Nu en straks. Over palliatieve zorg. Handleiding
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema.
Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
Het handboek verschaft basisinformatie over ongeneeslijke ziekte, palliatieve zorg en verstandelijke beperking, met concrete tips bij het gebruik van het beeldboek, achtergrondinfo en mogelijke vragen en thema´s bij de illustraties.
Naast het handboek is er een:
- beeldboek
- werkboek.
Het beeldboek ´Nu en straks´ kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’ en om deze delicate onderwerpen bespreekbaar te maken. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Het werkboek is in de eerste plaats bestemd voor de zieke zelf. Hij kan hierin gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
De set ''Nu en straks'' bestaat uit het beeldboek, het werkboek en de handleiding (€ 66,-)
Meer info / bestel de set
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Handleiding
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema.
Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
Het handboek verschaft basisinformatie over ongeneeslijke ziekte, palliatieve zorg en verstandelijke beperking, met concrete tips bij het gebruik van het beeldboek, achtergrondinfo en mogelijke vragen en thema´s bij de illustraties.
Naast het handboek is er een:
- beeldboek
- werkboek.
Het beeldboek ´Nu en straks´ kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’ en om deze delicate onderwerpen bespreekbaar te maken. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Het werkboek is in de eerste plaats bestemd voor de zieke zelf. Hij kan hierin gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
De set ''Nu en straks'' bestaat uit het beeldboek, het werkboek en de handleiding (€ 66,-)
Meer info / bestel de set
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Werkboek
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema.
Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
Het werkboek is in de eerste plaats bestemd voor de zieke zelf. Hij kan hierin gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
Naast het werkboek is er een:
- beeldboek
- handboek.
Het beeldboek ´Nu en straks´ kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’ en om deze delicate onderwerpen bespreekbaar te maken. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Het handboek verschaft basisinformatie over ongeneeslijke ziekte, palliatieve zorg en verstandelijke beperking, met concrete tips bij het gebruik van het beeldboek, achtergrondinfo en mogelijke vragen en thema´s bij de illustraties.
De set ''Nu en straks'' bestaat uit het beeldboek, het werkboek en de handleiding (€ 66,-)
Meer info / bestel de set
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Werkboek
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema.
Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
Het werkboek is in de eerste plaats bestemd voor de zieke zelf. Hij kan hierin gevoelens, meningen, bedenkingen, vragen en commentaren schrijven, tekenen, dichten.
Naast het werkboek is er een:
- beeldboek
- handboek.
Het beeldboek ´Nu en straks´ kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’ en om deze delicate onderwerpen bespreekbaar te maken. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Het handboek verschaft basisinformatie over ongeneeslijke ziekte, palliatieve zorg en verstandelijke beperking, met concrete tips bij het gebruik van het beeldboek, achtergrondinfo en mogelijke vragen en thema´s bij de illustraties.
De set ''Nu en straks'' bestaat uit het beeldboek, het werkboek en de handleiding (€ 66,-)
Meer info / bestel de set
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Beeldboek
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema.
Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
Het beeldboek ´Nu en straks´ kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’ en om deze delicate onderwerpen bespreekbaar te maken. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Naast het beeldboek is er een:
- handboek met achtergrondinformatie voor ondersteuners
- werkboek voor de zieke.
De set ''Nu en straks'' bestaat uit het beeldboek, het werkboek en de handleiding (€ 66,-)
Meer info / bestel de set
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
Nu en straks. Over palliatieve zorg. Beeldboek
Het thema ‘palliatieve zorg, ziekte en doodgaan’ is voor iedereen een confronterend en delicaat thema.
Wat kan er nu, hoe moet het straks en hoe kunnen we het mogelijk maken dat mensen genieten van het ‘nu en straks’, ook al is er weinig perspectief?
Het beeldboek ´Nu en straks´ kan gebruikt worden om aan kinderen en volwassenen uitleg te geven over de thema’s ‘ongeneeslijk ziek zijn’, ‘palliatieve zorg’ en ‘sterven’ en om deze delicate onderwerpen bespreekbaar te maken. Met het beeldboek kan gepraat worden over het eigen ziekteproces of over de ongeneeslijke ziekte van een familielid, een medebewoner, … Het is in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, maar het is ook geschikt voor een ruimer publiek, zoals kinderen of mensen met psychische problemen.
Naast het beeldboek is er een:
- handboek met achtergrondinformatie voor ondersteuners
- werkboek voor de zieke.
De set ''Nu en straks'' bestaat uit het beeldboek, het werkboek en de handleiding (€ 66,-)
Meer info / bestel de set
Auteur
Sofie Sergeant studeerde orthopedagogiek aan de Universiteit Gent en bewegingsexpressie in de hulpverlening aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Zij werkt al jaren met en voor mensen met een verstandelijke beperking, eerst vanuit de Brugse voorziening Oranje en daarna vanuit Vormingscentrum Handicum in Gent.
Momenteel is zij wetenschappelijk medewerker voor de Vakgroep Disability Studies van de Universiteit Gent. Daarnaast werkt zij ook als inhoudelijke en creatieve inspiratiebron voor Vormingscentrum Handicum.
Illustrator
Saar De Buysere studeerde beeldende kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Zij geeft beeldende vorming aan personen met een beperking in het deeltijds Kunstonderwijs, ze werkt geregeld sociaal-artistieke projecten uit in samenwerking met verschillende organisaties (Rocsa, Platform-K, Handicum, cirQ, Nucleo, …) en is freelance beeldend kunstenaar/illustrator/vormgever.
In het licht van de eindigheid. Einde van de metafysica en deconstructie van het christendom.
Deze publicatie gaat uit van Heideggers denken over het einde van de metafysica en de ontotheologie en werkt deze thema’s uit aan de hand van verschillende hedendaagse auteurs, van Jean-Yves Lacoste tot Peter Sloterdijk. Ze diept de thematiek uit en maakt die toegankelijk voor een breder publiek. Dit gebeurt veelal met voorbeelden uit de hedendaagse literatuur, vooral Michel Houellebecq.
De auteur ontwikkelt een nieuwe visie op het christendom vandaag en gaat na welke rol religie in de samenleving nog kan spelen. De deconstructie van het christendom leert immers dat we leven in een niet-niet-christelijke cultuur en dat, ook al kunnen christendom en cultuur niet langer met elkaar geïdentificeerd worden, de verwevenheid tussen beide van die aard is dat men de bijdrage van het christendom aan onze cultuur nauwelijks kan onderschatten – maar ook: inschatten. Dit boek stelt daarom een hedendaags christendom voor dat, wars van de wetten van de wereld, een verzet tegen het kwantitatieve en kapitalistische denken inhoudt.
Joeri Schrijvers werkt als onderzoeker aan de Faculteit Wijsbegeerte en aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam.
In het licht van de eindigheid. Einde van de metafysica en deconstructie van het christendom.
Deze publicatie gaat uit van Heideggers denken over het einde van de metafysica en de ontotheologie en werkt deze thema’s uit aan de hand van verschillende hedendaagse auteurs, van Jean-Yves Lacoste tot Peter Sloterdijk. Ze diept de thematiek uit en maakt die toegankelijk voor een breder publiek. Dit gebeurt veelal met voorbeelden uit de hedendaagse literatuur, vooral Michel Houellebecq.
De auteur ontwikkelt een nieuwe visie op het christendom vandaag en gaat na welke rol religie in de samenleving nog kan spelen. De deconstructie van het christendom leert immers dat we leven in een niet-niet-christelijke cultuur en dat, ook al kunnen christendom en cultuur niet langer met elkaar geïdentificeerd worden, de verwevenheid tussen beide van die aard is dat men de bijdrage van het christendom aan onze cultuur nauwelijks kan onderschatten – maar ook: inschatten. Dit boek stelt daarom een hedendaags christendom voor dat, wars van de wetten van de wereld, een verzet tegen het kwantitatieve en kapitalistische denken inhoudt.
