Geel revisited. After centuries of mental rehabilitation (met DVD)
€ 29,00
Het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel staat bekend om zijn geïntegreerde psychiatrische
zorg. Mensen met psychiatrische problemen wordt hulp geboden, zonder dat ze
het contact met de maatschappij hoeven te verliezen. Integendeel, een uniek systeem van
pleegouderschap zorgt ervoor dat zij intussen deelnemen aan het dagdagelijkse leven in een
stad en niet meer dan strikt noodzakelijk in een uitzonderingspositie belanden. Deze benadering
staat in schril contrast met andere vormen van psychiatrische zorg. De ‘kwestie Geel’
wekte dan ook wereldwijd interesse en zelfs controverse op.
Geel revisited biedt een uniek portret van de instelling, haar 700 jaar oude geschiedenis, haar hulpverleners en haar patiënten. 25 jaar geleden maakte antropoloog Eugeen Roosens een indringende studie van OPZ Geel. Vandaag keert hij terug en observeert opnieuw, nu samen met Lieve Vandewalle, huidig manager van het rehabilitatieprogramma. Wat is er de afgelopen 25 jaar veranderd, waarin schuilt het blijvende succes? Het boek begint met een excursie naar de begindagen van de psychiatrische zorg in Geel en volgt de expansie en evolutie tot vandaag. Een tweede hoofdstuk beschrijft de recente ontwikkelingen en de strategieën voor de toekomst. Door de integratie van zorg in de samenleving deint het OPZ immers mee op veranderingen in de maatschappij en het sociale weefsel. Constante koerswijziging is daarom noodzakelijk. Een derde hoofdstuk laat de lezer binnenkijken in de dagelijkse organisatie van het OPZ. Hoe worden pleeggezinnen geselecteerd en hoe wordt bepaald welke patiënt waar een thuis vindt? Welke afspraken, rechten en plichten moeten worden nagevolgd en wat is het draaiboek wanneer er wat dreigt fout te lopen?
Het zwaartepunt van het boek ligt echter in de twee laatste hoofdstukken. In 19 portretten wordt een realistisch en gedocumenteerd beeld geschetst van het leven in een pleeggezin vandaag. De lezer maakt kennis met de patiënten en hun pleegfamilie, elk met hun uniek verhaal. Tot slot worden hun bevindingen samengebracht tot wat men het profiel van de Geeltraditie zou kunnen noemen.
Dit boek richt zich tot iedereen die op een andere manier over psychiatrische zorg wil denken.
Twenty-five years after his first publication on this topic, anthropologist Roosens and Van de Walle, manager of the rehabilitation unit, ‘revisited’ Geel.The book starts with a historical overview and zooms in on the famous “Gheel Question”. Subsequently, it dwells on the changes that have occurred in the system over the last 25 years and explains how the psychiatric foster care programme is run on a day-to-day basis.
What sets the book apart is that it draws a well-documented, realistic and graphic picture of life in a foster family at the onset of the 21st century. According to Dr Sacks, the cases presented “provide a definitive rebuttal of the notion of mental illness as a remorselessly advancing and deteriorating condition and shows how, if there can be an effective integration into family and community life (and, behind this, a safety net of hospital care, professionals, and medication where warranted), even those who would seem to be incurably afflicted can, potentially, live full, dignified, loved and secure lives.”
Last but not least, throughout the book psychiatric foster care is situated within the larger framework of community care. Basically, the book tries to establish the past and future potential of psychiatric foster care as a form of balanced community care and aims at highlighting the value of fostering for the mentally ill with enduring psychiatric disabilities.
Eugeen Roosens is emeritus hoogleraar in de antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain. Hij was gasthoogleraar in de Verenigde Staten, Canada en Japan. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam. Lieve Van de Walle, linguïste, doctoreerde aan de Universiteit Antwerpen. Zij is manager van het Rehabilitatieprogramma in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.
Geel revisited biedt een uniek portret van de instelling, haar 700 jaar oude geschiedenis, haar hulpverleners en haar patiënten. 25 jaar geleden maakte antropoloog Eugeen Roosens een indringende studie van OPZ Geel. Vandaag keert hij terug en observeert opnieuw, nu samen met Lieve Vandewalle, huidig manager van het rehabilitatieprogramma. Wat is er de afgelopen 25 jaar veranderd, waarin schuilt het blijvende succes? Het boek begint met een excursie naar de begindagen van de psychiatrische zorg in Geel en volgt de expansie en evolutie tot vandaag. Een tweede hoofdstuk beschrijft de recente ontwikkelingen en de strategieën voor de toekomst. Door de integratie van zorg in de samenleving deint het OPZ immers mee op veranderingen in de maatschappij en het sociale weefsel. Constante koerswijziging is daarom noodzakelijk. Een derde hoofdstuk laat de lezer binnenkijken in de dagelijkse organisatie van het OPZ. Hoe worden pleeggezinnen geselecteerd en hoe wordt bepaald welke patiënt waar een thuis vindt? Welke afspraken, rechten en plichten moeten worden nagevolgd en wat is het draaiboek wanneer er wat dreigt fout te lopen?
Het zwaartepunt van het boek ligt echter in de twee laatste hoofdstukken. In 19 portretten wordt een realistisch en gedocumenteerd beeld geschetst van het leven in een pleeggezin vandaag. De lezer maakt kennis met de patiënten en hun pleegfamilie, elk met hun uniek verhaal. Tot slot worden hun bevindingen samengebracht tot wat men het profiel van de Geeltraditie zou kunnen noemen.
Dit boek richt zich tot iedereen die op een andere manier over psychiatrische zorg wil denken.
Twenty-five years after his first publication on this topic, anthropologist Roosens and Van de Walle, manager of the rehabilitation unit, ‘revisited’ Geel.The book starts with a historical overview and zooms in on the famous “Gheel Question”. Subsequently, it dwells on the changes that have occurred in the system over the last 25 years and explains how the psychiatric foster care programme is run on a day-to-day basis.
What sets the book apart is that it draws a well-documented, realistic and graphic picture of life in a foster family at the onset of the 21st century. According to Dr Sacks, the cases presented “provide a definitive rebuttal of the notion of mental illness as a remorselessly advancing and deteriorating condition and shows how, if there can be an effective integration into family and community life (and, behind this, a safety net of hospital care, professionals, and medication where warranted), even those who would seem to be incurably afflicted can, potentially, live full, dignified, loved and secure lives.”
Last but not least, throughout the book psychiatric foster care is situated within the larger framework of community care. Basically, the book tries to establish the past and future potential of psychiatric foster care as a form of balanced community care and aims at highlighting the value of fostering for the mentally ill with enduring psychiatric disabilities.
Eugeen Roosens is emeritus hoogleraar in de antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain. Hij was gasthoogleraar in de Verenigde Staten, Canada en Japan. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam. Lieve Van de Walle, linguïste, doctoreerde aan de Universiteit Antwerpen. Zij is manager van het Rehabilitatieprogramma in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.
Geel revisited. After centuries of mental rehabilitation (met DVD)
€ 29,00
Het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel staat bekend om zijn geïntegreerde psychiatrische
zorg. Mensen met psychiatrische problemen wordt hulp geboden, zonder dat ze
het contact met de maatschappij hoeven te verliezen. Integendeel, een uniek systeem van
pleegouderschap zorgt ervoor dat zij intussen deelnemen aan het dagdagelijkse leven in een
stad en niet meer dan strikt noodzakelijk in een uitzonderingspositie belanden. Deze benadering
staat in schril contrast met andere vormen van psychiatrische zorg. De ‘kwestie Geel’
wekte dan ook wereldwijd interesse en zelfs controverse op.
Geel revisited biedt een uniek portret van de instelling, haar 700 jaar oude geschiedenis, haar hulpverleners en haar patiënten. 25 jaar geleden maakte antropoloog Eugeen Roosens een indringende studie van OPZ Geel. Vandaag keert hij terug en observeert opnieuw, nu samen met Lieve Vandewalle, huidig manager van het rehabilitatieprogramma. Wat is er de afgelopen 25 jaar veranderd, waarin schuilt het blijvende succes? Het boek begint met een excursie naar de begindagen van de psychiatrische zorg in Geel en volgt de expansie en evolutie tot vandaag. Een tweede hoofdstuk beschrijft de recente ontwikkelingen en de strategieën voor de toekomst. Door de integratie van zorg in de samenleving deint het OPZ immers mee op veranderingen in de maatschappij en het sociale weefsel. Constante koerswijziging is daarom noodzakelijk. Een derde hoofdstuk laat de lezer binnenkijken in de dagelijkse organisatie van het OPZ. Hoe worden pleeggezinnen geselecteerd en hoe wordt bepaald welke patiënt waar een thuis vindt? Welke afspraken, rechten en plichten moeten worden nagevolgd en wat is het draaiboek wanneer er wat dreigt fout te lopen?
Het zwaartepunt van het boek ligt echter in de twee laatste hoofdstukken. In 19 portretten wordt een realistisch en gedocumenteerd beeld geschetst van het leven in een pleeggezin vandaag. De lezer maakt kennis met de patiënten en hun pleegfamilie, elk met hun uniek verhaal. Tot slot worden hun bevindingen samengebracht tot wat men het profiel van de Geeltraditie zou kunnen noemen.
Dit boek richt zich tot iedereen die op een andere manier over psychiatrische zorg wil denken.
Twenty-five years after his first publication on this topic, anthropologist Roosens and Van de Walle, manager of the rehabilitation unit, ‘revisited’ Geel.The book starts with a historical overview and zooms in on the famous “Gheel Question”. Subsequently, it dwells on the changes that have occurred in the system over the last 25 years and explains how the psychiatric foster care programme is run on a day-to-day basis.
What sets the book apart is that it draws a well-documented, realistic and graphic picture of life in a foster family at the onset of the 21st century. According to Dr Sacks, the cases presented “provide a definitive rebuttal of the notion of mental illness as a remorselessly advancing and deteriorating condition and shows how, if there can be an effective integration into family and community life (and, behind this, a safety net of hospital care, professionals, and medication where warranted), even those who would seem to be incurably afflicted can, potentially, live full, dignified, loved and secure lives.”
Last but not least, throughout the book psychiatric foster care is situated within the larger framework of community care. Basically, the book tries to establish the past and future potential of psychiatric foster care as a form of balanced community care and aims at highlighting the value of fostering for the mentally ill with enduring psychiatric disabilities.
Eugeen Roosens is emeritus hoogleraar in de antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain. Hij was gasthoogleraar in de Verenigde Staten, Canada en Japan. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam. Lieve Van de Walle, linguïste, doctoreerde aan de Universiteit Antwerpen. Zij is manager van het Rehabilitatieprogramma in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.
Geel revisited biedt een uniek portret van de instelling, haar 700 jaar oude geschiedenis, haar hulpverleners en haar patiënten. 25 jaar geleden maakte antropoloog Eugeen Roosens een indringende studie van OPZ Geel. Vandaag keert hij terug en observeert opnieuw, nu samen met Lieve Vandewalle, huidig manager van het rehabilitatieprogramma. Wat is er de afgelopen 25 jaar veranderd, waarin schuilt het blijvende succes? Het boek begint met een excursie naar de begindagen van de psychiatrische zorg in Geel en volgt de expansie en evolutie tot vandaag. Een tweede hoofdstuk beschrijft de recente ontwikkelingen en de strategieën voor de toekomst. Door de integratie van zorg in de samenleving deint het OPZ immers mee op veranderingen in de maatschappij en het sociale weefsel. Constante koerswijziging is daarom noodzakelijk. Een derde hoofdstuk laat de lezer binnenkijken in de dagelijkse organisatie van het OPZ. Hoe worden pleeggezinnen geselecteerd en hoe wordt bepaald welke patiënt waar een thuis vindt? Welke afspraken, rechten en plichten moeten worden nagevolgd en wat is het draaiboek wanneer er wat dreigt fout te lopen?
