Bouwen aan een opleiding als platform. Interactieve professionaliteit en interactieve kennisontwikkeling (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 1)
€ 21,90
Verbetering van onderwijs voor kwetsbare leerlingen in speciaal en regulier onderwijs ligt vooral in handen van de leraar. Als professional in onderwijs is het voor hem of haar mogelijk om onderwijs en onderzoek met elkaar te verweven. Dan pas kan er kennis geconstrueerd worden die geworteld is in de beroepspraktijk.
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
Bouwen aan een opleiding als platform. Interactieve professionaliteit en interactieve kennisontwikkeling (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 1)
€ 21,90
Verbetering van onderwijs voor kwetsbare leerlingen in speciaal en regulier onderwijs ligt vooral in handen van de leraar. Als professional in onderwijs is het voor hem of haar mogelijk om onderwijs en onderzoek met elkaar te verweven. Dan pas kan er kennis geconstrueerd worden die geworteld is in de beroepspraktijk.
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
De kern van dit boek bestaat uit zes rapportages van onderzoek dat verricht is door kenniskringleden van het lectoraat Interactieve professionaliteit en vormen van interactieve kennisontwikkeling in de speciale onderwijszorg van Fontys OSO.
De onderzoeksrapportages vormen met de Proloog en de Epiloog een boeiend verslag van een proces dat gericht is op onderwijsver betering. Het is een uitdagend boek dat ontstaan is in de herkenbare context van ieders onderwijspraktijk.
Als geaccrediteerd opleidingsinstituut voor Master Special Educational Needs is het Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg van Fontys Hogescholen als geen ander aangewezen om met haar studenten in de context van de praktijk te werken aan verbetering van de speciale onderwijszorg.
Dit gebeurt in dialoog met alle betrokkenen. Het is een voortdurend proces van interactie tussen toepassen en ontwikkelen, tussen academische kennis en professionele kennis, tussen individuele en collectieve kennis, tussen kennis op technologisch, empirisch en ideologisch gebied en ten slotte tussen inhoudelijke kennis en methodologische kennis.
Dit boek is een uitnodiging aan professionals in onderwijs om een steentje bij te dragen. Maar vooral ook personen, die herkenning vinden in de ambitie dat er een ‘nieuwe generatie onderwijsgevenden’ moet opstaan, zijn welkom op dit platform van onderwijsontwikkeling.
Curriculum van de auteurs
Handelingsplanning in het buitengewoon onderwijs. Praktijkvoorbeelden uit het onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking
€ 21,00
In het buitengewoon onderwijs geniet men, binnen een wettelijk
referentiekader van ontwikkelingsdoelen en inspanningsverplichting,
een zeer grote vrijheid. Dit biedt kansen om onderwijs
op maat te bieden; men kan het zorgaanbod flexibel en
waar mogelijk aanpassen aan de individuele hulpvraag van elke
leerling.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Handelingsplanning in het buitengewoon onderwijs. Praktijkvoorbeelden uit het onderwijs voor kinderen met een verstandelijke beperking
€ 21,00
In het buitengewoon onderwijs geniet men, binnen een wettelijk
referentiekader van ontwikkelingsdoelen en inspanningsverplichting,
een zeer grote vrijheid. Dit biedt kansen om onderwijs
op maat te bieden; men kan het zorgaanbod flexibel en
waar mogelijk aanpassen aan de individuele hulpvraag van elke
leerling.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Een grote handelingsvrijheid heeft echter ook een keerzijde. Vaak is men als school op zoek naar bevestiging: zijn we wel goed bezig? Dit boek wil een mogelijke manier aanreiken om als school om te gaan met onderwerpen als handelingsplanning, intakegesprek, klassenraden, groepswerkplanning en individuele handelingsplanning.
Het boek bevat een CD-rom waarvan men verschillende standaarddocumenten (bijvoorbeeld een standaardintakeprotocol, een blanco groepswerkplan, voorbereidingsdocumenten voor klassenraden, … ) kan downloaden en die men vrij kan gebruiken binnen de school of pedagogische begeleiding. Deze documenten werden concreet uitgewerkt voor het buitengewoon onderwijs type 1 en 2, maar kunnen mits enkele kleine wijzigingen ook gebruikt worden binnen andere types onderwijs.
Caroline Herreweghe studeerde Pedagogische Wetenschappen – Afstudeerrichting Orthopedagogie aan de KU Leuven, en Logopedie en Audiologie aan dezelfde universiteit. Thans is zij werkzaam als orthopedagoog binnen Spes Buitengewoon Basisonderwijs (type 1 en 2) te Brussel.
Psychose, een blik op behandeling
€ 18,90
Psychose is een ernstige aandoening. Alvorens
de patiënt en zijn familie de stoornis kunnen
integreren in hun leven, moeten verwachtingen
worden aangepast en levensdoelen herschikt.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Psychose, een blik op behandeling
€ 18,90
Psychose is een ernstige aandoening. Alvorens
de patiënt en zijn familie de stoornis kunnen
integreren in hun leven, moeten verwachtingen
worden aangepast en levensdoelen herschikt.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.
Vaak is het een weg van vallen en opstaan, hopen en ontgoocheld worden en langzamerhand ontdekken wat het betekent, langzamerhand aanvaarden.
Op deze moeilijke weg zijn de behandelaars compagnons die meegaan, ondersteunen en aanmoedigen, maar tegelijk de realiteit niet ontkennen.
Dit boek bespreekt de weg van de klinische behandeling voor psychose. Immers, patiënten maken meer kans op remissie wanneer zij de psychose leren kennen in al zijn aspecten en manieren ontdekken om de psychose een plaats te geven in hun leven.
Marie-Josée Peeters is als psychiater verbonden aan het Psychiatrisch Ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen. Ook de andere auteurs – Kirsten Catthoor, Lynn Charrin, Chantal Colin, Yves Dermonden, Karin Magits, Katelijne Pierré, Gerda Van Roost en Ilse Voets – zijn allen werkzaam bij de psychosezorg van PZ Stuivenberg.