Joeri Schrijvers werkt als onderzoeker aan de Faculteit Wijsbegeerte en aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam.
Het (voor)beeldig brein. Taal en interventionele geneeskunde.
De gemeenschappelijke band die de drie redacteurs van Het voorbeeldige brein verbindt, is meer dan hun passie voor taal en hersenen. Zij vragen zich af hoe nieuwe technologische inzichten een meerwaarde kunnen bieden aan de gangbare logopedische benadering bij taal- en spraakstoornissen na hersenletsel.
De bijdragen van een aantal experts geven inzicht in de betekenis van deze ontwikkelingen voor ons therapeutisch handelen.
"een werkstuk dat niet in je bibliotheek mag ontbreken, zowel in die van je praktijk als in die van je woonkamer"
Logopedie, jrg. 27, nr. 1, blz. 75
Erik Robert, logopedist, werkt in Gent als diensthoofd Logopedie en Afasiologie bij het AZ Maria-Middelares, coördinator Neurologische Taal- en Spraakstoornissen op de Arteveldehogeschool en op de Dienst Logopedie van het Departement Neurochirurgie van het AZ Sint-Lucas.
Anne-Sophie Beeckman, logopedist, werkt op de Dienst Logopedie en Afasiologie van het AZ Maria-Middelares.
Evy Visch-Brink is klinisch linguist op de afdeling Neurologie en Neurochirurgie van het ErasmusMC in Rotterdam.
Het (voor)beeldig brein. Taal en interventionele geneeskunde.
De gemeenschappelijke band die de drie redacteurs van Het voorbeeldige brein verbindt, is meer dan hun passie voor taal en hersenen. Zij vragen zich af hoe nieuwe technologische inzichten een meerwaarde kunnen bieden aan de gangbare logopedische benadering bij taal- en spraakstoornissen na hersenletsel.
De bijdragen van een aantal experts geven inzicht in de betekenis van deze ontwikkelingen voor ons therapeutisch handelen.
"een werkstuk dat niet in je bibliotheek mag ontbreken, zowel in die van je praktijk als in die van je woonkamer"
Logopedie, jrg. 27, nr. 1, blz. 75
Erik Robert, logopedist, werkt in Gent als diensthoofd Logopedie en Afasiologie bij het AZ Maria-Middelares, coördinator Neurologische Taal- en Spraakstoornissen op de Arteveldehogeschool en op de Dienst Logopedie van het Departement Neurochirurgie van het AZ Sint-Lucas.
Anne-Sophie Beeckman, logopedist, werkt op de Dienst Logopedie en Afasiologie van het AZ Maria-Middelares.
Evy Visch-Brink is klinisch linguist op de afdeling Neurologie en Neurochirurgie van het ErasmusMC in Rotterdam.
Meer mans. Leraren opleiden met oog voor diversiteit en kwaliteit.
In deze bundel wordt verslag gedaan van het onderzoek- en ontwikkelproject ‘Help’ de mannelijke leraar naar het primair onderwijs of korter gezegd Meer Mans. Meer Mans heeft als doel bij te dragen aan de verhoging van het rendement en de kwaliteit van mannelijke studenten van de lerarenopleiding basisonderwijs.
Mannelijke studenten doen langer over de opleiding, vallen vaker uit en halen minder goede cijfers dan vrouwelijke studenten. Het uitgangspunt van Meer Mans is dat het geboden onderwijs minder goed aansluit bij de beroepsmotivatie, inzet en opleidingsverwachtingen van mannelijke studenten. Door onderzoek en curriculumontwikkeling te combineren is gewerkt aan kennisontwikkeling met betrekking tot optimalisering van de match tussen het curriculum en de mannelijke studenten.
Aan het totale project werkten drie onderzoekers, acht lerarenopleiders en zes leraren uit het basisonderwijs samen. Zij hebben op basis van theorie en praktijkervaringen vastgesteld welke opleidingsfactoren minder aansluiten bij mannelijke studenten en in aanmerking komen voor aanpassing zonder afbreuk te doen aan de vereiste kwaliteit van een afgestudeerde leraar basisonderwijs. De geselecteerde opleidingsfactoren zijn in overleg met de opleidingen als pilot aangepast en kleinschalig geïmplementeerd. Vervolgens is daarvan onderzocht of dat tot gewenste verbeteringen leidt. Voorbeelden van deelprojecten zijn ‘reflecteren moet je leren’, ‘opdrachten onder de genderlens’, en ‘op (mannelijke) maat begeleiden’ van stagiaires.
Dr. Gerda Geerdink was projectleider van Meer Mans. Ze werkt als associate lector op het thema ‘Seksediversiteit en onderwijs’ voor het Kenniscentrum: ‘Kwaliteit van Leren’ binnen de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Ze promoveerde in 2007 op een onderzoek naar sekseverschillen bij toekomstige leraren basisonderwijs. Op dit moment is ze vooral actief als praktijkonderzoeker naar onderwerpen die te maken hebben met sekseverschillen, onderwijs en rendementsverbetering. Daarvoor was ze lerarenopleider.
Dr. Fedor de Beer werkt bij hetzelfde Kenniscentrum als onderzoeker. Hij heeft mee leiding en sturing gegeven aan het project Meer Mans. Zijn onderzoeksthema’s zijn, naast sekseverschillen en opleiden van leraren, burgerschapsvorming en de pedagogische taak van het onderwijs. Hij was zelf (mannelijke) leraar basisonderwijs en later lerarenopleider aan de lerarenopleiding basisonderwijs.
Meer mans. Leraren opleiden met oog voor diversiteit en kwaliteit.
In deze bundel wordt verslag gedaan van het onderzoek- en ontwikkelproject ‘Help’ de mannelijke leraar naar het primair onderwijs of korter gezegd Meer Mans. Meer Mans heeft als doel bij te dragen aan de verhoging van het rendement en de kwaliteit van mannelijke studenten van de lerarenopleiding basisonderwijs.
Mannelijke studenten doen langer over de opleiding, vallen vaker uit en halen minder goede cijfers dan vrouwelijke studenten. Het uitgangspunt van Meer Mans is dat het geboden onderwijs minder goed aansluit bij de beroepsmotivatie, inzet en opleidingsverwachtingen van mannelijke studenten. Door onderzoek en curriculumontwikkeling te combineren is gewerkt aan kennisontwikkeling met betrekking tot optimalisering van de match tussen het curriculum en de mannelijke studenten.
Aan het totale project werkten drie onderzoekers, acht lerarenopleiders en zes leraren uit het basisonderwijs samen. Zij hebben op basis van theorie en praktijkervaringen vastgesteld welke opleidingsfactoren minder aansluiten bij mannelijke studenten en in aanmerking komen voor aanpassing zonder afbreuk te doen aan de vereiste kwaliteit van een afgestudeerde leraar basisonderwijs. De geselecteerde opleidingsfactoren zijn in overleg met de opleidingen als pilot aangepast en kleinschalig geïmplementeerd. Vervolgens is daarvan onderzocht of dat tot gewenste verbeteringen leidt. Voorbeelden van deelprojecten zijn ‘reflecteren moet je leren’, ‘opdrachten onder de genderlens’, en ‘op (mannelijke) maat begeleiden’ van stagiaires.
Dr. Gerda Geerdink was projectleider van Meer Mans. Ze werkt als associate lector op het thema ‘Seksediversiteit en onderwijs’ voor het Kenniscentrum: ‘Kwaliteit van Leren’ binnen de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Ze promoveerde in 2007 op een onderzoek naar sekseverschillen bij toekomstige leraren basisonderwijs. Op dit moment is ze vooral actief als praktijkonderzoeker naar onderwerpen die te maken hebben met sekseverschillen, onderwijs en rendementsverbetering. Daarvoor was ze lerarenopleider.
