Filter
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Problemen in de taalontwikkeling (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 7)

 9,50
Vaak vormt de verstoorde ontwikkeling van risicoleerlingen het aangrijpingspunt voor verandering en verbetering. Dat geldt in hoge mate bij problemen in de taalontwikkeling. Waarschijnlijk is er geen ander gebied dan leren praten, luisteren en leren lezen dat zoveel aandacht krijgt in onderzoek. Het vormt immers de basis voor de communicatie tussen de mens en zijn omgeving. Dit heeft er niet toe geleid dat alle taalontwikkelingsproblemen zijn opgelost. Zoveel is wel duidelijk geworden dat vroegtijdig signaleren van taalontwikkelingsproblemen betekent dat een effectieve aanpak ook vroegtijdig kan worden opgestart. En ook na een effectieve en kwalitatief goede aanpak blijven er kinderen met taalproblemen bestaan. Van deze groep kan gesteld worden dat die moeten leren omgaan met hun handicap. Voor hen is speciale onderwijszorg op langere termijn noodzakelijk.

In dit Cahier wordt het belang van vroegtijdig signaleren aangegeven. In dezelfde adem worden handreikingen gegeven om in te grijpen en om het verstoorde proces ten goede te keren. Leraren die dagelijks te maken hebben met leerlingen met taalontwikkelingsproblemen zijn de eerstaangewezenen om de aanpak te verbeteren. Dit boekje biedt leerstof om hen door actieonderzoek nieuwe kennis te laten ontwikkelen om taalontwikkelingsprobelem te leren oplossen of om er beter mee om te leren gaan.

Dr. Kees Vernooy is leesspecialist bij het CPS, in Amersfoort. Drs. Tineke (C.) H.M. Vermeulen is logopediste en orthopedagoge. Als docent is zij werkzaam voor Contractgroep Inholland voor Opleidingen Speciale Ondrwijszorg Windesheim. Anneke Smits is trajectcoördinator Dyslexie bij Opleidingen Speciale Onderwijszorg Windesheim. Annie Essers is werkzaam als docent/trajectcoördinator van de opleiding Auditieve Communicatieve Beperking bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Dr. Ria Kleijnen is werkzaam bij de Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar zij o.a. de Opleiding tot dyslexiespecialist coördineert en (mede) uitvoert. Jos Smeets ten slotte is eveneens werkzaam bij Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar hij doceert aan de opleidingen tot remedial teacher PO en VO en diverse nascholingsactiviteiten verzorgt. Daarnaast werkt hij als docent bij de Hogeschool Zuyd (faculteit Logopedie).


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Geen voorraad
Quick View

Problemen in de taalontwikkeling (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 7)

 9,50
Vaak vormt de verstoorde ontwikkeling van risicoleerlingen het aangrijpingspunt voor verandering en verbetering. Dat geldt in hoge mate bij problemen in de taalontwikkeling. Waarschijnlijk is er geen ander gebied dan leren praten, luisteren en leren lezen dat zoveel aandacht krijgt in onderzoek. Het vormt immers de basis voor de communicatie tussen de mens en zijn omgeving. Dit heeft er niet toe geleid dat alle taalontwikkelingsproblemen zijn opgelost. Zoveel is wel duidelijk geworden dat vroegtijdig signaleren van taalontwikkelingsproblemen betekent dat een effectieve aanpak ook vroegtijdig kan worden opgestart. En ook na een effectieve en kwalitatief goede aanpak blijven er kinderen met taalproblemen bestaan. Van deze groep kan gesteld worden dat die moeten leren omgaan met hun handicap. Voor hen is speciale onderwijszorg op langere termijn noodzakelijk.

In dit Cahier wordt het belang van vroegtijdig signaleren aangegeven. In dezelfde adem worden handreikingen gegeven om in te grijpen en om het verstoorde proces ten goede te keren. Leraren die dagelijks te maken hebben met leerlingen met taalontwikkelingsproblemen zijn de eerstaangewezenen om de aanpak te verbeteren. Dit boekje biedt leerstof om hen door actieonderzoek nieuwe kennis te laten ontwikkelen om taalontwikkelingsprobelem te leren oplossen of om er beter mee om te leren gaan.

Dr. Kees Vernooy is leesspecialist bij het CPS, in Amersfoort. Drs. Tineke (C.) H.M. Vermeulen is logopediste en orthopedagoge. Als docent is zij werkzaam voor Contractgroep Inholland voor Opleidingen Speciale Ondrwijszorg Windesheim. Anneke Smits is trajectcoördinator Dyslexie bij Opleidingen Speciale Onderwijszorg Windesheim. Annie Essers is werkzaam als docent/trajectcoördinator van de opleiding Auditieve Communicatieve Beperking bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg. Dr. Ria Kleijnen is werkzaam bij de Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar zij o.a. de Opleiding tot dyslexiespecialist coördineert en (mede) uitvoert. Jos Smeets ten slotte is eveneens werkzaam bij Fontys Hogescholen (Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg), waar hij doceert aan de opleidingen tot remedial teacher PO en VO en diverse nascholingsactiviteiten verzorgt. Daarnaast werkt hij als docent bij de Hogeschool Zuyd (faculteit Logopedie).


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leerzinwekkend. Fundamenten van duurzaam leren bij volwassenen

 13,50
Leren na je 25, het lijkt vanzelfsprekend met ‘levenslang leren’ als toverwoorden van deze tijd. Maar combineer je een druk privé-leven, een veeleisende job én een opleiding zonder te bezwijken onder het gewicht ervan? De oplossing ligt erin van leren een vanzelfsprekende instelling te maken, door de voorwaarden te scheppen waarin mensen met ‘zin’ leren, zowel in als buiten hun job. In dit boek staat beschreven hoe trainers een leercontext kunnen creëren die direct aansluit op de vragen van de ‘lerenden’ en hoe ze leergroepen kunnen ontwikkelen waarin alle expertise wordt gebruikt die in de groep aanwezig is. De essentie is een leerklimaat van onderling vertrouwen en openheid te handhaven, waarin professionele en persoonlijke ontwikkeling in elkaar overvloeien. Tot de doelgroep behoort iedereen die wil meedenken hoe je leren voor volwassenen boeiend maakt. Maar ook wie naar zinvolle bijscholing zoekt, leert met dit boek bewuster te kiezen uit het overvolle aanbod van opleidingen.

