Filter
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk

 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations. Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerd om het vakgebied van Public Relations aan te geven. Corporate Communication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.

Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.

Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).

Placeholder Image
Quick View

Public Relations. Planning en werkvelden – 2de geactualiseerde en vermeerderde druk

 26,00
Er gaan talrijke betekenissen schuil onder de term Public Relations. Meer zelfs: een heleboel verschillende termen worden gehanteerd om het vakgebied van Public Relations aan te geven. Corporate Communication, Communicatiemanagement, Public Affairs, …
Je vindt op internationaal vlak de opleiding Public Relations terug in het domein van de Sociale wetenschappen, Politieke wetenschappen, Bestuurskunde of -leer, Communicatiewetenschappen, …
Het merendeel van de praktijkbeoefenaars (zowel binnen de adviesbranche als binnen de bedrijfswereld) genoot geen PR-opleiding, hoewel we op dit vlak stilaan aan een inhaalbeweging bezig zijn.

Deze zaken geven onmiddellijk aan dat we het hier hebben over een discipline die qua invulling en perceptie niet altijd even duidelijk is.
De bedoeling van dit studieboek is dieper in te gaan op de strategische inzichten en werkvelden van Public Relations. Het is met andere woorden een verdieping van wat in een eerste jaar binnen een opleiding Bachelor in Communicatiemanagement gegeven werd of van een kennis die de lezer elders heeft opgedaan.

Els Van Betsbrugge studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit in Gent. Eerder was ze werkzaam als marketingverantwoordelijke voor het informaticabedrijf MCC in Brussel en later voor E5-Mode. In 1991 begon ze als lesgever persleer, communicatie- en medialeer van HIBO (nu Bachelor Communicatiemanagement van de Arteveldehogeschool) te Gent. Al snel specialiseerde ze er zich als lector Public Relations en praktijkcoördinator. Ten slotte is de auteur lid van het BPRC (Belgisch Centrum voor Public Relations) en EUPRERA (European Public Relations Education and Research Association).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement

 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces verankerd zitten. De auteur toont het nut van reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Quick View

Leven in de risicomaatschappij. Deel 3: Aanbevelingen voor doeltreffend risicoreguleringsmanagement

 21,00
Reguleringsmanagement omvat een geheel van maatregelen die een betere wetgeving beogen, voornamelijk door de introductie van principes van integrale kwaliteitszorg in het wetgevingsbeleid. De consequente invoering daarvan verloopt niet zonder moeilijkheden, wegens diverse hardnekkige obstakels die structureel in het huidige wetgevingsproces verankerd zitten. De auteur toont het nut van reguleringsmanagement aan en formuleert aanbevelingen om de bestaande obstakels te overstijgen en een optimale implementatie van reguleringsmanagement mogelijk te maken.
Bij het tot stand komen van wetgeving bij professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, blijken een aantal nukkige knelpunten te blijven bestaan: het gebrek aan visie, aan samenwerking, aan ex-ante- en ex-post-impactanalyses en aan objectieve criteria die het beleid onderbouwen. Dit boek reikt mogelijke oplossingen aan vanuit good practices. Stap voor stap wordt een geheel van aandachtspunten uitgewerkt, die de vereisten van doeltreffend risicomanagement door de overheid, de fundamentele beginselen van de rechtsstaat en de principes van integrale kwaliteitszorg integreren onder de noemer ‘risicoreguleringsmanagement’.
Deze aanbevelingen zijn niet alleen voor beleidsmakers bestemd, ze kunnen ook privé-risicomanagers inspireren bij het uitstippelen van een risicobeleid en onderbouwde keuzes met betrekking tot risicobeheersingsmaatregelen binnen hun organisatie. Ze gaan mutatis mutandis ook op voor elk beleidsthema.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s

 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving. In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Quick View

Leven in de risicomaatschappij. Deel 2: Kritische analyse van de Belgische wetgeving: welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s

