Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Werk in onroerende staat.

 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.

Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.

Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?

Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?

Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.

Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Quick View

Werk in onroerende staat.

 43,00
Dit boek gaat over de btw-aspecten van het verrichten van “werk in onroerende staat”. Het onderscheid tussen werk in onroerende staat en leveringen (met installatie of montage) is niet alleen van belang voor het toepasselijke btw-tarief maar ook voor de regeling inzake verlegging van de heffing.

Zowel werk in onroerende staat verricht in België als grensoverschrijdend werk in onroerende staat komen aan bod in het boek. Hierbij wordt ook stilgestaan bij de eventuele verplichting tot btw-identificatie.

Wanneer is er sprake van een verbouwing en wanneer spreekt men van nieuwbouw? Onder welke voorwaarden zijn de verlaagde btw-tarieven van toepassing?

Wat moet er gebeuren als men zelf als belastingplichtige werk in onroerende staat verricht?

Een correcte facturering van het werk in onroerende staat is van belang in de praktijk omdat enkel wettelijk opeisbare btw bij de klant het recht op aftrek van de voorbelasting opent.
Vaak wordt er echter ten onrechte met of zonder verlegging van de heffing gefactureerd. Hoe dient dit dan te worden geregulariseerd en bij wie gaat de fiscus aankloppen?

Het boek geeft ten slotte een overzicht van alle mogelijke situaties inzake werk in onroerende staat en hun verwerking in de btw-aangifte.

Het boek staat vol met (praktijk)voorbeelden.

Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de faculteit Economie en bedrijfskunde van de U.Gent waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)

 26,50
Gezinnen op de vlucht hebben veel achtergelaten om een veiliger bestaan op te zoeken. Hun verlieservaringen dragen ze mee, over grenzen heen. In het land van aankomst wachten weer nieuwe uitdagingen. Ingrijpende gebeurtenissen, en toch reageren deze gezinnen vaak heel dynamisch en veerkrachtig.

In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.

Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.

De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.

Quick View

Veerkracht in beweging. Dynamieken van vluchtelingengezinnen versterken (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 5)

 26,50
Gezinnen op de vlucht hebben veel achtergelaten om een veiliger bestaan op te zoeken. Hun verlieservaringen dragen ze mee, over grenzen heen. In het land van aankomst wachten weer nieuwe uitdagingen. Ingrijpende gebeurtenissen, en toch reageren deze gezinnen vaak heel dynamisch en veerkrachtig.

In dit boek gaan we op zoek naar wat een divers-sensitieve invulling van veerkrachtig handelen kan zijn, met oog voor de persoonlijke, relationele en contextuele dynamieken in en rond het gezin. Dit laat ons toe om veerkracht te erkennen, ook in situaties waar we dit voordien niet zagen, en deze te ondersteunen op een manier die betekenisvol wordt over culturen heen. Via diepte-interviews vertellen ouders en kinderen van asielzoekende en vluchtelingengezinnen van Afghaanse, Syrische en Iraakse origine, zelf hun verhaal. We krijgen inzicht in hun kwetsbaarheid. We zien welke veerkrachtige acties echt doorwegen in het leven van gezinnen op de vlucht.

Ook hulpverleners uit opvangcentra, het welzijnswerk of het onderwijs, komen aan het woord. Vanuit de ontmoeting tussen deze verschillende perspectieven schetst dit boek hoe professionals en vrijwilligers de dynamieken en krachten van gezinnen kunnen (h)erkennen, valideren en versterken. Een basiswerk voor al wie met vluchtelingen werkt, van praktijk tot beleid.

De auteurs zijn onderzoekers en lectoren van Odisee Hogeschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)

 19,50
Levensbeschouwelijke vakken? Wie ligt daar nog wakker van, zou je kunnen denken. De secularisering vond al ruim ingang, toch? Het onderwijs ligt daar wakker van! Verschillende koepels zijn immers de zoektocht gestart naar de invulling en de plaats van levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs. Terwijl het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (GO!) (heel recent) pleit voor één uur levensbeschouwelijke vakken per week, reageren bisschoppen dat de rooms-katholieke godsdienst een prominente plaats moet blijven krijgen in het studiecurriculum. Het debat is begonnen...

Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.



Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.

Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.

Quick View

Hebben ze zin? Levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs (Reeks: Sociale wetenschappen – Kruispunten nr. 8)

 19,50
Levensbeschouwelijke vakken? Wie ligt daar nog wakker van, zou je kunnen denken. De secularisering vond al ruim ingang, toch? Het onderwijs ligt daar wakker van! Verschillende koepels zijn immers de zoektocht gestart naar de invulling en de plaats van levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs. Terwijl het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs (GO!) (heel recent) pleit voor één uur levensbeschouwelijke vakken per week, reageren bisschoppen dat de rooms-katholieke godsdienst een prominente plaats moet blijven krijgen in het studiecurriculum. Het debat is begonnen...

Ook ouders en jongeren liggen er wakker van. Zij dienen immers een levensbeschouwelijke keuze te maken. Jongeren geven het belang aan van vakken die hun levensbeschouwelijke zoektocht ondersteunen, net in een geseculariseerde maatschappij. Over de levensbeschouwelijke vakken in het onderwijs wordt echter meestal zwart-wit gediscussieerd. Dit boek pakt het anders aan. Het wil vanuit de levensbeschouwingen zelf een antwoord bieden op de plaats en de betekenis van deze vakken in het onderwijs. Het geeft een blik op de historiek van levensbeschouwing in Vlaanderen, de verschillende doelen die levensbeschouwelijke vakken willen bereiken en het toont reacties van zowel academici als ouders. Zo kan men met kennis van zaken een onderbouwde keuze maken.



Met bijdragen van Ahmed Azzouz, Claudia Claes, Gustaaf Cornelis, Papatya Dalkiran, Rik Pinxten, Roger Standaert, Lieve Van Daele, Hein van Renterghem en Maurice van Stiphout.

Christian Van Kerckhove is coördinator van het expertisecentrum Mix!t en voorzitter van de opleiding sociaal werk, HoGent. Katrien De Maegd is lector en voorzitter van de lerarenopleidingen kleuter en lager onderwijs, HoGent. Frank Stappaerts is inspecteur-adviseur coördinator niet-confessionele zedenleer. Papatya Dalkiran is als lector niet-confessionele zedenleer en onderwijsdidacticus verbonden aan de lerarenopleidingen van HoGent en UGent. Joris Van Poucke is als lector en onderzoeker verbonden aan HoGent, expertisecentrum Mix!t.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ruimte voor Dyslexie

 16,95
Professor Wied Ruijssenaars, in Nederland dé deskundige op het gebied van dyslexie, schrijft in het voorwoord: “Over dyslexie wordt veel geschreven. Maar over mensen met dyslexie bestaat heel weinig literatuur. En boeken die geschreven zijn door mensen met dyslexie zijn een zeldzaamheid. (…) Ik lees een boek nooit in één keer uit. Bij dit gebeurde dat wel. Het is gelukkig een doorleefd verhaal en geen wetenschappelijke studie. (…) Ik ben blij met een boek zoals dit.”

Mensen met dyslexie, zoals Léon Biezeman, worden vaak voor dom of lui gehouden. Men begrijpt niet dat iemand op sommige punten uitblinkt, terwijl hij op andere punten slechte tot zeer slechte resultaten haalt. In dit boek beschrijft de auteur onder meer de ervaringen die hij op verschillende scholen heeft opgedaan. Het gaat over begrip en onbegrip voor iemand die dyslectisch is. Door zijn handicap blijkt hij steeds weer in aanvaring te komen met de algemeen aanvaarde wijze van werken en studeren.
Het belangrijkste is dat er ‘ruimte voor dyslexie’ en dus voor dyslectici wordt gelaten. Vaak is men bereid te helpen, men weet alleen niet hoe. Dan wordt onvermijdelijk de vraag gesteld: Wat is dyslexie eigenlijk en wat doet het met je? Voor iemand die dyslectisch is, is het vrijwel onmogelijk om daar een antwoord op te geven. Hij weet immers niet hoe het is om niet dyslectisch te zijn, hij weet alleen dat hij problemen heeft met lezen en spellen.
De auteur is er in dit boek in geslaagd om zijn eigen ervaringen weer te geven. Zijn boodschap aan de lezer is dat iemand met dyslexie over het algemeen voldoende mogelijkheden heeft om te leren, als zijn omgeving de leerproblemen maar accepteert.

