Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Learning with a portfolio in clinical workplaces. Practices, pitfalls and perspectives

 29,80
Clerkships in clinical environments are a self-evident part of the curriculum in any medical education programme. Yet, students’ learning during these clerkships remains little understood and – as a consequence –the issue of properly supporting that learning still raises many questions. During the past decade, portfolios have become widely used in response to these issues. Not only are portfolios supposed to structure and deepen students’ learning, they also provide a basis for systematic and effective support by the supervisors. As such portfolios are entangled in the clerkship triangle: the complex interplay of students, supervisors (in the clinical environment) and the training institute (the medical school).

This book reports on a number of studies aimed at unravelling the clerkship triangle and the role of the portfolio in it. It reveals several processes and conditions that determine the actual meaning of the portfolio for both students’ learning and the supervision. It further argues that the learning portfolio operates as an artefact through which the medical school can be present in the clerkship environment and thus ‘steer from a distance’. Finally the book also explores the conditions for successful use of electronic portfolios.

Ann Deketelaere studied educational sciences at the K.U.Leuven. Over the years she has been professionally active as an educational researcher, curriculum designer, teachereducator and in-service trainer. Since 2002, she has been working as an educational staff member at the Centre for Medical Education of the Faculty of Medicine (K.U.Leuven). Her main areas of interest and expertise are in coaching and mentoring of workplace learning, reflective practice and learning portfolios.

Quick View

Learning with a portfolio in clinical workplaces. Practices, pitfalls and perspectives

 29,80
Clerkships in clinical environments are a self-evident part of the curriculum in any medical education programme. Yet, students’ learning during these clerkships remains little understood and – as a consequence –the issue of properly supporting that learning still raises many questions. During the past decade, portfolios have become widely used in response to these issues. Not only are portfolios supposed to structure and deepen students’ learning, they also provide a basis for systematic and effective support by the supervisors. As such portfolios are entangled in the clerkship triangle: the complex interplay of students, supervisors (in the clinical environment) and the training institute (the medical school).

This book reports on a number of studies aimed at unravelling the clerkship triangle and the role of the portfolio in it. It reveals several processes and conditions that determine the actual meaning of the portfolio for both students’ learning and the supervision. It further argues that the learning portfolio operates as an artefact through which the medical school can be present in the clerkship environment and thus ‘steer from a distance’. Finally the book also explores the conditions for successful use of electronic portfolios.

Ann Deketelaere studied educational sciences at the K.U.Leuven. Over the years she has been professionally active as an educational researcher, curriculum designer, teachereducator and in-service trainer. Since 2002, she has been working as an educational staff member at the Centre for Medical Education of the Faculty of Medicine (K.U.Leuven). Her main areas of interest and expertise are in coaching and mentoring of workplace learning, reflective practice and learning portfolios.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nek- en rugklachten? Er zelf wat aan doen

 21,00
Het gebeurt steeds vaker dat mensen pijn hebben aan de rug of in de nek: bij het opstaan, tijdens of na het werk, wanneer ze iets willen oprapen, en bij zovele andere gelegenheden. De problemen met rug en nek worden almaar meer veroorzaakt door altijd weerkerende eigen foute houdingen en verkeerde bewegingen. Stress speelt natuurlijk ook een rol, maar de meeste rug- en nekpijnen hebben een mechanische oorzaak en kunnen voorkomen worden door een goede houding aan te nemen of anders te bewegen.

Dit boek laat aan de hand van foto''s, raadgevingen en oefeningen zien hoe mensen zelf iets aan hun rugpijn kunnen doen en hoe ze door andere automatismen te kweken nieuwe pijn kunnen voorkomen.

Op de bijgevoegde dvd staan voorbeelden van juiste houdingen en correcte bewegingen.

Philip Van Kolen is zelfstandig kinesitherapeut in Antwerpen. Hij is gespecialiseerd in nek- en rugklachten.

Quick View

Nek- en rugklachten? Er zelf wat aan doen

 21,00
Het gebeurt steeds vaker dat mensen pijn hebben aan de rug of in de nek: bij het opstaan, tijdens of na het werk, wanneer ze iets willen oprapen, en bij zovele andere gelegenheden. De problemen met rug en nek worden almaar meer veroorzaakt door altijd weerkerende eigen foute houdingen en verkeerde bewegingen. Stress speelt natuurlijk ook een rol, maar de meeste rug- en nekpijnen hebben een mechanische oorzaak en kunnen voorkomen worden door een goede houding aan te nemen of anders te bewegen.

Dit boek laat aan de hand van foto''s, raadgevingen en oefeningen zien hoe mensen zelf iets aan hun rugpijn kunnen doen en hoe ze door andere automatismen te kweken nieuwe pijn kunnen voorkomen.

