Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Burgerlijk Wetboek. 27e, herziene uitgave (Volledig bijgewerkt tot 15 april 2025)

 37,50
Het Burgerlijk Wetboek is opnieuw zeer grondig gewijzigd. Meerdere boeken van het Nieuw BW zijn intussen in werking getreden, terwijl grote stukken van het Oud BW nog steeds van toepassing zijn en zelfs op vele plaatsen vernieuwd en aangevuld werden. Het Oud en Nieuw BW lopen dus door elkaar en vragen om een overzichtelijke, actuele uitgave, met duidelijke en gedetailleerde trefwoorden. De Wet van 13 april 2019, gewijzigd door de Wet van 28 april 2022, introduceerde een nieuw Burgerlijk Wetboek, bestaande uit de volgende boeken: Boek 1 – Algemene bepalingen; Boek 2 – Personen, familie en relatievermogensrecht; Boek 3 – Goederen; Boek 4 – Nalatenschappen, schenkingen en testamenten; Boek 5 – Verbintenissen; Boek 6 – Buitencontractuele aansprakelijkheid; Boek 7 – Bijzondere overeenkomsten; Boek 8 – Bewijs; Boek 9 – Zekerheden; Boek 10 – Verjaring. Dit nieuw BW wordt stapsgewijs ingevoerd. Eerst trad boek 8 in werking op 1 november 2020, daarna boek 3 op 1 september 2021. Boek 2, voorlopig beperkt tot het huwelijksvermogensrecht, en boek 4 traden in werking op 1 juli 2022. Boek 1 en boek 5 werden van kracht op 1 januari 2023. Boek 6 trad in werking op 1 januari 2025. De andere boeken – en ontbrekende stukken van boeken – treden later in werking. Sedert 1 november 2020 draagt het Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804 dan weer het opschrift “Oud Burgerlijk Wetboek”. Dit oud BW, dat nog steeds van toepassing is, bestaat vandaag nog uit twee uitgebreide boeken, die eveneens grondig gewijzigd en gemoderniseerd werden: Boek I – Personen; Boek III – Op welke wijze eigendom verkregen wordt. Het oude boek II (Goederen en verschillende beperkingen van eigendom) werd vervangen door boek 3 “Goederen” van het (Nieuw) BW. In het nog geldende boek III werden de oude titels I (Erfenissen), II (Schenkingen onder de levenden en testamenten), IIbis (Erfovereenkomsten) en V (Huwelijksvermogensstelsels) vervangen door boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het (Nieuw) BW. Titel III (Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen) werd dan weer vervangen door boek 5 “Verbintenissen” van het nieuw BW. Titel IV (Verbintenissen buiten overeenkomst) en Titel IVbis (Vergoeding van schade door abnormalen veroorzaakt) zijn opgeheven door de Wet houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het BW vanaf 1 januari 2025. Deze uitgave bevat de integrale, actuele tekst van het Nieuw en Oud Burgerlijk Wetboek zoals van toepassing op 15 april 2025. Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister van zowel het Nieuw als het Oud Burgerlijk Wetboek maakt u snel wegwijs. Zo beschikt u als lezer over een zeer compleet, overzichtelijk, up-to-date en gebruiksvriendelijk referentiewerk.
Quick View

Burgerlijk Wetboek. 27e, herziene uitgave (Volledig bijgewerkt tot 15 april 2025)

 37,50
Het Burgerlijk Wetboek is opnieuw zeer grondig gewijzigd. Meerdere boeken van het Nieuw BW zijn intussen in werking getreden, terwijl grote stukken van het Oud BW nog steeds van toepassing zijn en zelfs op vele plaatsen vernieuwd en aangevuld werden. Het Oud en Nieuw BW lopen dus door elkaar en vragen om een overzichtelijke, actuele uitgave, met duidelijke en gedetailleerde trefwoorden. De Wet van 13 april 2019, gewijzigd door de Wet van 28 april 2022, introduceerde een nieuw Burgerlijk Wetboek, bestaande uit de volgende boeken: Boek 1 – Algemene bepalingen; Boek 2 – Personen, familie en relatievermogensrecht; Boek 3 – Goederen; Boek 4 – Nalatenschappen, schenkingen en testamenten; Boek 5 – Verbintenissen; Boek 6 – Buitencontractuele aansprakelijkheid; Boek 7 – Bijzondere overeenkomsten; Boek 8 – Bewijs; Boek 9 – Zekerheden; Boek 10 – Verjaring. Dit nieuw BW wordt stapsgewijs ingevoerd. Eerst trad boek 8 in werking op 1 november 2020, daarna boek 3 op 1 september 2021. Boek 2, voorlopig beperkt tot het huwelijksvermogensrecht, en boek 4 traden in werking op 1 juli 2022. Boek 1 en boek 5 werden van kracht op 1 januari 2023. Boek 6 trad in werking op 1 januari 2025. De andere boeken – en ontbrekende stukken van boeken – treden later in werking. Sedert 1 november 2020 draagt het Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804 dan weer het opschrift “Oud Burgerlijk Wetboek”. Dit oud BW, dat nog steeds van toepassing is, bestaat vandaag nog uit twee uitgebreide boeken, die eveneens grondig gewijzigd en gemoderniseerd werden: Boek I – Personen; Boek III – Op welke wijze eigendom verkregen wordt. Het oude boek II (Goederen en verschillende beperkingen van eigendom) werd vervangen door boek 3 “Goederen” van het (Nieuw) BW. In het nog geldende boek III werden de oude titels I (Erfenissen), II (Schenkingen onder de levenden en testamenten), IIbis (Erfovereenkomsten) en V (Huwelijksvermogensstelsels) vervangen door boek 2, titel 3, “Relatievermogensrecht” en boek 4 “Nalatenschappen, schenkingen en testamenten” van het (Nieuw) BW. Titel III (Contracten of verbintenissen uit overeenkomst in het algemeen) werd dan weer vervangen door boek 5 “Verbintenissen” van het nieuw BW. Titel IV (Verbintenissen buiten overeenkomst) en Titel IVbis (Vergoeding van schade door abnormalen veroorzaakt) zijn opgeheven door de Wet houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het BW vanaf 1 januari 2025. Deze uitgave bevat de integrale, actuele tekst van het Nieuw en Oud Burgerlijk Wetboek zoals van toepassing op 15 april 2025. Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister van zowel het Nieuw als het Oud Burgerlijk Wetboek maakt u snel wegwijs. Zo beschikt u als lezer over een zeer compleet, overzichtelijk, up-to-date en gebruiksvriendelijk referentiewerk.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11