Felix Corthouts is hoogleraar Organisatiepsychologie en HRM aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum. Roland Vermeylen is manager organisatieontwikkeling aan de Universitaire Ziekenhuizen Leuven. Samen leiden ze een opleiding voor HR-Managers.

Quick View

Leerzinwekkend. Fundamenten van duurzaam leren bij volwassenen

 13,50
Leren na je 25, het lijkt vanzelfsprekend met ‘levenslang leren’ als toverwoorden van deze tijd. Maar combineer je een druk privé-leven, een veeleisende job én een opleiding zonder te bezwijken onder het gewicht ervan? De oplossing ligt erin van leren een vanzelfsprekende instelling te maken, door de voorwaarden te scheppen waarin mensen met ‘zin’ leren, zowel in als buiten hun job. In dit boek staat beschreven hoe trainers een leercontext kunnen creëren die direct aansluit op de vragen van de ‘lerenden’ en hoe ze leergroepen kunnen ontwikkelen waarin alle expertise wordt gebruikt die in de groep aanwezig is. De essentie is een leerklimaat van onderling vertrouwen en openheid te handhaven, waarin professionele en persoonlijke ontwikkeling in elkaar overvloeien. Tot de doelgroep behoort iedereen die wil meedenken hoe je leren voor volwassenen boeiend maakt. Maar ook wie naar zinvolle bijscholing zoekt, leert met dit boek bewuster te kiezen uit het overvolle aanbod van opleidingen.

Felix Corthouts is hoogleraar Organisatiepsychologie en HRM aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum. Roland Vermeylen is manager organisatieontwikkeling aan de Universitaire Ziekenhuizen Leuven. Samen leiden ze een opleiding voor HR-Managers.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 6)

 12,00
Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs is ‘het geheel van voorzieningen dat een school creëert om leerlingbegeleiding een optimale slaagkans te geven’. Cruciaal daarbij is de begeleiding die de leraar in de klas biedt. Bovendien dienen er ondersteunende en wederzijds bevruchtende voorzieningen op school te zijn. Verder wordt de school voortdurend met allerlei beïnvloedende maatschappelijke krachten geconfronteerd, zoals agressie, schooluitval, lerarentekort, gebrek aan waarden en normen, …Vanuit hun praktijkervaring beschrijven de auteurs hoe daarmee als team adequaat om te gaan. Steeds moeten het docententeam en de directie competenties ontwikkelen die ze in kenmerkende onderwijsleersituaties met betrekking tot integrale leerlingenzorg inzetten. Het ‘integrale’ zit in de afstemming tussen alle betrokkenen en alles wat leer- en onderwijssituaties omvat. Integrale leerlingenzorg impliceert tegelijkertijd integrale schoolontwikkeling en dat betekent onherroepelijk ‘veranderen’. Er dient werk gemaakt te worden van het begeleiden van leerprocessen en het professionaliseren van docenten, begeleiders en scholen.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 6)

 12,00
Integrale leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs is ‘het geheel van voorzieningen dat een school creëert om leerlingbegeleiding een optimale slaagkans te geven’. Cruciaal daarbij is de begeleiding die de leraar in de klas biedt. Bovendien dienen er ondersteunende en wederzijds bevruchtende voorzieningen op school te zijn. Verder wordt de school voortdurend met allerlei beïnvloedende maatschappelijke krachten geconfronteerd, zoals agressie, schooluitval, lerarentekort, gebrek aan waarden en normen, …Vanuit hun praktijkervaring beschrijven de auteurs hoe daarmee als team adequaat om te gaan. Steeds moeten het docententeam en de directie competenties ontwikkelen die ze in kenmerkende onderwijsleersituaties met betrekking tot integrale leerlingenzorg inzetten. Het ‘integrale’ zit in de afstemming tussen alle betrokkenen en alles wat leer- en onderwijssituaties omvat. Integrale leerlingenzorg impliceert tegelijkertijd integrale schoolontwikkeling en dat betekent onherroepelijk ‘veranderen’. Er dient werk gemaakt te worden van het begeleiden van leerprocessen en het professionaliseren van docenten, begeleiders en scholen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)

 29,00
In het nieuwe VMBO wordt op onafhankelijke wijze - en niet zoals daarvoor door de schoten zelfbepaald welke leerlingen door middel van LeerWegOndersteunend Onderwijs tot de zorgstructuur worden toegelaten.
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.

De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.

Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.

Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.


Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.

Quick View

Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)

 29,00
In het nieuwe VMBO wordt op onafhankelijke wijze - en niet zoals daarvoor door de schoten zelfbepaald welke leerlingen door middel van LeerWegOndersteunend Onderwijs tot de zorgstructuur worden toegelaten.
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.

De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.

Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.

Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.


Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bijlagenbundel (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6b)

 16,90
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LWOO ingevoerd. Die gaat ervan uit dat de opgestelde toelaatbaarheidcriteria en procedures ertoe leiden dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen. Maar zijn LWOO-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LWOO-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerlingen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWOO-leerlingen?
De studie die aan het boek ten grondslag ligt, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangeduid en wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcoördinatoren, teamleiders, orthopedagogen, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die met en ten behoeve van ‘zorgleerlingen’ in het voortgezet onderwijs werken inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ‘zorgleerlingen’ een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.

Deze bijlagenbundel bevat relevante formulieren en overzichten. Verder zijn tabellen opgenomen die een beeld geven van de kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO.

Zie ook: Kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs


Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.

Quick View

Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bijlagenbundel (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6b)

 16,90
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LWOO ingevoerd. Die gaat ervan uit dat de opgestelde toelaatbaarheidcriteria en procedures ertoe leiden dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen. Maar zijn LWOO-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LWOO-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerlingen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWOO-leerlingen?
De studie die aan het boek ten grondslag ligt, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangeduid en wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcoördinatoren, teamleiders, orthopedagogen, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die met en ten behoeve van ‘zorgleerlingen’ in het voortgezet onderwijs werken inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ‘zorgleerlingen’ een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.