Boekvoorstelling op 19 april 2019:





Léon Biezeman is dyslectisch. Hij studeerde orthopedagogiek en deed onderzoek naar hoe mensen met dyslexie leren. Hij zet zich als ambassadeur in om dyslexie op de kaart te zetten en schreef er een aantal artikelen en boeken over, waaronder ‘AppZurt, dyslexie van a tot z’. Biezeman is Charity Ambassador voor Dyslexia International, een organisatie die nauw samenwerkt met UNESCO.

Quick View

Ruimte voor Dyslexie

 16,95
Professor Wied Ruijssenaars, in Nederland dé deskundige op het gebied van dyslexie, schrijft in het voorwoord: “Over dyslexie wordt veel geschreven. Maar over mensen met dyslexie bestaat heel weinig literatuur. En boeken die geschreven zijn door mensen met dyslexie zijn een zeldzaamheid. (…) Ik lees een boek nooit in één keer uit. Bij dit gebeurde dat wel. Het is gelukkig een doorleefd verhaal en geen wetenschappelijke studie. (…) Ik ben blij met een boek zoals dit.”

Mensen met dyslexie, zoals Léon Biezeman, worden vaak voor dom of lui gehouden. Men begrijpt niet dat iemand op sommige punten uitblinkt, terwijl hij op andere punten slechte tot zeer slechte resultaten haalt. In dit boek beschrijft de auteur onder meer de ervaringen die hij op verschillende scholen heeft opgedaan. Het gaat over begrip en onbegrip voor iemand die dyslectisch is. Door zijn handicap blijkt hij steeds weer in aanvaring te komen met de algemeen aanvaarde wijze van werken en studeren.
Het belangrijkste is dat er ‘ruimte voor dyslexie’ en dus voor dyslectici wordt gelaten. Vaak is men bereid te helpen, men weet alleen niet hoe. Dan wordt onvermijdelijk de vraag gesteld: Wat is dyslexie eigenlijk en wat doet het met je? Voor iemand die dyslectisch is, is het vrijwel onmogelijk om daar een antwoord op te geven. Hij weet immers niet hoe het is om niet dyslectisch te zijn, hij weet alleen dat hij problemen heeft met lezen en spellen.
De auteur is er in dit boek in geslaagd om zijn eigen ervaringen weer te geven. Zijn boodschap aan de lezer is dat iemand met dyslexie over het algemeen voldoende mogelijkheden heeft om te leren, als zijn omgeving de leerproblemen maar accepteert.

Boekvoorstelling op 19 april 2019:





Léon Biezeman is dyslectisch. Hij studeerde orthopedagogiek en deed onderzoek naar hoe mensen met dyslexie leren. Hij zet zich als ambassadeur in om dyslexie op de kaart te zetten en schreef er een aantal artikelen en boeken over, waaronder ‘AppZurt, dyslexie van a tot z’. Biezeman is Charity Ambassador voor Dyslexia International, een organisatie die nauw samenwerkt met UNESCO.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verbroken verbinding

 27,90
We zijn een kind van de kosmos. Bij onze verwekking wordt het kosmische, eindeloze bewustzijn gepersonaliseerd in ons oer-bewustzijn. Het is de kiem van leven, van zelfbewustzijn, van verbinding. Door vroege, prenatale indrukken groeit dit bewust-zijn in de richting van meer ‘Zijn’ of in de richting van meer ‘niet-zijn’.

De verbinding met ons Zelf is de essentie van ons leven. Door belasting, trauma of shock in ons prenatale en vroegkinderlijke leven kunnen we verbinding verliezen. Wanneer we de verbinding met ons Zelf verliezen en we van ons Zelf vervreemden, raakt onze levensloop vertroebeld. We verliezen aan bewust ‘Zijn’. Ons leven wordt dan gedomineerd door het onbewuste en we blijven zoeken naar het verloren geluk. Het wordt moeilijker om verbinding met anderen te onderhouden. We krijgen het moeilijk betekenis en zin te geven aan ons leven. Een angst voor de dood neemt bezit van ons.

Verbinden gaat veel dieper en is veel belangrijker dan hechten. Hechting is een reactie op angst; verbinding betekent een diep verbondenheid met ons Zelf, met anderen en met de natuur. Het is in onze vroege, prenatale geschiedenis dat het basisgevoel van verbinding al dan niet is ontstaan. Prenatale belasting en geboortetrauma’s kunnen de verbinding met ons Zelf verbreken.

Alleen door bewustwording kunnen we de verbroken verbinding herstellen. We kunnen die weg alleen gaan door innerlijke stilte te zoeken, door ons terug te trekken in een zelfgekozen eenzaamheid, door in het hier-en-nu te leven. Zonder lijden kunnen we de verbinding niet herstellen. Soms kan het nodig zijn om professionele hulp te zoeken om de verbinding met ons Zelf te helen. Een psychotherapie die aandacht schenkt aan onze prenatale en vroegkinderlijke trauma’s is dan aangewezen.


Gaby Stroecken (°1935) werkte als onderwijzeres en maatschappelijk werkster. Ze studeerde criminologie in Leuven en psychologie in Groningen. Ze volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeute in Hilversum. Daarna heeft ze zich steeds meer verdiept in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Ze publiceerde eerder: ‘Het miskende kind in onszelf’ (herwerkt in 2014) en ‘De stem van het jonge kind’. Samen met Rien schreef ze ‘De mythe van de gelukkige kindertijd’ en ‘Mijn baby is ontroostbaar’. Ze werkt samen met Rien in hun eigen psychotherapeutische praktijk met volwassenen en baby’s.

Rien Verdult (°1953) studeerde psychologie in Groningen en volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeut in Hilversum. Later specialiseerde hij zich in prenatale psychologie en volgde een opleiding in de prenatale psychotherapie bij William Emerson in Zwitserland. Hij geeft voordrachten in binnen- en buitenland over de prenatale ontwikkeling van het kind. Hij geeft samen met Gaby zelfervaringsworkshops over het miskende kind in onszelf, waarin het accent ligt op het prenatale leven. Samen hebben zij een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en baby’s.

Quick View

De verbroken verbinding

 27,90
We zijn een kind van de kosmos. Bij onze verwekking wordt het kosmische, eindeloze bewustzijn gepersonaliseerd in ons oer-bewustzijn. Het is de kiem van leven, van zelfbewustzijn, van verbinding. Door vroege, prenatale indrukken groeit dit bewust-zijn in de richting van meer ‘Zijn’ of in de richting van meer ‘niet-zijn’.

De verbinding met ons Zelf is de essentie van ons leven. Door belasting, trauma of shock in ons prenatale en vroegkinderlijke leven kunnen we verbinding verliezen. Wanneer we de verbinding met ons Zelf verliezen en we van ons Zelf vervreemden, raakt onze levensloop vertroebeld. We verliezen aan bewust ‘Zijn’. Ons leven wordt dan gedomineerd door het onbewuste en we blijven zoeken naar het verloren geluk. Het wordt moeilijker om verbinding met anderen te onderhouden. We krijgen het moeilijk betekenis en zin te geven aan ons leven. Een angst voor de dood neemt bezit van ons.

Verbinden gaat veel dieper en is veel belangrijker dan hechten. Hechting is een reactie op angst; verbinding betekent een diep verbondenheid met ons Zelf, met anderen en met de natuur. Het is in onze vroege, prenatale geschiedenis dat het basisgevoel van verbinding al dan niet is ontstaan. Prenatale belasting en geboortetrauma’s kunnen de verbinding met ons Zelf verbreken.

Alleen door bewustwording kunnen we de verbroken verbinding herstellen. We kunnen die weg alleen gaan door innerlijke stilte te zoeken, door ons terug te trekken in een zelfgekozen eenzaamheid, door in het hier-en-nu te leven. Zonder lijden kunnen we de verbinding niet herstellen. Soms kan het nodig zijn om professionele hulp te zoeken om de verbinding met ons Zelf te helen. Een psychotherapie die aandacht schenkt aan onze prenatale en vroegkinderlijke trauma’s is dan aangewezen.