 39,00

José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.



Quick View

Resoluciones de los Congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926 | 2024) – RIDP libri 11

 39,00

José Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP y Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España). Miren Odriozola Gurrutxaga es miembro del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10

 39,00

José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).

Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).

Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.



Geen voorraad
Quick View

Résolutions des Congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) – RIDP libri 10

 39,00

José Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP et Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU).

Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).

Miren Odriozola Gurrutxaga est membre du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave

 39,00

Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.

Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?

Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.

Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).



Quick View

Werkelijk gebruik versus algemeen verhoudingsgetal. 4de herziene uitgave

 39,00

Gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen moeten slechts voor een gedeelte van hun handelingen btw aanrekenen. Correlatief is hun recht op aftrek dan ook maar gedeeltelijk. In dit boek bespreken we de aftreksystemen voor gemengde en gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.

Hoe werkt de regel van het werkelijk gebruik? Hoe berekent men het algemeen verhoudingsgetal? Dit gebeurt aan de hand van talrijke praktijkvoobeelden en effectieve rekenvoorbeelden. Wanneer is het werkelijk gebruik voordeliger dan het algemeen verhoudingsgetal?

Er gelden nieuwe procedures bij de toepassing van de aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik maar ook voor de aftrek volgens de regel van het algemeen verhoudingsgetal. Dit boek vormt dan ook dé praktische gids voor het berekenen van het recht op aftrek van vzw’s, openbare besturen en andere gemengde of gedeeltelijke btw-belastingplichtigen.

Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands

 55,00

This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.



Quick View

International Arbitration in the Netherlands. A Counsel’s Guide to Using ICC, LCIA, DIS and UNCITRAL Arbitration Rules in the Netherlands

 55,00

This book charts Dutch arbitration law for users of international arbitration rules who find themselves in Dutch waters. It also includes a chapter on the new NAI Arbitration Rules, designed for non-Dutch users.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)

 45,00

In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.

De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.

Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.

Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).

Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.

L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.

L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.

Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).



Geen voorraad
Quick View

Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)

 45,00

In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.

De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.

Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.

Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).

Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.

L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.

L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.

Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

RIDP 95.2 (2024) | Researching the boundaries of sexual integrity, gender violence and image-based abuse

 70,00

This special issue brings together nineteen topical and innovative papers, researching the boundaries of sexual integrity and affirmative sexual consent, gender violence, and image-based or online sexual abuse, including child sexual abuse material and non-consensual sexual deepfakes. It offers an original and nuanced approach to understanding the important legal elements, various agents and harms of topic-related deviant conduct as well as legislative processes aimed at tackling it. In light of recent societal developments, including changes in societal sensibilities, and recent or on-going legislative amendments at national and supranational levels, research on these topics is timely and much needed.

Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law and data protection law, Department Chair Criminology, Criminal Law and Social Law, and Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), all at Ghent University. He is also General Director Publications of the AIDP, and Editor-in-chief of the RIDP.

Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Full Professor of Law, University of Maribor (habilitation), Academic Consultant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.

Stéphanie De Coensel is an FWO Postdoctoral Researcher and Visiting Professor in Advanced Criminal Law at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Editorial Secretary of the RIDP.



