Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School Werk Planning. Schooleigen – Waardevol – Proces

 15,10
Schoolwerkplanning 1e druk is een boek van Steve Pouillon uitgegeven bij Garant. ISBN 9789044123555

Schoolwerkplanning

Quick View

School Werk Planning. Schooleigen – Waardevol – Proces

 15,10
Schoolwerkplanning 1e druk is een boek van Steve Pouillon uitgegeven bij Garant. ISBN 9789044123555

Schoolwerkplanning

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Studenten leren niet, zij studeren. Over transformatie als psychologische kern van hoger onderwijs

 38,00
Dit boek reflecteert over recente en klassieke onderwijsproblemen; de invoering van competenties en de al ruim een halve eeuw bestaande eerstejaars hecatombe. Het synthetiseert in de persoon van zijn auteur ruim 40 jaar Leuvens onderzoek inzake studeren en doceren.

Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.

De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.

De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.

De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.

Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.

Quick View

Studenten leren niet, zij studeren. Over transformatie als psychologische kern van hoger onderwijs

 38,00
Dit boek reflecteert over recente en klassieke onderwijsproblemen; de invoering van competenties en de al ruim een halve eeuw bestaande eerstejaars hecatombe. Het synthetiseert in de persoon van zijn auteur ruim 40 jaar Leuvens onderzoek inzake studeren en doceren.

Hoger Onderwijs aan de universiteit zowel als erbuiten staat inmiddels voor de uitdaging om – getrouw aan eigen missie binnen Europa in wording – zoveel mogelijk jongeren in staat te stellen zichzelf optimaal als aankomend expert tot persoonlijkheid te ontwikkelen. Dat vergt grondige reorganisatie, inclusief substantiële evaluatie; verandering leidt, ook al beoogt zij fundamentele vernieuwing, immers ipso facto niet tot verbetering. Binnen dit perspectief plaatst Janssen twee reeksen kanttekeningen bij wat momenteel in uitbouw is.

De eerste betreft het vormingsgebeuren. Qua einddoel lijkt expertise als omvattend vormingsideaal te moeten wijken voor een rist door lerenden successief als credits te verwerven competenties. Zulks impliceert echter dat jongeren leerling (kunnen) blijven én (dienvolgens) lerend levenslang krijgen. Wie daarentegen studeert, transformeert zich zelf in expert. Dat betekent zichzelf – én daar gaat het om – in eigen zich stilaan uitkristalliserende sociale rol, eerst als persoon Fons en vervolgens als persoonlijkheid Renée, op authentieke wijze tot iemand maken.

De tweede betreft de schijnoplossing die via flexibilisering binnen deze hervorming gegeven wordt aan het al zo’n halve eeuw bestaand probleem in de transitie van secundair naar hoger onderwijs. Dit vraagstuk is niet opgelost door te doen alsof die eraan inherente hecatombe – o.m. dankzij een inmiddels gerealiseerd leerkrediet – nu niet meer bestaat.

De auteur start deze psychologische analyse vanuit zijn ervaringen als visiterend onderwijsdeskundige die zich vanuit eigen expertise een weg baant doorheen de diversiteit van competenties die studenten op hun weg van eerstejaars naar bachelor dienen te verwerven. Hij integreert die oplossing met zijn visie op de processen van studeren (als transformatie) en doceren (als noodzakelijke katalyse daarvan). Van daaruit rapporteert hij via zijn [3*3] van [actie*reflectie] over studeergedragservaringen van o.m. eerstejaars hoger én universitair onderwijs. Zo fundeert hij de noodzaak adituriënten te leren studeren. Zulks impliceert dat abituriënten voordien hun keuze als ontwerp van (het verhaal van) eigen leven realiseren bij wijze van proces van matrixconstructie. De hiermee complementair noodzakelijke tweetraps keuzebegeleiding stelt Maks in staat zichzelf te transformeren in Fons en diens studeren, als eigen actie, in persoonlijke reflectie (als Renée in wording) te duiden en effectief te sturen.

Piet J. Janssen (°1934) is sedert 1999 emeritus gewoon hoogleraar Schoolpsychologie aan de K.U.Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Thriller versus roman (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 21)

 19,00
In het Nederlandse taalgebied wordt nog altijd een vrij strikt onderscheid gemaakt tussen misdaadliteratuur en de ‘echte’ literatuur. Thrillers worden stiefmoederlijk behandeld, niet alleen door literatuurhistorici, maar ook door literaire critici. Behoren ‘spannende boeken’ niet tot de literatuur? In dit boek geven academici, critici en misdaadauteurs, elk vanuit hun invalshoek, een antwoord op deze vraag.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.

Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.

Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.

Quick View

Thriller versus roman (Reeks Literatuur in veelvoud, nr. 21)

 19,00
In het Nederlandse taalgebied wordt nog altijd een vrij strikt onderscheid gemaakt tussen misdaadliteratuur en de ‘echte’ literatuur. Thrillers worden stiefmoederlijk behandeld, niet alleen door literatuurhistorici, maar ook door literaire critici. Behoren ‘spannende boeken’ niet tot de literatuur? In dit boek geven academici, critici en misdaadauteurs, elk vanuit hun invalshoek, een antwoord op deze vraag.
Centraal staan de zowel theoretische als kritische verkenning van al dan niet vermeende tegenstellingen tussen misdaadroman en literaire roman en hun eventuele relevantie. De geschiedenis en ontwikkeling van de misdaadliteratuur in de Lage Landen komt beschrijvend en analytisch aan bod. Specifi eke bijdragen handelen over de (informele) hiërarchie der genres in de Verenigde Staten en over de sociale relevantie van de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur.

Thriller versus roman bevat bijdragen van René Appel, Jos van Cann, Jim Madison Davis, Jooris van Hulle, Henri-Floris Jespers, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Charles den Tex en Felix Thijssen.

Jos van Cann is bestuurslid van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, zetelde in de jury voor de Gouden Strop en maakt deel uit van de jury voor De Diamanten Kogel. Hij recenseert en publiceert over misdaadliteratuur.
Henri-Floris Jespers is redactiesecretaris van de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça ira en lid van het wetenschappelijk comité van het SFV – Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen. Hij is ook juryvoorzitter voor De Diamanten Kogel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)

 24,90
De verhoudingen tussen Oost en West en Noord en Zuid kennen een voortdurende dynamiek. Dit boek geeft een inzicht in dit boeiende aspect van de hedendaagse wereldgeschiedenis, van de Koude Oorlog tot de opkomst van de nieuwe economische groeilanden in Oost en Zuid.

Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.

Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.

Quick View

Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)

 24,90
De verhoudingen tussen Oost en West en Noord en Zuid kennen een voortdurende dynamiek. Dit boek geeft een inzicht in dit boeiende aspect van de hedendaagse wereldgeschiedenis, van de Koude Oorlog tot de opkomst van de nieuwe economische groeilanden in Oost en Zuid.

Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.

Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spelend in beweging. Bewegen met peuters en kleuters. Inspiratieboek

 22,60
Peuters en kleuters willen spelen, net zolang tot ze moe en voldaan zijn. Mama’s, papa’s, oma’s, juffen en meesters weten dat spelen goed is voor kinderen. Het laat hen groeien: fysiek, sociaal en emotioneel.

Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.

Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.

Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.

Quick View

Spelend in beweging. Bewegen met peuters en kleuters. Inspiratieboek

 22,60
Peuters en kleuters willen spelen, net zolang tot ze moe en voldaan zijn. Mama’s, papa’s, oma’s, juffen en meesters weten dat spelen goed is voor kinderen. Het laat hen groeien: fysiek, sociaal en emotioneel.

Deze uitgave biedt bewegingsspelletjes, parcours en liedjes, waarin peuters en kleuters met veel plezier al hun energie kwijt kunnen. Uiteraard op een manier dat ze er ook slimmer, sterker en gezonder van worden. Het is niet nodig om duur materiaal aan te schaffen of grote ruimtes ter beschikking te hebben. Het is zelfs niet nodig om bewegingsexpert te zijn, contact met je kinderen willen maken is voldoende. Alles is helder beschreven en mooi geïllustreerd. Dit maakt het een bewegend boek dat heerlijke momenten creëert rond: leren aanpassen aan groep en regels, leren ontdekken wie je bent, kunnen reflecteren, hoe de zintuigen te gebruiken en tenslotte te durven vertrouwen op intuïtie en dromen.

Speciaal voor leerkrachten en geïnteresseerde ouders is er een hoofdstuk gewijd aan de opbouw van een uitdagende bewegingsles.