Dr. Fedor de Beer werkt bij hetzelfde Kenniscentrum als onderzoeker. Hij heeft mee leiding en sturing gegeven aan het project Meer Mans. Zijn onderzoeksthema’s zijn, naast sekseverschillen en opleiden van leraren, burgerschapsvorming en de pedagogische taak van het onderwijs. Hij was zelf (mannelijke) leraar basisonderwijs en later lerarenopleider aan de lerarenopleiding basisonderwijs.
IJzeren longen, warme harten. Musea & collecties van geneeskunde en zorg in belgië Nederland en Luxemburg
De vijftigste verjaardag van de Belgische ‘Ziekenhuiswet’ uit 1963 is een mooie gelegenheid om het gerelateerde erfgoed in de hele Benelux op te lijsten in een bijzonder boek.
De geschiedenis van de diverse collecties gaat uiteraard veel verder terug dan de tijdsspanne van louter de jongste vijftig jaar. Veertig instellingen met publiek toegankelijke collecties en musea omtrent het medisch, farmaceutisch en zorgerfgoed stellen zich voor, in woorden en met beeldmateriaal. Deze instellingen overspannen vrijwel alle historische tijdsperioden en hebben betrekking op drie landen. Met een combinatie van toegankelijke, boeiende verhalen en representatief, kwaliteitsvol beeldmateriaal wil het boek een breed publiek boeien voor het bijzondere en interessante verleden van de diverse collecties. Tegelijk is het boek een uitnodiging om musea en instellingen te bezoeken. Niet alleen lezen, maar ook doen. Het boek, een primeur voor de ‘Lage Landen’, slaagt pas in zijn opzet als het de lezer ertoe kan aanzetten om zelf op verkenning te gaan naar het rijke medische, farmaceutische en zorgerfgoed dat onze contreien heeft nagelaten.
Eindredacteuren: Patrick Allegaert en Vincent Van Roy; in opdracht van Hospitium vzw; met ondersteuning van de Belgische Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
IJzeren longen, warme harten. Musea & collecties van geneeskunde en zorg in belgië Nederland en Luxemburg
De vijftigste verjaardag van de Belgische ‘Ziekenhuiswet’ uit 1963 is een mooie gelegenheid om het gerelateerde erfgoed in de hele Benelux op te lijsten in een bijzonder boek.
De geschiedenis van de diverse collecties gaat uiteraard veel verder terug dan de tijdsspanne van louter de jongste vijftig jaar. Veertig instellingen met publiek toegankelijke collecties en musea omtrent het medisch, farmaceutisch en zorgerfgoed stellen zich voor, in woorden en met beeldmateriaal. Deze instellingen overspannen vrijwel alle historische tijdsperioden en hebben betrekking op drie landen. Met een combinatie van toegankelijke, boeiende verhalen en representatief, kwaliteitsvol beeldmateriaal wil het boek een breed publiek boeien voor het bijzondere en interessante verleden van de diverse collecties. Tegelijk is het boek een uitnodiging om musea en instellingen te bezoeken. Niet alleen lezen, maar ook doen. Het boek, een primeur voor de ‘Lage Landen’, slaagt pas in zijn opzet als het de lezer ertoe kan aanzetten om zelf op verkenning te gaan naar het rijke medische, farmaceutische en zorgerfgoed dat onze contreien heeft nagelaten.
Eindredacteuren: Patrick Allegaert en Vincent Van Roy; in opdracht van Hospitium vzw; met ondersteuning van de Belgische Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
De visie van Freinet
Het Freinetonderwijs heeft een vaste stek verworven in het Vlaamse onderwijslandschap. Dagelijks geven vele leerkrachten binnen diverse freinetscholen vorm aan hun onderwijspraktijk. Zij beroepen zich hiervoor op het gedachtegoed van Célestin Freinet en trachten met allerlei technieken en leermiddelen kinderen te laten opgroeien tot kritische en solidaire volwassenen. Ze gaan actief aan de slag met vrije teksten, installeren coöperatieve en participatieve overlegvormen, laten de kinderen onderzoeken en experimenteren.
Hoewel een aantal technieken bekendheid genieten, is de achterliggende visie van Freinet vaak minder gekend. Dit boek wil een overzicht bieden van de belangrijkste uitgangspunten die aan de basis liggen van de Freinetpedagogie. De auteur kwam tot dit overzicht door oorspronkelijke teksten van Freinet en overzichtswerken over Freinet op elkaar te betrekken. Het belang van deze visie-elementen kan moeilijk overschat worden, aangezien zij de motor vormen voor een geïnspireerde werking. Om deze goed te begrijpen is het belangrijk om Célestin Freinet te plaatsen binnen de tijd (1896-1966) en de ruimte (Zuidoost-Frankrijk) waarin hij leefde en werkte. Enkele belangrijke, invloedrijke gebeurtenissen worden vermeld. Het boek sluit af met een kijkwijzer die een individuele leerkracht of een schoolteam in staat stelt om zelf na te gaan in welke mate de eigen werking aansluit bij de uitgangspunten van Freinet.
Jan Devos nam als onderwijzer en pedagoog diverse functies op binnen het onderwijs. Hij was coördinator leerplanontwikkeling bij het OVSG, medewerker van de Pedagogische Begeleidingsdienst Stad Gent en werkt momenteel als onderwijsinspecteur. Hij schreef een masterthesis over de overgang van leerlingen uit alternatieve scholen naar het secundair onderwijs en was onder meer betrokken bij het ondersteunen van Freinetscholen.
De visie van Freinet
Het Freinetonderwijs heeft een vaste stek verworven in het Vlaamse onderwijslandschap. Dagelijks geven vele leerkrachten binnen diverse freinetscholen vorm aan hun onderwijspraktijk. Zij beroepen zich hiervoor op het gedachtegoed van Célestin Freinet en trachten met allerlei technieken en leermiddelen kinderen te laten opgroeien tot kritische en solidaire volwassenen. Ze gaan actief aan de slag met vrije teksten, installeren coöperatieve en participatieve overlegvormen, laten de kinderen onderzoeken en experimenteren.
Hoewel een aantal technieken bekendheid genieten, is de achterliggende visie van Freinet vaak minder gekend. Dit boek wil een overzicht bieden van de belangrijkste uitgangspunten die aan de basis liggen van de Freinetpedagogie. De auteur kwam tot dit overzicht door oorspronkelijke teksten van Freinet en overzichtswerken over Freinet op elkaar te betrekken. Het belang van deze visie-elementen kan moeilijk overschat worden, aangezien zij de motor vormen voor een geïnspireerde werking. Om deze goed te begrijpen is het belangrijk om Célestin Freinet te plaatsen binnen de tijd (1896-1966) en de ruimte (Zuidoost-Frankrijk) waarin hij leefde en werkte. Enkele belangrijke, invloedrijke gebeurtenissen worden vermeld. Het boek sluit af met een kijkwijzer die een individuele leerkracht of een schoolteam in staat stelt om zelf na te gaan in welke mate de eigen werking aansluit bij de uitgangspunten van Freinet.
Jan Devos nam als onderwijzer en pedagoog diverse functies op binnen het onderwijs. Hij was coördinator leerplanontwikkeling bij het OVSG, medewerker van de Pedagogische Begeleidingsdienst Stad Gent en werkt momenteel als onderwijsinspecteur. Hij schreef een masterthesis over de overgang van leerlingen uit alternatieve scholen naar het secundair onderwijs en was onder meer betrokken bij het ondersteunen van Freinetscholen.
Evaluatie van het onderwijspersoneel. Beleid en praktijk in het Vlaamse secundair onderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding en voor volwassenenonderwijs.
Sinds 2007 worden scholen van het secundair onderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren. Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar analogie met wat in de bedrijfswereld gebruikelijk is.
Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het secundair onderwijs, maar ook in de Centra voor Volwasseneneducatie en de Centra voor Leerlingenbegeleiding effectief gebeurt, en wat de bedoelde en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Geert Devos en Eva Vekeman werken aan de Universiteit Gent. Zij zijn verbonden aan de onderzoeksgroep Onderwijsbeleid en Schoolleiderschap van de Vakgroep Onderwijskunde.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
Evaluatie van het onderwijspersoneel. Beleid en praktijk in het Vlaamse secundair onderwijs, centra voor leerlingenbegeleiding en voor volwassenenonderwijs.