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Van de zuster, de dokter en het leven dat voorbijgaat. Zorgprofessionals in confrontatie met sterven, dood en rouw. (Catharina-Reeks, nr. 1)
€ 15,90
Het ziekenhuis is de scène waar zich dagelijks een groot, complex, menselijk
en professioneel drama voltrekt. ''De zuster, de dokter en het leven dat
voorbijgaat'' spelen hierin een centrale rol. De rol van “het leven dat voorbijgaat”
is te verstaan in zijn onherroepelijke betekenis.
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Van de zuster, de dokter en het leven dat voorbijgaat. Zorgprofessionals in confrontatie met sterven, dood en rouw. (Catharina-Reeks, nr. 1)
€ 15,90
Het ziekenhuis is de scène waar zich dagelijks een groot, complex, menselijk
en professioneel drama voltrekt. ''De zuster, de dokter en het leven dat
voorbijgaat'' spelen hierin een centrale rol. De rol van “het leven dat voorbijgaat”
is te verstaan in zijn onherroepelijke betekenis.
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Het gaat hier niet om de dagelijkse stroom van patiënten en hun naasten in en uit het ziekenhuis, maar om het verlies van leven: de dood van een patiënt. Wat gebeurt er met en tussen de andere spelers wanneer de dood op het toneel verschijnt?
Hoe gaan artsen en verpleegkundigen om met verlies? Wat doet de dood met hen zelf? Wat vergt het van hen om deze confrontatie aan te moeten gaan? Worden gedachten en gevoelens hieromtrent door professionals levendig gedeeld of wordt het leven dat voorbijgaat doodgezwegen? De dood is een lastige tegenspeler. Hoe gaat ieder karakter in zijn eigen rol daarmee om? En hoe kan de een de ander daarbij van dienst zijn? Kennen professionele medemensen in hun werk ook rouw en hoe komen ze dan tot verwerking? Uiteindelijk gaat het er om dat zij hun rol zo goed mogelijk kunnen vervullen ten behoeve van de echte hoofdrolspelers, de patiënt en haar of zijn naasten.
Deze thematiek wordt benaderd vanuit het contextuele denken, ontwikkeld door de Hongaars-Amerikaanse psychiater en gezinstherapeut Ivan Boszormenyi-Nagy. Centrale begrippen uit het contextuele gedachtegoed worden toegepast op de professionele zorgrelatie.
Daarbij gaat het om begrippen als het zoeken naar balans tussen geven en ontvangen en het werken vanuit meerzijdige partijdigheid. Na het theoretische gedeelte volgen een reeks verhalen uit de praktijk. Artsen en verpleegkundigen vertellen over het eigen beroepsmatige omgaan met sterven, dood en rouw. Hun ervaringen en inzichten maken de contextuele beschouwingen over dit thema heel concreet.
Koen Jordens studeerde godsdienstwetenschappen en theologie in Leuven en volgde pastorale vorming in Tilburg. Hij werkte als basispastor in Zeeuws-Vlaanderen en als dekenaal coördinator van Zeeland. Sinds 2004 is hij geestelijk verzorger in het Catharina-ziekenhuis Eindhoven. Zijn opleiding tot contextueel hulpverlener gaf aanleiding tot het schrijven van dit boek.
Dit boek is het eerste deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Toets eindtermen Lezen (set van 5 ex.)
€ 11,00
In dit boekje staan de vragen en opdrachten van de toets
Eindtermen Frans-lezen .
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.