Gaby Stroecken (°1935) werkte als onderwijzeres en maatschappelijk werkster. Ze studeerde criminologie in Leuven en psychologie in Groningen. Ze volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeute in Hilversum. Daarna heeft ze zich steeds meer verdiept in de vroegkinderlijke ontwikkeling. Ze publiceerde eerder: ‘Het miskende kind in onszelf’ (herwerkt in 2014) en ‘De stem van het jonge kind’. Samen met Rien schreef ze ‘De mythe van de gelukkige kindertijd’ en ‘Mijn baby is ontroostbaar’. Ze werkt samen met Rien in hun eigen psychotherapeutische praktijk met volwassenen en baby’s.

Rien Verdult (°1953) studeerde psychologie in Groningen en volgde een opleiding tot client-centered psychotherapeut in Hilversum. Later specialiseerde hij zich in prenatale psychologie en volgde een opleiding in de prenatale psychotherapie bij William Emerson in Zwitserland. Hij geeft voordrachten in binnen- en buitenland over de prenatale ontwikkeling van het kind. Hij geeft samen met Gaby zelfervaringsworkshops over het miskende kind in onszelf, waarin het accent ligt op het prenatale leven. Samen hebben zij een eigen praktijk voor psychotherapie met volwassenen en baby’s.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.

 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.

De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"

De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.

Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.

Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.

Quick View

Specifieke topics inzake het doorrekenen en de doorfacturering van kosten.

 35,00
Dit boek bespreekt de regels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten.

De doorrekening van kosten houdt verband met de regels inzake:
1) de facturering van belastbare handelingen en de maatstaf van heffing
2) voorschotten (in naam en voor rekening van een derde)
3) "bijzaak volgt hoofdzaak"

De doorfacturering van kosten houdt verband met de commissionairsfictie inzake btw.

Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.



Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake fiscaliteit. Hij is ook docent btw aan de UGent en de Fiscale Hogeschool en een gewaardeerd spreker op seminaries.

Luc Heylens is zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA en belastingconsulent IAB. Hij is auteur van talrijke artikelen en boeken inzake btw. Zijn specialiteit situeert zich rond de begeleiding van ondernemingen op btw-vlak en de bewijsproblematiek bij internationaal handelsverkeer. Hij is eveneens een veelgevraagd docent bij talrijke organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm

 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.

Quick View

Milieumanagementsystemen. De ISO 14001-norm

 39,00
Het landschap op het gebied van milieu is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe milieugevaarlijke stoffen, nieuwe milieurisico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de milieucoördinator uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2015 van de norm ISO 14001:2015. Deze norm is een managementsysteemnorm voor milieu. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een milieumanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – milieumanagementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als milieucoördinator duidelijk zijn dat een milieumanagementsysteem jou helpt om op de vele veranderingen die op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe milieuwetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 14001:2015 geeft je daarbij hulp. Deze milieumanagementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kan gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 14001:2015 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het milieumanagement kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse milieuprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het milieuniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor milieu auditeert hij ISO 14001, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 45001.
Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger milieukundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over milieu en spreekt op congressen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)

 27,50
Het verbeteren van de stemkwaliteit bij beroepssprekers en bij personen met een stemstoornis in het bijzonder gebeurt aan de hand van een uitgebreide set van methoden, technieken en oefeningen die in de logopedische praktijk bestaan, deels op basis van traditie en ervaring en deels op basis van evidentiestudies. Stemtherapeuten maken doorgaans een pragmatische keuze uit het brede aanbod na inschatting van de ernst van de beperking, de eigen vaardigheden en overblijvende vocale mogelijkheden van de cliënt of stempatiënt. Het ICF-model dient als basis voor een evenwichtige benadering van alle aspecten die een impact kunnen hebben op de gevolgen van een stemprobleem.
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.

Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.

Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Quick View

Phonopraxis. Principes, interventies en technieken voor stemtherapie (Omtrent logopedie nr. 8)

 27,50
Het verbeteren van de stemkwaliteit bij beroepssprekers en bij personen met een stemstoornis in het bijzonder gebeurt aan de hand van een uitgebreide set van methoden, technieken en oefeningen die in de logopedische praktijk bestaan, deels op basis van traditie en ervaring en deels op basis van evidentiestudies. Stemtherapeuten maken doorgaans een pragmatische keuze uit het brede aanbod na inschatting van de ernst van de beperking, de eigen vaardigheden en overblijvende vocale mogelijkheden van de cliënt of stempatiënt. Het ICF-model dient als basis voor een evenwichtige benadering van alle aspecten die een impact kunnen hebben op de gevolgen van een stemprobleem.
Phonopraxis wil de stemtherapeut vooral concrete informatie aanreiken over de bestaande interventiemogelijkheden die kunnen bijdragen tot een gemotiveerde keuze. In eerste instantie worden de therapeutische principes uitgewerkt die algemeen geldig zijn, waarna indirecte en directe therapeutische interventies besproken worden. Meer specifiek worden verschillende stemtechnieken in detail uitgewerkt in alfabetische volgorde volgens een identiek sjabloon waarin respectievelijk de beschrijving, de indicaties, het verloop en/of instructie, de duur en de frequentie, de rationale, de doelstelling, de mogelijke valkuilen, de ervaringen, de eventuele evidentie en de bronnen vermeld worden. In een bijlage worden nog een aantal concrete werkinstrumenten aangeboden.

Fons Mertens is logopedist en voormalig hoofd van de Dienst Logopedie KMSL in Turnhout. Hij is betrokken bij talrijke onderzoeken en publicaties op het vlak van stem en heeft een jarenlange ervaring inzake stemtherapie.

Marc De Bodt is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is hoofd van het Universitair Revalidatiecentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Louis Heylen is logopedist en doctor in de medische wetenschappen. Hij is voormalig directeur van de Centra voor Ambulante Revalidatie van Turnhout, Zuiderkempen en Mechelen en het revalidatiecentrum voor Niet-Aangeboren Hersenletsels in Turnhout. Verder is hij postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen en emeritus gastprofessor aan de Universiteit Gent (Logopedische en Audiologische Wetenschappen).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool

 19,90
Bij rugklachten wordt eerder de raad gegeven om te blijven bewegen dan te rusten. Maar wat wordt daar juist mee bedoeld? Moet je bewegen om je spierkracht te trainen of om je spieren te ontspannen, gezien bij pijn en/of bewegingsbeperking de spierspanning juist verhoogt? Of moet je eerder bewegen om de kwaliteit van de beweging te verbeteren? En wat met de coping, het omgaan met rugklachten? Wat te doen met de interpretatie van je rugklachten indien deze een belemmerende factor betekent in de revalidatie? En hoe kan je de angst om te bewegen transformeren in een vertrouwen tijdens het bewegen?

De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.

Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.

Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.

Quick View

Fasciatherapie: Sensomotorische rugschool

 19,90
Bij rugklachten wordt eerder de raad gegeven om te blijven bewegen dan te rusten. Maar wat wordt daar juist mee bedoeld? Moet je bewegen om je spierkracht te trainen of om je spieren te ontspannen, gezien bij pijn en/of bewegingsbeperking de spierspanning juist verhoogt? Of moet je eerder bewegen om de kwaliteit van de beweging te verbeteren? En wat met de coping, het omgaan met rugklachten? Wat te doen met de interpretatie van je rugklachten indien deze een belemmerende factor betekent in de revalidatie? En hoe kan je de angst om te bewegen transformeren in een vertrouwen tijdens het bewegen?

De sensomotorische rugschool, een innoverende vorm van bewegingseducatie binnen de kinesitherapie, richt zich in de eerste plaats naar het ‘bewust’ beleven van een gecoördineerde beweging, aangepast aan je innerlijke toestand en externe omstandigheden. Bewustwording van de beweging helpt immers om je bewegingskwaliteit te verbeteren alsook om je soms inadequate pijnbeleving of bewegingsangst te neutraliseren en om te vormen naar een pijnvrij en vertrouwensvol bewegen.