Het zwaartepunt van het boek ligt echter in de twee laatste hoofdstukken. In 19 portretten wordt een realistisch en gedocumenteerd beeld geschetst van het leven in een pleeggezin vandaag. De lezer maakt kennis met de patiënten en hun pleegfamilie, elk met hun uniek verhaal. Tot slot worden hun bevindingen samengebracht tot wat men het profiel van de Geeltraditie zou kunnen noemen.
Dit boek richt zich tot iedereen die op een andere manier over psychiatrische zorg wil denken.
Twenty-five years after his first publication on this topic, anthropologist Roosens and Van de Walle, manager of the rehabilitation unit, ‘revisited’ Geel.The book starts with a historical overview and zooms in on the famous “Gheel Question”. Subsequently, it dwells on the changes that have occurred in the system over the last 25 years and explains how the psychiatric foster care programme is run on a day-to-day basis.
What sets the book apart is that it draws a well-documented, realistic and graphic picture of life in a foster family at the onset of the 21st century. According to Dr Sacks, the cases presented “provide a definitive rebuttal of the notion of mental illness as a remorselessly advancing and deteriorating condition and shows how, if there can be an effective integration into family and community life (and, behind this, a safety net of hospital care, professionals, and medication where warranted), even those who would seem to be incurably afflicted can, potentially, live full, dignified, loved and secure lives.”
Last but not least, throughout the book psychiatric foster care is situated within the larger framework of community care. Basically, the book tries to establish the past and future potential of psychiatric foster care as a form of balanced community care and aims at highlighting the value of fostering for the mentally ill with enduring psychiatric disabilities.
Eugeen Roosens is emeritus hoogleraar in de antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain. Hij was gasthoogleraar in de Verenigde Staten, Canada en Japan. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam. Lieve Van de Walle, linguïste, doctoreerde aan de Universiteit Antwerpen. Zij is manager van het Rehabilitatieprogramma in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.
If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.
Scholen zonder oogst? Profileren in de basisschool
€ 19,90
Het Vlaamse onderwijs wordt met de regelmaat van een klok bewierookt: Vlaamse leerlingen behoren tot de top van Europa. Schandvlek op dit blazoen is echter dat de achterstand van allochtone jongeren nergens zo groot is als in Vlaanderen. Met het ontstaan van zogenaamde concentratiescholen belandde deze situatie in een impasse. Meer dan 20 basisscholen stapten in een proefproject om zich te profileren op de onderwijsmarkt. Het project was in de eerste plaats bedoeld om zieltogende schooltjes, meestal concentratiescholen, te ondersteunen en nieuw leven in te blazen. Ze werden gestimuleerd om uit de grijze zone te treden en opnieuw het vertrouwen van ouders te krijgen. De aanvankelijke strategie van het'' deconcentreren'' werd snel omgebogen naar het aanbieden van kwaliteit aan elke leerling die zich aandient.
Dit boek illustreert wat er tijdens acht jaar veldwerk is gebeurd. Eerst wordt de visie van het herprofileren uiteengezet. Daarna komen alle elementen aan bod die een rol spelen bij de vernieuwing, van de inbreng van de leerkracht en de rol van de projectcoach tot het financiële aspect van de zaak. Tot slot wordt het verhaal verteld van enkele scholen die kozen voor herprofilering. Hierbij horen een stappenplan en een keuze van werkinstrumenten voor de praktijk. Het boek richt zich in het bijzonder tot directies, leerkrachten, begeleiders, zorgcoördinatoren, vormingswerkers, kortom tot iedereen die de school een eigen profiel wil geven.
Louisa Peeters is lector aan de Lerarenopleiding van de Karel de Grotehogeschool in Antwerpen.Voor dit proefproject werd ze uitgeleend naar de stad Antwerpen.
Dit boek illustreert wat er tijdens acht jaar veldwerk is gebeurd. Eerst wordt de visie van het herprofileren uiteengezet. Daarna komen alle elementen aan bod die een rol spelen bij de vernieuwing, van de inbreng van de leerkracht en de rol van de projectcoach tot het financiële aspect van de zaak. Tot slot wordt het verhaal verteld van enkele scholen die kozen voor herprofilering. Hierbij horen een stappenplan en een keuze van werkinstrumenten voor de praktijk. Het boek richt zich in het bijzonder tot directies, leerkrachten, begeleiders, zorgcoördinatoren, vormingswerkers, kortom tot iedereen die de school een eigen profiel wil geven.
Louisa Peeters is lector aan de Lerarenopleiding van de Karel de Grotehogeschool in Antwerpen.Voor dit proefproject werd ze uitgeleend naar de stad Antwerpen.
Scholen zonder oogst? Profileren in de basisschool
€ 19,90
Het Vlaamse onderwijs wordt met de regelmaat van een klok bewierookt: Vlaamse leerlingen behoren tot de top van Europa. Schandvlek op dit blazoen is echter dat de achterstand van allochtone jongeren nergens zo groot is als in Vlaanderen. Met het ontstaan van zogenaamde concentratiescholen belandde deze situatie in een impasse. Meer dan 20 basisscholen stapten in een proefproject om zich te profileren op de onderwijsmarkt. Het project was in de eerste plaats bedoeld om zieltogende schooltjes, meestal concentratiescholen, te ondersteunen en nieuw leven in te blazen. Ze werden gestimuleerd om uit de grijze zone te treden en opnieuw het vertrouwen van ouders te krijgen. De aanvankelijke strategie van het'' deconcentreren'' werd snel omgebogen naar het aanbieden van kwaliteit aan elke leerling die zich aandient.
Dit boek illustreert wat er tijdens acht jaar veldwerk is gebeurd. Eerst wordt de visie van het herprofileren uiteengezet. Daarna komen alle elementen aan bod die een rol spelen bij de vernieuwing, van de inbreng van de leerkracht en de rol van de projectcoach tot het financiële aspect van de zaak. Tot slot wordt het verhaal verteld van enkele scholen die kozen voor herprofilering. Hierbij horen een stappenplan en een keuze van werkinstrumenten voor de praktijk. Het boek richt zich in het bijzonder tot directies, leerkrachten, begeleiders, zorgcoördinatoren, vormingswerkers, kortom tot iedereen die de school een eigen profiel wil geven.
Louisa Peeters is lector aan de Lerarenopleiding van de Karel de Grotehogeschool in Antwerpen.Voor dit proefproject werd ze uitgeleend naar de stad Antwerpen.
Dit boek illustreert wat er tijdens acht jaar veldwerk is gebeurd. Eerst wordt de visie van het herprofileren uiteengezet. Daarna komen alle elementen aan bod die een rol spelen bij de vernieuwing, van de inbreng van de leerkracht en de rol van de projectcoach tot het financiële aspect van de zaak. Tot slot wordt het verhaal verteld van enkele scholen die kozen voor herprofilering. Hierbij horen een stappenplan en een keuze van werkinstrumenten voor de praktijk. Het boek richt zich in het bijzonder tot directies, leerkrachten, begeleiders, zorgcoördinatoren, vormingswerkers, kortom tot iedereen die de school een eigen profiel wil geven.
Louisa Peeters is lector aan de Lerarenopleiding van de Karel de Grotehogeschool in Antwerpen.Voor dit proefproject werd ze uitgeleend naar de stad Antwerpen.
Nog een boek voor twee. Leesboek leerjaar 6 / groep 8
€ 28,00
In de serie 'Nog een boek voor twee' wordt ingegaan op strategieën voor begrijpend lezen. Dit is daarmee een vervolg op de serie 'Een boek voor twee'.
Dit onderdeel is een Leesboek bestemd voor groep 5 / leerjaar 3. De auteurs geven de jonge lezers bij iedere groep teksten een leesopdracht en stellen vragen.
De teksten en verhalen zijn overgenomen uit de allerbeste jeugdliteratuur (bv Annie mg Schmidt en Roald Dahl) , het internet en informatieve kinderboeken. Ze daarmee sluiten perfect aan bij de belevingswereld en interesses van kinderen op deze leeftijd. Geen droge oefenstof dus...
Lezen speelt in onze samenleving een cruciale rol. Leren lezen en vooral leren begrijpend lezen is echter niet voor iedereen even gemakkelijk. Veel kinderen hebben het dan ook niet zo begrepen op begrijpend lezen.
Een belangrijke misvatting is dat als kinderen woorden en zinnen correct kunnen decoderen, hun leesbegrip zich ook wel spontaan zal ontwikkelen en zij meteen de betekenis begrijpen van wat er staat geschreven. Bekwame lezers doen echter wel meer dan het woord voor woord verklanken van wat er op papier staat. Ze jongleren met begrippen, betekenissen en beelden, ze controleren en bewaken hun leesbegrip, ze reflecteren over het leesproces...
Wanneer het dreigt mis te lopen kunnen zij bovendien makkelijk putten uit allerlei strategieën die toelaten beter greep op de tekst te krijgen: ze activeren relevante voorkennis, maken voorspellingen over het verloop van de tekst, controleren de tekst op samenhang en consistentie, passen hun leestempo aan de moeilijkheidsgraad van de tekst aan, onderscheiden hoofd- en bijzaken, herlezen moeilijke passages...
Dit onderdeel is een Leesboek bestemd voor groep 5 / leerjaar 3. De auteurs geven de jonge lezers bij iedere groep teksten een leesopdracht en stellen vragen.
De teksten en verhalen zijn overgenomen uit de allerbeste jeugdliteratuur (bv Annie mg Schmidt en Roald Dahl) , het internet en informatieve kinderboeken. Ze daarmee sluiten perfect aan bij de belevingswereld en interesses van kinderen op deze leeftijd. Geen droge oefenstof dus...
Lezen speelt in onze samenleving een cruciale rol. Leren lezen en vooral leren begrijpend lezen is echter niet voor iedereen even gemakkelijk. Veel kinderen hebben het dan ook niet zo begrepen op begrijpend lezen.
Een belangrijke misvatting is dat als kinderen woorden en zinnen correct kunnen decoderen, hun leesbegrip zich ook wel spontaan zal ontwikkelen en zij meteen de betekenis begrijpen van wat er staat geschreven. Bekwame lezers doen echter wel meer dan het woord voor woord verklanken van wat er op papier staat. Ze jongleren met begrippen, betekenissen en beelden, ze controleren en bewaken hun leesbegrip, ze reflecteren over het leesproces...
Wanneer het dreigt mis te lopen kunnen zij bovendien makkelijk putten uit allerlei strategieën die toelaten beter greep op de tekst te krijgen: ze activeren relevante voorkennis, maken voorspellingen over het verloop van de tekst, controleren de tekst op samenhang en consistentie, passen hun leestempo aan de moeilijkheidsgraad van de tekst aan, onderscheiden hoofd- en bijzaken, herlezen moeilijke passages...
Nog een boek voor twee. Leesboek leerjaar 6 / groep 8
€ 28,00
In de serie 'Nog een boek voor twee' wordt ingegaan op strategieën voor begrijpend lezen. Dit is daarmee een vervolg op de serie 'Een boek voor twee'.
Dit onderdeel is een Leesboek bestemd voor groep 5 / leerjaar 3. De auteurs geven de jonge lezers bij iedere groep teksten een leesopdracht en stellen vragen.
De teksten en verhalen zijn overgenomen uit de allerbeste jeugdliteratuur (bv Annie mg Schmidt en Roald Dahl) , het internet en informatieve kinderboeken. Ze daarmee sluiten perfect aan bij de belevingswereld en interesses van kinderen op deze leeftijd. Geen droge oefenstof dus...
Lezen speelt in onze samenleving een cruciale rol. Leren lezen en vooral leren begrijpend lezen is echter niet voor iedereen even gemakkelijk. Veel kinderen hebben het dan ook niet zo begrepen op begrijpend lezen.