Sinds 2007 worden scholen van het secundair onderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren. Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar analogie met wat in de bedrijfswereld gebruikelijk is.
Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het secundair onderwijs, maar ook in de Centra voor Volwasseneneducatie en de Centra voor Leerlingenbegeleiding effectief gebeurt, en wat de bedoelde en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Geert Devos en Eva Vekeman werken aan de Universiteit Gent. Zij zijn verbonden aan de onderzoeksgroep Onderwijsbeleid en Schoolleiderschap van de Vakgroep Onderwijskunde.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
“Laat mijn kop met rust!” Een project over straatwijs opvoeden
‘Straatwijs Opvoeden’ is een project dat kennis bezorgt aan de lokale netwerken opvoedingsondersteuning, zodat ze beter tegemoet kunnen komen aan de vraag van de zwakste groepen in de samenleving. Hiervoor verzamelden straathoekwerkers ervaringen van gezinnen in armoedesituaties, resulterend in zogenaamde straatverhalen. De straatverhalen weerspiegelen vooral ervaringen van succes en falen, onvermogen en krachten, engagement maar ook machteloosheid en onbegrip vanuit de hulp- en dienstverlening. Deze straatverhalen, als bronnen van levenswijsheid, worden in deze publicatie uitvoerig geanalyseerd en beschreven. Het zorgvuldig organiseren van een dialoog met ouders uit gezinnen in armoedesituaties levert inzichten op over de verwevenheid van hun leven met structurele moeilijkheden, waarbij ondersteuning bij de opvoeding niet altijd als ondersteunend wordt ervaren.
‘Straatwijs Opvoeden’ is echter veel meer dan dat. Op basis van de straatverhalen werd het perspectief van lokale actoren in de hulp- en dienstverlening in Oostende en Aalst geëxploreerd. Dit levert vooral inzichten op over de grenzen van de ondersteuningsmogelijkheden voor gezinnen. Het toont dat er discrepanties zijn in de manier waarop opvoedingsondersteuning door welzijnsdiensten wordt aangeboden en de manier waarop deze ondersteuning door de ouders wordt ervaren. Tegelijk zien we lokale actoren ondergronds gaan in de zoektocht naar gedeeld engagement ten aanzien van deze gezinnen, die in complexe situaties hun kinderen opvoeden.
Een aantal ‘critical friends’ leveren diverse kritische bijdragen over deze bevindingen én formuleren nieuwe vragen en uitdagingen voor het beleid en de praktijk van opvoedingsondersteuning.
In een notendop levert ‘Straatwijs Opvoeden’ een inspirerende kijk op de manier
waarop op lokaal niveau aan opvoedingsondersteuning vorm gegeven kan worden.
Griet Roets is als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor
Wetenschappelijk Onder zoek (FWO) verbonden aan de vakgroep
Sociale Agogiek, Universiteit Gent.
Joost Bonte is coördinator van Straathoekwerk Oost- en West- Vlaanderen, en is sinds de opstart van Integrale Jeugdhulp lid van de stuurgroep in West-Vlaanderen.
Dirk Dermaut en John Decoene zijn verantwoordelijken van het team Vlaamse Coördinatoren Opvoedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
Valerie Dhondt en Frank Myny zijn Vlaamse Coördinatoren Op - voedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
“Laat mijn kop met rust!” Een project over straatwijs opvoeden
‘Straatwijs Opvoeden’ is een project dat kennis bezorgt aan de lokale netwerken opvoedingsondersteuning, zodat ze beter tegemoet kunnen komen aan de vraag van de zwakste groepen in de samenleving. Hiervoor verzamelden straathoekwerkers ervaringen van gezinnen in armoedesituaties, resulterend in zogenaamde straatverhalen. De straatverhalen weerspiegelen vooral ervaringen van succes en falen, onvermogen en krachten, engagement maar ook machteloosheid en onbegrip vanuit de hulp- en dienstverlening. Deze straatverhalen, als bronnen van levenswijsheid, worden in deze publicatie uitvoerig geanalyseerd en beschreven. Het zorgvuldig organiseren van een dialoog met ouders uit gezinnen in armoedesituaties levert inzichten op over de verwevenheid van hun leven met structurele moeilijkheden, waarbij ondersteuning bij de opvoeding niet altijd als ondersteunend wordt ervaren.
‘Straatwijs Opvoeden’ is echter veel meer dan dat. Op basis van de straatverhalen werd het perspectief van lokale actoren in de hulp- en dienstverlening in Oostende en Aalst geëxploreerd. Dit levert vooral inzichten op over de grenzen van de ondersteuningsmogelijkheden voor gezinnen. Het toont dat er discrepanties zijn in de manier waarop opvoedingsondersteuning door welzijnsdiensten wordt aangeboden en de manier waarop deze ondersteuning door de ouders wordt ervaren. Tegelijk zien we lokale actoren ondergronds gaan in de zoektocht naar gedeeld engagement ten aanzien van deze gezinnen, die in complexe situaties hun kinderen opvoeden.
Een aantal ‘critical friends’ leveren diverse kritische bijdragen over deze bevindingen én formuleren nieuwe vragen en uitdagingen voor het beleid en de praktijk van opvoedingsondersteuning.
In een notendop levert ‘Straatwijs Opvoeden’ een inspirerende kijk op de manier
waarop op lokaal niveau aan opvoedingsondersteuning vorm gegeven kan worden.
Griet Roets is als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor
Wetenschappelijk Onder zoek (FWO) verbonden aan de vakgroep
Sociale Agogiek, Universiteit Gent.
Joost Bonte is coördinator van Straathoekwerk Oost- en West- Vlaanderen, en is sinds de opstart van Integrale Jeugdhulp lid van de stuurgroep in West-Vlaanderen.
Dirk Dermaut en John Decoene zijn verantwoordelijken van het team Vlaamse Coördinatoren Opvoedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
Valerie Dhondt en Frank Myny zijn Vlaamse Coördinatoren Op - voedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
Het kind in het ziekenhuis. Psychologisch-wetenschappelijke benadering.
Wanneer een kind – van baby tot adolescent – en zijn omgeving geconfronteerd worden met een ziekenhuisopname, zowel een geplande als een ongeplande opname, wordt de normale gang van zaken danig overhoop gehaald. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het kind maar ook voor de gehele context van het gezin. Het kind in het ziekenhuis is immers een uiterst kwetsbaar kind. Verscheidene belangrijke psychologische aspecten zijn medebepalend voor het welzijn van het kind tijdens de opname. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie, de mate van participatie aan de zorg door het kind en zijn omgeving, de wijze waarop met informatie omgegaan wordt, het pijnbeleid… zijn slechts enkele aspecten die deel uitmaken van een integrale zorgverlening.
Ilse Ackermans, pediatrische verpleegkundige en psycholoog, is lector aan de Katholieke Hogeschool Leuven, departement Gezondheid en Technologie, opleiding Verpleeg- en Vroedkunde.
Het kind in het ziekenhuis. Psychologisch-wetenschappelijke benadering.
Wanneer een kind – van baby tot adolescent – en zijn omgeving geconfronteerd worden met een ziekenhuisopname, zowel een geplande als een ongeplande opname, wordt de normale gang van zaken danig overhoop gehaald. Dit heeft niet alleen gevolgen voor het kind maar ook voor de gehele context van het gezin. Het kind in het ziekenhuis is immers een uiterst kwetsbaar kind. Verscheidene belangrijke psychologische aspecten zijn medebepalend voor het welzijn van het kind tijdens de opname. De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie, de mate van participatie aan de zorg door het kind en zijn omgeving, de wijze waarop met informatie omgegaan wordt, het pijnbeleid… zijn slechts enkele aspecten die deel uitmaken van een integrale zorgverlening.
