Werk in onroerende staat.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Werk in onroerende staat.
Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.
Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?
Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?
Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?
Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.
Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)
In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.
Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.
De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.
Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)
In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.
Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.
De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.
Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)
Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.
Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.
Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)
Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.
Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.
Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.
Ruimte voor Dyslexie
Mensen met dyslexie, zoals Léon Biezeman, worden vaak voor dom of lui gehouden. Men begrijpt niet dat iemand op sommige punten uitblinkt, terwijl hij op andere punten slechte tot zeer slechte resultaten haalt. In dit boek beschrijft de auteur onder meer de ervaringen die hij op verschillende scholen heeft opgedaan. Het gaat over begrip en onbegrip voor iemand die dyslectisch is. Door zijn handicap blijkt hij steeds weer in aanvaring te komen met de algemeen aanvaarde wijze van werken en studeren.
Het belangrijkste is dat er ‘ruimte voor dyslexie’ en dus voor dyslectici wordt gelaten. Vaak is men bereid te helpen, men weet alleen niet hoe. Dan wordt onvermijdelijk de vraag gesteld: Wat is dyslexie eigenlijk en wat doet het met je? Voor iemand die dyslectisch is, is het vrijwel onmogelijk om daar een antwoord op te geven. Hij weet immers niet hoe het is om niet dyslectisch te zijn, hij weet alleen dat hij problemen heeft met lezen en spellen.
De auteur is er in dit boek in geslaagd om zijn eigen ervaringen weer te geven. Zijn boodschap aan de lezer is dat iemand met dyslexie over het algemeen voldoende mogelijkheden heeft om te leren, als zijn omgeving de leerproblemen maar accepteert.
Boekvoorstelling op 19 april 2019:
Léon Biezeman is dyslectisch. Hij studeerde orthopedagogiek en deed onderzoek naar hoe mensen met dyslexie leren. Hij zet zich als ambassadeur in om dyslexie op de kaart te zetten en schreef er een aantal artikelen en boeken over, waaronder ‘AppZurt, dyslexie van a tot z’. Biezeman is Charity Ambassador voor Dyslexia International, een organisatie die nauw samenwerkt met UNESCO.
Ruimte voor Dyslexie
Mensen met dyslexie, zoals Léon Biezeman, worden vaak voor dom of lui gehouden. Men begrijpt niet dat iemand op sommige punten uitblinkt, terwijl hij op andere punten slechte tot zeer slechte resultaten haalt. In dit boek beschrijft de auteur onder meer de ervaringen die hij op verschillende scholen heeft opgedaan. Het gaat over begrip en onbegrip voor iemand die dyslectisch is. Door zijn handicap blijkt hij steeds weer in aanvaring te komen met de algemeen aanvaarde wijze van werken en studeren.
Het belangrijkste is dat er ‘ruimte voor dyslexie’ en dus voor dyslectici wordt gelaten. Vaak is men bereid te helpen, men weet alleen niet hoe. Dan wordt onvermijdelijk de vraag gesteld: Wat is dyslexie eigenlijk en wat doet het met je? Voor iemand die dyslectisch is, is het vrijwel onmogelijk om daar een antwoord op te geven. Hij weet immers niet hoe het is om niet dyslectisch te zijn, hij weet alleen dat hij problemen heeft met lezen en spellen.
De auteur is er in dit boek in geslaagd om zijn eigen ervaringen weer te geven. Zijn boodschap aan de lezer is dat iemand met dyslexie over het algemeen voldoende mogelijkheden heeft om te leren, als zijn omgeving de leerproblemen maar accepteert.
Boekvoorstelling op 19 april 2019:
Léon Biezeman is dyslectisch. Hij studeerde orthopedagogiek en deed onderzoek naar hoe mensen met dyslexie leren. Hij zet zich als ambassadeur in om dyslexie op de kaart te zetten en schreef er een aantal artikelen en boeken over, waaronder ‘AppZurt, dyslexie van a tot z’. Biezeman is Charity Ambassador voor Dyslexia International, een organisatie die nauw samenwerkt met UNESCO.
