Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Sagefilosofie. Pleidooi voor Afrikaanse wegen naar zelfstandigheid
Sagefilosofie is door de Keniaan Odera Oruka voor het eerst ‘op de kaart gezet’. Sages zijn Afrikaanse filosofen, geïnspireerd door diepgaande kennis van mondeling overgeleverde cultuur. Zij gebruiken hun kennis en inzicht voor advies bij belangrijke beslissingen en veranderingen. Sagefilosofie is oorspronkelijk Afrikaans. In pakkende beelden en bewoordingen begrijpt zij de mens en zijn wereld als een veld van krachten. Sages denken dynamisch, dogma’s zijn hun vreemd.
Zo interpreteert Tierno Bokar de Koran verfrissend en toont Oginga Odinga zich als Keniaans sage-staatsman strijdbaar en kritisch. De Ghanese filosoof Kwasi Wiredu bepleit het creatief inzetten van Afrikaanse democratische tradities voor moderne democratie terwijl Kwame Gyekye een werkzaam ‘medicijn’ tegen corruptie aangeeft.
Henk Haenen levert met zijn studie een bijdrage aan de interculturele filosofie, die in Nederland door prof. Heinz Kimmerle is vormgegeven. De dialoog met filosofieën van andere culturen staat hierbij voorop.
In Sagefilosofie wordt met name de wijsbegeerte van Maurice Merleau-Ponty in dialoog met Afrikaanse denkers gebracht. Onvermoede en vergeten kanten – ook van de eigen filosofie – komen zo voor het voetlicht.
Dr. Henk Haenen studeerde geschiedenis en filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij op Afrikaans denken: ontmoeting, dialoog en frictie promoveerde. Hij geeft colleges Afrikaanse filosofie in Utrecht, Mechelen en Antwerpen en werkt nauw samen met prof. Dr. Heinz Kimmerle.
Filosofische theorie en politieke, maatschappelijke praktijk vormen in zijn visie een geheel. Zo is Sage filosofie ook te zien als een kritisch kader voor ontwikkelingssamenwerking. Tegelijk houdt deze studie het westen een spiegel voor aangaande betrouwbaarheid en waarachtigheid van democratie en internationale samenwerking. Zo wordt o.a. de huidige monetaire crisis van Europa in een filosofisch licht geplaatst.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens
Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.
Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.
Zo lang de leeuw kan bouwen. Liber amicorum prof. dr. Luc Goossens
Woononderzoek in Vlaanderen betekent Luc Goossens.
Prof. dr. Goossens was lange tijd de enige die op regelmatige basis en wetenschappelijk gefundeerd een licht liet schijnen op de staat van het wonen en woonbeleid. Naast zijn opdracht als hoogleraar aan eerst UFSIA en later Universiteit Antwerpen, schreef hij tal van artikelen in zowel vakbladen als populaire media. Hij hield ook ontelbare lezingen, vaak verbaal scherp, vaak tot genoegen van vele luisteraars, maar even vaak tot ongenoegen van andere.
Nu hij op emeritaat gaat, vonden enkele collega’s het niet meer dan logisch een liber amicorum samen te stellen. Een brede waaier van auteurs werken er aan mee. Ze komen uit de wetenschappelijke wereld en het maatschappelijk middenveld, sommigen droegen of dragen beleidsverantwoordelijkheid. Deze brede waaier illustreert het gegeven dat Luc Goossens niet in zijn ivoren toren bleef, maar onder andere meewerkte aan de uitbouw van woonorganisaties die beoogden de minder fortuinlijken aan een betere woning te helpen.
Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner; hij is momenteel als docent verbonden aan de Sint-Lucas Architectuurschool Gent/Brussel en de Hogeschool Gent.
Bernard Hubeau is jurist en stedenbouwkundige en als hoogleraar verbonden aan de Faculteiten Rechten en Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en de Faculteit Recht en Criminologie van de VUB.
Ilse Loots is sociologe en werkzaam aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Isabelle Pannecoucke is sociologe en verbonden als doctoraal onderzoeker aan vakgroep sociologie binnen de Universiteit Gent.
International Business not as usual
The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.
This book is written for readers interested in international trade with distant countries.
Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.
Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.
International Business not as usual
The original papers bundled in this book explore international business from different angles. A number of contributions consider possible ownership advantages in international business relations (e.g. awareness of cultural differences in advertising, valuable intangible assets or the role of electronic data interchange in supply chains) and how to actually measure business performance. Possible consequences of public policies with respect to state aid, international trade, export promotion and economic development are discussed, both from a theoretical perspective as from the point of view of specific emerging economies such as China, Colombia and South Africa.
This book is written for readers interested in international trade with distant countries.
Michel Dumont is attaché at the Federal Planning Bureau of Belgium and affiliated with the Department of Economics at the University of Antwerp.
Glenn Rayp is professor of International Economics at the Ghent University.
Patterns in student learning. Exploring a person-oriented and a longitudinal research-perspective
The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.
The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.
Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.
In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.
The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.
Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).
He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.
Patterns in student learning. Exploring a person-oriented and a longitudinal research-perspective
The first perspective attempts at grappling the complexity of the ways in which students engage in learning by identifying learning profiles.
The latter perspective is interested in how students’ learning strategy use develops both within a single learning environment and across the whole of higher education.
Apart from a general introduction and concluding reflections, the dissertation contains one theoretical and four empirical contributions. The theoretical chapter elucidates the theoretical frameworks and research-perspectives used in this dissertation.