Een belangrijke misvatting is dat als kinderen woorden en zinnen correct kunnen decoderen, hun leesbegrip zich ook wel spontaan zal ontwikkelen en zij meteen de betekenis begrijpen van wat er staat geschreven. Bekwame lezers doen echter wel meer dan het woord voor woord verklanken van wat er op papier staat. Ze jongleren met begrippen, betekenissen en beelden, ze controleren en bewaken hun leesbegrip, ze reflecteren over het leesproces...
Wanneer het dreigt mis te lopen kunnen zij bovendien makkelijk putten uit allerlei strategieën die toelaten beter greep op de tekst te krijgen: ze activeren relevante voorkennis, maken voorspellingen over het verloop van de tekst, controleren de tekst op samenhang en consistentie, passen hun leestempo aan de moeilijkheidsgraad van de tekst aan, onderscheiden hoofd- en bijzaken, herlezen moeilijke passages...
Dit onderdeel is een Leesboek bestemd voor groep 5 / leerjaar 3. De auteurs geven de jonge lezers bij iedere groep teksten een leesopdracht en stellen vragen.
De teksten en verhalen zijn overgenomen uit de allerbeste jeugdliteratuur (bv Annie mg Schmidt en Roald Dahl) , het internet en informatieve kinderboeken. Ze daarmee sluiten perfect aan bij de belevingswereld en interesses van kinderen op deze leeftijd. Geen droge oefenstof dus...
Lezen speelt in onze samenleving een cruciale rol. Leren lezen en vooral leren begrijpend lezen is echter niet voor iedereen even gemakkelijk. Veel kinderen hebben het dan ook niet zo begrepen op begrijpend lezen.
Een belangrijke misvatting is dat als kinderen woorden en zinnen correct kunnen decoderen, hun leesbegrip zich ook wel spontaan zal ontwikkelen en zij meteen de betekenis begrijpen van wat er staat geschreven. Bekwame lezers doen echter wel meer dan het woord voor woord verklanken van wat er op papier staat. Ze jongleren met begrippen, betekenissen en beelden, ze controleren en bewaken hun leesbegrip, ze reflecteren over het leesproces...
Wanneer het dreigt mis te lopen kunnen zij bovendien makkelijk putten uit allerlei strategieën die toelaten beter greep op de tekst te krijgen: ze activeren relevante voorkennis, maken voorspellingen over het verloop van de tekst, controleren de tekst op samenhang en consistentie, passen hun leestempo aan de moeilijkheidsgraad van de tekst aan, onderscheiden hoofd- en bijzaken, herlezen moeilijke passages...
Nog een boek voor twee. Verwerving van strategieën voor begrijpend lezen via peer tutoring
€ 29,60
Leren lezen is niet voor iedereen even gemakkelijk. Dit boek gaat in op strategieën bij begrijpend lezen. Hierbij staat de peer-tutoringmethodiek, die het leesplezier en het leereffect aanmerkelijk verhoogt, centraal. In een handleiding staan uitgewerkte scenario’s, tips, handvatten, richtlijnen om vernieuwende impulsen te geven aan het lezen. De leesteksten bevatten verhalen, boeiende weetjes over vele onderwerpen. Nog een boek voor twee, dat bestemd is voor het derde leerjaar/groep 5 en het zesde leerjaar/groep 8 sluit aan bij het eerder verschenen Een boek voor twee, voor het tweede leerjaar/ groep 4 en het vijfde leerjaar/groep 7, dat op vele scholen enthousiast wordt gebruikt.
Nog een boek voor twee. Verwerving van strategieën voor begrijpend lezen via peer tutoring
€ 29,60
Leren lezen is niet voor iedereen even gemakkelijk. Dit boek gaat in op strategieën bij begrijpend lezen. Hierbij staat de peer-tutoringmethodiek, die het leesplezier en het leereffect aanmerkelijk verhoogt, centraal. In een handleiding staan uitgewerkte scenario’s, tips, handvatten, richtlijnen om vernieuwende impulsen te geven aan het lezen. De leesteksten bevatten verhalen, boeiende weetjes over vele onderwerpen. Nog een boek voor twee, dat bestemd is voor het derde leerjaar/groep 5 en het zesde leerjaar/groep 8 sluit aan bij het eerder verschenen Een boek voor twee, voor het tweede leerjaar/ groep 4 en het vijfde leerjaar/groep 7, dat op vele scholen enthousiast wordt gebruikt.
Groepswerk met ouderen … een vak apart ?!
€ 21,00
Het stereotiepe beeld van de bejaarde heeft
plaats gemaakt voor een grote verscheidenheid
van mensen op leeftijd. Ook wordt de populatie
binnen rust- en verzorgingshuizen en woon- en
zorgcentra steeds ouder en daardoor uiteindelijk
hulpbehoevender. Voor wie werkt binnen de
oudereneducatie en de -zorg, brengt dit een ommekeer
teweeg in de uitvoering van de professionele
taken.
Groepswerk is een prima instrument binnen de oudereneducatie en -animatie. Het boek bevat talrijke voorbeelden uit de praktijk.€€
Arlette Van Assel, sociaal pedagoog, is hoofd van de Afdeling Preventie, consultatie en deskundigheidsbevordering van de GGZ Regio Breda. Zij is ook betrokken bij de seniorenconsulentenvorming van het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel. Els Messelis, sociaal gerontoloog, is stafmedewerker en coördinator van de Opleiding Seniorenconsulentenvorming van het HIG. Daarnaast heeft zij een eigen expertisebureau, Lachesis, gespecialiseerd in latere leeftijd en gender.
Groepswerk is een prima instrument binnen de oudereneducatie en -animatie. Het boek bevat talrijke voorbeelden uit de praktijk.€€
Arlette Van Assel, sociaal pedagoog, is hoofd van de Afdeling Preventie, consultatie en deskundigheidsbevordering van de GGZ Regio Breda. Zij is ook betrokken bij de seniorenconsulentenvorming van het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel. Els Messelis, sociaal gerontoloog, is stafmedewerker en coördinator van de Opleiding Seniorenconsulentenvorming van het HIG. Daarnaast heeft zij een eigen expertisebureau, Lachesis, gespecialiseerd in latere leeftijd en gender.
Groepswerk met ouderen … een vak apart ?!
€ 21,00
Het stereotiepe beeld van de bejaarde heeft
plaats gemaakt voor een grote verscheidenheid
van mensen op leeftijd. Ook wordt de populatie
binnen rust- en verzorgingshuizen en woon- en
zorgcentra steeds ouder en daardoor uiteindelijk
hulpbehoevender. Voor wie werkt binnen de
oudereneducatie en de -zorg, brengt dit een ommekeer
teweeg in de uitvoering van de professionele
taken.
Groepswerk is een prima instrument binnen de oudereneducatie en -animatie. Het boek bevat talrijke voorbeelden uit de praktijk.€€
Arlette Van Assel, sociaal pedagoog, is hoofd van de Afdeling Preventie, consultatie en deskundigheidsbevordering van de GGZ Regio Breda. Zij is ook betrokken bij de seniorenconsulentenvorming van het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel. Els Messelis, sociaal gerontoloog, is stafmedewerker en coördinator van de Opleiding Seniorenconsulentenvorming van het HIG. Daarnaast heeft zij een eigen expertisebureau, Lachesis, gespecialiseerd in latere leeftijd en gender.
Groepswerk is een prima instrument binnen de oudereneducatie en -animatie. Het boek bevat talrijke voorbeelden uit de praktijk.€€
Arlette Van Assel, sociaal pedagoog, is hoofd van de Afdeling Preventie, consultatie en deskundigheidsbevordering van de GGZ Regio Breda. Zij is ook betrokken bij de seniorenconsulentenvorming van het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel. Els Messelis, sociaal gerontoloog, is stafmedewerker en coördinator van de Opleiding Seniorenconsulentenvorming van het HIG. Daarnaast heeft zij een eigen expertisebureau, Lachesis, gespecialiseerd in latere leeftijd en gender.
Tussen ruis en storingen… De golflengte vinden in psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 6)
€ 18,70
Het psychoanalytisch luisteren is niet zonder meer het luisteren naar verhalen. Eerder dan als een
passief ontvangen, is het te beschouwen als een actief receptief proces. De uitnodiging om vrij te
spreken en te spelen leidt slechts zelden tot een helder en coherent verhaal. Doorheen veel ruis en
storingen begrijpen we flarden en fragmenten die we aan de patiënt terug trachten te geven, zodat
hij zijn eigen verhaal bij elkaar kan puzzelen. Doorheen evenveel ruis en storingen communiceren
we onze bereidheid tot luisteren en onze beschikbaarheid als nieuw analytisch object. Het psychoanalytische
werk vereist een wat vreemde relatie. De therapeut is wel een nieuw, maar geen ‘reëel’
object: geen seksuele partner, geen zorgende ouder. Een balans tussen voelbare beschikbaarheid
als analytisch object en reële verzaking aan vragen en verlangens kan een analytisch denken mogelijk
maken. Wat is belangrijk in het zoeken naar die balans? Wat helpt om ‘de goede golflengte’
te kunnen vinden en zoveel ruis en storingen te kunnen verdragen? Of ook: hoe duidelijk maken
dat je een welwillend luisterend oor biedt, wanneer stilte voor je patiënt afwijzing of angstige geheimzinnigheid
betekent? Hoe het begripvol luisteren communiceren, zodat exploratie van pijnlijke
evaringen mogelijk wordt? Hoe veilig moet de relatie ervaren worden, opdat de patiënt beangstigende
voorstellingen zodanig verdraagt dat communicatie erover mogelijk wordt? Waarop dient de psychoanalytisch
therapeut hierbij af te stemmen? Het affect kan richtinggevend zijn om de juiste toon
te treffen. Maar zich laten leiden door emotie kan ook misleiden en verleiden. Slechts uit de stilte
kunnen waarachtige gedachten geboren worden. Maar deze stilte is in werkelijkheid ruis en vaak
kan de waarheid zich precies slechts dankzij storing, hapering en misverstand openbaren. In deze
‘multiculturele’ publicatie getuigen de auteurs vanuit diverse theoretische achtergronden en praktijken
nu eens van rigoureuze wetenschappelijkheid, dan weer van het vermogen in de bomen te luisteren
naar de kloppende harten van vogels…
Met bijdragen van Paul Verhaeghe, Rudi Vermote, Lut De Rijdt, Margaret Rustin, Michael Rustin, Wim Vanmechelen en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is hoofdgeneesheer van het Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is onder meer opleider aan het Postgraduaat Psychoanalytische Therapie van de KU Leuven.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Met bijdragen van Paul Verhaeghe, Rudi Vermote, Lut De Rijdt, Margaret Rustin, Michael Rustin, Wim Vanmechelen en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is hoofdgeneesheer van het Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is onder meer opleider aan het Postgraduaat Psychoanalytische Therapie van de KU Leuven.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Tussen ruis en storingen… De golflengte vinden in psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 6)
€ 18,70
Het psychoanalytisch luisteren is niet zonder meer het luisteren naar verhalen. Eerder dan als een
passief ontvangen, is het te beschouwen als een actief receptief proces. De uitnodiging om vrij te
spreken en te spelen leidt slechts zelden tot een helder en coherent verhaal. Doorheen veel ruis en
storingen begrijpen we flarden en fragmenten die we aan de patiënt terug trachten te geven, zodat
hij zijn eigen verhaal bij elkaar kan puzzelen. Doorheen evenveel ruis en storingen communiceren
we onze bereidheid tot luisteren en onze beschikbaarheid als nieuw analytisch object. Het psychoanalytische
werk vereist een wat vreemde relatie. De therapeut is wel een nieuw, maar geen ‘reëel’
object: geen seksuele partner, geen zorgende ouder. Een balans tussen voelbare beschikbaarheid
als analytisch object en reële verzaking aan vragen en verlangens kan een analytisch denken mogelijk
maken. Wat is belangrijk in het zoeken naar die balans? Wat helpt om ‘de goede golflengte’
te kunnen vinden en zoveel ruis en storingen te kunnen verdragen? Of ook: hoe duidelijk maken
dat je een welwillend luisterend oor biedt, wanneer stilte voor je patiënt afwijzing of angstige geheimzinnigheid
betekent? Hoe het begripvol luisteren communiceren, zodat exploratie van pijnlijke
evaringen mogelijk wordt? Hoe veilig moet de relatie ervaren worden, opdat de patiënt beangstigende
voorstellingen zodanig verdraagt dat communicatie erover mogelijk wordt? Waarop dient de psychoanalytisch
therapeut hierbij af te stemmen? Het affect kan richtinggevend zijn om de juiste toon
te treffen. Maar zich laten leiden door emotie kan ook misleiden en verleiden. Slechts uit de stilte
kunnen waarachtige gedachten geboren worden. Maar deze stilte is in werkelijkheid ruis en vaak
kan de waarheid zich precies slechts dankzij storing, hapering en misverstand openbaren. In deze
‘multiculturele’ publicatie getuigen de auteurs vanuit diverse theoretische achtergronden en praktijken
nu eens van rigoureuze wetenschappelijkheid, dan weer van het vermogen in de bomen te luisteren
naar de kloppende harten van vogels…
Met bijdragen van Paul Verhaeghe, Rudi Vermote, Lut De Rijdt, Margaret Rustin, Michael Rustin, Wim Vanmechelen en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is hoofdgeneesheer van het Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is onder meer opleider aan het Postgraduaat Psychoanalytische Therapie van de KU Leuven.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Met bijdragen van Paul Verhaeghe, Rudi Vermote, Lut De Rijdt, Margaret Rustin, Michael Rustin, Wim Vanmechelen en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is hoofdgeneesheer van het Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is onder meer opleider aan het Postgraduaat Psychoanalytische Therapie van de KU Leuven.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Wit krijt schrijft beter. Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld
€ 14,10
In het algemeen verlopen vele schoolloopbanen
van allochtonen erg problematisch. Een groot
deel van hen begint het secundair onderwijs al
met achterstand, ze volgen met veel minder het
algemeen secundair onderwijs, ze blijven vaker
zitten en halen in veel mindere mate een einddiploma.