De verbroken verbinding
De verbinding met ons Zelf is de essentie van ons leven. Door belasting, trauma of shock in ons prenatale en vroegkinderlijke leven kunnen we verbinding verliezen. Wanneer we de verbinding met ons Zelf verliezen en we van ons Zelf vervreemden, raakt onze levensloop vertroebeld. We verliezen aan bewust ‘Zijn’. Ons leven wordt dan gedomineerd door het onbewuste en we blijven zoeken naar het verloren geluk. Het wordt moeilijker om verbinding met anderen te onderhouden. We krijgen het moeilijk betekenis en zin te geven aan ons leven. Een angst voor de dood neemt bezit van ons.
Verbinden gaat veel dieper en is veel belangrijker dan hechten. Hechting is een reactie op angst; verbinding betekent een diep verbondenheid met ons Zelf, met anderen en met de natuur. Het is in onze vroege, prenatale geschiedenis dat het basisgevoel van verbinding al dan niet is ontstaan. Prenatale belasting en geboortetrauma’s kunnen de verbinding met ons Zelf verbreken.
Alleen door bewustwording kunnen we de verbroken verbinding herstellen. We kunnen die weg alleen gaan door innerlijke stilte te zoeken, door ons terug te trekken in een zelfgekozen eenzaamheid, door in het hier-en-nu te leven. Zonder lijden kunnen we de verbinding niet herstellen. Soms kan het nodig zijn om professionele hulp te zoeken om de verbinding met ons Zelf te helen. Een psychotherapie die aandacht schenkt aan onze prenatale en vroegkinderlijke trauma’s is dan aangewezen.
Gaby Stroecken (°1935) werkte als onderwijzeres en maatschappelijk werkster. Ze studeerde criminologie in Leuven en psychologie in Groningen. Ze volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeute in Hilversum. Daarna heeft ze zich steeds meer verdiept in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Ze publiceerde eerder: ‘Het miskende kind in onszelf’ (herwerkt in 2014) en ‘De stem van het jonge kind’. Samen met Rien schreef ze ‘De mythe van de gelukkige kindertijd’ en ‘Mijn baby is ontroostbaar’. Ze werkt samen met Rien in hun eigen psychotherapeutische praktijk met volwassenen en baby’s.
Rien Verdult (°1953) studeerde psychologie in Groningen en volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeut in Hilversum. Later specialiseerde hij zich in prenatale psychologie en volgde een opleiding in de prenatale psychotherapie bij William Emerson in Zwitserland. Hij geeft voordrachten in binnen- en buitenland over de prenatale ontwikkeling van het kind. Hij geeft samen met Gaby zelfervaringsworkshops over het miskende kind in onszelf, waarin het accent ligt op het prenatale leven. Samen hebben zij een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en baby’s.
De verbroken verbinding
De verbinding met ons Zelf is de essentie van ons leven. Door belasting, trauma of shock in ons prenatale en vroegkinderlijke leven kunnen we verbinding verliezen. Wanneer we de verbinding met ons Zelf verliezen en we van ons Zelf vervreemden, raakt onze levensloop vertroebeld. We verliezen aan bewust ‘Zijn’. Ons leven wordt dan gedomineerd door het onbewuste en we blijven zoeken naar het verloren geluk. Het wordt moeilijker om verbinding met anderen te onderhouden. We krijgen het moeilijk betekenis en zin te geven aan ons leven. Een angst voor de dood neemt bezit van ons.
Verbinden gaat veel dieper en is veel belangrijker dan hechten. Hechting is een reactie op angst; verbinding betekent een diep verbondenheid met ons Zelf, met anderen en met de natuur. Het is in onze vroege, prenatale geschiedenis dat het basisgevoel van verbinding al dan niet is ontstaan. Prenatale belasting en geboortetrauma’s kunnen de verbinding met ons Zelf verbreken.
Alleen door bewustwording kunnen we de verbroken verbinding herstellen. We kunnen die weg alleen gaan door innerlijke stilte te zoeken, door ons terug te trekken in een zelfgekozen eenzaamheid, door in het hier-en-nu te leven. Zonder lijden kunnen we de verbinding niet herstellen. Soms kan het nodig zijn om professionele hulp te zoeken om de verbinding met ons Zelf te helen. Een psychotherapie die aandacht schenkt aan onze prenatale en vroegkinderlijke trauma’s is dan aangewezen.