Angelique Felix studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Limburg en werkte bij de VNG/LCGW – Vereniging van Nederlandse gemeenten/Landelijk contact voor het gemeentelijk welzijnsbeleid – en daarna bij IMCO (nu PRIMO – Provinciaal Instituut voor Maatschappelijke Ontwikkeling). Haar grootste project was de Brede school en haar ontwikkeling. Ze verhuisde naar Italië en volgde aan het ‘Instituto Cortivo’ in Milaan een opleiding als sociaal consulent voor kinderen met lichte integratieproblemen. Ze werkt nu als bewegingsjuf in de International School in Como, organiseert kindervakantiekampen in de Dolomieten, en geeft workshops rond ‘Spelend bewegen’.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het zelfbeeld. De mens in dialoog met zichzelf en de wereld

 19,90
Het zelfbeeld is een van de meest fascinerende dimensies van de menselijke persoon en bepaalt ons denken, voelen en handelen. De dichter Goethe zei ooit: ‘Het grootste kwaad dat iemand kan overkomen, is dat hij slecht over zichzelf denkt.’
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.

Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.

Quick View

Het zelfbeeld. De mens in dialoog met zichzelf en de wereld

 19,90
Het zelfbeeld is een van de meest fascinerende dimensies van de menselijke persoon en bepaalt ons denken, voelen en handelen. De dichter Goethe zei ooit: ‘Het grootste kwaad dat iemand kan overkomen, is dat hij slecht over zichzelf denkt.’
En inderdaad. Een goed begrip van het fenomeen zelfbeeld is van onschatbaar belang voor de begeleiding van mensen in opvoeding en onderwijs maar ook in de hulpverlening aan mensen die het psychisch moeilijk hebben. Het zelfbeeld is de hoeksteen van elk gedrag, zowel gezond als gestoord. Welk beeld iemand van zichzelf heeft maakt wel degelijk een verschil: mensen die positief over zichzelf denken blijken zich gezonder en productiever te gedragen en zijn ook gelukkiger. De versterking van het zelfbeeld moet dan ook kerndoel zijn in onderwijs, opvoeding en begeleiding.
Maar waaruit is een zelfbeeld eigenlijk opgebouwd en hoe kan je eraan werken? Dit boek bekijkt het zelfbeeld als de dialoog die de mens op elk moment aangaat met zichzelf, met anderen en met de omgeving. Naast een verheldering van het fenomeen, komen ook aspecten aan bod als zelfwaardering, zelfpresentatie, de ontwikkeling van het zelfbeeld en methoden voor verheldering en bijsturing ervan.
Het boek richt zich tot iedereen die geboeid is door het fenomeen ‘mens’.

Guido Cuyvers doceert aan het departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel. Hij is oprichter en was voorheen coördinator van het Vlaams Onderzoeks- en Kenniscentrum Derde Leeftijd.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inspiratiegids voor competentiegerichte opleiding

 38,90
Deze inspiratiegids heeft één centraal doel: binnen opleidingen het gesprek over competentiegericht onderwijs ondersteunen. Een opleiding die zich ontwikkelt in de richting van een competentiegerichte opleiding, staat voor een paradigmashift. Dit betekent dat er op verschillende domeinen een fundamenteel andere manier van werken vereist is.

Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.

De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.

Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.

Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.

Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.

Quick View

Inspiratiegids voor competentiegerichte opleiding

 38,90
Deze inspiratiegids heeft één centraal doel: binnen opleidingen het gesprek over competentiegericht onderwijs ondersteunen. Een opleiding die zich ontwikkelt in de richting van een competentiegerichte opleiding, staat voor een paradigmashift. Dit betekent dat er op verschillende domeinen een fundamenteel andere manier van werken vereist is.

Deze gids inventariseert deze domeinen en benoemt ze als componenten. De eerste vier componenten bepalen het onderwijsproces: een competentiegericht opleidingsprofiel opstellen en implementeren, werken aan een gedragen competentiegerichte onderwijsvisie, ontwikkelen van een competentiegericht curriculum, competentiegerichte opleidingsonderdelen en krachtige leeromgevingen creëren.

De volgende vier componenten hebben meer te maken met de organisatie van het onderwijs: professionele relaties met het werkveld opbouwen en onderhouden, een competentiegericht personeelsbeleid ontwikkelen, een organisatie die competentiegericht onderwijs ondersteunt ontwikkelen, studenten in een competentiegerichte onderwijspraktijk begeleiden.

