Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.