De auteurs maken een indringende vergelijking tussen de schoolloopbaan van allochtonen en die van autochtonen en zoeken naar mogelijke verklaringen voor de grote onderwijsachterstand van allochtone jongeren. Is deze achterstand een gevolg van de slechtere sociaal-economische omstandigheden waarin deze jongeren opgroeien? Is het omdat zij en hun ouders minder vertrouwd zijn met onze cultuur en teveel vasthouden aan hun eigen cultuur? Is het veeleer een gevolg van een tekort aan mentale en praktische ondersteuning van het sociale milieu waarin ze opgroeien?
Zie ook deel 2 en 3 in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
2: Zwart op Wit
3: Gekleurd door het leven
Ignace Glorieux is hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Onderzoeksgroep TOR – Tempus Omnia Revelat van deze universiteit en van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt. Nils Duquet, Ilse Laurijssen en Youlis Van Dorsselaer zijn onderzoeker bij TOR.
De auteurs maken een indringende vergelijking tussen de schoolloopbaan van allochtonen en die van autochtonen en zoeken naar mogelijke verklaringen voor de grote onderwijsachterstand van allochtone jongeren. Is deze achterstand een gevolg van de slechtere sociaal-economische omstandigheden waarin deze jongeren opgroeien? Is het omdat zij en hun ouders minder vertrouwd zijn met onze cultuur en teveel vasthouden aan hun eigen cultuur? Is het veeleer een gevolg van een tekort aan mentale en praktische ondersteuning van het sociale milieu waarin ze opgroeien?
Zie ook deel 2 en 3 in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
Ignace Glorieux is hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Onderzoeksgroep TOR – Tempus Omnia Revelat van deze universiteit en van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt. Nils Duquet, Ilse Laurijssen en Youlis Van Dorsselaer zijn onderzoeker bij TOR.
Wit krijt schrijft beter. Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld
€ 14,10
In het algemeen verlopen vele schoolloopbanen
van allochtonen erg problematisch. Een groot
deel van hen begint het secundair onderwijs al
met achterstand, ze volgen met veel minder het
algemeen secundair onderwijs, ze blijven vaker
zitten en halen in veel mindere mate een einddiploma.
De auteurs maken een indringende vergelijking tussen de schoolloopbaan van allochtonen en die van autochtonen en zoeken naar mogelijke verklaringen voor de grote onderwijsachterstand van allochtone jongeren. Is deze achterstand een gevolg van de slechtere sociaal-economische omstandigheden waarin deze jongeren opgroeien? Is het omdat zij en hun ouders minder vertrouwd zijn met onze cultuur en teveel vasthouden aan hun eigen cultuur? Is het veeleer een gevolg van een tekort aan mentale en praktische ondersteuning van het sociale milieu waarin ze opgroeien?
Zie ook deel 2 en 3 in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
2: Zwart op Wit
3: Gekleurd door het leven
Ignace Glorieux is hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Onderzoeksgroep TOR – Tempus Omnia Revelat van deze universiteit en van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt. Nils Duquet, Ilse Laurijssen en Youlis Van Dorsselaer zijn onderzoeker bij TOR.
De auteurs maken een indringende vergelijking tussen de schoolloopbaan van allochtonen en die van autochtonen en zoeken naar mogelijke verklaringen voor de grote onderwijsachterstand van allochtone jongeren. Is deze achterstand een gevolg van de slechtere sociaal-economische omstandigheden waarin deze jongeren opgroeien? Is het omdat zij en hun ouders minder vertrouwd zijn met onze cultuur en teveel vasthouden aan hun eigen cultuur? Is het veeleer een gevolg van een tekort aan mentale en praktische ondersteuning van het sociale milieu waarin ze opgroeien?
Zie ook deel 2 en 3 in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
Ignace Glorieux is hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Onderzoeksgroep TOR – Tempus Omnia Revelat van deze universiteit en van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt. Nils Duquet, Ilse Laurijssen en Youlis Van Dorsselaer zijn onderzoeker bij TOR.
Het autistische kind, de baby en de semiotiek
€ 26,00
De auteur gaat er van uit dat autistische kinderen
op een iconische wijze communiceren en
functioneren. Onder bepaalde voorwaarden
kunnen autistische kinderen het iconisch functioneren
verlaten ten voordele van een meer ‘indexmatig’
en zelfs symbolisch functioneren. De
aandachtige gerichtheid van een team op de
kinderen en hun tekens creëert een specifieke
vorm van interactie. De tekens zijn daardoor
geen geïsoleerde uitingen meer, maar het begin
van een mogelijke uitwisseling. Een specifieke
methode van baby-observatie (Bick) kan ook
ingezet worden bij autistische kinderen.
Pierre Delion is hoogleraar kinderpsychiatrie aan de Université de Lille. Mileen Janssens is psycholoog-psychotherapeut in het CGG Drie Stromen in Wetteren.
Pierre Delion is hoogleraar kinderpsychiatrie aan de Université de Lille. Mileen Janssens is psycholoog-psychotherapeut in het CGG Drie Stromen in Wetteren.
Het autistische kind, de baby en de semiotiek
€ 26,00
De auteur gaat er van uit dat autistische kinderen
op een iconische wijze communiceren en
functioneren. Onder bepaalde voorwaarden
kunnen autistische kinderen het iconisch functioneren
verlaten ten voordele van een meer ‘indexmatig’
en zelfs symbolisch functioneren. De
aandachtige gerichtheid van een team op de
kinderen en hun tekens creëert een specifieke
vorm van interactie. De tekens zijn daardoor
geen geïsoleerde uitingen meer, maar het begin
van een mogelijke uitwisseling. Een specifieke
methode van baby-observatie (Bick) kan ook
ingezet worden bij autistische kinderen.
Pierre Delion is hoogleraar kinderpsychiatrie aan de Université de Lille. Mileen Janssens is psycholoog-psychotherapeut in het CGG Drie Stromen in Wetteren.
Pierre Delion is hoogleraar kinderpsychiatrie aan de Université de Lille. Mileen Janssens is psycholoog-psychotherapeut in het CGG Drie Stromen in Wetteren.
Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 1)
€ 21,00
De gevolgen van seksueel misbruik op latere
psychorelationele en seksuele vaardigheden komen
in de (vak)literatuur geregeld aan bod.
Maar minder behandeld is de invloed van eerder
seksueel misbruik op latere zwangerschap,
bevalling en vroeg moederschap. Dit boek gaat
vooral in op de behoeften van deze vrouwen tijdens
die periode. Het bespreekt de frequentie
waarmee deze problematiek zich aandient bij
hulpverleners, de emotionele en cognitieve patronen
en de relationele stijl bij deze patiënten.
Het is een levensecht en praktijkgericht handboek,
met diepte-interviews, voor artsen, psychologen,
vroedvrouwen, verpleegkundigen en
andere hulpverleners.
Anne-Sofie Van Parys volgde een opleiding tot vroedvrouw en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen aan de KU Leuven. Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child
Anne-Sofie Van Parys volgde een opleiding tot vroedvrouw en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen aan de KU Leuven. Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 1)
€ 21,00
De gevolgen van seksueel misbruik op latere
psychorelationele en seksuele vaardigheden komen
in de (vak)literatuur geregeld aan bod.
Maar minder behandeld is de invloed van eerder
seksueel misbruik op latere zwangerschap,
bevalling en vroeg moederschap. Dit boek gaat
vooral in op de behoeften van deze vrouwen tijdens
die periode. Het bespreekt de frequentie
waarmee deze problematiek zich aandient bij
hulpverleners, de emotionele en cognitieve patronen
en de relationele stijl bij deze patiënten.
Het is een levensecht en praktijkgericht handboek,
met diepte-interviews, voor artsen, psychologen,
vroedvrouwen, verpleegkundigen en
andere hulpverleners.
Anne-Sofie Van Parys volgde een opleiding tot vroedvrouw en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen aan de KU Leuven. Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child
Anne-Sofie Van Parys volgde een opleiding tot vroedvrouw en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen aan de KU Leuven. Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KU Leuven.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Hysterie en psychoanalyse. Springlevend ondanks onrustwekkende verdwijning (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 5)
€ 20,50
Alle zwartboeken ten spijt is de psychoanalyse nog altijd springlevend, niet in het minst in de psychiatrische en psychotherapeutische praktijk. Klein, Lacan, Winnicott, Bion en vele anderen verbreedden immers Freuds visie en steeds opnieuw werden bestaande opvattingen geïnvalideerd en door nieuwe hypothesen vervangen. In het eerste deel van dit boek worden de lotgevallen van de hysterie onderzocht. Wat is er sedert het verschijnen van Freuds en Breuers werk 110 jaar geleden van de hysterie geworden? Als psychiatrische diagnose blijkt ze immers onrustwekkend verdwenen. Een tweede deel beantwoordt de vraag hoe het 150 jaar na Freuds geboorte met diens `zorgenkind'', de psychoanalyse, gesteld is. Is zij bijvoorbeeld eindig of oneindig?
In de open, anti-dogmatische geest die Jung zo voorstond, formuleren de auteurs een antwoord op deze vragen. Het resultaat is een boeiende caleidoscoop van theorieën en standpunten.
Jef Dehing is psychiater en psychoanalyticus. Hij is opleider bij de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse en bij het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven. Hij heeft ook een privé-praktijk in Brussel.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
In de open, anti-dogmatische geest die Jung zo voorstond, formuleren de auteurs een antwoord op deze vragen. Het resultaat is een boeiende caleidoscoop van theorieën en standpunten.