Op de bijgevoegde dvd staan voorbeelden van juiste houdingen en correcte bewegingen.

Philip Van Kolen is zelfstandig kinesitherapeut in Antwerpen. Hij is gespecialiseerd in nek- en rugklachten.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding

door
 11,00
Goede resultaten voor alle leerlingen. Dat is waar een schoolbestuur voor staat en eindverantwoordelijk voor is. Het primair onderwijs legt immers het fundament voor de vervolgopleiding van kinderen en voor hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Wanneer schoolbesturen niet voldoende op de kwaliteit van hun scholen letten, is de kans groot dat scholen afglijden. De kwaliteit van het onderwijs kan dan onder een aanvaardbaar niveau komen. We noemen ze zwak of zelfs zeer zwak.

Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.

De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.

Quick View

Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding

door
 11,00
Goede resultaten voor alle leerlingen. Dat is waar een schoolbestuur voor staat en eindverantwoordelijk voor is. Het primair onderwijs legt immers het fundament voor de vervolgopleiding van kinderen en voor hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Wanneer schoolbesturen niet voldoende op de kwaliteit van hun scholen letten, is de kans groot dat scholen afglijden. De kwaliteit van het onderwijs kan dan onder een aanvaardbaar niveau komen. We noemen ze zwak of zelfs zeer zwak.

Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.

De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De psychiatrisch verpleegkundige: vakkundig in balans. Professionalisering van de verantwoordelijk verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg (Quadri Committed Research, N° 1)

 37,90
De psychiatrisch verpleegkunde is een veeleisend vak. In functie van het opnemen van de rol van verantwoordelijk verpleegkundige zijn de verwachtingen hooggespannen, een grote variëteit aan competenties is noodzakelijk. Een vakkundige heeft een basis aan talent en ontwikkelt zich verder door opleiding, ervaring en samenwerking met een leerbegeleider. Eén van de belangrijke uitdagingen voor de verantwoordelijke verpleegkundige is het voortdurend bewaken van de balans tussen (schijnbaar) tegengestelde processen: professioneel én persoonlijk geëngageerd zijn, veiligheid bieden én kansen geven, afstand bewaren én nabij zijn,… Bovendien vraagt het ook een persoonlijk in-balans-zijn. De psychiatrisch verpleegkundige kan daarom getypeerd worden als vakkundig in balans.

Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.

Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.

Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.

Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.


Quadri Committed Research:
  • Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
  • Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
  • Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
  • Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
  • Quick View

    De psychiatrisch verpleegkundige: vakkundig in balans. Professionalisering van de verantwoordelijk verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg (Quadri Committed Research, N° 1)

     37,90
    De psychiatrisch verpleegkunde is een veeleisend vak. In functie van het opnemen van de rol van verantwoordelijk verpleegkundige zijn de verwachtingen hooggespannen, een grote variëteit aan competenties is noodzakelijk. Een vakkundige heeft een basis aan talent en ontwikkelt zich verder door opleiding, ervaring en samenwerking met een leerbegeleider. Eén van de belangrijke uitdagingen voor de verantwoordelijke verpleegkundige is het voortdurend bewaken van de balans tussen (schijnbaar) tegengestelde processen: professioneel én persoonlijk geëngageerd zijn, veiligheid bieden én kansen geven, afstand bewaren én nabij zijn,… Bovendien vraagt het ook een persoonlijk in-balans-zijn. De psychiatrisch verpleegkundige kan daarom getypeerd worden als vakkundig in balans.

    Dit boek gaat in op de inhoud van de processen van patiëntentoewijzing en hun betekenis voor de patiënt en de verpleegkundige. Enerzijds worden de kernattituden, processen en instrumenten van patiëntentoewijzing beschreven, anderzijds wordt een gedetailleerd competentieprofiel voor de verantwoordelijk verpleegkundige gepresenteerd. Vanuit de beschreven competenties wordt een aanzet gegeven naar instrumenten en methodieken om hiermee binnen de context van professionalisering en/of personeelsbeleid aan de slag te gaan.

    Dit boek richt zich tot studenten verpleegkunde en psychiatrische verpleegkundigen, alsook tot hun leerbegeleiders of leidinggevenden en alle gezondheidswerkers die ermee samenwerken.

    Dit boek is het resultaat van een onderzoeksproject (PWO) van de Katholieke Hogeschool Limburg in samenwerking met LUCAS, K.U.Leuven. Het project werd ondersteund door een netwerk van experts uit diverse psychiatrische ziekenhuizen: UPC, K.U.Leuven, Campus Kortenberg; Kliniek Sans Souci, Jette; Psychiatrisch Centrum Sint-Jan-Baptist, Zelzate; Psychiatrische Kliniek Broeders Alexianen,Tienen; Ziekenhuizen Netwerk Antwerpen, Stuivenberg; Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, Beernem.