 55,00
Het stijgende aantal professionele, maatschappelijke en milieurisico’s, hun maatschappelijke impact en de toenemende onzekerheid over de mogelijke effecten van nieuwe en gekende risico’s hebben de afgelopen decennia gezorgd voor een gestage toename van de wetgeving. In dit boek wordt de huidige regelgeving inzake welzijn op het werk, civiele veiligheid en Sevesorisico’s kritisch geanalyseerd. De centrale vraag is in welke mate de huidige wettelijke verplichtingen een adequaat kader aanreiken om risico’s doeltreffend aan te pakken. Zowel het operationeel beleid, zoals het door de wetgeving wordt opgelegd, als het wetgevingsbeleid van de overheid zelf, vormen het voorwerp van de analyse.
De toetsing gebeurt aan de hand van een roadmap, die een leidraad omvat met negen essentiële vereisten waaraan risicomanagement dient te voldoen om doeltreffend te zijn. Uit de vergelijking van het operationeel en het wetgevingsbeleid per risicodomein en de onderlinge vergelijking van de drie risicodomeinen, komen ondubbelzinnig de goede en zwakke kanten van de huidige benadering naar voor.
Het analytisch kader (de roadmap) en de conclusies uit de vergelijking bieden samen een methodologische leidraad en concrete aandachtspunten (zowel voor private als voor publieke risicomanagers) die substantiële verbeteringen mogelijk maken om de impact van risico’s juister in te schatten en beter onderbouwde beslissingen te nemen om die impact drastisch te beperken.

Kathleen van Heuverswyn, doctor in de rechten, is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Antwerpen. Voordien werkte zij als juridisch adviseur risicomanagement in private en publieke organisaties, zowel in nationale als Europese context.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)

 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book presents an account of the development of the Western image of the Muslim Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims. At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of European culture.

Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.

Quick View

Pride, Prejudice and Ignorance. The western Image of the Muslim Orient (ATI-Academic Publications, n° 5)

 17,60
Spanning eleven centuries of conflict between Islam and the West, this book presents an account of the development of the Western image of the Muslim Orient from the advent of Islam to the eighteenth century. In an introductory chapter, the book goes even beyond the emergence of Islam to trace the Eurocentric outlook that characterized the Western views of the Muslim world to the Graeco-Roman’s conception of Eastern cultures as essentially different and inferior, despotic and morally decadent. For Eastern Christians and medieval Europeans alike, the Bible was a source of some of the most hostile interpretations of the coming and meteoric spread of Islam. Against the backdrop of the Crusades, some of the most offensive material and absurd fantasies were created about Islam and the Prophet. Many medieval prejudices persisted during the Renaissance and beyond. The rise of the Ottomans and their rapid advance in Europe resulted in the resurgence of antagonistic feelings against the Muslims. At the same time, the first-hand experience accompanying the spread of trade and diplomatic relations with the Ottomans helped ameliorate the otherwise totally negative image of Islam. The extension of travel to the Ottoman provinces provided the West with more objective and accurate accounts of the Muslim Orient. The book shows how a reappraisal of Islam and its prophet was an indirect outcome of the Enlightenment project. The book sheds light on the origins of the stereotypical image of Islam as reflected in the different manifestations of European culture.

Muhammad Fahmy Raiyah is Assistant Professor of English literature at Mansoura University, Egypt, and King Khalid University, Saudi Arabia.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)

 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.

This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.

Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.

Quick View

Society, Religion, and Poetry in Pre-Islamic Arabia (Arabic Literature Unveiled, N° 1)

 28,50
The growing diversity of our society makes that we are increasingly confronted with foreign cultures and their art forms. The Western Canon has in recent years lost some of its monopoly in favour of influences from the Middle and Far East. This offers quite a few new perspectives, but for these cultures it is not always self-evident to find their way to a Western audience. The different language, the lack of familiarity with Arabic society, and several other cultural aspects hinder an easy access and interest. This is definitely the case for early-Arabic literature. One of the most important poetic works from pre-Islamic Arabia is the Mu''allaqat or ''The Hangign Odes''. These odes can be considered as the best poetic work in a tradition that spans six centuries (from the first to the sixth century AD). They describe in a poetic form the early-Arabic life of the bedouin communities in great detail and are widely read, praised and studied in Arabic schools and universities.

