de Fed en de Swiss National Bank worden oprichting, structuur en werking onderzocht. Nadien volgen synthese, een kritische analyse en besluiten.
Mark Scholliers (°1951) is doctor in de toegepaste economische wetenschappen (UGent). Dit boek is de geactualiseerde versie (april 2025) van het doctorale proefschrift dat hij over dit onderwerp schreef. Na een gemengde loopbaan in de private sector en als partner in een bedrijf dat zich toelegde op macro-economisch onderzoek, publiceerde hij artikelen en boeken over centrale banken, beleggen en de pensioensproblematiek (partime samen met prof. Herman Matthijs en prof. em. Jef Vuchelen). In zijn vrije tijd schrijft hij financiële thrillers.
Statistische managementtechnieken. Oefeningen en oplossingen – Tweede, herziene uitgave.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, USA, State approved ,1994), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS), gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL-instituut) en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamen-commissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Statistische managementtechnieken. Oefeningen en oplossingen – Tweede, herziene uitgave.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, USA, State approved ,1994), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS), gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL-instituut) en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamen-commissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.


Burgerlijk Wetboek. 27e, herziene uitgave (Volledig bijgewerkt tot 15 april 2025)
Burgerlijk Wetboek. 27e, herziene uitgave (Volledig bijgewerkt tot 15 april 2025)
Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11
José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11
José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10
José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10
José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.




Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave
Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?
Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave
Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?
Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).



International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands
This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.
International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands
This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.
Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)
In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.
De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.
Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.
Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).
Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.
L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.
L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.
Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).
Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)
In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.
De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.
Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.
Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).
Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.
L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.
L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.
Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).