Gaby Stroecken (°1935) werkte als onderwijzeres en maatschappelijk werkster. Ze studeerde criminologie in Leuven en psychologie in Groningen. Ze volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeute in Hilversum. Daarna heeft ze zich steeds meer verdiept in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Ze publiceerde eerder: ‘Het miskende kind in onszelf’ (herwerkt in 2014) en ‘De stem van het jonge kind’. Samen met Rien schreef ze ‘De mythe van de gelukkige kindertijd’ en ‘Mijn baby is ontroostbaar’. Ze werkt samen met Rien in hun eigen psychotherapeutische praktijk met volwassenen en baby’s.
Rien Verdult (°1953) studeerde psychologie in Groningen en volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeut in Hilversum. Later specialiseerde hij zich in prenatale psychologie en volgde een opleiding in de prenatale psychotherapie bij William Emerson in Zwitserland. Hij geeft voordrachten in binnen- en buitenland over de prenatale ontwikkeling van het kind. Hij geeft samen met Gaby zelfervaringsworkshops over het miskende kind in onszelf, waarin het accent ligt op het prenatale leven. Samen hebben zij een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en baby’s.
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.
De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"
De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.
Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.
Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.
Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.
Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.
Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.
Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).
Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool
De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.
Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.
Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.
Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool
De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.
Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.
Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.
Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen
Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.
“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris
Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen
Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.
“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid
De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.
Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.
Autisme in het gezin. Het gezin als hefboom voor verandering
Het eerste deel van dit boek biedt een systematisch overzicht van de impact die autisme heeft op het hele gezin en op de opvoedingstaak van ouders. Wat doet een kind met autisme met het gezin waarin het opgroeit? Een aantal herkenbare problemen en dynamieken in gezinnen met een kind met autisme komt aan bod. In het tweede deel worden er concrete methodieken en een stappenplan aangereikt om ouders te begeleiden die dreigen vast te lopen in de opvoeding van hun kind met autisme. Door het hele boek heen wordt het gezin consequent niet als deel van het probleem maar als deel van de oplossing beschouwd.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt al meer dan 25 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de behoefte aan een leidraad bij het begeleiden van gezinnen met een kind met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Autisme in het gezin. Het gezin als hefboom voor verandering
Het eerste deel van dit boek biedt een systematisch overzicht van de impact die autisme heeft op het hele gezin en op de opvoedingstaak van ouders. Wat doet een kind met autisme met het gezin waarin het opgroeit? Een aantal herkenbare problemen en dynamieken in gezinnen met een kind met autisme komt aan bod. In het tweede deel worden er concrete methodieken en een stappenplan aangereikt om ouders te begeleiden die dreigen vast te lopen in de opvoeding van hun kind met autisme. Door het hele boek heen wordt het gezin consequent niet als deel van het probleem maar als deel van de oplossing beschouwd.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt al meer dan 25 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de behoefte aan een leidraad bij het begeleiden van gezinnen met een kind met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)
With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.
Nieuwe leestekenwijzer. Handboek voor het gebruik van leestekens en andere tekens
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids en Begrijpelijk schrijven voor iedereen.
Nieuwe leestekenwijzer. Handboek voor het gebruik van leestekens en andere tekens
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids en Begrijpelijk schrijven voor iedereen.
Zingeving bij herstel. Helende perspectieven in dialoog
De ondertitel, Helende perspectieven in dialoog, is niet toevallig gekozen. De auteur gaat namelijk in elk hoofdstuk met een gesprekspartner in dialoog. Hij koos hierbij voor mensen met diverse functies, disciplines en praktijkcontexten. Zijn gesprekspartners komen uit de domeinen welzijn en preventie, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Bovendien is ook een levensbeschouwelijke diversiteit aan de orde. Het gaat om zowel professionals als ervaringsdeskundigen. Het schrijven van het boek leidde tot een inspirerende ervaring van ‘community’ rond zinbeleving en herstel.
Dit zijn de namen van de gesprekspartners: Ulrike Dausel, Yvonne Denier, Marc Eneman, Anne-Mie Jonckheere, Griet Leysen, Lieve Lodewyckx, Liesbet van Bos en Walter Van Gorp. Hans Verbiest schreef het Voorwoord.