This book is devoted to making these odes accesible for a Western audience. The first part consists of seven essays that provide a thorough insight of the society in which these odes originated, with sharp critical analyses of the country, its overview of pre-Islamic Arabia with an emphasis on the influence of Christianity; the Nabataeans, the reign of the fourth century Queen Mavia; and an analysis of the structure of pre-Islamic poetry. The second part consists of a poetic translation of the Mu''allaqat in English.

Ibrahim Mumayiz was professor of English literature at several universities in the Middle East. He has widely published on English literature, sixteenth century English Catholic history, and on Arabic-English poetry translations.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum

 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere) noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle over de manier waarop beslissingen over gezondheid en autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken van de huidige generatie ouderen, die ook wel de ‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.

De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.

Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.

Quick View

Mag ik ook wat zeggen? Empoweren van ouderen in een woon- en zorgcentrum

 21,00
Empowerment, een modewoord of veeleer (juist bittere) noodzaak in de ouderenzorg? Ouderen die in een woonen zorgcentrum verblijven, hebben heel weinig controle over de manier waarop beslissingen over gezondheid en autonomie worden genomen. Vaak hebben ze zaken niet meer zelf in handen, hoewel ze daartoe nog perfect in staat zijn. Voor dit fenomeen zijn er een aantal mogelijke verklaringen. Zo is de invloed van het hospitalisatiesyndroom zeker niet te onderschatten. Maar ook de kenmerken van de huidige generatie ouderen, die ook wel de ‘stille generatie’ wordt genoemd, spelen een rol.

De auteurs willen een antwoord geven op de waargenomen behoeften binnen de sector. Ze bieden handvatten tot empowerment aan. Meteen presenteren ze een methodiek tot implementatie van empowerment op de afdelingen. Verder verdient empowerment als onderdeel van kwaliteitszorg de nodige aandacht. Empowerment zou vervat moeten zitten in het dagelijkse handelen in de ouderenzorg, zodat de huidige generatie ouderen een stem hebben in de beslissingen. Ook moet de sector zich voorbereiden op de komst van de toekomstige generatie ouderen. Deze generatie zal, anders dan de huidige, heel gepast de ‘protestgeneratie’ worden genoemd.

Deze uitgave is een initiatief van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en VONK3, het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor de derde leeftijd, dat gelieerd is aan de hogeschool. Koen Geenen, ergotherapeut, is opleidingscoördinator van de Opleiding Ergotherapie van deze hogeschool en hij is medewerker bij Vonk3. De coauteurs zijn verbonden aan dezelfde hogeschool.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)

 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it assumes a considerable role in the encounters between different cultures and their respective languages. This important role of translation stems from the fact that translating involves the carrying-over of specific socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures, which have at their disposal an established system of representation with its own norms for text production and consumption of meanings vis-à-vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves into a master discourse of translation through which identity, similarity and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted. Translational encounters take place at both the intra and inter cultural levels. The chapters in this volume address these issues from different cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India, and the Arab/Muslim World).

Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.

Quick View

Cultures in dialogue. A translational perspective (ATI-Academic Publications, n° 4)

 19,90
Translation is intercultural communication par excellence. As such, it assumes a considerable role in the encounters between different cultures and their respective languages. This important role of translation stems from the fact that translating involves the carrying-over of specific socio-cultural input to and recuperated by specific target reading cultures, which have at their disposal an established system of representation with its own norms for text production and consumption of meanings vis-à-vis self, other, objects, and events. This system ultimately evolves into a master discourse of translation through which identity, similarity and difference are identified, negotiated, accepted and/or resisted. Translational encounters take place at both the intra and inter cultural levels. The chapters in this volume address these issues from different cultural angles of vision (Americas, Northern Ireland, Hong Kong, India, and the Arab/Muslim World).