Paul Sercu’s passie om mensen met rugklachten op weg te helpen heeft hem via kinesitherapie, osteopathie, fasciatherapie en somato-psychopedagogie gebracht tot expert in een multifactoriële aanpak van lichamelijke klachten. In deze benadering staat de persoon die lijdt centraal eerder dan de aandoening. Hij is gastdocent aan PXL Hasselt waar hij de somato-psychopadagogie onderwijst in een postgraduate cyclus. Hij is stichter en hoofddocent van het ‘Fascia College’, waar hij verantwoordelijk is voor de inhoud en wetenschappelijke ontwikkeling van deze benadering. Als assistent aan de Centre d’Etude et de Recherche Appliquée en Psychopédagogie perceptive ondersteunt hij wetenschappelijk onderzoek. Hij is actief lid in de Biotensegrity Interest Group, stichtend lid van de Axxon Belgian Clinical interest group fasciale kinesitherapie en lid van de fascia research society.

Viviane Wolfs is kinesitherapeute en fasciatherapeute. Haar interesse richt zich vooral naar de fenomenologische biomechanica en de bewegingsperceptie in het algemeen. Via fundamenteel wetenschappelijke lectuur en experience based verdiept ze zich verder in de materie. Viviane werkt in haar eigen praktijk waar mensen terecht kunnen met acute en chronische . Ze is ook actief in de de rugkliniek van het Jessa Ziekenhuis, Campus Salvator in Hasselt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen

 32,50
Hoe denken we over kinderen en hun rechten? Het internationale verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) werd in 1989 door de Verenigde Naties aangenomen. Het spreken in termen van rechten van kinderen lijkt betrekkelijk nieuw, maar al eerder werd er over kinderen en hun rechten gedacht. Om die wortels en ontwikkeling bloot te leggen ontstond deze bijzondere bundel. Auteurs met zeer verschillende achtergronden namen de uitdaging aan. Zij leverden filosofische en levensbeschouwelijke bijdragen en verhalen in relatie tot rechten van kinderen.

Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.

“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris

Quick View

Kind en recht in filosofie, levensbeschouwing en verhalen

 32,50
Hoe denken we over kinderen en hun rechten? Het internationale verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) werd in 1989 door de Verenigde Naties aangenomen. Het spreken in termen van rechten van kinderen lijkt betrekkelijk nieuw, maar al eerder werd er over kinderen en hun rechten gedacht. Om die wortels en ontwikkeling bloot te leggen ontstond deze bijzondere bundel. Auteurs met zeer verschillende achtergronden namen de uitdaging aan. Zij leverden filosofische en levensbeschouwelijke bijdragen en verhalen in relatie tot rechten van kinderen.

Sleutelwoorden in deze zoektocht vormen de begrippen ouderlijke verantwoordelijkheid en autonomie van het kind. Beide begrippen zijn ijkpunten in het IVRK, maar komen ook als kernbegrippen voor in zowel de filosofische als de levensbeschouwelijke bijdragen. De filosofe Hannah Arendt is daar het meest uitgesproken in. Onder verwijzing naar haar werk wordt gesproken over ‘het immense belang van verantwoordelijkheid ten opzichte van kinderen’. Maar ook in de levensbeschouwelijke bijdragen is die verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de jonge mens, en menswording in het algemeen, een steeds terugkerend thema, zij het al naar gelang de levensbeschouwelijke richting in wisselende gradaties. Dat geldt ook voor de gemeenschappelijke ontwikkeling die zich aftekent: een verschuiving van rechten van ouders naar die van het kind en wel in het bijzonder naar zijn recht op autonomie. Veelzeggend in dit verband is dat in vele bijdragen het grote belang van onderwijs en educatie wordt onderstreept: ‘Immers het leerproces stelt een individu in staat om zich tot een zelfstandig denkende persoon te ontwikkelen’. Ook in de opgenomen literatuur en verhalen komt het belang van opvoeding en onderwijs naar voren. Juist deze verhalen hebben de zeggingskracht om ‘een schok van inzicht te geven’ in de betekenis van kinderrechten.

“Het Kinderrechtenverdrag bestaat 30 jaar. Dat is een uitstekende gelegenheid tot reflectie over de rol en de betekenis van kinderrechten in actuele maatschappelijke kwesties zoals levensbeschouwing, zingeving en identiteit. Dit boek nodigt ons daartoe uit. Het biedt kennis, inzichten en perspectieven die niet alleen relevant, maar ook noodzakelijk zijn om de komende jaren kinderrechten tot blijvende bron en ijkpunt van zowel beleid als praktijk te maken.” Bruno Vanobbergen, Vlaamse kinderrechtencommissaris

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm

 39,00
Het landschap op gebied van veiligheid en gezondheid (V&G) is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe gevaarlijke stoffen, nieuwe risico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de preventieprofessional uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2018 van de norm ISO 45001:2018. Deze norm is een managementsysteemnorm voor veiligheid en gezondheid. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – V&G-managementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als preventieprofessional duidelijk zijn dat een V&G-managementsysteem jou helpt om op de vele veranderingendie op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe V&G-wetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 45001:2018 geeft je daarbij hulp. Deze V&G-managementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kunt gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 45001:2018 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het V&G-management kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse preventieprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het veiligheid- en gezondheidsniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.

Quick View

Veiligheidsmanagementsystemen. De ISO 45001-norm

 39,00
Het landschap op gebied van veiligheid en gezondheid (V&G) is permanent in verandering. Nieuwe wetgeving, nieuwe gevaarlijke stoffen, nieuwe risico’s of nieuwe productiemethoden maken het voor de preventieprofessional uitdagend om deze veranderingen op te volgen en te implementeren in de organisatie. Een belangrijke verandering is ook de publicatie door de International Standardization Organisation (ISO) in 2018 van de norm ISO 45001:2018. Deze norm is een managementsysteemnorm voor veiligheid en gezondheid. Maar wat is dat nu juist, een managementsysteem en een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem? Wat zijn de voordelen voor mijn organisatie om over een – al dan niet gecertificeerd – V&G-managementsysteem te beschikken? Waarop legt een managementsysteem nu juist de nadruk? Al deze vragen zullen in deze uitgave worden beantwoord. Na het lezen zal het voor jou als preventieprofessional duidelijk zijn dat een V&G-managementsysteem jou helpt om op de vele veranderingendie op je afkomen gepast te reageren. Nieuwe V&G-wetgeving wordt opgevolgd en geïmplementeerd, nieuwe risico’s worden (her)beoordeeld, nieuwe opleidingen voor het personeel worden ingericht, enz. De norm ISO 45001:2018 geeft je daarbij hulp. Deze V&G-managementsysteemnorm geeft je een manier van aanpakken, die je makkelijk kunt gebruiken in andere vestigingen van je organisatie. Speciaal voor vestigingen in het buitenland geeft ISO 45001:2018 een duidelijk ‘raamwerk’, waarrond je het V&G-management kan opbouwen en kan communiceren met je buitenlandse preventieprofessionals. Met als uiteindelijk doel: het verhogen van het veiligheid- en gezondheidsniveau in de organisatie. Veel succes hiermee!

Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij OHSAS 18001/ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt Jan Dillen opleidingen voor preventieadviseurs niveau 1&2/middelbaar en hoger veiligheidskundigen en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Jan Dillen publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Zo was hij spreker aan de TU Delft en op het congres van de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid

 49,00
Kasstroomcalculaties zijn een belangrijke managementtechniek die financiële directies van ondernemingen helpen om de juiste beleidsbeslissingen te nemen, ter maximalisatie van de waarde van hun onderneming.

De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.

Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.

Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.

Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.

J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.

Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.

Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.

Quick View

Kasstroomcalculaties – voor een optimaal financieel beleid

 49,00
Kasstroomcalculaties zijn een belangrijke managementtechniek die financiële directies van ondernemingen helpen om de juiste beleidsbeslissingen te nemen, ter maximalisatie van de waarde van hun onderneming.

De bedoeling van dit werk is dan ook om managers deze techniek aan te leren en te laten gebruiken met betrekking tot investeringsvraagstukken en ondernemingswaardering.

Het boek is verder ook geschreven voor bedrijfskundige opleidingen in het hoger onderwijs.

Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration, master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.

Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven. Hij werkte ook jarenlang als partner in een managementvennootschap die belangrijke investeringsfondsen beheerde. Hij was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.

J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.

Hij schreef een vijfendertigtal publicaties in de domeinen van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.