Deze bijlagenbundel bevat relevante formulieren en overzichten. Verder zijn tabellen opgenomen die een beeld geven van de kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO.

Zie ook: Kenmerken van zorgleerlingen in het VMBO. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs


Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Theodor Herzl. Grondlegger van het politieke zionisme (1860-1904) (Reeks Grondleggers, nr. 2)

 26,10
Het optreden van Theodor Herzl (1860-1904) is doorslaggevend geweest voor de ontluiking van het politieke zionisme, dat uiteindelijk heeft geleid tot de oprichting en erkenning van de staat Israël. Dit boek vertelt het tweeduizend jaar lange verhaal van een volk zonder land maar nooit zonder vervolging, op de steeds weerkerende golven van antisemitisme, op het dualisme van het zoeken van een uitweg in emancipatie en assimilatie en het voortbestaan van een religieus geïnspireerd verlangen van terugkeer naar Palestina.In de geest van het op het einde van de 20ste eeuw overheersend hypernationalisme pleit Herzl voor de oprichting van een autonome joodse staat.Het startsein is daarmee gegeven voor de zionistische beweging. Daarbij beleven we de tweespalt tussen de aristocratisch ingestelde Herzl, die alleen maar heil ziet in het spel op hoog niveau en de vestiging van een joodse staat desnoods elders dan in Palestina en de vertegenwoordigers van de massa, vooral van Russische joden, die alleen maar willen weten van een vestiging in Palestina en die in een heropleving van het joodse bewustzijn meer zien dan een louter politieke daad. Daarna volgt een overzicht van het zionistische optreden en het internationale gedoe ter zake na de dood van Herzl en tot aan de oprichting in 1948 van de staat Israël. Ook in de joodse milieus blijft Theodor Herzl een controversiële figuur maar wel iemand die zijn stempel heeft gedrukt op een brok geschiedenis dat zijn eindpunt nog niet heeft bereikt.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Theodor Herzl. Grondlegger van het politieke zionisme (1860-1904) (Reeks Grondleggers, nr. 2)

 26,10
Het optreden van Theodor Herzl (1860-1904) is doorslaggevend geweest voor de ontluiking van het politieke zionisme, dat uiteindelijk heeft geleid tot de oprichting en erkenning van de staat Israël. Dit boek vertelt het tweeduizend jaar lange verhaal van een volk zonder land maar nooit zonder vervolging, op de steeds weerkerende golven van antisemitisme, op het dualisme van het zoeken van een uitweg in emancipatie en assimilatie en het voortbestaan van een religieus geïnspireerd verlangen van terugkeer naar Palestina.In de geest van het op het einde van de 20ste eeuw overheersend hypernationalisme pleit Herzl voor de oprichting van een autonome joodse staat.Het startsein is daarmee gegeven voor de zionistische beweging. Daarbij beleven we de tweespalt tussen de aristocratisch ingestelde Herzl, die alleen maar heil ziet in het spel op hoog niveau en de vestiging van een joodse staat desnoods elders dan in Palestina en de vertegenwoordigers van de massa, vooral van Russische joden, die alleen maar willen weten van een vestiging in Palestina en die in een heropleving van het joodse bewustzijn meer zien dan een louter politieke daad. Daarna volgt een overzicht van het zionistische optreden en het internationale gedoe ter zake na de dood van Herzl en tot aan de oprichting in 1948 van de staat Israël. Ook in de joodse milieus blijft Theodor Herzl een controversiële figuur maar wel iemand die zijn stempel heeft gedrukt op een brok geschiedenis dat zijn eindpunt nog niet heeft bereikt.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belang van de stad. Bouwblokken voor de studie van de stad

 13,50
Dit boek maakt een ‘tour d’horizon’ van de studie van het stedelijk vraagstuk. Het eerste deel overloopt de sociale theorieën over de stad en de betekenis die de studie van en over de stad in tijden van globalisering en flexibilisering kan hebben. Dit gebeurt in eerste instantie aan de hand van Manuel Castells, één van de grondleggers van de ‘nieuwe’ stedelijke sociologie. Daarna volgt een overzicht van de belangrijkste sociale theorieën over de stad en over de zin (of onzin) van de studie van de stad in een geglobaliseerde netwerkmaatschappij. Het tweede deel presenteert een analytisch model voor de studie van stedelijke fenomenen. Dat model bestaat uit verschillende bouwblokken die elk structuren, actoren en processen bevatten die mee het ontstaan, het voortbestaan en het wijzigen van stedelijke woonpatronen in hun historische context verklaren.

Pascal De Decker is onderzoeker bij OASeS – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad van de Universiteit Antwerpen.

Placeholder Image
Quick View

Belang van de stad. Bouwblokken voor de studie van de stad

 13,50
Dit boek maakt een ‘tour d’horizon’ van de studie van het stedelijk vraagstuk. Het eerste deel overloopt de sociale theorieën over de stad en de betekenis die de studie van en over de stad in tijden van globalisering en flexibilisering kan hebben. Dit gebeurt in eerste instantie aan de hand van Manuel Castells, één van de grondleggers van de ‘nieuwe’ stedelijke sociologie. Daarna volgt een overzicht van de belangrijkste sociale theorieën over de stad en over de zin (of onzin) van de studie van de stad in een geglobaliseerde netwerkmaatschappij. Het tweede deel presenteert een analytisch model voor de studie van stedelijke fenomenen. Dat model bestaat uit verschillende bouwblokken die elk structuren, actoren en processen bevatten die mee het ontstaan, het voortbestaan en het wijzigen van stedelijke woonpatronen in hun historische context verklaren.