Geen voorraad
Quick View

RIDP 95.2 (2024) | Researching the boundaries of sexual integrity, gender violence and image-based abuse

 70,00

This special issue brings together nineteen topical and innovative papers, researching the boundaries of sexual integrity and affirmative sexual consent, gender violence, and image-based or online sexual abuse, including child sexual abuse material and non-consensual sexual deepfakes. It offers an original and nuanced approach to understanding the important legal elements, various agents and harms of topic-related deviant conduct as well as legislative processes aimed at tackling it. In light of recent societal developments, including changes in societal sensibilities, and recent or on-going legislative amendments at national and supranational levels, research on these topics is timely and much needed.

Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law and data protection law, Department Chair Criminology, Criminal Law and Social Law, and Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), all at Ghent University. He is also General Director Publications of the AIDP, and Editor-in-chief of the RIDP.

Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Full Professor of Law, University of Maribor (habilitation), Academic Consultant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.

Stéphanie De Coensel is an FWO Postdoctoral Researcher and Visiting Professor in Advanced Criminal Law at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University, and Editorial Secretary of the RIDP.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

RIDP 95.1 (2024) | Criminalisation of AI-related offences – (International Colloquium, Bucharest, Romania, 14th-16th June 2023)

 70,00

Artificial Intelligence is already widely used in many sectors of society. The advent of this technology, and the harms that it may create to interests worthy of protection by criminal law, questions whether the special part of criminal codes is suitable for addressing the challenges that this technology creates. Therefore, it is relevant to reflect on the necessity to amend the special part of the criminal code, integrating AI-related offences. This encompasses offences whose criminalisation responds to the alleged new needs of criminal law intervention related to the risks and harms arising from the development of AI systems. Indeed, AI harms and risks might demand new forms of criminalisation, and current offences might be amended to adequately respond to the new ways of affecting already protected interests. Additionally, the inclusion of new relevant interests related to AI could be considered.

This criminalisation process has already started in some states. Extra criminal regulation, which can have relevant implications on criminal law, has been enacted as well. Legislators cannot overlook the criminalisation techniques and grounds to legitimise criminal intervention. To that end, transversal and rich reflections are required to inform this legislative process.

This RIDP issue attempts to address these relevant questions, proving the insights of AIDP academics on the topic of the criminalisation of AI-related offences. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries, who collaborated in the works of Section II for the upcoming AIDP XXIst International Congress of Penal Law 2024 on Artificial Intelligence and Criminal law. Furthermore, it gathers the work of some AIDP experts in the form of “special reports” that cover some particularly relevant topics regarding AI-related offences (AI and cybercrime, disinformation and deep fakes, AI and privacy and financial crimes).

Fernando Miró-Llinares is Professor of Criminal law and Criminology and Director of the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.

Constantin Duvac is Professor of Criminal law and Forensics at Bucharest University of Economic Studies and the president of the Romanian National Group of the AIDP.

Tudorel Toader is Professor of Criminal law at Alexandru Ioan Cuza University of Iasi and the vice-president of the Romanian National Group of the AIDP.

Mario Santisteban Galarza is Postdoctoral Researcher at the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.



Geen voorraad
Quick View

RIDP 95.1 (2024) | Criminalisation of AI-related offences – (International Colloquium, Bucharest, Romania, 14th-16th June 2023)

 70,00

Artificial Intelligence is already widely used in many sectors of society. The advent of this technology, and the harms that it may create to interests worthy of protection by criminal law, questions whether the special part of criminal codes is suitable for addressing the challenges that this technology creates. Therefore, it is relevant to reflect on the necessity to amend the special part of the criminal code, integrating AI-related offences. This encompasses offences whose criminalisation responds to the alleged new needs of criminal law intervention related to the risks and harms arising from the development of AI systems. Indeed, AI harms and risks might demand new forms of criminalisation, and current offences might be amended to adequately respond to the new ways of affecting already protected interests. Additionally, the inclusion of new relevant interests related to AI could be considered.

This criminalisation process has already started in some states. Extra criminal regulation, which can have relevant implications on criminal law, has been enacted as well. Legislators cannot overlook the criminalisation techniques and grounds to legitimise criminal intervention. To that end, transversal and rich reflections are required to inform this legislative process.

This RIDP issue attempts to address these relevant questions, proving the insights of AIDP academics on the topic of the criminalisation of AI-related offences. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries, who collaborated in the works of Section II for the upcoming AIDP XXIst International Congress of Penal Law 2024 on Artificial Intelligence and Criminal law. Furthermore, it gathers the work of some AIDP experts in the form of “special reports” that cover some particularly relevant topics regarding AI-related offences (AI and cybercrime, disinformation and deep fakes, AI and privacy and financial crimes).

Fernando Miró-Llinares is Professor of Criminal law and Criminology and Director of the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.

Constantin Duvac is Professor of Criminal law and Forensics at Bucharest University of Economic Studies and the president of the Romanian National Group of the AIDP.

Tudorel Toader is Professor of Criminal law at Alexandru Ioan Cuza University of Iasi and the vice-president of the Romanian National Group of the AIDP.

Mario Santisteban Galarza is Postdoctoral Researcher at the Crimina Center for Crime prevention at University Miguel Hernández of Elche.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×