Hij was meer dan 20 jaar lid van de eindexamencommissies van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Autisme in het gezin. Het gezin als hefboom voor verandering

 21,90
Er bestaat niet zoiets als een kind met autisme. Kinderen met autisme groeien op in gezinnen en autisme raakt via het kind het hele gezin. Hulpverlening die enkel oog heeft voor het kind met autisme, schiet tekort: gedragsveranderingen van het kind met autisme houden geen stand als het gezin niet mee verandert. Sterker nog, omdat het gedrag van ouders, broers en zussen een krachtige invloed uitoefent op het functioneren en de ontwikkeling van het kind met autisme is het gezin een belangrijke motor voor verandering.

Het eerste deel van dit boek biedt een systematisch overzicht van de impact die autisme heeft op het hele gezin en op de opvoedingstaak van ouders. Wat doet een kind met autisme met het gezin waarin het opgroeit? Een aantal herkenbare problemen en dynamieken in gezinnen met een kind met autisme komt aan bod. In het tweede deel worden er concrete methodieken en een stappenplan aangereikt om ouders te begeleiden die dreigen vast te lopen in de opvoeding van hun kind met autisme. Door het hele boek heen wordt het gezin consequent niet als deel van het probleem maar als deel van de oplossing beschouwd.

Wilfried Peeters is psycholoog en werkt al meer dan 25 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de behoefte aan een leidraad bij het begeleiden van gezinnen met een kind met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.

Quick View

Autisme in het gezin. Het gezin als hefboom voor verandering

 21,90
Er bestaat niet zoiets als een kind met autisme. Kinderen met autisme groeien op in gezinnen en autisme raakt via het kind het hele gezin. Hulpverlening die enkel oog heeft voor het kind met autisme, schiet tekort: gedragsveranderingen van het kind met autisme houden geen stand als het gezin niet mee verandert. Sterker nog, omdat het gedrag van ouders, broers en zussen een krachtige invloed uitoefent op het functioneren en de ontwikkeling van het kind met autisme is het gezin een belangrijke motor voor verandering.

Het eerste deel van dit boek biedt een systematisch overzicht van de impact die autisme heeft op het hele gezin en op de opvoedingstaak van ouders. Wat doet een kind met autisme met het gezin waarin het opgroeit? Een aantal herkenbare problemen en dynamieken in gezinnen met een kind met autisme komt aan bod. In het tweede deel worden er concrete methodieken en een stappenplan aangereikt om ouders te begeleiden die dreigen vast te lopen in de opvoeding van hun kind met autisme. Door het hele boek heen wordt het gezin consequent niet als deel van het probleem maar als deel van de oplossing beschouwd.

Wilfried Peeters is psycholoog en werkt al meer dan 25 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de behoefte aan een leidraad bij het begeleiden van gezinnen met een kind met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)

 45,00
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large consortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.

With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.

This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.

Quick View

Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice and Criminology in Europe (GERN Research Paper Series, nr 5)

 45,00
GERN (Groupement Européen de Recherches sur les Normativités) is a large consortium of scientific researchers in the domain of deviance and social control, more precisely studying delinquency, penal institutions, public policies of security and the importance of penal questions in society. Today GERN is a scientific network present in ten European countries and abroad, uniting researchers of different disciplines. Each year the GERN organizes a doctoral summer school, giving PhD students from the consortium the opportunity to present and discuss their ongoing projects and research results as well as meet young and senior researchers.

With the inauguration of this Research Paper Series, GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies a new openness with regard to other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.

This is the fifth volume stemming from the annual doctoral conferences organized by the GERN in September 2016 in Dortmund, Germany. The selected theme for this Summer School was “Deviance and Crime – Social Control, Criminal Justice, and Criminology in Europe”; reflecting the variety of theoretical frameworks and methodologies covered by the current PhD theses in the field of criminal justice and deviance as well as fresh and new perspectives on deviant and criminal careers, on the history of restorative justice and on crime as the central theoretical concept in criminology.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nieuwe leestekenwijzer. Handboek voor het gebruik van leestekens en andere tekens

 28,90
Leestekens zijn heel belangrijk. Als ze goed worden toegepast, kunnen ze een tekst begrijpelijker maken. In dit handboek vindt u alle informatie over de ‘echte’ leestekens, zoals punt, komma, puntkomma, dubbele punt, vraagteken, haakjes, uitroepteken en aanhalingstekens, maar ook koppelteken, trema, accenttekens, apostrof enz. komen uitvoerig aan de orde. U leest er ook in hoe u op de computer letters met een accentteken en allerlei bijzondere tekens kunt maken. Het boek besteedt ook aandacht aan de typografische aspecten van al deze tekens. Talloze voorbeelden verduidelijken de tekst. Deze Nieuwe Leestekenwijzer is het eerste boek dat zo uit­voerig op al die onderwerpen ingaat.
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.

Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids en Begrijpelijk schrijven voor iedereen.

Quick View

Nieuwe leestekenwijzer. Handboek voor het gebruik van leestekens en andere tekens

 28,90
Leestekens zijn heel belangrijk. Als ze goed worden toegepast, kunnen ze een tekst begrijpelijker maken. In dit handboek vindt u alle informatie over de ‘echte’ leestekens, zoals punt, komma, puntkomma, dubbele punt, vraagteken, haakjes, uitroepteken en aanhalingstekens, maar ook koppelteken, trema, accenttekens, apostrof enz. komen uitvoerig aan de orde. U leest er ook in hoe u op de computer letters met een accentteken en allerlei bijzondere tekens kunt maken. Het boek besteedt ook aandacht aan de typografische aspecten van al deze tekens. Talloze voorbeelden verduidelijken de tekst. Deze Nieuwe Leestekenwijzer is het eerste boek dat zo uit­voerig op al die onderwerpen ingaat.
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.

Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids en Begrijpelijk schrijven voor iedereen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zingeving bij herstel. Helende perspectieven in dialoog

 21,00
In Zingeving bij herstel belicht Walter Krikilion een aantal kernkwaliteiten en basisattitudes die bijdragen tot de beleving van zin in een proces van herstel. Concreet gaat het om: bezieling en hoop, aandacht en ontvankelijkheid, de integratie van herinneringen in je levensverhaal, de omgang met schuldervaringen, kwetsbaarheid als kracht, tochtgenootschap, zorg als gedeeld gegeven, verbondenheid en ruimhartigheid.
De ondertitel, Helende perspectieven in dialoog, is niet toevallig gekozen. De auteur gaat namelijk in elk hoofdstuk met een gesprekspartner in dialoog. Hij koos hierbij voor mensen met diverse functies, disciplines en praktijkcontexten. Zijn gesprekspartners komen uit de domeinen welzijn en preventie, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Bovendien is ook een levensbeschouwelijke diversiteit aan de orde. Het gaat om zowel professionals als ervaringsdeskundigen. Het schrijven van het boek leidde tot een inspirerende ervaring van ‘community’ rond zinbeleving en herstel.
Dit zijn de namen van de gesprekspartners: Ulrike Dausel, Yvonne Denier, Marc Eneman, Anne-Mie Jonckheere, Griet Leysen, Lieve Lodewyckx, Liesbet van Bos en Walter Van Gorp. Hans Verbiest schreef het Voorwoord.



Walter Krikilion, theoloog en cliëntgericht-experiëntieel psychotherapeut, is werkzaam als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en in een therapiepraktijk (Turnhout). Zijn aandachtsgebieden betreffen: zingeving, levensbeschouwing, ethiek en cliëntenparticipatie. Hij publiceerde o.a. Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit (Garant). Hij is actief bij de zorgkoepel Zorgnet-Icuro als voorzitter van de Commissie Ethiek - Vorming en Intervisie en bij het Nederlandse kenniscentrum KSGV als coördinator voor Vlaanderen.

Quick View

Zingeving bij herstel. Helende perspectieven in dialoog

 21,00
In Zingeving bij herstel belicht Walter Krikilion een aantal kernkwaliteiten en basisattitudes die bijdragen tot de beleving van zin in een proces van herstel. Concreet gaat het om: bezieling en hoop, aandacht en ontvankelijkheid, de integratie van herinneringen in je levensverhaal, de omgang met schuldervaringen, kwetsbaarheid als kracht, tochtgenootschap, zorg als gedeeld gegeven, verbondenheid en ruimhartigheid.
De ondertitel, Helende perspectieven in dialoog, is niet toevallig gekozen. De auteur gaat namelijk in elk hoofdstuk met een gesprekspartner in dialoog. Hij koos hierbij voor mensen met diverse functies, disciplines en praktijkcontexten. Zijn gesprekspartners komen uit de domeinen welzijn en preventie, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Bovendien is ook een levensbeschouwelijke diversiteit aan de orde. Het gaat om zowel professionals als ervaringsdeskundigen. Het schrijven van het boek leidde tot een inspirerende ervaring van ‘community’ rond zinbeleving en herstel.
Dit zijn de namen van de gesprekspartners: Ulrike Dausel, Yvonne Denier, Marc Eneman, Anne-Mie Jonckheere, Griet Leysen, Lieve Lodewyckx, Liesbet van Bos en Walter Van Gorp. Hans Verbiest schreef het Voorwoord.