Pascal De Decker is onderzoeker bij OASeS – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad van de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor personen met dementie

 15,90
Personen met een dementie en hun familieleden verkiezen meestal in hun vertrouwde omgeving te blijven tot het einde. Soms is dit niet (meer) mogelijk, omdat de zorglast te intensief wordt of omdat de draagkracht van de mantelzorgers overschreden is. In dat geval verkiezen vele dementerende ouderen en hun familieleden een leefomgeving die zoveel mogelijk op de gewone thuissituatie lijkt, waar men zo zelfstandig mogelijk kan leven en toch de verzorging en de steun kan krijgen die men wenst en nodig heeft. Het “kleinschalig genormaliseerd wonen” kan beschouwd worden als een waardevolle aanvulling op het klassieke rusthuisconcept. Een eerste deel van dit boek richt zich tot nieuwe initiatiefnemers. Het is een draaiboek met een beschrijving van alle keuzes waarvoor men komt te staan bij de organisatie van het kleinschalig genormaliseerd wonen. Het tweede deel van dit boek is een blauwdruk voor beleidsmakers: het bevat voorstellen om de huidige regelgeving aan te passen, zodat het kleinschalig genormaliseerd wonen kan worden gerealiseerd. Dit boek is het resultaat van een onderzoek door LUCAS, De Bijster en Huis Perrekes, gefinancierd door de Vlaamse en Federale Overheid en Cera Foundation.

Chantal Van Audenhove is diensthoofd van Caritas Samenwerkingsverband LUCAS, aan de K.U. Leuven, waar zij ook doceert.

Quick View

Kleinschalig genormaliseerd wonen voor personen met dementie

 15,90
Personen met een dementie en hun familieleden verkiezen meestal in hun vertrouwde omgeving te blijven tot het einde. Soms is dit niet (meer) mogelijk, omdat de zorglast te intensief wordt of omdat de draagkracht van de mantelzorgers overschreden is. In dat geval verkiezen vele dementerende ouderen en hun familieleden een leefomgeving die zoveel mogelijk op de gewone thuissituatie lijkt, waar men zo zelfstandig mogelijk kan leven en toch de verzorging en de steun kan krijgen die men wenst en nodig heeft. Het “kleinschalig genormaliseerd wonen” kan beschouwd worden als een waardevolle aanvulling op het klassieke rusthuisconcept. Een eerste deel van dit boek richt zich tot nieuwe initiatiefnemers. Het is een draaiboek met een beschrijving van alle keuzes waarvoor men komt te staan bij de organisatie van het kleinschalig genormaliseerd wonen. Het tweede deel van dit boek is een blauwdruk voor beleidsmakers: het bevat voorstellen om de huidige regelgeving aan te passen, zodat het kleinschalig genormaliseerd wonen kan worden gerealiseerd. Dit boek is het resultaat van een onderzoek door LUCAS, De Bijster en Huis Perrekes, gefinancierd door de Vlaamse en Federale Overheid en Cera Foundation.

Chantal Van Audenhove is diensthoofd van Caritas Samenwerkingsverband LUCAS, aan de K.U. Leuven, waar zij ook doceert.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Omgaan met een dysfatisch kind. DraaiboekOmgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Omgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek

 11,40
Dysfatische ontwikkeling is een tot op heden veel te weinig erkende stoornis. Het stellen van een goede diagnose is niet eenvoudig en gebeurt maar al te vaak pas aan het eind van een lange rit langs verschillende onderzoeksteams. Gesprekken tussen hulpverleners, therapeuten of leerkrachten, ouders en opvoeders kunnen in dit opzicht het nodige bijdragen. Dit boek is bedoeld als leidraad bij die gesprekken. Het is ontstaan vanuit de praktijk. Eigen ervaring in het omgaan met dysfatische kinderen, overleg met collega’s van andere disciplines, leerkrachten en vooral gesprekken met ouders leverden veel praktische aanwijzingen. Het boek is een draaiboek, een praktische gids met informatie, voorbeelden en adviezen, voor mensen die werken met jonge dysfatische kinderen, hulpverleners, groepsleiders en leerkrachten, maar daarnaast ook voor deskundigen binnen een diagnostisch centrum. Logopedisten kunnen de hier beschreven basisprincipes in hun behandeling verwerken en de suggesties voor het omgaan met dysfatische ontwikkeling bespreken met ouders en leerkrachten.
In het boek kan snel worden opgezocht wat in een bepaalde situatie aan de orde kan komen en welke mogelijkheden er zijn om daar op in te spelen.

Riet Grauwels is logopedist en stottertherapeut. Gerdi de Nooij is als logopedist verbonden aan een school voor Speciaal Basis Onderwijs.Beide auteurs hebben een jarenlange ervaring op het gebied van onderzoek en behandeling van kinderen met een dysfatische ontwikkeling.

Omgaan met een dysfatisch kind. DraaiboekOmgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek
Quick View

Omgaan met een dysfatisch kind. Draaiboek

 11,40
Dysfatische ontwikkeling is een tot op heden veel te weinig erkende stoornis. Het stellen van een goede diagnose is niet eenvoudig en gebeurt maar al te vaak pas aan het eind van een lange rit langs verschillende onderzoeksteams. Gesprekken tussen hulpverleners, therapeuten of leerkrachten, ouders en opvoeders kunnen in dit opzicht het nodige bijdragen. Dit boek is bedoeld als leidraad bij die gesprekken. Het is ontstaan vanuit de praktijk. Eigen ervaring in het omgaan met dysfatische kinderen, overleg met collega’s van andere disciplines, leerkrachten en vooral gesprekken met ouders leverden veel praktische aanwijzingen. Het boek is een draaiboek, een praktische gids met informatie, voorbeelden en adviezen, voor mensen die werken met jonge dysfatische kinderen, hulpverleners, groepsleiders en leerkrachten, maar daarnaast ook voor deskundigen binnen een diagnostisch centrum. Logopedisten kunnen de hier beschreven basisprincipes in hun behandeling verwerken en de suggesties voor het omgaan met dysfatische ontwikkeling bespreken met ouders en leerkrachten.
In het boek kan snel worden opgezocht wat in een bepaalde situatie aan de orde kan komen en welke mogelijkheden er zijn om daar op in te spelen.