Walter Krikilion, theoloog en cliëntgericht-experiëntieel psychotherapeut, is werkzaam als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en in een therapiepraktijk (Turnhout). Zijn aandachtsgebieden betreffen: zingeving, levensbeschouwing, ethiek en cliëntenparticipatie. Hij publiceerde o.a. Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit (Garant). Hij is actief bij de zorgkoepel Zorgnet-Icuro als voorzitter van de Commissie Ethiek - Vorming en Intervisie en bij het Nederlandse kenniscentrum KSGV als coördinator voor Vlaanderen.
Zingeving bij herstel. Helende perspectieven in dialoog
De ondertitel, Helende perspectieven in dialoog, is niet toevallig gekozen. De auteur gaat namelijk in elk hoofdstuk met een gesprekspartner in dialoog. Hij koos hierbij voor mensen met diverse functies, disciplines en praktijkcontexten. Zijn gesprekspartners komen uit de domeinen welzijn en preventie, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Bovendien is ook een levensbeschouwelijke diversiteit aan de orde. Het gaat om zowel professionals als ervaringsdeskundigen. Het schrijven van het boek leidde tot een inspirerende ervaring van ‘community’ rond zinbeleving en herstel.
Dit zijn de namen van de gesprekspartners: Ulrike Dausel, Yvonne Denier, Marc Eneman, Anne-Mie Jonckheere, Griet Leysen, Lieve Lodewyckx, Liesbet van Bos en Walter Van Gorp. Hans Verbiest schreef het Voorwoord.
Walter Krikilion, theoloog en cliëntgericht-experiëntieel psychotherapeut, is werkzaam als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en in een therapiepraktijk (Turnhout). Zijn aandachtsgebieden betreffen: zingeving, levensbeschouwing, ethiek en cliëntenparticipatie. Hij publiceerde o.a. Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit (Garant). Hij is actief bij de zorgkoepel Zorgnet-Icuro als voorzitter van de Commissie Ethiek - Vorming en Intervisie en bij het Nederlandse kenniscentrum KSGV als coördinator voor Vlaanderen.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)
“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.
In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.
Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence
Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .
Jaarboek KMSKA 2017-2018
The structure of this publication
is different from previous years. This time we are not
presenting diverse scientific articles by researchers, but one single
topic linking up with the previous publications by Dr Paul
Vandenbroeck entitled A suspect paradise. Studies on the left panel
and detail symbolism of Hieronymus Bosch’s so-called Garden of Earthly
Delights.
This contribution is divided into two parts: “The Garden of Eden,
the ‘Work of Nature’ and marriage” and “Meaningful motifs on
the centre panel”. The first part focusses on the paradise wedding,
with the exotic and sinister and the animals and monstra in
the Garden of Eden, the symbolism of the paradise fountain and
the representation of the owl is unravelled. In the second part
attention is paid to the crescent of the moon, the sphere, plants,
animals, acrobats and flying people and the layered structure in
the representation. Vandenbroeck poses the question whether here
on the centre panel a paradise or a sinful situation is depicted. He
provides arguments for the at least partially negative significance
value of the symbolism, which renders it impossible to depict a
fully positive reality such as Paradise. His study results find their
way into this highly enthralling read.
Dr Paul Vandenbroeck has been fascinated by the oeuvre and symbolism of Hieronymus Bosch. Research around this painter and his art has remained a constant factor in Vandenbroeck’s career. Since 1980 he has been working at the KMSKA as scientific staff member and curator, and for a long time as editor of the Annual. Moreover, from 2003 he has been part-time senior lecturer at the Social Sciences Faculty of KU Leuven and in his academic career too the study of Bosch occupies a prominent place.
Jaarboek KMSKA 2017-2018
The structure of this publication
is different from previous years. This time we are not
presenting diverse scientific articles by researchers, but one single
topic linking up with the previous publications by Dr Paul
Vandenbroeck entitled A suspect paradise. Studies on the left panel
and detail symbolism of Hieronymus Bosch’s so-called Garden of Earthly
Delights.