    Jo Gommers is lector psychiatrische verpleegkunde, onderzoeksmedewerker en verantwoordelijke voor onderzoek en dienstverlening bij Quadri-Gezondheidszorg van de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt. Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en directeur van LUCAS – Centrum voor zorgonderzoek en consultancy van de K.U.Leuven. Jan Van Ertvelde is directeur van het Departement Verpleegkunde van de Kliniek Sans Souci in Jette. Deze uitgave is een initiatief van KHLim- Quadri in Hasselt.


    Quadri Committed Research:
  • Nr. 1: De psychiatrische verpleegkundige: vakkundig in balans
  • Nr. 2: Depressieve patiënten in het algemeen ziekenhuis
  • Nr. 3: Leerzorgcentrum. Ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een opleidingsconcept voor verpleegkundigen
  • Nr. 4: Ethisch leiderschap in de zorg. Verkenning vanuit de zorgethiek
  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Heroes and anti-heroes (SPES-Cahiers, nr. 5)

     28,10
    This Cahier gathers a selection of papers presented during the international conference European Literature and the Ethics of Leadership (Bergen, Norway, May 2008).

    The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.

    Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.

    Quick View

    Heroes and anti-heroes (SPES-Cahiers, nr. 5)

     28,10
    This Cahier gathers a selection of papers presented during the international conference European Literature and the Ethics of Leadership (Bergen, Norway, May 2008).

    The authors share the idea that narratives offer their readers an alternative fictional world. In doing this they hold up a mirror that confronts the reader with otherness that questions his self-evident norms and values but also his daily practices. Both heroes and antiheroes contribute to this process of reflection. The confrontation with literary texts stimulates the intellectual, the emotional and the social consciousness. The firm belief that divergent (cultural) systems i.e. business ethics and literature can enrich each other is at the core of this project.

    Rita Ghesquière is emeritus professor of comparative literature at the Catholic University of Leuven (KULeuven, Belgium). Her research and publications fall within the scope of the history of European literature, juvenile fiction and spirituality. Knut J. Ims is professor in business ethics at the Norwegian School of Economics and Business Administration. His research and publications cover a wide field from deep ecology, fair trade, ethical reflection through literature, to the metaphysics of management.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Emotionele veerkracht in psychotherapie

     31,90
    De sterke vervlechting van lichaam en geest is één van de fundamentele uitgangsposities van de lichaamsgerichte psychotherapie. Deze therapie besteedt ruim aandacht aan lichaamstaal en aan het lichamelijk belevingsniveau van cliënten. Een belangrijke strekking hierbinnen is de Pesso-psychotherapie, die in de jaren zestig ontwikkeld werd door het Amerikaanse echtpaar Al en Diane Pesso-Boyden. Gevormd in de wereld van dans en choreografie, vertaalden zij stap voor stap hun methode naar het therapeutische werkveld. In de jaren zeventig groeide deze methode uit tot een volwaardige psychotherapeutische richting.

    Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.

    Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.

    Quick View

    Emotionele veerkracht in psychotherapie

     31,90
    De sterke vervlechting van lichaam en geest is één van de fundamentele uitgangsposities van de lichaamsgerichte psychotherapie. Deze therapie besteedt ruim aandacht aan lichaamstaal en aan het lichamelijk belevingsniveau van cliënten. Een belangrijke strekking hierbinnen is de Pesso-psychotherapie, die in de jaren zestig ontwikkeld werd door het Amerikaanse echtpaar Al en Diane Pesso-Boyden. Gevormd in de wereld van dans en choreografie, vertaalden zij stap voor stap hun methode naar het therapeutische werkveld. In de jaren zeventig groeide deze methode uit tot een volwaardige psychotherapeutische richting.

    Deze publicatie geeft een gedetailleerd beeld van de lichaamsgerichte experiëntiële psychotherapie volgens Al Pesso, met visies over zelfrealisatie, emotionele basisbehoeften, de relatie therapeut-cliënt, het therapiecontract, gebruik van oefeningen, het therapeutisch proces, lichaamsgericht werken in individuele therapie, enz. Dit alles wordt geïllustreerd met tal van voorbeelden en steunt op de jarenlange ervaringspraktijk van de auteur. Het boek richt zich zowel tot psychotherapeuten als hun cliënten.