Riet Grauwels is logopedist en stottertherapeut. Gerdi de Nooij is als logopedist verbonden aan een school voor Speciaal Basis Onderwijs.Beide auteurs hebben een jarenlange ervaring op het gebied van onderzoek en behandeling van kinderen met een dysfatische ontwikkeling.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gedrag begrijpen (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 5)

 14,00
Dit Cahier gaat over gedrag.
Er wordt gezegd dat tien procent van de mensen – onder wie ook kinderen – de toets van normaal gedrag niet kan doorstaan. Dat betekent dat afwijkende gedragskenmerken een veel voorkomend verschijnsel zijn, op school en in de maatschappij. Dit boek bekijkt gedrag, zoekt de oorzaken op en verklaart het, zonder het etiket goed of fout, gewenst of ongewenst op te plakken. Dit moet leiden tot meer begrip van gedrag. Dat begrip is hard nodig in de opvoedings- en leersituatie van alledag. Zeker om te beseffen dat speciale onderwijszorg meer is dan gedrag in toom houden en kennis overdragen. Speciale onderwijszorg bestrijkt immers precies dat ontwikkelingsgebied waar de grenzen van de mogelijkheden om te leren worden afgetast. Begrip voor gedrag kan de onderscheidingslijn verleggen van onmogelijkheden naar mogelijkheden.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Quick View

Gedrag begrijpen (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 5)

 14,00
Dit Cahier gaat over gedrag.
Er wordt gezegd dat tien procent van de mensen – onder wie ook kinderen – de toets van normaal gedrag niet kan doorstaan. Dat betekent dat afwijkende gedragskenmerken een veel voorkomend verschijnsel zijn, op school en in de maatschappij. Dit boek bekijkt gedrag, zoekt de oorzaken op en verklaart het, zonder het etiket goed of fout, gewenst of ongewenst op te plakken. Dit moet leiden tot meer begrip van gedrag. Dat begrip is hard nodig in de opvoedings- en leersituatie van alledag. Zeker om te beseffen dat speciale onderwijszorg meer is dan gedrag in toom houden en kennis overdragen. Speciale onderwijszorg bestrijkt immers precies dat ontwikkelingsgebied waar de grenzen van de mogelijkheden om te leren worden afgetast. Begrip voor gedrag kan de onderscheidingslijn verleggen van onmogelijkheden naar mogelijkheden.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Social inclusion, urban governance and sustainability. Towards a conceptual framework for the UGIS Research Project

 12,50
UGIS is the acronym of the international research project "Urban Governance, Social Inclusion and Sustainability". The project is a part of Key Action 4 "City of Tomorrow and Cultural Heritage" which forms part of the programme "Energy, Environment and Sustainable Development" within the Fifth Framework Programme of the EU. The project started in April 2000 and is due to be completed in March 2003.

This publication deals with the central concepts of the project. The first part reviews the developmento f urban governance and places it in the wider framework of globalisation and its effects on local communities. The second part deals with the concepts social cohesion, social inclusion and social exclusion - and the relationship between them. The final part critically assesses the advantages and disadvantages of area-based policies.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Social inclusion, urban governance and sustainability. Towards a conceptual framework for the UGIS Research Project

 12,50
UGIS is the acronym of the international research project "Urban Governance, Social Inclusion and Sustainability". The project is a part of Key Action 4 "City of Tomorrow and Cultural Heritage" which forms part of the programme "Energy, Environment and Sustainable Development" within the Fifth Framework Programme of the EU. The project started in April 2000 and is due to be completed in March 2003.

This publication deals with the central concepts of the project. The first part reviews the developmento f urban governance and places it in the wider framework of globalisation and its effects on local communities. The second part deals with the concepts social cohesion, social inclusion and social exclusion - and the relationship between them. The final part critically assesses the advantages and disadvantages of area-based policies.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Les debriefings psychologiques en question

 34,50
Le traumatisme psychique est aujourd''hui plus que jamais au goût du jour. On pourrait presque penser, en effet, qu''il s''agit d''un trouble nouvellement né, tant l''engouement des professionnels de divers secteurs, pour le traumatisme psychique, est important.
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.

"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".

Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Quick View

Les debriefings psychologiques en question

 34,50
Le traumatisme psychique est aujourd''hui plus que jamais au goût du jour. On pourrait presque penser, en effet, qu''il s''agit d''un trouble nouvellement né, tant l''engouement des professionnels de divers secteurs, pour le traumatisme psychique, est important.
Dans nos pays, il ne s''agit plus uniquement de se pencher sur les combattants engagés dans des conflits, mais aussi de mettre en place des approches amenées à répondre aux besoins des popumations civiles confrontées aux aléas de la vie quotidienne. Ce souci se manifeste à deux niveaux: curatif et préventif. La présentations de projets thérapeutiques et d''initiatives préventives font légions dans les publications scientifiques et dans les congrès internationaux.

"Les debriefings psychologiques en question…" se situe en plein dans ce débat comme étant un ouvrage collectif rassemblant une multitude d''experts européens qui interrogent et partagent des pratiques à partir de contextes déterminés (l''armée, les sapeurs-pompiers, les intervenants humanitaires, e.a.). Dans le champ particulier d''intervention qu''est le debriefing psychologique, l''élaboration théorique des traumatismes psychiques et la contextualisation des pratiques sont des éléments qui permettront d''éviter l''uniformisation des interventions telle qu''elle a eu lieu dans le monde anglo-saxon autour du "critical incident stress debriefing".