Said Faiq is professor ‘Translation & Intercultural Studies’ at the American University of Sharjah (VAE) and Exeter University (GB). He has published worldwide in the fields of translation studies and the dialogue between cultures.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)

 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’ wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot. Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a., 2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.

In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.

Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).

Quick View

De school Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging (Fontys-OSO-Reeks, nr. 29)

 21,00
In deze publicatie, ‘De School Video Interactie Begeleider. Volgend in beweging’ wordt de rolneming van de begeleider vanuit een aantal gezichtspunten uitvergroot. Volgend in beweging, staat voor de kern van de SVIB-methodiek, die steeds opnieuw de bewegende interactie volgt, objectiveert en vervolgens betekenis geeft. Dit vraagt van een begeleider een aantal vaardigheden. Een aantal opleiders SVIB van Fontys OSO geeft in dit boek een diversiteit aan invalshoeken van kwaliteiten en capaciteiten waarover een SVI-Begeleider kan beschikken en hoe zij daarin zelf voortdurend tot vernieuwende inzichten komen. Eerdere inzichten zijn gepubliceerd in het boek ‘School Video Interactie Begeleiding. Van meerdere kanten bekeken.’ (Van den Heijkant e.a., 2005), waarin coaching een prominente plaats kreeg.

In deze uitgave laten de auteurs de lezer volgen in de beweging die te maken is naar de mogelijkheden voor de SVI-Begeleider met o.a. oplossingsgericht werken, positieve empowering, mentale modellen, reflectie en gelaagdheid hierin, synchroon coachen, verdiepende begeleiderscommunicatie en authentiek functioneren.

Dit boek is bedoeld voor iedere begeleider die werkt met school video interactie begeleiding (SVIB) of video home training (VHT).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Quick View

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Seksuele mishandeling van jonge kinderen

 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt, aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse modellen en technieken voor de behandeling beschreven. Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.

Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.

Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.

Quick View

Seksuele mishandeling van jonge kinderen

 25,00
Dit boek is een praktische gids voor het volledige hulpverleningsproces bij jonge kinderen die seksueel misbruikt zijn. Hierbij wordt de integrale procedure, vanaf de intake tot aan het einde van de behandeling, in verschillende stappen gedetailleerd overlopen. In de eerste plaats wordt, aan de hand van zes praktische schema’s, een theoretische achtergrond van dit hulpverleningsproces geschetst en uitgewerkt. Ten tweede wordt aandacht besteed aan de impact die seksueel misbruik heeft op zowel jonge kinderen als op hun gezin. Vervolgens worden, naast de beschrijving van het diagnostische en het behandelingsproces, praktische onderzoeksmaterialen, diagnostische middelen en diverse modellen en technieken voor de behandeling beschreven. Ten slotte wordt ook uitvoerig stilgestaan bij het handelen bij een vermoeden van seksueel misbruik, bij de ouderbegeleiding en bij het juridische traject naast het hulpverleningsproces.

Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor iedere professional die in dit veld actief is, maar het is ook geschikt voor studenten van HBO-opleidingen en universiteiten. Het is voorzien van vele praktijkvoorbeelden en omvat twee uitgewerkte casussen.

Marieth Guelen, orthopedagoog, is hoofd van een Psychologische/ Pedagogische Praktijk in West-Brabant.
Cecile van Pottelberghe, maatschappelijk werkster en historica, is stafmedewerker bij een zorgorganisatie in West-Brabant.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap

 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in zowel de media als onder commerciële ondernemingen.

Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?

Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.

Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.