    Willy Van Haver is klinisch psycholoog, psychotherapeut, supervisor en trainer. Hij is directeur van Kern v.z.w., centrum voor psychotherapie en relatievorming in Sint-Niklaas.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    België aan het hoofd van Europa (1948-2010)

     23,10
    In de tweede helft van 2010 zit België voor de twaalfde keer in zijn geschiedenis Europa voor. Sinds het ontstaan van de Europese Unie in 1957 - toen nog de Europese Economische Gemeenschap - heeft de taak van de voorzitter, net zoals België en Europa zelf, een aantal grondige veranderingen ondergaan. Dit boek legt uit hoe die ontwikkelingen verlopen zijn en onderzoekt de plaats van België daarin.

    Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.

    Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
    Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.

    In de media:

    BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
    (...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
    Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
    Remco van Diepen, Weesp

    Quick View

    België aan het hoofd van Europa (1948-2010)

     23,10
    In de tweede helft van 2010 zit België voor de twaalfde keer in zijn geschiedenis Europa voor. Sinds het ontstaan van de Europese Unie in 1957 - toen nog de Europese Economische Gemeenschap - heeft de taak van de voorzitter, net zoals België en Europa zelf, een aantal grondige veranderingen ondergaan. Dit boek legt uit hoe die ontwikkelingen verlopen zijn en onderzoekt de plaats van België daarin.

    Hoe is het Europese voorzitterschap geëvolueerd van een louter administratieve functie (meer een last dan een lust!) naar die van invloedrijk bemiddelaar? Hoe hebben sleutelmomenten in de geschiedenis van de Europese integratie, zoals de ‘lege stoel’ van Charles de Gaulle, het Verdrag van Maastricht of het Verdrag van Lissabon de rol van de voorzitter beïnvloed? Bepaalt de agenda het gedrag van de voorzitter of is het de voorzitter die de agenda bepaalt? Hoe stelt een Europese voorzitter zowel zijn Europese collega’s als zijn eigen achterban tevreden? Maakt het eigenlijk wel iets uit of het nu de Spanjaarden, de Belgen of de Hongaren zijn die het voorzitterschap waarnemen? Is een Belgisch voorzitterschap er traditioneel echt wel een van ‘fantasieloze degelijkheid’, zoals een kritisch journalist het eens omschreef? En hoeveel voorzitters heeft Europa eigenlijk? Op deze en andere vragen geeft deze publicatie, via een diepgravende analyse en talrijke anekdotes, een helder antwoord Ze is geschreven voor iedereen die interesse heeft voor Europa, en voor de plaats van België in dat Europa.

    Peter Van Kemseke, doctor in de geschiedenis, was diplomaat op de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie. Sedert januari 2013 is hij adjunct-kabinetschef van Europees president Herman Van Rompuy.
    Ward Dendievel studeerde hedendaagse geschiedenis aan de K.U.Leuven.

    In de media:

    BMGN – The Low Countries Historical Review 126:4 (2011)
    (...) aardig overzicht van de geschiedenis van de Europese samenwerking, met de nadruk op de rol van België hierbij.
    Van Kemseke biedt de lezer veel interessante informatie.
    Remco van Diepen, Weesp

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel

     18,00
    In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus in de therapie.

    In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.

    Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.

    Quick View

    Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel

     18,00
    In de receptie van het werk van Jacques Lacan speelt diens aandacht voor het werk van Paul Claudel een relatief kleine rol. Dit boek gaat aan de hand van zijn lectuur van Claudel dieper in op Lacans opvattingen over de rol van de psychoanalyticus in de therapie.

    In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.

    Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?

     39,80
    Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau, zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.

    In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.

    Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.

    Quick View

    Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?

     39,80
    Vlaanderen werkt reeds geruime tijd aan gelijke kansen in het onderwijs. De diverse initiatieven op overheidsniveau, zoals het Decreet voor Gelijke Onderwijskansen (GOK) van 2002, willen de achterstand en uitsluiting van GOK-leerlingen bestrijden, alsook aan alle leerlingen optimale leer- en ontwikkelingskansen bieden. Als gevolg van het decreet werden Lokale OverlegPlatforms (LOP’s) opgericht die mee moeten zorgen voor een optimalisering van de onderwijskansen van alle leerlingen uit een bepaalde regio.

    In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.

    Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding

    door
     14,00
    Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.

    De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.

    Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.

    De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.

    Quick View

    Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding

    door
     14,00
    Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.

    De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.

    Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.

    De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren

     13,90
    Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.

    In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.

    Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.

    De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.

    Quick View

    Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren

     13,90
    Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.

    In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.

    Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.