In subsequent chapters, each research-perspective is tackled by two empirical studies. All studies are situated in the context of teacher education.
The final chapter provides concluding reflections on results of the studies as well as the researchperspectives themselves. It also provides suggestions for educational practice and further research.
Gert Vanthournout is a researcher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences and more specifically at the EduBROn and REPRO research-units. He obtained his master’s degree in education at the Catholic University of Leuven. He started his academic career at the University of Antwerp as a staff member of the Center of Excellence in Higher Education (ECHO).
He currently combines a job as an assistant in the Master of Instructional and Educational Sciences with being a staff member for the project ‘The effects of student trajectory coaching in teacher education’.
Van klein tot groot (O&A-Reeks, nr. 5)
Dit is een boek over de ontwikkeling van het jonge kind met bijdragen van deskundigen van uiteenlopend pluimage en onderwerpen als:
Kortom, een boek voor allen die belangstelling hebben voor de ontwikkeling van kinderen en die er in hun werk mee te maken (kunnen) krijgen.
Van klein tot groot (O&A-Reeks, nr. 5)
Dit is een boek over de ontwikkeling van het jonge kind met bijdragen van deskundigen van uiteenlopend pluimage en onderwerpen als:
Kortom, een boek voor allen die belangstelling hebben voor de ontwikkeling van kinderen en die er in hun werk mee te maken (kunnen) krijgen.
Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
Beter leren denken
Het denken kan worden verbeterd door de denkvaardigheden te trainen. Maar is dat voldoende?
Via wetenschappelijke inzichten argumenteert dit boek dat het denken wordt verbeterd via het metacognitief denken. Metacognitief denken betekent kennis verwerven over de wijze waarop het denken wordt ingezet en gebruikt en deze kennis is essentieel in het verwerven van denkexpertise. Het verbeteren van het denken is in dit boek uitgewerkt als een lijn die loopt van het leren gebruiken van de denkvaardigheden tot en met het metacognitief denken.
De reden voor het schrijven van deze tekst is dat, alhoewel vanuit de maatschappij en de wetenschap het belang van het goed kunnen denken wordt betoogd, er weinig expliciete aandacht is voor het bevorderen van het denken via het metacognitief denken, met name in het onderwijs. Het doel van deze tekst is dan ook om in te gaan op de wijze waarop het denken kan worden bevorderd door de onderdelen van het denken toe te lichten. Hoe kan het denken worden verbeterd? Het oefenen van de denkvaardigheden met behulp van denkopdrachten is een eerste vereiste, maar het denken zal pas sterk verbeteren wanneer daarbij het metacognitief denken wordt aangesproken. Aan de hand van vele denkopdrachten wordt niet alleen het betoog ondersteund en de lezer uitgenodigd tot denken, maar wordt ook een lastig onderwerp als het denken zichtbaar gemaakt.
Joke van Velzen is gastonderzoeker bij het onderzoeksinstituut van de lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam.
Beter leren denken
Het denken kan worden verbeterd door de denkvaardigheden te trainen. Maar is dat voldoende?
Via wetenschappelijke inzichten argumenteert dit boek dat het denken wordt verbeterd via het metacognitief denken. Metacognitief denken betekent kennis verwerven over de wijze waarop het denken wordt ingezet en gebruikt en deze kennis is essentieel in het verwerven van denkexpertise. Het verbeteren van het denken is in dit boek uitgewerkt als een lijn die loopt van het leren gebruiken van de denkvaardigheden tot en met het metacognitief denken.
De reden voor het schrijven van deze tekst is dat, alhoewel vanuit de maatschappij en de wetenschap het belang van het goed kunnen denken wordt betoogd, er weinig expliciete aandacht is voor het bevorderen van het denken via het metacognitief denken, met name in het onderwijs. Het doel van deze tekst is dan ook om in te gaan op de wijze waarop het denken kan worden bevorderd door de onderdelen van het denken toe te lichten. Hoe kan het denken worden verbeterd? Het oefenen van de denkvaardigheden met behulp van denkopdrachten is een eerste vereiste, maar het denken zal pas sterk verbeteren wanneer daarbij het metacognitief denken wordt aangesproken. Aan de hand van vele denkopdrachten wordt niet alleen het betoog ondersteund en de lezer uitgenodigd tot denken, maar wordt ook een lastig onderwerp als het denken zichtbaar gemaakt.
Joke van Velzen is gastonderzoeker bij het onderzoeksinstituut van de lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam.

Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children
Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
- (1) EV and personality
- (2) gender differences in EV
- (3) do schools matter for EV?
- (4) do eco-schools matter for EV?
- (5) a cross-national perspective on EV
- (6) cross-cultural differences in EV.
Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.

Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children
Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
- (1) EV and personality
- (2) gender differences in EV
- (3) do schools matter for EV?
- (4) do eco-schools matter for EV?
- (5) a cross-national perspective on EV
- (6) cross-cultural differences in EV.
Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.
Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)
Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.
Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.
Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.
Doelgroep
HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.
Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.
Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)
Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.
Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.
Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.
Doelgroep
HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.
Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.
Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.

Begeleiding van slechtziende kleuters in de gewone school (SEN-Publicaties, nr. 7)
Vele blinde en slechtziende kleuters gaan naar een gewone kleuterschool. Toch is het niet altijd evident om deze kinderen op een gepaste manier te begeleiden. Vanuit deze vaststelling werd door de medewerkers van Centrum Ganspoel een werkboek met praktische adviezen samengesteld.
