Problemen in de taalontwikkeling (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 7)
In dit Cahier wordt het belang van vroegtijdig signaleren aangegeven. In dezelfde adem worden handreikingen gegeven om in te grijpen en om het verstoorde proces ten goede te keren. Leraren die dagelijks te maken hebben met leerlingen met taalontwikkelingsproblemen zijn de eerstaangewezenen om de aanpak te verbeteren. Dit boekje biedt leerstof om hen door actieonderzoek nieuwe kennis te laten ontwikkelen om taalontwikkelingsprobelem te leren oplossen of om er beter mee om te leren gaan.
Dr. Kees Vernooy is leesspecialist bij het CPS, in Amersfoort. Drs. Tineke (C.) H.M. Vermeulen is logopediste en orthopedagoge. Als docent is zij werkzaam voor Contractgroep Inholland voor Opleidingen Speciale Ondrwijszorg Windesheim. Anneke Smits is trajectcoördinator Dyslexie bij Opleidingen Speciale Onderwijszorg Windesheim. Annie Essers is werkzaam als docent/trajectcoördinator van de opleiding Auditieve Communicatieve Beperking bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Dr. Ria Kleijnen is werkzaam bij de Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar zij o.a. de Opleiding tot dyslexiespecialist coördineert en (mede) uitvoert. Jos Smeets ten slotte is eveneens werkzaam bij Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar hij doceert aan de opleidingen tot remedial teacher PO en VO en diverse nascholingsactiviteiten verzorgt. Daarnaast werkt hij als docent bij de Hogeschool Zuyd (faculteit Logopedie).
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Problemen in de taalontwikkeling (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 7)
In dit Cahier wordt het belang van vroegtijdig signaleren aangegeven. In dezelfde adem worden handreikingen gegeven om in te grijpen en om het verstoorde proces ten goede te keren. Leraren die dagelijks te maken hebben met leerlingen met taalontwikkelingsproblemen zijn de eerstaangewezenen om de aanpak te verbeteren. Dit boekje biedt leerstof om hen door actieonderzoek nieuwe kennis te laten ontwikkelen om taalontwikkelingsprobelem te leren oplossen of om er beter mee om te leren gaan.
Dr. Kees Vernooy is leesspecialist bij het CPS, in Amersfoort. Drs. Tineke (C.) H.M. Vermeulen is logopediste en orthopedagoge. Als docent is zij werkzaam voor Contractgroep Inholland voor Opleidingen Speciale Ondrwijszorg Windesheim. Anneke Smits is trajectcoördinator Dyslexie bij Opleidingen Speciale Onderwijszorg Windesheim. Annie Essers is werkzaam als docent/trajectcoördinator van de opleiding Auditieve Communicatieve Beperking bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Dr. Ria Kleijnen is werkzaam bij de Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar zij o.a. de Opleiding tot dyslexiespecialist coördineert en (mede) uitvoert. Jos Smeets ten slotte is eveneens werkzaam bij Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar hij doceert aan de opleidingen tot remedial teacher PO en VO en diverse nascholingsactiviteiten verzorgt. Daarnaast werkt hij als docent bij de Hogeschool Zuyd (faculteit Logopedie).
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Leerzinwekkend. Fundamenten van duurzaam leren bij volwassenen
Felix Corthouts is hoogleraar Organisatiepsychologie en HRM aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum. Roland Vermeylen is manager organisatieontwikkeling aan de Universitaire Ziekenhuizen Leuven. Samen leiden ze een opleiding voor HR-Managers.
Leerzinwekkend. Fundamenten van duurzaam leren bij volwassenen
Felix Corthouts is hoogleraar Organisatiepsychologie en HRM aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum. Roland Vermeylen is manager organisatieontwikkeling aan de Universitaire Ziekenhuizen Leuven. Samen leiden ze een opleiding voor HR-Managers.

Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 6)

Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 6)
Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.
De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.
Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.
Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.
Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.
De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.
Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.
Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.
Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bijlagenbundel (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6b)
De studie die aan het boek ten grondslag ligt, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangeduid en wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcoördinatoren, teamleiders, orthopedagogen, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die met en ten behoeve van ‘zorgleerlingen’ in het voortgezet onderwijs werken inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ‘zorgleerlingen’ een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.
Deze bijlagenbundel bevat relevante formulieren en overzichten. Verder zijn tabellen opgenomen die een beeld geven van de kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO.
Zie ook: Kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs
Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.
Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bijlagenbundel (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6b)
De studie die aan het boek ten grondslag ligt, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangeduid en wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcoördinatoren, teamleiders, orthopedagogen, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die met en ten behoeve van ‘zorgleerlingen’ in het voortgezet onderwijs werken inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ‘zorgleerlingen’ een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.
Deze bijlagenbundel bevat relevante formulieren en overzichten. Verder zijn tabellen opgenomen die een beeld geven van de kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO.
Zie ook: Kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs
Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.

Theodor Herzl. Grondlegger van het politieke zionisme (1860-1904) (Reeks Grondleggers, nr. 2)

Theodor Herzl. Grondlegger van het politieke zionisme (1860-1904) (Reeks Grondleggers, nr. 2)

Belang van de stad. Bouwblokken voor de studie van de stad
Pascal De Decker is onderzoeker bij OASeS – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad van de Universiteit Antwerpen.