Ilse Ackermans, pediatrische verpleegkundige en psycholoog, is lector aan de Katholieke Hogeschool Leuven, departement Gezondheid en Technologie, opleiding Verpleeg- en Vroedkunde.
Waarheid spreken in politiek, onderwijs en vriendschap. Michel Foucault over de parrèsia.
De auteur houdt onze ervaring tegen het licht van het waarheidspreken in de Griekse cultuur. Rond deze parrèsia ontstond een intense filosofische, politieke en ethische reflectie. Over welke onderwerpen is het relevant en belangrijk waarheid te spreken? Hoe onderscheid je een waarheidspreker van een leugenaar of een vleier? Hoe moet ik mezelf vormen om te kunnen spreken met aanzien en invloed? Welke gunstige effecten heeft de parrèsia voor het individu en de samenleving? Hoe verhoudt het waarheidspreken zich tot het politieke bestuur?
Als leidraad voor dit boek dienen de lessen die Michel Foucault in zijn laatste levensjaren gaf aan het Collège de France.
"verhelderend boek over de vele vormen van waarheidspreken binnen de democratie, in het onderwijs en de hulpverlening, als leidinggevende of vriend"
Tertio (jrg. 14, nr. 707, blz. 12)
Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan
het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven.
Hij publiceerde Biopolitiek
en postfordisme (Garant, 2010).
Waarheid spreken in politiek, onderwijs en vriendschap. Michel Foucault over de parrèsia.
De auteur houdt onze ervaring tegen het licht van het waarheidspreken in de Griekse cultuur. Rond deze parrèsia ontstond een intense filosofische, politieke en ethische reflectie. Over welke onderwerpen is het relevant en belangrijk waarheid te spreken? Hoe onderscheid je een waarheidspreker van een leugenaar of een vleier? Hoe moet ik mezelf vormen om te kunnen spreken met aanzien en invloed? Welke gunstige effecten heeft de parrèsia voor het individu en de samenleving? Hoe verhoudt het waarheidspreken zich tot het politieke bestuur?
Als leidraad voor dit boek dienen de lessen die Michel Foucault in zijn laatste levensjaren gaf aan het Collège de France.
"verhelderend boek over de vele vormen van waarheidspreken binnen de democratie, in het onderwijs en de hulpverlening, als leidinggevende of vriend"
Tertio (jrg. 14, nr. 707, blz. 12)
Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan
het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven.
Hij publiceerde Biopolitiek
en postfordisme (Garant, 2010).
Onze Vader (Fracarita-reeks, nr. 1)
In dit essay gaat de auteur mediteren bij iedere bede en tracht
ermee in het grote geheim van God zelf te treden, wetend en steeds
meer beseffend dat God steeds groter is. Maar iedere bede is een uitnodiging
om een nieuw aspect van Gods grootheid onder menselijke
woorden te brengen. Het mag een handreiking zijn om het gebed
met nog meer liefde te bidden tot God die alleen maar liefde is.
Br. dr. René Stockman (°1954) is de Generale Overste van de Congregatie
Broeders van Liefde. Hij is doctor in de maatschappelijke
gezondheidszorg (KU Leuven). Hij begon zijn loopbaan als algemeen
directeur van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain. Momenteel is
hij nog steeds conservator van het Museum Dr. Guislain. Hij woont
in Rome en is verbonden aan verschillende universiteiten wereldwijd.
Hij publiceerde meerdere werken over religie, spiritualiteit,
(geestelijke) gezondheidszorg en management.
Onze Vader (Fracarita-reeks, nr. 1)
In dit essay gaat de auteur mediteren bij iedere bede en tracht
ermee in het grote geheim van God zelf te treden, wetend en steeds
meer beseffend dat God steeds groter is. Maar iedere bede is een uitnodiging
om een nieuw aspect van Gods grootheid onder menselijke
woorden te brengen. Het mag een handreiking zijn om het gebed
met nog meer liefde te bidden tot God die alleen maar liefde is.
Br. dr. René Stockman (°1954) is de Generale Overste van de Congregatie
Broeders van Liefde. Hij is doctor in de maatschappelijke
gezondheidszorg (KU Leuven). Hij begon zijn loopbaan als algemeen
directeur van het Psychiatrisch Centrum Dr. Guislain. Momenteel is
hij nog steeds conservator van het Museum Dr. Guislain. Hij woont
in Rome en is verbonden aan verschillende universiteiten wereldwijd.
Hij publiceerde meerdere werken over religie, spiritualiteit,
(geestelijke) gezondheidszorg en management.
Leerling, ouders en leerkracht
Om optimaal te kunnen leren moet een leerling goed in zijn of haar vel zitten. De primaire taak van leerkrachten is vanzelfsprekend het stimuleren van de ontwikkeling van de leerling. Kennisoverdracht en leren leren staan voorop. Iedere leerkracht wil uit een leerling halen wat er in zit. Geen overvraging en ook geen onderstimulatie. Een leeftijdsadequate sociaalemotionele ontwikkeling is één van de pijlers om tot leren te kunnen komen.
Zowel in relatie tot de didactische als sociaal-emotionele ontwikkelingsstimulatie van de leerling is een goede samenwerking tussen ouders, de leerkracht en de leerling van essentieel belang. Over het algemeen verloopt de samenwerking met ouders probleemloos, maar leerkrachten kunnen niet altijd stroef verlopende communicatie met ouders vlot trekken. Hierdoor komt de leerling klem te zitten tussen twee conflicterende opvoedmilieus, wat negatieve gevolgen heeft voor zijn sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling.
Dit boek geeft leerkrachten inzichten en handvatten om moeilijk verlopende communicaties met gezinnen te doorbreken.
De meest relevante gezinstherapeutische visies en aanpakken
worden in eenvoudige bewoording vertaald naar de alledaagse schoolse praktijk, zodat
ze hier morgen mee aan de slag kunnen. Daardoor wordt de samenwerking aanvullend in
plaats van aanvallend. Diverse benaderingen komen aan bod: de contextuele, strategische,
structurele, territoriale, oplossingsgerichte en ‘één kind, één plan’-benadering.
Elk hoofdstuk is geïllustreerd met herkenbare praktijkvoorbeelden en eindigt met een
overzichtelijke samenvatting.
Giel Vaessen werkte decennia lang in de kinder- en jeugdpsychiatrie, met name als
behandelcoördinator en gezinstherapeut. De laatste jaren werkte hij als zorgcoördinator
binnen de Rec IV school De Buitenhof/Alterius in Heerlen. Momenteel werkt hij daar
als gedragsdeskundige en trainer. Naast het geven van cursussen schreef hij diverse
praktijkgerichte kinder- en jeugdpsychiatrische boeken, waaronder Psychiatrie in de klas.
Zie www.wervelkind.nl.
Leerling, ouders en leerkracht
Om optimaal te kunnen leren moet een leerling goed in zijn of haar vel zitten. De primaire taak van leerkrachten is vanzelfsprekend het stimuleren van de ontwikkeling van de leerling. Kennisoverdracht en leren leren staan voorop. Iedere leerkracht wil uit een leerling halen wat er in zit. Geen overvraging en ook geen onderstimulatie. Een leeftijdsadequate sociaalemotionele ontwikkeling is één van de pijlers om tot leren te kunnen komen.
Zowel in relatie tot de didactische als sociaal-emotionele ontwikkelingsstimulatie van de leerling is een goede samenwerking tussen ouders, de leerkracht en de leerling van essentieel belang. Over het algemeen verloopt de samenwerking met ouders probleemloos, maar leerkrachten kunnen niet altijd stroef verlopende communicatie met ouders vlot trekken. Hierdoor komt de leerling klem te zitten tussen twee conflicterende opvoedmilieus, wat negatieve gevolgen heeft voor zijn sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling.
Dit boek geeft leerkrachten inzichten en handvatten om moeilijk verlopende communicaties met gezinnen te doorbreken.