Concreet is dit boek opgebouwd uit 3 onderdelen:
Hoewel dit boek geschreven werd met de doelgroep van slechtziende kleuters in het achterhoofd, zijn de informatie en de adviezen niet enkel bruikbaar voor het personeel in kleuterscholen. Ook professionelen die slechtziende kleuters begeleiden in buitenschoolse opvang of vrijetijdsinitiatieven, CLB-medewerkers, GON-begeleiders of kinderverzorgsters in een kinderdagverblijf kunnen uit dit boek heel wat nuttige tips halen.
Leo Delaet is klinisch kinderpsycholoog. Hij is verantwoordelijk voor de dienst thuisbegeleiding van Centrum Ganspoel. Hij is in Ganspoel betrokken bij de werking van de dienst geïntegreerd onderwijs voor kleuters met een visuele beperking.
SEN is erkend en gesubsidieerd door het VAPH en coördineert en stimuleert de ontwikkeling en de verspreiding van expertise inzake preventie, diagnose en behandeling van mensen met een handicap. SEN brengt professionelen met elkaar in contact zodat ze hun expertise verder kunnen ontwikkelen of delen en uitwisselen met anderen.
Meer informatie over SEN op www.senvzw.be.

Begeleiding van slechtziende kleuters in de gewone school (SEN-Publicaties, nr. 7)
Vele blinde en slechtziende kleuters gaan naar een gewone kleuterschool. Toch is het niet altijd evident om deze kinderen op een gepaste manier te begeleiden. Vanuit deze vaststelling werd door de medewerkers van Centrum Ganspoel een werkboek met praktische adviezen samengesteld.
Concreet is dit boek opgebouwd uit 3 onderdelen:
Hoewel dit boek geschreven werd met de doelgroep van slechtziende kleuters in het achterhoofd, zijn de informatie en de adviezen niet enkel bruikbaar voor het personeel in kleuterscholen. Ook professionelen die slechtziende kleuters begeleiden in buitenschoolse opvang of vrijetijdsinitiatieven, CLB-medewerkers, GON-begeleiders of kinderverzorgsters in een kinderdagverblijf kunnen uit dit boek heel wat nuttige tips halen.
Leo Delaet is klinisch kinderpsycholoog. Hij is verantwoordelijk voor de dienst thuisbegeleiding van Centrum Ganspoel. Hij is in Ganspoel betrokken bij de werking van de dienst geïntegreerd onderwijs voor kleuters met een visuele beperking.
SEN is erkend en gesubsidieerd door het VAPH en coördineert en stimuleert de ontwikkeling en de verspreiding van expertise inzake preventie, diagnose en behandeling van mensen met een handicap. SEN brengt professionelen met elkaar in contact zodat ze hun expertise verder kunnen ontwikkelen of delen en uitwisselen met anderen.
Meer informatie over SEN op www.senvzw.be.
Macroeconomics and beyond. Essays in honour of Wim Meeusen
Macroeconomics and Beyond is geschreven om eer te betuigen aan macro-econoom Wim Meeusen, ter gelegenheid van zijn emeritaat aan de Universiteit Antwerpen. Het bevat een verzameling van twintig essays die tekenend zijn voor de grote variëteit aan benaderingen en thema’s bestudeerd door moderne economen. Het boek bestaat uit zes delen: macro-economische theorie; macro-econometrische analyse; internationale economie en Europese integratie; migratie en ontwikkeling; economisch gedrag; en methodologie. Sommige essays bevatten kritische reflecties over de huidige toestand van de macro-economische wetenschap; in andere bijdragen worden economische modellen en technieken toegepast om inzicht te krijgen in specifieke macro-economische problemen; en er zijn ook een aantal papers die voorbij de grens van de macro-economie gaan. De auteurs – een mengeling van gevestigde en jonge onderzoekers – komen uit een brede waaier van Europese en niet-Europese landen.
Guido Erreygers is gewoon hoogleraar economie en voorzitter van het Departement Algemene Economie aan de Universiteit Antwerpen.
Mieke Vermeire is administratief coördinator van de Erasmus Mundus Master Course Degree in Economics of Globalisation and European Integration aan de Universiteit Antwerpen.
Macroeconomics and beyond. Essays in honour of Wim Meeusen
Macroeconomics and Beyond is geschreven om eer te betuigen aan macro-econoom Wim Meeusen, ter gelegenheid van zijn emeritaat aan de Universiteit Antwerpen. Het bevat een verzameling van twintig essays die tekenend zijn voor de grote variëteit aan benaderingen en thema’s bestudeerd door moderne economen. Het boek bestaat uit zes delen: macro-economische theorie; macro-econometrische analyse; internationale economie en Europese integratie; migratie en ontwikkeling; economisch gedrag; en methodologie. Sommige essays bevatten kritische reflecties over de huidige toestand van de macro-economische wetenschap; in andere bijdragen worden economische modellen en technieken toegepast om inzicht te krijgen in specifieke macro-economische problemen; en er zijn ook een aantal papers die voorbij de grens van de macro-economie gaan. De auteurs – een mengeling van gevestigde en jonge onderzoekers – komen uit een brede waaier van Europese en niet-Europese landen.
Guido Erreygers is gewoon hoogleraar economie en voorzitter van het Departement Algemene Economie aan de Universiteit Antwerpen.
Mieke Vermeire is administratief coördinator van de Erasmus Mundus Master Course Degree in Economics of Globalisation and European Integration aan de Universiteit Antwerpen.