Walter Krikilion, theoloog en cliëntgericht-experiëntieel psychotherapeut, is werkzaam als stafmedewerker patiëntenzorg in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum van Geel en in een therapiepraktijk (Turnhout). Zijn aandachtsgebieden betreffen: zingeving, levensbeschouwing, ethiek en cliëntenparticipatie. Hij publiceerde o.a. Geestelijke gezondheidszorg in het licht van zingeving en spiritualiteit (Garant). Hij is actief bij de zorgkoepel Zorgnet-Icuro als voorzitter van de Commissie Ethiek - Vorming en Intervisie en bij het Nederlandse kenniscentrum KSGV als coördinator voor Vlaanderen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)

 43,00
In de vastgoedwereld is onderhandelen een dagdagelijkse bezigheid. De makelaar, de aannemer, de architect, ... allen moeten ze onderhandelen over prijs, voorwaarden, tijdstippen, boetes. Onder professionals worden elke dag deals gesloten. Ze moeten samen werken, maar evengoed ontstaan er conflicten.

“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.

In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.

Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.

Geen voorraad
Quick View

Rijk worden met vastgoeddeals (en niet levend opgegeten worden)

 43,00
In de vastgoedwereld is onderhandelen een dagdagelijkse bezigheid. De makelaar, de aannemer, de architect, ... allen moeten ze onderhandelen over prijs, voorwaarden, tijdstippen, boetes. Onder professionals worden elke dag deals gesloten. Ze moeten samen werken, maar evengoed ontstaan er conflicten.

“Rijk worden met vastgoeddeals” leek lang een gewaagde, catchy titel. De dagelijkse praktijk heeft gemaakt dat Frank Delporte er tegenwoordig anders tegenaan kijkt. In de vastgoedwereld gaan obscene sommen om. Een geslaagd project kan fortuinen opbrengen. Aan de andere kant heeft hij – vooral tijdens zijn jaren als advocaat – de keerzijde gezien. Mensen waagden hun spaargeld en hun kredietwaardigheid aan vastgoedprojecten, om dan op een mislukking te botsen met een faillissement van de vennootschap en private schuldbemiddeling als gevolg. In vastgoed heb je snel vrienden, maar nog sneller de foute vrienden, en iedereen streeft zijn eigenbelang na. Het is, letterlijk, zwemmen tussen de haaien. Dit boek is ontstaan uit professionele ervaring en uit opleidingen die de auteur volgde op Harvard.

In een eerste deel gaat hij low tech van start, met de klassieke onderhandeling. Het zijn de basisbegrippen, de klassieke technieken uit de jaren 80 en 90. Sinds 2006 gaan we een graad hoger, en dat vormt deel 2. Het klassieke spelletje blijkt slechts één dimensie te zijn. De driedimensionale onderhandeling en de dealmaking is de geavanceerde versie van het negotiatiegebeuren. In deel 3 gaat hij verder in op dealmaking “voor gevorderden” met enkele capita selecta die toelaten het onderhandelingsgebeuren in uw voordeel te beslechten. En dat is de bedoeling.

Frank Delporte is, na 25 jaar aan de balie, professionele dealmaker.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence

 55,00
The present survey aims to analyze the issue of the indictment function in the process before the International Criminal Court which integrates a peculiar justice system, result of the complex interaction between the juridical tradition of civil law and the juridical tradition of common law. The prosecution function is entrusted to a Prosecutor who is conceived as a hybrid figure. It is an organ that not only performs its functions in the context of a system in which the principle of opportune penal action applies, but which also operates on a level that can be defined to some extent as political, since he has to move in an international chessboard and being called to also have diplomatic relations with states and international institutions. The discussion (Chapter 3 and 4) proposes a non-new theme, such as that of the structure of the crime in the tripartite system, and yet almost transfigured by the impact with international criminal law, which opens up unexpected and unpredictable scenarios, forcing the international criminal law to renounce and change: on the first , the abandonment of any systematic ambition is found, on the basis of the finding that the need for justice, the matrix of international criminal law, can not be enough to establish a system of crime, because the axiological assumptions are not easily convertible into incriminating norms. From the sequential treatment of typicality, anti-juridicality and guilt, in the complexity of the international dimension, only one certainty emerges. The contextual element, differently depending on the type of international crime in which it is inserted, is the discrimen regarding the common crime, and is impregnated with the marked depreciation of the Makrokriminalität. Chapter 5 is concentrated on some thoughts and perspectives of universalism and particularism coexist in the same historical moment and within the same juridical system, so as to underline a sort of internal dialectic in which universalism and particularism are in a necessarily mobile if not unstable equilibrium. And it is easy to understand how the positive right is naturally brought to privilege this second perspective without obviously neglecting the key offered by history to become aware of the deeper meaning of these two categories especially according, rectius under international criminal justice.

Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .

Quick View

The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence

 55,00
The present survey aims to analyze the issue of the indictment function in the process before the International Criminal Court which integrates a peculiar justice system, result of the complex interaction between the juridical tradition of civil law and the juridical tradition of common law. The prosecution function is entrusted to a Prosecutor who is conceived as a hybrid figure. It is an organ that not only performs its functions in the context of a system in which the principle of opportune penal action applies, but which also operates on a level that can be defined to some extent as political, since he has to move in an international chessboard and being called to also have diplomatic relations with states and international institutions. The discussion (Chapter 3 and 4) proposes a non-new theme, such as that of the structure of the crime in the tripartite system, and yet almost transfigured by the impact with international criminal law, which opens up unexpected and unpredictable scenarios, forcing the international criminal law to renounce and change: on the first , the abandonment of any systematic ambition is found, on the basis of the finding that the need for justice, the matrix of international criminal law, can not be enough to establish a system of crime, because the axiological assumptions are not easily convertible into incriminating norms. From the sequential treatment of typicality, anti-juridicality and guilt, in the complexity of the international dimension, only one certainty emerges. The contextual element, differently depending on the type of international crime in which it is inserted, is the discrimen regarding the common crime, and is impregnated with the marked depreciation of the Makrokriminalität. Chapter 5 is concentrated on some thoughts and perspectives of universalism and particularism coexist in the same historical moment and within the same juridical system, so as to underline a sort of internal dialectic in which universalism and particularism are in a necessarily mobile if not unstable equilibrium. And it is easy to understand how the positive right is naturally brought to privilege this second perspective without obviously neglecting the key offered by history to become aware of the deeper meaning of these two categories especially according, rectius under international criminal justice.

Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jaarboek KMSKA 2017-2018

door
 40,00

The structure of this publication is different from previous years. This time we are not presenting diverse scientific articles by researchers, but one single topic linking up with the previous publications by Dr Paul Vandenbroeck entitled A suspect paradise. Studies on the left panel and detail symbolism of Hieronymus Bosch’s so-called Garden of Earthly Delights.

This contribution is divided into two parts: “The Garden of Eden, the ‘Work of Nature’ and marriage” and “Meaningful motifs on the centre panel”. The first part focusses on the paradise wedding, with the exotic and sinister and the animals and monstra in the Garden of Eden, the symbolism of the paradise fountain and the representation of the owl is unravelled. In the second part attention is paid to the crescent of the moon, the sphere, plants, animals, acrobats and flying people and the layered structure in the representation. Vandenbroeck poses the question whether here on the centre panel a paradise or a sinful situation is depicted. He provides arguments for the at least partially negative significance value of the symbolism, which renders it impossible to depict a fully positive reality such as Paradise. His study results find their way into this highly enthralling read.