Elke component is in twee delen beschreven. Het eerste deel geeft telkens drie benaderingen: zelfevaluatie, waarderend onderzoek en inspirerende vragen. In het tweede deel staan inspiratiebronnen in de vorm van samenvattingen uit de literatuur rond competentiegericht onderwijs en uitspraken van docenten.
Meteen is deze gids over competentiegericht onderwijs een werkinstrument voor teams van opleidingen. Ze kunnen het geheel zelf verder aanvullen en er geregeld naar teruggrijpen om onderdelen ervan opnieuw te bekijken, bij te stellen en aan te vullen.

Erik Minne doceert aan het Departement Sociaal Werk van de Katholieke Hogeschool Kempen in Geel.

Katrien Seynaeve werkte als docent aan de Katholieke Hogeschool Kempen mee aan deze gids. Sinds augustus 2008 is zij verbonden aan het departement Werk en Economie van de Stad Antwerpen. Als beleidsmedewerker competentieontwikkeling is ze actief in projecten om onderwijs en arbeidsmarkt om elkaar af te stemmen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leesbaar schrijven (met cd-rom)

 24,00
Leesbaar schrijven is een boek dat u helpt teksten te schrijven die door de meeste mensen gelezen kunnen worden. De auteurs leggen niet alleen uit hoe u dat best aanpakt, maar ook waarom het zo belangrijk is. Ze beschrijven kort wat lezen is en wat lezen moeilijk maakt en ze tonen hoe leesbaarheid gemeten wordt. Met een hele reeks voorbeelden illustreren ze hoe moeilijke teksten eenvoudiger kunnen. Alle aspecten van een tekst krijgen aandacht: lettertypes, layout, woordkeuze, structuur en lengte van de zin,... Lezers kunnen ook zelf proberen om moeilijke teksten eenvoudiger te maken: elk hoofdstuk van het boek heeft een eigen reeks oefeningen. Met de software die bij het boek hoort (Zelftest Leesbaar Schrijven), kunnen ze hun eigen prestaties beoordelen.

Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.

Quick View

Leesbaar schrijven (met cd-rom)

 24,00
Leesbaar schrijven is een boek dat u helpt teksten te schrijven die door de meeste mensen gelezen kunnen worden. De auteurs leggen niet alleen uit hoe u dat best aanpakt, maar ook waarom het zo belangrijk is. Ze beschrijven kort wat lezen is en wat lezen moeilijk maakt en ze tonen hoe leesbaarheid gemeten wordt. Met een hele reeks voorbeelden illustreren ze hoe moeilijke teksten eenvoudiger kunnen. Alle aspecten van een tekst krijgen aandacht: lettertypes, layout, woordkeuze, structuur en lengte van de zin,... Lezers kunnen ook zelf proberen om moeilijke teksten eenvoudiger te maken: elk hoofdstuk van het boek heeft een eigen reeks oefeningen. Met de software die bij het boek hoort (Zelftest Leesbaar Schrijven), kunnen ze hun eigen prestaties beoordelen.

Bart Defrancq doceert aan het Departement Vertaalkunde van de Hogeschool Gent. Greet Van Laecke is romaniste.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zachte landing. Psychotherapie met psychotici

 23,90
Psychotherapie bij psychotici is niet vanzelfsprekend. Het wordt nauwelijks toegepast en is volgens sommigen zelfs gevaarlijk. Maar niet iedereen deelt die mening. In het verleden waren er binnen de psychiatrie zelfs sterke voorstanders van psychotherapeutische behandelingen bij psychotici. Ook vandaag wordt in de klinische praktijk met overtuiging voor therapieën met een psychotherapeutische invalshoek gekozen.

Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden. Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiënt willen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedere auteur doet dit op basis van zijn eigen professionele inzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod, de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie en een behandeling op maat van mensen die stemmen horen. Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners en familieleden kunnen worden getraind in het omgaan met, en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotische episode kan helpen.

Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werken met psychotici, maar ook familieleden en anderen uit de naaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie in vinden.

Jos de Kroon is psychiater-psychoanalyticus en heeft een eigen praktijk in Eindhoven.

Quick View

Zachte landing. Psychotherapie met psychotici

 23,90
Psychotherapie bij psychotici is niet vanzelfsprekend. Het wordt nauwelijks toegepast en is volgens sommigen zelfs gevaarlijk. Maar niet iedereen deelt die mening. In het verleden waren er binnen de psychiatrie zelfs sterke voorstanders van psychotherapeutische behandelingen bij psychotici. Ook vandaag wordt in de klinische praktijk met overtuiging voor therapieën met een psychotherapeutische invalshoek gekozen.