This contribution is divided into two parts: “The Garden of Eden,
the ‘Work of Nature’ and marriage” and “Meaningful motifs on
the centre panel”. The first part focusses on the paradise wedding,
with the exotic and sinister and the animals and monstra in
the Garden of Eden, the symbolism of the paradise fountain and
the representation of the owl is unravelled. In the second part
attention is paid to the crescent of the moon, the sphere, plants,
animals, acrobats and flying people and the layered structure in
the representation. Vandenbroeck poses the question whether here
on the centre panel a paradise or a sinful situation is depicted. He
provides arguments for the at least partially negative significance
value of the symbolism, which renders it impossible to depict a
fully positive reality such as Paradise. His study results find their
way into this highly enthralling read.
Dr Paul Vandenbroeck has been fascinated by the oeuvre and symbolism of Hieronymus Bosch. Research around this painter and his art has remained a constant factor in Vandenbroeck’s career. Since 1980 he has been working at the KMSKA as scientific staff member and curator, and for a long time as editor of the Annual. Moreover, from 2003 he has been part-time senior lecturer at the Social Sciences Faculty of KU Leuven and in his academic career too the study of Bosch occupies a prominent place.
De tandwielmethodiek. Aan de slag met de Roma …
De tandwielmethodiek is voortgevloeid uit jarenlange praktijkervaring, eigen
studie, analyse en opgebouwde expertise en know how op het vlak van
armoede en sociale uitsluiting. De methodiek richt zich op specifieke
kwetsbaarheden en de maatschappelijke positie van de etnische
Romaminderheid. In elk boekdeel worden aan de lezer inzichten verschaft
in de moeilijkheden die Roma dagelijks ervaren en die vaak onbekend blijven
voor de omgeving.
De analyses die in boekdeel twee aan bod komen, nemen de lezer mee doorheen
de leefwereld van binnenuit en verschaffen zo het inzicht in de gekwetste
identiteit van Roma. Daardoor wordt de sluier van de vaak onzichtbare
leefwereld van Roma gelicht. Het boek blijft vervolgens niet stilstaan en doet
een poging om met de unieke methodiek, Het tandwiel, enige handvatten te
verschaffen aan iedereen die de Romagemeenschap wil begrijpen en helpen. De
methodiek vertrekt vanuit een herstel- en krachtgerichte visie, met ruimte voor
de verhalende mens en zijn ervaring. “De mens is immers niet het probleem,
maar het probleem is het probleem.” Onder dit krachtige motto en gewapend
met een narratieve en contextuele mensvisie hoopt dit boek de lezer een inkijk te
geven in een wereld waarvan men anders enkel de armoedige veruitwendiging
ziet.
Janette Danyiova is van Roma-afkomst en heeft vijftien jaar ervaring als expert in armoede en sociale uitsluiting binnen verschillende sectoren van de hulpverlening. Tijdens haar loopbaan heeft ze praktische ervaring en expertise opgedaan in Bijzondere Jeugdzorg, POD Maatschappelijke Integratie, Justitie, Geestelijke Gezondheidszorg en Onderwijs. Haar theoretische bagage heeft ze via de studies Gezinswetenschappen en Psychologie aan de Open Universiteit, waar ze nog steeds les loopt.
De tandwielmethodiek. Aan de slag met de Roma …
De tandwielmethodiek is voortgevloeid uit jarenlange praktijkervaring, eigen
studie, analyse en opgebouwde expertise en know how op het vlak van
armoede en sociale uitsluiting. De methodiek richt zich op specifieke
kwetsbaarheden en de maatschappelijke positie van de etnische
Romaminderheid. In elk boekdeel worden aan de lezer inzichten verschaft
in de moeilijkheden die Roma dagelijks ervaren en die vaak onbekend blijven
voor de omgeving.
De analyses die in boekdeel twee aan bod komen, nemen de lezer mee doorheen
de leefwereld van binnenuit en verschaffen zo het inzicht in de gekwetste
identiteit van Roma. Daardoor wordt de sluier van de vaak onzichtbare
leefwereld van Roma gelicht. Het boek blijft vervolgens niet stilstaan en doet
een poging om met de unieke methodiek, Het tandwiel, enige handvatten te
verschaffen aan iedereen die de Romagemeenschap wil begrijpen en helpen. De
methodiek vertrekt vanuit een herstel- en krachtgerichte visie, met ruimte voor
de verhalende mens en zijn ervaring. “De mens is immers niet het probleem,
maar het probleem is het probleem.” Onder dit krachtige motto en gewapend
met een narratieve en contextuele mensvisie hoopt dit boek de lezer een inkijk te
geven in een wereld waarvan men anders enkel de armoedige veruitwendiging
ziet.