Jef Dehing is psychiater en psychoanalyticus. Hij is opleider bij de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse en bij het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven. Hij heeft ook een privé-praktijk in Brussel.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Hysterie en psychoanalyse. Springlevend ondanks onrustwekkende verdwijning (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 5)
€ 20,50
Alle zwartboeken ten spijt is de psychoanalyse nog altijd springlevend, niet in het minst in de psychiatrische en psychotherapeutische praktijk. Klein, Lacan, Winnicott, Bion en vele anderen verbreedden immers Freuds visie en steeds opnieuw werden bestaande opvattingen geïnvalideerd en door nieuwe hypothesen vervangen. In het eerste deel van dit boek worden de lotgevallen van de hysterie onderzocht. Wat is er sedert het verschijnen van Freuds en Breuers werk 110 jaar geleden van de hysterie geworden? Als psychiatrische diagnose blijkt ze immers onrustwekkend verdwenen. Een tweede deel beantwoordt de vraag hoe het 150 jaar na Freuds geboorte met diens `zorgenkind'', de psychoanalyse, gesteld is. Is zij bijvoorbeeld eindig of oneindig?
In de open, anti-dogmatische geest die Jung zo voorstond, formuleren de auteurs een antwoord op deze vragen. Het resultaat is een boeiende caleidoscoop van theorieën en standpunten.
Jef Dehing is psychiater en psychoanalyticus. Hij is opleider bij de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse en bij het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven. Hij heeft ook een privé-praktijk in Brussel.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
In de open, anti-dogmatische geest die Jung zo voorstond, formuleren de auteurs een antwoord op deze vragen. Het resultaat is een boeiende caleidoscoop van theorieën en standpunten.
Jef Dehing is psychiater en psychoanalyticus. Hij is opleider bij de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse en bij het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven. Hij heeft ook een privé-praktijk in Brussel.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Voldongen feit. Opvang en begeleiding van buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen
€ 14,90
Vanuit haar ervaring bij een opvangcentrum voor buitenlandse
alleenstaande minderjarigen, brengt Margot
Cloet het zorglandschap voor deze doelgroep uitgebreid
in kaart. Na een overzicht van het internationale
en nationale beleid terzake, schetst zij een beeld van
deze zeer diverse groep jongeren. Wie zijn ze? Hoe en
vanuit welke context en motivatie belandden ze hier?
Dan volgen richtlijnen voor de algemene basishouding die een begeleider van deze jongeren kan aannemen. De auteur is voorstander van een integrale begeleiding en werkt hiervoor een stappenplan uit, gaande van psychologische begeleiding tot juridische bijstand en hulp bij huisvesting, onderwijs enz.
Dit boek onderbouwt praktijkervaring met verwijzingen naar theoretische literatuur en richt zich tot iedereen die beroepshalve met deze groep jongeren in contact komt.
Margot Cloet, pedagoog, is directeur van Minor Ndako, een opvang- en begeleidingshuis voor buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in Anderlecht.
Dan volgen richtlijnen voor de algemene basishouding die een begeleider van deze jongeren kan aannemen. De auteur is voorstander van een integrale begeleiding en werkt hiervoor een stappenplan uit, gaande van psychologische begeleiding tot juridische bijstand en hulp bij huisvesting, onderwijs enz.
Dit boek onderbouwt praktijkervaring met verwijzingen naar theoretische literatuur en richt zich tot iedereen die beroepshalve met deze groep jongeren in contact komt.
Margot Cloet, pedagoog, is directeur van Minor Ndako, een opvang- en begeleidingshuis voor buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in Anderlecht.
Voldongen feit. Opvang en begeleiding van buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen
€ 14,90
Vanuit haar ervaring bij een opvangcentrum voor buitenlandse
alleenstaande minderjarigen, brengt Margot
Cloet het zorglandschap voor deze doelgroep uitgebreid
in kaart. Na een overzicht van het internationale
en nationale beleid terzake, schetst zij een beeld van
deze zeer diverse groep jongeren. Wie zijn ze? Hoe en
vanuit welke context en motivatie belandden ze hier?
Dan volgen richtlijnen voor de algemene basishouding die een begeleider van deze jongeren kan aannemen. De auteur is voorstander van een integrale begeleiding en werkt hiervoor een stappenplan uit, gaande van psychologische begeleiding tot juridische bijstand en hulp bij huisvesting, onderwijs enz.
Dit boek onderbouwt praktijkervaring met verwijzingen naar theoretische literatuur en richt zich tot iedereen die beroepshalve met deze groep jongeren in contact komt.
Margot Cloet, pedagoog, is directeur van Minor Ndako, een opvang- en begeleidingshuis voor buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in Anderlecht.
Dan volgen richtlijnen voor de algemene basishouding die een begeleider van deze jongeren kan aannemen. De auteur is voorstander van een integrale begeleiding en werkt hiervoor een stappenplan uit, gaande van psychologische begeleiding tot juridische bijstand en hulp bij huisvesting, onderwijs enz.
Dit boek onderbouwt praktijkervaring met verwijzingen naar theoretische literatuur en richt zich tot iedereen die beroepshalve met deze groep jongeren in contact komt.
Margot Cloet, pedagoog, is directeur van Minor Ndako, een opvang- en begeleidingshuis voor buitenlandse, niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in Anderlecht.
De dove persoon, zijn federatie en zijn belangenverdediging (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap… tot de jaren 1980 – (deel 2)
€ 49,90
Einde 19de eeuw en begin 20ste eeuw mislukten de verschillende pogingen om tot een overkoepelende dovenorganisatie te komen. Pas in 1936 slaagde de oprichting van Navekados – Nationaal Verbond van Katholieke Doofstommenverenigingen. Het doel was het verdedigen van de belangen en de rechten van de dove persoon en zijn gemeenschap. Het bestuur zorgde voor jaarlijkse actieplannen op de verschillende domeinen van het dagelijkse leven van de dove persoon. Het boek schetst een beeld van de problemen van doven en hoe Navekados hierop een antwoord probeerde te geven.
Dit is het tweede boek in de reeks
Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap ... tot de jaren 1980.
Zie ook:
De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap, dl. 1)
Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op de samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados-Fénasomuc en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkenschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, lndogo vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. De dovenwereld was en is zijn leefwereld.
Dit is het tweede boek in de reeks
Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap ... tot de jaren 1980.
Zie ook:
De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap, dl. 1)
Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op de samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados-Fénasomuc en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkenschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, lndogo vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. De dovenwereld was en is zijn leefwereld.
De dove persoon, zijn federatie en zijn belangenverdediging (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap… tot de jaren 1980 – (deel 2)
€ 49,90
Einde 19de eeuw en begin 20ste eeuw mislukten de verschillende pogingen om tot een overkoepelende dovenorganisatie te komen. Pas in 1936 slaagde de oprichting van Navekados – Nationaal Verbond van Katholieke Doofstommenverenigingen. Het doel was het verdedigen van de belangen en de rechten van de dove persoon en zijn gemeenschap. Het bestuur zorgde voor jaarlijkse actieplannen op de verschillende domeinen van het dagelijkse leven van de dove persoon. Het boek schetst een beeld van de problemen van doven en hoe Navekados hierop een antwoord probeerde te geven.
Dit is het tweede boek in de reeks
Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap ... tot de jaren 1980.
Zie ook:
De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap, dl. 1)
Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op de samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados-Fénasomuc en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkenschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, lndogo vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. De dovenwereld was en is zijn leefwereld.
Dit is het tweede boek in de reeks
Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap ... tot de jaren 1980.
Zie ook:
De dove persoon, zijn gebarentaal en het dovenonderwijs (Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap, dl. 1)
Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op de samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados-Fénasomuc en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkenschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, lndogo vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. De dovenwereld was en is zijn leefwereld.
Beter beleggen in 6 praktische stappen. De kern-satellietbenadering
€ 24,90
Een van de opwindendste nieuwe concepten in de financiële economie van institutionele en professionele beleggers is ongetwijfeld de kern-satellietbenadering. Deze benadering gaat ervan uit dat de kern indexfondsen bevat die diverse aandelen- en obligatie-indexen volgen en de satellieten uit markten worden gekozen die een hoger prospectief rendement beloven. De kern wordt zo stabiel mogelijk gehouden, de satellieten kunnen naargelang van markt-kennis en -evolutie aanleiding worden verwisseld.
Dit boek geeft aan hoe een belegger een goede keuze maakt in het opstellen van de kern en het kiezen van de satellieten. Stap voor stap stelt de belegger een noodzakelijk risicoprofiel op en draagt hij een stuk marktcontrole over.
De auteur staat ook stil bij het verwerven van inzicht in de marktprocessen. Veel beleggers die in de financiële markten stappen, kennen de onderliggende marktmechanismen immers niet. Zo luidt een stelling dat aandelen het op lange termijn beter doen dan obligaties. Vraag is natuurlijk hoe lang die lange termijn is: tien jaar? Twintig of dertig jaar...?
Kennis van de aangeboden financiële producten is essentieel. Het is de bedoeling dat beleggers nieuwe beleggingsproducten ook vanuit de kern-satellietbenadering pro-actief benaderen. Concreet: is het product intrinsiek interessant en past het in mijn portefeuille? Van financiële producten worden in het bijzonder de positieve elementen benadrukt. Het boek helpt beleggers hier klaarder in te zien.
Thierry Debels is licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (financiering). Hij werkte als beleggingsadviseur hij ING België en als wetenschappelijk medewerker hij de Money & Finance Research Group van de VUB. Sinds 1998 schrijft hij beursartikelen voor kranten en tijdschriften en geeft lezingen over de financiële markten en over behavioral finance. Van Debels verscheen eerder bij Garant-Uitgevers De belegger ont(k)leed en Behavioral finance.
Dit boek geeft aan hoe een belegger een goede keuze maakt in het opstellen van de kern en het kiezen van de satellieten. Stap voor stap stelt de belegger een noodzakelijk risicoprofiel op en draagt hij een stuk marktcontrole over.
De auteur staat ook stil bij het verwerven van inzicht in de marktprocessen. Veel beleggers die in de financiële markten stappen, kennen de onderliggende marktmechanismen immers niet. Zo luidt een stelling dat aandelen het op lange termijn beter doen dan obligaties. Vraag is natuurlijk hoe lang die lange termijn is: tien jaar? Twintig of dertig jaar...?
Kennis van de aangeboden financiële producten is essentieel. Het is de bedoeling dat beleggers nieuwe beleggingsproducten ook vanuit de kern-satellietbenadering pro-actief benaderen. Concreet: is het product intrinsiek interessant en past het in mijn portefeuille? Van financiële producten worden in het bijzonder de positieve elementen benadrukt. Het boek helpt beleggers hier klaarder in te zien.
Thierry Debels is licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (financiering). Hij werkte als beleggingsadviseur hij ING België en als wetenschappelijk medewerker hij de Money & Finance Research Group van de VUB. Sinds 1998 schrijft hij beursartikelen voor kranten en tijdschriften en geeft lezingen over de financiële markten en over behavioral finance. Van Debels verscheen eerder bij Garant-Uitgevers De belegger ont(k)leed en Behavioral finance.
Beter beleggen in 6 praktische stappen. De kern-satellietbenadering
€ 24,90
Een van de opwindendste nieuwe concepten in de financiële economie van institutionele en professionele beleggers is ongetwijfeld de kern-satellietbenadering. Deze benadering gaat ervan uit dat de kern indexfondsen bevat die diverse aandelen- en obligatie-indexen volgen en de satellieten uit markten worden gekozen die een hoger prospectief rendement beloven. De kern wordt zo stabiel mogelijk gehouden, de satellieten kunnen naargelang van markt-kennis en -evolutie aanleiding worden verwisseld.
Dit boek geeft aan hoe een belegger een goede keuze maakt in het opstellen van de kern en het kiezen van de satellieten. Stap voor stap stelt de belegger een noodzakelijk risicoprofiel op en draagt hij een stuk marktcontrole over.
De auteur staat ook stil bij het verwerven van inzicht in de marktprocessen. Veel beleggers die in de financiële markten stappen, kennen de onderliggende marktmechanismen immers niet. Zo luidt een stelling dat aandelen het op lange termijn beter doen dan obligaties. Vraag is natuurlijk hoe lang die lange termijn is: tien jaar? Twintig of dertig jaar...?