Dit boek is de neerslag van een aantal praktijkvoorbeelden. Het geeft een overzicht van behandelwijzen die de patiënt willen raken en uit zijn geïsoleerde bestaan halen. Iedere auteur doet dit op basis van zijn eigen professionele inzichten. Zo komen onder andere de rol van taal aan bod, de specifieke benadering van cliëntgerichte therapie en een behandeling op maat van mensen die stemmen horen. Er wordt ook aandacht besteed aan hoe hulpverleners en familieleden kunnen worden getraind in het omgaan met, en hoe psychotherapie ook bij een acute psychotische episode kan helpen.

Dit boek richt zich tot medici en paramedici die werken met psychotici, maar ook familieleden en anderen uit de naaste omgeving van deze mensen kunnen er inspiratie in vinden.

Jos de Kroon is psychiater-psychoanalyticus en heeft een eigen praktijk in Eindhoven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)

 14,90
In Nederland, maar ook daar buiten ontstaat op veel plaatsen en in een hoog tempo een nieuwe onderwijspraktijk. Deze ontwikkeling komt van onderop en krijgt zowel steun als kritiek. Scholen worden meer en meer uitgedaagd om te laten zien waar zij voor staan en welke opbrengsten zij realiseren. Dat geldt zeker als zij zeggen een andere praktijk na te streven.

Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.

Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.

Personalia


NIVOZ-Thema's:
  • Nr. 1: Leraar wie ben je?
  • Nr. 2: Kennis maken met scholen
  • Nr. 3: Behoud van talent
  • Nr. 4: De gemotiveerde leerling
  • Nr. 5: Zin in onderwijs
  • Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)
    Quick View

    Kennis maken met scholen (NIVOZ-Serie, nr. 2)

     14,90
    In Nederland, maar ook daar buiten ontstaat op veel plaatsen en in een hoog tempo een nieuwe onderwijspraktijk. Deze ontwikkeling komt van onderop en krijgt zowel steun als kritiek. Scholen worden meer en meer uitgedaagd om te laten zien waar zij voor staan en welke opbrengsten zij realiseren. Dat geldt zeker als zij zeggen een andere praktijk na te streven.

    Voor een duurzame ontwikkeling van de beoogde praktijk en het verantwoorden ervan hebben scholen inzicht in zichzelf, hun drijfveren en hun praktijk nodig. Dergelijke kennis is niet zomaar beschikbaar. Scholen dienen die zelf te produceren. In dit boek maken we kennis (in de dubbele betekenis van het woord) met enkele basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs die een nieuwe onderwijspraktijk ontwikkelen en zich daarvoor verantwoorden. Zij maken, ondersteund door onderzoekers van het NIVOZ, zelf de benodigde kennis. ‘Kennis maken met scholen’ bevat een verslag van hun ervaringen.

    Dit boek is bedoeld voor schoolleiders die leiding willen geven aan het proces van kennisproductie in hun eigen school. Het geeft voorbeelden, bespiegelingen en suggesties waarmee zij hun leraren kunnen ondersteunen en inspireren bij het expliciteren van de opvattingen, motieven en intenties achter hun handelen. Het bevat ideeën om de dialoog tussen leraren hierover, het expliciteren van het eigen schoolconcept en het uitvoeren van een systematische zelfonderzoek vorm te geven. ‘Kennis maken met scholen’ wil schoolleiders een handreiking bieden voor duurzame schoolontwikkeling en betekenisvolle verantwoording van de onderwijspraktijk.

    Personalia


    NIVOZ-Thema's:
  • Nr. 1: Leraar wie ben je?
  • Nr. 2: Kennis maken met scholen
  • Nr. 3: Behoud van talent
  • Nr. 4: De gemotiveerde leerling
  • Nr. 5: Zin in onderwijs
  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Beknopte didactiek en instructie

     33,00
    Met dit boek streeft de auteur een viervoudige doelstelling na. In de eerste plaats wil hij enerzijds een voldoende wetenschappelijk verantwoorde onderbouw geven aan – en anderzijds praktische handvatten aanreiken voor een efficiënt didactisch handelen in een geïntegreerd perspectief: de voorbereiding (door middel van didactische beoordeling), de implementatie in een lesdossier als basis voor uitvoering, de uitvoering in de praktijk en de evaluatie van het doorgevoerde onderwijs- en leerproces.

    Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.

    Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.

    Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.

    Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.

    Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.

    Quick View

    Beknopte didactiek en instructie

     33,00
    Met dit boek streeft de auteur een viervoudige doelstelling na. In de eerste plaats wil hij enerzijds een voldoende wetenschappelijk verantwoorde onderbouw geven aan – en anderzijds praktische handvatten aanreiken voor een efficiënt didactisch handelen in een geïntegreerd perspectief: de voorbereiding (door middel van didactische beoordeling), de implementatie in een lesdossier als basis voor uitvoering, de uitvoering in de praktijk en de evaluatie van het doorgevoerde onderwijs- en leerproces.

    Ten tweede, wordt gekozen voor het Model van Didactische Analyse van L. Van Gelder omwille van het systemische karakter, waarin alle componenten in hun onderlinge samenhang bestudeerd worden.

    Ten derde, is dit werk vooral bedoeld voor gebruik op microniveau, maar is mutatis mutandis bruikbaar op mesoniveau.

    Ten slotte spitst het werk zich vooral toe op het verwerven van psychomotorische vaardigheden – leergebied waar vele andere werken overheen stappen – zonder nochtans het cognitieve en het socio-affectieve domein te verwaarlozen.

    Na een inleidend hoofdstuk met terminologie en een overzicht aan onderwijskundige modellen, wordt in de acht volgende hoofdstukken telkens één component van het model van Van Gelder uitgediept. Ten slotte wordt het geheel afgesloten met het hoofdstuk over praktische voorbereiding & uitvoering.

    Na zijn studies aan de Koninklijke Militaire School, startte Prof. Mylle zijn professionele loopbaan in 1969 als officier bij de Verkenningstroepen van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. In 1983 wordt hij verantwoordelijk voor de kaderopleiding van de Verkenningstroepen te Stockem. Aangeduid in 1985 als chef Selectie Officieren in het toenmalige Centrum voor Rekrutering en Selectie wordt hij psycholoog en volgt hij de aggregaatsopleiding. In 1990 wordt hij leerstoelhoofd Psychologie aan de Koninklijke Militaire School en doceert er, naast typisch psychologische vakken ook Didactiek. Immers, elke officier is verantwoordelijk voor de instructie en training van zijn ondergeschikten.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Afasietherapie plus. Associatieoefeningen voor patiënten met semantische stoornissen

     21,60
    Iedereen die werkt met mensen met afasie, wordt geconfronteerd met moeilijkheden in het begrijpen van de betekenis van een woord. Dit boek biedt een verzameling van associatieoefeningen voor patiënten met deze moeilijkheden, waarbij dit semantisch probleem samenhangt met de woordvindingsmoeilijkheden. Het receptief en het productief lexicaal-semantisch niveau zijn gestoord en de koppeling aan het woord uit de semantische velden gebeurt niet.
    Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
    De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.

    Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.

    Quick View

    Afasietherapie plus. Associatieoefeningen voor patiënten met semantische stoornissen

     21,60
    Iedereen die werkt met mensen met afasie, wordt geconfronteerd met moeilijkheden in het begrijpen van de betekenis van een woord. Dit boek biedt een verzameling van associatieoefeningen voor patiënten met deze moeilijkheden, waarbij dit semantisch probleem samenhangt met de woordvindingsmoeilijkheden. Het receptief en het productief lexicaal-semantisch niveau zijn gestoord en de koppeling aan het woord uit de semantische velden gebeurt niet.
    Deze oefengang helpt patiënten om zoekstrategieën te ontwikkelen en hen voor te bereiden op de selectie. Hij wordt in het begin zuiver receptief gehouden. In de taal is er immers een constante wisselwerking tussen receptie en productie.
    De hier bijeen gebrachte oefeningen kunnen gebruikt worden voor de behandeling van patiënten met moeilijkheden in het begrijpen, als hulpmiddel bij woordvindingsstoornissen en in therapie voor geheugentraining.

    Renée Reynders is verbonden aan het Ziekenhuis Oost-Limburg in Genk. Zij staat er voornamelijk in voor de diagnostiek en de therapie van patiënten met neurologische spraak- en taalstoornissen. Daarnaast werkt zij als zelfstandig therapeute. Crien Langers is betrokken bij het onderzoek en ontwerpen van didactisch materiaal voor afatici. Ze zijn beiden master in de logopedie.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      1
      Uw winkelwagen
      ×