Janette Danyiova is van Roma-afkomst en heeft vijftien jaar ervaring als expert in armoede en sociale uitsluiting binnen verschillende sectoren van de hulpverlening. Tijdens haar loopbaan heeft ze praktische ervaring en expertise opgedaan in Bijzondere Jeugdzorg, POD Maatschappelijke Integratie, Justitie, Geestelijke Gezondheidszorg en Onderwijs. Haar theoretische bagage heeft ze via de studies Gezinswetenschappen en Psychologie aan de Open Universiteit, waar ze nog steeds les loopt.
Transport en aanverwante diensten
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Transport en aanverwante diensten
Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.
Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.
De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.
Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?
De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Buiten de lijnen – Box: Handleiding & Kaartenset (2e editie)
Hoe beoordeel je seksueel gedrag van kinderen en jongeren? Maken we verschillende overwegingen indien de jongen een lage intelligentie heeft? Of wanneer hij al eerder een slachtoffer van misbruik werd? Of wanneer hij zelf eerder misbruik pleegde? Is hij van origine Turks of Nederlands, kijken we dan anders naar zijn gedrag? Gaan we jongens anders beoordelen dan meisjes?
‘Buiten de lijnen’ biedt een antwoord op vragen van professionals die werken met kwetsbare kinderen en jongeren. Het geeft handvatten om te reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag in situaties die wegens het kind of de context complex zijn. Het is een verdere verdieping en aanvulling van het handboek ‘Vlaggensysteem. Reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren’ (Frans & Franck, Garant, 2010 en 2014).
‘Verdieping’ verwijst vooral naar de meer kwetsbaar geachte kinderen en jongeren, met name jongeren met een beperking of jongeren die seksueel trauma hebben meegemaakt, naar de ontwikkelingsaspecten ‘gender’ (sekse, seksuele oriëntatie en seksuele identiteit) en ‘cultuur’ en de mate waarin ze een invloed hebben op de seksuele ontwikkeling of op de verwachtingen en attitudes van professionals.
Daarnaast zijn aanvullingen bij het basisboek ‘Vlaggensysteem’ opgenomen. Het pedagogisch luik is verder uitgewerkt en is een belangrijk onderdeel. Er zijn aanknopingspunten voor aangepaste relationele en seksuele vorming en begeleiding met de focus op het ontwikkelen van weerbaarheid. Per ontwikkelingsaspect en leeftijdcategorie zijn nieuwe situaties uitgewerkt, voorzien van een tekening en een uitleg op steekkaarten. Er is aandacht voor het beleidaspect bij het gebruik van het Sensoa Vlaggensysteem. Ook naar wetenschappelijke onderbouwing is een verscherping gemaakt: de interventie wordt meer gelinkt naar literatuur over ontwikkeling, over seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik. Ten slotte is ook de Normatieve lijst aangevuld met specifieke voorbeelden vanuit de aspecten beperking, trauma, cultuur en gender, aangevuld met referenties voor de wetenschappelijke verantwoording.
Deze box bevat:
- Handleiding Buiten de lijnen
- 32 steekkaarten met situaties
- 4 aanvullende werkkaarten met
- afbeelding stuurwiel in kleur R/V de criteria
- overzicht van de vlaggen R/V
- reactiewijzen R/V de stappen in het protocol
- checklist criteria R/V (observatiepunten en richtvragen)
Buiten de lijnen – Box: Handleiding & Kaartenset (2e editie)
Hoe beoordeel je seksueel gedrag van kinderen en jongeren? Maken we verschillende overwegingen indien de jongen een lage intelligentie heeft? Of wanneer hij al eerder een slachtoffer van misbruik werd? Of wanneer hij zelf eerder misbruik pleegde? Is hij van origine Turks of Nederlands, kijken we dan anders naar zijn gedrag? Gaan we jongens anders beoordelen dan meisjes?