Quick View

Een waardevolle spagaat. Een verkenning van sociaal ondernemerschap

 14,60
Meer en meer wordt sociaal ondernemerschap erkend als een volwaardige manier van ondernemen én als mogelijkheid om maatschappelijke en ecologische problemen aan te pakken. Mede als gevolg van de huidige economische en ecologische crisis mag sociaal en duurzaam ondernemen zich verheugen over een toenemende aandacht in zowel de media als onder commerciële ondernemingen.

Het onderzoek naar sociaal ondernemerschap in Nederland staat echter nog in de kinderschoenen. Wie zijn deze sociaal ondernemers? Wat ontwikkelen zij? Hoe denken zij over sociaal ondernemen in Nederland? Waar liggen de kansen en waar de knelpunten? In dit boek worden zes sociaal ondernemingen nader onderzocht. De aandacht richt zich op het spanningsveld tussen het maken van financiële en maatschappelijke winst. Dit spanningsveld vormt het bestaansrecht van sociaal ondernemingen. Welke afwegingen maken sociaal ondernemers tussen het maken van fi nanciële en maatschappelijke winst? En wat heeft een onderneming nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen, te willen en te durven maken?

Dit boek is geschreven voor iedereen die het belang stelt in sociaal ondernemen en voor studenten aan hogescholen en universiteiten.

Het Lectoraat Dynamiek van de stad van Hogeschool INHollland onderzoekt de relatie tussen de grote stad en het werk in de verschillende beroepenvelden. Het lectoraat levert een praktijkgerichte bijdrage aan het onderzoek van grootstedelijke problematiek. Het doet dit vanuit een multidisciplinair perspectief. Bij processen en effecten van stedelijke dynamiek wordt de aandacht gericht op de politieke, sociale, culturele en fysieke aspecten. Speerpunten van het onderzoek zijn burgerschap, sociaal uitsluiting en duurzaamheid.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De geweldige school en maatschappij

 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten, studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal- agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie op school. Het eerste deel geeft een grondig inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’ school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van de schoolgemeenschap.

De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.

Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?

Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.

Quick View

De geweldige school en maatschappij

 32,00
Geweld bestaat in vele vormen, in de maatschappij en ook op school. Deze uitgave reikt opvoeders, leerkrachten, studenten van de lerarenopleidingen en van het sociaal- agogisch werk en hun docenten, leerlingbegeleiders en sociale veldwerkers een helpende hand bij geweldpreventie op school. Het eerste deel geeft een grondig inzicht in de verschillende geweldsvormen en in de manieren waarop daartegen in is te gaan. Het tweede deel bevat een vurig pleidooi voor een ‘geweldige’ school die richting, ruimte, structuur, vrijheid, ondersteuning en positieve bekrachtiging biedt aan ieder lid van de schoolgemeenschap.

De ‘geweldige’ school moet een ‘kindrijpe’ school zijn: voor heel het kind en elk kind; een ‘warme’ school, een school voor het hart; een ‘brede’ school, die de socialisering van de leerlingen hoog in het vaandel draagt; een ‘goede’ school, waarin opvoedend onderwijs centraal staat, en een ‘geweldarme’ school, die in haar curriculum erg veel aandacht schenkt aan het vredesonderwijs en de vredeseducatie.

Hoe is een dergelijke, ‘geweldige’ school te realiseren?

Roger Boonen doceerde onderwijskunde, intercultureel onderwijs en vredeseducatie aan het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen. Hij is ere-hoofdredacteur van het tijdschrift School- en klaspraktijk. Hij heeft ook diverse pedagogisch- didactische publicaties op zijn naam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm

 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.

Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.

Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.

Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.

Quick View

Op de opiniepagina. Overtuigend in vorm

 16,50
Heel wat mensen willen hun artikels gepubliceerd zien op de opiniepagina’s van kranten, weekbladen of in tijdschriften.
Zeker wetenschappers, (lokale) politici, studenten, bestuursleden van verenigingen of beginnende opiniemakers hebben vaak goede ideeën, maar ondervinden moeite om die overtuigend op papier te krijgen.