De meest relevante gezinstherapeutische visies en aanpakken
worden in eenvoudige bewoording vertaald naar de alledaagse schoolse praktijk, zodat
ze hier morgen mee aan de slag kunnen. Daardoor wordt de samenwerking aanvullend in
plaats van aanvallend. Diverse benaderingen komen aan bod: de contextuele, strategische,
structurele, territoriale, oplossingsgerichte en ‘één kind, één plan’-benadering.
Elk hoofdstuk is geïllustreerd met herkenbare praktijkvoorbeelden en eindigt met een
overzichtelijke samenvatting.
Giel Vaessen werkte decennia lang in de kinder- en jeugdpsychiatrie, met name als
behandelcoördinator en gezinstherapeut. De laatste jaren werkte hij als zorgcoördinator
binnen de Rec IV school De Buitenhof/Alterius in Heerlen. Momenteel werkt hij daar
als gedragsdeskundige en trainer. Naast het geven van cursussen schreef hij diverse
praktijkgerichte kinder- en jeugdpsychiatrische boeken, waaronder Psychiatrie in de klas.
Zie www.wervelkind.nl.
Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag. (Reeks Omtrent Filosofie nr 3)
Dit boek is een buitengewoon actueel essay waarin wordt ingegaan op de verhouding tussen deconstructie en rechtvaardigheid. Als alles wat bestaat aan denkbeelden, opvattingen en geloofsvoorstellingen onderhevig is aan een onstuitbaar afbraakproces, wat blijft er dan nog over van ethiek en recht? Onder verwijzing naar bekende uitspraken van Montaigne en Pascal, spreekt Derrida over het ‘mystieke fundament van alle gezag’. Het oorspronkelijke fundament dat elk recht zijn gezag verleent, blijft altijd afwezig. Niettemin vraagt het erom gestalte te krijgen in het recht; het vraagt om interpretatie zonder zelf op te gaan in de interpretatie die het recht altijd vormt.
Deze fascinerende, door Rico Sneller voortreffelijk ingeleide en vertaalde tekst, toont duidelijk aan dat Derrida’s deconstructie niet leidt tot zinloze, nihilistische Spielerei, zoals vaak wordt beweerd, maar een grondige bijdrage levert aan een diepgaand debat over ethiek en onze verhouding tot de wet.
Jacques Derrida (1930-2004) was hoogleraar aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales.
Dr Rico Sneller is universitair docent wijsgerige ethiek en geschiedenis van de filosofie aan de Universiteit Leiden, bij het Instituut voor Godsdienstwetenschappen.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag. (Reeks Omtrent Filosofie nr 3)
Dit boek is een buitengewoon actueel essay waarin wordt ingegaan op de verhouding tussen deconstructie en rechtvaardigheid. Als alles wat bestaat aan denkbeelden, opvattingen en geloofsvoorstellingen onderhevig is aan een onstuitbaar afbraakproces, wat blijft er dan nog over van ethiek en recht? Onder verwijzing naar bekende uitspraken van Montaigne en Pascal, spreekt Derrida over het ‘mystieke fundament van alle gezag’. Het oorspronkelijke fundament dat elk recht zijn gezag verleent, blijft altijd afwezig. Niettemin vraagt het erom gestalte te krijgen in het recht; het vraagt om interpretatie zonder zelf op te gaan in de interpretatie die het recht altijd vormt.
Deze fascinerende, door Rico Sneller voortreffelijk ingeleide en vertaalde tekst, toont duidelijk aan dat Derrida’s deconstructie niet leidt tot zinloze, nihilistische Spielerei, zoals vaak wordt beweerd, maar een grondige bijdrage levert aan een diepgaand debat over ethiek en onze verhouding tot de wet.
Jacques Derrida (1930-2004) was hoogleraar aan de École des Hautes Études en Sciences Sociales.
Dr Rico Sneller is universitair docent wijsgerige ethiek en geschiedenis van de filosofie aan de Universiteit Leiden, bij het Instituut voor Godsdienstwetenschappen.
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool (O&A-Reeks, nr. 6)
De Vereniging O&A(ortho-agogische activiteiten) heeft experts op het gebied van orthopedagogiek, psychologie en kinder- en jeugdpsychiatrie bijeengebracht om aan dit boek mee te werken, waardoor een zeer informatief leerboek en naslagwerk tot stand is gekomen.
De hedendaagse basisschool is totaal anders dan de lagere school van vroeger.
Kinderen zijn ondernemender en werken in de vorm van projecten aan maatschappelijk relevante
onderwerpen. Het is vrijwel nooit stil in de klas. De tafeltjes en stoelen staan niet meer
in een rij, maar in groepen. Op vele scholen is er ruimte voor individualisering en differentiatie.
Vrijwel alle lokalen zijn voorzien van een beamer met projectiescherm en
men is aangesloten op de schooltelevisie, die het werk van de leerkrachten verbetert en
vergemakkelijkt.
Is die verandering altijd ook een verbetering?
Hebben de veranderingen invloed op de ontwikkeling van kinderen?
Wat zijn de risico’s?
Specialisten geven hun visie op onderwijsontwikkelingen en risico’s en doen handreikingen
aan ouders, opvoeders en hulpverleners.
Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool (O&A-Reeks, nr. 6)
De Vereniging O&A(ortho-agogische activiteiten) heeft experts op het gebied van orthopedagogiek, psychologie en kinder- en jeugdpsychiatrie bijeengebracht om aan dit boek mee te werken, waardoor een zeer informatief leerboek en naslagwerk tot stand is gekomen.
De hedendaagse basisschool is totaal anders dan de lagere school van vroeger.
Kinderen zijn ondernemender en werken in de vorm van projecten aan maatschappelijk relevante
onderwerpen. Het is vrijwel nooit stil in de klas. De tafeltjes en stoelen staan niet meer
in een rij, maar in groepen. Op vele scholen is er ruimte voor individualisering en differentiatie.
Vrijwel alle lokalen zijn voorzien van een beamer met projectiescherm en
men is aangesloten op de schooltelevisie, die het werk van de leerkrachten verbetert en
vergemakkelijkt.
Is die verandering altijd ook een verbetering?
Hebben de veranderingen invloed op de ontwikkeling van kinderen?
Wat zijn de risico’s?
Specialisten geven hun visie op onderwijsontwikkelingen en risico’s en doen handreikingen
aan ouders, opvoeders en hulpverleners.
De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw de debatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’ mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processen die in aparte disciplines worden behandeld: de mens als dier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthese zou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronder wetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen die verbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie, en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’ houden.
Koen Stroeken is Afrikanist en doceert antropologie aan de UGent. Internationaal publiceerde hij drie boeken en tientallen artikels rond gezondheid en materiële cultuur, op basis van jaren veldwerk in Tanzania. Hij coördineert de Vlaamse interuniversitaire samenwerking met Mzumbe University rond ontwikkeling en governance.
De ondeelbare mens. Antropologie ingeleid.
Antropologie is een wetenschap die al meer dan een eeuw de debatten aaneenrijgt. Deze inleiding toont hoe de ‘ondeelbare’ mens bestudeerd kan worden, als een knooppunt van processen die in aparte disciplines worden behandeld: de mens als dier, programma, subject en groepslid. De aangeboden synthese zou niet alleen de professional moeten bekoren, waaronder wetenschappers en beleidsmakers, maar eigenlijk iedereen die verbanden wil leggen tussen culturen, tussen milieu en economie, en andere zaken die de meeste disciplines liever ‘gescheiden’ houden.
Koen Stroeken is Afrikanist en doceert antropologie aan de UGent. Internationaal publiceerde hij drie boeken en tientallen artikels rond gezondheid en materiële cultuur, op basis van jaren veldwerk in Tanzania. Hij coördineert de Vlaamse interuniversitaire samenwerking met Mzumbe University rond ontwikkeling en governance.
Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)
Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horen bij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?
