Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