    De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Een vangnet van zorg. Aandacht voor alle leerlingen in het VO en MBO

     14,90
    Wie aandacht wil geven aan elke leerling op school en in de klas moet als leerkracht ook heel veel weten van die leerling. Een bekwame leerkracht laat een leerling ontdekken wat hij of zij al weet. Dat geldt zeker voor leerlingen in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs. Daar gaat dit Cahier over. Het past in de onderwijswerkelijkheid met Passend Onderwijs in het vooruitzicht. Het gaat over teamgerichte samenwerking, over goed klassenmanagement, over de waardering van gedragsproblemen, over hoe in een oplossingsgericht gesprek de leerling zich bewust wordt van de eigen krachten, over hoe je je een beeld vormt van de sfeer in je klas. Zaken waar je niet om heen kunt als je elke leerling optimaal kansen wilt bieden.

    Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.

    Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.

    Quick View

    Een vangnet van zorg. Aandacht voor alle leerlingen in het VO en MBO

     14,90
    Wie aandacht wil geven aan elke leerling op school en in de klas moet als leerkracht ook heel veel weten van die leerling. Een bekwame leerkracht laat een leerling ontdekken wat hij of zij al weet. Dat geldt zeker voor leerlingen in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs. Daar gaat dit Cahier over. Het past in de onderwijswerkelijkheid met Passend Onderwijs in het vooruitzicht. Het gaat over teamgerichte samenwerking, over goed klassenmanagement, over de waardering van gedragsproblemen, over hoe in een oplossingsgericht gesprek de leerling zich bewust wordt van de eigen krachten, over hoe je je een beeld vormt van de sfeer in je klas. Zaken waar je niet om heen kunt als je elke leerling optimaal kansen wilt bieden.

    Dit Cahier biedt ook concrete handreikingen. Zo is voor veel leerlingen juist de natuur, het buiten-zijn de toegesneden leerschool. Dat kan door met de natuur aan de slag te gaan, maar ook door juist in die uitdagende omgeving van het buiten-zijn jezelf beter te leren kennen en je ‘durf’ te vergroten of te leren inschatten. Voortdurend op zoek naar jezelf.

    Veel leerkrachten kiezen na hun bacheloropleiding ervoor om ook het masterdiploma te behalen. Door middel van praktijkonderzoek gaan zij op zoek naar verbetering van hun onderwijskracht. Dan leren zij de leerlingen beter kennen en dan leren ze bijna te voorspellen wat die leerling van hen vraagt. Zo’n leerkracht weet waarom die leerling dat van hem of haar vraagt. Zo’n leerkracht doet recht aan de persoon van de leerling. En dan krijgt onderwijs die waarde die goed onderwijs verdient: ervoor zorgen dat elke leerling zich naar eigen vermogen kan ontwikkelen. Een bruikbare last die de moeite waard is om mee op pad gestuurd te worden in het leven.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Kinderen met ernstige problemen – Standaarden voor de praktijk in het onderwijs – 6de uitgebreide druk

     20,50
    In heel wat onderwijsvormen hebben leerkrachten te maken met kinderen die psychische en/of somatische problemen hebben. Het is niet altijd eenvoudig om te weten hoe met deze kinderen het beste wordt omgegaan, hoe ze het meeste kunnen worden ondersteund en geholpen.
    Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
    Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
    Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.

    Drs. Marleen Haxe is als Gz-psycholoog verbonden aan de Ambelt-Herfte te Zwolle. Daarvoor was ze werkzaam in het ZMOK-onderwijs. Kitty Nijboer is groepsleerkracht in het vso (voortgezet secundair onderwijs) op de Ambelt-Herfte. Drs. Harrie Velderman heeft in het basisonderwijs gewerkt en later als groepsleerkracht en als onderwijskundige op de Ambelt-Herfte. Nu is hij als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.

    Geen voorraad
    Placeholder Image
    Quick View

    Kinderen met ernstige problemen – Standaarden voor de praktijk in het onderwijs – 6de uitgebreide druk

     20,50
    In heel wat onderwijsvormen hebben leerkrachten te maken met kinderen die psychische en/of somatische problemen hebben. Het is niet altijd eenvoudig om te weten hoe met deze kinderen het beste wordt omgegaan, hoe ze het meeste kunnen worden ondersteund en geholpen.
    Praktische informatie is dan ook meer dan welkom. Dit boek bevat standaarden voor het werken in de onderwijspraktijk. Ze zijn een verzameling van handreikingen voor het werken in de praktijk met kinderen die ernstige problemen ondervinden. Ze zijn ook uit de praktijk ontstaan. Voor dezelfde problematiek is meestal eenzelfde basisrichtlijn voor het handelen in de klas te geven. Maar daarbij moeten per leerling aanpassingen gemaakt worden.
    Elk probleemgebied wordt op gelijke wijze beschreven. Eerst is er een casus, zodat de verschijningsvorm duidelijk is. Daarna volgt essentiële informatie, telkens in zeven rubrieken: beschrijving van de stoornis, verzamelen van gegevens, oorzaak en herkenning, didactische commentaren, pedagogische opmerkingen, training en therapie, tips voor thuis. Dan wordt de eigenlijke standaard gepresenteerd, in drie luiken: algemeen, didactisch, pedagogisch.
    Het resultaat van dit alles moet zijn dat de leerkracht beter kan omgaan met kinderen met een bepaalde stoornis. Zeker de leerkracht in het speciale/buitengewone onderwijs zal veel hebben aan dit boek. Maar ongetwijfeld zijn deze standaarden ook in hoge mate dienstbaar aan leerkrachten in het reguliere onderwijs met speciale onderwijszorg.