‘Buiten de lijnen’ biedt een antwoord op vragen van professionals die werken met kwetsbare kinderen en jongeren. Het geeft handvatten om te reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag in situaties die wegens het kind of de context complex zijn. Het is een verdere verdieping en aanvulling van het handboek ‘Vlaggensysteem. Reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren’ (Frans & Franck, Garant, 2010 en 2014).
‘Verdieping’ verwijst vooral naar de meer kwetsbaar geachte kinderen en jongeren, met name jongeren met een beperking of jongeren die seksueel trauma hebben meegemaakt, naar de ontwikkelingsaspecten ‘gender’ (sekse, seksuele oriëntatie en seksuele identiteit) en ‘cultuur’ en de mate waarin ze een invloed hebben op de seksuele ontwikkeling of op de verwachtingen en attitudes van professionals.
Daarnaast zijn aanvullingen bij het basisboek ‘Vlaggensysteem’ opgenomen. Het pedagogisch luik is verder uitgewerkt en is een belangrijk onderdeel. Er zijn aanknopingspunten voor aangepaste relationele en seksuele vorming en begeleiding met de focus op het ontwikkelen van weerbaarheid. Per ontwikkelingsaspect en leeftijdcategorie zijn nieuwe situaties uitgewerkt, voorzien van een tekening en een uitleg op steekkaarten. Er is aandacht voor het beleidaspect bij het gebruik van het Sensoa Vlaggensysteem. Ook naar wetenschappelijke onderbouwing is een verscherping gemaakt: de interventie wordt meer gelinkt naar literatuur over ontwikkeling, over seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik. Ten slotte is ook de Normatieve lijst aangevuld met specifieke voorbeelden vanuit de aspecten beperking, trauma, cultuur en gender, aangevuld met referenties voor de wetenschappelijke verantwoording.
Deze box bevat:
- Handleiding Buiten de lijnen
- 32 steekkaarten met situaties
- 4 aanvullende werkkaarten met
- afbeelding stuurwiel in kleur R/V de criteria
- overzicht van de vlaggen R/V
- reactiewijzen R/V de stappen in het protocol
- checklist criteria R/V (observatiepunten en richtvragen)
Oplossingsgericht bouwen aan relaties. Zoeken naar uitzonderingen
Allerlei samenlevingsvormen worden doorgelicht, onderzocht op voor en nadelen. Adviezen over hoe het wel of niet moet. En vaak vinden we wel ‘iets’ dat bruikbaar lijkt, want de toepassing geeft niet steeds het beoogde resultaat.
In dit boek beschrijft Ann Bergmans een formule die werkt. Haar recept?
Zoek naar ‘uitzonderingen’, momenten dat het beter gaat in je relatie, en je komt naadloos bij de ‘handleiding’ van je cliënten. Die is voor iedereen uniek…vandaar het vaak magere effect van goedbedoelde adviezen, want het past niet helemaal bij jouw unieke situatie.
Het gebruiken van die ‘handleiding’, het gouden pad naar dingen die werken, wordt in dit boek in zijn vele aspecten beschreven.
(Dr. M. Le Fevere de Ten Hove - Korzybski-instituut)
Oplossingsgericht bouwen aan relaties. Zoeken naar uitzonderingen
Allerlei samenlevingsvormen worden doorgelicht, onderzocht op voor en nadelen. Adviezen over hoe het wel of niet moet. En vaak vinden we wel ‘iets’ dat bruikbaar lijkt, want de toepassing geeft niet steeds het beoogde resultaat.
In dit boek beschrijft Ann Bergmans een formule die werkt. Haar recept?
Zoek naar ‘uitzonderingen’, momenten dat het beter gaat in je relatie, en je komt naadloos bij de ‘handleiding’ van je cliënten. Die is voor iedereen uniek…vandaar het vaak magere effect van goedbedoelde adviezen, want het past niet helemaal bij jouw unieke situatie.
Het gebruiken van die ‘handleiding’, het gouden pad naar dingen die werken, wordt in dit boek in zijn vele aspecten beschreven.
(Dr. M. Le Fevere de Ten Hove - Korzybski-instituut)