Ce livre pointe un élément fondamental: l''aide aux personnes victimes d''événements traumatogènes se nourrit de l''expérience de l''intervenant. Dans un champ d''intervention encore tellement traversé par des a prioris théoriquo-clinique de la psychotraumatologie et de ses interventions.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Communicatief vaardig onder-wijzen

 21,00
Mensen in het onderwijs zijn wijze mensen. Wil onderwijs effectief zijn, dan zijn niet enkel de didactische maar ook de communicatieve vaardigheden van belang. Dit boek geeft een overzicht van de verschillende aspecten van communicatie in het onderwijs en reikt manieren aan om deze communicatie te evalueren en te verbeteren. Niet alleen mondelinge, maar ook schriftelijke communicatie. Niet alleen verbale, maar ook non-verbale communicatie. Niet alleen communicatie tussen leerkracht en leerling of tussen lesgever en student, maar ook tussen collega’s, tussen leraars en ouders en tussen lesgevers en directies of externe instanties. Bepaalde hoofdstukken belichten ook theoretische aspecten van communicatie, maar vooral praktische aspecten komen aan bod. Elk hoofdstuk sluit af met toepassingsopdrachten, zodat het boek ook geschikt is voor de lerarenopleiding en het vormingswerk.

Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.

Quick View

Communicatief vaardig onder-wijzen

 21,00
Mensen in het onderwijs zijn wijze mensen. Wil onderwijs effectief zijn, dan zijn niet enkel de didactische maar ook de communicatieve vaardigheden van belang. Dit boek geeft een overzicht van de verschillende aspecten van communicatie in het onderwijs en reikt manieren aan om deze communicatie te evalueren en te verbeteren. Niet alleen mondelinge, maar ook schriftelijke communicatie. Niet alleen verbale, maar ook non-verbale communicatie. Niet alleen communicatie tussen leerkracht en leerling of tussen lesgever en student, maar ook tussen collega’s, tussen leraars en ouders en tussen lesgevers en directies of externe instanties. Bepaalde hoofdstukken belichten ook theoretische aspecten van communicatie, maar vooral praktische aspecten komen aan bod. Elk hoofdstuk sluit af met toepassingsopdrachten, zodat het boek ook geschikt is voor de lerarenopleiding en het vormingswerk.

Andre Vyt is psycholoog en docent aan de Arteveldehogeschool (waar hij instaat voor Onderwijsonderzoek & Onderwijsontwikkeling). Hij geeft ook colleges aan de Universiteit Gent en heeft tevens een jarenlange ervaring in het volwassenenonderwijs. Naast het vakdomein gedragsontwikkeling is hij ook actief op het vlak van kwaliteitszorg in het onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen

 21,00
Amerikaanse tv-kijkers vonden het een keerpunt toe president Clinton op MTV werd gevraagd of hij boxershorts of slips droeg. Weg was voorgoed die al dunne lijn tussen publiek en privaat domein.
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.

Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.

Geen voorraad
Quick View

Vedettedom. Beroemd in Vlaanderen

 21,00
Amerikaanse tv-kijkers vonden het een keerpunt toe president Clinton op MTV werd gevraagd of hij boxershorts of slips droeg. Weg was voorgoed die al dunne lijn tussen publiek en privaat domein.
In een door massamedia geboetseerde samenleving kleurt bekendheid het maatschappelijke debat. Ook zo in Vlaanderen. Meer en meer mensen treden gewild of ongewild in de schijnwerpers. Niet alleen helden uit de showbizz maar ook uit de politiek en het ‘gewone’ leven. Andy Warhol wist het al: Op een dag zal iedereen beroemd zijn voor vijftien minuten. Van Nonkel bob, Eddy Merckx, Steve Stevaert, Kim Clijsters, Goedele Lieckens, Helmut Lotti tot K3. Waar komt de fascinatie voor bekende mensen vandaag? Hoe denken Bekende Vlamingen, BV’s over hun publieke bestaan?
Dit boek zoekt een antwoord op vragen over roem, die soms eeuwig maar meestal vergankelijk is. Het bevat vele getuigenissen en ‘gevalsbeschrijvingen’ van Bekende Vlamingen, met zoet en zuur.

Guy Van Gestel studeerde Politieke en Sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is journalist bij het weekblad Dag Allemaal. Gust De Meyer is hoogleraar aan het Departement Communicatiewetenschappen van de KU Leuven. Tot zijn doceer- en onderzoeksopdracht behoort onder meer ‘populaire cultuur’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad GönczGeschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz

 37,00
Hongarije wordt in 2004 lid van de EU. Er bestaat een grote toeristische, muzikale en culinaire belangstelling voor dit land. Velen willen ook graag zijn hele verleden ontdekken. In dit boek wordt de geschiedenis van Hongarije verteld, van het ontstaan van de Hongaarse stammen in de steppen van Eurazië tot de overgang van het communistische land naar de moderne democratie in 1989-1990. De geschiedenis wordt terdege uitgelegd, evenwel zonder overbodige details. Naast de woelige politieke ontwikkeling gaat veel aandacht naar sociale en economische veranderingen in Hongarije door de eeuwen heen.

Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad GönczGeschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz
Quick View

Geschiedenis van Hongarije. Van Arpad tot Arpad Göncz

 37,00
Hongarije wordt in 2004 lid van de EU. Er bestaat een grote toeristische, muzikale en culinaire belangstelling voor dit land. Velen willen ook graag zijn hele verleden ontdekken. In dit boek wordt de geschiedenis van Hongarije verteld, van het ontstaan van de Hongaarse stammen in de steppen van Eurazië tot de overgang van het communistische land naar de moderne democratie in 1989-1990. De geschiedenis wordt terdege uitgelegd, evenwel zonder overbodige details. Naast de woelige politieke ontwikkeling gaat veel aandacht naar sociale en economische veranderingen in Hongarije door de eeuwen heen.

Vladimir Ronin (°1958, Moskou) is doctor in de geschiedenis en licentiaat in de Slavische filologie. Auteur van o.a. “Antwerpen en zijn ‘Russen’, 1814-1914” (1993); “Russen en Belgen: is het water te diep?” (1998) en “Regiony Rossii” (1996-1999). Verder publiceert hij ook over de middeleeuwse geschiedenis van Centraal-Europa. Hij werkt sinds 1990 in België en doceert Russisch en de geschiedenis van Rusland en Hongarije aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart

 11,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart

 11,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf

 10,00
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf

 10,00
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders

 9,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Placeholder Image
Quick View

Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Handleiding voor begeleiders

 9,90
De handleiding en de twee werkboeken zijn geschreven voor begeleiders die met kinderen aan de slag willen gaan rondom zelfbeeld en/of echtscheiding. De werkboeken werden ontwikkeld vanuit de nood aan concrete middelen om tijdens een individuele begeleiding te werken rond deze thema''s. Vanuit de praktijkervaringen in het dagcentrum kon er op een adequate manier worden ingegaan op vragen die kinderen hebben tijdens hun ontwikkeling over deze onderwerpen. De werkboeken werden dus gaandeweg uitgeprobeerd en waar nodig aangepast.
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.

Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.

Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.

Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.

De twee werkboeken: een kort overzicht

WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":

In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.

Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.

De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:

Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.

De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.

Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.

Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.

Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.

Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.

Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs

 25,90
Kwaliteit is ook in het onderwijs een modieus thema geworden. Toch blijven vele vragen onbeantwoord, tegenstellingen niet opgelost en blijkt het vooral geen sinecure te zijn om alle neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. Er is nog werk aan de winkel. Meer dan in andere sectoren schijnen onderwijs-mensen vaak erg kritisch te staan tegenover de actuele benadering van kwaliteit.

Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.

Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Quick View

Kwaliteitsontwikkeling in het onderwijs

 25,90
Kwaliteit is ook in het onderwijs een modieus thema geworden. Toch blijven vele vragen onbeantwoord, tegenstellingen niet opgelost en blijkt het vooral geen sinecure te zijn om alle neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. Er is nog werk aan de winkel. Meer dan in andere sectoren schijnen onderwijs-mensen vaak erg kritisch te staan tegenover de actuele benadering van kwaliteit.

Dit boek plaatst de kwaliteitshype in een bredere maatschappelijke context. Ook wil het de traditionele visie op kwaliteit en kwaliteitszorg verbreden tot een visie en benadering die compatibel is met en ondersteunend voor de eigen opdracht van het onderwijs. Tegelijk reikt het methodieken en instrumenten aan die onderwijsorganisaties helpen bij permanente kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitszorg.
Zowel het basisonderwijs als het secundair en het hoger onderwijs komen hierbij aan bod. Een eerste doelgroep vormen de verschillende actoren in het onderwijs zelf: directieleden, docenten en ook studenten. Een tweede doelgroep zijn de externe belanghebbenden: schoolbestuur, inspectie, overheid,... Een derde groep bestaat uit alle organisaties die samenwerking met het onderwijs aangaan.

Guido Cuyvers is verbonden aan de Katholieke Hogeschool der Kempen in Geel en aan de K.U.Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Studeren met dyslexie

 19,50

Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.

Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.

Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.

Placeholder Image
Quick View

Studeren met dyslexie

 19,50

Dyslexie is bij vele studenten de oorzaak van onnodige studievertraging en studie-uitval. Drie tot vijf procent van de studentenpopulatie heeft dyslexie.

Het boek verschaft informatie over kritische momenten tijdens de studie, signalering door docenten en mentoren, regelingen en voorzieningen. Via een inventarisatielijst studieproblemen en een checklist meervoudige intelligentie kunnen zwakke en sterke punten in kaart worden gebracht. Daarna biedt het boek direct ondersteunende tips voor de oplossing van de studieproblemen. Daarbij wijst het ook op de mogelijkheden met computerprogramma’s. Een laatste deel behandelt de steeds terugkerende discussiepunten rond dyslexie in het onderwijs en geeft suggesties voor de aanpak binnen onderwijsinstellingen.

Deze uitgave is in de eerste plaats geschreven voor studenten met dyslexie. Uiteraard is het boek evenzeer van belang voor hun docenten, mentoren, begeleiders enz. Maar ook leerlingbegeleiders in het voortgezet onderwijs vinden hier meteen toepasbare informatie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Turkije: Springstof voor de Europese Unie

 23,70
Uit Turkije komen heel wat berichten over tal van problemen. De strijd tegen de Koerden, de opkomst van de fundamentalisten, de hoge werkloosheid en inflatie, er lijkt wel geen einde aan te komen. De vraag die op de lippen van velen brandt, is of het land aan de Bosporus wel klaar is om lid te worden van de Europese Unie. Gaan we al die problemen niet importeren? Hoe kleurt 11 september af op onze relatie met een kandidaat-lidstaat waarvan het merendeel van de bevolking zich tot de islam bekent? De auteurs, academici en journalisten uit België, Nederland, Duitsland en Turkije, formuleren een antwoord op de vele prangende vragen. De meest uiteenlopende aspecten van Turkije komen hierbij aan bod: het nationaliteitenvraagstuk, de rol van de godsdienst, van het leger, van organisaties voor de mensenrechten, de buitenlandse politiek en het economisch beleid. En wat stelt de ‘Turkestrojka’ voor? Het gesprek over Turkije kan in elk geval niet worden gereduceerd tot de Koerdische kwestie.

Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.

Quick View

Turkije: Springstof voor de Europese Unie

 23,70
Uit Turkije komen heel wat berichten over tal van problemen. De strijd tegen de Koerden, de opkomst van de fundamentalisten, de hoge werkloosheid en inflatie, er lijkt wel geen einde aan te komen. De vraag die op de lippen van velen brandt, is of het land aan de Bosporus wel klaar is om lid te worden van de Europese Unie. Gaan we al die problemen niet importeren? Hoe kleurt 11 september af op onze relatie met een kandidaat-lidstaat waarvan het merendeel van de bevolking zich tot de islam bekent? De auteurs, academici en journalisten uit België, Nederland, Duitsland en Turkije, formuleren een antwoord op de vele prangende vragen. De meest uiteenlopende aspecten van Turkije komen hierbij aan bod: het nationaliteitenvraagstuk, de rol van de godsdienst, van het leger, van organisaties voor de mensenrechten, de buitenlandse politiek en het economisch beleid. En wat stelt de ‘Turkestrojka’ voor? Het gesprek over Turkije kan in elk geval niet worden gereduceerd tot de Koerdische kwestie.