DOK – Dossier Output & Kwaliteitsbewaking – Frans – Toets eindtermen Lezen (set van 5 ex.)
€ 11,00
In dit boekje staan de vragen en opdrachten van de toets
Eindtermen Frans-lezen .
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Het dient uitsluitend om de opgaven te lezen. Er zijn zoveel exemplaren nodig als leerlingen in de klas. Ze worden bezorgd in sets van 5 exemplaren.
Tips voor lesgevers. Suggesties voor meer werkplezier
€ 23,00
Leerlingen blijven maar een paar jaar op school, leerkrachten hun hele
leven. Leerkrachten hebben er dan ook alles voor over om hun job goed
te doen.
Vaak zijn leerkrachten niet geholpen met overwegend theoretische informatie
die ze zelf moeten omzetten in praktisch handelen. Meteen
bruikbare tips zijn dikwijls veel handiger en ze werken sneller. Maar die
tips moeten dan wel in een kader zijn geplaatst en onderbouwd.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Tips voor lesgevers. Suggesties voor meer werkplezier
€ 23,00
Leerlingen blijven maar een paar jaar op school, leerkrachten hun hele
leven. Leerkrachten hebben er dan ook alles voor over om hun job goed
te doen.
Vaak zijn leerkrachten niet geholpen met overwegend theoretische informatie
die ze zelf moeten omzetten in praktisch handelen. Meteen
bruikbare tips zijn dikwijls veel handiger en ze werken sneller. Maar die
tips moeten dan wel in een kader zijn geplaatst en onderbouwd.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Dit boek brengt weldoordachte tips bij elkaar, vanuit vragen van leraren en uit de ervaring van de auteurs als lerarenopleider. Sommige tips behoeven maar een korte overdenking, misschien op de fiets op weg naar de school. Andere vragen meer denkwerk en voor nog andere is enige voorstudie en overleg nodig. Een deel hiervan levert een specifieke bijdrage tot het zelfstandig leren van de leerlingen. De auteurs hebben heel wat zelfkritiek, getuige de vele cartoons.
Hans de Waard en Daan King doceerden tot voor kort aan de Afdeling Onderwijskunde van de Hogeschool Rotterdam. Daan King is nu trainer van docenten aan deze Hogeschool en Hans de Waard is trainer/adviseur in en buiten het onderwijs.
Geen voorraad

Spellingmakker – Werkboek 3 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Geen voorraad

Spellingmakker – Werkboek 3 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het derde Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 3.

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Spellingmakker – Werkboek 1 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.

Spellingmakker – Werkboek 1 – 1ste leerjaar
€ 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.
Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit is het eerste Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 1.

Spellingmakker – Volgboek
€ 7,30
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.

Spellingmakker – Volgboek
€ 7,30
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode
is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’)
komen de leerlingen tot spellen.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.
Bij het aanbieden van de schrijfletters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.
Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.
Dit volgboek is bestemd voor de leerlingen van het basisonderwijs.
Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 5,20 per volgboek.

De overgang van basis- naar secundair onderwijs. Een verkenning
€ 22,00
De meeste leerlingen verteren de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs
zonder grote problemen. Nochtans sluiten beide onderwijsniveaus allerminst naadloos
op elkaar aan, zoals de inspectie vaststelde in de Onderwijsspiegel 2003-2004.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.

De overgang van basis- naar secundair onderwijs. Een verkenning
€ 22,00
De meeste leerlingen verteren de overstap van het basis- naar het secundair onderwijs
zonder grote problemen. Nochtans sluiten beide onderwijsniveaus allerminst naadloos
op elkaar aan, zoals de inspectie vaststelde in de Onderwijsspiegel 2003-2004.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.
Deze probleemverkenning bekijkt de aansluitingsproblematiek vanuit verschillende invalshoeken. Drie wetenschappers verzamelden onderzoeksgegevens over de overgang en de studiekeuzes die dan gemaakt worden.
- Welke factoren zijn, vanuit een ontwikkelingspsychologisch perspectief, beschermend
of risicovol voor een vlotte aanpassing van de adolescent? - Welke invloed op de studiekeuze hebben factoren als de sociale context, persoonskenmerken (intelligentie, motivatie…) en verwachtingen van omgeving en de jongere zelf?
- Welke invloed hebben de ouders en het gezin op de studie- en schoolkeuze?
Er lopen in Vlaanderen verschillende projecten en proeftuinen over de aansluiting tussen basis- en secundair onderwijs. Vier ervaringsdeskundigen verwoorden hun inzichten en eerste bevindingen:
- nascholing in verband met inschrijvingsbeleid en oriëntatie naar de B-stroom;
- samenwerking tussen scholengemeenschappen basis- en secundair onderwijs, o.a. ontwikkeling van een BaSO-fiche;
- kennismaking en samenwerking tussen leerkrachten van beide niveaus;
- een taalbeleid Frans-Nederlands als instrument voor betere communicatievaardigheden en een soepeler overgang.
De probleemverkenning eindigt met een synthesetekst die aanzetten geeft voor het toekomstige debat over de overgang van het basis- naar het secundair onderwijs.
De Vlor is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Onderwijs en Vorming. Vertegenwoordigers uit het hele onderwijslandschap overleggen in de Vlor over het onderwijs- en vormingsbeleid. Op basis daarvan geeft de Vlor adviezen aan de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en het Vlaams Parlement.
Daarnaast kan de Vlor overleg organiseren over alle onderwijsthema’s waarvoor de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is. Als kenniscentrum van onderwijs besteedt de raad veel aandacht aan studie en documentatie.
Dankzij de representatieve samenstelling is de Vlor een ontmoetingsplaats van gevarieerde achtergronden, visies en expertise.
Met de inzichten die daaruit ontstaan wil de onderwijsraad bijdragen tot een onderwijs- en vormingsbeleid dat getuigt van wijsheid en rechtvaardigheid.