De onderwijsbubbel
Vooral in het beroepsonderwijs ging het regelmatig mis. De ene onderwijsinstelling verstrekte vrij gemakkelijk diploma''s om daarmee meer overheidsgeld te verkrijgen terwijl de andere fraudeerde met instroomcijfers. Ondertussen daalde Nederland ieder jaar op internationale onderwijskwaliteitslijsten en door het lagere niveau bleek zo langzamerhand bijna iedereen in staat hoger onderwijs te volgen. Beter Onderwijs Nederland (BON), opgericht in 2006, bond de strijd aan met deze belastinggeldverspillers en vooral "onderwijsvernielers"; niet alleen om de problemen vast te stellen maar vooral om met oplossingen te komen. Dit boek is een bloemlezing van ervaringen, beschouwingen en anekdotes van docenten, ouders, studenten en leerlingen. Het is een huiveringwekkende weergave van de onderwijswerkelijkheid en tegelijkertijd een oproep om de handen uit de mouwen te steken. Daarom eindigt het boek met een verkorte weergave van het Deltaplan onderwijs dat BON in 2011 aan de minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt aanbood. In dit Deltaplan signaleert en analyseert BON de problemen en komt zij met verbetervoorstellen voor de besturing en (financiële) inrichting van het Nederlandse onderwijs.
De onderwijsbubbel
Vooral in het beroepsonderwijs ging het regelmatig mis. De ene onderwijsinstelling verstrekte vrij gemakkelijk diploma''s om daarmee meer overheidsgeld te verkrijgen terwijl de andere fraudeerde met instroomcijfers. Ondertussen daalde Nederland ieder jaar op internationale onderwijskwaliteitslijsten en door het lagere niveau bleek zo langzamerhand bijna iedereen in staat hoger onderwijs te volgen. Beter Onderwijs Nederland (BON), opgericht in 2006, bond de strijd aan met deze belastinggeldverspillers en vooral "onderwijsvernielers"; niet alleen om de problemen vast te stellen maar vooral om met oplossingen te komen. Dit boek is een bloemlezing van ervaringen, beschouwingen en anekdotes van docenten, ouders, studenten en leerlingen. Het is een huiveringwekkende weergave van de onderwijswerkelijkheid en tegelijkertijd een oproep om de handen uit de mouwen te steken. Daarom eindigt het boek met een verkorte weergave van het Deltaplan onderwijs dat BON in 2011 aan de minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt aanbood. In dit Deltaplan signaleert en analyseert BON de problemen en komt zij met verbetervoorstellen voor de besturing en (financiële) inrichting van het Nederlandse onderwijs.
Authenticity and community. Essays in honor of Herman P. Meininger
Dr. Herman P. Meininger has made important contributions to the ethical reflection in the field of disability and disability studies in the last two decades, in which he has pursued this line of argument. To honor his work in this field this volume brings together a collection of essays by a number of international well-known scholars.
Authenticity and community. Essays in honor of Herman P. Meininger
Dr. Herman P. Meininger has made important contributions to the ethical reflection in the field of disability and disability studies in the last two decades, in which he has pursued this line of argument. To honor his work in this field this volume brings together a collection of essays by a number of international well-known scholars.
Bagatellen. Over kunst, levenskunst en maatschappij
De muziekfilosoof, kritisch socioloog en componist Theodor W. Adorno schreef kleine stukjes met als titels Dissonanzen, Quasi una fantasia, Impromptus en Moments musicaux. Tussen het werk van Adorno en het werk van Smeijsters bestaan overeenkomsten, maar ook verschillen. Adorno gaf het primaat aan het object, terwijl voor Smeijsters de beleving van het subject absolute voorrang heeft. Maar een belangrijke overeenkomst is het ontdekken en beschrijven van analogieën. Adorno ontleedde muzikale vorm als maatschappelijk proces, Smeijsters ontleedt de muzikale vorm als psychisch proces. Adorno veronderstelde dat de maatschappelijke en economische dwang tot in de vezels van het individu doordringt, dat in de waan leeft zichzelf te zijn. Smeijsters veronderstelt dat het individu zich op eigen kracht kan bevrijden van de innerlijke dwangmatige wil en de afgedwongen maatschappelijke en economische wil en zo autonomie kan bereiken.
Henk Smeijsters was tot voor kort lector van de kenniskring KenVaK – Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ Hogeschool en Stenden Hogeschool, hoofdopleider van de Master of Arts Therapies Zuyd en lid van het landelijk Forum voor Praktijkgericht Onderzoek.
Bagatellen. Over kunst, levenskunst en maatschappij
De muziekfilosoof, kritisch socioloog en componist Theodor W. Adorno schreef kleine stukjes met als titels Dissonanzen, Quasi una fantasia, Impromptus en Moments musicaux. Tussen het werk van Adorno en het werk van Smeijsters bestaan overeenkomsten, maar ook verschillen. Adorno gaf het primaat aan het object, terwijl voor Smeijsters de beleving van het subject absolute voorrang heeft. Maar een belangrijke overeenkomst is het ontdekken en beschrijven van analogieën. Adorno ontleedde muzikale vorm als maatschappelijk proces, Smeijsters ontleedt de muzikale vorm als psychisch proces. Adorno veronderstelde dat de maatschappelijke en economische dwang tot in de vezels van het individu doordringt, dat in de waan leeft zichzelf te zijn. Smeijsters veronderstelt dat het individu zich op eigen kracht kan bevrijden van de innerlijke dwangmatige wil en de afgedwongen maatschappelijke en economische wil en zo autonomie kan bereiken.