Een publiek aanspreken, geboeid houden en overtuigen is immers een vak apart en wie de knepen ervan niet beheerst, verliest zijn lezers.

Dit boek is gemaakt om mensen te helpen bij het schrijven van opinies. Stap voor stap leert het hoe men een publiek erbij houdt, hoe een verhaal opgebouwd wordt en welke structuur efficiënt werkt. Een beetje theorie schept inzicht, maar het boek is vooral een praktisch instrument dat elke schrijver, ook de geoefende, op weg helpt naar de opiniepagina.

Bas Jongenelen is docent Nederlands aan de Lerarenopleiding van Fontys-Hogescholen in Tilburg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gezondheid is geen koopwaar

 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in België is begaan.

In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.

Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)

Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.

Quick View

Gezondheid is geen koopwaar

 19,90
In dit boek geeft Geert Messiaen een overzicht van de Belgische ziekteverzekering in het algemeen en van de werking en de standpunten van de Liberale Mutualiteiten in het bijzonder, samen met een persoonlijke visie op het gezondheidsbeleid in België en Europa. De auteur houdt een oprecht pleidooi voor het onvolprezen Belgische systeem van de gezondheidszorg. Dit boek richt zich tot iedereen die met de gezondheidszorg in België is begaan.

In zijn vorige boek, Onvoltooide symfonie, rekende hij al in zijn ongezouten stijl af met een aantal plaatselijke, politieke toestanden in zijn geboortestad Roeselare en hamert hij op enkele sociale aandachtspunten.

Geert Messiaen is ook auteur van Uitdagingen voor de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012)

Geert Messiaen is secretaris-generaal van de Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)

 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.

In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur

Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.

Quick View

Vechten met de engel. Herschrijven in de Nederlandstalige literatuur (Literatuur in veelvoud, nr. 22)

 29,90
Literaire werken staan zelden of nooit volledig op zichzelf. Ze enten zich op literaire tradities, op buitenlandse of binnenlandse invloeden, vloeien bijna als vanzelf voort uit het oeuvre van een auteur of maken gebruik van andere culturele codes om een nieuw literair product te realiseren.

In de Nederlandstalige literatuur is dat niet anders. Ook daarin circuleren immers allerlei soorten bronnen als basis voor romans, dichtbundels of andersoortig literair werk. Dat kan gaan van sage- of legendemateriaal, over beeldmateriaal, naar citaten uit het eigen oeuvre of het oeuvre van een andere auteur. Belangrijk daarbij is op te merken hoe dat bronmateriaal steevast ‘muteert’ bij het overbrengen van de ene literaire context naar de andere. Interteksten krijgen een eigen invulling of gaan een dialoog aan met de nieuwe omgeving waarin ze ondergebracht worden. Oraal materiaal wordt omgewerkt naar een schriftelijke context. Buitenlandse invloeden krijgen een lokale touch mee. En ook eigen werk kan een nieuw leven ingeblazen krijgen wanneer het wordt ingeschakeld in een nieuw boek. De auteurs raken op verschillende wijzen deze kwesties aan en geven een overzicht van de verschillende manieren waarop er wordt ‘herschreven’ in de Nederlandstalige literatuur

Ben Van Humbeeck, Valerie Rousseau en Cin Windey zijn verbonden aan de Onderzoekseenheid Nederlandse Literatuurstudie van de K.U.Leuven. De coauteurs zijn neerlandici van deze universiteit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost

 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?

Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.

Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.

Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.