    Drs. Marleen Haxe is als Gz-psycholoog verbonden aan de Ambelt-Herfte te Zwolle. Daarvoor was ze werkzaam in het ZMOK-onderwijs. Kitty Nijboer is groepsleerkracht in het vso (voortgezet secundair onderwijs) op de Ambelt-Herfte. Drs. Harrie Velderman heeft in het basisonderwijs gewerkt en later als groepsleerkracht en als onderwijskundige op de Ambelt-Herfte. Nu is hij als docent verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek in Utrecht.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Duurzaam ondernemen. Maatschappelijk verantwoord handelen

     20,90
    De combinatie van vruchtbaar ondernemen en het werken aan duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt niet altijd voor de hand te liggen. Optimaal winst nastreven vergt immers een zekere rechtlijnigheid die geen of weinig oog heeft voor wat zich buiten dat doel bevindt. Binnen de maatschappelijke en ecologische realiteit is een dergelijke blindheid voor ethiek uit den boze. Van ondernemers en zakenmensen in de profit- en non-profit-sector wordt steeds meer verwacht dat zij een goede balans tussen beide factoren vinden. Ze moeten daarbij aandacht besteden aan integriteit, corporate social responsibility, spiritueel leiderschap, stakeholderdialoog, ethisch leiderschap, sociale contracten enz. Een dergelijke bedrijfsethiek is goed voor het imago van het bedrijf, maar een goed imago is ook snel verspeeld. De vraag is daarom: hoe vat men zoiets precies aan en hoe zorgt men ervoor dat er geen fouten gemaakt worden.

    Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.

    Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.

    Quick View

    Duurzaam ondernemen. Maatschappelijk verantwoord handelen

     20,90
    De combinatie van vruchtbaar ondernemen en het werken aan duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid lijkt niet altijd voor de hand te liggen. Optimaal winst nastreven vergt immers een zekere rechtlijnigheid die geen of weinig oog heeft voor wat zich buiten dat doel bevindt. Binnen de maatschappelijke en ecologische realiteit is een dergelijke blindheid voor ethiek uit den boze. Van ondernemers en zakenmensen in de profit- en non-profit-sector wordt steeds meer verwacht dat zij een goede balans tussen beide factoren vinden. Ze moeten daarbij aandacht besteden aan integriteit, corporate social responsibility, spiritueel leiderschap, stakeholderdialoog, ethisch leiderschap, sociale contracten enz. Een dergelijke bedrijfsethiek is goed voor het imago van het bedrijf, maar een goed imago is ook snel verspeeld. De vraag is daarom: hoe vat men zoiets precies aan en hoe zorgt men ervoor dat er geen fouten gemaakt worden.

    Dit boek, dat een grondige herwerking is van Zakenethiek, biedt een praktische handleiding om die balans tussen ondernemen en ethisch handelen op een werkbare manier in de eigen organisatie binnen te brengen. Het reikt de nodige inzichten, een framework en een werkmethode aan om ethische problemen in het dagelijkse beroeps- en bedrijfsleven snel, efficiënt en adequaat aan te pakken. Het boek is bestemd voor bedrijfsleiders en werknemers, in alle sectoren en alle soorten organisaties.

    Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum Wemmel en vice-president van AEHT - Association Européenne des écoles d’Hôtellerie et de Tourisme.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Verstandelijke beperking en dementie. Effectieve interventies

     23,70
    De vergrijzing is een algemeen maatschappelijk fenomeen. Het doet zich ook voor bij mensen met een verstandelijke beperking, van wie de levensverwachting in de voorbije eeuw aanzienlijk is gestegen. Dit brengt echter een belangrijke toename van het aantal personen met dementie met zich mee, in het bijzonder bij mensen met downsyndroom, bij wie dementie zich beduidend vroeger in de levensloop manifesteert. Om die mensen een goede oude dag te bezorgen, is een zorgverlening nodig die hun levenskwaliteit optimaal kan garanderen, van de sociale relaties tot de juiste huisvesting, van de wekelijkse kapbeurt tot de juiste dagelijkse medicatie.

    Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.

    Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.

    Quick View

    Verstandelijke beperking en dementie. Effectieve interventies

     23,70
    De vergrijzing is een algemeen maatschappelijk fenomeen. Het doet zich ook voor bij mensen met een verstandelijke beperking, van wie de levensverwachting in de voorbije eeuw aanzienlijk is gestegen. Dit brengt echter een belangrijke toename van het aantal personen met dementie met zich mee, in het bijzonder bij mensen met downsyndroom, bij wie dementie zich beduidend vroeger in de levensloop manifesteert. Om die mensen een goede oude dag te bezorgen, is een zorgverlening nodig die hun levenskwaliteit optimaal kan garanderen, van de sociale relaties tot de juiste huisvesting, van de wekelijkse kapbeurt tot de juiste dagelijkse medicatie.

    Dit boek pleit voor een begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking en dementie die méér inhoudt dan een goede medische opvang. De auteur geeft inzicht in de wijze waarop de gepaste zorg verstrekt kan worden, met telkens aandacht voor zowel de basisgegevens als voor de meer gespecialiseerde onderwerpen. Zij licht ook toe dat de situatie van mensen met een verstandelijke beperking en dementie niet als een ‘geval apart’ mag worden gezien, maar inclusief tot de maatschappij behoort. Dit is een toetssteen, een criterium waaraan de mate van zorgverbreding voor zowel ouderen- als gehandicaptenzorg gemeten kan worden. Deze publicatie is bestemd voor professionele hulpverleners, maar evenzeer voor de mantelzorger en mensen die zonder vooropleiding met deze problematiek geconfronteerd worden. Ze is ook een leidraad voor familieleden.

    Diana Kerr is verbonden aan de University of Edinburgh. Ze doet er onderzoek en geeft vorming over dementie en verstandelijke beperking. Dit boek is de Nederlandstalige versie van Understanding Learning Disability and Dementia. Developing Effective Interventions. Het werd vertaald op initiatief van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, SEN – Steunpunt Expertisenetwerken en Downsyndroom Vlaanderen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Sociaal leven en Samenleving

     5,20
    Domeinboek Sociaal leven en Samenleving uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Sociaal leven en Samenleving. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.

    Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Quick View

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Sociaal leven en Samenleving

     5,20
    Domeinboek Sociaal leven en Samenleving uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein Sociaal leven en Samenleving. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.

    Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Medisch en Paramedisch

     6,10
    Domeinboek Medisch en paramedisch uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (set in opbergdoos: 9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes in het medische domein. Veel praktische opdrachten met mooie plaatjes.

    Over de methode Horizontaal:
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Quick View

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Medisch en Paramedisch

     6,10
    Domeinboek Medisch en paramedisch uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (set in opbergdoos: 9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes in het medische domein. Veel praktische opdrachten met mooie plaatjes.

    Over de methode Horizontaal:
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Bestuur en Administratie

     8,80
    Domeinboek Bestuur en administratie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein bestuur en administratie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.

    Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Quick View

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Bestuur en Administratie

     8,80
    Domeinboek Bestuur en administratie uit de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013). In dit boekje komen jongeren op speelse manier in aanraking met verschillende beroepen/studiekeuzes binnen het domein bestuur en administratie. Goed geïllustreerde en praktische opdrachten.

    Over de methode Horizontaal (set in opbergdoos: 9789044126013):
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Stripverhaal

     9,90
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Quick View

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Stripverhaal

     9,90
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Kaartenset & Filmactiviteiten

     9,90
    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking Kaartenset & Filmact

    Quick View

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Kaartenset & Filmactiviteiten

     9,90
    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking Kaartenset & Filmact

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Handleiding

     54,90
    Dit boekje de handleiding bij de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013).

    Over de methode HorizonTaal:
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Quick View

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Handleiding

     54,90
    Dit boekje de handleiding bij de studiekeuzemethode HorizonTaal (9789044126013).

    Over de methode HorizonTaal:
    Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Jongeren van 13 en 14 haar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naardiverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudesdie hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier.

    De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. Tijdens die verkenning worden de leerlingen gemotiveerd om taal te gebruiken in uiteenlopende formele en informele sociale contexten. Ze denken na over hun interesses en mogelijkheden en ze staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders.