Henk Smeijsters was tot voor kort lector van de kenniskring KenVaK – Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ Hogeschool en Stenden Hogeschool, hoofdopleider van de Master of Arts Therapies Zuyd en lid van het landelijk Forum voor Praktijkgericht Onderzoek.
Wind in het grijze woud
Aan de hand van speelse, sprookjesachtige vertellingen wordt op een heldere, inzichtelijke wijze positie ingenomen in de aanhoudende controverse ‘we zijn ons brein’ (Dick Swaab) versus ‘we zijn meer dan ons brein’ (Herman van Praag).
Vanuit diverse invalshoeken wordt de invloed van de omgeving op de hersenen beschreven, in het jargon beter bekend als ‘omgevingsdeterminisme’. Onder meer de invloed van de omgeving op spraak, taal, hechting, beschadigde of vertraagde hersenen en het ervaringsafhankelijke gen komt aan bod.
<br<Dit essay is een aanrader voor iedereen die een mateloze interesse, nieuwsgierigheid en fascinatie vertoont voor het brein.
Dirk J. Bakker is emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en gepensioneerd medewerker van het voormalige Pedologisch Instituut in Duivendrecht, afdeling research.
Wind in het grijze woud
Aan de hand van speelse, sprookjesachtige vertellingen wordt op een heldere, inzichtelijke wijze positie ingenomen in de aanhoudende controverse ‘we zijn ons brein’ (Dick Swaab) versus ‘we zijn meer dan ons brein’ (Herman van Praag).
Vanuit diverse invalshoeken wordt de invloed van de omgeving op de hersenen beschreven, in het jargon beter bekend als ‘omgevingsdeterminisme’. Onder meer de invloed van de omgeving op spraak, taal, hechting, beschadigde of vertraagde hersenen en het ervaringsafhankelijke gen komt aan bod.
<br<Dit essay is een aanrader voor iedereen die een mateloze interesse, nieuwsgierigheid en fascinatie vertoont voor het brein.
Dirk J. Bakker is emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en gepensioneerd medewerker van het voormalige Pedologisch Instituut in Duivendrecht, afdeling research.
Voorbij een enge ethiek
Hij argumenteert dat naast de plicht tot welzijnsbevordering en elementair respect ook de deugden van levenslust en onthechting deel uitmaken van de morele houding. Wie deze bredere opvatting over moraliteit aanvaardt, wordt vanzelf een sterkere minnaar van het moreel goede en het moreel juiste.
Xavier Vanmechelen is doctor in de wijsbegeerte. Hij is onderzoeker aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, K.U.Leuven.
Voorbij een enge ethiek
Hij argumenteert dat naast de plicht tot welzijnsbevordering en elementair respect ook de deugden van levenslust en onthechting deel uitmaken van de morele houding. Wie deze bredere opvatting over moraliteit aanvaardt, wordt vanzelf een sterkere minnaar van het moreel goede en het moreel juiste.
Xavier Vanmechelen is doctor in de wijsbegeerte. Hij is onderzoeker aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, K.U.Leuven.
Evolutie, cultuur en betekenis
Dit boek geeft aan hoe evolutionair denken een basis kan vormen voor diepgaande filosofische en theologische reflectie over de menselijke soort. Verschillende auteurs, gaande van Daniel Dennett over Paul Ricoeur tot Philip Hefner, worden daartoe voorgesteld. Door de kritische bespreking van hun werk wordt getoond hoe we vanuit evolutionair perspectief dieper inzicht krijgen in de meest bijzondere eigenschap van de menselijke soort: het vermogen tot het scheppen van cultuur.
Wat kan de evolutietheorie ons leren over het belang van cultuur voor de mens, over de verhouding tussen mens en cultuur en over wat er op het spel staat bij het doorgeven van cultuur aan volgende generaties?
Hoe kunnen hedendaagse inzichten uit de evolutietheorie ons helpen om vragen over zingeving, over de rol van religies en over de verhouding tussen wetenschap en religie te belichten?
Wat hebben evolutie, cultuur en betekenis met elkaar te maken?
De lezer krijgt met dit boek een inleiding in een verrijkende manier van kijken naar de mens: een kijk vanuit evolutionair perspectief.
Tom Uytterhoeven doceert RZL en Rooms-katholieke Godsdienst in de bacheloropleiding Leraar Lager Onderwijs van Lessius Mechelen, Campus De Vest. Hij werkte voordien meer dan tien jaar als leraar in het lager onderwijs en is sinds 2011 Master in de Gespecialiseerde Studies in de Godgeleerdheid en de Godsdienstwetenschappen. Hij houdt zich vooral bezig met de dialoog tussen religie en wetenschap en de invloed die evolutietheorische inzichten hebben op de manier waarop we naar cultuur kijken.
Evolutie, cultuur en betekenis
Dit boek geeft aan hoe evolutionair denken een basis kan vormen voor diepgaande filosofische en theologische reflectie over de menselijke soort. Verschillende auteurs, gaande van Daniel Dennett over Paul Ricoeur tot Philip Hefner, worden daartoe voorgesteld. Door de kritische bespreking van hun werk wordt getoond hoe we vanuit evolutionair perspectief dieper inzicht krijgen in de meest bijzondere eigenschap van de menselijke soort: het vermogen tot het scheppen van cultuur.
