Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.