    HorizonTaal bestaat naast Steekkaarten met opdrachten en Informatieve bronnenkaarten uit een Stripboek dat de thema’s en de diverse kennisdomeinen op een toegankelijke manier inleidt. Daarnaast bevat het pakket ook Kaartensets, waarmee de leerlingen op een interactieve manier met zichzelf, de medeleerlingen en de docenten kunnen communiceren over hun eigen profiel. Tenslotte is er een Film die alle kennisdomeinen aan bod laat komen en dient als een synthese voor het gehele project. Een Handleiding licht alle mogelijkheden met de methode toe.

    Op die manier is Horizontaal een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze wordt daardoor een erg creatieve, boeiende ontdekkingsreis.

    Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs en voorzitter van de vzw LOOA, Bart Van Brabandt is directeur Directie Mens, Steunpunt Onderwijs, Magda Vanmontfort is projectleider-auteur. Karel Vanmontfort tekende het stripverhaal.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Volledig pakket in opbergdoos

     175,00
    Jongeren van 13-14 jaar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naar diverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudes die hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier. De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. De leerlingen denken na over hun interesses en mogelijkheden en staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Dit gebeurt vanuit informatie- en actiekaarten, herkenbare situatieschetsen, uitdagingen, opzoekwerk, stripverhalen, kwartetspel, plattegronden, marktkramen, film,… Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders. HorizonTaal is een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteit en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze kan ontzettend creatief zijn. Naar school gaan ook. HorizonTaal verandert het studiekeuzeproces totaal. Een unieke uitdaging voor elke school en elke leerling.

    Deze uitgave is een initiatief van het Provinciebestuur Limburg, Directie Onderwijs, in Hasselt. Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs, Bart Van Brabandt is directeur van de Dienst Onderwijs. Magda Vanmontfort is projectleider-auteur.

    HorizonTaal in de media:
    Boeketje onderwijs - Boeken over opvoeding & onderwijs

    Quick View

    HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking – Volledig pakket in opbergdoos

     175,00
    Jongeren van 13-14 jaar hebben vaak een eenzijdig beeld van de beroepswereld, de kennisdomeinen die daarmee samenhangen en de studierichtingen die naar diverse beroepen leiden. Vele leerlingen ontgaat daardoor de zin van de kennis, de vaardigheden en de attitudes die hen op school worden aangereikt. Hun studiekeuze na de eerste twee jaren in het secundair onderwijs gebeurt dan ook vaak op een weinig onderbouwde manier. De methode HorizonTaal laat jongeren tien kennisdomeinen grondig verkennen. Deze kennisdomeinen zijn gekozen met betrekking tot mogelijke verdere onderwijstrajecten. De leerlingen denken na over hun interesses en mogelijkheden en staan stil bij hun persoonlijke keuzeprocessen en aspiraties. Dit gebeurt vanuit informatie- en actiekaarten, herkenbare situatieschetsen, uitdagingen, opzoekwerk, stripverhalen, kwartetspel, plattegronden, marktkramen, film,… Daarin worden ze begeleid door hun leerkrachten en leerlingenbegeleiders. HorizonTaal is een interactief, speels en intrigerend geheel dat elke leerling de mogelijkheid geeft om zijn eigen persoonlijkheid, kwaliteit en interesses ten volle te ontplooien samen met de taalvaardigheid om die ervaringen te delen. Studiekeuze kan ontzettend creatief zijn. Naar school gaan ook. HorizonTaal verandert het studiekeuzeproces totaal. Een unieke uitdaging voor elke school en elke leerling.

    Deze uitgave is een initiatief van het Provinciebestuur Limburg, Directie Onderwijs, in Hasselt. Frank Smeets is gedeputeerde voor Onderwijs, Bart Van Brabandt is directeur van de Dienst Onderwijs. Magda Vanmontfort is projectleider-auteur.

    HorizonTaal in de media:
    Boeketje onderwijs - Boeken over opvoeding & onderwijs

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk

     24,70
    De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa met argusogen gevolgd.

    Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.

    De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.

    Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.

    Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.

    Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.

    Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.

    Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.

    Quick View

    Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk

     24,70
    De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa met argusogen gevolgd.

    Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.

    De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.

    Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.

    Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.

    Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.

    Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.

    Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten

     5,20
    In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.

    Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
    Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.

    Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.

    Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.

    Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
    Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
    Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.

    Quick View

    Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten

     5,20
    In Jeugd- en gezinsbeleid vanuit pedagogisch perspectief wordt gezinsbeleid benaderd vanuit een (ortho)pedagogische invalshoek en vanuit de pedagogische opdracht van de samenleving. De auteurs pleiten ervoor om in beleidsafwegingen de totale persoon-in-wording van het kind en de jeugdige centraal te stellen.

    Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
    Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.

    Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.

    Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.

    Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
    Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
    Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      1
      Uw winkelwagen
      HorizonTaal. Studiekeuze als ontdekking - Stripverhaal
       9,90
      ×