Wat kan de evolutietheorie ons leren over het belang van cultuur voor de mens, over de verhouding tussen mens en cultuur en over wat er op het spel staat bij het doorgeven van cultuur aan volgende generaties?
Hoe kunnen hedendaagse inzichten uit de evolutietheorie ons helpen om vragen over zingeving, over de rol van religies en over de verhouding tussen wetenschap en religie te belichten?
Wat hebben evolutie, cultuur en betekenis met elkaar te maken?
De lezer krijgt met dit boek een inleiding in een verrijkende manier van kijken naar de mens: een kijk vanuit evolutionair perspectief.
Tom Uytterhoeven doceert RZL en Rooms-katholieke Godsdienst in de bacheloropleiding Leraar Lager Onderwijs van Lessius Mechelen, Campus De Vest. Hij werkte voordien meer dan tien jaar als leraar in het lager onderwijs en is sinds 2011 Master in de Gespecialiseerde Studies in de Godgeleerdheid en de Godsdienstwetenschappen. Hij houdt zich vooral bezig met de dialoog tussen religie en wetenschap en de invloed die evolutietheorische inzichten hebben op de manier waarop we naar cultuur kijken.
Een woonmodel in transitie. Toekomstverkenning van het Vlaams wonen
Ze toetsen de nieuwe woonvragen die uit die transitie voortkomen aan de ruimtelijke mogelijkheden om aan nieuwe woonvormen een plaats te bieden. Het leidt tot de conclusie dat er heel wat vrijheidsgraden overblijven om het antwoord te formuleren. Er kunnen dus keuzes gemaakt worden.
Het boek verkent de randvoorwaarden voor toekomstige woonontwikkelingen als die keuzes geleid worden door enkele cruciale principes van duurzame ontwikkeling. De afstemming tussen de toekomstige woningvraag en het aanbod zal grotendeels via de markt tot stand komen. Welke factoren spelen er en hoe zullen die de prijzen in de toekomst beïnvloeden? Een belangrijke vraag daarbij is hoe de betaalbaarheid zal evolueren: zal de kloof tussen huurders en eigenaars nog verder uitdiepen? Dit roept onmiddellijk ook de vraag op naar wat de overheid nog kan en zal doen op de woningmarkt. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden over welke correcties nodig en nuttig zijn om ervoor te zorgen dat goed wonen voor iedereen betaalbaar is.
Michael Ryckewaert, Pascal De Decker, Sien Winters, Brecht Vandekerckhove, Frank Vastmans, Marja Elsinga & Kristof Heylen zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte & Wonen, een door de Vlaamse regering erkend steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek, met participanten uit diverse universiteiten, onderzoekscentra, hogescholen.
Een woonmodel in transitie. Toekomstverkenning van het Vlaams wonen
Ze toetsen de nieuwe woonvragen die uit die transitie voortkomen aan de ruimtelijke mogelijkheden om aan nieuwe woonvormen een plaats te bieden. Het leidt tot de conclusie dat er heel wat vrijheidsgraden overblijven om het antwoord te formuleren. Er kunnen dus keuzes gemaakt worden.
Het boek verkent de randvoorwaarden voor toekomstige woonontwikkelingen als die keuzes geleid worden door enkele cruciale principes van duurzame ontwikkeling. De afstemming tussen de toekomstige woningvraag en het aanbod zal grotendeels via de markt tot stand komen. Welke factoren spelen er en hoe zullen die de prijzen in de toekomst beïnvloeden? Een belangrijke vraag daarbij is hoe de betaalbaarheid zal evolueren: zal de kloof tussen huurders en eigenaars nog verder uitdiepen? Dit roept onmiddellijk ook de vraag op naar wat de overheid nog kan en zal doen op de woningmarkt. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden over welke correcties nodig en nuttig zijn om ervoor te zorgen dat goed wonen voor iedereen betaalbaar is.
Michael Ryckewaert, Pascal De Decker, Sien Winters, Brecht Vandekerckhove, Frank Vastmans, Marja Elsinga & Kristof Heylen zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte & Wonen, een door de Vlaamse regering erkend steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek, met participanten uit diverse universiteiten, onderzoekscentra, hogescholen.
Kleuters in beweging
Kleuters zijn nieuwsgierig naar de wereld om zich heen. Ze leren door te doen, te bewegen, te praten, te ontdekken en te spelen.
Dit boek nodigt kinderen tot zelf organiseren, zelf verzinnen, fantasie en samenspel uit. Het verzamelt spelsuggesties rond dertig thema’s, bijvoorbeeld ‘In bad’, ‘Bouwen’ en ‘In de tuin’. Telkens wordt waarnemen, bewegen en taal als een eenheid aangeboden. Alle spelvormen worden gekoppeld aan zowel de betekenis als de vorm van taal. De liedjes en versjes dienen om het bewegen ritmisch te ondersteunen.
De liedjes kunnen met de persoonlijke code geraadpleegd worden op dl.garant-uitgevers.eu.
Elly Rozinga-van der Hoek, orthopedagoog
en psychomotorisch kindertherapeut, heeft
de Stichting Le Bon Départ opgericht. Zij
heeft de van oorsprong Franse methode verder
ontwikkeld. Als coördinator en docent
begeleidde Elly Rozinga jarenlang de post-
HBO-opleiding voor Psychomotorische Kindertherapie
in Nederland, die ook door haar
geïnitieerd werd. Momenteel is zij verbonden
aan het behandelingscentrum Le Bon Départ
in Breda.