Dr Paul Vandenbroeck has been fascinated by the oeuvre and symbolism of Hieronymus Bosch. Research around this painter and his art has remained a constant factor in Vandenbroeck’s career. Since 1980 he has been working at the KMSKA as scientific staff member and curator, and for a long time as editor of the Annual. Moreover, from 2003 he has been part-time senior lecturer at the Social Sciences Faculty of KU Leuven and in his academic career too the study of Bosch occupies a prominent place.

Quick View

Jaarboek KMSKA 2017-2018

door
 40,00

The structure of this publication is different from previous years. This time we are not presenting diverse scientific articles by researchers, but one single topic linking up with the previous publications by Dr Paul Vandenbroeck entitled A suspect paradise. Studies on the left panel and detail symbolism of Hieronymus Bosch’s so-called Garden of Earthly Delights.

This contribution is divided into two parts: “The Garden of Eden, the ‘Work of Nature’ and marriage” and “Meaningful motifs on the centre panel”. The first part focusses on the paradise wedding, with the exotic and sinister and the animals and monstra in the Garden of Eden, the symbolism of the paradise fountain and the representation of the owl is unravelled. In the second part attention is paid to the crescent of the moon, the sphere, plants, animals, acrobats and flying people and the layered structure in the representation. Vandenbroeck poses the question whether here on the centre panel a paradise or a sinful situation is depicted. He provides arguments for the at least partially negative significance value of the symbolism, which renders it impossible to depict a fully positive reality such as Paradise. His study results find their way into this highly enthralling read.



Dr Paul Vandenbroeck has been fascinated by the oeuvre and symbolism of Hieronymus Bosch. Research around this painter and his art has remained a constant factor in Vandenbroeck’s career. Since 1980 he has been working at the KMSKA as scientific staff member and curator, and for a long time as editor of the Annual. Moreover, from 2003 he has been part-time senior lecturer at the Social Sciences Faculty of KU Leuven and in his academic career too the study of Bosch occupies a prominent place.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De tandwielmethodiek. Aan de slag met de Roma …

 21,50

De tandwielmethodiek is voortgevloeid uit jarenlange praktijkervaring, eigen studie, analyse en opgebouwde expertise en know how op het vlak van armoede en sociale uitsluiting. De methodiek richt zich op specifieke kwetsbaarheden en de maatschappelijke positie van de etnische Romaminderheid. In elk boekdeel worden aan de lezer inzichten verschaft in de moeilijkheden die Roma dagelijks ervaren en die vaak onbekend blijven voor de omgeving.

De analyses die in boekdeel twee aan bod komen, nemen de lezer mee doorheen de leefwereld van binnenuit en verschaffen zo het inzicht in de gekwetste identiteit van Roma. Daardoor wordt de sluier van de vaak onzichtbare leefwereld van Roma gelicht. Het boek blijft vervolgens niet stilstaan en doet een poging om met de unieke methodiek, Het tandwiel, enige handvatten te verschaffen aan iedereen die de Romagemeenschap wil begrijpen en helpen. De methodiek vertrekt vanuit een herstel- en krachtgerichte visie, met ruimte voor de verhalende mens en zijn ervaring. “De mens is immers niet het probleem, maar het probleem is het probleem.” Onder dit krachtige motto en gewapend met een narratieve en contextuele mensvisie hoopt dit boek de lezer een inkijk te geven in een wereld waarvan men anders enkel de armoedige veruitwendiging ziet.



Janette Danyiova is van Roma-afkomst en heeft vijftien jaar ervaring als expert in armoede en sociale uitsluiting binnen verschillende sectoren van de hulpverlening. Tijdens haar loopbaan heeft ze praktische ervaring en expertise opgedaan in Bijzondere Jeugdzorg, POD Maatschappelijke Integratie, Justitie, Geestelijke Gezondheidszorg en Onderwijs. Haar theoretische bagage heeft ze via de studies Gezinswetenschappen en Psychologie aan de Open Universiteit, waar ze nog steeds les loopt.

Quick View

De tandwielmethodiek. Aan de slag met de Roma …

 21,50

De tandwielmethodiek is voortgevloeid uit jarenlange praktijkervaring, eigen studie, analyse en opgebouwde expertise en know how op het vlak van armoede en sociale uitsluiting. De methodiek richt zich op specifieke kwetsbaarheden en de maatschappelijke positie van de etnische Romaminderheid. In elk boekdeel worden aan de lezer inzichten verschaft in de moeilijkheden die Roma dagelijks ervaren en die vaak onbekend blijven voor de omgeving.

De analyses die in boekdeel twee aan bod komen, nemen de lezer mee doorheen de leefwereld van binnenuit en verschaffen zo het inzicht in de gekwetste identiteit van Roma. Daardoor wordt de sluier van de vaak onzichtbare leefwereld van Roma gelicht. Het boek blijft vervolgens niet stilstaan en doet een poging om met de unieke methodiek, Het tandwiel, enige handvatten te verschaffen aan iedereen die de Romagemeenschap wil begrijpen en helpen. De methodiek vertrekt vanuit een herstel- en krachtgerichte visie, met ruimte voor de verhalende mens en zijn ervaring. “De mens is immers niet het probleem, maar het probleem is het probleem.” Onder dit krachtige motto en gewapend met een narratieve en contextuele mensvisie hoopt dit boek de lezer een inkijk te geven in een wereld waarvan men anders enkel de armoedige veruitwendiging ziet.



Janette Danyiova is van Roma-afkomst en heeft vijftien jaar ervaring als expert in armoede en sociale uitsluiting binnen verschillende sectoren van de hulpverlening. Tijdens haar loopbaan heeft ze praktische ervaring en expertise opgedaan in Bijzondere Jeugdzorg, POD Maatschappelijke Integratie, Justitie, Geestelijke Gezondheidszorg en Onderwijs. Haar theoretische bagage heeft ze via de studies Gezinswetenschappen en Psychologie aan de Open Universiteit, waar ze nog steeds les loopt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Transport en aanverwante diensten

 27,00
Dit boek legt de btw-regeling uit zoals die van toepassing is in de sector van het goederenvervoer en de hiermee samenhangende diensten. De logistieke sector staat centraal.

Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.

Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.

De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.

Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?

De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

Quick View

Transport en aanverwante diensten

 27,00
Dit boek legt de btw-regeling uit zoals die van toepassing is in de sector van het goederenvervoer en de hiermee samenhangende diensten. De logistieke sector staat centraal.

Centraal staat de correcte facturering van de vervoerprestaties. Bijgevolg komen de problematiek van plaats en schuldenaar van de btw aan bod, alsook de verhuur van transportmiddelen (opleggers, palletten, containers) en hun toepasselijke btw-regeling.

Ook de talrijke vrijstellingen van toepassing in de sector van het goederenvervoer worden besproken.

De verhuur van opslagruimte en de opslag van goederen in het kader van vervoer van goederen wordt in een apart hoofdstuk grondig behandeld. De nieuwe optionele regeling van verhuur van ruimte voor de opslag van goederen in B2B vanaf 1 januari 2019 wordt in een apart hoofdstuk toegelicht.

Ten slotte worden de verplichtingen van de vervoerder en opdrachtgever telkens ook weergegeven. In welk rooster van welke aangifte moet de handeling worden opgenomen?

De theorie wordt gereduceerd tot het absolute minimum. Er wordt om didactische redenen gewerkt met tekeningen en toepassingsvoorbeelden.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Buiten de lijnen – Box: Handleiding & Kaartenset (2e editie)

 59,50
Een jongen van 12 wordt in het zwembad geobserveerd met een erectie. Hij heeft een bermuda- zwembroek aan en staat voor iedereen duidelijk zichtbaar aan de rand. Hij wordt als straf 4 weken geschorst.

Hoe beoordeel je seksueel gedrag van kinderen en jongeren? Maken we verschillende overwegingen indien de jongen een lage intelligentie heeft? Of wanneer hij al eerder een slachtoffer van misbruik werd? Of wanneer hij zelf eerder misbruik pleegde? Is hij van origine Turks of Nederlands, kijken we dan anders naar zijn gedrag? Gaan we jongens anders beoordelen dan meisjes?

‘Buiten de lijnen’ biedt een antwoord op vragen van professionals die werken met kwetsbare kinderen en jongeren. Het geeft handvatten om te reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag in situaties die wegens het kind of de context complex zijn. Het is een verdere verdieping en aanvulling van het handboek ‘Vlaggensysteem. Reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren’ (Frans & Franck, Garant, 2010 en 2014).