Kennis van de aangeboden financiële producten is essentieel. Het is de bedoeling dat beleggers nieuwe beleggingsproducten ook vanuit de kern-satellietbenadering pro-actief benaderen. Concreet: is het product intrinsiek interessant en past het in mijn portefeuille? Van financiële producten worden in het bijzonder de positieve elementen benadrukt. Het boek helpt beleggers hier klaarder in te zien.
Thierry Debels is licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (financiering). Hij werkte als beleggingsadviseur hij ING België en als wetenschappelijk medewerker hij de Money & Finance Research Group van de VUB. Sinds 1998 schrijft hij beursartikelen voor kranten en tijdschriften en geeft lezingen over de financiële markten en over behavioral finance. Van Debels verscheen eerder bij Garant-Uitgevers De belegger ont(k)leed en Behavioral finance.
Dit boek geeft aan hoe een belegger een goede keuze maakt in het opstellen van de kern en het kiezen van de satellieten. Stap voor stap stelt de belegger een noodzakelijk risicoprofiel op en draagt hij een stuk marktcontrole over.
De auteur staat ook stil bij het verwerven van inzicht in de marktprocessen. Veel beleggers die in de financiële markten stappen, kennen de onderliggende marktmechanismen immers niet. Zo luidt een stelling dat aandelen het op lange termijn beter doen dan obligaties. Vraag is natuurlijk hoe lang die lange termijn is: tien jaar? Twintig of dertig jaar...?
Kennis van de aangeboden financiële producten is essentieel. Het is de bedoeling dat beleggers nieuwe beleggingsproducten ook vanuit de kern-satellietbenadering pro-actief benaderen. Concreet: is het product intrinsiek interessant en past het in mijn portefeuille? Van financiële producten worden in het bijzonder de positieve elementen benadrukt. Het boek helpt beleggers hier klaarder in te zien.
Thierry Debels is licentiaat Toegepaste Economische Wetenschappen (financiering). Hij werkte als beleggingsadviseur hij ING België en als wetenschappelijk medewerker hij de Money & Finance Research Group van de VUB. Sinds 1998 schrijft hij beursartikelen voor kranten en tijdschriften en geeft lezingen over de financiële markten en over behavioral finance. Van Debels verscheen eerder bij Garant-Uitgevers De belegger ont(k)leed en Behavioral finance.
Communicatiekwesties bij Autisme en Syndroom van Asperger. Spreken we dezelfde taal? (Fontys-OSO-Reeks, nr. 23)
€ 32,90
In dit boek onderzoekt Olga Bogdashina het effect van verschillende manieren van waarnemen en
leren op de ontwikkeling van communicatie en taal bij kinderen met autisme. Ze beoogt hiermee een
theoretische basis te ontwerpen om stoornissen bij communicatie en taal bij autisme te begrijpen.
Ze benadrukt hoe belangrijk het is om bij ieder individueel persoon met autisme de aard van de nonverbale
signalen te onderkennen, met als oogmerk tot een gedeelde manier van verbale communicatie
te komen.
Zij geeft een verklaring waarom een bepaalde benadering alleen maar werkt bij sommige kinderen met autisme en niet bij andere.
De onderdelen van het boek, die zij de naam ''Wat zij zeggen'' heeft gegeven, maken het de lezer mogelijk om door de ogen van personen met autisme te kijken en daarmee van binnenuit de verschillen in ''taal'' (direct) te ervaren.
De onderdelen met de naam ''Wat-kunnen-wij-doen-om-te-helpen'', geven praktische aanwijzingen om personen met autisme te helpen hun eigen geaardheid te gebruiken bij het leren en het ontwikkelen van hun sociale en communicatieve vaardigheden.
De afsluitende hoofdstukken zijn gewijd aan beoordelings- en interventiemethodieken en bevatten praktische aanbevelingen voor het kiezen van geschikte methoden en technieken om de communicatie te verbeteren. Dit alles gebaseerd op de specifieke wijze van communicatie die typerend is voor de persoon met autisme.
Om met succes les te geven aan kinderen met autisme, moeten we hun cultuur begrijpen, evenals de sterke en zwakke kanten die daarmee samenhangen. Het moet ons doel zijn om over hun ervaringen te leren om gedeelde concepten te krijgen en om gedeelde systemen en middelen te creëren, waardoor communicatie mogelijk wordt. Hoe meer gedeelde informatie en ervaringen we hebben, des te eenvoudiger wordt de communicatie.
Eerder verscheen in deze reeks van Olga Bogdashina: Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom.
Deze uitgave is een samenwerking van Fontys OSO, Tilburg en Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen.
Olga Bogdashina is directeur van het Dag-centrum voor kinderen met autisme in Gorlovka.
Zij geeft een verklaring waarom een bepaalde benadering alleen maar werkt bij sommige kinderen met autisme en niet bij andere.
De onderdelen van het boek, die zij de naam ''Wat zij zeggen'' heeft gegeven, maken het de lezer mogelijk om door de ogen van personen met autisme te kijken en daarmee van binnenuit de verschillen in ''taal'' (direct) te ervaren.
De onderdelen met de naam ''Wat-kunnen-wij-doen-om-te-helpen'', geven praktische aanwijzingen om personen met autisme te helpen hun eigen geaardheid te gebruiken bij het leren en het ontwikkelen van hun sociale en communicatieve vaardigheden.
De afsluitende hoofdstukken zijn gewijd aan beoordelings- en interventiemethodieken en bevatten praktische aanbevelingen voor het kiezen van geschikte methoden en technieken om de communicatie te verbeteren. Dit alles gebaseerd op de specifieke wijze van communicatie die typerend is voor de persoon met autisme.
Om met succes les te geven aan kinderen met autisme, moeten we hun cultuur begrijpen, evenals de sterke en zwakke kanten die daarmee samenhangen. Het moet ons doel zijn om over hun ervaringen te leren om gedeelde concepten te krijgen en om gedeelde systemen en middelen te creëren, waardoor communicatie mogelijk wordt. Hoe meer gedeelde informatie en ervaringen we hebben, des te eenvoudiger wordt de communicatie.
Eerder verscheen in deze reeks van Olga Bogdashina: Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom.
Deze uitgave is een samenwerking van Fontys OSO, Tilburg en Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen.
Olga Bogdashina is directeur van het Dag-centrum voor kinderen met autisme in Gorlovka.
Communicatiekwesties bij Autisme en Syndroom van Asperger. Spreken we dezelfde taal? (Fontys-OSO-Reeks, nr. 23)
€ 32,90
In dit boek onderzoekt Olga Bogdashina het effect van verschillende manieren van waarnemen en
leren op de ontwikkeling van communicatie en taal bij kinderen met autisme. Ze beoogt hiermee een
theoretische basis te ontwerpen om stoornissen bij communicatie en taal bij autisme te begrijpen.
Ze benadrukt hoe belangrijk het is om bij ieder individueel persoon met autisme de aard van de nonverbale
signalen te onderkennen, met als oogmerk tot een gedeelde manier van verbale communicatie
te komen.
Zij geeft een verklaring waarom een bepaalde benadering alleen maar werkt bij sommige kinderen met autisme en niet bij andere.
De onderdelen van het boek, die zij de naam ''Wat zij zeggen'' heeft gegeven, maken het de lezer mogelijk om door de ogen van personen met autisme te kijken en daarmee van binnenuit de verschillen in ''taal'' (direct) te ervaren.
De onderdelen met de naam ''Wat-kunnen-wij-doen-om-te-helpen'', geven praktische aanwijzingen om personen met autisme te helpen hun eigen geaardheid te gebruiken bij het leren en het ontwikkelen van hun sociale en communicatieve vaardigheden.
De afsluitende hoofdstukken zijn gewijd aan beoordelings- en interventiemethodieken en bevatten praktische aanbevelingen voor het kiezen van geschikte methoden en technieken om de communicatie te verbeteren. Dit alles gebaseerd op de specifieke wijze van communicatie die typerend is voor de persoon met autisme.
Om met succes les te geven aan kinderen met autisme, moeten we hun cultuur begrijpen, evenals de sterke en zwakke kanten die daarmee samenhangen. Het moet ons doel zijn om over hun ervaringen te leren om gedeelde concepten te krijgen en om gedeelde systemen en middelen te creëren, waardoor communicatie mogelijk wordt. Hoe meer gedeelde informatie en ervaringen we hebben, des te eenvoudiger wordt de communicatie.
Eerder verscheen in deze reeks van Olga Bogdashina: Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom.
Deze uitgave is een samenwerking van Fontys OSO, Tilburg en Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen.
Olga Bogdashina is directeur van het Dag-centrum voor kinderen met autisme in Gorlovka.
Zij geeft een verklaring waarom een bepaalde benadering alleen maar werkt bij sommige kinderen met autisme en niet bij andere.
De onderdelen van het boek, die zij de naam ''Wat zij zeggen'' heeft gegeven, maken het de lezer mogelijk om door de ogen van personen met autisme te kijken en daarmee van binnenuit de verschillen in ''taal'' (direct) te ervaren.
De onderdelen met de naam ''Wat-kunnen-wij-doen-om-te-helpen'', geven praktische aanwijzingen om personen met autisme te helpen hun eigen geaardheid te gebruiken bij het leren en het ontwikkelen van hun sociale en communicatieve vaardigheden.
De afsluitende hoofdstukken zijn gewijd aan beoordelings- en interventiemethodieken en bevatten praktische aanbevelingen voor het kiezen van geschikte methoden en technieken om de communicatie te verbeteren. Dit alles gebaseerd op de specifieke wijze van communicatie die typerend is voor de persoon met autisme.
Om met succes les te geven aan kinderen met autisme, moeten we hun cultuur begrijpen, evenals de sterke en zwakke kanten die daarmee samenhangen. Het moet ons doel zijn om over hun ervaringen te leren om gedeelde concepten te krijgen en om gedeelde systemen en middelen te creëren, waardoor communicatie mogelijk wordt. Hoe meer gedeelde informatie en ervaringen we hebben, des te eenvoudiger wordt de communicatie.
Eerder verscheen in deze reeks van Olga Bogdashina: Waarneming en zintuiglijke ervaringen bij mensen met Autisme en Aspergersyndroom.
Deze uitgave is een samenwerking van Fontys OSO, Tilburg en Opleidingscentrum Autisme, Antwerpen.
Olga Bogdashina is directeur van het Dag-centrum voor kinderen met autisme in Gorlovka.
Dyslexie. Zorg van ons allemaal (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 14)
€ 16,40
Het Masterplan Dyslexie heeft een werkelijke
ontwikkeling op gang gebracht voor de verbetering
van het onderwijs aan leerlingen en studenten
met dyslexie. Aan de hand van protocollen
kunnen scholen nu vormgeven aan de aanpak
van dyslexie.
In de toekomst mag het geen verschil meer maken op welke school de leerling/student zit, in welke regio hij woont, welke leeskliniek hem behandelt, hoeveel geld er in hem wordt gestoken om hem zo ver mogelijk te krijgen in het leren lezen en spellen. Dat droombeeld komt almaar dichterbij als op de scholen professionals aanwezig zijn die vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een deskundige behandeling van dyslexie. Dit boek biedt informatie voor deze professionals-in-wording: leerkrachten, begeleiders, hulpverleners,…\
De auteurs zijn allen betrokken bij projecten van de Hogeschool Fontys-OSO in Tilburg en/ of Hogeschool Windesheim-OSO in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
In de toekomst mag het geen verschil meer maken op welke school de leerling/student zit, in welke regio hij woont, welke leeskliniek hem behandelt, hoeveel geld er in hem wordt gestoken om hem zo ver mogelijk te krijgen in het leren lezen en spellen. Dat droombeeld komt almaar dichterbij als op de scholen professionals aanwezig zijn die vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een deskundige behandeling van dyslexie. Dit boek biedt informatie voor deze professionals-in-wording: leerkrachten, begeleiders, hulpverleners,…\
De auteurs zijn allen betrokken bij projecten van de Hogeschool Fontys-OSO in Tilburg en/ of Hogeschool Windesheim-OSO in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Dyslexie. Zorg van ons allemaal (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 14)
€ 16,40
Het Masterplan Dyslexie heeft een werkelijke
ontwikkeling op gang gebracht voor de verbetering
van het onderwijs aan leerlingen en studenten
met dyslexie. Aan de hand van protocollen
kunnen scholen nu vormgeven aan de aanpak
van dyslexie.