In 2012 zagen we een toenadering tussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenk schreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, die hetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuur in Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuwe Vlaamse namen.
Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaart
voor de periode 1980 tot 1995.
Aan de hand van onderzoek van literaire kritiek
en uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstelling
voor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgen
waren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Claus
en Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssen
heeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.
Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan de
Nederlandse?
Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jaren tachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht, waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literaire kritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexe geheel van factoren dat het grensverkeer tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag van vandaag beïnvloedt.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Dr. Floor van Renssen (1979) is docent Nederlands en onderzoek aan de lerarenopleiding van hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij studeerde Moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 2011 aan deze universiteit op het proefschrift Lezer, er zijn ook Belgen! Ze publiceerde essays en recensies over literatuur in diverse tijdschriften.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Lezer, er zijn ook Belgen? Interactie tussen de Nederlandse en Vlaamse literatuur via literaire kritiek en uitgeverij (1980-1995) (Academisch Literair, nr. 7)
Twee landen, één taalgebied. De Nederlandse en Vlaamse literatuur horen bij elkaar, maar zijn ze ook één geheel?
In 2012 zagen we een toenadering tussen beide literaturen, toen Tom Lanoye het Nederlandse Boekenweekgeschenk schreef. Lanoye trad hiermee in de voetsporen van Hugo Claus, die hetzelfde deed in 1989. Dat jaar was een hoogtepunt voor de Vlaamse literatuur in Nederland. Veel Vlaamse debutanten vonden een Nederlandse uitgever. Lanoye zelf was op dat moment een van de spraakmakende nieuwe Vlaamse namen.
Dit boek brengt het succes van de Vlaamse literatuur in Nederland in kaart
voor de periode 1980 tot 1995.
Aan de hand van onderzoek van literaire kritiek
en uitgeverij laat Floor van Renssen zien waar de Nederlandse belangstelling
voor Vlaamse literatuur vandaan kwam én wat daarvan de gevolgen
waren. Ze schetst het ontstaan van reputaties van auteurs als Hugo Claus
en Tom Lanoye, door een samenspel van uitgeverij en kritiek. Van Renssen
heeft onderzocht hoe Nederlandse critici dachten over Vlaamse literatuur.
Welke plaats krijgen Vlaamse auteurs in de canon van de Nederlandse kritiek?
In hoeverre werd de Vlaamse literatuur beschouwd als anders dan de
Nederlandse?
Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandstalige literatuur sinds de jaren tachtig steeds meer wordt beheerst door commercie en media-aandacht, waarmee uitgeverijen en auteurs de beeldvorming sturen, terwijl de literaire kritiek terrein moet prijsgeven. Daarmee geeft het boek inzicht in het complexe geheel van factoren dat het grensverkeer tussen Nederlandse en Vlaamse literatuur tot op de dag van vandaag beïnvloedt.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Dr. Floor van Renssen (1979) is docent Nederlands en onderzoek aan de lerarenopleiding van hogeschool Windesheim in Zwolle. Zij studeerde Moderne Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde in 2011 aan deze universiteit op het proefschrift Lezer, er zijn ook Belgen! Ze publiceerde essays en recensies over literatuur in diverse tijdschriften.
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Levensbeschouwelijk hindoeïsme
Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groei tot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgens deze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei: hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf wat gedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalt hij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook het heelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Net zoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen, maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijke hindoeïsme.
Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid van visies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’ en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaal omtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op de wording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmische processen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?
Haridat Rambaran was docent wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Hij bestudeert de Indiase talen en godsdiensten en de godsdienst als wetenschap.
Levensbeschouwelijk hindoeïsme
Het levensbeschouwelijke hindoeïsme wil tot groei stimuleren: groei tot een beter mens en verder tot goddelijke dimensies. Volgens deze levensvisie geeft de mens zichzelf deze opdracht tot groei: hij voert immers niet de opdracht van ‘God’ uit, maar bepaalt zelf wat gedaan moet worden en is ook zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. Daarbij groeit hij, tot het levensdoel is bereikt. Wat het einddoel is, bepaalt hij ook zelf en hij doet er alles aan om het te realiseren. Ook het heelal bevindt zich in een permanente staat van groei, ‘wording’. Net zoals bij de mens, ligt de bron van het heelal niet bij een opperwezen, maar bij een kosmos zelf. ‘Groei’ is dus een kernwoord in het levensbeschouwelijke hindoeïsme.
Door de veelvormigheid van het hindoeïsme en de verscheidenheid van visies over geloofszaken is er ook een grote diversiteit aan ‘scheppingsverhalen’ en mythen onder de hindoes te vinden. Alleen heet het verhaal omtrent de kosmos dan geen ‘scheppingsverhaal’, maar een visie op de wording. Bij het beschrijven van dit proces probeert de mens de kosmische processen in woorden te vatten. Maar hoe kan de mens anders?
Haridat Rambaran was docent wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Hij bestudeert de Indiase talen en godsdiensten en de godsdienst als wetenschap.
In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.
De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatie
en andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen en
begeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeld
krachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendien
juridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekend
naar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik en
intimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevig
fundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueel
maar ook onontbeerlijk.
Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van de
vertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basis
ervan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen,
juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke
gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en
vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op
de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden
door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Een
gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt
uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon
met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie
in staat is de juiste competenties aan te wenden.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen. Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.
In vertrouwen… Een onderzoek naar de professionaliteit van de vertrouwenspersoon seksuele intimidatie.
De vertrouwenspersonen die slachtoffers van seksuele intimidatie
en andere ongewenste omgangsvormen moeten opvangen en
begeleiden, zien zich gesteld voor een complexe taak in een ingewikkeld
krachtenveld. Niet-zorgvuldig handelen heeft bovendien
juridische implicaties. Er is nog maar weinig onderzoek bekend
naar de rol, positie en deskundigheid van deze vertrouwenspersonen.
De onverminderde stroom van berichten over misbruik en
intimidatie in alle lagen van onze samenleving maakt een stevig
fundament voor een professionele opvang niet alleen zeer actueel
maar ook onontbeerlijk.
Dit onderzoek brengt de taken en benodigde competenties van de
vertrouwenspersoon seksuele intimidatie in beeld. Aan de basis
ervan liggen ervaringen van deskundigen: gedragsdeskundigen,
juristen, opleiders, zeer ervaren vertrouwenspersonen en beleidsmakers.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke
gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en
vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op
de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden
door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen.
Een
gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt
uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon
met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie
in staat is de juiste competenties aan te wenden.
Carla Goosen, gedragswetenschapper en therapeut in de geestelijke gezondheidszorg, maar ook mediator, klachtonderzoeker en vertrouwenspersoon, laat helder zien hoe seksuele intimidatie op de werkvloer grotendeels wordt veroorzaakt en in stand gehouden door machtsmisbruik gebaseerd op genderverschillen. Een gendersensitieve houding is daarom van groot belang. Ook komt uit haar analyse duidelijk naar voren dat alleen de vertrouwenpersoon met een optimaal zicht op de taken binnen de eigen functie in staat is de juiste competenties aan te wenden.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders
van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit
uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen
kijken.
Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen.
Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven
en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet
in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in
Brugge.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders
van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit
uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen
kijken.
Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen.
Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven
en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet
in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in
Brugge.
Eeuwenoude teksten in een nieuw licht. De Dode Zeerollen, Qumran en de Bijbel.
Het boek vertelt uitgebreid het verhaal van de verrassende ontdekking en de moeizame publicatie van de rollen en schetst een gedetailleerd beeld van de gevarieerde inhoud van deze eeuwenoude teksten, die nabij Qumran en elders in de woestijn van Juda werden ontdekt. Daarna staat de auteur stil bij de identiteit van de inwoners van Qumran, die vaak worden beschouwd als de mysterieuze Essenen die bij enkele klassieke auteurs beschreven staan.