Dirk Rochtus en Gerrit De Vylder doceren aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen. Veli Yüksel is journalist bij de VRT.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi

 25,60
Het goederenvervoer over de weg is de jongste jaren sterk gestegen. Het Europese wegennet slibt vol. Zowel beleidsmakers als verladers en vervoerders moeten adequate oplossingen zoeken. Het stimuleren van multimodaal vervoer is daarbij een belangrijke denkpiste. Multimodaal vervoer verschilt van intermodaal of gecombineerd vervoer. Het is vervoer met meerdere modaliteiten (modi) en waarbij niet noodzakelijk van een en dezelfde laadeenheid gebruik wordt gemaakt. Het succes hangt dan ook af van de synergie tussen de modi.
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Multimodaal vervoer. Zoektocht naar de synergie tussen de modi

 25,60
Het goederenvervoer over de weg is de jongste jaren sterk gestegen. Het Europese wegennet slibt vol. Zowel beleidsmakers als verladers en vervoerders moeten adequate oplossingen zoeken. Het stimuleren van multimodaal vervoer is daarbij een belangrijke denkpiste. Multimodaal vervoer verschilt van intermodaal of gecombineerd vervoer. Het is vervoer met meerdere modaliteiten (modi) en waarbij niet noodzakelijk van een en dezelfde laadeenheid gebruik wordt gemaakt. Het succes hangt dan ook af van de synergie tussen de modi.
Naast de begripsbepaling en het juridisch kader komen essentiële (bedrijfs)economische, ruimtelijke en logisitieke aspecten van het multimodaal vervoer aan bod. Daarnaast geven de verschillende partners - weg, spoor, water, short sea shipping - hun kijk op de diverse problemen, met oog voor mogelijkheden en beperkingen.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)

 13,30
Elke leraar heeft in zijn of haar loopbaan wel eens een klas gehad waar geen greep op was te krijgen. Omdat er enkele ‘kartrekkers’ in zaten die steeds weer op het juiste moment de zaak wisten te verzieken. Nog niet lang gelden kon je daar ook niet zo goed met je collega’s over praten. Zoiets probeerde je zelf uit te zoeken. Want als je zei dat je ze niet aankon, ging je ‘af’. Maar tegenwoordig bieden collegiale consultatie, functioneringsgesprekken, losse babbels onder elkaar de gelegenheid om lucht te geven aan de dagelijkse beslommeringen.

Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.

Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Quick View

De moeilijke klas (Cahiers Speciale onderwijszorg, nr. 4)

 13,30
Elke leraar heeft in zijn of haar loopbaan wel eens een klas gehad waar geen greep op was te krijgen. Omdat er enkele ‘kartrekkers’ in zaten die steeds weer op het juiste moment de zaak wisten te verzieken. Nog niet lang gelden kon je daar ook niet zo goed met je collega’s over praten. Zoiets probeerde je zelf uit te zoeken. Want als je zei dat je ze niet aankon, ging je ‘af’. Maar tegenwoordig bieden collegiale consultatie, functioneringsgesprekken, losse babbels onder elkaar de gelegenheid om lucht te geven aan de dagelijkse beslommeringen.

Dit boek kijkt vanuit verschillende optieken naar het verschijnsel ‘moeilijke klas’. Gedragsproblematiek speelt in alle scholen en vormt voor vele leraren een lastige opgave. Of de oorzaak van de moeilijke klas bij de leerling of bij de leerkracht ligt, is een waarderingskeuze, die niet altijd even eenvoudig is. Er speelt immers een complex van factoren mee. Het boek beschrijft diverse mogelijkheden om ze te leren herkennen en vervolgens te erkennen. De auteurs schetsen enerzijds de ernst van de situatie, maar proberen ook de scherpe kanten van de nijpende zaak te vijlen.

Wellicht moet de moeilijke klas niet zo zeer worden gezien als een bittere beker die tot op de bodem moet worden geledigd, maar als een uitdaging.

De Cahiers Speciale Onderwijszorg zijn een initiatief van Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg en Windesheim Opleidingen Speciale Onderwijszorg.


Reeks Cahiers Speciale Onderwijszorg:
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager

 32,00
Dans une école où l’auteur était professeur, une élève a remarqué : « Ah, je vois, Dieu a fait du bon travail quand il nous a créé, mais il a oublié de nous laisser le mode d’emploi. » Voici donc, enfin, ce manuel qui nous manquait. Ecrit dans un langage abordable, il nous donne les éléments indispensables concernants les principes qui constituent les véritables bases d’un bon fonctionnement de l’organisme humain.

Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.

Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.
Placeholder Image
Quick View

La pensée et le muscle. Manuel de l’usager

 32,00
Dans une école où l’auteur était professeur, une élève a remarqué : « Ah, je vois, Dieu a fait du bon travail quand il nous a créé, mais il a oublié de nous laisser le mode d’emploi. » Voici donc, enfin, ce manuel qui nous manquait. Ecrit dans un langage abordable, il nous donne les éléments indispensables concernants les principes qui constituent les véritables bases d’un bon fonctionnement de l’organisme humain.

Tous ces éléments, qu’Elizabeth Langford nous explique ici avec simplicité et clarté, sont connus depuis de nombreuses années, et sont considérés comme allant de soi par les vrais experts dans ce domaine. Cependant, ils sont habituellement formulés dans le langage technique des revues spécialisées, ou sont dispersés dans des ouvrages de référence peu commodes, et sont donc difficilement accessibles pour le grand public. La pensée et le muscle nous rend un service inestimable en les mettant à notre portée.

Progressivement, le lecteur découvre la réalité pratique de ces informations, et commence à faire l’expérience de leurs bienfaits. Ce livre sera précieux pour celui dont le premier outil de travail est son corps – qu’il soit sportif, musicien, danseur, dentiste ou menuisier – et qui cherche ) améliorer ses performances ou à réduire les tensions et le stress ; pour des personnes en convalescence ou qui se battent avec un handicap ; pour ceux qui souffrent de ce problème de plus en plus répandu qu’est le mal de dos ; pour tous ceux, enfin, qui ont vraiment envie de redécouvrir un sens du bien-être.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×