Quick View

God heeft een brede rug. De zoektocht van een religieus agnost

 24,90
Het is geen eenvoudige opgave om in deze verwarrende tijden een spirituele thuishaven te vinden. Het traditionele ''kolenbrandersgeloof'' verdwijnt, maar het rabiate atheïsme stoot ook tegen de borst... Het nieuwetijdsdenken lijkt over zijn hoogtepunt heen. De georganiseerde kerken hebben de grootste moeite om hun structuren overeind te houden. De humanistische verenigingen moeten het stellen met een kleine kudde. De vrijmetselaars hebben zich ommuurd met oninneembare wallen.
Waar haalt de postmoderne mens voortaan nog voedsel voor de ziel, en de kracht om nieuwe vormen van solidariteit uit te bouwen? Hoe zal hij/ zij gestalte geven aan de grote overgangsmomenten in het leven: geboorte, huwelijk, overlijden en nog zoveel andere ingrijpende gebeurtenissen die een bewust levend individu niet ongemerkt wil laten voorbijgaan?

Religieus agnosticisme kan een antwoord bieden. Het richt zich tot de zoekende mens die geen behoefte heeft aan absolute antwoorden, en die een vragend bestaan durft te leiden, met veel ruimte voor introspectie, intuïtie, reflectie, openhartige discussie, bezinning, meditatie en gerichtheid op het transcendente.
De auteur belicht zijn eigen zoektocht en houdt een pleidooi voor een vorm van spiritualiteit die intellectueel relevant is en sociaal progressief, vanuit de keuze voor ''open religie'', ''meervoudige religieuze verbondenheid'' en ''actief pluralisme''.

Religieus agnosticisme is uiteraard geen doctrine, maar veeleer een voorzichtige hypothese die steun en soelaas kan bieden voor wie zich aangezogen voelt door het eventuele geheim achter de zichtbare werkelijkheid.

Jan Verachtert studeerde Filosofie, Theologie en Romaanse filologie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap

 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie. En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste – stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’) het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in het onderwijs.

Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.

Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?

Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?

Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.

Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Quick View

Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap

 23,00
Meer dan ooit is een diploma of getuigschrift een noodzakelijk toegangsticket tot de arbeidsmarkt en als dusdanig in grote mate bepalend voor iemands latere sociale positie en levenskwaliteit. Diploma’s worden toegekend na een langdurig proces van opleiding, kanalisering en selectie. En hoewel we er van uitgaan dat dit sorteerproces georganiseerd wordt op basis van meritocratische principes – talent, inzet en verdienste – stellen onderzoekers steeds weer vast dat bepaalde groepen systematisch buiten de prijzen vallen en zonder diploma (‘ongekwalificeerd’) het onderwijs verlaten. De kansen zijn dus toch niet gelijk verdeeld in het onderwijs.

Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.

Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?

Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?

Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.

Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog

 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking is een controversieel thema. Het laat de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking lopen een grotere kans op allerhande problemen.

De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?

Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.

Placeholder Image
Quick View

Kinderwens en ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking. Aanzet tot maatschappelijke dialoog

 29,90
De kinderwens en het ouderschap bij mensen met een verstandelijke beperking is een controversieel thema. Het laat de betrokkenen en ‘de maatschappij’ niet onberoerd. Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking lopen een grotere kans op allerhande problemen.

De laatste decennia is er nadrukkelijker een specifiek emancipatiebeleid voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze zijn volwaardige burgers met recht op volwaardige maatschappelijke participatie en passende ondersteuning bij de vormgeving van hun burgerschap. Maar in de discussie over het burgerschapsideaal is precies het ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking een grote verstoorder. Het levert vragen op als: Wat is goed ouderschap? Wanneer is ouderschap goed genoeg voor de samenleving? Wat hebben kinderen minimaal nodig? Wat is goede hulpverling of goede ondersteuning? Hoe verhouden rechten, belangen en waarden zich tot elkaar? Welke interventies zijn gerechtvaardigd, wanneer en door wie? En uiteraard: Welke plaats en welke stem krijgen de mensen met een verstandelijke beperking zelf in al deze afwegingen en overwegingen?

Marieke Baert, orthopedagoog, werkt in het Ortho-agogisch Centrum Broeder Ebergiste in Gent.
Jan Raymaekers, maatschappelijk werker en filosoof, is directeur van Dagcentrum De Wroeter in Kortessem.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7

 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula op een aantal hogescholen op het terrein van zorg en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten, managers, studenten en docenten werkzaam in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.