Tot slot komt in de laatste hoofdstukken aan bod hoe de rollen de studie van de tekstoverlevering van het Oude Testament en van het religieuze milieu waarin het Nieuwe is ontstaan, hebben beïnvloed.
Hans Debel studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, waar hij promoveerde in de Bijbelwetenschap en nu postdoctoraal onderzoeker van het F.W.O.-Vlaanderen is.
"Een aanrader voor wie meer wil weten over de Dode Zeerollen!"
schrift (jrg. 45, nr. 3, blz. 107)
"Debel schreef een belangrijk boek voor ons taalgebied. Het is op dit ogenblik de beste, exhaustieve synthese met betrekking tot de Dode Zeerollen en de gemeenschap die ze opstelde, de Essenen. Bovendien probeerde Debel die wetenschappelijke inzichten voor een breder publiek toegankelijk te maken en daar is hij goed in geslaagd"
De Leeswolf(jrg. 19, nr. 8, blz. 544)
Eeuwenoude teksten in een nieuw licht. De Dode Zeerollen, Qumran en de Bijbel.
Het boek vertelt uitgebreid het verhaal van de verrassende ontdekking en de moeizame publicatie van de rollen en schetst een gedetailleerd beeld van de gevarieerde inhoud van deze eeuwenoude teksten, die nabij Qumran en elders in de woestijn van Juda werden ontdekt. Daarna staat de auteur stil bij de identiteit van de inwoners van Qumran, die vaak worden beschouwd als de mysterieuze Essenen die bij enkele klassieke auteurs beschreven staan.
Tot slot komt in de laatste hoofdstukken aan bod hoe de rollen de studie van de tekstoverlevering van het Oude Testament en van het religieuze milieu waarin het Nieuwe is ontstaan, hebben beïnvloed.
Hans Debel studeerde godsdienstwetenschappen en godgeleerdheid aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven, waar hij promoveerde in de Bijbelwetenschap en nu postdoctoraal onderzoeker van het F.W.O.-Vlaanderen is.
"Een aanrader voor wie meer wil weten over de Dode Zeerollen!"
schrift (jrg. 45, nr. 3, blz. 107)
"Debel schreef een belangrijk boek voor ons taalgebied. Het is op dit ogenblik de beste, exhaustieve synthese met betrekking tot de Dode Zeerollen en de gemeenschap die ze opstelde, de Essenen. Bovendien probeerde Debel die wetenschappelijke inzichten voor een breder publiek toegankelijk te maken en daar is hij goed in geslaagd"
De Leeswolf(jrg. 19, nr. 8, blz. 544)
Eilandbestaan. Mensen met autismespectrumstoornis en ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’.
In het project ‘Beelden van Kwaliteit’ wordt participerende observatie als methode ingezet om de zorg en ondersteuning aan mensen met een beperking te beschrijven. Het onderzoek dat in dit boek wordt beschreven is een voorloper van dit project (www.beeldenvankwaliteit.nl).
"Adembenemend, dat woord past goed bij de beschrijving van het wel en vooral wee van acht extreem problematische mensen. Hoe zijn de begeleiders erin geslaagd om hun totaal vastgelopen levens weer op gang te krijgen?"
RV in Klik. Vakblad voor de verstandelijke gehandicaptenzorg, november 2013, nr. 8 - boekbespreking
Hans Reinders is hoogleraar Ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam,
waar hij ook de Bernard Lievegoed-leerstoel bezet.
Karen Wuertz is cultureel antropoloog en kindertherapeut. Zij werkt
in haar eigen praktijk voor kinder- en jeugdtherapie en bij de stichting
Centrum ‘45 met vluchtelingengezinnen. Daarnaast is zij freelance
onderzoeker en trainer. Meest recente publicatie: De kunst van het
zorgen (2009), samen met Hans Reinders.
Ina Venekamp is psycholoog, coach, trainer en procesbegeleider.
Ze faciliteert en creëert op inspirerende wijze nieuwe mogelijkheden
die bijdragen aan het perspectief van mensen.
Eilandbestaan. Mensen met autismespectrumstoornis en ‘moeilijk verstaanbaar gedrag’.
In het project ‘Beelden van Kwaliteit’ wordt participerende observatie als methode ingezet om de zorg en ondersteuning aan mensen met een beperking te beschrijven. Het onderzoek dat in dit boek wordt beschreven is een voorloper van dit project (www.beeldenvankwaliteit.nl).
"Adembenemend, dat woord past goed bij de beschrijving van het wel en vooral wee van acht extreem problematische mensen. Hoe zijn de begeleiders erin geslaagd om hun totaal vastgelopen levens weer op gang te krijgen?"
RV in Klik. Vakblad voor de verstandelijke gehandicaptenzorg, november 2013, nr. 8 - boekbespreking
Hans Reinders is hoogleraar Ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam,
waar hij ook de Bernard Lievegoed-leerstoel bezet.
Karen Wuertz is cultureel antropoloog en kindertherapeut. Zij werkt
in haar eigen praktijk voor kinder- en jeugdtherapie en bij de stichting
Centrum ‘45 met vluchtelingengezinnen. Daarnaast is zij freelance
onderzoeker en trainer. Meest recente publicatie: De kunst van het
zorgen (2009), samen met Hans Reinders.
Ina Venekamp is psycholoog, coach, trainer en procesbegeleider.
Ze faciliteert en creëert op inspirerende wijze nieuwe mogelijkheden
die bijdragen aan het perspectief van mensen.
Heer Bommel in Afrika. Religie en geloof in Marten Toonders universum en in het Afrikaanse animisme.
De auteurs van dit boek hebben op basis van ruime ervaringen in het huidige Afrika ten zuiden van de Sahara kunnen constateren, dat er een opmerkelijke verwantschap bestaat met de Afrikaanse spiritualiteit en de daarin aanwezige animistische opvattingen. Deze parallelliteit heeft een wederzijdse verklarende waarde voor het universum van Toonder en voor het Afrikaanse beeld van de wereld.
Antoni Folkers is architect-directeur bij FBW Architects & Engineers met vestigingen in Uganda, Tanzania en Rwanda en oprichter van ArchiAfrika en African Architecture Matters. Hij is tevens gastdocent architectuur in Zuid Afrika en Mozambique en auteur van onder andere het boek ‘Moderne Architectuur in Afrika’.
Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was herhaaldelijk gasthoogleraar aan universiteiten in Kenia, Ghana en Zuid-Afrika en is oprichter en directeur van de Stichting voor Inter-culturele Filosofie en Kunst.
"De waarde van dit boekje schuilt erin dat je een kijkje krijgt in de Afrikaanse ziel."
Nederlands Dagblad Gulliver, vrijdag 10 mei 2013, blz. 12
Heer Bommel in Afrika. Religie en geloof in Marten Toonders universum en in het Afrikaanse animisme.
De auteurs van dit boek hebben op basis van ruime ervaringen in het huidige Afrika ten zuiden van de Sahara kunnen constateren, dat er een opmerkelijke verwantschap bestaat met de Afrikaanse spiritualiteit en de daarin aanwezige animistische opvattingen. Deze parallelliteit heeft een wederzijdse verklarende waarde voor het universum van Toonder en voor het Afrikaanse beeld van de wereld.
Antoni Folkers is architect-directeur bij FBW Architects & Engineers met vestigingen in Uganda, Tanzania en Rwanda en oprichter van ArchiAfrika en African Architecture Matters. Hij is tevens gastdocent architectuur in Zuid Afrika en Mozambique en auteur van onder andere het boek ‘Moderne Architectuur in Afrika’.
Heinz Kimmerle is emeritus hoogleraar filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was herhaaldelijk gasthoogleraar aan universiteiten in Kenia, Ghana en Zuid-Afrika en is oprichter en directeur van de Stichting voor Inter-culturele Filosofie en Kunst.
"De waarde van dit boekje schuilt erin dat je een kijkje krijgt in de Afrikaanse ziel."
Nederlands Dagblad Gulliver, vrijdag 10 mei 2013, blz. 12