Kleuters in beweging
Kleuters zijn nieuwsgierig naar de wereld om zich heen. Ze leren door te doen, te bewegen, te praten, te ontdekken en te spelen.
Dit boek nodigt kinderen tot zelf organiseren, zelf verzinnen, fantasie en samenspel uit. Het verzamelt spelsuggesties rond dertig thema’s, bijvoorbeeld ‘In bad’, ‘Bouwen’ en ‘In de tuin’. Telkens wordt waarnemen, bewegen en taal als een eenheid aangeboden. Alle spelvormen worden gekoppeld aan zowel de betekenis als de vorm van taal. De liedjes en versjes dienen om het bewegen ritmisch te ondersteunen.
De liedjes kunnen met de persoonlijke code geraadpleegd worden op dl.garant-uitgevers.eu.
Elly Rozinga-van der Hoek, orthopedagoog
en psychomotorisch kindertherapeut, heeft
de Stichting Le Bon Départ opgericht. Zij
heeft de van oorsprong Franse methode verder
ontwikkeld. Als coördinator en docent
begeleidde Elly Rozinga jarenlang de post-
HBO-opleiding voor Psychomotorische Kindertherapie
in Nederland, die ook door haar
geïnitieerd werd. Momenteel is zij verbonden
aan het behandelingscentrum Le Bon Départ
in Breda.
Hightech en hartelijkheid (Catharina-reeks, nr. 3)
Dit boek schetst de geschiedenis van het Hartcentrum en geeft een overzicht van de recente ontwikkelingen in cardiologie en cardiothoracale chirurgie. Centraal daarbij staat de patiënt: hoe kunnen vernieuwende techniek en veilige hoogwaardige zorg bijdragen aan de bevordering van levenskwaliteit? Naast de behandeling is ook begeleiding een belangrijk zorgaspect: zorg voor het hart betekent zorg voor heel het lichaam én zorg voor de geest. Bijdragen vanuit verpleegkunde, psychologie en geestelijke verzorging geven een mooi beeld van interdisciplinaire en complementaire zorg voor de hartpatiënt.
Patiënten komen aan het woord met hun ervaringen over behandeling en begeleiding. Verpleegkundigen, artsen, managers en ethici reflecteren over deze ervaringen en benoemen leer- en verbeterpunten voor het optimaliseren van de zorgverlening. De spiegel die patiënten dokters, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals voorhouden, vormen een belangrijke leerschool voor de verbetercultuur van het ziekenhuis.
Het hart is meer dan een orgaan, het is ook een symbool dat een wereld aan betekenissen oproept: levenskracht, gevoelens en diepste overtuigingen. Beschouwingen vanuit (christelijke en islamitische) theologie maken dit duidelijk. Vanuit filosofie en ethiek wordt nagedacht over de medische benadering van het lichaam, zowel een kwestie van techniek als van levenskwaliteit. Vanuit ethisch en economisch perspectief wordt gekeken naar de soms moeilijke verhouding tussen zorgkosten en medische beslissingen: wat is leven ons waard?
Koen Jordens (geestelijk verzorger), Joost ter Woorst (cardiothoracaal chirurg), Lisette van Heffen (verpleegkundig consulente cardiothoracale chirurgie) en Eric van de Laar (ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze bundel.
"Opnieuw een voortreffelijke verzameling artikelen vanuit historisch, medisch, filosofisch en theologisch perspectief."
(Zin in Zorg - Tijdschrift over zorg, ethiek en levensbeschouwing, april 2012, p. 16)
Dit boek is het derde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Hightech en hartelijkheid (Catharina-reeks, nr. 3)
Dit boek schetst de geschiedenis van het Hartcentrum en geeft een overzicht van de recente ontwikkelingen in cardiologie en cardiothoracale chirurgie. Centraal daarbij staat de patiënt: hoe kunnen vernieuwende techniek en veilige hoogwaardige zorg bijdragen aan de bevordering van levenskwaliteit? Naast de behandeling is ook begeleiding een belangrijk zorgaspect: zorg voor het hart betekent zorg voor heel het lichaam én zorg voor de geest. Bijdragen vanuit verpleegkunde, psychologie en geestelijke verzorging geven een mooi beeld van interdisciplinaire en complementaire zorg voor de hartpatiënt.
Patiënten komen aan het woord met hun ervaringen over behandeling en begeleiding. Verpleegkundigen, artsen, managers en ethici reflecteren over deze ervaringen en benoemen leer- en verbeterpunten voor het optimaliseren van de zorgverlening. De spiegel die patiënten dokters, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals voorhouden, vormen een belangrijke leerschool voor de verbetercultuur van het ziekenhuis.
Het hart is meer dan een orgaan, het is ook een symbool dat een wereld aan betekenissen oproept: levenskracht, gevoelens en diepste overtuigingen. Beschouwingen vanuit (christelijke en islamitische) theologie maken dit duidelijk. Vanuit filosofie en ethiek wordt nagedacht over de medische benadering van het lichaam, zowel een kwestie van techniek als van levenskwaliteit. Vanuit ethisch en economisch perspectief wordt gekeken naar de soms moeilijke verhouding tussen zorgkosten en medische beslissingen: wat is leven ons waard?