‘Verdieping’ verwijst vooral naar de meer kwetsbaar geachte kinderen en jongeren, met name jongeren met een beperking of jongeren die seksueel trauma hebben meegemaakt, naar de ontwikkelingsaspecten ‘gender’ (sekse, seksuele oriëntatie en seksuele identiteit) en ‘cultuur’ en de mate waarin ze een invloed hebben op de seksuele ontwikkeling of op de verwachtingen en attitudes van professionals.

Daarnaast zijn aanvullingen bij het basisboek ‘Vlaggensysteem’ opgenomen. Het pedagogisch luik is verder uitgewerkt en is een belangrijk onderdeel. Er zijn aanknopingspunten voor aangepaste relationele en seksuele vorming en begeleiding met de focus op het ontwikkelen van weerbaarheid. Per ontwikkelingsaspect en leeftijdcategorie zijn nieuwe situaties uitgewerkt, voorzien van een tekening en een uitleg op steekkaarten. Er is aandacht voor het beleidaspect bij het gebruik van het Sensoa Vlaggensysteem. Ook naar wetenschappelijke onderbouwing is een verscherping gemaakt: de interventie wordt meer gelinkt naar literatuur over ontwikkeling, over seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik. Ten slotte is ook de Normatieve lijst aangevuld met specifieke voorbeelden vanuit de aspecten beperking, trauma, cultuur en gender, aangevuld met referenties voor de wetenschappelijke verantwoording.

Deze box bevat:
  • Handleiding Buiten de lijnen
  • 32 steekkaarten met situaties
    • 4 aanvullende werkkaarten met
    • afbeelding stuurwiel in kleur R/V de criteria
    • overzicht van de vlaggen R/V
    • reactiewijzen R/V de stappen in het protocol
    • checklist criteria R/V (observatiepunten en richtvragen)
In een afzonderlijke publicatie kan u de onderbouwing terugvinden: E. Frans, K. De Wilde, K. Janssens, W. Van Berlo & O. Storms, ‘Buiten de lijnen; Sensoa Vlaggensysteem voor kinderen en jongeren met bijzondere behoeften: Onderbouwing (ISBN 978-90-441-3396-7).

Geen voorraad
Quick View

Buiten de lijnen – Box: Handleiding & Kaartenset (2e editie)

 59,50
Een jongen van 12 wordt in het zwembad geobserveerd met een erectie. Hij heeft een bermuda- zwembroek aan en staat voor iedereen duidelijk zichtbaar aan de rand. Hij wordt als straf 4 weken geschorst.

Hoe beoordeel je seksueel gedrag van kinderen en jongeren? Maken we verschillende overwegingen indien de jongen een lage intelligentie heeft? Of wanneer hij al eerder een slachtoffer van misbruik werd? Of wanneer hij zelf eerder misbruik pleegde? Is hij van origine Turks of Nederlands, kijken we dan anders naar zijn gedrag? Gaan we jongens anders beoordelen dan meisjes?

‘Buiten de lijnen’ biedt een antwoord op vragen van professionals die werken met kwetsbare kinderen en jongeren. Het geeft handvatten om te reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag in situaties die wegens het kind of de context complex zijn. Het is een verdere verdieping en aanvulling van het handboek ‘Vlaggensysteem. Reageren op seksueel (grensoverschrijdend) gedrag van kinderen en jongeren’ (Frans & Franck, Garant, 2010 en 2014).

‘Verdieping’ verwijst vooral naar de meer kwetsbaar geachte kinderen en jongeren, met name jongeren met een beperking of jongeren die seksueel trauma hebben meegemaakt, naar de ontwikkelingsaspecten ‘gender’ (sekse, seksuele oriëntatie en seksuele identiteit) en ‘cultuur’ en de mate waarin ze een invloed hebben op de seksuele ontwikkeling of op de verwachtingen en attitudes van professionals.

Daarnaast zijn aanvullingen bij het basisboek ‘Vlaggensysteem’ opgenomen. Het pedagogisch luik is verder uitgewerkt en is een belangrijk onderdeel. Er zijn aanknopingspunten voor aangepaste relationele en seksuele vorming en begeleiding met de focus op het ontwikkelen van weerbaarheid. Per ontwikkelingsaspect en leeftijdcategorie zijn nieuwe situaties uitgewerkt, voorzien van een tekening en een uitleg op steekkaarten. Er is aandacht voor het beleidaspect bij het gebruik van het Sensoa Vlaggensysteem. Ook naar wetenschappelijke onderbouwing is een verscherping gemaakt: de interventie wordt meer gelinkt naar literatuur over ontwikkeling, over seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik. Ten slotte is ook de Normatieve lijst aangevuld met specifieke voorbeelden vanuit de aspecten beperking, trauma, cultuur en gender, aangevuld met referenties voor de wetenschappelijke verantwoording.

Deze box bevat:
  • Handleiding Buiten de lijnen
  • 32 steekkaarten met situaties
    • 4 aanvullende werkkaarten met
    • afbeelding stuurwiel in kleur R/V de criteria
    • overzicht van de vlaggen R/V
    • reactiewijzen R/V de stappen in het protocol
    • checklist criteria R/V (observatiepunten en richtvragen)
In een afzonderlijke publicatie kan u de onderbouwing terugvinden: E. Frans, K. De Wilde, K. Janssens, W. Van Berlo & O. Storms, ‘Buiten de lijnen; Sensoa Vlaggensysteem voor kinderen en jongeren met bijzondere behoeften: Onderbouwing (ISBN 978-90-441-3396-7).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Oplossingsgericht bouwen aan relaties. Zoeken naar uitzonderingen

 25,50
Over relaties zijn al tonnen boeken geschreven en in de meeste tijdschriften en kranten staat wel een ‘harts’-rubriek. Een onderwerp dat niemand onverschillig laat.

Allerlei samenlevingsvormen worden doorgelicht, onderzocht op voor en nadelen. Adviezen over hoe het wel of niet moet. En vaak vinden we wel ‘iets’ dat bruikbaar lijkt, want de toepassing geeft niet steeds het beoogde resultaat.

In dit boek beschrijft Ann Bergmans een formule die werkt. Haar recept?

Zoek naar ‘uitzonderingen’, momenten dat het beter gaat in je relatie, en je komt naadloos bij de ‘handleiding’ van je cliënten. Die is voor iedereen uniek…vandaar het vaak magere effect van goedbedoelde adviezen, want het past niet helemaal bij jouw unieke situatie.

Het gebruiken van die ‘handleiding’, het gouden pad naar dingen die werken, wordt in dit boek in zijn vele aspecten beschreven.


(Dr. M. Le Fevere de Ten Hove - Korzybski-instituut)

Quick View

Oplossingsgericht bouwen aan relaties. Zoeken naar uitzonderingen

 25,50
Over relaties zijn al tonnen boeken geschreven en in de meeste tijdschriften en kranten staat wel een ‘harts’-rubriek. Een onderwerp dat niemand onverschillig laat.

Allerlei samenlevingsvormen worden doorgelicht, onderzocht op voor en nadelen. Adviezen over hoe het wel of niet moet. En vaak vinden we wel ‘iets’ dat bruikbaar lijkt, want de toepassing geeft niet steeds het beoogde resultaat.

In dit boek beschrijft Ann Bergmans een formule die werkt. Haar recept?

Zoek naar ‘uitzonderingen’, momenten dat het beter gaat in je relatie, en je komt naadloos bij de ‘handleiding’ van je cliënten. Die is voor iedereen uniek…vandaar het vaak magere effect van goedbedoelde adviezen, want het past niet helemaal bij jouw unieke situatie.

Het gebruiken van die ‘handleiding’, het gouden pad naar dingen die werken, wordt in dit boek in zijn vele aspecten beschreven.


(Dr. M. Le Fevere de Ten Hove - Korzybski-instituut)

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    2
    Uw winkelwagen
    Plaatshouder
    Tijdschrift Financieel Recht 2007 - Nr. 4
    Aantal: 1
    Prijs: 39,60
     39,60
    Jaarboek KMSKA 2017-2018
    Jaarboek KMSKA 2017-2018
    Aantal: 1
    Prijs: 40,00
     40,00
    ×