In de toekomst mag het geen verschil meer maken op welke school de leerling/student zit, in welke regio hij woont, welke leeskliniek hem behandelt, hoeveel geld er in hem wordt gestoken om hem zo ver mogelijk te krijgen in het leren lezen en spellen. Dat droombeeld komt almaar dichterbij als op de scholen professionals aanwezig zijn die vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een deskundige behandeling van dyslexie. Dit boek biedt informatie voor deze professionals-in-wording: leerkrachten, begeleiders, hulpverleners,…\
De auteurs zijn allen betrokken bij projecten van de Hogeschool Fontys-OSO in Tilburg en/ of Hogeschool Windesheim-OSO in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
In de toekomst mag het geen verschil meer maken op welke school de leerling/student zit, in welke regio hij woont, welke leeskliniek hem behandelt, hoeveel geld er in hem wordt gestoken om hem zo ver mogelijk te krijgen in het leren lezen en spellen. Dat droombeeld komt almaar dichterbij als op de scholen professionals aanwezig zijn die vertrouwen hebben in de mogelijkheden van een deskundige behandeling van dyslexie. Dit boek biedt informatie voor deze professionals-in-wording: leerkrachten, begeleiders, hulpverleners,…\
De auteurs zijn allen betrokken bij projecten van de Hogeschool Fontys-OSO in Tilburg en/ of Hogeschool Windesheim-OSO in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor adolescenten
€ 19,90
Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet , doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet , doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor adolescenten
€ 19,90
Deze publicatie is een werkboek voor adolescenten. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet , doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet , doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor ouders
€ 19,00
Deze publicatie is een werkboek voor ouders. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht. Werkboek voor ouders
€ 19,00
Deze publicatie is een werkboek voor ouders. Het maakt deel uit van Kinderen en jongeren met overgewicht. Er is een afzonderlijk uitgegeven Handleiding voor begeleiders, bedoeld voor psychologen, diëtisten, artsen, kinesisten, licentiaten lichamelijke opvoeding, sociaal verpleegkundigen, paramedici... die jongeren (en hun ouders) willen helpen controle te krijgen over hun eetgedrag en levensstijl om zo tot een betere beheersing van hun overgewichtsprobleem te komen.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
In de handleiding staan er vier draaiboeken (ook protocollen of trainingen genoemd) die daarbij een hulp kunnen zijn: een training voor de ouders van kinderen met overgewicht, een kindtraining, een training voor adolescenten en een apart protocol met bewegingsoefeningen. Bij de handleiding horen drie werkboeken. Dit is er één van.
Kinderen en jongeren met overgewicht is samengesteld door een team van experts en berust op hun jarenlange ervaring. Evaluatie door universitaire medewerkers toont aan dat er goede resultaten te verwachten zijn, op voorwaarde dat het beschreven protocol goed wordt gevolgd onder deskundige begeleiding.
Caroline Braet, doctor in de psychologie, klinisch psycholoog, gedragstherapeut en hoofddocent aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen. Naast onderwijsopdrachten op het domein van de ontwikkelingspsychopathologie doet zij in het bijzonder onderzoek over het ontstaan van kinderobesitas, de behandeling ervan en de gerelateerde problemen bij overgewicht bij kinderen. In dit verband is ze ook consulent op de polikliniek van de Pediatrie van het Universitair Ziekenhuis Gent en in het Medisch-Pediatrisch Centrum in De Haan. Ze schreef meer dan 100 artikelen en hoofdstukken in boeken over obesitas bij kinderen.
Ellen Moens, klinische psychologe, is assistente aan de Universiteit Gent, Faculteit Psychologie en Pedagogische wetenschappen, Vakgroep Ontwikkelings-, Persoonlijkheids- en Sociale Psychologie. Daarnaast is zij verbonden aan het jeugdobesitasteam van het Universitair Ziekenhuis Gent en is ze werkzaam binnen het Universitair Psychologisch Centrum Kind en Adolescent.
Lien Joossens, voedingsdeskundige-diëtiste, heeft een zelfstandige diëtistenpraktijk in Brugge. Na opleidingen Kindvriendelijke consultaties en Gedragstherapeutische vaardigheden voor de diëtist specialiseerde ze zich in de begeleiding van kinderen met overgewicht en jongeren met eetproblemen.
Ann Tanghe is klinisch psychologe en erkend gedragstherapeute. Ze werkt in het Medisch Pediatrisch Centrum Zeepreventorium in De Haan, waar ze sinds 1994 kinderen en jongeren met extreem overgewicht residentieel begeleidt.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Handleiding voor begeleiders
€ 32,00
Steeds meer kinderen hebben te kampen met gewichtsproblemen. Overgewicht kan de gezondheid
ernstig schaden. De zoektocht naar geschikte behandelingen heeft tot hiertoe veel ontgoochelingen
opgeleverd. Het ziet er dan ook steeds meer naar uit dat een aangepaste levensstijl de
enige weg is om overgewicht in te dijken.
Deze publicatie is erop gericht kinderen en jongeren te helpen om een strakkere controle over hun levensstijl te krijgen en zo hun overgewichtprobleem beter te beheersen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de ouders worden betrokken. Het geheel bestaat uit vier verschillende trainingen: ouder-, kinder-, adolescenten- en bewegingsprogramma. Ze bevatten pyschologische en pedagogische componenten, voedings- en bewegings- en andere adviezen enz. De opeenvolgende stappen worden zorgvuldig toegelicht.
Nagenoeg 1000 jongeren hebben ondertussen deze programma’s gevolgd. Hiermee hebben zij de basis gelegd voor het huidige concept. Evaluatie heeft de aanzet gevormd tot evidence-based werken. Het programma is samengesteld door een team van experten en berust op hun jarenlange ervaring. Het is een efficiënt werkinstrument in handen van artsen, psychologen, diëtisten en vele andere paramedici.
Voor elke doelgroep zijn er aparte Werkboeken.
Caroline Braet doceert aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Lien Joossens leidt een diëtistenpraktijk in Brugge. Ellen Moens, Saskia Mels en Benedicte Deforche zijn allen betrokken bij de obesitaswerking van UZ Gent. Ann Tanghe is verbonden aan het Zeepreventorium in De Haan.
Deze publicatie is erop gericht kinderen en jongeren te helpen om een strakkere controle over hun levensstijl te krijgen en zo hun overgewichtprobleem beter te beheersen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de ouders worden betrokken. Het geheel bestaat uit vier verschillende trainingen: ouder-, kinder-, adolescenten- en bewegingsprogramma. Ze bevatten pyschologische en pedagogische componenten, voedings- en bewegings- en andere adviezen enz. De opeenvolgende stappen worden zorgvuldig toegelicht.
Nagenoeg 1000 jongeren hebben ondertussen deze programma’s gevolgd. Hiermee hebben zij de basis gelegd voor het huidige concept. Evaluatie heeft de aanzet gevormd tot evidence-based werken. Het programma is samengesteld door een team van experten en berust op hun jarenlange ervaring. Het is een efficiënt werkinstrument in handen van artsen, psychologen, diëtisten en vele andere paramedici.
Voor elke doelgroep zijn er aparte Werkboeken.
Caroline Braet doceert aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Lien Joossens leidt een diëtistenpraktijk in Brugge. Ellen Moens, Saskia Mels en Benedicte Deforche zijn allen betrokken bij de obesitaswerking van UZ Gent. Ann Tanghe is verbonden aan het Zeepreventorium in De Haan.
Kinderen en jongeren met overgewicht – Handleiding voor begeleiders
€ 32,00
Steeds meer kinderen hebben te kampen met gewichtsproblemen. Overgewicht kan de gezondheid
ernstig schaden. De zoektocht naar geschikte behandelingen heeft tot hiertoe veel ontgoochelingen
opgeleverd. Het ziet er dan ook steeds meer naar uit dat een aangepaste levensstijl de
enige weg is om overgewicht in te dijken.
Deze publicatie is erop gericht kinderen en jongeren te helpen om een strakkere controle over hun levensstijl te krijgen en zo hun overgewichtprobleem beter te beheersen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de ouders worden betrokken. Het geheel bestaat uit vier verschillende trainingen: ouder-, kinder-, adolescenten- en bewegingsprogramma. Ze bevatten pyschologische en pedagogische componenten, voedings- en bewegings- en andere adviezen enz. De opeenvolgende stappen worden zorgvuldig toegelicht.
Nagenoeg 1000 jongeren hebben ondertussen deze programma’s gevolgd. Hiermee hebben zij de basis gelegd voor het huidige concept. Evaluatie heeft de aanzet gevormd tot evidence-based werken. Het programma is samengesteld door een team van experten en berust op hun jarenlange ervaring. Het is een efficiënt werkinstrument in handen van artsen, psychologen, diëtisten en vele andere paramedici.
Voor elke doelgroep zijn er aparte Werkboeken.
Caroline Braet doceert aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Lien Joossens leidt een diëtistenpraktijk in Brugge. Ellen Moens, Saskia Mels en Benedicte Deforche zijn allen betrokken bij de obesitaswerking van UZ Gent. Ann Tanghe is verbonden aan het Zeepreventorium in De Haan.
Deze publicatie is erop gericht kinderen en jongeren te helpen om een strakkere controle over hun levensstijl te krijgen en zo hun overgewichtprobleem beter te beheersen. Vanzelfsprekend moeten hierbij de ouders worden betrokken. Het geheel bestaat uit vier verschillende trainingen: ouder-, kinder-, adolescenten- en bewegingsprogramma. Ze bevatten pyschologische en pedagogische componenten, voedings- en bewegings- en andere adviezen enz. De opeenvolgende stappen worden zorgvuldig toegelicht.
Nagenoeg 1000 jongeren hebben ondertussen deze programma’s gevolgd. Hiermee hebben zij de basis gelegd voor het huidige concept. Evaluatie heeft de aanzet gevormd tot evidence-based werken. Het programma is samengesteld door een team van experten en berust op hun jarenlange ervaring. Het is een efficiënt werkinstrument in handen van artsen, psychologen, diëtisten en vele andere paramedici.
Voor elke doelgroep zijn er aparte Werkboeken.
Caroline Braet doceert aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. Lien Joossens leidt een diëtistenpraktijk in Brugge. Ellen Moens, Saskia Mels en Benedicte Deforche zijn allen betrokken bij de obesitaswerking van UZ Gent. Ann Tanghe is verbonden aan het Zeepreventorium in De Haan.
Meesterlijk: Inspirerende essenties van leren (Windesheim OSO-Boeken, nr. 5)
€ 15,00
Elk kind leert anders. Dit boek laat zien hoe
kinderen leren en hoe het onderwijs kan bijdragen
aan dat leerproces. Naast het belang van
actief leren wordt ook kwalitatief leren belicht.
Welke impact heeft dat op de organisatie van
het onderwijs? Zo lijkt het belangrijker de diepgang
van de leerstof te benadrukken, veeleer
dan het afwerken ervan. Pas dan slaag je erin
een spannende leeromgeving te creëren en
wordt leren niet alleen boeiend maar ook leuk.
Merkwaardig is tevens hoe kinderen zelf hun
eigen weg kiezen en zelf bepalen wat hen aanspreekt.