Koen Jordens (geestelijk verzorger), Joost ter Woorst (cardiothoracaal chirurg), Lisette van Heffen (verpleegkundig consulente cardiothoracale chirurgie) en Eric van de Laar (ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze bundel.
"Opnieuw een voortreffelijke verzameling artikelen vanuit historisch, medisch, filosofisch en theologisch perspectief."
(Zin in Zorg - Tijdschrift over zorg, ethiek en levensbeschouwing, april 2012, p. 16)
Dit boek is het derde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Nadenken over opvoeding
Wat is een goede opvoeding? Tot wat moet een goede opvoeding leiden?
Dit boek staat stil bij de essentie van ‘opvoeden’ voor de huidige en aankomende generatie ouders, kinderen, leerkrachten en andere opvoedingsverantwoordelijken.
De auteurs spelen daarbij een verschillende rol: inspirator, uitdager, voorbeeldfiguur, reflector, wetenschapper, onderzoeker... Belangrijk is hun persoonlijke mening voor de vuist weg of hun persoonlijk verhaal.
Het gaat daarbij over thema’s van op de werkvloer van de Genkse opvoedingswinkel, aangebracht door medewerkers, netwerkpartners, buren, collega’s, ouders, scholen, jongeren, beleidsmensen... Welke vragen passeerden de revue? Wat stemt vrolijk en hoopvol? Wat maakt boos of bezorgd? Daarbij loopt er een rode draad door de verschillende titels in relatie tot ouderschap, opvoeden en opgroeien.
Het gaat onder meer over de aan- of afwezigheid van opvoedingsdoelen, gemeenschappelijke waarden en normen, opvoeding tussen generaties, spanning tussen het individueel geluk en sociale opvoedingsidealen, spanning tussen opvoeden vanuit buikgevoel of vanuit de wetenschap, opvoeden vanuit verwachtingen of vanuit zelfrealisatie, gelijke kansen en ongelijkheid, (over)aanbod van vele mogelijkheden en keuzes, schouderlast ten gevolge van hoge verwachtingen en prestatiedruk voor de jeugd, de winst van veerkracht en het verlies van verwenning…
Hilde Haerden, sociaal pedagoog, is directeur van de Opvoedingswinkel in Genk en fellow van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de K.U.Leuven. Dit boek verschijnt naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de eerste opvoedingswinkel in Vlaanderen.
Nadenken over opvoeding
Wat is een goede opvoeding? Tot wat moet een goede opvoeding leiden?
Dit boek staat stil bij de essentie van ‘opvoeden’ voor de huidige en aankomende generatie ouders, kinderen, leerkrachten en andere opvoedingsverantwoordelijken.
De auteurs spelen daarbij een verschillende rol: inspirator, uitdager, voorbeeldfiguur, reflector, wetenschapper, onderzoeker... Belangrijk is hun persoonlijke mening voor de vuist weg of hun persoonlijk verhaal.
Het gaat daarbij over thema’s van op de werkvloer van de Genkse opvoedingswinkel, aangebracht door medewerkers, netwerkpartners, buren, collega’s, ouders, scholen, jongeren, beleidsmensen... Welke vragen passeerden de revue? Wat stemt vrolijk en hoopvol? Wat maakt boos of bezorgd? Daarbij loopt er een rode draad door de verschillende titels in relatie tot ouderschap, opvoeden en opgroeien.
Het gaat onder meer over de aan- of afwezigheid van opvoedingsdoelen, gemeenschappelijke waarden en normen, opvoeding tussen generaties, spanning tussen het individueel geluk en sociale opvoedingsidealen, spanning tussen opvoeden vanuit buikgevoel of vanuit de wetenschap, opvoeden vanuit verwachtingen of vanuit zelfrealisatie, gelijke kansen en ongelijkheid, (over)aanbod van vele mogelijkheden en keuzes, schouderlast ten gevolge van hoge verwachtingen en prestatiedruk voor de jeugd, de winst van veerkracht en het verlies van verwenning…
Hilde Haerden, sociaal pedagoog, is directeur van de Opvoedingswinkel in Genk en fellow van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de K.U.Leuven. Dit boek verschijnt naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de eerste opvoedingswinkel in Vlaanderen.

Kleine stemmen, grote verhalen!? Over pleegkinderen in orthopedagogisch onderzoek
Al meer dan een halve eeuw is er onderzoek over pleegzorg vanuit het perspectief van kinderen. Dat leverde boeiende resultaten op over wat het voor kinderen betekent in een pleeggezin op te groeien. Maar het kan anders en nog beter: onderzoeksmethoden dienen te worden verbeterd en het ethisch discours mag luider klinken.
De auteur houdt een pleidooi om het ethisch handelen zelfs voorop te stellen. Orthopedagogisch onderzoek kan zo mee helpen de stilte omheen pleegkinderen te verbreken en hen ‘stem’ te geven.

Kleine stemmen, grote verhalen!? Over pleegkinderen in orthopedagogisch onderzoek
Al meer dan een halve eeuw is er onderzoek over pleegzorg vanuit het perspectief van kinderen. Dat leverde boeiende resultaten op over wat het voor kinderen betekent in een pleeggezin op te groeien. Maar het kan anders en nog beter: onderzoeksmethoden dienen te worden verbeterd en het ethisch discours mag luider klinken.
De auteur houdt een pleidooi om het ethisch handelen zelfs voorop te stellen. Orthopedagogisch onderzoek kan zo mee helpen de stilte omheen pleegkinderen te verbreken en hen ‘stem’ te geven.