Quick View

Opleiden voor Passend Onderwijs. Advies m.b.t. het programma en niveau van opleiden voor Passend Onderwijs in de Bachelorfase van PABO en Lerarenopleiding VO – LEOZ Deelproject 7

 10,90
Hoe kan men ervoor zorgen dat de ruime expertise die voorhanden is inzake zorg en Passend Onderwijs ook daar terecht komt waar die terecht moet komen? Dit boek geeft advies over hoe de leraar in opleiding daarvoor uitgerust kan worden. Hiervoor werden de bestaande curricula op een aantal hogescholen op het terrein van zorg en Passend Onderwijs bekeken. Daarnaast werd er een inventaris gemaakt van meningen en wensen van opleidingsdocenten, managers, studenten en docenten werkzaam in het onderwijsveld. Het resultaat is een handreiking om Passend Onderwijs structureel in het curriculum van PABO’s en Lerarenopleidingen VO/PTH op te nemen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSOinstellingen.
Letty Schroën-Ario is hogeschooldocent, trainer en coach bij Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg.
Jan Thassing is verbonden aan de Faculteit Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij is ook werkzaam als docent, studieloopbaanbegeleider en ontwikkelaar bij het Seminarium voor Orthopedagogiek en het Instituut voor Gebaren, Taal & Dovenstudies.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5

 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten? Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en richt zich op de school en de schoolbegeleiders.

In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Quick View

Handboek kwaliteitstraject speciale onderwijszorg in verschillende schoolomgevingen – LEOZ Deelproject 5

 22,40
Hoe kunnen schoolbegeleiders adequaat toegerust worden in het opzetten en uitvoeren van kwaliteitszorgtrajecten? Het handboek geeft hierop een antwoord vanuit praktijkervaringen in regulier en speciaal onderwijs, en richt zich op de school en de schoolbegeleiders.

In het eerste deel worden de resultaten van de kwaliteitstrajecten zowel in perspectief van de school als van de schoolbegeleiders in kaart gebracht. Ook wordt de betekenis van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten voor de taakstelling, rollen en competenties van een schoolbegeleider verhelderd. Het tweede deel legt een relatie tussen kwaliteitszorg, schoolontwikkeling en schoolbeleid als tripartiete eenheid en geeft alle kennisinformatie die een schoolbegeleider nodig heeft voor het effectief begeleiden van kwaliteitstrajecten. De hoofdstukken worden telkens afgewisseld met procesbeschrijvingen van de uitgevoerde kwaliteitstrajecten. Dit maakt het boek ook zeer bruikbaar voor scholen zelf.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6

 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende houding.

Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.

Quick View

Waarom zijn de bananen krom? De onderzoekende houding in bachelor- en masteropleidingen op de hogeschool – LEOZ Deelproject 6

 14,40
Onderzoek heeft een belangrijke positie gekregen in het onderwijs op de hogeschool. Een basisvoorwaarde voor goed praktijkonderzoek is het ontwikkelen van een onderzoekende houding.

Dit boek geeft meer inzicht in de onderzoekende houding en bevat tips over het trainen van die houding. Ook worden er voorbeelden gegeven van opdrachten en aanwijzingen voor de organisatorische inbedding. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor docenten en onderwijsmanagers van educatieve opleidingen, maar is eveneens bruikbaar in andere sociaalculturele opleidingen.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Frits Harinck, psycholoog, is verbonden aan de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van een masteropleiding en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.
Jos Kienhuis, orthopedagoog, is docent bij Fontys OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg.
Ton de Wit, orthopedagoog, doceert aan het Seminarium voor Orthopedagogiek, Hogeschool Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Quick View

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Quick View

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    25
    Uw winkelwagen
    Plaatshouder
     17,00
    Plaatshouder
     14,00
    ×