De rol van de leerkracht verandert in
deze krachtige leeromgeving. Onderwijzen zal
in de eerste plaats gericht zijn op het actief betrekken
van leerlingen in een leerproces. Zo
wordt de leerling eigenaar van het leerproces.
De auteurs gaan in op zes inspirerende essenties
van leren: je hersenen leren gebruiken,
minder is meer, leren betekenis maken, de leerling
leert, elke leerling leert anders, overal kun
je leren. Ze worden belicht vanuit de dagelijkse
onderwijspraktijk .
Marie-Jeanne Meijer, Koosje Arnoldussen, Bas van der Bruggen, Lonny Fennis, Marianne Frouws, Henk Logtenberg en Bram Guijt zijn verbonden aan Windesheim-OSO in Zwolle.m
Marie-Jeanne Meijer, Koosje Arnoldussen, Bas van der Bruggen, Lonny Fennis, Marianne Frouws, Henk Logtenberg en Bram Guijt zijn verbonden aan Windesheim-OSO in Zwolle.m
Meesterlijk: Inspirerende essenties van leren (Windesheim OSO-Boeken, nr. 5)
€ 15,00
Elk kind leert anders. Dit boek laat zien hoe
kinderen leren en hoe het onderwijs kan bijdragen
aan dat leerproces. Naast het belang van
actief leren wordt ook kwalitatief leren belicht.
Welke impact heeft dat op de organisatie van
het onderwijs? Zo lijkt het belangrijker de diepgang
van de leerstof te benadrukken, veeleer
dan het afwerken ervan. Pas dan slaag je erin
een spannende leeromgeving te creëren en
wordt leren niet alleen boeiend maar ook leuk.
Merkwaardig is tevens hoe kinderen zelf hun
eigen weg kiezen en zelf bepalen wat hen aanspreekt.
De rol van de leerkracht verandert in
deze krachtige leeromgeving. Onderwijzen zal
in de eerste plaats gericht zijn op het actief betrekken
van leerlingen in een leerproces. Zo
wordt de leerling eigenaar van het leerproces.
De auteurs gaan in op zes inspirerende essenties
van leren: je hersenen leren gebruiken,
minder is meer, leren betekenis maken, de leerling
leert, elke leerling leert anders, overal kun
je leren. Ze worden belicht vanuit de dagelijkse
onderwijspraktijk .
Marie-Jeanne Meijer, Koosje Arnoldussen, Bas van der Bruggen, Lonny Fennis, Marianne Frouws, Henk Logtenberg en Bram Guijt zijn verbonden aan Windesheim-OSO in Zwolle.m
Marie-Jeanne Meijer, Koosje Arnoldussen, Bas van der Bruggen, Lonny Fennis, Marianne Frouws, Henk Logtenberg en Bram Guijt zijn verbonden aan Windesheim-OSO in Zwolle.m
Autisme in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 13)
€ 13,10
Over autisme is lange tijd heel ingewikkeld gedaan.
Dat is begrijpelijk, want de wereld van
mensen – kinderen – met autisme lijkt er heel
anders uit te zien. Leraar, zorgcoördinator,
schoolleider,…zullen vele kenmerken van leerlingen
beter kunnen plaatsen naarmate zij meer
afweten van autisme. In feite worden de begeleiding
en het onderwijs van de leerlingen bepaald
door de leerlingen die een kenmerk hebben
uit het brede spectrum van autisme. Zo zal
de leraar die begrijpt waarom een leerling een
bepaald verdrag vertoont, minder geneigd zijn
om het de leerling kwalijk te nemen en er zich
minder aan storen of boos op hem worden.
Het boek geeft praktische, theoretische en ook ethische informatie omtrent de omgang met leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs. Vele leerlingen met autisme hebben het erg moeilijk zolang hun opvoeders en opleiders onvoldoende weten wat autisme inhoudt.
Colette de Bruin, Hilde de Clercq, Norbert Groot, Bram Guijt, Carlo Leget, Hans Nieuwenstein, Hilde Meganck en Peter van Vugt zijn allen betrokken bij de Opleiding Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg en/of Windesheim in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Het boek geeft praktische, theoretische en ook ethische informatie omtrent de omgang met leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs. Vele leerlingen met autisme hebben het erg moeilijk zolang hun opvoeders en opleiders onvoldoende weten wat autisme inhoudt.
Colette de Bruin, Hilde de Clercq, Norbert Groot, Bram Guijt, Carlo Leget, Hans Nieuwenstein, Hilde Meganck en Peter van Vugt zijn allen betrokken bij de Opleiding Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg en/of Windesheim in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Autisme in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 13)
€ 13,10
Over autisme is lange tijd heel ingewikkeld gedaan.
Dat is begrijpelijk, want de wereld van
mensen – kinderen – met autisme lijkt er heel
anders uit te zien. Leraar, zorgcoördinator,
schoolleider,…zullen vele kenmerken van leerlingen
beter kunnen plaatsen naarmate zij meer
afweten van autisme. In feite worden de begeleiding
en het onderwijs van de leerlingen bepaald
door de leerlingen die een kenmerk hebben
uit het brede spectrum van autisme. Zo zal
de leraar die begrijpt waarom een leerling een
bepaald verdrag vertoont, minder geneigd zijn
om het de leerling kwalijk te nemen en er zich
minder aan storen of boos op hem worden.
Het boek geeft praktische, theoretische en ook ethische informatie omtrent de omgang met leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs. Vele leerlingen met autisme hebben het erg moeilijk zolang hun opvoeders en opleiders onvoldoende weten wat autisme inhoudt.
Colette de Bruin, Hilde de Clercq, Norbert Groot, Bram Guijt, Carlo Leget, Hans Nieuwenstein, Hilde Meganck en Peter van Vugt zijn allen betrokken bij de Opleiding Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg en/of Windesheim in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Het boek geeft praktische, theoretische en ook ethische informatie omtrent de omgang met leerlingen met autisme in het voortgezet onderwijs. Vele leerlingen met autisme hebben het erg moeilijk zolang hun opvoeders en opleiders onvoldoende weten wat autisme inhoudt.
Colette de Bruin, Hilde de Clercq, Norbert Groot, Bram Guijt, Carlo Leget, Hans Nieuwenstein, Hilde Meganck en Peter van Vugt zijn allen betrokken bij de Opleiding Speciale Onderwijszorg van de Fontys-Hogescholen in Tilburg en/of Windesheim in Zwolle.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Geopolitiek. Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?
€ 85,00
In de Lage Landen raakte de studie van de Geopolitiek rond 1945 in een taboesfeer. Als gevolg hiervan werd de relatie tussen geografie (territorialiteit) en buitenlands beleid nog maar amper bestudeerd. Dit boek is uniek in zijn soort; het tracht de wortels van het geopolitieke denken te traceren vanaf haar oorsprong (circa 1890) tot heden. Het boek ontrafelt de verschillende dimensies van het geopolitieke denken, welke tot op vandaag in de actuele internationale be-trekkingen doorwerken.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.
"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)
"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)
"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)
David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.
"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)
"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)
"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)
David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.
Geopolitiek. Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?
€ 85,00
In de Lage Landen raakte de studie van de Geopolitiek rond 1945 in een taboesfeer. Als gevolg hiervan werd de relatie tussen geografie (territorialiteit) en buitenlands beleid nog maar amper bestudeerd. Dit boek is uniek in zijn soort; het tracht de wortels van het geopolitieke denken te traceren vanaf haar oorsprong (circa 1890) tot heden. Het boek ontrafelt de verschillende dimensies van het geopolitieke denken, welke tot op vandaag in de actuele internationale be-trekkingen doorwerken.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.
"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)
"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)
"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)
David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.
"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)
"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)
"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)
David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.
Vlaamse normering van de AVI-toets. Onderzoeksinstrument voor het technisch lezen op tekstniveau, niveaubepaling en kwalitatieve analyse
€ 23,90
De AVI-toets wordt in Vlaanderen veelvuldig gebruikt. De Nederlandse normering is echter niet van toepassing bij Vlaamse kinderen. Daarom is een normering uitgewerkt die op Vlaamse lezers is gericht en in Vlaanderen toepasbaar is. Bovendien is ze analytischer dan de oorspronkelijke Nederlandse normering.
Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.
Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.
De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.
WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.
Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.
Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.
De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.
WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.
Vlaamse normering van de AVI-toets. Onderzoeksinstrument voor het technisch lezen op tekstniveau, niveaubepaling en kwalitatieve analyse
€ 23,90
De AVI-toets wordt in Vlaanderen veelvuldig gebruikt. De Nederlandse normering is echter niet van toepassing bij Vlaamse kinderen. Daarom is een normering uitgewerkt die op Vlaamse lezers is gericht en in Vlaanderen toepasbaar is. Bovendien is ze analytischer dan de oorspronkelijke Nederlandse normering.
Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.
Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.
De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.
WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.
Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.
Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.
De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.
WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.
De gedoemde mens? Psychoanalyse, tragedie en tragiek
€ 15,70
Zowel Freud als Lacan zijn onmiskenbaar gefascineerd
en geïnspireerd door het werk van de
grote tragediedichters: Sofocles’ Oedipous, Tyrannos
en Antigone, Shakespeares Hamlet en -
voor wat Lacan betreft – eveneens de moderne
tragedies van Paul Claudel. Het naar Koning
Oedipus genoemde complex is niet het enige,
wel het meest bekende voorbeeld daarvan.
Maar deelt de psychoanalyse ook het tragisch
bewustzijn, de mensopvatting of het wereldbeeld
van de tragediedichters? Is het onbewuste
met zijn eigen ondoorgrondelijke wetmatigheden
de erfgenaam van de duistere wil van de
oude goden: oorzaak van mijn ondergang, onvermijdelijk
en tegelijk toch bron van schuldgevoel?
Mijn passie als mijn persoonlijk
(nood)lot: is psychopathologie de tragiek van
de 21e eeuw?
Psychoanalytisch gevormde filosofen en therapeuten gaan nader in op deze problematiek, zowel vanuit de psychoanalytische theorie als vanuit de analytische praktijk, met concrete voorbeelden uit de kliniek.
Paul Vanden Berghe, filosoof en theoloog, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen.
Psychoanalytisch gevormde filosofen en therapeuten gaan nader in op deze problematiek, zowel vanuit de psychoanalytische theorie als vanuit de analytische praktijk, met concrete voorbeelden uit de kliniek.
Paul Vanden Berghe, filosoof en theoloog, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen.
De gedoemde mens? Psychoanalyse, tragedie en tragiek
€ 15,70
Zowel Freud als Lacan zijn onmiskenbaar gefascineerd
en geïnspireerd door het werk van de
grote tragediedichters: Sofocles’ Oedipous, Tyrannos
en Antigone, Shakespeares Hamlet en -
voor wat Lacan betreft – eveneens de moderne
tragedies van Paul Claudel. Het naar Koning
Oedipus genoemde complex is niet het enige,
wel het meest bekende voorbeeld daarvan.
Maar deelt de psychoanalyse ook het tragisch
bewustzijn, de mensopvatting of het wereldbeeld
van de tragediedichters? Is het onbewuste
met zijn eigen ondoorgrondelijke wetmatigheden
de erfgenaam van de duistere wil van de
oude goden: oorzaak van mijn ondergang, onvermijdelijk
en tegelijk toch bron van schuldgevoel?
Mijn passie als mijn persoonlijk
(nood)lot: is psychopathologie de tragiek van
de 21e eeuw?
Psychoanalytisch gevormde filosofen en therapeuten gaan nader in op deze problematiek, zowel vanuit de psychoanalytische theorie als vanuit de analytische praktijk, met concrete voorbeelden uit de kliniek.
Paul Vanden Berghe, filosoof en theoloog, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen.
Psychoanalytisch gevormde filosofen en therapeuten gaan nader in op deze problematiek, zowel vanuit de psychoanalytische theorie als vanuit de analytische praktijk, met concrete voorbeelden uit de kliniek.
Paul Vanden Berghe, filosoof en theoloog, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen.