Belang van de stad. Bouwblokken voor de studie van de stad
Pascal De Decker is onderzoeker bij OASeS – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad van de Universiteit Antwerpen.
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor personen met dementie
Chantal Van Audenhove is diensthoofd van Caritas Samenwerkingsverband LUCAS, aan de K.U. Leuven, waar zij ook doceert.
Kleinschalig genormaliseerd wonen voor personen met dementie
Chantal Van Audenhove is diensthoofd van Caritas Samenwerkingsverband LUCAS, aan de K.U. Leuven, waar zij ook doceert.
Omgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek
In het boek kan snel worden opgezocht wat in een bepaalde situatie aan de orde kan komen en welke mogelijkheden er zijn om daar op in te spelen.
Riet Grauwels is logopedist en stottertherapeut. Gerdi de Nooij is als logopedist verbonden aan een school voor Speciaal Basis Onderwijs.Beide auteurs hebben een jarenlange ervaring op het gebied van onderzoek en behandeling van kinderen met een dysfatische ontwikkeling.
Omgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek
In het boek kan snel worden opgezocht wat in een bepaalde situatie aan de orde kan komen en welke mogelijkheden er zijn om daar op in te spelen.
Riet Grauwels is logopedist en stottertherapeut. Gerdi de Nooij is als logopedist verbonden aan een school voor Speciaal Basis Onderwijs.Beide auteurs hebben een jarenlange ervaring op het gebied van onderzoek en behandeling van kinderen met een dysfatische ontwikkeling.
Gedrag begrijpen (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 5)
Er wordt gezegd dat tien procent van de mensen – onder wie ook kinderen – de toets van normaal gedrag niet kan doorstaan. Dat betekent dat afwijkende gedragskenmerken een veel voorkomend verschijnsel zijn, op school en in de maatschappij. Dit boek bekijkt gedrag, zoekt de oorzaken op en verklaart het, zonder het etiket goed of fout, gewenst of ongewenst op te plakken. Dit moet leiden tot meer begrip van gedrag. Dat begrip is hard nodig in de opvoedings- en leersituatie van alledag. Zeker om te beseffen dat speciale onderwijszorg meer is dan gedrag in toom houden en kennis overdragen. Speciale onderwijszorg bestrijkt immers precies dat ontwikkelingsgebied waar de grenzen van de mogelijkheden om te leren worden afgetast. Begrip voor gedrag kan de onderscheidingslijn verleggen van onmogelijkheden naar mogelijkheden.
De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
Gedrag begrijpen (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 5)
Er wordt gezegd dat tien procent van de mensen – onder wie ook kinderen – de toets van normaal gedrag niet kan doorstaan. Dat betekent dat afwijkende gedragskenmerken een veel voorkomend verschijnsel zijn, op school en in de maatschappij. Dit boek bekijkt gedrag, zoekt de oorzaken op en verklaart het, zonder het etiket goed of fout, gewenst of ongewenst op te plakken. Dit moet leiden tot meer begrip van gedrag. Dat begrip is hard nodig in de opvoedings- en leersituatie van alledag. Zeker om te beseffen dat speciale onderwijszorg meer is dan gedrag in toom houden en kennis overdragen. Speciale onderwijszorg bestrijkt immers precies dat ontwikkelingsgebied waar de grenzen van de mogelijkheden om te leren worden afgetast. Begrip voor gedrag kan de onderscheidingslijn verleggen van onmogelijkheden naar mogelijkheden.
De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil

Social inclusion, urban governance and sustainability. Towards a conceptual framework for the UGIS Research Project
This publication deals with the central concepts of the project. The first part reviews the developmento f urban governance and places it in the wider framework of globalisation and its effects on local communities. The second part deals with the concepts social cohesion, social inclusion and social exclusion - and the relationship between them. The final part critically assesses the advantages and disadvantages of area-based policies.

Social inclusion, urban governance and sustainability. Towards a conceptual framework for the UGIS Research Project
This publication deals with the central concepts of the project. The first part reviews the developmento f urban governance and places it in the wider framework of globalisation and its effects on local communities. The second part deals with the concepts social cohesion, social inclusion and social exclusion - and the relationship between them. The final part critically assesses the advantages and disadvantages of area-based policies.
Les debriefings psychologiques en question
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.
"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".
Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Les debriefings psychologiques en question
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.
"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".
Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Communicatief vaardig onder-wijzen
Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.
Communicatief vaardig onder-wijzen
Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.
Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.
Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.
Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.
Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.
Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen
Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs
Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.
Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.
Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs
Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.
Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Studeren met dyslexie
Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.
Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.
Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.

Studeren met dyslexie
Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.
Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.
Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.
Turkije: Springstof voor de Europese Unie
Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.
Turkije: Springstof voor de Europese Unie
Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.
De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)
Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.
Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.
De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil
De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)
Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.
Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.
De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
- Nr. 1: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 2: Jongeren en grotestadsproblematiek
- Nr. 3: Speciale onderwijszorg in het voortgezet onderwijs 2
- Nr. 4: De moeilijke klas
- Nr. 5: Gedrag begrijpen
- Nr. 6: Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs
- Nr. 7: Problemen in de taalontwikkeling
- Nr. 8: Problemen in de rekenontwikkeling
- Nr. 9: Het verhaal van de leraar
- Nr. 10: De leraar speciaal onderwijs als master
- Nr. 11: De leraar als coach
- Nr. 12: Inclusief denken en handelen in het onderwijs
- Nr. 13: Autisme in het voortgezet onderwijs
- Nr. 14: Dyslexie. Zorg van ons allemaal
- Nr. 15: Creativiteit en speciale onderwijszorg
- Nr. 16: Oppositioneel & opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs
- Nr. 17: Een vangnet van zorg
- Nr. 18: De leraar maakt het verschil

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager
Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.
Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager
Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.
Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.

